maandag, 21 mei 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Last.fm Twitter

Waar blijft de tijd

In persoonlijk, weblog, zomaar een mening, columns, de, dwars, facebook, feit, geluid, en meer.

Een ochtendmens zal ik wel nooit worden, maar sinds ik in Utrecht werk en dus regelmatig op tijd met de trein moet, ben ik wel beter geworden in vroeg opstaan. Daarbij word ik geholpen door een ingenieus netwerk van klokken en andere apparaten met tijdsaanduiding.

De wekkerradio loopt twee minuten voor, zodat hij geluid begint te maken tijdens de reclame voor het zevenuurjournaal. Nou weet ik niet of het echt waar is, maar ik heb altijd begrepen dat reclame net iets harder staat dan een gewone uitzending. Het helpt in elk geval om wakker te worden en geconcentreerd naar het journaal te luisteren (want niets zo erg als een ochtenddroom waarin radiofragmenten worden verwerkt). Daarna loop ik als moderne mens bij uitstek naar mijn telefoon om mail en eventueel facebook/twitter/whatsapp te bekijken. De klok op mijn telefoon loopt ook iets voor, net als de klok in de woonkamer, zodat ik toch een licht gevoel van haast krijg om naar de douche te gaan. Over het effect van deze twee voorlopende klokken ben ik overigens het minst zeker (daarover straks meer).

Op weg naar de douche zie ik met een schuin oog de klok van de magnetron, maar het is beter van niet, want die slaagt er telkens weer in achter te gaan lopen. Na de douche kom ik in de slaapkamer de waterklok tegen die ik ooit bij een optreden voor Dwars als bedankje kreeg. Voorzover ik weet loopt die vrijwel precies op tijd (misschien een idee die ook iets vooruit te zetten). Af en toe past dan – na het aankleden uiteraard – nog een bakje yoghurt in het schema. Met wel weer het nadeel dat ik dan ten onrechte gerustgesteld door de magnetronklok denk dat ik me niet hoef te haasten.

Haren netjes, tanden gepoetst. Terug in de woonkamer lijkt de klok aan de muur aan te geven dat ik te laat dreig te komen voor mijn trein – maar mijn hersens hebben inmiddels geleerd die informatie te negeren. Bovendien versterkt door het feit dat de klok van de thermostaat wel de juiste tijd aangeeft.

Maar als ik dan mijn fiets uit de berging heb gepakt en net voor het wegfietsen op mijn telefoon kijk, blijkt het opnieuw hard doorrijden te worden om de trein nog te halen. Terwijl ik dacht ruim de tijd te hebben. Ergens werkt het klokkensysteem toch niet feilloos, maar of ik de bron van het probleem ooit ga vinden?

vrijdag, 4 mei 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Bunder- en Geullerbos

In natuur, wandelen, planten, bomen, daslook, de, dieren, diversiteit, eindhoven, en meer.

Om aan de drukte te ontkomen in Eindhoven tijdens Koninginnedag ben ik ‘s morgensvroeg naar mijn favoriete bos gegaan, het Bunder- en Geullerbos in de buurt van Bunde.

De laatste keer was op 16 maart, oftewel alweer anderhalve maand geleden. Het Bunder- en Geullerbos is elke maand weer anders. Dit keer stond het vol bloeiend Daslook! En er was nog maar sporadisch een bloeiende Bosanemoon te vinden. Waar het 16 maart het hele bos nog vol mee stond, zijn ze nu al allemaal uitgebloeid.

Om de planten die ik onderweg tegen zou komen zo goed mogelijk vast te kunnen leggen heb ik alleen gebruik gemaakt van mijn macrolens.

Ondanks dat het een vrije dag was, was het weer erg rustig in het bos en dus veel kans om allerlei dieren te zien.

De bossen ruiken helemaal naar ui van het Daslook, een vreemde gewaarwording, aangezien de bossen in Nederland meestal alleen maar bestaan uit bomen en wat struiken. Maar niet uit planten en zeker niet zoveel Daslook bij elkaar!

_MG_6140

Het zijn te veel foto’s om hier te plaatsen, daarom heb ik een lijstje gemaakt met de planten, paddenstoelen en dieren/insecten en een linkje naar de foto’s:

Bleeksporig bosviooltje (Viola riviniana) (1 2 3 4 5 6 7)
Bosanemoon (Anemone nemorosa) (1)
Bosereprijs (Veronica montana) (1)
Boszegge (Carex sylvatica) (1)
Dagkoekoeksbloem (Silene dioica) (1)
Daslook (Allium ursinum) (1 2 3 4 5 6)
Eenbes (Paris quadrifolia) (1)
Eenbloemig parelgras (Melica uniflora) (1)
Ereprijs (Veronica spec.) (1)
Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris) (1)
Gele dovenetel (Lamiastrum galeobdolon) (1)
Gevlekt longkruid (Pulmonaria officinalis) (1)
Gevlekte aronskelk (Arum maculatum) (1 2 3)
Gewone brem (Cytisus scoparius) (1)
Gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum) (1)
Gewone smeerwortel (Symphytum officinale) (1)
Grote muur (Stellaria holostea) (1 2)
Hangende zegge (Carex pendula) (1)
Heelkruid (Sanicula europaea) (1 2 3)
Hemelsleutel (Sedum telephium) (1 2)
Kleefkruid (Galium aparine) (1 2)
Klein hoefblad (Tussilago farfara) (1 2 3)
Kruipend zenegroen (Ajuga reptans) (1)
Kruipende boterbloem (Ranunculus repens) (1)
Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis) (1 2)
Look-zonder-look (Alliaria petiolata) (1 2)
Luzerne (Medicago sativa) (1)
Moerasstreepzaad (Crepis paludosa) (1 2 3)
Overblijvende ossentong (Pentaglottis sempervirens) (1 2)
Paardebloem (Taraxacum officinale) (1 2)
Pinksterbloem (Cardamine pratensis) (1)
Reuzenpaardenstaart (Equisetum telmateia) (1 2 3)
Robertskruid (Geranium robertianum) (1)
Ruige veldbies (Luzula pilosa) (1 2)
Schaduwkruiskruid (Senecio nemorensis) (1 2)
Slanke sleutelbloem (Primula elatior) (1 2)
Smalle weegbree (Plantago lanceolata) (1 2)
Vergeet-mij-nietje (Myosotis spec.) (1 2 3)
Vogelmuur (Stellaria media) (1)
Waterkers (Rorippa spec.) (1)
Wilde hyacint (Hyacinthoides non-scripta) (1 2 3)
Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) (1)
Witte klaverzuring (Oxalis acetosella) (1 2)

Bont zandoogje (Pararge aegeria) (1)
Boomwrat (Lycogala spec.) (1)
Dagpauwoog (Aglais io) (1)
Eekhoorn (Sciurus vulgaris) (1 2)
Grote bonte specht (Dendrocopos major) (1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17)
Kapjesmorielje (Morchella gigas) (1 2 3 4 5 6)
Wijngaardslak (Helix pomatia) (1 2)
Zadelzwam (Polyporus squamosus) (1 2 3 4 5)
Zwartkop (Sylvia atricapilla) (1 2 3)

Zoals je kunt zien is het een hele lijst geworden, waarbij ik nog veel planten niet (her)ken en dus waarschijnlijk ook niet opgemerkt heb.

Het leukste van de wandeling was het bos bij de Snijdersberg waar Grote bonte spechten zaten. Terwijl ik tussen de bomen door liep hoorde ik een luid geklop tegen de bomen aan. Na een tijdje wachten zag ik de spechten tussen de bomen vliegen en telkens naar één boom gaan. Het was dan ook makkelijk om ze op de foto te krijgen. Wandelaars die voorbij kwamen lopen vroegen allemaal wat er te zien was, want waarom staat iemand met een fotocamera de hele tijd naar de hemel te staren.

Jammer genoeg lukte het niet om een filmpje te maken, maar op een foto kun je goed zien dat het spreekwoord ‘Waar gewerkt wordt, vallen spaanders’ in dit geval letterlijk opgevat moet worden.

_MG_6078 _MG_6106_MG_6108

Na enkele kilometers wandelen hoorde ik wederom een specht roepen. Dit maal niet hoog in de boom, maar hij zat gewoon op de grond.

_MG_6137 _MG_6137-2

Soms wil je een plant op de foto zetten en ondertussen krijg je er iets heel anders, misschien wel mooiers voor terug:

_MG_6152-2_MG_6153

Niet alleen in het najaar kun je paddenstoelen vinden, ook in het voorjaar, zoals een Zadelzwam en een Kapjesmorielje:

_MG_6026_MG_6027
_MG_6122_MG_6129

En als laatste zag ik nog net een eekhoorn over een boomstam rennen:

_MG_6141_MG_6141-2

Het Bunder- en Geullerbos blijft elke keer weer spannend, want je ontdekt elke keer weer iets anders! Ook de enorme diversiteit aan plantensoorten maakt het een genot om te wandelen en thuis na te genieten van het opzoeken van de plantennamen.

Alle foto’s kun je vinden op: http://mennoslaats.nl/gallery3/index.php/Natuur/Bunder--en-Geullerbos-Bunde/30-april-2012

zondag, 29 april 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Lenteakkoord

In verkiezingen, akkoord, begroting, campagne, cda, compromis, d66, de, europa, en meer.

eric leltz

Vijf partijen krijgen in minder dan twee dagen voor elkaar waar 3 partijen 7 weken lang niet uitkomen! Hoe is dat mogelijk? Dat kan natuurlijk alleen als partijen snel kunnen handelen en bereid zijn om compromissen te sluiten. Stuurmanskunst dus.

Dat is de meerwaarde van het akkoord. Als de nood aan de man is, zijn er partijen die naar het roer durven te lopen en verantwoordelijkheid nemen in plaats van weg te duiken. Want laten we vooral beseffen dat het 5 voor 12 was voor Nederland. Door het afketsen van de onderhandelingen, zo vlak voor het moment dat een begroting moest worden ingediend voor Europa, stond Nederland met de rug tegen de muur. En dat mag je CDA, VVD en PVV zwaar aanrekenen. Fantastisch dus dat drie partijen, Christen Unie, D66 en GroenLinks, in die moeilijke omstandigheid verantwoordelijkheid namen en Nederland voor de afgrond hebben weggesleept. De PvdA heeft een inschattingsfout gemaakt door niet mee te doen aan het akkoord. Jammer. Nu resten bittere tranen.

De PvdA zal op weg naar de verkiezingen uitvergroten wat Christen Unie, D66 en GroenLinks hebben moeten inleveren om tot een akkoord te komen. Maar dan gaan ze wel voorbij aan het feit dat het niet het moment was om zoveel mogelijk van je eigen programma binnen te halen maar dat op zeer korte termijn een akkoord moest worden gesloten. En een akkoord vraagt per definitie van de onderhandelaars dat ze

  • kunnen inleveren,
  • een compromis kunnen sluiten,
  • boven de partij politiek kunnen uitstijgen en
  • niet blijven vastzitten in dogma's.

Christen Unie, D66 en GroenLinks hebben op een voor Nederland cruciaal moment bewezen dat ze dit kunnen. Daarom moet er tijdens de campagnes naast aandacht voor inhoudelijke thema's ook aandacht zijn voor bestuurlijke thema's. Dus dat:

  • Christen Unie, D66 en GroenLinks op het beslissende moment verantwoordelijkheid namen,
  • VVD en CDA hun hart hebben verkwanseld aan de PVV en daarmee Nederland in een beroerde positie hebben gemanoeuvreerd,
  • de PvdA toen het echt spannend werd in zichzelf gekeerd bleef, dogmatisch bleef, weg dook en geen verantwoordelijkheid nam.

Christen Unie, D66 en GroenLinks kunnen aangeven waar ze hebben ingeleverd, waarom en als ze het alleen voor het zeggen hebben, wat ze zouden verbeteren aan het akkoord. Maar voorlopig doen we het met dit akkoord.

Als de partijen van het lenteakkoord hun huzarenstukje in de campagne goed voor het voetlicht brengen, gaan ze ook na de verkiezingen met dat akkoord door. Een vliegende start. En dan breekt er na een mooie lente ook nog een mooie herfst aan.



maandag, 16 april 2012

Jeroen

Jeroen

Mus in de pot

In natuur, tuin, de, eten, muur.

In vroeger tijden at men graag spreeuwenei. Een pot aan de muur met een klein gat waar de spreeuw in kon, en een groot gat achterin waar de mensenhand de eitjes uit kon halen. Tegenwoordig is de spreeuwenpot een decoratieve vorm van het nestkastje. Ze zijn er in verschillende maten met een grotere ingang voor de spreeuw en een kleinere voor de mus. Gelukkig weet de mus dat niet want de pot aan onze muur is eigenlijk voor de spreeuw.

vrouwtjesmus in spreeuwenpot

vrouwtjesmus in spreeuwenpot

 

mannetjesmus in spreeuwenpot

mannetjesmus in spreeuwenpot

Mussen leven graag in kolonies, de rest woont onder het dak, maar dit paartje heeft dus een mooi luxe pot. Eten is er genoeg, ze kunnen prima door het gaas van het kippenhok heen om ons biologische kippenvoer te jatten. Biologische mussen dus.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

A few things you need to know about 23 Things They Don’t Tell You About Capitalism

In arbeid, economie, inkomen, uncategorized, arbeidsmarkt, bedrijf, belangrijk, beslissingen, boek, en meer.

Laatst hoorde ik een professor economie beweren dat GroenLinks vol zit met afgestudeerden in de sociale wetenschappen die geen verstand hebben van exacte vakken als economie en daarom gevoelig zouden zijn voor de argumenten van slimme neo-liberale economen. Niet veel later riep een voormalige partijvoorzitter GroenLinks op een gezond anti-kapitalisme te koesteren.

Daarom heb ik als politicoloog maar eens 23 Things They Don’t Tell You About Capitalism gelezen. In dit boek slaat de Koreaanse Cambridge-econoom Ha-Joon Chang de bodem weg onder drieëntwintig veel gehoorde one-liners van neo-liberale economen.

