dinsdag, 31 januari 2012

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

subsidievraag is Van Gogh los

In kunst / cultuur, onbegrijpelijk, 400 jaar grachten, bezuinigingen, cultureel ondernemer, dicht museum, feestje, hermitage, hoera, en meer.

** dit stuk schreef ik samen met Marja Ruigrok, gemeenteraadslid voor de VVD

2013 is een belangrijk jaar voor Amsterdam. De grachtengordel bestaat 400 jaar, het Concertgebouw 125 jaar, het Van Gogh Museum 40 jaar, en ga zo maar door. Tijd voor feest! De musea in de stad doen ook mee: met een beetje geluk zijn zowel het Rijksmuseum als het Stedelijk weer open en in volle glorie. Helaas bereikte ons vorige week het bericht dat de collectie van het Van Gogh museum – jaarlijks goed voor ruim anderhalf miljoen buitenlandse bezoekers – drie maanden niet te zien zal zijn.

Wat is er aan de hand? Het Van Gogh heeft al een aantal jaar in de planning staan dat het gaat verbouwen: vanaf oktober 2012 moet het museum zeven maanden dicht om ‘de veiligheid en de conditie van het gebouw op lange termijn te kunnen waarborgen’. Het museum had zelfs geregeld dat haar collectie tijdens de sluiting in een ander museum te zien was: de Hermitage was bereid gevonden om de topstukken een poosje op te hangen. Een prima staaltje van samenwerking tussen twee belangrijke musea in de stad. Alles leek in kannen en kruiken.

Helaas bleek er een foutje te zijn gemaakt. De Hermitage is niet voor zeven, maar slechts voor vier maanden beschikbaar. Tijdens het feestjaar 2013 zou dus drie maanden de werken van Van Gogh en de andere 19e eeuwse kunstenaars niet te zien zijn. Een beetje onhandig, en ook tamelijk knullig. Wethouder Gehrels van Cultuur meldde terstond in de gemeenteraad dat zij met alle betrokkenen op zoek zou gaan naar een oplossing. Die oplossing is er nu: de huur bij de Hermitage wordt met drie maanden verlengt. De rekening voor deze verlenging wordt voor een groot deel bij de gemeente gelegd. Kosten: 600.000 euro.

Dit roept een hoop vragen bij ons op. Hoe is het toch mogelijk dat er zo’n fout is gemaakt? Als we deze aanvraag nu honoreren, hoeveel andere culturele instellingen staan er dan binnenkort op de stoep om ook ondersteuning te vragen? Het Van Gogh is een rijksmuseum: is er ook aan Den Haag om een financiële bijdrage gevraagd? En waarom wordt er überhaupt direct naar de overheid gekeken, voor hulp en financiële ondersteuning, om in een door de instelling zelf gecreëerd gat te springen? Als de Bijenkorf gaat verbouwen, een fout maakt in de berekening en dientengevolge zich geconfronteerd ziet met een sluiting van drie maanden, dat zouden ze dat ook zelf oplossen. Dat doen ondernemers namelijk.

Het Van Gogh krijgt jaarlijks ruim 7 miljoen euro subsidie van de rijksoverheid. Daarnaast haalt het zelf nog 27 miljoen euro aan eigen inkomsten binnen – wat ontzettend hoog en ontzettend goed is. Maar dat het daarbij nog extra ondersteuning nodig heeft, terwijl de stad honderden miljoenen moet bezuinigen en bovendien andere culturele instellingen het vel over de neus wordt gehaald, dat is niet goed te verkopen. Daarom roepen wij de Hermitage en het Van Gogh op zich ware culturele ondernemers te tonen en zelf een oplossing te vinden alvorens direct bij de stad aan te kloppen.


zaterdag, 21 januari 2012

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Toch even een Wunjo gevoel op dit vroege tijdstip

Vanaf begin 2011 liep ik spontaan met de gedachte:”Wordt het er niet eens tijd voor om je doelen plannen bij te stellen of concreter te maken?”, mijn website RegioHoogeveen.EU heeft momenteel nog een te groot Marktplaats uiterlijk waar ik zeker verandering in aan zal gaan brengen..

Actueel nieuws, een stukje geschiedenis en politiek zijn toch veel interessanter?
Misschien een stukje informatie voorziening er bij in de vorm van waar vind je wat, maar dat mag zeker niet gaan overheersen.

Op 27 December 2011 kreeg ik de behoefte om er ook een radio stream aan te koppelen, in grote lijnen weet ik ook voor mezelf wat ik daarmee wil gaan doen.
Online Streamen mag en kan niet zomaar en daar staan forse boetes op, je komt immers aan de teksten van dichters, geluiden van muzikanten en kunstenaars etc;

Iedereen moet zelf internetradio kunnen maken; gratis en in alle vrijheid aldus Radionomy,
Radionomy heeft voor mezelf maar 1 belangrijke voorwaarde en dat is dat ik verdeeld over de gehele maand vanaf dat ik mijn station startte wel minimaal 12 luister uren per dag zou gaan behalen.

Ga je dat niet redden wordt je Radiostation verwijderd of je kunt er voor kiezen om zelf de afdrachten te gaan betalen, zelf hoop ik van het gratis basic pakket in de Advanced streaming te komen na 3 maand zonder er voor te betalen mits ik maar voldoende luister uren behaal..

Recentelijk had ik ook gebeld en gemaild met Buma en zover ik nu bezig ben kan en mag alles wat ik nu doe, ik kan voorlopig alleen de Radio stream niet in mijn website verwerken omdat er dan vanaf mijn website muziek gedraaid wordt

Vanochtend bekeek de statistieken van RegioHoogeveenEUONAIR en verdeeld over 30 dagen zit ik nu al aan de 12 luister uren gemiddeld terwijl het nog niet eens 27 januari is!

Helemaal top dus, de enigste 2 klussen die er nu voor mezelf liggen zijn:

1. Hoe maak je een logische dag en week indeling qua programmering zodat je de meeste luisteraars op de juiste momenten bereikt, er wordt immers gewoon 24 uur per dag muziek gedraaid.

2. Het radio station moet ook wat nieuws gaan brengen in de vorm van wat gebeurd er in de gemeenteraad, of iets in de vorm van de stelling van de dag/week die stiekem een beetje gekoppeld zit aan het gewone regionale nieuws. Waarmee ik de mist in zou kunnen gaan dat ik verslag van landelijke thema’s zal gaan doen en dat ik deze met een goede smoes gewoon naar Hoogeveen trek.

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

zaterdag, 10 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Een recht op vrije tijd

In arbeid, inkomen, liberalisme, socialisme, verdelende rechtvaardigheid, vrije tijd, agenda, arbeidsomstandigheden, artikel, en meer.

Het is vandaag Internationale Dag van de Mensenrechten. De wereld viert dat op 10 december 1948 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn aangenomen. DWARS bloggers kijken naar een aantal van de mensenrechten vanuit groen, sociaal en vrijzinnig perspectief. Ik kijk naar artikel 24: het mensenrecht op vrije tijd.

Artikel 24: Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Een van de universele mensenrechten is het recht op vrije tijd. Zijn de universele mensenrechten zo decadent dat er een recht op luieren is? Een recht op lanterfanten? Op kosten van de Verenigde Naties op vakantie naar Chersonisos? Is dat het echt het niveau van de Universele Mensenrechten?

Het recht op vrije tijd heeft zijn wortels in de socialistische beweging. Een van de belangrijkste strijdpunten van de socialisten was de achturige werkdag. Arbeiders moesten beschermd worden tegen werkgevers. Er was een fundamentele inbalans in macht tussen werkgevers en werknemers. Een beperkt aantal werkgevers beheersten de vraag naar arbeid. Er waren veel arme mensen op zoek naar werk. Daardoor konden werkgevers hoge eisen stellen aan werknemers: lage lonen, lange werktijden, slechte arbeidsomstandigheden. De socialisten wouden daar een grens aan stellen door de achturige werkdag. Het principe was “acht uur werken, acht uur slapen en acht uur ontspannen”. Later kwam daar de vijfdagige werkweek en vakanties met behoud van loon bij. Van het begin van de twintigste eeuw richtten de vakbeweging in onderhandelingen met werkgevers en de socialisten in het parlement zich op de achturige werkdag: door stakingen, petities en onderzoeken probeerden ze het onderwerp op de agenda te zetten. Na de Eerste Wereldoorlog werd in Nederland de achturige werkdag ingevoerd.

