donderdag, 19 januari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Uitgedaagde sukkel! #WOT 3

In filosofie, humor, uitdagen, wot, #wot, auto, de wereld, fictie, gedachte, en meer.
Mijn hond Valentino beheerst de kunst van het uitdagen tot in de puntjes van zijn pootjes. Met zo’n schattig scheef koppie kijken, zijn frisbee naast me op de grond leggen,  zijn neus voorzichtig tegen mijn been duwen, luidruchtig gelukkig zijn als mijn auto richting bos afslaat….. En ik ben zo’n sukkel die daar op ingaat. Eigenlijk tegen beter in, want de wetten van de Mechelse herder staan als een rode vlag in mijn geheugen gegrift. Maar wat doe ik als ik geconfronteerd wordt met regel 10 “Als ik iets aan stukken scheur, zijn alle stukjes van mij’? Ik kan mijn lachen niet inhouden. Met mijn lachen daag ik Valentino nog meer uit en vele stukjes plastic vliegen om mijn hoofd. Beiden breed lachend! Waarom toch laat ik me door een hond uitdagen?
      Deze vraag prikkelt mij op zoek te gaan naar de kracht van het uitdagen.  Wat doet Valentino toch zo goed? Waarom val ik als een sukkel voor zijn geblaf, gepiep, gekwispel, gestaar? Omdat hij mij in mijn hart raakt, en mijn hart laat zich makkelijk verleiden. Maar wil dit dan zeggen dat als iemand mij niet in mijn hart raakt, een uitdager geen voet aan de grond krijgt? Er zijn meerdere manieren om iemand uit te dagen naast verleiding. Humor kan dat ook. Ik weet niet precies waar humor mij raakt, maar de lach bevrijdt en prikkelt tegelijkertijd. Een klein grapje ter illustratie:

“Een multinationale onderneming zoekt per advertentie een secretaresse. Een mechelse herder solliciteert, komt door de typetekst en krijgt een gesprek. ‘Spreekt u ook een of andere buitenlandse taal?’ vraagt de personeelschef. ‘Miauw’ antwoordt de hond.” (uit Plato en zijn kornuiten van Cathcart&Klein)
      Wat dit grapje voor mij zo interessant maakt is de eenvoudige vermenging van werkelijkheid en fictie. Iedereen weet dat honden niet kunnen typen, noch miauwen, en zeker geen personeelsadvertenties kunnen lezen. Toch daagt een grapje uit. Het kan het begin zijn van een ‘Wat als…..’. gedachte-experiment. Dit grapje is voor mij interessant omdat het veel overeenkomsten vertoont met de filosofie. Zowel het grapje als filosofie zijn erop gericht ons in verwarring te brengen. Wat voor de moppentapper de clou is, is voor de filosoof inzicht. En daarom houd ik zo van filosofie: het daagt mijn geest uit paden te bewandelen waar ik niet eerder ben geweest. Mag ik je uitdagen: wandel met mij mee in de wereld van de sukkels!
 

Mijn hond Valentino leeft regel 10 na
* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Uitdagen".

zondag, 15 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Afscheid zonder publiekswissel

In goal columns, afscheid, gfc, goal, publiekswissel, vincent noorman, geluk, goor, humor, en meer.

Goal, november 2007

De publiekswissel is aan hevige inflatie onderhevig. Twee goede wedstrijden en een beslissende goal en het is zover, je eerste publiekswissel. Die dus daardoor niets meer voorstelt, omdat je weet dat een maand later een teamgenoot na drie assists in een wedstrijd ook een dergelijke wissel krijgt.

Eigenlijk zou de wissel beperkt moeten blijven tot de laatste wedstrijd van de carrière, zoals Romano tegen Ajax bijvoorbeeld (jammer dat hij tegen AJC weer meedeed). Na vele jaren trouwe dienst is het mooi geweest, vijf minuten voor tijd, de wedstrijd al gespeeld, de uitslag staat vast, haal de afscheidsnemer er uit en negeer het spel vanaf dat moment. De scheidsrechter hoeft die wedstrijd ook de blessuretijd niet bij te tellen. De wedstrijd is voorbij.

Onlangs nam Vincent Noorman op de meest verschrikkelijke manier afscheid van zijn voetballoopbaan. Zonder te spelen. Het derde elftal speelde de belangrijkste wedstrijd van het seizoen (die het overigens verloor), Vincent was reserve. Dat kwam voor niemand als een verrassing. Ook niet voor hem zelf. In de rust was de stand nog gelijk. Er waren niet genoeg shirts en broeken, Vincent zag een andere verdediger die ook nog op de bank zat en offerde zijn shirt aan de coach, tevens spits in het elftal. Na een halve warming up en een helft op de bank, ging hij voor het laatst onder de douche. Afscheid nemen zonder te voetballen.

Een week later werd er niet gevoetbald, maar wel een afscheid gevierd bij de Tapperij. Ook dit afscheid was typisch Vincent. Geen poespas, gewoon een laatste avond in de kroeg. ‘Ik ben er voor het laatst en als je wilt, ben je welkom’, het past bij hem. Het werd een geweldige avond die tot in de kleine uurtjes doorging.

De week daarna vertrok hij naar Londen, de liefde achterna reizend. Een hele stap, een mooi avontuur, met een nieuwe baan aan de andere kant van de Noordzee. Iedereen gunt hem het geluk.

Vincent is voetballend nooit een hoogvlieger geweest. In een column op een ander medium legde ik een paar jaar geleden de nadruk op zijn beroerde loopstijl, maar vooral op zijn zelfkennis en relativeringsvermogen, zijn voetbalintelligentie. In de jaren daarna viel het lopen steeds minder op, maar liet Vincent de betrekkelijkheid van voetbal in de lagere elftallen goed zien. Altijd aanwezig, je best doen, maar vooral de lol van het spelletje inzien. En zijn humor zal worden gemist, nu hij Engels als voertaal zal gaan voeren de komende jaren. Zijn bijdrage aan de teamspirit was vorig seizoen in het kampioensjaar minstens zo belangrijk als de doelpunten van de topscorer.

Maar het blijft jammer dat hij geen mooi afscheid heeft gekregen. Misschien wel een passend. Als voetballer op de achtergrond, in de rust in de kleedkamer achterblijven, het siert hem dat hij, juist op die zondag nog steeds het teambelang liet prevaleren boven zijn eigen belang. Misschien dat het team na de winterstop een keer iets terug kan doen. Wanneer hij op een mooie lenteochtend, zijn familie in Goor bezoekend, toch nog een keer de schoenen aantrekt voor een wedstrijdje, moet het toch mogelijk zijn om Vincent een fatsoenlijke publiekswissel aan te bieden. Eentje in de categorie onvergetelijk en verdiend. Voor nu: Good luck Vinnie!


dinsdag, 10 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Kees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, katja schuurman, kees van beijnum, lezen, film, geschiedenis, en meer.

Kees van Beijnum - De oesters van Nam keeKees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

Het is tragisch dat een boek herinnerd wordt via een moment dat er eigenlijk helemaal niets toe doet. Toch is dat bij dit boek het geval. Ik herinner het me precies. Vlak voor de verfilming uitkwam, stond Katja Schuurman in de Playboy. Een moment waar zo ongeveer alle mannen van Nederland al jaren naar uitgekeken hadden, werd bewaarheid dankzij de rol die Katja speelde. Thera, zo stond ze ook in het mannenblad.

Dus ook al stond het boek in de kast, was het zelfs een zogenaamde ‘lijster’, het boek bleef op de plank. Zelfs de film wilde ik niet zien, aangezien ik al jaren de regel hanteer dat ik het boek eerst wil lezen, voordat ik de film zie. De foto’s hadden mijn netvliezen via het internet allang bereikt, er was dus eigenlijk geen reden dit boek te lezen.

En dat was ook niet helemaal eerlijk, want elk boek verdient een kans. Van Beijnum schijnt best een goede schrijver te zijn, dus was er de kentering eerder dit jaar. De film kwam op televisie. Ik nam ‘m op, maar keek nog niet. Mijn eigen regel indachtig, heb ik het boek eerst gelezen, om de auteur de kans te geven het beeld te bepalen, niet de regisseur. Natuurlijk heb je tijdens het lezen van de naam Thera wel een beeld van de tegenwoordige mevrouw Römer voor ogen, maar verder ben ik onbevooroordeeld het boek ingedoken.

Ik moet zeggen dat ik prettig verrast was. Het verhaal van de jonge Berry die tijdens zijn examenjaar het gymnasium vaarwel zegt en op het verkeerde pad raakt, was een boeiende en interessante geschiedenis. Verkeerde vrienden, tot over zijn oren verliefd op een stripdanseres, ik denk dat vele jeugdigen zich zonder problemen kunnen inleven in de hoofdpersoon.

Buiten dat klopt het verhaal gewoon. De gebeurtenissen die los van elkaar soms absurd overkomen, zijn binnen het verhaal allemaal een logisch gevolg van de voorgaande perikelen. Berry wordt volwassen, Thera worstelt met haar werk en haar gezondheid, zijn vrienden moeten belangrijke beslissingen nemen, zijn familie verliest de grip en valt langzaam uiteen.

En dat allemaal in een boeiende schrijfstijl, een vlot verhaal en genoeg humor om de ellende te verteren. Ik heb met plezier gelezen over de oesters aan de Zeedijk. Toen ik de film later alsnog bekeek, viel die, als verwacht tegen. Redelijke vulling van een avond, maar niet echt herinneringswaardig. Het boek was weer eens beter.

Citaat: “Ik heb nooit een meisje gezien met zo’n backhand. Hij maakte een droog en krachtig geluid, het geluid dat iedere tennisser onmiddellijk zal herkennen als afkomstig van een professionele slag. Maar ik deed nooit mijn ogen halfdicht om dat jonge, veerkrachtige lichaam van haar in gedachten naakt en willig onder mijn handen te kunnen zien.” (p.102)

Nummer: 11-022
Titel: De oesters van Nam Kee
Auteur: Kees van Beijnum
Taal: Nederlands
Jaar: 2000
# Pagina’s: 320 (6847)
Categorie: Fictie
ISBN: 9001-55863-1

Meer:
Site van Beijnum
Liefst 51 boekverslagen op scholieren.com
Film op IMDB


maandag, 9 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Goed voornemen 1: meer lezen

Na het verslagje over het toch wel enigszins bedroevende aantal boeken dat ik vorig jaar gelezen heb, wordt het tijd om mezelf eens aan het werk te zetten. Ik geloof niet in wonderen, dus ik ga mezelf niet vragen een boek per week te lezen. Nee, ik ga mezelf voor de verandering eens een haalbaar doel stellen. Vijfentwintig boeken. Concreet maken schijnt ook te helpen, dus here goes:

