vrijdag, 27 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Utilisten, liberalen en dieren

De basis van dierenrechten is, filosofisch gezien, precair. Traditionele politieke theorieën zijn niet goed in staat om zulke rechten te verdedigen. In het boekje Een waardig bestaan schetst Martha Nussbaum een potentiële oplossing: haar eigen op capaciteitengerichte politiek-filosofische theorie.

Dierenrechten als een filosofisch probleem

Veel mensen hebben de intuïtie dat je niet wreed mag zijn tegen dieren. Stierenvechten voelt als een barbaarse praktijk, waar we zo snel mogelijk vanaf zouden moeten. Maar wat is de politiek-filosofische basis van dierenrechten? De traditionele liberale politieke theorieën bieden geen ruimte voor dierenrechten. Deze streven naar een zo groot mogelijke individuele vrijheid voor rationele burgers. Liberale theorieën zien maar een relevante groep rechtssubjecten: rationele mensen. Liberalen willen mensen in staat stellen om zelf hun eigen ideeën van het goede leven in de praktijk te brengen. Dieren kunnen niet als vrij en rationeel vorm geven aan het eigen leven.

Utilisen lijken dieren gemakkelijk op te kunnen nemen in hun theorieën. Prominente utilisten als Singer hebben zeer veel gedaan om dierenrechten filosofisch te funderen. Utilisten hebben niet veel met rechten, maar destemeer met welzijn. Een recht is voor een utilist niet veel meer dan de erkenning dat het welzijn van een partij ‘telt’. Utilisten willen het totale geluk zo groot mogelijk maken. Dieren kunnen pijn en geluk voelen. Hun geluk en pijn kunnen dus ook mee tellen. Dat klinkt allemaal mooi, maar utilisme leidt vaak tot onintuïtieve conclusies. Ik heb hier al eerder over geschreven. De meest typische utilistische paradox is een happiness monster, een wezen dat zeer gelukkig wordt van het lijden van andere wezens. Zolang zijn geluk maar groot genoeg is, kan dat ieder lijden als irrelevant klein ter zijde worden geschoven: de Westerse consument gedraagt zich vaak als een happiness monster: als ik maar heel gelukkig wordt van het eten van hamburger, dan telt het ongeluk van het dier niet. Dat lijkt me een zeer zwakke verdediging van dierenrechten.

Capaciteitenbenadering als een oplossing

De derde traditionele stroming in de filosofie naast het op Kant geïnspireerde liberalisme en het utilisme is de deugdenethiek van Aristoteles. Aristoteles stelt matiging centraal: deugdzaamheid is vermogen om het midden te vinden. Tussen de extremen van lafheid en roekeloosheid, ligt moed. Ik heb altijd gedacht dat je in deze theorie nooit dierenrechten kan verdedigen. Matiging is een zeer zwakke politieke categorie: men kan hier nooit universele, voor iedereen geldende rechten mee rechtvaardigen. Dierenliefde is een deugd, maar de deugd van dierenliefde ligt tussen squeamishness en wreedheid. Of iemand meer dierenliefde moet tonen, hangt af van de vraag of hij van nature geneigd is naar wreedheid of juist naar squeamishness tegen dieren. Ik ben van nature squeamish: ik kan slecht lijden, bloed of pijn zien. Aristoteles zou mij zeggen: “Man up! Wurg eens een kat met je blote handen, want je helt te verder door naar zachtheid.”

Martha Nussbaum gaat echter een stap verder in haar analyse: ze stelt dat niet matiging de belangrijkste categorie voor Aristoteles is, maar ‘eudaimonia‘, wat ze vertaalt naar het Engelse functioning. Een functioning is een waardevolle menselijke activiteit of toestand. We ontplooien ons door onze functionings te realiseren. Nussbaum wil dat mensen zich kunnen ontplooien. Dit betekent volgens haar dat de overheid de voorwaarden moet scheppen voor om zich mensen in bepaalde activiteiten te ontplooien. Ze noemt deze voorwaarden capaciteiten.

Nussbaum slaat een balans tussen liberalisme en utilisme: haar theorie is liberaal omdat ze probeert de capaciteiten van mensen te vergroten, niet hun daadwerkelijke functionings. Het niet-liberale element van haar theorie is dat Nussbaum een lijst heeft vast gesteld van functionings waardevolle menselijke activiteiten of toestanden die voor ieder mens beschikbaar zouden moeten zijn: in deze lijst staan onder andere gezondheid, leven, denken, emotie, spel, betrokkenheid bij andere mensen en controle over je eigen omgeving. Haar theorie is utilistisch in de zin dat ze streeft naar een bepaalde vorm van geluk, namelijk het geluk dat we ervaren door ons te ontplooien. Echter, haar theorie is niet utilistisch omdat ze niet probeert het geluk zo groot mogelijk te maken, maar probeert om mensen in staat te stellen om zelf hun functioning te kiezen.

Nu kunnen we deze theorie van capaciteiten ook toepassen op dieren. Ook dieren zijn immers in staat om goed te functioneren: in klassieke lijstjes van dierenrechten zoals de “vijf vrijheden” komen deze elementen voor. Dieren moeten vrij moeten zijn van honger, pijn, ziekte en stress, maar bovendien moeten dieren hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen samen met soortgenoten. We zien hier eigenlijk twee groepen claims: ten eerste moeten dieren gezond zijn en ten tweede moeten ze zich op een soort eigen manier kunnen ontplooien. In dat tweede zien we duidelijk een notie van functioning. Een konijn functioneert het best als konijn als het typisch konijnengedrag mag vertonen: graven, herkauwen, rondhupsen.

Capaciteiten kritisch tegen het licht

De capaciteitenbenadering heeft een aantal beperkingen, zeker waar het gaat om het dierenrijk. Het goed functioneren van dieren kan nog wel eens tegengesteld zijn aan elkaar. Een kat kan zich het best ontplooien door de jacht. Dat is echt soort-eigen gedrag van de kat. Op het moment dat hij een muisje vangt, is het echter snel afgelopen met het goed functioneren van het muisje.1 Nussbaum heeft hier wel een antwoord op: dieren kunnen soort eigen gedrag vertonen zonder andere dieren schade te doen. Een kat kan jagen op een led-lampje en een tijger in een dierenpark kan goed zijn katachtige jachtinstincten uitleven op een bal. Ik vraag me af of een kat die jaagt op bal evengoed functioneert als een kat die jaagt op een prooidier. Het een lijkt toch een slechte kopie van het ander.

Maar er is een groter bezwaar: volgens mij is het niet de verantwoordelijkheid van mensen om voor dieren in het wild te zorgen. Het lijkt me zeker niet de bedoeling dat we alle roofdieren uitmoorden ten bate van de prooidieren. Niet alleen omdat we niet weten wat er zal gebeuren, maar bovendien omdat dat onze verantwoordelijkheid niet is. Dit is een typisch probleem van utilisten, waar ook de capaciteitenbenadering onder lijdt. Deze theorieën maken geen onderscheid tussen wat wel de verantwoordelijkheid van de overheid is en wat niet. Het lijden van dieren dat wordt veroorzaakt door menselijk handelen is inderdaad een politiek probleem, het lijden dat in de natuur ontstaat door menselijk-niet-handelen is onderdeel van de natuur.

De benadering van Nussbaum is welkome bijdrage aan het debat over dierenwelzijn, maar is volgens mij nog steeds onvoldoende sterk om de verplichtingen van mensen tegenover dieren te rechtvaardigen.

woensdag, 25 januari 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

SOPA en PIPA

Als ik katten had, zou ik ze SOPA en PIPA noemen. Klinkt lief toch? Maar er is heel veel protest de afgelopen weken tegen dit stel. SOPA, Stop Online Piracy Act, en PIPA, Protect IP Act, twee Amerikaanse wetten in aanbouw, roepen een hoop weerstand op. Zonder vrij internet staan het delen en vergroten van kennis op het spel.

Wat is er aan de hand?

Wie iets origineels bedenkt heeft daarover auteursrecht. Op internet is het inbreuk maken op auteursrecht heel erg makkelijk. Even een stuk kopiëren van een ander op je eigen site, muziek, spelletjes en films verspreiden die niet van jou zijn: het is een fluitje van een cent. De maker, die zijn brood verdient met het maken van muziek, games en films, krijgt geen cent voor al het werk dat hij er in heeft gestoken. Diefstal. Pure diefstal. De auteurswet beschermt dat. Maar die is lastig te handhaven.

Als een auteursrechthebbende merkt dat zijn werk wordt verspreid op internet zonder zijn toestemming, vraagt hij, eventueel via de provider, aan de publicist het werk te verwijderen. In Amerika bestaat daarvoor de DMCA, Digital Millenium Copyright Act. Een filmmaker vraagt bijvoorbeeld aan YouTube een filmpje dat er onrechtmatig is geplaatst, te verwijderen. Het filmpje moet dan verwijderd worden tenzij de plaatser bezwaar maakt. Als dat zo is, mag de rechter het uitzoeken.

SOPA is geen fijn katje…

SOPA gaat veel grover te werk. Bij een klacht van een gedupeerde moet de internet service provider de account van iemand die inbreuk maakt op het auteursrecht blokkeren. Ook sites die verwijzen naar auteursrechtschendende sites worden verplicht tot actie. Google toont bijvoorbeeld na een zoekopdracht een site die de auteursrechten schendt. Google is verplicht zelf deze site uit de lucht te houden of te halen. Doen ze dat niet, kan heel google geblokkeerd  worden. Je kan je voorstellen dat het voor zo’n zoekmachine vrijwel onmogelijk is te garanderen dat ze alleen verwijzen naar sites die de auteursrechten respecteren. Door SOPA is dan niets meer te vinden, ook niet alle vele legale sites!

Neelie Kroes, Eurocommissaris ‘digitale agenda’ vindt dit te ver gaan. Haar speech op 24 januari 2012:

Of course, many are also concerned about issues of illegal content. And I agree with them that we need to push people away from piracy towards legal content. Sites that knowingly enable massive copyright infringements and make large sums of money at the expense of creators need to be stopped. As regards legislation to combat piracy, I have said on a number of occasions that we should not put in place disproportionate and highly intrusive measures with the potential to disrupt legitimate online activities.

…. en PIPA ook niet.

Zowel SOPA als PIPA willen we niet. Beide maken het te makkelijk hele sites te stoppen die goed internetgebruik faciliteren. SOPA heeft internationale werking, PIPA niet. Voor PIPA is meer toezicht door de rechter, SOPA leidt makkelijker tot afsluiting. ‘Positief’ aan SOPA is dat daar de aangeklaagde wel beschermd is tegen torenhoge proceskosten als een site onterecht uit de lucht is gehaald. Daarvoor moet de aanklager dan opdraaien.  PIPA biedt die bescherming niet.

SOPA is voorgesteld door het huis van afgevaardigden. De leden internetten veel en de vraag is of zij werkelijk zover zullen gaan. PIPA is voorgesteld door de senaat. Die maakt een iets grotere kans, zo is de inschatting.

Is er dan geen alternatief?

