zaterdag, 12 mei 2012

Rogier Elshout

Rogier Elshout

Hyves Twitter

Op de kroeg

In uncategorized, auto, de, eerste, hart.
Op de kroeg Op de kroeg waar je alles voor het eerst dronk. De kroeg waar je je eerste gebroken hart verzoop in whiskey. De kroeg waar je werd uitgelachen om je eerste colbertje. De kroeg waar je de eerste keer cola moest drinken omdat je de eerste keer met de auto was. De kroeg … Continue reading

zondag, 6 mei 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Zo kennen we het CDA weer

In politiek, weblog, beleid, bleker, buma, cda, de, facebook, geloof, en meer.

Vanaf menig preekstoel zullen vanochtend interessantere politieke uitspraken zijn gedaan dan door predikante en partijvoorzitter Ruth Peetoom tijdens haar optreden in Buitenhof. Zoals wel meer CDA-politici die fris en enthousiast aan hun klus bezig begonnen, is Peetoom inmiddels bevangen geraakt door de vertrouwde christendemocratische nietszeggendheid. Waarin eigen standpunten en compromissen niet meer uit elkaar te houden zijn, omdat het CDA zó graag wil meebesturen dat het nauwelijks meer weet wat dat is, een eigen standpunt. Wie de verkiezingsprogramma’s van het CDA leest, ziet daar een brij aan kleurloze teksten waar noch VVD, noch PvdA zich een buil aan kunnen vallen. Sterker nog, een ruime congresmeerderheid koos anderhalf jaar geleden voor samenwerking met een partij die van het beledigen van gelovigen een sport heeft gemaakt (oh nee, van het geloof, oh nee, van de ideologie) en Maxime Verhagen jubelde dat er zoveel CDA-punten waren binnengehaald.

Inmiddels heeft het CDA zichzelf herontdekt als sociaal voelende en internationaal georiënteerde partij. Nu kan ik mij de opluchting voorstellen wanneer je van het juk van de PVV wordt bevrijd, maar die klinkt weinig geloofwaardig uit de mond van degenen die deze samenwerking zo vurig hebben verdedigd en effectief het verzet van verstandige partijgenoten hebben gesmoord. Qua opportunisme kent Henk Bleker zijn gelijke niet, maar Liesbeth Spies deed afgelopen week een verdienstelijke poging. Iets met het hoofd en het hart, geloof ik. Overigens viel me de tekstuitleg van Peetoom op dit onderwerp erg tegen, zeker van een theologe.

Afgelopen donderdag mocht ik mijn studenten iets uitleggen over partijstrategieën: de politicoloog Kaare Strøm onderscheidt hierbij het streven naar stemmen (vote-seeking), beleid (policy-seeking) en regeringsmacht (office-seeking). Politieke partijen proberen een voor henzelf geschikte combinatie van deze drie strategieën te vinden. Het is logisch dat je om mee te regeren een aantal zetels nodig hebt – en bij een grote verkiezingszege kan men niet zomaar om je heen. Maar als je inhoudelijk heel ver van anderen afstaat, wordt dat regeren ondanks een groot aantal zetels misschien toch lastig. Op mijn vraag welke partij in Nederland vooral door office seeking wordt gekenmerkt, was het antwoord rap en zonder enige twijfel: dat is het CDA. En we hebben zeker niet alleen maar linkse studenten in Utrecht…

Ergens vind ik het toch wel jammer dat het CDA weer terug bij af is. Ik luister altijd graag naar de verhalen van Jack de Vries (zelfs bij DWDD), maar nu hij campagneleider van Eerlijk Helder Henk is, heeft hij voor mij toch wel definitief afgedaan. Ik begon tot mijn eigen verbazing Maxime Verhagen tijdens zijn optreden bij Pauw & Witteman zowaar een beetje sympathiek te vinden en juist nu verlaat hij de politiek. Mijn enige hoop is nog gevestigd op Sybrand van Haersma Buma, die al sinds ik hem als beginnend Kamerlid aan het werk zag, een prettige en betrouwbare indruk maakt. Maar ja, hij zal wel lijsttrekker worden en we weten wat dat met een CDA’er doet.

zaterdag, 5 mei 2012

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

frietverwerping

In sport, gatverdamme, maarten poorter, obesitas, patatje joppie, patatverbod, sportparticipatie, de, euro, en meer.

Nog even over dat patatverbod he. Maarten Poorter (PvdA), aanstichter van ‘hi hi ha ha ho ho’ (zoals ‘ie zelf tikt), heeft niet echt gepleit voor een verbod maar voor een convenant met snackbarren en turkse pizza-tenten. In dat convenant moeten ondernemers aangeven dat ze geen vette hap meer serveren aan middelbare schoolscholieren tot 2 uur ‘s middags. Poorter was namelijk stomverbaasd toen hij een middelbare school bezocht en jongeren met broodjes kebab in hun ‘gezonde’ kantine zag zitten. Hij wil dat de ondernemers gaan meedoen met het programma ‘Jongeren Op Gezond Gewicht’ (JOGG) om zo obesitas bij kinderen en jongeren tegen te gaan.

Nu mankeert er van alles aan het patatplan (na 2 uur mag je blijkbaar snacken wat je wilt, ondernemers zien hun omzet dalen maar krijgen daarvoor in de plaats ‘een gratis advertentie in een stadskrantje’), maar het is terecht dat Poorter zich druk maakt over obesitas bij de Amsterdamse jeugd. Ruim een kwart van hen heeft overgewicht, van kinderen met Turkse ouders is bijna de helft te dik. Dat is niet goed, want overgewicht (en zeker obesitas) kan op den duur leiden tot ernstige gezondsheidsklachten zoals hart- en vaatziekten, diabetes, gewrichtsklachten en psychische problemen. Dat de PvdA daar dus iets aan wil doen, is lovenswaardig.

De vraag is alleen: wat kan je als overheid doen? Friet verbieden, convenanten sluiten, prijsvragen uitschrijven: het is allemaal zo net niks. Bovendien, jongeren zijn slim. Als ze door de snackbar worden geweigerd, dan gaan ze wel naar één van de 172 supermarkten om een zak chips met Joppiesmaak te kopen. Het probleem is dus niet op te lossen door een hek rond de snackbar te zetten, maar door iets te doen aan het feit dat die jongeren vervolgens hun calorieën er niet af zweten.

De sportparticipatie van kinderen en jongeren uit met name gezinnen met een laag opleidingsniveau en / of een laag inkomen is namelijk veel te laag. Bijna veertig procent sport niet of zelden. Nu hoor ik de PvdA eigenlijk nooit over sport. Ja, over het organiseren van de Olympische Spelen hebben de sociaal-democraten een mening (oh nee oeps). Maar toen het Sportplan van de gemeente werd besproken, waaruit keer op keer blijkt dat allerlei doelstellingen niet worden gehaald, toen gaf men niet thuis. Of toen ik een motie indiende om één miljoen euro uit te geven aan de amateursport in aanloop naar het EK Atletiek in 2016, toen stemde de PvdA als enige partij tegen.

Laten we dus hopen dat de vernieuwde aandacht van Poorter voor de gezondheid van Amsterdamse kinderen en jongeren ertoe leidt dat de PvdA op de bres springt voor méér sportende en bewegende Amsterdammers. Dat betekent meer sport op / na school, meer ondersteuning voor verenigingen en meer ruimte om te bewegen.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Bouterses biecht

In politiek, boeken, de, de wereld, gerechtigheid, gevallen, grondwet, internationaal, invloed, en meer.

Het aannemen van de nieuwe amnestiewet in Suriname heeft veel stof doen opwaaien. Niemand twijfelt eraan dat Bouterse zelf gezorgd heeft dat deze wet er kwam. Niemand betwijfelt dat het belangrijkste doel is Bouterse zelf uit de gevangenis te houden. Toch wordt dat niet met zoveel woorden gezegd. De wet wordt verdedigd met het argument dat het voor Suriname belangrijk is om het pijnlijke verleden achter zich te laten en te kijken naar de toekomst. In de uiteindelijke versie van de wet is dan ook voorzien in een waarheids- en verzoeningscommissie, naar het voorbeeld van Zuid-Afrika.

Mensenrechten

Intussen is er al heel wat gezegd en geschreven over de juridische en politieke aspecten. Er zit op zijn minst spanning tussen deze wet en de Surinaamse grondwet zowel als internationale verdragen op het terrein van de mensenrechten. Dat betekent dat Suriname zich internationaal isoleert. Minstens zo ernstig is het gegeven dat de binnenlandse verhoudingen er ook mee onder druk komen te staan en dat de onafhankelijke rechtspraak in het gedrang komt.

Nu ligt de kwestie nog wel iets ingewikkelder dan een strijd tussen Bouterse en de rest van de wereld. Om te beginnen heeft een belangrijk deel van de jonge bevolking de decembermoorden van 1982 niet meegemaakt. Het vertrouwen dat Bouterse het land naar grotere welvaart zal brengen is dan al gauw sterker dan de behoefte aan gerechtigheid over het verleden. Ter vergelijking: in Nederland lopen we ook niet zo hard om de Indische ereschuld in te lossen. Bovendien weigert Nederland tot nu toe om alle stukken openbaar te maken over het eigen optreden in en rond die periode.

Mij interesseert echter ook nog iets anders aan de zaak. De taal waarin over de amnestiewet  gesproken wordt, is vaak sterk religieus. Zo zegt coalitiepartner Paul Somohardjo die zelf op de dodenlijst stond: “Alle religieuze boeken leren ons om te vergeven, daarom ben ik voor amnestie.” Vergeving, verzoening, het zijn termen die inderdaad direct teruggaan op de religieuze tradities. Maar kan dat wel in een situatie als deze? Of worden ze hier principieel misbruikt?

Boete en biecht

Het antwoord op die vragen ligt voor een deel precies in die tradities. Volgens mij zijn religies namelijk wijsheidstradities waarin existentiële inzichten van eeuwen zijn uitgekristalliseerd. Ook over de omgang met het kwaad, het falen, de schuld. De middeleeuwse boete- en biechtpraktijk is dan ook een voorbeeld van die levenswijsheid. Wie daar goed naar kijkt, ziet meteen waarom de amnestiewet van Bouterse geen verzoening zal bewerken.

In de boete- en biechtpraktijk zijn vijf noodzakelijke elementen of stappen te onderscheiden. Het begint met het gewetensonderzoek. Wie vergeving wil, zal allereerst zichzelf onder ogen moeten komen. Daarbij moet duidelijk worden wat het eigen aandeel, de eigen schuld is, en welk deel aan anderen of aan de omstandigheden geweten kan worden. Dit gewetensonderzoek is een pijnlijk zelfkritisch proces waar je niet onaangedaan uit kunt komen.

De tweede stap is het oprechte berouw dat hiervan het gevolg is. In het Latijn heet dit de ‘contritio cordis’, de verbrokenheid van het hart. Natuurlijk is berouw niet te meten, maar wat wel zichtbaar is, is of iemand zichzelf nederig en kwetsbaar opstelt of juist doorgaat met machtsvertoon. Dat laatste wijst in elk geval niet op een verbroken hart. In het geval van de Surinaamse amnestiewet zie ik er ook geen tekenen van. Integendeel: ik zie een machthebber die volop bezig is zichzelf te redden.

De derde stap is de uitgesproken schuldbelijdenis, de ‘confessio oris’. Het is niet voldoende om inwendig berouw te voelen, het moet ook naar buiten gebracht worden. Allereerst tegenover de mensen die je kwaad hebt gedaan, maar in voorkomende gevallen ook de samenleving als geheel. Die schuldbelijdenis kon in de traditie ook de vorm krijgen van de individuele biecht. Nu kunnen we de amnestiewet op zich wel opvatten als Bouterses biecht of op zijn minst de impliciete erkenning dat hij schuldig is, maar het volmondig toegeven ontbreekt.

De vierde stap is de genoegdoening met de daad, de ‘satisfactio operis’. Woorden alleen zijn niet genoeg. Het moet aan iemands daden te zien zijn dat er een echte verandering is opgetreden. Soms krijgt dat de vorm van schuldbetalingen of andere vormen van herstel. In elk geval moet de destructieve invloed worden omgezet in een constructieve. Na dit alles wordt de vijfde stap een mogelijkheid: absolutie of vergeving.

Pijnlijk werk

Wie de levenswijsheid van deze oude traditie toepast op de casus Suriname, die ziet waar het aan schort: Bouterse wil wel vergeving en verzoening, maar berouw en schuldbelijdenis ontbreken. Dat betekent dat de slachtoffers geen recht gedaan wordt en dat deze amnestie niet tot vrede en verzoening kan leiden. Ook het beloofde waarheids- en verzoeningsproces begint onder het verkeerde gesternte. Tutu en de zijnen hadden begrepen dat vergeving en verzoening hard en pijnlijk werk inhouden; Bouterse lijkt het te willen hebben van goedkope genade.


vrijdag, 4 mei 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

4 mei: dodenherdenking

In weblog, 4 mei, 4 mei herdenking, dodenherdenking, de, god, kind, licht, dood, en meer.

De achttien doden

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond,
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.

O lieflijkheid van licht en land,
van Holland’s vrije kust,
eens door den vijand overmand
had ik geen uur meer rust.
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijdt den ijdlen strijd.

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar’t hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geëerd,
voordat een vloekb’re schennershand
het anders heeft begeerd.

Voordat die eeden breekt en bralt
het miss’lijk stuk bestond
en Holland’s landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond;
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk Germaansch gerief
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.

De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie, -
zoo waar als ik straks dood zal zijn
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar-
verwerp al wat hij biedt of bood
die sluwe vogelaar.

Gedenkt die deze woorden leest
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan ’t allermeest
in hunnen rampspoed groot,
gelijk ook wij hebben gedacht
aan eigen land en volk -
er daagt een dag na elken nacht,
voorbij trekt iedre wolk.

Ik zie hoe’t eerste morgenlicht
door ‘t hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht-
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man
als ‘k voor de loopen sta.

Jan Campert (1902-1943)

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

4 mei: dodenherdenking

In weblog, 4 mei, 4 mei herdenking, dodenherdenking, de, eerste, god, kind, dood, en meer.

De achttien doden

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond,
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.

O lieflijkheid van licht en land,
van Holland’s vrije kust,
eens door den vijand overmand
had ik geen uur meer rust.
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijdt den ijdlen strijd.

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar’t hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geëerd,
voordat een vloekb’re schennershand
het anders heeft begeerd.

Voordat die eeden breekt en bralt
het miss’lijk stuk bestond
en Holland’s landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond;
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk Germaansch gerief
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.

De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie, -
zoo waar als ik straks dood zal zijn
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar-
verwerp al wat hij biedt of bood
die sluwe vogelaar.

