woensdag, 16 mei 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Vernieuwen

In samenleving algemeen, dibi, frankrijk, griekenland, politiek, vernieuwen, analyse, blok, catshuis, en meer.

p1020459Het is een aantrekkelijk begrip: vernieuwen. En tegelijk een lastig begrip om in praktijk te brengen. Want vernieuwen heeft pas zin als er publiek voor is. Of het nu om mode, vakanties, communicatie of politiek gaat. Een beetje op je zolderkamer nieuw zitten te wezen geeft individueel misschien voldoening maar het valt als een steen dood in het zand. En vernieuwen heeft ook echt pas betekenis als het publiek je resultaat als nieuw ervaart.

Nu is dat bij mode of vakanties niet zo een probleem. Een andere stijl of een nog niet aangeboden activiteit gelden makkelijk als nieuw. In communicatie zal de aandacht vooral uitgaan naar het middel, zie de opmars van sociale media. Dat wordt in ieder geval vaak als nieuw beleefd. Politici hebben het met het begrip erg moeilijk. Ze weten dat de kiezer dol is op de term. Vernieuwing met een realistisch plan en doel vermijdt te hoge verwachtingen en stappen richting ongewisse avonturen. Tegelijk doet het afbreuk aan de kracht van vernieuwing. Die bestaat er nu juist vaak uit dat je niet weet wat er losgemaakt wordt en hoe de afloop er uit zal zien. Het ligt aan de ervaren urgentie van de omstandigheden hoe kiezers kiezen.

De Grieken kozen voor een vernieuwing met een ongewisse afloop. Vooralsnog is het ontaard het in een situatie die vooral koersloos lijkt. En koersloos is per definitie kansloos. Nieuwe verkiezingen gaan eigenlijk over de vraag of men echte vernieuwing aan wil of toch terug kruipt naar de al bekende recepten en partijen. Een stem op de oude partijen is een stem op het receptuur dat vooral door Brussel en IMF is uitgewerkt. Een stem op nieuwe partijen, waarvan Syriza de tweede partij werd, is in ieder geval een afwijzing van de inmiddels bekende en verwenste receptuur. Syriza lijkt erop te gokken straks de grootste te worden en Brussel daarmee voor het blok te zetten. Net zo min als Luther anti-Rooms was, is Syriza anti-Europees. Ook al maken veel media die fout in hun berichten. Alexis Tsipras, de leider van de partij, wil alleen anders behandeld worden. Als de Europese regeringen straks alsnog de knieën buigen en hem tegemoet komen is de vernieuwing voor Syriza al geslaagd. Maar er zijn meer landen die ongemakkelijk in hun Europese zetel zitten. En waarom wel voor de Grieken buigen en voor anderen niet?

Buigen de Europese knieën niet dan lijkt Alexis Tsipras niet een plan B te hebben. Zeker als zijn partij twee verkiezingen zo kort na elkaar wint, pleegt hij grof verraad aan zijn kiezers als hij alsnog zou toegeven aan Brussel en IMF. Het zou de facto het einde van zijn partij zijn en zijn politieke loopbaan. Syriza zal dan dus de stap in het diepe moeten zetten en de eurozone verlaten. Dat is werkelijke vernieuwing, maar ook de meest ongewisse.

Tofik Dibi heeft met minder wanhopige omstandigheden te maken en koos een overzichtelijke variant van vernieuwing. Hij trekt aan een tak en schudt niet aan de boom. En binnen enkele weken weet hij de afloop. De vraag is of hij het ook zo heeft bedoeld. Had hij zijn kandidatuur ondersteund met het benoemen van enkele inhoudelijke verschillen, dan had hij de eerste schrik bij GroenLinksers nog kunnen overwinnen. GroenLinksers zijn wel machiavellistischer gaan denken over het verwerven van invloed, maar nog steeds erg ontvankelijk voor principes en koersdebatten. Daar had hij zijn vernieuwing op kunnen ankeren, maar heeft dat niet gedaan. Nu resteert enkel een vorm-verhaal en daar kom je binnen GroenLinks niet ver mee. De frustratie dat GroenLinks landelijk nooit de drempel van 10 zetels echt ruim weet te overschrijden wordt breed gedeeld, maar ook aansprekende leiders als Rosenmöller en Halsema (in haar laatste jaren), die inhoud en vorm goed wisten te combineren, is het niet gelukt. De roep tot vernieuwing van Dibi lijkt daarom vooral gebaseerd op een eigen onderbuikgevoel, en steunt niet op een analyse of sterke inhoudelijke overtuiging. Zijn vernieuwing is paradoxaal genoeg te weinig vernieuwend.

Hollande, de nieuw gekozen president van Frankrijk, staat ook voor vernieuwing. De vrije variant van Tripras had hem de nieuwe positie niet gebracht. Daar verschilt de situatie in Frankrijk te veel voor van die in Griekenland. En anders dan Dibi heeft Hollande ingehaakt op een ontwikkeling die al gaande was: het maken van een groeipact. Zijn vernieuwing is een rek- en strekoefening binnen kaders die er al zijn. Of hij de grenzen voldoende weet op te rekken, zodat de Fransen dit ook als vernieuwing beleven, is het ongewisse in zijn vernieuwing. Maar goed, daar heeft hij, als hij in juni een meerderheid in het parlement verwerft, ook nog enkele jaren de tijd voor.

Op 12 september zal ook blijken of en welke vernieuwing er in Nederland is gewenst. Want dat de politici vernieuwing beloven staat vast. De vernieuwing die de PVV beloofde twee jaar geleden is gestrand in het Catshuis. Komt er een vervolg met meer ongewisse gevolgen of kiezen Nederlanders voor andere vernieuwing? Bepalend zal zijn hoe kiezers het tijdsgewricht ervaren: als een uitzichtloze beklemming of een periode die kansen biedt tot vernieuwing.

dinsdag, 15 mei 2012

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Als het ons niet was overkomen, hadden we het moeten bedenken

In blog, boeken, cda, dibi, gevonden, groenlinks, halsema, knevel en van den brink, lente, en meer.
Natuurlijk, toen we het hoorden, voelde het als een harde scheet op een feestje. Sap had net in 48 uur meer gerealiseerd aan GroenLinkse idealen dan Beckers, Rosenmuller en Halsema in de 20 jaar daarvoor. Vergroening van het belastingstelsel, solidariteitsbelasting voor hoge inkomens, tal van maatregelen teruggedraaid die slecht waren voor mens, dier en natuur. Terwijl we de afgelopen maanden toch een beetje aan haar waren gaan twijfelen, liet ze zien dat ze GroenLinks was, GroenLinkse idealen kon verwezenlijken en dat ook nog prima kon vertellen. Sterker nog, ze liet uitstekend zien dat GroenLinks verantwoordelijkheid kon nemen, zonder zijn idealen te verloochenen.

 Het is allemaal waar, en toch is het Dibi zijn goed recht om zich kandidaat te stellen. Het kandideren ging niet helemaal lekker, maar dat is natuurlijk ook de schuld van de rare regels die we als partij zelf hebben gemaakt. Je kunt zeggen dat de timing minder gelukkig is, maar wanneer had hij het dan moeten doen? Een half jaar eerder of een half jaar later? Dan hadden we het hem of veel meer kwalijk genomen, of hem (en terecht) een enorme sufferd gevonden. Of allebei. Bovendien, GroenLinks is een gewone partij, en daar hoort bij dat leden zich voor alle functies kunnen kandideren. Dus ook voor het lijsttrekkerschap. En GroenLinksers willen kunnen kiezen, dus dat is dan mooi geregeld.

We zouden het zelfs op prijs moeten stellen dat hij zich kandidaat stelt. Want de strijd, mits goed gevoerd, stel GroenLinks nog eens goed in staat om over het voetlicht te brengen waarom we dat Lente-akkoord sloten. Waarom we onze verantwoordelijkheid namen en niet aan de kant bleven staan toen VVD en CDA Nederland in de modder hadden gereden. We kunnen zien of Sap ons kan verleiden en of Dibi resultaat kan boeken. En de lijsttrekker die we kiezen is tenminste behoorlijk getest. Hooguit jammer dat het tv-debat plaats vind bij Knevel en Van den Brink...

Deze blog schreef ik samen met Saranna Maureau

zaterdag, 5 mei 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Wake up call

In volksvertegenwoordiger, cda, de, femke, femke halsema, gewoon, groenlinks, halsema, kandidatenlijst, en meer.

 eric leltz

Blog van juni 2010 naar aanleiding van vorige tweede kamer verkiezingen. Ik ga er van uit dat we in de afgelopen twee jaar hebben geleerd! GroenLinks heeft bij de 2de kamer verkiezingen 3 zetels gewonnen. We komen met 10 leden in de kamer. Een goed resultaat en als het even meezit gaan we nog regeren ook. Maar voordat we ons nu teveel op de borst kloppen, 10 zetels is nog altijd 11 zetels minder dan grote verliezer CDA. Tijd om al te uitbundig te feesten is er sowieso niet want er moet nog heel veel worden gedaan in Nederland. En daar wil, daar kan, en daar moet GroenLinks gewoon een rol in spelen.

Daarnaast moeten we binnen GroenLinks ook de tijd nemen om te reflecteren. Laten we dit moment benutten om intern ook de nodige veranderingen door te voeren We kunnen dan wel een vernieuwende partij zijn maar wat de kandidatenlijst betreft was dat niet altijd zichtbaar. We moesten zelfs de leden vragen om af te zien van de regel dat 2de kamer leden niet meer dan 3 termijnen in de kamer zitten. Voor Femke Halsema werd een uitzondering gemaakt en in haar slipstream kon Ineke van Gent eigenlijk niet worden geweigerd. We hadden ons dit natuurlijk eerder moeten realiseren zodat er gewoon goede kandidaat lijsttrekkers klaar hadden gestaan. Want hoewel Femke Halsema het heel goed heeft gedaan, staat een dergelijke uitzondering wel verfrissing en vernieuwing in de weg. Laten we over (maximaal!) 4 jaar niet dezelfde problemen over ons afroepen. Het is ook goed als nieuwe mensen de tijd krijgen om zich voor te bereiden op de mooie en belangrijke rol van volksvertegenwoordiger.

Maar er is meer. Het CDA heeft gemerkt hoe de achterban “in de provincie” kan gaan morren als je vervreemd van hen. De mensen buiten de Randstad voelen zich buitengesloten en keren de partij massaal de rug toe. Laat dat niet gebeuren met GroenLinks en laat daarom bij de volgende verkiezingen de kandidatenlijst een goede afspiegeling zijn van de leden in het land. Dat kun je niet pareren door te stellen “dat iedereen zich toch kandidaat kan stellen”. Want hier ligt een hele hoge drempel. De lijst heeft een hoog Randstad en “ons kent ons” gehalte. Mensen die dicht bij het vuur staan komen snel op de kandidatenlijst. Zelfs mensen die in januari nog geen lid waren staan op de lijst. Dit gaat ten koste van mensen die jaren verdienstelijk zijn geweest voor de partij. Zij staan buitenspel. Maar dit zijn wel de mensen die bij de volgende verkiezingen weer op donkere avonden posters plakken op verkiezingsborden of op een koude regenachtige zaterdag staan te folderen in de stad. Dit zijn ook de mensen met een lokale achterban. Hou deze mensen gemotiveerd door ze perspectief te bieden en laat hen niet zo gemakkelijk “links” liggen.

  



zondag, 29 april 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Jolande Sap

In begroting, bezuinigingen, campagne 2012, groenlinks, heldenschetsen, jolande sap, zin in de toekomst, begroting, bezuiniging, en meer.

Het is inmiddels een half jaar geleden sinds de laatste Heldenschets op deze site. Ineke van Gent, Jan Pronk, Andrée van Es, Jan Schaefer en Hans van Mierlo passeerden op het toneel van de heroïek al eerder de revue. Met de ontwikkelingen van de voorbije week is er een nieuw links-progressief politicus definitief toegetreden tot het heldendom.

In 1963 zag zij het eerste levenslicht in het Limburgse Venlo. Na daar het gymnasium te hebben afgerond, vertrok ze begin jaren ’80 naar de Katholieke Universiteit Tilburg om economie te studeren. Toen ze in september 2008 namens GroenLinks in de Tweede Kamer kwam, bleek deze studie goed van pas te komen. Al snel bleek ze een voortreffelijk woordvoerder Financiën te zijn voor de GroenLinks-fractie. Sindsdien kwam haar politieke carrière, ondanks de nodige hobbels, in een stroomversnelling terecht. Politiek talent van het jaar 2009 en de opvolger van Femke Halsema in 2010 als leider van GroenLinks: in twee jaar tijd ontwikkelde zij zich tot het gezicht van haar partij. Maar het kan nog beter. Deze week overtrof ze alle verwachtingen door de spil te zijn achter het Lenteakkoord, dat vanuit de Tweede Kamer de Rijksbegroting voor 2013 heeft opgesteld. We kunnen er niet omheen, de held van deze week is: Jolande Sap.

Alhoewel Jolande Sap pas de laatste jaren in de groene en rode spotlights staat, is ze al bijna twintig jaar actief voor GroenLinks. Nadat ze in 1993 lid was geworden van de toen tamelijk nieuwe partij, nam ze direct zitting in de werkgroep die de doorrekening verzorgde van het GroenLinks verkiezingsprogramma 1995-1998. Met haar achtergrond als econome niet geheel verwonderlijk. Ook binnen haar vakgebied waren er makkelijk GroenLinkse kenmerken aan Sap te ontdekken. Zo publiceerde ze in 1998 het boek Out of the Margin – Feminist Perspectives on Economics. Een feministische econome; zo iemand kon GroenLinks goed gebruiken.

Niet voor niets werd Jolande Sap dan ook in 2006 uitgenodigd mee te schrijven aan het verkiezingsprogramma van GroenLinks. Daarnaast gunde het partijcongres haar een mooie plaats op de kieslijst. Sap kreeg plek 8 toebedeeld, een verkiesbare plek gezien de toenmalige zetelverdeling in de Tweede Kamer. GroenLinks bezat namelijk precies 8 zetels. Onder invloed van de linkse titanenstrijd tussen de SP en de PvdA zakte GroenLinks echter naar 7 zetels, waardoor Sap net buiten de boot viel.

In 2008 was het dan toch zover. Op 2 september werd Jolande geïnstalleerd als de tijdelijk vervanger van Mariko Peters. Een dag later nam de politieke loopbaan van de econome opnieuw een wending. Wijnand Duyvendak, de groene woordvoerder van de fractie, kondigde zijn onmiddellijke vertrek uit de Kamer aan door toedoen van de rel om zijn nieuwe boek. Na één dag werd Sap daardoor definitief lid van de Tweede Kamer. En sindsdien ging het hard. Amper twee jaar later, in december 2010, werd Jolande door de GroenLinks-fractie unaniem verkozen tot de nieuwe fractievoorzitter, als opvolger van Femke Halsema.

Sap kreeg het niet makkelijk in haar eerste maanden als partijleider van GroenLinks. Begin 2011 leidde ze haar fractie naar het steunen van de politietrainingsmissie in het Afghaanse Kunduz. Waar het Kabinet-Rutte hierdoor een Kamermeerderheid achter zich kreeg, vormde zich achter Jolande Sap een sterk verdeelde partij. Veel GroenLinksers waren het hardgrondig oneens met de steun voor de missie, wat de inwijding bleek van het roerige jaar 2011. Bovenop de rumoer omtrent Kunduz kwamen namelijk de affaire-Peters en het stekkerdoosincident. GroenLinks zakte steeds verder we in de peilingen, tot de nog tot onlangs bedenkelijke vijf zetels.

Deze week, een paar dagen na het klappen van de Catshuisonderhandelingen, greep Jolande Sap echter haar ultieme kans.  Waar de VVD, het CDA en de PVV zeven weken de tijd nodig hadden om tot een mislukt begrotingsoverleg te komen, wist Sap binnen twee dagen de Kamerfracties van de ChristenUnie, D66, CDA en VVD te begeleiden naar een stabiele begroting voor 2013. Een broodnodige begroting in tijden van diepe economische crisis. En een sociale en groene begroting: de bezuinigingen op het passend onderwijs, ontwikkelingssamenwerking en het PGB werden teruggedraaid, terwijl er eindelijk is begonnen met de te lang uitgestelde hervormingen op onder meer de woningmarkt. De hypotheekrenteaftrek lijkt nu toch echt zijn langste tijd te hebben gehad. Met de verhoging van de belastingen op milieuvervuilende activiteiten en het afschaffen van subsidies aan grootverbruikers van fossiele grondstoffen daarbij opgeteld, heeft GroenLinks de leiding genomen over het bereiken van een voor haarzelf en het land uitstekende Rijksbegroting.

Jolande Sap. Op het juiste moment heeft ze weten te pieken. Ze heeft laten zien dat GroenLinks een uitstekende partij is om verantwoordelijkheid te dragen, die tegelijkertijd haar sociale en groene idealen verwezenlijkt. Daarmee heeft ze zich definitief bewezen als de onbetwiste partijleider van GroenLinks voor dit moment. Een partijleider die GroenLinks naar een mooie verkiezingsuitslag zal leiden op 12 september. Jolande Sap: een held!

Als toegift, een visueel profiel van Jolande Sap! ;)


donderdag, 12 april 2012

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

In speeches, democratie, vrede van utrecht, 10 december, acties, afrika, akkoord, alternatieven, april, en meer.

Post image for Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

11 april 2012

Op 1 februari 1960 gingen vier studenten aan een tafeltje zitten in een lunchroom in Greensboro in North Carolina. Ze bestelden een kopje koffie.

Wat ze deden was verboden want de studenten waren zwart: de zitplaatsen waren voor blanken, de staplaatsen alleen voor de zwarte studenten. ‘We bedienen geen negers’ zei de serveerster.
De studenten bleven zitten, tot sluitingstijd. De volgende ochtend verschenen 27 zwarte studenten, gekleed in pak en das en ze gingen zitten. Een dag later waren het er tachtig. Ze zaten aan de tafels zonder te consumeren en deden er hun huiswerk. Het protest groeide de dag erna tot 300 en de eerste protesterende blanken voegden zich bij hen. Binnen een week waren het er 600 en verspreidde het protest zich ook in de straten. De eerste confrontaties dienden zich aan. Blanke studenten zwaaiden met zuidelijke vlaggen, intimidatie en inmenging van de KluKlux-Clan volgde. In de weken die volgden, verspreidde het protest zich eerst door North Carolina, besmette daarna de omliggende staten en binnen een maand werd het hele zuiden van de Verenigde Staten beheerst door protest; uiteindelijk deden meer dan 70.000 studenten mee, duizenden werden gearresteerd, even zo vele radicaliseerden. Maar het gevolg was de bloei van een zwarte burgerrechtenbeweging en de geleidelijke, maar onomkeerbare afschaffing van het systeem van segregatie dat de VS kende.

