maandag, 14 mei 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Interne strijd of partijdemocratie?

In campagne, cda, congres, d66, debat, democratie, fractie, groenlinks, de, en meer.
De zorgvuldige manier waarop GroenLinks naar eigen zeggen de lijsttrekker wil aanwijzen, wordt de laatste week in rap tempo ingehaald door de realiteit. De wens om de lijsttrekkerskandidaten drie weken lang geheim te houden bleek irreëel en op de geslotenheid van de procedure werd kritiek geuit. Toch is de manier waarop de kandidatuur van Dibi wordt weggezet als ‘dolkstoot in de rug’ en ‘interne strijd’ overdreven. Integendeel, vanuit democratisch perspectief moet deze worden toegejuicht. De conclusie van NRC-redacteur Thijs Niemantsverdriet dat een lijstrekkersstrijd waarschijnlijk zal uitmonden in moddergooien en een verdeeld GroenLinks, is voorbarig.

De ervaring met directe lijsttrekkersverkiezingen zijn verdeeld. Aan de ene kant was er de strijd bij de PvdA in 2002 en 2012 die zorgde voor enthousiasme en betrokkenheid bij de partij. Aan de andere kant was er de bittere strijd in de VVD tussen Mark Rutte en Rita Verdonk. Die laatste campagne legde een duidelijke verdeeldheid over de koers bloot, maar ook de negatieve campagnevoering bij de VVD zal het imago van de partij hebben geschaad. Het is maar zeer de vraag of de programmatische inzichten bij GroenLinks ook zozeer verschillen – van een ruk naar links onder Sap is, in ieder geval in het parlementair stemgedrag, geen sprake. En als Dibi zo graag toenadering tot D66 wil, zoals het NRC beweert, dan kan hij Sap het Lenteakkoord toch moeilijk verwijten. Er is tussen Dibi en Sap eerder een verschil van inzicht over de thema’s waarop GroenLinks zich moet profileren. Dat onderwerp past prima binnen de debatcultuur die GroenLinks zo graag wil koesteren

Cruciaal verschil tussen de situatie binnen GroenLinks en eerdere lijsttrekkersverkiezingen binnen politieke partijen is het feit dat een zittende fractievoorzitter wordt uitgedaagd. In eerdere lijstrekkersreferendums was de zittende leider afgetreden (Melkert, Van Aartsen, Dittrich, Cohen) en zocht men een nieuwe leider. Nu wordt bij GroenLinks de zittende fractievoorzitter uitgedaagd. Toch is dit niet geheel nieuw. Bij de verkiezing van een lijsttrekker voor het Europees parlement in 2004 riep het Congres Kathalijne Buitenweg op om zich kandidaat te stellen naast Joost Lagendijk. Men wilde iets te kiezen hebben. Buitenweg won en vormde vijf jaar lang een uitstekende fractie met Lagendijk, die zich grootmoedig als tweede op de lijst liet plaatsen. In datzelfde jaar werd ook de fractievoorzitter van de PvdA, Max van de Berg, uitgedaagd bij een lijsttrekkersverkiezing. Hij won met overmacht en bevestigde zijn positie. De PvdA won bij die verkiezingen een zetel en behaalde een stemmenpercentage waar Samsom van zou dromen (23,6%).

Een partij als GroenLinks mag blij zijn dat er een keuze is. Maar al te vaak worden leden alleen gehoord als de zittende leider zelf beslist om op te stappen. Bij democratie hoort niet alleen dat je iemand kiest; cruciaal is de mogelijkheid om iemand weg te sturen. Als leden nu liever Dibi dan Sap aan het roer hebben, kunnen ze daarvoor kiezen. Als Sap wint bevestigt dat haar leiderschap. Net als Samsom en de nieuwe CDA-lijsttrekker kan ze dan buigen op een vers mandaat van haar leden. De crux is dat GroenLinks snel met een positieve campagne kan beginnen. Dat levert debat en enthousiasme op in de partij. Uiteindelijk is dat niet alleen goed voor de (partij)democratie, maar ook voor GroenLinks.

woensdag, 2 mei 2012

louisdemast

louisdemast

Twitter Youtube

“Nederland uit de aardbol”

In uncategorized, den haag, euro, europa, geert, geert wilders, geld, gemeenschap, de, en meer.

Wilders heeft fel uitgehaald naar de internationale gemeenschap tijdens zijn werkbezoek in Rusland. De PVV leider presenteert daar vandaag zijn manifest: “Democratie: hoezo!!??” Na zijn kruistochten tegen de Islam, de euro en Europa, heeft Geert Wilders een nieuwe vijand gevonden: Moeder Natuur.

“Onze souvereiniteit staat op het spel. Als we niet oppassen, hebben we niks meer te zeggen over wanneer we door natuurrampen getroffen worden. Henk en Ingrid moeten zelf kunnen bepalen hoe dik de ozonlaag moet zijn”. Naast langetermijn natuurverschijnselen, hekelt Wilders de ongebreidelde invloed van de seizoenen: “elk jaar weer hetzelfde liedje: zomer, herfst, winter, lente. Nederland is niks gevraagd, het wordt ons opgelegd en we hebben maar mee te doen”.

Ook de mensenrechten zullen het ontgelden, als het aan Wilders ligt. Hij pleit voor terugtrekking uit de NAVO, het opheffen van “subsidieslurpers” als Amnesty International en het overhevelen van het verplaatsen van het Internationaal Strafhof. “We kunnen best zonder die linkse hobby’s in Den Haag. Het geld voor al die rechters kunnen we beter besteden aan airconditioning en terrasverwarming”.

President Poetin heeft in reactie op de uitlatingen van Wilders een korte verklaring doen uitgaan. Hij zegt dat de uitlatingen voor rekening zijn van de PVV voorman. “In Rusland kennen we geen seizoenen, het is altijd winter en dat vinden we prima.” Wel zegt hij iets te voelen voor inperking van de mensenrechten. “dat is in elk land toch anders, zoiets als rechten moet je nooit centraal willen regelen.”

Minister-president Rutte en de NAVO topman Rasmussen hebben nog niet gereageerd.

 

 


zondag, 29 april 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Jolande Sap

In begroting, bezuinigingen, campagne 2012, groenlinks, heldenschetsen, jolande sap, zin in de toekomst, begroting, bezuiniging, en meer.

Het is inmiddels een half jaar geleden sinds de laatste Heldenschets op deze site. Ineke van Gent, Jan Pronk, Andrée van Es, Jan Schaefer en Hans van Mierlo passeerden op het toneel van de heroïek al eerder de revue. Met de ontwikkelingen van de voorbije week is er een nieuw links-progressief politicus definitief toegetreden tot het heldendom.

In 1963 zag zij het eerste levenslicht in het Limburgse Venlo. Na daar het gymnasium te hebben afgerond, vertrok ze begin jaren ’80 naar de Katholieke Universiteit Tilburg om economie te studeren. Toen ze in september 2008 namens GroenLinks in de Tweede Kamer kwam, bleek deze studie goed van pas te komen. Al snel bleek ze een voortreffelijk woordvoerder Financiën te zijn voor de GroenLinks-fractie. Sindsdien kwam haar politieke carrière, ondanks de nodige hobbels, in een stroomversnelling terecht. Politiek talent van het jaar 2009 en de opvolger van Femke Halsema in 2010 als leider van GroenLinks: in twee jaar tijd ontwikkelde zij zich tot het gezicht van haar partij. Maar het kan nog beter. Deze week overtrof ze alle verwachtingen door de spil te zijn achter het Lenteakkoord, dat vanuit de Tweede Kamer de Rijksbegroting voor 2013 heeft opgesteld. We kunnen er niet omheen, de held van deze week is: Jolande Sap.

Alhoewel Jolande Sap pas de laatste jaren in de groene en rode spotlights staat, is ze al bijna twintig jaar actief voor GroenLinks. Nadat ze in 1993 lid was geworden van de toen tamelijk nieuwe partij, nam ze direct zitting in de werkgroep die de doorrekening verzorgde van het GroenLinks verkiezingsprogramma 1995-1998. Met haar achtergrond als econome niet geheel verwonderlijk. Ook binnen haar vakgebied waren er makkelijk GroenLinkse kenmerken aan Sap te ontdekken. Zo publiceerde ze in 1998 het boek Out of the Margin – Feminist Perspectives on Economics. Een feministische econome; zo iemand kon GroenLinks goed gebruiken.

Niet voor niets werd Jolande Sap dan ook in 2006 uitgenodigd mee te schrijven aan het verkiezingsprogramma van GroenLinks. Daarnaast gunde het partijcongres haar een mooie plaats op de kieslijst. Sap kreeg plek 8 toebedeeld, een verkiesbare plek gezien de toenmalige zetelverdeling in de Tweede Kamer. GroenLinks bezat namelijk precies 8 zetels. Onder invloed van de linkse titanenstrijd tussen de SP en de PvdA zakte GroenLinks echter naar 7 zetels, waardoor Sap net buiten de boot viel.

In 2008 was het dan toch zover. Op 2 september werd Jolande geïnstalleerd als de tijdelijk vervanger van Mariko Peters. Een dag later nam de politieke loopbaan van de econome opnieuw een wending. Wijnand Duyvendak, de groene woordvoerder van de fractie, kondigde zijn onmiddellijke vertrek uit de Kamer aan door toedoen van de rel om zijn nieuwe boek. Na één dag werd Sap daardoor definitief lid van de Tweede Kamer. En sindsdien ging het hard. Amper twee jaar later, in december 2010, werd Jolande door de GroenLinks-fractie unaniem verkozen tot de nieuwe fractievoorzitter, als opvolger van Femke Halsema.

Sap kreeg het niet makkelijk in haar eerste maanden als partijleider van GroenLinks. Begin 2011 leidde ze haar fractie naar het steunen van de politietrainingsmissie in het Afghaanse Kunduz. Waar het Kabinet-Rutte hierdoor een Kamermeerderheid achter zich kreeg, vormde zich achter Jolande Sap een sterk verdeelde partij. Veel GroenLinksers waren het hardgrondig oneens met de steun voor de missie, wat de inwijding bleek van het roerige jaar 2011. Bovenop de rumoer omtrent Kunduz kwamen namelijk de affaire-Peters en het stekkerdoosincident. GroenLinks zakte steeds verder we in de peilingen, tot de nog tot onlangs bedenkelijke vijf zetels.

Deze week, een paar dagen na het klappen van de Catshuisonderhandelingen, greep Jolande Sap echter haar ultieme kans.  Waar de VVD, het CDA en de PVV zeven weken de tijd nodig hadden om tot een mislukt begrotingsoverleg te komen, wist Sap binnen twee dagen de Kamerfracties van de ChristenUnie, D66, CDA en VVD te begeleiden naar een stabiele begroting voor 2013. Een broodnodige begroting in tijden van diepe economische crisis. En een sociale en groene begroting: de bezuinigingen op het passend onderwijs, ontwikkelingssamenwerking en het PGB werden teruggedraaid, terwijl er eindelijk is begonnen met de te lang uitgestelde hervormingen op onder meer de woningmarkt. De hypotheekrenteaftrek lijkt nu toch echt zijn langste tijd te hebben gehad. Met de verhoging van de belastingen op milieuvervuilende activiteiten en het afschaffen van subsidies aan grootverbruikers van fossiele grondstoffen daarbij opgeteld, heeft GroenLinks de leiding genomen over het bereiken van een voor haarzelf en het land uitstekende Rijksbegroting.

Jolande Sap. Op het juiste moment heeft ze weten te pieken. Ze heeft laten zien dat GroenLinks een uitstekende partij is om verantwoordelijkheid te dragen, die tegelijkertijd haar sociale en groene idealen verwezenlijkt. Daarmee heeft ze zich definitief bewezen als de onbetwiste partijleider van GroenLinks voor dit moment. Een partijleider die GroenLinks naar een mooie verkiezingsuitslag zal leiden op 12 september. Jolande Sap: een held!

Als toegift, een visueel profiel van Jolande Sap! ;)


vrijdag, 27 april 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Moed

Nu het rechts-rancuneuze kabinet Rutte-Verhagen gevallen is, moet er iets gebeuren. Eurocommisaris Olli Rehn zit op hete kolen en de financiële markten zijn nerveuzer dan ooit. Zonder akkoord geen wijzigingen en dus voortgang van de economische crisis en voortgang van het beleid van het meest zielloze kabinet in tijden. Terwijl Jolande Sap haar politieke moed toont, staan Emile Roemer en Diederik Samsom als een boze Bassie en Adriaan aan de zijlijn ‘boe’ te roepen.

Hoewel D66 en ChristenUnie offers hebben gebracht in de onderhandelingen, moet het voor GroenLinks wel het meest pijn doen om het akkoord te steunen. Dat is ook te zien in de uitkomst van deze onderhandelingen; met een terugdraaiïng van de bezuiniging op het pgb, een herstel van de uitgaven aan passend onderwijs en een aantal mooie groene hervormingen, staat er een duidelijke GroenLinks-handtekening onder het ‘Kunduz-akkoord’. Zelfs zonder medewerking van PvdA en SP heeft Sap het aangedurfd om de onderhandelingen aan te gaan. Of – om het nieuwste Tweede-Kamer-cliché aan te halen – over haar schaduw heen te springen.

