donderdag, 17 mei 2012

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Flitsontslag maakt werkgevers meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van hun medewerkers

In duurzaam, politiek, groenlinks, innovatie, ontslagrecht, akkoord, bedrijf, de.
In het Lente akkoord wordt een vorm van flitsontslag ingevoerd, waarbij een bedrijf zijn medewerkers ontslaat en per gewerkt jaar een maandsalaris cadeau doet, de oude Kantonsrechters regeling.  Maar dan zonder de extra premie voor mensen ouder dan 40, die … Lees verder

zondag, 13 mei 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

VNG in Rio: Voor duurzame inspiratie

In afhankelijkheid, alternatieven, buren, de, de wereld, delen, duurzaam, duurzaamheid, duurzame ontwikkeling, en meer.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten doet mee in het Rio+20 proces. Als scout mag ik voor de VNG op zoek naar duurzame inspiratie. Natuurlijk door te buurten bij onze collega gemeenten die daar breed vertegenwoordigd zijn. Maar ook door bij de vele honderden maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en de wetenschap te rade te gaan. Want wat kunnen wij, lokale gemeenschappen, leren van die enorme rijkdom aan kennis en initiatieven die in juni in Rio bij bij elkaar worden gebracht?

logo rio“Helemaal naar Rio om inspiratie op te halen voor Haarlem, Lochem of Veenendaal? Mijn buurvrouw vindt dat ik, als Lochemse wethouder duurzaamheid, er gewoon voor de Lochemmers ben. Dat is ook zo. Tegelijk, als ik naar mijn werk fiets zie ik de vrachtschepen vol sojaschroot en tapioca bij onze veevoedergigant ‘For Farmers’ en ruik ik de zoete geur van de melkpoeder en boter van ‘Friesland Campina’. Als we ons lokale energiebeleid vormgeven doen we dat met het oog op mondiale klimaatverandering en grondstoffenschaarste. Als we werken aan gebiedsontwikkeling, zoeken we naar mogelijkheden om fosfaat, stikstof zo lokaal mogelijk in de kringloop terug te brengen en afhankelijkheid van fossiele energie in te perken. De wereld is onze achter- en voortuin en het is goed om zo nu en dan met je buren in gesprek te gaan. Wie weet, kan je nog wat van ze leren. Kennis vermenigvuldigt zich daar haar te delen. Dat gaan we in Rio doen.

Mijn buurvrouw is nog niet overtuigd. “Nederland is toch een kennis- en handelsland? We kunnen de wereld best wat leren en producten verkopen, maar als wethouder voor alle gemeenten kennis en inspiratie ophalen? We moeten gewoon doen, niet lullen maar poetsen!” En natuurlijk heeft ze een punt. We weten en kunnen al zo veel. De geduldige wandelgangen van de internationale conferenties hebben zelden de innovatie gebracht die duurzame ontwikkeling dichterbij brengt. Maar die gangen loop ik nauwelijks op, in Rio. Naast al de diplomatie en de - bijna vanzelfsprekende cynische magere vooruitgang in de akkoorden - ontmoeten mensen van lokale gemeenschappen, wetenschap en bedrijfsleven elkaar om te vertellen hoe het wel kan, concreet, in het hier en nu, zonder langdradige papieren onderhandelingen. Mensen, hun organisaties en gemeenschappen, die concreet vorm geven aan een wenkend duurzaam alternatief. Inspireren en verleiden, vele malen sterker dan de - noodzakelijke - diplomatieke onderhandelingen. Met die mensen en organisaties zal ik, voor de VNG zijn.

“En dan, wat hebben wij eraan? Jij geïnspireerd is leuk, maar wat levert dat op?” Het is duidelijk, mijn buurvrouw wil boter bij de vis. en vele anderen met haar. In mijn gemeente werkt, deels onbewust, de inspiratie uit het ‘zuiden’ al enorm door. Net als in zovele andere gemeenten. Initiatiefnemers van onze coöperatieve energie werkten in Bolivia, Chili, Tanzania, Nicaragua en India. Daar leerden ze, met lokale gemeenschappen, hoe je tegen alle krachten in eigen kracht en macht kan ontwikkelen en hoe je deze kan gebruiken voor wezenlijke alternatieven voor dominante systemen. Dus als we een niet-duurzaam en centraal gestuurd energiesysteem hebben, waar we een wel-duurzaam lokaal alternatief tegenover willen stellen, dan kunnen we te rade gaan bij de lessen die in het ‘zuiden’ zijn geleerd. Dat deed LochemEnergie en daarmee kreeg ze sleutels in handen voor een ontwikkeling die dit initiatief tot een van de meest succesvolle in Nederland maakt. Dat is toch ‘boter bij de vis’?

In Rio komen ze bij elkaar: diplomaten en regeringsleiders. Maar parallel aan die bijeenkomst zal er een feest van duurzame inspiratie zijn, van gemeenten en gemeenschappen, wetenschap en bedrijfsleven. Ik mag, voor de Nederlandse gemeenten daar aan mee doen. Om lessen op te halen en te vertalen naar de praktijk van de lokale gemeenschappen. Die daarmee, getuige bijvoorbeeld de kracht van FairTrade en Millenniumgemeenten, Klimaatverbond en vele andere initiatieven, daar best een weg mee zullen weten.

zondag, 6 mei 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Collectieve zonnestroomparken

In duurzaamheid, economie, de windcentrale, de windvogel, duurzame energie, duurzame energie baten, ebn, nijmegen, solar green point, en meer.

In Nijmegen start de gemeente in samenwerking met Zonnepark Nederland en netwerkbeheerder Liander een project waarbij mensen zonnepanelen kunnen kopen die op het dak van een publiek gebouw komen te liggen. Liander saldeert de opbrengst met je energierekening, alsof ze op je eigen dak liggen. Je betaalt dus geen energiebelasting of btw over de energie die op deze wijze wordt opgewekt. Vincent Dekker van Trouw ziet hierin de voorbode van zonnevolkstuintjes, a la de al langer bestaande volkstuintjes voor groente en fruit. Of dat terecht is is de vraag, tenzij er een juridisch verschil is tussen zelflevering van windenergie en zelflevering van zonne-energie…

De belangrijkste vraag blijft m.i. dan ook of de rechter de zienswijze deelt dat zelflevering van energie te vergelijken is met zelflevering van groenten en fruit uit een volkstuin. En wanneer de rechter dat besluit is de vraag wat de overheid als Plan B heeft om het potentiële gat in de begroting te repareren. Is dat alsnog een wettelijk verbod op zelflevering voor de meter invoeren, of een maatregel verzinnen om inkomsten te genereren en tegelijkertijd het halen van de doelstelling voor 14% duurzame energie in 2020 dichterbij te brengen?

Zelflevering en energiebelasting

Er zijn verschillende manieren om je eigen energie op te wekken. Een belangrijk onderscheidt is de vraag of de energieopwekking voor of achter de meter plaats vind. Bij energieopwekking achter de meter (bv. door zonnepanelen op je eigen dak) is de wet helder: salderen mag. Bij energieopwekking voor de meter is het diffuser. Volgens Zonnepark Nederland is de wet Elektriciteitswetgeving voor meerdere interpretaties vatbaar. Volgens De Windvogel is salderen voor de wet niet expliciet verboden, dus mag het. Reden waarom windcoöperatie De Windvogel, waar ik zelf ook lid van ben, vorig jaar is gestopt met het betalen van energiebelasting over de elektriciteit die ze aan haar leden levert. Inmiddels werkt de belastingdienst aan een dagvaarding van De Windvogel, Anode en mogelijk ook een aantal leden van De Windvogel.

Niet echt een zonnig teken voor de investeerders in Zonnepark Nederland. Al staat de gemeente Nijmegen de eerste twee jaar garant voor de energiebelasting bij Zonnepark Nederland. Wanneer de rechter beslist dat er over zelf opgewekte energie voor de meter toch energiebelasting en btw betaald moet worden valt de schade voor de kopers van zonnepanelen dus mee. Zonnepark Nederland schrijft daarover op haar site het volgende:

De methode van salderen van opgewekte energie op een ander dan je eigen dak is nog niet uitdrukkelijk bij wet geregeld. Deze pilot maakt hiertoe gebruik van een uitzondering in de huidige Elektriciteitswetgeving die voor meerdere interpretaties vatbaar is. De pilot loopt daarmee vooruit op een (mogelijke) aanpassing van de wetgeving op dit punt. Het Ministerie van EL&I is op de hoogte van de pilots die Liander m.b.t. collectief opgewekte energie uitvoert. Toch is er een zeker risico dat het salderen van de Energiebelasting en BTW zoals in deze pilot gebeurt, niet zal worden toegestaan door de fiscus. In dat geval staat de gemeente Nijmegen voor een periode van twee jaar garant, voor de gederfde inkomsten voor de deelnemers (energiebelasting en BTW). Doordat er zo in ieder geval tenminste twee jaar gesaldeerd kan worden, is de totale businesscase gerekend over 25 jaar, voor de deelnemers toch kostendekkend. Het financieel rendement zal dan wel lager zijn, dan wanneer salderen over de volledige periode wordt toegestaan door de wetgever.

Ook in Rotterdam zijn er plannen voor een collectieve zonne-energiecentrale op de geluidswal van de A20 ter hoogte van het Terbregseplein, deze plannen worden ontwikkeld door Solar Green Point.

Kosten collectieve zonnestroomcentrale

De kosten per zonnepaneel bedragen bij Zonnepark Nederland Euro 500, de verwachte opbrengst is gemiddeld 197 kWh. Daarnaast betaal je 25 jaar lang 15 Euro per jaar voor onderhoud en beheer. De totale kosten per paneel van 240 Wattpiek komen daarmee op Euro 875 ( € 500,– plus € 375,–) voor 25 jaar. Afgezien van de jaarlijkse bijdrage is de installatieprijs van Euro 2,08 per Wattpiek vergelijkbaar met de installatiekosten van zonnepanelen op je eigen dak, met als voordeel dat je er geen omkijken hebt. De jaarlijkse bijdrage van Euro 15 maakt het m.i. wat onaantrekkelijker, al kom je met een verwachte kostprijs van Euro 0,178 per kWh nog steeds onder het huidige consumententarief voor elektriciteit uit.

De kosten per paneel met een jaaropbrengst van 230 kWh bedragen bij Solar Green Point Euro 460. Al kan de definitieve prijs nog afwijken. Daarnaast rekent ook Solar Green Point met een bedrag per jaar voor onderhoud en beheer gedurende de 20 jaar waar Solar Green Point van uit gaat. Wanneer ik de jaarlijkse bijdrage per paneel gelijk hou aan de bijdrage bij Zonnepark Nederland kom ik uit op een totale investering van Euro 760 (460 + 20 * 15) en een kostprijs per kWh van Euro 0,165.

Wanneer de energiebelasting vervalt voor zelflevering van eigen energie voor de meter is de verwachte stroomprijs lager, zelfs als rekening wordt gehouden met de 4 Eurocent aan extra kosten die Hans Labohm en Rob Walter aan zonne-energie willen toerekenen.

Kosten collectieve zonne-energie vergeleken met collectieve windenergie

Naast aanbieders van collectieve zonnestroomcentrales in eigen bezit zijn er al langer coöperaties actief op het gebied van windenergie, zoals De Windvogel. Een nieuwer model vormt De Windcentrale. Bij De Windvogel betaal je eenmalig Euro 50 lidmaatschap en kun je daarnaast een bedrag uitlenen waarover rente vergoedt wordt. Bij De Windcentrale koop je winddelen in een windmolen, elk winddeel geeft recht op een deel van de elektriciteitsopbrengst. De Windcentrale gaat er van uit dat een winddeel ongeveer 500 kWh per jaar opwekt en tussen de Euro 300 en Euro 400 kost. De levensduur van een windmolen is 15 tot 20 jaar, wat betekent dat de kostprijs per kWh tussen de 3 en 5,3 Eurocent ligt. Dat is nog goedkoper dan collectieve zonnestroomcentrales.

Plan B: duurzame energie baten

Beide voorbeelden laten zien dat rendabele vormen van duurzame energie veeleer innovatie in de overheidsregulering vergen, dan innovatie in de markt. Het is dan ook tijd dat de overheid een Plan B verzint voor de toekomstige terugval in de opbrengst van de energiebelasting. Bij voorkeur op een manier die de energiemarkt zoveel mogelijk behandelt als andere markten, dus geen subsidies of fiscale ondersteuning voor uitontwikkelde technologieën als wind op land, olie en gas.

Wel nadenken over de wijze waarop de overheid een deel van de private winsten van publieke goederen als zon en wind kan afromen. Bijvoorbeeld in de vorm van duurzame energie baten.

Ik heb al een aantal keer eerder voorgerekend dat het grote prijsverschil tussen de kostprijs van windenergie (en in toenemende mate ook van collectieve zonne-energie) en de consumentenprijs van elektriciteit mogelijkheden geeft om de energiebelasting te vervangen door een systeem waarbij de overheid een deel van het rendement afroomt, zoals de staat dat via Energie Beheer Nederland ook doet bij aardgas en olie.

donderdag, 26 april 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Bloggen voor TEDxBinnenhof

In blogs, blog, innovatie, persoonijk, tedxbinnenhof, de, eerste, hulp, idee, en meer.

Op 25 juni organiseert de rijksoverheid TEDxBinnenhof. De organisatie noemt het een Catwalk voor innovatie, waar inspirerende en grensverleggende ideeën uit Nederland voor het aanpakken van mondiale problemen worden gepresenteerd. De Catwalk for Innovation wordt gelivestreamed op verschillende locaties in Nederland en op deelnemende Nederlandse ambassades.

Ik heb geen idee welke ideeën zich mogen presenteren. De komende maanden mag ik wel bloggen over innovatie. Uiteraard ga ik daarbij ideeën behandelen die volgens mij een plekje op de catwalk verdienen. Te beginnen bij de bouwsector, waar ik in werkzaam ben. De komende weken kun je echter nog bijdragen verwachten over elektrische auto’s en duurzame innovaties.

Ideeën, opmerkingen en commentaar zijn welkom. Mijn bijdrage van deze week is tot stand gekomen met hulp van Ivo Stroeken en Max Herold. Ik plaats de bijdrages die ik schrijf voor TEDxBinnenhof met een vertraging van twee weken ook hier op mijn eigen weblog.

De eerste twee berichten staan inmiddels online en kan je hier vinden:

zondag, 22 april 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

De kou en NLL.

In uncategorized, bloemen, bomen, groei, buitenhof, buren, dames, de, jongeren, en meer.
Het was een warme maartmaand. De tulpen en de narcissen kleurden de tuinen en plantsoenen. Langs de Harlingerstraatweg in Leeuwarden stonden zoals in elk voorjaar 'ontplofte' bomen; tengere, donkerbruine stammen met dunne takken die moeiteloos wolken van roze bloesem de lucht in gooien. In de tuinen staan de oude Magnolia's, koninklijk getooid met haar kroon van witte bloemen verleiden ze menig
passerend automobilist alsof ze de Sirenen zijn.

De belofte van de lente hing in de lucht.

Maar zoals vaker hakte april er flink in.
Het voorjaar bevroor; de nacht-vorst was terug en de groei van de dikke knoppen aan allerlei bomen stokte. De tulpen stonden te bibberen in mijn tuin en de fruittelers zien met lede ogen hun verwachtte oogst vroegtijdig gekoeld.
Verkoudheden doen kwistig de ronde en ik wissel met allerlei mensen uit dat we het te koud vinden. Graag meer zon, graag meer warmte, graag.....en toen viel het kabinet.
Net als het voorjaar geknakt in hun aanloop naar mee bloei.
Volgens de ene partij had de andere partij ons, 16 miljoen Nederlanders, in de kou laten staan! Maar ik vond het al véél te koud, dus.....