  1. Inheritance – Christopher Paolini. Omdat ik er al in bezig ben, en omdat ik de serie graag wil uitlezen.
  2. The Tiger’s Wife – Tea Obreht. Ik heb veel positiefs gelezen over dit boek waarvan ik eigenlijk niet eens precies weet waar het over gaat. Ja, iets met Joegslavië en een tijger.
  3. Step across this line – Salman Rushdie. Non-fictie waar ik al een groot deel van heb gelezen, verzameling essays en artikelen waarvan ik om een of andere onverklaarbare reden nooit het eind heb gehaald, en dat terwijl ik Rushdie echt een genie vind. (Al was het alleen maar vanwege zijn zinnen tussen haakjes.)
  4. Conversations with Salman Rushdie – Ed. Michael R. Reder. Ik heb het staan, en als ik toch in mijn Rushdie-fase zit kan ik er net zo goed even in blijven hangen.
  5. A New World Order – Caryl Phillips. Omdat ik The Nature of Blood een heel goed boek vond en benieuwd ben naar wat Phillips te zeggen heeft over het werk van anderen.
  6. The Post-colonial Exotic. Marketing the Margins. – Graham Huggan. Heeft mijn denken over de wereld zelfs veranderd terwijl ik alleen de eerste helft gelezen heb. Misschien wordt het eens tijd voor de tweede helft.
  7. Van de Straat naar de Staat - Red. Lucardie & Voerman. Had ik natuurlijk allang gelezen moeten hebben, zoals iedere goede GroenLinkser.
  8. Moral Politics. How liberals and conservatives think. – Omdat Don’t think of an elephant eigenlijk de Moral Politics voor dummies is.
  9. The Assault on Reason. How the Politics of Fear, Secrecy and Blind Faith Subvert Wise Decision-Making, Degrade Democracy and Imperil America and the World - Al Gore. Al was het alleen maar omdat het een van de langste ondertitels heeft van alle boeken in mijn kasten.
  10. Either/Or. A Fragment of Life. - S. Kierkegaard. Existentialisme trekt me. Als dit bevalt, schrap ik misschien wel wat dingen van deze lijst ten gunste van meer deprimerende boeken over hoe het leven geen zin heeft.
  11. A Glossary of Literary Terms - Ed. M.H. Abrams. Ik ben veel te veel vergeten van mijn studie en merk dat ik soms minder goed onder woorden kan brengen wat ik zie in een boek, en ook dat ik het minder scherp kan analyseren dan eerst. Tijd om weer even op te frissen.
  12. The Idea of the Postmodern. A History. – Hans Bertens. Staat al veel te lang ongelezen in mijn kast en wil ik ook lezen om dezelfde reden als nummer 11. Er weer een beetje in komen.
  13. Regeneration - Pat Barker. Me ooit aangeraden door iemand, maar staat er maar te staan.
  14. Diary of a Good Year – J.M. Coetzee. Ik ben een groot liefhebber van zijn werk en ik heb het grootste deel ervan gelezen, maar dit nog niet.
  15. Summertime - J.M. Coetzee. Idem.
  16. Broken Verses - Kamila Shamsie. Omdat ik Kartography, van dezelfde auteur, met veel plezier gelezen heb.
  17. De Avonden - Gerard Reve. Ik ben er in bezig en het wil niet erg vlotten, maar ik vind dat het toch wel moet.
  18. A Short History of Tractors in Ukranian. - Marina Lewycka. Zonder goede reden. Het klonk amusant.
  19. The Crying of Lot 49 - Thomas Pynchon. Ik heb mijn schooljaren vlot doorlopen en omdat ik vergeleken met anderen dus erg jong was, heb ik nogal eens het gevoel dat ik misschien wel veel geleerd heb, maar er weinig van begrepen. Dit boekje heb ik volgens mij in het eerste jaar van mijn studie al moeten lezen en ik heb er weinig van begrepen – zoveel had ik toen ook al door. Vorig jaar deed ik een poging het opnieuw te lezen, maar het leest niet soepel en vanwege de negatieve herinnering staat het me tegen. Maar het moet en zal.
  20. A History of Reading - Alberto Manguel. Door de jaren heb ik dit boek meerdere malen horen noemen door mensen en toevallig kwam ik het pas voordelig tegen. Ik kon het niet laten liggen.
  21. True Brits. A Tour of 21st Century Britain in all its Bog-Snorkelling, Gurning and Cheese-Rolling Glory. - J.R. Daeschner. Ooit eens aan begonnen, halverwege gestrand. (Ik maak altijd af waar…). Hoe dan ook, het is redelijk geniaal omdat het gaat over bizarre ‘sporten’. Het is een beetje in de categorie reisboeken van Bryson, maar dan met een paar biertjes extra.
  22. A Short History of Nearly Everything – Bill Bryson. Misschien wordt het nog wat met me als ik dat lees.  Misschien win ik dan zelfs nog een keer een slechte tv-quiz.
  23. The Satanic Verses - Salman Rushdie. Eigenlijk doe ik niet aan hypes, maar hij is ondertussen wel een beetje overgewaaid. Toch maar eens lezen. 
  24. Timequake – Kurt Vonnegut. Vonnegut heeft rare humor, daar hou ik wel van. Na Cat’s Cradle, Slaughterhouse-5, Slapstick or Lonesome no more en A Man without a Country wordt het tijd om het laatste ongelezen boek van Vonnegut in mijn kast eens te lezen. (En dan natuurlijk weer andere boeken van ‘m kopen).
  25. De waarheid houdt van vrolijke gezichten - Marijke Höweler. Ook weer zo’n boek wat ik maar half… Ook omdat ik het niet leuk vond, in tegenstelling tot Höwelers Dagen als gras en vooral Van geluk gesproken, dat ik iedereen van harte aanraad. Maar toch moet ook dit boek echt een keer uit.

Een van de problemen die ik heb bij het lezen, is dat als ik een boek uit heb en weer een nieuw boek moet kiezen om op te pakken, ik niet kan kiezen. En zo eindig ik dan halverwege in vier boeken tegelijk. Staat mijn kast op een gegeven moment weer vol boeken met boekenleggers halverwege, geen gezicht. En alles voor niets gelezen, want als je verder wilt gaan weet je niet meer wat er in de eerste helft gebeurd is en kun je weer opnieuw beginnen.

Hopelijk helpt deze lijst, nu ik al heb bedacht wat ik wil lezen. Kan ik hooguit nog in vijfentwintig boeken tegelijk beginnen.


maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


donderdag, 29 december 2011

zaterdag, 10 december 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Lol: hangjongeren in 1947

In uncategorized, hangjongeren, humor, overlast, jongeren, jeugd.
In het Polygoonjournaal werd 64 jaar geleden nog niet gesproken over hangjongeren, maar over bandeloze jeugd of baldadige jongeren. Ter leringh ende vermaeck, en vooral ter relativering…pownews anno 1947 over k.tnederlandertjes. Tagged: hangjongeren, humor, overlast

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Lol: hangjongeren in 1947

In uncategorized, hangjongeren, humor, overlast, jeugd, jongeren.
In het Polygoonjournaal werd 64 jaar geleden nog niet gesproken over hangjongeren, maar over bandeloze jeugd of baldadige jongeren. Ter leringh ende vermaeck, en vooral ter relativering…pownews anno 1947 over k.tnederlandertjes. Tagged: hangjongeren, humor, overlast

zaterdag, 26 november 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Negeroiede JONGEMAN 60 j. met woning en rijbewijs, zkt een vriendin

In uncategorized, geknipt voor u, humor, foto, vrouw, tekst.
Uit de serie Geknipt voor U een komische poging van een heer op leeftijd om aan de vrouw te komen. Omdat de foto wat vaag is, hieronder de volledige tekst, inclusief taalfouten. Negeroiede JONGEMAN 60 j. met woning en rijbewijs, zkt een vriendin en zakenpartner voor een serieuze relatie, (om) langs deze weg samen een [...]

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Negeroiede JONGEMAN 60 j. met woning en rijbewijs, zkt een vriendin

In uncategorized, geknipt voor u, humor, foto, tekst.
Uit de serie Geknipt voor U een komische poging van een heer op leeftijd om aan de vrouw te komen. Omdat de foto wat vaag is, hieronder de volledige tekst, inclusief taalfouten. Negeroiede JONGEMAN 60 j. met woning en rijbewijs, zkt een vriendin en zakenpartner voor een serieuze relatie, (om) langs deze weg samen een [...]

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Youp van ‘t Hek: Kerstbomen

In weblog, hart om mauro, youp van 't hek, afrika, alkmaar, angst, burgers, discussie, geloof, en meer.

Nou heet Mauro weer Jossef en woont hij in Alkmaar. De jongen is zo Noord-Hollands als de kaasmarkt daar. Hij moet alleen maar weg omdat hij zwart is. Althans zo subtiel zou de heilige Cruijff het gezegd hebben. Het mannetje woont acht jaar in Nederland. Hoe oud hij is? Negen. De wet zegt dat hij op moet rotten. En zolang de PVV in ons land de scepter zwaait is de wet de wet. Geen enkele uitzondering bevestigt de regels. Geen één hand durft over het hart te strijken. Wat is er gebeurd dat we dit land geworden zijn? Humor- en meedogenloos! Geen politicus in de buurt van Alkmaar durft zich aan de zaak Jossef te branden. Gevolg: een jochie dat hier acht van zijn negen levensjaren heeft gewoond wordt teruggestuurd naar zijn land van herkomst. Eritrea in dit geval. Een land waar hij niks te zoeken heeft en dus ook niks zal vinden. Hij loopt kans om samen met zijn moeder te worden opgesloten en gemarteld. Grote kans? Ja.

De voltallige redactie van de Alkmaarsche Courant heeft zich het lot van het mannetje aangetrokken en is gisteren pal achter hem gaan staan. Anderhalve pagina besteedden ze aan deze schrijnende zaak. Onmiddellijk brak er een discussie los of een krant dit wel mag doen. Allerhande intellectuelen begonnen op verzoek te kakelen of een dagblad partijdig mag zijn.

Na het moddergevecht in de Amsterdamse Arena om de macht bij Ajax en de positie van de wakkere Telegraaf in deze zaak lijkt het me niet meer echt een discussie of een krant af en toe partijdig mag zijn. Volgens mij moet een krant dat af en toe. Zeker als het om principiële kwesties gaat. Een kind uit je stad dat teruggestuurd wordt. Een kind van nog geen tien jaar oud! Omdat onze wet dat bepaalt.

Waar is de flexibiliteit om snel de wet aan te passen? Wat is er gebeurd dat we dat niet meer willen? Waarom zijn we zulke kleinzielige, bange burgers geworden? Hoe kunnen we met droge ogen zo’n mannetje op een vliegtuig naar een uitgehongerd Afrika sturen?

Afgelopen week las ik dat een Kamerlid van de partij van de bange blanke bejaarden, de PVV, zich zorgen maakt over het geringe aantal kerstbomen op Schiphol. De lieverd was bang dat Schiphol de bomen niet durfde te plaatsen uit angst voor de moslims!

Ondertussen blijkt dat er op Schiphol honderden kerstbomen staan te gloeien. En als Sinterklaas weg is wordt het aantal verdriedubbeld. Bleek dat het Kamerlid zelf de laatste tijd weinig uitgeprocedeerde asielzoekers op het vliegtuig had gezet en er dus niet of nauwelijks was geweest. Onderhand viel een collega van dit Kamerlid, dus ook van de bange blanke bejaarden, minister Rosenthal aan op het feit dat hij Joods was en te weinig voor Israël opkwam. Ik heb het stuk meerdere keren gelezen. Nog steeds geloof ik mijn ogen niet. Het is 2011 en iemand durft deze vraag hardop te stellen…

Maar in die angst leven we dus: plaatselijke politici zijn te bang om achter Jossef te gaan staan, een Kamerlid windt zich op over kerstbomen en een ander valt een minister aan op het feit dat hij Joods is. En de discussie brandt niet los over het toekomstige wel en wee van Jossef, maar of de Alkmaarsche Courant partijdig mag zijn!

Van mij mag de Alkmaarsche Courant niet partijdig zijn, maar moet de krant dat. Wij moeten dit allemaal. Wij moeten dit niet willen. Niet willen dat de ontwikkelingshulp bijna afgeschaft wordt, niet willen dat er een minister op zijn Joodse afkomst wordt aangesproken en niet willen dat er een kansloos kind het land uitgeschopt wordt. En als we dat wel willen dan moeten we voorlopig geen kerstbomen neerzetten. Dus geen kerstbomen uit angst voor de moslims, maar omdat we een heel naar rechts en benauwd landje geworden zijn.

Bron: NRC Handelsblad

vrijdag, 25 november 2011

Peter Smith

Peter Smith

Alle neushoorns schijten op een hoop (Gastblog Marina)

In afval, beschaving, zwerfvuil, communicatiemiddel, neushoorns, onverschilligheid, schijthoop, zwerfafval, manier, en meer.

Een paar jaar terug was ik in Zuid-Afrika op vakantie in het Krügerpark. Onze mooiste belevenis was een wandelsafari onder begeleiding van twee park rangers. Ze hadden wel humor die mannen. Voor we naar de plaats van bestemming reden, gingen ze eerst op zoek naar de leeuwen die vlakbij gespot waren. We vonden en bewonderden drie grote exemplaren en reden maximaal 100 meter verder. Daar mochten we uitstappen voor onze wandeling. Ze hebben zich natuurlijk verkneukeld om ons toeristen die angstig om zich heen kijkend, de bus uit kwamen. Uiteindelijk vertelden ze dat de leeuwen net een flink wildebeest gevangen en gegeten hadden, dat ze hun buik vol hadden en echt niet achter een groep mensen aan zouden gaan.