Want ook binnen GroenLinks is het morren reeds begonnen. “Schande; Jolande Sap is veel te ver voor de troepen uitgelopen!” Maar de realiteit is anders. Diederik Samsom moet zijn ogen uit zijn hoofd schamen. Dat Emile Roemer, met zijn links-conservatieve protestpartij, geen medewerking zou verlenen aan een poging de Nederlandse begroting te redden; dat verbaast mij niet. Maar dat Samsom, partijleider van de op één na grootste partij van de Tweede Kamer, het niet voor elkaar heeft gekregen zijn vinger in de pap te steken, is absoluut een gotspe. En dan vervolgen met een lynchpartij van de leider van GroenLinks? Ik geloof dat Diederik Samsom zijn motieven om volksvertegenwoordiger te zijn nog eens moet nakijken.

De kift begint al met de kwalificatie ‘Kunduz-coalitie’. Laten we die electoraal onvoordelige beslissing vooral lekker inwrijven, ongeacht wat Jolande Sap haar verdere politieke leven voor moois teweeg brengt. Als dat geen treiterij van de linkerzijde is, dan weet ik het niet meer… Misschien moeten we mijnheer Samsom een spiegel brengen voor in zijn kantoor. Want met een mandaat van dertig zetels, denk ik toch toch dat Nederland iets meer van hem verwacht had… Jolande Sap heeft haar werk gedaan. Punt.

 

 

Deze column is ook verschenen op volkskrant.nl.


Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Dikke complimenten voor Jolande Sap

In groenlinks, akkoord, arbeidsmarkt, andere partijen, de, jolande sap, huizenmarkt, leider, nederland.
1834

Eindelijk macht! Geholpen door de omstandigheden heeft Jolande Sap iets bereikt dat geen enkele GroenLinks leider ooit voor elkaar heeft gekregen: met het mes op tafel concessies afdwingen bij het kabinet. GroenLinks heeft eerder dingen bereikt, maar daarbij speelde goodwill van andere partijen doorgaans een grote rol.

Door vanaf de linkerflank aan te schuiven, slaagde Jolande erin de VVD een grote hoeveelheid concessies door de strot te duwen. Daarbij geholpen door een afwezige PvdA, die zichzelf buitenspel zette uit angst voor de SP. Ik snap wel dat Jolande de PvdA graag aan boord wilde, maar we hoeven niet rouwig te zijn dat dit niet gelukt is. GroenLinks zou meteen overbodig geworden zijn, de groene componenten zouden niet in het akkoord hebben gezeten en Samsom zou de successen voor de onderkant geclaimd hebben van een akkoord dat er bijna hetzelfde uitgezien zou hebben (leer mij de principes van de PvdA kennen).

Nou kun je natuurlijk gaan zitten monkelen over wat er allemaal niet bereikt is, maar wat Jolande heeft binnengesleept is een fraai lijstje. Pijnlijke maatregelen zijn nodig, maar er is systematisch gecompenseerd voor de echte onderkant van de samenleving. Er wordt een begin gemaakt met zaken waarvan iedereen eigenlijk wel weet dat het moet, maar waar velen geen zin in hebben: hervorming huizenmarkt, verdere flexibilisering arbeidsmarkt en verhoging pensioengerechtigde leeftijd.

Op 12 september verkiezingen. Laat PVV, PvdA en SP maar strijden om de stem van chagrijnig Nederland. GroenLinks is de nieuwe naam voor daadkrachtig progressief.

zondag, 22 april 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Na de breuk: het electorale speelveld

In 3%, alternatieven, betalen, campagne, cda, christenunie, cijfers, coalitie, cohen, en meer.

Nu Wilders zijn rechte rug verkiest boven politieke invloed - als hij met VVD en CDA niet tot een compromis kan komen, in welk verband dan wel? - zijn nieuwe verkiezingen onvermijdelijk. De oppositie juicht, maar moet ook constateren dat het kabinet (als altijd) door interne verdeeldheid tot een voortijdig einde kwam. De rechtse partijen staan electoraal weliswaar op verlies, maar er is geen duidelijk alternatief. Het electorale veld is versnipperd.

Speelveld

Een doorrekening van de gegevens uit de peilingen, inclusief de recente peiling van De Hond, bevestigt de patronen die we al langere tijd zien. Vooralsnog ligt het electorale speelveld er gunstig bij voor SP, VVD en D66. De SP staat volgens het 'Pooling the Polls' model nu op 26 tot 30 zetels, waarschijnlijk 28. De VVD wint licht en gaat naar 34, terwijl D66 op 15 zetels staat. De PvdA moet van ver komen, maar laat sinds het vertrek van Cohen een opleving zien; de sociaal-democraten staan nu op 26 zetels.

De PVV heeft het de laatste tijd wat lastiger en staat nu op 18 zetels. Het is onduidelijk hoe de recente breuk zal uitpakken voor de partij van Wilders. Hijzelf ging weer 'vol op het orgel' en zette daarbij de populistische registers volledig open: we moeten niet willen voldoen aan Brusselse regels die onze ouderen in de kou laten staan. Dat de 3% begrotingsnorm ook in het gedoogakkoord stond en de handhaving ervan door de PVV ook in de afgelopen periode meermaals is gesteund, mag niet deren. Tot nu toe is Wilders met dit soort koerswijzigingen altijd weggekomen, dus waarom nu niet?
Verwachte percentages voor de grotere partijen
De figuur geeft de verwachte percentages voor elke partij met 95% Bayesiaans betrouwbaarheidsinterval, tijdens de verkiezingen (meest lichte balk), een jaar geleden (middelste balk) en op basis van de meest recente gegevens (meest donkere balk). Onder de figuur staan de bijbehorende zetelaantallen; in het zwart staat de meeste waarschijnlijke verwachting, in het grijs staan de hoogste en laagste verwachting (95% vertrouwen). De sterretjes geven aan dat het verschil tussen de meest recente peiling en de betreffende balk statistisch significant is.



 Verliezers


Ronduit slecht is de electorale positie van CDA en GroenLinks. Het CDA lijkt de prijs voor de gedoogconstructie te betalen. Daarbij komen een gebrek aan leiderschap en het feit dat de 'nieuwe koers' voor veel potentiële kiezers waarschijnlijk te links zal zijn. Als de partij echter in een positieve interne campagne een nieuwe leider kan aanwijzen die de positie van het CDA rechts van het centrum goed onder woorden kan brengen, kan de partij de weg omhoog wellicht nog voor de volgende verkiezingen terugvinden.

GroenLinks staat er zo mogelijk nog beroerder voor. Er zijn op links vijf alternatieven voor het kabinetsbeleid. Het recente herstel van de PvdA vormt een belangrijke electorale dreiging voor GroenLinks, de SP heeft een veel sterker sociaal profiel, D66 kan teleurgestelde VVD'ers bedienen en de ChristenUnie vormt een alternatief voor CDA'ers. GroenLinks moet zich afvragen waarin ze zich onderscheidt van de andere linkse partijen en moet daar (duurzaamheid, groene hervormingen) op inspelen. Dan nog zal het een lastige campagne worden; de partij heeft zich de afgelopend tijd vooral geprofileerd door middel van Kunduz, Peters en een stekkerdoos. 
Verwachte percentages voor de kleinere partijen
Toelichting: zie vorige figuur


Coalities

Indien de bovenstaande peilingscijfers bewerkelijkheid zouden worden, dan zouden er veel coalities net onder of boven de magische 76-zetelgrens zitten. Een rechtse combinatie blijft steken op 65 zetels; ook een 'nationaal ' kabinet van VVD, PvdA en CDA haalt geen meerderheid (73 zetels). Zowel een links kabinet (SP/PvdA/D66/GL/PvdD) als een Christelijk-Sociaal kabinet (PvdA/CDA/SP/GL/CU) halen wel een krappe meerderheid met 77 zetels. Als deze varianten worden aangevuld met respectievelijk ChristenUnie en D66 zouden ze wel een vrij brede basis hebben. 



De Paars+ variant die in 2010 nog strandde blijft met 80 zetels vrijwel stabiel ten opzichte van de uitslag van de vorige verkiezingen. Binnen die coalitie zijn wel verschuivingen ten gunste van VVD en D66. Een 'brede centrum' variant bestaande uit zo'n beetje alle middenpartijen zou een ruime meerderheid van 98 zetels halen.

De verkiezingscampagne zal vast tot gevolg hebben dat sommige van bovenstaande coalities ineens wel of niet meer mogelijk zullen zijn. Er is sprake van een hoge fragmentatie van de parlementaire vertegenwoordiging. Aan de ene kant is dit zorgelijk, omdat het de vorming van een stabiele twee- of driepartijencombinatie bemoeilijkt. Aan de andere kant geeft het de kiezer een sterke stem: hij bepaalt welke coalities wel of niet mogelijk zijn - invloed op de regeringsvorming is weliswaar indirect, maar de kiezer bepaalt wel welke mogelijkheden voorhanden zijn. De volgende verkiezingen gaan dus ergens over, niet alleen inhoudelijk, maar ook vanuit het perspectief van machtsvorming.

Meer cijfers & trends op peiling.tomlouwerse.nl >>

donderdag, 22 maart 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Peiling week 12. Rechts verzwakt.

Het blijven bijzondere tijden in de politiek. Enkele weken geleden steeg de SP naar ongekende hoogtes. En nu beleeft de PVDA zijn revival met Diederik Samsom als politiek leider. Terwijl Rutte druk bezig is in het Catshuis, brokkelt de steun voor Rechts geleidelijk af. Verhoudingen. Al 5 peilingen op een rij hebben de gezamenlijke partijen, [...]

dinsdag, 20 maart 2012

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Brinkman stapt uit de PVV - kamer debateert vandaag nog over coalitie?

In rutte, hero brinkman, samsom, pvda, twitter, nrc, vvd, pvv, geert wilders, en meer.
Schreef ik 16 maart op deze blog nog de vraag of de PVV nou van binnenuit ineen stort, en stelde ik dat Wilders via zijn stemmenmachine PVV genaamd en/of Brinkman danwel briljant zokm, danwel oliedom:
Een spijtoptant in één van de partijen kan de gedoog-coalitie er niet bij gebruiken. Brinkman staat dus sterk in zijn wens om de PVV te democratiseren, Wilders zal dit weten en ofwel een tactiek van vertragen en uitstellen gebruiken ofwel toegeven. Echter bij de volgende verkiezingen zal Brinkman het veld moeten ruimen, dat kijkt me evident. Voor de tegenstanders van de PVV is het te hopen dat Hero dit weet en voortijdig opstapt on alleen verder te gaan. Het zal de PVV niet doen splijten maar wellicht wel de gedoog-coalitie kapot maken. Om de PVV te doen instorten zal Brinkman's claim dat er meer parlementsleden van de PVV zijn mening(en) delen bewaarheid moeten zijn. 
Vanmiddag twitterde Hero Brinkman zijn aankondiging die mijn advies lijkt op te volgen (lees je deze blog Hero? Voelde je de bui al hangen als Geert het Catshuis uit zou komen?)

Nu is deze blog dus ingehaald door de ontwikkelingen van vandaag. Een van mijn favoriete nieuwssites bericht dat de Kamer debatteert vandaag nog over Brinkman :: nrc.nl

Rutte: we zijn een minderheidskabinet, daar verandert niets aan. Foto AFP / Georges Gobet 
In een gerelateerd artikel stelt het NRC dat premier Rutte in het vertrek van PVV-Kamerlid Hero Brinkman geen aanleiding ziet om naar de koningin te gaan, zoals de oppositie wil. Volgen hem heeft Brinkmans vertrek geen invloed op de gedoogconstructie. De oppositie roept op tot nieuwe verkiezingen nu het kabinet zijn Kamermeerderheid kwijt is.



Premier Rutte in een eerste reactie:
“Dit is voor de PVV een grote gebeurtenis, maar het heeft voor de samenwerking in de coalitie geen gevolgen. Dit is een minderheidskabinet met 52 zetels in de Tweede Kamer. [...] Het land bevindt zich in een zeer ernstige crisis. Daar is het kabinet nu volop mee bezig. Het zou buitengewoon onverantwoordelijk zijn om nu na te denken over verkiezingen.”

 De oppositie ziet dit dus blojkbaar anders, bij monde van kersverse PvdA-leider Samsom stelt het NRC:

Samson:
“Nederland glijdt weg in een recessie, er gaan banen verloren. Het minste wat we nodig hebben is een regering die op een meerderheid kan rekenen.”

Echter, de opperste PVV leider stelt net als onze premier dat er geen reden is om niet door te gaan met de gedoog-coalitie. Wilders die fel aggeert tegen de regentencultuur in Den Haag lijkt hiermee toch ineens vast te plakken aan het pluche. Een verbazingwekkende reactie geeft hij namelijk:


PVV-leider Geert Wilders:
“Ik heb de heer Brinkman horen zeggen dat hij het kabinet blijft steunen. Ik zie dan ook geen enkele reden om niet toch door te gaan met deze coalitie. We zullen nu moeten gaan zien of we daar met alle partijen uit komen. Wat mij betreft gebeurt dat zeker.
Dit is wel degelijk een zeer vervelende en pijnlijke dag voor de PVV. Dit is iets wat je nooit wil zien. We hebben ons als partij altijd democratisch opgesteld. Dan is het enorm jammer om een lid kwijt te raken. Wij zijn er met 23 man van overtuigd dat we met heel veel kracht doorgaan om te zorgen voor een goed beleid voor dit land. Ik zie het vertrek van Brinkman niet als een persoonlijke nederlaag. Het is als partij niet gelukt om de boel bij elkaar te houden, dus een tegenslag is het zeker maar we gaan met veel energie door.”

