dinsdag, 22 mei 2012

Milieujaarverslag gemeente Nijmegen 2011

In klimaat & energie, 3%, arnhem, binnenstad, burgers, de, duurzaamheid, duurzame energie, economische groei, en meer.

zonneboomNijmegen neemt haar lokale verantwoordelijkheid in het klimaat- en energievraagstuk en ziet duurzaamheid als een kans voor lokale economische groei. Een transitie naar het gebruik van duurzame energie is noodzakelijk, omdat fossiele brandstoffen opraken en energie- en brandstofprijzen verder zullen stijgen. Dit heeft invloed op de financiële situatie en mobiliteit van inwoners en bedrijven. Het milieujaarverslag beschrijft de maatregelen die de gemeente in 2011 heeft genomen in de uitvoering van de Duurzaamheidsagenda 2011-2015.

In de Duurzaamheidsagenda stelt de gemeente Nijmegen zich tot doel een energieneutrale stad te willen zijn in 2045 en zelf een klimaatneutrale organisatie te hebben in 2015. Het volledige Milieujaarverslag 2011 staat op www.milieujaarverslagnijmegen.nl. Een greep hieruit:

Energieverbruik
Het totale stedelijke energieverbruik (gas en elektra) van burgers en bedrijven is tussen de nulmeting in 2008 en eind 2011 met 0,5% gedaald. Het totale energieverbruik door huishoudens is in dezelfde periode met 3,9% afgenomen. Vooral in het gasverbruik van huishoudens is een doorzettende dalende trend zichtbaar: dat nam af met 5%, meer dan het landelijke gemiddelde. Het elektriciteitsverbruik van huishoudens is, na een daling in 2010, in 2011 weer licht toegenomen. Het totale energieverbruik van bedrijven is 0,6% gedaald (zowel gas als elektra).

Nijmeegs Energie Convenant
In 2011 is het Nijmeegs Energie Convenant afgerond. De gezamenlijke doelstelling van de deelnemende bedrijven om drie jaar lang 3% CO2 per jaar te besparen is gehaald. De partijen verminderden de CO2-uitstoot zelfs met 905.121 ton, in plaats van de afgesproken 356.028 ton. Een aantal partijen wil in 2012 een vervolg geven aan het Nijmeegs Energieconvenant. De gemeente Nijmegen zal hierin ook gaan participeren als partner, maar niet meer als trekker.

Supermarkten /zorginstellingen
De handhaving op het nemen van energiebesparende maatregelen heeft in 2011 branchegewijs plaatsgevonden. De meeste supermarkten hebben de noodzakelijke maatregelen genomen, zoals afdekken van de koelingen. In 2011 is de gemeente ook gestart met controles van zorginstellingen (met uitzondering van de ziekenhuizen). Bij 29 instellingen bleek dat nog zo’n 200 besparende maatregelen genomen kunnen worden.

Woningen
Woningcorporaties hebben o.a. met een gemeentelijke bijdrage geïnvesteerd in het energiezuiniger maken van woningen. Ongeveer 17% van de corporatiewoningen heeft eind 2011 het energielabel A of B. Dankzij een gemeentelijke bijdrage zijn 435 huurwoningen energiezuiniger geworden. Zo zijn bijvoorbeeld in Heseveld 180 woningen van energielabel F naar D of C gegaan, gingen 90 woningen in Zwanenveld naar label A en zijn in Hatert 1.700 zonnepanelen geplaatst.

Bovendien is in oktober 2011 een premieregeling gestart voor een breed pakket van energiebesparende maatregelen voor particuliere woningeigenaren. In 2011 hebben 82 woningeigenaren hiervan gebruik gemaakt. De premieregeling volgde de succesvolle Zonnekrachtsubsidie op, maar kan voor meer doelen worden ingezet dan voor zonne-energie.

Duurzame mobiliteit & luchtkwaliteit
Door de nieuwe OV-concessie Arnhem-Nijmegen gaan vanaf 2013 225 bussen op groen gas rijden. Deze bussen worden een aanjager voor groen gas in de regio. ARN gaat mede hierom groen gas produceren van lokaal ingezameld GFT-afval, via een vergistingsinstallatie. De Nijmeegse stadsbussen rijden vanaf 2010 al op aardgas.

Ook in andere sectoren zet de gemeente Nijmegen zich in om voertuigen te laten rijden op schonere en duurzame brandstoffen. In 2011 zijn de volgende resultaten geboekt:
• De gemeente heeft de venstertijden in het centrum verruimd voor schone voertuigen. Zij mogen ’s avonds tussen 18.00 en 23.00 uur de binnenstad bevoorraden.
• Als gemeentelijke voertuigen vervangen moeten worden, wordt gekozen voor voertuigen op groengas. In 2011 zijn 22 voertuigen op groengas gaan rijden. In totaal rijden er nu 40 gemeentelijke voertuigen op groengas.
• Er is gewerkt aan een tweede aardgasvulpunt aan de Industrieweg (dat in 2012 is geopend).
• De gemeente heeft subsidie verstrekt aan 5 taxibedrijven om over te stappen op aardgas. Inmiddels rijden er 13 taxi’s op aardgas.
• De gemeente heeft 4 openbare oplaadpunten voor elektrische auto’s geplaatst.

maandag, 21 mei 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Dan Turell – Mord im Waschsalon

In boekbesprekingen 2012, boeken, boeken 2012, boekrecensie, dan turell, denemarken, kopenhagen, lezen, boek, en meer.

Dan Turell – Mord im Waschsalon

Mijn cultheld. De hoofdpersoon zonder naam in de ‘moordserie’ van Nonkel Dan. Nog net genoeg functionerend om te kunnen overleven, genoeg outlaw om buiten de mainstream maatschappij te staan. Twaalf boeken zijn er over hem verschenen, langzaam maar zeker nader ik het einde van de serie. Het is niet anders.

Omdat thematisch lezen toch altijd leuk blijft, nam ik deze mee toen ik dit voorjaar weer een keer met een groepje studenten op pad mocht naar Kopenhagen. Een druk programma, dus buiten het vliegtuig (en zelfs toen vielen mijn ogen dicht) heb ik eigenlijk weinig gelezen. Maar dit boek leende zich wel voor elke keer een paar bladzijden. Twaalf verhaaltjes, in plaats van een lang verhaal met meerdere door elkaar lopende lijnen. Het lijkt een beetje op probeersels van de schrijver, verhaallijnen die hij niet in een boek kon omzetten. Dan maar op een hoop, een clou er aan plakken en bij elkaar gooien.

Dat maakt het boek lichter en helaas ook minder interessant. Want in een verhaal van een bladzijde of vijftien, twintig kun je een moord kwijt, een paar mooie bespiegelingen, maar dan moet je ook echt weer op weg naar de oplossing. En dat is jammer, want zijn volwaardige boeken zorgen er voor dat je meer leest dan slechts een ‘krimi’, zoals de Duitse vertaling elke keer weer op de voorkant weet te drukken.

Maar dat Turell mijn favoriete Deense schrijver is en blijft, lijkt me wel duidelijk.

Citaat: “Ich habe gewisse Erfahrung mit entlassenen Häftlingen – und diese Erfahrung sagt mir, dass sie, wenn sie nach vier Jahren sauskommen, nur selten in einen Waschsalon gehen. Sie gehen in die Kneipe, sie gehen ins Bordell, sie finden zur Familie zurück – falls sie immer noch eine haben – oder zu alten freunden, aber sie sausen nich umgehend zu einem Waschsalon.” (p.105)

Nummer: 12-012
Titel: Mord im Waschsalon (Orig.: Mord i Montvasteriet)
Auteur: Dan Turell
Taal: Duits (Orig.: Deens)
Jaar: 1986
# Pagina’s: 238 (1917)
Categorie: Whodunit
ISBN: 978-3-404-15526-2

Meer:
Mord in Vesterbro
Mord im März
Moord in het donker
Mord in der Dämmerung
Moord op Malta
Moord in het Paradijs
Wikipedia
Official site


maandag, 7 mei 2012

Verkiezingen in Armenië: Over wat ik waarnam

In armenië, europa in de wereld, judith blogt, verkiezingen, de, facebook, foto's.

Europarlementariër Judith Sargentini was als waarnemer voor de OVSE bij de verkiezingen in Armenië. (Bekijk de foto's op Facebook.)

Zondag heb ik dertien Armeense stembureaus van binnen gezien. Van grote bureaus in kleuterscholen tot kleine bureautjes in dorpshuizen. Overal waar we met onze OVSE-armband en onze formulieren kwamen kijken, werden we netjes welkom geheten. Ik vond het machtig om in al die oude Sovjetgebouwen rond te lopen. Sommigen hadden Marx als wanddecoratie ingewisseld voor Marlboro. De meesten dorpshuizen waren aftands, maar eentje rook nog naar nieuwe verf. Vorige week opgeknapt, met dank aan de Republikeinse Partij. Hmm.

lees verder

dinsdag, 1 mei 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Klimaatverandering: een momentopname

In regelmatig terugkerende ellende, afkoeling, klimaat, nederland, opwarming, wetenschap, april, de, eerste.
Als je wilt weten of het klimaat verandert en hoe snel, dan moet je af en toe een momentopname maken. Is het in de afgelopen 24 jaar in Nederland veel warmer geworden? Ik heb eens gekeken naar de eerste 4 maanden van het jaar: januari t/m april. In 1988 was de gemiddelde temperatuur over de [...]

maandag, 30 april 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Janet Evanovich – Hard eight

In boekbesprekingen 2012, boeken, boeken 2012, boekrecensie, janet evanovich, lezen, stephanie plum, whodunit, boek, en meer.

Janet Evanovich – Hard eight

Ooit nam ik me voor om deze hele serie op volgorde te lezen. Ik hou aardig vol. Toch vraag ik me wel eens af waarom. Tenslotte is elk boek een variant op de vorige boeken. Altijd ontploffende auto’s, vreemde verdachten, kleine hint van seks, Grandma Mazur die een hoofdrol zoekt, wat oude schoolvrienden die ineens een nuttige hulp zijn en op het eind Morelli of Ranger die Stephanie Plum uit de brand helpen.

Spannend? Mwoah. Grappig? Sporadisch. Goed? Allang niet meer. Verder lezen? Denk het toch wel. Waarom? Weet ik niet.

Citaat: “I took the sealed envelope from her, carefully opened it, and looked inside. Photos. Snapshots of me, sleeping on my parents’ couch. They were taken last noght. Someone had let themselves into the house and stood there, watching me sleep. And then photgraphed me. All without my knowledge.” (p.202)

Nummer: 12-009
Titel: Hard Eight
Auteur: Janet Evanovich
Taal: Engels (US)
Jaar: 2002
# Pagina’s: 277 (1319)
Categorie: Whodunit
ISBN: 0-7472-6957-2

Meer:
Seven up
Hot six
High five
Four to get ready
Three to get deadly
Two for the dough
One for the money


zondag, 29 april 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Jolande Sap

In begroting, bezuinigingen, campagne 2012, groenlinks, heldenschetsen, jolande sap, zin in de toekomst, begroting, bezuiniging, en meer.

Het is inmiddels een half jaar geleden sinds de laatste Heldenschets op deze site. Ineke van Gent, Jan Pronk, Andrée van Es, Jan Schaefer en Hans van Mierlo passeerden op het toneel van de heroïek al eerder de revue. Met de ontwikkelingen van de voorbije week is er een nieuw links-progressief politicus definitief toegetreden tot het heldendom.

In 1963 zag zij het eerste levenslicht in het Limburgse Venlo. Na daar het gymnasium te hebben afgerond, vertrok ze begin jaren ’80 naar de Katholieke Universiteit Tilburg om economie te studeren. Toen ze in september 2008 namens GroenLinks in de Tweede Kamer kwam, bleek deze studie goed van pas te komen. Al snel bleek ze een voortreffelijk woordvoerder Financiën te zijn voor de GroenLinks-fractie. Sindsdien kwam haar politieke carrière, ondanks de nodige hobbels, in een stroomversnelling terecht. Politiek talent van het jaar 2009 en de opvolger van Femke Halsema in 2010 als leider van GroenLinks: in twee jaar tijd ontwikkelde zij zich tot het gezicht van haar partij. Maar het kan nog beter. Deze week overtrof ze alle verwachtingen door de spil te zijn achter het Lenteakkoord, dat vanuit de Tweede Kamer de Rijksbegroting voor 2013 heeft opgesteld. We kunnen er niet omheen, de held van deze week is: Jolande Sap.

Alhoewel Jolande Sap pas de laatste jaren in de groene en rode spotlights staat, is ze al bijna twintig jaar actief voor GroenLinks. Nadat ze in 1993 lid was geworden van de toen tamelijk nieuwe partij, nam ze direct zitting in de werkgroep die de doorrekening verzorgde van het GroenLinks verkiezingsprogramma 1995-1998. Met haar achtergrond als econome niet geheel verwonderlijk. Ook binnen haar vakgebied waren er makkelijk GroenLinkse kenmerken aan Sap te ontdekken. Zo publiceerde ze in 1998 het boek Out of the Margin – Feminist Perspectives on Economics. Een feministische econome; zo iemand kon GroenLinks goed gebruiken.

Niet voor niets werd Jolande Sap dan ook in 2006 uitgenodigd mee te schrijven aan het verkiezingsprogramma van GroenLinks. Daarnaast gunde het partijcongres haar een mooie plaats op de kieslijst. Sap kreeg plek 8 toebedeeld, een verkiesbare plek gezien de toenmalige zetelverdeling in de Tweede Kamer. GroenLinks bezat namelijk precies 8 zetels. Onder invloed van de linkse titanenstrijd tussen de SP en de PvdA zakte GroenLinks echter naar 7 zetels, waardoor Sap net buiten de boot viel.

In 2008 was het dan toch zover. Op 2 september werd Jolande geïnstalleerd als de tijdelijk vervanger van Mariko Peters. Een dag later nam de politieke loopbaan van de econome opnieuw een wending. Wijnand Duyvendak, de groene woordvoerder van de fractie, kondigde zijn onmiddellijke vertrek uit de Kamer aan door toedoen van de rel om zijn nieuwe boek. Na één dag werd Sap daardoor definitief lid van de Tweede Kamer. En sindsdien ging het hard. Amper twee jaar later, in december 2010, werd Jolande door de GroenLinks-fractie unaniem verkozen tot de nieuwe fractievoorzitter, als opvolger van Femke Halsema.

Sap kreeg het niet makkelijk in haar eerste maanden als partijleider van GroenLinks. Begin 2011 leidde ze haar fractie naar het steunen van de politietrainingsmissie in het Afghaanse Kunduz. Waar het Kabinet-Rutte hierdoor een Kamermeerderheid achter zich kreeg, vormde zich achter Jolande Sap een sterk verdeelde partij. Veel GroenLinksers waren het hardgrondig oneens met de steun voor de missie, wat de inwijding bleek van het roerige jaar 2011. Bovenop de rumoer omtrent Kunduz kwamen namelijk de affaire-Peters en het stekkerdoosincident. GroenLinks zakte steeds verder we in de peilingen, tot de nog tot onlangs bedenkelijke vijf zetels.

Deze week, een paar dagen na het klappen van de Catshuisonderhandelingen, greep Jolande Sap echter haar ultieme kans.  Waar de VVD, het CDA en de PVV zeven weken de tijd nodig hadden om tot een mislukt begrotingsoverleg te komen, wist Sap binnen twee dagen de Kamerfracties van de ChristenUnie, D66, CDA en VVD te begeleiden naar een stabiele begroting voor 2013. Een broodnodige begroting in tijden van diepe economische crisis. En een sociale en groene begroting: de bezuinigingen op het passend onderwijs, ontwikkelingssamenwerking en het PGB werden teruggedraaid, terwijl er eindelijk is begonnen met de te lang uitgestelde hervormingen op onder meer de woningmarkt. De hypotheekrenteaftrek lijkt nu toch echt zijn langste tijd te hebben gehad. Met de verhoging van de belastingen op milieuvervuilende activiteiten en het afschaffen van subsidies aan grootverbruikers van fossiele grondstoffen daarbij opgeteld, heeft GroenLinks de leiding genomen over het bereiken van een voor haarzelf en het land uitstekende Rijksbegroting.

