maandag, 21 mei 2012

Theo Brand

Theo Brand

De nalatenschap van ‘rooie dominee’ Ab Harrewijn

In gerechtigheid, politiek, religie, ab harrewijn, cda, civil society, groenlinks, linker wang, solidariteit, en meer.

Deze tekst is vandaag – maandag 21 mei – gepubliceerd op www.protestant.nl.

Geboren en getogen in de sfeer van de Gereformeerde Bond, koos hij in zijn studententijd voor socialisme en actiewezen. Maar de bijbelse boodschap bleef altijd zijn leidraad. “Ik heb de theologie nooit ingewisseld voor de politiek.” Deze maand is het tien jaar geleden dat dominee en GroenLinks-politicus Ab Harrewijn (1954-2002) overleed. Toen hij in 1998 in Tweede Kamer geïnstalleerd werd, kwamen SGP-kamerleden hem speciaal feliciteren. Want een hervormd predikant in de politieke arena dat dwong toen – hoe dan ook – respect af bij de mannenbroeders van de SGP.

Harrewijn werd geboren in de Alblasserwaard. Zijn vader was monteur en begon later een installatiebedrijf. “Als oudste zoon was ik voorbestemd het bedrijf over te nemen. Maar ik ging theologie studeren,” vertelde Harrewijn vlak voor zijn dood aan het Christelijk Weekblad. “Ik werd getroffen door het inzicht dat de Bijbel ook een andere kant heeft, de lijn van gerechtigheid en vrede. Tijdens mijn studie in Utrecht was ik vooral aan het actievoeren.”

Harrewijn werd in 1983 bedrijfspastor voor DISK in Amsterdam, in de tijd van economische crisis en massaontslagen. Hij werd medeoprichter van De Linker Wang, het platform voor geloof en politiek verbonden met GroenLinks. In de jaren negentig werd hij projectleider van De Rafelrand, een platform voor vernieuwing van de zorg voor aan dak- en thuislozen en drugsverslaafden. Diverse conferenties leidden tot modernisering van de sector. Minder betutteling en meer activering van cliënten, met nadruk op talenten van de mensen. Tenslotte werd Harrewijn partijvoorzitter voor GroenLinks en belandde na een forse winst in 1998 voor deze partij in de Tweede Kamer.

“Het is goed dat er theologen zijn binnen GroenLinks, maar dat geldt ook voor andere beroepsgroepen,” zei Harrewijn. “Misschien heb ik wat meer gevoel voor de civiele samenleving. Als overheid kun je veel, maar lang niet alles. De overheid moet niet een moraal opleggen want de Staat kan niet alles. Het is goed dat je oog hebt voor wat mensen bindt, beweegt en inspireert. En dat daar positieve krachten vanuit gaan waar samenleving en overheid baat bij hebben.”

In deze geest wordt sinds 2003 jaarlijks op zijn sterfdag de Ab Harrewijn Prijs uitgereikt: een prijs voor sociale initiatieven van onderop. Op 13 mei dit jaar ging de prijs naar Bien Hofman, drijvende kracht achter de Pendrecht Universiteit. Pendrecht geldt als de een na zwakste onder de zogeheten Vogelaarwijken. Voor Bien en haar team zijn de bewoners de deskundigen van hun eigen wijk. Professionals zoals ambtenaren en bestuurders kunnen juist van hen wat leren. Zo is de Pendrecht Universiteit ontstaan, een kenniscentrum in de wijk van, voor en door wijkbewoners.

Wat kunnen Ab Harrewijn en de naar hem vernoemde prijs ons anno 2012 leren? Ten eerste dat de civil society geen speeltje is van de christen-democratie en de confessionele partijen. Ook politiek links heeft oog voor de soevereine rol van mensen en groepen, los van staat en markt.

Ten tweede kunnen we leren dat politici die voortdurend de nadruk leggen op de civil society zonder duidelijk te maken voor welke groep mensen zij kiezen, een rookgordijn optrekken. Kies je voor mensen in kwetsbare omstandigheden of voor de middenklasse en bovenklasse? Door deze vraag niet te beantwoorden blijft de vraag in de lucht hangen of christen-democraten kiezen voor georganiseerde solidariteit of juist voor een vrije markt aangevuld met liefdadigheid.

Een goed functionerende maatschappij, waarin naast vrijheid en verantwoordelijkheid ook solidariteit en duurzaamheid leidend zijn, vraagt om een intelligent samenspel van civiele samenleving, staat en markt. Emeritus hoogleraar bestuurskunde Andries Hoogerwerf heeft deze gedachte enkele jaren geleden uitgewerkt in zijn boek ‘Politiek als evenwichtskunst’. Zijn conclusie: de markt krijgt te veel ruimte ten koste van de kwaliteit van de samenleving omdat de overheid zich te sterk terugtrekt.

Het motto van een ‘verantwoordelijke samenleving’ is nietszeggend als politici niet duidelijk maken hoe solidariteit en duurzaamheid overeind gehouden kunnen blijven worden. Of beter: hoe deze grondwaarden op een nieuwe en creatieve manieren gestalte kunnen krijgen. Daarbij moet de overheid niet de illusie hebben zelf alle problemen op te lossen. Ook burgers, maatschappelijke groepen en marktpartijen zijn hard nodig om de wereld vrijer, socialer en rechtvaardiger te maken.

Het gaat in de geest van Ab Harrewijn om initiatieven van onderop. Maar altijd samen met een actieve overheid die wil ondersteunen, faciliteren en – waar nodig – bijsturen. Sociale voorzieningen en collectieve arrangementen blijven van groot belang om mensen eerlijke kansen te bieden. Wie mensen in hun ‘eigen kracht wil zetten’ en tegelijk de publieke sector ontmantelt en private rijkdom en private armoede vergroot, heeft van het concept van de ‘verantwoordelijke samenleving’ bar weinig begrepen.

Toch lijkt door de innige samenwerking tussen CDA en VVD het neoliberale denken en het christelijk-sociaal denken in de politieke praktijk in elkaar over te vloeien. Is er nog wel verschil tussen deze twee? Wat de nalatenschap van Ab Harrewijn ons in 2012 kan leren is dat christelijk geïnspireerde politiek – opkomen voor gerechtigheid en vrede – niet altijd een christelijk labeltje heeft en bovendien vraagt om evenwichtskunst. Burgers en hun sociale verbanden dienen centraal te staan, maar de overheid moet ook zelf ‘in haar eigen  kracht’ blijven staan en oppassen zich niet door kapitaal, vrije marktwerking en het ‘ieder voor zich’ te laten verdringen.

Het hele interview met Ab Harrewijn in het Christelijk Weekblad (3 mei 2002) is hier te lezen.


Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Dan Turell – Mord im Waschsalon

In boekbesprekingen 2012, boeken, boeken 2012, boekrecensie, dan turell, denemarken, kopenhagen, lezen, boek, en meer.

Dan Turell – Mord im Waschsalon

Mijn cultheld. De hoofdpersoon zonder naam in de ‘moordserie’ van Nonkel Dan. Nog net genoeg functionerend om te kunnen overleven, genoeg outlaw om buiten de mainstream maatschappij te staan. Twaalf boeken zijn er over hem verschenen, langzaam maar zeker nader ik het einde van de serie. Het is niet anders.

Omdat thematisch lezen toch altijd leuk blijft, nam ik deze mee toen ik dit voorjaar weer een keer met een groepje studenten op pad mocht naar Kopenhagen. Een druk programma, dus buiten het vliegtuig (en zelfs toen vielen mijn ogen dicht) heb ik eigenlijk weinig gelezen. Maar dit boek leende zich wel voor elke keer een paar bladzijden. Twaalf verhaaltjes, in plaats van een lang verhaal met meerdere door elkaar lopende lijnen. Het lijkt een beetje op probeersels van de schrijver, verhaallijnen die hij niet in een boek kon omzetten. Dan maar op een hoop, een clou er aan plakken en bij elkaar gooien.

Dat maakt het boek lichter en helaas ook minder interessant. Want in een verhaal van een bladzijde of vijftien, twintig kun je een moord kwijt, een paar mooie bespiegelingen, maar dan moet je ook echt weer op weg naar de oplossing. En dat is jammer, want zijn volwaardige boeken zorgen er voor dat je meer leest dan slechts een ‘krimi’, zoals de Duitse vertaling elke keer weer op de voorkant weet te drukken.

Maar dat Turell mijn favoriete Deense schrijver is en blijft, lijkt me wel duidelijk.

Citaat: “Ich habe gewisse Erfahrung mit entlassenen Häftlingen – und diese Erfahrung sagt mir, dass sie, wenn sie nach vier Jahren sauskommen, nur selten in einen Waschsalon gehen. Sie gehen in die Kneipe, sie gehen ins Bordell, sie finden zur Familie zurück – falls sie immer noch eine haben – oder zu alten freunden, aber sie sausen nich umgehend zu einem Waschsalon.” (p.105)

Nummer: 12-012
Titel: Mord im Waschsalon (Orig.: Mord i Montvasteriet)
Auteur: Dan Turell
Taal: Duits (Orig.: Deens)
Jaar: 1986
# Pagina’s: 238 (1917)
Categorie: Whodunit
ISBN: 978-3-404-15526-2

Meer:
Mord in Vesterbro
Mord im März
Moord in het donker
Mord in der Dämmerung
Moord op Malta
Moord in het Paradijs
Wikipedia
Official site


zaterdag, 19 mei 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Partijperikelen

In politiek, groenlinks, jolande sap, lijsttrekkersreferendum, procedures, tofik dibi, verkiezingen, bestuur, bom, en meer.

Voor wie GroenLinks een warm hart toedraagt was het vandaag geen positieve dag. De afgelopen week ging het al niet zo lekker, vanaf het moment dat het gerucht ging dat Tofik Dibi lijsttrekker wilde worden. Vannmiddag barstte de bom toen op internet te lezen viel dat Dibi geen lijsttrekker zou mogen worden.

Wat mij betreft ligt de fout bij degene die het gerucht de wereld in heft gebracht dat Tofik kandidaat wilde zijn. Ik ben erg benieuwd wie dat is geweest. Het is iemand geweest die het partijbelang niet op de eerste plaats heeft gehad. In het gunstigste geval is het iemand die per ongeluk zijn/haar mond voorbij gepraat heeft en/of dacht een leuk nieuwtje te hebben. Maar het nieuws kan ook met een doel naar buiten gebracht zijn. Door Dibi zelf of iemand anders die hem graag op nummer 1 ziet, om er voor te zorgen dat die kans daarop toe zou nemen. Of misschien door een medewerker of een lid van het bestuur of de kandidatencommissie. In dat geval mag er ook wel op zijn minst een indringend gesprek met diegene plaatsvinden, want dat zou niet bepaald netjes geweest zijn. Niet alleen naar de partij, maar er vanuit gaande dat het niet Dibi zelf is geweest, ook naar hem, want het bracht hem in een positie waarin hij niets kon zeggen, ondanks dat dat feit alleen al eigenlijk voldoende bevestiging was.

Na het optreden van Tofik Dibi vanavond in Nieuwsuur, hadden sommige mensen medelijden met hem. Andere mensen overwogen zelfs op hem te stemmen uit dwarsheid, omdat Dibi een underdog zou zijn. Omdat hij zei dat hij tegengewerkt werd. Maar wie er niet bij is geweest, weet niet of het waar is. “Je wordt het niet, jongen” kun je op vele manieren zeggen. Dreigend, troostend, formeel-maar-goedbedoeld. En wat iemand goed bedoelt, kun je ook heel rot opvatten. Dat iemand zegt dat je ongeschikt bent, kun je wel opvatten als tegenwerking als je erg van jezelf overtuigd bent. En misschien is het allemaal wel waar ook, ik ben er tenslotte ook niet bij geweest. Maar of het slim is om te zeggen op tv is maar de vraag. Degene die je sollicitatie behandelt afschilderen als iemand die gewoon niet ziet hoe goed jij bent, komt vooral pijnlijk over. Daarnaast heeft het het beeld van de partij – in campagnetijd – niet bepaald goed gedaan. Een meningsverschil spreek je uit met degene waar je het mee hebt, niet met de presentator van een actualiteitenprogramma.

Veel kritiek was er ook op het partijbestuur. Het bestuur zou niet democratisch zijn. Eerst omdat ze Tofik Dibi niet als lijsttrekkerskandidaat wilden, later omdat ze dat toch wel wilden omdat de leden dat graag zo zagen. Ik zou denken dat dat juist heel democratisch is, doen wat je leden willen, maar zo dacht blijkbaar niet iedereen erover. Het lijkt er wat mij betreft in ieder geval niet op dat het partijbestuur zijn kandidatuur tegengewerkt heeft. De regels over het bekend maken van de kandidatuur zijn voor hem aangepast, hij kreeg de ruimte om zich te profileren op tv, en ondanks een negatief advies krijgt hij nu toch de kans om zich te bewijzen.

Vooral Heleen Weening kreeg veel kritiek na haar tv-optreden. Ze zou het niet goed gedaan hebben, te hard overkomen, en te veel hechten aan procedures. Ook werd haar verweten dat ze haar persoonlijke voorkeur niet bekend wilde maken, maar dan heb je volgens mij niet begrepen wat een partijvoorzitter doet: die vertegenwoordigt alle leden, ongeacht of ze Sap of Dibi of iemand anders als lijsttrekker willen, en het past dus niet om in die rol bekend te maken op wie je stemt. Voor wat betreft het optreden zelf: misschien zou ze de finale van X-factor met dit optreden niet gehaald hebben, maar ik geef het je te doen om na een dag als dit fris en fruitig op tv te verschijnen. Op tv leuk overkomen in een situatie als dit zonder uitgebreide training of ervaring is maar weinig mensen gegeven.

Leuk doen in tv-programma’s is gelukkig ook niet de voornaamste taak van een voorzitter. Heleen Weening zei tijdens haar verkiezingstoer dat ze niet de behoefte had om zichtbaar te zijn, maar het wel zou doen als het nodig was. Als het goed ging met de partij, zouden we haar niet zien. Het is jammer dat het blijkbaar nodig was, al zo snel na haar aantreden.

Kritiek was er ook op de procedures en op de mensen die daaraan vast wilden houden. Die zeiden dat het moest gaan om mensen en niet om regeltjes. Maar die procedures zijn er om een reden, die zijn er namelijk juist voor mensen en hebben we samen vastgesteld. Ze zijn er om te zorgen dat iedereen een eerlijke beoordeling krijgt, een gelijke kans in de campagne en dat een bekend kamerlid niet via de media invloed kan uitoefenen op zijn beoordeling – al dan niet opzettelijk. En om te zorgen dat de leden goed geïnformeerd kunnen kiezen uit geschikte kandidaten. Zeggen dat je democratie wilt en dus wilt kiezen – uit twee ongelijke kandidaten – en om die reden democratisch vastgestelde procedures wilt negeren, ironischer dan dat kan ik het niet maken.

Dit voorval kent alleen maar verliezers. Dibi gaat de verkiezingen in met een negatief advies, Sap kan slechts winnen van een kandidaat die niet haar gelijke is, en de partij heeft schade opgelopen.

Ik ben enkele jaren geleden lid geworden van GroenLinks omdat ze in mijn ogen goede ideeën hadden en die op respectvolle wijze uitdroegen met een inhoudelijke onderbouwing. Geen geschreeuw, geen oppervlakkige campagnes op basis van poppetjes. Ook standpunten in durven nemen als het niet de heersende mening is of als het weinig aandacht trekt.

Het lijkt erop dat het populisme ook doordringt bij GroenLinks. Campagneposters drukken onze idealen niet meer uit, maar zijn foto’s van de lijsttrekker – alsof het om de lijsttrekker gaat in plaats van om de standpunten of alle andere mensen in zo’n partij die hard werken om iets te bereiken. Mensen eisen binnen een paar minuten uitleg van kamerleden of bestuursleden als iets ze niet bevalt – stel je voor dat je even moet wachten omdat mensen zorgvuldig willen afwegen wat de beste keuze is, dat moeten we niet willen met zijn allen. Wie nog geen jaar geleden met ruime meerderheid gekozen werd, wordt vandaag door sommige mensen het liefst bij het grof vuil gezet. Wie het niet leuk doet op tv, moet weg, en spot zal hun deel zijn. Dat is overigens zeker niet alleen bij GroenLinks het geval.

