vrijdag, 14 oktober 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Verjaardagsfeestje

Nu het kabinet Rutte-Verhagen zijn eerste verjaardag viert, en rechts Nederland zijn vingers gretig aflikt bij de sobere taart, gooit Geert Wilders alvast een subtiel bommetje op. In een interview met het AD stelt hij dat het afgelopen jaar een ‘schaduw zal zijn’ ten opzichte van het komende. Hij heeft het over ‘meer beren op de weg’ dan we tot nu toe zagen. Volgens de Volkskrant van vandaag zegt Wilders bovendien dat een motie van wantrouwen niet ondenkbaar is, als er extra bezuinigingen komen met oog op de eurocrisis.

Stef Blok zit de vier jaar echter graag uit met Geert Wilders en zijn PVV. En daarna mogen er nog wel vier jaar bij, als het aan hem ligt. Hij geeft de collega’s van D66 op nu.nl nog een fijne sneer door op te tekenen dat zelfs de vrouwonvriendelijke mannenbroeders van SGP nog hervormingsgezinder zijn dan zij. Nee, hoor, dit kabinet is toch stukken beter dan Paars+ was geweest. Alle overboord gegooide liberale principes – zoals koopzondagen, hervormingen op de arbeidsmarkt en wat niet meer – vindt Stef Blok slechts onderhandelingsschade.

Ook het CDA lijkt dit kabinet nog wel even uit te willen zingen. De zogenaamde dissidenten Ferrier en Koppejan zijn al maanden zo muisstil, dat ik af en toe moet kijken of ze nog wel in de Kamer zitten. Ondanks alle stoere prietpraat van een jaar geleden, zijn ze mak en onzichtbaar. Ze zouden zich dood moeten schamen, maar draaien handig om alle journalistieke vraagstukken heen. Voila; de vertegenwoordiging van 30% tegenstemmers binnen het CDA. Die Ferrier en Koppejan, daar heb je wat aan. Wat een volksvertegenwoordigers!

Ondertussen kunnen de CDA-ministers heerlijk hun christelijke gang gaan, en zelfs de SGP nog trots maken. Marja van Bijsterveld durft deze week nota bene te zeggen dat weigerambtenaren ook een vorm van emancipatie zijn. De overheid is er dus voor iedereen, maar niet voor iedereen evenveel. Exact het betuttelende, christelijke toontje waartegen de paarse VVD (een van de architecten van het homohuwelijk) in het verzet kwam. Maar dat was toen. Nu lijkt het bijna alsof de zelfzekere houding van het CDA-smaldeel in het kabinet groeit, in plaats van krimpt, ondanks het aanhoudende gegrom en geblaf van bedrijfspitbull Wilders. Geen wonder dat het zwakke gekef van Cohen geen indruk maakt. Dat is liftmuziek in de oren van Verhagen en zijn collega’s.

De ministers van het CDA maakt het allemaal niet uit. Ze zitten na een halvering toch op het pluche. Alle hondsberoerde peilingen en stijgend intern gemor ten spijt, ze zitten er maar mooi. Geen Slangenburger die daar nu wat aan doet, het CDA zal Rutte-Verhagen niet laten vallen. Daar zorgt Maxime Verhagen, geflankeerd door Piet Hein ‘duimschroef’ Donner en Gerd ‘excuustruus’ Leers wel voor. Maxime viert zijn eigen feestje van democratie. En vandaag een stuk taart extra, want het is ook nog ’s een verjaardagsfeestje…


zaterdag, 16 juli 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Woning renovatie verloopt traag..

In bedrijf, bom, cv, eerste, euro, gewoon, hoop, internet, irritaties, en meer.
Ruim een jaar geleden werd mijn woning geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest en of alle ramen wel van dubbel zouden zijn. Er werd in mijn kantoor een vensterbank van asbest aangetroffen en in alle vertrekken was niet ieder raam van dubbel glas.. Daar werd gewoon een notitie van gemaakt zonder verdere bedoelingen behalve dan dat mijn verhuurder in kaart had wat mijn woning waard zou zijn.

Een klein half jaar geleden werd er aan mij gevraagd of ik mijn moederhaard wilde laten vervangen voor een CV installatie en zou er logischerwijs een nieuwe keuken bij krijgen. Onder mij zit een steen koude kelder (in de winter), de thermostaat van de moederhaard hing maar een paar centimeter boven de vloer… Dus met name de nieuwe moederhaard had ik zeker wel belang bij.. Om de huurders tegemoet te komen zou iedereen 80 Euro schade vergoeding krijgen voor de kleine onkosten die je als huurder zelf moeten maken om alles weer netjes te krijgen (kleedje kopen voor de plek waar de moederhaard stond, klein potje verf voor een klein oppervlak van de muur etc; )

Tussen 23 Mei en 7 Juni was men bij mij aan de slag gegaan, v.a dag 1 was men super netjes en plakte de inloop van gang naar keuken en woonkamer keurig netjes af zodat je geen vlekken kon krijgen door het continu in en uitlopen van mensen met smerige schoenen.

Dag 1 verliep prima volgens schema, bij dag 2 werd er al aan mij verteld dat men niets zou gaan doen met mijn vensterbank van asbest, maar dat stond ook niet op het renovatie schema.

Dag 3 verliep ook prima volgens schema en kreeg er zelfs een glazenzetter cadeau bij, deze heeft overal dubbel glas geplaatst op 1 klein luikje na..

De overige dagen verliep eigenlijk ook alles vlekkeloos totdat mijn keuken betegeld werd, mijn keukendeur bleek niet meer op normale wijze dicht te kunnen. Het in en uitklap mechanisme van de klink kraste tegen de tegels aan wanneer je niet de klink naar beneden drukte (erg onhandig wanneer je in gedachten even elders bent en de deur achter je dicht trekt). Het portier van de deur klapte continu tegen de licht schakelaar aan en beide klachten had ik ook meteen aangekaart.

Met een slijptol werd het in en uit klap mechanisme gehalveerd wat eigenlijk geen porem heeft en een kracht patser ging met zijn handen heel hard hangen tegen de knop van de verlichting in de hoop dat deze een paar millimeter naar rechts zou verschuiven zonder resultaat natuurlijk…

Zelf bleef ik in veel zooi zitten v.a. 7 Juni en moest periodiek thuis blijven voor vergeten klusjes en of correcties. Op 15 Juni zou de eerste oplevering zijn, vooraf liep ik natuurlijk grondig mijn woning door en maakte notitie van mijn woonkamermuur, overbodig achtergelaten gaatjes in de keuken, een barstje in de nieuwe betegeling, gasslang die het gasstel niet kon bereiken, een barstje in de nieuwe keukenkast en was tevens van mening zonder het gat in het tapijt mee te rekenen alleen al aan schilderskosten meer dan de genoemde 80 Euro kwijt zou zijn en daarbij mijn keukendeur bleef tegen de knop van de verlichting aanklappen (wordt vooral leuk in de winter want dan zetten de muren een beetje uit is mijn ervaring).

De opzichter vermelde aan mij een nieuwe langere gasslang krijgt u nog van ons, uw kastje zullen we laten nakijken, de beschadigde tegel daar moet echt iets aan gebeuren waarop deze onderbroken werd door de leidinggevende van het bouw bedrijf… die tegels kun je nooit meer in exact dezelfde kleur terug krijgen dus ik adviseer er een dubbel want contact te plaatsen.. Larie koek first class (ik woon hier sinds omgeving februari 2008 en de WC tegels hebben exact dezelfde kleur als mijn keuken betegeling van nu), maar dat terzijde.. vervang voor het enkele wandcontact maar een dubbel wandcontact.. scheelt jullie werk en voor mezelf komt het ook wel handig uit (kopje koffie, kopje thee, magnetron, friteuse, radio)…

Met een naar onderbuik gevoel ging ik akkoord met de opzichter, liet deze wel weten niet meer continu thuis te willen blijven en een aantal schade punten gewoon maar op papier te zetten zodat ik daar niet verantwoordelijk voor ben zodra ik deze woning verlaat..

Zelf wat in de ronde lopen bellen, een aantal straatbewoners wilden mij wel een handje helpen om de schoonheidsfoutjes weg te werken zodra het bouw bedrijf klaar is.

Na 15 Juni begonnen op mijn adres de irritaties eigenlijk alleen maar te stijgen, verweet mezelf dat ik te vriendelijk was gebleven.. Data’s weet ik niet meer exact.. 16a 17 Juni werd ik bezocht door een tegel zetter "Sorry meneer", "ik ben tegelzetter en heb geen verstand van elektra dus zal de klus door sturen naar de juiste persoon" (wat boeit mij dat nou, het enkele wandcontact zou toch vervangen worden door een dubbel wandcontact? Waarom kwam daarvoor dan toch een tegelzetter?).

Enkele dagen daarna kwam er een klusser mijn keukendeur onderhanden nemen, deze had een behoorlijk stuk van de keukendeur bij geveild en afgeschaafd.. Was zelf op zoek gegaan naar stoffer en blik en had alle troep netjes opgeveegd en bood zijn excuses aan voor zijn gemaakte rommeltje (overbodig op mijn adres).