There is no such thing as a free market

We weten allemaal dat sinds de val van de Muur er geen alternatief is voor de vrije markt: de onzichtbare hand, vraag en aanbod bepalen alles. De belangrijkste mythe waarmee Chang afrekent, is dat er zo iets is als een vrije markt. De huidige economie wordt grotendeels gepland: de overheid neemt nog een vrije grote rol in het, zeker in economische sectoren die belangrijk zijn voor de structuur van de economie (zoals infrastructuur en energie). Bedrijven zijn zo groot geworden dat een groot deel van de economische beslissingen niet genomen worden in een vrije markt maar door planning in bedrijven. Daarnaast reguleert de overheid van alles, het meest prominent de arbeidsmarkt. Dan gaat het niet alleen maar over het verbod op kinderarbeid of ontslagrecht, maar ook over de controle op immigratie en emigratie. Hierdoor is er niet sprake van een vrije wereldwijde arbeidsmarkt, maar van protectionistische nationale arbeidsmarkten. Daarom gaan de wetten van de vrije markt (‘alles wat je verdient, is je eigen verdienste’) niet perfect op, zeker niet voor lonen.

Vrije markt is ook niet het antwoord op alle problemen. Chang benadrukt dat een sterke verzorgingsstaat mensen kan stimuleren om het beste uit zich zelf te halen: omdat ze kunnen terugvallen op vangnet durven ze meer risico te nemen. In de negentiende eeuw werd de aansprakelijkheid van ondernemers en investeerders beperkt, alleen toen kon het kapitalisme echt een grote sprong nemen: ondernemers hoefden niet meer het gevang in, als hun bedrijf bankroet ging. Alleen binnen zo’n regime van overheidswetgeving kon echt durfkapitalisme ontstaan.

Huidige neo-liberale economen hebben niet alleen een weinig realistisch beeld van de economie, maar dat heeft onze economie ook opgebroken: de neo-liberale economen zagen de bankencrisis van 2007 niet aankomen of de Europese begrotingscrisis. Sterker nog: de financiële crisis is grotendeels het gevolg van de liberalisering van de bankensector die is aangemoedigd door neo-liberale economen. Waarom staan we toe om financiële ondernemingen producten verkopen waarvan ze de werking niet begrijpen, maar moeten nieuwe medicijnen wel uitgebreid getest worden?

Oud-linkse afwijking

Chang rekent af met heel wat dogma’s, mythes en vooroordelen van neo-liberale economen en levert heel wat redelijke adviezen voor de wederopbouw van de wereldeconomie. De belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn dat we niet uitgaan van ongelimiteerde menselijke rationaliteit of dat we mensen niet alleen maar aanspreken op hun materiële egoïsme. Laten we uitgaan van mensen zoals ze zijn (beperkt in hun rationaliteit en gevoel voor meer dan alleen geld) en van de wetten zoals ze kunnen zijn.

Chang heeft wel een wat oud-linkse socialistische afwijking: hij legt een grote nadruk op het belang van de industriële sectoren. Chang benadrukt dat het internet, onderwijs en de dienstensector minder belangrijk zijn voor de economie dan of de uitvinding van de wasmachine of de industrie. Hoe we het ook wenden of keren, er moeten dingen gemaakt worden door mensen. Een diensteneconomie heeft dat alleen geëxporteerd naar een ander land. Een interessant perspectief, maar is dit ook toekomstig bestendig? Chang mist een groen perspectief. Met het dogma van economische groei rekent hij niet af. Juist een groen verhaal en een nadruk op het belang van maakindustrie kunnen hand in hand gaan: de toekomst van de Nederlandse economie is niet alleen maar afhankelijk van hoger opgeleide kenniswerkers maar juist van mensen die windmolens in elkaar kunnen zetten of zonnepanelen kunnen installeren.

De manier waarop Chang zijn stellingen illustreert is erg anecdotisch: om te laten zien dat overheden ook succesvolle bedrijven en sectoren kunnen kiezen, geeft Chang voorbeelden van succesvolle keuzes door de overheden. Daar zitten goede voorbeelden van beslissingen die overheden hebben genomen, maar economie is net als andere sociale wetenschappen geen exacte wetenschap. Het gaat uiteindelijk om statistische relaties. Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Een succesvolle keuze van een overheid bevestigt nog niet het eind van vijfentwintig jaar neo-liberale economische theorie.

zondag, 1 april 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

In christiaan huygens, kunst, leiden, natuurwetenschap, dodendans, hans holbein, laterna magica, museum lakenhal, tentoonstelling, en meer.

Museum De Lakenhal laat een verzameling 18e eeuwse toverlantaarnplaten zien: sprookjes, tronies en landschappen, samen met originele toverlantaarns.
Een toverlantaarn (Lanterna Magica) is een apparaat waarmee doorzichtige afbeeldingen geprojecteerd kunnen worden. Het is dus in feite de voorloper van de diaprojector.

Christiaan Huygens heeft in 1659 een toverlantaarn gebouwd met lenzen en spiegels, waardoor de lantaarn veel beter werkte dan eerdere schaduw-versies zonder lens. Huygens zelf vond de toverlantaarn nogal kinderachtig en hechtte er weinig waarde aan. Toch heeft hij ook een paar schetsen voor toverlantaarnplaatjes gemaakt, geïnspireerd door de dodendans van Hans Holbein (afbeeldingen hieronder komen uit de Oeuvres complètes en uit Christiaan Huygens,  “Over het oog en het zien”-  deze plaatjes worden niet getoond in de Lakenhal!)


 Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

Hier een schets van een toverlantaarn door Christiaan Huygens, met van links naar rechts: holle spiegel,   lamp,   glazen lens,   doorschijnend plaatje,  andere lens en muur.

 Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

Toverlantaarnplaatjes Christiaan Huygens: Dodendans na Hans Holbein

Huygens zelf had al een eenvoudig bewegingseffect bereikt door snel twee beelden achtereen te tonen: het door hem getekende geraamte dat op het volgende plaatje beleefd zijn hoofd afneemt, zou zelfs een ware klassieker worden.” (Info Museum Boerhaave

Holbein laat op zijn dodendanstekeningen zien dat de dood alle leeftijden en maatschappelijke standen bedreigt.

holbein totentanz Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

Het was toen gebruikelijk dat toverlantaarnplaatjes gemaakt werden naar voorbeeld van prenten, bijvoorbeeld van Jan Luyken, Leonardo da Vinci, Jacques Callot en Pieter Bruegel.

In de Lakenhal worden onder meer toverlantaarnplaatjes uit het atelier Musschenbroek getoond, een verzameling van de vroegste en mooist geschilderde toverlantaarnplaten ter wereld, bijna drie eeuwen geleden hier in Leiden gemaakt in het atelier van de instrumentenmakersfamilie Musschenbroek. De beelden variëren van ambachten en landschappen tot lachwekkende dwergen en apen, groteske koppen en vreemde Comedia dell’Arte-figuurtjes.

musschenbroek laterna magica Toverlantaarn en toverlantaarnplaatjes van Christiaan Huygens

 

Deze tekst staat ook op mijn Duitse site: Laterna magica und Laternenbilder in der Leidener Lakenhal

en op mijn Engelse blog

Maria Trepp

zondag, 25 maart 2012

Alice Karen

Alice Karen

Oude ziel

In schrijfsels, algemeen, april, bezig, bezoek, de, gevonden, maart, muur, en meer.

Ik ben mijn deken aan het afgooien. De lente heeft ook in Noorwegen ingezet. Een maand te vroeg naar maatstaven hier, maar ik treur daar niet om. Ik heb geen tegenzin meer om naar buiten te gaan, want dan moet ik het echt niet doen. Ik ga nu met plezier naar buiten. Het ruikt er naar lente. De aarde heeft haar parfum weer opgedaan.

Vandaag ben ik gaan wandelen en hardlopen in de natuur die vlak bij mijn verblijf begint. De bossen op de bergen in getrokken, over de rotsen geglibberd, door de moerassige stukken met smeltwater gebanjerd, over de laatste sneeuwresten geschuifeld. Buiten de gebaande paden gegaan. Soms even stilgestaan en nagedacht, uitvogelend hoe het beste verder te gaan. Stilgestaan om te luisteren naar de geluiden uit het bos, de beekjes, een specht die een holletje in een boom tikte. Soms verdwaald, en de weg hervonden, risico’s genomen, naar de overkant van stroompjes gesprongen. Rauwe, pure natuur. Ik ben niet gangbaar en de paden die ik baan zijn niet voor allen toegankelijk of zichtbaar. Maar ik ben niet alleen, voel ik. Hier waren andere oude zielen rond, die ik niet kan zien.

Op de een of andere manier ben ik er onbewust goed in om almaar zeer onopvallend te blijven, alsof ik een schutkleur heb. Op de universiteit in Nederland viel ik zeer weinig mensen op. Ik ben geen schreeuwerig type, maar ik presteer heel goed, al zeg ik het zelf. Maar dat valt blijkbaar in het niet, dat valt niet op. Slechts bij sommige supervisors. Niet bij medestudenten. Een enkeling pik ik eruit, een andere oude ziel, dat zie ik dan meteen. Verder weet ik van de universiteit in Nederland ook gelijk waar ik aan toe ben. En waar deze níet voor staat. Massacultuur en zesjescultuur heersen daar, en verder hokjesdenken en het niet durven buiten de gebaande paden te gaan, zelfs als de mogelijkheden er dan wel eens zijn, wanneer je de muur van kleinhouderij hebt weten te doorbreken als student, waarvoor veel doorzettingsvermogen nodig is. Nou, ik heb die mogelijkheden opgezocht, gevonden en gecreëerd, en gebruikt!

Er is gewenning aan het optreden aan de situatie hier in Noorwegen. De dagen lengen snel, de temperaturen zijn aangenaam buiten, en dat maakt alles draaglijker. Ik vind het niet meer zo erg om alleen te zijn over het algemeen, en heb ook minder inzinkingen. Ik heb het losgelaten om steeds maar achter anderen aan te lopen die me toch niet wezenlijk, niet daadwerkelijk zien staan. Die trekken almaar verder, rusteloos, zo veel mogelijk mensen willen ze leren kennen in het buitenland, maar niet zo goed mogelijk. Stilstaan vinden ze eng, stilte ook. Ze gaan slechts over de snelweg, en veel details zien ze daar niet. Ik ben dichter bij vrienden in Nederland dan bij de mensen van mijn leeftijd hier, ook al is de fysieke afstand groter. Mijn korte bezoek aan Nederland begin maart heeft me ook goed gedaan. En ik sta er in Noorwegen tot en met 11 april alleen voor, want tot dan is de professor elders. En ik ga dat redden, ook met mijn onderzoeksproject.

Ik wist al dat ik een oude ziel ben, ik ben met heel andere dingen bezig. Ik vind mezelf ook eigenlijk geen student meer. Ik heb gisteren mijn sollicitatie verzonden, want ik hoop na mijn afstuderen verder te kunnen met onderzoek. Nu is het afwachten. Ik maak een sprong in het diepe. Maar wat is een sprong in het diepe als je niets te verliezen hebt? De grond verdwijnt niet onder mijn voeten. Hoogstens komt er nieuwe grond voor de oude gronden in de plaats. En een oude ziel redt zich steeds, ook wanneer deze even lijkt te zweven in het luchtledige.


Gearchiveerd onder:Schrijfsels

donderdag, 22 maart 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Eigen weg. Alleen betreden met toestemming.

In klimaat, liberalisme, politiek, socialisme, auto, bedrijf, beslissingen, betalen, beslissing, en meer.

David Cameron stelt het voor in het Verenigd Koninkrijk: de wegen privatiseren. In Nederland zien we het als het zoveelste gotspe van de knetterrechtse Britse regering. Maar ik zie er wel brood in.

Ik reis bijna iedere dag met de trein. De NS is geprivatiseerd. Ik betaal iedere dag met plezier aan de monopolist en erger me af en toe dat ik geen alternatief heb voor vertraagde stoptrein die op enkel spoor stil staat voor Bodegraven. Ik verbaas me over de files die naast me stil staan. De wegen zijn namelijk niet in private handen. Dat is een publiek goed.

Overheidsfalen
Files zijn een typisch geval van overheidsfalen. Alle burgers betalen nu mee aan de wegen. Mensen met een auto betalen extra mee vanuit de motorrijtuigenbelasting. Maar die maakt geen verschil tussen een forens die iedere dag 100 kilometer heen en weer reist en een oma die alleen op zondag 5 kilometer naar haar kleinkind rijdt. Er is geen relatie tussen het gebruik en wat mensen betalen voor de wegen. Daarom rijdt iedereen op het zelfde moment over de wegen heen, namelijk wanneer ze naar hun werk moeten of daar van af komen. Omdat iedereen op hetzelfde moment wil rijden, staat iedereen stil.

Politici leggen wegen aan. Dat doen ze niet op basis van bedrijfskundige argumenten maar op basis van politiek-electorale argumenten. Mensen staan stil in de file en denken dat dat komt omdat er te weinig weg is. Ze willen dat politici meer wegen aan leggen. Rechtse partijen doen wat het volk wil: dit kabinet bezuinigt op alles wat los en vast zit, maar voor een extra autoweg is altijd geld. Nieuwe autowegen moeten we vanuit Den Haag over heel Nederland uitvouwen, op kosten van de hardwerkende Nederlandse belastingbetaler, zodat een deel van de Nederlanders daar over heen kunnen racen, zonder de echte kosten te betalen.

Het echte probleem is niet dat er te weinig wegen zijn, maar dat iedereen er op het zelfde moment overheen wil. Als we mensen laten betalen voor gebruik, dan zullen mensen gespreider gaan rijden.

Rekening rijden
Ik zie u denken. Laten betalen door gebruik noemen we ‘rekening rijden’. Dit maakt gebruik van het profijtbeginsel. Als er veel vraag is naar een wegstrek op een bepaald moment, laat de overheid de prijs van het gebruik toenemen. En zo kunnen we autoverkeer meer over de dag te spreiden.

Er zijn een aantal serieuze bezwaren tegen de Tineke ‘Tolpoort’-achtige constructie van het rekening rijden. In de eerste plaats, gaat rekening rijden ervanuit dat we vanuit Den Haag het weggebruik van heel Nederland kunnen plannen. Dat is het type Sovjet-Russiche maakbaarheidsdenken dat in de wereld niet meer gezien is sinds de val van de muur. Een private marktpartij zal veel responsiever zijn naar zijn consumenten.