Jawel. Het begint met de internetgebruiker. Die is degene die de rechten van de maker niet respecteert door werk zonder toestemming te verspreiden.

In de VS kan, op grond van de DMCA, een gedupeerde door middel van een take downnotice  een publicist verzoeken  een artikel dat onrechtmatig is geplaatst van het net te halen. Aan een take downnotice wordt in de praktijk altijd gehoor gegeven. Weigeren houdt namelijk groot financieel risico in op het moment dat een aanbieder aansprakelijk wordt gesteld. Het versturen van een take downnotice gebeurt regelmatig op oneigenlijke grond: de concurrent wil iemand dwarszitten en ziet hierin een manier om publicatie van iets nieuws te voorkomen.  

Europa heeft zich geconformeerd aan het internationale verdrag op dit gebied: ACTA. Het principe is gelijk aan DMCA maar na 3 keer wordt de internetserviceprovider verplicht de overtreder toegang tot internet af te nemen. Tussenkomst van een rechter is hiervoor niet nodig. In hoeverre deze regelgeving op dit moment in de praktijk geëffectueerd wordt, is mij niet bekend.*

In het boek Het einde van de privacy van Adjiedj Bakas dat op 29 januari verschijnt, wordt ervan uitgegaan dat de internetgebruiker in de toekomst zelf kan bepalen met wie hij zijn gegevens in de cloud deelt, dat er een betaalde variant komt voor wie meer veiligheid zoekt en dat er een flinke groei zal plaatsvinden in de internetveiligheidsbranche. Het ministerie van defensie heeft dan in die beveiliging een belangrijke taak gekregen. We zullen zien….

Conclusie

Inbreuk maken op auteursrecht is diefstal en dat moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Daar moeten zeker internationale afspraken over komen. Maar deze twee voorgestelde wetten maken vrij internet haast onmogelijk. Dat kan, net zo min als diefstal, de bedoeling niet zijn.

Met dank aan Annemarie Hut voor het bronnenonderzoek.

 Inmiddels weet ik dat ACTA nog niet geratificeerd is en het nog een hele tijd kan duren voor het werking heeft. Zie hier.

 

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Pathetisch wolven vangen

In politiek, retorica, pathos, bezuinigingen, ethos, gedoger, gevonden, kabinet, kant, en meer.

Hoe ver kun je een pathosstrategie¹ voeren? De King of Pathos, Wilders, staat op verlies en zoekt een manier om de kiezers die overlopen naar de SP terug te lokken. Goede keuze van het moment: na een tijd van zwijgen over PVV-perikelen en in de aanloop van de mogelijke val van het kabinet vanwege verdere bezuinigingen. Frits Wester rolde de rode loper uit voor Het Gesprek, aandacht zat.

In de aanval dus, tegen de SP. Met ethos lukt het niet: ‘men’ vindt Roemer nu eenmaal vooral aansprekend en betrouwbaar. Een combinatie van zijn vlotte spreekstijl en goede-lobbes-uitstraling. Daar kan de scheermestaal van Wilders niet tegenop, boos zijn blijft niet effectief. Zeker niet als je als gedoger geen deuk in een pakje coalitieboter weet te slaan. En zijn eigen logica is wel een heel magere invulling van een logosstrategie. Onderbouwen is zo elitair…

Dus blijft de pathosstrategie over en trekt Wilders de beruchtste angsten van zijn achterban uit de kast. Met de SP aan de macht wordt Nederland duurder, Europeser en migrantenrijker. Een wolf in schaapskleren, die Roemer. Roemer en de enige echte machthebber bij de SP, Marijnissen, reageerden op de enige juiste manier: hard lachend en dank uitsprekend voor de zendtijd die zij op hun beurt door deze letterlijk pathetische aanval krijgen. Als je de feiten aan jouw kant hebt, is een dergelijke aanval gemakkelijk af te wenden. Zo lang je zelf maar aansprekend en betrouwbaar, en liefst ook deskundig gevonden blijft worden. Dan wint de ethosstrategie altijd.

¹Zie Aristoteles, Retorica: ethos = de beoordeling van de zender, logos de beoordeling van de  inhoud en pathos de mate waarin de zender inspeelt op de behoeften en angsten van de ontvanger.


maandag, 23 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

John Irving – Last night in twisted river

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, john irving, lezen, belangrijk, evenementen, film, en meer.

John Irving - Last night at twisted riverJohn Irving – Last night in twisted river

Een boek van Irving is altijd een cadeau. Het woord epos komt vaak in me op. Het boek gaat ook nooit over een paar weken of een enkele gebeurtenis, het duurt decennia en de vele evenementen zijn allemaal onderling met elkaar verbonden. Alleen al daarom is elk boek weer een plezier om te lezen.

Aan de andere kant komt de voorspelbaarheid vaak om de hoek. Noordoost Verenigde Staten, een schrijver, beren, wat worstelen, minimaal 400 pagina’s, de overeenkomsten met meerdere voorgaande boeken zijn duidelijk.

Daarom ook kan ik wachten tot de paperback er is, hoef ik het boek niet perse meteen aan te schaffen. Ik stond op het punt, toen ik de kans kreeg om het boek door hem zelf te laten signeren. Maar de hoofdprijs die betaald moest worden voor een enkel boek had ik die dag niet in mijn portemonnee.

Maar natuurlijk kocht ik het boek later wel, las het dus afgelopen zomer. En weer heb ik me geen seconde geen verveeld, zat er geen overbodig woord tussen op alle 667 bladzijden en sleepte het verhaal me mee van begin tot eind. De schrijver in dit boek heet Danny, eigenlijk Daniel en woont met zijn vader in een houthakkersdorp. Een harde wereld, maar vooral een hele kleine wereld. Met een flinke klap komt er een dramatisch einde aan hun leven in het dorpje Twisted River. Daarna begint een vlucht die decennia lang duurt en altijd een rol blijft spelen in hun leven.

Danny is dan weliswaar de hoofdfiguur, maar de bijrollen (hij ziet zelf geen film in dit boek, hoorde ik destijds tijdens het interview dat Theo Hakkert mocht afnemen) zijn minstens zo belangrijk. Zijn vader Dominic leeft zijn hele leven met een schuldgevoel, wil dat zijn zoon het beter heeft, zoals elke vader overigens. Maar in zijn hoofd speelt wel mee dat de geschiedenis van zijn leven bepalend is geweest voor de manier waarop Danny nu leeft. Vriend Ketchum is niet omnipresent maar is voor zowel Danny als Dominic een erg belangrijke invloed.

Het knappe van de boeken van Irving is dat hij het absurde in zijn verhalen weet te verwerken, zonder dat je het gevoel hebt dat het nergens op slaat. Een naakte parachutiste die jaren in het hoofd van Danny blijft spoken, tot hij bijna gelooft dat hij het niet echt zo gezien heeft. Meerdere voorbeelden kun je zo uit het boek halen.

Gezien zijn leeftijd, de dikte van zijn boeken en de tijd die hij nodig heeft, ben ik bang dat we nog maar een paar boeken mogen verwachten van Irving. Ik zal ze in ieder geval van harte verwelkomen.

Citaat: “Danny stepped off the sidewalk and into the empty street, as if daring the blue Mustang to take notice of him. ‘Please don’t hurt my father or my son,’ Danny said. ‘Hurt me, if you have to hurt someone,’ he said .” (p.396)

Nummer: 11-025
Titel: Last night in Twisted River
Auteur: John Irving
Taal: Engels (US)
Jaar: 2009
# Pagina’s: 667 (8233)
Categorie: Literatuur
ISBN: 978-0-552-77658-5

Meer Twisted River:
Popmatters
Official site
Wikipedia
NY Magazine
New York Times
Guardian
VPRO
Vrij Nederland

Andere Irving boeken door mij gelezen:
My movie business
Waarom ik van Dickens hou
Until I find you
Pension Grillparzer
The fourth hand
A widow for a year


zaterdag, 21 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Mijn behuizing

In diaries, reisverhaal, -noorwegen, universitaria, |2012, canada, delen, eten, studenten, en meer.

null

Ik deel de keuken met zes anderen en de badkamer met een ander. Die ene ander is echt een partyhardy, komt wel aardig over maar vertoont wel de trekken van iemand die te veel alcohol drinkt. Hij presteerde het door de week dagelijks om me om half zeven ‘s ochtends met zijn kabaal wakker te maken. Ik ben dus een keer half slapend naar de deur gekomen en heb hem tot stilte gemaand, omdat ik niet iedere keer rond die tijd wakker wil worden, ik kan vanaf dat tijdstip nog zeker anderhalf uur slapen. Sindsdien is hij rustiger met de deuren. De meeste andere huisgenoten heb ik ook wel ontmoet, ze zijn wel aardig, en veelal internationaal. Er is een Chinees-Noors meisje dat hier al vijf jaar woont, en ze is nu zo goed als klaar met studeren.

Mijn kamer is okee, tocht wel als de wind erop staat, het delen van de badkamer is minder en ben ik niet gewend (de partyhardy is wel wat minder nauw met de hygiëne dan ik). De keuken is ranzig, vooral de koelkasten. In elk geval stonden er in de keuken nog aardig wat anonieme pannen, vermoedelijk door voormalige bewoners achtergelaten, zodat ik die niet hoef te kopen, en de vrouw van de professor heeft deze week tot mijn verrassing twee borden, twee kommen en een groot theeglas voor mij gekocht.

Ik heb mijn gekoelde hebben en houwen vandaag verplaatst naar de andere van de twee omdat ik op een plek bleek te zitten die eigenlijk bezet was door een Japans meisje dat een paar weken niet hier was, maar geen briefje had achtergelaten. Een ietwat vreemd meisje dat me vanochtend al bonzend op de deur kwam wekken om negen uur ‘s ochtends. Dat was nogal awkward en tevens mijn eerste ontmoeting met haar. Ik zei haar dat ze ook op een ander tijdstip en op een andere manier haar punt kon maken, en heb mijn spullen op een andere plek gestopt, onderin de andere koelkast. Die plek was uiteraard vreselijk smerig dus ik heb het eerst schoongemaakt. Nou, daarna kon ik echt niet meer slapen. Ik zal wel op de meeting die we binnenkort hebben zeggen dat ik het niet fijn vond. Met de Koreaanse jongen, een andere keukengenoot, heb ik vervolgens uitgemaakt dat die plek wel erg klein was en ik ook de helft van een plankje daarboven kon gebruiken (en hij, die met de Japanse een badkamer deelt, zei dat het Japanse meisje niet echt veel met de anderen communiceert). Een glazen plaat die eigenlijk op die onderla moest ontbrak (maar was er wel in de andere koelkast), en daardoor zou ik anders alles moeten stapelen, en dat kan je natuurlijk bij kwetsbare dingen zoals salade en tomaten niet doen.