Tijd voor een nieuwe lente!
Opnieuw, overnieuw, vernieuwd, hoe dan ook maak er een Nederlandse Lente van, #NLL! Onze Arabische zusters en broeders gingen ons voor. Natuurlijk is het daar nog geen zomer. Net zo min als de zaken die de Occupy-bewegingen overal ter wereld aan de orde gesteld hebben, al veranderd zijn. Maar er zijn pleinen bezet, Leaks aan het licht gekomen en structuren veranderd; die bewegingen zijn gemaakt en kunnen niet meer teruggedraaid worden.
Ook al is Nederland een westers land met de daarbij behorende ontwikkelde fysieke en sociale infrastructuur, er zijn veel onderwerpen die vragen, roepen, smeken om andere aanpak, anders denken, anders doen.

Is het nog nodig om ze te noemen? Een eerste greep dan:
*   Onderwijs, jongeren, ouderen, gezondheidszorg:
  • er staan zoveel mensen te trappelen om met logische, liefdevolle en veel minder geldverslindende oplossingen te experimenteren, zonder de uitstotende werking van de regeringsmaatregelen;
    *   Aandacht voor de grote groep zzp'ers en jonge of nieuwe ondernemers die anders denken, innovatie in hun genen hebben, kleinschaligheid kunnen bevorderen en echt andere mogelijkheden zien dan meer-van-het-zelfde maar nog veel te weinig herkend worden, erkenning krijgen, met name door de 'grote jongens' en de overheden.
    *   Over de thema's als vergroening van de economie, duurzaamheid, vervoersstromen, de (kantoor)bouw versus de leegstand, de voedselproductie is op kleine schaal voortgang geboekt. Maar in de grotere context moet veel meer gebeuren, dan alleen koketteren met een containerbegrip.
    *   En dat alles met alles samenhangt, dat we een ge-heel zijn en daar naar moeten handelen..................................
    *   en dan heb ik het nog niet over de ondervertegenwoordiging van vrouwen op alle functies in de wereld; zo zie ik nu de zoveelste tafel bij Buitenhof-tv die volledig door mannen wordt bevolkt. Dat fenomeen kan je op allerlei manieren duiden, maar ik zie als belangrijkste reden van het gebrek aan diversiteit onder de huidige leiders, de nog immer masculine, hiërarchische, fragmentariserende organisatiemodellen die overal in onze samenlevingen de praktijk uitmaken.

Kortom, een Nieuwe Nederlandse Lente graag!

Heren en Dames, u, ik, wij allemaal, laten we de straat op gaan om koffie te drinken met de buren, te mûskopjen met de dorpsbelangen of wijkcomité's, kort maar indringend te overleggen met je politieke partij of maatschappelijke organisatie, in conclaaf met de managementsteam of OR van je werk. Oefen, maak voorbeelden, vind rolmodellen, zoek andere richtingen.
Contact graag, laten we elkaar ont-moeten en uitwisselen, zodat het voorjaar warmte en bloei kan ontwikkelen en een opstap kan zijn naar die mooie zomer van 2012.
Want, Yesss, We Can!!


Ineke M. Verdoner

Over Sirenen
Column Stine Jensen in Buitenhof
Jordi Sovall: hoe samenwerken ook kan







 

donderdag, 12 april 2012

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

In speeches, democratie, vrede van utrecht, 10 december, acties, afrika, akkoord, alternatieven, april, en meer.

Post image for Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

11 april 2012

Op 1 februari 1960 gingen vier studenten aan een tafeltje zitten in een lunchroom in Greensboro in North Carolina. Ze bestelden een kopje koffie.

Wat ze deden was verboden want de studenten waren zwart: de zitplaatsen waren voor blanken, de staplaatsen alleen voor de zwarte studenten. ‘We bedienen geen negers’ zei de serveerster.
De studenten bleven zitten, tot sluitingstijd. De volgende ochtend verschenen 27 zwarte studenten, gekleed in pak en das en ze gingen zitten. Een dag later waren het er tachtig. Ze zaten aan de tafels zonder te consumeren en deden er hun huiswerk. Het protest groeide de dag erna tot 300 en de eerste protesterende blanken voegden zich bij hen. Binnen een week waren het er 600 en verspreidde het protest zich ook in de straten. De eerste confrontaties dienden zich aan. Blanke studenten zwaaiden met zuidelijke vlaggen, intimidatie en inmenging van de KluKlux-Clan volgde. In de weken die volgden, verspreidde het protest zich eerst door North Carolina, besmette daarna de omliggende staten en binnen een maand werd het hele zuiden van de Verenigde Staten beheerst door protest; uiteindelijk deden meer dan 70.000 studenten mee, duizenden werden gearresteerd, even zo vele radicaliseerden. Maar het gevolg was de bloei van een zwarte burgerrechtenbeweging en de geleidelijke, maar onomkeerbare afschaffing van het systeem van segregatie dat de VS kende.

Dit voorbeeld heb ik ontleend aan een artikel in The New Yorker. De auteur, Malcolm Gladwell, gebruikt de opkomst van de zwarte burgerrechtenbeweging om het effect van internet op sociaal protest te relativeren. De veelzeggende titel is ‘Small change: why the revolution will not be tweeted’.
Gladwell hekelt internet-utopisten die denken dat de zwakke relaties op facebook, de oppervlakkige vriendennetwerken waarin talloze petities voor goede doelen rouleren, werkelijk toegevoegde waarde hebben ten opzichte van het risicovolle burgerrechtenactivisme dat de zwarte studenten ten toon spreidden.
Hij verklaart de sociale netwerken op internet ook ongeschikt om werkelijk sociale en democratische veranderingen af te dwingen. In zijn woorden: ‘facebook-activisme is alleen succesvol in het bijeenbrengen van mensen die niet gemotiveerd genoeg zijn om werkelijke verandering af te dwingen’. Facebook – en ook twitter – verzamelen dus, met andere woorden, leunstoelactivisten.
Gladwell schreef zijn artikel in oktober 2010. En dat zeg ik met nadruk. Want dit was voordat de Arabische Lente in zijn volle hevigheid losbarstte.

De datum is van belang omdat Gladwell op dat moment, eind 2010, uitdrukking geeft aan breder gedragen overeenstemming dat de betekenis van social media voor mensenrechten- en democratisch activisme interessant maar ook beperkt is.
Weliswaar heeft dan al de Groene Revolutie in Iran plaatsgevonden, maar zoals Gladwell en ook anderen overtuigend betogen, wordt de bijdrage van vooral twitter aan de protesten daar rijkelijk overschat. Twitter bereikte grote populariteit maar deze concentreerde zich in het westen waar een zeer betrokken internetelite elke snipper nieuws uit het getormenteerde land aan elkaar doorspeelde, dikwijls in het Engels waardoor veel jonge betogers in Iran het nauwelijks lazen.
Hoewel ik het wetenschappelijke en journalistieke debat tussen internet-utopisten en sceptici tekort doe, zie je teruglezend, voor het uitbreken van de Arabische Lente, wel een mainstream-overeenstemming over de betekenis van internet voor de burgerrechten.

1 – Internet en social media hebben betekenis in de spreiding van kennis over mensenrechtenschendingen en sociaal protest en kweken daarmee ook een zekere mate van internationale verbondenheid. Dat zag je ook goed terug bij de Groene Revolutie in Iran. Als een vroeg voorbeeld wordt daarbij in de literatuur de opstand van de bevolking in Chiapas in het Zuiden van Mexico in 1994 genoemd. Dit lokale conflict met de centrale Mexicaanse staat over de achterstelling en discriminatie van de van oorsprong Indiaanse bevolking, kreeg via internet wereldwijde belangstelling, en de opstand kreeg daardoor momentum.

2 – Internet heeft ook een zekere mobilisatiekracht van mensen in heel verschillende landen, afkomstig uit verschillende groepen. Een voorbeeld daarvan is het protest tegen WTO in Seattle in 1999 waarbij internationale activisten een netwerk vormden op straat en in cyberspace. Tegelijkertijd mag daarbij de kanttekening gemaakt worden dat het om een relatief kleine voorhoede ging van professionele activisten.

Een overtuigender voorbeeld van de mobilisatiekracht van internet zijn de grote, wereldwijde demonstraties die plaatsvonden op 15 februari 2003 tegen de oorlog in Irak. In 60 landen gingen tegelijkertijd miljoenen mensen de straat op. De Belgische onderzoekers Van Laer en Van Elst beschrijven deze anti-oorlogsdemonstraties als een historische doorbraak in mobiliserend vermogen via internet. Tegelijkertijd relativeren zij de betekenis daarvan ook omdat uit onderzoek naar de motieven blijkt dat het overgrote deel van de demonstranten niet verder dan 200 kilometer wilde reizen. Weliswaar was het onderwerp (de oorlog in Irak) internationaal, de betrokkenheid en bewogenheid was lokaal, of op zijn best nationaal. Internet bleek een heel effectief instrument in de afstemming van het tijdstip waardoor het protest aan kracht won; het massale karakter van de demonstraties werd in sterke mate bepaald door verzet tegen besluiten van de nationale overheden over de oorlog in Irak.

3 – Tegenover deze voorzichtige positieve analyses van de bijdrage van internet en social media aan vreedzaam, sociaal en mensenrechtelijk protest, staat echter ook zorg. In een gezaghebbende studie, getiteld ‘The Net Delusion’ (verschenen in januari 2011), schetst de wetenschapper Evgeny Morozov een zorgwekkend beeld van de toenemende censuur en surveillance die internet mogelijk maakt. In zijn waarneming liggen staten – en dan met name autoritaire staten – en terroristische en criminele organisaties ruimschoots voor op burgers die zich via internet vreedzaam willen verenigen. Hij beschrijft ook de verregaande samenwerking van staten (en vooral de Verenigde Staten) met grote bedrijven zoals microsoft, google, facebook en twitter als bedreigend voor mensenrechten en democratisering.
Morozov verwijst bijvoorbeeld naar een geruchtmakende toespraak van Hillary Clinton uit januari 2010 (dus een jaar voor het verschijnen van zijn boek) waarin zij zich opwerpt als de hoeder van het wereldwijde vrije internet. Haar ideële betoog staat in contrast met de binnenlandse – en soms ook internationale – veiligheidsmaatregelen die de VS treft, dikwijls gesteund door Silicon Valley, om internetvrijheid (onder het mom van terrorismedreiging) te beperken. (Om nog maar te zwijgen over de reactie van het State-department op de publicatie door Wikileaks van gevoelige overheidsinformatie; inmiddels zit soldaat Bradley Manning die de informatie lekte ook al 2 jaar vast zonder dat er werkelijk zicht is op zijn proces).

Maar los van de hypocrisie in de binnenlandse omgang met internetvrijheid, maakt Morozov zich in zijn boek uit 2010 ook grote zorgen over de wijze waarop – vooral de Verenigde Staten – zich in toenemende mate opwerpen als de hoeder van de internationale internetvrijheid. Hij verwijst naar een geruchtmakend incident tijdens de Groene revolutie in Iran.
Het komt een jonge medewerker van het State Department – Jared Cohen, waarover later meer – namelijk ter ore dat Twitter een aantal dagen plat gaat vanwege onderhoudswerkzaamheden. Hij schrijft een brief aan twitter en bepleit dat dit wordt uitgesteld. Na overleg met het State-department gaat twitter akkoord. In eerste instantie is deze opzienbarende stap van een commercieel bedrijf in samenwerking met de Amerikaanse overheid, gezien als een belangrijke overwinning voor de internetvrijheid. Later bleek echter dat de Iraanse autoriteiten de brief van de jonge medewerker en de maatregelen van twitter beschouwden als een geslaagde poging tot ‘regime change’ door de Amerikaanse overheid. In reactie op deze Amerikaanse inmenging is de internetvrijheid drastisch beperkt en de repressie van bijvoorbeeld bloggers en twitteraars nog verder toegenomen. Het werkte, aldus Morozov, dus averechts.

Kortom, voordat de Arabische lente in zijn volle hevigheid losbreekt lijkt er in het internationale debat een gematigd positieve waardering van de bijdrage van internet en social media aan mensen- en burgerrechten en democratie. Er vindt internationale verspreiding plaats van kennis van mensenrechtenschendingen, het leed van onderdrukte mensen en groepen wordt daardoor eerder en vaker zichtbaar. Met behulp van internet kunnen mensen ook gemobiliseerd worden voor vreedzaam sociaal protest, tegelijkertijd wordt de reikwijdte en de schaal daarvan betwijfeld. Maar tegenover de opbrengst van internet en social media staat zorg over de dwingende dominantie van staten en overheden op het net: de autoritaire staten die het internet gebruiken om hun burgers verregaand te controleren en te censureren; vrije westerse staten die internet lijken te willen gebruiken als een instrument van ‘regime change’.

Het zal u opgevallen zijn dat ik tot nu toe nadrukkelijk onderscheid in de periode tot aan de Arabische lente, en wat er op volgde. Ik ben er dan ook overtuigd dat de opstanden van de Arabische wereld een geheel nieuwe dimensie hebben gegeven aan internet en social media en de bijdrage die deze kan leveren aan verzet tegen dictatuur en onderdrukking.

Maar laat ik eerst een stap terugzetten.
Toen ik een aantal maanden geleden geheel fris en onbevangen mijn voorstel voor onderzoek naar de relatie tussen internet, social media en mensenrechten indiende bij de Universiteit Utrecht, had ik niet echt benul waaraan ik me waagde. En ik moet ook bekennen dat ik dit drieste maar ook wat onbezonnen plan wel eens heb betreurd.
Niet alleen is dit het werkterrein van duizenden gestudeerde technologen, mediawetenschappers, politicologen en filosofen die elkaar met graagte – en soms in een voor de buitenstaander moeilijk te volgen jargon – bestrijden. Bovendien gaat de ontwikkeling van technologie, de maatschappelijke en politieke reacties erop, zo razendsnel dat elke beschrijving ervan gedateerd is voordat je een punt achter een zin kan zetten. Die ontwikkelingen zijn ook allesbehalve eenduidig. Er zijn talloze voorbeelden van technologische innovatie die mensen in staat stellen zich te bevrijden van onderdrukking, zich te emanciperen. Er zijn talloze vormen van innovatie die het tegengestelde effect hebben. Er vindt ook een wedren om de macht en de vrijheid van het net op vele niveau’s plaats. Tussen staten (autoritaire en democratische), tussen staten en terroristische en criminele organisaties, tussen burgers en staten, tussen burgers en bedrijven, tussen bedrijven en bedrijven enzovoort enzovoort.
Voorspellingen over de ontwikkeling van internet zijn niet te maken, net zo min als over de politieke en maatschappelijke omgang ermee.

Dit dwingt mij, zeker als nieuwkomer op het terrein, tot grote voorzichtigheid. En tot beperking. Voor de verspreiding en vestiging van mensenrechten en democratie zijn andere vormen van communicatietechnologie minstens zo belangrijk. De bijdrage van de mobiele telefonie aan het mobiliseren van betogers, zoveel bleek bijv. tijdens de Arabische opstanden, is ongelooflijk groot.
Ik beperk me tot het internet en de rol van social media – met name weblogs, facebook en twitter – vanwege de publieke platforms die zij vormen en de potentie om mensen te verenigen en te mobiliseren.
Wat betreft de mensenrechten beperk ik me tot de politieke vrijheden. De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om je te verenigen, partijen, organisaties en bewegingen op te richten, de vrijheid van protest en vreedzaam verzet.

Met dit intermezzo kom ik aan de Arabische opstanden die de afgelopen anderhalf jaar hebben gewoed en de rol die internet erin heeft gespeeld.
Ik voer u nog even terug. Wellicht heeft u het allemaal nog op het netvlies maar indrukwekkende verhalen kunnen nooit genoeg verteld worden.