Wel knap dat hij vind dat de PVV zich democratisch opstelt. Vreemd voor een stichting met slechts 1 bestuurder: Geert Wilders, zonder leden en formele inspraak. Zolang Geert Wilders inspraak tolereert, mag men mee spreken, maar uiteindelijk besluit het bestuur van een stichting welke koers er gevaren wordt. Bij de PVV is dat bestuur, Geert Wilders en dat lijkt me niet democratisch, dus hoe hij dat voor zich ziet?

Enfin, benieuwd hoe Hero Brinkman zich opstelt, hoe de SGP in de eerste kamer zich opstelt en hoe dit kabinet haar meerderheid gaat behouden. Verkiezingen op dit moment zouden zeer slecht uitkomen voor de coalitie. Hoewel, de PVV doet de coalitie klappen, en partijen die een coalitie opblazen hebben in Nederland altijd slecht gescoord bij verkiezingen!

Wordt vast vervolgd!

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Held

In politiek, agema, bezuinigingen, blok, bosma, brinkman, buma, catshuis, cda, en meer.

Hero Brinkman heeft zijn kogel door de kerk gejaagd, hij stapt op, en laat de PVV voor wat het is. En nee, hij zal zijn zetel niet opgeven, want de 18.000 voorkeursstemmen die hij kreeg bij de verkiezingen zijn voor hem voldoende mandaat om als volksvertegenwoordiger zijn werk voort te zetten. Wat een held. Want deed Hero niet wat zijn PVV-collega’s niet durfden? Hero weerstond de Grote Leider, en maakte wat van zijn mandaat. Hoezo, geen toestemming van Geert om te spreken op TV? Dan ga ik toch gewoon lekker zelf even met Pauw & Witteman bellen…

Dat hij binnen de PVV weinig van de grond kreeg heeft meer te maken met de absolute leiderschapsstijl van Geert Wilders, dan met zijn ideeën. Vooruit, Hero Brinkman is niet mijn politicus, maar binnen de ideologie van de PVV waren zijn ideeën zo onlogisch niet. Het valt te betwijfelen of zijn ideeën zijn afgekeurd door de fractie, of door Geert zelf, die immers alle macht bij zichzelf houdt, en er niet van gediend is een ander de spotlights te gunnen. Dat Geert Wilders zo’n afkeer heeft van democratisering van zijn partij zal meer met angst te maken hebben, dan met inhoudelijke bezwaren. Wat dat betreft mag Geert zijn mond gaan spoelen voor hij de SP nog eens communistische, dictatoriale trekjes verwijt.

Ook Brinkman’s bezwaar tegen de enkel provocerende proefballonnetjes en neurotische controledwang van Geert lijkt mij geen malle dronkenmanspraat, maar verstandigheid. Er zitten 24 gekozen PVV’ers in de fractie, en het druist linea recta tegen de grondwet in om parlementariërs monddood te maken, zoals Geert Wilders systematisch doet met zijn eigen fractieleden. Wat dat betreft zat het er wel aan te komen, dat Hero de stekker er uit ging trekken.

Zou Wilders blij zijn, dat hij van Hero Brinkman af is? Of zal hij het gaan missen om met Fleur en Martin gezellig te grappen over jongerendagen en leiderschapsverkiezingen? Of, vreest Wilders misschien wel dat er meer schapen zullen volgen? Ik kan me immers niet voorstellen dat Hero Brinkman de enige gefrustreerde parlementariër is in de fractie van Wilders. Wanneer je consequent gedwongen wordt om je mond te houden, tenzij je wat gevraagd wordt, gaat dat vanzelf knagen, toch? Parlementariërs gedegradeerd tot stempelmachines. Dan ga je toch schaamte voelen?

En dus vind ik Hero Brinkman een held. Hij doet inderdaad zijn naam eer aan. Hij heeft zijn biezen gepakt, omdat hij het niet eens is met de ijzeren, zo niet diamanten fractiediscipline die afgedwongen wordt in ruil voor een blauw stoeltje tussen Wilders en de zijnen. Hij heeft uit principe zijn eigen politieke carrière om zeep geholpen. Maar we kunnen niet anders concluderen, dan dat hij in elk geval voor zijn eigen mening staat. Dat kan ik van de andere fractieleden van de PVV niet zeggen…

 

Deze column is ook verschenen op de opiniepagina van volkskrant.nl.


Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

In Brinkman verlies Wilders zijn bliksemafleider

In sargasso, beleid, brinkman, cda, de, eerste, fractie, geld, geluid, en meer.
1816

Tijdens een GroenLinks incrowdfeestje afgelopen vrijdag speculeerden we aan de borreltafel over wat Hero Brinkman zou doen. Gek genoeg vroegen we ons niet af of Brinkman op zou stappen, maar of Wilders hem uit de fractie zou zetten.

Ik zette mijn geld op nee, omdat Brinkman de perfecte bliksemafleider voor Wilders was: alle verwijten over een autocratisch geleide partij waarin geen plaats is voor dissidente geluiden, vielen met een verwijzing naar Hero te ontkrachten. En Hero blafte wel de hele tijd, bijten deed hij niet.

Nu dus wel. Brinkman is het moe in de marge van de PVV zijn dissidente geluid voor dove oren te verkondigen. Hij had natuurlijk ook zijn zetel kunnen inleveren bij de baas, maar daar was hij vermoedelijk dan weer te ijdel voor. Wilders liet via de twitters weten het vertrek triest en onnodig te vinden. Groep Brinkman mag zijn tijd tot de verkiezingen uitzitten, en verdwijnt dan van het politieke toneel.

De vraag is hoe ver die verkiezingen weg zijn. Weinig mensen zullen Brinkmans belofte dat hij het kabinet blijft steunen, serieus nemen. Rutte is zijn meerderheid kwijt, al is hij inmiddels natuurlijk gewend om steun voor zijn beleid bij diverse gedoogpartners te zoeken. Zoals het er nu uitziet zal de vraag vooral zijn of het CDA zin heeft in verkiezingen. Een electoraal pak slaag krijgt die partij sowieso, dus zal de partijleiding een inschatting maken of nog langer doormodderen met dit kabinet de kansen verbetert of verslechtert.

Voor de PVV zal het vertrek van Brinkman zo op het eerste gezicht niet veel uitmaken. De partij is zo vol met schandaalmakers en nestverlaters, dat eentje erbij niet uitmaakt. Dat kan anders worden, mochten anderen hem in de komende dagen nog volgen. De PVV zit op of net over haar hoogtepunt. Wilders moet vol aan de bak om de partijstructuur die hij in de afgelopen jaren opgebouwd heeft, en waar Brinkman een belangrijke rol in speelde, te redden. (sg)

zondag, 18 maart 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Hoeveel won de PvdA door leiderschapsverkiezing?

In campagne, cohen, fractie, frans, gegevens, de, feit, leider, nieuws.
De afgelopen weken wist de PvdA door het vertrek van Cohen en de daaropvolgende verkiezing voor een nieuwe politiek leider de aandacht stevig op zich te vestigen. Vele partijleden toonden zich gelukkig met het feit dat hun partij weer eens positief in het nieuws kwam. In dat opzicht heeft de interne strijd de PvdA veel goeds gebracht.

In de peilingen laat de PvdA de laatste weken ook een opgaande lijn zien. Sinds het opstappen van Cohen won de PvdA maar liefst 7 zetels in de peilingen van Maurice de Hond, van 14 naar 21, een stijging van maar liefst 50%. Is het effect van de interne politieke strijd echt zo sterk? Waarschijnlijk niet. Als we alle peilingen meenemen, zien we slechts een beperkte stijging van de electorale kansen van de PvdA gedurende de interne verkiezing.

In onderstaand figuur is de verwachting van mijn 'Pooling the Polls' model voor de PvdA weergegeven sinds 1 februari. De zwarte lijn geeft het stemmenpercentage van de PvdA volgens het model. De gekleurde punten vertegenwoordigen de peilingen van De Hond (rood), de Politieke Barometer (blauw) en TNS-NIPO (groen). Allereerst valt op dat er maar een beperkt aantal peilingen is geweest in de periode van de leiderschapsverkiezing. Daardoor is het betrouwbaarheidsinterval van het model breed: we weten op basis van de beschikbare peilingen dus niet zo heel veel over de electorale steun voor de PvdA.

Geschat stemmenpercentage (zwarte lijn met 95% Bayesiaans betrouwbaarheidsinteval in het grijs) voor de PvdA in de periode februari-maart 2012 op basis van de 'Pooling the polls' methode.

 
Wat we uit de peilingen wel kunnen afleiden is het volgende. Net voor het vertrek van Cohen stond de partij op ongeveer 12%. In de verwachting van De Hond scoorde de partij op dat moment uitzonderlijk laag met maar iets meer dan 9%. Dat kwam waarschijnlijk door het feit dat de wekelijkse peiling van De Hond de enige was die de ruzie in de fractie naar aanleiding van de brief van Frans Timmermans goed kon meenemen. Waarschijnlijk onderschat het 'Pooling the Polls' model het stemmenpercentage van de PvdA net voor het vertrek van Cohen dus enigszins. Dat laat onverlet dat de 9% voor de PvdA (14 zetels) een scherp dieptepunt was. Ook zonder het vertrek van Cohen zou de partij zich daarvan waarschijnlijk redelijk gemakkelijk hebben kunnen herstellen - ruzies lijken door de meeste kiezers na een paar weken immers weer vergeten te zijn.

Als we 12% als baseline nemen voor de start van de leiderschapsverkiezing, in plaats van de 9% van De Hond, valt de electorale stijging van de PvdA relatief mee. In de meest recente schatting, zou de PvdA zo'n 14% van de stemmen krijgen. Dat betekent een stijging van 2%, ofwel 3 zetels gedurende de laatste drie weken (die stijging is statistisch significant). Dat is ook ongeveer de stijging die de minder frequente peilingen van de Politieke Barometer laten zien.

Als we alle beschikbare gegevens meenemen, blijkt dus dat de electorale kansen van de PvdA gedurende de leiderschapsverkiezing wel zijn gestegen, maar dat het effect beperkt is tot ongeveer 3 zetels (voor zover we de stijging daadwerkelijk kunnen toeschrijven aan de interne verkiezing, maar dat ligt in de rede). Veel belangrijker zal de 'nieuwe energie' zijn die de campagne ogenschijnlijk heeft gebracht. Als Samsom er in slaagt om dat gevoel te bewaren en weet om te zetten in een krachtige oppositie, dan kan de PvdA de weg omhoog weer terugvinden.

vrijdag, 16 maart 2012

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Stort de PVV van binnenuit in elkaar?

In hero brinkman, meldpunt, ondergang, instorten, gedoog-coalitie, cda, vvd, pvv, oost-europeanen, en meer.

Op Nu.nl lees ik dat Hero Brinkman ongelukkig is met het meldpunt voor Oost-Europeanen. In een ander artikel wordt gemeld dat hij zich kandidaat-lijsttrekker zou stelen als de PVV een democratische partij zou zijn.

Om het het laatste te beginnen: pech voor Brinkman de PVV is niet eens een partij, het is een stichting met 1 leider. Feitelijk is het nog altijd de afsplitsing van de VVD: groep Wilders. Alle leden van de PVV in het parlement hebben 1 functie: de zetels vullen die Wilders verzameld heeft bij de verkiezingen. Verder moeten ze gewoon doen wat hij zegt. Brinkman heeft nogal een eigen mening die afwijkt van die van de geblondeerde leider, dat brengt hem regelmatig in de problemen binnen zijn partij. Lijsttrekker worden zal er dus niet snel inzitten voor Brinkman.

Dan is er dus nog het meldpunt voor Oost-Europeanen, hier is hij niet bij mee geeft hij aan in een mail die toevallig naar RTL uitlekte. Telefonisch scheen hij dit te bevestigen, maar laten we het geloven. Ook deze actie kan hem in de problemen brengen. Anderzijds staat hij sterk: Geert zit in het Catshuis te onderhandelen met de VVD en CDA over extra bezuinigen. De coalitie heeft een krappe meerderheid in het parlement en een minderheid in de eerste kamer. Een spijtoptant in één van de partijen kan de gedoog-coalitie er niet bij gebruiken. Brinkman staat dus sterk in zijn wens om de PVV te democratiseren, Wilders zal dit weten en ofwel een tactiek van vertragen en uitstellen gebruiken ofwel toegeven. Echter bij de volgende verkiezingen zal Brinkman het veld moeten ruimen, dat kijkt me evident. Voor de tegenstanders van de PVV is het te hopen dat Hero dit weet en voortijdig opstapt on alleen verder te gaan. Het zal de PVV niet doen splijten maar wellicht wel de gedoog-coalitie kapot maken. Om de PVV te doen instorten zal Brinkman's claim dat er meer parlementsleden van de PVV zijn mening(en) delen bewaarheid moeten zijn.

Blijft het ironisch dat de tegenstanders (inclusief gedoog-partners VVD en CDA) afhankelijk is van interne strubbelingen bij de PVV om de kiezers terug te winnen. Idealiter zouden ze met overtuiging de kiezer bewegen af te stappen van de koers van de PVV. Winnen doordat je tegenstander vanzelf oplost lijkt me nou niet één versterking van de politiek/de democratie. Klinkt één beetje als één voetbalcompetitie waarbij trends winnen doordat de tegenstander zwakker wordt. (Oh wacht, dat is de Nederlander competitie, bewijzen daarvoor zijn de prestaties van, Nederlandse teams in de Championsleague: succes is al ver weg).

