dinsdag, 17 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Homotherapie?

Een boeiende dag voor het nadenken over de relatie tussen homoseksualiteit en religie. De (in Amerika wonende) opperrabbijn Ralbag ondertekent een verklaring waarin staat dat homoseksualiteit een ziekte is en in Nederland laait de discussie op over de therapie die Different zou geven om christenhomo’s van hun geaardheid af te helpen. Maar terwijl de Joodse Gemeente Amsterdam onmiddellijk afstand neemt van dit standpunt van de opperrabbijn, springen christelijke organisaties in het gelid om het voor Different op te nemen.

Op twitter en in de media klinken natuurlijk onmiddellijk scherpe woorden tegen religieus fundamentalisme, want dat zou hier aan de orde zijn. Omgekeerd klagen christenen over een seculiere hetze tegen alles wat christelijk is. En er zijn verhalen van cliënten van Different die genuanceerd spreken over de behandeling. Tijd voor een beetje nuance. Is het eigenlijk wel zo erg om therapie aan te bieden voor christenhomo’s die moeite hebben met hun seksuele geaardheid?

Het is wel goed om te beginnen met de constatering dat er over homoseksualiteit nog steeds heel verschillende meningen bestaan. Dat gaat van totale acceptatie tot totale afwijzing. Ook binnen kerken zien we dat hele scala van visies. Het is ook goed om op te merken dat die visies ook geleidelijk in beweging zijn. Zelfs in (christelijke) kringen waar men homoseksualiteit als zonde ziet, heeft men wel meer dan vroeger oog voor de homoseksuele mens. En we moeten erbij bedenken dat in de seculiere wereld homo-acceptatie ook niet vanzelfsprekend is – kijk maar op het voetbalveld. De kritiek op religies vanwege hun ‘homohaat’ is dan ook wel een maatje te groot.

Theologie en psychologie

Different sluit vooral aan bij die kerken – evangelisch en orthodox-protestants – die homoseksualiteit zien als zonde. Of, in een iets ander taalveld, als strijd. Daarbij gebruikt men vaak een theologische en een psychologische redenering. De theologische gaat uit van een paar bijbelteksten waarin seks tussen mannen verboden wordt (vrouwen zijn bijna buiten beeld) en de algemene heteroseksuele teneur van de bijbel en de traditie. Er is weinig oog voor het verschil in tijd en cultuur en de teksten worden een op een vertaald naar het heden, waarbij ook teksten die gaan over seksueel wangedrag worden toegepast op respectvolle liefdesrelaties. Daar richt zich dan ook mijn theologische kritiek op: we doen noch de bijbel, noch de mens recht met deze uitleg. Sterker nog: we gebruiken de bijbel om een minderheid met religieuze middelen te marginaliseren en dat is nu precies waar de bijbel wel heel fel tegen is.

De psychologische redenering gaat ervan uit dat homoseksualiteit geen geaardheid is, maar een stoornis. Daar gebruikt men verschillende woorden voor (handicap, ziekte, scheefgroei), maar de kern is dit: het is geen gewone variatie van de natuur maar een gegroeide afwijking. De meest voorkomende redenen zijn problemen in de relatie met de ouders, seksueel misbruik, eenzaamheid, pesten en dergelijke. Soms kan die scheefgroei met therapie weer worden gecorrigeerd maar in de meeste gevallen moet je leren leven met je gevoelens.  Daarbij is het niet de bedoeling dat je ook kiest voor een ‘homoseksuele levensstijl’; die is immers op grond van de theologische redenering al verboden. Deze psychologische redenering staat volstrekt buiten de wetenschappelijke en therapeutische consensus en valt dan ook in de categorie kwakzalverij.

Wat Different doet

In die wereld opereert Different. Ze bieden begeleiding aan mensen die problemen hebben met hun seksuele gevoelens en/of geloof en die zoeken naar een manier om daarmee om te gaan. Veel cliënten hebben daar baat bij. Dat is niet zo vreemd, want ze vinden eindelijk een gesprekspartner die hun worsteling begrijpt en erkent. In die begeleiding kunnen ze hun schaamte overwinnen, zichzelf leren accepteren, en werken aan problemen uit hun levensloop (die heeft namelijk vrijwel iedereen die wat voor hulp ook zoekt). En ze kunnen in die context ook hun geloofsvragen aan de orde stellen en zichzelf (ondanks hun homoseksualiteit) als gelovige leren accepteren.

Het enige wat ze niet kunnen, is het veranderen van seksuele geaardheid. Onderzoek laat zien dat je wel kunt leren om de kracht van je homoseksuele gevoelens te laten verminderen, maar dat dat vrijwel nooit betekent dat er werkelijk heteroseksuele verlangens ontstaan. Oftewel: je kunt er wat minder homo van worden, maar geen hetero. Dat hoor ik dan ook regelmatig van ex-cliënten: ik ben van een aantal problemen afgekomen, maar niet van mijn homoseksualiteit.

Is het erg?

Is het erg dat Different dit soort therapie aanbiedt? Dat is de vraag. Natuurlijk, er zijn veel meer aparte, vreemde, bizarre en ongegronde therapieën. Zolang het niemand kwaad doet, is het leven en laten leven. En natuurlijk is het waardevol wanneer Different mensen helpt om met hun leven en gevoel om te gaan en pijnpunten uit hun leven aan te pakken. Het probleem is alleen dat de hele benadering en presentatie dat koppelt aan homoseksualiteit. En daarmee houdt Different precies het probleem in stand dat ze zouden moeten helpen oplossen.

Tekenend voor het echte probleem is dat homo’s in orthodox-christelijke kring een verhoogd risico hebben op psychische problemen, tot aan suïcidepogingen toe. Dat heeft alles te maken met de voortdurende boodschap dat je zondig, ziek, of wat dan ook bent. Wanneer ze er vroeger of later niet meer omheen kunnen dat ze homo zijn, zoeken ze (al dan niet gestuurd) hulp bij een organisatie als Different. Dat helpt inderdaad wel om de scherpste kantjes eraf te schuren, maar het blijft homoseksualiteit definiëren als probleem. Different’s hulpverlening is dan ook symptoombestrijding. En dat is uiteindelijk kwalijk. Hoe pastoraal ze het ook verpakken, het blijft indirect bijdragen aan het in stand houden van een homo-onvriendelijk klimaat om vervolgens hulp te bieden aan de slachtoffers daarvan.

Moeten we dat verbieden? Wat mij betreft niet. Maar wel op inhoud en argumenten bestrijden. En goede zorg bieden aan mensen die klem zitten tussen geloof en homoseksualiteit. Niet door als Different homoseksualiteit bij voorbaat af te wijzen en ook niet door als sommige seculiere hulpverleners geloof weg te zetten. Echte hulp betekent dat je mensen helpt om hun eigen weg te vinden.


zondag, 15 januari 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Afhankelijk van voedselhulp of zelf voedsel produceren

In met een gouden randje, duurzaamheid, economie, landbouw, nederland, transition town, voedsel, voedselbank, voedselproduktie, en meer.
In de Verenigde Staten groeit het voedselhulp-programma SNAP explosief. In december 2007, net voor het begin van de grote recessie, ontvingen 27,4 miljoen Amerikanen voedselbonnen. Vier jaar later is dat gestegen tot 46,3 miljoen. Als je inzoomt op Los Angeles zie je een dezelfde stijging, van 600.000 naar meer dan 1 miljoen. Veel van de [...]

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Zal ik dit nieuwe jaar wel mijn hoofd boven water houden was de grote vraag

Eind December 2011 ontving ik een uitnodiging van Ronde Tafel met daarbij de mededeling dat men ook dit jaar weer druk bezig is met de organisatie van de Nieuwjaarsduik 2012. Omdat vooral wij het vorig jaar tot een groot succes hadden gemaakt, hoopten zij vanuit de organisatie dat wij ook dit jaar weer mee wilden doen.

Vanaf eind November en begin December zat ik nog te twijfelen en liet binnen vrienden en familie kring doorschemeren dat ik waarschijnlijk niet mee zou doen of dat ik het nog niet wist (deed ik natuurlijk alleen wanneer ik de vraag letterlijk voorgelegd kreeg).

In Januari 2011 wilde ik een duidelijk statement maken uit protest in de vorm van:”wat nou?”,”Deze ‘zielige’, ‘zwakke’ (vaak afgewen) gehandicapte donderstraal kan meer dan velen denken”

Hoe zat het ook alweer dat ik in omgeving 2007 op eigen initiatief wederom bij het UWV aanklopte voor studie mogelijkheden? Kreeg te horen wat de concrete mogelijkheden waren binnen een termijn van 3 maand en daarnaast de opmerking:”doe rustig aan”,”we kennen je ziektebeeld en daarom zal je ook blijvend in aanmerking komen voor een arbeid ongeschiktheid’s uitkering.” Ter afsluiting kreeg ik destijds ook mee dat ik ervan genieten moest!” Harder dan dat kon er eigenlijk niet in mijn smoel gemept worden (het was goed bedoeld maar toch achteraf gezien).

Natuurlijk was 1 Januari 2011 ook een uitdaging voor mijzelf, een beetje bluffen en grenzen verleggen.. Je zal maar gebluft hebben en een enorme stijfkop zijn, dan laat je toch ook zien wat je waard bent!

Dat bleef eigenlijk onhandig de tong uitsteken naar een ieder die mij allang afgeschreven hadden in welke vorm dan ook met daarbij de vraag doe me dit maar even na :P http://www.youtube.com/watch?v=YWhCuKPA0Sc

Nu 1 Januari 2012-01-12

Halverwege December 2011 begon mijn bloed natuurlijk weer te stromen waar het niet zou kunnen stromen en kreeg zelf wederom weer zin aan een verfrissende duik (gewoon doen dacht ik)!

Dit maal zat ik vooraf wel met 2 vragen:

1. Omtrent mijn gezondheid was het wat minder met mij gegaan afgelopen jaar waardoor ik ook veel minder gaan sporten ben, zou mijn rikketik zo’n sprong dan wel aan kunnen (nuchter gezien maar deels ook een onzinnig argument).
2. Wel heel belangrijk voor mezelf, in 2011 had ik mijn eigen al bewezen wil telkens een stap voorwaarts maken en een herhaling van zetten hoort daar niet bij!

Eind December schoot mij te binnen zal ik mijn eigen (opgesloten) gaan verpakken in een doos waarop diverse teksten gekalkt staan wat mij niet bevalt aan de komende begrotingen, mijn ideeën in die vorm waren te onduidelijk en praktisch gezien niet reëel.

Zelf ben ik bijvoeding nodig om maar zwaarder te worden, zo’n doos paste en past prima tussen mijn hals en net boven mijn kont (ben blij dat het voorlopig nog vergoed wordt)..

Op twitter stelde ik ook de vraag wie een origineel idee had en bij voorkeur zocht ik naar een GroenLinks thema en iets over de zorg. De beste tekst was toch wel (aan de voorkant van het shirt) Help ons ook in 2012 ons hoofd boven water te houden! Stem GroenLinks voor échte oplossingen.

(aan de achterkant) Want – gratis zwemles voor pgb-ers, gratis rondje vliegen in de JSF en 130 met je scootmobiel zijn dat niet! #OPRUTTE

1 januari was het zo ver, tegen 14:00 stapte ik uit mijn nest en ging vlot een hapje eten en wat drinken. Net voor ik vertrekken wilde moest ik ook nog even een noodstop maken op het kleinste plekje van de aarde.. Scheld vloek, geen smoesjes jongen gewoon gaan hardlopen dan kom je nog wel op tijd aan.

Bij aankomst herkende 1 van de organisatoren mij meteen en begeleide mij naar de inschrijf en kleed ruimte, toen ik omgekleed was kon ik binnen aansluiten bij een groepje die nog voor mij stonden die de teksten op mijn shirt wel heel interessant vonden (ff een kort momentje gesproken over hoe alles nu gaat en hoe het zou moeten gaan wanneer GroenLinks het voor het zeggen zou hebben)

Op een bepaald moment mochten we naar het water lopen en per groepjes sprongen mijn voorgangers het water in, tegen de tijd dat het bijna mijn beurt was begon ik al zachtjes te lopen en werd ik tegen gehouden door een van de organisatoren van Ronde Tafel, deze vermelde letterlijk aan mij:”jij mag als laatste”,”en je krijgt een speciale aankondiging dus wacht nog maar even.”

Prachtig dacht ik, zonder iets te zeggen begreep deze organisator van Ronde Tafel mij heel goed. Ik sloot me intussen alvast af van alles en begon mij op het water te concentreren en het start sein van Klaas je mag..




Zodra ik het start sein kreeg liep ik in een stevige looppas naar de rand van het water en keek waar ik ongeveer terecht wilde komen, toen werd ik ook meteen even wakker en dacht bij mijn eigen:”ik weet niet waar de camera’s staan van het grote beeldscherm waarop iedereen mee kon kijken”,”laat ik mijzelf maar langzaam 1x ronddraaien zodat zowel de voorkant als achterkant van mijn shirt goed in beeld komen te staan.” Eenmaal omgedraaid zocht ik weer naar het punt waar ik in het water wilde belanden en maakte de sprong, deze ging meteen een stuk beter dan vorig jaar… ik kwam precies op de plek terecht die ik vooraf ingeschat had, raakte wel koppie onder maar kon nu gelukkig zelfstandig snel genoeg op staan. Ook de weg naar het trappetje was een stuk eenvoudiger te vinden… Ontving divers applaus en er rende ook meteen een journaliste naar mij toe van de Hoogeveense Courant.

Had niet eens de tijd om een beetje overdonderd te zijn in de vorm van yes, dit is precies wat ik wil, nu ff gaan opletten wat ik zeg. Tijdens het lopen naar de kleedkamer vertelde deze in positieve zin ‘exact’ wat er vorig jaar gebeurd was:”vorig jaar was ik de aller eerste duiker”,”dit jaar de aller laatste”,”vorig jaar was het steen en steen koud”,”lag er eis etc;” wat ik allang vergeten was want dat eis was vooraf weg gehaald en herinnerde me alleen een aantal smeltende sneeuw bultjes..

Ze vroeg meteen hoe voelde het water aan waarop ik direct antwoordde dat ik ook het water een stuk minder koud aan vond voelen dan vorig jaar maar dat het ondanks dat best nog wel koud was. Ik plakte er aan vast dat mijn sprong gelukkig al veel beter ging dan vorig jaar.

We naderende aanmeld balie om te springen en ik kreeg de vraag:”Vorig jaar was je de eerste duiker”,”nu de laatste!”,”hoe zit dat?” Intern begon ik wat te grinniken met een gevoel van:”Yes”,”ga je straks met name veel richten op het PGB omdat je je eigen daar het meest kwaad om maakt momenteel!”

Eenmaal binnen aangekomen kregen we het wederom even over vorig jaar waarbij ik aangaf dat ik destijds wilde bewijzen dat ik ondanks mijn handicap ook veel dingen wel kon.. We kregen het over de teksten die op mijn shirt stond en zodra het woordje PGB viel kreeg ik het verzoek om mij eerst even om te kleden en daarna het interview af te maken (heel logisch eigenlijk).

In de kleed ruimte aangekomen kreeg ik diverse complimenten in de vorm van:”jij bent wel koppie onder gegaan”,”respect man!” Waarop ik wel eerlijk antwoord gaf dat dat niet mijn bedoeling was maar dat de sprong mij in verhouding met vorig jaar behoorlijk mee viel en ik had het ook niet eens koud..

Op het moment dat ik mijn t shirt uit wilde trekken kreeg ik het in ene wel steen koud, had het gevoel dat ik in mijn blootje in de sneeuw lag en het iets te kleine t shirt kon ik ook amper uit krijgen… Was bijna geneigd om te roepen:”wie wil mij even helpen om dit shirt over mijn schouders heen te trekken!”

Niet doen Klaasje, je bent een grote sterke vent met een grote mond die zo zelfstandig mogelijk wenst te blijven.Vanuit mijn eigen situatie zeker sinds het 1e kwartaal van 2011 drong tot mij door dat ik echt een PGB regeling nodig zou gaan krijgen.

Meneer Rutte snapt dat niet, aldus Rutte kan ik wel ondersteuning blijven ontvangen d.m.v. het CAK mits ik een eigen bijdrage lever, en dat noem ik nu juist geld verspilling pur sang omdat ik telkens maar enkele maanden per jaar hulp nodig ben in bijvoorbeeld de huishouding.

Dit kabinet snapt dat niet, komt geld tekort en moet gaan bezuinigen (wat GroenLinks ook zou gaan doen) en plukt zomaar overal geld vandaan om de huidige begroting matchent te maken (iets wat GroenLinks zeker niet wenst in deze vorm).

Dit kabinet schuift huidige problemen die spelen gewoon door naar de toekomst, wie dan leeft wie dan zorgt heet dat! Zelf ben ik een GroenLinkser met diverse liberale ideeën, maar wat er nu gebeurd kan echt niet!

Na het omkleden was ik nog even blijven rondhangen bij de soep stand, met een aantal mensen gesproken over de sprong en nog even gewacht op de journaliste die mij nog verder wenste te interviewen.

Al met al een geslaagde dag

woensdag, 11 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Voortgang investeringen via Symbid

In duurzaamheid, persoonlijk, av direct, crowdfunding, enviu, enviu participation, investeringen, p2p investeringen, symbid, en meer.

Vorig jaar plaatste ik al een update op mijn eerste bericht over crowdfunding platform Symbid. Via Symbid heb ik vorig jaar geinvesteerd in Enviu Participations en AV Direct. Inmiddels is duidbreelijk dat Enviu de benodigde 100.000 Euro heeft opgehaald via crowdfunding. Een mooi moment voor een kleine evaluatie van mijn 2 investeringen via Symbid tot nu toe.

Crowdfunding = Campagnevoeren

Als iets me duidelijk is geworden is het wel dat ondernemers die hun bedrijf via crowdfunding willen financieren actief campagne moeten voeren om het geld binnen te halen. Sinds ik in augustus geld heb geinvesteerd in Enviu Participations ben ik bijna 2 keer per maand benadert met de vraag of ik m’n investering wilde uitbreiden of mensen uit mijn eigen netwerk wilde wijzen op de investeringsmogelijkheid. Ook uit gesprekken met Stef van Dongen en andere mensen van Enviu werd duidelijk dat er intern allerlei kleine en grotere competities werden opgezet om het aanbrengen van investeerders aan te moedigen. Ook via sociale media (twitter, linkedin, facebook) werden regelmatig oproepen gedaan door de mensen van Enviu om te investeren in Enviu Participations.

Dat is een heel andere aanpak dan AV Direct, mijn tweede investering. Sinds mijn investering begin augustus heb ik weinig meer vernomen over de voortgang van de plannen. Het aantal investeringen en de omvang ervan is ook nauwelijks tot niet toegenomen sinds augustus 2011.

De derde investering die ik op het oog heb is WakaWaka Solar led light, ook zij zijn zeer actief op sociale media. Het benodigde startkapitaal komt dan ook in zicht. Ik lever daar graag een bijdrage aan, helaas zit mijn geld vast voorlopig nog vast en zolang dat zo is wil ik eigenlijk geen nieuw kapitaal bijstorten op Symbid.