Op 10 december 2010 stak de Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazi, uit woede en wanhoop over de eindeloze treiterijen door de overheid, zichzelf in brand voor het kantoor van de gouverneur. Toen hij een maand later overleed, had zich via blogs en sms woedende koorts door het hele land verspreid. Vrienden en familie vonden elkaar op internet, vermengden zich met vreemden in hun gezamenlijk rouw en woede over de politieke corruptie, het despotische regime. Op Youtube verspreidden zich persiflerende filmpjes, online werden grappen gemaakt, op zo’n schaal dat het regime het nakijken had. Bij zijn dood verspreidde het virtuele protest zich naar de straten en de pleinen. Beelden van protesten verschenen op facebook en Youtube, Al Jazeera nam het over, en deze verhevigden het protest. Het regime trachtte Facebook, twitter en Youtube aan banden te leggen maar internationale hackers zoals Anonymous hielpen de demonstranten om de internetbans te breken. Bloggers werden gevangen gezet maar in aantallen namen de betogers enkel toe. Op 14 januari vluchtte dictator Ben Ali naar Saoedi Arabië. En ondanks dat de officiële, door de staat gerunde media de protesten negeerde, spreidde het protest zich naar Algerije en daaropvolgend naar Oman, Jemen, Egypte enzovoort.
In Egypte was een lokale Google-baas een facebook-groep begonnen ter nagedachtenis van Khaled Said, een 28-jarige blogger die medio 2010 door de politie doodgeslagen was. Zoals Bouazi in Tunesie, werd Said een icoon van verzet in Egypte. Op 25 januari vulde het Tahrir plein zich voor het eerst. Mubarak in Egypte reageerde ongeveer gelijk als het Tunesische regime en hij probeerde het land te ‘unpluggen’. Hij slaagde daar niet langer in dan vier dagen, tegen een geschatte financiële schade van 90 miljoen dollar. De nieuwsservice van de Moslim Broederschap werd bijvoorbeeld verboden maar deze bleef vanuit Londen gewoon nieuws brengen. Het onverwachte bijeffect was bovendien dat middenklasse-Egyptenaren die het nieuws over de protesten vooral thuis op het internet volgden, ook de straten introkken of naar het Tahrirplein kwamen.
De rest is geschiedenis. Als dominostenen vielen de Noordafrikaanse en Arabische regimes, soms relatief vreedzaam, soms na een woedende burgeroorlog zoals in Libië. En niet overal. De strijd in Syrie is van een grote gruwelijkheid waarbij het regime tot op heden burgers op het net en in de straten met grof geweld weet te onderdrukken. In Saoedi-Arabie zijn er slechts kleine, maar wel heel symbolische protesten zoals het prachtige ‘women2drive’, van vrouwen die het verbod op autorijden tarten en hun ritjes op facebook plaatsten.

Is dit nou de verdienste van internet (en van mobiele telefonie)?
Relativering is dan natuurlijk op zijn plaats. In een mooi overzicht van de rol van de digitale media bij de Arabische opstanden beschrijven de Amerikaanse wetenschappers Howard en Hussain de vele factoren die bijdroegen tot de Arabische opstanden. De langdurige sociale en politieke onvrede, in de eerste plaats. De geleidelijke opkomst van liberale middenklassen en internationaal georiënteerde studenten die de middelen en de eloquentie bezaten om uitdrukking te geven aan die sociale onvrede en deze te helpen verspreiden. De aanwezigheid van iconen van onderdrukking, zoals Bouazi en Said, waardoor de bevolking zich verenigde in collectieve rouw en verontwaardiging.
Bovendien varieerden de bepalende factoren voor de opstanden van land tot land, maar schrijven Howard en Hussain, de constante factor in alle opstanden was het internet en in een tweede instantie de klassieke media (met name Al Jazeera dat youtube-filmpjes, facebook-oproepen en berichten van bloggers razendsnel verder verspreidde. En dat de opstanden zich als een inktvlek van land tot land konden spreiden, vond dankzij internet plaats.

Waarom was de rol van internet en social media in de verspreiding van protest en verzet deze keer een andere, krachtiger dan tot nu toe het geval was? Ik zou een drietal redenen willen aanwijzen.
Het belangrijkste is wellicht de rechtstreekse relatie tussen het net en de straat. Het protest was hybride, het vond gelijktijdig plaats op internet en op de pleinen en versterkte elkaar: via facebook verzamelden mensen zich, filmpjes van protesten en politiegeweld in de straten vonden hun weg op het net en leidden tot nieuwe acties. Hier kwamen de blogger en de facebooker uit hun leunstoel en voegden zich – bij wijze van spreken – bij de zwarte student uit de VS van de jaren 60 die heel risicovol protesteert.
Anders dan bijvoorbeeld bij eerdere protesten, zoals in Seattle of tijdens de anti-Irak demonstratie, werden in de internetgemeenschappen in de Arabische landen ‘sterke’, meer duurzame banden gekweekt. De facebookcontacten, de steun aan webloggers hield niet enkel stand voor de duur van een demonstratie, het verspreiden van een digitaal pamflet, maar vertaalde zich in onderlinge solidariteit en hulp aan elkaar. De veelgehoorde kritiek dat internet en met name facebook alleen ‘zachte’ weinig betekenisvolle gemeenschappen kweken werd tijdens de Arabische opstanden gelogenstraft.
Paradoxaal genoeg hebben de pogingen tot censuur – tot het maken van firewalls – geleid tot een verheviging van de protesten. Internet was daardoor niet alleen een instrument voor het mobiliseren van burgerlijk en politiek verzet maar ‘online zijn’ werd ook een daad van politiek verzet. De populariteit van weblogs, facebook en twitter nam daardoor alleen maar toe en het afgesneden zijn van internet leidde ertoe dat meer gezagsgetrouwe burgers zich aansloten bij de protesten in de straten.

Nu ja, inmiddels is het medio 2012 en is de sociale en politieke opbrengst van de Arabische opstanden op zijn zachtst gezegd ambivalent. Militairen behouden macht, transitieregeringen blijken soms de totalitaire trekken van de voorgangers te vertonen, Islamisten proberen de macht te grijpen en blijken in een aantal gevallen de mensenrechten niet voor vrouwen te laten gelden.
De kanttekening die daarbij wel gemaakt moet worden is dat de vestiging van een democratie en mensenrechten niet in maanden, maar in jaren beoordeeld moet worden. Hoe dan ook zijn de voortekenen niet overal even gunstig.

Het is dan verleidelijk om met terugwerkende kracht de betekenis van de opstanden zelf, en de rol die internet daarin heeft gespeeld, te relativeren. Een enkeling, vooral aan rechtsconservatieve zijde, hoor je al roepen dat de seculiere dictaturen in een aantal landen beter waren dan de Islamitische politiek die je er voor terugkrijgt.
Veel internetsceptici hoor je inmiddels zeggen dat het onvoltooide of afgebroken democratiseringsproces in Noord Afrika maar weer eens de zwakte aantoont van internet om bij te dragen aan wezenlijke maatschappelijke verandering. Daarmee wordt – wat mij betreft – ontkend dat de opstand die heeft plaats gevonden, de collectieve roep om bevrijding die leidde tot het afzetten van totalitaire heersers en hun regimes, wel degelijk een heel wezenlijke maatschappelijke en politieke verandering is.

Dit neemt niet weg dat sceptici terecht wijzen op het onvermogen om via internet een democratie en een rechtstaat te vestigen. De Arabische opstanden bewijzen wat mij betreft dat internet en social media een ongekende kracht kunnen ontwikkelen in het verenigen en mobiliseren van verontwaardigde en dikwijls getraumatiseerde burgers. Rouw en leed, het diepgevoelde verlangen om mishandeling en moord te stoppen maakt mensen een.
Iets anders is het, als de tiran is verjaagd, er wraak is genomen en de ergste wonden zijn gelikt, om elkaar te vinden op het alternatief. Na de opstanden blijkt het internet de spreekwoordelijke ‘kruiwagen met kikkers’. Verzet en protest behoeven misschien weinig leiders, bij de opbouw van een nieuwe democratische staat zijn leiderschap, en bezielde maatschappelijke en politieke organisaties die de duizenden uiteenlopende meningen aaneensmeden tot enigszins overzichtelijke stromingen onontbeerlijk. Verzet, protest en demonstratie zijn een gedeelde uitroep van emotie en ongeluk; internet helpt deze te versterken en te mobiliseren. Democratie vergt vergadering, het gezamenlijke sluiten van een gecalculeerd compromis, en internet en social media met hun grote en ook prachtige nadruk op individuele expressie, bieden daar tot nu toe – zo lijkt het – niet de handvaten voor.

Dat is – denk ik – waar we nu staan. De titel van het artikel in The New Yorker waarmee ik begon was ‘Small Change. Will the revolution be tweeted?’.
Mijn voorlopige antwoord daarop zou zijn: ‘the revolution can, but democracy and peace can not be tweeted.

Hoe verder? Is het mogelijk dat internet niet alleen een rol gaat spelen in de bevrijding van mensen uit onrecht, maar ook in de opbouw van democratische alternatieven?

Eerlijk gezegd moet ik u daarop het antwoord schuldig blijven en hoop ik dat het debat van zo meteen ons daar wat verder in helpt.
Ik zou wel een vingerwijzing willen geven.
Internet lijkt tot nu toe vooral het domein van individuele, vrijheidslievende burgers, van autoritaire staten die het willen beknotten of van staten (zoals de Verenigde Staten) die juist hun kans schoon zien om via het internet ‘regime change’ in die autoritaire staten af te dwingen, en van bedrijven die winstmaximalisatie zoeken.
Maatschappelijke, publieke organisaties zonder winstoogmerk, duurzame culturele en politieke verbanden van burgers, lijken zich veel minder op het net genesteld te hebben.
Natuurlijk zijn er inmiddels grote onafhankelijke organisaties zoals Avaaz, globalvoices, transparancy international en anderen die miljoenen burgers aan zich binden. Het zijn ook prachtige en hoopgevende initiatieven die het vergrootglas zetten op wereldwijd onrecht en onvrijheid.
Maar dit is ook precies waar de beperking schuilt.
Deze organisaties richten zich ook op het mobiliseren van protest en verzet, en doen dat soms met groot succes. Maar het zijn geen organisaties die een democratisch en mensenrechtelijk alternatief formuleren, en daarop mensen verenigen. Het zijn – in de tweede plaats – ook dikwijls westerse organisaties die top down het onrecht in met name de derde wereld aan de kaak stellen. Het nadeel daarvan bleek heel recent bij het initiatief Kony 2012 van Amerikaanse jongens die middels een viral erin slaagden om de Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony wereldwijd bekend te maken. Maar de ontvangst daarvan bij de Oegandese slachtoffers was niet onverdeeld positief.

Kan internet burgers binden, organisatorisch en in hun maatschappelijke idealen, bij de vestiging van democratie en mensenrechten? En hoe dan? Deze vraag leg ik ook aan u voor.
Laat ik een hoopgevend voorbeeld geven. Ik vertelde u eerder van Jared Cohen, de heel jonge medewerker van het state department die eigenhandig probeerde de groene revolutie in goede twitterbanen te leiden. Het hoeft niet te verbazen dat deze wizzkid vrij snel werd weggekocht door Google waar hij de opdracht kreeg om een denktank – het tot op heden onbekende Google Ideas – op te richten. Nu mag natuurlijk getwijfeld worden aan de intenties en motieven die Google hiermee heeft.
Maar toch. Vorig jaar liet Jared Cohen als kersverse directeur van Google Ideas voor het eerst van zich horen in de Amerikaanse media. In Dublin, in Ierland, bleek hij een summit te hebben belegd over terrorisme in aanwezigheid van zo’n 80 ex-extremisten en –terroristen, varierend van farc, IRA, neo-nazi’s tot jihadisten en El Qaida aanhangers. Zij spraken er met elkaar over hoe de radicalisering van jongeren voorkomen en verminderd kan worden. Zoals Cohen het verwoordde: ‘we believe internettechnology can become part of the solution, of turning away from violence’. De ambitie was niet minder dan ‘a shift in narratives’ te bereiken.
Voor wie het netwerk van voormalige extremisten sindsdien enigszins volgt (overigens te vinden onder de naam againstviolentextremism.org.) ziet dat de leden op allerlei plekken op het internet een ‘counterjihad’ proberen te formuleren, zoals velen van hen ook de wereld over reizen om met jongeren te praten en alternatieven aan te reiken.

Het voorbeeld is klein en aan de onafhankelijkheid van het initiatief mag getwijfeld worden, toch wil ik het niet ongenoemd laten. Het probeert namelijk twee zaken te verenigen.
1. het verzamelt mensen die niet alleen samen tegen onrecht protesteren maar ook proberen een alternatief te formuleren
2. Ondanks dat de commerciële arm van Google erachter zit (en het initiatief daarop enigszins gewantrouwd mag worden), geeft het regie aan de direct betrokkenen; de mensen die terreur hebben ondervonden en hebben uitgevoerd en maakt hen ook verantwoordelijk.

Tot slot. In de strijd tussen utopisten en sceptici heb ik me de afgelopen maanden vaak afgevraagd tot welke groep ik dan behoor. Ik ben me ervan bewust dat terwijl ik spreek staten, terreurgroepen en bedrijven telkens ingenieuzer middelen vinden om ons, burgers, te controleren en te censureren. Ik vind dat dit dwingt tot oppassendheid en een zekere mate van scepsis. Tegelijkertijd hebben wij, mensen, ook het internet uitgevonden, dat in de stem die het geeft aan de kwetsbaren en de onderdrukten historisch en fantastisch is.
Als wij in staat zijn om internet uit te vinden en te ontwikkelen dan moeten wij ook in staat zijn om het aan te wenden voor democratie en mensenrechten.

Femke Halsema bekleedt dit voorjaar de Vrede van Utrecht Leerstoel

donderdag, 5 april 2012

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

Au! mijn brein….

In default, design, europese, innovatie, de, zorg.
Vanmiddag mocht ik een 5 uur durende sessie met Brainport bijwonen. Dat was even andere koek. In minimaal 4 Europese steden wil men aan de slag met innovatie en zorg (Urban Design eand Healthy Planning). Een gebied in ons stadsdeel Woensel-Noord is kansrijk voor dit project. Vandaag moest het projectvoorstel in elkaar gevlochten worden: wat is [...]

woensdag, 14 maart 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Duurzaamheid en sociale innovatie

In afrika, cooperatie, duurzaamheid, duurzame ontwikkeling, geld, gemeente, gemeenten, gemeenteraad, gesprek, en meer.

Sommigen willen onmiddelijk resultaat. Een gemeenteraad of wethouder wil windmolens, biogas of een zonnepark. Het Rijk en Provincie willen direct CO2 rendement, een geslaagd en zichtbaar project. En om dat voor elkaar te krijgen huren ze externe deskundigen in, forceren ze een proces en dwingen goedwillende bewoners (zoals in een lokaal cooperatief voor duurzame energie) in onmogelijke conflicten met hun buurt. Maar de ‘P’ van People in duurzame ontwikkeling draait om sociale innovatie, waarin buurtbewoners de macht grijpen en met elkaar doen wat ze met elkaar ‘goed’ vinden. De resultaatgerichte overheid of ambitieuze millieugroep moet daar ruimte voor bieden.

Laatst nodigde VNG International me uit om te praten over RIO plus20, de enorme duurzaamheidsbijeenkomst die in juni in Rio zal plaatsvinden. “Ken je voorbeelden van gemeenten die op het vlak van duurzame ontwikkelling inspirerende projecten doen”, was de logische vraag. “Want dan kan je het lokaal doen mooi combineren met het mondiaal denken”. Ik ken er wel een paar, maar vroeg me af of dat nu de essentie was. In Lochem hebben we heel sterke gebiedsprocessen rond duurzaamheid en een stevige cooperatieve energievereniging. Hun kracht is sterk geinspireerd op ervaring in het ‘zuiden’, want een aantal mensen betrokken bij deze initiatieven hebben jarenlang in Nicaragua, Chili, India en landen in Afrika geleerd dat duuurzame ontwikkeling ‘van binnenuit’ moet komen en niet opgelegd kan worden via mooie blauwdrukken en businessplannen.

In India leerde ik de technieken van Participatory Rural Appraisal. De docent stond achter ons en als we een gesloten vraag stelden, stuurden in het gesprek of de pen overnamen van de dorpsbevolking kregen we een zacht schoudertikje: “afblijven, het is hun proces”. Dan corrigeerden we ons ongeduldig gedrag en lieten de dynamiek bij de dorpelingen. Ook in mijn huidige omgeving is het ‘handen af’ en vooral investeren in de ruimte, beschikbaarheid aan informatie en kennis, zodat mensen zelf ‘eigendom’ ontwikkelen in een proces dat leiden kan tot gemeenschappelijk gedragen initiatieven voor duurzame ontwikkeling. Dat levert enorm veel op. Vooral dat mensen zelf de verantwoordelijkheid pakken en voor de door hun ontwikkelde antwoorden door ramen en deuren gaan om ze ‘waar’ te maken. Ook bij de mensen van LochemEnergie is die ervaring aanwezig en weten ze uitstekend het proces te doorlopen waarmee een ieder voelt en weet dat het zelfgekozen antwoorden zijjn die worden ontwikkeld.

