dinsdag, 24 januari 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

EU boycot Iraanse olie

In samen op de wereld, europa, griekenland, iran, italië, olie, politici, programma, spanje, en meer.

Nucleaire activiteiten verschaffen Iran de mogelijkheid op verdediging tegen externe aanvallen. Een flinke dosis economische pijn zal Iran dus zeker over hebben voor het behoud daarvan.

Tien procent van de Iraanse olie gaat naar Italië. Dat is daarmee de vierde afnemer van het Perzische goedje na China (20%), Japan en India. Spanje en Griekenland nemen samen ook nog 10% voor hun rekening tot 1 juli.

Eerdere boycotten heeft Iran prima omzeild en wist nog altijd ruwe olie naar buurlanden te krijgen en olieproducten te importeren. De grootste afnemer van Iraanse olie, China, steunt een boycot niet net als India, Rusland en Turkije. Het land zal dus niet helemaal onderuit gaan. Een VN-actie zit er niet in: China en Rusland gaan dat tegenhouden. Rusland verdient per slot van rekening geld aan dit nucleaire programma.

Wie treft dit dan? De zwakste economieën in Europa en de inwoners van Iran. Die eerste kunnen er eigenlijk geen ellende bij hebben. De Europese boycot zal de prijs van olie opdrijven. Die tweede groep ook niet: de inflatie in Iran is inmiddels gigantisch. Hoewel men best nieuwe leiders wil, een tweede reden die genoemd wordt door maatregelennemende landen, lopen zich nog geen goede kandidaten warm, dus ook op dit punt valt geen doorbraak te verwachten. Ik ben niet slimmer dan de politici die hopelijk goed geïnformeerd en overwogen deze keuze hebben gemaakt maar dit is een signaal dat niet de doelen treft die men zegt te hebben.

zondag, 22 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

zaterdag, 21 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Het belang van teerzandolie voor Nederland

In duurzaamheid, economie, bp, canada, co2, damian carrington, ebn, engeland, eu, en meer.

Vorige week berichtte Damian Carrington in The Guardian dat de Nederlandse overheid zich net als Engeland sterk maakt voor een compromis om te voorkomen dat Canadese teerzandolie als zeer milieuonvriendelijk te boek komt te staan. Daarmee verplaatst de strijd om de winning van de Canadese teerzanden zich naar Nederland. In eerste instantie leek het me een onlogische zet om je in te zetten voor de importmogelijkheden van Canadese olie. Totdat ik bedacht dat de Nederlandse staat via Energiebeheer Nederland voor 40% participeert in de winning van olie door NAM (onderdeel van Shell & Exxon) in Schoonebeek (zie lijst met deelnemingen op EBN site). De olie in Schoonebeek is ” zo taai en dik dat het lijkt op pannenkoekenstroop

Strijd om teerzand in Canada & de VS

In Canada is de strijd al een paar jaar in volle gang en heeft de minister onlangs een open brief gestuurd, waarin hij stelt dat tegenstanders van de winning van teerzand tegenstanders van Canada zijn. In de VS  wordt al een tijd een zware strijd geleverd om de vergunning voor de Keystone XL pijpleiding te blokkeren. Begin deze week heeft Obama de vergunning voor Keystone XL voorlopig afgewezen, maar wel de mogelijkheid open gelaten om een nieuwe vergunning aan te vragen. Obama is van mening dat het Amerikaanse parlement hem onvoldoende tijd gunt om de milieu- en sociale effecten van de pijpleiding te onderzoeken.

Californië werkt daarnaast aan wetgeving die de invoer van teerzandolie stukken lastiger maakt, door eisen te stellen aan de CO2 emissie van brandstof over de hele winningsketen (van well to wheel). Een rekenmethodiek die ook wel bekend staat als levenscyclus analyse en volstrekt gebruikelijk is in andere branches. Zo niet in de energiehoek, want de oliemaatschappijen voeren een stevige juridische strijd tegen het voorstel.

Teerzandolie in de EU & Nederland

In Europa werkt de Europese Commissie aan een herziening van The Fuel Quality Directive, dit is een soortgelijk voorstel als waar Californië aan werkt. Engeland (volgens sommige een lichtend voorbeeld op milieugebied) probeert al langer om dit voorstel van tafel te krijgen. Nederland heeft zich daar volgens Damian Carrington inmiddels bijgevoegd met een eigen voorstel. Damian Carrington wijst er op dat BP en Shell beide fors hebben geïnvesteerd in de Canadese teerzandolie. Wat hij over het hoofd ziet is dat de Nederlandse overheid via Energiebeheer Nederland ook (fors?) geïnvesteerd heeft in de winning van teerzandolie in ons eigen kikkerlandje. De hoeveelheid energie die nodig is om de Nederlandse teerzanden te ontginnen is misschien minder groot dan voor de Canadese teerzanden, maar ik vermoed dat het nog altijd meer is dan benodigd is voor conventionele oliewinning.

Als het voorstel van de Europese Commissie ongewijzigd wordt aangenomen kan het dan ook wel eens een stuk lastiger worden om de verwachte 100 miljoen vaten olie te verkopen. Wat weer gevolgen heeft voor de ‘aardgasbaten’ die EBN afdraagt aan de Nederlandse staat. In 2010 was de afdracht van EBN aan de Nederlandse staat volgens de jaarrekening goed voor ruim 5,3 miljard Euro. Al komt het grootste deel daarvan ongetwijfeld van aardgas.

PS Waarom investeert de Nederlandse overheid eigenlijk via EBN risicodragend in de zoektocht naar en de winning van fossiele brandstoffen, terwijl hernieuwbare bronnen hooguit exploitatiesubsidie krijgen?

vrijdag, 20 januari 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Waar zit de ruimte in het Lenteakkoord?

GroenLinks-voorzitter Joop Ouborg heeft de collegepartijen opgeroepen om de uitgangspunten van het collegeakkoord van SP, VVD, GroenLinks en D66 nader te bediscussieren. Het gaat dan met name om de financiële afspraken. De vraag is waar liggen de mogelijkheden?

De financiële spelregels van het Lenteakkoord zijn voor een groot deel in beton gegoten doordat geld van de Rijksoverheid voor specifieke doelen is bestemd. Geld dat is gelabeld en bijvoorbeeld voor uitkeringen is bedoeld mag niet worden gebruikt om stoeptegels te leggen. Verder sluit ik uit dat het tekort op de begroting verder kan oplopen, dat zou de gemeente Arnhem ernstig in de problemen kunnen brengen. Als die elementen uit het akkoord worden gefilterd blijven er een drietal afspraken over waar de discussie zich dan op zou kunnen toespitsen.

Drie afspraken
Ten eerste de gemeentelijke belastingen, de onroerend zaak belasting en rioolheffing. In het akkoord staat dat deze niet meer dan de gemiddelde prijsstijging in Nederland mogen stijgen. Het college heeft de Arnhemse burger voorgehouden dat men wil voorkomen dat deze meer aan de gemeente gaat betalen.
Een tweede afspraak is dat wethouders hun eigen begroting op orde hebben. Hogere kosten of tegenvallende uitgaven moeten binnen de eigen begroting worden opgelost.
Tenslotte worden financiële meevallers in principe niet gebruikt voor nieuwe uitgaven maar om tegenvallers op te lossen of te reserveren voor toekomstige tegenvallers.

De laatste voorwaarde is naar mijn inschatting het minst explosief, maar helaas ook het minst voor de hand liggend. De verwachting is dat op allerlei deelterreinen de kosten zullen oplopen en er mogelijk eerder met tegenvallers dan op meevallers gerekend moet worden.
De eerste twee mogelijkheden doornemend rijst de vraag of de VVD en de strenge rekenmeester Leisink (wethouder Financiën, D66) hier veel voor voelen. Indien GroenLinks en SP echter hun sociale gezicht willen redden is het wel noodzakelijk om ergens rek te vinden in de begroting. Het bezuinigingspakket van 25 miljoen, waarvan twee miljoen ten koste van armoedebeleid, is met veel pijn en moeite tot stand gekomen.
Het zal derhalve creativiteit en durf vragen om middelen vrij te maken voor sociaal beleid. Daarbij bestaat natuurlijk ook de mogelijkheid om steun te zoeken bij de oppositie, waarbij naast PvdA, CDA en ChristenUnie ook de lokale fracties blijk hebben gegeven van een sociale inborst. Het liberale blok van VVD en D66 is in de Arnhemse gemeenteraad in de minderheid.

De tweede helft
De tweede helft van de collegeperiode gaat over een paar maanden in. Dan zijn de verkiezingen van 2014 dichterbij dan de datum van het akkoord. De ervaring leert dat dit altijd zijn weerslag heeft op coalities. Partijen willen met een positief verhaal naar de kiezer.
Het wachten is nu op de reactie van de andere partijen.

Geschreven voor ArnhemDichtbij

zondag, 15 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Rendement Meewind 2011

In duurzaamheid, economie, persoonlijk, belwind, duurzame energie, greenchoice, investeringen, meewind, offshore wind, en meer.

In 2008 heb ik een deel van mijn kerstbonus geinvesteerd in een participatie in Meewind met het idee de ontwikkeling van offshore wind in Nederland te stimuleren. Meewind is een paraplufonds dat de mogelijkheid biedt te beleggen in duurzame energieprojecten.  Ik werd op het bestaan van Meewind gewezen door Greenchoice, die een mooie actie hadden waarbij je met een aanbetaling van 100 Euro een participatie van 1.000 Euro kon kopen. De resterende 900 Euro hoefde pas betaald te worden zodra Meewind haar eerste windpark werkelijk in aanbouw zou nemen. In 2010 was het zover en heb ik het geld voor volledige participaties in het eerste subfonds van Meewind bijgestort.

Het eerste subfonds van Meewind heeft een participatie in het Belgische windpark Belwind. Het windpark is eind 2010 in productiegenomen. De intrinsieke waarde van een participatie is sindsdien gestegen van 1.000 Euro in juli 2010 tot Euro 1.121 eind 2011. Dat is een rendement sinds oprichting van 12%, over 2011 bedroeg het rendement 8%. Vooralsnog is het papieren winst, enkel te verzilveren door de participatie te verkopen. Dat ben ik echter niet van plan, sterker eind vorig jaar heb ik  mijn investering in Meewind uitgebreid.

Meewind hoopt vanaf dit jaar dividend uit te gaan keren, dus wellicht kan ik later dit jaar een beeld van het dividend rendement van een participatie Meewind geven. Meewind wil medio 2012 ook de inschrijving voor het tweede subfonds openen. Met dat fonds wil Meewind investeren in het offshore windpark bij Schiermonnikoog.

donderdag, 12 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Misplaatste fixatie op arbeidscontracten.

In economie, arbeidscontracten, flexibel, visie, kwaad, kamp.
Minister Kamp wil werkgevers de mogelijkheid bieden om werknemers voor een periode van 7 jaar in dienst te nemen. Hiermee wordt wederom de focus gelegd op het lagere personeel dat niet goed zou presteren. De vaak slechte organisatiegraad en mismanagement dat vaak evenveel kwaad doet, blijft hierdoor onderbelicht. Het is een terugkerend thema bij elke [...]

woensdag, 11 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Voortgang investeringen via Symbid

In duurzaamheid, persoonlijk, av direct, crowdfunding, enviu, enviu participation, investeringen, p2p investeringen, symbid, en meer.

Vorig jaar plaatste ik al een update op mijn eerste bericht over crowdfunding platform Symbid. Via Symbid heb ik vorig jaar geinvesteerd in Enviu Participations en AV Direct. Inmiddels is duidbreelijk dat Enviu de benodigde 100.000 Euro heeft opgehaald via crowdfunding. Een mooi moment voor een kleine evaluatie van mijn 2 investeringen via Symbid tot nu toe.

