woensdag, 25 januari 2012

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

“Mijn vriend is gek op zijn kinderen en houdt ook van zijn vrouw”

In nieuws uit allochtonië, uncategorized, homo, homo-emancipatie, homoseksualiteit, homoseksuele identiteit, mannen, pensioen.
Over relaties van Nederlandse homo’s met getrouwde allochtone mannen Hafid en Thijs woonden in 2009 ruim 17 jaar samen toen Thijs te horen kreeg dat hij ongeneeslijk ziek was en niet lang meer te leven had. Omdat Thijs zijn erfenis en pensioen gemakkelijk wilde regelen, stelde hij Hafid voor om te gaan trouwen. Hafid reageerde [...]

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

“Mijn vriend is gek op zijn kinderen en houdt ook van zijn vrouw”

In nieuws uit allochtonië, uncategorized, homo, homo-emancipatie, homoseksualiteit, homoseksuele identiteit.
Over relaties van Nederlandse homo’s met getrouwde allochtone mannen Hafid en Thijs woonden in 2009 ruim 17 jaar samen toen Thijs te horen kreeg dat hij ongeneeslijk ziek was en niet lang meer te leven had. Omdat Thijs zijn erfenis en pensioen gemakkelijk wilde regelen, stelde hij Hafid voor om te gaan trouwen. Hafid reageerde [...]

dinsdag, 24 januari 2012

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nieuwjaarstoespraak + afscheid Thom de Graaf

thom_de_graaf1Gisteren hadden we een geslaagde nieuwjaarsreceptie van de gemeente Nijmegen inclusief warm afscheid van burgemeester Thom de Graaf. Namens het college van B&W sprak ik de nieuwjaarsrede uit en bedankte ik Thom de Graaf voor zijn inzet voor Nijmegen in de afgelopen vijf jaar. Dit was mijn toespraak:

Dames en heren,

U bent gewend om vanaf deze plek te worden toegesproken door de burgemeester.
Maar ondanks het feit dat Nijmegen dit jaar, inclusief waarnemer,
maar liefst 3 burgemeesters zal hebben, mag ik hier vandaag met u namens het college terugblikken op 2011 én vooruitkijken.

Dat doe ik als loco-burgemeester, omdat we vandaag niet alleen de nieuwjaarsreceptie voor de stad houden,
maar omdat we tevens afscheid nemen van Thom de Graaf.
Hij blikt straks terug op zijn burgemeesterschap.
Ik neem u kort mee naar het afgelopen jaar en de verwachtingen voor 2012.
En ik zal stil uiteraard staan bij het vertrek van Thom.

Dames en heren,
2011 was een bijzonder jaar.
Het jaar van de Arabische Lente, Occupy, de tsunami in Japan, de wereldwijde financiële crisis en de geboorte van de 7 miljardste burger.

Gebeurtenissen die vrijwel allemaal ook in onze stad voelbaar waren.
Ook de Nijmeegse bevolking groeide.
We passeerden voor het eerst de grens van 165.000 en blijven voorlopig doorgroeien.
Dat is goed nieuws voor de stad, 
hoewel het feit dat we nog steeds een vrouwenoverschot hebben voor sommige twitterende raadsleden nog belangrijker leek.
En een journalist wil graag dat we dit gegeven – dat we meer vrouwen dan mannen hebben in onze stad - inzetten voor onze citymarketing.

Higashimatsuyama – daar heb ik op moeten oefenen - de Japanse stad waarmee we al enkele decennia een vriendschapsband hebben,
voelde - gelukkig slechts in beperkte mate - de gevolgen van de tsunami. 
En Nijmegen heeft natuurlijk zijn eigen Occupy-afdeling.
Hoewel overvloedige regen en kou ervoor hebben gezorgd dat het Valkhofpark niet meer occupied is.

Onze stad kende weer vele hoogtepunten.
Te beginnen met één van onze stadsiconen - de Waalbrug - bestond 75 jaar.
We hadden weer een prachtige editie van de Vierdaagse
Al was het maar omdat ik voor het eerst meedeed – en uitliep; 4×50 kilometer!

Kinderarts Jos Draaisma werd voor het tweede jaar op rij uitgeroepen tot beste kinderarts van Nederland. 
Stichting Whaa kreeg van prinses Máxima een Appeltje van Oranje voor hun project Shake-It Academy.
De beste en mooiste tweewielerzaak ligt in onze stad.

Het Groene Hert werd genomineerd als beste duurzame project in Nederland
en we hebben de beste biologische slagerij in de stad en de duurzaamste kinderopvang
Deze 3 vermeldingen heb ik zelf maar aan het lijstje toegevoegd - want nu ik deze toespraak mag houden grijp ik als wethouder voor duurzaamheid natuurlijk mijn kans.

De in Nijmegen opgerichte band Go Back to the Zoo won de 3FM Award voor ‘beste band’.
De Nijmeegse organist Dirk Luijmes kreeg een Klassieke Edison.
Han Mertens van het Stedelijk Gymnasium won de Nationale Biologie Olympiade.
Het toekomstige stadseiland verdiende in New York de prestigieuze Waterfront Center Award.
En Nijmegen is, net als vorig jaar, de goedkoopste terrasstad.
We hebben er onlangs ook nog gratis parkeren aan toegevoegd.
Zo, dat was een hele waslijst aan hoogtepunten.

Maar er waren helaas ook dieptepunten:
zoals het absurde geweld rond NEC-Vitesse begin vorig jaar.
Wat een groot contrast met de vreugde van gisteren.
NEC boekte een fantastischte historische overwinning tegen Vitesse
In Arnhem!
Maar we hadden het over dieptepunten in 2011.

Zoals ook de ontslagen bij NXP of de laffe overvallen op inwoners en hardwerkende ondernemers.
Met als meest trieste voorbeeld de overval op juwelier Kamerbeek.

Ook de financiële crisis trof onze stad.
Het afgelopen jaar was in financieel opzicht een turbulent jaar.
Niemand ontsnapte aan de financieel moeilijke omstandigheden.
Faillissementen, ontslagen, onverkoopbare huizen, minder gesubsidieerde banen,
ook onze stad werd ermee geconfronteerd. 
We hadden problemen met onze grondexploitaties in Waalsprong en Waalfront.
De rente drukt daar zwaar op de aangegane leningen.
Wat dat betreft kunnen Hannie Kunst, Bert Jeene en ikzelf ook wel met een tentje op het Valkhofpark gaan staan
Bij Occupy.
En het zwaar weer zal helaas aanhouden.
Wij staan opnieuw voor een jaar waarin het voor velen niet gemakkelijk zal zijn, zelfs niet in onze relatief goed draaiende stad.

Toch is er ook alle reden om niet bij de pakken neer te zitten.
Zoals ik al zei, onze stad groeit.
Volgens onderzoekers stijgt ons inwonertal, als een van de weinige steden in Nederland, in de komende 15 jaar fors.
Die groei zorgt voor de dynamiek die een stad nodig heeft.
Het is ook een teken dat Nijmegen nog steeds aantrekkelijk is om in te wonen en te werken.
Dat bleek ook afgelopen jaar toen Nijmegen werd gekozen tot een van de groenste steden in Nederland en we dik in de top 10 van meest aantrekkelijke woonsteden eindigden.
We zijn een aantrekkelijke woonstad voor iedereen en in het bijzonder voor vrijgezellen die op zoek zijn naar een vrouw
Hier heb je die nieuwe citymarketing.

De stad staat dus niet stil en dat biedt perspectief.
Kijk ook maar naar de hijskranen in onze stad.
Het lijken er meer dan ooit.
Plein `44 is in aanbouw,
de contouren van stadsbrug De Oversteek zijn al goed zichtbaar,
de dijkverlegging en het daarbij horende stadseiland gaan echt van start
en ondanks de crisis worden er het komend jaar zo’n 1200 nieuwe woningen opgeleverd.

Van essentieel belang was ook dat Nijmegen als kennisstad van zich blijft spreken.
Bijvoorbeeld met de Spinozapremie voor astronoom Heino Falcke.
En nationale zorgheld 2011 Bas Bloem.
Dhr Bloem is ook een van de kandidaten voor Nijmegenaar van hat jaar.
De Radboud Universiteit werd door studenten gekozen tot de beste van Nederland
Synthon opende een state-of-the-art laboratorium voor biotechnologie
en Heinz bouwt bij de toekomstige Novio Tech Campus aan zijn grootste innovatiecentrum buiten de Verenigde Staten.
Bovendien hebben we landelijk gezien één van de hoogst opgeleide beroepsbevolkingen en zijn we een topstad als het gaat om banen per vierkante kilometer.  

Alle reden dus om te blijven investeren in de toekomst van onze gemeente,
ook al worden we geconfronteerd met de grootste financiële en beleidsmatige uitdagingen van de afgelopen decennia.
De gemeente blijft dan ook investeren in een sociale stad,
in een economisch sterke stad
en in een duurzame groene stad.
Maar we doen en kúnnen dat niet alleen.
Dat kon niet voor de crisis, maar zeker niet tijdens de crisis.
We moeten het dus samen doen.
Samen met bedrijven, kennis- en gezondheidsinstellingen, regionale samenwerkingsverbanden en met de inwoners van onze mooie stad.

In het Nederland van het ‘Doe eens normaal man’ van Rutte en Wilders, is er soms weinig ruimte voor nuance en gezamenlijke oplossingen.
Maar zwart-wit denken en het uitvergroten van tegenstellingen brengen ons niet verder.
Verbindingen zoeken, dat is waar het de komende jaren om draait, constateerde Thom de Graaf vorig jaar al terecht.

2012 is het jaar waarin we die verbindingen verder moeten versterken.
Ja, er moet een groter beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van alle Nijmegenaren. 
En ja, er moeten lastige keuzes worden gemaakt.
Toch hebben wij daar als stadsbestuur vertrouwen in. 
Nijmegenaren zijn eigenwijs, creatief, ondernemend, veerkrachtig én ze leggen de verbinding.
Of het nou ondernemers zijn die elkaar met een gastoeter alarmeren bij een overval
of Dukenburgers die samen dromen over hun stadsdeel.
Nijmegen puilt uit van de creatieve, goede, vernieuwende ideeën en initiatieven die de stad beter en mooier maken.
Ik wens iedereen dan ook een prachtig jaar toe. 

Alles overziend gaat het ondanks alles best goed met Nijmegen.
En degene die dit de afgelopen vijf jaar onophoudelijk en onvermoeibaar heeft uitgedragen, is…… Thom de Graaf
Thom was een ware promotor van onze stad.
En mede dankzij hem zijn de Nijmegenaren trotser dan ooit op hun stad
Maar aan alles komt een eind;
zo ook aan het burgemeesterschap van Thom.

Toen Thom burgemeester werd in 2007, trad hij in de voetsporen van zijn vader.
Een mooi gegeven; en telkens als Thom in de afgelopen vijf jaar naar zijn werkkamer ging, liep hij langs een portret van zijn vader.
De vrijzinnige sociaalliberaal keek dan naar de strenge ietwat regenteske KVP’er.
Een wereld van verschil.
Thom zal het wel van zijn moeder hebben, denk ik dan.

Thom was de eerste burgemeester van Nijmegen die door de raad werd gekozen uit een voordracht van twee personen.
Hij had natuurlijk liever gehad dat hij de eerste door het volk gekozen burgemeester had kunnen worden.
Maar ja, die beruchte nacht, he……

Toen Thom aantrad, viel hem meteen op hoe groot het cultuurverschil is tussen het deftige Den Haag en het volkse Nijmegen. 
Nijmegen kent een horizontale structuur waar weinig ontzag is voor gezag – iedereen is gelijk.
Zo liep hij in de eerste dagen van zijn burgemeesterschap met een agent door een wijk.
Thom vroeg beleefd aan deze wijkagent: Hoe lang doet U dit werk al?
Ach, zegt de agent: Zeg maar JE, Thom!
Dat typeert onze stad en daar heeft Thom hartelijk om moeten lachen

De connectie met Den Haag is al die jaren wel gebleven.
Thom deed er eerlijk gezegd ook niet veel aan om dat te verbloemen.
Denk aan zijn verkiezing tot Eerste Kamerlid.
En bovendien was zijn Haagse connectie overduidelijk in het belang van de stad, dus waarom zou je dat dan moeten verbloemen?
Zo heeft hij meerdere malen aandacht gevraagd voor Nijmeegse problemen en belangen bij bewindslieden en Kamerleden.

Bij Thom was er ook altijd de oprechte liefde voor Nijmegen.
Even wat harde cijfers en gegevens:
In de afgelopen vijf jaar was hij bij meer dan 800 publieke optredens en werkbezoeken in de stad.
Hij organiseerde etentjes met gewone Nijmegenaren om met ze te praten over wat hen bezighield in de stad.
Hij initieerde de verkiezing van de Nijmegenaar van het Jaar en zometeen zetten we weer zo’n kanjer in de spotlights.
Thom zorgde weer voor rust in sommige wijken door straatcoaches aan te stellen
Hij initieerde de Vrede van Nijmegen Penning met dit jaar Umberto Eco als laureaat.
En hij vertegenwoordigde Nijmegen met verve in onder meer de Euregio, de Veiligheidsregio en het Kennisstedennetwerk.

Dames en heren, Thom heeft veel gedaan voor de stad.
Dat moet haast wel de reden zijn dat er maar 9 kandidaten het aandurven om in zijn voetsporen te treden.

Thom de Graaf benadrukt regelmatig dat hij continuïteit belangrijker vindt dan snel scoren of politiek bedrijven.
Een burgemeester moet, volgens hem, vooral boven de partijen staan, een goede voorzitter van raad en college zijn.
Hij moet verbinden, de rechtstatelijkheid en de grondrechten van inwoners beschermen.
“Ik ben geen straattijger, geen zeepkistburgemeester.
Ik ben meer een type Job Cohen, dan een type Gerd Leers”, zei hij zelf ooit in een interview.
Waarschijnlijk zou hij op dit moment zichzelf met geen van tweeën willen vergelijken
Maar het beeld is duidelijk.
Een goede bestuurder.
Niet koste wat kost zich willen profileren; maar er zijn wanneer dat nodig is.
Behulpzaam in het college en gemeenteraad en actief in de stad waar dat maar wenselijk was.
Kritiek, dat hij desondanks geen warme burgervader zou zijn, deed hem wel eens pijn.

En het klopt ook niet.
Thom de Graaf stimuleerde als geen ander het ‘trots op Nijmegen-gevoel’.
Nijmegen is landelijk veel pregnanter in beeld gekomen.
Als dynamische stad en grote stad, voorloper op tal van terreinen.
Altijd Nijmegen, Nijmegen kennisstad, Oudste stad van het land.
Thom de Graaf heeft er hard aan gewerkt om dat gevoel te versterken: buiten de stad en in de stad.
Dat is belangrijk voor het profiel van Nijmegen, maar zeker zo belangrijk is dat Nijmegenaren het zelf ook echt meer zijn gaan voelen.

We zijn trots op het bijzondere karakter van Nijmegen,
Trots op de historie,
onze befaamde onderwijs- en onderzoeksinstellingen,
hoogwaardige gezondheidszorg,
en wereldtoppers op het gebied van wetenschap.
En we zijn trots op baanbrekende Waalprojecten. 

Thom haalde tevens de banden aan met de hoger-onderwijsinstellingen.
Rector Magnificus Bas Kortmann noemt hem niet voor niets de postillion d’amour;
de liefdesboodschapper van het hoger onderwijs in Nijmegen.
Die liefdesboodschapper was hij in vele opzichten voor de stad en die zal hij ongetwijfeld ook blijven.
Want, dames en heren, Thom en zijn lieve vrouw Machteld blijven hier gewoon wonen.
Kortom, ze zijn echte Nijmegenaren en dat blijven ze.

Thom is Guusje ter Horst opgevolgd als burgemeester en hij volgt nu Guusje weer op als voorzitter van de HBO-raad.
Overigens is het maar goed dat Guusje hem nu niet opvolgt als waarnemend burgemeester.
Want dan hadden we hier in Nijmegen een heus Poetin-Medvedevje gedaan.

Beste Thom, straks zul je zelf nog spreken en pas echt afscheid nemen.
Maar ik zeg nu al namens het gemeentebestuur én namens de bevolking van Nijmegen ‘bedankt!’.
Bedankt voor je inzet,
Bedankt voor je steun in het college.
En bedankt voor je liefde voor Nijmegen.
Ik hoop dat je nog lang ambassadeur voor onze mooie stad zult blijven!
Waar ook ter wereld, en zeker in Den Haag.
Thom – bedankt!

maandag, 23 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Zin in GL en vrouwenquota

Dit weekend waren Heleen en ik te gast bij Zin in GroenLinks, de loopbaanleergang van onze GroenLinks-academie. We spraken uitgebreid over de koers van de partij en wat we daaraan als kandidaat-voorzitters willen doen. Ik pleit voor meer ruimte voor debat en voor een partij die netwerkt en contacten onderhoudt en versterkt met vakbonden, werkgeversorganisaties, de milieubeweging en alle andere duurzame en hervormingsgezinde krachten.


Tekst bij foto: Joan Ferrier spreekt GroenLinksers toe over vrouwenquota

Na ZiGL reden we samen naar het Femnet/Dwars-debat over vrouwenquota. Mijn standpunt bleef onveranderd: ik ben voorstander van vrouwenquota om het bewustzijn bij mannen te vergroten en hen te ‘dwingen’ op zoek te gaan naar geschikte vrouwelijke kandidaten voor topfuncties. Ze zijn er, dus moeten ze ook in positie komen. En sterker nog: Uit onderzoek blijkt dat gemengde teams van mannen en vrouwen beter presteren. Dus waar is het wachten op? Ook binnen GroenLinks ben ik benieuwd naar de gender balance. Vooral op lokaal niveau. Als voorzitter zal ik stimuleren en faciliteren dat waar nodig meer vrouwen in positie komen, door scouting, opleiding/training en toezicht op procedures.

dinsdag, 17 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Homotherapie?

Een boeiende dag voor het nadenken over de relatie tussen homoseksualiteit en religie. De (in Amerika wonende) opperrabbijn Ralbag ondertekent een verklaring waarin staat dat homoseksualiteit een ziekte is en in Nederland laait de discussie op over de therapie die Different zou geven om christenhomo’s van hun geaardheid af te helpen. Maar terwijl de Joodse Gemeente Amsterdam onmiddellijk afstand neemt van dit standpunt van de opperrabbijn, springen christelijke organisaties in het gelid om het voor Different op te nemen.

