dinsdag, 17 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Misbruik in de Rooms-katholieke Kerk

In dossier aartsbisdom, bijeenkomst, geconfronteerd, kerk, kinderen, mannen, mensen, nederland.

Empathie gevraagd

De Rooms-katholieke Kerk maakt in Nederland een moeilijke tijd door. De misbruikaffaire hakt er in. Allerlei meningen komen naar voren. Intussen is het onder onze mensen geen populair gespreksonderwerp. We zijn het zat er alsmaar over te horen. De meesten van ons is het indertijd volkomen ontgaan. Meestal kennen we ook geen slachtoffer. De overgrote meerderheid van de priesters, fraters en nonnen gedroeg zich keurig. Zoals velen kan ik zeggen, dat ik nooit iets heb meegemaakt, terwijl ik bij nonnen op de kleuterschool zat, bij fraters op de Lagere school en op de kweekschool en intussen had ik vaak intensieve contacten met parochiegeestelijken. En toch hoor je volkomen onverwacht over de vernederende straffen voor een neef op een internaat voor kinderen en wat later over de vergeefse toenaderingspoging van een frater naar een klasgenoot. Er zijn in Nederland duizenden mannen en vrouwen, die de ellende van misbruik in hun jeugd levenslang meedragen. Het zijn mensen, die blijvend in nood verkeren. Je kunt er o zo gemakkelijk mee geconfronteerd worden. Dan kun je als mens voor die mens in nood iets betekenen. Luisteren naar zo’n lijdende mens en met hen het verdriet voelen en de woede en de bitterheid. En bedenken, dat het ook jouw kind of kleinkind zou kunnen overkomen en wat dat met jou zou doen.

Van onze bisschoppen wordt ook verwacht, dat zij zo met de slachtoffers meevoelen. Toen ik onze bisschop Wim Eijk op de TV zag en hoorde, kon ik daar weinig van merken. Ik zag een bestuurder, die verantwoording aflegde over zijn organisatorische aanpak van de affaire. Hij sprak ook over schaamte en verdriet en spijt, maar het waren slechts woorden. Van gevoelens van schaamte en verdriet en spijt werd niets zichtbaar of hoorbaar. Het was of hij zich had voorgenomen zich in alle opzichten te beheersen. Het leek ook of zijn vorige beroep van arts nog meespeelde en dat hij koel tot een diagnose kwam en precies wist welke behandeling nodig was en zich niet realiseerde, dat die mensen iets heel anders verwachten dan een pil of een poedertje. Wat zou het goed zijn als ook bisschoppen kinderen en kleinkinderen zouden hebben. Dan zouden ze geen gebrek hebben aan empathie, het vermogen om met iemand anders mee te voelen.

====================

Dit commentaar werd geschreven na de publicatie van het Deetman rapport. Het was bestemd voor ons parochieblad, maar er was te weinig ruimte, want de brief van de bisschoppen van drie A5 pagina's moest er per sé in. Tsja.

Intussen heeft deze bisschop tijdens een bijeenkomst met slachtoffers in Hengelo (Ov.) beloofd, dat zij voor een gesprek zullen worden uitgenodigd.

vrijdag, 30 december 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Integratie, participatie of…?

Op 18 september schreef ik onderstaand blog maar door de migratieproblemen met web-log publiceer ik het nu pas.

De Visienota integratiebeleid Gemeente Arnhem is toch wel een van de merkwaardigste beleidsnota’s die ik ooit heb gelezen. Eigenlijk moet ik bekennen dat het me volstrekt onduidelijk is wat nu de bedoeling is van de bestuurders met dit stuk.

Laat ik eens beginnen met de titel te ontleden. In de titel zit namelijk  al een contradictie, het is een visienota over integratiebeleid maar integratie moet bereikt worden via participatie. Dat geeft de wethouder ook al in zijn voorwoord aan, hij wil middels participatie van alle Arnhemmers integratie bevorderen en afstappen van doelgroepbenadering.

Op zichzelf is dat niet verkeerd, maar dan verwacht ik eerder een participatienota dan een beleidsstuk waar vervolgens wel voortdurend over integratie, bevolkingssamenstelling naar allochtone achtergrond en interculturalisatiebeleid wordt gesproken.

Doelgroepenbeleid is passè maar op pagina 14 staat: “Daarnaast verschillen etnische groepen onderling sterk, zowel cultureel als maatschappelijk. Er zijn bovendien grote verschillen tussen leden van de dezelfde etnische groep.” De taalfout, hoe slordig ook neem ik maar even voor lief maar ik vraag me wel af hoe je de verschillende etnische groepen wil gaan bereiken als je niet iets van doelgroepbenadering toepast. Dat is namelijk onmogelijk. Antillianen zijn niet op dezelfde manier te bereiken als Turken, om maar eens een willekeurig voorbeeld te noemen.

Deze nota ademt een hoog gehalte luchtfietserij uit. Nergens wordt ook maar een begin gemaakt met aan te geven hoe die participatie gerealiseerd moet gaan worden.

Ik ben zelf enkele jaren in opdracht van de KNVB actief geweest als Verenigingsbegeleider in Presikhaaf. Dit was een activiteit gelieerd aan het project van gemeente Arnhem, Meedoen Allochtone Jeugd door Sport. Daarin speelde juist die participatie, het betrekken van kinderen van allochtone afkomst bij sportclubs en vervolgens hun ouders, een essentiële rol. En dat was een hele kluif. Daar werd oa door Sportbedrijf Arnhem goed werk verricht. Sport en cultuur zijn de ideale instrumenten voor dialoog en het bereiken van mensen met diverse achtergronden. En de nota rept er met geen woord over.

Dagblad De Gelderlander kraakte in haar redactioneel commentaar de nota twee weken geleden tot op de laatste letter af. In mijn ogen volkomen terecht, de gemeenteraad van Arnhem moet dit plak- en knipwerk niet eens in behandeling willen nemen.

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Bij de politie

Notities, rapporten, de veiligheidsmonitor, als raadslid is het eigenlijk altijd zo dat je van alles krijgt aangereikt maar eigenlijk alleen maar op papier, of, zoals gelukkig steeds vaker voorkomt, niet op papier maar als digitaal bestand. Hetgeen dan weer mooi aansluit bij het papierloos werken. Maar wat we ook lezen, wat in de praktijk gebeurt proeven we nooit. Wil je dat wel, dan moet je de boer op. En dat doen we te weinig. We praten natuurlijk wel met veel mensen, maar hoe iets echt in de praktijk uitpakt zien we eigenlijk nooit. Dat ligt natuurlijk aan het raadslid zelf. Zo was ik nog nooit echt met de Politie op pad geweest. Dinsdag 27 december was het zover. Een middag/avond-dienst meedraaien met de Politie in Leek, met de wijkagent Martin Tillema op pad.

Jeugd- en jongerenwerk
Vooraf waren we tot de keuze voor de 27e gekomen vanwege de schoolvakanties en het vuurwerk. Het illegale spul dan wel te verstaan, de verkoop van het reguliere goedje is immers pas vanaf de 29e.  Daarnaast lag de nadruk op de jeugd. Leek kende redelijk wat onrustige jaren, van urinerende jeugd bij de Hema, samenscholing in en buiten de Liekeblom tot “gezellige” samenkomsten op Sintmaheerd en het parkeerterrein bij Nienoord. En natuurlijk voorheen het B-cafe, onderdeel van De Oude Ulo, het jongerenwerk, wat later verplaatst is naar de nieuwbouw Punt1. In 2003 bestonden er zelfs nog plannen voor Jongerenplekken, de JOP’s, een initiatief van de PvdA wat zo jammerlijk sneuvelde door een hoog “Not In My BackYard” gehalte bij een inderhaast opgetrommelde groep tegenstanders. Al met al reden genoeg voor mij om nu eens te kijken of er nog jeugdproblematiek was en zo ja op welk terrein.

Redelijk rustig
In mijn beleving is het al weer heel lang rustig wanneer het om jongeren gaat. Ik hoor of zie nauwelijks nog meer iets van ongewenste samenscholingen. Af en toe hoor je nog iets van vernielingen, maar of dat nou specifiek aan jongerenoverlast is toe te schrijven waag ik te betwijfelen. Tijdens de surveillance tijdens “mijn dienst” gebeurde er helemaal niets. Geen oproepen over de portofoon, geen meldingen, maar ook nagenoeg geen jongeren op straat. Ja, enkelen, op een bankje bij de Hema en de C1000. Maar slechts 2 of 3 jongeren, en dat kan je toch geen samenscholing noemen, om van overlast maar helemaal te zwijgen.

Vuurwapencontrole
Het beloofde dus een saaie avond te gaan worden. Tenminste, dat dacht ik. Martin Tillema had nog wat een petto: vuurwapencontrole. Na het drama in Alphen a/d Rijn is er door het justitieel apparaat hoog in gezet op o.a. de controle op vergunningen. De details laat ik buiten beschouwing, maar het was goed om te zien hoe dit is opgepakt door de Politie in Leek. Een dergelijke controle een keer meemaken was eigenlijk uitzonderlijk en het laat mooi zien hoe divers de Politietaken zijn. Een dergelijke controle is natuurlijk heel formeel, maar om te zien hoe hartelijk en informeel de Politie ontvangen wordt door de burger is best wel bijzonder.

Drugsoverlast
Waar je tijdens zo’n “rustige” dienst ook tijd voor hebt is eens echt kennis te nemen van wat dan wel problemen zijn die we ons moeten aantrekken wanneer het om de jeugd gaat: Drugs. En dan heb je het niet alleen over de gebruiker maar ook over de verkoper, de dealers. De criminaliteit die rond het onderwerp hangt maakt het dat we hier nog meer en vooral preventief op moeten inzetten. Naast preventie, waaronder samenwerking tussen scholen, politie en gemeente, moeten er echt programma’s komen waardoor dealers echt aangepakt en opgepakt kunnen worden. Als gemeenteraad kun je dat niet van je af laten glijden, juist in een tijd van bezuinigen zal hiervoor extra aandacht moeten komen. We moeten vol blijven inzetten op deze vorm van jongerenproblematiek.

Huisvesting Polen
Een heel ander aandachtspunt tijdens mijn werkbezoek was de huisvesting van Polen. Als raadslid ben ik uiteraard op de hoogte van panden in gemeentelijk bezit als voormalig Hotel Leek. Maar wat speelt er nog meer? En gaat het alleen om werkende Polen, of is er ook sprake van werkelozen die hier wonen?

Nieuwe wijkagent
Binnenkort is er weer genoeg te bespreken in het overleg tussen fractie en steunfractie, maar het zal duidelijk zijn dat het niet blijft bij alleen een verslag van dit werkbezoek. Martin Tillema vertrekt als wijkagent. Hij gaat naar de stad, en ik wens hem daar heel veel succes. Helaas blijft het bij deze ene keer, in gesprek met Martin. Ik heb het als zeer aangenaam ervaren. En voor de stad… jullie krijgen er een prima agent bij! De vervanger van Martin is ook al bekend, Gerrit Faber, nu nog werkzaam in Grootegast maar vanaf Januari in Leek. Ik ga zeer zeker een keer op de koffie bij hem. En het blijft niet bij die ene keer.

Mijn bezoek aan de Politie is waardevol gebleken en ik ben vast van plan om het onderdeel te laten zijn van mijn raadswerk. Een aanrader voor alle raadsleden trouwens.

maandag, 19 december 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Column over Cuthuis

8 december 2011

De GroenLinks ledenvergadering is druk bezocht in buurthuis Boschveld. Fractie en werkgroepen en wethouder doen verslag. Bart Eigeman vertelt dat je soms jaren in onzichtbaarheid aan iets werkt: zoals nu aan de transities jeugd en passend onderwijs in relatie tot Werken naar Vermogen en de AWBZ. Werken aan de lange termijn levert ook veel op: niet voor niets is onze gemeente Fietsstad 2011 geworden!! Wat ook zichtbaar wordt, is de aanpak Schone en Veilige wijken. Door heel direct contact met bewoners wordt betrokkenheid gestimuleerd met de mogelijk hele concrete verbetering in straat en buurt te realiseren.

GroenLinksraadslid Peter van Doremalen houdt een prikkelende column over de mogelijke komst van een puthuis op de Markt. Onderzoek wijst uit dat, op schilderijen van Jeroen Bosch “door dikdoeners Jheronymus genoemd” is te zien, dat het puthuis een plek was om ongezien de liefde te bedrijven….

zondag, 18 december 2011

Het menu: Blackberries

In het menu, niet op voorpagina, blackberries, katholieke kerk, nrc, pornografie, seksueel misbruik, angst, bom, en meer.
De verhalen over het seksueel misbruik in de rooms katholieke kerk slaan in als een bom. Het rapport van de commissie Deetman beschrijft gedetailleerd hoe perverse geestelijken pubers die aan hen waren toevertrouwd jarenlang tot seks hebben gedwongen. Het NRC Handelsblad schrijft dat een jongen in een volle klas op een seminarie de leraar oraal bevredigde achter de lessenaar. Dit was alleen mogelijk als de geestelijken streng leiding gaven. Iedereen in de klas wist het, niemand durfde er wat van te zeggen. Vermoedelijk was dit geen incident en gebeurde dit vaker op rooms katholieke scholen en instituten. Probeer deze scène eens te visualiseren. Als het niet zo pijnlijk was, zou je denken dat hier gaat om een beschrijving van een fragment uit een slechte pornofilm: Student sucks teacher. Zo iets kan alleen maar gebeuren in een cultuur van bevelen. Kinderen die vóór medio jaren negentig zijn groot geworden moesten hun ouders en opvoeders gehoorzamen. Zij hadden niets in te brengen. Zij hadden angst voor gezagdragers. Je zou willen dat de jeugd zestig jaar geleden al blackberries op zak had gehad. Zodat ze het seksueel misbruik (stiekem) op beeld had kunnen vastleggen. Dat had een hoop ellende kunnen voorkomen.

vrijdag, 16 december 2011

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

18+ op Terweijde

In stad, fair play, terweijde, agenda, bezig, college, discriminatie, fractie, gemeente, en meer.

Het was de bedoeling gisteren dat er in de raadsvergadering vragen gesteld en opmerkingen gemaakt konden worden over de stand van zaken in Terweijde. Helaas was het geen volwaardig punt op de agenda en kwam dit aardig in de verdrukking door het gestuntel van het college rond het museum. Daar moest eerst uitleg over gegeven worden, excuses aangeboden en veel vragen beantwoord.