Crowdfunding = Campagnevoeren

Als iets me duidelijk is geworden is het wel dat ondernemers die hun bedrijf via crowdfunding willen financieren actief campagne moeten voeren om het geld binnen te halen. Sinds ik in augustus geld heb geinvesteerd in Enviu Participations ben ik bijna 2 keer per maand benadert met de vraag of ik m’n investering wilde uitbreiden of mensen uit mijn eigen netwerk wilde wijzen op de investeringsmogelijkheid. Ook uit gesprekken met Stef van Dongen en andere mensen van Enviu werd duidelijk dat er intern allerlei kleine en grotere competities werden opgezet om het aanbrengen van investeerders aan te moedigen. Ook via sociale media (twitter, linkedin, facebook) werden regelmatig oproepen gedaan door de mensen van Enviu om te investeren in Enviu Participations.

Dat is een heel andere aanpak dan AV Direct, mijn tweede investering. Sinds mijn investering begin augustus heb ik weinig meer vernomen over de voortgang van de plannen. Het aantal investeringen en de omvang ervan is ook nauwelijks tot niet toegenomen sinds augustus 2011.

De derde investering die ik op het oog heb is WakaWaka Solar led light, ook zij zijn zeer actief op sociale media. Het benodigde startkapitaal komt dan ook in zicht. Ik lever daar graag een bijdrage aan, helaas zit mijn geld vast voorlopig nog vast en zolang dat zo is wil ik eigenlijk geen nieuw kapitaal bijstorten op Symbid.

Tip voor Symbid

Helaas lukt het niet om het geld dat ik heb geinvesteerd in AV Direct terug te trekken. Aan de ene kant begrijpelijk, want als je op ieder moment je investering terug kunt trekken is het heel lastig om je ondernemingsplan te financieren. Aan de andere kant staat mijn investering van 200 Euro in AV Direct sinds augustus stil, waardoor ik er geen andere ondernemers mee kan helpen. Terwijl ik met partjes van 20 Euro 10 ondernemers een stapje verder had kunnen helpen. Om te bevorderen dat ondernemers actief nieuwe investeerders (blijven) werven zou Symbid de mogelijkheid kunnen introduceren om het geld te onttrekken als een ondernemer meer dan een maand geen nieuwe investeerders weet aan te trekken. Op die manier dwing je ondernemers om actief op zoek te blijven naar nieuwe investeerders en biedt je investeerders mogelijkheden om naar actievere of nieuwere investeringsmogelijkheden over te stappen.

Helaas lukte het me zonder hulp niet om het geld dat ik in AV Direct heb geinvesteerd te desinvesteren. Vrij vlot na het verschijnen van dit bericht heeft Korstiaan Zandvliet van Symbid gereageerd en uitgelegd hoe je desinvesteert. Dit doe je als volgt:

  1. Login op jouw Symbid dashboard
  2. Klik op Portfolio (dus niet op Investments)
  3. Hier zie je al jouw investeringen staan
  4. Klik vervolgens op Desinvest achter de betreffende propositie
  5. Kies vervolgens hoeveel stukken je wilt desinvesteren
  6. Het geld staat nu weer op je balance, klaar om in een nieuwe propositie te investeren

 

Inmiddels heb ik dat ook succesvol gedaan en heb ik het vrijkomende bedrag geinvesteerd in Waka Waka en The 1200.

Tip voor investeerders

Voor investeerders die overwegen om een bedrijf via crowdfunding te ondersteunen lijkt het verstandig om goed te kijken naar de marketingstrategie van de ondernemer. Hoe actief is hij of zij op sociale media? Hoe actief wordt er gereageerd op nieuwe investeerders? Wanneer een ondernemer heel inactief is kun je overwegen om zelf actief te gaan werven voor de ondernemer (maar dan moet je wel heel erg geloven in het business plan van de ondernemer…). Anders is het verstandig om goed te kijken hoeveel tijd de ondernemer heeft om zijn plan te financieren. Mijn investering van 200 Euro in AV Direct staat sinds augustus stil, waardoor ik er geen andere ondernemers mee kan helpen. Terwijl ik met partjes van 20 Euro 10 ondernemers een stapje verder had kunnen helpen. Gelukkig blijkt het wel makkelijker dan ik dacht om van een investering afscheid te nemen, zolang deze nog niet volledig ‘vol’ zit.

dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

zondag, 8 januari 2012

Arno Bonte

Arno Bonte

Hyves Twitter GR

Tweederde Nederlanders voor vuurwerkverbod

Tweederde van de Nederlanders is voor een verbod op consumentenvuurwerk. Dat blijkt uit een peiling van onderzoeksbureau No Ties in opdracht van de GroenLinks-raadsleden Arno Bonte (Rotterdam) en David Rietveld (Den Haag). Uit het onderzoek blijkt ook dat driekwart van de Nederlanders vuurwerk ziet als bron van overlast.

Op de vraag ‘bent u voor een verbod op vuurwerk voor particulieren?’ antwoordde 64 procent bevestigend, 33 procent is het daar niet mee eens. Van de voorstanders van een vuurwerkverbod wil tweederde dat er dan wel professionele vuurwerkshows worden georganiseerd. Opvallend is dat er bij de kiezers van alle partijen een meerderheid voor een vuurwerkverbod is. GroenLinks scoort met 78 procent voorstanders het hoogst, regeringspartijen CDA en VVD scoren het laagst, maar ook daar is er met 57 procent een ruime meerderheid voor een verbod.

Bonte en Rietveld zien de uitkomsten van het onderzoek als steun in de rug voor hun lobby om bij de jaarwisseling alleen nog professionele vuurwerkshows toe te staan. In 2009 verzamelden ze 65.000 handtekeningen voor een burgerinitiatief voor een verbod op consumentenvuurwerk. ‘Mensen zijn de overlast en ongelukken meer dan zat. De overgrote meerderheid van de Nederlanders wil dat Oud en Nieuw weer een feestje wordt’.

De raadsleden dringen er bij de landelijke politiek op aan om ‘het taboe op het vuurwerkverbod’ te doorbreken. “De houdbaarheidsdatum van de Nederlandse vuurwerktraditie is verlopen. Het is hoog tijd dat die traditie wordt gemoderniseerd.” Ze hebben minister Opstelten gevraagd om gemeenten in ieder geval zelf de mogelijkheid te geven een plaatselijk verbod op het afsteken van vuurwerk in te kunnen stellen.

Uit het onderzoek blijkt volgens Bonte en Rietveld dat een verbod op consumentenvuurwerk goed te handhaven is: 93 procent van de Nederlanders geeft aan zich daaraan te zullen houden, slechts 7 procent zou toch aan vuurwerk proberen te komen en dat afsteken. Van de ondervraagden zegt 22 procent een professionele vuurwerkshow te gaan bezoeken, als die met Oud en Nieuw in hun gemeente wordt georganiseerd.


woensdag, 4 januari 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Verplichte verkoop huurwoningen

In ruimtelijke ontwikkeling, banken, huis, huizenmarkt, huurwoningen, kabinet, kerst, problemen, schuldencrisis.

eric leltz 

Vlak voor de kerst kwam het kabinet met het plan dat woningcorporaties verplicht worden om 75% van hun huurwoningen te koop aan te bieden aan de bewoners. Als huurders hier gebruik van gaan maken, komen veel voormalige huurwoningen op de koopmarkt. Hoewel het niet direct zo'n vaart zal lopen, omdat immers niet iedereen kan of wil kopen, kan deze maatregel de woonmarkt toch flink ontwrichten. Natuurlijk, een dergelijke mogelijkheid tot koop bestond al. In Ede bijvoorbeeld in de vorm van "vrije koop" of "koop garant" waarbij het gekochte huis na verloop van tijd weer wordt terug verkocht aan de corporaties. Maar het verplichtende karakter van de overheidsmaatregel ontbreek toch hierbij.

De ratio achter de maatregel is onduidelijk en roept dus veel vragen op. Zo is er door de schuldencrisis meer vraag naar huur dan naar koop. Maar als de maatregel uitpakt zoals het kabinet wenst, worden juist woningen onttrokken aan de voorraad "te huur" en toegevoegd aan de voorraad "te koop". En er staat al zoveel te koop! En meer aanbod van koopwoningen bij zelfs een gelijkblijvende vraag, betekent nog lagere prijzen en nog meer huizen die minder waard zijn dan de hypotheek die er in zit. Dus nog meer huizen komen onder water te staan, nog meer mensen in de problemen en een huizenmarkt die nog vaster komt te zitten. En als vervolgens niet snel huurwoningen worden bijgebouwd komen er ook minder sociale huurwoningen beschikbaar met dus nog langere wachttijden tot gevolg.

Meer koopwoningen betekent overigens ook meer hypotheekschuld. En moet nu juist niet deze consumentenschuld omlaag? Nog afgezien of de banken het geld voor de hypotheken wel in kas hebben als de maatregel echt effect heeft. Of zou dit kabinet zich rijk rekenen en alvast de beoogde winsten van de corporaties willen afromen door middel van heffingen. Immers het kapitaal in stenen van de corporaties wordt op deze wijze wel liquide gemaakt.



Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

(nog) een kras in Wal-Mart’s poging om een duurzaam boodschappenbolwerk te worden

In duurzaamheid, economie, abp, arbeidsomstandigheden, beleggingsbeleid, duurzaam investeren, ilo richtlijnen, pensioenfonds, sustainability consortium, en meer.

Sinds een paar jaar timmert Wal-Mart stevig aan de weg met het Sustainability Consortium als het gaat om het verduurzamen van haar productieketen. Toch weigert mijn eigen bank (ASN) al een aantal jaar te investeren in Wal-Mart, als ik me goed herinner onder andere i.v.m. wapenverkopen in de winkels. Deze week werd duidelijk dat de ASN door een veel prominentere belegger wordt gevolgd: ABP. In het persbericht motiveert ABP  (pdf) de uitsluiting als volgt:

Het Amerikaanse bedrijf Walmart is door ABP uitgesloten vanwege het personeelsbeleid dat in strijd is met internationale richtlijnen (ILO richtlijnen), met name ten aanzien van arbeidsomstandigheden en de mogelijkheid voor werknemers om zich te organiseren in vakbonden.

Dat maakt duidelijk dat verantwoord ketenbeheer slechts een onderdeel is van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik ben er van overtuigd dat samenwerking met ketenpartners veel meer impact kan hebben op duurzaamheid (zowel sociaal als milieu), tegelijkertijd vergt een ambitieuze verduurzamingsstrategie voor je productieketen ook dat je je eigen interne ambities opschroeft…

Na een paar jaar zeuren tegen ABP (over oa. investeringen in kolen, teerzanden en hun investeringsbeleid) is het mooi om te zien dat er ook voor hun een grens zit aan de engagement strategie. Wanneer een bedrijf haar gedrag en beleid niet wijzigd komt er een moment dat je afscheid moet nemen. Wat mij betreft een dikke pluim voor deze actie van ABP.

dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, abortus, ambtenaren, amerika, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

In begrijpen, boeken, concept, dagelijks leven, discriminatie, eerste, emancipatie, eten, fictie, en meer.

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


vrijdag, 30 december 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Heb uw naasten lief gelijk u zelf

In weblog, bijbel, doodstraf, sgp, citaat, eerste, hart, hoop, invloed, en meer.

Het is vrij vertaald een citaat uit de bijbel (Matteüs 22:39) dat mij als eerste te binnen schoot bij het lezen van het standpunt rondom de doodstraf van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). De SGP is namelijk van mening dat de doodstraf in bepaalde gevallen gerechtvaardigd is en noemt daarbij (zij het niet met zo veel woorden) man en paard: Saddam Hoessein en Bin Laden. (Bron)

De visie van de SGP op de doodstraf berust op wat de Bijbel zegt over de roeping, die de overheid heeft tot herstel van het geschonden recht. De mens is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. Vanuit dit vertrekpunt – de hoge waardigheid van de mens als beelddrager van God – volgt dat de overheid (rechter) gerechtigd is om bij ernstige levensdelicten de doodstraf te overwegen en toe te passen. “Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door de mens vergoten worden; want God heeft de mens naar Zijn beeld gemaakt” (Genesis 9 vers 6).(Bron)

Tegelijk zegt de bijbel meer dan eens dat God liefde is. Dat blijkt ook uit het door mij aangehaalde citaat als je dat in z’n geheel leest:
“Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.” (Matteüs 22:36-40)

Als waar is wat er in Matteüs 22:40 staat (“deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat”) kun je jezelf natuurlijk nauwelijks beroepen op verdere verwijzingen in de bijbel over “de roeping, die de overheid heeft tot herstel van het geschonden recht”.