Op twitter en in de media klinken natuurlijk onmiddellijk scherpe woorden tegen religieus fundamentalisme, want dat zou hier aan de orde zijn. Omgekeerd klagen christenen over een seculiere hetze tegen alles wat christelijk is. En er zijn verhalen van cliënten van Different die genuanceerd spreken over de behandeling. Tijd voor een beetje nuance. Is het eigenlijk wel zo erg om therapie aan te bieden voor christenhomo’s die moeite hebben met hun seksuele geaardheid?

Het is wel goed om te beginnen met de constatering dat er over homoseksualiteit nog steeds heel verschillende meningen bestaan. Dat gaat van totale acceptatie tot totale afwijzing. Ook binnen kerken zien we dat hele scala van visies. Het is ook goed om op te merken dat die visies ook geleidelijk in beweging zijn. Zelfs in (christelijke) kringen waar men homoseksualiteit als zonde ziet, heeft men wel meer dan vroeger oog voor de homoseksuele mens. En we moeten erbij bedenken dat in de seculiere wereld homo-acceptatie ook niet vanzelfsprekend is – kijk maar op het voetbalveld. De kritiek op religies vanwege hun ‘homohaat’ is dan ook wel een maatje te groot.

Theologie en psychologie

Different sluit vooral aan bij die kerken – evangelisch en orthodox-protestants – die homoseksualiteit zien als zonde. Of, in een iets ander taalveld, als strijd. Daarbij gebruikt men vaak een theologische en een psychologische redenering. De theologische gaat uit van een paar bijbelteksten waarin seks tussen mannen verboden wordt (vrouwen zijn bijna buiten beeld) en de algemene heteroseksuele teneur van de bijbel en de traditie. Er is weinig oog voor het verschil in tijd en cultuur en de teksten worden een op een vertaald naar het heden, waarbij ook teksten die gaan over seksueel wangedrag worden toegepast op respectvolle liefdesrelaties. Daar richt zich dan ook mijn theologische kritiek op: we doen noch de bijbel, noch de mens recht met deze uitleg. Sterker nog: we gebruiken de bijbel om een minderheid met religieuze middelen te marginaliseren en dat is nu precies waar de bijbel wel heel fel tegen is.

De psychologische redenering gaat ervan uit dat homoseksualiteit geen geaardheid is, maar een stoornis. Daar gebruikt men verschillende woorden voor (handicap, ziekte, scheefgroei), maar de kern is dit: het is geen gewone variatie van de natuur maar een gegroeide afwijking. De meest voorkomende redenen zijn problemen in de relatie met de ouders, seksueel misbruik, eenzaamheid, pesten en dergelijke. Soms kan die scheefgroei met therapie weer worden gecorrigeerd maar in de meeste gevallen moet je leren leven met je gevoelens.  Daarbij is het niet de bedoeling dat je ook kiest voor een ‘homoseksuele levensstijl’; die is immers op grond van de theologische redenering al verboden. Deze psychologische redenering staat volstrekt buiten de wetenschappelijke en therapeutische consensus en valt dan ook in de categorie kwakzalverij.

Wat Different doet

In die wereld opereert Different. Ze bieden begeleiding aan mensen die problemen hebben met hun seksuele gevoelens en/of geloof en die zoeken naar een manier om daarmee om te gaan. Veel cliënten hebben daar baat bij. Dat is niet zo vreemd, want ze vinden eindelijk een gesprekspartner die hun worsteling begrijpt en erkent. In die begeleiding kunnen ze hun schaamte overwinnen, zichzelf leren accepteren, en werken aan problemen uit hun levensloop (die heeft namelijk vrijwel iedereen die wat voor hulp ook zoekt). En ze kunnen in die context ook hun geloofsvragen aan de orde stellen en zichzelf (ondanks hun homoseksualiteit) als gelovige leren accepteren.

Het enige wat ze niet kunnen, is het veranderen van seksuele geaardheid. Onderzoek laat zien dat je wel kunt leren om de kracht van je homoseksuele gevoelens te laten verminderen, maar dat dat vrijwel nooit betekent dat er werkelijk heteroseksuele verlangens ontstaan. Oftewel: je kunt er wat minder homo van worden, maar geen hetero. Dat hoor ik dan ook regelmatig van ex-cliënten: ik ben van een aantal problemen afgekomen, maar niet van mijn homoseksualiteit.

Is het erg?

Is het erg dat Different dit soort therapie aanbiedt? Dat is de vraag. Natuurlijk, er zijn veel meer aparte, vreemde, bizarre en ongegronde therapieën. Zolang het niemand kwaad doet, is het leven en laten leven. En natuurlijk is het waardevol wanneer Different mensen helpt om met hun leven en gevoel om te gaan en pijnpunten uit hun leven aan te pakken. Het probleem is alleen dat de hele benadering en presentatie dat koppelt aan homoseksualiteit. En daarmee houdt Different precies het probleem in stand dat ze zouden moeten helpen oplossen.

Tekenend voor het echte probleem is dat homo’s in orthodox-christelijke kring een verhoogd risico hebben op psychische problemen, tot aan suïcidepogingen toe. Dat heeft alles te maken met de voortdurende boodschap dat je zondig, ziek, of wat dan ook bent. Wanneer ze er vroeger of later niet meer omheen kunnen dat ze homo zijn, zoeken ze (al dan niet gestuurd) hulp bij een organisatie als Different. Dat helpt inderdaad wel om de scherpste kantjes eraf te schuren, maar het blijft homoseksualiteit definiëren als probleem. Different’s hulpverlening is dan ook symptoombestrijding. En dat is uiteindelijk kwalijk. Hoe pastoraal ze het ook verpakken, het blijft indirect bijdragen aan het in stand houden van een homo-onvriendelijk klimaat om vervolgens hulp te bieden aan de slachtoffers daarvan.

Moeten we dat verbieden? Wat mij betreft niet. Maar wel op inhoud en argumenten bestrijden. En goede zorg bieden aan mensen die klem zitten tussen geloof en homoseksualiteit. Niet door als Different homoseksualiteit bij voorbaat af te wijzen en ook niet door als sommige seculiere hulpverleners geloof weg te zetten. Echte hulp betekent dat je mensen helpt om hun eigen weg te vinden.


John Jorna

John Jorna

Misbruik in de Rooms-katholieke Kerk

Empathie gevraagd

De Rooms-katholieke Kerk maakt in Nederland een moeilijke tijd door. De misbruikaffaire hakt er in. Allerlei meningen komen naar voren. Intussen is het onder onze mensen geen populair gespreksonderwerp. We zijn het zat er alsmaar over te horen. De meesten van ons is het indertijd volkomen ontgaan. Meestal kennen we ook geen slachtoffer. De overgrote meerderheid van de priesters, fraters en nonnen gedroeg zich keurig. Zoals velen kan ik zeggen, dat ik nooit iets heb meegemaakt, terwijl ik bij nonnen op de kleuterschool zat, bij fraters op de Lagere school en op de kweekschool en intussen had ik vaak intensieve contacten met parochiegeestelijken. En toch hoor je volkomen onverwacht over de vernederende straffen voor een neef op een internaat voor kinderen en wat later over de vergeefse toenaderingspoging van een frater naar een klasgenoot. Er zijn in Nederland duizenden mannen en vrouwen, die de ellende van misbruik in hun jeugd levenslang meedragen. Het zijn mensen, die blijvend in nood verkeren. Je kunt er o zo gemakkelijk mee geconfronteerd worden. Dan kun je als mens voor die mens in nood iets betekenen. Luisteren naar zo’n lijdende mens en met hen het verdriet voelen en de woede en de bitterheid. En bedenken, dat het ook jouw kind of kleinkind zou kunnen overkomen en wat dat met jou zou doen.

Van onze bisschoppen wordt ook verwacht, dat zij zo met de slachtoffers meevoelen. Toen ik onze bisschop Wim Eijk op de TV zag en hoorde, kon ik daar weinig van merken. Ik zag een bestuurder, die verantwoording aflegde over zijn organisatorische aanpak van de affaire. Hij sprak ook over schaamte en verdriet en spijt, maar het waren slechts woorden. Van gevoelens van schaamte en verdriet en spijt werd niets zichtbaar of hoorbaar. Het was of hij zich had voorgenomen zich in alle opzichten te beheersen. Het leek ook of zijn vorige beroep van arts nog meespeelde en dat hij koel tot een diagnose kwam en precies wist welke behandeling nodig was en zich niet realiseerde, dat die mensen iets heel anders verwachten dan een pil of een poedertje. Wat zou het goed zijn als ook bisschoppen kinderen en kleinkinderen zouden hebben. Dan zouden ze geen gebrek hebben aan empathie, het vermogen om met iemand anders mee te voelen.

====================

Dit commentaar werd geschreven na de publicatie van het Deetman rapport. Het was bestemd voor ons parochieblad, maar er was te weinig ruimte, want de brief van de bisschoppen van drie A5 pagina's moest er per sé in. Tsja.

Intussen heeft deze bisschop tijdens een bijeenkomst met slachtoffers in Hengelo (Ov.) beloofd, dat zij voor een gesprek zullen worden uitgenodigd.

donderdag, 12 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Gefeliciteerd

In uit het leven gegrepen, kaartje, marketing, verjaardag, eerlijke, foto, hoop, persoonlijk, tarieven, en meer.

Nog niet zo lang geleden was ik jarig. Gelukkig kreeg ik geen kaartje zoals hieronder.

Nu vind ik een kaartje op mijn verjaardag altijd leuk, dat is het probleem niet. Wel een probleem is dat de post nooit bezorgd wordt op mijn verjaardag, dus ik krijg eventuele kaartjes altijd voor of na de tijd. Ik ben ook niet bekend bij T-Mobile. Om een voor mij onverklaarbare reden krijg ik wel regelmatig post van Vodaphone, maar gelukkig geen verjaardagskaartje.

Nee, ik vind het gewoon erg irritant dat er iemand bij T-Mobile is die bedacht heeft dat een jarige zit te wachten op een voorgedrukt kaartje van je provider. Lijkt me niet dus. Zou het daadwerkelijk personeel zijn, op deze foto, of hebben ze gewoon een groepje figuranten ingehuurd?

En daar staan ze dan, ruim veertig personeelsleden, vrolijk zwaaiend naar de fotograaf die op het keukentrapje staat. Er is goed over nagedacht. Eerlijke verdeling mannen en vrouwen, met en zonder kleurtje, jong en niet meer zo jong, iedereen moet zich vertegenwoordigd voelen. Ik hoor de fotograaf zo roepen. “Jij, met die groene shawl, kom jij maar vooraan staan. En die meneer met erg weinig haar mag naar de een na laatste rij verhuizen.” Na een kwartier staan ze eindelijk goed. Het spontane lachen is allang opgehouden.

Als ze nu allemaal persoonlijk een verjaardagsgroet hadden geschreven, dan was het nog (net) acceptabel geweest. Nu is het gewoon een irritante marketingtruc, die een hoop geld heeft gekost en waar niemand op zit te wachten. En die ook gewoon wordt doorgerekend in de tarieven. Want al zijn ze irritant, dom zijn ze vast niet.


dinsdag, 10 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Kees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, katja schuurman, kees van beijnum, lezen, film, geschiedenis, en meer.

Kees van Beijnum - De oesters van Nam keeKees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

Het is tragisch dat een boek herinnerd wordt via een moment dat er eigenlijk helemaal niets toe doet. Toch is dat bij dit boek het geval. Ik herinner het me precies. Vlak voor de verfilming uitkwam, stond Katja Schuurman in de Playboy. Een moment waar zo ongeveer alle mannen van Nederland al jaren naar uitgekeken hadden, werd bewaarheid dankzij de rol die Katja speelde. Thera, zo stond ze ook in het mannenblad.

Dus ook al stond het boek in de kast, was het zelfs een zogenaamde ‘lijster’, het boek bleef op de plank. Zelfs de film wilde ik niet zien, aangezien ik al jaren de regel hanteer dat ik het boek eerst wil lezen, voordat ik de film zie. De foto’s hadden mijn netvliezen via het internet allang bereikt, er was dus eigenlijk geen reden dit boek te lezen.

En dat was ook niet helemaal eerlijk, want elk boek verdient een kans. Van Beijnum schijnt best een goede schrijver te zijn, dus was er de kentering eerder dit jaar. De film kwam op televisie. Ik nam ‘m op, maar keek nog niet. Mijn eigen regel indachtig, heb ik het boek eerst gelezen, om de auteur de kans te geven het beeld te bepalen, niet de regisseur. Natuurlijk heb je tijdens het lezen van de naam Thera wel een beeld van de tegenwoordige mevrouw Römer voor ogen, maar verder ben ik onbevooroordeeld het boek ingedoken.

Ik moet zeggen dat ik prettig verrast was. Het verhaal van de jonge Berry die tijdens zijn examenjaar het gymnasium vaarwel zegt en op het verkeerde pad raakt, was een boeiende en interessante geschiedenis. Verkeerde vrienden, tot over zijn oren verliefd op een stripdanseres, ik denk dat vele jeugdigen zich zonder problemen kunnen inleven in de hoofdpersoon.

Buiten dat klopt het verhaal gewoon. De gebeurtenissen die los van elkaar soms absurd overkomen, zijn binnen het verhaal allemaal een logisch gevolg van de voorgaande perikelen. Berry wordt volwassen, Thera worstelt met haar werk en haar gezondheid, zijn vrienden moeten belangrijke beslissingen nemen, zijn familie verliest de grip en valt langzaam uiteen.

En dat allemaal in een boeiende schrijfstijl, een vlot verhaal en genoeg humor om de ellende te verteren. Ik heb met plezier gelezen over de oesters aan de Zeedijk. Toen ik de film later alsnog bekeek, viel die, als verwacht tegen. Redelijke vulling van een avond, maar niet echt herinneringswaardig. Het boek was weer eens beter.

Citaat: “Ik heb nooit een meisje gezien met zo’n backhand. Hij maakte een droog en krachtig geluid, het geluid dat iedere tennisser onmiddellijk zal herkennen als afkomstig van een professionele slag. Maar ik deed nooit mijn ogen halfdicht om dat jonge, veerkrachtige lichaam van haar in gedachten naakt en willig onder mijn handen te kunnen zien.” (p.102)

Nummer: 11-022
Titel: De oesters van Nam Kee
Auteur: Kees van Beijnum
Taal: Nederlands
Jaar: 2000
# Pagina’s: 320 (6847)
Categorie: Fictie
ISBN: 9001-55863-1

Meer:
Site van Beijnum
Liefst 51 boekverslagen op scholieren.com
Film op IMDB


maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


vrijdag, 23 december 2011

Mirella van Leeuwen

Mirella van Leeuwen

Onbegrijpelijk

Dat mannen en vrouwen nogal eens elkaar verkeerd begrijpen, is misschien wel het gevolg van evolutie. We hebben ons in het verleden op zo'n manier voortgeplant, dat juist die mannen die geen snars...

[[ This is a content summary only. Visit my website for full links, other content, and more! ]]

vrijdag, 16 december 2011

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

18+ op Terweijde

In stad, fair play, terweijde, agenda, discriminatie, fractie, gemeente, groenlinks, jongeren, en meer.

Het was de bedoeling gisteren dat er in de raadsvergadering vragen gesteld en opmerkingen gemaakt konden worden over de stand van zaken in Terweijde. Helaas was het geen volwaardig punt op de agenda en kwam dit aardig in de verdrukking door het gestuntel van het college rond het museum. Daar moest eerst uitleg over gegeven worden, excuses aangeboden en veel vragen beantwoord.

De vragen over Terweijde werden gesteld, maar het waren er veel en tijd om ze fatsoenlijk te beantwoorden en te bespreken ontbrak. De mensen die speciaal daarvoor waren gekomen waren terecht teleurgesteld. Afgesproken is dat de vragen schriftelijk worden beantwoord en dat ze op de gemeentelijke website gezet gaan worden. In de raadsvergadering van 26 januari staat Terweijde weer op de agenda.

De GroenLinks fractie wil een reactie van het college op het bereiken van en aandacht voor de groep 18+.

Tijdens de Terweijde-avond op 24 november werd gezegd dat er voor de oudere jeugd niet veel te doen is. Huidige en toekomstige mogelijkheden tot vrijetijdsbesteding (brede-schoolactiviteiten) voor de groep jongeren die buiten Culemborg op school zitten zijn niet relevant. En nu ook nog Fair Play weg moet…. Het jongerencentrum richt zich meer op de jongere jeugd tot 15 jaar. Een deel van de groep 18-plussers heeft geen werk, geen uitzicht, vaak geen diploma, stageplek moeilijk te vinden; jongeren verliezen de moed, werd gezegd. Jongeren denken zelf dat discriminatie een rol speelt en proberen het dan ook niet meer als ze worden afgewezen. Ze melden zich niet bij het ParticipatieHuis en krijgen geen uitkering. Op de Terwejde-avond werd ook gezegd dat de  instantie die zich bezig moet houden met het voorkomen en beperken van vroegtijdige schooluitval bij jongeren tussen de 18 en 23 jaar (de RMC) zeer passief is. Wanneer een leerling van het Mbo niet meer op school komt, nemen ze wel een keer contact op, maar daar blijft het bij.

Deze opmerkingen moeten we serieus nemen. Juist het goed aanpakken van deze groep is relevant want “opvallend is dat veel (Marokkaanse) mannen van rond de 30 een slechte maatschappelijke positie hebben: geen werk, geen relatie of gezin en/of drugsgebruik” staat in het verslag dat van die avond voor de raad is gemaakt.

Deze groep mengen met de jeugd die in de Salaamander komt lijkt me geen goed idee. Dat de gemeente een jongerencoachingsproject start is een goede zaak. Gemeenten breken zich vaak het hoofd over hoe ze bepaalde (moeilijke) doelgroepen kunnen bereiken. Waar de groep 18-plussers te vinden is, is bij Fair Play, want daar voelen ze zich thuis. Zonder overlast in de buurt. Om die reden is SMVC bij Fair Play gaan zitten. Deze organisatie heeft de contacten en probeert met particuliere financiering jongeren naar werk of opleiding te begeleiden. De rol die SMVC en Fair Play spelen bij het bereiken van deze jongens en de korte lijntjes naar hun netwerk worden, naar mijn smaak, onderbelicht. Wat betekent het als Fair Play verdwijnt? Is het waar dat gemeente of het jongerenwerk nooit ’s avonds bij Fair Play zijn geweest als deze groep daar is?

zondag, 27 november 2011

Harrie Kampf

Harrie Kampf

GR

A-cartoons: 27-11-11 Fox News is geen nieuws.