Ten tweede, is er het 1984-argument. Er komt een centrale database die bijhoudt waar iedereen is geweest. Als we deze informatie laten bijhouden door private organisaties voor bepaalde strekken, dan valt dit argument weg: ze weten namelijk dan niet alles.

Daarmee hing het plan samen om in iedere auto een kastje neer te zetten. Maar als je een wegstrek privatiseert kan je gewoon aan beide kanten tolpoorten neerzetten. Dat hebben ze in Frankrijk ook. En dat is een land waarna we naar toe op vakantie gaan omdat het zo mooi is.

Dus rekeningrijden en privatiseren lopen grotendeels gelijk op: we creëren een monopolist die een bepaalde weg mag exploiteren. De tol zal naar gebruik en naar moment gedifferentieerd worden Hiermee kan het onderhoud van de weg betaald worden en zo nodig kunnen nieuwe projecten gefinancierd worden. Dat kan een staatsbedrijf doen of een private onderneming

Plankgaspopulisten
Maar er is een groot voordeel aan privatisering. Nu laten we politici beslissingen nemen over wegaanleg. Dat doen ze op basis van politiek-electorale reden, niet op basis van bedrijfskundige overwegingen. Dus leggen de plankgaspopulisten wegen aan, niet omdat ze echt nodig zijn als mensen de juiste prijs zouden betalen voor de wegen, maar omdat ze weten dat dat goed scoort onder kiezers. Meer auto wegen zou het antwoord zijn op de files. Rechts toont hier een naïviteit die we alleen maar kennen uit Communistisch Rusland. Als we ‘gratis’ een product aanbieden, dan zullen mensen daar verantwoordelijk gebruik van maken, en als ze dat niet doen, moeten we meer van het product aanbieden. Alsof je zegt: alle gezondheidszorg is gratis, en als mensen dan en-masse onnodige zorgkosten maken, dan is de oplossing dat we meer zorg aanbieden, niet dat we mensen zelf laten betalen voor hun zorgkosten.

Als we kiezen voor privatisering, zal een bedrijf brood moeten zien in een bepaalde alternatieve verbinding of wegverbreding. Ik denk dat als we mensen de echte prijs laten betalen, er minder auto wordt gereden. En als de beslissing om wegen aan te leggen op een bedrijfskundige logica wordt gebaseerd zullen er minder wegen worden aangelegd, omdat vraag zal afnemen.

De reden dat we moeten kiezen voor privatisering en niet voor rekeningrijden, is dat rekeningrijden maar een deel van het probleem oplost. Er zal minder gereden worden en het autorijden zal meer over tijd gespreid worden. Maar de beslissingen om wegen aan te leggen ligt dan nog steeds bij politici. Die kunnen volgens rechts met van alles niet vertrouwen: de zorg moet bijvoorbeeld zo snel mogelijk geprivatiseerd worden. Ik vertrouw rechtse politici niet met wegen. Die moeten zo snel mogelijk geprivatiseerd worden. Private wegen, een plus voor het milieu en voor ons landschap zou ik zeggen.

dinsdag, 20 maart 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Tim Krabbé – Een tafel vol vlinders

In boekbesprekingen 2012, boeken, lezen, boekrecensie, boekenweek, boekenweekgeschenk, tim krabbé, boeken 2012, boek, en meer.

Tim Krabbé - Een tafel vol vlindersTim Krabbé – Een tafel vol vlinders

Nieuw jaar, nieuw thema. De boekenkasten zijn te vol. Dus mogen er boeken weg. Deze had ik zelfs dubbel, in een boekenweek twee keer ergens iets gekocht, dus twee keer dit boekje ontvangen. Krabbé is niet van de dikke boeken (al is er nu net een hele dikke van hem uitgekomen), maar vooral van het schrappen van overbodigheden. Een ideale schrijver voor het boekenweekgeschenk.

Toch kan ik dit boek niet anders zien dan een tussendoortje. Het verhaal vanuit twee totaal verschillende perspectieven. Even wennen als je aan hoofdstuk twee begint, maar een bladzijde later ben je er weer en lees je verder zonder problemen. Het probleem kwam tegen het eind, wat mij betreft dan. Ik vond het nergens heen gaan. Het plot zat er aan te komen en verraste me niet. De diepgang die ik bij vele boeken van Krabbé wel tegenkwam, miste ik in dit niemendalletje. Teleurstellend dus.

Mocht ik toch nog positief eindigen: Een teleurstellend tussendoortje van een erg goede schrijver is nog altijd de moeite van het lezen waard, wat ik bij vele goede boeken van slechte schrijvers nog steeds niet de moeite vind.

Citaat: “Wat ze eerder geklommen hadden bleek nu lastig als afdaling, en toen hij Bram wilde inhalen gleed hij uit en kwam hij met zijn knie tegen een rotspunt. Hij had het kunnen uitschreeuwen van pijn maar hij bedwong zich: Bram mocht niet denken dat hij zijn gelijk wilde halen.” (p.29)

Nummer: 12-001
Titel: Een tafel vol vlinders
Auteur: Tim Krabbé
Taal: Nederlands
Jaar: 2009
# Pagina’s: 90
Categorie: Fictie
ISBN: 978 90 596 5084 8

Meer:
Fansite
Wikipedia
Eigen site
De Grot
De stad in het midden
De Muur 9 (inclusief verhaal Krabbé)


zondag, 11 maart 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wanneer mag een mens sterven?

In politiek, samenleving, autonomie, burgerinitiatief, cultuur, debat, dood, euthanasie, bureaucratie, en meer.

(Opinie op Joop.nl, geschreven samen met Linda Voortman)

Afgelopen week vond het plenaire debat plaats over het burgerinitiatief Voltooid Leven. De indieners vragen om het wettelijk mogelijk te maken dat mensen stervenshulp krijgen als ze hun leven voltooid achten. Het is een ingewikkelde kwestie, die uiteindelijk draait om de vraag wanneer een mens mag sterven en wie dat mag bepalen.

Het antwoord begint met de eenvoudige vaststelling dat uiteindelijk alleen de persoon zelf kan beslissen over het eigen leven. Er is immers geen plicht om te leven en deze meest fundamentele keuze kan niemand anders voor je maken. Dat geldt, als je verder doordenkt, niet alleen voor de groep ouder dan 70, die Voltooid Leven noemt. In het initiatief vervagen de grenzen tussen euthanasie en hulp bij zelfdoding en dan is er geen principiële basis voor een leeftijdsgrens.

Maar er speelt natuurlijk meer. Om te beginnen de vraag of het inderdaad gaat om een werkelijke en vrijwillige doodswens. Die vraag zou je ook mogen stellen bij de wens om te leven, maar hier is het nijpender. Mensen mogen zich niet gedwongen voelen voor de dood te kiezen, bijvoorbeeld omdat ze denken dat ze hun kinderen in de weg zitten of omdat ze zich eenzaam voelen. En als we de (medische? sociale?) reden waarom iemand wil sterven kunnen wegnemen, dan heeft dat de voorkeur. Begeleiding vanaf het eerste verzoek tot de laatste adem is dan ook een cruciale voorwaarde.

Het is ook de vraag wie die begeleiding moet geven. Is (willen) sterven eigenlijk wel een medische kwestie? Dat is nog duidelijk bij euthanasie, omdat het daar gaat om ondraaglijk en terminaal lijden. Het is aan artsen om dat vast te stellen, hoe moeilijk dat ook is. Het sterven zelf en de wens daartoe zijn echter geen medische zaken maar existentiële. Dat alleen al is een reden om artsen niet te verplichten mee te werken, maar ook om te zorgen dat mensen met een doodswens wel de begeleiding vinden die ze nodig hebben. Mensen in nood moeten niet van het kastje naar de muur gestuurd worden.

Is het dan een taak voor de geestelijke gezondheidszorg? Psychiaters en psychologen kunnen onderzoeken of zo’n doodswens diepgaand en vrijwillig is. Dat wil nog niet zeggen dat de hele begeleiding daar moet liggen, want dan wordt de doodswens eenzijdig als probleem gedefinieerd. Existentiële wensen en morele vragen zijn nog geen psychische problemen. Misschien zijn hier andere beroepsgroepen nodig, zoals counselors of  geestelijk verzorgers die kunnen begeleiden bij de keuze over leven en dood.

Individu, geen eenling

Toch ontbreekt hier nog een wezenlijke schakel. De mens, ook de mens die dood wil, is geen los atoom maar maakt deel uit van een netwerk met andere mensen, familie, omstanders. Er zijn (problematische) uitzonderingen, maar in principe zijn mensen sociale wezens. Dat betekent dat ook de doodswens geen puur individuele kwestie is. We zijn ook deel van het leven van anderen, spelen een rol in hun leven en dat betekent dat onze keuzes ook anderen aangaan. Zeker deze keuzes. Daarom moet, als het maar enigszins kan, het netwerk van degene die sterven wil bij de begeleiding betrokken worden. Dat wil niet zeggen dat anderen zeggenschap over de keuze krijgen. Vrijwilligheid en de eigen keuze staan voorop. Maar eigen regie is niet hetzelfde als totale autonomie. En – tegen de draad van de huidige cultuur in misschien – autonomie is niet hetzelfde als kwaliteit van leven of menselijke waardigheid. De mens die kiest, is een relationeel mens en dat betekent dat sterven ook een relationele kwestie is.

Daarom gaat het bij het vrijwillige levenseinde vooral om goede zorg. Niet alleen, zoals sommigen denken, omdat slechte zorg de reden zou kunnen zijn voor een doodswens. Natuurlijk moeten we ons als land schamen als dat de reden zou zijn. Maar veel belangrijker is het dat eigen regie en goede zorg hand in hand gaan. Betere zorg draagt bij aan kwaliteit van leven en aan de vrijheid eigen keuzes te maken. Minder bureaucratie, meer aandacht. Minder regels, meer ruimte voor wat het leven én het sterven waardevol kan doen zijn. Bij de meest fundamentele levensvragen verdienen mensen goede zorg.

Ook als de zorg optimaal zou zijn, en ook als er volop aandacht is voor het sociale netwerk waarin mensen leven, zijn er mensen die kiezen voor een einde aan hun leven. Dat vraagt goede begeleiding om de vrijwilligheid en menswaardigheid te waarborgen. Uiteindelijk kan niemand anders die keuze maken dan de persoon zelf. Eigen regie geldt ook bij het sterven. De samenleving moet niet die keuze onmogelijk maken, maar bij die ultieme keuze goede zorg bieden. Alles is beter dan mensen alleen te laten op de eenzame en pijnlijke weg van ophanging of vergiftiging.

Wanneer mag een mens sterven? Het complexe antwoord op die vraag moet recht doen aan de keuzevrijheid van mensen, aan de zorg voor hen en hun omgeving, en aan de zorgvuldigheid in de begeleiding: medisch, psychologisch, existentieel. GroenLinks kiest voor goede zorg, en een vrijwillig levenseinde kan daar deel van uitmaken. Van het huidige kabinet kunnen we geen stappen in deze tegelijk liberale én sociale richting verwachten. Laten we dan in elk geval deze tijd gebruiken om de behoeften en afwegingen goed te onderzoeken.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wanneer mag een mens sterven?

In politiek, keuzes, keuzevrijheid, kinderen, lijden, muur, autonomie, cultuur, debat, en meer.

(Opinie op Joop.nl, geschreven samen met Linda Voortman)

Afgelopen week vond het plenaire debat plaats over het burgerinitiatief Voltooid Leven. De indieners vragen om het wettelijk mogelijk te maken dat mensen stervenshulp krijgen als ze hun leven voltooid achten. Het is een ingewikkelde kwestie, die uiteindelijk draait om de vraag wanneer een mens mag sterven en wie dat mag bepalen.

Het antwoord begint met de eenvoudige vaststelling dat uiteindelijk alleen de persoon zelf kan beslissen over het eigen leven. Er is immers geen plicht om te leven en deze meest fundamentele keuze kan niemand anders voor je maken. Dat geldt, als je verder doordenkt, niet alleen voor de groep ouder dan 70, die Voltooid Leven noemt. In het initiatief vervagen de grenzen tussen euthanasie en hulp bij zelfdoding en dan is er geen principiële basis voor een leeftijdsgrens.

Maar er speelt natuurlijk meer. Om te beginnen de vraag of het inderdaad gaat om een werkelijke en vrijwillige doodswens. Die vraag zou je ook mogen stellen bij de wens om te leven, maar hier is het nijpender. Mensen mogen zich niet gedwongen voelen voor de dood te kiezen, bijvoorbeeld omdat ze denken dat ze hun kinderen in de weg zitten of omdat ze zich eenzaam voelen. En als we de (medische? sociale?) reden waarom iemand wil sterven kunnen wegnemen, dan heeft dat de voorkeur. Begeleiding vanaf het eerste verzoek tot de laatste adem is dan ook een cruciale voorwaarde.

Het is ook de vraag wie die begeleiding moet geven. Is (willen) sterven eigenlijk wel een medische kwestie? Dat is nog duidelijk bij euthanasie, omdat het daar gaat om ondraaglijk en terminaal lijden. Het is aan artsen om dat vast te stellen, hoe moeilijk dat ook is. Het sterven zelf en de wens daartoe zijn echter geen medische zaken maar existentiële. Dat alleen al is een reden om artsen niet te verplichten mee te werken, maar ook om te zorgen dat mensen met een doodswens wel de begeleiding vinden die ze nodig hebben. Mensen in nood moeten niet van het kastje naar de muur gestuurd worden.

Is het dan een taak voor de geestelijke gezondheidszorg? Psychiaters en psychologen kunnen onderzoeken of zo’n doodswens diepgaand en vrijwillig is. Dat wil nog niet zeggen dat de hele begeleiding daar moet liggen, want dan wordt de doodswens eenzijdig als probleem gedefinieerd. Existentiële wensen en morele vragen zijn nog geen psychische problemen. Misschien zijn hier andere beroepsgroepen nodig, zoals counselors of  geestelijk verzorgers die kunnen begeleiden bij de keuze over leven en dood.

