zondag, 22 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Only Nixon could go to China: waarom dit kabinet de hypotheekrenteaftrek gaat aanpakken

In de linkerhoek is er over weinig dingen consensus, maar over een paar dingen kunnen linkse partijen het wel eens worden: de hypotheekrenteaftrek zou aangepakt moeten worden. De lijn van CDA, PVV en VVD is helder: handen af van de hypotheekrenteaftrek. Je zou dus verwachten dat dit kabinet niets aan de hypotheektrenteaftrek gaat doen en dat dit in een Paars-plus-achtige variant wel had gekund. Niets is minder waar: alleen een rechts kabinet kan en zal de hypotheekrente aanpakken.

Niet over Links

Een kabinet met linkse partijen, of het nu gaat om een Paars Plus, een Christelijk-sociale of een Roti-variant zou in het huidige gesternte niets doen aan de hypotheekrenteaftrek. De reden hiervoor is vrij simpel: rechtse kiezers willen dat er niets aan de hypotheekrenteaftrek verandert. Ze hebben vaak zelf een eigen huis met hypotheek en willen niet dat hun lasten verzwaren. De combinatie van een onderwerp dat veel mensen in hun portemonee raakt en de hoge zichtbaarheid die rechtse partijen zelf aan het onderwerp hebben gegeven door wijzigingen uit te sluiten maakt het onderwerp gevaarlijk.

In een variant met linkse partijen zouden CDA of VVD, of CDA en VVD mee regeren. De PVV lijkt me uitgesloten. Rekensom is dan vrij simpel: bij een verregaande wijziging van de hypotheekrenteaftrek zal de PVV moord en brand schreeuwen, en zo rechtse kiezers bij CDA en VVD weg trekken. De linkse partijen zullen dus niet van de rechtse partijen kunnen eisen dat ze dit doen: dat zou electorale zelfmoord zijn.

Wel over Rechts

CDA, VVD en PVV zullen dit kabinet niet laten vallen: het CDA kan niet breken met dit kabinet: dan verliest ze de helft van haar zetels. De VVD kan in dit kabinet haar volledige programma implementeren. Het is de vraag of de PVV als ze dit kabinet laten vallen over de hypotheekrenteaftrek weer in zo’n goede positie terug kunnen komen. Daarnaast, sociaal-economische onderwerpen behoren niet tot de kern van de PVV: dat zijn Islam, immigratie en integratie. En daarop krijgt de partij wel wat ze wil. Kortom: geen enkele partij heeft er een belang bij om dit kabinet te laten vallen.

En als er extra miljarden bezuinigd moet worden, dan moet er ook iets gebeuren aan de hypotheekrenteaftrek. Je ziet dat het CDA, en met name het Wetenschappelijk Instituut al langer met voorstellen rond lopen om de hypotheekrenteaftrek te beperken. Het interessante is dat dit kabinet al bezig is geweest met een hervorming van de hypotheekrenteaftrek: door aflossingsvrije hypotheken uit te sluiten van de hypotheekrenteaftrek bijvoorbeeld. Afschaffing zal het nooit heten, maar een ‘aanpassing’ kan de nodige ruimte op de begroting maken.

Only Nixon could go to China

Het idee is simpel: only Nixon could go to China. Alleen de meest conservatieve, anti-communistische president kon een toenadering maken naar communistische China. Een liberale Democraat zou zijn aangevallen als een peaceloving beatnik. Juist een rechts kabinet kan als enige de hypotheekrenteaftrek aanpakken: een kabinet met linkse partijen zou te gevoelig zijn voor aanvallen van rechtse oppositiepartijen.

maandag, 2 januari 2012

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Jaaroverzicht Integratie 2011

Voor Republiek Allochtonië heb ik het Jaaroverzicht Integratie 2011 gemaakt. Degenen die nog willen terugblikken, vinden in dit jaaroverzicht links naar tal van berichten. Lees meer hier. Tagged: integratie 2011, jaaroverzicht, republiek allochtonie

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Jaaroverzicht Integratie 2011

Voor Republiek Allochtonië heb ik het Jaaroverzicht Integratie 2011 gemaakt. Degenen die nog willen terugblikken, vinden in dit jaaroverzicht links naar tal van berichten. Lees meer hier. Tagged: integratie 2011, jaaroverzicht, republiek allochtonie

vrijdag, 30 december 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Integratie, participatie of…?

Op 18 september schreef ik onderstaand blog maar door de migratieproblemen met web-log publiceer ik het nu pas.

De Visienota integratiebeleid Gemeente Arnhem is toch wel een van de merkwaardigste beleidsnota’s die ik ooit heb gelezen. Eigenlijk moet ik bekennen dat het me volstrekt onduidelijk is wat nu de bedoeling is van de bestuurders met dit stuk.

Laat ik eens beginnen met de titel te ontleden. In de titel zit namelijk  al een contradictie, het is een visienota over integratiebeleid maar integratie moet bereikt worden via participatie. Dat geeft de wethouder ook al in zijn voorwoord aan, hij wil middels participatie van alle Arnhemmers integratie bevorderen en afstappen van doelgroepbenadering.

Op zichzelf is dat niet verkeerd, maar dan verwacht ik eerder een participatienota dan een beleidsstuk waar vervolgens wel voortdurend over integratie, bevolkingssamenstelling naar allochtone achtergrond en interculturalisatiebeleid wordt gesproken.

Doelgroepenbeleid is passè maar op pagina 14 staat: “Daarnaast verschillen etnische groepen onderling sterk, zowel cultureel als maatschappelijk. Er zijn bovendien grote verschillen tussen leden van de dezelfde etnische groep.” De taalfout, hoe slordig ook neem ik maar even voor lief maar ik vraag me wel af hoe je de verschillende etnische groepen wil gaan bereiken als je niet iets van doelgroepbenadering toepast. Dat is namelijk onmogelijk. Antillianen zijn niet op dezelfde manier te bereiken als Turken, om maar eens een willekeurig voorbeeld te noemen.

Deze nota ademt een hoog gehalte luchtfietserij uit. Nergens wordt ook maar een begin gemaakt met aan te geven hoe die participatie gerealiseerd moet gaan worden.

Ik ben zelf enkele jaren in opdracht van de KNVB actief geweest als Verenigingsbegeleider in Presikhaaf. Dit was een activiteit gelieerd aan het project van gemeente Arnhem, Meedoen Allochtone Jeugd door Sport. Daarin speelde juist die participatie, het betrekken van kinderen van allochtone afkomst bij sportclubs en vervolgens hun ouders, een essentiële rol. En dat was een hele kluif. Daar werd oa door Sportbedrijf Arnhem goed werk verricht. Sport en cultuur zijn de ideale instrumenten voor dialoog en het bereiken van mensen met diverse achtergronden. En de nota rept er met geen woord over.

Dagblad De Gelderlander kraakte in haar redactioneel commentaar de nota twee weken geleden tot op de laatste letter af. In mijn ogen volkomen terecht, de gemeenteraad van Arnhem moet dit plak- en knipwerk niet eens in behandeling willen nemen.

woensdag, 28 december 2011

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Zij maakt het verschil

In het menu, niet op voorpagina, fatima elatik, integratie, marokkaans, pamperen, wilders, amsterdam, kinderen, en meer.
Fatima Elatik is stadsdeelvoorzitter in Amsterdam Oost. Zij vertelt Marokkaanse vaders dat ze hypocriet zijn: "Waarom lig jij 's avonds op je Marokkaanse bank tv te kijken terwijl je weet dat je zoon van 15 niet binnen is? Waarom doe je niks? Je zoon is een verwaarloosd kind. We hebben geen probleemkinderen, we hebben probleemouders. De standaardreactie van ouders luidt: de gemeente is verantwoordelijk, de school, de politie, de jongerenwerker. Dan gaan mijn haren onder mijn hoofddoek recht overeind staan. Dan loop ik op de man af en zeg: pardon? Die zoon is van jou." Jarenlang heeft de - veelal linkse - overheid met goede bedoelingen de Marokkaanse nieuwkomers zodanig gepamperd, dat hun levenslust verworden is tot liggen op een Marokkaanse bank. De levenslust van hun kinderen uit zich vooral in het verzet tegen de pamperende samenleving, waardoor ze meer dan gemiddeld in aanraking komen met het gezag. Om de integratie te bevorderen moeten twee dingen gebeuren. De overheid moet stoppen met haar pampergedrag. Dat is overigens iets anders dan wat Wilders voorstaat. En de Marokkaanse gemeenschap moet aangesproken worden op haar verantwoordelijkheid, zodat de vaders hun 15-jarige zonen de broodnodige sturing gaan geven. Fatima wijst ze daar onverschrokken op; Fatima maakt het verschil.

dinsdag, 27 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Links, Rechts en Het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Het Is filosofisch een fascinerend boek: boek bestaat uit vier delen. In het eerste deel werkt Claassen het idee van liberalisme uit. Hij laat zien dat liberalen uiteindelijk allemaal een ideaal van autonomie delen, maar dat zij zijn verdeeld over linkse en rechtse liberalen. In de overige drie delen werkt hij onderwerpen uit vanuit liberaal perspectief die zich niet per se verhouden tot die links/rechts tegenstelling: de rol van de overheid in het beperken vrijheid vanwege schade (aan jezelf of anderen), de rol van de overheid in de economie en vraagstukken rond identiteit immigratie en integratie.

Links en Rechts als Filosofische Begrippen

Claassen stelt dat liberalen allemaal een ideaal van autonomie delen (mensen moeten zelf vorm kunnen geven aan hun eigen leven). Ze zijn echter verdeeld over een ander vraagstuk. Rechtse liberale filosofen geloven sterk in individuele verantwoordelijkheid. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen succes en voor hun eigen falen. Linkse liberalen denken dat talenten ongelijk verdeeld zijn: het inkomen dat ik verdien wordt gedeeltelijk bepaald door mijn intelligentie. Dat is aangeboren. Daar ben ik verantwoordelijk voor en heb ik dus geen recht op. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als ik misdaden pleeg, ben ik daar in rechts liberaal perspectief zelf verantwoordelijk voor en moet ik dus de straf dragen. Volgens linkse liberalen ben ik geneigd misdaden te plegen door dingen waar ik zelf niet verantwoordelijk voor ben (slechte jeugd). En dus ben ik daar niet verantwoordelijk voor. Rechts staat voor individuele verantwoordelijkheid voor goede en slechte keuzes, links staat voor collectieve verantwoordelijkheid, omdat niet alles onze eigen keuze is. De andere onderwerpen vallen volgens Claassen daarbuiten: vraagstukken van nationale identiteit, economische groei en paternalisme vallen volgens hem buiten de links/rechts tegenstelling.

Links en Rechts als Politicologische Begrippen

Dit is in politicologisch opzicht een curieuze opinie. We weten dat links en rechts niet altijd hetzelfde betekent hebben: in Nederland betekende links en rechts aan het eind van de negentiende eeuw seculier en religieus. Links was seculier en rechts was religieus. Claassen heeft wel oog voor deze tegenstelling maar noemt dit filosofieën die een autonomie-ideaal centraal stellen (mensen moeten zelf keuzes maken en de overheid moet zo neutraal mogelijk zijn) en filosofieën die een welzijnideaal centraal stellen (de overheid weet wat het goede leven is en moet dit uitdragen). Sinds de Tweede Wereldoorlog betekent links in de eerste plaats voorstander van overheidsingrijpen in de economie en rechts de overheid grijpt niet in. Dit volgt de tegenstelling die Claassen links en rechts noemt. Vanaf de jaren ’70 komt daar de discussie over economische groei bij. Rechts kiest steeds voor economische groei en links voor andere maatschappelijke waarden zoals een ecologische balans en een balans tussen werk en zorg. Na 2002 komen tegenstelling rond immigratie, integratie en identiteit prominent op de politieke agenda. Links betekent hier erkent een multiculturele realiteit en rechts streeft naar een monoculturele samenleving. Links en rechts zijn dus in voortdurende ontwikkeling. Claassen stelt een links/rechts-tegenstelling centraal die in het huidige publieke debat steeds minder prominent wordt: als we kijken naar de posities van kiezers dan is hun positie op culturele vraagstukken steeds belangrijker voor hun positie op de links/rechts-as dan hun positie op economische vraagstukken.

Het interessante is dat als we kijken naar de meningen van kiezers al deze links-rechts assen niet samen vallen: de meeste kiezers zijn voor herverdeling (‘links’) maar ook voor een sterke overheid die optreedt tegen criminaliteit (‘rechts’). Volgens de filosoof Claassen zijn kiezers hier dan niet consequent op zijn. Links en rechts zijn in zijn analyse zulke heldere begrippen, als dit niet de lijnen van competitie zijn hebben kiezers dat schijnbaar verkeerd begrepen.

Ik denk niet dat dit terecht is. Als we het perspectief een klein beetje kantelen dan wordt het volgens mij duidelijk dat je best voor overheid kan zijn die hard optreedt tegen criminaliteit en armoede. Je kan de overheid zien als het schild van de zwakkeren, tegenover de sterkeren. Als een oud omaatje bestolen wordt op straat door een potige crimineel, dan lijkt het mij duidelijk wie de zwakkere en wie de sterkere partij is. Criminelen kiezen vaak de zwaksten in de maatschappij uit: het is gemakkelijker om te stelen van een vrouw of een bejaarde dan van een man en een jongeren. Als je als centrale principe neemt: de overheid moet de zwakkeren beschermen, dan moet de overheid optreden tegen criminelen om zo de slachtoffers te beschermen. Maar laten we nu eens kijken naar de arbeidsmarkt: wie is hier de zwakke en sterke partij? In de arbeidsmarkt zijn er verhoudingsgewijs veel minder bedrijven die om arbeid vragen, dan dat er aanbieders van arbeid zijn. De enkele grote bedrijven hebben ten opzichte van velen werkzoekende een monopoliepositie. Daarnaast hebben zij een hele afdelingspersoneelszaken die arbeidscontracten opstelt en loonschalen bepaalt. Een werkzoekende heeft niet de specialistische kennis om de nuances van het arbeidscontract te begrijpen. De overheid moet als schild van de zwakkeren optreden om de werkzoekende te beschermen tegen de mogelijke uitbuiting door de werkgever. De overheid moet er dus voor zorgen dat lonen eerlijk zijn en contracten niet alleen begrijpelijk zijn maar ook gebonden aan arbeidswetgeving die er voor zorgt dat een werkzoekende zich geen zorgen hoeft te maken over uitbuiting: het is altijd min-of-meer eerlijk geregeld. En als schild van de zwakkeren kan de overheid ook meer belasting vragen van de sterkste om zo regelingen in stand te houden waar zwakkeren voordeel van hebben: een klassiek sociaal-democratisch principe is de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.