Tip voor Symbid

Helaas lukt het niet om het geld dat ik heb geinvesteerd in AV Direct terug te trekken. Aan de ene kant begrijpelijk, want als je op ieder moment je investering terug kunt trekken is het heel lastig om je ondernemingsplan te financieren. Aan de andere kant staat mijn investering van 200 Euro in AV Direct sinds augustus stil, waardoor ik er geen andere ondernemers mee kan helpen. Terwijl ik met partjes van 20 Euro 10 ondernemers een stapje verder had kunnen helpen. Om te bevorderen dat ondernemers actief nieuwe investeerders (blijven) werven zou Symbid de mogelijkheid kunnen introduceren om het geld te onttrekken als een ondernemer meer dan een maand geen nieuwe investeerders weet aan te trekken. Op die manier dwing je ondernemers om actief op zoek te blijven naar nieuwe investeerders en biedt je investeerders mogelijkheden om naar actievere of nieuwere investeringsmogelijkheden over te stappen.

Helaas lukte het me zonder hulp niet om het geld dat ik in AV Direct heb geinvesteerd te desinvesteren. Vrij vlot na het verschijnen van dit bericht heeft Korstiaan Zandvliet van Symbid gereageerd en uitgelegd hoe je desinvesteert. Dit doe je als volgt:

  1. Login op jouw Symbid dashboard
  2. Klik op Portfolio (dus niet op Investments)
  3. Hier zie je al jouw investeringen staan
  4. Klik vervolgens op Desinvest achter de betreffende propositie
  5. Kies vervolgens hoeveel stukken je wilt desinvesteren
  6. Het geld staat nu weer op je balance, klaar om in een nieuwe propositie te investeren

 

Inmiddels heb ik dat ook succesvol gedaan en heb ik het vrijkomende bedrag geinvesteerd in Waka Waka en The 1200.

Tip voor investeerders

Voor investeerders die overwegen om een bedrijf via crowdfunding te ondersteunen lijkt het verstandig om goed te kijken naar de marketingstrategie van de ondernemer. Hoe actief is hij of zij op sociale media? Hoe actief wordt er gereageerd op nieuwe investeerders? Wanneer een ondernemer heel inactief is kun je overwegen om zelf actief te gaan werven voor de ondernemer (maar dan moet je wel heel erg geloven in het business plan van de ondernemer…). Anders is het verstandig om goed te kijken hoeveel tijd de ondernemer heeft om zijn plan te financieren. Mijn investering van 200 Euro in AV Direct staat sinds augustus stil, waardoor ik er geen andere ondernemers mee kan helpen. Terwijl ik met partjes van 20 Euro 10 ondernemers een stapje verder had kunnen helpen. Gelukkig blijkt het wel makkelijker dan ik dacht om van een investering afscheid te nemen, zolang deze nog niet volledig ‘vol’ zit.

vrijdag, 6 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Amber alert voor bejaarde?

In uit het leven gegrepen, bejaarde, noorderzon, peter marinus veens, vermist, foto, klassiek, ondertussen, oud, en meer.

Een paar maanden geleden in de krant. De advertentie valt me op vanwege de foto. Is deze man daadwerkelijk vermist? Hoe oud is die foto dan? Ik lees de advertentie goed. Dus samenvattend zoeken we een man van 98 jaar, die al 33 jaar vermist wordt en we zetten er een foto bij van 57 jaar geleden. Is dit een grap?

Hoe dan ook, ze zullen alle hulp nodig hebben om Peter terug te vinden. Even kijken op de site. www.vermist.nl. Het lijkt een klassiek verhaal. “Even sigaretten halen”, dan nooit meer terugkomen. Mag ik een gokje doen? Hij is er vandoor gegaan met een ander en verhuisd naar een ander land. Nog een gokje: Hij is ondertussen overleden.

Maar een vraag blijft toch hangen: Wie zoekt Peter nog, meer dan dertig jaar later? Waarom staat er nu pas een advertentie in de krant? Mocht u binnenkort op bezoek zijn in een bejaardentehuis, kijk toch even rond, wilt u. De Tros wacht smachtend op uw berichtje.


zondag, 25 december 2011

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Buurvrouw

In het menu, niet op voorpagina, liefde, tuinieren, verlegenheid, koffie, hulp, broeken, tegenovergestelde, en meer.
Bij thuiskomst zie ik mijn buurvrouw in het gras zitten. Tuinieren is haar lust en leven, ook al is ze 78 en loopt ze voorovergebogen met een stok, vanwege een vergroeide rug. Ik groet haar en vraag of ze aan het uitrusten is van vermoeiende handelingen. Ze groet terug en antwoordt verlegen: "eigenlijk niet, ik ben gevallen en kan niet meer overeind komen." Ik schrik, vraag me af hoe lang ze daar al zit en bied mijn hulp aan. Haar verlegenheid wordt groter, zeker wanneer het mij niet lukt en ze mij moet vragen haar man achter in de tuin te halen. Hij had zich al afgevraagd waarom de koffie zo lang op zich liet wachten en we lopen samen naar voren. Wanneer ze ons, maar eigenlijk hem in het oog krijgt begint ze te huilen. "Huil maar niet", zegt de 79-jarige echtgenoot, hij pakt haar van achteren onder de armen en tilt haar voorzichtig op. Haar broek is naar beneden gezakt en snikkend vraagt ze hem om deze op te hijsen. Hij doet dat, maar zegt zacht in haar oor dat hij vroeger veel liever het tegenovergestelde met haar broeken deed. Dan breekt de lach door haar snikken heen.

zaterdag, 17 december 2011

Rob Alberts

Rob Alberts

Keys to school

In , hulp, nederland, onderwijs, stichting.
Keys to school. Met de leerplichtwet is in Nederland veel, heel veel geregeld. In Andere landen is dat vaak heel anders gesteld. Een van mijn nieuwe collegas heeft dat op een mooie manier opgepakt. Samen met een aantal vriendinnen heeft zij de stichting Keys to school opgericht. Met verschillende pubquizzen wordt erdoor haar geld ingezameld. Maar ook direct hulp gegeven aan onderwijs in Zuid-Afr...

vrijdag, 16 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Na de commissie Deetman…

Nu de commissie Deetman haar rapport heeft uitgebracht – 1400 bladzijden die ik nog niet gelezen heb – is het goed om enkele kritische vragen op een rijtje te zetten. Over de commissie zelf, over de uitkomsten van het onderzoek en over de reactie van de kerkelijk verantwoordelijken.

Zo’n anderhalf jaar geleden kwamen de berichten over grootschalig seksueel misbruik op rooms-katholieke internaten naar buiten. Heel verrassend was dat niet, want het was uit andere landen al bekend. In navolging van die andere landen en onder druk van de publieke opinie besloot de kerk een commissie in te stellen onder leiding van Wim Deetman die dat tot op de bodem zou uitzoeken.

De commissie

Ik schreef daar op 17 maart 2010 over dat het echte probleem niet in het celibaat ligt, maar dieper verankerd is in het systeem van de kerk: “Centraal in de misbruikaffaire is het hele systeem waarin toezicht en openheid ontbraken, waarin misbruikincidenten werden toegedekt of verzwegen en waarin daders eenvoudigweg werden overgeplaatst.”

Toen Deetman zijn onderzoeksopzet presenteerde, vroeg ik op 8 mei 2010 aandacht voor “inzicht in de verschillende typen daders en hoe die zich verhouden tot het systeem.” Ik was en ben blij met de breedte en de grondigheid van het onderzoek. Ik ben ook opnieuw bevestigd dat Deetman vaak een goede pastorale toon weet te treffen. Mijn vragen over de deskundigheid van de commissie zijn niet helemaal beantwoord, maar de presentatie van het rapport geeft wel vertrouwen in de kwaliteit.

Bij het eerste deelrapport (over de hulp aan slachtoffers) was ik teleurgesteld. Op 11 december 2010 schreef ik dan ook dat Deetman alles zo bestuurlijk had aangepakt dat de behoeften van slachtoffers buiten beeld raakten. Dat leek me kwalijk voor het vertrouwen in de commissie en daarom ook in de kerk. Met zijn eindrapport blijkt Deetman veel vertrouwen te hebben herwonnen, zeker ook omdat hij de kerk al een tijdje zeer kritisch oproept echt gehoor te geven aan de slachtoffers.

Anders dan sommige anderen heb ik nooit zo getwijfeld aan de onafhankelijkheid van de commissie. Ik vind het zelfs van belang dat de kerk zijn verantwoordelijkheid nam en opdracht gaf tot dit onderzoek. Die onafhankelijkheid lijkt nu ook buiten kijf, zeg ik met natuurlijk de nodige slagen om de arm.

De uitkomsten

Wat heeft de commissie Deetman opgeleverd aan nieuwe inzichten? Het meest in het oog springen de aantallen. Enige tienduizenden gevallen van misbruik, waarvan enkele duizenden ernstig. Rond de 10 % van alle Nederlanders boven de 40 is in de jeugd op ongewenste wijze seksueel benaderd buiten het gezin. Onder rooms-katholieken ligt dat percentage iets hoger, maar dat heeft vermoedelijk vooral andere dan kerkelijke redenen. Wel is er een groot verschil tussen kinderen in instellingen en daarbuiten: op instellingen liepen kinderen een twee keer zo hoog risico. Daarbij was er geen verschil tussen rooms-katholieke en andere instellingen. Uit de feitelijke meldingen zijn 800 plegers te identificeren, waarvan er nog ruim 100 in leven zijn. Overigens is het aandeel van geestelijken onder de plegers niet hoog te noemen. Daarnaast weten we dat nog steeds jaarlijks 100.000 kinderen slachtoffers worden van seksueel, lichamelijk en psychisch geweld.

Het zijn schokkende aantallen, maar ze wijken niet wezenlijk af van wat we al wisten over seksueel misbruik. Dat komt – erg genoeg – veel vaker voor dan we willen weten of kunnen verdragen. En dat het in autoritaire situaties als internaten nog vaker voorkomt, verbaast ook niet in het licht van internationaal onderzoek. Het mag ook niet de aandacht afleiden van de hoge aantallen slachtoffers van seksueel en lichamelijk geweld binnen gezinnen. Dat is het meest schokkende: dat het zo wijdverbreid is.

Kerkelijke reacties

Het meest onthullend en onthutsend lijkt het rapport waar het zichtbaar maakt hoe bisschoppen en andere kerkleiders reageerden op signalen van seksueel misbruik. Tot heel kort geleden suggereerden ze naar buiten toe dat ze er eigenlijk weinig of niets van wisten. “Wir haben es nicht gewusst.” Deetman laat zien dat men het wel degelijk kon weten en ook wist. Misschien dacht men dat het om geïsoleerde gevallen ging, of dat het met straf en overplaatsing over zou gaan. Feit is dat men al in de jaren vijftig ruimschoots signalen had en dat er ook in die tijd al misbruikschandalen naar buiten kwamen.

Kenmerkend voor de eerste decennia is het zinnetje in de samenvatting van het rapport: “Bij de ontwikkeling van een bestuurlijke aanpak was in die tijd de individuele pleger het uitgangspunt. Er was geen structurele benadering van de problematiek.” Het was echter ook een structureel probleem, wat blijkt uit het feit dat een aantal plegers ook zelf in hun jeugd slachtoffer was: “Er zijn aanwijzingen dat seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens de eigen kweek wellicht tot de interne kloostercultuur heeft behoord. Wanneer de verantwoordelijke superieuren (waarschijnlijk of zeker) op de hoogte waren van misbruikgevallen, was overplaatsing (eventueel naar het buitenland) één van de meest toegepaste maatregelen. Boete doen, overplaatsing en eventuele behandeling was aantrekkelijker dan uitzetting uit de orde om verlies van leden of een schandaal te voorkomen.”

Sinds de jaren tachtig is de aandacht voor seksueel misbruik sterk toegenomen. Dat geldt ook in de kerk, maar de bisschoppenconferentie heeft niets gedaan met stukken die ook toen al op tafel kwamen en aandacht vroegen voor misbruik van minderjarigen. Men volgde zelfs de regel van het Vaticaan niet dat pedoseksuele plegers uit hun ambt moesten worden gezet. Voor een deel vinden we dit negeren en miskennen ook buiten de kerk, maar de kerkelijke verantwoordelijken hebben heel erg lang de andere kant opgekeken en zich meer zorgen gemaakt om de reputatie van de kerk dan om het welzijn van slachtoffers.

Ik was met dit alles in gedachten erg benieuwd naar de kerkelijke persconferentie. De vertegenwoordigers van de bisschoppen en van de ordes en congregaties reageerden op het rapport. Aanvullend stuurden de laatsten nog een open brief aan de slachtoffers en ook kardinaal Simonis gaf een officiële reactie. Komende zondag zal een brief van de bisschoppen worden voorgelezen in de kerken. Duidelijk klinken woorden van spijt en schaamte, primair over de plegers van het misbruik, maar ook over de verantwoordelijken die tekortschoten. Ook is er bereidheid om hulp te bieden en schadevergoeding, maar vooral ook erkenning voor het aangedane kwaad.

Is het genoeg?

Dat is allemaal van belang, maar het is voorlopig niet genoeg om het vertrouwen te herstellen. Nog steeds ontbreekt de fundamentele zelfkritiek van de kerk. Daar geeft het rapport Deetman overigens wel genoeg bouwstenen voor.

Seksueel misbruik vraagt niet alleen om een potentiële pleger en een potentieel slachtoffer, maar ook om omstandigheden. Om een setting, een systeem dat het risico verhoogde. De visie op ambt en kerk gaf een machtspositie aan de plegers en maakte het problematisch om klachten goed op tafel te krijgen. En de visie op seksualiteit is op zijn best ambivalent te noemen. Van een deel van de plegers moeten we zelfs zeggen dat ze door de kerk gekweekt zijn.

Het is dan ook niet bevredigend om alleen spijt te betuigen en te spreken over de schuld van individuen. Dat is lang genoeg gedaan. Om schoon schip te maken, is een veel zelfkritischer houding nodig. Niet meer de morele gelijkhebberij die de kerk vaak kenmerkt, maar kritisch kijken naar de eigen visie en de mogelijke schadelijke gevolgen daarvan.

Ik zie dat nog niet gebeuren. Ja, de hulpverlening is verbeterd en er worden schadevergoedingen uitgekeerd. De klachtenprocedures en opleiding van priesters verbeteren ook. Maar echte zelfkritiek is helaas nog ver te zoeken. Het blijft dus de vraag hoe veel de rooms-katholieke kerk van het rapport Deetman leert.


dinsdag, 13 december 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Een vrijwillig levenseinde?

In groenlinks, hulp bij zelfdoding, sociaal, zorg, euthanasie, vrijwillig levenseinde, artikel, december, discussie, en meer.

Aanstaande zaterdag, 17 december, komt de Partijraad van GroenLinks bijeen over de onderwerpen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde. Centraal staat het burgerinitiatief van Uit Vrije Wil. Dit is een verbond dat strijdt voor een waardig zelfgekozen levenseinde van ouderen met een voltooid leven. Kijk voor het volledige burgerinitiatief op de site van de initiatiefnemers. De vraag die aan de partijraad van GroenLinks voorligt is of de Kamerfractie al dan niet steun moet geven aan het initiatief. Ongeveer 80 leden van de partij buigen zich over deze kwestie.

De Partijraad maakt een fout die vaak voorkomt: euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde als synoniemen van elkaar beschouwen. De medische wereld maakt echter een duidelijk onderscheid tussen beide handelingen. Het is belangrijk dat onderscheid helder te hebben. Euthanasie is de hulp bij zelfdoding van hevig lijdende, ongeneeslijk zieke mensen. Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft daarentegen de hulp bij zelfdoding van gezonde mensen die om persoonlijke redenen een einde aan hun leven willen maken. Een andere vergissing die gemakkelijk in ons progressieve kamp gemaakt wordt, is dat er overwegend vanuit het perspectief van de patiënt wordt geredeneerd. De positie van de arts is vaak onderbelicht. Hieronder zullen wij dieper ingaan op de beide hier aangesneden kwesties.

Euthanasie hulp bij vrijwillig levenseinde

Het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde moet gemaakt blijven worden. Het gaat hier om twee wezenlijk verschillende aangelegenheden. Te beginnen met euthanasie. Zoals we hierboven al aangaven gaat het hierbij om medische hulp bij zelfdoding van ongeneeslijk zieke mensen die ernstig lijden. Daarnaast moet de patiënt een duurzame wens tot sterven hebben, die door twee artsen beoordeeld wordt. Als aan alle zorgvuldigheidseisen wordt voldaan kan de arts overgaan tot euthanasie. Nadat hij de euthanasiezaak heeft voorgebracht bij de Toetsingscommissie, kan hij met zuiver handelen niet vervolgd worden. Dit gebeurt dan ook praktisch nooit. Euthanasie is dan ook een grote verworvenheid. Mensen die ondraaglijk lijden moeten met behulp van medische expertise hieruit verlost kunnen worden.

Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft echter het leven beëindigen van fysiek gezonde mensen. Het gaat hierbij veelal om ouderen die hun leven als voltooid beschouwen of om mensen die aan depressies lijden. Op wetenschappelijk niveau is er nog veel discussie over de vraag of mensen met een doodswens psychisch gezond kunnen zijn. Deze discussie betreft met name het geval van depressieve personen. Een kernsymptoom van depressie is namelijk geen zin meer in het leven hebben. Zeker in deze gevallen is het dus moeilijk om te bepalen of iemand voor zichzelf “het leven voltooid heeft” of dat er sprake is van een behandelbare depressie. Het is zodoende van groot belang dat bij deze vrijwillig levenseinde-zaken de behandelingsmogelijkheden nauwkeurig in acht worden genomen. Blijkt het inderdaad een psychische ziekte te zijn die bovendien onbehandelbaar is, dan is euthanasie een optie. Let wel, hierbij is er dus sprake van hevig lijden en een ongeneeslijke ziekte, waardoor dergelijke zaken niet als hulp bij een vrijwillig levenseinde gelden, maar voor de wet als euthanasie.

En dat is precies het belangrijke onderscheid. Het is van grote betekenis dat zowel de Partijraad als de fractie van GroenLinks het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde goed maken. Hulp bij zelfdoding impliceert namelijk altijd dat er derden actief betrokken zijn bij de dood van degene met een doodswens. Voor deze hulpverleners is het belangrijk dat ze goed beschermd worden door de wet en dat ze niet gedwongen kunnen worden tot de hulp bij de dood van een persoon waar zij in die specifieke casus niet persoonlijk ten volle achterstaan.

Het perspectief van de arts

Dat brengt ons bij het perspectief van de arts. Dit is immers de aangewezen persoon tot het uitvoeren van euthanasie en eventuele hulp bij een vrijwillig levenseinde. De discussies over de twee onderwerpen in kwestie worden vaak gevoerd vanuit het perspectief van de patiënt. Welke rechten heeft deze en hoe moeten die invulling gegeven worden? De vragen over wat hulp bij zelfdoding met de arts doet en hoe artsen tegenover verdere versoepeling van de wetgeving staan komen daarentegen veel minder vaak aan bod.