Gedenkt die deze woorden leest
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan ’t allermeest
in hunnen rampspoed groot,
gelijk ook wij hebben gedacht
aan eigen land en volk -
er daagt een dag na elken nacht,
voorbij trekt iedre wolk.

Ik zie hoe’t eerste morgenlicht
door ‘t hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht-
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man
als ‘k voor de loopen sta.

Jan Campert (1902-1943)

dinsdag, 1 mei 2012

Ria Damhof

Ria Damhof

GR

Regels afschaffen is soms dom

In reclame, apv, regeks, de, hart, kosten.
Er wordt nog al eens gezeurd over de veelheid aan regels, de zogenaamde regeldruk. Sommige van die regels zijn dusdanig ingrijpend dat het uitvoeren van die regels erg veel tijd en moeite kosten. Vaak hebben die regels dan weer te maken met controleerbaarheid, transparantie en verantwoording afleggen. Dat dit eenvoudiger moet zou een ieder uit het hart gegrepen moeten zijn. Soms wordt er in een

zondag, 29 april 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Lenteakkoord

In verkiezingen, akkoord, begroting, campagne, cda, compromis, d66, de, europa, en meer.

eric leltz

Vijf partijen krijgen in minder dan twee dagen voor elkaar waar 3 partijen 7 weken lang niet uitkomen! Hoe is dat mogelijk? Dat kan natuurlijk alleen als partijen snel kunnen handelen en bereid zijn om compromissen te sluiten. Stuurmanskunst dus.

Dat is de meerwaarde van het akkoord. Als de nood aan de man is, zijn er partijen die naar het roer durven te lopen en verantwoordelijkheid nemen in plaats van weg te duiken. Want laten we vooral beseffen dat het 5 voor 12 was voor Nederland. Door het afketsen van de onderhandelingen, zo vlak voor het moment dat een begroting moest worden ingediend voor Europa, stond Nederland met de rug tegen de muur. En dat mag je CDA, VVD en PVV zwaar aanrekenen. Fantastisch dus dat drie partijen, Christen Unie, D66 en GroenLinks, in die moeilijke omstandigheid verantwoordelijkheid namen en Nederland voor de afgrond hebben weggesleept. De PvdA heeft een inschattingsfout gemaakt door niet mee te doen aan het akkoord. Jammer. Nu resten bittere tranen.

De PvdA zal op weg naar de verkiezingen uitvergroten wat Christen Unie, D66 en GroenLinks hebben moeten inleveren om tot een akkoord te komen. Maar dan gaan ze wel voorbij aan het feit dat het niet het moment was om zoveel mogelijk van je eigen programma binnen te halen maar dat op zeer korte termijn een akkoord moest worden gesloten. En een akkoord vraagt per definitie van de onderhandelaars dat ze

  • kunnen inleveren,
  • een compromis kunnen sluiten,
  • boven de partij politiek kunnen uitstijgen en
  • niet blijven vastzitten in dogma's.

Christen Unie, D66 en GroenLinks hebben op een voor Nederland cruciaal moment bewezen dat ze dit kunnen. Daarom moet er tijdens de campagnes naast aandacht voor inhoudelijke thema's ook aandacht zijn voor bestuurlijke thema's. Dus dat:

  • Christen Unie, D66 en GroenLinks op het beslissende moment verantwoordelijkheid namen,
  • VVD en CDA hun hart hebben verkwanseld aan de PVV en daarmee Nederland in een beroerde positie hebben gemanoeuvreerd,
  • de PvdA toen het echt spannend werd in zichzelf gekeerd bleef, dogmatisch bleef, weg dook en geen verantwoordelijkheid nam.

Christen Unie, D66 en GroenLinks kunnen aangeven waar ze hebben ingeleverd, waarom en als ze het alleen voor het zeggen hebben, wat ze zouden verbeteren aan het akkoord. Maar voorlopig doen we het met dit akkoord.

Als de partijen van het lenteakkoord hun huzarenstukje in de campagne goed voor het voetlicht brengen, gaan ze ook na de verkiezingen met dat akkoord door. Een vliegende start. En dan breekt er na een mooie lente ook nog een mooie herfst aan.



maandag, 23 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat ik zou zeggen in het geschrapte debat over cultuurbeleid

In eerste kamer, politiek, kinderen, kritisch, kunst, kunst en cultuur, lezen, licht, liefde, en meer.

(door de val van het kabinet gaat op 24.04 het debat over cultuurbeleid niet door in de Eerste Kamer. Dit was mijn inbreng voor dat debat:)

Voorzitter, het lijkt niet zo heel erg nuttig om vandaag met elkaar te spreken over de principiële kanten van het cultuurbeleid. Niet alleen lijken er belangrijker onderwerpen te bestaan, maar het handelingsperspectief van deze staatssecretaris is het afgelopen weekeinde een heel stuk korter geworden. Heeft het dan zin om in deze Kamer te debatteren over fundamentele visies? Waar moet het heen met kunst en cultuur in ons land en komen we daar wel met het nu ingezette beleid en de draconische bezuinigingen? Wezenlijke vragen, maar met een vleugellamme staatssecretaris schiet dat niet op.

Als we er dan toch over spreken, dan moet het maar in het licht van de toekomst. Waar gaan we naartoe ná het tijdperk Zijlstra? Wat staat er als stip op de horizon en wat moeten we vandaag doen of nalaten om te voorkomen dat we heel ergens anders uitkomen? Welke bijsturing kan niet wachten op een nieuw kabinet? Natuurlijk raakt dat aan de bezuinigingen, maar tegelijk is die financiële discussie enkel het sluitstuk. Het begint ergens anders.

De eerste wezenlijke vraag bij cultuurbeleid betreft het doel. Waar is cultuur eigenlijk goed voor en wat is er nodig om dat te stimuleren? In de beleidsnota Meer dan kwaliteit lezen we dan: “Cultuur staat zowel voor binding, identiteit en traditie als voor dynamiek, creativiteit en vernieuwing.” En verder gaat het in de nota dan de hele tijd over hoe dat georganiseerd moet worden. Het gaat dan ook binnen de kortste keren over het economische rendement. En zo wordt over cultuureducatie gezegd: “De spontaniteit en verbeelding die cultuur losmaakt, zijn in onze tijd niet alleen gevraagd, maar vaak ook vereist: ’A firm needs more than an efficient manufacturing process, cost-control and a good technological base to remain competitive’.” Dat is natuurlijk zo, maar wie heeft er in hemelsnaam bedacht dat we een bedrijfskundige redenering nodig hebben om cultuureducatie te verantwoorden?

Het valt dan ook op dat de hele beleidsnota draait om ‘meer dan kwaliteit’, maar dat die kwaliteit zelf nergens ter sprake komt of beschreven wordt. Die wordt kennelijk als vanzelfsprekend beschouwd en vervolgens draait het hele beleid om andere zaken: meer publiek aantrekken, meer eigen geld verdienen, participatie en educatie, erfgoedbeheer, en regionale spreiding. Ik wil er wel bij zeggen dat ik die doelen allemaal niet verkeerd vind, maar de onderliggende vraag naar kwaliteit wordt angstvallig vermeden.

Misschien heeft dat ermee te maken dat de staatssecretaris vanuit zijn eigen opleiding kwaliteit vooral benadert in marketingtermen. Kwaliteit is dan voldoen aan de verwachtingen van de klant. Er is echter ook een andere definitie, die veel meer het hart raakt: kwaliteit is de mate waarin de intrinsieke eigenschappen van een goed tot uitdrukking worden gebracht. Bij de intrinsieke eigenschappen van kunst horen in elk geval zaken als schoonheidsbeleving, het vermogen om mensen in beweging te brengen, te ontroeren, te verrassen, aan het denken te zetten, enzovoorts. Hoe meer dit gebeurt, des te gelaagder en geslaagder de kunst. En als we het over het bredere veld van cultuur hebben, dan horen bij de intrinsieke eigenschappen in elk geval het construeren, communiceren en innoveren van traditie en identiteit. Of het nu gaat om hoge cultuur, volkscultuur of populaire cultuur, kwaliteit heeft direct te maken met dergelijke intrinsieke eigenschappen en ik vraag de staatssecretaris waarom hij daar geen woord aan wijdt. Zonder een dergelijk principieel ankerpunt is het namelijk onmogelijk vast te stellen of de andere doelen die hij met zijn beleid nastreeft, sporen met deze kwaliteit.

Hier ligt dus ook een belangrijke vraag bij de samenhang van de beleidsdoelen. Wat doet de staatssecretaris als kwaliteit, het bereiken van het publiek, regionale spreiding, internationaal bereik en het aantrekken van externe financiering niet samenvallen? Hoe weegt hij dan de verschillende aspecten? Gaat dan de regionale spreiding voor kwaliteit of andersom? Ik zou hier graag nader toelichting over horen. Ik vind het namelijk van groot belang dat zo veel mogelijk mensen toegang hebben tot kunst en cultuur, maar ook dat er ruimte is voor het kleine en bijzondere.

Het grote risico van de benadering van de staatssecretaris is een instrumentalisering van kunst en cultuur. Zo krijgt de creatieve industrie een speciale plaats omdat het bijdraagt aan de economische topsectoren, is cultuureducatie goed om kinderen voor te bereiden op het bedrijfsleven en de internationale wereld, en is culturele internationalisering behulpzaam bij de buitenlandse betrekkingen en “het Nederlands economisch belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken.” En zo gaat het door. De beleidsnota begint met een paragraaf over markt en overheid, Cultuur in beeld rekent ons precies voor wat het kost en opbrengt, enzovoorts. Tamelijk obligaat staat het er dan in een tussenzin: “Vanzelfsprekend laat de waarde van cultuur zich niet alleen in cijfers uitdrukken.” Maar dat is te weinig. Als cultuur nuttig moet zijn voor iets anders, dan ondermijnt dat rechtstreeks de eigen ruimte die kunst en cultuur moeten hebben. Dat bedenk ik niet alleen; ook de Telderstichting schrijft in haar recente advies: “Leg in de legitimering van cultuursubsidies niet te veel nadruk op de instrumentele waarde van cultuur, maar rechtvaardig de rol van de overheid vanuit de intrinsieke waarde van kunst en cultuur.” Ik vraag de staatssecretaris hoe hij denkt over dit advies van zijn partijgenoten. En als hij toch bezig is, ben ik ook benieuwd naar zijn visie op de inbreng van zijn partijgenoot De Liefde in het debat aan de overzijde die suggereerde dat van de zeven leden van cultuursubsidiecommissies drie zich zouden moeten buigen over artistieke kwaliteit en de andere vier over communicatie, marketing, ondernemerschap en financiën. Is de staatssecretaris het met mij eens dat daarmee cultuur ondergeschikt wordt gemaakt aan commercie.

Voorzitter, ik kom daarmee aan een tweede punt. De beleidsnota Meer dan kwaliteit zet in met de vraag naar de verhouding tussen markt en overheid. We hebben het dan over de verantwoordelijkheidstoedeling in het stelsel. Wie is verantwoordelijk voor welk deel? Geconstateerd wordt dat een belangrijk deel van de 18 miljard omzet in de cultuursector op de vrije markt wordt gerealiseerd. Ongeveer een zesde daarvan is afhankelijk van overheidssubsidies. Het lijkt dan alsof het terugbrengen van die overheidssubsidie op het totaal niet zoveel uitmaakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Klopt mijn beeld, zo vraag ik de staatssecretaris, dat bij het marktdeel van de cultuursector ook allerlei commercieel sterke onderdelen zitten? Klopt het dat bij de gemeenten vooral ook breedtecultuur en de bijbehorende huisvestingskosten een groot beslag leggen? En klopt het dat de Rijksoverheid juist verantwoordelijk is voor specifieke onderdelen die de markt en de lagere overheden niet dekken? Kortom: zou de staatssecretaris eens wat inhoudelijker zichtbaar kunnen maken wat de markt wel en niet gefinancierd en georganiseerd krijgt en hoe de verschillende overheden hun verantwoordelijkheid oppakken? Dan wordt namelijk ook zichtbaar hoe groot de werkelijke effecten van de bezuinigingen en andere maatregelen zijn.

De regering lijkt van mening dat haar eigen verantwoordelijkheid nog wel wat kleiner kan. Zij subsidieert nu ongeveer 5,5 % van de cultuursector, maar daar kan nog een heel procentpunt af. De sponsors, fondsen en mecenassen staan immers in de rij om het over te nemen. Maar helaas, zo simpel ligt het niet. Er is inderdaad op dit punt veel in ontwikkeling, maar de staatssecretaris rekent zich voorlopig alleen maar rijk. De Amerikaanse situatie die hij als voorbeeld lijkt te hebben, staat in veel opzichten ver af van de onze en dat verandert niet zomaar als hij de geldkraan dichtdraait. Het is opvallend dat het grote voorbeeld van het cultuurmecenaat, de VandenEnde Foundation, nogal kritisch is op dit Amerikaanse voorbeeld, bijvoorbeeld bij het jaarverslag 2010. De continuïteit van de cultuurfinanciering staat sterk onder druk van teruglopende giften; de grote financiers neigen ertoe de elitaire kunst te stimuleren terwijl juist de emancipatoire kunst van niches, avantgarde en minderheidsgroepen snel in het gedrang komt, en de nadruk op projectfinanciering leidt tot kortetermijndenken en niet tot opbouw van de sector. Ik concludeer dat het beleid van de staatssecretaris precies onder deze kritiek valt: teruglopende financiering, nadruk op elitaire topcultuur en projectfinanciering. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Denkt hij echt dat – midden in een economische crisis – de gaten die hij slaat, worden opgevuld door mecenaat en sponsoring? En heeft hij daar meer argumenten voor dan zijn neoliberale marktnaïviteit?

Ten slotte nog een principieel punt. De beleidsnota stelt als uitgangspunt: “Culturele instellingen moeten minder afhankelijk worden van de overheid en daardoor flexibeler en krachtiger worden. Daarom bezuinigt het kabinet op cultuur.” Dat is natuurlijk een gotspe. Dit – zo goed als voorbije – kabinet bezuinigt op cultuur uit economische motieven en populistische rancune. Maar dan nog. Dergelijke zinnen verraden een gevaarlijke visie op de overheid. Ze suggereren dat de overheid een noodzakelijk kwaad is en dat subsidie alleen maar verlamt. Is niet, zo vraag ik de staatssecretaris, de overheid de belichaming van het collectief van de samenleving? En zijn niet subsidies een belangrijke manier om publieke goederen en collectieve waarden te ondersteunen? Is het daarom niet essentieel om het levend houden van cultuur en traditie ook op collectief niveau te borgen? Ik roep de staatssecretaris op om niet langer mee te werken aan het ondermijnen van de overheid die namens ons allen zorg draagt voor het in stand houden van een samenleving waarin kunst en cultuur gedijen en ons allen ten goede komen.