Jolande Sap. Op het juiste moment heeft ze weten te pieken. Ze heeft laten zien dat GroenLinks een uitstekende partij is om verantwoordelijkheid te dragen, die tegelijkertijd haar sociale en groene idealen verwezenlijkt. Daarmee heeft ze zich definitief bewezen als de onbetwiste partijleider van GroenLinks voor dit moment. Een partijleider die GroenLinks naar een mooie verkiezingsuitslag zal leiden op 12 september. Jolande Sap: een held!

Als toegift, een visueel profiel van Jolande Sap! ;)


vrijdag, 27 april 2012

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Wat staat er eigenlijk in het Stabiliteitsprogramma?

In uncategorized, agenda, akkoord, algemeen, aow, arbeidsmarkt, banen, bedrijf, begroting, en meer.

Kunduz-coalitie, wandelgangakkoord, SASJA (Sybrand, Alexander, Stef, Jolande en Arie) of lenteakkoord; hoe je het noemt geeft eigenlijk al aan wat je ervan vindt. Het stabiliteitsprogrammma voor 2013 dat gistermiddag door GroenLinks, D66, ChristenUnie, de VVD en het CDA werd gepresenteerd.

De gedoogcoalitie onderhandelde er zonder succes zeven werken over in het Catshuis. Maar vijf partijen in de Tweede Kamer hadden aan 48 uur genoeg om een akkoord in elkaar te timmeren. De media schrijven vandaag vol lof over het het huzarenstukje, waarin vier maanden voor de verkiezingen, vijf moedige politieke leiders ‘over hun eigen schaduw heen sprongen.’ Of zoals Volkskrant-collumniste Sheila Sitalsing schrijft: “Eerst gaan we ons laven aan de wilde gedachte dat tussen alle politieke versplintering, al het cynisme, al die roeptoeterende clowns en operettefiguren aan de flanken, Nederland nog steeds Nederland is. Een bestuurbaar land waar je met ouderwets polderen en een vleugje durf bergen kan verzetten. Waar de mensen, wanneer het water komt, eendrachtig een treintje maken en zandzakken gaan stapelen.”

Iedereen heeft er een mening over. Had Samsom wel mee moeten doen, of juist niet?  Wat vinden de kiezers ervan? Wie heeft er een strategische fout gemaakt? In alle politieke commotie dreigt de inhoud weer eens overschaduwt te worden. Want wat staat er eigenlijk in het stabiliteitsprogramma? Hoe komt het dat GroenLinks haar handtekening hier onder heeft kunnen zetten en wat is daar volgens de PvdA en de SP zo op tegen?

Terugdraaien bezuinigingen op kwetsbare groepen (o.a. op het PGB en Passend Onderwijs)

GroenLinks, D66 en ChristenUnie hebben flink oppositiegevoerd tegen een aantal pijnlijke maatregelen van dit kabinet. Het stabiliteitsprogramma bevat een aantal maatregelen om de overheidsbegroting op orde te krijgen, maar de partijen wilden ook duidelijk maken dat zij heel andere keuzes maken dan de VVD en het CDA met de PVV konden maken. De meest besproken bezuinigingen van het kabinet Rutte I worden daarom teruggedraaid. Hoofdlijn van het stabiliteitsprogramma is dat kwetsbare groepen meer worden ontzien en dat in plaats van de kaasschaafmethode, Nederland een aantal grote hervormingen zal ondergaan.

Jolande Sap noemde in het Kamerdebat van dinsdag al dat de bezuinigingen op natuur, het Passend Onderwijs en de de Persoonsgebonden Budgetten (PGB’s) van tafel moesten, wilde GroenLinks voor een begroting voor 2013 tekenen. Uiteindelijk heeft ze nog  veel meer binnengehaald, maar het terugdraaien van deze bezuinigingen zijn een belangrijk kenmerk. De PGB’s, waarmee zorgbehoevende een budget krijgen waarmee ze zelf zorg kunnen inkopen, werden in de originele kabinetsplannen vrijwel geheel geschrapt. Dat gaat nu niet door.

Ook de bezuinigingen op het passend onderwijs gaat niet door. Het gaat dan om de bezuinigingen die het kabinet wilde invoeren op bijzonder onderwijs en begeleiding voor leerlingen met gedrags-  of leerproblemen. Dit zou leidden tot verlies van veel banen in het bijzonder onderwijs, maar ook tot grotere klassen, wachtlijsten voor het bijzonder onderwijs en zorgleerlingen die in het regulier onderwijs hun hoofd boven water moeten zien te houden zonder geld voor extra begeleiding.

De bezuiniging op griffierechten, waarmee het een stuk duurder wordt om een zaak voor de rechter te brengen, wordt eveneens teruggedraaid. Ook de cultuursector wordt iets gecompenseerd voor de harde bezuinigingen waar zij mee te maken hebben gekregen: uitvoerende kunst komt weer in het lage BTW-tarief.

De huishoudinkomenstoets, waarmee mensen hun uitkering verliezen als een inwonend familielid, bijvoorbeeld een kind, een inkomen verwerft, wordt ook teruggedraaid. Met name wethouders van de grote steden maakten zich om deze maatregel grote zorgen. Ook de 100 miljoen bezuinigingen op preventieve/palliatieve zorg worden teruggedraaid, net zoals er 40 miljoen bezuinigingen via de eigen bijdrage voor de GGZ.

Een andere bezuinigingspost van het kabinet, het openbaar vervoer, wordt ook gespaard door het stabiliteitsprogramma. Tot slot gaan ook de bezuinigingen van Bleker op natuur niet door. In het natuurakkoord dat de staatssecretaris met provincies heeft gesloten staat dat zij verantwoordelijk worden voor het natuurbeleid, maar dat zij daar wel fors minder geld voor krijgen dan het rijk nu aan natuurbeleid uitgeeft. Natuurorganisaties reageerden vandaag positief doordat het stabiliteitsprogramma meld dat er in 2013 200 miljoen extra voor natuur beschikbaar komt.

De zware bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking die tijdens de Catshuisonderhandelingen dreigden zijn nog niet doorgevoerd, maar het was duidelijk dat er met de PVV geen akkoord te maken viel, zonder een hele  forse korting op de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking. Dat is nu ook van de baan, Nederland blijft 0,7% van haar BNP aan ontwikkelingssamenwerking uitgeven.

Groene Agenda

In het stabiliteitsprogramma zit bovendien een hele indrukwekkende groene agenda, door een combinatie van maatregelen. Het belastingstelsel wordt ingrijpend vergroent door vervuilende energie zwaarder te belasten. Het stabiliteitsprogramma noemt in dit kader de aardgasheffing, kolenbelasting, rode diesel, leidingwater en eurovignet. De onbelaste reiskostenvergoeding, inclusief het onbelaste privégebruik van lease-auto’s wordt afgeschaft, waardoor het aantrekkelijker wordt om dichter bij je werkt te gaan wonen.

Daarnaast wordt er  280 miljoen uitgegeven voor verduurzaming van de economie, onder meer voor woningisolatie. Er is sprake van dat zonnepanelen onder het lage BTW-tarief van 6% gaan vallen. En zoals gezegd wordt 200 miljoen die het kabinet wilde bezuinigen op natuur teruggedraaid.

Pensioenleeftijd

Na een lange discussie kwamen op 10 juni 2011 vakbonden, werkgevers en het kabinet een pensioenakkoord overeen. Het pensioenakkoord verscheurde de FNV en leidde uiteindelijk tot haar ondergang – op dit moment wordt gewerkt aan de vorming van een nieuwe vakbond. In het oorspronkelijke pensioenakkoord gaat in 2020 de AOW-leeftijd omhoog naar 66 jaar en groeit vanaf dan de pensioenleeftijd mee met de groei van de levensverwachting, waardoor in 2025 de AOW-leeftijd 67 jaar zou worden.

Het stabiliteitsprogramma breekt met dit pensioenakkoord en gaat eerder de pensioenleeftijd verhogen. Al in 2013 zal de AOW-leeftijd met 1 maand omhoog gaan en zal vervolgens in stappen verder verhoogt worden zodat in 2019 de AOW leeftijd om 66 jaar ligt en in 2024 op 67 jaar. Vanaf 2024 wordt de AOW aan de levensverwachting gekoppeld.

Volgens partijen als D66 en GroenLinks is een snellere stijging van de pensioenleeftijd te rechtvaardigen als je kijkt naar de stijging van de levensverwachting die sinds de invoering van de AOW-leeftijd heeft plaatsgevonden. Bovendien benadrukken zij de solidariteit tussen generaties: de huidige en aankomende groep gepensioneerden heeft veelal riante pensioenregelingen. Nu de vergrijzing er aan komt moeten de generaties na hen met veel minder mensen de AOW gaan opbrengen voor een veel grotere groep ouderen. De PvdA is tegen aanpassing van het moeizame compromis dat via het originele pensioenakkoord tot stand is gekomen en de SP is sowieso tegen elke verhoging van de pensioenleeftijd.

Arbeidsmarkt

Nog zo’n onderwerp waar de politiek al jaren tegenaan hikt is de aanpassing van de ontslagbescherming. De huidige ontslagbescherming zorgt er volgens een partij als GroenLinks voor dat mensen met een vast contract zo goed beschermt zijn dat een werkgever wel oppast om mensen een vast contract te geven. Het gevolg is een tweedeling tussen insiders en outsiders op de arbeidsmarkt: insiders met een vast contract zijn goed beschermd en voor hen gelde riante regelingen met betrekking tot hypotheekverstrekking en pensioenopbouw. De outsiders zitten in flexibele contracten of worden als zzp-er bij een bedrijf aangenomen. Jongeren en allochtonen zijn oververtegenwoordigd in deze groep. Als economisch de wind tegen zit zijn dit de groep mensen die er het eerst uitvliegen. GroenLinks pleit er al veel langer voor dat deze tweedeling op de arbeidsmarkt doorbroken moet worden. Van werkgevers moeten we niet vragen om hoge ontslagvergoedingen te betalen aan een groep die er toch al goed voorstaat, werkgevers zouden veel meer moeten investeren in het bieden van kansen aan haar werknemers, bijvoorbeeld via scholing. De arbeidsmarkt moet er niet op gericht zijn dat niemand meer zijn baan kwijt raakt, dat is in de geglobaliseerde economie onmogelijk geworden. De arbeidsmarkt moet erop gericht zijn dat, wanneer ontslagen, iedereen vervolgens weer ergens anders aan de slag kan.

Ook op dit punt van de ontslagbescherming is er een doorbraak bereikt. De ontslagvergoedingen worden beperkt, al is nog niet uitgewerkt op welke manier dit moet gebeuren. Daar staat tegenover dat de eerste zes maanden van de Werkloosheidsuitkering door de werkgever betaald moeten worden. Bovendien gaat het geld dat werkgevers niet meer hoeven te investeren in ontslagvergoedingen naar scholing voor hun werknemers en werk-naar-werk trajecten. Dit zorgt er dus voor dat het voor een werkgever aantrekkelijk is om ook gedurende het dienstverband in zijn werknemers te blijven investeren en dat, als hij gedwongen is om mensen te ontslaan, het voordelig is om een actieve rol te spelen zodat zij ergens anders snel weer aan de slag kunnen.

Deze arbeidsmarktwijziging past dus heel goed in het verhaal van GroenLinks en ook D66 dat mensen nieuwe zekerheden geboden moet worden: niet langer de zekerheid op een vaste baan staat centraal, maar de zekerheid op het vinden van nieuw werk. SP en in mindere mate de PvdA geloven hier niet in en vinden dat bestaande zekerheden worden afgebroken. Net als op het issue van de pensioenleeftijd is echter de PvdA hier ook de afgelopen jaren voorzichtig wat op gaan draaien en vormt ook dit onderwerp daarom een lastig campagnethema voor Samsom.

Woningmarkt

Het derde belangrijke dossier waarop in Den Haag al jaren gesteggeld wordt is de hypotheekrenteaftrek. Ook op dit thema is een voorzichtige doorbraak geboekt. Mensen kunnen enkel nog hypotheekrenteaftrek voor nieuwe hypotheken krijgen indien ze een hypotheek hebben die ze binnen 30 jaar aflossen. Fiscale subsidiëring van aflossingsvrije hypotheken behoort dus tot het verleden.

Daar staat tegenover dat ook de huurmarkt hervormd wordt. De laagste inkomens worden inzien, maar de huren voor mensen met een inkomen in de categorie 33 000 tot 43 000 mogen 1 procentpunt sneller stijgen dan de inflatie.

In de discussie over de Nederlandse woningmarkt wil links de hypotheekrenteaftrek aanpakken, terwijl rechts wil dat de huren meer marktconform worden. In het akkoord moeten beide kanten water bij de wijn doen en vind er een door links gewenste hervorming op de hypotheekrenteaftrek plaats als een door rechts gewenste hervorming op de huurmarkt.

Zorg

Begrotingstechnisch is de financiering van de gezondheidszorg één van de grootste hoofdpijndossiers. De kosten van de zorg lopen al jaren enorm op en het ziet er naar uit dat met de aanstaande vergrijzing deze kostenpost nog veel groter zal gaan worden. Bezuinigen op de zorg zijn impopulair, maar lijken onoverkomelijk.

In het stabiliteitsprogramma is afgesproken dat mensen meer zelf moeten gaan bijdragen in de kosten voor de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten. Lage inkomens zullen worden gecompenseerd doordat ze een hogere zorgtoeslag krijgen. Het plan van de Catshuisonderhandelaars dat patiënten per medicijn 9 euro zelf moeten bijdragen is wel van tafel.

De SP en de PVV proberen zich te profileren als de partijen die pal staan voor de zorg. Bezuinigingen voor de zorg liggen daarom ook zeer gevoelig bij deze partijen, en voor de SP lijkt dit een natuurlijk campagnethema.

Nullijn voor ambtenaren

Een makkelijke manier om geld te besparen is als de overheid minder geld gaat uitgeven aan ambtenarensalarissen. Bezuinigen op de bureaucratie is juist één van de weinige populaire maatregelen die er zijn om geld te besparen. Maar de maatregel komt ineens in een ander daglicht te staan nu met name de PvdA benadrukt dat het ook gaat om leraren en politieagenten. Zij zullen volgens het stabiliteitsprogramma te maken krijgen met een nullijn: hun salaris zal, ondanks de inflatie, in absolute zin gelijk blijven. Omdat er al een tekort voor personeel in de zorg dreigt, zal deze nullijn niet voor zorgpersoneel gaan gelden. Overigens worden ook de uitkeringen niet bevroren.

BTW-verhoging

Eén van de maatregelen die mensen meteen gaan voelen is de verhoging van de BTW. Volgens het stabiliteitsprogramma gaat in oktober het hoge BTW-tarief met 2% omhoog van 19 naar 21%. Dat betekend dat over iedere aankoop die je doet je 2% meer belasting moet betalen. Met andere woorden: alles zal 2% duurder worden. In de woorden van Diederik Samsom: mensen zullen dit direct in hun boodschappenmandje voelen.  Doordat de accijnzen op tabak, frisdrank en alcohol worden verhoogd zullen deze producten een extra scherpe prijsstijging meemaken.