Vooropgesteld, natuurlijk zijn er voldoende artsen die weinig morele druk ondervinden bij het uitvoeren van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Voor veel van hun collega’s drukken deze zaken zwaarder op het geweten. Zij willen er 100% zeker van zijn dat ze voor zichzelf kunnen verantwoorden dat ze per specifiek geval al dan niet bijdragen aan de hulp bij zelfdoding. Kortaf gezegd is de arts namelijk wel medeplichtig aan de dood van een medemens. De strafbaarstelling van euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde geldt dan ook voor veel medici als een stok achter de deur en geeft hen innerlijke rust. Als een arts nu namelijk voor zichzelf niet de medewerking bij de doodswens van een persoon kan verantwoorden, kan hij tegen bijvoorbeeld een druk zettende familie van de patiënt het volgende argument aandragen: “Als ik overga tot medewerking, pleeg ik wel een strafbaar feit”. Veel artsen biedt deze huidige uitweg gewetensrust. Op het moment dat hulp bij een vrijwillig levenseinde wordt gelegaliseerd kunnen artsen niet meer onder medewerking uit.

Dat blijkt namelijk uit de mogelijkheden die er zijn om hulp bij een vrijwillig levenseinde toe te passen. De eerste mogelijkheid is dat de arts de persoon in kwestie ‘een spuitje geeft’. Dit is uiterst onwenselijk, omdat de uiteindelijke beslissende daad tot levenseinde, zoals in de regel ook bij euthanasie het geval is, het beste bij de persoon zelf kan liggen. Dat is dan ook de tweede mogelijkheid: toezicht van de middelen verstrekkende arts bij de zelf uitgevoerde zelfdoding van de persoon. Dit is van groot belang. Lang niet altijd is de eerste dosering voldoende en moet de arts met een extra dosering bijspringen om de dood daadwerkelijk te doen intreden. In deze beide gevallen is de arts dus actief betrokken bij de doding van een ander persoon. Hij kan er niet onderuit, tenzij een arts niet meer de aangewezen persoon is om hulp bij een vrijwillig levenseinde te verlenen.

In dat geval dienen zich twee nieuwe opties aan: artsen verstrekken alleen de medische middelen, om de zelfdoding vervolgens zonder toezicht door de persoon in kwestie zelf uit te laten voeren of de arts geeft slechts advies over hoe de persoon op een relatief ‘goede’ wijze zelfdoding kan uitvoeren. Beide zijn echter geen wenselijke situaties, doordat de kans op mislukking van de zelfdoding groot is, wat dramatische gevolgen voor de persoon en diens familie heeft. Deze mogelijkheden uitgesloten, blijft het dus zo dat bij hulp bij een vrijwillig levenseinde de arts altijd zijn verantwoordelijkheid moet nemen, of hij nou voor zichzelf ethisch kan verantwoorden of niet.

Conclusie

De vraag is dus gerezen of hulp bij een vrijwillig levenseinde daadwerkelijk gelegaliseerd moet worden of dat het net als euthanasie in het wetboek van strafrecht moet komen. In dat laatste geval wordt het via de gedoogconstructie dus wel degelijk mogelijk gemaakt, maar kan de arts voor zichzelf uitmaken of hij medewerking aan het levenseinde wil verlenen. Hij kan zich dan namelijk nog altijd beroepen op het gegeven dat hij niet verplicht is tot de uitvoering van een strafbaar feit.

Al met al blijkt de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde en eventuele overname van de oproep van Uit Vrije Wil een zeer complexe te zijn. Wij zijn dan ook erg blij dat de Partijraad van GroenLinks zich uitgebreid wil buigen over dit onderwerp en gedegen tot een bepaald standpunt zal komen. Dit artikel schrijven wij om in die discussie de Partijraad op het hart te drukken met de hierboven aangehaalde aspecten rekening te houden bij de opinievorming. In het kort achtereenvolgens nogmaals:

  • euthanasie is niet hetzelfde als hulp bij een vrijwillig levenseinde

  • hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft gezonde mensen

  • het perspectief van de arts is even belangrijk in de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde als die van de hulpvragende.

Wij wensen de Partijraad komende zaterdag veel succes met het vormen van een standpunt en hebben vertrouwen in een goed resultaat.

Dit artikel is geschreven door Ashley North (politiek secretaris Sociaal en vicevoorzitter politiek) en Anne Zeven (voorzitter subcommissie Zorg) van DWARS, GroenLinkse jongeren.


vrijdag, 9 december 2011

John Jorna

John Jorna

Bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking?

IS ONTWIKKELINGSSAMENWERKING NIET MEER POPULAIR?

Nieuwe bezuinigingen dreigen en de meest on-Nederlandse partij, die egoïsme tot uitgangspunt heeft, wil vier miljard bezuinigen op ontwikkelingshulp. Als populistische partij denken ze daarmee stemmen te winnen. Nu hoor ik al minstens een halve eeuw de verhalen over bodemloze putten en corruptie en gouden kranen in presidentiële paleizen, dus het zou best kunnen dat er nog steeds mensen zijn, die geloven, dat het in Afrika, Azië en Latijns Amerika alleen maar slecht gaat. Ze vergeten de enorme economische groei in Brazilië, India en China, maar niet alleen in die landen, maar in veel meer landen in Afrika, Azië en Latijns Amerika ontwikkelen de landen zich in politiek en economisch opzicht zeer succesvol. Er zijn inderdaad nog een aantal falende staten, vooral in Afrika en Midden Amerika. Maar eigenlijk wil ik het meer hebben over de houding van Nederlanders tegenover ontwikkelingssamenwerking.

Nederlanders geven nog steeds gul als ergens mensen getroffen worden door een natuurramp zoals de aardbeving in Haïti, de aardbevingen met tsunami in Zuidoost Azië, de overstromingen in Pakistan en India of de droogte in de Hoorn van Afrika. Dat de hulp zeer efficiënt en effectief wordt gegeven merkte ik, toen ik onlangs een bijeenkomst van Cordaid Mensen in Nood bijwoonde, waar een architect uitlegde hoe ze daar duizenden huizen bouwen, die zowel tegen aardbevingen als tegen tropische cyclonen bestand zijn. Wat een deskundigheid!

Veel opmerkelijker zijn de kleine particuliere projecten. Daarbij wordt heel rechtstreeks hulp gegeven. Zo ken ik een groep mensen, die een zus van de inmiddels overleden initiatiefnemer steunen. Ze heeft een tehuis in een Braziliaanse stad, waar ze kinderen uit een volksbuurt opvangt en ervoor zorgt, dat zij zich goed ontwikkelen. In mijn parochie wordt al jaren geld ingezameld, waarmee een inmiddels hoog bejaarde missionaris in de Filippijnen jongeren uit arme gezinnen studiebeurzen geeft, zodat ze tot welvaart kunnen komen en kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun land.

In deze Adventstijd voor Kerstmis loopt de bisschoppelijke Adventsactie met een aantal heel concrete kleinschalige projecten, waarmee mensen echt geholpen worden. Wij steunen een project in Tanzania aan de voet van de Kilimanjaro. Vrouwen en kinderen krijgen voorlichting over gezond voedsel van de juist samenstelling, hoe dit verbouwd moet worden en ze leren ziekten te voorkomen door het belang van een betere hygiëne uit te leggen. Tegelijk loopt de Actie Goed Goud van Solidaridad. Men wil betere werkomstandigheden en eerlijker lonen voor de arbeiders in de goudmijnen en eerlijker prijzen voor de kleine particuliere goudzoekers. Er komt ook een waarmerk voor eerlijk goud.

Maar het meest onder de indruk ben ik van een klein particulier initiatief van Lieke. Ze had al heel wat wereldreizen gemaakt en daarbij aan ontwikkelingsprojecten gewerkt. In Laos kwam ze onder de indruk van de kleurige weefkunst van de vrouwen daar. Ze vroeg zich af of het mogelijk zou zijn kleding, tassen, enveloptasjes (clutches), shawls, ceintuurs en kussenovertrekken op te kopen en naar Nederland te exporteren. Inmiddels heeft ze een bedrijf opgericht, heeft een web shop, legt contacten met duurdere gift shops en modieuze winkels in Nederland en verstevigt intussen de contacten met Laos. Het is allemaal nog pril, maar wat een durf. Ze levert anderhalve dag werk per week in om hiermee bezig te zijn en als het lukt is het natuurlijk prachtig voor die vrouwen in Laos. Wil je er meer over weten of zoek je een zeer exclusief cadeautje kijk dan eens op www.acodeoforigin.com van dit startende bedrijf “A Code of Origin”. 

Jaargang 4, Nr. 192. 

Léon Dekkers

Léon Dekkers

Hyves Twitter

En toen was er licht!

In huis, huisdieren, portugal, bica, carport, ginja, licht, lucky, schuur, en meer.

 

Gezinsuitbreiding

Plots hadden we groot nieuws. En zoals dat hoort met dit soort berichten wacht je eerst tot dat je het zeker weet om dan vol van mysterie een eerste aankondiging te doen.

Die aankondiging noem je dan gezinsuitbreiding. In gedachten zie ik dan de ontvangers al denken: “ zouden ze dan toch…??” En het antwoord daarop is, ja! Eén poes is ons echt te weinig al denkt Tippie daar zelf anders over.

 

We zijn dus naar het asiel gereden hebben daar na lang twijfelen gekozen voor de twee zusjes Bica (kleine espresso) en Ginja (kersenlikeur met zure kers). Deze twee vielen ons toch echt het meest op in karakter en dat is waar het omgaat.

Inmiddels zijn de dames “geholpen” en volledig op hun gemak in ons huis en op ons landgoed. Ook met Lucky gaat het prima. Lucky heeft het verlies van haar vriendinnetje Milou volledig gecompenseerd met deze twee poezen. Ze spelen samen en ze slapen zelfs samen in de mand van Lucky. Tot dat de katten het te druk vinden en dan moet Lucky haar eigen mand verlaten voor meer ruimte…en dat doet ze dan ook nog!

Tippie vindt de uitbreiding zoals verwacht vreselijk. Ze blaast en gromt en vindt het eigenlijk vooral erg dat de twee zusjes bestaan en ademhalen. Ach…

 

 

En toen was er licht

 

Deze zomer hebben we de carport voorzien van een dak. Ondanks dat de zuilen en de balken er al waren was er geen dak. Dat is een enorme verbetering. Nu staat de auto uit de zon en de regen en hebben we ook een plek om droog of in de schaduw te werken.

Wat er ook ontbrak in de carport en de schuur was: stroom. Alles was voorbereid maar er waren alleen geen kabels gelegd. Appeltje, eitje dus. Dacht ik….

 

Waar te beginnen met zoiets. Simpel, een geul graven voor de kabel. Alleen bestaat onze grond uit klei en stenen. In de zomer is de klei overigens niet makkelijk te onderscheiden van de stenen. Na wat aanrommelen met de schop besloten we toch maar heel snel een pikhouweel te gaan kopen. Dat gaat dus inderdaad beter. Maar het zijn heel wat meters.

 

Samen met Jacques is het uiteindelijk gelukt om de geul te graven, de kabel te trekken, gelijk maar de beregeningsbuizen te leggen en alles weer af dekken. Maar dan heb je nog niets! Sterker, dan begint het werk pas. De kabels moeten worden aangesloten, naar binnen getrokken, lampen gehangen, stopcontacten aangelegd, etc..

Volgens uit Portuguese traditie bleek dat alles weer net wat minder makkelijk was dan we in eerste instantie dachten. Zo bleken de buizen onder de fundering door toch niet uit te komen bij de aansluitingen. Maar… zo’n 200 meter kabel, 3 weken werk, honderden euro’s, hulp van de elektricien en nog vele anderen zaken later hebben we nu licht en stroom bij de schuur!!

 

Share

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Vakkundig verprutst

In werk, beperking, betalen, gemeente, hulp, idee, inkomen, kabinet, mensen, en meer.
Mensen met een beperking, langdurig werklozen; ze hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het betekent dat ze zonder hulp vrijwel geen baan kunnen vinden. Dat komt omdat ze vaak minder productief zijn dan gewone werknemers. Ze werken wel net zo hard als gewone werknemers, maar ze produceren minder.

Een manier om ze aan een baan te helpen is dan dat overheid en werkgever samen de kosten betalen. De werkgever betaalt voor de productie die wordt geleverd en de overheid vult het inkomen dan aan. Goed idee. Maar als zo vaak gaat het om de vraag hoe het idee wordt uitgewerkt.

Het kabinet houdt het simpel. De werkgever betaalt voor de geleverde productie en de gemeente vult dat loon dan aan tot een bedrag dat ligt tussen bijstandsuitkering en wettelijk minimumloon. En dat was het dan. Geen begeleiding of ondersteuning. Niets.

Het is de manier om een goed idee volkomen te verprutsen. Werken onder het minimumloon. Da’s natuurlijk een slecht idee. Minimumloon is een goede afspraak om er voor te zorgen dat werken ook echt wat oplevert. En het heet niet voor niets minimum-loon. Er valt vast een theorietje te bedenken waarin het gerechtvaardigd is om onder het minimumloon te betalen, maar feit is natuurlijk dat het tweederangs-werknemers oplevert. Dat je na negen jaar uiteindelijk toch minimumloon gaat verdienen, is dan natuurlijk niet meer dan een doekje voor het bloeden.

Het is ook niet slim om geen geld uit te trekken voor begeleiding van mensen. Veel werkgevers willen mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt best in dienst nemen, maar zien op tegen de begeleiding. Ze kunnen iemand best leren om het werk te doen. Maar om iemand te leren werken en zelf te leren hoe ze rekening moeten houden met de beperkingen van hun nieuwe werknemers, da’s heel veel gevraagd.

En zo helpt het kabinet een goed idee vakkundig om zeep.

woensdag, 7 december 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Duurzaamheid: van wensen op papier naar daadwerkelijke actie

CO2 neutraal, Millenniumgemeente, duurzaam bouwen, energie opwekken… allemaal losse ideeën die de afgelopen jaren steun hebben gekregen in de raad. Waar het in Vught vooral aan ontbreekt is een heldere ambitie en keuze van de gemeentelijke inzet op duurzaamheid. Geen losse acties, maar een samenhangend beleid.

De duurzaamheidsparagraaf  is een van de weinige onderdelen uit het coalitieakkoord van GB-VVD-D66 waar ik achter kan staan. Het label Millenniumgemeente verder uitwerken, effecten voor de lange termijn toetsen, streven naar een klimaatneutrale gemeente… allemaal goede voornemens. Maar deze politieke opdracht aan het college was voor de wethouder nog onvoldoende voeding om tot een beleidsnota te komen over hoe de gemeente dit verder inhoud gaat geven. Daarom was er nog behoefte aan een avond om hier met de raad over te spreken, voordat een notitie ter besluitvorming wordt voorgelegd.

Deze avond werd – na verschillende keren te zijn doorgeschoven – afgelopen donderdag gehouden. Na een korte uiteenzetting over duurzaamheid, mochten zes initiatieven vanuit de samenleving zelf worden gepitcht waarna de raadsleden hun visie op de taak van de gemeente op het gebied van duurzaamheid mochten geven. Dat werd een interessante verzameling van allerlei ideeën wat er allemaal zou moeten kunnen. Maar de avond kwam helaas niet veel verder dan het roepen van allerlei ideeën… En dat terwijl de wethouder vooraf had aangegeven juist behoefte te hebben aan richting voor de uitwerking van een notitie. Een veelvoud van ideeën draagt het risico dat het allemaal maar half wordt gerealiseerd.

Namens PvdA-GroenLinks heb ik dan ook aangegeven waar de gemeente naar mijn mening op moet inzetten: maak een heldere keuze, stel een ambitie en ga daarvoor! Uit de lokale samenleving zelf komen al vele ideeën, dat hoeft de gemeente niet over te nemen. Hooguit moet de gemeente ervoor open staan om op verzoek deze initiatieven te ondersteunen. Zo vroegen de meeste initiatieven tijdens de pitch vooral hulp op het gebied van communicatie. Dat is een quick win lijkt me. De rol van de gemeente is een voorbeeldfunctie: zelf laten zien dat je investeert en je ambities realiseert. En zorg dat deze inzet ook zichtbaar is voor de burgers.

Als het college dit advies ter harte neemt is de uitwerking van een duurzaamheidsnota opeens niet zo ingewikkeld meer. Het coalitieakkoord en de aangenomen moties geven immers al de onderwerpen aan waar steun voor is. Kies een lange termijndoel, werk dit uit in verschillende korte termijnstappen en ga het uitvoeren. Alle aangenomen moties zijn nu slechts nog wensen op papier. De opdracht aan het college is dit om te zetten in actie.

dinsdag, 6 december 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Kanteling WMO: herstel balans of enkel besparing?

“Kijk, deze lijn zijn onze inkomsten voor de WMO en deze sterk stijgende lijn zijn de geprognosticeerde uitgaven…” Deze stijgende zorgkosten en tekorten op het budget noodzaken de gemeente om kritisch te kijken naar de inzet van middelen. Maar wat staat daarbij voorop? Kwalitatieve zorg of besparen?

Voor Vught heeft sinds de invoering van de WMO continu kwaliteit voorop gestaan. En dat loont zo blijkt uit alle vergelijkende tests. De klanten zijn tevreden en de kwaliteit wordt goed beoordeeld. Die lijn moet worden voortgezet, zeker voor mensen die deze zorg het hardste nodig hebben. Dat het college er nu kiest voor de middelmaat door standaard verordeningen over te nemen, is dan ook teleurstellend. Taakstellend is bij de begroting 2012 alvast een fiks bedrag bezuinigd op de WMO. Een groot deel van deze bezuiniging moet worden opgevangen door “de kanteling”…

Het idee achter de kanteling is dat de overheid teveel taken heeft overgenomen van de burger zelf en deze weer terug moet geven. Op het gebied van de WMO betekent dat, dat mensen met een zorgvraag eerst bij vrienden en familie moeten aankloppen, voordat ze een aanvraag bij de gemeente indienen. Ook betekent het dat ergens recht op hebben, niet altijd betekent dat je het ook nodig hebt en dus moet krijgen. Een gedachte die prima te volgen is, maar makkelijk kan doorslaan in teveel afschuiven naar mensen die deze last niet altijd kunnen dragen.

Het was dan ook pijnlijk om naast de presentatie van de gemeente een vrijwilliger van de seniorenraad uit Boxtel aan het woord te horen. Deze verkondigde bijvoorbeeld doodleuk dat de voedselbank zo’n voorbeeld van de kracht van de samenleving is. Wellicht toont dat eventuele kracht van de samenleving, maar is dat de Vughtse samenleving die we moeten willen? Waarbij je als je het moeilijk hebt moet aankloppen bij de voedselbank en afhankelijk bent van liefdadigheid? Dat is niet mijn ideaal! Deze mensen moeten weten dat ze terug kunnen vallen op onze gezamenlijke solidariteit.

Het teruggeven van verantwoordelijkheden aan de burger, betekent dat er meer wordt gevraagd van mensen om te zorgen voor ouders, buren, vrienden etc. Dat zou logischerwijs samen moeten gaan met een versterking van de professionele ondersteuning van vrijwilligers. Goede hulp door familie en vrienden voorkomt immers duurdere professionele hulp. Dan moet er ook geïnvesteerd worden om te voorkomen dat de vrijwilligers te zwaar worden belast. Dat gebeurt op dit moment al met mantelzorgactiviteiten, maar dat moet geïntensiveerd worden wanneer de taken nog meer verschuiven naar een grotere groep mantelzorgers.