Schijthoop
Wij moesten even slikken, maar besloten hen te vertrouwen en zo gingen we aan de wandel. Midden in de uitgestrekte natuur liepen we daar, beschermd door onze rangers. Onderwijl kregen we uitleg over de sporen van de bewoners van deze natuur. Pootafdrukken en poep. Zo kwamen we bij een grote hoop. Dit bleek de schijthoop van een rondtrekkende neushoorn te zijn. Die schijthoop is een soort bulletin board: elke keer dat de neushoorn voorbij komt laat hij zijn boodschap achter. “I was here”. Andere neushoorns doen hetzelfde. Zo weten de neushoorns precies wie er allemaal in dat gebied rondstruinen. Zo weten ze dat er een leuk vrouwtje in de buurt is waar ze achteraan kunnen en ook dat er nog meer neushoornmannetjes zijn, die hen wellicht van hun troon willen verstoten. Aan de manier waarop en waar ze hun hoop achterlaten, kunnen de neushoorns van elkaar opmaken hoe dominant ze zijn en of er gevochten moet worden om de hiërarchie te bepalen of niet.
Het was ongelooflijk wat een verhaal die ranger over die ene schijthoop kon vertellen.

Sporen en symptomen
Vandaag liep ik in de polder en vergeleek de schijthoop van de neushoorn, met de troep die ik onderweg tegenkwam. Wat kan ik daar uit opmaken? Behoort het waterflesje met dop toe aan een jonge vrouw op de fiets die haar tas te vol vond om het flesje mee naar huis te nemen? Het limonadeflesje zonder dop, voorheen eigendom van een scholier die gewend is alles te laten vallen, waar het zo uitkomt? Het yoghurt zuigzakje…. van een kind op weg naar huis? Of van een verkoper die een snel ontbijt neemt op weg naar z’n eerste afspraak? Waar de schijthoop van de neushoorns een precair communicatiemiddel is wat het voortbestaan van de soort waarborgt, heeft onze troep niets met communicatie te maken.

Of toch? Want wat is zwerfvuil eigenlijk? Het zijn toch ook sporen die iets vertellen over de mensen die ze achter laten. Heeft het zwerfvuil dan toch iets met communicatie te maken? Is het misschien een hulproep van mensen die ten ondergaan aan onverschilligheid? Help ik hen wel door hun sporen op te ruimen? Moet de hoop groeien en groeien om zo als bulletin board voor de rest van de wereld te dienen? Wat kunnen we opmaken uit de schijthopen met zwerfafval in onze leefomgeving? Wat vertelt het ons en hoe kunnen we de boodschap van zwerfafval zien als precair communicatiemiddel dat ons helpt bij het voortbestaan van onze soort?

Zie jij er een gat in? Heb jij suggesties, ik lees ze graag!

Marina Schriek

zaterdag, 19 november 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Een grote uitdaging

In agenda, bedrijf, bezuinigingen, blogs, cohen, delen, eerste, gewoon, humor, en meer.
Al enkele jaren ben ik actief voor het CNV(j) Wajong Werkt Promotie team waar vanuit wij presentaties geven aan werkgevers door heel het land binnen hen bedrijf om het een en ander uit te leggen over wat de financiële voordelen zijn met het in dienst nemen van een Wajonger, wat hen Kwaliteiten zijn en hoe alles in zijn werk gaat wanneer betreffende Wajonger speciale voorzieningen nodig heeft, extra ondersteuning etc; Betreffende presentaties gaan mij ook met gemak af natuurlijk en zou ik ook in mijn eentje kunnen geven als met moet.

Sinds kort had ik samen met een andere Wajonger 3 presentaties gegeven voor groter pubiek, de eerste ging vloeiend naar mijn idee, de tweede had ik verknald naar mijn idee (terwijl wij wel positieve feedback kregen) en de derde was ik redelijk tevreden met her en der wat schoonheidsfoutjes die we met wat humor op konden lossen.

Het blijft telkens spannend voor mij wanneer ik grotere groepen moet toespreken, zal wel een soort van vaal angst zijn.

24 November ga ik een voorlichting in Berlicum geven en zoals het er nu naar uit ziet mag ik dat helemaal alleen gaan doen, moet ik dus 2x zoveel tekst gaan leren wat eigenlijk allang in mijn hoofd zit en kan ik zenuwachtig worden voor 2.

Ergens komt mij zelf dat persoonlijk vrij onhandig uit, Maandag 21 November bezoekt Job Cohen Hoogeveen en betreffende avond volgt er zoals gewoonlijk een politiek café, Job Cohen zal daarbij in gaan op de actuele ontwikkelingen in den Haag, de grote bezuinigingen van dit kabinet op sociaal vlak zullen o.a. een groot aandachtspunt zijn.

Reden voor mezelf om het politiek café zeker te gaan bezoeken en misschien een aantal vragen en of stellingen voor te leggen en daarbij wil ik mij gaan richten op de verruwing van de samenleving (Kleur Rijk), het PGB, Zorg en de Wajongere etc;

23 November om 19:30 heb ik een vergadering van stichting de Zonnebloem in mijn agenda staan die ik zeker niet kan missen omdat we veel belangrijke punten op de agenda hebben staan waarvan er 1 handig voor mezelf is voor persoonlijke ontwikkeling.

28 November ga ik naar Utrecht om mijn bijdrage te leveren aan stichting Schwung in de Wajong, naast mijn eigen ervaringen uit de praktijk te delen met daarnaast gewoon de kennis die ik heb vanuit het Wajong Werkt Promotie Team, Crossover etc; wil ik mij vooraf wel heel goed voorbereiden en voor komende week heb ik mijn eigen natuurlijk wat huiswerk opdrachten toe gekend.

Wanneer ik zo mijn agenda geratel terug lees wat zeker niet de eerste keer is in mijn blogs moet ik mijn eigen heel goed beseffen dat ik het gewoon kan, ik kan groter publiek toespreken! Voorgaande presentaties gingen goed want anders kreeg ik niet de toestemming om aankomend voorlichting in mijn eentje te doen ;-)

vrijdag, 18 november 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

So you think you can regeer gedoogd?

De gedoogpartners van de regering laten politiek en bestuurlijk Nederland een bizarre dans doen van buigen en negeren. Bij het debat over de weigerambtenaren zat de VVD klem tusen de PVV en SGP. Danspartner SGP won: zelfs de meest liberale VVD’ers bogen en stemden tegen de GroenLinksmotie die een einde moet maken aan door de overheid gelegitimeerde discrimatie. Terwijl de coalitie een ingewikkelde slowfox deed (leerzaam, dat SYTYCD) walste de PVV onverstoorbaar in zijn eigen ritme overal door- en overheen. De kramp schoot zichtbaar in alle spieren van VVD-ster Hennis-Plasschaert, die mocht uitleggen dat de tegenstem procedureel was, niet inhoudelijk.

144-red-een-mier (sorry, kon het niet laten) leidt ook tot mooie voorstellingen. In Amsterdam zijn maar 2 van de 53 ‘animal cops’ bezig met de nobele doelen van Dion Graus. Een fraai staaltje van bestuurlijk negeren: ja zeggen en nee doen. Want de beestenbrigadiers hadden al een baan: het reguliere politiewerk. Er is geen capaciteit bijgekomen, dat was de PVV even vergeten erbij te onderhandelen. De PVV verwacht wel veel multitask-vaardigheden van de politie, want uiteraard twittert Wilders niet wat er dan niet meer hoeft te gebeuren.

Maar nu moet ik gaan uitkijken. Graus heeft de volgende politiedivisie tenslotte al weer aangekondigd: de perspolitie. Met speciale missie: iedereen die iets naars zegt over de PVV in de bak. “Geen humor, die journalisten”, glom Graus in de roze microfoon. Kamervoorzitter Verbeet heeft een lans gebroken voor meer lager opgeleiden in de Kamer. Beter voor de representativiteit en het taalgebruik, vindt ze. Daar kan ik een heel eind in meedenken. Maar lager opgeleid is niet hetzelfde als dom. Wacht even, er wordt aangebeld. Ah, politie…


donderdag, 10 november 2011

René van Engelen

René van Engelen

Youtube

Satire is moeilijk voor sommigen

In satire begroting dijkshoorn groenlinks papendrecht, alternatieven, belangrijk, bezuinigingen, cda, coalitie, college, d66, euro, en meer.

Tja. Hoe moet je nou toch duidelijk maken aan deze coalitie en aan deze dit college van PAB, VVD, CDA, CU en D66 dat het toch echt niet kan dat je in een tijd van bezuinigingen met 4,2 fte wethouders gaat zitten, we hadden 3,0 fte. En dat je niet 30.000 euro aan een commerciële kerstmarkt besteedt terwijl je op de kinderboerderij fors bezuinigt. En zo was er wel meer wat toch niet helemaal binnenkwam bij de dames en heren.
Ik had het al op vele manieren geprobeerd. Handreikingen, alternatieven, een milde algemene beschouwing. Maar niets hielp. Dan maar grijpen naar het paardenmiddel van de satire. Getooid met een kerstmuts en vóór mij een door mijn collegaraadslid Jennie Vos gedekte kersttafel, stak ik een betoog af alsof ik op die commerciële gesubsidieerde kerstmarkt van Papendrecht stond. En we deden natuurlijk van alles in de uitverkoop. Ik gooide er zelfs nog wat zelfspot in. Dit alles droeg ik voor in de 'Nico Dijkshoorn stijl'. Dank beste Nico! En jawel: het had effect. Als door wespen gestoken werd er gereageerd door een aantal. Maar de politici die zo reageerden begrepen niet zo goed wat satire nu eigenlijk inhoudt. Ze konden er de humor niet van zien.
Gelukkig waren er ook nog politici, bestuurders en toehoorders die de humor er wel van in konden zien en toonden dat ze het betoog begrepen hadden. Belangrijk was wel dat wethouder Korteland het begreep. Hij toonde dat hij een prima niveau heeft! Hij had alle bedoelingen geheel begrepen. Ha! Natuurlijk hoeft hij het niet allemaal met ons eens te zijn.
Het CDA vreest nu dat ik de volgende keer als Sinterklaas zal verschijnen. Maar nee. Daar is de lol nu wel van af. Volgende keer weer iets geheel anders....
En voor de liefhebbers: op de site van GroenLinks Papendrecht valt de algemene beschouwing nog eens na te lezen (www.papendrecht.groenlinks.nl)

woensdag, 2 november 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Milieubeleid is slecht voor de werkgelegenheid

In duurzaamheid, economie, carol browner, epa, milieu, milieu-economie, milieubeleid, the colbert report, vs, en meer.

Dat is de strekking van discussies die de Republikeinen in de VS voeren. Veel van de discussies die in de VS beginnen belanden uiteindelijk ook in Nederland. Daarom nu maar vast twee fragmenten uit The Colbert Report over het effect van het Amerikaanse milieuagentschap (EPA) op de werkgelegenheid. Om te starten de intro:

YES! This job-killing cemetery is murdering jobs and then burying them in itself. Jobs. Everyone knows pollution is a job creator.”

En het interview met Carol Browner, voormalig hoofd van de EPA:

Bron: Clean Environment Smackdown: Stephen Colbert and Former EPA Chief Carol Browner Debate

maandag, 31 oktober 2011

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Dawn French – A tiny bit marvellous

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken, boeken 2011, boekrecensie, dawn french, groot-brittannië, humor, lezen, en meer.

Dawn FrenchDawn French – A tiny bit marvellous

Vorig jaar op mijn verjaardag gekregen, van mijn zusje, zoals veel goede boeken in mijn kast. Tien maanden later zie ik ineens dat de Nederlandse vertaling uitkomt. Moet ik het boek vrij ‘vers’ hebben ontvangen. Nu is een boek van French geen verrassende keuze. Mijn gevoel voor humor heeft veel te maken met de Engelse serie ‘Comic Strip’ (IMDB). Indirect is Monty Python natuurlijk de grondlegger, maar ik bestond nog niet eens toen die serie voor het eerst te zien was.

Maar de makers van Comic Strip Presents, een serie die in Nederland nooit echt aansloeg, zijn ook de mensen in en achter The Young Ones, Bottom, Absolutely Fabulous, A bit of Fry and Laurie, The Vicar of Dibley en vele andere goede Britse komedies. Grappig om te zien dat velen sindsdien ook boeken hebben geschreven. Stephen Fry en Ben Elton zijn tegenwoordig zelfs meer schrijver dan wat anders, maar ook Adrian Edmonson, Hugh Laurie en Alexei Sayle staan in mijn boekenkast. In dat rijtje staat nu ook Dawn French.