De vragen over Terweijde werden gesteld, maar het waren er veel en tijd om ze fatsoenlijk te beantwoorden en te bespreken ontbrak. De mensen die speciaal daarvoor waren gekomen waren terecht teleurgesteld. Afgesproken is dat de vragen schriftelijk worden beantwoord en dat ze op de gemeentelijke website gezet gaan worden. In de raadsvergadering van 26 januari staat Terweijde weer op de agenda.

De GroenLinks fractie wil een reactie van het college op het bereiken van en aandacht voor de groep 18+.

Tijdens de Terweijde-avond op 24 november werd gezegd dat er voor de oudere jeugd niet veel te doen is. Huidige en toekomstige mogelijkheden tot vrijetijdsbesteding (brede-schoolactiviteiten) voor de groep jongeren die buiten Culemborg op school zitten zijn niet relevant. En nu ook nog Fair Play weg moet…. Het jongerencentrum richt zich meer op de jongere jeugd tot 15 jaar. Een deel van de groep 18-plussers heeft geen werk, geen uitzicht, vaak geen diploma, stageplek moeilijk te vinden; jongeren verliezen de moed, werd gezegd. Jongeren denken zelf dat discriminatie een rol speelt en proberen het dan ook niet meer als ze worden afgewezen. Ze melden zich niet bij het ParticipatieHuis en krijgen geen uitkering. Op de Terwejde-avond werd ook gezegd dat de  instantie die zich bezig moet houden met het voorkomen en beperken van vroegtijdige schooluitval bij jongeren tussen de 18 en 23 jaar (de RMC) zeer passief is. Wanneer een leerling van het Mbo niet meer op school komt, nemen ze wel een keer contact op, maar daar blijft het bij.

Deze opmerkingen moeten we serieus nemen. Juist het goed aanpakken van deze groep is relevant want “opvallend is dat veel (Marokkaanse) mannen van rond de 30 een slechte maatschappelijke positie hebben: geen werk, geen relatie of gezin en/of drugsgebruik” staat in het verslag dat van die avond voor de raad is gemaakt.

Deze groep mengen met de jeugd die in de Salaamander komt lijkt me geen goed idee. Dat de gemeente een jongerencoachingsproject start is een goede zaak. Gemeenten breken zich vaak het hoofd over hoe ze bepaalde (moeilijke) doelgroepen kunnen bereiken. Waar de groep 18-plussers te vinden is, is bij Fair Play, want daar voelen ze zich thuis. Zonder overlast in de buurt. Om die reden is SMVC bij Fair Play gaan zitten. Deze organisatie heeft de contacten en probeert met particuliere financiering jongeren naar werk of opleiding te begeleiden. De rol die SMVC en Fair Play spelen bij het bereiken van deze jongens en de korte lijntjes naar hun netwerk worden, naar mijn smaak, onderbelicht. Wat betekent het als Fair Play verdwijnt? Is het waar dat gemeente of het jongerenwerk nooit ’s avonds bij Fair Play zijn geweest als deze groep daar is?

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Na de commissie Deetman…

In religie, seksueel misbruik, aantallen, boete, de kerk, december, eerste, gedrag, geweld, en meer.

Nu de commissie Deetman haar rapport heeft uitgebracht – 1400 bladzijden die ik nog niet gelezen heb – is het goed om enkele kritische vragen op een rijtje te zetten. Over de commissie zelf, over de uitkomsten van het onderzoek en over de reactie van de kerkelijk verantwoordelijken.

Zo’n anderhalf jaar geleden kwamen de berichten over grootschalig seksueel misbruik op rooms-katholieke internaten naar buiten. Heel verrassend was dat niet, want het was uit andere landen al bekend. In navolging van die andere landen en onder druk van de publieke opinie besloot de kerk een commissie in te stellen onder leiding van Wim Deetman die dat tot op de bodem zou uitzoeken.

De commissie

Ik schreef daar op 17 maart 2010 over dat het echte probleem niet in het celibaat ligt, maar dieper verankerd is in het systeem van de kerk: “Centraal in de misbruikaffaire is het hele systeem waarin toezicht en openheid ontbraken, waarin misbruikincidenten werden toegedekt of verzwegen en waarin daders eenvoudigweg werden overgeplaatst.”

Toen Deetman zijn onderzoeksopzet presenteerde, vroeg ik op 8 mei 2010 aandacht voor “inzicht in de verschillende typen daders en hoe die zich verhouden tot het systeem.” Ik was en ben blij met de breedte en de grondigheid van het onderzoek. Ik ben ook opnieuw bevestigd dat Deetman vaak een goede pastorale toon weet te treffen. Mijn vragen over de deskundigheid van de commissie zijn niet helemaal beantwoord, maar de presentatie van het rapport geeft wel vertrouwen in de kwaliteit.

Bij het eerste deelrapport (over de hulp aan slachtoffers) was ik teleurgesteld. Op 11 december 2010 schreef ik dan ook dat Deetman alles zo bestuurlijk had aangepakt dat de behoeften van slachtoffers buiten beeld raakten. Dat leek me kwalijk voor het vertrouwen in de commissie en daarom ook in de kerk. Met zijn eindrapport blijkt Deetman veel vertrouwen te hebben herwonnen, zeker ook omdat hij de kerk al een tijdje zeer kritisch oproept echt gehoor te geven aan de slachtoffers.

Anders dan sommige anderen heb ik nooit zo getwijfeld aan de onafhankelijkheid van de commissie. Ik vind het zelfs van belang dat de kerk zijn verantwoordelijkheid nam en opdracht gaf tot dit onderzoek. Die onafhankelijkheid lijkt nu ook buiten kijf, zeg ik met natuurlijk de nodige slagen om de arm.

De uitkomsten

Wat heeft de commissie Deetman opgeleverd aan nieuwe inzichten? Het meest in het oog springen de aantallen. Enige tienduizenden gevallen van misbruik, waarvan enkele duizenden ernstig. Rond de 10 % van alle Nederlanders boven de 40 is in de jeugd op ongewenste wijze seksueel benaderd buiten het gezin. Onder rooms-katholieken ligt dat percentage iets hoger, maar dat heeft vermoedelijk vooral andere dan kerkelijke redenen. Wel is er een groot verschil tussen kinderen in instellingen en daarbuiten: op instellingen liepen kinderen een twee keer zo hoog risico. Daarbij was er geen verschil tussen rooms-katholieke en andere instellingen. Uit de feitelijke meldingen zijn 800 plegers te identificeren, waarvan er nog ruim 100 in leven zijn. Overigens is het aandeel van geestelijken onder de plegers niet hoog te noemen. Daarnaast weten we dat nog steeds jaarlijks 100.000 kinderen slachtoffers worden van seksueel, lichamelijk en psychisch geweld.

Het zijn schokkende aantallen, maar ze wijken niet wezenlijk af van wat we al wisten over seksueel misbruik. Dat komt – erg genoeg – veel vaker voor dan we willen weten of kunnen verdragen. En dat het in autoritaire situaties als internaten nog vaker voorkomt, verbaast ook niet in het licht van internationaal onderzoek. Het mag ook niet de aandacht afleiden van de hoge aantallen slachtoffers van seksueel en lichamelijk geweld binnen gezinnen. Dat is het meest schokkende: dat het zo wijdverbreid is.

Kerkelijke reacties

Het meest onthullend en onthutsend lijkt het rapport waar het zichtbaar maakt hoe bisschoppen en andere kerkleiders reageerden op signalen van seksueel misbruik. Tot heel kort geleden suggereerden ze naar buiten toe dat ze er eigenlijk weinig of niets van wisten. “Wir haben es nicht gewusst.” Deetman laat zien dat men het wel degelijk kon weten en ook wist. Misschien dacht men dat het om geïsoleerde gevallen ging, of dat het met straf en overplaatsing over zou gaan. Feit is dat men al in de jaren vijftig ruimschoots signalen had en dat er ook in die tijd al misbruikschandalen naar buiten kwamen.

Kenmerkend voor de eerste decennia is het zinnetje in de samenvatting van het rapport: “Bij de ontwikkeling van een bestuurlijke aanpak was in die tijd de individuele pleger het uitgangspunt. Er was geen structurele benadering van de problematiek.” Het was echter ook een structureel probleem, wat blijkt uit het feit dat een aantal plegers ook zelf in hun jeugd slachtoffer was: “Er zijn aanwijzingen dat seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens de eigen kweek wellicht tot de interne kloostercultuur heeft behoord. Wanneer de verantwoordelijke superieuren (waarschijnlijk of zeker) op de hoogte waren van misbruikgevallen, was overplaatsing (eventueel naar het buitenland) één van de meest toegepaste maatregelen. Boete doen, overplaatsing en eventuele behandeling was aantrekkelijker dan uitzetting uit de orde om verlies van leden of een schandaal te voorkomen.”

Sinds de jaren tachtig is de aandacht voor seksueel misbruik sterk toegenomen. Dat geldt ook in de kerk, maar de bisschoppenconferentie heeft niets gedaan met stukken die ook toen al op tafel kwamen en aandacht vroegen voor misbruik van minderjarigen. Men volgde zelfs de regel van het Vaticaan niet dat pedoseksuele plegers uit hun ambt moesten worden gezet. Voor een deel vinden we dit negeren en miskennen ook buiten de kerk, maar de kerkelijke verantwoordelijken hebben heel erg lang de andere kant opgekeken en zich meer zorgen gemaakt om de reputatie van de kerk dan om het welzijn van slachtoffers.

Ik was met dit alles in gedachten erg benieuwd naar de kerkelijke persconferentie. De vertegenwoordigers van de bisschoppen en van de ordes en congregaties reageerden op het rapport. Aanvullend stuurden de laatsten nog een open brief aan de slachtoffers en ook kardinaal Simonis gaf een officiële reactie. Komende zondag zal een brief van de bisschoppen worden voorgelezen in de kerken. Duidelijk klinken woorden van spijt en schaamte, primair over de plegers van het misbruik, maar ook over de verantwoordelijken die tekortschoten. Ook is er bereidheid om hulp te bieden en schadevergoeding, maar vooral ook erkenning voor het aangedane kwaad.

Is het genoeg?

Dat is allemaal van belang, maar het is voorlopig niet genoeg om het vertrouwen te herstellen. Nog steeds ontbreekt de fundamentele zelfkritiek van de kerk. Daar geeft het rapport Deetman overigens wel genoeg bouwstenen voor.

Seksueel misbruik vraagt niet alleen om een potentiële pleger en een potentieel slachtoffer, maar ook om omstandigheden. Om een setting, een systeem dat het risico verhoogde. De visie op ambt en kerk gaf een machtspositie aan de plegers en maakte het problematisch om klachten goed op tafel te krijgen. En de visie op seksualiteit is op zijn best ambivalent te noemen. Van een deel van de plegers moeten we zelfs zeggen dat ze door de kerk gekweekt zijn.

Het is dan ook niet bevredigend om alleen spijt te betuigen en te spreken over de schuld van individuen. Dat is lang genoeg gedaan. Om schoon schip te maken, is een veel zelfkritischer houding nodig. Niet meer de morele gelijkhebberij die de kerk vaak kenmerkt, maar kritisch kijken naar de eigen visie en de mogelijke schadelijke gevolgen daarvan.

Ik zie dat nog niet gebeuren. Ja, de hulpverlening is verbeterd en er worden schadevergoedingen uitgekeerd. De klachtenprocedures en opleiding van priesters verbeteren ook. Maar echte zelfkritiek is helaas nog ver te zoeken. Het blijft dus de vraag hoe veel de rooms-katholieke kerk van het rapport Deetman leert.


zaterdag, 10 december 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Lol: hangjongeren in 1947

In het Polygoonjournaal werd 64 jaar geleden nog niet gesproken over hangjongeren, maar over bandeloze jeugd of baldadige jongeren. Ter leringh ende vermaeck, en vooral ter relativering…pownews anno 1947 over k.tnederlandertjes.


woensdag, 7 december 2011

John Jorna

John Jorna

Aleid Truyens en de brief van minister Van Bijsterveldt

In column van de week, december, kinderen, minister, resultaten, 2011, midden, oplossing, weer, en meer.

OPEN ZENUW GERAAKT?   2.

Aleid Truyens is een van mijn favoriete columnistes in de Volkskrant. Op pagina V10 en 11 van dinsdag, 6 december 2011 beschrijft zij, als altijd zeer waarheidsgetrouw en realistisch de wijze waarop moderne welvarende ouders omgaan met hun kinderen. Wat een inspanningen leveren de ouders om hun kinderen in allerlei opzichten  een goede opvoeding te geven. Hun  lichamelijke ontwikkeling moet goed verlopen, dus worden ze naar de sportclub gebracht. Kinderen moeten muzikaal gevormd worden, dus worden ze naar muziekles gebracht en zo kunnen we nog even doorgaan.

Aleid wijst er ook op, dat haar ouders zich echt niet zo goed inspanden. Daar zit hem uiteraard ook precies de crux, waar het om draait. Kinderen worden tegenwoordig enorm overbelast. Zelfs voor eens lekker uitrazen buiten op straat is door de lokkende computerspelletjes en de verkeersonveiligheid geen gelegenheid. Kinderen krijgen ook alles wat hun hartje begeert. Aleid zal er vast en zeker op letten, dat alle speelgoed vormend en verantwoord is. Helaas geldt dat niet voor alle ouders. Aleid beschrijft nauwkeurig hoe het mogelijk is, dat sinds 1985 een generatie is opgegroeid, die alles kreeg, wat ze wilden en als mamma eens nee zei het midden in de supermarkt op een krijsen zette, zodat ik slechts met de grootste moeite de neiging kon onderdrukken het kind een fikse draai om de oren te geven – uiterst onpedagogisch volgens moderne opvattingen – en de moeder voor de zoveelste keer maar weer toegaf. En dat wist het kleine kreng natuurlijk heel goed. Die generatie wordt door het Bureau Motivaction de “Grenzeloze generatie” genoemd. Hen zijn nooit grenzen gesteld en ze kennen voor zich zelf ook geen grenzen. Het is prachtig beschreven, af en toe ook hilarisch en tegelijk beangstigend in: “De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders”. Recent verscheen: “De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V.IK”.

De minister heeft kennelijk naar de resultaten van alle opvoedingsinspanningen gekeken en is daar terecht niet blij mee. Ze denkt, dat nog meer verwennerij de oplossing is, terwijl het zaak is, dat de ouders hun kinderen weer leren wat de waarde is van matigheid is en zelfbeheersing en iets over hebben voor een ander en beleefdheid en je echt inspannen om iets te bereiken en zelfstandigheid en luisteren naar anderen.

Jaargang 4, Nr. 191.

dinsdag, 6 december 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Juf Marja

In politiek, adhd, autisme, balkendende, basisonderwijs, betutteling, bezuinigingen, bureaucratie, cda, en meer.