Dat zijn punten die PvdA-GroenLinks bij de bespreking van de nieuwe WMO verordening in het voorjaar zeker zal meewegen in onze overwegingen. De nieuwe verordening mag niet enkel gebaseerd zijn op de wens om te bezuinigen, maar moet dat vangnet blijven bieden aan eenieder die dat echt nodig heeft.

zaterdag, 3 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Mensenrechtendag in Heerlen 8 december 2011

Persbericht

Viering Mensenrechtendag in Heerlen op 8 december 2011

Hoewel Mensenrechtendag normaal gesproken op 10 december wordt gevierd, vindt dit in Heerlen dit jaar op donderdag 8 december plaats. Het thema van Mensenrechtendag is ‘ons voedsel’. Een wereld aan voedsel ligt het hele jaar door op ons bord: waar komt dit eigenlijk vandaan, wie hebben eraan gewerkt, wie hebben eraan verdiend, wie zijn ervoor opzij gezet?

Programma Mensenrechtendag in Heerlen

1. Fakkeloptocht
De traditionele fakkeloptocht door het winkelcentrum van Heerlen start op de hoek Saroleastraat – van der Maesenstraat bij de ingang van het Coriocentrum om 17.00 uur. De optocht eindigt op het Tempsplein.

2. Maaltijd
In de ontmoetingsruimte van de kerk van de Protestantse Gemeente wordt soep en een broodmaaltijd gegeten.

3. Film Heerlen en de Wereld
Rond 18.30 uur vindt de première plaats van een korte film (3-5 minuten) over ‘Heerlen en de Wereld’. Deze film is voor Heerlen Millenniumgemeente gemaakt door 4 leerlingen van het Bernardinuscollege in het kader van hun maatschappelijke stage samen met 4 leerlingen van de Praktijkschool. De Millenniumwerkgroep heeft beide groepen aan elkaar weten te koppelen, uiteraard met hulp van docenten, waarbij Bernardinus het script en de filmsterren leverde en de Praktijkschool de filmtechniek. De film bevat 3 voorbeelden uit het dagelijks leven: voedsel, een mobieltje en kleding, die aangeven dat je van de wereld afhankelijk bent en met vele andere mensen te maken hebt.
De makers van de film geven een toelichting waarbij ze ook de verbinding leggen met de Mensenrechten. Mensenrechten spelen ook hier dichtbij ons, bijvoorbeeld in ons consumptiegedrag en levenswijze: hoe gaan we om met voedsel, de productie van welke kleding, het zuinig omgaan met grondstoffen? Maar worden ook de Mensenrechten gerespecteerd bij de productie van delfstoffen, katoen, het in bezit nemen van land hiervoor en/of het maken van kleding (waaronder kinderarbeid)?
Wethouder Peter van Zutphen van zowel Mondiale zaken, Mensenrechten als maatschappelijke stages is ook uitgenodigd.

Door andere leerlingen van Bernardinus wordt eveneens in het kader van hun maatschappelijke stage de folder ‘Duurzame kleding’ (en voeding?) in Heerlen geactualiseerd en uitgebreid, waarvoor onder andere een straatonderzoek wordt gedaan. Verder wordt een Facebook-pagina en een website voor Heerlen Millenniumgemeente gemaakt.

4. Film ‘Smakelijk Eten’
Daarna wordt een deel uit de film ‘Smakelijk Eten!’ - Hoe voedsel de wereld verandert - van Walther Grotenhuis vertoond. De film gaat over voedselproductie en wat dit voor mensen en het milieu betekent. Grotenhuis onderzoekt in deze film de herkomst en gevolgen van 3 producten (soja uit Brazilië, garnalen uit de Filippijnen en boontjes uit Kenia). In de film zie je o.a. wat de gevolgen zijn voor diverse groepen in de verschillende landen. Mensen zijn slachtoffer van onze voedselproductie. De Mensenrechten zijn in het geding vanwege ons consumptiegedrag. We beperken ons deze avond tot het deel over de soja.

donderdag, 1 december 2011

John Jorna

John Jorna

De brief van Minister van Bijsterveldt

In column van de week, basisonderwijs, bezuinigingen, copd, delen, democratie, gewoon, hulp, internet, en meer.

OPEN ZENUW GERAAKT?

Onderwijsminister Van Bijsterveldt stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de relatie ouders – kind – school en schetste enkele wenselijkheden, althans in haar ogen. Het lokte nogal heftige reacties uit. Voor mij is dat een teken, dat er kennelijk hier en daar wat mis is. Nu ben ik zelf vader en grootvader en ik ben jarenlang leraar geweest en daarbij heb ik ook veel ervaring opgedaan met ouderparticipatie in het Voortgezet onderwijs. Ik weet, waar ik het over heb.

Men viel vooral over de oproep van de minister aan de ouders actiever te worden in de school. Dat speelt vooral in het Basisonderwijs, want in het Voortgezet Onderwijs zijn de mogelijkheden beperkt. Jarenlang werkten moeders op mijn school aan een knipselarchief, maar toen was er nog geen internet. Er waren ouders actief in de Medezeggenschapsraad en door voortdurend de vinger aan de pols te houden konden veel problemen in een vroeg stadium worden voorkomen. Met ouders organiseerde ik een enquête over vredesopvoeding en het bleek, dat bij alle vakken doelen van vredesopvoeding konden worden nagestreefd.

Kijk je echter bij het Basisonderwijs dan zijn er veel meer mogelijkheden. Wat mij opviel in de krantenartikelen was dat ouders taken van betaalde krachten gingen overnemen, bijvoorbeeld schoonmaakwerk. Het is leuk, dat er zo geld vrijkomt om meer leerkrachten of onderwijsassistenten aan te trekken, maar geld voor de schoonmakers moet gewoon binnen het budget te vinden zijn. Met dat deel van haar oproep laadde de minister de verdenking op zich de gevolgen van bezuinigingen te willen opvangen door ouders in te schakelen. Als ze dat wil, prima, maar laat ze er dan ook eerlijk voor uitkomen.

Ouders behoren het werk van de leerkrachten te ondersteunen en niet te ondergraven. Als je als ouder naar je kind laat merken, dat je eigenlijk neerkijkt op die armoedzaaiers van onderbetaalde leerkrachten, dan bevorder je niet bepaald het respect van de kinderen voor hun leerkracht. De docent is een professional, die verstand heeft van onderwijs en opvoeding, vaardig is in het observeren van kinderen, zijn onderwijs evalueert en ziet waar hij zelf is tekort geschoten, maar ook ziet, waar de individuele leerling faalt. Hij praat met de leerling over de manier waarop die leerling het probleem gaat aanpakken en schakelt desgewenst de ouders in om hun kind te ondersteunen door het maken van huiswerk beter te structureren en het kind te stimuleren en zo nodig te controleren. Soms ziet hij tijdig, dat specialistische hulp nodig is. Het kan om leerproblemen gaan als dyslexie of pedagogische problemen als een beetje te erg puberen of ernstige psychische problemen. En dan moet zo’n docent ook nog zijn eigen vakgebied bijhouden. Docent zijn is een roeping. Je kiest er niet voor als steenrijk worden het belangrijkste doel in je leven is. Van ouders mag dan verwacht worden, dat ze bereid zijn intensief mee te werken bij het verbeteren van de resultaten of de leerhouding of het gedrag van hun kind. Dus op ouderavonden komen, samenwerken met de school en waar mogelijk de inspanningen van de leerkrachten ondersteunen en bij wangedrag van hun kind op school bereid zijn een lijn te trekken met de school.

Een school brengt niet alleen kennis en inzicht bij. Vooral in het Voortgezet Onderwijs leren kinderen ook een mening te vormen en tot een gefundeerd oordeel te komen. Ik noemde al vredesopvoeding, maar het gaat ook om milieueducatie en burgerschapsvorming. Daar gaat het om kennis, maar ook om mentaliteit. Als er rond de verkiezingen in de klas gepraat wordt over onze democratie en het belang van lid zijn van een politieke partij en van deelnemen aan de verkiezingen en je tevoren verdiepen in de standpunten van een partij; dan kunnen al die inspanningen van de man of vrouw voor de klas in een keer onder geschoffeld worden als ouders daar nonchalant over doen of laten merken, dat ze geen enkel vertrouwen hebben in de democratie en ook niet van plan zijn er iets aan te doen. Je kunt als docent een prachtig verhaal houden over de uitstoot van auto’s en met name het ultra fijne stof, dat door filters niet wordt tegen gehouden en zorgt voor steeds meer COPD-patiënten, als vader zich onverschillig toont voor het lot van die mensen en rustig de maximumsnelheid overtreedt, dan vergeet het kind het verhaal van de docent al snel. Een school kan kinderen bewust maken van normen en waarden, maar de houding van de ouders bepaalt of kinderen zich die waarden eigen maken en zich houden aan de normen. De mentaliteitsonderzoeken van het Bureau Synovate laten zien, dat hier nog een wereld te winnen valt.

De secularisatie heeft ervoor gezorgd, dat grote delen van de bevolking niet meer beschikken over een duidelijk stelsel van waarden en normen en ook niet meer beschikken over inspirerende voorbeeldfiguren. Mensen stellen zich autonoom op en zeggen wat ze denken en doen waar ze zin in hebben. Oude waarden en normen, die berusten op eeuwen van menselijke ervaringen en met het etiket van een goddelijke openbaring zijn door velen als ouderwets en achterhaald en niet meer van deze tijd terzijde geschoven. Wat betekent opvoeden dan nog? Welke waarden leef je je kinderen voor? Bij welke waarden van ouders kan een school aansluiten? Want bedenk wel, dat ouders bepalen welke waarden hun kinderen aanvaarden en daarbij is de rol van de moeder overheersend. Nooit kun je als ouders de opvoeding van je kind overlaten aan een school. Jij als ouder bent verantwoordelijk voor de opvoeding van je kinderen.

Jaargang 4, Nr. 190.

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Elk mens is legaal!

In dwars, internationaal, legale mensen, migratie, tolerantie, uitzettingsbeleid, migratie, amerika, artikel, en meer.

Vorige week vrijdag was de aftrap van het “Legale mensen”-project bij DWARS, GroenLinkse jongeren. Het is een omvangrijk en ambitieus project met een tijdspad van iets minder dan een jaar, waarin DWARS onder andere een talkshow en een documentaire zal produceren met als strekking: elk mens is legaal. Wij belichten de slepende discussie over asielzoekers en hun eventuele illegale verblijf in Nederland vanuit een elementair andere invalshoek. Volgens ons is geen enkel persoon waar dan ook op de wereld illegaal en moeten we het vraagstuk voortaan vanaf een humane kant benaderen. Niet geld, de economie of de angst voor het onbekende staan centraal, maar de medemenselijkheid wordt het uitgangspunt.

Sinds de kick-off is DWARS al hard op weg van het “Legale mensen”-project een groot succes te maken. Er is een kopgroep geformeerd die alles aanstuurt, de site www.legalemensen.nl is in opbouw en de eerste media tonen zich al zeer geïnteresseerd in het project. Zo publiceerde ik samen met mijn voorzitter van DWARS, Jojanneke Vanderveen, vanochtend een opiniestuk op de site van Wereldjournalisten. Als je verder leest, vindt je een samenvatting van dit stuk en de mogelijkheden die je hebt om aan te sluiten bij het “Legale mensen”-project!

Ingekorte samenvatting van het opiniestuk

Het is misschien wel hét debat van de 21e eeuw: hoe gaan we om met migratie? Anno 2011 wordt het debat overheerst door de vraag: worden wij er wel of niet blij van dat mensen hierheen komen? Er is echter een belangrijkere vraag, die nooit een rol lijkt te spelen in de discussie: wat beweegt mensen om hun thuisland te verlaten? Wat doet het met je om in een vreemd land te belanden, waar over je hoofd gesproken wordt over de vraag of je al dan niet gewenst bent? De menselijke kant van dit vraagstuk wordt vreselijk verwaarloosd. Dat moet veranderen.

Weet u nog, “The American Dream”? Enkele eeuwen na de Europese ontdekking van Amerika begonnen er flinke migratiestromen op gang te komen van Europa naar Amerika. Massaal vertrokken ook onze landgenoten met de westerzon, hun dromen achterna. Dappere avonturiers, die voor hun nageslacht een betere toekomst wilden verzekeren. Een schril contrast met hoe we aankijken tegen de migranten die nu uit andere werelddelen naar Europa komen. Profiteurs zijn het, die komen parasiteren op alle welvaart die we hier hebben opgebouwd. Dat ook zij op zoek zijn naar een betere toekomst en moedig genoeg zijn om daarvoor hun huis en haard te verlaten, vergeten we dan voor het gemak even.

De vraag of mensen wel of niet een verblijfsstatus moeten krijgen lijkt namelijk één op één verbonden met de vraag of wij ervoor voelen deze mensen op te nemen in onze samenleving. Het is vervolgens aardig van ons als we dat wel doen, maar niet onaardig als we het niet doen. Dit is een verkeerde kijk op de problematiek. Als meest welvarende bewoners van de wereld hebben we een plicht onze welvaart te delen. Dat het moeilijk is om dat te doen op plekken waar we het niet voor het zeggen hebben, is tot daar aan toe. Maar dat je dat weigert aan iemand die aan onze deur komt kloppen, is welbeschouwd een schande.

De kern van het verhaal is: alle mensen zijn legale mensen. Zij dienen als zodanig behandeld te worden. Dat betekent dat je ze niet opsluit wanneer ze bij je aankloppen op zoek naar een betere toekomst.
Dat betekent dat je je best doet om hen deel te laten zijn van het fortuin waar je zelf van profiteert. Dat betekent dat je ze niet illegaal noemt. Als we dat als uitgangspunt nemen, komt er misschien wat verstand in het debat.

Lees het gehele artikel op www.wereldjournalisten.nl en neem daar deel aan de discussie!

Meedoen aan het “Legale-Mensen”-project!

Zoals je hebt kunnen merken is DWARS vol passie begonnen aan haar nieuwste project. Omdat we de boodschap zo ver en succesvol mogelijk willen verspreiden, kunnen we altijd extra hulp van geënthousiasmeerde mensen zoals jij gebruiken. Heb jij veel verstand van mensenrechten, ben je handig met filmcamera’s, heb je journalistieke ervaring of ben je op grafisch gebied een natuurtalent? Of zit je gewoon vol idealen en wil je je op een andere manier inzetten voor ons project? Bekijk dan de Bijlage Legale Mensen met een uitgebreide uitleg van het project en de mogelijkheden, ga naar www.dwars.org of stuur een mail naar grootdenkers[at]dwars.org.

We zien je graag tegemoet!


woensdag, 30 november 2011

Vincent Koerse

Vincent Koerse

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Ledenraadpleging Burgerinitiatief ‘uit vrije wil’

In partijraad, debat, groenlinks, hulp, hulp bij zelfdoding, oud.

De Partijraadsleden uit Waterland (Bert Wiedemeijer en Vincent Koerse) nodigen alle leden van GroenLinks in de regio Waterland uit voor een debat over het Burgerinitiatief ‘uit vrije wil’. Met dat burgerinitiatief willen de indieners (onder wie oud-minister Els Borst) meer wettelijke ruimte krijgen voor hulp bij zelfdoding. Vincent en Bert nemen de uitkomsten van het debat mee naar de Partijraad, die binnenkort aan de Tweede Kamerfractie advies uitbrengt over dit vraagstuk.

lees verder

dinsdag, 29 november 2011

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Serieus voorstel voor €20 miljoen - Spel concept bij Google Translate

In euro, pond, concept, translate, bank of scotland, spel, abn amro, idee, indiaans, en meer.
Vandaag ontving ik een zeer serieuze en vriendelijke mail van ene heer Mage, medewerker van de Bank of Scotland, een voormalig gerenommeerd instituut dat de internationale tak van onze nationale trots, de ABN AMRO bank, heeft overgenomen. Nu zit ik toch in diepe dubio, lees de mail, wat zou jij doen?
Verzoek om een hulp.
Geachte heer,
Gelieve Ik heb uw antwoord, ik ben Patrick Mage (de heer), manager en
hoofd van de informatica-afdeling hier in onze bank, Bank of Scotland.
Ik heb alleen geschreven om uw begrip en hulp te zoeken. Ik wens een
overplaatsing die een enorm bedrag van € 20.000.000,00 te maken.
(Twintig miljoen pond sterling).
Ik ben voor om deze transfer te maken naar een aangewezen bankrekening
van uw keuze. Dus, voor uw geduld en steun, ik stel voor een
aanbieding van 40% van het totale bedrag dat de jouwe kunnen zijn,
nadat de overdracht is met succes afgerond.
Vriendelijk antwoord mij met vermelding van uw interesse, en ik zal u
te voorzien van de details en de noodzakelijke procedure met die om de
overdracht. Gelieve ik ben in afwachting van uw reactie via deze mijn
e-mailadres pattrickkmage@latinmail.com
bedankt,
Patrick Mage (de heer)
Wat mij met name opvalt is dat het gebruik van Google Translate niet tot goede resulaten leidt. De beste man had natuurlijk een zeer mooie mail geschreven in een of andere obscure Afrikaanse of Latijns Amerikaans-Indiaanse taal en deze door Google Translate gegooid. Nu worden die talen zo slecht vertaald dat er dit soort emails uit komen.

Wat mij nou in dubio plaatst is het volgende: hoe zou ik een leuk, informatief spel kunnen ontwikkelen op basis van dit soort emails en Google translate? Het idee is dat je op basis van bovenstaande tekst raadt uit welke taal het komt.

Uitdaging zit 'm in het feit dat:

  • Men een mail als deze daadwerkelijk door Google translate kan gooien, op te lossen door dit soort teksten als png op de spelsite aan te bieden?
  • Het eigenlijk geen leuk idee is, wie gaat er zo'n spel spelen, op enkele taalpuristen na?
  • Welk verdienmodel valt er omheen te bedenken? Want die € 20.000.000,00 (20 miljoen pond sterling *met Euro teken*) wil ik wel verdienen
Oorspronkelijk wilde ik deze blog gebruiken om jullie lezers te waarschuwen tegen dit soort emails. Maar ik ga er eigenlijk vanuit dat iedereen nu wel weet dat dit soort aanbiedingen de grootste, eigenlijk groots groteske, nepperij is die men kan indenken? Als je dat niet weet, kom eens onder die rots vandaan (waar zijn die in deze lage landen?), trouwens, waarom lees je van alles wat je kon lezen deze blog?

Zo, genoeg gezegd en vooral gevraagd! Het vriendelijk verzoek en de uitnodiging om ook te reageren. Zou ik echt leuk vinden

vrijdag, 25 november 2011

Raymond van Es

Raymond van Es

Dode dagen

In persoonlijk, foto's, huis, internet, lezen, dood, macht, gewoon, hulp, en meer.
De dagen lijken soms eindeloos als je aan huis gebonden bent. Gelukkig is het in mijn geval maar tijdelijk. Ik zit drie maanden thuis vanwege een gebroken been. Door mijn gebroken been heb ik ook relatief weinig fut om dingen te doen. Ik lees wat, ik surf wat op internet, ik schrijf eens wat, ik kijk wat televisie. Zo breng ik mijn dagen door. Alles wat ik doe gebeurt binnen die paar vierkante meter van mijn huis. Dat is het ergste; dat ik niet zelfstandig de deur uit kan. Dat geeft erg het gevoel dat ik opgesloten zit. Ik voel me soms net een gevangene die zijn dagen aftelt. De dagen lijken leeg en dood. Het zijn dode dagen. Dagen van eindeloze verveling. Dode dagen in een dode wereld. Samuel Beckett heeft de verveling op een beklemmende wijze weergeven;

Dode wereld, zonder lucht. Dat zijn ze, je herinneringen. Hier en daar, op de bodem van een krater, de schaduw van verwelkt mos. En nachten van driehonderd uren. Dierbaarste aller lichten, bleek, zwak, minst onbenulligste aller lichten.Wat een ontboezemingen. Hoe lang kan het geduurd hebben, vijf minuten, tien minuten? Ja, niet meer, nauwelijks meer. Maar het schittert er nog van, mijn randje hemel. Vroeger telde ik, telde ik tot driehonderd, vierhonderd, en ook bij andere dingen, bij regenbuien, klokgelui, het gekwetter van mussen in de ochtend, telde ik, of voor niets, zomaar om te tellen, en dan deelde ik door zestig. Dat verdreef de tijd, ik verslond het heelal. Nu niet meer. Men verandert. Als men ouder wordt.