Dit mensenrecht was een manier om arbeiders te beschermen tegen uitbuiting door werkgevers. Het verschilt daarmee fundamenteel van andere grondrechten die burgers moeten beschermen tegen de macht van de overheid. Het lijkt dus een verouderd mensenrecht. Een middel dat nodig was in de twintigste eeuw om werknemers te beschermen tegen werkgevers. Het lijkt een mensenrecht dat past in een ontwikkelingsland als Bangaladesh maar dat in het Nederland van de 21ste eeuw van ‘het nieuwe werken’ en zzp’ers niet meer zinnig is.

Niets is minder waar: het recht op vrije tijd past als geen ander in de huidige tijd. We leven in een samenleving die werk centraal stelt. Alle politieke partijen willen dat iedereen aan het werk komt. Dat geldt voor rechts en voor links. Zelfs GroenLinks heeft in haar programma een uitermate ambitieuze agenda: iedere werkloze moet na een jaar een baan aannemen van de overheid. De werkgeversorganisaties en de vakbonden steunen het streven naar een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie.

Je kan vanuit groen en links perspectief twijfels hebben over de noodzaak om allemaal zoveel mogelijk te werken. In een groene economie zouden we niet alleen maar moeten willen werken, maar juist ook meer ontspannen: we raken de grenzen van de Aarde met onze productie (dat is onze arbeid) en met onze consumptie (wat betalen met het loon voor dat werk). De cyclus van een week lang keihard werken om in het weekend keihard te consumeren past niet een duurzame economie. In een echte groene economie zou meer ruimte moeten zijn voor de dingen die er echt toe doen: tijd voor je vrienden, tijd nemen voor je gezin, tijd om van de natuur te genieten. Het vastleggen van het recht op vrije tijd geeft weer dat wij als wereldgemeenschap meer in het leven zien dan werk.

Maar er is een belangrijk reden om juist het recht op vrije tijd te waarderen: een recht op vrije tijd geeft mensen op een fundamentele manier de keuze om zelf hun leven in te richten. Het is geen plicht om te rusten, maar een recht waar mensen gebruik van mogen maken. Dat past goed bij het onderliggende ideaal onder de mensenrechten: het idee dat er in iedere samenleving ruimte moet zijn voor iedereen om zelf vorm te geven aan het eigen leven. Sommige mensen vinden hun ontplooiing in arbeid. Zeker voor wetenschappers en kunstenaars is werk een levensvervulling. Maar ik ken ook docenten die opbloeien als ze voor de klas staan. Voor andere mensen is juist hun vrije tijdsbesteding een belangrijk deel van wie ze zijn. Ze werken beperkt om te voorzien in hun eigen levensonderhoud, maar als ze eenmaal een minimuminkomen hebben verdiend genieten ze van hun recht om zelf te bepalen wat ze doen en vullen ze hun tijd met hobby’s, reizen, zorg voor familie of door zich als vrijwilliger in te zetten voor de maatschappij. De samenleving moet iedereen in staat stellen om zelf te bepalen hoe ze hun leven inrichten en of ze daarin de nadruk leggen op werk of op vrije tijd. Dat is in een liberaal ideaal dat door het recht op vrije tijd dichterbij wordt geholpen.

Kortom: het recht op vrije tijd heeft haar wortels in de socialistische traditie, draagt bij aan een duurzame economie en is noodzakelijk voor liberale politiek. Het recht op rust en vrije tijd is groen, sociaal en vrijzinnig.

dinsdag, 1 november 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nijmegen kiest ontwerpen voor bruggen ‘Ruimte voor de Waal’

In waalsprong, activiteiten, algemeen, bouw, burgemeester, college, evenementen, infrastructuur, landschap, en meer.

promenadebrugAls onderdeel van de dijkverlegging bij Lent zijn twee nieuwe bruggen en een verlenging van de bestaande Waalbrug nodig. De bruggen maken de verbinding van het geplande eiland in de Waal naar de Nijmeegse noordoever. Voor het ontwerpen van deze bruggen zijn voor de zomer drie architecten geselecteerd. Burgemeester en wethouders hebben nu de ontwerpen op hoofdlijnen vastgesteld. Deze ontwerpen worden technisch verder uitgewerkt door de aannemer die via aanbesteding wordt geselecteerd. De aanbesteding start na instemming door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

De Waalbrug (1936) krijgt een verlenging over de geplande nevengeul van de Waal. Architectenbureau Zwarts Jansma heeft het respect voor de monumentale hoofdbrug voorop gesteld. Er zal geen nieuwe boog worden gemaakt, het ontwerp richt zich vooral op de onderzijde van de brug en de pijlers. Er komen drie pijlers en in de betonnen onderbouw wordt de bogenconstructie van de hoofdbrug doorgezet. De overgang tussen de oude en de nieuwe brug wordt gevormd door een landhoofd op het toekomstige eiland. Dit landhoofd kan als gebouw diverse activiteiten huisvesten.

Tussen de Waalbrug en de spoorbrug komt een brug vanaf de kade op de noordoever van de nevengeul naar het eiland Veur-Lent. Deze ‘Promenade’-brug is de hoofdtoegang naar het eiland, bestemd voor zowel wandelaars, fietsers als autoverkeer. In het ontwerp van Ney-Poulissen komt de as van de brug te liggen in de richting van de Sint Stevenskerk. Het middendeel van de brug is bestemd voor autoverkeer en komt hoger te liggen, de zijstroken zijn bedoeld voor fietsers en wandelaars en liggen op dijkhoogte. De brug sluit op een speelse wijze aan bij de beleving van het water. De combinatie van de architect Chris Poulissen en constructeur Laurent Ney is bekend in Nijmegen. Ze zijn de ontwerpers van de nieuwe stadsbrug ‘De Oversteek’, die op dit moment in aanbouw is.

Het westelijk deel van het eiland wordt met de uiterwaarden op de vaste noordoever verbonden door de ‘Citadelbrug’. NEXT-architects heeft het ontwerp gemaakt voor een brug die als een slingerend pad de nevengeul overspant. De brug gaat zodoende ‘natuurlijk’ over in het uiterwaardenlandschap, waarbij de toegang tot de brug een avontuurlijke uitstraling krijgt. De brug is zo’n vijf meter breed en bedoeld voor fietsers en wandelaars. Incidenteel kan de brug ook worden gebruikt voor bevoorrading en calamiteitenvoertuigen, als er evenementen op het eiland plaatsvinden.

In opdracht van het college van burgemeester en wethouders zijn de ontwerpers begeleid door een ruimtelijke kwaliteitscommissie onder leiding van Jan Brouwer. Hij is voormalig rijksadviseur voor de infrastructuur en in Nijmegen nauw betrokken bij zowel de bouw van stadsbrug De Oversteek als bij de planvorming voor de dijkverlegging. Onder zijn leiding is de kwaliteit van de ontwerpen, de inpassing in het gebied, en de uitvoerbaarheid beoordeeld.

De aannemer die komend half jaar via een openbare aanbesteding wordt geselecteerd voor uitvoering van het totale project, zal de bruggen samen met de architecten verder uitwerken. In 2016 dienen de bruggen klaar te zijn samen met de dijkverlegging, het graven van de nevengeul en de aanleg van het eiland.