Wel vroeg ik vriendelijk:”Wanneer wordt mijn gas nu eens aangesloten”,”en zal deze deur nog geschilderd gaan worden?” Ik kreeg meteen als vriendelijke opmerking terug:”sorry meneer”,”ik ben timmerman”,”heb alleen verstand van timmeren”,”omtrent uw gas slang wat op uw lijstje staat zal u toch echt bij de loodgieter moeten wezen”,"Omtrent de deur zou u bij de schilder moeten wezen"

Afgelopen Zondag 3 Juli had ik het wel helemaal gehad, bloggen deed ik al een poosje niet meer omdat ik mezelf niet concentreren kon en kan in diverse zooi en had toen ook de stoute schoenen aangetrokken..

Netjes een vrij boze mail opgesteld aan de coördinator van dit hele gebeuren plus een zichtbare CC: aan mijn contact persoon van mijn verhuurder..
4 Juli had ik nog wat foto’s nagezonden early in the morning..

Daarnaast 4 Juli telefonisch geprobeerd contact te krijgen met de coördinator van dit gebeuren, deze was wel of niet bereikbaar i.v.m. vakantie… 5 Juli kreeg ik hem te pakken en maakte meteen een afspraak voor 6 Juli vanaf of na 16:00 (voor 16:00 zaten zij zelf bom vol met bestaande afspraken en gaf dus zelf aan oke.. voor 16:00 ben ik niet thuis want ikzelf heb ook meer te doen).

Bekeek in de ochtend van 6 Juli mijn klachtenlijstje nogmaals door, had van mezelf meteen door dat ik hen niet zou kunnen overtroeven tijdens vlot rondje door woonkamer, keuken en does..

Bless the internet I thought on that moment…

Mijn klachten waren kort samen gevat:

- Woonkamer had 2 potten verf nodig:

1. witte grondverf om het grijze neigend naar zwarte beton weg te werken
2. de juiste kleur wit, kosten onbekend

- Keuken en does hadden 1 pot verf nodig plus de rest

1. muur vuller om gaatjes te dichten
2. pot spier witte verf
3. klein potje groene verf voor de keukendeur indien ik daar zelf verantwoordelijk zou zijn

ik bezocht dus snel even http://www.schilders-winkel.nl om in die zin man en paard te noemen, daarnaast noteerde ik ook:

- alle overige artikelen die je nodig had zoals verf kwasten, rollers afdek folie, afdek tape die voorkomt dat je by accident een plint, tegel of kastje raakt met de kwast..

Zelf vond ik het ook zwaar balen dat ik maar continu kant en klaar maaltijden moest kopen waar geen of weinig vitaminen in zitten en mijn buidel iig enorm raken. Normaliter kook ik een maaltijd voor 4a 5 personen… een deel ervan verdwijnt daarvan in de vriezer en de dag daarop doe ik dat met een andere maaltijd om wel afwisseling te houden..

Tot voor kort kocht ik een kant en klaar maaltijdje Nasi, Bami, Hollandse gerechten etc; Krijg je binnen 1 dag niet op en om dat zelfde te verspreiden over 2 dagen is echt te weinig en tevens ook vrij eenzijdig…

In het lijstje waarbij ik een rekensom maakte van toekomende kosten, zonder het eet gebeuren hierin mee te nemen, schade herstel van beschadigde tegels in mijn does als opmerking plaatste had ik het voor elkaar gekregen dat ik 175 Euro krijg op rekening van de verbouwer.

Aan mijn woning wordt dan wel niets meer gedaan wanneer ik achteraf nog met fout meldingen kom wegens renovatie.. Zover ik kon inschatten was ik ape trots met de mondelinge overeenkomst..

Tijdens het her inrichten van mijn keuken voor mijn eigen gemak afgelopen dagen knalde ik wel tegen zoveel problemen aan dat ik mij serieus ging afvragen of ik het schade formulier wel zou willen retourneren…

Genoemde 80 Euro + 175 Euro kon net uit, daarin waren niet opgenomen beschadigingen aan de vensterbank keuken die ik vast gelegd wens te hebben voor het geval ik verhuis plannen krijg..

De buizen in de keuken die op lak basis waren geschilderd blijken nu op muur basis zijn te geschilderd (handig schoon maken bij het koken van vette gerechten).

Lette er zelf niet zo op, wanneer ik mijn wasmachine nu aan zet sinds de renovatie borrelt mijn keuken gootsteen ook behoorlijk.. Wie gaat dat betalen???

Hou me in deze gewoon van de domme, een aantal dingen wens ik zwart op wit zien te verkrijgen en voor de rest zoekt men het maar lekker uit.

Zodra het geld op mijn rekening staat kan ik hier aan de slag, ik hoop nu toch wel heel snel...

vrijdag, 27 mei 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Leonardolezing: Politiek in de jaren nul

In speeches, rechtvaardigheid, regels, regeren, regering, rekening, risico, rita verdonk, roc, en meer.

Website van de Leonardo-leerstoelLeonardolezing, uitgesproken 26 mei 2011 op de Universiteit van Tilburg

Dames en heren,

Goedemiddag,

De politiek verlaten veroorzaakt een forse breuk in je bestaan. Eén die je ook nauwelijks kan voorvoelen, zolang je er deel van uitmaakt. Dat geldt òòk als er geen sprake is van een overhaaste aftocht na de val van een kabinet, een incident of een misstap en je jezelf plotseling en in shock terugvindt achter de geraniums.
Ik had mijn vertrek grondig voorbereid en ook wel tussen de bedrijven door nagedacht over de periode erna. Maar veel verder dan uitslapen, boeken lezen, met mijn kinderen spelen en vrienden zien, kwam ik niet. De allesoverheersende gedachte was ‘vrij zijn’ van dwang, druk en het heilige moeten. Maar wat je je onvoldoende realiseert, is dat ‘vrij zijn’ een geestesgesteldheid is die je als politicus juist grondig afleert.

Politici zijn onvrij, èn laten zich onvrij maken, en dat heeft een aantal redenen.
Er is de drukte die veel beroepen op hoog niveau kenmerkt: de agenda wordt door iemand anders gevuld, werkdagen van 12 uur zijn bepaald geen uitzondering en vanaf het opstaan tot het slapengaan jaagt de adrenaline door je bloed.
Ik merkte bijvoorbeeld – en heel simpel – dat ik de krant opnieuw moest leren lezen. Het obsessieve, gespannen scannen van het binnenlandse nieuws op je eigen naam, die van je collega’s en je tegenstanders, het in no-time willen inschatten van de politieke gevaren en risico’s die de krant herbergt, verworden geleidelijk tot een gewoonte. PVV-kamerlid Fleur Agema vertelde ooit bij Pauw & Witteman dat zij elke zaterdag om 6 uur opstond om bij het benzinestation de Telegraaf te kopen. Zodoende wist zij zeker dat zij als eerste van alle Kamerleden mondelinge vragen kon indienen over willekeurig welk incident. Hoe absurd misschien ook het voorbeeld, de onrust en drift waarvan Agema getuigt is geen enkele politicus vreemd.
En zo zijn er meer ingesleten gewoonten: tv-kijken betekent zappen; gesprekken voer je kort en dikwijls instrumenteel, met het oog op het te boeken resultaat; zoals de boeken die je leest vooral ‘nuttig’ moeten zijn voor je politieke handelen. Multitasken is verheven tot een hogere kunst van gelijktijdig telefoneren, internetten, medewerkers instrueren, een debat voorbereiden enzovoort.

Wat het politieke bestaan, als tweede, in hoge mate onvrij maakt is de permanente publieke druk, en de noodzaak èn wil om zichtbaar te zijn. Warren Beaty merkte ooit op over zijn toenmalige minnares Madonna dat zij niet bestond als de camera’s niet draaiden: ‘Why would you say something if it’s off-camera? What point is there existing?’
Politici, zeker de toonaangevende, worden regelmatig en, niet onterecht, bespot omdat ze opduiken in de meest wonderlijke talkshows, RTL-boulevard presenteren en hun oordeel geven over elke denkbare, triviale gebeurtenis. Maar – behalve vanzelfsprekend ijdelheid – hebben zij daarvoor ook goede redenen. Blijvende bekendheid & populariteit zijn namelijk harde voorwaarden voor verkiezingswinst, het kunnen realiseren van je opvattingen en idealen, en de eventuele deelname aan de macht.
Bijvoorbeeld. Toen ik eind 2002, krap 2 maanden voor de verkiezingen, aantrad als nieuwe lijsttrekker, was het grootste probleem mijn geringe naamsbekendheid. Minder dan 30% van de bevolking wist van mijn bestaan. Om ook maar enige rol van betekenis te kunnen spelen tijdens de verkiezingen moest dat razendsnel omhoog naar minimaal 80% en dat betekende een slopende gang langs koffieprogramma’s en vrouwenbladen.
Maar ook jaren daarna, toen ik over bekendheid weinig te klagen had, bleef de noodzaak om zichtbaar te zijn even groot. De meeste kiezers bepalen hun voorkeur namelijk maar deels op politieke opvattingen. Minstens zo belangrijk is hun intuïtieve voorkeur voor de waarden die een politicus vertegenwoordigt, zijn betrouwbaarheid & zijn aardigheid. Opvattingen, levensstijl, humor of de ontroering waarvan een politicus blijk geeft, moeten met elkaar in overeenstemming, en consequent zijn. Zo betekenden in mijn geval de bekende journaalbeelden waarin ik hevig debatteerde met bijv. Rita Verdonk of Geert Wilders ook een gebrekkig electoraal imago van bijterigheid (dan zeg ik het mild).
Het beeld van een politicus dat kiezers opbouwen bestaat uit korte fragmenten, waarbij juist de negatieve het beste beklijven. Reparatie van een onplezierig of onhandig imago kost tijd – televisietijd – en wint aan kracht door herhaling. Voor mij gold in ieder geval dat ik zeker 2 jaar talkshows als ‘Barend & Van Dorp bij elkaar gelachen had, voordat het kwartje viel bij veel kiezers dat ik niet alleen fel kon debatteren, maar misschien ook gewoon een aardige vrouw was aan wie je je kostbare stem kon toevertrouwen.