Als je dan kijkt naar wat er in Matteüs 7:12 staat (Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten) kom je natuurlijk nergens meer met je steun aan de doodstraf.

Daarbij bewijst de SGP dat men niet leert van hetgeen er in de ontwikkeling van de mensheid is gebeurd: “Onder invloed van het vooruitgangsgeloof van de Verlichting werd de doodstraf als barbaars van de hand gewezen. Bovendien ontstond er een optimistisch vertrouwen in de mogelijkheid tot aardse perfectionering van de mens. Deze onbijbelse gedachten hebben hun doorwerking gekregen in het denken over de legitimiteit van de doodstraf.” (Bron).

Wie is de SGP om te denken dat het niet Zijn plan was met de mensheid om via de Verlichting te komen tot aardse perfectionering van de mens? Gods wegen zijn immers ondoorgrondelijk. Daar waar de gruwelijkheden van ons tijdsgewricht hebben geleid tot de Universele verklaring van de Rechten van de Mens die stelt dat: “Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon”, en: “Niemand mag onderworpen worden aan enige wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.” (Bron). Dat staat op gespannen voet met het opleggen van de doodstraf.

Nu zullen SGP theologen vast een hoop citaten en argumenten aandragen om mijn ongelijk te bewijzen. Maar hoe zinnig is het om mensen te doden om te laten zien dat het doden van mensen verwerpelijk is? Het zou toe te juichen zijn als de SGP zich zou laten leiden door een ander Bijbels thema: Vergeving. Zoals in Efeziërs 4:32: “Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft”.

Zelfs in de meest wrede misdaad die (volkeren)moord en misdaden tegen de menselijkheid zijn. Want levenslange vrijheidsberoving kan evenzeer een herstel van het geschonden recht zijn waartoe de overheid door de Bijbel is geroepen.

Arno Bonte

Arno Bonte

Hyves Twitter GR

Rotterdam volgend jaar vuurwerkvrij


Het enige vuurwerk dat volgend jaar met Oud en Nieuw wordt afstoken zou de vuurwerkshow bij de Erasmusbrug moeten zijn. Dat voorstel doet GroenLinks-fractievoorzitter Arno Bonte. Hij wil dat de rest van Rotterdam vuurwerkvrij wordt. “Rotterdammers hebben recht op een veilige en feestelijke jaarwisseling.”

Bonte pleit voor een ‘modernisering van de vuurwerktraditie’. De vuurwerkoverlast loopt volgens hem steeds meer uit de hand. “Met Oud en Nieuw verandert de stad in een oorlogsgebied. Jaarlijks vallen er honderden slachtoffers en wordt er voor miljoenen euro’s aan maatschappelijke schade aangericht”, zegt Bonte. “Rotterdammers worden te weinig tegen de toenemende vuurwerkoverlast beschermd.”

De GroenLinkser verzamelde drie jaar geleden samen met zijn Haagse collega David Rietveld 65.000 handtekeningen voor een landelijk verbod op consumentenvuurwerk. De Partij voor de Dieren heeft inmiddels een voorstel daartoe ingediend. Een meerderheid van de partijen in de Tweede Kamer heeft echter aangegeven niks in een landelijk verbod te zien. Bonte wil daarom dat Rotterdam de mogelijkheid krijgt om te experimenteren met een veilige jaarwisseling.


donderdag, 29 december 2011

Selçuk Akinci

Selçuk Akinci

Twitter Youtube GR

De Broeikas van de Vrijheid

Aarde

Kameraad en filosoof Simon Otjes schreef gisteren op zijn blog, in het vierde deel in een reeks reacties op het boek ‘Het Huis van de Vrijheid‘ van Rutger Claassen, dat er geen liberale grondslag is voor het streven naar een duurzame samenleving. Als politicus die streeft naar het smeden van brede politieke steun voor mijn idealen vind ik dat een onbevredigende stelling. Met gevaar voor eigen ego – Simon is een scherp, belezen en gepromoveerd denker – ging ik op zoek naar het tegendeel.

Beste Simon, je hebt gelijk als je stelt dat we duurzaamheid niet tot in de zesde generatie kunnen verplichten. Alhoewel je met een opname in de grondwet op zich nog best een eind zou kunnen komen. Meer prikkelend vind ik je ietwat terloopse stelling dat er vanuit liberaal perspectief geen politiek imperatief zou bestaan om als samenleving duurzaam te zijn.

Was het niet Thomas Green die bepleitte dat het individu niet los gezien kan worden van de samenleving waarin hij leeft en handelt? De staat heeft wat hem betreft daarin de rol om de politieke, maatschappelijke en economische leefomgeving dusdanig te vormen en te beschermen, opdat het individu hierbinnen optimaal kan handelen naar het eigen geweten.

Nu zit er een paradox tussen enerzijds de vormende staat en anderzijds het optimaal handelen naar het eigen geweten van elk individu. Praktisch gezien lost Green dit op door te pleiten voor subsidiariteit. Pas wanneer de locale overheid niet in staat bleek om de negatieve effecten op de mogelijkheid optimaal te handelen (ontplooiing) van individuen te bestrijden, komt wat hem betreft de nationale overheid in beeld. Als ik Wikipedia mag geloven, neemt hij daarbij de vervuilende Brouwerij-industrie in de negentiende eeuw als voorbeeld. Een duidelijk milieu-voorbeeld.

Vertaald naar de dag van vandaag kan gesteld worden dat de samenleving naast een locale en nationale component ook steeds meer een geglobaliseerde dimensie heeft. Ook de problematiek rond de klimaatverandering heeft nadrukkelijk een internationaal karakter. Supra-nationale interventie is vanuit de denkwijze van Green dan ook legitiem (wat niet uitsluit dat invulling en uitvoering nog altijd deels locaal geregeld kan worden) om zo voor langere tijd te borgen dat individuen blijvend optimaal kunnen functioneren.  In het specifieke geval van duurzaamheid raakt deze verantwoordelijkheid zowel de sociaal-maatschappelijke, de politieke en het economische umfelt waain het individu zich beweegt. Ik heb nergens het idee dat Green deze verantwoordelijkheid beperkt tot het functioneren van de nu levende generatie(s).

Relevant blijft of hier sprake is van een politiek imperatief. Verwijzend naar de theorie van de categorische imperatief van Kant stelt Simon immers dat er wel sprake kan zijn van een moreel, doch voor liberalen niet van een politiek imperatief voor het inrichten van een duurzame samenleving. Nog los van de vraag of moraliteit zo strikt gescheiden mag worden van het politieke domein, beschrijft Green wel degelijk een politieke kwestie. Hij benoemt een samenhangend stelsel van verantwoordelijkheden en plichten tussen individu en verschillende overheidslagen, een bestuurlijke leidraad bijna. Dat lijkt me bij uitstek een politiek verhaal.

Los van deze in beginsel vooral filosofische uitgangspunten vraag ik me af welke denkwijzen (diverse) liberalen erop nahouden als het gaat om een begrip als zorgplicht. Ook dit is iets dat immers niet noodzakelijkerwijs afgebakend is langs generatiegrenzen. Wellicht heeft Simon daar nog wat gedachten over.

woensdag, 28 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter Blogreacties: Selçuk Akinci

Climate control in het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Een van de minst bevredigende onderdelen van de Het Huis van de Vrijheid is de analyse van klimaatpolitiek. Claassen stelt dat we zouden kunnen denken dat we op basis van het schadebeginsel ecologische grenzen kunnen stellen aan economische ontwikkeling. Als we grondstoffen uitputten dat ontzeggen vrijheden aan toekomstige generaties.

Maar welke aanspraak maken toekomstige generaties op ons? Onze kinderen maken overduidelijk aanspraak op ons: zij zijn er en hebben recht op een evenredig deel van de natuurlijke grondstoffen. Maar hoe zit het met de generaties daarna: stel je twee scenario’s voor: in het eerste scenario leeft de mens duurzaam voor tien generaties en dan komt door een meteoriet een einde aan het leven op aarde. In het tweede scenario leeft de mens onduurzaam voor vijf generaties en dan komt de mensheid om door haar eigen vervuiling.

De vraag is of het leven van die extra vijf generaties menselijke inspanning waard is, als menselijk leven toch tot einde komt. De vraag is of we als mensheid kort en gelukkig moeten leven, of langer en minder gelukkig. Voor individuen laten liberalen die keuze aan mensen zelf, maar hoe zit dat het met de mensheid? Voor utilisten is de berekening simpel: volgens het principe van het meeste geluk, moeten gewoon kijken of het verlies aan welzijn door verminderde consumptie opweegt voor de groei van mensen. Het is een empirische vraag hoe die berekening uitvalt. Liberalen hebben echter geen voorkeur voor zoveel mogelijk menselijk leven.

Het fundamentele probleem is dat de vijf ongeboren generaties geen aanspraak maken op ons. Als je echt zou geloven dat  nog-niet geboren leven van ons kan eisen dat we hen moeten laten leven, dan betekent dat iedere vrouw zoveel mogelijk kinderen moet krijgen. Zij hebben als individu geen morele status.

Wat Claassen voorstelt is dat als we de toekomstige generatie niet zien als een groep individuen we dit probleem kunnen ontlopen. Een tweede is dat we de waarde van het bestaan van de toekomstige generatie als groep kunnen instrumentaliseren. Wat wij doen heeft alleen zin omdat er een volgende generatie is die het zal erven. Als we de volgende generatie de mogelijkheid ontzeggen om dingen te doen die blijvend zijn ontzeggen we hun zin in hun leven. Dat is een niet-liberale theorie van waarde, die dingen alleen waardevol vind als ze blijvend zijn. De gemeenschap van mensen heeft waarde op zich.

Hier stokt Claassen: hij besluit er is geen liberale grond om duurzaam te zijn, daarvoor moeten we een andere theorie van waarden hebben, dan wel gebaseerd op het voortbestaan van de mensheid, dan wel op het bestaan van individuele mensen.

Ik kan me een grondslag bedenken van een andere theorie van waarden: deze gaat uit van morele verantwoordelijkheid. Het is een Kantiaans principe dat iedereen zo moet handelen dat het principe van zijn handeling een universele wet is. Iedereen moet zo kunnen handelen als jij doet. Als je overweegt te liegen, dan moet je bedenken hoe de wereld eruit zou zijn als iedereen zou liegen. Dan heeft praten geen zin meer omdat je zeker weet dat mensen niet de waarheid spreken. Communicatie wordt dan zinloos. Je kan in analogie hiermee voorstellen dat iedereen duurzaam moet leven, want als alle generaties zo onduurzaam zouden hebben geleefd dan zou mijn generatie er niet zijn geweest. Kortom er is voor Kantianen een moreel imperatief om duurzaam te leven.

Voor gemeenschapsgezinden, utilisten en deontologische Kantianen is er een moreel imperatief om als individu duurzaam te leven. Er is echter vanuit liberaal perspectief geen politiek imperatief om als samenleving duurzaam te zijn. Het fascinerende is dat het klimaatvraagstuk als geen ander collectieve actie vereist: het handelen van mensen om duurzamer te leven heeft alleen zin als we het samen doen. Om ervoor te zorgen dat iedereen duurzamer leeft, moet de overheid iedereen daartoe verplichten.