In dit perspectief is overheidsingrijpen in de markt ten opzichte van bedrijven en in de samenleving ten opzichte van criminelen gerechtvaardigd omdat er een zwakkere partij en is een sterkere partij. De overheid moet als schild van de zwakkeren het opnemen voor de zwakkere partij. Het kan dus best consistent zijn om ‘rechts’ te staan om veiligheid en ‘links’ op sociaal-economische onderwerpen.

Links en rechts zijn flexibele begrippen die over tijd en tussen groepen sterk kunnen verschillen in betekenis. Voor filosofen zijn dit soort termen in gewikkeld. Ze proberen ze te vangen in definities, maar als wetenschapper weet ik maar al te goed dat de politieke werkelijkheid veel complexer is dan de definities van de filosoof toe laten.

zaterdag, 24 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Horen mensen met een beperking er ook bij?

Precies 5 jaar geleden, december 2006, presenteerde de VN een verdrag voor de rechten van mensen met een beperking: lichamelijk, psychisch, verstandelijk. Dat is belangrijk, want het zorgt ervoor dat ze niet meer afhankelijk zijn van de goedwillende liefdadigheid. Met dit verdrag mogen ze rekenen op een zo veel als mogelijk gelijke behandeling. Als het gaat om onderwijs, wonen, zorg, werk, eindelijk worden de rechten van deze minderheidsgroep erkend.

Inmiddels hebben 151 landen het verdrag ondertekend. Dat is een hoopvolle basis om wereldwijd de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Van die landen hebben er 103 het verdrag ook geratificeerd. Dat wil zeggen dat ze zichzelf verbonden aan de verplichtingen van het verdrag. De meeste andere zijn druk bezig met het voorbereiden van de voorbereidingen daartoe met de bedoeling daarna ook het verdrag te ratificeren.

En Nederland? Nee, Nederland heeft het verdrag niet geratificeerd. We doen zelfs bijna niets aan voorbereidingen. Er zijn aanpassingen nodig in wetten en regels, in zorg en onderwijs, in toegankelijkheid en financiële ondersteuning. Maar Nederland aarzelt. Natuurlijk zijn we wel voor dit verdrag – het is ondertekend – maar om het nu ook echt te gaan uitvoeren… Sterker nog: de financiële ondersteuning van mensen met een beperking wordt minder (denk aan de PGB’s). En al wil de regering kinderen met een beperking meer laten meedoen in het gewone onderwijs, het geld voor goede begeleiding is er niet en komt er niet. Als mensen met hun beperking een goede plaats in de samenleving veroveren – denk aan de topsporters van de Paralympics – dan is dat vaak ondanks onze regels en niet dankzij.

De belangrijkste reden? Het kost geld. Als we ons verplichten om mensen met een beperking echt de kans te geven mee te doen in de samenleving, dan kan men ons daar ook op aanspreken. Het verdrag houdt nog heel wat huiswerk in. Vrees voor de consequenties dus.

Nu is angst meestal een slechte raadgever en dat geldt nog meer als het gaat om principes. Immers: de vraag is niet of een verdrag ons ergens toe verplicht. De echte vraag is wat het goede is dat we moeten doen. Als we vinden dat mensen met een beperking maximaal moeten kunnen meedoen in de samenleving, dan moeten we ons daar voor inzetten, verdrag of niet.

Moreel en profetisch

De echte vraag is daarom: horen mensen met een beperking er echt bij of niet? Dat is niet alleen een economische of politieke vraag, het is een morele en zelfs een profetische vraag. Moreel omdat het gaat om insluiting en uitsluiting, om discriminatie en het recht op een menswaardig leven. Het gaat om de vraag of we mensen met een beperking zien als lastig en duur of als principieel gelijkwaardig.

Uiteindelijk is het ook een profetische vraag. De gelijkwaardige aanwezigheid van mensen met een beperking stelt ons namelijk voor de vraag wat eigenlijk normaal is. Is het normaal dat je kunt zien, horen en op twee benen kunt lopen? Normaler dan wanneer je via braille communiceert of je in een rolstoel verplaatst? Is Nederlands spreken normaler dan gebarentaal?

Wij leven in een cultuur die veel waarde hecht aan gaafheid. We sturen al onze kinderen naar de orthodontist, want scheve tanden moeten worden rechtgezet. Problemen moeten worden verholpen, beperkingen overwonnen. En dankzij de enorm gegroeide medische mogelijkheden kunnen we vandaag de dag veel verhelpen of compenseren.

Wat we daarmee echter kwijtraken, is het besef dat ons bestaan ook gewoon eindig en beperkt is. Dat sommige zaken niet overgaan, dat beperkingen blijven. Maar dat betekent dat beperkingen bij het leven horen. Eigenlijk is de normale situatie dat mensen een beperking hebben. Zeker, die is bij de een nadrukkelijker en storender aanwezig dan bij de ander, maar we zijn allemaal beperkt. En dus moeten we onze samenleving zo inrichten dat iedereen mee kan doen. Geen splitsing tussen ‘wij’ – normale mensen – en ‘zij’ met een beperking.

We hebben een nieuwe verbondenheid nodig van mensen met elk hun eigen beperking, geen liefdadigheid.

Column verschenen in Christelijk Weekblad, 23.12.2012


woensdag, 21 december 2011

Het menu: Seculier onderwijs

In het menu, niet op voorpagina, christelijke scholen, islamitische scholen, openbare scholen, seculier, geloof, homo, integratie, en meer.
Nederland is een seculiere staat, of niet soms? Waarom hebben we hier dan nog steeds last van christelijke schoolbestuurders die weigeren een homo als leraar aan te stellen? En waarom klagen we hier over mislukte integratie terwijl we toestaan dat er islamitische scholen bestaan? Kinderen die op een verzuilde school zitten zullen het later niet gemakkelijk krijgen want ze zijn niet vrij in hun keuzes. Ik zeg: schaf alle scholen die geënt zijn op een geloof af. Maar zorg er tegelijkertijd voor dat de openbare scholen aandacht geven aan verschillende vormen van levensbeschouwing. Op die scholen mogen mensen van allerlei pluimage les geven zolang zij het vak van leraar goed verstaan. Een goede leraar brengt kinderen kennis en kunde bij en leert ze hun standpunten te beargumenteren, bij voorkeur niet in een bepaald straatje. Wij willen toch een vrije samenleving zijn? Kinderen hebben de toekomst.

zaterdag, 10 december 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

#9: Niet zomaar opgesloten of het land uit

Het is artikel #9 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM): Je mag niet zomaar worden opgesloten, of het land uitgezet. Een prachtig streven van een evenzo prachtig document. De lidstaten van de nieuwbakken Verenigde Naties stelden het werk in de naweeën van de Tweede Wereldoorlog op. Om precies te zijn op 10 december 1948, vandaag 63 jaar geleden. De misdaden tegen de menselijkheid die plaats hadden gevonden, had de burger wereldwijd doen gruwen. Voortaan dienden de mensenrechten overal op de planeet actief te worden beschermd. Ook Nederland tekende. Maar houdt Nederland zich vandaag de dag nog wel aan de artikelen van het UVRM? Aan de hand van artikel 9 een casestudy.

Samen met de andere lidstaten van de Europese Unie en de Verenigde Staten nestelt Nederland zich keer op keer in de kopgroep van naties die andere landen wijst op het UVRM en hen beschuldigt van het verwaarlozen van de mensenrechten binnen hun grenzen. Gelukkig maar, want met de vrijheid en humaniteit is het in landen als Myanmar, Oeganda en Jemen inderdaad bijzonder slecht gesteld. Het is dus goed dat landen elkaar controleren op de uitvoering van het UVRM. De vaak kritische boodschap vanuit Nederland zou echter veel meer waarde hebben, als het zelf het beste jongetje uit de klas zou zijn.

En juist daar komt artikel 9 van het UVRM weer om de hoek kijken. Nogmaals: Je mag niet zomaar opgesloten worden, of het land uitgezetOp het eerste gezicht lijkt Nederland zich netjes aan dit aspect van de verklaring te houden. Elke staatsburger heeft namelijk recht op een eerlijk proces en kan niet zomaar in de gevangenis verdwijnen. Daarnaast zijn er uitgebreide integratie- en uitzetprocedures om migranten, ogenschijnlijk, zo eerlijk mogelijk te beoordelen voor een verblijfsvergunning.

Als we wat dieper in de situatie duiken, blijkt echter dat ook Nederland zelf zich op een betreurenswaardig niveau bevindt, in ieder geval met betrekking tot artikel 9. Laten we het eerste deel van het artikel erbij pakken. Dat zegt dat niemand zomaar opgesloten mag worden. “Zomaar opgesloten worden” moet je interpreteren als opgesloten worden zonder de wet te hebben overtreden of daarvan verdacht te zijn. Wanneer het om asielzoekers gaat die geen verblijfsvergunning hebben gekregen, mensen die wij alledaags zonder gêne “illegalen” plachten te noemen, vindt het “zomaar opsluiten” op grote schaal plaats. Dat is zelfs staand beleid. Niet voor niets heeft Nederland meerdere detentiecentra waar “illegalen” in worden opgesloten als zij geen verblijfsvergunning hebben gekregen. Het gaat hierbij echter wel om volwassenen én kinderen die op geen enkele wijze de wet hebben overtreden. Illegaliteit is namelijk nog altijd niet strafbaar. Toch permitteert de Nederlandse staat zich deze mensen maandenlang het daglicht te ontnemen, met per dag slechts spaarzame momenten in de buitenlucht. Kortom, Nederland sluit dus jaarlijks wel degelijk mensen “zomaar” op, zonder dat zij misdrijven of overtredingen hebben gepleegd.

Ook het tweede deel van artikel 9 lapt Nederland aan haar laars. Dat je niet zomaar het land uit mag worden gezet dreigt ons land zelfs op meerdere manieren te gaan schenden. Allereerst verdwijnen de hierboven aangehaalde “illegalen” niet zonder doel in detentie- en uitzetcentra. Van daaruit worden ze namelijk weer uitgezet naar het land van herkomst: vaak landen waar de veiligheids- en leefsituatie uiterst penibel is. Deze mensen worden dus in contrast met het UVRM wel degelijk “zomaar” het land uitgezet. Ze zijn niets strafbaars begaan en worden teruggestuurd naar een land waar hen een zware toekomst wacht. De overheid dreigt het tweede deel van artikel 9 echter nog extremer te overtreden. Serieuze plannen worden door regerings- en gedoogpartijen geopperd om landgenoten met een dubbele nationaliteit de Nederlandse nationaliteit te ontvreemden op het moment dat zij wettelijk de fout ingaan. Wat houdt dit in? Staatsburgers met meerdere nationaliteiten kan in dat geval de Nederlandse nationaliteit “zomaar” ontnomen worden, om vervolgens “zomaar” het land uitgezet te worden.

De omgang met het UVRM door Nederland doet me sterk denken aan een passage in Mark Rutte is lesbisch van Raoul Heertje:

Vervolgens kunnen we zonder schuldgevoel naar de rest van de wereld wijzen. Dan wordt nog veel duidelijker dat wij zijn oké olé olé, wij zij oké olé olé, wij zijn oké, wij zijn oké, wij zijn oké olé olé olé.

Deze mentaliteit heerst inderdaad in Nederland. En veel van de mensenrechten worden inderdaad goed gerespecteerd en uitgevoerd. We mogen onze ogen alleen niet sluiten voor die rechten die wel in het gedrang komen. En artikel 9 is daar een goed voorbeeld van.

Artikel 9 is één van de meest vrijheidgaranderende opnames in het UVRM. Juist dit artikel zorgt ervoor dat mensen niet zonder eerlijke berechting opeens in het gevang kunnen belanden, omdat de staat ze uit de weg wil ruimen. Ook de asielzoekers zonder verblijfvergunning kunnen niet op deze manier door Nederland uit de weg geruimd worden. Pas als Nederland zelf alle opnames in het UVRM juist uitvoert, kunnen we zoals Heertje het noemt “zonder schuldgevoel naar de rest van de wereld wijzen”. Laten we daar hard aan werken.

Dit blog is onderdeel van de blogcyclus van DWARS, GroenLinkse jongeren over de Internationale Dag van de Rechten van de  Mens. De andere blogs zijn te lezen op http://goo.gl/4hHhi.  Dit blog is geschreven in samenwerking met Legale Mensen.


zondag, 27 november 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

De zekerheid van de zon

In uncategorized, © toon tellegen, defence for children, integratie, jongeren, mensenrechten, vrijheid, donker, nederland, en meer.

Beste Eekhoorn,

Voor onze verjaardag willen wij maar één ding. We hebben daar heel lang over nagedacht en we weten niet hoe we aan het cadeau kunnen komen. Maar toch vragen we het.

Het is de zekerheid dat we de zon ‘s ochtends altijd weer kunnen zien opgaan. Als we ‘s nachts in het donker thuis zitten en niet kunnen slapen dan is het soms zó donker dat we niet kunnen geloven dat hij weer opgaat.

Is dat een raar cadeau? Denk je dat je daaraan kunt komen? Wil jij dat geven? Het moet wel de goede zekerheid zijn. Niet die van de maan, of die van de winter.

Meer willen we niet. Nou ja, de egel wil niet dat er verder nog iemand op zijn verjaardag komt. Drukte stoort hem altijd zo. Maar we maken wel samen een taart. Voor jou. Een beukenotentaart, is dat goed?

De egel. Namens alle ‘uitgeprocedeerde alleenstaande minderjarige asielzoekers die al lange tijd in Nederland wonen en een duidelijke binding met Nederland hebben’.


dinsdag, 22 november 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Databank onderzoek integratie geactualiseerd

In nieuws uit allochtonië, integratie, onderzoek, republiek allochtonie, artikel, studenten, mail, onderzoeken, link, en meer.

Er zijn weer een stel nieuwe onderzoeken opgenomen in de databank onderzoek integratie.

