dinsdag, 24 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Basisinkomen als nieuwe zekerheid.

In maatschappij, basisinkomen, sociale zekerheid, vrijheid, keuzes, de, leven, meerderheid, mensbeeld.
Het goede leven dat wordt nagestreefd met het basisinkomen veronderstelt een bepaald mensbeeld, waarbij het uitgangspunt is dat mensen de juiste keuzes maken als zij voldoende vrijheidskansen krijgen. Daar zit een zekere generalisatie in opgesloten. Enerzijds dat mensen in meerderheid het goede leven nastreven en anderzijds dat dit wordt bewerkstelligt door het doorvoeren van een [...]

dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

In groenlinks, liberalisme, politiek, politieke filosofie, democratie, economie, klimaat, vrouwen, andere partijen, en meer.

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Klaas van Egmond, Een vorm van beschaving

In geen categorie, duurzaamheid, integraal wereldbeeld, mensbeeld, wereldbeeld, economie, politiek, beschaving, betalen, en meer.

17 december 2010

Klaas van Egmond, van 1988 tot 2008 directeur van het Milieu- en Natuurplanbureau, het belangrijkste adviesbureau van de overheid in milieuzaken, schreef Een vorm van beschaving. Daarin bespreekt hij oplossingen voor de duurzaamheidsproblematiek vanuit het perspectief van de waarden in de er achterliggende mens- en wereldbeelden. Voor wie het gevoel heeft, dat de huidige (internationale) politiek lang geen afdoende greep heeft op de milieuproblemen, is het een verademing eens wat verder te kijken dan de dagelijkse, doorgaans ontmoedigende  krantenberichten hierover. Hij zou mooi zijn als dit boek zou bijdragen aan een brede maatschappelijke coalitie voor duurzaamheid.

Door zijn invalshoek kan Van Egmond ecologische, economische,
technologische en sociaal-culturele aspecten met elkaar in verband brengen. Zo
hebben bijvoorbeeld het doorgaande verlies aan biodiversiteit en de dreigende, te
grote klimaatopwarming als gemeenschappelijke oorzaak, dat bedrijven en
consumenten de milieukosten ervan niet hoeven te betalen. De economie eet als
het ware de ecologie op. De kosten verschuiven naar toekomstige generaties.

Economische groei moet vanuit de waarden van een wereldbeeld
gerechtvaardigd te kunnen worden. Groei kan alleen zinvol zijn als deze
bijdraagt aan een menswaardig leven. Als we dit voorbeeld bezien vanuit de
wereldbeelden, komen we tot de volgende conclusie. Een eenzijdig egoïstisch,
materialistisch wereldbeeld is een grote bedreiging voor het milieu.
Bevrediging van basisbehoeften als voedsel, kleding en onderdak dient een
menswaardig bestaan, maar als luxebehoeften, zoals elk jaar op vakantie met het
vliegtuig (“wat lekker voor je, joh!”), het milieu onevenredig belasten, zijn
zij vanuit dat wereldbeeld niet te rechtvaardigen. Daarmee wordt de
eenzijdigheid van dit wereldbeeld duidelijk. En wordt inzichtelijk, dat meer
wereldbeelden noodzakelijk zijn om te beoordelen wanneer economische groei
gerechtvaardigd is.

De vier toekomstscenarios’s die tegenwoordig vaak gebruikt
worden bij onderzoek voor overheidsbeleid, zie bijvoorbeeld de Structuurvisie
Noord Holland, voegt de schrijver samen tot een overkoepelend, integraal
wereldbeeld, dat zo alle mogelijke wereldbeelden omvat. Vanuit geen van de vier
wereldbeelden kan duurzaamheid afdoende tot stand gebracht worden. Van Egmond
pleit dan ook voor politieke samenwerking over partijgrenzen heen vanuit middelpuntzoekende krachten. Eenzijdige
wereldvisies, die geen respect tonen voor mogelijke andere visies, kunnen alleen
maar contraproductief, middelpuntvliedend
werken.