Deze saga wordt vast vervolgd. Voorlopig zet ik mijn geld nog niet in op de ondergang van de PVV of op Hero Brinkman

maandag, 5 maart 2012

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

ACTUEEL: Referenda: Ja of Nee?

In politiek, democratie, leiden, maatschappij, pvda, algemeen, reclame, beleid, besluiten, en meer.

           De PvdA kiest een nieuwe ‘leider’. Nou ja, eigenlijk ligt het anders; de leden van de PvdA kiezen de leider van de fractie in de Tweede Kamer. Dit doen ze door middel van een referendum. Er hebben zich vijf kandidaten gemeld, waarvan er waarschijnlijk twee niet eens de reputatie hebben om de fractie te kunnen leiden. De fractieleider wordt verkozen door een referendum. Kijkend naar de vorige soortgelijke verkiezingen (Rutte vs. Verdonk) en de context van de PvdA vóór dit referendum, kunnen we niks anders concluderen dan dat dit referendum slopende gevolgen zou kunnen hebben. Aangezien de strijd binnen de PvdA uitgebreid aan bod is gekomen, richt ik mij op de referenda. Om dit te doen plaats ik hieronder het al eens eerder (23 december 2011) verschenen stuk over referenda. Lees en oordeel zelf.

           Het is bijna het einde van het jaar en dat betekent dat allerlei media lijstjes op gaan stellen. De beste politicus, de beste reclame, de beste sportman, het beste radioprogramma en de beste tv-show van het jaar of seizoen. Gewoon een selectie van de rijtjes die de afgelopen maanden de revue zijn gepasseerd. Vooral dit jaar was er echter een storm aan kritiek op de winnaars. Tegelijkertijd zien we de laatste jaren juist een roep om meer democratie via referenda. In dit stuk zal ik proberen uit te leggen waarom ik ‘nee’ stem tegen de meeste vormen van referenda.

           Het begon met de uitreiking van de Gouden Televizierring in oktober. Van de drie kandidaten – Wie is de Mol?, The Voice of Holland en Voetbal International – waren alle experts het er over eens dat Voetbal International van de drie het slechtste programma was. Wie is de Mol? was al jaren een genomineerde voor deze televisieprijs, maar had nog nooit gewonnen. The Voice of Holland was een nieuwkomer in televisieland en was niet alleen commercieel een groot succes, maar door de nieuwe vorm van het organiseren van een talentenjacht bood het een nieuw product aan in de televisiegids. Toch won Voetbal International. Waarom? Sommigen beweren dat Voetbal International live reclame kon maken. Bovendien is het programma opgezet door het gelijknamige tijdschrift en had het dus een breder publiek om campagne voor zichzelf te voeren. Als gevolg hiervan wilden sommigen direct dat er een vakjury zou komen, en deze zo over het beste programma moeten beslissen, daar waar nu kijkers kunnen stemmen voor hun favoriet. Zo zou kwaliteit boven democratie gaan.

           Dan was er laatst ook ophef over de uitverkiezing tot Sportman van het Jaar. Van de twee grootste kanshebbers – turner Epke Zonderland en schaatser Bob de Jong – won de eerste. De sporters in de zaal konden allemaal hun stem uitbrengen. Epke Zonderland won, ondanks dat hij het afgelopen seizoen geen grote prijzen in de wacht had gesleept. De Jong had dit wél, maar greep dus naast de trofee. Wat overbleef was een discussie of de stemvorm van de verkiezing niet moest veranderen, want de keuze was toch echt niet goed. Zeker niet beschouwende de prijzen die beide sporters binnen hadden gesleept.

           De discussie over de ‘juiste’ uitkomst van deze verkiezingen staat eigenlijk haaks op het laatste decennium in de politiek. Daar willen burgers juist méér invloed op uitoefenen. D66 wilde de gekozen burgmeester, de PVV wil een referendum over Griekenland en GroenLinks wil zelfs een referendum over een kerncentrale. We zien dus een hang naar referenda. Dit terwijl het bij politiek om belangrijke zaken van nationaal belang gaat.

           Ik ben zelf tegen bindende en adviserende referenda, omdat het altijd een keuze is tussen ‘ja’ en ‘nee’. Een genuanceerd verhaal is niet mogelijk bij een referendum, tenzij er referenda worden gehouden over hele specifieke kwesties met hele specifieke oplossingen. Zoiets is alleen onaantrekkelijk voor kiezers omdat het allemaal ‘een pot nat’ is. Het gevaar van referenda ligt juist in de massa. De massa staat niet open voor een genuanceerd verhaal, maar voor spektakel. Dan verandert een referendum al snel in een show tussen het ‘ja’-kamp en het ‘nee’-kamp. Het betrekt de bevolking wel bij de besluitvorming, maar als dat ten koste gaat van de inhoud, pas ik daar liever voor.

           Bovendien, politici en ambtenaren zijn – algemeen genomen – voorbereid om hun vak te beoefenen, omdat hun vak van belang is voor de hele maatschappij. Dus; waarom zouden wij ons willen bemoeien met het beleid van die politici door hen in de weg te lopen met een referendum? Zíj hebben verstand van hun vak. Wij gaan ons toch ook niet bemoeien met de ingrediënten van het brood van de bakker, omdat wij het brood kopen? Of met het vlees van de slager? We kunnen kiezen wat we willen en als het product ons niet bevalt gaan we naar een andere bakker of slager, dus ook naar een andere politieke partij. We kiezen onze volksvertegenwoordigers op lokaal, provinciaal, nationaal en europees niveau en laten we het daarbij laten. Het is minder democratisch, maar wel beter voor de kwaliteit van de besluiten. Schoenmaker, blijf bij je leest.

           Bij verkiezingen zoals de Televiezierring of Sportman van het Jaar is bewust gekozen voor een democratische opzet. Als de winnaar, zoals net besproken, dan niet voldoet aan de verwachtingen is dat het risico van het keuzemodel. Het is de keuze van de massa, die makkelijk te manipuleren is. Alleen zijn die twee verkiezingen ‘spelletjes’ en gaat het niet om landsbelang. Met het landsbelang hoort de massa niet te ‘spelen,’ maar dat is wel wat referenda veroorzaken. De massa kiest haar volksvertegenwoordigers en die verstaan, samen met hun ambtenaren,  hun vak. Als we hun de keuzes laten maken is het misschien minder democratisch, maar staan hun besluiten wel voor kwaliteit. Op de vraag ‘Referenda: ja of nee?’ is mijn antwoord: nee.


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

ACTUEEL: Referenda: Ja of Nee?

In politiek, algemeen, beleid, d66, democratie, discussie, fractie, griekenland, ambtenaren, en meer.

           De PvdA kiest een nieuwe ‘leider’. Nou ja, eigenlijk ligt het anders; de leden van de PvdA kiezen de leider van de fractie in de Tweede Kamer. Dit doen ze door middel van een referendum. Er hebben zich vijf kandidaten gemeld, waarvan er waarschijnlijk twee niet eens de reputatie hebben om de fractie te kunnen leiden. De fractieleider wordt verkozen door een referendum. Kijkend naar de vorige soortgelijke verkiezingen (Rutte vs. Verdonk) en de context van de PvdA vóór dit referendum, kunnen we niks anders concluderen dan dat dit referendum slopende gevolgen zou kunnen hebben. Aangezien de strijd binnen de PvdA uitgebreid aan bod is gekomen, richt ik mij op de referenda. Om dit te doen plaats ik hieronder het al eens eerder (23 december 2011) verschenen stuk over referenda. Lees en oordeel zelf.

           Het is bijna het einde van het jaar en dat betekent dat allerlei media lijstjes op gaan stellen. De beste politicus, de beste reclame, de beste sportman, het beste radioprogramma en de beste tv-show van het jaar of seizoen. Gewoon een selectie van de rijtjes die de afgelopen maanden de revue zijn gepasseerd. Vooral dit jaar was er echter een storm aan kritiek op de winnaars. Tegelijkertijd zien we de laatste jaren juist een roep om meer democratie via referenda. In dit stuk zal ik proberen uit te leggen waarom ik ‘nee’ stem tegen de meeste vormen van referenda.

           Het begon met de uitreiking van de Gouden Televizierring in oktober. Van de drie kandidaten – Wie is de Mol?, The Voice of Holland en Voetbal International – waren alle experts het er over eens dat Voetbal International van de drie het slechtste programma was. Wie is de Mol? was al jaren een genomineerde voor deze televisieprijs, maar had nog nooit gewonnen. The Voice of Holland was een nieuwkomer in televisieland en was niet alleen commercieel een groot succes, maar door de nieuwe vorm van het organiseren van een talentenjacht bood het een nieuw product aan in de televisiegids. Toch won Voetbal International. Waarom? Sommigen beweren dat Voetbal International live reclame kon maken. Bovendien is het programma opgezet door het gelijknamige tijdschrift en had het dus een breder publiek om campagne voor zichzelf te voeren. Als gevolg hiervan wilden sommigen direct dat er een vakjury zou komen, en deze zo over het beste programma moeten beslissen, daar waar nu kijkers kunnen stemmen voor hun favoriet. Zo zou kwaliteit boven democratie gaan.

           Dan was er laatst ook ophef over de uitverkiezing tot Sportman van het Jaar. Van de twee grootste kanshebbers – turner Epke Zonderland en schaatser Bob de Jong – won de eerste. De sporters in de zaal konden allemaal hun stem uitbrengen. Epke Zonderland won, ondanks dat hij het afgelopen seizoen geen grote prijzen in de wacht had gesleept. De Jong had dit wél, maar greep dus naast de trofee. Wat overbleef was een discussie of de stemvorm van de verkiezing niet moest veranderen, want de keuze was toch echt niet goed. Zeker niet beschouwende de prijzen die beide sporters binnen hadden gesleept.

           De discussie over de ‘juiste’ uitkomst van deze verkiezingen staat eigenlijk haaks op het laatste decennium in de politiek. Daar willen burgers juist méér invloed op uitoefenen. D66 wilde de gekozen burgmeester, de PVV wil een referendum over Griekenland en GroenLinks wil zelfs een referendum over een kerncentrale. We zien dus een hang naar referenda. Dit terwijl het bij politiek om belangrijke zaken van nationaal belang gaat.

           Ik ben zelf tegen bindende en adviserende referenda, omdat het altijd een keuze is tussen ‘ja’ en ‘nee’. Een genuanceerd verhaal is niet mogelijk bij een referendum, tenzij er referenda worden gehouden over hele specifieke kwesties met hele specifieke oplossingen. Zoiets is alleen onaantrekkelijk voor kiezers omdat het allemaal ‘een pot nat’ is. Het gevaar van referenda ligt juist in de massa. De massa staat niet open voor een genuanceerd verhaal, maar voor spektakel. Dan verandert een referendum al snel in een show tussen het ‘ja’-kamp en het ‘nee’-kamp. Het betrekt de bevolking wel bij de besluitvorming, maar als dat ten koste gaat van de inhoud, pas ik daar liever voor.

           Bovendien, politici en ambtenaren zijn – algemeen genomen – voorbereid om hun vak te beoefenen, omdat hun vak van belang is voor de hele maatschappij. Dus; waarom zouden wij ons willen bemoeien met het beleid van die politici door hen in de weg te lopen met een referendum? Zíj hebben verstand van hun vak. Wij gaan ons toch ook niet bemoeien met de ingrediënten van het brood van de bakker, omdat wij het brood kopen? Of met het vlees van de slager? We kunnen kiezen wat we willen en als het product ons niet bevalt gaan we naar een andere bakker of slager, dus ook naar een andere politieke partij. We kiezen onze volksvertegenwoordigers op lokaal, provinciaal, nationaal en europees niveau en laten we het daarbij laten. Het is minder democratisch, maar wel beter voor de kwaliteit van de besluiten. Schoenmaker, blijf bij je leest.