Het is de verveling van de eindeloze slapeloze nachten; 'nachten van driehonderd uren'. Nachten waarin je in je bed ligt te woelen en je in een eindeloos zelfgesprek wacht tot het ochtend wordt. Het zijn de eindeloze dagen die maar niet voorbij willen gaan. De wijzers die trager dan slakken voortkruipen over de wijzerplaat. De tijd die toch voorbij blijkt te gaan en ongemerkt zijn sporen achterlaat. In de spiegel zie je de sporen die de tijd heeft achtergelaten. De slakkkensporen van de tijd. Onuitwisbare groeven die zeggen dat je jeugd voorbij is. Voor je het ziekenhuis in ging had je nog een redelijk normaal gezicht. Gewoon de verlopen kop v`n een veertiger. Nu wordt je in de spiegel aangestaard door een doodshoofdaapje. Dit is dus wat er van me overblijft. Een vervallen lichaam, een ruïne. Je kunt jezelf niets meer wijsmaken. Elke dag is een stap op weg naar het graf.
Je telt de 'regenbuien, klokgelui, het gekwetter van mussen in de ochtend' en, zou ik toe willen voegen, het vallen van de bladeren, het zoemen van de koelkast, de minuten op de wijzerplaat, de dagen op de kalender.
De tijd valt weg in de verveling, of speelt eigenlijk geen rol meer. De tijd is zinloos als deze geen begin of einde kent. Het besef van tijd valt ook weg. De tijd kan eindeloos traag zijn, maar ook aan je voorbijvliegen omdat er geen momenten zijn die je vast zou kunnen houden. De tijd is in de verveling een amorfe duur. Verveling duurt een eeuwigheid.
Normaal gesproken kan je dagen waarop er niets te doen valt breken door even naar buiten te gaan. Gewoon even een ommetje maken, even wat boodschappen doen, even de stad in. Dat alles is niet mogelijk als je aan huis gebonden bent door een gebroken been. Ik kan het huis niet uit zonder hulp. Langzaam aan komt het moment naderbij dat ik weer mobiel ben. Straks zal het normale leven weer een aanvang nemen. Dan zal het me makkelijker vallen de verveling op een afstand te houden.
De verveling begon al in het ziekenhuis. Het verblijf in het ziekenhuis is een eindeloze oefening in geduld. Je komt binnen bij de spoedeisende hulp. Je veronderstelt dat je dus wel een spoedgeval zal zijn. In jouw geval is er van spoed geen sprake. Je ligt eindeloos te wachten terwijl je verrekt van de pijn. Eindeloos wachten tot ze foto's van je been maken, eindeloos wachten tot je been in het gips mag. Vervolgens mag je wachten tot de artsen besloten hebben wat er met je moet gebeuren. Je ligt dan weer eindeloos te wachten op de gang van een ziekenhuis. Je hebt alleen gezelschap van de pijn. Dan krijg je te horen dat je in het ziekenhuis moet blijven en begint het wachten op de operatie. De volgende dag wordt je nuchter gehouden en lig je eindeloos te wachten tot iemand je komt vertellen dat je naar de OK mag of niet. Er komen een paar artsen naar je been kijken en verder gebeurt er niets. Je blijft weer achter met je pijn. Om half zes krijg je te horen dat de operatie die dag niet meer door kan gaan. Je moet nog even wachten. Je moet wachten tot de volgende dag. In de tussentijd kan je eigenlijk niets. Je hebt te veel pijn en bent te suf om echt iets te lezen. Je probeert wanhopig je gedachten te ordenen, maar die vliegen alle kanten op. Er is niets waar je enige troost in kunt vinden. Je bent de macht over je leven kwijt. Je bent overgeleverd aan anderen. Je kunt niets meer zelfstandig. Deze machteloosheid is het ergste. Niets is erger dan de macht over je eigen leven kwijtraken, zelfs als deze macht een illusie is. Gewoon zelf je was en je boodschappen kunnen doen, gewoon zelf kunnen koken, gewoon zelf naar buiten kunnen als jij dat wilt. Naar dit soort dingen kan ik enorm verlangen. Er zijn geen soms geen ingewikkelde bespiegelingen nodig. Vrijheid is het vermogen om te kunnen gaan en staan waar je wilt. Soms heb je niet meer nodig dan dit om je vrij te voelen. Wanneer je gevangen zit blijkt vrijheid heel eenvoudig te zijn. Ik heb een voorproefje gekregen van wat me te wachten staat op min oude dag als mijn lichaam versleten is en me gevangen houdt.
Nog even en ik kan deze ellende weer achter me laten. Het zal gelukkig niet eeuwig duren, al voelt het soms wel zo. Straks kan ik weer naar buiten in de frisse lucht van de vrijheid. Stapje voor stapje ga ik de vrijheid tegemoet. Voorlopig strompel ik nog voort, maar straks stap ik weer voort met kwieke tred. Weer vrij en een ervaring rijker.

donderdag, 17 november 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

China, de grote bange reus

In samen op de wereld, china, democratie, economie, eu, euro, europa, europese, gedachte, en meer.

 

Ik kan best een open deur intrappen: de Chinese economie groeit hard. Maar dat die in 30 jaar tijd is gegroeid van krap 70 miljard naar ruim 18.000 miljard yuan – en dat was 2004 – is onvoorstelbaar. Hoe deden ze dat? Blijft het zo? Wat willen ze verder?

Hoe deden ze het?

Vorig jaar heeft China Japan ingehaald als tweede economie van de wereld. De grootste economie is nog steeds de VS met dien verstande dat die van de VS niet meer groeit en die van China wel. Dat biedt bedrijven grote kansen. China heeft een goede infrastructuur opgebouwd, had hele goedkope arbeidskrachten en was dus een aantrekkelijke producent voor exportproducten. De producerende bedrijven zijn niet alleen Chinese bedrijven, ook bijvoorbeeld Philips heeft zijn productie daarheen verplaatst vanwege de lage lonen.

Alles draait in China om behoud van rust en stabiliteit en het in standhouden van de macht van de Communistische Partij. Inflatie, buitenlandse invloed en ontevredenheid onder de bevolking – die heus ziet wat er in het buitenland mogelijk is – zijn risicofactoren voor instabiliteit. Om onvrede te beteugelen, moet de communistische partij het volk dus ook wat geven. En dat krijgt het. De welvaart is voor iedereen gestegen. De rijken zijn 2 keer zo rijk geworden, maar de armen ook.

China ziet zichzelf als kwetsbaar land dat in ontwikkeling is. Chinezen willen bovenal een veilige en stabiele omgeving en roepen in mindere mate om democratie. Een sterke staat die alles domineert en stuurt, ziet de CCP als passend in deze situatie.

Afrika

China investeert veel in Afrika. Feitelijk Europa’s achtertuin maar wij lieten die ongebruikt. Contact en handel met China levert geen windeieren. Toen Nederland in 1980 twee duikboten leverde aan Taiwan, werd de handel tussen Nederland en China ogenblikkelijk door China stilgelegd. Op dat moment werd China nog niet gezien als wereldmacht in opkomst. Een inschattingsfoutje. In 1984 tekenden Nederland en China een verklaring geen spullen meer te leveren aan Taiwan en de betrekkingen weer te herstellen. Uitgebreide handel vond daarna plaats waarvan Nederlandse bedrijven flink hebben geprofiteerd.

Zo vergaat het nu ook Afrika. Gelet op het feit dat China zich niet als ontwikkeld land maar als land in ontwikkeling ziet, wil het absoluut niet de kolonisator van Afrika worden met bijbehorende verantwoordelijkheden en politieke macht.

Kritiek is er wel: China liet veel door Chinezen doen in Afrika waardoor de lokale bevolking minder profiteerde. Daar wordt aan gewerkt, waar mogelijk laat China nu werk door de lokale bevolking uitvoeren.

Een ander punt van kritiek is de rijkdom door de handel die vooral ten gunste komt van de rijke klasse in Afrika. Herverdeling van welvaart is daar niet zo aan de orde. Uiteraard is dat wel wat de internationale organisaties liever zien.

Daar daarentegen stelt China dat Europa eens moet kijken hoe de Europese hulp aan Afrika van de afgelopen 50 jaar heeft uitgepakt. Er is nog steeds armoede, Europa heeft Afrika afhankelijk gemaakt in plaats van zelfstandig. Het standpunt van China is dat economische ontwikkeling die regio structureel meer welvaart zal gaan opleveren.

Militair

China is een kernmacht, heeft een leger dat inmiddels sterk genoeg is om dat van Taiwan te kunnen verslaan en mogelijkheden om het desnoods de VS lastig te maken mocht dat in de regio nodig zijn (DF-21D). Ze hebben lange afstandswapens die de kust van de VS kunnen bereiken en binnenkort de hele VS en investeert nog flink in defensie. Toch is die militaire macht vooral defensief. De werkelijke macht van China ligt op twee andere terreinen. De economische macht zal ertoe leiden dat ze steeds meer invloed op het wereldtoneel gaat opeisen en de computerkennis is dermate groot dat het veel eerder via die weg tegenstanders zal gaan beschadigen.

Invloed

Hoewel nu nog druk met de eigen opbouw is de verwachting dat China het niet zal nalaten eisen op tafel te leggen wanneer mogelijk. Als China meer geld gaat doneren aan het IMF om de euro overeind te houden, zal het wisselgeld willen. China wil heel graag de markteconomiestatus krijgen, iets wat o.a. de EU nog tegenhoudt. China wil het wapenembargo van de EU van tafel en zal eisen dat er door partners niet wordt samengewerkt met Taiwan. Daarnaast kan China meer macht in het IMF gaan claimen. Nu is alleen de stem van de VS zo groot dat het een veto heeft in het IMF. China zal op z’n minst ook op dat niveau invloed willen gaan uitoefenen.

Blijft het zo?

De economische groei in China is in de jaren ’80 heel bewust in gang gezet. Buitenlandse bedrijven mochten vanaf dat moment investeren in China. Achterliggende gedachte was dat China sterk en welvarend zou zijn als het deel zou uitmaken van de internationale gemeenschap. Invloed van buitenaf is daarmee geaccepteerd maar wordt wel als risico gezien.

De hele productie was vooral gericht op de EU. In 2008 daalde de export naar de EU door de economische terugval waarop China versneld de interne markt is gaan ontwikkelen. En met succes: de groei blijft aanhouden. Vraag is wel hoelang dat nog kan. Nu wordt nog veel geïnvesteerd in vliegvelden en spoorlijnen, hetgeen economische bedrijvigheid genereert maar dit houdt een keer op.

Ook de lage lonen zijn in China opgelopen. Inmiddels trekken Chinese en internationale ondernemingen, waaronder ook Nederlandse, verder op zoek naar nieuwe lage lonenlanden. Zo gebeurt het nu dat Chinese bedrijven hun productie verplaatsen naar Bangladesh en Vietnam.

Conclusie

China houdt alles strak in de hand ten koste van de vrijheid van de Chinezen juist ten behoeve van die Chinezen. China groeit als kool maar probeert die groei ook in te tomen om oververhitting en al te grote inflatie te voorkomen. China investeert veel in defensie maar opereert internationaal bij voorkeur passief en geweldloos.  China kan niet zonder de economie van de VS maar is bang voor de invloed van de VS in en rondom China. Nederland heeft veel belang in China maar maakt ook ethische afwegingen: wat te doen met wapenembargo, wat te doen met bezoek Dalai Lama. China en de CCP, waanzinnig groot en machtig en uit alles blijkt: ook bang.

 

zondag, 13 november 2011

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Ultra PRT maakt tongen los

In asfalt, breda, de wereld, duurzaam, dwars, elektrische, fiets, gemeenteraad, hulp, en meer.


In een overzicht dat ik voor de gemeenteraad heb laten maken van alle projecten waar Breda aan werkt om Breda Klimaatneutraal in 2044 te laten zijn - en dat zijn er vele tientallen - was ook een onderzoeksproject opgenomen over Ultra PRT. Een wakkere journalist, die eerder blijkbaar wat heeft zitten slapen, want het project loopt al meer dan een jaar in het kader van het project Innovatie Klimaatneutrale steden en wordt in diverse stukken ook vermeld, pikte het idee op, vroeg mij om een toelichting, maakte een artikeltje op de voorpagina en iedereen heeft er plotseling een mening over. Heel veel enthousiaste meningen met voorbeelden elders in de wereld, bedrijven die hun hulp graag toezeggen en nieuwsgierigen die vragen wat er precies wordt onderzocht.

Maar zoals gebruikelijk zijn er ook veel azijnpissers: mensen die de wethouder van grootheidswaanzin beschuldigen, die mij voor gek verklaren en, zoals de hoofdredactie van Breda Vandaag, ook mensen die vinden dat ik me maar beter met gratis fietsenstallingen en het tekort van het Breda's Museum bezig kan houden 'in plaats van met megalomane projecten'. Terecht dat daar weer iemand op reageert dat het nogal voorbarig is om al een oordeel te hebben over een plan dat nog niet eens bestaat.

Toegegeven: het ziet er futuristisch uit, al die elektrische onbemande karretjes op een monorail dwars door de stad. Maar we moeten ons natuurlijk eerst afvragen hoe de behoefte aan mobiliteit groeit in de komende jaren. En alle tekenen wijzen erop dat er steeds meer auto's en automobilisten komen. Zelfs als die allemaal schoon en duurzaam zijn, geeft dat toch onoplosbare knelpunten op vrijwel alle belangrijke toegangswegen en kruisingen na 2020. Ook raadpleging van diverse gerenommeerde deskundigen kan mij niet vrolijker stemmen. En dus het is zaak om, ter voorbereiding van de nieuwe structuurvisie voor Breda, ook een beeld te hebben van alle oplossingsmogelijkheden. U zult begrijpen dat daarbij de fiets en het openbaar vervoer voor mij ook hoog scoren want meer asfalt kent ook erg veel nadelen, vooal voor bewoners en de natuur.

Nu begrijpt u mogelijk wat beter waarom ook dit idee van de Ultra PRT onze aandacht heeft getrokken. Want nieuwe vrije busbanen zoals voor de Volans, trams of lightrail kosten klauwen vol geld en zijn ook erg duur in de exploitatie. En dat zou wel eens de grootste winst van deze nieuwe vorm van openbaar vervoer kunnen zijn: hij is goedkoop in exploitatie en onderhoud en geeft een hoog comfort. Willen we dat niet als alternatief voor of naast de auto?

donderdag, 10 november 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Presentatie moe? Dat komt in mijn woordenboek niet voor ;-)

In agenda, almere, amersfoort, bezig, computers, congres, delen, discussie, downloaden, en meer.
Van af 27 Oktober j.l., was ik gestart met mijn eerste Wajong Werkt Presentatie voor grotere groepen, had wel eens vaker grote groepen toe gesproken maar niet met een ingestudeerde tekst wat mij overigens wel goed af ging ten opzichte van 1a 2 toeschouwers.

Even in vogelvlucht: Op 27 Oktober had ik naar mijn idee de beste Wajong Werkt presentatie gegeven, ik kwam hier door vervoersproblemen later aan en door mijn verloren tas had ik ook mijn spiekbriefje niet bij mij.. Toen ik binnen kwam kon ik gelijk mijn jas uit trekken en starten met presenteren. Dat ging best vloeiend zeker voor een eerste keer, ik had gewoon de tijd niet vlak vooraf om na te denken wat als dit of dat nou mis gaat etc;

3 November bezocht ik vanuit CrossOver het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om alle werknemers daar uit te nodigen voor een lunch en een discussie (vind plaats op 10 November) die hen erop zou wijzen dat de Wajongers niet vergeten mogen worden en sterker nog dat zij de Wajongers nodig zijn!

Tijdens die dag gingen we in groepjes van 3 alle afdelingen bij langs en nadat de eerste 2 uitnodigingen verstrekt waren greep ik ook mijn momenten (een vertegenwoordiger van CrossOver tipte mij om ook mijn eigen ding aan te grijpen), liet weten dat ik als Wajonger actief bezig was binnen GroenLinks (legde de nadruk op Chronisch Zieken en Gehandicapten), dat ik vanuit het CNV(j) Wajong Werkt Promo Team de misschien toekomstige werkgevers bezoek om aan hen voorlichting te geven wat Wajongers wel kunnen en zouden willen, wat de financiële voordelen zijn voor de werkgever zijn wanneer deze wel een Wajonger in dienst nemen ook wanneer deze niet naar verwachting zou kunnen presteren en voor mezelf sloot ik telkens af met mijn WSW indicatie (zelf sta ik op een wachtlijst voor betaald werk, ben tegen die tijd 64 of zo), mijn vrijwilligers werk binnen stichting de Zonnebloem en mijn bezigheden binnen de Netwerk Marketing…

Beetje vuil van mezelf misschien, in de 1e plaats was het een (zogenaamde) schreeuw om hulp gevolgd door een aantal trigger punten waar wel over na gedacht mag worden:
- Onderdelen hiervan moeten de 2e kamer gewoon beter bereiken en ikzelf ben bezig om mij hierin ook beter te ontwikkelen.
- Aangeven hoe handig het CNV(j) Wajong Werkt Promotie Team is, ik schrijf nu op persoonlijke titel maar wij informeren toekomstig werkgevers over de huidige regelgeving aan iedere werkgever die ons uitnodigt! Doel is de werkgever beter op de hoogte te stellen, tegelijkertijd hebben wij als Wajonger wel de mogelijkheid om ons eigen visitekaartje achter te laten
- Promotie voor mezelf in de ruimste zin van het woord, mijn eigen kwaliteiten, producten of desnoods adviezen maar even gaan verkopen.

7 November stond er een Wajong Werkt presentatie op de agenda in Leeuwarden voor het UWV, dat kwam mezelf ergens vrij slecht uit i.v.m. tijdsdruk, had nadien een andere afspraak wat ik net op het randje zou kunnen halen wanneer het openbaar vervoer goed zou verlopen. Een kleine week vooraf kreeg ik de bevestiging dat ik ruim op tijd weer de trein Naar Hoogeveen kon pakken om om 14:15 weer terug te zijn in Hoogeveen (zat met trein keuzes, 12:00 retour was goed, 13:00 retour zou ik moeten rennen). Anderzijds, zelf wil ik natuurlijk het CNV(j) Wajong Werkt Promo Team ook dichter in mijn eigen omgeving op de kaart zien te krijgen.

