maandag, 14 mei 2012

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

stedelijk museum BAM

In kunst / cultuur, bam, bezuinigingen, exploitatie, kunstraad, stedelijk museum, verbouwing, amsterdam, bezuinigen, en meer.

Een week lang hebben er berichten in de media gestaan over het Stedelijk Museum. Wat is er aan de hand? Alle culturele instellingen in Amsterdam hebben zojuist subsidie aangevraagd voor de komende vier jaar. In totaal is er 82,6 miljoen euro te verdelen. Voordat het gemeentebestuur (College van B&W en de gemeenteraad) beslist hoe de koek precies verdeeld wordt, doet de Amsterdamse Kunstraad – het adviesorgaan inzake culturele kwesties – eerst een voorstel. Dat voorstel is nu op hoofdlijnen klaar.

Alle grote instellingen in Amsterdam – het National Ballet, Toneelgroep Amsterdam, het Muziekgebouw aan ‘t IJ, etc – hebben zichzelf een bezuiniging van 10 tot 15 procent opgelegd. Dat was ook noodzakelijk, want er is in de komende periode minder geld te verdelen dan in de afgelopen vier jaar (zo’n 8 miljoen). Het Stedelijk is de enige instelling die in plaats van geld te besparen méér subsidie heeft aangevraagd. En fors meer. Maar liefst drie miljoen euro wil het Stedelijk Museum optellen bij de huidige subsidie: van ongeveer 12,5 miljoen naar 15,5 miljoen per jaar. En dat terwijl het museum eigenlijk 10 tot 15 procent zou moeten bezuinigen. BAM!

Die extra subsidie valt uiteen in twee delen: een deel is bedoeld voor de exploitatielasten van het nieuwe gebouw en een deel is ‘gewoon’ extra subsidie voor programmering, personeelskosten en wat al niet meer zij. Door de verbouwing van de afgelopen jaren is het museum nu bijna twee keer zo groot geworden; het ligt voor de hand dat de kosten van het onderhoud en de beveiliging inderdaad daardoor toenemen. Dat geld moet worden gevonden binnen de 82,6 miljoen euro die we hebben voor alle culturele instellingen. Immers, alle andere culturele instellingen hebben hun exploitatiekosten ook gewoon in hun subsidie-aanvraag verwerkt. Het Stedelijk hoeft er echter niet op te rekenen dat dat andere deel, de ‘gewone’ extra subsidie, wordt toegekend, zeker niet omdat andere (top)instellingen in de stad dan extra moeten bloeden.

Volgens de Kunstraad is het heel wel mogelijk dat het Stedelijk 15 procent bezuinigt: het museum heeft relatief veel verdienvermogen, het wordt niet door de landelijke bezuinigingen geraakt en het is ook geen instelling met veel uitvoerende kunstenaars, zo schrijft de voorzitter van de Kunstraad aan ons. Dat betekent dat het Stedelijk met een nieuw plan moet komen waarin rekening wordt gehouden met die 10 tot 15 procent bezuiniging. Het verbaasde dan ook dat diezelfde voorzitter afgelopen zaterdag in het Parool zegt dat hij geen voorstander is van ‘een slap aftreksel van het huidige plan; dan krijg je slappe soep’. Dat is een beetje tegenstrijdig, nietwaar?

Hoe het ook zij: eerst moeten we inzicht krijgen in hoe hoog de exploitatielasten nu zijn met het nieuwe gebouw. Daarna zal de Kunstraad aan de bak moeten om dat bedrag ergens uit die 82,6 miljoen euro te destilleren. Vervolgens moet het Stedelijk maar met een nieuw plan komen dat recht doet aan de inspanningen die alle andere topinstellingen in Amsterdam ook hebben verricht. Een bezuiniging van 10 tot 15 procent is pijnlijk, maar gezien de extra gemeentelijke bezuinigingen van 144 miljoen euro mogen we ‘blij’ zijn dat het daar bij blijft.


zondag, 13 mei 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

VNG in Rio: Voor duurzame inspiratie

In afhankelijkheid, alternatieven, buren, de wereld, delen, duurzaam, duurzaamheid, duurzame ontwikkeling, eigen kracht, en meer.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten doet mee in het Rio+20 proces. Als scout mag ik voor de VNG op zoek naar duurzame inspiratie. Natuurlijk door te buurten bij onze collega gemeenten die daar breed vertegenwoordigd zijn. Maar ook door bij de vele honderden maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en de wetenschap te rade te gaan. Want wat kunnen wij, lokale gemeenschappen, leren van die enorme rijkdom aan kennis en initiatieven die in juni in Rio bij bij elkaar worden gebracht?

logo rio“Helemaal naar Rio om inspiratie op te halen voor Haarlem, Lochem of Veenendaal? Mijn buurvrouw vindt dat ik, als Lochemse wethouder duurzaamheid, er gewoon voor de Lochemmers ben. Dat is ook zo. Tegelijk, als ik naar mijn werk fiets zie ik de vrachtschepen vol sojaschroot en tapioca bij onze veevoedergigant ‘For Farmers’ en ruik ik de zoete geur van de melkpoeder en boter van ‘Friesland Campina’. Als we ons lokale energiebeleid vormgeven doen we dat met het oog op mondiale klimaatverandering en grondstoffenschaarste. Als we werken aan gebiedsontwikkeling, zoeken we naar mogelijkheden om fosfaat, stikstof zo lokaal mogelijk in de kringloop terug te brengen en afhankelijkheid van fossiele energie in te perken. De wereld is onze achter- en voortuin en het is goed om zo nu en dan met je buren in gesprek te gaan. Wie weet, kan je nog wat van ze leren. Kennis vermenigvuldigt zich daar haar te delen. Dat gaan we in Rio doen.

Mijn buurvrouw is nog niet overtuigd. “Nederland is toch een kennis- en handelsland? We kunnen de wereld best wat leren en producten verkopen, maar als wethouder voor alle gemeenten kennis en inspiratie ophalen? We moeten gewoon doen, niet lullen maar poetsen!” En natuurlijk heeft ze een punt. We weten en kunnen al zo veel. De geduldige wandelgangen van de internationale conferenties hebben zelden de innovatie gebracht die duurzame ontwikkeling dichterbij brengt. Maar die gangen loop ik nauwelijks op, in Rio. Naast al de diplomatie en de - bijna vanzelfsprekende cynische magere vooruitgang in de akkoorden - ontmoeten mensen van lokale gemeenschappen, wetenschap en bedrijfsleven elkaar om te vertellen hoe het wel kan, concreet, in het hier en nu, zonder langdradige papieren onderhandelingen. Mensen, hun organisaties en gemeenschappen, die concreet vorm geven aan een wenkend duurzaam alternatief. Inspireren en verleiden, vele malen sterker dan de - noodzakelijke - diplomatieke onderhandelingen. Met die mensen en organisaties zal ik, voor de VNG zijn.

“En dan, wat hebben wij eraan? Jij geïnspireerd is leuk, maar wat levert dat op?” Het is duidelijk, mijn buurvrouw wil boter bij de vis. en vele anderen met haar. In mijn gemeente werkt, deels onbewust, de inspiratie uit het ‘zuiden’ al enorm door. Net als in zovele andere gemeenten. Initiatiefnemers van onze coöperatieve energie werkten in Bolivia, Chili, Tanzania, Nicaragua en India. Daar leerden ze, met lokale gemeenschappen, hoe je tegen alle krachten in eigen kracht en macht kan ontwikkelen en hoe je deze kan gebruiken voor wezenlijke alternatieven voor dominante systemen. Dus als we een niet-duurzaam en centraal gestuurd energiesysteem hebben, waar we een wel-duurzaam lokaal alternatief tegenover willen stellen, dan kunnen we te rade gaan bij de lessen die in het ‘zuiden’ zijn geleerd. Dat deed LochemEnergie en daarmee kreeg ze sleutels in handen voor een ontwikkeling die dit initiatief tot een van de meest succesvolle in Nederland maakt. Dat is toch ‘boter bij de vis’?

In Rio komen ze bij elkaar: diplomaten en regeringsleiders. Maar parallel aan die bijeenkomst zal er een feest van duurzame inspiratie zijn, van gemeenten en gemeenschappen, wetenschap en bedrijfsleven. Ik mag, voor de Nederlandse gemeenten daar aan mee doen. Om lessen op te halen en te vertalen naar de praktijk van de lokale gemeenschappen. Die daarmee, getuige bijvoorbeeld de kracht van FairTrade en Millenniumgemeenten, Klimaatverbond en vele andere initiatieven, daar best een weg mee zullen weten.

vrijdag, 11 mei 2012

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

Een werkweek in steekwoorden

In default, gewoon, leuk.
Vastgoedvisie. Terugkoppeling heidagen. Designing out Crime. Interviews geven. Dossier schrijven. Resultaten onderzoek studenten beoordelen en ze meegeven jezelf als instrument te leren hanteren. Directeuren. Brainport. Sectorhoofden. Nieuwe collega’s. Presentaties voorbereiden. Leuk allemaal, maar volgende week ga ik gewoon weer lekker met bewoners en ondernemers in de slag.

donderdag, 10 mei 2012

Frank Pels

Frank Pels

Hyves

VVD valt van zijn geloof af: Prorail terug naar overheid

In gewoon, inzicht, nederland.
De VVD slaat al jarenlang veel te ver door in 'het vrije markt-denken'. Het-vrije-markt-denken in een notendop: Je maakt gewoon van alles een 'markt',  ook als er hélémaal geen markt is. Deze 'markt' zorgt er dan vervolgens voor dat alles uiterst efficiënt gaat verlopen en dat vraag, aanbod, kwaliteit en prijs automatisch optimaal worden.

Schrijnende voorbeelden:

  • Je hebt een klein land als Nederland met een redelijk spoorbedrijf. Je deelt dit redelijk goedlopende spoorbedrijf op in verschillende bedrijven die je vervolgens met elkaar laat concurreren. De gevolgen laten zich raden.....
  • De post: op mijn werk komen elke dag vier tot zes verschillende bezorgers van post en pakketjes allemaal in hun eigen autootje. Je maakt mij niet wijs dat dat goedkoper en efficiënter is dan 1 postbedrijf. 
  • Het nieuwste slachtoffer: de zorg.... Je maakt er gewoon een 'markt' van met tandartsen en ziekenhuizen die winst mogen maken. Alsof je met een gebroken been of een ontstoken kies meerdere zorgaanbieders gaat bellen om te vragen wat het kost en vervolgens over de prijs gaat onderhandelen. Ik denk dat ik de uitkomsten nu al ken....
Maar is de VVD nu tot het inzicht gekomen dat 'de markt' niet de oplossing voor alles is? Asfaltliefhebber Charlie Aptroot stelt voor Prorail op te heffen en de taken volledig bij Rijkswaterstaat in staatshanden brengen.

Snapt de VVD nu eindelijk dat 'de vrije markt' niet de oplossing voor alles is? 

dinsdag, 8 mei 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Power to the Pieper

In kort, actie, biologisch, ecologisch, eten, gewoon.

Plantaardig en diersympathiek eten, het liefst uit de straat, ja zelfs groente van je vensterbank voldoet om hip te zijn. Helaas, slechts hip in kleine kring. We spreken van biologisch en gewoon. Biologisch vindt men duur. Volgens mij is dat de gewone prijs voor gewoon eten. Vreemd eigenlijk, een huisdier in een klein hokje vinden we zielig, een kiloknalkip en een plofvarken niet. Met het minste vermoeden van giftige stoffen in de lucht schreeuwen we moord en brand terwijl we de pesticiden op het eten gulzig naar binnen schuiven. Goedkoper, dus noemen we dit het gewone.

Maar de oplossing is daar! Power to the Pieper heet de actie van een biologische boer uit de Noordoostpolder. Hij is het zat dat zijn producten de supermarkt niet bereiken – importeren uit het buitenland is goedkoper – en dat hij idioot weinig betaald krijgt voor zijn biospulletjes. Ecologisch schijt aan de supermarkt en zelf handelen moet hij gedacht hebben en startte een internetshop. Voor €0,50 per kilo koop je bioaardappeltjes en dito wortelen en uien. Daar kan geen supermarkt tegenop! Een beetje supermarkteigenaar moet zich toch zachtjes zorgen gaan maken. Stel voor dat in deze markteconomie de consument het spel echt mee gaat spelen….

zondag, 6 mei 2012

Rob Alberts

Rob Alberts

Berg en dal

In , gewoon.
Berg en dal. Jaren terug woonde ik in Nijmegen-Dukenburg, een grootschalige nieuwbouwwijk met veel flatgebouwen. Nu woon ik al weer jaren in de Bijlmermeer. In het guldentijdperk kon je toen van de ene eindhalte in Dukenburg naar de andere eindhalte in Berg en Dal reizen voor 0,65 cent. De langste route met de meeste hoogteverschillen heb ik soms gewoon voor mijn plezier gemaakt. De stuwwallen b...

Alice Karen

Alice Karen

Mijn onafhankelijkheid

In schrijfsels, bezoek, facebook, gesprek, gewoon, leiden, leuk, mail, nederland.

Het blijft ook na mijn terugkomst koud en kil in Noorwegen. Ondanks het zeer positieve van de anderhalve week Nederland keert het gevoel van ontheemd zijn in Noorwegen terug en ik weet zeker dat ik hier later niet weer voor een langere tijd zal wonen. Ik zie de tijdelijkheid ervan en probeer nog zo veel mogelijk te genieten. Ik probeer en probeer te zien dat contact hier ook normaal kan zijn, met enkele van de mensen met wie ik de keuken deel kan ik wel leuk praten over de vrolijke zaken. Ik heb vandaag een wat een opdringerige stalker bleek te zijn geblokkeerd en voel me daar goed over – ook ben ik blij dat ik niet mijn telefoonnummer heb gegeven. Dat doe ik werkelijk nooit bij een eerste ontmoeting en dat zal ik ook zo houden. Als ik er niet onderuit kom, geef ik mijn facebook, waar mijn telefoonnummer niet op staat, en dan kan ik ook makkelijk blokkeren zonder dat ze me kunnen blijven stalken. Ik zal proberen dit geval niet te generaliseren, van dat alle contact hier stalkerig dan wel apathisch en oppervlakkig zou zijn. Hij heeft vast gezien dat ik hier ook niet zo veel mensen om handen had en van mijn openheid gebruik gemaakt. Gelukkig heb ik andere verdedigingsmechanismen. Overigens woont hij wel in een vlakbij gelegen flat dus ik hoop hem ook niet meer op straat te treffen. Maar het is allemaal wel best zo, ik ga een beetje mijn gangetje, ik zie niet vaak mensen, nog drie maanden, het is goed zo, ik hol er niet meer actief achteraan. Ik heb de boottrip van vandaag gecanceld. Ik zag op tegen het vroege opstaan op een zondag (ik heb een vrij lange opstarttijd al zeg ik het zelf dus ik zou dan echt heel vroeg op moeten). Het zou me niet lukken. Dit voorbeeld van niet socialiseren van mij leidt ongetwijfeld wel ergens tot plaatsvervangende schaamte, maar ik schaam mij nergens voor en het interesseert me niet of anderen mijn allicht gelaten houding afkeuren, ik ben daar niet van afhankelijk. Ik doe niet zomaar wat, ik heb altijd een reden, maar ik voel me niet verplicht me altijd maar te verdedigen, definiëren en onderbouwen. Wanneer een definitie te definitief wordt ontaardt zij in een dogma. Want wat is ‘sociaal’ nou helemaal? Zo zijn er uiteraard nog tientallen voorbeelden te noemen, maar ik hoop dat dit helder is.

