dinsdag, 31 januari 2012

Huren of kopen?

In overige columns, banken, crisis, huren, hypotheek, hypotheekrenteaftrek, kopen, aldi, betalen, en meer.

Er komt een moment in je leven dat je niet meer bij je ouders kan of wil leven. Dan moet je dus zelf onderdak vinden. Zelf ging ik op kamers, studeren op mijn 18e. Klein hokje in een slechte buurt, al zag ik pas achteraf hoe slecht. Ik heb er met plezier gewoond.

Tegenwoordig is de tendens om zo snel mogelijk te kopen. Want door te huren ‘bouw je niets op’. Of ‘je gooit het geld elke maand weg’, is een ander argument. Sinds de economische crisis zijn het vooral huizenbezitters die in de problemen komen. Sterker nog, door de banken die graag vele onverantwoorde hypotheken wilden verkopen, is de crisis begonnen. Mensen die zich geen huis konden veroorloven, kochten er toch een. Anderen die een klein huis hadden moeten kopen, kochten een groot huis.

De crisis valt best mee. Ook al wil men u anders doen geloven, de meeste hypotheekbezitters betalen gewoon maandelijks aan de bank, kunnen nog gewoon op vakantie en hoeven nog niet bij de Aldi boodschappen te doen.

De probleemgevallen zijn jongeren die samen een huisje kochten en er iets later achter komen dat ze toch nog niet toe zijn aan samenwonen. Of elkaar ondertussen niet meer lief vinden. Mensen die uit elkaar gaan en een onverkoopbaar huis bezitten. Ik ben blij dat ik al aan de verkeerde kant van de dertig was toen ik mijn eerste hypotheek afsloot. Ik heb vele jaren gehuurd en daar is niets mis mee.

Daarom dus een pleidooi voor huren. Wat is er mis met eerst eens aanzien hoe het gaat? Waarom moet je je meteen in de schulden steken? Je hoeft je huis niet als beleggingsobject te zien. Je hoeft niet een mooier huis dan je ouders te kopen als je pas 24 bent. Er is niets mis met buren die van een uitkering leven. Een lagere school voor je kind waar kinderen uit een arme buurt ook komen, betekent niet dat jouw kind ook slecht Nederlands gaat praten.

De crisis raakt mij nauwelijks. Koopkrachtniveau 2005. Nou nou, toen hadden we het slecht. Misschien zakken we zelfs wel terug naar 1998! Dan moeten we in Guatemala toch maar eens een inzamelactie houden voor al die mensen die geen weekendje meer weg kunnen nadat ze op wintersport en cruise zijn geweest. De crisis raakt degenen met een hoge schuld. Zij die een huis kochten, waar ze eigenlijk hadden moeten huren. Niet meer doen dus. Wees verstandig, koop pas een huis als je zeker weet dat je het je kunt veroorloven. Economie is niet zo moeilijk.


maandag, 30 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Maria

In het menu, boerderijwinkel, glimlach, gezondheid, lezen, werk.
We lopen samen naar buiten. Ik open de deur en laat haar met een handbeweging voorgaan. Een glimlach van lang vervlogen tijden verschijnt op haar gezicht Maria is een struise 67-jarige boerin, grote boezem en grote ruwe handen, rood van het zware werk. Met die handen maakt ze nu liefdevol fruitmanden voor de klanten in haar boerderijwinkel. Ooit is zij de winkel begonnen, als een soort hobby naast het echte boerenwerk van haar man. Groente, fruit, melk, vlees en eieren direct van de boer, in kisten en rekken bij elkaar gezet op de deel. Dat sloeg aan en de winkel is uitgegroeid tot de belangrijkste bron van inkomsten. De jongste zoon voert er nu de scepter, maar hij kan nog niet helemaal zonder de hulp van zijn moeder. Haar been sleept een beetje, de hernia van twee jaar geleden heeft zijn sporen nagelaten. Als ik naar haar gezondheid vraag knikt ze en haalt lichtjes de schouders op. Ze weet dat het niet beter zal gaan. Aan alles in Maria valt af te lezen dat ze de controle over haar leven steeds meer moet overgeven aan anderen. Dat boezemt haar angst in. Maar dan toch die glimlach, een levensteken.

vrijdag, 27 januari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

De duurzaam stromende rivier #wot 3


Heraclitus (linksonder)
op de School van Athene
 Heraclitus, de ‘duistere’ filosoof, zou als eerste de zin Panta Rhei (alles stroomt) hebben gezegd. Heraclitus’ bijnaam was de ‘duistere’ filosoof, omdat hij, gedreven door haat voor zijn medemens, als kluizenaar door het leven ging. Hij woonde in de bergen en at niets anders dan gras en kruiden. Net zo droevig als zijn leven was ook zijn dood. In de bergen werd hij ziek, waardoor hij toch weer terug de stad in moest.  Hij wilde dat de arts hem insmeerde met koeienmest in de hoop zijn duistere gemoed uit te drijven. Die koeienmest is hem fataal geworden. Hoe is niet helemaal duidelijk. Het lukte hem niet om de opgedroogde koeienmest van zijn lichaam te halen, waarna hij werd opgegeten door een troep honden. Een andere versie is dat hij verdronk in de mest waarin hij werd ondergedompeld.* Net zo duister als zijn leven zijn ook zijn gedachten. Naast Panta Rhei heeft Heraclitus een andere fascinerende uitspraak gedaan: ‘We kunnen niet tweemaal in dezelfde rivier afdalen’. De gangbare interpretatie is dat zowel het water dat door de rivier stroomt als de persoon geen moment hetzelfde zijn. Toch is daar de eenheid scheppende bedding van de rivier. De tegenstelling in deze uitspraak vind ik treffend. Wat ons mensen bindt is niet te vinden in een persoonlijke zoektocht, deze gaat eraan vooraf en volgt erop. Wat ons mensen bindt ligt in wat wij delen met elkaar: onze menselijke wereld. Daarom vind ik het streven naar duurzaamheid zo belangrijk, omdat daarin mijn verantwoordelijkheid voor onze aarde tot leven komt. De uitspraak van Heraclitus inspireerde mij ooit tot het volgende verhaal. In dit verhaal komt mijn zoektocht naar verantwoordelijkheid tot leven.

De rivier stroomt al eeuwen door het landschap. In de lente neemt de snelheid van het water en de omvang van de rivier door smeltwater toe. In de herfst gebeurt dit door de heftige najaarsbuien. Overstromingen vinden regelmatig plaats. Bij de bron van de rivier ziet het landschap er anders uit dan bij de mond. De rivier begint met watervalletjes, stort zich daarna in stroomversnellingen waaruit zalmen omhoog springen, creëert draaikolken en eindigt bij de mond in een breed deltalandschap, met kleine poeltjes waarin kikkers leven. Hoe hoog het water morgen staat is niet te voorspellen. De mensen die bij de bron wonen, maken zich hier niet druk om. De mensen in de delta echter werpen dijken op om te voorkomen dat ze elk voorjaar natte voeten hebben. De mensen bij de bron bouwen stuwdammen, de bomen in de omgeving hoeven niet langer gekapt te worden om ’s winters in de warmte te zitten. Een plaatselijke fabriek maakt handig gebruik van het stromende water om haar machines te kunnen koelen en het afvalwater te lozen. Pas na protesten van boeren worden er filters geïnstalleerd. Er wordt een kanaal aangelegd, dat de rivier met een ander verbindt. Er komt meer scheepvaart. In de delta wordt een grote haven gebouwd. Om te voorkomen dat hoog water het aanmeren onmogelijk maakt, worden sluizen toegevoegd. Halverwege stroomt de rivier door een grote stad, de oevers zijn verbonden met bruggen. Rondvaartboten doorkruizen de weg van de scheepvaart. Het panorama vanaf de brug is elke dag anders. De ene dag is de rivier grijs en wild, de andere dag is de rivier glad als olie. Toch noemen de mensen haar al eeuwenlang de blauwe rivier.
Ik heb dit verhaal geschreven tijdens mijn onderzoek naar de spagaat in de sociale werkvoorziening, een thema dat nu weer erg actueel is. Waarvoor zou de Sociale werkvoorziening moeten gaan: haar maatschappelijke rol of haar economische rol? Het niet kunnen kiezen tussen dit duivelsdilemma bracht de Sociale Werkvoorziening in een metaforische spagaat. Ik kwam er in mijn onderzoek ook niet uit. Het zwaard van Damocles is nu gevallen, hart en ziel van dit unieke bedrijf zijn gespleten. En toch stroomt er ook nu weer nieuw water door de rivier, waarin hoop besloten ligt.

Meer lezen over mijn onderzoek?  'Oefening baart kunst; Over de spagaat in de sociale werkvoorziening' in  PDF of via publicaties op mijn website.


* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Stroom". In gedachten op donderdag geschreven, gepubliceerd op vrijdag.

*Ontleend aan Simon Critchley 'Over mijn lijk'

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Utilisten, liberalen en dieren

De basis van dierenrechten is, filosofisch gezien, precair. Traditionele politieke theorieën zijn niet goed in staat om zulke rechten te verdedigen. In het boekje Een waardig bestaan schetst Martha Nussbaum een potentiële oplossing: haar eigen op capaciteitengerichte politiek-filosofische theorie.

Dierenrechten als een filosofisch probleem

Veel mensen hebben de intuïtie dat je niet wreed mag zijn tegen dieren. Stierenvechten voelt als een barbaarse praktijk, waar we zo snel mogelijk vanaf zouden moeten. Maar wat is de politiek-filosofische basis van dierenrechten? De traditionele liberale politieke theorieën bieden geen ruimte voor dierenrechten. Deze streven naar een zo groot mogelijke individuele vrijheid voor rationele burgers. Liberale theorieën zien maar een relevante groep rechtssubjecten: rationele mensen. Liberalen willen mensen in staat stellen om zelf hun eigen ideeën van het goede leven in de praktijk te brengen. Dieren kunnen niet als vrij en rationeel vorm geven aan het eigen leven.