In afrika, nieuws, onderwijs, mannen, de paus, paus.
Cartoons:nieuws-feiten met een knip-oog,weekend t/m vrijdag. thema's 13/11 t/m 18/11: thema's 20/11 t/m 25/11: weekend: De paus en Afrika. maandag: Grenzen nodig in onderwijs. dinsdag: Zelfoverschatting bij mannen. woensdag: Fox News is geen nieuws. donderdag: Operaties moeten veiliger. vrijdag: Minder goede loopbaan mogelijkheden.

vrijdag, 25 november 2011

Peter Smith

Peter Smith

Alle neushoorns schijten op een hoop (Gastblog Marina)

In afval, beschaving, zwerfvuil, communicatiemiddel, neushoorns, onverschilligheid, schijthoop, zwerfafval, communicatie, en meer.

Een paar jaar terug was ik in Zuid-Afrika op vakantie in het Krügerpark. Onze mooiste belevenis was een wandelsafari onder begeleiding van twee park rangers. Ze hadden wel humor die mannen. Voor we naar de plaats van bestemming reden, gingen ze eerst op zoek naar de leeuwen die vlakbij gespot waren. We vonden en bewonderden drie grote exemplaren en reden maximaal 100 meter verder. Daar mochten we uitstappen voor onze wandeling. Ze hebben zich natuurlijk verkneukeld om ons toeristen die angstig om zich heen kijkend, de bus uit kwamen. Uiteindelijk vertelden ze dat de leeuwen net een flink wildebeest gevangen en gegeten hadden, dat ze hun buik vol hadden en echt niet achter een groep mensen aan zouden gaan.

Schijthoop
Wij moesten even slikken, maar besloten hen te vertrouwen en zo gingen we aan de wandel. Midden in de uitgestrekte natuur liepen we daar, beschermd door onze rangers. Onderwijl kregen we uitleg over de sporen van de bewoners van deze natuur. Pootafdrukken en poep. Zo kwamen we bij een grote hoop. Dit bleek de schijthoop van een rondtrekkende neushoorn te zijn. Die schijthoop is een soort bulletin board: elke keer dat de neushoorn voorbij komt laat hij zijn boodschap achter. “I was here”. Andere neushoorns doen hetzelfde. Zo weten de neushoorns precies wie er allemaal in dat gebied rondstruinen. Zo weten ze dat er een leuk vrouwtje in de buurt is waar ze achteraan kunnen en ook dat er nog meer neushoornmannetjes zijn, die hen wellicht van hun troon willen verstoten. Aan de manier waarop en waar ze hun hoop achterlaten, kunnen de neushoorns van elkaar opmaken hoe dominant ze zijn en of er gevochten moet worden om de hiërarchie te bepalen of niet.
Het was ongelooflijk wat een verhaal die ranger over die ene schijthoop kon vertellen.

Sporen en symptomen
Vandaag liep ik in de polder en vergeleek de schijthoop van de neushoorn, met de troep die ik onderweg tegenkwam. Wat kan ik daar uit opmaken? Behoort het waterflesje met dop toe aan een jonge vrouw op de fiets die haar tas te vol vond om het flesje mee naar huis te nemen? Het limonadeflesje zonder dop, voorheen eigendom van een scholier die gewend is alles te laten vallen, waar het zo uitkomt? Het yoghurt zuigzakje…. van een kind op weg naar huis? Of van een verkoper die een snel ontbijt neemt op weg naar z’n eerste afspraak? Waar de schijthoop van de neushoorns een precair communicatiemiddel is wat het voortbestaan van de soort waarborgt, heeft onze troep niets met communicatie te maken.

Of toch? Want wat is zwerfvuil eigenlijk? Het zijn toch ook sporen die iets vertellen over de mensen die ze achter laten. Heeft het zwerfvuil dan toch iets met communicatie te maken? Is het misschien een hulproep van mensen die ten ondergaan aan onverschilligheid? Help ik hen wel door hun sporen op te ruimen? Moet de hoop groeien en groeien om zo als bulletin board voor de rest van de wereld te dienen? Wat kunnen we opmaken uit de schijthopen met zwerfafval in onze leefomgeving? Wat vertelt het ons en hoe kunnen we de boodschap van zwerfafval zien als precair communicatiemiddel dat ons helpt bij het voortbestaan van onze soort?

Zie jij er een gat in? Heb jij suggesties, ik lees ze graag!

Marina Schriek

woensdag, 16 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Nogmaals de weigerambtenaar

In religie en politiek, homoseksualiteit, tolerantie, ambtenaren, boodschap, burgers, commissie, debat, emancipatie, en meer.

Toch nog onverwachts stemde de Tweede Kamer in met de motie van Ineke van Gent die het kabinet oproept met een wettelijke regeling een einde te maken aan het fenomeen van de weigerambtenaar. Ik ben daar – alles afwegend – blij mee, maar uit de kritische reacties blijkt dat niet iedereen dat zo ziet. Is het niet juist tolerant om te accepteren dat er ook mensen zijn die hier anders over denken? Misschien zelfs een vorm van emancipatie, zoals de minister zei? Is het niet voldoende om het pragmatisch te regelen zodat elk trouwlustig stel aan de bak kan, ook als sommige ambtenaren niet elk stel willen trouwen? Hoeveel ruimte is er nog voor gewetensbezwaren van mensen en religieuze minderheden? Is dit niet de zoveelste uitwas van seculiere gelijkhebberij die de oprechte overtuigingen van gelovigen aantast?

Ik snap de gevoeligheden, maar bij mij valt de afweging anders uit. Ik heb in een eerdere blog al eens geschreven dat het wezenlijke probleem volgens mij ergens anders ligt, namelijk bij het feit dat we de ambtenaar van de burgerlijke stand een rituele rol hebben toegedicht die niet past. Als we het burgerlijk huwelijk van deze rituele extraatjes ontdoen, zullen ambtenaren ook niet zo gauw last van hun geweten krijgen. In verschillende kranten las ik vergelijkbare pleidooien, onder meer van Tom Mikkers (Volkskrant) en Marco Derks (Nederlands Dagblad).

Ik zie dat echter niet zo gauw gebeuren en daarom ligt de vraag naar de positie van de weigerambtenaar nog vol op tafel. Het is hoe dan ook goed dat daar duidelijkheid over komt, en volgens mij kan die duidelijkheid alleen maar inhouden dat er uiteindelijk geen ruimte is voor weigerambtenaren. Ik zal uitleggen waarom.

1. Het principe moet hoe dan ook zijn dat ambtenaren uitvoerders zijn van overheidsbeleid en bewakers van de wet. Alleen in uitzonderingssituaties kan er ruimte worden gemaakt om daarvan af te wijken. Die afwijking kan wel betekenen dat iemand bepaalde taken niet uitvoert, maar niet dat iemand bepaalde wetten overtreedt. Het is dus de vraag welk van de twee hier aan de orde is.

2. Niet elk beroep op gewetensbezwaren wordt gehonoreerd. Het moet bijvoorbeeld praktisch op te vangen zijn in de organisatie en het moet aansluiten bij een traditie. Dat is hier allebei wel het geval, dus in die zin is een beroep op gewetensbezwaren op zich terecht.

3. Het grote probleem met weigerambtenaren is echter niet dat ze een bepaalde taak niet willen uitvoeren, maar dat ze dat voor bepaalde burgers wel en voor andere burgers niet willen doen. Dat is fundamenteel anders dan bij andere gewetensbezwaren. Een brugwachter die niet op zondag wil werken, lijkt mij geen probleem. Onaanvaardbaar is een brugwachter die voor sommige schepen op zondag de brug wel bedient en voor andere niet. Een arts die geen euthanasie wil plegen, kan ik begrijpen. Onacceptabel is een arts die dat (in vergelijkbare situaties) wel wil doen bij sommige patiënten maar niet bij anderen.

4. Wij hebben in Nederland niet twee soorten huwelijk, waarbij je voorstander kunt zijn van het ene en tegenstander van het andere. Er is maar één huwelijk en dat is opengesteld voor MV-, MM- en VV-stellen. Daar kan een ambtenaar niet willekeurig in shoppen. Bij het uitvoeren van de wet maakt de ambtenaar geen onderscheid tussen burgers. Doet hij of zij dat wel, dan is dat onwettig.

5. Het argument dat elke homo toch wel kan trouwen, klopt maar is niet overtuigend. Waar elk heterostel een ambtenaar naar keuze kan uitzoeken, daar moet een homokoppel rekening houden met de mogelijkheid dat de gekozen ambtenaar hen niet wil. De boodschap is dat de gemeente een dergelijk onwettig onderscheid accepteert en kennelijk het ene huwelijk toch anders vindt dan het andere huwelijk. Op het gevaar af dat de vergelijking mank gaat: Tot de jaren zestig mochten zwarten gewoon met de bus in Amerika, maar dan wel achterin…

6. De rechten van huwelijksambtenaren worden volgens mij niet wezenlijk geschonden. Er is geen recht op het zijn van trouwambtenaar. Wie bezwaar heeft tegen een gelijkgeslachtelijk huwelijk, kan op allerlei andere plaatsen in de ambtenarij werken. Overigens zijn veel trouwambtenaar BABS, buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, en dus externe freelancers. Dat betekent dat er helemaal geen arbeidsrechtelijk probleem is.

7. Ook als de overheid zelf de wet neutraal uitvoert en alle ambtenaren alle huwelijken gelijk behandelen (dus: ook als er geen weigerambtenaren meer zijn), is er nog volop ruimte voor pluraliteit. Iedereen mag in principe buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand worden. Of men nu christen of atheïst, liberaal of conservatief, homo of hetero. Niemand wordt gediscrimineerd, maar ook niemand mag – in die functie – zelf discrimineren.

En met die overwegingen kom ik tot de conclusie dat het goed is dat de regering moet komen met een wettelijke regeling die een einde maakt aan het fenomeen van de weigerambtenaar. Bij de openstelling van het huwelijk in April 2001 is ruimte gelaten voor ambtenaren met gewetensbezwaren. Dat vond ik voor dat moment een goede keuze, ook al was en is het een vreemd compromis (om de redenen hierboven). Het is niet vreemd om dat na tien jaar te heroverwegen, en dat is precies de oproep tot meer duidelijkheid geweest van de Commissie Gelijke Behandeling in 2008.

Misschien is er een overgangsregeling nodig voor zittende ambtenaren, maar het aanstellen van nieuwe ambtenbaren met gewetensbezwaren lijkt mij in elk geval niet kunnen. Ik heb er geen probleem mee dat mensen moeite hebben met homoseksualiteit. Ik vind het prima als ze een huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen geen echt huwelijk vinden. Ik ga daar graag het debat over aan, maar zal ook verdedigen dat mensen deze overtuiging mogen hebben. Maar juist in een plurale samenleving mag de overheid niet zelf – via haar ambtenaren – onderscheid maken tussen burgers.

En verder herhaal ik mijn pleidooi om het burgerlijk huwelijk te deritualiseren en de verdere ceremonie aan de rituele markt over te laten. De hedendaagse BABS-en kunnen zich daar met dezelfde overgave en voldoening beschikbaar stellen voor een mooie trouwdag, maar dan niet namens de overheid. Als een van hen dan geen homo’s, hetero’s, of roodharigen wil bedienen, heb ik daar veel minder moeite mee dan wanneer ze dat doen als dienaar van de overheid.


zaterdag, 12 november 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Baas in eigen buik, nog steeds.

In maatschappij, nieuws, politiek, abortus, baas in eigen buik, christenunie, egp, vrouwenrechten, zorgkosten, en meer.

Afgelopen week verscheen in de media een bericht dat Esme Wiegman van de ChristenUnie vond dat abortus uit de AWBZ moet, en dat het alleen in het basispakket thuishoort wanneer er sprake is van een medische noodzaak. Dat wil zeggen, wanneer het gevaarlijk is voor de moeder om zwanger te zijn. Verder moet het maar in een aanvullend pakket, vindt ze.

Er wordt in die artikelen ook verwezen naar dat ze de overheidsvoorlichting niet goed zou vinden omdat de overheid alleen voorlichting geeft over de technische kanten van veilige seks. Ik ben het volledig met Wiegman eens dat er ook aandacht mag zijn voor de omstandigheden waarin je seks hebt en dat duidelijk gemaakt mag worden dat als je er op je 16e nog niet aan toe bent, je niet bepaald een uitzondering bent. Maar deze punten kunnen wat mij betreft op geen enkele wijze een argument vormen om abortus slechter toegankelijk te maken.

Abortus zou altijd beschikbaar moeten zijn voor iedereen die het nodig heeft. Er is lang gevochten om baas in eigen buik te mogen zijn. We moeten ons dit recht niet weer laten afnemen.

Het is niet rechtvaardig om de kosten onder te brengen in een aanvullende verzekering, omdat dit betekent dat niet alleen de medische gevolgen van een ongewenste zwangerschap maar ook nog eens de financiële gevolgen voor de vrouw zijn. De biologische realiteit kunnen we niet veranderen, maar er is geen reden om alle schuld bij de vrouw te leggen. Zwanger worden doe je niet alleen, dus is het onterecht dat alleen vrouwen (al dan niet via een aanvullende verzekering) opdraaien voor de kosten; mannen mogen ook best iets bijdragen voor het feit dat zij onbezorgd kunnen ejaculeren.

Het artikel verscheen ook op Joop, waar iemand een beetje verwijtend reageert naar vrouwen, dat veel vrouwen die een abortus ondergaan gewoon niet voldoende zouden doen om een zwangerschap te voorkomen (de rol van de man wordt hier genegeerd). En dat baas in eigen buik wat hem betreft achterhaald is, omdat het ‘mens’ in de baarmoeder recht heeft op leven.

Over dat laatste kun je eindeloos discussiëren, maar uiteindelijk denk ik dat de discussie tot op zekere hoogte niet relevant is. Als je tegen je zin in zwanger geraakt bent, of dat nu door nalatigheid komt of niet, is dat niet fijn. En of andere mensen vinden dat het gaat om een kind of nog om een klompje cellen, dat doet er dan redelijk weinig toe. Iedereen zal op zo’n moment haar eigen beslissing daarover moeten nemen wat zwaarder weegt.

Je kunt mensen die een ongeboren kind al zien als iets levends niet vertellen dat ze dat niet moeten doen. En ik heb er ook geen probleem mee als er meer voorlichting komt om te laten zien dat abortus niet de enige optie is. Het is sowieso geen pretje, maar als je het doet omdat je het gevoel hebt geen andere opties te hebben, kan het zeker heel ingrijpend zijn.

Als het zo is dat veel abortussen voorkomen kunnen worden omdat de zwangerschap ontstaan is door risicovol gedrag, lijkt het mij logischer om meer in preventie te investeren en niet steeds meer voor eigen risico te laten komen. In die zin snap ik niet dat christelijke partijen zich steeds maar richten op het beperken van rechten voor vrouwen, maar zo weinig constructieve maatregelen voorstellen om te zorgen dat mensen beter omgaan met de risico’s van seks.

Anti-abortusactivisten komen vaak met voorbeelden van vrouwen die een kind laten aborteren omdat ze op vakantie willen, of er al vier hebben gehad. De meeste mensen zullen dit te ver vinden gaan en daarnaast brengt het ook onnodige medische kosten met zich mee voor de samenleving. De kans is echter klein dat dit type mensen een aanvullende verzekering zal afsluiten. Je plant tenslotte niet om ongewenst zwanger te raken. De vraag is wat het gevolg is, voor deze groep die vermoedelijk niet tot de hogere inkomensklasse behoort. Zullen ze het amateuristisch thuis gaan doen om kosten te besparen, of kunnen ze de rekening van de dokter straks niet betalen, of stellen ze de beslissing uit in verband met de kosten zodat we latere abortussen gaan zien? Hoe dan ook verwacht ik niet dat deze groep opeens zal denken dat ze voortaan misschien toch maar verantwoordelijker moeten gaan leven door deze maatregel.

Maar in veel gevallen zal er een andere reden zijn. Dat wil niet zeggen dat het niet voorkomen had kunnen worden door beter gebruik van anticonceptie, maar wel dat er genoeg situaties zijn waar veel mensen begrip voor op zullen kunnen brengen.

Condooms zijn een van de weinige voorbehoedsmiddelen die vrij verkrijgbaar zijn zonder recept. Dat maakt ze dan ook aantrekkelijk voor jongeren die misschien niet naar een dokter durven of waar het halen van de anticonceptiepil of een ander voorbehoedsmiddel thuis niet makkelijk bespreekbaar is, bijvoorbeeld als je vijftien jaar bent en je ouders bij de ChristenUnie zitten. Helaas zijn ze relatief onveilig, deels door het grote risico op gebruikersfouten.

In de afgelopen jaren is veel tijd besteed aan het promoten van condoomgebruik. Veilig vrijen campagnes, gericht op de preventie van SOA. De meeste SOA zijn echter met een zalfje of pilletje en een paar weken verholpen, een kind niet. Toch is er relatief weinig voorlichting over ongewenste zwangerschappen voorkomen en zul je in de media al helemaal geen voorlichting zien over andere vormen van anticonceptie.

Ik heb al eerder geschreven over alle problemen rondom anticonceptie. Ik heb als volwassen vrouw genoeg moeite moeten doen om iets te vinden wat ik kan gebruiken zonder daar ziek van te worden. Het is allemaal echt zo simpel nog niet.  De huidige anticonceptiemethoden zijn nog steeds voornamelijk gericht zijn op vrouwen. Dat is deels biologisch verklaarbaar, maar dat maakt het niet minder onhandig. Daarnaast zijn veel vormen van anticonceptie niet erg gebruiksvriendelijk, zeker niet voor jonge meisjes.