Voorzitter, ik sluit af. Volgens Plato zijn er drie kernwaarden die een rol zouden moeten spelen in onze afwegingen: het ware, het goede en het schone. Dit kabinet lijkt een vierde te hebben toegevoegd: het goedkope. Ik vrees dat dat ons allen duur komt te staan.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat ik zou zeggen in het geschrapte debat over cultuurbeleid

In eerste kamer, politiek, beleid, bezuinigingen, cijfers, communicatie, creativiteit, crisis, cultuur, en meer.

(door de val van het kabinet gaat op 24.04 het debat over cultuurbeleid niet door in de Eerste Kamer. Dit was mijn inbreng voor dat debat:)

Voorzitter, het lijkt niet zo heel erg nuttig om vandaag met elkaar te spreken over de principiële kanten van het cultuurbeleid. Niet alleen lijken er belangrijker onderwerpen te bestaan, maar het handelingsperspectief van deze staatssecretaris is het afgelopen weekeinde een heel stuk korter geworden. Heeft het dan zin om in deze Kamer te debatteren over fundamentele visies? Waar moet het heen met kunst en cultuur in ons land en komen we daar wel met het nu ingezette beleid en de draconische bezuinigingen? Wezenlijke vragen, maar met een vleugellamme staatssecretaris schiet dat niet op.

Als we er dan toch over spreken, dan moet het maar in het licht van de toekomst. Waar gaan we naartoe ná het tijdperk Zijlstra? Wat staat er als stip op de horizon en wat moeten we vandaag doen of nalaten om te voorkomen dat we heel ergens anders uitkomen? Welke bijsturing kan niet wachten op een nieuw kabinet? Natuurlijk raakt dat aan de bezuinigingen, maar tegelijk is die financiële discussie enkel het sluitstuk. Het begint ergens anders.

De eerste wezenlijke vraag bij cultuurbeleid betreft het doel. Waar is cultuur eigenlijk goed voor en wat is er nodig om dat te stimuleren? In de beleidsnota Meer dan kwaliteit lezen we dan: “Cultuur staat zowel voor binding, identiteit en traditie als voor dynamiek, creativiteit en vernieuwing.” En verder gaat het in de nota dan de hele tijd over hoe dat georganiseerd moet worden. Het gaat dan ook binnen de kortste keren over het economische rendement. En zo wordt over cultuureducatie gezegd: “De spontaniteit en verbeelding die cultuur losmaakt, zijn in onze tijd niet alleen gevraagd, maar vaak ook vereist: ’A firm needs more than an efficient manufacturing process, cost-control and a good technological base to remain competitive’.” Dat is natuurlijk zo, maar wie heeft er in hemelsnaam bedacht dat we een bedrijfskundige redenering nodig hebben om cultuureducatie te verantwoorden?

Het valt dan ook op dat de hele beleidsnota draait om ‘meer dan kwaliteit’, maar dat die kwaliteit zelf nergens ter sprake komt of beschreven wordt. Die wordt kennelijk als vanzelfsprekend beschouwd en vervolgens draait het hele beleid om andere zaken: meer publiek aantrekken, meer eigen geld verdienen, participatie en educatie, erfgoedbeheer, en regionale spreiding. Ik wil er wel bij zeggen dat ik die doelen allemaal niet verkeerd vind, maar de onderliggende vraag naar kwaliteit wordt angstvallig vermeden.

Misschien heeft dat ermee te maken dat de staatssecretaris vanuit zijn eigen opleiding kwaliteit vooral benadert in marketingtermen. Kwaliteit is dan voldoen aan de verwachtingen van de klant. Er is echter ook een andere definitie, die veel meer het hart raakt: kwaliteit is de mate waarin de intrinsieke eigenschappen van een goed tot uitdrukking worden gebracht. Bij de intrinsieke eigenschappen van kunst horen in elk geval zaken als schoonheidsbeleving, het vermogen om mensen in beweging te brengen, te ontroeren, te verrassen, aan het denken te zetten, enzovoorts. Hoe meer dit gebeurt, des te gelaagder en geslaagder de kunst. En als we het over het bredere veld van cultuur hebben, dan horen bij de intrinsieke eigenschappen in elk geval het construeren, communiceren en innoveren van traditie en identiteit. Of het nu gaat om hoge cultuur, volkscultuur of populaire cultuur, kwaliteit heeft direct te maken met dergelijke intrinsieke eigenschappen en ik vraag de staatssecretaris waarom hij daar geen woord aan wijdt. Zonder een dergelijk principieel ankerpunt is het namelijk onmogelijk vast te stellen of de andere doelen die hij met zijn beleid nastreeft, sporen met deze kwaliteit.

Hier ligt dus ook een belangrijke vraag bij de samenhang van de beleidsdoelen. Wat doet de staatssecretaris als kwaliteit, het bereiken van het publiek, regionale spreiding, internationaal bereik en het aantrekken van externe financiering niet samenvallen? Hoe weegt hij dan de verschillende aspecten? Gaat dan de regionale spreiding voor kwaliteit of andersom? Ik zou hier graag nader toelichting over horen. Ik vind het namelijk van groot belang dat zo veel mogelijk mensen toegang hebben tot kunst en cultuur, maar ook dat er ruimte is voor het kleine en bijzondere.

Het grote risico van de benadering van de staatssecretaris is een instrumentalisering van kunst en cultuur. Zo krijgt de creatieve industrie een speciale plaats omdat het bijdraagt aan de economische topsectoren, is cultuureducatie goed om kinderen voor te bereiden op het bedrijfsleven en de internationale wereld, en is culturele internationalisering behulpzaam bij de buitenlandse betrekkingen en “het Nederlands economisch belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken.” En zo gaat het door. De beleidsnota begint met een paragraaf over markt en overheid, Cultuur in beeld rekent ons precies voor wat het kost en opbrengt, enzovoorts. Tamelijk obligaat staat het er dan in een tussenzin: “Vanzelfsprekend laat de waarde van cultuur zich niet alleen in cijfers uitdrukken.” Maar dat is te weinig. Als cultuur nuttig moet zijn voor iets anders, dan ondermijnt dat rechtstreeks de eigen ruimte die kunst en cultuur moeten hebben. Dat bedenk ik niet alleen; ook de Telderstichting schrijft in haar recente advies: “Leg in de legitimering van cultuursubsidies niet te veel nadruk op de instrumentele waarde van cultuur, maar rechtvaardig de rol van de overheid vanuit de intrinsieke waarde van kunst en cultuur.” Ik vraag de staatssecretaris hoe hij denkt over dit advies van zijn partijgenoten. En als hij toch bezig is, ben ik ook benieuwd naar zijn visie op de inbreng van zijn partijgenoot De Liefde in het debat aan de overzijde die suggereerde dat van de zeven leden van cultuursubsidiecommissies drie zich zouden moeten buigen over artistieke kwaliteit en de andere vier over communicatie, marketing, ondernemerschap en financiën. Is de staatssecretaris het met mij eens dat daarmee cultuur ondergeschikt wordt gemaakt aan commercie.

Voorzitter, ik kom daarmee aan een tweede punt. De beleidsnota Meer dan kwaliteit zet in met de vraag naar de verhouding tussen markt en overheid. We hebben het dan over de verantwoordelijkheidstoedeling in het stelsel. Wie is verantwoordelijk voor welk deel? Geconstateerd wordt dat een belangrijk deel van de 18 miljard omzet in de cultuursector op de vrije markt wordt gerealiseerd. Ongeveer een zesde daarvan is afhankelijk van overheidssubsidies. Het lijkt dan alsof het terugbrengen van die overheidssubsidie op het totaal niet zoveel uitmaakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Klopt mijn beeld, zo vraag ik de staatssecretaris, dat bij het marktdeel van de cultuursector ook allerlei commercieel sterke onderdelen zitten? Klopt het dat bij de gemeenten vooral ook breedtecultuur en de bijbehorende huisvestingskosten een groot beslag leggen? En klopt het dat de Rijksoverheid juist verantwoordelijk is voor specifieke onderdelen die de markt en de lagere overheden niet dekken? Kortom: zou de staatssecretaris eens wat inhoudelijker zichtbaar kunnen maken wat de markt wel en niet gefinancierd en georganiseerd krijgt en hoe de verschillende overheden hun verantwoordelijkheid oppakken? Dan wordt namelijk ook zichtbaar hoe groot de werkelijke effecten van de bezuinigingen en andere maatregelen zijn.

De regering lijkt van mening dat haar eigen verantwoordelijkheid nog wel wat kleiner kan. Zij subsidieert nu ongeveer 5,5 % van de cultuursector, maar daar kan nog een heel procentpunt af. De sponsors, fondsen en mecenassen staan immers in de rij om het over te nemen. Maar helaas, zo simpel ligt het niet. Er is inderdaad op dit punt veel in ontwikkeling, maar de staatssecretaris rekent zich voorlopig alleen maar rijk. De Amerikaanse situatie die hij als voorbeeld lijkt te hebben, staat in veel opzichten ver af van de onze en dat verandert niet zomaar als hij de geldkraan dichtdraait. Het is opvallend dat het grote voorbeeld van het cultuurmecenaat, de VandenEnde Foundation, nogal kritisch is op dit Amerikaanse voorbeeld, bijvoorbeeld bij het jaarverslag 2010. De continuïteit van de cultuurfinanciering staat sterk onder druk van teruglopende giften; de grote financiers neigen ertoe de elitaire kunst te stimuleren terwijl juist de emancipatoire kunst van niches, avantgarde en minderheidsgroepen snel in het gedrang komt, en de nadruk op projectfinanciering leidt tot kortetermijndenken en niet tot opbouw van de sector. Ik concludeer dat het beleid van de staatssecretaris precies onder deze kritiek valt: teruglopende financiering, nadruk op elitaire topcultuur en projectfinanciering. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Denkt hij echt dat – midden in een economische crisis – de gaten die hij slaat, worden opgevuld door mecenaat en sponsoring? En heeft hij daar meer argumenten voor dan zijn neoliberale marktnaïviteit?

Ten slotte nog een principieel punt. De beleidsnota stelt als uitgangspunt: “Culturele instellingen moeten minder afhankelijk worden van de overheid en daardoor flexibeler en krachtiger worden. Daarom bezuinigt het kabinet op cultuur.” Dat is natuurlijk een gotspe. Dit – zo goed als voorbije – kabinet bezuinigt op cultuur uit economische motieven en populistische rancune. Maar dan nog. Dergelijke zinnen verraden een gevaarlijke visie op de overheid. Ze suggereren dat de overheid een noodzakelijk kwaad is en dat subsidie alleen maar verlamt. Is niet, zo vraag ik de staatssecretaris, de overheid de belichaming van het collectief van de samenleving? En zijn niet subsidies een belangrijke manier om publieke goederen en collectieve waarden te ondersteunen? Is het daarom niet essentieel om het levend houden van cultuur en traditie ook op collectief niveau te borgen? Ik roep de staatssecretaris op om niet langer mee te werken aan het ondermijnen van de overheid die namens ons allen zorg draagt voor het in stand houden van een samenleving waarin kunst en cultuur gedijen en ons allen ten goede komen.

Voorzitter, ik sluit af. Volgens Plato zijn er drie kernwaarden die een rol zouden moeten spelen in onze afwegingen: het ware, het goede en het schone. Dit kabinet lijkt een vierde te hebben toegevoegd: het goedkope. Ik vrees dat dat ons allen duur komt te staan.


zondag, 22 april 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Pragmatisme versus idealisme

In d66, groenlinks, politiek, ppr, psp, pvda, sp, abortus, amsterdam, en meer.

Ideeënpartijen op zoek naar macht. Is dat een paradox? Zijn idealisme en pragmatisme onverenigbaar? Is dat altijd schipperen tussen twee uitersten? Dit is een permanent debat in GroenLinks. In de provincie Utrecht bijvoorbeeld, GroenLinks zit in het college met ChristenUnie, D66, VVD en CDA. Kan zij vanuit dit college haar linkse programma realiseren? Of moet ze teveel compromissen maken juist op groene onderwerpen als mega-stallen, natuur en verkeer?

Idealen, ambten en stemmen

We kunnen de doelen van politieke partijen bekijken vanuit het perspectief van de Noorse politicoloog Strøm. Hij maakt een onderscheid tussen idealen (policy), ambten (office) en stemmen (votes). Grofweg kan een partij ernaar streven haar programma in de praktijk te brengen. Zulk idealisme maakt het lastig om compromissen te sluiten. Ze kan een baantjesmachine worden. Om minister te worden zul je wat in moeten leveren aan de andere partijen. Partijen kunnen zich ook richten op het vergaren van zoveel mogelijk stemmen. Dit kan vervallen tot het napraten van de kiezer en electoraal opportunisme.

Deze drie doelen hangen samen: een partij heeft bepaalde idealen. Die vertaalt ze naar beloften aan de kiezer. Vanwege die beloften zal een kiezer op de partij stemmen. Alleen als je genoeg stemmen hebt verzameld kan je mee doen met de formatie van een kabinet. En in de regering kan je je idealen in de praktijk brengen.

Getuigenispolitiek

Idealistische politiek zit GroenLinks in de genen. De PSP, een van de vier oprichters van GroenLinks bedreef links-socialistische getuigenispolitiek. Zij wilde geen compromissen sluiten. Zelfs het kabinet Den Uyl, het linkste kabinet uit de Nederlandse geschiedenis was voor de PSP een soort burgemeester in oorlogstijd, die compromissen moest sluiten met de kapitalisten in het parlement, op het beursplein en in Washington. Met deze houding plaatste de PSP zich in de woorden van PPR-politicus De Gaay-Fortman, radicaal buiten spel.

We kennen deze politieke stijl nog steeds: bijvoorbeeld in de PvdD. Die partij hoopt door haar verhaal van duurzaamheid en compassie uit te dragen in de Tweede Kamer de bestaande partijen herinneren aan de goede voornemens in haar verkiezingsprogramma’s. Zelf wil de PvdD geen verantwoordelijkheid dragen. Maar misschien is het meest klassieke voorbeeld van een getuigenispartij nog wel de SGP, dat is voor 2010. In de ruim negentig jaar dat de SGP in de Tweede Kamer zit heeft ze weinig anders gedaan het getuigen van haar orthodox-Gereformeerde verhaal in een langszaam seculariserend land. Maar zelfs deze partij wil nu wel compromissen sluiten met Rutte: steunen wij jullie bezuinigingen, doen jullie niets aan homo-rechten, vrouwenrechten en het zelfgekozen levenseinde.