Bijna haastig maakte Marja van Bijsterveldt deze week haar plannen voor dertig Tv-zenders in het standaardpakket wereldkundig. Uitzuigerij van kabelmaatschappijen pikt Marja niet langer. Een fijne bliksemafleider voor onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Want wie dacht dat we na vechtkabinet Balkenende XVIII van de christelijke betutteling af waren, komt bedrogen uit.

Marja van Bijsterveldt kondigde vorige week aan dat ze wilde dat ouders zich meer met scholen gingen bemoeien. Ouders moeten meer tijd vrijmaken om voorleesvaders en luizenmoeders te zijn, schoolreisjes te begeleiden en de ontwikkeling van hun kinderen een centrale plek te geven. En dat durft Marja van Bijsterveldt best te zeggen in een tijd waarin de gemiddelde meester of juf nu al gek wordt van ouders die vinden dat hun kind toch net dat beetje aandacht meer verdient. Wat dat betreft heeft Marja met één punt wel een punt: ouders gedragen zich steeds als consumenten.

Want in de huidige assertieve en kindgerichte cultuur is elk kind een prinsje of prinsesje. Zeker wanneer ouders gescheiden zijn, wat tegenwoordig eerder de regel dan de uitzondering is, wordt het welbehagen van het kind met hand en tand (en een grote berg Sinterklaascadeautjes) verdedigd. De bedroevende kwaliteit van onze PABO’s en onze PABO-studenten zorgen bovendien voor een steeds groter wordend wantrouwen tegen leraren. En daar hebben juist de succesvolle PABO’ers, die niet na een jaartje knutselen afhaken, ontzettend last van. Voor een juf of meester goed en wel op stoom komt met zijn klas, komen hele roedels ouders al vertellen hoe het allemaal beter kan, vooral voor hun eigen kroost. Dat het merendeel van onze jeugd bij de eerste scheet die dwars zit al een stempeltje met ADHD of autisme meekrijgt, zal daarbij ook niet erg helpen.

Experts zijn het erover eens dat de kwaliteit van het onderwijs op te lossen is met meer geld op de juiste plek, en minder bureaucratie. De ongebreidelde fusiedrang in onderwijsland, onder druk van de krappe budgetten, bewijst zichzelf al jaren als slechte ontwikkeling. Maar juf Marja gaat het anders oplossen, niks geen geld erbij! In plaats van de positie van leerkrachten in het (basis)onderwijs te versterken, wil ze de ouders nog meer invloed geven in de klaslokalen van Nederland.  Een belachelijk idee.

Een belachelijk idee, niet alleen  omdat het indruist tegen de wens van het kabinet dat de vrouwenparticipatie op de arbeidsmarkt groter wordt, maar vooral omdat ouders nu eenmaal geen pedagogische professionals zijn. Er is niet voor niets een opleiding nodig om voor de klas te mogen staan. En een belachelijk idee omdat ouders een klas nooit subjectief kunnen bekijken, omdat hun eigen kind natuurlijk ‘bijzonder’ is. Die illusie is fijn voor de opvoeding thuis, maar funest voor het onderwijs. Een klas met dertig bijzondere kinderen voorzien van een wensenlijstje van de bezorgde, invloedrijke en betrokken ouders wordt al snel onbestuurbaar. Misschien moeten we Marja van Bijsterveldt een weekje voor de klas zetten…


vrijdag, 25 november 2011

Raymond van Es

Raymond van Es

Dode dagen

In persoonlijk, de deur, dode, dood, ervaring, foto's, gelukkig, gewoon, huis, en meer.
De dagen lijken soms eindeloos als je aan huis gebonden bent. Gelukkig is het in mijn geval maar tijdelijk. Ik zit drie maanden thuis vanwege een gebroken been. Door mijn gebroken been heb ik ook relatief weinig fut om dingen te doen. Ik lees wat, ik surf wat op internet, ik schrijf eens wat, ik kijk wat televisie. Zo breng ik mijn dagen door. Alles wat ik doe gebeurt binnen die paar vierkante meter van mijn huis. Dat is het ergste; dat ik niet zelfstandig de deur uit kan. Dat geeft erg het gevoel dat ik opgesloten zit. Ik voel me soms net een gevangene die zijn dagen aftelt. De dagen lijken leeg en dood. Het zijn dode dagen. Dagen van eindeloze verveling. Dode dagen in een dode wereld. Samuel Beckett heeft de verveling op een beklemmende wijze weergeven;

Dode wereld, zonder lucht. Dat zijn ze, je herinneringen. Hier en daar, op de bodem van een krater, de schaduw van verwelkt mos. En nachten van driehonderd uren. Dierbaarste aller lichten, bleek, zwak, minst onbenulligste aller lichten.Wat een ontboezemingen. Hoe lang kan het geduurd hebben, vijf minuten, tien minuten? Ja, niet meer, nauwelijks meer. Maar het schittert er nog van, mijn randje hemel. Vroeger telde ik, telde ik tot driehonderd, vierhonderd, en ook bij andere dingen, bij regenbuien, klokgelui, het gekwetter van mussen in de ochtend, telde ik, of voor niets, zomaar om te tellen, en dan deelde ik door zestig. Dat verdreef de tijd, ik verslond het heelal. Nu niet meer. Men verandert. Als men ouder wordt.


Het is de verveling van de eindeloze slapeloze nachten; 'nachten van driehonderd uren'. Nachten waarin je in je bed ligt te woelen en je in een eindeloos zelfgesprek wacht tot het ochtend wordt. Het zijn de eindeloze dagen die maar niet voorbij willen gaan. De wijzers die trager dan slakken voortkruipen over de wijzerplaat. De tijd die toch voorbij blijkt te gaan en ongemerkt zijn sporen achterlaat. In de spiegel zie je de sporen die de tijd heeft achtergelaten. De slakkkensporen van de tijd. Onuitwisbare groeven die zeggen dat je jeugd voorbij is. Voor je het ziekenhuis in ging had je nog een redelijk normaal gezicht. Gewoon de verlopen kop v`n een veertiger. Nu wordt je in de spiegel aangestaard door een doodshoofdaapje. Dit is dus wat er van me overblijft. Een vervallen lichaam, een ruïne. Je kunt jezelf niets meer wijsmaken. Elke dag is een stap op weg naar het graf.
Je telt de 'regenbuien, klokgelui, het gekwetter van mussen in de ochtend' en, zou ik toe willen voegen, het vallen van de bladeren, het zoemen van de koelkast, de minuten op de wijzerplaat, de dagen op de kalender.
De tijd valt weg in de verveling, of speelt eigenlijk geen rol meer. De tijd is zinloos als deze geen begin of einde kent. Het besef van tijd valt ook weg. De tijd kan eindeloos traag zijn, maar ook aan je voorbijvliegen omdat er geen momenten zijn die je vast zou kunnen houden. De tijd is in de verveling een amorfe duur. Verveling duurt een eeuwigheid.
Normaal gesproken kan je dagen waarop er niets te doen valt breken door even naar buiten te gaan. Gewoon even een ommetje maken, even wat boodschappen doen, even de stad in. Dat alles is niet mogelijk als je aan huis gebonden bent door een gebroken been. Ik kan het huis niet uit zonder hulp. Langzaam aan komt het moment naderbij dat ik weer mobiel ben. Straks zal het normale leven weer een aanvang nemen. Dan zal het me makkelijker vallen de verveling op een afstand te houden.
De verveling begon al in het ziekenhuis. Het verblijf in het ziekenhuis is een eindeloze oefening in geduld. Je komt binnen bij de spoedeisende hulp. Je veronderstelt dat je dus wel een spoedgeval zal zijn. In jouw geval is er van spoed geen sprake. Je ligt eindeloos te wachten terwijl je verrekt van de pijn. Eindeloos wachten tot ze foto's van je been maken, eindeloos wachten tot je been in het gips mag. Vervolgens mag je wachten tot de artsen besloten hebben wat er met je moet gebeuren. Je ligt dan weer eindeloos te wachten op de gang van een ziekenhuis. Je hebt alleen gezelschap van de pijn. Dan krijg je te horen dat je in het ziekenhuis moet blijven en begint het wachten op de operatie. De volgende dag wordt je nuchter gehouden en lig je eindeloos te wachten tot iemand je komt vertellen dat je naar de OK mag of niet. Er komen een paar artsen naar je been kijken en verder gebeurt er niets. Je blijft weer achter met je pijn. Om half zes krijg je te horen dat de operatie die dag niet meer door kan gaan. Je moet nog even wachten. Je moet wachten tot de volgende dag. In de tussentijd kan je eigenlijk niets. Je hebt te veel pijn en bent te suf om echt iets te lezen. Je probeert wanhopig je gedachten te ordenen, maar die vliegen alle kanten op. Er is niets waar je enige troost in kunt vinden. Je bent de macht over je leven kwijt. Je bent overgeleverd aan anderen. Je kunt niets meer zelfstandig. Deze machteloosheid is het ergste. Niets is erger dan de macht over je eigen leven kwijtraken, zelfs als deze macht een illusie is. Gewoon zelf je was en je boodschappen kunnen doen, gewoon zelf kunnen koken, gewoon zelf naar buiten kunnen als jij dat wilt. Naar dit soort dingen kan ik enorm verlangen. Er zijn geen soms geen ingewikkelde bespiegelingen nodig. Vrijheid is het vermogen om te kunnen gaan en staan waar je wilt. Soms heb je niet meer nodig dan dit om je vrij te voelen. Wanneer je gevangen zit blijkt vrijheid heel eenvoudig te zijn. Ik heb een voorproefje gekregen van wat me te wachten staat op min oude dag als mijn lichaam versleten is en me gevangen houdt.
Nog even en ik kan deze ellende weer achter me laten. Het zal gelukkig niet eeuwig duren, al voelt het soms wel zo. Straks kan ik weer naar buiten in de frisse lucht van de vrijheid. Stapje voor stapje ga ik de vrijheid tegemoet. Voorlopig strompel ik nog voort, maar straks stap ik weer voort met kwieke tred. Weer vrij en een ervaring rijker.

dinsdag, 22 november 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Jeugd over grenzen

In bartcam, jongeren, utrecht, utrechtse, 2011, gemeenten.

28 oktober 2011

Op uitnodiging van de Utrechtse gedeputeerde deelt Bart Eigeman Brabantse ervaringen om de transitie Jeugdzorg goed vorm te geven. Dat vraagt goed samenspel tussen gemeenten en provincie: niet houden wat we hebben maar uitgaan van jongeren in hun dagelijkse omgeving!

maandag, 21 november 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Positief Jeugdbeleid

In bartcam, arnhem, jongeren, samen, 2011, staatssecretaris, wethouder, workshop, zoo.

10 oktober 2011

In de Zoo in Arnhem is een prima biotoop om over Positief Jeugdbeleid door te denken. Honderden betrokken komen samen op een conferentie van Nji en VNG. Wethouder Bart Eigeman leidt de workshop van wethouders uit het land: wat zijn succes- en faalfactoren om positief jeugdbeleid vorm te geven. De Staatssecretaris doet ook actief mee (magentakleurige jurk).

In het forum ‘s middags wordt aan Bart gevraagd wat de stip op de horizon is voor jeugdbeleid: “stip op de horizon? Als je in beweging bent verandert de horizon telkens! Dus ik hecht meer waarde aan een kompas. En welk kompas geeft beter richting dan jongeren zelf? Niet jongeren, maar volwassenen zijn de hobbel om tot positief jeugdbeleid te komen!”

donderdag, 20 oktober 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Lof Bossche aanpak Jeugdwerkloosheid

In bartcam, eindhoven, jongeren, muziek, noord, regio, roc, 2011, brabant.

5 oktober 2011

De landelijke afsluiting Aanpak Jeugdwerkloosheid vindt plaats in De Orangerie in ‘s-Hertogenbosch. Vele regio’s laten een actieve aanpak zien. Bart Eigeman is trekker voor heel Brabant (25.000 jongeren hebben een Leer/Werkplek te danken aan deze aanpak) en in t bijzonder ook voor de regio Noord-Oost Brabant. Deze regio krijgt van het ministerie een extra pluim voor de voortvarende aanpak! Leerlingen van ROC Eindhoven laten horen dat er muziek in hen zit!

maandag, 10 oktober 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

De jeugd van tegenwoordig deugt

In blog, debat, donker, jongeren, kinderen, kort, media, onderzoek, sociale media, en meer.
Deze blog verscheen ook op de website van GroenLinks Amsterdam.

JAA! doet ieder jaar onderzoek naar wat er speelt onder Amsterdamse jongeren. Daar brengen ze dan een JAA! Headlines Krant over uit en ze organiseren een debat. Dit jaar was het debat in de Openbare Bibliotheek, ik was er bij en viel van mijn stoel.

Ruim honderd jongeren gingen met elkaar in debat over straatcoaches, twitteroorlogen op school en sexuele voorlichting. Bij dat laatste onderwerp zou je een doodse stilte verwachten, gegiechel dat maar niet op houdt of stoere jongens die in het anonieme donker van de zaal domme dingen roepen. Niets daarvan. Iedereen deed mee. Jongens, meiden, alle rangen en standen, kleuren en afkomsten, ze droegen allemaal bij aan het gesprek. Ze luisterden naar elkaar en zeiden zinnige dingen. Ja, ze wilden het hebben over tienermoeders, loverboys en homoseksualiteit. Want lang niet al hun ouders hadden het daarover en ze vonden dat niet goed. En op school de bloemetjes en de bijtjes nog eens doornemen? Dat kenden ze nou wel. Ze waren openhartig, terwijl ze heus wel wisten dat die ene opmerking over flirtende homo’s niet correct was.
Een van de debatleiders gaf onbekommerd zijn microfoon uit handen. Regel 1 van het voorzitten – meende ik geleerd te hebben – was dat je dat nooit moest doen. Maar nee, ze zeiden wat ze wilden zeggen, kort en bondig en gaven de microfoon daarna gewoon terug. Dan volwassenen, die de microfoon nooit meer los laten en zichzelf eindeloos herhalen.

Ze zeiden zulke zinvolle dingen, dat ik me begon af te vragen of het echt wel onzin was, wat ze daarvoor over sociale media op school hadden gezegd. Dat je daar echt veel tijd aan moet besteden en dat je je telefoon toch echt aan moet houden in de klas. Nu ik het opschrijf vind ik weer onzin, maar misschien is het geen jeugdige overmoed en onbezonnenheid en moet ik vooral kritisch staan tegenover mijn eigen verouderende normen.

