vrijdag, 3 februari 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Duurzaam VVD

Zo kan het ook Drontense VVD-collega's!

De liberale ‘vrinden’ van de VVD laten zich de afgelopen weken in Dronten weer van hun sterkste kant zien. Op de agenda staan een aantal van die onderwerpen die kennelijk voor de Drontense VVD’ers een beetje moeilijk te verteren lijken. Van die ‘linkse hobby’s’ als windmolenbeleid en duurzaamheid.

Bij het windmolenbeleid ging woordvoerder Anke d’Hooghe-Molenkamp er vol in. Windmolens zijn lelijk, duur, draaien op subsidie en er mogen er vooral geen bijkomen. Want wie weet blijkt over tien jaar wel dat de opwarming van de aarde allemaal best wel meeviel en dan stonden al die windmolens zinloos in het landschap te roesten. Als je niet zeker wist dat je er in de toekomst geen last van zou hebben moest je het toch vooral maar niet doen! Mijn vraag hoe ze dit dan zag als het gaat om haar favoriete energie opwekking via kerncentrales en kernafval was een beetje moeilijk. Maar gelukkig werd ze gered door burgemeester De Jonge die het afhamerde omdat kernenergie niet op de agenda stond.

Hoewel we bij de vergadering een tribune vol (agrarisch) ondernemers hadden die erg voor meer windmolens waren, en maar liefst twee van de VVD raadsleden niet mee konden besluiten omdat ze belanghebbend zijn bij windmolens, was en bleef de VVD tegen die verschrikkelijke windmolens. Want eigenlijk is het allemaal maar (linkse?) onzin!

Dat we op milieugebied van de VVD fractie verder niets hoeven te verwachten bleek ook gisteravond wel weer. Het duurzaamheid beleid werd in een speciale informatieavond door wethouder Van Amerongen (VVD) aan de gemeenteraad gepresenteerd zodat helder was welke ambities er zijn als we het beleid later deze maand gaan behandelen. Tijdens de presentatie werd zo vaak benadrukt dat alles wat de gemeente wil binnen de bestaande budgetten past dat de VVD-geur wel haast doordringend te noemen was. Maar dat was niet vanwege de hoge opkomst van VVD raadsleden. Waar wel beide VVD-wethouders van de partijwaren om het beleid toe te lichten en te verdedigen was de VVD-fractie in geen velden of wegen te bekennen. Ze zullen het wel niet zo interessant vinden. Want ‘dat vervelende en lastige milieubeleid is alleen maar dure onzin, dus daar moet je verder geen tijd in steken’ zal wel de gedachte zijn. Je zal je als wethouder duurzaamheid maar gesteund weten door zo’n raadsfractie van de eigen politieke kleur, ik zou bijna medelijden krijgen.

Maar natuurlijk begrijp ik het allemaal verkeerd, zo zal de VVD betogen. Ze schaffen het duurzaamheidsbeleid niet af en zullen het niet blokkeren, net zoals bij sociale zaken. Dat maakt –in de logica van de Drontense fractie- de VVD een hartstikke sociale en groene partij. Sja, en wat zou je daar nu tegenin kunnen brengen? *ironieteken*

vrijdag, 27 januari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

De duurzaam stromende rivier #WOT 4


Heraclitus (linksonder)
op de School van Athene
 Heraclitus, de ‘duistere’ filosoof, zou als eerste de zin Panta Rhei (alles stroomt) hebben gezegd. Heraclitus’ bijnaam was de ‘duistere’ filosoof, omdat hij, gedreven door haat voor zijn medemens, als kluizenaar door het leven ging. Hij woonde in de bergen en at niets anders dan gras en kruiden. Net zo droevig als zijn leven was ook zijn dood. In de bergen werd hij ziek, waardoor hij toch weer terug de stad in moest.  Hij wilde dat de arts hem insmeerde met koeienmest in de hoop zijn duistere gemoed uit te drijven. Die koeienmest is hem fataal geworden. Hoe is niet helemaal duidelijk. Het lukte hem niet om de opgedroogde koeienmest van zijn lichaam te halen, waarna hij werd opgegeten door een troep honden. Een andere versie is dat hij verdronk in de mest waarin hij werd ondergedompeld.* Net zo duister als zijn leven zijn ook zijn gedachten. Naast Panta Rhei heeft Heraclitus een andere fascinerende uitspraak gedaan: ‘We kunnen niet tweemaal in dezelfde rivier afdalen’. De gangbare interpretatie is dat zowel het water dat door de rivier stroomt als de persoon geen moment hetzelfde zijn. Toch is daar de eenheid scheppende bedding van de rivier. De tegenstelling in deze uitspraak vind ik treffend. Wat ons mensen bindt is niet te vinden in een persoonlijke zoektocht, deze gaat eraan vooraf en volgt erop. Wat ons mensen bindt ligt in wat wij delen met elkaar: onze menselijke wereld. Daarom vind ik het streven naar duurzaamheid zo belangrijk, omdat daarin mijn verantwoordelijkheid voor onze aarde tot leven komt. De uitspraak van Heraclitus inspireerde mij ooit tot het volgende verhaal. In dit verhaal komt mijn zoektocht naar verantwoordelijkheid tot leven.

De rivier stroomt al eeuwen door het landschap. In de lente neemt de snelheid van het water en de omvang van de rivier door smeltwater toe. In de herfst gebeurt dit door de heftige najaarsbuien. Overstromingen vinden regelmatig plaats. Bij de bron van de rivier ziet het landschap er anders uit dan bij de mond. De rivier begint met watervalletjes, stort zich daarna in stroomversnellingen waaruit zalmen omhoog springen, creëert draaikolken en eindigt bij de mond in een breed deltalandschap, met kleine poeltjes waarin kikkers leven. Hoe hoog het water morgen staat is niet te voorspellen. De mensen die bij de bron wonen, maken zich hier niet druk om. De mensen in de delta echter werpen dijken op om te voorkomen dat ze elk voorjaar natte voeten hebben. De mensen bij de bron bouwen stuwdammen, de bomen in de omgeving hoeven niet langer gekapt te worden om ’s winters in de warmte te zitten. Een plaatselijke fabriek maakt handig gebruik van het stromende water om haar machines te kunnen koelen en het afvalwater te lozen. Pas na protesten van boeren worden er filters geïnstalleerd. Er wordt een kanaal aangelegd, dat de rivier met een ander verbindt. Er komt meer scheepvaart. In de delta wordt een grote haven gebouwd. Om te voorkomen dat hoog water het aanmeren onmogelijk maakt, worden sluizen toegevoegd. Halverwege stroomt de rivier door een grote stad, de oevers zijn verbonden met bruggen. Rondvaartboten doorkruizen de weg van de scheepvaart. Het panorama vanaf de brug is elke dag anders. De ene dag is de rivier grijs en wild, de andere dag is de rivier glad als olie. Toch noemen de mensen haar al eeuwenlang de blauwe rivier.
Ik heb dit verhaal geschreven tijdens mijn onderzoek naar de spagaat in de sociale werkvoorziening, een thema dat nu weer erg actueel is. Waarvoor zou de Sociale werkvoorziening moeten gaan: haar maatschappelijke rol of haar economische rol? Het niet kunnen kiezen tussen dit duivelsdilemma bracht de Sociale Werkvoorziening in een metaforische spagaat. Ik kwam er in mijn onderzoek ook niet uit. Het zwaard van Damocles is nu gevallen, hart en ziel van dit unieke bedrijf zijn gespleten. En toch stroomt er ook nu weer nieuw water door de rivier, waarin hoop besloten ligt.

Meer lezen over mijn onderzoek?  'Oefening baart kunst; Over de spagaat in de sociale werkvoorziening' in  PDF of via publicaties op mijn website.


* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Stroom". In gedachten op donderdag geschreven, gepubliceerd op vrijdag.

*Ontleend aan Simon Critchley 'Over mijn lijk'

zondag, 22 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

vrijdag, 20 januari 2012

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Initiatiefwet Mooi Nederland van PvdA, GroenLinks en D66, met Mooie Windparken

In duurzaam, guldenlijn, politiek, d66, groenlinks, landschap, mooi nederland, oba, pvda, en meer.
De progressieve partijen komen met een initiatiefwet om de Natuur te beschermen.  En ze noemen de wet “Mooi Nederland.  As maandag is er een symposium over in de Tweede Kamer.  In een Mooi Nederland gaan de komende jaren ook vele … Lees verder

zondag, 1 januari 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Een raaf in de achtertuin

raafEen paar dagen geleden liep ik in het bos achter ons huis. Een mooi landgoed, waar ons gehucht Exel als een Gallisch dorpje tegen aan is geplakt. Een wat schor ‘ra ra’ en een grote kraai in de top van een boom met een ruitvormige staart was herkenning genoeg. Daar zat een Raaf. Met 1.20 meter spanwijdte de grootste kraai, bekend om z’n slimme gedrag. Een instrumentengebruiker, die met stokjes voedsel uit holletjes peutert en stenen gebruikt om noten te kraken. Bijna uitgestorven in Nederland, maar na herintroductie zijn er weer een kleine honderd broedparen. De raaf is een mooi symbool van kwetsbare biodiversiteit. Nu weer onder druk door de plannen van dit kabinet.

Prachtige oase in isolement

ampsenIk woon in een prachtige wereld. Naast het landgoed Ampsen, op een steenworp van het landgoed Verwolde en de moerassige bossen van het Kranengoor. Achter Ampsen liggen de broekgronden. Vroeger waren dat elsenbroeken, moerassen en venen waar beken doorheen stroomden. Nu nog vindt je het geurige gagel in de weg, groeit hier en daar de heide in de bermen. De rest is ontgonnen, mais- en grasakker geworden. De landgoederen liggen als oases van biodiversiteit in deze groen/bruine woestenij, met hier en daar nog resten van oude houtwallen. Want dat is het toch, laten we eerlijk zijn. Rechte lijnen van eiken begeleiden de ontsluitingswegen, jaarlijks vol van eikenprocessierups. Daar tussen liggen eeuwig groene weilanden, regelmatig gescheurd voor nieuwe inplant van engels raai. Afgewisseld door maisakkers, soms een aardappelveld. In de winter groenbemest met wintertarwe. Reeen haasten zich over deze kale akkers, op zoek naar beschutting. Als een boer ploegt, dan zie je nauwelijks meer vogels in zijn sporen. Het bodemleven is verarmd door intensief grondgebruik. Zelfs de roeken, vlak bij het station, trekken steeds meer de stad in omdat er ‘s winters op het platteland niets te halen is. Mijn bijen verhongeren er in de zomer, omdat na de linde er nauwelijks iets bloeit.

Ecologische Hoofdstructuur

exelDie Raaf in het winterse bos is als een symbool van de fantastische biodiversiteit die dit gebied kan dragen. Een prachtige vogel die als opportunistische aaseter aan z’n kost moet komen. Dus veel oppervlakte en rust nodig heeft. Aan de andere kant van Lochem broedt een paar, in het Grote Veld. Ampsen is, denk ik, net te klein. Dat hoeft niet zo te zijn, maar de lijnen met Verwolde en Kranengoor zijn verbrokkeld, de verbinding met de Lochemse Berg is ver weg. Hier ligt potentieel een prachtig natuurgebied, als die lijnen getrokken worden en kwaliteit via natte natuur en houtwallen ervoor zorgt dat natuurgebieden in verbinding komen. Bij ons achter wordt die poging gedaan, door een weiland te ontgraven en een stap tussen Kranengoor en Ampsen mogelijk te maken via een mini-natuurgebiedje. Verderop loopt de, gekanaliseerde, Dortherbeek. Een ecologische verbindingszone. Boeren en buitenlui zetten zich in voor kavelruil om ook daar natuurlijke verbindingen te realiseren. Dan wordt dit gebied weer één, de oases krijgen weer hun voeding. Er is dan ruimte, ook voor de Raaf.

Bezuinigingen

binnenhofVolgende week, de 12de, ga ik naar de provincie. Daar krijgen we te horen wat er met de Ecologische Hoofdstructuur gaat gebeuren nu er drastisch bezuinigd wordt. De voortekenen zijn absoluut onheilspellend. De lijnen worden verbroken, bestemmingen verdwijnen, de oases komen geïsoleerd te liggen. Onder andere omdat agrarisch land onttrokken wordt van die Ecologische Hoofdstructuur.  Dit kabinet, met Bleker als woordvoerder, verandert de verhoudingen en zet de landbouw weer voorop. Kortzichtig, in een gebied waar met agrariërs lang gewerkt is aan grondruilen en zorgvuldig vormgegeven verbindingen. Zodat die Raaf weer terug kan komen, als symbool van biodiversiteit die misschien de ruimte ging krijgen. Nu, met het loslaten van de melkquota in de komende jaren, en de daarmee verbonden explosie van schaalvergroting en productie, worden dergelijke processen jaren terug geslagen. De verbindingen vallen dan weg, de oases staan weer in hun groene woestenij.

Alternatief lokaal

Wat goed is, van het beleid van dit kabinet, is dat we zo weinig van Den Haag te verwachten hebben. Zelfs Arnhem, onze provinciale hoofdstad, is heel ver weg. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, is het ook een beetje. Maar het betekent dat we het zelf moeten oplossen, met zeer beperkte middelen. Ons energiebeleid laat zien dat je in zo’n zoektocht onvermoede krachten tegen komt. Dat we sterker dan Den Haag of Arnhem kunnen zijn. Dat we zelf in staat moeten zijn die biodiversiteit te verbeteren en ons niet door Haagse besognes moeten laten leiden.  Dat kan, maar het vraagt, net als bij ons energiebeleid, volstrekt ‘omdenken’. Vanuit de lokale belangen zoekend naar perspectief voor onze Raaf? In een wereld van jagers en boeren, gewend te oogsten wat de natuur hun lijkt te bieden?