Het Architectuur Centrum Nijmegen (ACN) draagt Ney-Poulissen als gasten aan voor het artist-in-residenceproject Besiendershuis. In de maanden november en december zullen de architect-constructeurs en de kunstenaars van Atelier Veldwerk vanuit het Besiendershuis onderzoek verrichten naar stad en landschap in relatie tot de stedenbouwkundige ontwikkelingen in Nijmegen in het algemeen en de realisatie van drie bruggen in het bijzonder. Ney-Poulissen tekenen naast De Oversteek en de Promenadebrug ook voor een fietsbrug bij station Lent.

dinsdag, 11 oktober 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

mecenas

In kunst / cultuur, bijlmerparktheater, concertgebouworkest, cort van der linden, helaas, libertijn, mecenaat, melkweg, nationaal ballet, en meer.

— column uitgesproken op het politiek café van de VVD (de Libertijn) op 10 oktober over het mecenaat — 

Vanmiddag google-de ik het begrip ‘mecenas’ eventjes. De online Van Dale zei dat dit iemand is die kunstenaars geldelijk steunt. Wikipedia was wat explicieter: ‘een mecenas is een doorgaans welgesteld persoon die als beschermheer of –vrouwe van kunstenaars optreedt door ze van financiële middelen te voorzien, zodat ze zich zorgeloos kunnen wijden aan scheppend werk’.

Ik dacht eventjes: wat lief eigenlijk van zo’n welgesteld persoon, dat hij zijn goeie geld wil besteden aan de kunst en cultuur van het land. Wat kan daar nou mis mee zijn?

Het mecenaat is door velen, die zich vooral ter rechterzijde van het politieke spectrum bevinden, als hét antwoord op de kunst- en cultuurbezuinigingen van het huidige kabinet geformuleerd. Zo verscheen van de hand van Diederik Boomsma, duo-raadslid voor het CDA in Amsterdam en een prominente jonge conservatieve denker, een veelbesproken opiniestuk dat stelde dat we het subsidie-infuus maar moesten afbouwen, en de kunsten terug moeten werpen op markt en mecenas.

Dat klinkt natuurlijk fantastisch. Laat het aan de liefhebber zelf over om te bepalen waar zijn geld naar toegaat, in plaats van dat we een beetje socialistisch belastingen bij elkaar harken om dat vervolgens te gaan herverdelen aan tromboneclubjes waar niemand op zit te wachten en pindakaasvloeren die door niemand worden begrepen.

Logisch! Of niet?

Eind september was Marja Ruigrok (raadslid in Amsterdam voor de VVD) op een bijeenkomst waar meer informatie werd verschaft over de verkoop van aandelen van het Concertgebouw. Een paar dagen later vertelde ze me dat zij in haar jurk en hoge hakken een uitzondering vormde omdat de bijeenkomst vooral werd bijgewoond door oude en witte mannen. Ook twitterde ze: ‘Jammer dat er nu weinig 30-ers en 40-ers worden aangesproken’.

Ik moest dan ook even lachen toen ik het citaat van de heer Rienstra (directeur van de VandenEnde Foundation) op de VVD site las: ‘de overheid heeft cultuur elitair gemaakt’. Want als er iets elitair is, dan is het wel de rijke bovenlaag van de bevolking laten bepalen welke kunst en cultuur in Nederland mag overleven.

Als er iets elitair is, dan is het wel het mecenaat.

In oktober vorig jaar kopte de Volkskrant nog: ‘Cultuursector kan klappen opvangen met donateurs’! Particuliere gevers zouden bereid zijn om financiële steun te geven aan kunstinstellingen. De vraag is alleen: wie zijn die particuliere gevers? Zijn dat de bakkers, de studenten, de secretaresses en de verpleegkundigen? Of zit het echt grote geld bij de rijke witte oude mannen die Marja tegenkwam?

De mecenas als vervanger voor overheidssubsidies zal een kunstsector opleveren waar ik me als jonge vrouw niet thuis zal voelen. Evenmin zullen Henk, Ingrid en Achmed zich aangesproken voelen door de geliefde clubjes van de mecenas. Als de witte oude mannen van Marja het mogen bepalen, dan overleven het Concertgebouworkest, de Opera en het Nationaal Ballet ongetwijfeld. Maar de Melkweg, het Productiehuis MC en het Bijlmerparktheater – waar het publiek doorgaans wit noch oud is – zullen hun deuren moeten sluiten.

Natuurlijk is het goed als het makkelijker wordt voor liefhebbers om geld te schenken aan hun favoriete instelling. Natuurlijk is het goed als instellingen meer kennis in huis hebben om geld uit de markt te halen. Maar het mecenaat is absoluut geen panacee voor de komende bezuinigingen.

In 1917 werd onder de liberale premier Cort van der Linden het censuskiesrecht afgeschaft. Als we echt vinden dat de mecenaten het voor het zeggen moeten hebben, laten we dan gewoon het censuskiesrecht weer invoeren. Tot die tijd is het de taak van de overheid – ook onder leiding van de huidige liberale premier – om kunstinstellingen draaiende te houden.


maandag, 12 september 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Anne en de vrijdenkers

In geknipt voor u, nomadische gedachten en verhalen, anne frank, fotografie, jonas staal, vrijdenkers, vrijdenkersruimte, vrijheid, vrijheid van meningsuiting, en meer.

Ik ontdekte vorige week dat ik dit jaar mijn debuut heb gemaakt als fotograaf.  Kunstenaar Jonas Staal heeft een foto van mij gebruikt bij een expositie die heeft gehangen in het Van Abbemuseum over de Vrijdenkersruimte.

Het is een foto van graffiti waarop Anne Frank met kefiya (Palestijnensjaal) wordt afgebeeld. Ik heb de foto een paar jaar geleden in de Amsterdamse Czaar Peterstraat gemaakt. Jonas Staal had mij vorig jaar toestemming gevraagd om de foto te gebruiken Ik kwam er vorige week bij toeval achter dat mijn foto ook was gebruikt.

De foto is ook opgenomen in het boekje dat door het Van Abbemuseum is uitgebracht (zie hier (pdf) op blz. 51). Het hele boekje is overigens de moeite waard om te lezen.

De Vrijdenkersruimte was een initiatief van VVD en PVV.  Op 4 juli 2008 werd in de kantoorruimte van de VVD en op de gang voor de kantoren van de PVV de Vrijdenkersruimte geopend: een tentoonstellingsruimte met werk van Nederlandse kunstenaars die te maken hadden gekregen met politiek of religieus gemotiveerde censuur in de uitvoering of presentatie van hun werk.

Het ging goed zolang er werken werden aangeboden die niet door moslims werden geaccepteerd. Toen er echter ook kunstwerken werden aangeboden die door de PVV niet geaccepteerd werden – zoals het bord ‘Wilders extremist’ – haakte de PVV af. Onlangs liet de VVD weten te zijn gestopt met de Vrijdenkersruimte, omdat er al lange tijd geen nieuw werk was aangeboden.

Dat bleek onjuist. Zo heeft de VARA-website Joop.nl bijvoorbeeld eerder dit jaar een cartoon aangeboden die onder druk van Wilders van de site joop.nl was gehaald. De cartoon werd niet geaccepteerd door de VVD.

Vandaag liet GroenLinks kamerlid Jesse Klaver weten een nieuwe vrijdenkersruimte te willen inrichten.


zaterdag, 13 augustus 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Woede op Zuid? Hier heb je het!

Verwacht geen samenhangend stuk tekst. Ik ben net wakker. Ik lag zoals ik meestal doe als ik wakker word opgerold in bed Twitter bij te lezen. Maar zojuist ben ik boos opgestoven en naar de kamer gelopen, vuurspuwend en vloekend. Aanleiding? Het m.i. nogal stupide stuk van iemand waarvan ik werkelijk niet geloofd zou hebben dat ze op Zuid woont of gewoond heeft als ze het er niet bij verteld had.