Utilisen lijken dieren gemakkelijk op te kunnen nemen in hun theorieën. Prominente utilisten als Singer hebben zeer veel gedaan om dierenrechten filosofisch te funderen. Utilisten hebben niet veel met rechten, maar destemeer met welzijn. Een recht is voor een utilist niet veel meer dan de erkenning dat het welzijn van een partij ‘telt’. Utilisten willen het totale geluk zo groot mogelijk maken. Dieren kunnen pijn en geluk voelen. Hun geluk en pijn kunnen dus ook mee tellen. Dat klinkt allemaal mooi, maar utilisme leidt vaak tot onintuïtieve conclusies. Ik heb hier al eerder over geschreven. De meest typische utilistische paradox is een happiness monster, een wezen dat zeer gelukkig wordt van het lijden van andere wezens. Zolang zijn geluk maar groot genoeg is, kan dat ieder lijden als irrelevant klein ter zijde worden geschoven: de Westerse consument gedraagt zich vaak als een happiness monster: als ik maar heel gelukkig wordt van het eten van hamburger, dan telt het ongeluk van het dier niet. Dat lijkt me een zeer zwakke verdediging van dierenrechten.

Capaciteitenbenadering als een oplossing

De derde traditionele stroming in de filosofie naast het op Kant geïnspireerde liberalisme en het utilisme is de deugdenethiek van Aristoteles. Aristoteles stelt matiging centraal: deugdzaamheid is vermogen om het midden te vinden. Tussen de extremen van lafheid en roekeloosheid, ligt moed. Ik heb altijd gedacht dat je in deze theorie nooit dierenrechten kan verdedigen. Matiging is een zeer zwakke politieke categorie: men kan hier nooit universele, voor iedereen geldende rechten mee rechtvaardigen. Dierenliefde is een deugd, maar de deugd van dierenliefde ligt tussen squeamishness en wreedheid. Of iemand meer dierenliefde moet tonen, hangt af van de vraag of hij van nature geneigd is naar wreedheid of juist naar squeamishness tegen dieren. Ik ben van nature squeamish: ik kan slecht lijden, bloed of pijn zien. Aristoteles zou mij zeggen: “Man up! Wurg eens een kat met je blote handen, want je helt te verder door naar zachtheid.”

Martha Nussbaum gaat echter een stap verder in haar analyse: ze stelt dat niet matiging de belangrijkste categorie voor Aristoteles is, maar ‘eudaimonia‘, wat ze vertaalt naar het Engelse functioning. Een functioning is een waardevolle menselijke activiteit of toestand. We ontplooien ons door onze functionings te realiseren. Nussbaum wil dat mensen zich kunnen ontplooien. Dit betekent volgens haar dat de overheid de voorwaarden moet scheppen voor om zich mensen in bepaalde activiteiten te ontplooien. Ze noemt deze voorwaarden capaciteiten.

Nussbaum slaat een balans tussen liberalisme en utilisme: haar theorie is liberaal omdat ze probeert de capaciteiten van mensen te vergroten, niet hun daadwerkelijke functionings. Het niet-liberale element van haar theorie is dat Nussbaum een lijst heeft vast gesteld van functionings waardevolle menselijke activiteiten of toestanden die voor ieder mens beschikbaar zouden moeten zijn: in deze lijst staan onder andere gezondheid, leven, denken, emotie, spel, betrokkenheid bij andere mensen en controle over je eigen omgeving. Haar theorie is utilistisch in de zin dat ze streeft naar een bepaalde vorm van geluk, namelijk het geluk dat we ervaren door ons te ontplooien. Echter, haar theorie is niet utilistisch omdat ze niet probeert het geluk zo groot mogelijk te maken, maar probeert om mensen in staat te stellen om zelf hun functioning te kiezen.

Nu kunnen we deze theorie van capaciteiten ook toepassen op dieren. Ook dieren zijn immers in staat om goed te functioneren: in klassieke lijstjes van dierenrechten zoals de “vijf vrijheden” komen deze elementen voor. Dieren moeten vrij moeten zijn van honger, pijn, ziekte en stress, maar bovendien moeten dieren hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen samen met soortgenoten. We zien hier eigenlijk twee groepen claims: ten eerste moeten dieren gezond zijn en ten tweede moeten ze zich op een soort eigen manier kunnen ontplooien. In dat tweede zien we duidelijk een notie van functioning. Een konijn functioneert het best als konijn als het typisch konijnengedrag mag vertonen: graven, herkauwen, rondhupsen.

Capaciteiten kritisch tegen het licht

De capaciteitenbenadering heeft een aantal beperkingen, zeker waar het gaat om het dierenrijk. Het goed functioneren van dieren kan nog wel eens tegengesteld zijn aan elkaar. Een kat kan zich het best ontplooien door de jacht. Dat is echt soort-eigen gedrag van de kat. Op het moment dat hij een muisje vangt, is het echter snel afgelopen met het goed functioneren van het muisje.1 Nussbaum heeft hier wel een antwoord op: dieren kunnen soort eigen gedrag vertonen zonder andere dieren schade te doen. Een kat kan jagen op een led-lampje en een tijger in een dierenpark kan goed zijn katachtige jachtinstincten uitleven op een bal. Ik vraag me af of een kat die jaagt op bal evengoed functioneert als een kat die jaagt op een prooidier. Het een lijkt toch een slechte kopie van het ander.

Maar er is een groter bezwaar: volgens mij is het niet de verantwoordelijkheid van mensen om voor dieren in het wild te zorgen. Het lijkt me zeker niet de bedoeling dat we alle roofdieren uitmoorden ten bate van de prooidieren. Niet alleen omdat we niet weten wat er zal gebeuren, maar bovendien omdat dat onze verantwoordelijkheid niet is. Dit is een typisch probleem van utilisten, waar ook de capaciteitenbenadering onder lijdt. Deze theorieën maken geen onderscheid tussen wat wel de verantwoordelijkheid van de overheid is en wat niet. Het lijden van dieren dat wordt veroorzaakt door menselijk handelen is inderdaad een politiek probleem, het lijden dat in de natuur ontstaat door menselijk-niet-handelen is onderdeel van de natuur.

De benadering van Nussbaum is welkome bijdrage aan het debat over dierenwelzijn, maar is volgens mij nog steeds onvoldoende sterk om de verplichtingen van mensen tegenover dieren te rechtvaardigen.

woensdag, 25 januari 2012

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

“Mijn vriend is gek op zijn kinderen en houdt ook van zijn vrouw”

In nieuws uit allochtonië, uncategorized, homo, homo-emancipatie, homoseksualiteit, homoseksuele identiteit.
Over relaties van Nederlandse homo’s met getrouwde allochtone mannen Hafid en Thijs woonden in 2009 ruim 17 jaar samen toen Thijs te horen kreeg dat hij ongeneeslijk ziek was en niet lang meer te leven had. Omdat Thijs zijn erfenis en pensioen gemakkelijk wilde regelen, stelde hij Hafid voor om te gaan trouwen. Hafid reageerde [...]

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

“Mijn vriend is gek op zijn kinderen en houdt ook van zijn vrouw”

In nieuws uit allochtonië, uncategorized, homo, homo-emancipatie, homoseksualiteit, homoseksuele identiteit, mannen, pensioen, allochtone, en meer.
Over relaties van Nederlandse homo’s met getrouwde allochtone mannen Hafid en Thijs woonden in 2009 ruim 17 jaar samen toen Thijs te horen kreeg dat hij ongeneeslijk ziek was en niet lang meer te leven had. Omdat Thijs zijn erfenis en pensioen gemakkelijk wilde regelen, stelde hij Hafid voor om te gaan trouwen. Hafid reageerde [...]

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Wethouder Bart Eigeman kiest een andere weg

Volgende maand draagt Bart Eigeman het wethouderschap over aan een opvolger. In de raadsvergadering van 24 januari liet hij dit weten. “Ik ben met hart en ziel verbonden aan mensen en de gemeente ’s-Hertogenbosch, maar het is nu tijd om mijzelf te leren kennen in een andere werkkring. Bovendien is het goed ruimte te maken voor een opvolger nu de regeerperiode van dit college nog niet op de helft is.” De fractie van GroenLinks maakt op korte termijn de voordracht van de opvolger van Bart bekend.

Bart weet nog niet wat hij na 28 februari gaat doen. “Tot vandaag heb ik me iedere dag opnieuw helemaal gegeven in dit werk. Elf jaarlang heb ik topsport bedreven, Ik heb even de tijd nodig daarvan los te komen voor ik me in een nieuwe uitdaging stort. Ik blijf wel aan de slag met `mensen uitdagen, inspireren en verbinden’ om het positieve uit zichzelf en hun omgeving te halen.”

Bart kijkt heel positief terug. “Ik ben dankbaar voor het vertrouwen van kiezers én het vertrouwen wat ik van de mensen kreeg die geen GroenLinks stemden. Ik heb de mensen in de stad graag vertegenwoordigd. Met velen uit de stad heb ik de afgelopen jaren mogen samenwerken.

En ik ben optimistisch gestemd: er zijn heel veel mensen die – vaak vrijwillig – zich inzetten om hun leven en dat van anderen een beetje mooier te maken. Er zijn heel veel bedrijven en instellingen die zich inspannen voor onze stad. Politiek hoeft je niet aan politici alleen over te laten. De kunst voor de politici is, de kracht in de samenleving tot bloei te laten komen. En daar blijf ik een bijdrage aan leveren, de komende jaren vanuit een ander gezichtspunt dan de politiek.”

dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Basisinkomen als nieuwe zekerheid.

Het goede leven dat wordt nagestreefd met het basisinkomen veronderstelt een bepaald mensbeeld, waarbij het uitgangspunt is dat mensen de juiste keuzes maken als zij voldoende vrijheidskansen krijgen. Daar zit een zekere generalisatie in opgesloten. Enerzijds dat mensen in meerderheid het goede leven nastreven en anderzijds dat dit wordt bewerkstelligt door het doorvoeren van een [...]

maandag, 23 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

John Irving – Last night in twisted river

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, john irving, lezen, belangrijk, evenementen, film, en meer.

John Irving - Last night at twisted riverJohn Irving – Last night in twisted river

Een boek van Irving is altijd een cadeau. Het woord epos komt vaak in me op. Het boek gaat ook nooit over een paar weken of een enkele gebeurtenis, het duurt decennia en de vele evenementen zijn allemaal onderling met elkaar verbonden. Alleen al daarom is elk boek weer een plezier om te lezen.