Ja dus. Want is het huidig natuur- en landschapsbeleid niet gebouwd op een zompig fundament van afhankelijkheden zonder overtuigend deel te zijn van onze eigen economie? Komende jaren staan, in Lochem, in het teken van duurzame gebiedsontwikkeling. Daarbij staat de economie van het platteland voorop. Bedrijven die een goed inkomen halen uit dit agrarisch landschap, met haar landgoederen, houtwallen en beken. Schaalvergroting zal onvermijdelijk zijn, maar dan ingepast in een kleinschalig landschap. Verdienen aan de natuur, via biomassa, slimme maairegimes, goed grondgebruik waardoor mestgift omlaag kan, gebruik makend van natuurlijke systemen die evenwicht in de bodem versterken wordt het adagium. Maar ook verdienen aan de biodiversiteit en prachtige natuur omdat dit ons landschap recreatief en toeristisch waardevol maakt. Want de recreant komt voor die beek, prachtige houtwallen en landgoederen.

En dat er dan een enkeling is die kippevel krijgt van dat schorre ‘ra ra’ van een eenzame Raaf, is dan mooi meegenomen.

woensdag, 28 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Electorale winnaars en verliezers 2011

Het politieke landschap wordt vaak beschreven in termen van winnaars en verliezers. Peilingen spelen daarin een centrale rol: al hun problemen ten spijt, de onderzoeken van Maurice de Hond en Synovate geven een indicatie van de populariteit van politieke partijen. Deze trends spelen vervolgens een belangrijke rol in de perceptie van het succes van de partijen. De kritiek op Cohen zou waarschijnlijk wegebben als de peilingen voor de PvdA wél gunstig zouden zijn, terwijl Roemers positieve imago natuurlijk wordt geholpen door de goede score van de SP in de peilingen.

Wie waren nu eigenlijk de winnaars en verliezers in 2011? Een vergelijking van de peilingen van eind dit jaar met die van eind 2010.

Winnaars
De SP is ongetwijfeld de grootste winnaar van 2011. Volgens het 'Pooling of polls' model dat de cijfers van Synovate en Maurice de Hond/Peil.nl combineert, kreeg de SP eind 2010 nog maar 16 zetels in de peilingen, terwijl de partij nu op 23 staat. Opvallend is wel dat De Hond veel meer zetels toekent aan de SP (28 zetels) dan de Politieke Barometer van Synovate (18 zetels). Zoals meestal het geval is, zijn de trends in de peilingen van De Hond veel sterker de zien dan in die van Synovate. Hoe het ook zij: in beide peilingen wint de SP.

D66 is de tweede winnaar van 2011. De partij stond eind 2010 al op winst in vergelijking met de Tweede Kamerverkiezingen van juni in dat jaar (13 zetels, +3), maar ze wist deze winst dit jaar te vergroten (nu tussen de 15 en 18 zetels, waarschijnlijk 16). Ook D66 doet het beter bij de peilingen van Maurice De Hond/Peil.nl dan in die van Synovate, maar wederom geldt: bij beide peilingbureaus is er sprake van een toename.

De derde winnaar, de Partij voor de Dieren, wint alleen bij Synovate: van 2 zetels in 2010 naar 3 zetels eind dit jaar. Die winst pakte de partij overigens al begin dit jaar, in de periode dat het Kunduz-besluit en de verkiezingen voor de Provinciale Staten speelden. Daarna bleef de partij redelijk stabiel.
Peilingen voor de vijf grootste partijen
De figuur geeft de verwachte percentages voor elke partij met 95% Bayesiaans betrouwbaarheidsinterval, tijdens de verkiezingen (meest lichte balk), een jaar geleden (middelste balk) en op basis van de meest recente gegevens (meest donkere balk). Onder de figuur staan de bijbehorende zetelaantallen; in het zwart staat de meeste waarschijnlijke verwachting, in het grijs staan de hoogste en laagste verwachting (95% vertrouwen). De sterretjes geven aan dat het verschil tussen de meest recente peiling en de betreffende balk statistisch significant is.
Verliezers
Grootste verliezer in 2011 is het CDA, dat van 17 naar 13 zetels zakt in het 'Pooling the polls' model. De afname geldt voor zowel Synovate als Maurice de Hond. De partij verloor vooral na de Provinciale Statenverkiezingen en opnieuw na de Algemene Beschouwingen in september. De terugval is momenteel gestopt, maar 13 zetels blijft een angstwekkend laag getal voor de partij die in 2006 nog de premier mocht leveren.

Voor GroenLinks was 2011 een slecht jaar. Rondom de militaire civiele missie naar Kunduz verloor de partij sterk. Daarna herstelde GroenLinks licht, maar door de affaire-Peters ging het opnieuw mis. Pas in de laatste paar maanden herstelde de partij enigszins en staat ze nu op 8 zetels, nog altijd 3 minder dan vorig jaar.

De VVD stond eind 2010 nog op 36 zetels, maar moet er nu 3 inleveren. Dat zou nog steeds een verbetering betekenen ten opzichte van het verkiezingsresultaat in juni 2010, maar de senior regeringspartij verliest toch iets van haar glans. Hoewel de goedlachse premier zich nog relatief gemakkelijk door lastige dossiers weet te worstelen, moest de Tweede Kamerfractie toch een aantal gevoelige klappen incasseren (bijv. weigerambtenaren, 130 km/u toch niet meteen overal). Het verlies is overigens niet dramatisch: eind 2010 stond de partij op een hoogtepunt, ze zakte het afgelopen jaar slechts een klein beetje weg. 

Peilingen voor de kleinere partijen
Zie toelichting bij vorige figuur

Stabiel
De PVV was in het afgelopen jaar, afgaande op de peilingen, electoraal stabiel. Ze had 25 zetels en houdt die. Dat is een kleine, niet-significante, verbetering ten opzichte van de laatste verkiezingen. Het gaat dus absoluut niet slecht met de PVV, maar veel vooruitgang zit er ook niet in. In het voorjaar zakte de partij zelfs een beetje weg, maar ze herstelde dat snel.

De PvdA verloor in 2010 snel terrein, maar wist in 2011 te stabiliseren rond de 21 zetels. Ze wist te 'pieken' rondom de Provinciale Statenverkiezingen, waardoor de sociaal-democraten nu de op een na grootste fractie in de Senaat vormen. Negen zetels verlies ten opzichte van de Tweede Kamer blijft echter een magere score.

De kleine Christelijke partijen en 50+ blijven stabiel op 5 zetels voor de ChristenUnie, 2 voor de SGP en één voor 50+.

Conclusie
De winnaars van 2011 zitten allemaal in de oppositie: SP, D66 en PvdD. De gedoogcoalitie als geheel zakt dan ook weg in 2011 en staat nu op 46% van de stemmen, ten opzichte van ruim 51% eind 2010. Gezien de omvangrijke bezuinigingen die het kabinet wil doorvoeren is dat verlies niet overigens niet bijzonder groot. Na de presentatie van de begroting verloor de coalitie echter redelijk stevig. Het komende jaar, met nog meer bezuinigingen en waarschijnlijk nog een grote portie Eurocrisis, zal daarom ook in electorale termen bijzonder boeiend worden.

Meer cijfers zijn te vinden op peiling.tomlouwerse.nl

vrijdag, 23 december 2011

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Friese provinciebestuurders willen de lelijkheid uit hun ziel in het Friese landschap zetten

Twee jaar geleden deed Platform Duurzaam Friesland de provincie een aanbod. Ze wilden als eigenaren,hun windmolens uit het landschap halen, en daarna op een mooie manier 600 MW windenergie realiseren. Maar het huidige Friese provinciebestuur wil lelijke cluster windparken, daar … Lees verder

zondag, 18 december 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Dichterbij mezelf IV: Martinus Nijhoff

De schoonheid van de liefde, van het landschap, van de stilte en van de muziek. Maar ook het besef van de tijdelijkheid van zulk geluk. Prachtig samengevat in “Fuguette” van Martinus Nijhoff (uit de bundel Vormen):

Claudien, jij speelt piano, en ik zit
In de warande, en luister naar het zingen
Uit het innige hart der stille dingen,
En luister naar de stem der nacht die bidt -

Nu is mijn hart heel stil geworden: dit
Is het stil einde van het grote dringen.
De regens die tussen ons beiden hingen,
Claudien, zijn over en de nacht is wit.

Zachtheid, zachtheid is het woord van muziek:
Het is of je op een groene heuvel toeft,
Een fabel leest, of ziet een mozaïek -

En ‘t hart, ontvangend wat het hart behoeft,
Niet meer van pijn verbijsterd, niet meer ziek,
Vergeet – een glimlach lang – wat het bedroeft.

dinsdag, 13 december 2011

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Weer een leugen van Wilders & rechts

In milieu, ontwikkelingshulp, hypotheekrente, publieke omroep, hypotheekrenteaftrek, cda, natuur, vvd, pvv, en meer.
Het nrc schrijft: Wilders noemt morrelen aan renteaftrek onacceptabel. In plaats van op de hypotheekrenteaftrek moet volgens de PVV-leider worden gekort op ‘Europa, subsidies, de publieke omroep, milieubeleid en andere linkse hobby’s’. Verder kondigt hij aan ‘als een leeuw voor de belangen van Henk en Ingrid’ te zullen knokken.
Dit is uiteraard weer een typische Wilderiaans stukje brullen voor de bühne. Maar helaas gebaseerd op leugenachtige fantasieën. Want stel dat we de linkse hobby's zoals hij het noemt aanpakken, wat levert dat op?

Even de totale kosten op een rijtje:

  • Europa: 7,5 miljard bruto
  • Subsidies (cultuur, emancipatie & vreemdelingenkosten) 3,5 miljard
  • Ontwikkelingssamenwerking: 1,7 miljard 
  • Publieke omroep: 0,9 miljard
  • Milieubeleid: 2,5 miljard

Totaal beslaan deze linkse hobby's dan 16,1 miljard en is daarmee een stuk groter dan de rechtse hobby genaamd hypotheekrenteaftrek de overheid kost. Die wordt op ongeveer 12 miljard geraamd.

Echter, in de berekening van bovenstaande kosten heb ik de grootst mogelijke kostenposten genomen. Zo heb ik voor de uitgave aan Europa de bruto kosten genomen, netto kost Europa de Nederlandse staat zo'n 6,5 miljard. Daarmee komen de linkse hobby's op 15,1 miljard. Nog altijd meer dan de hypotheekrenteaftrek.

Bij de subsidies heb ik onder andere alle 2,7 miljard aan reserveringen genomen voor de uitgaven. De daadwerkelijke geraamde uitgaven aan cultuur zijn slechts zo'n 0,9 miljard. Dat is al weer zo'n 1,8 miljard lager ofwel 13,3 miljard aan linkse hobby's blijft er over om op te bezuinigen.

Nu zouden PVVers er tegen in kunnen brengen dat ik (nog) niet alle linkse hobby's heb meegenomen. Zo heb ik de huursubsidie van zo'n 2,6 miljard niet meegeteld. Dan komen de linkse hobby's weer op 15,9 miljard. Dit is alleen niet terecht, want vele Henk's en Ingrids wonen in een huurwoning en genieten op de een of andere wijze van een subsidie daarop. Daarnaast zijn veel subsidies nodig omdat de krappe woningmarkt zorgt voor hoge huren, zeker als deze markt vrij wordt gegeven. Daarnaast is de koopwoningmarkt relatief klein en door hypotheekrenteaftrek dusdanig duur geworden, dat het voor velen zeer moeilijk is om een woning te kopen. Daarom houdt ik deze uitgaven buiten beschouwing en blijft er 13,3 miljard over om op te bezuinigen.

Hoe zit het met deze potentie om te bezuinigen?

Om te beginnen kijken we naar de Europese kosten van 6,5 miljard. Hoe graag Wilders het ook zou willen, de meeste van bovenstaande kosten zijn niet in 1 keer te schrappen. De kosten voor Europa liggen vast in verdragen. Zoals de laatste poging van de EU om verdragen te wijzigen liet zien, zijn deze zeer moeilijk aan te passen. Daar is alleen door contractbreuk, ik vraag me af of Henk en Ingrid dat zien zitten? Daarnaast is ons isoleren van Europa een slechte zaak, 75% van onze economie is gebaseerd op export, merendeels binnen de EU. Ons daar buitenspel zetten schaadt de economie, de werkgelegenheid en daarmee de toekomst van Henk en Ingrid en hun kinderen. Slechte zaak dus, gaan we niet doen, daarmee blijft er 6,8 miljard over aan linkse hobby's om op te bezuinigen!

De Publieke Omroep zouden wellicht hun subsidie kunnen verliezen, of wellicht worden het commerciële omroepen. Maar opdoeken kan natuurlijk ook, levert massale werkeloosheid op. Daar de omroepen creatieve mensen in dienst heeft wordt de cultuursector overspoelt met werkeloze creatievelingen. Omdat Wilders ook op cultuur wilt bezuinigen, gaan er dus meer mensen vechten om de schaarse Euro van de Nederlanders die, door bezuinigingen, minder vaak naar voorstellingen of concerten gaan. Maar goed, we schrappen de totale kosten op de Publieke Omroepen en cultuur en doen net alsof er geen extra werkeloosheidsuitkeringen betaald moeten gaan worden. Daarmee realiseren we 1,8 miljard aan bezuinigen en blijft er 5 miljard aan linkse hobby's over.

Ontwikkelingssamenwerking, vreemdelingenbeleid worden als het aan Wilders ligt uiteraard direct geschrapt. Dit levert 2,5 miljard aan mogelijke bezuinigingen op (1,7 voor ontwikkelingssamenwerking en 0,8 voor vreemdelingenbeleid). Dat afschaffen van ontwikkelingshulp leidt tot meer ellende in ontwikkelingslanden en daarmee tot een groeiende wens om naar Europa te migreren wordt hierbij even vergeten. We kunnen ons dus schrap zetten voor een door PVV-beleid veroorzaakte tsunami aan migranten en illegalen. Door afschaffen van vreemdelingenbeleid (integratie cursussen etc..) leren deze migranten de taal ook steeds minder goed en integreren ze slechter. Of we tuigen een dijk van een veiligheidssysteem en grensbewaking in zodat er niemand ongezien hier binnenkomt of weggaat. Laten we hopen dat de kosten daarvoor minder zijn dan de 2,5 miljard aan bezuinigingen!