Dit voorbeeld heb ik ontleend aan een artikel in The New Yorker. De auteur, Malcolm Gladwell, gebruikt de opkomst van de zwarte burgerrechtenbeweging om het effect van internet op sociaal protest te relativeren. De veelzeggende titel is ‘Small change: why the revolution will not be tweeted’.
Gladwell hekelt internet-utopisten die denken dat de zwakke relaties op facebook, de oppervlakkige vriendennetwerken waarin talloze petities voor goede doelen rouleren, werkelijk toegevoegde waarde hebben ten opzichte van het risicovolle burgerrechtenactivisme dat de zwarte studenten ten toon spreidden.
Hij verklaart de sociale netwerken op internet ook ongeschikt om werkelijk sociale en democratische veranderingen af te dwingen. In zijn woorden: ‘facebook-activisme is alleen succesvol in het bijeenbrengen van mensen die niet gemotiveerd genoeg zijn om werkelijke verandering af te dwingen’. Facebook – en ook twitter – verzamelen dus, met andere woorden, leunstoelactivisten.
Gladwell schreef zijn artikel in oktober 2010. En dat zeg ik met nadruk. Want dit was voordat de Arabische Lente in zijn volle hevigheid losbarstte.

De datum is van belang omdat Gladwell op dat moment, eind 2010, uitdrukking geeft aan breder gedragen overeenstemming dat de betekenis van social media voor mensenrechten- en democratisch activisme interessant maar ook beperkt is.
Weliswaar heeft dan al de Groene Revolutie in Iran plaatsgevonden, maar zoals Gladwell en ook anderen overtuigend betogen, wordt de bijdrage van vooral twitter aan de protesten daar rijkelijk overschat. Twitter bereikte grote populariteit maar deze concentreerde zich in het westen waar een zeer betrokken internetelite elke snipper nieuws uit het getormenteerde land aan elkaar doorspeelde, dikwijls in het Engels waardoor veel jonge betogers in Iran het nauwelijks lazen.
Hoewel ik het wetenschappelijke en journalistieke debat tussen internet-utopisten en sceptici tekort doe, zie je teruglezend, voor het uitbreken van de Arabische Lente, wel een mainstream-overeenstemming over de betekenis van internet voor de burgerrechten.

1 – Internet en social media hebben betekenis in de spreiding van kennis over mensenrechtenschendingen en sociaal protest en kweken daarmee ook een zekere mate van internationale verbondenheid. Dat zag je ook goed terug bij de Groene Revolutie in Iran. Als een vroeg voorbeeld wordt daarbij in de literatuur de opstand van de bevolking in Chiapas in het Zuiden van Mexico in 1994 genoemd. Dit lokale conflict met de centrale Mexicaanse staat over de achterstelling en discriminatie van de van oorsprong Indiaanse bevolking, kreeg via internet wereldwijde belangstelling, en de opstand kreeg daardoor momentum.

2 – Internet heeft ook een zekere mobilisatiekracht van mensen in heel verschillende landen, afkomstig uit verschillende groepen. Een voorbeeld daarvan is het protest tegen WTO in Seattle in 1999 waarbij internationale activisten een netwerk vormden op straat en in cyberspace. Tegelijkertijd mag daarbij de kanttekening gemaakt worden dat het om een relatief kleine voorhoede ging van professionele activisten.

Een overtuigender voorbeeld van de mobilisatiekracht van internet zijn de grote, wereldwijde demonstraties die plaatsvonden op 15 februari 2003 tegen de oorlog in Irak. In 60 landen gingen tegelijkertijd miljoenen mensen de straat op. De Belgische onderzoekers Van Laer en Van Elst beschrijven deze anti-oorlogsdemonstraties als een historische doorbraak in mobiliserend vermogen via internet. Tegelijkertijd relativeren zij de betekenis daarvan ook omdat uit onderzoek naar de motieven blijkt dat het overgrote deel van de demonstranten niet verder dan 200 kilometer wilde reizen. Weliswaar was het onderwerp (de oorlog in Irak) internationaal, de betrokkenheid en bewogenheid was lokaal, of op zijn best nationaal. Internet bleek een heel effectief instrument in de afstemming van het tijdstip waardoor het protest aan kracht won; het massale karakter van de demonstraties werd in sterke mate bepaald door verzet tegen besluiten van de nationale overheden over de oorlog in Irak.

3 – Tegenover deze voorzichtige positieve analyses van de bijdrage van internet en social media aan vreedzaam, sociaal en mensenrechtelijk protest, staat echter ook zorg. In een gezaghebbende studie, getiteld ‘The Net Delusion’ (verschenen in januari 2011), schetst de wetenschapper Evgeny Morozov een zorgwekkend beeld van de toenemende censuur en surveillance die internet mogelijk maakt. In zijn waarneming liggen staten – en dan met name autoritaire staten – en terroristische en criminele organisaties ruimschoots voor op burgers die zich via internet vreedzaam willen verenigen. Hij beschrijft ook de verregaande samenwerking van staten (en vooral de Verenigde Staten) met grote bedrijven zoals microsoft, google, facebook en twitter als bedreigend voor mensenrechten en democratisering.
Morozov verwijst bijvoorbeeld naar een geruchtmakende toespraak van Hillary Clinton uit januari 2010 (dus een jaar voor het verschijnen van zijn boek) waarin zij zich opwerpt als de hoeder van het wereldwijde vrije internet. Haar ideële betoog staat in contrast met de binnenlandse – en soms ook internationale – veiligheidsmaatregelen die de VS treft, dikwijls gesteund door Silicon Valley, om internetvrijheid (onder het mom van terrorismedreiging) te beperken. (Om nog maar te zwijgen over de reactie van het State-department op de publicatie door Wikileaks van gevoelige overheidsinformatie; inmiddels zit soldaat Bradley Manning die de informatie lekte ook al 2 jaar vast zonder dat er werkelijk zicht is op zijn proces).

Maar los van de hypocrisie in de binnenlandse omgang met internetvrijheid, maakt Morozov zich in zijn boek uit 2010 ook grote zorgen over de wijze waarop – vooral de Verenigde Staten – zich in toenemende mate opwerpen als de hoeder van de internationale internetvrijheid. Hij verwijst naar een geruchtmakend incident tijdens de Groene revolutie in Iran.
Het komt een jonge medewerker van het State Department – Jared Cohen, waarover later meer – namelijk ter ore dat Twitter een aantal dagen plat gaat vanwege onderhoudswerkzaamheden. Hij schrijft een brief aan twitter en bepleit dat dit wordt uitgesteld. Na overleg met het State-department gaat twitter akkoord. In eerste instantie is deze opzienbarende stap van een commercieel bedrijf in samenwerking met de Amerikaanse overheid, gezien als een belangrijke overwinning voor de internetvrijheid. Later bleek echter dat de Iraanse autoriteiten de brief van de jonge medewerker en de maatregelen van twitter beschouwden als een geslaagde poging tot ‘regime change’ door de Amerikaanse overheid. In reactie op deze Amerikaanse inmenging is de internetvrijheid drastisch beperkt en de repressie van bijvoorbeeld bloggers en twitteraars nog verder toegenomen. Het werkte, aldus Morozov, dus averechts.

Kortom, voordat de Arabische lente in zijn volle hevigheid losbreekt lijkt er in het internationale debat een gematigd positieve waardering van de bijdrage van internet en social media aan mensen- en burgerrechten en democratie. Er vindt internationale verspreiding plaats van kennis van mensenrechtenschendingen, het leed van onderdrukte mensen en groepen wordt daardoor eerder en vaker zichtbaar. Met behulp van internet kunnen mensen ook gemobiliseerd worden voor vreedzaam sociaal protest, tegelijkertijd wordt de reikwijdte en de schaal daarvan betwijfeld. Maar tegenover de opbrengst van internet en social media staat zorg over de dwingende dominantie van staten en overheden op het net: de autoritaire staten die het internet gebruiken om hun burgers verregaand te controleren en te censureren; vrije westerse staten die internet lijken te willen gebruiken als een instrument van ‘regime change’.

Het zal u opgevallen zijn dat ik tot nu toe nadrukkelijk onderscheid in de periode tot aan de Arabische lente, en wat er op volgde. Ik ben er dan ook overtuigd dat de opstanden van de Arabische wereld een geheel nieuwe dimensie hebben gegeven aan internet en social media en de bijdrage die deze kan leveren aan verzet tegen dictatuur en onderdrukking.

Maar laat ik eerst een stap terugzetten.
Toen ik een aantal maanden geleden geheel fris en onbevangen mijn voorstel voor onderzoek naar de relatie tussen internet, social media en mensenrechten indiende bij de Universiteit Utrecht, had ik niet echt benul waaraan ik me waagde. En ik moet ook bekennen dat ik dit drieste maar ook wat onbezonnen plan wel eens heb betreurd.
Niet alleen is dit het werkterrein van duizenden gestudeerde technologen, mediawetenschappers, politicologen en filosofen die elkaar met graagte – en soms in een voor de buitenstaander moeilijk te volgen jargon – bestrijden. Bovendien gaat de ontwikkeling van technologie, de maatschappelijke en politieke reacties erop, zo razendsnel dat elke beschrijving ervan gedateerd is voordat je een punt achter een zin kan zetten. Die ontwikkelingen zijn ook allesbehalve eenduidig. Er zijn talloze voorbeelden van technologische innovatie die mensen in staat stellen zich te bevrijden van onderdrukking, zich te emanciperen. Er zijn talloze vormen van innovatie die het tegengestelde effect hebben. Er vindt ook een wedren om de macht en de vrijheid van het net op vele niveau’s plaats. Tussen staten (autoritaire en democratische), tussen staten en terroristische en criminele organisaties, tussen burgers en staten, tussen burgers en bedrijven, tussen bedrijven en bedrijven enzovoort enzovoort.
Voorspellingen over de ontwikkeling van internet zijn niet te maken, net zo min als over de politieke en maatschappelijke omgang ermee.

Dit dwingt mij, zeker als nieuwkomer op het terrein, tot grote voorzichtigheid. En tot beperking. Voor de verspreiding en vestiging van mensenrechten en democratie zijn andere vormen van communicatietechnologie minstens zo belangrijk. De bijdrage van de mobiele telefonie aan het mobiliseren van betogers, zoveel bleek bijv. tijdens de Arabische opstanden, is ongelooflijk groot.
Ik beperk me tot het internet en de rol van social media – met name weblogs, facebook en twitter – vanwege de publieke platforms die zij vormen en de potentie om mensen te verenigen en te mobiliseren.
Wat betreft de mensenrechten beperk ik me tot de politieke vrijheden. De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om je te verenigen, partijen, organisaties en bewegingen op te richten, de vrijheid van protest en vreedzaam verzet.

Met dit intermezzo kom ik aan de Arabische opstanden die de afgelopen anderhalf jaar hebben gewoed en de rol die internet erin heeft gespeeld.
Ik voer u nog even terug. Wellicht heeft u het allemaal nog op het netvlies maar indrukwekkende verhalen kunnen nooit genoeg verteld worden.

Op 10 december 2010 stak de Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazi, uit woede en wanhoop over de eindeloze treiterijen door de overheid, zichzelf in brand voor het kantoor van de gouverneur. Toen hij een maand later overleed, had zich via blogs en sms woedende koorts door het hele land verspreid. Vrienden en familie vonden elkaar op internet, vermengden zich met vreemden in hun gezamenlijk rouw en woede over de politieke corruptie, het despotische regime. Op Youtube verspreidden zich persiflerende filmpjes, online werden grappen gemaakt, op zo’n schaal dat het regime het nakijken had. Bij zijn dood verspreidde het virtuele protest zich naar de straten en de pleinen. Beelden van protesten verschenen op facebook en Youtube, Al Jazeera nam het over, en deze verhevigden het protest. Het regime trachtte Facebook, twitter en Youtube aan banden te leggen maar internationale hackers zoals Anonymous hielpen de demonstranten om de internetbans te breken. Bloggers werden gevangen gezet maar in aantallen namen de betogers enkel toe. Op 14 januari vluchtte dictator Ben Ali naar Saoedi Arabië. En ondanks dat de officiële, door de staat gerunde media de protesten negeerde, spreidde het protest zich naar Algerije en daaropvolgend naar Oman, Jemen, Egypte enzovoort.
In Egypte was een lokale Google-baas een facebook-groep begonnen ter nagedachtenis van Khaled Said, een 28-jarige blogger die medio 2010 door de politie doodgeslagen was. Zoals Bouazi in Tunesie, werd Said een icoon van verzet in Egypte. Op 25 januari vulde het Tahrir plein zich voor het eerst. Mubarak in Egypte reageerde ongeveer gelijk als het Tunesische regime en hij probeerde het land te ‘unpluggen’. Hij slaagde daar niet langer in dan vier dagen, tegen een geschatte financiële schade van 90 miljoen dollar. De nieuwsservice van de Moslim Broederschap werd bijvoorbeeld verboden maar deze bleef vanuit Londen gewoon nieuws brengen. Het onverwachte bijeffect was bovendien dat middenklasse-Egyptenaren die het nieuws over de protesten vooral thuis op het internet volgden, ook de straten introkken of naar het Tahrirplein kwamen.
De rest is geschiedenis. Als dominostenen vielen de Noordafrikaanse en Arabische regimes, soms relatief vreedzaam, soms na een woedende burgeroorlog zoals in Libië. En niet overal. De strijd in Syrie is van een grote gruwelijkheid waarbij het regime tot op heden burgers op het net en in de straten met grof geweld weet te onderdrukken. In Saoedi-Arabie zijn er slechts kleine, maar wel heel symbolische protesten zoals het prachtige ‘women2drive’, van vrouwen die het verbod op autorijden tarten en hun ritjes op facebook plaatsten.

Is dit nou de verdienste van internet (en van mobiele telefonie)?
Relativering is dan natuurlijk op zijn plaats. In een mooi overzicht van de rol van de digitale media bij de Arabische opstanden beschrijven de Amerikaanse wetenschappers Howard en Hussain de vele factoren die bijdroegen tot de Arabische opstanden. De langdurige sociale en politieke onvrede, in de eerste plaats. De geleidelijke opkomst van liberale middenklassen en internationaal georiënteerde studenten die de middelen en de eloquentie bezaten om uitdrukking te geven aan die sociale onvrede en deze te helpen verspreiden. De aanwezigheid van iconen van onderdrukking, zoals Bouazi en Said, waardoor de bevolking zich verenigde in collectieve rouw en verontwaardiging.
Bovendien varieerden de bepalende factoren voor de opstanden van land tot land, maar schrijven Howard en Hussain, de constante factor in alle opstanden was het internet en in een tweede instantie de klassieke media (met name Al Jazeera dat youtube-filmpjes, facebook-oproepen en berichten van bloggers razendsnel verder verspreidde. En dat de opstanden zich als een inktvlek van land tot land konden spreiden, vond dankzij internet plaats.

Waarom was de rol van internet en social media in de verspreiding van protest en verzet deze keer een andere, krachtiger dan tot nu toe het geval was? Ik zou een drietal redenen willen aanwijzen.
Het belangrijkste is wellicht de rechtstreekse relatie tussen het net en de straat. Het protest was hybride, het vond gelijktijdig plaats op internet en op de pleinen en versterkte elkaar: via facebook verzamelden mensen zich, filmpjes van protesten en politiegeweld in de straten vonden hun weg op het net en leidden tot nieuwe acties. Hier kwamen de blogger en de facebooker uit hun leunstoel en voegden zich – bij wijze van spreken – bij de zwarte student uit de VS van de jaren 60 die heel risicovol protesteert.
Anders dan bijvoorbeeld bij eerdere protesten, zoals in Seattle of tijdens de anti-Irak demonstratie, werden in de internetgemeenschappen in de Arabische landen ‘sterke’, meer duurzame banden gekweekt. De facebookcontacten, de steun aan webloggers hield niet enkel stand voor de duur van een demonstratie, het verspreiden van een digitaal pamflet, maar vertaalde zich in onderlinge solidariteit en hulp aan elkaar. De veelgehoorde kritiek dat internet en met name facebook alleen ‘zachte’ weinig betekenisvolle gemeenschappen kweken werd tijdens de Arabische opstanden gelogenstraft.
Paradoxaal genoeg hebben de pogingen tot censuur – tot het maken van firewalls – geleid tot een verheviging van de protesten. Internet was daardoor niet alleen een instrument voor het mobiliseren van burgerlijk en politiek verzet maar ‘online zijn’ werd ook een daad van politiek verzet. De populariteit van weblogs, facebook en twitter nam daardoor alleen maar toe en het afgesneden zijn van internet leidde ertoe dat meer gezagsgetrouwe burgers zich aansloten bij de protesten in de straten.

Nu ja, inmiddels is het medio 2012 en is de sociale en politieke opbrengst van de Arabische opstanden op zijn zachtst gezegd ambivalent. Militairen behouden macht, transitieregeringen blijken soms de totalitaire trekken van de voorgangers te vertonen, Islamisten proberen de macht te grijpen en blijken in een aantal gevallen de mensenrechten niet voor vrouwen te laten gelden.
De kanttekening die daarbij wel gemaakt moet worden is dat de vestiging van een democratie en mensenrechten niet in maanden, maar in jaren beoordeeld moet worden. Hoe dan ook zijn de voortekenen niet overal even gunstig.

Het is dan verleidelijk om met terugwerkende kracht de betekenis van de opstanden zelf, en de rol die internet daarin heeft gespeeld, te relativeren. Een enkeling, vooral aan rechtsconservatieve zijde, hoor je al roepen dat de seculiere dictaturen in een aantal landen beter waren dan de Islamitische politiek die je er voor terugkrijgt.
Veel internetsceptici hoor je inmiddels zeggen dat het onvoltooide of afgebroken democratiseringsproces in Noord Afrika maar weer eens de zwakte aantoont van internet om bij te dragen aan wezenlijke maatschappelijke verandering. Daarmee wordt – wat mij betreft – ontkend dat de opstand die heeft plaats gevonden, de collectieve roep om bevrijding die leidde tot het afzetten van totalitaire heersers en hun regimes, wel degelijk een heel wezenlijke maatschappelijke en politieke verandering is.

Dit neemt niet weg dat sceptici terecht wijzen op het onvermogen om via internet een democratie en een rechtstaat te vestigen. De Arabische opstanden bewijzen wat mij betreft dat internet en social media een ongekende kracht kunnen ontwikkelen in het verenigen en mobiliseren van verontwaardigde en dikwijls getraumatiseerde burgers. Rouw en leed, het diepgevoelde verlangen om mishandeling en moord te stoppen maakt mensen een.
Iets anders is het, als de tiran is verjaagd, er wraak is genomen en de ergste wonden zijn gelikt, om elkaar te vinden op het alternatief. Na de opstanden blijkt het internet de spreekwoordelijke ‘kruiwagen met kikkers’. Verzet en protest behoeven misschien weinig leiders, bij de opbouw van een nieuwe democratische staat zijn leiderschap, en bezielde maatschappelijke en politieke organisaties die de duizenden uiteenlopende meningen aaneensmeden tot enigszins overzichtelijke stromingen onontbeerlijk. Verzet, protest en demonstratie zijn een gedeelde uitroep van emotie en ongeluk; internet helpt deze te versterken en te mobiliseren. Democratie vergt vergadering, het gezamenlijke sluiten van een gecalculeerd compromis, en internet en social media met hun grote en ook prachtige nadruk op individuele expressie, bieden daar tot nu toe – zo lijkt het – niet de handvaten voor.