Maar goed, we hebben aanstaande woensdagavond een meeting met zijn allen gepland om dit te bespreken. Dit soort dingen gebeuren altijd aan het begin van een semester wanneer er onduidelijk is aangegeven door oude bewoners wat precies hun plek is, en dan moeten de nieuwe maar gissen. Dus dat bespreken ze dan steeds aan het begin van het semester. Er is een ander meisje hier, afkomstig uit Canada en erg aardig, dat er ook voor een semester zal verblijven.

De leeftijden van mijn huisgenoten, allen studenten, liggen niet lager dan die van mij. Ze hebben soms voor het begin aan hun opleiding gewerkt of een andere opleiding gedaan – in hun landen van herkomst kan dat nog, die hebben meer wat lijkt op een kenniseconomie.

Verder betaal ik hier voor dit gehorige, niet zelfstandige gebeuren 20% meer dan mijn oude netto huur terwijl dat geheel zelfstandig was. Voor eten betaal ik gemiddeld 40% meer. Ik heb die maximale lening wel nodig voor die zeven maanden, want ik ben verder van geen enkele financiële backup voorzien, werd mij in november op niet al te leuke manier duidelijk.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

vrijdag, 20 januari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Poetisch argument voor Vrijheid

In regels, vrijheid, socratisch gesprek, socratisch cafe, belangrijk, bezig, huis, mensen, verantwoordelijkheid, en meer.
Vrijheid houdt me bezig, is belangrijk voor me, ik zou niet zonder kunnen. Wat is dat waar ik niet zonder kan? Het is niet hetzelfde als lucht of voedsel, water of een dak boven mijn hoofd. Die heb ik op een specifieke manier nodig, als mens, net zoals jij en zij en vele anderen. Vrijheid heb ik nodig als dit mens. In vrijheid manifesteert zich wie ik ben, dit unieke mens als geen ander.
      Ik was afgelopen week in gesprek met mensen over het thema ‘Regels’. Tijdens het gesprek werd me duidelijk dat regels de neiging hebben het vrijheidsgevoel uit mensen weg te drukken. Komt dit omdat we opeens gelijk zijn als we dezelfde regel naleven? Dat er geen onderscheid meer is tussen jij en ik? Dat een regel geen recht doet aan het ‘dit mens’ zijn? Ik denk dat dat maar deels zo geldt. Juist omdat we regels hebben, waarop we allemaal op gelijke wijze verantwoordelijkheid voor nemen, ontstaat er ook ruimte voor vrijheid. Toch herken ik het spanningsveld tussen vrijheid en het naleven van regels. Zeker bij regels die knellen. Waar ik het niet mee eens ben.  Dan voel ik ook alle vrijheid uit mij weggedrukt alsof ik in een dwangbuis zit. Ik heb me zo gevoeld bij een van mijn voormalige werkgevers. Ik was er niet aan toe om de regels vrij te aanvaarden of af te wijzen; ik voelde slechts de overheersende druk van dat keurslijf.
      Ik was diep onder de indruk van het gesprek. Het was een gesprek waarin moed en openheid gesprekspartner waren. En toch knaagde er iets toen ik weer naar huis ging: het was nog niet af, er lag nog een belangrijk thema onder tafel. En dat was de vrijheid zelf. Een beetje betast, maar nog niet in de openbaarheid. Of is juist die onzichtbaarheid de kracht van de vrijheid. Ik weet het niet.


Vrijheid

Vrijheid
In wat je bent
In wat je doet
In wat je gaat

Vrijheid
In wie je bent
In wie je ziet
In wie je niet ziet

Vrijheid
Gevoel van leven
Gevoel van los
Gevoel van gaan

Leven in Vrijheid
Vrijheid in leven

© Monique Mast
Impressies en reflecties van mijn ronde langs Socratische Cafés Nederland; deze keer Utrecht

Peter Smith

Peter Smith

Wil je meehelpen een boek te schrijven?

In afval, beschaving, verantwoordelijkheid, communicatiemiddel, durven, bezig, downloaden, gratis, mensen, en meer.

Hallo,

“Ik erger mij niet aan zwerfvuil, ik ruim het op” staat er boven mijn website.
En dat is echt zo! Sinds ik me intensief bezig houd met zwerfvuil, niet alleen met het oprapen ervan, maar ook door voorlichting te geven op scholen en als spreker krijg ik het gevoel er iets tegen te kunnen ondernemen. En dat voelt zoveel beter dan ergernis!

Maar ik kan ook op een betere manier met mensen omgaan die zwerfvuil veroorzaken; ik durf en kan er gemakkelijker wat van zeggen. Er ontstaat een gesprek in plaats van wat ik eerder altijd deed; de ander proberen te laten inzien dat zhij stout was.

Misschien heb jij ook een speciale manier hoe met zwerfafval-veroorzakers om te gaan?
Ik wil graag je verhaal horen en al die verhalen wil ik bundelen in e-bookje. Die mensen daarna gratis kunnen downloaden via mijn site.
Of als je een tip hebt hoor ik die ook graag.

Zou je hier aan mee willen werken?

Wat ik van je vraag is een verhaal of een anekdote. Maar je mag ook je manier omschrijven.
Vermeld tevens even of je je naam bij je verhaal vermeld wilt hebben.
Als je mee doet, stuur dan voor 11 februari je verhaal aan participate@kleanworldwide.nl

Opgeruimde groet,
Peter.

ps: Hier een verhaal dat ik zelf heb meegemaakt: Een jongen met zijn vriendinnetje

donderdag, 19 januari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Compassie

In spanning wachten velen binnen, maar zeker ook buiten het CDA, op de uitkomsten van het Strategisch Beraad. Eén groep maakt zich alvast zorgen en wel over het begrip ‘compassie’ dat door Jacobine Geel (net als partijvoorzitter Ruth Peetoom een theologe) centraal gesteld zou worden. Opvallend genoeg pleitte voorzitter Ruard Ganzevoort bij het jubileum van de Linker Wang ook al voor politiek met compassie als nieuw uitgangspunt voor linkse door het geloof geïnspireerde politiek. Ik hoef er niet bij te vertellen dat hij eveneens theoloog is. Ik moet er wel bij zeggen dat ik toen enige aarzelingen had, al was het maar vanwege het feit dat Bush jr. zich in de presidentiële race van 2000 als ‘ compassionate conservative’  presenteerde. Een ideologie waarin de overheid zich zoveel mogelijk terugtrekt, maar in alle hardheid nog een klein zacht randje heeft.

De angst van het groepje CDA’ers was dat compassie te veel de nadruk zou leggen op afhankelijke en zielige mensen, terwijl het CDA onder Balkenende al die jaren toch ‘eigen verantwoordelijkheid’ had gepredikt. De redenering klonk ongeveer zo: wie het heeft over compassie, kan geen PGB meer afschaffen of Mauro terugsturen naar Angola. Best wel lastig voor de twee CDA-bewindslieden die deze twee pittige dossiers onder hun hoede hebben. Compassie was volgens deze leden prima als levenshouding, maar niet als politiek richtsnoer. Een beetje zoals anderen zeggen dat religie prima is, zolang je dat maar thuis of in de kerk doet, maar er niet het publieke domein mee betreedt.

Om twee redenen vind ik de afwijzing van compassie merkwaardig. De eerste is dat het een uitgangspunt is en geen dwingend voorschrift. In concrete situaties zal compassie toegepast moeten worden en daarin kan een ieder zijn of haar individuele keuzes maken. In die zin is compassie niet anders dan solidariteit of rentmeesterschap: wat het betekent, volgt niet uit het begrip zelf, maar blijkt uit het feitelijke handelen van degenen die zich door deze uitgangspunten laten leiden. De tweede reden heeft te maken met de letterlijke manier waarop compassie vaak lijkt te worden uitgelegd: als medelijden, waarbij de associatie met hulpeloos en zielig al snel is gelegd. Eigenlijk is het – zeg ik als (achter)(achter)(klein)zoon van theologen – mooier en beter om over mededogen te spreken. Compassie ligt dan heel dicht bij naastenliefde, solidariteit, omzien naar de ander. Daarmee wordt de relatie ook gelijkwaardig en minder in simpele tegenstellingen als de slimmerd en de sukkel, de rijke en de arme, de geslaagde en de mislukte. Mededogen is meevoelen met de ander, je in hem of haar verplaatsen, je echt verbonden voelen.

Als dat compassie is, past het volgens mij prima in het gedachtegoed van GroenLinks én van het CDA. Wat zou het mooi zijn als compassie helpt om de gure rechtse wind uit het CDA weg te blazen. Wie weet staat dan onverwacht een nieuwe lente voor de deur.

dinsdag, 17 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Homotherapie?

In religie, homoseksualiteit, amerika, amsterdam, bijbel, boodschap, cultuur, discussie, geloof, en meer.

Een boeiende dag voor het nadenken over de relatie tussen homoseksualiteit en religie. De (in Amerika wonende) opperrabbijn Ralbag ondertekent een verklaring waarin staat dat homoseksualiteit een ziekte is en in Nederland laait de discussie op over de therapie die Different zou geven om christenhomo’s van hun geaardheid af te helpen. Maar terwijl de Joodse Gemeente Amsterdam onmiddellijk afstand neemt van dit standpunt van de opperrabbijn, springen christelijke organisaties in het gelid om het voor Different op te nemen.

Op twitter en in de media klinken natuurlijk onmiddellijk scherpe woorden tegen religieus fundamentalisme, want dat zou hier aan de orde zijn. Omgekeerd klagen christenen over een seculiere hetze tegen alles wat christelijk is. En er zijn verhalen van cliënten van Different die genuanceerd spreken over de behandeling. Tijd voor een beetje nuance. Is het eigenlijk wel zo erg om therapie aan te bieden voor christenhomo’s die moeite hebben met hun seksuele geaardheid?

Het is wel goed om te beginnen met de constatering dat er over homoseksualiteit nog steeds heel verschillende meningen bestaan. Dat gaat van totale acceptatie tot totale afwijzing. Ook binnen kerken zien we dat hele scala van visies. Het is ook goed om op te merken dat die visies ook geleidelijk in beweging zijn. Zelfs in (christelijke) kringen waar men homoseksualiteit als zonde ziet, heeft men wel meer dan vroeger oog voor de homoseksuele mens. En we moeten erbij bedenken dat in de seculiere wereld homo-acceptatie ook niet vanzelfsprekend is – kijk maar op het voetbalveld. De kritiek op religies vanwege hun ‘homohaat’ is dan ook wel een maatje te groot.

Theologie en psychologie

Different sluit vooral aan bij die kerken – evangelisch en orthodox-protestants – die homoseksualiteit zien als zonde. Of, in een iets ander taalveld, als strijd. Daarbij gebruikt men vaak een theologische en een psychologische redenering. De theologische gaat uit van een paar bijbelteksten waarin seks tussen mannen verboden wordt (vrouwen zijn bijna buiten beeld) en de algemene heteroseksuele teneur van de bijbel en de traditie. Er is weinig oog voor het verschil in tijd en cultuur en de teksten worden een op een vertaald naar het heden, waarbij ook teksten die gaan over seksueel wangedrag worden toegepast op respectvolle liefdesrelaties. Daar richt zich dan ook mijn theologische kritiek op: we doen noch de bijbel, noch de mens recht met deze uitleg. Sterker nog: we gebruiken de bijbel om een minderheid met religieuze middelen te marginaliseren en dat is nu precies waar de bijbel wel heel fel tegen is.