Toch viel dit boek me niet mee. Waar vooral Ben Elton er in slaagt om iets van zijn engagement in zijn romans te verwerken, is het debuut van Dawn French vooral lectuur met niet al te veel diepgang. Sterker nog, het verhaal kwam niet echt op gang, leek af te streven op een stapel papier zonder plot. Gelukkig viel dat gaandeweg toch nog mee, maar ik kan niet echt dolenthousiast worden van dit boek.

Het verwisselen van standpunt werkt weliswaar goed, maar de karakters zijn zo verdomd eendimensionaal dat je na een bladzijde of dertig al kunt voorspellen hoe het volgende hoofdstuk er uit zal zien. Niet verwijtbaar, maar het is wel te zien dat French vooral schreef voor sketches. De ‘cast’ is een verzameling extreme stereotypes. De homofiele intellectuele zoon (“I merely breathe. I do not live a life worth living”). De opstandige tienerdochter (“I know I’m supposed to like be revising ‘n’ shizz but it’s not my fault Mum took me to see the nurse just before exams.”) en de onzekere van binnen maar zeker naar buiten toe moeder, tevens psycholoog, maar ondertussen begrijpt ze haar eigen kinderen niet (“Surely I am not replacing my ever-diminishing relationship with my own adolescents with an equally challenging injection of youth in the form of a young lover?”). De anderen in het boek zijn bijrollen, zelfs ‘Dad’ komt pas in hoofdstuk 74 voor het eerst aan het woord. De belangrijkste bijrol is er voor de jonge stagiaire uit Nieuw Zeeland van moeders, die de nodige avances moet zien te ontwijken.

Het verhaal is dus niet al te diep. De karakters eendimensionaal en de plot erg mager. Ondanks dat alles is dit geen vervelend boek om te lezen. Daarvoor heeft French te veel humor, te veel zelfspot. Zo lang er maar geen literatuur wordt verwacht, geen boodschap, geen diepere betekenis, dan kun je een paar aangename uurtjes doorbrengen met dit boek.

Citaat: “I just so love my new puppy? I’ve decided to call him Elvis coz he’s like so huge and black. Like the real Elvis was. Dad like laughed his head off when I told him that.” (p. 279)

Nummer: 11-020
Titel: A tiny bit marvellous
Auteur: Dawn French
Taal: Engels (UK)
Jaar: 2010
# Pagina’s: 338 (6415)
Categorie: Fictie
ISBN: 978-0-718-15605-3

Meer French:
Comic Strip Presents
Dawn French (IMDB)
Dawn French (Wikipedia)
French and Saunders
Interview (Telegraph)
Recensie (Metro)
YouTube interview:


zondag, 16 oktober 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Jan Pronk

In heldenschetsen, internationaal, partij van de arbeid, dwars, sociaal, arbeid, blog, citaat, debat, en meer.

Na een weekje afwezigheid door het congres van DWARS, GroenLinkse jongeren in Groningen, is het dat nu toch echt weer tijd voor een nieuwe heldenschets. De afgelopen weken passeerden twee GroenLinksers, een PvdA’er en één van D’66 de revue: Andrée van Es, Ineke van Gent, Jan Schaefer en Hans van Mierlo. Wie maakt deze week zijn heroïsche ereronde?

Hij is één van de meest spraakmakende mastodonten binnen de Partij van de Arbeid. Zijn politieke carrière nam een vlucht in 1971 toen hij namens deze partij in de Tweede Kamer kwam. Twee jaar later begon hij onder Joop den Uyl aan zijn eerste ministerschap. Drie nieuwe termijnen zouden volgen. Door zich decennia lang actief te mengen in zowel de nationale als de partijpolitiek werd hij één van de meest kenmerkende kopstukken binnen links, groen en progressief Nederland. Verguist door velen vanwege zijn haast onophoudelijke kritiek, geliefd door anderen dankzij zijn dossierkennis, openheid en duidelijk linkse stellingname. Dit blog valt onder die laatste categorie. De held van deze week is: Jan Pronk.

De PvdA is geen politieke partij. Het zijn alleen maar vijfhonderd bestuurders. Die zitten dan op een congres, luisteren naar andere bestuurders en pikken alles. Politieke partijen bestaan überhaupt nauwelijks meer. Het zijn elitaire kiesverenigingen geworden, grijze massa’s zijn het: bureaucratisch, zonder politiek debat, noch tussen noch binnen de partijen.

Jan Pronk ten voeten uit. Openlijk kritisch over zijn eigen partij, terwijl hij daarvoor wel in functie was. Met deze quote begint de inleiding van het boek De verbeelding aan de macht van Peter Bootsma en Willem Breedveld over de geschiedenis van het kabinet-Den Uyl. Pronk nam daarin zitting als minister van Ontwikkelingssamenwerking en was ten tijde van het citaat, bijna dertig jaar later, opnieuw bewindsman namens de PvdA. Nostalgisch blikte hij terug op de tijd dat hij begon in de nationale politiek. Polarisatie. Keerpunt. Basisdemocratie. Slechts drie van de toonaangevende begrippen tijdens de roerige jaren ’60 en ’70. Gedurende zijn laatste periode als minister, in Paars-II, leek er niets meer van deze begrippen over te zijn. Bestuurders domineerden partijen en maakten zodoende basisdemocratie onmogelijk, de links-progressieve samenwerking zoals bij Keerpunt’72 was verder weg dan ooit doordat ook het laatste begrip, polarisatie, volledig uit de mode was geraakt. Waar ooit onder anderen door Pronk de strijd tussen links en rechts een kookpunt bereikte, zat zijn PvdA inmiddels vijf jaar in een kabinet met de ideologische aartsvijand: VVD.

Dat was aan het begin van zijn loopbaan wel anders. Jan Pronk kwam als onderdeel van de Nieuw Links-beweging in 1971 de Tweede Kamer in namens de Partij van de Arbeid. Als exponent van deze vernieuwende stroom was hij een van de belangrijke figuren die begin jaren ’70 de PvdA aanzienlijk naar de linker, progressieve hoek trokken. Vanwege zijn uitgesprokenheid baarde Pronk opzien. Velen zouden hem gaan beschouwen als het linkse geweten binnen de PvdA en hadden daarom veel respect voor hem. Mede dankzij deze zekere populariteit benoemde Den Uyl de sociaal-democraat uit Scheveningen in 1973 tot minister van Ontwikkelingssamenwerking. Dit is des te opmerkelijker, omdat Pronk met zijn amper 30 jaar nog een broekie was in de Nederlandse politiek.

Zijn rotsvaste principes en openbare commentaren op met name zijn eigen PvdA  bekoorden echter lang niet iedereen. Zo uitten de christen-democraten van het Uyliaanse kabinet harde kritiek op Pronk’s benoeming tot minister. Zeker zijn sympathie voor communistische landen stuit in de conservatieve kringen op veel weerstand. Binnen de Partij van de Arbeid was ook lang niet altijd iedereen blij met de aanwezigheid van Jan Pronk. Een intern gezegde van de partij luidde dan ook lange tijd: “De rust verdwijnt waar JP verschijnt”. Met harde, ongezouten kritiek op onder andere het leiderschap van Wouter Bos en een deel van het Paarse beleid, is dit dan ook een terechte constatering.

En dat is maar goed ook. Zo’n 15 jaar geleden maakten de sociaal-democraten de fout te veronderstellen naar het politieke midden op te moeten schuiven, omdat daar het grootste electorale succes te behalen zou zijn. De ideologische veren afschudden. Het resultaat? Een partij zonder imago. Zonder karakter. Zonder electoraal succes. Juist nu heeft de PvdA een leider nodig die de partij duidelijk (links) positioneert en zich niet geneert voor zijn ideologie. Eén die uitspraken doet waarmee Nederland weer overtuigd raakt van het grote belang van linkse politiek voor de samenleving. Een Jan Pronk.

Onterecht is Jan Pronk afgescheept door de Partij van de Arbeid. Achteraf blijkt veel van zijn kritiek terecht te zijn geweest, terwijl hij van grote waarde voor de sociaal-democraten is geweest. Zo bewees hij het belang van ontwikkelingssamenwerking en maakte van dat onderwerp een belangrijk thema in de Nederlandse politiek. Als minister steunde hij meerdere Afrikaanse landen in hun vrijheidsstrijd tegen hun koloniale overheersers. In 2001 was hij de voorzitter van de Klimaatconferentie in Bonn en sloot hij onder zijn leiding een klimaatakkoord met, op de VS na, alle deelnemende landen om het broeikaseffect actief te bestrijden. Daarnaast staat hij internationaal zo hoog aangeschreven dat hij tweemaal benoemd werd tot speciaal-gezant van de VN. Kortom, een man waar de PvdA trots op zou moeten zijn in plaats van hem te willen dumpen.

Jan Pronk. Emotioneel, bevlogen, gedegen en recht voor zijn raap. Een ware linkse ideoloog die met zijn uitspraken de Nederlandse progressieven nog altijd weet scherp te houden. Begrijpt het ware belang van het socialistische lied De Internationale door ontwikkelingssamenwerking blijvend op de politieke kaart te hebben gezet. Van een zeldzaam soort politici waar links Nederland prangend behoefte aan heeft. Jan Pronk: een held!

Om de humor er een beetje in te houden als toegift een persiflage van Pronk in Koefnoen. Het betreft de kritiek die hij uitte op Wouter Bos, toenmalig partijleider van de PvdA. Een aanrader! Veel plezier!


zondag, 17 juli 2011

donderdag, 30 juni 2011

Pepijn Oomen

Pepijn Oomen

Hyves Twitter GR

Gelezen: fictie

Lezen. Wat doe je anders op huwelijksreis? Nu even de fictie, volgende week de rest!

Jenna Blum, Het familieportret
Geen groots en meeslepend boek, wel een ingetogen familiegeschiedenis. Hoofdpersoon is de dochter van een naar de VS geëmigreerde Duitse, die geobsedeerd raakt met de rol die Duitse vrouwen in het algemeen en haar moeder in het bijzonder in de Tweede Wereldoorlog speelden. Ook wel: hoe WOII ook bij de tweede generatie tot trauma's leidt.

Thea Beckman, Stad in de storm
Had ik nog steeds niet gelezen, blij dat ik het - zij het twintig jaar te laat - toch heb gedaan. Het rampjaar 1672 en de nasleep (de "storm" uit de titel slaat ook op de storm van 1674 waarbij de Dom naar beneden kwam vallen) beleefd door de ogen van een jongen op de drempel van volwassenheid met de belangrijkste levensles die de mens kan hebben: er is geen goed en kwaad.

Jonas Jonasson, De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween
Forrest Gump meets The World According to Garp, en dan nog iets meer. Erg vermakelijk boek dat een groot deel van de politieke geschiedenis van de twintigste eeuw omvat en belachelijk maakt.

Howard Jacobson, De Finkler-kwestie
Had vanwege de obsessie van de hoofdpersoon Treslove voor zijn vriend Finkler de Jood eigenlijk een roman van Grunberg kunnen zijn. Met veel humor maar ook met een aantal waarschuwingen naar antisemitisme en doorslaan in rouw. Herlezen waard!

dinsdag, 31 mei 2011

zondag, 29 mei 2011

Robert Slijfer

Robert Slijfer

Twitter

Mijn humor :-)

In overig, vrije tijd, humor, leuk, manier.
Ik las vanmorgen deze mop en hij typeert echt mijn manier van humor. Vind je hem ook leuk, laat het weten… Een man komt een dierenwinkel binnen en ziet een papegaai met twee kettingen aan zijn poten in een mooie … Continue reading

vrijdag, 27 mei 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Leonardolezing: Politiek in de jaren nul

In speeches, rechtvaardigheid, regels, regeren, regering, rekening, risico, rita verdonk, roc, en meer.