Tijdens de trein reis vanaf Meppel naar Leeuwarden werd ik opgebeld door mijn diëtiste waarbij deze aangaf onze huidige afspraak ook wel wilde doorschuiven naar de 21e.. Mooi ;-)

Zelf arriveerde ik om 10:15 op locatie zoals afgesproken was, mijn collega kwam wat later i.v.m. reistijden, op zich geen ramp want de presentatie startte toch pas om 11:00

Had een uur de tijd om onze spullen alvast klaar te zetten, 10 minuten zijn veelal voldoende, tijdens dat wij aan het woord zijn voor grotere groepen starten wij met een Powerpoint introductie, gevolgd door een filmpje en daarna gaan we tijdens het spreken weer verder met de Powerpoint presentatie.. Het was ff puzzelen, betreffende computers speelden het filmpje veel te langzaam af dus uiteindelijk hadden wij (iemand van het UWV en ik zelf) de beamer maar gekoppeld aan een laptop.

Tijdens het werken aan oplossingen en ook nadien werd er gevraagd aan mij moet je nog oefenen, nee niet nodig was mijn antwoord.. Hoe lang denken jullie bezig te zijn? Antwoordde zelf dat de hele presentatie zo’n 15 minuten zou duren exclusief vragen die wij zouden kunnen gaan krijgen…

Ik overhandigde mijn presentatiemap met daarbij de informatie mijn collega start het gesprek, zelf ga ik daar verder, mijn collega vervolgd weer.. Daar, daar en daar vertellen we samen wat en zelfs de ingestampte teksten kende ik gewoon uit mijn hoofd.

Vanaf het moment dat mijn collega ook arriveerde, wij onderling nog even bij gepraat hadden etc; waren we beiden rustig klaar voor de start..

Mijzelf voorstellen ging prima, de onderdelen waarbij ik met persoonlijke voorbeelden kon komen van mijzelf of wat ik allemaal gezien en gehoord had gingen vloeiend.. Bij de rest liet ik het een en ander over aan mijn collega of ik ging mijn delen bijna voorlezen.

Wij kregen nadien de feedback dat wij een hele goede presentatie neer hadden gezet,
Zelfs bij navraag waarbij ik eerlijk was over mijn mistakes en fouten kreeg ik de feedback dat ik juist die prima had opgelost en dat juist dat een soort van wil toonde!

Het werkgevers congres op 8 November ging ik voor,
Aldus de programmering duurde deze van 12:00 tot 15:25
Tussen 13:55 en 14:25 konden wij onze presentatie geven.


Zelf mocht ik van af 12:00 aanwezig zijn of gewoon vanaf 12:45 om de Lunch mee te pikken, beetje overleg met een coach van het CNV(j) Wajong Werkt Promotie team.
Het gehaast had ik niet zo’n trek aan, het Flevoziekenhuis licht op 10 minuten loop afstand van Almere Centrum…

Zelf kon ik kiezen uit een trein rit Hoogeveen – Hilversum – Almere Centrum, Hoogeveen - Zwolle – Amersfoort – Almere Centrum of Hoogeveen – Hilversum – Almere Centrum maar dan heel weinig looptijd overhouden in een onbekende plaats.

Zelf nam ik de trein van 9:42, arriveerde om 11:55 voor het FlevoZiekenhuis,
Leuk moment om nog even wat nicotine te downloaden en bij binnenkomst trof ik de persoon met wie ik de Wajong Werkt presentatie zou gaan geven.

Nadat we ons aangemeld hadden konden we koffie pakken, genieten van een muziekspel en nog even voor clown spelen. We zaten onderling wat te bluffen om deze op te zetten tijdens de presentatie, gelukkig moesten we de neuzen na de lunch weer inleveren dus had ik meteen een goede smoes om mij niet aan mijn woord te houden ;-)



Onderling hadden we nog even het een en ander overlegd, hij zelf zou zijn eerste presentatie geven. Ik zelf had een houding van we gaan nu misschien 14 a 20 mensen toespreken wat wel een drempel voor mezelf was bij aanmelding, maar tijdens een Werkgeverscongres i.v.m., de week van Chronisch zieken wilde ik er zelf graag bij zijn..

1. om maar bij te leren
2. contacten te leggen
3. Presenteren, een Wajonger hoeft niet aan de kant gezet te worden!
4. Politiek gezien ideeën uit te wisselen

Off topic, terug naar afgelopen presentatie van 8 November.
Tegen de tijd dat wij aan de beurt waren vanuit het CNV(j) Wajong werkt promotie team, mochten wij zo’n 72 mensen te woord staan..

Zelf schrok ik even van het aantal toeschouwers, op advies van onze Coach van het Wajong werkt promotie team vermelde ik na het mezelf voor gesteld te hebben voor een groot publiek.. ff te laten weten dat het gebeuren nieuw voor mij was.

Tijdens de presentatie voor veel meer mensen dan dat ik vooraf verwacht had,
Konden zowel mijn collega Wajongere als ikzelf ons eruit redden met een grapje tussendoor waardoor onze presentatie wel heel duidelijk over kwam!

Slot resultaat was dat ik vanuit het CNV(j) visitekaartjes kon uitwisselen met een aantal mensen, uitgenodigd ben om een presentatie te geven in Schiedam met mijn nieuwe collega waar ik ook zeker graag op in ga!

Onze huidige presentaties lopen tot Juni/juli 2012 als ik mij niet vergis, uit eigen belang hoop ik samen met een collega van mij ook meerdere presentaties te mogen geven bij alles wat boven Zwolle licht ;-)

Meer weten?
Neem gerust contact met mij op.

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Eerstehulp lesgeven bij de Berkhorst

In hulpverlening, rode kruis, kootwijk, hulp, berkhorst, apeldoorn, 1ehulp, eerste hulp, tilburg, en meer.
Na 'n redelijk lange en intensieve dag in Tilburg bij Achmea IT aan de implementatie van Lean management & IT gewerkt te hebben ben ik nu op weg naar Kootwijk om met m'n lief eerstehulples (EHBO) te ga gaan geven bij vakantiepark de Berkhorst namens het Rode Kruis, afdeling Apeldoorn.
Na 'n goede vakantie in Indonesië was deze week wel weer even inkomen. Zeker daar één van m'n projecten gedurende m'n vakantie afgerond is. Verder hadden we gisteren 1 van onze laatste lessen voor de HOC (hulp bij ongevallen en calamiteiten) opleiding die we zelf volgen bij de Veiligheidsregio Utrecht. Dit weekend en volgende week woensdag hebben we onze laatste oefening, dan examen. Als we slagen treden we toe tot de SIGMA (snel inzetbare groep voor medische assistentie). Zodoende dat het deze week even uren maken is. Komende week ook overigens, met competentie avond voor de afdeling Apeldoorn, naast voorgenoemde Sigma training.
Maar nu eerst lesgeven vanavond. Volgens de Rode Kruis/EFAM richtlijnen die we tegenwoordig hanteren. Wordt 'n eerste inventarisatie: wat is het niveau van de medewerkers van de Berkhorst? Waar moeten we aandacht aan besteden en wat willen zij leren? Bovenal moeten we ook kijken of ze ons wel leuk vinden :-)  Belooft dus ook 'n gezellige avond te worden, door de hectiek deze dagen was het kortdag.

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

In goede doelen, ontwikkelingssamenwerking, activiteiten, afrika, algemeen, analyse, armoede, begrijpen, belangrijk, en meer.

Post image for Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

Goedemiddag,

Toen ik opgroeide, een puber was, mocht ik op een saaie zondagmiddag graag met mijn moeder een eindje gaan rijden. Stapvoets reden we dan door de nieuwe villawijken aan de rand van Enschede  en verlustigden ons aan de gouden leeuwen die oprijlanen markeerden, de Griekse zuilen waarmee Twentse boerderettes waren versierd en wij roddelden er op los. Enschede was, zo aan het einde van de jaren zeventig klein genoeg om te weten wie er woonde, hoe ze hun geld hadden verdiend, en of hun huwelijken gelukkig waren.
Wij, moeder en dochter, uit de gegoede middenklasse hadden het heel goed maar bezaten niet het kapitaal dat daar op die ruime kavels vaak nogal afzichtelijk was uitgestald.
Het was een vriendelijke vorm van aapjes kijken, van verveeld vermaak, waarover wij ons weinig schuldig voelden omdat het vertoon van rijkdom ook voor ons was bedoeld, zondagrijders uit de middenklasse.

Precies diezelfde lust tot ‘rijken kijken’ zie je terug in het nieuwe programma van Jort Kelder ‘Hoe heurt het eigenlijk’. En ik kan me nog steeds goed vermaken met de rose-tankende, glad gestreken en opgepompte nouveau-riche-dames aan de Loosdrechtse Plassen, die uitleggen dat ze niet alleen een motorjacht bezitten (‘zeilen is zo veel werk’) maar ook een tweede huis bij Saint Tropez omdat ‘ze zo vreselijk van cultuur houden’.
In ‘hoe heurt het eigenlijk’ wordt het pronkgedrag van de nieuwe rijken slim afgezet tegen de tradities van het oude geld. Over het algemeen zijn dat Olie B. Bommel-achtige heren die in gedateerd Nederlands uitleggen dat zij hun landhuis, stammende uit 1700 of daaromtrent, in stand weten te houden door een natuurcamping en wat biologische boerderijen op de landerijen toe te laten.

Wat ‘Hoe heurt het eigenlijk’ anders maakt dan eerdere programma’s van bijvoorbeeld Gert Jan Droge is het nogal stichtende karakter. Als kijker word je ook op allerlei manieren duidelijk gemaakt hoe je wel en niet zou moeten leven, wat beschaafd is en wat nastrevenswaardig is. En dat is de nouveau-riche overduidelijk niet. Het oude geld wel want dat heeft tradities, sociaal besef, eet met mes en vork en lepelt geen vaten rose naar binnen maar drinkt een glas goede rode wijn op zijn tijd.

Het stichtende karakter van het programma heeft inmiddels ook geleid tot heel serieuze beschouwingen in kranten. Een van de meest hilarische is wel een beschouwing in de Volkskrant donderdag 4 november waarin werd betoogd dat wij Jort Kelder, als onze nationale polderdandy, dankbaar mogen zijn omdat hij een grote bijdrage zou leveren aan de ‘heropvoeding van Nederland’.
Ofwel, de landerijen zullen wij met zijn allen nooit bezitten, de familienamen ook niet, maar beschaafd gedrag leeft de oude adel ons voor.

Ik vind dat uit zo’n geleerde analyse in de krant vooral een nogal wonderlijke nostalgie naar de 19e eeuw spreekt. De redenering die wordt gehanteerd is eenvoudig. Weliswaar is de rijkdom waar de ontwikkelde smaak op rust, niet binnen ons bereik maar dat neemt niet weg dat we wel degelijk de goede omgangsvormen kunnen kopiëren.
Laat ik het eens bout zeggen. Zoals in de 19e eeuw, zijn armoede en een gebrek aan kansen geen excuus voor slechte manieren.

Wat mij betreft maakt ‘hoe heurt het eigenlijk’ met haar stichtende boodschap en de analyse in de Volkskrant die er op voortbouwt, deel uit van een maatschappelijke en politieke ideologie waarmee ik moeite heb. Het is de ideologie van ‘de eigen verantwoordelijkheid’ die al jaren een grote populariteit geniet.
Het is ook de ideologie waarbij de omstandigheden waarin je leeft, de armoede waar je aan bent blootgesteld, het gebrek aan kansen om hoger op te komen, nooit een argument kunnen zijn voor het gedrag dat je vertoont.
Natuurlijk klopt dit wel op het niveau van het individu. Simpel, als je arm bent en je gaat jatten, dan kan je armoede misschien een verzachtende omstandigheid zijn maar je bent ook gewoon verantwoordelijk voor je criminele gedrag en verdient daar straf voor. Bovendien, voor opgroeiende jongeren in onze samenleving die zich schuldig maken aan crimineel gedrag, geldt ook dat ze weliswaar zelden voortkomen uit de hoogste economische klassen, maar ze wel degelijk kansen hebben. Ze hoeven niet te straatroven omdat er anders geen brood op de plank is. Ze kunnen naar school, er is werk (hoewel de jeugdwerkloosheid relatief hoog is) en ze kunnen een legaal bestaan opbouwen. Dat ze kiezen voor criminaliteit en het terroriseren van anderen, daarop mogen zij – 1 voor 1 – worden aangesproken, evenals de ouders die hen opvoeden.

Maar met het veroordelen van individueel wangedrag en het tot voorbeeld maken van de oude adel ben je er niet als je de staat van een samenleving wil begrijpen. Als je bijvoorbeeld de criminaliteit wil verminderen, de sociale problemen van werkloosheid, van lethargie of een armoedecultuur van mishandeling en uitbuiting wil begrijpen. Laat staan dat de voorbeeldige omgangsvormen van het oude geld en de elites, ook maar het begin van een oplossing vormen voor de vermindering van die problemen.

Ik wijd uit over ‘Hoe heurt het eigenlijk’ omdat ik de populariteit van de boodschap, blijkbaar ook onder sommige intellectuelen, zeker op dit moment, nogal wrang vindt. We leven in een economische periode waarin de tegenstellingen tussen arm en rijk, kansarm en kansrijk, mondiaal, in de Verenigde Staten, in Europa en in Nederland snel toenemen. We leven ook in een periode waarin het geloof in vooruitgang, het geloof dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij, zwaar onder druk staat.
Het was precies dat geloof dat het zondagse uitje van mijn moeder en mij tot vrolijk, oppervlakkig vertier maakte dat vrij was van elke vorm van rancune.
Er kon toen namelijk geen twijfel over zijn dat ik als dochter uit de middenklasse – als ik me een beetje gedroeg – meer kansen zou krijgen dan mijn moeder, dat ik een goede opleiding zou kunnen gaan volgen, dat ik werk zou vinden, een huis, dat ik verre reizen zou kunnen maken en verder alles zou kunnen doen wat ik wilde.

Dat tij is gekeerd.
In de eerste plaats voor de mensen met de laagste inkomens maar ook voor de middenklassen.

Europese middenklassen

In het prachtige boekje ‘Ill fares the land’, beschrijft de Britse historicus – en helaas vorig jaar overleden – Tony Judt, de geleidelijke teloorgang van de westerse verzorgingsstaten, en het verdwijnen en verminderen van kansen op sociale stijging van kinderen uit de lagere sociale klassen en de middenklassen.
Hij beschrijft hoe vooral in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk na bijna een eeuw van economische groei en welvaartsspreiding (ruwweg vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1980), deze tot stilstand zijn gekomen. Er is zelfs sprake van een omgekeerde beweging.

Al in de tien jaar voorafgaand aan de kredietcrisis in 2007 daalde het gemiddelde inkomen van gewone Amerikanen en werd hun geloof in vooruitgang op de proef gesteld. Voor veel burgers gold dat hun huizen hun enige stabiele kapitaal waren. Uit een studie van de Amerikaanse journalist Don Peck blijkt dat aan het begin van 2011 die huizen bij 1 op de 4 middenklasse-gezinnen een nauwelijks nog te dragen schuldenlast is, terwijl 1 op de 7 gezinnen wordt bedreigd door uitzetting en faillissement.
55% van de gewone Amerikanen heeft sinds de crisis te maken gekregen met werkloosheid, vermindering van uren of een forse salarisdaling. Volgens Peck veranderen in de nasleep van de economische crisis de levens van mensen ingrijpend: de verbondenheid tussen generaties staat onder druk, werkloze mannen verliezen hun positie tegenover hun vrouwen en kinderen, jongeren missen toekomstperspectief en zijn somber en voelen zich in de steek gelaten. Ook Tony Judt deelt deze sombere analyse. Hij spreekt van pathologische sociale problemen die horen bij harde klassentegenstellingen: stijgende kindersterfte, verminderende levensverwachting, criminaliteit, een geharde en onverbeterlijke gevangenispopulatie, werkloosheid, obesitas, teenage-zwangerschappen etc. etc.

Judt is de eerste om – terecht – een onderscheid aan te brengen tussen de Verenigde Staten en Groot Brittannië enerzijds en de meer gelijkmatige noord-Europese samenlevingen zoals Nederland anderzijds. Hier zijn de inkomenstegenstellingen nog altijd veel kleiner en is de toegang tot bijvoorbeeld goed onderwijs en relatief goede gezondheidszorg veel beter gewaarborgd. Dat neemt niet weg dat ook in Nederland, net als in andere Europese landen sprake is van een neergaande lijn. De inkomenstegenstellingen groeien en door de bezuinigingen vermindert de toegang tot de publieke voorzieningen voor de lagere en middeninkomens. Denk bijvoorbeeld aan de bezuinigingen op de kinderopvang, de gezondheidszorg, de PGB’s, het onderwijs, de universiteiten en de cultuur.

Tony Judt heeft bovendien een andere boodschap. Hij beschrijft groeiende ongelijkheid niet alleen als onrechtvaardig in zichzelf, maar ook als gevaarlijk voor de sociale en democratische stabiliteit van de samenleving: de geleidelijke toename van sociale en culturele spanningen, de vlucht in extremisme en de snel afbrokkelende bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen, om solidair te zijn – rechtstreeks en via het gezamenlijke betalen van belastingen.
Al deze ontwikkelingen zien we ook in Nederland. De intolerantie jegens elkaar neemt toe, net als de rancune, burgers vluchten naar de politieke flanken en verliezen hun bereidheid – hun stemgedrag is daar een uiting van – om (bijvoorbeeld via belastingen) te investeren in de publieke sfeer, in cultuur, in versterking van het onderwijs, of bijvoorbeeld in ontwikkelingssamenwerking die het lot van de allerarmsten iets verbetert.
Kortom, de groeiende ongelijkheid leidt tot toenemende maatschappelijke tegenstellingen en afnemende solidariteit. Dit ondermijnt geleidelijk het vermogen van een samenleving en haar politici om door inkomensmaatregelen en investeringen in de publieke sector, alsnog het tij te keren.

Afrika

Goed tot hier mijn enigszins sombere analyse van de staat van onze ‘westerse’ samenleving. Nu wil ik met u een hele grote stap maken naar Afrika, als brandpunt van de derde wereld.
In 2009 publiceerde de van oorsprong Zambiaanse econome Dambisa Moyo het boek ‘Dead Aid: Why Aid is Not Working and How There is a Better Way For Africa’. Zij bekritiseert hard en grondig ontwikkelingssamenwerking als een manier om de armoede in Afrika in stand te houden en gewone gezonde economische groei af te remmen. Tegenover de, weinig zoden aan de dijk zettende donaties van Westerse landen, plaatst zij de investeringen die een weinig democratisch land als China in Afrika doet, als duurzamer en toekomstgerichter.
Het hoeft weinig verbazing te wekken dat het boek – zacht gezegd – op een onstuimige ontvangst kon rekenen, temeer daar het al snel een internationale bestseller werd die ook graag door politici geciteerd werd, zoals de president van China. Conservatieven en neoliberalen die Afrika al lang als een bodemloze put beschouwden, zagen in het boek – ook nog geschreven door een Afrikaanse – een mooie aanleiding om alle ontwikkelingshulp stop te zetten. De ontwikkelingsindustrie beschouwde het als een dolksteek in de rug en schreeuwde moord en brand – Bono van U2 voorop – dat Moyo een neo-conservatieve agent was en niet vertrouwd kon worden. De heftige polarisatie rond het boek is begrijpelijk maar ook jammer omdat Moyo’s analyse wel degelijk hout snijdt voor Afrika, net als voor Europa en de Verenigde Staten.