Individu, geen eenling

Toch ontbreekt hier nog een wezenlijke schakel. De mens, ook de mens die dood wil, is geen los atoom maar maakt deel uit van een netwerk met andere mensen, familie, omstanders. Er zijn (problematische) uitzonderingen, maar in principe zijn mensen sociale wezens. Dat betekent dat ook de doodswens geen puur individuele kwestie is. We zijn ook deel van het leven van anderen, spelen een rol in hun leven en dat betekent dat onze keuzes ook anderen aangaan. Zeker deze keuzes. Daarom moet, als het maar enigszins kan, het netwerk van degene die sterven wil bij de begeleiding betrokken worden. Dat wil niet zeggen dat anderen zeggenschap over de keuze krijgen. Vrijwilligheid en de eigen keuze staan voorop. Maar eigen regie is niet hetzelfde als totale autonomie. En – tegen de draad van de huidige cultuur in misschien – autonomie is niet hetzelfde als kwaliteit van leven of menselijke waardigheid. De mens die kiest, is een relationeel mens en dat betekent dat sterven ook een relationele kwestie is.

Daarom gaat het bij het vrijwillige levenseinde vooral om goede zorg. Niet alleen, zoals sommigen denken, omdat slechte zorg de reden zou kunnen zijn voor een doodswens. Natuurlijk moeten we ons als land schamen als dat de reden zou zijn. Maar veel belangrijker is het dat eigen regie en goede zorg hand in hand gaan. Betere zorg draagt bij aan kwaliteit van leven en aan de vrijheid eigen keuzes te maken. Minder bureaucratie, meer aandacht. Minder regels, meer ruimte voor wat het leven én het sterven waardevol kan doen zijn. Bij de meest fundamentele levensvragen verdienen mensen goede zorg.

Ook als de zorg optimaal zou zijn, en ook als er volop aandacht is voor het sociale netwerk waarin mensen leven, zijn er mensen die kiezen voor een einde aan hun leven. Dat vraagt goede begeleiding om de vrijwilligheid en menswaardigheid te waarborgen. Uiteindelijk kan niemand anders die keuze maken dan de persoon zelf. Eigen regie geldt ook bij het sterven. De samenleving moet niet die keuze onmogelijk maken, maar bij die ultieme keuze goede zorg bieden. Alles is beter dan mensen alleen te laten op de eenzame en pijnlijke weg van ophanging of vergiftiging.

Wanneer mag een mens sterven? Het complexe antwoord op die vraag moet recht doen aan de keuzevrijheid van mensen, aan de zorg voor hen en hun omgeving, en aan de zorgvuldigheid in de begeleiding: medisch, psychologisch, existentieel. GroenLinks kiest voor goede zorg, en een vrijwillig levenseinde kan daar deel van uitmaken. Van het huidige kabinet kunnen we geen stappen in deze tegelijk liberale én sociale richting verwachten. Laten we dan in elk geval deze tijd gebruiken om de behoeften en afwegingen goed te onderzoeken.


woensdag, 29 februari 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Ik hou van het openbaar bestuur…

In verklaringen, toespraken en interviews, huis, innovatie, kennis, koningin, kracht, kunst, leiden, licht, en meer.

De laatste toespraak van Bart Eigeman in de Bossche raadszaal, bij zijn afscheid als wethouder, 28 februari 2012.

Ik hou van het Openbaar Bestuur, Het was mooi hier vele 10tallen klassen rond te leiden, te vertellen van 39 raadsleden, het college, de run op de stoel van de voorzitter…. Historische muur als spiegel van bescheidenheid, de doorkijk van binnen naar buiten en van buiten naar binnen……
Ik hou van het openbaar bestuur. Meer omdat het Openbaar is, dan centrum van Bestuur. Ik doe hier niemand tekort, collega-wethouders, raadsleden, ambtenaren, voorzitter en burgemeester, als ik vertel dat mijn energie én drive buiten dit huis liggen.

Frances en Milton, die via TOM-coaches een weg vinden waar geen weg was.
Fharid, hij ging stuiterend door het leven thuis en op school, tot hij via jongerenwerk bij Voor Talent Wordt Geklapt en het Wijktheater kwam. Hij kreeg het podium en nu laat hij anderen stuiteren op zijn percussie-muziek. Piet Verheugt rond het Rivierenplein, ge het gelijk da ge wilt dat de overheid naast oe staat!

Hans Kieft, Wilma vd Steen, Adrienne Hazenberg: veel vrije tijd zetten zij hun schouders onder het beter maken van hun straat, hun buurt, hun dorp.
Kerim al Barkauoi, Carmen Wijnen, Arie Bijl, dwars tegen de stroom van angstzaaierij in, werken zij niet toe naar een ander Nederland, zij gaan er van uit!
Er zijn heel veel mensen die werken aan de gemeenschap. Hun resultaat telt!
En wat ons te doen staat, is de kracht van deze mensen de ruimte bieden.

Wat is het goed dat we in de brede coalities, die er al vanaf 1998 zijn, een grondtoon in de coalitieakkoorden horen.Ik heb meegeschreven aan 3 coalitieakkoorden. Het vertrouwen in de burgers, als kracht van de stad (en van de dorpen), vraagt een uitdagende overheid.

Het voelt een beetje alsof ik heb mogen meewerken de gemeente de 21e eeuw in te leiden. We kwamen in ‘s-Hertogenbosch van een eeuw lang Rooms Rode toonzetters. Zij kenden knellende charitas enerzijds en overbezorgde overheid anderzijds als politiek denkraam. In essentie zijn beide geënt op zieligheid, op het tekort van burgers dat door de overheid aangevuld dient. Ik heb, ten tijde van de opkomende neo-liberale onverschillige overheid, vorm willen geven aan bezielend besturen: mensen aanspreken, verbinden en steun op actie bieden. Van Doegeld en BIGgeld tot BEC, van peuterspeelzaal tot – binnenkort – de 1000ste Leerbaan met werkgevers als ambassadeurs, van brede school tot islamitische begraafplaats, van Ma Lommers tot en met de Commisaris van de Koningin, van stencilblaadje tot twitter.

Daar werken we als college nauw in samen. In deze periode zijn de transities een uitdaging tot innovatie, de bezuinigingen niet alleen een korten maar een pogingen te vernieuwen. Huib, Geert, Jeroen, Jan: goed dat we hierin samen optrekken. Wij overbruggen politieke scheidslijnen door het beroep op de kracht van mensen.

We stoeien daarbij met de rol van de overheid: Als overheid zijn we bijna altijd een bio-industrie die zo snel mogelijk zo veel mogelijk en zo goedkoop mogelijk rationele eenheidsworst produceert.Ik heb het als mijn opgave gezien onze dienstverlening, onze bestuurlijke activiteit zoveel mogelijk als scharrelboerderij in te richten: zet bewoners, zet professionals, ook onze ambtenaren, in de ruimte om met kwaliteit voedsel te zoeken. Er is grote diversiteit, de jongere, de oudere, de ondernemer bestaat niet, Engelen vraagt iets anders dan de Gestelse buurt: dat dient uitgangspunt van handelen te zijn.

HOE is daarbij een grote voor-waarde om te bereiken wat wij willen. Ik heb daarbij bijzonder goed kunnen samenwerken met de ambtelijke organisatie, met veel plezier om te zien dat hoe hoger de lat ligt, hoe beter mensen tot hun recht komen. Kunst is om mensen niet alleen hun werk goed te laten doen, in het licht van steun op actie aan burgerkracht is het goede werk doen nog uitdagender. Leiding geven als bestuurders en regievoeren als ambtenaren is niet zelf bepalen hoe het kan en moet, het is vooral beweging oproepen door aansprekend te zijn.

Ik ben dankbaar dat vanuit de oppositie de moed bestaat goede plannen te steunen, ik denk aan de sportvisie onder collega Weterings, aan onderwijshuisvesting tot en met het nieuwe VMBO, ik hoop dat een goed theater er ook gaat komen…. En modder gooien is geen Bossch spel! Ik heb respect voor het respect, en dank u allen voor het weerwoord dat mij energie heeft gegeven korter van stof te worden en duidelijker te zijn in besluiten. De extra raad van 22 augutus 2001, Paul Kagie, over peuterwerk staat me nog scherp bij. Jouw ervaring en kennis maakt dat ik me nog een schepje dieper voorbereidde. 1x heb ik de kwetsbare grens van het vertrouwen gevoeld. Misschien dat het niet eens alleen om dat dossier ging. Teveel resultaat willen, is een gevaar voor nieuw resultaat.

Ik heb waardering voor de fractievoorzitters, veel buffelwerk, zeker voor hen die in de coalitie zitten: Hermie, Ralph, Jos, Ben en in het bijzonder Ruud – ik hou van jou man! – zoek de verbinding, vooral met wat nodig is voor de stad. Wees aansprekend, verbindend en biedt steun om de energie in de stad te laten stromen.

Ik zal mijn collega’s missen, ik heb geen vechtcolleges meegemaakt, Ruud, ik gun jou een langjarige ervaring als wethouder in een sterk team! Ik heb vertrouwen in jou als opvolger! En Huib, ik hoop dat we nog eens op n bankje naar de sterren kijken, dat maakt klein en groots tegelijk.

Ik ben trots zo lang met jou gewerkt te hebben Ton. Jij hebt, met ons, deze stad ook buiten deze stad op de kaart gekregen en wij vinden elkaar in het belang van sport, cultuur en onderwijs, om aan echte stadsontwikkeling te doen! Je hebt mij uitgedaagd om naar voren te stappen, ook buiten mijn portefeuille. Je hebt mij laten zien dat het pakken van de telefoon om steun te zoeken, verbindingen te leggen snel tot resultaat leidt. Ton, bedankt.

Waar ik voor sta, is waardevol handelen in dienst van mensen. Hoe waardevol is het dan, dat ik afscheid kan nemen omdat ik het nog naar mijn zin heb. De B’s van Bart staan voor Bezinnen, Bezielen en Bewegen, ik ga even de nadruk leggen op het Bezinnen, met de Belofte dat ik op andere wijze dan nu mij kracht zal gaan inzetten.

Hoe waardevol is het dat ik afscheid kan nemen in bijzijn van mensen die mij niet als wethouder zien, maar als Bart. Mijn secretaresses, Karin/Ans, Henk Wouda, de bodes
Ouders, schoonouders, Jean en bovenal Karin, Femke en Merlijn, Judith, Emma, van jullie heb ik altijd steun ontvangen om politiek te bedrijven met hart en ziel. En voor ik eelt op mijn ziel krijg, ben ik weg, ik heb gezegd!

Bart Eigeman

Léon Dekkers

Léon Dekkers

Hyves Twitter

Een moeilijke beslissing

In crisis, huis, portugal, verhuizen, werk, beslissing, geld, nederland, bezoek, en meer.

 

Het is niet makkelijk het volgende te schrijven.

 

Portugal is sinds 2 jaar ons nieuw thuis. In eerste instantie hebben we gekozen voor het wonen in de grote stad, Lissabon. Zeker in een eerste jaar is het goed om te wonen dicht bij al het regelwerk. En regelwerk is er veel hier. Er is ongetwijfeld een compleet bos gesneuveld voor al het papierwerk dat nodig was.

Het was een moeilijk jaar dat helaas niet makkelijker werd naarmate het vorderde. Dat kwam deels door de zeer natte winter maar vooral door mijn / onze gevoelens. Het wonen in een appartement in een drukke woonwijk viel tegen. De treinen die door de woning leken te rijden wenden maar niet. Contact met de buren was er feitelijk niet, etc.. 

Maar het allerbelangrijkste was wel het gevoel van opgesloten zitten in het appartement.

Het had een prachtig balkon met uitzicht op het water van de Taag, maar toch.

 

Steeds meer begon het gevoel te leven: dit is wel een kans. Een kans om te wonen op het prachtige platteland van Portugal. Een huisje met olijfbomen, ruimte voor de beesten, een moestuin en vooral rust en ruimte.

Een spannende en leuke zoektocht begon. Voordat we ons droomhuis vonden kwam er nog iets anders op ons pad: Lucky. Lucky is een geweldige hond en tegenwoordig met afstand mijn beste vriendin. En van de beste aanvullingen op mijn leven hier!

Toen vonden we ons huis. Het was alles wat we zochten. Het was charmant, had grote bomen, ontzettend veel ruimte en niets dan rust. Het was betaalbaar en dus brachten we gelijk een bod uit. De verkopers gingen akkoord en we deden onze aanbetaling.

 

Hierna begon een lang traject tussen niet mee werkende verkopers een incompetente makelaar en een drama van een bank. Op veel momenten leek het zo te zijn dat onze droom een nachtmerrie zou worden. En dat was als we al sliepen, nachten lagen we wakker. De hypotheek leek niet te worden verleend, de verkopers zeiden te willen stoppen, etc.. Toen we eenmaal de sleutel hadden waren we even de gelukkigste mensen op aarde!

 

Echter, er was nog een hoop mis. De papieren van het huis bleken toch niet in orde en de hypotheek werd dus niet verstrekt. Ondertussen hadden we onze huur al wel opgezegd en  er waren al nieuwe huurders. Maar dat was nog lang niet alles. De keuken bleek een drama en duurde letterlijk maanden. Het huis was eigenlijk in veel slechtere staat dan we dachten. Zo waren er lekkages in het dak en de schoorsteen, de riolen waren verstopt maar ook dichtgemetseld, de problemen met de vochtige muur waren toch niet zo makkelijk op te lossen als we dachten en zo verder. Tot overmaat van ramp bleek dat de papieren veel moeilijker in orde waren te maken dan iedereen dacht.

 

Ondertussen woonden we hier toch maar wel! Heerlijk rustig en altijd wat te doen. Iris heeft eindelijk weer kippen, een grote wens. Onze beesten lopen vrolijk door de tuin, al moesten we ook afscheid nemen van onze kater Fonz.

De werkzaamheden aan het huis hebben het huis een complete andere look gegeven. Alles ziet er veel mooier uit al zeggen we het zelf! Helaas zijn de kosten wel wat hoger gebleken dan we dachten.

Ook hebben we tot nu toe steeds genoten van al het bezoek dat ons huis kwam bekijken. Anders dan in Nederland waar we bezoek hadden dat even “op de koffie” kwam hebben we nu echt de tijd om te praten en leuke dingen te doen!

 

Nog steeds gaan ook alle andere zaken helaas moeizaam. Zo hebben we veel te veel betaald voor de wegenbelasting (IUC) en hebben we een aanslag van echt duizenden euros van de belastingdienst omdat Portugal ons gehele inkomen van zowel Nederland als Belgie meerekent als belastbaar in Portugal. 