Aan de andere kant komt de voorspelbaarheid vaak om de hoek. Noordoost Verenigde Staten, een schrijver, beren, wat worstelen, minimaal 400 pagina’s, de overeenkomsten met meerdere voorgaande boeken zijn duidelijk.

Daarom ook kan ik wachten tot de paperback er is, hoef ik het boek niet perse meteen aan te schaffen. Ik stond op het punt, toen ik de kans kreeg om het boek door hem zelf te laten signeren. Maar de hoofdprijs die betaald moest worden voor een enkel boek had ik die dag niet in mijn portemonnee.

Maar natuurlijk kocht ik het boek later wel, las het dus afgelopen zomer. En weer heb ik me geen seconde geen verveeld, zat er geen overbodig woord tussen op alle 667 bladzijden en sleepte het verhaal me mee van begin tot eind. De schrijver in dit boek heet Danny, eigenlijk Daniel en woont met zijn vader in een houthakkersdorp. Een harde wereld, maar vooral een hele kleine wereld. Met een flinke klap komt er een dramatisch einde aan hun leven in het dorpje Twisted River. Daarna begint een vlucht die decennia lang duurt en altijd een rol blijft spelen in hun leven.

Danny is dan weliswaar de hoofdfiguur, maar de bijrollen (hij ziet zelf geen film in dit boek, hoorde ik destijds tijdens het interview dat Theo Hakkert mocht afnemen) zijn minstens zo belangrijk. Zijn vader Dominic leeft zijn hele leven met een schuldgevoel, wil dat zijn zoon het beter heeft, zoals elke vader overigens. Maar in zijn hoofd speelt wel mee dat de geschiedenis van zijn leven bepalend is geweest voor de manier waarop Danny nu leeft. Vriend Ketchum is niet omnipresent maar is voor zowel Danny als Dominic een erg belangrijke invloed.

Het knappe van de boeken van Irving is dat hij het absurde in zijn verhalen weet te verwerken, zonder dat je het gevoel hebt dat het nergens op slaat. Een naakte parachutiste die jaren in het hoofd van Danny blijft spoken, tot hij bijna gelooft dat hij het niet echt zo gezien heeft. Meerdere voorbeelden kun je zo uit het boek halen.

Gezien zijn leeftijd, de dikte van zijn boeken en de tijd die hij nodig heeft, ben ik bang dat we nog maar een paar boeken mogen verwachten van Irving. Ik zal ze in ieder geval van harte verwelkomen.

Citaat: “Danny stepped off the sidewalk and into the empty street, as if daring the blue Mustang to take notice of him. ‘Please don’t hurt my father or my son,’ Danny said. ‘Hurt me, if you have to hurt someone,’ he said .” (p.396)

Nummer: 11-025
Titel: Last night in Twisted River
Auteur: John Irving
Taal: Engels (US)
Jaar: 2009
# Pagina’s: 667 (8233)
Categorie: Literatuur
ISBN: 978-0-552-77658-5

Meer Twisted River:
Popmatters
Official site
Wikipedia
NY Magazine
New York Times
Guardian
VPRO
Vrij Nederland

Andere Irving boeken door mij gelezen:
My movie business
Waarom ik van Dickens hou
Until I find you
Pension Grillparzer
The fourth hand
A widow for a year


zondag, 22 januari 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Compassie of commitment?

De bel ging. Er stonden 2 meisjes voor de deur en het regende hard. Of ze me iets konden vragen? 'Ja hoor, maar kom dan even binnen staan' , nodigde ik. Ze stapten over mijn drempel; of ik ook wist van wie die kat was die om mijn huis liep te miauwen. Ongewild ontsnapte me een zucht.
' Van de buren verderop' , zei ik.
' Oohh, zijn die dan niet thuis?' vroeg de blonde.
' Jawel' , zei ik.
Met oprechte verbazing in haar blauwe ogen, alsof ik het antwoord zou moeten weten, vroeg ze me waarom de kat dan niet binnen was. Het was immers hondenweer.
Ik moest haar het antwoord schuldig blijven.
Haar vriendinnetje had haar capuchon ver over haar hoofd getrokken en ze keek nieuwsgierig mijn halletje rond.
'Geeft u de kat wel eens te eten?'. Ik verbeeldde me het vast, maar haar stem klonk wat streng en haar ogen zochten naar de attributen die bij kattenvoer hoorden.
'Nee' , zie ik ferm, ' daar begin ik niet aan, want dan blijft ze hier komen en dat wil ik niet.'
De blonde nam het verhoor nu over: ' Vindt u het dan niet zielig?'
Ik legde uit dat ik niet wist of ze miauwde om eten en ja, ik vond het wel zielig. Ik vond ik het hartstikke zielig dat dat dier altijd buiten was en kennelijk geen echt onderkomen had. Ik vond het ook vervelend voor mijzelf, want ze zat soms hele middagen voor mijn tuindeur naar binnen te kijken. Stiekem vond ik die mensen liefdeloos. Waarom nam je een dier als je het niet in huis wilde hebben!
Maar ze poepte ook vaak in mijn tuin en daar had ik dan ook weer de smoor over in. En ik zei er niets van, terwijl ik wel wist waar de kat woonde
Dit schoot allemaal door me heen, terwijl die meisjes stralende en natgeregend op mijn deurmat stonden.

Opeens dacht ik aan allerlei onderwerpen waarvoor we onze ogen en oren sluiten, terwijl we weten of vermoeden wat er aan de hand is. Mishandeling van kinderen, dreigende uitzetting van asielzoekers, mensen die worden lastig gevallen; maar ook collega's die je op hun tenen ziet lopen of een buurvrouw die het maar nauwelijks redt in haar huishouden. Om maar wat te noemen. Soms werd er door anderen wel over gepraat.  Natuurlijk waren er ook mensen die  wel handen uitstaken. Maar niet altijd. Niet door mij voor die kat, bijvoorbeeld. Maar ja, wat moest ik dan doen? Een beetje moralistisch mijn vingertje opsteken tegen mijn vriendelijke buren?

Terwijl ik dit allemaal in een nanoseconde stond te overpeinzen zei het meisje met de capuchon dat zij wel even gingen aanbellen. Welke buren waren het? Ik vertelde het ze en vroeg of ze een mandarijn mee wilden. Ze knikten en vroegen er ook 2 voor hun vriendinnetjes nog die buiten waren.
Ze bedankten me heel lief en verlieten mijn halletje op weg naar de buren-van-de-kat. Ik keek ze zo lang mogelijk na en vroeg alle goden en godinnen om hen bij te staan opdat hun missie zou slagen.

Zaterdag was het congres van het CDA, waarin Jacobine Geel voor meer compassie pleitte. De kritiek op dat begrip als leidraad was, dat compassie teveel gaat over mee-lijden. Dat zou ook mijn bezwaar zijn. Ik ben voor mee-leiden en mee-leven. En als ik kijk naar mijn 8-jarige buurmeisjes, stem ik veel liever voor commitment: doen, gaan staan, je verbinden.
Voor mij is dat de doorvertaling van compassie naar 2012. En in die tijd leven we.  

Ineke M. Verdoner


Het CDAcongres vond plaats op 21.01.2012

vrijdag, 20 januari 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Raadsvragen, onzinnig en duur?

In raadsvragen, bezig, college, den bosch, discussie, gemeenteraad, stuk.

Eric Leltz

In diverse nieuwjaarsspeeches riepen burgemeesters op om minder raadsvragen te stellen. De vragen drukken namelijk teveel op de begroting! Zo kost een raadsvraag in Den Bosch €1000 en is een ambtenaar er gemiddeld 2 dagen mee bezig. In Oss kost de afhandeling van een raadsvraag overigens €409 en in de 2de kamer €3750. Dat roept de vraag op of de interne informatiehuishouding wel aansluit bij de informatiebehoefte.

De roep om minder raadsvragen is opmerkelijk omdat het suggereert dat er eigenlijk maar onnodige vragen worden gesteld. Dat blijkt ook uit dit commentaar van een Bossche ambtenaar als hij zegt "ze hadden ook meteen een ambtenaar kunnen bellen". Als dat zo is dan kun je je afvragen waarom de afhandeling gemiddeld toch €1000 kost daar onder de Sint Jan. Dan zou het geven van een antwoord toch simpel moeten zijn.

De kosten van de afhandeling van de vragen zijn pas relevant als er onzinnige vragen worden gesteld. Daarom moet de discussie over de kwaliteit van de raadsvragen gaan. En een blik langs gemeentelijke websites leert dat er niet veel mis is met deze vragen. Bovendien worden vragen soms ook gesteld omdat B&W niet altijd even nauwkeurig en transparant antwoord heeft gegeven op eerdere vragen. En dan wordt het drukmiddel van raadsvragen ingezet omdat het college dan gebonden is aan een termijn. Want raadsvragen zijn wel een officieel instrument en een recht voor de gemeenteraad.

Omdat de afhandeling van 'gewone' mondelinge en schriftelijk vragen ook geld kost is de oproep wellicht om terughoudend te zijn met alle vragen? Dan wordt het leven voor B&W een stuk gemakkelijker, zonder die vervelende pottenkijkers van raadsleden!



Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Rechts geeft niets om uw veiligheid

Velen hebben op de (gedoog)partijen van dit ultrarechtse kabinet gestemd omdat ze de samenleving onveilig geworden vinden. Ze denken dat linkse partijen daar niets aan doen, dus moet er iemand eens even flink met de rechtervuist op tafel slaan en actie ondernemen.

Vandaag mocht ik daar de gevolgen van ondervinden, toen ik aangifte ging doen van diefstal. Maandag is mijn telefoon gestolen. Een jongen die van achter mij aan kwam fietsen, greep mijn telefoon uit mijn handen en ging er vandoor. Ik sprong op mijn fiets en reed hem achterna. Hij kon minder hard fietsen dan ik of dacht misschien dat ik minder hard reed, maar ik begon langzaam dichterbij te komen. Bij een druk kruispunt had de dief ontzettend veel geluk. Hij kon net oversteken voor de auto’s gingen rijden en ik net niet. Daardoor wist hij me te ontkomen.