Haar stelling is dat de grote afhankelijkheid van hulpprogramma’s die de afgelopen halve eeuw in Afrika is ontstaan, heeft verhinderd dat er sprake was van gewone economische groei, van stijgende inkomens voor Afrikanen en van de opbouw van democratische rechtstaten. De hulp richtte zich vooral op het verlichten van de ergste armoede en nood, maar creëerde onbedoeld ook afhankelijkheid daarvan.
Bijvoorbeeld in een land als Kenia, waarmee het relatief goed gaat, gaat 70% van het nationaal budget op aan salarissen van politici en overheidsfunctionarissen. Een groot deel van de gewone overheidsinvesteringen in de samenleving komen uit ontwikkelingsbudgetten.

Tegelijkertijd beschrijft Moyo – en dat is een belangrijk punt – ontbraken werkelijke economische investeringen uit Europa en de Verenigde Staten in Afrikaanse landen, terwijl het westen tegelijkertijd zijn grenzen zo goed als gesloten hield en houdt voor grootschalige import uit Afrika. Niet alleen was er sprake van groeiende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp, er was in veel Afrikaanse landen ook nauwelijks een alternatief voor in de vorm van economische activiteiten die inkomen opleveren.
Door hulpafhankelijkheid en de afwezigheid van economische bloei kennen veel Afrikanen, volgens Moyo, weinig mogelijkheden voor sociale stijging, de armoede is groot en wordt bepaald niet kleiner, de inkomensafstanden zijn immens. Tegenover een enorme populatie van armen staat een kleine groep van exorbitante rijken, die vaak corrupt is en in het bezit van de politieke macht. Veel andere smaken dan heel arm en heel rijk zijn er nauwelijks: middenklassen bestaan maar summier en vooral in de landen waarmee het naar verhouding redelijk of goed gaat.

Ik ben het maar ten dele met Moyo eens. Ik denk dat zij de ontwikkelingshulp veel te veel verantwoordelijkheid geeft voor de miserabele staat van veel Afrikaanse landen; andere – geografische, etnische, historische en politieke – redenen spelen een minstens even grote rol. Bovendien denk ik dat zij een veel beter onderscheid dient te maken tussen noodhulp, zoals nu in de Hoorn van Afrika en langer lopende ontwikkelingsprogramma’s.
Ik wil deze lezing ook niet gebruiken om de aard van ontwikkelingssamenwerking verder te bekritiseren. Niet alleen wordt die discussie al hevig gevoerd, je ziet ook bij veel hulporganisaties een grote verandering in de hulp die zij bieden. Veel meer dan in het verleden richt die zich op de opbouw van bedrijfjes en het versterken van de economische structuur van landen, en de werkgelegenheidskansen van mensen.

Ik haal Moyo aan vanwege een andere centrale boodschap van het boek: wat heeft Afrika nodig?
Moyo stelt dat Afrika werkelijke economische investeringen nodig heeft die leiden tot de opbouw van een sterke en politiek bewuste middenklasse.
Het is deze middenklasse die in staat zal zijn om belastingen te betalen, en die – als zij een perspectief hebben op sociale stijging en een betere toekomst voor hun kinderen – dat ook willen doen.
Moyo’s stelling is dat de corruptie en het vergaande politieke misbruik dat zoveel Afrikaanse landen kennen, ook wordt mogelijk gemaakt omdat burgers geen belang hebben bij de verandering ervan. Ze zijn arm, voor hun inkomsten afhankelijk van buitenlandse hulp en missen elk perspectief op werkelijke verbetering voor zichzelf, hun kinderen en de samenleving. De sociale problemen waarmee zij worstelen zijn zo groot, de cultuur van armoede zo diep geworteld, dat er nauwelijks ruimte is voor solidariteit met elkaar.
Moyo stelt dat – en dat beschouw ik als haar belangrijkste claim – dat alleen de opbouw van middenklassen, zal leiden tot de politieke en democratische verandering die zo veel Afrikaanse landen heel erg hard nodig hebben. Als Afrikaanse burgers een beter inkomen krijgen, belasting gaan betalen, dan zullen zij ook hardere eisen gaan stellen aan de politici die hun geld besteden. Het is dan namelijk hun geld – en geen ontwikkelingsgeld – dat verdwijnt in corrupte zakken. Het is hun geld dat bestemd is voor het onderwijs van hun kinderen, voor gezondheidszorg en voor het bijstaan van armen.

Hier raakt de analyse van Moyo, zij het over een heel ander en oneindig veel kwetsbaarder continent, aan de redenering van Judt. Ook Judt betoogt dat duurzame welvaart en maatschappelijke stabiliteit voor een belangrijk deel op de middenklassen rusten en op een geringe afstand tussen de hoge en lage inkomens: bij een gelijkmatige spreiding van welvaart, gebonden aan een werkelijk perspectief op sociale stijging, zijn de sociale problemen beheersbaar en zijn mensen bereid en in staat tot werkelijke solidariteit.
Hoe ver Afrika hier misschien nog van verwijderd is, en hoe onbegaanbaar misschien ook de route lijkt, Moyo pleit voor een volwassen en eerlijke omgang met Afrikaanse landen. Zij pleit voor werkelijke economische investeringen, zoals – inderdaad – China dat nu doet, en die in de eerste plaats gewone ‘hardwerkende’ Afrikanen ondersteunen. Terzijde, we hoeven geen rooskleurig beeld te hebben van de motieven van Chinezen om te investeren, maar dat maakt het ook niet per se slecht. Bijvoorbeeld in Liberia, waar ik dit voorjaar was, zijn Chinezen in grote getale aanwezig vanwege de rijkdom aan grondstoffen van het land. Maar je ziet ook overal Chinese winkels en kleine restaurants. Aan de rand van de hoofdstad Monrovia wordt een grote universiteit gebouwd met Chinees geld. Dat maakt – hoe dan ook – een daadkrachtiger indruk dan de Unicef-posters die je verderop in de jungle ziet: ‘also boys like to do the dishes’.

Net als Judt pleit Moyo vooral voor de opbouw van meer egalitaire samenlevingen waarin de rijkdom eerlijker wordt gedistribueerd, de inkomensafstanden kleiner zijn en waar via de belastingen en via politieke inmenging mensen betrokken zijn bij het welzijn van elkaar en van hun land.

Ik denk dat velen van u, die hier vandaag aanwezig zijn, een wat grotere dan gemiddelde belangstelling hebben voor ontwikkelingssamenwerking en worstelen met de vraag hoe wij de derde wereld kunnen helpen. Zoals Peerke Donders, de naamgever van deze lezing, dat meer dan een eeuw geleden deed in Suriname.

Hoe kunnen wij Afrika helpen?

Met het beantwoorden van deze vraag wil ik deze lezing afronden.
In de eerste plaats door ons zelf te helpen. Hoe moeilijk ook de economische periode die wij doormaken, hoe hoog de nood aan bezuinigingen ook is, juist nu moeten wij er naar streven om de inkomensafstanden in onze samenleving niet verder te laten vergroten, en onze publieke sfeer niet te laten verloederen. Alleen als onze samenleving in de toekomst een rechtvaardige is, die gelijke kansen op onderwijs, werk en welzijn kent voor mensen uit alle inkomensklassen, zal er de bereidheid zijn en blijven om over onze schutting heen te kijken en een open oog te hebben voor de noden in Afrika.

In de tweede plaats, door tegelijkertijd onze omgang met Afrika te veranderen. Anders dan Moyo denk ik dat hulp – en zeker noodhulp – voorlopig noodzakelijk zal blijven. Maar wij moeten ons meer en meer concentreren op het investeren in duurzame economische groei in Afrika. Via microkredieten, via venture capitalists die kleine bedrijfjes (taxi-, telecombedrijfjes) helpen starten, via publieke organisaties die mensen trainen in politieke en democratische weerbaarheid, zoals nu door een aantal NL’se organisaties in de landen van de Arabische lente wordt gedaan. We zullen ook eerlijke handel moeten gaan toestaan. De benadeling van Afrika die het gevolg is van protectionisme en tarfiefmuren, is absurd – zeker in het licht van de grote armoede die daar is en de hulp die er vanuit Europa naar toe wordt gezonden.

Als ik terugdenk aan de zondagse ritjes met mijn moeder, moet ik altijd een beetje grinniken, Vanwege het schaamteloze naar binnen loeren natuurlijk, maar ook vanwege de volledige afwezigheid van jaloezie en rancune bij andermans uitgestalde rijkdom. In ons leven zat namelijk ruimte en perspectief genoeg om niet afgunstig te zijn.

Ik hoop dat mijn dochter ooit, met haar dochter (wie weet?) zo’n zondags ritje maakt, vrolijk en enkel licht gegeneerd, wetende dat ook zij alle ruimte hebben om zich te ontwikkelen en ontplooien.
Sterker, ik hoop dat over enige tijd een vrouw in Monrovia met haar dochter een ritje naar de buitenwijken maakt. En zich dan vermaakt. Sans rancune, omdat zij het zelf ook goed hebben.

Deze lezing werd uitgesproken op 6 november in Tilburg, ter gelegenheid van de Peerke Donderslezing op 4 november 2011

zaterdag, 5 november 2011

Pepijn Zwanenberg

Pepijn Zwanenberg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr GR

35 jaar ACU: Kraken, camp en Cruise Control

In artikel, artikelen, bezig, bijstand, concept, ddr, elektriciteit, gemeenteraad, groenlinks, en meer.
Dit artikel van Niels Spinhoven verscheen 2 november op de site van 3voor12 Utrecht: http://3voor12.vpro.nl/artikelen/artikel/45269812
Politiek Cultureel Centrum ACU bestond in de lente 35 jaar en dit is ook 3VOOR12/Utrecht niet onopgemerkt gebleven. De afgelopen weken hebben we ACU, haar vrijwilligers en vaste bezoekers in het zonnetje gezet met een serie artikelen. Het laatste deel uit deze serie ‘35 jaar ACU’ is een portret van Cruise Control dj Pepijn Zwanenberg.
Geboren en getogen in Roermond verhuist Pepijn Zwanenberg in 1988 naar Utrecht om theaterwetenschap te gaan studeren. In die jaren was het vreemd als je geen vrijwilligerswerk deed naast je studie. Daarom begint Zwanenberg als vrijwilliger bij de vormgevingsclub van EKKO. In 1991 treedt hij aan als dj op de vrijdagse dansavond in EKKO, wat hij twee jaar doet. “De tijden waren anders en je kon niet ongestraft alles maar draaien. De EKKO werd bevolkt door strikt gescheiden groepjes met elk hun eigen muziek. Die stonden in de hoekjes van de zaal te wachten op hun eigen blokje. Ik merkte toen al dat je met een nummer van bijvoorbeeld Kiss wel iedereen de dansvloer op kreeg. Maar Kiss draaien werd niet echt gewaardeerd door mijn collega dj’s. Wat dat betreft was EKKO destijds nog niet toe aan wat later de stormachtige opkomst van camp werd.”
Huizenfreak
Na zijn verbondenheid aan EKKO raakte Zwanenberg bij ACU actief als raadgever bij het KraakSpreekUur, waar (beginnende) krakers op hulp en bijstand konden en nog steeds kunnen rekenen. Mede door zijn fascinatie met wonen -“Ik ben altijd een huizenfreak geweest.”- is Zwanenberg in 2006 in de politiek gestapt en maakt sinds de vorige verkiezingen deel uit van de Utrechtse gemeenteraad als raadslid voor GroenLinks. Hij houdt zich in die hoedanigheid veel bezig met huisvestingsproblematiek en het behoud van stedelijk erfgoed. “Ik ben de politiek in gegaan omdat je zo invloed kunt uitoefenen op hoe jouw leefomgeving eruit ziet. Ik ben ervan overtuigd dat de kraakscene een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan cultureel Utrecht. Als kraken niet had bestaan, zou het uitgevonden moeten worden. Want dankzij het kraken bestaan belangrijke en waardevolle plekken als Tivoli, ACU en Strowis.”
Verlengsnoer
De plek van ACU in de Utrechtse kraakscene illustreert Zwanenberg met een mooie anekdote. “Het pand Vismarkt 4 werd begin jaren ‘90 gekraakt. Op een gegeven moment werd het pand ontruimd en kort daarna werd het opnieuw gekraakt. Na problemen met overlast konden daar geen feesten meer gegeven worden en werden de pijlen door die groep gericht op een gebouw in de Wittevrouwenstraat. Er stond destijds een beeld van een vos op de gevel, dus werd het pand Vosmarkt gedoopt. Vosmarkt werd afgesloten door twee grote metalen deuren. Er was in die buurt niet aan elektriciteit te komen voor de slijptol die nodig was om toegang te verschaffen. Dat probleem is toen opgelost door een enorm aantal verlengsnoeren te koppelen en deze uit te rollen tussen ACU en het pand aan de Wittevrouwenstraat.”
De DDR en de KGB
Na twee jaar bij de EKKO gedraaid te hebben, begint Zwanenberg in 1993 met vriendin DJ Estelle een dansavond in ACU, aanvankelijk onder de naam ‘Kom in de Groef’ en daarna als ‘Beleef het mee met Bone & Gée’. “Bij ACU leefde een do-it-yourself-gedachte, waardoor eigenlijk alles kon. We zijn gestart met een dansavond die het beste te omschrijven was als een soort underground-variant van Wipneus en Pim, nog voordat die überhaupt bestonden. We hebben met dit concept een tijd lang veel succes gehad en trokken bezoekers uit het hele land en zelfs België.“
Eind jaren ‘90 werd die formule wat sleets en was het tijd voor iets nieuws. Daarom beginnen Zwanenberg en Estelle in 2002 de underground queerparty Cruise Control als de illustere Volksmenner DDR en de De Volledig Vrouwelijke KGB. ‘L Esqualita’ van Soft Cell was een referentiepunt dat we in gedachten hadden bij het starten van die avond. Dat wil zeggen, sleazy, nachtclubachtig en excentriek: Voor iedere pot, poot, trava, macho, metro, het'ro en ander tuig”, zoals nog steeds op de affiche te lezen staat. Naast werk van Soft Cell zijn andere typische Cruise Control-nummers ‘Rollerball’ van het Nederlandse Champagne en ‘Tame Me Tiger’ van Bonnie St. Claire en The Jets. “Wist je dat Bonnie St. Claire vroeger een beatmeisje was?”, vult Zwanenberg enthousiast aan, om wel nog even te benadrukken dat Cruise Control een electro-avond is.
Het dorp waar nooit iets gebeurde
Gevraagd naar de grootste veranderingen sinds hij voor het eerst bij ACU kwam, moet Zwanenberg diep nadenken. “Er is nu port, maar daar heb ik wel een handtekeningenactie voor moeten starten”, vertelt hij uiteindelijk. Als we later voor de photoshoot in de concertzaal zijn, komen meer herinneringen boven. “Voorheen was er een dj-hokje achterin de zaal. Daar kon je alleen langs een smal trapje komen. Dan kwam je als een soort muilezel met al je kilo’s vinyl aan, moest je dat naar boven sjouwen en zat je de rest van de avond afgesloten van je publiek. Naar beneden was vaak ook niet makkelijk, omdat de trap vol zat met mensen. Die platenkoffers stinken nu trouwens nog steeds naar sigarettenrook.”
Andere positieve veranderingen ziet Zwanenberg in de Voorstraat. “Die is langzaamaan gegroeid tot dé alternatieve straat van Utrecht, zeker met de komst van Plato en zaakjes als The Village Coffee & Music.” Zwanenberg heeft de stad echt zien veranderen. “Utrecht is sinds de jaren ’80 een stuk leuker geworden. Voor die tijd was het eigenlijk een dorp waar nooit iets gebeurde.”
Binnenkort viert Cruise Control haar 100e editie met onder andere een jubelfuif in EKKO. Houd www.cruisecontrol.nu in de gaten voor de data.
Te doen: Cruise Control, zaterdag 5 november 2011 @ ACU, Utrecht.

dinsdag, 1 november 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Hart om Mauro

In weblog, hart om mauro, henk nijhof, mauro, mensenrechten, minister leers, actie, dronten, leers, en meer.

Mauro Manuel

Vandaag wordt er actie gevoerd in Den Haag tegen het uitzetten van een kind door de Nederlandse overheid. Het is eigenlijk te verbijsterend voor woorden dat je daarvoor naar Den Haag moet gaan om via het parlement de regering op andere gedachten te brengen.

Dar gaat ook nog bepaald spannend worden want het hangt nu vast op het Christen Democratisch Appél en over de barmhartigheid van de Christendemocraten bestaat al langere tijd serieuze twijfel. Dat we van deze minister ook niet veel hoeven te verwachten weten we in Dronten al een tijdje sinds we deze zomer actie hebben gevoerd voor de Familie Karim.

Toch heb ik spontaan hulp aangeboden toen ik Henk Nijhof zijn oproep zag doen een ‘cordon om Mauro’ te vormen en vandaag een actie op het Plein in Den Haag op poten te zetten. In een avond tijd hebben we de website www.mauro.nu in elkaar gezet en de afgelopen dagen staat mijn telefoon nauwelijks stil met verzoeken om de laatste wijzigingen op de site door te voeren.

Laten we hopen dat het gaat helpen en, om het Herman van Veen te spreken, “de mensenrechten niet aan de Leers worden gelapt”.

woensdag, 26 oktober 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Trauma en geestelijke verzorging

Geestelijke verzorging is een van de disciplines waarin we veelvuldig te maken hebben met getraumatiseerde mensen. Dat geldt voor de geestelijk verzorgers/pastores in de krijgsmacht of bij justitie, maar evenzogoed voor ziekenhuispastores. Ook de gemiddelde predikant of pastor in een lokale geloofsgemeenschap krijgt regelmatig te maken met trauma-verhalen, bijvoorbeeld rond huiselijk en seksueel geweld. Dat roept de vraag op welke rol deze beroepsgroep kan spelen bij de begeleiding van mensen met traumatische ervaringen.

Verschenen in COGISCOPE, november 2011. www.cogis.nl

Eerste en tweedelijnszorg

Het eerste antwoord op die vraag zal zijn dat geestelijk verzorgers net als bijvoorbeeld huisartsen, maatschappelijk werkers en leerkrachten een belangrijke rol kunnen spelen in de signalering van traumatisering. Ze hebben uit de aard van hun functie makkelijk toegang tot grote groepen mensen en kunnen – als ze daarvoor toegerust zijn – op tijd doorverwijzen naar specialistische hulpverlening. De opleiding en nascholing van geestelijk verzorgers geeft daarom ook als het goed is aandacht aan signalen van traumatisering en aan goede procedures voor de doorverwijzing. Een goede geestelijk verzorger weet wanneer er andere en meer specialistische hulp nodig is. Het belang van deze eerste lijn is moeilijk te overschatten. Vaak zoeken mensen pas hulp als ze volledig zijn vastgelopen en als hun overlevingsmechanismen volstrekt falen. Dat kan echter betekenen dat er inmiddels heel wat onnodige extra schade is veroorzaakt, zowel bij de persoon zelf als bij diens directe omgeving. Vroegtijdige signalering is dan ook van groot belang. De geestelijk verzorger is soms in de positie om mensen op weg te helpen ook als ze nog geen duidelijke hulpvraag kunnen formuleren. Daardoor kunnen ze in de eerste (of nulde) lijn een belangrijke rol spelen.