Uit onderzoek blijkt dat lage inkomens relatief een groter deel van hun inkomen aan consumptie uitgeven dan hogere inkomens, omdat zij minder geld hebben om te sparen. Een BTW-verhoging raakt daarom lage inkomens extra hard. Om de pijn te verzachten schrijft het stabiliteitsprogramma dat de BTW-verhoging vanaf 2013 in toenemende mate wordt gecompenseerd door een lagere inkomstenbelasting, in het bijzonder voor werkenden met een lager inkomen.

Dat past in een trend die GroenLinks al veel langer bepleit. GroenLinks wil dat bedrijven zwaarder worden belast voor de vervuiling die zij veroorzaken, en minder hoeven te betalen aan belasting over arbeidskosten. Dat leidt ertoe dat er milieuvriendelijker zal worden geproduceerd en meer banen worden gecreëerd. Omdat consumptie over het algemeen vervuilend is heeft deze combinatie van maatregelen gedeeltelijk een zelfde effect. Consumeren wordt duurder, maar werken gaat meer opleveren.

Hoge Inkomens

In het Kamerdebat gister verweet Samsom de vijf partijen dat ze niets doen om ook van hoge inkomens een bijdrage te vragen. Dat is niet geheel waar. Behalve dat op verschillende punten lage inkomens worden ontzien, staan er ook maatregelen in die expliciet een bijdrage van de hoogste inkomensgroepen vragen. Hoge inkomens en bonussen krijgen in 2013 te maken met een belasting (‘crisisheffing’) die een half miljard moeten opbrengen. Daarnaast worden excessieve vertrekbonussen niet langer belast met 30%, maar met 75%.

Interessant in deze context is dat er ook een versobering van de wachtgeldregeling voor politici in het stabiliteitsprogramma zit. De maximumduur dat een politicus recht heeft op wachtgeld wordt gelijkgesteld aan de maximale WW-duur.

Ook bedrijfsleven en banken komen niet weg. Bijna een half miljard aan geplande lastenverlichting voor het bedrijfsleven gaat niet door en de bankenbelasting wordt verdubbeld.

Overig

Al met al zijn de bezuinigingen niet geheel pijnloos. Dat is ook niet mogelijk als je ineens vele miljarden minder moet gaan uitgeven. Wel is duidelijk dat het stabiliteitsprogramma poogt een stuk socialer beleid te voeren dan Kabinet Rutte 1 en dat er een flinke groene agenda aan is toegevoegd. In plaats van de kaasschaaf over veel posten heen te halen, wordt er gekozen voor een aantal forse hervormingen in de Nederlandse publieke sector, gecombineerd met een aantal stevige lastenverzwaringen.

De SP en de PvdA hebben hun handtekening niet onder dit akkoord gezet en zullen daarom oppositie voeren tegen dit pakket. Opvallend is dat in het Kamerdebat gisteren Samsom niet al zijn pijlen richtten op plannen waar de partijen in het akkoord bewust voor kiezen, maar dat hij op zoek was naar andere manieren om het SASJA/FC Kunduz moeilijk te maken. Zo ontstond er onduidelijk over een zin uit het stabiliteitsprogramma die spreekt van ‘diverse taakstellingen op de Rijksbegroting’ die 0,875 miljard moeten opleveren.

Ook bevroeg Samsom GroenLinks-leider Jolande Sap vinnig op de Wet Werken naar Vermogen (WWNV). De WWNV is een wet die de uitkering voor jonggehandicapten (Wajong), de Sociale Werkvoorziening (SZW) en de bijstand bij elkaar voegt in één regeling en daarbij flinke bezuinigingen doorvoert op de SZW en de Wajong. De WWNV is een wet die nog niet is ingevoerd en waar GroenLinks zich altijd tegen heeft verzet. Hij staat niet genoemd in het Stabiliteitsprogramma, en met de opmerking van Sap dat deze maar controversieel verklaart zou moeten worden en daarmee  tot aan de verkiezingen nog niet in behandeling zou moeten worden genomen nam Samsom zichtbaar geen genoegen. Maar zoals Sap hem toewierp: als je mee had onderhandeld, dan hadden we er samen nog meer uit kunnen slepen.


zaterdag, 21 april 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Stadsdichter

In cultuur, beheer, college, de, duurzaam, gebouwen, gedichten, gewoon, hand.

marieke van leeuwen

Afgelopen week is Arjan Keene uitgeroepen tot stadsdichter van Ede. Vele steden gingen ons hierin voor. In Dordrecht is Marieke van Leeuwen stadsdichter. Van haar hand is bovenstaand gedicht "Als er niets is". Goed dat Ede nu ook een stadsdichter heeft. In de raadsvergadering van 9 november 2006 hield ik hier al een pleidooi voor. Dat ging toen als volgt:

Ik was laatst in Antwerpen en las daar op gebouwen gedichten van de stadsdichter van vorig jaar Ramsey Nasr. Ook Nijmegen, Venlo en Lelystad hebben al een stadsdichter. Er moet toch iemand te vinden zijn die als onbezoldigd stadsdichter door het edese leven wil gaan. En volgens mij hoeven we ook niet zo ver te zoeken. Was er in de vorige raadsperiode niet een raadslid die ook af een toe een gedichtenbundel in eigen beheer uitgaf? En in PvdA kringen is het al heel gewoon om je gevoelens in de vorm van een limerick te verwoorden.

Ik wil ook graag een duit in het zakje doen en daarom hier mijn proeve van bekwaamheid.

En daar stond een trap zomaar in het Otterlose zand

Recht omhoog nog steiler dan de steilste berg en

Jij lachte naar mij, ik nam jouw hand

En samen zagen we, trede voor trede

Langzaam het ontluiken van Ede

En enthousiast riepen we beiden

“Daar ligt de stad, daar de dorpen en daar de heide”

Als een prinses, in haar bedstee, omringt door dwergen

En jij wees naar een soort paleis boven een straat

En we zagen zonnepanelen, en een beursvloer en mensen

Maar wacht, zei ik enigszins verbaasd: “ik herken ze”

“Daar, dat is het college en daar zit de raad”

En nu hoorde ik ze ook praten

Over elan, over evenwicht en over duurzaam Ede

Over kosten, over subsidies en ook over baten

toen werd ik wakker en stond weer in het heden



vrijdag, 20 april 2012

Nina van de Goor

Nina van de Goor

Small name tiles

In .
Im about a hundred years behind with both blogging about all the things I recently made and listing them in the shop, but I did manage to add these to the shop a little while ago: custom made small name tiles! There are many designs and possibilities, you can read more about them here.  

donderdag, 12 april 2012

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

In speeches, democratie, vrede van utrecht, 10 december, acties, afrika, akkoord, alternatieven, april, en meer.

Post image for Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

11 april 2012

Op 1 februari 1960 gingen vier studenten aan een tafeltje zitten in een lunchroom in Greensboro in North Carolina. Ze bestelden een kopje koffie.

Wat ze deden was verboden want de studenten waren zwart: de zitplaatsen waren voor blanken, de staplaatsen alleen voor de zwarte studenten. ‘We bedienen geen negers’ zei de serveerster.
De studenten bleven zitten, tot sluitingstijd. De volgende ochtend verschenen 27 zwarte studenten, gekleed in pak en das en ze gingen zitten. Een dag later waren het er tachtig. Ze zaten aan de tafels zonder te consumeren en deden er hun huiswerk. Het protest groeide de dag erna tot 300 en de eerste protesterende blanken voegden zich bij hen. Binnen een week waren het er 600 en verspreidde het protest zich ook in de straten. De eerste confrontaties dienden zich aan. Blanke studenten zwaaiden met zuidelijke vlaggen, intimidatie en inmenging van de KluKlux-Clan volgde. In de weken die volgden, verspreidde het protest zich eerst door North Carolina, besmette daarna de omliggende staten en binnen een maand werd het hele zuiden van de Verenigde Staten beheerst door protest; uiteindelijk deden meer dan 70.000 studenten mee, duizenden werden gearresteerd, even zo vele radicaliseerden. Maar het gevolg was de bloei van een zwarte burgerrechtenbeweging en de geleidelijke, maar onomkeerbare afschaffing van het systeem van segregatie dat de VS kende.

Dit voorbeeld heb ik ontleend aan een artikel in The New Yorker. De auteur, Malcolm Gladwell, gebruikt de opkomst van de zwarte burgerrechtenbeweging om het effect van internet op sociaal protest te relativeren. De veelzeggende titel is ‘Small change: why the revolution will not be tweeted’.
Gladwell hekelt internet-utopisten die denken dat de zwakke relaties op facebook, de oppervlakkige vriendennetwerken waarin talloze petities voor goede doelen rouleren, werkelijk toegevoegde waarde hebben ten opzichte van het risicovolle burgerrechtenactivisme dat de zwarte studenten ten toon spreidden.
Hij verklaart de sociale netwerken op internet ook ongeschikt om werkelijk sociale en democratische veranderingen af te dwingen. In zijn woorden: ‘facebook-activisme is alleen succesvol in het bijeenbrengen van mensen die niet gemotiveerd genoeg zijn om werkelijke verandering af te dwingen’. Facebook – en ook twitter – verzamelen dus, met andere woorden, leunstoelactivisten.
Gladwell schreef zijn artikel in oktober 2010. En dat zeg ik met nadruk. Want dit was voordat de Arabische Lente in zijn volle hevigheid losbarstte.

De datum is van belang omdat Gladwell op dat moment, eind 2010, uitdrukking geeft aan breder gedragen overeenstemming dat de betekenis van social media voor mensenrechten- en democratisch activisme interessant maar ook beperkt is.
Weliswaar heeft dan al de Groene Revolutie in Iran plaatsgevonden, maar zoals Gladwell en ook anderen overtuigend betogen, wordt de bijdrage van vooral twitter aan de protesten daar rijkelijk overschat. Twitter bereikte grote populariteit maar deze concentreerde zich in het westen waar een zeer betrokken internetelite elke snipper nieuws uit het getormenteerde land aan elkaar doorspeelde, dikwijls in het Engels waardoor veel jonge betogers in Iran het nauwelijks lazen.
Hoewel ik het wetenschappelijke en journalistieke debat tussen internet-utopisten en sceptici tekort doe, zie je teruglezend, voor het uitbreken van de Arabische Lente, wel een mainstream-overeenstemming over de betekenis van internet voor de burgerrechten.

1 – Internet en social media hebben betekenis in de spreiding van kennis over mensenrechtenschendingen en sociaal protest en kweken daarmee ook een zekere mate van internationale verbondenheid. Dat zag je ook goed terug bij de Groene Revolutie in Iran. Als een vroeg voorbeeld wordt daarbij in de literatuur de opstand van de bevolking in Chiapas in het Zuiden van Mexico in 1994 genoemd. Dit lokale conflict met de centrale Mexicaanse staat over de achterstelling en discriminatie van de van oorsprong Indiaanse bevolking, kreeg via internet wereldwijde belangstelling, en de opstand kreeg daardoor momentum.

2 – Internet heeft ook een zekere mobilisatiekracht van mensen in heel verschillende landen, afkomstig uit verschillende groepen. Een voorbeeld daarvan is het protest tegen WTO in Seattle in 1999 waarbij internationale activisten een netwerk vormden op straat en in cyberspace. Tegelijkertijd mag daarbij de kanttekening gemaakt worden dat het om een relatief kleine voorhoede ging van professionele activisten.

Een overtuigender voorbeeld van de mobilisatiekracht van internet zijn de grote, wereldwijde demonstraties die plaatsvonden op 15 februari 2003 tegen de oorlog in Irak. In 60 landen gingen tegelijkertijd miljoenen mensen de straat op. De Belgische onderzoekers Van Laer en Van Elst beschrijven deze anti-oorlogsdemonstraties als een historische doorbraak in mobiliserend vermogen via internet. Tegelijkertijd relativeren zij de betekenis daarvan ook omdat uit onderzoek naar de motieven blijkt dat het overgrote deel van de demonstranten niet verder dan 200 kilometer wilde reizen. Weliswaar was het onderwerp (de oorlog in Irak) internationaal, de betrokkenheid en bewogenheid was lokaal, of op zijn best nationaal. Internet bleek een heel effectief instrument in de afstemming van het tijdstip waardoor het protest aan kracht won; het massale karakter van de demonstraties werd in sterke mate bepaald door verzet tegen besluiten van de nationale overheden over de oorlog in Irak.

3 – Tegenover deze voorzichtige positieve analyses van de bijdrage van internet en social media aan vreedzaam, sociaal en mensenrechtelijk protest, staat echter ook zorg. In een gezaghebbende studie, getiteld ‘The Net Delusion’ (verschenen in januari 2011), schetst de wetenschapper Evgeny Morozov een zorgwekkend beeld van de toenemende censuur en surveillance die internet mogelijk maakt. In zijn waarneming liggen staten – en dan met name autoritaire staten – en terroristische en criminele organisaties ruimschoots voor op burgers die zich via internet vreedzaam willen verenigen. Hij beschrijft ook de verregaande samenwerking van staten (en vooral de Verenigde Staten) met grote bedrijven zoals microsoft, google, facebook en twitter als bedreigend voor mensenrechten en democratisering.
Morozov verwijst bijvoorbeeld naar een geruchtmakende toespraak van Hillary Clinton uit januari 2010 (dus een jaar voor het verschijnen van zijn boek) waarin zij zich opwerpt als de hoeder van het wereldwijde vrije internet. Haar ideële betoog staat in contrast met de binnenlandse – en soms ook internationale – veiligheidsmaatregelen die de VS treft, dikwijls gesteund door Silicon Valley, om internetvrijheid (onder het mom van terrorismedreiging) te beperken. (Om nog maar te zwijgen over de reactie van het State-department op de publicatie door Wikileaks van gevoelige overheidsinformatie; inmiddels zit soldaat Bradley Manning die de informatie lekte ook al 2 jaar vast zonder dat er werkelijk zicht is op zijn proces).

Maar los van de hypocrisie in de binnenlandse omgang met internetvrijheid, maakt Morozov zich in zijn boek uit 2010 ook grote zorgen over de wijze waarop – vooral de Verenigde Staten – zich in toenemende mate opwerpen als de hoeder van de internationale internetvrijheid. Hij verwijst naar een geruchtmakend incident tijdens de Groene revolutie in Iran.
Het komt een jonge medewerker van het State Department – Jared Cohen, waarover later meer – namelijk ter ore dat Twitter een aantal dagen plat gaat vanwege onderhoudswerkzaamheden. Hij schrijft een brief aan twitter en bepleit dat dit wordt uitgesteld. Na overleg met het State-department gaat twitter akkoord. In eerste instantie is deze opzienbarende stap van een commercieel bedrijf in samenwerking met de Amerikaanse overheid, gezien als een belangrijke overwinning voor de internetvrijheid. Later bleek echter dat de Iraanse autoriteiten de brief van de jonge medewerker en de maatregelen van twitter beschouwden als een geslaagde poging tot ‘regime change’ door de Amerikaanse overheid. In reactie op deze Amerikaanse inmenging is de internetvrijheid drastisch beperkt en de repressie van bijvoorbeeld bloggers en twitteraars nog verder toegenomen. Het werkte, aldus Morozov, dus averechts.

Kortom, voordat de Arabische lente in zijn volle hevigheid losbreekt lijkt er in het internationale debat een gematigd positieve waardering van de bijdrage van internet en social media aan mensen- en burgerrechten en democratie. Er vindt internationale verspreiding plaats van kennis van mensenrechtenschendingen, het leed van onderdrukte mensen en groepen wordt daardoor eerder en vaker zichtbaar. Met behulp van internet kunnen mensen ook gemobiliseerd worden voor vreedzaam sociaal protest, tegelijkertijd wordt de reikwijdte en de schaal daarvan betwijfeld. Maar tegenover de opbrengst van internet en social media staat zorg over de dwingende dominantie van staten en overheden op het net: de autoritaire staten die het internet gebruiken om hun burgers verregaand te controleren en te censureren; vrije westerse staten die internet lijken te willen gebruiken als een instrument van ‘regime change’.