Het integrale wereldbeeld geeft mij een invalshoek om veel
maatschappelijke problemen mee te beoordelen. Zo ben ik het met de schrijver eens,
dat bijvoorbeeld speculatie met aandelen of grond niet te rechtvaardigen is. Zij
dienen geen maatschappelijk, menswaardig doel. De grote hoeveelheid reclames
die de media dagelijks over ons uitstorten, zijn ook niet te verdedigen vanuit
menselijke waarden. Zij zetten aan tot het verheerlijken van consumptie, in een
tijd waarin de onduurzame consequentie van overconsumptie is dat andere wereldbewoners niet eens voldoende te eten hebben. De draagkracht van de aarde raakt uitgeput. Ik hoop dat Van Egmonds pleidooi vele bepleiters van duurzaamheid tot elkaar
zal brengen.

http://wetenschappelijkbureau.groenlinks.nl/files/Paternalisme%20van%20de%20maatschappelijke%20samenhang%20-%20lezing%20Klaas%20van%20Egmond%20-%207%20oktober%202010_0.pdf

Klaas van Egmond, Een vorm van beschaving is a post from weblog Feiko van der Veen.

maandag, 17 oktober 2011

Raymond van Es

Raymond van Es

Koude zorg en warme zorg

In zorg, persoonlijk, foto's, activiteiten, auto, betalen, bezig, bezoek, de, en meer.
Men zegt wel dat een ongeluk in een klein hoekje ligt. Hoe waar dat is heb ik aan den lijve mogen ondervinden. Op zaterdag 18 september was ik op weg naar een bijeenkomst van mijn partij (GroenLinks). Ik had net daarvoor nog een boodschapje gedaan bij de Digros. Daardoor was ik wat aan de late kant. Ik had dus haast. Het was herfstachtig weer en het had geregend. Toen ik over de fietsersbrug bij de Waag reed (de Waaghoofdbrug), bleek het aan de kant van de Waag akelig glad te zijn geworden door de regen. Er ligt daar natuursteen die als het regent erg glad kan worden. Mijn fiets gleed onder mij weg en ik kwam lelijk ten val. Onmiddellijk stonden er allerlei mensen om mij heen die mij wilden helpen. 112 werd gebeld en er kwam een ambulance. Ik werd over de hobbelige weggetjes van Leiden naar het LUMC gebracht. Daar kwam ik in eerste instantie bij de spoedeisende hulp terecht. Er moesten foto's worden gemaakt. Toen bleek wat ik al vermoedde. Ik had mijn been gebroken. Ik werd terug gebracht naar de wachtkamer en weer achter gelaten met mijn pijn en onzekerheid. Het grootse deel van de tijd die je in een ziekenhuis doorbrengt besteedt je aan eindeloos wachten, zoveel was wel duidelijk. Ondertussen moest ik in de wachtkamer het relaas van een vrouw aanhoren die werd ondervraagd over haar vaginale afscheiding. Privacy en intimiteit bestaan niet in het ziekenhuis. Privacy in het ziekenhuis is een gordijntje. Een schaamgordijn. Gordijnen houden intieme gesprekken en geluiden niet tegen. De vaginale afscheiding komt door het schaamgordijn heen. Je moet weerloos de intimiteiten van anderen ondergaan, zoals zij die van jou moeten ondergaan. Voor de verpleging is dit gebrek aan privacy kennelijk vanzelfsprekend. Het is alsof je om een gunst vraagt als je vraagt of het gordijn even dicht mag als je moet plassen.
Na enige tijd werd ik naar de gipskamer gebracht. Toen ik daar eenmaal lag werd de chirurg die mij zou helpen weggeroepen voor een spoedeisend geval. Zodoende lag ik dan weer een half uur op de gipskamer voordat ik geholpen werd. Alweer wachten.Mijn been werd voorlopig gespalkt. Weer werden er foto's genomen. Vervolgens moest ik weer eindeloos wachten voordat ik te horen kreeg wat er nu verder ging gebeuren. Er werd besloten dat ik geopereerd moest worden en dat ik in het ziekenhuis moest blijven. Ik kreeg ook te horen dat ik twaalf weken mijn been niet zou mogen belasten. Later zou er nog een CT scan genomen worden zodat ze precies konden zien wat ze moesten opereren. Ik moest later die avond terugkomen voor een tweede scan omdat de eerste niet duidelijk genoeg was. Dat was niet bepaald prettig.Ik was doodmoe en het was vreselijk koud in de ruimte waar de scan werd genomen. De breuk bleek dieper te zitten dan ze aanvankelijk dachten. Het was de bedoeling dat ik de volgende dag geopereerd zou worden. Ik ben daarom de hele dag nuchter gehouden. Ze hadden me al een operatiehesje aangedaan. Dat houdt in dat je min of meer in je blote kont in bed ligt. Het naakte lichaam heeft in het ziekenhuis een heel eigen betekenis. Het is een lichaam ontdaan van alle seksualiteit en erotiek. Het lichaam is een mechanisme waarin allerlei processen plaatsvinden. Het is een lichaam dat constant gemeten moet worden; bloeddruk, temperatuur, polsslag. De hoeveelheid uitgescheiden urine wordt nauwkeurig bijgehouden. Het lichaam is geen lijf meer maar een object. Een object dat onderzocht, gerepareerd, genezen moet worden.