Maar wie in mijn bijzijn binnenkort weer begint over de jeugd van tegenwoordig en dat kinderen zich vroeger toch beter wisten te gedragen, die krijgt lik op stuk. Maar wel met respect!

zondag, 2 oktober 2011

Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Hyves Linkedin Twitter GR

Meedraaien nachtdienst politie Meppel nuttige ervaring

In algemeen, gemeenteraad, meppel, veiligheid, gevonden, groenlinks, hoop, hulp, jongeren, en meer.

Logo Politie Meedraaien nachtdienst politie Meppel nuttige ervaringEen paar maand geleden hebben we binnen de raad een discussie gevoerd over het invoeren van camerabewaking in de binnenstad van Meppel. GroenLinks diende toen een motie in die raadsleden opriep een keer mee te draaien met de nachtdienst van de Politie in Meppel. De motie is toen weliswaar niet aangenomen, maar de burgemeester heeft voor Jan Wessels (Sterk Meppel) en mij geregeld dat we zaterdag mee konden draaien.

Tegen 24.00 uur werden Jan en ik  opgehaald door de politiechef Lineke Bennema. Zij nam ons eerst mee naar het bureau waar wij een verklaring van geheimhouding ondertekenden. Dit zijn we natuurlijk wel gewend. Als raadslid ga je ook niet alles wat je vanuit je functie hoort naar buiten brengen.

Ik vond het een hele enerverende gebeurtenis. Direct bij aankomst bleken er een tweetal personen opgepakt te zijn voor lichamelijke mishandeling. Aan ons werd de procedure van voorgeleiding uitgelegd. De politiechef fungeert als hulp voor de officier van justitie.

We liepen tegen 01.00 uur met de politiechef de ronde mee door de stad. De andere agenten waren ook of lopend, dan wel per auto of op de bike in de stad aanwezig. Wij gingen langs de punten waar mogelijk overlast kon voorkomen. Er vond op een bepaald moment handgemeen plaats tussen een burger en de politie met als gevolg een tweede arrestatie. Het viel mij op dat de busjes ter ondersteuning van die politieagenten snel ter plekke waren. Vervolgens een briefing. Daarna gingen de politieagenten weer de stad in op het tijdstip dat andere cafés dichtgingen en er een stroom op gang kwam van bezoekers die dan naar de Lord gingen. Ook waren een drietal mensen op het bureau zeker 1,5 uur bezig allerlei processen verbaal en rapportages op te stellen die met de arrestaties te maken hadden. De politie is dus nog steeds veel tijd zoet met allerlei administratieve handelingen.

Tussendoor was er voor ons heel veel gelegenheid om vragen te stellen. Alle politieagenten waren heel open tegen ons en bereid het een en ander uit te leggen. Het meest interessante vond ik de bikers (twee personen) die met een mobiele camera op pad gingen. Men kan dan ter plaatse het gebeuren vastleggen wat later als bewijsmateriaal voor de rechter kan worden gebruikt. Dat is – zo vertelden zij ons – handiger dan vaste camerabewaking omdat de criminele kern slim genoeg is buiten die camera’s te blijven.

Het politiecorps van Meppel kent veel politieagenten die bekend zijn met de Meppeler situatie en de pappenheimers onderhand wel kennen. En tja. Waar hebben we het dan over in Meppel? Volgens de politiechef is er een vaste kern van 20 jongeren die als crimineel aangemerkt kan worden.  En wat is dat in relatie tot die paar duizend jongeren die in een nacht Meppel aandoen? De criminaliteit valt dus eigenlijk wel mee.

Dat wil niet zeggen dat we niet naar de oorzaken moeten kijken van de problemen die zich voordoen. En dan ook een belangrijke vraag meenemen: wie is hier verantwoordelijk voor? Ik heb zelf de indruk dat de Politie wel heel veel verantwoordelijkheid in de schoenen krijgt geschoven.

Wanneer we de balans opmaken, zien we dat die nacht twee keer arrestaties plaats hebben gevonden en een enkel proces-verbaal is uitgeschreven. Meest voorkomende oorzaak: overmatig alcohol wel of niet in combinatie met drugs. En dat probleem los je echt niet met camerabewaking op!

Wat dat betreft kies ik er liever voor nog eens goed met elkaar in gesprek te gaan over de oorzaken van de problemen. Zo signaleert de politie bijvoorbeeld dat jongeren onder de 16 jaar in toenemende mate veel alcohol  gebruiken. Natuurlijk kun je daar jongeren zelf op aanspreken, maar de ouders moeten we ook niet vergeten. En hoe scherp wordt er binnen de horeca gecontroleerd op leeftijd?

Verder wordt de politie geconfronteerd  met personen die psychische problemen hebben. Er is dan niet direct hulp voorhanden. De politie is wel 24 uur in touw, maar er zijn nog genoeg hulpdiensten die kantoordiensten hebben. In het gunstigste geval moet men dan 5 uur wachten voordat er ‘s nachts hulp komt. Dat kan toch eigenlijk niet?

En dan komen we toch weer terug op het integraal jeugdbeleid dat ervoor moet zorgen dat geen jongere buiten de boot valt. De praktijk is weerbarstig. Het Centrum Jeugd en Gezin blijkt bij de politie nog niet genoeg te landen.  De politie is wel erg blij met de buurtnetwerken waar men de geconstateerde problemen in kan brengen. Ik hoop dan ook van ganser harte met de politie samen dat de buurtnetwerken blijven voorbestaan.

En hoe nu verder? Ik hoop dat andere raadsleden zich nu ook aanmelden om eens mee te draaien. De politie beschikt over veel expertise. Laten we die kennis ook gebruiken in de discussies die nog gaan komen over camerabewaking.

Ik wil politiechef Lineke Bennema en haar team van politieagenten van harte bedanken voor de hartelijke ontvangst op het bureau en de vele aandacht die ze aan ons hebben besteed. Ik heb veel respect gekregen voor het geduld waarmee de politieagenten de burgers tegemoet  treden.

 

 

zondag, 25 september 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Hans van Mierlo

In d66, heldenschetsen, partij van de arbeid, pvda, vvd, algemeen, politiek, groenlinks, homohuwelijk, en meer.

Het einde van de week is daar. Zondag. En dat betekent: een nieuwe heldenschets! Eerder kwamen Andrée van Es en Jan Schaefer aan bod. Wie zal dit keer met heroïsche flegmatiek het digitale toneel betreden? Ook vandaag weer een nieuwe held voor de groene, linkse en/of progressieve politiek.

Hij begon zijn loopbaan als journalist voor het Algemeen Handelsblad. Daar leerde hij Hans Gruijters kennen, destijds politicus namens de VVD. Beiden afkomstig uit Brabant besloten zij als belangrijkste initiatiefnemers in 1966 een nieuwe partij op te richten: Democraten ’66. Als langdurig voorman van deze progressieven groeide de held van deze week uit tot één van de meest populaire politici van de twintigste eeuw. Namens D66 was hij fractieleider in de Tweede Kamer, Eerste Kamerlid, minister van Defensie, minister van Buitenlandse Zaken en vicepremier. Deze imposante carrière sloot hij af met de eretitel van Minister van Staat. Een titel die hij verkreeg vanwege zijn grote diensten voor de Nederlandse politiek. Zo was hij medeverantwoordelijk voor de meest progressieve regeringen die Nederland heeft gehad: de twee Paarse kabinetten en het kabinet-Den Uyl. Tot en met zijn dood in 2010 behoorde hij tot Nederlands’ meest gerespecteerde staatsmannen. De held van deze week is: Hans van Mierlo.

Vorig jaar lente overleed Hans van Mierlo op 78-jarige leeftijd in Amsterdam. Met zijn dood nam Nederland afscheid van één van haar meest welbespraakte politici van de voorbije eeuw. Gevleugelde uitspraken lieten hem triomferen in de politieke arena. “Macht bestaat in de fantasie van mensen die het niet hebben” en “Oorlog is niet één drama van miljoenen. Oorlog is miljoenen malen het drama van één” zijn slechts twee van zijn verbale hoogstandjes. Ook voor mij was Hans van Mierlo een icoon. Het schoolvoorbeeld van een oprecht, integer en charismatisch politicus.

In 1966 begon het succesverhaal van Hans van Mierlo in de nationale politiek. Met drieënveertig gelijkgestemden besloot hij tot de oprichting van een nieuwe, progressieve partij: D66. Het jongste kindje van het Nederlandse partijenstelsel moest via de ‘ontploffingstheorie’ de binnenlandse politiek drastisch democratiseren. Burgemeesters en premiers rechtstreeks kiezen, een districtenstelsel en grootschalige invoering van referenda: dat waren de kroonjuwelen van de vernieuwingspartij. Het klonk zowaar revolutionair! Met deze standpunten en zijn charmante uitstraling sloten Van Mierlo en D66 uitstekend aan bij de opvattingen van de zich uit de zuilenmaatschappij worstelende jeugd. Bij de Tweede Kamerverkiezingen kreeg de partij dit dan ook terugbetaald. Met 7 zetels bestormde D66 het parlement. Een ongekend hoog aantal voor het nog verstijfde, verzuilde Nederland.

Onder leiding van Hans van Mierlo groeide D66 uit tot een van de bepalende gezichten in de progressieve hoek. De Bredanaar zocht nadrukkelijk de samenwerking op met de Partij van de Arbeid en de PPR, een voorloper van GroenLinks. Zo beklonken deze drie partijen, mede op initiatief van Van Mierlo, de samenwerking in 1971 door een schaduwkabinet te vormen tegen het kabinet-Biesheuvel. De Nederlanders moest hiermee gewezen worden op het (betere) alternatief dat ze te kiezen hadden. Met Van Mierlo als vicepremier in deze silhouetregering bleek dit de opmaat voor de linkse overwinning van 1972. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis werd er met Joop den Uyl als premier een progressief kabinet gevormd. Alhoewel Van Mierlo een geesteskindje geboren zag worden, was de verkiezingsuitslag bitterzoet. Dankzij de overwinningen van PvdA en PPR kon de formatie beginnen. Zijn eigen D66 zakte echter van 11 zetels terug naar 6. Toen daarbij de PvdA in 1977 het idee voor een grote Progressieve Volkspartij, waarin de genoemde drie partijen verenigd zouden zijn, definitief liet varen, verliet Van Mierlo teleurgesteld de nationale politiek.

Niet voor lang, bleek al snel. Begin jaren ’80 werd HAFMO (de koosnaam die Van Mierlo kreeg door hem alleen bij zijn initialen te noemen) namelijk voor het eerst minister. Defensie werd zijn portefeuille in de kortdurige kabinetten-Van Agt II en III. Naast een bevlogen politicus trad Van Mierlo nu ook toe tot de bestuurlijke politieke top van Nederland.

Dit was de vooravond van zijn grootste wapenfeit. In 1986 keerde Hans van Mierlo terug als politiek leider van D66. De partij stond destijds, onder leiding van Maarten Engwirda, op nog slechts twee zetels in de peilingen en had naarstig behoefte aan het Van Mierlo-effect. De terugkeer van de grote man werd een succes. Dat jaar nog behaalde D66 negen zetels in de Tweede Kamer. En de groei hield niet op. Uiteindelijk resulteerde dit in het recordaantal zetels van 24 voor D66 in 1994. De democraten verkregen zo een machtige onderhandelingspositie bij de kabinetsformatie. Hans van Mierlo wist dat het nu moest gebeuren: een kabinet zonder confessionele partijen. Ondanks tegenwerking van zowel de PvdA als de VVD, slaagde de Brabantse sterpoliticus. De vorming van Paars lukte! Met Wim Kok als minister-president namen D66, PvdA en VVD in de zomer van 1994 zitting. Voor het eerst had Nederland een kabinet zonder deelname van christen-democraten.

Zelf zat Hans van Mierlo alleen als minister in Kok I. Als bedenker van de paarse kabinetten gaat een groot deel van de eer voor de geweldige mijlpalen van deze regeringen niettemin eveneens naar de meesterretoricus. Het homohuwelijk, euthanasie en opschorting van de dienstplicht zijn slechts enkele hoogtepunten waar menig progressief hart een salto om maakt. Hans van Mierlo en D66 bewezen met deze verworvenheden en de creatie van de kabinetten-Paars definitief hun waarde voor de Nederlandse politiek.

Ditmaal tevreden nam Hans van Mierlo in 1998 definitief afscheid van de landelijke politiek. Minister van Volksgezondheid Els Borst nam zijn rol over als politiek leider van D66. Alhoewel Van Mierlo een graag geziene gast bleef in politieke bladen en programma’s, verdiepte hij zich steeds meer in de literaire en intellectuele wereld. Daar leerde hij schrijfster Connie Palmen kennen. Met haar had hij vanaf 1999 een relatie en trad hij een jaar voor zijn overlijden in het huwelijksbootje.

Hans van Mierlo. Met D66 maakte hij de pieken en dalen van de politiek mee. Een ding staat als een paal boven water: dankzij hem kreeg progressief Nederland een duidelijke boost en zijn verworvenheden binnengehaald die anders ondenkbaar zouden zijn geweest. Een politicus waarvan er maar weinigen zijn geweest in Nederland. Hans van Mierlo: een held!

De toegift van vandaag is het eerste verkiezingsfilmpje van D66. Hans van Mierlo heeft de hoofdrol en maakte zich met deze unieke opname in een slag immens populair.


dinsdag, 20 september 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Column door wethouder Lenie: “Catch 22 in de huidige tijd”

In divers, acties, ah, analyse, arbeidsmarkt, beperking, betalen, bezuinigen, burgers, en meer.

Een artikel geschreven door onze wethouder Lenie Scholten, treffende analyse van waar we in de gemeente tegenaan lopen! Lezen dus!

Lenie_Scholten_1

Veel mensen met een psychiatrische aandoening komen we tegen in onze dagelijkse praktijk, de maatschappelijke opvang (dak en thuislozen), Centrum voor Jeugd en Gezin, overlast gevende gezinnen in kwetsbare buurten, of in de bijstand.
Veel van deze mensen komen in de problemen omdat hun sociale netwerk van familie en vrienden is afgehaakt, men leeft in een isolement met een moeilijk hanteerbare aandoening. Vaak is er ook geen duidelijke diagnose gesteld omdat men de psychiatrie zolang mogelijk ontwijkt. Daarmee ontbreekt ook een adequate behandelmethode waardoor gedragsproblemen jarenlang voortslepen. Dit zijn met name de mensen die wij tegen komen in onze gemeentelijke voorzieningen.
Met de afname van de intramurale bedden in de GGZ is de groep mensen die zelfstandig woont met een psychiatrische beperking enorm gegroeid. Datzelfde geldt overigens ook voor een geheel andere groep mensen met een verstandelijke beperking.