Vorige week was ik in een gemeente waarbij een cooperatieve energievereniging de wens van de gemeente voor de bouw van windmolens ‘waar’ probeert te maken. Het effect lijkt desastreus. Want de buurten rondom de potentiele locaties ziet hun als onwenselijke indringers, verlengstuk van een vijandige overheid. Aansluiting bij prioriteiten in de wijk lijkt nu onmogelijk en een tweedeling dringt zich op waarbij het cooperatief initiatief zich onmogelijk maakt en de windmolens op enorme weerstand kunnen rekenen.

Diezelfde week ontmoette ik uit een andere gemeente teleurgestelde vrijwilligers van een cooperatie waarbij de gemeente, met al haar goede intenties, een externe partij had ingehuurd om het lokale initiatief te begeleiden. “We hebben die kennis echt zelf in huis en hebben geen behoefte aan duurbetaalde blauwdrukken van buiten”, was de reactie en een van de vrijwilligers was opgestapt. Dit hoor ik vaker.

De verleiding voor een ambitieuze gemeente is groot om het proces te versnellen met hulp van buiten. Er zijn immers al genoeg modellen elders ontwikkeld, waarom zouden we het wiel nog een keer moeten uitvinden?! Klopt, maar zou het niet zinniger zijn als een sterke initiatiefgroep zelf die hulpvraag definieert en te rade gaat bij collega’s in andere gemeenten, bv. met een potje geld waarmee steun ingehuurd kan worden? Ze zijn toch uitstekend in staat, bv. via hun federatie E-decentraal, zelf de hulpbronnen aan te boren en daarmee een ander cooperatief initiatief te vragen om ondersteuning? Voordeel is dan nog dat het schaarse geld ook binnen de netwerken wordt geherinvesteerd en leidt tot professionalisering.

Waarom is dat nu zo lastig? Heel ingewikkeld is het antwoord niet. Omdat ambitieuse overheden snel resultaat willen en denken dat ze het proces naar hun hand moeten en kunnen zetten. Dat ze daarmee een wezenlijke stap overslaan en dus uiteindelijk desinvesteren in het sociaal kapitaal dat het fundament van het initiatief moet vormen, vergeten ze even. Een ander antwoord gaat over ‘vertrouwen’, want als overheid moet je het lokale initiatief de macht en kracht bieden om zelf de route te bepalen en ondersteuning te realiseren. Dus moet de overheid ook niet zeggen hoe de gelden besteed gaan worden. Het is op z’n minst een gezamenlijk initiatief dat niet gefrustreerd mag worden door een zwaar bestuurlijk toezicht of ambtelijke structuur. Dat is voor overheden lastig hoor, want ze willen ‘controle’ en snel ‘resultaat’.

Ondersteunen en loslaten is een evenwichtskunst in het sociaal innoveren waar het bij duurzame ontwikkeling om gaat. Iets dat overheden eigenlijk nog moeten leren.

dinsdag, 13 maart 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Salderen, zonne-energie en een appelboom

In belangrijk, beperking, betalen, capaciteit, decentraal, discussie, duurzaam, duurzaamheid, duurzame energie, en meer.



Energiebelasting voor de opwekking vanaf je zonnepanelen of windolen is een enorme rem op een ontwikkeling van onze duurzame toekomst. De laatste maand ben ik heel intensief betrokken bij de lobby voor het afschaffen van die belasting. Interessant daarbij is dat er een scala aan mogelijkheden bestaat om dat te doen. Sommigen beter dan anderen. En hoe toets je die mogelijkheden eigenlijk? Volgens mij aan een aantal basisprincipes. Ik noem er een paar.

De consument wordt ook producent: Nou, dat klinkt simpel! Natuurlijk. Als je een zonnepaneel op je dak zet, of je zet ze gezamenlijk op een voormalige vuilstort of gemeentelijk dak, dan wordt je naast consument ook producent. Toch is dit niet altijd zo helder. In sommige voorstellen stellen de energieleveranciers voor dat je de elektriciteit altijd verkoopt aan een leverancier of handelaar. Vervolgens koop je die energie weer in. Dat willen energiebedrijven natuurlijk heel graag. Die willen niet dat de consumenten ook producenten worden. Ja, het mag tot de salderingsgrens van 5000 kWh, dus ongeveer je eigen verbruik. Maar ook dat vinden ze niet zo goed. Op de langere termijn willen ze dat af gaan schaffen.

Lokale en collectieve duurzame energie productie wordt gestimuleerd: Ja, dat klinkt ook wel logisch. Natuurlijk moeten we onze voormalige vuilstort, ons gemeentehuis of onze gymzalen vol leggen. Liefst met enkele megawatts aan capaciteit. Misschien nog enkele windmolens erbij. En dat in gemeenschappelijk bezit, via een cooperatieve vereniging. Dat is voor lang niet iedereen erg logisch. In een aantal voorstellen wordt een grens voorgesteld van bv. 100.000 kWh. Dat is de hoeveelheid energie die voor zo’n 25 huishoudens (hebben ze geen warmtepomp) gebruikelijk is. Maar dat is toch vreemd? Want waarom zouden we niet een stevige zonnecentrale mogen bouwen en die collectief als ons eigen productiesysteem mogen gebruiken? Nu, hier zitten ook de leveranciers tussen. Want voor hun is een dergelijk systeem concurrentie. Ze willen kleinere systemen best een stevig voordeel geven, maar het moet niet te veel van het goede worden.

Het is logisch ook voor grote collectieve systemen energiebelasting vrij te stellen: Natuurlijk, zoals ik hierboven stelde hoeft een groot systeem geen beperking te leveren. Ja, er is wel een subsidie van het Rijk, de SDE+. Maar het is absoluut gokken of je systeem daarvoor in aanmerking komt, en het is toch wonderlijk om een subsidie te vragen voor iets wat eigenlijk zonder subsidie zou moeten kunnen draaien? Dan spreken we gewoon af dat voor grotere collectieve systemen geen SDE+ beschikbaar is, maar wel de energiebelasting er af gaat. Nou, dat vindt het Rijk niet zo eenvoudig. Want stel je voor dat het systeem succesvol is! Dan komen er minder belastinggelden binnen. Overigens… het Rijk krijgt dan wel meer BTW binnen en ook de werkgelegenheid groeit, regionale economie wordt versterkt en innovatie neemt toe. Maar van dit kabinet moeten we begrotingsdiscipline toepassen, hetgeen vooral betekent dat je je probleem (minder inkomsten) binnen dezelfde kolom (energiebelasting) moet oplossen. Beetje vreemd, want duurzaamheid bekijk je altijd integraal. Toch zou het nog wel kunnen door de grenzen van het middenverbruik (laag belastingtarief) ietsjes op te schuiven. Middengebruikers en grootgebruikers gaan dan iets meer betalen.

Je moet wel een grens stellen, waarschijnlijk een geografische: De begrenzing van je systeem is wel belangrijk, uiteindelijk. Want duurzame energie is in de meeste gevallen ook decentraal opgewekt. Je wilt eigenlijk vooral een stimulans van die lokaal opgewerkte energie. En niet in bijvoorbeeld bijstook van biomassa in kolencentrales, hoewel sommigen dat ook duurzaam noemen. En grootschalige windenergie op zee, vraagt enorme investeringen (o.a. voor het net) en de vraag is of je die collectief wilt doen. Het is een lastig onderwerp, maar het principe dat je lokaal moet produceren wat je kan en dat de stimulans ook op die geografische begrenzing moet liggen lijkt helder. Wat is die begrenzing dan? Ik weet het niet. In Lochem kiezen we voor de gemeentegrens, maar dat is makkelijk… want we hebben een groot buitengebied. Misschien moet je de regio nemen waarin je woont en geeft dat voldoende speelruimte. Ik ben benieuwd naar commentaar.

De appelboom en haar boomgaard: Bij energiebelasting wordt wel het voorbeeld van het kropje sla gebruikt om uit te leggen dat energiebelasting voor lokale duurzame opwekking onzinnig is. Immers, je betaalt geen belasting over je kropje sla uit je achtertuin, noch uit je volkstuin. Om het beeld een beetje te verrijken gebruik ik de appelboom. Ik doe dat, omdat ik zie dat de energiebedrijven het monopolie willen over de handel in energie. Dat is vreemd. Want als ik een appelboom in mijn achtertuin heb, dan is het vanzelfsprekend dat ik zelf de appels kan eten. En als ik met vrienden een grote boomgaard koop, dan kan ik zonder meer ook mijn eigen appels blijven eten uit die boomgaard. Geen mens die me dan wil belasten. Wat de energiebedrijven (EnergieNederland) voorstellen is om alle appels in te leveren bij hun. Zij gaan vervolgens die appels weer verkopen. Wat doe je dan met energiebelasting? Een voorstel is om dan te regelen dat je over de appels uit de boomgaard die van jou zijn, je eerst wel belasting betaalt, maar later terug krijgt via de fiscus.

In de lobby rond energiebelasting kom je deze discussie nu tegen. Misschien hebben die handelaren in elektronen wel gelijk. Maar ik vind het vreemd, dat de lokale consument ook niet lokale producent mag worden en zelf, bijvoorbeeld via haar coöperatieve vereniging, de handel gaat organiseren. “Ja”, zegt de tussenhandelaar, maar ik zorg ervoor dat die handelsstroom goed gereguleerd wordt, programmaverantwoordelijkheid heet dat. Dus de zorg dat er altijd genoeg elektriciteit van voldoende stabiliteit op het net is. Hoewel dat natuurlijk ‘waar’ is, wantrouw ik de handelaar die mij afhankelijk maakt van zijn product en mij vertelt dat hij de enige is die ervoor kan zorgen dat ik zeker ben van voldoende aanvoer. 

En zo kom ik van salderen, belasting betalen, zonne-energie op de appelboom en de macht van de handelaar. Heb ik de essentie nu te pakken?

woensdag, 29 februari 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Ik hou van het openbaar bestuur…

In verklaringen, toespraken en interviews, huis, innovatie, kennis, koningin, kracht, kunst, leiden, licht, en meer.

De laatste toespraak van Bart Eigeman in de Bossche raadszaal, bij zijn afscheid als wethouder, 28 februari 2012.

Ik hou van het Openbaar Bestuur, Het was mooi hier vele 10tallen klassen rond te leiden, te vertellen van 39 raadsleden, het college, de run op de stoel van de voorzitter…. Historische muur als spiegel van bescheidenheid, de doorkijk van binnen naar buiten en van buiten naar binnen……
Ik hou van het openbaar bestuur. Meer omdat het Openbaar is, dan centrum van Bestuur. Ik doe hier niemand tekort, collega-wethouders, raadsleden, ambtenaren, voorzitter en burgemeester, als ik vertel dat mijn energie én drive buiten dit huis liggen.

Frances en Milton, die via TOM-coaches een weg vinden waar geen weg was.
Fharid, hij ging stuiterend door het leven thuis en op school, tot hij via jongerenwerk bij Voor Talent Wordt Geklapt en het Wijktheater kwam. Hij kreeg het podium en nu laat hij anderen stuiteren op zijn percussie-muziek. Piet Verheugt rond het Rivierenplein, ge het gelijk da ge wilt dat de overheid naast oe staat!

Hans Kieft, Wilma vd Steen, Adrienne Hazenberg: veel vrije tijd zetten zij hun schouders onder het beter maken van hun straat, hun buurt, hun dorp.
Kerim al Barkauoi, Carmen Wijnen, Arie Bijl, dwars tegen de stroom van angstzaaierij in, werken zij niet toe naar een ander Nederland, zij gaan er van uit!
Er zijn heel veel mensen die werken aan de gemeenschap. Hun resultaat telt!
En wat ons te doen staat, is de kracht van deze mensen de ruimte bieden.

Wat is het goed dat we in de brede coalities, die er al vanaf 1998 zijn, een grondtoon in de coalitieakkoorden horen.Ik heb meegeschreven aan 3 coalitieakkoorden. Het vertrouwen in de burgers, als kracht van de stad (en van de dorpen), vraagt een uitdagende overheid.

Het voelt een beetje alsof ik heb mogen meewerken de gemeente de 21e eeuw in te leiden. We kwamen in ‘s-Hertogenbosch van een eeuw lang Rooms Rode toonzetters. Zij kenden knellende charitas enerzijds en overbezorgde overheid anderzijds als politiek denkraam. In essentie zijn beide geënt op zieligheid, op het tekort van burgers dat door de overheid aangevuld dient. Ik heb, ten tijde van de opkomende neo-liberale onverschillige overheid, vorm willen geven aan bezielend besturen: mensen aanspreken, verbinden en steun op actie bieden. Van Doegeld en BIGgeld tot BEC, van peuterspeelzaal tot – binnenkort – de 1000ste Leerbaan met werkgevers als ambassadeurs, van brede school tot islamitische begraafplaats, van Ma Lommers tot en met de Commisaris van de Koningin, van stencilblaadje tot twitter.

Daar werken we als college nauw in samen. In deze periode zijn de transities een uitdaging tot innovatie, de bezuinigingen niet alleen een korten maar een pogingen te vernieuwen. Huib, Geert, Jeroen, Jan: goed dat we hierin samen optrekken. Wij overbruggen politieke scheidslijnen door het beroep op de kracht van mensen.

We stoeien daarbij met de rol van de overheid: Als overheid zijn we bijna altijd een bio-industrie die zo snel mogelijk zo veel mogelijk en zo goedkoop mogelijk rationele eenheidsworst produceert.Ik heb het als mijn opgave gezien onze dienstverlening, onze bestuurlijke activiteit zoveel mogelijk als scharrelboerderij in te richten: zet bewoners, zet professionals, ook onze ambtenaren, in de ruimte om met kwaliteit voedsel te zoeken. Er is grote diversiteit, de jongere, de oudere, de ondernemer bestaat niet, Engelen vraagt iets anders dan de Gestelse buurt: dat dient uitgangspunt van handelen te zijn.

HOE is daarbij een grote voor-waarde om te bereiken wat wij willen. Ik heb daarbij bijzonder goed kunnen samenwerken met de ambtelijke organisatie, met veel plezier om te zien dat hoe hoger de lat ligt, hoe beter mensen tot hun recht komen. Kunst is om mensen niet alleen hun werk goed te laten doen, in het licht van steun op actie aan burgerkracht is het goede werk doen nog uitdagender. Leiding geven als bestuurders en regievoeren als ambtenaren is niet zelf bepalen hoe het kan en moet, het is vooral beweging oproepen door aansprekend te zijn.

Ik ben dankbaar dat vanuit de oppositie de moed bestaat goede plannen te steunen, ik denk aan de sportvisie onder collega Weterings, aan onderwijshuisvesting tot en met het nieuwe VMBO, ik hoop dat een goed theater er ook gaat komen…. En modder gooien is geen Bossch spel! Ik heb respect voor het respect, en dank u allen voor het weerwoord dat mij energie heeft gegeven korter van stof te worden en duidelijker te zijn in besluiten. De extra raad van 22 augutus 2001, Paul Kagie, over peuterwerk staat me nog scherp bij. Jouw ervaring en kennis maakt dat ik me nog een schepje dieper voorbereidde. 1x heb ik de kwetsbare grens van het vertrouwen gevoeld. Misschien dat het niet eens alleen om dat dossier ging. Teveel resultaat willen, is een gevaar voor nieuw resultaat.

Ik heb waardering voor de fractievoorzitters, veel buffelwerk, zeker voor hen die in de coalitie zitten: Hermie, Ralph, Jos, Ben en in het bijzonder Ruud – ik hou van jou man! – zoek de verbinding, vooral met wat nodig is voor de stad. Wees aansprekend, verbindend en biedt steun om de energie in de stad te laten stromen.