De hoofdreden voor mijn bezoek aan Nederland was het sollicitatiegesprek in Leiden. Er waren veel sollicitatiebrieven maar uiteindelijk waren er maar drie personen, waaronder ik, uitgenodigd op gesprek. De nacht voorafgaand hieraan verbleef ik in een gloednieuw Leids hotel om mijn totale rust te vinden en de nervositeit uit te bannen. De ochtend voorafgaand aan het gesprek ontving ik een mail van een onderzoeksgroep in Londen dat ik een gift krijg voor onderzoek, deze beursaanvraag heb ik afgelopen december ingediend. Ik moest een presentatie geven en daarna nog een gesprek voeren. Ik bracht het meteen ter sprake in mijn presentatie, die ging over mijn onderzoekservaringen en de plannen voor de vierjarige PhD-positie. Op dezelfde avond werd ik al gebeld dat ik unaniem gekozen was, en of ik de positie aannam. Nu moet ik nog uitzoeken hoe het zit met het salaris, zodat ik weet met welk budget ik een huurwoning kan gaan zoeken in Leiden, en met ziekte- en verlofregelingen. Ik hoop niet dat het in die vier jaar nodig is, maar het lijkt me fijn dat gewoon duidelijk te hebben. Ik ben uiteraard erg trots dat ik ben aangenomen. Ik heb financiële onafhankelijkheid en zekerheid in het vooruitzicht, altijd een groot streven van mij, alsmede de mogelijkheid om te promoveren op iets dat ik interessant vind. Wel is het mede uit pure noodzaak tot stand gekomen. Ik moet niet denken aan dat diepe gat dat er zou zitten tussen mijn afstuderen en het niet meteen vinden van een aanstelling. Ik hoef daar nu niet meer aan te denken. Natuurlijk hoop ik ook wat vrije tijd over te houden om te schrijven en op andere manieren creatief te zijn.

Wrok? Nee, wel lef en ambitie. Ik heb nooit stuurloos willen ronddobberen, mijn lot in andermans handen leggend, afhankelijk van die anderen die me dan steeds blij zouden moeten maken, omdat ik het dan niet zelf zou kunnen. En ik pas niet in grote systemen, niet in het poldermodel, niet bij de gevestigde orde, niet in allerhande hokjes, niet in ons-kent-ons-dorpen, en daar ben ik nog trots op ook. Die erkenning komt heus wel. Die is er al, regelmatig, en steeds op die plekken, bij die ambities en bij die personen waar ik me naartoe tracht te bewegen.


Gearchiveerd onder:Schrijfsels

zaterdag, 5 mei 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Hakken revisited

In persoonlijk, politiek personeelsbeleid, v/m, boek, dames, gewoon, gezin, handleiding, mannen, en meer.

‘k Heb mijn beroepsdeformatie snel kunnen uitleven, heb het Hakkenboek inmiddels uit. Is dit nu dé handleiding voor vrouwen die besluiten zich kandidaat te stellen voor het Kamerlidmaatschap? Nou, nee. Levensverhalen van 30 politiek actieve dames en een boel algemene bespiegelingen: over het glazen plafond, dat vrouwen 100% zeker van zichzelf willen zijn voor ze zichzelf geschikt vinden voor een functie, van die dingen. En een aardig inkijkje in het reilen en zeilen van de politiek, dat wel. Voor het overgrote deel ook toepasselijk op en voor mannen.

Neem de lijst met basiscompetenties die de auteurs onderscheiden om te kunnen slagen in de politiek: kennis van zaken (is strikt gezien geen competentie, maar ach), presentatievaardigheden, debatteer, argumenteer- en vergadertechnieken, samenwerken, prioriteiten stellen, standvastig en daadkrachtig zijn. Niet bepaald onderscheidend. Hooguit gaat het verder in het boek nog over het uiterlijk, de persoonlijke presentatie van dames. Levert geen verrassingen op: niet te meisjesachtig, powerdress e.d. De auteurs noemen nog een boel andere competenties, als netwerken, omgaan met de media en organiseren. En tadaa, bij die laatste vaardigheid gaat het over het de combinatie van politiek en gezin. Zou dat ook bij mannen aan de orde geweest zijn, vraag ik me dan af.

Een aardig boek, maar helaas niet meer dan dat. Misschien niet toch diep genoeg gegraven, maar misschien valt er ook niet zo veel te graven. Net als in de top van het bedrijfsleven is de beeldnorm in de politiek een man met een pak. Dus dames: gewoon doen. Laat je zien. Niet miepen of je het wel kunt, dat doen die kerels ook niet. Kom maar op!


Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Goorse vragen (deel 25)

In fotooo, goorse vragen, ajax, fotooo, goor, voetbal, gewoon, de.

Drie Ajax-vlaggen vlak bij elkaar, Laarstraat, Bunschotenstraat en deze aan de Blauwververij. Zouden ze het hebben afgesproken om tegengas te geven aan de steeds groter wordende groep FC Twente-fans in Goor? Of is het gewoon provoceren?

En wat moet men denken van de combinatie Ajax, Rolling Stones en foute kerstversiering?

Goorse vragen. Vragen die in mij opkomen bij foto’s die ik her en der in mijn woonplaats neem. Antwoorden en reacties zijn welkom. Ik weet het zelf vaak ook niet.


Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Wake up call

In volksvertegenwoordiger, cda, de, femke, femke halsema, gewoon, groenlinks, halsema, kandidatenlijst, en meer.

 eric leltz

Blog van juni 2010 naar aanleiding van vorige tweede kamer verkiezingen. Ik ga er van uit dat we in de afgelopen twee jaar hebben geleerd! GroenLinks heeft bij de 2de kamer verkiezingen 3 zetels gewonnen. We komen met 10 leden in de kamer. Een goed resultaat en als het even meezit gaan we nog regeren ook. Maar voordat we ons nu teveel op de borst kloppen, 10 zetels is nog altijd 11 zetels minder dan grote verliezer CDA. Tijd om al te uitbundig te feesten is er sowieso niet want er moet nog heel veel worden gedaan in Nederland. En daar wil, daar kan, en daar moet GroenLinks gewoon een rol in spelen.

Daarnaast moeten we binnen GroenLinks ook de tijd nemen om te reflecteren. Laten we dit moment benutten om intern ook de nodige veranderingen door te voeren We kunnen dan wel een vernieuwende partij zijn maar wat de kandidatenlijst betreft was dat niet altijd zichtbaar. We moesten zelfs de leden vragen om af te zien van de regel dat 2de kamer leden niet meer dan 3 termijnen in de kamer zitten. Voor Femke Halsema werd een uitzondering gemaakt en in haar slipstream kon Ineke van Gent eigenlijk niet worden geweigerd. We hadden ons dit natuurlijk eerder moeten realiseren zodat er gewoon goede kandidaat lijsttrekkers klaar hadden gestaan. Want hoewel Femke Halsema het heel goed heeft gedaan, staat een dergelijke uitzondering wel verfrissing en vernieuwing in de weg. Laten we over (maximaal!) 4 jaar niet dezelfde problemen over ons afroepen. Het is ook goed als nieuwe mensen de tijd krijgen om zich voor te bereiden op de mooie en belangrijke rol van volksvertegenwoordiger.

Maar er is meer. Het CDA heeft gemerkt hoe de achterban “in de provincie” kan gaan morren als je vervreemd van hen. De mensen buiten de Randstad voelen zich buitengesloten en keren de partij massaal de rug toe. Laat dat niet gebeuren met GroenLinks en laat daarom bij de volgende verkiezingen de kandidatenlijst een goede afspiegeling zijn van de leden in het land. Dat kun je niet pareren door te stellen “dat iedereen zich toch kandidaat kan stellen”. Want hier ligt een hele hoge drempel. De lijst heeft een hoog Randstad en “ons kent ons” gehalte. Mensen die dicht bij het vuur staan komen snel op de kandidatenlijst. Zelfs mensen die in januari nog geen lid waren staan op de lijst. Dit gaat ten koste van mensen die jaren verdienstelijk zijn geweest voor de partij. Zij staan buitenspel. Maar dit zijn wel de mensen die bij de volgende verkiezingen weer op donkere avonden posters plakken op verkiezingsborden of op een koude regenachtige zaterdag staan te folderen in de stad. Dit zijn ook de mensen met een lokale achterban. Hou deze mensen gemotiveerd door ze perspectief te bieden en laat hen niet zo gemakkelijk “links” liggen.

  



vrijdag, 4 mei 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Bunder- en Geullerbos

In natuur, wandelen, planten, bomen, daslook, dieren, diversiteit, foto, gewoon, en meer.

Om aan de drukte te ontkomen in Eindhoven tijdens Koninginnedag ben ik ‘s morgensvroeg naar mijn favoriete bos gegaan, het Bunder- en Geullerbos in de buurt van Bunde.

De laatste keer was op 16 maart, oftewel alweer anderhalve maand geleden. Het Bunder- en Geullerbos is elke maand weer anders. Dit keer stond het vol bloeiend Daslook! En er was nog maar sporadisch een bloeiende Bosanemoon te vinden. Waar het 16 maart het hele bos nog vol mee stond, zijn ze nu al allemaal uitgebloeid.

Om de planten die ik onderweg tegen zou komen zo goed mogelijk vast te kunnen leggen heb ik alleen gebruik gemaakt van mijn macrolens.

Ondanks dat het een vrije dag was, was het weer erg rustig in het bos en dus veel kans om allerlei dieren te zien.

De bossen ruiken helemaal naar ui van het Daslook, een vreemde gewaarwording, aangezien de bossen in Nederland meestal alleen maar bestaan uit bomen en wat struiken. Maar niet uit planten en zeker niet zoveel Daslook bij elkaar!

_MG_6140

Het zijn te veel foto’s om hier te plaatsen, daarom heb ik een lijstje gemaakt met de planten, paddenstoelen en dieren/insecten en een linkje naar de foto’s:

Bleeksporig bosviooltje (Viola riviniana) (1 2 3 4 5 6 7)
Bosanemoon (Anemone nemorosa) (1)
Bosereprijs (Veronica montana) (1)
Boszegge (Carex sylvatica) (1)
Dagkoekoeksbloem (Silene dioica) (1)
Daslook (Allium ursinum) (1 2 3 4 5 6)
Eenbes (Paris quadrifolia) (1)
Eenbloemig parelgras (Melica uniflora) (1)
Ereprijs (Veronica spec.) (1)
Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris) (1)
Gele dovenetel (Lamiastrum galeobdolon) (1)
Gevlekt longkruid (Pulmonaria officinalis) (1)
Gevlekte aronskelk (Arum maculatum) (1 2 3)
Gewone brem (Cytisus scoparius) (1)
Gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum) (1)
Gewone smeerwortel (Symphytum officinale) (1)
Grote muur (Stellaria holostea) (1 2)
Hangende zegge (Carex pendula) (1)
Heelkruid (Sanicula europaea) (1 2 3)
Hemelsleutel (Sedum telephium) (1 2)
Kleefkruid (Galium aparine) (1 2)
Klein hoefblad (Tussilago farfara) (1 2 3)
Kruipend zenegroen (Ajuga reptans) (1)
Kruipende boterbloem (Ranunculus repens) (1)
Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis) (1 2)
Look-zonder-look (Alliaria petiolata) (1 2)
Luzerne (Medicago sativa) (1)
Moerasstreepzaad (Crepis paludosa) (1 2 3)
Overblijvende ossentong (Pentaglottis sempervirens) (1 2)
Paardebloem (Taraxacum officinale) (1 2)
Pinksterbloem (Cardamine pratensis) (1)
Reuzenpaardenstaart (Equisetum telmateia) (1 2 3)
Robertskruid (Geranium robertianum) (1)
Ruige veldbies (Luzula pilosa) (1 2)
Schaduwkruiskruid (Senecio nemorensis) (1 2)
Slanke sleutelbloem (Primula elatior) (1 2)
Smalle weegbree (Plantago lanceolata) (1 2)
Vergeet-mij-nietje (Myosotis spec.) (1 2 3)
Vogelmuur (Stellaria media) (1)
Waterkers (Rorippa spec.) (1)
Wilde hyacint (Hyacinthoides non-scripta) (1 2 3)
Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) (1)
Witte klaverzuring (Oxalis acetosella) (1 2)

Bont zandoogje (Pararge aegeria) (1)
Boomwrat (Lycogala spec.) (1)
Dagpauwoog (Aglais io) (1)
Eekhoorn (Sciurus vulgaris) (1 2)
Grote bonte specht (Dendrocopos major) (1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17)
Kapjesmorielje (Morchella gigas) (1 2 3 4 5 6)
Wijngaardslak (Helix pomatia) (1 2)
Zadelzwam (Polyporus squamosus) (1 2 3 4 5)
Zwartkop (Sylvia atricapilla) (1 2 3)

Zoals je kunt zien is het een hele lijst geworden, waarbij ik nog veel planten niet (her)ken en dus waarschijnlijk ook niet opgemerkt heb.

Het leukste van de wandeling was het bos bij de Snijdersberg waar Grote bonte spechten zaten. Terwijl ik tussen de bomen door liep hoorde ik een luid geklop tegen de bomen aan. Na een tijdje wachten zag ik de spechten tussen de bomen vliegen en telkens naar één boom gaan. Het was dan ook makkelijk om ze op de foto te krijgen. Wandelaars die voorbij kwamen lopen vroegen allemaal wat er te zien was, want waarom staat iemand met een fotocamera de hele tijd naar de hemel te staren.

Jammer genoeg lukte het niet om een filmpje te maken, maar op een foto kun je goed zien dat het spreekwoord ‘Waar gewerkt wordt, vallen spaanders’ in dit geval letterlijk opgevat moet worden.

_MG_6078 _MG_6106_MG_6108

Na enkele kilometers wandelen hoorde ik wederom een specht roepen. Dit maal niet hoog in de boom, maar hij zat gewoon op de grond.

_MG_6137 _MG_6137-2

Soms wil je een plant op de foto zetten en ondertussen krijg je er iets heel anders, misschien wel mooiers voor terug:

_MG_6152-2_MG_6153

Niet alleen in het najaar kun je paddenstoelen vinden, ook in het voorjaar, zoals een Zadelzwam en een Kapjesmorielje:

_MG_6026_MG_6027
_MG_6122_MG_6129

En als laatste zag ik nog net een eekhoorn over een boomstam rennen:

_MG_6141_MG_6141-2

Het Bunder- en Geullerbos blijft elke keer weer spannend, want je ontdekt elke keer weer iets anders! Ook de enorme diversiteit aan plantensoorten maakt het een genot om te wandelen en thuis na te genieten van het opzoeken van de plantennamen.

Alle foto’s kun je vinden op: http://mennoslaats.nl/gallery3/index.php/Natuur/Bunder--en-Geullerbos-Bunde/30-april-2012

donderdag, 3 mei 2012

Hans Kuipers

Hans Kuipers

Hyves Twitter GR

Vragen over tijdelijke maatregelen OV-Bureau

In groenlinks-drenthe, mobiliteit en infrastructuur, bus, eurokaartje, ov-bureau, ov-chipdip, ov-chipkaart, abonnement, april, en meer.

Door een inwoonster van onze provincie werden we aangeschreven over een tijdelijke maatregel, getroffen door het OV-Bureau. In de vergadering van de Statencommissie Omgevingsbeleid op 16 mei zal ik de volgende vragen stellen:

Middels een persbericht van het OV-bureau (bijlage) is de volgende bekendmaking gedaan: “Voor de periode vanaf 7 mei 2012 tot het moment dat alle bussen in Groningen en Drenthe zijn voorzien van (mobiele) OV-chipkaartapparatuur kan niet meer gratis worden gereisd. Reizigers die kunnen aantonen dat zij op hun persoonlijke OV-chipkaart een geldig abonnement hebben staan, mogen gewoon mee, overige reizigers moeten een Eurokaartje kopen.

Ter illustratie: de reis Westerbork – Beilen kost met OV-chipkaart en korting € 1.14, in een kleine bus met Eurokaartje €4. Dit terwijl de invoering van de OV-chipkaart juist had moeten leiden tot een standaardtarief per kilometer voor het openbaar vervoer.

