donderdag, 2 februari 2012

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Michail Lermontov – De held van onze tijd

In literatuur, dwars, satire, weer, held, roman.
1805

Michail Lermontov heeft in zijn korte leven één roman geschreven, De held van onze tijd. Hoofdpersoon Petsjorin is een officier die in zijn oprechtheid mensen kwetst en ook zonder gene toegeeft dat hij manipuleert voor zijn plezier. Ook voor een moord schrikt hij niet terug.

De ‘roman’ bestaat in feite uit een aantal losse verhalen, waarvan het langste een satire is op het leven van welgestelde Russen in een kuuroord in de Kaukasus. Petsjorin maakt er de jonge Mary het hof, om een vriend dwars te zitten, en om in de buurt te komen van een getrouwde vrouw waar hij een affaire mee (gehad) heeft. Petsjorin is cynisch, maar bij vlagen ook een romanticus.

De roman is een mooi portret van een man vol tegenstrijdigheden, dat krap twee eeuwen later nog fris aandoet. Maar het is nou ook weer niet een meesterwerk dat zich kan meten met die van Dostojevski, Gogolj of Tolstoj.

maandag, 30 januari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Denk ik aan Duitsland...

In literatuur, geschiedenis, antisemitisme, auto, bagage, boeken, duitsland, klimaat, liefde, en meer.

Denk ich an Deutschland in der Nacht,
Dann bin ich um den Schlaf gebracht.


Het zijn ongetwijfeld Heinrich Heines beroemdste dichtregels, die hij in 1843 in Parijs schreef. Duitsland hield hem uit zijn slaap, maar in het gedicht Nachtgedanken niet zozeer vanwege het politieke klimaat en het antisemitisme, dat hij al in 1831 ontvlucht was. Al twaalf jaar had hij zijn oude moeder niet gezien en in zijn lange afwezigheid waren al vele geliefden gestorven.

Nog in hetzelfde jaar 1843 voerde de Heimweh Heine van Parijs naar zijn moeder in Hamburg. Zijn reis legde hij vast in Deutschland. Ein Wintermärchen, waarin de liefde voor de Heimat veelvuldig tegenover de afkeer staat. Prachtig beschrijft Heinrich Heine hoe de Pruisische douane vergeefs in zijn bagage zoekt naar verboden boeken, maar dat hij al zijn illegale gedachtengoed in zijn hoofd zit. “Mijn hoofd is een tsjilpend vogelnest van in beslag te nemen boeken”.

Lees meer over Heinrich Heines reis naar Hamburg en over de geur van Duitslands toekomst op mijn nieuwe blog Denk ik aan Duitsland...

Erik de Graaf

dinsdag, 10 januari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Heinrich Zille

In berlijn, literatuur, armoede, auto, bom, de republiek, dood, foto, muur, en meer.

Tegen een blinde muur aan de Marheineckeplatz in het (toen nog) West-Berlijnse Kreuzberg zag ik ooit een reusachtige tekening van het Berlijnse volksleven in de jaren twintig. Onder de kleurige afbeelding stond de naam van de oorspronkelijke kunstenaar: "Heinrich Zille: 10.1.1858 - 9.8.1929". De Berlijnse volkstekenaar en fotograaf was toen net vijftig jaar dood.

Vandaag is het precies 154 jaar geleden dat graficus, lithograaf, schilder, tekenaar en fotograaf werd geboren. Hij groeide in armoede op, werkte jarenlang in een foto-atelier, maar kwam pas goed aan zijn eigen werk toe toen hij rond zijn vijftigste werkloos werd. "Ga liever de straat op. Kijk om je heen en teken", had zijn leermeester hem gezegd. Zijn sociaal-kritische weergave van het Berlijnse leven van het late keizerrijk en de Republiek van Weimar sloeg in als een bom.


"Moeder, als ik wil kan ik bloed in de sneeuw spugen", zegt een meisje op een van Zilles tekeningen trots tegen haar moeder. Of: “moeder, zet de twee bloempotten eens buiten. Ons Liesje zit zo graag in het groene”. De heersende klasse vond Zilles werk maar niks. "Die kerel ontneemt ons alle levensvreugde", becommentarieerde een officier uit het keizerrijk een Zille-tentoonstelling.

In het Nicolaïviertel in het centrum van Berlijn staat sinds zijn honderdvijftigste verjaardag, vandaag vier jaar geleden, een standbeeld van Heinrich Zille. Om de hoek is een Zille Museum. Alles in het oudste deel van de tegenwoordige wereldstad ademt Zille en zijn Berliner Milljöh. Sinds ik in 1979 de muurschildering op de Marheineckeplatz zag sta ik altijd even stil bij Heinrichs verjaardag. Al die tijd al is hij op de dag af een eeuw ouder dan ik. Proost!

Erik de Graaf

maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


woensdag, 30 november 2011

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Jean Rhys – Wide Sargasso Sea

In literatuur, belangrijk, elite, familie, lezen, roman, trots, vrouw, sargasso, en meer.
1786

Eigenlijk kun je Wide Sargasso Sea alleen lezen, als je Jane Eyre kent. De roman van Jean Rhys is daar namelijk een reactie op. Maar ik houd nu eenmaal niet zo van melodrama in de Engelse middenklasse, terwijl de exotische setting van Wide Sargasso Sea me wel trekt. Bovendien schrijft Rhys, die met dit boek op 76-jarige leeftijd doorbrak, veel bondiger.

Wide Sargasso Sea beschrijft de lotgevallen van een jonge Antoinette Cosway in de Caraiben aan het begin van de negentiende eeuw. De slavernij is net afgeschaft en dat heeft de verhoudingen in het gebied overhoop gegooid. De oude (min of meer) blanke slavenhouders, waartoe Antoinette’s familie behoort, zijn hun trots kwijt. De bevrijde zwarte bevolking telt nog steeds niet mee. Een nieuwe golf blanke gelukzoekers voert de boventoon. Als Antoinette trouwt met een man uit de nieuwe elite, voelt ze zich onbegrepen en vervalt ze langzaam tot waanzin.

