zaterdag, 5 mei 2012

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

frietverwerping

In sport, gatverdamme, maarten poorter, obesitas, patatje joppie, patatverbod, sportparticipatie, atletiek, euro.

Nog even over dat patatverbod he. Maarten Poorter (PvdA), aanstichter van ‘hi hi ha ha ho ho’ (zoals ‘ie zelf tikt), heeft niet echt gepleit voor een verbod maar voor een convenant met snackbarren en turkse pizza-tenten. In dat convenant moeten ondernemers aangeven dat ze geen vette hap meer serveren aan middelbare schoolscholieren tot 2 uur ‘s middags. Poorter was namelijk stomverbaasd toen hij een middelbare school bezocht en jongeren met broodjes kebab in hun ‘gezonde’ kantine zag zitten. Hij wil dat de ondernemers gaan meedoen met het programma ‘Jongeren Op Gezond Gewicht’ (JOGG) om zo obesitas bij kinderen en jongeren tegen te gaan.

Nu mankeert er van alles aan het patatplan (na 2 uur mag je blijkbaar snacken wat je wilt, ondernemers zien hun omzet dalen maar krijgen daarvoor in de plaats ‘een gratis advertentie in een stadskrantje’), maar het is terecht dat Poorter zich druk maakt over obesitas bij de Amsterdamse jeugd. Ruim een kwart van hen heeft overgewicht, van kinderen met Turkse ouders is bijna de helft te dik. Dat is niet goed, want overgewicht (en zeker obesitas) kan op den duur leiden tot ernstige gezondsheidsklachten zoals hart- en vaatziekten, diabetes, gewrichtsklachten en psychische problemen. Dat de PvdA daar dus iets aan wil doen, is lovenswaardig.

De vraag is alleen: wat kan je als overheid doen? Friet verbieden, convenanten sluiten, prijsvragen uitschrijven: het is allemaal zo net niks. Bovendien, jongeren zijn slim. Als ze door de snackbar worden geweigerd, dan gaan ze wel naar één van de 172 supermarkten om een zak chips met Joppiesmaak te kopen. Het probleem is dus niet op te lossen door een hek rond de snackbar te zetten, maar door iets te doen aan het feit dat die jongeren vervolgens hun calorieën er niet af zweten.

De sportparticipatie van kinderen en jongeren uit met name gezinnen met een laag opleidingsniveau en / of een laag inkomen is namelijk veel te laag. Bijna veertig procent sport niet of zelden. Nu hoor ik de PvdA eigenlijk nooit over sport. Ja, over het organiseren van de Olympische Spelen hebben de sociaal-democraten een mening (oh nee oeps). Maar toen het Sportplan van de gemeente werd besproken, waaruit keer op keer blijkt dat allerlei doelstellingen niet worden gehaald, toen gaf men niet thuis. Of toen ik een motie indiende om één miljoen euro uit te geven aan de amateursport in aanloop naar het EK Atletiek in 2016, toen stemde de PvdA als enige partij tegen.

Laten we dus hopen dat de vernieuwde aandacht van Poorter voor de gezondheid van Amsterdamse kinderen en jongeren ertoe leidt dat de PvdA op de bres springt voor méér sportende en bewegende Amsterdammers. Dat betekent meer sport op / na school, meer ondersteuning voor verenigingen en meer ruimte om te bewegen.


maandag, 30 april 2012

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Bezuinigen op studenten: meer thuis studeren en dubbel terugbetalen studiekosten?

In politiek, algemeen, arbeid, betalen, bezuinigen, bezuinigingen, crisis, discussie.

In het bestrijden van de economische crisis dreigen ook studerenden bovenmatig te moeten bijdragen. Er dreigen bezuinigingen op de beurzen en de openbaar vervoerregeling. Het lijkt erop dat men ernaar streeft dat er meer vanuit thuis wordt gestudeerd.
Hoewel de meeste volwassenen eigenlijk het ouderlijk huis willen verlaten, wordt waarschijnlijk gedacht dat thuis studeren niet zo’n probleem hoeft te zijn voor de Randstad. Daar is met relatief korte afstanden volop aanbod van onderwijs, in alle vormen en maten. Maar gaan die bezuinigingen niet extra problemen veroorzaken in de buitenprovincies? Want daar is het aanbod minder gevarieerd en zijn de afstanden groter.
Zo kan het bovenmatig bezuinigen op studenten ook voor Limburg en in het bijzonder Maastricht een probleem worden. Er zullen minder studenten van ‘verder weg uit Nederland’ komen. Die tendens is nu al duidelijk zichtbaar. Het aantal buitenlandse studenten neemt wel toe, omdat Maastricht een aantrekkelijke studiestad is. Maar inmiddels staat ook de compensatie voor buitenlandse studenten ter discussie.

Een van de geopperde varianten om te bezuinigen is een volledige leenbeurs. Je zal je maatschappelijke carrière maar beginnen met een nog grotere schuld. Ook een extra probleem als je als starter een hypotheek wil hebben. Tegenwoordig is dat al een grote last voor de meeste studenten.
De leenbeurs wordt vaak vergoelijkt met het perspectief op een hoger inkomen: “Later verdienen die studenten toch genoeg.” En waarschijnlijk is er ook een positief verband tussen de mate van genoten onderwijs en de inkomsten uit arbeid. Maar als men een relatief hoog inkomen heeft, dan betaalt men over het algemeen ook fors meer belasting. Zo betalen de gestudeerden indirect toch al de kosten van hun studie terug. Dan hoeft men er rechtstreeks niet nog meer voor te betalen?

zondag, 29 april 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Hoe GroenLinks is het Lenteakkoord?

In activiteiten, akkoord, ambtenaren, arbeidsmarkt, bezuinigingen, boeken, campagne, cda, christenunie, en meer.

Het akkoord tussen VVD, CDA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie is door vele aanhangers van die partijen enthousiast onthaald. Zelfs door veel partijleden van GroenLinks, de meest linkse partij binnen deze combinatie, wordt het akkoord bejubeld. Men vindt het positief dat GroenLinks verantwoordelijkheid neemt en dat een aantal gehate maatregelen van Rutte-I wordt teruggedraaid. Tegenstanders van wat zij het Kunduz-akkoord noemen, wijzen er echter op dat veel plannen van Rutte in het Lenteakkoord onaangetast blijven en dat het, in hun ogen, dus te weinig zoden aan de dijk zet. Dat roept de vraag op hoe GroenLinks de inhoud van het akkoord werkelijk is.

Hieronder vergelijk ik de maatregelen uit het Lenteakkoordvan VVD,CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie met ‘Hart voor de toekomst’, het Catshuisalternatief dat GroenLinks enkele weken geleden presenteerde. Ik kijk in hoeverre de maatregelen uit het Lenteakkoord overeenkomen met de plannen van GroenLinks (niet omgekeerd). Daarbij maak ik een onderscheid tussen maatregelen die vrijwel gelijk zijn aan de GroenLinksplannen (3), maatregelen die grotendeels gelijk zijn (2), maatregelen die enigszins in de richting gaan van GroenLinks wil (1), maatregelen die niet terug te vinden zijn bij GroenLinks of een status quo handhaven die GroenLinks wil veranderen (0) en maatregelen die de omgekeerde richting ingaan van wat GroenLinks voorstaat (-1). Natuurlijk is een dergelijk oordeel nooit geheel objectief, maar het loont om in ieder geval een poging te doen de verschillen tussen het Lenteakkoord en de GroenLinksplannen (en bijbehorende CPB-doorrekening) systematisch te analyseren.

Hoe GroenLinks zijn de maatregelen uit het Lenteakkoord?
3 = komt (vrijwel) geheel overeen met GL-plannen, 2 = komt grotendeels overeen met GL-plannen, 1 = enigzins in dezelfde richting als GL-plannen, 0 = staat niet in GL-plannen of handhaven status quo, -1 = tegengesteld aan GL-plannen



Terugdraaien bezuinigingen
De bovenstaande grafiek geeft een overzicht van de mate waarin de verschillende maatregelen overeenkomen met het GroenLinks-hervormingsprogramma (de categorieën komen uit het Lenteakkoord). De meeste successen werden geboekt in de categorie ‘overige maatregelen’ en betreffen vooral het terugdraaien van een aantal bezuinigingen van Rutte-I: passend onderwijs, griffierechten, natuur, huishoudinkomenstoets en persoonsgebonden budget. Andere maatregelen worden slechts gedeeltelijk teruggedraaid, zoals de bezuinigingen op openbaar vervoer en de eigen bijdragen in de GGZ. Een aantal maatregelen uit het Lenteakkoord vinden we in de GroenLinksplannen niet terug, zoals het vergroten van efficiency in het onderwijs en zorg en de taakstelling op de rijksbegroting (verminderen administratieve lasten). De Catshuisbezuinigingen op het OS gaan weliswaar niet door, maar het Lenteakkoord draait, in tegensteling tot de GroenLinksplannen, de eerdere bezuinigingen hierop van het kabinet niet terug: daarom geef ik een nulscore voor die maatregel.

Andere successen boekte GroenLinks op het terrein van de ‘vergroening’. Het gaat hier om de verhoging van belastingen op milieuvervuilende activiteiten of het afschaffen van subsidies en vrijstellingen op dit gebied (rode diesel, kolenbelasting, aardgasheffing). De BTW-verhoging met 2 procentpunt naar 21% valt hieronder - dit vermindert immers de consumptiedrang. In de GroenLinks-plannen was een BTW-verhoging met 1 procentpunt opgenomen; het oordeel is een beperkte overeenstemming tussen de GroenLinksplannen het Lenteakkoord (score 1). Al met al weet GroenLinks op dit dossier successen te boeken, al moet worden gezegd dat de GroenLinks-plannen op dit terrein veel ambitieuzer waren dan in het Lenteakkoord is afgesproken.

Een andere belangrijke maatregel, het versneld verhogen van de pensioenleeftijd, komt grotendeels overeen met de plannen van GroenLinks. Wel wilde GroenLinks de leeftijd nog sneller verhogen dan nu is afgesproken. Op dit dossier zien we dus een gemengd beeld, net als wat betreft de arbeidsmarkt en woningmarkt.

Verliespunten
Op het dossier loonmatiging zien we duidelijke verschillen tussen de plannen uit het Lenteakkoord en wat GroenLinks prefereert. Het lenteakkoord zet duidelijk in op loonmatiging, in het bijzonder voor ambtenaren, terwijl GroenLinks het besteedbaar inkomen juist wil vergroten door de inkomstenbelasting te verlagen. Van de door GroenLinks gewenste verhoging van de belastingen voor de hoogste inkomensgroepen komt wel iets terecht, maar veel minder dan GroenLinks zou willen. De zorgplannen van het Lenteakkoord (verhogen eigen risico en eigen bijdrages) stroken ook slecht met de door GroenLinks gewenste inkomensafhankelijke premies en inkomensafhankelijke eigen risico’s. Het voorgestelde onderzoek naar de salarissen van medisch specialisten is slechts een schrale troost.

Conclusie
In het Lenteakkoord is een aantal typische GroenLinks-maatregelen terug te vinden, maar een aantal (belangrijke) maatregelen verhoudt zich maar lastig tot het GroenLinks-programma. Met name wat betreft het terugdraaien van een aantal maatregelen van de gedoogcoalitie en de vergroening van het belastingstelsel zijn er successen te melden. Waar het gaat om loonmatiging en de gezondheidszorg heeft GroenLinks moeten inleveren. Ieders eindoordeel over het akkoord zal afhankelijk zijn van de weging van de verschillende maatregelen. De omvangrijkste maatregelen uit het Lenteakkoord, zoals de nullijn en de BTW-verhoging, zijn niet altijd de meest GroenLinkse. Daar staan kleinere, maar voor bepaalde groepen zeer ingrijpende, verbeteringen tegenover.

Het lijkt in ieder geval overdreven om het Lenteakkoord als GroenLinkser met gejubel te ontvangen. Een groot aantal maatregelen is heel mooi, maar hier staan ook pijnpunten tegenover. Hoewel een stap in de goede richting: het Lenteakkoord is niet het GroenLinksprogramma. Het zal voor GroenLinks een belangrijke uitdaging zijn om dat in de komende campagne duidelijk te maken.


Het door mij samengestelde overzicht van de Lenteakkoordmaatregelen, GroenLinksplannen en oordelen waarop deze analyse is gebaseerd, staat hier.


vrijdag, 27 april 2012

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Wat staat er eigenlijk in het Stabiliteitsprogramma?

In uncategorized, agenda, akkoord, algemeen, aow, arbeidsmarkt, bedrijf, begroting, belangrijk, en meer.

Kunduz-coalitie, wandelgangakkoord, SASJA (Sybrand, Alexander, Stef, Jolande en Arie) of lenteakkoord; hoe je het noemt geeft eigenlijk al aan wat je ervan vindt. Het stabiliteitsprogrammma voor 2013 dat gistermiddag door GroenLinks, D66, ChristenUnie, de VVD en het CDA werd gepresenteerd.

De gedoogcoalitie onderhandelde er zonder succes zeven werken over in het Catshuis. Maar vijf partijen in de Tweede Kamer hadden aan 48 uur genoeg om een akkoord in elkaar te timmeren. De media schrijven vandaag vol lof over het het huzarenstukje, waarin vier maanden voor de verkiezingen, vijf moedige politieke leiders ‘over hun eigen schaduw heen sprongen.’ Of zoals Volkskrant-collumniste Sheila Sitalsing schrijft: “Eerst gaan we ons laven aan de wilde gedachte dat tussen alle politieke versplintering, al het cynisme, al die roeptoeterende clowns en operettefiguren aan de flanken, Nederland nog steeds Nederland is. Een bestuurbaar land waar je met ouderwets polderen en een vleugje durf bergen kan verzetten. Waar de mensen, wanneer het water komt, eendrachtig een treintje maken en zandzakken gaan stapelen.”

Iedereen heeft er een mening over. Had Samsom wel mee moeten doen, of juist niet?  Wat vinden de kiezers ervan? Wie heeft er een strategische fout gemaakt? In alle politieke commotie dreigt de inhoud weer eens overschaduwt te worden. Want wat staat er eigenlijk in het stabiliteitsprogramma? Hoe komt het dat GroenLinks haar handtekening hier onder heeft kunnen zetten en wat is daar volgens de PvdA en de SP zo op tegen?

Terugdraaien bezuinigingen op kwetsbare groepen (o.a. op het PGB en Passend Onderwijs)

GroenLinks, D66 en ChristenUnie hebben flink oppositiegevoerd tegen een aantal pijnlijke maatregelen van dit kabinet. Het stabiliteitsprogramma bevat een aantal maatregelen om de overheidsbegroting op orde te krijgen, maar de partijen wilden ook duidelijk maken dat zij heel andere keuzes maken dan de VVD en het CDA met de PVV konden maken. De meest besproken bezuinigingen van het kabinet Rutte I worden daarom teruggedraaid. Hoofdlijn van het stabiliteitsprogramma is dat kwetsbare groepen meer worden ontzien en dat in plaats van de kaasschaafmethode, Nederland een aantal grote hervormingen zal ondergaan.

Jolande Sap noemde in het Kamerdebat van dinsdag al dat de bezuinigingen op natuur, het Passend Onderwijs en de de Persoonsgebonden Budgetten (PGB’s) van tafel moesten, wilde GroenLinks voor een begroting voor 2013 tekenen. Uiteindelijk heeft ze nog  veel meer binnengehaald, maar het terugdraaien van deze bezuinigingen zijn een belangrijk kenmerk. De PGB’s, waarmee zorgbehoevende een budget krijgen waarmee ze zelf zorg kunnen inkopen, werden in de originele kabinetsplannen vrijwel geheel geschrapt. Dat gaat nu niet door.

Ook de bezuinigingen op het passend onderwijs gaat niet door. Het gaat dan om de bezuinigingen die het kabinet wilde invoeren op bijzonder onderwijs en begeleiding voor leerlingen met gedrags-  of leerproblemen. Dit zou leidden tot verlies van veel banen in het bijzonder onderwijs, maar ook tot grotere klassen, wachtlijsten voor het bijzonder onderwijs en zorgleerlingen die in het regulier onderwijs hun hoofd boven water moeten zien te houden zonder geld voor extra begeleiding.

De bezuiniging op griffierechten, waarmee het een stuk duurder wordt om een zaak voor de rechter te brengen, wordt eveneens teruggedraaid. Ook de cultuursector wordt iets gecompenseerd voor de harde bezuinigingen waar zij mee te maken hebben gekregen: uitvoerende kunst komt weer in het lage BTW-tarief.

De huishoudinkomenstoets, waarmee mensen hun uitkering verliezen als een inwonend familielid, bijvoorbeeld een kind, een inkomen verwerft, wordt ook teruggedraaid. Met name wethouders van de grote steden maakten zich om deze maatregel grote zorgen. Ook de 100 miljoen bezuinigingen op preventieve/palliatieve zorg worden teruggedraaid, net zoals er 40 miljoen bezuinigingen via de eigen bijdrage voor de GGZ.

Een andere bezuinigingspost van het kabinet, het openbaar vervoer, wordt ook gespaard door het stabiliteitsprogramma. Tot slot gaan ook de bezuinigingen van Bleker op natuur niet door. In het natuurakkoord dat de staatssecretaris met provincies heeft gesloten staat dat zij verantwoordelijk worden voor het natuurbeleid, maar dat zij daar wel fors minder geld voor krijgen dan het rijk nu aan natuurbeleid uitgeeft. Natuurorganisaties reageerden vandaag positief doordat het stabiliteitsprogramma meld dat er in 2013 200 miljoen extra voor natuur beschikbaar komt.

De zware bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking die tijdens de Catshuisonderhandelingen dreigden zijn nog niet doorgevoerd, maar het was duidelijk dat er met de PVV geen akkoord te maken viel, zonder een hele  forse korting op de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking. Dat is nu ook van de baan, Nederland blijft 0,7% van haar BNP aan ontwikkelingssamenwerking uitgeven.

Groene Agenda

In het stabiliteitsprogramma zit bovendien een hele indrukwekkende groene agenda, door een combinatie van maatregelen. Het belastingstelsel wordt ingrijpend vergroent door vervuilende energie zwaarder te belasten. Het stabiliteitsprogramma noemt in dit kader de aardgasheffing, kolenbelasting, rode diesel, leidingwater en eurovignet. De onbelaste reiskostenvergoeding, inclusief het onbelaste privégebruik van lease-auto’s wordt afgeschaft, waardoor het aantrekkelijker wordt om dichter bij je werkt te gaan wonen.

Daarnaast wordt er  280 miljoen uitgegeven voor verduurzaming van de economie, onder meer voor woningisolatie. Er is sprake van dat zonnepanelen onder het lage BTW-tarief van 6% gaan vallen. En zoals gezegd wordt 200 miljoen die het kabinet wilde bezuinigen op natuur teruggedraaid.

Pensioenleeftijd

Na een lange discussie kwamen op 10 juni 2011 vakbonden, werkgevers en het kabinet een pensioenakkoord overeen. Het pensioenakkoord verscheurde de FNV en leidde uiteindelijk tot haar ondergang – op dit moment wordt gewerkt aan de vorming van een nieuwe vakbond. In het oorspronkelijke pensioenakkoord gaat in 2020 de AOW-leeftijd omhoog naar 66 jaar en groeit vanaf dan de pensioenleeftijd mee met de groei van de levensverwachting, waardoor in 2025 de AOW-leeftijd 67 jaar zou worden.

Het stabiliteitsprogramma breekt met dit pensioenakkoord en gaat eerder de pensioenleeftijd verhogen. Al in 2013 zal de AOW-leeftijd met 1 maand omhoog gaan en zal vervolgens in stappen verder verhoogt worden zodat in 2019 de AOW leeftijd om 66 jaar ligt en in 2024 op 67 jaar. Vanaf 2024 wordt de AOW aan de levensverwachting gekoppeld.