GroenLinks is van mening dat de reiziger door deze grote tariefsprong ten onrechte de dupe wordt van het feit dat de overheid er niet in is geslaagd om de bussen tijdig uit te rusten met OV-chipkaartapparatuur.

Vragen aan het College van Gedeputeerde Staten :
1. Is inmiddels duidelijk wanneer alle bussen zullen worden uitgerust met OV-chipkaartapparatuur?
2. Is er geen andere oplossing mogelijk tot dat moment, waarbij de tarieven min of meer gelijk zijn aan die voor reizen met OV-chipkaart?

Bijlage (1):
- Persbericht OV-Bureau Groningen Drenthe, OV-bureau teleurgesteld over verdere vertraging mobiele OV-chipkaartapparatuur, d.d. 4 april 2012.

zondag, 29 april 2012

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Vervolg 18 April

In actie, bezig, bus, cda, cnv, debat, den haag, emancipatie, gesprek, en meer.
Vervolg actie tegen de wet werken naar vermogen 16 April

Vanuit de Realisten lieten wij ons opsluiten in een kooi op het Plein in Den Haag, vanuit mijzelf gezien had ik bijna 3 doelen met het deelnemen aan deze actie.

1. op zo’n meest mogelijk positieve manier uitleggen waarom de nieuwe wet werken naar vermogen niet zou werken en waarom niet, dus ook waar de verbeter punten zouden moeten komen te liggen.

2. Er was media aanwezig en we hoopten tussen de regels door dat de Realisten ook een beetje in beeld kwam, toekomstig werkgevers zouden die naam misschien kunnen tegen komen in de krant of op tv en de radio en zouden daardoor nieuwsgierig kunnen worden en uitzoeken wie wij zijn.

3. Politiek is een grote hobby van mij waar ik mij graag in meng, hoe goed ben ik in staat om gelijk gestemde een GroenLinks stem advies te geven en belangrijker nog, hoe goed ben ik in staat ons/mijn standpunt te verdedigen met goede argumenten en andere zienswijzen naar voren te halen.

Op volgorde had ik voor de actie even gesproken met Linda Voortman, op het laatste moment had zij nog een mailing van mij ontvangen en wilde graag onze actie ondersteunen. Zelf lichte ik mondeling nog even exact toe wat de bedoeling was en hoopte uiteraard dat Jesse Klaver er ook bij zou kunnen zijn aangezien hij na de actie een debat over de wet werken naar vermogen zou gaan krijgen.

Ronald Plassterk, wij kenden elkaar al een beetje omdat wij elkaar al even gesproken hadden bij de ledenvergadering van het Homo Emancipatie Netwerk PvdA waar ik te gast was op 24 Maart jl., dat gesprek ging heel eenvoudig omdat wij elkaar eigenlijk alleen maar konden aanvullen en verviel al snel in een gesprek leuk bezig etc;

Vanaf het moment dat wij werkelijk opgesloten zaten in de kooi stroomde mondjesmaat het aantal toeschouwers toe, waaronder veel scholieren. Binnen de was het de bedoeling dat wij een beetje sipjes keken, gezien de tempratuur was dat niet zo moeilijk aangezien het niet echt warm was en jezelf warm lopen kun je niet in zo’n koude kooi. In onze kooi zat ook een mede actievoerder die wel op een hele ‘irritante’ manier bezig was, hij waarschuwde telkens dat wij zielig moesten kijken, vooral niet mochten lachen en vervolgens kwam hij aan met een steen goede grap waarvan velen inclusief mij zelf toch in de lach schoten.

Het serieuze moment begon, SBS6 arriveerde samen met enkele andere journalisten waaronder iemand van de Spits die door de spijlen van de kooi enkelen van ons een aantal vragen stelde, ook kwamen er meerdere kamerleden en zover ik gezien had was van iedere partij wel minimaal 1 persoon aanwezig.

Het was even proberen, de kamerleden wisten met de betonschaar en een aantal overige Hulp Gereedschapstukken ons te bevrijden en wij konden de kooi verlaten.
Buiten de kooi zorgde ik er voor dat ik snel even buiten beeld stond van aanwezige camera’s en fotograven en trok mijn CNV shirt even omhoog zodat ik de Realisten microfoon uit mijn jaszak kon trekken.

Vanaf het moment dat ik klaar was om in gesprek te gaan, nog snel even rond keek om te weten wie waar stond (was voornemend om juist met mensen van de VVD, PVV en het CDA te spreken), bleek ik recht voor Leon de Jong (PVV) te staan.

We groetten elkaar, Leon deed een handreiking en we stelden elkaar netjes voor in het kort, hij gaf aan dat hij Leon de Jong was en wat zijn functie was binnen de PVV, ikzelf vertelde alleen maar dat ik Klaas Woltinge was, uit Hoogeveen kom plus in het kort wat mijn bezwaren zijn tegen de nieuwe wet werken naar vermogen.

Bij het begin van het gesprek beleefde ik alles een beetje als woordenspel, liet Leon de Jong dus ook lekker in helder Nederlands aan mij uitleggen hoe de nieuwe wet werken naar vermogen exact in elkaar zit (beetje gemeen van mijzelf).

Nadat dat deel van het gesprek een beetje afgerond was vroeg Leon de Jong aan mij wie ik echt was, wilde persoonlijk meer van mij weten. In vogelvlucht ratelde ik mijn bouwjaar op (1 Maart 1978), iets over mijn ziektebeeld waarvan ik tussen mijn 15e en 18e veel last van had maar daar wel helemaal bovenop gekomen was!

Om het kracht bij te zetten vertelde ik aan hem hoe ik in 1998 op eigen initiatief naar mijn arbeidsdeskundige van het UWV was gestapt om te vertellen dat ik ondanks een paar fysieke beperkingen wel gewoon zou kunnen werken.

Ik liet aan Leon de Jong weten dat ik aan een informatica opleiding begonnen was omdat ik veel verstand van computers had destijds, nu nog steeds overigens. Hij hoorde mijn hele traject van de 3 jarige MBI 3 opleiding waarvan een aantal dingen gewoon op niveau 4 beoordeeld werden.

Dat was 2 jaar lang hard studeren, 1 jaar lang stage lopen binnen de zorg, Leon de Jong kreeg dus tot in detail mee hoe ik aan het werk gekomen was binnen een totaal andere hoek dan dat waarvoor ik geleerd had, mijn ‘verouderde’ diploma wel op zak heb en hoe ik mijn best loop te doen om vanaf 2006 weer aan het werk te komen.

Om dit kracht bij te zetten ratelde ik al mijn vrijwilligers activiteiten op binnen GroenLinks, het CNV(j) en de Zonnebloem zodat hij inzichtelijk kreeg wat mijn kwaliteiten waren en zijn.

Om on toppic te blijven gaf ik ook bij Leon de Jong aan hoe ik in 2007 bij het UWV probeerde een studie te bemachtigen, deze afgewezen werd omdat ik in 1998 al een keer naar school was gegaan etc;

Inhoudelijk kregen wij vanaf dat moment naar mijn idee gezien echt een goed gesprek over de gereedschappen die er nodig zijn om een Wajonger aan het werk te kunnen helpen, waar toekomstig werkgevers bang voor zijn bij het in dienst nemen van een Wajonger.




1. gereedschappen bestaan er wel binnen de oude regeling, maar je moet eerst wel in dienst zijn bij een werkgever, afgaand op mijn eigen situatie.
2. werkgevers knallen op mijn adres maar tegen 2 problemen waarvan mijn studie er 1 is maar veel belangrijker om te benoemen is hen onzekerheid, mijn ziektebeeld is progressief en daarover kan ik ook niet liegen (kan morgen een tumor in mijn kop krijgen bewijze van, maar ben gewoon van plan om 80+ te worden), werkgevers houden van een vast personeels bestand en daarom wordt ikzelf periodiek afgewezen.

Nogmaals liet ik aan Leon de Jong weten dat diverse werkgevers wel weten wat Wajongeren zouden willen en kunnen, (deels) op de hoogte zijn van de oude regelingen maar dat het daar ook bij op houd.

Voor de Wajonger zelf zou de lat veel te hoog kunnen liggen naar werk wegens bovengenoemde pijn punt, op vrijwillige basis behaal ik zelf soms 40 uurige werkweken en mijn inzet als welwillende is niet interessant voor een werkgever!

Bij Leon de Jong had ik ook letterlijk aangegeven waarover diverse werkgevers over vielen, het vaste personeels bestand etc; in het gesprek met Leon de Jong grapte ik er nog over, ja het zou mis met mijzelf kunnen gaan maar een gezond iemand zou morgen ook tegen een bus aan kunnen lopen!

Die opmerking mijnerzijds kwam misschien wat hard aan, Leon de Jong kreeg na ons gesprek wel duidelijker in kaart waar de problematiek lag omtrent het in dienst kunnen en willen nemen van een Wajonger.

Als reactie koppelde Leon de Jong ook aan mij terug dat hij zeker iets zou moeten gaan doen met de informatie die ik aan hem vertelde, ter afsluiting gaf ik bij Leon de Jong aan wat er bij mij allemaal mis was gegaan en de methodes waarop ik nog steeds een betaalde baan probeer te vinden.

Leon de Jong leek geschrokken te zijn, politieke praatjes en marketing skills ken ik zo onderhand uit mijn hoofd als vervent MLM’er. Nogmaals gaf Leon de Jong aan dat hij goed moest nadenken over ‘mijn’ verhaal en aan zijn gezicht af te lezen meende hij het nog serieus ook!

Zelf liet ik wederom merken wat er mis wat er in mijn ‘persoonlijke’ situatie allemaal ‘fout’ gegaan was en is en vermelde daar duidelijk bij in vragende vorm:”Zie jij dat straks niet weer gaan gebeuren?”,”in mijn situatie ontbreken de juiste gereedschappen om aan de bak te komen”,”met de nieuwe wet werken naar vermogen ga je het zelfde resultaat behalen bij een ander die wel wil en zou kunnen!”

Leon de Jong gaf tussendoor een compliment aan mij hoe ik bezig was, stelde ook de vraag aan mij omdat ik al 34 ben en onder de oude Wajong regeling val:”zou jij niet onder de nieuwe wet werken naar vermogen willen gaan vallen?”

Daarop had ik aan hem geen directe ja of nee beantwoord, vroeg wel om garanties voor de toekomstig werkgever en voor mijzelf (stel dat ik toch veel sneller ziek wordt).

Het gesprek had een open einde, maar Leon de Jong was bereid om dingen ook eens van een andere kant te bekijken.

Nadien had ik gesproken met o.a. Linda Voortman, Jesse Klaver (goed gesprek overging) en Fatma Koser Kaya die eigenlijk dezelfde zienswijze als mijzelf hadden.

Balen dat ik niet met iemand van het CDA en met name van de VVD gesproken had ;-)

zaterdag, 28 april 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Het kan dus wel

In groenlinks, politiek, verkiezingstijd, akkoord, 3%, bezuinigingen, de wereld, democratie, europa, en meer.

Het kan dus wel. Politiek die verbindt, die op oplossingen gericht is in plaats van op polarisatie. Na zeven weken in het ‘Cats-z’n-kuts-huis, zoals een cabaretier het treffend noemde, kon de boel gewoon in 1 dag geregeld worden. Iets met schaduwen en springen. Ik ben trots op GroenLinks. Goed onderhandeld, mooi groene en sociale punten binnengehaald. Dat dat geen compleet pakket is, is natuurlijk enorm jammer, maar dat hoort nu eenmaal bij onderhandelen. De eis van de 3% bleek juist een breekijzer te zijn om binnen de marges zo veel mogelijk te vragen en waar te maken. Een bijzondere manier van onderhandelen, want meestal is het adagium: ‘kijk hoe je de koek kunt vergroten’. Dat had de PvdA ook gewild: loslaten die 3%. Ik ben geen econoom, maar het lijkt mij dat nu veel harteloze bezuinigingen omgezet zijn in de nodige hervormingen, de wereld er echt een stuk minder slecht op wordt.

Of gewoon: mooier. Want zo slecht hebben we het nou ook weer niet in Nederland. Ik las vanmorgen in de krant dat de Filipijnen al hun schulden bij het IMF hebben afgelost en nu meebetalen aan het oplossen van de problemen in Europa. Aan het in stand houden van onze levensstandaard. Die toch echt behoorlijk verschilt van die van de gemiddelde Filipijn…

En de grootste zegen: GW is geen factor van belang meer. Nauwelijks geïnterrumpeerd, au, beter kun je een politicus niet laten voelen dat ‘ie buitenspel staat. Hij zal vast nog een boel stemmen krijgen, net als zijn afgesplitste bewonderaar BurgerHero. Prima, dat gebeurt in een democratie. Maar de gijzeling is voorbij.

En nu de campagne in. Natuurlijk ben ik ook erg blij met het meteen gemunte effect voor GroenLinks van het akkoord op de peilingen. En ik ben benieuwd hoe het hervonden gemeenschappelijk belang gaat doorklinken in de campagne. De komende maanden ben ik in ieder geval volop hiermee bezig! En als GroenLinks nou gewoon de meerderheid van de stemmen krijgt, dan wordt de wereld pas echt een stuk mooier ;) .


vrijdag, 27 april 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Hoe nobel is het iets voor een goed doel te doen?

In in het nieuws, fietsen, goede doel, in het nieuws, lopen, peter, de, geld, gewoon, en meer.

Bron: www.cbf.nl

Terwijl de samenleving verhardt, de politiek meedoet via asociale maatregelen, lijkt het wel of de Nederlander zijn geweten afkoopt door steeds meer aan goede doelen te doneren, elk jaar weer. Het KWF pakt het meest.

Ook zie je steeds meer mensen die zich laten sponsoren voor een buitengewone sportprestatie. Vroeger was het nog wel eens zo dat mensen zelf besloten dat ze een marathon wilden lopen, een berg opfietsen of een ontzettend eind te schaatsen, tegenwoordig word je overspoeld met mensen die zich pas omkleden nadat ze voor duizenden euri op papier hebben staan.

Erg populair is het om zes keer tegen de Alpe D’Huez te fietsen. Nu lijkt me een keer al een beste prestatie, maar goed, dat is voor een goed doel blijkbaar niet genoeg. Alpe D’Huzes is zo populair dat je ingeloot moet worden om mee te mogen doen.

Maar de goede doelen komen dichtbij. Zo is er de elastiekenkoers. Ik kan er niet te veel over zeggen, ik heb nog geen van de organisatoren gesproken. Nu hoeft dat ook niet perse, maar er zijn velen die zich geschoffeerd voelen omdat ze gepasseerd zijn. En terecht, in mijn ogen. En als ik de deelnemerslijst zie, kan ik maar een conclusie trekken. Peter zou zich rot lachen als hij wist hoeveel ‘roomsen’ er in zijn naam voor het goede doel fietsen.

Meer sympathie heb ik voor de zusjes De Vries. Zij zeggen gewoon hoe het is. Eerst wil je zelf lopen, dan pas koppel je er een goed doel aan. Ik hoop dat ze veel binnen halen voor het goede doel. Maar nog meer hoop ik dat ze plezier gaan beleven aan het lopen van de New York Marathon.

Zelf ben ik door een vrienden overgehaald om ook eens tegen een berg op te fietsen. Gelukkig zaten we al snel op een lijn. Geen training, geen speciale kleding en zeker geen goed doel. Gewoon met een aantal vrienden een berg uitzoeken, huurfietsje regelen, naar boven zien te komen en het dan op een zuipen zetten. Omdat het kan. En goede doelen krijgen op andere momenten wel mijn tijd, aandacht of geld.


woensdag, 25 april 2012

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Bomen beschermen (2)

In amsterdam zuid, politiek, bomen, deregulering, handhaving, schriftelijke vragen, amsterdam, bestuur, bezuinigen, en meer.