Ik had een infuus gekregen voor het vocht omdat ik niet mocht drinken. De artsen hadden gekeken of ik geen blaren op mijn been had. Daartoe hadden ze mijn spalk opengemaakt. Ze hadden verzuimt me weer te zwachtelen. Dat deed later de verpleging. Ik was helemaal gereed gemaakt voor de operatie en werd vervolgens aan mijn lot overgelaten. Ik lag de hele dag maar op mijn bed te wachten of er nog wat gebeuren ging.De uren kropen tergend langzaam voorbij. Ik was te beroerd om echt goed te lezen. De letters begonnen al gauw voor mijn ogen te dansen. Om half zes 's avonds kreeg ik te horen dat de operatie die dag niet meer zou doorgaan. Het zou 'hoogstwaarschijnlijk' morgen worden. Dat woord 'hoogstwaarschijnlijk' beviel me niet. Ik had willen horen dat het zeker zou gebeuren. Nu bleef ik nog achter in onzekerheid. Nog zo'n dag zou ik niet kunnen verdragen. Ik kreeg in ieder geval voor het eerst die dag wat te eten. Ik mocht smullen van dat heerlijke ziekenhuisvoer. Gelukkig had die tweede nacht een kamer voor mij alleen omdat mijn kamergenoot ontslagen was uit het ziekenhuis. Zo kon ik in ieder geval nog een beetje normaal slapen, in zoverre de pijn dat toeliet.
De volgende dag werd ik dan toch eindelijk geopereerd. Er zou een plaat in mijn been worden aangebracht. Gipsen was in mijn geval geen optie. Ik werd geheel onder narcose gebracht. Ik had mijn zus opgegeven a;s contactpersoon. Het was de bedoeling dat zij gewaarschuwd zou worden als ik onder zeil werd gebracht zodat ze er bij zou kunnen zijn als ik weer bij zou komen. Dat hadden ze verzuimt. Ik was helemaal aan mezelf overgelaten toen ik weer bijkwam. Toen ik naar mijn kamer werd gebracht werd ik gelukkig opgewacht door Jamal, mijn begeleider. Ik was naar een andere afdeling gebracht. Op mijn nieuwe kamer had ik helaas weer een kamergenoot. Deze werd al spoedig nadat ik binnen was gebracht weggehaald voor de operatie. Dit tot grote verrassing van meneer, die dacht dat zijn operatie later zou plaatsvinden. Zijn familie die later die middag bij hem op bezoek wou komen, was niet minder verbaasd. Later kwam mijn zus op bezoek. Ze is verhaal gaan halen bij de verpleging omdat niemand op mijn bellen reageerde. Dit zou te maken hebben met de overdracht. Ik had gebeld wegens de pijn. Ze waren bezig met de pillenronde en zouden er zo aankomen. Dat hadden ze me ook wel even kunnen vertellen. Dezelfde dag heb ik ook tevergeefs op thee gewacht. Ik kreeg thee aangeboden, maar die kwam maar niet. De verpleegkundige kwam haar excuses aanbieden en zou me alsnog thee brengen. Toen er een half uur later nog geen thee was heb ik maar gebeld. Ik werd afgesnauwd met de mededeling dat ze het druk hadden. Toen me tante later op bezoek kwam heeft zij thee voor me gehaald.
De man van mijn kamer werd later die avond teruggebracht. Hij heeft me de hele nacht wakker gehouden. Hij had de neiging om op zijn infuus te gaan liggen, waardoor er een alarm afging. Hij was slechthorend, zodat ik steeds de zuster moest bellen. Soms was ze nog maar net weg of het alarm ging weer af. Gelukkig mocht deze man de volgende dag weer naar huis. Ik had de kamer weer voor mijzelf. Het zou ook mijn laatste nacht in het ziekenhuis worden. De fysiotherapeut was langs geweest om te kijken of ik mijn been al negentig graden kon buigen. In dat geval mocht ik naar huis. Ik bleek mijn been prima te kunnen buigen. Ik was blij weer naar huis te kunnen gaan. Het gevoel dat ik had toen ik in het ziekenhuis lag lijkt goed te worden verwoord door Samuel Beckett;