Ik zal, als afdelingssecretaris, binnenkort wel zien hoeveel leden dit ons in Rotterdam gaat kosten. Net nu we weer in de lift zaten sinds het besluit over Kunduz en het inmiddels bijna vergeten Marikogate. Maar dat laatste bewijst ook weer dat we een vervelende situatie ook achter ons kunnen laten.

Morgenochtend ga ik weer verder met het schuren en schilderen van folderrekjes voor in onze GroenLinks-kraam volgende week op Dunya. Ondanks alles. We hebben heel wat uit te leggen.


donderdag, 17 mei 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Henning Mankell – Tea-Bag

In boekbesprekingen 2012, boeken, boekrecensie, henning mankell, lezen, vluchteling, zweden, afrika, bezig, en meer.

Henning Mankell - Tea-BagHenning Mankell – Tea-Bag

Mankell schrijft Whodunits. Inspecteur Wallander is zijn belangrijkste held. Daarnaast schrijft hij dus ook nog ‘gewone’ fictie. Hij woont een deel van het jaar in Afrika, naast zijn geboorteland Zweden. In dit boek combineert hij die twee verschillende werelden met elkaar.

Dat levert een boeiend boek op. ‘Tea-Bag’ is een Afrikaanse vluchtelingen in Zweden. Een dichter wil een boek over haar schrijven. Maar de wereld van illegalen is niet simpel te doorgronden voor een buitenstaander. Sterker nog, de dichter wordt van de ene verbazing in de andere geslingerd, vlak voor zijn ogen gebeuren er allerlei dingen waarvan hij geen idee had dat het in Zweden kon.

Hij wil de meisjes helpen hun verhaal te vertellen. Hij geeft ze een cursus. Onvoorbereid, maar met goede bedoelingen. Maar zo maar ‘even’ vertellen hoe je moet schrijven, blijkt toch niet zo simpel als hij had gedacht. Ondertussen staat zijn leven op de kop, maar hij kan zijn energie en aandacht maar een keer inzettten.

Achterop wordt het boek aangeprezen als ‘satirische roman’. Ik weet niet of satire het genre is dat de lading dekt. Het is zeker een maatschappijkritisch boek. Dat kan ook haast niet anders. Iemand die in meerdere werelden overleeft, kan niet niet kritisch kijken naar wat er om hem heen gebeurt. Als je dan ook nog eens schrijver bent, zou het vreemd zijn dat je, met alle respect, simpele detectives blijft schrijven, terwijl datgene wat je daadwerkelijk bezig houdt buiten je verhalen houdt.

Tea-Bag is een fictief verhaal over een vluchtelinge, al heb ik de indruk dat het zo een waar gebeurd verhaal had kunnen zijn. Ik gok dat er elementen inzitten waarvan hij weet dat ze gebeurt zijn. Zelfs als dat niet zo is, dan nog is het gelukt om een prachtig verhaal te schrijven. Schrijnend. Aangrijpend. Misschien een beetje cynisch.

Citaat: “In Zweden werden ze met sokken, warme jassen en theezakjes opgesloten in een steenkoude jeugdherberg aan de koude, grijze zee die de grens vormde met alles wat eerder was geweest. Het was alsof ze al hun herinneringen kapot gescheurd hadden, alles wat ooit geweest was, en wat ze samen met de aan stukken gescheurde paspoorten hadden weggegooid.” (p.258)

Nummer: 12-011
Titel: Tea-Bag
Auteur: Henning Mankell
Taal: Nederlands (Orig.: Zweeds)
Jaar: 2003 (Orig.: 2001)
# Pagina’s: 347 (1679)
Categorie: Fictie
ISBN: 978-90-445-0917-5

Meer:
Moordenaar zonder gezicht (mijn recensie)
Site Mankell
Pink Bullets (recensie)
Hotel Boekenlust (recensie)


woensdag, 16 mei 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

De diepte in? Tsss…

In kort, bezig, dames, de, geld, lezen.

NRC-next is lekker bezig vandaag. Op de voorkant een grote plaat, zoals het NRC betaamt, van een van onderen naakte dame met de benen zo wijd als alleen op tekening mogelijk is. Een getekende dokter belicht met een zaklamp dat deel dat de meeste dames toch eigenlijk liever niet zomaar voor de voorpagina zouden tonen. Het is rood en huge, met daarboven wat grappig kroeshaar. Het gaat om het grote. En eigenlijk nog niet eens om de buitenkant. Het gaat om de G-spot. Een Bredase arts verdient sinds een poosje geld met het vergroten ervan.

Een voorpagina en twee binnenpagina’s zijn aan het onderwerp gewijd. ‘De diepte in’ heet deze rubriek. Conclusie na het lezen van de vier kolommen tekst: we weten niet zeker of de plek bij elke vrouw bestaat en of het zin heeft die plek te stimuleren en wel dat vergroten puur geldklopperij is. Zou die plek onderdeel van een mannenlijf zijn, dan was alles er al lang over bekend. Gynaecologie loopt nou eenmaal, bij mannelijk gebrek aan belangstelling in vrouwenonderwerpen, achter bij andere mensenlijfwetenschappen. Behalve dus als het gaat om geld verdienen.

Onderhand tureluurs geworden van wetenschappelijke onderzoeken, hij bestaat wel, hij bestaat niet, wel, niet, geef ik het op. Er is een minder valide maar individueel 100% treffende wijze om te onderzoeken of die plek enig effect kan sorteren of niet ;-) Dan zijn we definitief van al het gezeur en geldklopperij af.

dinsdag, 15 mei 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

De boekenkast van Linda Voortman

In de boekenkast van.., boeken, boekenkast, groenlinks, lezen, linda voorman, politiek, boek, dames, en meer.

Prachtige foto van het Groenlinkse Tweede-Kamerlid naast haar boekenkast. Ik ben meteen jaloers op het trapje. Politieke voorkeur indachtig zal ze het wel groen geschilderd zijn. Maar het feit is voor mij genoeg. Een trapje geeft aan dat de kast groot is. En niet alleen groot, ook dat je zo nu en dan op de bovenste plank moet zijn. Omdat er een boek bij is gekomen, of omdat je een boek van die plank wil lezen. Of even iets moet nakijken. Een boekenkast is nooit af. Een boekenkast, zo stil als die staat, is altijd in beweging. Tenminste als je een boekenkast niet voor de pronk hebt. En daar is de paradox: als je een boekenkast hebt om mee te pronken, valt er meestal niets te pronken. Maar pronken lukt vaak wel met de kast die er niet voor de pronk staat.

Genoeg gefilosofeerd. Wat komen we allemaal tegen in de kast van Linda Voortman? Allereerst systeem, altijd goed. De boeken staan niet lukraak of op kleur. Daardoor lijken sommige planken leeg, maar dat is onvermijdelijk als je je systeem consequent hanteert. Thematisch gesorteerd is denk ik de beste omschrijving.

Het plankje linksboven is zo goed als onleesbaar. Slechts twee keer is er iets te zien. ‘binnenhof’ en ‘tweede kamer’, tenminste dat maak ik er van, want ik ken geen boek dat over de ‘veede kamer’ gaat. Haar politieke plankje dus. Op de plank rechtsboven is de Bijbel duidelijk herkenbaar, net zoals ‘Ons kent ons’, het prachtige fotoboek over de types van Van Kooten en De Bie. Het volume 2 is volgens mij het vervolg over de Top 2000. Een ander boek lijkt me over de band ‘De Dijk’ te gaan, maar dat weet ik niet zeker. De liggende boeken lijken me fotoalbums.

Plank 2 links: J.F. Glastra van Loon, ik kan de titel niet lezen, maar Google vertelt me dat het waarschijnlijk ‘Kanalen graven’ heet. Het WBS Jaarboek 2006 ‘vier jaar Balkenende’ staat er ook. Henk te Velde (niet de zeiler) – Van regentenmentaliteit tot populisme.

Plank 2 rechts zijn de reisgidsen. Twee keer niet aan een bestemming toe te wijzen: Natuurwijzer en een vogelgids. Dichtbij: Hoge Veluwe, Utrecht. Zuid Limburg, Bijzonder welkom in Heel Nederland, Nederland voor nop en nog een keer Utrecht. Binnen Europa: Malta & Gozo, Kroatië (Capitool), Berlijn (Anwb, oud), Wenen (Anwb, nieuw), Berlijn (Anwb, nieuw), Praag (Anwb, oud), Ierland, Frankrijk, Rome en twee keer Noorwegen (1 keer Anwb). The Rough Guide USA completeert de plank.

Plank 3 links lijkt leeg, plank 3 rechts heeft meerdere herkenbare titels: Ik denk iets van Martin van Amerongen, de titel staat achter de trap. Thomas van der Dunk – Buiten is het koud en guur. Anna Politkovskaja – Russisch dagboek. Gladys Mejias – Morgen voor mij. Dan vier titels die ik niet kan plaatsen. Ton van Dijk – Hier gebeurt nooit iets. Tony Judt – Het land is moe. Primo Levi – Titel onleesbaar. Nog 1 onherkenbaar. Fay Weldon – Echte dames lunchen niet. Dan een boekje dat ‘het verhaal’ lijkt te heten. Tenslotte Hans Schoots – Gevaarlijk leven. Een biografie van Joris Ivens. Fay Weldon lijkt verdwaald op deze plank. Te licht tussen de zware boeken.

Plank 4 links, zes delen van een serie. Een encyclopedie? Klassiekers?

Plank 4 rechts. Een mooi (duur 39,90) boek over Groningen: Groningen uit de lucht

Plank 5 links: De plank over de Tweede Wereldoorlog. George E. Berkley – Theresiestadt. Melissa Muller – Anne Frank de biografie. T.Spaans-Van der Bijl – Utrecht in verzet. In de schaduw van de adelaar. Een titel die vaker voorkomt, auteur niet te lezen. J.A.A. Aarse en B. Marinus – Hou zee, Kameraad. Uit de serie ‘De tweede wereldoorlog’ – De bevrijding. Zeker zes boeken onherkenbaar.

Plank 5 rechts: Sport, vooral Feyenoord. Als eerste het dikke jubileumboek van 100 jaar Feyenoord. Dan minstens zo dik: Het geheim van Raleigh door J. Holthausen (zou natuurlijk op de wielerplank moeten staan (6, rechts) maar is daarvoor te groot). De seizoensgids 2010-2011 van VI. Een aantal onherkenbaar. Een fotoboek over de Olympische Spelen van Calgary. Nog een aantal onleesbaar. Wim Bot – Leve Feyenoord een. Tenslotte een blik over Feyenoord, ik gok met beeldmateriaal over het jubileumjaar.

Plank 6 links: leeg

Plank 6 rechts: Wielerboeken. 1e onherkenbaar. Marije Randwijk – De vergeten Tour. Gabriel Garcia Marquez – De kampioen van Colombia. 3e en 4e onherkenbaar. Dan lijkt me er een boek te staan uit de Nationale Sportbibliotheek. Weer twee onleesbaar. Theo Koomen – 25 jaar doping. Steven Rooks – De sportman van het jaar. Het grote tourboek (is van Peter Ouwekerk, niet zichtbaar). Dan acht delen van De Muur, wielertijdschrift in boekvorm. Daarna zijn de boeken weggedraaid, te schuin om nog goed te lezen. Even spieken in mijn eigen kast: Jean Nelissen – De 100 beste Nederlandse wielrenners aller tijden staat ook bij haar in de kast.

Plank 7 links: Veel politiek getinte, linkse lijkt mij, boeken. Gerrit Voerman – De meridiaan van Moskou, 2e is onleesbaar. J.W. Matthijsen – Sovjet-Rusland. Henk Sneevliet – Max Perthus. Weer een onherkenbaar. Mathieu Smedts – Een weerbarstig katholiek. Dan meerdere bedekt door de trap en als laatste George Holland Sabine en Thomas Landon Thorson – A history of political theory.

Plank 7 rechts. De Mart Smeets plank. Mijn territorium. Op volgorde staan er: 1. De afrekening 2. Het laatste geel 3. Helder 4. De Tour wacht op niemand 5. Wereldtour 6. Retro 7. Door naar de volgende ronde 8. Rugnummers en ingevette benen 9. Veelbesproken 10. De Tour van ’80 11. Oranje boven 12. Het dream team 13. Overleven 14. Passie 15. Dertig 16. Ik was nooit in Nagano (deductie, slechts heel klein hoekje zichtbaar) 17, 18 en 19 niet zichtbaar. 20. Geel 21. Net echte mensen 22. Bruisend 23. Stoempen, snot en sterven 24. Opgeruimd 25. Murfreesboro blues 26. Een lange ontsnapping 27. Een brok in de keel 28. Hoezo bezeten? 29. Netwerk 30. De kopgroep 31. Vuur 32. De Lance-Factor. Jammer dat er geen systeem zit in de plank. Chronologisch of alfabetisch was allebei mogelijk, is niet gebeurd.

In totaal dus bijna honderd boeken goed te zien, compliment aan de fotograaf. Ook een compliment aan Linda, ze heeft een prachtige boekencollectie en dan vermoed ik dat er elders in het huis nog wel meer boeken staan. Want fictie en/of literatuur kom je in de kast bijna niet tegen.

Conclusies: 1. Linda heeft bij de Slegte vele boeken gekocht. Ik herken namelijk de typische Slegte-aankopen die ook bij mij boven staan. 2. Ze las veel boeken op weg naar een politieke loopbaan die haar in de Tweede Kamer deed belanden. 3. Waarom iemand uit Enschede, die in Groningen woonde en nu in Utrecht voor Feyenoord kan zijn is mij een raadsel. 4. Ze leest net als ondergetekende graag een stukje van Mart Smeets, maar ligt nog zeker een dozijn boeken achter. 5. Haar wereldbeeld is mede bepaald door haar interesse voor de Tweede Wereldoorlog. 6. In de zomer zit Linda ook urenlang voor de televisie naar de Tour de France te kijken. 7. Ze komt niet toe aan of heeft geen geduld voor fictie. 8. Eigenlijk zou ze dat wel willen, maar haar carrière gaat op dit moment voor. 9. Ze leest het liefst in haar eigen taal, slechts 1 engels boek in de hele kast te vinden. 10. Ze reist graag, maar niet vaak.

De boekenkast van:

Muis (25-10-2011)
Jan Vertonghen (05-06-2011)
Meissie (15-04-2011)
Sanneke (05-03-2011)
Toaske (25-02-2011)
Zuster Klivia (15-02-2011)
Alexander Pechtold (25-05-2009)


woensdag, 9 mei 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Je hersens weten het beter.

In de maatschappij dat zijn wij!, brein, verkiezing, vrije wil, de, delen, lezen, midden.

Hersenscans geven beter aan waardoor iemand wordt beïnvloed dan die persoon zelf denkt. Een Amerikaans experiment bevestigde dat wederom. Rokers kregen drie spotjes te zien en moesten aangeven welke het meeste stoppenmetrokeneffect zou sorteren. Wat blijkt? Het minst gekozen filmpje had op de hersens het meeste effect! De praktijk bevestigde dit resultaat.

Bij de vorige verkiezingen werd een vergelijkbare test gedaan. Een kiezer gaf zijn plek aan op het politieke spectrum en plaatste zichzelf overtuigd rechts. Hij zou dan ook VVD gaan stemmen. Vervolgens ging deze kiezer in de MRI-scan en kreeg daar de stemwijzer voorgelegd. Bekeken werd welke delen in zijn hersens oplichtten bij het lezen van de stellingen. Deze kiezer werd door zijn brein iets rechts van het midden geplaatst.