Vogelvrije boom in het Sarphatipark?

Stadsdeel Oud-Zuid had een bomenverordening die lang tot de meest progressieve van de heel Amsterdam behoorde. Bomen kregen daarin bescherming dankzij duidelijke en strenge criteria waaraan een kapaanvraag moet voldoen. Niet om individuele bewoners tot last te zijn, maar juist om het publieke belang van bomen te waarborgen. En als er valide argumenten zijn voor kap van een boom, dan ook een verplichting tot herplant van een nieuwe; zodat ontgroening van de stad wordt voorkomen.

De bomenverordening van Oud-Zuid heeft zelfs model gestaan voor een ‘geharmoniseerde’ Amsterdamse verordening. Want waarom veertien verschillende – soms zeer verouderde – verordeningen per stadsdeel, als we het in de stad eens zijn over goede regels die bomen beschermen? Helaas, nu zit er in stadsdeel Zuid een bestuur dat in die vooruitstrevende verordening wil gaan hakken. Twee punten springen in het oog: 1) grotere stamomtrek voor vergunningvrij kappen van bomen; en 2) afschaffen van de herplantplicht.

Nu kan ik daar gewoon tégen zijn. Maar dat zou ik te makkelijk vinden. Op zijn minst vind ik dat ik moet begrijpen wat de beweegredenen zijn om de bomenverordening te ‘dereguleren’ – het goedpraatwoord van de huidige coalitie om je handen ergens van af te trekken.

Was er misschien een breed beleefde behoefte aan deregulering van de bomenverordening? Wie hebben die behoefte dan geuit? Welke bewoners en bedrijven smachtten naar minder regels om bomen waarvan zij kennelijk af wensten? Welke redenen zijn daarbij genoemd? En zijn de voorgestelde maatregelen inderdaad het antwoord op de geuite behoefte? Nergens wordt op deze toch relevante vragen ingegaan. Het lijkt er op dat het coalitiepartijen in stadsdeel Zuid vooral willen dereguleren om het dereguleren – of de samenleving daar nu beter van wordt of niet.

Een tweede reden – veel legitiemer – zou kunnen zijn dat het stadsdeel moet bezuinigen. In dat geval moet natuurlijk duidelijk zijn dat de oude verordening veel kosten met zich meebrengt en dat de nieuwe een stuk goedkoper is. Maar nergens stelt het het dagelijks bestuur zichzelf ook maar deze vraag, laat staan dat het een poging doet om dit inzichtelijk te maken. Dus ook hier is het speculeren naar motieven. Voor het in behandeling nemen van een kapvergunning worden leges in rekening gebracht, die – in principe – kostendekkend zijn. Kapaanvragen behandelen zal dus nauwelijks drukken op de stadsdeelbegroting. Anders is dat met de handhaving van de herplantplicht. Als mensen na het vergund vellen van een boom verzaken een nieuwe boom te planten, moet het stadsdeel dat via een bestuursrechtelijk handhavingstraject gaan afdwingen. Dat is veel gedoe. Zonder verplichting tot herplant, geen reden tot handhaving en dat scheelt geld. Hoeveel geld? Wederom: het dagelijks bestuur zegt er niets over. We weten niet wat het stadsdeel bespaart door bomen vogelvrij te verklaren.

Het lijkt blinde dereguleringsideologie, zonder enige kennis van de gevolgen. Dereguleren omdat het kan, niet omdat het moet. Namens GroenLinks heb ik daarom maar vragen gesteld om zicht te krijgen in de gevolgen – inzicht dat een dagelijks bestuur behoort te geven vóórdat het de raad vraagt iets te besluiten.

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Women in business

In kort, bedrijf, dames, gewoon, lezen, mannen.

Mijn echtgenoot stuurde mij een artikel over ‘women in business’ dat hij zonder omhaal beoordeelt als ‘goed’. Ik ben benieuwd.

Vermoedelijk gaat het over ‘overleven’ in een mannenwereld. Dat is meestal het punt. Vrouwen nemen soms mannelijke trekken over om zich staande te houden. Of het gaat over gemengde teams. Die werken het beste, meestal. Recent Duits onderzoek laat zien dat gemengde bankdirecties waarin vrouwen aan de leiding staan, meer risico nemen dan mannenbanken. En die conclusie druist toch eigenlijk tegen alle theorieën in.

Goed, het artikel. Dames, blijf dame en laat het bedrijf profiteren van damesinzichten. Behoud het goede en vervang het slechte. Dat geldt niet alleen voor producten maar ook voor mensen en niet alleen voor dames maar ook voor heren. Mensgerichtheid in een bedrijf zou vooral een verdienste van dames zijn. Mannen zitten er wel op te wachten maar komen daar niet voor uit. Datzelfde geldt voor emotionele intelligentie: voor wat empathie en medeleven moet je toch eerder bij vrouwen dan bij mannen aankloppen. Zo ook voor verantwoordelijkheidsgevoel.

Hm..niet heel vernieuwend of indrukwekkend. Maar het klopt wel dus herhalen we het nog maar een keer. Dames, gewoon doen waar je goed in bent en wat je prettig vindt, dan komt alles goed. Net als bij mannen, dus. Alhoewel, die missen zo te lezen toch een aantal Zeer Noodzakelijke Kwaliteiten.

maandag, 23 april 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Reid, Geleijnse & Van Tol – Fokke & Sukke, het afzien van 2011

In boekbesprekingen 2012, 2011, boeken, boeken 2012, boekrecensie, fokke en sukke, jaaroverzicht, lezen, ajax, en meer.

Het afzien van 2011Reid, Geleijnse & Van Tol – Fokke & Sukke, het afzien van 2011

Voor het eerste sinds jaren heb ik het jaaroverzicht niet meteen gelezen. Verklaarbaar, vorig jaar gaf ik al aan dat ik de twee gevederde vrienden minder scherp vind. Daarbij is een jaaroverzicht vaak pas beter na een tijdje. Paar maandjes gewacht dus dit jaar.

De iPad, Robert M., het Wilders proces, de kernramp in Japan, het slachtveld bij Ajax dankzij of ondanks Cruijff, Kadaffi en Steve Jobs die aan het eind komen. Ook in 2011 waren er genoeg momenten dat de wereld op het commentaar van Fokke en Sukke zat te wachten. Gelukkig kwam dat ook meteen. Feilloos. Misschien moet ik ze, net als CaMu pas jaren later teruglezen.

Moet ik alleen ‘2000’ nog scoren, de rest heb ik al. Wie?

Citaat: “Als ‘ie ons nú wraakt kunnen we gewoon met het eten thuiszijn!” (p.54)

Bron: www.foksuk.nl

Nummer: 12-008
Titel: Fokke & Sukke, het afzien van 2011
Auteur: Reid, Geleijnse & Van Tol
Taal: Nederlands
Jaar: 2012
# Pagina’s: 112 (1042)
Categorie: Humor
ISBN: 9789078753421

Meer:
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
Officiële website


zondag, 22 april 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Drongen, België

In fotooo, van der meest, voetbalfoto's, voetbalzondag, belgië, drongen, fotooo, hans van der meer, ronde van vlaanderen, en meer.

Er is maar één dag per jaar dat je er mee weg komt. Stoppen op de autobaan. Gewoon op de vluchtstrook. De Vlaamse hoogmis, de renners komen er aan, we sluiten aan bij de rest van het publiek. Maar op de weg terug naar de auto moet ik toch nog even een foto maken van het voetbalveld. Niet vanwege de zandvlakte die daarvoor door moet gaan, wel omdat de rij bomen er naast erg mooi is.

Van der Meest, deel 41

Van der Meest, een serie foto’s van voetbal (-velden) over de hele wereld. Ode aan fotograaf Hans van der Meer.


zaterdag, 21 april 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Stadsdichter

In cultuur, beheer, college, de, duurzaam, gebouwen, gedichten, gewoon, hand, en meer.

marieke van leeuwen

Afgelopen week is Arjan Keene uitgeroepen tot stadsdichter van Ede. Vele steden gingen ons hierin voor. In Dordrecht is Marieke van Leeuwen stadsdichter. Van haar hand is bovenstaand gedicht "Als er niets is". Goed dat Ede nu ook een stadsdichter heeft. In de raadsvergadering van 9 november 2006 hield ik hier al een pleidooi voor. Dat ging toen als volgt:

Ik was laatst in Antwerpen en las daar op gebouwen gedichten van de stadsdichter van vorig jaar Ramsey Nasr. Ook Nijmegen, Venlo en Lelystad hebben al een stadsdichter. Er moet toch iemand te vinden zijn die als onbezoldigd stadsdichter door het edese leven wil gaan. En volgens mij hoeven we ook niet zo ver te zoeken. Was er in de vorige raadsperiode niet een raadslid die ook af een toe een gedichtenbundel in eigen beheer uitgaf? En in PvdA kringen is het al heel gewoon om je gevoelens in de vorm van een limerick te verwoorden.

Ik wil ook graag een duit in het zakje doen en daarom hier mijn proeve van bekwaamheid.

En daar stond een trap zomaar in het Otterlose zand

Recht omhoog nog steiler dan de steilste berg en

Jij lachte naar mij, ik nam jouw hand

En samen zagen we, trede voor trede

Langzaam het ontluiken van Ede

En enthousiast riepen we beiden

“Daar ligt de stad, daar de dorpen en daar de heide”

Als een prinses, in haar bedstee, omringt door dwergen

En jij wees naar een soort paleis boven een straat

En we zagen zonnepanelen, en een beursvloer en mensen

Maar wacht, zei ik enigszins verbaasd: “ik herken ze”

“Daar, dat is het college en daar zit de raad”

En nu hoorde ik ze ook praten

Over elan, over evenwicht en over duurzaam Ede

Over kosten, over subsidies en ook over baten

toen werd ik wakker en stond weer in het heden



vrijdag, 20 april 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Guerilla gardener

In kort, april, bloemen, bomen, buren, eten, gewoon, gratis, leuk.

Guerilla worden komend weekend? Inclusief bommen? Doen!

Boomspiegels vol groente en vruchten in plaats van hondenstront. Je groenvoer zo gratis van straat plukken. Je eigen groente verbouwen terwijl je driehoogachter woont. Buiten wandelen en hier en daar een tomaatje eten? Leuk hè? Waar? All over the World, kijk maar. En hier dan? Keep dreaming, of steek je handen uit de mouwen. 21 En 22 april is uitgeroepen tot Guerilla Gardeners weekend!

Een guerilla gardener dondert niet het rozenperk van de buren vol graszaad. Een guerilla gardener zoekt stukken stoep, bijvoorbeeld rond boomstammen, onbestemde perkjes of een aardig stukje stoep dat vanwege de ligging nooit wordt gebruikt als bedoeld. Leegstaande bloembakken of braakliggende grond is ook geschikt. Op zo’n stuk zaait de guerilla gardener zaad van bloemen of groente. Kleine struiken kunnen natuurlijk ook. Hele bomen met vruchten treffen ook doel maar dat moet wel passen natuurlijk.

Ga los, het fenomeen bestaat al 30 jaar maar wordt eindelijk steeds bekender. De omgeving knapt op en we eten over een paar maanden gewoon van de straat.

woensdag, 18 april 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Plannen sociale zaken missen samenhang en realiteitszin

Vorige week verdween na een chaotisch begin van de vergadering van de Gemeenteraad van Arnhem de besluitvorming over het Meerjarenbeleidsplan werken naar vermogen en het bijbehorende 1100 banenplan van de agenda. Dit nadat de raadscommissie een week eerder het raadsvoorstel unaniem had doorgeleid naar de besluitvormende fase. Voor de Arnhemse burgers is de onduidelijke structuur van de behandeling van raadsvoorstellen al nauwelijks te volgen, dit uitstel zonder bijbehorende uitleg maakt het er niet duidelijker op.

 

Bijna een jaar geleden (21 mei 2011) heb ik op deze plaats geadviseerd  om een grondig debat te voeren over de uitkomsten van de Rekenkamercommissie Arnhem betreffende het re-integratiebeleid. Hier is niets van terecht gekomen en toen het uiteindelijk enkele weken geleden zou worden besproken is het soepel door de commissie van de agenda van de gemeenteraad afgevoerd. Alleen omdat de externe inkoop van re-integratie door de forse budgetkortingen vanuit het Rijk tot nul worden teruggebracht. Dat laat echter onverlet dat er uit dat rapport een hoop valt te leren, bijvoorbeeld over de organisatie en uitvoering van de Dienst Inwonerszaken. Dat is met het oog op de hoeveelheid aan nieuwe wetgeving in het domein van de sociale zekerheid geen overbodige luxe. Al die nieuwe wetgeving vanuit het Rijk moet worden geïnterpreteerd en naar de gemeentelijke situatie worden vertaald. Het is derhalve onbegrijpelijk dat het controlerend orgaan van de gemeente zo’n rapport in haar essentie onbesproken laat.

In datzelfde artikel vorig jaar in De Gelderlander heb ik gewezen op het te rooskleurige beeld van de bijstandsgerechtigden als het gaat om te toeleiding naar de arbeidsmarkt. Het 1100 banenplan handhaaft dat optimisme. Maar een jaar geleden was er zelfs nog geen sprake van een Eurocrisis, zoals we weten is de economische situatie inmiddels drastisch verslechterd.

De verwachtingen zijn dat de werkloosheid dit jaar verder gaat oplopen. Daarbij komt dat veel werkzoekenden die na afloop van een WW-uitkering bij de gemeente voor een bijstandsuitkering (Wwb) aankloppen in tegenstelling tot het verleden geen begeleiding hebben gehad. Dit omdat de re-integratiegelden bij UWV tot nul zijn teruggebracht en de begeleiding door UWV ook beperkter is.  Dat betekent dat er door de gemeente meer tijd en energie in intakegesprekken moet worden gestoken, terwijl het rekenkameronderzoek juist heeft uitgewezen dat daar een zwakke plek zat. Vanaf 2013 zal zich in het kader van de nieuwe Wet werken naar vermogen (Wwnv) een nieuwe categorie bij de loketten van de gemeente melden, de Wajongeren. Ook dit zal extra capaciteit vergen.

 

Buiten het feit dat het te ambitieus is, is het 1100 banenplan niet echt een banenplan maar meer een handhavingsplan. Twee van de drie uitgangspunten gaan over zelfredzaamheid en handhaving, geheel in lijn met de repressieve filosofie van het huidige kabinet. De wethouder is nog met werkgevers in gesprek dus concrete banen zijn er ook nog niet.

In het plan wordt ook erkend dat “de focus komt te liggen op kansrijke en gemotiveerde klanten”. Dan zou ik daarnaast ook wel een gedegen participatieplan verwachten dat meer biedt dan de vorig jaar gepresenteerde integratienota waar participatie als bijvoegsel van integratiebeleid wordt gezien. Of laten we de niet-kansrijke Arnhemmers gewoon aan de kant staan?

Uiteindelijk kom ik tot de conclusie dat de samenhangende visie op sociale zaken ontbreekt en er plannen worden gepresenteerd die los staan van elkaar en vaak realiteitszin ontberen.

 

John Swelsen  uit Arnhem is actief lid van GroenLinks en werkzaam bij UWV WERKbedrijf

Deze opinie stond afgelopen zaterdag 14 april in dagblad De Gelderlander en heb ik op 4 april geschreven.

Plannen sociale zaken missen samenhang en realiteitszin is a post from John Swelsen.

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Langstudeer-deeltijders: de toezeggingen van Zijlstra

In eerste kamer, onderwijs, politiek, kant, kort, motie, debat, discussie, de, en meer.

Gisteren hadden we in de Eerste Kamer een mondeling overleg met Halbe Zijlstra over de langstudeerboete voor deeltijdstudenten. Toen de langstudeerwet vorig jaar – tot mijn spijt – werd aangenomen, heb ik een motie ingediend die de regering vroeg om disproportionele gevolgen voor deeltijdstudenten te voorkomen. De motie werd kamerbreed gesteund en we waren dan ook erg benieuwd hoe de staatssecretaris dat ging regelen.