           Bij verkiezingen zoals de Televiezierring of Sportman van het Jaar is bewust gekozen voor een democratische opzet. Als de winnaar, zoals net besproken, dan niet voldoet aan de verwachtingen is dat het risico van het keuzemodel. Het is de keuze van de massa, die makkelijk te manipuleren is. Alleen zijn die twee verkiezingen ‘spelletjes’ en gaat het niet om landsbelang. Met het landsbelang hoort de massa niet te ‘spelen,’ maar dat is wel wat referenda veroorzaken. De massa kiest haar volksvertegenwoordigers en die verstaan, samen met hun ambtenaren,  hun vak. Als we hun de keuzes laten maken is het misschien minder democratisch, maar staan hun besluiten wel voor kwaliteit. Op de vraag ‘Referenda: ja of nee?’ is mijn antwoord: nee.


dinsdag, 28 februari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: toch Plasterk

In het menu, niet op voorpagina, de wereld draait door, diederik samson, femke halsema, groenlinks, martijn van dam, nebahat albayrak, pauw en witteman, en meer.
Wat een afknapper gisteravond bij Pauw en Witteman, dat interview met Nebahat Albayrak over haar kandidatuur voor het fractievoorzitterschap van de PvdA. Natuurlijk, Jeroen Pauw voelde zich op zijn pik getrapt en werd de rest van het interview in beslag genomen door wraakgevoelens. Bovendien waren beiden presentatoren slecht voorbereid en was hun vorm van de dag belabberd. Maar Albayrak reageerde wel erg nadrukkelijk als een stier op een rode lap. Iemand die zo rigide ingaat op vragen die haar niet zinnen, zal vaker mensen tegen zich in het harnas jagen. En dat is geen goede eigenschap voor een fractievoorzitter. Van de overige drie kandidaten viel Martijn van Dam direct door de mand in De Wereld Draait Door, hoewel gezegd moet worden dat Matthijs van Nieuwkerk hem op een bijna Rutger-Castricum-achtige wijze interviewde. Diederik Samson deed het beter bij Pauw en Witteman, maar Ronald Plasterk was de enige die op een ontspannen ogende manier en redelijk direct antwoord gaf op de vragen van de interviewers. De echte natuurlijke leider van de PvdA zat gisteravond tegenover Albayrak bij Pauw en Witteman, maar helaas, Femke Halsema heeft de PvdA in 1997 ingeruild voor GroenLinks. Dus laten we het dan toch maar op Ronald Plasterk houden.

maandag, 27 februari 2012

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Geen Quota, maar Kwaliteit

In uncategorized, algemeen, arbeidsmarkt, blog, cda, cohen, de, diederik samson, dieren, en meer.

          

Job Cohen is opgestapt. Op 19 februari jongstleden besloot hij terug te treden als politiek leider van de Partij van de Arbeid. Deze blog zal niet gaan over waarom Job Cohen is teruggetreden; dat is al genoeg door anderen gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over het kandidaatschap van Diederik Samson, Martijn van Dam of Ronald Plasterk; dat is ook al genoeg gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over de democratische hervormingen die de Partij van de Arbeid wel eens de das om zouden kunnen doen, mochten ze worden ingevoerd. De aanleiding heeft wél met de PvdA te maken, namelijk met Nebahat Albayrak.

            Afgelopen zaterdag (24 februari jl.) stelde Nebahat Albayrak zich ook eens beschikbaar als kandidaat om de PvdA te leiden. Dat brengt het tot nu toe bekende aantal kandidaten op vier. Het minst overtuigende deel van de PvdA-soap kwam pas daarna: Marleen Barth, fractievoorzitter namens de PvdA in de Eerste Kamer riep vrouwen binnen de PvdA op om zich kandidaat te stellen voor het fractievoorzitterschap.

            Begrijp me niet verkeerd: ik ben voor de emancipatie en vind dus dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben. Ik vind het alleen heel krom gedacht dat PvdA-vrouwen zich aan moeten melden als kandidaat om de nieuwe partijleider te worden, alleen omdat ze vrouw zijn. Zodra er sprake is van negatieve discriminatie (vrouw achtergesteld t.o.v. man), staat de wereld in brand; zodra een vrouw zich om precies dezelfde reden kandidaat stelt, moet dat juist gestimuleerd worden. De wereld op zijn kop. Als vrouwen goed zijn en graag willen, dan moeten ze zich vooral kandidaat stellen, maar alleen daarom. Anders doen vrouwen alleen mee als symbolische functie; bovendien wordt de echte partijleider verkozen via een referendum. Als één van de kandidaten dan alsnog zich aangemeld zou hebben omdat het percentage vrouwen te verhogen, dan zal dit afstralen op de campagne. De echte, ideologische, drijfveer ontbreekt en dat voelt de kiezer haarscherp aan.

            De oproep van mevrouw Barth heeft een logische achtergrond: er zitten gewoon veel te weinig vrouwen in de top van het bedrijfsleven en het politieke leven. Oké, de voorzitters van het CDA en GroenLinks zijn vrouw, net zoals de fractievoorzitters van de Partij voor de Dieren en GroenLinks. Het is alleen wel schokkend dat ongeveer 10% van de bestuursleden van de grote bedrijven vrouw is. Zeker als men nagaat dat 60 à 66% van de studenten vrouw is. De PvdA is dus maar het topje van de ijsberg. Hoe dit op te lossen?

            De algemeen gedragen oplossing voor dit probleem zijn vrouwenquota: bedrijven zijn verplicht om een bepaald percentage vrouwen in de besturen op te nemen. Ik ben van mening dat dit niet de oplossing is. Alleen een serieuze cultuuromslag zal een versnelde groei van het percentage vrouwen veroorzaken. Op den duur kunnen bedrijven toch niet anders, gezien het hierboven genoemde percentage vrouwen op de universiteit, waarvan een groot deel zal slagen en dus zeer nuttig en bepalend zal zijn op de arbeidsmarkt. Emancipatorische organisaties zijn echter van mening dat deze omslag pas zal plaatsvinden rond 2050. Tot die tijd zien ze de vrouwenquota als ‘paardenmiddel’ om de achterstelling tegen te gaan. Waar deze organisaties gelijk in hebben is dat een groot deel van de besturen wordt samengesteld door vriendjespolitiek. Vrouwen zullen echter door een quotum worden benadeeld, omdat ze in het bestuur zitten ‘omdat ze vrouw zijn.’ De vrouwelijke bestuursleden zullen toch worden buitengesloten en voelen zich nog meer gediscrimineerd. Op deze manier heeft een quotum dus een tegenovergestelde werking.

            De oproep van Marleen Barth staat symbool voor de krampachtige geforceerde pogingen tot emancipatie van vrouwen op topposities. Ook vrouwenquota zijn in dat opzicht geforceerd en averechts te noemen. Vrouwen die zich kandideren als lijsttrekker ‘omdat ze vrouw zijn’ en geen passie uitstralen zullen toch door de kiezers worden afgestraft. Vrouwen die door quota in besturen terechtgekomen zijn, zullen zich benadeeld voelen omdat ze niet op hun kwaliteiten zijn beoordeeld. Er zijn genoeg getalenteerde vrouwen, kijk maar naar het aantal vrouwelijke studenten. Die zullen binnenkort een enorme bijdrage leven aan onze samenleving. Echte kwaliteit komt altijd bovendrijven.


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Geen Quota, maar Kwaliteit

In politiek, groenlinks, leiden, cda, pvda, algemeen, arbeid, arbeidsmarkt, bestuur, en meer.

          

Job Cohen is opgestapt. Op 19 februari jongstleden besloot hij terug te treden als politiek leider van de Partij van de Arbeid. Deze blog zal niet gaan over waarom Job Cohen is teruggetreden; dat is al genoeg door anderen gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over het kandidaatschap van Diederik Samson, Martijn van Dam of Ronald Plasterk; dat is ook al genoeg gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over de democratische hervormingen die de Partij van de Arbeid wel eens de das om zouden kunnen doen, mochten ze worden ingevoerd. De aanleiding heeft wél met de PvdA te maken, namelijk met Nebahat Albayrak.

            Afgelopen zaterdag (24 februari jl.) stelde Nebahat Albayrak zich ook eens beschikbaar als kandidaat om de PvdA te leiden. Dat brengt het tot nu toe bekende aantal kandidaten op vier. Het minst overtuigende deel van de PvdA-soap kwam pas daarna: Marleen Barth, fractievoorzitter namens de PvdA in de Eerste Kamer riep vrouwen binnen de PvdA op om zich kandidaat te stellen voor het fractievoorzitterschap.

            Begrijp me niet verkeerd: ik ben voor de emancipatie en vind dus dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben. Ik vind het alleen heel krom gedacht dat PvdA-vrouwen zich aan moeten melden als kandidaat om de nieuwe partijleider te worden, alleen omdat ze vrouw zijn. Zodra er sprake is van negatieve discriminatie (vrouw achtergesteld t.o.v. man), staat de wereld in brand; zodra een vrouw zich om precies dezelfde reden kandidaat stelt, moet dat juist gestimuleerd worden. De wereld op zijn kop. Als vrouwen goed zijn en graag willen, dan moeten ze zich vooral kandidaat stellen, maar alleen daarom. Anders doen vrouwen alleen mee als symbolische functie; bovendien wordt de echte partijleider verkozen via een referendum. Als één van de kandidaten dan alsnog zich aangemeld zou hebben omdat het percentage vrouwen te verhogen, dan zal dit afstralen op de campagne. De echte, ideologische, drijfveer ontbreekt en dat voelt de kiezer haarscherp aan.

            De oproep van mevrouw Barth heeft een logische achtergrond: er zitten gewoon veel te weinig vrouwen in de top van het bedrijfsleven en het politieke leven. Oké, de voorzitters van het CDA en GroenLinks zijn vrouw, net zoals de fractievoorzitters van de Partij voor de Dieren en GroenLinks. Het is alleen wel schokkend dat ongeveer 10% van de bestuursleden van de grote bedrijven vrouw is. Zeker als men nagaat dat 60 à 66% van de studenten vrouw is. De PvdA is dus maar het topje van de ijsberg. Hoe dit op te lossen?

            De algemeen gedragen oplossing voor dit probleem zijn vrouwenquota: bedrijven zijn verplicht om een bepaald percentage vrouwen in de besturen op te nemen. Ik ben van mening dat dit niet de oplossing is. Alleen een serieuze cultuuromslag zal een versnelde groei van het percentage vrouwen veroorzaken. Op den duur kunnen bedrijven toch niet anders, gezien het hierboven genoemde percentage vrouwen op de universiteit, waarvan een groot deel zal slagen en dus zeer nuttig en bepalend zal zijn op de arbeidsmarkt. Emancipatorische organisaties zijn echter van mening dat deze omslag pas zal plaatsvinden rond 2050. Tot die tijd zien ze de vrouwenquota als ‘paardenmiddel’ om de achterstelling tegen te gaan. Waar deze organisaties gelijk in hebben is dat een groot deel van de besturen wordt samengesteld door vriendjespolitiek. Vrouwen zullen echter door een quotum worden benadeeld, omdat ze in het bestuur zitten ‘omdat ze vrouw zijn.’ De vrouwelijke bestuursleden zullen toch worden buitengesloten en voelen zich nog meer gediscrimineerd. Op deze manier heeft een quotum dus een tegenovergestelde werking.

            De oproep van Marleen Barth staat symbool voor de krampachtige geforceerde pogingen tot emancipatie van vrouwen op topposities. Ook vrouwenquota zijn in dat opzicht geforceerd en averechts te noemen. Vrouwen die zich kandideren als lijsttrekker ‘omdat ze vrouw zijn’ en geen passie uitstralen zullen toch door de kiezers worden afgestraft. Vrouwen die door quota in besturen terechtgekomen zijn, zullen zich benadeeld voelen omdat ze niet op hun kwaliteiten zijn beoordeeld. Er zijn genoeg getalenteerde vrouwen, kijk maar naar het aantal vrouwelijke studenten. Die zullen binnenkort een enorme bijdrage leven aan onze samenleving. Echte kwaliteit komt altijd bovendrijven.


zondag, 26 februari 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Rutte of Cohen: Mann ohne Eigenschaften?

In duitsland, duitse taal, cultuur & geschiedenis, filosofie, literatuur, oba, politiek, cohen, man zonder eigenschappen, mann ohne eigenschaften, musil, en meer.

Zowel Rutte alsook Cohen worden dezer dagen weggezet als „Mann ohne Eigenschaften“ (en letterlijk in het Duits!)

Terecht?

Ronald Plasterk zei over Rutte in de Volkskrant van 24 februari:

“’[...] Hij is een great communicator, maar tegelijkertijd is hij de Mann ohne Eigenschaften. Hij komt niet verder dan het rechtse neoliberale verhaal. Dat verhaal is failliet.”

En over Cohen stond in Trouw een paar dagen eerder (21-2):

‘Mann ohne Eigenschaften’ wordt hij wel genoemd: Job Cohen, tot gisteren de politiek leider van de PvdA. Meer een bestuurder dan een politicus, een twijfelaar zonder uitgesproken opvattingen, voorzichtig kijkend vanuit welke hoek de wind waait.”

Ik vind het leuk om in dit verband naar de originele “Mann ohne Eigenschaften” te kijken, degene van Robert Musil: wie lijkt meer op Musils  literaire Mann ohne Eigenschaften, Rutte of Cohen?

Op Wikipedia is wat achtergrondinformatie te vinden over de beroemde roman “Mann ohne Eigenschaften” van Robert Musil, een belangrijk, actueel, filosofisch en ironisch boek.

Wie is nou de man zonder eigenschappen bij Musil? Ik concentreer mij hier nu alleen op de eerste hoofdstukken van deze extreem complexe en bovendien onaffe roman.

De Mann zonder Eigenschappen (Ulrich) wordt bij Musil voor het eerst beschreven in het hoofdstuk Huis en woonvertrekken van de man zonder eigenschappen.  Het huis is eenkortvleugelig kasteeltje, een jacht- of liefdes­paleisje uit voorbije tijden”. De Mann zonder eigenschappen wordt geintroduceerd als iemand die van achter de gordijnen in zijn kasteeltje naar de wereld kijkt met de zakelijk blik van een fysicus. “…[hij] telde met zijn horloge al tien minuten lang de auto’s, de karren, de trams en de door de afstand uitgevloeide gezichten van de voetgangers, die het net van de blik met een wemelende haast vulden; hij schatte de snelheden, de hoeken, de vitale krachten van de voorbijbewegende massa’s…”

Vanuit de realistische schattingen gaat hij over naar speelse gedachten:

“Als je de sprongen van de aandacht zou kunnen me­ten, de verrichtingen van de oogspieren, de pendelbewe­gingen van de ziel en al die inspanningen die een mens zich moet getroosten om in de rivier van een straat overeind te blijven, zou er vermoedelijk – aldus had hij gedacht en spe­lenderwijs het onmogelijke proberen te berekenen – een grootheid uitkomen waarbij vergeleken de kracht die Atlas nodig heeft om de wereld te torsen gering is, en je zou kunnen meten welk een enorme prestatie tegenwoordig al wordt ge­leverd door iemand die helemaal niets doet.