Wat we nodig hebben is niet een methode die ervoor zorgt dat jonge vrouwen misschien nog minder snel naar de dokter gaan met hun ongewenste zwangerschap. Zwanger raken omdat je condoom knapt of omdat je de pil uitgekotst hebt is al vervelend genoeg, moet je daar dan ook nog financieel voor gestraft worden? Of als je – zoals ongeveer de helft van de mensen — de bijsluiter van je medicijnen niet leest en niet weet dat je anticonceptiepil minder werkzaam is, is een abortus dan al niet straf genoeg? Slim is het misschien niet, maar laten we alsjeblieft geen holier than thou gaan spelen.

Wat we nodig hebben is niet nog een discussie over recht op leven of over vrouwenrechten, of over wanneer je precies voldoende gedaan hebt om niet zwanger te worden, maar een praktische oplossing van een probleem. Wat we nodig hebben is meer onderzoek naar anticonceptie voor mannen, vrouwvriendelijkere anticonceptie, meer voorlichting over anticonceptie en ongewenste zwangerschappen in aanvulling op de bestaande SOA-campagnes, betere vergoedingen van anticonceptie, en vooral een goede voorlichting over andere vormen van anticonceptie. En om de CU een plezier te doen, mogen ze het wat mij betreft daarbij best over onthouding hebben.

Dit weekend zit ik in Parijs, bij het congres van de Europese Groene Partij. De Europese Groenen zullen gaan stemmen over een motie over het recht op abortus. Een mooi stuk, dat uitdraagt dat alle vrouwen, in ieder Europees land, in iedere inkomensklasse, het recht moeten hebben om in hun eigen land onder goede omstandigheden, zonder bedreigingen of gezondheidsrisico’s de beslissing moeten kunnen nemen om hun zwangerschap te laten beëindigen. Als ik dat lees, weet ik weer dat ik op de goede plek zit bij mijn groene familie.


donderdag, 10 november 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

In goede doelen, ontwikkelingssamenwerking, activiteiten, afrika, algemeen, analyse, armoede, begrijpen, belangrijk, en meer.

Post image for Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

Goedemiddag,

Toen ik opgroeide, een puber was, mocht ik op een saaie zondagmiddag graag met mijn moeder een eindje gaan rijden. Stapvoets reden we dan door de nieuwe villawijken aan de rand van Enschede  en verlustigden ons aan de gouden leeuwen die oprijlanen markeerden, de Griekse zuilen waarmee Twentse boerderettes waren versierd en wij roddelden er op los. Enschede was, zo aan het einde van de jaren zeventig klein genoeg om te weten wie er woonde, hoe ze hun geld hadden verdiend, en of hun huwelijken gelukkig waren.
Wij, moeder en dochter, uit de gegoede middenklasse hadden het heel goed maar bezaten niet het kapitaal dat daar op die ruime kavels vaak nogal afzichtelijk was uitgestald.
Het was een vriendelijke vorm van aapjes kijken, van verveeld vermaak, waarover wij ons weinig schuldig voelden omdat het vertoon van rijkdom ook voor ons was bedoeld, zondagrijders uit de middenklasse.

Precies diezelfde lust tot ‘rijken kijken’ zie je terug in het nieuwe programma van Jort Kelder ‘Hoe heurt het eigenlijk’. En ik kan me nog steeds goed vermaken met de rose-tankende, glad gestreken en opgepompte nouveau-riche-dames aan de Loosdrechtse Plassen, die uitleggen dat ze niet alleen een motorjacht bezitten (‘zeilen is zo veel werk’) maar ook een tweede huis bij Saint Tropez omdat ‘ze zo vreselijk van cultuur houden’.
In ‘hoe heurt het eigenlijk’ wordt het pronkgedrag van de nieuwe rijken slim afgezet tegen de tradities van het oude geld. Over het algemeen zijn dat Olie B. Bommel-achtige heren die in gedateerd Nederlands uitleggen dat zij hun landhuis, stammende uit 1700 of daaromtrent, in stand weten te houden door een natuurcamping en wat biologische boerderijen op de landerijen toe te laten.

Wat ‘Hoe heurt het eigenlijk’ anders maakt dan eerdere programma’s van bijvoorbeeld Gert Jan Droge is het nogal stichtende karakter. Als kijker word je ook op allerlei manieren duidelijk gemaakt hoe je wel en niet zou moeten leven, wat beschaafd is en wat nastrevenswaardig is. En dat is de nouveau-riche overduidelijk niet. Het oude geld wel want dat heeft tradities, sociaal besef, eet met mes en vork en lepelt geen vaten rose naar binnen maar drinkt een glas goede rode wijn op zijn tijd.

Het stichtende karakter van het programma heeft inmiddels ook geleid tot heel serieuze beschouwingen in kranten. Een van de meest hilarische is wel een beschouwing in de Volkskrant donderdag 4 november waarin werd betoogd dat wij Jort Kelder, als onze nationale polderdandy, dankbaar mogen zijn omdat hij een grote bijdrage zou leveren aan de ‘heropvoeding van Nederland’.
Ofwel, de landerijen zullen wij met zijn allen nooit bezitten, de familienamen ook niet, maar beschaafd gedrag leeft de oude adel ons voor.

Ik vind dat uit zo’n geleerde analyse in de krant vooral een nogal wonderlijke nostalgie naar de 19e eeuw spreekt. De redenering die wordt gehanteerd is eenvoudig. Weliswaar is de rijkdom waar de ontwikkelde smaak op rust, niet binnen ons bereik maar dat neemt niet weg dat we wel degelijk de goede omgangsvormen kunnen kopiëren.
Laat ik het eens bout zeggen. Zoals in de 19e eeuw, zijn armoede en een gebrek aan kansen geen excuus voor slechte manieren.

Wat mij betreft maakt ‘hoe heurt het eigenlijk’ met haar stichtende boodschap en de analyse in de Volkskrant die er op voortbouwt, deel uit van een maatschappelijke en politieke ideologie waarmee ik moeite heb. Het is de ideologie van ‘de eigen verantwoordelijkheid’ die al jaren een grote populariteit geniet.
Het is ook de ideologie waarbij de omstandigheden waarin je leeft, de armoede waar je aan bent blootgesteld, het gebrek aan kansen om hoger op te komen, nooit een argument kunnen zijn voor het gedrag dat je vertoont.
Natuurlijk klopt dit wel op het niveau van het individu. Simpel, als je arm bent en je gaat jatten, dan kan je armoede misschien een verzachtende omstandigheid zijn maar je bent ook gewoon verantwoordelijk voor je criminele gedrag en verdient daar straf voor. Bovendien, voor opgroeiende jongeren in onze samenleving die zich schuldig maken aan crimineel gedrag, geldt ook dat ze weliswaar zelden voortkomen uit de hoogste economische klassen, maar ze wel degelijk kansen hebben. Ze hoeven niet te straatroven omdat er anders geen brood op de plank is. Ze kunnen naar school, er is werk (hoewel de jeugdwerkloosheid relatief hoog is) en ze kunnen een legaal bestaan opbouwen. Dat ze kiezen voor criminaliteit en het terroriseren van anderen, daarop mogen zij – 1 voor 1 – worden aangesproken, evenals de ouders die hen opvoeden.

Maar met het veroordelen van individueel wangedrag en het tot voorbeeld maken van de oude adel ben je er niet als je de staat van een samenleving wil begrijpen. Als je bijvoorbeeld de criminaliteit wil verminderen, de sociale problemen van werkloosheid, van lethargie of een armoedecultuur van mishandeling en uitbuiting wil begrijpen. Laat staan dat de voorbeeldige omgangsvormen van het oude geld en de elites, ook maar het begin van een oplossing vormen voor de vermindering van die problemen.

Ik wijd uit over ‘Hoe heurt het eigenlijk’ omdat ik de populariteit van de boodschap, blijkbaar ook onder sommige intellectuelen, zeker op dit moment, nogal wrang vindt. We leven in een economische periode waarin de tegenstellingen tussen arm en rijk, kansarm en kansrijk, mondiaal, in de Verenigde Staten, in Europa en in Nederland snel toenemen. We leven ook in een periode waarin het geloof in vooruitgang, het geloof dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij, zwaar onder druk staat.
Het was precies dat geloof dat het zondagse uitje van mijn moeder en mij tot vrolijk, oppervlakkig vertier maakte dat vrij was van elke vorm van rancune.
Er kon toen namelijk geen twijfel over zijn dat ik als dochter uit de middenklasse – als ik me een beetje gedroeg – meer kansen zou krijgen dan mijn moeder, dat ik een goede opleiding zou kunnen gaan volgen, dat ik werk zou vinden, een huis, dat ik verre reizen zou kunnen maken en verder alles zou kunnen doen wat ik wilde.

Dat tij is gekeerd.
In de eerste plaats voor de mensen met de laagste inkomens maar ook voor de middenklassen.

Europese middenklassen

In het prachtige boekje ‘Ill fares the land’, beschrijft de Britse historicus – en helaas vorig jaar overleden – Tony Judt, de geleidelijke teloorgang van de westerse verzorgingsstaten, en het verdwijnen en verminderen van kansen op sociale stijging van kinderen uit de lagere sociale klassen en de middenklassen.
Hij beschrijft hoe vooral in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk na bijna een eeuw van economische groei en welvaartsspreiding (ruwweg vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1980), deze tot stilstand zijn gekomen. Er is zelfs sprake van een omgekeerde beweging.

Al in de tien jaar voorafgaand aan de kredietcrisis in 2007 daalde het gemiddelde inkomen van gewone Amerikanen en werd hun geloof in vooruitgang op de proef gesteld. Voor veel burgers gold dat hun huizen hun enige stabiele kapitaal waren. Uit een studie van de Amerikaanse journalist Don Peck blijkt dat aan het begin van 2011 die huizen bij 1 op de 4 middenklasse-gezinnen een nauwelijks nog te dragen schuldenlast is, terwijl 1 op de 7 gezinnen wordt bedreigd door uitzetting en faillissement.
55% van de gewone Amerikanen heeft sinds de crisis te maken gekregen met werkloosheid, vermindering van uren of een forse salarisdaling. Volgens Peck veranderen in de nasleep van de economische crisis de levens van mensen ingrijpend: de verbondenheid tussen generaties staat onder druk, werkloze mannen verliezen hun positie tegenover hun vrouwen en kinderen, jongeren missen toekomstperspectief en zijn somber en voelen zich in de steek gelaten. Ook Tony Judt deelt deze sombere analyse. Hij spreekt van pathologische sociale problemen die horen bij harde klassentegenstellingen: stijgende kindersterfte, verminderende levensverwachting, criminaliteit, een geharde en onverbeterlijke gevangenispopulatie, werkloosheid, obesitas, teenage-zwangerschappen etc. etc.

Judt is de eerste om – terecht – een onderscheid aan te brengen tussen de Verenigde Staten en Groot Brittannië enerzijds en de meer gelijkmatige noord-Europese samenlevingen zoals Nederland anderzijds. Hier zijn de inkomenstegenstellingen nog altijd veel kleiner en is de toegang tot bijvoorbeeld goed onderwijs en relatief goede gezondheidszorg veel beter gewaarborgd. Dat neemt niet weg dat ook in Nederland, net als in andere Europese landen sprake is van een neergaande lijn. De inkomenstegenstellingen groeien en door de bezuinigingen vermindert de toegang tot de publieke voorzieningen voor de lagere en middeninkomens. Denk bijvoorbeeld aan de bezuinigingen op de kinderopvang, de gezondheidszorg, de PGB’s, het onderwijs, de universiteiten en de cultuur.

Tony Judt heeft bovendien een andere boodschap. Hij beschrijft groeiende ongelijkheid niet alleen als onrechtvaardig in zichzelf, maar ook als gevaarlijk voor de sociale en democratische stabiliteit van de samenleving: de geleidelijke toename van sociale en culturele spanningen, de vlucht in extremisme en de snel afbrokkelende bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen, om solidair te zijn – rechtstreeks en via het gezamenlijke betalen van belastingen.
Al deze ontwikkelingen zien we ook in Nederland. De intolerantie jegens elkaar neemt toe, net als de rancune, burgers vluchten naar de politieke flanken en verliezen hun bereidheid – hun stemgedrag is daar een uiting van – om (bijvoorbeeld via belastingen) te investeren in de publieke sfeer, in cultuur, in versterking van het onderwijs, of bijvoorbeeld in ontwikkelingssamenwerking die het lot van de allerarmsten iets verbetert.
Kortom, de groeiende ongelijkheid leidt tot toenemende maatschappelijke tegenstellingen en afnemende solidariteit. Dit ondermijnt geleidelijk het vermogen van een samenleving en haar politici om door inkomensmaatregelen en investeringen in de publieke sector, alsnog het tij te keren.

Afrika

Goed tot hier mijn enigszins sombere analyse van de staat van onze ‘westerse’ samenleving. Nu wil ik met u een hele grote stap maken naar Afrika, als brandpunt van de derde wereld.
In 2009 publiceerde de van oorsprong Zambiaanse econome Dambisa Moyo het boek ‘Dead Aid: Why Aid is Not Working and How There is a Better Way For Africa’. Zij bekritiseert hard en grondig ontwikkelingssamenwerking als een manier om de armoede in Afrika in stand te houden en gewone gezonde economische groei af te remmen. Tegenover de, weinig zoden aan de dijk zettende donaties van Westerse landen, plaatst zij de investeringen die een weinig democratisch land als China in Afrika doet, als duurzamer en toekomstgerichter.
Het hoeft weinig verbazing te wekken dat het boek – zacht gezegd – op een onstuimige ontvangst kon rekenen, temeer daar het al snel een internationale bestseller werd die ook graag door politici geciteerd werd, zoals de president van China. Conservatieven en neoliberalen die Afrika al lang als een bodemloze put beschouwden, zagen in het boek – ook nog geschreven door een Afrikaanse – een mooie aanleiding om alle ontwikkelingshulp stop te zetten. De ontwikkelingsindustrie beschouwde het als een dolksteek in de rug en schreeuwde moord en brand – Bono van U2 voorop – dat Moyo een neo-conservatieve agent was en niet vertrouwd kon worden. De heftige polarisatie rond het boek is begrijpelijk maar ook jammer omdat Moyo’s analyse wel degelijk hout snijdt voor Afrika, net als voor Europa en de Verenigde Staten.

Haar stelling is dat de grote afhankelijkheid van hulpprogramma’s die de afgelopen halve eeuw in Afrika is ontstaan, heeft verhinderd dat er sprake was van gewone economische groei, van stijgende inkomens voor Afrikanen en van de opbouw van democratische rechtstaten. De hulp richtte zich vooral op het verlichten van de ergste armoede en nood, maar creëerde onbedoeld ook afhankelijkheid daarvan.
Bijvoorbeeld in een land als Kenia, waarmee het relatief goed gaat, gaat 70% van het nationaal budget op aan salarissen van politici en overheidsfunctionarissen. Een groot deel van de gewone overheidsinvesteringen in de samenleving komen uit ontwikkelingsbudgetten.

Tegelijkertijd beschrijft Moyo – en dat is een belangrijk punt – ontbraken werkelijke economische investeringen uit Europa en de Verenigde Staten in Afrikaanse landen, terwijl het westen tegelijkertijd zijn grenzen zo goed als gesloten hield en houdt voor grootschalige import uit Afrika. Niet alleen was er sprake van groeiende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp, er was in veel Afrikaanse landen ook nauwelijks een alternatief voor in de vorm van economische activiteiten die inkomen opleveren.
Door hulpafhankelijkheid en de afwezigheid van economische bloei kennen veel Afrikanen, volgens Moyo, weinig mogelijkheden voor sociale stijging, de armoede is groot en wordt bepaald niet kleiner, de inkomensafstanden zijn immens. Tegenover een enorme populatie van armen staat een kleine groep van exorbitante rijken, die vaak corrupt is en in het bezit van de politieke macht. Veel andere smaken dan heel arm en heel rijk zijn er nauwelijks: middenklassen bestaan maar summier en vooral in de landen waarmee het naar verhouding redelijk of goed gaat.

Ik ben het maar ten dele met Moyo eens. Ik denk dat zij de ontwikkelingshulp veel te veel verantwoordelijkheid geeft voor de miserabele staat van veel Afrikaanse landen; andere – geografische, etnische, historische en politieke – redenen spelen een minstens even grote rol. Bovendien denk ik dat zij een veel beter onderscheid dient te maken tussen noodhulp, zoals nu in de Hoorn van Afrika en langer lopende ontwikkelingsprogramma’s.
Ik wil deze lezing ook niet gebruiken om de aard van ontwikkelingssamenwerking verder te bekritiseren. Niet alleen wordt die discussie al hevig gevoerd, je ziet ook bij veel hulporganisaties een grote verandering in de hulp die zij bieden. Veel meer dan in het verleden richt die zich op de opbouw van bedrijfjes en het versterken van de economische structuur van landen, en de werkgelegenheidskansen van mensen.

Ik haal Moyo aan vanwege een andere centrale boodschap van het boek: wat heeft Afrika nodig?
Moyo stelt dat Afrika werkelijke economische investeringen nodig heeft die leiden tot de opbouw van een sterke en politiek bewuste middenklasse.
Het is deze middenklasse die in staat zal zijn om belastingen te betalen, en die – als zij een perspectief hebben op sociale stijging en een betere toekomst voor hun kinderen – dat ook willen doen.
Moyo’s stelling is dat de corruptie en het vergaande politieke misbruik dat zoveel Afrikaanse landen kennen, ook wordt mogelijk gemaakt omdat burgers geen belang hebben bij de verandering ervan. Ze zijn arm, voor hun inkomsten afhankelijk van buitenlandse hulp en missen elk perspectief op werkelijke verbetering voor zichzelf, hun kinderen en de samenleving. De sociale problemen waarmee zij worstelen zijn zo groot, de cultuur van armoede zo diep geworteld, dat er nauwelijks ruimte is voor solidariteit met elkaar.
Moyo stelt dat – en dat beschouw ik als haar belangrijkste claim – dat alleen de opbouw van middenklassen, zal leiden tot de politieke en democratische verandering die zo veel Afrikaanse landen heel erg hard nodig hebben. Als Afrikaanse burgers een beter inkomen krijgen, belasting gaan betalen, dan zullen zij ook hardere eisen gaan stellen aan de politici die hun geld besteden. Het is dan namelijk hun geld – en geen ontwikkelingsgeld – dat verdwijnt in corrupte zakken. Het is hun geld dat bestemd is voor het onderwijs van hun kinderen, voor gezondheidszorg en voor het bijstaan van armen.