Inmiddels zijn de plannen duidelijk. Zijlstra wil het hele deeltijdonderwijs op de schop nemen. Het moet flexibeler en meer aansluiten bij de mogelijkheden en behoeften van studenten. Dat wil hij bereiken door een vouchersysteem. Een interessante denkrichting, maar helaas wil hij die vouchers alleen gaan bieden voor bepaalde maatschappelijk relevante opleidingen (zorg, onderwijs, techniek bijvoorbeeld). Dat is dom (want de overheid kan dat helemaal niet plannen) en oneerlijk tegenover studenten met andere studiewensen. En zo zitten er nog heel veel haken en ogen aan.

Dit debat zal eerst volop in de Tweede Kamer gevoerd worden, maar het werpt zijn schaduw vooruit. Als het namelijk die kant opgaat, krijgen deeltijdstudenten sowieso niet meer met de langstudeerboete te maken. Maar daarmee is er nog geen oplossing voor de komende jaren en voor de huidige deeltijdstudenten. Over hun positie ging ons overleg met Zijlstra.

Profileringsfonds

De oplossing waar hij mee gekomen is, houdt in dat deeltijdstudenten vanaf nu ook een beroep mogen doen op het profileringsfonds om zo een compensatie te krijgen voor de langstudeerboete. Tot nu toe was het profileringsfonds alleen voor voltijdstudenten. Bovendien kon men tot nu toe alleen een bijdrage vragen voor persoonlijke omstandigheden. Daar wordt nu aan toegevoegd dat ook vertraging door de vormgeving van de opleiding een grond kan zijn.

In lijn met de discussie vorig jaar en met mijn motie ben ik blij dat de staatssecretaris in beweging is gekomen, maar had ik nog wel wat bezwaren tegen deze oplossing. Zo blijft er een verschil tussen voltijdstudenten die een uitloopjaar hebben voordat ze een boete krijgen en deeltijdstudenten voor wie dat jaar vaak al nodig is voor het studieprogramma zelf. Die hebben dus nog steeds geen uitloop. Dat is een geval van rechtsongelijkheid en dat is in formele zin niet echt weggenomen.

Daarnaast is het de vraag of studenten nu recht hebben op compensatie als ze door de studieprogrammering officieel langstudeerders zijn, of dat het een gunst is van de instelling om die compensatie te geven. Hier gaat het om de rechtszekerheid. Op dit punt zegde Zijlstra toe de instellingen duidelijk te maken dat deze studenten gewoon de compensatie moesten krijgen. Als bijvoorbeeld je Bachelor-opleiding 5 jaar duurt, dan krijg je gewoon compensatie voor de langstudeerboete.

De staatssecretaris vond eigenlijk dat de opleidingen dan maar moesten worden ingekort of gecomprimeerd, maar de Kamer heeft hem duidelijk gemaakt dat dat de verkeerde weg is. Daarmee zijn diploma-inflatie en kwaliteitsverlies bijna gegarandeerd. Er zijn beroepsverdiepende deeltijdstudies (vooral in het HBO) die korter kunnen zijn als mensen al werkervaring en zo hebben. Maar wie bijvoorbeeld in deeltijd rechten gaat doen, die zal vaak gewoon de hele opleiding moeten doen en dan zijn vrijstellingen veel minder mogelijk.

Het hele probleem is ontstaan omdat de regering continu stelt dat het aantal studiejaren van voltijd- en deeltijdstudies gelijk moet zijn omdat de wet geen onderscheid maakt. Wat in de wet echter vooral geregeld wordt, is het aantal studiepunten. Dat moet gelijk zijn en dat heeft alles met diplomagelijkheid en kwaliteit te maken. Het verschil in lengte (in jaren) was tot voor kort geen probleem, maar omdat nu de bekostiging anders geregeld is en de langstudeermaatregel is ingevoerd, gaat het wringen. Daar lag het probleem van de staatssecretaris en zolang hij in jaren denkt en niet in studiepunten blijft dat een probleem. Zijn toekomstplannen gaan wat dat betreft wel de goede kant op omdat ze de hele deeltijdopleiding flexibiliseren.

Blijft de vraag of het nu goed geregeld is voor deeltijdstudenten. Zijn de ‘disproportionele gevolgen’ zoals mijn motie het noemde nu voorkomen? Niet volledig. In formele zin is er rechtsongelijkheid omdat zij geen uitloopjaar hebben en dus eerder een langstudeerboete krijgen opgelegd. Feitelijk wordt dat echter gecompenseerd via het profileringsfonds wanneer het een gevolg is van  hun studieprogramma. En ook als ze door persoonlijke omstandigheden vertraging oplopen, kunnen ze een beroep doen op het profileringsfonds. Ik ben dus niet helemaal tevreden, maar in elk geval hebben deeltijdstudenten door het ingrijpen van de Eerste Kamer veel meer kans gekregen om de langstudeerboete te ontlopen en gewoon hun studie af te maken.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Langstudeer-deeltijders: de toezeggingen van Zijlstra

In eerste kamer, onderwijs, politiek, debat, discussie, gewoon, kort, motie.

Gisteren hadden we in de Eerste Kamer een mondeling overleg met Halbe Zijlstra over de langstudeerboete voor deeltijdstudenten. Toen de langstudeerwet vorig jaar – tot mijn spijt – werd aangenomen, heb ik een motie ingediend die de regering vroeg om disproportionele gevolgen voor deeltijdstudenten te voorkomen. De motie werd kamerbreed gesteund en we waren dan ook erg benieuwd hoe de staatssecretaris dat ging regelen.

Inmiddels zijn de plannen duidelijk. Zijlstra wil het hele deeltijdonderwijs op de schop nemen. Het moet flexibeler en meer aansluiten bij de mogelijkheden en behoeften van studenten. Dat wil hij bereiken door een vouchersysteem. Een interessante denkrichting, maar helaas wil hij die vouchers alleen gaan bieden voor bepaalde maatschappelijk relevante opleidingen (zorg, onderwijs, techniek bijvoorbeeld). Dat is dom (want de overheid kan dat helemaal niet plannen) en oneerlijk tegenover studenten met andere studiewensen. En zo zitten er nog heel veel haken en ogen aan.

Dit debat zal eerst volop in de Tweede Kamer gevoerd worden, maar het werpt zijn schaduw vooruit. Als het namelijk die kant opgaat, krijgen deeltijdstudenten sowieso niet meer met de langstudeerboete te maken. Maar daarmee is er nog geen oplossing voor de komende jaren en voor de huidige deeltijdstudenten. Over hun positie ging ons overleg met Zijlstra.

Profileringsfonds

De oplossing waar hij mee gekomen is, houdt in dat deeltijdstudenten vanaf nu ook een beroep mogen doen op het profileringsfonds om zo een compensatie te krijgen voor de langstudeerboete. Tot nu toe was het profileringsfonds alleen voor voltijdstudenten. Bovendien kon men tot nu toe alleen een bijdrage vragen voor persoonlijke omstandigheden. Daar wordt nu aan toegevoegd dat ook vertraging door de vormgeving van de opleiding een grond kan zijn.

In lijn met de discussie vorig jaar en met mijn motie ben ik blij dat de staatssecretaris in beweging is gekomen, maar had ik nog wel wat bezwaren tegen deze oplossing. Zo blijft er een verschil tussen voltijdstudenten die een uitloopjaar hebben voordat ze een boete krijgen en deeltijdstudenten voor wie dat jaar vaak al nodig is voor het studieprogramma zelf. Die hebben dus nog steeds geen uitloop. Dat is een geval van rechtsongelijkheid en dat is in formele zin niet echt weggenomen.

Daarnaast is het de vraag of studenten nu recht hebben op compensatie als ze door de studieprogrammering officieel langstudeerders zijn, of dat het een gunst is van de instelling om die compensatie te geven. Hier gaat het om de rechtszekerheid. Op dit punt zegde Zijlstra toe de instellingen duidelijk te maken dat deze studenten gewoon de compensatie moesten krijgen. Als bijvoorbeeld je Bachelor-opleiding 5 jaar duurt, dan krijg je gewoon compensatie voor de langstudeerboete.

De staatssecretaris vond eigenlijk dat de opleidingen dan maar moesten worden ingekort of gecomprimeerd, maar de Kamer heeft hem duidelijk gemaakt dat dat de verkeerde weg is. Daarmee zijn diploma-inflatie en kwaliteitsverlies bijna gegarandeerd. Er zijn beroepsverdiepende deeltijdstudies (vooral in het HBO) die korter kunnen zijn als mensen al werkervaring en zo hebben. Maar wie bijvoorbeeld in deeltijd rechten gaat doen, die zal vaak gewoon de hele opleiding moeten doen en dan zijn vrijstellingen veel minder mogelijk.

Het hele probleem is ontstaan omdat de regering continu stelt dat het aantal studiejaren van voltijd- en deeltijdstudies gelijk moet zijn omdat de wet geen onderscheid maakt. Wat in de wet echter vooral geregeld wordt, is het aantal studiepunten. Dat moet gelijk zijn en dat heeft alles met diplomagelijkheid en kwaliteit te maken. Het verschil in lengte (in jaren) was tot voor kort geen probleem, maar omdat nu de bekostiging anders geregeld is en de langstudeermaatregel is ingevoerd, gaat het wringen. Daar lag het probleem van de staatssecretaris en zolang hij in jaren denkt en niet in studiepunten blijft dat een probleem. Zijn toekomstplannen gaan wat dat betreft wel de goede kant op omdat ze de hele deeltijdopleiding flexibiliseren.

Blijft de vraag of het nu goed geregeld is voor deeltijdstudenten. Zijn de ‘disproportionele gevolgen’ zoals mijn motie het noemde nu voorkomen? Niet volledig. In formele zin is er rechtsongelijkheid omdat zij geen uitloopjaar hebben en dus eerder een langstudeerboete krijgen opgelegd. Feitelijk wordt dat echter gecompenseerd via het profileringsfonds wanneer het een gevolg is van  hun studieprogramma. En ook als ze door persoonlijke omstandigheden vertraging oplopen, kunnen ze een beroep doen op het profileringsfonds. Ik ben dus niet helemaal tevreden, maar in elk geval hebben deeltijdstudenten door het ingrijpen van de Eerste Kamer veel meer kans gekregen om de langstudeerboete te ontlopen en gewoon hun studie af te maken.


dinsdag, 17 april 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Ontstellend kritisch onvermogen bij luchthaven verhaal FlevoPost

In weblog, alders, alderstafel, flevopost, herrie, lelystad airport, luchthaven lelystad, oostvaarderswold, uitbereiding, en meer.

Met stijgende verbazing heb ik het artikel op de website van de FlevoPost zitten lezen over de informatieavond van de Alderstafel gisteravond. Wat een ontstellend kritisch onvermogen wordt er door verslaggever Kees Bakker aan de dag gelegd!

Laat ik een andere kant van het klakkeloos opgetekende ‘Alders promotiepraatje’ belichten aan de hand van het artikel van de FlevoPost.

‘De gemeente Dronten wil graag dat we de baan op vliegveld Lelystad -5 graden draaien, om die overlast te voorkomen, maar daar kunnen we niet aan voldoen.’ Volgens Alders vraagt dat om een enorme extra investering.

Dat is onzin. De hele bestaande baan moet worden vervangen en dus maakt het voor de investering helemaal niets uit of je deze dan op exact dezelfde wijze terug asfalteert of op min 5 graden. Kennelijk zijn er andere belangen waarbinnen Dronten gewoon niet zo interessant is.

‘Maar u moet zich de geluidsoverlast niet voorstellen zoals men die in Zwanenburg of Halfweg ervaart. Zo erg is het niet. Het ligt binnen de 48 dba-contour. Dat is ook het geval bij heel veel woningen rondom Schiphol, waarin heel prettig geleefd wordt.’

Dat zal zonder twijfel waar zijn. Maar waartegen zet je dat af? De gemeente en provincie hebben jaren als ‘kernkwaliteiten’ van onze regio ‘rust, ruimte en groen’ gehanteerd. Dat is waarom mensen naar Flevoland komen, niet omdat het hier zo mooi is, maar omdat het rustig, ruim en groen is op korte afstand van de Randstad. Met 48 dba is het niet meer rustig, maar dat is gewoon stevige overlast (hetgeen door Alders wordt erkent). Als je niet beter weet wellicht prima om in te wonen, maar in Flevoland gaat het om nieuwe herrie. Dat is wat anders dan bestaande herrie die misschien iets toeneemt. Dus in de context van Schiphol zal het allemaal wel meevallen, maar naar Flevolandse maatstaven is het een ongekende bak herrie!

Alders legde ook overtuigend uit dat een vliegveld werkgelegenheid met zich meebrengt, en zorgt voor een beter vestigingsklimaat voor ondernemingen. Zo’n 2.000 banen bij de eerste 25.000 vliegbewegingen, en later nog meer. Maar ook voor de A6 en de trein zal de komst van passagiersvluchten naar Lelystad een enorme investering in uitbreiding met zich meebrengen.

De werkgelegenheidscijfers zijn dun. Want natuurlijk gaat het om werkgelegenheid, maar deze zal in veel gevallen worden verplaatst vanaf Schiphol. Dat zijn naar verhouding weinig ‘nieuwe’ banen en dus zullen de medewerkers van Schiphol mee overkomen. Waar Flevoland behoefte aan heeft is nieuwe werkgelegenheid. Ter vergelijking: de provincie Flevoland voert aan dat het oorspronkelijke plan voor het Oostvaarderswold (dat door de Raad van State van tafel is geveegd) 6200 nieuwe arbeidsplaatsen aan werkgelegenheid zou opleveren. (pdf) Dat staat in schril contrast met de luchthaven, zeker als je bedenk dat de luchthaven daarnaast vooral herrie stank en overlast geeft en het Oostvaarderswold een versterking is van de groene en ecologische structuren van ons gebied. Daarnaast moet er fors worden geïnvesteerd in de bereikbaarheid van de luchthaven via onder andere de A6 en het spoor. Daar dat levert niet per definitie werkgelegenheid op natuurlijk. Al is het ontegenzeggelijk goed voor de bereikbaarheid.

Het verhaal van enkele vliegtuigmaatschappijen die vorige week op Omroep Flevoland aangaven geen zin te hebben vanuit en naar Lelystad te vliegen, daar ligt hij niet wakker van. […] Ik ben diep onder de indruk als men zegt ‘Ik wil niet’, maar als het niet anders kan… Wij hebben al meerdere verzoeken van vliegmaatschappijen gehad die met ons willen praten over Lelystad. Ook maatschappijen die vorige week op Omroep Flevoland aangaven niet naar Lelystad te willen.

Vliegtuigmaatschappijen zijn natuurlijk ook niet dom. Er wordt binnen het advies van Alders gesproken over een ‘verplichte’ uitplaatsing van de minst interessante vluchten van Schiphol naar Lelystad. Ook als je niet wilt als maatschappij ga je daar wel over praten met die gene die daar plannen voor maken. Al is het domweg om te kunnen vertragen, of als het echt niet anders kan: nu nog invloed te hebben zodat men rekening houdt met je wensen. Want als je geen keuze hebt houdt het al snel op natuurlijk. Dat er dus maatschappijen met Alders willen praten zegt helemaal niets over de vraag of ze ook naar Lelystad willen en dat houdt het verhaal van Omroep Flevoland (link en link) overeind.

Het is kennelijk een naïeve gedachte van mijn kant dat ik van media verwacht een constructief kritische grondhouding te hebben. Zeker als zeer ervaren bestuurders als Alders een verhaal moeten verkopen waar meer slecht, dan goed nieuws in zit moet je jezelf altijd afvragen wat iemand zegt en wat hij bedoeld of juist niet zegt. Het maar klakkeloos opschrijven van een “overtuigend” hiep-hiep-hoera-praatje is een serieuze journalist onwaardig lijkt me.

