vrijdag, 20 januari 2012

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

Numerologie

Numerologie. Numerologie is een eeuwenoude methode om meer inzicht in jezelf te krijgen.

woensdag, 11 januari 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Zoeken naar aardolie wordt steeds duurder

Uit een onderzoek van investeringsbank Dalman Rose & Co. blijkt dat de wereld komend jaar 9% meer zal uitgeven aan de speurtocht naar nieuwe olie en gasvelden. De totale uitgaven zullen in 2012 oplopen tot $595 miljard. Dat bedrag is nodig om in de diepzee en het poolgebied naar olie en gas te zoeken. En [...]

dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, amerika, analyse, banken, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

donderdag, 29 december 2011

John Jorna

John Jorna

Helpt geweld tegen het kwaad?

OMGAAN MET HET KWAAD IN DE WERELD

Je bent geograaf of je bent het niet! Als geograaf onderscheid je verschillende schaalniveaus. Het kleinste schaalniveau is dat van het gezin. Zou zich zelfs in een gezin kwaad voordoen? Op het eerste gezicht denk je van niet. Kinderen kunnen wel eens ondeugend zijn, maar dat valt voor mij niet onder “het kwaad”. Maar dan lees je over huiselijk geweld: mannen, die hun vrouw mishandelen of omgekeerd. Kinderen, die mishandeld worden, soms met dodelijk gevolg. Je hoort over seksueel misbruik van meisjes door vader of broer. Achter de voordeur gaat veel kwaad schuil. Leerkrachten en huisartsen wordt gevraagd daarop attent te zijn en ook buren zouden hun vermoeden kunnen melden bij een vertrouwensarts. Laten we bedrijven en instellingen deze keer maar overslaan.

We kijken naar het wijk- of dorpsniveau. Meestal is dit nog redelijk overzichtelijk en kennen veel mensen elkaar. Nu is er vaak veel weerzin tegen sociale controle, want dat wordt gemakkelijk geassocieerd met sociale dwang tot “deugdzaamheid”, als de jonge mensen tenminste nog weten, wat daaronder wordt verstaan. Maar als gezinnen weg gepest worden uit een wijk, dan zou de meerderheid van goedwillende mensen dat niet moeten pikken en zeker niet de ouders van de pesters. Die zouden ook door iedereen daarop aangesproken moeten worden. Buurtwerkers, wijkagenten, buurtverenigingen, jeugdzorg en gemeente horen goed samen te werken en daarbij vooral moeten afspreken, wie de eerst verantwoordelijke is voor de aanpak van een probleemgeval. Een interessant nieuw initiatief is Burgernet. Wie zich daarbij heeft aangesloten krijgt soms van de politie een sms of mondelinge boodschap via de telefoon om te waarschuwen, wanneer hij iemand met een nauwkeurig signalement ziet.

Toch is het bestrijden van criminaliteit en het verzekeren van de veiligheid van de burgers vooral een overheidstaak. De overheid moet de wet handhaven. Zelfs in Nederland valt dat niet mee. Bij zware criminaliteit is vooral het leveren van een wettig en overtuigend bewijs moeilijk. De politie kampt vaak met te weinig of onvoldoende deskundig personeel. Computercriminaliteit vroeg een totaal nieuw soort specialisten.

Is het in Nederland al moeilijk, hoe uitzichtloos lijkt het in een land als Somalië of Mexico of Afghanistan. In dit laatste land proberen we er iets aan te doen door agenten een eerste opleiding te geven en ook mee te werken aan de opleiding van hoger personeel en medewerkers van justitie. Maar het land kent meerdere stammen, die zich weinig aantrekken van een centraal gezag en landelijke wetten. Er is een enorme corruptie, ook bij de overheid en die blijft meestal ongestraft. Lokale krijgsheren betalen wapens en munitie met de opbrengsten van de papaverteelt. En natuurlijk zijn er de Taliban, die met geld van elders velen tot meevechten weten te bewegen. Want het is een arm land met weinig werkgelegenheid. Zo bezien is de training van die paar politieagenten een druppel op een gloeiende plaat? Of moet je misschien een andere beeldspraak gebruiken: een zaadje, waaruit een forse boom kan groeien? Wat doe je tegen het kwaad in een falende staat als Afghanistan? Wat is de zin van de aanwezigheid van de NAVO in het land? Terwijl al eerder is gebleken, dat je je hand maar beter niet in dat wespennest kunt steken. De groei naar een rechtsstaat moet van binnen uit komen en dat vraagt ontwikkeling. De Afghanen zelf moeten tot het inzicht komen, dat het anders kan. Dat vraagt ontwikkeling en het ontstaan van een middenklasse, die dat allemaal niet meer accepteert. Daar gaan wel een paar generaties overheen. Toch zie je het overal in de wereld gebeuren: China, India, Brazilië waren onderontwikkelde landen en groeien nu snel naar de top van de grote economieën in de wereld. Het kwaad in de wereld kun je niet laten verdwijnen met geweld. Het lost niets op. De oorzaak van het kwaad wordt niet weggenomen.

Toch blijft steeds weer de twijfel. Als kind maakte ik de Duitse bezetting heel bewust mee. Ik begreep heel goed, dat het Nazidom het kwaad was, dat bestreden moest worden. Ik was die Canadezen enorm dankbaar toen zij ons na bijna vijf jaar vrijheid brachten. In Oost-Europa kwam in de plaats van het Nazibewind een communistische dictatuur. Het duurde nog vijfenveertig jaar voordat die verdween. Niet door geweld van buitenaf, maar het kwam van binnenuit. In voormalig Joegoslavië moest van buitenaf met geweld worden ingegrepen om er rust te brengen en nog steeds moet de door buitenlandse troepen worden bewaakt. Wat doe je tegen mensen, die echt niet het goede willen?

Hoe lang moeten de Afghanen nog wachten op vrijheid en veiligheid en ontwikkeling en welvaart?

Jaargang 4, Nr. 195.

zondag, 25 december 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Geen kernafval in Ede

In duurzaamheid, afval, december, discussie, energie, gemeente, gemeenten, handelen, kernafval, en meer.

eric leltz

In de raadsvergadering van december is een motie aangenomen waarin de gemeente Ede zich keert tegen het opslaan van kernafval in Ede. Dit ging niet zonder slag of stoot. Zo werd door de VVD het emotionele argument aangevoerd dat je dan ook mensen die afhankelijk zijn van radiofarmacie voor de bestrijding van kanker, niet meer kunt helpen. Onzin, want het gaat alleen om afval uit kerncentrales voor energieopwekking. De wethouder maakte het nog bonter door te stellen tegen de motie te zijn omdat hij het een uitvloeisel van de milieulobby vond. In de voorbijgaande weken had hij vele mails ontvangen via een website van een natuurorganisatie. Hij zag dit als spam, als lastig dus, en gebruikte dat als argument om tegen te zijn! De SGP spande echter de kroon door te stellen dat goed rentmeesterschap betekent dat je er voor zorgt dat de generaties na ons ook energie hebben en je er daarom voor moet zorgen dat er een tweede kerncentrale komt. Het mag gezien worden als de dwaling van het jaar. Alsof je met het opslaan van radioactief kernafval in de grond de generaties na ons niet opzadelt met een probleem.

Voor degenen die nog al badinerend deden over de motie omdat deze ver voor de zaken vooruit zou lopen breng ik toch even in herinnering dat de regering dit jaar 4 gebieden heeft aangewezen om kernafval op te slaan. En Ede ligt in een van die gebieden. Daarnaast loopt een discussie over het bouwen van een tweede kerncentrale. Een van de problemen waar de minister tegenaan loopt is dat hij het kernafval van die centrale niet kwijt kan. Om tegenstanders de wind uit de zeilen te nemen, is het vanuit het standpunt van de minister mooi als hij kan aangeven dat dit geen probleem is omdat hij immers voldoende plaatsen heeft waar het afval in de grond kan worden opgeborgen. Als alle gemeenten die in de aangewezen gebieden liggen een motie aannemen waar in staat dat de minister in die gemeente zijn kernafval niet kwijt kan, kan dat argument niet gebruikt worden voor een tweede kerncentrale. Dit niet willen zien is misschien naïef, dit wel willen zien getuigt in ieder geval van inzicht en pro-actief handelen.

En zij die de motie bestempelen als Nimby of zoals ik liever schrijf Nivea, "niet in voor en achtertuin", omdat we toch ergens heen moeten met het kernafval, accepteren veel te snel dat er een tweede kerncentrale moet komen. De beste manier om kernafval te voorkomen, is om geen kerncentrales te hebben. De natuur geeft ons al voldoende mogelijkheden om energie op te wekken. Met dank aan de zon, de wind en het water.



zondag, 18 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Afdeling Bestuursrechtspraak RvS vernietigt plan Buitenring

In buitenring, provincie, parkstad limburg.
Hieronder het officiële persbericht over de vernietiging van de Buitenring.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het provinciale inpassingsplan vernietigd dat de aanleg van de Buitenring Parkstad Limburg mogelijk maakt. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (7 december 2011). Tegen het plan van de provincie Limburg waren bijna 125 organisaties en particulieren in beroep gekomen, waaronder de Limburgse Milieufederatie, Natuurmonumenten en de Stichting Stop Buitenring. Tegen de uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Het plan maakt de aanleg van Buitenring Parkstad Limburg mogelijk. Het tracé van deze ringweg met een totale lengte van 26 kilometer loopt door de gemeenten Nuth, Heerlen, Schinnen, Brunssum, Onderbanken, Landgraaf en Kerkrade.