De psychologische redenering gaat ervan uit dat homoseksualiteit geen geaardheid is, maar een stoornis. Daar gebruikt men verschillende woorden voor (handicap, ziekte, scheefgroei), maar de kern is dit: het is geen gewone variatie van de natuur maar een gegroeide afwijking. De meest voorkomende redenen zijn problemen in de relatie met de ouders, seksueel misbruik, eenzaamheid, pesten en dergelijke. Soms kan die scheefgroei met therapie weer worden gecorrigeerd maar in de meeste gevallen moet je leren leven met je gevoelens.  Daarbij is het niet de bedoeling dat je ook kiest voor een ‘homoseksuele levensstijl’; die is immers op grond van de theologische redenering al verboden. Deze psychologische redenering staat volstrekt buiten de wetenschappelijke en therapeutische consensus en valt dan ook in de categorie kwakzalverij.

Wat Different doet

In die wereld opereert Different. Ze bieden begeleiding aan mensen die problemen hebben met hun seksuele gevoelens en/of geloof en die zoeken naar een manier om daarmee om te gaan. Veel cliënten hebben daar baat bij. Dat is niet zo vreemd, want ze vinden eindelijk een gesprekspartner die hun worsteling begrijpt en erkent. In die begeleiding kunnen ze hun schaamte overwinnen, zichzelf leren accepteren, en werken aan problemen uit hun levensloop (die heeft namelijk vrijwel iedereen die wat voor hulp ook zoekt). En ze kunnen in die context ook hun geloofsvragen aan de orde stellen en zichzelf (ondanks hun homoseksualiteit) als gelovige leren accepteren.

Het enige wat ze niet kunnen, is het veranderen van seksuele geaardheid. Onderzoek laat zien dat je wel kunt leren om de kracht van je homoseksuele gevoelens te laten verminderen, maar dat dat vrijwel nooit betekent dat er werkelijk heteroseksuele verlangens ontstaan. Oftewel: je kunt er wat minder homo van worden, maar geen hetero. Dat hoor ik dan ook regelmatig van ex-cliënten: ik ben van een aantal problemen afgekomen, maar niet van mijn homoseksualiteit.

Is het erg?

Is het erg dat Different dit soort therapie aanbiedt? Dat is de vraag. Natuurlijk, er zijn veel meer aparte, vreemde, bizarre en ongegronde therapieën. Zolang het niemand kwaad doet, is het leven en laten leven. En natuurlijk is het waardevol wanneer Different mensen helpt om met hun leven en gevoel om te gaan en pijnpunten uit hun leven aan te pakken. Het probleem is alleen dat de hele benadering en presentatie dat koppelt aan homoseksualiteit. En daarmee houdt Different precies het probleem in stand dat ze zouden moeten helpen oplossen.

Tekenend voor het echte probleem is dat homo’s in orthodox-christelijke kring een verhoogd risico hebben op psychische problemen, tot aan suïcidepogingen toe. Dat heeft alles te maken met de voortdurende boodschap dat je zondig, ziek, of wat dan ook bent. Wanneer ze er vroeger of later niet meer omheen kunnen dat ze homo zijn, zoeken ze (al dan niet gestuurd) hulp bij een organisatie als Different. Dat helpt inderdaad wel om de scherpste kantjes eraf te schuren, maar het blijft homoseksualiteit definiëren als probleem. Different’s hulpverlening is dan ook symptoombestrijding. En dat is uiteindelijk kwalijk. Hoe pastoraal ze het ook verpakken, het blijft indirect bijdragen aan het in stand houden van een homo-onvriendelijk klimaat om vervolgens hulp te bieden aan de slachtoffers daarvan.

Moeten we dat verbieden? Wat mij betreft niet. Maar wel op inhoud en argumenten bestrijden. En goede zorg bieden aan mensen die klem zitten tussen geloof en homoseksualiteit. Niet door als Different homoseksualiteit bij voorbaat af te wijzen en ook niet door als sommige seculiere hulpverleners geloof weg te zetten. Echte hulp betekent dat je mensen helpt om hun eigen weg te vinden.


Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

GroenLinks is er

In gewoon, groenlinks, kort, links, nieuwjaarsreceptie, nijmegen, openbaar vervoer, pvda, sp, en meer.
Het was een succes, maar er waren geen GroenLinksers. Hoe vaak hoor je het niet en lees je het niet. Of er nou gedemonstreerd werd tegen de afbraak van het openbaar vervoer, gestaakt met de schoonmakers of werk onderbroken met de huisartsen, de hamvraag is waar de GroenLinksers nou weer waren. Het is een terechte vraag.

PvdA-ers en SP-ers hebben mooie jassen, body-warmers en petjes. Smaakvol vormgegeven in mooie partijkleuren. Ze hebben enorme ballonnen bij zich, waar echt gas in zit, zodat ze hoog boven de menigte uitzweven. De ballonnen, niet de PvdA-ers of SP-ers. Er zijn auto’s, grote bestelbussen vaak, die van partijwege de demonstratie ondersteunen met folders, gadgets, rozen en warme koffie of soep. Om kort te gaan, degelijk links legt zijn frontsoldaten in de watten.

En wat zet vrijzinnig links daar nou helemaal tegenover? Jassen die er – als ze al kleur hadden – na één keer wassen ronduit verschoten uit zien. Witte regenkleding die op geen enkele manier beschermt tegen wat voor nattigheid dan ook , maar die ook als ze van uitstekende kwaliteit zou zijn geweest niet herkend kan worden als van GroenLinks omdat de omvang van het logo eigenlijk alleen in millimeters kan worden uitgedrukt. En dat allemaal in de maten XXS, XS, S en M, zodat partijgenoten van formaat er niet eens in passen.
Gadgets die er zijn, moet je eerst zelf in elkaar zetten. Van de vijf pennen die de partij ter beschikking stelt, weigeren er twee onmiddellijk dienst en één na een middag schrijven. De ballonnen moet je zelf opblazen, zodat je ze achter je aan sleept in plaats van vrolijk boven je hoofd ziet vliegen. Om de ballon mee te voeren wordt bovendien slechts sisaltouw van tweede kwaliteit ter beschikking gesteld, zodat het er letterlijk houtje touwtje uit ziet.

Toch is dat niet eens werkelijk het probleem. Het werkelijk probleem is het karakter van de GroenLinkser. In de uitnodiging die mij en partijgenoten dringend maande naar Nijmegen af te reizen om aldaar de “Een Ander Nederland” nieuwjaarsreceptie op te luisteren, bevatte ook instructies met betrekking tot de zichtbaarheid. Na binnenkomst moesten wij ons bij een balie melden, en dan zou ons een button ter beschikking worden gesteld. Los van het feit dat ik de hele balie nooit heb gevonden; een button! Er zijn jassen, bodywarmers, t-shirts, petjes, hoodies en wat doet GroenLinks? GroenLinks doet een button!

Het kan niet anders, of het is genetisch. De GroenLinkser wil het gewoon niet. Het helpt niet dat zijn partij altijd rommel ter beschikking stelt, maar dat kan niet enige zijn. GroenLinksers kunnen zich eenvoudigweg niet tooien met partij-parafernalia. Als ze er een mooi verhaal van willen maken, verwijzen ze naar hun individualisme, maar ik denk dat ze er gewoon te beroerd voor zijn. Ik ook. Dus als u binnenkort bij een demonstratie voor/tegen het één of ander een dikke man met een groot kaal hoofd ziet, dan weet u nu: GroenLinks is er.

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Suzanne Vermeer schrijft niet meer

In boekennieuws, in memoriam, paul goeken, suzanne vermeer, vakantiethriller, blog, boeken, concept, eerste, en meer.
Suzanne Vermeer

Bron: Noord Hollands Dagblad

Van de honderden boekrecensies die ik ondertussen geschreven heb, worden de meeste een keer of helemaal niet gelezen. Van sommige recensies weet ik dat dat niet zo is. Google vertelt mij namelijk de zoektermen die mensen hebben gebruikt voor ze per ongeluk op dit blog verschenen. En dat is nogal eens de naam van de schrijfster Suzanne Vermeer. Januari 2010 schreef ik een recensie over All-Inclusive. De afgelopen twee jaar blijkt het een van de populairste pagina’s op mijn blog. Naast tientallen bezoekers elke maand, heb ik ondertussen al negen reacties gekregen, waarvan maar 1 positief. Mensen nemen de moeite om een boek af te kraken op een blog van een andere lezer. Hoe slecht moet je dan schrijven?

Afgelopen zomer werd bekend dat Suzanne Vermeer geen boeken meer zal schrijven. Het bleek een pseudoniem te zijn van Paul Goeken. Zelf schreef Goeken meerdere thrillers. Toen een nieuw boek ‘een andere weg’ bleek, besloot de uitgever dat hij een pseudoniem nodig had.

Toen ik dat las, kwam de irritatie nog verder naar boven. Buiten het feit dat ik het een flutboek vond (gelukkig niet zelf gekocht), erg slecht geschreven, verbaasd over het feit dat het een bestseller was (17.000 exemplaren blijkbaar), vond de uitgever blijkbaar dat de enige manier om het boek te verkopen was om van de schrijver een dame te maken. Een nepbiografie werd opgesteld, een marketingstrategie bedacht en Goeken bleek ineens bestsellers te schrijven.

Twee dingen storen mij. Ten eerste de minachting voor de lezer die hieruit spreekt, alsof de uitgever bedacht dat hij wel wist wat ik als lezer wil lezen. Dat het niet gaat om het boek, maar om het imago van de schrijver. Ten tweede dat het nog werkte ook. Vermeer produceerde twee ‘vakantiethrillers’ per jaar en het werden stuk voor stuk goed verkopende titels. Het doorsnee lezerspubliek interesseerde het blijkbaar niet dat het slechte boeken waren, het geloofde in een concept.

Over de doden niets dan goeds, zegt men. Ik ken de schrijver Goeken niet. Ik kende de mens ook niet. Ik kan en zal over hem dan ook niets negatiefs over schrijven. Maar dat het marketingconcept Suzanne Vermeer niet meer bestaat, daar treur ik niet om.


zondag, 15 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Afscheid zonder publiekswissel

In goal columns, afscheid, gfc, goal, publiekswissel, vincent noorman, geluk, goor, humor, en meer.

Goal, november 2007

De publiekswissel is aan hevige inflatie onderhevig. Twee goede wedstrijden en een beslissende goal en het is zover, je eerste publiekswissel. Die dus daardoor niets meer voorstelt, omdat je weet dat een maand later een teamgenoot na drie assists in een wedstrijd ook een dergelijke wissel krijgt.