Breinonderzoeker Victor Lamme legde bij Pauw en Witteman uit hoe en waardoor kiezers worden beïnvloed bij het maken van de keuze. Daar komt veel minder rationaliteit bij kijken dan je zou hopen. Sterker nog, het begint er sterk op te lijken dat rationaliteit ons steeds verder van onze hersens afbrengt. Stel je daarbij voor hoe gekozen politici hun afwegingen maken….

Afijn, met de vaart der ontwikkelingen hoeven we straks alleen het stemgerechtigde hoofd in een scanner te stoppen om een stem uit te brengen en de politicus het gemandateerde hoofd in die scanner te doen om achter zijn eigen standpunt te komen. Ben heel benieuwd hoe het land er dan uit gaat zien. Dan zien we waar we werkelijk voor staan.

maandag, 7 mei 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Armistaud Maupin – Further tales of the city

In boekbesprekingen 2012, armistead maupin, boeken, boeken 2012, boekrecensie, gay, lezen, san francisco, architect, en meer.

Armistead Maupin - Further tales of the cityArmistaud Maupin – Further tales of the city

Twee boeken van hem vond ik ooit in Saalbach, toen ik daar werkte. Anderhalf decennium geleden dus. De eerste las ik een paar jaar geleden. Ik was niet echt onder de indruk. De tweede had ik bij me op vakantie, afgelopen februari. Ik begon nog optimistisch. Waar ik dat optimisme vandaan haalde, geen idee. De eerste bladzijde kostte me moeite, de tweede werd het erger.

Op de derde bladzijde begon het tweede hoofdstuk. “Green-collar Gays, in Michael’s lexicon, included everyone who dealt with beautiful things in a manly, outdoorsy fashion: nurserymen, gardeners, forest rangers and some landscape architect. Florists, of cours, didn’t qualify.” Ik had het gehad. Ik heb het hoofdstuk nog uitgelezen, tot en met bladzijde dertien dus, maar ik trok het niet meer.

Dit is Gay-literature met de nadruk op de hoofdletter G. En met literatuur heeft het eigenlijk weinig te maken. Er zal vast een doelgroep voor zijn, zeker in San Francisco. Misschien daarbuiten ook wel, maar het ligt er allemaal zo dik bovenop, het is zo weinig subtiel, het stoot de buitenstaander volgens mij af. Mij in ieder geval wel.

Voor het eerst sinds heel veel jaren heb ik dus een boek niet uitgelezen. En niet uitgelezen is eigenlijk een understatement, want verder dan een handjevol bladzijden ben ik niet gekomen.

Citaat: “Ned held his own quite well. Blessed with a sexual aura that bordered on mysticism, he proceeded to win the heart of every man, woman and animal that crossed his path. It was not so much his beauty that captivated them but his innate and almost geldelijke gift for attentiveness. He listened to them in a town where no one ever listened at all.” (p.12)

Nummer: 12-010
Titel: Further tales of the city
Auteur: Armistead Maupin
Taal: Engels (US)
Jaar: 1982
# Pagina’s: 271, waarvan gelezen 13 (1332)
Categorie: Gay
ISBN: 0-552-99106-6

Meer:
Tales from the city
Official website
Wikipedia (Maupin)
Wikipedia (further tales)
Google books
IMDB (televisieserie)


zaterdag, 5 mei 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Marten Toonder senior: van eierzoeker tot zeekapitein (2)

In warffum aan zee, marten toonder, geschiedenis, bezoek, boek, de, delfzijl, feit, geld, en meer.
2012 is het Toonderjaar. Marten Toonders wortels zijn onmiskenbaar Gronings. Zijn moeder Tine was de dochter van peerdendokter Huizinga uit Uithuizen, terwijl zijn “goede vader” uit Warffum kwam. Toonder senior werkte zich op van eierzoeker op het Groningse eiland Rottumeroog tot kapitein op de grote vaart.


Het standsverschil tussen de ouders van Marten Toonder junior was groot. Zijn moeder kwam van goede huize, terwijl zijn vader Marten senior aan het eind van de negentiende eeuw onder de allerarmste omstandigheden opgroeide. Marten seniors moeder Martje Postema was op 19-jarige leeftijd als dienstbode in Breede ongewenst zwanger geraakt. Zijn vader bleef onbekend. De kleine Marten werd grootgebracht door zijn grootouders. Hij kreeg zijn achternaam pas toen zijn moeder in 1884 met Eisse Toonder trouwde. Het bruidspaar ging in Stitswerd wonen, maar de kleine Marten bleef bij zijn grootouders in Warffum (aan de huidige Westervalge).

Werken voor de voogd

Nadat opa Postema in 1886 met vier anderen op het Wad verdronk moest oma in haar eentje als landarbeidster de kost verdienen. De kleine Marten moest vaak voor een paar stuivers meewerken, zodat er nauwelijks tijd was om naar school te gaan. Op tienjarige leeftijd ging Marten als eierzoeker voor de voogd Van Dijk op Rottumeroog werken. Tegen kost en inwoning en een karig loontje. Het belangrijkste was dat oma Postema een mond minder had te voeden. Van een soort jongste bediende werkte hij zich op het eiland op tot een gewaardeerde kracht van de voogd. Tien jaar lang bleef hij op Rottumeroog. Slechts een paar keer per jaar kon hij op bezoek bij zijn oma in Warffum.

In 1900 besloot Marten Toonder senior zijn leven over een andere boeg te gooien. Hij verliet het Wad en vertrok naar de grote havenstad Rotterdam. Daar monsterde hij aan als matroos op de grote vaart. Aan boord van schepen werkte hij zich langzaam op, maar het feit dat hij nooit had leren lezen en schrijven stond een echte carrière in de weg. Gestimuleerd door een vriend met geld leerde hij op latere leeftijd lezen en schrijven. Vanaf 1904 kon Marten door de financiële steun van diezelfde vriend naar de zeevaartschool in Delfzijl om zijn stuurmandiploma te halen.

Huwelijk in Uithuizen

In 1911 trouwde Marten Toonder senior in Uithuizen met Tine Huizinga. Hun oudste zoon Marten schreef vele jaren later in zijn autobiografie dat het overduidelijk een verstandshuwelijk was. Tine was overgebleven na een verbroken verloving met een Duitser, terwijl Marten er in zijn jeugd en later door zijn werk op zee nooit aan toe was gekomen om op een normale manier een vrouw te vinden. Het echtpaar ging in Rotterdam wonen, waar uit het huwelijk twee zoons werden geboren. Marten junior in 1912 en Jan Gerhard twee jaar later. Twee schrijvers als zoon van een vader, die pas na zijn twintigste leerde lezen.

Het huwelijk van Tine en Marten Toonder hield vooral stand doordat Marten senior meestal op zee was. Eerst als stuurman, later als kapitein op de grote vaart. Als Toonder senior aan de wal was heerste een ijzige sfeer in huize Toonder. Moeder Tine reisde als haar man op zee was vaak met de kinderen voor familiebezoek naar Uithuizen, Winsum en Adorp. Warffum werd altijd overgeslagen. Alleen Toonder senior kwam nog wel eens naar Warffum om zijn oma Elizabeth een centje toe te steken. Dat hield op toen zij in 1926 op 92-jarige leeftijd overleed.

Zijn biologische moeder heeft Marten senior waarschijnlijk nooit meer ontmoet, ook al woonde ze vanaf 1895 weer in Warffum aan het Zuiderkerkpad. Nadat ze haar zoon al enkele weken na zijn geboorte bij haar ouders had achtergelaten heeft ze nooit meer contact met hem gezocht. De schande van een kind voor het huwelijk was voor haar blijkbaar te groot. Bij Marten senior leidde dat vermoedelijk tot wrok. Op hoge leeftijd heeft hij een paar keer toenaderingspogingen van halfbroers uit het huwelijk van zijn moeder met Eisse Toonder afgewimpeld.

Schrijver op leeftijd

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Marten Toonder senior op zee. In 1940 kreeg hij een nierontsteking in Argentinië. Na een operatie herstelde hij in Londen, waar hij de rest van de oorlogsjaren een baantje aan de wal kreeg als supervisor van een zeemanshuis voor gewonde, gestrande zeelieden van de internationale koopvaardij. In 1946 kwam hij op 66-jarige leeftijd terug naar Nederland.

Na zijn pensionering trad vader Toonder in de voetsporen van zijn schrijvende zoons. In 1954 schreef hij Klei en zout water over zijn belevenissen als zeeman aan het begin van de twintigste eeuw. In dit boek keert hij regelmatig terug naar zijn oma in Warffum. Ook beschrijft hij zijn studietijd aan de zeevaartschool in Delfzijl. Enkele jaren later schreef Toonder senior samen met zijn zoon Jan Gerhard Toonder over zijn jeugd in Warffum in Eiland in de verte (1959) en over zijn werktijd op Rottumeroog in De oudste ochtend (1960). In 1965 overleed Marten Toonder senior in Oegstgeest op 85-jarige leeftijd, vlak voordat hij met Marten junior naar Ierland wilde verhuizen. Vijf jaar later overleed ook zijn vrouw Tine Toonder.

Erik de Graaf

PS: Met dank aan de heer Eiso Toonder. Dit stuk werd op 3 mei gepubliceerd in de Ommelander Courant.

donderdag, 3 mei 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Marten Toonder senior: van eierzoeker tot zeekapitein

In groningen, warffum, geschiedenis, de, delfzijl, informatie, krant, eerste, jeugd, en meer.
2012 is het Toonderjaar. Op 2 mei was het een eeuw geleden dat schrijver en striptekenaar Marten Toonder werd geboren. De geestelijk vader van Olie B. Bommel en Tom Poes verrijkte de Nederlandse taal met uitdrukkingen als “als je begrijpt wat ik bedoel” en “zoals mijn goede vader zei”. Hoewel zijn wieg in de havenstad Rotterdam stond zijn Toonders wortels onmiskenbaar Gronings. Zijn moeder was de dochter van peerdendokter Huizinga uit Uithuizen, terwijl zijn “goede vader” uit Warffum kwam.

Vader Marten Toonder senior (1879-1965) groeide onder zeer arme omstandigheden op in Warffum. Zijn moeder was als negentienjarige dienstbode ongewenst zwanger geworden en liet hem achter bij zijn grootouders. Zeker toen zijn opa in 1886 op het Wad verdronk zat school er niet meer voor hem in. Oma maakte lange dagen als landarbeidster, maar ook de kleine Marten droeg een paar stuivers bij door voor boeren in de buurt te werken. Op tienjarige leeftijd kwam hij als eierzoeker in dienst van de voogd van Rottumeroog, waar zij zich in tien jaar opwerkte tot een gewaarde kracht.

In 1900 besloot Marten Toonder senior zijn leven over een andere boeg te gooien. Hij verliet Rottumeroog en vertrok naar Rotterdam om als matroos aan te monsteren op de grote vaart. Pas als twintiger leerde hij lezen en schrijven. In 1904 ging hij naar de zeevaartschool in Delfzijl om een stuurmandiploma te halen. Van tweede stuurman werd hij eerst. Van eerste stuurman werd hij kapitein.

Na zijn pensionering in 1946 trad hij in de voetsporen van zijn schrijvende zonen Marten junior en Jan Gerhard. In 1954 publiceerde hij Klei en zout water over zijn zeemanscarrière aan het begin van de twintigste eeuw. Enkele jaren later schreef Jan Gerhard Toonder twee romans over de jeugd van zijn vader. Eiland in de verte (1959) vertelt het verhaal van zijn jeugd in Warffum. De oudste ochtend (1960) gaat over zijn jaren op Rottumeroog.

Marten Toonder senior was een kleurrijk persoon met een interessante levenswandel. In dit Toonderjaar ga ik op zoek naar mijn “dorpsgenoot”, van wie de moeder en de grootmoeder hier nog op het kerkhof liggen. Net als stiefvader Eisse Toonder en wie weet ook wel de biologische vader. In de Ommelander Courant, de regionale krant van het Hogeland, verschijnt regelmatig een verslag van mijn zoektocht. En iedereen die aanvullende informatie of foto’s heeft wordt opgeroepen kontakt met mij op te nemen.

Erik de Graaf

woensdag, 2 mei 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Hoge hakken, echte politiek?

In politiek personeelsbeleid, v/m, verkiezingstijd, hakken, tweede kamer, achterkamertjes, bezig, boek, congres, en meer.

Op basis van diepgravende interviews en wetenschappelijk onderzoek… : ‘Haagse Hakken’. Een boek over hoe dames zich sinds ‘ze’ in 1918 mogen stemmen handhaven ‘in een wereld waar betrokkenheid, overtuiging, daadkracht, fractiediscipline, achterkamertjes, media, uiterlijk, oneliners en machismo allemaal een rol spelen?’ (Citaat van de website van de uitgever.) Gezien mijn beroepsdeformatie en mijn feministische inslag zou ik dit boek snel moeten lezen. Maar zoals iemand op Twitter reageerde op mijn ‘huh?-tweet’: hopelijk een persiflage?

Toegeven, ook Opzij heeft een paar keer aandacht besteed aan Kamerleden (v). Vooral over het seksisme dat nog hoogtij schijnt te vieren bij de ‘old boys’. Haar op de tanden kammen en gaan dus. Maar verder, een heel boek over hoe moeilijk het is voor vrouwen om Kamerlid te zijn? Zou dat echt zo anders zijn dan voor mannen?

Aha, geen persiflage, as we type komt er een tweet binnen van GroenLinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren dat zij ook in het boek staat. Toch maar lezen. Zeker nu de werving voor de verkiezingen van 12 september volop loopt. Sinds vorige week zondag ben ik hier al volop mee bezig. In ieder geval tot het congres op 30 juni. Maar er valt vast wel wat te bloggen zo af en toe.


dinsdag, 1 mei 2012

Rosita Custers

Rosita Custers

Hyves GR

Gedenken hoort slachtofferschap te overstijgen

In gezin, maatschappij, politiek, 4mei; oorlog; dodenherdenking; auschwitz comite; auke; gedicht; slachtoffer; systemisch; hellinger, auke de leeuw, de, dood, geschiedenis, herdenken, en meer.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft besloten het gedicht van de 15-jarige Auke de Leeuw niet voor te laten lezen. Inmiddels is bekend hoe groot de commotie hierover is geworden.
Het Auschwitz Comité noemde de Helmondse scholier Auke vervolgens: ‘een nazaat van een oorlogsmisdadiger waarvoor geen enkel excuus te bedenken is om hem een platform te geven’. Deze reactie vind ik ronduit schokkend.

Auke de Leeuw beschrijft de foute keuze van zijn oudoom die als jonge jongen gekozen heeft voor de Waffen SS. Ondanks dat Auke dus een telg is uit een familie waarin een ander familielid ooit een foute keuze heeft gemaakt, draagt de jongen zelf hiervoor geen enkele verantwoordelijkheid. Dat hij echter door het Auschwitz Comité gezien wordt als een nazaat van een oorlogsmisdadiger toont aan dat dit Comité een 15-jarige jongen met een soort erfzonde belast en om die reden geen platform wenst te geven. Auke de Leeuw wordt daarmee min of meer als ‘fout’ verklaard door het Auschwitz Comité. Voor mij een reden om een zeer kritische kanttekening te plaatsen bij het subsidiebeleidwaar dit comité recht op heeft.

Een andere reden waarom de reactie van het Auschwitz Comité alsook de keuze van het Nationaal Comité 4 en 5 mei te bediscussiëren valt betreft het inhoudelijk oordeel van het gedicht. Zie hieronder:
‘Foute Keuze’

Mijn naam is Auke Siebe Dirk
Ik ben vernoemd naar mijn oudoom Dirk Siebe
Een jongen die een verkeerde keuze heeft gemaakt
Koos voor een verkeerd leger
Met verkeerde idealen
Vluchtte voor de armoede
Hoopte op een beter leven
Geen weg meer terug
Als een keuze is gemaakt
Alleen een weg vooruit
Die hij niet ontlopen kan
Vechtend tegen Russen
Angst om zelf dood te gaan
Denkend aan thuis
Waar Dirk z’n toekomst nog beginnen moet
Zijn moeder is verscheurd door de oorlog
Mama van elf kinderen, waarvan vier in het verzet zitten
En een vechtend aan het oostfront
Alle elf had ze even lief
Dirk Siebe kwam nooit meer thuis

Mijn naam is Auke Siebe Dirk
Ik ben vernoemd naar Dirk Siebe
Omdat ook Dirk Siebe niet vergeten mag worden.