Ik fietste naar huis en heb mijn verbinding laten blokkeren, zodat de dief in ieder geval niet zou kunnen bellen en geen gebruik zou kunnen maken van mijn applicaties en alle informatie die daarmee verkrijgbaar is. Later kwam ik erachter dat er ook applicaties zijn (die je zelfs op afstand kunt installeren) waarmee je de locatie kunt opvragen, foto’s kunt maken en je gegevens kunt wissen op afstand. Helaas was het daar al te laat voor op dat moment.

Ik deed een internetaangifte, maar die werd afgewezen omdat ik de dader had gezien. Mijn beschrijving van de dader strekte niet verder dan dat het een man met een fiets was, maar dat moest ik blijkbaar persoonlijk komen vertellen.

Vandaag kon ik eindelijk aangifte doen. Daar werd anderhalf uur voor gepland. De dame die mijn aangifte opnam, vertelde dat dat sinds kort was. Er wordt namelijk zo bezuinigd op de politie, dat er niet voldoende baliepersoneel meer kon zitten. De wachttijden liepen daarom af en toe op tot vijf uur, en daarom werken ze nu op afspraak.

Het doen van mijn aangifte kostte uiteindelijk ongeveer een kwartier. Ze doen dat puur voor de verzekering – die ik niet heb, maar dat terzijde. Ze kunnen namelijk helemaal niets met dit soort gevallen. De dader staat wel meerdere keren op camera, maar daar gaan ze daar niets mee doen. Vervolgen kan namelijk niet omdat niet op camera staat dat de dader de telefoon uit mijn hand trekt. Dat denk ik tenminste, want de politie kijkt niet of er camera’s hangen en ik weet niet precies waar die hangen – dat ik hem niet gezien heb wil niet alles zeggen. De dader blijft dus volledig onbekend, ondanks dat hij gewoon op camera staat. Maar ja, er is geen capaciteit voor dit soort zaken.

Ik vind het een gemiste kans, want zelfs als vervolgen niet mogelijk was, zou het wel kunnen dat het een bekende van de politie was of zou het kunnen dat de dader op meerdere beelden op zou duiken na vergelijkbare incidenten. En dan kun je misschien op andere manieren te werk gaan om het een dader lastig te maken.

Dat de dagelijkse realiteit is dat hier geen geld en dus tijd voor is, kan ik nog begrijpen. En ik had de hoop dat in ieder geval iets gedaan kon worden om te zorgen dat de dader geen plezier van mijn telefoon zou hebben. Dat de telefoon geblokkeerd kon worden of dat er een sms-bom op losgelaten zou worden. Maar zelfs dat gebeurt niet. Afgeschaft vanwege bezuinigingen.

Kortom, cameratoezicht is een farce –  zolang je het misdrijf zelf maar buiten beeld doet kun je daarna vrij rondfietsen en in de camera glimlachen – en alle andere mogelijkheden om daders te vinden of te ontmoedigen worden wegbezuinigd.

De simpele waarheid is dat deze dief dit zijn hele leven kan blijven doen, zolang hij niet toevallig net een professionele wielrenner berooft die ook nog eens hard kan slaan, onder de camera te werk gaat of spontaan van zijn fiets valt. Geen haan die er naar kraait. Niemand die hem daarna nog lastig valt. Geen enkel risico dat een eventuele koper een mededeling krijgt dat de telefoon gestolen is.

Daarmee bescherm je criminelen, ontmoedig je aangifte en stimuleer je dat mensen het heft in eigen hand gaan nemen. Het eerste wat ik op mijn toekomstige telefoon ga installeren is een applicatie om hem op afstand te bedienen. Als dit me nog een keer gebeurt, zal ik zelf de GPS-locatie van mijn telefoon wel opvragen en misschien wel met wat vrienden op visite gaan bij de dader, en als het me lukt om met die applicatie foto’s te nemen van de dader zet ik ze voor iedereen op internet. Het mag niet, maar telefoons stelen mag ook niet en het officiële traject heeft niets te maken met rechtvaardigheid.

En volgende keer doe ik mijn aangifte wel via internet en lieg ik dat ik de dader in het geheel niet gezien heb. Dat scheelt me namelijk vrij nemen van mijn werk en drie dagen wachttijd voor ik een kopie van de aangifte heb om op te sturen naar mijn provider.

Dat mijn telefoon gestolen is, is vervelend. Van een dief verwacht ik echter geen goed gedrag, geen bescherming, geen steun.  Maandag was ik alleen boos. Nu heb ik het gevoel dat de overheid me in de kou laat staan ten gunste van criminelen. Dat het sommige politici blijkbaar niets kan schelen, terwijl die zich juist druk zouden moeten maken om veiligheid en die zich verantwoordelijk zouden moeten voelen voor de bescherming van burgers, en dat recht volledig los is komen te staan van rechtvaardigheid omdat rechts liever geld steekt in een paar kilometer harder rijden, met vliegtuigjes spelen en andere dingen waar ze erecties van krijgen. En caviapolitie natuurlijk.

En ondertussen winnen de rechtse partijen nog steeds zieltjes met stoere taal, terwijl ze alles doen om straatterreur te bevorderen. Ik hoop dat de mensen die erin getuind zijn volgende keer twee keer nadenken voor ze het rode potlood ter hand nemen.


donderdag, 19 januari 2012

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Ethiek moet naast de techniek lopen

1800
Met ‘De grens van de mens’ schreef de Twentse hoogleraar filosofie Peter-Paul Verbeek een toegankelijk boek over de wisselwerking tussen ethiek en technologie. Tegelijkertijd is het een kritiek op beide werelden. Ingenieurs denken onvoldoende na over de consequenties van hun werk, terwijl veel ethici niet verder komen dan bezwaren mopperen. Techniekfilosofie zou de brug moeten slaan – vandaar een boek voor het grote publiek.

Het is een warme dag, dus prof.dr. Peter-Paul Verbeek loopt in een fleurig overhemd door het doolhof van het Cubicus gebouw op de UT-campus. In voorkomende gevallen trekt hij daar een min of meer passend colbertje bij aan – het uniform van een generatie die zich aantoonbaar niet wil laten leiden door oude conventies. Een visitatiecommissie die enige tijd geleden de door hem geleide opleiding kwam beoordelen, bevestigde dat beeld. Ze oordeelde dat er weliswaar niets mis was, maar constateerde ook dat de Twentse benadering van de filosofie zich, tegen de traditie in, wel heel erg liet leiden door de praktijk in plaats van de theoretische beschouwing. De opleiding droeg als het ware onvoldoende stropdas.

Verbeek, begeesterd: ‘Maar dat is toch juist het prachtige van de techniekfilosofie! Filosofen hebben de neiging om eerst een abstracte theorie op te stellen en die dan toe te passen op de werkelijkheid. In het geval van technologie dringt de werkelijkheid zich op aan de filosofie. Technologie stuurt het debat. Wij passen vaak geen bestaande filosofie toe op techniek, maar ontwikkelen nieuwe kaders omdat de oude kaders niet altijd voldoen voor nieuwe technologieën. Techniekfilosofie is per definitie pionierswerk, omdat je steeds voor nieuwe uitdagingen gesteld wordt.’

‘De kritiek luidt dan vaak: de ethiek hobbelt achter de techniek aan. Als ethici zich zo opstellen, komen ze inderdaad terecht in de rol van Waldorf en Statler, de oude mannetjes uit de Muppets, die steeds achteraf mopperen dat het niet deugt. Ik vind dat de ethiek naast de techniek moet lopen, niet erachteraan. Ethici moeten medeontwerper zijn van technische systemen. Ja, dan maak je vuile handen, maar dat is nou juist het mooiste van mijn werk. Het is niet alleen interessant of een stuk technologie ethisch verantwoord is of niet. Het gaat erom helder te maken wat die technologie betekent in het leven van mensen en om op grond daarvan besluiten te kunnen nemen over de toepassing.’

(...)
Lees verder in Ethiek moet naast de techniek lopen (nog 1,163 woorden)

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Verwend

In het menu, niet op voorpagina, al-assad, kinderbescherming, laura dekker, solozeiler, syrië, wereldzeeën, de wereld, en meer.
Meisje Laura Dekker slaagt er in om op 15 jarige leeftijd als solozeiler de wereld te ronden. Over drie dagen wordt haar droom werkelijkheid. Op de oceaan, alleen in haar kajuit schrikt ze nachts wakker van de nachtmerries. Die gaan niet over vreselijke stormen, gebroken masten, kapingen of kapseizen, maar over de Nederlandse kinderbescherming. Ze kan niet meer slapen en besluit een boze brief te schrijven over de intimiderende gesprekken van deze instanties, die handelen over leerplicht en dreigende uithuisplaatsing. Angstige en traumatische ervaringen, die Laura telkens weer opnieuw beleeft. Uit protest strijkt ze de Nederlandse vlag. In Damascus zoekt een vader wekenlang naar zijn vermiste 15 jarige zoon Tamer. Deze heeft op een dag het ouderlijk huis verlaten om nooit meer terug te keren. Veertig dagen later vindt de vader het verminkte lijk van zijn zoon in een mortuarium. De jongen had deelgenomen aan een demonstratie tegen al-Assad. Zijn droom moest hij met zijn leven bekopen, na op een gruwelijke wijze te zijn gemarteld. Het Syrische regime past de martelstrategie toe om het opstandige volk angst in te boezemen. Ik schreef er gisteren al over. Laura Dekker bedwingt de wereldzeeën en is niettemin een verwend meisje. Nederland is een verwend land.

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Hoofdstuk 7

“Mevrouw, doen we ook hoofdstuk 7 van maatschappijleer?” “Nee, die doen we niet, hoezo?” “Weet u waar het over gaat?” “Ja, over sex.”  Het is maar één paragraaf, desalniettemin maakt die indruk.

Gisterenochtend zag ik op nu.nl een, niet geheel correcte, weergave van de resultaten uit het onderzoek ‘sex onder je 25e‘. Daarna in Trouw op de voorpagina ‘Verzekeraars en medici tegen christelijke homotherapie’. Eenmaal op school las ik in NRC next over de ondertekening door 162 rabbijnen van een verklaring tegen het homohuwelijk. Tot slot kwam in de klas bovenstaande vraag. Er zijn van die dagen….