Eigenlijk zou de wissel beperkt moeten blijven tot de laatste wedstrijd van de carrière, zoals Romano tegen Ajax bijvoorbeeld (jammer dat hij tegen AJC weer meedeed). Na vele jaren trouwe dienst is het mooi geweest, vijf minuten voor tijd, de wedstrijd al gespeeld, de uitslag staat vast, haal de afscheidsnemer er uit en negeer het spel vanaf dat moment. De scheidsrechter hoeft die wedstrijd ook de blessuretijd niet bij te tellen. De wedstrijd is voorbij.

Onlangs nam Vincent Noorman op de meest verschrikkelijke manier afscheid van zijn voetballoopbaan. Zonder te spelen. Het derde elftal speelde de belangrijkste wedstrijd van het seizoen (die het overigens verloor), Vincent was reserve. Dat kwam voor niemand als een verrassing. Ook niet voor hem zelf. In de rust was de stand nog gelijk. Er waren niet genoeg shirts en broeken, Vincent zag een andere verdediger die ook nog op de bank zat en offerde zijn shirt aan de coach, tevens spits in het elftal. Na een halve warming up en een helft op de bank, ging hij voor het laatst onder de douche. Afscheid nemen zonder te voetballen.

Een week later werd er niet gevoetbald, maar wel een afscheid gevierd bij de Tapperij. Ook dit afscheid was typisch Vincent. Geen poespas, gewoon een laatste avond in de kroeg. ‘Ik ben er voor het laatst en als je wilt, ben je welkom’, het past bij hem. Het werd een geweldige avond die tot in de kleine uurtjes doorging.

De week daarna vertrok hij naar Londen, de liefde achterna reizend. Een hele stap, een mooi avontuur, met een nieuwe baan aan de andere kant van de Noordzee. Iedereen gunt hem het geluk.

Vincent is voetballend nooit een hoogvlieger geweest. In een column op een ander medium legde ik een paar jaar geleden de nadruk op zijn beroerde loopstijl, maar vooral op zijn zelfkennis en relativeringsvermogen, zijn voetbalintelligentie. In de jaren daarna viel het lopen steeds minder op, maar liet Vincent de betrekkelijkheid van voetbal in de lagere elftallen goed zien. Altijd aanwezig, je best doen, maar vooral de lol van het spelletje inzien. En zijn humor zal worden gemist, nu hij Engels als voertaal zal gaan voeren de komende jaren. Zijn bijdrage aan de teamspirit was vorig seizoen in het kampioensjaar minstens zo belangrijk als de doelpunten van de topscorer.

Maar het blijft jammer dat hij geen mooi afscheid heeft gekregen. Misschien wel een passend. Als voetballer op de achtergrond, in de rust in de kleedkamer achterblijven, het siert hem dat hij, juist op die zondag nog steeds het teambelang liet prevaleren boven zijn eigen belang. Misschien dat het team na de winterstop een keer iets terug kan doen. Wanneer hij op een mooie lenteochtend, zijn familie in Goor bezoekend, toch nog een keer de schoenen aantrekt voor een wedstrijdje, moet het toch mogelijk zijn om Vincent een fatsoenlijke publiekswissel aan te bieden. Eentje in de categorie onvergetelijk en verdiend. Voor nu: Good luck Vinnie!


zaterdag, 14 januari 2012

Hans Feddema

Hans Feddema

Van religie naar spiritualiteit?

20 december 2011  ‘Er raast een spirituele renaissance over de wereld. Een revolutie in de manier waarop we denken. De meeste mensen voelen het, sommigen maken het belachelijk, velen omarmen het en niemand kan het tot stilstand brengen.’  – Marianne Williamson Reflectie via de kerstster (Sirius) in De Hooge Berkt (Bergeijk) Graag sluit ik me [...]

vrijdag, 13 januari 2012

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Veiligheid in een bange buurt

In amsterdam zuid, politiek, veiligheid, bedrijf, gewoon, huis, lezen, mensen, politie, en meer.

De stadsdeelkrant heb ik meestal binnen drie seconden uit. Deze week werd mijn aandacht wat langduriger getrokken, namelijk door een weerzinwekkende advertentie van de politie. “Iemand aan de deur? Doe nooit zomaar open!”. Dat is dus ‘veiligheid’: wantrouwen en angst organiseren met als beoogt effect dat een misdrijf uitblijft. De advertentie past naadloos in het veiligheidsdenken van de stadsdeelvoorzitter: Mensen, maak elkaar zo bang dat jullie het wel uit hoofd halen elkaar iets aan te doen. 

 

"Iemand aan de deur? Doe nooit zomaar open!" - advertentie van de politie in de stadsdeelkrant van 12 januari 2012

“Afspraak met een bedrijf aan huis? Zorg dat er een bekende bij u aanwezig is.” Lezen we ook in de advertentie. Van de tientallen keren dat er bij mij een bedrijf langskwam, was dat gewoon een aardige man of vrouw die een euvel in mijn huis kwam oplossen of de cv kwam onderhouden. Nooit heb ik enige reden gehad tot wantrouwen van mensen die gewoon goed hun werk willen doen.

En hoe vaak zou het elders in de stad mis gaan? Zou misschien één op de tienduizend huisbezoeken malafide blijken? Of één op de honderdduizend? En moeten we dan uit wantrouwen voor onze medemens bij al die 9.999 huisbezoeken van een dienstbaar persoon eerst een bekende optrommelen die er bij aanwezig moet zijn? Belachelijk! Als deze bangmakerij de manier is waarop de politie ‘waakzaam en dienstbaar’ denkt te zijn, dan staat de politie bij mij boven aan het lijstje te wantrouwen bedrijven.

Dit is niet dienstbaar aan een veilige samenleving. Want wat betekent veiligheid nog als je bang wordt van de deurbel?

 

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Jaarrendement 2011 MyC4

2011 is al weer een paar weken afgelopen. Na het resultaat van mijn investeringen via MyC4 over december is het dus tijd om te kijken naar het rendement over 2011 Al met al was 2011 een jaar van fors herstel bij MyC4. Nadat ze in 2009 behoorlijk wat ellende bij een aantal providers hebben gehad, wat ook in 2010 nog behoorlijke verliezen gaf bij investeerders. Dat was ook te merken aan mijn eigen resultaten.

Rendement 2011

In de tabel hieronder kun je dat zien aan het sterk oplopende verschil tussen het totaal geïnvesteerde bedrag en het bedrag dat aan het begin van elk jaar over was. In 2010 en 2011 loopt dat verschil fors op. Waardoor er begin 2011 nog maar 43% van mijn oorspronkelijke inleg over was. Oftewel een verlies van 57%. In 2011 is slechts 1% van de inleg verloren gegaan door leningen die niet meer afgelost worden. Het grootste deel van het geld is ook echt kwijt, want het is MyC4 en haar partners tot nu toe gelukt om 5% van de leningen die niet meer terug betaald worden alsnog te innen.

Krispijn 2008 2009 2010 2011
Total amount uploaded € 400,37 € 566,48 € 566,48 € 666,48
Remaining amount end of the year € 400,37 € 453,56 € 188,37 € 281,58
Percentage remaining 100% 80% 33% 42%
Recovery percentage 3% 3% 5%
Return on investment on total amount uploaded before tax, currency & defaults 3,3% 11,7% 5,5% 8,6%
Return on investment on total amount uploaded 2,7% -13,7% -43,1% 2,4%
Return on investment on remaining amount 2,7% -17,2% -129,6% 5,8%

Zoals gezegd was 2011 het jaar van herstel. Mijn rendement over het resterende saldo was 5,8%, inclusief belastingen en de verliezen door wisselkoersverlies en leningen die niet meer afgelost worden. Het rendement over mijn totale investering tot nu toe was 2,4%. Onvoldoende om de verliezen uit 2009 en 2010 goed te maken,genoeg om vertrouwen in 2012 te hebben.

Investering per jaar

Jaar 2008 2009 2010 2011 Totaal
Aantal ondernemers 60 80 58 80 272
Bedrag € 564,33 € 492,50 € 298,84 € 423,28 € 1.778,95
Bedrag/ondernemer € 9,41 € 6,16 € 5,15 € 5,29 € 6,54

Zoals je in bovenstaande overzicht kunt zien heb ik vorig jaar in 80 ondernemers geïnvesteerd. Evenveel als in topjaar 2009. Het bedrag dat ik geïnvesteerd heb is nog niet terug op het niveau waar ik mee begon. Wel ben ik duidelijk mijn risico beter gaan spreiden door kleinere bedragen per keer uit te lenen. In 2008 leende ik nog ruim 9 Euro per ondernemer uit. Nu is het zeldzaam als ik meer dan 5 Euro uitleen. Dat is geen krenterigheid, maar een manier om te voorkomen dat mijn rendement er te veel onder leidt als een ondernemer niet meer kan terugbetalen.

In totaal heb ik de afgelopen 4 jaar Euro 1.778,95 in 272 Afrikaanse ondernemers geïnvesteerd. Alleen het idee al dat mijn vijf euro bij kan dragen aan het succes van een Afrikaanse ondernemer is voor mij voldoende reden om door te gaan met investeren via MyC4.

Resultaten dochter

Ook voor onze dochter hebben we een MyC4 account geopend, waarop we ieder jaar 50 Euro bijstorten voor haar verjaardag. Haar account is eind 2009 geopend, waardoor haar de ellende met providers bespaard is gebleven. Dat is ook te zien aan haar rendement en aan het aantal leningen dat niet is terugebetaald. Op een portefeuille van 150 Euro is minder dan 1 Euro afgeboekt, waarvan 45% alsnog geïnd is.

In 2011 heeft zij een rendement gehaald van 6,5% over de totale inleg inclusief belasting, afboekingen en wisselkoersverliezen. Niet verkeerd in een tijd dat de bankrekening toch echt minder oplevert. Het rendement ligt eigenlijk nog wat hoger, omdat de laatste 50 Euro pas in september is overgemaakt. Voor het gemak ben ik er bij de berekening van het rendement vanuit gegaan dat er het hele jaar 150 Euro op haar account heeft gestaan.

Josie 2009 2010 2011
Total amount uploaded € 50,00 € 100,00 € 150,00
Remaining amount end of the year € 50,00 € 100,00 € 149,63
Percentage remaining 100% 100% 100%
Recovery percentage 45%
Return on investment on total amount uploaded before tax, currency & defaults 0,1% 5,1% 16,4%
Return on investment on total amount uploaded 0,1% 3,4% 6,5%
Return on investment on remaining amount 0,1% 3,4% 6,6%

 

 

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

In politiek, analyse, belangrijk, boodschap, burgers, compassie, crisis, cultuur, debat, en meer.

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Voortgang investeringen via Symbid

In duurzaamheid, persoonlijk, av direct, crowdfunding, enviu, enviu participation, investeringen, p2p investeringen, symbid, en meer.

Vorig jaar plaatste ik al een update op mijn eerste bericht over crowdfunding platform Symbid. Via Symbid heb ik vorig jaar geinvesteerd in Enviu Participations en AV Direct. Inmiddels is duidbreelijk dat Enviu de benodigde 100.000 Euro heeft opgehaald via crowdfunding. Een mooi moment voor een kleine evaluatie van mijn 2 investeringen via Symbid tot nu toe.