Het plot van Wide Sargasso Sea is eigenlijk niet zo belangrijk. Het korte, laatste deel van het boek, dat zich afspeelt in Engeland, is zelfs overbodig. Het gaat om de sfeertekening in de eerste twee delen: Antoinette als kind op de oude plantage, en als jonge vrouw op huwelijksreis in een buitenhuis van de familie op een ander eiland.

Het verval, de vijandigheid van de omgeving, bezwerende rituelen en de lusteloosheid vermengen tot een dreigende atmosfeer waarvan je je goed kunt voorstellen dat je er gek van wordt. Dat is het knappe van Wide Sargasso Sea: het slaagt erin zonder te psychologiseren, maar uitsluitend door de veranderende omstandigheden te schetsen, een scherp portret van Antoinette neer te zetten.

maandag, 31 oktober 2011

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Dawn French – A tiny bit marvellous

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken, boeken 2011, boekrecensie, dawn french, groot-brittannië, humor, lezen, en meer.

Dawn FrenchDawn French – A tiny bit marvellous

Vorig jaar op mijn verjaardag gekregen, van mijn zusje, zoals veel goede boeken in mijn kast. Tien maanden later zie ik ineens dat de Nederlandse vertaling uitkomt. Moet ik het boek vrij ‘vers’ hebben ontvangen. Nu is een boek van French geen verrassende keuze. Mijn gevoel voor humor heeft veel te maken met de Engelse serie ‘Comic Strip’ (IMDB). Indirect is Monty Python natuurlijk de grondlegger, maar ik bestond nog niet eens toen die serie voor het eerst te zien was.

Maar de makers van Comic Strip Presents, een serie die in Nederland nooit echt aansloeg, zijn ook de mensen in en achter The Young Ones, Bottom, Absolutely Fabulous, A bit of Fry and Laurie, The Vicar of Dibley en vele andere goede Britse komedies. Grappig om te zien dat velen sindsdien ook boeken hebben geschreven. Stephen Fry en Ben Elton zijn tegenwoordig zelfs meer schrijver dan wat anders, maar ook Adrian Edmonson, Hugh Laurie en Alexei Sayle staan in mijn boekenkast. In dat rijtje staat nu ook Dawn French.

Toch viel dit boek me niet mee. Waar vooral Ben Elton er in slaagt om iets van zijn engagement in zijn romans te verwerken, is het debuut van Dawn French vooral lectuur met niet al te veel diepgang. Sterker nog, het verhaal kwam niet echt op gang, leek af te streven op een stapel papier zonder plot. Gelukkig viel dat gaandeweg toch nog mee, maar ik kan niet echt dolenthousiast worden van dit boek.

Het verwisselen van standpunt werkt weliswaar goed, maar de karakters zijn zo verdomd eendimensionaal dat je na een bladzijde of dertig al kunt voorspellen hoe het volgende hoofdstuk er uit zal zien. Niet verwijtbaar, maar het is wel te zien dat French vooral schreef voor sketches. De ‘cast’ is een verzameling extreme stereotypes. De homofiele intellectuele zoon (“I merely breathe. I do not live a life worth living”). De opstandige tienerdochter (“I know I’m supposed to like be revising ‘n’ shizz but it’s not my fault Mum took me to see the nurse just before exams.”) en de onzekere van binnen maar zeker naar buiten toe moeder, tevens psycholoog, maar ondertussen begrijpt ze haar eigen kinderen niet (“Surely I am not replacing my ever-diminishing relationship with my own adolescents with an equally challenging injection of youth in the form of a young lover?”). De anderen in het boek zijn bijrollen, zelfs ‘Dad’ komt pas in hoofdstuk 74 voor het eerst aan het woord. De belangrijkste bijrol is er voor de jonge stagiaire uit Nieuw Zeeland van moeders, die de nodige avances moet zien te ontwijken.

Het verhaal is dus niet al te diep. De karakters eendimensionaal en de plot erg mager. Ondanks dat alles is dit geen vervelend boek om te lezen. Daarvoor heeft French te veel humor, te veel zelfspot. Zo lang er maar geen literatuur wordt verwacht, geen boodschap, geen diepere betekenis, dan kun je een paar aangename uurtjes doorbrengen met dit boek.

Citaat: “I just so love my new puppy? I’ve decided to call him Elvis coz he’s like so huge and black. Like the real Elvis was. Dad like laughed his head off when I told him that.” (p. 279)

Nummer: 11-020
Titel: A tiny bit marvellous
Auteur: Dawn French
Taal: Engels (UK)
Jaar: 2010
# Pagina’s: 338 (6415)
Categorie: Fictie
ISBN: 978-0-718-15605-3

Meer French:
Comic Strip Presents
Dawn French (IMDB)
Dawn French (Wikipedia)
French and Saunders
Interview (Telegraph)
Recensie (Metro)
YouTube interview:


Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Said el Haji – De aankondiging

In literatuur, stad, geschiedenis, handel, punt, lezen, nieuw, tegelijkertijd, rijken, en meer.
1779

Auteurs met lef, die mag ik altijd graag lezen. Dus als Said el Haji een roman schrijft over de grootvader van de profeet Mohammed, dan ga ik naar de boekhandel om hem te kopen, ook als het een foeilelijke omslag heeft. De aankondiging blijkt een boeiend maar wat onevenwichtig boek.

Het verhaal is dik in orde. Mekka is een tolerante stad aan de rand van de invloedsfeer van de Byzantijnse en Perzische rijken. Daar groeit Moetalieb op als pleegzoon van een van de notabelen. Langzaam werkt hij zich via de handel op tot hij de onbetwiste leider van Mekka is. Tegelijkertijd voltooit hij een spirituele zoektocht uit onvrede met de stenen beelden in het heiligdom van Mekka. Het verhaal eindigt met een mythische gebeurtenis die Mekka reinigt en klaar maakt voor een nieuw tijdperk.