Spuugzat ben ik de negatieve berichtgeving over Zuid, en ik heb er al eerder over geschreven over mijn eigen wijk. Pendrecht in beeld bij Secret Millionaire Nederland, daar kon ik nog wel om lachen – zeker om de beelden met een plein vol politie terwijl ik hier nog nooit een agent heb gezien. Toen weer een of ander toneelstuk in een halfgesloopte flat, waar ze speciaal Pendrecht voor uit hadden gezocht omdat het over een slechte wijk moest gaan. Steeds weer wordt het stempeltje slechte buurt op allerlei wijken in Zuid gedrukt.

Is er niets mis dan? Ja, natuurlijk wel. Pendrecht is een suf dorp – er is geen levendige horeca, er zit maar een restaurant en verder kun je er alleen snacks van mishandelde kippen halen, we hebben een versteend plein met winkels die het er moeilijk hebben, en nog een paar rijtjes slechte woningen. Maar dat is niet het beeld wat opgeroepen wordt als het gaat over slechte buurten op Zuid: criminaliteit, allochtonen, armoede, daar gaat het over in het nieuws.

Brenda Stoter Boscolo kan het op Joop.nl ook niet laten er nog wat bovenop te gooien; volgens haar is het hier op Zuid zo waanzinnig slecht dat zelfs rellen als in Londen hier zouden kunnen ontstaan. Redenen daarvoor noemt zij de bezuinigingen en de stijgende werkeloosheid. Ten opzichte van een jaar geleden is de werkloosheid in Rotterdam 1% gestegen, maar de laatste cijfers van het UWV van 1 mei geven aan de de werkloosheid ten opzichte van de maand daarvoor gedaald is. Ja, het is crisis, maar de werkloosheid in Nederland ligt nog altijd ver onder het gemiddelde in de Eurozone.

Volgens Brenda zou de woede in Rotterdam onder jongeren ontstaan omdat zij geen werk hebben, geen opleiding en geen toekomstperspectief. Ze noemt voorbeelden van allochtone jongeren die zo gediscrimineerd worden dat ze blij mogen zijn als ze een baantje in de supermarkt vinden. Daarmee legt ze ergens een oorzaak neer – afkomst – zonder hier bewijs voor te hebben en bovendien suggereert ze hiermee dat een bijbaantje in een supermarkt minderwaardig is. Veel jongeren, allochtoon of autochtoon, werken ook gewoon in een supermarkt omdat dit een van de weinige plekken is waar je kunt werken als je vijf dagen op school zit. Kantoren zijn meestal niet open ‘s avonds, logisch dus dat je al snel bij winkelwerk uitkomt als bijbaantje. En dat jongeren daar dan moeten werken om zelf dingen te betalen komt echt niet alleen maar voor bij allochtonen. Ook sommige autochtonen wonen niet in villa’s namelijk.

Ik heb zelf naast mijn studie ook in een supermarkt gewerkt en ook mijn eigen verzekering betaald. Dat maakt je niet arm en zielig en vatbaar voor een relschoppersmentaliteit als het goed is, maar zelfstandig en handig met geld. Uit haar artikel spreekt echter een mentaliteit dat iedereen geld van pappie en mammie moet kunnen krijgen en zielig is als dat niet kan, in plaats van waardering voor mensen die ondanks het feit dat ze niet in een villawijk geboren zijn hard werken om iets van hun leven te maken. Je zou juist trots moeten zijn op die jongeren, waar ze ook vandaan komen, en niet moeten proberen om slachtoffers van ze te maken.

Toen ik zelf langer in een supermarkt werkte, werd ik assistent afdelingsmanager. Toen ik als jonge, blanke hoogopgeleide geen werk kon vinden – want daar hoef je dus echt niet zwart voor te zijn of slecht opgeleid – heb ik er zelfs fulltime als afdelingsmanager gewerkt. En dan zie je allerlei jongeren: blank, zwart, of ergens er tussenin. Soms werken ze goed, soms slecht, soms ergens er tussenin. En wat ik daar heb gezien doet me toch vermoeden dat het meer met opvoeding dan met ethnische afkomst of geld te maken heeft of je goed terecht komt. Ik heb allochtone en autochtone jongeren uit minder welgestelde gezinnen keihard zien werken, zonder ook maar een spoortje van woede richting de samenleving. En ook jongeren, al dan niet allochtoon, al dan niet arm, die de kantjes eraf liepen en als ze ontslagen werden de oorzaak buiten zichzelf zochten. Het is toch een beetje makkelijk om steeds maar weer de oorzaak bij huidskleur en de inhoud van de portemonnee te leggen. Zorgt een lege portemonnee voor slecht gedrag? Of zou het eigenlijk niet andersom zijn?

Het is ook niet duidelijk over wie BSB het nu eigenlijk heeft in haar artikel en dat maakt het lastig om er echt zinnig op te reageren; de probleemgroep die ze noemt wisselt steeds van samenstelling. Ze heeft het over die arme Mohammed op Zuid. Maar die is wel afgestudeerd. Terwijl ze het eerst heeft over jongeren die boos worden en gaan rellen omdat ze geen opleiding hebben. En over jongeren in supermarkten, maar die kunnen ook blank zijn, zegt ze. Dus nou ja, iets met jongeren en de suggestie van ethnische problemen of zo.

Laat het duidelijk zijn, je zal me niet horen ontkennen dat je het moeilijker hebt met werk zoeken als je een Arabische achternaam hebt dan wanneer je Janssen heet. Ook ik heb collega’s gehad die geen allochtonen aannamen of mensen op andere afdelingen horen klagen dat ze zich daar gediscrimineerd voelden, waar ik me echt wel iets bij voor kon stellen. Maar het is wel een beetje makkelijk scoren om alles wat fout gaat maar bij discriminatie neer te leggen.

Het is ook niet eerlijk naar allochtonen toe. Want eigenlijk zeg je daarmee tegen ze dat wat ze ook doen, hoe hard ze ook werken, niet uitmaakt; ze zullen nooit Nederlands worden en daarmee dus altijd kansarm blijven. Terwijl het ook voor allochtonen zo is dat je met een opleiding verder komt dan zonder opleiding, en dat je met televisies uit winkels stelen geen diploma verdient. Terwijl allochtonen misschien wel gediscrimineerd worden, maar vrouwen ook, of homo’s, of gehandicapten. Om een of andere reden lijken we het op een bepaald niveau ‘begrijpelijk’ te vinden dat allochtone jongeren boos zijn en zouden willen rellen, maar achten we het niet waarschijnlijk dat homo’s, kunstenaars en mensen die hun PGB verliezen ruiten gaan ingooien. Eigenlijk zegt dat ook al iets over hoe ‘we’ denken over allochtonen en jongeren. Het zogenaamd goedbedoelde medelijden met die groepen is misschien wel het allerergste wat je ze kunt tonen.

In een artikel als waarheid stellen dat agenten je voor allerlei onzin aanhouden, maar niet helpen als je ze nodig hebt, vind ik het beneden peil van een journalist. Vervolgens stellen dat jongeren en autochtonen daardoor de samenleving niet begrijpen al helemaal. Dat ze daardoor niet om kunnen gaan met woede en rare dingen gaan doen is nog erger. Gooi alle groepen op een hoop. Geef ze een onjuist excuus. Negeer vooral alle andere groepen met dezelfde problemen.

BSB praat over allerlei groepen jongeren in het algemeen, en begint dan een relaas over arme zielepieten die geen geld hebben voor dure sportscholen en wekelijkse bioscoopbezoeken. Als je een beeld op wilt roepen van mensen die de steun van de overheid nodig hebben, is dit niet bepaald de manier om het te doen. Het zorgt er alleen maar voor dat ik me afvraag in wat voor vreemde wereld zij leeft dat geen geld voor een dure fitness en wekelijks naar Pathe blijkbaar de eerste voorbeelden zijn die haar te binnen schieten om duidelijk te maken dat gesubsidieerde culturele instellingen nodig zijn. Het zorgt er niet bepaald voor dat ik meteen denk: ja! revolutie! alle jongeren hebben recht op een filmabonnement!