Kijk voor een actueel overzicht hier.

Deze database is nog lang niet compleet. Mist u een onderzoek dat u ook graag in deze lijst zou willen zien, mail mij dan een link naar (een artikel over) het onderzoek via info@republiekallochtonie.nl onder vermelding van ‘onderzoek’. Ook studenten worden uitgenodigd aandacht te vragen voor hun onderzoeksresultaten.


donderdag, 17 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

De kloof tussen kiezer en gekozenen in kaart gebracht

In uncategorized, aow, begroting, belangrijk, cda, communicatie, d66, delen, dragen, en meer.

Peter Kanne, opinieonderzoeker bij TNS NIPO, is skeptisch over de vraag of stemmen wel zin heeft. Volgens hem zijn er zulke grote verschillen tussen wat kiezers van partijen verwachten en wat die partijen daadwerkelijk willen, dat het kabinetsbeleid niet goed aansluit bij wat de kiezers willen. Is dit de schuld van de slecht communicerende partijen, niet-oplettende kiezers of van sensatiegerichte media?

De kern van het verhaal van Kanne is dat er een groot verschil is tussen de voorkeuren van kiezers zelf, tussen de positie die kiezers denken dat een partij heeft en de posities van partijen volgens hun programma. Kanne gaat uit van het kieskompasmodel. Dit onderscheidt een links/rechts tegenstelling en een conservatief/progressief tegenstelling. De grootste verschillen tussen partijen en kiezers zitten aan de rechterkant van het politieke spectrum. VVD, PVV, CDA en D66 kiezers schatten hun partijen allemaal op economisch gebied veel linkser in dan dat ze “daadwerkelijk” zijn. CDA, D66 en PVV zijn volgens hun eigen kiezers centrum-linkse partijen, terwijl deze partijen in hun programma’s rechtse voorstellen deden. Dit zorgt ervoor dat het regeringsprogramma van het kabinet-Rutte een rechts karakter heeft, terwijl dat volgens Kanne niet is wat kiezers willen.

Op links speelt deze tegenstelling ook: de afstanden zijn hier minder groot maar betreffen nu niet alleen maar de economische maar ook de culturele tegenstelling. GroenLinks wordt bijvoorbeeld door kiezers rechtser en conservatiever ingeschat dan dat ze daadwerkelijk is. Dat geldt voor bijna alle linkse partijen. Kiezers staan wel vrij dicht bij de positie die ze zelf een partij toedichten. Dit zorgt ervoor dat kiezers eigenlijk allemaal clusteren in de links-conservatieve hoek, terwijl partijen verdeeld zijn tussen links-progressieven en rechts-conservatieven.

Who is to blame?

Kanne legt de schuld van de discrepantie tussen kiezers en gekozenen bij de politieke partijen. Hij vindt dat partijen zich niet helder positioneren: zij zijn niet helder in de communicatie van hun standpunten, weigeren echt positie te kiezen en wisselen van standpunt. Het boek bevat een zeer uitgebreide beschrijving van hoe in de laatste vijf jaar partijen posities hebben gekozen, maar ook deze posities weer hebben laten vallen. Waar hij bij de beschrijving van het verschil tussen kiezers en gekozenen uitgebreid statistisch materiaal levert, doet hij dit niet bij het verklaren van deze verschillen. Dat laat dus ruimte voor alternatieve verklaringen:

Je zou de schuld van het verschil tussen wat kiezers denken dat partijen willen en wat kiezers willen gedeeltelijk bij de media leggen. Media berichten alleen over dingen die nieuwswaardig zijn: dat GroenLinks voor het milieu is, komt niet op de voor pagina van de krant. Alleen als GroenLinks iets anders doet dan verwacht, is dat nieuwswaardig. Kiezers krijgen dus vrij veel informatie over hoe partijen draaien en opmerkelijke standpunten in nemen en vrij weinig over de andere standpunten van partijen. Is het dan raar dat kiezers daar een verkeerd beeld van hebben?

Kanne pleit de kiezer van alle schuld vrij. Zij willen wel op basis van de inhoud stemmen, maar de inconsistentie van partijen voorkomt dat. Er zijn verschillende mechanismen die ervoor zorgen dat kiezers zelfs als ze inhoudelijk willen stemmen, er naast kunnen zitten. De eerste is wensdenken. Het is opvallend dat kiezers partijen zo dicht bij hun eigen positie stellen. Het kan best dat kiezers denken dat hun partij hun positie innemen: “ze kunnen denken, dit vind ik, ik stem op die partij, dus zal die partij het wel met me eens zijn.”

Partijen kunnen hier ook op inspelen: door het aura te creëren dat hij de gewone man verdedigt, wordt Wilders veel linksere economische posities toegedicht dan hij uiteindelijk waarmaakt. Zo trekt hij wel linksere kiezers, maar hoeft hij daarvoor niet de financiële consequenties te dragen. Als er dan echte keuzes gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld als een partij in de regering zit, dan kan het nog eens lastig worden: een partij kan doen wat ze belooft heeft in haar programma, maar dat hoeft niet te zijn wat de kiezer verwacht had. De sterke weerstand tegen “Obamacare” en het debâcle rond Kunduz zijn hier voorbeelden van.

Een ander mechanisme is een gebrek aan politieke kennis. Op de vraag van de enquêteur geeft de kiezer het sociaal-geaccepteerde antwoord dat hij op de inhoud kiest maar echt veel wil hij er niet voor doen. Als de kiezer net als de onderzoekers van Kanne in de verkiezingsprogramma’s had gekeken, hadden hij een goede inschatting kunnen maken van de partijposities. Het is een interessante, maar niet door Kanne beantwoorde, vraag in hoeverre de mispercepties van kiezers samenhangen met variabelen als politieke interesse, politieke kennis en opleidingsniveau.

Zelfbinding

Kanne gaat uit van een bepaald model dat verklaart hoe kiezers op basis van de inhoud stemmen: kiezers kiezen voor die partij uit die het meest overeenkomt met hun posities. Dit is het zogeheten ‘proximity model’. Dit hoeft niet het enige model te zijn dat verklaart hoe kiezers op basis van de inhoud stemmen. Partijen kunnen ook kiezen voor een partij die hun prioriteiten deelt en daar het meest voor opkomt. In dit zogeheten ‘directional voting model’ kiezen mensen voor partijen die extremere posities hebben dan zij zelf op bepaalde vraagstukken, omdat die daar echt wel aan zullen trekken.

Je kan dit kiesgedrag op twee manieren begrijpen: aan de ene kant is het een vorm van zelfbinding. Kiezers willen dat er wat aan milieuvervuiling gebeurt en stemmen daarom op een partij met extreme posities op milieu. Partijen kunnen allerlei voorkeuren hebben (een beter milieu, meer geld voor zorg, hogere lonen) maar door te kiezen voor een partij die een van die dingen belangrijk vindt, binden ze zichzelf aan die prioriteit. Een vorm van democratiche zelfbinding: “okay, ik vind het milieu belangrijk dan accepteer ik de consequentie dat mijn prioriteiten op zorg niet gerealiseerd worden omdat je overheidsgeld niet twee keer kan uitgeven.” Je kan deze keuze echter ook strategisch duiden: mensen willen dat er iets gebeurt aan het milieu, en kiezen daarom voor een partij die daar het hardst aan trekt. In het touwtrekspel dat de Nederlandse coalitiepolitiek is, gebeurt er dan ten minste iets.

En GroenLinks?

Uit het onderzoek van Kanne volgen een aantal onderwerpen waarop GroenLinks tekortschiet: dat is waar er een grote afstand is tussen de kiezer en GroenLinks en waarop kiezers de posities van GroenLinks maar ten dele hebben begrepen. Het slechtst scoren die onderwerpen waarop GroenLinks geen heldere positie heeft ingenomen, volgens de codeurs van Kanne: de voorstellen rond studiefinanciering, de positie wat betreft vrijheid van meningsuiting en het op orde krijgen van de begroting. Dit geeft aan dat GroenLinks geen duidelijke positie heeft die in zwart/wit termen te vatten is en deze is ook niet helder aan haar kiezer gecommuniceerd.

GroenLinks kiezers zijn het het minst met de partij eens over Europa, migratie (zowel arbeidsmigratie als laaggeschoolde migratie), vredesmissies, integratie, de AOW en ontwikkelingssamenwerking. Het grootste deel van deze items zit in de culturele progressief/conservatief as. Op deze onderwerpen deelt minder dan de helft van de kiezers het GroenLinks standpunt. Typisch culturele onderwerpen (migratie, integratie) zijn de achilleshiel van GroenLinks: GroenLinks-kiezers zijn wel groen en links, maar delen de posities van GroenLinks wat betreft de open samenleving in mindere mate. Opvallend is dat zeker wat betreft immigratie GroenLinks kiezers zich terdege beseffen dat de partij wat anders vindt dan zij: ongeveer de helft van de kiezers weet dat GroenLinks een pro-immigratie standpunt inneemt en slechts 30-40% deelt dat standpunt. Kennelijk accepteren kiezers dat dit verschil bestaat. Dat is de gedoogdemocratie die Kanne beschrijft. Je ziet eenzelfde patroon bij ontwikkelingssamenwerking. GroenLinks-kiezers weten dat GroenLinks en zij daarover van mening verschillen, en stemmen toch GroenLinks.

Complexer is het onderwerp vredesmissies: de meeste GroenLinks-kiezers denken dat GroenLinks tegen het gebruik van militairen bij vredesmissies is, terwijl dit niet het geval is. Het meest opvallende is dat GroenLinks-kiezers zelf minder vaak tegen het militaire karakter van vredesmissies zijn dan dat ze denken dat GroenLinks hier tegen is. GroenLinks-kiezers denken dat de partij principiëler is dan zij zelf zijn. De interne discussies van de laatste vijftien jaar over het gebruik van militair geweld om mensenrechten te beschermen, hebben geen gevolg gehad voor het beeld van de partij bij de eigen kiezers.

Conclusies

Kanne raadt partijen aan om helder positie te kiezen. Partijen zouden eigen politieke visies consistent moeten uitdragen. Nieuwe partijformaties, een vernieuwd leiderschap en overeenstemming tussen boodschapper en inhoud zouden kunnen bijdragen aan een kleinere afstand tussen partijen en hun kiezers. Dit lijkt me maar ten dele waar: het probleem is niet dat partijen geen visie zouden hebben, volgens de codeurs van Kanne, staan de partijen over een groot deel van het politieke speelveld verspreid. Partijen zijn veel extremer dan kiezers. In de logica van schaling betekent extremer ook consequenter. Kiezers staan veel meer in het centrum, en plaatsen partijen veel meer in het centrum. Het is niet dat partijen geen oplossingen of posities hebben, maar er is sprake van een fundamentele ‘mismatch’ tussen aanbod en vraag in de politiek: kiezers zijn voor het overgrote deel links-conservatief. Dit geldt voor kiezers van bijna alle partijen, behalve GroenLinks.  Er is, zoals Wouter van der Brug eerder bij zijn inaugurele reden observeerde, geen partij die een combinatie van economisch linkse en cultureel conservatieve standpunten aanbiedt. Zelfs als je kijkt naar de posities die partijen volgens kiezers hebben, liggen de SP, PVV en CDA aan de rand van dit gebied. Partijen clusteren heel consequent op een links/rechts dimensie, maar kiezers niet. Om dit probleem op te lossen, moet er een links-conservatieve partij ontstaan: zowel SP als PVV (zeker in de ogen van kiezers) zouden deze lacune kunnen vullen als ze afstand zouden nemen van hun progressieve casu quo rechtse wortels. De concentratie van kiezers in de links-conservatieve hoek bevestigt weer eens dat er in Nederland weinig ruimte is voor een centrum-progressieve politieke formatie.

Een zeer verkorte versie van dit artikel verschijnt ook in het volgende GroenLinks Magazine.

zondag, 13 november 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Begrotingsbehandeling

Op 8 november behandelde de gemeenteraad de begroting voor 2012. Lees hieronder mijn betoog….

Betoog begroting 2012 GroenLinks

GroenLinks vindt dat het college goed op weg is om de erfenissen uit het verleden en de opgaven voor de toekomst het hoofd te bieden. De begroting is al een heel stuk beter ‘helder en op orde’. We zijn er echter nog niet. Nog té vaak wordt de begroting dichtgereden met kasschuiven, alternatieve inzet van reserveringen, verlengen van afschrijvingstermijnen en voorsorteren op mogelijke kansen en te verwachten voordelen. Wij verwachten dan ook van het college dat zij dit blijft aanpakken.

Het grootste deel van de ruim 56 mln bezuinigingen heeft onze goedkeuring. Heel belangrijk vinden we het extra geld in armoede en de Wmo. Wij zijn ook erg tevreden met de investering in duurzaamheid. Met een beperkt budget weliswaar, maar doordat we dat niet inzetten om allerlei losse projecten op te tuigen maar het investeren in scholing en goede randvoorwaarden, kiezen we voor een fundamentele aanpak waarmee we ons tot de koplopers in de wereld scharen. Daar zijn wij trots op.

Bij een aantal voornemens hebben wij in de commissie en eerder dit jaar kritische kanttekeningen geplaatst. Ik noem er hier een paar:

- De leges, die willen we kostendekkend, maar toen bleek dat de procedures erg duur en omslachtig zijn. Maar onder druk wordt alles vloeibaar is gebleken. In ieder geval bij de horeca. Wij willen dat de andere dossiers zo ook worden doorgelicht.

- Het innovatieprogramma. We zijn het eens met de doelstellingen, maar niet met een structurele financiering voor Brainport Development hierin.

- Cultuur. Voor het CKE zien we positieve ontwikkelingen. Bij de voorstellen over de bibliotheek en de backoffice hebben we nog ernstige twijfels over de haalbaarheid. Hoe denkt de wethouder dit op te lossen?

- Tot slot de sporttarieven, waarover we nog in discussie gaan, maar waarbij wij op basis van het dossier wel het gevoel hebben gekregen dat de taakstelling haalbaar is. We zijn blij dat de ijsbaan toch open zal blijven.