Dankzij ambulante begeleiding zijn zij in staat om een zo normaal mogelijk zelfstandig leven te leiden. Persoonlijk zie ik dit als een enorme vooruitgang. In plaats van mensen ‘weg te stoppen’ in opvangvoorzieningen, proberen we hen zoveel mogelijk een normaal leven te laten leiden. Dat dat niet altijd tot rozengeur en maneschijn leidt moge ook duidelijk zijn.

Van deze beide groepen zijn velen werkzaam in de sociale werkvoorziening of hebben een uitkering. Beide groepen mensen met een psychische aandoening èn mensen met een verstandelijke beperking worden zwaar getroffen door de bezuinigingsmaatregelen van dit kabinet.

Het gaat namelijk in een stad als Eindhoven om tussen de 3 à 4 duizend mensen die nu verspreid over de stad vooral in buurten met veel sociale woningbouw wonen.

Buurten waar de leefbaarheid soms toch al onder druk staat. Acceptatie en tolerantie vooral voor mensen met een psychische aandoening is toch al moeilijk, zeker als de begeleiding en behandeling onder druk komen te staan en mensen terugvallen in onaangepast gedrag (gordijnen altijd dicht, vervuiling in en om het huis, verwaarloosd uiterlijk, gedragsoverlast e.d.).

En dan slaat een progressieve beweging van normalisering van mensen met een beperking om in een negatieve beweging van intolerantie en spanningen in een wijk tussen bewoners. En dat dreigt te gaan gebeuren als gevolg van het huidige kabinetsbeleid.

Ongeveer 3500 mensen in Eindhoven krijgen begeleiding aan huis, waarmee een zelfstandig leven mogelijk is. Deze nu nog AWBZ gefinancierde individuele begeleiding wordt nu over geheveld naar de gemeente. Prima, ware het niet dat die overheveling gepaard gaat met een forse korting op het budget. Een gemeente als Eindhoven moet al 55 miljoen bezuinigen, structureel, dus ruimte om deze korting extra bij te passen is er niet.

Als mensen nog in behandeling zijn bij GGZ of anderszins, en de meeste hebben een chronische aandoening die slechts beperkt met medicatie beheersbaar is, moeten ze dadelijk een forse eigen bijdrage gaan betalen. En het aantal behandelingen wordt gemiddeld ook minder. Uit landelijk onderzoek blijkt dat mensen met een psychische problematiek in sociaal economisch opzicht een 30% lagere inkomenspositie kennen.  Risico is aanwezig dat mensen de behandeling stop gaan zetten omdat ze het moeilijk kunnen betalen of er niet eens aan beginnen en zorg gaan mijden.

De instellingen worden ook gekort, met alle gevolgen vandien. Er zullen meer wachtlijsten ontstaan. Mensen die acuut en snelle hulp nodig hebben kunnen niet adequaat geholpen worden.

Wij zijn nu alles op alles aan het zetten zijn om kwetsbare burgers zoals deze mensen in hun eigen kracht te zetten en zoveel mogelijk regie over het eigen leven te geven, ondanks alle beperkingen. Economische zelfstandigheid is daar een belangrijke factor in. Via werkervaringsprojecten proberen we hen met tussenstappen geleidelijk op de gewone arbeidsmarkt te krijgen.

En dan worden we geconfronteerd met de nieuwe wet werken naar vermogen. De sociale werkvoorziening wordt een sterfhuisconstructie, specifieke uitkeringen worden afgeschaft en vervangen door de soberder bijstand, mensen moeten zoveel mogelijk aan het werk. Het klinkt zo mooi: iedereen moet werken naar vermogen en zoveel mogelijk in het eigen onderhoud voorzien. Prima, niets mis mee. Deze mensen willen dat ook maar al te graag! Maar als dat niet gepaard gaat met maatregelen die de arbeidsmarkt openbreken voor mensen met een beperking, dan gaat dat niet lukken. Wat hebben we immers geleerd van de maatregelen van de afgelopen jaren/decennia? De WAGW, de WAO, allerlei pogingen de uitstroom uit de WSW te vergroten, de Melkertbanen, en ga maar door. Om deze mensen in een metaalbedrijf, ziekenhuis, achter de kassa bij AH te krijgen, dat lukt nauwelijks vanwege de wurgende eisen die wij aan de arbeidsproductiviteit stellen.

Sommigen lukt het gelukkig wel, gesteund met de juiste behandeling en goede begeleiding. En daar wordt nu dus op bezuinigd. Eigen bijdrage stijgt enorm, daar heb je inkomen voor nodig. Je kunt pas werken als je de juiste behandeling hebt gehad. Maar om de eigen bijdrage daarvoor te kunnen betalen moet je eerste hebben gewerkt. En zo komt men in een onmogelijke spagaat terecht. Een typische catch 22 situatie, waarin iemand twee acties moet verwezenlijken die afhankelijk zijn van elkaar en tegelijkertijd als eerste gerealiseerd moeten zijn.

Het Kabinet bijt zichzelf in de staart. Kwetsbare mensen vallen weer terug naar AF. En de lokale overheid worden de instrumenten uit handen geslagen waarmee zij van kwetsbare burgers krachtige burgers kan maken.

Lenie Scholten

Wethouder zorg en welzijn

Gemeente Eindhoven

Bovenstaande artikel heeft Lenie Scholten geschreven voor het blad Geestelijke Gezondheidszorg

maandag, 12 september 2011

Michel Klijmij-van der Laan

Michel Klijmij-van der Laan

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr GR DWARS

Dile(h&)mma

In gemeenteraad, gouda, politiek, binnenstad, h&m, keuzes, raadswerk, winkels, burgers, en meer.

Iedereen wil iets, en toch loopt het niet goed. De komst van de H&M heeft heel wat stof doen opwaaien. Ondernemers en jeugd kunnen niet wachten tot deze keten aan de Kleiweg komt. Een leuke winkel erbij, een trekker voor de binnenstad en leuke kleren waarvoor je niet meer naar Rotterdam of elders hoeft. Maar toch.

Omwonenden hebben problemen met het plan. Te groot, veroorzaker van een onveilig hoekje, en mogelijk verlies van parkeerplaatsen op de Slapperdel erachter. Ze willen wel een H&M, maar niet op deze manier.

Tijdens de verkennende sessie woensdag bleek dat de loopgraven zijn ingenomen. De projectontwikkelaar ging het plan niet meer aanpassen, en of we een beetje op wilden schieten want het duurde allemaal al zo lang. Bewoners voelen zich niet serieus genomen. Desondanks blijven ze bereid te praten over de mogelijkheden.

Komende woensdag is het debat en mogen we als raad deze gordiaanse knoop gaan doorhakken. Keuren we de vergunning goed, dan worden de omwonenden boos op de gemeente. Vragen we om uitstel, dan komt er mogelijk geen H&M en wordt de rest van de stad boos.

Zoals ik afgelopen zaterdagochtend in Morgenstond al zei: als de wethouder slim is, gaat hij zo snel mogelijk om de tafel met omwonenden. Formeel, of informeel, met een biertje erbij (afhankelijk van het tijdstip). Want er valt nogal wat vlot te trekken. En hoe mooi zou het dan zijn als we woensdag bij het debat horen dat er een tussenweg mogelijk is, die de H&M mogelijk maakt op een manier waar iedereen mee kan leven. Een mooi gebaar naar de bewoners, zodat de keuze vóór een H&M wat makkelijker wordt gemaakt. Zodat ook duidelijk is dat het belang van onze burgers serieus wordt genomen, ook als de grote jongens uit ondernemersland op de stoep staan.

woensdag, 7 september 2011

Michel Klijmij-van der Laan

Michel Klijmij-van der Laan

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr GR DWARS

Symboolpolitiek blowen zuigt

In andere partijen, gemeenteraad, gouda, groenlinks, politiek, drugs, beleid, de wereld, gedoe, en meer.

“Zou jij naar een coffeeshop gaan als die dichtbij school is?”, vroeg ik een (18-jarige) leerling onlangs. “Nee, veel teveel gedoe, zonde van je pauze”. Zo zie je maar, puberale luiheid is dankzij ons liberale softdrugsbeleid belangrijker dan een verboden genot. Desondanks vinden partijen als Trots op NL en het CDA dit een mooi puntje voor wat symboolpolitiek. In het regeerakkoord is afgesproken dat coffeeshops minstens 350 meter van scholen af moeten liggen. Net als de animal cops een belangrijke maatregel voor de veiligheid van ons land. Of zoiets.

Al meer dan 90% van de coffeeshops voldoet aan die norm, hoe willekeurig die ook is. In  Gouda is dat lastig (evenals vrijwel iedere andere grotere stad), want het is een compacte stad met aardig wat scholen verspreid door de stad. Meer dan 25 basisscholen en 8 middelbare scholen (en nog wat speciaal onderwijs) is die norm lastig te handhaven. Aangenomen dat er geen overlap is, heb je het over meer dan 30 maal een oppervlakte van 385.000 vierkante meter. Dan is ongeveer driekwart van Gouda verboden gebied voor coffeeshops. Al die verplaatsingen moeten natuurlijk betaald worden, en zo ben je als gemeente dus weer een hoop geld over de balk aan het gooien.

En waarvoor? Een coffeeshop in de buurt van een school maakt qua gebruikers niet uit. De minimumleeftijd is 18, dus hooguit een klein deel van de zesdeklas van het VWO kan legaal naar binnen. En als een school daar niet op handhaaft heeft de school een probleem, net als wanneer leerlingen alcohol zouden kopen in een supermarkt (dat mag al vanaf 16 – of de regering daar ook wat aan wil doen!) onder lestijd. Sluiting van coffeeshops in de buurt van scholen zorgt dan ook niet voor een afname van blowende leerlingen.

Drugsgebruik in de wereld, bron: University of NSW, Australia

Nederland heeft juist een drugsbeleid om trots op te zijn, en effectief. In Nederland worden minder drugs gebruikt dan in andere landen met een strenger beleid. Dat is goed nieuws voor de volksgezondheid. Nederlanders behoren tot de gezondste mensen ter wereld. Onze jeugd wordt dankzij de coffeeshops niet blootgesteld aan vage straatdealers met fout spul. Laten we daar nou trots op zijn, in plaats van onze voorsprong weg te geven.

Zijn er dan geen problemen? Natuurlijk wel. Er zijn regelmatig klachten van omwonenden over parkeeroverlast rondom coffeeshops. De Wilhelminastraat is daar een bekend voorbeeld van. Maar als daar een afhaalchinees zou zitten zou je dezelfde problemen kunnen krijgen. Dat is een kwestie van handhaven. Of, als blijkt dat de eigenaar best mee wil werken aan een verhuizing, gewoon regelen dat hij ergens anders kan zitten waar de buurt minder overlast ervaart. En maak de eigenaar maar mede-verantwoordelijk voor het terugdringen van de overlast, dan zorgt hij daar wel voor.

Maar we moeten ons niet gek laten maken met symboolpolitiek uit Den Haag die de veiligheid en gezondheid van onze inwoners verslechtert, of iets onmogelijks van ons vraagt. Een norm van 350 meter is in een dichtbevolkte stad als Gouda onhaalbaar en is koren op de molen van illegale drugsdealers. In Haarlem wordt er wel nagedacht: via een keurmerk worden coffeeshops veiliger gemaakt. Dat zou ook iets voor Gouda kunnen zijn. Maar laten we beginnen met simpelweg het huidige beleid goed te handhaven, dat scheelt al veel meer problemen dan die 350 meter kan veroorzaken.

 

Symboolpolitiek blowen zuigt

In mensen, nederland, nederlanders, nieuws, overlast, partijen, problemen, regering, scholen, en meer.
"Zou jij naar een coffeeshop gaan als die dichtbij school is?", vroeg ik een (18-jarige) leerling onlangs. "Nee, veel teveel gedoe, zonde van je pauze". Zo zie je maar, puberale luiheid is dankzij ons liberale softdrugsbeleid belangrijker dan een verboden genot. Desondanks vinden partijen als Trots op NL en het CDA dit een mooi puntje voor wat symboolpolitiek. In het regeerakkoord is afgesproken dat coffeeshops minstens 350 meter van scholen af moeten liggen. Net als de animal cops een belangrijke maatregel voor de veiligheid van ons land. Of zoiets.
Al meer dan 90% van de coffeeshops voldoet aan die norm, hoe willekeurig die ook is. In Gouda is dat lastig (evenals vrijwel iedere andere grotere stad), want het is een compacte stad met aardig wat scholen verspreid door de stad. Meer dan 25 basisscholen en 8 middelbare scholen (en nog wat speciaal onderwijs) is die norm lastig te handhaven. Aangenomen dat er geen overlap is, heb je het over meer dan 30 maal een oppervlakte van 385.000 vierkante meter. Dan is ongeveer driekwart van Gouda verboden gebied voor coffeeshops. Al die verplaatsingen moeten natuurlijk betaald worden, en zo ben je als gemeente dus weer een hoop geld over de balk aan het gooien.
En waarvoor? Een coffeeshop in de buurt van een school maakt qua gebruikers niet uit. De minimumleeftijd is 18, dus hooguit een klein deel van de zesdeklas van het VWO kan legaal naar binnen. En als een school daar niet op handhaaft heeft de school een probleem, net als wanneer leerlingen alcohol zouden kopen in een supermarkt (dat mag al vanaf 16 - of de regering daar ook wat aan wil doen!) onder lestijd. Sluiting van coffeeshops in de buurt van scholen zorgt dan ook niet voor een afname van blowende leerlingen.
Nederland heeft juist een drugsbeleid om trots op te zijn, en effectief. In Nederland worden minder drugs gebruikt dan in andere landen met een strenger beleid. Dat is goed nieuws voor de volksgezondheid. Nederlanders behoren tot de gezondste mensen ter wereld. Onze jeugd wordt dankzij de coffeeshops niet blootgesteld aan vage straatdealers met fout spul. Laten we daar nou trots op zijn, in plaats van onze voorsprong weg te geven.
Zijn er dan geen problemen? Natuurlijk wel. Er zijn regelmatig klachten van omwonenden over parkeeroverlast rondom coffeeshops. De Wilhelminastraat is daar een bekend voorbeeld van. Maar als daar een afhaalchinees zou zitten zou je dezelfde problemen kunnen krijgen. Dat is een kwestie van handhaven. Of, als blijkt dat de eigenaar best mee wil werken aan een verhuizing, gewoon regelen dat hij ergens anders kan zitten waar de buurt minder overlast ervaart. En maak de eigenaar maar mede-verantwoordelijk voor het terugdringen van de overlast, dan zorgt hij daar wel voor.
Maar we moeten ons niet gek laten maken met symboolpolitiek uit Den Haag die de veiligheid en gezondheid van onze inwoners verslechtert, of iets onmogelijks van ons vraagt. Een norm van 350 meter is in een dichtbevolkte stad als Gouda onhaalbaar en is koren op de molen van illegale drugsdealers. In Haarlem wordt er wel nagedacht: via een keurmerk worden coffeeshops veiliger gemaakt. Dat zou ook iets voor Gouda kunnen zijn. Maar laten we beginnen met simpelweg het huidige beleid goed te handhaven, dat scheelt al veel meer problemen dan die 350 meter kan veroorzaken.

vrijdag, 5 augustus 2011

Michel Klijmij-van der Laan

Michel Klijmij-van der Laan

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr GR DWARS

Kaasrate

Al zo’n vijf jaar worden overal in het land vechtsportactiviteiten gebruikt om met name allochtone jongeren te betrekken bij sportclubs, integratie te bevorderen en sociale problemen te voorkomen. Dit kwam voort uit een programma van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de evaluatie hiervan was positief:

Zowel de harde cijfers als de inzichtgevende verhalen uit interviews en observaties laten zien dat vechtsport een belangrijke bijdrage kan leveren aan weerbaarheid, agressiebeteugeling en persoonlijke groei. Juist voor maatschappelijk kwetsbare jeugd biedt vechtsport mogelijkheden tot het verbeteren van hun psychosociale welzijn en maatschappelijke (re)integratie. Gekwalificeerde vechtsporttrainers met sportinhoudelijke én pedagogische kennis en vaardigheden vormen hierbij een sleutelrol. De opgetekende ‘harde’ en ‘zachte’ resultaten laten zien dat vechtsport geen wondermiddel is dat altijd werkt, maar tonen vooral ook de inspirerende persoonlijke én maatschappelijke beloften van vechtsport.