Website van de Leonardo-leerstoelLeonardolezing, uitgesproken 26 mei 2011 op de Universiteit van Tilburg

Dames en heren,

Goedemiddag,

De politiek verlaten veroorzaakt een forse breuk in je bestaan. Eén die je ook nauwelijks kan voorvoelen, zolang je er deel van uitmaakt. Dat geldt òòk als er geen sprake is van een overhaaste aftocht na de val van een kabinet, een incident of een misstap en je jezelf plotseling en in shock terugvindt achter de geraniums.
Ik had mijn vertrek grondig voorbereid en ook wel tussen de bedrijven door nagedacht over de periode erna. Maar veel verder dan uitslapen, boeken lezen, met mijn kinderen spelen en vrienden zien, kwam ik niet. De allesoverheersende gedachte was ‘vrij zijn’ van dwang, druk en het heilige moeten. Maar wat je je onvoldoende realiseert, is dat ‘vrij zijn’ een geestesgesteldheid is die je als politicus juist grondig afleert.

Politici zijn onvrij, èn laten zich onvrij maken, en dat heeft een aantal redenen.
Er is de drukte die veel beroepen op hoog niveau kenmerkt: de agenda wordt door iemand anders gevuld, werkdagen van 12 uur zijn bepaald geen uitzondering en vanaf het opstaan tot het slapengaan jaagt de adrenaline door je bloed.
Ik merkte bijvoorbeeld – en heel simpel – dat ik de krant opnieuw moest leren lezen. Het obsessieve, gespannen scannen van het binnenlandse nieuws op je eigen naam, die van je collega’s en je tegenstanders, het in no-time willen inschatten van de politieke gevaren en risico’s die de krant herbergt, verworden geleidelijk tot een gewoonte. PVV-kamerlid Fleur Agema vertelde ooit bij Pauw & Witteman dat zij elke zaterdag om 6 uur opstond om bij het benzinestation de Telegraaf te kopen. Zodoende wist zij zeker dat zij als eerste van alle Kamerleden mondelinge vragen kon indienen over willekeurig welk incident. Hoe absurd misschien ook het voorbeeld, de onrust en drift waarvan Agema getuigt is geen enkele politicus vreemd.
En zo zijn er meer ingesleten gewoonten: tv-kijken betekent zappen; gesprekken voer je kort en dikwijls instrumenteel, met het oog op het te boeken resultaat; zoals de boeken die je leest vooral ‘nuttig’ moeten zijn voor je politieke handelen. Multitasken is verheven tot een hogere kunst van gelijktijdig telefoneren, internetten, medewerkers instrueren, een debat voorbereiden enzovoort.

Wat het politieke bestaan, als tweede, in hoge mate onvrij maakt is de permanente publieke druk, en de noodzaak èn wil om zichtbaar te zijn. Warren Beaty merkte ooit op over zijn toenmalige minnares Madonna dat zij niet bestond als de camera’s niet draaiden: ‘Why would you say something if it’s off-camera? What point is there existing?’
Politici, zeker de toonaangevende, worden regelmatig en, niet onterecht, bespot omdat ze opduiken in de meest wonderlijke talkshows, RTL-boulevard presenteren en hun oordeel geven over elke denkbare, triviale gebeurtenis. Maar – behalve vanzelfsprekend ijdelheid – hebben zij daarvoor ook goede redenen. Blijvende bekendheid & populariteit zijn namelijk harde voorwaarden voor verkiezingswinst, het kunnen realiseren van je opvattingen en idealen, en de eventuele deelname aan de macht.
Bijvoorbeeld. Toen ik eind 2002, krap 2 maanden voor de verkiezingen, aantrad als nieuwe lijsttrekker, was het grootste probleem mijn geringe naamsbekendheid. Minder dan 30% van de bevolking wist van mijn bestaan. Om ook maar enige rol van betekenis te kunnen spelen tijdens de verkiezingen moest dat razendsnel omhoog naar minimaal 80% en dat betekende een slopende gang langs koffieprogramma’s en vrouwenbladen.
Maar ook jaren daarna, toen ik over bekendheid weinig te klagen had, bleef de noodzaak om zichtbaar te zijn even groot. De meeste kiezers bepalen hun voorkeur namelijk maar deels op politieke opvattingen. Minstens zo belangrijk is hun intuïtieve voorkeur voor de waarden die een politicus vertegenwoordigt, zijn betrouwbaarheid & zijn aardigheid. Opvattingen, levensstijl, humor of de ontroering waarvan een politicus blijk geeft, moeten met elkaar in overeenstemming, en consequent zijn. Zo betekenden in mijn geval de bekende journaalbeelden waarin ik hevig debatteerde met bijv. Rita Verdonk of Geert Wilders ook een gebrekkig electoraal imago van bijterigheid (dan zeg ik het mild).
Het beeld van een politicus dat kiezers opbouwen bestaat uit korte fragmenten, waarbij juist de negatieve het beste beklijven. Reparatie van een onplezierig of onhandig imago kost tijd – televisietijd – en wint aan kracht door herhaling. Voor mij gold in ieder geval dat ik zeker 2 jaar talkshows als ‘Barend & Van Dorp bij elkaar gelachen had, voordat het kwartje viel bij veel kiezers dat ik niet alleen fel kon debatteren, maar misschien ook gewoon een aardige vrouw was aan wie je je kostbare stem kon toevertrouwen.

De druk èn de wil om geregisseerd en beheerst maar ook onophoudelijk zichtbaar te zijn, is niet alleen tijdrovend, maar het beperkt ook je uitingsvrijheid als politicus.
Elke politicus kan getuigen van een slip of the tongue die tot vervelens toe op televisie en op internet zijn herhaald. Balkenende denkt wellicht met weinig plezier terug aan zijn uitspraak tegen mij over de VOC-mentaliteit: ‘Laten we blij zijn met elkaar. Nederland kan het weer! (..) Toch?’ Maar het beëindigde niet voortijdig zijn carrière, wat wel gebeurde met VVD-kamerlid Arend Jan Boekestijn die vooral naam maakte met onhandige opmerkingen, zogenaamde ‘Boekestijntjes’.

De belangrijkste reden waardoor politici onvrij zijn is de tirannie van de tijd en de maatschappelijke omgeving. Daarmee bedoel ik het volgende. Het is voor politici bijna onmogelijk om een bezonken en beredeneerd oordeel te vellen over het politieke bestel waarin zij hun werk doen. Of de maatschappelijke cultuur te analyseren en te bekritiseren waarvan zij tegelijkertijd de drager zijn, waar zij uit voortkomen en hun populariteit aan ontlenen. Politici worden geacht mee te varen op de stroom van maatschappelijke en culturele sentimenten, de tijdsgeest aan te voelen en deze te vertolken. Doen zij dat niet of bekritiseren zij juist de tijdsgeest, dan riskeren zij kiezers, populariteit en uiteindelijk hun positie. Kortom, dan dreigen zij ineffectief te worden.
Maar vrijwel alle politici die ik de afgelopen jaren heb leren kennen, worstelen er ook mee dat ‘de waan van de dag’, zo dikwijls de koers van een debat en de richting van een besluit dicteert. Met de ‘waan’ bedoel ik niet het laatste incidentje uit de Telegraaf dat bij de wekelijkse mondelinge vragen de boventoon voert – hoewel dat ook ergerlijk is. Ik bedoel dat de woorden en onderwerpen die politici kiezen aan maatschappelijke en politieke modes onderhevig zijn en dat die modes dwingend zijn. Simpel gezegd. Geen zichzelf respecterende politicus wil op dit moment thee drinkend en al ‘multiculturaliserend’ in een moskee betrapt worden, ook al zouden daar goede redenen voor zijn. Thee drinken staat voor slapte. Zoals ook geen politicus nu met groot enthousiasme lagere straffen verdedigt, hogere belastingen, gescheiden zwemmen, de vrije verkoop van Mein Kampf enzovoort. Er is een grote omloopsnelheid in de populariteit van politieke onderwerpen. Tegen de dominantie van een kulonderwerp kun je je verzetten, je kan media in hun eenzijdige belangstelling tot de orde willen roepen, maar dan strand je meestal als roepende in de woestijn. Het is bijna onvermijdelijk om je te voegen naar de onderwerpen die gelden als het meest urgent, het meest ernstig – en daarbinnen de variatie te zoeken. Dat is niet uit lafheid of opportunisme maar uit noodzakelijk en gezond lijfsbehoud.

Mocht u na deze inleiding denken dat ik somber ben over de kwaliteit en kracht van politici: nee, geenszins. Wat ik zo-even opsomde zijn de disciplinerende, onvrij makende mechanismen van moderne politiek, mechanismen die – zo zal ik verderop betogen – alleen maar sterker en dwingender worden, en waaraan politici zich slechts met moeite en risico’s kunnen onttrekken.

Maar vandaag verdedig ik ook de stelling dat cultuurkritiek en het opnieuw beoordelen van het politieke bestel en handelen hard nodig zijn. Dat het meedeinen op het tij van maatschappelijke en culturele verandering – niet volstaat. Dat kon misschien in eerdere perioden in onze naoorlogse geschiedenis – waar bijvoorbeeld een oud-politicus zoals Marcel van Dam hoog over opgeeft – nog wel. Maar toen volstond ook om, tegenover de dreiging van de Russen een bataljon tanks aan onze oostgrens te plaatsen. Nu is de maatschappelijke deining te groot en is te onbestemd waar en hoe de golven op de kust slaan.

_____________

Sinds begin februari hebben mijn studenten en ik onderzoek gedaan naar wat ik in de opdracht van de Leonardo-masterclass heb beschreven als ‘De politieke betekenis van de jaren nul’ (de eerste 10 jaar van deze eeuw).

Maar laat me ze eerst even aan u voorstellen: Juliette Barendse, Linde Gasseling, Sabine Geers, Suzanne Keurntjes, Loes Mahieu, Madelene Munnik, Vera Nijveld, Michael Suurendonk, Pauline Verstraten en Eefje Wielders.

Zij hebben de afgelopen maanden literatuurstudie verricht en gesprekken gevoerd – variërend van Mark Rutte tot Hans Laroes, van Herman Tjeenk Willink tot Paul Scheffer. Zij hebben een middag meegelopen bij de redactie van Nieuwsuur, aangezeten bij de fractievergadering van een niet nader te noemen politieke partij en de Haagse sociëteit Nieuwspoort verkend. Zij hebben – aan de hand van eigen stellingen – een debat georganiseerd met studenten van de Tilburgse ROC. En uiteindelijk hebben zij twee keer, in groepjes van drie, een essay geschreven.

Wat ik hier vertel is ook gebaseerd op hun analyses, conclusies en aanbevelingen, wat niet wegneemt dat anekdotes en – zeker – de drastischer opvattingen en conclusies wel degelijk voor mijn eigen rekening komen.

De afgelopen jaren (bijvoorbeeld ook in mijn afscheidsbundel ‘Zoeken naar vrijheid’) heb ik vaak opgemerkt het gevoel te hebben getuige te zijn van een historische politieke tijd. Aantredend als Kamerlid in de tweede Paarse periode in 1998, kenmerkten de politiek en samenleving zich door een grote bezadigdheid. Politiek betekende wat schaven en lasten verlichten en nog eind 2001, toen Pim Fortuyn al heel populair was, bleek uit onderzoek dat de Nederlandse bevolking zeldzaam tevreden was. Er leken – eigenlijk tot de aanslag op de Twin Towers in september 2001 – weinig maatschappelijke en politieke voorbodes voor het tumult dat volgde.