Dat is – denk ik – waar we nu staan. De titel van het artikel in The New Yorker waarmee ik begon was ‘Small Change. Will the revolution be tweeted?’.
Mijn voorlopige antwoord daarop zou zijn: ‘the revolution can, but democracy and peace can not be tweeted.

Hoe verder? Is het mogelijk dat internet niet alleen een rol gaat spelen in de bevrijding van mensen uit onrecht, maar ook in de opbouw van democratische alternatieven?

Eerlijk gezegd moet ik u daarop het antwoord schuldig blijven en hoop ik dat het debat van zo meteen ons daar wat verder in helpt.
Ik zou wel een vingerwijzing willen geven.
Internet lijkt tot nu toe vooral het domein van individuele, vrijheidslievende burgers, van autoritaire staten die het willen beknotten of van staten (zoals de Verenigde Staten) die juist hun kans schoon zien om via het internet ‘regime change’ in die autoritaire staten af te dwingen, en van bedrijven die winstmaximalisatie zoeken.
Maatschappelijke, publieke organisaties zonder winstoogmerk, duurzame culturele en politieke verbanden van burgers, lijken zich veel minder op het net genesteld te hebben.
Natuurlijk zijn er inmiddels grote onafhankelijke organisaties zoals Avaaz, globalvoices, transparancy international en anderen die miljoenen burgers aan zich binden. Het zijn ook prachtige en hoopgevende initiatieven die het vergrootglas zetten op wereldwijd onrecht en onvrijheid.
Maar dit is ook precies waar de beperking schuilt.
Deze organisaties richten zich ook op het mobiliseren van protest en verzet, en doen dat soms met groot succes. Maar het zijn geen organisaties die een democratisch en mensenrechtelijk alternatief formuleren, en daarop mensen verenigen. Het zijn – in de tweede plaats – ook dikwijls westerse organisaties die top down het onrecht in met name de derde wereld aan de kaak stellen. Het nadeel daarvan bleek heel recent bij het initiatief Kony 2012 van Amerikaanse jongens die middels een viral erin slaagden om de Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony wereldwijd bekend te maken. Maar de ontvangst daarvan bij de Oegandese slachtoffers was niet onverdeeld positief.

Kan internet burgers binden, organisatorisch en in hun maatschappelijke idealen, bij de vestiging van democratie en mensenrechten? En hoe dan? Deze vraag leg ik ook aan u voor.
Laat ik een hoopgevend voorbeeld geven. Ik vertelde u eerder van Jared Cohen, de heel jonge medewerker van het state department die eigenhandig probeerde de groene revolutie in goede twitterbanen te leiden. Het hoeft niet te verbazen dat deze wizzkid vrij snel werd weggekocht door Google waar hij de opdracht kreeg om een denktank – het tot op heden onbekende Google Ideas – op te richten. Nu mag natuurlijk getwijfeld worden aan de intenties en motieven die Google hiermee heeft.
Maar toch. Vorig jaar liet Jared Cohen als kersverse directeur van Google Ideas voor het eerst van zich horen in de Amerikaanse media. In Dublin, in Ierland, bleek hij een summit te hebben belegd over terrorisme in aanwezigheid van zo’n 80 ex-extremisten en –terroristen, varierend van farc, IRA, neo-nazi’s tot jihadisten en El Qaida aanhangers. Zij spraken er met elkaar over hoe de radicalisering van jongeren voorkomen en verminderd kan worden. Zoals Cohen het verwoordde: ‘we believe internettechnology can become part of the solution, of turning away from violence’. De ambitie was niet minder dan ‘a shift in narratives’ te bereiken.
Voor wie het netwerk van voormalige extremisten sindsdien enigszins volgt (overigens te vinden onder de naam againstviolentextremism.org.) ziet dat de leden op allerlei plekken op het internet een ‘counterjihad’ proberen te formuleren, zoals velen van hen ook de wereld over reizen om met jongeren te praten en alternatieven aan te reiken.

Het voorbeeld is klein en aan de onafhankelijkheid van het initiatief mag getwijfeld worden, toch wil ik het niet ongenoemd laten. Het probeert namelijk twee zaken te verenigen.
1. het verzamelt mensen die niet alleen samen tegen onrecht protesteren maar ook proberen een alternatief te formuleren
2. Ondanks dat de commerciële arm van Google erachter zit (en het initiatief daarop enigszins gewantrouwd mag worden), geeft het regie aan de direct betrokkenen; de mensen die terreur hebben ondervonden en hebben uitgevoerd en maakt hen ook verantwoordelijk.

Tot slot. In de strijd tussen utopisten en sceptici heb ik me de afgelopen maanden vaak afgevraagd tot welke groep ik dan behoor. Ik ben me ervan bewust dat terwijl ik spreek staten, terreurgroepen en bedrijven telkens ingenieuzer middelen vinden om ons, burgers, te controleren en te censureren. Ik vind dat dit dwingt tot oppassendheid en een zekere mate van scepsis. Tegelijkertijd hebben wij, mensen, ook het internet uitgevonden, dat in de stem die het geeft aan de kwetsbaren en de onderdrukten historisch en fantastisch is.
Als wij in staat zijn om internet uit te vinden en te ontwikkelen dan moeten wij ook in staat zijn om het aan te wenden voor democratie en mensenrechten.

Femke Halsema bekleedt dit voorjaar de Vrede van Utrecht Leerstoel

vrijdag, 6 april 2012

John Jorna

John Jorna

De toekomst van GroenLinks

In column van de week, abortus, arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen, bedrijf, diefstal, discussie, euthanasie, failliet, en meer.

DIRIGISME VERSUS LIBERALISME

Van GroenLinks wordt beweerd, dat het een links-liberale partij is. Femke Halsema zou de partij als een liberale partij hebben achtergelaten, toen zij het stokje overdroeg aan Jolande Sap. Is dat nu werkelijk zo? Altijd was er in sociaal-cultureel opzicht een tendens naar vrije opvattingen ten aanzien van waarden en normen. Iedereen moet naar de mening van GroenLinks zelf kunnen bepalen hoe hij zijn leven inricht, welke keuzes hij maakt. Iedereen moet zijn eigen gewetensbeslissingen kunnen nemen en niemand hoort hem of haar tot een bepaalde beslissing te dwingen. Overigens is dat ook bij de christelijke kerken uitgangspunt al kan de sociale druk soms groot zijn. De moderne conservatieve bisschoppen en priesters hebben grote moeite met persoonlijke vrijheid, vooral waar het hun ondergeschikten betreft. Met deze GL opvatting over vrijheid heb ik geen moeite.

Het liberale kan ook in economisch opzicht worden opgevat. GroenLinks wil de arbeidsmarkt hervormen en daarbij vooral het ontslagrecht en de hoogte en de duur van de werkloosheidsuitkering. Uitgangspunt is, dat mensen zo snel mogelijk weer aan het werk moeten, want dat maakt hen zelfstandig en onafhankelijk. Mensen moeten niet jarenlang in een uitkeringssituatie worden opgesloten. Jonge GroenLinksers hechten niet zo aan een vaste baan. Ze hoppen van de ene naar de andere job en gaan steeds beter verdienen. Of dat in de huidige crisissituatie ook nog lukt is maar de vraag. Maar een grotere arbeidsmobiliteit hoeft niet perse te worden afgewezen. Toch hebben veel ouderen moeite met deze liberale arbeidsverhoudingen. Zouden zij zich bij de SP meer thuis voelen?

Er is heel veel mis in ons financieel-economisch systeem. Af en toe krijg ik de indruk, dat oplichting en beroven en plunderen als het maar in het groot door banken en fondsen gebeurt, gewoon is toegestaan. Een fonds koopt een bedrijf, verkoopt de aantrekkelijke onderdelen met veel winst, zadelt het bedrijf op met enorme schulden en laat het leeg geroofde bedrijf dan vallen na veel geld geïncasseerd te hebben. Goede en slechte hypotheken worden bij elkaar gestopt en als zogenaamde aantrekkelijke inkomstenbronnen doorverkocht. Als dan blijkt, dat op veel hypotheken verlies wordt geleden is er niets aan de hand. Maar het is je reinste oplichting en het zou zwaar bestraft moeten worden. Voorraden voedsel of grondstoffen worden opgekocht en tijdelijk uit de markt genomen. Door het krappe aanbod stijgen de prijzen. Consumenten zijn het slachtoffer. Dat heet dan een legale vorm van handel, maar is eerder diefstal te noemen. Er wordt gespeculeerd tegen een land, dat failliet dreigt te gaan en vooral daardoor gaat het failliet en velen vervallen tot bittere armoede. De waarde van aandelen stijgt de ene dag en de volgende dag storten de koersen weer in en zo komen pensioenfondsen in de problemen en dus de gepensioneerden en de premiebetalers. Dat is het moderne economische liberalisme en ik kan mij niet voorstellen, dat GroenLinks of welke partij ook in Nederland daar niets tegen wil doen. Maar zie; er gebeurt vrijwel niets. Van enige discussie binnen de Nederlandse politieke partijen is weinig te merken, ook niet binnen GroenLinks. De macht van het internationale kapitaal lijkt onaantastbaar.

Eigenlijk heeft dit alles te maken met waarden en normen. Als je voor jezelf absolute vrijheid opeist, maak je minder gemakkelijk de keus om samen al die economische narigheid te bestrijden. Je kunt er voor kiezen mee te profiteren. Je zelf duur te verkopen. Tsja, maar dan hoor je eigenlijk niet thuis bij GroenLinks.

Bij al die levensbeschouwelijke zaken eisen wij die vrijheid ook. Onlangs werd in de Partijraad hulp bij een zelfgekozen levenseinde besproken. Daar werd beweerd, dat GroenLinks als liberale partij daarmee weinig moeite zou hebben. Mij stemt het niet tot vreugde, maar zoals bij andere ethisch thema’s als abortus provocatus en euthanasie zou je kunnen zeggen, dat in onze pluriforme maatschappij de mogelijkheid daartoe zou kunnen worden geboden. Zo is ook het “homohuwelijk” mogelijk geworden.  Wat mij nu opvalt is dat bij dergelijke ethisch vraagstukken de voorstanders steeds dogmatischer gaan denken en er steeds grotere moeite mee hebben, dat er ook mensen zijn, die er niet zo blij mee zijn. Dan komen bij deze liberale denkers plotseling zeer dirigistische tendensen naar voren en worden mensen gedwongen niet langer overeenkomstig  hun eigen standpunt te leven en te handelen. Dat is nu liberaal zijn, zolang het in de eigen kraam te pas komt maar tegelijk anderen die vrijheid niet te gunnen. Dat is de worsteling tussen dirigisme en liberalisme. Lastig hè!

Jaargang 5, Nr. 209.

zaterdag, 3 maart 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Bezuinigen als duurzame uitdaging

In politiek, linker wang, aow, begrotingstekort, beleid, betalen, bezuinigen, bezuinigingen, crisis, en meer.

Column in De Linker Wang, Maart 2012

Het wordt steeds duidelijker dat extra bezuinigingen onvermijdelijk zijn. In elk geval binnen de economische logica die ons regeert. Er klinken natuurlijk ook allerlei tegenstemmen die vragen of het wel zo slim is om nog meer te bezuinigen, of daarmee niet de economie helemaal tot stilstand komt. De heersende mening is echter duidelijk: het begrotingstekort is te hoog en zal dus moeten worden teruggebracht. Maar hoe?

Drijfzand

Rechtse partijen willen vanouds een kleine overheid en veel ruimte voor de markt. Dat betekent per definitie dat de verworvenheden van de verzorgingsstaat ter discussie komen te staan. Werknemersrechten, uitkeringen, zorgvoorzieningen worden uitgekleed, en ook de collectieve sector van cultuur, natuur, onderwijs is niet veilig. Mensen moeten maar voor zichzelf zorgen. En ook geld voor de kunst, het onderwijs en de natuur hoeft niet bij de overheid vandaan te komen. Zo gaan de collectieve lasten omlaag, maar er wordt niet bij verteld dat we voor het in stand houden van de samenleving dan wel zelf dieper in de buidel moeten tasten.

Aan de andere kant van het spectrum vinden we partijen die zich schrap zetten voor de verdediging van die verzorgingsstaat en daarbij alles zoveel mogelijk willen laten zoals het was. De AOW-leeftijd, de ontslagbescherming en de door de zorgverzekering betaalde rollator moeten allemaal blijven zoals ze zijn. Dan maar een wat hogere staatsschuld. Er wordt niet bij verteld dat die staatsschuld ook weer door onszelf moet worden betaald en dat de rente daarop ons elk jaar zo’n 10 miljard kost.

Het is verleidelijk om tussen die twee benaderingen een middenweg te zoeken. Een beetje dit en een beetje dat. Een beetje bezuinigen maar niets veranderen. Schrapen en ondertussen ruziën op de vierkante centimeter. Maar met die middenweg houden we het systeem gewoon met elkaar in stand. Een systeem dat draait op lenen en op de hoop dat de economie genoeg blijft groeien om de oplopende rente te kunnen blijven betalen. Wat dat betreft, lijken de klassieke verzorgingsstaat en de financiële wereld nogal op elkaar: ze zijn gebouwd op drijfzand.

Grenzen aan de groei

Als er iets is wat de huidige crises ons leren, dan is het wel dat we eigenlijk een heel ander systeem nodig hebben. Dat is geen nieuwe gedachte. De Club van Rome trok in 1972 de aandacht met het rapport Grenzen aan de groei. Critici stelden dat het niet zo’n vaart zou lopen en dat we de problemen wel met nieuwe technologie konden oplossen. Toch is de wake up call van de Club van Rome nog steeds actueel. Datzelfde geldt voor Bob Goudzwaards ‘Economie van het genoeg’: niemand moet zijn overvloed vermeerderen zolang niet voor iedereen in de basale levensbehoeften voorzien is.

Deze radicale visies brengen twee uitersten bij elkaar: fundamenteel bezuinigen om onze doorgedraaide economie terug te brengen tot de werkelijkheid, en een even fundamentele solidariteit waarin de kwetsbaarste mensen niet het meest van allen onder de crisis lijden. Die twee sluiten elkaar niet uit, integendeel. Ze veronderstellen elkaar. Voor de samenleving is het niet dramatisch als we een paar procent minder groei hebben. Het is wel dramatisch als alle ellende bij de zwakkeren terecht komt. Daarom is de wezenlijke vraag een verdelingsvraag. Durft de rijkere helft van Nederland genoegen te nemen met een beetje minder? Niet alleen nu, maar structureel?

Vandaag de dag heet dat duurzaam. Een duurzame economie teert niet op de toekomst en leeft niet van de uitbuiting. Een duurzame economie leeft van wat we met elkaar kunnen creëren en verdeelt dat eerlijk over iedereen. Een duurzame wereldeconomie geeft meer kansen aan de allerarmsten en vermindert daardoor het risico van mensonterende en onbetaalbare oorlogen. Een duurzame wereldeconomie investeert in mensen en in een goed leefklimaat en vermijdt daardoor onnodige milieukosten.

Deze grote droom dat de wereld anders zou kunnen, leefde bij denkers als Goudzwaard, Boerwinkel en anderen uit de voorgeschiedenis van de Linker Wang. Het is een droom die ons nog in de genen zit: het roer moet en zal om. Niet alleen in concreet beleid, maar ook in onze mentaliteit. Niet welvaart als hoogste doel, maar welzijn. Niet de economie van de groei, maar van het genoeg. Niet het bruto nationaal product, maar het bruto nationaal geluk, zoals Femke Halsema schreef.

Het is niet een droom die in een klap werkelijkheid wordt. Dat gaat in kleine stapjes en met vallen en opstaan. Maar het gebeurt wel. Veel van de ideeën die De Linker Wang en GroenLinks jarenlang hebben uitgedragen, zijn gemeengoed geworden. Grote bedrijven richten zich op duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De Nederlandse defensie-strategie is eerst en vooral humanitair geworden. Milieu en natuur zijn al lang geen linkse hobby meer. En ook al staat dat bij dit kabinet onder druk, deze basisideeën worden tegenwoordig breed gedragen.

Roer omzetten

Daarom moeten we juist in de huidige crisis blijven zeggen dat het anders kan en anders moet. Dit kabinet lijkt niet tot zo’n hervorming in staat, gevangen als het is in de oude logica waardoor de crises ontstonden. Maar wie weet wat er mogelijk wordt als radicale bezuinigingen gebruikt gaan worden om het roer echt om te zetten…


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Bezuinigen als duurzame uitdaging

In politiek, linker wang, kant, kunst, lijden, linkse hobby, lopen, maart, mening, en meer.

Column in De Linker Wang, Maart 2012

Het wordt steeds duidelijker dat extra bezuinigingen onvermijdelijk zijn. In elk geval binnen de economische logica die ons regeert. Er klinken natuurlijk ook allerlei tegenstemmen die vragen of het wel zo slim is om nog meer te bezuinigen, of daarmee niet de economie helemaal tot stilstand komt. De heersende mening is echter duidelijk: het begrotingstekort is te hoog en zal dus moeten worden teruggebracht. Maar hoe?

Drijfzand

Rechtse partijen willen vanouds een kleine overheid en veel ruimte voor de markt. Dat betekent per definitie dat de verworvenheden van de verzorgingsstaat ter discussie komen te staan. Werknemersrechten, uitkeringen, zorgvoorzieningen worden uitgekleed, en ook de collectieve sector van cultuur, natuur, onderwijs is niet veilig. Mensen moeten maar voor zichzelf zorgen. En ook geld voor de kunst, het onderwijs en de natuur hoeft niet bij de overheid vandaan te komen. Zo gaan de collectieve lasten omlaag, maar er wordt niet bij verteld dat we voor het in stand houden van de samenleving dan wel zelf dieper in de buidel moeten tasten.

Aan de andere kant van het spectrum vinden we partijen die zich schrap zetten voor de verdediging van die verzorgingsstaat en daarbij alles zoveel mogelijk willen laten zoals het was. De AOW-leeftijd, de ontslagbescherming en de door de zorgverzekering betaalde rollator moeten allemaal blijven zoals ze zijn. Dan maar een wat hogere staatsschuld. Er wordt niet bij verteld dat die staatsschuld ook weer door onszelf moet worden betaald en dat de rente daarop ons elk jaar zo’n 10 miljard kost.

Het is verleidelijk om tussen die twee benaderingen een middenweg te zoeken. Een beetje dit en een beetje dat. Een beetje bezuinigen maar niets veranderen. Schrapen en ondertussen ruziën op de vierkante centimeter. Maar met die middenweg houden we het systeem gewoon met elkaar in stand. Een systeem dat draait op lenen en op de hoop dat de economie genoeg blijft groeien om de oplopende rente te kunnen blijven betalen. Wat dat betreft, lijken de klassieke verzorgingsstaat en de financiële wereld nogal op elkaar: ze zijn gebouwd op drijfzand.