Rest ons de laatste kostenpost, milieukosten. Hierin heb ik de ruimste definitie gekozen voor milieu, omdat alleen bezuinigen op het KNMI slechts 0,05 miljard zou opleveren. Daarom ook de bewaking van luchtkwaliteit, de kwaliteit van de leefomgeving, waterkwaliteit en -bescherming, natuurgebieden en milieu-educatie meegenomen. Dat is tezamen de resterende 2,5 miljard. Geheel in de stijl van Bleker schrappen we deze kosten uiteraard radicaal, weg met de bestedingen aan natuurgebieden, de milieu-educatie en bescherming van de Nederlandse wateren. Dat Nederland hiermee een verWildert en sterker vervuild landschap krijgt is de prijs die we moeten betalen. Sommige delen komen wellicht onder water te staan, maar dat is de prijs die we betalen om ons heilige huisje in stand te houden!

Dat is de leugen van Wilders, de PVV, de VVD en het CDA! Ze spiegelen ons voor dat ze radicaal kunnen en willen bezuinigen op allerlei zaken die ofwel relatief weinig opleveren zoals de Publieke Omroepen of cultuur kosten, elk 0,9 miljard. fwel ze zijn niet zo makkelijk te schrappen, zoals de kosten van Europa, 6,5 miljard. Ofwel ze zijn schadelijk voor Nederland, zoals de milieukosten van 2,5 miljard. Ofwel ze leveren andere problemen op, zoals de kosten van ontwikkelingshulp en vreemdelingenbeleid (2,5 miljard).

In het meest positieve scenario kan men de kaasschaaf over bovenstaande kostenposten halen: misschien een miljard op Europa, een miljard op milieu en 1 op ontwikkelingssamenwerking en vreemdelingenbeleid (dan neem je het ruim op die laatste twee) en enkele honderden miljoenen op cultuur en de publieke omroep (ieder 0,25 miljard?). Dat levert een bezuiniging op van 3,5 miljard maximaal en nog altijd grote problemen op genoemde beleidsterreinen.

Welke pijn kost het als we deze 3,5 miljard op het heilige huisje verhalen?




vrijdag, 9 december 2011

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Haagse ambtenaren regisseren de weerstand tegen windparken

In duurzaam, guldenlijn, invloed, politiek, landschap, mooie windparken, windenergie, debat, windmolens, en meer.
Gisteravond was er een debat in het NAI over windparken in het landschap. Ook de huidige rijksadviseur voor het landschap heeft inmiddels begrepen dat mooie windparken bestaan uit een enkele rij windmolens in het landschap. Dat is winst. Verder is … Lees verder

zondag, 27 november 2011

Rob Alberts

Rob Alberts

Paal 14

In , landschap, strand.
Paal 14. Aan het strand wordt een plaats aangegeven met het nummer van de strandpaal. Aan een snelweg gebeurt dit op dezelfde wijze. Dit wordt dus geen zonnig, zomerverhaal over warme stranden. Wel wil ik het hebben over nieuwe bedrijfsinitiatieven. Aan de rafelranden van ons verstedelijkt landschap ontstonden altijd nieuwe bedrijven. Experimenteel, innovatief en kleinschalig ontstonden er aan d...

donderdag, 10 november 2011

John Jorna

John Jorna

Landbouw op het EGP-congres

In europa, bedrijf, bezig, burger, dieren, energie, eu, europese, gelukkig, en meer.

TOEKOMST VOOR DE EUROPESE LANDBOUW

Landbouw zal altijd een zekere mate van marktingrijpen vergen. Er is immers zelden een evenwicht tussen vraag en aanbod. Door de weersomstandigheden, maar bij ons niet zo vaak door ziekten of plagen kan de oogst mislukken met als gevolg hoge prijzen voor de consument, een hoog inkomen voor de boer, die wel een goede oogst heeft en een slecht jaar voor de boer, waarvan de oogst inderdaad slecht is. Het is ook een reden voor de EU zich vanouds met landbouw bezig te houden. Men wil voedselzekerheid voor de Europese burger tegen redelijke prijzen en men wil een gezonde boerenstand, boeren met een gezond bedrijf en een redelijk inkomen. Toch heeft de landbouwpolitiek van de EU voortdurend ongewenste effecten.

Ook GroenLinks heeft zich steeds met landbouw bezig gehouden en vooral in het begin werd de boer vooral als boosdoener gezien, die zorgde voor stank en zijn dieren onder erbarmelijke omstandigheden huisvesting bood. Er was weinig inzicht in de productie-consumptiekolom. Dat is gelukkig verleden tijd. GroenLinks heeft een moderne visie op de landbouw ontwikkeld en daarbij intensief met producenten, consumenten en deskundige organisaties overlegd. Zie hiervoor op de site van GroenLinks het document “De boer is troef” en een document van de Europese Groenen “The agricultural dimension of the New Green Deal”. Over dit alles werd op woensdag, 9 november intensief gediscussieerd in de Europawerkgroep van GroenLinks. Ik geef hieronder een aantal indrukken met mijn eigen commentaar.

In de dialoog tussen boer en burger komt steeds meer de nadruk te liggen op de kwaliteit: Het voedsel moet veilig en gezond zijn, dus zonder resten van bestrijdingsmiddelen, liefst zonder genetische manipulatie en zonder ziektekiemen. Het moet alle voedingsstoffen bevatten, waaraan een mens behoefte heeft. Consumenten letten daar steeds meer op en supermarkten merken dat en spelen er op in. Consumentenorganisaties controleren de producten in de winkels en publiceren erover. Er is een kentering merkbaar, maar een consument moet wel voldoende inkomen hebben om die wat duurdere producten te kunnen aanschaffen. Soms gaan ze naar boerenwinkels, maar als je midden in de stad woont, is dat wat lastig. Boeren geven voorlichting, bijvoorbeeld via open dagen of laten mensen tegen een kleine vergoeding zelf fruit plukken. Consumenten kunnen een boom of een dier adopteren. De nieuwste ontwikkeling is, dat burgers mee werken en mee investeren in een boerenbedrijf, een CSA. Er is een streven merkbaar om stad en ommelanden weer meer tot een zelfvoorzienende eenheid te maken en voedsel niet over duizenden kilometers aan te voeren. Toch kan het ecologisch slim zijn Griekse druiven naar Nederland te brengen  en ze niet meer hier in verwarmde kassen te telen.

Veel boeren houden behoefte aan inkomenssteun. Terecht worden daaraan voorwaarden verbonden. Boeren worden geacht het landschap te onderhouden en te beschermen.  Denk aan houtwallen, weidevogels, akkerranden, geriefhoutbosjes, erfbeplanting, slootkanten, wilgen knotten. Wat mij opvalt bij al die natuurbeschermende maatregelen is, dat handhaven van een evenwicht nooit als doelstelling wordt gehanteerd. Roofdieren (vossen) en roofvogels krijgen zo veel bescherming, dat hun prooidieren gedecimeerd worden. En dan maar klagen, dat de weidevogelstand zo achteruit gaat. De boeren hebben dat dondersgoed in de gaten, drijven de spot met het natuurbeschermingsbeleid en dit alles bevordert niet hun motivatie. Enige herijking lijkt mij verstandig. En kom dan niet aan met het verhaal, dat de natuur zelf voor correctie zorgt in deze zin, dat als alle prooidieren gedecimeerd zijn, de roofdieren vanzelf weer in aantal teruggaan.

Een andere kant van het natuurbesef is, dat natuur vooral opgevat wordt als levende natuur en dat er weinig aandacht is voor de basis van die levende natuur: bodem, moedermateriaal/grondsoort, (micro-)reliëf, helling, hoogteligging, waterhuishouding, (micro-)klimaat, vegetatietype. Als voor deze aspecten geen aandacht is, ondergraaf je de basis voor de biodiversiteit. Maar al deze aspecten hebben ook hun eigen intrinsieke waarde en dan met name allerlei bijzondere vormen in het landschap, waarin de geologische geschiedenis zichtbaar wordt. In Nederland moet vooral veel aandacht zijn voor het microreliëf. De kleine hoogteverschillen van 1 á 2 meter zijn bepalend voor de ontsluiting van het landschap, de bewoning, het kavelpatroon en het agrarisch bodemgebruik. Alles samen bepaalt de bijzondere waarde van een historisch landschap en doet menigeen al fietsend verzuchten: “Wat is Nederland toch mooi!” Dan hebben mensen het over cultuurlandschappen en niet over bos, hei en zandverstuivingen, ook geen echte natuur, maar door de mens bepaald. Wees zuinig op deze “public goods”.

Tenslotte nog iets over biobrandstoffen. Duidelijk is, dat ze in toenemende mate concurreren met voedselgewassen. Zo zorgen ze voor lokale voedseltekorten en in veel gevallen voor hogere voedselprijzen. Dat kan de bedoeling niet zijn. Mijn idee was altijd, dat het dwaasheid is goed landbouwgrond braak te laten liggen (dus niet vanwege een bepaald landbouwsysteem) om op die manier overproductie  tegen te gaan. Als je dan energie leverende gewassen verbouwt en daarbij zijn geen grote hoeveelheden kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen nodig, dan is dat een zinnige zaak. De opbrengsten vallen vaak tegen. De inspanningen zouden meer gericht moeten zijn op planten, die veel effectiever zonlicht omzetten in chemische energie en daarbij werden algen genoemd. Boeren kunnen met windmolens op hun grond en zonnecellen op de daken, met mestvergisting (biogas) en energieleverende broeikassen ook bijdragen aan een vergroening van de energievoorziening.

donderdag, 3 november 2011

Vincent Koerse

Vincent Koerse

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Algemene beschouwingen 2011

In algemene beschouwingen, groenlinks, waterland, de wereld, ilpendam, landschap, parijs.

In het Louvre in Parijs hangt een schilderij van de Vlaamse schilder Anthony van Borssum uit 1650, dat Vue d'Ilpendam heet. Gezicht op Ilpendam. Het is een gezicht vanaf de Purmerdijk richting Ilpendam, en het wonderlijke is dat als je vandaag op dezelfde plek gaat staan, het landschap onveranderd is. Al meer dan 350 jaar ziet het uitzicht daar er hetzelfde uit en ik vind het bijzonder dat als je daar nu staat je dezelfde schoonheid ziet als een schilder in 1650, van wie het schilderij in een van de beroemdste musea van de wereld hangt.

lees verder

dinsdag, 1 november 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nijmegen kiest ontwerpen voor bruggen ‘Ruimte voor de Waal’

In waalsprong, activiteiten, algemeen, bouw, burgemeester, college, evenementen, infrastructuur, landschap, en meer.

promenadebrugAls onderdeel van de dijkverlegging bij Lent zijn twee nieuwe bruggen en een verlenging van de bestaande Waalbrug nodig. De bruggen maken de verbinding van het geplande eiland in de Waal naar de Nijmeegse noordoever. Voor het ontwerpen van deze bruggen zijn voor de zomer drie architecten geselecteerd. Burgemeester en wethouders hebben nu de ontwerpen op hoofdlijnen vastgesteld. Deze ontwerpen worden technisch verder uitgewerkt door de aannemer die via aanbesteding wordt geselecteerd. De aanbesteding start na instemming door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

De Waalbrug (1936) krijgt een verlenging over de geplande nevengeul van de Waal. Architectenbureau Zwarts Jansma heeft het respect voor de monumentale hoofdbrug voorop gesteld. Er zal geen nieuwe boog worden gemaakt, het ontwerp richt zich vooral op de onderzijde van de brug en de pijlers. Er komen drie pijlers en in de betonnen onderbouw wordt de bogenconstructie van de hoofdbrug doorgezet. De overgang tussen de oude en de nieuwe brug wordt gevormd door een landhoofd op het toekomstige eiland. Dit landhoofd kan als gebouw diverse activiteiten huisvesten.

Tussen de Waalbrug en de spoorbrug komt een brug vanaf de kade op de noordoever van de nevengeul naar het eiland Veur-Lent. Deze ‘Promenade’-brug is de hoofdtoegang naar het eiland, bestemd voor zowel wandelaars, fietsers als autoverkeer. In het ontwerp van Ney-Poulissen komt de as van de brug te liggen in de richting van de Sint Stevenskerk. Het middendeel van de brug is bestemd voor autoverkeer en komt hoger te liggen, de zijstroken zijn bedoeld voor fietsers en wandelaars en liggen op dijkhoogte. De brug sluit op een speelse wijze aan bij de beleving van het water. De combinatie van de architect Chris Poulissen en constructeur Laurent Ney is bekend in Nijmegen. Ze zijn de ontwerpers van de nieuwe stadsbrug ‘De Oversteek’, die op dit moment in aanbouw is.

Het westelijk deel van het eiland wordt met de uiterwaarden op de vaste noordoever verbonden door de ‘Citadelbrug’. NEXT-architects heeft het ontwerp gemaakt voor een brug die als een slingerend pad de nevengeul overspant. De brug gaat zodoende ‘natuurlijk’ over in het uiterwaardenlandschap, waarbij de toegang tot de brug een avontuurlijke uitstraling krijgt. De brug is zo’n vijf meter breed en bedoeld voor fietsers en wandelaars. Incidenteel kan de brug ook worden gebruikt voor bevoorrading en calamiteitenvoertuigen, als er evenementen op het eiland plaatsvinden.

In opdracht van het college van burgemeester en wethouders zijn de ontwerpers begeleid door een ruimtelijke kwaliteitscommissie onder leiding van Jan Brouwer. Hij is voormalig rijksadviseur voor de infrastructuur en in Nijmegen nauw betrokken bij zowel de bouw van stadsbrug De Oversteek als bij de planvorming voor de dijkverlegging. Onder zijn leiding is de kwaliteit van de ontwerpen, de inpassing in het gebied, en de uitvoerbaarheid beoordeeld.