Gerichtheid

Net als dieren vinden veel mensen sex gewoon prettig. Met mannen, vrouwen of met allebei. Ook als het gezin compleet is of als er helemaal geen gezin moet komen. Als het alleen voor de voortplanting was, zouden we die behoefte al vrij snel verliezen na een bepaalde leeftijd en dat is geenszins het geval. De organisatie die therapie biedt aan homo’s die zichzelf zondig vinden, noemt het houden van andere mensen een ‘gerichtheid’. Ik richt mij inderdaad liever tot mensen die ik aardig vind. Wie dat zijn, is een kwestie van smaak. Daar valt weinig aan te veranderen en al helemaal niet over te twisten. Gelukkig had de minister van gezondheidszorg er niet heel veel minuten voor nodig om deze onzin zo snel mogelijk uit het vergoedingenpakket te laten halen.

Zelf kiezen

De rabbijnen wilden duidelijk stelling nemen tegen het homohuwelijk. Het woord alleen al. Leuk stelletje houdt van elkaar, wil trouwen, mag het soms wel en soms niet. Dit geheel afhankelijk van de omgeving: staat die ze toe samen te leven of niet. Het paar heeft daar zelf niets over te zeggen. Volgens de verklaring zijn homo’s ‘onschuldige slachtoffers van wonden in hun jeugd’. Volgens mij zijn ze eerder slachtoffer van deze 162 rabbijnen en wat christenen rond de bible belt.

Werk aan de winkel

Terug naar school. Ook daar had ik vorig jaar nog een leuke maar stevige discussie met een paar jongens over in hun ogen afwijkende sexuele voorkeuren. Kennelijk zijn er ook nog jongeren die denken dat sex alleen of vooral gericht is op voortplanting. Ook dit groepje accepteerde niet ieders eigen voorkeur en veroordeelde het zelfs sterk.

Tenslotte dus ‘sex onder je 25e’. Nu.nl op 17 januari noteert: ‘Van de jongens geeft 87 procent aan bij de eerste geslachtsgemeenschap een condoom of een andere vorm van anticonceptie te gebruiken.’ Ook de leerlingen die vroegen om het laatste hoofdstuk uit het boek konden even niet uit de voeten met  dit onderzoeksresultaat. Een andere vorm van anticonceptie bij jongens? Zaaddodende pasta werd vertwijfeld geopperd. Waaraan de conclusie werd toegevoegd: “Zaaddodend? Nee, zeker niet als je nog jong bent!”

We moeten hoofdstuk 7 hoognodig ergens tussen stoppen.

dinsdag, 17 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Homotherapie?

Een boeiende dag voor het nadenken over de relatie tussen homoseksualiteit en religie. De (in Amerika wonende) opperrabbijn Ralbag ondertekent een verklaring waarin staat dat homoseksualiteit een ziekte is en in Nederland laait de discussie op over de therapie die Different zou geven om christenhomo’s van hun geaardheid af te helpen. Maar terwijl de Joodse Gemeente Amsterdam onmiddellijk afstand neemt van dit standpunt van de opperrabbijn, springen christelijke organisaties in het gelid om het voor Different op te nemen.

Op twitter en in de media klinken natuurlijk onmiddellijk scherpe woorden tegen religieus fundamentalisme, want dat zou hier aan de orde zijn. Omgekeerd klagen christenen over een seculiere hetze tegen alles wat christelijk is. En er zijn verhalen van cliënten van Different die genuanceerd spreken over de behandeling. Tijd voor een beetje nuance. Is het eigenlijk wel zo erg om therapie aan te bieden voor christenhomo’s die moeite hebben met hun seksuele geaardheid?

Het is wel goed om te beginnen met de constatering dat er over homoseksualiteit nog steeds heel verschillende meningen bestaan. Dat gaat van totale acceptatie tot totale afwijzing. Ook binnen kerken zien we dat hele scala van visies. Het is ook goed om op te merken dat die visies ook geleidelijk in beweging zijn. Zelfs in (christelijke) kringen waar men homoseksualiteit als zonde ziet, heeft men wel meer dan vroeger oog voor de homoseksuele mens. En we moeten erbij bedenken dat in de seculiere wereld homo-acceptatie ook niet vanzelfsprekend is – kijk maar op het voetbalveld. De kritiek op religies vanwege hun ‘homohaat’ is dan ook wel een maatje te groot.

Theologie en psychologie

Different sluit vooral aan bij die kerken – evangelisch en orthodox-protestants – die homoseksualiteit zien als zonde. Of, in een iets ander taalveld, als strijd. Daarbij gebruikt men vaak een theologische en een psychologische redenering. De theologische gaat uit van een paar bijbelteksten waarin seks tussen mannen verboden wordt (vrouwen zijn bijna buiten beeld) en de algemene heteroseksuele teneur van de bijbel en de traditie. Er is weinig oog voor het verschil in tijd en cultuur en de teksten worden een op een vertaald naar het heden, waarbij ook teksten die gaan over seksueel wangedrag worden toegepast op respectvolle liefdesrelaties. Daar richt zich dan ook mijn theologische kritiek op: we doen noch de bijbel, noch de mens recht met deze uitleg. Sterker nog: we gebruiken de bijbel om een minderheid met religieuze middelen te marginaliseren en dat is nu precies waar de bijbel wel heel fel tegen is.

De psychologische redenering gaat ervan uit dat homoseksualiteit geen geaardheid is, maar een stoornis. Daar gebruikt men verschillende woorden voor (handicap, ziekte, scheefgroei), maar de kern is dit: het is geen gewone variatie van de natuur maar een gegroeide afwijking. De meest voorkomende redenen zijn problemen in de relatie met de ouders, seksueel misbruik, eenzaamheid, pesten en dergelijke. Soms kan die scheefgroei met therapie weer worden gecorrigeerd maar in de meeste gevallen moet je leren leven met je gevoelens.  Daarbij is het niet de bedoeling dat je ook kiest voor een ‘homoseksuele levensstijl’; die is immers op grond van de theologische redenering al verboden. Deze psychologische redenering staat volstrekt buiten de wetenschappelijke en therapeutische consensus en valt dan ook in de categorie kwakzalverij.

Wat Different doet

In die wereld opereert Different. Ze bieden begeleiding aan mensen die problemen hebben met hun seksuele gevoelens en/of geloof en die zoeken naar een manier om daarmee om te gaan. Veel cliënten hebben daar baat bij. Dat is niet zo vreemd, want ze vinden eindelijk een gesprekspartner die hun worsteling begrijpt en erkent. In die begeleiding kunnen ze hun schaamte overwinnen, zichzelf leren accepteren, en werken aan problemen uit hun levensloop (die heeft namelijk vrijwel iedereen die wat voor hulp ook zoekt). En ze kunnen in die context ook hun geloofsvragen aan de orde stellen en zichzelf (ondanks hun homoseksualiteit) als gelovige leren accepteren.

Het enige wat ze niet kunnen, is het veranderen van seksuele geaardheid. Onderzoek laat zien dat je wel kunt leren om de kracht van je homoseksuele gevoelens te laten verminderen, maar dat dat vrijwel nooit betekent dat er werkelijk heteroseksuele verlangens ontstaan. Oftewel: je kunt er wat minder homo van worden, maar geen hetero. Dat hoor ik dan ook regelmatig van ex-cliënten: ik ben van een aantal problemen afgekomen, maar niet van mijn homoseksualiteit.

Is het erg?

Is het erg dat Different dit soort therapie aanbiedt? Dat is de vraag. Natuurlijk, er zijn veel meer aparte, vreemde, bizarre en ongegronde therapieën. Zolang het niemand kwaad doet, is het leven en laten leven. En natuurlijk is het waardevol wanneer Different mensen helpt om met hun leven en gevoel om te gaan en pijnpunten uit hun leven aan te pakken. Het probleem is alleen dat de hele benadering en presentatie dat koppelt aan homoseksualiteit. En daarmee houdt Different precies het probleem in stand dat ze zouden moeten helpen oplossen.

Tekenend voor het echte probleem is dat homo’s in orthodox-christelijke kring een verhoogd risico hebben op psychische problemen, tot aan suïcidepogingen toe. Dat heeft alles te maken met de voortdurende boodschap dat je zondig, ziek, of wat dan ook bent. Wanneer ze er vroeger of later niet meer omheen kunnen dat ze homo zijn, zoeken ze (al dan niet gestuurd) hulp bij een organisatie als Different. Dat helpt inderdaad wel om de scherpste kantjes eraf te schuren, maar het blijft homoseksualiteit definiëren als probleem. Different’s hulpverlening is dan ook symptoombestrijding. En dat is uiteindelijk kwalijk. Hoe pastoraal ze het ook verpakken, het blijft indirect bijdragen aan het in stand houden van een homo-onvriendelijk klimaat om vervolgens hulp te bieden aan de slachtoffers daarvan.

Moeten we dat verbieden? Wat mij betreft niet. Maar wel op inhoud en argumenten bestrijden. En goede zorg bieden aan mensen die klem zitten tussen geloof en homoseksualiteit. Niet door als Different homoseksualiteit bij voorbaat af te wijzen en ook niet door als sommige seculiere hulpverleners geloof weg te zetten. Echte hulp betekent dat je mensen helpt om hun eigen weg te vinden.


maandag, 16 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Lustobject

In het menu, niet op voorpagina, ferdows kazemi, hans teeuwen, iran, lustobject, nederlandse nationaliteit, buitenland, de volkskrant, en meer.
De in Iran geboren columniste Ferdows Kazemi sprak onlangs in de Volkskrant haar afkeuring uit over Hans Teeuwen, die op het toneel zijn seksuele fantasie met de koningin verbeelde en daarmee de vrouw als lustobject neerzette. Ik had op deze plaats Ferdows tot nadenken willen stemmen met een vlammend betoog voor de vrouw als lustobject, door voor eens en altijd duidelijk te maken dat de mensheid zonder het fenomeen lustobject niet zou bestaan. Tot ik het schrijnende relaas tegenkwam over het eenjarige dochtertje van haar stervende zus. Ferdows heeft zich na de dood van deze zus en met instemming van de Iraanse vader over het kleine meisje ontfermd en is nu 11 jaar haar pleegmoeder. In Nederland kunnen buitenlandse pleegkinderen geen Nederlandse nationaliteit krijgen. En omdat de Iraanse wetgeving adoptie van haar onderdanen in het buitenland niet toestaat, wordt dit 12-jarige de facto Nederlandse meisje, net als Mauro met uitzetting bedreigd. Waar zijn wij in dit land in vredesnaam mee bezig! Laat dit gedoe waar iedere Nederlander zich ten diepste voor behoort te schamen onmiddellijk ophouden en geef kinderen als Mauro en dit meisje een normaal leven verdomme! Maar Ferdows, gun jouw meisje dan ook dat ze een normaal lustobject mag zijn.

zaterdag, 14 januari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Skaeve Huse voor ‘lastige’ mensen

In de zaterdageditie van het Eindhovens Dagblad van 14 januari is onderstaand artikel gepubliceerd op de opiniepagina. Het artikel heb ik samen met Martijn van Lanen, docent en onderzoeker bij de Fontys Hogescholen en Thijs Eradus, hoofd van de nachtopvang voor daklozen, geschreven. Het artikel is onder andere resultaat van een discussie die we over dit onderwerp voerden op Linkedin met studenten en docenten van de Fontys.