Grenzen aan de groei

Als er iets is wat de huidige crises ons leren, dan is het wel dat we eigenlijk een heel ander systeem nodig hebben. Dat is geen nieuwe gedachte. De Club van Rome trok in 1972 de aandacht met het rapport Grenzen aan de groei. Critici stelden dat het niet zo’n vaart zou lopen en dat we de problemen wel met nieuwe technologie konden oplossen. Toch is de wake up call van de Club van Rome nog steeds actueel. Datzelfde geldt voor Bob Goudzwaards ‘Economie van het genoeg’: niemand moet zijn overvloed vermeerderen zolang niet voor iedereen in de basale levensbehoeften voorzien is.

Deze radicale visies brengen twee uitersten bij elkaar: fundamenteel bezuinigen om onze doorgedraaide economie terug te brengen tot de werkelijkheid, en een even fundamentele solidariteit waarin de kwetsbaarste mensen niet het meest van allen onder de crisis lijden. Die twee sluiten elkaar niet uit, integendeel. Ze veronderstellen elkaar. Voor de samenleving is het niet dramatisch als we een paar procent minder groei hebben. Het is wel dramatisch als alle ellende bij de zwakkeren terecht komt. Daarom is de wezenlijke vraag een verdelingsvraag. Durft de rijkere helft van Nederland genoegen te nemen met een beetje minder? Niet alleen nu, maar structureel?

Vandaag de dag heet dat duurzaam. Een duurzame economie teert niet op de toekomst en leeft niet van de uitbuiting. Een duurzame economie leeft van wat we met elkaar kunnen creëren en verdeelt dat eerlijk over iedereen. Een duurzame wereldeconomie geeft meer kansen aan de allerarmsten en vermindert daardoor het risico van mensonterende en onbetaalbare oorlogen. Een duurzame wereldeconomie investeert in mensen en in een goed leefklimaat en vermijdt daardoor onnodige milieukosten.

Deze grote droom dat de wereld anders zou kunnen, leefde bij denkers als Goudzwaard, Boerwinkel en anderen uit de voorgeschiedenis van de Linker Wang. Het is een droom die ons nog in de genen zit: het roer moet en zal om. Niet alleen in concreet beleid, maar ook in onze mentaliteit. Niet welvaart als hoogste doel, maar welzijn. Niet de economie van de groei, maar van het genoeg. Niet het bruto nationaal product, maar het bruto nationaal geluk, zoals Femke Halsema schreef.

Het is niet een droom die in een klap werkelijkheid wordt. Dat gaat in kleine stapjes en met vallen en opstaan. Maar het gebeurt wel. Veel van de ideeën die De Linker Wang en GroenLinks jarenlang hebben uitgedragen, zijn gemeengoed geworden. Grote bedrijven richten zich op duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De Nederlandse defensie-strategie is eerst en vooral humanitair geworden. Milieu en natuur zijn al lang geen linkse hobby meer. En ook al staat dat bij dit kabinet onder druk, deze basisideeën worden tegenwoordig breed gedragen.

Roer omzetten

Daarom moeten we juist in de huidige crisis blijven zeggen dat het anders kan en anders moet. Dit kabinet lijkt niet tot zo’n hervorming in staat, gevangen als het is in de oude logica waardoor de crises ontstonden. Maar wie weet wat er mogelijk wordt als radicale bezuinigingen gebruikt gaan worden om het roer echt om te zetten…


dinsdag, 28 februari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: toch Plasterk

In het menu, niet op voorpagina, de wereld draait door, diederik samson, femke halsema, groenlinks, martijn van dam, nebahat albayrak, pauw en witteman, en meer.
Wat een afknapper gisteravond bij Pauw en Witteman, dat interview met Nebahat Albayrak over haar kandidatuur voor het fractievoorzitterschap van de PvdA. Natuurlijk, Jeroen Pauw voelde zich op zijn pik getrapt en werd de rest van het interview in beslag genomen door wraakgevoelens. Bovendien waren beiden presentatoren slecht voorbereid en was hun vorm van de dag belabberd. Maar Albayrak reageerde wel erg nadrukkelijk als een stier op een rode lap. Iemand die zo rigide ingaat op vragen die haar niet zinnen, zal vaker mensen tegen zich in het harnas jagen. En dat is geen goede eigenschap voor een fractievoorzitter. Van de overige drie kandidaten viel Martijn van Dam direct door de mand in De Wereld Draait Door, hoewel gezegd moet worden dat Matthijs van Nieuwkerk hem op een bijna Rutger-Castricum-achtige wijze interviewde. Diederik Samson deed het beter bij Pauw en Witteman, maar Ronald Plasterk was de enige die op een ontspannen ogende manier en redelijk direct antwoord gaf op de vragen van de interviewers. De echte natuurlijke leider van de PvdA zat gisteravond tegenover Albayrak bij Pauw en Witteman, maar helaas, Femke Halsema heeft de PvdA in 1997 ingeruild voor GroenLinks. Dus laten we het dan toch maar op Ronald Plasterk houden.

dinsdag, 21 februari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Van radikale aktivisten naar gematigde studenten en terug?

DWARS, de jongerenorganisatie van GroenLinks was jarenlang de radikale luis in de pels van GroenLinks. Gedurende de jaren ’00 matigde DWARS haar toon en trok ze steeds meer richting GroenLinks. Is nu de weg terug zichtbaar?

Net als GroenLinks is DWARS gevormd uit een fusie. GroenLinks is opgericht door de communistische emancipatiepartij CPN, de linkse dissidentenpartij PSP, de groene partij met regeringservaing PPR en de progressief-Christelijke getuigenispartij EVP. Slechts twee van deze partijen hadden een jongerenorganisaties: PSjongerengroepen en de Politieke Partij Radicalen jongeren.

De twee organisaties verschilden sterk van elkaar: de PSjg was een onderdeel van de kraakbeweging: radikaal, aktivisties en anarchisties. De PSjg was een ontmoetingsplek voor activisten tussen demonstraties door. De leden hadden weinig met parlementaire politiek: sommige leden stemden niet of blanco. De PSjg had een dwarse houding: ze noemen zich “puberaal socialistisch”. Voor hen was de vorming van GroenLinks een brug te ver. De PSP was voor de meeste nog wel acceptabel: de zeer linkse socialistische partij had een clean hands, no compromise-houding. Maar GroenLinks was erop gericht regeringsverantwoordelijkheid te te krijgen met een gematigder programma.

De PPRj was veel parlementairder gericht. De leden waren studentikoos, jasje-dasje en tikje braaf. Ze wilden zo snel mogelijk een politieke carriere. De PPRj was parlementje spelen: politieke ervaring opdoen, moties schrijven, wijzigingsvoorstellen afwijzen omdat ze buiten de orde van de vergadering lagen. Dat werk. De hele PPRj kan je samenvatten met een beeld: Ad Melkert was lid van de PPRj. De PPR-jongeren volgden hun moederpartij. Zij zagen wel wat in de vorming van GroenLinks.

Onder druk van GroenLinks en het ministerie van WVC richtten de PSjg en de PPRj samen DWARS op. Er was een felle discussie over de naam: de PPRjongeren stelden “GroenLinkse Jongeren” voor. De PSjg’ers stelden de naam “de spin die vanuit de linkerhoek de kamer in kijkt voor”. Dit was niet zo zeer een serieuze optie, maar bedoeld om het proces te traineren. Geen van beide namen vond een meerderheid. Uiteindelijk scheen de voorzitter van de vergadering op tafel te zijn gesprongen en te hebben geroepen: “Nu stoppen, dwarskoppen.” En daarmee was de naam gevonden: DWARS, GroenLinks jongeren. Dit was een compromis tussen de dwarse PSjg’ers en de GroenLinksgezinde PPRjongeren.

Paradoxaal genoeg waren het de radikale PSjg’ers die de macht binnen DWARS in handen kregen. Kenmerkend was de reactie van DWARS op de verkiezing van Paul Rosenmöller gekozen tot meest populaire politicus onder de jeugd: “Paul Rosenmöller jongerenidool? Nou bij ons valt dat wel mee. We zijn dan wel de jongerenorganisatie van GroenLinks maar dat betekent niet dat we iedere GroenLinkser zo maar geweldig vinden.”

DWARS is net als de PSjg activistisch ingesteld: in 1995 organiseert DWARS een blokkade van de Shell Laboratoriums in Amsterdam uit verzet tegen de dumping van het boorplatform de Brent Spar. 11 dagen later biedt DWARS 2000 handtekeningen aan aan de Franse Consul uit protest tegen de voorgenomen Franse kernproeven op Mururoa.

In 1995 wordt de Pargo opgericht, het ‘parlementaire groepje’ van DWARS dat zich op een ludieke manier bezighoudt met de koers van GroenLinks. Ze houdt een van haar eerste vergaderingen op het strand van Zandvoort. DWARS is kritisch over GroenLinks: het nieuwe verkiezingsprogramma zou links genoeg zou zijn. Jasper Kenter, DWARS-coordinator noemt DWARS “de luis in de pels.” In 1999 richt DWARS een schaduwfractie op om de Tweede Kamerleden van GroenLinks kritisch te volgen.

DWARS begint zich steeds meer met GroenLinks te bemoeien. Ze is daar nog best succesvol in. Als de GroenLinks Tweede Kamerfractie in 2001, na de aanslagen van 11 September, de Amerikaanse bombardementen in Afghanistan steunt, organiseert DWARS het verzet binnen GroenLinks. Een petitie die getekend is door een groot aantal GroenLinks leden, dwingt de fractie haar standpunt in te trekken. Rosalie Smit, woordvoerder van DWARS: “De Tweede Kamerfractie is een beetje naief geweest.”

Het beeld van DWARS draait. Diana de Wolff, GroenLinks senator zegt over DWARS in begin 2003: “’Dwars bestaat zonder uitzondering uit ideale schoonzonen (m/v), wier eisen niet verder strekken dan een glaasje biokarnemelk op partijcongressen en die vooral heel snel zelf Kamerlid willen worden.” Of dit beeld helemaal klopt is te betwijfelen. In eid 2003 treedt Rutger den Dool, algemeen coordinator van DWARS af, nadat hij in het NRC Handelsblad heeft gezegd: “Nertsen bevrijden of een vrachtwagen met nertsenhuid in brand steken vind ik in principe goede acties.”

Pas, met het vertrek van Den Dool, staat een nieuwe generatie DWARS’ers op. Zij lijken sterk op het profiel dat de Wolff beschrijft. Ook binnen GroenLinks is een nieuwe wind gaan waaien. In een controversieel manifest Vrijheid Eerlijk Delen stellen Femke Halsema en Ineke van Gent voor om de verzorgingsstaat ingrijpend te hervormen. DWARS-woordvoerder Mieke van der Vegt steunt de lijn: “Het doel van linkse sociale politiek moet zijn om de mogelijkheden van mensen te optimaliseren.” DWARS stelt zich steeds minder op als luis in de pels van de Tweede Kamerfractie. Sterker nog als Krities GroenLinks opstaat om de koers van Halsema te bekritiseren, dan verdedigt DWARS de koers van Halsema. De jongerenorganisatie wordt een schild van de partijleider tegen
kritiek. De talenten binnen DWARS groeien door in GroenLinks: raadsleden, statenleden, op het landelijk bureau, medewerkers van fracties, overal zijn DWARS’ers te vinden. In 2010 zet het GroenLinks-congres zet oud-DWARS voorzitter Jesse Klaver op nummer #7 van de GroenLinks lijst en oud-DWARS JongerenFractielid Niels van den Berge op plek #12. Jesse Klaver wordt meteen verkozen tot Kamerlid en Niels van den Berge vervangt Mariko Peters als zij op zwangerschapsverlof is.

Symbolisch voor de verandering die in de laatste jaar binnen DWARS over de naam: DWARS-voorzitter Diederik ten Cate stelt: “Ik denk dat het niet teveel gezegd is om te stellen dat Dwars van een ongeorganiseerde anarchistische rommel is uitgegroeid tot een moderne organisatie van progressieve jongeren met idealen en ambities.” Ten Cate ziet wel wat in de naam “GroenLinkse Jongeren”, waarmee hij zich in de traditie van de PPRj zet en dat is deels terecht: DWARS is parlementair gericht, de jongeren maken hun politieke ambities waar en als DWARS actie voert, wordt het steeds braver. Er hangt een studentikoze sfeer op DWARScongressen: veel ludieke moties, maar ook koortsachtige onderhandelingen over de formuleringen van ‘serieuze’ moties over de koers van GroenLinks.

Door de discussie over Kunduz ontstaat een nieuwe verdeling binnen DWARS een nieuwe conflictslijn. De steun van het DWARSbestuursleden om zich uit te spreken voor de keuze van GroenLinks om de civiele missie naar Kunduz te steunen, wordt door veel leden (tegen de missie) niet geaccepteerd. Hiermee komt een nieuw activistisch elan DWARS binnen. Ze nemen een grotere afstand van de GroenLinks Tweede Kamerfractie, willen dat GroenLinks een linksere koers gaat volgen en voeren vaker actie. De oude PSP-posters verschijnen steeds vaker op facebook pagina’s van jonge DWARSleden.

In 1990 werd DWARS opgericht door radikale, aktivistiese PSjg’ers en brave, parlementaire PPRj’ers. De PSjg-vleugel was jarenlang de meer dominante: er is een grote afstand tussen DWARS en GroenLinks. Zeker vanaf 1999 gaat DWARS zich meer bemoeien met GroenLinks, maar wel als luis in de pels. Na 2003 slaat DWARS om: DWARS begint steeds meer te lijken op de PPRj: “een club ideale schoonzonen (m/v) die vooral heel snel zelf Kamerlid willen worden”. In 2011 slaat voor het eerst de pendule de andere kant op: de nieuwe generatie DWARS’ers is voor het eerst aktivistieser en linkser dan de vorige. DWARS beweegt zich meer richting PSjg.

donderdag, 9 februari 2012

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

“Mijn” fractievoorzitter

In algemeen, congres, groenlinks, jolande sap, kunduz, discussie, groningen, hoop, idee, en meer.

Deze week was het weer eens raak m.b.t. Kunduz… Jazeker, raak. Raak omdat de kwestie mijn partij blijft opbreken. Ik ben het er niet helemaal mee eens dat het zich toespitst op Kunduz. Het heeft naar mijn idee veel meer te maken met de interne partij-democoratie. En dat de discussie Kunduz daar aan wordt opgehangen, nou ja, prima. Maar het gaat om dat andere. Het neemt niet weg dat Kunduz voor wat mij betreft einde oefening is. Dat was het überhaupt al voordat het begonnen was. Slechts een dwaling op het congres in 2011 maakte het dat het anders liep. Beslissingen worden nu eenmaal op een congres genomen, dus daar moet ik me bij neerleggen, al vind ik het een draak van een instrument. Maar als we dan kaders vaststellen moeten die ook gerespecteerd worden. En daar heb ik m.b.t Kunduz maar bar weinig van gemerkt. En met met mij velen in de provincie Groningen, en dat is het standpunt wat ik in Nieuwsuur verwoordde… In dit geval een makkelijke, zowel mijn standpunt als dat wat vooral ook in de provincie te beluisteren valt. Natuurlijk, er zijn nuances. Wanneer niet bij GroenLinks. De partij bestaat soms alleen nog maar dankzij nuances… En dan denk ik, hou toch eens op, kappen met die nuances, het is gewoon zoals het is: niet goed! En durf dat dan ook te constateren en durf dan teruguit te gaan. Kunduz is er zo een. We kunnen het er heel genuanceerd over gaan hebben, maar hoe zinvol is dat? Niet dus. Kunduz is een brug te ver gebleken. En wat betreft Jolande Sap? Ik vind het een kei van een vrouw. Zij verdient respect. Ik geef het je te doen, de positie van Femke Halsema overnemen. Jolande heeft dat buitengewoon goed gedaan. Twee missers: de stekker er uit, en Kunduz. Mij werd afgelopen woensdag een podium geboden, een TV interview voor Nieuwsuur, en ik heb daar dankbaar gebruik van gemaakt. Maar wel met de intentie verder te gaan. Verder met Jolande Sap en onze zo waardevolleTweedekamerfractie. Niet destructief maar constructief. En zoals het liedje is, “It takes two to Tango”. Ik hoop dat de Tweedekamerfractie die Tango aangaat met haar achterban. Want daar gaat het om. Politiek draait om mensen, en nergens andersom. En voor Jolande… Zet 'm op! Zaterdag is het congres, ik kom zeker even langs.

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Gedonder om Kunduz

In weblog, congres, jolande sap, kunduz, tweede-kamer, belangrijk, de, femke halsema, fractie, en meer.

Overmorgen is er congres en traditiegetrouw is er in de week voor het congres gelazer in de media. Was het een aantal jaren gelden de ‘té liberale koers’ van Femke Halsema, vorig jaar een besluit over oorlog of vrede, is het dit jaar opnieuw over oorlog en vrede in Kunduz.

De Tweede Kamerfractie heeft vorig jaar rond deze tijd een afweging moeten maken over een door het Kabinet voorgestelde missie naar de Afghaanse provincie Kunduz. Na lang wikken en wegen heeft de fractie toen besloten de missie onder een groot aantal voorwaarden te steunen. Het Kabinet had GroenLinks nodig voor een meerderheid en willige alle eisen die de Kamerfractie stelde in. Met het verkiezingsprogramma in de hand kon steun voor de missie niet uitblijven en zo oordeelde uiteindelijk ook het congres. Ik mocht dat proces van zeer nabij meemaken en ben er nog altijd van overtuigd dat er een moedig en integer besluit van de fractie was.

Vandaag zijn we een jaar verder en kun je een voorzichtige tussenbalans opmaken van hetgeen er is gebeurd en het effect van de missie. Afhankelijk van wie je spreekt hoor je daar heel verschillende verhalen over en dat helpt niet bij het vormen van een oordeel. Dat oordeel is nodig omdat er bij het komende congres een motie voorligt die de fractie oproept om (de woordgrap is te voor de hand liggend om het te laten liggen) ‘de stekker uit de missie te trekken’.

De motie en de overwegingen bij de motie zoals deze nu voorligt (pdf) vind ik overtuigend en hout snijden. Het verweer van de fractie mager. Ik vind het mager omdat als één van de voorbeelden die moet aantonen dat het goed gaat met de missie het ‘agent volgsysteem’ wordt genoemd en welhaast bejubelt. Maar net dat onderdeel van de missie werd door Mariko Peters in een bijeenkomst weg gelachen als iets onnozels. Ik was daar niet zelf bij, maar heb van voldoende verschillende kanten gehoord wat er gebeurd is om aan te nemen dat het zo gegaan is. Als Mariko Peters, welhaast de verpersoonlijking van de missie, op zo’n belangrijk onderdeel de GroenLinks voorwaarden weglacht als onrealistisch moet je jezelf gaan afvragen hoe het met de rest van de missie zit.