Als we terugkijken op al deze discussies, dan vragen wij ons af wat nu echt het allerbelangrijkste is voor de komende jaren. Wat is het toekomstperspectief waar we voor gaan? Voor GroenLinks is dat meedoen en kansen voor iedereen. Kansen op onderwijs, ontwikkeling, werk en een gezond leefklimaat. Een van de belangrijkste speerpunten in ons verkiezingsprogramma én in ons coalitieakkoord, maar ook het grootste risico in onze meerjarenbegroting.

Deze coalitie heeft ‘werk voor iedereen’ als belangrijk doel gesteld . Maar door de rijksbezuinigingen worden de gemeenten de kansen ontnomen om mensen daar op een goede manier bij te ondersteunen. Gedachten om mensen met een arbeidshandicap gewoon in reguliere bedrijven aan het werk te helpen zijn mooi, maar het gebeurt niet vanzelf! Zonder financiële middelen blijven deze doelen slechts van papier.

Voor die mensen voor wie betaald werk nog een brug te ver is, stelde onze coalitie dat sociale activering of vrijwilligerswerk wenselijk is. Omdat meedoen en ergens bijhoren beter is dan eenzaam thuis achter de geraniums zitten. Door de bezuinigingen van het Rijk op het participatiebudget vervallen deze mogelijkheden. GroenLinks vindt dit erg zorgelijk, wij vragen ons af of het lukt om ook deze mensen een alternatief te bieden. Wij komen hierop terug bij de behandeling van het participatiebudget. En wij verwachten van dit college dat zij er alles aan doet om onze afspraken uit het coalitieakkoord overeind te houden!

Werk voor iedereen. Maar tegelijkertijd behalen we onze doelstellingen door ‘beter te handhaven en de poortwachtersfunctie’. Natuurlijk moeten we fraude bestrijden, daarover is geen discussie. Maar als mensen recht hebben op een uitkering, moeten ze die gewoon krijgen. Als je mensen duurzaam aan het werk wilt hebben, is een goede motivatie erg belangrijk. Iemand met wantrouwen tegemoet treden zal dan niet helpen. Wij willen mensen aanspreken op hun kwaliteiten en hun eigen kracht. Behandel hen dan ook zo, ga naast hen staan ipv boven hen, dat levert zoveel meer resultaat!

Ondertussen wordt de situatie van mensen met een minimum inkomen of een beperking er niet beter op. Zij worden door de rijksmaatregelen vaak dubbel of zelfs driedubbel gepakt. De effecten van deze stapeling van maatregelen, landelijk én lokaal zijn niet te overzien. Hoe kunnen wij dan goede afwegingen maken? Daarom zijn wij voornemens een motie mee in te dienen met onder andere het OAE om de stapelingen van effecten in kaart te brengen, en hier passende maatregelen op te nemen. Want GroenLinks vreest voor de toekomst van bv alleenstaande ouders met kinderen. Die moeten we ontzien!

Maar is het dan alleen maar doemdenken?

Nee. In al deze ontwikkelingen horen we ook heel veel positieve, hoopvolle geluiden. Deze Raad maakt zich zorgen om de draagkracht van de samenleving, of er wel genoeg vrijwilligers zijn om al die dingen te gaan doen die de overheid niet meer wil regelen. Een aantal partijen heeft haar oordeel al klaar. Dat gaat nóóóit lukken. Maar toch hebben bv de vrijwillige hulpdienst, of Humanitas geen enkel gebrek aan vrijwilligers. De zelfhulpnetwerken, waarbij veel gebruik gemaakt wordt van ervaringsdeskundigen, zijn nog nóóit zo succesvol geweest. Bij uitstek voorbeelden van hoe vrijwilligers aanvullend kunnen zijn op professionele zorg. En bij het vrijwilligerspunt melden zich élke week een kleine 20 mensen voor vrijwilligerswerk! Prachtige en hoopvolle voorbeelden. Het gaat er dus ook om hoe je mensen aanspreekt en wat je ze kunt bieden.

Een ander voorbeeld. GroenLinks baalt er stevig van dat het Rijk met de WWnV niks wil doen om de werkgevers te verplichten om mensen met een arbeidshandicap in dienst te nemen. Want doen ze dat vanzelf? Nee, het grootste deel doet dat waarschijnlijk niet vanzelf. Maar ze zijn er wel, die betrokken ondernemers die vanuit een maatschappelijk besef mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen. Zo sprak ik laatst de directeur van van Asperdt, hier op de Hurk, die vanuit een maatschappelijke betrokkenheid een huismeesterproject is gestart en daarmee mensen uit een moeilijke doelgroep weer perspectief bood. Wat doen wij om deze werkgevers te ondersteunen? Burgemeester van Gijzel, bijna een jaar geleden deed u een oproep in uw nieuwjaarstoespraak aan werkgevers. U zei toen: ‘Wij hebben klaargestaan toen u ons nodig had. Nu moet het andersom’. Wat heeft ú tot nu toe gedaan om de werkgevers te betrekken bij deze maatschappelijke vraagstukken? Wij roepen u én wethouder Brink op: Zoek de werkgevers in de wijken op, niet alleen in China!

In tijden van financiële krapte moeten we op zoek gaan naar maatschappelijk rendement. Als we toch investeren, plak er dan een maatschappelijke doelstelling aan vast, twee vliegen in één klap! GroenLinks heeft hier allerlei ideeën over. Wij geven hier één voorbeeld.

Met deze begroting besluiten we om bijna 2 ton in het expatcenter te steken. In de commissie legde wethouder Brink uit dat dat geld nodig is om onze gemeentelijke taak te regelen. Maar zien wij onze taak alleen maar als het uitleggen van wetten en regeltjes? Of gaan we voor het welzijn van mensen in onze stad? Het vrijwilligerspunt heeft een project om kenniswerkers te koppelen aan oudkomers (ook weer vrijwilligers) om hen wegwijs te maken in Eindhoven en de integratie te bevorderen. Van die kennisuitwisseling worden beide partijen beter, daarom wordt momenteel gekeken of het project bij het expatcenter kan worden aangehaakt. Twee vliegen in 1 klap. Wij vragen de wethouder om zich in te zetten voor dit project. Als nodig dienen wij hier een motie voor in.

Tot slot voorzitter. Het perspectief waarin we deze begroting beoordelen is er eentje van een samenleving in verandering. We hadden, ook zonder de landelijke bezuinigingen, nooit alles kunnen laten zoals het was. De komende 20 jaar verandert onze bevolkingssamenstelling en de behoefte van de mensen drastisch. Dit had hoe dan ook geleid tot een verdere stijging van het gebruik van bv Wmo en welzijnsvoorzieningen. Door de bezuinigingen wordt het veranderingsproces moeilijker en sneller. Maar de verandering was hoe dan ook nodig geweest. GroenLinks kan en wíl daarom niet garanderen dat alles blijft zoals het was. Wij geloven in de kracht van de samenleving. En wij geloven in de kracht van mensen en het teruggeven van de regie. Het is dan ook zaak om als overheid de goede keuzes te maken om deze ontwikkelingen te faciliteren.

Besturen in deze tijd vraagt om lef. Lef om keuzes te maken, te stoppen met wat was en ruimte te geven aan het nieuwe. Deze coalitie, en dit college maakt in onze ogen de juiste keuzes, binnen de mogelijkheden die zij nu heeft.

———————————————————————————————————

zondag, 30 oktober 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Waarom ik nog bij GroenLinks zit

In gemeenteraad zwolle, landelijke politiek, gemeenteraad, groenlinks, lokale politiek, zwolle, politiek, andere partijen, architectuur, en meer.

‘Zo dus jij zit nog wel steeds bij GroenLinks’ – ironisch grijnzend schoof een voormalig partijlid en trouw bezoeker van de ledenvergaderingen aan, toen ik deze zomer tijdens een van de activiteiten bij ons in de wijk aan de bar van ‘sociaal-culturele vereniging’ Eureka aan het Assendorperplein een biertje zat te hijsen. Hij was een van de mensen voor wie de naïeve opstelling van de Kamerfractie rond de ‘politietraining’ in Kunduz de druppel was geweest die terechtkwam op een emmer vol onvrede over de vrijzinnige koers van de landelijke partij. Het kostte onze afdeling maar liefst drie oud-fractievoorzitters en een aantal andere leden, van wie sommigen net als mijn bargenoot van die middag al wel eens eerder hadden aangegeven bij landelijke verkiezingen socialistisch te stemmen.
‘Ja, ouwe overloper,’ riposteerde ik, ‘ik ben nog steeds lid, actief in de raadszaal en elders in de stad.’ We waren het snel eens over de klunzige Kunduz-aanpak en de verstrengeling van Mariko Peters (nee niet van belangen, maar wel van wat anders, meenden we als mannen met bier aan de bar). En zo bleef de ontmoeting toch nog gezellig. ‘Ik schrijf wel eens in een column waarom ik desondanks bij GroenLinks blijf’, zo hield ik me een vervelende woordenwisseling van het lijf. Ik had gewoon zin in een vrije middag.
Hier is die dan.

Direct
Toen ik een klein decennium geleden besloot politiek actief te worden heb ik heel bewust gekozen voor de lokale politiek. Ik wil mijn steentje bijdragen aan het verbeteren van mijn directe leefomgeving en die van onze en alle kinderen. Hier in de stad is demokratie nog lekker ‘direct’.
Ik fiets naar de andere kant van de stad om met een bewoner ter plekke te bekijken wat de problemen zijn bij hem om de hoek bij het kruispunt van een hoofdfietsroute in de wijk met een auto-ontsluitingsweg en bel met de ambtelijk projectleider om de complicaties die ik heb ontdekt door te spreken. Ik ga op de Grote Markt in discussie met iemand van de stichting Levende Stadsgeschiedenis over het gebruik van eigentijdse architectuur in onze oude binnenstad, die sinds de Middeleeuwen in een eeuwenlange opeenvolging van bouwstijlen zijn huidige karakter kreeg. Ik speel met mijn kinderen in het stadspark en snak naar de komst van een horecapaviljoen met een terrasje aan de parkvijver, maar ik ken en snap heel goed de bezwaren van omwonenden als de gemeente aanstuurt op een soort partycentrum.

Hier loop je tijdens een wijkplatform de mensen die zich net als jij druk maken over het reilen en zeilen in hun woonomgeving tegen het lijf. Hier word je in de raadszaal rechtstreeks aangesproken door leden van een actiecomité die net als wij het buitengebied rond de bestaande stad groen willen houden. Hier zie je de gevolgen van de beslissingen die je neemt met eigen ogen: er wordt een fietsstraat aangelegd waar je je jaar na jaar sterk voor hebt gemaakt, er worden ondanks niet-in-mijn-voor-en-achtertuin-bezwaren toch woningen gebouwd op een jarenlang leeg gebleven veldje, zodat het beleid van ‘inbreiding’ in de bestaande stad realiteit wordt, en een prachtig stukje ‘binnentuin’ in het zuidelijke stadsdeel blijft na jaren strijd groen en wordt toegankelijk gemaakt voor het publiek.

Daarom ben ik nog steeds actief in de lokale politiek.

Onze fractie werkt systematisch aan een duurzaam, groen, sociaal én ‘kleurrijk’ Zwolle en daarin onderscheiden we ons van alle andere partijen in de stad.
Geen enkele partij is tégen Zwollenaren met een kleurtje, roze driehoek of afwijkende leefstijl, maar GroenLinks Zwolle strijdt ronduit vóór behoud van de multiculturele samenleving en pleit niet voor integratie maar voor ‘samen-leven’. En bij ‘samen’ horen voor ons vanzelfsprekend ook mensen met een fysieke beperking of mensen die om welke reden dan ook zichzelf tijdelijk, langdurig of levenslang niet kunnen redden.
Sommige partijen – hier in de stad ook linkse partijen – zien in cultuur een makkelijke bezuinigingsprooi, maar GroenLinks wijst op de intrinsieke waarde ervan en op de meerwaarde van cultuur in de breedste zin van het woord voor een levendige, aantrekkelijke en (ook economisch) bloeiende stad. Ook cultuur zorgt voor een ‘kleurrijke’ stad.
Sociaal vindt elke partij zichzelf. Maar bij GroenLinks strekt solidariteit zich ook in één adem uit over de rest van de wereld.
Alleen GroenLinks springt steeds op de bres voor biodiversiteit, een schone lucht en het kleine en het grote ‘groen’ in en om de stad, of het nu gaat om mussenhagen, bermen die beter door schapen dan door machines kunnen worden gemaaid of complete uitloopgebieden in de stadsrand waar de stadsbewoners schone lucht en rust opsnuiven.
En – last but not least – voor GroenLinks is duurzaamheid geen marketing-imago waar geld mee te verdienen valt, maar gaat het er echt om dat onze planeet het volhoudt (zonder planet geen people, laat staan profit, zeg ik altijd maar, als ‘de drie P’s’ weer eens in evenwicht moeten zijn volgens de beleidsmakers).

Daarom zit ik nog steeds bij GroenLinks.

Ennuh… als je dit nou leest, hè, moet je dan eigenlijk ook niet toegeven: eigenlijk was het fout om jullie in de steek te laten!


Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Mooi niet

In mensenrechten, politiek landelijk, defence for children, indignez-vous!, integratie, mensenrechten, vrijheid, regels, verblijfsvergunning, en meer.
Annie Lennox zingt op een gegeven moment ‘I tell you little peace, is just a word. Just a word’. Het liedje deed me aan de afgelopen week denken, op een vrij melancholische manier. Maar daar is het dan ook zondag voor. Over hoe er in ons land over een jongen zonder verblijfsvergunning wordt gedacht en gesproken. Over ego’s, ‘ikken’ en regels die geen regels meer zijn. De krampachtige, bekrompen en naargeestige houding van sommigen in ons land weet de jongen zelf nog het meest treffend weer te geven. Want, we vinden het o zo moeilijk, maar doen het… mooi niet. BAH!
Stop the world. Call it a day.

woensdag, 26 oktober 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

gastblog: gezonde geest = gezond lichaam = gezonde samenleving

In jongeren, sport, gastblog, integratie, normen en waarden, samenleving, vossius gymnasium, allochtonen, amsterdam, en meer.

deze blog werd geschreven door Itai Siegel en Deniz Tepebasi (leerlingen van het Vossius Gymnasium) tijdens hun stage bij GroenLinks Amsterdam

Sport, wie kan het nog wegdenken uit de maatschappij? De meerderheid van de jongeren beoefenen er één, en zelfs één derde van de volwassenen participeren aan deze bezigheid. Naar onze mening is sport zeer belangrijk, omdat het de bouwsteen is van een gezond lichaam, en het de normen en waarden van eerlijkheid en saamhorigheid aanleert.