Volgens partijen als D66 en GroenLinks is een snellere stijging van de pensioenleeftijd te rechtvaardigen als je kijkt naar de stijging van de levensverwachting die sinds de invoering van de AOW-leeftijd heeft plaatsgevonden. Bovendien benadrukken zij de solidariteit tussen generaties: de huidige en aankomende groep gepensioneerden heeft veelal riante pensioenregelingen. Nu de vergrijzing er aan komt moeten de generaties na hen met veel minder mensen de AOW gaan opbrengen voor een veel grotere groep ouderen. De PvdA is tegen aanpassing van het moeizame compromis dat via het originele pensioenakkoord tot stand is gekomen en de SP is sowieso tegen elke verhoging van de pensioenleeftijd.

Arbeidsmarkt

Nog zo’n onderwerp waar de politiek al jaren tegenaan hikt is de aanpassing van de ontslagbescherming. De huidige ontslagbescherming zorgt er volgens een partij als GroenLinks voor dat mensen met een vast contract zo goed beschermt zijn dat een werkgever wel oppast om mensen een vast contract te geven. Het gevolg is een tweedeling tussen insiders en outsiders op de arbeidsmarkt: insiders met een vast contract zijn goed beschermd en voor hen gelde riante regelingen met betrekking tot hypotheekverstrekking en pensioenopbouw. De outsiders zitten in flexibele contracten of worden als zzp-er bij een bedrijf aangenomen. Jongeren en allochtonen zijn oververtegenwoordigd in deze groep. Als economisch de wind tegen zit zijn dit de groep mensen die er het eerst uitvliegen. GroenLinks pleit er al veel langer voor dat deze tweedeling op de arbeidsmarkt doorbroken moet worden. Van werkgevers moeten we niet vragen om hoge ontslagvergoedingen te betalen aan een groep die er toch al goed voorstaat, werkgevers zouden veel meer moeten investeren in het bieden van kansen aan haar werknemers, bijvoorbeeld via scholing. De arbeidsmarkt moet er niet op gericht zijn dat niemand meer zijn baan kwijt raakt, dat is in de geglobaliseerde economie onmogelijk geworden. De arbeidsmarkt moet erop gericht zijn dat, wanneer ontslagen, iedereen vervolgens weer ergens anders aan de slag kan.

Ook op dit punt van de ontslagbescherming is er een doorbraak bereikt. De ontslagvergoedingen worden beperkt, al is nog niet uitgewerkt op welke manier dit moet gebeuren. Daar staat tegenover dat de eerste zes maanden van de Werkloosheidsuitkering door de werkgever betaald moeten worden. Bovendien gaat het geld dat werkgevers niet meer hoeven te investeren in ontslagvergoedingen naar scholing voor hun werknemers en werk-naar-werk trajecten. Dit zorgt er dus voor dat het voor een werkgever aantrekkelijk is om ook gedurende het dienstverband in zijn werknemers te blijven investeren en dat, als hij gedwongen is om mensen te ontslaan, het voordelig is om een actieve rol te spelen zodat zij ergens anders snel weer aan de slag kunnen.

Deze arbeidsmarktwijziging past dus heel goed in het verhaal van GroenLinks en ook D66 dat mensen nieuwe zekerheden geboden moet worden: niet langer de zekerheid op een vaste baan staat centraal, maar de zekerheid op het vinden van nieuw werk. SP en in mindere mate de PvdA geloven hier niet in en vinden dat bestaande zekerheden worden afgebroken. Net als op het issue van de pensioenleeftijd is echter de PvdA hier ook de afgelopen jaren voorzichtig wat op gaan draaien en vormt ook dit onderwerp daarom een lastig campagnethema voor Samsom.

Woningmarkt

Het derde belangrijke dossier waarop in Den Haag al jaren gesteggeld wordt is de hypotheekrenteaftrek. Ook op dit thema is een voorzichtige doorbraak geboekt. Mensen kunnen enkel nog hypotheekrenteaftrek voor nieuwe hypotheken krijgen indien ze een hypotheek hebben die ze binnen 30 jaar aflossen. Fiscale subsidiëring van aflossingsvrije hypotheken behoort dus tot het verleden.

Daar staat tegenover dat ook de huurmarkt hervormd wordt. De laagste inkomens worden inzien, maar de huren voor mensen met een inkomen in de categorie 33 000 tot 43 000 mogen 1 procentpunt sneller stijgen dan de inflatie.

In de discussie over de Nederlandse woningmarkt wil links de hypotheekrenteaftrek aanpakken, terwijl rechts wil dat de huren meer marktconform worden. In het akkoord moeten beide kanten water bij de wijn doen en vind er een door links gewenste hervorming op de hypotheekrenteaftrek plaats als een door rechts gewenste hervorming op de huurmarkt.

Zorg

Begrotingstechnisch is de financiering van de gezondheidszorg één van de grootste hoofdpijndossiers. De kosten van de zorg lopen al jaren enorm op en het ziet er naar uit dat met de aanstaande vergrijzing deze kostenpost nog veel groter zal gaan worden. Bezuinigen op de zorg zijn impopulair, maar lijken onoverkomelijk.

In het stabiliteitsprogramma is afgesproken dat mensen meer zelf moeten gaan bijdragen in de kosten voor de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten. Lage inkomens zullen worden gecompenseerd doordat ze een hogere zorgtoeslag krijgen. Het plan van de Catshuisonderhandelaars dat patiënten per medicijn 9 euro zelf moeten bijdragen is wel van tafel.

De SP en de PVV proberen zich te profileren als de partijen die pal staan voor de zorg. Bezuinigingen voor de zorg liggen daarom ook zeer gevoelig bij deze partijen, en voor de SP lijkt dit een natuurlijk campagnethema.

Nullijn voor ambtenaren

Een makkelijke manier om geld te besparen is als de overheid minder geld gaat uitgeven aan ambtenarensalarissen. Bezuinigen op de bureaucratie is juist één van de weinige populaire maatregelen die er zijn om geld te besparen. Maar de maatregel komt ineens in een ander daglicht te staan nu met name de PvdA benadrukt dat het ook gaat om leraren en politieagenten. Zij zullen volgens het stabiliteitsprogramma te maken krijgen met een nullijn: hun salaris zal, ondanks de inflatie, in absolute zin gelijk blijven. Omdat er al een tekort voor personeel in de zorg dreigt, zal deze nullijn niet voor zorgpersoneel gaan gelden. Overigens worden ook de uitkeringen niet bevroren.

BTW-verhoging

Eén van de maatregelen die mensen meteen gaan voelen is de verhoging van de BTW. Volgens het stabiliteitsprogramma gaat in oktober het hoge BTW-tarief met 2% omhoog van 19 naar 21%. Dat betekend dat over iedere aankoop die je doet je 2% meer belasting moet betalen. Met andere woorden: alles zal 2% duurder worden. In de woorden van Diederik Samsom: mensen zullen dit direct in hun boodschappenmandje voelen.  Doordat de accijnzen op tabak, frisdrank en alcohol worden verhoogd zullen deze producten een extra scherpe prijsstijging meemaken.

Uit onderzoek blijkt dat lage inkomens relatief een groter deel van hun inkomen aan consumptie uitgeven dan hogere inkomens, omdat zij minder geld hebben om te sparen. Een BTW-verhoging raakt daarom lage inkomens extra hard. Om de pijn te verzachten schrijft het stabiliteitsprogramma dat de BTW-verhoging vanaf 2013 in toenemende mate wordt gecompenseerd door een lagere inkomstenbelasting, in het bijzonder voor werkenden met een lager inkomen.

Dat past in een trend die GroenLinks al veel langer bepleit. GroenLinks wil dat bedrijven zwaarder worden belast voor de vervuiling die zij veroorzaken, en minder hoeven te betalen aan belasting over arbeidskosten. Dat leidt ertoe dat er milieuvriendelijker zal worden geproduceerd en meer banen worden gecreëerd. Omdat consumptie over het algemeen vervuilend is heeft deze combinatie van maatregelen gedeeltelijk een zelfde effect. Consumeren wordt duurder, maar werken gaat meer opleveren.

Hoge Inkomens

In het Kamerdebat gister verweet Samsom de vijf partijen dat ze niets doen om ook van hoge inkomens een bijdrage te vragen. Dat is niet geheel waar. Behalve dat op verschillende punten lage inkomens worden ontzien, staan er ook maatregelen in die expliciet een bijdrage van de hoogste inkomensgroepen vragen. Hoge inkomens en bonussen krijgen in 2013 te maken met een belasting (‘crisisheffing’) die een half miljard moeten opbrengen. Daarnaast worden excessieve vertrekbonussen niet langer belast met 30%, maar met 75%.

Interessant in deze context is dat er ook een versobering van de wachtgeldregeling voor politici in het stabiliteitsprogramma zit. De maximumduur dat een politicus recht heeft op wachtgeld wordt gelijkgesteld aan de maximale WW-duur.

Ook bedrijfsleven en banken komen niet weg. Bijna een half miljard aan geplande lastenverlichting voor het bedrijfsleven gaat niet door en de bankenbelasting wordt verdubbeld.

Overig

Al met al zijn de bezuinigingen niet geheel pijnloos. Dat is ook niet mogelijk als je ineens vele miljarden minder moet gaan uitgeven. Wel is duidelijk dat het stabiliteitsprogramma poogt een stuk socialer beleid te voeren dan Kabinet Rutte 1 en dat er een flinke groene agenda aan is toegevoegd. In plaats van de kaasschaaf over veel posten heen te halen, wordt er gekozen voor een aantal forse hervormingen in de Nederlandse publieke sector, gecombineerd met een aantal stevige lastenverzwaringen.

De SP en de PvdA hebben hun handtekening niet onder dit akkoord gezet en zullen daarom oppositie voeren tegen dit pakket. Opvallend is dat in het Kamerdebat gisteren Samsom niet al zijn pijlen richtten op plannen waar de partijen in het akkoord bewust voor kiezen, maar dat hij op zoek was naar andere manieren om het SASJA/FC Kunduz moeilijk te maken. Zo ontstond er onduidelijk over een zin uit het stabiliteitsprogramma die spreekt van ‘diverse taakstellingen op de Rijksbegroting’ die 0,875 miljard moeten opleveren.

Ook bevroeg Samsom GroenLinks-leider Jolande Sap vinnig op de Wet Werken naar Vermogen (WWNV). De WWNV is een wet die de uitkering voor jonggehandicapten (Wajong), de Sociale Werkvoorziening (SZW) en de bijstand bij elkaar voegt in één regeling en daarbij flinke bezuinigingen doorvoert op de SZW en de Wajong. De WWNV is een wet die nog niet is ingevoerd en waar GroenLinks zich altijd tegen heeft verzet. Hij staat niet genoemd in het Stabiliteitsprogramma, en met de opmerking van Sap dat deze maar controversieel verklaart zou moeten worden en daarmee  tot aan de verkiezingen nog niet in behandeling zou moeten worden genomen nam Samsom zichtbaar geen genoegen. Maar zoals Sap hem toewierp: als je mee had onderhandeld, dan hadden we er samen nog meer uit kunnen slepen.


dinsdag, 17 april 2012

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

‘Starterslening als smeerolie in de woningmarkt’

In wonen, almere, betalen, crisis, discussie.

startersleningTot nu toe zijn er in Nijmegen 150 nieuwbouwwoningen verkocht met Starterslening. Voor de gemeente Nijmegen is de Starterslening dan ook het crisisinstrument bij uitstek om tempo in de woningmarkt te houden.  Markpartijen betalen mee. Een interview in de nieuwsbrief van de SVN.

Net als iedere andere gemeente is het voor de gemeente Nijmegen in deze tijden van vraaguitval moeilijk om grondexploitaties sluitend te krijgen. Maar, zegt wethouder Wonen Jan van der Meer, Nijmegen is niet in de valkuil getrapt die andere steden nu in de problemen hebben gebracht. ‘Wij hebben niet de fout gemaakt om verwachte inkomsten uit het grondbedrijf in te zetten voor andere zaken.’ Bovendien laten de bevolkingsprognoses zien dat Nijmegen nog steeds groei kan verwachten. Van der Meer: ‘Er is hier niet zozeer sprake van vraaguitval, maar van uitgestelde vraag. Dat geeft meer comfort. Je ziet dan ook dat projectontwikkelaars nog steeds geloven in onze uitlegprojecten zoals de Waalsprong. Maar het blijft momenteel zeker moeilijk om woningen verkocht te krijgen.’

Tempo

Tot 2020 is er zeker nog behoefte aan 1.000 woningen extra per jaar. Ondanks de crisis worden die aantallen ook daadwerkelijk gehaald. Van der Meer: ‘In 2011 werden er 800 woningen opgeleverd; dit jaar verwachten we zelfs 1.200 afgebouwde woningen. Dat is vreemd genoeg in de afgelopen twintig jaar na 2005 het beste jaar. Je ziet dus dat de behoefte er nog steeds is.’ Omdat de marktvraag tegelijkertijd voor een groot deel stil ligt, ontstaat er vooral bij de groep starters een grote druk. Vandaar dat een deel van het nieuwbouwprogramma wordt toegespitst op starters, in plaats van op doorstromers. Dat betekent goedkopere, kleinere woningen bouwen. Van der Meer: ‘Om het tempo in de woningmarkt te houden hebben we bewust gekozen voor prioriteit bij de doelgroep starters.’

Om deze groep zo veel mogelijk te stimuleren heeft Nijmegen recent besloten om opnieuw budget in te gaan zetten voor de Starterslening. De crux om de productie gaande te houden en aan de behoefte te kunnen voldoen ligt volgens de gemeente bij de starters en de Starterslening van SVn kan daarbij fungeren als ‘smeerolie’. Door het fonds voor de Starterslening te financieren met een lening kan de gemeente met een budget van 6 ton voor de gemaakte rentekosten 150 leningen financieren. De gemeente zelf neemt daarvan 4 ton voor eigen rekening, de overige 2 ton wordt middels co-financiering opgebracht door marktpartijen in de Waalsprong. 100 leningen worden verstrekt voor nieuwbouwwoningen in de Waalsprong en 50 leningen zijn bedoeld voor woningen in de rest van de stad. In de Waalsprong komt het er dus op neer dat de verkopende marktpartijen per lening de helft voor hun rekening nemen. Op deze manier krijgt de Starterslening een extra prikkel, meent Van der Meer. ‘Ontwikkelaars kunnen met de Starterslening de boer op, het is een extra verkoopargument voor de woningen. We zien met het succes van vorig jaar dat er veel belangstelling voor is. De startersmarkt is de enige niche in de markt die nog verkoopt, en met de Starterslening gaat het dus sneller.’

Gering risico

Binnen de gemeente is voorafgaand aan de herintroductie van de Starterslening een discussie gevoerd over de rol van de gemeente en of zij wel ‘voor bank’ zou moeten spelen. Van der Meer: ‘Mijn standpunt is: ‘Juist bij starters is er sprake van een zeer gering risico. Het is immers een groep die in inkomen gaat stijgen, zeker in zo’n stad als Nijmegen met allemaal net-afgestudeerde studenten van de universiteit. Sterker nog, je voorkomt juist al bij voorbaat dat ze in de toekomst scheef gaan wonen en met hun gestegen inkomen huurwoningen bezet houden die voor lagere inkomensgroepen zijn bedoeld. De praktijk wijst overigens uit dat het risico inderdaad te verwaarlozen is. Statistisch gezien zou er vorig jaar van de 150 reeds uitgegeven Startersleningen 0,2 huishouden in de problemen moeten zijn gekomen bij het afbetalen van de lening en waar de Nationale Hypotheek Garantie dan bij moet springen. Maar dat is geen enkele keer voorgekomen. Het risico voor de gemeente is dus minimaal.’

Sterker nog, stelt Van der Meer, de Starterslening voorkómt juist nog grotere risico’s, zoals onverkoopbare woningen in de Waalsprong. ‘Het risico van onverkoopbaarheid in de uitleglocaties is in deze markt reëel. Met de Starterslening zetten we meer woningen af in de Waalsprong. Zo voorkom je dus risico’s op een ander vlak.’ Vanwege het succes wil Nijmegen de Starterslening ook gaan inzetten voor een andere niche in de markt: de zelfbouwwoningen. Van der Meer: ‘We hebben gekeken naar het succes van het programma ‘Ik bouw betaalbaar’(IBB) van Almere, voor particulier opdrachtgeverschap. Met IBB hebben we vervolgens een vergelijkbaar product ontwikkeld dat is gericht op betaalbaar zelfbouwen. De koper kiest een woning uit een catalogus en kan er een aanvullende lening bij krijgen. Mocht hij de woning met meerwaarde verkopen, dan romen wij een deel daarvan af waardoor de kosten van de financiering zijn gedekt. Een heel interessant product, want we zien dat ook zelfbouw een niche is waar belangstelling voor is.’

Bewezen succes

Met enerzijds de geringe risico’s en anderzijds het bewezen succes van verkochte woningen, is de Starterslening voor Nijmegen een effectief instrument dat in deze crisis de bouwproductie en de woningmarkt aan de gang houdt. Wethouder Van der Meer vindt de Starterslening dan ook voor andere gemeenten een zeer aan te bevelen product. ‘De Starterslening is vrijwel het enige instrument voor een gemeente om het benodigde tempo in de woningmarkt te kunnen realiseren. Er is veel vraag naar starterswoningen, daar kun je als gemeente met de Starterslening heel veel in betekenen. Ik zou zeggen, ga dus op zoek naar budget en durf het in te zetten. Het middel is een bewezen stimulans en dempt bovendien de risico’s op een ander vlak. Met name voor steden met veel pas-afgestudeerden en groei-gemeenten is de Starterslening aan te bevelen.’

De doorstroming op de woningmarkt zit vast, dat is een realiteit waar vrijwel alle gemeenten mee te maken hebben. De duurdere koop vindt geen afzet meer, maar in de startersmarkt zit nog wél beweging. Jan van der Meer: ‘Dan moet je voor de onderkant bouwen, het is even niet anders. Onze opgave als bestuurders is om dat te doen met weliswaar goedkopere, maar goede concepten. Om vooral niet in te boeten op kwaliteit, want je wilt uiteraard niet de achterstandswijken van de toekomst bouwen. De Starterslening past goed bij ons ambitieniveau, omdat daarmee ook het financiële plaatje compleet is te maken.’

maandag, 16 april 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

A few things you need to know about 23 Things They Don’t Tell You About Capitalism

In arbeid, economie, inkomen, uncategorized, arbeidsmarkt, bedrijf, belangrijk, beslissingen, boek, en meer.

Laatst hoorde ik een professor economie beweren dat GroenLinks vol zit met afgestudeerden in de sociale wetenschappen die geen verstand hebben van exacte vakken als economie en daarom gevoelig zouden zijn voor de argumenten van slimme neo-liberale economen. Niet veel later riep een voormalige partijvoorzitter GroenLinks op een gezond anti-kapitalisme te koesteren.

Daarom heb ik als politicoloog maar eens 23 Things They Don’t Tell You About Capitalism gelezen. In dit boek slaat de Koreaanse Cambridge-econoom Ha-Joon Chang de bodem weg onder drieëntwintig veel gehoorde one-liners van neo-liberale economen.

There is no such thing as a free market

We weten allemaal dat sinds de val van de Muur er geen alternatief is voor de vrije markt: de onzichtbare hand, vraag en aanbod bepalen alles. De belangrijkste mythe waarmee Chang afrekent, is dat er zo iets is als een vrije markt. De huidige economie wordt grotendeels gepland: de overheid neemt nog een vrije grote rol in het, zeker in economische sectoren die belangrijk zijn voor de structuur van de economie (zoals infrastructuur en energie). Bedrijven zijn zo groot geworden dat een groot deel van de economische beslissingen niet genomen worden in een vrije markt maar door planning in bedrijven. Daarnaast reguleert de overheid van alles, het meest prominent de arbeidsmarkt. Dan gaat het niet alleen maar over het verbod op kinderarbeid of ontslagrecht, maar ook over de controle op immigratie en emigratie. Hierdoor is er niet sprake van een vrije wereldwijde arbeidsmarkt, maar van protectionistische nationale arbeidsmarkten. Daarom gaan de wetten van de vrije markt (‘alles wat je verdient, is je eigen verdienste’) niet perfect op, zeker niet voor lonen.