Ze maakt een vergelijking tussen een wijk in London en Rotterdam Zuid. Ik ken die wijk in Londen niet, dus kan niet zeggen of de vergelijking logisch is. Maar ze roept een beeld op van een Rotterdam Zuid waarin arm en rijk gesegregeerd leven: ze plaatst ze in haar artikel letterlijk tegenover elkaar, de duurdere woningen op de Kop van Zuid en de armeren in de Peperklip. Het is een suggestief voorbeeld, wat voor de rest van Rotterdam Zuid wat mij betreft niet opgaat. Voor mijn eigen buurt kan ik niet eens bedenken waar hier de ‘rijken’ wonen of de ‘armen’. Er wonen hier gewoon mensen, en allerlei soorten door elkaar. In mijn straat wonen mensen die huren en mensen die gekocht hebben door elkaar, zelfs in hetzelfde flat. Mensen die chronisch ziek zijn, mensen die werken, mensen die klaar zijn met werken; mensen met kinderen en mensen die daar al uit zijn of er nooit aan zijn begonnen;allochtoon en autochtoon; er zitten woningen tussen voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen; en mensen die hier een huis hebben gekocht omdat het voordelig is en ze niet zo’n behoefte hebben aan een groot huis met hoge maandlasten, ook al kunnen ze dat betalen. Ook waar ik eerder woonde, in Vreewijk, heb ik nooit het gevoel gehad in een gesegregeerde samenleving te wonen (behalve dan toen de vrijwel geheel blanke Nieuwe Dalenwijk in het nieuws kwam omdat Janmaat goed scoorde bij de verkiezingen en ik me afvroeg hoe dat was voor mijn overbuurvrouw, de enige zwarte vrouw in de straat volgens mij). Daarnaast zegt fysieke locatie niet per se iets: in de VINEX-wijk Carnisselande, waar ik helaas zo’n zes jaar heb gewoond, staan dure woningen vlakbij sociale huurwoningen, maar ik heb nooit de illusie gehad dat de miljonairs daar gezellig op de thee gingen bij hun minder rijke overburen.

Uiteindelijk sluit BSB af met het verhaal dat ze hoopt dat het smsje dat een vriendin kreeg, met een oproep tot rellen, van een rare eenling was. Dat ze hoopt dat het er niet van komt. Dat het eng is dat er mensen zijn die eraan denken. “En dat tegen de achtergrond van een tijd waarin de media steeds gretiger roept dat het hier ook kan gebeuren.” Het getuigt wel van lef om dat te zeggen als je artikel geplaatst wordt onder de kop “Rotterdam ruikt naar rellen” en je net duizend woorden hebt gewijd aan een beeld van een angstaanjagende Rotterdamse ghetto waar rellen net zo waarschijnlijk zijn als in Londen.

Journalisten zonder zelfreflectie die suggestieve, ongefundeerde pulp uitbraken en dan doen alsof het aan een ander ligt. Gelukkig hoeven we daar tegenwoordig in ieder geval geen bomen meer voor om te hakken, dat scheelt in ieder geval een paar slachtoffers. En nu ga ik ontbijten, en hopen op een mooie revolutie, beginnend met een protest van bejaarde lesbische kunstenaars die hun PGB kwijt dreigen te raken. Die gun ik wel een plasmascherm, of een filmabonnement.


zaterdag, 6 augustus 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

De moderne economie als geldpomp

Hoelang gaan we nog door met geld in de economie te pompen? Zijn we al niet te afhankelijk van de financixeble sector? Is het niet juist tijd om de geldstromen veel directer te koppelen aan aatschappelijk nut? Leer van de kredietcrisis in plaats van eraan ten onder te gaan.

De economie dat zijn we zelf. En via de economie zijn alle aardbewoners afhankelijk van elkaar. Als bankdirecteuren hoge bonussen krijgen, kan dat niet anders dan ten koste van andere mensen gaan. De vraag dient zich aan op grond waarvan de steeds grotere inkomensverschillen te rechtvaardigen zijn. Is een aandelenhandelaar nuttiger dan een vuilnisman of een onderwijzer?

Frank Mulder en Freek Koster vroegen een reeks economen of de economie moet groeien. Hun conclusie: het moet niet. Het is uiteindelijk een keuze. Op maatschappelijk niveau en ook op persoonlijk niveau. De meeste mensen willen almaar meer consumeren. Zijn ze daarmee niet het slachtoffer van hun eigen driften? Mensen met meer economische macht gebruiken die doorgaans voor de bevrediging van hun eigen behoeften. Maar willen we dat ook?

Joseph Beuys, een van de invloedrijkste kunstenaars uit de twintigste eeuw, stelde in zijn Aufruf zur Alternative dat we als we dat willen met elkaar kunnen afspreken om onze economie niet op macht en egoxefsme te bouwen. Investeringen in bedrijven zouden we kunnen doen vanwege het maatschappelijk nut in plaats van uit winstoogmerk. Het is toch ons geld? Als we banken in staat stellen dat als krediet te verstrekken kunnen we daar ook de voorwaarden aan koppelen. De inkomensverdeling zou niet op privileges gebaseerd moeten zijn maar op redelijkheid. En ga nou niet zeggen dat het niet kan. Wees dan eerlijk en zeg dat je het niet wilt. Volgens Beuys is elk mens kunstenaar en kunnen wij ook de maatschappij vormgegeven als sociale plastiek.

Zijn inspirator Rudolf Steiner stelde al dat geld in tegenstelling tot economische goederen niet slijt. En dat het heel praktisch zou zijn om ook geld na een zekere tijd te laten ontwaarden. Dan is de kringloop weer rond. Wat is een gezonde hoeveelheid geld in een economie? Hebben we er nu niet veel te veel van? De financixeble sector zet op jaarbasis wereldwijd veertig keer zoveel om als de rexeble economie. Als geld zou x93stervenx94 zouden we ook een ander probleem kunnen oplossen. De financiering van het geestelijk-culturele leven, zoals kunst, cultuur, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. We kunnen geld in de laatste kringloop waarin het nog waarde heeft schenken aan deze culturele zaken. Een gezonde economie houdt zo de balans tussen koopgeld voor waren, leengeld voor investeringen en schenkgeld voor het maatschappelijk eveneens noodzakelijke en onmisbare culturele leven.

We pompen dan het geld niet blindelings door de economie in de hoop dat iedereen zijn graantje mee kan pikken. Maar we sturen het zelf bewust de goede kant op. We kunnen het. Als we het eerst maar willen. Dan vinden we vervolgens de juiste weg.

www.frankenfreek.nl

www.impuls21.net/pdf/aufruf_zur_alternative.pdf

R. Steiner, Nationalxf6konomischer Kurs

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

De moderne economie als geldpomp

Hoelang gaan we nog door met geld in de economie te pompen? Zijn we al niet te afhankelijk van de financixeble sector? Is het niet juist tijd om de geldstromen veel directer te koppelen aan aatschappelijk nut? Leer van de kredietcrisis in plaats van eraan ten onder te gaan.

De economie dat zijn we zelf. En via de economie zijn alle aardbewoners afhankelijk van elkaar. Als bankdirecteuren hoge bonussen krijgen, kan dat niet anders dan ten koste van andere mensen gaan. De vraag dient zich aan op grond waarvan de steeds grotere inkomensverschillen te rechtvaardigen zijn. Is een aandelenhandelaar nuttiger dan een vuilnisman of een onderwijzer?

Frank Mulder en Freek Koster vroegen een reeks economen of de economie moet groeien. Hun conclusie: het moet niet. Het is uiteindelijk een keuze. Op maatschappelijk niveau en ook op persoonlijk niveau. De meeste mensen willen almaar meer consumeren. Zijn ze daarmee niet het slachtoffer van hun eigen driften? Mensen met meer economische macht gebruiken die doorgaans voor de bevrediging van hun eigen behoeften. Maar willen we dat ook?