De Raad van State is van oordeel dat er geen 'toereikend inzicht bestaat in de gevolgen van de weg voor de beschermde natuurgebieden 'Brunssummerheide' en 'Geleenbeekdal'. De aanleg van de buitenring leidt tot meer autoverkeer ter hoogte van die natuurgebieden en dus tot een toename van de uitstoot van stikstof op de kwetsbare natuur. Het betoog van de provincie Limburg dat deze stijging voldoende wordt gecompenseerd door het schoner worden van de automotoren, heeft de Raad van State niet overtuigd. De provincie had duidelijk moeten maken hoe hoog de toename van de stikstofuitstoot is en hoe deze zich verhoudt tot de al bestaande stikstofuitstoot op de natuurgebieden, aldus de hoogste bestuursrechter. Dit inzicht is nodig omdat in de natuurbeschermingsregels is bepaald dat de provincie zich ervan moet verzekeren dat de 'natuurlijke kenmerken' van de beschermde natuurgebieden door het inpassingsplan niet worden aangetast.

Nagenoeg alle overige bezwaren die tegen het plan waren ingediend konden niet slagen, aldus de hoogste bestuursrechter.

Vanwege de samenhang van het deel van het tracé dat door de natuurgebieden loopt met het resterende tracé voor de buitenring, heeft de Raad van State besloten het gehele inpassingsplan te vernietigen. Dit hoeft niet te betekenen dat de buitenring helemaal van de baan is. De provincie Limburg kan besluiten om een nieuw plan voor de buitenring vast te stellen. Daarbij zal de provincie rekening moeten houden met het oordeel van de Raad van State in deze uitspraak.

Klik hier voor de uitspraak BU7002 van de Afdeling.

donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

dinsdag, 13 december 2011

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Nieuwe technologie levert weinig olie op

In de afgelopen 20 jaar is er veel nieuwe technologie ontwikkeld om te zoeken naar aardolie. Zo kan de bodem tegenwoordig in driedimensionale projecties worden doorzocht. Er kan tegenwoordig geboord in de zeebodem, zelfs als de zee meer dan 1000 m. diep is. Dat is heel erg duur en gevaarlijk, maar het wordt toch toegestaan. [...]

vrijdag, 9 december 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Centrumplan Vught krijgt verder vorm

Deze week stond in het teken van het Vughtse centrumplan. Terwijl de ijsbaan voor het laatst wordt opgebouwd op de locatie waar vanaf januari gebouwd gaat worden, werd Vught verrast met de aankondiging van de komst van een Jumbo in het centrum. Maar ook met onduidelijkheid over gevolgen voor parkeren, aanzicht en effecten voor de ondernemers.

Woensdagavond organiseerde Gemeentebelangen een informatieavond over het centrumplan. Dat was op zich al verwarrend, want aan de politieke partij GB werden vragen gesteld over wat de gemeente Vught ergens van vond. Interim-fractievoorzitter Guus van Woesik had dan ook moeite om verschillende vragen te beantwoorden, maar bleef zijn best doen om namens de gemeente te antwoorden. Het was duidelijker geweest als hij had gezegd “Wat de gemeente hiervan vind moet u het college vragen, maar Gemeentebelangen vind … etc”.

Desondanks gaf de avond wel inzicht in de knelpunten. Zo werd de triomfantelijk als een groot succes aangekondigde komst van supermarkt Jumbo naar Vught in het nieuwe winkelcentrum als een zware domper ervaren door verschillende sprekers uit de zaal. De belofte was toch juist om te kiezen voor vele kleine ondernemingen en niet voor een grote? De bedoeling was toch om als aanzicht van het centrum diversiteit en verspringen aan te brengen en niet een lange gele wand? Tja, daar kon niemand antwoord op geven. Tot wethouder Pennings (tevens GB) gisteravond in de commissie Ruimte aangaf dat dit onjuiste informatie was geweest en dat de Jumbo maximaal 1500 m2 mag zijn. Maar wellicht had hij dat beter al woensdagavond tijdens de bijeenkomst van zijn eigen partij kunnen rechtzetten. Ook beweerde de wethouder tijdens de commissie dat het college ervoor zou zorgen dat het buitenaanzicht niet de supermarkt zou laten zien, maar verschillende kleine winkels. Of het college dat mag betwijfel ik, voorheen is gemeld dat de eigenaar van het gebouw zelf mag bepalen wie op welke plek een winkel mag huren en niet het college.

Positief aan de discussie is dat er steeds breder draagvlak onder de politieke partijen lijkt te zijn voor een autoluw centrum. PvdA-GroenLinks pleit daar al heel lang voor, zeker als het centrum aantrekkelijk gemaakt moet worden voor terrassen en slenterend winkelpubliek. Dat is ook een belangrijke reden om te kiezen voor een ondergrondse garage, om zo auto’s aan de rand te laten parkeren en niet in het centrum. Van Woesik gaf aan dat ook GB hier nu voor is en brak zelfs een lans voor een vorm van betaald parkeren om verkeer te reguleren. Nog zo’n punt wat voor PvdA-GroenLinks altijd bespreekbaar was, maar waar GB zich altijd tegen heeft gekeerd. Beide punten vielen echter slecht bij een deel van het publiek. Met name ondernemers zijn bang dat er te weinig parkeerplaatsen zijn en dat mensen met de auto niet dicht genoeg bij de winkels kunnen komen. Zelf vind ik het waardevoller om auto’s te weren en juist goede fietsvoorzieningen te creëren om het centrum als verblijfsgebied aantrekkelijker te maken.

Interessant was afgelopen woensdag wel de presentatie over de huidige Marktveldpassage. Eerder was gemeld dat het niet rendabel was om dit gebied te ontwikkelen, simpelweg omdat de investeringen te hoog zouden zijn. Daarnaast is het gebied in handen van verschillende eigenaren. Dat er aan de westzijde van de Raadhuisstraat nu eindelijk wel een nieuw winkelcentrum wordt ontwikkeld, dwingt de partijen waarschijnlijk tot het ontwikkelen van Oost. En dat is een goede ontwikkeling. Maar ook een die terecht ondernemers voor vragen stelt zoals hoe moet ik die bouwperiode van circa twee keer twee jaar overbruggen? Daar zou het college samen met de ontwikkelaars met een passend antwoord voor moeten komen.

donderdag, 8 december 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Homo emotico

In kredietcrisis, boeken, economie, eurocrisis, gedachte, geluk, ict, kant, keuzes, en meer.

eric leltz

De grote belangstelling voor boeken over "het brein" heeft alles te maken met de trits van crises waar we middenin zitten: de klimaatcrisis, de energiecrisis, de kredietcrisis, de eurocrisis, de landencrisis.

We komen tot het besef dat de huidige economische modellen niet meer voldoen in een snelle, innoverende maar complexe wereld. Deze modellen zijn gebaseerd op groei, efficiency, massa en rendement. Ze stammen uit een (industrieel) tijdperk toen omstandigheden niet zo snel veranderden en hulpbronnen in overvloed aanwezig waren. Vandaar dat essentiële zaken als het uitputten van de aarde en luchtvervuiling nauwelijks een rol spelen in deze modellen. Het draait er enkel om welvaart en dat kan tot gevolg hebben dat een lekkende olietanker in de Golf van Mexico een ramp is voor het milieu maar goed is voor het bruto nationaal product (BNP) van dat land. Het besef dat economie meer is dan welvaart en dat het welzijn van mensen ook een prominente rol mag spelen dringt maar langzaam door. Het gaat dan als het ware niet alleen om het BNP maar ook om het BNG, het bruto nationaal geluk. Niet langer draait de economie alleen om de rationele kant van de mens die streeft naar winstmaximalisatie maar gaat het ook om de emotionele kant en winstoptimalisatie. De "homo economicus" van Plato en de "ik denk dus ik besta" gedachte van Descartes vormen slechts een deel van de economische werkelijkheid.

Pas sinds begin van deze eeuw wordt in de economie meer rekening gehouden met de gevoelsmatige kant van de mens. In 2002 wonnen Kahneman en Tverski de Nobelprijs voor de economie voor hun onderzoek naar intuïtieve besluitvorming. Vooroordelen en emoties spelen een grote rol in de besluitvorming. Daarom moet niet langer de wiskunde met zijn modellen basis zijn voor de economie, maar de psychologie. Freud, met zijn "irrationele drijfveren" en Keynes met zijn "animal spirits" hadden het nog niet zo slecht gezien. Mensen zoeken resultaten die goed genoeg zijn en dat hoeven niet altijd financieel optimale resultaten te zijn.