Want de man zonder eigenschappen was op dat moment zo iemand.” (p 15)


Dit is de eerste belangrijke passage die de man zonder eigenschappen beschrijft.

Boven het volgende hoofstuk staat:Als werkelijkheidszin bestaat, moet mogelijkheidszin ook bestaan” en wordt er een eerste schets gegeven van de belangrijke utopische kant van de Mann ohne Eigenschaften.

Aldus zou de mogelijkheidszin welhaast te definiëren zijn als het vermo­gen om alles te denken wat evengoed zou kunnen zijn, en om aan wat is geen grotere betekenis te hechten dan aan wat niet is.”

In hetzelfde hoofdstuk lezen we de volgende passage die de “Mann ohne Eigenschaften” verder karakteriseert:

“Een buitengewone onverschilligheid je­gens het naar het aas happende leven staat bij hem tegenover het gevaar dat hij volstrekt zonderlinge dingen doet. Een on­praktisch man – en dat lijkt hij niet alleen maar dat is hij ook – blijft onbetrouwbaar en onberekenbaar in de omgang met mensen. Hij zal handelingen verrichten die voor hem iets an­ders betekenen dan voor anderen, maar hij stelt zichzelf steeds gerust over alles zolang het maar in een buitengewoon idee valt samen te vatten. En bovendien staat hij tegenwoordig nog heel ver af van een consequente houding. Het zou bij­voorbeeld heel goed kunnen dat een misdaad waarvan iemand anders de dupe is, hem alleen maar als een maatschap­pelijk feilen voorkomt, waar niet de misdadiger de schuld van draagt maar de inrichting van de samenleving. Daarentegen is het nog maar de vraag of hij een oorvijg die hij zelf ontvangt zal opvatten als een belediging van de kant van de maatschap­pij of als iets dat tenminste even onpersoonlijk is als de beet van een hond; waarschijnlijk zal hij in dat geval eerst de oor­vijg vergelden en vervolgens vinden dat hij dat niet had moe­ten doen. En vooral als men een geliefde van hem afpakt zal hij de werkelijkheid van dit incident voorlopig nog niet hele­maal kunnen negeren en zich met een verrassend, nieuw ge­voel schadeloos kunnen stellen. Deze ontwikkeling is mo­menteel nog aan de gang en betekent voor een mens zowel een zwakte als een kracht.” ( p22)

Rutte of Cohen??

Nee Ronald Plasterk, Rutte is juist de doortastende man MET eigenschappen!

Al zal hij niet de harten van de speelse, aarzelende, reflecterende en artistieke mensen kunnen stelen.


Robert Musil, De man zonder eigenschappen, vertaling Ingeborg Lesener, Meulenhoff 1988

wotruba musil Rutte of Cohen: Mann ohne Eigenschaften?

Frits Wotruba, Robert Musil

 

 Leuk: ik heb een mailtje aan Ronald Plasterk gestuurd met link naar mijn blog, en hij reageerde eerlijk en positief: hij had het boek van Musil niet gelezen, en associeert meer met “Mann ohne Eigenschaften”.

Ja dat mag natuurlijk, maar ik als germaniste vind het leuk om naar de bronnen te gaan.

Maria Trepp

 

dinsdag, 21 februari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: profiel van een politiek leider

In het menu, niet op voorpagina, job cohen, partijleider, pvda, politiek, burgemeester, cohen, de, en meer.
Job Cohen is een fatsoenlijk, bindend, respectvol en integer man, kortom iemand die deugt. Hij schijnt een uitstekend bestuurder te zijn, door het weekblad Time ooit tot de beste burgemeester van Europa uitgeroepen. Toch heb je als politiek leider niets aan die kwalificaties, integendeel. De PvdA maakt zich op om een nieuwe partijleider te vinden. Ziehier het profiel. Gezocht een politicus die als straatvechter in staat is voortdurend tweedracht tussen groepen te zaaien. Hij – een zij mag ook – moet bereid zijn om collega’s op een geraffineerde manier onderuit te halen, desnoods met een dolkstoot in de rug. Het vermogen om schaamteloos leugens te verspreiden die resulteren in electoraal gewin strekt tot eer. De kandidaat moet vooral over de vaardigheid beschikken om in oneliners te spreken, het onderbouwen van standpunten speelt in de huidige politieke arena geen enkele rol. Bovenstaand profiel klinkt ironisch, maar is het niet. De kwalificaties beschrijven in belangrijke mate de politici die momenteel het meest succes hebben. Nederland kiest er voor om zich te laten leiden door mensen die vooral niet deugen. Job leek een bevrijd man, toen hij gisteren het juk van politicus aflegde. Tot ziens, Job.

vrijdag, 17 februari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Het afzien van Cohen

In wijken, cohen, pvda, staatsman, bestuurder, de, gedoe, job cohen, kant, en meer.

Job Cohen heeft het niet verdiend, maar krijgt het wel: de zwartepiet. Daar kun je als leider de schouders over ophalen of stellen, zoals hij gisteren deed, dat de partij oppositie voert onder zijn leiding, maar wat in het oog zit wrijf je er niet snel uit. In de momenten dat Job zijn ogen sluit beseft hij ongetwijfeld dat zijn positie precair is. Daar is hij kundig bestuurder genoeg voor. Aan de andere kant, hoe langer mensen topposities bekleden hoe schraler het zelfinzicht. Job had de koelheid moeten hebben om na de verloren formatie te zeggen: `Nu stap ik opzij. Ik zou een goede PvdA-premier zijn geweest, maar de oppositierol vraagt een andere stijl.’ Had hij die zelfkennis getoond dan had dat hem en de PvdA vast veel gedoe bespaard. Het had hem ook de allure gegeven van een staatsman, ironisch genoeg juist de drijfveer van Wouter Bos om hem naar voren te schuiven. Cohen heeft die kans jammerlijk gemist.

Dit lijkt dan toch wat in tegenspraak met mijn bewering dat de zwartepiet onverdiend is. Dat is ook zo voor wie het van wat grotere afstand bekijkt. Dat de PvdA inhoudelijk niet erg koersvast is, is al vele jaren zichtbaar. In de fragmentatie van visies en standpunten wordt dan weer eens gebogen naar arbeideristische roots en dan weer eens naar de hardwerkende middengroepen. Je kunt het Cohen niet aanwrijven dat hij niet direct de nieuwe koers kon vertellen, die was er namelijk niet. Kiezers hebben tegenwoordig weinig geduld meer. Bevalt het ze niet, dan winkelen ze verder. De PvdA had en heeft het verhaal niet om kiezers stevig vast te houden.

Cohen is de verteller van dat gefragmenteerde PvdA-verhaal. En dat doet hij niet goed. Hij is te veel de bestuurder die met door beleidsproces geboetseerde voorstellen naar buiten trad. Natuurlijk soms vergezeld door een pakkende quote, maar die was ruim vantevoren bedacht. Dat is echter totaal wat anders dan oppositie voeren. Dan moet je uitgaan van ongerijmdheden, het realisme durven loslaten en meer bezig zijn met je eigen belang dan het algemeen belang. Vermoedelijk allemaal taaie of onverteerbare opgaven voor Job Cohen.

Nou ja, laat ik mijzelf dan corrigeren: het is deels onverdiend. En het meest zwarte is dat het ook niet meer te veranderen is. Die zelfkennis had Agnes Kant wel. Job Cohen hamert sinds zijn start dat men zal inzien hoe fatsoenlijk en onkreukbaar hij is. Alsof dat de heimelijke queeste van de PvdA-stemmer is. Alsof die bij het ontdekken van de authenticiteit van Job ontroerd denkt: ja, zo ken ik mijn partij weer. Dit is natuurlijk een mal beeld, een spook die Cohen of een slechte adviseur heeft opgeroepen en najaagt. Net als bij Agnes Kant gloort er inmiddels voor Cohen geen licht meer op verbetering. Droevig voor hem persoonlijk, maar waar. Hij is, zonder respectloos te willen zijn, een oud plakbandje waar de lijmstof geheel van verdroogd is. Hij zweeft naast zijn partij en kiezers maar waait niet weg. Nog niet. Dat er een windvlaag komt staat vast, alleen wie blaast?

woensdag, 15 februari 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Politiek, journalistiek en feiten

In de maatschappij dat zijn wij!, media, algemeen, belangrijk, betalen, de, de punt, debat, delen, en meer.

 

 

Rob Wijnberg: “Het nieuws voedt ons elke dag met het exceptionele, absurde en groteske –net zo lang tot ze het doodnormale lijken. Niet de regels maar de uitzonderingen bepalen het publieke debat”.

NRC-next heeft sinds vorige maand een geheel nieuwe opzet. Hoofdredacteur Rob Wijnberg legde op 19 januari zelf uit waarom zijn krant voortaan voor feitenonderzoek gaat. Dragen meer feiten bij aan het politieke debat, vraag ik mij af.

Het leuke is dat hij daarbij socioloog Dick Houtman aanhaalt die spreekt over factfree politics. Volgens Houtman kan een politicus niet anders. Volgens Wijnberg handelt de politicus factfree omdat vooral de indruk die hij neerzet, telt. Politici profileren zich met oneliners en Kamervragen. Niet met veel dossierkennis.

Factfree politicus

Ik erger mij groen en geel aan de slechte kwaliteit van het werk van veel journalisten. In vraaggesprekken blijft de interviewer steken in niet-inhoudelijke vragen als ‘of de coalitiepartner geen scheuren in de gelederen vertoont’, of ‘de premier niet eens wat moet zeggen van een website van de gedoogpartner’, ‘wat de premier ervan vindt dat de leider van een oppositiepartij wellicht de volgende premier wordt’ en ‘of de minister van Financiën aan het volk kan uitleggen dat de lening aan Griekenland misschien niet wordt terugbetaald’. Is er geen inhoud? Waar wil Nederland in de wereld staan over 30 jaar, hoe komen we daar, wat is tegen die tijd het haalbare welvaartsniveau voor ons, hoe verdelen we die welvaart en hoe beschermen we wat we hebben? Om maar wat te noemen.

Goed, ik zou zeggen dat een beetje volksvertegenwoordiger zelf elke kans grijpt om zijn beleid inhoudelijk uit te leggen, maar een visie blijkt lastig. Houtman geeft aan dat een politicus visie moet hebben, kennis toepast in nieuwe situaties, en vandaar uit gaat handelen. Feiten, wetenschappelijk vastgesteld, gelden tot het tegendeel bewezen is, een visie is blijvend. We kunnen het de politicus niet kwalijk nemen op visie te werken en niet op feiten. En daar zit wel een risico in. Aan de journalisten de taak te achterhalen of de politicus ons gebakken lucht verkoopt of werkelijk een serieuze weg heeft gekozen. Een journalist moet achterhalen of de plannen gebaseerd zijn op reële verwachtingen. Kennis helpt daarbij.

Mensen willen, zo krijg ik de indruk, niet per se de grote lijnen horen. De punt aan de horizon zien. Willen niet horen hoe belangrijk Europa is voor Nederland, hoe groot de rest van de wereld is waarvan wij de speelbal zullen zijn. We willen nu horen dat we nu minder euro’s hoeven te betalen aan wat dan ook. Factfree dus eigenlijk.

Aangenaam eenvoudig

Dan komen we op het tweede punt dat gemaakt wordt. Wijnberg: “Journalistiek wordt zo meer op commercieel succes afgerekend dan op maatschappelijke relevantie”. We willen lezen hoe we willen zijn en hoe we het willen hebben. We willen het nieuws in het algemeen ook niet te ingewikkeld maar in hapklare brokken die in één keer naar binnen kunnen. Op een verjaardag verschaffen statements als ‘nu de euro afschaffen’ of ‘Griekenland eruit’ toch al snel meer begrip en bijval dan ingewikkelde beschouwingen over de geopolitieke situatie in het nabije en verre Oosten ten opzichte van Europa.

Dit komt overeen met wat mediasocioloog Henri Beunders stelt. TV zou een venster op de wereld worden. We zouden informatie kunnen delen. Maar behalve de sport, blijkt het allemaal fictie. De meest populaire programma’s, ook die uit het verleden, laten onszelf zien hoe we het zouden willen. Niet hoe het is. TV is een feelgoodinstrument. Dat geldt ook voor andere media. Factfree.

Kritischer publiek

Dus: het grote publiek wil geen ingewikkelde feiten, de visionaire politicus heeft ze per definitie niet –want de toekomst is nog geen feit -, de krant wil ze wel. En terecht. Journalistiek is een grote controleur van de politiek. Agendasetting is nog steeds belangrijk. De kiezer wil het gevoel hebben te bepalen welke kant we op gaan met dit land. Dat stelt hogere eisen aan lezers en aan journalisten dan de eenvoudige berichten.