Hier raakt de analyse van Moyo, zij het over een heel ander en oneindig veel kwetsbaarder continent, aan de redenering van Judt. Ook Judt betoogt dat duurzame welvaart en maatschappelijke stabiliteit voor een belangrijk deel op de middenklassen rusten en op een geringe afstand tussen de hoge en lage inkomens: bij een gelijkmatige spreiding van welvaart, gebonden aan een werkelijk perspectief op sociale stijging, zijn de sociale problemen beheersbaar en zijn mensen bereid en in staat tot werkelijke solidariteit.
Hoe ver Afrika hier misschien nog van verwijderd is, en hoe onbegaanbaar misschien ook de route lijkt, Moyo pleit voor een volwassen en eerlijke omgang met Afrikaanse landen. Zij pleit voor werkelijke economische investeringen, zoals – inderdaad – China dat nu doet, en die in de eerste plaats gewone ‘hardwerkende’ Afrikanen ondersteunen. Terzijde, we hoeven geen rooskleurig beeld te hebben van de motieven van Chinezen om te investeren, maar dat maakt het ook niet per se slecht. Bijvoorbeeld in Liberia, waar ik dit voorjaar was, zijn Chinezen in grote getale aanwezig vanwege de rijkdom aan grondstoffen van het land. Maar je ziet ook overal Chinese winkels en kleine restaurants. Aan de rand van de hoofdstad Monrovia wordt een grote universiteit gebouwd met Chinees geld. Dat maakt – hoe dan ook – een daadkrachtiger indruk dan de Unicef-posters die je verderop in de jungle ziet: ‘also boys like to do the dishes’.

Net als Judt pleit Moyo vooral voor de opbouw van meer egalitaire samenlevingen waarin de rijkdom eerlijker wordt gedistribueerd, de inkomensafstanden kleiner zijn en waar via de belastingen en via politieke inmenging mensen betrokken zijn bij het welzijn van elkaar en van hun land.

Ik denk dat velen van u, die hier vandaag aanwezig zijn, een wat grotere dan gemiddelde belangstelling hebben voor ontwikkelingssamenwerking en worstelen met de vraag hoe wij de derde wereld kunnen helpen. Zoals Peerke Donders, de naamgever van deze lezing, dat meer dan een eeuw geleden deed in Suriname.

Hoe kunnen wij Afrika helpen?

Met het beantwoorden van deze vraag wil ik deze lezing afronden.
In de eerste plaats door ons zelf te helpen. Hoe moeilijk ook de economische periode die wij doormaken, hoe hoog de nood aan bezuinigingen ook is, juist nu moeten wij er naar streven om de inkomensafstanden in onze samenleving niet verder te laten vergroten, en onze publieke sfeer niet te laten verloederen. Alleen als onze samenleving in de toekomst een rechtvaardige is, die gelijke kansen op onderwijs, werk en welzijn kent voor mensen uit alle inkomensklassen, zal er de bereidheid zijn en blijven om over onze schutting heen te kijken en een open oog te hebben voor de noden in Afrika.

In de tweede plaats, door tegelijkertijd onze omgang met Afrika te veranderen. Anders dan Moyo denk ik dat hulp – en zeker noodhulp – voorlopig noodzakelijk zal blijven. Maar wij moeten ons meer en meer concentreren op het investeren in duurzame economische groei in Afrika. Via microkredieten, via venture capitalists die kleine bedrijfjes (taxi-, telecombedrijfjes) helpen starten, via publieke organisaties die mensen trainen in politieke en democratische weerbaarheid, zoals nu door een aantal NL’se organisaties in de landen van de Arabische lente wordt gedaan. We zullen ook eerlijke handel moeten gaan toestaan. De benadeling van Afrika die het gevolg is van protectionisme en tarfiefmuren, is absurd – zeker in het licht van de grote armoede die daar is en de hulp die er vanuit Europa naar toe wordt gezonden.

Als ik terugdenk aan de zondagse ritjes met mijn moeder, moet ik altijd een beetje grinniken, Vanwege het schaamteloze naar binnen loeren natuurlijk, maar ook vanwege de volledige afwezigheid van jaloezie en rancune bij andermans uitgestalde rijkdom. In ons leven zat namelijk ruimte en perspectief genoeg om niet afgunstig te zijn.

Ik hoop dat mijn dochter ooit, met haar dochter (wie weet?) zo’n zondags ritje maakt, vrolijk en enkel licht gegeneerd, wetende dat ook zij alle ruimte hebben om zich te ontwikkelen en ontplooien.
Sterker, ik hoop dat over enige tijd een vrouw in Monrovia met haar dochter een ritje naar de buitenwijken maakt. En zich dan vermaakt. Sans rancune, omdat zij het zelf ook goed hebben.

Deze lezing werd uitgesproken op 6 november in Tilburg, ter gelegenheid van de Peerke Donderslezing op 4 november 2011

maandag, 31 oktober 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

niet zo’n gelukkige kop, maar allah

In duurzaam, app, evenementen, parade, sebastiaan capel, westergasfabriek, wildplassen, amsterdam, burgemeester, en meer.

Hmm, ‘als bezoekers in je tuin staan te pissen, neemt het draagvlak snel af’. Waarom ik niet ‘urineren’ of gewoon ‘plassen’ heb gezegd tijdens het interviewtje is me even ontgaan. Maar waar is het wel: licht aangeschoten mannen die de vrijheid nemen om hun blaas te legen tegen elk willekeurig verticaal stukje stad zijn een doorn in het oog van velen. Vooral tijdens grote evenementen, zoals de Gay Pride of de huldiging van een willekeurig elftal, zijn wildplassers in grote hoeveelheden te bewonderen. Dat is vies en zorgt voor irritatie bij buurtbewoners en niet-plassende bezoekers. En daarom zouden er meer plasvoorzieningen in de stad moeten komen.

Dit is slechts één van de voorstellen die D66′er Sebastiaan Capel en ikzelf doen in het initiatiefvoorstel ‘Een duurzaam evenementenbeleid: drie kansen voor Amsterdam’. Zo willen we ook graag dat er een app ontwikkeld wordt bij evenementen die verwachten meer dan 5000 bezoekers te trekken, die dan in plaats komt van een toegangskaartje en plattegrond. Dat scheelt weer rotzooi op straat! Ook zou het goed zijn als evenementen beter bereikbaar worden met fiets en openbaar vervoer. Zo is de Westergasfabriek prima te bereiken met de fiets, maar dan moet je wel weten waar je ‘m neer kan zitten. Hetzelfde geldt voor de Parade in Amsterdam Zuid.

Zes-en-twintig voorstellen doen we. Die hoeven echt niet allemaal uitgevoerd te worden: we willen graag met dit voorstel inspiratie geven aan het College van Burgemeester en Wethouders om zelf met duurzame voorstellen te komen die ervoor zullen zorgen dat de grote evenementen in de stad meer rekening houden met de omgeving. Duurzame mobiliteit, duurzaam productbeheer en duurzame communicatie: drie kansen voor Amsterdam. Lees hier het voorstel!


zondag, 30 oktober 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Waarom ik nog bij GroenLinks zit

In gemeenteraad zwolle, landelijke politiek, gemeenteraad, groenlinks, lokale politiek, zwolle, politiek, activiteiten, architectuur, en meer.

‘Zo dus jij zit nog wel steeds bij GroenLinks’ – ironisch grijnzend schoof een voormalig partijlid en trouw bezoeker van de ledenvergaderingen aan, toen ik deze zomer tijdens een van de activiteiten bij ons in de wijk aan de bar van ‘sociaal-culturele vereniging’ Eureka aan het Assendorperplein een biertje zat te hijsen. Hij was een van de mensen voor wie de naïeve opstelling van de Kamerfractie rond de ‘politietraining’ in Kunduz de druppel was geweest die terechtkwam op een emmer vol onvrede over de vrijzinnige koers van de landelijke partij. Het kostte onze afdeling maar liefst drie oud-fractievoorzitters en een aantal andere leden, van wie sommigen net als mijn bargenoot van die middag al wel eens eerder hadden aangegeven bij landelijke verkiezingen socialistisch te stemmen.
‘Ja, ouwe overloper,’ riposteerde ik, ‘ik ben nog steeds lid, actief in de raadszaal en elders in de stad.’ We waren het snel eens over de klunzige Kunduz-aanpak en de verstrengeling van Mariko Peters (nee niet van belangen, maar wel van wat anders, meenden we als mannen met bier aan de bar). En zo bleef de ontmoeting toch nog gezellig. ‘Ik schrijf wel eens in een column waarom ik desondanks bij GroenLinks blijf’, zo hield ik me een vervelende woordenwisseling van het lijf. Ik had gewoon zin in een vrije middag.
Hier is die dan.

Direct
Toen ik een klein decennium geleden besloot politiek actief te worden heb ik heel bewust gekozen voor de lokale politiek. Ik wil mijn steentje bijdragen aan het verbeteren van mijn directe leefomgeving en die van onze en alle kinderen. Hier in de stad is demokratie nog lekker ‘direct’.
Ik fiets naar de andere kant van de stad om met een bewoner ter plekke te bekijken wat de problemen zijn bij hem om de hoek bij het kruispunt van een hoofdfietsroute in de wijk met een auto-ontsluitingsweg en bel met de ambtelijk projectleider om de complicaties die ik heb ontdekt door te spreken. Ik ga op de Grote Markt in discussie met iemand van de stichting Levende Stadsgeschiedenis over het gebruik van eigentijdse architectuur in onze oude binnenstad, die sinds de Middeleeuwen in een eeuwenlange opeenvolging van bouwstijlen zijn huidige karakter kreeg. Ik speel met mijn kinderen in het stadspark en snak naar de komst van een horecapaviljoen met een terrasje aan de parkvijver, maar ik ken en snap heel goed de bezwaren van omwonenden als de gemeente aanstuurt op een soort partycentrum.

Hier loop je tijdens een wijkplatform de mensen die zich net als jij druk maken over het reilen en zeilen in hun woonomgeving tegen het lijf. Hier word je in de raadszaal rechtstreeks aangesproken door leden van een actiecomité die net als wij het buitengebied rond de bestaande stad groen willen houden. Hier zie je de gevolgen van de beslissingen die je neemt met eigen ogen: er wordt een fietsstraat aangelegd waar je je jaar na jaar sterk voor hebt gemaakt, er worden ondanks niet-in-mijn-voor-en-achtertuin-bezwaren toch woningen gebouwd op een jarenlang leeg gebleven veldje, zodat het beleid van ‘inbreiding’ in de bestaande stad realiteit wordt, en een prachtig stukje ‘binnentuin’ in het zuidelijke stadsdeel blijft na jaren strijd groen en wordt toegankelijk gemaakt voor het publiek.

Daarom ben ik nog steeds actief in de lokale politiek.

Onze fractie werkt systematisch aan een duurzaam, groen, sociaal én ‘kleurrijk’ Zwolle en daarin onderscheiden we ons van alle andere partijen in de stad.
Geen enkele partij is tégen Zwollenaren met een kleurtje, roze driehoek of afwijkende leefstijl, maar GroenLinks Zwolle strijdt ronduit vóór behoud van de multiculturele samenleving en pleit niet voor integratie maar voor ‘samen-leven’. En bij ‘samen’ horen voor ons vanzelfsprekend ook mensen met een fysieke beperking of mensen die om welke reden dan ook zichzelf tijdelijk, langdurig of levenslang niet kunnen redden.
Sommige partijen – hier in de stad ook linkse partijen – zien in cultuur een makkelijke bezuinigingsprooi, maar GroenLinks wijst op de intrinsieke waarde ervan en op de meerwaarde van cultuur in de breedste zin van het woord voor een levendige, aantrekkelijke en (ook economisch) bloeiende stad. Ook cultuur zorgt voor een ‘kleurrijke’ stad.
Sociaal vindt elke partij zichzelf. Maar bij GroenLinks strekt solidariteit zich ook in één adem uit over de rest van de wereld.
Alleen GroenLinks springt steeds op de bres voor biodiversiteit, een schone lucht en het kleine en het grote ‘groen’ in en om de stad, of het nu gaat om mussenhagen, bermen die beter door schapen dan door machines kunnen worden gemaaid of complete uitloopgebieden in de stadsrand waar de stadsbewoners schone lucht en rust opsnuiven.
En – last but not least – voor GroenLinks is duurzaamheid geen marketing-imago waar geld mee te verdienen valt, maar gaat het er echt om dat onze planeet het volhoudt (zonder planet geen people, laat staan profit, zeg ik altijd maar, als ‘de drie P’s’ weer eens in evenwicht moeten zijn volgens de beleidsmakers).

Daarom zit ik nog steeds bij GroenLinks.

Ennuh… als je dit nou leest, hè, moet je dan eigenlijk ook niet toegeven: eigenlijk was het fout om jullie in de steek te laten!


donderdag, 20 oktober 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Bezetten om te bevrijden

*Dit blog is het artikel dat ik schreef voor de Opinie pagina van het Friesch Dagblad, geplaatst 20/11/2011.

 

Door het mooie weer werd het feestelijk. De stemming was goed: er waren originele teksten op borden en spandoeken en er liepen nogal wat ludiek uitgedoste mensen rond. Via de (goede) geluidsinstallatie die aan de zijkant van het Beursplein was opgesteld, kon iedereen haar en zijn verhaal kwijt. Daar werd veel gebruik van gemaakt; analyse, zorg, woede en lied werden gedeeld. De groeiende massa maakte via klappen, juichen, boe-roepen of zwijgen hun reacties kenbaar. Niemand regelde dat, er waren geen leiders, er was geen programma, het ging zoals het ging.

Het was 15 oktober 2011, de eerste dag van #OccupyAmsterdam.

 

Amsterdam en Den Haag volgen met vele andere Europese steden de beweging die in Egypte tijdens de Arabische Lente begon en deze zomer oversloeg naar Spanje. Een maand geleden is dit plein-protest overgenomen door Amerikanen die de beurs op Wall Street onder vuur nemen als metafoor voor het ontspoorde kapitalistische systeem. Eerst nog niet geheel serieus genomen door de traditionele media, heeft de Occupy Movement in New York en talloze andere Amerikaanse steden voet aan de grond gekregen door de snelle en autonome berichtgeving via de nieuwe media.

 

Al heeft Nederland geen dictator te verdrijven en zijn hier nog goede CAO´s van kracht, ook in dit rijke en welvarende land wordt de noodzaak tot verandering gevoeld. Ook hier gaat de ziektekostenverzekering weer omhoog, worden pijnlijke bezuinigingen doorgevoerd maar de aanschaf van het dure JSF vliegtuig is nog niet geschrapt. Maandag kwam Philips met het bericht dat er in Nederland 1400 banen zullen verdwijnen terwijl er voor miljoenen winst is ingeboekt in het afgelopen halfjaar. Het verhaal is niet meer uit te leggen.

Overal klinkt het verwijt dat de samenleving teveel 'money-driven' en 'fear-based' is.

Het internationale karakter van het protest is verklaarbaar; het besef dat we dezelfde planeet bewonen, dezelfde lucht inademen en ons financiële systeem wereldwijd samenhangt dringt bij iedereen door. De illusie dat een land zich buiten de ontwikkelingen in de wereld kan houden door grenzen te sluiten, blijkt vervlogen.

De rampen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden herinneren ons eraan dat niet alles ´onder controle´ is. Vanuit de grote belangen die er op het spel staan wordt snel gezegd dat we rustig kunnen gaan slapen, maar de werkelijkheid laat zich niet meer verdoezelen.

 

Om deze reden groeit de beweging die zich richt op Global Change, snel; het begint bij steeds meer mensen door te dringen dat niet alleen de arme landen of de werk- en daklozen in de rijke landen getroffen (zullen) worden door de crisis. In één van de You Tube filmpjes vertellen afgestudeerden en mensen uit de middenklasse in New York dat hun toekomst uitzichtloos is. Dat betrekt mensen uit alle geledingen bij dit protest. Door die bewustwording is de strijdkreet ontstaan: “Wij zijn de 99%”; de constatering dat een kleine groep rijken rijker wordt en de grote groep armen armer. Dat is niet alleen in Amerika het geval.

De gevolgen van het begrotingstekort in Griekenland zullen vooral voor de gewone man en vrouw heel ingrijpend zijn en de toekomst van andere Europese landen is net zo onzeker. Er is in feite sprake van chaos.

In de chaostheorie is er een fase dat oorzaak en gevolg zijn omgedraaid. Dat is nu het geval: de banken helpen de samenleving niet meer, maar de mensen moeten de banken helpen*.

Maar diezelfde mensen willen hun toekomst niet meer laten bepalen door leiders met wie ze geen contact hebben en die ze niet meer vertrouwen; die onderdeel van het systeem geworden zijn en daarmee – vaak onbedoeld - deel van het probleem.

 

Het moment van ´critical mass´ lijkt bereikt; een bepaalde hoeveelheid ten opzichte van het totaal, veroorzaakt een wijziging. Het aantal mensen dat een factor van betekenis vormt bestaat uit mannen én vrouwen met diverse achtergronden, van verschillende leeftijden, uit allerlei landen en culturen én een gezamenlijke gevoelde urgentie tot verandering.

Wát voor veranderingen en langs welke weg die gaan plaatsvinden is in deze fase nog niet helder. De ´wijsheid van gewone mensen´ en een zo breed mogelijk gedragen overleg lijkt de aangewezen route voor de komende tijd. De behoefte aan leiderschap is minimaal, het verlangen naar onderlinge verbinding sterk; een proces van zoeken naar inhoud en vorm, decentraal, SLOW en zelforganiserend, om draagvlak te creëren.

De protest-pleinen zullen nog wel even blijven, zelfs nodig zijn. Want op dit moment heeft niemand de oplossing paraat. En wie dat wel denkt te hebben, heeft niet goed gezocht!*

 

Ineke M. Verdoner

 

* in afstemming met Jaap Peters (Slow Management) enkele citaten w.o. van de dichter Kopland.

 

artikel Friesch Dagblad

zondag, 16 oktober 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

[Recensie] De schaamte voorbij – Anja Meulenbelt

In boeken, maatschappij, anja meulenbelt, de schaamte voorbij, emancipatie, feminisme, recensie, lezen, persoonlijk, en meer.

De schaamte voorbij was een van de boeken waarvan ik al vaker had bedacht dat ik het ooit eens moest lezen. Een van de vele op de lijst boeken die ik ooit nog eens moet lezen, en daarom was het er nooit van gekomen. Maar nu stond het voor het grijpen, in de boekenkast bij K. die ik stelselmatig plunder ondanks de omvangrijke collectie thuis, omdat de boeken aan de overzijde altijd groener zijn, en zo kwam het er dan van om het te lezen.