Zoals met ieder gedicht het geval is; je kan het op verschillende manieren interpreteren. Voor mij beschrijft het heel duidelijk hoe snel een verkeerde keuze gemaakt kan worden met desastreuze gevolgen voor de maatschappij en medemens maar ook voor de persoon zelf en diens familie. Auke beschrijft uitstekend dat een foute keuze niet alleen door ‘monsters’ en geboren slechteriken gemaakt kunnen worden maar door een gewone jongen komende uit een gezin wiens moeder al haar kinderen even lief had. Het gedicht houdt ons allen daarom een spiegel voor en is daarmee een duidelijke waarschuwing voor iederen; een foute keuze kan ook jij maken! Dit gedicht is een gedicht dat aantoont dat deze 15 jarige jongen heeft begrepen waarom we moeten blijven herdenken. Helaas begrijpen het nationaal Comité en het Auschwitz Comité dat kennelijk niet goed genoeg. Met name de laatste lijkt met haar reactie het tegendeel te doen als waar ze voor wilt staan namelijk het besef bij jongeren vergroten dat zoiets vreselijks als de holocaust nooit meer mag gebeuren.
De slotzin van het gedicht lijkt misschien te verwijzen naar de oproep de oud SS-er niet te vergeten maar je kan er ook in lezen dat diens foute keuze nooit mag worden vergeten. Met enig overleg waarin elkaars bedoelingen en gevoeligheden waren besproken was misschien met een kleine semantische aanpassing van het gedicht meer duidelijkheid gecreëerd. Wat er nu is gebeurd heeft alleen maar afstand veroorzaakt. Afstand tussen de beide comités en een generatie van jongeren die we hard nodig hebben om te voorkomen dat er nog eens zo’n zwarte episode in onze geschiedenis zoals de holocaust plaatsvindt.


maandag, 30 april 2012

Kees Slingerland

Kees Slingerland

Hyves Twitter

Mooie Koninginnedag!

In blog, de, fietstocht, lezen, muziek.
Hi Hyvers,

het is wel weer te lang geleden dat ik een blog schreef, maar ter compensatie plaats ik dan wel eens een 'wie, wat, waar' of (zoals verleden week) een mooi You-Tube-filmpje..... Vandaag was het een schitterende dag met vanmorgen heerlijke Oranje-Tom-Poezen en vanmiddag een prachtige fietstocht samen met Mieke via de asperge-boerderij in Diffelen, theeschenkerij te Oud-Bergentheim en het pontje Bergentheim-Rheeze toch zo'n 23 km. Vanavond maar weer even politiek aan het werk i.v.m. de komende steunfractievergadering en raadsvergaderingen. Dan nog even relaxen via een krantje lezen en dan morgen gezond weer op....... (ondertussen genieten van heerlijke oude muziek op radio 2 > nu dus Bruce Springsteen!).

Het gaat een ieder hopelijk goed! :hosanna:

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Janet Evanovich – Hard eight

In boekbesprekingen 2012, boeken, boeken 2012, boekrecensie, janet evanovich, lezen, stephanie plum, whodunit, boek, en meer.

Janet Evanovich – Hard eight

Ooit nam ik me voor om deze hele serie op volgorde te lezen. Ik hou aardig vol. Toch vraag ik me wel eens af waarom. Tenslotte is elk boek een variant op de vorige boeken. Altijd ontploffende auto’s, vreemde verdachten, kleine hint van seks, Grandma Mazur die een hoofdrol zoekt, wat oude schoolvrienden die ineens een nuttige hulp zijn en op het eind Morelli of Ranger die Stephanie Plum uit de brand helpen.

Spannend? Mwoah. Grappig? Sporadisch. Goed? Allang niet meer. Verder lezen? Denk het toch wel. Waarom? Weet ik niet.

Citaat: “I took the sealed envelope from her, carefully opened it, and looked inside. Photos. Snapshots of me, sleeping on my parents’ couch. They were taken last noght. Someone had let themselves into the house and stood there, watching me sleep. And then photgraphed me. All without my knowledge.” (p.202)

Nummer: 12-009
Titel: Hard Eight
Auteur: Janet Evanovich
Taal: Engels (US)
Jaar: 2002
# Pagina’s: 277 (1319)
Categorie: Whodunit
ISBN: 0-7472-6957-2

Meer:
Seven up
Hot six
High five
Four to get ready
Three to get deadly
Two for the dough
One for the money


zondag, 29 april 2012

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Vervolg 18 April

In actie, activiteiten, bezig, bus, cda, cnv, de, debat, den haag, en meer.
Vervolg actie tegen de wet werken naar vermogen 16 April

Vanuit de Realisten lieten wij ons opsluiten in een kooi op het Plein in Den Haag, vanuit mijzelf gezien had ik bijna 3 doelen met het deelnemen aan deze actie.

1. op zo’n meest mogelijk positieve manier uitleggen waarom de nieuwe wet werken naar vermogen niet zou werken en waarom niet, dus ook waar de verbeter punten zouden moeten komen te liggen.

2. Er was media aanwezig en we hoopten tussen de regels door dat de Realisten ook een beetje in beeld kwam, toekomstig werkgevers zouden die naam misschien kunnen tegen komen in de krant of op tv en de radio en zouden daardoor nieuwsgierig kunnen worden en uitzoeken wie wij zijn.

3. Politiek is een grote hobby van mij waar ik mij graag in meng, hoe goed ben ik in staat om gelijk gestemde een GroenLinks stem advies te geven en belangrijker nog, hoe goed ben ik in staat ons/mijn standpunt te verdedigen met goede argumenten en andere zienswijzen naar voren te halen.

Op volgorde had ik voor de actie even gesproken met Linda Voortman, op het laatste moment had zij nog een mailing van mij ontvangen en wilde graag onze actie ondersteunen. Zelf lichte ik mondeling nog even exact toe wat de bedoeling was en hoopte uiteraard dat Jesse Klaver er ook bij zou kunnen zijn aangezien hij na de actie een debat over de wet werken naar vermogen zou gaan krijgen.

Ronald Plassterk, wij kenden elkaar al een beetje omdat wij elkaar al even gesproken hadden bij de ledenvergadering van het Homo Emancipatie Netwerk PvdA waar ik te gast was op 24 Maart jl., dat gesprek ging heel eenvoudig omdat wij elkaar eigenlijk alleen maar konden aanvullen en verviel al snel in een gesprek leuk bezig etc;

Vanaf het moment dat wij werkelijk opgesloten zaten in de kooi stroomde mondjesmaat het aantal toeschouwers toe, waaronder veel scholieren. Binnen de was het de bedoeling dat wij een beetje sipjes keken, gezien de tempratuur was dat niet zo moeilijk aangezien het niet echt warm was en jezelf warm lopen kun je niet in zo’n koude kooi. In onze kooi zat ook een mede actievoerder die wel op een hele ‘irritante’ manier bezig was, hij waarschuwde telkens dat wij zielig moesten kijken, vooral niet mochten lachen en vervolgens kwam hij aan met een steen goede grap waarvan velen inclusief mij zelf toch in de lach schoten.

Het serieuze moment begon, SBS6 arriveerde samen met enkele andere journalisten waaronder iemand van de Spits die door de spijlen van de kooi enkelen van ons een aantal vragen stelde, ook kwamen er meerdere kamerleden en zover ik gezien had was van iedere partij wel minimaal 1 persoon aanwezig.

Het was even proberen, de kamerleden wisten met de betonschaar en een aantal overige Hulp Gereedschapstukken ons te bevrijden en wij konden de kooi verlaten.
Buiten de kooi zorgde ik er voor dat ik snel even buiten beeld stond van aanwezige camera’s en fotograven en trok mijn CNV shirt even omhoog zodat ik de Realisten microfoon uit mijn jaszak kon trekken.

Vanaf het moment dat ik klaar was om in gesprek te gaan, nog snel even rond keek om te weten wie waar stond (was voornemend om juist met mensen van de VVD, PVV en het CDA te spreken), bleek ik recht voor Leon de Jong (PVV) te staan.

We groetten elkaar, Leon deed een handreiking en we stelden elkaar netjes voor in het kort, hij gaf aan dat hij Leon de Jong was en wat zijn functie was binnen de PVV, ikzelf vertelde alleen maar dat ik Klaas Woltinge was, uit Hoogeveen kom plus in het kort wat mijn bezwaren zijn tegen de nieuwe wet werken naar vermogen.

Bij het begin van het gesprek beleefde ik alles een beetje als woordenspel, liet Leon de Jong dus ook lekker in helder Nederlands aan mij uitleggen hoe de nieuwe wet werken naar vermogen exact in elkaar zit (beetje gemeen van mijzelf).

Nadat dat deel van het gesprek een beetje afgerond was vroeg Leon de Jong aan mij wie ik echt was, wilde persoonlijk meer van mij weten. In vogelvlucht ratelde ik mijn bouwjaar op (1 Maart 1978), iets over mijn ziektebeeld waarvan ik tussen mijn 15e en 18e veel last van had maar daar wel helemaal bovenop gekomen was!

Om het kracht bij te zetten vertelde ik aan hem hoe ik in 1998 op eigen initiatief naar mijn arbeidsdeskundige van het UWV was gestapt om te vertellen dat ik ondanks een paar fysieke beperkingen wel gewoon zou kunnen werken.

Ik liet aan Leon de Jong weten dat ik aan een informatica opleiding begonnen was omdat ik veel verstand van computers had destijds, nu nog steeds overigens. Hij hoorde mijn hele traject van de 3 jarige MBI 3 opleiding waarvan een aantal dingen gewoon op niveau 4 beoordeeld werden.

Dat was 2 jaar lang hard studeren, 1 jaar lang stage lopen binnen de zorg, Leon de Jong kreeg dus tot in detail mee hoe ik aan het werk gekomen was binnen een totaal andere hoek dan dat waarvoor ik geleerd had, mijn ‘verouderde’ diploma wel op zak heb en hoe ik mijn best loop te doen om vanaf 2006 weer aan het werk te komen.

Om dit kracht bij te zetten ratelde ik al mijn vrijwilligers activiteiten op binnen GroenLinks, het CNV(j) en de Zonnebloem zodat hij inzichtelijk kreeg wat mijn kwaliteiten waren en zijn.

Om on toppic te blijven gaf ik ook bij Leon de Jong aan hoe ik in 2007 bij het UWV probeerde een studie te bemachtigen, deze afgewezen werd omdat ik in 1998 al een keer naar school was gegaan etc;

Inhoudelijk kregen wij vanaf dat moment naar mijn idee gezien echt een goed gesprek over de gereedschappen die er nodig zijn om een Wajonger aan het werk te kunnen helpen, waar toekomstig werkgevers bang voor zijn bij het in dienst nemen van een Wajonger.




1. gereedschappen bestaan er wel binnen de oude regeling, maar je moet eerst wel in dienst zijn bij een werkgever, afgaand op mijn eigen situatie.
2. werkgevers knallen op mijn adres maar tegen 2 problemen waarvan mijn studie er 1 is maar veel belangrijker om te benoemen is hen onzekerheid, mijn ziektebeeld is progressief en daarover kan ik ook niet liegen (kan morgen een tumor in mijn kop krijgen bewijze van, maar ben gewoon van plan om 80+ te worden), werkgevers houden van een vast personeels bestand en daarom wordt ikzelf periodiek afgewezen.

Nogmaals liet ik aan Leon de Jong weten dat diverse werkgevers wel weten wat Wajongeren zouden willen en kunnen, (deels) op de hoogte zijn van de oude regelingen maar dat het daar ook bij op houd.

Voor de Wajonger zelf zou de lat veel te hoog kunnen liggen naar werk wegens bovengenoemde pijn punt, op vrijwillige basis behaal ik zelf soms 40 uurige werkweken en mijn inzet als welwillende is niet interessant voor een werkgever!

Bij Leon de Jong had ik ook letterlijk aangegeven waarover diverse werkgevers over vielen, het vaste personeels bestand etc; in het gesprek met Leon de Jong grapte ik er nog over, ja het zou mis met mijzelf kunnen gaan maar een gezond iemand zou morgen ook tegen een bus aan kunnen lopen!

Die opmerking mijnerzijds kwam misschien wat hard aan, Leon de Jong kreeg na ons gesprek wel duidelijker in kaart waar de problematiek lag omtrent het in dienst kunnen en willen nemen van een Wajonger.

Als reactie koppelde Leon de Jong ook aan mij terug dat hij zeker iets zou moeten gaan doen met de informatie die ik aan hem vertelde, ter afsluiting gaf ik bij Leon de Jong aan wat er bij mij allemaal mis was gegaan en de methodes waarop ik nog steeds een betaalde baan probeer te vinden.

Leon de Jong leek geschrokken te zijn, politieke praatjes en marketing skills ken ik zo onderhand uit mijn hoofd als vervent MLM’er. Nogmaals gaf Leon de Jong aan dat hij goed moest nadenken over ‘mijn’ verhaal en aan zijn gezicht af te lezen meende hij het nog serieus ook!

Zelf liet ik wederom merken wat er mis wat er in mijn ‘persoonlijke’ situatie allemaal ‘fout’ gegaan was en is en vermelde daar duidelijk bij in vragende vorm:”Zie jij dat straks niet weer gaan gebeuren?”,”in mijn situatie ontbreken de juiste gereedschappen om aan de bak te komen”,”met de nieuwe wet werken naar vermogen ga je het zelfde resultaat behalen bij een ander die wel wil en zou kunnen!”

Leon de Jong gaf tussendoor een compliment aan mij hoe ik bezig was, stelde ook de vraag aan mij omdat ik al 34 ben en onder de oude Wajong regeling val:”zou jij niet onder de nieuwe wet werken naar vermogen willen gaan vallen?”

Daarop had ik aan hem geen directe ja of nee beantwoord, vroeg wel om garanties voor de toekomstig werkgever en voor mijzelf (stel dat ik toch veel sneller ziek wordt).

Het gesprek had een open einde, maar Leon de Jong was bereid om dingen ook eens van een andere kant te bekijken.

Nadien had ik gesproken met o.a. Linda Voortman, Jesse Klaver (goed gesprek overging) en Fatma Koser Kaya die eigenlijk dezelfde zienswijze als mijzelf hadden.

Balen dat ik niet met iemand van het CDA en met name van de VVD gesproken had ;-)

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Oranje in 2012 (deel 10; april 2012)

In oranje in 2012, voetbalzondag, nederlands elftal, oekraïne, oranje, polen, voetbal, voetbalzondag, de, en meer.

Keepers: Geen probleem

Verdedigers: Flink probleem. Urby op links lijkt me nog de meest logische optie, ook al speelt hij daar in Milaan bijna nooit. Vlaar en Boula hebben tegen Engeland toch laten zien dat we erg kwetsbaar zijn achterin.

Middenveld: Affelay net op tijd fit. Wijnaldum heeft dus een probleem.

Voor: Van Nistelrooy definitief niet, net bevestigd door Van Marwijk. Was op deze site allang te lezen.

De kampioen (vandaag?) is het enige team dat constant speelt de afgelopen maanden. Profiteren spelers daarvan? Is Van Rhijn de meest logische backup van Van der Wiel (en het centrum!), mag zelfs Blind hopen? Is Anita inderdaad zo belangrijk? Is Boerrigter op tijd fit?