 “Niet de regels maar de uitzonderingen bepalen het publieke debat”. Ja, helaas. Feiten verhogen de kwaliteit van elk debat. Geldt dit ook voor het politieke debat? Voor de korte termijnoplossingen wel. Voor de lange termijn is daar visie voor nodig. En dat vraagt om doortastende journalisten als gesprekspartner.

zondag, 12 februari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Naïef GroenLinks

In niet op voorpagina, uncategorized, congres groenlinks, cpn, evp, groenlinks, jolande sap, kunduz, ppr, en meer.
Jolande Sap klaagde in Nieuwsuur dat het besluit van GroenLinks om de missie naar Kunduz te steunen haar partij het afgelopen jaar is blijven achtervolgen. Laten we even het een en ander helder stellen: GroenLinks is een samengaan van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), de Communistische Partij Nederland (CPN), de Politieke Partij Radikalen (PPR) en de Evangelische Volkspartij. Met name de PSP, de EVP en in iets mindere mate de PPR waren sterk pacifistisch georiënteerd. En laat nou uitgerekend GroenLinks een beslissende stem verlenen aan het besluit om een politiemissie naar Kunduz te sturen. Een missie, bestaande uit een kleine groep specialisten die Afghanen tot politiemensen moeten opleiden en een grote groep militairen ter bescherming. Een beetje politiek leider moet bij een besluit, dat haaks staat op de traditie waarin de partij geworteld is, rekening houden met de vergaande betekenis ervan. Jolande Sap had moeten weten dat een dergelijk breken met haar wortels de partij veel stemmen zou gaan kosten. Het feit dat ze daar blijkbaar geen rekening mee heeft gehouden, tekent haar ongeschiktheid als partijleider. Het congres van GroenLinks had beter door de zure appel heen kunnen bijten en haar naar huis moeten sturen.

maandag, 6 februari 2012

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Partijvoorzitter: Boegbeeld of Bemiddelaar?

Komende zaterdag (11 februari) is het congres van GroenLinks. Eén van de belangrijkere zaken die daar beslist gaan worden is de verkiezing van de nieuwe partijvoorzitter. Ik heb het voorrecht gehad om een paar keer bij verkiezingsdebatten aanwezig te zijn en de kandidaten te ontmoeten. Die bijeenkomsten hebben echter mijn beeld van een voorzitter en voorzittersverkiezingen alleen maar versterkt. Mijn bezwaren zullen geïllustreerd worden met voorbeelden van de voorzitter(sverkiezingen) bij het CDA, de PvdA en GroenLinks.

            Om te beginnen, het principe van de gekozen voorzitter. Na de opkomst van Fortuyn kwamen de Nederlandse politieke partijen tot het inzicht dat ze snel moesten vernieuwen om hun kiezers en ledenbestand enigszins op peil te houden. Het sleutelwoord voor deze vernieuwingen was democratisering. Bij de meeste partijen werd de partijstructuur zodanig veranderd dat congresgangers directe invloed op de partijkoers uit konden oefenen. Een ander aspect was de invoering van de (deels) gekozen lijsttrekker en partijvoorzitter. Bij het direct verkiezen van een lijsttrekker of partijvoorzitter kan men vraagtekens plaatsen; wordt de beste kandidaat wel gekozen? Of is het alleen de persoon met de grootste naam of grootste mond? De verkiezing van partijvoorzitter wordt echter overdreven.

            Bij verkiezingen horen debatten en die debatten vinden dus ook plaats bij voorzittersverkiezingen. De vraag is alleen: wat is de rol van een voorzitter? Is de voorzitter de persoon die de koers van een partij bepaalt of is de partijvoorzitter toevallig de voorzitter van het partijbestuur? Naar mijn mening vooral het laatste: een partijvoorzitter hoort een bindende persoon te zijn; ondanks het feit dat de voorzitter het partijbestuur voorzit is de invloed op de partijkoers nog altijd relatief beperkt. Vandaar dat een voorzitter maar beter de verbindende en bemiddelende rol kan aannemen: zeker bij de huidige Nederlandse politieke partijen is dat hard nodig.

            De hiervoor genoemde debatten gaan meestal toch over de inhoud en het blijkt uit campagne binnen GroenLinks dat beide kandidaten helemaal niet veel van elkaar verschillen qua standpunten. Daarom zijn de punten naar buiten meestal gericht op de stijl of organisatie van de partij. Een goed voorbeeld hiervan is Hans Spekman, die ten eerste pleitte voor een verhuizing van het hoofdkantoor van de PvdA naar een achterstandswijk (terwijl naar mijn mening bereikbaarheid de allerbelangrijkste functie van een partijkantoor hoort te zijn) en ten tweede pleitte voor verkiezingen van alle links progressieve stemmers voor het voorzitterschap van de PvdA. Wat we hier zien is dus dat een inhoudsloze verkiezing leidt tot symboolpolitiek.

            Er is echter een partij waar de voorzitter op het moment van schrijven wél de koers uitzet. Ruth Peetoom is (naar buiten toe) de drijvende kracht achter de ‘herbronning’ van haar partij. In zulke mate zelfs, dat ze nu ook zelf op zoek is naar een leider die deze plannen het beste uit zou kunnen voeren. Peetoom is wel een uitzondering: het CDA verschilt qua omstandigheden behoorlijk met de twee andere genoemde partijen, omdat de complete partijtop in het kabinet zit en de partij in een diepe crisis zit. Tel daar bij op dat niemand in de partijtop van het CDA zit te springen om een nieuwe koers te bepalen en de voorzitter mag het vuile werk opknappen.

            Een partijvoorzitter wordt gekozen om het democratische gehalte van de politieke partij te verhogen, maar hierbij wordt de invloed van een voorzitter zwaar overschat: de voorzitter is niets meer dan de voorzitter van het partijbestuur en heeft dus een beperkte invloed. De belangrijkste functie van een voorzitter is dus om de vleugels van de partij met elkaar te verbinden en zo goed mogelijk te bemiddelen waar dat mogelijk is. Congresgangers van aanstaande zaterdag zouden dan ook niet moeten kiezen op basis van inhoud, maar op basis van communicatie en uitstraling. Een voorzitter is geen boegbeeld, maar een bemiddelaar.


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Partijvoorzitter: Boegbeeld of Bemiddelaar?

In politiek, groenlinks, voorzitter, pvda, campagne, cda, communicatie, congres, crisis, en meer.

Komende zaterdag (11 februari) is het congres van GroenLinks. Eén van de belangrijkere zaken die daar beslist gaan worden is de verkiezing van de nieuwe partijvoorzitter. Ik heb het voorrecht gehad om een paar keer bij verkiezingsdebatten aanwezig te zijn en de kandidaten te ontmoeten. Die bijeenkomsten hebben echter mijn beeld van een voorzitter en voorzittersverkiezingen alleen maar versterkt. Mijn bezwaren zullen geïllustreerd worden met voorbeelden van de voorzitter(sverkiezingen) bij het CDA, de PvdA en GroenLinks.

            Om te beginnen, het principe van de gekozen voorzitter. Na de opkomst van Fortuyn kwamen de Nederlandse politieke partijen tot het inzicht dat ze snel moesten vernieuwen om hun kiezers en ledenbestand enigszins op peil te houden. Het sleutelwoord voor deze vernieuwingen was democratisering. Bij de meeste partijen werd de partijstructuur zodanig veranderd dat congresgangers directe invloed op de partijkoers uit konden oefenen. Een ander aspect was de invoering van de (deels) gekozen lijsttrekker en partijvoorzitter. Bij het direct verkiezen van een lijsttrekker of partijvoorzitter kan men vraagtekens plaatsen; wordt de beste kandidaat wel gekozen? Of is het alleen de persoon met de grootste naam of grootste mond? De verkiezing van partijvoorzitter wordt echter overdreven.

            Bij verkiezingen horen debatten en die debatten vinden dus ook plaats bij voorzittersverkiezingen. De vraag is alleen: wat is de rol van een voorzitter? Is de voorzitter de persoon die de koers van een partij bepaalt of is de partijvoorzitter toevallig de voorzitter van het partijbestuur? Naar mijn mening vooral het laatste: een partijvoorzitter hoort een bindende persoon te zijn; ondanks het feit dat de voorzitter het partijbestuur voorzit is de invloed op de partijkoers nog altijd relatief beperkt. Vandaar dat een voorzitter maar beter de verbindende en bemiddelende rol kan aannemen: zeker bij de huidige Nederlandse politieke partijen is dat hard nodig.

            De hiervoor genoemde debatten gaan meestal toch over de inhoud en het blijkt uit campagne binnen GroenLinks dat beide kandidaten helemaal niet veel van elkaar verschillen qua standpunten. Daarom zijn de punten naar buiten meestal gericht op de stijl of organisatie van de partij. Een goed voorbeeld hiervan is Hans Spekman, die ten eerste pleitte voor een verhuizing van het hoofdkantoor van de PvdA naar een achterstandswijk (terwijl naar mijn mening bereikbaarheid de allerbelangrijkste functie van een partijkantoor hoort te zijn) en ten tweede pleitte voor verkiezingen van alle links progressieve stemmers voor het voorzitterschap van de PvdA. Wat we hier zien is dus dat een inhoudsloze verkiezing leidt tot symboolpolitiek.

            Er is echter een partij waar de voorzitter op het moment van schrijven wél de koers uitzet. Ruth Peetoom is (naar buiten toe) de drijvende kracht achter de ‘herbronning’ van haar partij. In zulke mate zelfs, dat ze nu ook zelf op zoek is naar een leider die deze plannen het beste uit zou kunnen voeren. Peetoom is wel een uitzondering: het CDA verschilt qua omstandigheden behoorlijk met de twee andere genoemde partijen, omdat de complete partijtop in het kabinet zit en de partij in een diepe crisis zit. Tel daar bij op dat niemand in de partijtop van het CDA zit te springen om een nieuwe koers te bepalen en de voorzitter mag het vuile werk opknappen.

            Een partijvoorzitter wordt gekozen om het democratische gehalte van de politieke partij te verhogen, maar hierbij wordt de invloed van een voorzitter zwaar overschat: de voorzitter is niets meer dan de voorzitter van het partijbestuur en heeft dus een beperkte invloed. De belangrijkste functie van een voorzitter is dus om de vleugels van de partij met elkaar te verbinden en zo goed mogelijk te bemiddelen waar dat mogelijk is. Congresgangers van aanstaande zaterdag zouden dan ook niet moeten kiezen op basis van inhoud, maar op basis van communicatie en uitstraling. Een voorzitter is geen boegbeeld, maar een bemiddelaar.


zaterdag, 4 februari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

De glijvlucht omlaag van Poetin

In samenleving algemeen, demonstranten, poetin, rusland, ahmedinejad, angst, bezig, buitenland, de, en meer.

Vandaag zijn de Russen door de oppositie opgeroepen weer te demonstreren. Het is de vraag of, om in winterse termen te blijven, het ze lukt gaandewegeen wak te maken waar Poetin in zal verdwijnen. Het vergt moed om in Rusland te demonstreren. Het trotseren van de kou is daar een detail bij. Daar kun je je nog op kleden. Op de gevolgen voor je privé-leven die het kan hebben is het moeilijker je voor te bereiden. Onderwijzers die mee zouden willen demonstreren is dat verboden: hen is opgedragen een pro-Poetindemonstratie bij te wonen die tegelijkertijd vandaag zal plaatsvinden.

Zoals bij zo veel demonstraties zullen er achter de gemeenschappelijke noemer (weg met Poetin) vele private motieven schuilgaan. Voor de één is de grote corruptie dé reden, de ander wil meer welvaart en een derde wil rechtsgelijkheid. Bovenal is er, denk ik, vooral woede. Opgespaarde woede, wat niet met enkele demonstraties is gelucht, maar waar grotere gebeurtenissen voor nodig zijn om het te temperen. Poetin weet dat maar is te afhankelijk van zijn eigen coterie en te verslaafd aan zijn eigen machtshonger om daar adequaat mee om te gaan. Hij ziet het gevaar, maar omdat hij er niet mee kan omgaan, ontkent hij het. In Birma hebben de machthebbers het gevaar wel tijdig onderkend. In enkele Arabische staten waren de leiders ook te onmachtig.

Rusland raakt door de expliciet geworden strijd om recht en macht steeds meer vervreemd van het het buitenland. De geschiedenis van Rusland wordt gekenmerkt door isolationisme en introvertie. Dus beschuldigingen, zoals van Poetin eerder, dat buitenlandse krachten de demonstranten opzwepen vallen in een welbekende aarde. En Poetin zal zelf ook met enige angst zien dat de globaliserende wereld de schuttingen en hagen steeds verder kortwiekt. In de gemeenschap van Europa worden tegenwoordig grondwetswijzigingen opgelegd (Begrotingsdiscipline) of tegengehouden (Hongarije). In de liga van Arabische Staten wordt Assad van Syrië gevraagd terug te treden en stuurt men waarnemers. En zelfs de Afrikaanse Unie vindt een eenheid en overtuiging om bij Ivoorkust vorig jaar positie te kiezen.

Het is niet waarschijnlijk dat de Verenigde Naties Rusland straks sancties zal opleggen om  frauduleus verlopen presidentsverkiezingen. De reputatie van de Russische staat en de geloofwaardigheid van zijn leider devalueert uiteraard wel. Voor een land dat zich, net als eerder Birma, een teruggetrokken bestaan binnen de wereldgemeenschap toe eigent, is dat geen groot probleem. Maar Poetin wil juist doen alsof hij legitiem een land leidt dat in het licht kan staan van Amerika en de EU. Die missie is hij met elke demonstratie die de Russen nu organiseren bezig te verliezen. Ik zie er als cartoon bij dat Poetin zich straks opnieuw op de presidentsstoel hijst, maar als hij even omlaag kijkt ziet dat de poten aardig zijn aangetast door vuur, houtrot en andere aandoeningen.