Kortom, een verhaal met een kop en een staart dat zich op verschillende niveaus laat lezen. Om het helemaal te kunnen volgen is enige kennis van de geschiedenis onontbeerlijk, want El Haji bezondigt zich niet aan uitleggerigheid. Als je niet weet wat een hanief is, dan zoek je het maar op, want Said vertelt het je niet expliciet.

Het zwakke punt van het boek zit naar mijn smaak in de stijl. Said heeft een neiging tot formeel taalgebruik en omslachtige zinsconstructies. Die wisselt hij af met juist heel vlot geschreven passages. Dat wringt en maakt De aankondiging minder levendig dan gekund had.

vrijdag, 21 oktober 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Vier boeken

In literatuur, oost-europa, angst, boeken, homo, auto, dood, gedichten, roman, en meer.

Welke vier boeken zou u meenemen als u in een koude winternacht zou worden opgehaald voor een lang, onvrijwillig verblijf in een werkkamp of een gevangenis? Van mij vergt die vraag eerlijk gezegd te veel inlevingsvermogen.

Het overkwam de Duits-Roemeense dichter Oskar Pastior wel. In januari 1945 moest hij zijn koffer pakken, omdat hij als zeventienjarige jongen op de lijst van de Russen stond om naar een werkkamp in Stalins Sovjetunie gestuurd te worden. Als Roemeen van Duitse komaf moest hij voor “herstelbetaling” zorgen.

Onderin een oude grammofoonkist legde hij de Faust van Goethe, de Zarathustra van Nietzsche, een dunne dichtbundel van de Oostenrijkse Heimatdichter (maar ook nazi-poëet) Joseph Weinheber en een bloemlezing met gedichten uit acht eeuwen. “Geen romans, want die lees je een keer en dan nooit weer”. Bovenop de vier boeken kwam allerlei noodzakelijk gerei: van scheerkwast tot nagelschaar.

De beschrijving komt niet direct van Oskar Pastior. Ze staat in de roman Atemschaukel van Herta Müller, de Nobelprijswinnares van 2009. Dat boek is zwaar gebaseerd op Pastiors levensverhaal. In lange gesprekken vertelde hij Müller over de kou, de angst, de pijn, de honger en alle andere ellende in het werkkamp, waarin hij vijf jaar werd afgebeuld. En over zijn verborgen homosexualiteit, die hem de kop zou hebben gekost als ze bekend zou zijn geworden. Hij vertelde haar alles.

Nou ja, bijna alles. Vorig jaar, vier jaar na zijn dood in 2006, werd ontdekt dat Pastior onder de schuilnaam “Otto Stein” van 1961 tot 1968 informant voor de Roemeense geheime dienst Securitate was geweest. Nadat hij overigens in de vijf jaren daarvoor zelf intensief was bespioneerd. In 1968 hield de “samenwerking” op toen Pastior na een reis naar het westen in West-Berlijn asiel vroeg en kreeg. Dat was dus achteraf ook een vlucht uit de klauwen van de Securitate.

Herta Müller was geschokt door de ontdekking, maar voelde ook “medeleven” en “verdriet”. Pastior was kwetsbaar en chantabel als Duitser, homo, dichter en regimecriticus in Roemenë. Jammer vond Müller wel dat hij na 1968 niemand ooit iets had verteld over die zwarte bladzijde uit zijn leven.

Erik de Graaf

woensdag, 14 september 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Het volk bestaat wel

In landelijke politiek, democratie, directe demokratie, mediacratie, politiek, populisme, pvv, referendum, groenlinks, en meer.

‘Het volk bestaat niet’ – onder die titel geeft Dick Pels zijn analyse van het fenomeen populisme en zet hij zijn oplossing voor het probleem uiteen: vernieuwing van de demokratie. Hoewel ik zijn analyse van de kwaal wel overtuigend vind, kan ik hem wat zijn optimistische recept betreft alleen maar helpen hopen. In de klassieke oudheid hebben denkers ervoor gewaarschuwd dat demokratie de neiging heeft uit te lopen op een dictatuur. Ik ben bang dat we tegenwoordig de eerste symptomen meemaken van een nieuwe roep om een ‘sterke man’.

Nationalisme als uitlaatklep van frustratie
Maar eerst maar eens de analyse van Pels. Die bevat vele rake observaties en denklijnen. Zo wijst hij terecht op de kloof tussen winnaars en verliezers in ‘een samenleving waarin ieder voor zich moet concurreren, presteren en slagen.’ De verliezers zitten met een enorme frustratie en een laag zelfrespect. Nationalisme is een ‘eenvoudige manier om dit gevoel van vernedering om te zetten in trots’, omdat het immers niet afhankelijk is van iemands eigen prestaties. We hebben dus te maken met een ‘bijproduct van de diploma-demokratie’ (term van Mark Bovens). Een blijvertje, als dat waar is, en geen verschijnsel dat vanzelf wel overwaait.

Het volk bestaat niet
Een andere vaststelling waar Pels groot gelijk mee heeft is dat de zogenoemde volkswil door de ‘handige marketinginspanning’ van de populisten wordt gecreëerd en vormgegeven. Door het onbehagen – dat er wel degelijk is, overigens – te benoemen en uit te vergroten en te exploiteren voor zijn eigen politieke doeleinden, produceert de populist uit bepaalde geluiden en opvattingen een wil van ‘het volk’. ‘Het volk van de populisten bestaat dus niet zonder de populisten zelf.’ In die zin klopt de titel van Pels’ boek volkomen. Het volk bestaat alleen omdat een zelfbenoemde woordvoerder zegt dat het er is.