Het zal u opgevallen zijn dat ik tot nu toe nadrukkelijk onderscheid in de periode tot aan de Arabische lente, en wat er op volgde. Ik ben er dan ook overtuigd dat de opstanden van de Arabische wereld een geheel nieuwe dimensie hebben gegeven aan internet en social media en de bijdrage die deze kan leveren aan verzet tegen dictatuur en onderdrukking.

Maar laat ik eerst een stap terugzetten.
Toen ik een aantal maanden geleden geheel fris en onbevangen mijn voorstel voor onderzoek naar de relatie tussen internet, social media en mensenrechten indiende bij de Universiteit Utrecht, had ik niet echt benul waaraan ik me waagde. En ik moet ook bekennen dat ik dit drieste maar ook wat onbezonnen plan wel eens heb betreurd.
Niet alleen is dit het werkterrein van duizenden gestudeerde technologen, mediawetenschappers, politicologen en filosofen die elkaar met graagte – en soms in een voor de buitenstaander moeilijk te volgen jargon – bestrijden. Bovendien gaat de ontwikkeling van technologie, de maatschappelijke en politieke reacties erop, zo razendsnel dat elke beschrijving ervan gedateerd is voordat je een punt achter een zin kan zetten. Die ontwikkelingen zijn ook allesbehalve eenduidig. Er zijn talloze voorbeelden van technologische innovatie die mensen in staat stellen zich te bevrijden van onderdrukking, zich te emanciperen. Er zijn talloze vormen van innovatie die het tegengestelde effect hebben. Er vindt ook een wedren om de macht en de vrijheid van het net op vele niveau’s plaats. Tussen staten (autoritaire en democratische), tussen staten en terroristische en criminele organisaties, tussen burgers en staten, tussen burgers en bedrijven, tussen bedrijven en bedrijven enzovoort enzovoort.
Voorspellingen over de ontwikkeling van internet zijn niet te maken, net zo min als over de politieke en maatschappelijke omgang ermee.

Dit dwingt mij, zeker als nieuwkomer op het terrein, tot grote voorzichtigheid. En tot beperking. Voor de verspreiding en vestiging van mensenrechten en democratie zijn andere vormen van communicatietechnologie minstens zo belangrijk. De bijdrage van de mobiele telefonie aan het mobiliseren van betogers, zoveel bleek bijv. tijdens de Arabische opstanden, is ongelooflijk groot.
Ik beperk me tot het internet en de rol van social media – met name weblogs, facebook en twitter – vanwege de publieke platforms die zij vormen en de potentie om mensen te verenigen en te mobiliseren.
Wat betreft de mensenrechten beperk ik me tot de politieke vrijheden. De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om je te verenigen, partijen, organisaties en bewegingen op te richten, de vrijheid van protest en vreedzaam verzet.

Met dit intermezzo kom ik aan de Arabische opstanden die de afgelopen anderhalf jaar hebben gewoed en de rol die internet erin heeft gespeeld.
Ik voer u nog even terug. Wellicht heeft u het allemaal nog op het netvlies maar indrukwekkende verhalen kunnen nooit genoeg verteld worden.

Op 10 december 2010 stak de Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazi, uit woede en wanhoop over de eindeloze treiterijen door de overheid, zichzelf in brand voor het kantoor van de gouverneur. Toen hij een maand later overleed, had zich via blogs en sms woedende koorts door het hele land verspreid. Vrienden en familie vonden elkaar op internet, vermengden zich met vreemden in hun gezamenlijk rouw en woede over de politieke corruptie, het despotische regime. Op Youtube verspreidden zich persiflerende filmpjes, online werden grappen gemaakt, op zo’n schaal dat het regime het nakijken had. Bij zijn dood verspreidde het virtuele protest zich naar de straten en de pleinen. Beelden van protesten verschenen op facebook en Youtube, Al Jazeera nam het over, en deze verhevigden het protest. Het regime trachtte Facebook, twitter en Youtube aan banden te leggen maar internationale hackers zoals Anonymous hielpen de demonstranten om de internetbans te breken. Bloggers werden gevangen gezet maar in aantallen namen de betogers enkel toe. Op 14 januari vluchtte dictator Ben Ali naar Saoedi Arabië. En ondanks dat de officiële, door de staat gerunde media de protesten negeerde, spreidde het protest zich naar Algerije en daaropvolgend naar Oman, Jemen, Egypte enzovoort.
In Egypte was een lokale Google-baas een facebook-groep begonnen ter nagedachtenis van Khaled Said, een 28-jarige blogger die medio 2010 door de politie doodgeslagen was. Zoals Bouazi in Tunesie, werd Said een icoon van verzet in Egypte. Op 25 januari vulde het Tahrir plein zich voor het eerst. Mubarak in Egypte reageerde ongeveer gelijk als het Tunesische regime en hij probeerde het land te ‘unpluggen’. Hij slaagde daar niet langer in dan vier dagen, tegen een geschatte financiële schade van 90 miljoen dollar. De nieuwsservice van de Moslim Broederschap werd bijvoorbeeld verboden maar deze bleef vanuit Londen gewoon nieuws brengen. Het onverwachte bijeffect was bovendien dat middenklasse-Egyptenaren die het nieuws over de protesten vooral thuis op het internet volgden, ook de straten introkken of naar het Tahrirplein kwamen.
De rest is geschiedenis. Als dominostenen vielen de Noordafrikaanse en Arabische regimes, soms relatief vreedzaam, soms na een woedende burgeroorlog zoals in Libië. En niet overal. De strijd in Syrie is van een grote gruwelijkheid waarbij het regime tot op heden burgers op het net en in de straten met grof geweld weet te onderdrukken. In Saoedi-Arabie zijn er slechts kleine, maar wel heel symbolische protesten zoals het prachtige ‘women2drive’, van vrouwen die het verbod op autorijden tarten en hun ritjes op facebook plaatsten.

Is dit nou de verdienste van internet (en van mobiele telefonie)?
Relativering is dan natuurlijk op zijn plaats. In een mooi overzicht van de rol van de digitale media bij de Arabische opstanden beschrijven de Amerikaanse wetenschappers Howard en Hussain de vele factoren die bijdroegen tot de Arabische opstanden. De langdurige sociale en politieke onvrede, in de eerste plaats. De geleidelijke opkomst van liberale middenklassen en internationaal georiënteerde studenten die de middelen en de eloquentie bezaten om uitdrukking te geven aan die sociale onvrede en deze te helpen verspreiden. De aanwezigheid van iconen van onderdrukking, zoals Bouazi en Said, waardoor de bevolking zich verenigde in collectieve rouw en verontwaardiging.
Bovendien varieerden de bepalende factoren voor de opstanden van land tot land, maar schrijven Howard en Hussain, de constante factor in alle opstanden was het internet en in een tweede instantie de klassieke media (met name Al Jazeera dat youtube-filmpjes, facebook-oproepen en berichten van bloggers razendsnel verder verspreidde. En dat de opstanden zich als een inktvlek van land tot land konden spreiden, vond dankzij internet plaats.

Waarom was de rol van internet en social media in de verspreiding van protest en verzet deze keer een andere, krachtiger dan tot nu toe het geval was? Ik zou een drietal redenen willen aanwijzen.
Het belangrijkste is wellicht de rechtstreekse relatie tussen het net en de straat. Het protest was hybride, het vond gelijktijdig plaats op internet en op de pleinen en versterkte elkaar: via facebook verzamelden mensen zich, filmpjes van protesten en politiegeweld in de straten vonden hun weg op het net en leidden tot nieuwe acties. Hier kwamen de blogger en de facebooker uit hun leunstoel en voegden zich – bij wijze van spreken – bij de zwarte student uit de VS van de jaren 60 die heel risicovol protesteert.
Anders dan bijvoorbeeld bij eerdere protesten, zoals in Seattle of tijdens de anti-Irak demonstratie, werden in de internetgemeenschappen in de Arabische landen ‘sterke’, meer duurzame banden gekweekt. De facebookcontacten, de steun aan webloggers hield niet enkel stand voor de duur van een demonstratie, het verspreiden van een digitaal pamflet, maar vertaalde zich in onderlinge solidariteit en hulp aan elkaar. De veelgehoorde kritiek dat internet en met name facebook alleen ‘zachte’ weinig betekenisvolle gemeenschappen kweken werd tijdens de Arabische opstanden gelogenstraft.
Paradoxaal genoeg hebben de pogingen tot censuur – tot het maken van firewalls – geleid tot een verheviging van de protesten. Internet was daardoor niet alleen een instrument voor het mobiliseren van burgerlijk en politiek verzet maar ‘online zijn’ werd ook een daad van politiek verzet. De populariteit van weblogs, facebook en twitter nam daardoor alleen maar toe en het afgesneden zijn van internet leidde ertoe dat meer gezagsgetrouwe burgers zich aansloten bij de protesten in de straten.

Nu ja, inmiddels is het medio 2012 en is de sociale en politieke opbrengst van de Arabische opstanden op zijn zachtst gezegd ambivalent. Militairen behouden macht, transitieregeringen blijken soms de totalitaire trekken van de voorgangers te vertonen, Islamisten proberen de macht te grijpen en blijken in een aantal gevallen de mensenrechten niet voor vrouwen te laten gelden.
De kanttekening die daarbij wel gemaakt moet worden is dat de vestiging van een democratie en mensenrechten niet in maanden, maar in jaren beoordeeld moet worden. Hoe dan ook zijn de voortekenen niet overal even gunstig.

Het is dan verleidelijk om met terugwerkende kracht de betekenis van de opstanden zelf, en de rol die internet daarin heeft gespeeld, te relativeren. Een enkeling, vooral aan rechtsconservatieve zijde, hoor je al roepen dat de seculiere dictaturen in een aantal landen beter waren dan de Islamitische politiek die je er voor terugkrijgt.
Veel internetsceptici hoor je inmiddels zeggen dat het onvoltooide of afgebroken democratiseringsproces in Noord Afrika maar weer eens de zwakte aantoont van internet om bij te dragen aan wezenlijke maatschappelijke verandering. Daarmee wordt – wat mij betreft – ontkend dat de opstand die heeft plaats gevonden, de collectieve roep om bevrijding die leidde tot het afzetten van totalitaire heersers en hun regimes, wel degelijk een heel wezenlijke maatschappelijke en politieke verandering is.

Dit neemt niet weg dat sceptici terecht wijzen op het onvermogen om via internet een democratie en een rechtstaat te vestigen. De Arabische opstanden bewijzen wat mij betreft dat internet en social media een ongekende kracht kunnen ontwikkelen in het verenigen en mobiliseren van verontwaardigde en dikwijls getraumatiseerde burgers. Rouw en leed, het diepgevoelde verlangen om mishandeling en moord te stoppen maakt mensen een.
Iets anders is het, als de tiran is verjaagd, er wraak is genomen en de ergste wonden zijn gelikt, om elkaar te vinden op het alternatief. Na de opstanden blijkt het internet de spreekwoordelijke ‘kruiwagen met kikkers’. Verzet en protest behoeven misschien weinig leiders, bij de opbouw van een nieuwe democratische staat zijn leiderschap, en bezielde maatschappelijke en politieke organisaties die de duizenden uiteenlopende meningen aaneensmeden tot enigszins overzichtelijke stromingen onontbeerlijk. Verzet, protest en demonstratie zijn een gedeelde uitroep van emotie en ongeluk; internet helpt deze te versterken en te mobiliseren. Democratie vergt vergadering, het gezamenlijke sluiten van een gecalculeerd compromis, en internet en social media met hun grote en ook prachtige nadruk op individuele expressie, bieden daar tot nu toe – zo lijkt het – niet de handvaten voor.

Dat is – denk ik – waar we nu staan. De titel van het artikel in The New Yorker waarmee ik begon was ‘Small Change. Will the revolution be tweeted?’.
Mijn voorlopige antwoord daarop zou zijn: ‘the revolution can, but democracy and peace can not be tweeted.

Hoe verder? Is het mogelijk dat internet niet alleen een rol gaat spelen in de bevrijding van mensen uit onrecht, maar ook in de opbouw van democratische alternatieven?

Eerlijk gezegd moet ik u daarop het antwoord schuldig blijven en hoop ik dat het debat van zo meteen ons daar wat verder in helpt.
Ik zou wel een vingerwijzing willen geven.
Internet lijkt tot nu toe vooral het domein van individuele, vrijheidslievende burgers, van autoritaire staten die het willen beknotten of van staten (zoals de Verenigde Staten) die juist hun kans schoon zien om via het internet ‘regime change’ in die autoritaire staten af te dwingen, en van bedrijven die winstmaximalisatie zoeken.
Maatschappelijke, publieke organisaties zonder winstoogmerk, duurzame culturele en politieke verbanden van burgers, lijken zich veel minder op het net genesteld te hebben.
Natuurlijk zijn er inmiddels grote onafhankelijke organisaties zoals Avaaz, globalvoices, transparancy international en anderen die miljoenen burgers aan zich binden. Het zijn ook prachtige en hoopgevende initiatieven die het vergrootglas zetten op wereldwijd onrecht en onvrijheid.
Maar dit is ook precies waar de beperking schuilt.
Deze organisaties richten zich ook op het mobiliseren van protest en verzet, en doen dat soms met groot succes. Maar het zijn geen organisaties die een democratisch en mensenrechtelijk alternatief formuleren, en daarop mensen verenigen. Het zijn – in de tweede plaats – ook dikwijls westerse organisaties die top down het onrecht in met name de derde wereld aan de kaak stellen. Het nadeel daarvan bleek heel recent bij het initiatief Kony 2012 van Amerikaanse jongens die middels een viral erin slaagden om de Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony wereldwijd bekend te maken. Maar de ontvangst daarvan bij de Oegandese slachtoffers was niet onverdeeld positief.

Kan internet burgers binden, organisatorisch en in hun maatschappelijke idealen, bij de vestiging van democratie en mensenrechten? En hoe dan? Deze vraag leg ik ook aan u voor.
Laat ik een hoopgevend voorbeeld geven. Ik vertelde u eerder van Jared Cohen, de heel jonge medewerker van het state department die eigenhandig probeerde de groene revolutie in goede twitterbanen te leiden. Het hoeft niet te verbazen dat deze wizzkid vrij snel werd weggekocht door Google waar hij de opdracht kreeg om een denktank – het tot op heden onbekende Google Ideas – op te richten. Nu mag natuurlijk getwijfeld worden aan de intenties en motieven die Google hiermee heeft.
Maar toch. Vorig jaar liet Jared Cohen als kersverse directeur van Google Ideas voor het eerst van zich horen in de Amerikaanse media. In Dublin, in Ierland, bleek hij een summit te hebben belegd over terrorisme in aanwezigheid van zo’n 80 ex-extremisten en –terroristen, varierend van farc, IRA, neo-nazi’s tot jihadisten en El Qaida aanhangers. Zij spraken er met elkaar over hoe de radicalisering van jongeren voorkomen en verminderd kan worden. Zoals Cohen het verwoordde: ‘we believe internettechnology can become part of the solution, of turning away from violence’. De ambitie was niet minder dan ‘a shift in narratives’ te bereiken.
Voor wie het netwerk van voormalige extremisten sindsdien enigszins volgt (overigens te vinden onder de naam againstviolentextremism.org.) ziet dat de leden op allerlei plekken op het internet een ‘counterjihad’ proberen te formuleren, zoals velen van hen ook de wereld over reizen om met jongeren te praten en alternatieven aan te reiken.