De aannemer die komend half jaar via een openbare aanbesteding wordt geselecteerd voor uitvoering van het totale project, zal de bruggen samen met de architecten verder uitwerken. In 2016 dienen de bruggen klaar te zijn samen met de dijkverlegging, het graven van de nevengeul en de aanleg van het eiland.

Het Architectuur Centrum Nijmegen (ACN) draagt Ney-Poulissen als gasten aan voor het artist-in-residenceproject Besiendershuis. In de maanden november en december zullen de architect-constructeurs en de kunstenaars van Atelier Veldwerk vanuit het Besiendershuis onderzoek verrichten naar stad en landschap in relatie tot de stedenbouwkundige ontwikkelingen in Nijmegen in het algemeen en de realisatie van drie bruggen in het bijzonder. Ney-Poulissen tekenen naast De Oversteek en de Promenadebrug ook voor een fietsbrug bij station Lent.

maandag, 31 oktober 2011

Socrates Schouten

Socrates Schouten

Linkedin DWARS

Zeven miljard

In duurzame ontwikkeling, economie, nederlands, politiek, wetenschap, maximale, milieu, natuur, natuur en milieu, en meer.

(N.B. Dit is best een lang verhaal. Lezers die niet van een gezellige introductie houden, kunnen het beste op ‘read more’ klikken – vanaf de ‘IPAT’-formule – en vanaf daar verder lezen…)

Gefeliciteerd! We zijn nu met z’n zeven miljarden op aarde. Volgens tellingen van de VN is het zevende miljard vandaag bereikt, maandag 31 oktober 2011. Toen ik vorig jaar mijn scriptie schreef en iets over de groei van de wereldbevolking kwijt moest, was ‘eind oktober 2011′ al de voorspelling. Het leek me al leuk als het precies met mijn verjaardag, 30 oktober, zou samenvallen. Welnu, een dagje later, ook prima.

Maar even serieus. Zeven miljard, and still ‘growing strong’. Hoe zit het eigenlijk met overbevolking en schaarste van grondstoffen en duurzaamheid? Dat laatste woord wordt intussen veel gebezigd in de communicatie van elke zichzelf respecterende organisatie, of het nu een politieke partij of een commercieel bedrijf is. Maar om duurzaamheid in verband te brengen met een maximale omvang van de mensheid, is een stuk minder populair. Binnen GroenLinks werd het een paar keer geprobeerd, de laaste keer op een congres in (ik meen) 2009 in de vorm van een motie van Quintijn Hoogenboom. Deze haalde het bij lange na niet, want hiermee werd volgens het partijbestuur een veel te negatieve draai gegeven aan een thema dat GroenLinks juist pósitief wilde benaderen. Ook ik stemde tegen, want ik vond de redenering van de motie veel te simplistisch. Maar Quintijn had natuurlijk gewoon gelijk. Die wereldbevolking kan niet maar steeds probleemloos blijven doorgroeien. Dus, wat nu? Wanneer moet het écht stoppen?

Het antwoord van de ‘ecologische voetafdruk’ is dat het allang had moeten stoppen. Sinds de jaren 70 gebruikt de mensheid meer hulpbronnen en biologische capaciteit dan er op een duurzame manier beschikbaar zijn. We overvragen de natuur, en maken die daarmee kapot. Volgens de schattingen vragen we nu ongeveer 1,3 keer teveel van de aarde.

De ecologische voetafdruk vermeldt niet hoe lang die situatie houdbaar is. En de methode geeft ook geen antwoord op de vraag hoeveel mensen de aarde dan eigenlijk kan verdragen. In de jaren zeventig waren mensen gemiddeld een stuk minder welvarend dan nu, dus consumeerden minder, maar de technologie was aanzienlijk inefficiënter. Voor een gelijk welvaartsniveau waren toen dus meer energie en grondstoffen nodig. De ‘impact’ van 4 miljard mensen in 1970 is dus anders dan de impact van hetzelfde aantal mensen in 2040.

Een formule die in deze discussie veel wordt gehanteerd is I=PAT. Het leest Impact = Population x Affluence x Technology, ofwel: de milieudruk is de omvang van de (wereld)bevolking maal het welvaartsniveau maal de (let wel) inefficiëntie van de technologie. De P en de A zijn almaar blijven groeien sinds we erover zijn gaan nadenken. Alleen de T is gedaald: onze auto’s (Hummers uitgezonderd) rijden zuiniger dan vroeger, elektrische apparaten verslinden minder, etcetera. Maar we hebben wel meer auto’s en meer elektrische apparaten dan ooit tevoren.

Wat gaat de P doen? Lange tijd heeft men volgehouden dat we, ergens tussen 2050 en 2080, bij 9 à 10 miljard mensen zouden pieken en daarna heel rustig aan de wereldbevolking zal afnemen. Het is onzeker of dat gebeuren zal.

En de T? Er leeft onder de meeste politieke gezindten bijzonder veel optimisme dat juist de technologische efficiëntie zal zorgen dat de milieudruk niet uit de klauwen loopt. Velen geloven in een soort automatische correctie: als er zich milieuproblemen voordoen, ontstaat er maatschappelijke reuring en doen we er wat aan. Anderen, zoals ik, zien dat natuur en milieu doorlopend verschralen. Die fantastische technologische oplossingen zijn keer op keer ‘too little and too late’ om te voorkomen dat er stukken waardevolle natuur verloren gaan, onze menselijke sporen intussen elke hectare land en kubieke meter atmosfeer hebben bereikt, en de leefgebieden van vele volkeren onder hun ogen onleefbaar worden.

Ik zou mijn lezers onderschatten als ik ook nog eens de ontwikkeling van de A zou gaan voorkauwen. Wat ik liever doe, is het simplisme dat steeds maar weer de kop op steekt als deze ‘IPAT’-discussie wordt gevoerd (meestal zonder ‘IPAT’ te noemen, gelukkig), te bestrijden. Het onderbelichte punt is namelijk dat de factoren P, A en T wederzijds afhankelijk zijn. Er zit misschien een factor tien rek in (maar meer dan tien geef ik het niet), maar het huidige welvaarts- en technologieniveau is niet denkbaar zonder die miljarden mensen. Afgezien van het ‘voetvolk’ (eerbied komt wel weer in mijn volgende blog) draaien honderden miljoenen mensen mee in een ongelooflijk grote en complexe maatschappij die zorgen dat wij vernuftige en zuinige auto’s hebben, en iPads waarmee we snel kunnen communiceren en efficiënt nieuwe en betere technologieën ontwikkelen, en voedselproductiesystemen die zorgen dat er steeds weer te eten is (in de ontwikkelde landen).

Tegelijk hebben we die vernuftige technologie nodig om deze wereldbevolking in stand te houden. Teruggaan naar een geromantiseerde oertijd, waarin we heel weinig heetten te gebruiken, kan niet. Mensen hadden enorme leefgebieden, niet alléén omdat er veel minder mensen waren, maar ook omdat die vele hectares nodig waren om ze van bijeengejaagd en -verzameld voedsel te voorzien. En voor het stoken van een fikkie om één gezinnetje warm te houden, heb je best veel brandhout nodig.

Wat is de moraal van dit verhaal? Eenieder die claimt dat we met “veel minder mensen” zouden moeten zijn, of “veel minder moeten consumeren”, of gewoon nog “veel meer technologische ontwikkeling” moeten stimuleren, heeft het juist én verkeerd. Het moet alledrie met mate. En daar is zeer nauwgezet beleid voor nodig, dat van A tot Z rekening houdt met de verwikkeling van de IPAT-factoren. Maar het meeste nog moet men zich realiseren dat de formule IPAT alle kanten op kan, en dat de aarde flexibel is, en allerlei uitkomsten van I (de milieudruk) aankan. Hoe meer men het echter uit de klauwen laat lopen, hoe meer we met de botte bijl aan het hakken zijn in het mooie, onmisbare aardse landschap dat maar één keer bestaat, en bij uitsterven niet meer terugkomt.


maandag, 17 oktober 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Van de dromer naar de waker

In warffum aan zee, warffum, foto's, friesland, groningen, landschap, provincie, water, weer, en meer.

Stralende zon. Een wandeling van de dromerdijk via de slaper naar de waker wordt altijd beloond met een fantastisch uitzicht vanaf de wakende zeedijk. Van Warffum tot aan het Wad. Een reisje door de tijd.

De eerste zeedijk boven Warffum, tegenwoordig de slaper, stamt uit de tiende of de elfde eeuw. Her en der is die Oudendijk, die van Hornhuizen tot aan Uithuizermeeden liep, nog steeds zichtbaar in het landschap. De dijk was een halve tot een hele meter hoog. Onvoldoende om het water bij zwaar weer te keren. Bij talloze stormen brak het water de dijk. Bij de Allerheiligenvloed op 1 november 1570, die in heel Friesland en Groningen zo’n drieduizend slachtoffers maakte, verdronken ook in Warffum mensen en vee.

Rond 1600 werd een kilometer boven de Oudendijk een zogenaamde kadedijk (ook wel kadijk of zomerdijk) aangelegd, waardoor nieuwe graslanden ontstonden, waarop schapen konden grazen. Bij fikse stormen hielp die zomerdijk niet veel. Bij de Sint Maartensvloed van 1686 verdronken in Warffum 22 mensen, tien paarden en 88 koeien. Bovendien spoelde het water 23 huizen aan de noordkant van het dorp weg. Ruim dertig jaar later was het weer raak. Bij de Kerstvloed van 1717 verdronken 63 Warffumers. In heel Groningen waren er 2300 slachtoffers.

Een jaar na de rampzalige Kerstvloed legde de provincie Groningen een nieuwe dijk aan op de plek van de oude zomerdijk. Een kilometer boven de Oudendijk. De nieuwe zeedijk was drieënhalve meter hoog en maakte de Oudendijk werkloos. De Oudendijk werd in 1718 slaperdijk en hoefde niet meer wakker te worden om in actie te komen.

In 1811 werd de Noordpolder aangelegd. In vier maanden tijd werd een nieuwe, 11,5 kilometer lange zeedijk aangelegd, nadat daartoe een jaar eerder door koning Lodewijk Napoleon was besloten. De dijk van 1811 werd de nieuwe waker, de dijk van 1718 werd slaper en de Oudendijk een dromerdijk. De laatste in het rijtje waker – slaper - dromer. En het is goed dromen op de Oudendijk.

Erik de Graaf

PS: voor meer foto's van de wandeling klikt u hier.

zaterdag, 15 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Loyaal met een scherpe rand

In cda, minderheidskabinet, politiek, pvv, stemgedrag, vvd, agenda, andere partijen, beleid, en meer.

In oktober 2010 kondigden VVD, PVV en VVD aan een bijzonder meerderheidskabinet te vormen. VVD en CDA onderschreven een coalitieakkoord. Daarnaast werd een gedoogakkoord gesloten met de PVV – deze partij steunt het kabinetsbeleid op een (groot) aantal terreinen en belooft het niet te laten vallen over maatregelen die in het coalitieakkoord staan omschreven. Dit betekende dat de PVV een nieuwe positie innam in het politieke landschap. Tot de verkiezingen van 2010 had de PVV bewust gekozen voor confrontatie met de gevestigde partijen in haar parlementair gedrag. Ze stelde zich op als een rechtse oppositiepartij, de “rechts buiten” van de Tweede Kamer. Is het gedrag van de PVV veranderd nu de partij gedoogpartner is van een coalitie van CDA en VVD?

De kern van onze uitkomsten is dat de PVV als gedoogpartner twee houdingen combineert: een constructieve houding op onderwerpen die in het gedoogakkoord staan en een kritische, confronterende houding op andere terreinen. Op onderwerpen uit het gedoogakkoord is zij minder actief en stemt zij vaak hetzelfde als CDA en VVD. Dit betreft zowel de sociaaleconomische agenda van het kabinet (volksgezondheid, sociale zaken en financiën) als de agenda van het kabinet wat betreft veiligheid, integratie en immigratie. Echter op die onderwerpen waar de PVV heeft aangeven het niet eens te zijn met het kabinet is de partij actiever en uitgesprokener geworden. De partij stemt dan anders als CDA en VVD, en nog steeds relatief vaak alleen. Ook dient zij op deze onderwerpen meer moties en amendementen in. We beschrijven deze manier van opereren als loyaal (op die onderwerpen die in het gedoogakkoord staan) maar met een scherpe rand (op die onderwerpen die daarbuiten vallen). Deze stijl van opereren waarbij de partij met een been in het regeringsvak staat en met het andere been aan de kant van de anti-establishment oppositie is in andere landen succesvol toegepast door rechts-populistische partijen zoals de Italiaanse Lega Nord en de Deense Volkspartij.

Het onderzoek kijkt naar zes vragen: ten eerste, hoe actief zijn PVV-Kamerleden? De PVV dient in totaal minder voorstellen in. Dit past bij het beeld van een partij die deelneemt aan de regeringsmacht. Deze fracties dienen doorgaans minder voorstellen in. Wel is het zo dat de partij relatief meer (arbeidsintensieve) amendementen indient dan voorheen, wat blijk geeft van een verdere professionalisering van de fractie.

De tweede vraag is op welke onderwerpen PVV-Kamerleden actief zijn. We hebben gekeken naar moties die zijn ingediend in het kader van de begrotingsbehandelingen, welke eenvoudig te classificeren zijn. Van deze moties is het onderwerp buitenlandse zaken het meest populair bij de PVV. Dit is een grote verschuiving ten opzichte van de periode 2006-2010 toen de fractie vooral moties en amendementen indiende over justitie en binnenlandse zaken. Dit is te verklaren vanuit het feit dat de PVV in het gedoogakoord afspraken heeft gemaakt over veiligheid, immigratie en integratie, maar niet over buitenlands beleid Europa.