Allemaal mooie theorie. We kunnen duurzaamheid niet verplichten tot de zesde tot tiende generatie. De problemen met het klimaat zijn veel groter dan de vraag of de zesde generaties nog kan leven, maar de vraag of onze kinderen in een zelfde rijkdom kunnen leven als wij. Dat dwingt nu tot het maken van keuzes voordat het klimaat onveranderdelijk is beschadigd voordat zij groot worden. De vraag die onder Claassen’s analyse ligt, is of we we meer moeten doen voor die zesde generatie. Maar volgens mij is die vraag verkeerd: we moeten al ongelofelijk veel doen door de tweede generatie en daar profiteert de zesde ook van. De volgende generatie zal voor een zelfde keuze komen te staan, of ze voor hun kinderen genoeg willen overlaten. En die vrijheid moeten we hen in essentie ook laten. Voor die vrijheid moeten wij ook voor inleveren.

dinsdag, 27 december 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Verlichting, een terugblik en nieuwjaarswens

Het viel niet mee dit jaar om, tegen alle mismoedige gebeurtenissen en de negatieve berichtgeving in, te blijven ervaren dat deze donkere tijden van heel tijdelijke aard zijn; de echte duisternis hebben we al gehad. We zijn in transitie. We leven in een Tussentijd. Nu komt alles wat voorheen verborgen kon blijven aan het licht. Dat geeft een ontluisterend beeld van de werkelijkheid, maar met de onmiddellijke mogelijkheid om die informatie te gebruiken een andere lichtere werkelijkheid te creëren.

Met de opstand die in Tunesië begon is een licht ontstoken dat zich als een lopend vuurtje over de wereld heeft verspreid. Het blijkt dat dat zich niet eenvoudig laat doven en het heeft zeker niet alleen woede en verontwaardiging teweeg gebracht. Ook heel veel vreugde. Zoals op één van de Occupy-bijeenkomsten een jonge man vertelde hoe gelukkig hij er van werd om met zoveel gelijkgestemden te zijn en dat hij merkte dat die lichtheid aanstekelijk werkte naar zijn omgeving.

Die verandering, of liever transformatie, wordt op bijzondere wijze beschreven in hét boek van 2012 – mind my words! - 'This is the And' van vader en zoon van Doorn.

Een boek dat de totaal andere kant belicht van de zogenaamde crisis en daarmee een nieuw licht werpt op de gebeurtenissen.

 

Een persoonlijk succes waar ik op terug kijk is dat het me gelukt is vele kilo's lichter te worden dit jaar. Dat wens ik ieder toe. Net zoals van andere zaken waar je voldoende, genoeg of teveel van hebt: Doe Het Weg!

Van alle dingen die ik ondernomen heb in 2012 – en dat zijn er vele! - is schrijven een 'kunst in wording' waar ik steeds meer van geniet; het valt me steeds lichter om op papier te krijgen wat ik wil zeggen en ik krijg er een beetje zo'n zelfde gevoel bij als ik zing; het tilt me op.

De vrijdag vóór Kerstavond was ik in de Duif, een mooie kerk aan de Prinsengracht in Amsterdam. Daar hield Jan Kortie zijn maandelijkse mantra-zingen. Met 450 mensen zongen we eenvoudige melodieën, zoveel stemmig als we wilden, zacht en luid, met overgave, zolang als we adem hadden en daarna klonken lange, diepe stiltes.

Toen ik weer buiten liep, in de druilerige regen, voelde ik me compleet verlicht!

 

Laten we 2012 uitroepen tot het Jaar van het Overvloedige Licht!

Lichtvoetig en luchthartig. Sluit je ook aan bij de Orde van Vuurtorens en Zwaailichten

“Zullen we de Nederlandse Vereniging tot Verlenging van het Daglicht oprichten?", stelde een collega mij voor na de blijde boodschap dat we op 18 december de langste nacht weer achter ons gelaten hebben. Ik ondersteun dit initiatief van harte.

Een ander plan voor 2012 waarover ik nadenk is om mijn huiskamer open te stellen voor een maandelijkse meditatiebijeenkomst in het kader van Stadsverlichting, zoals begonnen door Kris en Tijn Touber.

En als er voldoende belangstelling is begin ik vanaf februari met 4 bijeenkomsten 'Mediteren kan je leren', in Het Pakhuus in St. Annaparochie. Volgens mij willen veel meer mensen wat lichter leven en meditatie kan daarbij helpen.

 

Terwijl ik dit schrijf - de 40ste column van dit jaar! - gloeit prachtig winterlicht over de weilanden; het gras licht fel op en het doet de omgeploegde vette klei glanzen. Voor mij is het mooiste woord van 2011 strijklicht.

 

Kortom, ik wens ons allen voor 2012 licht in alle mogelijke vormen en... veel daarvan!

 

Ineke M. Verdoner, Lichtdrager

 

Intervieuw op 29.10 bij de start van Occupy Leeuwarden

This is the And

Stadsverlichting

Mediteren kan je leren een introductiecursus

Zingen met Jan Kortie

Madonna met Ray of Light

Dance into the Light door Phil Collins

donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

John Jorna

John Jorna

Verbod op onverdoofd slachten

PRIMITIEVE RELIGIES

De Eerste Kamer was zeer kritisch over het initiatief wetsontwerp met een verbod op onverdoofd slachten, ingediend door Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. Dat men zich inspant voor meer dierenwelzijn vind ik persoonlijk prima, maar het mensenwelzijn moet daarbij niet uit het oog worden verloren. Onze Marijke Vos sprak met afschuw over wat zij gezien had in een slachthuis waar kosher geslacht werd en een ander waar halal geslacht werd. Maar over de geestelijke pijn van Joden en Moslims hoorde ik geen woord.

Nu is slachten voor mensen, die er niet aan gewend zijn inderdaad geen prettig gezicht. Het tekent alleen maar weer hoever de moderne mens met een stedelijk leefpatroon verwijderd is geraakt van de praktijk van de voedselproductie. Minder dan een eeuw geleden kwam de huisslacht nog veel voor en de plaatselijke slager (=slachter) had zijn eigen slachterij aan huis. Op elke boerderij, maar ook bij veel landarbeiders en ook bij andere arbeiders op het geïndustrialiseerde platteland werd in het varkenskot een varken gemest. Een keer per jaar kwam de slachter. Het bloed werd zorgvuldig opgevangen om er bloedworst of balkenbrij mee te maken. Voor het hele gezin was het een feestelijke dag. Een mooi stuk vlees ging naar de pastoor of de dominee en ook de bovenmeester profiteerde mee. Bij de toenmalige schamele salarissen was dat maar goed ook. Over verdoving heb ik nooit wat gehoord. De buren van een slager hoorden vaak genoeg het gekrijs van de beesten en waren er aan gewend. Het was allemaal vanzelfsprekend. Voor de vegetariër van vandaag echter een afschuwelijke praktijk.

Toch waren de mensen van toen niet wreder dan wat in de natuur gewoon is. Dieren vormen de prooi van roofdieren. Ik moet zeggen, dat ik er slecht tegen kan als een van de vele katten achter de merels aan zit. Ik vind het prachtig op een mooie zomeravond zittend in de tuin naar het gezang van een merel te luisteren. Maar kattenliefhebbers vinden het doodnormaal als hun kat de zoveelste dode merel aan hun voeten deponeert. Hoeveel dierenliefhebbers kunnen niet genieten van die prachtige natuurfilms op Animal Planet, waar een luipaard of jaguar een jonge antilope achtervolgt, doodt en verslindt? Roofdieren zijn ook zeer inspirerend voor de mens. Een merk sportauto heet niet toevallig Jaguar. De Duitsers noemden hun tanks Tiger en Leopard. Sommige mensen zijn helemaal weg van vechthonden, ontlenen er zelfs status aan.

Zo bezien is de grote aandacht voor dierenwelzijn en de keus voor vegetarisch voedsel of veganisme een breuk binnen onze cultuur. Voor steeds meer mensen wordt het dier op gelijke hoogte gesteld als de mens. Het lijkt of het dier weer als een God vereerd wordt, zoals het Gouden Kalf bij de Israëlieten in de woestijn of de kat bij de Egyptenaren. Wordt dierenliefde een nieuwe religie?

Wat mij opviel in de bijdrage van Marijke Vos bij het debat in de Eerste Kamer was, dat weliswaar aandacht werd besteed aan de Vrijheid van godsdienst, maar in het geheel geen aandacht werd besteed aan het geestelijk welzijn van onze Islamitische en Joodse medeburgers. De moderne seculiere mens lijkt niet meer in staat zich echt in te leven in religieuze gevoelens en overtuigingen. Hij kan er alleen maar in veroordelende zin over denken. Het is allemaal zo primitief en achterlijk en onvrij en het veroorzaakt zoveel ellende in de wereld als godsdienstoorlogen en terrorisme en kindermisbruik. Eigenlijk is alle ellende in de wereld aan de godsdiensten te wijten. Het is helemaal niet moeilijk mensen tot zo’n vijandbeeld te brengen.

Ik was, denk ik vijf jaar. Ik zat bij de nonnen op de kleuterschool. Het was de tijd voor Pasen en de zuster vertelde over die boze Joden, die de lieve Jezus aan het kruis hadden geslagen. Kleine Johnnie was vreselijk boos en vooral op de Joodse buren. Hij schold ze uit voor alles wat lelijk was. Ze begrepen er niets van. Mijn ouders moesten en de buren en mij heel wat uitleggen. Niet veel later begon de Tweede Wereldoorlog en ook die buren werden weggevoerd en zijn niet terug gekomen.

De regels, die voor Joden gelden verwijzen naar het slachten van de offerdieren in de tempel, het huis van Jahweh.  Een verbod treft onze Joodse buren in het hart van hun religie. Ze voelen zich niet meer erkend door ons als wij tornen aan hun diepste overtuiging en ze voelen zich bedreigd, want wat komt er straks nog meer. De geestelijke pijn is niet te verdragen.

Maar daar staat tegenover, wat doe je de dieren aan? Bloederige beelden worden getoond. Afschuwelijk! Opeens moest ik denken aan de terechte verontwaardiging als anti-abortus-activisten met bloederige beelden van de abortuspraktijk komen. Als je als voorstander van de mogelijkheid van abortus zo als een afschuwelijke wreedaard wordt neergezet, dan wordt je terecht boos. Zetten mensen met kritiek op het onverdoofd slachten hun Joodse en Islamitische medeburgers ook zo neer als wreedaards? Zou dat diezelfde pijn veroorzaken?

Misschien schort het ons aan empathisch vermogen om je in te leven in mensen met voor ons onbekende en vreemde gebruiken. Zou in gesprek gaan met elkaar en samen naar oplossingen zoeken geen betere oplossing zijn ook ten gunste van het dierenwelzijn en dan wat los komen van eigen dogma’s aan beide kanten?

Jaargang 4, Nr. 193.

Marcel Kruijer

Marcel Kruijer

Hyves Last.fm Twitter GR

Klassiek concert in Heerhugowaard?

In algemeen, heerhugowaard, concert, klassiek, orkest, amsterdam, blog, de wereld, helaas, en meer.

Concertgebouw Amsterdam, Sydney Operahouse, Radio City Music Hall New York. Allemaal plekken waar door de grootste orkesten van de wereld de mooiste klassieke concerten worden gegeven voor uitverkochte zalen. Nu zou je Heerhugowaard niet zomaar aan dit rijtje kunnen toevoegen. Op het gebied van bekendheid en grootsheid kunnen wij ons niet meten met de groten der aarde. Wat wel universeel is, zijn muziekliefhebbers. Muziekliefhebbers zijn er overal ter wereld en dat geldt het zelfde voor muziekliefhebbers die naar een klassiek concert willen.

In Heerhugowaard is helaas niet veel mogelijkheid om een klassiek concert te bezoeken van een gerenommeerd en landelijk of internationaal bekend orkest. Daarom  heb ik het plan opgevat om een gerenommeerd en bekend klassiek orkest naar Heerhugowaard te halen voor een groots concert.
Dit concert is natuurlijk niet alleen bedoeld voor Heerhugowaarders. Iedereen die wil komen is van harte welkom.