Joseph Beuys, een van de invloedrijkste kunstenaars uit de twintigste eeuw, stelde in zijn Aufruf zur Alternative dat we als we dat willen met elkaar kunnen afspreken om onze economie niet op macht en egoxefsme te bouwen. Investeringen in bedrijven zouden we kunnen doen vanwege het maatschappelijk nut in plaats van uit winstoogmerk. Het is toch ons geld? Als we banken in staat stellen dat als krediet te verstrekken kunnen we daar ook de voorwaarden aan koppelen. De inkomensverdeling zou niet op privileges gebaseerd moeten zijn maar op redelijkheid. En ga nou niet zeggen dat het niet kan. Wees dan eerlijk en zeg dat je het niet wilt. Volgens Beuys is elk mens kunstenaar en kunnen wij ook de maatschappij vormgegeven als sociale plastiek.

Zijn inspirator Rudolf Steiner stelde al dat geld in tegenstelling tot economische goederen niet slijt. En dat het heel praktisch zou zijn om ook geld na een zekere tijd te laten ontwaarden. Dan is de kringloop weer rond. Wat is een gezonde hoeveelheid geld in een economie? Hebben we er nu niet veel te veel van? De financixeble sector zet op jaarbasis wereldwijd veertig keer zoveel om als de rexeble economie. Als geld zou x93stervenx94 zouden we ook een ander probleem kunnen oplossen. De financiering van het geestelijk-culturele leven, zoals kunst, cultuur, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. We kunnen geld in de laatste kringloop waarin het nog waarde heeft schenken aan deze culturele zaken. Een gezonde economie houdt zo de balans tussen koopgeld voor waren, leengeld voor investeringen en schenkgeld voor het maatschappelijk eveneens noodzakelijke en onmisbare culturele leven.

We pompen dan het geld niet blindelings door de economie in de hoop dat iedereen zijn graantje mee kan pikken. Maar we sturen het zelf bewust de goede kant op. We kunnen het. Als we het eerst maar willen. Dan vinden we vervolgens de juiste weg.

www.frankenfreek.nl

www.impuls21.net/pdf/aufruf_zur_alternative.pdf

R. Steiner, Nationalxf6konomischer Kurs

dinsdag, 24 mei 2011

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

Topchef 2011

Moniek heeft de wedstrijd Topchef 2011 de jonge professionals gewonnen. Tot mijn verbazing heb ik de serie ademloos gevolgd en betrapte ik mijzelf erop dat ik regelmatig op uitzending gemist klikte als ik een aflevering niet kon zien.

Met koken heb ik helemaal niets, al kan ik van lekker eten wel genieten. Wat mij intrigeerde was hoe de kandidaten functioneerden onder tijdsdruk en stress. En ondanks dat toch alert en heel creatief te werk moesten gaan om zichzelf te kunnen onderscheiden van hun concurrenten. Tegenslagen incasseren en improviseren als zaken anders lopen dan verwacht. Dat was boeiend om te zien.

Wat improviseren betreft werden de finalisten in de laatste uitzending extra op de proef gesteld. Moniek die aan haar voorgerecht begon en er later achter kwam dat de vis al was gegaard terwijl dat niet de bedoeling was. Ze liep ijsberend door de keuken en kwam in tweestrijd. Opgeven of toch doorgaan omdat ze het ten opzichte van eerder afgevallen collega's niet kon maken nu af te haken.  Ze raapte zichzelf uiteindelijk bij elkaar, maakte met de bewuste vis toch een gerecht en creëerde voor de chefs ook gelijk het beste voorgerecht. Een sterk staaltje lef en doorzettingsvermogen.

Even later viel de stroom uit waardoor de kandidaten moesten werken in een donkere keuken met alleen een cameralamp in de buurt. Stug doorgaan en vertrouwen hebben in eigen kunnen.

Opvallend was het plezier wat de kandidaten, ondanks de wedstrijdruk, hadden om te koken. Eén van de deelnemers gaf in een eerdere aflevering aan dat hij het jammer vond niet in de Cook-off te zitten omdat hij best nog wel een keer in een 3-sterren restaurant wilde koken.

Alle finalisten waren natuurlijk goed. Tot zulke prachtige prestaties komen, kun je alleen als je passie en liefde voor je vak hebt, grenzen durft te verleggen, voor je dromen durft te gaan en tegenslagen om kunt zetten in een vervolgactie. Aspecten die voor veel mensen in diverse beroepen van belang zijn.

Mijn waardering voor koks is enorm gestegen. Koken is meer dan een warme hap voorschotelen.  Echte koks zijn absolute kunstenaars die smaken bij elkaar brengen en gerechten als een kunstwerk aan hun gasten presenteren. Ik verheug me op het volgende seizoen.

zondag, 22 mei 2011

Wiskunst in Gent op 20 mei 2011

In wiskunde, bijeenkomst, kunst, mensen, onderwijs, programma, werk, mogelijkheid, tekeningen.

Op vrijdag 20 en zaterdag 21 mei jl. werd door het “Sint Lucas Beeldende Kunst” in het Belgische Gent een tweedaagse bijeenkomst over Wiskunde en Kunst gehouden. Op het programma stonden een aantal lezingen, die allemaal ingingen op de combinatie van wiskunde en kunst. Ook stelden een aantal wiskundige kunstenaars hun werk tentoon en was er de mogelijkheid om Escher achtige tekeningen te leren maken. De bijeenkomst werd vooral bezocht door mensen die in België in het onderwijs werkzaam zijn. Zo kom je ook meteen wat te weten over het Belgische middelbaar onderwijs van dit moment.

read more

vrijdag, 6 mei 2011

ReMMeZ

ReMMeZ

Hyves Twitter Youtube

Prijzen en Betalingsvoorwaarden

In nederland, openbaar vervoer, programma, rekening, stad, werk, algemeen, betalen, boeken, en meer.

KvK-nummer: 53081951 

Handelsnamen:  De Sneltekenaar / ReMMeZ Design / Sneltekenaar ReMMeZ / ReMMeZ Events / Cartoonesque /

Prijzen:

  • Prijzen zijn exclusief BTW (19%)  
  • Prijzen zijn exclusief reiskosten op basis van openbaar vervoer.
  • Prijzen zijn inclusief  €.15.- materiaalkosten
  • Een dagdeel bestaat uit 4 sets duurt standaard 4 x 55 minuten plus  4 x vijf minuten 'handwapper-pauze'. Telkens te nemen aan het einde van een tekenuur [55 minuten]
  • De kosten van een dagdeel zijn €.375.- .  De meerprijs per uur bedraagt €.90.-
  • Feestdagen en Kerstvakantie + 15% over dagdeel kosten ivm vermeerdering aanbiedingen.
  • Losse portretten / karikaturen (dus geen sneltekeningen) kosten €.80.- per persoon, (A2-formaat vellen zijn hier bij inbegrepen) , hiervoor wil ik vanzelfsprekend graag langskomen, houd er rekening mee dat deze prijs exclusief reiskosten (op basis van OV) is. Gemeten vanaf de stad Groningen. Danwel exclusief verzendkosten
  • Uurtarief bij minder dan een dagdeel: €.165.-  startuur ieder volgend uur €.90.- [minimale inhuur twee uur]
  • Een Bulk Tekeningen / illustraties voor bedrijven [in de zin van presentaties, illustraties, personeelstekeningen] die thuis uitgevoerd worden en ingescand + tastbaar teruggestuurd worden. Minimum starttarief €. 100.- [inbegrepen 3 tekeningen] iedere extra tekening is €.30.- [desgewenst ingekleurd - hiervoor worden geen extra kosten berekend.]

Betalingsvoorwaarden:

*  Ik hou mij met mijn optredens en diensten aan de in Nederland algemeen geaccepteerde betalingsvoorwaarden voor artiesten, performende kunstenaars en webshops.  Ik ben geen dienstverlener in de klassieke zin [loodgieter, schilder, klusser] maar een artiest:  Dus de prijs is vooraf al helder.  Concreet betaalt u dus bij boeking, zoals u op een webshop eerst uw product moet betalen. Derhalve kunt u het vergeijken met een optreden van een artiest waar u vooraf uw kaartje voor bestelt en betaalt. Voor particulieren ligt dit iets anders.. Zie hieronder.  