De gedachte getuige te zijn van een historische politieke tijd ontleende ik aan het boek van Ido de Haan over de Nederlandse constitutie: ‘Het beginsel van leven en wasdom’ Hij betoogt daarin dat Nederland tussen 1848 en 1920 in het teken stond van constitutionele politiek. Volgens De Haan draaide het toen niet zozeer om een faire uitvoering van de politieke regels, als wel om het vaststellen van de regels zelf. In die periode werd bijvoorbeeld de staatssoevereiniteit vastgesteld, de scheiding tussen kerk en staat, het vrouwenkiesrecht en de vrijheid van onderwijs. Na 1920 brak een lange periode aan van zgn. ‘normale politiek’. Onze constitutie stond als een huis en werd door politici van alle gezindten als begrenzing geaccepteerd. Zelfs in de jaren zestig en zeventig, jaren van grote maatschappelijke onrust, concentreerde het politieke en maatschappelijke debat zich vooral op de herverdeling van welvaart en rechtvaardigheid, binnen de normatieve grenzen van de grondwet.
Volgens De Haan is pas aan het einde van Paars, versneld door de aanslag op de Twin Towers, de lange periode van ‘normale politiek’ ten einde gekomen en zijn wij opnieuw aangeland in een periode van constitutionele politiek. Of zoals de Haan het somber opsomt: ‘We hebben te maken met een partijenstelsel dat niet langer de verdeeldheid in de samenleving weerspiegelt, een parlement dat zijn centrale plaats daarin verliest en een staat die vastdraait in zijn ambities van herverdeling en rechtvaardigheid. De staat en de samenleving zullen zich opnieuw moeten grondvesten.’ (Tot dusver Ido de Haan)

Terugkijkend op de afgelopen 13 jaar, zijn onmiskenbaar de grootste en hevigste debatten ‘constitutioneel’ geweest. Beginnend wellicht met het venijnige conflict dat volgde op de uitspraken van Pim Fortuyn over artikel 1 van de grondwet: het discriminatieverbod, als sta-in-de-weg van de vrije meningsuiting. Wat volgden waren talloze debatten over de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs.
Zo kon het gebeuren dat het parlement debatten voerde over de noodzaak en de plicht elkaar de hand te schudden, omdat dit niet langer werd beschouwd als een vriendelijke gewoonte – en het afwijken ervan als een rariteit -maar als een nationale testcase voor onze tolerantie, vrouwvriendelijkheid en ons gelijkheidsdenken. En in dit geval legde het recht van vrije expressie – in de opvatting van de dienstdoende minister Verdonk – het genadeloos af tegen het discriminatieverbod (dat zij op andere momenten met hartstocht relativeerde).
Nieuw was ook het bediscussiëren van de betekenis van godsdienst, en in het bijzonder de Islam, in het parlement zelf. De dominante uitleg van de scheiding tussen kerk en staat was voordien dat politici geen oordelen vellen over geloof. Ook de verhouding in de Trias Politica wijzigde zich, sinds politici zich actief bemoeien met lopende rechtszaken en de benoeming van rechters niet langer beschouwen als een hamerstuk maar tot inzet maken van partijpolitieke strijd (zoals de nieuwe Raadsheer Ybo Buruma overkwam). En hetzelfde kan gezegd worden over de positie van het staatshoofd, die vorige zomer hardhandig buitenspel is gezet bij de vorming van een minderheidskabinet.

Ik denk dat mijn studenten en ik er niet over van mening verschillen dat we inderdaad een periode van maatschappelijke en politieke turbulentie doormaken.
Wel hebben wij samen het idee begraven dat er sprake is van een harde omslag in de politieke geschiedenis die zich concentreert in 1 decennium en is veroorzaakt door de aanslag op de Twin Towers en de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Maatschappelijke en culturele verwarring lijkt eerder het gevolg van geleidelijker, maar evenzeer ingrijpende veranderingen. Veranderingen waarvan de politieke moorden in Nederland en 9/11 in de Verenigde Staten wel machtige symbolen zijn.

Samen, de studenten en ik, hebben we er drie grote en geleidelijke veranderingen uitgelicht die naar onze opvatting met name de afgelopen 10 jaar groot effect hebben gehad op de politieke verhoudingen en het politieke handelen. Deze veranderingen, als ook de effecten op de politiek, hebben de studenten onderzocht en in hun essays beschreven.

1.
De eerste grote verandering is globalisering en de definitieve vestiging van een risicomaatschappij. Deze is de afgelopen decennia in tientallen studieboeken beschreven en de vaststelling dat Nederland onderdeel is geworden van een internationale, globale en kwetsbare risicomaatschappij is bepaald niet nieuw.
Nieuw is wel de hardhandigheid waarmee globalisering de afgelopen jaren onze huiskamers en het parlement is binnengewalst. Als student leerde ik aan het einde van de jaren tachtig al over de ‘risicomaatschappij’ die het gevolg was van globalisering, waarbij de kernramp in Tsjernobyl het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was. Maar afgezien van een enkele dioxinekoe, leek het met de aanwezigheid van onbeheersbare, wereldwijde risico’s wel mee te vallen.
Die illusie van relatieve veiligheid zijn wij inmiddels wel kwijt.
Inmiddels hebben we hardhandig de gevolgen ondervonden van een aantal
wereldwijde, financiële en economische crises.
Ik kan me goed herinneren dat over de Algemene Beschouwingen van 2008 de dreiging hing van een aanstormende financiële crisis. Maar zelfs toen vlak daarna de Amerikaanse Bank Lehman Brothers omviel, was van groot alarm in de Haagse politiek en in de samenleving nog geen sprake. Het beperkte zich tot een droge notie van risico’s waarop de Nederlandse regering, mocht er iets gebeuren, ‘adequaat’ – in het betere Haagse jargon – zou reageren. Dat is overigens ook gebeurd.
Maar ik kan niet verhullen dat het dreigende omvallen van Nederlandse banken en de duizelingwekkende bedragen die de Nederlandse regering vervolgens beschikbaar moest stellen, ook voor mij een schokkende eye-opener van internationale kwetsbaarheid waren. De razendsnel oplopende staatsschuld, de toenemende werkloosheid in Nederland door onverantwoord gedrag van bankiers en hypothecairs in de Verenigde Staten, was en bleef een nauwelijks te bevatten samenloop van gebeurtenissen en omstandigheden.
En kwetsbaarheid voor internationale risico’s heeft zich niet beperkt tot de financiële markt en de economie. De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met de
razendsnelle verspreiding van ook voor mensen gevaarlijke dierziekten en heeft de wereldwijde klimaatverandering bijvoorbeeld moeten leiden tot een kostbaar plan voor dijkverhoging en dijkbewaking. De aanslag op de Twin Towers en daarop volgend die in Madrid en Londen hebben de zekerheid te leven in een relatief geweldsloze en veilige samenleving voor veel mensen ondermijnd. Internationaal conflict en geweld houden zich ook in onze achtertuin op, worden hier geboren en groot gebracht: zoveel werd vooral bij de moord op Theo van Gogh duidelijk.

Om een beter zicht te krijgen op het effect van internationale crises en risico’s op de Nederlandse politiek hebben de studenten onderzocht hoe in Nederland is omgegaan met de Mexicaanse griep. Dit griepvirus, eerst de varkensgriep genoemd, kreeg vanaf het voorjaar van 2009 delen van de wereld in de greep, zeker toen bleek dat door besmetting niet alleen dieren maar ook mensen dood konden gaan. Inmiddels staat de teller wereldwijd op bijna 19.000 slachtoffers. In Nederland heeft de regering, onder verantwoordelijkheid van minister Klink, snel en ingrijpend gereageerd. Er waren folders en internetsites, risicogroepen kregen het advies zich preventief te vaccineren en er zijn 34 miljoen griepvaccins aangeschaft. Uiteindelijk heeft de Mexicaanse griep in Nederland nooit werkelijk huisgehouden.

Terugkijkend op de politieke besluitvorming valt vooral de grote en oncontroleerbare rol op die deskundigen spelen. Minister en parlement ontbeerden de specialistische kennis die inschatting van de gezondheidsrisico’s vergde en moesten zich in het geheel verlaten op de Gezondheidsraad, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de World Health Organisation (WHO). Het waren ook de deskundigen die de minister en vervolgens de kamer voor een keuze plaatsten. Men kon 1. ‘afwachtend beleid’ voeren maar dit had een ‘risico voor de nationale gezondheid’ of men kon 2. ‘preventief beleid’ voeren, dat een financieel risico droeg.
Zo geformuleerd hoeft het weinig verbazing te wekken dat Nederland – als één van heel weinige landen – overging tot de peperdure aanschaf van een astronomisch aantal griepvaccins. De keuze was dan ook eigenlijk geen keuze maar een fait accompli omdat geen verantwoordelijk politicus uiteindelijk geld boven de gezondheid van de bevolking zal plaatsen.
Achteraf is er discussie ontstaan over de onbevooroordeeldheid van de deskundigen, de mogelijke rol van de farmaceutische industrie, en het oordeelsvermogen van politici. Dat vind ik terecht.

Meer in het algemeen kun je stellen dat globalisering en internationale crises politici in heel grote mate afhankelijk maken van deskundigen, wier achtergronden, motieven en belangen – anders dan die van politici – dikwijls slecht controleerbaar zijn. Waarvan op het moment dat zij dwingende adviezen geven ook nauwelijks bekend is dat zij zelf over de juiste en noodzakelijk informatie beschikken. De President van de Nederlandse Bank, de heer Wellink, heeft bijvoorbeeld achteraf aangegeven dat ook de Nederlandse Bank en hij zelf onvoldoende op de hoogte waren van de financiële producten waarin banken handelden en de risico’s die deze in zich hadden. Toch voer de regering volledig op de Nederlandse Bank.

2.
Globalisering is niet de enige grote, geleidelijke verandering die de politiek beheerst. Even ingrijpend is – om het eens in chique wetenschappelijke termen te zeggen – het gewijzigde paradigma van multiculturalisme.
Kort gezegd, is multiculturalisme in Nederland lang het bewijs geweest van vrijheid. In ons vrije, democratische land zou ruimte zijn voor andersdenkenden, andere tradities en gebruiken. Door de kracht van onze rechtsstaat, door onze tolerante inborst, ons democratisch bestel en de maatschappelijke mogelijkheden voor sociale stijging, zouden wij ook de komst van grote groepen vreemdelingen gemakkelijk kunnen opvangen. En belangrijker nog, binnen de grenzen van de rechtsstaat werd heb alle ruimte gegeven om hun eigen gang te gaan.
Inmiddels wordt multiculturalisme niet meer beschouwd als een bewijs van vrijheid, maar als een regelrechte bedreiging van onze vrijheid. Tolerantie is niet langer een deugd die geprezen wordt maar synoniem geworden met ‘plooien, schikken en afkopen’ van eigenlijk onoverkomelijke verschillen, tegenstellingen en botsingen.

Het verdwijnen van het geloof in multiculturalisme is een gevolg van de hardnekkigheid van integratieproblemen en het dreigende ontstaan van een allochtone onderklasse (met overmatige criminaliteit en overlast onder allochtone jongeren). Het is ook een gevolg van de angst voor gewelddadig, Islamitisch fundamentalisme dat door de aanslagen is gevoed en ertoe leidt dat in Nederland levende en werkende moslims inmiddels achterdochtig worden beschouwd als wolven in schaapskleren.
Maar beide problemen – de hardnekkige integratieachterstanden en de zorg om gewelddadig Islamitisch fundamentalisme – zijn ook een dankbare voedingsbodem gebleken voor snel populair wordende populisten. Dat multiculturalisme inmiddels een scheldwoord is geworden, is in belangrijke mate hun verdienste. Dit zeg ik wel met enige ironie.

De studenten hebben de afgelopen maanden als casus studie gemaakt van de incidenten die er de afgelopen jaren zijn geweest rond Imams die weigerden de hand te schudden van, in de eerste plaats Minister Verdonk. Vooral de eerste keer dat een Imam, zichtbaar en publiek weigerde de minister de hand te schudden groeide snel uit tot een nationale rel. De minister vond dat er onvoldoende respect was voor het instituut ‘minister’ en voor haar als vrouw en liet weten dat handen schudden een Nederlandse plicht was.

Op basis van hun onderzoek naar het veranderde oordeel over multiculturalisme en de incidenten rond handen schudden merken de studenten op dat politici en het politieke debat zich los lijken te hebben gezongen van de rechtstatelijke kaders waarbinnen zij opereren. Bij de beoordeling van het gedrag van individuele en groepen burgers stellen zij zich minder de vraag ‘is dit onwettig’ maar veeleer de vraag ‘is dit onprettig’. Afwijkend gedrag wordt in toenemende mate als on-Nederlands en onprettig bestempeld en veroordeeld.
Veel burgers, veel media ook, zijn gecharmeerd van de daadkracht en flinkheid die spreekt uit deze stevige oordelen: met name populistische politieke stromingen die van het veroordelen van onprettig, on-Nederlands gedrag hun handelsmerk hebben gemaakt, hebben dan ook een grote electorale vlucht gemaakt
Tegenover de symbolische kracht van harde normatieve oordelen over soms kleine incidenten staat echter een grote politieke en beleidsmatige onmacht. Politici zijn namelijk wel degelijk gehouden en gebonden aan de grenzen van de democratische rechtsstaat, waar deze rechtstreeks voortvloeien uit de mensenrechtenverdragen. Ongeacht retoriek en vertoon van flinkheid kent het integratiebeleid de afgelopen 10 jaar nauwelijks verandering maar een grote stroperige continuïteit en traagheid. De problemen rond integratie, sociale achterstand en criminaliteit zijn de afgelopen jaren niet werkelijk verminderd.
Het zichtbare verschil tussen zeggen en doen in het debat over de multiculturele samenleving levert – zo voeg ik daar aan toe – politici en het politieke bestel inmiddels een serieus geloofwaardigheidsprobleem op.