De opkomst van het denken van de mens als gevoelig wezen in de economie is tevens de tijd van de opkomst van de ICT. Bij uitstek een technisch en wiskundig kader maar dat wel wordt ingezet voor personalisatie en om maatwerk te leveren, waarbij ieder mens zich kan onderscheiden. Dit heeft geleid tot een kennissamenleving en een bijbehorende kenniseconomie. Bij deze economie passen fijnmaziger modellen omdat niet iedereen over een kam kan worden geschoren. Ieder beweegt vanuit een eigen unieke ruimte en maakt van daaruit keuzes. Het maakt dan nieuwsgierig naar door welke prikkels deze "homo emotico" zich laat beïnvloeden en door welke juist niet. En dan is inzicht in de diepere drijfveren, waarom maakt iemand een keuze, relevanter dan de keuze zelf.



woensdag, 7 december 2011

John Jorna

John Jorna

Terug naar vroeger ook in de Kerk

Onderstaand commentaar mailde ik naar de pastoor van de Paus Johannes XXIII parochie, Frenk Schyns. Tot nu toe mocht ik geen antwoord ontvangen. Intussen is het decembernummer met het artikel “Waarom gaat de priester als eerste ter communie??” verschenen. Ik heb nog geen enkele reactie ontvangen en dus wordt het tijd mijn mening in een groter verband te verspreiden.

Licht op Liturgie

Het pastoraal team gaat in de komende maanden in het Open Venster een aantal liturgische onderwerpen bespreken die wij regelmatig tegenkomen in onze gesprekken met kerkgangers.

Een vraag die vaak gesteld wordt is:

 

Waarom gaat de priester als eerste ter communie??

Volgens de liturgische voorschriften moet de priester altijd zelf eerst communiceren, voordat hij de communie uitreikt aan de gelovigen. Nu zijn er gelovigen die het niet netjes vinden dat de priester als eerste ter communie gaat; sommigen zien het zelfs als een teken dat de priester zich 'boven de mensen' opstelt en zich 'beter' zou voelen dan de parochianen. Ze hebben er dan ook kritiek op. Deze kritiek lijkt ingegeven door de beleefdheidsnorm, die stelt dat de gastheer zijn gasten voor laat gaan.

De priester is echter geen gastheer. Hij is voorganger. In de Eucharistie is Jezus natuurlijk zelf de gastheer, Hij nodigt ons uit aan zijn tafel. Als de priester als eerste de communie ontvangt, voordat hij deze uitreikt aan de gelovigen, is dat dus geen uitdrukking van een misplaatst 'superioriteitsgevoel'. Integendeel: het laat zien dat ook hij 'ontvanger' is, en daarin de gelovigen voorgaat. Je kunt tenslotte alleen uitdelen wat je eerst zelf ontvangen hebt!

Heeft u ook vraag aangaande de liturgie die u graag besproken zou hebben? Deze kunt u mailen naar: info@pj23.nl 

Bovenstaand stuk zal in het decembernummer van Open Venster verschijnen. In de Odijkse redactievergadering heb ik ervoor gepleit de auteur te adviseren, het stuk terug te trekken, omdat het de ergernis van de mensen alleen maar zou vergroten. Mijn mederedactrice vond, dat dat niet kan. Ik heb in 20 jaar redacteurschap altijd gesteld, dat een redactie onafhankelijk hoort te zijn en verantwoordelijk is voor wat in het blad gepubliceerd wordt. Pas achteraf kan een locatieraad of een parochiebestuur de redactie erop aanspreken. Wij hebben afgesproken, dat ik pastoor Schyns in kennis zal stellen van mijn bezwaren.

In de eerste zin wordt gesteld, dat het volgens de liturgische voorschriften moet. Dat is geen antwoord op de vraag. De vraag is juist waarom het moet.

Vervolgens worden de bezwaren van de gelovigen omschreven, maar de reden waarom het zo’n veertig jaar geleden gebruikelijk is geworden ontbreekt. Het Tweede Vaticaans Concilie besloot, dat de liturgie veel meer moest aansluiten bij wat gebruikelijk is in de cultuur van een bepaald gebied, dus in dit geval bij de West-Europese cultuur. Vandaar ook de volkstaal. In onze cultuur is het gebruikelijk, dat men eerst de gasten bedient en eigenlijk hoor je te wachten tot iedereen zijn glaasje heeft voordat gezamenlijk het glas geheven wordt. Dat zien we ook als assistenten en misdienaars  wachten en dan allen tegelijk met de priester de hostie nuttigen. Ik vind dat altijd een ontroerend teken van er samen voor staan, van gezamenlijke verantwoordelijkheid. De ergernis betreft dus niet alleen de beschreven gevoelens, maar ook de idee, dat de vernieuwing, die het Tweede Vaticaans Concilie heeft gebracht terzijde wordt geschoven.

Inderdaad is Jezus de gastheer, die ons telkens weer uitnodigt dit te doen ter Zijner gedachtenis. En dit terzijde; het is ook een argument om intercommunie mogelijk te maken. Dat is een wens, die bij velen leeft, vooral bij echtparen, waarvan een van de partners niet tot de Rooms-katholieke Kerk behoort, maar wel het H. Doopsel heeft ontvangen, erkend door de Rooms-katholieke Kerk.

Maar goed, het stuk stelt, dat de voorganger als eerste het H. Brood van Jezus  zelf ontvangt. Dat gebeurt op het moment, dat door de woorden van de consecratie het brood verandert in het Lichaam van Jezus en de wijn verandert in het Bloed van Jezus. Dat is de komst van Jezus in ons midden, de ontvangst van Jezus in onze gemeenschap. Betekent, dat nu, dat de priester het Brood en de Wijn als eerste hoort te nuttigen? Dat nu sluit juist niet aan bij onze cultuur. Als ik als gastheer mijn kleindochter vraag om even met het schaaltje bonbons rond te gaan, dan zal zij niet met volle mond bij de gasten komen, maar als laatste een bonbon pakken. De priesters, die ervoor kozen eerst de communie uit te delen en daarna pas zelf Brood en Wijn te nuttigen, voelden dit haarfijn aan en de gelovigen apprecieerden dat.

Het Tweede Vaticaans Concilie bracht meer vernieuwingen in de liturgie. In de Eucharistie kreeg de maaltijd veel meer nadruk en het offer minder. De Eucharistie werd weer veel meer gezien als dat wat bij het Laatste Avondmaal gebeurde weer  doen ter gedachtenis aan Jezus. Het werd een gezamenlijke maaltijd, waaraan allen actief deelnamen en betrokken werden. Wij gelovigen werden van toeschouwer deelnemer. Als assistent vertegenwoordig ik de mensen in de Kerk. Samen met de voorganger komen we de Kerk binnen. Wij staan de voorganger terzijde en samen met hem zijn wij verantwoordelijk voor de gemeenschap, zoals iedereen zich verantwoordelijk voelt.

Onze eerste pastoor Bary in Odijk was tegelijk hoofdaalmoezenier van het mannelijk jeugdwerk in Nederland. Hij en zijn collega’s waren hier en elders in Europa al jaren bezig de liturgie te vernieuwen. Ik maakte het zelf mee. Je stond met de hele verkennersgroep rondom het geïmproviseerde altaar en dat gebeurde ook in mijn vierde klas van de O.L. Vrouw van Fatimaschool in Arnhem, waar ik wekenlang bezig geweest was samen met de kinderen iets te begrijpen van de H. Mis en dan kwam kapelaan Bary en liet alle gewaden zien en de kelk en de pateen en de ciborie en dan vierden wij samen de H. Eucharistie.

 Toen wij in februari 1967 in Odijk kwamen wonen, raakte ik al snel bij de liturgische vernieuwing betrokken. Ik moest pastoor Bary wel een keer manen alles de mensen goed uit te leggen. Want het was nogal wat, die overgang van een mystieke eredienst, waar de meeste mensen weinig van begrepen naar vieringen samen met de mensen in een meer huiselijke sfeer. Als in een huiskamer was er een volière en een aquarium in de kerk. Zelfs Paris Match kwam naar Odijk. Het doet pijn, wanneer met een hautaine soevereiniteit dit alles onder geschoffeld wordt.