Graag wil ik weten of er interesse is voor zo’n concert en ook wat voor muziek dan gespeeld moet worden.

Laat een reactie achter op dit blog of doe dit via de contact pagina.

dinsdag, 13 december 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Een vrijwillig levenseinde?

In groenlinks, zorg, sociaal, hulp bij zelfdoding, euthanasie, vrijwillig levenseinde, artikel, december, discussie, en meer.

Aanstaande zaterdag, 17 december, komt de Partijraad van GroenLinks bijeen over de onderwerpen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde. Centraal staat het burgerinitiatief van Uit Vrije Wil. Dit is een verbond dat strijdt voor een waardig zelfgekozen levenseinde van ouderen met een voltooid leven. Kijk voor het volledige burgerinitiatief op de site van de initiatiefnemers. De vraag die aan de partijraad van GroenLinks voorligt is of de Kamerfractie al dan niet steun moet geven aan het initiatief. Ongeveer 80 leden van de partij buigen zich over deze kwestie.

De Partijraad maakt een fout die vaak voorkomt: euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde als synoniemen van elkaar beschouwen. De medische wereld maakt echter een duidelijk onderscheid tussen beide handelingen. Het is belangrijk dat onderscheid helder te hebben. Euthanasie is de hulp bij zelfdoding van hevig lijdende, ongeneeslijk zieke mensen. Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft daarentegen de hulp bij zelfdoding van gezonde mensen die om persoonlijke redenen een einde aan hun leven willen maken. Een andere vergissing die gemakkelijk in ons progressieve kamp gemaakt wordt, is dat er overwegend vanuit het perspectief van de patiënt wordt geredeneerd. De positie van de arts is vaak onderbelicht. Hieronder zullen wij dieper ingaan op de beide hier aangesneden kwesties.

Euthanasie hulp bij vrijwillig levenseinde

Het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde moet gemaakt blijven worden. Het gaat hier om twee wezenlijk verschillende aangelegenheden. Te beginnen met euthanasie. Zoals we hierboven al aangaven gaat het hierbij om medische hulp bij zelfdoding van ongeneeslijk zieke mensen die ernstig lijden. Daarnaast moet de patiënt een duurzame wens tot sterven hebben, die door twee artsen beoordeeld wordt. Als aan alle zorgvuldigheidseisen wordt voldaan kan de arts overgaan tot euthanasie. Nadat hij de euthanasiezaak heeft voorgebracht bij de Toetsingscommissie, kan hij met zuiver handelen niet vervolgd worden. Dit gebeurt dan ook praktisch nooit. Euthanasie is dan ook een grote verworvenheid. Mensen die ondraaglijk lijden moeten met behulp van medische expertise hieruit verlost kunnen worden.

Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft echter het leven beëindigen van fysiek gezonde mensen. Het gaat hierbij veelal om ouderen die hun leven als voltooid beschouwen of om mensen die aan depressies lijden. Op wetenschappelijk niveau is er nog veel discussie over de vraag of mensen met een doodswens psychisch gezond kunnen zijn. Deze discussie betreft met name het geval van depressieve personen. Een kernsymptoom van depressie is namelijk geen zin meer in het leven hebben. Zeker in deze gevallen is het dus moeilijk om te bepalen of iemand voor zichzelf “het leven voltooid heeft” of dat er sprake is van een behandelbare depressie. Het is zodoende van groot belang dat bij deze vrijwillig levenseinde-zaken de behandelingsmogelijkheden nauwkeurig in acht worden genomen. Blijkt het inderdaad een psychische ziekte te zijn die bovendien onbehandelbaar is, dan is euthanasie een optie. Let wel, hierbij is er dus sprake van hevig lijden en een ongeneeslijke ziekte, waardoor dergelijke zaken niet als hulp bij een vrijwillig levenseinde gelden, maar voor de wet als euthanasie.

En dat is precies het belangrijke onderscheid. Het is van grote betekenis dat zowel de Partijraad als de fractie van GroenLinks het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde goed maken. Hulp bij zelfdoding impliceert namelijk altijd dat er derden actief betrokken zijn bij de dood van degene met een doodswens. Voor deze hulpverleners is het belangrijk dat ze goed beschermd worden door de wet en dat ze niet gedwongen kunnen worden tot de hulp bij de dood van een persoon waar zij in die specifieke casus niet persoonlijk ten volle achterstaan.

Het perspectief van de arts

Dat brengt ons bij het perspectief van de arts. Dit is immers de aangewezen persoon tot het uitvoeren van euthanasie en eventuele hulp bij een vrijwillig levenseinde. De discussies over de twee onderwerpen in kwestie worden vaak gevoerd vanuit het perspectief van de patiënt. Welke rechten heeft deze en hoe moeten die invulling gegeven worden? De vragen over wat hulp bij zelfdoding met de arts doet en hoe artsen tegenover verdere versoepeling van de wetgeving staan komen daarentegen veel minder vaak aan bod.

Vooropgesteld, natuurlijk zijn er voldoende artsen die weinig morele druk ondervinden bij het uitvoeren van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Voor veel van hun collega’s drukken deze zaken zwaarder op het geweten. Zij willen er 100% zeker van zijn dat ze voor zichzelf kunnen verantwoorden dat ze per specifiek geval al dan niet bijdragen aan de hulp bij zelfdoding. Kortaf gezegd is de arts namelijk wel medeplichtig aan de dood van een medemens. De strafbaarstelling van euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde geldt dan ook voor veel medici als een stok achter de deur en geeft hen innerlijke rust. Als een arts nu namelijk voor zichzelf niet de medewerking bij de doodswens van een persoon kan verantwoorden, kan hij tegen bijvoorbeeld een druk zettende familie van de patiënt het volgende argument aandragen: “Als ik overga tot medewerking, pleeg ik wel een strafbaar feit”. Veel artsen biedt deze huidige uitweg gewetensrust. Op het moment dat hulp bij een vrijwillig levenseinde wordt gelegaliseerd kunnen artsen niet meer onder medewerking uit.

Dat blijkt namelijk uit de mogelijkheden die er zijn om hulp bij een vrijwillig levenseinde toe te passen. De eerste mogelijkheid is dat de arts de persoon in kwestie ‘een spuitje geeft’. Dit is uiterst onwenselijk, omdat de uiteindelijke beslissende daad tot levenseinde, zoals in de regel ook bij euthanasie het geval is, het beste bij de persoon zelf kan liggen. Dat is dan ook de tweede mogelijkheid: toezicht van de middelen verstrekkende arts bij de zelf uitgevoerde zelfdoding van de persoon. Dit is van groot belang. Lang niet altijd is de eerste dosering voldoende en moet de arts met een extra dosering bijspringen om de dood daadwerkelijk te doen intreden. In deze beide gevallen is de arts dus actief betrokken bij de doding van een ander persoon. Hij kan er niet onderuit, tenzij een arts niet meer de aangewezen persoon is om hulp bij een vrijwillig levenseinde te verlenen.

In dat geval dienen zich twee nieuwe opties aan: artsen verstrekken alleen de medische middelen, om de zelfdoding vervolgens zonder toezicht door de persoon in kwestie zelf uit te laten voeren of de arts geeft slechts advies over hoe de persoon op een relatief ‘goede’ wijze zelfdoding kan uitvoeren. Beide zijn echter geen wenselijke situaties, doordat de kans op mislukking van de zelfdoding groot is, wat dramatische gevolgen voor de persoon en diens familie heeft. Deze mogelijkheden uitgesloten, blijft het dus zo dat bij hulp bij een vrijwillig levenseinde de arts altijd zijn verantwoordelijkheid moet nemen, of hij nou voor zichzelf ethisch kan verantwoorden of niet.

Conclusie

De vraag is dus gerezen of hulp bij een vrijwillig levenseinde daadwerkelijk gelegaliseerd moet worden of dat het net als euthanasie in het wetboek van strafrecht moet komen. In dat laatste geval wordt het via de gedoogconstructie dus wel degelijk mogelijk gemaakt, maar kan de arts voor zichzelf uitmaken of hij medewerking aan het levenseinde wil verlenen. Hij kan zich dan namelijk nog altijd beroepen op het gegeven dat hij niet verplicht is tot de uitvoering van een strafbaar feit.

Al met al blijkt de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde en eventuele overname van de oproep van Uit Vrije Wil een zeer complexe te zijn. Wij zijn dan ook erg blij dat de Partijraad van GroenLinks zich uitgebreid wil buigen over dit onderwerp en gedegen tot een bepaald standpunt zal komen. Dit artikel schrijven wij om in die discussie de Partijraad op het hart te drukken met de hierboven aangehaalde aspecten rekening te houden bij de opinievorming. In het kort achtereenvolgens nogmaals:

  • euthanasie is niet hetzelfde als hulp bij een vrijwillig levenseinde

  • hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft gezonde mensen

  • het perspectief van de arts is even belangrijk in de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde als die van de hulpvragende.

Wij wensen de Partijraad komende zaterdag veel succes met het vormen van een standpunt en hebben vertrouwen in een goed resultaat.

Dit artikel is geschreven door Ashley North (politiek secretaris Sociaal en vicevoorzitter politiek) en Anne Zeven (voorzitter subcommissie Zorg) van DWARS, GroenLinkse jongeren.


maandag, 12 december 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

vergroening van de belastingen

Hieronder een deel van mijn inbreng op het belastingplan 2012 in de Eerste Kamer: over de vergroening van de belastingen.
Zie voor vragen aan het kabinet over 'het vestigingsklimaat' mijn eerdere blog. Verder besteedde ik nog aandacht aan de Geefwet en de hypotheekrente-aftrek.
Maar hier dus de vergroening:


Met betrekking tot het inzetten van de belastingen voor de verduurzaming van onze economie en samenleving is de fractie van GroenLinks teleurgesteld in deze regering. We zijn weliswaar blij dat de regering het met ons eens is dat vergroening gezien kan worden als nevendoel van de inzet van belastingheffing. Wij betwisten ook niet dat er grenzen zijn aan de vergroening via de belastingheffing, maar naar ons oordeel zijn deze grenzen nog lang niet bereikt.
In de Memorie van Antwoord stelt de regering dat Nederland één van de koplopers in Europa is met milieubelastingen. Kan de regering deze stelling nader onderbouwen, ook kwantitatief?
En hoe ziet die positie er uit na het afschaffen van de kleine belastingen, die vrijwel allemaal een milieudoelstelling hebben? Voorzitter, de fractie van GroenLinks is er een voorstander van dat belastingen die niet langer effectief zijn worden afgeschaft. Met betrekking tot de kleine belastingen die nu afgeschaft worden zijn wij echter niet overtuigd van het gebrek aan effectiviteit. Afschaffing van deze milieubelastingen geeft bovendien een signaal af dat tegenstrijdig is aan onze duurzaamheidsdoelstellingen, zeker wanneer de verwijzing naar andere maatregelen die effectiever zouden zijn niet nader geconcretiseerd kunnen worden.