Huidige situatie. Deze kamer schijnt van mij te zijn.. Ik kan er geen andere verklaring voor vinden dat men mij hier laat. Al die tijd. Tenzij een of andere macht het wil. Dat is niet erg waarschijnlijk. Waarom zouden die machten tegenover mij veranderd zijn? Het is beter de meest eenvoudige verklaring aan te nemen, ook al is die niet erg eenvoudig, ok al verklaart die niet veel. De grote klaarheid is niet noodzakelijk, een zwak licht is voldoende om in het vreemde te leven, een klein gestadig licht. Ik heb deze kamer misschien geërfd bij de dood van de persoon die er voor mij was. Verder zoek ik het in ieder geval niet uit.

Het is een vervreemdende situatie. Zeker als je net uit een narcose komt of als je onder de invloed bent van opiaten die bij wijze van pijnstiller worden gebruikt, dan komt het voor dat je verward bent en je moeite moet doen om je te realiseren waar je bent. Je hebt ook het gevoel overgeleverd te zijn aan machten buiten jou. Vermoedelijk de schrikgodinnen. De vraag hoe je hier gekomen bent en wie er hier voor op deze kamer hebben gelegen dringt zich onvermijdelijk op. Eigenlijk
weet je wel hoe je op die kamer terecht bent gekomen. Het wil alleen maar niet doordringen. Een ziekenhuis wordt nooit een thuis. Ik was dus zeer opgelucht toen ik weer naar huis toe kon.
Mijn zus en mijn tante hebben mij opgehaald. Het was nog een enorme krachtinspanning om vanuit de auto van mijn tante mijn voordeur op de eerste etage te bereiken. Ik heb moeten uitrusten op het stoeltje in de lift. Het koste nog moeite om me over de drempel van mijn voordeur te helpen. Bij mijn voordeur zit een rare hoge drempel. Ik heb nooit begrepen wat het idee hier achter is.
Eenmaal thuisgekomen besef je hoe afhankelijk je plotseling bent geworden. Voor de normaalste, kleinste alledaagse dingen moet je de hulp van derden inschakelen. Ik kan zelf niet meer koken, niet meer afwassen, geen boodschappen doen. Voor al die dingen moet ik mijn sociale netwerk inschakelen. Ik heb hulpmiddelen nodig zoals een looprek, een rolstoel, een douchestoel en een plasfles. Dit kon ik allemaal lenen van Vegro (Vegro is een organisatie die verpleegartikelen uitleent en verhuurt , behalve de plasfles. Daar moest ik E17,90 voor betalen. Aanvankelijk kreeg ik een rolstoel van ze die van geen kant deugde. De banden waren zacht en de kogellagers waren stuk. Gelukkig heb ik nu wel een goede rolstoel. Voor die tijd was ik niet eens in staat om zelf een pizza in de oven te doen. Daar moest ik mijn zus weer voor bellen. Het werd mijn zus bijna allemaal even teveel. Ze heeft een bipolaire stoornis en daarom ook niet al teveel hebben. Ze kookt nu elke woensdag voor me en daar helpt ze me al geweldig mee. Elke maandag komt mijn eetclub langs. Dinsdag komt mijn begeleider langs die dan ook voor me kookt. Zoe wordt er in ieder geval al drie dagen in de week voor me gekookt. Mijn ouders zijn twee keer langs geweest en hebben beide keren voor me gekookt. Mijn moeder heeft mijn vriezer volgegooid met maaltijden die ze voor me heeft gekookt. Ik hoef dus voorlopig niet te verhongeren. Mijn tante heeft ook een keer voor me gekookt en zal me ook nog een keer mee uit eten nemen. Mijn buurman komt elke dag even langs om me te helpen met mijn injectie tegen het risico op trombose. Zelf durf ik niet goed te prikken. Het is nog een heel georganiseer om er voor te zorgen dat er iemand is die me de hulp kan verlenen die ik op dat moment nodig heb. Ik ben blij dat ik zoveel mensen om me heen heb die me willen helpen. Ik kan echter niet wachten tot het moment waarop ik weer op de been ben en weer voor mezelf kan zorgen. Het is niet fijn om zo afhankelijk van anderen te zijn. Ik mis ook mijn bewegingsvrijheid. Ik zou graag weer gewoon de deur uit kunnen. Ik zou graag weer kunnen gaan en staan waar ik wil. Ik voel me en soort gevangene in mijn eigen huis en een gevangene van mijn eigen lichaam. Een gevangene die dagelijks verzorgt moet worden.