Wisselwerkingdemokratie
Ik zal hier niet het hele boek parafraseren, al is de verleiding groot. (Hieronder geef ik een paar hyperlinks naar recensies voor wie meer wil weten alvorens het boek zelf te gaan lezen. Maar dat moet je gewoon doen eigenlijk. Laat je niet afschrikken door Vullings lelijke woorden aan het begin van zijn recensie. Je wordt er vast wijzer van. Of het zet je althans aan het denken.)
De kern van Pels’ betoog begint bij een sublieme observatie van Machiavelli: je moet een vorst zijn om de aard van het volk helemaal te begrijpen en je moet een gewoon burger zijn om de natuur van vorsten volledig te snappen. Of, abstracter gezegd: alle politiek is standpuntgebonden. Daarom is er wisselwerking nodig in de politiek en daarom is er ook een wisselwerkingdemokratie nodig. Het volk heeft een politieke elite nodig om de boel te leiden. En die politieke elite heeft de correctie van het populisme nodig om binding te houden met het volk en om te voorkomen dat ‘zij verandert in een regentesk establishment’. Kort door de bocht samengevat is dit het argument waarmee Pels zijn oplossing onderbouwt: meer directe invloed van ‘het volk’ als correctie op de politieke elite die anders te veel zijn eigen gang gaat.
(Tussen twee haakjes: het volk bestaat dus – ook in het denken van Pels, al noemt hij het niet zo – wel als ‘gewone burgers die niet tot de politieke elite behoren’.)

Media en personen
ik hoef er waarschijnlijk niet zo veel woorden als Pels gebruikt aan te wijden, om duidelijk te maken dat een voldoende wisselwerking in de demokratie des te noodzakelijker is in het mediatijdperk en – daarmee samenhangend – een personendemokratie. Net als populisten een volk creëren dat er in werkelijkheid niet in die vorm is (niet iedereen vindt precies hetzelfde als de denkbeeldige Henk & Ingrid), zo scheppen de media een schijnrealiteit, terwijl ze suggereren ‘alleen maar’ te registreren (maar zonder de vraag van de journalist zou de politicus – denk aan Pim Fortuin – zijn uitspraak nooit hebben gedaan).

Utopie
Pels is dus in feite optimistisch over de rol van het populisme in de samenleving. Hij ziet kans ‘de rauwheid van de tegenstem’ te benutten ten gunste van een beter functionerende demokratie. Aldus schildert hij een ‘voldragen wisselwerkingdemokratie’ waarin een zelfbewuste elite met een vrijzinnige houding die zichzelf durft te relativeren, populisten tegenover zich vindt die een ‘anarchistisch en anti-establishment sentiment’ uitdragen en waarin een anti-elitair ‘nee’ in een referendum een legitieme plaats heeft in het politieke bestel.

Het is te mooi om waar te zijn. Hier bedenkt de socioloog een utopie. Ik wou dat het waar was.

Misschien ben ik te pessimistisch, maar ik moet steeds denken aan de theorie van de cyclus van regeringsvormen die in de klassieke oudheid is geconstrueerd en waarin de demokratie uiteindelijk uitmondt in een dictatuur. De geschiedschrijver Polybius (tweede eeuw voor onze jaartelling) muntte er de term anakyklosis voor, lastig te vertalen, maar het is iets als een ‘regressieve kringloop’, een ‘negatieve spiraal’ of (te) simpel gezegd ‘terug naar af’. In het kort komt het idee hierop neer dat elke ideaaltypische staatsvorm, de monarchie, de aristokratie en de demokratie, uiteindelijk altijd zal ontaarden in een negatieve variant ervan. De alleenheerser wordt op den duur tyranniek, de elite regentesk en de brave burgers ontaarden in een verwende massa die als ze haar zin niet krijgt agressief wordt. Het eind van het liedje is dat er een leider opstaat die het volk in goede banen leidt en zich allengs ontpopt tot een alleenheerser, terug bij af.
We vinden dit idee in rudimentaire vorm ook bij Herodotos (vijfde eeuw voor onze jaartelling) waar een discussie over de beste regeringsvorm wordt afgerond met de conclusie dat de monarchie de andere vormen overtreft. Een argument daarvoor is dat in een demokratie om de criminaliteit die nu eenmaal ontstaat te bestrijden, uiteindelijk ook een sterke man als enige oplossing wordt gezien.

Natuurwet?
Het is niet moeilijk om de parallellen te zien met de ontwikkelingen die leidden tot de komst van een Napoleon, een Hitler of recenter een Berlusconi en bij ons Geert Wilders. Maar zijn zulke ontwikkelingen onontkoombaar? Polybius spreekt van een ‘normale kringloop van constitutionele omwentelingen en de wijze waarop regeringsvormen nu eenmaal van nature veranderen en terugkeren tot hun oorspronkelijke stadium’.
Aristoteles (vierde eeuw voor onze jaartelling) daarentegen heeft meer oog voor specifieke omstandigheden van de ene of de andere staat. Het is in zijn ogen geen automatisme dat het ene regime ontaardt in het andere. Dat laat ruimte voor oplossingen zoals Dick Pels die bepleit.

Hoop
En zowel Polybius als in zijn kielzog Cicero (eerste eeuw voor onze jaartelling) ziet heil in een ‘gemengde constitutie’ waarin monarchale, aristokratische en demokratische elementen elkaar in balans houden. Hun bewijs is de Romeinse republiek. Onze parlementaire demokratie heeft daar veel van weg: een Koning, een elite in het parlement en verkiezingen waarin het volk zijn voorkeur uitspreekt. Dat aan deze constitutie het een en ander te verbeteren valt is duidelijk. Of de suggesties die Pels aandraagt het afglijden naar de dictatuur van de grote bek kunnen voorkomen, valt te bezien.