Populisme

Populisme wordt vaak gelijkgesteld aan het nastreven van zoveel mogelijk steun van de kiezers. En hier zit ook wel een kern van waarheid in. Voor de populisten heeft het volk altijd gelijk. En dat betekent dat Wilders zijn radicaal-rechtse economische programma liet varen toen bleek dat het volk wilde dat de verzorgingsstaat behouden werd. Wilders werd in een nacht van een marktliberale hervormer de kampioen van de verzorgingsstaat. Ook de SP heeft een zekere flexibiliteit getoond, als knieval voor de kiezer: ze schrapte het voorstel om de monarchie af te schaffen uit haar programma, omdat de kiezer van het koningshuis houdt.

Verantwoordelijkheid nemen

De belangrijkste politieke ambten zijn in Nederland te vinden in het kabinet. Partijen nemen daar deel aan de macht. Ze nemen verantwoordelijkheid. Hiervoor moet je in Nederland, consensusland, coalities sluiten met andere partijen: uitruilen, compromissen vinden. Om aan de macht te komen moet een partij dus soms haar stokpaardjes laten varen. De ChristenUnie komt voort uit de orthodox-Christelijke traditie in Nederland. Dit was een partij die zich altijd verzette tegen abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Het Paarse kabinet had dit allemaal in wetten had vastgelegd. In 2003 merkte de ChristenUnie dat het met zo’n programma lastig was om aan de macht te komen. Onder haar eigen kiezers waren deze thema’s uitermate belangrijk. In 2006 verlegde de partij de nadruk van abortus en euthanasie naar jeugd en gezin. Dit sloot veel beter aan bij de programma’s van de centrumpartijen.  In 2007 werd Rouvoet vice-premier.

Conflicten tussen doelen

Deze drie doelen staan soms met elkaar op gespannen voet: in de regering is het niet altijd mogelijk om je programma te realiseren. Neem GroenLinks Leiden. Sinds 1986 had GroenLinks zonder onderbreking in het Leidse college gezeten. Ze had heel wat bereikt, maar ook heel wat moeten slikken met name van de VVD, zoals de bebouwing van de laatste groene polder van Leiden. De aanleg van de zoveelste parkeergarage was de druppel die de emmer deed overlopen. Uiteindelijk besloot GroenLinks dat zij beter in de oppositie kon zitten.

Progressief-linkse politici geloven volgens mij in hun hart allemaal in de multiculturele samenleving, Europese samenwerking en ontwikkelingshulp. Alleen sinds Fortuyn is het lastig omdat uit te dragen. In 2000 stond GroenLinks nog op 15 zetels in de peilingen. Toen kwam Fortuyn op. Vanuit het hart ging GroenLinks vol tegen dit anti-immigratiegeluid in. GroenLinks hield tien zetels over in 2002 en ging -electoraal gezien- een lastig decennium in. De PvdA maakte ook een harde smak in 2002. Onder Bos koos de PvdA voor een populistischere lijn. Harder op integratie, Euroskeptischer. Het signaal van de kiezer was begrepen.

Regeren kan ook gevaarlijk zijn voor steun onder de kiezers. Iedere keer dat D66 regeerde heeft ze een electorale crisis doorgemaakt van existentiële grootte. In 1974 hield D66 twee eigen zetels over in alle provinciale staten van Nederland. Ze had drie bewindspersonen in het kabinet Den Uyl. In 1982 hield D66 6 zetels over nadat ze minder dan twee jaar had geregeerd in het twee kabinet Van Agt. In 1994 had 24 zetels. Na vier jaar Paars was dat 14. Na nog vier jaar Paars was dat 7. D66 zette door: ze regeerde ook in het tweede kabinet-Balkenende: drie zetels bleven over in 2006. Sindsdien zeggen ze bij D66: ‘Regeren is halveren.’

Hand in hand

Maar idealen en ambten kunnen ook samengaan. De SDAP was de principiële vooroorlogse voorganger van de PvdA. Op lokaal niveau leerde ze dat ze heel wat kon bereiken. Drees in Den Haag en Wibaut in Amsterdam. Ze maakte de leefomstandigheden van veel mensen beter door sloppewijken opruimen en grote werkgelegenheidsprojecten te beginnen. In die lijn van wethouderssocialisme staat ook Andrée van Es. Als jonge vrouw zat zij in de Tweede Kamer voor de PSP. Ze kreeg welgeteld één motie aangenomen.  Als wethouder van Amsterdam kan ze dagelijks het verschil maken voor Islamitische meisjes en voor illegalen. Het blijft niet alleen bij mooie woorden. In Amsterdam maakt GroenLinks het waar.

En verantwoordelijkheid dragen hoeft niet electoraal desastreus te zijn. De Duitse Groenen wonnen onder Joschka Fischer verkiezingen. Deze minister van Buitenlandse Zaken maakte van de kleine nichepartij een brede partij door te laten zien dat ze verantwoordelijkheid aan konden. In Nederland kennen we het fenomeen premiersbonus: het beste voorbeeld komt uit 1977. Na de val van het vechtkabinet Den Uyl won de PvdA tien zetels met de leus: ‘kies de minister-president.’ De VVD doet het nu zo goed in de peilingen omdat ze met Mark Rutte een herkenbaar boegbeeld hebben. Een politicus die ook in lastige tijden verantwoordelijkheid wil nemen voor de boekhouding.

Idealistische politiek hoeft ook niet in de marges van politiek te blijven. De Renaissance van de Duitse Groenen die we nu zien, komt omdat kiezers de Duitse groenen herkennen als de milieupartij van Duitsland. Haar anti-kernenergieactivisme was na Fukushima een aantrekkelijke eigenschap. De Duitse groenen zijn consistent in hun groene oriëntatie, of het nu electoraal goed ligt of niet: in 1990 vielen de Groenen uit het parlement met de leus iedereen praat over hereniging, wij praten over dat weer.

Maar ook dichterbij zijn er voorbeelden van electoraal succesvolle idealistische politici. Ik denk dan bijvoorbeeld van Paul Smeulders in Brabant. Het verhaal over een diervriendelijke landbouw zit hem diep. Hij voerde in Brabant fel campagne tegen de mega-stallen voor de gezonde landbouw. Hij won -tegen de electorale wind van GroenLinks in- een extra zetel in de staten.

Compromissen sluiten een coalitieland

Natuurlijk moet een regeringspartij compromissen sluiten in een coalitieland. Alleen dan kan je je eigen idealen ook echt realiseren. Je moet goed kiezen op welke onderwerpen je je rug recht houdt en op welke onderwerpen je buigt. Je moet de onderwerpen die voor je eigen kiezers en leden belangrijk zijn niet zo maar opgeven. Als je als groene partij ervoor kiest om de laatste groene polder te bouwen, een de bouw van kolencentrale tolereert, megastallen laat aanleggen, bij milieuschandalen blijft zitten, dan moet je niet verbaasd op kijken als er bij de verkiezingen minder kiezers komen opdagen en ook je vrijwilligers thuis blijven.

woensdag, 18 april 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

De energieke ziel; Socratisch Café 072 april 2012

In energie, ziel, socratisch gesprek, lichaam, bernlef, café, de, duitsland, gesprek, en meer.
Waar zou een gesprek over de ziel over kunnen gaan? Een orgaan in het lichaam is het niet, maar toch verbinden we de ziel met ons lichaam. Een gesprek over de ziel gaat over iets wat ons raakt, wat ons niet onberoerd laat. We kunnen hieruit opmaken dat de ziel ons in velerlei opzicht bezig houdt. Er zijn vele uitspraken gedaan over de ziel. Een kleine bloemlezing: 
De morele mens houd van zijn ziel, de gewone van zijn bezit / Confucius, Chinees filosoof 
Denken, is de ziel die met zichzelf praat. / Plato, Grieks filosoof
Het gelaat weerspiegelt de ziel, de ogen verraden haar / Marcus Tullius Cicero
Tranen zijn het smeltende ijs van de ziel. / Hermann Hesse, In Duitsland geboren Zwitsers schrijver/dichter
Als je niet elke dag met een stok in je ziel roert, vriest hij dicht / Rutger Kopland, Nederlands dichter
Dit zijn heftige uitspraken. De ziel, zo onbepaald en zo indringend. Ook dichters laten zich inspireren door de ziel. Bernlef heeft er een prachtig gedicht aan gewijd: 
De ziel is in diepste wezen zielig.[…]
Op de monitor van de intensive carezien wij haar ten slotte wegvluchten in een punt. 
Wat achterblijft: het zielloos lichaamen de zekerheid dat iets verdwenen isdat niet bestaan kon maar er toch was. 
Bernlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman), Nederlands schrijverBron: Kanttekeningen
 We starten het gesprek met de vraag ‘Wat is het te leven met hart en ziel’. Dit is geen eenvoudige vraag, omdat het een metafoor bevat. De filosoof Nelson, die de Socratische methode praktisch heeft gemaakt, had hier bezwaren tegen. Hij stelde hoge eisen aan te gebruiken begrippen. Een beeld is niet vastomlijnd en laat het denken teveel speelruimte. Een metafoor is een vergelijking en die gaat volgens hem altijd mank. Hier valt wel wat voor te zeggen maar ook op aan te merken. Immers, juist met een Socratisch gesprek trachten we helderheid te krijgen over hoe we in ons handelen overtuigingen tot leven brengen. En een uitspraak is ook een handeling, een talige handeling. Wellicht dat juist het begrip ‘ziel’ niet eenvoudig met woorden te vangen is omdat het een immaterieel begrip en misschien wel een metafoor op zich. Toch bleek gedurende het gesprek dat opnemen van beeldspraak in de vraag wat ging wringen.
      Op de vraag ‘Wat is het te leven met hart en ziel’ kwamen indringende en prachtige levensverhalen naar voren. Het beleven van muziek kwam in verschillende voorbeelden terug. Het zeilen op zee; het professionele leven; de innige en intieme omgang met het eerste kleinkind, maar ook het begeleiden van mensen in hun stervensproces. De ziel vindt zijn/haar weg in alle levensfasen van de mens en op allerlei gedenkwaardige momenten. We vervolgden het onderzoek met het volgende verhaal: 
‘Ik begeleid vluchtelingen met gezinshereniging, zoals ook deze man. Zijn dossier was weinig hoopgevend. Het zou erom spannen of hij zijn gezin naar Nederland zou kunnen halen. Er zat ook veel tegen. Door de slechte postbezorging liepen we het risico dat onze aanvraag niet op tijd zou worden ontvangen. Toen ik sprak met een medewerker van de IND, kreeg ik het bericht dat we uitstel kregen. Pas op dat moment wist ik dat het wel zou gaan lukken; ik juichte, en de zon ging schijnen.’
In deze fase van het onderzoek kwamen twee interessante aspecten naar voren. Niet voor iedereen was dit een voorbeeld van leven met hart en ziel. Wat knelde hier? Wat weerhield deelnemers zich deze situatie eigen te kunnen maken? Het bleek dat het begrip ‘sociaal’ voor de één verband hield met ‘het leven met hart en ziel’. Dit ging niet voor iedereen op. Om de verhouding van ziel met sociaal te kunnen onderzoek was een nieuw onderzoek nodig over ‘sociaal zijn’. Een zijpad van het onderzoek opende zich. We markeerden dit zijpad met een bewegwijzering voor een komend onderzoek. Het tweede aspect had te maken met het metaforische karakter van de uitspraak ‘met hart en ziel’.  Waren hart en ziel wel te onderscheiden? Wat voor de één afgescheiden begrippen zijn was voor de ander niet los te zien. Dit vertaalde zich naar het moment, waarin zich de meeste hitte bevond. Wanneer was er nu het meest of echt sprake van leven met hart en ziel? En wat betekende de keuze van het moment voor het vervolgonderzoek? We kwamen tot de ontdekking dat dit voor de deelnemers zeer van belang was. Een prachtige observatie.
      We sloten het gesprek af. De ziel had zich getoond, als verbonden met het lichaam én met energie. Zijpaden ontdekt en met rust gelaten; de waarde van het hittepunt herkend; inzichten gedeeld én prikkelende vragen. Socrates keek letterlijk en figuurlijk over onze schouders mee. Zijn methode bracht de volgende overtuigingen over leven met hart en ziel naar voren:
·        Vanuit je kern kunnen reageren met enthousiasme en overtuiging, zonder belast te worden door je ego
·         Met overtuiging!
·         Leven zonder hart en ziel is vegeteren
·         Intensief, bewust en betrokken zijn, met alles worden aangeraakt
·         Met al  je inzet en interesse
·         Leven vanuit je diepste verlangen
·         Bewust en ontvankelijk
·         Het besef dat ik in deze situatie kan bijdragen aan het vergroten van iemands levensgeluk
·         Vanuit positieve intentie en optimisme samen met anderen vertrouwen op een goede afloop en dankbaar en blij dat je er energie kan instoppen en geven en dat het energie geeft
·         Zonder twijfel, lichtvoetig, huppelend, energievol, blij en krachtig
·         Beweeglijk levendig als vanzelf

Lees ook Farieda’s blog over de ziel. Kijk hiervoor mijn impressie van het Socratische Café 072 van maart.

zaterdag, 14 april 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

De circulaire economie gaat over geld en macht

In homo, kritisch, macht, nee, agenda, bedrijf, belangrijk, blogs, cda, en meer.

Laatst sprak ik een CDA politicus met een warm hart voor duurzaamheid. Hij was volledig ‘begeisterd’ door Herman Wijffels z’n 4 aspecten van de huidige crisis: het financiele aspect, met haar onhoudbare schuldenniveau, het ecologische aspect’ de sociologisch-organisatorische aspecten (top-down denken) en het culturele aspect (korte termijndenken, focus op aandeelhouderswaarde, de homo-economicus). Vervolgens beschreef hij me enthousiast het concept van circulaire economie en concludeerde dat de ontwikkeling naar een duurzame toekomst door ondernemers wordt gedragen. “Voor hun is duurzaamheid big business geworden”. Hij vroeg zich af hoe wij, als lokale overheden deze ontwikkeling gaan versnellen. Een goede vraag, die m.i. begint met de vraag naar ‘macht’ en ‘geld’. Want, van wie is die circulaire economie eigenlijk? Van de Eneco’s, de Microsofts, de Uniilevers en Shells van deze wereld? Of van de lokale gemeenschap, o.a. georganiseerd in lokale cooperatieve structuren. Lijkt me wel goed daarover eerst even helder te zijn.