Hoe vervelend het is om afhankelijk te zijn van anderen besef je goed als het is een keertje misgaat. Ik had een keer een receptje voor pijnstillers gevraagd bij het gezondheidscentrum. De apotheek zou deze medicijnen aan het einde van de middag bij me afleveren. Dat gebeurde niet. Mijn buurman was toevallig nog bij me op bezoek. Hij heeft de nachtapotheek van het LUMC gebeld. Daar zei men nog even een uurtje te wachten. Degene die de medicijnenronde deed zou het druk kunnen hebben. Als er na een uur nog niets was gebeurt dan moest ik de huisartsenpost maar even bellen. Dit heb ik uiteindelijk gedaan. Daar hebben ze een noodreceptje uitgeschreven. Mijn buurman kon er toen 's avonds nog op uit om mijn medicijnen te gaan halen. Later bleek dat het gezondheidscentrum verzuimt had om door te geven dat de medicijnen bezorgt moesten worden. Ik voelde me erg bezwaard om mijn buurman hier mee te belasten. Het kon echter moeilijk anders. Helaas was het niet mogelijk om te zeggen; 'ik doe het zelf wel'. Het probleem is nu juist dat je het zelf allemaal even zelf niet kunt.
In deze wereld zijn er talloze mensen die het, om wat voor reden dan ook, zelf niet kunnen. Voor mij is dit een tijdelijke situatie, maar voor veel mensen geldt dat ze permanent afhankelijk zijn van de zorg van anderen. Als alles goed met je gaat besef je niet wat het betekent om zo afhankelijk van anderen te zijn. Zelf ging het me redelijk goed, ondanks mijn Asperger. Met wat begeleiding, huishoudelijk hulp en mijn activiteiten op het DAC had ik mijn leven toch redelijk op orde. Ik bevind me weliswaar in de marges van de samenleving met mijn WAJONG uitkering, maar ik heb verder weinig te klagen. Of dat in de toekomst ook zo blijft en of ik zeker kan blijven van een uitkering op dit niveau zal de tijd wel leren. Dit soort zorgen zijn echter slechts wolkjes aan de horizon. Je staat er slechts zelden bij stil.
We zien ons zelf graag als een vrij, zelfstandig, autonoom individu. Door een ongeluk zoals het mijne leer je de beperkingen van dit mensbeeld inzien. Je kunt moeilijk op eigen benen staan als je je been gebroken hebt. Binnen de ethiek is er steeds meer belangstelling gekomen voor het begrip 'zorg'. Men heeft het wel over zorgethiek. De zorg van mensen voor elkaar staat centraal binnen deze ethiek. Zorg voor elkaar is een voorwaarde voor het goede leven. Wanneer je van zorg afhankelijk bent besef je hoe waar dit is. Zonder zorg voor elkaar zou dat vrije, zelfstandige, autonome individu niet kunnen bestaan. We zijn allemaal direct of indirect afhankelijk van de zorg van anderen. We zorgen zelf op onze beurt ook weer voor anderen. De mens is, zoals de meeste primaten, een sociale diersoort. We zijn op duizenden zichtbare en onzichtbare manieren met elkaar verbonden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles altijd pais en vree is tussen de mensen. Het wil ook niet zeggen dat zorg per se altijd altruïstisch is. Desalniettemin maakt zorg een essentieel deel uit van ons bestaan. De meest primitieve mensen zorgden al voor elkaar. Uit opgravingen blijkt dat men ook vroeger al zorgde voor mensen met een handicap.