De Tweede Kamerfractie moet zaterdag wel met erg overtuigende argumenten komen om aan te tonen dat de missie het waard is om mee door te gaan. Tussen het congres van een jaar geleden en vandaag ben ik opgeschoven van ‘volledige steun aan de fractie met erg veel moeite en twijfel op een de goede afloop’ naar ‘wellicht moesten we hier maar mee ophouden’. Mijn stem is nog niet definitief bepaald, maar er moet veel gebeuren om me weer te laten opschuiven naar ‘het voordeel van de twijfel voor de missie’ zoals vorig jaar.

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Gedonder om Kunduz

In weblog, congres, jolande sap, kunduz, tweede-kamer, de, femke halsema, fractie, groenlinks, en meer.

Overmorgen is er congres en traditiegetrouw is er in de week voor het congres gelazer in de media. Was het een aantal jaren gelden de ‘té liberale koers’ van Femke Halsema, vorig jaar een besluit over oorlog of vrede, is het dit jaar opnieuw over oorlog en vrede in Kunduz.

De Tweede Kamerfractie heeft vorig jaar rond deze tijd een afweging moeten maken over een door het Kabinet voorgestelde missie naar de Afghaanse provincie Kunduz. Na lang wikken en wegen heeft de fractie toen besloten de missie onder een groot aantal voorwaarden te steunen. Het Kabinet had GroenLinks nodig voor een meerderheid en willige alle eisen die de Kamerfractie stelde in. Met het verkiezingsprogramma in de hand kon steun voor de missie niet uitblijven en zo oordeelde uiteindelijk ook het congres. Ik mocht dat proces van zeer nabij meemaken en ben er nog altijd van overtuigd dat er een moedig en integer besluit van de fractie was.

Vandaag zijn we een jaar verder en kun je een voorzichtige tussenbalans opmaken van hetgeen er is gebeurd en het effect van de missie. Afhankelijk van wie je spreekt hoor je daar heel verschillende verhalen over en dat helpt niet bij het vormen van een oordeel. Dat oordeel is nodig omdat er bij het komende congres een motie voorligt die de fractie oproept om (de woordgrap is te voor de hand liggend om het te laten liggen) ‘de stekker uit de missie te trekken’.

De motie en de overwegingen bij de motie zoals deze nu voorligt (pdf) vind ik overtuigend en hout snijden. Het verweer van de fractie mager. Ik vind het mager omdat als één van de voorbeelden die moet aantonen dat het goed gaat met de missie het ‘agent volgsysteem’ wordt genoemd en welhaast bejubelt. Maar net dat onderdeel van de missie werd door Mariko Peters in een bijeenkomst weg gelachen als iets onnozels. Ik was daar niet zelf bij, maar heb van voldoende verschillende kanten gehoord wat er gebeurd is om aan te nemen dat het zo gegaan is. Als Mariko Peters, welhaast de verpersoonlijking van de missie, op zo’n belangrijk onderdeel de GroenLinks voorwaarden weglacht als onrealistisch moet je jezelf gaan afvragen hoe het met de rest van de missie zit.

De Tweede Kamerfractie moet zaterdag wel met erg overtuigende argumenten komen om aan te tonen dat de missie het waard is om mee door te gaan. Tussen het congres van een jaar geleden en vandaag ben ik opgeschoven van ‘volledige steun aan de fractie met erg veel moeite en twijfel op een de goede afloop’ naar ‘wellicht moesten we hier maar mee ophouden’. Mijn stem is nog niet definitief bepaald, maar er moet veel gebeuren om me weer te laten opschuiven naar ‘het voordeel van de twijfel voor de missie’ zoals vorig jaar.

woensdag, 25 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Nieuw kabinet

In het menu, niet op voorpagina, agnes kant, d66, femke halsema, groenlinks, nieuw kabinet, pvda, sp, en meer.
In april blaast Geert Wilders het kabinet op, omdat hij de voorgestelde bezuinigingen niet meer kan verantwoorden naar zijn slinkende achterban. Mede door de houding van de progressieve partijen rest demissionair minister-president Mark Rutte niets anders dan vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis verschaft de kiezer Nederland op 20 juni een linkse sociaal-liberale meerderheid. De PvdA slaagt erin met haar ‘realistisch alternatief’ de weggelopen kiezers terug te winnen en blijft met 30 zetels de SP nipt voor als grootste partij. De onderhandelingen tussen PvdA, SP, D66 en Groenlinks over een regeerakkoord verlopen moeizaam. Naast bekende geschillen over de ww en de aow-leeftijd vormt ook de vraag wie van de grootmachten PvdA en SP de minister-president levert een twistpunt. Het feit dat binnen de PvdA menigeen de voorkeur geeft aan Wouter Bos boven Job Cohen, maakt het er niet eenvoudiger op. Maar op 31 augustus staat het sociaal-liberale kabinet op het bordes. Trots presenteert Femke Halsema als eerste vrouwelijke minister-president van Nederland haar team van ministers, waaronder we Wouter Bos, Eberhard van der Laan, Lodewijk Asscher, Jan Marijnissen, Agnes Kant, Lousewies van der Laan, Alexander Pechthold en Andrée van Es ontwaren. Job Cohen wordt opnieuw burgemeester van Amsterdam.

zondag, 1 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Het 1e jaar van Jolande Sap.

In maatschappij, verkiezingen, peilingen, politiek, sap, vertrek, femke halsema, fractie, groenlinks, en meer.
Het gaat moeilijk met GroenLinks in de peilingen. Met moeite 8 zetels. De fractie is moeilijk zichtbaar en Jolande Sap heeft een aantal malen zwaar onder vuur gelegen. Tijd voor herbezinning of schouders ophalen? Met het vertrek van Femke Halsema verloor de Nederlandse politiek niet alleen een icoon maar vooral een kundig politica. Onder moeilijke [...]

dinsdag, 27 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

GroenLinks maakt geen ruk naar links

In analyse, cijfers, d66, de, de volkskrant, december, europese, femke, femke halsema, en meer.
GroenLinks schuift onder Sap naar links volgens de Volkskrant. De partij zou sinds het aantreden van Jolande Sap veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. De Volkskrant duidt dit als een beweging van de partij van progressief richting oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar de cijfers kloppen niet. Als je de berekeningen correct maakt, schuift GroenLinks eerder richting D66 dan richting de SP.

SP-moties

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. In de onderstaande figuur kan je goed zien wat er mis is gegaan in de analyse van de Volkskrant. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 (de periode-Halsema) in totaal 2101 moties in. GroenLinks steunde 1527 van deze moties (in groen weergegeven). Dat is 72%, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd (in grijs weergegeven) . Van de 1752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen (het rode en groene  deel), steunde GroenLinks er 1527 ofwel 87%.

Dit is een verschil van 15% dat de uitkomst van de analyse verandert. Als we de cijfers voor de periode-Sap (die de Volkskrant wel correct berekent) en de periode-Halsema met elkaar vergelijken dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87% van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84%. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-journalisten een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

We kunnen de analyse ook omdraaien: hoe vaak stemde de SP met moties van GroenLinks mee? Volgens de Volkskrant vallen de GroenLinks-moties die ingediend zijn sinds Sap partijleider is, beter in de smaak bij Roemer en de zijnen. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5% van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, als je de berekening op de juiste manier maakt, 87,7%. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een uitermate minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van de GroenLinks richting SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

GroenLinks en D66
De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt. Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Tweede Kamer wel aangeleverd. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96% van de moties van D66 steunde, tegenover 91% in de periode 2006-2010. GroenLinks steunt D66-moties dus vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt is bovendien toegenomen. GroenLinks steunt onder Sap bijna alle D66-moties. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren is het dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

Voorzichtige conclusies
De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout verregaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken, omdat GroenLinks vaker met de SP mee zou stemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaalliberale koers van Halsema eerder voort. Dit is ook niet raar: Sap heeft voor en achter de schermen een grote invloed gehad op de koers van GroenLinks voor zij partijleider werd.

Uit eerder onderzoek (pdf) blijkt dat het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer een zeer grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd door wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Ook de politieke context is veranderd: GroenLinks en D66 vinden elkaar in pro-Europese oplossingen van de Europese schuldencrisis. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag. Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan, vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit stuk, van de hand van collega Simon Otjes en mijzelf, verscheen eerder in licht bewerkte vorm in De Volkskrant van 24 december. 

zondag, 25 december 2011

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

Matige juristen en holle wetten

In tekst, belangrijk, controle, de, eerste, grondwet, halsema, idee, kabinet, en meer.

De Hoge Raad der Nederlanden, het hoogste Nederlandse rechtsorgaan voor civiel-, belasting- en strafrecht. In maart 2011 ontstond er al een klein relletje over de benoeming van Ydo Buruma, hoogleraar Straf- en Strafprocesrecht aan de Universiteit van Nijmegen, als Raadsheer (zo wordt de rechter in de Hoge Raad genoemd) in de Hoge Raad. Najaar 2011 opnieuw onrust over de aanbevolen kandidaat Aben voor benoeming: de kandidaat zou zich te kritisch over het wrakingbesluit in de zaak Wilders hebben uitgelaten. Hoe moet het verder met de benoemingen van rechters? Verder politiseren of kijken naar een andere procedure?

Hoe de benoeming gaat. Allereerst is het belangrijk te weten dat de Raadsheren voor het leven worden benoemd en alleen ontslagen worden als ze de leeftijd van 70 hebben bereikt of op eigen verzoek. Bij het ontstaan van een vacature in de Hoge Raad stuurt de president, op dit moment de heer Prof. Mr. Corstens, een brief naar de Tweede Kamer. Bij deze brief wordt een lijst van zes namen bijgevoegd als aanbeveling vanuit de Hoge Raad. De Tweede Kamer is echter niet gebonden aan deze namen.

Na ontvangst van het 'lijstje' besluit de Kamer om drie namen naar de Kroon (regering) te sturen. De regering moet vervolgens uit deze drie namen een nieuwe Raadsheer kiezen en benoemen. De reden om de benoeming via de Tweede Kamer te laten gaan is omdat de Hoge Raad bevoegd is om ambtsmisdrijven van Kamerleden en leden van het kabinet te berechten.

Tot voorkort was het gebruikelijk van het lijstje van de Hoge Raad de laatste drie weg te strepen en de overige drie unaniem als voordacht naar de regering door te sturen. In maart liep dit stuk, de vaste Kamercommissie (nota bene onder voorzitterschap van de Roon, PVV-er) stuurde drie namen door, met Buruma op een. Bij stemming bleek er eens een hoofdelijke (anonieme) stemming te zijn aangevraagd. Al geschiede, met de uitkomst: 24 onthoudingen. Wilders was tegen, want Buruma was niet goed. Hij mocht niet in de Hoge Raad, hij had namelijk een uitgesproken mening. De andere kandidaat, Aben, was 'onacceptabel' omdat hij de verkeerde mening had over het wrakingverzoek in de zaak Wilders.

Het dilemma is, willen we een middelmatige Hoge Raad waarin geen meningen voorkomen, of willen we een Hoge Raad die duidelijk is en verantwoordelijkheid neemt in 'de rechtsvorming'. Als het eerste het antwoord is op wat we willen, dan moeten we vooral doorgaan met het zoeken van kandidaten die nooit iets verkeerds hebben gezegd over wie dan ook. Willen we een Hoge Raad die het voortouw durft te nemen in de ontwikkeling en controle van het recht, dan moeten we eens goed kijken naar hoe we de Hoge Raad willen samen stellen.

Zelf ben ik absoluut voor een Hoge Raad met een duidelijk stem en die ergens voor staat. Juist uit oogpunt van de controlerende functie van de rechter en in het bijzonder van de Hoge Raad. Als in de toekomst de Hoge Raad nog verdere bevoegdheid toekomt, denk bijvoorbeeld aan het voorstel Halsema waarin de rechter een wet kan toetsen aan de Grondwet, wordt de functie nog belangrijker. Juist daarom mag de Hoge Raad niet middelmatig worden, hoe moeilijk dat ook is in een steeds harder wordend politiek klimaat.

Hoe de Hoge Raad dan wel te benoemen, is de logische vervolg vraag. Eerlijkheidshalve weet ik dat nog niet. Voordracht door de Hoge Raad direct aan de Regering zet de Politieke arena van de Tweede Kamer buiten werking en kan een nog grotere 'old boys network' gehalte tot gevolg hebben. De Tweede Kamer een nog grotere stem geven kan tot US Supreme court-achtige taferelen leiden waarin de middelmaat zegen viert. Een idee zou kunnen zijn de voordracht door Eerste en Tweede Kamer te laten zijn, of te zoeken naar een nieuwe weg waarin zowel de onafhankelijkheid als de legitimering van de Hoge Raad zijn gewaarborgd. Middelmatige juristen in belangrijke rechtsorganen lijkt me echter geen optie. Analoog naar Camus, zullen zij namelijk holle wetten en uitspraken voortbrengen.

zaterdag, 24 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks maakt geen “ruk naar links”

In uncategorized, analyse, artikel, crisis, d66, de volkskrant, december, europese, europese crisis, en meer.

Anders dan de Volkskrant suggereerde, maakt GroenLinks onder Jolande Sap niet vaker gemene zaak met de SP dan ten tijde van Femke Halsema. Er is vooral continuïteit.

Volgens de Volkskrant van 17 december heeft GroenLinks na het aantreden van Jolande Sap een ruk naar links gemaakt. De partij zou het laatste jaar veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. Onder Sap zou de partij zijn opschoven van progressief naar oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar ze kloppen niet. Integendeel, GroenLinks schuift eerder richting D66 dan richting de SP.

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 in totaal 2.101 moties in. GroenLinks steunde 1.527 van deze moties. Dat is 72 procent, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd.  Van de 1.752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen steunde GroenLinks er 1.527 ofwel 87 procent.

Als we de correcte cijfers voor de periode-Sap en de periode-Halsema met elkaar vergelijken, dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87 procent van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84 procent. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-redacteuren een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

Volgens de auteurs bevallen de GroenLinks-moties die zijn ingediend sinds het aantreden van Sap de SP beter. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5 procent van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, zo blijkt uit de cijfers waarop de Volkskrant zich baseert, 87,7 procent. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van GroenLinks en SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt.

Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Volkskrant wel gekregen van de Tweede Kamer. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96 procent van de moties van D66 steunde. Tussen 2006 en 2010 was dat 91 procent. GroenLinks steunt D66-moties vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt, is toegenomen. Onder Sap heeft GroenLinks bijna alle D66-moties gesteund. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren, is dat dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout vergaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken omdat GroenLinks vaker met de SP zou meestemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen, dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaal-liberale koers van Halsema eerder voort.

Uit eerder onderzoek blijkt dat het stemgedrag van partijen in de Tweede Kamer een grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd voort uit wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is en de Europese crisis de aandacht al geruime tijd opeist, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag.

Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan – vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit artikel is geschreven samen met Tom Louwerse.

woensdag, 14 december 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Armoede werkt toch ook niet voor GroenLinks?

In maatschappij, politiek, armoede, armoede werkt niet, groenlinks, pvda, sp, fnv, actie, en meer.

Vroeg je je ook af waarom de SP, PvdA en het FNV een actie rondom armoede organiseerden en GroenLinks er niet aan mee deed? Ik in ieder geval wel. Ik legde mijn vraag voor aan de publieksvoorlichting en kreeg het volgende antwoord:

U vraagt zich af waarom GroenLinks niet aanwezig was bij de manifestatie Armoede werkt niet. Vorig jaar hebben wij wel deelgenomen, maar het bleek dat het GroenLinks-geluid totaal werd ondergesneeuwd door het grote SP-gehalte van de manifestatie. Omdat de opvattingen van SP en GroenLinks over hoe je armoede moet bestrijden verschillend zijn, met name als het gaat om de WSW, maakten wij geen deel uit van deze manifestatie.

Uiteraard staan wij wel achter het doel van deze manifestatie om armoede onder de aandacht te brengen en ondersteunen wij de boodschap dat armoede niet werkt. Of zoals Femke Halsema het ooit verwoord heeft: Armoede is onvrijheid in de meest letterlijke zin van het woord: onvoldoende geld om je gezondheid te beschermen, je kinderen kansen te bieden en je zelf te kunnen ontwikkelen of bevrijden uit uitzichtsloosheid mag niet, zeker niet door vrijheidsminnende liberalen, worden gerelativeerd.

Het staat wat mij betreft niet ter discussie dat de SP nogal de neiging heeft om acties naar zich toe te trekken. Ik denk dat de SP makkelijker vrienden zou maken als ze het eens konden laten om alles waar ze langs komen tomatenrood te verven. Maar ik vind het wel jammer dat GroenLinks dit als reden ziet om niet mee te nemen aan een actie als dit. Een actie met dit onderwerp, op dit moment, in een periode van zware bezuinigingen en PVVD-overheersing.

Ten eerste denk ik dat als je de ervaring hebt dat je ondergesneeuwd bent bij een eerdere actie, dit niet betekent dat je niet mee kunt doen; je moet daar je lessen uit trekken en er gewoon een flinke kist groene tomaten tegenover zetten.

Ten tweede vind ik het opmerkelijk dat GroenLinks niet mee wil doen met een actie met partijen die relatief dichtbij staan qua visie, ondanks dat we het over bepaalde dingen niet eens zijn. Blijkbaar was dit vorig jaar geen probleem, want toen is er wel met SP samengewerkt. Zijn ze in een jaar zo uit elkaar gegroeid?

En juist een actie als dit was een kans om te laten zien dat we als linkse partijen ook samen kunnen werken – zoals rechtse partijen dat ook doen, ondanks dat ze het niet helemaal met elkaar eens zijn. Als we op links al niet kunnen samenwerken ondanks de relatief kleine verschillen, hoe moeten we dat dan ooit doen in een bredere coalitie?

Achteraf te horen dat we achter het doel van de manifestatie staan, voegt weinig toe. GroenLinks heeft de manifestatie met geen woord gesteund. Nog geen agenda-item op de website (behalve dan op die van de GroenLinks provincie Groningen) voor de GroenLinksers die er misschien wél in geïnteresseerd waren om te gaan.

Ik zou in de toekomst toch graag meer samenwerking zien op de linkervleugel. GroenLinks moet weer kiezen voor links en de illusie laten varen dat een brede coaltie een optie is. Wat mij betreft keert GroenLinks zich af van de coaltie en


donderdag, 1 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Mythes over Framing

In framing, groenlinks, politiek, algemeen, amerika, begrijpen, belasting, beleid, boodschap, en meer.

“Sinds de PVV in de Kamer is, is framing een hype in Den Haag” aldus Tofik Dibi in de laatste Helling. Maar wat is framing precies en gebruiken politieke partijen dit instrument wel slim? Hans de Bruijn analyseert in het boek Framing. Over de macht van taal in de politiek hoe Nederlandse politieke partijen hun argumenten framen. Het boek rekent af met een aantal hardnekkige mythes over framing.

De Bruijn ziet een frame als een inhoudelijke politieke boodschap. Het gebruik van deze boodschap leidt tot een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid. Kortom, een frame is een manier om de werkelijkheid te construeren en daarmee het debat te sturen. Een typisch staaltje framing is het gebruik van de term death tax door de Amerikaanse Republikeinen; door de belasting op erfenissen weer te geven als een belasting op sterven worden voorstanders van deze belasting in het defensief gedrongen.