Het voorbeeld is klein en aan de onafhankelijkheid van het initiatief mag getwijfeld worden, toch wil ik het niet ongenoemd laten. Het probeert namelijk twee zaken te verenigen.
1. het verzamelt mensen die niet alleen samen tegen onrecht protesteren maar ook proberen een alternatief te formuleren
2. Ondanks dat de commerciële arm van Google erachter zit (en het initiatief daarop enigszins gewantrouwd mag worden), geeft het regie aan de direct betrokkenen; de mensen die terreur hebben ondervonden en hebben uitgevoerd en maakt hen ook verantwoordelijk.

Tot slot. In de strijd tussen utopisten en sceptici heb ik me de afgelopen maanden vaak afgevraagd tot welke groep ik dan behoor. Ik ben me ervan bewust dat terwijl ik spreek staten, terreurgroepen en bedrijven telkens ingenieuzer middelen vinden om ons, burgers, te controleren en te censureren. Ik vind dat dit dwingt tot oppassendheid en een zekere mate van scepsis. Tegelijkertijd hebben wij, mensen, ook het internet uitgevonden, dat in de stem die het geeft aan de kwetsbaren en de onderdrukten historisch en fantastisch is.
Als wij in staat zijn om internet uit te vinden en te ontwikkelen dan moeten wij ook in staat zijn om het aan te wenden voor democratie en mensenrechten.

Femke Halsema bekleedt dit voorjaar de Vrede van Utrecht Leerstoel

dinsdag, 10 april 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Uit het dagboek van een hardloper

In samenleving algemeen, sociaal verkeer, amsterdam, de, delen, hakken, idee.

Gisteren liep ik de halve marathon als onderdeel van de Utrechtse marathon. Toen ik ’s middags naar de Jaarbeurs fietste, waar de start was, passeerde ik lopers die al om tien uur ’s ochtends gestart waren voor de marathon. Natgeregend waren ze, moegemaakt door de wind en de afstand, vermoedelijk met pijn in de benen die elke meter met minstens de helft langer leek te maken. Ik fietste ik ze nog fris en vol enthousiasme over het vooruitzicht van een mooie loop voorbij. Ik ging in ieder geval geen 42 km doen, doch slechts de helft!

Bij de Jaarbeurs was het een bonte bedoening van felgekleurde truitjes en dito schoenen, door menigeen bedekt met een transparante plastic cape. Er waren er ook die het stelden met een vuilniszak. Ik nam eerst aan dat ze met deze omhulsels ook gingen rennen, wat me bijzonder onhandig leek, maar noteerde later menig omhulsel afgedankt op de grond juist voor de startstreep. Hun nut was vooral de te overbruggen periode tot de start. Dat deed het gros binnen bij de Jaarbeurs. En toen ik met de masa nar buiten schuifelde, de wind en de regen me opwachtte dacht ik el een moment ‘je bent ook wel gek dat je nu gat rennen.’

Wat volgde was het wachten. Niet te lang gelukkig, mar genoeg om enigszins af te koelen. We wachtten op het schot, aanhoorden het alombekende ‘nu-gaat-het-beginnen-melodietje’ dat ik van de Singelloop kende, en ik zag de massa rij voor rij in de versnelling gaan. Losgelaten voor een exact afgemeten afstand waar je tegelijkertijd geen flauw idee bij hebt hoe ver dat gevoelsmatig is.

Kwiek zette ik het tempo er in. Wauw, wat ging het lekker. De fout om te snel te starten is snel gemaakt, en ik maakte hem denk ik, maar bij het volle bewustzijn: ik zou wel zien hoe het ging.  Om mij heen werd nog opgewekt gekletst, commentaar gegeven en gereageerd op supporters langs de kant. Het moment dat luchthartigheid ingewisseld werd voor verbetenheid lag nog kilometers ver voor ons. De voortekenen waren er wel al bij het lange stuk langs het windrijke Amsterdam Rijnkanaal. Af en toe trokken er koude rillingen over mijn rug, mar bij windluwe stukken leek het ook of er een warm strijkijzer overheen werd gehaald.

Na een stukkie Langerak begon ik me op de Groenedijk wat vermoeid te voelen. Dat was wel een beetje vroeg. Ik begon de route in parten op te delen. Altijd een beproefd middel om de eindstreep te halen: als je bij locatie 1 bent, is locatie 2 opeens ook veel haalbaarder, en zo voort. Vanaf Oog n Al werd er weer langs het water gerend, dit keer van het Merwedekanaal. Hier was geen adem meer voor gebabbel, elke slok zuurstof moest op de meest efficiënte wijze benut worden. Mijn aandacht voor de omgeving nam in rap tempo af. Ik zag kuiten, hakken van schoenen, asfalt en klinkers. Versnellen was niet meer mogelijk. Het gedans door en langs de massa om de langzamere lopers omzichtig te passeren, het was luxe spielerei uit de beginfase. Vaart houden was mijn missie.

Voorbij Ledig Erf riep iemand op een bemoedigende toon dat het nog 4 km was. Vier kilometer, mijn hemel. De passage onder de Dom moest een hoogtepunt zijn, maar ik registreerde slechts een languitgelegde zwarte mat en berekende enkele  spots die mij nog scheiden van de finish. Dat was het hoogtepunt. In de latste kilometer herkende ik mezelf in de verloren marathonlopers die ik al fietsend uren eerder had gezien. Het kan verkeren. Na een uur en drie kwartier hobbelde ik de finish over.

Zo waar en zo mooi kan hardlopen zijn.

zaterdag, 7 april 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Een ware vriend #wot 12

In facebook, vriendschap, virtuele wereld, twitter, wot, geschreven woord, amerika, crisis, de, en meer.

Wanneer is er sprake van vriendschap? Het twitter- en facebooktijdperk brengt met zich mee dat we opeens heel veel vrienden hebben. Zijn dat wel ware vrienden? Ik heb iemand eens horen roepen dat we door die grote hoeveelheden virtuele vrienden het zicht op ware vriendschap kwijtraken. Ik zou het tegenovergestelde wilde bepleiten. Juist die grote hoeveelheid volgers en vrienden verscherpt het zicht op ware vriendschap. Wat bedoel ik daarmee?
      Laat ik eerst eens een geheel ander verhaal vertellen dat mij is bijgebleven. Het was in Amerika opgevallen dat er bijna alleen mannelijke muzikanten in orkesten speelden, ondanks dat er voldoende vrouwelijke musici waren. Pas nadat er ‘blinde’ audities werden georganiseerd, nam het aantal vrouwelijke muzikanten toe. Het vooroordeel dat mannen betere muzikanten waren dan vrouwen werd na die blinde audities zichtbaar. Wat heeft deze situatie met twitter en facebook te maken? Ook de virtuele wereld van twitter en facebook maakt blind. En door die blindheid gaan andere zintuigen een sterkere rol spelen. Bij de blinde audities draaide het om de muzikale talenten die op de voorgrond traden, uiterlijk en andere visueel waarneembare kenmerken verdwenen. Bij de virtuele wereld treedt geschreven tekst op de voorgrond. Als we de boodschappen lezen, die in de twitter en facebook wereld verschijnen, vertragen we. Het gesproken woord is veel vluchtiger dan het geschreven woord. We kunnen het geschreven woord nog eens herlezen, er over nadenken, nog een keer herlezen. We luisteren op een heel andere manier dan als we ‘in real life’ met elkaar spreken. We verliezen nabijheid, we winnen aan vertraging. Maar worden we door die vertraging ook betere vrienden? Wat we aan vertraging winnen is dat we beter in staat zijn om waardevolle uitspraken te onderscheiden. Ook in de korte teksten van de vluchtige sociale media klinkt altijd een persoon door. De vertraging helpt die persoonlijkheid gewaar te worden. Dat ik nu zoveel nadruk op deze kwaliteit van het virtuele tijdperk leg, zegt wat over mij. Ik hecht waarde aan vriendschappen die gericht zijn op het goede. Aristoteles zou dit karaktervriendschap noemen. Deze nadruk klinkt ongetwijfeld door in de wijze waarop ik in het virtuele tijdperk verschijn. En ik hecht waarde aan het geschreven woord, aan mijn geschreven woord. In het geschreven woord, of dat nu getypt is of met inkt is gekerfd, onthult zich iets…

Na het schrijven lees ik ….
Waarom heb ik dit geschreven?
Waar heb ik dit vandaan gehaald?
Van waar is dit tot mij gekomen?
Dit is beter dan ikzelf …
Zouden wij op deze wereld niets dan pennen zijn met inkt
Waarmee iemand waarachtig schrijft wat wij hier krassen?”

Fernando Pessoa (1934)        

* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord vriend. *Vriend *persoon die vol genegenheid voor [iemand] of iets is ~ persoon die je vertrouwt en aardig vindt ~ Amice, Bekende, Compagnon, Gabber, Goede bekende, Jongen, Kameraad.

Lees ook mijn andere WOT bijdragen:
·         7 Crisis overlevingstips #wot 11 *crisis*
·         Precair terrorisme #wot 10 *precair*
·         Gedwongen vrij te zijn; van Epictetus tot Mandela #wot 9 *vrij*
·         Feiten bestaan niet #wot 8 *feit*
·         Het wiskundige drama van de keuzevrijheid #wot 7 *keuze*
·         De kapstok; het levenslied van de troubadour #wot 6 *kapstok*
·         Verwonderen: de zwarte parels aan mijn levensketting #wot 5 *verwonderen*
·         De duurzaam stromende rivier #wot 4 *stroom*
·         Uitgedaagde sukkel #wot 3 *uitdagen*
·         Mijn wens #wot 2 *wens*

Jenny de Jeu

Jenny de Jeu

Hyves Linkedin

Mooi voorbeeld: jongeren reiken Gouden Oor prijs uit

In uncategorized, de, geweldige, jongeren, kinderen.

De cliëntenraad van GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen heeft de vertrekkend directeur een mooi afscheidscadeau gegeven.  Hij kreeg uit handen van de jongeren de ‘Gouden Oor prijs’. Omdat hij jarenlang erg goed naar de jongeren geluisterd heeft. En als geen ander het belang van medezeggenschap door jongeren heeft uitgedragen binnen en buiten de eigen organisatie.  Hij vertelde dat hij de inbreng van de jongeren nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen en om de organisatie scherp te houden. De jongeren van de cliëntenraad brengen zaken aan de orde die anders niet gezien worden.  De jongeren voelden zich erg serieus genomen, gezien en gehoord.

De cliëntenraad zal voortaan jaarlijks een gouden oor gaan uitreiken aan iemand die goed naar de jongeren in de Jeugd GGZ geluisterd heeft.  De jongeren hopen hiermee een positieve stimulans te geven en positief aandacht te vestigen op het belang van aandacht voor de stem van de jonge cliënt.

Onze jongeren heeft het heel veel complimenten opgeleverd. Een jongere heeft zelf een geweldige toespraak gehouden. 2 meiden hebben in het creatieve therapie-atelier een mooi oor in elkaar geknutseld. We hebben een bericht op Intranet geplaatst zodat iedereen kon zien dat we de directeur in het zonnetje hebben gezet. En natuurlijk hebben we gezorgd dat het een grote verrassing was! De directeur was blij verrast, nam het oor stralend in ontvangst.

Dit mooie voorbeeld kan prima worden overgenomen door andere cliëntenraden in het land! Bedenk je eigen prijs. Knutsel iets moois met elkaar en maak er een feestje van!  Het werkt heel stimulerend om aandacht te hebben voor wat goed gaat, daar bij stil te staan en blij mee te zijn.



vrijdag, 6 april 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

In astronomie, christiaan huygens, buitenaardse wezens, cosmotheoros, gebouwen, johannes kepler, maan, somnium, blog, en meer.

Kijk naar de volle maan vannacht: er lijken er toch echt gebouwen op te staan!  (zie ook deze overtuigende blog)            

Christiaan Huygens had voor zijn populair-wetenschappelijk verhaal Cosmotheoros  (1695, uitgebreid zie hier) intelligente planetenbewoners nodig, als didactisch hulpmiddel, voor de aanschouwelijkheid en voor de perspectivische beschrijving. Huygens beweert dat de planetenbewoners astronomische waarnemingen doen zoals wij, en kan dus het zonnestelsel vanuit hun perspectief beschrijven.


 

alien music astronomer buitenaards astronoom astronomie extraterrestrials teleskoop teleskop telescope Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

Buitenaardse astronoom

Huygens is niet de eerste die het perspectief van buitenaardse wezens gebruikt om een ​aanschouwelijke wetenschappelijke beschrijving te geven, die het copernicaans systeem ondersteunt en uitlegt. Johannes Kepler, de ontdekker van planetaire beweging, heeft in zijn kleine wetenschapsfictie Somnium Astronomicum “(1634, postuum), waarnaar Huygens in Cosmotheoros verwijst, wetenschappelijke kennis, mythologie en fantasie gecombineerd. Kepler werd hierbij geïnspireerd door de antieke auteur Lucian, en in het bijzonder door Plutarchus’ “Maangezicht“. Beide teksten, en dan vooral Plutarchus, dienden ook Huygens als klassieke bronnen.

De leer van Copernicus wordt aanschouwelijk en begrijpelijk als men bedenkt hoe het zonnestelsel voor een buitenaardse waarnemer uitziet. Kepler en Huygens hebben met hun visies en met speelse en verbazingwekkende details al geanticipeerd op de huidige ruimtemissies.

Keplers  Somnium, gepubliceerd in 1634, maar geschreven in 1609 en handschriftelijk in omloop, is het eerste literaire werk, dat – geïnspireerd door de copernicaanse wetenschap-  buitenaardse wezens in de ruimte tot thema maakt, in Keplers geval maanbewoners.

Hoewel Keplers schrift in tegenstelling tot Huygens’ Cosmotheoros duidelijk fantastische trekken heeft, kan men ook belangrijke parallellen tussen de teksten vaststellen. De eerste zin van Kepler, waarmee hij zijn “droom” introduceert is: “Toen in het jaar 1608 de ruzies tussen de broers Keizer Rudolph en aartshertog Matthias hun hoogtepunt bereikten, [...]“

De context van oorlog en ellende verbindt Kepler en Huygens, net als de kritiek op de samenleving en de afkeer van gewapende conflicten. Huygens is altijd een optimist, die zich bijna waant in een Leibnizianische “beste van alle werelden“, en hij kan in alle euvel nog wel iets goeds vinden. Het optimisme laat hem echter bij de gedachte aan het buskruit in de steek:

Wy hebben ook het Buskruid, een stoffe, met zwavel en salpeter gemengd, en wy kennen daar van ’t verscheiden gebruik ’t welk men met regt mag twijfelen of het meer goed dan quad doet. Want door derzelver wondere kragt, en door de konstrijke wetenschap van de Vestingbouwkonst  der steden, scheen men een wisser toeverlaat, dan oulinks bekend was, tegen viandlijke aanvallen gevonden te hebben: maar teffens zien wy, dat ook het geweld der vianden is aangegroeit, en dat de Dapperheid en kragt in ’t strijden nu minder in achting komt, dan voorhenen [….] zoo dat men daarom alleen mag zeggen, dat de menschen de uitvinding van het Buskruid liever mogten ontbeert hebben.”

Buskruit en bommen schieten bijna Huygens’ niet aflatend optimisme kapot: een echte uitdaging. Voor Huygens net als voor Kepler geeft het buitenaards perspectief de gelegenheid om de aardse conflicten te relativeren, en biedt dit perspectief een kans om de zinloosheid van de oorlog aan de kaak te stellen. Huygens:

Hier uit kan men verstaan hoe groot de ruimtens van die ronde lichamen zijn, en hoe klein, ten haren opzigte, het Klootje der Aarde is, waar in wy menschen zoo veel voor hebben, zoo veel t’ scheep varen, en zoo vele oorlogen voeren. ’t Welk te wenschen was dat onze Koningen en Alleenheerschers leerden en bedagten; op dat zy mogten weten, in wat een kleine zaak zy hun zelven afslooven, als zy om een hoek lands in te nemen, tot groot verderf van velen, alle hunne kragten inspannen.”