Zeker in Amsterdam, een stad van vele culturen, zou deze manier van universele omgangswijzen aanleren zeer effectief zijn. Het bevordert namelijk de samenwerking op zeer verschillende gebieden. Zo is een goede samenwerking de grondsteen van economische vooruitgang.

Maar natuurlijk is economisch voordeel niet het enige belangrijke. Immers, het is bewezen dat mensen die niet sporten, sneller last hebben van klachten zoals rugklachten en hernia maar ook hart- en nierfalen. Wat is er dierbaarder dan een gezond lichaam?

Amsterdam heeft nog moeite dit fenomeen te begrijpen. Een bekend gedachtegoed van de gemeente was “stuur wat geld aan de stadsdelen, die richten wel wat cluppies op en dan komt alles goed”. Maar de laatste tijd is het bedrag steeds kleiner geworden. Feit is dat steeds meer sportclubs failliet aan het gaan zijn, of geforceerd worden samen te voegen. Steeds meer jongeren worden geforceerd om te stoppen met een sport, omdat er geen club meer in de buurt is.

Amsterdam zal zich dus moeten realiseren wat voor gevolgen dit kan hebben. Er zijn al problemen met de integratie van allochtonen, en het failliet gaan van sportclubs zal deze situatie zeker niet verhelpen. Ook zal Amsterdam in acht moeten houden dat dit ook een gevolg heeft voor de pensioen- en ziektekosten.

Mensen met een gezond lijf kunnen namelijk langer werken. Dit is goed voor de demografische druk, en helpt hen hun eigen pensioen op te bouwen.

Dus Amsterdam: er zit meer achter sport dan je denkt. Het gaat niet alleen om “kinderen iets te geven om te doen”, maar het heeft gevolgen voor de hele samenleving. Immers, een gezonde geest in een gezond lichaam bestaat alleen in een gezonde samenleving.


zaterdag, 22 oktober 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Een heksenjacht op pedoseksualiteit

De vereniging Martijn is omstreden, daarmee is niets te veel gezegd. De club is gericht op de acceptatie van (seksuele) relaties tussen ouderen en kinderen. Het CDA grijpt de veroordeling van de voorzitter wegens het bezit van kinderporno aan om op een verbod aan te dringen. Het is echter zeer de vraag of dat verstandig is. Voor de strijd tegen seksueel misbruik kon het wel eens averechts werken.

De discussie over pedoseksualiteit is in de loop van de jaren een paar keer totaal verschoven (zie mijn artikel ‘tussen trauma en tolerantie‘ voor die ontwikkeling binnen de kerken). In de jaren zeventig en tachtig werd vooral gestreefd naar tolerantie en begrip. Het taboe moest doorbroken worden. De voortrekkers van deze tolerantie meenden zelfs dat het grootste probleem de reactie van de maatschappij is en niet de seksuele contacten zelf. Twintig jaar later is van dat streven naar acceptatie weinig over. Bijna niemand durft het op te nemen voor pedoseksualiteit. En voor pedoseksuelen zelf is steeds minder plaats in de samenleving, zeker als ze een keer veroordeeld zijn. Zo kunnen ze soms geen vaste woonplaats krijgen, worden er folders verspreid met namen en adressen van veroordeelde pedoseksuelen en werd het huis van een niet veroordeelde pedofiel belegerd. En nu sluiten partijen als het CDA zich aan bij burgerinitiatieven om de vereniging Martijn te verbieden.

Ik begrijp die gevoelens. Niet alleen door mijn eigen ervaringen, maar ook door mijn betrokkenheid bij en onderzoek naar slachtoffers van seksueel misbruik. Ik snap heel goed dat het een bedreigend idee is als er bij jou in de buurt iemand woont die seksueel misbruikt gepleegd heeft. Ik begrijp nog veel beter de woede over de vergoelijkende reacties van pedoseksuelen. Zoals de penningmeester van Martijn die de veroordeling van zijn voorzitter wegens het bezit en vervaardigen van een grote verzameling kinderporno (‘voor wetenschappelijke doeleinden’, zei hij zelf) zag als een ‘belemmering voor kinderen’ omdat die nu geen seksueel getinte foto’s meer mogen maken. Dit soort doorzichtige drogredenen – het beroep op kinderseksualiteit – laat vooral zien dat pedoseksuelen meestal niet in staat zijn om onderscheid te maken tussen hun eigen behoeften en de belangen van het kind. En daar zit hem nu net het probleem. Het recente boek van Steven van der Hoeven, Je ogen verraden je, toont dat ook heel scherp.

De vraag is volgens mij dan ook niet wat we zouden moeten vinden van seksueel contact met kinderen. Dat is verboden en dat zal het blijven ook. Terecht. Sterker nog: als daar een kind onder de twaalf bij betrokken is, valt het automatisch in de zwaarste categorie. En ook kinderporno wordt stevig aangepakt omdat het eigenlijk altijd seksueel misbruik impliceert.

De vraag is alleen wel hoe we omgaan met mensen die seksueel gericht zijn op kinderen. Die zijn er namelijk, naar schatting enkele tienduizenden in Nederland. Een deel van hen geeft nooit toe aan die geaardheid en is dus ook niet strafbaar. (Dat maakt het overigens problematisch om de term seksueel misbruik en pedoseksualiteit/pedofilie zomaar gelijk te stellen. Omgekeerd is er ook heel veel seksueel misbruik van kinderen binnen gezinnen (incest) en dan is er van pedoseksualiteit lang niet altijd sprake. Seksueel misbruik komt namelijk niet altijd voort uit seksuele motieven, maar kan ook gaan om macht en vernedering.)

Als we seksueel misbruik willen voorkomen, dan moeten we stilstaan bij de vraag wat potentiële daders van hun daad kan weerhouden en wat bij veroordeelde daders recidive voorkomt. En dan is het veel te simplistisch om te denken dat een verbod op een vereniging als Martijn iets oplost. Alsof er ook maar een pedoseksueel is die dan zal denken: ‘Oh, het mag kennelijk niet. Dan zal ik het maar niet meer doen.’Waarschijnlijk werkt zo’n verbod zelfs alleen maar averechts. Wie seksueel misbruik door pedoseksuelen wil voorkomen, die moet inzetten op hulpverlening en goede integratie in de maatschappij. Isolement, openlijke vernedering, uitsluiting en repressie vergroten de psychische problematiek en maken de kans groter dat mensen over de schreef gaan en zich richten op kinderpornografie of komen tot seksueel misbruik.

Ik heb deze zomer in Zuid-Afrika kennisgemaakt met PedoStop. Dit is een rehabilitatieprogramma voor veroordeelde pedoseksuelen. Lionel, een van de deelnemers, vertelde uitgebreid over zijn leven, het misbruik dat hij gepleegd had en PedoStop. Net als bij AA-programma’s voor alcoholisten draait het programma om bewustwording, erkenning, en het aanleren van gedrag waarmee ze zichzelf kunnen beheersen. Niemand kan smoesjes en drogredenen beter doorprikken dan een medepedoseksueel, zo vertelde Lionel. Daarnaast is het van belang dat ze hun weg terugvinden naar de samenleving en daar integreren. Een goed geïntegreerd maatschappelijk leven is een belangrijke factor in het voorkomen van misstappen. PedoStop lijkt een succesvolle methode te zijn, al is er nog wel meer onderzoek nodig.

Pedoseksualiteit gaat niet zomaar over. Waarschijnlijk gaat de aanleg zelfs helemaal niet over. Niet door repressie, niet door uitsluiting, niet door opsluiting, niet door therapie, en ook niet door een verbod op een vereniging als Martijn, hoezeer ze het er misschien ook naar gemaakt hebben. Wat wel kan, is mensen die hiermee worstelen helpen te voorkomen dat hun neiging leidt tot misbruik van kinderen. Maar dan is het nodig dat wij onze eigen angst en woede overwinnen en het als samenleving aandurven om ook pedoseksuelen een leven te gunnen. Ter bescherming van kinderen.

Zero tolerance als het gaat om seks met kinderen, maar laten we alsjeblieft een heksenjacht voorkomen. Die is namelijk wel prettig voor de onderbuikgevoelens, maar maakt het probleem alleen maar groter. Daar zou de overheid zich niet voor moeten lenen.


zaterdag, 15 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Loyaal met een scherpe rand

In cda, minderheidskabinet, politiek, pvv, stemgedrag, vvd, agenda, andere partijen, beleid, en meer.

In oktober 2010 kondigden VVD, PVV en VVD aan een bijzonder meerderheidskabinet te vormen. VVD en CDA onderschreven een coalitieakkoord. Daarnaast werd een gedoogakkoord gesloten met de PVV – deze partij steunt het kabinetsbeleid op een (groot) aantal terreinen en belooft het niet te laten vallen over maatregelen die in het coalitieakkoord staan omschreven. Dit betekende dat de PVV een nieuwe positie innam in het politieke landschap. Tot de verkiezingen van 2010 had de PVV bewust gekozen voor confrontatie met de gevestigde partijen in haar parlementair gedrag. Ze stelde zich op als een rechtse oppositiepartij, de “rechts buiten” van de Tweede Kamer. Is het gedrag van de PVV veranderd nu de partij gedoogpartner is van een coalitie van CDA en VVD?

De kern van onze uitkomsten is dat de PVV als gedoogpartner twee houdingen combineert: een constructieve houding op onderwerpen die in het gedoogakkoord staan en een kritische, confronterende houding op andere terreinen. Op onderwerpen uit het gedoogakkoord is zij minder actief en stemt zij vaak hetzelfde als CDA en VVD. Dit betreft zowel de sociaaleconomische agenda van het kabinet (volksgezondheid, sociale zaken en financiën) als de agenda van het kabinet wat betreft veiligheid, integratie en immigratie. Echter op die onderwerpen waar de PVV heeft aangeven het niet eens te zijn met het kabinet is de partij actiever en uitgesprokener geworden. De partij stemt dan anders als CDA en VVD, en nog steeds relatief vaak alleen. Ook dient zij op deze onderwerpen meer moties en amendementen in. We beschrijven deze manier van opereren als loyaal (op die onderwerpen die in het gedoogakkoord staan) maar met een scherpe rand (op die onderwerpen die daarbuiten vallen). Deze stijl van opereren waarbij de partij met een been in het regeringsvak staat en met het andere been aan de kant van de anti-establishment oppositie is in andere landen succesvol toegepast door rechts-populistische partijen zoals de Italiaanse Lega Nord en de Deense Volkspartij.

Het onderzoek kijkt naar zes vragen: ten eerste, hoe actief zijn PVV-Kamerleden? De PVV dient in totaal minder voorstellen in. Dit past bij het beeld van een partij die deelneemt aan de regeringsmacht. Deze fracties dienen doorgaans minder voorstellen in. Wel is het zo dat de partij relatief meer (arbeidsintensieve) amendementen indient dan voorheen, wat blijk geeft van een verdere professionalisering van de fractie.

De tweede vraag is op welke onderwerpen PVV-Kamerleden actief zijn. We hebben gekeken naar moties die zijn ingediend in het kader van de begrotingsbehandelingen, welke eenvoudig te classificeren zijn. Van deze moties is het onderwerp buitenlandse zaken het meest populair bij de PVV. Dit is een grote verschuiving ten opzichte van de periode 2006-2010 toen de fractie vooral moties en amendementen indiende over justitie en binnenlandse zaken. Dit is te verklaren vanuit het feit dat de PVV in het gedoogakoord afspraken heeft gemaakt over veiligheid, immigratie en integratie, maar niet over buitenlands beleid Europa.

De derde vraag betreft de samenwerking met de PVV: hoe vaak dient de PVV voorstellen in samen met andere partijen? De PVV dient vooral moties in met coalitiepartners CDA en VVD, en met de SP. De opvallende verschuiving hierbij is dat het CDA en de PVV nauwelijks samen moties indienden vóór 2010.

De vierde vraag gaat over de isolatie van de PVV: hoe vaak stemt de PVV alleen? De PVV stemt nu minder vaak alleen dan in de periode 2006-2010, maar de mate waarin de PVV alleen staat blijft in historisch-vergelijkend perspectief hoog. De PVV staat vooral alleen in stemmingen over buitenlandse zaken (geen onderdeel van het gedoogakkoord), terwijl dit eerder binnenlandse zaken was (wel grotendeels onderdeel van het gedoogakkoord).

In verreweg de meeste stemmingen staat de PVV echter niet alleen. Onze vijfde onderzoeksvraag is hoe vaak andere partijen hetzelfde stemmen als de PVV. De VVD stemt het vaakst hetzelfde als PVV (77%) en doet dit ook vaker dan in de periode 2006-2010 (65%). Het CDA stemt nu in 75% van de gevallen mee met de PVV, aanzienlijk vaker dan voorheen (53%). De mate waarin de PVV hetzelfde stemt als de linkse oppositiepartijen is afgenomen. Opvallend hierbij is dat zeker op de sociaaleconomische onderwerpen, zoals sociale zaken en volksgezondheid, waarop er eerder sprake was van een zekere verwantschap tussen linkse partijen als SP en de PVV, in deze periode minder samen wordt gestemd. Omdat voorstellen op deze punten financiële consequenties hebben, kan de PVV niet hetzelfde stemmen als de SP zonder het gedoogakkoord te breken.

De zesde vraag betreft het succes van de PVV: hoeveel moties en amendementen worden aangenomen? De mate waarin de PVV voorstellen krijgt aangenomen is aanzienlijk toegenomen over tijd. Dit heeft echter nog steeds niet het niveau dat normale coalitiepartijen bereiken. In termen van het totaal aantal aangenomen moties blijft de PVV achter bij andere partijen. Dit is mede te verklaren vanuit het meer extreme gedachtegoed van de partij: ook andere radicale oppositiepartijen zoals de Partij voor de Dieren en GroenLinks weten een beperkt aantal moties aangenomen te krijgen.

Dit is een samenvatting van de rapportage “Loyaal met een scherpe rand. Stemgedrag PVV 2010-2011 in kaart gebracht” die ik samen met Tom Louwerse heb gemaakt in opdracht van het VPRO Radio 1 programma Argos. Eerder schreven we voor hen “Kiezen voor Confrontatie”.