Deze zomer hebben Koen van Bremen, Albert jan Kruiter, Eelke Blokker en Harry Kruiter de website http://publiekewaarden.nl gelanceerd. Kruiter schreef al in 2009: ‘De crisis is niet economisch maar democratisch van aard.’ Ik kijk uit naar de resultaten die hun aanpak van het actie-onderzoek opbrengt. Dat levert vast stof op voor een volgende column.

 

Bronnen:

Dick Pels, Het volk bestaat niet. De Bezige Bij, ISBN 9789023453918. http://www.debezigebij.nl/web/Boek-5/9789023453918_Het-volk-bestaat-niet.htm

Recensies van Het volk bestaat niet:
• Vrij Nederland (Jeroen Vullings): http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/het-volk-bestaat-niet-leiderschap-en-populisme-in-de-mediademocratie-dick-pels/
• de Volkskrant (Hans Wansink): http://www.volkskrant.nl/wca_item/boeken_detail/453/178086/Het-volk-bestaat-niet.html
• GroenLinks Magazine, mei 2011, pagina 20 (Simon Otjes): http://magazine.groenlinks.nl/node/67471.
Ook bereikbaar via het artikel ‘Vloeken in de linkse kerk: populisme nodig’: http://magazine.groenlinks.nl/personendemocratie

De cyclus der staatsvormen
ik ben grote dank verschuldigd aan mijn voormalige collega-docent klassieken Ludwich Verberne die mij geweldig heeft geholpen door de bronnen van het denken over staatsvormen in de oudheid op een rijtje te zetten, waar ik het anders had moeten doen met wat van mijn lectuur in de lang geleden tijd in mijn gebrekkige geheugen was blijven hangen. Van het gedegen overzicht dat hij mij stuurde noem ik voor de geïnteresseerde leek hier alleen:

• Herodotus, Historiën 3.80-83
• Aristoteles, Politiek, 3.6-8 en 5.8-9
• Polybius, Wereldgeschiedenis 6.3-6.9
• Cicero, De staat 1.14-70

Polybius’ tekst is in Engelse vertaling op internet te vinden via de klassieke bronnenverzameling Perseus. Er is een Nederlandse vertaling met de titel Wereldgeschiedenis 264-145 v.Chr., van de hand van Wolther Kassies, Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep 2007

Voor meer informatie over de genoemde schrijvers en vertalingen van hun werk, zie Oudheid.nl onder Literatuur.


zondag, 28 augustus 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Goethe is vandaag jarig!


Lang zal hij leven! Op 28 augustus 1749 werd Johann Wolfgang Goethe geboren, 262 jaar geleden. En lang leefde hij inderdaad. Hij overleed in maart 1832, op 82-jarige leeftijd, maar leeft nog steeds voort als “de beste Duitse schrijver”.

Goethe was nog geen 25 toen hij in één klap beroemd werd door zijn brievenroman Die Leiden des jungen Werthers. De hoofdpersoon Werther schreef in brieven aan een vriend over zijn liefde voor Lotte, die echter al aan de man was. Werther vertrok uit haar omgeving, omdat het toch niets kon worden tussen hen. Toen hij na een poosje terugkeerde bleek Lotte inmiddels getrouwd te zijn. Ondanks hun “zielsverbond” kon er van ware liefde geen sprake zijn. Als uitweg koos Werther voor zelfmoord met het pistool van Lottes man.

Goethes hyperemotionele Werther werd onmiddellijk een hit in heel Europa. Het blauwe rokkostuum met geel vest en gele broek, dat Werther in de roman droeg, werd de nieuwe mode onder jongemannen in die tijd. Er kwamen Werther-mokken en Eau de Werther in de handel. Zelfs Werthers zelfmoord vond navolging, zij het gelukkig in beperkte mate.
Vanuit de kerk werd het boek zwaar bekritiseerd, omdat het de zelfmoord zou verheerlijken. In Leipzig, Kopenhagen en Milaan werd het boek om die reden verboden. Goethe zelf noemde dat onzin en vond zijn eigen overleven het ultieme bewijs voor de stelling dat je liefdesverdriet maar het beste van je af kon schrijven. De Werther was tenslotte grotendeels autobiografisch. Alleen werd de zelfmoord van Werther in Goethes geval de geboorte een bestseller.

Goethe nam zelf later afstand van de tophit uit zijn vroege jaren, die tot op de dag van vandaag als hoogtepunt van de rebelse Sturm und Drang–stroming wordt beschouwd. Hij verloor zijn wilde haren. De emotie moest voortaan worden gepaard aan het verstand (de Romantiek meets de Verlichting). Vanaf 1775 tot aan zijn dood verbleef hij met korte onderbrekingen aan het hof van Weimar. Samen met zijn vriend Schiller domineerde hij de literaire stroming van de Deutsche Klassik.

Tot zijn eigen spijt werd Goethe altijd op zijn Die Leiden des jungen Werther aangesproken. Legendarisch werd de ontmoeting tussen Goethe en Napoleon tijdens het Congres van Erfurt, waarop in 1808 een bondgenootschap tussen Rusland en Frankrijk werd overeengekomen. Napoleon nodigde Goethe uit voor een gesprek. “Voila un homme”, zei de Franse keizer over de Duitse schrijver, een echte man. Napoleon bekende Goethe dat hij de Werther wel zeven keer had gelezen en altijd bij zich had.

Erik de Graaf

vrijdag, 24 juni 2011

Verrijking van de Nederlandse taal

In literatuur, integratie, nederlandse taal, schoonheid, suriname, resultaat, twitter, woorden, taal, en meer.
Volkskrant-columniste Sheila Sitalsing verzamelde via een oproep op Twitter de mooiste Surinaamse woorden voor ons. Omdat de Nederlandse taal wel een nieuwe impuls kan gebruiken, ziehier het resultaat, met dank aan Sheila.

dinsdag, 7 juni 2011

Vincent Jacobs

Vincent Jacobs

Hyves Last.fm Twitter Youtube DWARS

Klussen met een GOEDhart sausje

In communicatie, artikel, energie, idee, literatuur, mensen, resultaten, studie, werk, en meer.