 * Bij boekingen wordt een optie pas NA betaling een definitieve boeking. Betaling geschied minimaal 15 werkdagen [dus drie volledige weken] voor opdracht.  Concreet houdt dat in dat u mij als dienst vooraf inkoopt. Dit geldt voor bedrijven, stichtingen, overheidsinstanties, bv's, nv's en alle andere rechtsvormen. Betalingen na opdracht worden niet geaccepteerd. Mocht betaling vooraf niet mogelijk zijn [spoedboeking / korte termijnsboeking] , dan is er de optie betaling á contant op de dag van opdracht zelf. Deze laatste optie is bedoeld voor last minute / spoed opdrachten en wordt enkel ingewilligd NA overleg.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

 * In geval van particulieren geldt de stelregel: 50% bij boeking, 50% op de dag zelf. Een risicospreiding in beide richtingen

 * In geval van onomkeerbare ziekte / overmacht van sneltekenaar geschiedt afmelding met daaropvolgend z.s.m, restitutie.

   * In geval van afzegging door klant / opdrachtgever door ongevallen zie voorwaarden overeeenkomst. Let op: weersomstandigheden zijn geen gegronde reden tot afzegging. Vervangende tekenruimte is dan een vereiste.

Een onafhankelijk advies over andermans kunsten en kunnen kan NOOIT van collega's of vakgenoten onderling komen. dat komt ten alle tijde van Opdrachtgevers en klanten. Laat u dus niet verleiden tot het aanhoren van de mening van de concurrent. Logischerwijs zal die altijd voor eigen parochie preken. Ik kan ten alle tijden meerdere referenties opgeven die u gaarne hun ervaringen met mij en mijn diensten zoals omschreven zullen vertellen. 

Disclaimer:

Er zit een groot verschil tussen een buiktekenaar een digitaal krabbelaar een silhouet knipper en een Sneltekenaar / Cartoonist / Illustrator. Bedenk dat enkel de laatste u daadwerkelijke tekeningen levert en de rest een kunstje doet waar de klant uiteindelijk niets aan overhoudt, dan wel iets wat een computer heeft gemaakt. Dat kan u thuis ook met het juiste programma. Het is letterlijk en figuurlijk geen kunst / heeft niets met sneltekenen te maken / Heeft helemaal niets te maken met tekenkunst.

Geen bodemprijsafspraken met collega's, en geen lid van zogenaamde,  zelfbenoemde  vakverenigingen. Werkt in principe niet met boekingskantoren, artiestenbureau's of andere tussenpersonen, tenzij een opdrachtgever deze keuze maakt. Rechtstreeks boeken kan hierdoor honderden euro's schelen. Hierdoor Steevast en helder honderden euro's goedkoper dan 'vakgenoten'. Ik ben zelfstandig ondernemer in een vrij beroep, dit houdt voor mij concreet in dat ik geen collega's heb maar vakgenoten. Ik werk in geen enkel geval binnen een collectief / 'beroeps' / ''vak'vereniging.

Permalink | Leave a comment  »

zaterdag, 30 april 2011

Het landelijk regeerakkoord laat sporen na

In arbeidsmarkt, beperking, bezuinigen, bezuinigingen, gemeente, gemeenten, gouda, inkomen, invloed, en meer.
Volgens het regeerakkoord gaat het huidige kabinet in de komende jaren flink bezuinigen op het gebied van sociale zaken, werkgelegenheid en inkomen. Deze bezuinigingen hebben enorme invloed op het gemeentelijke niveau en Gouda merkt en voelt het al. In de afgelopen maanden zijn er verschillende nota's en debatten in de Goudse raad geweest. De aanleiding was mede de landelijke bezuinigingen en de extra taken die gemeente daarbij krijgt "meer taakstelling met minder geld". De belangrijkste nota's en debatten waren onder andere de nieuwe participatienota, mantelzorgnota, de kadernota voor informatie, advies en cliëntondersteuning en binnenkort verwachten we jeugdbeleid.
Een van de belangrijkste bezuinigingen van de huidige regering betreft het UWV en dat gaat op landelijk niveau €500 miljoen kosten. Hiervan heeft circa 450 miljoen betrekking op het uitvoeringsbudget. Het gaat dan onder ander om re-integratiebudget voor WW-ers en bemiddelingsactiviteiten voor werkzoekenden en dat kost alles bij elkaar €200 miljoen. Ook komt er een regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt waarmee een effectiviteitsbezuiniging van €490 miljoen is gemoeid. Dit gebeurt o.a. door samenvoeging van de re-integratie- en begeleidingsbudgetten Wajong, WSW, en het Werkdeel in het Participatiebudget. Dit gaat ten koste van aantal locaties van UWV Werkbedrijf die wordt later teruggebracht van 100 naar 30 regiovestigingen. WW-ers krijgen voortaan grotendeels te maken met digitale dienstverlening in plaats van face-to-face contact. Een van de organisaties die dat gaat voelen is Promen.
Gezien deze nieuwe toestand heeft gemeente Gouda gekozen voor een "één integrale aanpak" als de oplossing voor de gehele onderkant van de arbeidsmarkt. Deze integrale aanpak betreft de volgende wetgevingen: de Wet Werk en Bijstand (WWB), Wet Sociale werkvoorzieningen (Wsw), Wet arbeidsongeschiktheid jonggehandicapten (Wajong) en Wet Investeren in Jongeren (WIJ) (de 4w's). Daarnaast worden de voorwaarden en sancties bij de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) verscherpt. Andere maatregelen zijn bijvoorbeeld afschaffing van Wet werk en inkomen Kunstenaars (WwiK) en de gemeente gaat in de komende tijd het Work First van Promen overnemen.
De AWBZ is ook niet ontzien. In het huidige akkoord staat heel duidelijk dat de toegang tot AWBZ-zorg wordt beperkt tot mensen met een IQ lager dan 70. De grens lag daarvoor op een IQ lager dan 85. Deze verlaging van de IQ-grens betekent dat mensen met een lichte verstandelijke beperking geen zorg en ondersteuning meer kunnen krijgen vanuit de AWBZ. De gevolgen van deze maatregelen kunnen erg fors zijn vooral omdat een deel van deze doelgroep de ondersteuning en begeleiding men nodig heeft kwijt raakt. Normaal gesproken kunnen ze terecht bij het WMO loket,maar in praktijk blijkt dat zij de weg naar het loket niet makkelijk kunnen vinden. Door het wegvallen van bijvoorbeeld dagbesteding dreigen deze mensen in een sociaal isolement te komen. Met andere woorden: Gemeente Gouda (als andere gemeenten in het land)krijgt er nieuwe taken bij, maar krijgt hier geen extra geld voor.
Mijn grootste zorgen gaan naar de positie van de meest kwetsbare doelgroepen in de Goudse samenleving en in het bijzonder laag opgeleide mensen, allochtonen en mensen die in het isolement verkeren. Deze doelgroepen zijn niet makkelijk te bereiken en zijn niet assertief genoeg. Door die mindere assertiviteit bestaat de kans dat zij minder ondersteuning krijgen dan dat noodzakelijk is. Met de uitvoering van dit nieuwe beleid is er geen enkele garantie op succes bij de uitvoering. Voor de meeste instellingen zorgen deze bezuinigingen voor grote financiële klappen, daarnaast zullen er enorme culturele omslagen gemaakt moeten worden.

Mohamed Amessas

donderdag, 14 oktober 2010

Arno Bonte

Arno Bonte

Hyves Twitter GR

5 maart 2014

In blogs, openbaar vervoer, oud, overal, participatie, rekening, rotterdam, samenleving, sociaal, en meer.