Werkend aan de voorbereiding van Rio+20, de enorme duurzaamheidsconferentie in Brazilie komende juni, las ik prachtige teksten over duurzaamheid uit heel de wereld. De agenda van Rio+20 draait voor een belangrijk deel over de ‘vergroening van de samenleving’, over die circulaire economie. Maar van klein naar groot vind je organisaties die ‘Nee’ zeggen tegen die vergroening. ETC International, het transnational institute, de consumers association uit Maleisie, de boerencooperaties van Latijns America zijn allen uiterst kritisch. Komende blogs besteedt ik daar specifiek aandacht aan. Belangrijkste rede is dat het natuurlijk steeds weer om geld en macht gaat. Het is wel een mooie taal, die groene of circulaire economie, maar als het niet over macht en verdelingsproblematiek gaat, dan gaat het toch nergens over? Want moeten we de goede intenties van Unilever, SHELL of Tata Steel vertrouwen, opdat hun aandeelhouders de wereld met andere ogen dan die van dollars en euro’s zullen aanschouwen? Nee, er is geen ruimte voor zo’n naief wereldbeeld.

En toch, mijjn CDA vriend had het over die vier aspecten van Wijffels en verwees zonder aarzeling naar dat prachtige bedrijfsleven dat zo voorop loopt. Daar moeten we het echt nog eens over hebben. In mijn gemeente, Lochem, zijn we daar uiterst kritisch op. Een Essent, Eneco, Greenchoice of welk ander bedrijf ook dat hier grootschalig zon of wind of biomassa wil uitrollen wordt met het grootste wantrouwen begroet. Want wat zijn hun motieven? Ons te helpen of om een duurzaam verdienmodel voor hun aandeelhouders te realiseren? Want duurzaamheid heeft de toekomst, en dan is het heel handig om daar vroeg je belang te vestigen. Wij willen dat niet. De aandeelhouders van ons energiebedrijf wonen gewoon in Lochem. En over investeringen en herinvesteringen beslissen zij! De politieke economie van duurzame ontwikkeling krijgt veel te weinig aandacht en naief. Het is echt niet vreemd om het weer eens over het eigendom van productiemiddelen te hebben, in dit verband.

Of geloven we werkelijk dat de aandeelhouders van City London onze toekomst, die van onze ecologie en samenleving, zo hoog op de agenda hebben staan?

donderdag, 12 april 2012

Hans Kuipers

Hans Kuipers

Hyves Twitter GR

Planontwikkeling KoeBerg Zuid

In groenlinks-meppel, ruimtelijke ordening, zorg en welzijn, berggierslanden, koedijkslanden, woonservicegebied, april, college, de, en meer.

14a Plan Fame 300x212 Planontwikkeling KoeBerg ZuidOp 12 april voerde ik het woord in de raadscommissie over de Planontwikkeling KoeBerg Zuid. Als woordvoerder ruimtelijke ordening hield ik nu een bijdrage over zorg en welzijn. Alles komt samen in een woonservicewijk.  Ik kreeg de toezegging van het College de stand van zake van de visie op de woonservicewijk KoeBerg Zuid te ontvangen vóór de raadsvergadering.

Dit voorstel bestaat uit drie pijlers. Dat het hart van de wijk Koedijkslanden een flinke opknapbeurt verdient, staat buiten kijf. Ook de uitbreiding van het winkelcentrum wordt goed onderbouwd in het rapport van RMA Stedelijke Ontwikkeling & Vastgoed. De derde pijler: het komen tot een woonservicewijk en de bouw van woonzorgappartementen, is voor onze fractie echter onvoldoende onderbouwd.

Onze fractie heeft kennis genomen van het onlangs verschenen advies van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting: “Woonservicegebieden, klaar voor de volgende ronde”. Daarin lezen we in de samenvatting:

Een volwaardig woonservicegebied [...] bevat een arrangement van fysieke (vastgoed) en sociale voorzieningen die alle bewoners van het gebied in staat stelt om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, zonder in een isolement te raken. Wanneer partners op het gebied van wonen, zorg en welzijn samen met bewoners, onder regie van de gemeente hun krachten bundelen, hebben zij veel mogelijkheden om in ‘kansrijke gebieden’ volwaardige woonservicegebieden te realiseren. Het is daarbij onder meer van belang dat er samenhang of op zijn minst vergaande afstemming komt tussen de verschillende financieringsstromen van zorg en welzijn, bijvoorbeeld door te werken met integrale en zelfsturende wijkzorgteams. [Een] cliëntadviseur lijkt onmisbaar om ook het informele zorgnetwerk rond een bewoner aan te spreken.

In het rapport uit begin 2006, “Wel Thuis in Meppel”, komen de aanbevelingen voor het inrichten en opzetten van een woonservicegebied aan bod. Wij hadden, voorafgaand aan deze wijkontwikkeling, een heldere visie verwacht op de combinatie wonen, zorg en welzijn bij elkaar en een vertaling en herijking van deze notitie naar de situatie in dit concrete gebied.

Wij vinden het bovendien vreemd dat in het raadsvoorstel wordt genoemd dat “Het plan is afgestemd met Woonconcept, De Hoge Dennen, De Stouwe, Noorderboog, Vereniging van Eigenaren Winkelcentrum en Wijkplatform Koedijkslanden/Berggierslanden. Tevens zijn Welzijn Meppel/Westerveld, Promens care en Icare Thuiszorg in kennis via woonservice Koedijkslanden.”

Gezien bovengenoemde lijkt ons dat laatstgenoemden als belangrijke partners aan tafel hadden moeten zitten, of misschien zelfs wel op voorhand betrokken hadden moeten zijn bij de planvorming. Als wonen, zorg en welzijn hand in hand moeten gaan, had hier ook een gezamenlijk gedragen voorstel moeten liggen.

Heeft het College ook kennis heeft genomen van dit SEV-advies en loopt onze constatering dat de genoemde instellingen nog geen invulling hebben gegeven aan een dergelijk plan? En als dat zo is, wanneer pakt het College de regie op om dit alsnog samen met die instellingen op te stellen? Het gaat tenslotte niet om de stenen en de winkels, maar om de mensen die er (gaan) wonen.

De voorgestelde ontwikkeling wordt duidelijk geschetst in het Stedenbouwkundig Plan. De visie die ten grondslag ligt aan de planvorming is ons echter niet duidelijk. Dat maakt dat de fractie van GroenLinks op dit moment nog geen oordeel heeft over dit voorstel. Wij hopen dat het College meer duidelijkheid kan scheppen.

Klik hier voor het Stedenbouwkundig Plan KoeBerg Zuid.

Klik hier voor het SEV-advies.

dinsdag, 3 april 2012

Milena Stojanovic

Milena Stojanovic

Hyves Twitter

Ergens tussen waken en slapen

In de, hart.


gedroomde toekomst
alles
wat je hart begeert
je geest beweert
alles
tot het moment
dat het wakend oog
je wakker schudt
en je weet
alles

behalve de werkelijkheid


zondag, 18 maart 2012

Milena Stojanovic

Milena Stojanovic

Hyves Twitter

Kloppend

In hart.


kloppend
mijn slapen
mijn hart
de gebeurtenissen
het klopt


Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Reizigers-zelfbestuur

In uncategorized, boek, concept, de, eten, gratis, bedrijf, belangrijk, chocola, en meer.
De man in de advertentie in Spoor, het kwartaalblad van Nederlands grootste openbaar vervoers-maatschappij, zit er heel relaxed bij op bladzijde 25 van het eerste nummer van 2012. In een luxe eerste klas stoel leest hij in het gratis boekenweekgeschenk van Tom Lanoye. Er zit niemand tegenover of naast hem en er staat een tafeltje dat ik nog nooit in een trein heb gezien! Al met al een aanlokkelijk beeld als aankondiging van de gratis-reizen-zondag op 18 maart, in samenwerking met de jaarlijkse boekenweek:
Koop een boek, daarbij krijgt u een boekje als geschenk en de spoorwegen bieden u een dag gratis treinen omdat het zo lekker leest in de trein. Toch?
Dit concept werkt al jaren zo en al even zoveel jaren is het zo belachelijk druk op die dag, dat je met een beetje pech je hele treinreis opgepakt in nauwe gangen moet staan. Nogal het tegenovergestelde van het aanlokkelijk beeld van de man in die eerste klas coupé  De Nederlandse Spoorwegen zit duidelijk op een vreemd spoor; ze bieden via de boekenweek een gratis reisdag aan en faciliteren dat vervolgens niet; je kan instappen, dat lukt meestal nog wel, maar zitten, laat staan zittend lezen? Kleine kans!

Hoewel gewapend met een vrij reizen-kaartje-eerste-klas gebeurde er wat ik al vreesde: de hele eerste klas coupé puilde net zo uit van de vele reizigers als de rest van de trein.

Het was een ongemakkelijk situatie: ík had een voordeelkaartje eerste klas, maar moest ik dan iemand met een voordeelboekje tweede klas er uit jagen?
Zover kwam het gelukkig niet, omdat iemand opstond, die er op het volgende station uit wilde en vond dat hij de laatste 15 minuten wel kon staan.
In de coupé heerste een soort stemming van daar-komen-we-met-elkaar-wel-uit; als tevreden reizigers, deelden we verhalen, pepermuntjes en chocola.
0p de achtgrond dreigde nog wel de komst van de conducteur, die roet in het eten zou kunnen strooien. Tenslotte zaten veel reizigers op een onbetaalde eerste klas stoel.

De kaartjesknipmevrouw kwam, zag en overwon! Ze controleerde alle kaartjes en vertelde alle gratis-boekenweekgeschenk-reizigers dat ze onterecht een zitplaats bezetten in de eerste klas, dat dat niet mocht en dat ze op de eventuele terugweg echt 2de klas moesten reizen. Maar ze bood ook min of meer haar excuus aan; ze was erg ongelukkig met het tekort aan wagons, waardoor ze eigenlijk mensen de al overvolle tweedeklas gangen in moest sturen. Toen ik haar vroeg of ze bij haar werkgever gehoor vond voor haar klacht, haalde ze haar schouders op; ze was al lang niet meer trots op het bedrijf waar ze al 12,5 jaar bij werkte. Van haar mocht iedereen blijven zitten.
In de geven omstandigheden was dat een heel adequate oplossing, waaruit weer blijkt hoe belangrijk het is als werknemers kunnen omgaan met lastige situaties en dat ook (mogen) doen.
Aan het eindpunt van de reis wenste de treincoach ons via de intercom nog een prettige dag, ondanks het ongemak tijdens de treinreis.
Een dame met hart voor de zaak, maar ook handelend als hart ván de zaak.

Dus hierbij een gratis advies voor onze spoorwegen:
Reizigers-zelfbestuur onder begeleiding van adequate medewerkers.
Misschien is er dan hoop voor de Nederlandse Spoorwegen!


Ineke M. Verdoner

De leespagina van de ns
Muziek van Ernst Reijseger, als verwant van de Reiziger

Heaven On Earth

vrijdag, 16 maart 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Consolation International

In samenleving algemeen, lijden, medeleven, mee-lijden, actie, acties, afghanistan, afrika, bloemen, en meer.

We naderen Pasen en al ben ik niet gelovig, het is een geschikt moment om stil te staan bij het Lijden. Het is part of life en als zodanig niet een punt van dagelijkse, diepgaande aandacht. Een mens kan er gek van worden. Overzien we het actuele toneel met een jaar bloederige opstand in Syrië, een afgrijselijk busongeluk, een losgeslagen moordende militair in Afghanistan, dan is er veel stof tot reflectie. Alsof er toch een hogere macht is die het er om doet.

Lijden is het ondergaan van smart en ellende, aldus wikipedia. Je hebt het lijden van direct betrokkenen en het lijden van hen die op afstand meevoelen. In aantal is dit exponentieel, in mate van pijn is het een flauw surrogaat. We voelen de smart bij de zoveelste moordpartij door het regime van Assad, we voelen niet de echte pijn die de getroffen Syriërs ondergaan. Ons lijden is daarmee niet gediskwalificeerd. Gedeeld lijden verzacht…wordt gezegd. En beter met je gezicht naar wat er mis is staan, dan met je rug.

Soms leidt het mee-lijden tot acties. In Libië kwam de internationale gemeenschap in actie. Bij het busongeluk is er sprake van een actieve expressie van medegevoel. Al is een dag van rouw voor ons weer te lastig om in mee te gaan. Bij zo een moordende militair staan we geheel machteloos. De afstand tussen het lijden van de getroffen Afghaanse families en ons mee-lijden is onoverbrugbaar.

Ik zei al: we kunnen niet iedere dag uitgebreid met het Lijden op de wereld bezig zijn. We slaan het wel ergens op, want is er een ramp waar de afstand met de slachtoffers makkelijk en veilig is te overbruggen dan kunnen we gul zijn in onze steun. Tenzij de ramp, zoals bij de hongersnood in de Hoorn van Afrika vorig jaar, een onoplosbaar Lijden lijkt te vertegenwoordigen. Dan verliezen we de moed of de zin. Of is ons repertoire van medeleven opeens te beperkt.

Ik hanteer nu steeds de meervoudsvorm omdat het naar mijn idee om iets redelijks ongrijpbaars gaat. Hoe gingen we om met de 9/11 aanslag? En de grote terroristische aanslagen daarna in Madrid en Londen? We volgden met grote betrokkenheid de berichtgeving. Dit oogt wat karig, maar, om andere redenen dan bij de moordende militair, was ook hier het tonen van mee-lijden een onmogelijke opgave: een hulpactie, een zend-een-bloem/ of kaart-actie…het leek weinig zin te hebben. En als je het als individu zou willen: hoe regel je dat?

Ik kan me best voorstellen dat we vaker van ons willen laten horen als we geconfronteerd worden met Lijden. Niet per se met geld, wat ook niet altijd mogelijk is. Maar met een kaartje, een email, bloemen desnoods. Als een arm over de schouder, een klop op de rug. En wat zou het gemakkelijk zijn als er een organisatie was à la Amnesty die die faciliteiten biedt. Een Consolation International, die bij situaties met Lijden er voor zorgt dat je de getroffenen linksom of rechtsom een hart onder de riem kan steken. Omdat we wel willen, maar niet altijd kunnen. Het zal de hongerigen misschien niet veel zeggen, maar getroffenen van aanslagen, ongelukken en ander onheil kunnen er troost uit halen. En wie wil dat nu niet, in smartvolle en ellendige situaties troosten of getroost worden?

zondag, 11 maart 2012

Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Hyves Linkedin Twitter GR

Hartverwarmende manifestatie in Den Haag!

Afgelopen woensdag vertrokken we met 2 bussen uit Meppel richting Den Haag. De bus was gevuld met een mix aan verloskundigen, verpleegkundigen, kraamverzorgsters, gemeenteraads- en duoraadsleden uit Meppel en de regio, afvaardiging van Zorgbelang Drenthe, journalisten , moeders en andere betrokkenen.