Vaticanum II bracht ook een andere visie op het priesterschap. Allereerst het inzicht, dat wij als gedoopten een priesterlijk volk zijn, deel hebben in het algemeen priesterschap van Christus. Dit inzicht vormde het fundament onder de toenemende rol van de vrijwilligers in de parochies. Dat vroeg veel kennis, verantwoordelijkheidsgevoel, bereidheid tot intensief overleg en inzet. We wilden verantwoord bezig zijn. We werden daarbij erg geïnspireerd door de verhalen over de eerste christengemeenschappen. Jezus had de apostelen als bisschoppen aangesteld: “Weidt mijn lammeren, weidt mijn schapen”. Maar priesters zoals nu waren er niet. Als de christenen het Avondmaal wilden vieren, kwamen ze bij een van hen in zijn of haar huis samen en wij stellen ons voor, dat de gastheer en waarschijnlijk soms de gastvrouw als voorganger optrad. Pas heel geleidelijk heeft het priesterschap in de Kerk zich ontwikkeld en werd het een zeer heilig ambt, gescheiden van de gelovigen. De priester voelde zich door God geroepen en door God gezonden naar een gelovige gemeenschap. Ik heb die ambtsopvatting zien veranderen. Priesters wilden deel zijn van de gemeenschap, de eerste onder gelijken en uit die gemeenschap geroepen om het heilig dienstwerk te verrichten samen met de gemeenschap en in gezamenlijke verantwoordelijkheid. Terug dus naar de bron, naar de eerste christengemeenschappen. En aansluitend bij het begrip collegialiteit, dat natuurlijk niet alleen voor alle bisschoppen samen met de paus geldt, maar evenzeer voor de priesters samen met de bisschop in een bisdom en de pastoor samen met de parochianen in een parochie.

Ook weer geïnspireerd door Jezus en het beeld van de goede herder verwachten we van de priester vooral zorgzaamheid en opkomen voor zijn schapen. Iemand, die vooral door zijn dienend voorbeeld de mensen de Weg wijst. Iemand, die de mensen laat nadenken en ze hun eigen verantwoordelijkheid gunt. Niet bang is, dat ze fouten maken, dat ontdekken en zelf naar de goede oplossing zoeken en ze dan als ze er naar vragen een weg uit de problemen wijst.

Verbijsterd vragen mensen zich af, waarom zo autoritair wordt opgetreden door ‘moderne’ priesters, waarom er weer zo hiërarchisch wordt gedacht, waarom overlegorganen terzijde worden geschoven, waarom volwassen mensen als kinderen worden behandeld en zij zich niet meer serieus genomen voelen. Soms zeg ik, dat het wachten is op een paus Johannes XXIV. Zal ik dat nog meemaken?

dinsdag, 6 december 2011

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Hoe overleven we de vooruitgang?

In doem, documentaire, duurzaamheid, economie, energie, grenzen aan de groei, inzicht, politiek, crisis, en meer.
Collega-blogger Paradox wees me op een nieuwe documentaire: Surviving Progress De mens bereikt de grenzen van de vooruitgang. Soms blijkt vooruitgang gewoon slecht te zijn. In deze tijd van crisis moeten we nog maar eens kritisch kijken naar al onze vooruitgang. Ik vind deze documentaire net zo belangrijk is als The Inconvenient Truth van Al [...]

donderdag, 1 december 2011

John Jorna

John Jorna

De brief van Minister van Bijsterveldt

In column van de week, basisonderwijs, bezuinigingen, copd, delen, democratie, gewoon, hulp, internet, en meer.

OPEN ZENUW GERAAKT?

Onderwijsminister Van Bijsterveldt stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de relatie ouders – kind – school en schetste enkele wenselijkheden, althans in haar ogen. Het lokte nogal heftige reacties uit. Voor mij is dat een teken, dat er kennelijk hier en daar wat mis is. Nu ben ik zelf vader en grootvader en ik ben jarenlang leraar geweest en daarbij heb ik ook veel ervaring opgedaan met ouderparticipatie in het Voortgezet onderwijs. Ik weet, waar ik het over heb.

Men viel vooral over de oproep van de minister aan de ouders actiever te worden in de school. Dat speelt vooral in het Basisonderwijs, want in het Voortgezet Onderwijs zijn de mogelijkheden beperkt. Jarenlang werkten moeders op mijn school aan een knipselarchief, maar toen was er nog geen internet. Er waren ouders actief in de Medezeggenschapsraad en door voortdurend de vinger aan de pols te houden konden veel problemen in een vroeg stadium worden voorkomen. Met ouders organiseerde ik een enquête over vredesopvoeding en het bleek, dat bij alle vakken doelen van vredesopvoeding konden worden nagestreefd.

Kijk je echter bij het Basisonderwijs dan zijn er veel meer mogelijkheden. Wat mij opviel in de krantenartikelen was dat ouders taken van betaalde krachten gingen overnemen, bijvoorbeeld schoonmaakwerk. Het is leuk, dat er zo geld vrijkomt om meer leerkrachten of onderwijsassistenten aan te trekken, maar geld voor de schoonmakers moet gewoon binnen het budget te vinden zijn. Met dat deel van haar oproep laadde de minister de verdenking op zich de gevolgen van bezuinigingen te willen opvangen door ouders in te schakelen. Als ze dat wil, prima, maar laat ze er dan ook eerlijk voor uitkomen.

Ouders behoren het werk van de leerkrachten te ondersteunen en niet te ondergraven. Als je als ouder naar je kind laat merken, dat je eigenlijk neerkijkt op die armoedzaaiers van onderbetaalde leerkrachten, dan bevorder je niet bepaald het respect van de kinderen voor hun leerkracht. De docent is een professional, die verstand heeft van onderwijs en opvoeding, vaardig is in het observeren van kinderen, zijn onderwijs evalueert en ziet waar hij zelf is tekort geschoten, maar ook ziet, waar de individuele leerling faalt. Hij praat met de leerling over de manier waarop die leerling het probleem gaat aanpakken en schakelt desgewenst de ouders in om hun kind te ondersteunen door het maken van huiswerk beter te structureren en het kind te stimuleren en zo nodig te controleren. Soms ziet hij tijdig, dat specialistische hulp nodig is. Het kan om leerproblemen gaan als dyslexie of pedagogische problemen als een beetje te erg puberen of ernstige psychische problemen. En dan moet zo’n docent ook nog zijn eigen vakgebied bijhouden. Docent zijn is een roeping. Je kiest er niet voor als steenrijk worden het belangrijkste doel in je leven is. Van ouders mag dan verwacht worden, dat ze bereid zijn intensief mee te werken bij het verbeteren van de resultaten of de leerhouding of het gedrag van hun kind. Dus op ouderavonden komen, samenwerken met de school en waar mogelijk de inspanningen van de leerkrachten ondersteunen en bij wangedrag van hun kind op school bereid zijn een lijn te trekken met de school.

Een school brengt niet alleen kennis en inzicht bij. Vooral in het Voortgezet Onderwijs leren kinderen ook een mening te vormen en tot een gefundeerd oordeel te komen. Ik noemde al vredesopvoeding, maar het gaat ook om milieueducatie en burgerschapsvorming. Daar gaat het om kennis, maar ook om mentaliteit. Als er rond de verkiezingen in de klas gepraat wordt over onze democratie en het belang van lid zijn van een politieke partij en van deelnemen aan de verkiezingen en je tevoren verdiepen in de standpunten van een partij; dan kunnen al die inspanningen van de man of vrouw voor de klas in een keer onder geschoffeld worden als ouders daar nonchalant over doen of laten merken, dat ze geen enkel vertrouwen hebben in de democratie en ook niet van plan zijn er iets aan te doen. Je kunt als docent een prachtig verhaal houden over de uitstoot van auto’s en met name het ultra fijne stof, dat door filters niet wordt tegen gehouden en zorgt voor steeds meer COPD-patiënten, als vader zich onverschillig toont voor het lot van die mensen en rustig de maximumsnelheid overtreedt, dan vergeet het kind het verhaal van de docent al snel. Een school kan kinderen bewust maken van normen en waarden, maar de houding van de ouders bepaalt of kinderen zich die waarden eigen maken en zich houden aan de normen. De mentaliteitsonderzoeken van het Bureau Synovate laten zien, dat hier nog een wereld te winnen valt.

De secularisatie heeft ervoor gezorgd, dat grote delen van de bevolking niet meer beschikken over een duidelijk stelsel van waarden en normen en ook niet meer beschikken over inspirerende voorbeeldfiguren. Mensen stellen zich autonoom op en zeggen wat ze denken en doen waar ze zin in hebben. Oude waarden en normen, die berusten op eeuwen van menselijke ervaringen en met het etiket van een goddelijke openbaring zijn door velen als ouderwets en achterhaald en niet meer van deze tijd terzijde geschoven. Wat betekent opvoeden dan nog? Welke waarden leef je je kinderen voor? Bij welke waarden van ouders kan een school aansluiten? Want bedenk wel, dat ouders bepalen welke waarden hun kinderen aanvaarden en daarbij is de rol van de moeder overheersend. Nooit kun je als ouders de opvoeding van je kind overlaten aan een school. Jij als ouder bent verantwoordelijk voor de opvoeding van je kinderen.

Jaargang 4, Nr. 190.

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

pyjamazitting

In groenlinks, kunst / cultuur, bezuiniging, cda, enquete, gek eigenlijk, hoofdlijnennota, inzicht, kunstraad, en meer.