3.
Als je de gevolgen van de grote maatschappelijke veranderingen rond globalisering en multiculturalisme bij elkaar optelt, dan kun je vaststellen dat politici zich in een lastig parket bevinden, of – wellicht beter – in een lastig parket hebben gemanoeuvreerd.
De grootste maatschappelijke problemen kennen dikwijls een internationale oorsprong, oplossing of vermindering ervan onttrekt zich daardoor vaker aan het handelingsvermogen van gewone Nederlandse politici. Daarbij zijn zij in toenemende mate afhankelijk van specialistische deskundigen, waarbij zij de belangen en de juistheid van deskundige meningen niet altijd even goed overzien. De verleiding van een vlucht in symbolische daadkracht, in flinkheid bij incidenten is levensgroot en deze route wordt dan ook regelmatig genomen.
Het parket wordt nog lastiger als de derde grote verandering van de afgelopen jaren in ogenschouw wordt genomen: de fragmentatie en verveelvoudiging van media en de groeiende invloed van nieuwe media, van internet, weblogs en twitter.

De opvallendste vaststelling van de studenten in het onderzoek dat zij hebben gedaan naar de invloed van de mediacratie op het politieke handelen is dat wordt onderschat dat media zelf in toenemende mate ten prooi zijn aan grote commerciële en economische belangen.
Tijdens een debat gisteravond bij DWDD tussen een vertegenwoordiger van ‘dode- bomen’ media en webloggers – waar de studenten en ik toevallig aanwezig waren -
werd die dwang van commercie nog eens zichtbaar.
De meest gelezen onderwerpen op weblogs en de digitale pagina’s van kranten variëren van ‘condooms met tandjes’ tot de borsten en billen van Kim Kardashian. Serieuze onderzoeksjournalistiek, analyses van ingewikkelde economische problemen leggen het in de lezersaandacht altijd af tegen relletjes met overspel, zich misdragende BN’ers, moord en doodslag. En waar de lezersaandacht minder is, verdwijnt ook de belangstelling van adverteerders, uitgevers en mediabedrijven. Hoofdredacteuren en journalisten staan onder grote druk om lezers – en daarmee adverteerders – waar voor hun geld te geven.

Voor politiek nieuws betekent dit dat ruzies en conflicten, swingende, harde uitspraken over bijvoorbeeld Islamitisch stemvee of Grieks wangedrag, veel makkelijker hun weg vinden in de media dan – ik noem maar wat – de achtergronden van de financiële crisis.

Ik begon deze lezing met de vaststelling dat politici onvrij zijn. Een politicus die langer meewil verhoudt zich tot de tijdsgeest en tot de onderwerpen die zijn kiezers en de media het meeste lijken bezig te houden.
Nu weet ik dat u stiekem denkt: ‘ja hoor eens, een moedige politicus kiest natuurlijk altijd zijn eigen weg, ongeacht de risico’s’. Natuurlijk, dat is ook zo. En er zijn talloze voorbeelden van moderne, moedige politici die dagelijks impopulaire onderwerpen agenderen en verdedigen. Politici die werk maken van onderwerpen als Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, de noodzaak van nieuwe duurzame energiepolitiek, wereldwijde voedselzekerheid enzovoort, ondanks dat hen dit zo goed als onzichtbaar maakt in de media en daarmee voor kiezers. Zoals ook de moderne politiek talloze voorbeelden kent van politici die dwars tegen de voorspellingen in van peilingen – waar ik overigens ook nog een betoog zou kunnen opbouwen – electoraal risicovolle beslissingen nemen omdat zij een grote innerlijke noodzaak voelen. Mijn opvolger gaf bijvoorbeeld meteen na aantreden een visitekaartje af.

Ik verzet mij hevig tegen de gemakkelijke gedachte dat de kwaliteit van politici de afgelopen decennia minder is geworden of dat de politiek oppervlakkiger en vluchtiger is. Deze nostalgische gedachte die nog wel eens door oude politieke mastodonten wordt geuit, miskent eenvoudig dat de maatschappelijke en politieke omgeving waarin politici hun werk doen met name het afgelopen decennium ingewikkelder en risicovoller is geworden.

Dit neemt niet weg dat er alle reden is om de staat van de politiek en het handelen van politici opnieuw goed en hardhandig te doordenken.
Als ik terugkeer naar Ido de Haan en zijn analyse van ‘constitutionele politiek’ dan denk ik dat je inderdaad kan vaststellen dat, als een gevolg van globalisering, de grote problemen in de multiculturele samenleving en komst van een mediacratie, samenleving en politiek zich opnieuw – moeten – grondvesten.

Politici, gekozen vertegenwoordigers van het volk, zullen daarin onvermijdelijk leiding moeten nemen. Zij dragen wel degelijk de verantwoordelijkheid om oplossingen aan te reiken voor grote maatschappelijke problemen. Of het nu gaat om het verminderen van de werkloosheid die voortkomt uit de internationale economische crisis, het op orde brengen van de staatshuishouding, het verminderen van de sociale en integratieproblemen, het beter beheersbaar en controleerbaar maken van het bureaucratische pandemonium (zoals Volkskrantcolumnist Bert Wagendorp deze week zo mooi opmerkte) of het aanpakken van klimaat- en energieproblemen

In het tweede deel van de masterclass heb ik de studenten gevraagd om – met achterlating van al hun theoretische kennis – eens na te denken over de noodzakelijke veranderingen in het politieke bestel en het handelen van politici.

Ik geef u eerst twee heel alledaagse observaties van de studenten door, waar ik even om moest lachen maar die ook onmiskenbaar veelzeggend zijn.
Na gesprekken met politici en een bezoek aan het parlement, verzuchtten de studenten om beurten dat zij het in het parlement interessanter en ook gezelliger vonden dan zij dachten en dat politici aardiger, welwillender en ook redelijker waren dan hun beeld van hen was.
En vorige week meldde een student dat zij, bezig met de opmaak van het slotessay, eindeloos op Google had gezocht naar foto’s van samenwerkende, vriendelijk met elkaar pratende politici en dat zij die niet had kunnen vinden.

Moderne politici zijn dagelijks verwikkeld in een harde overlevingsstrijd, een strijd om media- en publieke aandacht, in een strijd om het behagen en binden van hun kiezers. Politici zijn met handen en voeten gebonden aan kiezersverwachtingen, populariteitsvereisten en politieke mores. Het maakt hen onvrij om met wat meer afstand de grote problemen van deze tijd te aanschouwen. Het kan hen ook in een isolement brengen van eigendunk en zelfgenoegzaamheid, zo lang het ze goed gaat.

Maar niet alleen zijn de internationale problemen en risico’s, en de afhankelijkheid van derden bij het begrijpen en beheersen ervan, te groot; de vlucht in symbolische daadkracht, symbolische debatten over vooral de multiculturele samenleving die – ondanks daadkrachtige en soms oorlogszuchtige taal – niet leiden tot verbetering van het dagelijkse leven van mensen, ondermijnen de geloofwaardigheid en uiteindelijke effectiviteit van politici. En dit gevaar van politieke machteloosheid en ineffectiviteit op de lange termijn bedreigt alle politici, ook de populisten die zich vooral verheugen over de electorale winst op de korte termijn.

Politieke samenwerking over partijpolitieke grenzen heen, kent een grote noodzaak. Het vermeerdert de gedeelde kennis, het vergemakkelijkt het sluiten van de noodzakelijke compromissen en van het samen regeren.
De studenten hebben bedacht dat het goed zou zijn om kiezers bij de verkiezingen niet meer enkel op de eerste partij van hun voorkeur te laten stemmen maar ook een tweede en een derde voorkeursstem te laten uitbrengen: een zogenaamd ‘songfestivalsysteem’. Het dwingt politici zich beter rekenschap te geven van de politieke ‘umwelt’ waarin ze opereren en al in campagnetijd actief naar coalities te zoeken en deze te verdedigen, waarmee zij na de verkiezingen zouden willen regeren. Afgelopen zomer leidde de vergaande polarisatie tussen politici tot een gefragmenteerde verkiezingsuitslag en een bijna onbestuurbaar land. De ervaringen van de formatie en de idiotie van de totstandkoming van het huidige minderheidskabinet, zouden zich niet moeten herhalen.
Een zelfde milde dwang tot samenwerking zou uit kunnen gaan van het bij de gewone verkiezingen mogen uitbrengen van een adviserende stem op een voorkeurscoalitie. Ook dan geldt dat politici minder uitgedaagd worden om het conflict te zoeken met de electorale concurrenten (zoals Mark Rutte tijdens de laatste verkiezingen deed met Jan Peter Balkenende) maar al tijdens de campagne publiek samenwerking te zoeken met de latere en meest gewenste regeringspartner.
Daarbij lijkt het ons goed als de partijdiscipline en de onderlinge partijtegenstellingen verminderen. Een voorstel van de studenten is om Kamerleden in het parlement niet meer gegroepeerd naar partij te laten plaatsnemen maar bijvoorbeeld op alfabetische volgorde waardoor zij vaker samen optrekken en samenwerken.
Zelf voeg ik daar nog een suggestie naar Italiaans voorbeeld aan toe. Daar kiezen de leden van de verschillende oppositiepartijen samen één oppositieleider. Ook dat leidt onvermijdelijk tot betere samenwerking: de leiders zullen minder geneigd zijn elkaar vliegen af te vangen of elkaar te herhalen. Daarbij verandert het de verhouding tussen de grote en de kleinere oppositiepartijen. Denkt u zich eens in: het zal lang niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de leider van de grootste oppositiepartij ook de oppositieleider wordt, bij de andere, kleinere partijen zijn wellicht beter gekwalificeerde kandidaten.
Veel politici maken zich zorgen over de zogenaamde kloof tussen politiek en burgers. Zij gaan eens in de zoveel tijd ostentatief (met een camera op hun nek) in koffiehuizen zitten, de deuren langs om te flyeren en beleggen bijeenkomsten waar burgers hun gal kunnen spuien. Al deze, dikwijls symbolische ontmoetingen betekenen niet werkelijk dat er met burgers wordt samengewerkt. Burgers bezitten veel kennis over, en dagelijkse ervaring met maatschappelijke en bureaucratische problemen, vaker dan nu gebeurt kunnen zij politici helpen oplossingen te formuleren. Met de komst van internet kan de kennis van burgers beter toegankelijk worden gemaakt, gebundeld en geselecteerd (zie bijvoorbeeld de ontwikkeling met ‘crowdsourcing’, waar in NL ook Maurice de Hond zich mee bezighoudt).
Een aantal jaren geleden heeft Rita Verdonk een ‘Ritawiki’ geïntroduceerd: burgers werden uitgenodigd om op haar site mee te schrijven aan haar verkiezingsprogramma. Het initiatief ging al snel kapot aan ‘reaguurders’ die site kaapten. Dat neemt niet weg dat het een goed idee was. Een idee van de studenten is om, verbonden aan de site van de Tweede Kamer, een ‘politieke wiki’ te starten waarop burgers oplossingen voor dringende en grote maatschappelijke problemen kunnen aanreiken. Vergelijkbaar met ‘wikipedia’ moet ook het debat over de inbreng van verschillende burgers zichtbaar kunnen zijn en moet zichtbaar kunnen zijn wie deelnemen aan een debat. Om te verhinderen dat de site gekaapt wordt, zou het een idee kunnen zijn dat burgers zich inschrijven met hun ‘digid’ die dan wel bekend is bij de Tweede Kamer maar niet zichtbaar is. Wel moet nagegaan worden of dit privacyproblemen geeft.