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Stemgedrag PVV: Loyaal met een scherpe rand

In agenda, andere partijen, programma, pvv, radio, rechts, cda, coalitieakkoord, samenwerking, en meer.

In oktober 2010kondigden VVD, PVV en CDA aan een bijzonder meerderheidskabinet te vormen. VVDen CDA onderschreven een coalitieakkoord. Daarnaast werd een gedoogakkoordgesloten met de PVV – deze partij steunt het kabinetsbeleid op een (groot)aantal terreinen en belooft het niet te laten vallen over maatregelen die inhet coalitieakkoord staan omschreven. Dit betekende dat de PVV een nieuwepositie innam in het politieke landschap. Tot de verkiezingen van 2010 had dePVV bewust gekozen voor confrontatie met de gevestigde partijen in haarparlementair gedrag. Ze stelde zich op als een rechtse oppositiepartij, de"rechts buiten" van de Tweede Kamer. Ishet gedrag van de PVV veranderd nu de partij gedoogpartner is van een coalitievan CDA en VVD?

De kern van onzeuitkomsten is dat de PVV als gedoogpartner twee houdingen combineert: eenconstructieve houding op onderwerpen die in het gedoogakkoord staan en eenkritische, confronterende houding op andere terreinen. Op onderwerpen uit hetgedoogakkoord is zij minder actief en stemt zij vaak hetzelfde als CDA en VVD.Dit betreft zowel de sociaaleconomische agenda van het kabinet(volksgezondheid, sociale zaken en financiën) als de agenda van het kabinet watbetreft veiligheid, integratie en immigratie. Echter op die onderwerpen waar dePVV heeft aangeven het niet eens te zijn met het kabinet is de partij actieveren uitgesprokener geworden. De partij stemt dan anders als CDA en VVD, en nogsteeds relatief vaak alleen. Ook dient zij op deze onderwerpen meer moties enamendementen in. We beschrijven deze manier van opereren als loyaal (op dieonderwerpen die in het gedoogakkoord staan) maar met een scherpe rand (op dieonderwerpen die daarbuiten vallen). Deze stijl van opereren waarbij de partijmet een been in het regeringsvak staat en met het andere been aan de kant vande anti-establishment oppositie is inandere landen succesvol toegepast door rechts-populistische partijen zoals deItaliaanse Lega Nord en de DeenseVolkspartij.



Het onderzoek kijktnaar zes vragen: ten eerste, hoe actief zijn PVV-Kamerleden? De PVV dient intotaal minder voorstellen in. Dit past bij het beeld van een partij die deelneemtaan de regeringsmacht. Deze fracties dienen doorgaans minder voorstellen in. Welis het zo dat de partij relatief meer (arbeidsintensieve) amendementen indientdan voorheen, wat blijk geeft van een verdere professionalisering van defractie.

De tweede vraag is opwelke onderwerpen PVV-Kamerleden actief zijn. We hebben gekeken naar moties diezijn ingediend in het kader van de begrotingsbehandelingen, welke eenvoudig teclassificeren zijn. Van deze moties is het onderwerp buitenlandse zaken hetmeest populair bij de PVV. Dit is een grote verschuiving ten opzichte van deperiode 2006-2010 toen de fractie vooral moties en amendementen indiende overjustitie en binnenlandse zaken. Dit is te verklaren vanuit het feit dat de PVVin het gedoogakoord afspraken heeft gemaakt over veiligheid, immigratie enintegratie, maar niet over buitenlands beleid Europa.



De derde vraag betreftde samenwerking met de PVV: hoe vaak dient de PVV voorstellen in samen metandere partijen? De PVV dient vooral moties in met coalitiepartners CDA en VVD,en met de SP. De opvallende verschuiving hierbij is dat het CDA en de PVVnauwelijks samen moties indienden vóór 2010.

De vierde vraag gaatover de isolatie van de PVV: hoe vaak stemt de PVV alleen? De PVV stemt nu mindervaak alleen dan in de periode 2006-2010, maar de mate waarin de PVV alleenstaat blijft in historisch-vergelijkend perspectief hoog. De PVV staat vooralalleen in stemmingen over buitenlandse zaken (geen onderdeel van het gedoogakkoord),terwijl dit eerder binnenlandse zaken was (wel grotendeels onderdeel van hetgedoogakkoord).



In verreweg de meestestemmingen staat de PVV echter niet alleen. Onze vijfde onderzoeksvraag is hoevaak andere partijen hetzelfde stemmen als de PVV. De VVD stemt het vaaksthetzelfde als PVV (77%) en doet dit ook vaker dan in de periode 2006-2010(65%). Het CDA stemt nu in 75% van de gevallen mee met de PVV, aanzienlijkvaker dan voorheen (53%). De mate waarin de PVV hetzelfde stemt als de linkseoppositiepartijen is afgenomen. Opvallend hierbij is dat zeker op desociaaleconomische onderwerpen, zoals sociale zaken en volksgezondheid, waaroper eerder sprake was van een zekere verwantschap tussen linkse partijen als SPen de PVV, in deze periode minder samen wordt gestemd. Omdat voorstellen opdeze punten financiële consequenties hebben, kan de PVV niet hetzelfde stemmenals de SP zonder het gedoogakkoord te breken.

De zesde vraag betrefthet succes van de PVV: hoeveel moties en amendementen worden aangenomen? Demate waarin de PVV voorstellen krijgt aangenomen is aanzienlijk toegenomen overtijd. Dit heeft echter nog steeds niet het niveau dat normale coalitiepartijenbereiken. In termen van het totaal aantal aangenomen moties blijft de PVV achterbij andere partijen. Dit is mede te verklaren vanuit het meer extremegedachtegoed van de partij: ook andere radicale oppositiepartijen zoals dePartij voor de Dieren en GroenLinks weten een beperkt aantal moties aangenomente krijgen.

Dit is de samenvatting van de rapportage Loyaal met een scherpe rand, die ik samen met Simon Otjes heb geschreven voor Argos, een programma van VPRO radio. De vragen zijn samen metArgos vastgesteld. Het onderzoek is een vervolg op de rapportage "Kiezenvoor Confrontatie" die de auteurs in mei 2010 voor Argos schreven.

woensdag, 12 oktober 2011

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

Meer met Elkaar verdient MEER aandacht en koestering

In geen categorie, activiteiten, burger, dames, delen, doen!, euro, fietsen, integratie, en meer.


Vandaag ben ik op bezoek geweest bij ‘Meer met Elkaar’ Noord, vroeger het ouder-kind centrum. Een organisatie met minimale professionele begeleidingen (2/3 personen) en met zo’n 60 vrijwilligers worden er meer dan 20 verschillende activiteiten georganiseerd die door meer dan 300 personen wordt bezocht. De kracht van ‘Meer’ zit hem in het feit dat (met name) vrouwen uit het isolement komen, een sociaal netwerk opdoen en zich ontwikkelen tot actieve vrijwilligers waar onze stad op draait en soms zelfs tot ondernemers en werknemers. Vroeger heette ‘Meer’ anders. Ik ken meer nog van de tijd dat mijn moeder werd geworven om te leren fietsen. Ik was 5/6 en mocht mee. Mijn moeder kreeg nieuwe vriendinnen, leerde daardoor de taal beter en ik had nieuwe vrienden waarmee ik kon spelen. De persoonlijke verhalen die ik van de dames vandaag waren heftig om te horen, zal ze daarom ook niet hier delen. Het zorgde er wel voor dat ik me nog bewuster werd van het eigenlijke belang van ‘Meer met Elkaar’ die je niet terug vindt in beleidsdocumenten en nota’s.
‘Meer’ is de afgelopen 20 jaar steeds uit andere potjes bekostigd. De laatste jaren vanuit Rijksgelden integratie. Nu dat op nul euro komt, zweven er ook donkere wolken boven de hoofden van deze dames. De ontmoetingsplek van deze dames dreigt te verdwijnen. Tijdens de ombuigingen een half jaar geleden heeft een grote meerderheid van de raad zich uitgesproken voor de kracht van de burger en het faciliteren van vrijwilligersnetwerken. Nu hoor ik van de dames dat de meeste partijen/politici niet eens de moeite nemen om te reageren op hun mails en uitnodigingen. Dat is erg jammer. Ik sta vierkant achter deze dames. Een geloofwaardige gemeente(raad) zal dat vast ook doen!

dinsdag, 4 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Alleenvrouwschappij

In mannen, politiek, stemgedrag, vrouwen, algemeen, analyse, cda, christenunie, d66, en meer.

Nederland lijkt uitgeëmancipeerd. Mannen en vrouwen hebben dezelfde rechten en dezelfde plichten. Voor de wet zijn man en vrouw gelijk. Maar in de politiek ook? Zijn er verschillen in stemgedrag tussen mannen en vrouwen? En in politieke opvattingen?

Verschillen in politieke opvattingen

Vrouwen zijn op sociaal-economisch terrein socialer dan mannen: zij zijn voor een gelijkere inkomensverdeling dan mannen. Ze willen dat de overheid meer doet om een sociale rechtvaardigheid te verzekeren.  Vrouwen zijn op een aantal culturele thema’s progressiever: zij zijn vaker voorstander van het toelaten van asielzoekers. Dat geldt niet alleen voor asielzoekers maar ook voor homo’s:  vrouwen zijn voorstander van een meer omvattende gemeenschap. Ook zijn ze een groter tegenstander van kernenergie dan mannen. Vrouwen zijn een sceptischer over ingrijpende veranderingen, niet alleen over technologische verandering, maar ook over bijvoorbeeld Europese integratie. Vrouwen zijn niet per se softer dan mannen: vrouwen zijn over het algemeen vaker voorstander van strengere straffen. Wat het grote verschil lijkt te zijn is dat vrouwen voorstander zijn van gemeenschapszin (sociaal, inclusief maar ook conservatief) en dat mannen een meer individualistische politieke instelling hebben (economisch liberaal, uitsluitend maar ook voorstander van innovatie en vernieuwing).

Verschillen in stemgedrag

If women were the only voters, the Democrats would win in a landslide every time. If men were the only voters, the GOP would be the left-wing party” stelt Amy Gardner in The West Wing. Maar is altijd waar? Het is inderdaad zo dat bij de verkiezingen vrouwen vaak anders stemden dan mannen. Echter, de manier waarop de verschillen in stemgedrag tussen mannen en vrouwen zich uiten is contextafhankelijk: vrouwenstemrecht werd in Nederland ingevoerd in 1922. In 1918 waren er verkiezingen gehouden met algemeen stemrecht voor mannen. Er werd verwacht dat met name de seculiere linkse partijen (SDAP, CPH) die voorstander waren geweest van vrouwenkiesrecht van de invoering daarvan zouden profiteren. Echter, zij verloren drie zetels (was 25 werd 22). Ook de seculiere rechtse partijen (LP, LSP, VDB) verloren vier zetels (was 20 werd 16). Dat gold ook voor de categorie overig (was 5 werd 2 – ook gevolg van kleine verandering in het kiesstelsel). Het waren de Christen-Democratische partijen (CHU, ARP en RKSP) die er op vooruitgingen (van 50 naar 60). Ceteris paribus lijkt dit er op te duiden dat vrouwen niet in grote mate op linkse partijen hebben gestemd bij deze verkiezingen.

En nu? Als alleen vrouwen zouden stemmen, zou de PvdA de grootste partij zijn. De sociaal-democraten zouden 28 zetels halen als alleen vrouwen zouden stemmen. Daarop volgt de VVD (25) en het CDA (24). En dan pas de PVV (21) met op de voet de SP (18). GroenLinks (13) ligt voor op D66 (10). Onder de kleine partijen staat de CU sterk (6) en de PvdD (3). De heren van het SGP zouden ook twee zetels krijgen in het vrouwelijke parlement. Er is dus een linkse meerderheid onder de vrouwen van 78 zetels. Maar ook de Christen-democraten doen het nog relatief goed onder vrouwen ze halen hier nog 32 zetels.  Het zijn de verschillende liberale partijen van Nederland (D66-VVD-PVV) die slecht scoren onder vrouwen. Er is groen licht voor een links vrouwenkabinet van PvdA-CDA-SP-GL.

Als alleen mannen het stemrecht hadden dan zag de Tweede Kamer er anders uit.  De VVD ligt met 36 zetels ruim voor op de PvdA (31). De PVV haalt 26 zetels, ruim meer dan het CDA (17). De SP (12) ligt vlak bij D66 (11). GroenLinks ligt daar ver onder (8). De ChristenUnie haalt even veel zetels als de SGP (4). Een zetel is over voor een mannelijke PvdD’er. Seculier links haalt 52 zetels, de liberalen (VVD-D66-PVV) 73 en de Christen-Democraten maar 25. Een kabinet CDA-VVD-PVV haalt een meerderheid onder de mannen (81).

In de politieke opvattingen zijn er nu verschillen tussen en mannen en vrouwen: vrouwen zijn voorzichtiger en meer gericht op de gemeenschap, mannen willen verandering en zijn meer gericht op het individu. Het mag dan ook niemand verbazen dat mannen in het verleden en op dit moment liberale partijen verkiezen. Vrouwen kiezen voor sociaal-democratische en Christen-democratische partijen, die een communotaire orientatie hebben.

Deze analyse is gebaseerd op het NKO 2010.

zondag, 2 oktober 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

DREI

In de sociale stad, politiek landelijk, emancipatie, integratie, sociale stad, vertrouwen, diversiteit, kracht, links, en meer.

De herfstzon maakt drie dingen zichtbaar om je goed te voelen / positief te stemmen over de toekomst.

1. Emancipatie. Polarisatie levert weinig tot niets op. Er zijn aanwijzingen dat polarisatie sneller en intenser plaatsvindt wanneer de tegenstelling betrekking heeft op groepen in plaats van op individuen. En daar kiemt emancipatie: soms onzichtbaar voor de grote menigte. En soms groots, fier en strijdlustig. De kracht van emancipatie stemt ons positief over de toekomst. Er is iets om voor te gaan.

2. De tijd. In Denemarken heeft de centrumrechtse regering onlangs de verkiezingen verloren. Na tien jaar gedoogsteun van de Deense Volkspartij won links, met Helle Thorning-Schmidt aan het roer, de verkiezingen. Na tien jaar liberale hervormingen en strenge immigratieregels is het tijd voor iets anders. Wij hoeven niet tien jaar te wachten om met een antwoord te komen. Als we het maar mogelijk maken.