De druk èn de wil om geregisseerd en beheerst maar ook onophoudelijk zichtbaar te zijn, is niet alleen tijdrovend, maar het beperkt ook je uitingsvrijheid als politicus.
Elke politicus kan getuigen van een slip of the tongue die tot vervelens toe op televisie en op internet zijn herhaald. Balkenende denkt wellicht met weinig plezier terug aan zijn uitspraak tegen mij over de VOC-mentaliteit: ‘Laten we blij zijn met elkaar. Nederland kan het weer! (..) Toch?’ Maar het beëindigde niet voortijdig zijn carrière, wat wel gebeurde met VVD-kamerlid Arend Jan Boekestijn die vooral naam maakte met onhandige opmerkingen, zogenaamde ‘Boekestijntjes’.

De belangrijkste reden waardoor politici onvrij zijn is de tirannie van de tijd en de maatschappelijke omgeving. Daarmee bedoel ik het volgende. Het is voor politici bijna onmogelijk om een bezonken en beredeneerd oordeel te vellen over het politieke bestel waarin zij hun werk doen. Of de maatschappelijke cultuur te analyseren en te bekritiseren waarvan zij tegelijkertijd de drager zijn, waar zij uit voortkomen en hun populariteit aan ontlenen. Politici worden geacht mee te varen op de stroom van maatschappelijke en culturele sentimenten, de tijdsgeest aan te voelen en deze te vertolken. Doen zij dat niet of bekritiseren zij juist de tijdsgeest, dan riskeren zij kiezers, populariteit en uiteindelijk hun positie. Kortom, dan dreigen zij ineffectief te worden.
Maar vrijwel alle politici die ik de afgelopen jaren heb leren kennen, worstelen er ook mee dat ‘de waan van de dag’, zo dikwijls de koers van een debat en de richting van een besluit dicteert. Met de ‘waan’ bedoel ik niet het laatste incidentje uit de Telegraaf dat bij de wekelijkse mondelinge vragen de boventoon voert – hoewel dat ook ergerlijk is. Ik bedoel dat de woorden en onderwerpen die politici kiezen aan maatschappelijke en politieke modes onderhevig zijn en dat die modes dwingend zijn. Simpel gezegd. Geen zichzelf respecterende politicus wil op dit moment thee drinkend en al ‘multiculturaliserend’ in een moskee betrapt worden, ook al zouden daar goede redenen voor zijn. Thee drinken staat voor slapte. Zoals ook geen politicus nu met groot enthousiasme lagere straffen verdedigt, hogere belastingen, gescheiden zwemmen, de vrije verkoop van Mein Kampf enzovoort. Er is een grote omloopsnelheid in de populariteit van politieke onderwerpen. Tegen de dominantie van een kulonderwerp kun je je verzetten, je kan media in hun eenzijdige belangstelling tot de orde willen roepen, maar dan strand je meestal als roepende in de woestijn. Het is bijna onvermijdelijk om je te voegen naar de onderwerpen die gelden als het meest urgent, het meest ernstig – en daarbinnen de variatie te zoeken. Dat is niet uit lafheid of opportunisme maar uit noodzakelijk en gezond lijfsbehoud.

Mocht u na deze inleiding denken dat ik somber ben over de kwaliteit en kracht van politici: nee, geenszins. Wat ik zo-even opsomde zijn de disciplinerende, onvrij makende mechanismen van moderne politiek, mechanismen die – zo zal ik verderop betogen – alleen maar sterker en dwingender worden, en waaraan politici zich slechts met moeite en risico’s kunnen onttrekken.

Maar vandaag verdedig ik ook de stelling dat cultuurkritiek en het opnieuw beoordelen van het politieke bestel en handelen hard nodig zijn. Dat het meedeinen op het tij van maatschappelijke en culturele verandering – niet volstaat. Dat kon misschien in eerdere perioden in onze naoorlogse geschiedenis – waar bijvoorbeeld een oud-politicus zoals Marcel van Dam hoog over opgeeft – nog wel. Maar toen volstond ook om, tegenover de dreiging van de Russen een bataljon tanks aan onze oostgrens te plaatsen. Nu is de maatschappelijke deining te groot en is te onbestemd waar en hoe de golven op de kust slaan.

_____________

Sinds begin februari hebben mijn studenten en ik onderzoek gedaan naar wat ik in de opdracht van de Leonardo-masterclass heb beschreven als ‘De politieke betekenis van de jaren nul’ (de eerste 10 jaar van deze eeuw).

Maar laat me ze eerst even aan u voorstellen: Juliette Barendse, Linde Gasseling, Sabine Geers, Suzanne Keurntjes, Loes Mahieu, Madelene Munnik, Vera Nijveld, Michael Suurendonk, Pauline Verstraten en Eefje Wielders.

Zij hebben de afgelopen maanden literatuurstudie verricht en gesprekken gevoerd – variërend van Mark Rutte tot Hans Laroes, van Herman Tjeenk Willink tot Paul Scheffer. Zij hebben een middag meegelopen bij de redactie van Nieuwsuur, aangezeten bij de fractievergadering van een niet nader te noemen politieke partij en de Haagse sociëteit Nieuwspoort verkend. Zij hebben – aan de hand van eigen stellingen – een debat georganiseerd met studenten van de Tilburgse ROC. En uiteindelijk hebben zij twee keer, in groepjes van drie, een essay geschreven.

Wat ik hier vertel is ook gebaseerd op hun analyses, conclusies en aanbevelingen, wat niet wegneemt dat anekdotes en – zeker – de drastischer opvattingen en conclusies wel degelijk voor mijn eigen rekening komen.

De afgelopen jaren (bijvoorbeeld ook in mijn afscheidsbundel ‘Zoeken naar vrijheid’) heb ik vaak opgemerkt het gevoel te hebben getuige te zijn van een historische politieke tijd. Aantredend als Kamerlid in de tweede Paarse periode in 1998, kenmerkten de politiek en samenleving zich door een grote bezadigdheid. Politiek betekende wat schaven en lasten verlichten en nog eind 2001, toen Pim Fortuyn al heel populair was, bleek uit onderzoek dat de Nederlandse bevolking zeldzaam tevreden was. Er leken – eigenlijk tot de aanslag op de Twin Towers in september 2001 – weinig maatschappelijke en politieke voorbodes voor het tumult dat volgde.

De gedachte getuige te zijn van een historische politieke tijd ontleende ik aan het boek van Ido de Haan over de Nederlandse constitutie: ‘Het beginsel van leven en wasdom’ Hij betoogt daarin dat Nederland tussen 1848 en 1920 in het teken stond van constitutionele politiek. Volgens De Haan draaide het toen niet zozeer om een faire uitvoering van de politieke regels, als wel om het vaststellen van de regels zelf. In die periode werd bijvoorbeeld de staatssoevereiniteit vastgesteld, de scheiding tussen kerk en staat, het vrouwenkiesrecht en de vrijheid van onderwijs. Na 1920 brak een lange periode aan van zgn. ‘normale politiek’. Onze constitutie stond als een huis en werd door politici van alle gezindten als begrenzing geaccepteerd. Zelfs in de jaren zestig en zeventig, jaren van grote maatschappelijke onrust, concentreerde het politieke en maatschappelijke debat zich vooral op de herverdeling van welvaart en rechtvaardigheid, binnen de normatieve grenzen van de grondwet.
Volgens De Haan is pas aan het einde van Paars, versneld door de aanslag op de Twin Towers, de lange periode van ‘normale politiek’ ten einde gekomen en zijn wij opnieuw aangeland in een periode van constitutionele politiek. Of zoals de Haan het somber opsomt: ‘We hebben te maken met een partijenstelsel dat niet langer de verdeeldheid in de samenleving weerspiegelt, een parlement dat zijn centrale plaats daarin verliest en een staat die vastdraait in zijn ambities van herverdeling en rechtvaardigheid. De staat en de samenleving zullen zich opnieuw moeten grondvesten.’ (Tot dusver Ido de Haan)