Genoten van karate?

Ergens in maart werd bedacht om met deze ervaren organisatie in zee te gaan om probleemjongeren discipline bij te brengen op een manier die bij hun beleveniswereld aansluit. Dat past helemaal in het veiligheidsbeleid (preventie en perspectief bieden), waarbij criminelen worden bestraft maar je probeert om te voorkomen dat jongeren tot criminaliteit afglijden. Je zou het zelfs kunnen zien als een onorthodoxe maatregel. Aangezien de meeste overlast wordt veroorzaakt door Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn die de doelgroep die prioriteit krijgt hierbij. Ook dat is beleid, en dat wordt breed gedragen – van Trots op Nederland tot en met GroenLinks.

Het NIVM (Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij) krijgt de opdracht en brengt dit eind juli naar buiten. Ook op Forum Gouda kwam het nieuws langs, waarna het een week lang stil bleef. Geen reactie, geen verontruste politici, helemaal niets. Tot het AD kopte over Marokkaanse probleemjongeren, met de melding dat het niet voor criminele jongeren bedoeld is. GeenStijl denkt “dat kan sappiger” en verzint er fietsendieven en verkrachters bij die graties naar de karate mogen. En all hell breaks loose.

Ineens worden er vragen gesteld, ineens ontploffen de Goudse twitteraccounts. Want je moet wel laten zien als politicus dat je “not amused” bent. En natuurlijk wordt er schande gesproken hierover. Dat het al op andere plekken in het land gebeurt doet er niet toe. Het gaat over Marokkanen en Gouda, dus het is totale gekte. Of het effectief is wordt al bijna niet meer gevraagd in de publieke opinie, het gaat alleen nog maar over “voor hun is het graties en voor ons niet”. En dat terwijl we moeten bezuinigen!

Om die laatste ballon maar gelijk lek te prikken: zo simpel is het niet. Ja, we moeten bezuinigen. Maar omdat veiligheid nou eenmaal een belangrijk issue is in Gouda is afgesproken dat op veiligheid niet wordt bezuinigd. In die pot geld zit bovendien nog wat geld van het Rijk dat alleen maar aan veiligheid mag worden uitgegeven, naar aanleiding van een busoverval in 2008. Dat geld kan dus niet naar armoede, zorg of de gewone sportsubsidies. Dus gaat het naar een project dat de veiligheid kan verbeteren. En ja, Marokkaans-Nederlandse jongeren hebben prioriteit omdat daar meer problemen zijn, dus dan wordt het daaraan besteed.

Ja maar, waarom voor hun gratis en niet voor mij? Ook simpel. Er gaan jaarlijks al miljoenen euro’s naar alle Goudse kinderen, via sportclubs, onderwijs, culturele instellingen, enzovoort. Het geld zit verspreid over allerlei potjes dus vergeef me dat ik het exacte bedrag niet weet, maar reken maar op tientallen tot honderden euro’s per Gouds kind (de volledige begroting is zo’n 2500 euro per Gouwenaar) voor zaken waar ieder kind gebruik van kan maken. Plus potjes als de Geld-Terug-Regeling zodat je je kind ook kan laten sporten als je niet zoveel geld hebt.

Een hoop gedoe dus om een plan dat op meerdere plaatsen voorkomt, past in ons beleid en niet ten koste gaat van de gewone Gouwenaar. Dat wordt verziekt in de media door halve waarheden, aannames en tendentieuze berichtgeving, waardoor het enige criterium waarop je dit af moet rekenen (hoe effectief is het? en zelfs Theo Krins is daar positief over) uit het oog verdwijnt. De ironie is ook dat de bevolking enerzijds vraagt om de veiligheid te verbeteren, met name waar het gaat om de problemen met Marokkaans-Nederlandse jongeren, maar als dat dan daadwerkelijk gebeurt de eerste reactie is “waarom wordt er voor hun nou wel wat gedaan?”.

Je zou er haast agressief van worden. Is daar een cursus voor?

maandag, 1 augustus 2011

Herman Folkerts

Herman Folkerts

Twitter

Doorleren is voor de elite, werkelijkheid of mythe?

In jeugd, doorleren is voor de elite, tegengeluid, hoe kan dat nou?, banen, boeken, college, criminaliteit, euro, en meer.
Ik heb niet de slechtst betaalde baan binnen de overheid en toch slaat mij als vader van een groot gezin aan het begin van het nieuwe schooljaar de schrik steevast om het hart. Voor twee van onze kinderen kon dit jaar de vlag uit worden gestoken omdat zij met goed gevolg hun opleiding hadden afgesloten. Hartstikke mooi natuurlijk en wat waren we in mei apetrots op hen! Voor de jongste van 15, die als vroege leerling zijn VMBO kaderopleiding op het Scheepvaart & Transport College in Rotterdam heeft afgerond, is het nu zaak zijn scheepvaartopleiding in Delfzijl voort te gaan zetten. Immers, hij is gemotiveerd en wil dus graag doorleren en bovendien moet hij gewoon doorleren, omdat de wet voorschrijft dat iedere scholier minimaal een startkwalificatie op MBO 2 niveau dient te behalen. Opzich is dat een goede zaak, immers daarmee wordt het aantal jongens en meisjes, welke zonder een diploma van enige waarde de school verlaten, sterk teruggebracht. Dat is zondermeer winst voor de maatschappij als geheel*!


Omdat een scheepvaartopleiding een gespecialiseerde opleiding is, wordt deze niet standaard op iedere MBO-school gegeven en moet er dus vanaf september dagelijks 40 km gereisd gaan worden tussen Winschoten en Delfzijl en weer terug. Dat gold voor onze oudste dochter tot voor kort ook, echter die was inmiddels 18 jaar toen ze aan een studie in Groningen begon waardoor ze met haar van Rijkswege verstrekte OV-kaart keurig zonder bijkomende kosten, kon gaan reizen. R is echter te jong, waardoor wij maandelijks zo'n 150 euro neer dienen te gaan tellen voor het noodzakelijke busabonnement. Immers hij moet dan wel verplicht doorleren, wij willen hem ook graag de opleiding geven die aansluit op zijn vooropleiding en die zijn uiteindelijke dromen waar moet gaan maken. Dromen van verre kusten, exotische havens en waarschijnlijk ook heel veel mooie dames.

De boekenlijst valt op de mat. Het Noorderpoortcollege, waarvan de zeevaartschool in Delfzijl deel uitmaakt, heeft bepaald dat er voor 1152 euro boeken moeten worden aangeschaft. Aangezien het hier om een vervolgstudie gaat is de gratis verstrekking van schoolboeken niet meer van toepassing en komt de rekening dus bij ons op het stapeltje. Een schoolboekenfonds is er niet. In een begeleidende brief worden we er op gewezen dat er eveneens een overall, veiligheidsbril en schoenen, een verplichte internationale keuring en een monsterboekje aangeschaft dienen te worden. Alles bij elkaar ook nog een kleine 400 euro. Alleen al voor R moeten we in de maand augustus zo'n 1700 euro ophoesten om hem per september naar school te kunnen laten gaan.
Natuurlijk hebben we recht op kinderbijslag maar of die ruim 200 euro per kwartaal redelijkerwijze deze kosten kunnen compenseren, dat lijkt mij toch echt niet. Dan heb ik het nog niet eens over de te bestellen boeken voor G en M gehad. Die liggen er ook nog. Ik heb hier over de nodige hoofdbrekers momenteel en begrijp werkelijk niet hoe andere mensen, die het in financieel opzicht minder breed hebben als wij, dit in godsnaam kunnen rooien.


De wetgever stelt terecht dat leerlingen verplicht een startkwalificatie moeten gaan behalen maar leggen de kosten van deze maatregel, voor de groep kinderen die aan een MBO vervolgstudie beginnen en nog geen 18 jaar zijn geworden, volledig bij de ouders neer. Dat maakt dat voor een grote groep kinderen, waarvan de ouders minder draagkrachtig zijn, het doorleren weer een elitair gebeuren is geworden.

* Gekwalificeerde studenten leiden tot minder werkeloosheid, een betere spreiding van het arbeidsaanbod over de beschikbare banen en minder criminaliteit en overlast door rondhangende kansloze jongeren.

vrijdag, 15 juli 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Afsluiting van het bezuinigingsproces: de kadernota

In divers, andere partijen, armoede, armoedebeleid, begroting, beleid, beperking, bezuinigen, bezuinigingen, en meer.

Stap voor stap heeft de gemeenteraad haar keuzes gemaakt om 56 miljoen euro te bezuinigen. De eerste richtingen werden al in het coalitieakkoord aangegeven. Toen was er echter te weinig financiële informatie bekend om al concrete keuzes te maken. Die kwamen gaandeweg: het college presenteerde eind vorig jaar het bezuinigingspalet ‘samenwerkend aan morgen’. Hierin gaf zij haar visie op de taken van de overheid en de keuzes die de gemeente daarbij zou moeten maken. De contouren van de invulling van de 56 miljoen werden hierin geschetst. In februari boog de gemeenteraad zich over dit document. In 2 commissierondes (met in totaal vier vakgerichte commissievergaderingen en één afsluitende gecombineerde vergadering) werd uitgebreid stilgestaan bij alle voorstellen. GroenLinks kon zich toen wel vinden in de richtingen die het college schetste, maar had grote zorgen over de haalbaarheid van de bedragen en de effecten van die bezuinigen. Wij wilden op veel onderwerpen eerst meer informatie voordat we over konden gaan tot een definitief besluit. Tussen februari en juli zijn er daarom veel extra notities geproduceerd en bediscussieerd. Een greep uit de onderwerpen: leerlingenvervoer, schoolzwemmen, de Wmo, het nieuw sociaal beleid, het Centrum voor Jeugd en Gezin, armoedebeleid, duurzaamheid, innovatiebeleid, Cultuur Totaal, de bibliotheek, het Centrum voor de Kunsten, de sporttarieven, ijsbaan en sporthallen. Je kunt wel stellen dat dit college niet stil heeft gezeten, en de gemeenteraad dus ook niet!

Bij al deze discussies hebben de politieke partijen hun mening gegeven en keuzes gemaakt. Daarom was te debat over de kadernota redelijk voorspelbaar (immers, alle grote, belangrijke, gevoelige onderwerpen waren al aan de orde geweest). Toch was het vaststellen van de kadernota een belangrijk moment: hiermee ging de gemeenteraad definitief akkoord met de bezuinigingsvoorstellen. Uiteindelijk werd de kadernota alleen goedgekeurd door de coalitiepartijen (waaronder GroenLinks dus). Helaas hebben de oppositiepartijen, om uiteenlopende redenen, tegen gestemd.

Lees hier een beschouwing op de voor onze fractie meest belangrijke punten bij de kadernota.

Intensiveringen

Een moeilijk woord om te zeggen dat we ervoor kiezen om niet alleen te bezuinigen, maar dat we het ook belangrijk vinden om geld vrij te maken voor nieuwe dingen die we nodig vinden voor de stad. De belangrijkste investeringen die we willen doen zijn: bijna 9 miljoen euro extra uittrekken voor armoede en Wmo beleid. Dit geld is hard nodig om de kwetsbaarsten in onze gemeenschap te ontzien, en was een belangrijk punt voor GroenLinks bij de coalitievorming. Verder kiezen we ervoor om structureel geld vrij te maken voor duurzaamheid. Met dit geldt zetten we in op een verduurzaming van het hele gemeentelijke beleid. Met design en innovatie willen we nieuwe projecten mogelijk maken, creatieve oplossingen bedenken voor bv zorg of leefbaarheidsvraagstukken. Hiermee creëren we werkgelegenheid maar ook meer welzijn voor onze inwoners. Met name de laatste twee zaken lagen onder vuur van de oppositie. Zij wilden dit geld liever gebruiken om minder te bezuinigen op andere zaken. Wij blijven van mening dat als je echt toekomstgericht bezig wilt zijn, en kansen wil creëren voor een positieve ontwikkeling, je daar dan ook wat geld voor moet vrijmaken.

Welzijn/Wmo

GroenLinks is tevreden met de koers die uitgezet wordt in het sociale domein. We kijken naar eigen kracht en willen mensen eigen regie geven over hun leven, ook als ze een beperking hebben. We stimuleren hen om met hun eigen netwerk te zoeken naar maatwerk oplossingen. Maar we blijven als overheid wel zorgen voor een stevig vangnet voor diegenen die het anders niet redden. Eigen kracht betekent niet zoek het zelf maar uit! Onze GroenLinks-wethouder Lenie heeft met deze portefeuille een stevige opdracht. Het is haar gelukt om een flinke bezuiniging in te boeken, en de gevolgen daarvoor te beperken. Dit heeft wel pittige discussies opgeleverd, zoals bv over het leerlingenvervoer en het schoolzwemmen, niet alleen in de gemeenteraad, maar ook met al die organisaties in de stad. Tot nu toe is het haar gelukt om de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Zelfs met welzijnsorganisatie Lumens, die een forse bezuiniging moet realiseren, is het grotendeels gelukt om in overleg tot oplossingen te komen. GroenLinks wil wel de effecten goed in de gaten kunnen houden. Dit heeft de wethouder toegezegd.