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Ontstellend kritisch onvermogen bij luchthaven verhaal FlevoPost

In weblog, alders, alderstafel, flevopost, herrie, lelystad airport, luchthaven lelystad, oostvaarderswold, uitbereiding, en meer.

Met stijgende verbazing heb ik het artikel op de website van de FlevoPost zitten lezen over de informatieavond van de Alderstafel gisteravond. Wat een ontstellend kritisch onvermogen wordt er door verslaggever Kees Bakker aan de dag gelegd!

Laat ik een andere kant van het klakkeloos opgetekende ‘Alders promotiepraatje’ belichten aan de hand van het artikel van de FlevoPost.

‘De gemeente Dronten wil graag dat we de baan op vliegveld Lelystad -5 graden draaien, om die overlast te voorkomen, maar daar kunnen we niet aan voldoen.’ Volgens Alders vraagt dat om een enorme extra investering.

Dat is onzin. De hele bestaande baan moet worden vervangen en dus maakt het voor de investering helemaal niets uit of je deze dan op exact dezelfde wijze terug asfalteert of op min 5 graden. Kennelijk zijn er andere belangen waarbinnen Dronten gewoon niet zo interessant is.

‘Maar u moet zich de geluidsoverlast niet voorstellen zoals men die in Zwanenburg of Halfweg ervaart. Zo erg is het niet. Het ligt binnen de 48 dba-contour. Dat is ook het geval bij heel veel woningen rondom Schiphol, waarin heel prettig geleefd wordt.’

Dat zal zonder twijfel waar zijn. Maar waartegen zet je dat af? De gemeente en provincie hebben jaren als ‘kernkwaliteiten’ van onze regio ‘rust, ruimte en groen’ gehanteerd. Dat is waarom mensen naar Flevoland komen, niet omdat het hier zo mooi is, maar omdat het rustig, ruim en groen is op korte afstand van de Randstad. Met 48 dba is het niet meer rustig, maar dat is gewoon stevige overlast (hetgeen door Alders wordt erkent). Als je niet beter weet wellicht prima om in te wonen, maar in Flevoland gaat het om nieuwe herrie. Dat is wat anders dan bestaande herrie die misschien iets toeneemt. Dus in de context van Schiphol zal het allemaal wel meevallen, maar naar Flevolandse maatstaven is het een ongekende bak herrie!

Alders legde ook overtuigend uit dat een vliegveld werkgelegenheid met zich meebrengt, en zorgt voor een beter vestigingsklimaat voor ondernemingen. Zo’n 2.000 banen bij de eerste 25.000 vliegbewegingen, en later nog meer. Maar ook voor de A6 en de trein zal de komst van passagiersvluchten naar Lelystad een enorme investering in uitbreiding met zich meebrengen.

De werkgelegenheidscijfers zijn dun. Want natuurlijk gaat het om werkgelegenheid, maar deze zal in veel gevallen worden verplaatst vanaf Schiphol. Dat zijn naar verhouding weinig ‘nieuwe’ banen en dus zullen de medewerkers van Schiphol mee overkomen. Waar Flevoland behoefte aan heeft is nieuwe werkgelegenheid. Ter vergelijking: de provincie Flevoland voert aan dat het oorspronkelijke plan voor het Oostvaarderswold (dat door de Raad van State van tafel is geveegd) 6200 nieuwe arbeidsplaatsen aan werkgelegenheid zou opleveren. (pdf) Dat staat in schril contrast met de luchthaven, zeker als je bedenk dat de luchthaven daarnaast vooral herrie stank en overlast geeft en het Oostvaarderswold een versterking is van de groene en ecologische structuren van ons gebied. Daarnaast moet er fors worden geïnvesteerd in de bereikbaarheid van de luchthaven via onder andere de A6 en het spoor. Daar dat levert niet per definitie werkgelegenheid op natuurlijk. Al is het ontegenzeggelijk goed voor de bereikbaarheid.

Het verhaal van enkele vliegtuigmaatschappijen die vorige week op Omroep Flevoland aangaven geen zin te hebben vanuit en naar Lelystad te vliegen, daar ligt hij niet wakker van. […] Ik ben diep onder de indruk als men zegt ‘Ik wil niet’, maar als het niet anders kan… Wij hebben al meerdere verzoeken van vliegmaatschappijen gehad die met ons willen praten over Lelystad. Ook maatschappijen die vorige week op Omroep Flevoland aangaven niet naar Lelystad te willen.

Vliegtuigmaatschappijen zijn natuurlijk ook niet dom. Er wordt binnen het advies van Alders gesproken over een ‘verplichte’ uitplaatsing van de minst interessante vluchten van Schiphol naar Lelystad. Ook als je niet wilt als maatschappij ga je daar wel over praten met die gene die daar plannen voor maken. Al is het domweg om te kunnen vertragen, of als het echt niet anders kan: nu nog invloed te hebben zodat men rekening houdt met je wensen. Want als je geen keuze hebt houdt het al snel op natuurlijk. Dat er dus maatschappijen met Alders willen praten zegt helemaal niets over de vraag of ze ook naar Lelystad willen en dat houdt het verhaal van Omroep Flevoland (link en link) overeind.

Het is kennelijk een naïeve gedachte van mijn kant dat ik van media verwacht een constructief kritische grondhouding te hebben. Zeker als zeer ervaren bestuurders als Alders een verhaal moeten verkopen waar meer slecht, dan goed nieuws in zit moet je jezelf altijd afvragen wat iemand zegt en wat hij bedoeld of juist niet zegt. Het maar klakkeloos opschrijven van een “overtuigend” hiep-hiep-hoera-praatje is een serieuze journalist onwaardig lijkt me.

zondag, 15 april 2012

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Zomaar wat nadenkstof ;-)

In actie, agenda, akkoord, april, blog, den haag, gehandicapten, gewoon, groenlinks, en meer.
Recentelijk was ik van plan om een blogje te gaan schrijven die ik aan mijn Twitter vrienden op @klaas_woltinge nog steeds verschuldigd ben, bij deze dus in net iets in een andere vorm.

Afgelopen dagen en weken had ik het vrij druk op mijn adres, zelf poog ik bij deze de blog in dezelfde strekking toch op te schrijven wat helaas niet meer helemaal haalbaar is er vanuit gaande dat deze blog op afgelopen Woensdag geschreven zou zijn.

Mijn agenda stond en staat vrij vol tot minimaal maandag 16 April.

Op volgorde:

Afgelopen woensdagavond zou ik in Utrecht zitten vanuit het GroenLinks Netwerk Chronisch Zieken en Gehandicapten, waarbij ik zelf ook wat nieuwe last minute actueeljes had willen vermelden.

Afgelopen vrijdagmiddag had ik de hele middag een overleg met de voorzitter van de Zonnebloem Hoogeveen, om de laatste puntjes op de i te zetten omtrent mijn penningmeesterschap en wat onze toekomst doelen exact zijn.

Gisteren zat o.a. ikzelf in Assen:”basis cursus voor nieuwe bestuursleden”, blog volgt misschien nog, heb weer een certificaat binnen ;-)

Wees daarin eens “realistisch”, op vrijwillige basis schijn ik ondanks mijn ziektebeeld best veel te willen en kunnen!

Wat wil men nu met een Nieuwe Wet Werken Naar Vermogen gaan bereiken?

Precies waar ik heel bang voor was en nu zeker ben, ikzelf (op volgorde) kon veel, wilde veel, als Wajonger, werd in mijn verleden misschien een beetje in de steek gelaten maar zoals de trouwe lezer weet knok ik zelf gewoon door!

Wanneer men akkoord gaat met de Nieuwe Wet Werken Naar Vermogen, krijgen alle nieuwe zogenaamde arbeidsgehandicapten een enkeltje naar huis!

Dit kan en mag niet gebeuren aldus mijn eigen zeggen, neem mijzelf als klein voorbeeldje, wanneer de Nieuwe Wet Werken Naar Vermogen er door gedrukt gaat worden, worden zeker de zogenaamde:”nieuwe Wajongeren achter de geraniums gedrukt!” zover het met de oude regeling al niet een beetje gebeurde.

Dat was en is aldus mijn eigen mening om daar iets mee te doen

Reden voor o.a. mijzelf maandag aanstaande (16 April tussen 11:00 en 14:00) op het Plein Den Haag aanwezig te zijn vanuit de Realisten, een deel van het thema wat wij naar voren proberen te brengen zal met eenzame opsluiting te maken hebben, zelf hoop ik dat naast diverse kamerleden het ook goed opgepikt zal worden door diverse media.

Vanuit diverse kamerleden kunnen wij al op steun rekenen tijdens deze actie, bent u zelf nu ook een Wajonger of zal u veel te maken gaan krijgen met de Nieuwe Wet Werken naar Vermogen hoop ik u graag te begroeten in Den Haag Op het Plein voor het standbeeld.

Zie ook http://www.cnvjongeren.nl/nc/actueel/nieuws/jongeren-nieuws/nieuws-details/article/16-april-actie-in-denhaag.html

Op deze blog volgt er zeker een vervolg!

zaterdag, 14 april 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

De circulaire economie gaat over geld en macht

In agenda, bedrijf, belangrijk, blogs, cda, de wereld, duurzaam, duurzaamheid, duurzame ontwikkeling, en meer.

Laatst sprak ik een CDA politicus met een warm hart voor duurzaamheid. Hij was volledig ‘begeisterd’ door Herman Wijffels z’n 4 aspecten van de huidige crisis: het financiele aspect, met haar onhoudbare schuldenniveau, het ecologische aspect’ de sociologisch-organisatorische aspecten (top-down denken) en het culturele aspect (korte termijndenken, focus op aandeelhouderswaarde, de homo-economicus). Vervolgens beschreef hij me enthousiast het concept van circulaire economie en concludeerde dat de ontwikkeling naar een duurzame toekomst door ondernemers wordt gedragen. “Voor hun is duurzaamheid big business geworden”. Hij vroeg zich af hoe wij, als lokale overheden deze ontwikkeling gaan versnellen. Een goede vraag, die m.i. begint met de vraag naar ‘macht’ en ‘geld’. Want, van wie is die circulaire economie eigenlijk? Van de Eneco’s, de Microsofts, de Uniilevers en Shells van deze wereld? Of van de lokale gemeenschap, o.a. georganiseerd in lokale cooperatieve structuren. Lijkt me wel goed daarover eerst even helder te zijn.

Werkend aan de voorbereiding van Rio+20, de enorme duurzaamheidsconferentie in Brazilie komende juni, las ik prachtige teksten over duurzaamheid uit heel de wereld. De agenda van Rio+20 draait voor een belangrijk deel over de ‘vergroening van de samenleving’, over die circulaire economie. Maar van klein naar groot vind je organisaties die ‘Nee’ zeggen tegen die vergroening. ETC International, het transnational institute, de consumers association uit Maleisie, de boerencooperaties van Latijns America zijn allen uiterst kritisch. Komende blogs besteedt ik daar specifiek aandacht aan. Belangrijkste rede is dat het natuurlijk steeds weer om geld en macht gaat. Het is wel een mooie taal, die groene of circulaire economie, maar als het niet over macht en verdelingsproblematiek gaat, dan gaat het toch nergens over? Want moeten we de goede intenties van Unilever, SHELL of Tata Steel vertrouwen, opdat hun aandeelhouders de wereld met andere ogen dan die van dollars en euro’s zullen aanschouwen? Nee, er is geen ruimte voor zo’n naief wereldbeeld.

En toch, mijjn CDA vriend had het over die vier aspecten van Wijffels en verwees zonder aarzeling naar dat prachtige bedrijfsleven dat zo voorop loopt. Daar moeten we het echt nog eens over hebben. In mijn gemeente, Lochem, zijn we daar uiterst kritisch op. Een Essent, Eneco, Greenchoice of welk ander bedrijf ook dat hier grootschalig zon of wind of biomassa wil uitrollen wordt met het grootste wantrouwen begroet. Want wat zijn hun motieven? Ons te helpen of om een duurzaam verdienmodel voor hun aandeelhouders te realiseren? Want duurzaamheid heeft de toekomst, en dan is het heel handig om daar vroeg je belang te vestigen. Wij willen dat niet. De aandeelhouders van ons energiebedrijf wonen gewoon in Lochem. En over investeringen en herinvesteringen beslissen zij! De politieke economie van duurzame ontwikkeling krijgt veel te weinig aandacht en naief. Het is echt niet vreemd om het weer eens over het eigendom van productiemiddelen te hebben, in dit verband.

Of geloven we werkelijk dat de aandeelhouders van City London onze toekomst, die van onze ecologie en samenleving, zo hoog op de agenda hebben staan?

donderdag, 12 april 2012

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

In Holland Rijnland staat een leeg kantoor.

In foto's, politiek, herbestemmen, holland rijnland, kantoren, kantorenleegstand, leegstand, leiden, helpen, en meer.

12-04-2012 In april 2010 was één van mijn eerste vergaderingen als ‘nieuw’ raadslid voor GroenLinks, een ‘benen op tafel bijeenkomst’ over ‘Focus 2014’, de strategische agenda van Holland Rijnland. Ik was behoorlijk nerveus toen ik opmerkte dat ik de 415.000 m2 aan geplande nieuwe kantoorruimte in de regio wat aan de hoge kant vond. Mijn zorg werd weliswaar serieus genomen, maar helaas nog door weinigen gedeeld.

Nu, twee jaar later, wordt de ’Regionale kantorenstrategie Holland Rijnland’ in de verschillende gemeenteraden in de regio besproken. Iedereen is het over één ding eens: Holland Rijnland heeft te maken met problematische, structurele leegstand van kantoren. Zonder ingrijpen zal de leegstand de komende jaren toenemen van de huidige 11% naar 25% in 2015, terwijl een zogenaamde frictieleegstand van 5-8% acceptabel is. De nieuwe kantorenstrategie zal dus met een heel goed antwoord moeten komen op de vraag hoe de kantorenmarkt in de regio weer gezond kan worden.

De oplossingen die in de kantorenstrategie worden genoemd zijn niet opzienbarend: planreductie, renovatie en transformatie. Dit zijn de veelgebruikte en inderdaad noodzakelijke instrumenten. Maar de vraag is natuurlijk: hoe reduceer, renoveer en transformeer je? Wie gaat dat doen en wie betaalt dat? Welke harde afspraken worden gemaakt en welke ‘offers’ worden gebracht om binnen de regio werkelijk effectief te zijn in de bestrijding van kantorenleegstand?

Terecht constateert de ‘Regionale kantorenstrategie Holland Rijnland’ dat renovatie en transformatie ingewikkelde processen zijn waarbij de overheid slechts een beperkte rol kan spelen. De eigenaar van een leegstaand kantoor moet immers wel bereid zijn om zijn pand te renoveren, te transformeren en af te boeken op de waarde van zijn bezit. In de kantorenstrategie wordt afgesproken dat gemeenten eigenaren zullen helpen door soepeler met procedures en bouw- en regelgeving om te gaan. Verder zullen verouderde kantoorlocaties binnen twee jaar in kaart gebracht worden. Ook wordt er een ‘ambtelijke projectgroep Transformatie’ ingesteld die concrete herbestemmingsinitiatieven gaat bespreken en hierbij zal helpen als dat nodig is.