De derde vraag betreft de samenwerking met de PVV: hoe vaak dient de PVV voorstellen in samen met andere partijen? De PVV dient vooral moties in met coalitiepartners CDA en VVD, en met de SP. De opvallende verschuiving hierbij is dat het CDA en de PVV nauwelijks samen moties indienden vóór 2010.

De vierde vraag gaat over de isolatie van de PVV: hoe vaak stemt de PVV alleen? De PVV stemt nu minder vaak alleen dan in de periode 2006-2010, maar de mate waarin de PVV alleen staat blijft in historisch-vergelijkend perspectief hoog. De PVV staat vooral alleen in stemmingen over buitenlandse zaken (geen onderdeel van het gedoogakkoord), terwijl dit eerder binnenlandse zaken was (wel grotendeels onderdeel van het gedoogakkoord).

In verreweg de meeste stemmingen staat de PVV echter niet alleen. Onze vijfde onderzoeksvraag is hoe vaak andere partijen hetzelfde stemmen als de PVV. De VVD stemt het vaakst hetzelfde als PVV (77%) en doet dit ook vaker dan in de periode 2006-2010 (65%). Het CDA stemt nu in 75% van de gevallen mee met de PVV, aanzienlijk vaker dan voorheen (53%). De mate waarin de PVV hetzelfde stemt als de linkse oppositiepartijen is afgenomen. Opvallend hierbij is dat zeker op de sociaaleconomische onderwerpen, zoals sociale zaken en volksgezondheid, waarop er eerder sprake was van een zekere verwantschap tussen linkse partijen als SP en de PVV, in deze periode minder samen wordt gestemd. Omdat voorstellen op deze punten financiële consequenties hebben, kan de PVV niet hetzelfde stemmen als de SP zonder het gedoogakkoord te breken.

De zesde vraag betreft het succes van de PVV: hoeveel moties en amendementen worden aangenomen? De mate waarin de PVV voorstellen krijgt aangenomen is aanzienlijk toegenomen over tijd. Dit heeft echter nog steeds niet het niveau dat normale coalitiepartijen bereiken. In termen van het totaal aantal aangenomen moties blijft de PVV achter bij andere partijen. Dit is mede te verklaren vanuit het meer extreme gedachtegoed van de partij: ook andere radicale oppositiepartijen zoals de Partij voor de Dieren en GroenLinks weten een beperkt aantal moties aangenomen te krijgen.

Dit is een samenvatting van de rapportage “Loyaal met een scherpe rand. Stemgedrag PVV 2010-2011 in kaart gebracht” die ik samen met Tom Louwerse heb gemaakt in opdracht van het VPRO Radio 1 programma Argos. Eerder schreven we voor hen “Kiezen voor Confrontatie”.

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Stemgedrag PVV: Loyaal met een scherpe rand


In oktober 2010kondigden VVD, PVV en CDA aan een bijzonder meerderheidskabinet te vormen. VVDen CDA onderschreven een coalitieakkoord. Daarnaast werd een gedoogakkoordgesloten met de PVV – deze partij steunt het kabinetsbeleid op een (groot)aantal terreinen en belooft het niet te laten vallen over maatregelen die inhet coalitieakkoord staan omschreven. Dit betekende dat de PVV een nieuwepositie innam in het politieke landschap. Tot de verkiezingen van 2010 had dePVV bewust gekozen voor confrontatie met de gevestigde partijen in haarparlementair gedrag. Ze stelde zich op als een rechtse oppositiepartij, de"rechts buiten" van de Tweede Kamer. Ishet gedrag van de PVV veranderd nu de partij gedoogpartner is van een coalitievan CDA en VVD?

De kern van onzeuitkomsten is dat de PVV als gedoogpartner twee houdingen combineert: eenconstructieve houding op onderwerpen die in het gedoogakkoord staan en eenkritische, confronterende houding op andere terreinen. Op onderwerpen uit hetgedoogakkoord is zij minder actief en stemt zij vaak hetzelfde als CDA en VVD.Dit betreft zowel de sociaaleconomische agenda van het kabinet(volksgezondheid, sociale zaken en financiën) als de agenda van het kabinet watbetreft veiligheid, integratie en immigratie. Echter op die onderwerpen waar dePVV heeft aangeven het niet eens te zijn met het kabinet is de partij actieveren uitgesprokener geworden. De partij stemt dan anders als CDA en VVD, en nogsteeds relatief vaak alleen. Ook dient zij op deze onderwerpen meer moties enamendementen in. We beschrijven deze manier van opereren als loyaal (op dieonderwerpen die in het gedoogakkoord staan) maar met een scherpe rand (op dieonderwerpen die daarbuiten vallen). Deze stijl van opereren waarbij de partijmet een been in het regeringsvak staat en met het andere been aan de kant vande anti-establishment oppositie is inandere landen succesvol toegepast door rechts-populistische partijen zoals deItaliaanse Lega Nord en de DeenseVolkspartij.



Het onderzoek kijktnaar zes vragen: ten eerste, hoe actief zijn PVV-Kamerleden? De PVV dient intotaal minder voorstellen in. Dit past bij het beeld van een partij die deelneemtaan de regeringsmacht. Deze fracties dienen doorgaans minder voorstellen in. Welis het zo dat de partij relatief meer (arbeidsintensieve) amendementen indientdan voorheen, wat blijk geeft van een verdere professionalisering van defractie.

De tweede vraag is opwelke onderwerpen PVV-Kamerleden actief zijn. We hebben gekeken naar moties diezijn ingediend in het kader van de begrotingsbehandelingen, welke eenvoudig teclassificeren zijn. Van deze moties is het onderwerp buitenlandse zaken hetmeest populair bij de PVV. Dit is een grote verschuiving ten opzichte van deperiode 2006-2010 toen de fractie vooral moties en amendementen indiende overjustitie en binnenlandse zaken. Dit is te verklaren vanuit het feit dat de PVVin het gedoogakoord afspraken heeft gemaakt over veiligheid, immigratie enintegratie, maar niet over buitenlands beleid Europa.



De derde vraag betreftde samenwerking met de PVV: hoe vaak dient de PVV voorstellen in samen metandere partijen? De PVV dient vooral moties in met coalitiepartners CDA en VVD,en met de SP. De opvallende verschuiving hierbij is dat het CDA en de PVVnauwelijks samen moties indienden vóór 2010.

De vierde vraag gaatover de isolatie van de PVV: hoe vaak stemt de PVV alleen? De PVV stemt nu mindervaak alleen dan in de periode 2006-2010, maar de mate waarin de PVV alleenstaat blijft in historisch-vergelijkend perspectief hoog. De PVV staat vooralalleen in stemmingen over buitenlandse zaken (geen onderdeel van het gedoogakkoord),terwijl dit eerder binnenlandse zaken was (wel grotendeels onderdeel van hetgedoogakkoord).



In verreweg de meestestemmingen staat de PVV echter niet alleen. Onze vijfde onderzoeksvraag is hoevaak andere partijen hetzelfde stemmen als de PVV. De VVD stemt het vaaksthetzelfde als PVV (77%) en doet dit ook vaker dan in de periode 2006-2010(65%). Het CDA stemt nu in 75% van de gevallen mee met de PVV, aanzienlijkvaker dan voorheen (53%). De mate waarin de PVV hetzelfde stemt als de linkseoppositiepartijen is afgenomen. Opvallend hierbij is dat zeker op desociaaleconomische onderwerpen, zoals sociale zaken en volksgezondheid, waaroper eerder sprake was van een zekere verwantschap tussen linkse partijen als SPen de PVV, in deze periode minder samen wordt gestemd. Omdat voorstellen opdeze punten financiële consequenties hebben, kan de PVV niet hetzelfde stemmenals de SP zonder het gedoogakkoord te breken.

De zesde vraag betrefthet succes van de PVV: hoeveel moties en amendementen worden aangenomen? Demate waarin de PVV voorstellen krijgt aangenomen is aanzienlijk toegenomen overtijd. Dit heeft echter nog steeds niet het niveau dat normale coalitiepartijenbereiken. In termen van het totaal aantal aangenomen moties blijft de PVV achterbij andere partijen. Dit is mede te verklaren vanuit het meer extremegedachtegoed van de partij: ook andere radicale oppositiepartijen zoals dePartij voor de Dieren en GroenLinks weten een beperkt aantal moties aangenomente krijgen.

Dit is de samenvatting van de rapportage Loyaal met een scherpe rand, die ik samen met Simon Otjes heb geschreven voor Argos, een programma van VPRO radio. De vragen zijn samen metArgos vastgesteld. Het onderzoek is een vervolg op de rapportage "Kiezenvoor Confrontatie" die de auteurs in mei 2010 voor Argos schreven.

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Duurzaam onderhoud bomen

In dood, eigenaar, ervaring, euro, gemeenteraad, historie, identiteit, keuzes, kosten, en meer.

Het versterken van landschap en biodiversiteit in de markt

bomen achterhoekIn Lochem, net als in zoveel plattelandsgemeenten, zijn honderden kilometers berm ingeplant met een diversiteit aan boomsoorten. De eikenlanen domineren, maar ook beuken, acacia, els en es zijn veel voorkomende soorten. Het is een landschap dat uit het begin van de vorige eeuw stamt, als afronding van ontginningen, aankleding van het nieuw verkaveld landschap. Vermengd met oudere landschappen van de landgoederen, de broekgebieden, de oude essen en beekdalen. In die tijd waren ze deel van een snel veranderend landschap waar heggen en hagen verdwenen en schaalvergroting haar intree deed. Oude kaarten getuigen er nog van. Voor die tijd was het vooral het kleinschalig agrarisch landschap met daarbinnen functionele structuren als geriefbosjes, hagen en heggen, afgewisseld met landgoederen die het landschap en biodiversiteit bepaalden. Nu, na bijna een eeuw, bereiken de ongeveer 50.000 laanbomen in het buitengebied hun bejaarde leeftijd. Toenemende kwetsbaarheid, veel dood hout en hoge kosten in onderhoud zijn het gevolg. Zonder ingrepen zullen de lanen uiteen vallen, ontstaat grote schade, zijn er grote maatschappelijke risico’s. Lochem zoekt naar wegen om hier een antwoord op te vinden.

Subsidieer het bomenbeheer

De laanbomen, zeker de vele oudere bomen, zijn dominante dragers van het landschap geworden. Veel van deze bomen hebben, met hun leeftijd en karakteristieke structuur, een grote monumentale en emotionele waarde. Mensen die in hun omgeving wonen zijn gehecht, voelen een persoonlijke binding. Beheer van deze bomen is dan ook een kwestie van uiterste zorgvuldigheid met als doel het bewaren en versterken van de huidige landschappelijke en emotionele waarden. Het is, vanuit dat perspectief, niet meer dan vanzelfsprekend dat de samenleving hier ook geld voor over heeft. Het onderhoud moet dan ook door de verantwoordelijk eigenaar betaald worden. Voor de Lochemse laanbomen is dat de overheid, met een noodzakelijk jaarlijks budget tussen de 250.000 en 500.000 Euro. Een budget dat er niet is

Laat het landschap zichzelf terug verdienen

Een andere benadering, met erkenning van het belang van bomen in landschap, biodiversiteit en identiteit, is dat deze kenmerkende structuren onderdeel vormden van een landschap dat zichzelf in stand hield. Heggen, hagen, geriefbosjes en landgoederen waren allemaal deel van een economisch systeem en cultuur. Uiteraard ontstonden daaruit monumentale en emotionele waarden, maar die werden binnen het systeem van uitruil in de markt ook gefinancierd. De laanbomen werden aangelegd door een overheid die indertijd helemaal geen beeld had van onderhoud op de lange termijn. Dat op een gegeven moment gedund moest worden en structureel onderhoud noodzakelijk was, werd in die tijd niet als probleem ervaren. Zo ontstond een systeem waarin het onderhoud van laanbomen buiten de markt om werd geregeld, als een vorm van ‘subsidie’ van de overheid. Je zou kunnen stellen dat een van de grote problemen  van het onderhoud landschap door die afhankelijk is van  overheidssubsidies wordt bepaald. Die subsidies zijn namelijk weer afhankelijk van het reilen en zeilen van overheidsfinancien, bijvoorbeeld als deel van de economische groei, uitgifte gronden voor bedrijven en huizen. Zodra er een teruggang is wordt deze ‘luxe’ afgeroomd en het landschap onverzorgd achtergelaten. Kortom, het landschap (dus ook de laanbomen) moeten de eigen broek ophouden en niet structureel afhankelijk zijn van kwetsbare overheidsfinanciën.

Lochem bezuinigt

Drie keer werd de gemeenteraad gevraagd om extra geld te stoppen in onderzoek naar de vitaliteit van haar laanbomen, om vanuit die basis het noodzakelijk onderhoud in beeld te brengen. Drie keer weigerde de raad dit verzoek. In die drie jaren is het economisch tij veranderd. Er is een recessie, de overheid moet radicaal snijden. De kans op een overheidsfinanciering van het onderhoud bomen buitengebied (en nog in sterkere mate geldt dat voor andere landschapselementen) is zeer klein geworden. Daarmee lijkt de stelling van voorstanders van een verdienend landschap een onvermijdelijke te worden. Immers, er is geen enkele financiële ruimte meer om bomenonderhoud te subsidiëren. Dan zal het bomenonderhoud zichzelf moeten financieren.

De business case bomenonderhoud

Als het bomenonderhoud zichzelf moet financieren, dan accepteer je dat onderhouds- en plantkosten afgezet moeten worden tegen opbrengsten. Opbrengsten bestaan uit rondhout, tophout en afvalhout. Het ‘verwaarden’ van die biomassa wordt dus belangrijk. Een tweede aspect dat je accepteert, is dat je kijkt naar het economisch rendement van je beheer en dus bereid bent de verdiencapaciteit te vergroten (de opbrengst biomassa feitelijk) om daaruit beheer, onderhoud en plantkosten te financieren. Dat betekent ook dat je in staat moet zijn om aan bomen te verdienen.