Terugkijkend op de afgelopen 13 jaar, zijn onmiskenbaar de grootste en hevigste debatten ‘constitutioneel’ geweest. Beginnend wellicht met het venijnige conflict dat volgde op de uitspraken van Pim Fortuyn over artikel 1 van de grondwet: het discriminatieverbod, als sta-in-de-weg van de vrije meningsuiting. Wat volgden waren talloze debatten over de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs.
Zo kon het gebeuren dat het parlement debatten voerde over de noodzaak en de plicht elkaar de hand te schudden, omdat dit niet langer werd beschouwd als een vriendelijke gewoonte – en het afwijken ervan als een rariteit -maar als een nationale testcase voor onze tolerantie, vrouwvriendelijkheid en ons gelijkheidsdenken. En in dit geval legde het recht van vrije expressie – in de opvatting van de dienstdoende minister Verdonk – het genadeloos af tegen het discriminatieverbod (dat zij op andere momenten met hartstocht relativeerde).
Nieuw was ook het bediscussiëren van de betekenis van godsdienst, en in het bijzonder de Islam, in het parlement zelf. De dominante uitleg van de scheiding tussen kerk en staat was voordien dat politici geen oordelen vellen over geloof. Ook de verhouding in de Trias Politica wijzigde zich, sinds politici zich actief bemoeien met lopende rechtszaken en de benoeming van rechters niet langer beschouwen als een hamerstuk maar tot inzet maken van partijpolitieke strijd (zoals de nieuwe Raadsheer Ybo Buruma overkwam). En hetzelfde kan gezegd worden over de positie van het staatshoofd, die vorige zomer hardhandig buitenspel is gezet bij de vorming van een minderheidskabinet.

Ik denk dat mijn studenten en ik er niet over van mening verschillen dat we inderdaad een periode van maatschappelijke en politieke turbulentie doormaken.
Wel hebben wij samen het idee begraven dat er sprake is van een harde omslag in de politieke geschiedenis die zich concentreert in 1 decennium en is veroorzaakt door de aanslag op de Twin Towers en de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Maatschappelijke en culturele verwarring lijkt eerder het gevolg van geleidelijker, maar evenzeer ingrijpende veranderingen. Veranderingen waarvan de politieke moorden in Nederland en 9/11 in de Verenigde Staten wel machtige symbolen zijn.

Samen, de studenten en ik, hebben we er drie grote en geleidelijke veranderingen uitgelicht die naar onze opvatting met name de afgelopen 10 jaar groot effect hebben gehad op de politieke verhoudingen en het politieke handelen. Deze veranderingen, als ook de effecten op de politiek, hebben de studenten onderzocht en in hun essays beschreven.

1.
De eerste grote verandering is globalisering en de definitieve vestiging van een risicomaatschappij. Deze is de afgelopen decennia in tientallen studieboeken beschreven en de vaststelling dat Nederland onderdeel is geworden van een internationale, globale en kwetsbare risicomaatschappij is bepaald niet nieuw.
Nieuw is wel de hardhandigheid waarmee globalisering de afgelopen jaren onze huiskamers en het parlement is binnengewalst. Als student leerde ik aan het einde van de jaren tachtig al over de ‘risicomaatschappij’ die het gevolg was van globalisering, waarbij de kernramp in Tsjernobyl het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was. Maar afgezien van een enkele dioxinekoe, leek het met de aanwezigheid van onbeheersbare, wereldwijde risico’s wel mee te vallen.
Die illusie van relatieve veiligheid zijn wij inmiddels wel kwijt.
Inmiddels hebben we hardhandig de gevolgen ondervonden van een aantal
wereldwijde, financiële en economische crises.
Ik kan me goed herinneren dat over de Algemene Beschouwingen van 2008 de dreiging hing van een aanstormende financiële crisis. Maar zelfs toen vlak daarna de Amerikaanse Bank Lehman Brothers omviel, was van groot alarm in de Haagse politiek en in de samenleving nog geen sprake. Het beperkte zich tot een droge notie van risico’s waarop de Nederlandse regering, mocht er iets gebeuren, ‘adequaat’ – in het betere Haagse jargon – zou reageren. Dat is overigens ook gebeurd.
Maar ik kan niet verhullen dat het dreigende omvallen van Nederlandse banken en de duizelingwekkende bedragen die de Nederlandse regering vervolgens beschikbaar moest stellen, ook voor mij een schokkende eye-opener van internationale kwetsbaarheid waren. De razendsnel oplopende staatsschuld, de toenemende werkloosheid in Nederland door onverantwoord gedrag van bankiers en hypothecairs in de Verenigde Staten, was en bleef een nauwelijks te bevatten samenloop van gebeurtenissen en omstandigheden.
En kwetsbaarheid voor internationale risico’s heeft zich niet beperkt tot de financiële markt en de economie. De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met de
razendsnelle verspreiding van ook voor mensen gevaarlijke dierziekten en heeft de wereldwijde klimaatverandering bijvoorbeeld moeten leiden tot een kostbaar plan voor dijkverhoging en dijkbewaking. De aanslag op de Twin Towers en daarop volgend die in Madrid en Londen hebben de zekerheid te leven in een relatief geweldsloze en veilige samenleving voor veel mensen ondermijnd. Internationaal conflict en geweld houden zich ook in onze achtertuin op, worden hier geboren en groot gebracht: zoveel werd vooral bij de moord op Theo van Gogh duidelijk.

Om een beter zicht te krijgen op het effect van internationale crises en risico’s op de Nederlandse politiek hebben de studenten onderzocht hoe in Nederland is omgegaan met de Mexicaanse griep. Dit griepvirus, eerst de varkensgriep genoemd, kreeg vanaf het voorjaar van 2009 delen van de wereld in de greep, zeker toen bleek dat door besmetting niet alleen dieren maar ook mensen dood konden gaan. Inmiddels staat de teller wereldwijd op bijna 19.000 slachtoffers. In Nederland heeft de regering, onder verantwoordelijkheid van minister Klink, snel en ingrijpend gereageerd. Er waren folders en internetsites, risicogroepen kregen het advies zich preventief te vaccineren en er zijn 34 miljoen griepvaccins aangeschaft. Uiteindelijk heeft de Mexicaanse griep in Nederland nooit werkelijk huisgehouden.

Terugkijkend op de politieke besluitvorming valt vooral de grote en oncontroleerbare rol op die deskundigen spelen. Minister en parlement ontbeerden de specialistische kennis die inschatting van de gezondheidsrisico’s vergde en moesten zich in het geheel verlaten op de Gezondheidsraad, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de World Health Organisation (WHO). Het waren ook de deskundigen die de minister en vervolgens de kamer voor een keuze plaatsten. Men kon 1. ‘afwachtend beleid’ voeren maar dit had een ‘risico voor de nationale gezondheid’ of men kon 2. ‘preventief beleid’ voeren, dat een financieel risico droeg.
Zo geformuleerd hoeft het weinig verbazing te wekken dat Nederland – als één van heel weinige landen – overging tot de peperdure aanschaf van een astronomisch aantal griepvaccins. De keuze was dan ook eigenlijk geen keuze maar een fait accompli omdat geen verantwoordelijk politicus uiteindelijk geld boven de gezondheid van de bevolking zal plaatsen.
Achteraf is er discussie ontstaan over de onbevooroordeeldheid van de deskundigen, de mogelijke rol van de farmaceutische industrie, en het oordeelsvermogen van politici. Dat vind ik terecht.

Meer in het algemeen kun je stellen dat globalisering en internationale crises politici in heel grote mate afhankelijk maken van deskundigen, wier achtergronden, motieven en belangen – anders dan die van politici – dikwijls slecht controleerbaar zijn. Waarvan op het moment dat zij dwingende adviezen geven ook nauwelijks bekend is dat zij zelf over de juiste en noodzakelijk informatie beschikken. De President van de Nederlandse Bank, de heer Wellink, heeft bijvoorbeeld achteraf aangegeven dat ook de Nederlandse Bank en hij zelf onvoldoende op de hoogte waren van de financiële producten waarin banken handelden en de risico’s die deze in zich hadden. Toch voer de regering volledig op de Nederlandse Bank.

2.
Globalisering is niet de enige grote, geleidelijke verandering die de politiek beheerst. Even ingrijpend is – om het eens in chique wetenschappelijke termen te zeggen – het gewijzigde paradigma van multiculturalisme.
Kort gezegd, is multiculturalisme in Nederland lang het bewijs geweest van vrijheid. In ons vrije, democratische land zou ruimte zijn voor andersdenkenden, andere tradities en gebruiken. Door de kracht van onze rechtsstaat, door onze tolerante inborst, ons democratisch bestel en de maatschappelijke mogelijkheden voor sociale stijging, zouden wij ook de komst van grote groepen vreemdelingen gemakkelijk kunnen opvangen. En belangrijker nog, binnen de grenzen van de rechtsstaat werd heb alle ruimte gegeven om hun eigen gang te gaan.
Inmiddels wordt multiculturalisme niet meer beschouwd als een bewijs van vrijheid, maar als een regelrechte bedreiging van onze vrijheid. Tolerantie is niet langer een deugd die geprezen wordt maar synoniem geworden met ‘plooien, schikken en afkopen’ van eigenlijk onoverkomelijke verschillen, tegenstellingen en botsingen.