3. Diversiteit. Het gelijkheidsbeginsel is bedoeld ter bescherming van diversiteit. Diversiteit voor de rechtsstaat, binnen de wetenschap, de biodiversiteit, voor het individu en de minderheidsgroep. Ze moet gekoesterd worden, omdat ze niet vanzelf spreekt. Integendeel, de kans op terreinwinst is altijd het grootst voor de dominante meerderheid. Waar onze regering geen diversiteitsensitieve mindset kent, staan wij voor de uitdaging individuen erkenning te blijven geven voor wat ze doen, en voor wie ze zijn. Het kan (en wordt beter).

Het gaat over dromen, alles uit je leven halen en het overwinnen van je angsten. Over passie. En de liefde.


zondag, 18 september 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Een boerkaverbod brengt vrouwen van de ene gevangenis in de andere

In politiek, boeken, burger, burgers, discussie, dragen, eten, gewoon, godsdienstvrijheid, en meer.

Een paar maanden geleden schreeuwde mijn hele (christelijke) omgeving moord en brand: de Tweede Kamer stond namelijk op het punt om in te stemmen met een verbod op onverdoofde slacht, en dit perkte de godsdienstvrijheid van joden en moslims ernstig in. Op dit moment is er in de Tweede Kamer een discussie gaande over het wel of niet instellen van een verbod op boerka’s en hoor ik 80% van Nederland klakkeloos instemmen, waaronder de mensen die een paar maanden geleden een inperking op de godsdienstvrijheid nog zo erg vonden.

Een boerka is ‘vrouwonderdrukkend’, wordt er gezegd; een vrouw geniet immers niet de vrijheid om te bepalen welke kleding zij draagt. Dit is natuurlijk twijfelachtig: immers, waarom zou een vrouw niet zelf kunnen kiezen voor het dragen van een boerka? Deze was oorspronkelijk immers bedoeld ter zelfbescherming: jezelf bedekken voorkomt dat mannen in de verleiding komen om zich aan je te vergrijpen. Daarnaast kan de vrouw het ook zien als een teken van gehoorzaamheid aan God, waardoor een verbod haar dus dwing om een zonde te begaan. Een aantasting van de vrijheid van godsdienst, dus, net als dat het geval was bij het verbod op onverdoofde slacht [1].

Echter, ik kan het me goed voorstellen dat het predicaat ‘vrouwonderdrukkend’ in veel gevallen wél opgaat: dat een vrouw een boerka draagt omdat het moet van haar echtgenoot of vader. Dit vind ik verschrikkelijk, en vind ik inderdaad iets waartegen wij, als Westerse maatschappij, moeten strijden. Een goede vraag die echter gesteld moet worden is wat een verbod in deze strijd eigenlijk uit zou halen. De mening van de echtgenoot of vader basseert hij op de Koran, en deze is voor hem dus goddelijk en heilig en daardoor automatisch belangrijker dan de wetten van de overheid. Als een boerka verboden is, is de implicatie voor zo’n man simpel: zijn vrouw of dochter mag niet in het zicht zijn van andere mannen, en als een boerka verboden is, dan moet ze maar gewoon thuis blijven.

Een boerka is een gevangenis, zei Tofik Dibi eens. Zo zie ik dat ook, maar het boerkaverbod brengt de islamitische vrouw van de ene gevangenis naar de andere. Als ze de boerka vrijwillig droeg, brengt het haar in de gevangenis van het niet (volledig) mogen belijden van haar religie en als ze de boerka onvrijwillig droeg, brengt het haar in de gevangenis van het uit het zicht blijven voor de buitenwereld. Van de regen in de drup.

Wat moeten wij dan wel doen om boerka’s en andere onderdrukkingsmiddelen uit ons land te krijgen? Simpel, nog meer de nadruk leggen op integratie. Moslims moeten weer onderdeel worden van Nederland, in plaats van dat zij de positie hebben van een tweederangs burger die zij op dit moment heeft, en steeds meer krijgt. Een dergelijke positie leidt tot radicalisering, een bekend principe in de psychologie die ik even kort zal uitleggen: als de in-group (hier: moslims in Nederland) wordt bedreigd (wat op dit moment gebeurt door hen als tweederangs burgers te behandelen) leidt dit tot verregaande loyaliteit van haar leden, wat zich uit in een grote nadruk op eigen tradities en gebruiken (hier: het dragen van een boerka). Dit probleem opheffen kan slechts door de in-group te verruimen: moslims moeten zich ‘burger van Nederland’ voelen, in plaats van ‘moslim in Nederland’, zodat de nadruk op de eigen tradities minder wordt. Deze verandering kan slechts plaatsvinden door verregaande integratie, en, misschien nog wel het belangrijkst, een hoop geduld.

Integratie en het gevoel een normaal en geaccepteerd burger te zijn, dát leidt tot de uitbanning van de gevangenis die de boerka heet; een verbod creëert slechts een nieuwe. Daarnaast roep ik op tot consistentie: een boerkaverbod ís een inperking van de vrijheid godsdienst, dus iedereen die met dit argument tegen het verbod op onverdoofde slacht was, dient ook tegen dit voorstel te zijn.

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl:
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/boerkaverbod_brengt_vrouwen_van_de_ene_gevangenis_in_deandere/

UPDATE 21-09: The Guardian bericht dat Franse moslima’s sinds het boerkaverbod allemaal thuis zitten: http://www.guardian.co.uk/world/2011/sep/19/battle-for-the-burqa


[1] Ik vind deze inperking van de vrijheid van godsdienst overigens nog ernstiger dan het verbod op onverdoofde slachts. In het laatste geval kan men immers nog beluisten om noodgedwongen vegetariër te worden omdat religieuze boeken niemand verplichten om vlees te eten, bij het verbod op een boerka wordt het vroom leven de vrouw onmogelijk gemaakt.


vrijdag, 16 september 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Unheimisch

In politiek landelijk, emancipatie, integratie, mensenrechten, vrijheid, boerka, boerkaverbod, dragen, gewoon, en meer.

Hé lekker: het boerkaverbod komt eraan. Onze Minister van Publieke Ruimten vertelde daarover vandaag dat we in die publieke ruimte van Nederland ‘herkenbaar en aanspreekbaar met elkaar omgaan. En,’ zo zei hij, ‘zo’n boerka geeft ons maar een unheimisch gevoel’.

Mijn aanname is dat van de vermoedelijk honderdvijftig vrouwen die in Nederland een boerka dragen een deel van hen daartoe gedwongen wordt. Het isolement waarbinnen deze vrouwen leven wordt met de invoering van een verbod alleen maar groter, want de onderdrukking waar zij onder lijden gaat binnenskamers gewoon door. In ‘Duizend schitterende zonnen’ van Khaled Hosseini zegt de man van Mariam dat ‘het gezicht van een vrouw alleen een zaak is van haar man’. Hij dwingt haar een boerka te dragen. Dat we dáár geen antwoord op hebben of als antwoord een boerkaverbod introduceren is nou wat je noemt… unheimisch.


maandag, 12 september 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Extremisme voor beginners

In roept u maar, extremisme, links extremisme, radicalisering, rechts extremisme, blog, integratie, joden, moslims, en meer.

Radicalisme was in de jaren 70 van de 20e eeuw minder beladen dan het nu is. We kenden in die tijd zelfs nog een regeringspartij met de naam Politieke Partij Radicalen (PPR).  Tegelijkertijd waren de jaren 70 ook de jaren waarin in Nederland verreweg de meeste dodelijke slachtoffers (ruim 20) vielen als gevolg van terroristische aanslagen.

Toch was er in die tijd nog geen Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCtB), geen nationaal Actieplan Polarisatie en Radicalisering en er werd ook niet met regelmaat bekend gemaakt wat het Actueel Dreigingsniveau was. Er werden geen trainingen gegeven aan bestuurders en politieagenten om polarisatie en radicalisering te herkennen en er was nog geen bataljon aan wetenschappers, kenniscentra en (commerciële) bureaus die zich met het onderwerp bezighielden.

Sinds 11 september 2001, nu 10 jaar geleden, is dat anders.

Meer aandacht voor extremisme
De toegenomen aandacht voor terrorisme is deels te verklaren uit het besef dat de samenleving door technologische vooruitgang en globalisering kwetsbaarder is geworden. Een terrorist met foute en/of handige vrienden zou over biologische, chemische of nucleaire wapens kunnen beschikken. En een handig hackende terrorist zou vitale computersystemen van ons land plat kunnen leggen en bijvoorbeeld in één keer de dijkbewaking, energievoorziening en de verkeersleiding op Schiphol kunnen treffen.

Daarnaast heeft het moderne terrorisme een sterker transnationaal en politiek-religieus karakter gekregen. Dit geldt zeker voor het islamitisch terrorisme, waarvan we sinds 11 september 2001 en de daaropvolgende aanslagen in Madrid, Londen en de moord op Theo van Gogh, weten dat het ook in het westen kan toeslaan.

Met het westen als doelwit, is ieder die een onderdeel hiervan vormt of deze vertegenwoordigt, een mogelijk doelwit van een aanslag geworden. We zijn dus allemaal potentieel slachtoffer geworden. Dit besef is een voedingsbron voor angst, die versterkt is door de War on Terror, uitspraken van radicale moslims van het type sharia4holland en door de internationale ‘Eurabia-beweging’ die in navolging van Bat Ye’or, Gates of Vienna en politici als Geert Wilders waarschuwt voor de islamisering van Europa. Sinds Anders Breivik weten we dat ook deze laatste beweging haar eigen extremisten kan opleveren.

Sinds 2001 wordt de radicalisering van jongeren met meer zorg gevolgd. Uitingen die vroeger misschien nog als folkloristische jeugdcultuur werden bestempeld, worden nu eerder met argusogen bekeken. Soms met reden, maar vaak ook uit onwetendheid. Een orthodoxe salafist wordt dan bijvoorbeeld veel te snel als een gevaar gezien. Een extremistische moslim mag dan vaak orthodox zijn, maar daardoor is het merendeel van de orthodoxe moslims nog niet extremistisch.

Wie zijn extremisten?
Is Geert Wilders extreemrechts? Zijn de organisaties die zich in het proces tegen Wilders als benadeelde partijen hebben gemeld extreemlinks? Of is de salafistische Fawaz Jneid een extremistische moslim? Er zijn mensen die, afhankelijk van hun eigen (politieke) opvattingen één of meerdere van deze vragen met ‘ja’ zullen beantwoorden.

Voor de Nederlandse overheid en de geheime diensten zijn geen van allen extremisten. Van extremisme is pas sprake wanneer democratische waarden en processen worden afgewezen en de eigen ideologie, die als universeel geldend wordt beschouwd, eventueel met geweld aan anderen worden opgelegd. Extremisme is de laatste fase van een radicaliseringsproces. Een extremist maakt gebruik van geweld of dreigt daarmee om de maatschappelijke orde te veranderen. Dat doen Wilders, de partijen die zich in het proces tegen Wilders hebben gemeld als benadeelde partijen en Fawaz niet.

Vormen van extremisme
Er zijn verschillende vormen van extremisme. De bekendste zijn: links extremisme, rechts extremisme, religieus extremisme en het extremisme van dierenactivisten en asielactivisten.

Wie wordt extremist?
Er is geen blauwdruk te geven van een extremist. Het komt onder alle opleidingsniveaus en leeftijdsgroepen voor, maar het meest in de leeftijdsgroep tussen 15 en 30 jaar. Mannen zijn vaker extremist dan vrouw, al is er de laatste jaren sprake van een flink emancipatieproces.

Er worden  in de literatuur heel veel factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op de gevoeligheid van mensen om te radicaliseren. Er valt geen eenduidig beeld te geven van de extremist en er blijken vele wegen te zijn die tot extremistische daden leiden.  Verklarende termen die vaak vallen zijn ‘vervreemding’, ‘identiteit’, ‘isolement’. Factoren die een rol kunnen spelen bij radicalisering zijn bijvoorbeeld:

  • Het gevoel achtergesteld, gemarginaliseerd of ‘niet gezien’ te worden.
  • Teleurgesteld zijn over het leven, over de woonsituatie, het werk en de financiële positie waarin zij  verkeren of de groepen waarmee zij zich sterk verbonden voelen.
  • Kloof met de wereld(en) van volwassenen.
  • Slechte familiale bindingen en een gering democratisch gehalte van het milieu waarin een jongere opgroeit.
  • Geen aansluiting kunnen vinden bij maatschappelijke instituties (overheid, gezin, school, leeftijdsgenoten, kerk/moskee, vrijetijds organisaties).
  • Gevoelens van ervaren onrechtvaardigheid of identificatie met personen of groepen waarvan men vindt dat ze worden achtergesteld of bedreigd. Dit soort gevoelens kunnen worden versterkt door:

o Stigmatisering en discriminatie.
o Beeldvorming in de media;
o Internationale (politieke) situatie.

  • Onvoldoende weerbaar tegen radicale invloeden; bijvoorbeeld door niet over het vermogen te beschikken om alternatieve antwoorden te vinden op vragen van zingeving en ervaren onrecht.
  • Aansluiting vinden bij een (peer)groep, eventueel met een charismatisch leider; afzonderlijke groepen zijn vaak wel met elkaar verbonden in netwerken, maar van een hierarchie is zelden sprake
  • Voor migrantenjongeren kan daarnaast sprake zijn van factoren die voortkomen uit de migratie van hun ouders. De eerste generatie migranten, in Nederland deels analfabeet, blijkt soms niet bij machte hun kinderen te begeleiden in een geïndustrialiseerde, geseculierde omgeving met andere opvattingen.

Bij veel radicaliserende jongeren is er sprake van een combinatie van factoren.

De onderzoekers Buijs, Demant en Hamdy dichten in hun boek Strijders van eigen bodem (2006) extremisten de volgende vijf (ideologische) kenmerken toe:

• ze voelen zich bedreigd en hebben de neiging de dreiging van de vijand uit te vergroten;
• ze verwerpen de bestaande wereldorde;
• ze hebben een utopisch beeld van een goede wereld;
• ze hebben het idee te horen tot een uitverkoren groep mensen die de utopie kan verwerkelijken;
• en ze kunnen (zuiverend) geweld gebruiken om de doeleinden te bereiken.