Toen we daar aankwamen was op het plein een hartverwarmende manifestatie. Bianca Mars , initiatiefneemsters van de handtekeningen on line en ik mochten de manifestatie openen. Bianca drukte op een knop waarna we 45 minuten de tijd hadden om met elkaar te spreken. Aan het woord kwamen onder andere Nelleke Gosker, kamer leden als onze GroenLinks woordvoerdster Linda Voortman, Esmé Wiegman van de ChristenUnie, mevr. Arib van de PvdA en Emiel Roemers van de SP.

Aan het einde van de manifestatie maakte Bianca bekend dat er maar liefst 10.000 handtekeningen waren opgehaald in Meppel en de regio. Deze werden overhandigd aan Tweede Kamerleden van de PvdA, GroenLinks, ChristenUnie, CDA, SP, PVV en VVD die speciaal hiervoor naar de manifestatie waren gekomen. Alleen D66 schitterde door afwezigheid.

Daarna moesten we ons haasten om op tijd bij de Tweede Kamer te komen. Maar helaas kreeg niet iedereen een plekje en ging tegen twee uur een bus onverrichterzake weer naar huis. Dat was wel jammer. 16 januari had Linda Voortman nog bij de giffie extra ruimte aangevraagd. Dit was wel toegezegd maar uiteindelijk niet geregeld.

Van 14.00 tot 17.00 uur werd over verloskundige zorg gesproken. Meppel kwam herhaaldelijk aan bod. Met uitzondering van D66 was iedereen het er eigenlijk over eens dat het alternatieve plan een goede kans moet krijgen in het overleg met het ziekenhuis en Achmea. Er werd ook gesproken over een onafhankelijke voorzitter die dat proces moet begeleiden.

Tegen half 6 gingen we moe maar voldaan naar huis. In de bus maakten we nog even de balans op. Goed dat de verloskundigen een alternatief plannen hebben. Goed dat het debat er is geweest en er een opening is weer met elkaar in gesprek te gaan.

We gaan het allemaal nauwlettend volgen in de toekomst.

Ik wil iedereen nog van deze plaats bedanken voor alle inzet. Gewoon geweldig dat we in een kort tijdbestek zoveel werk met elkaar hebben verzet. Wat is die verbondenheid met Meppel dan groot. Dat is heel mooi om te ervaren.

Manifestatie Den Haag 07 03 2012 02 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 03 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 04 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 07 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 08 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 09 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 12 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 15 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 16 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 17 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 19 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 20 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 23 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 24 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag! Manifestatie Den Haag 07 03 2012 25 150x150 Hartverwarmende manifestatie in Den Haag!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Keukenromance

In vrijplaats, poëzie, de, geluk, hart, lief.

mijn ziel heeft dat wonder

hoe wij met hemel en ogen

hevig teder en trouw

god ja

in onze nacht een hart en bloem zullen beschermen

 

kom man

houd mij dichtbij en kus me stom

ik jouw Julia jij mijn Romeo

nog toegewijd en hongerig

zo verliefd

 

dan langzaam worden we gek

tot ze ons geluk overnemen

als poëzie de liefde

schat, waarom lief zijn

wanneer verliezen meer liefkozing behoeft

 

als ik nu aan jou droom

denk je te zien

voel ik zacht de omarming van een engel

en doe je ons zoenend

teniet


vrijdag, 9 maart 2012

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel Monique Samuel: ‘Mubarak is door Facebook van zijn troon gestoten’

In de linker wang, agenda, amersfoort, arabische lente, beleid, boek, christenunie, dagblad, de, en meer.

Monique Samuel ziet uiteindelijk hoop voor jeugd in Midden-Oosten

Vanochtend stond ze in de NRC Next en vanavond zit ze in Pauw & Witteman. Monique Samuel (22) leidt een avontuurlijk leven. Sinds ze vorig jaar voor het eerst gevraagd werd als commentator van de revolutie in Egypte is haar leven flink veranderd. ‘Vandaag word ik ook weer aan de lopende band gebeld’, zegt ze, ‘omdat er voetbalrellen zijn geweest in Port Said’. Het is tekenend voor haar leven: druk, van alles te doen.

Vanochtend stond ze in de NRC Next en vanavond zit ze in Pauw & Witteman. Monique Samuel (22) leidt een avontuurlijk leven. Sinds ze vorig jaar voor het eerst gevraagd werd als commentator van de revolutie in Egypte is haar leven flink veranderd. ‘Vandaag word ik ook weer aan de lopende band gebeld’, zegt ze, ‘omdat er voetbalrellen zijn geweest in Port Said’. Het is tekenend voor haar leven: druk, van alles te doen.

Monique Samuel werd geboren in Amersfoort als dochter van een Egyptische man en een Nederlandse vrouw. ‘Ik ben niet in Egypte geboren, zoals veel mensen denken, maar mijn familie woont daar nog wel’. Ze heeft het land al twaalf keer bezocht en meestal blijft ze langer dan een maand. ‘Ik logeer dan bij mijn oma, die woont in een simpele volkswijk in Caïro’.

Haar familie is Koptisch, de oudste etniciteit in Egypte. De Kopten zijn oorspronkelijke inwoners van het land, voordat er Arabische inmenging plaatsvond. Daarnaast is het een religieuze minderheid in Egypte, omdat zij de Koptisch-christelijke religie aanhangen. ‘Dat is één van de oudste christelijke stromingen op aarde’, legt Samuel uit, ‘gesticht door de apostel Marcus in de eerste eeuw na Christus’. Door de Arabische inmenging is ook de islam in het land gekomen. ‘Als kind van een Arabier wordt je als moslim geboren’, zegt Samuel.

Wanhoopskreet
Haar reizen naar Egypte geven haar een uniek beeld van de situatie daar, wat volgens haar ook de hoofdreden is dat ze veel in de media verschijnt. ‘Kijk, gisteren waren er voetbalrellen in Port Said. De meeste mensen zien dat dan als normaal voetbalgeweld, maar ik zie meer: een complot. Op YouTube zie je politieagenten de andere kant oplopen. Het is net alsof ze wíllen dat het uit de hand loopt.’  Echter, naast persoonlijke ervaring heeft Samuel ook veel kennis over het land: naast haar studie Politicologie aan de Universiteit Leiden, volgde ze veel vakken op het gebied van de geschiedenis van het Midden-Oosten en islamitisch recht. Met name westers beleid in islamitische landen interesseert haar, waardoor ze ook veel kennis heeft over bijvoorbeeld Iran, Israël/Palestina en Libanon. Maar Egypte, het land van haar vader, liet haar niet los: ‘Er is geen Engels of Frans boek over Egypte wat ik niet gelezen heb’.

Samuel heeft veel te vertellen over de Arabische Lente, de revoluties die vorig jaar begonnen in het Midden-Oosten. De revoluties, die voor de buitenwereld vooral een roep om democratie lijken, zijn volgens Samuel veel basaler. ‘Dit is een wanhoopskreet. Het systeem is geheel vastgelopen.’ In het Midden-Oosten is zestig procent van de bevolking onder de 29. De meeste mensen hebben slechts één heerser gekend die mijlenver van de bevolking afstaat of -stond. De welvaart steeg wel, maar de bevolkingsgroei deed dat nog veel harder. ‘De werkloosheid stijgt, het aantal ondervoede kinderen stijgt. Combineer dit met corruptie en steeds slechter onderwijs en je snapt wat er mis is’. Mensen zijn ongelukkig of zelfs wanhopig. ‘Je komt van de universiteit en hebt geen uitzicht op een baan, een appartement of zelfs een huwelijk, daar is geen geld voor.’

Verloren generatie
Sinds de revolutie is het in Egypte niet beter geworden. Samuel vertelt over haar oom, die in airconditioning handelt. Sinds de revolutie verkoopt hij niks meer. ‘Iedereen houdt zijn hand op de knip. Lonen worden niet meer uitbetaald, winkeliers verkopen niets.’ Het hele land moet opnieuw worden opgebouwd. De politieke instituties zijn zwak: sinds de jaren vijftig is Egypte in feite een militaire dictatuur geweest. Mubarak had dan wel geen uniform aan, maar hij had wel het hele leger achter zich. De ware revolutie moet eigenlijk nog plaatsvinden: het leger moet terug naar de barakken. Het kan allemaal nog wel even duren. ‘De generatie van Tahrir is eigenlijk een verloren generatie’, zegt Samuel met pijn in het hart, ‘zij zullen niet profiteren van de revolutie.’

Toch gloort er hoop voor het Midden-Oosten. Op lange termijn gelooft Samuel wel dat het beter wordt: ‘Onder druk van de hoger opgeleide bevolking zullen er geen dictators meer komen.’ Tunesië kan hierin gezien worden als lichtend voorbeeld: ‘Daar won dan wel een islamitische partij de verkiezingen, maar zij houdt zich prima aan de grondwet.’ Dit komt  ook omdat in dit land juist wél sterke instituties zijn. Het leger had niet zoveel macht en er was nadat de dictator was afgezet geen directe opvolger.

Samuel begint binnenkort aan een onderzoek over de rol van sociale media in radicale jeugdbewegingen in het Midden-Oosten. Ondanks dat slechts twintig procent van de bevolking internet heeft is de rol van Facebook en Twitter groot in de Egyptische revolutie, zegt ze. Dit komt ondermeer omdat de Arabische zender Al Jazeera, waar 86 procent van de Egyptenaren naar kijkt, ook YouTubefilmpjes, tweets en Facebookberichten uitzond. ‘Er is nauwelijks vrije pers of vrijheid van meningsuiting, maar op deze manier dus wel. Hier is totaal niet op gerekend door het Egyptische regime.’ Mubarak is eigenlijk door Facebook van zijn troon gestoten.

Coming Out
Alhoewel ze geen lid is van de Koptisch-Orthodoxe Kerk, is Samuel wel christen. ‘God is voor mij de basis van alles wat doe.’ Als ik vraag bij wat voor kerk ze zichzelf thuis voelt, verzucht ze: ‘Oef. Ik ben al bij heel veel kerken geweest, maar in elke kerk zie ik iets van God maar ook heel veel van de mens.’ Daarnaast houdt ze niet van labeltjes: ‘Ik wil gewoon met iedereen in gesprek blijven.’ Ze ziet zichzelf als een een bruggenbouwer. Met een lichte trots vertelt ze over het feit dat ze de eerste christen was die op de Islamitische Omroep kwam. ‘Dat is toch mooi?’

Vorig jaar werd Samuel onderwerp van gesprek door haar coming out: op haar weblog vertelde ze lesbisch te zijn, een vriendin te hebben en te gaan scheiden van haar man. Voor sommige mensen was dat misschien schokkend, denkt ze wel, maar voor haar zelf is de worsteling grotendeels voorbij: ‘God heeft me gewoon zo gemaakt’, zegt Samuel, ‘het is iets tussen Hem en mij.’

Samuel stond tot een tijd geleden bekend als onderdeel van het christelijke wereldje. Ze was columnist bij het Nederlands Dagblad, werkte voor het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie (ze was overigens geen lid van de partij, zegt ze nadrukkelijk) en was te zien bij de EO. Tegenwoordig doet ze een stuk meer dan dat: ‘Ik schrijf bijvoorbeeld voor een progressief weblog als DeJaap en binnenkort word ik columnist voor het homojongerenblad Gay & Night.’

Is dit allemaal het gevolg van haar coming out? Ze benadrukt dat dit niet zo is: ‘Ik heb uit de christelijke wereld juist geweldige reacties gehad’. Ze wilde vooral zelf een breder publiek aanspreken, om met iedereen in gesprek te kunnen blijven.

GroenLinks
Om diezelfde reden is ze nooit lid geweest van een politieke partij. Ze zegt zich wel verbonden te voelen met GroenLinks, maar lid worden wil ze niet. De partij is op dit moment zoekende, zegt ze, ‘net als bijna iedere partij, trouwens. Onze ‘vrienden’ van de PVV en de SP profiteren daarvan.’ Ze vindt dat Nederland veel toekomst gerichter moet denken. Ons land heeft potentie, maar we verschuilen ons nu achter de dijken. ‘We moeten ons eens committeren aan plannen voor de komende 25 jaar, in plaats van elke twee of drie jaar alles te veranderen.’ Of ze zelf de politiek in wil? Daarover zegt ze: ‘Ik moet eerst nog ervaring op doen. Ik wil niet zo’n jong broekie worden die met veel tamtam de kamer in komt, maar na een tijdje ondergesneeuwd raakt. Daarvan zijn er zoveel.’

Van buiten het parlement probeert ze echter wel mensen aan het denken te zetten, bijvoorbeeld over ons denken over het Midden-Oosten. De regering is heel hypocriet, zegt Samuel boos: ‘Ze zien een Arabische winter in plaats van een lente. Democratie in het Midden-Oosten, dat kan gewoon niet. Er móet wel een Egyptisch kalifaat komen, want anders zouden de moslims hier ook wel eens democraat kunnen zijn, da’s voor onze anti-islamitische regering veel te eng.’

Terwijl de democratie in Nederland in verval is, kan men niet enthousiast worden van democratisering aldaar, ‘terwijl Obama, Cameron, Merkel en Sarkozy allemaal positief hebben gereageerd, vond Rutte het maar zorgelijk.’

Nieuwe visie
Er moet een compleet nieuwe visie komen op het Midden-Oosten, vindt Samuel, en we moeten de jeugd daar helpen om democratieën op te bouwen. Veel hoop dat de Nederlandse regering en de EU dat zullen doen, heeft ze echter niet. ‘Ons eigen belang is veel belangrijker, joh.’ Daarom richt ze zich liever op NGO’s en jeugdbewegingen in het Midden-Oosten. Praktisch gaat ze dit de komende tijd doen bij Oxfam Novib, waar ze stage zal lopen.

‘Er is nog veel te doen’, zegt Monique Samuel, doelend op haar agenda voor vandaag. ‘Er is nog veel te doen’, denk ik, terwijl ik haar woorden op me in laat werken. Ik neem afscheid van een jonge, inspirerende vrouw, waarvan we ongetwijfeld nog meer zullen horen.