Mijn bijdrage vandaag bij de Algemene Beschouwingen over het collegeprogramma:

5 maart 2014, de dag van de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Hoe ligt Rotterdam er dan bij? Wat voor stad treffen we dan aan?

Laat ik u eens meenemen in een visioen.

Op 5 maart 2014 schijnt de zon. Als je de trappen van het stadhuis afloopt dan flitsen de fietsen en elektrische voertuigen voorbij op een groene en autoluwe Coolsingel.
Het centrum staat vol bomen en het noordelijk deel van de Binnenrotte is veranderd in een goed bezocht stadspark. Het Stokviswater en de Hang zijn ontwikkeld tot een aantrekkelijk terrassengebied met de allure van de Oude Gracht in Utrecht.
Overal in de binnenstad zijn nieuwe winkeltjes, restaurantjes en lunchrooms geopend. Het uitgaanscircuit bruist als nooit tevoren en een nieuw poppodium in het centrum van de stad is het levendige middelpunt van een hernieuwde popcultuur in Rotterdam.

Op 5 maart 2014 is Rotterdam een stad waar iedereen graag wil wonen: van jong tot oud, van arm tot rijk, van starter tot gezin. Parken en pleinen worden intensief gebruikt. Buurthuizen en speeltuinen zijn ook ’s avonds en in het weekend open en in alle buurten is er voldoende plek voor kinderen om buiten te spelen. En de bewoners van de ’s-Gravendijkwal zijn verlost van de stank en herrie, door een met gras begroeide overkapping over de drukke verkeersader.

Op 5 maart 2014 doet 70 procent van de Rotterdammers aan sport, hebben 30.000 mensen met succes een taal- en participatietraject gevolgd, zijn overal in de stad broedplaatsen voor kunstenaars en creatieve bedrijfjes, krijgen evenementenorganisatoren alle ruimte om nieuwe concepten uit te proberen en is Rotterdam weer een aantrekkelijke uitgaansstad.

Op 5 maart 2014 is Rotterdam een groene, sociale en bruisende wereldstad. En ja, een stad met meer ruimte voor talent en ondernemen.

Gaat dit visioen echt werkelijkheid worden? Als het aan GroenLinks ligt wel. Het kán, als de politieke wil er maar is.
Of het echt gaat lukken is nog wel de vraag. Als we op het werkprogramma van het college afgaan komen we er niet. Althans, maar zeer ten dele.

Natuurlijk, er staan een paar mooie voornemens in. Zo geeft het college voortvarend uitvoering aan de GroenLinks-motie om 2000 bomen per jaar aan te planten om zo versteende straten groen te maken. Ook de GroenLinks-motie om in 2014 alle wijken aan de buitenspeelnorm te laten voldoen, wordt goed opgepakt. En ik ben ook erg gelukkig dat het GroenLinks-initiatief uit de vorige periode, RotterdamIdee, verder wordt voortgezet en zelfs wordt uitgebouwd met een ruimer budget voor bewonersinitiatieven.

Maar voor het overige zijn de ambities van het college erg dun. En zijn de doelstellingen (in goed Rotterdams: targets) al helemaal treurigstemmend.

Zo stelt het college als target dat 60% van de deelnemers aan een taal- en participatieproject één of meer stappen zet op de participatieladder. Met andere woorden, zich verder ontwikkelt in de samenleving.
Klinkt mooi, maar door de forse bezuinigingen én door de eigen bijdrage die het college in wil voeren, zullen er waarschijnlijk fors minder deelnemers aan de taal- en participatietrajecten zijn, waardoor die 60% in de praktijk maar weinig voorstelt.

Het college belooft ook het areaal groen te vergroten in de 10 buurten die nu het minst groen zijn. Ook niet bepaald ambitieus. De wethouder kan die target bij wijze van spreken volgende week al afstrepen na het planten van slechts één bonsaiboompje in elk van die wijken.

En wat te denken van de doelstelling dat er aan het einde van de raadsperiode in de stad en in de haven voor minimaal 350 miljoen aan duurzaamheid moet zijn geïnvesteerd. Klinkt als veel geld. Maar als je de groene paragrafen uit de jaarverslagen van de grote Rotterdamse ondernemingen mag geloven, dan wordt er nu al voor minstens het dubbele aan duurzaamheidsuitgaven gedaan.
Maar los daarvan wordt hier in de collegedoelstelling het maatschappelijk effect vergeten: het gaat niet om het geld geïnvesteerde geld, maar om het resultaat.
Waarom niet de doelstelling opgenomen dat de CO2-uitstoot in de komende 4 jaar met minimaal 10 procent omlaag gaat?
 
Talentontwikkeling bij taalcursisten en groen ondernemerschap komt er in het collegeprogramma dus niet erg gunstig vanaf. Ook op andere terreinen leidt het collegebeleid eerder tot minder dan tot meer ruimte voor talent en ondernemen. Zeker als je de maatregelen uit het bezuinigingspakket op een rij zet.

Daarnaast snijdt het college flink in kunst- en cultuurbeleid en komt een fors deel van de rekening te liggen bij de meest kwetsbare Rotterdammers.

Als je de bezuinigingsplannen van het college de komende jaren bij elkaar optelt, dan schijnt op 5 maart 2014 niet de zon, maar waait er een gure en kille wind door de stad.

En dan heb ik de donkere donderwolken van het rechtse kabinet nog niet eens meegerekend. Een tsunami aan bezuinigingen wordt over ons heengespoeld. Van kunst en cultuur tot de wijkenaanpak, van het armoedebeleid tot het openbaar vervoer.

Kunnen we ons daar tegen weren? Kunnen we het zonnige visioen toch werkelijkheid laten worden? Ja, dat kan.

Tussen de donkere donderwolken uit Den Haag gloort ook een beetje hoop. De korting op het gemeentefonds pakt namelijk veel lager uit dan het doemscenario waar het college nog rekening mee hield bij het opstellen van de begroting. Dat levert een meevaller op van 35 miljoen in 2012 oplopend tot 100 miljoen in 2014.

GroenLinks wil die meevaller deels besteden aan het terugdraaien van de gemeentelijke bezuinigingen op kunst en cultuur, klimaatbeleid, evenementen, buitenruimte en participatie.
En voor het andere deel voor het opvangen van de bezuinigingen van het rechtse kabinet op taalcursussen, sociaal beleid, wijkaanpak en openbaar vervoer.

De zon kán schijnen op 5 maart 2014. Niet alleen voor de door GroenLinks gewenste groene, sociale en bruisende wereldstad. Maar ook voor de collegeambitie om meer ruimte te geven aan talent en ondernemen.

De GroenLinks-fractie helpt het college daar graag bij. Volgende week zullen we een tegenbegroting presenteren waarin we laten zien dat bezuinigen kan, mét behoud van een ambitieus beleid voor de stad. Met meer in plaats van minder ruimte voor talent en ondernemen.

Als het aan GroenLinks ligt staat deze raadsperiode in het teken van creativiteit en vernieuwende initiatieven. We zien graag dat er grote vooruitgang wordt geboekt op het gebied van duurzaamheid en dat de stad weer gaat bruisen. Bij de begroting zullen we daar een aantal voorstellen voor doen. Vandaag doen we er alvast één:

Wat zou er nou mooier zijn dan een raadsperiode vol nieuwe talenten en ondernemerszin te bekronen met een recente Rotterdamse traditie: een themajaar. GroenLinks stelt voor om 2014 uit te roepen tot Innovatiejaar. Want waar talent en ondernemen samen komen, krijg je innovatie. Wij zien graag dat Rotterdam zichzelf op de kaart zet als innovatieve stad vol vernieuwing en creativiteit. Zodat op 5 maart 2014 iedereen weet: Rotterdam is de stad waar het bruist, Rotterdam is de stad van innovatie, Rotterdam is de stad met ruimte voor talent en ondernemen.


Aantal berichten op deze pagina: 17. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 11490 uur (478,7 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,2 per week.

Pagina: 1