De fractie van GroenLinks is er - anders dan het kabinet - niet van overtuigd dat verdere vergroening van de belastingen alleen nog in internationaal verband kan plaatsvinden. Ons vestigingsklimaat kan best iets lijden - blijkens het aangehaalde onderzoek van Deloitte - dus waarom niet een voortrekkersrol vervuld? En naar onze overtuiging zal een groener belastingstelsel gunstig kunnen zijn voor de vestiging van ondernemingen die bijdragen aan de hoe dan ook noodzakelijke verduurzaming en vergroening van de economie. Of om het met de woorden van deze regering te zeggen: 'Naast noodzaak en bedreigingen ziet Nederland vooral ook kansen voor de transformatie naar een groene economie met een markt voor duurzame producten.'
Deze woorden komen uit de Nederlandse positie bij de 'Roadmap to a Resource Efficient Europe', oftewel het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa, van de Europese Commissie. In de Memorie van Antwoord bij het Belastingplan 2010 geeft de regering aan de inzet van dit stappenplan te ondersteunen, maar maakt daarbij het voorbehoud dat de mogelijkheid wordt opengelaten per regeling andere doelen te laten prevaleren boven een ongewenst milieu-effect. De GroenLinks fractie maakt zich ernstig zorgen over deze bepleitte uitzondering. De recente klimaattop in Durban, waar Nederland overigens wel zeer minimaal vertegenwoordigd was, laat ons weer opnieuw zien hoe moeilijk het is harde afspraken te maken over milieumaatregelen zoals de beperking van de CO2 uitstoot. De fractie van GroenLinks vreest dat met de mogelijkheid andere doelen te laten prevaleren boven milieu-effecten de te maken afspraken boterzacht zullen worden.
Met betrekking tot de inzet van belastingen voor vergroening stelt de regering bij het stappenplan o.a. : 'Verschuiving van belastingen van arbeid naar energie en grondstoffen beloont gewenst gedrag terwijl vervuilers meer gaan betalen. Dat principe steunt Nederland van harte.' Mooie woorden, maar uit het vervolg kan gelezen worden dat de regering vindt dat Nederland het eigenlijk al goed genoeg doet, en dat vooral andere Europese landen moeten gaan bewegen. Is dat wat de regering bedoelt? Of gaat Nederland ook echt handelen volgens het omarmde principe? Zoals ik eerder al heb aangehaald stelt de regering dat Nederland tot de kopgroep behoort van landen met een hoog percentage aan milieubelastingen. Een onderbouwing van deze stelling heb ik reeds gevraagd. Nu is mijn vraag: Is het de inzet van de regering om tot deze kopgroep te blijven behoren?
De regering stelt in de BNC fiche ook verheugd te zijn dat het stappenplan ingaat op de vergroening van de belastingen, en in principe voor het afschaffen van milieuonvriendelijke subsidies te zijn. Vervolgens volgen er echter een aantal mitsen en maren, waardoor ons in ieder geval niet meer duidelijk is waar de regering eigenlijk nog voor is. Om het maar even concreet te maken en terug te grijpen op onze eerdere schriftelijke vragen: is de regering er een voorstander van om in Europees verband een einde te maken aan de belastingvrijstellingen voor fossiele brandstoffen, en voor de belastingvoordelen voor grootverbruikers van energie? En kan de staatssecretaris toezeggen zich hiervoor in Europa hard te gaan maken? Voorzitter, ik ga er vanuit dat de verwijzing naar Europa voor het nemen van deze groene belastingmaatregelen in de Memorie van Antwoord geen loze woorden waren, en dat de staatssecretaris deze beide toezeggingen kan doen.
De fractie van GroenLinks verwelkomt de steun van het kabinet voor de eerste stap uit het stappenplan- het in kaart brengen van de fiscale en niet-fiscale milieuonvriendelijke subsidies en het aangeven hoe deze uitgefaseerd zullen gaan worden - en gaat er van uit dat de regering hiermee op korte termijn aan de slag gaat. Wanneer denkt de regering met deze inventarisatie en plan voor uitfasering te komen? En kan de regering bevestigen dat de afbouw van de belastingvoordelen voor fossiele brandstoffen en voor grootverbruik van energie deel gaat uitmaken van deze plannen? En dat deze plannen ook concrete voorstellen zullen bevatten voor de verschuivingen van belasting op arbeid naar die op grondstoffen, energie en milieu?

Voorzitter, ik wil ook nog even ingaan op het zogenaamde groen beleggen, of beter gezegd het maatschappelijk beleggen. De GroenLinks fractie is allerminst gerust op de ontwikkelingen op dit gebied. Vanuit het veld horen wij dat de groene beleggingen in rap tempo teruglopen, en dat de verwachting is dat dat per 1 januari a.s. in nog veel rapper tempo zal gebeuren wanneer geen duidelijkheid wordt verschaft over het op een of andere manier voortzetten van een belastingvoordeel voor maatschappelijk beleggen.
Onder druk van Tweede en Eerste Kamer is de Staatssecretaris in de afgelopen weken weer met het veld in overleg getreden, waarvoor dank. Maar de uitkomst van dit overleg is ronduit teleurstellend. In zijn nadere antwoord aan deze kamer van vrijdag jl. concludeert de staatssecretaris dat op dit moment niet kan worden gekomen tot een alternatief voor de geleidelijke afschaffing van de heffingskortingen voor maatschappelijk beleggen. Punt. Geen woord over: wat nu. Uit de beantwoording maak ik op dat het plan van de Nederlandse Vereniging van Banken en anderen aan de inhoudelijke voorwaarden voldoet, en dat het struikelblok alleen nog is gelegen in de eis dat er sprake moet zijn van een vereenvoudiging van de belastingen. Daarbij doet zich de vraag voor wat precies onder vereenvoudiging verstaan moet worden, en of vereenvoudiging een doel op zich is. Is het niet belangrijker om belastingmaatregelen te toetsen aan de eerder door de Tweede Kamer geformuleerde doelstellingen van effectiviteit, efficiency en het de noodzaak van handhaving om overheidsdoelen te bereiken? Ook vraagt de GroenLinks fractie zich af of het feit dat nog geen oplossing is gevonden met betrekking tot de fiscale vereenvoudiging niet vooral te wijten is aan het stilzitten van de staatssecretaris in het afgelopen half jaar?
Voorzitter, wij beginnen ons af te vragen of de staatssecretaris wel een oplossing wil vinden.
Een fiscale regeling voor maatschappelijk beleggen wordt politiek breed gedragen. In de Tweede Kamer diende zoals bekend het CDA hier een motie over in, die na de toezegging van de staatssecretaris nader in overleg te gaan werd ingetrokken. Ik ga er van uit dat die toezegging niet loos was, en dat de staatssecretaris dus echt wil proberen alsnog voor 1 januari 2012 tot een resultaat te komen. Wij vragen de staatssecretaris toe te zeggen dat de heffingskorting ook na 1 januari 2012 1,9% blijft en dat in de komende weken de vereenvoudiging de betrokken sectoren en ministeries nader uitgewerkt wordt

vrijdag, 9 december 2011

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

Mijn ‘Taxibiography’ voor Serious Request #SR11

In foto's, leiden, serious request, taxi, taxibiography, actie, december, foto, imago, en meer.

Natuurlijk was ik blij verrast toen ik zaterdag 3 december op de TaxiExpo2011 werd uitgeroepen tot ‘Beste taxichauffeur van het Jaar’. Deze verkiezing werd dit jaar voor het eerst georganiseerd door FNVbondgenoten. Met de verkiezing hoopt de FNV, terecht, het beroep ‘taxichauffeur’ een positiever imago te geven.

Door deze verkiezing kwam ook mijn ‘Taxipage‘ en mijn in 2009 gemaakte boek ‘Taxibiography’ weer ter sprake. Het boek is een registratie van al mijn 1268 taxiritten tussen maart 2006 en mei 2007. Elke foto is met hetzelfde camerastandpunt gemaakt aan het einde van de rit. Het boek geeft een unieke, objectieve impressie van het gewone, hedendaagse stadslandschap. Tegelijkertijd nodigt het boek uit om te fantaseren over het verhaal achter elke foto.Kijk hier voor een preview.

De hardcover uitgave is mooi maar helaas niet goedkoop. Gelukkig is er nu ook de mogelijkheid om mijn boek ‘Taxibiography’ voor slecht € 5,49 te downloaden voor de Ipad. Tot 24 december gaat de opbrengt van mijn boek naar de actie 3FM Serious Request. Nu kopen dus!

http://nl.blurb.com/bookstore/detail/887962



maandag, 28 november 2011

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

Geen kernafval in Brabantse bodem

In politiek, afval, de europese unie, europese, europese unie, groenlinks, kernafval, nederland, onderzoek, en meer.

Op 19 juli 2011 in een Europese richtlijn is vastgesteld dat alle lidstaten van de Europese Unie in 2015 een plan klaar moeten hebben voor de verwerking en opslag van hun radioactieve afval (inclusief definitieve eindbestemming van het afval). De provincie Noord-Brabant verzet zich hevig tegen eventueel toekomstige opslag van Belgische kernafval in de grensstreek met Noord-Brabant. GroenLinks vond het daarom tijd voor de volgende stap.

Namelijk: zorgen dat er geen Nederlands kernafval in Brabant wordt opgeslagen. De Rijksoverheid voert immers een onderzoek uit naar de mogelijkheid kernafval, afkomstig van kernenergiecentrales, in de diepe ondergrond op te slaan als geologische eindberging. Uit dit onderzoek komt naar voren dat Brabant één van de gebieden is in Nederland waar kernafval onder de grond kan worden opgeborgen.

Aangezien er nog veel onduidelijkheid bestaat over de risico’s – op korte en lange termijn – wat betreft de eindberging van kernafval, afkomstig van kernenergiecentrales, in de diepe ondergrond, steunde de meerderheid van Provinciale Staten een motie van GroenLinks die uitspreekt dat het onwenselijke is dat kernafval op of onder het Brabantse grondgebied wordt opgeborgen.

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Pakket aan maatregelen moet fietsgebruik Waalsprong stimuleren

fietstunnelGoede fietsverbindingen tussen de nieuwe stadsbrug De Oversteek en de knoop Lent en Oosterhoutsedijk; een fietsvriendelijke trap vanaf de Oosterhoutsedijk naar de Snelbinder; een snelle fietsroute tussen bedrijventerrein De Grift en Oosterhout, en een doorlopend fietspad zuidelijk van de Oosterhoutseplas. Deze en andere maatregelen zijn opgenomen in het vandaag door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde Uitvoeringsplan Fietsinfrastructuur Waalsprong.

Het Uitvoeringsplan Fietsinfrastructuur Waalsprong is een uitwerking van het eerder dit jaar door de gemeenteraad vastgestelde mobiliteitsbeleid van de gemeente, Nijmegen Duurzaam Bereikbaar. Op basis van het plan kan de uitvoering van het fietsnetwerk in de Waalsprong de komende jaren ter hand worden genomen. Daarbij zijn alle actuele ontwikkelingen meegenomen. In een goed functionerend verkeerssysteem kan een hoog fietsgebruik ruimte scheppen voor de afwikkeling van autoverkeer.

Snelfietsroutes en ongelijkvloerse kruisingen
Voorwaarde voor een hoog fietsgebruik is een samenhangend en kwalitatief hoogwaardig fietsnetwerk. Voor de Waalsprong zijn de ambities t.a.v. het fietsbeleid in 2007 vastgelegd in de beleidsnotitie De Doorsteek. Dat voorziet onder andere in de aanleg van fietstunnels en –bruggen onder en over het spoor en de Prins Mauritssingel, en autoluwe snelfietsroutes die bestemmingen binnen en buiten Nijmegen met elkaar verbinden. Snelfietsroutes liggen voor een belangrijk deel in de wijk, als autoluwe fietsstraat of autovrij fietspad dat in twee richtingen is te berijden. Daarmee worden fietsvoorzieningen vanzelf veilig en extra aantrekkelijk voor de fietser. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is het RijnWaalpad, de nieuwe snelfietsroute naar Arnhem.

De afgelopen jaren is er al het nodige gebeurd. Zo is in december 2010 de fietstunnel ter hoogte van de Vrouwe Udasingel, de Eisenhowertunnel, in gebruik genomen. In 2012 wordt het RijnWaalpad vanaf de Waalbrug naar Ressen opgeleverd, en wordt gestart met de bouw van de fietsbrug over de Graaf Alardsingel. Daarmee ontstaat een route waar fietsers geheel ongelijkvloers naar de Snelbinder kunnen rijden. Ook belangrijk is haalbaarheid van een fietstunnel ter vervanging van de Lentse Lus. Al deze maatregelen zijn belangrijke bouwstenen voor de realisatie van het fietsnetwerk in de Waalsprong.