Dit zijn helaas maar voorbeelden van een lange lijst. Alles is in Portugal tot nu toe een gevecht gebleken en niets lijkt in één keer te lukken.

 

Tot overmaat van ramp is de crises steeds beter voelbaar. De prijzen van haast alles zijn flink gestegen. Daar boven op is het salaris van Iris verminderd met 8% per maand en vervallen het vakantiegeld en de 13de maand. Dat zijn flinke happen in het toch al niet heel grote budget. En dan hebben wij het nog goed…

Werk zoeken heeft voor mij eigenlijk geen zin al probeer ik het wel. De werkloosheid loopt alleen maar op. Er wordt niet eens meer gereageerd op een inschrijving of reactie.

 

Dan ga je samen praten en wikken en wegen. 

De conclusie van al deze gesprekken is dat we met pijn in ons hart moeten toegeven dat onze toekomst waarschijnlijk niet in Portugal ligt. Uiteraard heeft het vaststellen van dit gegeven ook gevolgen. 

We hebben besloten dat we gaan kijken naar de mogelijkheden om terug te keren naar Nederland. Dit is uiteraard niet zo makkelijk en zal veel tijd en energie kosten. Zo hebben we een baan nodig en een woning. Maar er zijn nog duizenden andere zaken die we moeten regelen voor het zover is. 

Geen vast tijdspad dus maar een duidelijk voornemen.

Share

dinsdag, 21 februari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

R.I.P. Natasja

In in memoriam, muziek column, denemarken, in memoriam, jamaica, kopenhagen, muziek, natasja saad, reizen, en meer.

Festival Roskilde 2007

De graffiti op de muur was groot. Het portret herkende ik niet. R.I.P. Natasja stond er naast. Ze leek me aan de jonge kant om al overleden te zijn. Om me heen stonden een aantal van mijn studenten en velen die door de buitenwereld ‘alternatieven’, ‘hippies’ of zelfs ‘tuig’ genoemd zouden worden. De geur is duidelijk. Een Amsterdamse koffieshop is er niets bij.

Christiania is niet een gewoon stadsdeel van Kopenhagen. In de jaren zeventig riepen krakers het uit tot vrijstaat. Men voelde zich niet thuis in de westerse maatschappij. Natasja leek me iemand die zich hier juist wel thuis voelde. Gezien haar leeftijd gokte ik op een onnatuurlijke dood. Wanneer ik even later aanplakbiljetten zie van een memorial concert voor Natasja, begreep ik dat ze niet zo maar een doorsnee inwoner of bezoeker van Christiania was. Ik gokte op een overdosis. Op de poster zag ze er jonger uit dan op de muur schuin tegenover. Midden dertig, was mijn gok.

Twee dagen later, even googlen, ik zat mis. Alhoewel, een auto-ongeluk is ook niet bepaald een natuurlijke dood. Ook nog op Jamaica, een plek waar de geur van de vrijstaat overal op het eiland voorkomt. Ze heeft haar drieëndertigste verjaardag niet gehaald. Ze had geen geluk in haar korte leven. Haar opleiding tot jockey mislukte toen ze zwaar gewond raakte in een val met een paard. En aan het eind een auto.

Via Wikipedia en MySpace lees ik over haar en luister naar haar muziek. Het nummer ‘1 spliff a day’ zou voor velen in Christiania wel eens het volkslied kunnen zijn. Het klinkt leuk. Niet muziek die ik snel zou luisteren, maar ik kan horen dat er een talent verloren is gegaan.

Dat is dan wel weer het leuke van reizen. Het verbreedt je horizon. Niet dat Natasja daar nog wat aan heeft, maar ik ga er maar van uit dat een artiest ook na de dood graag beluistert wil worden.

Ietwat ironisch vond ik op YouTube een ode aan het land waar ze is omgekomen:

Bronnen:
Wikipedia
MySpace
Gravsted.dk
Metabunker


zaterdag, 4 februari 2012

Het menu: DDR Museum

In het menu, niet op voorpagina, berlijn, berlijnse muur, ddr, ossies, stasi, trabant, buren, en meer.
Het DDR Museum (www.ddr-museum.de/de/ausstellung/) in Berlijn is populair. Het kleine museum heeft sinds de opening in 2006 meer dan twee miljoen bezoekers verwelkomd. De interactieve tentoonstelling gaat over het leven van alledag in de voormalige DDR (1949-1990). Je kunt er achter het stuur zitten van een stilstaande Trabant. Je mag voelen en ruiken aan de surrograat koffie - de enige soort die er te koop was. Je ploft neer op een bank in de woonkamer van een nagebouwd appartement. Of je loopt naar de modelkeuken. Je denkt: verhip, zo zag het er bij ons thuis in de jaren zeventig en tachtig ook uit. Dat gevoel verdwijnt snel als je een Stasi-spion mag spelen. Je waant je een luistervink als je de koptelefoon opzet en je denkbeeldige buren afluistert. Ook mag je in een kleine cel zitten, waar tegenstanders van het regime zonder eerlijk proces gevangen zaten. De DDR ging economisch failliet. En moreel ging het land kapot aan de onderdrukking van het volk. Met de val van de Berlijnse Muur in 1989 en de vereniging van Duitsland een jaar later kwam de vrijheid waar de Ossies naar hunkerden.

zaterdag, 28 januari 2012

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

De Oude Meester

In tekst, de, eerste, idee, kerk, meester, muur.

De afgelopen week moest ik opeens weer aan mijn oude meester Lans denken. Als kale, stevige, maar vriendelijk ogende man van in de veertig, had ik hem in de zesde klas van de Rooms-katholieke basisschool. Vooral zijn uilenbrilletje en stevige handdruk kan ik mij goed herinneren. Hoe oud zal ik geweest zijn? Een jaar of negen a tien, denk ik.

Een klassieke, bijna ouderwetse, meester was het. Je moest hem dan onder andere ook met U aanspreken. De sfeer van het klaslokaal, gelegen naast de Rooms-katholieke kerk, was stoffig: hoge plafonds, dito ramen, landkaarten en schoolprenten aan de muur. Naast de standaard lessen, rekentafels, grammaticaregels en topografie, leerde hij ons ook het Wilhelmus, eerste en zesde couplet, en het “Onze Lieve Vader”.

Het was immers een Rooms-katholieke basisschool. Ook al was het merendeel ‘niet gelovig’, zowel van de docenten als leerlingen.

Twee verzen waren het. Het eerste deel moest iedere dag een ander reciteren. Op alfabetische volgorde natuurlijk; ik was als laatste aan de beurt. Het tweede deel moesten we klassikaal opzeggen.

Eén regel moest ik laatst opeens aandenken:”Leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.”
Als negen jarige had ik geen flauw idee wat bekoring was, maar verlossen worden van het kwade, dat wilde iedereen toch wel. Bekoring stond blijkbaar het verlossen worden van het kwade in de weg. Dus ik wilde niet in bekoring raken.

Daar moest ik aan denken. Nu ik ouder ben wil ik namelijk eigenlijk niets lievers dan in bekoring raken.

donderdag, 26 januari 2012

Marcel Kolder

Marcel Kolder

Kafka in het klein: De nieuwe elektrische rolstoel, van Het Kastje Naar De Muur

In cultuurkantelen, toekomstkantelen, veranderprocessen, zorgkantelen, ambtenaar, gehandicapt, gemeente, kafka, kastje muur, en meer.
‘Ja’, zei Van het Kastje, de ambtenaar eerste klasse. ‘Regels zijn regels. Creativiteit is niet aan ons besteed. En nog minder aan de bedrijven die door ons zijn ingehuurd. Als zij zich niet aan de regels houden is het hek van de dam. De Muur is er niet voor niets. Maar verder heb ik heb [...]

woensdag, 18 januari 2012

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

#sopaprotest, websites gaan op zwart | ons internet bedreigt door Amerika

In sopa, pipa, censuur, bits of freedom, vs, amerika, groenlinks, bof, youtube, en meer.
{EAV:7e58871b96cf5e1f}

+GroenLinks | @ GroenLinks steunt #protesten voor een vrij internet http://t.co/FDMM06X1 #sopaprotest.
Voor wie het nog niet weet: #SOPA en #PIPA zijn twee wetten die de Chinese internet muur van censuur zal evenaren! Amerika kan dan vele websites blokkeren en zelfs opheffen uit naam van de bescherming van intellectueel eigendom.
Dit gaat ook invloed hebben voor ons in Nederland en België Vele Nederlandse en Vlaamse websites werken met .com domein namen. Het eigendom van .com ligt in de Verenigde Staten. De VS kan deze sites uit de lucht halen.
Ook sites zonder .com domeinnaam kunnen getroffen worden, de VS kan het betalingsverkeer naar 'n site platleggen of Google en andere zoekmachines verplichten sites uit de resultaten te halen.
Tot slot kunnen vele populaire sites getroffen worden: Youtube, Wikipedia, Facebook, Flickr, overal waar mensen filmpjes, muziek, foto's en/of teksten kunnen opvoeren kunnen getroffen worden als iemand in de VS vind dat hij of zij auteursrecht op de betreffende werken heeft. Plaats je 'n trailer van een leuke film, 'n opname met je mobiel van 'n concert op youtube: gaat die site plat als je favoriete artiest gaat klagen. Mooie foto van 'n zonsondergang in Bretagne? Klaagt 'n fotograaf flickr aan omdat zij ook zo'n foto heeft gemaakt.
Vind je dit vergaande achterdocht, wees dan over enkele jaren welkom in de juridische woestijn die SOPA gecreëerd heeft: saai internet, geen creativiteit meer online en de creativiteit die er is moet veel voor betaald worden aan enkele grote media bedrijven die achter SOPA zitten en de touwtjes zo weer in haven hebben gekregen.
Lees meer op de Nederlandse organisatie voor internet vrijheid, Bits of Freedom (BOF):
+bitsoffreedom @bitsoffreedom: Straks gaat o.a. Wikipedia op zwart uit protest tegen SOPA. Ook in NL gaan we het merken als die wet het haalt. Hoe? http://t.co/lI9tmVEf
Wil je weten welke populaire sites allemaal tegen deze wet zijn? Google heeft hier 'n overzicht van de anti-SOPA community:
https://www.google.com/landing/takeaction/community/

vrijdag, 13 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

De Muur 31 – Arthur van den Boogaard – Slipstroom

In boekbesprekingen 2011, cyclogerb wielerboeken, arthur van den boogaard, boeken, boeken 2011, boekrecensie, de muur, lezen, wielerboek, en meer.

De Muur 31De Muur 31 – Arthur van den Boogaard – Slipstroom

De ondertitel zegt veel. “Een kleine geschiedenis van schrijven en wielrennen”. Al veel vaker heb ik het hier beweerd, wielrennen is in mijn ogen de geschiktste sport om over te schrijven. Ik doe mijn best om een leuke verzameling aan te leggen. Ik red het op drie planken op het moment van schrijven. Na het lezen van dit boek ben ik er echter van overtuigd dat ik een verloren strijd aan het vechten ben. Van den Boogaard heeft vele mooie boeken gevonden, daar prachtig over geschreven en ik besef dat ik nooit zelfs maar een redelijke collectie wielerboeken zal hebben.

Andersom kan ik ook blij zijn dat ik nu weer een hele lijst titels heb gevonden waarvan ik weet dat ik ze ooit wil bezitten en lezen. Want ook in deze uitgave van De Muur kwam de auteur al snel tot de conclusie dat het onmogelijk is compleet te zijn, dat er te veel goede wielerboeken (en nog meer slechte) zijn verschenen om een goed overzicht te geven.

Toch is ondanks alle onmogelijkheden Van den Boogaard er in geslaagd om een prachtig en leesbaar boek te schrijven. Om vele onontdekte pareltjes te vinden, om bekende boeken aan een nieuwe analyse te onderwerpen. Dus zelfs al zou je niet van De Muur houden, dan nog is deze uitgave een must voor de sportliteratuurverzamelaar. Als catalogus. Als referentiekader. Als inspiratiebron. Of gewoon omdat het leuk is om te lezen.

Citaat: “En zo kunnen onwetenden altijd blijven beweren dat het feuilleton dat journalist en schrijver Marquez in 1955 wijdde aan de Colombiaanse wielrenner Ramon Hoyos niet veel meer was dan een aanstekelijk goed geschreven biografie. Daarvoor zijn het tenslotte onwetenden. Alle anderen begrijpen dat Hoyos, net als vele Colombiaanse renners in de jaren vijftig, een in de werkelijkheid rond pedalerende romanpersonage was. Je moet het willen zien. En Marquez deed dat.” (p.128)

Nummer: 11-023
Titel: De Muur 31 – Slipstroom
Auteur: Arthur van den Boogaard
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 240 (7087)
Categorie: Sport (Wielrennen)
ISBN: 978-90-204-1203-1

Meer De Muur:
29 28 26 25 24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1


woensdag, 11 januari 2012

Léon Dekkers

Léon Dekkers

Hyves Twitter

Alles gaat stuk

In blog, eten en drinken, huis, portugal, almoster, houtkachel, houtworm, muur, olijfolie, en meer.

De grote olijfoogst

 

Al toen we voor het eerst onze quinta gingen bekijken hadden we zin in de olijfoogst. 

Nu zijn we de eigenaar (ja echt het is geregeld!!!) en zijn we dus de trotse bezitters van zo’n 40 olijfbomen. Dat bomen moet ik maar gelijk even ontkrachten trouwens.

Dat zit zo. Iedereen kent die prachtige, dikke en grillige stammen van de olijfboom. Prachtig maar hoe wordt ie nu zo? Van zelf dus niet is het antwoord. Doe je niets aan een olijf wordt het grote, dikke en ondoordringbare struik. Alleen door heel veel snoeiwerk van alles wat uit de grond of te laag op de stam groeit creëer je de illusie van en mooie boom. Zaak is dan het bij te houden anders gaat eigenwijze stuk hout gewoon weer vanuit de grond groeien onder het moto: ik ben een struik, ik ben een struik!

Als je dat nu ondercontrole hebt moet je ook nog zorgen dat hij niet te ver naar boven doorschiet want anders drogen de takken gewoon in. 

Op het jonge hout gaat de olijf bloeien en zal hij uiteindelijk olijven gaan dragen. Die zijn rechtstreeks van de boom overigens volstrekt oneetbaar.