Politieke systemen die groepen buiten sluiten of instabiel politiek bestuur zijn bevorderlijk voor extremisme. Ideologie en religie worden door de radicalen vaak gereduceerd tot frames die hun acties verklaren en rechtvaardigen en die dienen om anderen te mobiliseren. Een frame definieert het probleem (bijvoorbeeld de oorlog tegen de islam), de protagonisten (de radicalen) en de antagonisten (de ongelovigen, waartoe ook aanhangers van hetzelfde geloof kunnen horen).

Beginnelingen

Overigens hoeven extremisten niet altijd tot de gestaalde ideologische kaders te behoren. Zo bleek uit onderzoek van de Britse geheime dienst MI5 onder moslimextremisten dat de meesten van de door hen onderzochte extremisten op religieus vlak nog beginnelingen zijn. Ze hebben weinig religieuze kennis van de islam. Volgens MI5 zouden er zelfs duidelijke aanwijzingen zijn dat een stabiele religieuze identiteit bescherming biedt tegen gewelddadige radicalisering.

Extremistisch geweld in Nederland neemt af
In Nederland hebben sinds 1950 ongeveer 70 aanslagen met 30 dodelijke slachtoffers plaatsgevonden. Er werden in die tijd ongeveer 400 mensen gegijzeld. De meeste dodelijke acties vonden plaats in de jaren 1970. Het ging toen vooral om slachtoffers van geweld van Molukse extremisten en linkse extremisten uit binnen en buitenland (RAF, IRA). In de jaren 80 kwam het geweld vooral uit linksextremistische hoek (in het bijzonder Rara), maar ook voor extreemrechts waren het de gewelddadigste jaren.

Links extremisme, inclusief milieu
In de jaren 90 zijn de brede ideologische radicaal linkse groepen grotendeels verdwenen. Er kwamen one issue organisaties voor in de plaats zoals milieuactivisten, dierenactivisten en asielactivisten- die misschien niet allemaal als ‘links’ zijn te kwalifieren. Het overgrote merendeel van deze organisaties houdt zich keurig aan de wet en bewandelt de democratische weg om aandacht te vragen.

Toch gelden linkse extremistische groepen in Nederland als de meest gewelddadige. Zo is een kleine groep dierenactivisten en asielactivisten de afgelopen jaren wel betrokken geweest bij illegale en gewelddadige acties. De moordenaar van Pim Fortuyn was een dierenactivist. Ook de antifascisten van de Antifascistische Actie (AFA) worden door de AIVD genoemd in verband met gewelddadige acties tegen demonstraties van extreemrechts.

Rechts extremisme
Extreemrechtse groepen zijn nog niet geheel verdwenen, maar de laatste jaren wel veel kleiner en zwakker geworden. Van geweld door extreemrechtse groeperingen is in de jaarverslagen van de AIVD al een aantal jaren amper sprake. In november 2010 heeft de AIVD de onderzoeksrapportage Afkalvend front, blijvend beladen uitgebracht over de dreiging die uitgaat van extreemrechts en rechts-extremisme. In dit rapport schreef de dienst: “Voor extreemrechts geldt dat de wervingskracht in de loop der jaren is afgenomen doordat sommige van hun standpunten op de landelijke politieke agenda zijn gekomen. Zo zijn in het integratie- en islamdebat, zoals dat na de aanslagen van 11 september 2001 begon, veel van de standpunten van extreemrechts aan de orde gesteld en bespreekbaar geworden. Voorbeeld hiervan is het veronderstelde failliet van de multiculturele samenleving. Deze ontwikkeling heeft er mede toe geleid dat van de destijds bestaande extreemrechtse groeperingen en bewegingen niet veel over is.”

Ondanks het verzwakken van extreemrechtse groepen en bewegingen maakt de Anne Frank Stichting in de Monitor Racisme en Extremisme jaarlijks melding van zo’n 150-300 geweldsincidenten per jaar waarbij de daders extreemrechtse of racistische motieven hadden. Vooral moslims, maar ook joden zijn hiervan het slachtoffer. Sinds 2005 is er overigens wel sprake van een afname van het aantal incidenten.

Tot slot kan er sinds de aanslagen van Anders Breivik in juli 2011 gesproken worden over (rechts)extremisme dat geinspireerd wordt door het internationale netwerk van groeperingen, politici, schrijvers en bloggers die vrezen dat het Westen, met hulp van ‘links’, geislamiseerd wordt. Hierbij moet wel de opmerking gemaakt worden dat het tot nu toe is gebleven bij één, weliswaar zeer gewelddadige, aanslag en verbaal geweld op internetsites.

Moslimextremisme
Het was een moslimextremist uit de Hofstadgroep die Theo van Gogh in 2004 vermoordde. Van extremistisch geweld door moslims is in Nederland na het verdwijnen van de Hofstadgroep de afgelopen jaren echter amper sprake geweest.

De AIVD maakt jaarlijks overigens wel melding van enkele Nederlandse jihadisten die naar het buitenland trekken en van de dreiging van jihadistische groepen uit Afghanistan en Pakistan die mogelijk aanslagen in Nederland zouden willen plegen. In haar laatste jaarverslag heeft de AIVD aandacht voor (ultra-)orthodoxe islamitische bewegingen die in potentie een bedreiging zouden kunnen vormen voor de Nederlandse democratische rechtsorde.In dit verband noemt de AIVD de Moslimbroederschap, de Tablighi Jamaat, de Hizb ut-Tahrir en de salafitische beweging. De dienst stelt hierbij expliciet dat het om niet-gewelddadige bewegingen gaat. Toch acht de dienst ze in potentie gevaarlijk omdat “ hun boodschap, bereik en activiteiten op termijn kunnen bijdragen aan het ontstaan van maatschappelijke polarisatie, onverdraagzaam isolationisme en anti-integratieve tendensen.”  Maar de voorlopige conclusie luidt dat geen van deze bewegingen zich te buiten gaan aan extremistische activiteiten.

Meer geweld in Europa
In Europa is er sprake van meer geweld. Volgens Europol vonden er in 2010 in de EU in totaal 249 terreuraanslagen plaats, waarbij zeven mensen omkwamen en tientallen anderen gewond raakten. Het merendeel (160) van de aanslagen werd gepleegd door separatisten, gevolgd door links extremisten (45). Drie van de 249 aanslagen werden toegeschreven aan islamistische terroristische groeperingen. Extreemrechts kende een rustig jaartje en pleegde geen enkele aanslag.

In Nederland werd geen aanslag gepleegd. Wel zijn volgens Europol het afgelopen jaar in Nederland 38 mensen opgepakt in verband met terrorisme. Het betrof 19 personen die verdacht werden van moslim-extremisme en 19 personen die verbonden zijn aan separatistische bewegingen. Deze cijfers zijn overigens niet terug te vinden in het jaarverslag dat de AIVD.

Meer artikelen over radicalisering, terrorisme, polarisatie en discriminatie op Republiek Allochtonië hier

Lees ook het blog van Martijn de Koning die veel over radicalisering onder moslims schrijft, zoals bijvoorbeeld hier


donderdag, 1 september 2011

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

Nog steeds inburgeringsplicht voor Bosschenaren van Turkse afkomst?

In geen categorie, gemeente, gemeenten, gestart, groenlinks, integratie, mensen, ministerie van, nederlandse, en meer.

vrijdag, 5 augustus 2011

Michel Klijmij-van der Laan

Michel Klijmij-van der Laan

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr GR DWARS

Kaasrate

In algemeen, gouda, armoede, begroting, belangrijk, beleid, bezuinigen, cijfers, criminaliteit, en meer.

Al zo’n vijf jaar worden overal in het land vechtsportactiviteiten gebruikt om met name allochtone jongeren te betrekken bij sportclubs, integratie te bevorderen en sociale problemen te voorkomen. Dit kwam voort uit een programma van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de evaluatie hiervan was positief:

Zowel de harde cijfers als de inzichtgevende verhalen uit interviews en observaties laten zien dat vechtsport een belangrijke bijdrage kan leveren aan weerbaarheid, agressiebeteugeling en persoonlijke groei. Juist voor maatschappelijk kwetsbare jeugd biedt vechtsport mogelijkheden tot het verbeteren van hun psychosociale welzijn en maatschappelijke (re)integratie. Gekwalificeerde vechtsporttrainers met sportinhoudelijke én pedagogische kennis en vaardigheden vormen hierbij een sleutelrol. De opgetekende ‘harde’ en ‘zachte’ resultaten laten zien dat vechtsport geen wondermiddel is dat altijd werkt, maar tonen vooral ook de inspirerende persoonlijke én maatschappelijke beloften van vechtsport.

Genoten van karate?

Ergens in maart werd bedacht om met deze ervaren organisatie in zee te gaan om probleemjongeren discipline bij te brengen op een manier die bij hun beleveniswereld aansluit. Dat past helemaal in het veiligheidsbeleid (preventie en perspectief bieden), waarbij criminelen worden bestraft maar je probeert om te voorkomen dat jongeren tot criminaliteit afglijden. Je zou het zelfs kunnen zien als een onorthodoxe maatregel. Aangezien de meeste overlast wordt veroorzaakt door Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn die de doelgroep die prioriteit krijgt hierbij. Ook dat is beleid, en dat wordt breed gedragen – van Trots op Nederland tot en met GroenLinks.

Het NIVM (Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij) krijgt de opdracht en brengt dit eind juli naar buiten. Ook op Forum Gouda kwam het nieuws langs, waarna het een week lang stil bleef. Geen reactie, geen verontruste politici, helemaal niets. Tot het AD kopte over Marokkaanse probleemjongeren, met de melding dat het niet voor criminele jongeren bedoeld is. GeenStijl denkt “dat kan sappiger” en verzint er fietsendieven en verkrachters bij die graties naar de karate mogen. En all hell breaks loose.

Ineens worden er vragen gesteld, ineens ontploffen de Goudse twitteraccounts. Want je moet wel laten zien als politicus dat je “not amused” bent. En natuurlijk wordt er schande gesproken hierover. Dat het al op andere plekken in het land gebeurt doet er niet toe. Het gaat over Marokkanen en Gouda, dus het is totale gekte. Of het effectief is wordt al bijna niet meer gevraagd in de publieke opinie, het gaat alleen nog maar over “voor hun is het graties en voor ons niet”. En dat terwijl we moeten bezuinigen!

Om die laatste ballon maar gelijk lek te prikken: zo simpel is het niet. Ja, we moeten bezuinigen. Maar omdat veiligheid nou eenmaal een belangrijk issue is in Gouda is afgesproken dat op veiligheid niet wordt bezuinigd. In die pot geld zit bovendien nog wat geld van het Rijk dat alleen maar aan veiligheid mag worden uitgegeven, naar aanleiding van een busoverval in 2008. Dat geld kan dus niet naar armoede, zorg of de gewone sportsubsidies. Dus gaat het naar een project dat de veiligheid kan verbeteren. En ja, Marokkaans-Nederlandse jongeren hebben prioriteit omdat daar meer problemen zijn, dus dan wordt het daaraan besteed.

Ja maar, waarom voor hun gratis en niet voor mij? Ook simpel. Er gaan jaarlijks al miljoenen euro’s naar alle Goudse kinderen, via sportclubs, onderwijs, culturele instellingen, enzovoort. Het geld zit verspreid over allerlei potjes dus vergeef me dat ik het exacte bedrag niet weet, maar reken maar op tientallen tot honderden euro’s per Gouds kind (de volledige begroting is zo’n 2500 euro per Gouwenaar) voor zaken waar ieder kind gebruik van kan maken. Plus potjes als de Geld-Terug-Regeling zodat je je kind ook kan laten sporten als je niet zoveel geld hebt.

Een hoop gedoe dus om een plan dat op meerdere plaatsen voorkomt, past in ons beleid en niet ten koste gaat van de gewone Gouwenaar. Dat wordt verziekt in de media door halve waarheden, aannames en tendentieuze berichtgeving, waardoor het enige criterium waarop je dit af moet rekenen (hoe effectief is het? en zelfs Theo Krins is daar positief over) uit het oog verdwijnt. De ironie is ook dat de bevolking enerzijds vraagt om de veiligheid te verbeteren, met name waar het gaat om de problemen met Marokkaans-Nederlandse jongeren, maar als dat dan daadwerkelijk gebeurt de eerste reactie is “waarom wordt er voor hun nou wel wat gedaan?”.

Je zou er haast agressief van worden. Is daar een cursus voor?

maandag, 4 juli 2011

Verslag Bijeenkomst Europese Groenen Berlijn (Mei 2011, Deel 3)

In berlijn, egp, integratie, mensen, stad, buren, wonen, mogelijkheid, voorzieningen.

Het tweede deel van het middagprogramma op de zaterdag bestond uit een aantal lezingen over de integratie van migranten en minderheden. Een van de sprekers was Sergi Alegri, loco-burgemeester van El-Prat. Dit is een stad in Catalonie in de buurt van Barcelona. Vanaf de jaren zestig zijn grote grote immigranten hier komen wonen, waaronder ook zigeuners. Deze kwamen terecht in barakken zonder voorzieningen. Vanaf 1979 is alles herbouwd. Mensen hadden ook de mogelijkheid om hun eigen buren te kiezen. Deze herbouw heeft in 7 fases plaatsgevonden en in 2000 was de laatste fase klaar.

read more

zondag, 3 juli 2011

Milena Stojanovic

Milena Stojanovic

Hyves Twitter

Kiezersbedrog: dit zet geen zoden aan de dijk

In nederland, bezuinigen, gezondheidszorg, integratie, kloof, nederlandse.
We willen dat immigranten zich beter aanpassen aan "de Nederlandse cultuur"
Dus bezuinigen we op integratie.

We willen dat iedereen zich veiliger voelt.
Dus laten we angst regeren

We willen de kloof tussen arm en rijk verkleinen
Dus bezuinigen we op alle maatregelen die de armen treffen

We willen de gezondheidszorg verbeteren
Dus halen we veel basisdingen uit het zorgpakket

We willen zoveel... Eigenlijk willen we dat Nederland weer net zo wordt als vroeger...
Dus... wie breekt er straks de dijken door?

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 4996 uur (208,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 1 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2