Fasering en prioritering 2011-2020
Om te zorgen voor een goede fasering en prioritering van de rest van het fietsnetwerk is het Uitvoeringsplan Fietsinfrastructuur Waalsprong vastgesteld. Hierin geeft het college een duidelijke lijn aan tot 2020 met concrete maatregelen voor de komende jaren.

De Waalsprong is de komende jaren volop in ontwikkeling. Niet alleen wordt er gebouwd, ook komt er veel nieuwe grote weginfrastructuur gereed. Voorbeelden zijn de stadsbrug De Oversteek, de Graaf Alardsingel, de Westelijke Parallelroute en de Knoop Lent. In 2014 gaat bovendien het project Ruimte voor de Waal (dijkteruglegging) van start. Al deze projecten en plannen zijn van invloed op de fietsinfrastructuur. De aanleg van de rest van het fietsnetwerk vraagt dus om een goede fasering en prioritering.

Het college geeft daarom voorrang aan de aanleg van een fietsbrug over de Graaf Alardsingel. Deze verbinding is belangrijk voor fietsers naar het toekomstig centrumgebied, station Lent en de Snelbinder en heeft een gunstige invloed op de verkeersafwikkeling op de Graaf Alardsingel. De fietsbrug is ook onderdeel van de veilige schoolroute naar het nieuwe Citadelcollege in Lent.

Een andere prioriteit is de aanleg van een fietstunnel ter vervanging van de Lentse Lus. Het college onderzoekt op dit moment de haalbaarheid van zo’n tunnel bij de Laauwikstraat, en de mogelijkheden tot financiering. Ook onderzoekt het college de mogelijkheid van een doorgetrokken fietspad in 2 richtingen aan de westzijde van de Waalbrug.

Gezien de planning van de bouw van de Waalsprong en de net genoemde prioriteiten krijgen de fietstunnels Laauwik (Groot Brittanniëstraat), Groot Oosterhout (Ressensewal) en Keizer Hendrik VI singel op dit moment geen prioriteit. Wel past het college het ruimtelijke plan van de Landschapszone aan zodat realisatie in de toekomst mogelijk blijft.

Het Uitvoeringsplan en de beleidsnotitie De Doorsteek (2007) zijn te raadplegen op de website van de gemeente.

zaterdag, 26 november 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Revolutie met recht

In duurzaamheid, duurzame energie, energietransitie, klimaatbeleid, klimaatverandering, mensenrechten, olie, peak oil, recht, en meer.

In Revolutie met Recht neemt Roger Cox een behoorlijke uitgebreide aanloop om te betogen dat de rechterlijke macht ons laatst overgebleven redmiddel is om te zorgen dat maatregelen tegen klimaatverandering genomen gaan worden. De vraag die mij bekruipt na het lezen van het boek is waarom je zoveel tijd (5 jaar) steekt in het schrijven van een boek, als je in die tijd ook de gewenste rechterlijke uitspraak had kunnen krijgen? Buiten dat zitten er nog wat zaken in het boek waar ik me niet in kan vinden, maar eerst kort de inhoud.

Deel 1: Energie en oliekrimp

In het eerste deel van het boek gaat Cox uitgebreid in op de manieren waarop onze maatschappij van olie afhankelijk is en de wijze waarop oliemaatschappijen de afgelopen anderhalve eeuw gesteund zijn door de overheid. En passant komt ook de macht van de financiële sector voorbij, de voedselcrisis (eigenlijk vooral ook een oliecrisis in de ogen van Cox) en de ontaarding van grote multinationals.

Op basis van de theorieën van peak oil betoogt Roger Cox dat het einde van goedkope energie voorbij is en dat dat ingrijpende gevolgen gaat hebben voor de Westerse samenlevingen. Voor een groot deel van onze welvaart zijn we tenslotte afhankelijk van goedkope olie. Of het nu gaat om goedkoop transport van voedsel dat van over de hele wereld hier naar toe wordt gesleept of om de verwarming van ons huis. Cox voorspelt dan ook dat energiearmoede een groeiend probleem gaat worden, een standpunt dat onder andere Hans Verbeek ook regelmatig uitdraagt op zijn weblog. Energie armoede is een probleem dat in Nederland nog maar weinig aandacht krijgt in de media, al zijn er wel woningbouwcorporaties en gemeenten die inzien dat veel van het armoedebeleid en welzijnswerk zinloos is als de stijgende energierekening niet wordt ingedamd.

Cox rekent ook voor dat investeringen in duurzame energie slechts beperkt soelaas zullen bieden. Deze investeringen vergen tenslotte geld, wat de teruggang in eerste instantie enkel verergert. Alle Europese landen zijn al fors aan het bezuinigingen geslagen om de gevolgen van de bankencrisis uit 2008 te bestrijden. Extra uitgaven voor duurzame energie zullen een nog grotere bezuiniging op andere gebieden vergen.

Deel 2: Klimaatverandering als stresstest

In klimaatverandering als stresstest gaat Cox in op de stijgende kosten van energie. Vooral beredeneert vanuit peak oil betoogt hij dat het tijd wordt om werk te gaan maken van emissieloze energieopwekking, kortere distributielijnen en andere brandstoffen dan olie voor transport.

Cox beschrijft ook hoe de zekerheden die het IPCC koppelt aan door de mens veroorzaakte klimaatverandering zich verhouden tot jurisprudentie in eerdere zaken over milieu- en gezondheidsproblemen. Hij gaat met name in op asbest, waarvan het effect op de menselijke gezondheid nog niet onomstotelijk vast stond op het moment dat de rechter van mening was dat bedrijven aansprakelijk waren voor ontstane gezondheidsschade.

Terecht betoogt Cox in dit deel van het boek ook dat veel markten zich in het verleden enkel hebben kunnen ontwikkelen door sturing van de overheid. Het huidige paradigma binnen de overheid met haar focus op privatiseren, dereguleren en liberaliseren lijkt daar blind voor. Zoals ook de bestaande ondersteuningsmaatregelen voor fossiele energiewinning niet meer als subsidie herkend worden.

Deel 3: Het falen van de democratie

In het derde deel beschrijft Cox hoe de invloed van lobbyisten, media en geld ervoor zorgt dat het democratisch proces niet tot het door hem gewenste eindresultaat komt. In dit deel toont zich naar mijn mening het duidelijkst de beperking van simplificerende theorieën. Want aan de ene kant ben ik een consument die niet in staat zou zijn om te kiezen voor duurzaam. Want geld kan niet van de een op de andere dag weg van je huidige bank naar een duurzame bank en Nederland kan niet in een keer massaal overstappen op duurzame energie. De reden daarvoor ligt volgens Cox in een beperkt aanbod aan duurzame banken en duurzame energie.

Deel 4: Revolutie met recht

In het laatste deel betoogt Roger Cox dat er kansen zijn om nationale overheden via het Europees Hof van Justitie te dwingen tot een stringenter klimaatbeleid. Een van de bouwstenen van zijn betoog is de uitspraak uit de VS waarin het oordeel luidde dat CO2 een vervuilende stof is, waar de EPA (het Amerikaans milieuagentschap) maatregelen tegen moet nemen.

Mijn commentaar op Revoluite met recht

Op een aantal fronten wordt ik een beetje moe van betogen als die van Roger Cox. In de eerste plaats wordt ik moedeloos van mensen die menen dat het hele complex aan uitdagingen dat er voor ons ligt terug te voeren valt op een of twee problemen. Of dat nu gaat om energie en klimaat (zoals Roger Cox doet) of om de islam (zoals de PVV doet). Naar mijn mening los je complexe problemen niet op door simplistische reducties. Zoals ik al eerder heb betoogd gaat de milieuproblematiek om veel meer dan enkel klimaatverandering en gaat de sociale problematiek waar we voor staan om veel meer dan enkel toenemende energieschaarste of stijgende energieprijzen. Uiteraard zijn er slimme beleidsmaatregelen mogelijk die ervoor zorgen dat je meerdere problemen tegelijk aanpakt. We leven tenslotte in een second best world en die vraagt om second best solutions.

Voor wat betreft de stelling van Roger Cox dat consumenten niet massaal over kunnen stappen op duurzame banken en/of duurzame energie denk ik dat dat er al heel wat banken zijn die sinds 2007 hebben ontdekt dat een bankrun nog nooit zo makkelijk is geweest als nu. Een paar klikken met je muis en je geld staat bij een andere bank. Voor andere banken is dat gemak een groot probleem. Konden ze vroeger nog zien dat er een bankrun plaatsvond (rijen bij de concurrent) nu gebeurt het grotendeels onzichtbaar. Zodra een bankrun of bankencrisis in de lucht hangt droogt de interbancaire markt dus pijlsnel op en kunnen banken enkel nog bij de Europese Centrale Bank terecht.

Wat duurzame energie betreft heb ik nog niet gehoord dat er energiebedrijven zijn die wachtlijsten hanteren voor nieuwe klanten. Mocht dat wel zo zijn dan hebben Nederlanders met een eigen huis nog de mogelijkheid om zelf duurzame energie op te gaan wekken. Voor zover ik weet hanteren installateurs nog geen quota of wachtlijsten als je zonnepanelen of urban windmolens besteld. Mocht je bang zijn dat zonnepanelen duurder zijn dan je huidige elektriciteitsrekening, dan zijn er inmiddels zelfs installateurs die daar een oplossing voor aanbieden.

Klimaatbeleid via de rechtbank

Het is naar mijn mening de vraag of het betoog van Roger Cox in de praktijk stand houdt voor een rechter. De Europese Unie en de Europese lidstaten nemen maatregelen om CO2 emissies te reduceren en de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Een rechtszaak binnen de EU zal dus anders dan in de VS gaan over de vraag of het gevoerde beleid effectief is. Het antwoord daarop zal denk ik minder zwart wit zijn dan we vanuit Nederlands perspectief denken.

Wanneer we kijken naar het streven naar een emissieloze energievoorziening dan zijn er landen die een uitermate effectief beleid hebben. Landen als Denemarken, Duitsland, Spanje en Zweden halen hun elektriciteit voor een groot deel uit hernieuwbare en emissieloze bronnen. Nederland bungelt samen met Groot Brittannië en Malta al jaren in de staart van de lijst, alle inspanningen rond energietransitie MEP, SDE en SDE+ ten spijt. Ik vraag me af waarom je de Europese rechter nodig hebt om daar een eind aan te maken.

Cox lijkt ook te geloven dat de Europese rechter als een held en verlosser zal worden binnengehaald. Dat een uitspraak te faveure van een stringenter klimaatbeleid zal leiden tot een hernieuwd geloof in de Europese instituties, lokale democratie en een kleinere afstand tussen politiek en burger. Ik waag dat te betwijfelen. Zoals Cox zelf ook betoogd leiden forsere inspanningen voor het omschakelen naar hernieuwbare en emissieloze energievormen tot forse investeringen nu, waardoor bezuinigingen op andere terreinen en vervroegde afschrijvingen op bestaande installaties nodig worden. Zowel de bezuinigingen als de vervroegde afschrijvingen zullen de nodige pijn geven bij burgers, maar ook bij banken en pensioenfondsen die de waarde van hun investeringen zien teruglopen. Juist op een moment dat hun reserves toch al fors onder druk staan.