Ik zal mijn collega’s missen, ik heb geen vechtcolleges meegemaakt, Ruud, ik gun jou een langjarige ervaring als wethouder in een sterk team! Ik heb vertrouwen in jou als opvolger! En Huib, ik hoop dat we nog eens op n bankje naar de sterren kijken, dat maakt klein en groots tegelijk.

Ik ben trots zo lang met jou gewerkt te hebben Ton. Jij hebt, met ons, deze stad ook buiten deze stad op de kaart gekregen en wij vinden elkaar in het belang van sport, cultuur en onderwijs, om aan echte stadsontwikkeling te doen! Je hebt mij uitgedaagd om naar voren te stappen, ook buiten mijn portefeuille. Je hebt mij laten zien dat het pakken van de telefoon om steun te zoeken, verbindingen te leggen snel tot resultaat leidt. Ton, bedankt.

Waar ik voor sta, is waardevol handelen in dienst van mensen. Hoe waardevol is het dan, dat ik afscheid kan nemen omdat ik het nog naar mijn zin heb. De B’s van Bart staan voor Bezinnen, Bezielen en Bewegen, ik ga even de nadruk leggen op het Bezinnen, met de Belofte dat ik op andere wijze dan nu mij kracht zal gaan inzetten.

Hoe waardevol is het dat ik afscheid kan nemen in bijzijn van mensen die mij niet als wethouder zien, maar als Bart. Mijn secretaresses, Karin/Ans, Henk Wouda, de bodes
Ouders, schoonouders, Jean en bovenal Karin, Femke en Merlijn, Judith, Emma, van jullie heb ik altijd steun ontvangen om politiek te bedrijven met hart en ziel. En voor ik eelt op mijn ziel krijg, ben ik weg, ik heb gezegd!

Bart Eigeman

Lennart Huizing

Lennart Huizing

Twitter Flickr

Kennisland stagneert

In auteursrecht, innovatie, kennis, stagnatie, crisis, economie, de, innoveren, advocaten.

Het is de hoogste tijd om onszelf uit de crisis te innoveren. We zijn een kenniseconomie, maar die kennis wordt niet goed benut. We hebben onszelf zo dichtgetimmerd met octrooien en andere intellectuele-rechtenregelingen, dat het steeds moeilijker is geworden om te innoveren. In een woud van advocaten en juridische regelgeving is de uitvinder hopeloos verdwaald. Nieuwe octrooiregels zouden moeten bijdragen aan een sterkere economie, niet alleen het overeindhouden van grote, log geworden bedrijven.

lees verder

zondag, 12 februari 2012

Frank Pels

Frank Pels

Hyves

Sargentini: ACTA is twintigste eeuws

In acta, cultuur, de, delen, fans, geld, het internet, hulp, innovatie, en meer.
In dit stuk op DeJaap.nl gaan Judith Sargentini (Europarlementariër GroenLinks) en Douwe Korff (hoogleraar internationaal recht aan de London Metropolitan University) in op ACTA. ACTA is het nieuwe verdrag over de bescherming van intellectuele rechten.

ACTA is inderdaad een anachronisme. Een laatste stuiptrekking van dat deel van de entertainmentindustrie dat zich vastklampt aan oude verdienmodellen. Ondertussen bewijzen steeds meer nieuwkomers, van Spotify tot Netflix, dat er wel degelijk geld te verdienen valt met online vermaak en cultuur. Muzikanten als Caro Emerald en Justin Bieber ontdekken dat zij via het internet veel meer fans kunnen bereiken, met of zonder de hulp van platenmaatschappijen. Als we willen dat het internet een motor van innovatie blijft, een vehikel voor het delen van ideeën en creatieve uitingen op nooit gekende schaal, dan kunnen we de poortwachters en spionnen van ACTA missen als kiespijn.

dinsdag, 7 februari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Impressie Innovatiebijeenkomst infrastructuur & duurzame energie van SKAO

In duurzaamheid, economie, werk, duurzame energie, duurzame energie koepel, havenbedrijf rotterdam, infrastructuur, innovatie, ooms, en meer.

Waar? LEF Futurecenter van Rijkswaterstaat
Organisatie: SKAO, RWS en Prorail
Aanwezig: ruim 100 mensen
Datum: 3 februari 2012

Op 3 februari organiseerde Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO) een bijeenkomst over infrastructuur en duurzame energie. Doel was om nieuwe keteninitiatieven tot stand te brengen, passend bij de ambitie van RWS & Prorail op gebied van infrastructuur & duurzame energie en passend in de CO2 Prestatieladder van SKAO.

Er waren ruim 100 mensen aanwezig werkzaam bij bouwers, ingenieursbureau’s en opdrachtgevers. Tijdens de bijeenkomst vertelde SKAO, Rijkswaterstaat, ProRail en het Havenbedrijf Rotterdam kort wat over hun ambities voor de komende jaren. Ter inspiratie vertelde Tom van den Nieuwenhuijzen van Van Nieuwpoort Groep kort wat over de Green Deal duurzaam beton van MVO Nederland, waar ook Strukton aan deelneemt.

Daarna splitste de groep op en was er in sneltreinvaart aandacht voor een aantal ingediende initiatieven en voor speeddaten met andere deelnemers. Zelf heb ik de volgende initiatieven gehoord:

  1. A15 Dubbel Groen: Stichting Natuur & Milieu wil de weg zoveel mogelijk met elektrische auto’s bevolken en zoveel mogelijk duurzame energie in de omgeving van de weg opwekken.
  2. WKO in asfalt- en betonwegen. Monique van Eijkelenburg, directeur Duurzame Energie Koepel, gaf aan hier veel kansen in te zien. Voordeel van zo’n WKO is dat het mogelijk is om huizen of kantoren te verwarmen en koelen met de warmte uit het asfalt of beton van de weg. Dat scheelt aardgas. Daarnaast is het ook mogelijk om het wegdek in de winter ijsvrij te houden zonder pekel te hoeven gebruiken. Met de overname van Ooms heeft Strukton deze kennis ook in huis. Ooms heeft deze Road Energy Systems al op diverse plaatsen toegepast, dit filmpje geeft een beeld van de werking.
  3. De Natuur & Milieufederaties presenteerde een idee voor duurzame energie coöperatie langs infrastructuur. Zodat omwonenden naast de lasten ook lusten krijgt van infrastructuur.
  4. Duurzame energie mogelijkheden van water en landinfrastructuur in Rotterdamse haven
  5. RWS staat open voor alles, zolang de hoofdfunctie van het netwerk maar niet geraakt wordt.

De andere initiatieven heb ik niet echt meegekregen, omdat de roulatietijd erg kort was. Wel heb ik nog een aantal leuke gesprekken gehad met onder andere vertegenwoordigers van gemeenten en energiebedrijven. Met de vertegenwoordigers van energiebedrijven heb ik onder meer gesproken over nieuwe vormen van samenwerking tussen bouwers en energiebedrijven. Die ideeen ga ik zeker meenemen in vervolggespreken met de energieleverancier van Strukton.

dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, algemeen, crisis, debat, diversiteit, economie, eerste, eerste kamer, en meer.

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


maandag, 23 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Uit de inbox: Dialoogbijeenkomst Groen is POEN! Anders denken loont! – 25 januari

In duurzaamheid, economie, building brains, duurzaam bouwen, elco brinkman, energiesprong, innovatie, ministerie van economische zaken landbouw & innovatie, samenwerking, en meer.

“Groen is poen! Anders denken loont!” Dat is het thema van de dialoogbijeenkomst georganiseerd door Vernieuwing Bouw, TNO, de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking met Energiesprong en Building Brains. De bijeenkomst vindt plaats  op woensdag 25 januari 2012, van 14.00-18.00 uur. Wij nodigen u van harte uit om hierbij te zijn.

In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken Landbouw en Innovatie heeft TNO in samenwerking met de Vrije Universiteit van Amsterdam 12 succesvolle projecten belicht die duurzame samenwerking en innovatie als thema hebben. Vragen die centraal staan:

  • Wat maakt deze projecten succesvol?
  • Samenwerking en innovatie in de bouwsector verloopt moeizaam maar waarom lukt het juist in deze projecten wel?
  • Wat kunnen wij van ze leren?
  • Wat kunnen we samen doen om deze successen op te schalen?

Naast een inhoudelijke dialoog over de projecten en de achterliggende ‘oorzaken van succes’ zullen er plenaire sessies zijn waarin vooraanstaande sprekers Elco Brinkman en Thomas Rau wordt gevraagd om hun reactie.

Een van de onderzochte projecten is het energieservice bedrijf (ESCo) Rotterdamse Zwembaden van Strukton. Een aantal collega’s van Strukton is aanwezig om meer uitleg te geven over de gehanteerde werkwijze en natuurlijk ook om inspiratie op te doen vanuit de andere 11 succesvolle projecten. Ik kan er zelf helaas niet bij zijn.

Meer informatie

Mocht je je alvast in willen lezen dan kan dat op de website van Strukton of in de factsheet (pdf). Of vul ondestaand contactformulier in dan nemen mijn collega’s Michel Heijnekamp en Jeroen Mieris contact met je op.

[contact-form-7]

Disclaimer: als consultant maatschappelijk verantwoord ondernemen hou ik mij binnen Strukton onder andere bezig met het promoten van duurzame oplossingen van Strukton.

donderdag, 19 januari 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Als een boer met kiespijn: de vrije tandartstarieven

In bezuinigingen, kabinet rutte, sociaal, zorg, edith schippers, mondverzorging, vrije tandartstarieven, nederland, nederlanders, en meer.

Sinds het begin van het nieuwe jaar mogen tandartsen in heel Nederland vrije tarieven hanteren voor alle behandelingen binnen de mondverzorging. Minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid mogen ze daarvoor hartelijk bedanken. Vanuit het volk zal het aantal steunbetuigingen echter beduidend minder zijn. Wij worden immers aanzienlijk de dupe van dit “experiment” van het kabinet-Rutte.

Wat wil de minister eigenlijk met haar proefballon bereiken? Belangrijke doelen zijn dat de serviceverlening verbetert, er innovatie komt en een ruimer assortiment aan producten beschikbaar wordt. Op zich mooie doelen. Maar het zijn niet de enige die Schippers stelt om het experiment te laten slagen. De prijzen mogen niet te veel stijgen, de toegankelijkheid mag niet in het geding komen en er moet een evenwichtige verhouding tussen tandartsen en zorgverzekeraars ontstaan. En precies op deze drie punten falen de vrije tandartstarieven genadeloos.

Het nieuwe beleid creëert namelijk via deze drie voorwaarden nu al, nog niet drie weken na de start ervan, grote problemen. Neem de prijsstijgingen. Twee veelvoorkomende behandelingen van de tandarts zijn het plaatsen van vullingen en het zetten van kronen. Juist deze vormen van verzorging ondervinden nu al duidelijk prijsstijgingen. Zo blijkt uit onderzoek van de Verzekeringssite.nl dat 87% van de tandartsen over het gemiddelde van €38,- heen gaat, dat zorgverzekeraars maximaal vergoeden voor vullingen. Met het plaatsen van kronen gaat het zelfs nog verder. Maar liefst 95% van de gebitspecialisten overschrijdt hier het verzekerde gemiddelde van €236,85. Daar zitten uitschieters bij van €349,- per kroon. In dat geval komt het er dus op neer dat een consument, los van zijn verzekering, uit eigen zak nog eens €112,15 mag bijleggen. Het eerste probleem is dus een feit: er vinden door de vrije tandartstarieven onevenredige prijsstijgingen plaats.

Doordat verzekeraars dankzij het nieuwe beleid met maximumvergoedingen kunnen werken, hoeven ze lang niet meer het volle pond te vergoeden. Hierdoor neemt de toegankelijkheid van de mondverzorging zienderogen af, het tweede probleem. Immers, alleen als de behandeling onder de maximumvergoeding blijft óf als de tandarts van dienst een contract met dezelfde van één van de 27 beschikbare zorgverzekeraars als de consument heeft afgesloten, hoeft de consument niet extra te betalen. In veel gevallen komt het er echter dus op neer dat met de forse prijsstijgingen de burger wel meer geld kwijt is. Zeker in economische tijden als dezen verslechtert dit de toegankelijkheid van de tandheelkunde ernstig.

Bij deze twee problemen blijft het echter niet. Het derde grote probleem is dat de vrije tandartstarieven juist averechts werken voor een evenwichtige balans tussen tandartsen en zorgverzekeraars. Zoals ik hierboven al aangaf zit het overgrote deel van de tandartsen (soms ver) boven de maximumvergoeding van de zorgverzekeraar. Hierdoor groeien de reële prijs en de vergoede prijs steeds meer uit elkaar. In plaats van een balans ontstaat er dus een wanverhouding.

Al binnen drie weken tijd blijk het proefkonijntje van Schippers dus in feite een faalhaas te zijn. De problemen zijn namelijk inherent aan het nieuwe beleid. Door de vrijgave van de tarieven hebben tandartsen vrij spel gekregen en kunnen ze onbelemmerd de prijzen verhogen. De instelling van de minister dat “de tandartsen en de zorgverzekeraars zelf tot een oplossing moeten komen”, is dan ook onthutsend en behoorlijk naïef. Geen van beide partijen zal daar economisch of financieel gewin bij hebben. Voordat het beleid werd ingevoerd kon de overheid nog controleren dat de tandartsprijzen in lijn moesten liggen met de vergoedingen van de verzekeraars. Nu is die stok achter de deur weg.

De doeltreffendheid van het nieuwe beleid is dan ook ver te zoeken. De drie genoemde belangrijke voorwaarden om het beleid te laten slagen worden niet gehaald en zullen ook niet gehaald worden. Schippers kan dan ook maar zo snel mogelijk stoppen met haar experimentje. Dat is beter voor de consument en voor de tandarts. Anders zal het, onlangs door Metro aangekaarte, stijgende aantal Nederlanders dat in het goedkope buitenland tandartspraktijken bezoekt nog forser gaan groeien. Ver van huis laten landgenoten dan steeds meer hun mondverzorging uitvoeren, terwijl onze tandartsen verder van huis raken dan met de regulering van tandartsprijzen.



woensdag, 18 januari 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Woensdag 8 februari organiseert Lochem, samen met de...

In innovatie, milieu, de.


Woensdag 8 februari organiseert Lochem, samen met de Stedendriehoek, Berkel Milieu en de firma Tauw de Regionale Duurzaamheidsdag. ‘s Middags met workshops, vanaf 15.30 uur tot 18.00 uur, met aansluitend een eenvoudige maaltijd. En ‘s avonds vanaf 19.30 uur een programma over duurzame innovatie in het buitengebied, gevolgd door de visies van hoogleraar Jacqueline Cramer en ondernemer Ruud Koornstra. Zij zullen ook commentaar geven op het Lochemse duurzaamheidsbeleid.

Toegang vrij. Wel opgeven! Via www.lochem.nl.

zondag, 15 januari 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter Blogreacties: Krispijn Beek

Een Ander Nederland in Lochem

In groen, innovatie, innoveren, kantoren, kennis, kracht, leegstand, afval, milieu, en meer.


teaserGisteren begaf ik me tussen rode hesjes van de PvdA, de tomatentassen van de SP en de groengebuttonde GroenLinksers  in Nijmegen.Voor de nieuwjaarsbijeenkomst ‘Een Ander Nederland’. Natuurlijk een gezellige en feestelijke happening van progressief Nederland. Maar ook hoopgevend, omdat de bundeling van krachten uitzicht biedt op het vervolg op de huidige coalitie. Wat zegt deze brief van Cohen, Roemer en Sap over lokaal beleid. Bestaat er zoiets als ‘Een ander Nederland in Lochem’? Jawel!

Systeemprobleem


Cohen, Roemer en Sap zeggen, naar goede linkse traditie, dat de huidige crisis ons niet ‘zomaar’ overkomt, als een natuurramp die we als onvermijdelijk verschijnsel moeten accepteren. Nee, deze crisis komt vanuit falende financiële markten, zelfverrijking, korte termijnbelangen die boven de lange termijn worden gesteld. Dat is goed nieuws! Een natuurramp moet je naar beste weten opvangen. Die vergt een wendbare en alerte samenleving. Maar een crisis die geen natuurverschijnsel is… daar kan je in de kern iets aan doen. Die kan je aanpakken en voorkomen. Het systeem dat tot die  crisis leidt kan omgevormd worden. Daar gaat Een Ander Nederland ook over.