Onderlinge, harde competitie en concurrentie tussen politici en tussen parlementariërs en regering is slecht voor de openbaarheid. Angst voor misstappen en voor publieke vernedering leidt ertoe dat politici terugdeinzen voor het geven van inzicht in hun beweegredenen en in de wijze waarop zij tot een besluit zijn gekomen, met wie zij hebben gesproken en welke rol bijvoorbeeld lobbyisten hebben gespeeld. Het voorstel van Minister Donner om de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) verder in te perken en journalisten die de gangen van een minister willen nagaan, verder op achterstand te zetten, is een teken aan de wand.
Het is een misvatting dat een ‘cultuur van heimelijkheid’ de kwetsbaarheid van politici zou verminderen; het vergroot juist de achterdocht en de behoefte om politici hard af te rekenen als blijkt dat zij oneigenlijk informatie achterhouden.
Openbaarheid van informatie is een teken van politieke kracht, het versterkt de samenwerking met burgers en vergroot daarmee uiteindelijk ook de legitimiteit van beslissingen.
Het zou goed zijn als de Wet Openbaarheid Bestuur juist wordt verruimd en het aantal ‘uitzonderingsgronden’ voor het ter beschikking stellen van informatie aan journalisten en anderen, wordt verminderd
Naar mate beslissingen ingewikkelder worden (zoals bijvoorbeeld bij de Mexicaanse griep) zou het ook goed zijn als politici vaker laten zien ‘hoe’ zij tot een beslissing zijn gekomen, en niet enkel burgers ermee confronteren ‘dat’ zij een beslissing hebben genomen. Samen met de studenten pleit ik ervoor om vergelijkbaar met de Rekenkamer (die de doelmatigheid en rechtmatigheid van overheidsbestedingen onderzoekt) een onafhankelijke Besluitvormingskamer in te stellen die nagaat hoe een grote politieke beslissing tot stand is gekomen, op welke feiten en onderzoek deze is gebaseerd, welke derden daarbij een grote rol hebben gespeeld en wat hun belangen en motieven zijn.

Ervan uitgaand dat er sprake is van constitutionele politiek waarbij politiek en samenleving zich opnieuw grondvesten, zou het logisch zijn dat onze constitutie daarin ook een grote rol speelt. En dan bedoelen wij niet enkel in de schreeuwerige verdediging van een enkel grondrecht, zoals de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van godsdienst. Het kenmerk, maar ook de schoonheid, van onze constitutie is de gelijkwaardige botsing van grondrechten, van burgerlijke waarden, die erdoor op een vreedzame manier mogelijk wordt gemaakt. De grondwet constitueert daarmee ook heel letterlijk onze samenleving.
Betere kennis en een meer actieve verdediging van onze grondwet door politici, helpt wellicht ook burgers om met wat meer distantie, wat meer abstractie, politiek en maatschappelijk conflict en meningsverschil te beoordelen. Dit vereist echter wel dat de grondwet wordt vereenvoudigd en wordt verduidelijkt. Onze grondrechten zijn te cryptisch beschreven omdat ze tegelijkertijd ruimte laten voor uitzonderingsbepalingen door de overheid vast te stellen. Wij zijn voorstander van een nieuwe, moderne grondwet die eenvoudig en aantrekkelijk is en die daarmee ook een goed instrument in het onderwijs en in het politieke debat kan zijn.
Daarnaast is het hoog tijd om constitutionele toetsing in te voeren (diegenen die mijn werk van de afgelopen jaren kennen weten dat dit niet de eerste keer is dat ik hiervoor pleit). Niet alleen geeft het burgers een grotere mate van rechtsbescherming tegenover overheidsmacht, het brengt de grondwet ook tot leven omdat deze niet langer ‘een gesloten deur’ is voor burgers, zoals Thorbecke het ruim anderhalve eeuw geleden al omschreef.
Als samenleving en politiek een nieuw grondvest zoeken voor gezamenlijk handelen dan hopen wij dat die wordt gevonden in het zachtaardige, rechtstatelijke patriottisme dat onze constitutie biedt

Gisteravond kreeg ik bij DWDD de vraag, waarom komt u er nou mee, nu u aan de kant staat.
Aan de kant staan is ook reinigend en noodzakelijk om de politiek – waarvan ik houd – met wat meer distantie, wat minder politieke belangen, wat minder koortsachtig te kunnen gadeslaan en te beoordelen.

Ik dank de Universiteit van Tilburg, en in het bijzonder Hans van Driel en zijn staf voor de gelegenheid die zij mij hebben geboden. Ik dank vooral de Leonardostudenten voor het waardevolle onderzoek dat zij de afgelopen maanden hebben verricht en de vele levendige gesprekken en discussies die wij samen hebben gevoerd.

Dank u wel.

 

NB: Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een ‘songfestivalsysteem’ eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

'Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een 'songfestivalsysteem' eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

vrijdag, 20 mei 2011

Mark Berck

Mark Berck

Twitter

Matrix runs on Windows

In interesses, video, humor, matrix, morpheus, neo, ubuntu, windows, xp.


dinsdag, 10 mei 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Humor

"Humor is een eigenschap van het hart, zoals liefde. Er zijn mensen die niet lief kunnen hebben; waarschijnlijk zijn het dezelfde die geen humor hebben. "

Photobucket

dinsdag, 26 april 2011

Alice Karen

Alice Karen

Buurman

In diaries, universitaria, |2011, homoseksualiteit, humor, leek, muziek, wonen, leuk, en meer.

De buurwoning is leeg.

Mijn buurman kwam ruim twee en een half jaar geleden hier wonen, tegelijk met mij en nog een aantal anderen. Het studentencomplex met containerwoningen was net opgeleverd. We waren tegelijk aan het klussen en aan het zeulen met verhuisdozen.

Ik kon leuk met hem kletsen en lachen om de grappen over zijn homoseksualiteit. Hij was in staat om in geuren en kleuren over zijn dates te vertellen, die soms ook bij hem thuis kwamen. En hij kwam ook veel van mij te weten.
We keken naar A nightmare before Christmas en Little Britain bij mij. Zulke humor konden we waarderen.
Hij was vreemd genoeg geobsedeerd door Christina Aguilera, had overal posters van haar hangen, en heel vaak stond haar muziek aan als ik naar de buurcontainer hopte.

Steeds minder was hij thuis. Steeds slechter was hij bereikbaar. Ik kwam hem af en toe tegen bij het weggaan en dat was het. Een keer per maand. Ik liet hem in die tijd maar los.
Toen ook dat uitbleef, leek het alsof hij helemaal niet meer in zijn container woonde, maar het was nog wel volledig ingericht.

Twee weken geleden was er ineens veel uit zijn containerwoning weggehaald. Vorige week stond er een bank voor de container, gekanteld, maar van hem geen spoor. Gisteren was de woning helemaal leeg. De buurman is verdwenen, of met de noorderzon vertrokken, net hoe je het wil noemen.

Zo kan dat gaan.

Wie komt er per mei, of misschien per juni? Hopelijk geen gettoblaster. We zullen zien.

And this little light of mine, a gift you passed on to me;
I’m gonna let it shine to guide you safely on your way,
Your way home …
~ Tool, ’10,000 Days’, 2006


Gearchiveerd onder:Diaries

zondag, 17 april 2011

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

De Muppets

In dagelijkse bezigheden, de wereld, humor, mensen, amsterdam, eerste, trein, werk, koffie, en meer.
Je kent het wel, die bijeenkomsten waar je liever niet naar toe wilt maar geen toelaatbare reden kunt bedenken om er onderuit te komen. Daarom stapte ik onlangs toch maar op de fiets naar het station om vervolgens de trein naar Amsterdam te nemen voor een chic feest.

Op weg naar de garderobe struikelde ik over een tas. Een lekker begin en ik had er toch al geen zin in. De 'sorry's' vlogen over mijn hoofd en we raakten met elkaar in gesprek. Carla heette ze. Samen liepen we de garderobe uit waar we bijna tegen een gastvrouw botsten die ons vriendelijk naar de ontvangsthal verwees. Een grote hal met kroonluchters aan het plafond, donkerbruine wanden en een enorme statige bar achter in de zaal. Daarachter keurig aangeklede kelners die mensen snel en efficiënt van koffie of thee voorzagen met de bekende plak cake.

We schoven aan in de rij en keken nieuwsgierig om ons heen. Het was vermakelijk te zien hoe iedereen in eerste instantie onwennig de zaal rond keek op zoek naar een gesprekspartner. Als ze die niet hadden dan stonden ze druk te roeren in hun kopje alsof hun leven er vanaf hing.
Carla stootte mij aan en knikte naar twee dames iets verderop. Begin 70 schatte ik hen. Beiden even groot, de ene met grijs haar dat zij had opgestoken tot een knot achter op haar hoofd, de ander had bruin haar met een zelfde soort knot. Zussen? Terwijl iedereen stond, hadden zij twee stoelen gevonden waarop ze zaten te praten ondersteund door drukke handgebaren.

'Ik sport geestelijk, lichamelijk niet. Het lichaam wordt ouder, alles zakt en zit dan alleen maar in de weg. Het is vermoeiend, je zweet en het is nog nooit echt bewezen dat je door sporten aanzienlijk langer leeft. Misschien wel fitter en gezonder maar of dat altijd leuker is' zei de vrouw met grijs haar terwijl ze een plak cake pakte die een kelner haar voorhield. De vrouw met bruin haar begon enthousiast op haar stoel heen en weer te schuiven. 'Ja, daar ben ik het helemaal mee eens. Mijn dochter loopt marathons. Als ik zie hoeveel zij traint, naast haar werk nergens tijd voor heeft en broodmager is, vraag ik mij af of ze wel echt gelukkig is. Het lijkt wel een verslaving.'

Plotseling waan ik mij in de jaren '70 bij de opa's van de Muppetshow. Ik genoot daar altijd erg van. De humor en tegendraadse opvattingen van hen die zij, vanuit hun loge in het theater, de wereld in brachten, kon ik wel waarderen. Opeens kreeg ik heel veel zin in de rest van de dag.

zaterdag, 5 maart 2011

zondag, 13 februari 2011

Raymond van Es

Raymond van Es

Campagne GroenLinks

In groenlinks, humor, hoop, huis, informatie, kunduz, leiden, reacties, binnenstad, en meer.
Ik heb gisteren geflyerd voor GroenLinks in de binnenstad van Leiden. Wee hadden een kraampje bij de Hartebrugkerk op de Haarlemmerstraat. Dit is de belangrijkste winkelstraat van Leiden. Op zaterdag is het daar altijd erg druk. De reacties van het winkelende publiek waren wisselend. Natuurlijk waren er de mensen die sowieso niets van (Groen)Links willen weten. Sommigen hebben de behoefte om dat nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. Dan zijn er de grapjassen. Voor de grapjassen onder u; ik vind het prima als u een grap maakt, maar kom dan alstublieft met een leuke en originele grap. Er is niets zo triest als een mislukte poging tot humor. Opmerkingen over GroenRechts zijn zelfs met de grootst mogelijke welwillendheid niet amusant te noemen. Zeker niet als je ze al tientallen keren hebt gehoord. Verder waren er mensen die afgeknapt waren op GroenLinks vanwege Kunduz. Heel erg begrijpelijk, toch is het jammer dat deze mensen zijn afgehaakt. Ik hoop dat we deze mensen kunnen terugwinnen voor GroenLinks. Het gaat hier toch om een deel van onze achterban die van ons vervreemd raakt. Verder waren er mensen die oprechte interesse hadden in de standpunten van GroenLinks en daarom graag een flyer wilden hebben. Sommigen hadden wel als commentaar dat het jammer was dat de informatie op de flyer zo summier was, al werd er wel verwezen naar een website met meer informatie. Ten slotte waren er de 'fans' van GroenLinks die graag een foldertje wilden om zich in hun keuze voor GroenLinks bevestigd te zien. Het was een geslaagde campagnedag, al wilde het weer helaas niet meewerken. We gingen verkleumd en verregend naar huis.

zaterdag, 15 januari 2011

Mark Berck

Mark Berck

Twitter

Ik word oud: vroeger was zelfs het gamen beter!

In dagelijks nieuws, interesses, mening, 11th hour, 7th guest, dungeon keeper, fable, gelukkig, humor, en meer.
God, ik word echt een ouwe zeikerd, maar vandaag realiseerde ik mijzelf dat ik toch echt de games van 'vroegah' bijzonderder vond. De games van nu missen iets. Natuurlijk zitten er prachtspellen tussen, maar er is iets fundamenteel anders aan de games van zo'n 10 jaar terug... Continue reading


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 9196 uur (383,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2