Omdat er als afgestudeerde communicatiewetenschapper wel brood op de plank moet komen, heb ik een (bij)baantje bij Gamma. Gamma is marktleider op het gebied van doe-het-zelf zaken en werkt met een franchise formule. De Gamma waar ik werk valt onder het Goedhart concern, gevestigd in Alphen aan de Rijn. Het motto van de directie van Goedhart is werken met energie passie en plezier. Dit is afgeleid van de FISH! methode. Het krachtige van deze methode is dat medewerkers worden uitgedaagd om met elkaar een goede werksfeer neer te zetten. Dit doet de directie vanuit een bottom-up benadering, iets wat in de Retail voor zover ik weet niet vaak gebeurd. Daarom kwam de gehele directie naar ons filiaal bood ons een lunch aan om de resultaten van het MTO (medewerkers tevredenheidonderzoek) door te nemen en verbeterpunten met elkaar door te nemen. Dat een directie de tijd neemt om actief een vestiging te bezoeken en om input te vragen van de medewerkers is een leuke ervaring.  Tevens zorgt het ervoor dat je als medewerker betrokken wordt bij Goedhart waardoor een Goedhart gevoel ontstaat. Dit draagt natuurlijk bij aan een duidelijkere identiteit van de organisatie en zorgt voor binding.

www.youtube.com/watch?v=gNDP9jLuzXU

Vanuit mijn studie communicatiewetenschap met de afstudeerrichting corporate communicatie is het interessant om te zien hoe de directie van Goedhart omgaat met de ontwikkeling van een ‘club’ gevoel en daarmee een gemeenschappelijke identiteit probeert te creëren. Uit een eerder MTO bleek dat er van een dergelijk club gevoel eigenlijk helemaal geen sprake was. Vooral de mensen die korter dan drie jaar voor Goedhart werkten hadden geen idee wie of wat Goedhart was. Middels verschillende middelen zoals medewerkerlunches, Roadshows, ‘nieuwe werknemers bijeenkomsten’ en een eigen personeelsblad wordt getracht een duidelijkere identiteit te creëren. Interessante literatuur hierbij is het AC5ID model zoals dit ontwikkeld is door Balmer. Hierin worden een zestal vormen van identiteiten onderscheiden waarbij getracht dient te worden om deze op een lijn te krijgen. Momenteel is Goedhart bezig met het creëren van een duidelijke organisatie identiteit om deze dan vervolgens te kunnen inzetten als usp in haar winkels. Meer informatie over het AC5ID kun je vinden in dit artikel.

zaterdag, 19 februari 2011

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

Schrijven helpt!

In coaching en counselling, artikelen, energie, literatuur, tekst, werk, activiteiten, spelfouten, leuke, en meer.
Steeds vaker lees ik in allerlei artikelen dat schrijven helpt om je gedachten te ordenen, je hoofd leeg te maken en je blik naar binnen te richten. Veel mensen houden al jaren een dagboek bij waarin ze alle belevenissen aan het boek toevertrouwen alsof het hun beste vriend of vriendin is. Het hoeft natuurlijk ook geen briljante literatuur te zijn, spelfouten maken niet uit. Het gaat om jouw gevoel en je emoties die je aan het papier toevertrouwt. Je kiest er tenslotte zelf voor of je de tekst voor jezelf houdt of met anderen deelt.
Schrijven is een soort ontdekkingsreis. Het is spelen met woorden, lekker fantaseren en je creativiteit de vrije loop laten. Het is een prachtig middel om je te uiten. Je hersenen werken op een andere manier, het denken wordt even uitgeschakeld.

En …. schrijven is goedkoop. Je hebt alleen pen en papier nodig of je computer natuurlijk. Hoe vaker je dit doet, hoe meer jij je eigen binnenwereld  en je diepste verlangens leert kennen. Er is eigenlijk maar één voorwaarde: durf eerlijk tegen jezelf te zijn. Er kunnen namelijk vragen naar boven komen zoals: 'vind ik dit werk nog wel leuk?',  'doe ik wel de activiteiten waar ik energie van krijg?' of 'passen mijn partner en ik nog wel bij elkaar?' Je krijgt meer inzicht in je wensen en je dromen. En dat kan bijzonder lastig zijn. Het leuke is dat als je doorzet, regelmaat in je schrijfactiviteiten brengt en durft te ervaren wat er van binnen bij je gebeurt, de antwoorden op je vragen eveneens naar boven komen.

Wil je eens op een andere manier met jezelf aan de slag? Ga het schrijfavontuur eens aan en wie weet waar je uitkomt.

Wat zijn jouw ervaringen hiermee?

zondag, 30 januari 2011

Sander Lochtenberg

Sander Lochtenberg

Twitter

Nadat zij de liefde hadden bedreven

Licht naschokkend keerde de jongeman zijn hoofd. Hij nam een trekje van zijn sigaret, en blies de rook achteloos uit. Dit ritueel herhaalde hij nog enkele malen, en drukte zijn peuk vervolgens half uit in de naast hem gelegen asbak. … Verder lezen

zondag, 5 december 2010

Ger Bosma

Ger Bosma

Zie Ginds komt Sint Wodan

In algemeen, eigen artikelen 2000-2012, ge(r)neuzel, geen commentaar, geschiedenis, literatuur, wetenschap, cultuur, december, en meer.

Bij de presentatie van haar partij TON in april 2008 gaf Rita Wie kent haar nog? Verdonk een onvervalst staaltje pepernotennationalisme ten beste. Ze luidde de noodklok over ons prachtige cultuurgoed, dat dezer dagen, gelijk strooigoed, te grabbel wordt gegooid.