Vrije markt is ook niet het antwoord op alle problemen. Chang benadrukt dat een sterke verzorgingsstaat mensen kan stimuleren om het beste uit zich zelf te halen: omdat ze kunnen terugvallen op vangnet durven ze meer risico te nemen. In de negentiende eeuw werd de aansprakelijkheid van ondernemers en investeerders beperkt, alleen toen kon het kapitalisme echt een grote sprong nemen: ondernemers hoefden niet meer het gevang in, als hun bedrijf bankroet ging. Alleen binnen zo’n regime van overheidswetgeving kon echt durfkapitalisme ontstaan.

Huidige neo-liberale economen hebben niet alleen een weinig realistisch beeld van de economie, maar dat heeft onze economie ook opgebroken: de neo-liberale economen zagen de bankencrisis van 2007 niet aankomen of de Europese begrotingscrisis. Sterker nog: de financiële crisis is grotendeels het gevolg van de liberalisering van de bankensector die is aangemoedigd door neo-liberale economen. Waarom staan we toe om financiële ondernemingen producten verkopen waarvan ze de werking niet begrijpen, maar moeten nieuwe medicijnen wel uitgebreid getest worden?

Oud-linkse afwijking

Chang rekent af met heel wat dogma’s, mythes en vooroordelen van neo-liberale economen en levert heel wat redelijke adviezen voor de wederopbouw van de wereldeconomie. De belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn dat we niet uitgaan van ongelimiteerde menselijke rationaliteit of dat we mensen niet alleen maar aanspreken op hun materiële egoïsme. Laten we uitgaan van mensen zoals ze zijn (beperkt in hun rationaliteit en gevoel voor meer dan alleen geld) en van de wetten zoals ze kunnen zijn.

Chang heeft wel een wat oud-linkse socialistische afwijking: hij legt een grote nadruk op het belang van de industriële sectoren. Chang benadrukt dat het internet, onderwijs en de dienstensector minder belangrijk zijn voor de economie dan of de uitvinding van de wasmachine of de industrie. Hoe we het ook wenden of keren, er moeten dingen gemaakt worden door mensen. Een diensteneconomie heeft dat alleen geëxporteerd naar een ander land. Een interessant perspectief, maar is dit ook toekomstig bestendig? Chang mist een groen perspectief. Met het dogma van economische groei rekent hij niet af. Juist een groen verhaal en een nadruk op het belang van maakindustrie kunnen hand in hand gaan: de toekomst van de Nederlandse economie is niet alleen maar afhankelijk van hoger opgeleide kenniswerkers maar juist van mensen die windmolens in elkaar kunnen zetten of zonnepanelen kunnen installeren.

De manier waarop Chang zijn stellingen illustreert is erg anecdotisch: om te laten zien dat overheden ook succesvolle bedrijven en sectoren kunnen kiezen, geeft Chang voorbeelden van succesvolle keuzes door de overheden. Daar zitten goede voorbeelden van beslissingen die overheden hebben genomen, maar economie is net als andere sociale wetenschappen geen exacte wetenschap. Het gaat uiteindelijk om statistische relaties. Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Een succesvolle keuze van een overheid bevestigt nog niet het eind van vijfentwintig jaar neo-liberale economische theorie.

donderdag, 5 april 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Kabinet bestrijdt slechts symptoom bij scheefwonen

In weblog, huren, huur, huurverhoging, hypotheekrente aftrek, koopwoning, kopen, scheefwonen, aftrek, en meer.

Wijk De Boeg

Het is een wonderkijk debat in de Tweede Kamer bij het wetsvoorstel om ‘scheefwonen’ tegen te gaan. Als je meer dan 43.000 euro per jaar verdient als huishouden moet je het huis uit of extra huurverhoging als ‘straf’ accepteren. Het doel is de doorstroming op de woningmarkt op gang te helpen en sociale huurwoningen voor de minst draagkrachtigen te reserveren. Het is exemplarisch voor het oplossend vermogen van het CDA en de VVD. Je pakt niet de oorzaak aan maar bestrijd het symptoom met straf. Want, laat ik mijzelf als voorbeeld nemen, ik wil best verhuizen of een huis kopen; maar ik krijg zeker geen hypotheek.

Dit jaar woon ik op de kop af 10 jaar (naar volle tevredenheid) in mijn woning in de wijk De Boeg, een sociale huurwoning van de OFW. In die jaren is mijn inkomen behoorlijk gegroeid en ik kom (samen met mijn vriendin) inmiddels ruim boven de grens van 43.000 euro uit. Dus ik woon scheef. Nou zou ik best een huis willen kopen elders in Dronten, er is ten slotte voldoende beschikbaar, maar ik heb een nogal ‘dynamische’ loopbaanontwikkeling. Dan werk ik weer eens een paar maanden voor GroenLinks in de Tweede Kamer, dan weer eens een half jaar voor de gemeenteraad van Amsterdam, dan weer eens een jaartje elders. Kortom, niet bepaald een vast werkverband op basis waarvan je een hypotheek kan aanvragen zodat ik een huis kan kopen; en dat is nou juist de bedoeling van het wetsvoorstel.

Daarnaast zit de woningmarkt volledig op slot omdat de woningwaarde de hypotheekrente aftrek de prijzen kunstmatig hoog houdt en mensen daardoor met gigantische hypotheken zitten opgescheept. Ook zijn de hypotheekregels aangescherpt zodat je moeilijker een hypotheek krijgt en dat traft juist de starters op de koopmarkt. Als het kabinet iets wil doen aan de vastgelopen woningmarkt moet ze het probleem op de koopwoningmarkt oplossen en een goed systeem bedenken om flexwerkers zoals ik of zzp-ers een hypotheek te kunnen laten afsluiten. Want nu wordt ik bestraft met een 5% hogere huur om het feit dat ik de afgelopen jaren financieel succes heb gehad op de arbeidsmarkt en ben gaan samenwonen, zonder dat ik een mogelijkheid heb een huis te kopen.

Dat het kabinet bang is voor de huizenbezitter en daardoor de woningmarkt niet durft te hervormen door de villasubsidie (hypotheekrente aftrek) aan te pakken vind ik treurig. Maar dat ze het afwentelt op de huurder die net ‘financieel een beetje leuk mee gaat draaien’ op de arbeidsmarkt, zonder die huurder een alternatief te bieden, vind ik echt te gek. Ik heb altijd gedacht dat de VVD tegen het bestraffen van succes was (want zo noemen ze belastingheffing altijd), maar kennelijk geldt dat niet als je een sukkelige huurder bent.

vrijdag, 30 maart 2012

Pepijn Boekhorst

Pepijn Boekhorst

GR

7,3% huurverhoging is absurd

In groen werkt, afspraak, amsterdam, belastingdienst, betalen, de, dochter, euro, europese, en meer.

Ik herinner het mij nog goed. Ruim een jaar geleden stonden de woningcorporaties in Nederland op hun achterste benen. Vanaf 1 januari 2011 mogen zij namelijk hun huurwoningen alleen nog maar toewijzen aan een huurder met een inkomen van (inmiddels) maximaal 34.085 euro. Een gevolg van een afspraak tussen de Nederlandse minister en de Europese commissie. Meer dan terecht vinden de corporaties dit een slechte afspraak. Want met 34.085 euro inkomen per jaar kun je echt geen woning kopen. En met dat inkomen is een commerciële huur van meer dan 700 euro per maand nogal een forse aanslag op de portemonnee. De corporaties pleiten er gelukkig actief voor om deze grens flink naar boven toe op te rekken, richting de 40.000 euro bijvoorbeeld. Zo krijgt iedereen die dat nodig heeft toegang tot een huurwoning.

Groot is mijn verbazing en onbegrip dan ook nu ik lees dat meer dan de helft van de corporaties in ons land meegaat in alweer een nieuwe anti-huren maatregel van het kabinet. Bedacht is dat huurders met een gezinsinkomen boven de 43.000 euro naast de standaard 2,3% huurverhoging (die krijgen alle huurders) een forse extra huurverhoging van 5% mogen krijgen. 7,3% dus. Dat hakt erin zeg. Daarbij wordt niet alleen naar het inkomen van de hoofdhuurder gekeken maar ook naar het inkomen van partner en volwassen kinderen. Het gezinsinkomen telt dus. Dus iemand die 40.000 euro verdient en waarvan zoon of dochter een bijbaantje heeft dat 3.000 euro per jaar oplevert, is de klos en mag 7,3% meer huur betalen.

Het kabinet heeft deze maatregel verzonnen om corporaties meer investeringsruimte te bieden. De investeringsruimte die ze eerst welbewust heeft verkleind door corporaties te verplichten mee te betalen aan de huurtoeslag en hen vennootschapsbelasting te laten betalen. Om rijksbezuinigingen te halen wordt de huursector hard aangepakt. Terwijl er op de koopmarkt niets gebeurt, sterker nog daar wordt sinds halverwege vorig jaar nog eens bijna 1 miljard euro extra subsidie weggegeven door een (tijdelijke) verlaging van de overdrachtsbelasting. Ruim baan voor de woningeigenaar en een huurder is de klos. Een heldere maar hele kwalijke keuze van dit kabinet.

Soms wordt ook wel beweerd dat dit een maatregel is die scheefwonen zou tegengaan. Als iemand meer huur moet betalen, zal hij of zij wel sneller kiezen voor een koopwoning. Op basis van het inkomen kan dat helemaal niet, zo constateerden we al. Bovendien is kopen in deze tijd niet zo heel populair en zou een nieuwe hypotheek met bijbehorende renteaftrek de overheid nog veel en veel meer subsidie kosten. Doorstroming op de woningmarkt hoeven we er dus ook al niet van te verwachten. En wat zou het trouwens betekenen voor de samenstelling van de wijk wanneer mensen met een iets hoger inkomen allemaal de wijk verlaten? Een ongedeelde stad levert het ook al niet op. Tot die conclusie komen sommige corporaties al.

Bovendien rammelt de wet aan alle kanten: de belastingdienst levert de gegevens aan bij de corporatie en wanneer deze niet kloppen heeft de huurder nauwelijks mogelijkheid hiertegen in beroep te gaan. Om over het recht op privacy maar niet te spreken. En stel dat iemand in zijn inkomen achteruit gaat, wordt de huurverhoging dan weer verminderd? Erg onduidelijk allemaal en de huurder is de dupe. Klasse dat een aantal huurders uit Amsterdam een kort geding aanspant. Hopelijk steekt de rechter een stokje voor deze kabinetsplannen.

Ik vind dat corporaties minstens zo hard moeten protesteren tegen deze nieuwe kabinetsmaatregel als dat ze dat ruim een jaar geleden deden. Daarmee tonen ze zich geloofwaardig. Ruim een jaar geleden kwamen ze op voor de belangen van de huurder met een klein beetje meer inkomen en nu moeten ze dat weer doen. Er zijn gelukkig heel wat corporaties die geen gebruik wensen te maken van dit speeltje van het kabinet, zij tonen daarmee aan dat iedere corporatie de keuze heeft er wel of niet gebruik van te maken. Daarmee houden zij houden (wat mij betreft) volop het recht van spreken over een sociale en betaalbare huursector. En dat geluid zou eigenlijk iedere corporatie moeten laten horen.

vrijdag, 23 maart 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Teleurstellend debat werken naar vermogen

De commissie CEESS  van de Arnhemse gemeenteraad vergaderde afgelopen maandag over de vertaling van het Arnhems college van B&W van de Wet werken naar vermogen en het 1100 banenplan. Alhoewel, van het laatste was in de discussie niets meer te beluisteren. Een teleurstellend debat was het gevolg waarin zelfs de vervangende wethouder nat ging met onwaarheden.

 

Ik mag hopen dat er weinig uitvoerders uit het werkveld van bemiddeling en sociale zekerheid het debat hebben gevolgd afgelopen maandag want die zouden terstond het vertrouwen in hun vertegenwoordigers en bestuurders hebben opgegeven. Het leek aardig te beginnen, Ria Peters van GroenLinks benoemde een aantal zorgpunten vanuit haar fractie die ook binnen het bereik van het gemeentelijk beleid liggen. Laat voorop staan, in de nieuwe Wet werken naar vermogen, waarvan de ingangsdatum gepland is op 1 januari 2012, is die ruimte beperkt. Het kabinet heeft het geheel redelijk dichtgetimmerd en levert een beperkte financiële bijdrage. Dat is ook de reden dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hierover met het kabinet geen bestuursakkoord heeft gesloten.

Na Peters ontstond langzamerhand de verwarring. Desiree Egberts van de SP onderschreef de kritische kanttekeningen van GroenLinks en voegde nog een paar sneren aan het adres van de regering toe. Niet relevant maar tot dan nog geen onwaarheden. Vervolgens echter vloog men links en rechts uit de bocht. Waar Peters en Egberts de voorwaarde van aanvulling tot het minimumloon wilden regelen ontstond een discussie over het instrument loondispensatie. Dit wordt nu al op grote schaal toegepast binnen de Wajong-doelgroep en is een zinvol instrument om werkgevers te compenseren voor de niet-geleverde produktiviteit van mensen met een arbeidshandicap. Feitelijk werkt het systeem van de Sociale Werkvoorziening ook zo, mensen werken tegen een CAO-loon maar de overheid legt geld bij. Het verschil is alleen dat loondispensatie zowel binnen de overheid als het bedrijfsleven kan worden toegepast. Het argument van Nico Wiggers (Zuid Centraal) dat er tweederangswerkgevers en -werknemers ontstaan is dan ook onterecht. Van Burgstede (CDA) leek op de goede weg met haar betoog dat het kansen biedt aan mensen die anders niet aan de slag zouden komen maar helaas liet ze de zorgpunten die er wel degelijk in dit wetsvoorstel zitten achterwege. Toen wethouder Leisink, als vervanger van de eigenlijke portefeuillehouder wethouder Van Wessem de fout inging ontspoorde de discussie helemaal. Onterecht suggereerde Leisink dat er waarschijnlijk geen mogelijkheden zijn om mensen het minimumloon te betalen. De memorie van toelichting op de Wet  zegt het volgende:

 

De gemeente vult het inkomen van mensen die werken met loondispensatie en die recht hebben op een WWNV-uitkering via een aanvullende uitkering aan tot maximaal 100 procent van het minimumloon. Het loon en de aanvulling samen kunnen tijdelijk minder zijn dan 100 procent van het minimumloon. Dit stimuleert mensen om zich verder te ontwikkelen. De financiële prikkel maakt meer werken lonend. Een hogere productiviteit leidt immers tot een hoger inkomen.

 

Daaruit is geen verplichting op te maken, hier zit nou juist de (beperkte) gemeentelijke beleidsvrijheid. Overigens zou bij een eventuele verplichting van een tijdelijke aanloopperiode waarin maar tot een x-percentage van het minimumloon zou mogen worden aangevuld een symbolische termijn van 1 maand in de gemeentelijke verordening kunnen worden opgenomen.
Het is maar hoe serieus de gemeenteraad zichzelf neemt en of de bereidheid er is om de randen op te zoeken. Het gebrek aan inhoudelijke kennis van de materie, bij een deel van de commissie, doet echter het ergste vermoeden. De surrealistische discussie over de loondispensatie maakte dat er over het 1100 banenplan geen woord werd gewisseld. Is het realistisch, haalbaar? Gaat het over 1100 minder uitkeringsgerechtigden of 1100 banen (een groot verschil), wordt de aandacht verlegd naar de meest kansrijken binnen Wwb en Wwnv? Heel veel vragen zijn over dit plan nog te stellen.

 

Dit artikel van mijn hand verscheen afgelopen woensdag op ArnhemDichtbij.

Teleurstellend debat werken naar vermogen is a post from John Swelsen.

zondag, 18 maart 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

725 and counting

In arbeid, cpn, democratie, dierenrechten, evp, fictie, groenen, groenlinks, homo, en meer.

725 blogs heb ik geschreven in de laatste vijf jaar. Dat is wel heel veel. Wat is de centrale boodschap? Wat zijn de beste stukjes? Ik schrijf over vier (aan elkaar gerelateerde) onderwerpen: GroenLinks, Nederlandse politiek, politieke filosofie en politieke fictie. In mijn ogen heb ik daar wel een consistente lijn in: vanwege mijn eigenzinnige links-liberale politieke filosofie voel ik me verbonden met de progressief-linkse partij GroenLinks die een bijzondere plek in het politieke landschap heeft. De vijf artikelen met een (*) worden bijzonder aangeraden.

1. GroenLinks
GroenLinks is gevormd als een fusie van de links-socialistische dissidentenpartij PSP, de proto-groene PPR, de communistische emancipatiepartij CPN en de progressief-Christelijke EVP. GroenLinks lijkt ideologisch sterk op de PPR, maar heeft veel oud-PSP’ers in zijn gelederen, heeft een vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt als de Deense PSP en heeft een vergelijkbare partijcultuur als de PSP. Van de CPN is weinig zichtbaar. De naam GroenLinks was een compromis tussen de PPR-leden die een vernieuwende groene beweging wilden vormen en de PSP-leden die machtsblok links van de PvdA wilde vormen. Het groene profiel van GroenLinks was deels een strategische zet (* – luister ook naar dit debat op radio 1). Het progressieve profiel dat GroenLinks zich in de laatste jaren heeft aangemeten staat in spanning en in lijn met de vrijzinnig-Christelijke en links-socialistische traditie waar GroenLinks uit voorkomt. Het progressieve profiel van GroenLinks is deels gekomen door een veranderende politieke realiteit, maar is ook aangemeten om GroenLinks een geloofwaardige coalitiepartner te maken. De opvallendste draai: GroenLinks was de grootste tegenstander van Paars maar nu de partij van Paars+.

De discussies binnen GroenLinks gaan vaak over samenwerking met andere linkse partijen, terwijl andere partijen niet noodzakelijkerwijs met GroenLinks willen. GroenLinks is een van de weinige groene partijen in Europa die nog niet heeft geregeerd. En hoewel, GroenLinks nog nooit aan de macht geweest is, zijn de schandalen van de laatste jaren, schandalen van de macht. GroenLinks moet niet gaan regeren met CDA, VVD en D66 of toch wel?

GroenLinks wordt soms verweten een moraliserende elitepartij te zijn, dat lijkt me niet het geval: GroenLinks is een radicale systeempartij (*). Ik heb het GroenLinks-prisma ontwikkeld om na te denken over de positionering van GroenLinks op verschillende onderwerpen: democratie, kunst, sport en veiligheid. GroenLinks moet haar Kamerleden balanceren tussen groene Europarlementariers, tolerante Senatoren en linkse Tweede Kamerleden.

GroenLinks moet zich niet richten op het electorale midden. GroenLinks is uitgesproken sociaal, tolerant en groen, maar op ieder van die onderwerpen niet de meest uitgesproken partij. GroenLinks moet zich als groene partij profileren en niet als tolerante partij. GroenLinks moet meer oog hebben voor de dagelijkse problemen van gewone mensen.

In de politiek worden, de cruciale beslissingen genomen door de mensen achter de schermen en daar lijkt politiek verdacht veel op het echte leven.

2. Politiek
Het Nederlandse politieke landschap is aan verandering onderhevig: wat ooit links was, is nu rechts en vice versa. Maar die analyse is misschien iets te simplistisch: er ontstaat een nieuwe tegenstelling over economische en Europese onderwerpen tussen progressief en populistisch, terwijl de links/rechts tegenstelling steeds meer gaat over culturele onderwerpen (naast economische en ecologische) (*). En juist progressieven moeten kiezen tussen links en rechts. Dat populisme is niet nieuw: zowel de sociaal-democraten als Christen-democraten hebben hun wortels als populistische bewegingen.