Kepler beschrijft de maan als het land “Levania”. Hij maakt een onderscheid tussen de maanbewoners die aan degene kant van de maan wonen, die de naar de aarde wijst, en de bewoners die op de andere zijde wonen, die afgekeerd is van de aarde, en die dus de aarde nooit zien. De eerste noemt hij “Subvolvaner,” de laatste “Privolvaner”. “Volva” is bij Kepler de aarde die zich om de eigen as draait voor de ogen van de bewoners van de maan, van Latijns volvere (draaien): in tegenstelling tot de maan draait de aarde “pirouettes” om haar eigen as. 

De passage van Huygens in de Cosmotheoros over de eventuele maanbewoners en hun kijk op de aarde is zeer vergelijkbaar met degene van Kepler, maar Huygens is sceptisch over de existentie van maanbewoners;  hij vindt maanbewoners veel onwaarschijnlijker dan planetenbewoners, omdat hij, anders dan Kepler, ervan overtuigt is dat op de maan geen water is. Ook gelooft Huygens in tegenstelling tot Kepler niet in gebouwen op de maan:

 Kepler nam uit die rondheid der dalen een bewijs, dat dit overgroote gebouwen waren van de Maanlingen, die met Reden werken: dog dat is teenemaal ongeloofelijk, eensdeels om de al te groote grootheid van die gevaartens, ten anderen, om dat dergelijke ronde holtens uit natuurlijke oorzaken konnen gemaakt werden. Maar ik vind ’er niets dat na Zeen gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [Starrekenners] het  tegendeel gevoelen.”

Maar in de volgende passage – waar Huygens beschrijft dat de aarde vanuit de maan gezien altijd op dezelfde plek “hangt” – volgt Huygens Keplers beschrijving:

“De Maan-kloot is by henluiden in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het eene wonen, altyd het gezigt van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezigt altyd missen: behalven dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezigt somwylen verliezen, somwylen wederkrijgen. Zy nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altyd in de Lucht hangende, en veel grooter dan de Maan ons voorkomt, als byna met een viermaal grooter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altyd by nagt en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelyk als onbewegelijk, zien hangen, sommige regt boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezigteinder [=horizont] afstaande, andere in den Gezigteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraaijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertoonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalven ook die (het ware te wenschen dat wy ze ook mogten zien) welke aan beide de Assen [=polen] ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven.”

aarde vanuit maan Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

De Aarde vanuit de maan

In maanbewoners en hun gebouwen wil Huygens niet echt geloven, maar dat zit anders met planetenbewoners en hun gebouwen. Volgens Huygens hebben de planetenbewoners mogelijk nog veel mooiere gebouwen dan wij. We mogen niet denken, dat de “dwaalsterrelingen” alleen in lelijke simpele hutten wonen. Nee, net als wij kunnen zij ook mooie paleizen bouwen: “Dog waarom zullen wy gelooven, dat de Dwaalstarrelingen juist hutten, en geen groote en heerlijke huizen, bouwen, als om dat wy niet konnen nalaten te denken, dat onze dingen boven alle andere schoon en volmaakt zijn?

 

Stadsschouwburg Haarlem Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

 

In de Cosmotheoros  verwijst Huygens meerdere malen naar Kepler. Niet alleen naar Keplers vertelling “Somnium“, maar ook – uiteraard- naar de belangrijke wetten van Kepler,

“[,,,] de zonderlinge waarneming van Kepler, hoe dat de afstandigheden der Dwaalstarren (onder die des Aardrijks) van de Zon met de tijden der Omloopen van my gemeld, in een zekere evenredigheid overeenkomen, welke evenredigheid men daarna bevonden heeft, dat ook de Trawanten van Jupiter en Saturnus ten haren opzigte behouden.”

Maar Huygens uit zich ook zeer kritisch en uitvoerig over Keplers voorstelling van het universum en de vaste sterren. Hij protesteert tegen de mening van Kepler, dat “de zon iets speciaals zou zijn in verhouding tot alle andere sterren”. Kepler verdedigde nog steeds de bijzondere positie van de mens, van de aarde en van de zon in het universum; hij neemt dus nog niet het radicaal gedecentraliseerde standpunt van Huygens in

Een andere versie van deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens

Vandaag is het overigens pasen-volle-maan: pasen is altijd op  de eerste zondag na eerste volle maan in de lente.

maria trepp

maandag, 2 april 2012

Pepijn Zwanenberg

Pepijn Zwanenberg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr GR

FlashJob van Sijpesteijnkade

In actie, binnenstad, college, d66, de, erfgoed, groenlinks, maart, motie.
Het is inmiddels al een tijdlang stil rondom de van Sijpesteijnkade, al nam Bond Heemschut de kade mee in een Top 10 van Bedreigd Cultureel erfgoed in 2010 (http://www.heemschut.nl/verenigingsnieuws/heemschut-maakt-top-10-meest-bedreigd-erfgoed-bekend.html) en nam het huidige college van GroenLinks, D66 en PvdA de kade mee in het collegeprogramma ‘Groen, Open en Sociaal’.

Nadat de door GroenLinks ingediende motie ‘Viva van Sijpesteijn’ in september 2009 bijna unaniem werd aangenomen heeft de eigenaar van de panden, NS Poort de panden volledig laten verkommeren. Dat was velen een doorn in het oog. Daarop heeft een aantal bewoners uit Lombok de handen ineen geslagen en afgelopen zondag 24 maart een grote schoonmaakactie gehouden op de Van Sijpesteijnkade, buiten medeweten van NS Poort om. Ook GroenLinks was bij deze ‘flashjob’ aanwezig. Op die mooie zondag werd in één dag tijd alle graffiti verwijderd en gevels en deuren geschilderd door een twintigtal vrijwilligers. Wijkbureau Binnenstad leverde bovendien een bijdrage uit het leefbaarheidsbudget zodat de gevels daarna ook een anti-graffitilaag kregen.

De actie genereerde positieve publiciteit en de van Sijpesteijnkade ligt er nu weer bij als om door een ringetje te halen. Hopelijk voor langere tijd. Fiets er maar eens langs!

Lees ook:
http://utrecht.groenlinks.nl/taxonomy/term/253
http://www.lombox.nl/index.php/nieuws/69-buurtnieuws/898-flashjob-bij-de-van-sijpesteijnkade
http://dnu.nu/artikel/6142-grote-schoonmaakbeurt-voor-van-sijpesteijnkade
http://www.bouwpututrecht.nl/bu/tag/van-sijpesteijnkade/





zondag, 1 april 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

‘Uitgaan van de waarden die je voorstaat’

Donderdag 29 maart 2012,

‘Uitgaan van de waarden die je voorstaat’

‘Dit is een keuze voor mezelf’, zegt Bart Eigeman, die na elf jaar verrassend stopt als wethouder in Den Bosch. GroenLinks verliest daarmee een bevlogen wethouder die graag de wijk introk en zich sterk inzette voor jeugdbeleid, onder andere door het oprichten van de ‘Bende van Bart’. Voor GroenLinks wil hij zich blijven inzetten voor verdere vernieuwing. ‘GroenLinks moet meer een beroep doen op eigen actie van mensen.’ Marc van Dijk interviewde Bart Eigeman voor het GroenLinks Magazine.

‘Je moet durven loslaten’, zegt Eigeman (46) over zijn keuze om 1 maart tussentijds op te stappen. Daarmee geeft hij zijn opvolger Ruud Schouten de tijd om zichzelf als wethouder te laten zien. Maar het is vooral een keuze voor een eigen nieuwe weg.

Het was een moeilijke keuze, zegt Eigeman. Hij wil mensen inspireren en in beweging brengen. Daarin zat zijn drive als wethouder. Zijn laatste portefeuille talentontwikkeling en duurzaamheid was daar erg geschikt voor en hij had het naar zijn zin, benadrukt hij. ‘Maar ik kan die drive ook op andere plekken benutten’. Op welke plek heeft hij nog niet bepaald. ‘Ik heb aanbiedingen gehad, maar wil me eerst even bezinnen, de kop leeg maken. Misschien ga ik voor mezelf beginnen.’

Bezielend besturen

In Den Bosch is GroenLinks de tweede partij na de VVD, en groter dan partijen die er in het verleden de dienst uitmaakten: CDA en PvdA. Eigeman refereerde eraan in zijn afscheidsspeech in de gemeenteraad, waarin hij zijn eigen visie van ‘bezielend besturen’ neerzette: ‘We hadden in ‘s-Hertogenbosch een eeuw lang Rooms Rode toonzetters achter de rug. Hun politiek denkraam bestond uit knellende charitas enerzijds en overbezorgde overheid anderzijds. In essentie zijn beide geënt op zieligheid, op het tekort van burgers dat door de overheid dient te worden aangevuld. Ik heb, ten tijde van de opkomende neoliberale onverschillige overheid, vorm willen geven aan bezielend besturen: mensen aanspreken, verbinden en steun op actie bieden.’

Is vorm geven aan bezielend besturen je grootste bijdrage geweest als wethouder?

‘Naast praktische dingen als speeltuinen, brede school, milieu… ik heb een beroep willen doen op mensen; hen in beweging en in verbinding willen brengen, in plaats van te zeggen hoe het moet. Je ziet die houding in alle onderwerpen terug. Ik was de eerste in Nederland die begon met work first (een methodiek waarbij men werklozen laat werken voor hun uitkering, red). Daarvoor heb ik nog op mijn kop gekregen van Paul Rosenmöller die het te rechts vond, maar ik vind dat je daarmee een beroep doet op mensen.’

Steun op actie

In Den Bosch tilde Eigeman het wijkgericht werken van de grond. De gemeente committeerde zich aan ‘steun op actie’, waardoor bewoners makkelijker buurtactiviteiten kunnen organiseren. ‘Een batterij van activiteiten wordt nu door bewoners zelf opgepakt, soms met steun van opbouwwerk en gemeente. Mensen hebben het vertrouwen dat hun initiatief steun krijgt.’ Vertrouwen is een sleutelwoord, zegt Eigeman. ‘Ik heb mensen willen laten ervaren dat de gemeente geen hinder is om eigen initiatief tot stand te brengen, maar dat de gemeente ook niet de kar trekt. We geven hooguit een duwtje.’ De wijken zijn er beter van geworden, vindt hij. Dat geldt ook voor buurten waar het niet lekker gaat. ‘De inzet is in sommige wijken langdurig en heel intensief nodig. Het is niet alleen een roze wolk.’

Ruimte geven

Het succes ligt erin dat je niet een stempel drukt omdat jij iets wilt, maar dat je mensen de ruimte geeft zelf de situatie te verbeteren, zegt Eigeman: ‘Bijvoorbeeld op scholen werk je beter aan talentontwikkeling als je leraren gemotiveerd hun werk doen. Als dat niet het geval is, moet je als overheid de barrières wegnemen waardoor zij dat niet kunnen. In 999 keer van de 1000 dat ik een beroep deed op mensen, ben ik niet teleurgesteld. Het is een kwestie van uitgaan van de waarden die je voorstaat, in plaats van ernaartoe werken.’

Wat is je als wethouder niet gelukt?

‘Ik had graag een stedelijk cultureel jongerencentrum gerealiseerd, we hebben als GroenLinks moeten slikken dat dat uiteindelijk gesneuveld is. Wel zijn er vijf jongerencentra op wijkniveau gekomen, maar in mijn ogen hadden we op stedelijk niveau nog iets nodig waar jongeren steun zouden vinden voor hun initiatief. Méér dan een podium om activiteit te consumeren. Jongeren weten niet precies wát ze willen, wel dát ze iets willen. Steun bij ervarend ontdekken is dan van belang.’

Basiswaarde GroenLinks

In Den Bosch heeft Eigeman ervaren dat GroenLinks veel kiezers, ook niet-GroenLinksers, kan binden met de grondtoon van positieve politiek. ‘Mensen rekenen je niet alleen af op resultaat, maar ook op wie je bent. Je moet verbinding maken op waarden; daarin kan GroenLinks nog groeien. Als je een kunstje uitvoert, prikken mensen daar doorheen. Ik vind het goed dat GroenLinks nu met een waardeonderzoek bezig is onder leden en kiezers.’ Voor GroenLinks wil hij zich blijven inzetten voor verdere vernieuwing om de inbreng vanuit de samenleving te vertalen naar politiek handelen. Binnenkort wordt bekend hoe.

In de leus ‘zin in de toekomst’ ziet Eigeman een ‘basiswaarde’ die hij herkent bij veel van zijn collega’s in het land. Lokaal bestuurt de partij en kan ze echt verschil maken in de straat, in de buurt, in relatie tot ondernemers. Maar landelijk ziet hij van die kracht te weinig terug. ‘Landelijk moeten we die lokale kracht beter aftappen. Dan gaan mensen zeggen: bij dat GroenLinks, daar willen we bijhoren.’

Stadspenning

Op de raadsvergadering van 28 februari nam Eigeman afscheid van het Bossche bestuur met met de stadspenning van de stad. ‘Ik ben niet zo van de lintjes, maar daarop was ik toch wel trots.’

vrijdag, 30 maart 2012

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

De Tarbaanse Oorlog: 1

In fictie, bidden, blok, boek, de, dood, eerste, eten, gasten, en meer.

AfbeeldingHij werd wakker, stond op. De man liep naar de spiegel en keek erin. Hij keek naar zichzelf: een man van rond de vijftig, een hoofd in de vorm van een afgeronde rechthoek met zwart haar. Niet alleen als hoofdhaar, maar ook als snor. Omdat hij zich nog niet geschoren had groeiden er stoppeltjes over zijn hele gezicht. Duf keek de man rond in de kamer: deze was vrij groot. In het midden van de vrijwel vierkante kamer stond een tweepersoonsbed tegen de achterwand. Zijn vrouw was al op. Links van het bed, ook tegen een wand, stond een massale, bruine klerenkast. Een vierkante. De man zelf stond voor de spiegel aan de voorwand. Aan zijn voeten lag een kleed wat een groot deel van de vloer vanaf de voorwand bedekte. Na een minuutje ontwaakte de man uit zijn dagdroom; hij ging zich maar aankleden.

Na het aankleden liep hij de gang in: een recht pad wat uitmondde in een bruine wenteltrap naar beneden. Van beneden hoorde de man zijn vrouw.
“Schat, we gaan eten.”
Hij pakte de trapleuning en zwierde zich van de trap af. Met een plof kwam hij neer op de grond en vrijwel direct kwam een lange, magere, blonde vrouw op hem af. Ze was ongeveer vijf jaar jonger dan hij. Ze droeg een wit T-shirt met een blauw vestje erover; dit boven een spijkerrok. Ze kuste hem.
“Wat zie je er goed uit,” zei ze
  “Jij ook schat. Mooie combinatie heb je aan,” antwoordde hij liefkozend.
Hij kuste haar ook. Ze keken elkaar lief in de ogen. Zij pakte hem bij zijn stropdas en hield het ermee spelend tussen haar rechterduim en wijsvinger. De stropdas was blauw, net als het colbertje wat hij droeg. Dit colbertje had gouden ringen aan de polsen. Onder het jasje droeg hij een lichtblauw overhemd. De zwarte riem met gouden gesp, donkerblauwe broek en goudgeringde zwarte laarzen maakten het helemaal af. Terwijl ze hun armen bij elkaar om de schouders gooiden liepen ze de woonkamer in.