Poetin komt als nieuwe president straks terecht in het treurige rijtje van Loekasjenko, Ahmedinejad en Mugabe. Types die niet alleen triestig zijn door hun wereldvreemdheid en egoïsme, maar ook doordat ze zo overduidelijk vervreemd zijn van hun volk. Die macht hebben de demonstranten vandaag en de komende tijd in ieder geval, te laten zien dat Poetin straks misschien wel in naam president van Rusland is, maar niet van de Russen. En misschien is daarmee de glijvlucht van Poetin naar de harde grond, of dieper nog, het koude ijswater, in gang gezet. En hebben de ontberingen die men ondergaat door mee te demonstreren uiteindelijk ook voor hun eigen omstandigheden heilzame gevolgen.

maandag, 23 januari 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Linkse Lente?

In het weekend dat PvdA en CDA hun congressen hielden, werd Emile Roemer wakker met een cadeautje. Voor het eerst in de geschiedenis was de SP de grootste in de peilingen. De roerganger van de SP heeft een mooie virtuele winst binnengepraat. Kiezers van PvdA en PVV zijn het erover eens. Na alle Pimmen, Rita’s en Geerten, is Emile Roemer nu dé man voor de zwevende stem. Tweeëndertig virtuele zetels mocht hij bezetten volgens peilend orakel Maurice de Hond. Volgens het onderzoek van trekt de SP onder Roemer vooral kiezers met een laag inkomen, en haalt ze weg bij Wilders’ PVV.

Volgens Emile komen zijn nieuwe kiezers van de PVV, omdat ze daar eindelijk door beginnen te krijgen dat Geert Wilders de ene na de andere belofte breekt. Job Cohen is ondertussen dolblij en helemaal niet zurig over het nieuws van Maurice de Hond. Hij ziet de stemmen van de PVV graag naar de SP verdwijnen. En wat betreft de Partij van de Arbeid zelf; die gaat het minderheidskabinet van Rutte en Verhagen in zijn sop laten gaarkoken de komende maanden. Als de PVV het af laat weten, moeten ze maar nieuwe verkiezingen uitschrijven, luidt het devies. En dan volgt er vast een heerlijk warm bad van linkse samenwerking…

Het is echter nog maar de vraag of Cohen daar zo blij moet zijn. Want hoewel Geert en Emile het stellig zullen ontkennen, zijn de PVV en de SP wel degelijk verwante partijen. De kiezers stappen niet voor niets zo makkelijk over de links-rechts-grens. Geert mag nog zo’n hekel hebben aan alles wat riekt naar links, en Emile Roemer kan zich nog zo verontwaardigd voelen door het bruuske taalgebruik van de gemiddelde PVV’er, we hebben het over twee partijen die – op het standpunt van immigratie en ontwikkelingssamenwerking na – meer met elkaar gemeen hebben dan ze voor doen komen.

De SP en PVV zijn beiden een partij voor boze, behoudende en zelfs verontwaardigde kiezers, waar we er steeds meer van lijken te hebben. Kiezers die denken ‘het Volk’ te zijn, en te weten wat ‘het Volk’ wil. Kiezers die politici te pas en te onpas voor zakkenvullers uitmaken. Kiezers die Europa het liefst morgen torpederen, zonder zich ook maar een minuutje druk te maken over de mogelijke gevolgen voor hun portemonnee. Kiezers die zich überhaupt niet graag verdiepen in ingewikkelde materie, maar aan een paar rake oneliners genoeg hebben om hun waardevolle stemrecht in het stemhokje te verzilveren. Kiezers die bovenal graag overal “nee”op zeggen…

Het lijkt mij tijd, dat niet alleen de politici van PvdA (en CDA), maar ook GroenLinks zich eens achter de oren gaan krabben. Want als dit zo door gaat, bereiken PVV en SP samen bij de volgende verkiezingen meer dan 50 zetels, of misschien zelfs het pluche. En het is leuk, al dat gepraat over een linkse lente, maar of de SP die lente gaat brengen, waar deze eurofiele partijen op zitten te wachten? Het lijkt mij niet. Met een stevige SP én PVV in de Tweede Kamer zijn we nog verder heen dan nu. Hoe conservatief wil je het hebben?

Het wordt tijd dat PvdA en GroenLinks eens wat harder roepen wat ze willen. En het wordt tijd om dat gefilosofeer over een linkse samenwerking eens te laten, en het eigen geluid over het voetlicht te brengen, desnoods in extreme jip-en-janneketaal. Ik zou PvdA en GroenLinks graag in een volgend kabinet zien. Maar een kabinet met de SP, daar zit ik nu net niet op te wachten…


zondag, 22 januari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Blekers strijd

In samenleving algemeen, wat was en wat komt, bleker, cda, verhagen, bezig, boodschap, de, electoraat, en meer.

Kan dat, zeggen dat het in de toekomst anders moet maar voorlopig doorgaan op dezelfde voet? Is dat de sleutel tot het herwinnen van vertrouwen? Het CDA meent van wel. Ik denk van niet. We gaan het huis in de toekomst blauw schilderen, maar nu zijn we bezig het rood te maken en daar gaan we nog een tijdje mee door; dat is wat het CDA haar kiezers vertelt. En bij deze verwarrende boodschap moet een leider gevonden worden. Een leider die zowel het rood maken van het huis als het blauw maken ervan kan verdedigen. Ga er maar aan staan. Dat is stevig oefenen in loze zinnen als: “We hebben offers gebracht voor het landsbelang en kiezen nu weer onze eigen weg.”  Nou ja, de zin zelf is niet zo loos, maar wel de afzender. Het CDA heeft namelijk haar electoraat niet ervan overtuigd dat ze mee is gaan regeren uit landsbelang. De indruk is te hardnekkig dat het een machtskeuze is geweest om er als partij groter en sterker uit te komen. En dat is een miscalculatie geweest, zo geven de peilingen aan. Maar geen politicus natuurlijk die peilingen serieus neemt, toch?

Personificatie van die ‘verkeerde’  keuze is Maxime Verhagen. Hij heeft er een imago mee gekregen, of versterkt, want niets ontstaat zo maar, van een niet te vertrouwen, met twee monden pratende politicus. Die naam had Lubbers trouwens ook maar hij hield dat klein door de beeldvorming ook met andere kwaliteiten te laden. Dat is Verhagen niet gelukt. Dit maakt voor Verhagen de nederlaag dubbel: de partij niet gered en zijn gedeukte imago geen nieuwe glans gegeven. En dus zoekt het CDA een leider die wel bij de verwarrende boodschap past.

Niet opmerkelijk dus dat Henk Bleker dan wordt genoemd. En dat ook niet in de laatste plaats dankzij zijn eigen inspanningen. Bleker is met Verhagen de architect van het minderheidskabinet. Tegelijk heeft hij het vrijgevochtene, het tikkeltje optimistische onverantwoordelijke, van een schilder die nu nog met rood verft en tegelijk het mooi weet te vertellen dat het toch straks allemaal blauw zal zijn. CDA-leider kan hij, denk ik, prima zijn, maar van een CDA-leider wordt door CDA’ers altijd (nog steeds? ik vrees van wel) verwacht dat hij het land gaat leiden. En of het CDA-electoraat de vraag of Bleker dat is toevertrouwd in voldoende meerderheid positief zal beantwoorden is zeer onzeker. Hij heeft daarvoor niet een echt overtuigend track-record opgebouwd als staatssecretaris. Als Bleker echt wil (en daar is weinig onzekerheid over) is het zijn strijd zich de komende maanden een duidelijker imago aan te meten. Hij heeft het in zich te zijn zoals een frivole Van Agt in zijn dagen (”ik ben een amateur in de politiek”) en met een geloofwaardig gespeelde naïviteit te reageren en te acteren. Ik drukte de associatie wat weg, maar schrijf het nu toch op, komt ook doordat ik Van Agt erbij haal: het CDA heeft eigenlijk behoefte aan een clown. Fortuyn, Verdonk, Wilders: het zijn politieke clowns die rolvast hun boodschap brengen, vaak wereldvreemd, afwijkend van Haagse mores, en daardoor ook aantrekkelijk voor hordes op drift geraakte kiezers.

De verwarrende boodschap waar het CDA zich nu mee op heeft opgezadeld moet de komende jaren verteld worden door een figuur van wie congruentie verwacht kan worden maar daarin zo herkenbaar is dat hij geloofwaardig is. Bleker kan die clowneske rol spelen en wie weet waar dit hem en zijn partij brengt.

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

In politiek, analyse, compassie, crisis, cultuur, debat, democratie, discriminatie, discussie, en meer.

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, oppositie, opvallende, overheid, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

dinsdag, 20 december 2011

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid

In samenleving algemeen, noord-korea, omgevingsbewustzijn, overheid, werkelijkheid, bedrijf, bestuur, bezig, burgers, en meer.

kim-jong-il-looks-31Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid. Dat zit in onze natuur. Kim Jong Il (”I didn’t know Kim Jong was il!” was een goede grap die ik gisteren hoorde) kon tot in extremis zijn eigen werkelijkheid  maken. Er was niemand die hem tegensprak. Niemand die hem wees op gevolgen. Het is niet uniek dat mensen op hoge posities de werkelijkheid vervormen door gebrek aan weerwoord. Soms maken ze het er zelf naar en soms is de omgeving te bescheiden of te bewonderend om het weerwoord te geven. De vertrokken directeur van het COA en Cruyff, zijn namen die me nu zo te binnen schieten. Hun leren te veranderen is vermoedelijk tevergeefs. Hooguit hebben schade & schande een gevolg, maar die kan ook negatief zijn: bevestigen dat hun aannames klopten, zij gelijk hebben en de rest niet.

Het percipiëren van een eigen werkelijkheid lijkt met deze voorbeelden ongewenst en fout. Dat kan het worden, maar is het niet. Het is ook een vorm van zelfbescherming en daarmee een middel om zelfvertrouwen te hebben. Samenlevingen waar mensen het recht op het vormen van eigen meningen wordt misgund, munten niet uit in zelfbewuste burgers. Zie wederom Noord-Korea en vindt hierin een mogelijke verklaring voor de enorme klaagzangen en publieke treurnissen na de dood van de Grote Leider. In onze samenleving is het iedereen gegund een eigen werkelijkheid te hebben. Dat gaat gepaard met vrije meningsuiting. Maar dat wil niet zeggen dat het dus ook alleen maar goed is. Voor een gezonde beleving van de eigen werkelijkheid is debat noodzakelijk. Zonder debat ontspoort het, zoals bij Albayrak en Cruyff. Met debat worden mensen gedwongen tot dynamiek: hun werkelijkheid is geen statisch gegeven maar erodeert al naar gelang wie ze spreken, wat ze lezen en zo voort.

Er zijn beroepen die dit type van confrontaties ook bewust moeten opzoeken. Beroepen die het wel en wee van de samenleving of een bedrijf of organisatie bepalen. Privé is het hun gegund een werkelijkheid te percipiëren en daar zonder of met tegenspraak bij te blijven, zakelijk is het de eis dat ze daar juist actief mee bezig zijn. Ze moeten zichzelf steeds de vraag stellen of zoals zij het zien anderen dit ook zo zien. Met die vorm van omgevingsbewustzijn kunnen ze beter inschatten waar ze ferm of juist ontvankelijk moeten zijn, waar ze kunnen versnellen of juist vertragen. Ik ben er van overtuigd dat hoe meer overheden met een goede dosis omgevingsbewustzijn opereren, hoe meer men aansluiting vindt op de gehorizontaliseerde werkelijkheid waar de Raad voor Openbaar Bestuur  vorig jaar over adviseerde. Een mondige en assertieve samenleving, kenmerkend voor de horizontalisering, wil gezien en gehoord worden. Een overheid die met de juiste voelhoorns werkt zal vertrouwen winnen.

Noord-Koreaanse toestanden gelden inmiddels als spreekwoordelijk voor de manie en branie waarmee het land is geleid en de effecten die dat heeft gehad op de bevolking. Zeker geen wenkend perspectief. Wel een nuttig schrikbeeld. En voor Nederlanders vermoedelijk een overbodige, hoewel voor sommige politiek populisten ook bij momenten verleidelijk. Macht is onder meer jouw redeneerwijze en ideeën zo breed mogelijk te laten landen. Als jij de rechtsstaat aanvalt en en velen volgen jouw beweegreden en oordeel, dan is dat macht. En als dan het weerwoord stokt, kan die macht zo maar beklijven en electoraal vertaald worden.

Dat roept ook de vraag op hoe ‘eigen’ ieders werkelijkheid is. Of vraag…. Ik denk wel dat je kunt stellen dat er sprake is van een hoog gehalte copy & paste. Maar beter goed gejat dan slecht bedacht. En uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van argumenten en houdbaarheid van denkbeelden.  Die worden getoetst door debat en door open te staan voor andere meningen. Daar heeft de Nederlandse samenleving een voortdurende uitdaging in en hebben onze overheden en bedrijven een permanente opdracht in.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 3552 uur (148 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,4 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2