Het is een heel toegankelijk boek, een eenvoudig geschreven persoonlijk verhaal van de schrijfster. Ik moest aanvankelijk wel even wennen aan de socialistiese spelling en het gebrek aan interpunctie, maar het draagt op een of andere manier wel bij aan het boek, geeft de lezer het gevoel dat het direct en eerlijk is, zonder opsmuk.

Het boek begint vooral met een heleboel passerende mannen. Een redelijk tragisch verhaal over een mislukt huwelijk, waarvan ik me moeilijk kan voorstellen dat iemand zich erin laat opsluiten – gelukkig maar. En daarna een heleboel relaties met mannen die allemaal hetzelfde flikken, zodat ik me afvroeg waarom ze dat toch steeds maar accepteerde. Om me vervolgens te realiseren dat ik misschien ook wel zo mijn fouten heb gemaakt, in relaties of daarbuiten, maar in ieder geval ook in situaties heb gezeten waarvan ik achteraf dacht dat ik dingen verder had laten komen dan ik had gewild. Wat dat betreft is het toch wel herkenbaar.

Gaandeweg ontwikkelt Anja, leert meer over allerlei politieke en maatschappelijke stromingen, over feminisme, en uiteindelijk vindt ze haar plaats in de vrouwenbeweging. De beschrijving van de onderlinge relaties in de feministische kringen waarin ze verkeert is fascinerend. Variërend van voor mij herkenbare ervaringen van te veel vrouwen bij elkaar die hun onzekerheden op elkaar afreageren, tot de meer praktische kanten van hoe het er aan toe ging in die tijd, in die groepen, wat op zich al erg interessant is om te lezen omdat het zo ver af staat van mijn eigen leven.

Het laatste stukje van het boek vind ik het mooist. Er komt langzaamaan meer lijn in het boek. Niet meer een aanhoudende stroom mannen, maar een duidelijke verandering in het leven van Anja. Zelfstandiger, met antwoorden op lastige vragen. Kritischer, bijvoorbeeld als ze zich afvraagt wat de term ‘gemengd huwelijk’ op de cover van een tijdschrift nou weer betekent, omdat huwelijke toch altijd gemengd zijn? Ik vond dat een grappig detail, omdat ik herken hoe onzinnig dingen soms eigenlijk zijn als je er meer over nadenkt.

Ondanks dat het boek al wat ouder is en misschien niet meer zo vernieuwend is om te lezen als toen het uitkwam, denk ik dat er nog voldoende in zit wat interessant is voor de lezer van nu. Het omgaan met verwachtingen van anderen is van alle tijden, de onzekerheden over je lichaam, de nadelen van anticonceptie (die altijd voor de vrouw zijn, zoals ik hier eerder al eens geschreven heb), of de keuze tussen geld en idealen, tussen doen wat je hart je ingeeft en wat praktisch is. Herkenbaar zijn bijvoorbeeld de stukken over moe zijn van alles wat je uit overtuiging doet naast je verplichtingen, de tijd die erin gaat zitten die ten koste gaat van persoonlijke relaties, de plaatsen waar je niet aangenomen zult worden vanwege je meer of minder uitgesproken opvattingen.

Maar ook met de emancipatie zijn we nog lang niet klaar als je het mij vraagt. De tijd van feministische protesten om het recht op abortus bespreekbaar te maken staat ver van me af, maar de minder duidelijke kanten van vrouwenonderdrukking die beschreven worden zijn er ook nu nog. De afgelopen week heb ik meerdere discussies en opmerkingen voorbij horen komen over werkende moeders. Nog steeds groeien vrouwen op met het idee dat het heel normaal is om je baan op te geven voor je kind, terwijl je man 40 uur werkt. Ik was onlangs nog getuige van een zwangere vrouw die gevraagd werd of ze bleef werken. Waarop deze verbaasd reageerde en zei dat ze ergens eten van moest betalen. Een houding die – helaas, wat mij betreft – nog steeds niet helemaal normaal gevonden wordt.

Wat mij betreft zouden alle meisjes De schaamte voorbij mogen krijgen op hun zestiende verjaardag. Zodat het ze kan aanzetten om na te denken over hoe ze hun leven willen leiden, welke positie ze willen innemen in een relatie, in een bedrijf, en in de samenleving als geheel, en om te leren over de vrouwen die in het verleden al gevochten hebben voor hun rechten. De maatschappij is misschien veranderd, maar de onderliggende structuren zijn helaas nog niet zo anders dat dit boek volledig achterhaald is.


Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Nobelprijswinnaar? Reken maar!

In mannen, nobelprijs, statistiek, vrouwen, wetenschap, nederlanders, vrouw, afrikaans, amerika, en meer.

Zaterdagochtend stond er een interessant stuk in de wetenschapsbijlage van de Volkskrant: wat voor’n mensen winnnen er wel of geen Nobelprijs. In het stuk zat een veelgemaakte wiskundige redeneringsfout, die te maken heeft met voorwaardelijke kansen en rekenen met ordes van grootte.

De centrale vraag van het stuk was wanneer je wel of geen Nobelprijs wint: het stuk stelde dat als je vrouw, niet-Amerikaans, Afrikaans, jong, zwart, getrouwd met een Nobelprijswinnaar, al eerder winnaar of ondergeschikt was je geen Nobelprijs (meer) zou winnen. Sommige van deze kenmerken zijn inderdaad gekoppeld aan een veel kleinere kans om een Nobelprijs te winnen. Maar voor anderen geldt het tegenovergestelde.

Er zijn 826 Nobelprijswinnaars geweest sinds 1901. Het is voor het rekenen gemakkelijk om dit uit te drukken in een orde van grootte. Laten we dus zeggen dat er 1000 Nobelprijswinnaars zijn geweest daarmee bedoel ik dat dit aantal veel groter dan 100 is en veel kleiner dan 10,000. Sinds 1901 zijn er orde van grootte 10 miljard mensen op de wereld. Er waren ongeveer 2 miljard mensen in 1900 en nu zijn dat er 7 miljard. Misschien er zijn we 14-15 miljard mensen geweest, maar we kunnen gewoon rekenen met de orde van grootte van 10 miljard.

De redenering bij het eerste kenmerk geslacht is correct: 50% van de wereldbevolking is vrouw en 5% van de Nobelprijslaureaten. Vrouwen zijn dus sterk ondervertegenwoordigd tussen de laureaten.

De redenering bij nationaliteit is al wat ingewikkelder. Er zijn 244 Nobelprijswinnaars in Amerika geboren. Dat is ongeveer 30% van de laureaten. Ongeveer 3% van de wereldbevolking woont in de VS. Dat is dus een grote oververtegenwoordiging; 10 keer zoveel Amerikanen wonnen de Nobelprijs dan je zou verwachten als ze proportioneel naar bevolking werden uitgedeeld. Maar andere landen zijn even sterk oververtegenwoordigd: 2% van de laureaten is Nederlander, tegenover zo’n 0.2% van de wereldbevolking. Dat betekent dat overtegenwoordiging van Nederlanders van dezelfde orde van grootte is als de oververtegenwoordiging van Amerikanen.

Een bovenmatig veel voorkomend achtergrondskenmerk van Nobelprijswinnaars is over hoofd gezien: 20% van de Nobelprijswinnaars is Joods en maar 0.2% van de wereldbevolking. De oververtegenwoordiging van Joden is een orde van grootte groter, dan de oververtegenwoordiging van Amerikanen of Nederlanders.

De grote redeneerfout zit bij de mensen die getrouwd zijn met Nobelprijswinnaars. De claim is dat als je trouwt met een Nobelprijswinnaar je minder kans hebt om te winnen. Acht Nobelprijswinnaars zijn getrouwd met een andere Nobelprijswinnaar. Dat is in beide gevallen orde van grootte een op de honderd. Van de rest van de wereldbevolking (orde van grootte 10 miljard) is, zelfs als we het heel grof rekenen, orde van grootte 1000 mensen getrouwd met een Nobelprijswinnaar. Een op de 10 miljoen. Mensen die met een Nobelprijswinnaar getrouwd zijn, zijn dus sterk oververtegenwoordigd op de lijst. Precies dezelfde redenering geldt voor de vier dubbele winnaars. Tussen de twee verhoudingen zitten enkele orde van grootten: 1:100 versus 1:10,000,000.

Met medewerking van Erik Woldhuis.

vrijdag, 14 oktober 2011

John Jorna

John Jorna

Europese Groenen discussiëren

In column van de week, europa, beleid, bezuinigen, economie, eu, green, green deal, groenlinks, en meer.

DE SOCIALE DIMENSIE IN HET EU-BELEID

Het sociale beleid in de EU is vrijwel geheel voorbehouden aan de lidstaten. Er zijn wat kleine elementen EU-beleid geworden zoals de gelijke beloning van mannen en vrouwen en (een poging om meer eenheid te krijgen in) de duur van het zwangerschapsverlof. Vroeger werd altijd gezegd, dat wij in Nederland zo’n fantastisch goed sociaal beleid hadden, dat we er alleen maar op achteruit zouden gaan als de EU zich ermee zou gaan bemoeien. Inmiddels is in Nederland op zoveel terreinen een verslechtering van het beleid opgetreden, dat we maar al te vaak moeten constateren, dat de EU ervoor zorgt, dat het niet te erg uit de hand loopt. Voor de huidige regering is het alleen maar mooi, dat de EU er buiten blijft. Ze kan rustig doorgaan met het uitkleden van de verzorgingsstaat.

De Europese Groene Partij, een bundeling van Groene partijen van allerlei Europese staten, al dan niet lid van de EU, wil wat betreft het sociaal beleid toch tot een gemeenschappelijke visie komen. Tussen al die partijen bestaan grote verschillen. Een document, te vinden op de site van de Werkgroep Europa van GroenLinks, tracht tot een definiëring van sociaal beleid te komen. Wat de EU daarbij zou moeten doen is nog niet duidelijk. Nu gaat het vooral om de sociale aspecten van de New Green Deal. Hoe creëer je groene banen? Hoe bereid je de werknemers daarop voor? In het tweede deel gaat het over sociale tegenstellingen. Bij GroenLinks hebben die de laatste jaren minder aandacht gekregen, omdat ,em vooral keek naar manieren om iedereen aan een baan te helpen. Dan verminder je de sociale verschillen ook. Je laat de mensen niet levenslang in een afhankelijke situatie. Daardoor lijkt GroenLinks ook in sociaaleconomisch opzicht een liberale partij te worden. Dat maakt mij af en toe best ongerust over deze koers. Wat doe je als het niet lukt iemand aan werk te helpen, zelfs niet aan werk, dat de gemeentelijke overheid jou aanbiedt? Maar het zou kunnen werken als je het combineert met scholing en de mensen steeds een trede hoger op de maatschappelijke ladder komen. Hoe zorg je dat werkgevers meewerken? Wat doe je met de beroepswerkloze? Er zijn mensen, die het wel mooi vinden altijd in een uitkeringssituatie te zitten en die weinig eisen stellen. Maar tijdens de discussie, die ik meemaakte ging het daar niet zozeer over.

Terug naar de EU, die op sociaal gebied niet of nauwelijks bevoegdheden heeft. De EU kan wel stimuleren door een sociaal beleid te ontwikkelen met duidelijk meetbare doelen. De uitvoering van dat beleid is aan de lidstaten. Ze moeten rapporteren. Wat is er van de doelstellingen terecht gekomen? Dat wordt gepubliceerd. Maar halen die cijfers de media? Worden er dan de volgende dag Kamervragen gesteld? Vergeet het maar. Het zou wel moeten! De EU kan bij falen geen sancties opleggen.

Het ontbreken van Europese regels kan zeer asociaal uitpakken. Jarenlang onderhield een Finse rederij een veerverbinding tussen Helsinki en Tallinn. Toen kwam Estland bij de EU. De rederij verplaatste zijn hoofdkantoor naar Tallinn en plotseling golden de veel slechtere Estse arbeidsvoorwaarden. Volgens het Europese Hof mocht dat, want er waren geen regels, die het verboden. Die lacune in de regelgeving wordt nu hersteld. Zo moet een Nederlandse onderneming zijn Poolse vrachtautochauffeurs betalen volgens de Nederlandse cao. De EU kan de Nederlandse regering erop wijzen, dat bezuinigen op onderwijs en innovatie slecht is voor de economie.

De EU heeft wel duidelijk beleid voor meer werkgelegenheid. Dat sociaaleconomische beleid kan helpen bij de bestrijding van de armoede en van regionale verschillen in welvaart. De EU heeft altijd een regionaal-economisch beleid gekend. Zo werden de oude mijnbouw- en industriegebieden geholpen bij de herstructurering van de economie en dat gold ook voor gebieden, waar arbeidsintensieve industrie verdween zoals de Twentse textielindustrie en voor eenzijdige agrarische gebieden, waar door de rationalisatie een enorme uitstoot van arbeidskrachten plaatsvond. Niet overal was dit beleid succesvol. Nieuwe wegen en industrieterreinen aanleggen leidt niet automatisch tot vestiging van nieuwe industrieën. Welke initiatieven komen uit de streek zelf? Is men in staat de slimme jonge mensen vast te houden? Hoe is het belastingklimaat? Zijn er machtige vakbonden, zoals in het Ruhrgebied? Is er een ondernemersvriendelijk bewind? Is er veel corruptie en cliëntelisme? Werkt de overheid efficiënt? Is er een goede economische infrastructuur? Denk aan notarissen, makelaars, advocaten, banken, verzekeringen, reclamebureaus, bodediensten en ICT-bedrijven? Hoe is de ligging ten opzichte van een koopkrachtige markt? Zijn er voldoende hooggeschoolde arbeidskrachten en/of juist ook laaggeschoolde goedkope weknemers?  In een aantal economisch sterke regio’s zie je deze vestigingsvoorwaarden in sterke mate aanwezig. Ze concurreren heel sterk met elkaar, maar werken ook samen. De economie en daarmee de werkgelegenheid blijft er groeien. Veel mensen vestigen zich daar, zoals in de Randstad te zien op de openingspagina van de Volkskrant de volgende dag. Tegenover die sterke gebieden zijn er veel zwakke regio’s, na de uitbreiding van de EU nog veel meer dan vroeger. Veel geld per regio is niet beschikbaar. Ik raak er steeds meer van overtuigd, dat het vooral van de mensen in zo’n regio uit moet gaan. In vertrekgebieden hoef je daar niet op te rekenen. Het worden dun bevolkte agrarische gebieden met eventueel wat toerisme. Als je van rust houdt is het daar geweldig wonen, maar veel voorzieningen moet je er niet verwachten.

Jaargang 4, nr. 183.

dinsdag, 11 oktober 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

mecenas

In kunst / cultuur, bijlmerparktheater, concertgebouworkest, cort van der linden, helaas, libertijn, mecenaat, melkweg, nationaal ballet, en meer.

— column uitgesproken op het politiek café van de VVD (de Libertijn) op 10 oktober over het mecenaat — 

Vanmiddag google-de ik het begrip ‘mecenas’ eventjes. De online Van Dale zei dat dit iemand is die kunstenaars geldelijk steunt. Wikipedia was wat explicieter: ‘een mecenas is een doorgaans welgesteld persoon die als beschermheer of –vrouwe van kunstenaars optreedt door ze van financiële middelen te voorzien, zodat ze zich zorgeloos kunnen wijden aan scheppend werk’.

Ik dacht eventjes: wat lief eigenlijk van zo’n welgesteld persoon, dat hij zijn goeie geld wil besteden aan de kunst en cultuur van het land. Wat kan daar nou mis mee zijn?

Het mecenaat is door velen, die zich vooral ter rechterzijde van het politieke spectrum bevinden, als hét antwoord op de kunst- en cultuurbezuinigingen van het huidige kabinet geformuleerd. Zo verscheen van de hand van Diederik Boomsma, duo-raadslid voor het CDA in Amsterdam en een prominente jonge conservatieve denker, een veelbesproken opiniestuk dat stelde dat we het subsidie-infuus maar moesten afbouwen, en de kunsten terug moeten werpen op markt en mecenas.

Dat klinkt natuurlijk fantastisch. Laat het aan de liefhebber zelf over om te bepalen waar zijn geld naar toegaat, in plaats van dat we een beetje socialistisch belastingen bij elkaar harken om dat vervolgens te gaan herverdelen aan tromboneclubjes waar niemand op zit te wachten en pindakaasvloeren die door niemand worden begrepen.

Logisch! Of niet?

Eind september was Marja Ruigrok (raadslid in Amsterdam voor de VVD) op een bijeenkomst waar meer informatie werd verschaft over de verkoop van aandelen van het Concertgebouw. Een paar dagen later vertelde ze me dat zij in haar jurk en hoge hakken een uitzondering vormde omdat de bijeenkomst vooral werd bijgewoond door oude en witte mannen. Ook twitterde ze: ‘Jammer dat er nu weinig 30-ers en 40-ers worden aangesproken’.

Ik moest dan ook even lachen toen ik het citaat van de heer Rienstra (directeur van de VandenEnde Foundation) op de VVD site las: ‘de overheid heeft cultuur elitair gemaakt’. Want als er iets elitair is, dan is het wel de rijke bovenlaag van de bevolking laten bepalen welke kunst en cultuur in Nederland mag overleven.

Als er iets elitair is, dan is het wel het mecenaat.

In oktober vorig jaar kopte de Volkskrant nog: ‘Cultuursector kan klappen opvangen met donateurs’! Particuliere gevers zouden bereid zijn om financiële steun te geven aan kunstinstellingen. De vraag is alleen: wie zijn die particuliere gevers? Zijn dat de bakkers, de studenten, de secretaresses en de verpleegkundigen? Of zit het echt grote geld bij de rijke witte oude mannen die Marja tegenkwam?

De mecenas als vervanger voor overheidssubsidies zal een kunstsector opleveren waar ik me als jonge vrouw niet thuis zal voelen. Evenmin zullen Henk, Ingrid en Achmed zich aangesproken voelen door de geliefde clubjes van de mecenas. Als de witte oude mannen van Marja het mogen bepalen, dan overleven het Concertgebouworkest, de Opera en het Nationaal Ballet ongetwijfeld. Maar de Melkweg, het Productiehuis MC en het Bijlmerparktheater – waar het publiek doorgaans wit noch oud is – zullen hun deuren moeten sluiten.

