“Louis pas op! Je klapt bijna naar achteren.” Met mijn linkerhand grijp ik snel de deurpost van het café en met mijn linkerhand probeer ik de rolstoel in bedwang te houden. Een piepklein drempeltje staat tussen mij en de gewenste vrijdagmiddagborrel in. In een rolstoel is het haast onmogelijk om café Camelot aan de Grote Markt binnen te komen.
Mijn benen doen het prima, hoor. Het is mijn eigen idee geweest om vrijwillig in een rolstoel te zitten, om zelf te ervaren hoe (on)toegankelijk de horeca in Nijmegen is. Drie raadsleden van GroenLinks heb ik ook zo gek gekregen. Na een vergadering op het stadhuis wilde ik met twee vrienden een biertje drinken in de stad. We liepen / reden een halfuur door de binnenstad totdat we een café hadden gevonden, waar ze met hun rolstoel naar binnen konden. “En wat als je nu naar de toilet moet”, vroeg ik geïntrigeerd. “Dan heb ik pech gehad. Snel naar huis en altijd van te voren een sanitaire stop maken.” Ik keek richting het steile trappengat dat naar de WC leidt. Mijn verhouding biertje drinken versus sanitaire stop is 1 op 1. Ik had er nooit bij stilgestaan dat het leven zo ongemakkelijk kan zijn als je gehandicapt bent.
Diezelfde avond en vier bier later is het plan ontstaan om hier een actie van te maken. “En dan zetten we die raadsleden in een rolstoel, kunnen ze zelf ervaren waar je dan tegenaan rijdt.” Na enig onderzoek bleek ook nog dat de aanpassing om een café toegankelijker te maken door de gemeente met 75% wordt gesubsidieerd. Veel meer argumenten hadden we niet meer nodig.
Maar toch, ik had niet verwacht dat het zó lastig kon zijn. De verslaggever van de Gelderlander is ook peentjes aan het zweten vanuit haar rolstoel. We kieperen bijna van trappen en na een lichte daling van de straat kegel ik zowat 4 winkelende mensen om. De meer ervaren rolstoelers lachen in hun vuistje, de rollen zijn omgedraaid – nu helpen ze ons met tips en aanwijzingen. De naborrel is een plaatje: 8 rolstoelen om een tafel. De gemeenteraadsleden vonden het ook maar knap lastig. We hebben veel geleerd, wat we anders niet hadden geweten. Als je wilt pissen, word je doorverwezen naar de V&D en de HEMA. En des avonds of in het weekend dan?
Jezelf verplaatsen in een ander – dit keer letterlijk – is de manier om de positie van mensen te verbeteren. Dat zeg ik ook als hulpverlener. Dat kan ook al door jezelf voor te stellen hoe de wereld er voor je uit zal zien als je in de schoenen staat van de medemens. Het gaat gemakkelijk als het raakt aan iets wat je herkent, of hebt meegemaakt.
Deze week was ik op huisbezoek bij een client van me. Schat van een vrouw uit een volkswijk. Heeft net haar kleinkind verloren, het ging mis bij de bevalling. Ze laat me de foto’s zien en vertelt hoe de eerste dagen zijn gegaan, hoe het gezin het verschrikkelijke verlies heeft proberen te dragen door rituelen en woorden te vinden. Als ik de emoties van de foto’s zie afspatten, moet ik flink slikken.
Anderhalf jaar geleden verloor ik mijn broertje. Ik vertel wat me heeft geholpen om de eerste dagen door te komen en het gemis een plaats te geven. Tussendoor verwerk ik wat theoretische inzichten over rouwverwerking, maar altijd toegespitst op het hier en nu. Ze knikt. We zwijgen. En ik weet, woorden zijn niet meer nodig, we voelen het verdriet. Een traan loopt over haar wang – en de mijne.
Gebrék aan invoelingsvermogen leidt tot grote problemen en verontwaardiging. Je niet gezien, gehoord voelen kan enorm frustrerend zijn. De ambtenaar bij het loket die tussen 9 en 5 zich strikt houdt aan de procedure, maar niet stilstaat bij de gevolgen die dat voor jou heeft. Of het nu gaat om een dakkapel, wasmachine of bestemmingsplan.
Komende periode ga ik allerlei werkbezoek afleggen. Een dagje meelopen met de wijkagent, zelfstandige ondernemers en een neurochirurg. En loketamtenaar? Zien en ervaren wat ze dagelijks meemaken, zodat we samen kunnen bedenken wat goed gaat en wat beter kan.
Die ervaringen maken me een rijker mens – en politicus. Ik heb er zin in!
In rolstoel naar café
NIJMEGEN – Raadsleden van GroenLinks gaan vrijdag 6 april in een rolstoel verschillende Nijmeegse cafés bezoeken
Samen met de Werkgroep Integratie Gehandicapten (WIG) en andere ervaringsdeskundigen, willen zij aandacht vragen voor een letterlijk laagdrempelige en toegankelijke horeca. Initiatiefnemer Louis de Mast: “In de praktijk blijkt het voor mensen met een fysieke beperking, vaak niet gemakkelijk te zijn om een café te bezoeken. We gaan graag met horecaondernemers in gesprek over mogelijkheden om ook mensen met een beperking de kans te geven een biertje of kop koffie te drinken.”
De raadsleden gaan zelf ervaren hoe (on)gemakkelijk het is om met een rolstoel een café binnen te komen. Ter plekke gaan ze met de horecaondernemers in gesprek om oplossingen te zoeken en drempels weg te nemen. Zo bieden zij informatie over financiële steun van de gemeente Nijmegen. Ondernemers krijgen 75% van de investering vergoed wanneer zij hun gebouw meer toegankelijk maken. Het Expertisecentrum Toegankelijkheid van de WIG kan helpen bij het aanvragen van deze subsidie. Raadslid Ilknur Aksakal: “Uit onderzoek blijkt dat de horeca 12% van haar inkomsten laat liggen door onvoldoende te investeren in toegankelijkheid. Juist in deze economisch moeilijke tijd is dat een extra argument om nu in actie te komen!”