John Locke

3. Politieke filosofie
Centraal in mijn politieke filosofie staat het socratische idee van aporeia. De erkenning dat we fundamentele kennis missen. Ik noem mijn filosofie daarom ook wel epistemisch liberalisme: omdat we het niet eens zijn wat het goede leven is, moeten we kiezen voor een neutrale overheid (*); omdat er inkomen is dat niemand verdiend heeft, moeten we kiezen voor verdelende rechtvaardigheid (*); en omdat we het niet eens zijn over wat rechtvaardig is, moeten we kiezen voor een democratische overheid. Dat idee van aporeia moet ik wel iets nuanceren als ik geloof in mijn eigen ethische normen.

John S. Mill

Op culturele thema’s ben ik uitermate liberaal: juist omdat godsdienst meer is dan een mening, hecht ik aan godsdienstvrijheid en daarom ben ik bijvoorbeeld voor het verbod op ritueel slachten, maar juist tegen een verbod op het rijden door rouwstoeten. Als liberaal ben ik skeptisch over een idee als de ‘ontspannen samenleving‘, omdat dit utilisitsch en niet liberaal isPaternalistisch optreden van de overheid is alleen maar gerechtvaardigd om individuele vrijheid te vergroten. Zo zijn herkenbare homoseksuele rolmodellen goed voor homo-emancipatie. We moeten oppassen voor diegenen die ons met kleine stootjes de juist kant op willen sturen, want wie bepaalt waar heen we gestuurd worden? Ook op sociaal-economische onderwerpen, moet neutraliteit uit het uitgangspunt zijn.

Karl Popper

Ik beschouw mijzelf als heel links, maar ik ben daarom tegen het minimumloon, tegen het aanpakken van topinkomens en tegen kunstsubsidie (daarover heb ik niet altijd even subtiel geschreven). Ik ben voor privatisering van de publieke omroep, van het onderwijs (dat moet overigens gericht worden op individuele ontplooing) en van de zorg. Al die (links-)liberale verhalen ten spijt, betekent dat niet dat ik me niet ook verbonden voel met het socialisme. Want uiteindelijk zijn socialisten consequente liberalen.

 

John Rawls

Ook milieubeleid is uiteindelijk liberaal gerechtvaardigd, dat geldt zeker voor dierenrechten. Overheidsingrijpen is voor milieubescherming wel noodzakelijk, daarbij zou ik kernenergie niet uitsluiten.

Ik heb de laatste tijd ook geschreven over veiligheid: ik vind straffen vanwege vergelding barbaars en zie meer in herstelrecht en in grotere openbaarheid van het strafproces. Als liberaal ben ik een groot voorstander van liberale democratie en dus tegen radicale democratie (en dat zou GroenLinks ook moeten zijn).

Phillippe van Parijs

Het is filosofisch toch het leukste om een verhaal van iemand anders uit te pellen en de interne contradicties weer te geven: neem Dick Pels over het basisinkomen of Rutger Claassen over de consumptiemaatschappij. FIlosofisch gezien heb ik niets met Nietzsche, die wel hecht aan vrijheid, maar niet aan gelijkheid en met mensen die vinden dat je alles correct moet spellen.

4. Politieke fictie
Ik vind politieke fictie fascinerend. Ik onderscheid hierbij drie genres: science fiction, wat een mogelijkheid geeft tot social science fiction het uitwerken van politieke utopieen. Mooi gedaan in Star Trek: Deep Space Nine. Politiek drama, wat de mogelijkheid geeft om politiek achter de schermen te laten zien. The West Wing kwam wel heel dicht bij de werkelijkheid. En alternative history: een kleine stap had de geschiedenis van GroenLinks een heel andere kant op kunnen sturen.

En als we het dan toch over fictie hebben, minder politiek, maar niet minder geniaal, Wes Anderson: “When one man, for whatever reason, has an opportunity to lead an extraordinary life, he has no right to keep it to himself

woensdag, 29 februari 2012

Léon Dekkers

Léon Dekkers

Hyves Twitter

Een moeilijke beslissing

In crisis, huis, portugal, verhuizen, werk, beslissing, geld, nederland, bezoek, en meer.

 

Het is niet makkelijk het volgende te schrijven.

 

Portugal is sinds 2 jaar ons nieuw thuis. In eerste instantie hebben we gekozen voor het wonen in de grote stad, Lissabon. Zeker in een eerste jaar is het goed om te wonen dicht bij al het regelwerk. En regelwerk is er veel hier. Er is ongetwijfeld een compleet bos gesneuveld voor al het papierwerk dat nodig was.

Het was een moeilijk jaar dat helaas niet makkelijker werd naarmate het vorderde. Dat kwam deels door de zeer natte winter maar vooral door mijn / onze gevoelens. Het wonen in een appartement in een drukke woonwijk viel tegen. De treinen die door de woning leken te rijden wenden maar niet. Contact met de buren was er feitelijk niet, etc.. 

Maar het allerbelangrijkste was wel het gevoel van opgesloten zitten in het appartement.

Het had een prachtig balkon met uitzicht op het water van de Taag, maar toch.

 

Steeds meer begon het gevoel te leven: dit is wel een kans. Een kans om te wonen op het prachtige platteland van Portugal. Een huisje met olijfbomen, ruimte voor de beesten, een moestuin en vooral rust en ruimte.

Een spannende en leuke zoektocht begon. Voordat we ons droomhuis vonden kwam er nog iets anders op ons pad: Lucky. Lucky is een geweldige hond en tegenwoordig met afstand mijn beste vriendin. En van de beste aanvullingen op mijn leven hier!

Toen vonden we ons huis. Het was alles wat we zochten. Het was charmant, had grote bomen, ontzettend veel ruimte en niets dan rust. Het was betaalbaar en dus brachten we gelijk een bod uit. De verkopers gingen akkoord en we deden onze aanbetaling.

 

Hierna begon een lang traject tussen niet mee werkende verkopers een incompetente makelaar en een drama van een bank. Op veel momenten leek het zo te zijn dat onze droom een nachtmerrie zou worden. En dat was als we al sliepen, nachten lagen we wakker. De hypotheek leek niet te worden verleend, de verkopers zeiden te willen stoppen, etc.. Toen we eenmaal de sleutel hadden waren we even de gelukkigste mensen op aarde!

 

Echter, er was nog een hoop mis. De papieren van het huis bleken toch niet in orde en de hypotheek werd dus niet verstrekt. Ondertussen hadden we onze huur al wel opgezegd en  er waren al nieuwe huurders. Maar dat was nog lang niet alles. De keuken bleek een drama en duurde letterlijk maanden. Het huis was eigenlijk in veel slechtere staat dan we dachten. Zo waren er lekkages in het dak en de schoorsteen, de riolen waren verstopt maar ook dichtgemetseld, de problemen met de vochtige muur waren toch niet zo makkelijk op te lossen als we dachten en zo verder. Tot overmaat van ramp bleek dat de papieren veel moeilijker in orde waren te maken dan iedereen dacht.

 

Ondertussen woonden we hier toch maar wel! Heerlijk rustig en altijd wat te doen. Iris heeft eindelijk weer kippen, een grote wens. Onze beesten lopen vrolijk door de tuin, al moesten we ook afscheid nemen van onze kater Fonz.

De werkzaamheden aan het huis hebben het huis een complete andere look gegeven. Alles ziet er veel mooier uit al zeggen we het zelf! Helaas zijn de kosten wel wat hoger gebleken dan we dachten.

Ook hebben we tot nu toe steeds genoten van al het bezoek dat ons huis kwam bekijken. Anders dan in Nederland waar we bezoek hadden dat even “op de koffie” kwam hebben we nu echt de tijd om te praten en leuke dingen te doen!

 

Nog steeds gaan ook alle andere zaken helaas moeizaam. Zo hebben we veel te veel betaald voor de wegenbelasting (IUC) en hebben we een aanslag van echt duizenden euros van de belastingdienst omdat Portugal ons gehele inkomen van zowel Nederland als Belgie meerekent als belastbaar in Portugal. 

Dit zijn helaas maar voorbeelden van een lange lijst. Alles is in Portugal tot nu toe een gevecht gebleken en niets lijkt in één keer te lukken.

 

Tot overmaat van ramp is de crises steeds beter voelbaar. De prijzen van haast alles zijn flink gestegen. Daar boven op is het salaris van Iris verminderd met 8% per maand en vervallen het vakantiegeld en de 13de maand. Dat zijn flinke happen in het toch al niet heel grote budget. En dan hebben wij het nog goed…

Werk zoeken heeft voor mij eigenlijk geen zin al probeer ik het wel. De werkloosheid loopt alleen maar op. Er wordt niet eens meer gereageerd op een inschrijving of reactie.

 

Dan ga je samen praten en wikken en wegen. 

De conclusie van al deze gesprekken is dat we met pijn in ons hart moeten toegeven dat onze toekomst waarschijnlijk niet in Portugal ligt. Uiteraard heeft het vaststellen van dit gegeven ook gevolgen. 

We hebben besloten dat we gaan kijken naar de mogelijkheden om terug te keren naar Nederland. Dit is uiteraard niet zo makkelijk en zal veel tijd en energie kosten. Zo hebben we een baan nodig en een woning. Maar er zijn nog duizenden andere zaken die we moeten regelen voor het zover is. 

Geen vast tijdspad dus maar een duidelijk voornemen.

Share

dinsdag, 28 februari 2012

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Over zelfdoding #NRC

‘Although he lived in a capital city with nearly one million people in his proximity, it seemed he chose to have contact with people merely from a distance, in a non-physical reality. Or was it a choice?’ Kunstenares Mieke van de Voort schreef deze zinnen bij een foto die ze in 2007 maakte. Ruim een jaar geleden schreef ik een blog over haar. Enkele weken daarvoor had ze haar leven beëindigd. En die ochtend las ik in de krant over de levenseindekliniek waar Nederland klaar voor zou zijn.

Vandaag schrijft Hassan Bahara in zijn column voor NRC Handelsblad over de motie ‘stille problematiek’ die ik vorige week namens GroenLinks heb  ingediend. De motie is bedoeld om zicht te krijgen op mensen die in Groningen wonen en te maken hebben met ernstige eenzaamheid. Kunnen we het isolement waarin zij leven verkleinen? En ik wil graag weten waarom meer mensen in Groningen zelfmoord plegen dan in andere vergelijkbare steden. Is dit een significant verschil? En wat kunnen we doen aan preventie en binnen de hulpverlening? Twee beweringen in de column van Hassan Bahara zijn (uiteraard) niet de mijne. Ik ben niet van mening dat Groningers zwaarder op de hand, stugger of meer ingetogen zijn; zoals Driek van Wissen ooit eens zei. En ook geloof ik niet dat mijn jeugdherinnering symbool staat voor ‘een gesloten gemeenschap’ en dat in een dergelijke gemeenschap vaker suïcide wordt gepleegd.

Waar ik me wel zorgen over maak is de groep mensen die het de komende jaren alleen maar moeilijker gaat krijgen en waarvan het Trimbos in 2008 aangeeft dat zij vaker suïcide plegen: mensen met vaak geen betaalde baan, een laag inkomen en doorgaans wonend in een grote stad. Zij hebben vaker negatieve levensgebeurtenissen meegemaakt, zijn emotioneel instabieler, ervaren minder sociale steun dan anderen en hebben vaker in de periode eraan voorafgaand last gehad van stemmings-, alcohol- en angststoornissen. Onder meer de invoering van de eigen bijdrage voor psychische hulp creëert een drempel die ze er gewoonweg niet bij kunnen hebben.

Januari 2010 schreef ik dat het tijd is voor een zorgvuldig politiek en maatschappelijk debat over bijvoorbeeld hulp bij zelfdoding voor mensen met een voltooid leven, die lijden aan onomkeerbaar verlies van menselijke waardigheid. Het debat is gaande en voor mij is het van belang dat hulpverleners en organisaties weten wat ze moeten doen wanneer ze met mensen te maken krijgen die eenzaam zijn of aangeven na te denken over zelfmoord. Dat dit moeilijk is, je verlegen maakt of confronteert met je normen en waarden; kan ik me voorstellen, maar het moet geenszins een belemmering vormen de persoon die eenzaam is of aangeeft niet verder te willen leven te ondersteunen.

En wie weet: draagt onze motie bij aan het debat. Al word ik dan wel graag goed gequote ;-)


maandag, 27 februari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Ontgroei de groei

In economie, inkomen, klimaat, natuur, politiek, politieke filosofie, verdelende rechtvaardigheid, arbeid, groenlinks, en meer.

Wat is het grote verhaal van GroenLinks over de groene economie? Is er een coherent verhaal dat verder gaat dan zonnepanelen en windmolens? Het Jong Wetenschappelijk Bureau Hellingproef organiseerde hierover een discussie tussen econoom Martijn van der Linden en Europarlementariër Bas Eickhout.

Martijn van der Linden is een intrigerende figuur. De bedrijfseconoom werkte een aantal jaar in de financiële sector als day trader. Maar hij voelde zich daar niet thuis: ‘In de financiële wereld is geld het enige wat telt. Mensen denken dat het onmogelijk is om dat systeem te veranderen. Maar natuurlijk zijn er alternatieven’. Hij besloot zich te verdiepen in economische filosofie. De day trader turned philosopher werkt nu aan een visie op een solidaire en ecologische economie: ‘planned degrowth‘.

‘Voor dat degrowth hebben we eigenlijk geen goede vertaling’, zegt Bas Eickhout, als Europarlementariër een invloedrijke groene politicus van GroenLinks. ‘De Fransen hebben het woord decroissance‘. ‘Krimp.’ merkt iemand uit de zaal op, en stelt voor dit woord gelijk te begraven.

Volgens Eickhout kan zijn dagelijkse politieke werk niet zonder een groter verhaal. ‘Ik worstel met mijn positie: aan de ene kant is er de politieke realiteit, waar ik dagelijks in zit, aan de andere kant is er een krachtige tegenstroom die oproept tot een groene economie. De vraag is hoe je die tegenstroom kunt verwoorden zonder je buiten de politieke realiteit te plaatsen.’ GroenLinks moet het grotere verhaal vertellen: ‘Laten we het idee dat we als samenleving de groei moeten ontgroeien naar het centrum van de politiek brengen’.

Minder groei: nu kiezen of straks laten gebeuren

‘De economie groeit op dit moment exponentieel’, stelt Van der Linden. ‘We lopen tegen ecologische grenzen op. Onze economie zal op een bepaald moment ingrijpend moeten krimpen. We kunnen ervoor kiezen om de degrowth gepland aan te pakken of we kunnen het ondergaan als het eindelijk gebeurt.’

Griekenland is een voorland voor de rest van het Westen, voegt Eickhout toe: ‘Daar zie je nu wat er gebeurt als mensen heel snel teruggaan in loon, consumptie en leengedrag.’ Het is een angstbeeld voor politici, volgens Van der Linden: ‘Mensen verliezen hun werk, hun huis en de kloof tussen de armsten en de rijksten groeit.’

Om een plotselinge klap te voorkomen moeten we volgens Eickhout ‘de economie langzaam afremmen’. In de politieke markt is dit een moeilijk te verkopen verhaal: ‘Als we proberen financiële producten te reguleren, dan staan niet alleen de Londonse bankiers op de achterste benen maar ook onze pensioenfondsen. Als je deze financiële producten aanpakt, zeggen ze, dan laten wij de pensioenpremies stijgen. Politici willen niet verantwoordelijk zijn voor hogere pensioenpremies.’

Ook volgens Eickhout komen er grenzen in zicht: ‘Normaal volgen energieprijzen de conjunctuurgolven, bij een economische crisis daalt de energieprijs. Maar nu is de energieprijs nog steeds hoog, terwijl het economisch steeds slechter gaat. Als dat echt zo blijft, dan is het gebeurd met de economische groei. Hoe erg moet het worden willen we toegeven dat dit systeem niet werkt?’

Groei en geluk

Van der Linden: ‘Economische groei is uiteindelijk onduurzaam en onstabiel. Groei leidt altijd tot meer gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Er is een relatie tussen inkomen en voetafdruk: naar mate mensen meer verdienen gaan ze meer energie gebruiken. Meer geld uitgeven betekent dus ook meer broeikasgassen. Er zijn mensen die tegen armoede strijden, mensen die overconsumeren en mensen die duurzaam consumeren. Die derde groep consumeert niet meer dan haar ecologische voetafdruk, maar heeft wel een menswaardig bestaan.’

Eickhout: ‘Tot een bepaald niveau worden mensen gelukkig van meer inkomen, maar daarboven vlakt het uit. Toch blijven we doorgaan. Mensen zeggen vaak, ik hoef geen hoger loon, maar ze willen ook niet achterblijven bij hun collega of buurman.’

Van der Linden: ‘Iedereen moet natuurlijk een bepaald minimum hebben, maar wel onder de grens van overconsumptie blijven. Dat betekent dat de armsten door moeten kunnen groeien, maar dat tegelijkertijd de overconsumerende klasse naar beneden moet’. Van der Linden maakt zich bijzonder veel zorgen over de superoverconsumerende klasse. ‘We weten precies wie het zijn: de mensen die nu echt onduurzaam leven. Het kan niet zo zijn dat wij ons peertje moeten vervangen door een spaarlamp, maar dat tegelijkertijd de allerrijksten blijven overconsumeren.’

Beprijzen en verschuiven

Volgens Eickhout hebben de groene maatregelen die GroenLinks verdedigt op termijn grote implicaties: ‘Onze politieke opdracht bestaat nu uit twee onderdelen: het beprijzen van vervuiling en het verschuiven van de belasting van arbeid naar het gebruik van grondstoffen. We hebben nu een lineaire economie: er is input, zoals arbeid en grondstoffen, waarmee we producten (output) produceren die geconsumeerd worden. Het systeem zit nu verkeerd in elkaar: er is altijd een hoge belasting geweest op arbeid, maar niet op grondstoffen. Zolang de arbeidsproductiviteit blijft stijgen kan hetzelfde werk door minder mensen gedaan worden. Economische groei is zo de enige manier om iedereen aan het werk te houden. Dus blijft groei een doel, ook voor ons.’

Van der Linden ziet wel een oplossing voor dat probleem. ‘We moeten afstappen van de veertigurige werkweek en uitgaan van een twintigurige werkweek. In plaats van een eigen baan, zullen mensen met elkaar een baan moeten gaan delen. Dat betekent minder stress en burn-outs.’ Er is een alternatief nodig voor de neoliberale economie die gericht is op ‘hard werken, competitie en geld verdienen’.

Eickhout ziet de oplossing in een circulaire economie. ‘Wanneer grondstoffen worden hergebruikt krijgen we vanzelf een lagere economische groei. We kunnen dit bereiken door grondstoffen meer te belasten en arbeid minder. De nadruk komt dan te liggen op de dienstensector. Deze creëert veel werkgelegenheid, maar legt minder druk op het milieu. Bovendien groeit deze sector veel minder dan industriële sectoren: het gevolg van het groene beleid is een economie die minder groeit, stabiliseert en misschien wel krimpt.’

Waar geld vandaan komt

Volgens Van der Linden is het niet mogelijk om alle milieukosten te internaliseren: ‘Het blijft altijd een benadering. Er altijd een business case om de kosten te externaliseren. We kunnen de intrinsieke waarde van de natuur nooit helemaal vermarkten.’ Grotere oplossingen zijn nodig. ‘Sinds de Industriële Revolutie zijn de groei van onze monetaire economie en onze materiële energie gelijk opgegaan. Dat komt in de knoop als we peak oil bereiken (het punt waarop het aanbod van olie gelijkblijft en begint te dalen – SO) en het monetaire systeem tegelijkertijd wil doorgroeien. De grote vraag is of we het huidige monetaire systeem kunnen hervormen tot een controlesysteem op het gebruik van grondstoffen.’

Volgens Van der Linden is hervorming van het financiële stelsel een van de belangrijkste voorwaarden voor een duurzame economie.