Er heersen in een aantal hardnekkige mythes over framing: rechts zou beter in framing zijn dan links; je zou eenduidige frames moeten gebruiken; en je zou nooit in het frame van de ander mogen stappen. Zijn deze mythes waar?

Links is rationeel, rechts is emotioneel

“Door framing wek je met een bepaald woord een gevoel en een sfeer op zonder dat het overeen komt met de werkelijkheid.” aldus Tofik Dibi in De Helling. Framing zou een vorm van factfree politics zijn die alleen maar onderbuikgevoelens aanspreekt. En zoals Femke Halsema eerder stelde”het aanspreken van de overbuik [is] bij links traditioneel een probleem.” Links zit vol goede ideeën maar wint de verkiezingen niet omdat mensen bang worden gemaakt door framende PVV-spindokters. Het traditionele beeld is dus: rationele linkse politiek komt slechter aan dan de emotionele rechtse politiek.

Een goed frame heeft een aantal onderdelen, maar de twee belangrijkste zijn dat mensen het er niet mee oneens kunnen zijn en dat het een bepaalde maatschappelijke onderstroom raakt. Als je succesvol wil communiceren in de politiek moet je een waarheid raken en aansluiten bij de waarden van mensen. Dingen zeggen waarvan iedereen weet dat ze niet waar zijn, werkt niet. Framing is niet een foefje uit een trukendoos: een goed frame is opgebouwd vanuit je eigen waarden – waarden die resoneren bij kiezers.

Het is een mythe om te denken dat links in het algemeen slechter kan framen dan rechts. De SP heeft in het verleden heel succesvol campagne gevoerd op basis van framing. De boodschap ‘de zorg is geen markt’ is een links frame dat werkt. Niemand kan het ermee oneens zijn: de zorg kan toch nooit een markt zijn. Het sluit aan bij een maatschappelijke weerstand tegen marktwerking en waarden als zorgzaamheid en medemenselijkheid.

Maar ook GroenLinks kan goed framen: De Bruijn verwijst bijvoorbeeld naar een ijzersterke speech van Femke Halsema in Paradiso nu ruim anderhalfjaar geleden. Halsema schetst een tweesprong: we kunnen als rechts kiezen voor samenleving met rauwe economische tegenstellingen en harde culturele verschillen of voor een sociale, tolerante en groene samenleving, die zich richt op het welzijn van het individu. Dit is ook een frame. Het construeert een valse tegenstelling en duwt daarmee de tegenstander in het defensief: natuurlijk kiezen we allemaal voor de tolerante en groene samenleving en niet voor de tegenstellingen. Het sluit aan bij een gevoel dat we als samenleving de verkeerde kant op gaat.

Links en rechts framen allebei er is niets fundamenteel anders aan de boodschap van links die het haar onmogelijk maakt om succesvol te framen.

Keep it Simple Stupid

Consistentie zou de kern is van een goed frame zijn. Want als je consistent je eigen boodschap herhaalt dan blijft het hangen. Een frame is simpel en wordt versterkt door herhaling. In een frame zijn dingen zwart of wit, goed of fout, mooi of slecht.

Maar volgens de Bruijn kan ambiguiteit in je boodschap juist bindend werken. Hij illustreert dit met Obama’s speech A More Perfect Union. Deze speech gaat over de relatie tussen blank en zwart in Amerika. Obama stelt dat er een tegenstelling in Amerika is tussen blank en zwart. Zwarten zijn vanwege hun ras nog steeds achtergesteld. Deze tegenstelling kent geen winnaars: ook veel blanken hebben niet het gevoel dat ze vooruitkomen. Obama wil deze tegenstelling doorbreken. Hij kan dat als geen ander omdat Obama, de zoon is van een witte moeder en een zwarte vader. Obama doet dit niet alleen voor blank en zwart, maar ook voor Christen en seculier, en voor Westerling en Moslim in andere speeches. Obama’s ambigue profiel (blank en zwart, met Christelijke, Islamistische en seculiere wortels) zorgt ervoor dat hij als geen ander groepen kan verenigen met een verzoenend frame.

De Bruijn stelt dat GroenLinks als geen andere partij in Nederland een verzoenend en daarmee verenigend frame kan gebruiken. GroenLinks is een links-liberale partij. GroenLinks verenigt het gebrek aan overheidsbemoeienis van liberalisme, en de overheidsbemoeienis dat links kenmerkt. Het ambigue links-liberale frame is niet een probleem, omdat kiezers het niet begrijpen, maar kan juist verschillende groepen aanspreken. GroenLinks kan zo liberale en linkse kiezer allebei bedienen. GroenLinks kan overtuigend de tegenstelling tussen links en rechts overbruggen.

We moeten de kiezer niet onderschatten: het hoeft niet allemaal simpel. Een complex frame kan tegenstellingen overbruggen. Sommige politieke partijen kunnen zo inderdaad beide groepen binden: links en rechts, zwart en wit. Er valt hier wel iets op af te dingen: De Bruijn vergeet dat een partij die links en rechts probeert te verenigen, door links gezien kan worden als rechts en door rechts gezien kan worden als links. Een verbindend frame kan een winnend frame zijn, maar het kan ook gezien worden als vlees noch vis.

Stap nooit in het frame van een ander

Tofik Dibi bekent in De Helling dat hij zichzelf regelmatig betrapt op termen als importbruid, een typische PVV-term: “dat moet je dus nooit doen, want dan neem je het frame van een ander over”. Het doel van een frame is om je tegenstander in het defensief te dringen. Als je in het frame van een ander stapt, stap je dus in een situatie waarvan het doel is dat je ze verliest. GroenLinks diende een anti-anti-islamiseringsmotie in: het doel van het overheidsbeleid is niet om islamisering te bestrijden. Als GroenLinks de term islamisering gebruikt in de context van het wel of niet bestrijden ervan, dan erkent de partij dat islamisering een probleem is. Maar als ze vervolgens stelt dat dit probleem niet bestreden hoeft te worden, dan heeft de partij het debat bijvoorbaat al verloren.

En toch, De Bruijn stelt dat je soms gebruik kan maken van een frame van een ander. Je kan voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie pleiten door te verwijzen naar afhankelijkheid van Nederland van landen als Saoedi-Arabië. Energy independence noemen we dat. Je zegt: als je zoals Wilders vindt dat Islamistische dictaturen een probleem zijn moet je investeren in groene energie. Ik ben hier skeptisch over: je onderschrijft het probleem van de PVV. Je erkent dat islamistische dictaturen een probleem zijn. Moslims zijn eng en gevaarlijk daar moeten we niets mee te maken hebben. Je versterkt dus het meester-frame van de PVV. En daarnaast: de PVV gaat echt niet zeggen: “GroenLinks jullie hebben helemaal gelijk we, gaan jullie moties steunen voor subsidiemolens en subsidiepanelen”. De PVV zal zeggen: inderdaad Saoedische olie is eng. We moeten investeren in kernenergie dat aangedreven wordt door veilige Canadese uranium.

Wat De Bruijn wel correct stelt is dat je effectief met het frame van een ander kan omgaan door reframing: probeer het frame van een ander op zijn kop te zetten. Als D66 het CDA verwijt dat ze bevoogdend zijn omdat ze soft drugs willen verbieden, dan moet het CDA daartegenover stellen dat D66 onverschillig is ten opzichte van drugsverslaafden. Je gaat mee met het frame van een ander, daardoor raakt het uit balans en duw je het weg. Verbale aikido noemt De Bruijn dat. Politiek gaat in de kern niet om partijen die het met elkaar oneens zijn over beleid (ik ben voor softdrugs, jij bent tegen). Het gaat om partijen die heel andere visies hebben en daar heel andere frames aan koppelen (Wij van D66 stellen u in staat om zelf keuzes te maken; wij van het CDA zorgen voor u). Politici praten langs elkaar heen, omdat ze het over andere onderwerpen willen hebben, of over hetzelfde onderwerp maar vanuit een ander perspectief.

donderdag, 17 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

In kerk, politiek, religie, spiritualiteit, tolerantie, bijbel, cda, christenunie, duurzaamheid, en meer.

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


zondag, 13 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Paternalisme, Arbeid en Inkomen

In arbeid, inkomen, paternalisme, verdelende rechtvaardigheid, agenda, aow, armoede, belasting, bijstand, en meer.

In de bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten verschillende progressief-linkse auteurs voor een groen en links beschavingsproject. De overheid moet het debat aan gaan met burgers over wat het goede leven is. De auteurs, geleid door Dick Pels, willen hiermee een correctie aan brengen op de liberale koers die GroenLinks onder Femke Halsema heeft ingezet. Zij zou de moraal te veel hebben overgelaten aan het individu.

Het opvallende is dat waar het gaat om praktische politiek de voorstellen van Pels uitermate liberaal zijn en onderbouwd zijn met liberale argumenten. Dit zal ik illustreren aan de hand van het hoofdstuk “Werk, Sociale Zekerheid en Het Goede Leven” waarin Pels samen met Femke Roosma pleit voor het invoeren van een basisinkomen. Ze breken hiermee met de koers van Femke Halsema. Zij schrok in Vrijheid Eerlijk Delen, het stuk waarin ze haar sociaal-liberalisme praktisch uitwerkte, niet terug voor een paternalistische voorstel onderbouwd met paternalistische argumenten: iedereen moest werken omdat dat beter voor hen is. De centrale vraag is: hoe paternalistisch is het vrijzinnig paternalisme van Pels en hoe liberaal het sociaal-liberalisme van Halsema?

Liberalisme? Paternalisme?

Liberalisme houdt in dat de overheid strikt neutraal moet zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven. Alle liberalen vinden dat de overheid mensen moet beschermen tegen inbreuken op hun formele rechten. Links-liberalen vinden dat de overheid daarnaast de materiële voorwaarden voor ontplooiing eerlijk moet verdelen.

Paternalisten geloven dat de overheid niet neutraal mag blijven ten opzichte van ideeën van het goede leven. Burgers moeten de ‘juiste keuzes’ maken, omdat dat goed is voor burgers zelf. In essentie zeggen paternalisten: “de overheid weet beter dan mensen zelf hoe ze hun leven moeten inrichten.” Harde paternalisten willen dwang inzetten om mensen daartoe te zetten. Vrijzinnig paternalisme varieert op een van twee manieren op dit thema: ten eerste, omdat vrijzinnig paternalisten niet zeker weten wat het idee van het goede leven is. Zij werpen dit echter niet terug op het individu maar willen een maatschappelijk, democratisch debat over wat het goede leven is. Ten tweede, omdat vrijzinnig paternalisten mensen niet dwingen, maar duwtjes in de goede richting geven: mensen hebben het recht om de verkeerde keuzes te maken, maar ze worden gestimuleerd om de juiste keuze te maken.

De centrale assumptie van Roosma en Pels is dat ieder sociaal stelsel mensen stimuleert om hun leven op een bepaalde manier in te richten. De sociale zekerheid geeft altijd richting aan een idee van het goede leven.  En op dit moment ligt de focus op werk. Roosma en Pels willen door het basisinkomen te introduceren mensen een andere richting geven.

 

Een Vrijzinnig Paternalistisch Pleidooi voor het Basisinkomen

Een basisinkomen is een door de overheid gegarandeerd minimuminkomen dat iedereen krijgt onafhankelijk van of hij of zij werkt of niet. De beste manier om het uit te leggen is dat de AOW-gerechtigde leeftijd verlaagd wordt naar 18. Mensen kunnen daarnaast bijverdienen zoveel als ze willen, maar als ze door een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar ook bijvoorbeeld omdat ze willen zorgen voor hun familie, of gewoon omdat ze lui zijn, (tijdelijk) niet werken kunnen ze altijd rekenen op een inkomen.

De vrijzinnig paternalisten Pels en Roosma hebben een agenda voor het goede leven: dat goede leven bestaat uit een juiste balans tussen werk, vrije tijd, ontwikkeling en de zorg voor anderen. Het basisinkomen kan daarbij helpen omdat het ruimte biedt voor ontplooiing, zorg en scholing. Mensen kunnen de tijd nemen voor scholing, voor de opvoeding van hun kinderen, het verzorgen van hun ouders of zich richten op sport, kunst en wetenschap en toch een (minimum)inkomen hebben. Het kan voor mensen met een baan een manier zijn om arbeid en zorg beter te combineren. Voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt geeft het basisinkomen de vrijheid om slecht werk te weigeren. In de huidige arbeidsmarkt kunnen mensen eigenlijk slecht werk niet weigeren omdat ze dan hun inkomen verliezen.

Roosma en Pels vinden hun voorstel paternalistisch omdat het ervan uitgaat dat het legitiem is voor de overheid om zich het welzijn van mensen te bemoeien. Maar die bemoeienis is beperkt. In essentie verandert het basisinkomen de manier waarop we keuzes maken over werk en inkomen. Als mensen besluiten om niet te werken, is het alternatief nu geen inkomen, met het basisinkomen kunnen mensen rekenen op een vast inkomen. Maar voor Roosma en Pels is het basisinkomen niet alleen een financiële maatregel, het is een normatief signaal: de overheid wil dat mensen zich onthaasten. Het voorstel is volgens Roosma en Pels vrijzinnig omdat er geen belemmeringen zijn om slechte keuzes te maken.

 

Het Basisinkomen langs een Vrijzinnige Maatlat

De kern van het betoog van Roosma en Pels is keuzevrijheid. Roosma en Pels willen mensen vrijmaken van arbeidsdwang. Het basisinkomen dwingt niemand om te werken, voor hun kinderen te zorgen of tijd te nemen voor scholing en ontspanning. Het maakt al deze keuzes serieuze opties. Dit gaat uit van een rijker begrip van dwang. Je kan stellen dat de overheid mensen alleen maar dwingt iets te doen, als mensen die zich niet aan de opdracht van de overheid houden, strafrechtelijk vervolgd worden. De overheid dwingt mensen om belasting te betalen: doen we dat niet dan kunnen we worden opgepakt. Je kunt stellen, dat een verzorgingsstaat en de vrije markt op een andere manier dwingt: het wel of niet verkrijgen van een inkomen is daar het beste voorbeeld van. De huidige verzorgingsstaat en arbeidsmarkt dwingen mensen om te werken. Als mensen niet werken, dan hebben ze geen inkomen, en zijn ze veroordeeld tot honger en armoede. In puur formele zin, bestaat de vrije keuze om niet te werken wel, maar is dat geen reële keuze. Mensen moeten werken want anders kunnen ze niet in hun basisbehoeften voorzien. Dat is in mijn ogen ook een vorm van dwang. Door een inkomen te verzekeren heft het basisinkomen deze vorm van dwang op. Het maakt daarmee allerlei opties reëel die slechts formeel bestonden. Mensen kunnen nu besluiten om zich helemaal te richten op de zorg voor hun kind, zonder zich zorgen te maken over de huur. In de kern vergroot het basisinkomen de reële keuzevrijheid van mensen.

Het basisinkomen is vooral goed voor mensen met weinig inkomen: mensen met weinig spaargeld, mensen die net rond komen, zij zitten nu een tredmolen van werk, werk, werk. Ze kunnen niet terugvallen op spaargeld of verlofregelingen als ze uit die tredmolen willen stappen. Als ze het niet redden komen ze in de WW of de bijstand. Deze regelingen gaan uit van het principe van reciprociteit, voor een uitkering staat een tegenprestatie: in de WW moet je solliciteren en dat werk accepteren en in de bijstand geldt steeds meer het principe van work first. Mensen mogen niet uit hun werkritme vallen, want anders komen ze nooit meer aan het werk. Het basisinkomen biedt de zwaksten op de arbeidsmarkt volgens Pels en Roosma meer bestaanszekerheid, maar vooral ook meer keuzevrijheid en grotere autonomie, zonder dat daar de verplichting van een tegenprestatie tegenover staat.

Het basisinkomen kan positieve maatschappelijke gevolgen hebben: onthaasting,meer  tijd voor het gezin, meer ruimte voor scholing, meer actieve beoefening van kunst, sport en wetenschap en beter werk voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar dit gebeurt niet door het principe van dwang, maar door het principe van vrije keuze. Het basisinkomen kan dit gevolg alleen hebben als we uitgaan van een sociaal-liberaal vertrouwen in mensen: als mensen in vrijheid keuzes maken dan zullen dat de juiste keuzes zijn. Vrije mensen kiezen voor zorg, kunst, scholing en onthaasting. Als je mensen vrij maakt dan zullen ze niet kiezen voor niets doen, niet voor televisie, drank en drugs om de verveling door te komen. Mensen zijn van nature geneigd tot ‘het goede’ alleen de samenleving dwingt mensen nu om verkeerde keuze te maken.

Paternalisme (met of zonder bijvoeglijke bepalingen) kunnen we niet bij Roosma en Pels aantreffen: de overheid weet niet beter hoe mensen hun leven moeten inrichten. Als je mensen de vrijheid geeft, dan maken ze de goede keuze. De overheid dwingt mensen nu de verkeerde keuze te maken, door eenzijdig de nadruk te leggen op werk.

 

Een Paternalistisch Pleidooi voor Werk

Ik kan me op het gebied van werk en inkomen wel paternalistischere voorstellen bedenken dan het basisinkomen. Je zou je kunnen voorstellen dat iedereen na een jaar werkloosheid een baan krijgt aangeboden en als ze die niet aannemen de uitkering dan wordt gestopt. Je zou dat kunnen doen omdat je vindt dat mensen economisch zelfstandig moeten zijn, omdat werk goed voor ze is, of omdat je vindt dat niemand uitgesloten mag worden van de voordelen van werk. Dat is de kern van Vrijheid Eerlijk Delen van Halsema. Ik heb al eerder laten zien dat dat voorstel veel dingen is, maar niet liberaal. Roosma en Pels geven de argumenten voor Vrijheid Eerlijk Delen goed weer: de verdedigers hiervan stelden dat mensen niet het recht hebben om geen deel uit te maken van de samenleving. Die deelname maakt ons tot betere mensen. Meedoen is goed voor je. Je onttrekken aan de samenleving is slecht. En een betaalde baan is het hoogste goed. Hiermee sluit Halsema naadloos aan bij het huidige denken over de arbeidsmarkt: iedereen moet (mee) werken. Vrijheid Eerlijk Delen was in de kern een paternalistisch voorstel, waarbij Halsema beter wist wat goed voor mensen was dan de mensen zelf. Neem vrouwen die besluiten om niet te werken als hun kinderen jong zijn. Die keuze hebben vrouwen nu omdat er uitzonderingen zijn in de bijstand voor vrouwen met jonge kinderen. Halsema vond dat vrouwen hiermee hun eigen toekomst op het spel zetten. Door die vrouwen toe te staan te zorgen slaat de overheid een gat in hun CV, waardoor ze als hun kinderen groot zijn, geen werk meer kunnen vinden. Ze missen dan de werkervaring, het werkritme en de opleiding om weer aan de slag te komen. De overheid moet vrouwen behoeden voor de verkeerde keuzes.