 

skaeve_huse_1 Skaeve Huse als schakel in de voorzieningenladder voor daklozenzorg

Martijn van Lanen[1], Thijs Eradus[2], Renate Richters[3]

Deze zomer maakte het College van B&W bekend dat zij op zoek gaat naar locaties om zogeheten ‘Skaeve Huse’ neer te zetten. Skaeve Huse zijn woonvoorzieningen voor mensen met een bijzondere achtergrond. Dit besluit kwam o.a. nadat de raadswerkgroep maatschappelijke opvang van de gemeenteraad hiertoe heeft opgeroepen en de gemeenteraad een werkbezoek aan de Skaeve Huse in Tilburg heeft gebracht.

Beeldvorming

Voorzieningen zoals Skaeve Huse worden – in onze ogen ten onrechte – wel eens weggezet als ‘asowoningen’ of ‘tuigdorpen’: plekken waar mensen die overlast weggestopt worden zodat de samenleving geen last van hen heeft. Wij zien de Skaeve Huse echter als een belangrijke schakel in de voorzieningenladder voor dak – en thuislozenzorg.

Dak – en thuisloosheid is een thema waaraan vaak meerdere problemen tegelijkertijd ten grondslag liggen. De dakloze bestaat niet. Het gaat om mensen die op een bepaald punt in hun leven in een situatie raken dat ze voor korte of langere tijd dak- of thuisloos raken. Dit gebeurt veelal door een combinatie van problemen, die op een bepaald moment samenkomen waardoor de persoon (tijdelijk) niet meer in staat is zijn problemen op te lossen. Bij dakloosheid komen materiële, relationele, psychische en institutionele factoren samen. Dak – en thuisloosheid gaat vaak gepaard met financiële problemen, middelengebruik, schuldenproblematiek, trauma’s, hechtingsproblematiek, psychiatrische problematiek, enzovoort.

Nieuwe visie

De gemeente werkt, onder andere met de organisatie voor maatschappelijke opvang Neos (organisatie voor maatschappelijke opvang) aan een nieuwe visie op maatschappelijke opvang. Die visie is dat iedere dakloze een traject krijgt, met de opdracht om mee te werken aan zijn of haar herstel. Daarnaast zal in 2012 de Nachtopvang van Neos aan de Barrierweg grotendeels omgevormd worden tot een Instroomhuis voor dak- en thuislozen uit Eindhoven. Uitgangspunten zijn: perspectief bieden aan de doelgroep en het aanbieden van duurzame trajecten, gericht op de eigen mogelijkheden, in plaats van te blijven focussen op de onmogelijkheden. En dus niet op wat iemand niet kan, omdat hij of zijn bijvoorbeeld verslaafd is, of een psychiatrische achtergrond heeft. Hiervoor zijn verschillende woonvormen nodig om deze doelgroep het juiste en meest passende traject aan te kunnen bieden. Voorbeelden van succesvolle woonvormen en samenwerking zijn er al in Eindhoven, zoals DOOR (begeleid wonen, bestaat al 10 jaar en is erg succesvol), Domus, Housing First (afgelopen jaar gestart en zal worden uitgebreid) en daarnaast zijn er inmiddels een groot aantal kleinschalige woonvormen en eengezinswoningen voor individuele bewoning door dak- en thuislozen in Eindhoven.

Voor een kleine groep dak- en thuislozen die maatschappelijk onaangepast gedrag blijven vertonen zou je kunnen denken aan Skaeve Huse om daarmee een compleet aanbod voor het hele spectrum van de doelgroep kunnen realiseren. Omdat het voor enkelen van hen, ondanks herhaalde pogingen, helaas niet mogelijk is om in een van de huidige voorzieningen te wonen is een uitbreiding van het aanbod in de vorm van Skaeve Huse erg welkom en passend in het aanbod.

Aanstaande dinsdag discussieert de gemeenteraad over de maatschappelijke opvang. GroenLinks zal hierbij wederom aandacht vragen voor het opzetten van Skaeve Huse in Eindhoven.


[1] Martijn van Lanen (m.vanlanen@fontys.nl) is werkzaam als docent en onderzoeker bij Fontys Hogeschool Sociale Studies te Eindhoven, waar hij onder andere onderzoek doet naar overlast en naar dak -en thuislozen. Zie ook www.martijnvanlanen.nl.

[2] Thijs Eradus (TEradus@st-neos.nl) is werkzaam als hoofd Nachtopvang bij Neos

[3] Renate Richters (renate.groenlinks@gmail.com) is fractievoorzitter van Groenlinks Eindhoven

John Jorna

John Jorna

Discussie in de Partijraad van GroenLinks

RECHT OP DE ZELF GEKOZEN DOOD

Een vaak voorkomende scène in een film. Een wanhopige mens staat op de rand van een dak en dreigt te springen. Wakkere politieman komt dichterbij, praat heel verstandig, gaat in op de emoties. Dan breekt de wil van de springer en laat hij zich door de agent wegvoeren. Soms wordt de scène nog gruwelijker gemaakt door het publiek te laten roepen: “Spring lafaard!”. Je maag krimpt samen. Hoe kunnen ze? Zijn ze krankzinnig?

Een verstandig mens vindt het heel normaal om een zelfdoding te voorkomen. Je komt thuis, vind jouw kind of je partner bewusteloos en de nodige doosjes pillen op de tafel. Razendsnel bel je 112. In het ziekenhuis wordt de maag leeg gepompt en je bent hartstikke gelukkig als de dood wordt voorkomen en de patiënt waarschijnlijk ook. Veel pogingen tot zelfdoding zijn immers niet bedoeld om te lukken, maar vormen een signaal van wanhoop. Help me, want ik heb het zo moeilijk. Het is inmiddels ruim 45 jaar geleden, dat ik les gaf in een eindexamenklas van een HBO instelling. In die klas waren er dat jaar twee zelfdodingen. In een van de gevallen vertelde de jongeman zijn ouders nog, dat hij er zo’n spijt van had, maar het was al te laat.

Zelfdoding is een raadselachtig verschijnsel. Je kunt je niet of nauwelijks inleven in de geestestoestand van een zelfdoder. De nabestaanden blijven vaak achter met de waaromvraag en een schuldgevoel. Hadden wij het kunnen voorkomen? Soms biedt een afscheidsbrief enig inzicht. Vaak is er ook woede. Je laat mij achter met de problemen of ik rekende op een fijne oude dag met jou en nu ben je weg. Er bestaan ook bijeenkomsten voor groepen nabestaanden om samen het gebeuren te verwerken.

Zelfdoding zoals hier beschreven is van een geheel andere aard als de eis om zelf een eind aan je leven te mogen maken omdat je oud geworden klaar bent met je leven. Zo zegt men dat. Ik kan mij best de angst of de wanhoop of een depressie voorstellen, die mensen tot een ultieme daad drijft, maar als een gezonde zeventigjarige zegt klaar te zijn met het leven, dan vraag ik mij verbijsterd af hoe hij of zij dat weet. Ik ben die leeftijd al zeven en een half jaar voorbij en elke keer ontdek ik weer, dat ik iets voor mijn familie of mijn vrienden of mijn omgeving of mijn partij of de gemeenschap kan betekenen. Nu bijna twee jaar geleden beschreef ik na haar overlijden, hoe een tante van mij ruim een half jaar daarvoor ontdekte hoeveel ze voor een gezin betekende waar zij de rol had van plaatsvervangend oma. Haar leven kreeg zo weer zin en ze kreeg weer zin in het leven. Het is de ander, die jouw leven zin geeft. Het betekent voor ons een enorme verantwoordelijkheid. Wij moeten er zijn voor de ander.

In een sterk geïndividualiseerde maatschappij valt het niet mee om die verantwoordelijkheid waar te maken. Velen voelen zich alleen maar voor zich zelf verantwoordelijk en zelfs dat is problematisch. Maar hoe maak je de verantwoordelijkheid waar als de ander zich daarvoor afsluit? Wat doe je als mensen niets met een ander te maken willen hebben? Leven en laten leven? En eventueel niet langer meer leven? Waar ligt de grens van wat wij als gemeenschap toestaan? Stellen wij als liberaal denkende mensen nog grenzen?

Het moge duidelijk zijn, dat de discussie in de Partijraad van GroenLinks mij aan het denken heeft gezet. Ik kreeg de indruk, dat er voor een libertaire of vrijheidslievende partij geen grenzen  worden gesteld aan het individuele gedrag. Vrijheid blijheid. Dat laatste is nu juist de vraag. Is er blijheid wanneer een medemens geen verdere zin in zijn of haar leven ziet en kiest voor het einde?