Totaal: 17 namen zijn zo goed als zeker. Pieters als hij fit is ook, hoe vreemd dat ook is. Het gaat dus om de laatste vijf. Mijn gok op dit moment: Anita, Emmanuelson, Affelay, Boerrigter en toch Boulahrouz.

Doel
Maarten Stekelenburg 90
Michel Vorm 90
Tim Krul 90

Kenneth Vermeer 30

Verdediging
Gregory van der Wiel 90
John Heitinga 90
Joris Mathijsen 90
Jeffrey Bruma 90
Vurnon Anita 70
Erik Pieters 60
Khalid Boulahrouz 60

Edson Braafheid 40
Ron Vlaar 30
Hedwiges Maduro 20
Ricardo van Rhijn 20
Daley Blind 10
Ryan Donk 10
Kelvin Leerdam 10
Stefan de Vrij 10

Middenveld
Mark van Bommel 90
Wesley Sneijder 90
Rafael van der Vaart 90
Kevin Strootman 90
Nigel de Jong 90
Urby Emmanuelson 60
Ibrahim Affelay 60

Georgino Wijnaldum 50
Stijn Schaars 50
Adam Maher 10
Leroy Fer 10
Siem de Jong 10

Aanval
Dirk Kuyt 90
Klaas Jan Huntelaar 90
Robin van Persie 90
Arjen Robben 90
Luuk de Jong 90
Derek Boerrigter 30

Ola John 30
Luciano Narsingh 30
Bas Dost 20
Jeremain Lens 20
Ricky van Wolfswinkel 10
Ryan Babel 10

Oranje in 2012. Een maandelijkse serie waarin de kansen van de mogelijke Oranje-kandidaten worden ingeschat. Mijn persoonlijke voorkeur heeft er dus niets mee te maken. Nog 43 kandidaten voor 23 plekken. De discussie is open. Suggesties, op- en aanmerkingen zijn welkom.


woensdag, 25 april 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Women in business

In kort, bedrijf, dames, de, gewoon, lezen, mannen, medeleven.

Mijn echtgenoot stuurde mij een artikel over ‘women in business’ dat hij zonder omhaal beoordeelt als ‘goed’. Ik ben benieuwd.

Vermoedelijk gaat het over ‘overleven’ in een mannenwereld. Dat is meestal het punt. Vrouwen nemen soms mannelijke trekken over om zich staande te houden. Of het gaat over gemengde teams. Die werken het beste, meestal. Recent Duits onderzoek laat zien dat gemengde bankdirecties waarin vrouwen aan de leiding staan, meer risico nemen dan mannenbanken. En die conclusie druist toch eigenlijk tegen alle theorieën in.

Goed, het artikel. Dames, blijf dame en laat het bedrijf profiteren van damesinzichten. Behoud het goede en vervang het slechte. Dat geldt niet alleen voor producten maar ook voor mensen en niet alleen voor dames maar ook voor heren. Mensgerichtheid in een bedrijf zou vooral een verdienste van dames zijn. Mannen zitten er wel op te wachten maar komen daar niet voor uit. Datzelfde geldt voor emotionele intelligentie: voor wat empathie en medeleven moet je toch eerder bij vrouwen dan bij mannen aankloppen. Zo ook voor verantwoordelijkheidsgevoel.

Hm..niet heel vernieuwend of indrukwekkend. Maar het klopt wel dus herhalen we het nog maar een keer. Dames, gewoon doen waar je goed in bent en wat je prettig vindt, dan komt alles goed. Net als bij mannen, dus. Alhoewel, die missen zo te lezen toch een aantal Zeer Noodzakelijke Kwaliteiten.

maandag, 23 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat ik zou zeggen in het geschrapte debat over cultuurbeleid

In eerste kamer, politiek, belangrijk, beleid, bezig, bezuinigingen, cijfers, communicatie, creativiteit, en meer.

(door de val van het kabinet gaat op 24.04 het debat over cultuurbeleid niet door in de Eerste Kamer. Dit was mijn inbreng voor dat debat:)

Voorzitter, het lijkt niet zo heel erg nuttig om vandaag met elkaar te spreken over de principiële kanten van het cultuurbeleid. Niet alleen lijken er belangrijker onderwerpen te bestaan, maar het handelingsperspectief van deze staatssecretaris is het afgelopen weekeinde een heel stuk korter geworden. Heeft het dan zin om in deze Kamer te debatteren over fundamentele visies? Waar moet het heen met kunst en cultuur in ons land en komen we daar wel met het nu ingezette beleid en de draconische bezuinigingen? Wezenlijke vragen, maar met een vleugellamme staatssecretaris schiet dat niet op.

Als we er dan toch over spreken, dan moet het maar in het licht van de toekomst. Waar gaan we naartoe ná het tijdperk Zijlstra? Wat staat er als stip op de horizon en wat moeten we vandaag doen of nalaten om te voorkomen dat we heel ergens anders uitkomen? Welke bijsturing kan niet wachten op een nieuw kabinet? Natuurlijk raakt dat aan de bezuinigingen, maar tegelijk is die financiële discussie enkel het sluitstuk. Het begint ergens anders.

De eerste wezenlijke vraag bij cultuurbeleid betreft het doel. Waar is cultuur eigenlijk goed voor en wat is er nodig om dat te stimuleren? In de beleidsnota Meer dan kwaliteit lezen we dan: “Cultuur staat zowel voor binding, identiteit en traditie als voor dynamiek, creativiteit en vernieuwing.” En verder gaat het in de nota dan de hele tijd over hoe dat georganiseerd moet worden. Het gaat dan ook binnen de kortste keren over het economische rendement. En zo wordt over cultuureducatie gezegd: “De spontaniteit en verbeelding die cultuur losmaakt, zijn in onze tijd niet alleen gevraagd, maar vaak ook vereist: ’A firm needs more than an efficient manufacturing process, cost-control and a good technological base to remain competitive’.” Dat is natuurlijk zo, maar wie heeft er in hemelsnaam bedacht dat we een bedrijfskundige redenering nodig hebben om cultuureducatie te verantwoorden?

Het valt dan ook op dat de hele beleidsnota draait om ‘meer dan kwaliteit’, maar dat die kwaliteit zelf nergens ter sprake komt of beschreven wordt. Die wordt kennelijk als vanzelfsprekend beschouwd en vervolgens draait het hele beleid om andere zaken: meer publiek aantrekken, meer eigen geld verdienen, participatie en educatie, erfgoedbeheer, en regionale spreiding. Ik wil er wel bij zeggen dat ik die doelen allemaal niet verkeerd vind, maar de onderliggende vraag naar kwaliteit wordt angstvallig vermeden.

Misschien heeft dat ermee te maken dat de staatssecretaris vanuit zijn eigen opleiding kwaliteit vooral benadert in marketingtermen. Kwaliteit is dan voldoen aan de verwachtingen van de klant. Er is echter ook een andere definitie, die veel meer het hart raakt: kwaliteit is de mate waarin de intrinsieke eigenschappen van een goed tot uitdrukking worden gebracht. Bij de intrinsieke eigenschappen van kunst horen in elk geval zaken als schoonheidsbeleving, het vermogen om mensen in beweging te brengen, te ontroeren, te verrassen, aan het denken te zetten, enzovoorts. Hoe meer dit gebeurt, des te gelaagder en geslaagder de kunst. En als we het over het bredere veld van cultuur hebben, dan horen bij de intrinsieke eigenschappen in elk geval het construeren, communiceren en innoveren van traditie en identiteit. Of het nu gaat om hoge cultuur, volkscultuur of populaire cultuur, kwaliteit heeft direct te maken met dergelijke intrinsieke eigenschappen en ik vraag de staatssecretaris waarom hij daar geen woord aan wijdt. Zonder een dergelijk principieel ankerpunt is het namelijk onmogelijk vast te stellen of de andere doelen die hij met zijn beleid nastreeft, sporen met deze kwaliteit.

Hier ligt dus ook een belangrijke vraag bij de samenhang van de beleidsdoelen. Wat doet de staatssecretaris als kwaliteit, het bereiken van het publiek, regionale spreiding, internationaal bereik en het aantrekken van externe financiering niet samenvallen? Hoe weegt hij dan de verschillende aspecten? Gaat dan de regionale spreiding voor kwaliteit of andersom? Ik zou hier graag nader toelichting over horen. Ik vind het namelijk van groot belang dat zo veel mogelijk mensen toegang hebben tot kunst en cultuur, maar ook dat er ruimte is voor het kleine en bijzondere.

Het grote risico van de benadering van de staatssecretaris is een instrumentalisering van kunst en cultuur. Zo krijgt de creatieve industrie een speciale plaats omdat het bijdraagt aan de economische topsectoren, is cultuureducatie goed om kinderen voor te bereiden op het bedrijfsleven en de internationale wereld, en is culturele internationalisering behulpzaam bij de buitenlandse betrekkingen en “het Nederlands economisch belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken.” En zo gaat het door. De beleidsnota begint met een paragraaf over markt en overheid, Cultuur in beeld rekent ons precies voor wat het kost en opbrengt, enzovoorts. Tamelijk obligaat staat het er dan in een tussenzin: “Vanzelfsprekend laat de waarde van cultuur zich niet alleen in cijfers uitdrukken.” Maar dat is te weinig. Als cultuur nuttig moet zijn voor iets anders, dan ondermijnt dat rechtstreeks de eigen ruimte die kunst en cultuur moeten hebben. Dat bedenk ik niet alleen; ook de Telderstichting schrijft in haar recente advies: “Leg in de legitimering van cultuursubsidies niet te veel nadruk op de instrumentele waarde van cultuur, maar rechtvaardig de rol van de overheid vanuit de intrinsieke waarde van kunst en cultuur.” Ik vraag de staatssecretaris hoe hij denkt over dit advies van zijn partijgenoten. En als hij toch bezig is, ben ik ook benieuwd naar zijn visie op de inbreng van zijn partijgenoot De Liefde in het debat aan de overzijde die suggereerde dat van de zeven leden van cultuursubsidiecommissies drie zich zouden moeten buigen over artistieke kwaliteit en de andere vier over communicatie, marketing, ondernemerschap en financiën. Is de staatssecretaris het met mij eens dat daarmee cultuur ondergeschikt wordt gemaakt aan commercie.

Voorzitter, ik kom daarmee aan een tweede punt. De beleidsnota Meer dan kwaliteit zet in met de vraag naar de verhouding tussen markt en overheid. We hebben het dan over de verantwoordelijkheidstoedeling in het stelsel. Wie is verantwoordelijk voor welk deel? Geconstateerd wordt dat een belangrijk deel van de 18 miljard omzet in de cultuursector op de vrije markt wordt gerealiseerd. Ongeveer een zesde daarvan is afhankelijk van overheidssubsidies. Het lijkt dan alsof het terugbrengen van die overheidssubsidie op het totaal niet zoveel uitmaakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Klopt mijn beeld, zo vraag ik de staatssecretaris, dat bij het marktdeel van de cultuursector ook allerlei commercieel sterke onderdelen zitten? Klopt het dat bij de gemeenten vooral ook breedtecultuur en de bijbehorende huisvestingskosten een groot beslag leggen? En klopt het dat de Rijksoverheid juist verantwoordelijk is voor specifieke onderdelen die de markt en de lagere overheden niet dekken? Kortom: zou de staatssecretaris eens wat inhoudelijker zichtbaar kunnen maken wat de markt wel en niet gefinancierd en georganiseerd krijgt en hoe de verschillende overheden hun verantwoordelijkheid oppakken? Dan wordt namelijk ook zichtbaar hoe groot de werkelijke effecten van de bezuinigingen en andere maatregelen zijn.

De regering lijkt van mening dat haar eigen verantwoordelijkheid nog wel wat kleiner kan. Zij subsidieert nu ongeveer 5,5 % van de cultuursector, maar daar kan nog een heel procentpunt af. De sponsors, fondsen en mecenassen staan immers in de rij om het over te nemen. Maar helaas, zo simpel ligt het niet. Er is inderdaad op dit punt veel in ontwikkeling, maar de staatssecretaris rekent zich voorlopig alleen maar rijk. De Amerikaanse situatie die hij als voorbeeld lijkt te hebben, staat in veel opzichten ver af van de onze en dat verandert niet zomaar als hij de geldkraan dichtdraait. Het is opvallend dat het grote voorbeeld van het cultuurmecenaat, de VandenEnde Foundation, nogal kritisch is op dit Amerikaanse voorbeeld, bijvoorbeeld bij het jaarverslag 2010. De continuïteit van de cultuurfinanciering staat sterk onder druk van teruglopende giften; de grote financiers neigen ertoe de elitaire kunst te stimuleren terwijl juist de emancipatoire kunst van niches, avantgarde en minderheidsgroepen snel in het gedrang komt, en de nadruk op projectfinanciering leidt tot kortetermijndenken en niet tot opbouw van de sector. Ik concludeer dat het beleid van de staatssecretaris precies onder deze kritiek valt: teruglopende financiering, nadruk op elitaire topcultuur en projectfinanciering. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Denkt hij echt dat – midden in een economische crisis – de gaten die hij slaat, worden opgevuld door mecenaat en sponsoring? En heeft hij daar meer argumenten voor dan zijn neoliberale marktnaïviteit?

Ten slotte nog een principieel punt. De beleidsnota stelt als uitgangspunt: “Culturele instellingen moeten minder afhankelijk worden van de overheid en daardoor flexibeler en krachtiger worden. Daarom bezuinigt het kabinet op cultuur.” Dat is natuurlijk een gotspe. Dit – zo goed als voorbije – kabinet bezuinigt op cultuur uit economische motieven en populistische rancune. Maar dan nog. Dergelijke zinnen verraden een gevaarlijke visie op de overheid. Ze suggereren dat de overheid een noodzakelijk kwaad is en dat subsidie alleen maar verlamt. Is niet, zo vraag ik de staatssecretaris, de overheid de belichaming van het collectief van de samenleving? En zijn niet subsidies een belangrijke manier om publieke goederen en collectieve waarden te ondersteunen? Is het daarom niet essentieel om het levend houden van cultuur en traditie ook op collectief niveau te borgen? Ik roep de staatssecretaris op om niet langer mee te werken aan het ondermijnen van de overheid die namens ons allen zorg draagt voor het in stand houden van een samenleving waarin kunst en cultuur gedijen en ons allen ten goede komen.

Voorzitter, ik sluit af. Volgens Plato zijn er drie kernwaarden die een rol zouden moeten spelen in onze afwegingen: het ware, het goede en het schone. Dit kabinet lijkt een vierde te hebben toegevoegd: het goedkope. Ik vrees dat dat ons allen duur komt te staan.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat ik zou zeggen in het geschrapte debat over cultuurbeleid

In eerste kamer, politiek, belangrijk, beleid, bezig, bezuinigingen, cijfers, communicatie, creativiteit, en meer.

(door de val van het kabinet gaat op 24.04 het debat over cultuurbeleid niet door in de Eerste Kamer. Dit was mijn inbreng voor dat debat:)

Voorzitter, het lijkt niet zo heel erg nuttig om vandaag met elkaar te spreken over de principiële kanten van het cultuurbeleid. Niet alleen lijken er belangrijker onderwerpen te bestaan, maar het handelingsperspectief van deze staatssecretaris is het afgelopen weekeinde een heel stuk korter geworden. Heeft het dan zin om in deze Kamer te debatteren over fundamentele visies? Waar moet het heen met kunst en cultuur in ons land en komen we daar wel met het nu ingezette beleid en de draconische bezuinigingen? Wezenlijke vragen, maar met een vleugellamme staatssecretaris schiet dat niet op.

Als we er dan toch over spreken, dan moet het maar in het licht van de toekomst. Waar gaan we naartoe ná het tijdperk Zijlstra? Wat staat er als stip op de horizon en wat moeten we vandaag doen of nalaten om te voorkomen dat we heel ergens anders uitkomen? Welke bijsturing kan niet wachten op een nieuw kabinet? Natuurlijk raakt dat aan de bezuinigingen, maar tegelijk is die financiële discussie enkel het sluitstuk. Het begint ergens anders.