Werk

Centraal in de oproep voor Een Ander Nederland staat het scheppen van zinvolle en duurzame banen. Want via werk komen we bij de structuur die onze economie en samenleving vormt. En dat is nu juist ook wat onze lokale paarse coalitie laat zien. In een duurzame economie combineren we zinvol werk met duurzame investeringen. In Lochem spelen daarbij een aantal wezenlijke onderwerpen; energie, duurzaam bouwen, afval en recycling, groenbeleid, wegenbeheer, riolering. Ik pak er een paar elementen uit.

Duurzaam bouwen en renoveren


Terwijl de nieuwbouw in Lochem (net als in de rest van Nederland) stokt  biedt zich een fantastisch werkveld aan voor onze bouwers, installateurs en architecten. Het grootste deel van onze woningvoorraad is niet toekomstbestendig. Hoeveel werk en innovatiekracht zal er in die duurzame renovatie kunnen gaan. Dat levert veel winst op, financieel, milieutechnisch,  qua kennis. ‘Bouwend Lochem’ maakt zich hiervoor klaar. Ik schuif aan, als wethouder, bij een van de landelijke topteams om gezamenlijk beleid te ontwikkelen. Onze afdeling overlegt bij ‘Bouwend Lochem’ om krachten te bundelen. In de regio zetten we de klokken gelijk. Kortom… dit gaan we doen!

Afval en recycling

Met Berkel Milieu, 2Switch, het werkvoorzieningschap Delta en het buurtonderhoudsbedrijf Cambio werken we aan nauwe samenwerking, het Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte. Daarin bundelen we al onze krachten voor zowel het beheer van de gebouwde omgeving als ons uitgestrekte buitengebied. Bijzonder daarbij is dat we ook in staat zullen zijn om een goed en effectief afvalbrengpunt op te zetten. Met alle arbeidskracht gebundeld kunnen we afvalstromen beter scheiden en sorteren en alles van waarde eruit halen. In Zutphen zie je dat nu al gebeuren, met o.a. het ‘zwarte kratje’ waarin huishoudens glas, blik, plastic, papier en andere makkelijk te scheiden zaken aan de straat zetten. Delta haalt dat op en zorgt dat de afvalstromen goed terecht komen. Dat levert arbeidsplaatsen op en zorgt ook voor extra inkomsten omdat het goed gescheiden afval makkelijk in de markt te zetten is.  Dat kan voor veel meer afvalstromen gebeuren en daarmee een beter milieu en meer (duurzame) werkgelegenheid opleveren.

Onderhoud groen


Datzelfde Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte kan ook de enorme uitdaging voor het beheer van ons openbaar groen beter vormgeven. Behalve dat we een steviger team zullen vormen voor het noodzakelijk schoffel en renovatiewerk zijn we ook in staat een gezamenlijk dilemma rond het beheer van de bomen in het buitengebied beter aan te pakken. Door krachten en kennis te bundelen kunnen we in zetten op goed kwalitatief onderhoud van onze bomen en zijn we in staat werkelijk een bedrijfsplan te maken waarbij we het rendement van de opbrengsten aan hout en houtsnipppers beter kunnen ‘vermarkten’ en een ruim opgezette nieuwaanplant kunnen realiseren zodat we ook op de lange termijn van voldoende opbrengsten en kwaliteit kunnen genieten. Goed voor onze lokale economie, de werkgelegenheid, de biodiversiteit en het landschap!

Riolering

Ons rioolstelsel lijkt een prachtig efficiënt systeem gericht op het afvoeren van afvalstoffen. Maar is het wel zo efficiënt? Met het riool voeren we waardevolle voedingsstoffen en warmte af met een behoorlijk gebruik van energie. Jaarlijkse onderhoudslasten stijgen snel. Dat kan anders, door direct in de buurt het afvalwater te verwerken en warmte uit het riool te onttrekken. De ombouw van dit systeem zal de komende tien jaar veel werkgelegenheid kunnen leveren terwijl het ons verlies van kostbare grondstoffen beperkt. Ook hier gaan zorg voor het milieu, leefomgeving en werk samen.

Een ‘hub’ voor duurzame zzp-ers


Tientallen, zoniet honderden, bedrijfjes hebben een plek op zolder of in een achterkamer. Zzp-ers die als energieadvies geven, technische innovaties realiseren, communicatie ondersteunen, conferenties organiseren. Veel van die bedrijven en bedrijfjes werken geïsoleerd. Ze maken weinig gebruik van elkaar onderlinge kracht. Het energieadvies zou gebruik kunnen maken  van de communicatiedeskundige, de onderzoeker of financieel deskundige om de hoek. Bij LochemEnergie merken we hoeveel kennis en arbeidskracht aanwezig is en als we die bundelen dan ontstaat een geheel nieuwe kracht. Dat kan, bijvoorbeeld in een gedeelde kantoorruimte met gedeelde faciliteiten. Gezamenlijke receptie, computernetwerk en kantine. Gezamenlijke scholing, gedeelde projecten en gebundelde communicatie. Een antwoord op eventuele leegstand in kantoren en een versterking van de innovatieve en duurzame werkgelegenheid dus.

Zo krijgt Een Ander Nederland in Lochem vorm. Daarvoor is meer nodig dan een enthousiast ‘paars’ Lochems college en ondernemende gemeenteraad. Stimulans en ruimte vanuit het Rijk om duurzaam en sociaal te innoveren is  wezenlijk. Niet voor niets pleit Lochem voor  de aanpassing van de belastingwetgeving voor energie, zodat ook een lokaal energiebedrijf als LochemEnergie kan concurreren met de (nu gesubsidieerde) grootschalige opwekking van grijze energie. Het Rijk zal de belastingwetgeving moeten vergroenen, innovatie moeten stimuleren en samen met de financiële sector moeten bijdragen aan de investeringsruimte voor dergelijke duurzame initiatieven, bijvoorbeeld door het opzetten of gericht steunen van ‘revolverende’ fondsen die investeren in duurzame energie makkelijker maken. Het Rijk zal belemmerende regelgeving moeten wegnemen en normen moeten stellen (bv op het vlak van energiezuinig en duurzaam bouwen) om een gemeenschappelijk speelveld te creëren waarin al deze initiatieven kunnen floreren. Even belangrijk is dat gemeenten en lokale gemeenschappen de verbinding zoeken, gemeenschappelijke ontwikkeltrajecten opzetten en innovatie in een open en lerende omgeving plaatsen. Zodat die duurzame toekomst op vele plekken tegelijk vorm krijgt.

Dan krijgen we het andere Nederland dat we nodig hebben.  

zaterdag, 14 januari 2012

Johanna Welfing

Johanna Welfing

Hyves Twitter PS

Een nieuwe voorzitter: Twee goede kandidaten, één functie, een lastige keuze.

In grienlinks, belangrijk, bestuur, campagne, congres, de, dialoog, discussie, gelukkig, en meer.
Foto gemaakt door Menno Slaats Verbinden, solidariteit, luisteren naar de leden, meer dialoog vooraf, een betere vertaalslag door de Kamerfractie, groene innovatie, een partij die met beide benen in de samenleving staat. Zomaar een paar termen die vanmiddag voorbij kwamen tijdens de discussie tussen de twee voorzitterskandidaten van het landelijk bestuur. Prachtige zinnen, volgens mij willen we dat allemaal. Woorden die ik eerder heb gehoord bij eerdere verkiezingen. De vraag is hoe ga je dit doen als voorzitter? Want woorden zijn nog geen daden. Op de ALV werd dan gelukkig ook door de mooie woorden heen geprikt. De keuze voor de GroenLinks leden wordt er m.i. niet makkelijker op. Een kleine beschouwing van de kandidaten zoals ik ze heb geobserveerd. De twee kandidaten: Heleen Weening & Arno Uilenhoet Opmerking vooraf: Ik ben er van overtuigd dat beide kandidaten uitermate geschikt zijn voor de functie van het voorzitterschap. Ik voel de passie, beide hebben unieke kwaliteiten. Bij beide kandidaten heb ik een goed gevoel. Heleen Weening – ‘Het Solidaire Groene Land’ Antwoordt vanuit het hart, maar toch op een zakelijke prettige manier. Heeft het voornemen om als voorzitter echt een voorzitter voor de leden te zijn die via de organen binnen de partij, zoals bijvoorbeeld de partijraad, werkgroepen etc te werken met de Kamerfracties. Belangrijk punt voor Heleen is besluitvorming vooraf binnen de partij op basis van programma. Zij zet in op een permanent programmacommissie. Heleen wil belangrijke thema’s op de kaart zetten waarover leden in de afdelingen kunnen discussiëren en waarvan de (stand)punten vervolgens door de vertegenwoordigde partijraadsleden meegenomen kunnen worden naar de partijraad. Een initiatief wat ik van harte ondersteun. Heleen vindt dat GroenLinks zich evenredig in uitingen naar buiten moet laten zien voor groene en solidaire thema’s. Partijnaam hoeft niet aangepast te worden. Het partijprogramma is goed, en we zijn geen partij in worsteling. Arno Uijlenhoe t – ‘Het groene goud’ Een goede welbespraakte spreker, fijn om naar te luisteren. Heeft een duidelijke visie waar GroenLinks op in moet zetten. Groene duurzame innovatie. “Het groene goud” Wil meer dialoog binnen de partij en weet ook duidelijk hoe hij dat neer wil gaan zetten. Via de partijraad, via het landelijke bureau, maar ook door werkgroepen niet in Utrecht maar op locaties in het land te laten vergaderen. Goed initiatief. Arno vindt dat de slag naar het duurzame bedrijfsveld meer gemaakt moet worden en zal daar ook op inzetten. Arno geeft aan dat besluitvorming en discussie met leden over belangrijke en gevoelige onderwerpen beter kan en vooraf moet plaatsvinden. Arno vindt dat GroenLinks best meer de nadruk mag leggen op duurzaamheidthema’s, oftewel het “groene goud”. De koers die ingezet is goed, we zijn geen partij die worstelt, we hebben een goed programma. Partijnaam hoeft niet worden aangepast. Twee beschrijvingen, twee capabele mensen voor één functie. Wie kies je dan? Nou ja , ik kies niemand, ik heb me te laat aangemeld voor het congres, dus heb geen stemrecht. Wat als ik wel stemrecht had op wie zou ik dan stemmen? Twijfel alom . wat mij bij Heleen erg aansprak is de directe vertaalslag naar wat er bij mensen speelt. Arno komt bij mij meer zakelijker over, een onmisbare eigenschap voor een voorzitter die mij erg aanspreekt, direct en kundig. Meerdere voorzitters zijn Heleen en Arno voorgegaan binnen de partij. Ze spraken mooie woorden in hun campagne in de weg er naar toe, maar verloren zich ‘grotendeels’ in de Haagse werkelijkheid. Ik heb mezelf de vragen gesteld, bij welke kandidaat ben ik het bangst dat zij/hij zich laat verleiden door de Haagse werkelijkheid en bij welke kandidaat denk ik dat het meeste Haagse menselijkheid gerealiseerd wordt. Wellicht wat kromme maatstaven, nu niet te toetsen en puur een gevoelskwestie. Op basis van deze vragen komt er voor mij een kandidaat uit waar ik op zou stemmen als ik de kans had. Ik zou kiezen voor het iets minder zakelijke, maar voor mijn gevoel iemand die dichter bij het maatschappelijke middenveld staat. Mijn fictieve stem gaat dus niet naar het “groene goud” , maar naar "het solidaire groene land".

woensdag, 11 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Innovatie in mobiliteit

In economie, maatschappij, milieu, innovatie, mobiliteit, verkeer, eerste, conservatief, wereld, en meer.
Waarom is de mens zo conservatief geworden qua mobiliteit en blijven we kiezen voor traditioneel wegen bouwen, wat het fileleed niet zal oplossen. Toen de gebroeders Wright hun eerste vliegtuig maakten, of eerder Lillienthal met het zweefvliegtuig,  waren zij de innovatieve geesten die het aanzien van de wereld compleet hebben veranderd. Maar waar is onze [...]

maandag, 9 januari 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

De WakaWaka: de oplossing of deel van het probleem?

In overig, regelmatig terugkerende ellende, commercie, economie, greenwashing, grondstoffen, innovatie, storyofstuff, vervuiling, en meer.
Afgelopen zondag hoorde ik hoe ondernemer Maurits Groen zijn nieuwste project mocht aanprijzen in het radioprogramma Vroege Vogels.Het gaat om de WakaWaka, een klein LED-lampje met daaraan vast een zonnecel en een accu. Zoals altijd moet er eerst een probleem benoemd worden om een nieuw produkt te verkopen. Op de website wakawakalight.com kun je lezen [...]

donderdag, 5 januari 2012

Marcel Kolder

Marcel Kolder

Ontboezeming: Ik ben een postmaterialist

Ik heb zojuist deelgenomen aan de Mentality-waardentest van Motivaction. Aan de hand van mijn antwoorden is bepaald welk waardenprofiel het best bij mij aansluit. En misschien ook wel welke politieke partij bij mij hoort. Mijn profiel vertoont de meeste overeenkomsten met dat van de postmaterialist. De maatschappijkritische idealist die zichzelf wil ontplooien, zich verzet tegen [...]

woensdag, 28 december 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Duurzame samenleving vereist lokaal durf en tegendraadse besluiten

In hand, huis, innovatie, kennis, kernenergie, kracht, landbouw, leiden, macht, en meer.

Een duurzame samenleving waarbij recht wordt gedaan aan zowel de ecologische, sociale als economische dimensies vraagt om concrete lokale keuzen die ontegenzeggelijk als tegendraads worden beschouwd. Er is meer ‘maakbaar’ aan je samenleving dan je denkt. Je kan kiezen, voor een sociale economie, zinvolle werkgelegenheid, een cradle to cradle samenleving, duurzame landbouw, een gezonde sociale samenhang. De suggestie dat wij als lokale bestuurders, bedrijven en burgers slechts mee stromen in een autonome nationale en mondiale ontwikkeling is ideologie van de beste soort. Dagelijks wordt het tegendeel bewezen.


Jaren geleden las ik een studie van SHELL met de onschuldige titel van een meidenblad: TINA; There Is No Alternative. De studie gaf in heldere termen aan dat de hoofdlijn van ontwikkeling wel vast stond: meer concentratie van kapitaal en monopolie, vergroten van de rol van technologie, toename van de macht van internationale markten. Binnen dit scenario kon je nog wel kiezen tussen twee routes: Just Do It en Da Wo. Als mondiale speler hadden de scenario makers van SHELL wel door dat het individualistische ‘westen’ een andere route zou volgen dan het collectief gestructureerde ‘oosten’. Maar in de kern was de boodschap simpel: er is geen alternatief.

Eindige ontwikkeling


Is dat werkelijk zo? Is de huidige ‘groei-economie’, die van korte termijn opportunisme en afwenteling op toekomstige generaties werkelijk het enige alternatief. Zoals publicist Jos van der Schot laatst in het dagblad Trouw stelde: “de huidige economie kent twee voedingsbronnen: de geldpers van de banken en (eindige) natuurlijke grondstoffen in de aarde. De geldpers produceert vooral schuld, schuld van mensen, bedrijven en staten aan banken; het gebruik van grondstoffen gaat ten koste van de voorraad en holt ons ecologisch kapitaal uit”.

Perverse neigingen in economie en taal


Vandaag las ik dat in Rotterdam bijstandgerechtigden de Poolse en Hongaarse migratie-arbeid in de kassen zullen vervangen. De werkgevers zijn nu de bepalende klanten geworden, niet meer de werkzoekenden, aldus de PvdA wethouder. Interessant hoe antwoorden gevonden worden in een eindige oplossing van een schaalvergrotend bedrijfsleven die arbeid als noodzakelijk kwaad accepteert. Een tijdelijke oplossing tot de automatische komkommer of tomatenplukker is uitgevonden of de hele sector verhuizen zal. Dat huis van werkgelegenheid voor de meest kwetsbare groep is op drijfzand gebouwd. En dan gaan we, met de Wet Werken naar Vermogen in de hand en de rode roos in de borstzak deze groep naar de meest riskante hoek van de markt jagen?