Crowdfunding = Campagnevoeren

Als iets me duidelijk is geworden is het wel dat ondernemers die hun bedrijf via crowdfunding willen financieren actief campagne moeten voeren om het geld binnen te halen. Sinds ik in augustus geld heb geinvesteerd in Enviu Participations ben ik bijna 2 keer per maand benadert met de vraag of ik m’n investering wilde uitbreiden of mensen uit mijn eigen netwerk wilde wijzen op de investeringsmogelijkheid. Ook uit gesprekken met Stef van Dongen en andere mensen van Enviu werd duidelijk dat er intern allerlei kleine en grotere competities werden opgezet om het aanbrengen van investeerders aan te moedigen. Ook via sociale media (twitter, linkedin, facebook) werden regelmatig oproepen gedaan door de mensen van Enviu om te investeren in Enviu Participations.

Dat is een heel andere aanpak dan AV Direct, mijn tweede investering. Sinds mijn investering begin augustus heb ik weinig meer vernomen over de voortgang van de plannen. Het aantal investeringen en de omvang ervan is ook nauwelijks tot niet toegenomen sinds augustus 2011.

De derde investering die ik op het oog heb is WakaWaka Solar led light, ook zij zijn zeer actief op sociale media. Het benodigde startkapitaal komt dan ook in zicht. Ik lever daar graag een bijdrage aan, helaas zit mijn geld vast voorlopig nog vast en zolang dat zo is wil ik eigenlijk geen nieuw kapitaal bijstorten op Symbid.

Tip voor Symbid

Helaas lukt het niet om het geld dat ik heb geinvesteerd in AV Direct terug te trekken. Aan de ene kant begrijpelijk, want als je op ieder moment je investering terug kunt trekken is het heel lastig om je ondernemingsplan te financieren. Aan de andere kant staat mijn investering van 200 Euro in AV Direct sinds augustus stil, waardoor ik er geen andere ondernemers mee kan helpen. Terwijl ik met partjes van 20 Euro 10 ondernemers een stapje verder had kunnen helpen. Om te bevorderen dat ondernemers actief nieuwe investeerders (blijven) werven zou Symbid de mogelijkheid kunnen introduceren om het geld te onttrekken als een ondernemer meer dan een maand geen nieuwe investeerders weet aan te trekken. Op die manier dwing je ondernemers om actief op zoek te blijven naar nieuwe investeerders en biedt je investeerders mogelijkheden om naar actievere of nieuwere investeringsmogelijkheden over te stappen.

Helaas lukte het me zonder hulp niet om het geld dat ik in AV Direct heb geinvesteerd te desinvesteren. Vrij vlot na het verschijnen van dit bericht heeft Korstiaan Zandvliet van Symbid gereageerd en uitgelegd hoe je desinvesteert. Dit doe je als volgt:

  1. Login op jouw Symbid dashboard
  2. Klik op Portfolio (dus niet op Investments)
  3. Hier zie je al jouw investeringen staan
  4. Klik vervolgens op Desinvest achter de betreffende propositie
  5. Kies vervolgens hoeveel stukken je wilt desinvesteren
  6. Het geld staat nu weer op je balance, klaar om in een nieuwe propositie te investeren

 

Inmiddels heb ik dat ook succesvol gedaan en heb ik het vrijkomende bedrag geinvesteerd in Waka Waka en The 1200.

Tip voor investeerders

Voor investeerders die overwegen om een bedrijf via crowdfunding te ondersteunen lijkt het verstandig om goed te kijken naar de marketingstrategie van de ondernemer. Hoe actief is hij of zij op sociale media? Hoe actief wordt er gereageerd op nieuwe investeerders? Wanneer een ondernemer heel inactief is kun je overwegen om zelf actief te gaan werven voor de ondernemer (maar dan moet je wel heel erg geloven in het business plan van de ondernemer…). Anders is het verstandig om goed te kijken hoeveel tijd de ondernemer heeft om zijn plan te financieren. Mijn investering van 200 Euro in AV Direct staat sinds augustus stil, waardoor ik er geen andere ondernemers mee kan helpen. Terwijl ik met partjes van 20 Euro 10 ondernemers een stapje verder had kunnen helpen. Gelukkig blijkt het wel makkelijker dan ik dacht om van een investering afscheid te nemen, zolang deze nog niet volledig ‘vol’ zit.

dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

vrijdag, 6 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Mijn MyC4 resultaten voor december 2011

Ik heb nog geen totaal overzicht van mijn resultaten bij MyC4 in 2011, laat staan van al mijn investeringen. Zodra ik die heb zal ik ze hier uiteraard plaatsen. Hieronder in de eerste plaats een overzicht van de resultaten van mijn MyC4 investeringsportefeuille over december 2011.

Ook in december heb ik weer een behoorlijk aantal terugbetalingen ontvangen op de leningen die ik via MyC4 aan Afrikaanse ondernemers verstrek. In totaal ging het om Euro 32,13 in 70 terugbetalingen. Ik heb Euro 33,28 opnieuw geïnvesteerd. Vijf van de leningen zijn inmiddels actief en 1 wacht nog op uitbetaling aan de ondernemer.

Algemene ontwikkelingen MyC4

Belangrijker dan mijn eigen resultaten vind ik dat de algemene ontwikkelingen bij MyC4 nog steeds de goede kant op lijken te gaan. Uit de jaarlijkse audit door MyC4 van de providers zijn zo te lezen geen rare dingen gekomen. Het porfolio van een van de zwakker beoordeelde providers (Growth Africa) is inmiddels overgenomen door Micro Africa, dat een veel goede risicobeoordeling heeft gekregen.

Ook de koers van de lokale valuta lijkt eindelijk wat te stabiliseren, wat gunstig is voor het rendement. Afgelopen jaar is het valutarisico voor mijzelf namelijk een van de grotere kostenposten geweest.

Kwaliteit portfolio

De kwaliteit van mijn portfolio is helaas weer wat afgenomen. Van de 88 actieve leningen liggen er 33 op schema, zijn er 29 terugbetalingen op komst (heeft waarschijnlijk met de langere betaaltermijnen in december te maken) en zijn er nu 26 leningen waar de ondernemer achter loopt. Dat is 4 meer dan in november.

Maand / op tijd No Pending Yes Totaal aantal
September 17 12 56 85
Oktober 25 17 46 87
November 22 15 49 86
December 26 29 33 88

Winst/Verlies

Een andere belangrijke manier om te kijken naar mijn investering is uiteraard het financieel rendement. De winst na belasting en is in december lager dan in november en er is een heel klein beetje achterstallige betaling binnen gekomen. In de berekeningen van november zaten wat foutjes, dus hieronder de juiste getallen. Zoals je kan zien is mijn winst in december gedaald ten opzichte van november. Door een gunstige ontwikkeling van de wisselkoersen heb ik echer 0,86 Eurocent extra verdient (jawel, ook ik ben soms een vieze valutaspeculant ;-) .

 

Kengetallen november december
Pending bids € 10,00- € 25,00
Pending principal repayments € 3,56 € 6,98
Outstanding principal € 2,51 € 16,36-
Earned interest after tax and currency € 2,85 € 1,63
Paid tax on earned interest € 0,50 € 0,29
Defaulted principal € 0,00 € 0,00
Recovered principal € 0,04 € 0,07
Adjustments € 0,00 € 0,00
Total currency gain/loss € 0,26- € 0,86
Winst € 3,15 € 0,84
Winst na wisselkoersverlies € 2,89 € 1,70

 

Nieuwe leningen/investeringen

De terugbetalingen die ik in november heb ontvangen heb ik opnieuw geinvesteerd in Afrika. Deze maand heb ik mijn investeringen verdeeld over Ghana, Tanzania en Uganda.

Country Business
Ghana Maria Alata Soap Enterprise € 5,00
Med’s Pharmacy € 5,00
Tanzania Boniface Musa € 5,00
Hilda Edes € 5,00
Uganda Haruna Mwanje € 8,28
Totaal Resultaat
€ 28,28
Kengetallen november december
Pending bids € 10,00- € 25,00
Pending principal repayments € 3,56 € 6,98
Outstanding principal € 2,51 € 16,36-
Earned interest after tax and currency € 2,85 € 1,63
Paid tax on earned interest € 0,50 € 0,29
Defaulted principal € 0,00 € 0,00
Recovered principal € 0,04 € 0,07
Adjustments € 0,00 € 0,00
Total currency gain/loss € 0,26- € 0,86
Winst € 2,89 € 1,70
Winst na wisselkoersverlies € 2,63 € 2,56

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Betovering

In het menu, niet op voorpagina, angela merkel, berlijn, gendarmenmarkt, geschiedenis, holocaust-mahnmal, museumsinsel, eu, en meer.
Schoonheid kan niet de factor zijn die Berlijn voor velen zo betoverend maakt. Daarvoor heeft de stad te veel geleden, door oorlog en tweedeling. Incidenteel kom je er mooie plekken tegen, zoals de Gendarmenmarkt of het gerestaureerde Museumsinsel, maar littekens, kranen en bouwputten domineren nog steeds een groot deel van het stadsbeeld. Nee, voor schoonheid moet je in steden als Londen, Parijs of Rome zijn. De weidsheid van de stad wellicht? Men is bij de wederopbouw niet spaarzaam met ruimte omgegaan. Zo beslaat het Holocaust-Mahnmal ruim een hectare, midden in het centrum. Op vele andere plekken in Berlijn mogen trouwens herinneringen aan deze duistere periode het daglicht aanschouwen. Berlijn maakt de strijd met zijn verleden voelbaar, op een voorzichtige en ontroerende manier. Misschien zorgt de bescheiden no-nonsense mentaliteit van de inwoners voor de betovering van deze miljoenenstad? Zelfs Angela Merkel, een der machtigste vrouwen ter wereld, woont er privé in een eenvoudige etagewoning tegenover het Museumsinsel. Honderd meter verderop staan van tijd tot tijd de kraampjes van een luizenmarkt. Berlijn is de op een na grootste stad van de EU, maar de mensen hebben er geen kapsones. Zou dat het zijn? Wie het weet mag het zeggen.

donderdag, 5 januari 2012

Peter Smith

Peter Smith

Groene groentjes

In afval, duurzaam, groen, bezig, bomen, foto, geweldige, hoop, imago, en meer.

Veel bedrijven zijn er mee bezig, zijn van goede wil.
Er zijn er ook die alleen een groen sausje over hun imago gieten. Daar is zelfs al een naam voor: Greenwashing.

Een goed voorbeeld van dat laatste is Coca-cola. Ze doen erg hun best om de groene schijn hoog te houden door veel publiciteit te generen voor hun zogenaamde groene-pet-fles.
Aan de ene kant heel mooi natuurlijk, maar het is niet zo dat een groene pet fles niet schadelijk is als deze in het plastic mortuarium ‘De Plastic Soep’ terecht komt.
Maar nog schadelijker is het dat Coca-cola initiatieven dwarsboomt die iets aan de plasticsoep en plastic vervuiling willen doen.