Van der Linden: ‘Al het geld in onze economie is schuld. Geld wordt gecreëerd door commerciële banken op basis van een onderpand: je belooft het geleende bedrag terug te betalen binnen een bepaalde tijd mét rente. Als je het niet kan betalen dan moet je het onderpand afstaan.’ Het financiële systeem is zo ingericht dat niet alle leningen kunnen worden afgelost. ‘De banken creëren het geleende bedrag en niet de rente. Er is dus nooit genoeg geld om alle rente af te betalen.’ Dat betekent dat het systeem alleen maar werkt als mensen hun leningen niet kunnen aflossen.

Van der Linden: ‘Gemiddeld bestaat 40% van de prijs in de winkel uit rentekosten: als ik een brood koop, dan gaat een deel van de opbrengst direct naar de bank om de leningen voor de apparatuur af te lossen. Maar ook de prijs van apparatuur die de bakker kocht bestaat grotendeels uit rentekosten. Zo stroomt al het geld rechtstreeks naar de banken. 80% van de mensen betaalt meer rente dan ze krijgen. De armsten betalen via rente aan de rijksten.’

Maar dat is niet het enige probleem, Van der Linden: ‘Het zijn uiteindelijk commerciële bedrijven die bepalen waar het geld naartoe gaat. Er is geen democratische controle op. Het zijn banken die bepalen of wij als samenleving het geld lenen om consumptieve uitgaven te dekken of dat we investeren in nieuwe activiteiten.’

In de ogen van Van der Linden, ‘moeten we experimenteren met nieuwe vormen van geld, zoals rentevrij geld of geldcreatie zonder schuld. De overheid moet een monopolie op geldcreatie krijgen: dat maakt het veel democratischer.’ Als we de crisis zien aankomen, dan is dit volgens Van der Linden een kans: ‘Nu komen er nieuwe systemen. Als je daar zelf aan bijdraagt, kan je bepalen hoe de toekomst eruit zal zien.’

donderdag, 23 februari 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Schippers niet van Volksgezondheid, maar van Elitezorg

In bezuinigingen, dwars, kabinet rutte, pgb, sociaal, zorg, schippers, algemeen, beleid, en meer.

Het is precies vijf jaar geleden dat de huidige economische crisis uitbrak. Begin 2007 waren de snel verslechterende omstandigheden op de Amerikaanse hypotheekmarkt aanzet tot de diepe, allesomvattende recessie waar anno 2012 nog heel de wereld mee te kampen heeft. Zo ook ons land, Nederland. Of het nou om de crisis op de huizenmarkt gaat, het faillissement van banken of de problematiek bij de pensioenfondsen, één oorzaak hebben ze in ieder geval gemeen: doorgeslagen winstbejag. Blinde drang tot excessieve expansie van het eigen kapitaal, zonder oog voor wat dit als maatschappelijke neveneffecten met zich meebrengt. Ook de zorg wordt steeds meer het slachtoffer van dit ongebreidelde kapitalisme.

Inmiddels weten we namelijk wat de drastische effecten zijn. De arbeidsplekken, inkomens en overheidssteun dalen, terwijl de bezuinigingen almaar stijgen. Uitgerekend op dezelfde dag dat het Centraal Bureau voor de Statistiek aankondigde dat Nederland opnieuw in een recessie is beland, gaf minister Schippers van Volksgezondheid de aanzet om ongestoord op deze destructieve weg verder te gaan. Afgelopen woensdag maakte ze namelijk bekend dat wat haar betreft ziekenhuizen bedrijven zouden moeten worden. Naïef en bijzonder onverstandig. Net nu er een algemeen besef is dat er een definitief einde moet komen aan de graaicultuur, roept Schippers juist op tot een uitbreiding hiervan. Ook de zorg zou nu een voedingsbodem moeten worden voor doorgeschoten winstdrift.

Het probleem hiermee is dat ziekenhuizen niet de primaire taak hebben winst te maken, maar kwalitatieve en toegankelijke zorg te verlenen. Zorg is namelijk geen product, geen dienst, maar een eerste levensbehoefte. Juist de kwaliteit en de toegankelijkheid van zorg komen onder het bewind van Schippers ernstig in het geding. Het omvormen van ziekenhuizen tot bedrijven is immers niet haar eerste afbraakmaatregel van het zorgstelsel in Nederland. Na de afschaffing van het PGB, de verhoging van het eigen risico en het vrijgeven van de tandartstarieven, bereikt de marktwerking in de zorg met het laatste plan een nieuw hoofdstuk. Een hoofdstuk opgebouwd uit louter zwarte pagina’s.

Ziekenhuizen gericht op het maken van winst: opnieuw een maatregel van het kabinet-Rutte die de rijken bevoordeelt en de midden- en lage inkomens in de steek laat. De weg is hiermee gereed voor, noem het, zorgsegregatie. Welke behandelingen beschikbaar zijn, zal in toenemende mate afhankelijk worden van het inkomen. “De Euroshopper-variant van al uw favoriete behandelmethodes, eind dit jaar in de schappen!”

Met dit beleid is minister Schippers de portefeuille Volksgezondheid onwaardig. Laat ze het maar omdopen tot Elitezorg. Daarmee doet ze de werkelijkheid veel meer recht aan.

Deze blog is ook verschenen op www.dwars.org


zondag, 19 februari 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Postcodebeleid

In actualiteit, stad, cbs, culemborg, nrc, euro, besluiten, inkomen, kinderen, en meer.

In NRC Handelsblad van afgelopen week dinsdag stond een over twee pagina’s rijkelijk geïllustreerd artikel met de titel ‘Lees de postcodes en je weet alles’.  Het Centraal Bureau voor de Statistiek weet een hele hoop van ons. Maar hoe maak je dat nu journalistiek verantwoord, prettig inzichtelijk voor lezers? De krant maakte een prachtige interactieve kaart waarop de CBS-statistieken in kleur zichtbaar worden.

Een muisklik op mij eigen adres laat zien dat in mijn buurt 11% van de bewoners niet-westerse allochtonen zijn; dat 30% bestaat uit kinderen jonger dan 14 jaar; 16% bestaat uit eenpersoonshuishoudens; er is 8% eenoudergezinnen; 68% huishoudens met kinderen; 48% is vrouw; het gemiddelde fiscaal inkomen is 3170 euro en elke huishouden bestaat uit 3,1 personen.

Interessanter is het om  de verschillen in Culemborg als geheel te zien. Op dit kaartje zie je dat noord-west-Parijsch en Lanxmeer het kinderrijkst zijn.

Spreiding van huishoudens met kinderen

Op het volgende kaartje zie je waar de mensen met de laagste (donkerblauw) en hoogste inkomens (geel) wonen en ook dat er geen concentratie van puissant rijken in Culemborg is (geen dieprood).
Bedrijven doen allang aan postcodemarketing. Maar dit soort gegevens spelen natuurlijk ook een rol in politieke besluiten. Bijvoorbeeld of je streeft naar homogeen of heterogeen samengestelde wijken.

Spreiding inkomens over Culemborg

Het NRC-artikel eindigt heel treffend met: “Wie door een stad loopt merkt dat elke straat of buurt zijn eigen karakter heeft. Vaak is lastig te bepalen wat nou precies bepalend is voor die sfeer. Het zijn niet alleen de huizen. Het is de statistiek”.

zondag, 12 februari 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Werk Geven naar Vermogen

In actualiteit, groenlinks, wwnv, nederland, blog, culemborg, inkomen, jesse klaver, kabinet, en meer.

Er zijn een hoop mensen die zich suf solliciteren, zich afvragen waarom ‘we’ tot 67 moeten doorwerken terwijl zij zelf als 54-jarige er niet meer tussen komen. Bij die mensen komen woorden als ‘zelfredzaamheid’ en ‘werken naar vermogen’ hard aan. Het is immers de taal van ‘eigen schuld dikke bult’. Taal waarmee het kabinet mensen die geen inkomen uit werk hebben in het verdachtenbankje van ‘niet willen werken’ plaatst. Zoals staatssecretaris De Krom het zo kernachtig samenvatte: ‘Waar een wil is, is werk’.

Met de Wet Werken naar Vermogen (WWnV) die vanaf 2013 moet ingaan legt het kabinet eenzijdig die eigen verantwoordelijkheid neer bij mensen die juist zoveel moeite hebben met het vinden van werk, het meest kwetsbare deel van de beroepsbevolking.

Tegenover de ‘wet werken naar vermogen’ zou ‘werk geven naar vermogen’ moeten staan. Maar voor die kant van het verhaal kiest het kabinet niet. Het kabinet spreekt werkgevers niet of nauwelijks op hun verantwoordelijkheid aan. En dat is wel nodig, want, als je wilt dat mensen werken naar vermogen, dan moet je werk naar vermogen aanbieden.

Het heet dat werkgevers ‘verleid’ moeten worden om werkplekken te creëren voor mensen die moeilijk aan de bak komen. Maar dat is te vrijblijvend. De overheid zou aan ondernemend Nederland de vraag moeten stellen: ‘Wat hebben jullie nodig om de deur open te zetten?’ Hoe kan goede begeleiding, ‘coaching on the job’, geregeld worden? Het is niet óf eigen verantwoordelijkheid óf hulp van de overheid, maar beide.

Dat geldt ook voor werkgevers: wie zijn verantwoordelijkheid neemt heeft meer kans op opdrachten. Soms is daar een extra duwtje voor nodig. Zo gunde het Regionaal Archief Rivierenland  een bedrijf een grote schoonmaakklus omdat het bedrijf de opdracht uitvoert met SW-personeel. Ook de gemeente Culemborg moet sociaal ondernemen gaan belonen en haar inkoop- en aanbestedingsbeleid aanpassen.

Deze blog is gebaseerd en geïnspireerd op een themasessie ‘De falende verzorgingsstaat’ met Tof Thissen, Jesse Klaver en Esther-Mirjam Sent tijdens het GroenLinkscongres op 11 februari.

maandag, 6 februari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Zenuwachtig GroenLinks moet terug naar de wortels

In politiek, d66, duurzaamheid, groenlinks, pvda, sp, actie, job cohen, jolande sap, en meer.

GroenLinks doet het matig in de peilingen. Net zoals de PvdA weet GroenLinks geen virtuele winst te boeken, in tegenstelling tot SP en D66. Ook is Jolande Sap nog bezig haar gezag bij kiezers op te bouwen, wat logisch is omdat ze relatief kort partijleider is. Dit alles maakt sommige Tweede Kamerleden zenuwachtig. GroenLinks mag niet meer flirten met de SP en moet vooral samenwerken met D66, zeggen ze. Hopelijk laat Jolande Sap zich niet gek maken en trekt ze haar eigen plan.

Wat betreft de AOW, pensioenen en de Europese Unie staat GroenLinks dichter bij D66 dan de SP. Ik ben daar als GroenLinkser blij mee. GroenLinks durft verworven rechten ter discussie te stellen, richt zich op toekomstige generaties en wil creatief meedenken over nieuwe sociale stelsels. GroenLinks is meer dan een protestpartij. Maar dat betekent niet dat GroenLinks een soort kloon van D66 zou moeten worden.

De partij van Pechtold staat er niet om bekend serieus werk te maken van de spreiding van kennis, macht en inkomen. D66 steunt van oudsher denivelleringoperaties: het vergroten van inkomensverschillen. De partij toont zich vaak een slippendrager van het neoliberalisme. Over militair ingrijpen worden geen principiële discussies gevoerd door de mensen van het redelijk alternatief. Naïef, volgzaam en weinig kritisch staan zij tegenover oorlogvoering door westerse mogendheden alsof die op basis van louter humanitaire overwegingen zouden plaatsvinden.   

Kortom: GroenLinks is een unieke partij en onderscheidt zich zowel van de SP als van D66. En niet in de laatste plaats door echt groene en duurzame keuzes te maken. De partij moet zich niet afzetten tegen de ene politieke partij en tegelijk aanschurken tegen de andere. Daarmee lijkt GroenLinks op een zoekende puber zonder karakter en kleur. Profileer je liever als de échte groene partij van Nederland die serieus werkt maakt van een radicaal duurzame economie en tegelijk sociale en vreedzame keuzes wil maken, ook voor toekomstige generaties.

De zenuwachtige Tweede Kamerleden van GroenLinks denken te veel in termen van macht. Als D66 niet wil meedoen aan de actie ‘Een ander Nederland’ met Cohen en Roemer, dan is dat geen probleem voor Jolande Sap maar vooral voor D66 dat blijkbaar weinig moeite heeft met de sociale kaalslag die mensen in een achterstandpositie nu treft. Bovendien: op andere terreinen werkt Sap keurig samen met D66, bijvoorbeeld ten aanzien van natuurbehoud.

De SP is er voor de onderklasse en D66 is nogal elitair. Ook dat speelt een rol. Job Cohen stelde onlangs dat de PvdA juist de brug wil slaan en de verbindende schakel op links wil zijn. Dat is een vruchtbare insteek waar GroenLinks met een groen en duurzaam verhaal aansluiting bij zou moeten zoeken.

Ik hoop en verwacht dat Jolande Sap zich niet gek laat maken. Als partijleider zal zij, zo verwacht ik, karakter tonen aanstaande zaterdag tijdens het partijcongres. GroenLinks is van oudsher méér is dan een mix van socialisme en liberalisme. De voorlopers van GroenLinks kenmerkten zich door radicaliteit die geworteld is in een grote betrokkenheid bij alles wat leeft. Denk aan het pacifisme, de Derde Wereldbeweging en een ecologisch bewustzijn. Geen platte belangenbehartiging, maar radicaal en belangenoverstijgend durven denken. Dit maakt zowel PvdA, D66 als SP tot bondgenoten van een inhoudelijk sterk en visionair GroenLinks.


dinsdag, 31 januari 2012

Léon Dekkers

Léon Dekkers

Hyves Twitter

Crisis!? Wat nou crisis!

In crisis, lisboa, lissabon, portugal, werk, elektrische fiets, ipad, iphone, minimum loon, en meer.

 

Nederland in crisis

 

Het meest gebruikte woord van de afgelopen jaren is ongetwijfeld: crisis.

We horen ook niet anders dan dat we in de ergste crises ever leven.

Ik moet zeggen dat is ook zo. Het is vreselijk, in Nederland dan.

Immers alles is duurder sinds de euro. Zo is het echt vreselijk duur geworden om een nieuwe fiets te kopen. Vroeger koste dat bijna niets een fiets. Zo’n ding had een ketting en hooguit 3 versnellingen. Nee, dat is wel anders nu. Fietsen doen Nederlanders steeds minder zelf.  De vraag naar elektrische fietsen is haast niet meer bij te houden. Kost wat meer maar scheelt weer een hoop inspanning. Klagen doe je dan als er bij de supermarkt geen plek meer is aan het laadpunt. 

Bellen is ook al zoveel duurder. Jaren geleden kreeg je bij je GSM abbo een Nokia toestel, gratis. Het ding kon bellen en SMS-en en soms had je een spelletje. Dat is ook al veeeel  duurderder geworden. Minder dan een iPhone of Samsung Galaxy kan echt niet. Uiteraard ook wel gewoon een nieuw model dat andere is zó 2010!

Maar zo’n scherm is wel wat klein als je ‘s avonds op de bank hangt voor je full HD flatscreen. Gelukkig is daar dan de iPad. Echt gewoon onmisbaar!

 

Dagelijkse boodschappen dan? Dat is echt duur in Nederland, toch?! Ook al stierenpoep, boodschappen zijn in Nederland zowat zo duur als 10 jaar geleden. Toch zijn er niet veel mensen die evenveel verdienen als 10 jaar geleden.

 

Zuid-Europa moet niet zeuren! Gewoon werken en niet zeuren! Best vreemd is dan weer wel dat Nederlanders zo’n beetje het minste werken van heel Europa. 

 

 

Portugal

 

Een stukje perspectief dan maar. Hoe de rest van het zonnige Zuiden er precies voorstaat weet ik ook niet. Ik kan wel waarnemen hoe het hier in Portugal gaat.

 

Om te beginnen is er natuurlijk salaris. Minimum loon is 550 euro, pensioen bedraagt gemiddeld zo rond de 400 euro. Dat is dan als je het krijgt want steeds vaker meldt het journaal dat er mensen zijn die een maand geen salaris ontvangen omdat het er gewoon niet is.

Nou zegt het inkomen niet zo veel als het prijsniveau onduidelijk is. Veel wordt gedacht: ach ze verdienen minder maar alles is er ook goedkoper. Dat lijkt ook zeker zo als je hier op vakantie komt. De hotels zijn relatief goedkoop en de prijzen in de horeca zijn voor Nederlandse begrippen gewoon lachwekkend. Maar….

Supermarkten zijn duurder en dankzij de de IVA (BTW) verhogingen nog duurder. De wegenbelasting is veel lager, maar wij betalen hier ook nog tol en de benzine en diesel zijn haast gelijk in prijs. In Portugal betalen we meer voor elektriciteit dan we deden in Nederland. Gasleidingen liggen haast nergens en dus hebben we dure gasflessen.

Huizen zijn even duur als in Nederland en de hypotheken zijn gebaseerd op Europese rentes. Etc, etc..

Een simpele rekensom leert dan dat een maand overleven meer geld kost dan dat er verdiend wordt.

 

Hier in ons dorp is de crisis goed voelbaar. Overdag zie je mensen hangen bij het bushok naast het voetbalveld, werkloos. De huizen zijn in steeds slechtere staat. De verf bladdert af en sommige daken zijn met grote zekerheid niet meer waterdicht. De mensen praten ook niet over veel anders meer. 

De mensen die wel werken verdienen in veel gevallen minder dan een jaar geleden. De salarissen zijn gereduceerd en de uren opgehoogd. Omdat de vergrijzing ook toeslaat op het platteland van Portugal hebben veel mensen een pensioen. Ook die zijn naar beneden bijgesteld, maandelijks zo’n 8% minder en geen vakantie- en kerstgeld. 

Dat betekent dat onze oude buurvrouw maandelijks haar pensioentje gaat ophalen in de stad. Diezelfde dag gaat ze van dat geld haar rekeningen betalen van water, stroom, telefoon, etc.. Nog de dag is het geld dan dus gewoon op. Nog maar 30 dagen te gaan…

Diefstal neemt toe. Er wordt ingebroken in huizen maar ook in de supermarkt. Daar werden deze week alle gasflessen gestolen. Hierdoor zitten er nu mensen zonder gas. Veel ouderen hebben namelijk geen auto of ander vervoer en komen het dorp nooit uit.

In de supermarkt hoorde ik het verhaal van iemand waar ‘s nachts 30 kippen en kalkoenen zijn gestolen.

 

De meeste mensen zijn nu druk bezig met het verbouwen van het eigen voedsel. Moestuinen worden dagelijks bijgehouden en verschijnen zelfs op braakliggende terreinen en langs de snelweg. Helaas is het een extreem droge winter en is er een ernstig water tekort aan het ontstaan…

 

 

Share

vrijdag, 27 januari 2012

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Het ‘(A)sociale Leenstelsel’

In uncategorized, arbeidsmarkt, bezuinigen, bezuinigingen, bijbaantje, cultuur, de, euro, feit, en meer.

            Iedereen in Nederland is het er over eens: er moet bezuinigd worden. Dat is ook de belangrijkste taak van dit kabinet. Door deze drang om fors te bezuinigen tast het kabinet ook voorzieningen aan die Nederland zo uniek maken; de zorg wordt flink uitgehold, de AOW-leeftijd gaat van 65 naar 67 (maar waarom pas in 2020?), kunst, cultuur en natuur moeten het ontgelden én er wordt bezuinigd op studenten. Na de langstudeerboete, de extra kosten voor een tweede master is het nu de beurt aan de studiefinanciering van de masterstudenten. Hieronder zal ik proberen aan te geven waarom de overheid deze bezuinigingen niet door moet voeren. Eerst zal ik uitleggen hoe een student aan zijn geld komt en wat er met de nieuwe maatregel gaat veranderen. Daarna zal ik een aantal redenen geven waarom deze maatregel juist een averechts effect zal hebben.