Een ander element in deze ‘business case’ is dat we efficiënter moeten gaan beheren. We zien ruimte voor verbetering in ons beheer, door meer te weten over de vitaliteit van onze bomen, door zorgvuldiger beheer, waardoor we kunnen zorgen dat bomen vitaler blijven en dus minder onderhoud vergen. We kunnen beter met marktpartijen samenwerken, bijvoorbeeld door de samenwerking met de WSW instelling Delta en de agrarische natuurvereniging ‘t Onderholt te verbeteren en met boseigenaren gecombineerde activiteiten te ontplooien.

Een derde aspect is dat we de relatie met omwonenden kunnen verbeteren. Naast hun verbinding met natuur en landschap en daarmee ook de mogelijke, vrijwillige, betrokkenheid bij het beheer zien we ook veel deskundigheid die gemobiliseerd kan worden. Er is kennis over bomenbeheer, over de historie en waarden van de bomen en andere landschapselementen, die een belangrijke toegevoegde waarde heeft.

Pilots onderhoud bomen buitengebied

We komen van ‘ver’. Het ‘verwaarden’ van hout en andere biomassa is een vak dat we nog onvoldoende beheersen. Nog te veel gaat verloren, bijvoorbeeld omdat we te laagwaardige toepassingen toestaan of omdat we de markt niet kennen. Het beheer loopt ver achter. Vaak onderhouden we bomen te laat, met grote schade als gevolg. En door onze verwaarlozing van ons bomenbestand komen we in een vicieuze cirkel. We zien de relatie met bermbeheer nog onvoldoende, waardoor regelmatig wortelzones en stamvoeten worden beschadigd. We bieden bomen vaak onvoldoende ruimte, waardoor ze in verdrukking komen.

We moeten de samenwerking met (markt)partijen nog goed vormgeven. Delta heeft mensen met een arbeidshandicap en kan veel routinewerk verzetten. ‘t Onderholt heeft deskundige mensen in dienst, maar niet alle apparatuur en certificaten om ermee te werken. Groot onderhout aan bomen is vakwerk en we moeten die kennis nog bundelen in een goed samenwerkend consortium.

We moeten nog leren met buurten en buurtverenigingen samen te werken. Onze gecertificeerde vakmensen moeten leren om onderhoudsplannen in overleg met omwonenden en buurtverenigingen voor te bereiden. Geen simpele klus, want er zin veel tegenstrijdige belangen en emoties. Iedereen is ‘deskundig’, het gevoelde eigendom ligt vaak bij direct omwonenden. Met respect toch stevige keuzes maken is dan de uitdaging.

Ambachtelijk proces, tijdrovend

Dit proces is een kwestie van meerdere jaren. Ervaring op doen gebeurt in de praktijk. Het gaat om complexe en ingrijpende activiteiten en we moeten de tijd nemen om te leren van onze ervaringen. Daarbij zien we dat in veel gevallen de kennis en tijd ontbreekt om de plannen goed en snel op te zetten. Historische eigendomsverhoudingen zijn diep in archieven begraven, soms onbekend. Juridische zekerheid is nodig om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijkheid bij de juiste instantie en persoon komt te liggen.

De rendementen zullen niet hoog zijn. Er is sprake van achterstallig onderhoud en de waarde van dood hout is laag in de markt. Een inhaalslag is noodzakelijk om uit de vicieuze cirkel van achterstallig onderhoud en stijgende schade en kosten te komen. En dat zonder eigen financiële ruimte en met een zeer beperkte stafcapaciteit. Een uitdaging van omvang dus.

Risico

Misschien ‘redden’ we het niet om het ideale bomenbeheer te vinden binnen de ons gegeven ruimte. Dan zijn er een aantal alternatieven, die overigens pas aan bod komen als we ervaring hebben. Het zijn alternatieven die elkaar aanvullen.

We rekenen uit wat we nodig hebben om de inhaalslag te maken op basis waarvan we met de laagst mogelijke exploitatie ons onderhoud vorm geven. Kortom, een echte investering.

We rekenen uit wat we nodig hebben om te ‘verdienen’ en gaan, planmatig, ook gezonde bomen oogsten zodat we met die opbrengsten ons onderhoud gaan financieren.

We breiden ons areaal bomen uit. Dat kunnen laanbomen, maar kan ook bos zijn, waardoor we een langjarige cyclus kunnen draaien van oogst en aanplant. We worden dus bosondernemer.

Er zijn vast en zeker meer antwoorden en alternatieven. De tijd moet dat leren. Elk voordeel zal gepaard gaan met nadelen, en uiteindelijk is het ook een politieke en bestuurlijke keuze. Zover zijn we nog lang niet. Eerst doen we ervaring op, verlagen we de kostprijs van ons beheer, verbeteren we ons onderhoud en leren beter samen te werken, met bedrijven die ons consortium vormen en met omwonenden die zich eigenaar van het landschap voelen en dat misschien ook in grote mate zijn.

dinsdag, 4 oktober 2011

John Jorna

John Jorna

De Acht Zaligheden

In column van de week, a2, bedrijventerreinen, boeren, eindhoven, elektrische, fiets, geschiedenis, herfst, en meer.

GRENZELOOS FIETSEN AAN DE ZUIDGRENS

Net die ene mooie week in de herfst zijn wij op vakantie in eigen land. Je moet maar geluk hebben. Gezien de drukte op wegen en fietspaden waren we niet de enige, die per fiets het grensgebied van de Acht Zaligheden verkenden. Zuidwestelijk van Eindhoven liggen een aantal grotere en kleinere dorpen, die eindigen op ‘sel’ . Ze worden de acht seligkeiten/zaligheden genoemd.  Ik reed door Reusel, Hulsel, Netersel, Eersel, Duizel, Knegsel en Steensel. Dat zijn er zeven. Waar was nummer acht? Was dat Woensel? De deskundigen geven er wisselende antwoorden op.

Voor het eerst reden we met elektrische ondersteuning. Dat gaat geweldig, maar je moet wel zorgen voor een goede accu, want anders kom je niet ver. Op mijn leenfiets haalde ik afwisselend in de stand eco en de stand normaal net 55KM, zodat ik de laatste drie KM zonder ondersteuning thuis moest zien te komen. Met de accu van de fiets, die in bestelling is, kom ik dan drie keer zo ver. We waren ook niet de enige met elektrische fietsen. Het bezit is explosief gegroeid. Wel gezellig om op een rustpunt ervaringen uit te wisselen. Twee keer kwamen we een bordje oplaadpunt tegen. Die komen er ook steeds meer.

Het is een typisch Brabants gebied, tamelijk vlak en langzaam aflopend in Noordelijke richting. Dat zie je aan de beekjes en aan de stuwen erin, waar het water toch steeds ruim een halve meter naar beneden valt. Hier en daar zijn meestal beboste stuifduinen, met wat meer reliëf. Het landschap is erg afwisselend met grotere en kleinere bossen, veel grasland en maisakkers. Soms zie je een duidelijk rationele verkaveling. Dan zit je in een jong heideontginningsgebied met kaarsrechte wegen. Bij de dorpen is het kleinschaliger en minder regelmatig. Er zijn natuurlijk boerderijen. Je ziet er de geschiedenis. Oudere boerderijen hebben nogal eens alleen nog een woonbestemming en zien er keurig onderhouden uit. Daar wonen geen boeren meer. Nieuwe boerderijen staan vooral in het open gebied. Vaak is het een gewoon woonhuis met een kleine stal en daarbij reusachtige schuren voor kippen, varkens of melkvee. Zo wordt de schaalvergroting in de landbouw van de afgelopen vijftig jaar goed zichtbaar. Het is er een echt veehouderijgebied. Afgelopen zondag, fietsend tussen Duizel en Hoogeloon zagen we bijvoorbeeld een koeienkijkdag. Het was een knap druk. Op deze arme zandgronden is veeteelt de meest geschikte vorm van bodemgebruik. Je hebt op deze stuifgevoelige gronden organische mest nodig. Tsja, maak dat Mevrouw Thieme maar eens wijs.

Bij de meeste dorpen zijn flinke bedrijventerreinen. Je zit hier erg gunstig  met een autosnelweg, die Antwerpen met het Ruhrgebied verbindt en verder Eindhoven en de A2 in de buurt, een vooral technisch goed geschoolde bevolking en een prettig woon- en leefklimaat. Het gebied mikt samen met het aangrenzende België op het toerisme met een grensoverschrijdend knooppuntennetwerk en uitstekende fietspaden. Je moet wel even in de gaten krijgen, hoe het systeem werkt. Altijd de bordjes volgen, ook al maak je dan omwegen. Die omwegen gaan juist over de leukste en rustigste weggetjes door het mooiste landschap.

Het thema van de laatste Open Monumentendag was het tweede gebruik van gebouwen. We zagen een bijzonder voorbeeld. Een boerderij werd verbouwd tot “Afscheidshoeve”, een slimme zet op een forse groeimarkt, gezien de toenemende vergrijzing. Maar als je dan even verder langs een vers bermmonument met veel bloemen rijdt en dan een bordje grafheuvel passeert, dan zet je dat wel even aan het denken. Om met de naam van een Haagse uitvaartonderneming te besluiten: “Hodi Mihi, Cras Tibi”, heden ik, morgen gij. Tsja, als je een dagje ouder wordt…..!

Vierde Jaargang, Nr. 181.

woensdag, 28 september 2011

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

Opiniestuk: Bleker maakt de natuur kapot

In politiek, sp, artikel, beheer, bestuursakkoord, bezuinigingen, bleker, cda, euro, en meer.

Onderstaand opinieartikel van mijn hand stond vandaag (28-9) in het Eindhovens Dagblad. Inmiddels is het ook geplaatst in BN/ de Stem (29-9) en het Brabants Dagblad (30-9). In het artikel maak ik gehakt van het voorlopige bestuursakkoord over natuur dat staatssecretaris Bleker vorige week afsloot met de provincies. Het volledige artikel is te vinden onder lees meer

Bleker maakt de natuur kapot

Het voorlopige bestuursakkoord dat staatssecretaris Henk Bleker vorige week sloot met de provincies breekt de Brabantse natuur af. Er is veel minder geld voor minder natuur. Bestaande natuurgebieden gaan in de uitverkoop en Brabant krijgt 6.000 hectare minder nieuwe natuur dan was afgesproken. Dat is meer dan de oppervlakte van de gemeente Helmond!

Zelfs voor dat kleinere gebied is te weinig geld om het goed te onderhouden. De 12 provincies krijgen samen jaarlijks 100 miljoen euro voor beheer en onderhoud van bestaande natuurgebieden. Uit eigen berekeningen van de provincies blijkt dat drie keer zoveel geld nodig is. Anders kunnen bijvoorbeeld boswachters niet meer betaald worden.

Waarom tekenen de provincies zo’n waardeloos akkoord? Begrijp me niet verkeerd; ik geloof gedeputeerde Van Heugten (CDA) wanneer hij zegt dat het hem gelukt is om met het bereikte akkoord financieel het maximaal haalbare binnen de huidige ruimte van het kabinet te halen. Daarmee legt hij zelf de vinger op de zere plek. Zijn partijgenoot Bleker probeert vanuit een soort van boerenrancune de natuur kapot te maken. Henk Bleker bezuinigt gedurende deze kabinetsperiode niet alleen 72% op natuur, maar heft ook de planologische bescherming van natuurgebieden op. Hierdoor kunnen agrariërs makkelijker uitbreiden.

Blekers visie is duidelijk: het buitengebied moet worden teruggegeven aan de boeren. Weg met de bloemetjes en de bijtjes, ruim baan voor megastallen. Hiermee negeert hij de vele duizenden Brabanders die dagelijks recreëren in en genieten van de natuur.

Het enige positieve punt in het provinciale coalitieakkoord tussen VVD, CDA en SP is dat het netwerk van natuurgebieden (de Ecologische Hoofdstructuur) wordt afgemaakt. In de wandelgangen van het provinciehuis wordt echter gefluisterd om dit los te laten: er zou onvoldoende geld zijn om de landelijke bezuinigingen op te vangen.

Onzin! We moeten ons niet laten meeslepen door emoties vanuit de debatten over financiële tekorten. Hoewel het geld op het provinciehuis niet meer tegen de kozijnen klotst, heeft Brabant nog steeds budget voor grote opgaven. Het is alleen een politieke keus waar dit geld aan wordt besteed. Provinciale Staten besloten onlangs om tot 2027 jaarlijks 50 miljoen euro te reserveren om enkele grote infrastructurele projecten te kunnen financieren. Denk onder meer aan de 'Ruit rondom Eindhoven', een weg van 1,5 miljard euro die meer problemen veroorzaakt dan oplost.

Voor GroenLinks is het duidelijk: wij ondersteunen geen akkoord wat zo snoeihard is voor onze natuur. Pak als provincie je maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het alternatief ligt binnen handbereik: neem meer tijd voor het afronden van het netwerk van natuurgebieden en durf hierin te investeren. Ook volgende generaties Brabanders hebben het recht om te genieten van het mooie Brabantse landschap, waar ik zo trots op ben.

Paul Smeulders

Fractievoorzitter GroenLinks in Provinciale Staten van Noord-Brabant

zondag, 25 september 2011

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Wandelroute Beek-Elsloo - Hemelbeek, Bunderbos en Julianakanaal

In natuur, wandelen, foto's, kasteel, landschap, station, vandaag, water, weer, en meer.

Het mooie weer vandaag was weer een ideale kans om een wandelroute te lopen!

Na enkele keren de Groene Wisselroute Bunde gelopen te hebben, koos ik deze keer voor de Groene Wisselrouteiets noordelijker. Namelijk de route die start en eindigt op station Beek-Elsloo.

De route loopt vanaf station Beek-Elsloo richting het gehucht/dorpje Catsop.