Natuurlijk is het goed als het makkelijker wordt voor liefhebbers om geld te schenken aan hun favoriete instelling. Natuurlijk is het goed als instellingen meer kennis in huis hebben om geld uit de markt te halen. Maar het mecenaat is absoluut geen panacee voor de komende bezuinigingen.

In 1917 werd onder de liberale premier Cort van der Linden het censuskiesrecht afgeschaft. Als we echt vinden dat de mecenaten het voor het zeggen moeten hebben, laten we dan gewoon het censuskiesrecht weer invoeren. Tot die tijd is het de taak van de overheid – ook onder leiding van de huidige liberale premier – om kunstinstellingen draaiende te houden.


dinsdag, 4 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Alleenvrouwschappij

In mannen, politiek, stemgedrag, vrouwen, algemeen, analyse, cda, christenunie, d66, en meer.

Nederland lijkt uitgeëmancipeerd. Mannen en vrouwen hebben dezelfde rechten en dezelfde plichten. Voor de wet zijn man en vrouw gelijk. Maar in de politiek ook? Zijn er verschillen in stemgedrag tussen mannen en vrouwen? En in politieke opvattingen?

Verschillen in politieke opvattingen

Vrouwen zijn op sociaal-economisch terrein socialer dan mannen: zij zijn voor een gelijkere inkomensverdeling dan mannen. Ze willen dat de overheid meer doet om een sociale rechtvaardigheid te verzekeren.  Vrouwen zijn op een aantal culturele thema’s progressiever: zij zijn vaker voorstander van het toelaten van asielzoekers. Dat geldt niet alleen voor asielzoekers maar ook voor homo’s:  vrouwen zijn voorstander van een meer omvattende gemeenschap. Ook zijn ze een groter tegenstander van kernenergie dan mannen. Vrouwen zijn een sceptischer over ingrijpende veranderingen, niet alleen over technologische verandering, maar ook over bijvoorbeeld Europese integratie. Vrouwen zijn niet per se softer dan mannen: vrouwen zijn over het algemeen vaker voorstander van strengere straffen. Wat het grote verschil lijkt te zijn is dat vrouwen voorstander zijn van gemeenschapszin (sociaal, inclusief maar ook conservatief) en dat mannen een meer individualistische politieke instelling hebben (economisch liberaal, uitsluitend maar ook voorstander van innovatie en vernieuwing).

Verschillen in stemgedrag

If women were the only voters, the Democrats would win in a landslide every time. If men were the only voters, the GOP would be the left-wing party” stelt Amy Gardner in The West Wing. Maar is altijd waar? Het is inderdaad zo dat bij de verkiezingen vrouwen vaak anders stemden dan mannen. Echter, de manier waarop de verschillen in stemgedrag tussen mannen en vrouwen zich uiten is contextafhankelijk: vrouwenstemrecht werd in Nederland ingevoerd in 1922. In 1918 waren er verkiezingen gehouden met algemeen stemrecht voor mannen. Er werd verwacht dat met name de seculiere linkse partijen (SDAP, CPH) die voorstander waren geweest van vrouwenkiesrecht van de invoering daarvan zouden profiteren. Echter, zij verloren drie zetels (was 25 werd 22). Ook de seculiere rechtse partijen (LP, LSP, VDB) verloren vier zetels (was 20 werd 16). Dat gold ook voor de categorie overig (was 5 werd 2 – ook gevolg van kleine verandering in het kiesstelsel). Het waren de Christen-Democratische partijen (CHU, ARP en RKSP) die er op vooruitgingen (van 50 naar 60). Ceteris paribus lijkt dit er op te duiden dat vrouwen niet in grote mate op linkse partijen hebben gestemd bij deze verkiezingen.

En nu? Als alleen vrouwen zouden stemmen, zou de PvdA de grootste partij zijn. De sociaal-democraten zouden 28 zetels halen als alleen vrouwen zouden stemmen. Daarop volgt de VVD (25) en het CDA (24). En dan pas de PVV (21) met op de voet de SP (18). GroenLinks (13) ligt voor op D66 (10). Onder de kleine partijen staat de CU sterk (6) en de PvdD (3). De heren van het SGP zouden ook twee zetels krijgen in het vrouwelijke parlement. Er is dus een linkse meerderheid onder de vrouwen van 78 zetels. Maar ook de Christen-democraten doen het nog relatief goed onder vrouwen ze halen hier nog 32 zetels.  Het zijn de verschillende liberale partijen van Nederland (D66-VVD-PVV) die slecht scoren onder vrouwen. Er is groen licht voor een links vrouwenkabinet van PvdA-CDA-SP-GL.

Als alleen mannen het stemrecht hadden dan zag de Tweede Kamer er anders uit.  De VVD ligt met 36 zetels ruim voor op de PvdA (31). De PVV haalt 26 zetels, ruim meer dan het CDA (17). De SP (12) ligt vlak bij D66 (11). GroenLinks ligt daar ver onder (8). De ChristenUnie haalt even veel zetels als de SGP (4). Een zetel is over voor een mannelijke PvdD’er. Seculier links haalt 52 zetels, de liberalen (VVD-D66-PVV) 73 en de Christen-Democraten maar 25. Een kabinet CDA-VVD-PVV haalt een meerderheid onder de mannen (81).

In de politieke opvattingen zijn er nu verschillen tussen en mannen en vrouwen: vrouwen zijn voorzichtiger en meer gericht op de gemeenschap, mannen willen verandering en zijn meer gericht op het individu. Het mag dan ook niemand verbazen dat mannen in het verleden en op dit moment liberale partijen verkiezen. Vrouwen kiezen voor sociaal-democratische en Christen-democratische partijen, die een communotaire orientatie hebben.

Deze analyse is gebaseerd op het NKO 2010.

woensdag, 21 september 2011

Léon Dekkers

Léon Dekkers

Hyves Twitter

Een berichtje uit zonnig Portugal

In blog, portugal, bier, boomgaard, buren, huis, huisdieren, ikea, keuken, en meer.

 

 

Inmiddels zijn we weer opgedroogd na onze totaal verregende vakantie in Nederland. Op dit moment is het hier een graad of 30 met prachtige strak blauwe lucht. Niet echt weer dus om een blog te schrijven. Maar, omdat ik weet dat jullie graag lezen hoe het hier is ga ik toch voor jullie achter de computer zitten voor deze update.

Voor iedereen die liever in plaatsjes denkt is er ook op deze site een aantal foto's van ons huis. En je hoeft niet eens te zoeken want HIER is de link.

 

Keuken

 

HET terugkerende onderwerp. Maar…zou dat veranderen?

Laten we even een kort overzicht maken. Op 17 december besloten we dat we niet konden wachten met het bestellen van een keuken en dus ook niet met het keukenblad totdat alles met het huis rond zou zijn. Immers wonen in een huis zonder keuken leek ons niet een goed vooruitzicht. Overigens kom ik op het huis ook nog even terug iets verder op, even doorlezen dus.

Ergens half februari was Ikea klaar voor de eerste poging, die zoals bekend nogal is mislukt. Na wat opnieuw meten en opnieuw installeren en dat alles maar 3 keer in de herhaling was het vorige week weer zover: Ikea kwam het keukenblad installeren.

Om zeker te weten dat het goed zou komen deze keer hadden ze zelf besloten gewoon alles opnieuw te bestellen. Drie nieuwe delen dus, dat is inclusief het enige deel dat al in orde was. De mannen reden de oprit op en en opende de vrachtwagen en liepen naar de keuken. Al snel, na 3 seconden, hoorden we het gebruikelijke gezucht en gemompel. 

Kleine inspectie in de vrachtwagen van ons leerde dat er 1 deel inlag en dus niet de bestelde 3! Na wat op en neer discussiëren is besloten dat ze de volgende dag zouden terugkomen.

De volgende dag stonden ze weer op onze oprit. Die, en dat is ook bijzonder, voor de eerste keer door hen zelf en dus zonder hulp was gevonden.

 

Na een uur of wat feitelijk gewoon de keuken afbreken en weer opbouwen hebben we nu een keuken MET keukenblad. Helemaal perfect is het niet maar het is geleverd in minder dan een jaar en dat is ook wat!

 

 

Papeis e mais muito mais Papeis

 

Zoals beloofd in het vorige stukje kom ik ook nog even terug op de papieren van het huis.

Welke papieren weet ik ook niet meer, het zijn er zoveel dat wij zeker verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de ontbossing van Europa.

Om maar te beginnen met de slot conclusie: het is nog steeds niet helemaal rond. Met andere woorden: het huis is nog steeds niet helemaal officieel van ons.

Dat is niet erg want wij hebben de sleutels maar toch.

Wat is er gebeurd?

 

Het begon met het ontbreken van maar liefst 48m2 grond. Niet dat je ze ziet maar uiteraard wel belangrijk. Tijdens een inspectie kwam Finanças er achter dat we helemaal niet 2 huizen hadden gekocht maar slechts 1 dat bestaat uit 2 huizen en weer 1 huis is. Het is waar…dat wel. Dus begonnen zij de procedure voor het samenvoegen van deze 2 huizen tot 1. Hierdoor konden we niet overgaan tot inschrijven van de huizen op onze naam. Inmiddels is dat afgerond. Maar dat is in Portugal niet gelijk aan klaar zijn. Nu we 1 huis hebben vonden de papiervullers van de belastingen dat ze dan ook wel gelijk even ons grond opnieuw konden indelen en nummeren. Uiteraard breng je de eigenaar, volgens goed gebruik hier in Portugal, niet van op de hoogte.

Het ziet er naar uit dat nu alles wel bedacht is door Finanças en dat we dus bijna klaar zijn. Wij hopen het maar weten het niet zeker.

 

 

Het dagelijkse leven

 

Omdat onze tuin niet bepaald recht is lijkt een goed idee om de boel is eens om te laten ploegen. Met de hand is het me toch wat te veel. De buurman kent gelukkig iemand die dat wel even zou doen want zo gaat dat hier.

Op zondagochtend 8 uur komt er een SMS van de buurman. Er komt vandaag iemand de grond omploegen. Een paar minuten later gaat de telefoon, waar we blijven. Wij meenden toch in Portugal te wonen eigenlijk. Je weet wel waar alles altijd heeeeel lang duurt omdat het kan. Twee minuten later, ja zolang moeten wij lopen in onze tuin, staan we in de tuin van de buren toe te kijken en nog een half uur later is onze hele boomgaard omgeploegd. Kosten voor deze service: 15 euro.

 

Het weer, laten we het daar ook maar even over hebben. Het weer is hier namelijk net zo saai en voorspelbaar als in Nederland. Altijd maar weer zon en lekker weer. Het moest verboden worden! Einde weerpraatje

 

Na de dood van Fonz is Tippie helaas al snel gesprongen in het gat dat Fonz achterliet. Ze wilde al snel alle aandacht hebben. Omdat wat te regulieren hebben we nu 2 nieuwe jongen poezen uit het asiel gehaald. Tippie haat ze en vermoedelijk vind ze ons ook wat minder lief nu…. In een andere blog zal ik wat meer schrijven over deze nieuwe stuiterballen.

 

Lucky heeft een goede vriendin gevonden in de mini hond van de buren Milou. Milou was loops maar kon volgens de buren niet zwanger raken. Daar hadden ze een even geniale als eenvoudige oplossing voor bedacht. Milou werd namelijk aan de ketting vastgelegd.

Anticonceptie is dus waarschijnlijk toch cultureel bepaald. Vreemd genoeg lijkt het ook nog gewerkt te hebben.

 

Portugal is een land in crisis en dat merk je makkelijk om je heen. Zonder echt te zoeken zie je de gevolgen. Dat komt natuurlijk ook omdat Brussel de verplichting heeft dat Portugal gaat bezuinigen. Oplossing die de regering kiest is de salarissen naar beneden, de IVA (BTW) flink omhoog, de kosten voor openbaar vervoer 15% verhogen, energie wordt duurder door een hogere BTW tarief etc.. Vermogen wordt dan weer niet belast. Het geeft te denken over hoe het kan dat sommigen zeggen dat Links hier aan de macht is, niet?

Grappig genoeg zal wijn niet duurder worden want dat is volgens de regering een primaire levensbehoefte en valt dan ook in de lage belasting. Minder dus dan energie….

Even in perspectief plaatsen. Een glas wijn kost hier in het café maar liefst 25 cent in een klein glas (zou in NL een goed gevuld wijnglas zijn) en een groot glas wordt geheel tot de rand geleverd voor 45 cent, maat longdrink. Koffie is een wat grotere uitgave, dat kost wel 50 cent en bier is helemaal belachelijk duur. Per flesje kost dat wel 65 cent.

Onze dagelijkse uitgaven worden sterk gereduceerd door de buren. Haast dagelijks staan de buren op de oprit (nooit binnen, daar doen Portugezen niet aan) met een tas appels, bonen, pompoen, een emmer paprika, 5 kilo tomaten etc.. Ze zullen wel denken dat ze die arme Hollanders toch moeten helpen.

 

 

Verder kan je natuurlijk altijd en iedere dag het een en ander volgen via Twitter, de balk hier rechts op de site of Facebook. Hyves gaat binnen nu en een paar dagen op slot.

 

Share

dinsdag, 20 september 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Vier bomen, herdenking van verdwenen mannen uit Wit-Rusland

In divers, eindhoven, fnv, gedicht, gemeenteraad, huis, kritiek, mannen, mensenrechten, en meer.

Op 16 september herdenken we jaarlijks de verdwijning van 4 mannen uit Minsk, Wit-Rusland. Dit doen we bij 4 bomen die voor deze herdenking zijn geplant in het plantsoen aan de Paradijslaan. Omdat ik namens de gemeenteraad een paar jaar geleden in Minsk ben geweest, probeer ik elk jaar aanwezig te zijn. Ook dit jaar was ik erbij.

minsk2 minsk1

 

Op 16 september 1999 laat in de avond verdwenen zakenman Anatoly Krasovsky en oppositieleider Victor Gonchar toen zij uit een badhuis in Minsk naar huis vertrokken. Diezelfde nacht werd ook het pistool waarmee in Wit-Rusland de doodstraf wordt uitgevoerd, uitgeleend. Onderzoek naar de zaak is sindsdien door de Wit-Russische overheid tegengewerkt. Wij vergeten hen niet. Net zoals wij niet zullen vergeten dat Yuri Zakharenko (oud minister van
binnenlandse zaken) en Dimitry Zavadsky (televisiejournalist voor Russische staatstelevisie) verdwenen op 7 mei 1999 en 7 juli 2000. De vier hadden gemeen dat ze kritiek hadden op de regering van president Alexander Lukashenko.

Ter herdenking van deze verdwijningen zijn op 16 september 2008 vier bomen geplant in Eindhoven. Vrijdag 16 september 2011 komen organisaties die betrokken zijn bij de mensenrechten in Wit-Rusland opnieuw bijeen in Eindhoven om de verdwijningen te herdenken. Bij de vier bomen wordt gesproken door Alena Lis (Office for Democratic Belarus in Brussel), Valeriya Krasovskaya (We Remember), Christie Miedema (Amnesty International) en Wim Dekkers (FNV Bondgenoten). Leo Mesman zal het gedicht ‘vier bomen’ voordragen, en stadsdichter Piet van den Boom zal een speciaal voor deze herdenking gemaakt gedicht ten gehore brengen. Voorafgaand aan de herdenking wordt om 15.00 uur een kaartenactie
gehouden voor de politieke gevangenen in Wit-Rusland. Op het 18 Septemberplein in Eindhoven wordt het publiek gevraagd een door Valeriya Krasovskaya ontworpen kaart naar politieke gevangenen in Wit-Rusland te sturen.

De organisatie is handen van het samenwerkingsverband vierbomen.nl. Hierin werken Amnesty International, FNV, Solid, We Remember en Mission-to-Minsk samen.

(bron: vierbomen.nl)

zondag, 18 september 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Een boerkaverbod brengt vrouwen van de ene gevangenis in de andere

In politiek, boeken, burger, burgers, discussie, dragen, eten, gewoon, godsdienstvrijheid, en meer.

Een paar maanden geleden schreeuwde mijn hele (christelijke) omgeving moord en brand: de Tweede Kamer stond namelijk op het punt om in te stemmen met een verbod op onverdoofde slacht, en dit perkte de godsdienstvrijheid van joden en moslims ernstig in. Op dit moment is er in de Tweede Kamer een discussie gaande over het wel of niet instellen van een verbod op boerka’s en hoor ik 80% van Nederland klakkeloos instemmen, waaronder de mensen die een paar maanden geleden een inperking op de godsdienstvrijheid nog zo erg vonden.

Een boerka is ‘vrouwonderdrukkend’, wordt er gezegd; een vrouw geniet immers niet de vrijheid om te bepalen welke kleding zij draagt. Dit is natuurlijk twijfelachtig: immers, waarom zou een vrouw niet zelf kunnen kiezen voor het dragen van een boerka? Deze was oorspronkelijk immers bedoeld ter zelfbescherming: jezelf bedekken voorkomt dat mannen in de verleiding komen om zich aan je te vergrijpen. Daarnaast kan de vrouw het ook zien als een teken van gehoorzaamheid aan God, waardoor een verbod haar dus dwing om een zonde te begaan. Een aantasting van de vrijheid van godsdienst, dus, net als dat het geval was bij het verbod op onverdoofde slacht [1].

Echter, ik kan het me goed voorstellen dat het predicaat ‘vrouwonderdrukkend’ in veel gevallen wél opgaat: dat een vrouw een boerka draagt omdat het moet van haar echtgenoot of vader. Dit vind ik verschrikkelijk, en vind ik inderdaad iets waartegen wij, als Westerse maatschappij, moeten strijden. Een goede vraag die echter gesteld moet worden is wat een verbod in deze strijd eigenlijk uit zou halen. De mening van de echtgenoot of vader basseert hij op de Koran, en deze is voor hem dus goddelijk en heilig en daardoor automatisch belangrijker dan de wetten van de overheid. Als een boerka verboden is, is de implicatie voor zo’n man simpel: zijn vrouw of dochter mag niet in het zicht zijn van andere mannen, en als een boerka verboden is, dan moet ze maar gewoon thuis blijven.