Arbeidsmarkt

GroenLinks is erg bezorgd over de ontwikkelingen op het arbeidsmarktbeleid. De invoering van de Wet Werken naar Vermogen legt een onuitvoerbare opdracht bij de gemeenten. Daarom heeft Eindhoven (na het unaniem aannemen van een actuele motie van onze fractie) zich tegen het bestuursakkoord gekeerd. Het is nu nog even afwachten hoe het verder gaat. Maar duidelijk is wel dat de participatie van inwoners in een kwetsbare situatie steeds meer onder druk zal komen te staan. GroenLinks blijft zich inzetten voor deze doelgroep!

Sport

Het college wilde de ijsbaan dichtdoen. Daar was de raad, inclusief GroenLinks het niet mee eens. De ijsbaan is immers de enige breedtesportvoorziening voor schaatsers. Uiteindelijk is er overeenstemming gevonden over een bezuinigingspakket binnen de sportsector, waarbij de tarieven (beperkt) mogen stijgen, en een sporthal wordt gesloten. GroenLinks ging akkoord en diende met een aantal andere partijen moties in om de randvoorwaarden goed vast te leggen.

Cultuur

Misschien waren dit wel de moeilijkste bezuinigingsvoorstellen waarover we moesten besluiten: de bezuinigingen op de bieb en het CKE. Een debat met een open einde: want we zijn het weliswaar eens met de denkrichtingen van het college, maar nog niet overtuigd van het bedrag. Daarom worden er nog aanvullende onderzoeken gedaan en beslissen we bij de begroting pas definitief over de hoogte van de bedragen. Onze fractie vond het wel erg jammer dat er in de beeldvorming, actief gevoed door een aantal oppositiepartijen, het idee werd gewekt dat de coalitie alle wijkfilialen van de bibliotheek wilde sluiten zonder dat er iets anders voor in de plaats komt. De afspraak is immers dat de wijkfilialen pas kunnen sluiten als er een alternatief in de vorm van een wijksteunpunt in de wijk gerealiseerd wordt. Hiermee blijven we de doelgroepen in de wijk bedienen, alleen zoeken we aansluiting bij de nieuwe ontwikkelingen in het bibliotheekwezen. Eerder schreef ik op deze blog al een stuk specifiek over deze bezuinigingen.

Ruimtelijke opgave

Om de bezuinigingen in het ruimtelijke domein goed in beeld te brengen, en de raad in staat te stellen om prioriteiten in de ruimtelijke ontwikkeling te stellen en daarin keuzes te maken, heeft het college een ‘meerjareninvesteringsplan’ gemaakt. GroenLinks vond dit document een goede start maar nog niet helemaal goed uitgevoerd. Het college zegde ons toe om dit verder uit te werken bij de begroting.

Een heel wezenlijk punt in het meerjareninvesteringsplan baarde ons stevige zorgen: het ontbreken van de gebiedsontwikkeling Groen Gennep. Daar wordt nu stevig gebouwd aan de nieuwe Fontys Sporthogeschool, maar het geld voor de natuurontwikkeling blijft achterwege, sterker nog, staat niet eens genoemd in het meerjareninvesteringsplan! Dat was voor GroenLinks niet acceptabel. Middels een motie, die breed gesteund werd in de raad, is het ons gelukt om de groenontwikkeling van de Genneper Parken op te nemen als strategisch project in het meerjareninvesteringsplan.

Dit waren voor onze fractie de belangrijkste punten die overbleven na alle discussies die de afgelopen maanden zijn gevoerd. Het college heeft ons toezeggingen gedaan waardoor wij met vertrouwen in kunnen stemmen met de kadernota. Het college gaat deze besluiten nu uitwerken in de begroting. Bij de begroting zullen wij de voorstellen opnieuw toetsen op haalbaarheid en effecten.

zondag, 10 juli 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Tolerantie neemt af

In heerlen, gedachte, gemeenteraad, huis, jeugd, jongeren, kinderen, nieuws, onderzoek, en meer.
De tolerantie ten opzichte van kinderen neemt af

Uit een onderzoek blijkt dat de tolerantie ten opzichte van de omgeving afneemt. Niet zo’n verbazingwekkend nieuws. Dat wisten we toch al. En hoe dramatisch is het? Valt het onder de zomerberichten die ieder jaar terugkomen: spelende kinderen, samenkomende jongeren, scheurende brommers en ander lawaai? Waar ligt de grens: bij iedereen verschillend blijkbaar. Je zult maar bij een trapveldje wonen. Maar het geluid van spelende kinderen is geen overlast. Kinderen moeten de ruimte krijgen om te spelen en elkaar te ontmoeten. Dat hoeft wat mij betreft niet alleen in een speeltuin te zijn.
Waar liggen dan de maatschappelijk te stellen grenzen? Bij het overtreden van de wet natuurlijk. Maar hoe zit dat met de gemeentelijke wetten ofwel de plaatselijke verordening? Die stelt de gemeenteraad vast. En daarmee ook gedragsnormen van kinderen in de openbare ruimte. En hier botsen het normbesef van ouderen en kinderen.

Ik ga eens terug naar mijn jeugd, zoals ik me die herinner: we kwamen bij elkaar bij een muurtje op de hoek van de straat. Een tuinafscheiding van een huis waarin een alleenstaande vrouw woonde. Ik denk dat ze oud was, maar dat ben je al gauw in de ogen van een tiener. De kinderen van onze straat schoolden er samen. Die mevrouw lied ons begaan. Ik denk niet omdat ze bang voor ons was. Althans dat hoefde ze niet te zijn. We trapten er een balletje met op de muur van het rangeerterrein van de mijn Emma de goal getekend. En in de herfst ‘flepten’ we kastanjes met een ‘kuul’. Als er verkeer kwam, dan stopten we natuurlijk. Soms bleef dat stuk hout in de boom hangen , totdat het eruit werd gegooid of vanzelf waaide. Ik denk niet dat er sprake was van overlast. We werden tenminste getolereerd.
Ook wist je toen wie in de straat minder vriendelijk voor kinderen was. Waar je moest zorgen dat de bal niet in de tuin kwam. Maar ik weet niet meer of we daar dan ook wegbleven, of toch lekker spannend een balletje trapten.
Mijn vriendjes en ik behoorden tot de gelukkigen die ook een ruig speelterrein hadden bij garageboxen en in tuinen achter winkels die helemaal niet werden beheerd. Boomhutten maken, vuurtje stoken en piepers bakken. Het kon daar allemaal en het mocht van de omgeving. Maar ons gedrag liep dan ook niet de spuigaten uit.

Het onderzoek toont aan dat de tolerantie afneemt. Blijkbaar meetbaar, ook ten opzichte van wat jaren geleden. Het is een teken aan de wand. Onze samenleving verruwd. Geleidelijk, vanaf de individualisering van de jaren ’70 van de vorige eeuw. Met de toenemende materiële welvaart en de gedachte dat je een ander niet meer nodig hebt om het zelf goed te hebben. Het is ook vaak een zichzelf versterkend effect. En van plaats tot plaats verschillend. Waren het eerst eilandjes van intolerantie in de straat en krijgt het tegenwoordig meer de overhand? Het heeft alles te maken hoe we tegenover elkaar staan. Wat onze omgangsvormen zijn. En die veranderen niet zo snel. Ook niet terug de goeie kant op.

Berichten in de kranten Limburgs Dagblad en Dagblad De Limburger van 9 juli 2011.

zaterdag, 9 juli 2011

Reces

In mensen, miljoen, nederland, oppositie, partijen, pvda, raad, reces, recessie, en meer.
Het eerste politieke jaar na de verkiezingen zit erop. Het eerste jaar voor het nieuwe college van PvdA, VVD, CDA, D66 en GroenLinks. Het eerste jaar ook van een nieuwe, zeer gefragmenteerde raad met 12 partijen. Het eerste jaar waarin Gouda kennismaakte met de ‘nieuwe politiek’ van Trots op Nederland en Gouda Positief. Af en toe verfrissend, maar soms ook erg populistisch en op de man.

Het was een bewogen jaar, met veel moeilijke beslissingen. In de eerste plaats moest er bezuinigd worden. Geen gemakkelijke taak voor een gemeente die de afgelopen jaren al veel bezuinigd heeft, en te maken heeft met veel extra kosten vanwege de slappe bodem. Het kon niet uitblijven dat een bezuiniging van 15 miljoen gevoeld wordt in de stad. Voor GroenLinks was de maatstaf dat we de voorzieningen in de stad in stand willen houden. Dat betekent niet dat alles bij het oude blijft. Het was en wordt, ook voor ons, een pijnlijk proces. Toch ziet het er naar uit dat het gaat lukken, en dat het bedrag van 15 miljoen genoeg is om de teruglopende gemeentelijke inkomsten vanuit het rijk op te vangen. Met de huidige prognoses ziet het er zelfs naar uit dat we over een paar jaar weer wat geld kunnen sparen.

Dat is nodig, want het was ook een jaar van nieuwe tegenvallers. Vooral de bouwprojecten blijven kwetsbaar in de recessie. Het is daarbij maar een schrale troost dat andere gemeenten hier ook mee te maken hebben, want de tegenvallers doen een behoorlijke aanslag op het toch al niet best gevulde spaarpotje van de gemeente Gouda.

Voor GroenLinks is de financiële toekomst dus een zorg, maar we hebben er vertrouwen in dat het goedkomt. Een genuanceerd standpunt, maar in de huidige raad, waarin een deel van de oppositie de rol van onheilsprofeet op zich heeft genomen, een behoorlijk positief geluid. Dit reces gaan we dan ook niet benutten voor het maken van alternatieve begrotingen en het uitwerken van nieuwe doemscenario’s. We kijken wél vooruit naar de dossiers die er na de vakantie aankomen. Vooral op het gebied van jeugd en welzijn is er veel werk aan de winkel, en de uitwerking van de nieuwe rijksmaatregelen op het gebied van bijstand en sociale werkvoorziening wordt een hele zware kluif. Voor GroenLinks is de inzet dat we de mensen die het al moeilijk hebben blijven steunen, juist nu.

woensdag, 6 juli 2011

Ruud Pet

Ruud Pet

Linkedin Twitter GR

hypocrisie bij wethouders?

In almere, betalen, bezuinigingen, college, cultuur, geluk, hart, kunst, kunst en cultuur, en meer.
Afgelopen week zag ik twee 'tweets' langs komen van twee Almeerse wethouders over culturele bezuinigingen door de rijksoverheid. Verontwaardiging bij Duivesteijn en Peeters over staatssecretaris Halbe Zijlstra. Hij zette zich alleen nog in voor de 'elitaire' kant van de cultuur in Nederland. Koos voor de topgezelschappen en liet het jonge talent in de kou staan door het perspectief voor kleinere, en experimentele, gezelschappen weg te halen. Uit het hart gegrepen dus! De basisinfrastructuur in Nederland staat onder druk. De 'elite-cultuur' blijft gespaard...en gesubsidieerd. De 'gegoede burgerij' kan met een gesubsidieerd kaartje naar het Concertgebouw of naar de Opera. Wil je kleine voorstelling in de Kleine Komedie bezoeken tref je waarschijnlijk een lege zaal of een Joop van de Ende-aanbod. Alleen lijken de twee Almeerse wethouders met twee maten te meten. Een landelijke meetlat versus ???????? op lokaal niveau. Want in Almere doet het college namelijk precies hetzelfde als de regering op landelijk niveau. De basisinfrastructuur wordt ingeruild voor 'kennismaking-lessen' kunst en cultuur op scholen (als die tenminste willen meewerken; hen is nog niets gevraagd). Als je aan cultuur geroken hebt, geïnteresseerd bent geraakt, mag je op de particuliere markt een aanbod zoeken. Moet er in jouw keuze wel zijn natuurlijk; bij piano gaat het lukken, bij harp??? Als je geluk hebt, en je ouders kunnen het betalen, dan kan je je talenten ontwikkelen. Maar stel dat je in een groep wil musiceren, aan een musical wil werken, een professionele dansklas wil volgen...waar moet je dan naar toe? De Kunstlinie is ondertussen vergeven aan een landelijk topensemble, om met wethouder Steunenberg te spreken. Straks wellicht het Metropole-orkest in plaats van het Almeerse Jeugd Symfonie Orkest. Is dat een verbetering voor de Almeerders? Halbe Zijlstra heeft een Almeerse kloon; Steunenberg heet zij, met warme steun van Duivesteijn en Peeters.

woensdag, 29 juni 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Hoorzitting bezuinigingen: minder korten op sociale investeringen

In vughtse politiek, bezuinigingen, kadernota, vught, wmo, activiteiten, arbeid, bomen, college, en meer.

Volgende week besluit de Vughtse raad over de bezuinigingsopgave voor de komende jaren. Terwijl dinsdagavond de storm door Vught heen joeg en overal bomen ontwortelde, vond in het Raadhuis de voorbereidende hoorzitting plaats. Elf mensen namen de moeite om in te spreken, allen over de bezuinigingen op de sociale hoofdstukken.

De hoorzitting was bedoeld om iedereen zijn/haar visie te kunnen laten geven over de bezuinigingsvoorstellen van het college. Natuurlijk was er op basis van een eerder document al een commissievergadering geweest in maart waar verschillende mensen hebben ingesproken. Met deze inbreng, de meningen van de raadsfracties en na gesprekken met verschillende verenigingen heeft het college een definitief pakket voorgesteld in de kadernota.

Nog steeds vallen de harde klappen in de drie sociale hoofdstukken: Jeugd en onderwijs, Leefbaarheid en Zorg, arbeid en inkomen. Niet vreemd dus ook dat vooral op deze onderwerpen is ingesproken. Daarin waren verschillende gelijkluidende signalen te horen. Professionele organisaties zoals Welzijn Vught, de bibliotheek en De Speeldoos hebben aangegeven ook een verantwoordelijkheid naar het personeel te hebben. Bezuinigingen dienen daarom te worden gematigd en/of vertraagd om hierop in te kunnen spelen. De drie sportverenigingen wezen vooral op de eerder dit jaar doorgevoerde wijzigingen in het accommodatiebeleid: 10 procent huurverhoging en het voortaan moeten betalen voor het nemen van opties en voor reserveringen. Dat komt wrang over als er nu wordt gesteld dat de verenigingen voorlopig worden ontzien. Dit werd beaamd door organisaties zoals Jeugdwerk Rozenoord – we willen de prijs lager houden voor armere gezinnen – en Stichting Anders Bezig Zijn – overhead tot minimum beperkt en meer vraag naar de activiteiten in het kader van de WMO.