 

Liberalisme, Paternalisme en het Basisinkomen

De discussie binnen GroenLinks over Vrijheid Eerlijk Delen ging inderdaad langs de lijnen van liberalen versus gemeenschapsgezinden. Hierbij stond de vraag of mensen moesten werken niet ter discussie: liberaal Halsema en de vakbondsvleugel waren het daarover eens. Halsema was liberaal omdat ze voor het stimuleren van de werkgelegenheid liberale middelen wilde inzetten als ontslagrechtversoepeling. De gemeenschapsgezinden paternalistisch omdat ze mensen wilden beschermen tegen precair werk.

De paternalistische assumpties van het betoog van Halsema zijn slechts door enkelen benoemd. Door te werken ontplooien mensen zich, als mensen beslissen om niet te werken maken ze een ernstige vergissing, waartegen de overheid hen met dwang en drang moet behoeden. Het is opvallend dat het juist Pels, die de liberale koers van Halsema in vrijzinnig paternalistische richting wil bijsturen, het voorstel doet voor het basisinkomen. Dit zou een ontspannen samenleving stimuleren. Maar let wel: een basisinkomen doet dit via de band van vrijwilligheid: als we mensen bevrijden van een door de markt en overheid aangemoedigde arbeidsdwang dan zullen ze de ‘juiste’ keuze maken voor zorg, ontspanning, ontwikkeling en kunst.

Hun voorstel helt wel door naar de vrijzinnigheid en neemt grote afstand van het paternalisme: het basisinkomen vergroot de reële keuzevrijheid van mensen, en in vrijheid zullen ze de juiste keuzes maken. Ik ben, als links-libertair, een groot voorstander van het basisinkomen. Nu de paternalisten van de traditie Halsema nog.

dinsdag, 8 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Vrijzinnig Paternalisme onder de loep

In groenlinks, liberalisme, paternalisme, politiek, politieke filosofie, agenda, belangrijk, betalen, bundel, en meer.

In hun bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten vijftien denkers voor een herontdekking van het paternalisme door progressief-linkse partijen als GroenLinks. Door het paternalisme vrijzinnig in te vullen kunnen individuele vrijheid en onze collectieve belangen met elkaar verenigd worden. De redacteuren Pels en Van Dijk stellen zo wijziging voor op de liberale koers van Femke Halsema. Het boek mist echter een heldere gedeelde notie van Vrijzinnig Paternalisme. Pels en Van Dijk definieren zelf drie vormen van vrijzinnig paternalisme maar een groot deel van de bijdrages hanteren niet een van deze drie definities van vrijzinnig paternalisme.

Ik definieer in navolging van Claassen paternalisme als het gebruik van overheidsingrijpen die erop gericht zijn om mensen te dwingen iets te doen omdat het in hun eigen belang is. Mensen moeten gestimuleerd worden om de juist keuze maken voor zichzelf. In het klassieke paternalisme behandelt de overheid haar burgers als een ouder zijn kinderen behandelt: hij dwingt ze voor hun eigen bestwil hun boontjes op te eten. De ouder weet het beter. In een strict liberaal perspectief zijn er twee gronden om op te treden: in de eerste plaats als mensen niet autonoom zijn. Kinderen zijn een kernvoorbeeld van niet-autonome wezens. Paternalisme is dan volgens liberalen als Claassen gerechtvaardigd. De tweede reden om als overheid in te grijpen is om de vrijheid van anderen te beschermen: dan is er geen sprake van paternalisme, maar van overheidsingrijpen ten bate van een derde partij. Als je vader voorkomt dat je je broertje stompt is dat geen paternalisme: hij doet het niet ten bate van jou, maar ten bate van je broertje.

Vrijzinnig paternalisme varieert op dit thema. De auteurs stellen drie manieren voor waarop het paternalisme vrijzinnig kan worden ingevuld.

  1. nudges. In navolging van het concept van libertarian paternalism van Sunstein en Thaler pleiten de auteurs ervoor mensen door nudges te stimuleren om de juiste keuze te maken. Een nudge is een aanpassing van de manier waarop keuzes gepresenteerd worden. In tegenstelling tot klassiek paternalisme is er geen sprake van dwang. Sunstein en Thaler gaan ervanuit dat mensen niet rationeel beslissen. Marktwerking is geen instrument dat past bij Sunstein en Thaler.
  2. Je kan de overheid vervangen door de democratische gemeenschap. Hun paternalisme is vrijzinnig omdat wat “de juiste keuze” is, open is voor democratische deliberatie. In hun bijdrage pleiten Swierstra en Tonkens ervoor om mensen te binden aan normen die door democratische deliberatie zijn vastgesteld.
  3. Je kan “omdat het in hun eigen belang is” ook vervangen door “wat noodzakelijk is om autonoom in een open samenleving te functioneren” Mensen worden niet als autonome wezens geboren, maar moeten worden opgevoed om zelf-sturend te zijn. Kinderen moeten opgevoed tot burgers. Ik heb dit paternalisme omwille van het liberalisme genoemd.

De simpele vraag die ik hier wil beantwoorden is of de overige tien bijdragen behoren tot een van deze drie varianten van vrijzinnig paternalisme. Is er sprake van overheidsingrijpen dat erop gericht is mensen te dwingen dan wel te nudgen om in hun eigen belangte handelen, waarbij dat eigen belang al dan niet democratisch is gedefinieerd dan wel noodzakelijk is voor autonomie.  Ik zal hier kort de bijdragen doornemen. Hiermee doe ik altijd de complexiteit van de bijdrage tekort, maar de grote lijn is vaak genoeg voor deze toets.

Hoe vrijzinnig paternalistisch zijn de bijdragen?

De eerste bijdrage is van Ganzevoort. Hij schrijft over de vrijheid van godsdienst en in het bijzonder die gevallen waarin we de vrijheid van godsdienst willen beperken ten bate van minderheden binnen religieuze minderheden. Bijvoorbeeld: mogen gereformeerde scholen homoseksuelen weigeren als docent? Het kan hier dus in geen geval gaan om vrijzinnig paternalisme. Het gaat hier om overheidsingrijpen ten bate van een derde groep: de vrijheid van gereformeerde scholen wordt beperkt, niet in hun eigen belang maar in het belang van homoseksuelen in gereformeerde kring.

De tweede bijdrage betreft prostitutie. Hierin pleiten Pels en Lacroix voor de recriminalisering van pooierij. Het moet verboden worden voor derden om seksuele diensten van anderen aan te bieden voor geld. Pels en Lacroix willen zelfstandige prostituees toestaan maar prostituees als werknemer niet. Zij zien te veel misbruik, dwang en mensenhandel in de vrije prostitutiesector. Wederom gaat het hier om overheidsingrijpen ten bate van een derde groep, in dit geval vrouwen; zij worden beschermd tegen pooiers.

De derde bijdrage van de hand van Van Dijk betreft het bestrijden van overgewicht. Zij pleit er onder anderen voor om mensen beter te informeren over wat ze eten, en om gezond voedsel goedkoper te maken ten opzichte van ongezond voedsel. Dit doet ze om obesitas te bestrijden. Deze ingrepen kan je verdedigen op paternalistische gronden. Maar het prijsmechanisme is een instrument dat Thaler en Sunstein juist niet onder libertair paternalisme vatten, het prijsmechanisme gaat uit van mensen als rationele actoren. Je kan, zoals ik eerder heb gedaan, het prijsmechanisme juist ook verdedigen zonder terug te vallen in paternalisme. Zoals Van Dijk zelf laat zien in haar hoofdstuk hebben mensen met overgewicht meer zorgkosten. Die worden nu deels gecollectiviseerd door ons verzekeringsstelsel, je kan deze kosten ook privatiseren door ze in de prijs te verrekenen.

Meijers en Smithuijsen pleiten voor het verheffingsideaal in de kunsten, Wiersma pleit voor het verheffingsideaal in de publieke omroep. We betalen allemaal voor deze culturele sectoren. De auteurs vinden dat deze sectoren verantwoord moeten programmeren: kunst kan bijdragen aan een zelf- en maatschappijkritische houding, de publieke omroep de plek moet zijn waar het publieke debat wordt gevoerd. Zeker, het pleidooi van Meijers en Smithuijsen sluit goed aan bij de notie van paternalisme om wille van het liberalisme: kunst is bevrijdend. Echter het is in de kern niet paternalistisch: niemand wordt gedwongen om naar het museum te gaan of naar de publieke omroep te kijken. Mensen hebben die mogelijkheid maar niet de verplichting. In strikte zin is het niet paternalistisch. We moeten we er wel aan bijdragen via de belastingen, of we er nu gebruik van maken of niet. Dat is misschien onrechtvaardig, maar niet paternalistisch.

Eikelenboom wil van ouders meer betrekken bij de ontwikkeling van hun kinderen: hen versterken bij het opvoeden van kinderen. En dat is natuurlijk een typisch geval van een situatie waarbij een derde betrokken is. Ouders moeten betere ouders gemaakt worden voor hun kind. Dat is dus geen paternalisme, want er is een derde partij bij betrokken.

Van der Lans, die al bijna twee decennia pleit voor een linkse heruitvinding van paternalisme, heeft een rijke bijdrage. Ik wil op een voorstel van hem bijzonder inzoomen: de eigen krachtconferenties. Dit is een nieuwe invulling van het maatschappelijk werk dat de focus verlegt van professionals naar burgers. Als er sprake is van een opvoedingsprobleem (losgeslagen kinderen, murw geslagen ouderen) dan moet normaal het maatschappelijk werk ingrijpen. Van der Lans pleit voor eigen krachtconferenties: de omgeving van het kind zelf, onder leiding van een speciaal getrainde leek (geen professional) gaat samen opzoek naar een oplossing. Het gaat hier weer om kinderen, dus in die zin is er geen sprake van paternalisme dat een probleem is voor liberalen. Er zijn duidelijk vrijzinnige aspecten: de eigen krachtconferenties gaan in de kern om mensen zelfredzaam maken (‘samenredzaam’ in de woorden van Pieter Hilhorst) en daarnaast staat sociale deliberatie over wat wel en niet acceptabel gedrag is centraal. Echter een belangrijk aspect van paternalisme mist: door de nadruk te leggen op de sociale omgeving van een kind, is er geen sprake van overheidsdwang. En dus in de strikte zin van wat hierboven is geponeerd geen paternalisme. Maar dat is misschien wel wat retorisch.

Over het stuk van Roosma en Pels heb ik een uitgebreider stuk geschreven: dat zicht kort laat samen vatten als ”het voorstel van Roosma en Pels om een basisinkomen in te voeren is geen nudge (want een financiele maatregel die uit gaat van economische rationaliteit), het gaat niet uit van een ideaal van het goede leven (sterker nog het is een manier om mensen zelf in staat te stellen om te kiezen hoe ze hun leven willen vorm geven) en mensen leren er niet beter van hoe ze moeten omgaan met vrijheid.”

Eickhout en Thomas pleiten in hun bijdrage voor klimaatpaternalisme. Mensen moeten gedwongen worden om hun huis te isoleren. Goed voor hun eigen bankrekening, maar bovenal is het goed voor toekomstige generaties. De reden dat we klimaatpolitiek bedrijven is toch vooral omdat we verantwoordelijkheid willen nemen voor toekomstige generaties. En daarmee is het voorstel in de kern niet paternalistisch: de bijdrage aan de bankrekening van burgers is leuk maar de overheid grijp in omdat ze derden wil beschermen.

Ten slotte de bijdrage van Verbeek. Hij richt zich op de mogelijkheid om techniek in te zetten om mensen te stimuleren zich aan de regels te houden. Een automatische snelheidsbegrenzer in een auto bijvoorbeeld die mensen dwingt om zich aan de maximumsnelheid te houden. Vader Staat delegeert zijn paternalistische taken naar technische middelen. Het gaat hier vaak om paternalistisch ingrijpen en vaak om vrijzinnig paternalisme omdat er ook nudge-achtige middelen tussen zitten, zoals een auto die vervelend piept als je rijdt maar niet bent ingeriemd.

 Conclusie

Zijn alle bijdragen in de bundel vrijzinnig paternalisme vrijzinnig paternalistisch? Nee, ze voldoen lang niet allemaal aan de kenmerken hiervan.

  • Verbeek’s voorstel om mensen met techniek te stimuleren aan verkeersregels te voldoet is een echte nudge. En Van Dijk’s pleidooi om de prijs gezond en ongezond eten met elkaar in balans te brengen zijn vrijzinnig paternalistisch omdat het keuze laat bestaan maar de juiste keuze stimuleert (zij het niet met een nudge).
  • In het geval van Van der Lans en Eikelenboom gaat het paternalisme in het onderwijs en de opvoedingsondersteuning. Van der Lans die de nadruk legt op samenredzame gemeenschappen geeft hier een vrijzinnige draai aan. Maar zeker in het geval van Eikelenboom gaat het om het welzijn van het kind waar ouders beter voor moeten zorgen.
  • Wiersma, Meijers en Smithuijsen komen dichtbij het ideaal van paternalisme omwille van het liberalisme: de publieke omroep en de kunsten dragen bij aan die dingen die we nodig hebben om een goed burger te zijn. Echter hier wordt niemand gedwongen of ook maar genudged. De mogelijkheid wordt geboden. Wat de bundel opvallend genoeg mist is een bijdrage over de gevolgen van vrijzinnig paternalisme voor onderwijs. Het onderwijs is de manier om (jonge) mensen een bepaald beschavings aan te leren. De bundel van S&D, het blad van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, over verheffing ging hier juist uitgebreid op in.
  • In veel gevallen is er wel sprake van dwang maar niet van paternalisme omdat er een derde groep is: Eickhout en Thomas laten ons isoleren vanwege toekomstige generaties,  Pels en Lacroix willen pooierij verbieden om prostituees te bevrijden van seksuele slavernij. Ganzevoort wil religieuze gemeenschappen stimuleren om oog te hebben voor hun minderheden.

Vrijzinnig paternalisme laat zich niet vatten in een definitie, maar heeft drie varianten. Een groot deel van de bijdrages in het boek past niet in een van deze drie varianten. Het is een diverse bundel, vol rijke bijdragen, maar het mist een heldere overkoepelende agenda.

zaterdag, 22 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Redactioneel: Vruchtbare inspiratiebronnen voor linkse politiek

In politiek, religie, duurzaamheid, gerechtigheid, groenlinks, kerk, linker wang, spiritualiteit, vrede, en meer.

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het oktobernummer dat onlangs verscheen. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl  

Tijdens een ‘verbale bokswedstrijd’ konden GroenLinksers de stelling verdedigen dat hun partij aanleunt tegen D66 of juist verwantschap toont met de SP. ‘Discussie in de tent’ heette het partijweekend waar dit debat enkele jaren geleden plaatsvond. De ludieke strijd was leuk maar riep ook een vraag op: missen we nu niet de kern?

Wie redeneert op een platte politieke as van A naar B vergeet dat er meerdere dimensies zijn, terwijl GroenLinks zich juist kenmerkt door vergezichten en diepere dimensies. Uitgesproken personen, vaak vrouwen en migranten, zetten de toon. Godsdienstcritici en religieus betrokkenen trekken samen op. Wat bindt is de droom van een betere wereld.

Vrijzinnigheid en liberalisme passen bij GroenLinks maar niet als diepste motor. De identiteit van GroenLinks hangt samen met een houding die gericht is op een solidaire, duurzame en vreedzame maatschappij. Hiervoor gepassioneerd zijn om vanuit idealen invloed uit te kunnen oefenen.

In dit nummer van De Linker Wang benadrukt Jolande Sap dat de ideeën van GroenLinks rond WW en ontslagrecht juist sociaal gemotiveerd zijn (pagina 4-6). Ze verdedigt dezelfde maatregelen als Halsema maar de toon is anders. ‘Dat sommigen ons voorstel als té liberaal hebben betiteld, mag opmerkelijk heten,’ zegt Sap.

En over godsdienstvrijheid zegt ze, in navolging van Halsema: ‘Wij maken ons sterk voor geloofsbeleving op eigen voorwaarden en staan pal voor het individuele recht om het eigen geloof te belijden. Tegelijkertijd verzetten we ons tegen gewetensdwang en extremisme uit naam van religie. Het eigene van GroenLinks is dat we voor de beide kanten van dezelfde munt evenveel aandacht hebben.’

De uitdaging voor GroenLinks is om dit evenwichtige standpunt aan te vullen met de boodschap dat levensbeschouwingen – inclusief ‘gelovige tradities’ zoals John Veldman dat verwoordt op pagina 24 – maatschappelijk vruchtbare inspiratiebronnen zijn. Religie en spiritualiteit overstijgen de persoonlijke levenssfeer en kunnen een bondgenoot zijn van progressieve politiek. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat kerkgenootschappen wereldwijd kritisch met regeringen meedenken om geweld zoveel mogelijk te voorkomen (pagina 8-9) en uit de manier waarop Sid Bachrach de joodse geloofstraditie interpreteert en praktiseert (pagina 10-11).

Na twintig jaar wil De Linker Wang dit verhaal over inspiratie, religie en politiek blijven vertellen. Dat vraagt om vernieuwing die onder meer tot uitdrukking komt in de vormgeving van dit tijdschrift. Vormgever Max Prins, die ook de opmaak verzorgt, heeft De Linker Wang een nieuwe jas gegeven die goed past maar voor sommige lezers misschien nog wat onwennig aanvoelt. Laat dit dan vooral onwennigheid zijn die mensen kunnen ervaren als zij zich door de toekomst laten aanspreken. 

Theo Brand, eindredacteur.


vrijdag, 23 september 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Bühnebeesten

In politiek, algemene beschouwingen, apb, bedrijspoedel, blok, cabaret, cda, christenunie, coalitie, en meer.

Om te openen met de gevleugelde woorden van CDA sjacheraar Verhagen, wat was het gisteren weer een ‘feest van democratie’. De ene na de andere oneliner, belediging of metafoor  werd via de camara’s van (NOS’) Politiek24 de wereld ingeslingerd. Job Cohen is een poedel, Geert Wilders een kleuter. De kleuter mopperde iets over de maoïstische handjes van de SP, en de stekker die er bij mevrouw Sap waarschijnlijk niet inzat. Dat laatste weer naar aanleiding van een potsierlijke demonstratie ‘stekker uit het stopcontact trekken’ van de voortrekster van GroenLinks. Als kers op de taart moest premier Mark Rutte van Geert Wilders ’s effe normaal doen, en vice versa. Algemene Politieke Beschouwingen op hun sjiekst.

Hoewel de grote verontwaardiging zich gisteren enkel op Geert Wilders richtte, nadat hij twee dagen zonder ook maar een greintje respect de voltallige Tweede Kamer en het kabinet tegen zich in het harnas wist te schelden, is hij niet alleen geweest in het larderen van de Algemene Beschouwingen met stukjes cabaret en snedig bedoelde spitsvondigheid. Ook de oppositiepartijen waren niet vies van een sneer links of rechts. En los van de vraag of dat wel of niet fatsoenlijk is, dringt zich bij mij de vraag op, hoe lang al die fractievoorzitters daarover nagedacht hebben, voor de derde woensdag van september.