“Er is een sterke weg-met-ons stroming die ons al jaren wil doen geloven dat onze cultuur niet bestaat en die onze waarden en normen zelfs minderwaardig vindt ten opzichte van andere culturen. Ze stellen zelfs het sinterklaasfeest ter discussie. En willen overal slavernijmonumenten om ons als slecht af te schilderen.”

Ach ja, die Rita… Wat had ze destijds toch feilloos de vinger aan de pols van het gesundes volksempfinden. Anno 2010, terwijl de slavernijmonumenten als gifzwammen de grond uit schieten, gaat immers niet ook het oerhollandsche feest van de Goedheiligman naar de gallemiezen?!? Op sterven na dood dit prachtige volksfeest, uiteraard door een onzalige kongsie van linksige cultuurrelativisten en verzuurstokte suikerfeestvierders, hoewel die laatste groep inmiddels andere problemen lijkt te kennen. Maar hoe hollands is Sinterklaas eigenlijk? Hier de feiten in een notendop.

De historische Sint Nicolaas was bisschop in Myra, de hoofdstad van de streek Lycië in Klein Azië, het huidige Turkije. Het is echter een misvatting om hem als Turk te betitelen, zoals vaak gebeurt, want Nicolaos was feitelijk een Griek, stevig ingebed in de hellenistische cultuur. Turkse stammen drongen bovendien niet eerder dan tussen de 6e en 10e eeuw in Klein-Azië door en pas met de komst van de Seltsjoeken in de 11e eeuw werd er een krachtige etnisch Turkse staat gevestigd in dit gebied.

Nicolaas van Myra leefde van ca. 280 tot – jawel – 6 december 342 (of 352). Volgens de overlevering was hij een mirakelse koter. Zo stond hij al direct na zijn geboorte rechtop in zijn badje, met zijn handjes devoot ten hemel geheven. Alsof hij God dankte voor het wonder van zijn geboorte. Verder pleit voor de kleinheiligman natuurlijk enorm dat hij op woensdag en vrijdag, de traditionele vastendagen, onverbiddelijk zijn moeders borst versmaadde. Als volwassene ontpopte Nicolaas zich tot weldoener en wonderdoener en stond hij bekend om zijn wijsheid en vergevingsgezindheid.

Later heilig verklaard en het onderwerp van vele Middeleeuwse sagen, verspreidde Nicolaas’ feestdag zich aanvankelijk alleen naar oostelijk en Midden-Europa. (In weerwil van het chauvinisme dat Sinterklaas als typisch Nederlands bestempelt, wordt op beperkte schaal ook in al deze landen Sinterklaas tot op de dag van vandaag gevierd.) In de 13e eeuw krijg de bisschop uit Klein-Azië ook een stevige voet aan de grond in West-Europa en werd zijn naamdag ook in onze contreien een van de belangrijkste feestdagen. In ieder geval vanaf 1427, zo blijkt uit archiefstukken, werden in bisschopsstad Utrecht in de Sint Nicolaaskerk op 5 december schoenen gezet. Welvarende Utrechters stopten daar dan giften in, met name muntgeld en lekkernijen. Op 6 december werd de opbrengst verdeeld onder de arme kinderen in de stad.

Het Sinterklaasfeest werd op termijn zo’n populair (en losbandig) volksfeest, dat deze katholieke heilige ook moeiteloos de 16e eeuwse periode van reformatie overleefde, toen grote delen van de Noordelijke Nederlanden zich bekeerden tot het protestantisme, dat van heiligen niets moest hebben. Op schilderijen uit de 17e eeuw van Jan Steen (1625-1679) is te zien wat voor snoepgoed kinderen in die tijd zoal in hun schoen kregen. Zaken als chocoladeletters, marsepein, peper- en kruidnoten, speculaaspoppen en borstplaat zouden heden ten dage ook niet misstaan in een paar kekke Lelli Kelly’s. Daarnaast was er ook vaak een zakje zout of een roe; en niet alleen voor stoute jongens.

De moderne Sinterklaas is echter vooral een 19e eeuws creatie, uit de koker van de Amsterdamse onderwijzer en schrijver van kinderboeken Jan Schenkman. In 1850 verscheen Sint Nicolaas en Zijn Knecht, met prachtige gekleurde prenten. Daarin komen alle tegenwoordig bekende elementen in volle glorie naar voren. De oorsprong van de Sint uit het katholieke Spanje en zijn komst met een toen hypermodern vervoersmiddel, een heuse stoomboot. Helper Zwarte Piet was ook van de partij, hoewel eerst nog niet onder die naam. Wel is hij uitgerust met een roede en een zak kadootjes, waarmee hij door de schoorsteen naar binnenkomt. Ook het befaamde boek van Sinterklaas wordt door Schenkman (What’s in a name?) geïntroduceerd:

Sint Niklaas, de Bisschop / Schrijft hier in zijn boek / Al wat hij gehoord heeft / Bij ‘t jaarlijksch bezoek. -  Wie zoet was of stout was / Hij voegt het er bij / Wat zou hij wel schrijven / Van u en van mij? -   O, vraag het zijn knecht eens / Die maakt toch dit jaar / Voor al, wie niet stout was / De zakjes weer klaar.

Sint Wodan
De schimmel waarop Sinterklaas over de daken rijdt, maakt in Sint Nicolaas en Zijn Knecht eveneens zijn opwachting. Dit op het eerste gezicht nogal bizarre detail verraadt een andere belangrijke inspiratiebron voor onze moderne Sinterklaas. Diens iconografie lijkt namelijk voor een groot deel gebaseerd op oud-Germaanse sagen over de god Wodan (Odin), door de lucht rijdend op het achtbenige witte paard Sleipnir. Wodans was net als Sinterklaas een oude man met een lange baard. Hij had ook een rode mantel en zijn hoed werd bij de Sint een mijter. Odins speer met slangenkop werd vervangen door een staf. Net als Sinterklaas droeg Wodan droeg ook een indrukwekkende ring, Draupnir genaamd.