De eerste wezenlijke vraag bij cultuurbeleid betreft het doel. Waar is cultuur eigenlijk goed voor en wat is er nodig om dat te stimuleren? In de beleidsnota Meer dan kwaliteit lezen we dan: “Cultuur staat zowel voor binding, identiteit en traditie als voor dynamiek, creativiteit en vernieuwing.” En verder gaat het in de nota dan de hele tijd over hoe dat georganiseerd moet worden. Het gaat dan ook binnen de kortste keren over het economische rendement. En zo wordt over cultuureducatie gezegd: “De spontaniteit en verbeelding die cultuur losmaakt, zijn in onze tijd niet alleen gevraagd, maar vaak ook vereist: ’A firm needs more than an efficient manufacturing process, cost-control and a good technological base to remain competitive’.” Dat is natuurlijk zo, maar wie heeft er in hemelsnaam bedacht dat we een bedrijfskundige redenering nodig hebben om cultuureducatie te verantwoorden?

Het valt dan ook op dat de hele beleidsnota draait om ‘meer dan kwaliteit’, maar dat die kwaliteit zelf nergens ter sprake komt of beschreven wordt. Die wordt kennelijk als vanzelfsprekend beschouwd en vervolgens draait het hele beleid om andere zaken: meer publiek aantrekken, meer eigen geld verdienen, participatie en educatie, erfgoedbeheer, en regionale spreiding. Ik wil er wel bij zeggen dat ik die doelen allemaal niet verkeerd vind, maar de onderliggende vraag naar kwaliteit wordt angstvallig vermeden.

Misschien heeft dat ermee te maken dat de staatssecretaris vanuit zijn eigen opleiding kwaliteit vooral benadert in marketingtermen. Kwaliteit is dan voldoen aan de verwachtingen van de klant. Er is echter ook een andere definitie, die veel meer het hart raakt: kwaliteit is de mate waarin de intrinsieke eigenschappen van een goed tot uitdrukking worden gebracht. Bij de intrinsieke eigenschappen van kunst horen in elk geval zaken als schoonheidsbeleving, het vermogen om mensen in beweging te brengen, te ontroeren, te verrassen, aan het denken te zetten, enzovoorts. Hoe meer dit gebeurt, des te gelaagder en geslaagder de kunst. En als we het over het bredere veld van cultuur hebben, dan horen bij de intrinsieke eigenschappen in elk geval het construeren, communiceren en innoveren van traditie en identiteit. Of het nu gaat om hoge cultuur, volkscultuur of populaire cultuur, kwaliteit heeft direct te maken met dergelijke intrinsieke eigenschappen en ik vraag de staatssecretaris waarom hij daar geen woord aan wijdt. Zonder een dergelijk principieel ankerpunt is het namelijk onmogelijk vast te stellen of de andere doelen die hij met zijn beleid nastreeft, sporen met deze kwaliteit.

Hier ligt dus ook een belangrijke vraag bij de samenhang van de beleidsdoelen. Wat doet de staatssecretaris als kwaliteit, het bereiken van het publiek, regionale spreiding, internationaal bereik en het aantrekken van externe financiering niet samenvallen? Hoe weegt hij dan de verschillende aspecten? Gaat dan de regionale spreiding voor kwaliteit of andersom? Ik zou hier graag nader toelichting over horen. Ik vind het namelijk van groot belang dat zo veel mogelijk mensen toegang hebben tot kunst en cultuur, maar ook dat er ruimte is voor het kleine en bijzondere.

Het grote risico van de benadering van de staatssecretaris is een instrumentalisering van kunst en cultuur. Zo krijgt de creatieve industrie een speciale plaats omdat het bijdraagt aan de economische topsectoren, is cultuureducatie goed om kinderen voor te bereiden op het bedrijfsleven en de internationale wereld, en is culturele internationalisering behulpzaam bij de buitenlandse betrekkingen en “het Nederlands economisch belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken.” En zo gaat het door. De beleidsnota begint met een paragraaf over markt en overheid, Cultuur in beeld rekent ons precies voor wat het kost en opbrengt, enzovoorts. Tamelijk obligaat staat het er dan in een tussenzin: “Vanzelfsprekend laat de waarde van cultuur zich niet alleen in cijfers uitdrukken.” Maar dat is te weinig. Als cultuur nuttig moet zijn voor iets anders, dan ondermijnt dat rechtstreeks de eigen ruimte die kunst en cultuur moeten hebben. Dat bedenk ik niet alleen; ook de Telderstichting schrijft in haar recente advies: “Leg in de legitimering van cultuursubsidies niet te veel nadruk op de instrumentele waarde van cultuur, maar rechtvaardig de rol van de overheid vanuit de intrinsieke waarde van kunst en cultuur.” Ik vraag de staatssecretaris hoe hij denkt over dit advies van zijn partijgenoten. En als hij toch bezig is, ben ik ook benieuwd naar zijn visie op de inbreng van zijn partijgenoot De Liefde in het debat aan de overzijde die suggereerde dat van de zeven leden van cultuursubsidiecommissies drie zich zouden moeten buigen over artistieke kwaliteit en de andere vier over communicatie, marketing, ondernemerschap en financiën. Is de staatssecretaris het met mij eens dat daarmee cultuur ondergeschikt wordt gemaakt aan commercie.

Voorzitter, ik kom daarmee aan een tweede punt. De beleidsnota Meer dan kwaliteit zet in met de vraag naar de verhouding tussen markt en overheid. We hebben het dan over de verantwoordelijkheidstoedeling in het stelsel. Wie is verantwoordelijk voor welk deel? Geconstateerd wordt dat een belangrijk deel van de 18 miljard omzet in de cultuursector op de vrije markt wordt gerealiseerd. Ongeveer een zesde daarvan is afhankelijk van overheidssubsidies. Het lijkt dan alsof het terugbrengen van die overheidssubsidie op het totaal niet zoveel uitmaakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Klopt mijn beeld, zo vraag ik de staatssecretaris, dat bij het marktdeel van de cultuursector ook allerlei commercieel sterke onderdelen zitten? Klopt het dat bij de gemeenten vooral ook breedtecultuur en de bijbehorende huisvestingskosten een groot beslag leggen? En klopt het dat de Rijksoverheid juist verantwoordelijk is voor specifieke onderdelen die de markt en de lagere overheden niet dekken? Kortom: zou de staatssecretaris eens wat inhoudelijker zichtbaar kunnen maken wat de markt wel en niet gefinancierd en georganiseerd krijgt en hoe de verschillende overheden hun verantwoordelijkheid oppakken? Dan wordt namelijk ook zichtbaar hoe groot de werkelijke effecten van de bezuinigingen en andere maatregelen zijn.

De regering lijkt van mening dat haar eigen verantwoordelijkheid nog wel wat kleiner kan. Zij subsidieert nu ongeveer 5,5 % van de cultuursector, maar daar kan nog een heel procentpunt af. De sponsors, fondsen en mecenassen staan immers in de rij om het over te nemen. Maar helaas, zo simpel ligt het niet. Er is inderdaad op dit punt veel in ontwikkeling, maar de staatssecretaris rekent zich voorlopig alleen maar rijk. De Amerikaanse situatie die hij als voorbeeld lijkt te hebben, staat in veel opzichten ver af van de onze en dat verandert niet zomaar als hij de geldkraan dichtdraait. Het is opvallend dat het grote voorbeeld van het cultuurmecenaat, de VandenEnde Foundation, nogal kritisch is op dit Amerikaanse voorbeeld, bijvoorbeeld bij het jaarverslag 2010. De continuïteit van de cultuurfinanciering staat sterk onder druk van teruglopende giften; de grote financiers neigen ertoe de elitaire kunst te stimuleren terwijl juist de emancipatoire kunst van niches, avantgarde en minderheidsgroepen snel in het gedrang komt, en de nadruk op projectfinanciering leidt tot kortetermijndenken en niet tot opbouw van de sector. Ik concludeer dat het beleid van de staatssecretaris precies onder deze kritiek valt: teruglopende financiering, nadruk op elitaire topcultuur en projectfinanciering. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Denkt hij echt dat – midden in een economische crisis – de gaten die hij slaat, worden opgevuld door mecenaat en sponsoring? En heeft hij daar meer argumenten voor dan zijn neoliberale marktnaïviteit?

Ten slotte nog een principieel punt. De beleidsnota stelt als uitgangspunt: “Culturele instellingen moeten minder afhankelijk worden van de overheid en daardoor flexibeler en krachtiger worden. Daarom bezuinigt het kabinet op cultuur.” Dat is natuurlijk een gotspe. Dit – zo goed als voorbije – kabinet bezuinigt op cultuur uit economische motieven en populistische rancune. Maar dan nog. Dergelijke zinnen verraden een gevaarlijke visie op de overheid. Ze suggereren dat de overheid een noodzakelijk kwaad is en dat subsidie alleen maar verlamt. Is niet, zo vraag ik de staatssecretaris, de overheid de belichaming van het collectief van de samenleving? En zijn niet subsidies een belangrijke manier om publieke goederen en collectieve waarden te ondersteunen? Is het daarom niet essentieel om het levend houden van cultuur en traditie ook op collectief niveau te borgen? Ik roep de staatssecretaris op om niet langer mee te werken aan het ondermijnen van de overheid die namens ons allen zorg draagt voor het in stand houden van een samenleving waarin kunst en cultuur gedijen en ons allen ten goede komen.

Voorzitter, ik sluit af. Volgens Plato zijn er drie kernwaarden die een rol zouden moeten spelen in onze afwegingen: het ware, het goede en het schone. Dit kabinet lijkt een vierde te hebben toegevoegd: het goedkope. Ik vrees dat dat ons allen duur komt te staan.


Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Reid, Geleijnse & Van Tol – Fokke & Sukke, het afzien van 2011

In boekbesprekingen 2012, 2011, boeken, boeken 2012, boekrecensie, fokke en sukke, jaaroverzicht, lezen, ajax, en meer.

Het afzien van 2011Reid, Geleijnse & Van Tol – Fokke & Sukke, het afzien van 2011

Voor het eerste sinds jaren heb ik het jaaroverzicht niet meteen gelezen. Verklaarbaar, vorig jaar gaf ik al aan dat ik de twee gevederde vrienden minder scherp vind. Daarbij is een jaaroverzicht vaak pas beter na een tijdje. Paar maandjes gewacht dus dit jaar.

De iPad, Robert M., het Wilders proces, de kernramp in Japan, het slachtveld bij Ajax dankzij of ondanks Cruijff, Kadaffi en Steve Jobs die aan het eind komen. Ook in 2011 waren er genoeg momenten dat de wereld op het commentaar van Fokke en Sukke zat te wachten. Gelukkig kwam dat ook meteen. Feilloos. Misschien moet ik ze, net als CaMu pas jaren later teruglezen.

Moet ik alleen ‘2000’ nog scoren, de rest heb ik al. Wie?

Citaat: “Als ‘ie ons nú wraakt kunnen we gewoon met het eten thuiszijn!” (p.54)

Bron: www.foksuk.nl

Nummer: 12-008
Titel: Fokke & Sukke, het afzien van 2011
Auteur: Reid, Geleijnse & Van Tol
Taal: Nederlands
Jaar: 2012
# Pagina’s: 112 (1042)
Categorie: Humor
ISBN: 9789078753421

Meer:
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
Officiële website


zondag, 22 april 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Frame voor Tweede Kamerverkiezingen 2012

Met de breuk van de gedoogconstructie gisteren, de PVV heeft de stekkerdoos van Jolande Sap alsnog kunnen gebruiken, hebben de partijen meteen het startschot gegeven voor (in potentie) een van de boeiendste verkiezingscampagnes denkbaar.

 

De verwarring ontstond reeds bij de aankondiging van de persconferenties zaterdagmiddag. Zowel die van VVD- en CDA-onderhandelaars als die van PVV zouden om 16.15 plaatsvinden. Aanvankelijk leek dit opzet maar Geert Wilders bedacht zich snel en verplaatste zijn geïmproviseerde persbijeenkomst onderaan de trap naar 16.30. Slim als hij is, koos hij het momentum nadat Rutte en Verhagen waren leeggelopen en de Zwarte Piet ruimhartig aan hem uitdeelden. De verwachting bij ons thuis op de bank was dat de PVV-leider hier in agressie ruimschoots overheen zou gaan, maar niets van dat alles. In plaats daarvan had hij de onderhandelingen en zijn, ongetwijfeld aanwezige, persoonlijke teleurstelling aan de kant geschoven en begon zijn nieuwe verkiezingsprogramma al op te lezen.

 

Wilders kan snel schakelen en heeft zijn zaken goed op orde, hij laat zich niet snel verrassen en houdt rekening met meerdere scenario’s. Het is inmiddels duidelijk geworden dat zijn fractie dit bezuinigings- en hervormingspakket niet wilde dragen en dreigden uit de fractie te stappen. Dat was voor Wilders een nog grotere nederlaag geweest. De parallel met de LPF was dan wel compleet en dat had mogelijk het einde van de PVV betekent. Na alle incidenten van de afgelopen maanden, en specifiek het opstappen van Brinkman en de breuk in het College van GS in Limburg (afgelopen vrijdag) waarmee de enige twee PVV-bestuurders wegvallen, werd de verleiding al groot om tien jaar terug in de tijd te kijken.

Parlementair historicus Gerrit Voerman stelde vanmiddag in Buitenhof terecht dat Hero Brinkman de loopplank heeft uitgelegd voor ander fractieleden van de PVV. Het is de aloude wijsheid, ‘als een schaap over de dam is volgen er meer’, die hier opgeldt doet. Wilders heeft lange tijd de controle kunnen houden, en dat is absoluut bijzonder, door als een inktvis zijn tentakels overal in te steken. Inderdaad door in beginsel niemand te vertrouwen zoals Fransisco van Jole in een opinie op Joop.nl stelt. Maar Wilders heeft les 1 uit het Handboek der Politiek gisteren toegepast. Verplaatst het speelveld en ga niet benadrukken wat jezelf niet goed uitkomt, maw blijf weg van de Roze Olifant.

Het politieke hoefijzermodel

Zo heeft Wilders het frame voor de aankomende verkiezingen al geclaimed, ouderen en Europa. Dat moeten de anderen maar eens zien af te pakken. Sterker nog hij komt daarmee in het vaarwater van de SP te zitten. Roemer wordt daarmee ook gedwongen om stelling te nemen. Net in een periode waarin de socialisten de radicale flank hadden verlaten worden ze in het hoefijzermodel door Wilders weer naar beneden getrokken. Ik voorspel dan ook dat hij na de presentatie van zijn boek op 1 mei in de Verenigde Staten de Islam als thema op een laag pitje zet. Het wordt anti-Europa, behoudzucht van de sociale zekerheid en ach ja, omdat het onderzoek er toch ligt, terugkeer naar de gulden.

Frame voor Tweede Kamerverkiezingen 2012 is a post from John Swelsen.

dinsdag, 17 april 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Ontstellend kritisch onvermogen bij luchthaven verhaal FlevoPost

In weblog, alders, alderstafel, flevopost, herrie, lelystad airport, luchthaven lelystad, oostvaarderswold, uitbereiding, en meer.

Met stijgende verbazing heb ik het artikel op de website van de FlevoPost zitten lezen over de informatieavond van de Alderstafel gisteravond. Wat een ontstellend kritisch onvermogen wordt er door verslaggever Kees Bakker aan de dag gelegd!

Laat ik een andere kant van het klakkeloos opgetekende ‘Alders promotiepraatje’ belichten aan de hand van het artikel van de FlevoPost.

‘De gemeente Dronten wil graag dat we de baan op vliegveld Lelystad -5 graden draaien, om die overlast te voorkomen, maar daar kunnen we niet aan voldoen.’ Volgens Alders vraagt dat om een enorme extra investering.