De zorg die men geeft aan zieken en gehandicapten heeft iets dubbelzinnigs. In ieder geval waar het om de professionals gaat. Ze zorgen voor je, maar zien ze je ook als individu? Voor hen ben je een patiënt. Daarmee behoor je toch tot een andere categorie dan de gezonde mens. Voor je familie en vrienden geldt dat niet. Voor hen blijf je wie je bent. Deze komen echter in de rare rol van 'mantelzorger' terecht. Het is ook een vreemd gevoel dat je opeens iemand bent die 'mantelzorg' nodig heeft. Ik heb niet het gevoel dat het woord 'mantelzorg' het wezen van de zorg die je naasten je verlenen tot uitdrukking brengt. Waar zijn de liefde en de vanzelfsprekende betrokkenheid gebleven? 'Mantelzorg' klinkt als een plicht die je als een zware mantel op je schouders draagt. Het is een kil en onpersoonlijk woord.
Ik zou liever de professionele zorg willen typeren als 'koude' zorg en wat we 'mantelzorg' noemen willen typeren als 'warme' zorg. Naar mijn gevoel doet het onderscheid warm/koud met betrekking tot zorg recht aan wat er hier speelt. Zorg door professionals blijft, hoe betrokken ze ook zijn, toch altijd een zeker onpersoonlijk en afstandelijk karakter houden. Het is daarom dat ik deze zorg als 'koud' typeer. Dat wil niet per se zeggen dat de mensen die deze zorg verlenen altijd koud of kil zouden zijn. Zorg die wordt verleend door je nasten is per definitie persoonlijk en betrokken. Daarom noem ik deze zorg 'warm'.
Het is niet mijn bedoeling om de professionele of koude zorg af te schrijven. Deze zorg blijft onontbeerlijk. Ik zou ook niemand een argument in handen willen geven om deze zorg af te breken. Er zijn genoeg professionals in de zorg die de nodige warmte meebrengen voor de mensen waar ze voor zorgen. Deze mensen zijn doorgaans van goede wil, maar hebben niet altijd tijd voor je als je ze nodig hebt. Het grootste probleem met de koude zorg zit hem in de regeltjes, de protocollen, de organisatie en het management. Het is daardoor dat ik een dag zonder eten en drinken in mijn blote kont tevergeefs op een operatie heb moeten wachten. Het is daar door dat ik na de operatie alleen was toen ik bijkwam. Het is daardoor dat ik dat ik was overgedragen naar een andere afdeling geen thee kreeg en tevergeefs meerdere malen heb gebeld omdat ik zo'n pijn had. Je bent niet de enige waarvoor gezorgd moet worden. Je bent er een van de velen. Het is een complexe logistieke operatie om voor al die mensen te zorgen. Bij het ene ziekenhuis zal dat beter gaan dan bij het andere. Ik heb de indruk dat er bij het LUMC op dit punt nog veel te verbeteren valt. Als er iets misgaat is het van belang dat er oprechte excuses worden aangeboden. Snauwen dat je het druk hebt getuigt niet van respect voor de patiënt. Het allerbelangrijkste is wat meer warmte in de koude zorg. Een patiënt is ten alle tijden in de eerste plaats een mens. Je moet hem daarom ook altijd zo behandelen. De categorische imperatief van Kant geldt ook voor de koude zorg; behandel een ander altijd ook als een doel op zichzelf en nooit alleen maar als een middel. Wie een ander als doel op zichzelf behandelt, doet dat onvermijdelijk met de nodige warmte. Dan wordt de koude zorg warmer. Het zou mooi zijn als het begrippenpaar 'koude' zorg en 'warme' zorg overbodig zouden worden. Een goed georganiseerde zorg op menselijke maat zou daar bij helpen. Het zou ideaal zijn als je gewoon kon spreken van 'goede' zorg. Goede zorg kan nooit echt koud zijn.
Koude zorg is dat ze je een dag lang nuchter houden en in je blote kont aan een infuus in bed laten liggen, om je ten slotte pas de volgende dag te opereren. Warme zorg is als je spontaan het aanbod krijgt van mensen dat ze voor je zullen koken. Goede zorg betekent dat je als je professionele zorg nodig hebt je bijtijds, vakkundig en vriendelijk geholpen wordt. Het kan de warmte van de warme zorg nooit vervangen, maar je laat mensen in ieder geval niet in de kou staan.