Het verdwijnen van het geloof in multiculturalisme is een gevolg van de hardnekkigheid van integratieproblemen en het dreigende ontstaan van een allochtone onderklasse (met overmatige criminaliteit en overlast onder allochtone jongeren). Het is ook een gevolg van de angst voor gewelddadig, Islamitisch fundamentalisme dat door de aanslagen is gevoed en ertoe leidt dat in Nederland levende en werkende moslims inmiddels achterdochtig worden beschouwd als wolven in schaapskleren.
Maar beide problemen – de hardnekkige integratieachterstanden en de zorg om gewelddadig Islamitisch fundamentalisme – zijn ook een dankbare voedingsbodem gebleken voor snel populair wordende populisten. Dat multiculturalisme inmiddels een scheldwoord is geworden, is in belangrijke mate hun verdienste. Dit zeg ik wel met enige ironie.

De studenten hebben de afgelopen maanden als casus studie gemaakt van de incidenten die er de afgelopen jaren zijn geweest rond Imams die weigerden de hand te schudden van, in de eerste plaats Minister Verdonk. Vooral de eerste keer dat een Imam, zichtbaar en publiek weigerde de minister de hand te schudden groeide snel uit tot een nationale rel. De minister vond dat er onvoldoende respect was voor het instituut ‘minister’ en voor haar als vrouw en liet weten dat handen schudden een Nederlandse plicht was.

Op basis van hun onderzoek naar het veranderde oordeel over multiculturalisme en de incidenten rond handen schudden merken de studenten op dat politici en het politieke debat zich los lijken te hebben gezongen van de rechtstatelijke kaders waarbinnen zij opereren. Bij de beoordeling van het gedrag van individuele en groepen burgers stellen zij zich minder de vraag ‘is dit onwettig’ maar veeleer de vraag ‘is dit onprettig’. Afwijkend gedrag wordt in toenemende mate als on-Nederlands en onprettig bestempeld en veroordeeld.
Veel burgers, veel media ook, zijn gecharmeerd van de daadkracht en flinkheid die spreekt uit deze stevige oordelen: met name populistische politieke stromingen die van het veroordelen van onprettig, on-Nederlands gedrag hun handelsmerk hebben gemaakt, hebben dan ook een grote electorale vlucht gemaakt
Tegenover de symbolische kracht van harde normatieve oordelen over soms kleine incidenten staat echter een grote politieke en beleidsmatige onmacht. Politici zijn namelijk wel degelijk gehouden en gebonden aan de grenzen van de democratische rechtsstaat, waar deze rechtstreeks voortvloeien uit de mensenrechtenverdragen. Ongeacht retoriek en vertoon van flinkheid kent het integratiebeleid de afgelopen 10 jaar nauwelijks verandering maar een grote stroperige continuïteit en traagheid. De problemen rond integratie, sociale achterstand en criminaliteit zijn de afgelopen jaren niet werkelijk verminderd.
Het zichtbare verschil tussen zeggen en doen in het debat over de multiculturele samenleving levert – zo voeg ik daar aan toe – politici en het politieke bestel inmiddels een serieus geloofwaardigheidsprobleem op.

3.
Als je de gevolgen van de grote maatschappelijke veranderingen rond globalisering en multiculturalisme bij elkaar optelt, dan kun je vaststellen dat politici zich in een lastig parket bevinden, of – wellicht beter – in een lastig parket hebben gemanoeuvreerd.
De grootste maatschappelijke problemen kennen dikwijls een internationale oorsprong, oplossing of vermindering ervan onttrekt zich daardoor vaker aan het handelingsvermogen van gewone Nederlandse politici. Daarbij zijn zij in toenemende mate afhankelijk van specialistische deskundigen, waarbij zij de belangen en de juistheid van deskundige meningen niet altijd even goed overzien. De verleiding van een vlucht in symbolische daadkracht, in flinkheid bij incidenten is levensgroot en deze route wordt dan ook regelmatig genomen.
Het parket wordt nog lastiger als de derde grote verandering van de afgelopen jaren in ogenschouw wordt genomen: de fragmentatie en verveelvoudiging van media en de groeiende invloed van nieuwe media, van internet, weblogs en twitter.

De opvallendste vaststelling van de studenten in het onderzoek dat zij hebben gedaan naar de invloed van de mediacratie op het politieke handelen is dat wordt onderschat dat media zelf in toenemende mate ten prooi zijn aan grote commerciële en economische belangen.
Tijdens een debat gisteravond bij DWDD tussen een vertegenwoordiger van ‘dode- bomen’ media en webloggers – waar de studenten en ik toevallig aanwezig waren -
werd die dwang van commercie nog eens zichtbaar.
De meest gelezen onderwerpen op weblogs en de digitale pagina’s van kranten variëren van ‘condooms met tandjes’ tot de borsten en billen van Kim Kardashian. Serieuze onderzoeksjournalistiek, analyses van ingewikkelde economische problemen leggen het in de lezersaandacht altijd af tegen relletjes met overspel, zich misdragende BN’ers, moord en doodslag. En waar de lezersaandacht minder is, verdwijnt ook de belangstelling van adverteerders, uitgevers en mediabedrijven. Hoofdredacteuren en journalisten staan onder grote druk om lezers – en daarmee adverteerders – waar voor hun geld te geven.

Voor politiek nieuws betekent dit dat ruzies en conflicten, swingende, harde uitspraken over bijvoorbeeld Islamitisch stemvee of Grieks wangedrag, veel makkelijker hun weg vinden in de media dan – ik noem maar wat – de achtergronden van de financiële crisis.

Ik begon deze lezing met de vaststelling dat politici onvrij zijn. Een politicus die langer meewil verhoudt zich tot de tijdsgeest en tot de onderwerpen die zijn kiezers en de media het meeste lijken bezig te houden.
Nu weet ik dat u stiekem denkt: ‘ja hoor eens, een moedige politicus kiest natuurlijk altijd zijn eigen weg, ongeacht de risico’s’. Natuurlijk, dat is ook zo. En er zijn talloze voorbeelden van moderne, moedige politici die dagelijks impopulaire onderwerpen agenderen en verdedigen. Politici die werk maken van onderwerpen als Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, de noodzaak van nieuwe duurzame energiepolitiek, wereldwijde voedselzekerheid enzovoort, ondanks dat hen dit zo goed als onzichtbaar maakt in de media en daarmee voor kiezers. Zoals ook de moderne politiek talloze voorbeelden kent van politici die dwars tegen de voorspellingen in van peilingen – waar ik overigens ook nog een betoog zou kunnen opbouwen – electoraal risicovolle beslissingen nemen omdat zij een grote innerlijke noodzaak voelen. Mijn opvolger gaf bijvoorbeeld meteen na aantreden een visitekaartje af.

Ik verzet mij hevig tegen de gemakkelijke gedachte dat de kwaliteit van politici de afgelopen decennia minder is geworden of dat de politiek oppervlakkiger en vluchtiger is. Deze nostalgische gedachte die nog wel eens door oude politieke mastodonten wordt geuit, miskent eenvoudig dat de maatschappelijke en politieke omgeving waarin politici hun werk doen met name het afgelopen decennium ingewikkelder en risicovoller is geworden.

Dit neemt niet weg dat er alle reden is om de staat van de politiek en het handelen van politici opnieuw goed en hardhandig te doordenken.
Als ik terugkeer naar Ido de Haan en zijn analyse van ‘constitutionele politiek’ dan denk ik dat je inderdaad kan vaststellen dat, als een gevolg van globalisering, de grote problemen in de multiculturele samenleving en komst van een mediacratie, samenleving en politiek zich opnieuw – moeten – grondvesten.

Politici, gekozen vertegenwoordigers van het volk, zullen daarin onvermijdelijk leiding moeten nemen. Zij dragen wel degelijk de verantwoordelijkheid om oplossingen aan te reiken voor grote maatschappelijke problemen. Of het nu gaat om het verminderen van de werkloosheid die voortkomt uit de internationale economische crisis, het op orde brengen van de staatshuishouding, het verminderen van de sociale en integratieproblemen, het beter beheersbaar en controleerbaar maken van het bureaucratische pandemonium (zoals Volkskrantcolumnist Bert Wagendorp deze week zo mooi opmerkte) of het aanpakken van klimaat- en energieproblemen

In het tweede deel van de masterclass heb ik de studenten gevraagd om – met achterlating van al hun theoretische kennis – eens na te denken over de noodzakelijke veranderingen in het politieke bestel en het handelen van politici.

Ik geef u eerst twee heel alledaagse observaties van de studenten door, waar ik even om moest lachen maar die ook onmiskenbaar veelzeggend zijn.
Na gesprekken met politici en een bezoek aan het parlement, verzuchtten de studenten om beurten dat zij het in het parlement interessanter en ook gezelliger vonden dan zij dachten en dat politici aardiger, welwillender en ook redelijker waren dan hun beeld van hen was.
En vorige week meldde een student dat zij, bezig met de opmaak van het slotessay, eindeloos op Google had gezocht naar foto’s van samenwerkende, vriendelijk met elkaar pratende politici en dat zij die niet had kunnen vinden.