            Zodra een scholier zijn eindexamen heeft gehaald kan hij doorstuderen. Degenen die het in zich hebben en zien zitten, kunnen dan student worden. De eerste ‘laag’ van de studie is de bachelor, daarna kan hij eventueel doorstuderen door een master te volgen. De student krijgt nu tijdens zijn studie een klein inkomen van de overheid: de studiefinanciering. Deze bijdrage kan nog vergroot worden door middel van een aanvullende beurs en een lening. Al met al is het maandelijkse inkomen (dus zonder werk) 900 à 1000 euro per maand. Een deel komt van de ouders, een deel is dus lening en een deel wordt betaald door de overheid. Dat deel (de studiefinanciering dus) wil de overheid dus omzetten in een ‘sociale lening’ voor masterstudenten.

            Sommige studenten kunnen deze studiefinanciering best missen, door een goed gevulde bankrekening. De meeste studenten kunnen dat echter niet. Even nagaan; een gemiddelde studentenkamer is op zijn goedkoopst 300 euro, met een grote kans dat de huur hoger is. Inclusief schoolgeld (uitgaande van een eerste master) wordt de kostenpost dan minstens 450 euro. Dat is dus al ongeveer 100 euro meer dan de studiefinanciering alleen. Een student moet dus of een bijbaantje zoeken (wat wordt ontmoedigd, want een langstudeerboete dreigt) of extra gaan lenen. Als die lening dan nog eens verplicht wordt verhoogd bij het verzilveren van de vooropleidingen motiveert dat niet om een master te starten.

            Daar komt nog bij dat een studieschuld een zwaarwegend argument voor een bank kan zijn om geen hypotheek te verstrekken. Dit is nu al het geval bij de ‘gewone’ studieleningen, laat staan bij de verplichte ‘sociale leningen’. Ondanks het feit dat de rentes van deze leningen veel lager zijn dan rentes op leningen bij particuliere bedrijven en de aflossingstijd vijftien tot twintig jaar bedraagt, wordt zo’n lening nog onaantrekkelijker voor studenten, omdat de studieschuld als een molensteen om de nek is. Daar komt een bank dan nog eens overheen, en dat terwijl starters als de meest kwetsbare groep op de woningmarkt is. Als we de woningmarkt willen hervormen en een nieuwe impuls moeten geven (hypotheekrenteaftrek!) moeten we ook afzien van deze ‘sociale lening’. Terzijde, studenten met een aanvullende beurs die hun studie na verlenging alsnog beëindigen hebben het nog zwaarder, omdat dan ook de aanvullende beurs in een lening wordt omgezet.

            Het ironische van dit alles is dat deze zelfde regering nog een paar maanden geleden de ambitie heeft uitgesproken om twee plekken te stijgen op de ranglijst van beste kenniseconomieën ter wereld (van negende naar zevende). Een paar maanden later wordt studeren ineens elitair gemaakt. Hoe verwacht men in Den Haag dan dat onze kenniseconomie beter wordt? De hoeveelheid geld in zijn familie bepaalt niet of iemand ook een goede student is die de kenniseconomie verder brengt. Bovendien zal er de komende jaren een enorme vraag naar hoogopgeleiden ontstaan, vooral in de zorg. Door studeren zo te ontmoedigen wordt die vraag dus nog groter en dat gaat weer ten koste van de zorg waar iedereen recht op heeft. We mogen dit nieuwe systeem dus met recht een ‘asociaal leenstelsel’ noemen. In plaats van dat de overheid investeert in beter onderwijs, zodat er minder uitloop is, en studenten aanmoedigt om juist te studeren en sneller hun studie af te ronden, lijkt dit kabinet studeren juist te markeren als een linkse hobby en die moeten blijkbaar wegbezuinigd worden. De enige die daar van profiteert is de schatkist, hopelijk ook maar voor tijdelijk.

            We moeten allemaal meehelpen te bezuinigen en dus ook studenten; dat is mijn probleem niet. Studenten zouden door middel van vrijwilligerswerk al veel meer aan de samenleving bij kunnen dragen dan ze nu doen. Mijn probleem is dat een ‘sociaal leenstelsel’ studenten nog dieper in de schulden brengt en uiteindelijk de woningmarkt en de arbeidsmarkt in zwaar weer zou kunnen brengen. Bovendien wordt studeren niet aangemoedigd, maar juist ontmoedigd. De wereld op zijn kop. In plaats van studenten een positieve prikkel te geven om zo snel mogelijk klaar te zijn (door middel van beter en meer gestructureerd onderwijs) krijgen studenten de deksel op hun neus als ze willen leren. Daarom, géén ‘(a)sociaal leenstelsel.’

 


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Het ‘(A)sociale Leenstelsel’

In politiek, nederland, aow, arbeidsmarkt, bezuinigen, bezuinigingen, cultuur, de, de wereld, en meer.

            Iedereen in Nederland is het er over eens: er moet bezuinigd worden. Dat is ook de belangrijkste taak van dit kabinet. Door deze drang om fors te bezuinigen tast het kabinet ook voorzieningen aan die Nederland zo uniek maken; de zorg wordt flink uitgehold, de AOW-leeftijd gaat van 65 naar 67 (maar waarom pas in 2020?), kunst, cultuur en natuur moeten het ontgelden én er wordt bezuinigd op studenten. Na de langstudeerboete, de extra kosten voor een tweede master is het nu de beurt aan de studiefinanciering van de masterstudenten. Hieronder zal ik proberen aan te geven waarom de overheid deze bezuinigingen niet door moet voeren. Eerst zal ik uitleggen hoe een student aan zijn geld komt en wat er met de nieuwe maatregel gaat veranderen. Daarna zal ik een aantal redenen geven waarom deze maatregel juist een averechts effect zal hebben.

            Zodra een scholier zijn eindexamen heeft gehaald kan hij doorstuderen. Degenen die het in zich hebben en zien zitten, kunnen dan student worden. De eerste ‘laag’ van de studie is de bachelor, daarna kan hij eventueel doorstuderen door een master te volgen. De student krijgt nu tijdens zijn studie een klein inkomen van de overheid: de studiefinanciering. Deze bijdrage kan nog vergroot worden door middel van een aanvullende beurs en een lening. Al met al is het maandelijkse inkomen (dus zonder werk) 900 à 1000 euro per maand. Een deel komt van de ouders, een deel is dus lening en een deel wordt betaald door de overheid. Dat deel (de studiefinanciering dus) wil de overheid dus omzetten in een ‘sociale lening’ voor masterstudenten.

            Sommige studenten kunnen deze studiefinanciering best missen, door een goed gevulde bankrekening. De meeste studenten kunnen dat echter niet. Even nagaan; een gemiddelde studentenkamer is op zijn goedkoopst 300 euro, met een grote kans dat de huur hoger is. Inclusief schoolgeld (uitgaande van een eerste master) wordt de kostenpost dan minstens 450 euro. Dat is dus al ongeveer 100 euro meer dan de studiefinanciering alleen. Een student moet dus of een bijbaantje zoeken (wat wordt ontmoedigd, want een langstudeerboete dreigt) of extra gaan lenen. Als die lening dan nog eens verplicht wordt verhoogd bij het verzilveren van de vooropleidingen motiveert dat niet om een master te starten.

            Daar komt nog bij dat een studieschuld een zwaarwegend argument voor een bank kan zijn om geen hypotheek te verstrekken. Dit is nu al het geval bij de ‘gewone’ studieleningen, laat staan bij de verplichte ‘sociale leningen’. Ondanks het feit dat de rentes van deze leningen veel lager zijn dan rentes op leningen bij particuliere bedrijven en de aflossingstijd vijftien tot twintig jaar bedraagt, wordt zo’n lening nog onaantrekkelijker voor studenten, omdat de studieschuld als een molensteen om de nek is. Daar komt een bank dan nog eens overheen, en dat terwijl starters als de meest kwetsbare groep op de woningmarkt is. Als we de woningmarkt willen hervormen en een nieuwe impuls moeten geven (hypotheekrenteaftrek!) moeten we ook afzien van deze ‘sociale lening’. Terzijde, studenten met een aanvullende beurs die hun studie na verlenging alsnog beëindigen hebben het nog zwaarder, omdat dan ook de aanvullende beurs in een lening wordt omgezet.

            Het ironische van dit alles is dat deze zelfde regering nog een paar maanden geleden de ambitie heeft uitgesproken om twee plekken te stijgen op de ranglijst van beste kenniseconomieën ter wereld (van negende naar zevende). Een paar maanden later wordt studeren ineens elitair gemaakt. Hoe verwacht men in Den Haag dan dat onze kenniseconomie beter wordt? De hoeveelheid geld in zijn familie bepaalt niet of iemand ook een goede student is die de kenniseconomie verder brengt. Bovendien zal er de komende jaren een enorme vraag naar hoogopgeleiden ontstaan, vooral in de zorg. Door studeren zo te ontmoedigen wordt die vraag dus nog groter en dat gaat weer ten koste van de zorg waar iedereen recht op heeft. We mogen dit nieuwe systeem dus met recht een ‘asociaal leenstelsel’ noemen. In plaats van dat de overheid investeert in beter onderwijs, zodat er minder uitloop is, en studenten aanmoedigt om juist te studeren en sneller hun studie af te ronden, lijkt dit kabinet studeren juist te markeren als een linkse hobby en die moeten blijkbaar wegbezuinigd worden. De enige die daar van profiteert is de schatkist, hopelijk ook maar voor tijdelijk.

            We moeten allemaal meehelpen te bezuinigen en dus ook studenten; dat is mijn probleem niet. Studenten zouden door middel van vrijwilligerswerk al veel meer aan de samenleving bij kunnen dragen dan ze nu doen. Mijn probleem is dat een ‘sociaal leenstelsel’ studenten nog dieper in de schulden brengt en uiteindelijk de woningmarkt en de arbeidsmarkt in zwaar weer zou kunnen brengen. Bovendien wordt studeren niet aangemoedigd, maar juist ontmoedigd. De wereld op zijn kop. In plaats van studenten een positieve prikkel te geven om zo snel mogelijk klaar te zijn (door middel van beter en meer gestructureerd onderwijs) krijgen studenten de deksel op hun neus als ze willen leren. Daarom, géén ‘(a)sociaal leenstelsel.’


dinsdag, 24 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Basisinkomen als nieuwe zekerheid.

In maatschappij, basisinkomen, sociale zekerheid, vrijheid, keuzes, de, leven, meerderheid, mensbeeld.
Het goede leven dat wordt nagestreefd met het basisinkomen veronderstelt een bepaald mensbeeld, waarbij het uitgangspunt is dat mensen de juiste keuzes maken als zij voldoende vrijheidskansen krijgen. Daar zit een zekere generalisatie in opgesloten. Enerzijds dat mensen in meerderheid het goede leven nastreven en anderzijds dat dit wordt bewerkstelligt door het doorvoeren van een [...]

maandag, 23 januari 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Linkse Lente?

In politiek, bezuinigingen, cda, cohen, conservatief, crisis, eurofiel, europa, gedoger, en meer.

In het weekend dat PvdA en CDA hun congressen hielden, werd Emile Roemer wakker met een cadeautje. Voor het eerst in de geschiedenis was de SP de grootste in de peilingen. De roerganger van de SP heeft een mooie virtuele winst binnengepraat. Kiezers van PvdA en PVV zijn het erover eens. Na alle Pimmen, Rita’s en Geerten, is Emile Roemer nu dé man voor de zwevende stem. Tweeëndertig virtuele zetels mocht hij bezetten volgens peilend orakel Maurice de Hond. Volgens het onderzoek van trekt de SP onder Roemer vooral kiezers met een laag inkomen, en haalt ze weg bij Wilders’ PVV.

Volgens Emile komen zijn nieuwe kiezers van de PVV, omdat ze daar eindelijk door beginnen te krijgen dat Geert Wilders de ene na de andere belofte breekt. Job Cohen is ondertussen dolblij en helemaal niet zurig over het nieuws van Maurice de Hond. Hij ziet de stemmen van de PVV graag naar de SP verdwijnen. En wat betreft de Partij van de Arbeid zelf; die gaat het minderheidskabinet van Rutte en Verhagen in zijn sop laten gaarkoken de komende maanden. Als de PVV het af laat weten, moeten ze maar nieuwe verkiezingen uitschrijven, luidt het devies. En dan volgt er vast een heerlijk warm bad van linkse samenwerking…

Het is echter nog maar de vraag of Cohen daar zo blij moet zijn. Want hoewel Geert en Emile het stellig zullen ontkennen, zijn de PVV en de SP wel degelijk verwante partijen. De kiezers stappen niet voor niets zo makkelijk over de links-rechts-grens. Geert mag nog zo’n hekel hebben aan alles wat riekt naar links, en Emile Roemer kan zich nog zo verontwaardigd voelen door het bruuske taalgebruik van de gemiddelde PVV’er, we hebben het over twee partijen die – op het standpunt van immigratie en ontwikkelingssamenwerking na – meer met elkaar gemeen hebben dan ze voor doen komen.

De SP en PVV zijn beiden een partij voor boze, behoudende en zelfs verontwaardigde kiezers, waar we er steeds meer van lijken te hebben. Kiezers die denken ‘het Volk’ te zijn, en te weten wat ‘het Volk’ wil. Kiezers die politici te pas en te onpas voor zakkenvullers uitmaken. Kiezers die Europa het liefst morgen torpederen, zonder zich ook maar een minuutje druk te maken over de mogelijke gevolgen voor hun portemonnee. Kiezers die zich überhaupt niet graag verdiepen in ingewikkelde materie, maar aan een paar rake oneliners genoeg hebben om hun waardevolle stemrecht in het stemhokje te verzilveren. Kiezers die bovenal graag overal “nee”op zeggen…

Het lijkt mij tijd, dat niet alleen de politici van PvdA (en CDA), maar ook GroenLinks zich eens achter de oren gaan krabben. Want als dit zo door gaat, bereiken PVV en SP samen bij de volgende verkiezingen meer dan 50 zetels, of misschien zelfs het pluche. En het is leuk, al dat gepraat over een linkse lente, maar of de SP die lente gaat brengen, waar deze eurofiele partijen op zitten te wachten? Het lijkt mij niet. Met een stevige SP én PVV in de Tweede Kamer zijn we nog verder heen dan nu. Hoe conservatief wil je het hebben?

Het wordt tijd dat PvdA en GroenLinks eens wat harder roepen wat ze willen. En het wordt tijd om dat gefilosofeer over een linkse samenwerking eens te laten, en het eigen geluid over het voetlicht te brengen, desnoods in extreme jip-en-janneketaal. Ik zou PvdA en GroenLinks graag in een volgend kabinet zien. Maar een kabinet met de SP, daar zit ik nu net niet op te wachten…


zondag, 22 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Impressie nieuwjaarsreceptie GroenLinks Schiedam

In persoonlijk, politiek, 2012, armoede, een ander nederland, energie, groenlinks, schiedam, stadslandbouw, en meer.

Vanmiddag ben ik bij de nieuwjaarsreceptie van GroenLinks Schiedam geweest. De afgelopen jaren ben ik zeer beperkt actief geweest, omdat ik een actieve rol binnen GroenLinks en een functie als beleidsmedewerker duurzaam ondernemen wat onhandig vond combineren. Nu ik ambtenaar af ben was een van mijn goede voornemens voor 2012 om weer ‘ns wat actiever te worden binnen GroenLinks. De uitnodiging kwam wat dat betreft op een mooi moment.

Armoede anno 2012

Buiten een gezellige informele start van 2012 was de bijeenkomst ook bedoeld om terug te blikken op 2011 en om met elkaar van gedachte te wisselen over het thema armoede in 2012. Wie het nieuws gevolgd heeft over Schiedam zal het niet verbazen dat de soap opera die de vorige burgemeester op heeft gevoerd daarin helaas een grote rol innam. Mede doordat het vertrek van de burgemeester gevolgd is door het vertrek van alle wethouders. Inmiddels zit er een nieuw college van B&W.

Tijd dus om vooruit te kijken. Al werd ik daar niet op alle punten even vrolijk van. De armoede neemt tenslotte toe, hoewel armoede volgens Rutte natuurlijk niet bestaat in Nederland. In Nederland hebben we ook geen honger, enkel trek. Tegelijkertijd denken de rekenmeesters van CBS en SCP in het Armoedesignalement 2011 toch wat anders over armoede in Nederland:

In 2010 herstelde de economie zich enigszins van de zware recessie. Dit vertaalde zich echter niet in een lagere kans op armoede. 529 duizend huishoudens (met daarin bijna 1,1 miljoen personen) verkeerden dat jaar onder de lage-inkomensgrens. Dat is 7,7 procent van het totaal, net zoveel als in 2009.

Volgens het niet-veel-maar-toereikend criterium groeide de arme groep van 6,1 naar 6,5 procent. In 2009 waren dit 960 duizend personen (in 447 duizend huishoudens), in 2010 was het opgelopen tot 1 miljoen personen (in 462 duizend huishoudens).

Vluchtelingenwerk Schiedam wees er op dat nieuwe regelingen  maken dat asielzoekers die een verblijfsvergunning krijgen meteen met een schuld van dik tienduizend Euro beginnen. Veroorzaakt door de verplichte inburgering en inrichtingskosten van het huis/flatje. Voor beide dienen ze zelf te betalen, al mogen ze wel rentedragend lenen. Niet echt een lekkere nieuwe start denk ik dan. De verantwoordelijke wethouder reageerde meteen dat er bekeken wordt wat de gemeente hieraan kan doen.

Blijer werd ik van de oproep om vooral gezamenlijk op te trekken onder het motto

‘Het gaat nu om de mensen, niet om de politieke sticker.’

Ook projecten waar een aantal aanwezigen over vertelde spraken tot de verbeelding. Zoals een project voor kleinschalige stadslandbouw op balkons. Waarbij het hoofddoel niet zozeer de opbrengst aan groenten en kruiden is, als wel het versterken van de onderlingen contacten en het op gang brengen van de dialoog over hoe je rond komt van een klein budget. Daarnaast wordt er gewerkt aan een project waarbij vrijwilligers getraind worden om mensen te helpen bij het budgetteren. Zo waren er nog een aantal aardige voorbeelden.

Mijn eigen inbreng was beperkt tot een oproep om ook te kijken naar de wijze waarop de totale woonlasten van mensen zich de komende jaren gaan ontwikkelen. Dus inclusief de energierekening. Schiedam is namelijk een mooie, maar ook een oude stad. Waarin mensen met een laag inkomen nogal eens in de minder goede huizen wonen en het is zonde als het geld dat je uitgeeft aan armoedebeleid rechtstreeks in de portemonnee van het energiebedrijf verdwijnt. Een mooi voorbeeld van hoe het  kan vind ik zelf de wijze waarop Thijs de la Court in Lochem tegen de trend in regeert. Zie bijvoorbeeld zijn ideeën over een ander Nederland in Lochem. Waarbij werk, woningverbetering en een beter milieu hand in hand gaan.

 

woensdag, 11 januari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Kiest het CDA voor een echte omslag?

In duurzaamheid, gerechtigheid, politiek, cda, coalitie, emancipatie, oecumene, solidariteit, groenlinks, en meer.

Het CDA overweegt volgens de media ‘een ruk naar links’. De mogelijke koerswijziging blijkt uit gelekte plannen afkomstig uit het zogeheten Strategisch Beraad onder leiding van oud-minister Aart Jan de Geus. Veel christen-democraten zullen de koerswijziging eerder bestempelen als een terugkeer naar het politieke midden. Vooral macht en invloed maken een centrumpositie immers interessant. Maar een strategisch beraad is nog geen principieel beraad. En dat laatste is nodig is om een nieuw fundament onder de partij te leggen.