Het is overduidelijk dat renovatie en transformatie van verouderde kantoren niet genoeg zal zijn om het leegstandspercentage in Holland Rijnland terug te brengen naar de gewenste 5-8%. Planreductie is absoluut noodzakelijk. In de kantorenstrategie wordt daarom onderscheid gemaakt tussen de ‘lokale’ en de ‘regionale’ vraag. De regionale vraag wordt alleen nog maar gefaciliteerd op aangewezen, duurzame, kantorenlocaties, zoals bijvoorbeeld het stationsgebied in Leiden en het Bio Science Park. Daarnaast komt er een voorverhuureis van minimaal 70% bij nieuwe ontwikkelingen en wordt de SER-ladder toegepast. Dit betekent dat nieuwbouw alleen wordt toegestaan als is aangetoond dat binnen de bestaande voorraad geen geschikte huisvesting mogelijk is. Er is besloten geen quotum voor nieuw kantooroppervlak vast te stellen.

Hoewel het natuurlijk goed is dat de ”Regionale kantorenstrategie Holland Rijnland’ er is en er zeker zinvolle voorstellen in staan, zijn er toch behoorlijk wat kanttekeningen bij te plaatsen. Het lijkt een beetje alsof de bestrijding van kantorenleegstand in de regio gezien wordt als een noodzakelijk kwaad waaraan alle gemeenten zich toch proberen te onttrekken om hun lokale economie te beschermen.

Bij het schrijven van de kantorenstrategie zijn de bestaande plannen voor kantoorontwikkelingen in de regio in beeld gebracht. Voor reguliere kantorenlocaties staat nu maar liefst 280.600 m2 gepland. Daar komen nog kantoren op themalocaties, zoals het Bio Science Park bij [totaal 352.000m2 inclusief laboratoria] Het is dus duidelijk dat er geschrapt zal moeten worden in de plannen maar of de gemeenten dit daadwerkelijk zullen doen is maar helemaal de vraag. Vaak zijn de plannen al als positief resultaat opgenomen in de grondexploitatie en schrappen kost de gemeenten dus veel geld.

Een voorbeeld is de W4 locatie langs de A4 in Zoeterwoude en Leiderdorp met een plancapaciteit van 87.500m2. Een bizarre ontwikkeling waarin absoluut geschrapt zou moeten worden. Dit zou echter het failliet van Leiderdorp en Zoeterwoude betekenen. Dus is de W4 locatie aangewezen als regionale, duurzame ontwikkellocatie. Een duidelijk politieke keuze maar wel één die de kantorenleegstand in de regio negatief zal beïnvloeden. Als deze locatie ooit vol komt, wat valt te betwijfelen, dan betekent dat ook dat een groot gedeelte van deze 87.500m2 ergens anders in de regio leegkomt en getransformeerd zal moeten worden. Een vrijwel onmogelijke opgave.

Dit voorbeeld toont aan dat lokale en regionale belangen niet altijd goed samengaan. Dit wordt ook duidelijk in het onderscheid dat in de kantorenstrategie gemaakt wordt tussen de lokale en regionale vraag naar kantoren. Tot 2500 m2 wordt een kantoorlocatie bestempeld als lokaal. Gemeenten mogen deze vraag dus gewoon op eigen grondgebied blijven faciliteren. Ook geldt de voorverhuureis van 70% niet voor de lokale vraag. Dit is onbegrijpelijk. In een kantoorpand van 2500 m2 kunnen ongeveer 100 mensen werken. Het is niet vol te houden dat zo’n kantoor een lokale functie heeft, zoals bijvoorbeeld een makelaars- of notariskantoor. Het grootste gedeelte van de leegstaande kantoren in de regio is kleiner dan 2500 m2 en juist hier is dus een effectieve regionale aanpak nodig waarin de lokale economie van ondergeschikt belang zou moeten zijn.

Omdat er geen quotum op nieuwe kantoorlocaties is en er nog veel kantoren in de regio gepland staan zal de herbestemmingsopgave in de komende jaren enorm zijn. Dit is een buitengewoon lastige opgave die door de regio niet onderschat moet worden. Leiden heeft een eigen, lokale kantorenstrategie opgesteld, die binnenkort wordt vastgesteld. Het zou verstandig zij als  andere gemeenten in Holland Rijnland dit ook zouden doen.

Namens GroenLinks heb ik drie amendementen ingediend bij de behandeling van de ‘Regionale kantorenstrategie Holland Rijnland’ in de Leidse gemeenteraad. Het eerste amendement bepleit een ‘kantorenloods’ voor Holland Rijnland aan te stellen, die actief vastgoedeigenaren stimuleert en faciliteert bij het omzetten van hun leegstaande kantoorpanden naar andere functies. Het tweede amendement bepleit om in één jaar in plaats van in twee jaar, verouderde kantoorlocaties in kaart te brengen. Het derde amendement bepleit de vastgoedvraag als lokaal te bestempelen als het bruto vloeroppervlak minder dan 1000 m2 bedraagt en de vastgoedvraag naar kantoren als regionaal te bestempelen als het bruto vloer oppervlak meer dan 1000 m2. De amendementen, meeondertekend door D66, zijn alle drie in de raadsvergadering van 05-04-2012 aangenomen en worden als Leids standpunt meegenomen in de vergadering van het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland, bij de definitieve vaststelling van de kantorenstrategie Holland Rijnland. Het is te hopen dat deze drie verbeteringen hierin overgenomen worden.

De strijd tegen kantorenleegstand zal met veel inzet, doorzettingsvermogen, creativiteit, flexibiliteit, ambtelijke capaciteit en regionale solidariteit gevoerd moeten worden. Ik zal  namens GroenLinks Leiden deze strijd kritisch blijven volgen.


Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

In speeches, democratie, vrede van utrecht, acties, afrika, akkoord, alternatieven, april, arabische lente, en meer.

Post image for Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

11 april 2012

Op 1 februari 1960 gingen vier studenten aan een tafeltje zitten in een lunchroom in Greensboro in North Carolina. Ze bestelden een kopje koffie.

Wat ze deden was verboden want de studenten waren zwart: de zitplaatsen waren voor blanken, de staplaatsen alleen voor de zwarte studenten. ‘We bedienen geen negers’ zei de serveerster.
De studenten bleven zitten, tot sluitingstijd. De volgende ochtend verschenen 27 zwarte studenten, gekleed in pak en das en ze gingen zitten. Een dag later waren het er tachtig. Ze zaten aan de tafels zonder te consumeren en deden er hun huiswerk. Het protest groeide de dag erna tot 300 en de eerste protesterende blanken voegden zich bij hen. Binnen een week waren het er 600 en verspreidde het protest zich ook in de straten. De eerste confrontaties dienden zich aan. Blanke studenten zwaaiden met zuidelijke vlaggen, intimidatie en inmenging van de KluKlux-Clan volgde. In de weken die volgden, verspreidde het protest zich eerst door North Carolina, besmette daarna de omliggende staten en binnen een maand werd het hele zuiden van de Verenigde Staten beheerst door protest; uiteindelijk deden meer dan 70.000 studenten mee, duizenden werden gearresteerd, even zo vele radicaliseerden. Maar het gevolg was de bloei van een zwarte burgerrechtenbeweging en de geleidelijke, maar onomkeerbare afschaffing van het systeem van segregatie dat de VS kende.

Dit voorbeeld heb ik ontleend aan een artikel in The New Yorker. De auteur, Malcolm Gladwell, gebruikt de opkomst van de zwarte burgerrechtenbeweging om het effect van internet op sociaal protest te relativeren. De veelzeggende titel is ‘Small change: why the revolution will not be tweeted’.
Gladwell hekelt internet-utopisten die denken dat de zwakke relaties op facebook, de oppervlakkige vriendennetwerken waarin talloze petities voor goede doelen rouleren, werkelijk toegevoegde waarde hebben ten opzichte van het risicovolle burgerrechtenactivisme dat de zwarte studenten ten toon spreidden.
Hij verklaart de sociale netwerken op internet ook ongeschikt om werkelijk sociale en democratische veranderingen af te dwingen. In zijn woorden: ‘facebook-activisme is alleen succesvol in het bijeenbrengen van mensen die niet gemotiveerd genoeg zijn om werkelijke verandering af te dwingen’. Facebook – en ook twitter – verzamelen dus, met andere woorden, leunstoelactivisten.
Gladwell schreef zijn artikel in oktober 2010. En dat zeg ik met nadruk. Want dit was voordat de Arabische Lente in zijn volle hevigheid losbarstte.

De datum is van belang omdat Gladwell op dat moment, eind 2010, uitdrukking geeft aan breder gedragen overeenstemming dat de betekenis van social media voor mensenrechten- en democratisch activisme interessant maar ook beperkt is.
Weliswaar heeft dan al de Groene Revolutie in Iran plaatsgevonden, maar zoals Gladwell en ook anderen overtuigend betogen, wordt de bijdrage van vooral twitter aan de protesten daar rijkelijk overschat. Twitter bereikte grote populariteit maar deze concentreerde zich in het westen waar een zeer betrokken internetelite elke snipper nieuws uit het getormenteerde land aan elkaar doorspeelde, dikwijls in het Engels waardoor veel jonge betogers in Iran het nauwelijks lazen.
Hoewel ik het wetenschappelijke en journalistieke debat tussen internet-utopisten en sceptici tekort doe, zie je teruglezend, voor het uitbreken van de Arabische Lente, wel een mainstream-overeenstemming over de betekenis van internet voor de burgerrechten.

1 – Internet en social media hebben betekenis in de spreiding van kennis over mensenrechtenschendingen en sociaal protest en kweken daarmee ook een zekere mate van internationale verbondenheid. Dat zag je ook goed terug bij de Groene Revolutie in Iran. Als een vroeg voorbeeld wordt daarbij in de literatuur de opstand van de bevolking in Chiapas in het Zuiden van Mexico in 1994 genoemd. Dit lokale conflict met de centrale Mexicaanse staat over de achterstelling en discriminatie van de van oorsprong Indiaanse bevolking, kreeg via internet wereldwijde belangstelling, en de opstand kreeg daardoor momentum.

2 – Internet heeft ook een zekere mobilisatiekracht van mensen in heel verschillende landen, afkomstig uit verschillende groepen. Een voorbeeld daarvan is het protest tegen WTO in Seattle in 1999 waarbij internationale activisten een netwerk vormden op straat en in cyberspace. Tegelijkertijd mag daarbij de kanttekening gemaakt worden dat het om een relatief kleine voorhoede ging van professionele activisten.

Een overtuigender voorbeeld van de mobilisatiekracht van internet zijn de grote, wereldwijde demonstraties die plaatsvonden op 15 februari 2003 tegen de oorlog in Irak. In 60 landen gingen tegelijkertijd miljoenen mensen de straat op. De Belgische onderzoekers Van Laer en Van Elst beschrijven deze anti-oorlogsdemonstraties als een historische doorbraak in mobiliserend vermogen via internet. Tegelijkertijd relativeren zij de betekenis daarvan ook omdat uit onderzoek naar de motieven blijkt dat het overgrote deel van de demonstranten niet verder dan 200 kilometer wilde reizen. Weliswaar was het onderwerp (de oorlog in Irak) internationaal, de betrokkenheid en bewogenheid was lokaal, of op zijn best nationaal. Internet bleek een heel effectief instrument in de afstemming van het tijdstip waardoor het protest aan kracht won; het massale karakter van de demonstraties werd in sterke mate bepaald door verzet tegen besluiten van de nationale overheden over de oorlog in Irak.

3 – Tegenover deze voorzichtige positieve analyses van de bijdrage van internet en social media aan vreedzaam, sociaal en mensenrechtelijk protest, staat echter ook zorg. In een gezaghebbende studie, getiteld ‘The Net Delusion’ (verschenen in januari 2011), schetst de wetenschapper Evgeny Morozov een zorgwekkend beeld van de toenemende censuur en surveillance die internet mogelijk maakt. In zijn waarneming liggen staten – en dan met name autoritaire staten – en terroristische en criminele organisaties ruimschoots voor op burgers die zich via internet vreedzaam willen verenigen. Hij beschrijft ook de verregaande samenwerking van staten (en vooral de Verenigde Staten) met grote bedrijven zoals microsoft, google, facebook en twitter als bedreigend voor mensenrechten en democratisering.
Morozov verwijst bijvoorbeeld naar een geruchtmakende toespraak van Hillary Clinton uit januari 2010 (dus een jaar voor het verschijnen van zijn boek) waarin zij zich opwerpt als de hoeder van het wereldwijde vrije internet. Haar ideële betoog staat in contrast met de binnenlandse – en soms ook internationale – veiligheidsmaatregelen die de VS treft, dikwijls gesteund door Silicon Valley, om internetvrijheid (onder het mom van terrorismedreiging) te beperken. (Om nog maar te zwijgen over de reactie van het State-department op de publicatie door Wikileaks van gevoelige overheidsinformatie; inmiddels zit soldaat Bradley Manning die de informatie lekte ook al 2 jaar vast zonder dat er werkelijk zicht is op zijn proces).

Maar los van de hypocrisie in de binnenlandse omgang met internetvrijheid, maakt Morozov zich in zijn boek uit 2010 ook grote zorgen over de wijze waarop – vooral de Verenigde Staten – zich in toenemende mate opwerpen als de hoeder van de internationale internetvrijheid. Hij verwijst naar een geruchtmakend incident tijdens de Groene revolutie in Iran.
Het komt een jonge medewerker van het State Department – Jared Cohen, waarover later meer – namelijk ter ore dat Twitter een aantal dagen plat gaat vanwege onderhoudswerkzaamheden. Hij schrijft een brief aan twitter en bepleit dat dit wordt uitgesteld. Na overleg met het State-department gaat twitter akkoord. In eerste instantie is deze opzienbarende stap van een commercieel bedrijf in samenwerking met de Amerikaanse overheid, gezien als een belangrijke overwinning voor de internetvrijheid. Later bleek echter dat de Iraanse autoriteiten de brief van de jonge medewerker en de maatregelen van twitter beschouwden als een geslaagde poging tot ‘regime change’ door de Amerikaanse overheid. In reactie op deze Amerikaanse inmenging is de internetvrijheid drastisch beperkt en de repressie van bijvoorbeeld bloggers en twitteraars nog verder toegenomen. Het werkte, aldus Morozov, dus averechts.

Kortom, voordat de Arabische lente in zijn volle hevigheid losbreekt lijkt er in het internationale debat een gematigd positieve waardering van de bijdrage van internet en social media aan mensen- en burgerrechten en democratie. Er vindt internationale verspreiding plaats van kennis van mensenrechtenschendingen, het leed van onderdrukte mensen en groepen wordt daardoor eerder en vaker zichtbaar. Met behulp van internet kunnen mensen ook gemobiliseerd worden voor vreedzaam sociaal protest, tegelijkertijd wordt de reikwijdte en de schaal daarvan betwijfeld. Maar tegenover de opbrengst van internet en social media staat zorg over de dwingende dominantie van staten en overheden op het net: de autoritaire staten die het internet gebruiken om hun burgers verregaand te controleren en te censureren; vrije westerse staten die internet lijken te willen gebruiken als een instrument van ‘regime change’.

Het zal u opgevallen zijn dat ik tot nu toe nadrukkelijk onderscheid in de periode tot aan de Arabische lente, en wat er op volgde. Ik ben er dan ook overtuigd dat de opstanden van de Arabische wereld een geheel nieuwe dimensie hebben gegeven aan internet en social media en de bijdrage die deze kan leveren aan verzet tegen dictatuur en onderdrukking.