Moderne politici zijn dagelijks verwikkeld in een harde overlevingsstrijd, een strijd om media- en publieke aandacht, in een strijd om het behagen en binden van hun kiezers. Politici zijn met handen en voeten gebonden aan kiezersverwachtingen, populariteitsvereisten en politieke mores. Het maakt hen onvrij om met wat meer afstand de grote problemen van deze tijd te aanschouwen. Het kan hen ook in een isolement brengen van eigendunk en zelfgenoegzaamheid, zo lang het ze goed gaat.

Maar niet alleen zijn de internationale problemen en risico’s, en de afhankelijkheid van derden bij het begrijpen en beheersen ervan, te groot; de vlucht in symbolische daadkracht, symbolische debatten over vooral de multiculturele samenleving die – ondanks daadkrachtige en soms oorlogszuchtige taal – niet leiden tot verbetering van het dagelijkse leven van mensen, ondermijnen de geloofwaardigheid en uiteindelijke effectiviteit van politici. En dit gevaar van politieke machteloosheid en ineffectiviteit op de lange termijn bedreigt alle politici, ook de populisten die zich vooral verheugen over de electorale winst op de korte termijn.

Politieke samenwerking over partijpolitieke grenzen heen, kent een grote noodzaak. Het vermeerdert de gedeelde kennis, het vergemakkelijkt het sluiten van de noodzakelijke compromissen en van het samen regeren.
De studenten hebben bedacht dat het goed zou zijn om kiezers bij de verkiezingen niet meer enkel op de eerste partij van hun voorkeur te laten stemmen maar ook een tweede en een derde voorkeursstem te laten uitbrengen: een zogenaamd ‘songfestivalsysteem’. Het dwingt politici zich beter rekenschap te geven van de politieke ‘umwelt’ waarin ze opereren en al in campagnetijd actief naar coalities te zoeken en deze te verdedigen, waarmee zij na de verkiezingen zouden willen regeren. Afgelopen zomer leidde de vergaande polarisatie tussen politici tot een gefragmenteerde verkiezingsuitslag en een bijna onbestuurbaar land. De ervaringen van de formatie en de idiotie van de totstandkoming van het huidige minderheidskabinet, zouden zich niet moeten herhalen.
Een zelfde milde dwang tot samenwerking zou uit kunnen gaan van het bij de gewone verkiezingen mogen uitbrengen van een adviserende stem op een voorkeurscoalitie. Ook dan geldt dat politici minder uitgedaagd worden om het conflict te zoeken met de electorale concurrenten (zoals Mark Rutte tijdens de laatste verkiezingen deed met Jan Peter Balkenende) maar al tijdens de campagne publiek samenwerking te zoeken met de latere en meest gewenste regeringspartner.
Daarbij lijkt het ons goed als de partijdiscipline en de onderlinge partijtegenstellingen verminderen. Een voorstel van de studenten is om Kamerleden in het parlement niet meer gegroepeerd naar partij te laten plaatsnemen maar bijvoorbeeld op alfabetische volgorde waardoor zij vaker samen optrekken en samenwerken.
Zelf voeg ik daar nog een suggestie naar Italiaans voorbeeld aan toe. Daar kiezen de leden van de verschillende oppositiepartijen samen één oppositieleider. Ook dat leidt onvermijdelijk tot betere samenwerking: de leiders zullen minder geneigd zijn elkaar vliegen af te vangen of elkaar te herhalen. Daarbij verandert het de verhouding tussen de grote en de kleinere oppositiepartijen. Denkt u zich eens in: het zal lang niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de leider van de grootste oppositiepartij ook de oppositieleider wordt, bij de andere, kleinere partijen zijn wellicht beter gekwalificeerde kandidaten.
Veel politici maken zich zorgen over de zogenaamde kloof tussen politiek en burgers. Zij gaan eens in de zoveel tijd ostentatief (met een camera op hun nek) in koffiehuizen zitten, de deuren langs om te flyeren en beleggen bijeenkomsten waar burgers hun gal kunnen spuien. Al deze, dikwijls symbolische ontmoetingen betekenen niet werkelijk dat er met burgers wordt samengewerkt. Burgers bezitten veel kennis over, en dagelijkse ervaring met maatschappelijke en bureaucratische problemen, vaker dan nu gebeurt kunnen zij politici helpen oplossingen te formuleren. Met de komst van internet kan de kennis van burgers beter toegankelijk worden gemaakt, gebundeld en geselecteerd (zie bijvoorbeeld de ontwikkeling met ‘crowdsourcing’, waar in NL ook Maurice de Hond zich mee bezighoudt).
Een aantal jaren geleden heeft Rita Verdonk een ‘Ritawiki’ geïntroduceerd: burgers werden uitgenodigd om op haar site mee te schrijven aan haar verkiezingsprogramma. Het initiatief ging al snel kapot aan ‘reaguurders’ die site kaapten. Dat neemt niet weg dat het een goed idee was. Een idee van de studenten is om, verbonden aan de site van de Tweede Kamer, een ‘politieke wiki’ te starten waarop burgers oplossingen voor dringende en grote maatschappelijke problemen kunnen aanreiken. Vergelijkbaar met ‘wikipedia’ moet ook het debat over de inbreng van verschillende burgers zichtbaar kunnen zijn en moet zichtbaar kunnen zijn wie deelnemen aan een debat. Om te verhinderen dat de site gekaapt wordt, zou het een idee kunnen zijn dat burgers zich inschrijven met hun ‘digid’ die dan wel bekend is bij de Tweede Kamer maar niet zichtbaar is. Wel moet nagegaan worden of dit privacyproblemen geeft.

Onderlinge, harde competitie en concurrentie tussen politici en tussen parlementariërs en regering is slecht voor de openbaarheid. Angst voor misstappen en voor publieke vernedering leidt ertoe dat politici terugdeinzen voor het geven van inzicht in hun beweegredenen en in de wijze waarop zij tot een besluit zijn gekomen, met wie zij hebben gesproken en welke rol bijvoorbeeld lobbyisten hebben gespeeld. Het voorstel van Minister Donner om de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) verder in te perken en journalisten die de gangen van een minister willen nagaan, verder op achterstand te zetten, is een teken aan de wand.
Het is een misvatting dat een ‘cultuur van heimelijkheid’ de kwetsbaarheid van politici zou verminderen; het vergroot juist de achterdocht en de behoefte om politici hard af te rekenen als blijkt dat zij oneigenlijk informatie achterhouden.
Openbaarheid van informatie is een teken van politieke kracht, het versterkt de samenwerking met burgers en vergroot daarmee uiteindelijk ook de legitimiteit van beslissingen.
Het zou goed zijn als de Wet Openbaarheid Bestuur juist wordt verruimd en het aantal ‘uitzonderingsgronden’ voor het ter beschikking stellen van informatie aan journalisten en anderen, wordt verminderd
Naar mate beslissingen ingewikkelder worden (zoals bijvoorbeeld bij de Mexicaanse griep) zou het ook goed zijn als politici vaker laten zien ‘hoe’ zij tot een beslissing zijn gekomen, en niet enkel burgers ermee confronteren ‘dat’ zij een beslissing hebben genomen. Samen met de studenten pleit ik ervoor om vergelijkbaar met de Rekenkamer (die de doelmatigheid en rechtmatigheid van overheidsbestedingen onderzoekt) een onafhankelijke Besluitvormingskamer in te stellen die nagaat hoe een grote politieke beslissing tot stand is gekomen, op welke feiten en onderzoek deze is gebaseerd, welke derden daarbij een grote rol hebben gespeeld en wat hun belangen en motieven zijn.

Ervan uitgaand dat er sprake is van constitutionele politiek waarbij politiek en samenleving zich opnieuw grondvesten, zou het logisch zijn dat onze constitutie daarin ook een grote rol speelt. En dan bedoelen wij niet enkel in de schreeuwerige verdediging van een enkel grondrecht, zoals de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van godsdienst. Het kenmerk, maar ook de schoonheid, van onze constitutie is de gelijkwaardige botsing van grondrechten, van burgerlijke waarden, die erdoor op een vreedzame manier mogelijk wordt gemaakt. De grondwet constitueert daarmee ook heel letterlijk onze samenleving.
Betere kennis en een meer actieve verdediging van onze grondwet door politici, helpt wellicht ook burgers om met wat meer distantie, wat meer abstractie, politiek en maatschappelijk conflict en meningsverschil te beoordelen. Dit vereist echter wel dat de grondwet wordt vereenvoudigd en wordt verduidelijkt. Onze grondrechten zijn te cryptisch beschreven omdat ze tegelijkertijd ruimte laten voor uitzonderingsbepalingen door de overheid vast te stellen. Wij zijn voorstander van een nieuwe, moderne grondwet die eenvoudig en aantrekkelijk is en die daarmee ook een goed instrument in het onderwijs en in het politieke debat kan zijn.
Daarnaast is het hoog tijd om constitutionele toetsing in te voeren (diegenen die mijn werk van de afgelopen jaren kennen weten dat dit niet de eerste keer is dat ik hiervoor pleit). Niet alleen geeft het burgers een grotere mate van rechtsbescherming tegenover overheidsmacht, het brengt de grondwet ook tot leven omdat deze niet langer ‘een gesloten deur’ is voor burgers, zoals Thorbecke het ruim anderhalve eeuw geleden al omschreef.
Als samenleving en politiek een nieuw grondvest zoeken voor gezamenlijk handelen dan hopen wij dat die wordt gevonden in het zachtaardige, rechtstatelijke patriottisme dat onze constitutie biedt

Gisteravond kreeg ik bij DWDD de vraag, waarom komt u er nou mee, nu u aan de kant staat.
Aan de kant staan is ook reinigend en noodzakelijk om de politiek – waarvan ik houd – met wat meer distantie, wat minder politieke belangen, wat minder koortsachtig te kunnen gadeslaan en te beoordelen.