Half twaalf was het.

Vanaf ‘s middags één uur hadden we – de gemeenteraad van Amsterdam – zitten vergaderen, onder andere drie lange uren over de vraag of er een raadsenquete moest komen naar de verbouwing van ‘t Stedelijk Museum. Een aantal partijen had hoog van de toren geblazen, maar kwamen met zoveel technische vragen die gewoon in een commissievergadering behandeld konden worden, en waarvan het bovendien gek was dat ze nu pas – na wat ronkende stukken op de voorpagina van het Parool – werden gesteld terwijl de informatie over kosten en schema’s altijd met de gemeenteraad is gedeeld, dat het hele zaakje op een tamelijk teleurstellend toneelstukje uitliep. Zoals collega Jan Hoek zei over het debat: ‘er was ons een sappige kerstkalkoen beloofd, maar al wat we kregen was een opgewarmde prak’.

Maar half twaalf was het dus toen we begonnen aan het laatste agendapunt: de Hoofdlijnennota Kunst en Cultuur 2013-2016. Eerder al schreef ik erover: dat we moeten investeren in het MKB van de  kunst en cultuur, de middelgrote en kleinere instellingen die gezamenlijk de culturele basisinfrastructuur van Amsterdam vormen. Dat cultuureducatie zowel binnenschools als buitenschools moet plaatsvinden. Dat de topinstellingen in Amsterdam relatief gezien uit de wind worden gehouden. Dat er meer aandacht moet zijn voor Nederlandse film, en dat het belangrijk is om een debatcentrum te subsidiëren.

Deze zomer schreef ik ook over kunst en cultuur in de stad. Die blog ging over de bezuinigingen die wij in Amsterdam hebben afgesproken: 230 miljoen euro in totaal, waarvan 10 miljoen op de kunstbegroting. Ik zette mijn twijfels bij die bezuinigingen, vooral in het licht van de culturele kaalslag die de landelijke overheid voor ogen heeft. Ik vond – en vind – dat die bezuiniging toen onderwerp van discussie mocht zijn. Aan het eind van de zomer werd echter helaas bekend dat de stad bovenop de 230 miljoen nog eens 80 tot 150 miljoen euro extra moet bezuinigingen. Dat betekent dat geen enkel onderwerp gespaard blijft: er wordt bezuinigd op de zorg, op armoedebestrijding, op reïntegratie. Het was daarom voor mij niet meer vol te houden om de 8 procent korting op de cultuurbegroting terug te willen draaien.

Enfin. Half twaalf was het, en bijna iedereen was door zijn spreektijd heen. Gelukkig hadden de collegaraadsleden van GroenLinks zich de hele dag ingehouden zodat ik nog  zes minuten kon oreren over de punten die voor ons belangrijk waren en over mijn acht voorstellen om de Hoofdlijnennota te wijzigen. Om half één begonnen we aan de stemming over alle voorstellen. Die van GroenLinks haalde het op ééntje na. Ik had ingezet op een verschuiving van drie miljoen van de topinstellingen naar de middelgrote en kleinere instellingen. Dit voorstel kon echter alleen op de steun van de SP rekenen.

Eén miljoen bleek echter wel haalbaar. Eén miljoen van de top af is vervelend voor een instelling die 10 miljoen euro subsidie krijgt, maar één miljoen bij de basis erbij betekent de redding voor tientallen kleinere instellingen die maar een klein subsidietje aanvragen. Dit verhaal overtuigde VVD en D66, en zelfs het CDA stemde voor. Dat de PvdA het geld liever bij de grote instellingen liet zitten, verbaasde mij wel enigszins. De sociaal-democraten steunden echter wel mijn voorstel om een harde eis van 25 procent eigen inkomsten te hanteren voor de topinstellingen.

En zo werd aan het eind van een lange dag, diep in de nacht, het belangrijkste stuk in vier jaar voor de kunst en cultuur in Amsterdam vastgesteld. Het is nu aan de instellingen om een aanvraag in te dienen. In mei 2012 zullen we het advies van de Kunstraad krijgen: welke instelling krijgt geld en komt daarmee in het Kunstenplan, en welke instelling valt buiten de boot. Eigenlijk begint de spannende periode nu pas.


woensdag, 30 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Van Bijsterveldt maskeert met haar gelijk een groter probleem

In gerechtigheid, politiek, burgerschap, cda, civil society, maatschappij, onderwijs, rechtvaardigheid, betrokkenheid, en meer.

Met stofzuiger en een soppende doek maak ik samen met andere vaders en (vooral) moeders één keer per jaar het klaslokaal van mijn zoontje grondig schoon. Door het samen te doen zorgen vrijwel alle ouders dat het lokaal het hele schooljaar hygiënisch op orde blijft. Vorige week nam een moeder het initiatief om de klas in Sinterklaas-stijl te versieren. De school had geen geld zodat ouders zelf de handschoen oppakten. Prachtig. Iedereen was trots en blij. Zo wordt de basisschool een dragende gemeenschap waaraan ouders hun steentje bijdragen.     

Ik begrijp onderwijsminister Van Bijsterveldt wel. Ouders moeten hun schoolgaande kinderen meer begeleiden en zelf ook meer betrokken zijn bij de school. Dat schrijft ze vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. De CDA-politica verwacht van ouders dat zij de schoolprestaties in de gaten houden en helpen verbeteren en ook meer deel worden van de schoolgemeenschap. ’Het gaat om een mentaliteitsverandering bij alle betrokkenen. De rol van de ouder is te zeer een vergeten rol; veel ouders zijn in een consumentenrol terechtgekomen,’ aldus de minister. En ja, ze heeft groot gelijk.

‘Scholen moeten ouders op hun verantwoordelijkheid aanspreken, maar daar staat ook iets tegenover: de ouders krijgen inzicht in de voortgang die hun kinderen boeken en in de cijfers die ze halen. Ouders en scholen zouden hun afspraken moeten vastleggen in niet-vrijblijvende overeenkomsten,’ aldus de bewindsvrouw. Ik vind dat beslist geen gek idee.

Minister Van Bijsterveldt heeft het gelijk aan haar kant. Een school is meer dan een dienstverlener en vormt een cruciaal onderdeel van de maatschappij waarvoor mensen samen verantwoordelijkheid (moeten) dragen. De prikkels daartoe mogen groter worden. Maar ze maskeert met haar boodschap een groter probleem. Namelijk dat dit kabinet volstrekt onvoldoende wil investeren in het basisonderwijs, denk bijvoorbeeld aan het passend onderwijs. De voorgenomen bezuinigingen in het passend onderwijs krijgen in 2013 een omvang van ruim 300 miljoen euro. De meest kwetsbare leerlingen zijn de dupe.

Op zorgleerlingen en hun begeleiding wordt keihard gekort. Bezuinigingsdrift is sterker dan een doordachte beleidsvisie. Eerst worden de experts het passend onderwijs uitgebonjourd en daarna moeten leerkrachten de bijscholing in om te leren omgaan met zorgleerlingen. Alsof een leerkracht tijd heeft om alle leerlingen aandacht te geven met klassen van dertig kinderen waarvan enkelen beslist extra zorg nodig hebben. Zoals de Algemene Onderwijsbond (AOb) onlangs stelde: ‘We praten over het werk van vele duizenden mensen die zich de afgelopen jaren hard hebben ingezet om zorgleerlingen de kans te geven op een toekomst. Net als het onderwijspersoneel, zullen veel van die zorgleerlingen straks thuis komen te zitten.’

Misschien moet minister Van Bijsterveldt eens laten berekenen hoeveel geld de inzet die ouders nu al tonen op de basisscholen van hun kinderen, de staatskas jaarlijks oplevert. Zou dat forse bedrag niet bestemd kunnen worden voor de zorgleerlingen? Zo wordt solidariteit concreet en tastbaar. De klas schoonmaken, actief zijn als voorleesouder en meedoen in de ouderraad om zo primair de school van je kind te ondersteunen en secundair – collectief via een omslagberekening door het Rijk – ook zorgleerlingen een kans te bieden.

Natuurlijk zijn er ouders die de kantjes eraf lopen. Betrokkenheid van ouders verdient stimulering. Maar denkt de minister de categorie luie en ongeïnteresseerde ouders nu werkelijk met een tour door het land en met een Facebookpagina op andere gedachten te kunnen brengen? Deze campagne is misschien goed bedoeld, maar zou weleens een beledigende kant kunnen hebben. Dan denk ik vooral aan die actieve vaders en moeders van zorgleerlingen die straks in de kou staan.


donderdag, 24 november 2011

Jenny de Jeu

Jenny de Jeu

Hyves Linkedin

Gebruiksruimten

In uncategorized, begrip, beslissingen, de wereld, downloaden, dragen, gemeente, gratis, informatie, en meer.