Nu was het dan zover. De oogst ging beginnen. Ans en Jacques stonden nog op onze camping en ook papa was over komen vliegen. Ik had ondertussen zeilen voor de grond gekocht dus we konden aan de slag.

 

Al na enkele ogenblikken stond onze buurvrouw op de oprit. Vol interesse keek ze toe op de werkzaamheden. “Muito bom, mas….” / Heel goed, maar…

Na een korte cursus oogsten en een hele lading nieuw materiaal konden we nu echt aan de slag. Conclusie met 4 man een hele dag druk in de weer zijn levert je 53 kilo olijven op. Dat was de oogst van 4 bomen. Dat schiet dus niet op.

 

De volgende dagen was het weer gewoon kl*ten dus geen oogst meer. Onze opbrengst van de eerste dag was toen alleen natuurlijk nog geen olijfolie.

 

Daarvoor moesten we naar Almoster. Daar staat de moinho (molen) voor de olijven uit de streek. Concept is tamelijk eenvoudig. Je brengt er je olijven heen, zij persen die volgens ambachtelijke methode. Wij krijgen dan per 10 kilo 1 liter olie, de rest is voor hen. Zo verdienen zij hun geld.

Het persen gebeurt door de olijven eerst te malen. De pulp wordt op rieten matten gelegd die vervolgens onder grote druk worden geperst. Wat dan overblijft is pulp en olie!

 

Onze 53 kilo leverde een overweldigende hoeveelheid van 5,3 liter ongefilterde olie op. Winkelwaarde ongeveer 7 euro. Maar de smaak is geweldig!!!

 

 

 

Stuk, alles gaat stuk!

 

Nooit heb ik het idee gehad echt in de wieg te zijn gelegd voor oneindig geluk. Het zal ook wel deels liggen aan het afwezig zijn optimisme. Maar ach, optimisten zijn nu eenmaal slecht geïnformeerde pessimisten!

 

Het laatste jaar, of misschien wel gewoon de laatste 2 jaar, waren niet de makkelijkste uit ons leven. Wekelijks verbaas ik me over de groep mensen die meewerken aan bijvoorbeeld “Ik Vertrek” en dan doen alsof wonen in het buitenland hetzelfde is als eeuwig  op vakantie en nooit meer werken. Dat nooit meer werken klopt vaak wel: de werkloosheid is meestal veel hoger dan in Nederland en de mensen met baan zijn meestal niet vooruit te branden. Dat is ook zo in Portugal. Wat mij betreft is de werkloosheid hier nog niet wat ie zou moeten zijn. Regelmatig sta ik in een winkel en denk ik stuur ze allemaal maar naar huis en ik doe het zelf wel. Beter en sneller, easy!

 

Maar veel erger dan dat is het gevoel wat we de laatste tijd steeds vaker hebben: houd het  dan nooit op!?! Echt alles lijkt stuk te gaan of niet meer goed te werken.

Dak net gerepareerd, nu lekt het op dezelfde plek weer.  Muur compleet behandeld, gestuct en geverfd nu loopt het water er gewoon weer harder uit dan soms uit de kraan. Dat komt vooral omdat het kennelijk heel moeilijk is watervoorzieningen zo te maken dat ze gewoon werken. Dat geldt dan nog meer voor stroom. Stroom valt nog steeds regelmatig gewoon uit. Soms een paar seconden en soms gewoon veel langer. Ter compensatie hebben we overigens een flinke IVA (BTW) verhoging van 6 naar 23% gekregen. Echt goed voor bijvoorbeeld computers is dat natuurlijk niet.

 

Opzoek naar de lek in het dak is de conclusie dat alle dakpannen van het dak moeten. Ze moeten helemaal schoongemaakt en opnieuw geïmpregneerd. En als ze dan toch van het dak zijn kunnen we gelijk alle houtdelen vervangen. Die bevatten nu een complete dierentuin. Houtwormen, boktorren, etc..

 

Onze nieuwe houtkachel staat dagelijks heerlijk te branden. Helaas blijkt dat we de pech hebben dat we een exemplaar hebben gekocht dat niet helemaal ontvet is voor het verven. Nu zit de kachel vol vlekken en moet na de winter opnieuw gespoten. Commentaar van de winkel: hij zag er nog niet zo uit toen jullie hem meenamen. 

 

Op 12 jan. 2012 stopt de analoge televisie in Portugal. Niet erg opzicht uiteraard. We moesten de antenne en kabels toch al vervangen. Een digitale ontvanger kopen was lastiger. De meeste werken op HDMI en onze tv had slechts scart. Na wat proberen bleek dat de toch al zwakke scart-aansluitingen toch echt versleten waren. Repareren is met een oude tv niet meer aan de orde. Nieuwe dus maar.

 

De rij met kleine zaken is verder oneindig. Maar…. het aller, aller aller ergste was wel het stuk gaan van de espressomachine! Mijn grote vriend begon te lekken en verloor veel van zijn druk. Druk heb je nodig voor een mooie cremelaag. Dat is dus niet wat veel mensen denken te drinken met een Senseo. Dat is badschuim en varkensvet! Ondrinkbaar bocht!

De machine moest bij gebrek aan mogelijkheden hier terug naar Nederland. Dat waren vreselijke dagen, zelfs weken met koffie uit een filter. Het smaakte naar de beste reden om Nederland niet te missen: als donker water met ergens iets in de verte van een koffiesmaak. Gelukkig staat ie inmiddels weer trots op het aanrecht, daar waar hij thuis hoort.

 

Oha. Wat ook stuk gaat zijn mijn kiezen. Geen idee waarom precies maar ze breken spontaan af. Ach laat ook maar…

Share

dinsdag, 10 januari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Heinrich Zille

In berlijn, literatuur, dood, foto, muur, auto, bom, de.

Tegen een blinde muur aan de Marheineckeplatz in het (toen nog) West-Berlijnse Kreuzberg zag ik ooit een reusachtige tekening van het Berlijnse volksleven in de jaren twintig. Onder de kleurige afbeelding stond de naam van de oorspronkelijke kunstenaar: "Heinrich Zille: 10.1.1858 - 9.8.1929". De Berlijnse volkstekenaar en fotograaf was toen net vijftig jaar dood.

Vandaag is het precies 154 jaar geleden dat graficus, lithograaf, schilder, tekenaar en fotograaf werd geboren. Hij groeide in armoede op, werkte jarenlang in een foto-atelier, maar kwam pas goed aan zijn eigen werk toe toen hij rond zijn vijftigste werkloos werd. "Ga liever de straat op. Kijk om je heen en teken", had zijn leermeester hem gezegd. Zijn sociaal-kritische weergave van het Berlijnse leven van het late keizerrijk en de Republiek van Weimar sloeg in als een bom.


"Moeder, als ik wil kan ik bloed in de sneeuw spugen", zegt een meisje op een van Zilles tekeningen trots tegen haar moeder. Of: “moeder, zet de twee bloempotten eens buiten. Ons Liesje zit zo graag in het groene”. De heersende klasse vond Zilles werk maar niks. "Die kerel ontneemt ons alle levensvreugde", becommentarieerde een officier uit het keizerrijk een Zille-tentoonstelling.

In het Nicolaïviertel in het centrum van Berlijn staat sinds zijn honderdvijftigste verjaardag, vandaag vier jaar geleden, een standbeeld van Heinrich Zille. Om de hoek is een Zille Museum. Alles in het oudste deel van de tegenwoordige wereldstad ademt Zille en zijn Berliner Milljöh. Sinds ik in 1979 de muurschildering op de Marheineckeplatz zag sta ik altijd even stil bij Heinrichs verjaardag. Al die tijd al is hij op de dag af een eeuw ouder dan ik. Proost!

Erik de Graaf

maandag, 26 december 2011

Het menu: Playboy kalender

In het menu, niet op voorpagina, kalender, lustobject, playboy, schoonheid, tegenwoordig, verbeelding, vrouwen, en meer.
Ik heb thuis de playboy kalender van 2011. Hij hangt niet aan de muur, maar ligt op de bank. Als er iemand aanbelt, bedek ik hem. Uit schaamte. Mijn moeder leerde mij dat vrouwen geen lustobject zijn. Er staan twaalf bloedmooie dames op. Mooie buiken, borsten, billen en benen. Ze staren dromerig of vurig in de lens. Allemaal hebben ze maatje 34 tot 36. Geen grammetje vet teveel. Vroeger had ik mij zeker afgetrokken bij het zien van dit vrouwelijk schoon. Tegenwoordig winden de foto’s mij nauwelijks meer op. Het bloot is te pontificaal. Het is bovendien zonde dat er geen zinnenprikkelende donkere vrouwen op staan. Of een mooie Aziatische. Een mystieke, Arabische schone met gitzwarte krullen, was ook welkom geweest. De dames zijn allemaal blank. De plaatjes laten te weinig aan de verbeelding over. Het is erotischer als de dames zijn afgebeeld in een strakke spijkerbroek met een opgeknoopt bloesje, een avondjurk met spannend decolleté of een spannend negligé. In 2012 koop ik geen blootkalender meer. Ik kijk wel om mij heen op zoek naar vrouwelijk schoon. En mijn fantasie doet de rest.

dinsdag, 20 december 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Park Korenmarkt bijna klaar

In groen & water, groen, kort, muur, nederland, binnenstad, bomen, stad, kwaliteit, en meer.

korenmarkt2Tot voor kort stond de Korenmarkt nog bekend als een parkeerlocatie voor vergunninghouders in de Benedenstad van Nijmegen. Maar in het kader van ‘Groene Allure Binnenstad’ verrijst hier nu een parkje. Het ontwerp van het park is in samenspraak met de bewoners gemaakt.

Momenteel wordt hard gewerkt aan de ‘groene’ aankleding van het park. De bomen en struiken krijgen een plekje en de grasmatten worden gelegd. Ook wethouder Jan van der Meer, verantwoordelijk voor ‘Groen’, heeft fysiek zijn steentje bijgedragen aan de Groene Allure van de Korenmarkt. Hij heeft geholpen met het planten van het vedergras. 

In het parkje ligt op het hoogste punt een siertuin met een fontein. Via een watergoot loopt het water naar het lager gelegen waterornament. Net als in de rest van de Benedenstad zijn in het nieuwe parkje natuursteen en gebakken materialen toegepast.

Bij de start van de werkzaamheden in september jl. zijn waardevolle historische vondsten uit de Middeleeuwen aangetroffen. Twee grafkeldertjes en een deel van de puinbaan (van de voormalige muur van de St. Janskapel) worden in het park gevisualiseerd. Een deel van het rijke verleden van Nijmegen als oudste stad van Nederland zal zichtbaar zijn.

De aanleg van het parkje op de Korenmarkt gebeurt in het kader van de visie ‘Groene Allure’. Deze visie streeft ernaar om de kwaliteit van het groen in de binnenstad te vergroten en waar mogelijk nieuwe groenvoorzieningen aan te leggen. Meer groen bevordert een schoner en beter leefklimaat.

In maart 2012 is de officiële opening van het park.

Bron: De Brug

dinsdag, 13 december 2011

Het menu: Hutspot

In het menu, niet op voorpagina, berlijn, chefkok, hutspot, michelinsterren, joods, lezen, museum, en meer.
Daags voor het uitreiken van de Michelinsterren 2012 eind november, vertelde een topkok aan Volkskrant Magazine dat er in zijn sterren restaurant hutspot op het menu staat. Veel lezers hebben vast en zeker de wenkbrauwen gefronst bij deze ontboezeming. Hutspot als gastronomisch hoogstandje?, zullen velen met mij hebben gedacht. Wortelenstamppot gemaakt door een chefkok met een Michelinster - of twee - op zak? Zo, hij durft. Zo’n alledaags wintergerecht, samengesteld uit aardappelen, wortelen en uien serveren in zijn chique tent. Hij mag wel uitkijken dat hij zijn sterren met zo’n normale maaltijd niet verliest. De interviewer was zelf ook verrast. Ze probeerde nog even of het gerecht niet te gewoontjes was voor een sterren etablissement. Maar de masterchef riposteerde dat het een culinair hoogstandje betrof. Nou, laat ik dat maar voor waar aannemen, hij heeft tenslotte zijn sporen achter het fornuis verdiend. Met het verder lezen steeg mijn verbazing alleen maar. Hutspot hoor je eigenlijk helemaal niet te stampen. Uh, o nee? Ik wist niet anders of je prakte de aardappelen stuk. De stamper komt er niet aan te pas, doceerde de kok. Je laat de aardappels zo lang koken, totdat ze bijna uitelkaar vallen. Vervolgens giet je ze af en schud je ze tegen de wand van de pan aan gort. Zo maak je hutsepot, zoals hij het gerecht noemde. Ik moest denken aan mijn zoektocht naar een stamper in Berlijn. In 2009 verbleef ik in een mooie Berlijnse woning. Ik wilde hutsepot eten, maar de stamper ontbrak. Ik heb uren gezocht en uitgekeken naar een geschikt exemplaar. Uiteindelijk vond ik er een van zwart plastic in een supermarkt. Ik ben die dag wel vijf uur beziggeweest met de maaltijd, van inkoop tot afwas. Terwijl ik zo verwoed in de weer was met mijn hutsepot, realiseerde ik dat ik mijn tijd ook had kunnen gebruiken om de Berlijnse Muur, of het Joods Historisch Museum of de Rijksdag te bezoeken. Voordat ik aan tafel ging, had ik al besloten in Berlijn niet meer te koken. Het was te tijdrovend. Ik had al zo weinig tijd om deze boeiende stad te bezoeken. Ik zou er tenslotte maar acht dagen blijven. Nu weet ik dus uit Volkskrant Magazine dat ik mij de zoektocht naar de stamper had kunnen besparen. Tot overmaat van ramp viel de hutsepot tegen. De maaltijd was te scherp, er zaten teveel aardappelen en uien in, en te weinig wortelen. Ik wist het toen eigenlijk al: je hebt een top/chefkok nodig om lekkere, zoete hutsepot te serveren.

Joep Bos-Coenraad

Joep Bos-Coenraad

Twitter

Rector on tour column @ FNWI, 13 december 2011.

In radboud universiteit, medezeggenschap, onderwijs, beleid, bestuur, college, column, de, december, en meer.