Ik dank de Universiteit van Tilburg, en in het bijzonder Hans van Driel en zijn staf voor de gelegenheid die zij mij hebben geboden. Ik dank vooral de Leonardostudenten voor het waardevolle onderzoek dat zij de afgelopen maanden hebben verricht en de vele levendige gesprekken en discussies die wij samen hebben gevoerd.

Dank u wel.

 

NB: Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een ‘songfestivalsysteem’ eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

'Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een 'songfestivalsysteem' eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

maandag, 13 september 2010

Ger Bosma

Ger Bosma

Geslaagde Coup van Rechts?

In eigen artikelen 2000-2012, nieuws, politiek, achterban, actie, ad koppejan, bezuinigingen, cda, coalitie, en meer.

Ruim 3 maand na de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni – we schrijven 11 september – hangt het eerste kabinet Rutte van VVD en CDA met gedoogsteun van Wilders' PVV nog steeds boven de markt. Of dit kabinet er werkelijk komt, en of het in dat geval lang stand zal houden daargelaten: de intenties van Rutte, Verhagen en Wilders zijn duidelijk. Zij zetten alles op alles om het meest rechtse kabinet ooit te verwezenlijken. Zelfs als dat betekent dat men gedoogsteun van de reactionaire christenbroeders van het SGP moet accepteren.

Vlak na het kortstondige stranden van de onderhandelingen op 3 september, waarbij de PVV van Wilders het vertrouwen in het CDA opzegde, liet Rutte zich ontglippen dat VVD, CDA en PVV op een onderhandelingsresultaat afstevenden waarbij "rechts Nederland de vingers zou aflikken". Dat zette de toon: in deze PVC-combinatie is Rutte naar eigen inschatting in staat een zeer groot deel van het VVD-verkiezingsprogramma te realiseren. Geen wonder dat Paars Plus, ondanks de goede persoonlijke verhoudingen, flagrant mislukte. Het CDA was al lang gepolst over een kabinet over rechts en verloren zoon Geert Wilders, die binnen zijn PVV geen enkel tegengeluid hoeft te duchten, was beschikbaar en werd in de armen gesloten.

links nagelbijten
Drie bijeen (c) De Pers Na de mislukking van Paars Plus, tot chagrijn van links maar tot grote opluchting van de VVD-achterban, wisten Rutte, Verhagen ("Ons past bescheidenheid") en Wilders elkaar verrassend snel te vinden. Informateur Lubbers werd door het trio vrijwel meteen op een zijspoor gemanoeuvreerd. Een rompkabinet VVD-CDA, met gedoogsteun van de PVV werd de inzet. Aansturen op zo'n  gedoogvariant was essentieel voor het CDA, dat de stap naar een normale coalitie met de PVV niet aandurfde, maar ook voor Wilders, die niet de mensen beschikbaar had voor ministerposten. Daarnaast hield Wilders zo de handen vrij om een eigen kritisch geluid te blijven verkondigen wanneer het kabinetsbeleid hem niet zou bevallen. Dat het CDA met deze vrijblijvende rol van Wilders kon leven is al zeer bevreemdend. Ronduit onbegrijpelijk lijkt het dat Rutte het risico wil lopen dat het eerste kabinet onder zijn leiding gegijzeld wordt door de notoir grillige PVV-voorman, zelfs voortijdig ten val komt.

Toen de gedoogvariant eenmaal was verkozen, restten nog twee onzekere factoren, die beide vooralsnog beheersbaar leken. Enerzijds bestond twijfel of Wilders voldoende kon worden ingekapseld zodat hij de – vooral voor zijn achterban van honderdduizenden Henken en Ingrids – pijnlijke bezuinigingen van 18 miljard euro zou willen steunen. Wilders bleek nog steeds een neoliberaal in hart en nieren, ondanks het opportunistische leentje-buur spelen in SP-programma tijdens de verkiezingscampagne. Deze horde lijkt met relatief gemak te zijn genomen.

Verder was het ongewis of grote verliezer CDA, nog natollend van een enorme electorale dreun, wel klaar was voor regeringsdeelname. Machtspoliticus pur sang Maxime Verhagen, die behoort tot de conservatieve rechtervleugel van zijn partij, maakte de inschatting dat hij de kamerleden en de achterban geleidelijk wel zou kunnen bewegen tot zo'n gedoogcoalitie. Aanvankelijk leek dit inderdaad goed te gaan. Maar in de tweede helft van augustus, toen de CDA-politici geleidelijk terugkeerden van vakantie, ontstond steeds meer verzet tegen een kabinet met de PVV.

CDA-zwaargewichten en oudgedienden als Bert de Vries, Willem Aantjes, Dries van Agt, Doekle Terpstra en Cees Veerman roerden zich met verve. Na 4 weken onderhandelen kwam ex-informateur Lubbers zelfs met een volstrekt ongebruikelijke verklaring. Hij was van mening veranderd en vond nu dat een minderheidskabinet eigenlijk toch niet de bedoeling was. Als klap op de vuurpijl kwam CDA-onderhandelaar en partij-ideoloog Ab Klink eind augustus met een brief waarin hij uitlegde hoe hij tot de conclusie was gekomen dat dit een kabinet was dat het CDA niet zou moeten willen.

kristallen bol

Nu Ab Klink deze week als onderhandelaar en CDA-kamerlid het veld heeft geruimd, proberen Rutte, Verhagen en Wilders de stekker die op 3 september door de PVV-voorman uit de formatiebesprekingen werd getrokken er in allerijl weer in te stoppen. Dat de onderhandelingen zullen worden hervat, na tussenkomst van informateur Tjeenk Willink, lijkt dus inmiddels vrijwel onontkoombaar.

Luchtfoto_G_Semendinger_NYCPAU Bij gebrek aan een glazen bol kan ik uiteraard niet voorspellen wat er de komende weken exact gaat gebeuren. Toch kan ik wel een poging wagen. Wanneer de volgende horde, de gehypete toespraak van Geert Wilders op Ground Zero op 11 september niet leidt tot hernieuwd tumult in CDA-gelederen, lijkt Verhagen in zijn snode plannen te kunnen slagen. Dan is het aan het CDA-congres, inclusief de overgebleven CDA-dissidenten Kathleen Ferrier en Ad Koppejan om wel of niet in te stemmen met het bereikte akkoord. Gezien de immense druk die het kamp Verhagen reeds heeft uitgeoefend op de critici en gemoedsbezwaarden binnen de partij, zal het neerkomen op een alles-of-niets offensief. Wordt het formatieakkoord weggestemd, dan is het meteen einde oefening voor Verhagen.

Rutte lijkt voorlopig in een zetel te zitten, aangezien het falen van deze coalitie automatisch op het conto van zwakkere broeders CDA of PVV zal worden geschreven. Ook voor elke andere coalitie (behalve de Roemer-variant) lijken de rechtsliberalen onmisbaar. Voor het CDA is het overduidelijk buigen of barsten. Maar ook Wilders heeft laten zien door zijn voorbarige opblazen van de coalitieonderhandelingen op 3 september dat hij geen stalen zenuwen heeft. Hij laadt door zijn actie bovendien nog steeds de verdenking op zich liever in de oppositie te blijven dan zich te verbinden aan een kabinet dat veel impopulaire maatregelen zal nemen. Wanneer de zwarte piet voor het mislukken bij het CDA kan worden neergelegd, zal Wilders vanuit de oppositie proberen zijn rechtse concurrenten verder leeg te eten. Rutte blijft dan goeddeels buiten schot.

Frustrerend voor links en progressief Nederland is dat het initiatief nog steeds bij rechts ligt. Deze partijen zitten veel meer op een lijn dan hun opponenten ter linkerzijde. Links is sinds 9 juni ver in het defensief gedrongen en hopeloos verdeeld. Alleen een principieel en standvastig CDA-congres (het lijkt een contradictio in termines) kan Paars Plus of een middenkabinet weer in beeld brengen. Een weinig florissante constatering, die de linkse oppositiepartijen dwingt tot een fundamentele herbezinning.

xc2xa9 11-9-10 Geschreven voor het ledenblad van GroenLinks Groningen Stad, de Groene Klinker.

dinsdag, 7 september 2010

Ger Bosma

Ger Bosma

Proeve van Bekwaamheid?

In ge(r)neuzel, geen commentaar, nieuws, politiek, televisie, andere partijen, beatrix, bezuinigingen, blok, en meer.