Dus voor mij geen voorlopig geen Coca cola meer, dat is het enige dat ik er aan kan doen. En er over schrijven natuurlijk. Dus nu drink ik Oggu-cola, nog veel gezonder ook!

Bij Coca-cola vermoed ik dus puur machtsmisbruik. Maar het kan ook door onwetendheid fout gaan.

Jumbo bijvoorbeeld komt veelvuldig in het nieuw door de geweldige actie van Jumbo-Eerbeek om statiegeld te geven op verpakkingen. Een van de beste manieren om zwerfvuil tegen te gaan.

Maar hoe moeilijk het is om op alle fronten duurzaam te zijn blijkt tijdens de opening van Jumbo-Meppel. Natuurlijk is het een feestelijke opening en ‘natuurlijk’ zijn er gele ballonen. Maar is dat wel zo natuurlijk?
Al die balonnen of de resten ervan zwierven door de buurt en omgeving nadat de feestlijkheden gestaakt waren. Liane Morsink zag dit en in plaats van te mopperen, ruimde ze de resten op en ging ermee naar de Jumbo om er met hen over te praten. Maar het blijkt dan toch moeilijk om de Jumbo ervan te overtuigen op een andere manier uiting te geven aan hun feestvreugde. De ballonnen zelf breken na verloop van tijd af (wel valt te hopen dat in de tussentijd vogels het niet voor voedsel aanzien) maar kwalijker zijn die lintjes en ventielen. En daar kan de Jumbo toch gemakkelijk een andere oplossing voor bedenken?

Liane schrijft: “In de boom op de foto hangen gele linten / slierten, welke er nu, een maand na de opening, nog steeds hangen.” Ik hoop dat er een olifantje met hele grote oren nu luistert en vliegensvlug die linten uit de bomen haalt.

Vincent Koerse

Vincent Koerse

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

FAQ: Een nieuwe busroute door Monnickendam

Hoe komt zo een nieuwe Openbaar Vervoer concessie nou tot stand? Welke momenten zijn er voor het huidige college van B&W geweest om bij te sturen? Hoe kan het dat er nu noodbushaltes zijn? Waarom zijn er geen procedures gestart om deze op een normale manier aan te leggen? Waarom niet eerder burgers betrokken bij deze verandering van de busroute? Hoe lang staan de reizigers nog in de kou?

lees verder

dinsdag, 3 januari 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

489 miljard euro op zoek naar rendement

In doem, ecb, economie, euro, europa, politiek, recessie, schuldencrisis, beleid, en meer.
De Europese Centrale Bank gaat over het monetaire beleid in de eurozone. De ECB bepaalt hoeveel euro’s er in omloop zijn en op die manier kan men de euro waardevast houden of in waarde laten stijgen of dalen. Maar nu krijgt de ECB door politici en economen de taak opgedrongen om nationale overheden uit de [...]

maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

In boeken, dagelijks leven, discriminatie, emancipatie, eten, fictie, film, geloof, geschiedenis, en meer.

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


vrijdag, 30 december 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Liberale dogmatiek

In groenlinks, media, politiek, groenlinks, pluriformiteit, artikel, gemeenten, homo, huis, en meer.

Halverwege oktober kwam tot mijn spijt vanuit GroenLinks een initiatief om gewetensbezwaarde ambtenaren, die geen huwelijk tussen mensen van gelijk geslacht willen afsluiten vanwege hun religie, aan te pakken en op een zijspoor te zetten. Op 14 oktober heb ik onderstaande artikel aan Volkskrant aangeboden maar helaas is het niet geplaatst.

Er blijft maar ophef ontstaan over een handvol ambtenaren die om principiële redenen geen mensen van gelijk geslacht in de echt willen verbinden. Nu dreigt mijn partijgenoot Ineke van Gent weer met een motie tegen de zogenaamde weigerambtenaren, want dat frame is op deze groep mensen geplakt.

Het zijn voornamelijk de zichzelf benoemde liberalen die deze kruistocht voeren, maar wat is het probleem en wat willen ze oplossen?

Is er al een echtpaar dat de afgelopen jaren niet heeft kunnen trouwen op het door hen uitgezochte tijdstip in de door hen uitgezochte plaats? Het antwoord hierop is eenduidig nee.

Deze liberalen willen de vrijheiden collectief opleggen, terwijl ik er toch van overtuigd was dat liberalen individuele vrijheid voorop stellen. Dat laatste wordt niet bedreigd zolang gemeenten garanderen dat iedereen kan trouwen waar en wanneer hij of zij dat wil. En dat is dus ook niet het probleem want die voorwaarden zijn heel helder in de wet beschreven en worden ook door de overgrote meerderheid van de bevolking onderschreven. Dat is toch een groot succes voor iets dat iets meer dan 10 jaar geleden nog niet mocht.

Maar waarom dan toch die, bijna agressieve, methode om met de weigerambtenaar af te rekenen. Persoonlijk denk ik dat het een soort boetedoening is tov homo- en lesbische stellen die in de afgelopen jaren hun huis hebben moeten ontvluchten vanwege straatterreur. Dat fenomeen is namelijk vele malen erger dat ambtenaren die vanwege hun geweten niet zelf een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht willen afsluiten.

Maar die ernstige problematie krijgt politiek en bestuurlijk Nederland maar niet in de greep. Ik snap het ongemak en schaamte die dat voor sommige politici met zich meebrengt maar dat is nog geen reden om oplossingen te verzinnen voor problemen die er niet zijn.

Op die manier verwordt het liberalisme tot een dogmatische stroming die de vrijheid collectief wil opleggen, een grotere contradictie is bijna niet denkbaar.

De kritikasters van deze jacht op gewetensbezwaarde ambtenaren komen tot nu toe vooral uit religieuze en conservatieve hoek. Het wordt tijd dat èchte liberalen oprecht de individuele vrijheid bevechten en niet met oplossingen komen voor problemen die niet bestaan om daarmee iets anders te maskeren.

 

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Integratie, participatie of…?

In arnhem, gemeenteraad, politiek, sociale zaken, weblog, gemeenteraad, integratie, participatie, blog, en meer.

Op 18 september schreef ik onderstaand blog maar door de migratieproblemen met web-log publiceer ik het nu pas.

De Visienota integratiebeleid Gemeente Arnhem is toch wel een van de merkwaardigste beleidsnota’s die ik ooit heb gelezen. Eigenlijk moet ik bekennen dat het me volstrekt onduidelijk is wat nu de bedoeling is van de bestuurders met dit stuk.

Laat ik eens beginnen met de titel te ontleden. In de titel zit namelijk  al een contradictie, het is een visienota over integratiebeleid maar integratie moet bereikt worden via participatie. Dat geeft de wethouder ook al in zijn voorwoord aan, hij wil middels participatie van alle Arnhemmers integratie bevorderen en afstappen van doelgroepbenadering.

Op zichzelf is dat niet verkeerd, maar dan verwacht ik eerder een participatienota dan een beleidsstuk waar vervolgens wel voortdurend over integratie, bevolkingssamenstelling naar allochtone achtergrond en interculturalisatiebeleid wordt gesproken.

Doelgroepenbeleid is passè maar op pagina 14 staat: “Daarnaast verschillen etnische groepen onderling sterk, zowel cultureel als maatschappelijk. Er zijn bovendien grote verschillen tussen leden van de dezelfde etnische groep.” De taalfout, hoe slordig ook neem ik maar even voor lief maar ik vraag me wel af hoe je de verschillende etnische groepen wil gaan bereiken als je niet iets van doelgroepbenadering toepast. Dat is namelijk onmogelijk. Antillianen zijn niet op dezelfde manier te bereiken als Turken, om maar eens een willekeurig voorbeeld te noemen.

Deze nota ademt een hoog gehalte luchtfietserij uit. Nergens wordt ook maar een begin gemaakt met aan te geven hoe die participatie gerealiseerd moet gaan worden.

Ik ben zelf enkele jaren in opdracht van de KNVB actief geweest als Verenigingsbegeleider in Presikhaaf. Dit was een activiteit gelieerd aan het project van gemeente Arnhem, Meedoen Allochtone Jeugd door Sport. Daarin speelde juist die participatie, het betrekken van kinderen van allochtone afkomst bij sportclubs en vervolgens hun ouders, een essentiële rol. En dat was een hele kluif. Daar werd oa door Sportbedrijf Arnhem goed werk verricht. Sport en cultuur zijn de ideale instrumenten voor dialoog en het bereiken van mensen met diverse achtergronden. En de nota rept er met geen woord over.

Dagblad De Gelderlander kraakte in haar redactioneel commentaar de nota twee weken geleden tot op de laatste letter af. In mijn ogen volkomen terecht, de gemeenteraad van Arnhem moet dit plak- en knipwerk niet eens in behandeling willen nemen.

dinsdag, 27 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

GroenLinks maakt geen ruk naar links

In analyse, artikel, cijfers, d66, de volkskrant, december, europese, femke, femke halsema, en meer.
GroenLinks schuift onder Sap naar links volgens de Volkskrant. De partij zou sinds het aantreden van Jolande Sap veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. De Volkskrant duidt dit als een beweging van de partij van progressief richting oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar de cijfers kloppen niet. Als je de berekeningen correct maakt, schuift GroenLinks eerder richting D66 dan richting de SP.

SP-moties

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. In de onderstaande figuur kan je goed zien wat er mis is gegaan in de analyse van de Volkskrant. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 (de periode-Halsema) in totaal 2101 moties in. GroenLinks steunde 1527 van deze moties (in groen weergegeven). Dat is 72%, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd (in grijs weergegeven) . Van de 1752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen (het rode en groene deel), steunde GroenLinks er 1527 ofwel 87%.

Dit is een verschil van 15% dat de uitkomst van de analyse verandert. Als we de cijfers voor de periode-Sap (die de Volkskrant wel correct berekent) en de periode-Halsema met elkaar vergelijken dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87% van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84%. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-journalisten een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

We kunnen de analyse ook omdraaien: hoe vaak stemde de SP met moties van GroenLinks mee? Volgens de Volkskrant vallen de GroenLinks-moties die ingediend zijn sinds Sap partijleider is, beter in de smaak bij Roemer en de zijnen. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5% van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, als je de berekening op de juiste manier maakt, 87,7%. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een uitermate minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van de GroenLinks richting SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

GroenLinks en D66
De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt. Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Tweede Kamer wel aangeleverd. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96% van de moties van D66 steunde, tegenover 91% in de periode 2006-2010. GroenLinks steunt D66-moties dus vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt is bovendien toegenomen. GroenLinks steunt onder Sap bijna alle D66-moties. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren is het dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

Voorzichtige conclusies
De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout verregaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken, omdat GroenLinks vaker met de SP mee zou stemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaalliberale koers van Halsema eerder voort. Dit is ook niet raar: Sap heeft voor en achter de schermen een grote invloed gehad op de koers van GroenLinks voor zij partijleider werd.