Onderstaande tekst droeg ik voor tijdens het Rector on Tour op de beta-faculteit van de Radboud Universiteit, op 13 december 2011. Het lijkt heel wat tekst, maar als ik het voordraag vliegt de tijd natuurlijk ;)

De leden van de facultaire studentenraad vroegen mij of ik een column wilde voordragen voor het mooie terugkerende “Rector on tour” programma aan mijn faculteit. En hoewel ik op vrijwillige basis eigenlijk geen columns wil schrijven voor studenten die met een gratis lunch gelokt moeten worden, maak ik voor de komst van onze Rector Magnificus graag een uitzondering.

Mijnheer Kortmann en ik kennen elkaar nog uit de tijd dat ik, als lid van de universitaire studentenraad, met kritische vragen het college van bestuur uit de tent probeerde te lokken, in de hoop dat zij hun beleid van een beter doordachte inhoud zouden voorzien. In die tijd sprak ik Mijnheer Kortmann meestal aan met “Beste heer Kortmann”, maar niet lang daarna had ik een hele inspirerende ontmoeting met zijn broer. Met de kwalificatie “beste” ben ik sindsdien wat terughoudender, maar een aardige man is het zeker, die mijnheer Kortmann. Nooit te beroerd voor een goede discussie, en bovendien rebels genoeg om zijn onvrede over de landelijke koers wat onderwijs betreft te ventileren. Het organiseren van de grootste optocht van hoogleraren in toga uit de Nederlandse geschiedenis, zo’n 1000 stuks, is daarvan een indrukwekkend voorbeeld.

En zo’n betrokken Rector Magnificus is erg prettig, zolang hij voor hetzelfde doel staat als jij tenminste. Het is immers de man bij uitstek die iets in de melk te brokkelen heeft waar het het Radboudiaanse onderwijsbeleid betreft. Trots was ik dan ook toen ik las dat mijnheer Kortmann het door de Vereniging van Universiteiten (voorheen de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) gestelde minimum van 12 contacturen per week eigenlijk nog aan de slappe kant vond. Dat mogen er volgens hem best 15 zijn.

Nu zult u misschien lachen. 15 contacturen. 15 uur hoorcollege, werkcollege of practicum. Daar zit een gemiddelde Beta-student op woensdagmiddag al aan. Sterker nog, ik herinner mij uit mijn FSR jaar dat het faculteitsbestuur het aantal contacturen bij enkele studies juist expliciet wilde reduceren tot maximaal 20 per week, waarschijnlijk met een zalentekort of een bezuinigingsslag in het achterhoofd. Desalniettemin verdient onze rector lof voor zijn stellingname. Want bij veel opleidingen is het onderwijs nog lang niet zo stimulerend als aan onze faculteit. En laten we eerlijk zijn: er zijn maar weinig studenten die zich naast 12 contacturen de volle 28 resterende uren in de werkweek tot zelfstudie kunnen motiveren, wat dat betreft zijn studenten net mensen. Geef ze impulsen en ze komen te leven.

En ondanks de tegenvallende rendementen van ons mensenschuwe exacte betweters – hee, kwaliteit moet je niet overhaasten! -, merken we dat de rector zo nu en dan jaloers is op de inzet van onze studentenpopulatie. Misschien ook niet zo vreemd als je af en toe de zoutzakken bij rechtsgeleerdheid achter hun laptops in de collegezaal ziet zitten. Volgens mijnheer Kortmann worden op FNWI de hele week door fanatiek “SOMMEN GEMAAKT” in groepsverband, die vervolgens in een werkgroep worden besproken. Een methode die zich ook uitstekend zou lenen voor opleidingen als psychologie en rechtsgeleerdheid.

Zelf heb ik bij “sommen maken” een nogal pejoratieve connotatie die weinig blijk geeft van het onderscheid tussen ordinair rekenen en elegante wiskunde. Controleer je een balans, of pas je wat alledaagse statistiek toe, dan maak je volgens de meeste beta’s een ordinaire som.
Een decadente natuurwetenschapper daarentegen vindt zichzelf enkel goed genoeg voor het volwaardig onderzoeken, afleiden en bewijzen van materie. Maar de heer kortmann is een jurist en bedoelt het waarschijnlijk niet verkeerd, maar, heuswaar, juist goed.

En daaruit schemert al een beetje de complexe taak van de rector van een brede universiteit voort. Anno 2011 is niemand meer beta, jurist, econoom, medicus, sociale wetenschapper en geesteswetenschapper tegelijkertijd. Enerzijds wordt er zoveel mogelijk beleid aan de faculteiten overgelaten om het bij hun studenten en vakgebieden te laten aansluiten. Anderzijds ontkomt men er niet aan af en toe juist ook universiteits-brede regels te stellen, en te leren van elkaar. Maar waar wordt wat voor wie besloten?

We willen allemaal een universiteit die meer is dan de som van de faculteiten. Als chemicus wil je in je vrije ruimte ook eens een mooi vak kunnen volgen aan de faculteit der rechtsgeleerdheid. Dat is, echt waar, hartstikke interessant. Ik kan het weten want dat heb ik in mijn Bachelor ook gedaan. Zo makkelijk heb mijn studiepunten bovendien nog nooit verdiend! Maar dat terzijde. Aan de andere kant zitten beta’s niet te wachten op een centraal aangestuurd IT-clubje dat onze goed werkende Linux computers komt herinstalleren met Microsoft-Windows met een teletubbie-interface. Goede bedoelingen maar ontoereikende kennis van domeinspecifieke details kunnen alsnog tot slechte besluiten leiden.

In praktijk worden kritische medezeggenschappers nogal eens van het kastje naar de muur gestuurd: “dat moet van de Rector”, antwoordt de Vice-Decaan onderwijs op een vraag van de facultaire studentenraad, waarop de Rector bij navraag ontkracht “nee hoor, dit is decentraal management, dat mogen faculteiten lekker zelf uitzoeken”. Een effectieve, maar wanneer bewust ingezet, oneerlijke afwimpel-manoeuvre, die betrokken kritische studenten jaarlijks veel tijd en frustraties kost.

In werkelijkheid worden aan dit plaatje nog het ministerie van OCW, de onderwijsinstituten en het ongrijpbare college van decanen worden toegevoegd, zonder heldere referenties naar zwart-op-wit stukken. Daar kan onze universiteit helaas nog veel van leren. Als het nergens controleerbaar staat vermeld, dan heeft het geen waarde. Transparantie. De kernwaarde van iedere zuivere academicus. Zoals een publicatie niet wordt geaccepteerd zonder referenties bij haar statements, zouden studenten het niet langer moeten accepteren als een decaan of vice-decaan weer eens iets over de schutting kiepert zonder referentie waaruit blijkt dat het op dat specifieke niveau ondergebracht is.

En als het college van bestuur niets te verbergen heeft, dan zou het ook de nieuwsredactie weer meer middelen en vrijheden mogen geven en radiostiltes tot het verleden laten behoren. Op een universiteit moeten we niet geheimzinnig doen over wat er gebeurt en waarom dat gebeurt, we moeten juist trots zijn op onze universiteit. Hier wordt fantastisch onderzoek gedaan en ook veel van onze opleidingen zijn van hoog niveau. Dat moeten we juist krachtig ventileren, en publicitaire tegenvallers op de koop toe nemen! Waar komt toch dat verlangen naar achterkamertjes en mediacontrole vandaan? Mijnheer Kortmann, kunt u ons dat vertellen?

zaterdag, 3 december 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

De Ondernemende Gemeente

In huren, kritisch, leuk, afval, ambtenaar, ambtenaren, milieu, mobiliteit, arbeidsmarkt, en meer.


Of het nu om milieu, gezondheidszorg, natuurbeheer of armoede gaat, de lokale overheid kraakt in haar voegen. Niks ten nadele van de inzet van ambtenaren en bestuurders, want het beeld van slapende raamambtenaren is een verbeelding die schril afsteekt bij de algemene werkelijkheid van het keiharde werken en grote betrokkenheid die vele gemeenten kenmerkt. Maar de dominante positie van de overheid, dus ook die van de raad, wethouder en ambtenaar, is verleden tijd. Eindelijk, tenminste… als je tijdig de risico’s onderkent.

Bezuinigingen

In mijn gemeente Lochem moeten er op termijn 20 fte uit. Wat minder dan 10% van ons bestand, we zijn een kleine gemeente. Financieel komen er nog wat stormen aan. Het zou niet verbazingwekkend zijn als we nog verder moeten in het krimpen van ons ambtenarenbestand. Deze bezuinigingen zijn een belangrijke ‘driver’ achter de ombuigingen. Maar is het niet gek dat we een dergelijke stok achter de deur moeten hebben om kritisch naar onze organisatie te kijken. Het is een negatieve impuls die ons dwingt. En er is weinig creativiteit en ondernemingslust geboren uit weerstand en angst.

Ondernemen in en met de samenleving


LochemEnergie, onze cooperatieve energievereniging, is voor mij een voorbeeld van een particulier initiatief dat laat zien hoe in de toekomst lokaal initiatief een eigen rol pakt. Burgers die het leuk vinden met elkaar te ondernemen, voor een gemeenschappelijk belang. In dit geval geen kleine onderneming, hoewel het daar wel mee begint, maar een bedrijf dat gaat uitgroeien naar een omzet van tien tot twintig miljoen per jaar! Over vijftien jaar een winst van 10 miljoen per jaar, die jaarlijks terug gepompt wordt in de Lochemse samenleving. Deze groep kan ook initiatieven nemen op het gebied van energiebesparing, duurzame renovatie in de bestaande bouw of in de slimme netwerken en duurzame mobiliteit. LochemEnergie zal de lokale overheid overvleugelen. De raad en het college zullen misschien op een aantal vlakken, zoals ruimtelijke ordening, vergunningverlening, nog een rol spelen.


Het Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte, een ontwikkelinitiatief van de gemeente Lochem met Berkel Milieu, Delta, Cambio en 2Switch is weer een andere vorm. De overheid zoekt marktpartijen op waarmee ze een gezamenlijke bedrijfsvorm kan ontwikkelen. Ook om te ondernemen, met belangrijke sociale doelen als het gaat om de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook hier zie je een beweging ‘weg’ van de ambtelijke en bestuurlijke structureren. Met een beperkt aantal kaders die de gemeenteraad stelt zoeken we de vrijheid van maatschappelijk ondernemen op, breken de muur van de overheidsstructuur open.

Alle beleidsvelden in ondernemerschap

Deze ‘vermaatschappelijking’ gaat ver en rijkt over alle beleidsvelden. Neem het armoedebeleid. Waarom vormen groepen in de samenleving geen cooperatieve initiatieven die zelf lijnen uitzetten met sportclubs, toneelgroepen of muziekonderwijs. Die er aan bijdragen dat mensen met een uitkering elkaar ontmoeten en steunen, de koppeling vinden met de lokale fondsen, het bedrijfsleven en de kerken? Waarom zou de overheid die touwtjes in handen houden? Www.rechtop.nu laat fantastisch zien hoe dit in Deventer uitgewerkt is.


Neem nu een onverdacht beleidsveld als onze riolering en verwerking van het afvalwater. Wat is het voor een onzin dat we met veel schoon drinkwater en regenwater ons waardevol afval wegspoelen via een peperduur systeem naar een vergelegen rioolwaterzuivering. We betalen er jaarlijks stevig geld voor! Ach ja, het is natuurlijk een moment een zegen geweest, want ons rioleringssysteem heeft ons van veel ellende afgeholpen. En het was goed dat overheden zich daarmee bemoeiden. Maar het wordt tijd dat systeem eens helemaal overnieuw te bekijken. Riolen verwerken waardevol schoon water, warmte en grondstoffen. Dat kan toch allemaal lokaal afgevangen worden? Zodat we alle warmte vasthouden, schoon water besparen en grondstoffen hergebruiken? Hele delen van Lochem afkoppelen van het riool? Waarom niet. De vraag is of gemeente en Waterschap nu de beste partners zijn om die verandering te bewerkstelligen. Het Lochems rioolbeleid gaat ervan uit dat we hier een consortium voor bouwen, met burgers, kennisinstellingen en bedrijven.

Naar een ondernemende samenleving

Ik pleit voor een herdefinitie van de rol van de overheid. Geen hoekje van ons overheidsbedrijf wordt daarvan gevrijwaard. De samenleving is een een ondernemend organisme, vol wat netwerken en creativiteit. De taak van de overheid is om dat ondernemerschap van synergie, samenwerking en gezamenlijk gekozen richting te voorzien. Op basis van democratisch gelegitimeerde steun van de gemeenteraad. Dan gaat de bezem er door en zouden op termijn nog wel meer dan 20 fte kunnen verdwijnen. Het zou ook anders kunnen gaan, namelijk dat er gecombineerde bedrijven ontstaan waar ook de overheid haar deel in heeft. Maatchappelijke ondernemers in dienst van de overheid.

Ik zie het voor me. In ons nieuwe gemeentehuis. Een vleugel is helemaal vrijgemaakt voor deze maatschappelijke onderneming. Een thematische ‘hub’ voor zzp-ers, bijvoobeeld over duurzaamheid. Daar komen de zzp-bedrijven bij elkaar, huren een bureau, gebruiken gemeenschappelijke diensten, bouwen gemeenschappelijke ondernemingen op. Daar zitten ook onze ambtenaren, die mee ondernemen. Die de opdrachten van de raad doorvertalen in stimulansen en nieuwe samenwerkingsverbanden. Maar nooit doet de overheid iets meer ‘zelf’, altijd in samenwerking en altijd in ondernemerschap. En dan zou het wel eens interessant zijn om te kijken of die overheid ook zelf in de ‘markt’ kan verdienen. Bijvoorbeeld de markt van gemeenten die nog niet zover zijn.

Opschieten dus, dan zetten we die ondenemende overheid in beweging.

donderdag, 27 oktober 2011

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Uit eten

In mensen, reisverhalen gerbie on tour, reisverhalen steden, reizen, comedor, eten, honduras, reizen, tegucigalpa, en meer.

Comedors heten ze meestal. Pupuseria, soda, chichieria, cantina en cafetaria zijn andere namen voor hetzelfde fenomeen. Eethuis is waarschijnlijk de beste vertaling. Ze zien er bijna allemaal gelijk uit: een kale redelijk kleine kamer met daarin tweedehands meubilair, vaak ook plastic tuinstoelen. Soms is de eigen woonkamer en/of de keuken zichtbaar.