Dit stuk verscheen als coverstory in De Linker Wang (maart 2012)


donderdag, 8 maart 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Precair terrorisme #wot 10

In judith butler, terrorisme, loslaten, menselijkheid, wot, geweld, afhankelijkheid, beschaving, ideaal, en meer.
De vliegtuigen waren nog maar net ontploft of er werd geroepen om vergelding. Ik begrijp deze emotie. Het gevoel dat je wereld op instorten staat is al overweldigend, laat staan dat je wereld fysiek ineen stort. Terwijl ik dit opschrijf, bekruipt me ook meteen weer het sprakeloze, verbijsterende, ongelofelijk, niet van deze wereld zijnde gevoel toen ik de Twin Towers ineen zag storten. Deze ervaring van geraakt zijn, tot diep in je wezen je kwetsbaarheid uiteengereten staat me nog bij als de dag van gisteren. De confrontatie dat een open samenleving niet alleen haar deuren opent voor het goede maar ook voor het kwade komt hard aan. Hoe sluit je je deuren voor het een en hoe open je je deuren voor het ander? Onze beschaving is precair, ons leven is precair, en het terrorisme vindt precaire wegen om onze open samenleving te treffen. De reactie liet niet lang op zich wachten; oorlog aan het terrorisme. Er was geen andere weg dan voor ons of tegen ons te zijn.
      Sindsdien zijn niet alleen de Amerikanen maar ook wij Nederlanders gevangen in een vicieuze cirkel van vergelden van geweld met geweld. Veiligheid heeft de hoogste prioriteit. Wat ik signaleer is dat dit gevoel van onveiligheid ons onze denkkracht ontneemt. Want hebben we echt het idee dat deze maatregelen van geweld en aantasten van burgerrechten bijdragen aan een veilige wereld? We gaan voorbij aan het wezen van een menselijke samenleving. In een open samenleving zijn wij afhankelijk van onbekende anderen. Anderen, die ik niet ken en die mij niet kennen maar die mijn leven drastisch kunnen wijzigen. Geen één veiligheidsmaatregel kan deze afhankelijkheid van het onbekende wegnemen. Geen één vergeldingsactie is in staat onze precaire afhankelijkheid weg te nemen. Als wij veiligheid voorop zetten, moeten we bereid zijn onze menselijkheid op te geven. Ik ben daartoe niet bereid. In plaats van het opwerpen van betonnen muren, het ontnemen van burgerrechten aan nieuwkomers of het aanwijzen van de zondebok, wil ik nadenken over andere wegen dan die van de gemakkelijke vergelding. De vraag die prangend op de voorgrond treedt is: Kan ik loslaten zonder te verliezen?
      Met deze vraag breng ik mijzelf terug naar de periode waarin ik een dierbare heb verloren zonder haar te kunnen loslaten. Jarenlang heb ik mij aan haar herinnering vastgeklonken als een slaaf aan zijn ketenen. Ik veranderde in een precair mens, balancerend tussen het loslaten en vastklemmen. Pas veel later begreep ik dat loslaten pas echt mogelijk was als je elkaar voor een laatste keer van hart tot hart heb toegesproken, elkaar op wezenlijk niveau hebt geraakt. In deze uiteindelijke aanraking verloor ik niet, maar verrijkte ik mijn hart waardoor ik ontving in het loslaten. Wat brengt mij deze ervaring voor het nadenken over precair terrorisme? Ik herken in het vergelden van geweld met geweld een harteloos vluchten in een vicieuze cirkel. Amerika werd een land dat haar kwetsbaarheid niet onder ogen kon zien, maar zichzelf verblindde met zoete wraak. Nederland is een land dat haar kwetsbaarheid niet koestert, maar zichzelf wentelt in verongelijktheid. Ik geloof niet in deze weg, omdat wij in deze weg onze menselijkheid op het spel zetten. Net zo goed ik aan mijn dierbare vastklampte, houden we in oorlog vast aan het ideaal van een monsterlijke ander. Beide bestaan niet, noch de dode, noch de afschrikwekkende ander. In het loslaten van het ideaal van de onaantastbare dierbare en de monsterlijke terrorist behouden wij onze precaire menselijkheid.

Deze week geïnspireerd door Judith Butler’s Precarious Lifeen Riekje Boswijk’s Afscheid nemen

* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Precair *pre – cair [pree` kèr] («Frans«Latijn) bijvoeglijk naamwoord onzeker, bedenkelijk, hachelijk, gevoelig, heikel, twijfelachtig”

woensdag, 7 maart 2012

Pieter Kos

Pieter Kos

Twitter

Fotoverslag Actie tegen bomenkap Morspoortgarage met Maarten ‘t Hart

In geen categorie, actie, bomen, de, dieren, dwars, gedichten, groenlinks, hart, en meer.
Op 5 maart hebben DWARS, Milieudefensie, Partij voor de Dieren en GroenLinks actie gevoerd tegen de kap van prachtige grote bomen bij het Morspoortterrein. Bomen worden permanent gekapt voor een tijdelijke garage, een zwarte dag uit de Leidse politiek. Demonstranten hebben gedichten voorgedragen en er is een nieuwe boom geplant door Maarten ‘t Hart, als teken van [...]

woensdag, 29 februari 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Ik hou van het openbaar bestuur…

In verklaringen, toespraken en interviews, innovatie, kennis, koningin, kracht, kunst, leiden, licht, muur, en meer.

De laatste toespraak van Bart Eigeman in de Bossche raadszaal, bij zijn afscheid als wethouder, 28 februari 2012.

Ik hou van het Openbaar Bestuur, Het was mooi hier vele 10tallen klassen rond te leiden, te vertellen van 39 raadsleden, het college, de run op de stoel van de voorzitter…. Historische muur als spiegel van bescheidenheid, de doorkijk van binnen naar buiten en van buiten naar binnen……
Ik hou van het openbaar bestuur. Meer omdat het Openbaar is, dan centrum van Bestuur. Ik doe hier niemand tekort, collega-wethouders, raadsleden, ambtenaren, voorzitter en burgemeester, als ik vertel dat mijn energie én drive buiten dit huis liggen.

Frances en Milton, die via TOM-coaches een weg vinden waar geen weg was.
Fharid, hij ging stuiterend door het leven thuis en op school, tot hij via jongerenwerk bij Voor Talent Wordt Geklapt en het Wijktheater kwam. Hij kreeg het podium en nu laat hij anderen stuiteren op zijn percussie-muziek. Piet Verheugt rond het Rivierenplein, ge het gelijk da ge wilt dat de overheid naast oe staat!

Hans Kieft, Wilma vd Steen, Adrienne Hazenberg: veel vrije tijd zetten zij hun schouders onder het beter maken van hun straat, hun buurt, hun dorp.
Kerim al Barkauoi, Carmen Wijnen, Arie Bijl, dwars tegen de stroom van angstzaaierij in, werken zij niet toe naar een ander Nederland, zij gaan er van uit!
Er zijn heel veel mensen die werken aan de gemeenschap. Hun resultaat telt!
En wat ons te doen staat, is de kracht van deze mensen de ruimte bieden.

Wat is het goed dat we in de brede coalities, die er al vanaf 1998 zijn, een grondtoon in de coalitieakkoorden horen.Ik heb meegeschreven aan 3 coalitieakkoorden. Het vertrouwen in de burgers, als kracht van de stad (en van de dorpen), vraagt een uitdagende overheid.

Het voelt een beetje alsof ik heb mogen meewerken de gemeente de 21e eeuw in te leiden. We kwamen in ‘s-Hertogenbosch van een eeuw lang Rooms Rode toonzetters. Zij kenden knellende charitas enerzijds en overbezorgde overheid anderzijds als politiek denkraam. In essentie zijn beide geënt op zieligheid, op het tekort van burgers dat door de overheid aangevuld dient. Ik heb, ten tijde van de opkomende neo-liberale onverschillige overheid, vorm willen geven aan bezielend besturen: mensen aanspreken, verbinden en steun op actie bieden. Van Doegeld en BIGgeld tot BEC, van peuterspeelzaal tot – binnenkort – de 1000ste Leerbaan met werkgevers als ambassadeurs, van brede school tot islamitische begraafplaats, van Ma Lommers tot en met de Commisaris van de Koningin, van stencilblaadje tot twitter.

Daar werken we als college nauw in samen. In deze periode zijn de transities een uitdaging tot innovatie, de bezuinigingen niet alleen een korten maar een pogingen te vernieuwen. Huib, Geert, Jeroen, Jan: goed dat we hierin samen optrekken. Wij overbruggen politieke scheidslijnen door het beroep op de kracht van mensen.

We stoeien daarbij met de rol van de overheid: Als overheid zijn we bijna altijd een bio-industrie die zo snel mogelijk zo veel mogelijk en zo goedkoop mogelijk rationele eenheidsworst produceert.Ik heb het als mijn opgave gezien onze dienstverlening, onze bestuurlijke activiteit zoveel mogelijk als scharrelboerderij in te richten: zet bewoners, zet professionals, ook onze ambtenaren, in de ruimte om met kwaliteit voedsel te zoeken. Er is grote diversiteit, de jongere, de oudere, de ondernemer bestaat niet, Engelen vraagt iets anders dan de Gestelse buurt: dat dient uitgangspunt van handelen te zijn.

HOE is daarbij een grote voor-waarde om te bereiken wat wij willen. Ik heb daarbij bijzonder goed kunnen samenwerken met de ambtelijke organisatie, met veel plezier om te zien dat hoe hoger de lat ligt, hoe beter mensen tot hun recht komen. Kunst is om mensen niet alleen hun werk goed te laten doen, in het licht van steun op actie aan burgerkracht is het goede werk doen nog uitdagender. Leiding geven als bestuurders en regievoeren als ambtenaren is niet zelf bepalen hoe het kan en moet, het is vooral beweging oproepen door aansprekend te zijn.

Ik ben dankbaar dat vanuit de oppositie de moed bestaat goede plannen te steunen, ik denk aan de sportvisie onder collega Weterings, aan onderwijshuisvesting tot en met het nieuwe VMBO, ik hoop dat een goed theater er ook gaat komen…. En modder gooien is geen Bossch spel! Ik heb respect voor het respect, en dank u allen voor het weerwoord dat mij energie heeft gegeven korter van stof te worden en duidelijker te zijn in besluiten. De extra raad van 22 augutus 2001, Paul Kagie, over peuterwerk staat me nog scherp bij. Jouw ervaring en kennis maakt dat ik me nog een schepje dieper voorbereidde. 1x heb ik de kwetsbare grens van het vertrouwen gevoeld. Misschien dat het niet eens alleen om dat dossier ging. Teveel resultaat willen, is een gevaar voor nieuw resultaat.

Ik heb waardering voor de fractievoorzitters, veel buffelwerk, zeker voor hen die in de coalitie zitten: Hermie, Ralph, Jos, Ben en in het bijzonder Ruud – ik hou van jou man! – zoek de verbinding, vooral met wat nodig is voor de stad. Wees aansprekend, verbindend en biedt steun om de energie in de stad te laten stromen.

Ik zal mijn collega’s missen, ik heb geen vechtcolleges meegemaakt, Ruud, ik gun jou een langjarige ervaring als wethouder in een sterk team! Ik heb vertrouwen in jou als opvolger! En Huib, ik hoop dat we nog eens op n bankje naar de sterren kijken, dat maakt klein en groots tegelijk.

Ik ben trots zo lang met jou gewerkt te hebben Ton. Jij hebt, met ons, deze stad ook buiten deze stad op de kaart gekregen en wij vinden elkaar in het belang van sport, cultuur en onderwijs, om aan echte stadsontwikkeling te doen! Je hebt mij uitgedaagd om naar voren te stappen, ook buiten mijn portefeuille. Je hebt mij laten zien dat het pakken van de telefoon om steun te zoeken, verbindingen te leggen snel tot resultaat leidt. Ton, bedankt.

Waar ik voor sta, is waardevol handelen in dienst van mensen. Hoe waardevol is het dan, dat ik afscheid kan nemen omdat ik het nog naar mijn zin heb. De B’s van Bart staan voor Bezinnen, Bezielen en Bewegen, ik ga even de nadruk leggen op het Bezinnen, met de Belofte dat ik op andere wijze dan nu mij kracht zal gaan inzetten.

Hoe waardevol is het dat ik afscheid kan nemen in bijzijn van mensen die mij niet als wethouder zien, maar als Bart. Mijn secretaresses, Karin/Ans, Henk Wouda, de bodes
Ouders, schoonouders, Jean en bovenal Karin, Femke en Merlijn, Judith, Emma, van jullie heb ik altijd steun ontvangen om politiek te bedrijven met hart en ziel. En voor ik eelt op mijn ziel krijg, ben ik weg, ik heb gezegd!

Bart Eigeman

Léon Dekkers

Léon Dekkers

Hyves Twitter

Een moeilijke beslissing

In crisis, huis, portugal, verhuizen, werk, beslissing, geld, nederland, bezoek, en meer.

 

Het is niet makkelijk het volgende te schrijven.

 

Portugal is sinds 2 jaar ons nieuw thuis. In eerste instantie hebben we gekozen voor het wonen in de grote stad, Lissabon. Zeker in een eerste jaar is het goed om te wonen dicht bij al het regelwerk. En regelwerk is er veel hier. Er is ongetwijfeld een compleet bos gesneuveld voor al het papierwerk dat nodig was.

Het was een moeilijk jaar dat helaas niet makkelijker werd naarmate het vorderde. Dat kwam deels door de zeer natte winter maar vooral door mijn / onze gevoelens. Het wonen in een appartement in een drukke woonwijk viel tegen. De treinen die door de woning leken te rijden wenden maar niet. Contact met de buren was er feitelijk niet, etc.. 

Maar het allerbelangrijkste was wel het gevoel van opgesloten zitten in het appartement.

Het had een prachtig balkon met uitzicht op het water van de Taag, maar toch.

 

Steeds meer begon het gevoel te leven: dit is wel een kans. Een kans om te wonen op het prachtige platteland van Portugal. Een huisje met olijfbomen, ruimte voor de beesten, een moestuin en vooral rust en ruimte.

Een spannende en leuke zoektocht begon. Voordat we ons droomhuis vonden kwam er nog iets anders op ons pad: Lucky. Lucky is een geweldige hond en tegenwoordig met afstand mijn beste vriendin. En van de beste aanvullingen op mijn leven hier!

Toen vonden we ons huis. Het was alles wat we zochten. Het was charmant, had grote bomen, ontzettend veel ruimte en niets dan rust. Het was betaalbaar en dus brachten we gelijk een bod uit. De verkopers gingen akkoord en we deden onze aanbetaling.

 

Hierna begon een lang traject tussen niet mee werkende verkopers een incompetente makelaar en een drama van een bank. Op veel momenten leek het zo te zijn dat onze droom een nachtmerrie zou worden. En dat was als we al sliepen, nachten lagen we wakker. De hypotheek leek niet te worden verleend, de verkopers zeiden te willen stoppen, etc.. Toen we eenmaal de sleutel hadden waren we even de gelukkigste mensen op aarde!

 

Echter, er was nog een hoop mis. De papieren van het huis bleken toch niet in orde en de hypotheek werd dus niet verstrekt. Ondertussen hadden we onze huur al wel opgezegd en  er waren al nieuwe huurders. Maar dat was nog lang niet alles. De keuken bleek een drama en duurde letterlijk maanden. Het huis was eigenlijk in veel slechtere staat dan we dachten. Zo waren er lekkages in het dak en de schoorsteen, de riolen waren verstopt maar ook dichtgemetseld, de problemen met de vochtige muur waren toch niet zo makkelijk op te lossen als we dachten en zo verder. Tot overmaat van ramp bleek dat de papieren veel moeilijker in orde waren te maken dan iedereen dacht.