Dat is onzin. De hele bestaande baan moet worden vervangen en dus maakt het voor de investering helemaal niets uit of je deze dan op exact dezelfde wijze terug asfalteert of op min 5 graden. Kennelijk zijn er andere belangen waarbinnen Dronten gewoon niet zo interessant is.

‘Maar u moet zich de geluidsoverlast niet voorstellen zoals men die in Zwanenburg of Halfweg ervaart. Zo erg is het niet. Het ligt binnen de 48 dba-contour. Dat is ook het geval bij heel veel woningen rondom Schiphol, waarin heel prettig geleefd wordt.’

Dat zal zonder twijfel waar zijn. Maar waartegen zet je dat af? De gemeente en provincie hebben jaren als ‘kernkwaliteiten’ van onze regio ‘rust, ruimte en groen’ gehanteerd. Dat is waarom mensen naar Flevoland komen, niet omdat het hier zo mooi is, maar omdat het rustig, ruim en groen is op korte afstand van de Randstad. Met 48 dba is het niet meer rustig, maar dat is gewoon stevige overlast (hetgeen door Alders wordt erkent). Als je niet beter weet wellicht prima om in te wonen, maar in Flevoland gaat het om nieuwe herrie. Dat is wat anders dan bestaande herrie die misschien iets toeneemt. Dus in de context van Schiphol zal het allemaal wel meevallen, maar naar Flevolandse maatstaven is het een ongekende bak herrie!

Alders legde ook overtuigend uit dat een vliegveld werkgelegenheid met zich meebrengt, en zorgt voor een beter vestigingsklimaat voor ondernemingen. Zo’n 2.000 banen bij de eerste 25.000 vliegbewegingen, en later nog meer. Maar ook voor de A6 en de trein zal de komst van passagiersvluchten naar Lelystad een enorme investering in uitbreiding met zich meebrengen.

De werkgelegenheidscijfers zijn dun. Want natuurlijk gaat het om werkgelegenheid, maar deze zal in veel gevallen worden verplaatst vanaf Schiphol. Dat zijn naar verhouding weinig ‘nieuwe’ banen en dus zullen de medewerkers van Schiphol mee overkomen. Waar Flevoland behoefte aan heeft is nieuwe werkgelegenheid. Ter vergelijking: de provincie Flevoland voert aan dat het oorspronkelijke plan voor het Oostvaarderswold (dat door de Raad van State van tafel is geveegd) 6200 nieuwe arbeidsplaatsen aan werkgelegenheid zou opleveren. (pdf) Dat staat in schril contrast met de luchthaven, zeker als je bedenk dat de luchthaven daarnaast vooral herrie stank en overlast geeft en het Oostvaarderswold een versterking is van de groene en ecologische structuren van ons gebied. Daarnaast moet er fors worden geïnvesteerd in de bereikbaarheid van de luchthaven via onder andere de A6 en het spoor. Daar dat levert niet per definitie werkgelegenheid op natuurlijk. Al is het ontegenzeggelijk goed voor de bereikbaarheid.

Het verhaal van enkele vliegtuigmaatschappijen die vorige week op Omroep Flevoland aangaven geen zin te hebben vanuit en naar Lelystad te vliegen, daar ligt hij niet wakker van. […] Ik ben diep onder de indruk als men zegt ‘Ik wil niet’, maar als het niet anders kan… Wij hebben al meerdere verzoeken van vliegmaatschappijen gehad die met ons willen praten over Lelystad. Ook maatschappijen die vorige week op Omroep Flevoland aangaven niet naar Lelystad te willen.

Vliegtuigmaatschappijen zijn natuurlijk ook niet dom. Er wordt binnen het advies van Alders gesproken over een ‘verplichte’ uitplaatsing van de minst interessante vluchten van Schiphol naar Lelystad. Ook als je niet wilt als maatschappij ga je daar wel over praten met die gene die daar plannen voor maken. Al is het domweg om te kunnen vertragen, of als het echt niet anders kan: nu nog invloed te hebben zodat men rekening houdt met je wensen. Want als je geen keuze hebt houdt het al snel op natuurlijk. Dat er dus maatschappijen met Alders willen praten zegt helemaal niets over de vraag of ze ook naar Lelystad willen en dat houdt het verhaal van Omroep Flevoland (link en link) overeind.

Het is kennelijk een naïeve gedachte van mijn kant dat ik van media verwacht een constructief kritische grondhouding te hebben. Zeker als zeer ervaren bestuurders als Alders een verhaal moeten verkopen waar meer slecht, dan goed nieuws in zit moet je jezelf altijd afvragen wat iemand zegt en wat hij bedoeld of juist niet zegt. Het maar klakkeloos opschrijven van een “overtuigend” hiep-hiep-hoera-praatje is een serieuze journalist onwaardig lijkt me.

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Ontstellend kritisch onvermogen bij luchthaven verhaal FlevoPost

In weblog, alders, alderstafel, flevopost, herrie, lelystad airport, luchthaven lelystad, oostvaarderswold, uitbereiding, en meer.

Met stijgende verbazing heb ik het artikel op de website van de FlevoPost zitten lezen over de informatieavond van de Alderstafel gisteravond. Wat een ontstellend kritisch onvermogen wordt er door verslaggever Kees Bakker aan de dag gelegd!

Laat ik een andere kant van het klakkeloos opgetekende ‘Alders promotiepraatje’ belichten aan de hand van het artikel van de FlevoPost.

‘De gemeente Dronten wil graag dat we de baan op vliegveld Lelystad -5 graden draaien, om die overlast te voorkomen, maar daar kunnen we niet aan voldoen.’ Volgens Alders vraagt dat om een enorme extra investering.

Dat is onzin. De hele bestaande baan moet worden vervangen en dus maakt het voor de investering helemaal niets uit of je deze dan op exact dezelfde wijze terug asfalteert of op min 5 graden. Kennelijk zijn er andere belangen waarbinnen Dronten gewoon niet zo interessant is.

‘Maar u moet zich de geluidsoverlast niet voorstellen zoals men die in Zwanenburg of Halfweg ervaart. Zo erg is het niet. Het ligt binnen de 48 dba-contour. Dat is ook het geval bij heel veel woningen rondom Schiphol, waarin heel prettig geleefd wordt.’

Dat zal zonder twijfel waar zijn. Maar waartegen zet je dat af? De gemeente en provincie hebben jaren als ‘kernkwaliteiten’ van onze regio ‘rust, ruimte en groen’ gehanteerd. Dat is waarom mensen naar Flevoland komen, niet omdat het hier zo mooi is, maar omdat het rustig, ruim en groen is op korte afstand van de Randstad. Met 48 dba is het niet meer rustig, maar dat is gewoon stevige overlast (hetgeen door Alders wordt erkent). Als je niet beter weet wellicht prima om in te wonen, maar in Flevoland gaat het om nieuwe herrie. Dat is wat anders dan bestaande herrie die misschien iets toeneemt. Dus in de context van Schiphol zal het allemaal wel meevallen, maar naar Flevolandse maatstaven is het een ongekende bak herrie!

Alders legde ook overtuigend uit dat een vliegveld werkgelegenheid met zich meebrengt, en zorgt voor een beter vestigingsklimaat voor ondernemingen. Zo’n 2.000 banen bij de eerste 25.000 vliegbewegingen, en later nog meer. Maar ook voor de A6 en de trein zal de komst van passagiersvluchten naar Lelystad een enorme investering in uitbreiding met zich meebrengen.

De werkgelegenheidscijfers zijn dun. Want natuurlijk gaat het om werkgelegenheid, maar deze zal in veel gevallen worden verplaatst vanaf Schiphol. Dat zijn naar verhouding weinig ‘nieuwe’ banen en dus zullen de medewerkers van Schiphol mee overkomen. Waar Flevoland behoefte aan heeft is nieuwe werkgelegenheid. Ter vergelijking: de provincie Flevoland voert aan dat het oorspronkelijke plan voor het Oostvaarderswold (dat door de Raad van State van tafel is geveegd) 6200 nieuwe arbeidsplaatsen aan werkgelegenheid zou opleveren. (pdf) Dat staat in schril contrast met de luchthaven, zeker als je bedenk dat de luchthaven daarnaast vooral herrie stank en overlast geeft en het Oostvaarderswold een versterking is van de groene en ecologische structuren van ons gebied. Daarnaast moet er fors worden geïnvesteerd in de bereikbaarheid van de luchthaven via onder andere de A6 en het spoor. Daar dat levert niet per definitie werkgelegenheid op natuurlijk. Al is het ontegenzeggelijk goed voor de bereikbaarheid.

Het verhaal van enkele vliegtuigmaatschappijen die vorige week op Omroep Flevoland aangaven geen zin te hebben vanuit en naar Lelystad te vliegen, daar ligt hij niet wakker van. […] Ik ben diep onder de indruk als men zegt ‘Ik wil niet’, maar als het niet anders kan… Wij hebben al meerdere verzoeken van vliegmaatschappijen gehad die met ons willen praten over Lelystad. Ook maatschappijen die vorige week op Omroep Flevoland aangaven niet naar Lelystad te willen.

Vliegtuigmaatschappijen zijn natuurlijk ook niet dom. Er wordt binnen het advies van Alders gesproken over een ‘verplichte’ uitplaatsing van de minst interessante vluchten van Schiphol naar Lelystad. Ook als je niet wilt als maatschappij ga je daar wel over praten met die gene die daar plannen voor maken. Al is het domweg om te kunnen vertragen, of als het echt niet anders kan: nu nog invloed te hebben zodat men rekening houdt met je wensen. Want als je geen keuze hebt houdt het al snel op natuurlijk. Dat er dus maatschappijen met Alders willen praten zegt helemaal niets over de vraag of ze ook naar Lelystad willen en dat houdt het verhaal van Omroep Flevoland (link en link) overeind.

Het is kennelijk een naïeve gedachte van mijn kant dat ik van media verwacht een constructief kritische grondhouding te hebben. Zeker als zeer ervaren bestuurders als Alders een verhaal moeten verkopen waar meer slecht, dan goed nieuws in zit moet je jezelf altijd afvragen wat iemand zegt en wat hij bedoeld of juist niet zegt. Het maar klakkeloos opschrijven van een “overtuigend” hiep-hiep-hoera-praatje is een serieuze journalist onwaardig lijkt me.

maandag, 16 april 2012

Rob Alberts

Rob Alberts

Boer Dirk en running Repel

In .
Boer Dirk en running Repel. Twee van mijn digitale vrienden zijn aan het knokken. Boer Dirk heb ik persoonlijk ontmoet, al zal hij mijn gezicht en naam niet meer herinneren. Running Repel heb ik op diverse plaatsen op het www gelezen. Met beide mensen voel ik mij verbonden. Vechten is niet mijn favoriete sport. En met het lezen van de posts op Facebook van boer Dirk en met het lezen van de blogs...

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Kandidatuur Voorzitter DWARS Leiden

In politiek, dwars, dwars leiden, groenlinks, leiden, pjo, reinier, voorzitter, communicatie, en meer.

Lieve DWARSers,

Zoals jullie misschien weten, vindt op 2 mei de ALV van DWARS Leiden plaats. Onze voorzitter, Prescillia, treedt dan af. Deze mail stuur ik jullie om mijzelf te kandideren voor de post van voorzitter van onze mooie afdeling.

Laat mij mezelf even kort introduceren. Op dit moment ben ik bezig met mijn scriptie voor de studie Nederlandse Politiek aan de Universiteit Leiden: sinds maart 2011 ben ik lid van DWARS en op 2 november 2011 ben ik verkozen tot penningmeester van dit bestuur. Samen hebben we onder andere het succesvolle DWARS Congres naar Leiden gehaald. Ik heb heel erg genoten van deze periode in het Leidse bestuur, maar in dit halve jaar heb ik ook heel veel geleerd, en nog steeds raak ik meer en meer geïnspireerd en gemotiveerd.

Gemotiveerd om jongeren te betrekken bij de politiek. Politiek is zo ontzettend leuk en zo ontzettend belangrijk; vooral voor jongeren. Alleen wordt de interesse van jongeren voor de politiek nog niet (genoeg) benut en lukt het jongeren nog niet genoeg om invloed uit te oefenen op de (plaatselijke) politiek. Als voorzitter wil ik mij daarom vooral inzetten om meer jongeren bij DWARS Leiden te betrekken, en om samen met GroenLinks Leiden te proberen om een jongerenraad uit de grond te stampen. Natuurlijk hoop ik ook veel meer mooie en interessante activiteiten en debatten te organiseren. Het contact met het landelijke bestuur van DWARS zal, hoop ik, nog beter worden dan het nu al is. Natuurlijk zal DWARS Leiden zich – als ik voorzitter word – nog steeds inzetten voor een groener, socialer en progressiever Leiden en Nederland.

Ik houd van discussies en nadenken, voornamelijk over politiek. Hier schrijf ik ook graag over, mijn weblogs zijn ook te lezen op site van onze afdeling. Alleen, net zoals ieder mens, ben ik niet perfect. De persoon die het meest kritisch over me is, ben ik zelf. Alleen als ik kijk naar de groei die ik in het afgelopen half jaar heb doorgemaakt, in bijna alle opzichten, ben ik er heilig van overtuigd dat het voorzitterschap van deze afdeling een logische stap is, om deze groei door te zetten. De fouten die ik maak zijn te overwinnen en mijn motivatie om mijn slechte eigenschappen te overwinnen is enorm.

In het beste bestuur vullen de bestuursleden elkaar moeiteloos aan. Om dit te kunnen doen, staat een goede communicatie bij mij dan ook voorop. Samen met de andere bestuursleden hoop ik een ijzersterk team te vormen en nog leukere en interessantere activiteiten dan we nu al hebben gedaan neer te zetten.

Met jullie steun hoop ik deze prachtige afdeling nog actiever te maken en de samenwerking met GroenLinks Leiden, DWARS Landelijk en andere PJO’s te verbeteren. Samen kunnen we jongeren een stem geven. Samen met jullie, leden van DWARS Leiden, hoop ik deze afdeling tot een bron van inspiratie en debatten (in positieve zin) te maken. Samen, als bestuur, kunnen we dit waarmaken en kunnen de bestuursleden elkaar compenseren. Hiervoor heb ik wel jullie stem nodig.

Daarom hoop ik van harte dat jullie op 2 mei aanwezig zijn bij de ALV en mij zullen kiezen als jullie nieuwe voorzitter.

Ik kan het, wij kunnen het.

Tot 2 mei!
Liefs,

Reinier van der Hulst


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Kandidatuur Voorzitter DWARS Leiden

In politiek, dwars, dwars leiden, groenlinks, leiden, pjo, reinier, voorzitter, activiteiten, en meer.

Lieve DWARSers,

Zoals jullie misschien weten, vindt op 2 mei de ALV van DWARS Leiden plaats. Onze voorzitter, Prescillia, treedt dan af. Deze mail stuur ik jullie om mijzelf te kandideren voor de post van voorzitter van onze mooie afdeling.

Laat mij mezelf even kort introduceren. Op dit moment ben ik bezig met mijn scriptie voor de studie Nederlandse Politiek aan de Universiteit Leiden: sinds maart 2011 ben ik lid van DWARS en op 2 november 2011 ben ik verkozen tot penningmeester van dit bestuur. Samen hebben we onder andere het succesvolle DWARS Congres naar Leiden gehaald. Ik heb heel erg genoten van deze periode in het Leidse bestuur, maar in dit halve jaar heb ik ook heel veel geleerd, en nog steeds raak ik meer en meer geïnspireerd en gemotiveerd.

Gemotiveerd om jongeren te betrekken bij de politiek. Politiek is zo ontzettend leuk en zo ontzettend belangrijk; vooral voor jongeren. Alleen wordt de interesse van jongeren voor de politiek nog niet (genoeg) benut en lukt het jongeren nog niet genoeg om invloed uit te oefenen op de (plaatselijke) politiek. Als voorzitter wil ik mij daarom vooral inzetten om meer jongeren bij DWARS Leiden te betrekken, en om samen met GroenLinks Leiden te proberen om een jongerenraad uit de grond te stampen. Natuurlijk hoop ik ook veel meer mooie en interessante activiteiten en debatten te organiseren. Het contact met het landelijke bestuur van DWARS zal, hoop ik, nog beter worden dan het nu al is. Natuurlijk zal DWARS Leiden zich – als ik voorzitter word – nog steeds inzetten voor een groener, socialer en progressiever Leiden en Nederland.