Hetzelfde zien we met grondstoffen gebeuren. De visserijsector vist met overheidssteun zijn eigen visgronden leeg. We eten letterlijk onze toekomst op. Zoals Jos van der Schot constateert, investeren we overheidsgeld in de uitputting. In de landbouw steken we overheidsgeld in uitputting van watervoorraden en erosie van vruchtbare bodem, in de energiesector geven we meer overheidsgeld uit aan vervuilende fossiele centrales dan aan schone duurzame energie en vervuilend transport kan rekenen op een fiscale balans.

Maakbaar lokaal alternatief

Dat kan dus anders. De energiesector maakt dat wel heel duidelijk. Schaf subsidies af, haal de scheve energiebelasting er uit en zon en wind winnen het van kolen, olie en kernenergie. Als overheid kan je je vervolgens concentreren op het begeleiden van processen die er toe leiden dat je lokale economie hiervan de vruchten plukt: door zelf energie op te wekken en lokale fondsen te creeeren uit de winsten versterk je structureel werkgelegenheid, bouw je aan sociale samenhang en stimuleer je innovatie. Zo maakbaar is dit!


Maar ook andere thema’s laten sterke paralellen zien: Ons wonderlijke rioleringsstelsel dat schoon water vervuilt via de meest ineffciente toiletpotten om vervolgens dit mengsels over tientallen kilometers weg te pompen naar een rioolwaterzuivering bij de IJssel. De waardevolle grondstoffen en warmte raken we kwijt. Sterker zelfs, we pompen er energie in om dit materiaal ons grondgebied uit te krijgen! En daar betalen we goed geld voor. Als je dat geld nu investeert in lokale systemen die grondstoffen en energie lokaal hergebruikt. Ook dan stimuleer je structureel werkegelegheid en innovatie.

Afval is natuurlijk ook zo’n onderwerp. Slechts 10% van het huidige afval in onze grijze bakken is nog niet herbruikbaar. De rest zouden we gescheiden kunnen aanleveren. Een belangrijk deel kunnen we lokaal of regionhaal opwerken naar fracties waarmee we geld kunnen verdienen. Met de rendementen kunnen we bijdragen aan preventie. Samen met toeleveranciers en winkeliers zorgen dat er minder verpakkingsafval komt. Moet het Rijk wel mee doen, door het statiegeld niet af te schaffen.

Duurzaam renoveren in de bestaande bouw levert een structureel antwoord op. Leidt tot lagere woonlasten, lagere emissies, hogere werkgelegenheid en innovatie. Ja, probleem is het financieren van dit systeem, zoals een aannemer me laatst vertelde. We financieren onze kwetsbare banken met tientallen miljarden en zijn niet in staat het investeringskapitaal voor duurzame renovatie bij elkaar te krijgen terwijl we weten dat het rendement zeker is? Veel van de investeringen schrijf je over 40 jaar af terwijl de energielasten jaarlijks zeker met 5% zullen toenemen. Helder toch, hier is ruimte voor een zakelijke aanpak waar institutionele investeerders en bewoners/eigenaars elkaar kunnen vinden.

Sterke lokale economie

De lijst van opties kan nog veel langer. Tegenover het TINA van SHELL staat een sterk lokaal alternatief. Dat organiseer je niet van bovenaf, maar bouw je van onderop. De komende jaren is dat de uitdaging voor het lokaal bestuur, ook in Lochem. Dan hebben we het over een arbeidsintensieve, creatieve en cultuureigen bedrijvigheid die onze samenleving zonder meer kan vullen. Financieel is dat geen probleem. Want dit brakke schip van onze huidige economie verliest zoveel geld, grondstoffen en kennis aan die mondiale economie dat het dichten van deze lekken een onmiddellijk drijfvermogen geeft. Dat biedt de ruimte en kracht om werkelijk die lokale duurzame economie op te bouwen.

Een mooie uitdaging, zo voor het nieuwe jaar.

dinsdag, 27 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Verantwoord ketenbeheer: van risicomanagement naar waardecreatie (deel 2)

In duurzaamheid, economie, duurzaam inkopen, duurzaam ondernemen, inkopen, kpmg, risicomanagement, supply change associates, vbdo, en meer.

Vorige week ben ik ingegaan op de wijze waarop verantwoord ketenbeheer in eerste instantie ontwikkeld is als antwoord op kritiek op de manier waarop bedrijven omgingen met (vermeende) misstanden bij hun leveranciers. Volgens de auteurs van het boekje Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie was dat een logische eerste stap, maar wel een defensieve. Veel bedrijven die op die manier begonnen zijn beginnen manieren te ontdekken waarop verantwoord ketenbeheer meer strategisch ingezet kan worden als een manier om van een red ocean strategy naar een blue ocean strategy te komen. Oftewel van een strategie waarbij gevochten wordt om procenten marktaandeel naar een strategie waar nieuwe markten worden verkend. Die laatste strategie is interessanter, omdat het aantal concurrenten in blauwe oceanen beperkt is. Daarbij baseren de auteurs zich op het boek Blue Ocean Strategy van W. Chan Kim en Renée Mauborgne.

Mogelijkheden om verantwoord ketenbeheer meer strategisch in te zetten

De auteurs van Verantwoord Ketenbeheer stellen dat het duurzaamheidsvraagstuk veelomvattend is, maar in essentie ook heel eenvoudig: het is een schaarsteprobleem. Het gaat om de beschikbaarheid en daarmee de waarde van grondstoffen, brandstoffen, energie, voedsel en biodiversiteit voor de wereldbevolking. Nu en straks. Bedrijven staan voor de uitdaging om te anticiperen op dit schaarstevraagstuk. Bijvoorbeeld door het opzetten van een effectief beleid voor verantwoord ketenbeheer, want om een duurzaamheidstransformatie te starten is een ketenbenadering nodig.

Door verantwoord ketenbeheer te verbinden aan bv. business development, productontwikkeling, marketing en sales kan verantwoord ketenbeheer op zowel korte als lange termijn waarde gaan opleveren voor een bedrijf. Vanuit de defensieve basis kan dan gewerkt worden aan waardecreatie, bv. door samen met leveranciers te zoeken naar mogelijke efficiencyverbeteringen, kostenreducties, nieuwe producten, nieuwe logistieke oplossingen, nieuwe materialen etc.

De auteurs zien vier terreinen voor waardecreatie

  1. Kostenreductie: toverwoord daarbij is en blijft Total Cost of Ownership. Waarbij de focus ligt op kostenbesparing over de hele gebruiksduur en kwaliteit. Walmart vraagt bijvoorbeeld al haar leveranciers om energie te besparen en de energie-efficientie van producten te verbeteren. Het idee daarachter is dat energiereductie leidt tot kostenbesparingen, die voor een deel doorgegeven worden aan Walmart. Waarmee Walmart haar positie als prijsvechter kan behouden.
  2. Innovatie: voor veel bedrijven geldt dat de impact in de keten qua duurzaamheid veel groter is dan de impact van de eigen bedrijfsvoering. Dat geldt ook voor de overheid. Door een voorkeurspositie te geven aan leveranciers die voorlopen in het verbeteren van hun duurzaamheidsprestaties wordt de toeleveringsketen structureel gestimuleerd tot innovatie.
  3. Onderscheidend vermogen: duurzaamheid kan een onderscheidend vermogen zijn. Zeker in markten waar de consument weinig verschil ervaart en de prijsdruk hoog is. Zo heeft Unilever de negatieve prijsspiraal bij thee weten te doorbreken door alleen nog te werken met gecertificeerde theeplantages. Daardoor zijn consumenten meer waarde gaan toekennen aan het product en heeft Unilever een forse omzetgroei bereikt.
  4. Ketenintegratie: om de voordelen te realiseren is vergaande samenwerking met toeleveranciers nodig. In de bouw worden verrassende resultaten behaald door toeleveranciers vanaf het begin te betrekken en mee te laten denken over de beste oplossing binnen het beschikbare budget.

Randvoorwaarden voor succesvolle implementatie

Helaas bestaat er volgens de auteurs van Verantwoord Ketenbeheer van risicomanagement naar waardecreatie geen standaardsuccesrecept voor de omslag van risicomanagement naar waardecreatie. Wel benoemen ze een aantal leidende principes die randvoorwaardelijk zijn bij het succesvol waarde creëren door duurzame inkoop:

  • Leiderschap
  • Ondernemerschap
  • Openheid
  • Samenwerking

Veranderende rol inkoop

Een strategische inzet van verantwoord ketenbeheer verandert de rol van de inkoopfunctie. Wanneer inkopers samen met leveranciers werken aan gedeelde doelen wordt de toegevoegde waarde van inkopers duidelijk. Samen met leveranciers wordt dan gewerkt aan een groter onderscheidend vermogen of zelfs aan het creëren van nieuwe markten. Een van de grote uitdagingen is om prikkels te verzinnen die leveranciers uitdagen om mee te denken om de organisatie succesvoller te maken. Op gebied van duurzaamheid kan dat betekenen dat eisen gesteld worden aan de duurzaamheid van een leverancier of product, of door duurzame producten een voorkeursbehandeling te geven. Volgens de auteurs is het echter nog beter om in gezamenlijkheid te zoeken naar (het verhogen van het) differentiërend vermogen.

vrijdag, 23 december 2011

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

De beste wensen voor 2012!

Hoewel de media ons anders willen doen geloven (zie bijvoorbeeld het Volkskrant-artikel van zaterdag 17 december j.l.), biedt de links-rechts retoriek wat mij betreft geen oplossing voor de burger in deze tijden van economische en politieke crisis. Terecht stelt Hans Schnitzler (publicist en filosoof) deze week in De Volkskrant (21 december j.l.) dat het krampachtige gevecht tussen de linksmens en de rechtsmens een schijn- en achterhoede gevecht is. Het getuigt van een vergane reflex om in tijden van onzekerheid terug te grijpen op bestaande wereldbeelden.

Schnitzler ziet een spanning tussen mondiale vraagstukken en lokale belangen. Ik kan me daar een heel eind in vinden. Toch heb ik het gevoel dat ook die dichotomie gebaseerd is op een oud ‘frame’. De bekende tegenstelling tussen een kosmopolitische versus een provinciale levenshouding. Naar mijn idee gaat het meer om de spanning tussen het grootschalige, anonieme, technocratische versus het kleinschalige, menselijke en democratische in onze samenleving. Het grappige is dat mensen over de gehele wereld roepen om meer grip op hun eigen omgeving. Groene en sociale innovatie laten een uitweg uit deze spanning zien. Bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd op alle niveaus in de samenleving. Van de Occupy-beweging op wereldschaal tot coöperatieve samenwerkingsverbanden tussen burgers of bedrijven op lokale schaal. De meest innovatieve bedrijven en instellingen blijken platte organisaties te zijn die uitgaan van open-innovatie, duurzaamheid, vertrouwen en professionaliteit. Daar ligt dus onze toekomst. Het wordt dan ook de kunst om als groene politieke partijen in Europa en als GroenLinks in Nederland daarop aan te sluiten.

Als GroenLinks hebben wij alle waarden en capaciteiten in huis om koploper te worden, om de bestaande politieke patstelling tussen links en rechts te doorbreken. Wel zullen we dan de tijd moeten nemen, investeren in onze beginselen, uitgaan van onze eigen kracht en ons meer nog dan nu het geval is openstellen voor de mensen en ontwikkelingen om ons heen. Wanneer we daartoe bereid zijn, ligt een groene toekomst voor ons. Ik wil me voor deze ambitie inzetten als jullie partijvoorzitter! Meld je daarom uiterlijk 10 januari a.s. aan voor het congres via http://congres.groenlinks.nl/aanmelden en geef op 11 februari mij je vertrouwen!

De beste wensen voor 2012 en tot binnenkort!

Met vriendelijke groet,

Arno Uijlenhoet

zondag, 18 december 2011

Marcel Kolder

Marcel Kolder

Mark Rutte, toonbeeld van politiek leiderschap van de vorige eeuw

In nieuwe rijkdom, toekomstkantelen, de nieuwe samenleving, positief, veranderprocessen, bezuiniging, cda, crisis, europa, en meer.
Mark Rutte is vandaag voor de tweede keer politicus van het jaar geworden. Ik maak me met recht zorgen over het in de hemel prijzen van een politicus die handelt vanuit een ouderwets rechts politiek paradigma dat wellicht in de tijd van mechanisatie en industrialisatie werkte, maar voor de komende eeuw de oplossingen niet heeft. [...]

zaterdag, 17 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Kan kernenergie zonder subsidie?

In economie, delta, elektriciteit, kerncentrale, kernenergie, subsidie, vergunning, landbouw, ministerie van, en meer.

Dat is de vraag die bij me opkomt nu Delta deze week heeft aangekondigd de vergunningaanvraag voor een nieuwe kerncentrale een half jaar uit te stellen. Eerder had de provincie Zeeland al bij het rijk aangeklopt voor steun voor de nieuwe kerncentrale. Het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie gaf deze week aan dat subsidie voor een kerncentrale er niet in zit.

Wat opvalt is dat in de berichtgeving voor de goede verstaander kleine kraakjes te vinden zijn die het verhaal dat kernenergie een van de goedkoopste vormen van elektriciteitsopwekking is onderuit halen. Want als elektriciteitsopwekking met kernenergie zo goedkoop is, hoe kan het dan dat een van de problemen voor het rondkrijgen van de business case de lage elektriciteitsprijs is? Je zou verwachten dat een lage elektriciteitsprijs vooral een probleem vomt voor dure vormen van elektriciteitsopwekking, zoals wind op zee of gascentrales.

Kortom lage elektriciteitsprijs en geen steun van de overheid betekent exit vergunningaanvraag. Precies zoals je kon verwachten op basis van het rapport New Nucleair? The Economics Say No van City Bank waar ik begin 201o over schreef.

vrijdag, 16 december 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Triple A

In geld, geloof, innovatie, kritisch, de, staatsschuld, overheid.
In 2007 was iedereen die er toe deed nog Triple A. Kredietwaardiger dan Triple A kun je niet worden. Alle kredietbeoordelaars vonden al die banken nog buitengewoon kredietwaardig. En iedereen deed dus zaken met iedereen. Verhandelde al die verknipte en samengebundelde rommelhypotheken alsof het broodjes goud waren. Bankiers streken de grootste bonussen op en de kredietbeoordelaars zeiden dat het goed was. En toen opeens donderden de banken in elkaar, met Lehman Brothers natuurlijk als hoogtepunt. De citroenen bleken knollen te zijn. De overheden moesten de banken redden en leenden zich suf. En de bankiers waren hun bonussen kwijt. Leek het.

De kredietbeoordelaars letten tegenwoordig goed op. Zeggen ze. Het is ze niet ontgaan dat al die landen hun staatsschuld hebben laten ontploffen om de banken te redden en de markten gerust te stellen. Ze vinden die landen tegenwoordig echt niet Triple A. Logisch toch, hadden die landen maar niet zoveel moeten lenen. Dus nu zijn ze kritisch en verlagen de status van die landen. Daardoor stijgt de rente die moet worden betaald voor staatsleningen. Een economische wetmatigheid waar de kredietbeoordelaars niets aan kunnen doen. Echt niet. Maar die economische wetmatigheid laat wel publiek geld in particuliere zakken verdwijnen. Van die bankiers natuurlijk weer. Hebben ze toch weer bonussen.

Complot? Misschien. Er zit in ieder geval een mooie thriller in. Ik denk dat het vooral een blind en onverwoestbaar geloof in de markt is. Een heel simpel “markt is goed, overheid is slecht”. Als de markt zichzelf onbegrijpelijke financiële producten verkoopt, dan is dat innovatie en verdient het waardering. Leent de overheid geld om banken overeind te houden, dan is het belastinggeld dat per definitie in bodemloze putten wordt gegooid. En zo lang het blinde geloof in de markt bestaat, zullen bankiers onder alle omstandigheden bonussen opstrijken. Hooguit stellen ze de bonussen een jaartje uit omdat er teveel gewone mensen meekijken.

maandag, 12 december 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Wat is dat eigenlijk, het vestigingsklimaat?