Je kunt er eten, al weet je vooraf nooit precies wat. Een menukaart ontbreekt. Een enkele keer is op een stuk papier op de muur geschreven wat er zoal is. Maar meestal moet je gewoon vragen wat de pot schaft. Aan de andere kant is dat nooit een echte verrassing. Een bord met rijst en bonen en een stukje vlees er naast, meestal kip en je zit er nooit ver naast. Plus natuurlijk de verplichte, drie per persoon, tortilla’s.

De klanten zijn degenen die thuis geen eten krijgen of kunnen koken, om welke reden dan ook. Het eten is er natuurlijk erg goedkoop, het is dan ook de centraalamerikaanse versie van convenience food, niet alleen beter en voedzamer dan fast food, maar ook nog eens flink goedkoper.

Een leuke versie van een eethuis bezocht ik in Tegucigalpa, hoofdstad van Honduras. De eerste comedor had slechts een lunchmenu, ’s avonds was er niets meer te vinden. De tweede had zelfs keus. Behalve mijn kip was er vis voor mijn tafelgenote, Karin een Duitse rugzaktoeriste.

De eigenaar, tevens kelner (kookt hij ook zelf?) is een vrij brede man om het voorzichtig uit te drukken. Niet het type dat je ’s nachts op straat graag tegenkomt zeg maar. Daarbij is hij nog eens moeilijk te verstaan. Hij legt wel uit dat er een verschil is tussen ‘agua pura’ en ‘agua purada’, maar duidelijker wordt het er niet van.

Even later brengt hij ons bordje eten. Eerst het bord, dan de twee plastic bordjes met tortilla’s op tafel. Dan legt hij de twee vorken op de tortilla’s, al is het niet duidelijk waar hij het bestek vandaan tovert. Een papieren servetje, normaal standaard bij deze gelegenheden ontbreekt hier. Tenslotte legt hij een stukje citroen dat op de rijst was beland tijdens het transport terug op de vis waar het blijkbaar hoorde.

In tegenstelling tot de gebruikelijke procedure in dit soort situaties, blijft hij bij de tafel staan. Verwachtingsvol kijkt hij toe terwijl wij de vork in de hand nemen, elkaar een smakelijke maaltijd toewensen en een eerste hapje nemen. “Bueno?”, klinkt het vragend en stiekem ook een beetje dreigend. Wij kijken op en kunnen niet anders dan beamen. Ook als het niet zo was zou ik positief hebben gereageerd.

Hij vertrekt naar de volgende tafel waar hij een leeg bord en een bijna lege fles frisdrank pakt en zich dan weer omdraait. Terwijl wij nog aan het nalachen waren over de snelheid waarmee hij informeerde naar de smakelijkheid van het gebodene, kijkt hij weer vragend naar ons en herhaalt zijn vorige vraag nog maar eens. “Bueno?”, alsof hij ons antwoord de eerste keer niet overtuigend genoeg vond. Natuurlijk verzekeren wij hem er van dat het echt heel smakelijk is.

Wanneer hij halverwege de maaltijd voor de derde keer informeert, vraagt mijn tafelgenote uit beleefdheid naar het soort vis op haar bord. Hij denkt zichtbaar na. Deze vraag had hij niet verwacht. Ergens is op zijn gezicht te lezen dat hij dit een rare vraag vindt. Alsof het belangrijk is welke vis je eet, als het maar smaakt. Toch doet hij moeite. “Zo’n kleine, een beetje plat, ach hoe heet zo’n ding ook al weer. Wacht even..” is het niet echt verhelderende antwoord, waarna hij richting keuken verdwijnt.

Twintig seconden later komt hij met een plastic zakje teruglopen. “Goede vis, weinig graten”, mompelt hij terwijl het hem maar niet lukt om het plastic zakje te ontknopen. Na twee minuten worstelen lukt het hem en trots toont hij een vissenkop die ongetwijfeld een half uur geleden nog aan de rest van de vis vast zat. We weten dan wel nog steeds niet hoe deze vis heet, we hebben nu tenminste gezien hoe zijn kop er uitzag.

De maaltijd was overigens niet slecht. De rekening was ook gunstig voor de altijd op het budget beknibbelende rugzaktoerist. Nog geen vijf gulden voor twee maaltijden inclusief water en frisdrank.

Tegucigalpa, Honduras, 14 april 2000


woensdag, 19 oktober 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Zorg dat je d’r bij komt!

In cda, de, defensie, geld, gemeente, gewoon, kant, nederlands, nieuws, en meer.
VVD en CDA organiseerden op 18 oktober een bijeenkomst over de toekomst van het Marineterrein in de stad. Defensie heeft een astronomische bezuinigingsopdracht gekregen en is naarstig op zoek naar mogelijkheden om geld te verdienen. Verkoop of herontwikkeling van het Marineterrein – bouwgrond in het hart van de hoofdstad – is natuurlijk een manier om veel geld te verdienen. Maar wat moet er dan komen?
VVD en CDA pakten uit, ere wie ere toekomt. Voor wie wilde was er een rondleiding over het terrein. Die kans liet ik me niet ontglippen. Net als veel andere Amsterdammers vraag ik me fietsend over de Kattenburgerstraat regelmatig af wat er achter die muur zit. Nu weet ik het, en Alan Lemmers bevestigde het. Tot het begin van de 20ste eeuw een marinewerf, waar honderden schepen zijn gebouwd. Daarna en tot nu een bonte verzameling militaire functies, waar de marine domineert, maar een echte lijn zit er niet in.
De mogelijkheden om het terrein zijn te herontwikkelen zijn eindeloos. Dat toonden Marcel van de Lubbe en Rene de Prie van XoomLab aan. Je kunt er een dichtbebouwde woonwijk van maken, ongeveer zoals de Jordaan. Of een park – zoals ook Fred Kramer propageerde – met daarin bebouwing van icoon-achtige proporties. En je kunt natuurlijk ook kiezen voor een marina, wat modern Nederlands is voor een jachthaven. En dan hadden ze er krap een weekje aan geschetst, dus daar kan nog veel meer. Maar een mooie blik op de toekomst boden ze wel.
Diana de Jong, directeur gebiedsontwikkeling van het Bouwfonds, zag mogelijkheden om het Marineterrein door marktpartijen te laten ontwikkelen. Zoiets doet het Bouwfonds ook in Nijmegen, maar wel met een subsidie van de gemeente. Een goed argument voor erfpacht zou je denken.
Frank van Dalen, VVD-gemeenteraadslid en Onroerend Goed-ondernemer, betoogde dat het Marineterrein vooral de plek is waar al die niet verwezenlijkte ambities van de stad een plek moeten krijgen. Volgens hem is het Marine-terrein niet alleen de plek om toeristische attracties, hotels en uitgaansgelegenheden te realiseren, maar ook om eindelijk het absolute top-segment in de woningmarkt te bedienen. Hij omschreef die aanpak als de “gezond verstand”-aanpak.
Na een nachtje slapen denk ik twee dingen. Het Marineterrein kan het begin zijn van een nieuwe ontwikkeling in de stad. Welke? Weet ik niet, maar in ieder geval niet als de plek waar je de vraag naar van alles en nog wat bedient. Kopte het Parool onlangs niet dat er een IJburg braak ligt in de stad? Plek genoeg voor alles wat we gewoon nog nodig hebben omdat er steeds meer mensen in de stad komen wonen. Ontwikkeling van het Marineterrein is de kans om echt aan iets nieuws te beginnen.
En het tweede ding dat ik denk is dat je niet alleen naar het Marineterrein zou moeten kijken. De andere kant van de Kattenburgerstraat is geen porum, stadsvernieuwing van de lelijkste soort, naar binnen gekeerd, monotone woonfunctie en Oostblok-architectuur. Maar ondertussen wel de verbinding tussen Marine-terrein en de Oostelijke Handelskade, met zijn Muziekgebouw, PTA en De Zwijger. En bovendien met die andere kans waar we nu al jaren niet over nadenken: de Kop van Java!

zaterdag, 8 oktober 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

DIJKRIJK over 200 jaar Noordpolder

In groningen, warffum, geschiedenis, landbouw, milieu, muur, natuur, nieuw, auto, en meer.

Er is een prachtig nieuw boek verschenen over het hoge noorden van Groningen. Vanmiddag ontving staatssecretaris Henk Bleker in het Zielhoes in Noordpolderzijl het eerste exemplaar van het boek DIJKRIJK. Noordpolder 1811-2011 uit handen van auteur Jan de Boer. En ik ongeveer het 75e.

DIJKRIJK vertelt de geschiedenis van de Noordpolder boven Warffum in tien hoofdstukken. In 1811 werd in vier maanden een nieuwe, 11,5 kilometer lange zeedijk aangelegd, nadat daartoe een jaar eerder door koning Lodewijk Napoleon (de broer van… en door zijn Franse-Nederlandse uitspraak van zijn eigen titel vaak het “konijn van Nederland” genoemd) was besloten. vanaf oktober 1811 kon de nieuwe Noordpolder worden ingericht tot het rijke landbouwgebied, dat het tot op de dag van vandaag is gebleven. Tweehonderd jaar heroïsche landbouwgeschiedenis, waarin de landbouw niet zelden ten koste ging van natuur, milieu en biodiversiteit. Zelfs de staatssecretaris gaf dat vanmiddag aan in zijn speech.


DIJKRIJK beschrijft in 272 pagina’s de Groningse pioniersgeest van de 19e eeuw en de ontwikkeling van de polder en de landbouw tot aan 2011. In talloze anekdotes en verhalen wordt verteld over de Noordpolder, zijn bewoners en hun boerderijen, over de kloof tussen de rijke herenboeren en hun arme landarbeiders, over oorlog en vrede, over de ophoging van de dijken in het kader van het Deltaplan en over de opkomst van het milieudenken in de tweede helft van de 20e eeuw. Alles rijk geïllustreerd met historische en nieuwe foto’s, kaarten, schetsen en schilderijen.

De boekpresentatie werd vanmiddag besloten met de onthulling van een plaquette met het gedicht Mien Poller (1950) van L. van Bergen op een muur van het Zielhoes in Noordpolderzijl. DIJKRIJK. Noordpolder 1811-2011 is ongetwijfeld verkrijgbaar bij de betere boekhandel.

Erik de Graaf

PS: wilt u foto's van de boekpresentatie bekijken? Klik hier.

zondag, 2 oktober 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

The Wall-street Blues

In uncategorized, beleid, berlijn, column, de, dragen, eerste, geld, helpen, en meer.

Toen ik 12 dagen geleden iets oppikte over de 'Bezetting van Wallstreet' was mijn eerste associatie die met de val van de Muur in 1989. Na jarenlange dramatische gebeurtenissen, onderhandelingen viel ogenschijnlijk zonder zichtbare grote aanleiding 'opeens' de scheiding tussen Oost en West Berlijn weg.

Hoe De Val precies is ontstaan weet ik niet echt; ik vertrouw op dit soort processen omdat er natuurwetten zijn die laten zien dat iets niet voor altijd uit balans kan zijn. Er komt een moment dat het natuurlijk evenwicht zich moet herstellen. Dat kan even duren en staat onder invloed van allerlei factoren die ik niet zozeer snap, als wel waarneem, versta. We leven in een tijd dat velen zich herkennen in dat gevoel 'dat het niet klopt'. Dat 'het' staat voor van alles, heeft voor ieder ook weer een ander accent.

Zo ken ik iemand die zich inspant voor ´Schwung in de Wajong´, omdat hij ziet dat de nieuwe vorm van ondersteuning van mensen met een arbeidsbeperking zo helemaal niet klopt, dat het voor iederéén in deze samenleving beroerd uitpakt.

Anderen lopen een Pink Ribbon Mars omdat de toename en de onzichtbaarheid van kanker ´niet klopt´, en gaat Kirsten van Hul nogmaals de Vrouwen van de Verenigde Naties toespreken omdat de Rechten en het On-Recht waar vrouwen en meisjes wereldwijd nog altijd mee te maken hebben niet klopt.

Ik sla ademloos ieders inspanning gade om bij te dragen aan het weer her-stellen van de balans.

 

Daarin werd mijn aandacht getrokken door ´een plein´ dat is gecreëerd vlak bij Wallstreet. Naar goed Arabisch model is nu ook in NY een plein, waar mensen samenkomen, praten en demonstreren tegen een over-heersing.

Waar het in de Arabische landen nog letterlijk gaat over het protest tegen de dictatoriale heerser en in Madrid over het onvermogen van de regering om dienstbaar te zijn aan de inwoners, gaat het in Wallstreet over de macht van geld; waar geld en financieel beleid bedoeld is als middel, heeft money-makes-the-world-go-round zich de positie verovert om mensen aan zich te onderwerpen.

Wat me verontrust, is dat de berichtgeving over deze groeiende ´actiegroep´ zoals het vandaag bij de NOS genoemd werd, mondjesmaat en minimaal is. Maar ook hier helpen de nieuwe media om informatie rond te sturen.

Uiteraard zijn de ´oude´ media onderdeel van het systeem zoals wij dat kennen. Zoals ik al constateerde vertoont het systeem op allerlei terreinen disbalans. Om die reden hoop ik bij te dragen aan het rondsturen van informatie die mensen van dienst is, bijdraagt aan het herstellen van de balans, door het publiceren van deze column.

 

Op dit moment schrijven, opnieuw veel jonge mensen, in de ´Occupy Wall Street Movement’ een blues die Cuby (van de Blizzards, die deze week het Aardse voor het Hemelse verwisselde) ze niet verbeterd zou hebben.

Ik stel voor om naar ze te luisteren en dan proberen mee te zingen. Een goede blues heeft 3 akkoorden als basis, ligt goed in het gehoor en tenslotte kan iedereen zingen. Je hoeft alleen je stem maar te gebruiken. Dat kan en doet ieder op haar eigen wijze.

Terwijl ik op deze vreemd zomerse zondagmiddag in oktober de balans in mijn tuin tracht te herstellen neurie ik dat nieuwe lied, the Walstreet Blues.

 

Ineke M. Verdoner

 

Bericht in de NRC

Occupy Wallstreet Timeline

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 5597 uur (233,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,9 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2