Wodan had een tweetal zwarte helpers, de raven Huginn (Gedachte) en Muninn (Geheugen). Op bevel van Wodan daalden zij af naar de huizen van de mensen om te kijken wat er zich binnen afspeelde, een parallel met Zwarte Piet. Volgens sommige auteurs verwijst de prominente veer op de Pietenmuts zelfs naar de raven Huginn en Muninn. Andere bronnen spreken over donkergekleurde helpers Nörwi of Eckhart, als model voor Zwarte Piet.

Het gebruik om letters kado te geven met Sinterklaas zou terug te voeren zijn op de legende dat Wodan de ontdekker was van de magische runen; geheime kennis opgedaan toen hij zichzelf 9 dagen en nachten ophing aan de wereldboom Yggdrasil. Wodans status als patroon van de dichtkunst zou de oorsprong kunnen zijn van de traditie van Sinterklaasrijmpjes en -liedjes.

Zo blijkt Sinterklaas onder dat weeïge multicultisausje uiteindelijk toch nog een rasechte Germaan te zijn. Het zal pepernootnationalisten als Rita vast deugd doen.

donderdag, 29 juli 2010

Marko Draisma

Marko Draisma

Twitter

Cool, naar het museum!

In muziek, pvv, cijfers, cultuur, gevonden, jongeren, kunst, literatuur, nrc, en meer.
"Wat een grappig ouderwets pin-apparaat!" De jonge vrouw voor me in de rij was duidelijk geamuseerd om wat er inderdaad uitzag als een bakbeest van een automaat. "Nee mevrouw, deze heeft grote cijfers, speciaal voor oudere mensen". De vrouw achter de kassa van het Haags Gemeentemuseum, zelf ook de jongste niet meer, legt met lede ogen uit dat het museum vooral oudere bezoekers ontvangt. Hoewel er alles aan wordt gedaan om ook jongeren te trekken. Zo is het hele souterrain nu ingericht als permanente tentoonstelling voor het middelbaar onderwijs. Een prachtige bonte verzameling van prikkelende kunst die uitnodigt tot actieve deelname en vragen oproept, zonder verklarende bordjes.

Mooi gevonden, lijkt me goed dat musea zich blijven vernieuwen en zoeken naar manieren om publiek te blijven trekken. Toch heeft het ook iets verontrustends. Het is hetzelfde fenomeen als waar de kwaliteitskranten en omroepen mee kampen: alles moet tegenwoordig in snelle, hapklare brokken worden aangeboden, anders zapt of klikt het publiek al snel verveeld door. "Het jongere publiek", had ik eerst staan, maar dat mag tegenwoordig wel worden gegeneraliseerd naar "het publiek". Zelf had ik ook al veel te lang geen museum meer bezocht. Nu heb ik een museumjaarkaart, als stok achter de deur.

Wordt het niet tijd dat de "trage media" van beeldende kunst, klassieke muziek, literatuur, en kwaliteitsjournalistiek de handen ineenslaan en samen een vuist maken tegen de macht van de snelle middelmaat? Zolang we ons er niet bij neerleggen dat die strijd gestreden is heeft dat nog wel kans van slagen. We laten ons nu eenmaal graag verleiden, zelfs met cultuur, mits op een aantrekkelijke manier gebracht.

Naschrift: Ik lees net op de cultuurblog van het NRC, door Sandra Smallenburg, dat de PVV in Den Haag jacht maakt op cultuursubsidies. Wonderlijk hoe zo'n partij, die prat gaat op "onze" eigen cultuur, die zelfde cultuur verdacht wil maken.

donderdag, 11 september 2008

Luuk van der Meer

Luuk van der Meer

Hyves Twitter

Hrabal de haarbal

In angst, havel, literatuur, nam, hart, onmogelijk, boom, concurrentie, geheime, en meer.
Bohumil Hrabal is één van de grootste schrijvers van de Tsjechische literatuur. Geen geringe prestatie gezien de grote concurrentie (Hasek, Capek, Kundera, Klima enz.). Daarnaast was hij een vrolijke drinkebroer en levensgenieter. In tegenstelling tot veel van zijn collega-Tsjechische literaire grootheden blonk hij niet uit in deugdzaamheid. Zo zou hij uit angst veel te loslippig zijn geweest tegenover de geheime dienst van Tsjechoslowakije.

Maar dat heeft hem in ieder geval in de ogen van toneelschrijver-dissident-president Havel niet onmogelijk gemaakt. Toen president Clinton in Praag op bezoek kwam, nam Havel hem mee naar het stamcafé van Hrabal om daar met de schrijver te kletsen. Die kon dat wel waarderen, al heeft hij nog wel een schandaal ontketend door te schrijven dat actrice Julinka ter ere van Clintons bezoek haar kut had schoongeschrobd.

Hrabal de schrijver leeft niet meer. Maar de kat die onder mijn dak leeft, heeft zijn naam gekregen. Waarom weet ik eigenlijk niet zo goed: ik dicht hem weinig literair talent toe en al weinig meer drankzucht. Fanatieke Hrabalianen hadden de kat eerder
Cassius of Sinaasappel genoemd naar Hrabals poezen. Misschien heet hij Hrabal omdat het woord haarbal en rebel contamineert; twee begrippen die wel bij Hrabal passen.

Er bestaat nog wel een mogelijke gelijkenis die beter niet uitkomt: Hrabal de schrijver is uit het raam gevallen toen hij de duiven voerde en zo aan zijn eind gekomen. Als ik Hrabal vanaf het dakterras naar de duiven in de boom verderop zie loeren, houd ik mijn hart vast.

Aantal berichten op deze pagina: 17. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 29787 uur (1241,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,1 per week.

Pagina: 1