 

Ondertussen woonden we hier toch maar wel! Heerlijk rustig en altijd wat te doen. Iris heeft eindelijk weer kippen, een grote wens. Onze beesten lopen vrolijk door de tuin, al moesten we ook afscheid nemen van onze kater Fonz.

De werkzaamheden aan het huis hebben het huis een complete andere look gegeven. Alles ziet er veel mooier uit al zeggen we het zelf! Helaas zijn de kosten wel wat hoger gebleken dan we dachten.

Ook hebben we tot nu toe steeds genoten van al het bezoek dat ons huis kwam bekijken. Anders dan in Nederland waar we bezoek hadden dat even “op de koffie” kwam hebben we nu echt de tijd om te praten en leuke dingen te doen!

 

Nog steeds gaan ook alle andere zaken helaas moeizaam. Zo hebben we veel te veel betaald voor de wegenbelasting (IUC) en hebben we een aanslag van echt duizenden euros van de belastingdienst omdat Portugal ons gehele inkomen van zowel Nederland als Belgie meerekent als belastbaar in Portugal. 

Dit zijn helaas maar voorbeelden van een lange lijst. Alles is in Portugal tot nu toe een gevecht gebleken en niets lijkt in één keer te lukken.

 

Tot overmaat van ramp is de crises steeds beter voelbaar. De prijzen van haast alles zijn flink gestegen. Daar boven op is het salaris van Iris verminderd met 8% per maand en vervallen het vakantiegeld en de 13de maand. Dat zijn flinke happen in het toch al niet heel grote budget. En dan hebben wij het nog goed…

Werk zoeken heeft voor mij eigenlijk geen zin al probeer ik het wel. De werkloosheid loopt alleen maar op. Er wordt niet eens meer gereageerd op een inschrijving of reactie.

 

Dan ga je samen praten en wikken en wegen. 

De conclusie van al deze gesprekken is dat we met pijn in ons hart moeten toegeven dat onze toekomst waarschijnlijk niet in Portugal ligt. Uiteraard heeft het vaststellen van dit gegeven ook gevolgen. 

We hebben besloten dat we gaan kijken naar de mogelijkheden om terug te keren naar Nederland. Dit is uiteraard niet zo makkelijk en zal veel tijd en energie kosten. Zo hebben we een baan nodig en een woning. Maar er zijn nog duizenden andere zaken die we moeten regelen voor het zover is. 

Geen vast tijdspad dus maar een duidelijk voornemen.

Share

dinsdag, 28 februari 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Lokale opvatting over asielkinderen

In weblog, asielkinderen, cda, christenunie, d66, dronten, gemeenteraad, groenlinks, kinderpardon, en meer.

Afgelopen donderdag is in de gemeenteraad van Dronten een motie ‘niet aan de orde van de dag’ aangenomen die bij de regering en het parlement aandringt op een goede regeling voor gewortelde asielkinderen. De raad sprak in meerderheid uit dat het uitzetten van gewortelde kinderen ons wezensvreemd is en we dat dus eigenlijk niet willen. De motie is op mijn initiatief ingediend door GroenLinks, PvdA, ChristenUnie en D66, het CDA zorgde -na hevig intern beraad- voor een meerderheid.

Opmerkelijk vond ik de logica van de VVD: ging de motie over Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers, dan leek de VVD wel bereid ermee in te stemmen dat gewortelde kinderen zouden mogen blijven. Maar hadden de (even zo) gewortelde kinderen nog ouders die ook in Nederland zijn dan moeten ze wel het land uit, want dat was dan de eigen verantwoordelijkheid die de ouders hebben. De VVD kon op geen enkele wijze duidelijk maken wat het verschil was tussen de geworteldheid van het kind zonder ouders en het kind met ouders, anders dan dat er ouders zijn. Daarnaar gevraagd was het antwoord dat de VVD dat ‘anders ziet’ en dus waren ze tegen. Wonderlijke manier van politiek bedrijven als je de eigen standpunten niet op inhoud kan onderbouwen, maar dat zullen ze zelf wel kunnen rijmen hoop ik voor ze!

Onbegrijpelijk vond ik Leefbaar Swifterbant Dronten die niet eens aan de stemming deel nam met de mededeling dat de motie hen inhoudelijk ‘dicht na aan het hart ligt, maar het een landelijke kwestie is waar ze als lokale partij geen rol in spelen’. Daar vroeg fractievoorzitter Bakker “respect” voor. Eerlijkheidshalve was dat niet het eerste gevoel dat bij mij naar boven kwam; dat was namelijk verbijstering.  Leefbaar wil zich dus niet uitspreken als de gemeenteraad van Dronten een opvatting heeft en deze kenbaar maakt aan de regering en het parlement omdat ze kennelijk niet verder kijken dan de gemeentegrenzen van Dronten.

Maar het zal natuurlijk niet zo zijn dat Leefbaar geen mening heeft lijkt me. In mijn bijdrage bij het indienen van de motie heb ik de familie Karim aangehaald die hier in Dronten woonde totdat ze naar Irak werden uitgezet. Waarvan de dochters uit het gezin naar onze middelbare scholen gingen en de zoons voetbalden bij onze verenigingen. Dat mag je volgens mij behoorlijk lokaal noemen en als je van opvatting bent dat deze gewortelde kinderen niet hadden mogen worden uitgezet (en zo heb ik Leefbaar altijd verstaan) dan had de fractie gewoon moeten, en kúnnen meestemmen met de motie die een opvatting van de gemeenteraad uitdrukt. Want Leefbaar Swifterbant Dronten zit tenslotte in deze gemeenteraad. Ten minste, op papier sowieso, want in de praktijk merk ik weinig van ze en als ze dan ook niet mee stemmen willen… stja.

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Lokale opvatting over asielkinderen

In weblog, asielkinderen, cda, christenunie, d66, dronten, gemeenteraad, groenlinks, kinderpardon, en meer.

Afgelopen donderdag is in de gemeenteraad van Dronten een motie ‘niet aan de orde van de dag’ aangenomen die bij de regering en het parlement aandringt op een goede regeling voor gewortelde asielkinderen. De raad sprak in meerderheid uit dat het uitzetten van gewortelde kinderen ons wezensvreemd is en we dat dus eigenlijk niet willen. De motie is op mijn initiatief ingediend door GroenLinks, PvdA, ChristenUnie en D66, het CDA zorgde -na hevig intern beraad- voor een meerderheid.

Opmerkelijk vond ik de logica van de VVD: ging de motie over Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers, dan leek de VVD wel bereid ermee in te stemmen dat gewortelde kinderen zouden mogen blijven. Maar hadden de (even zo) gewortelde kinderen nog ouders die ook in Nederland zijn dan moeten ze wel het land uit, want dat was dan de eigen verantwoordelijkheid die de ouders hebben. De VVD kon op geen enkele wijze duidelijk maken wat het verschil was tussen de geworteldheid van het kind zonder ouders en het kind met ouders, anders dan dat er ouders zijn. Daarnaar gevraagd was het antwoord dat de VVD dat ‘anders ziet’ en dus waren ze tegen. Wonderlijke manier van politiek bedrijven als je de eigen standpunten niet op inhoud kan onderbouwen, maar dat zullen ze zelf wel kunnen rijmen hoop ik voor ze!

Onbegrijpelijk vond ik Leefbaar Swifterbant Dronten die niet eens aan de stemming deel nam met de mededeling dat de motie hen inhoudelijk ‘dicht na aan het hart ligt, maar het een landelijke kwestie is waar ze als lokale partij geen rol in spelen’. Daar vroeg fractievoorzitter Bakker “respect” voor. Eerlijkheidshalve was dat niet het eerste gevoel dat bij mij naar boven kwam; dat was namelijk verbijstering.  Leefbaar wil zich dus niet uitspreken als de gemeenteraad van Dronten een opvatting heeft en deze kenbaar maakt aan de regering en het parlement omdat ze kennelijk niet verder kijken dan de gemeentegrenzen van Dronten.

Maar het zal natuurlijk niet zo zijn dat Leefbaar geen mening heeft lijkt me. In mijn bijdrage bij het indienen van de motie heb ik de familie Karim aangehaald die hier in Dronten woonde totdat ze naar Irak werden uitgezet. Waarvan de dochters uit het gezin naar onze middelbare scholen gingen en de zoons voetbalden bij onze verenigingen. Dat mag je volgens mij behoorlijk lokaal noemen en als je van opvatting bent dat deze gewortelde kinderen niet hadden mogen worden uitgezet (en zo heb ik Leefbaar altijd verstaan) dan had de fractie gewoon moeten, en kúnnen meestemmen met de motie die een opvatting van de gemeenteraad uitdrukt. Want Leefbaar Swifterbant Dronten zit tenslotte in deze gemeenteraad. Ten minste, op papier sowieso, want in de praktijk merk ik weinig van ze en als ze dan ook niet mee stemmen willen… stja.

zondag, 26 februari 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Meet en greet met 4 jonge cheeta’s in Zoo Parc Overloon

In natuur, opvallende zaken, de, eten, foto, geluid, concept, dieren, eerste, en meer.

Woensdag 22 februari zag ik op twitter een oproepje voorbij komen om mee te doen met een ‘prijsvraag’. Om kans te maken op een meet en greet met jonge cheeta’s moest je een foto van je huisdier naar Omroep Brabant radio sturen.

Onderstaande foto’s heb ik naar Omroep Brabant gestuurd en rond 16 uur werd ik gebeld en kwam ik even later in de uitzending bij Maarten Kortlever.

IMG_0387IMG_0429

Na de uitzending meteen wat telefoontjes gepleegd en zaterdagmiddag ging het dan daadwerkelijk gebeuren!

Bij binnenkomst van Zoo Parc Overloon kregen we al te horen dat we echt de eerste bezoekers waren die de jonge cheeta's mochten bezoeken. Aangezien we ruim op tijd waren, zijn we nog eerst het park rondgelopen.

Het is een mooi concept dat je als het ware tussen de dieren door kunt lopen. Zo hebben de dieren meer ruimte en kun je de dieren ook beter bekijken.

_MG_4431_MG_4439

Niet alle dieren kunnen zo maar vrij rondlopen tussen het publiek. Zoals de mannetjes cheeta's waarbij één van de mannetjes de vader is van de vier jonge cheeta's.

IMG_20120225_125111

_MG_4461 _MG_4470
_MG_4474_MG_4476

De flamingo’s lijken soms in een knoop te zitten als ze zich aan het wassen zijn:

_MG_4480_MG_4481

Na het park gezien te hebben was het alweer half 3 en dus tijd om ons te melden bij de receptie van het park voor de meet en greet.

Dierenverzorgster Nathalie nam ons als eerste mee naar de ruimte waar al het voer voor de dieren in het park bereid wordt.

Zo lag er bijvoorbeeld een grote zak met kant en klaar voer voor flamingo’s. De miereneter kreeg heel verrassend geen gedroogde mieren te eten, maar een poeder vol nodige vitaminen en mineralen. Af en toe kreeg de miereneter ook een eendagskuiken. Ondanks de kleine omvang van zijn snuit kan een miereneter toch een eendagskuiken eten!

Nathalie had al het voer voor de cheeta’s klaar staan, een runderhart.

Na een eindje lopen kwamen we bij het vertrek waar de 4 jonge cheeta’s en hun moeder verbleven.

De cheeta’s waren al flink gegroeid als je ze vergelijkt met deze foto.

_MG_4505 _MG_4506

Nadat het verblijf geopend was, konden we dichter bij de cheeta’s komen. Alleen een stuk gaas zat er tussen de cheeta’s en ons in!

_MG_4512

We mochten niet te dicht bij het hek komen als Xavannah (moeder cheeta) in de buurt was. Want ze kon flink uithalen met haar poten tegen het hek.

Wat meteen opviel was het soort geluid dat de cheeta’s maken. Precies hetzelfde soort geluid wanneer een kat een vogeltje ziet.

Moeder Xavannah vond het in eerste instantie maar niks en hield ons goed in de gaten.

_MG_4521

Maar na enkele minuten liep ze rustig met haar jonge cheeta’s door het verblijf.

_MG_4538_MG_4539

Toen Nathalie het voer (runderhart met extra vitaminen en mineralen in poeder vorm) op de grond had neergezet, waren alle ogen op het voer gericht:

_MG_4542 _MG_4548

Nadat de deur weer dicht was, konden de luiken open van het verblijf van de cheeta’s en konden ze gaan eten.

_MG_4554

Al snel werden er stukken vlees los getrokken en was het enigszins vechten om het lekkerste stukje vlees:

_MG_4561 _MG_4595

Xavannah had nog nooit hart gekregen en het was dan ook even wennen voor haar. Maar ze moest er niets van hebben. Een klein beetje heeft ze gegeten, de rest hadden haar jongen opgegeten.

Na het eten was het ‘speelkwartier’ begonnen:

_MG_4588

Helaas was het bijna onmogelijk om de vier jonge cheeta’s tegelijk op de foto te krijgen. Dit is was het beste resultaat:

_MG_4600
Reza, Zayra, Tahnee en Tino (in willekeurige volgorde)

Tenslotte nog een ‘familiefoto’:

_MG_4609

De cheeta’s hadden blijkbaar goed gegeten en gingen dan ook lekker zitten uitbuiken:

_MG_4612

Inmiddels was het alweer half vier en was de meet en greet afgelopen!

Het was erg leuk om zo een kijkje achter de schermen te krijgen en ook om als eerste bezoeker de jonge cheeta’s te zien voordat het grote publiek ze half maar krijgt te zien.

Daarnaast was het ook een erg mooie kans om foto’s van zo dichtbij te kunnen nemen van deze mooie dieren.

Hopelijk hebben de andere 2 winnaars er ook zo van genoten!

zondag, 12 februari 2012

Saskia Terwel

Saskia Terwel

Twitter

Congres: Er is zoveel meer na Kunduz!

In nieuws, groenlinks, kunduz, partijcongres, responsibility to protect, zin in de toekomst, de, hart, gisteren, en meer.
Het 30ste partijcongres, dat gisteren plaatsvond in Vredenburg Leidsche Rijn, was voor mij vooral thuiskomen na een lange reis.  Natuurlijk, de partij sprak zich uit over Kunduz, we kozen een nieuwe partijvoorzitter, namen afscheid van een geweldig voorman, Henk Nijhof, Tukker, GroenLinkser in hart en nieren en wat heeft hij veel en goed werk verzet [...]

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2187 uur (91,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2,2 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5