In belastingplan, vestigingsklimaat, groenlinks, eerste kamer, deloitte, diensten, duurzaamheid, eerste, energie, en meer.
Vanavond heb ik in de Eertse Kamer mijn bijdrage in eerste termijn geleverd op het belastingplan 2012, waarin ik he kabinet onder meer kritisch bevraag op de veelvuldig gebruikte dooddoener 'het vestigingsklimaat'. Hieronder de tekst van het betreffende deel van mijn bijdrage. Morgen volgt het antwoord van de staatssecretaris en het vervolg van het debat.

Voordat ik op de afzonderlijke voorstellen van de regering inga wil ik eerst een wat breder thema behandelen, dat in het regeringsbeleid een leidende rol lijkt te spelen: het vestigingsklimaat.
In het antwoord op veel van onze vragen, maar ook op die van andere partijen, stelt de regering dat aanpassingen niet wenselijk zijn omdat dat slecht zou zijn voor 'het vestigingsklimaat'. De regering noemt dit onder andere als antwoord op de vraag wat de consequenties zijn van het hanteren van een maximum voor de 30% regeling, maar ook bij vragen over het beëindigen van belastingvoordelen voor fossiele energie en het grootverbruik van energie.
Het klinkt mooi, het vestigingsklimaat, maar wat bedoelt de regering er precies mee? Hoe is ons huidige vestigingsklimaat in vergelijking met andere Europese landen? Kan de regering daarover kwantitatieve gegevens, harde cijfers dus, verstrekken? Welke rol spelen belastingen en belastingvrijstellingen in 'het vestigingsklimaat'? Wat is precies het effect van de door de regering voorgestelde maatregelen op 'het vestigingsklimaat'? En kan de afwijzing van voorstellen die gedaan zijn met betrekking tot de maximering van de 30% regeling en de afschaffing van de vrijstellingen voor (grootverbruik van) fossiele energie ook kwantitatief onderbouwd worden: wat zijn nu precies de verwachte negatieve effecten voor ons vestigingsklimaat?
Wanneer de regering geen nadere, cijfermatige onderbouwing kan geven van 'het vestigingsklimaat' en de effecten daarop van de verschillende maatregelen, is het te pas en te onpas hanteren van dit begrip niet meer dan een inhoudsloos mantra, een dooddoener.
Dat geldt temeer nu het vestigingsklimaat in Nederland blijkens onderzoek van Deloitte, waarover vorige week werd gepubliceerd, buitengewoon gunstig is; de Pers spreekt zelfs van een belastingparadijs.
Daarbij doet zich dan de vraag voor wat de doelstellingen van de regering zijn met betrekking tot 'het vestigingsklimaat'? Hoe goed moet het zijn? Waar ligt de grens tussen het zijn van een belastingparadijs - hetgeen over het algemeen een negatieve connotatie heeft- en het hebben van een goed vestigingsklimaat voor buitenlandse ondernemingen? Kan de staatssecretaris ingaan op deze vraag, en de doelstellingen daarbij kwantificeren?
En voor welke ondernemingen willen we in Nederland precies een goed vestigingsklimaat hebben? Voor alle ondernemingen, inclusief de zware industrie, of toch met name voor de diensten- en -kennissector? Of willen juist een gunstig vestigingsklimaat scheppen voor ondernemingen die voorop lopen in duurzaamheid, en zich inzetten voor innovatie op dat terrein? En wat betekent een eventuele keuze voor bepaalde sectoren voor de maatregelen die wel of juist niet genomen moeten worden?
En, om nog maar een stap verder te gaan: hoe gewenst is het om het Nederlandse vestigingsklimaat voorop te stellen? Wat betekent dit voor de economische positie en ontwikkelingsmogelijkheden van minder rijke landen? En ligt het niet veel meer voor de hand om het over een Europees vestigingsklimaat te hebben, in plaats van over een Nederlands vestigingsklimaat? Is het niet zo dat het idee is dat de EU één markt is, waarin de concurrentiepositie van bedrijven niet wordt bevoordeeld door overheidsmaatregelen?
Voorzitter, zoals u ziet kan één term een hoop vragen oproepen, vooral als de term niet nader ingevuld wordt, en toch veelvuldig gebruikt wordt als dooddoener. Mijn fractie neemt in ieder geval geen genoegen met een simpele verwijzing naar 'het vestigingsklimaat' in antwoord op vragen. Wat ons betreft zal dat begrip steeds, en ook nu, nader ingevuld en onderbouwd moeten worden.
--

Het onderdeel van mijn bijdrage over de vergroening van de belastingen zal ik in een volgende blog opnemen (anders wordt het zo'n lap tekst)

donderdag, 24 november 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

het mkb van de kunst en cultuur

In groenlinks, kunst / cultuur, bezuinigingen, hoofdlijnennota, investeren, mkb, amsterdam, belangrijk, bezig, en meer.

Een kunstenstad wordt gemaakt door de dynamiek aan de onderkant.

Zo begon ik mijn bijdrage woensdag in de commissie Kunst en Cultuur. We bespraken de Hoofdlijnennota die de opmaat moet vormen voor het Kunstenplan 2013-2017. In dat Kunstenplan zullen alle instellingen beschreven worden die voor vier jaar subsidie van Amsterdam krijgen. Het gaat om een hoop geld (zo’n 84 miljoen) en zeker met de bezuinigingen die er landelijk aan zitten te komen, is het zeer relevant welke criteria belangrijk worden en welke instellingen dus kans maken op subsidie.

De wethouder Kunst en Cultuur heeft ervoorgekozen om nog steeds de topinstellingen in Amsterdam het meeste geld te blijven geven. Dertien instellingen heeft ze genoemd, die samen zo’n 56 miljoen euro zullen krijgen. Daar zitten het Stedelijk Museum, het Concertgebouworkest, het Amsterdam Museum (voorheen het A’dams Historisch) en het Nationaal Ballet tussen. Stuk voor stuk instellingen die volgens de wethouder tot de basisinfrastructuur van de stad horen.

Ik ben het daar niet mee eens. Amsterdam heeft tientallen middelgrote en kleinere kunst- en cultuurinstellingen die ervoor zorgen dat we de culturele hoofdstad van Nederland zijn. Zij zorgen juist voor diversiteit, voor creativiteit en voor innovatie. Zij maken de stad levendig. Omdat zij de fundering vormen van de culturele stad, verdienen zij ook fundering in de Hoofdlijnennota. Daarvan is nu nog te weinig sprake: veel middelgrote en kleinere instellingen zullen sneuvelen als de landelijke overheid zich enkel nog richt op de topinstellingen en wij in Amsterdam dat niet enigszins compenseren.

Daarom stelde ik voor om iets minder geld (een miljoen of twee, drie) aan die topinstellingen te spenderen, en iets meer geld aan het MKB van de kunst en cultuur. Doorgaans hebben die kleinere instellingen maar een beetje subsidie nodig (omdat ze heel veel eigen inkomsten hebben), en dus kan je met twee of drie miljoen ongelooflijk veel doen. Er leek draagvlak voor bij de ander kunst- en cultuurwoordvoerders. Aanstaande woensdag wordt het besloten in de gemeenteraad. We zullen zien.

Zie hieronder voor mijn spreektekst in de commissie (het gesproken woord telt).

Voorzitter,

Een kunstenstad wordt gemaakt door de dynamiek aan de onderkant. Gitta Luiten, directeur van de Mondriaan Stichting, zei het vorige week treffend tijdens het debat in de Balie over deze Hoofdlijnennota. De middelgrote en vooral kleinere instellingen zorgen voor de smeuïgheid in de stad. Ze zorgen voor diversiteit, voor creativiteit en voor innovatie. Juist die innovatie is precies waar de kunstwereld op zoek naar zou moeten.

GroenLinks is het met de wethouder eens dat er een Amsterdamse basisinfrastructuur moet worden geformuleerd. De vraag is wel wat nu eigenlijk de basis in Amsterdam is: zijn dat de topinstellingen die ook landelijke subsidie krijgen, of zijn het juist al die Amsterdamse middelgrote en kleine instellingen die gezamenlijk maken dat Amsterdam de culturele hoofdstad is van dit land?

Wij denken dat dat laatste het geval is. GroenLinks vindt daarom ook dat we juist nu – nu veel van die typisch Amsterdamse instellingen dreigen om te vallen omdat de landelijke overheid besloten heeft alleen maar het topsegment te willen ondersteunen – dat we daarom ons vooral moeten richten op die middelgrote en kleinere instellingen in Amsterdam.

Dat betekent concreet dat er meer geld beschikbaar moet komen in de vrije ruimte. Het betekent voor ons niet dat er dan maar een kaasschaaf moet komen bij de topinstellingen. De wethouder sprak in het voorjaar nog grote woorden over het plan van Zijlstra om enkel te willen investeren in de top. ‘Dan moet de regering ook maar de volledige verantwoordelijkheid op zich nemen’, zei ze stoer. Ik vond het dapper van de wethouder. Maar nu blijkt dat we in Amterdam nog altijd verhoudingsgewijs de meeste miljoenen besteden aan juist die topinstellingen die landelijk ook nog overeind worden gehouden. Deels is dat niet zo gek: balletensembles kosten nu eenmaal veel geld, musea zijn duur om te onderhouden. Maar bij een aantal instellingen zou het toch mogelijk moeten zijn om meer geld via de mecenas binnen te halen.

Juist nu er een Geefwet is aangenomen, juist nu kunnen liefhebbers en vrienden meer gaan schenken terwijl ze tegelijk dat bedrag van de belasting weer terugkrijgen. Dat moet bij de grotere instellingen – die al een heel apparaat hebben om juist die mensen aan te sporen meer te geven – meer mogelijkheden geven. Zeker omdat bij deze instellingen de verhouding eigen inkomsten / subsidie vaak erg scheef is. Het is ook belangrijk in dit kader dat de Kunstraad een integrale afweging kan maken over het gehele budget, niet over de deelbudgetten. Mocht de verordening op dat punt aangepast moeten worden, dan zouden we dat graag willen doen.

Daarnaast denkt GroenLinks dat er ook bij de middelgrote en kleine instellingen meer ruimte zit om hogere eigen inkomsten te generen. Als het instellingen wordt toegestaan om een klein barretje te maken, of een terrasje voor de deur, als ze meer aan merchandising mogen doen en meer reclame mogen maken in de nabijheid van hun instelling, dan is er nog een wereld te winnen in de verdienmogelijkheid van deze instellingen. Dat betekent wel enige deregulering. GroenLinks zal hiervoor een motie indienen in de raadsvergadering volgende week.

Voorzitter, we hebben in Amsterdam teveel stoelen. Iedereen weet dat, en jaren is er niks aan gedaan. Sterker nog, er zijn zelfs stoelen bijgekomen. Het prachtige Muziekgebouw aan ‘t IJ, met z’n fantastische akoestiek, was natuurlijk helemaal niet nodig – iedereen weet het. En nu zitten we eraan vast. Of niet? GroenLinks vindt het niet goed te begrijpen waarom het Muziekgebouw is opgenomen in de lijst van de grote 13. Laat men eerst maar eens met een goed verhaal komen over hoe het gebouw exploitabel wordt. En als dat niet lukt, dan zijn er wellicht kopers op de kust. Is verkoop van dit gebouw aan een commerciële partij zonde? Misschien wel. Maar nu draait de stad al jarenlang op voor een te duur gebouw dat te weinig wordt gebruikt.

Nog iets over stoelen: GroenLinks vindt het goed dat de wethouder in de functionele ruimte slechts 4 podia heeft opgenomen. Dat vraagt namelijk om meer samenwerking, en om investeringen in productie in plaats van in stenen. Wel denken wij dat het belangrijk is om expliciet een aparte functie op te nemen in die functionele ruimte: namelijk dat van een plek waar ruimte is voor maatschappelijk en cultureel debat. Ik ben er nog niet helemaal uit of één van die vier podia een dergelijk label moet krijgen, of dat het een aparte functie moet zijn. Ik hoor graag wat de andere woordvoerders en de wethouder daarvan denkt.

Dan over cultuureducatie. Het kon natuurlijk niet uitblijven dat dat een belangrijk criterium zou worden in deze Hoofdlijnennota. En terecht. Ik zal hier niet uitweiden over het belang van cultuureducatie, want ik denk dat we daar met z’n allen wel van overtuigd zijn. De vraag is wel of werkelijk alle instellingen moeten voldoen aan het adagium cultuureducatie / talentontwikkeling. Voor kleinere instellingen is dit namelijk wel een extra belasting. Hoe ziet de wethouder dat voor zich?

GroenLinks lijkt het bovendien goed om hier het kopje ‘bekwamen’, zoals beschreven door de Kunstraad, nog aan toe te voegen. Bekwamen als het verder ontwikkelingen van talent ter voorbereiding op een professionele loopbaan past heel goed in de ketenbenadering zoals de wethouder dat voorstaat, en daarom wil GroenLinks die instellingen die zich met bekwamen bezig houden ook toegang geven tot de vrije ruimte. Als dat gebeurt, dan is GroenLinks het er ook mee eens dat instellingen in het Kunstenplan geen subsidie meer bij het Amsterdams Fonds voor de Kunsten kunnen aanvragen.

GroenLinks is het niet eens met de wethouder dat de meeste cultuureducatie maar binnenschools moet plaatsvinden. Juist niet, zou ik willen zeggen.  Laat de Amsterdamse kinderen de cultuurtempels in de stad bezoeken, trek ze juist uit die scholen, doe ze een jas aan en ga met ze op stap? Verandering van spijs doet eten, en verandering van plek doet leren. De nadruk op binnenschoolse cultuureducatie zouden wij dan ook willen schrappen – wat meteen ruimte schept voor instellingen die zich nu specifiek op kunst en cultuur van en met kinderen en jongeren richten.

Naast cultuureducatie is er ook het criterium wereldklasse waar veel instellingen aan moeten voldoen. Dat begrijp ik niet zo goed. We hebben toch juist die 13 – of 12, wie zal het zeggen – topinstellingen die van wereldklasse zijn benoemd, juist omdat ze van wereldklasse zijn? Waarom zou de buurtaccomodatie op de hoek, die een zeer belangrijke culturele en kunstzinnige functie vervult in een groot deel van de stad, ook aan wereldklasse moeten voldoen? De meerwaarde van dit criterium voor de functionele en vrije ruimte ziet mijn fractie niet.

Juist zouden we er belang aan hechten dat in de vrije ruimte meer aandacht komt voor de laboratoriumfunctie zoals we die vier jaar geleden ook in het kunstenplan hadden. Vier jaar geleden zei deze zelfde wethouder nog: innovatie en de laboratoriumfunctie is een belangrijke voorwaarde om Amsterdam als creatieve stad vitaal te houden. Daar waren we het toen van harte mee eens, en dat zijn we nog steeds. De laboratoriumfunctie past ook heel goed in de andere voorwaarden die dit College stelt: we investeren in broedplaatsenbeleid, we willen dat instellingen nieuwe verbindingen maken, dat er meer wordt samengewerkt, dat er meer aandacht komt voor de creatieve industrie. Op al die vlakken is de laboratoriumfunctie een spin in het web.

Voorzitter, laten we in 2014/2015 een moment inlassen voor reflex, eventueel door middel van een mid-term review. Dan kunnen we de effecten van de genomen besluiten wegen, en eventueel bijsturen mochten er onvoorziene slachtoffers dreigen te vallen.

Ik zal tot een afronding komen. GroenLinks denkt dat de wethouder met de Hoofdlijnennota een aantal scherpe en goede keuzes heeft gemaakt. Vorige week in het Baliedebat maakte zij een enorme indruk op mij met haar slotpleidooi: het gaat goed in de stad, er worden mooie en bijzondere dingen gecreëerd, er is volop beweging. Kortom, we gaan niet bij de pakken neerzetten. Dat optimisme deel ik met haar. Dat optimisme betekent voor GroenLinks dat de stad blijft investeren in de humuslaag, in de werkelijke basisinfrastructuur in Amsterdam. De pluriformiteit van het bestel vindt zijn oorsprong bij de middelgrote en kleinere instellingen. Die willen we behouden, daar zetten we op in.


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 4300 uur (179,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,2 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2