Maar laat ik eerst een stap terugzetten.
Toen ik een aantal maanden geleden geheel fris en onbevangen mijn voorstel voor onderzoek naar de relatie tussen internet, social media en mensenrechten indiende bij de Universiteit Utrecht, had ik niet echt benul waaraan ik me waagde. En ik moet ook bekennen dat ik dit drieste maar ook wat onbezonnen plan wel eens heb betreurd.
Niet alleen is dit het werkterrein van duizenden gestudeerde technologen, mediawetenschappers, politicologen en filosofen die elkaar met graagte – en soms in een voor de buitenstaander moeilijk te volgen jargon – bestrijden. Bovendien gaat de ontwikkeling van technologie, de maatschappelijke en politieke reacties erop, zo razendsnel dat elke beschrijving ervan gedateerd is voordat je een punt achter een zin kan zetten. Die ontwikkelingen zijn ook allesbehalve eenduidig. Er zijn talloze voorbeelden van technologische innovatie die mensen in staat stellen zich te bevrijden van onderdrukking, zich te emanciperen. Er zijn talloze vormen van innovatie die het tegengestelde effect hebben. Er vindt ook een wedren om de macht en de vrijheid van het net op vele niveau’s plaats. Tussen staten (autoritaire en democratische), tussen staten en terroristische en criminele organisaties, tussen burgers en staten, tussen burgers en bedrijven, tussen bedrijven en bedrijven enzovoort enzovoort.
Voorspellingen over de ontwikkeling van internet zijn niet te maken, net zo min als over de politieke en maatschappelijke omgang ermee.

Dit dwingt mij, zeker als nieuwkomer op het terrein, tot grote voorzichtigheid. En tot beperking. Voor de verspreiding en vestiging van mensenrechten en democratie zijn andere vormen van communicatietechnologie minstens zo belangrijk. De bijdrage van de mobiele telefonie aan het mobiliseren van betogers, zoveel bleek bijv. tijdens de Arabische opstanden, is ongelooflijk groot.
Ik beperk me tot het internet en de rol van social media – met name weblogs, facebook en twitter – vanwege de publieke platforms die zij vormen en de potentie om mensen te verenigen en te mobiliseren.
Wat betreft de mensenrechten beperk ik me tot de politieke vrijheden. De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om je te verenigen, partijen, organisaties en bewegingen op te richten, de vrijheid van protest en vreedzaam verzet.

Met dit intermezzo kom ik aan de Arabische opstanden die de afgelopen anderhalf jaar hebben gewoed en de rol die internet erin heeft gespeeld.
Ik voer u nog even terug. Wellicht heeft u het allemaal nog op het netvlies maar indrukwekkende verhalen kunnen nooit genoeg verteld worden.

Op 10 december 2010 stak de Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazi, uit woede en wanhoop over de eindeloze treiterijen door de overheid, zichzelf in brand voor het kantoor van de gouverneur. Toen hij een maand later overleed, had zich via blogs en sms woedende koorts door het hele land verspreid. Vrienden en familie vonden elkaar op internet, vermengden zich met vreemden in hun gezamenlijk rouw en woede over de politieke corruptie, het despotische regime. Op Youtube verspreidden zich persiflerende filmpjes, online werden grappen gemaakt, op zo’n schaal dat het regime het nakijken had. Bij zijn dood verspreidde het virtuele protest zich naar de straten en de pleinen. Beelden van protesten verschenen op facebook en Youtube, Al Jazeera nam het over, en deze verhevigden het protest. Het regime trachtte Facebook, twitter en Youtube aan banden te leggen maar internationale hackers zoals Anonymous hielpen de demonstranten om de internetbans te breken. Bloggers werden gevangen gezet maar in aantallen namen de betogers enkel toe. Op 14 januari vluchtte dictator Ben Ali naar Saoedi Arabië. En ondanks dat de officiële, door de staat gerunde media de protesten negeerde, spreidde het protest zich naar Algerije en daaropvolgend naar Oman, Jemen, Egypte enzovoort.
In Egypte was een lokale Google-baas een facebook-groep begonnen ter nagedachtenis van Khaled Said, een 28-jarige blogger die medio 2010 door de politie doodgeslagen was. Zoals Bouazi in Tunesie, werd Said een icoon van verzet in Egypte. Op 25 januari vulde het Tahrir plein zich voor het eerst. Mubarak in Egypte reageerde ongeveer gelijk als het Tunesische regime en hij probeerde het land te ‘unpluggen’. Hij slaagde daar niet langer in dan vier dagen, tegen een geschatte financiële schade van 90 miljoen dollar. De nieuwsservice van de Moslim Broederschap werd bijvoorbeeld verboden maar deze bleef vanuit Londen gewoon nieuws brengen. Het onverwachte bijeffect was bovendien dat middenklasse-Egyptenaren die het nieuws over de protesten vooral thuis op het internet volgden, ook de straten introkken of naar het Tahrirplein kwamen.
De rest is geschiedenis. Als dominostenen vielen de Noordafrikaanse en Arabische regimes, soms relatief vreedzaam, soms na een woedende burgeroorlog zoals in Libië. En niet overal. De strijd in Syrie is van een grote gruwelijkheid waarbij het regime tot op heden burgers op het net en in de straten met grof geweld weet te onderdrukken. In Saoedi-Arabie zijn er slechts kleine, maar wel heel symbolische protesten zoals het prachtige ‘women2drive’, van vrouwen die het verbod op autorijden tarten en hun ritjes op facebook plaatsten.

Is dit nou de verdienste van internet (en van mobiele telefonie)?
Relativering is dan natuurlijk op zijn plaats. In een mooi overzicht van de rol van de digitale media bij de Arabische opstanden beschrijven de Amerikaanse wetenschappers Howard en Hussain de vele factoren die bijdroegen tot de Arabische opstanden. De langdurige sociale en politieke onvrede, in de eerste plaats. De geleidelijke opkomst van liberale middenklassen en internationaal georiënteerde studenten die de middelen en de eloquentie bezaten om uitdrukking te geven aan die sociale onvrede en deze te helpen verspreiden. De aanwezigheid van iconen van onderdrukking, zoals Bouazi en Said, waardoor de bevolking zich verenigde in collectieve rouw en verontwaardiging.
Bovendien varieerden de bepalende factoren voor de opstanden van land tot land, maar schrijven Howard en Hussain, de constante factor in alle opstanden was het internet en in een tweede instantie de klassieke media (met name Al Jazeera dat youtube-filmpjes, facebook-oproepen en berichten van bloggers razendsnel verder verspreidde. En dat de opstanden zich als een inktvlek van land tot land konden spreiden, vond dankzij internet plaats.

Waarom was de rol van internet en social media in de verspreiding van protest en verzet deze keer een andere, krachtiger dan tot nu toe het geval was? Ik zou een drietal redenen willen aanwijzen.
Het belangrijkste is wellicht de rechtstreekse relatie tussen het net en de straat. Het protest was hybride, het vond gelijktijdig plaats op internet en op de pleinen en versterkte elkaar: via facebook verzamelden mensen zich, filmpjes van protesten en politiegeweld in de straten vonden hun weg op het net en leidden tot nieuwe acties. Hier kwamen de blogger en de facebooker uit hun leunstoel en voegden zich – bij wijze van spreken – bij de zwarte student uit de VS van de jaren 60 die heel risicovol protesteert.
Anders dan bijvoorbeeld bij eerdere protesten, zoals in Seattle of tijdens de anti-Irak demonstratie, werden in de internetgemeenschappen in de Arabische landen ‘sterke’, meer duurzame banden gekweekt. De facebookcontacten, de steun aan webloggers hield niet enkel stand voor de duur van een demonstratie, het verspreiden van een digitaal pamflet, maar vertaalde zich in onderlinge solidariteit en hulp aan elkaar. De veelgehoorde kritiek dat internet en met name facebook alleen ‘zachte’ weinig betekenisvolle gemeenschappen kweken werd tijdens de Arabische opstanden gelogenstraft.
Paradoxaal genoeg hebben de pogingen tot censuur – tot het maken van firewalls – geleid tot een verheviging van de protesten. Internet was daardoor niet alleen een instrument voor het mobiliseren van burgerlijk en politiek verzet maar ‘online zijn’ werd ook een daad van politiek verzet. De populariteit van weblogs, facebook en twitter nam daardoor alleen maar toe en het afgesneden zijn van internet leidde ertoe dat meer gezagsgetrouwe burgers zich aansloten bij de protesten in de straten.

Nu ja, inmiddels is het medio 2012 en is de sociale en politieke opbrengst van de Arabische opstanden op zijn zachtst gezegd ambivalent. Militairen behouden macht, transitieregeringen blijken soms de totalitaire trekken van de voorgangers te vertonen, Islamisten proberen de macht te grijpen en blijken in een aantal gevallen de mensenrechten niet voor vrouwen te laten gelden.
De kanttekening die daarbij wel gemaakt moet worden is dat de vestiging van een democratie en mensenrechten niet in maanden, maar in jaren beoordeeld moet worden. Hoe dan ook zijn de voortekenen niet overal even gunstig.

Het is dan verleidelijk om met terugwerkende kracht de betekenis van de opstanden zelf, en de rol die internet daarin heeft gespeeld, te relativeren. Een enkeling, vooral aan rechtsconservatieve zijde, hoor je al roepen dat de seculiere dictaturen in een aantal landen beter waren dan de Islamitische politiek die je er voor terugkrijgt.
Veel internetsceptici hoor je inmiddels zeggen dat het onvoltooide of afgebroken democratiseringsproces in Noord Afrika maar weer eens de zwakte aantoont van internet om bij te dragen aan wezenlijke maatschappelijke verandering. Daarmee wordt – wat mij betreft – ontkend dat de opstand die heeft plaats gevonden, de collectieve roep om bevrijding die leidde tot het afzetten van totalitaire heersers en hun regimes, wel degelijk een heel wezenlijke maatschappelijke en politieke verandering is.

Dit neemt niet weg dat sceptici terecht wijzen op het onvermogen om via internet een democratie en een rechtstaat te vestigen. De Arabische opstanden bewijzen wat mij betreft dat internet en social media een ongekende kracht kunnen ontwikkelen in het verenigen en mobiliseren van verontwaardigde en dikwijls getraumatiseerde burgers. Rouw en leed, het diepgevoelde verlangen om mishandeling en moord te stoppen maakt mensen een.
Iets anders is het, als de tiran is verjaagd, er wraak is genomen en de ergste wonden zijn gelikt, om elkaar te vinden op het alternatief. Na de opstanden blijkt het internet de spreekwoordelijke ‘kruiwagen met kikkers’. Verzet en protest behoeven misschien weinig leiders, bij de opbouw van een nieuwe democratische staat zijn leiderschap, en bezielde maatschappelijke en politieke organisaties die de duizenden uiteenlopende meningen aaneensmeden tot enigszins overzichtelijke stromingen onontbeerlijk. Verzet, protest en demonstratie zijn een gedeelde uitroep van emotie en ongeluk; internet helpt deze te versterken en te mobiliseren. Democratie vergt vergadering, het gezamenlijke sluiten van een gecalculeerd compromis, en internet en social media met hun grote en ook prachtige nadruk op individuele expressie, bieden daar tot nu toe – zo lijkt het – niet de handvaten voor.

Dat is – denk ik – waar we nu staan. De titel van het artikel in The New Yorker waarmee ik begon was ‘Small Change. Will the revolution be tweeted?’.
Mijn voorlopige antwoord daarop zou zijn: ‘the revolution can, but democracy and peace can not be tweeted.

Hoe verder? Is het mogelijk dat internet niet alleen een rol gaat spelen in de bevrijding van mensen uit onrecht, maar ook in de opbouw van democratische alternatieven?

Eerlijk gezegd moet ik u daarop het antwoord schuldig blijven en hoop ik dat het debat van zo meteen ons daar wat verder in helpt.
Ik zou wel een vingerwijzing willen geven.
Internet lijkt tot nu toe vooral het domein van individuele, vrijheidslievende burgers, van autoritaire staten die het willen beknotten of van staten (zoals de Verenigde Staten) die juist hun kans schoon zien om via het internet ‘regime change’ in die autoritaire staten af te dwingen, en van bedrijven die winstmaximalisatie zoeken.
Maatschappelijke, publieke organisaties zonder winstoogmerk, duurzame culturele en politieke verbanden van burgers, lijken zich veel minder op het net genesteld te hebben.
Natuurlijk zijn er inmiddels grote onafhankelijke organisaties zoals Avaaz, globalvoices, transparancy international en anderen die miljoenen burgers aan zich binden. Het zijn ook prachtige en hoopgevende initiatieven die het vergrootglas zetten op wereldwijd onrecht en onvrijheid.
Maar dit is ook precies waar de beperking schuilt.
Deze organisaties richten zich ook op het mobiliseren van protest en verzet, en doen dat soms met groot succes. Maar het zijn geen organisaties die een democratisch en mensenrechtelijk alternatief formuleren, en daarop mensen verenigen. Het zijn – in de tweede plaats – ook dikwijls westerse organisaties die top down het onrecht in met name de derde wereld aan de kaak stellen. Het nadeel daarvan bleek heel recent bij het initiatief Kony 2012 van Amerikaanse jongens die middels een viral erin slaagden om de Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony wereldwijd bekend te maken. Maar de ontvangst daarvan bij de Oegandese slachtoffers was niet onverdeeld positief.

Kan internet burgers binden, organisatorisch en in hun maatschappelijke idealen, bij de vestiging van democratie en mensenrechten? En hoe dan? Deze vraag leg ik ook aan u voor.
Laat ik een hoopgevend voorbeeld geven. Ik vertelde u eerder van Jared Cohen, de heel jonge medewerker van het state department die eigenhandig probeerde de groene revolutie in goede twitterbanen te leiden. Het hoeft niet te verbazen dat deze wizzkid vrij snel werd weggekocht door Google waar hij de opdracht kreeg om een denktank – het tot op heden onbekende Google Ideas – op te richten. Nu mag natuurlijk getwijfeld worden aan de intenties en motieven die Google hiermee heeft.
Maar toch. Vorig jaar liet Jared Cohen als kersverse directeur van Google Ideas voor het eerst van zich horen in de Amerikaanse media. In Dublin, in Ierland, bleek hij een summit te hebben belegd over terrorisme in aanwezigheid van zo’n 80 ex-extremisten en –terroristen, varierend van farc, IRA, neo-nazi’s tot jihadisten en El Qaida aanhangers. Zij spraken er met elkaar over hoe de radicalisering van jongeren voorkomen en verminderd kan worden. Zoals Cohen het verwoordde: ‘we believe internettechnology can become part of the solution, of turning away from violence’. De ambitie was niet minder dan ‘a shift in narratives’ te bereiken.
Voor wie het netwerk van voormalige extremisten sindsdien enigszins volgt (overigens te vinden onder de naam againstviolentextremism.org.) ziet dat de leden op allerlei plekken op het internet een ‘counterjihad’ proberen te formuleren, zoals velen van hen ook de wereld over reizen om met jongeren te praten en alternatieven aan te reiken.

Het voorbeeld is klein en aan de onafhankelijkheid van het initiatief mag getwijfeld worden, toch wil ik het niet ongenoemd laten. Het probeert namelijk twee zaken te verenigen.
1. het verzamelt mensen die niet alleen samen tegen onrecht protesteren maar ook proberen een alternatief te formuleren
2. Ondanks dat de commerciële arm van Google erachter zit (en het initiatief daarop enigszins gewantrouwd mag worden), geeft het regie aan de direct betrokkenen; de mensen die terreur hebben ondervonden en hebben uitgevoerd en maakt hen ook verantwoordelijk.

Tot slot. In de strijd tussen utopisten en sceptici heb ik me de afgelopen maanden vaak afgevraagd tot welke groep ik dan behoor. Ik ben me ervan bewust dat terwijl ik spreek staten, terreurgroepen en bedrijven telkens ingenieuzer middelen vinden om ons, burgers, te controleren en te censureren. Ik vind dat dit dwingt tot oppassendheid en een zekere mate van scepsis. Tegelijkertijd hebben wij, mensen, ook het internet uitgevonden, dat in de stem die het geeft aan de kwetsbaren en de onderdrukten historisch en fantastisch is.
Als wij in staat zijn om internet uit te vinden en te ontwikkelen dan moeten wij ook in staat zijn om het aan te wenden voor democratie en mensenrechten.

Femke Halsema bekleedt dit voorjaar de Vrede van Utrecht Leerstoel

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 797 uur (33,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,9 bericht per dag, 6,3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10