IMG023

Na Catsop gaat het richting Hussenberg, waarbij je onderweg over het glooiende landschap loopt en regelmatig mountainbikers tegen zult komen.

Maar je loopt ook door holenwegen die bij regen vol stromen met water en beekjes vormen.

Halverwege de route kom je op de route terecht die ook opgenomen is in de route van Bunde.

Ook het smalle pad richting het Bunderbos mag in deze route niet ontbreken.

IMG_1915

Onderweg heb je uitzicht over weidevelden en de industrie in de buurt van Geulle.

IMG_1916

Jammer genoeg gaat meer dan 50% van de route door dorpjes en over verharde wegen.

Dit in tegenstelling tot de route van Bunde waar je meer dan 80% door het bos aan het wandelen bent!

IMG_1926

Bij deze route loopt meer dan een kilometer parallel aan de Hemelbeek. Het is mooi om te zien dat de flora daar ook meteen anders is.

IMG_1925

Ondanks het warme en relatief droge weer van de afgelopen dagen waren er toch nog paddenstoelen te vinden in het Bunderbos:

IMG_1920IMG_1931IMG_1933IMG_1936

Uiteindelijk kom je bij het kasteel in Elsloo uit waar ook het Julianakanaal is te vinden. Langs het water ter hoogte van het kasteel kom je bijvoorbeeld Moerasspirea (Filipendula ulmaria) en Moerasvergeet-mij-nietje (Myosotis scorpioides subsp. scorpioides) tegen.

IMG_1946IMG_1947

Vanaf het kasteel loopt de route langs het Julianakanaal richting het noorden van Elsloo.

IMG_1951IMG_1956

Na het Julianakanaal gaat de route weer Elsloo in en gaat dan richting het station. Bij het station aangekomen heb je er 14 kilometer op zitten!

Het is een afwisselende route, dorpjes, bossen, velden, water, etc. maar mijn persoonlijke favoriete route blijft de route in Bunde. Waarbij je zoveel mogelijk natuur ziet!

Alle foto's kun je vinden op: http://mennoslaats.nl/gallery3/index.php/Natuur/Beek-Elsloo---Hemelbeek-Bunderbos-en-Julianakanaal

vrijdag, 23 september 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

het tempo van stewart en mccarthy

In natuur, sport, bergbeklimmen, cormac mccarthy, mijn vader, rory stewart, the places in between, the road, zwitserland, en meer.

Eind augustus verscheen dit stuk van mijn hand in De Leunstoel - internetmagazine voor rustige mensen. 

Zeven jaar geleden deed ik het voor het eerst: een huttentocht met mijn vader. Deze zomer vervolgen we onze tocht. Zes dagen lopen we van hut naar hut, hoog in de Zwitserse Alpen. De dagen zijn heerlijk simpel: we staan op om zes uur, eten wat, pakken de rugzak in, en gaan op pad. Laat in de middag komen we aan bij de volgende hut, alwaar we een douche nemen, wat drinken en ons een calorierijk diner laten voorschotelen door de huttenwaard. Daarna kunnen we onze ogen nauwelijks openhouden en zoeken we nog voor tien uur het stapelbed op. De meegebrachte boeken blijven ongelezen onder in de rugzak zitten.

Op één na. Rory Stewart, gewezen diplomaat in Irak en humanitair werker in Afghanistan, schreef een boek over zijn veertig dagen durende wandeltocht van Herat naar Kabul in 2002, toen net de nieuwe regering de macht – in theorie – had overgenomen van de Taliban. Door besneeuwde passen en langs snelstromende rivieren liep hij de blaren op zijn voeten, onderwijl zowel gastvrij ontvangen als met stenen belaagd.

Ik krijg ook bijna een steen tegen mijn hoofd, maar niet van een achterdochtige Afghaan. Loslopende schapen boven het bergpad veroorzaken steenval; mijn vader kan me net op tijd wegtrekken. Andere vergelijkingen met de tocht van Stewart gaan tevens maar half op. Hij heeft alles wat hij nodig heeft in zijn rugzak zitten, net zoals wij. Maar voor een paar luxe-artikelen die wij ons kunnen veroorloven, zoals worst van de Albert Heijn en een extra schoon hemd, heeft hij geen ruimte. Mijn vader en ik moeten ons over grote sneeuwvelden naar de overkant worstelen, en hoewel het blauwe gletsjermeer in de stijle diepte me in eerste instantie bedenkingen geeft, wordt het nooit zo angstaanjagend als de vierduizenders die Stewart (in de winter) moet oversteken, waarbij hij dikwijls tot zijn liezen of verder wegzakt in de sneeuw.

Toch voel ik me verbonden met Stewart en de eenzaamheid en stilte die hij beschrijft. Het lopen en klimmen brengt een aangename leegte in mijn hoofd; het verzetten van de ene voet voor de ander is al wat belangrijk is. Inademen, linkervoet omhoog, uitademen, rechtervoet omhoog. Ik heb geen behoefte om mijn iPod met opzwepende nummers aan te zetten. Integendeel. Ik doe enkel mijn koptelefoon op als ik ’s avonds na het eten nog even buiten ga zitten met mijn rug tegen de hut aan en ik de bergtoppen om me heen langzaam indigoblauw zie worden. Ik luister naar het gedownloade boek van Cormac McCarthy, die in 2007 de Pullitzer Price won voor zijn roman over een vader en zoon die te voet door een post-apocalyptisch landschap op weg zijn naar het zuiden van de Verenigde Staten. Ook een wandelboek, zij het nog dramatischer dan het relaas van Stewart.

Met mijn vader eet ik risotto en pasta, kijk ik naar de opgaande zon en steek ik een vuurtje aan voor een pan water. Hij bepaalt mijn wandeltempo. Stewart en McCarthy bepalen het tempo in mijn hoofd.

mijn vader en ik in de Medelserhütte op 2540m


woensdag, 21 september 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Verhagens gebakken lucht

In groningen, energie, landschap, verhagen, actie, acties, auto, minister, plannen, en meer.

Wat minister Verhagen kan kunnen wij ook, dacht de actiegroep Pieterburen Tegengas. Sinds vorige week verkoopt de actiegroep gebakken lucht.

Pieterburen Tegengas voert actie tegen een aardgasopslaginstallatie van het Franse elektriciteitsbedrijf EDF in het Groningse Pieterburen. U kent het dorp wel van de zeehonden en het Pieterpad. Verhagens gebakken lucht wordt voor een zacht prijsje verkocht om de acties te bekostigen. De Franse installatie zal het open, cultuurhistorische, stille en ’s nachts nog donkere Groningse landschap ruw verstoren.

De etiketten op de glazen potjes met gebakken lucht werden ontworpen door plaatselijke kunstenaars. De kopers wordt aangeraden de potjes gesloten te houden om de onwelriekende lucht niet te laten ontsnappen. De gebakken lucht ging grif van de hand.

Erik de Graaf

PS: meer info over de plannen van EDF en Verhagen en de actie ertegen vindt u op de website van Pieterburen Tegengas

zaterdag, 17 september 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Schaliegas

In maatschappij, natuur en milieu, nieuws, duurzaamheid, energie, fossiel schandaal, fraccen, fracking, grondstoffen, en meer.

Tot een paar weken geleden had ik nog nooit van schaliegas gehoord. Volgens mij was het op Groen Zomerweekend dat ik het voor het eerst hoorde. En dan gaat dat zoals met veel dingen, dat je denkt dat je dat eens moet googlen van de week, en dat vergeet je dan.

Maar opeens is het een actueel onderwerp dat meerdere malen per week voorbij komt zetten. Opeens bevind je je in een zaal op de European Green Summer Uni waar het over schaliegas gaat, en voel je je een buitenstaander omdat je nog steeds geen idee hebt wat het is. Gelukkig bleek ik niet de enige te zijn, dus daardoor voelde ik me weer wat minder onwetend.

Achteraf denk ik, helaas was ik niet de enige. Nu ik er meer over gelezen en gezien heb, vraag ik me af waarom we eigenlijk ook maar overwegen deze vorm van gaswinning toe te staan in Nederland.

Voor wie nog steeds geen idee heeft van wat schaliegas is, zal ik het kort uitleggen. Schaliegas is gas dat zich in sedimentaire lagen bevindt van schalie of kleisteen. Omdat de gewone gasvoorraden wel een beetje op hun eindje lopen, zijn de gasboeren natuurlijk erg blij met een nieuwe impuls. Meer gas is meer geld. Simpel. Tegelijkertijd wordt er een mooie draai aan gegeven door te zeggen dat schaliegas beter is omdat we het zelf hebben en dus niet afhankelijk zijn van andere landen voor onze energievoorziening, en omdat het zogenaamd duurzamer zou zijn. Of het eerste waar is, kan ik niet inschatten. Het gas bevindt zich namelijk wel hier, maar of we ook alle kennis, apparatuur en chemicaliën in huis hebben die nodig zijn voor de winning van schaliegas heb ik niet uitgezocht.

Het tweede is vrijwel zeker niet waar, om meerdere redenen. Bij de winning van schaliegas wordt gebruik gemaakt van een boortechniek die fraccen genoemd wordt, het maken van hydrolische fracturen in de steenlaag waardoor het gas vrijkomt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van chemicalien en heel erg veel water. Welke stoffen precies gebruikt worden, weet ik niet, maar het gaat onder andere om zware metalen. Het zouden er honderden zijn en de samenstelling verschilt per boorbedrijf vast ook. Hoe dan ook klinkt het mij niet slim in de oren om een van de belangrijkste dingen die de mens nodig heeft, grond – voor leefruimte, voedsel en water – te injecteren met dit soort stoffen. Dat het gebruik van gigantische hoeveelheden water niet erg milieuvriendelijk is, spreekt voor zich. Daar staan we dan als Nederlanders, opgegroeid met de boodschap om de kraan dicht te draaien tijdens het tandenpoetsen, tegenover gaswinning waarbij miljoenen liters water door de grondlagen gespoeld worden.

Op termijn is schaliegas geen oplossing. Het blijft een lelijke vorm van energiewinning. De mijnen zijn een aanslag op het landschap. Het is in de winning zeer milieuonvriendelijk, zoals ik hierboven schreef, en ook niet ideaal in het gebruik. Op lange termijn veroorzaakt deze vorm van winning minder CO2-uitstoot, omdat gas een relatief schone energiebron is. Maar op korte termijn helpt het ons van de regen in de drup. Bij de winning komt methaan vrij wat een sterk broeikaseffect geeft – 17 keer sterker dan CO2. En daarbij komt dan nog eens dat iedere cent die gestoken wordt in deze techniek en in het beschermen van het milieu ten koste gaat van het geld dat beschikbaar is voor duurzamere vormen van energieopwekking. Want hoe dan ook, gas is eindig.

In mijn achterhoofd hoor ik George Lakoff. Slippery slope initiative. Dat wil zeggen, zodra je een initiatief de ruimte geeft, komt er ruimte voor uitbreiding. Je doet iets, of je doet het niet. Als fraccen op een plaats mag, kun je het op een andere plaats moeilijker tegenhouden dan wanneer fraccen in het geheel niet toegestaan was. Hou dat in gedachten, en bedenk dan dat de huidige voorraden schaliegas nog niet duidelijk in kaart gebracht zijn en dat er in de VS ook olie wordt gewonnen met dezelfde techniek. Nu is het een proefboring of twee, maar staat straks ons land vol met lelijke boortorens?

Pikant detail: in tijden van bezuiniging, waar we iedereen die niet mee kan komen laten vallen als een baksteen, geeft de overheid een subsidie van 40% op de opsporingskosten van schaliegas aan bedrijven die straks dikke winst maken op ons gas en ons met verwoeste landschappen en misschien wel verontreinigd drinkwater achterlaten.

Voor meer informatie, kijk de documentaire Gasland over de gevolgen van schaliegaswinning in de VS.

Lijkt het jou ook geen goed plan? Teken dan meteen even de petitie op http://petities.nl/petitie/stop-schaliegaswinning-in-nederland.

 

 


woensdag, 3 augustus 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Hapklaar

In tv recensies, debatten, sport op tv, recensie, sport, afghanistan, betrokkenheid, debat, eerste, en meer.

Post image for Hapklaar

Mensen die het beste met me voor hebben adviseerden me in deze rubriek te verzwijgen dat ik niet van sport houd. Voor het uitkijken van een hele voetbalwedstrijd heb ik eigenlijk nooit het geduld, of over de live-weergave van de Tour de France nog maar te zwijgen. Berg na berg gaat zelfs het Franse landschap op enig moment vervelen. Ik realiseer me dat ik hiermee tot een minderheid behoor, die wordt gedoogd zolang zij op gepaste momenten het bier en de hapjes ververst.

Toch staat de manie van sportliefhebbers om alles van begin tot eind en live mee te willen maken – en niet alleen ’s avond laat terug te zien in korte hapklare brokken – niet zo ver van me af. Alleen bij mij uit de manie zich niet bij sport maar bij de live-verslagen van grote maatschappelijke en politieke gebeurtenissen.

Dinsdag vond in het Britse parlement de hoorzitting plaats met Rupert en James Murdoch, en hun Britse CEO Rebekah Brooks over de afluisterpraktijken van News of the world. Onder andere de BBC zond dit live (via internet) uit. Bij mij veroorzaakt elke onderbreking van dit ‘festijn’ ergernis. Van alles, van de saaie grauwe setting, de interruptie van vader Murdoch om weinig geloofwaardig te zeggen dat dit ‘de nederigste dag is uit zijn bestaan’, tot het incident met de scheerschuimtaart, wil ik graag rechtstreeks getuige zijn. Zoals de echte Tourliefhebber het vechten en lijden van Johnny Hoogerland gelijktijdig, zonder onderbreking, met hem wil doormaken.

Nu kan mijn kijkgedrag worden gediskwalificeerd als de afwijking van een politieke ex-junk, en misschien is dat ook zo.