Daarmee is echter niet alles gezegd. De geestelijk verzorger is namelijk niet alleen een eerstelijnswerker met een generalistische kennis van traumatisering. Hij of zij is ook een specialistische tweedelijnswerker als het gaat om de levensbeschouwelijke of zingevingsaspecten van traumatisering. Daar kan de geestelijk verzorger een eigen, aanvullende bijdrage aan de zorg leveren naast andere professionals. Dat speelt niet in elk hulpverleningstraject een nadrukkelijke rol, maar in een aantal gevallen nadrukkelijk wel. Niet voor niets is het veld van traumastudies multidisciplinair, met aandacht voor onder andere neurofysiologische processen, cognitief-psychologische benaderingen en existentiële thema’s. De geestelijk verzorger kan in dit veld een rol spelen als de deskundige op het punt van de existentiële thema’s.

Religie en trauma

Dat juist de geestelijk verzorger deze rol kan spelen, is minder vreemd dan het op het eerste gezicht misschien lijkt. Er bestaat een fundamentele relatie tussen religie en trauma die het waard is explicieter te verkennen. Vanouds heeft religie te maken met de omgang met de weerbarstigheid van het leven, met lijden en onzekerheid, met onmacht en tragiek. De existentiële vragen op dit punt zijn waarschijnlijk de belangrijkste religieuze drijfveer. Tegelijkertijd moet dan gezegd worden dat deze vragen ook de bron zijn van de meest fundamentele kritiek op religies. Religieuze tradities zoeken wegen om om te gaan met deze vragen, maar geen enkel religieus antwoord op de vragen is werkelijk afdoende. Waarschijnlijk kunnen we de religieuze antwoorden beter zien als symboliseringen van de existentiële zoektocht. De professionele taak van de geestelijk verzorger is dan ook niet dat hij of zij ‘de antwoorden’ kan verschaffen, maar veel meer dat hij of zij de wegen kent waarlangs de zoektocht zich afspeelt.

Deze zoektocht naar betekenissen sluit goed aan bij onder meer de traumatheorie van Ronnie Janoff-Bulman (1992). Ook daar gaat het om betekenis en levensverhalen, ofwel om de ‘assumptive worlds’ waarin mensen hun leven leiden en verstaan. Die assumptive worlds worden opgebouwd rond drie fundamentele uitgangspunten: de betekenisvolle samenhangvan de wereld, de goedwillendheid van de ander en de waarde van de eigen persoon. Dat wil zeggen: we gaan ervan uit dat dingen niet zomaar gebeuren maar dat we er een bepaalde logica en samenhang in kunnen ontdekken waardoor we ook kunnen anticiperen op het vervolg. We gaan ervan uit dat de medemens niet uit is op onze ondergang maar over het geheel genomen vertrouwd kan worden. We gaan er ten slotte vanuit dat ons eigen bestaan ertoe doet en niet zomaar inwisselbaar is voor een ander. Om leefbaar te zijn moet ons levensverhaal in elk geval globaal met deze fundamentele assumpties overeenkomen. Bij traumatisering, aldus Janoff-Bulman, is dat niet langer het geval en daardoor valt de existentiële grond onder de voeten weg en hebben we geen woorden meer die de betekenis van ons bestaan kunnen uitdrukken.

De drie assumpties die Janoff-Bulman beschrijft komen opvallend overeen met de drie kernnoties die een rol spelen in het religieuze denken over het lijden. In de christelijke traditie zijn ze onder meer onder woorden gebracht als de almacht van God, de liefde van God en de waarde van elk individueel mens. De almacht heeft direct te maken met de betekenisvolle coherentie: niets gebeurt toevallig, alles valt onder een goddelijke besturing. De liefde is een directe parallel van de goedwillendheid: niet alleen de medemens maar ook God kan vertrouwd worden. En de waarde van het eigen bestaan is in beide lijstjes zelfs identiek. Die parallel geeft aan dat het hier gaat om een psychologisch dan wel religieus geformuleerde levenswijsheid die op verschillende manier vruchtbaar kan worden gemaakt.

De taak van de geestelijk verzorger is, zoals gezegd, mensen begeleiden bij de omgang met levensvragen, met name ook waar de verbinding gelegd wordt met levensbeschouwelijke tradities. Dat betekent dat er niet een dogmatisch antwoord wordt gegeven op de vraag van het lijden, maar dat de drie kernnoties (almacht/coherentie, liefde/goedwillendheid en eigenwaarde) in het gesprek kunnen dienen als de coördinaten van de zoektocht. Het gaat meer om het verhelderen van de existentiële en spirituele vraag dan om het geven van het juiste antwoord.

Existentiële betekenisvragen

Hoe die vraag er precies uitziet, hangt van minstens drie factoren af. Allereerst is er de aard en de inhoud van de traumatiserende gebeurtenis. Natuurrampen en verkeersongelukken raken vooral aan de pool van de betekenisvolle samenhang of (religieus) de almachtsvraag. De vanzelfsprekendheid en begrijpelijkheid van het leven vallen weg en daarmee de bestaanszekerheid. Bij gewelddaden en andere kwaadaardige incidenten gaat het eerder om de goedwillendheid die ter discussie komt te staan. Kun je anderen nog wel vertrouwen? Dat kan zich ook religieus vertalen in de vraag naar het vertrouwen in God, engelen, geesten, enzovoorts. Bij langdurig geweld en doorlopende traumatisering, zoals bij politieke onderdrukking en herhaald seksueel misbruik in het gezin, komt vaak de derde pool centraal te staan: de waarde van het eigen bestaan. Slachtoffers gaan dan vooral twijfelen aan zichzelf en hun ‘recht’ op geluk.

Het is echter niet alleen de gebeurtenis zelf. Ook de levensbeschouwelijke traditie waarin iemand staat, beïnvloedt hoe de existentiële vraag gestalte krijgt. Elke traditie houdt immers ook een voorkeur in voor de ene of de andere pool. In orthodox-christelijke groepen is de almacht van God en dus de betekenisvolle samenhang zo vanzelfsprekend dat vragen vooral bij deze pool kunnen opkomen, maar ook problematisch zijn. Dat kan betekenen dat men zal worstelen met de goedwillendheid of zal twijfelen aan de eigenwaarde. In liberale en humanistische stromingen zijn vertrouwen in de ander en eigenwaarde meer centraal en zal de samenhang/almacht eerder ter discussie komen te staan.

Ten slotte zijn ook iemands persoonlijkheid en psychische structuur van invloed. Wie naar structurering, autoriteit en rationaliteit neigt, zal de pool van betekenisvolle samenhang zwaarder aanzetten en daar mogelijk ook meer mee worstelen. Wie vooral op relationaliteit gericht is, zal eerder op de goedwillendheid focussen. Wie toch al een kwetsbaar zelfbeeld heeft, zal vooral bij die pool uitkomen.

Bij traumatische ervaringen hangt de existentiële en spirituele betekenisgeving af van de wisselwerking tussen de gebeurtenis, de omgeving en traditie en de eigen persoonlijkheid. Anders gezegd: het verhaal dat we kunnen vertellen, zal moeten aansluiten bij de aard van de gebeurtenis, bij het publiek waar we ons verhaal aan vertellen, en bij wie we zelf zijn. In eerste instantie proberen we steeds die betekenisgeving te laten aansluiten bij onze voorkeursposities. Onze persoonlijkheidsstructuur en levensbeschouwelijke traditie zijn reeds gevormd en kleuren de interpretatie van elke nieuwe situatie. Die structuur (en bijvoorbeeld het godsbeeld van mensen) blijken dan ook niet snel te beïnvloeden. Alleen zeer ingrijpende gebeurtenissen dwingen mensen hun voorkeurspositie te verlaten en op zoek te gaan naar nieuwe betekenissen. Dat is de existentiële en spirituele zoektocht waarin geestelijk verzorgers een rol kunnen spelen. Zij zijn immers getraind in het omgaan met de wisselwerking tussen persoonlijke betekenisgeving en levensbeschouwelijke tradities.

Deskundigheid

Natuurlijk moet dit niet geïsoleerd worden. De existentiële en spirituele dimensie verdient aandacht in de traumahulpverlening naast bijvoorbeeld medische, psychiatrische, psychologische, sociale en juridische hulpverlening. Geestelijk verzorgers zouden daarom op zijn minst basiskennis over traumahulpverlening moeten hebben (net zoals voor andere hulpverleners basiskennis over levensbeschouwing belangrijk is). Ze hebben echter het meeste bij te dragen aan een geïntegreerde zorg- en hulpverlening als ze hun eigen deskundigheid op het existentiële en spirituele domein inzetten om mensen te begeleiden bij hun zoektocht. Dan kan de levenswijsheid van oude tradities op niet-dogmatische manier vruchtbaar worden.

Janoff-Bulman, R. (1992) Shattered assumptions. Towards a new psychology of trauma. New York: Free Press.


vrijdag, 21 oktober 2011

John Jorna

John Jorna

Een heel goede avond! Ik kom collecteren voor….

In column van de week, bedelaar, brievenbus, buitenland, mensen, museum, nederland, ouderen, hulp, en meer.

COLLECTEREN IN CRISISTIJD

Een paar keer per jaar mag ik collecteren. Er zijn van die aardige vrouwelijke kennissen of familieleden wier verzoek ik niet kan weerstaan. Niet dat ik er tegenop zie. Als elfjarige werd ik er door mijn vader al op uitgestuurd. Ik zou het als bedelaar misschien geeneens zo slecht doen. Bij een vossenjacht van school speelde ik sjofel gekleed de trottoirtekenaar en ja, eerst de leerlingen en daarna het gewone publiek begon er geld bij te leggen. Maar collecteren is toch anders.

Deze keer was het voor de Brandwondenstichting. Je krijgt tevoren enig voorlichtingsmateriaal. Dan blijkt, dat er verbazende vooruitgang is geboekt bij de behandeling van brandwonden. Nog maar weinig slachtoffers overlijden. Er blijven littekens, maar de resultaten van behandeling met kweekhuid worden steeds beter. We collecteren niet voor niets.

Ik kreeg een straat toebedeeld, die onder collectanten een beetje beruchte klank heeft. Je belt aan, ziet mensen binnen, maar ze doen niet open. Ik tik soms op de ruit. Zelfs dat helpt niet. Opmerkelijk veel bellen doen het niet. Ik klepper dan maar met de brievenbus. Vaak weten ze geen eens, dat de bel defect is. Nou ja. In een geval was twee keer de deur niet open gedaan. Een flinke tijd later probeerde ik het nog eens. Toen had de bewoner het kennelijk niet door, dat er een collectant aanbelde. Hij weigerde niet al te vriendelijk. Dit jaar was deze figuur een uitzondering. Bij een stuk of zes gevallen was duidelijk, dat de mensen niets konden missen. Dan merk je opeens, dat in deze tijd sommige ouderen en werkzoekenden het financieel moeilijk hebben. Al prakkiserend dacht ik: ”Eigenlijk zou ik voor die mensen moeten collecteren!” Al met al viel het mij deze keer erg mee. De mensen waren beleefd, soms enthousiast om mee te doen.

Een reactie trof mij bijzonder. Na het “een heel goede avond, meneer. Ik kom voor de Brandwondenstichting.”, zei de bewoner: “Oh, dat is een doel in Nederland. Daar wil ik wel voor geven!” Ik was perplex, maar ja reageren, terwijl je een bijdrage in de bus hebt gekregen, is ook al zo wat. Ik vroeg mij af, wat hij eigenlijk bedoelde. Was hij er van overtuigd, dat alle hulp aan het buitenland verdwijnt in de zakken van corrupte bazen? Dacht hij dat hulp aan het buitenland gelijk is aan het dempen van een bodemloze put? Heeft hij een hekel aan buitenlanders? Of vindt hij, dat de noden in Nederland zoveel erger zijn en dat er in Nederland nog zo veel te doen is? Eigen volk eerst? Ik moest weer denken aan het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk waar ik vorig jaar over schreef. Daar kun je allerlei buitenlandse kranten zien, die over de ramp schreven en in het hele museum binnen in die enorme betonnen caissons zie je voorbeelden van hulp, die uit het buitenland kwam. Maar ja, in 1953 was die man nog geeneens geboren, denk ik. Veel mensen van nu zijn vergeten, dat solidariteit een wederzijds karakter heeft. Dat naastenliefde onbaatzuchtig zou moeten zijn, dat is iets, dat te veel mensen in deze tijd van secularisatie een ver-van-mijn-bed-show vinden. Het zijn me tijden….

Jaargang 4, Nr. 184.

donderdag, 20 oktober 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Vredesmissies

In samen op de wereld, vredesmissie, afghanistan, burgers, commissie, de wereld, democratie, diplomatie, discussie, en meer.

Sinds de jaren ’80 vinden steeds meer vredesmissies plaats. Waarom worden dat er steeds meer, veranderen de missies zelf en welke opties zijn er.

Waarom

De macht in de wereld verandert. Was de wereld na WOII overzichtelijk verdeeld in twee machtsblokken, USSR en VS, nu is de macht aan het verschuiven van unipolair – VS –  richting multipolair. Het wegvallen van de gevestigde machtsblokken leidt hier en daar tot burgeroorlogen. Somalië viel eerst onder Russische invloed en moet het nu zelf doen bijvoorbeeld. Op meer plekken in de wereld worden de kaarten opnieuw geschud.

 Aanpak

Voor het Westen, en Westerse landen hebben het vooralsnog voor het zeggen in de Veiligheidsraad, is democratie een groot goed. Vredesmissies krijgen dus als doel in onrustige gebieden stabiliteit en democratie te brengen.

Van een aantal mislukkingen is geleerd. Snel veilige plekken creëren is één van de voorwaarden voor het slagen van een missie. Functionerende staten bouwen in plaats van reconstrueren wat er was voor de onrust, is een tweede. Ten derde moet duidelijk zijn wat voor staat gebouwd moet worden. Een missie verloopt dus in drie stappen: interventie, (re)constructie van de staat en wederopbouw. De laatste fase wordt als het goed is op nationaal niveau geregeld met internationale en ook civiele hulp. Als de staat eenmaal goed georganiseerd is, maakt een land kans iets goeds op te bouwen. Fragiele staten, bijvoorbeeld Nigeria, Somalië en Afghanistan, kunnen niet in de behoeften van hun burgers voorzien en hebben ook de mensenrechten niet in de hand. Opbouwen is dan moeilijk.

 Soorten missies

Er zijn verschillende soorten missies te onderscheiden.

Het klassieke peacekeeping mandaat ziet af van geweld en kan beschouwd worden als verlengstuk van internationale diplomatie. Militairen voeren het uit omdat ze voorbereid zijn op de werkomgeving maar verder is er weinig militairs aan het doel.

Na verschillende mislukkingen van voornoemde soort, kwam de commissie Brahimi met een nieuw concept: robuuste peacekeeping. Goede bedoelingen is niet genoeg: er moet ook op geloofwaardige wijze geweld ingezet kunnen worden. Militairen moeten dus uitgerust zijn met de vereiste zware bewapening. Nederland heeft aan dergelijke missies nooit deelgenomen.

Wel aan multinationale strijdkrachten. Doel is het uitvoeren van vredesregelingen. Deze missies worden aangestuurd door een NAVO-commandant (altijd een Amerikaan….).  In een land waar tijdelijk geen regering is, bijvoorbeeld in Irak na de val van Saddam Hoessein, is er volgens internationaal recht sprake van een bezettingsmacht. Het klinkt niet leuk en bezetter zijn brengt ook verplichtingen met zich mee.

De laatste optie is er één die valt onder bezetting in tijd van oorlog. Dat is het geval in Afghanistan. Nederlandse militairen worden ingezet in het kader van ‘het recht op zelfverdediging’. Op een afstand van 5000 kilometer verdedigen zij nationaal grondgebied onder het mom van ‘de strijd tegen het terrorisme’. Een dergelijke missie is dan ook omgeven van geheimzinnigheid.

Of instemming van de Veiligheidsraad nodig is, is nogal eens onderwerp van discussie. In noodsituaties mag het zonder instemming. Alleen bij onbewapende waarnemers is er geen sprake van geweld, in alle andere soorten missies wel. Risico van slachtoffers is daaraan inherent.

 Mensen

Eén van de voorwaarden om deel te nemen aan een missie is draagvlak in het hulpverlenend land. Een deel van de militairen krijgt te kampen met trauma’s en bij een missie komen slachtoffers terug. Op veilige afstand de zaak regelen, lijkt dus aantrekkelijk en zal het draagvlak vergroten. Maar wat de gevolgen kunnen zijn van het van grote afstand aansturen van mensen die toestemming vragen te mogen schieten, bleek dit jaar bij wikileaks. Mensen kunnen doorslaan en onethisch gaan handelen.

Je wilt eigenlijk dat ze zich strikt aan de regels van het oorlogsrecht houden, strikt de geweldsinstructie van een bepaalde missie volgen en geen risico lopen. Dat kan. Ronald Arkin van het Georgia Institute of Technology werkt aan een ethische robot die voor gevechtsmissies wordt geprogrammeerd. Nog los van het praktische –  als een mens het verschil kan zien tussen een bus toeristen en een bus militairen dan moet zo’n robot datzelfde trucje ook ingeprent kunnen krijgen neem ik aan –  voelt deze dehumanisering van oorlog niet goed. Echter, als ik zou moeten kiezen tussen deze twee kwaden, er vallen hoe dan ook aan enige zijde slachtoffers en daarvoor kiezen is niet aan mij besteed, zou ik toch gaan voor de robot. Dat lijkt me betrouwbaarder dan een mens die op afstand een live computergame zit te spelen. Boven alles gaan verstandige mensen die in kunnen schatten wat hun toegevoegde waarde kan zijn, zoals de Nederlandse bijdrage in Uruzgan liet zien.

 Max Weber

Op voorstel van een minister bepaalt de tweede kamer over deelname aan een missie. Daar doet zich een lastige paradox voor. De kamer wil zo goed mogelijk geïnformeerd worden en maakt een keuze die overeenkomt met de goede doelen van een missie. Moreel moet zo’n missie kloppen. Max Weber spreekt dan van gezindheidsethiek. Er moet bijvoorbeeld democratie komen of de politie moet volgens nette regels gaan werken. De minister echter krijgt zijn praktische informatie, en dus de praktische invulling van de missie te horen en stemt daar zijn voorstel op af. Natuurlijk met de beste bedoelingen als uitgangspunt, verantwoordelijkheidsethiek. Hoeveel kost zo’n missie bijvoorbeeld en wat zijn de risico’s. Als dat teveel door elkaar gaat lopen, krijgen we de rare situatie zoals de politie-opleiders in Kunduz: goed bedoeld, maar praktisch niet passend in de situatie.

 De meeste conflicten zijn binnen staten, de meeste missies tegenwoordig met breed mandaat en robuuste bewapening. Het lijkt niet anders te kunnen. Voor de opbouw wordt samenwerking met NGO’s gezocht. Sommige daarvan willen principieel niet met het leger samenwerken, andere juist wel om het doel, hulpverlening, toch te bereiken.

Door de machtsverschuivingen zullen steeds meer brandhaarden ontstaan. De vraag is waar de Veiligheidsraad en de NAVO hun grenzen zullen gaan trekken.

Boeken:

The utility of force Rupert Smith

The return of history Robert Kagan

The end of history Francis Fukuyama en zijn nieuwe boek The origins of political order

 

 

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2416 uur (100,7 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2,1 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3