Jaargang 4, Nr. 197.

donderdag, 12 januari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Mijn wens #WOT 2

In geluk, weer.
Wens, wens, wens? Wat gebeurt er met me als ik over dit woord nadenk? Gedachteloos begint een toon in mij rond te zingen, een stem brengt mij terug naar mijn kindertijd. Wat een prachtig liedje was dat. “Als er een ster valt mag je een wens doen”. Een mannetje dat niet weet wat hij wensen moet als hij een ster ziet vallen, en dan maar als wens nog een ster laat vallen. Tot er geen één meer aan de hemel staat. Niet alleen dit liedje maar ook sprookjes leren ons dat het mogen doen van wensen een geschenk is, waar je bedachtzaam mee om moet gaan. Want voordat je het weet gebeurt er iets verschrikkelijks! Maar die fee dan, of de geest uit de fles die onze wensen doen uitkomen. Waar ligt hun verantwoordelijkheid? Zijn die feeën en geesten wezens aan wie het vermogen ‘nee’ te zeggen, ontbreekt? Ik ken de sprookjes niet waarin een fee zegt: ‘Die wens van jou, die vind ik zo beroerd, die laat ik niet uitkomen’. Komt dat omdat wij alleen goede wensen hebben?
      Daar ben ik niet van overtuigd. Vaak zijn onze wensen heel erg banaal. De rijdende rechter heeft er wat mee te stellen. Een man die een vrij uitzicht wenst en zijn buurman verplicht zijn schutting weg te halen. Of een vrouw die gek wordt van het getwitter van vogeltjes in de overhangende takken van de boom van de buren. En dan wenst dat die boom omgehakt wordt. Eigenlijk vaak erger nog: om een wens te realiseren is het handig om er een recht van te maken. ‘Ik heb recht op nachtrust dus moet die boom weg’. Het opschalen van een wens naar een recht maakt duidelijk wat er zo vervelend is aan een wens. Het lastige aan een wens is de uitkomst ervan: daarin zijn we meestal afhankelijk van anderen.  En die ander zit niet altijd te wachten op jouw wensen. Hoe kan ik dan de ander beter aanzetten om mijn wens te vervullen dan hem te wijzen op zijn plichten. De rijdende rechter rijdt vaak uit omdat wij het onderscheid niet meer weten tussen wensen en rechten. Waar ligt dan het onderscheid?
       Wij mensen voelen goed aan dat het hebben van een recht betekenisvol is omdat het een ander verplicht. Mijn recht op eigendom verplicht de ander er vanaf te blijven. Mijn recht op geluk verplicht de ander mij dat te gunnen. Ik kan eigendom wensen, maar er bestaat geen plicht bij een ander mij dit te geven. Die wens, daar ben ik zelf verantwoordelijk voor. Daarin ligt het belangrijkste onderscheid tussen een recht en een wens. Voor het uitoefenen van rechten ben ik gerechtvaardigd een ander te verplichten, die mede-verantwoordelijk is. De rijdende rechter helpt ons deze mede-verantwoordelijk aan de juiste personen toe te wijzen. Welke plicht heb ik, welke plicht heeft mijn buurman. Voor het uitoefenen van mijn wensen kan ik alleen diegene verplichten die mij elke ochtend in de spiegel aankijkt. Alleen mijzelf dus. En dat geeft tevens het belang van wensen weer. Diegene die mij elke ochtend in de spiegel aankijkt, kan mij de volgende vraag stellen: ‘Als dat wat je voor vandaag wenst, daadwerkelijk uitkomt, hoe denk je dan ik je morgen aankijk?’ Eigenlijk is dat een fee of een geest uit de sprookjes, maar dan met mijn eigen reflectie. Het nadenken over mijn wensen maakt me er bewust van hoe ik in mijn leven sta.
      Ik wens mijzelf voor vandaag veel bedachtzaamheid toe, in datgene wat ik anderen toewens.


#WOT staat voor Write On Thursday. Een initiatief van Karin Ramaker van met-k.com Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Wens".

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


dinsdag, 10 januari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Heinrich Zille

In berlijn, literatuur, armoede, auto, bom, de republiek, dood, foto, muur, en meer.

Tegen een blinde muur aan de Marheineckeplatz in het (toen nog) West-Berlijnse Kreuzberg zag ik ooit een reusachtige tekening van het Berlijnse volksleven in de jaren twintig. Onder de kleurige afbeelding stond de naam van de oorspronkelijke kunstenaar: "Heinrich Zille: 10.1.1858 - 9.8.1929". De Berlijnse volkstekenaar en fotograaf was toen net vijftig jaar dood.

Vandaag is het precies 154 jaar geleden dat graficus, lithograaf, schilder, tekenaar en fotograaf werd geboren. Hij groeide in armoede op, werkte jarenlang in een foto-atelier, maar kwam pas goed aan zijn eigen werk toe toen hij rond zijn vijftigste werkloos werd. "Ga liever de straat op. Kijk om je heen en teken", had zijn leermeester hem gezegd. Zijn sociaal-kritische weergave van het Berlijnse leven van het late keizerrijk en de Republiek van Weimar sloeg in als een bom.


"Moeder, als ik wil kan ik bloed in de sneeuw spugen", zegt een meisje op een van Zilles tekeningen trots tegen haar moeder. Of: “moeder, zet de twee bloempotten eens buiten. Ons Liesje zit zo graag in het groene”. De heersende klasse vond Zilles werk maar niks. "Die kerel ontneemt ons alle levensvreugde", becommentarieerde een officier uit het keizerrijk een Zille-tentoonstelling.

In het Nicolaïviertel in het centrum van Berlijn staat sinds zijn honderdvijftigste verjaardag, vandaag vier jaar geleden, een standbeeld van Heinrich Zille. Om de hoek is een Zille Museum. Alles in het oudste deel van de tegenwoordige wereldstad ademt Zille en zijn Berliner Milljöh. Sinds ik in 1979 de muurschildering op de Marheineckeplatz zag sta ik altijd even stil bij Heinrichs verjaardag. Al die tijd al is hij op de dag af een eeuw ouder dan ik. Proost!

Erik de Graaf

maandag, 9 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Goed voornemen 1: meer lezen

Na het verslagje over het toch wel enigszins bedroevende aantal boeken dat ik vorig jaar gelezen heb, wordt het tijd om mezelf eens aan het werk te zetten. Ik geloof niet in wonderen, dus ik ga mezelf niet vragen een boek per week te lezen. Nee, ik ga mezelf voor de verandering eens een haalbaar doel stellen. Vijfentwintig boeken. Concreet maken schijnt ook te helpen, dus here goes:

  1. Inheritance – Christopher Paolini. Omdat ik er al in bezig ben, en omdat ik de serie graag wil uitlezen.
  2. The Tiger’s Wife – Tea Obreht. Ik heb veel positiefs gelezen over dit boek waarvan ik eigenlijk niet eens precies weet waar het over gaat. Ja, iets met Joegslavië en een tijger.
  3. Step across this line – Salman Rushdie. Non-fictie waar ik al een groot deel van heb gelezen, verzameling essays en artikelen waarvan ik om een of andere onverklaarbare reden nooit het eind heb gehaald, en dat terwijl ik Rushdie echt een genie vind. (Al was het alleen maar vanwege zijn zinnen tussen haakjes.)
  4. Conversations with Salman Rushdie – Ed. Michael R. Reder. Ik heb het staan, en als ik toch in mijn Rushdie-fase zit kan ik er net zo goed even in blijven hangen.
  5. A New World Order – Caryl Phillips. Omdat ik The Nature of Blood een heel goed boek vond en benieuwd ben naar wat Phillips te zeggen heeft over het werk van anderen.
  6. The Post-colonial Exotic. Marketing the Margins. – Graham Huggan. Heeft mijn denken over de wereld zelfs veranderd terwijl ik alleen de eerste helft gelezen heb. Misschien wordt het eens tijd voor de tweede helft.
  7. Van de Straat naar de Staat - Red. Lucardie & Voerman. Had ik natuurlijk allang gelezen moeten hebben, zoals iedere goede GroenLinkser.
  8. Moral Politics. How liberals and conservatives think. – Omdat Don’t think of an elephant eigenlijk de Moral Politics voor dummies is.
  9. The Assault on Reason. How the Politics of Fear, Secrecy and Blind Faith Subvert Wise Decision-Making, Degrade Democracy and Imperil America and the World - Al Gore. Al was het alleen maar omdat het een van de langste ondertitels heeft van alle boeken in mijn kasten.
  10. Either/Or. A Fragment of Life. - S. Kierkegaard. Existentialisme trekt me. Als dit bevalt, schrap ik misschien wel wat dingen van deze lijst ten gunste van meer deprimerende boeken over hoe het leven geen zin heeft.
  11. A Glossary of Literary Terms - Ed. M.H. Abrams. Ik ben veel te veel vergeten van mijn studie en merk dat ik soms minder goed onder woorden kan brengen wat ik zie in een boek, en ook dat ik het minder scherp kan analyseren dan eerst. Tijd om weer even op te frissen.
  12. The Idea of the Postmodern. A History. – Hans Bertens. Staat al veel te lang ongelezen in mijn kast en wil ik ook lezen om dezelfde reden als nummer 11. Er weer een beetje in komen.
  13. Regeneration - Pat Barker. Me ooit aangeraden door iemand, maar staat er maar te staan.
  14. Diary of a Good Year – J.M. Coetzee. Ik ben een groot liefhebber van zijn werk en ik heb het grootste deel ervan gelezen, maar dit nog niet.
  15. Summertime - J.M. Coetzee. Idem.
  16. Broken Verses - Kamila Shamsie. Omdat ik Kartography, van dezelfde auteur, met veel plezier gelezen heb.
  17. De Avonden - Gerard Reve. Ik ben er in bezig en het wil niet erg vlotten, maar ik vind dat het toch wel moet.
  18. A Short History of Tractors in Ukranian. - Marina Lewycka. Zonder goede reden. Het klonk amusant.
  19. The Crying of Lot 49 - Thomas Pynchon. Ik heb mijn schooljaren vlot doorlopen en omdat ik vergeleken met anderen dus erg jong was, heb ik nogal eens het gevoel dat ik misschien wel veel geleerd heb, maar er weinig van begrepen. Dit boekje heb ik volgens mij in het eerste jaar van mijn studie al moeten lezen en ik heb er weinig van begrepen – zoveel had ik toen ook al door. Vorig jaar deed ik een poging het opnieuw te lezen, maar het leest niet soepel en vanwege de negatieve herinnering staat het me tegen. Maar het moet en zal.
  20. A History of Reading - Alberto Manguel. Door de jaren heb ik dit boek meerdere malen horen noemen door mensen en toevallig kwam ik het pas voordelig tegen. Ik kon het niet laten liggen.
  21. True Brits. A Tour of 21st Century Britain in all its Bog-Snorkelling, Gurning and Cheese-Rolling Glory. - J.R. Daeschner. Ooit eens aan begonnen, halverwege gestrand. (Ik maak altijd af waar…). Hoe dan ook, het is redelijk geniaal omdat het gaat over bizarre ‘sporten’. Het is een beetje in de categorie reisboeken van Bryson, maar dan met een paar biertjes extra.
  22. A Short History of Nearly Everything – Bill Bryson. Misschien wordt het nog wat met me als ik dat lees.  Misschien win ik dan zelfs nog een keer een slechte tv-quiz.
  23. The Satanic Verses - Salman Rushdie. Eigenlijk doe ik niet aan hypes, maar hij is ondertussen wel een beetje overgewaaid. Toch maar eens lezen. 
  24. Timequake – Kurt Vonnegut. Vonnegut heeft rare humor, daar hou ik wel van. Na Cat’s Cradle, Slaughterhouse-5, Slapstick or Lonesome no more en A Man without a Country wordt het tijd om het laatste ongelezen boek van Vonnegut in mijn kast eens te lezen. (En dan natuurlijk weer andere boeken van ‘m kopen).
  25. De waarheid houdt van vrolijke gezichten - Marijke Höweler. Ook weer zo’n boek wat ik maar half… Ook omdat ik het niet leuk vond, in tegenstelling tot Höwelers Dagen als gras en vooral Van geluk gesproken, dat ik iedereen van harte aanraad. Maar toch moet ook dit boek echt een keer uit.