EenVandaag berichtte afgelopen zaterdag dat de kiezer vindt dat na het mislukken van de onderhandelingen van de PVC-coalitie – inderdaad: erg slecht voor het milieu – Paars Plus weer de meest logische optie is. Mark Rutte gaat echter doodgemoedereerd verder op de ingeslagen koers: geen millimeter afwijken van het VVD-verkiezingsprogramma en de relatieve zwakte van andere partijen uitbuiten om er zoveel mogelijk van te verwezenlijken. Ogenschijnlijk nauwelijks beschadigd door twee mislukte formatierondes, ligt het initiatief 3 maand na de verkiezingen nog steeds bij de voorman van de rechtsliberalen. Maandagavond kwam de volgende logische stap, middels een brief aan de koningin, waarin Rutte onomwonden stelt dat hij het best gekwalificeerd is om een 'proeve van een regeerakkoord' te schrijven.

US_Soldiers_removing_landmines_wikicommons De strategie van Rutte blijkt vooralsnog uiterst effectief. De potentixc3xable landmijn Paars-Plus werd simpelweg gedemonteerd door geen enkele concessie te doen inzake de hypotheekrenteaftrek, rekeningrijden en de geplande 'bezuinigingen zonder lastenverzwaring'. De piketpaaltjes werden door Rutte zo dicht bij het VVD-program in de grond gejensd, dat een compromis vrijwel onmogelijk was. Doordat voor Cohen's PvdA hiermee niet in kon stemmen, was meteen de optie van een middenkabinet VVD-PvdA-CDA van de baan. Exit Cohen.

In de tweede ronde, met CDA en PVV kreeg de bijkans door de VVD doodgeknuffelde verloren zoon Wilders van Mark Rutte alle ruimte om zich te blijven profileren op zijn stokpaardjes, zo lang hij maar zou instemmen met 18 miljard megabezuinigingen en de verregaande ontmanteling van de verzorgingsstaat. Bezuinigingen waarvan met name alle anonieme Henken & Ingrids de wrange vruchten zullen plukken. Ruttes grootste misrekening tot nu toe lijkt te zijn dat hij de onderschatte in hoeverre een niet netjes ingekapselde Wilders vooral aan de (protestantse) linkerflank van het CDA tot grote gewetensnood zou leiden.

Pluchehonger

Het CDA, vervaarlijk zwalkend tussen de onverzadigbare pluchehonger van machtspoliticus Maxime Verhagen en het toenemend ongenoegen over het pact met de ontembare Wilders, bleek uiteindelijk toch niet over genoeg kadaverdiscipline te beschikken om de wekenlange formatieproces uit te zitten. Nadat alle coryfeexc3xabn, mastodonten en oudgedienden van het CDA zich vergeefs ertegenaan hadden bemoeid, was het uiteindelijk de noodkreet van onderhandelaar Klink die de deur voorlopig in het slot knalde; tot immens chagrijn van Verhagen. Het vertrek uit de fractie van Klink, een zwaargewicht binnen het CDA, zal de partij ongetwijfeld in een nog diepere identiteitscrisis achterlaten. Maar Verhagen lijkt niet van opgeven te willen weten.

Rutte hield zich wijselijk op de vlakte inzake de interne strubbelingen binnen het CDA. Hij vertrouwde op de bezwerende woorden van 'goede herder' Verhagen, die beloofde de CDA-kudde naar het gewenste akkoord te leiden. Nu de zwarte schapen Klink, Ferrier, Koppejan gebrandmerkt zijn en deels zijn verbannen uit de kudde, vertrouwt Rutte erop dat Verhagen toch de gewenste fractiediscipline kan garanderen. Gunstig voor Rutte was verder dat Wilders eind vorige week gefrustreerd raakte en uitsprak geen vertrouwen meer te hebben in het CDA. Toen vrijdagavond de formatiebesprekingen werden afgebroken, was het Wilders die opzichtig met een grote stekker in handen stond.

Rutte verlaat Noordeinde (c) NRC Roel Rozenburg2 Wederom bleef Rutte gemakkelijk buiten schot.Nadat hij maandagavond een uur lang bij koningin Beatrix op paleis Noordeinde was geweest, stelde Rutte nogmaals dat hij vindt dat Wilders de sleutel in handen heeft van een rechtse samenwerking. Daarmee zet hij Wilders zwaar voor het blok. Rutte gaf verder aan dat de formatie voor een rechtse politieke samenwerking wat hem betreft gewoon verder gaat waar die vrijdag gestopt is. Nogmaals sprak Rutte het geloof uit dat Verhagen uiteindelijk alle 21 fractieleden achter zich zou hebben gekregen om in te stemmen met een kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. "Ik vertrouw Verhagen.", zo liet Rutte noteren.

Rutte speelt het spel erg slim. Gebruik makend van de zwakte van zijn beoogde coalitiepartners, wordt de positie van de VVD alleen maar sterker. Als formatiebreker, heeft Wilders zijn belangrijkste troefkaart voortijdig gespeeld. Het is nu de PVV die voortaan gedoogd wordt in een op handen zijnd rompkabinet VVD-CDA. Voor het CDA geldt dat, tenzij Verhagen ook voortijdig wordt afgeserveerd, de vlucht naar voren de enige overgebleven mogelijkheid is. Op straffe van langdurige politieke irrelevantie.

Voor de oppositie wordt het erop of eronder. Tenzij links Nederland snel met een meesterzet komt, is de presentatie van het eerste kabinet Rutte op het bordes van paleis Huis Ten Bosch anders binnen enkele weken een feit.

donderdag, 18 februari 2010

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Kies

In wijken, groenlinks, stemmentracker, stemwijzer, dieren, essent, fractie, gewoon, inzicht, en meer.


Vandaag me toch gewaagd aan de digitale stemhelpers: stemwijzer en kieskompas. De Stemwijzer bevool mij op grond van mijn antwoorden aan GroenLinks te stemmen. De Kieskompas haperde en hakkelde en nadat mijn ongeduld te veel beproefd was heb ik deze zonder stemadvies afgesloten. Jammer, te druk met mensen die graag geadviseerd worden of gewoon een wrakke provider? Het is wel VU, hé. Homebase van Jan-Peter en Wouter. Toch wat van slag door de situatie waarin de godenzonen nu in terecht zijn gekomen.
Waar ik bij Stemwijzer ook op stuitte was Stemmentracker. Enkele stemmingen in de Tweede Kamer over seizoen 2008/2009 worden je voorgelegd met de vraag: wat zou ú hebben gestemd? En verdorie: bleek ik het meest op de lijn met Partij voor de Dieren te zitten. En ik heb zo helemaal niets met one issue partijen. Dit vroeg dus nader onderzoek. Waar is het in 2009 misgegaan tussen mij en de TK-fractie van GroenLinks? Ik wilde wel een verbod op die irritante spotjes voor geld lenen, de GroenLinks-fractie had er een wetstechnisch en juridisch bezwaar tegen. Ook reclame schijnt te vallen onder vrijheid van meningsuiting (?). Ook ging het mis bij het accepteren van aanloopproblemen voor snelle invoering van het Electronisch PatiëntenDossier (EPD). Ik hou niet van het EPD (en heb dat toen me dat, heel vriendelijk, door Klink gevraagd werd ook laten weten). De fractie dacht er blijkbaar anders over en zei: hup met die geit…. En dan was er verder nog een verschil van inzicht over een vervolgrapport over islamitische scholen, de overname van Essent en een eenmalig niet aanpassen van de kinderbijslag. Nou ja, zo constateer ik opgelucht, het zijn niet de splijtende issues. Mijn vertrouwen in de Kamerfractie is ongeschonden. Ik ben helemaal klaar, voor welke verkiezing dan ook.

maandag, 25 januari 2010

Heleen de Boer

Heleen de Boer

Twitter GR

Draagvlak

In politiek, klink, minister, enquête, uitslag, aow, donner, manier.
Met slappe knieën en zonder ruggengraat verklaart Eurlings dat het doorgaan van de kilometerheffing wat hem betreft afhangt van de uitslag van een enquête onder ANWB-leden.

Misschien kan Donner dan het doorgaan van de verhoging van de AOW-leeftijd afhankelijk maken van een enquête onder ANBO-leden?

Hij zei het niet direct in Buitenhof, maar volgens mij vond minister Klink deze nieuwe manier van politiek bedrijven ook lichtelijk bezopen...

Maar goed, toch maar even stemmen (je hoeft geeneens lid te zijn; wel veel vragen beantwoorden...)

vrijdag, 25 december 2009

Paul Pama

Paul Pama

Negativisme

In burgers, minister, politiek, boodschap, hulp, klagen, klink, politici, vertrouwen, en meer.
“DE SPOEDEISENDE HULP IN ZIEKENHUIZEN IS ONDERMAATS.”Helaas kon minister Klink het niet laten om Kerstmis voor het SEH-personeel met een negatieve boodschap in te luiden. Terwijl politici steen en been klagen over het gebrek aan vertrouwen van burgers in de politiek, geven zij zelf telkens weer het slechte voorbeeld met hun belerend negativisme.Op het rapport over de SEHs valt weinig aan te

Aantal berichten op deze pagina: 8. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 18461 uur (769,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,1 per week.

Pagina: 1