Gelukkig ontstaan op steeds meer plekken in Nederland gebruiksruimten. Plekken waar mensen met een verslaving veilig, warm, schoon en droog kunnen gebruiken. Belangrijke doelstellingen zijn het beperken van gezondheidsschade bij drugsgebruikers en het verminderen van overlast.

Instellingen voor Maatschappelijke Opvang, verslavingszorg en gemeentes buigen zich al jaren over het onderwerp gebruiksruimten. Soms gaat men hierover in gesprek met ervaringsdeskundigen die weten waar zij over praten. Soms worden cliënten, ervaringsdeskundigen en cliëntenraden geheel niet betrokken bij beslissingen en discussies rondom gebruiksruimten.  Dat is jammer want zij zijn juist dè deskundigen die een relevante inbreng kunnen hebben bij het bespreken van dit soms best ingewikkelde onderwerp.

Ervaringsdeskundigen kunnen uit eigen ervaring uitleggen waarom een gebruiksruimte bij kan dragen aan een betere kwaliteit van leven.  Iets wat uiteindelijk alle mensen willen.  Ook kunnen zij vooroordelen uit de wereld helpen door mensen meer kennis en begrip bij te brengen over leven met een verslaving.

Het Trimbos instituut heeft een update gemaakt van een reeds in 2002 ontwikkelde handreiking ‘Gebruiksruimten in Nederland’. Deze handreiking geeft veel inzicht in de werkwijze en het nut van gebruiksruimten.  De handreiking is gratis te downloaden. 25 november 2011 organiseert Stichting Mainline een interessante mini-conferentie over ‘Harm reduction’ waar Agnes van der Poel van het Trimbos instituut de handreiking toe zal lichten.

Het valt mij op dat er online weinig actuele kennis te vinden is over gebruiksruimten. Vandaar dat ik op deze manier deze nuttige handreiking extra onder de aandacht wil brengen. Zodat gemeentes, instellingen, Wmo-raden en cliëntenraden deze informatie ook kunnen en gaan gebruiken bij beslissingen in hun eigen gemeente of instelling over gebruiksruimten.


 

 


Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Devaluatie van de euro in beeld

In doem, regelmatig terugkerende ellende, aardgas, devaluatie, economie, euro, fossiele brandstoffen, inflatie, inzicht, en meer.
Volgens de officiële cijfers valt de inflatie in de eurozone erg mee. In de periode 2002 – 2011 bedroeg de inflatie op jaarbasis meestal tussen de 2 en 3% In 2008 liep de inflatie tijdelijk op tot 4% maar in 2009 daalde de inflatie snel tot nul en was er zelfs tijdelijk sprake van deflatie. [...]

dinsdag, 22 november 2011

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Steeds meer CO2 zonder meer opwarming

In met een gouden randje, afkoeling, co2, inzicht, ipcc, klimaat, klimaatmodellen, opwarming, wetenschap, en meer.
Op de klimaatconferentie in Durban zal je weinig blije gezichten zien. Terwijl er toch heel goed nieuws is te melden. De afgelopen 10 jaar is de temperatuur niet verder gestegen. De rampzalige gevolgen van de klimaatverandering blijven ons voorlopig bespaard. Sinds januari 2001 is de CO2-concentratie in de atmosfeer gestegen van 370 ppm tot meer [...]

donderdag, 17 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

In kerk, politiek, religie, spiritualiteit, tolerantie, bijbel, cda, christenunie, duurzaamheid, en meer.

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


woensdag, 16 november 2011

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Ongekende zeespiegeldaling in 2011

In met een gouden randje, afkoeling, inzicht, klimaat, klimaatmodellen, opwarming, wetenschap, zeespiegelstijging, zeespiegel, en meer.
Er is iets vreemds aan de hand met de zeespiegel. Decennialang stijgt de zeespiegel met gemiddeld 3 mm per jaar. Maar in het afgelopen half jaar is de zeespiegel opeens gaan dalen. Sinds 1995 trad er twee keer eerder een tijdelijke daling op van de zeespiegel. Tijdens de La Nina van 1999 en tijdens de [...]

dinsdag, 15 november 2011

Pieter Kos

Pieter Kos

Twitter

Mijn kans?

In geen categorie, groei, manu busschots, mijn kans, inzicht, mensen, workshop, handelen.
Vorige week mocht ik “proefkonijn” zijn als deelnemer aan een workshop met de naam “mijn kans”. Eerlijk gezegd ben ik altijd wat sceptisch over dit soort dagen, maar omdat Manu Busschots het organiseerde deed ik graag mee. Manu is een ondernemende coach die mensen laat groeien en tot inzicht brengt over hun eigen handelen. Dus [...]

zondag, 13 november 2011

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Meer werken voor minder olie

Aardolie wordt steeds duurder en het kost steeds meer moeite om het te winnen. Deze ontwikkeling wordt duidelijk geïllustreerd door onderstaande grafiek: het aantal uur dat je moet werken voor één vat olie (159 liter) Tussen 1985 en 2003 kostte het 2 uur werk om één vat olie te verwerven. Maar dat loopt snel op: [...]

zaterdag, 12 november 2011

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Story of Broke: bezuinigen of anders besteden

In met een gouden randje, economie, video, inzicht, storyofstuff, bezuinigen, duurzaam, belangrijk, investeren.
Een nieuwe aflevering uit de serie ‘the Story of Stuff‘. Deze keer legt Annie Leonard uit dat we helemaal niet hoeven bezuinigen. We moeten ons geld (en onze energie) niet langer steken in dingen, die vroeger belangrijk waren. We kunnen beter investeren in dingen die echt duurzaam zijn. Tagged: economie, inzicht, storyofstuff, video

donderdag, 10 november 2011

John Jorna

John Jorna

Landbouw op het EGP-congres

In europa, bedrijf, bezig, burger, dieren, energie, eu, europese, gelukkig, en meer.

TOEKOMST VOOR DE EUROPESE LANDBOUW

Landbouw zal altijd een zekere mate van marktingrijpen vergen. Er is immers zelden een evenwicht tussen vraag en aanbod. Door de weersomstandigheden, maar bij ons niet zo vaak door ziekten of plagen kan de oogst mislukken met als gevolg hoge prijzen voor de consument, een hoog inkomen voor de boer, die wel een goede oogst heeft en een slecht jaar voor de boer, waarvan de oogst inderdaad slecht is. Het is ook een reden voor de EU zich vanouds met landbouw bezig te houden. Men wil voedselzekerheid voor de Europese burger tegen redelijke prijzen en men wil een gezonde boerenstand, boeren met een gezond bedrijf en een redelijk inkomen. Toch heeft de landbouwpolitiek van de EU voortdurend ongewenste effecten.

Ook GroenLinks heeft zich steeds met landbouw bezig gehouden en vooral in het begin werd de boer vooral als boosdoener gezien, die zorgde voor stank en zijn dieren onder erbarmelijke omstandigheden huisvesting bood. Er was weinig inzicht in de productie-consumptiekolom. Dat is gelukkig verleden tijd. GroenLinks heeft een moderne visie op de landbouw ontwikkeld en daarbij intensief met producenten, consumenten en deskundige organisaties overlegd. Zie hiervoor op de site van GroenLinks het document “De boer is troef” en een document van de Europese Groenen “The agricultural dimension of the New Green Deal”. Over dit alles werd op woensdag, 9 november intensief gediscussieerd in de Europawerkgroep van GroenLinks. Ik geef hieronder een aantal indrukken met mijn eigen commentaar.

In de dialoog tussen boer en burger komt steeds meer de nadruk te liggen op de kwaliteit: Het voedsel moet veilig en gezond zijn, dus zonder resten van bestrijdingsmiddelen, liefst zonder genetische manipulatie en zonder ziektekiemen. Het moet alle voedingsstoffen bevatten, waaraan een mens behoefte heeft. Consumenten letten daar steeds meer op en supermarkten merken dat en spelen er op in. Consumentenorganisaties controleren de producten in de winkels en publiceren erover. Er is een kentering merkbaar, maar een consument moet wel voldoende inkomen hebben om die wat duurdere producten te kunnen aanschaffen. Soms gaan ze naar boerenwinkels, maar als je midden in de stad woont, is dat wat lastig. Boeren geven voorlichting, bijvoorbeeld via open dagen of laten mensen tegen een kleine vergoeding zelf fruit plukken. Consumenten kunnen een boom of een dier adopteren. De nieuwste ontwikkeling is, dat burgers mee werken en mee investeren in een boerenbedrijf, een CSA. Er is een streven merkbaar om stad en ommelanden weer meer tot een zelfvoorzienende eenheid te maken en voedsel niet over duizenden kilometers aan te voeren. Toch kan het ecologisch slim zijn Griekse druiven naar Nederland te brengen  en ze niet meer hier in verwarmde kassen te telen.