Een van de problemen die ik heb bij het lezen, is dat als ik een boek uit heb en weer een nieuw boek moet kiezen om op te pakken, ik niet kan kiezen. En zo eindig ik dan halverwege in vier boeken tegelijk. Staat mijn kast op een gegeven moment weer vol boeken met boekenleggers halverwege, geen gezicht. En alles voor niets gelezen, want als je verder wilt gaan weet je niet meer wat er in de eerste helft gebeurd is en kun je weer opnieuw beginnen.

Hopelijk helpt deze lijst, nu ik al heb bedacht wat ik wil lezen. Kan ik hooguit nog in vijfentwintig boeken tegelijk beginnen.


vrijdag, 6 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Blogsstatistieken

GROEIENDE BELANGSTELLING

Toen ik nu bijna vier jaar geleden met mijn weblog begon, had ik daarbij wel bepaalde ideeën. Ik wilde een onafhankelijk medium om mijn gedachten kwijt te kunnen. Ik geloofde, dat ik wel iets te zeggen had en dat geloof ik nog steeds. Die gedachten, meestal over actuele zaken, kwamen vooral terecht in mijn Columns van de Week, inmiddels bijna 200. Daarnaast wilde ik mijn weblog gebruiken als een soort archief voor elders gepubliceerde stukken of zienswijzen. Daarvoor waren de andere rubrieken. Zo kan ik merken, dat het aantal bezoekers toeneemt, zo gauw ik iets publiceer over de Rooms-katholieke Kerk. Ook het onderwerp Dossier A12 Salto over de verbinding van Houten met de A12 trekt regelmatig bezoekers en dan met name ook het alternatief, de Meerpaalvariant. In mijn zienswijzen daarover komt ook steeds naar voren, dat er veel informatie ontbreekt, zodat er eigenlijk geen goede besluitvorming mogelijk is. Zou het daarom zijn, dat de publicatie van het definitieve ontwerp bestemmingsplan twee maanden is uitgesteld?

Ik ben dan ook heel nieuwsgierig naar de resultaten van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de invloed van bloggers op de politiek. Daarvoor wordt ook mijn weblog gebruikt en ik kreeg de indruk, dat zij de gehele inhoud gedownload hebben. Wil ik invloed uitoefenen? Ja en neen. Ja, want af en toe erger ik mij dood over bijvoorbeeld toestanden in de zorg en hoop dan mensen wakker te schudden. Neen, want mijn bedoeling is vooral mensen aan het denken te zetten en zo tot een eigen mening te komen. Mensen zouden veel meer moeten nadenken over wat er in onze samenleving aan de hand is. Dat is een eerste stap naar verandering.

Het aardige is ook, dat steeds meer oud-leerlingen van het Niels Stensen College in Utrecht mijn weblog beginnen te ontdekken. Dat merk ik aan de gebruikte zoektermen en soms aan de reacties. Dan blijkt, dat ze mijn gedrevenheid van toen voordat ik per 1 augustus 1994 stopte nog steeds herkennen. Ik kom op de meest onverwachte momenten oud-leerlingen tegen en elke keer doet het mij weer goed te ontdekken, dat ze hun weg in het leven gevonden hebben.

Er is ook een duidelijke groei in de belangstelling. Soms publiceer je iets, dat echt de aandacht trekt. Mijn weblog is natuurlijk niet te vergelijke met bekende bloggers, die al veel langer bezig zijn. Die trekken op een dag bezoekersaantallen, waar ik een maand over doe. Mijn hoogste aantal bezoekers op één dag is 197. Maar interessanter is de groei, die te constateren valt.


Unieke bezoekers

 003954

005899

011384

Max. per maand

Nov 487

Sep 101

Dec 1113

Totaal bezoekers

009430

013983

024276

Maandmaximum

Jul 993

Sep 1493

Mei 2393

Pagina’s

033409

046130

068725

Maandmaximum

Jul 4123

Sep5196

Dec 6680

Aan favorieten toegev.

247

153

234

Hits

057815

073443

088552

Bytes

342,54MB

372,80MB

540,74MB

 

2009

2010

2011

 

Er is sprake van een groeiende belangstelling. Daarbij moet worden opgemerkt, dat het werkelijke aantal bezoekers hoger ligt, doordat het weblog gelinkt is met andere sites zoals www.planeetgroenlinks.nl. Dus moet je anderhalf tot twee keer zoveel bij bovenstaande aantallen optellen. De omvang van mijn weblog is zo stevig gegroeid, dat ook mijn provider meer ruimte moest inruimen.

In de afgelopen decembermaand trok mijn weblog gemiddeld ruim 72 bezoekers per dag. Toch krijg ik maar weinig reacties. Het maakt alles nog spannender als er discussies ontstaan. Schroom niet!

Tot slot: Alle Goeds voor dit nieuwe jaar!

Jaargang 4, Nr. 196.

woensdag, 4 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Mark Rutte

In het menu, niet op voorpagina, allochtoon, job cohen, kunduz, liberaal, mark rutte, rechts, kinderen, en meer.
Mark Rutte Waar iedere politicus zich bij een bezoek aan Kunduz in een militair camouflagepak hult, staat Mark Rutte in spijkerbroek en blauwe pullover uit zijn studententijd ontspannen met de generaals te kletsen, plastic koffiebekertje argeloos in de hand, eeuwige glimlach op zijn gezicht. Een paar maanden eerder toont hij zich met dezelfde glimlach en soortgelijke vrijetijdskleding op een danceparty, ditmaal met een glas bier. Mark houdt van normaal doen. Zijn nieuwjaarsboodschap: "laten we ons realiseren dat het in het leven niet draait om banen, posities en ego's, maar om familie, vrienden, persoonlijke groei en gezondheid." ik kon het zelf gezegd hebben. Mark Rutte speelt de rol van minister-president met het enthousiasme van een kind en doet dat met zo veel overtuiging, dat zijn partij de grootste van het land is en hijzelf de populairste politicus. Ondertussen sluit hij deals met een geblondeerde xenofoob, waardoor Nederland schaamteloos allochtone kinderen het land uitschopt. Liberale principes gooit hij moeiteloos overboord. En hij wrijft zich in de handen bij de gedachte dat rechts Nederland de vingers aflikt door zijn politiek. Job Cohen heeft ongetwijfeld de betere inhoud. Maar helaas voor Job kiest Nederland tegenwoordig op basis van sympathie, ongeacht de inhoud.

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Flaporen

In papa gerbie, flaporen, papa gerbie, suus, de wereld, gelukkig, leuk, tenminste, vrouwen, en meer.

Tot nog toe werd ik in mijn leven niet gevraagd als fotomodel, had ik geen hordes vrouwen achter me aan en kan ik dus rustig concluderen dat ik niet echt knap ben. Aan de andere kant mag ik me gelukkig prijzen dat ik geen bulten in mijn gezicht, scheve neus of hazenlip heb, echt lelijk zal dus ook wel niet kloppen.

Toch ben ik bang dat ik op latere leeftijd alsnog flaporen aan het ontwikkelen ben. Niet bewust, niet eens gewenst, maar toch onvermijdelijk. Mijn allerliefste dochter heeft namelijk ontdekt dat het vanaf de schouders van papa erg leuk is om de wereld vanaf een andere hoogte ter ontdekken. Dus zit mijn dochter regelmatig bij papa ‘op de nek’.

Nu is dat niet echt een probleem, al is het wel eens zwaar als je haar na een tijdje weer neer wil zetten, terwijl zij dat niet wil. Of wanneer ze zonder aankondiging begint aan de afdaling, waarbij ik haar moet opvangen, ook al krijg ik per ongeluk een laars in mijn gezicht.

Maar het leukste moment, voor een toeschouwer tenminste, zelf zie ik het niet, is wanneer ze zit en ze houvast zoekt. Dit doet ze steevast aan mijn oren. En ze houdt ze goed vast. Zo goed dat het soms pijn doet. Grappend tegen anderen zeg ik wel eens dat ik de schoonste oren heb van iedereen, maar tegelijkertijd staan mijn oren wel in een onnatuurlijke stand. De kleine vingertjes zijn in en om mijn oren, ze geniet van het uitzicht of spoort me aan te rennen, te springen of te huppelen.

Ik vind het natuurlijk geweldig dat Suus graag bij mij op de schouders zit. Ik vind het zelfs grappig hoe ze zich vasthoudt. Maar kun je op latere leeftijd toch nog flaporen ontwikkelen?


dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, amerika, analyse, banken, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 687 uur (28,6 dagen). Berichtgemiddelde: 1 bericht per dag, 7,1 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10