zondag, 27 februari 2011

Ruud Pet

Ruud Pet

Linkedin Twitter GR

Duivesteijn's missies

In klassiek, macht, media, meerderheid, nederland, almere, alternatieven, belangrijk, blog, en meer.
Adri Duivesteijn, de Almeerse wethouder ruimtelijke ontwikkeling, heeft een missie. Eigenlijk twee. De eerste, en meest positieve, is het 'groot' brengen van onze stad Almere. De tweede is het aanpakken van de PVV en, niet minder belangrijk, andere partijen en politici aanspreken op hun gedrag richting de PVV. Zijn tweede missie leidt er wellicht toe dat hij zijn eerste missie niet gaat volbrengen. Hij wil naar de Eerste Kamer om daar het politieke debat te voeren en het negativisme van de partij van Wilders te bestrijden. Beide missies komen voort uit een enorme bevlogenheid. Een bevlogenheid op het gebied van ruimtelijke ordening (en architectuur) en de tweede uit het klassiek sociaal democratische ideaal. Als Almeers raadslid moet ik hier iets mee. Er is namelijk aan Adri niet te ontkomen. Niet aan het debat met hem in de gemeenteraad(dat ik trouwens graag met hem voer) en ook niet meer in de pers (waar ik zijn bijdragen met plezier lee)s. Maar ik moet er ook iets mee omdat de twee thema's mij als Almeerder raken. De groei van de stad, de ambitie die we in meerderheid in de stad hebben, wordt gefrustreerd door de rijksoverheid en in toenemende mate door de navelstaarders in Noord Holland en zelfs bij de Amsterdamse PvdA. Als het even tegen zit is het ook bij hen 'eigen volk eerst'. Partnerschap verdwijnt als sneeuw voor de zon. Ineens hebben we Almere niet meer zo nodig, tot het moment dat de bewoners in Waterland en Zaanstreek door zullen krijgen dat al die huizen toch wel een grote inbreuk maken op de woonomgeving, dan keert men onherroepelijk terug richting Almere. Korte termijn denken, dat door PvdA-er Duivesteijn hard wordt geparreerd. Ik mag het niet altijd met hem eens zijn als het gaat over de ambities voor Almere en de snelheid van uitvoering maar in dit verhaal ga ik met hem mee. Zijn aanpak van de PVV is het 'kiezen van de aanval'. Hij pakt vooral het taalgebruik aan en het ontbreken van een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van Almere en breder van Nederland. Ik herken volledig het beeld. In de gemeenteraad van Almere speelt de PVV, ondanks haar 9 zetels, geen enkele rol van betekenis. Niet omdat anderen niets met hen te maken willen hebben (er is namelijk geen cordon sanitaire) maar omdat er weinig tot niets is waar je als Almeerder wat aan hebt. Veel opgeklopte woede, benadrukken van onveiligheid, sublimeren van de islam-angst, maar geen alternatieven of het moeten de bekende 'stadscommando's' zijn. Waar ik ondertussen wel mee worstel is of het voortdurend aanvallen van de PVV iets oplevert, het gaat namelijk wel steeds weer over hen (net als deze blog....) en publiciteit is het enige echte wat hen interesseert. Maar het taalgebruik, de omgangsvormen, het mensbeeld veronachtzamen kan en moet ook niet. Zo zijn we de 'gevangenen' van dit media-fenomeen zullen we maar denken. En als dat dan toch zo is, is de aanval misschien toch de beste verdediging...want je moet er toch niet echt aan denken dat zo'n groepering de macht krijgt....wat van CDA en VVD wel (deels) mag.

Aantal berichten op deze pagina: 5. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 10581 uur (440,9 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,1 per week.

Pagina: 1