Ik houd van discussies en nadenken, voornamelijk over politiek. Hier schrijf ik ook graag over, mijn weblogs zijn ook te lezen op site van onze afdeling. Alleen, net zoals ieder mens, ben ik niet perfect. De persoon die het meest kritisch over me is, ben ik zelf. Alleen als ik kijk naar de groei die ik in het afgelopen half jaar heb doorgemaakt, in bijna alle opzichten, ben ik er heilig van overtuigd dat het voorzitterschap van deze afdeling een logische stap is, om deze groei door te zetten. De fouten die ik maak zijn te overwinnen en mijn motivatie om mijn slechte eigenschappen te overwinnen is enorm.

In het beste bestuur vullen de bestuursleden elkaar moeiteloos aan. Om dit te kunnen doen, staat een goede communicatie bij mij dan ook voorop. Samen met de andere bestuursleden hoop ik een ijzersterk team te vormen en nog leukere en interessantere activiteiten dan we nu al hebben gedaan neer te zetten.

Met jullie steun hoop ik deze prachtige afdeling nog actiever te maken en de samenwerking met GroenLinks Leiden, DWARS Landelijk en andere PJO’s te verbeteren. Samen kunnen we jongeren een stem geven. Samen met jullie, leden van DWARS Leiden, hoop ik deze afdeling tot een bron van inspiratie en debatten (in positieve zin) te maken. Samen, als bestuur, kunnen we dit waarmaken en kunnen de bestuursleden elkaar compenseren. Hiervoor heb ik wel jullie stem nodig.

Daarom hoop ik van harte dat jullie op 2 mei aanwezig zijn bij de ALV en mij zullen kiezen als jullie nieuwe voorzitter.

Ik kan het, wij kunnen het.

Tot 2 mei!
Liefs,

Reinier van der Hulst


donderdag, 12 april 2012

Hans Kuipers

Hans Kuipers

Hyves Twitter GR

Planontwikkeling KoeBerg Zuid

In groenlinks-meppel, ruimtelijke ordening, zorg en welzijn, berggierslanden, koedijkslanden, woonservicegebied, april, college, de, en meer.

14a Plan Fame 300x212 Planontwikkeling KoeBerg ZuidOp 12 april voerde ik het woord in de raadscommissie over de Planontwikkeling KoeBerg Zuid. Als woordvoerder ruimtelijke ordening hield ik nu een bijdrage over zorg en welzijn. Alles komt samen in een woonservicewijk.  Ik kreeg de toezegging van het College de stand van zake van de visie op de woonservicewijk KoeBerg Zuid te ontvangen vóór de raadsvergadering.

Dit voorstel bestaat uit drie pijlers. Dat het hart van de wijk Koedijkslanden een flinke opknapbeurt verdient, staat buiten kijf. Ook de uitbreiding van het winkelcentrum wordt goed onderbouwd in het rapport van RMA Stedelijke Ontwikkeling & Vastgoed. De derde pijler: het komen tot een woonservicewijk en de bouw van woonzorgappartementen, is voor onze fractie echter onvoldoende onderbouwd.

Onze fractie heeft kennis genomen van het onlangs verschenen advies van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting: “Woonservicegebieden, klaar voor de volgende ronde”. Daarin lezen we in de samenvatting:

Een volwaardig woonservicegebied [...] bevat een arrangement van fysieke (vastgoed) en sociale voorzieningen die alle bewoners van het gebied in staat stelt om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, zonder in een isolement te raken. Wanneer partners op het gebied van wonen, zorg en welzijn samen met bewoners, onder regie van de gemeente hun krachten bundelen, hebben zij veel mogelijkheden om in ‘kansrijke gebieden’ volwaardige woonservicegebieden te realiseren. Het is daarbij onder meer van belang dat er samenhang of op zijn minst vergaande afstemming komt tussen de verschillende financieringsstromen van zorg en welzijn, bijvoorbeeld door te werken met integrale en zelfsturende wijkzorgteams. [Een] cliëntadviseur lijkt onmisbaar om ook het informele zorgnetwerk rond een bewoner aan te spreken.

In het rapport uit begin 2006, “Wel Thuis in Meppel”, komen de aanbevelingen voor het inrichten en opzetten van een woonservicegebied aan bod. Wij hadden, voorafgaand aan deze wijkontwikkeling, een heldere visie verwacht op de combinatie wonen, zorg en welzijn bij elkaar en een vertaling en herijking van deze notitie naar de situatie in dit concrete gebied.

Wij vinden het bovendien vreemd dat in het raadsvoorstel wordt genoemd dat “Het plan is afgestemd met Woonconcept, De Hoge Dennen, De Stouwe, Noorderboog, Vereniging van Eigenaren Winkelcentrum en Wijkplatform Koedijkslanden/Berggierslanden. Tevens zijn Welzijn Meppel/Westerveld, Promens care en Icare Thuiszorg in kennis via woonservice Koedijkslanden.”

Gezien bovengenoemde lijkt ons dat laatstgenoemden als belangrijke partners aan tafel hadden moeten zitten, of misschien zelfs wel op voorhand betrokken hadden moeten zijn bij de planvorming. Als wonen, zorg en welzijn hand in hand moeten gaan, had hier ook een gezamenlijk gedragen voorstel moeten liggen.

Heeft het College ook kennis heeft genomen van dit SEV-advies en loopt onze constatering dat de genoemde instellingen nog geen invulling hebben gegeven aan een dergelijk plan? En als dat zo is, wanneer pakt het College de regie op om dit alsnog samen met die instellingen op te stellen? Het gaat tenslotte niet om de stenen en de winkels, maar om de mensen die er (gaan) wonen.

De voorgestelde ontwikkeling wordt duidelijk geschetst in het Stedenbouwkundig Plan. De visie die ten grondslag ligt aan de planvorming is ons echter niet duidelijk. Dat maakt dat de fractie van GroenLinks op dit moment nog geen oordeel heeft over dit voorstel. Wij hopen dat het College meer duidelijkheid kan scheppen.

Klik hier voor het Stedenbouwkundig Plan KoeBerg Zuid.

Klik hier voor het SEV-advies.

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Theo Capel – Goed gestemd

In boekbesprekingen 2012, boeken, boeken 2012, boekrecensie, lezen, politiek, theo capel, minister, boek, en meer.

Theo Capel – Goed gestemd

Als ik een gok moet maken, denk ik dat ik dit boek al meer dan twintig jaar in de kast heb staan. In het jaar van ‘het boek dat weg mag’ werd het tijd om het maar eens te lezen, zodat ik de daad bij het woord kan voegen. Gekocht in een opruimingsbak, destijds, maar nooit gelezen.

Het eerste wat me opvalt, nu ik het jaren later weerzie, is de foto van de auteur. Ik snap dat het de jaren tachtig waren, dat decennium heb ik toch vrij bewust meegemaakt, maar bestaat een dergelijk hoofd? De pavloviaanse reactie is dat het een geintje is. Misdaadroman, we laten de auteur er uit zien alsof hij in een project zit voor lekkende ex-criminelen. Snor te groot laten groeien, haar alsof het een pruik zou kunnen zijn en een bril met donkere glazen. Op straat zou niemand hem meer herkennen, maar iedereen meteen zien dat er iets aan de hand is.

Allemaal bijzaken, het gaat om het verhaal. Hank Stammer (ik moet meteen aan Hank den Drijver denken, de presentator van de Amnesty International benefiet Een Gebaar, gespeeld door Wim de Bie, ongeveer uit dezelfde tijd als dit boek trouwens), moet zich namens de Geldkredietbank bezig houden met het imago van stemmentrekker Leen Westra van de Liberale Democraten. Er speelt echter nogal wat in het privé-leven van de goede man, waardoor Hank het niet eenvoudig heeft.

Zelfs na lezing blijf ik echter met diverse vragen zitten. Wat was nou het belang van de Geldkredietbank? Wat heeft Hank Stammer nou daadwerkelijk gedaan? Ging dit boek nou over politiek of was die politiek nou de kapstok voor een spannend verhaal? Als de titel een poging tot humor is, waar is dan de humor in de rest van het boek? Wat is nou de onderliggende gedachte achter het boek? Waarom wordt D’66 omgedoopt in Liberale Democraten en bestaan de rest van de partijen wel gewoon? Was er in de jaren tachtig daadwerkelijk een vreemdgaande vrouwelijke minister of is dat helemaal verzonnen? Zit er überhaupt iets in dat op de werkelijkheid is gebaseerd of is het hele verhaal uit de dikke duim van meneer Capel gekomen?

En ondanks al die vragen heeft het boek me toch wel geraakt. Niet dat ik meteen de rest van het oeuvre van de auteur wil lezen of dat het boek nu ineens een prominente plaats in mijn boekenkast krijgt, maar het is desalniettemin een leuk boek. Vele zaken zijn gedateerd, een autotelefoon is een achterhaald iets, maar was destijds nog een ultiem gadget. De pers die nog heel goed het verschil tussen privé en zakelijk kende bestaat ook nauwelijks meer. Daarmee geeft het boek naast een leuk verhaal ook nog eens de tijdgeest goed aan. En ondanks de gedateerdheid, is veel ook weer te vertalen naar heden ten dage. De gejaagdheid van de politiek, de keuze van imago boven diepgang, we hebben het allemaal gezien het afgelopen decennium.

Mijn conclusie kan alleen maar zijn dat ik het geen goed boek vond, maar wel een leuk. En dat komt niet zo vaak voor, dus is de combinatie bijzonder.

Citaat: “De minister had een rok met split aan, waardoor ze hem handig had kunnen opstropen. Het zag er precies uit als een opname voor een pikante film. Leen Westra stond met zijn broek op zijn enkels vreselijk zijn best te doen en de minister vond het heerlijk zo te zien.” (p.111/112)

Nummer: 12-005
Titel: Goed gestemd
Auteur: Theo Capel
Taal: Nederlands
Jaar: 1986
# Pagina’s: 199 (855)
Categorie: Fictie
ISBN: 90-245-1751-6

Meer:
Capel (Twitter)
Boeklog (recensie)
DBNL (over Capel)
Boekensite (recensie)


woensdag, 11 april 2012

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

GroenLinks wil doorgaan met de Bossche Bènkskes

In geen categorie, april, burgemeester, college, dagblad, de, dragen, eerste, fractie, en meer.

Ruim 2 jaar geleden werd op initiatief van GroenLinks gestart met het project “Bossche Benskes”. Inmiddels zijn er 22 aanvragen geweest in deze periode en is er meer dan 4400 uur vrijwilligerswerk in het mozaïeken gestopt. In het Brabants Dagblad stond vorige week te lezen dat het project zal gaan stoppen. Maar als het aan GroenLinks ligt gaat de Gemeente door met dit succesvolle project.

Ruim twee jaar geleden werd het initiatief voorstel voor het project van de Bossche benkskes met een grote meerderheid aangenomen in de gemeenteraad. De benkskes zijn betonnen bankjes die, na aanvraag, in buurten geplaatst kunnen worden. De bewoners van zo’n buurt werken samen om via mozaïek het bankje een eigen stijl en gezicht te geven. Niet alleen ontwerpen ze hoe het er uit moet komen te zien, ze maken het benkske ook echt samen.

“De positiviteit en het enthousiasme rondom de benkskes is enorm” aldus Ufuk Kâhya. “De benkskes bevorderen de sociale cohesie aanzienlijk in de buurten waar ze komen, het zijn ontmoetingsplaatsen”. Ufuk hield in 2011 zijn benkskes-tour. Hij kwam in veel buurten waar benkskes staan en sprak met veel buurtbewoners.

In het Brabants Dagblad was vorige week te lezen dat het project zal gaan stoppen. GroenLinks zou dit erg jammer vinden. Ufuk Kâhya heeft dan ook de volgende brief met vragen naar het college gestuurd:

Aan het College van Burgemeester & Wethouders
’s-Hertogenbosch, 9 april 2012

Betreft: Schriftelijke vragen ex art. 39 RvO m.b.t. Bossche Benkskes

Geachte College,

In 2009 omarmde de gemeenteraad breed het GroenLinks initiatiefvoorstel voor Bossche Benkskes. De benkskes dragen niet alleen bij aan het creëren van ontmoetingsplekken in wijken en buurten, maar bevorderen ook aanzienlijk de sociale cohesie in de buurt waar ze komen. De benkskes krijgen hun uiteindelijke vorm dankzij bewoners, die samen meer dan 200 uur investeren in het mozaïeken van de benkskes. Dit proces leidt vaak het opbouwen van vriendschappen en duurzame relaties in die buurt. In het Brabants Dagblad van 28 maart jl. wordt gemeld dat het project stopt. In dit artikel is ook te lezen hoe enthousiast bewoners over dit project zijn. Dit blijkt ook uit 22 aanvragen die zijn geresulteerd in benkskes door de hele stad, waar 4400 uur aan gewerkt is door vrijwilligers. Ook is het goed te melden dat het eerste benkske tot stand is gekomen door sponsoring van Bossche bedrijven. GroenLinks stelt u daarom de volgende vragen;

1. Bent u het met GroenLinks eens dat Bossche Benkskesproject een initiatief is dat veel maatschappelijk rendement oplevert tegen geringe kosten en bijdraagt aan ontmoeting en versterking van de sociale cohesie in wijken en buurten?

2. Het Benkskesproject bij uitstek een initiatief is waarbij de kracht van de stad door de overheid wordt gefacilliciteerd. Ziet u mogelijkheden om het project op een andere manier door te zetten?

Namens de fractie van GroenLinks,

Ufuk Kâhya

zondag, 8 april 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Hard Gras 75 – Gouden pik

In boekbesprekingen 2012, boeken, boeken 2012, boekrecensie, hard gras, lezen, voetbal, voetbalboek, de, en meer.

Hard Gras 75 – Gouden pik

Eigenlijk kan ik me nog geen twee maanden na lezing al weinig herinneren van deze uitgave. Geen bijzondere editie dus. Hoogtepunt, zonder enige twijfel, een prachtig verhaal van Herman Joustra, een Nederlander die graag in Palermo komt en daar in een roze shirtje de wedstrijden van de thuisclub volgt. Schitterend om te zien dat ook ver in het noorden nog echte Italianen wonen, als het gaat om voetbalbeleving tenminste.

Verder leuk stuk van Dries Muus en nog een paar anderen. Overigens: het titelverhaal gaat over Wesley Sneijder.

Citaat: “Hij leek rijp voor het hoogste niveau. Maar het klatergoud van het topvoetbal – ‘de dans om het gouden kalf’ – stond hem tegen. Om te slagen in de voetballerij moest hij de twee c’s goed leren kennen, vertelde een voorzitter in het betaalde voetbal hem: connecties en corruptie.” (p.42)

Nummer: 12-004
Titel: Hard Gras 75. Gouden pik
Auteur: Diversen (Emiliano Fabbri, Wessel Penning, Wiep idzenga, Dries Muus, Herman Joustra, Frank Heinen, Raf Sauviller, Raymond Cuijpers en Gerrit de Jager)
Taal: Nederlands
Jaar: 2010
# Pagina’s: 112 (656)
Categorie: Sport (Voetbal)
ISBN: 978-90-468-0904-4

Meer Hard Gras:

74 73 72 71 70 69 68 67 66 65 64 63 62 61 60 59 58 57 56 55 54 53 52 51 50 49 48 47 46 45 44 43 42 41 40 39 38 37 36 35 34 33 31 30 29 28 27 26 25 24 23 22 21 20


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1048 uur (43,7 dagen). Berichtgemiddelde: 0,7 bericht per dag, 4,8 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6 7 8 9