Als je door de waan van de dag stevig naar rechts bent meegezogen, dan sta je na verloop van tijd beteuterd in de hoek. Dan blijft er één richting over en dat is terugbewegen naar links. Zo verrassend is de koerswijziging daarom niet. De vraag is vooral: hoe ver durft het CDA te gaan? En komt de partij ook aan de progressieve kant van het politieke spectrum uit? Komt de koersverandering voort uit lijfsbehoud of is deze geboren uit een diepgewortelde overtuiging? En als dat laatste het geval is, wanneer volgt dan de erkenning dat de partij door fixatie op macht de afgelopen jaren op een ideologisch dwaalspoor terecht is gekomen?

Nu is de vraag wat de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ precies inhouden nogal verschillend te beantwoorden. Dat is – helemaal voor middenpartijen als CDA en D66 – altijd een wat lastige zaak. Voor mij telt het criterium of een politieke partij culturele verdraagzaamheid, duurzame ontwikkeling en een eerlijke verdeling van welvaart, macht en inkomen bevordert of juist eerder frustreert. Zo bezien is het CDA op dit moment een conservatieve en rechts georiënteerde partij.

Politiek filosoof en emeritus hoogleraar politieke filosofie Henk Woldring stelde eerder in tijdschrift De Linker Wang: “Het politieke midden kan nooit je doelstelling zijn, het gaat om een visie op de samenleving. De christen-democratie moet uiteindelijk een gematigd progressieve politieke beweging zijn.” Woldring schreef in 1996 een doorwrochte filosofische studie over de beginselen van de christen-democratie en zat namens het CDA in de Eerste Kamer. In 2010 zegde hij diep teleurgesteld zijn partijlidmaatschap op.

Levert het CDA straks echt een politieke bijdrage om de dominante economische machten bij te sturen? Durft de partij weer politiek met een hoofdletter te bedrijven? Of blijft het CDA kiezen voor ongebreidelde marktwerking door een verdere terugtreding van de overheid, maar dan in een wat vriendelijker vorm met wat meer culturele openheid? Rechts, maar zonder scherpe kantjes in een wat lichtere variant? Of kiest het CDA voor een echte omslag?

Voor de politiek in het algemeen is het interessant of de koerswijziging van het CDA zal leiden tot de val van het Kabinet Rutte. Wat mij vooral boeit is de vraag of trouwe CDA-kiezers zullen doorzien dat de eeuwige slingerbewegingen van het CDA – of die nu van links naar rechts gaan, of juist van rechts naar links – vooral zijn ingegeven door macht en politieke strategie. En dat visiestukken als het recent verschenen ‘Mens, waar ben je?’ uiteindelijk ondergeschikt zijn aan politiek lijfsbehoud. Of ben ik nu te cynisch? Ik vermoed oprecht van niet. Toch wil ik als religieus geïnspireerde GroenLinkser het CDA het voordeel van de twijfel geven, maar wel met een nadrukkelijke kanttekening.

Natuurlijk is elke politieke partij bezig met macht en strategie. Wat dat betreft neem ik het CDA niets kwalijk. Politiek bedrijven valt of staat met macht en invloed. Maar voor het CDA lijkt politieke macht gaandeweg een doel en een principe op zichzelf te zijn geworden. Dat het CDA nu weereens wat naar links beweegt is daarom alles behalve opzienbarend.

Relevant is vooral de vraag of het CDA  niet alleen om strategische redenen naar links buigt, maar in het voetspoor van de ideeën van onder anderen Henk Woldring, ook definitief durft te kiezen voor een gematigd progressief profiel omdat de christen-democratische wortels van solidariteit, emancipatie en rentmeesterschap dat simpelweg vereisen.

Als die trend zich definitief zou doorzetten, komt het CDA in beeld als interessante en stabiele coalitiepartner voor PvdA, SP, D66, ChristenUnie en ook mijn eigen partij GroenLinks. Afhankelijk uiteraard van de vraag hoeveel Tweede Kamerzetels de partij kan inbrengen bij het realiseren van een nieuwe centrumlinkse regeringscoalitie.


zondag, 1 januari 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Een raaf in de achtertuin

In leiden, wereld, natuur, beleid, den haag, nederland, arnhem, bijen, bleker, en meer.


Een paar dagen geleden liep ik in het bos achter ons huis. Een mooi landgoed, waar ons gehucht Exel als een Gallisch dorpje tegen aan is geplakt. Een wat schor ‘ra ra’ en een grote kraai in de top van een boom met een ruitvormige staart was herkenning genoeg. Daar zat een Raaf. Met 1.20 meter spanwijdte de grootste kraai, bekend om z’n slimme gedrag. Een instrumentengebruiker, die met stokjes voedsel uit holletjes peutert en stenen gebruikt om noten te kraken. Bijna uitgestorven in Nederland, maar na herintroductie zijn er weer een kleine honderd broedparen. De raaf is een mooi symbool van kwetsbare biodiversiteit. Nu weer onder druk door de plannen van dit kabinet.

Prachtige oase in isolement


Ik woon in een prachtige wereld. Naast het landgoed Ampsen, op een steenworp van het landgoed Verwolde en de moerassige bossen van het Kranengoor. Achter Ampsen liggen de broekgronden. Vroeger waren dat elsenbroeken, moerassen en venen waar beken doorheen stroomden. Nu nog vindt je het geurige gagel in de weg, groeit hier en daar de heide in de bermen. De rest is ontgonnen, mais- en grasakker geworden. De landgoederen liggen als oases van biodiversiteit in deze groen/bruine woestenij, met hier en daar nog resten van oude houtwallen. Want dat is het toch, laten we eerlijk zijn. Rechte lijnen van eiken begeleiden de ontsluitingswegen, jaarlijks vol van eikenprocessierups. Daar tussen liggen eeuwig groene weilanden, regelmatig gescheurd voor nieuwe inplant van engels raai. Afgewisseld door maisakkers, soms een aardappelveld. In de winter groenbemest met wintertarwe. Reeen haasten zich over deze kale akkers, op zoek naar beschutting. Als een boer ploegt, dan zie je nauwelijks meer vogels in zijn sporen. Het bodemleven is verarmd door intensief grondgebruik. Zelfs de roeken, vlak bij het station, trekken steeds meer de stad in omdat er ‘s winters op het platteland niets te halen is. Mijn bijen verhongeren er in de zomer, omdat na de linde er nauwelijks iets bloeit.

Ecologische Hoofdstructuur


Die Raaf in het winterse bos is als een symbool van de fantastische biodiversiteit die dit gebied kan dragen. Een prachtige vogel die als opportunistische aaseter aan z’n kost moet komen. Dus veel oppervlakte en rust nodig heeft. Aan de andere kant van Lochem broedt een paar, in het Grote Veld. Ampsen is, denk ik, net te klein. Dat hoeft niet zo te zijn, maar de lijnen met Verwolde en Kranengoor zijn verbrokkeld, de verbinding met de Lochemse Berg is ver weg. Hier ligt potentieel een prachtig natuurgebied, als die lijnen getrokken worden en kwaliteit via natte natuur en houtwallen ervoor zorgt dat natuurgebieden in verbinding komen. Bij ons achter wordt die poging gedaan, door een weiland te ontgraven en een stap tussen Kranengoor en Ampsen mogelijk te maken via een mini-natuurgebiedje. Verderop loopt de, gekanaliseerde, Dortherbeek. Een ecologische verbindingszone. Boeren en buitenlui zetten zich in voor kavelruil om ook daar natuurlijke verbindingen te realiseren. Dan wordt dit gebied weer één, de oases krijgen weer hun voeding. Er is dan ruimte, ook voor de Raaf.

Bezuinigingen


Volgende week, de 12de, ga ik naar de provincie. Daar krijgen we te horen wat er met de Ecologische Hoofdstructuur gaat gebeuren nu er drastisch bezuinigd wordt. De voortekenen zijn absoluut onheilspellend. De lijnen worden verbroken, bestemmingen verdwijnen, de oases komen geïsoleerd te liggen. Onder andere omdat agrarisch land onttrokken wordt van die Ecologische Hoofdstructuur.  Dit kabinet, met Bleker als woordvoerder, verandert de verhoudingen en zet de landbouw weer voorop. Kortzichtig, in een gebied waar met agrariërs lang gewerkt is aan grondruilen en zorgvuldig vormgegeven verbindingen. Zodat die Raaf weer terug kan komen, als symbool van biodiversiteit die misschien de ruimte ging krijgen. Nu, met het loslaten van de melkquota in de komende jaren, en de daarmee verbonden explosie van schaalvergroting en productie, worden dergelijke processen jaren terug geslagen. De verbindingen vallen dan weg, de oases staan weer in hun groene woestenij.

Alternatief lokaal

Wat goed is, van het beleid van dit kabinet, is dat we zo weinig van Den Haag te verwachten hebben. Zelfs Arnhem, onze provinciale hoofdstad, is heel ver weg. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, is het ook een beetje. Maar het betekent dat we het zelf moeten oplossen, met zeer beperkte middelen. Ons energiebeleid laat zien dat je in zo’n zoektocht onvermoede krachten tegen komt. Dat we sterker dan Den Haag of Arnhem kunnen zijn. Dat we zelf in staat moeten zijn die biodiversiteit te verbeteren en ons niet door Haagse besognes moeten laten leiden.  Dat kan, maar het vraagt, net als bij ons energiebeleid, volstrekt ‘omdenken’. Vanuit de lokale belangen zoekend naar perspectief voor onze Raaf? In een wereld van jagers en boeren, gewend te oogsten wat de natuur hun lijkt te bieden?

Ja dus. Want is het huidig natuur- en landschapsbeleid niet gebouwd op een zompig fundament van afhankelijkheden zonder overtuigend deel te zijn van onze eigen economie? Komende jaren staan, in Lochem, in het teken van duurzame gebiedsontwikkeling. Daarbij staat de economie van het platteland voorop. Bedrijven die een goed inkomen halen uit dit agrarisch landschap, met haar landgoederen, houtwallen en beken. Schaalvergroting zal onvermijdelijk zijn, maar dan ingepast in een kleinschalig landschap. Verdienen aan de natuur, via biomassa, slimme maairegimes, goed grondgebruik waardoor mestgift omlaag kan, gebruik makend van natuurlijke systemen die evenwicht in de bodem versterken wordt het adagium. Maar ook verdienen aan de biodiversiteit en prachtige natuur omdat dit ons landschap recreatief en toeristisch waardevol maakt. Want de recreant komt voor die beek, prachtige houtwallen en landgoederen.

En dat er dan een enkeling is die kippevel krijgt van dat schorre ‘ra ra’ van een eenzame Raaf, is dan mooi meegenomen.

woensdag, 28 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

De ultieme scheefwoonbeloning

In economie, politiek, huis, huurwoningen, koophuis, scheefwonen, sociale woningbouw, woningbouwcorporaties, woningbouwverenigingen, en meer.

Al jaren lopen er discussies over scheefwonen. Vaak gaat het om mensen die ooit met een laag inkomen een sociale woning betrokken hebben, maar die er inmiddels in inkomen op vooruit zijn gegaan. De huur van de woning waar ze wonen is daardoor te laag voor hun inkomen. Idealiter verhuizen mensen door naar een duurdere huurwoning of een koopwoning. Helaas zit de koopmarkt behoorlijk op slot. Waren woningen eerst te duur om te kopen (onder andere door het prijsopdrijvende effect van de hypotheekrenteaftrek), inmiddels dalen de prijzen maar scherpen de banken de eisen aan kopers nog sneller aan.

Op de site van Ria Damhof kwam ik deze week een briljante oplossing van het Kabinet tegen om een einde te maken aan scheefwonen: een aanbiedingsplicht voor woningcorporaties. Deze worden als het aan het Kabinet ligt verplicht om 75% van hun woningen te verkopen voor 90% van de WOZ waarde. Een nattere droom voor mensen met een sociale huurwoning op een populaire locatie kan ik me niet voorstellen. Een koopwoning in hartje Amsterdam voor 90% van de WOZ waarde. Paar jaartjes splitsen, samenvoegen en andere papieren vastgoedtrucjes uithalen, of meteen doorverkopen aan de hoogste bieder en tel uit je winst… Of een woning die net grootschalig door de woningbouwcorporatie is verbouwd  aanschaffen tegen 90% van de WOZ waarde. Da’s ook kassa…

De woningcorporaties blijven vervolgens achter met incourante woningen en een gat in hun financiele reserves. Zeg dan maar dag tegen je handje tegen de langzame, maar hoopvolle ontwikkelingen op gebied van energiebesparing bij woningbouwcorporaties. De eerste daarvan hebben inmiddels gemiddeld B-label woningen in hun woningvoorraad en zetten daarmee ook in op het tegengaan van energiearmoede door forse energiebesparing in hun woningvoorraad. Maar waarom zou je fors investeren als je onder de marktprijs moet verkopen en als je woningbezit ook nog eens steeds versnipperder wordt, waardoor het bijna onmogelijk wordt om schaalvoordelen te halen bij renovatie.

Het Kabinet geeft bij monde van Rutte aan dat het Engelse voorbeeld een goed voorbeeld is, het eigen woningbezit in het Verenigd Koninkrijk is sinds de aanbiedingsplicht voor woningbouwcorporaties fors gestegen. Wat Rutte er niet bij meldt is dat energiearmoede in het Verenigd Koninkrijk een behoorlijk probleem begint te worden. Veel huizen zijn vele malen slechter geisoleerd dan in Nederland en de Green Deal lijkt daar maar zeer beperkt verandering in te gaan brengen.

Ik betwijfel overigens of het plan daadwerkelijk het eigen woningbezit gaat bevorderen. Voorlopig zitten banken met een berg aan leningen verstrekt voor overgewaardeerd vastgoed (zowel commercieel als woningen) waar zeer waarschijnlijk nog fors op afgeschreven moet worden. Banken zijn dus niet happig zijn op het verstrekken van nieuwe leningen voor vastgoed. Ook bewoners zullen zich misschien nog een tweede keer achter de oren krabben als ze bedenken dat ze een sociale woningbouwvereniging als huisbaas gaan omruilen voor een commerciële bank. Terwijl het Kabinet ook aangeeft dat het van plan is een verhuisplicht in te voeren voor werklozen. Wanneer je dat overkomt ben je blij met een huurwoning…

Als het plan wel aanslaat is dat natuurlijk goed nieuws voor de staatskas. Twee procent overdrachtsbelasting over  75% van de woningvoorraad van woningbouwcorporaties is een welkome aanvulling in tijden van een teruglopende belastinginkomsten.

dinsdag, 27 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Links, Rechts en Het Huis van de Vrijheid

In liberalisme, politieke ruimte, verdelende rechtvaardigheid, wetenschap, economie, inkomen, politiek, politieke filosofie, agenda, en meer.

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Het Is filosofisch een fascinerend boek: boek bestaat uit vier delen. In het eerste deel werkt Claassen het idee van liberalisme uit. Hij laat zien dat liberalen uiteindelijk allemaal een ideaal van autonomie delen, maar dat zij zijn verdeeld over linkse en rechtse liberalen. In de overige drie delen werkt hij onderwerpen uit vanuit liberaal perspectief die zich niet per se verhouden tot die links/rechts tegenstelling: de rol van de overheid in het beperken vrijheid vanwege schade (aan jezelf of anderen), de rol van de overheid in de economie en vraagstukken rond identiteit immigratie en integratie.

Links en Rechts als Filosofische Begrippen

Claassen stelt dat liberalen allemaal een ideaal van autonomie delen (mensen moeten zelf vorm kunnen geven aan hun eigen leven). Ze zijn echter verdeeld over een ander vraagstuk. Rechtse liberale filosofen geloven sterk in individuele verantwoordelijkheid. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen succes en voor hun eigen falen. Linkse liberalen denken dat talenten ongelijk verdeeld zijn: het inkomen dat ik verdien wordt gedeeltelijk bepaald door mijn intelligentie. Dat is aangeboren. Daar ben ik verantwoordelijk voor en heb ik dus geen recht op. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als ik misdaden pleeg, ben ik daar in rechts liberaal perspectief zelf verantwoordelijk voor en moet ik dus de straf dragen. Volgens linkse liberalen ben ik geneigd misdaden te plegen door dingen waar ik zelf niet verantwoordelijk voor ben (slechte jeugd). En dus ben ik daar niet verantwoordelijk voor. Rechts staat voor individuele verantwoordelijkheid voor goede en slechte keuzes, links staat voor collectieve verantwoordelijkheid, omdat niet alles onze eigen keuze is. De andere onderwerpen vallen volgens Claassen daarbuiten: vraagstukken van nationale identiteit, economische groei en paternalisme vallen volgens hem buiten de links/rechts tegenstelling.

Links en Rechts als Politicologische Begrippen

Dit is in politicologisch opzicht een curieuze opinie. We weten dat links en rechts niet altijd hetzelfde betekent hebben: in Nederland betekende links en rechts aan het eind van de negentiende eeuw seculier en religieus. Links was seculier en rechts was religieus. Claassen heeft wel oog voor deze tegenstelling maar noemt dit filosofieën die een autonomie-ideaal centraal stellen (mensen moeten zelf keuzes maken en de overheid moet zo neutraal mogelijk zijn) en filosofieën die een welzijnideaal centraal stellen (de overheid weet wat het goede leven is en moet dit uitdragen). Sinds de Tweede Wereldoorlog betekent links in de eerste plaats voorstander van overheidsingrijpen in de economie en rechts de overheid grijpt niet in. Dit volgt de tegenstelling die Claassen links en rechts noemt. Vanaf de jaren ’70 komt daar de discussie over economische groei bij. Rechts kiest steeds voor economische groei en links voor andere maatschappelijke waarden zoals een ecologische balans en een balans tussen werk en zorg. Na 2002 komen tegenstelling rond immigratie, integratie en identiteit prominent op de politieke agenda. Links betekent hier erkent een multiculturele realiteit en rechts streeft naar een monoculturele samenleving. Links en rechts zijn dus in voortdurende ontwikkeling. Claassen stelt een links/rechts-tegenstelling centraal die in het huidige publieke debat steeds minder prominent wordt: als we kijken naar de posities van kiezers dan is hun positie op culturele vraagstukken steeds belangrijker voor hun positie op de links/rechts-as dan hun positie op economische vraagstukken.

Het interessante is dat als we kijken naar de meningen van kiezers al deze links-rechts assen niet samen vallen: de meeste kiezers zijn voor herverdeling (‘links’) maar ook voor een sterke overheid die optreedt tegen criminaliteit (‘rechts’). Volgens de filosoof Claassen zijn kiezers hier dan niet consequent op zijn. Links en rechts zijn in zijn analyse zulke heldere begrippen, als dit niet de lijnen van competitie zijn hebben kiezers dat schijnbaar verkeerd begrepen.

Ik denk niet dat dit terecht is. Als we het perspectief een klein beetje kantelen dan wordt het volgens mij duidelijk dat je best voor overheid kan zijn die hard optreedt tegen criminaliteit en armoede. Je kan de overheid zien als het schild van de zwakkeren, tegenover de sterkeren. Als een oud omaatje bestolen wordt op straat door een potige crimineel, dan lijkt het mij duidelijk wie de zwakkere en wie de sterkere partij is. Criminelen kiezen vaak de zwaksten in de maatschappij uit: het is gemakkelijker om te stelen van een vrouw of een bejaarde dan van een man en een jongeren. Als je als centrale principe neemt: de overheid moet de zwakkeren beschermen, dan moet de overheid optreden tegen criminelen om zo de slachtoffers te beschermen. Maar laten we nu eens kijken naar de arbeidsmarkt: wie is hier de zwakke en sterke partij? In de arbeidsmarkt zijn er verhoudingsgewijs veel minder bedrijven die om arbeid vragen, dan dat er aanbieders van arbeid zijn. De enkele grote bedrijven hebben ten opzichte van velen werkzoekende een monopoliepositie. Daarnaast hebben zij een hele afdelingspersoneelszaken die arbeidscontracten opstelt en loonschalen bepaalt. Een werkzoekende heeft niet de specialistische kennis om de nuances van het arbeidscontract te begrijpen. De overheid moet als schild van de zwakkeren optreden om de werkzoekende te beschermen tegen de mogelijke uitbuiting door de werkgever. De overheid moet er dus voor zorgen dat lonen eerlijk zijn en contracten niet alleen begrijpelijk zijn maar ook gebonden aan arbeidswetgeving die er voor zorgt dat een werkzoekende zich geen zorgen hoeft te maken over uitbuiting: het is altijd min-of-meer eerlijk geregeld. En als schild van de zwakkeren kan de overheid ook meer belasting vragen van de sterkste om zo regelingen in stand te houden waar zwakkeren voordeel van hebben: een klassiek sociaal-democratisch principe is de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.