Uit eerder onderzoek (pdf) blijkt dat het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer een zeer grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd door wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Ook de politieke context is veranderd: GroenLinks en D66 vinden elkaar in pro-Europese oplossingen van de Europese schuldencrisis. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag. Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan, vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit stuk, van de hand van collega Simon Otjes en mijzelf, verscheen eerder in licht bewerkte vorm in De Volkskrant van 24 december. 

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Verantwoord ketenbeheer: van risicomanagement naar waardecreatie (deel 2)

In duurzaamheid, economie, duurzaam inkopen, duurzaam ondernemen, inkopen, kpmg, risicomanagement, supply change associates, vbdo, en meer.

Vorige week ben ik ingegaan op de wijze waarop verantwoord ketenbeheer in eerste instantie ontwikkeld is als antwoord op kritiek op de manier waarop bedrijven omgingen met (vermeende) misstanden bij hun leveranciers. Volgens de auteurs van het boekje Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie was dat een logische eerste stap, maar wel een defensieve. Veel bedrijven die op die manier begonnen zijn beginnen manieren te ontdekken waarop verantwoord ketenbeheer meer strategisch ingezet kan worden als een manier om van een red ocean strategy naar een blue ocean strategy te komen. Oftewel van een strategie waarbij gevochten wordt om procenten marktaandeel naar een strategie waar nieuwe markten worden verkend. Die laatste strategie is interessanter, omdat het aantal concurrenten in blauwe oceanen beperkt is. Daarbij baseren de auteurs zich op het boek Blue Ocean Strategy van W. Chan Kim en Renée Mauborgne.

Mogelijkheden om verantwoord ketenbeheer meer strategisch in te zetten

De auteurs van Verantwoord Ketenbeheer stellen dat het duurzaamheidsvraagstuk veelomvattend is, maar in essentie ook heel eenvoudig: het is een schaarsteprobleem. Het gaat om de beschikbaarheid en daarmee de waarde van grondstoffen, brandstoffen, energie, voedsel en biodiversiteit voor de wereldbevolking. Nu en straks. Bedrijven staan voor de uitdaging om te anticiperen op dit schaarstevraagstuk. Bijvoorbeeld door het opzetten van een effectief beleid voor verantwoord ketenbeheer, want om een duurzaamheidstransformatie te starten is een ketenbenadering nodig.

Door verantwoord ketenbeheer te verbinden aan bv. business development, productontwikkeling, marketing en sales kan verantwoord ketenbeheer op zowel korte als lange termijn waarde gaan opleveren voor een bedrijf. Vanuit de defensieve basis kan dan gewerkt worden aan waardecreatie, bv. door samen met leveranciers te zoeken naar mogelijke efficiencyverbeteringen, kostenreducties, nieuwe producten, nieuwe logistieke oplossingen, nieuwe materialen etc.

De auteurs zien vier terreinen voor waardecreatie

  1. Kostenreductie: toverwoord daarbij is en blijft Total Cost of Ownership. Waarbij de focus ligt op kostenbesparing over de hele gebruiksduur en kwaliteit. Walmart vraagt bijvoorbeeld al haar leveranciers om energie te besparen en de energie-efficientie van producten te verbeteren. Het idee daarachter is dat energiereductie leidt tot kostenbesparingen, die voor een deel doorgegeven worden aan Walmart. Waarmee Walmart haar positie als prijsvechter kan behouden.
  2. Innovatie: voor veel bedrijven geldt dat de impact in de keten qua duurzaamheid veel groter is dan de impact van de eigen bedrijfsvoering. Dat geldt ook voor de overheid. Door een voorkeurspositie te geven aan leveranciers die voorlopen in het verbeteren van hun duurzaamheidsprestaties wordt de toeleveringsketen structureel gestimuleerd tot innovatie.
  3. Onderscheidend vermogen: duurzaamheid kan een onderscheidend vermogen zijn. Zeker in markten waar de consument weinig verschil ervaart en de prijsdruk hoog is. Zo heeft Unilever de negatieve prijsspiraal bij thee weten te doorbreken door alleen nog te werken met gecertificeerde theeplantages. Daardoor zijn consumenten meer waarde gaan toekennen aan het product en heeft Unilever een forse omzetgroei bereikt.
  4. Ketenintegratie: om de voordelen te realiseren is vergaande samenwerking met toeleveranciers nodig. In de bouw worden verrassende resultaten behaald door toeleveranciers vanaf het begin te betrekken en mee te laten denken over de beste oplossing binnen het beschikbare budget.

Randvoorwaarden voor succesvolle implementatie

Helaas bestaat er volgens de auteurs van Verantwoord Ketenbeheer van risicomanagement naar waardecreatie geen standaardsuccesrecept voor de omslag van risicomanagement naar waardecreatie. Wel benoemen ze een aantal leidende principes die randvoorwaardelijk zijn bij het succesvol waarde creëren door duurzame inkoop:

  • Leiderschap
  • Ondernemerschap
  • Openheid
  • Samenwerking

Veranderende rol inkoop

Een strategische inzet van verantwoord ketenbeheer verandert de rol van de inkoopfunctie. Wanneer inkopers samen met leveranciers werken aan gedeelde doelen wordt de toegevoegde waarde van inkopers duidelijk. Samen met leveranciers wordt dan gewerkt aan een groter onderscheidend vermogen of zelfs aan het creëren van nieuwe markten. Een van de grote uitdagingen is om prikkels te verzinnen die leveranciers uitdagen om mee te denken om de organisatie succesvoller te maken. Op gebied van duurzaamheid kan dat betekenen dat eisen gesteld worden aan de duurzaamheid van een leverancier of product, of door duurzame producten een voorkeursbehandeling te geven. Volgens de auteurs is het echter nog beter om in gezamenlijkheid te zoeken naar (het verhogen van het) differentiërend vermogen.

maandag, 26 december 2011

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

“Zuinig gebruik van energie en water ligt binnen ieders bereik”

Afgelopen donderdag liep ik de Vmbo-locatie van Lek en Linge binnen om deel te nemen aan het debat tussen jongeren en politiek. In de hal werd ik staande gehouden en gevraagd waaraan ik 1 miljoen zou besteden als ik dat geld ter beschikking zou hebben. Een van de dingen die ik noemde was het oprichten van een revolverend milieu-fonds.

Een moeilijk begrip dat natuurlijk om uitleg vroeg. Ik vertelde dat veel bewoners een hoge elektriciteitsrekening hebben. Die zou lager kunnen als huizen beter geïsoleerd worden en bijvoorbeeld dubbel glas krijgen. Niet iedereen kan het geld daarvoor zomaar op tafel leggen. Het zou daarom handig zijn als Culemborgers dat geld (rentevrij) zouden kunnen lenen. GroenLinks wil daarom dat de gemeente, om te beginnen, een kwart miljoen euro in een pot geld stopt. Mensen die iets willen doen om energie te besparen kunnen geld krijgen uit dat fonds. Met het geld dat ze minder aan elektriciteit uitgeven betalen ze de lening terug. Op die manier wordt de geldpot door de terugbetalingen weer gevuld. Daardoor kunnen weer andere Culemborgers geld lenen om iets te doen wat energie bespaart. Enzovoorts. Goed voor het milieu en goed voor de portemonnee van iedereen.

De leerlingen die mij de vraag over de 1 miljoen stelden vonden dat een heel goed idee. Een leerling vroeg hoe het dan zat als je in een monument woonde. Gelukkig kon ik antwoorden dat ook in een monument heel veel mogelijk is.

Het instellen van een fonds voor energieprojecten staat al in het gemeentelijk milieubeleidsplan. Het college had daarvoor al in 2010 stappen moeten zetten. Maar het is stil gebleven. Om schot in de zaak te krijgen diende de GroenLinksfractie vorige maand, tijdens de begrotingsbehandeling, een motie in. Voorstel was om de eerste inleg in het fonds te financieren uit het saldo-overschot van 2011. Bij het bespreken van de motie bleek die geen meerderheid te halen. Fracties vonden dat dit pas aan de orde was bij het vaststellen van de jaarrekening 2011. Nóg meer uitstel. Maar over een paar maanden zullen we de motie opnieuw indienen. Waar een wil is, is altijd een weg.

Doel van de motie en dus van het revolverend fonds, is zuinig gebruik van energie  binnen ieders bereik te brengen. Ook bij mensen met een dunne portemonnee.

De titel van deze blog is overigens afkomstig uit de kersttoespraak van de koningin.

zondag, 25 december 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Geen kernafval in Ede

eric leltz

In de raadsvergadering van december is een motie aangenomen waarin de gemeente Ede zich keert tegen het opslaan van kernafval in Ede. Dit ging niet zonder slag of stoot. Zo werd door de VVD het emotionele argument aangevoerd dat je dan ook mensen die afhankelijk zijn van radiofarmacie voor de bestrijding van kanker, niet meer kunt helpen. Onzin, want het gaat alleen om afval uit kerncentrales voor energieopwekking. De wethouder maakte het nog bonter door te stellen tegen de motie te zijn omdat hij het een uitvloeisel van de milieulobby vond. In de voorbijgaande weken had hij vele mails ontvangen via een website van een natuurorganisatie. Hij zag dit als spam, als lastig dus, en gebruikte dat als argument om tegen te zijn! De SGP spande echter de kroon door te stellen dat goed rentmeesterschap betekent dat je er voor zorgt dat de generaties na ons ook energie hebben en je er daarom voor moet zorgen dat er een tweede kerncentrale komt. Het mag gezien worden als de dwaling van het jaar. Alsof je met het opslaan van radioactief kernafval in de grond de generaties na ons niet opzadelt met een probleem.

Voor degenen die nog al badinerend deden over de motie omdat deze ver voor de zaken vooruit zou lopen breng ik toch even in herinnering dat de regering dit jaar 4 gebieden heeft aangewezen om kernafval op te slaan. En Ede ligt in een van die gebieden. Daarnaast loopt een discussie over het bouwen van een tweede kerncentrale. Een van de problemen waar de minister tegenaan loopt is dat hij het kernafval van die centrale niet kwijt kan. Om tegenstanders de wind uit de zeilen te nemen, is het vanuit het standpunt van de minister mooi als hij kan aangeven dat dit geen probleem is omdat hij immers voldoende plaatsen heeft waar het afval in de grond kan worden opgeborgen. Als alle gemeenten die in de aangewezen gebieden liggen een motie aannemen waar in staat dat de minister in die gemeente zijn kernafval niet kwijt kan, kan dat argument niet gebruikt worden voor een tweede kerncentrale. Dit niet willen zien is misschien naïef, dit wel willen zien getuigt in ieder geval van inzicht en pro-actief handelen.

En zij die de motie bestempelen als Nimby of zoals ik liever schrijf Nivea, "niet in voor en achtertuin", omdat we toch ergens heen moeten met het kernafval, accepteren veel te snel dat er een tweede kerncentrale moet komen. De beste manier om kernafval te voorkomen, is om geen kerncentrales te hebben. De natuur geeft ons al voldoende mogelijkheden om energie op te wekken. Met dank aan de zon, de wind en het water.



Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 845 uur (35,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,9 bericht per dag, 6 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10