Veel boeren houden behoefte aan inkomenssteun. Terecht worden daaraan voorwaarden verbonden. Boeren worden geacht het landschap te onderhouden en te beschermen.  Denk aan houtwallen, weidevogels, akkerranden, geriefhoutbosjes, erfbeplanting, slootkanten, wilgen knotten. Wat mij opvalt bij al die natuurbeschermende maatregelen is, dat handhaven van een evenwicht nooit als doelstelling wordt gehanteerd. Roofdieren (vossen) en roofvogels krijgen zo veel bescherming, dat hun prooidieren gedecimeerd worden. En dan maar klagen, dat de weidevogelstand zo achteruit gaat. De boeren hebben dat dondersgoed in de gaten, drijven de spot met het natuurbeschermingsbeleid en dit alles bevordert niet hun motivatie. Enige herijking lijkt mij verstandig. En kom dan niet aan met het verhaal, dat de natuur zelf voor correctie zorgt in deze zin, dat als alle prooidieren gedecimeerd zijn, de roofdieren vanzelf weer in aantal teruggaan.

Een andere kant van het natuurbesef is, dat natuur vooral opgevat wordt als levende natuur en dat er weinig aandacht is voor de basis van die levende natuur: bodem, moedermateriaal/grondsoort, (micro-)reliëf, helling, hoogteligging, waterhuishouding, (micro-)klimaat, vegetatietype. Als voor deze aspecten geen aandacht is, ondergraaf je de basis voor de biodiversiteit. Maar al deze aspecten hebben ook hun eigen intrinsieke waarde en dan met name allerlei bijzondere vormen in het landschap, waarin de geologische geschiedenis zichtbaar wordt. In Nederland moet vooral veel aandacht zijn voor het microreliëf. De kleine hoogteverschillen van 1 á 2 meter zijn bepalend voor de ontsluiting van het landschap, de bewoning, het kavelpatroon en het agrarisch bodemgebruik. Alles samen bepaalt de bijzondere waarde van een historisch landschap en doet menigeen al fietsend verzuchten: “Wat is Nederland toch mooi!” Dan hebben mensen het over cultuurlandschappen en niet over bos, hei en zandverstuivingen, ook geen echte natuur, maar door de mens bepaald. Wees zuinig op deze “public goods”.

Tenslotte nog iets over biobrandstoffen. Duidelijk is, dat ze in toenemende mate concurreren met voedselgewassen. Zo zorgen ze voor lokale voedseltekorten en in veel gevallen voor hogere voedselprijzen. Dat kan de bedoeling niet zijn. Mijn idee was altijd, dat het dwaasheid is goed landbouwgrond braak te laten liggen (dus niet vanwege een bepaald landbouwsysteem) om op die manier overproductie  tegen te gaan. Als je dan energie leverende gewassen verbouwt en daarbij zijn geen grote hoeveelheden kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen nodig, dan is dat een zinnige zaak. De opbrengsten vallen vaak tegen. De inspanningen zouden meer gericht moeten zijn op planten, die veel effectiever zonlicht omzetten in chemische energie en daarbij werden algen genoemd. Boeren kunnen met windmolens op hun grond en zonnecellen op de daken, met mestvergisting (biogas) en energieleverende broeikassen ook bijdragen aan een vergroening van de energievoorziening.

woensdag, 9 november 2011

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Jin Liqun: Europa kweekt luiheid en gemakzucht

In overig, china, economie, europa, inzicht, pensioen, politiek, sociale zekerheid, welvaart, en meer.
Waarom komt China voorlopig niet over de brug voor het Europese noodfonds? Jin Liqun is bestuursvoorzitter van het Chinese staatsinvesteringsfonds China Investment Corporation. Hij legt uit waardoor, in zijn optiek, de Europese economische problemen zijn ontstaan. De Chinezen vinden dat de Europeanen de problemen zelf veroorzaakt hebben. De Chinezen zijn de bemoeizucht van de Europeanen [...]

maandag, 7 november 2011

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Aardolie wordt steeds minder waard

Dit klinkt paradoxaal: aardolie is de afgelopen 10 jaar juist veel duurder geworden. Laat mij het uitleggen. In het begin van het olietijdperk kostte het weinig moeite om aardolie uit de grond te halen. Met één enkele boortoren konden duizenden vaten olie gewonnen worden. De olie spoot vanzelf uit de grond. Een kleine investering leverde [...]

zondag, 6 november 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

VVD wil Sinterkaas spelen.

In limburg, provinciale staten, provincie, burgers, politiek, pvv, coalitie, eerste, gedachte, en meer.
De VVD in Limburg wil Sinterklaas spelen met een ongelofelijk dom idee, maar de statencoalitie volgt hem.

In de krant van 4 november lanceert VVD Statenlid Clements Meerts het idee om mensen die géén bekeuring in het verkeer krijgen hiervoor te belonen. Een bonus van enkele tientjes per kwartaal. Goed gedrag moet worden beloond is de onderliggende gedachte, maar of dit moet betekenen of alle goede gedrag met geld moet worden beloond, dat lijkt me wat ver gaan. Meerts richt zich hier op de eerste plaats op mensen met een (brommer)rijbewijs, wat natuurlijk nogal wat verkeersdeelnemers uitsluit. Hieronder zijn er ook nogal wat die zich in het verkeer niet altijd correct gedragen en dus een stimulans voor beter gedrag kunnen gebruiken.

Daarbij komt dat degenen die voor verkeersovertredingen een bekeuring krijgen maar het topje van de ijsberg van de overtreders van verkeersregels vormen. Kwestie van pech hebben? Hoe vaak wordt er niet door rood licht gereden en wie rijdt er structureel harder dan de maximum snelheid? We zouden er enorm mee opschieten als het vanzelfsprekend wordt dat men zich aan de verkeersregels houdt! Het verkeer wordt niet alleen veiliger maar ook minder agressief en gejaagd en daardoor veel aangenamer om er aan deel te nemen. Als iedereen zich aan de normen houdt dan krijgt men daar een enorme maatschappelijke bonus voor.

Je kan het idee overigens ook vanuit de financiële kant beschouwen (doen politici graag). Even een rekensom met enkele grote aannames gemaakt (het gaat om een idee te krijgen van de orde van grootte). Stel er zijn gemiddeld 300.000 Limburgers met een rijbewijs die geen bekeuring krijgen. En die geef je per kwartaal € 20. Dan is dat een kostenpost van € 6 miljoen per kwartaal, dus € 24 miljoen per jaar. En dat tot in lengte van jaren? Volstrekt irreëel dus.

Het plan moet volgens Meerts worden uitgevoerd door het Centraal Justitieel Incassobureau dat ook de bekeuringen registreert en de acceptgiro’s uitschrijft. Zij weten wie ze niet moeten uitkeren, maar niet wie wel? En er staat in de krant niet bij wie het gaat betalen. Zou de VVD zo naïef zijn dat het CJIB de bonussen gaat uitkeren van het geld dat ze incasseren. Onder het motto dat het geld van de bekeuringen van de Limburgers in Limburg moet blijven? Dan wil men dus goede sier maken met het geld waarover de provincie helemaal niet kan beschikken? Dat zou politiek wel ongelofelijk dom zijn. Dus gaan we ervan uit dat de Provincie Limburg dat zelf gaat betalen. Maar waarvan? Op tal van terreinen wil de provincie bezuinigen. En provinciale staten vinden dat de € 1,1 miljard Essent-gelden op de bank moeten blijven staan om rendement op te leveren (wat in deze tijd al moeilijk genoeg blijkt).

Zouden de VVD en de rest van de coalitie dit ook al hebben bedacht? Of is hun inzicht in het functioneren van de provinciale overheid zo abominabel slecht? Of interesseert dit allemaal niet, als je maar in de krant komt en je kan profileren? Maar het kunnen toch alleen maar zeer goedgelovige en weinig nadenkende burgers zijn die je hiermee aanspreekt?
Echter, dat de PVV het bonusidee ondersteunt opent weer nieuwe perspectieven. Als we alle islamitische allochtonen die zich goed gedragen nu ook eens gingen belonen? Dat zou een aardige verbreding van het blikveld van de PVV zijn, die normaal het slechte benadrukt, dat alles in de juiste verhoudingen moet worden beschouwd.

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Peiling der peilingen: CDA zakt weg

In politiek, groenlinks, cda, christenunie, d66, debat, kort, maurice de hond, partijen, en meer.
Of u het nu leuk vindt of niet: peilingen spelen een belangrijke rol in het politieke debat. De benarde positie waarin het CDA verkeert wordt versterkt doordat peilingen inzicht geven in de steun voor die partij als er vandaag verkiezingen zouden zijn. Het was dan ook groot nieuws toen Maurice de Hond van Peil.nl deze partij nog maar elf zetels toedichtte. Niet echt leuk voor de christendemocraten, maar misschien ook iets om rekening mee te houden. Meer problematisch is het als verschuivingen van één of twee zetels worden ‘verklaard’ aan de hand van allerlei factoren, terwijl deze net zo goed het gevolg kunnen zijn van onzekerheden in de peiling. In de meest recente peilingen vallen vooral de verschillen tussen de twee grote peilingbureaus Synovate en Peil op.