Maar zoals sport TV–manie veroorzaakt, zo zijn er miljoenen mensen die de verovering van het Tahrir-plein in Egypte door demonstranten dagen ademloos hebben gevolgd. Hoeveel mensen hebben niet live de ondervraging van Bill Clinton over Monica Lewinsky bekeken, of de speeches van Obama en Palin. Hoeveel mensen zijn niet opgebleven voor de nachtelijke invallen in Irak?

In Nederland worden belangrijke politieke debatten sinds enige tijd live uitgezonden. Het debat over het paspoort van Ayaan Hirsi Ali dat leidde tot de val van het tweede Kabinet Balkenende werd ’s nachts door meer dan 1 miljoen mensen gevolgd. Ook de grote debatten over Irak en de Afghanistan-crisis van het vierde kabinet Balkenende werden door recordaantallen mensen bekeken.

Maar nieuwsprogrammering en politieke verslaggeving staan onder druk: het moet sneller, afwisselender en ironische ‘duiding’ vervangt de betrokken verslaggeving uit eerste hand. De veronderstelling is dat mensen anders wegzappen.

Het moge zo zijn; de gebeurtenissen die ik hier noem zijn ook uitzonderlijk en meeslepend. Maar toch.

Zou het ook kunnen dat juist de licht verteerbare, hapklare brokken waartoe nieuws en politieke gebeurtenissen worden verkleind, het zapgedrag versterken? Zou zappen misschien ook een gevolg kunnen zijn van korte, selectieve samenvattingen die geen emotie of betrokkenheid oproepen? Is het niet zo dat we vooral betrokken raken als we de wedstrijd van begin tot eind, of voor het grootste deel kunnen zien?

Deze recensie verscheen op 20 juli 2011 in De Volkskrant

Hapklaar

zaterdag, 25 juni 2011

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

Begrijpen, de drank zorgt er wel voor

In auto, auto's, bier, donker, eten, idee, jongeren, landschap, modder, en meer.

Oost-Georgië, in een typisch heuvelachtig landschap op een druilerige dag. Doorweekt. Een langzaam omhoog klimmende weg lijdt naar een oud klooster. Even druilerig als de omgeving staat hij daar, al eeuwen, langzaam uit elkaar vallend vol van geloof en bijgeloof. Drie mannen van middelbare leeftijd zitten er naast aan een tafel. Overdekt door een kleine overdekking op het kerkhof. Op de in het midden staande wegrottende tafel - even schuin als gammel - ligt eten. Fel rode tomaat gemengd met komkommer liggen op een zwarte plastic zak op de hoek. De drie mannen wenken. Vochtige en sompige modder laat mijn schoenen langzaam erin zinken. Naast de zwarte zak staan nog drie doorzichtig plastic bakjes met allerlei lokaal vlees. Een half uit elkaar geplukte kip in het midden, het borstbeen steekt nog duidelijk naar voren. Vettige handen worden gedrukt.

Aan de randen van de tafel staan plastic bekers, allen in meer of mindere mate gevuld met hersenvertroebelende dranken. Met veel gebaar wordt duidelijk gemaakt plaats te nemen rondom de tafel. Ergens wordt een stoel vandaan getrokken, even gammel als de rest. Afslaan van het aanbod is onmogelijk. Communiceren ook niet, Engels wordt er door hen niet gesproken; Russisch kan ik niet. Gemakkelijk is anders, gelukkig heeft mijn medereiziger wel iets van zelfstudie Russisch gedaan.

De geur van een nat geregend bos. Meer jongeren staan met hun auto's verder op. Luide muziek klinkt uit de sterk opgevoerde auto radio's. Ditmaal geen Balkan achtige muziek. Europese muziek die overal te horen is, in elke kroeg, nation of discotheek. In elk geval in Zweden. De nieuwe vrienden hebben ook een auto ernaast staan. Een zwarte BMW met open portieren, ze draaien andere muziek, een rare mengeling van Europees en Russisch.

Het eten moet gegeten worden, vooral door ons, twee bekers per persoon worden ingeschonken. Het ene wordt gevuld vanuit een immens grote 2 liter bierfles van plastic. Lokaal merk. De andere beker met een doorzichtige vloeistof, het ruikt naar brandspiritus. In het Georgisch brengt een in een donker Adidas geklede T-shirt een toost uit. Vrede, daar drinken wij op. Althans dat is wat er op te maken valt uit de Russische vertaling. Een kalend man die naast Tito zit, kalend maar nog wel met een roodkleurig vlassig baardje en in een ruitjes overhemd - het soort van overhemd wat je voorstelt bij een houthakker - brengt nog een toost uit. Waarover, geen flauw idee. Maar weer een slok van dit brandende vuurwater wordt naar binnen geslagen. Enkel weg te spoelen met een grote slok bier.

Met een duidelijk dubbele tong en het reeds al nodige hoeveelheid alcohol in het lichaam zegt de derde man aan de tafel: "Woorden hoeven elkaar niet te begrijpen; zolang onze harten elkaar maar doen."

En anders zorgt de drank er wel voor.

dinsdag, 17 mei 2011

Gert Jan Kleinpaste

Gert Jan Kleinpaste

Hyves Twitter GR

Vrijzinnig

In basisschool, fractievoorzitters, gedoogsteun, groenlinks, landschap, leuk, minderheidskabinet, politiek, sociaal, en meer.

Powerpoint2 

Dit weekend zit ik op Mennorode (Elspeet). Met een groep fractievoorzitters van GroenLinks. In drie dagdelen behandel ik als trainer met hen onderwerpen als leiding geven, conflicthantering en de verschillende rollen die je als fractievoorzitter vervult.

De dag daarvoor heb ik weer een bijeenkomst met met opleidingsgroep "Schooleiders van Buiten". Altijd erg leuk en inspirerend om elkaar te ontmoeten. Dit keer bezoeken wij een school in Twello, op steenworp afstand van Apeldoorn waar ik mijn politieke ervaring opdeed.

Over die Schoolleiders van Buiten heb ik in het blad Basisschool Management een stuk geschreven: Download Een timmerman die bakker wordt

Over politiek loop ik de laatste tijd, sinds er een minderheidskabinet is met gedoogsteun van populistische opportunisten, wat tobberig rond. De versnippering van het politieke landschap maakt de bestuurbaarheid van het land niet groter. Dat gegeven, gecombineerd met het gegeven dat de echte politieke talenten verdeeld zijn over de verschillende partijen, maakt het volgens mij steeds aantrekkelijker om die benauwende partijstructuren open te breken en tot een nieuwe, minder partijgebonden politieke indeling te komen. Een vierstromenland of zo: conservatieven, sociaal-democraten. chisten-democraten en vrijzinnig-liberalen. Met in coalitievorming waarschijnlijk steeds een meerderheid die bestaat uit twee van deze vier blokken. Het lijkt mij een duidelijker indeling en het noodzaakt tot echt besturen en politiek voeren op hoofdlijnen. Een te detaillistisch belang komt minder snel boven drijven.

's Avonds aan de borrel op Mennorode maar een boom over opzetten.

 

maandag, 16 mei 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Schrap ‘Links’, behoud ‘Groen’

GroenLinks heeft zich de afgelopen jaren flink ontwikkeld; men is niet meer ‘links’, maar ‘progressief’, een partij van de toekomst. Dit is een goede ontwikkeling, want links is tegenwoordig een scheldwoord. Tegelijkertijd blijft de partij zich echter indelen bij ‘Kamp Links’. Om een grote partij te worden, moet men hiermee stoppen. Het predicaat ‘links’ moet achter zich laten worden, en de partij moet dit woord ook uit haar naam schrappen.

Een paar weken terug volgde ik een college van Prof. Lance Bennett, een politicoloog die werkt aan de Universiteit van Washington. Hij vertelde over ‘links’, die haar boodschap niet meer goed over weet te brengen op haar traditionele doelgroep (de ‘gewone man’), en deze massaal over zag lopen naar andere partijen. Wie de politiek volgt weet dat dit klopt. De leden- en stemaantallen van de Sociaaldemocratische partijen in Europa nemen steeds verder af. In Nederland zijn we inmiddels zo ver dat het woord ‘links’ zelfs een scheldwoord is geworden. Alles dat misgaat wordt in de schoenen van ‘links’ wordt geschoven. Of het nu de financiële crisis of een overval is met een Marokkaanse dader; alles komt door de ‘linkse kerk’, de ‘linkse media’, of de ‘linkse grachtengordelelite’.

Na afloop van het college vroeg ik Bennett waarom de groene partijen het in Europa dan wel zo goed doen, ondanks dat zij met ‘links’ geassocieerd werden. Ik noemde hierbij Die Grünen uit Duitsland. Bennett antwoordde dat de kracht van de groenen was dat ze juist niet links of rechts zijn. Groene partijen, zo stelde Bennett, proberen primair hun eigen groene idealen te verwezenlijken, en kunnen daarvoor met iedereen samenwerken, links én rechts. Die Grünen zijn hiervan een belangrijk voorbeeld.

Die Grünen doen het inderdaad goed. Bij de statenverkiezingen van afgelopen maart was de partij de grote winnaar, en uit een recente peiling bleek dat de partij op een paar procent na de populairste van Duitsland is. De koers van de afgelopen jaren is eigenlijk hoe Bennett beschrijft: men presenteert zich als groen en progressief. ‘Links’ is er niet bij; men is bereid met iedereen te praten.

Hoe ligt dat in Nederland? De groene politiek hier, sinds 1991 uitgedragen door GroenLinks, is in landelijke verkiezingen nooit verder gekomen dan 7,3% van de stemmen (in 1998). Van percentages als 24,2% dat Die Grünen recentelijk scoorde in deelstaat Baden-Württenberg kan de partij alleen maar dromen. Redenen waarom dit zo is, zijn makkelijk te bedenken: het kan komen door moordende concurrentie in het Nederlandse politieke landschap (bijna elke partij noemt het milieu als standpunt) of doordat het milieu in Nederland minder leeft dan in Duitsland (daar zijn twijfels bij te plaatsen, omdat bedrijven ook hier bakken geld verdienen aan milieuvriendelijke producten). Echter, deze redenen liggen allemaal buiten de partij, en zijn dus automatisch zaken waaraan we weinig kunnen veranderen. Zijn er echter dingen te bedenken die GroenLinks zelf kan doen, om Die Grünen in percentages achterna te gaan?

Mijn antwoord is: ja, die dingen zijn er. Er is een imagoverandering nodig. Voor een gedeelte is deze al bezig: Femke Halsema zag weinig heil meer in oud-linkse benaderingen van zaken, en navigeerde de partij van een groene SP naar een groen D66. De overheid was niet meer de oplossing van alle problemen, waar men in het socialisme vanuit gaat, maar de focus kwam op het individu te liggen. Het socialisme werd een inspiratiebron in plaats van een dogma, GroenLinks een ‘linksige’ partij, in plaats van een ‘linkse’. Deze koerswijziging heeft van GroenLinks echter nog geen grote partij gemaakt; terwijl Die Grünen in de peilingen op twee staan, moet GroenLinks maarliefst zes partijen voorlaten.

Wat moet er dan nog gebeuren? Ik denk dat GroenLinks moet beseffen dat haar imagoverandering momenteel nog maar halverwege is. Men presenteert zich nu dan al wel als ‘progressief’, een frisse partij voor de toekomst, niet per se meer als ‘links’. Echter, dit is nog lang niet voltooid. Wat GroenLinks moet doen is verdere stappen zetten om het predicaat ‘links’ volledig achter te laten. Men moet niet proberen gemeenschappelijke punten te formuleren als PvdA en SP, of prominent aanwezig zijn op een bijeenkomst over armoede met de laatstgenoemde. Alhoewel deze zaken allemaal goed bedoeld zijn, blijft de kiezer de partij in ‘Kamp Links’ indelen, en behoort ze tot dat onfrisse hoekje, de boosdoeners. Men moet zich gaan presenteren als partij voor iedereen met een groen en progressief hart, niet alleen de mensen die per ongeluk ook nog ‘links’ zijn. Jan Modaal moet GroenLinks óók als optie gaan zien.

Een belangrijke symbolische stap die gezet moet worden, is dat GroenLinks het ‘Links’ uit haar naam schrapt. Het zal gevoelig liggen bij de achterban, vooral bij degenen met een CPN- of PSP-achtergrond, maar een partij die niet ‘links’ is, moet ook niet ‘links’ heten. Bij een groen, progressief en fris imago, hoort ook een dergelijke naam.

Dat de partij hiermee, samen met de andere stappen weg van ‘links’, leden en kiezers zal verliezen, staat buiten kijf, maar ik geloof dat er tegelijkertijd waarschijnlijk veel meer leden en kiezers bij zullen komen. Ik ben in ieder geval bereid dit risico te nemen.

Op naar de toekomst, zou ik zeggen.

 

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/schrap_links_behoud_groen/


maandag, 7 maart 2011

“Geef Nederland terug aan de Nederlanders”

Volendammer klederdracht

Volgens Youp is dit een citaat van Mark Rutte. Het is te lezen in zijn column “Louter Losers” in de NRC van 5 maart 2011. Het is trouwens de laatste op het grote formaat, want vandaag is de eerste NRC op tabloid formaat verschenen. Aanleiding voor een feestje bij DWDD. Maar dit terzijde. Het gaat om Mark. Youp begrijpt dat hij (Mark dus) de aanhangers van de PVVD een “beetje naar de rechtse bek moet praten”. Maar Nederland is toch niet bezet? Youp verdedigt ons multiculti landschap met een metafoor die uit lekker eten bestaat: pizza, shoarma, kebab en appeltaart. Hij raakt me helemaal met de volgende alinea: “Vluchtelingen waren in het rijke Nederland toch altijd welkom? Daar ben ik juist zo trots op. Anders word je zo’n sneue Volendammer, die een onschuldig meisje haar hoofddoekje verbiedt, terwijl ze twee meter verderop toeristen voor miljoenen per jaar in debiele klederdracht staan te hijsen.”

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 8077 uur (336,5 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,6 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2