Daar, aan een zware tafel, zat een vrij jonge man – een jaar of twintig – met een blauw vestje aan over een wit overhemd. Zodra hij het stel binnen zag komen stond hij op. Nu was zijn gezicht ook duidelijk te zien: het was bijna ovaal te noemen. Hij had een bril op, waarvan de glazen niet omrand waren. Met zijn blonde haar zag hij er een beetje bekakt uit. Zodra hij bij het paar was sloeg hij zijn armen om hun nekken.
“Dag mam, dag pap. Lekker geslapen?”
Liefdevol kuste de vrouw hem.
“Ja. Jij ook lekker geslapen jongen?” vroeg de man terwijl hij met zijn hand door het haar van de jongen ging.
Toen ging de telefoon.

De vrouw nam op.
“Met Albertina Aras. Wat is er Abzjardon? Wát? Het is niet waar! We komen eraan!”
Albertina gebaart haar zoon even de kamer uit te gaan. Daarna gebaarde ze haar man te gaan zitten en zelf nam ze ook een fauteuil.
“Abzjardan, dat was je vader.”
  “Wat vertelde hij?”
“Hij heeft heel bijzonder nieuws…”
Albertina stokte.
“… Ik raak er door van slag. Jouw vader heeft bezoek gekregen; van jullie voorvader.”
Abzjardan zijn mond viel open van verbazing.
“Wat? De voorvader van onze familie? Maar dat kan helemaal niet! Hij is de eerste generatie van de familie en ik hoor bij de vijfde, dus hij is al ongeveer honderd jaar dood, zo niet nog langer.”
  “Toch is het zo.”
De echtgenoot keek zijn vrouw aan, schudde toen een paar keer zijn hoofd en zei dat Frans Willem er ook van moest weten.
Dus haalde Albertina haar zoon de kamer in. Samen vertelden ze Frans Willem dat ze naar zijn opa gingen. Hij ging akkoord. Wat kon hij anders?

De oudere Aras woonde in een landhuis in een van de rijkere wijken van de stad. Het bestond uit vier verdiepingen. Niet zo gek: in dit huis woonde ooit een gezin bestaande uit negen man. Nu woonde de ex-commissaris er samen met zijn vrouw, Cabrona. Ook overnachtte zijn vader er regelmatig.
De woning bestond uit twee aan elkaar geplakte blokken. Het eerste was de woning zelf en het tweede stond aan de achterkant van het eerste blok. Dit was de garage, waar Abzjardon vaak in te vinden was. Knutselend aan zijn oldtimers. De deuren van de garage waren groot, groen en massief. Ze waren ovaal van vorm, met een spitsige top. Verder waren beide blokken bijna gelijk aan elkaar: de eerste en tweede verdieping werden gekenmerkt door de ramen, die strak in rij ingemetseld waren. Alleen de begane grond had een groter raam, wat uitzicht bood op een met gras gevulde voortuin. Hier was aan de binnenkant de woonkamer.
Daar stonden de grootouders met hun drie gasten. Abzjardan leek aardig op zijn vader, alleen was zijn vader wat forser en misschien iets ruiger. Ook gebruikte hij meer rood in zijn kleding dan zijn zoon.

“Hoezo is de voorvader gekomen? Dat kan toch alleen maar in een legende gebeuren?”
  “Ja, Abzjardan, maar toch is het gebeurd. Ik zal het je laten zien.”
Zo liepen vader en zoon de trap op, op weg naar de zolder van het huis. Op de zolder – gemaakt uit houten planken – stond een boek op een standaard. Voor dat boek lag een kleedje, gedecoreerd met blauwe en gouden strepen.
“Kijk, zoon, dit is mijn bidplek.”
  “Bidplek?”
“Ja, het is een traditie in onze familie om voor de voorvaderen te bidden. Hierdoor blijven ze ons gunstig gezind. Het bidden gaat echter alleen op voor de directe familie. Zo bid ik voor mijn vader en zijn voorouders.”
  “Aha. En hoe kwam Arabas dan tevoorschijn?”
“Ik was aan het bidden, maar tijdens het bidden werd er ineens op mijn schouder getikt. En daar stond hij dan, de stichter van de Arassen.”
 Juist op het moment dat Abzjardon dat zei begon het boek te gloeien. Het leek alsof het aan het veranderen was. Dit werd al snel gevolgd door een straal licht wat uit het boek scheen. De lichtbundel raakte de grond aan en er werd steeds meer gestalte in zichtbaar. De gestalte van een man. Zodra het licht gedoofd was stond er een vrij forse man; een kruising tussen Abzjardon en Abzjardan. Het was Arabas Aras.


vrijdag, 23 maart 2012

John Jorna

John Jorna

Grensoverschrijdende samenwerking

In column van de week, amsterdam, boeken, cultuur, de, duitsland, eerste, eu, europese, en meer.

GRENZEN BLIJVEN GRENZEN

Zo’n veertig jaar geleden zagen we de Europese integratie vooral als het wegvallen van grenzen tussen de nationale staten. Die grenzen zouden even onopvallend worden als de grenzen tussen onze provincies of onze gemeenten. Daar zie je soms een bord met welkom in de provincie Utrecht of de gemeente Houten. Soms verandert het wegdek als je een gemeentegrens passeert of krijgt de weg een andere naam. Zo wordt het Bunnikse Oostromsdijkje in Houten het Oostrumsdijkje. De grens tussen de provincies Utrecht en Noord-Holland is bij Hollandse Rading (Rading betekent grens) kaarsrecht, maar je moet echt op de grenspalen letten om de grens ook echt te zien.

Maar de grens tussen Nederland en Duitsland is ondanks het wegvallen van de grenscontrole toch duidelijk waarneembaar. Iets andere verkeersborden, andere plaatsnaamborden, andere wegwijzers, maar ook andere huizen met een andere baksteen, kleinere ramen, dikkere muren en vaak wat andere daken. Bij de autosnelwegen zijn de verschillen minder, maar toch aanwezig.

Anderhalve eeuw geleden waren de grenzen van weinig betekenis. Het waren staatkundige grenzen met aan weerszijden een ander politiek-juridisch systeem en een ander staatkundig gezag. Er was nog weinig internationale handel en nauwelijks toerisme, dus weinig grensoverschrijdend verkeer en ook weinig grensoverschrijdende spoorlijnen, verharde straatwegen of kanalen. Aan beide zijden werd hetzelfde dialect gesproken. Men bezocht elkaars kermissen en schuttersfeesten en bijgevolg werd er ook over de grens getrouwd en zocht men aan beide zijden naar werk.

Dat veranderde met de Industriële Revolutie. Massafabricage betekende behoefte aan veel grondstoffen en steenkool voor de stoomaandrijving van de machines en behoefte aan een grotere afzetmarkt. De internationale handel nam sterk toe. Alles vroeg een politiek antwoord met wetgeving op economisch gebied. Scholing van de beroepsbevolking werd steeds meer nodig. Er kwam volksonderwijs en in Nederland werd ABN en in Duitsland Hoogduits onderwezen. Grenzen werden economisch van betekenis en werden taalgrenzen. De omvang van de overheid nam en neemt toe, want er moet steeds meer geregeld en gecontroleerd worden. Aan beide zijden van de grens ontstond een geheel verschillende ambtelijke cultuur met eigen regelgeving. Dat gaat nog steeds door. Zeer veel terreinen van wetgeving blijven voorbehouden aan de nationale staten en daar waar Europese richtlijnen worden omgezet in nationale wet- en regelgeving heeft ieder land toch weer een andere bestuursstijl en een ander wetgevingssysteem. Europese integratie heeft er niet toe geleid, dat de verschillen verdwijnen.

In de grensgebieden van de EU bestaan zogenaamde Euregio ’s. Ze krijgen een beperkt budget van de EU om de samenwerking te faciliteren, maar grensoverschrijdende projecten kunnen er niet uit betaald worden. Bij een bijeenkomst van de Europawerkgroep in Nijmegen hoorden we van Florian Gödderz hoe moeilijk samenwerking kan zijn. Een gezamenlijke bijeenkomst van ouderen is moeilijk doordat er in Duitsland geen ouderenbonden met plaatselijke afdelingen zijn. Discriminatiebeleid is in Duitsland over allerlei instanties verdeeld, bij de Kreis of zelfs bij de Bond. Een praktisch voorbeeld is de poging om de vroeger zeer belangrijke spoorlijn Amsterdam-Amersfoort-Rhenen-Kesteren-Nijmegen-Kleef tussen Nijmegen en Kleef te reactiveren. Dat zou als tram of als tramtrein of als kleine trein kunnen. Studenten reizend naar station Nijmegen Heyendaal zouden ervan kunnen profiteren. Of er vanuit Groesbeek, Kranenburg en Kleef veel vraag naar is, werd niet zo duidelijk, maar er zijn rapporten over. De kosten zijn niet erg hoog in vergelijking met andere infrastructurele projecten, dertig miljoen. Het zou een manier zijn om meer grensoverschrijdende interactie te krijgen. Eigenlijk had ik daarover veel meer willen horen.

Er is wel een opvallend verschijnsel. Veel Nederlanders gaan in Duitsland wonen, waar de huizenprijzen veel lager zijn. In Kranenburg zijn het er zoveel, dat het onderwijs op de Volksschule tweetalig is geworden. Maar als de kinderen naar het Nederlandse secundair onderwijs willen, krijgen zij de boeken niet gratis. Dat wordt dus een dure liefhebberij. De Nederlanders in Kranenburg doen al veel mee met het dorpsleven. Ze zijn lid van sportclubs en een Nederlandse vrouw is lid van de gemeenteraad.

Samenwerken met de Grünen blijkt hier moeilijk, maar in Twente vinden actiegroepen aan weerszijden van de grens elkaar wel. In Kurort Bentheim zullen ze net zo goed last hebben van een opwaardering van vliegveld Twente. Daar hebben ze ook last van een militair oefenterrein, waar men piloten traint in het afwerpen van bommen. Over en weer bezoekt men elkaars demonstraties.

Een Luchthaven Twente zou veel werkgelegenheid opleveren. Het bedrijfsleven stimuleert het sterk. Oad zou er vakantievluchten kunnen laten vertrekken. Maar op geringe afstand zijn er concurrerende luchthavens. Er zouden zich bedrijven kunnen vestigen, die de laatste montage doen aan elektronica, maar probeer maar eens te concurreren met Schiphol, dat veel meer intercontinentale verbindingen heeft. Ik herinner mij ons zomerkamp in 1949 in Lonneker. De eerste dag zeiden sommige jongens, dat ze het wel leuk vonden, dat er steeds Meteor straaljagers over kwamen. De rest van de week vervloekten ze het lawaai. Zo zouden de vele toeristen ook uit Twente weg kunnen blijven en dat zou een groot verlies aan werkgelegenheid opleveren. Doordrammen van de luchthavenplannen zou Twente wel eens veel geld kunnen kosten en weinig opbrengst opleveren.

Mijn conclusie voor deze avond was, dat grensoverschrijdende samenwerking soms leuke dingen oplevert, maar dat er nog zoveel hinderpalen zijn. Op allerlei niveaus moet daaraan gewerkt worden.

Jaargang 5, Nr. 207.

maandag, 12 maart 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is er overgebleven van de CPN in GroenLinks?

In arbeid, cpn, democratie, economie, groenlinks, ppr, psp, socialisme, vrouwen, en meer.

GroenLinks is gevormd als een fusie van vier partijen: de links-socialistische dissidentenpartij Pacifistisch-Socialistische Partij, de progressief-Christelijke groene partij Politieke Partij Radikalen, de Communistische Partij Nederland en de Evangelische Volkspartij. Die eerste twee partijen zijn duidelijk te herkennen in het huidige GroenLinks: GroenLinks heeft de partijcultuur van de PSP geërfd (‘discussiepartij‘) en de standpunten van de PPR (‘groen, solidair, libertair‘). De Evangelische Volkspartij sloot zich pas relatief laat bij de fusie aan, maar is nog steeds helder herkenbaar door de Linker Wang. Rest de vraag: wat kunnen we herkennen van de CPN in GroenLinks?

Leninisme, Moskou en anti-fascisme
De Communistische Partij Nederland is gevormd in 1909, acht jaar vóór de Russische revolutie, als Sociaal-Democratische Partij. Binnen de grote sociaal-democratische beweging Sociaal-Democratische Arbeiderspartij was er felle discussie tussen reformisten, die zich wilden richten op een parlementaire strategie en revolutionairen, die geloofden dat het parlementaire werk de onvermijdelijke arbeidersrevolutie slechts zou vertragen. De revolutionairen splitsten zich af. In 1918 veranderde de partij haar naam in Communistische Partij Holland, sloot zich aan bij de door Moskou geleide Communistische Internationale en onderschreef ze een leninistische maatschappijvisie.

Gedurende de jaren ’30 ontwikkelde de CPH (sinds 1937 Communistische Partij Nederland, CPN) een anti-fascistisch profiel. Tijdens de bezetting namen veel communisten deel aan het verzet: ze organiseerden de Februaristaking. De illegale communistische krant De Waarheid, was een van de voornaamste gezichten van het verzet.
Na de oorlog werd de CPN beloond met 10% van de stemmen. De CPN was een partij van de arbeidersklasse die sterk stond in de arme landbouwgebieden in het Noorden en de volkswijken in Westelijke steden. Uiteraard onderschreef de CPN een marxistische maatschappijanalyse waarbij de bourgeosie, de bezittende klasse, de arbeidersklasse, het proletariaat, onderdrukte. De maatschappij was misschien de jure democratisch, maar de economische ongelijkheid hield de facto de arbeidersklasse geknecht. In de dagelijkse politiek richtte de partij zich op de verbetering van de materiële positie van de arbeidersklasse onder de paradoxale leus “hogere lonen, lagere prijzen” en op de versterking van de vakbond. De partij streed voor de onafhankelijkheid van Indonesië, verketterde de rol van Amerika in de internationale politiek (denk aan kernbewapening en blokvorming) en vergoeilijkte de rol van Moskou (haar bewapening en blokvorming waren een reactie tegen de imperialistische politiek van het Westen). Vanwege haar verzetsverleden was de partij fel anti-fascistisch en verzette ze zich tegen anti-semitisme. Ook was de partij hierom fel anti-Duits. De partij maakte zich grote zorgen over ‘West-Duits revanchisme’, dat Duitsland haar gelijk na de oorlog nog wel zou komen halen. De CPN was democratisch centralistisch georganiseerd: de beslissingen werden genomen aan de top, met name door partijleider Paul de Groot. Vervolgens werd de rest van de partij aan deze beslissingen gebonden. Toen de Koude Oorlog langzaam opwarmde eind jaren ’40 kwam de CPN in een steeds geïsoleerdere positie te staan: in politiek opzicht maar ook electoraal nam de steun voor de communisten gestaag af.

Marxisme, feminisme en anti-Amerikanisme
Eind jaren ’60, de periode van de universiteitsbezettingen, nam de populariteit van de CPN toe. Een deel van de studenten sloot zich aan bij de CPN, omdat dit de partij was van de arbeidersklasse. De partij koos de kant van de studenten in de discussies over democratisering. De CPN verzette zich daarnaast consequent tegen het Amerikaans buitenlands beleid: kernbewapening, Vietnam, en de steun voor Apartheid.

Met deze studenten kreeg de CPN een energieke nieuwe generatie in haar midden. Marius Ernsting is zo’n figuur: hij was een voorman van de anarchistische Kabouterbeweging geweest maar werd daarna Kamerlid voor de CPN. De studenten die zelf streden voor radicale democratisering, sloten zich aan bij een partij die intern niet democratisch was. In jaren ’80 werd de partij intern gedemocratiseerd: Paul de Groot, de grote man van de CPN tot de jaren ’70, verloor al in 1978 zijn erevoorzitterschap.