Het is naar mijn mening ook zeer de vraag of de kloof tussen burger en overheid kleiner wordt als de democratie onder curatele van de rechtbank wordt geplaatst, zoals Roger Cox terloops voorstelt. Naar zijn mening is klimaatverandering urgent genoeg om dat te doen. Daarmee voegt Cox klimaatverandering in het rijtje bankencrisis en eurocrisis, waarvoor hetzelfde wordt beweert door banken en beleggers. In mijn ogen geen aanbeveling. Bovendien is de PVV een van de partijen die het hardnekkigst tegen het voeren van milieubeleid is. Dat is nu ook net de partij die tijdens het proces tegen Wilders zeer effectief is gebleken in het in twijfel trekken van de onpartijdigheid van de rechterlijke macht. Een uitspraak pro klimaatbeleid gaat PVV stemmers echt niet overtuigen van het nut van Europa of de onpartijdigheid van de rechterlijke macht.

zaterdag, 19 november 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Extra huur garantie voor nieuwbouw

laauwikAls we niets doen dan wordt er over een aantal jaren geen enkele sociale huurwoning meer gebouwd in Nijmegen. Sinds een aantal jaren moeten de woningcorporaties vennootschapsbelasting betalen en vanaf 2014 worden ze door het kabinet Rutte aangeslagen voor de huurtoeslag. Nijmeegse corporaties moeten straks 7,25 miljoen per jaar inleveren; zo’n 250 euro per woning. Geld dat dus niet gestoken kan worden in het bouwen van nieuwe huurwoningen en het opknappen van oude huurhuizen. Dit scenario wil het college van burgemeester en wethouders koste wat kost voorkomen. Een opinieartikel in De Gelderlander.

Er is nog altijd veel vraag naar sociale huurwoningen. Volgens de woningmarktverkenning van vorig jaar is er tot 2020 nog behoefte aan zo’n 3.600 betaalbare huurwoningen. Als de plannen van het kabinet doorgaan dan zakt de investeringscapaciteit van de Nijmeegse woningcorporaties in 2014 naar nul. Als we het beleid niet veranderen dan worden er geen nieuwe woningen meer gebouwd en vinden er geen extra investeringen meer plaats in bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen. Voor zowel nieuwe huurders als zittende huurders is dit geen wenselijke situatie.

Het huidige gemeentebestuur van GroenLinks, PvdA en D66 wil geen stilstand en heeft een sociaal en economisch sterk Nijmegen voor ogen. Een stad waar jongeren hun solocarrière kunnen starten, ouderen kunnen wonen met voldoende (zorg)voorzieningen in de buurt en waarbij geïnvesteerd wordt in leefbare en duurzame wijken. Om deze doelstellingen te bereiken is het college van B&W met de corporaties tot een pakket maatregelen gekomen waardoor de corporaties kunnen blijven investeren; ook na 2014.

Allereerst gaan de corporaties zelf bezuinigen. Vastgelegd wordt dat 10% bezuinigd wordt op de beheerskosten: een unieke afspraak tussen gemeente en corporaties. Een andere belangrijke maatregel is het verhogen van de maximale huurgrenzen. Het kabinet maakt het mogelijk deze voor álle huurwoningen te laten oplopen tot 652 euro. Het college vindt een dergelijke verhoging onrechtvaardig en alleen acceptabel voor kwalitatief hoogstaande woningen. Dat zijn 4000 woningen tot 2020. De woningen blijven dan betaalbaar voor mensen met een inkomen tot 33.614 euro per jaar. Overigens geldt zo’n huurverhoging alleen voor nieuwe huurders. Zittende huurders krijgen alleen te maken met een inflatievolgende huurverhoging.

De maximale huur van ruim 18.000 huurwoningen mag stijgen van 517 naar maximaal 554 euro. Daarmee wordt de hoogte van de maximale huurgrens opgetrokken, maar blijft huurtoeslag mogelijk. Deze woningen zijn betaalbaar voor de inkomensgroep tot 29.350,- euro. Ook deze verhoging geldt niet voor zittende huurders.

Corporaties krijgen dus de vrijheid om de huren te verhogen bij een verhuizing tot een bepaalde grens. Schieten de huren in Nijmegen nu omhoog? Nee. Op dit moment ligt de gemiddelde huurprijs van een Nijmeegse huurwoning op 425 euro. Dit is circa 70% van het wettelijk toegestane maximum. Ook na invoering van de nieuwe maatregelen zullen de huren ruim binnen het wettelijk maximum blijven, over 20 jaar pas op zo’n 80%. Met de extra opbrengsten kunnen corporaties wel blijven investeren in nieuwe woningen, wat hoognodig is en gunstig is voor de woningbouwplannen in de Waalsprong, het Waalfront en in de herstructureringswijken.

In de praktijk zullen veel nieuwbouwwoningen een huurprijs van 652 euro krijgen, maar níet alle. Dit is afhankelijk van de kwaliteit van de woning, de grootte en de ligging. Als de maximale huurgrens van 652 euro wel wordt gehanteerd zijn deze woningen niet betaalbaar zijn voor minima. Dit betreurt het college. Maar het alternatief is nog erger; namelijk dat er helemaal geen woningen worden gebouwd. Noch voor minima, noch voor mensen die iets meer verdienen. Bovendien zorgen de nieuwe woningen voor doorstroming zodat elders in de stad woningen vrij komen voor minima.

Het college wil ook dat woningcorporaties blijven investeren in energiebesparende maatregelen. De energielasten zijn de afgelopen tien jaar harder gestegen dan de huurlasten. Deze maatregel is gunstig voor de zittende huurders. Bij investeringen in energiezuinige woningen krijgen huurders lagere energierekeningen.

Kortom, we vragen de corporaties om de broekriem aan te trekken, maar we geven hen ook de mogelijkheid om bij verhuizing meer huur te vragen voor hun woningen. Zo kunnen ze blijven investeren in een groeiend, aantrekkelijk en duurzaam woningbestand.

Jan van der Meer
Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling Waalsprong, Wonen, Klimaat & Energie gemeente Nijmegen

donderdag, 17 november 2011

John Jorna

John Jorna

De aangenomen motie van GroenLinks

In politiek in nederland, activiteiten, algemeen, ambtenaren, beschaving, bevolkingsgroep, burgemeester, coalitie, discussie, en meer.

WEIGERAMBTENAREN

Op de middag, dat de Tweede Kamer met grote meerderheid de motie

over de weigerambtenaar aannam, stuurde ik onderstaande brief als E-mail naar ineke van Gent.

Beste Ineke,

Een jaar of vijf geleden speelde het onderwerp weigerambtenaar ook. Femke was in Utrecht en probeerde een discussie te ontwijken, Ik zei, dat ik dat te gemakkelijk vond en legde uit, dat ik het volstrekt niet eens ben met die weigerambtenaren en toch hun standpunt respecteer. Hen dwingen te kiezen tussen ontslag of toegeven en homohuwelijken wel registreren zou gewetensdwang betekenen. Andere aanwezigen wezen op een ingezonden brief in ons Magazine, waarin ook tot behoedzaamheid werd gemaand.

Ambtenaren moeten vooral hun geweten NIET thuis laten als ze naar hun werk gaan. Voortdurend bestaat de mogelijkheid, dat ze in hun werk voor gewetensvragen komen te staan. Soms worden ze dan klokkenluider. Op mijn weblog (en planeetgroenlinks.nl) schreef ik deze week erover. Gewetensdwang kan zich ook tegen je keren, want vaker ontstaat er een conflict tussen werk en principes. 1.)

Uiteindelijk hebben weigerambtenaren waarschijnlijk geen juridische poot om op te staan. Eigenlijk gaat het daar ook niet om. Het gaat erom of wij de eeuwenoude traditie van tolerantie terzijde schuiven en niet langer rekening houden met het standpunt van minderheden. 2.) Homo's hebben eeuwenlang geleden onder het gebrek aan tolerantie. Zij weten als geen ander wat het met mensen doet. Ook Roomsen kunnen er over meepraten. Nog in de tweede helft van de vorige eeuw mochten ze geen burgemeester worden van een grote stad of opperofficier of rechter bij de Hoge Raad. Ze waren onbetrouwbaar, want zij gehoorzaamden aan een buitenlands staatshoofd. De onverdraagzaamheid naar religieuze standpunten komt de laatste tijd weer terug. GroenLinks is een partij, waar mensen van allerlei pluimage elkaar vinden in hun strijd voor een schoon milieu, een rechtvaardige samenleving en een vreedzame wereld. Juist een partij als Groenlinks past het religieuze en andere minderheden te beschermen tegen onverdraagzaamheid.

Dat je het onderwerp gebruikt om problemen tussen de coalitie en de gedoogpartners te veroorzaken is begrijpelijk. Ik ben er niet blij mee.

Met vriendelijke groet,

John Jorna

Ter toelichting:

1.)  Je zou er van uit moeten kunnen gaan, dat ambtenaren altijd gewetensvol handelen. Twee voorbeelden, waaruit blijkt, dat het daaraan wel eens ontbreekt. Het is al meer dan veertig jaar geleden, dat er in mijn woongemeente een ander subsidiesysteem voor het jeugdwerk moest komen. Het voorstel was om op ledenbasis te subsidiëren. De Directeur van het Provinciaal Jeugdwerk Bureau zou positief geadviseerd . Dat kon ik mij niet voorstellen, want subsidiëring op basis van activiteiten kwam juist in zwang. Ik belde de directeur en hij ontkende ooit een positief advies te hebben gegeven. Dat kon ik van hem op schrift krijgen. Ik seinde raadsleden in, die B&W vroegen of er wel positief geadviseerd was. B&W bleven volhouden. In de pauze zorgde ik, dat de brief bij een raadslid kwam en die las de brief voor. Iedereen had het fout gedaan behalve B&W. Het raadslid moest handelen zonder last of ruggenspraak. De brief was niet waar en mij werd het evenzeer kwalijk genomen. Recent heb ik beschreven hoe er gemanipuleerd is bij de procedures rond het Rijsbruggerwegtracé. In een van de stukken was op een kaart de oude Rijnbedding weggelaten, waarin de weg komt te liggen.

Een regeling voor klokkenluiders kan er alleen komen als de Tweede Kamer met een initiatiefwetsontwerp komt. Er valt kennelijk veel te verbergen.

2.) Eigenlijk is het een kwestie van beschaving of je bereid bent een bevolkingsgroep een eigen standpunt over het homohuwelijk en hun eigen ambtenaren van de Burgerlijke Stand te gunnen. Een verbod van weigerambtenaren komt neer op een beroepsverbod voor een bevolkingsgroep. Zo mochten heel lang communisten geen postbode worden.

Wij leven in een maatschappij met heel veel verschillende groepen: religies en daarbinnen weer meerdere richtingen of kerken, atheïsten, humanisten en om dat een beetje vreedzaam te laten verlopen is er een traditie van tolerantie.

Antwoord namens Ineke

Ik kreeg ook namens Ineke een antwoord. Het viel mij op, dat daarin nergens werd ingegaan op mijn brief. Daarop enig commentaar.

Als weigerambtenaren zouden worden toegestaan, zou de overheid discrimineren. Nog nergens is het voorgekomen, dat het laten registreren van een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht onmogelijk werd gemaakt. Nergens heeft de overheid gediscrimineerd.

Het enige probleem is, dat er weigerambtenaren bestaan. Daar heeft verder niemand last van. En toch is er voortdurend heibel over.

Hierboven wees ik er al op. Nooit mag een ambtenaar een opdracht zo maar uitvoeren. Altijd hoort hij te toetsen aan de wet en aan regels van integriteit en dat hoort hij gewetensvol te doen.

Waar eindigen we als ambtenaren zo maar kunnen weigeren de wet uit te voeren? Mogen ze dan ook weigeren een kind van een lesbisch paar in te schrijven in het geboorteregister? Stemmingmakerij! Alle voorbeelden zijn nergens voorgekomen en zullen ook nergens voorkomen.

Maar we kunnen ons wel afvragen waar we eindigen met het niet serieus nemen van religieuze overtuigingen. Naar mijn smaak wordt dat steeds erger en neemt de onverdraagzaamheid toe. Ik vraag mij af en toe af of die anti-houding eigenlijk meer anti-Islam gericht is en alleen maar algemeen wordt geformuleerd om de eigenlijke motieven te verbergen.

Er is alle reden om allemaal eens ons geweten te raadplegen.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1789 uur (74,5 dagen). Berichtgemiddelde: 0,4 bericht per dag, 2,8 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3