Want er zal toch wel overleg geweest zijn over de stekkerdoos van Sap? Sterker nog, er zal iemand aangesteld zijn om het metaforische apparaat op tijd de Tweede Kamer in te smokkelen. En er zal toch iemand voor aanvang van zijn spreektijd, Job Cohen een briefje hebben toegefrommeld met het prachtige verhaaltje over de kleuter die niet naar school wil, maar onvermijdelijk toch het klaslokaal betreedt. En er zal toch een avondje meligheid met Fleur Agema en Martin Bosman voorafgegaan zijn aan de cabareteske tirade en scheldkannonade van blonde Geert… Prachtig uitgedokterde verhaaltjes, klaar voor de politieke bühne.

Mark Rutte heeft zijn Miljoennota zonder al te veel commotie door de Tweede Kamer heen gebabbeld. Tussendoor vooral veel verbaal vuurwerk, gevolgd door verontwaardiging. En tijdens die twee dagen hielden de heren en dames fractievoorzitters zich keurig aan het vooraf bedachte imago. Emile Roemer speelde de vermoorde onschuld, die bijna omviel van smart over de ruwe omgangsvormen tijdens het debat. Alexander Pechtold speelde de advocaat van de duivel door Koppejan en Ferrier (de twee dissidenten binnen de fractie van CDA) fijntjes te vragen of wat extra ontwikkelingshulp en een Zeeuwse polder het waard waren deze gedoogconstructie te steunen. Geert Wilders speelde de treiterende pestkop, en vervolgens het grote slachtoffer, omdat niemand boos werd als hij voor xenofoob (waar zou dat toch vandaan komen?) werd uitgescholden. Ondertussen gebeurde er op de inhoud weinig spectaculairs.

Na twee dagen Algemeen Beschouwen, is het weer duidelijk waar politiek volgens de media om draait. En de politici passen hun optreden hier keurig op aan. De inhoud van de Beschouwingen heb ik alleen op Politiek24 kunnen zien. In de journaals en opiniërende programma’s kwam enkel cabaret en ruzie terug. Heel Nederland kon ze bekijken; de zorgvuldig geregisseerde imago’s van de fractievoorzitters. Allemaal aapjes op de politieke bühne.


maandag, 19 september 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Vluchten kan niet meer......

"Vluchten kan niet meer

Ik zou niet weten hoe

Vluchten kan niet meer

Ik zou niet weten waar naar toe

Hoe ver moet ik aan?"

 

Eén van de mooiste liedjes die Harry Bannink en Annie MG ooit schreven, gezongen door Jenny Arean en Frans Halsema. De melancholische melodie zit deze dagen steeds in mijn hoofd en ik associeer de woorden met de deprimerende herrie van de vliegbasis Leeuwarden, het afscheid van een goede vriendin en de onrust in de wereld.

 

Dit blog schreef ik toen ik uit Bitgum vluchtte vanwege de open dagen van de luchtmacht. Er leek wel een miljoen mensen op af te komen; het verkeer zat al helemaal muurvast op het vroege uur dat ik vertrok. Ik twitterde: 'vluchten kan niet meer' maar ik doelde maar ten dele op de vliegshow.

De uitbundigheid van en bewondering voor deze vertoning paste nog minder dan anders bij mijn stemming. In mijn hoofd nog flarden van gesprekken en herinneringen aan de uitvaart. Ze tuimelden over elkaar heen als foto's die uit een kast op de grond gevallen zijn. Vooral dat beeld van een roofvogel die opvloog van het veld achter de aula toen haar kist werd weggedragen, het gevoel van saamhorigheid.

Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waar
Schuilen kan nog wel, heel dicht bij elkaar”.

 

Het vluchten-kan-niet-meer was overal aanwezig deze week. In mijn persoonlijke belevenissen, maar ook in de miljoenen-nota en die andere geldkwesties, de situatie in Griekenland en het uiterst moeizame pensioenakkoord. Net zo goed als het verlies van een dierbare je raakt in je eigen leefwereld, raken de financiële problemen in het ene land aan het leven in het andere land. Omdat de banken en beurzen daarin de hoofdrolspelers zijn, raken ook de pensioenfondsen besmet.

Vluchten kan niet meer

In zaken of werk, of in discipline
In status en auto en geldverdienen
Hoever moet je gaan?”

 

Een ondertiteling van het lied zou kunnen zijn: alles in dit universum hangt samen.

Dat is een eeuwenoude wetmatigheid, maar het lijkt me dat het in dit tijdsgewricht onze opdracht is om die onderlinge samenhang te leven. Anderen de schuld geven van de enorme financiële disbalans of andere 'schuld' buiten ons zelf plaatsen - uit-projecteren -, zaken voor je uit schuiven of het uit-stoten van landen of volken; het biedt geen soelaas meer.

We zullen het met elkaar moeten rooien. Brechtje van der Haak maakte daarover voor de VPRO de uitstekende documentaire 'Metamorfose van een crisis'.

 

Niet alleen kàn vluchten niet meer, het is ook niet aan de orde. Er is werk te doen. In het Aftermath Network gebeurt dat in de vorm van een denktank, maar ook op de vele pleinen in Europa wordt nog altijd gepraat en gezocht naar allerlei vormen van samenwerking. Ik vind in de media bitter weinig terug over experimenten, wereldwijd, met als doel andere invalshoeken te vinden om het leven op onze planeet een nieuwe wending te geven. Maar gelukkig is er het world wide web, dat ons constant overal over informeert. We kunnen behalve met onze familie en buren, nu met iedereen over de hele wereld contact maken. Dat biedt ook een vorm van schuilen bij elkaar.

Zo ver kunnen we nu gaan, laten we dat dan ook doen, want wij zijn aan zet.

Vluchten-kan-niet-meer blijft een mooi liedje om te neuriën terwijl we stappen zetten op ons nieuwe pad van vluchten-hòeft-niet-meer. Dat vond mijn vriendin ook.

Voor mij een extra aanmoediging om dat te leven.

 

Ineke M. Verdoner

 

Lied: vluchten kan niet meer

Uitzending gemist: Metamorfose van een Crisis

dinsdag, 6 september 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR Blogreacties: Frank Pels

De Dijkgraaf is integer, maar heeft de schijn tegen

In weblog, dijkgraaf, femke halsema, henk tiesinga, integriteit, politiek, zuiderzeeland, de koepel, eerste, en meer.

Henk Tiesinga

Gisteravond is het onderzoeksrapport naar de integriteit van Dijkgraaf Henk Tiesinga openbaar geworden. De dijkgraaf kwam afgelopen zomer in opspraak nadat commotie ontstond over zijn nevenfunctie als voorzitter van de Koepel windenergie Noordoostpolder. Omdat deze koepel een windpark wil realiseren waarvoor vergunningen nodig zijn van het waterschap lijkt er een tegengesteld belang te zijn ontstaan.

In opdracht van de Algemene Vergadering van het Waterschap Zuiderzeeland heeft WagenaarHoes een onderzoek verricht naar de vermeende belangenverstrengeling van de dijkgraaf en pleit hem op alle punten vrij: “Wij hebben geen aanwijzingen gevonden van niet-integer handelen door de dijkgraaf in relatie tot het windpark Noordoostpolder. Van belangenverstrengeling is geen sprake geweest.”

Wel stelt het rapport (de samenvatting -pdf) dat: “de deelname van de heer Tiesinga aan de stuurgroep en de overleggen bij EZ in de publieke beeldvorming bijgedragen aan de schijn van belangenverstrengeling.”

De Algemene Vergadering heeft haar steun aan de dijkgraaf uitgesproken en daarmee is de kous in politieke zin af lijkt me. Toch blijft er wel iets knagen.

Als bestuurder in het Openbaar Bestuur en als politicus moet je jezelf nog nadrukkelijker bewust zijn van je integriteit en de mogelijke schijn van belangenverstrengeling. Zelfs als vaststaat dat er niets aan de hand was (zoals het rapport van WagenaarHoes nu stelt bij de dijkgraaf) zal er altijd ‘iets’ blijven hangen. Veel mensen zullen toch denken ‘waar rook is, is vuur’ hoewel daar geen aanleiding voor hoeft te zijn. Dat is schadelijk. In de eerste plaats voor de betrokken personen, in de tweede plaats voor de organisatie die hij/zij vertegenwoordigd en in algemenere zin is het schadelijk voor het vertrouwen in de overheid en politiek bestuur.

Dat een organisatie na het uitkomen van een rapport dat de betrokkene vrijpleit snel wil overgaan tot de orde van de dag (‘niets aan de hand’) kan ik me voorstellen. Maar de vraag of dit verstandig is uit oogpunt van ‘het vertrouwen in de overheid’ kan hierbij wel worden gesteld.

Zelf ben ik van mening dat je als politiek ambtsdrager, ook als er feitelijk niets aan de hand is, diep door het stof moet als je integriteit in opspraak is geraakt. Want er is altijd een oorzaak die aanleiding geeft tot de ophef en die had je moeten (proberen te) vermijden. Of je daarna nog geloofwaardig bent moet van geval tot geval bekeken worden. Maar ik vrees dat het maatschappelijk gevoel van vertrouwen meestal geschaad is en dat dit het functioneren en bovenal de geloofwaardigheid niet ten goede komt.

Laat ik mijn oud-partijleider Femke Halsema tijdens een spoeddebat afgelopen november over de integriteit van Kamerleden citeren: “Ik blijf bij de opvatting dat Kamerleden in opspraak kunnen raken en dat daarmee een serieus probleem voor de geloofwaardigheid van de politiek ontstaat. Dat probleem is er niet pas nadat de rechter een oordeel heeft uitgesproken.”

Naar mijn opvatting geldt dit niet alleen voor Kamerleden, maar voor alle publiek-politieke ambtsdragers.

Functioneren in het openbaar bestuur en politieke gremia maken dat je handelen extra onder een vergrootglas ligt van de maatschappij. Dat is ook goed, maar vraagt dat je vrijwel doorlopend je eigen handelen blijft toetsen op integriteit. Dit maakt het leven er niet makkelijker op, dat ervaar ikzelf dagelijks bij het toetsen van mijn eigen handelen. Toch denk ik wel dat het noodzakelijk is.

zaterdag, 6 augustus 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Hebben GroenLinksers (te) veel vertrouwen in andere mensen?

In vertrouwen, mariko peters, medemens, groenlinks, algemeen, controle, de, de volkskrant, eerste, en meer.
De kwesties rondom GroenLinks-kamerlid Mariko Peters die de afgelopen dagen naar boven zijn gekomen, brengen pijnlijke affaires uit het verleden van de partij terug in het geheugen. Zelfs als er van de beweringen in HP/De Tijd en De Volkskrant geen jota zou kloppen en het hele gedoe niets meer is dan een smeercampagne, is het de vraag of de gesloten, afwijzende reactie van de partij de beste (media)strategie is. 

In dit verband is op Twitter wel verwezen naar de uitspraken van oud-fractieleider Halsema over de integriteit van Kamerleden. Zij stelde dat het voor “het goed functioneren van een Kamerlid”, niet alleen geldt, “of je wel of niet strafrechtelijk veroordeeld bent.” Alleen maar verklaren dat je onschuldig bent, zoals Peters deed, lijkt in dit licht onvoldoende. Echter, Halsema zei één zin later in hetzelfde debat ook iets anders tegen Wilders:
Het siert u dat u opkomt voor uw eigen Kamerleden en dat u zich verweert op het moment dat er geen sprake is van strafrechtelijke veroordeling; daar zult u mij niet over horen.
Daarmee doelt zij op de andere kant van de medaille: wat zou een partij waard zijn als iemand bij de eerste de beste beschuldiging aan de dijk wordt gezet? Er moet toch sprake zijn van een vertrouwensrelatie tussen de partijleden – pas als dat vertrouwen wordt beschaamd doordat bepaalde feiten naar voren komen (en na controle juist blijken te zijn) moet een partij conclusies trekken. De tussentijd tussen de eerste openbaarmakingen en het moment waarop de feiten helder in kaart zijn gebracht, is bijzonder lastig. Dan moet je als partij kiezen voor een lastige, maar heldere lijn: het vertrouwen blijft, maar er moet wel duidelijkheid komen – en daar moet juist ook het betrokken Kamerlid zich voor inspannen.

Desalniettemin lijkt het of juist binnen GroenLinks het ongeloof over de mogelijke kwestie (nu en in het verleden) een dergelijke lijn te veel in de weg heeft gezeten. Er was vaak vooral vertrouwen, zonder een kritische blik. Komt dat wellicht doordat het vertrouwen van GroenLinksers in de medemens hoger is, dan in andere partijen? Van de Kamerleden weten we dit niet, maar er is wel iets te zeggen over de kiezers.

Eén van de vele vragen in het Nationaal Kiezersonderzoek (2006) is: “Vindt u over het algemeen dat de meeste mensen wel te vertrouwen zijn, of vindt u dat men niet voorzichtig genoeg kan zijn in de omgang met mensen?” Mensen worden gedwongen om voor één van deze uitersten te kiezen. Het percentage dat kiest voor de optie ‘vertrouwen’ staat, naar partij uitgesplitst, in de onderstaande grafiek weergegeven.

Figuur: Vertrouwen in mensen onder verschillende groepen kiezers (bron: NKO, 2006)

Het vertrouwen in andere mensen is onder de kiezers van GroenLinks duidelijk het hoogste, meer dan 90% zegt dat mensen in de meeste gevallen wel te vertrouwen zijn. Dit percentage ligt maar rond de 60% voor de andere linkse partijen (PvdA/SP). Het vertrouwen van PVV-kiezers en SGP-ers is zo mogelijk nog lager. De foutbalken geven aan dat het verschil tussen GroenLinks-kiezers en kiezers van andere partijen (behalve D66) statistisch significant is: we kunnen concluderen dat het zeer waarschijnlijk is dat niet alleen in de steekproef, maar onder alle kiezers het vertrouwen van GroenLinksers in andere mensen hoger is dan dat van andere kiezers.

Natuurlijk bewijst dit niet dat GroenLinksers allemaal naïeve gutmenschen zijn die maar niet kunnen beseffen dat ook hun eigen partijgenoten soms een misstap begaan. Maar het verklaart misschien deels waarom dat besef in voorgaande affaires wel erg langzaam naar boven kwam. Uiteindelijk zijn er wel conclusies getrokken (Duyvendak, Varma, Pormes zijn vertrokken), maar het proces was minder open dan men wellicht had gewild. Hopelijk trekken GroenLinks en Peters daaruit lering, want zelfs al zijn zij ervan overtuigd dat de hele zaak op een smerige manier is opgeklopt door verschillende media, dan nog geldt, zoals Halsema in november 2010 concludeerde:

Ik blijf bij de opvatting dat Kamerleden in opspraak kunnen raken en dat daarmee een serieus probleem voor de geloofwaardigheid van de politiek ontstaat. Dat probleem is er niet pas nadat de rechter een oordeel heeft uitgesproken.

maandag, 25 juli 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

De Angst voor Paars

In politiek, achterban, angst, aow, arbeidsmarkt, belasting, bezuinigingen, cda, christendemocratie, en meer.

Na een korte onderbreking om de plannen van de Jager voor Griekenland te bespreken, is het zomerreces van de Tweede Kamer nu dan toch echt van start gegaan. En naast tijd voor vakantie en werkbezoeken, is het dan blijkbaar ook tijd om (anoniem) het afgelopen politieke jaar eens te bekijken. Want waar de deelnemers aan de formatie van Paars Plus maanden hun kaken stijf op elkaar hielden, kwam NRC afgelopen weekend met een uitgebreid relaas over deze formatie en het mislukken daarvan.

En wat blijkt? Mark Rutte heeft gejokt. De onderhandelingen liepen volgens hem vast op de hervorming van het ontslagrecht en de WW, waarover de PvdA niet wilde praten, aldus zijn verklaring daags nadat de stekker uit de formatie was getrokken.  Nu blijkt echter, dat de PvdA hier best over wilde praten. Ook de starre houding van de VVD ten opzichte van de hoogte van de bezuinigingen heeft de drie andere partijen niet op de kast gekregen. Hoewel D66 en GroenLinks beduidend enthousiaster waren dan de onderhandelaars van de PvdA, blijken de onderhandelaars en financieel specialisten van de vier Paarse partijen al een heel eind te zijn gekomen in een maand onderhandelingstijd.

Sterker nog, als we NRC mogen geloven, had het viertal ambitieuze plannen, waaronder een aantal liberale pareltjes als verruiming van de euthanasiewetgeving, een verbod op het weigeren van homohuwelijken en zondags winkelen. Maar ook werd er gesproken over een boerkaverbod, een grootscheepse herziening van het belastingstelsel en een ministersploeg van slechts acht ministers, die tezamen op het ministerie van Algemene Zaken zitting zouden krijgen. En ook voor de hervorming van het ontslagrecht en de WW waren de financieel specialisten een prachtig voorstel aan het uitwerken.

Al met al kunnen we heus stellen dat de vier partijen op financieel vlak nog best wat hadden  te onderhandelen. Echter, op sociaal-cultureel vlak vonden ze elkaar heel snel. Sterker nog, de plannen die in één luttele maand op papier zijn gezet, waren ontzettend ambitieus. En plannen met kunstbezuinigingen, terughoudendheid met arbeidsmarkthervormingen of SGP-pleasende maatregelen rond abortus of zondagsrust kwamen in deze plannen zeker niet voor.

Bovendien blijkt nu, volgens anonieme VVD’ers, dat de buigzaamheid van Geert Wilders erg tegenviel. Geen verhoging van de AOW-leeftijd, geen verregaande hervormingen in de zorg, geen bezuinigingen zonder lastenverzwaringen. Allemaal zaken die in de Paarse variant wel aanwezig waren… Maar ja, wel een rechts kabinet. Want dat is natuurlijk waar de Paarse onderhandelingen op stuk zijn gelopen. Angst voor een rechtse oppositie van PVV en CDA.

En dat is jammer. Na jaren christelijke, betuttelende kabinetten te hebben gehad, was Nederland wat mij betreft wel weer toe aan een wat liberaler en meer technocratisch bewind. Maar Mark Rutte en zijn VVD zijn gezwicht voor de boze achterban en de angstaanjagende peilingen van Maurice de Hond. Terwijl met een beetje dapperheid meer van hun verkiezingsprogramma terecht was gekomen, dan nu het geval is. Laten we hopen dat de volgende verkiezingen wat politieke moed met zich meebrengen.


donderdag, 26 mei 2011

Camiel van Altenborg

Camiel van Altenborg

Last.fm Youtube

Linkse liberalen bestaan niet

In de, groenlinks, halsema, jolande sap, sap.
Femke Halsema is nu alweer bijna een half jaar partijleider af. Hoewel ze acht jaar lang het gezicht van GroenLinks was en in die tijd enorm naam maakte binnen en buiten de partij, heeft Jolande Sap h...

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 8550 uur (356,3 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,6 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2