Een boerka is een gevangenis, zei Tofik Dibi eens. Zo zie ik dat ook, maar het boerkaverbod brengt de islamitische vrouw van de ene gevangenis naar de andere. Als ze de boerka vrijwillig droeg, brengt het haar in de gevangenis van het niet (volledig) mogen belijden van haar religie en als ze de boerka onvrijwillig droeg, brengt het haar in de gevangenis van het uit het zicht blijven voor de buitenwereld. Van de regen in de drup.

Wat moeten wij dan wel doen om boerka’s en andere onderdrukkingsmiddelen uit ons land te krijgen? Simpel, nog meer de nadruk leggen op integratie. Moslims moeten weer onderdeel worden van Nederland, in plaats van dat zij de positie hebben van een tweederangs burger die zij op dit moment heeft, en steeds meer krijgt. Een dergelijke positie leidt tot radicalisering, een bekend principe in de psychologie die ik even kort zal uitleggen: als de in-group (hier: moslims in Nederland) wordt bedreigd (wat op dit moment gebeurt door hen als tweederangs burgers te behandelen) leidt dit tot verregaande loyaliteit van haar leden, wat zich uit in een grote nadruk op eigen tradities en gebruiken (hier: het dragen van een boerka). Dit probleem opheffen kan slechts door de in-group te verruimen: moslims moeten zich ‘burger van Nederland’ voelen, in plaats van ‘moslim in Nederland’, zodat de nadruk op de eigen tradities minder wordt. Deze verandering kan slechts plaatsvinden door verregaande integratie, en, misschien nog wel het belangrijkst, een hoop geduld.

Integratie en het gevoel een normaal en geaccepteerd burger te zijn, dát leidt tot de uitbanning van de gevangenis die de boerka heet; een verbod creëert slechts een nieuwe. Daarnaast roep ik op tot consistentie: een boerkaverbod ís een inperking van de vrijheid godsdienst, dus iedereen die met dit argument tegen het verbod op onverdoofde slacht was, dient ook tegen dit voorstel te zijn.

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl:
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/boerkaverbod_brengt_vrouwen_van_de_ene_gevangenis_in_deandere/

UPDATE 21-09: The Guardian bericht dat Franse moslima’s sinds het boerkaverbod allemaal thuis zitten: http://www.guardian.co.uk/world/2011/sep/19/battle-for-the-burqa


[1] Ik vind deze inperking van de vrijheid van godsdienst overigens nog ernstiger dan het verbod op onverdoofde slachts. In het laatste geval kan men immers nog beluisten om noodgedwongen vegetariër te worden omdat religieuze boeken niemand verplichten om vlees te eten, bij het verbod op een boerka wordt het vroom leven de vrouw onmogelijk gemaakt.


maandag, 12 september 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Extremisme voor beginners

In roept u maar, extremisme, links extremisme, radicalisering, rechts extremisme, blog, integratie, joden, moslims, en meer.

Radicalisme was in de jaren 70 van de 20e eeuw minder beladen dan het nu is. We kenden in die tijd zelfs nog een regeringspartij met de naam Politieke Partij Radicalen (PPR).  Tegelijkertijd waren de jaren 70 ook de jaren waarin in Nederland verreweg de meeste dodelijke slachtoffers (ruim 20) vielen als gevolg van terroristische aanslagen.

Toch was er in die tijd nog geen Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCtB), geen nationaal Actieplan Polarisatie en Radicalisering en er werd ook niet met regelmaat bekend gemaakt wat het Actueel Dreigingsniveau was. Er werden geen trainingen gegeven aan bestuurders en politieagenten om polarisatie en radicalisering te herkennen en er was nog geen bataljon aan wetenschappers, kenniscentra en (commerciële) bureaus die zich met het onderwerp bezighielden.

Sinds 11 september 2001, nu 10 jaar geleden, is dat anders.

Meer aandacht voor extremisme
De toegenomen aandacht voor terrorisme is deels te verklaren uit het besef dat de samenleving door technologische vooruitgang en globalisering kwetsbaarder is geworden. Een terrorist met foute en/of handige vrienden zou over biologische, chemische of nucleaire wapens kunnen beschikken. En een handig hackende terrorist zou vitale computersystemen van ons land plat kunnen leggen en bijvoorbeeld in één keer de dijkbewaking, energievoorziening en de verkeersleiding op Schiphol kunnen treffen.

Daarnaast heeft het moderne terrorisme een sterker transnationaal en politiek-religieus karakter gekregen. Dit geldt zeker voor het islamitisch terrorisme, waarvan we sinds 11 september 2001 en de daaropvolgende aanslagen in Madrid, Londen en de moord op Theo van Gogh, weten dat het ook in het westen kan toeslaan.

Met het westen als doelwit, is ieder die een onderdeel hiervan vormt of deze vertegenwoordigt, een mogelijk doelwit van een aanslag geworden. We zijn dus allemaal potentieel slachtoffer geworden. Dit besef is een voedingsbron voor angst, die versterkt is door de War on Terror, uitspraken van radicale moslims van het type sharia4holland en door de internationale ‘Eurabia-beweging’ die in navolging van Bat Ye’or, Gates of Vienna en politici als Geert Wilders waarschuwt voor de islamisering van Europa. Sinds Anders Breivik weten we dat ook deze laatste beweging haar eigen extremisten kan opleveren.

Sinds 2001 wordt de radicalisering van jongeren met meer zorg gevolgd. Uitingen die vroeger misschien nog als folkloristische jeugdcultuur werden bestempeld, worden nu eerder met argusogen bekeken. Soms met reden, maar vaak ook uit onwetendheid. Een orthodoxe salafist wordt dan bijvoorbeeld veel te snel als een gevaar gezien. Een extremistische moslim mag dan vaak orthodox zijn, maar daardoor is het merendeel van de orthodoxe moslims nog niet extremistisch.

Wie zijn extremisten?
Is Geert Wilders extreemrechts? Zijn de organisaties die zich in het proces tegen Wilders als benadeelde partijen hebben gemeld extreemlinks? Of is de salafistische Fawaz Jneid een extremistische moslim? Er zijn mensen die, afhankelijk van hun eigen (politieke) opvattingen één of meerdere van deze vragen met ‘ja’ zullen beantwoorden.

Voor de Nederlandse overheid en de geheime diensten zijn geen van allen extremisten. Van extremisme is pas sprake wanneer democratische waarden en processen worden afgewezen en de eigen ideologie, die als universeel geldend wordt beschouwd, eventueel met geweld aan anderen worden opgelegd. Extremisme is de laatste fase van een radicaliseringsproces. Een extremist maakt gebruik van geweld of dreigt daarmee om de maatschappelijke orde te veranderen. Dat doen Wilders, de partijen die zich in het proces tegen Wilders hebben gemeld als benadeelde partijen en Fawaz niet.

Vormen van extremisme
Er zijn verschillende vormen van extremisme. De bekendste zijn: links extremisme, rechts extremisme, religieus extremisme en het extremisme van dierenactivisten en asielactivisten.

Wie wordt extremist?
Er is geen blauwdruk te geven van een extremist. Het komt onder alle opleidingsniveaus en leeftijdsgroepen voor, maar het meest in de leeftijdsgroep tussen 15 en 30 jaar. Mannen zijn vaker extremist dan vrouw, al is er de laatste jaren sprake van een flink emancipatieproces.

Er worden  in de literatuur heel veel factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op de gevoeligheid van mensen om te radicaliseren. Er valt geen eenduidig beeld te geven van de extremist en er blijken vele wegen te zijn die tot extremistische daden leiden.  Verklarende termen die vaak vallen zijn ‘vervreemding’, ‘identiteit’, ‘isolement’. Factoren die een rol kunnen spelen bij radicalisering zijn bijvoorbeeld:

  • Het gevoel achtergesteld, gemarginaliseerd of ‘niet gezien’ te worden.
  • Teleurgesteld zijn over het leven, over de woonsituatie, het werk en de financiële positie waarin zij  verkeren of de groepen waarmee zij zich sterk verbonden voelen.
  • Kloof met de wereld(en) van volwassenen.
  • Slechte familiale bindingen en een gering democratisch gehalte van het milieu waarin een jongere opgroeit.
  • Geen aansluiting kunnen vinden bij maatschappelijke instituties (overheid, gezin, school, leeftijdsgenoten, kerk/moskee, vrijetijds organisaties).
  • Gevoelens van ervaren onrechtvaardigheid of identificatie met personen of groepen waarvan men vindt dat ze worden achtergesteld of bedreigd. Dit soort gevoelens kunnen worden versterkt door:

o Stigmatisering en discriminatie.
o Beeldvorming in de media;
o Internationale (politieke) situatie.

  • Onvoldoende weerbaar tegen radicale invloeden; bijvoorbeeld door niet over het vermogen te beschikken om alternatieve antwoorden te vinden op vragen van zingeving en ervaren onrecht.
  • Aansluiting vinden bij een (peer)groep, eventueel met een charismatisch leider; afzonderlijke groepen zijn vaak wel met elkaar verbonden in netwerken, maar van een hierarchie is zelden sprake
  • Voor migrantenjongeren kan daarnaast sprake zijn van factoren die voortkomen uit de migratie van hun ouders. De eerste generatie migranten, in Nederland deels analfabeet, blijkt soms niet bij machte hun kinderen te begeleiden in een geïndustrialiseerde, geseculierde omgeving met andere opvattingen.

Bij veel radicaliserende jongeren is er sprake van een combinatie van factoren.

De onderzoekers Buijs, Demant en Hamdy dichten in hun boek Strijders van eigen bodem (2006) extremisten de volgende vijf (ideologische) kenmerken toe:

• ze voelen zich bedreigd en hebben de neiging de dreiging van de vijand uit te vergroten;
• ze verwerpen de bestaande wereldorde;
• ze hebben een utopisch beeld van een goede wereld;
• ze hebben het idee te horen tot een uitverkoren groep mensen die de utopie kan verwerkelijken;
• en ze kunnen (zuiverend) geweld gebruiken om de doeleinden te bereiken.

Politieke systemen die groepen buiten sluiten of instabiel politiek bestuur zijn bevorderlijk voor extremisme. Ideologie en religie worden door de radicalen vaak gereduceerd tot frames die hun acties verklaren en rechtvaardigen en die dienen om anderen te mobiliseren. Een frame definieert het probleem (bijvoorbeeld de oorlog tegen de islam), de protagonisten (de radicalen) en de antagonisten (de ongelovigen, waartoe ook aanhangers van hetzelfde geloof kunnen horen).

Beginnelingen

Overigens hoeven extremisten niet altijd tot de gestaalde ideologische kaders te behoren. Zo bleek uit onderzoek van de Britse geheime dienst MI5 onder moslimextremisten dat de meesten van de door hen onderzochte extremisten op religieus vlak nog beginnelingen zijn. Ze hebben weinig religieuze kennis van de islam. Volgens MI5 zouden er zelfs duidelijke aanwijzingen zijn dat een stabiele religieuze identiteit bescherming biedt tegen gewelddadige radicalisering.

Extremistisch geweld in Nederland neemt af
In Nederland hebben sinds 1950 ongeveer 70 aanslagen met 30 dodelijke slachtoffers plaatsgevonden. Er werden in die tijd ongeveer 400 mensen gegijzeld. De meeste dodelijke acties vonden plaats in de jaren 1970. Het ging toen vooral om slachtoffers van geweld van Molukse extremisten en linkse extremisten uit binnen en buitenland (RAF, IRA). In de jaren 80 kwam het geweld vooral uit linksextremistische hoek (in het bijzonder Rara), maar ook voor extreemrechts waren het de gewelddadigste jaren.

Links extremisme, inclusief milieu
In de jaren 90 zijn de brede ideologische radicaal linkse groepen grotendeels verdwenen. Er kwamen one issue organisaties voor in de plaats zoals milieuactivisten, dierenactivisten en asielactivisten- die misschien niet allemaal als ‘links’ zijn te kwalifieren. Het overgrote merendeel van deze organisaties houdt zich keurig aan de wet en bewandelt de democratische weg om aandacht te vragen.

Toch gelden linkse extremistische groepen in Nederland als de meest gewelddadige. Zo is een kleine groep dierenactivisten en asielactivisten de afgelopen jaren wel betrokken geweest bij illegale en gewelddadige acties. De moordenaar van Pim Fortuyn was een dierenactivist. Ook de antifascisten van de Antifascistische Actie (AFA) worden door de AIVD genoemd in verband met gewelddadige acties tegen demonstraties van extreemrechts.

Rechts extremisme
Extreemrechtse groepen zijn nog niet geheel verdwenen, maar de laatste jaren wel veel kleiner en zwakker geworden. Van geweld door extreemrechtse groeperingen is in de jaarverslagen van de AIVD al een aantal jaren amper sprake. In november 2010 heeft de AIVD de onderzoeksrapportage Afkalvend front, blijvend beladen uitgebracht over de dreiging die uitgaat van extreemrechts en rechts-extremisme. In dit rapport schreef de dienst: “Voor extreemrechts geldt dat de wervingskracht in de loop der jaren is afgenomen doordat sommige van hun standpunten op de landelijke politieke agenda zijn gekomen. Zo zijn in het integratie- en islamdebat, zoals dat na de aanslagen van 11 september 2001 begon, veel van de standpunten van extreemrechts aan de orde gesteld en bespreekbaar geworden. Voorbeeld hiervan is het veronderstelde failliet van de multiculturele samenleving. Deze ontwikkeling heeft er mede toe geleid dat van de destijds bestaande extreemrechtse groeperingen en bewegingen niet veel over is.”

Ondanks het verzwakken van extreemrechtse groepen en bewegingen maakt de Anne Frank Stichting in de Monitor Racisme en Extremisme jaarlijks melding van zo’n 150-300 geweldsincidenten per jaar waarbij de daders extreemrechtse of racistische motieven hadden. Vooral moslims, maar ook joden zijn hiervan het slachtoffer. Sinds 2005 is er overigens wel sprake van een afname van het aantal incidenten.

Tot slot kan er sinds de aanslagen van Anders Breivik in juli 2011 gesproken worden over (rechts)extremisme dat geinspireerd wordt door het internationale netwerk van groeperingen, politici, schrijvers en bloggers die vrezen dat het Westen, met hulp van ‘links’, geislamiseerd wordt. Hierbij moet wel de opmerking gemaakt worden dat het tot nu toe is gebleven bij één, weliswaar zeer gewelddadige, aanslag en verbaal geweld op internetsites.

Moslimextremisme
Het was een moslimextremist uit de Hofstadgroep die Theo van Gogh in 2004 vermoordde. Van extremistisch geweld door moslims is in Nederland na het verdwijnen van de Hofstadgroep de afgelopen jaren echter amper sprake geweest.

De AIVD maakt jaarlijks overigens wel melding van enkele Nederlandse jihadisten die naar het buitenland trekken en van de dreiging van jihadistische groepen uit Afghanistan en Pakistan die mogelijk aanslagen in Nederland zouden willen plegen. In haar laatste jaarverslag heeft de AIVD aandacht voor (ultra-)orthodoxe islamitische bewegingen die in potentie een bedreiging zouden kunnen vormen voor de Nederlandse democratische rechtsorde.In dit verband noemt de AIVD de Moslimbroederschap, de Tablighi Jamaat, de Hizb ut-Tahrir en de salafitische beweging. De dienst stelt hierbij expliciet dat het om niet-gewelddadige bewegingen gaat. Toch acht de dienst ze in potentie gevaarlijk omdat “ hun boodschap, bereik en activiteiten op termijn kunnen bijdragen aan het ontstaan van maatschappelijke polarisatie, onverdraagzaam isolationisme en anti-integratieve tendensen.”  Maar de voorlopige conclusie luidt dat geen van deze bewegingen zich te buiten gaan aan extremistische activiteiten.

Meer geweld in Europa
In Europa is er sprake van meer geweld. Volgens Europol vonden er in 2010 in de EU in totaal 249 terreuraanslagen plaats, waarbij zeven mensen omkwamen en tientallen anderen gewond raakten. Het merendeel (160) van de aanslagen werd gepleegd door separatisten, gevolgd door links extremisten (45). Drie van de 249 aanslagen werden toegeschreven aan islamistische terroristische groeperingen. Extreemrechts kende een rustig jaartje en pleegde geen enkele aanslag.

In Nederland werd geen aanslag gepleegd. Wel zijn volgens Europol het afgelopen jaar in Nederland 38 mensen opgepakt in verband met terrorisme. Het betrof 19 personen die verdacht werden van moslim-extremisme en 19 personen die verbonden zijn aan separatistische bewegingen. Deze cijfers zijn overigens niet terug te vinden in het jaarverslag dat de AIVD.

Meer artikelen over radicalisering, terrorisme, polarisatie en discriminatie op Republiek Allochtonië hier

Lees ook het blog van Martijn de Koning die veel over radicalisering onder moslims schrijft, zoals bijvoorbeeld hier


Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Goud M/V

In theater, v/m, kinderen, leuk, mannen, sport, vrouwen, citaat, nederlandse, en meer.

Groot nieuws: de genomineerde acteurs voor de Louis d’Or. En o ja, de actrices voor de Theo d’Or. Fijn dat er aandacht is voor het Nederlandse theater. terecht! Maar waarom zijn er eigenlijk verschillende prijzen voor mannen en vrouwen? Het is toch niet zoals bij sport dat fysieke voorwaarden verschillen zodat gescheiden prijzen beide seksen een kans op een prijs geven? Een goede acteur M/V overtuigt, een slechte niet. (Wel een geinige reactie op Twitter: O, da’s omdat mannen nog steeds emotioneel n achterstand hebben en dus qua acteren nog wat in te halen hebben.) Maar dan: waarom wordt de Louis eerder genoemd dan de Theo? En eerder uitgereikt? En waarom wordt van de winnaar wel een citaat zijn speech uitgezonden, van de vrouwen niet?

De winnaars Elsie de Brauw en Jacob Derwig had ik trouwens ‘s middags nog gezien in Kinderen van de Zon. Prachtig, overrompelend. Zowel De Brauw als Halina Reijn vond ik veel overtuigender dan Derwig. Hij zette een leuk typetje neer met een geinige pruik, maar veel diepgang had zijn spel niet. En als er al een man had moeten winnen, dan Gijs Scholten van Aschat voor zijn verpersoonlijking van het charmante kwaad in Richard III. Maar ja, ik zit niet in de jury.


Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 3284 uur (136,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3