In dit perspectief is overheidsingrijpen in de markt ten opzichte van bedrijven en in de samenleving ten opzichte van criminelen gerechtvaardigd omdat er een zwakkere partij en is een sterkere partij. De overheid moet als schild van de zwakkeren het opnemen voor de zwakkere partij. Het kan dus best consistent zijn om ‘rechts’ te staan om veiligheid en ‘links’ op sociaal-economische onderwerpen.

Links en rechts zijn flexibele begrippen die over tijd en tussen groepen sterk kunnen verschillen in betekenis. Voor filosofen zijn dit soort termen in gewikkeld. Ze proberen ze te vangen in definities, maar als wetenschapper weet ik maar al te goed dat de politieke werkelijkheid veel complexer is dan de definities van de filosoof toe laten.

maandag, 26 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Kerstgedachte: graag belasting betalen.

Kerstgedachte: graag belasting betalen.

Met de kerst wil je graag een goed gevoel krijgen. Iets doen waar je voldoening van krijgt. Iets buitengewoons dat eigenlijk gewoon zou moeten zijn. Meestal speelt zich dat af in de eigen kring van familie en/of vrienden. Maar veel mensen zijn met de kerst ook vrijgeviger en hebben meer compassie met medemensen die het slecht getroffen hebben.

Dit kan ook worden uitvergroot naar de hele samenleving. We staan aan de vooravond van forse bezuinigingen. Hoe kan je onze gemeenschap dan behulpzaam zijn? Door meer belasting te betalen. Dan hoeft er minder te worden bezuinigd. Dus worden minder mensen door bezuinigingen getroffen. En veel bezuinigingen benadelen vooral mensen (soms dubbelop) die toch al minder bedeeld zijn. Denk maar aan mensen met een minimuminkomen, zorgvragers, (chronisch) zieken enzovoort.
Als de overheid meer te besteden heeft, dan betaalt deze daar over het algemeen zaken mee waar we met z’n allen voordeel van hebben. Natuurlijk heeft iedereen zijn bezwaren op onderdelen, maar er zijn nu ook veel bezwaren tegen bezuinigingen. Want we geven ook graag om cultuur en natuur, onderwijs, ontwikkelingssamenwerking, een beter milieubeleid, een beter openbaar vervoer en oplossen van files.

Het is een kwestie van hoe je tegen onze samenleving aan kijkt. Meer belasting betalen geeft een goed gemeenschapsgevoel. Zo vragen in de Verenigde Staten van Amerika enkele miljardairs om meer belasting te mogen betalen. We betalen naar draagkracht. Het minste pijn doen de inkomstenbelasting en de belasting op vermogen. Dat is toch geld dat je niet echt in de handen hebt. En natuurlijk krijgen rijkere mensen een hogere belastingaanslag. De meeste mensen hebben geprofiteerd van de welvaartstijging. We kunnen wat missen omdat we materieel veel bezitten. Het kan allemaal wat soberder. Wat langer doen met wat we hebben. We leven toch al grotendeels in een vervangingseconomie met weinig echt nieuwe producten. Nu ben ik niet naar de miljonairsbeurs geweest, dus weet ik niet wat ik allemaal mis. Maar een tandje minder zou toch geen bezwaar mogen zijn. Ik geef toe dat van minder duur consumeren weer een hele hoop mensen last krijgen want minder verkopen betekent ook minder produceren en dus minder inkomen / winst. Maar daarvoor komen andere zaken in de plaats. En de overheid blijft niet op z’n geld zitten. Die belastingcenten worden weer uitgegeven en komen dus ook weer beschikbaar voor onze economie. Eigenlijk is het rondpompen van geld. Maar dan meer voor ons allen.
We gaan dus met een goed gemoed belasting betalen. Met z’n allen die wel een paar procent kunnen missen. Voor het goede doel: onze samenleving. Met ingang van belastingjaar 2012.

Een gelukkig kerstfeest en een vrijgevig 2012 gewenst,

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wie wordt er toegelaten in het Huis van de Vrijheid?

In liberalisme, migratie, ontwikkelingssamenwerking, politieke filosofie, armoede, belasting, blogs, boek, burgers, en meer.

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Filosofen laten graag groepen mensen die op eilanden stranden. Dat geeft altijd een prachtig moment om een nieuwe samenleving in kaart te brengen, zonder gevestigde belangen en oude instituties.

Claassen geeft een mooi voorbeeld in Het Huis van de Vrijheid om te laten zien waarom arbeidsmigratie onrechtvaardig is. Een schip breekt op zee in tweeën en de twee helften komen op de verschillende kanten van een eiland aan. In de ene helft van het schip zaten met name de matrozen. Deze mensen weten van aanpakken. Deze sterke mensen stichten al snel een goed werkende samenleving. Op de andere helft van het schip zaten de meeste passagiers: rijke mensen die niet weten wat hard werken is. Zij weten veel minder goed het beste uit het eiland te halen. Als de twee groepen elkaar na vijf jaar op het midden van het eiland ontmoeten (het is een groot eiland), is het duidelijk waar het beter toeven is: de matrozen die weten wat hard werken is zijn er veel beter aan toe dan de passagiers die niet weten wat hardwerken is. De matrozen die nog tussen de passagiers zaten willen naar de andere helft van het eiland toe: daar zien ze veel meer perspectief. Claassen is hier tegen: dat zou de economie van de arme helft alleen maar verzwakken. Zo laat Claassen zien waarom een liberaal (of eigenlijk een“liberal nationalist”) tegen grote arbeidsmigratie is: dat levert een braindrain op in arme landen.

Ik vind dit een uitermate verhelderend voorbeeld: want volgens mij is het heel duidelijk wat er moet gebeuren. Een van de links-liberale principes die Claassen onderschrijft is dat onverdiende verschillen inkomen eerlijk gedeeld moeten worden. Als ik geboren ben met het vermogen om hard te rennen, en iemand anders is vanaf zijn geboorte gehandicapt, dan moet ik een gedeelte van mijn prijzengeld dat ik verdiend heb met rennen delen met de ander: het is dom geluk dat ik geboren ben met rennersgenen en een ander gehandicapt geboren is.

Dit geldt ook voor de twee gestrande groepen: als er aan een kant door dom geluk alle mensen zitten die door no fault of their own, het meeste uit het eiland kunnen halen, dan moeten zij hun welvaart delen met de andere mensen die door no fault of their own minder uit het eiland kunnen halen. Politiek gesteld: de vraag van (on)rechtvaardigheid van arbeidsmigratie valt in het niet bij de vraag van de (on)rechtvaardigheid van mondiale inkomensverschillen. Ik werk hard, maar toch heb ik een groot deel van mijn rijkdom te danken aan het bestaan van allerlei instituties hier in Nederland waarvoor ik niets heb hoeven doen. Het is niet genoeg dat ik belasting betaal om deze instituties in stand te houden. Dat deze instituties goed functioneren, is toch grotendeels een erfenis van 200 jaar democratisch zelfbestuur in Nederland.  In andere landen is er armoede omdat de instituties daar ontbreken die hier in Nederland voor mijn rijkdom zorgen. Er zijn onverdiende verschillen in inkomens. Wij hebben dus geen recht op een groot deel van onze rijkdom en zouden dat eerlijk moeten delen.

Claassen gelooft minder in zulk liberaal kosmopolitisme, omdat er geen internationale staat is waar burgers loyaal aan zijn. Alleen als zo’n staat met loyale burgers bestaat kan er inkomen verdeeld worden. Een gevoel van lotsverbondenheid en zelfs gemeenschapszin is een noodzakelijke voorwaarde voor solidariteit. Dit is de basis van liberaal nationalisme: een overheid met loyale burgers is noodzakelijk voor liberalisme en we kennen alleen een nationale staten waar dat zo is.

De vraag die Claassen onbeantwoord laat is hoe we om moeten gaan met de verschillen in inkomen die daar het gevolg van zijn. Claassen schrijft daar niet over, maar ik denk dat zijn links-liberale principes het lastig maken om niets aan die onrechtvaardigheid te doen. Nationale staten zijn noodzakelijk om mensen voor onverdiende verschillen in inkomen te compenseren, maar nationale staten zorgen voor onverdiende verschillen in inkomen. In die zin is volgens mij liberaal nationalisme zeer problematisch.

zondag, 25 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Het Eeuwige Tekort van het Huis van de Vrijheid

In arbeid, economie, inkomen, liberalisme, politieke filosofie, verdelende rechtvaardigheid, vrije tijd, analyse, arbeidsmarkt, en meer.

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

In 2005 schreef Rutger een ander opvallend filosofisch werk: Het Eeuwige Tekort, waarin het begrip ‘schaarste’ centraal stond. Is Het Eeuwige Tekort consistent met de politieke visie die Claassen uitwerkt in Het Huis van de Vrijheid?

De Oude Claassen: Het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid is in de kern een liberaal boek. Claassen noemt zich in dit boek liberaal, alhoewel hij opmerkt dat dat in het Nederland maatschappelijk debat meer verwarring oproept dan oplost. Liberalisme betekent voor Claassen het streven naar een zo groot mogelijke autonomie voor mensen dat betekent dat mensen zo vrij mogelijk moeten zijn om zelf te beslissen over hun eigen leven, maar dat Claassen erkent dat vrij zijn ook gepaard is met het hebben van bepaalde vermogens: baby’s zijn niet autonoom, want die zijn niet instaat om doelen voor zich te stellen of de gevolgen van hun handelen in te schatten. Autonomie-als-ideaal omvat zowel de vrijheid zelf te kiezen als de plicht van de gemeenschap om zorg te dragen dat iedereen de vermogens heeft om te kiezen. Overheidsingrijpen is in principe alleen gelegitimeerd als die autonomie vergroot.

In het boek onderzoekt Claassen in allerlei maatschappelijke casussen hoe dit autonomie-ideaal in elkaar steekt. Zo bespreekt hij ook de topinkomens in het bedrijfsleven. Claassen stelt voor dat topinkomens positionele goederen zijn: de waarde van een topinkomen zit niet zo zeer in het bedrag, maar destemeer in of het meer of minder is dan het inkomen van de buurman. Zo ontstaat er een wedloop tussen topmanagers die allemaal meer willen verdienen dan de andere manager: om zo een duurdere auto en een duurder huis te kopen. Dit zijn consumptiemiddelen die ook weer met name waarde hebben in wedijver.

Volgens oude Claassen mag de overheid niet ingrijpen: er is geen sprake van schade aan autonomie. Mensen kiezen er zelf voor om mee te doen in de ratrace. We doen elkaar geen schade aan door een duurdere auto dan de ander te kopen. Als de ander zich daardoor gekleineerd voelt en ook een duurdere auto wil kopen is dat zijn eigen verantwoordelijkheid. Zolang er geen aanwijsbare schade voor autonomie door wedijver tussen topmanagers komt is er voor Claassen geen reden om in te grijpen. Sociale grenzen aan de groei zijn geen geldige reden voor Claassen om in te grijpen. De overheid is neutraal ten opzichte van de inkomensstijgingen van individuen.

Claassen merkt op dat als iemand oog heeft voor een oneerlijke verdeling van talenten dat hij dan misschien topmanagers wil belasten voor hun grote talenten waar hun grote inkomens mee verdient zijn.* Ook als bonussen de verkeerde prikkels geven dan moet de overheid ingrijpen: als ze risicovol ondernemen boven economische duurzaamheid stellen. Hier gebeurt volgens Claassen nog te weinig aan in de markt. Bij de overheid slaat men volgens hem door: door de balkenendenorm biedt de overheid te lage lonen aan topmanagers en we weten allemaal if you pay peanuts you get monkeys. De oude Claassen is in de analyse van topinkomens een klassieke liberaal: de overheid moet autonomie beschermen en niet meer doen.

De Jonge Claassen: Het Eeuwige Tekort

Het Eeuwige Tekort is juist kritisch over liberale filosofieën. Het boek gaat over de vraag hoe we met schaarsten om moeten gaan. Liberale filosofen erkennen dat er schaarste aan natuurlijke hulpbronnen is. Voor liberale filosofen is schaarste echter een natuurlijke toestand en ligt de verantwoordelijkheid voor dat er schaarste bestaat niet bij de mens. Dit noodzaakt ons om de maatschappij te organiseren op basis van principes van rechtvaardigheid. Het belangrijkste liberale verdelingsprincipe is de markt. In de markt ontstaat volgens economen door concurrentie om schaarse middelen de meest efficiënte verdeling. Deze concurrentie is volgens liberalen een positieve kracht: de motor voor economische en technologisce ontwikkeling. Iedereen heeft daar uiteindelijk voordeel van. Afgunst en jaloezie zijn voor liberalen daarmee uiteindelijk positieve krachten. Liberalen stellen de voldoening van behoefte centraal. De aard van de behoeften maakt hen weinig uit. Claassen noemt dit een “kritiekloze verheerlijking van behoeftebevrediging”.

Jonge Claassen staat in Het Eeuwnig Tekort veel kritischer tegenover schaarste dan de liberalen. Hij stelt zichzelf voor als een pluralist. Hij is kritisch over de centrale rol die concurrentie inneemt op alle plekken in de hedendaagse maatschappij: in de wetenschap, de politiek en de televisie. Concurrentie over schaarse grondstoffen leidt in zijn ogen alleen maar tot uitputting van het sociale, psychische en natuurlijke kapitaal: stress, sociale verharding en vervuiling. In plaats daarvan zou niet alles door de lens van competitie gezien moeten worden: een pluraliteit van maatschappelijke sferen met eigen verdelingsmechanismen (niet alleen de markt) zou in stand gehouden moeten worden. Het is een doorn in het oog van de jonge Claassen dat het huidige sociaaleconomische stelsel dat arbeid en consumptie centraal stelt andere waardevolle menselijke activiteiten (“tijdrovende, affectieve relaties” in de liefdeloze filosofentaal, wat wij tijd voor geliefden, gezin en vrienden zouden noemen) naar de zijkant schuift. We zouden maatschappelijke sferen moeten creëren waarin schaarste en afgunst geen centrale rol spelen. De logica van de economie maakt van mensen sociale autisten die zich monomaan richten op de maximalisatie van de winst, en daarvoor alle morele en maatschappelijke normen die ze kunnen overtreden, zullen overtreden. Dit is uiteindelijk een gevaar voor de economie zelf. Claassen wil de cultuur van de schaarste overwinnen door te breken met het dominante winst- en groeidenken. Dit is de jonge, linkse cultuurcriticus Claassen: kritisch over de cultuur van de schaarste die alles economiseert en geen ruimte laat voor andere waardevolle menselijke activiteiten.

Jong en Oud

De jonge en de oude Claassen lijken diametraal tegenovergesteld. De jonge Claassen kiest voor een keiharde kritiek op de cultuur van de schaarste waarvan het lof door liberalen wordt bezongen. Liberalisme is niets meer dan de kritiekloze verheerlijking van behoeftebevrediging die door afgunst in stand wordt gehouden en ons geestelijk uitput. De oude Claassen, zelf een liberaal, vindt dat een keuze voor mensen zelf: als jij het je aantrekt dat je buurman een grote Porsche heeft, en daarom nog harder wil werken en meer wil gaan verdienen dan ben je daar zelf verantwoordelijk voor. Dat is geen schade van autonomie. Dus de overheid hoeft niet in te grijpen.

De obsessie met economische groei is voor de jonge Claassen een doorn in het oog en voor de oude Claassen individuele keuze, waar de overheid neutraal tegenover moet staan. Interessant vind ik ook dat waar de jonge Claassen pleitte voor schaarstevrije sferen, de oudere Claassen waarschuwt voor het doorslaan van de overheid richting matiging van topinkomens. Dat zou niet goed zijn voor het type managers dat we binnen halen bij de overheid, want schijnbaar is loon alles wat zou moeten tellen bij public service.

Toch ligt het beeld wat genuanceerder: de jonge en de oude Claassen hebben beide oog voor de maatschappelijke gevolgen van de nadruk op economische groei. Als er maatschappelijke schade ontstaat door de nadruk op schaarste en concurrentie dan moet de overheid ingrijpen. Als monomane autisten de wet gaan overschrijden is er een probleem, ook als de bonusstructuur de managers vervreemdt van de werkvloer.

Cultuurfilosofie versus Politieke Filosofie

Uiteindelijk ligt er echter een fundamenteel filosofisch onderscheid tussen de twee Claassens: filosofisch putten de jonge en de oude Claassen uit andere tradities. De jonge Claassen oriënteert zich op continentale cultuurkritische denkers als Arendt, de oude Claassen is veel Anglosaksischer en analytischer, en zijn filosofen als Sen zijn grote voorbeeld. Voor de oude Claassen is er een fundamenteel onderscheid tussen wat moreel onwenselijk is en politiek onrechtvaardig: Claassen vindt dat de overheid geen oordeel moet hebben of meer willen verdienen omdat je buurman een grotere auto heeft goed of slecht is. Dat moeten mensen zelf uitzoeken. Dat betekent niet dat de oude Claassen zelf geen mening heeft over auto’s en afgunst, maar hij vindt dat individuele meningen geen rol hebben in de politiek. De overheid moet zo neutraal mogelijk zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven. Wat de oude Claassen vindt als politiek filosoof en wat de oude Claassen vindt als moreel filosoof hoeven niet hetzelfde te zijn. De jongere cultuurkritische Claassen zal het hier niet mee eens zijn. Het voornaamste argument aan de hand van deze critici is dat we als overheid wel neutraal kunnen proberen te zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven maar dat er door het sociaaleconomische stelsel er een ideaal (dat van competitie) dwingend aan ons op gelegd wordt. Het marktdenken wordt steeds dominanter in de vorming van onze karakters en de marktlogica wordt langzaam aan alle sociale sferen opgelegd. Dit komt het meest sprekend tot uiting in het voorstel van de oude Claassen om de topinkomens bij de overheid niet te veel uit te pas te laten lopen met de markt. We kunnen ons alleen tegen deze erosie van onze cultuur verzetten door ons collectief te organiseren. Het morele laissez-faire van Claassen houdt een cultuur van stress en uitputting in stand die we alleen kunnen doorbreken door overheidsingrijpen.

* Ik vind dit om twee redenen een tamelijk schokkende omschrijving: als iemand gevoelig is voor argumenten dat als talenten oneerlijk verdeeld zijn, er dan een ongelijke verdeling van middelen kan ontstaan, dan kan hij de topinkomens nog wel eens willen belasten. Iedereen zou gevoelig moeten zijn voor een oneerlijke verdeling van talent. Dat is geen kwestie van smaak.

Ten tweede, is Claassen schijnbaar onder de indruk dat de inkomens van topmanagers in verhouding staat met de door hen geleverde arbeid. Maar als ik weer cijfers uit de Verenigde Staten hoor, massa-ontslagen, economische malaise en wel een stijging van de topinkomens, dan vraag ik me serieus af of topinkomens wel in verhouding staat geleverde arbeid. Is de arbeidsmarkt aan de top wel een perfect functionerende markt? Topinkomens worden niet bepaalt in een markt waar er heel veel aanbieders zijn en heel veel vragers en mensen anoniem opereren. Het grootste bezwaar is dat er geen sprake is van een anomiteit, maar dat topinkomens worden goedgekeurd in een old boys-netwerk, waar iedereen elkaar kent. Je kan je serieus afvragen of daar sprake is van gezonde marktwerking.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 3316 uur (138,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3