Desondanks gaven alle insprekers blijk van begrip voor de bezuinigingen. Maar wel op een dusdanige manier dat het mogelijk is om deze op te vangen. PvdA-GroenLinks zal volgende week inzetten op het verminderen van de klappen op de sociale hoofdstukken. Daarvoor was het zeer nuttig dat organisaties zoals Welzijn Vught, de bibliotheek en De Speeldoos heel duidelijk aangeven wat ze wel aan bezuinigingen denken te kunnen dragen. Zonder dat de sociaal-culturele activiteiten te veel in het geding komen. Het college spreekt op vele terreinen vooral over de eigen kracht van mensen. Maar zoals mevrouw Heessels namen Ouderen Samen verkondigde: een professional van Welzijn Vught houdt vele vrijwilligers actief. Een kleine professionele organisatie kan op deze wijze veel ‘eigen kracht’ ondersteunen en mogelijk maken.

De verschillende argumenten van de insprekers om nogmaals goed te heroverwegen hoe we om gaan met de investeringen in de sociale hoofdstukken snijden hout. voldoende inbreng voor het debat volgende week.

Jenny de Jeu

Jenny de Jeu

Hyves Linkedin

De Jeugd GGZ huilt…

In uncategorized, ouders, plannen, problemen, schippers, schuld, toekomst, belangrijk, betalen, en meer.

Geachte leden van de Vaste Kamercommissie voor VWS,

De jongeren van de cliëntenraad van GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen vraagt u de voorgestelde bezuinigingen in de GGZ niet op de voorgestelde manier door te laten gaan.

Wij zijn 6 jongeren, allemaal cliënt of recentelijk geweest in de Jeugd GGZ. Wij vertegenwoordigen zo’n 3000 cliënten in onze instelling waar voornamelijk ambulante zorg geleverd wordt. Wij weten dus als geen ander hoe het is om GGZ nodig te hebben. Om ons leven op de rails te houden en krijgen. Om zoveel als mogelijk mee te kunnen doen als ieder ander. Naar school gaan, vrienden maken, onszelf ontwikkelen, leren omgaan met onze psychische problemen. 

Wij zijn erg geschrokken van de plannen van minister Schippers.  De plannen getuigen van weinig inzicht en oog voor de context van jonge mensen met psychische problemen.

Jonge cliënten staan aan het begin van hun leven. En hebben vaak al veel meegemaakt.  Als deskundige hulp niet meer voor iedereen toegankelijk is voorzien wij grote problemen. Juist bij veel psychische problemen is het noodzakelijk om in een zo vroeg mogelijk stadium de juiste hulp te krijgen. Om ergere problemen en blijvende schade te voorkomen.  Denk bijvoorbeeld aan schizofrenie; elke psychose heeft blijvende hersenschade tot gevolg. Denk aan een depressie, dat wil je niemand onnodig een dag langer aandoen. Denk aan slachtoffers van kindermishandeling die hierdoor beschadigd zijn. Denk aan jonge mensen met ouders die zelf psychische problemen hebben, wat voor kinderen niet meevalt om daarin gezond op te groeien. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

De GGZ is jarenlang bezig geweest om o.a. middels preventie mensen zoveel mogelijk in een vroegtijdig stadium te helpen. GGZ problemen worden uit de taboesfeer gehaald, mensen leren dat het niet hun eigen schuld is. En durven gelukkig steeds vaker hulp te zoeken. De voorgestelde maatregelen maken kapot wat met veel moeite is opgebouwd en nog steeds erg kwetsbaar is.

Veel mensen met psychische problemen hebben weinig geld, vaak als gevolg van hun psychische problemen. We zijn bang dat deze mensen uitgesloten zullen worden van zorg. Dat kan en mag niet gebeuren!

Wij vinden dat heel onverstandig en harteloos bovendien. Je kunt mensen niet uitsluiten van zorg. Kinderen hebben vaak geen invloed op de gezinsinkomsten – en uitgaven. Als je ouders het niet kunnen betalen dan heb jij in de toekomst geen zorg meer. Dat kan toch niet! Wij worden daar heel verdrietig en boos van.

Als je 18 bent moet je de eigen bijdragen zelf gaan betalen, maar waarvan? De meeste jongeren hebben zowiezo weinig geld. Jongeren met problemen hebben vaak als gevolg van hun problemen nog minder te besteden. Als gevolg van psychische problemen hebben zij vaak een opleiding onder hun niveau gedaan, als ze al een opleiding af hebben kunnen ronden. Niet elke jongere met psychische problemen is in staat om een bijbaan te hebben.  Geen van onze cliëntenraadsleden zou zelf in staat zijn om de bijdragen zoals voorgesteld te betalen. Ook voor onze ouders zou het niet altijd mogelijk zijn om dit te betalen.  Veel mensen met psychische problemen houden het financiële hoofd maar net boven water.  Als de minister naar de inkomens had gekeken van de mensen die gebruik maken van GGZ had zij dit kunnen weten…

Het aantal keren dat je van een psycholoog gebruik kunt maken zeer beperken vinden wij ook heel onverstandig. Hoeveel zittingen je nodig hebt hangt helemaal af van je persoonlijke situatie, dat is niet in een standaardpakket te stoppen. GGZ problemen vragen tijd, geduld, oog voor je context en aandacht. Geen haastwerk, tijdsdruk en standaardisering. Worden jonge mensen in de toekomst dan halverwege hun traject weggestuurd? In het ziekenhuis word je toch ook niet halverwege een operatie naar huis gestuurd?!

We zijn bang dat de minister E-health ziet als vervanging van werkelijk menselijk contact. Vanachter een computer kun je niet zien hoe het werkelijk met iemand gaat. Waardoor belangrijke signalen gemist kunnen worden. Met alle mogelijke gevolgen van dien. Bovendien is juist het menselijk contact met de behandelaar een belangrijk onderdeel van de behandeling.  Uit onderzoek blijkt dat de behandelrelatie een hele belangrijke succesfactor is in het slagen van je behandeling. De GGZ is geen fabriek, maar daar werken mensen. En daar worden mensen behandeld. Dat willen we graag zo houden!

Als je wil bezuinigen zou je juist moeten inzetten op meer, sneller, passender en kwalitatief betere zorg. En de drempel om in zorg te komen nog verder moeten verlagen. Zodat mensen in een zo vroeg mogelijk stadium van de ontwikkeling van hun problemen in staat worden gesteld om de draad van hun eigen leven weer zelf op te pakken. 

Niet alleen in de zorg zou aandacht moeten zijn voor psychische problemen. Het is van groot belang dat kennis van GGZ ook gebruikt wordt in bijvoorbeeld het onderwijs. Zodat problemen inderdaad vroegtijdig gesignaleerd kunnen worden.  En de problemen niet onnodig uit de hand hoeven te lopen, onnodig menselijk leed en hoge kosten ons bespaard zullen blijven. 

De plannen van de minister zijn volgens ons dan ook het tegenovergestelde van bezuinigingen.  Het ontbreekt de plannen aan visie, context en kennis van de Jeugd GGZ. Wij gaan graag met u in gesprek!

Met vriendelijke groet,

Cliëntenraad GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen


zondag, 29 mei 2011

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Uitgeplozen - stamboom van de familie van Luxzenburg

In beperking, familie, geschiedenis, huwelijk, jeugd, kinderen, mensen, oma, tante, en meer.

    Reeds enige jaren dromen mijn vader en ik als geschiedenis liefhebbers van het uitzoeken van de stamboom van onze familie. Met een achternaam als "van Luxzenburg" heb je toch iets bijzonders gekregen. Wie was de voorouder die deze naam heeft gekozen? Verder vragen we ons af, sinds wanneer en het liefst waarom wordt onze naam gespeld zoals die nu gespeld wordt? Daarover leerde ik als kleine jongen altijd het verhaal dat mijn opa's vader (mijn overgrootopa) zijn naam spelde zoals het land Luxemburg gespeld wordt. Echter, uit zijn geboorteakte, huwelijksakte en overlijdensakte blijkt dat zijn naam gespeld wordt zoals mijn familie hun naam tegenwoordig spelt!



    Door het gebrek aan tijd (werk, vrijwilligerswerk, andere hobby's) is enige jaren nadat mijn vader en ik ons aanmelde als lid van het Utrechts Archief nu toch wat schot in het onderzoek gekomen. Mijn vader had een website gevonden, Genlias waarop digitaal vele aktes te vinden zijn: geboorten, huwelijken en overlijden. Helaas biedt Genlias een beperking. Vindbaar zijn alleen de volgende zaken:



  • Een geboorteakte geeft u:

  • de naam van het kind

  • de namen van de ouders

  • de exacte datum van geboorte

  • meestal het adres van de ouders



  • Een huwelijksakte geeft u:

  • de namen en leeftijden van de bruid en bruidegom

  • meestal de ouders van de bruid en bruidegom

  • meestal de geboorteplaats van de bruid en bruidegom

  • weduwnaar of weduwe

  • meestal leeftijden en beroepen



  • Een overlijdensakte geeft u:

  • de naam van de overledene

  • de exacte datum van overlijden

  • meestal de namen van de ouders van de overledene

  • meestal de leeftijd van de overledene

  • soms de geboorteplaats van de overledene

  • soms de naam van de echtgeno(o)t(e)

  • meestal het adres van overlijden



  • Momenteel zijn:

  • geboorteakten openbaar van vóór 1903

  • huwelijksakten openbaar van vóór 1933

  • overlijdensakten openbaar van vóór 1953



    Met andere woorden, de geboorte, huwelijk en overlijden van mijn opa (1912), zijn broer (geen idee) en zus (ook geen idee) waren nog niet mogelijk. Wel bijzonder was dat ik het overlijden in 1910 ontdekte van een kind van mijn overgrootvader met dezelfde naam als mijn opa die slechts 2 jaar is geworden! Ofwel, er was een vierde kind....



    Een andere opvallende ontdekking is dat onze stamboom in een rechte lijn is te herleiden tot ene Adam van Luxemburg (dus gespeld zoals het land) en zijn vrouw Alberta van Fibing (of Tibing), geboren rond 1752 gestorven in 1827.



    Vanaf hem kunnen we stellen dat de tweede generatie zijn (enige?) zoon Andries van Luxzenburg is (de ons bekende spelwijze). Andries en diens vrouw Cornelia Sterkenburg. Zij hebben 6 kinderen gekregen, allen zonen waarvan 1 levensloos geboren.



    Van andere 5 zonen in deze derde generatie is er 1 nooit getrouwd geweest, die overleed op 24 jarige leeftijd. Twee zijn er getrouwd en hebben geen kinderen gekregen (niet gevonden in ieder geval). Eén heeft twee kinderen gekregen maar die zijn al op jonge leeftijd gestorven.



    Zo komen we bij de vierde generatie, via Cornelis van Luxzenburg, de enige zoon van Andries en Cornelia die kinderen kreeg die de jeugd overleefden (voor zover mij nu bekend). Cornelis en zijn vrouw Jantje Esmeijer (of Eschmeijer) kregen 3 zonen en 3 dochters. De dochters hebben welliswaar kinderen gekregen, maar die dragen niet de naam van Luxzenburg maar die van hun partner. Opvallend detail: Hermijntje van Luxzenburg is getrouwd met ene Dirk Schipper. Mijn recentelijk overleden oma van mijn moederskant is hertrouwd geweest met een Dirk Schipper! Toevallig dat de naam Schipper via twee kanalen met mij verbonden is!



    Van de drie zonen uit deze vierde generatie kreeg de oudste, net als zijn vader Cornelis geheten, 1 dochter, zoals haar tante, Hermijntje van Luxzenburg geheten, zij is echter maar 1 jaar geworden. De tweede zoon Gijsbert van Luxzenburg heeft 3 kinderen gekregen. Tenminste dat vermoed ik, op een misspelde wijze staan hij en zijn vrouw vermeld bij de overlijdensakte van ene Hermijntje van Luxzenburg in 1948 die 40 jaar zou zijn geworden!? Naast deze dochter hebben Gijsbert en zijn vrouw Neeltje Driessen twee zonen gekregen, 1 is er levensloos geboren, de andere, Willem van Leuxzenburg (wederom misspelde wijze) is 21 jaar geworden. Van hem was alleen een overlijdensakte te vinden, overleden in januari 1941 te Ermelo!



    En zo blijft van deze vierde generatie mijn opa's vader over: Johan Andries van Luxzenburg, getrouwd met Elbertje Poolen. Via Genlias was alleen de overlijdensakte te vinden van hun zoon Cornelis Jan Hendrik van Luxzenburg, 2 jaar geworden (1908 - 1910). De andere kinderen van deze vijfde generatie, ken ik alleen als Jan van Luxzenburg (de oudere broer van mijn opa), Jans van Luxzenburg (de oudere zus van mijn opa) en mijn opa, Cornelis van Luxzenburg. Van zijn broer en zus zijn de geboorte data mij nog onbekend, hopelijk kan mijn vader, mijn oom of oma die nog invullen. Ook de namen en geboortedata van hun neven en nichten zijn mij onbekend (we zijn niet zo hecht, contact is goed als we elkaar tegenkomen.... maar dat is niet zo vaak).



    Vanuit de vijfde generatie kan ik alleen mijn opa herleiden, getrouwd met mijn oma, Mathilde van Es. Samen hebben ze twee kinderen gekregen: mijn oom,Johan Andries van Luxzenburg (1938) en Fransiscus Anthonius van Luxzenburg (1946), mijn vader. Deze zesde generatie heeft 5 kinderen gekregen, de zevende generatie: mijn twee neven, mijn zus, ik en mijn broertje!



    Van de zevende generatie van Luxzenburgers zijn er mij dus 5 bekend. Van de achtste generatie is er mij 1 bekend, mijn achterneefje. Mijn zus heeft een zoontje, maar die heet geen van Luxzenburg!



    Als er mensen zijn die dit lezen en die van Luxzenburg, Luxemburg, Luxenburg, Luxzemburg, Luyzenburg Leuxzenburg heten en nog lege plekken kunnen invullen nodig ik ze uit contact met mij op te nemen! Hoewel, kanttekening: niet alle Luxemburgers zijn direct gerelateerd, wellicht via een familielid van Adam van Luxemburg, maar na hem hebben slechts sporadisch kinderen van zijn zoon Andries Luxemburg geheten en die hebben voor zo ver ik heb kunnen achterhalen geen nakomelingen gekregen! Maar wie weet!?



    Onderstaand een klein overzicht van mijn stamboom, via Geni.com ingevuld:



http://www.geni.com/family-tree/embed?base_url=http%3A%2F%2Fwww.geni.com&public_token=6000000011547923468&t=6000000011547923468

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 5778 uur (240,7 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,9 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2