Onderstaande tabel toont de meest recente peilingen van Synovate (Politieke Barometer) en Peil (Maurice de Hond). Verschillen in het blauw geven aan dat Synovate deze partij meer zetels toedicht, bij verschillen in het rood geeft Maurice de Hond een partij meer zetels. De ‘grote drie’ doen het duidelijk beter bij Synovate: 7 meer voor de PvdA, 3 meer voor CDA en VVD. Bij Peil doen de partijen aan de extremen van het spectrum het beter: SP krijgt van De Hond 6 zetels meer dan bij Synovate, D66 5, en de PVV 2 (dat laatste zou nog net binnen de foutmarge vallen). Dit verschil kan wellicht worden verklaard door de onderzoeksmethode: Peil.nl maakt gebruikt van een panel waarvoor je jezelf kunt aanmelden – dit trekt eerder mensen aan die politiek betrokken en ontevreden zijn.


Figuur 1: Overzicht verschillen laatste peilingen Synovate en Peil

Als we de informatie van de twee peilingbureaus samen nemen, komen we waarschijnlijk tot een meer genuanceerd beeld van de kansen van de partijen. Dit doe ik met behulp van een ‘Pooling the polls’ model van Simon Jackman dat ik eerder ook heb gebruikt bij de voorspelling van de uitslag van de Eerste Kamerverkiezingen. In de gebruikte versie gaat het model er vanuit dat gemiddeld genomen de metingen van de peilingbureaus kloppen. Hoewel deze aanname problematisch is (de steun voor de PVV werd bij de laatste verkiezing onderschat), kunnen we moeilijk anders, omdat we niet weten wat de ‘echte’ uitslag zou zijn. Het is lastig om de precieze uitwerking van het model kort toe te lichten, maar kortweg geeft het model een soort gewogen gemiddelde van de beschikbare peilingen (waarbij oudere peilingen steeds minder zwaar wegen). 

Figuur 2: Peiling der peilingen 4 november 2011 (grote partijen). In de grafiek staan percentages (met foutmarges), de getallen eronder geven de vertaling in zetels (de grijze getallen geven de minimum en maximumverwachting aan met 95% vertrouwen). De sterretjes in de balken geven aan dat er een statistisch significant verschil is tussen de betreffende balk en de meest recente peiling.


De VVD zou het volgens deze ‘Peiling der peilingen’ nu waarschijnlijk iets beter doen dan bij de verkiezingen vorig jaar, maar dit verschil is (net) niet statistisch significant. In de grafiek staan de percentages met de foutenbalk aangegeven; onderaan staan de bijbehorende zetelaantallen. Het model verwacht voor de VVD tussen de 32 en 35 zetels, waarschijnlijk 34. De middelste balk geeft de verwachting aan voor 30 dagen geleden. De electorale positie van de VVD is nauwelijks gewijzigd, want de balken voor deze en vorige maand zijn vrijwel precies even lang. De PvdA staat duidelijk op verlies, van 30 naar 18. Ten opzichte van vorige maand zijn de kansen van de partij ongewijzigd. De PVV staat op winst van 24 naar 27 zetels. Het CDA beleeft een sterke teruggang. In de Kamer heeft ze nu 21 zetels, vorige maand waren dat er volgens de Peiling der peilingen 15 en nu nog 12. Zowel het verschil met de Tweede Kamer als het verschil met vorige maand is significant, zoals de sterretjes in de balken aangeven. De SP staat op winst van 15 zetels nu in de Kamer naar een voorspelde 25. 

Figuur 3: Peiling der peilingen 4 november 2011 (kleine partijen). In de grafiek staan percentages (met foutmarges), de getallen eronder geven de vertaling in zetels (de grijze getallen geven de minimum en maximumverwachting aan met 95% vertrouwen). De sterretjes in de balken geven aan dat er een statistisch significant verschil is tussen de betreffende balk en de meest recente peiling.

Bij de kleinere partijen doet vooral D66 het goed. De partij stijgt van 10 naar ongeveer 17 zetels; stabiel ten opzichte van vorige maand. GroenLinks heeft duidelijk te lijden onder de verschillende kwesties in de partij (Kunduz, Peters) en daalt van 10 naar ongeveer 7 zetels. De ChristenUnie doet het wel iets beter dan in 2010, maar dat vertaalt zich waarschijnlijk nog net niet in zetelwinst. Ook bij de SGP (in percentage iets slechter) en de PvdD (in percentage iets beter) zien we geen wijziging in het aantal verwachte zetels.

Wat opvalt is dat de verschillen ten opzichte van de peiling van vorige maand vaak beperkt en meestal niet statistisch significant zijn. Het gaat immers in beide gevallen om een peiling met onzekerheidsmarges. Zelfs als we alle beschikbare informatie van de twee peilingbureaus combineren moeten we rekening houden met een foutmarge van ongeveer twee zetels voor grote partijen. Deze kleine verschuivingen kunnen net zo goed toevallig zijn als een echte verschuiving in de kiezersvoorkeur. Het is dus beter om naar de effecten op de langere termijn te kijken, want die zijn vaak wel statistisch significant. Dan zien we dat PvdA, CDA en GroenLinks verliezen en dat de PVV, SP en D66 duidelijk winnen. Dat is een veel belangrijker en relevanter gegeven dan de wekelijkse zetelpingpong waar nu vaak naar wordt gekeken.

zondag, 30 oktober 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

De managers en de professionals

In persoonlijk, weblog, zomaar een mening, bedrijf, bestuurscrisis, cijfers, columns, de telegraaf, facebook, en meer.

Gelukkig werd er dit weekend weer eens gewonnen in de competitie. Ook nog met ruime cijfers, tegen een ploeg waarmee we het anders altijd moeilijk hebben. Het leidde de aandacht, al was het maar voor even, af van de bestuurscrisis die schijnt te woeden in en om de Arena. Met dank aan de Telegraaf (spreekbuis van Cruijff) en Parool/AD (voor het broodnodige tegengeluid) weten we hoe gezellig het eraan toe gaat in de Raad van Commissarissen. Duidelijk is in elk geval dat er nog steeds geen nieuwe technisch directeur is en dat Cruijff nog meer vertrouwelingen in de Ajax-organisatie probeert binnen te krijgen. De kern van het probleem is volgens Cruijff “dat we verschillend denken. Zij zien Ajax als een beursgenoteerd bedrijf. Ik zie Ajax als een voetbalclub.”

Het conflict tussen Cruijff en co. en de anderen is een tegenstelling die in de bestuurskunde en organisatiewetenschap klassiek is geworden: managers tegenover professionals. Het is een tegenstelling die we ook in het onderwijs, in de zorg, in het openbaar vervoer en in veel andere sectoren tegenkomen. Sommigen zijn ervan overtuigd dat je niet goed in staat bent een ziekenhuis te leiden als je niet zelf ook operaties hebt gedaan, of dat je geen goede directeur van een middelbare school kunt zijn als je niet zelf ook voor de klas hebt gestaan. Vandaar de wens van Cruijff om overal in de organisatie ‘voetbalmensen’ in managementposities aan te stellen: je kunt alleen Ajax leiding geven, als je zelf ook hebt gevoetbald. En dan het liefst op een hoger niveau dan Beenhakker, Adriaanse of Van Gaal. Managers die niet die achtergrond hebben, zouden niet snappen hoe een voetbalclub geleid moet worden en zouden ook niet snappen hoe je binnen een club professionals (trainers) tot hun recht kunt laten komen.

Maar de tegenstelling tussen bedrijf en voetbalclub is misleidend: Ajax is natuurlijk allebei. Een stervoetballer is niet meteen een goede trainer en zeker niet meteen een goede manager. Wie op cruciale functies zit in een grote organisatie met veel personeel en een miljoenenbegroting, heeft er weinig aan dat hij in een ver of minder ver verleden zo’n mooie voorzet in huis had. Een deel van Ajax is een bedrijf en moet ook als een bedrijf worden geleid. Juist managers die niet beladen zijn met te veel voetbalachtergrond kunnen de professionals op de Toekomst en in de Arena de ruimte geven om hun kwaliteiten in te zetten. Te veel voetbalkapiteins op een schip leidt alleen maar tot gedoe over de koers, voordat de boot überhaupt kan gaan varen.

In de praktijk blijkt de tegenstelling tussen managers en professionals helemaal geen tegenstelling te zijn. Eerder zijn beide groepen complementair, als ze elkaar tenminste de ruimte geven dat te doen waar elk van beiden goed in is. Ik zou hopen voor mijn cluppie dat Cruijff ooit nog eens tot dat inzicht mag komen. Dan kunnen zowel Steven ten Have als Frank de Boer hun werk doen en staan we volgend jaar weer op het Museumplein. Of op zo’n troosteloze parkeerplaats, maar het gaat om het idee…

 

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2236 uur (93,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2,3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3