Het profiel van de CPN draaide: maatschappelijke democratisering maar ook emancipatie kwamen hoger op de agenda te staan. De partij voegde feminisme toe aan haar uitgangspunten, naast marxisme. De rigide marxistische maatschappijanalyse werd gemakkelijk naar man-vrouw-, allochtoon-autochtoon- en homo-hetero-verhoudingen vertaald: mannen, hetero’s en autochtonen onderdrukte vrouwen, homo’s en allochtonen, zoals de bourgeoisie het proletariaat onderdrukte. In de egalitaire samenleving die de CPN nastreefde moesten ook deze machtsongelijkheden vereffend worden. Zoals de strijd voor de positie van arbeiders een strijd van een groep was, zag de CPN de strijd van homo’s, vrouwen en migranten in termen van groepen, niet individuen. De partij koos in 1981 voor drie heldere speerpunten: een sterke overheid die het opnam voor de arbeidersklasse, verzet tegen kernbewapening en maatschappelijke democratisering, inclusief gelijkberechtiging van vrouwen, homo’s en migranten. De CPN was deels veranderd, maar bleef ook haar communistische wortels trouw: nog in 1989 waren er CPN-vertegenwoordigers bij de viering van 40 jaar DDR in Berlijn.

De generatie jonge studenten bleek een Trojaans Paard: deze stonden ver af van de leefwereld van de arbeidersklasse. Terwijl volkswijken in rap tempo verkleurden, pleitte de CPN voor de rechten van migranten, homo’s en vrouwen. De Socialistische Partij voelde dit beter aan en verzette zich juist tegen feminisme en arbeidsmigratie. Electoraal ging de CPN erop achteruit. In reactie koos ze voor versterkte samenwerking met linkse intellectuele partijen als PSP en PPR in raden en staten, en in het Europees Parlement. Hierachter zat een electorale logica maar ook een inhoudelijke: nu de CPN van een Stalinistische partij een linkse emancipatiepartij was geworden, waren de verschillen met de PSP en de PPR verdwenen. In 1986 verloor de CPN al haar zetels in de Tweede Kamer en drie jaar later ging ze op in GroenLinks.

Linkse emancipatiepartij
Wat is er over van de CPN in het huidige GroenLinks, een links-liberale intellectuelenpartij? Zeker in de eerste jaren waren er veel CPN’ers op prominente plekken: in 1994 waren de partijvoorzitter (Harrewijn) en de lijsttrekkers bij de Tweede Kamer- (Brouwer) en de Europees Parlementsverkiezingen (Van Dijk) oud-communisten. Veel prominente migrantenpolitici (Singh Varma en Pormes) kwamen voort uit de CPN. Tot 2010 hadden er twee Eerste Kamerleden een CPN-achtergrond (Laurier en Van der Lans). Maar de plek waar de CPN het best vertegenwoordigd is geweest is onder partijbestuurders: van de negen partijvoorzitters van GroenLinks komen er vier voortuit de CPN. Het CPN-electoraat had de CPN al verloren, maar dat heeft GroenLinks ook niet terugveroverd. De SP en de PVV doen het nu sterk in traditionele CPN-wijken.

Programmatisch gezien lijkt er weinig over van de CPN in het huidige GroenLinks: het hervormingsgezind-sociale economische verhaal van GroenLinks staat veraf van het programma van de CPN. Je zou nog kunnen zeggen dat GroenLinks met haar nadruk op de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en haar pleidooi voor een gelijkere positie van outsiders de doelen van de CPN nastreeft, maar de middelen die ze in discussie heeft gekozen (een harde aanval op de vakbeweging en de gevestigde rechten) past niet bij de CPN. Maar ook op internationaal terrein lijken de twee partijen nauwelijks op elkaar: GroenLinks wil dat de internationale gemeenschap optreedt om mensenrechten te beschermen, terwijl de CPN het optreden van het NAVO-blok veroordeelde, omdat dit altijd het eigenbelang van het Westen zou dienen. Alleen op cultureel vlak vertonen de CPN en GroenLinks een sterke gelijkenis: beide partijen zetten zich in voor emancipatie van vrouwen, homo’s en migranten. Maar zelfs hier is het onderscheid tussen de CPN en GroenLinks groot: de CPN legde de nadruk op groepssolidariteit, anti-discriminatie en sociaal-economische achterstelling en GroenLinks heeft veel meer oog is voor individuele vrijheid, vrijheid van godsdienst en de onderdrukking binnen groepen.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Partij van de Toekomst kijkt terug naar haar verleden

In cpn, evp, groenen, groenlinks, ppr, psp, maatschappij, akkoord, milieu, en meer.

GroenLinks is bij uitstek de partij voor de toekomst, maar soms moet je terugkijken om weer vooruit te kunnen. Tijdens de eerste bijeenkomst van de collegereeks over het gedachtegoed van GroenLinks keken vier partijleden die betrokken waren bij de oprichting van GroenLinks terug naar het verleden. Wat kan GroenLinks leren van haar oprichters?

Communisten & Feministen

Herman Meijer was uitgenodigd om iets te vertellen over de Communistische Partij Nederland (CPN). Hij maakte duidelijk dat de partij eind jaren ’70 afscheid nam van haar Stalinistische verleden. Binnen de CPN was het Stalinisme vertegenwoordigd door Paul de Groot: ‘De Groot was erevoorzitter van de CPN, nadat hij jarenlang ‘gewoon’ voorzitter was geweest. Hij was een klassieke Stalinist. Zowel in zijn interne partijoptreden als in zijn paranoïde inslag.’ Na het aftreden van De Groot veranderde de CPN. Meijer schreef mee aan het partijprogramma van de CPN: ‘Het was een radicale oproep tot volstrekte democratisering van de hele Nederlandse maatschappij, tot op het diepste niveau, ook in economisch opzicht. Marxisme en feminisme werden als gelijkwaardige inspiratiebronnen gezien. De CPN was de meest feministische partij van Nederland.’

Volgens Meijer kan GroenLinks van de CPN leren om een gezond en goed geformuleerd anti-kapitalisme te koesteren: ‘We moeten een diepgravender, analytischer en intelligenter verhaal hebben over de bankencrisis, wat dat te maken heeft met de liberalisering van de geldmarkt en zo verder. Dat is ver voorbij het banale anti-kapitalisme: “Jullie zijn rijk en wij niet en dat is niet eerlijk.” Dat is ook wel zo, maar we kunnen daar een eind voorbij.’

Meijer ziet wel wat in linkse samenwerking: ‘Voor de verkiezingen moeten linkse partijen op een aantal punten kunnen overeenstemmen: wat we nu nodig hebben is een regering die pro-Europees is, een ruimhartig immigratiebeleid voert en die zorgt voor een grotere inkomensgelijkheid, tegen bonussen en al die shit. Ik zou het programma zo kunnen schrijven.’

Pacifisme, socialisme en milieu

Meijer was tot 1974 lid geweest van de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), een andere oprichter van GroenLinks: ‘Wat mij tegenviel in de PSP, was dat de partij een buitengewoon moeizaam bestaan had. In Delft [waar Meijer woonde - SO] had de partij maar een paar leden en die waren altijd aan het tobben. Het was niet zo’n gelukkig clubje.’ Alexander de Roo, de vertegenwoordiger van het PSP-smaldeel, beaamt dat de PSP slecht was georganiseerd: ‘Ik ben in 1974 lid geworden van de PSP in Delft. Ik heb een maand nodig gehad om lid te worden. Die club was behoorlijk onvindbaar. Ik ben lid geworden vanwege de kernenergie. Er was een grote demonstratie in Kalkar tegen de opwekkingscentrale en Bram van der Lek, PSP-Kamerlid riep: “De technici moeten hun werk overdoen.” Dat sprak mij aan.’

De Pacifistisch-Socialistische Partij stond bekend vanwege haar pacifisme. De Roo nuanceert dat beeld: ‘Het pacifisme van de partij was nooit absoluut. In de jaren ’70 was er een felle discussie: wat doen we met geweld van bevrijdingsbewegingen? Dat accepteerden we. Het pacifisme van de PSP was veel meer een politiek pacifisme. We verzetten ons tegen de NAVO, dat was een identiteitspunt bij de PSP. GroenLinks worstelt nu nog steeds met militaire interventies. Zodra geweld ter sprake komt hebben we het daar moeilijk mee. Die aandacht voor wat er gebeurt in landen om ons heen, dat was heel kenmerkend voor de PSP.’

De Roo, die als samenwerker te boek stond in de PSP is ook voorstander van progressieve samenwerking: ‘In Duitsland heb je rood-groene samenwerking. Dat is daar een begrip. De meest natuurlijke partner voor GroenLinks is de PvdA. Samsom heeft zelfs ooit geprobeerd om kandidaat voor GroenLinks te worden. We moeten een akkoord sluiten met de PvdA en dan kijken of de SP en D66 aan willen sluiten.’

Groen en libertair

Wim de Boer sprak namens de Politieke Partij Radikalen (PPR): ‘Bij de PPR stonden, onder andere, het serieus nemen van het milieu en de duurzame economie in al haar facetten centraal.’ De partij nam het ook op voor een eerlijkere verdeling van werk en inkomen. Bovendien kenmerkte de partij zich door een libertaire en niet-dogmatische manier van handelen. ‘Dat was de PPR en ik heb glimlachend in de trein vastgesteld dat dat voor mij nog geen spat veranderd is, voor die waarden sta ik nog steeds.’

De Boer was betrokken bij de vorming van GroenLinks. Als lid van de ‘bende van drie’ had hij de onderhandelingen op een cruciaal moment vlot getrokken. Zonder toestemming onderhandelden drie oud-partijbestuurders van de PPR toch met de CPN en de PSP, terwijl het PPR-bestuur zich had teruggetrokken uit de onderhandelingen. Zelf had hij zich in de onderhandelingen één doel gesteld: ‘Wat ik eruit zal slepen is de naam ‘GroenLinks’. Die naam had nog heel wat voeten in de aarde. Zonder ‘groen’ kreeg je met de PPR geen akkoord. GroenLinks dekt precies de lading. Voor mij zijn groen en links onlosmakelijke aan elkaar verbonden: zonder progressieve politiek krijg je geen goed milieubeleid en zonder milieubeleid krijg je geen duurzame samenleving.’

Je zou kunnen stellen dat qua politiek programma GroenLinks nu het meest op de PPR lijkt, maar De Boer nuanceert dat beeld: ‘Ik ben niet de man van de politieke programma’s. Ik heb ze geschreven, ik heb ze vastgesteld, ik heb er urenlang over zitten vergaderen. De praktijk is dat als een programma is aangenomen het dan verdwijnt in een la en je er er nooit meer naar kijkt. Wat ik belangrijk vind is dat de waarden van de PPR diepgeworteld zijn binnen GroenLinks. Ze krijgen wel een nieuwe vorm. Op grond van nieuwe inzichten kan ik tot een andere beslissing komen. Ik vind het belangrijk dat iedere GroenLinkser glashelder heeft voor welke waarden wij staan. Als hij dat weet dan komen die politieke keuzes vanzelf tot stand.’ De Roo: ‘Qua programma lijkt GroenLinks het meest op de PPR en toch is het een heel andere partij geworden. De partij heeft een veel bredere uitstraling. De partij is meer dan de som der delen. Er ligt nu meer nadruk op het groene, daarmee heeft de partij iets nieuws aangesproken.’

Christelijk dus progressief

Cor Ofman was de laatste voorzitter van de Evangelische Volkspartij (EVP) en de eerste EVP’er op de eerste lijst van GroenLinks (plaats #11). ‘De EVP was een klein clubje. De EVP is ontstaan uit CDA’ers die een andere koers wilden. We hoopten de dissidenten uit het CDA, een stuk of tien Kamerleden, mee te krijgen.’ Maar die bleven in het CDA, ze zeiden: ‘als 90 procent van de achterban toch conservatief blijft dan kan je er moeilijk uitstappen.’ De EVP had drie kernpunten: ‘vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping. Ook binnen die kerken speelden die trits heel sterk een rol. De partij was tegen de plaatsing van kruisraketten. Ze stond voor een economie van het genoeg en het recht van de arme en de vreemdeling. We hadden een eigen interpretatie van Bijbelse normen en waarden: christelijk dus progressief.’

De Boer vraagt Ofman: ‘Ik heb nooit begrepen wat jullie verhinderde om jullie doelstellingen in de PPR te realiseren. Was dat alleen omdat het woord ‘bijbel’ niet gebruikt werd? De PPR is oorspronkelijk voortgekomen uit Christen-Radicalen.’ Ofman: ‘Het christelijke was tamelijk verwaterd in de PPR. De PPR was libertairder, de EVP was minder individualistisch. Ook GroenLinks is liberaal. Ik zou ook wel wat meer uitstraling willen zien richting een kerkelijke achterban. Als ik op zondag mijn verhaal houdt, denk ik vaak, waarom komen die mensen nou niet bij GroenLinks terecht, terwijl ze al afscheid hebben genomen van het CDA? Ze zijn op zoek naar een partij met een sociaal gezicht, maar die ook oog heeft voor spiritualiteit.’

woensdag, 7 maart 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Dure olie raakt Europa harder dan de VS

In doem, aardgas, economie, energie, euro, europa, fossiele brandstoffen, olie, olieprijs, en meer.
Vorige week sprak de Tweede Kamer kort over de hoge olieprijs. Jolande Sap van GroenLinks nam het woord olieprijs maar liefst 11 keer in de mond. Wordt de politiek eindelijk wakker? Op haar blog Our Finite World legt Gail Tverberg uit waarom vooral Europa last heeft van de hoge olieprijs. Dat komt allereerst doordat de [...]

dinsdag, 6 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

“…kind of a German-Dutch Boxkampf…”

In politiek, europarlement, mark rutte, martin schulz, polenmeldpunt, pvv-meldpunt, resolutie, burgers, de, en meer.

…noemde voorzitter Martin Schulz van het Europees Parlement het debat tussen Mark Rutte en hemself op 1 maart in een gemeenschappelijke persconferentie na afloop.  

In dezelfde persconferentie zei Martin Schulz terwijl Rutte zonder te weerspreken naast hem staat, dat Rutte afstand had genomen van het meldpunt. Rutte zei zelf:  “We [the Dutch government] are in favour of East-European migration.”

 

martin schulz ...kind of  a German Dutch Boxkampf...

 

Uit het een interview met Martin Schulz op 2 maart 2012 in de NRC:

“Schulz, sociaal-democraat, vindt dat Rutte op twee borden tegelijk speelt: hij heeft de PVV nodig voor de binnenlandse politiek, maar wil niet dat in het buitenland een verband wordt gelegd tussen zijn regering en het PVV-meldpunt.

Volgens Rutte’s woordvoerder nam Rutte in zijn gesprek met Martin Schulz geen afstand van dat meldpunt en herhaalde hij wat hij steeds zegt: dat het meldpunt niet van de regering is. In een vraaggesprek in zijn Brusselse kantoor, net na de ontmoeting met Rutte, zegt Schulz het zo: ,,Minister-president Rutte heeft zich er open over uitgelaten. Hij zei: ‘Ik ben het er niet mee eens. Niet met de inhoud en niet met de vorm’.

Heeft u tegen Rutte gezegd dat hij dat dan publiekelijk duidelijk zou moeten zeggen?

,,Ja. Dan zegt hij: ‘Maar dat doe ik, ik neem afstand.’ Hij heeft ook nog eens benadrukt dat zijn regering bij Europese politieke onderwerpen niet samenwerkt met de PVV. Ik zei: ‘Maar wel bij andere onderwerpen’. We kunnen alleen maar vaststellen dat de Nederlandse regering steunt op een partij die een fundamenteel recht van Europese burgers, het vrije verkeer, ter discussie stelt. Voor een land dat een van de oprichters was van de Europese Unie, vind ik dat dubieus.” “

Vandaag zei Rutte in het vragenuurtje, dat het verslag van de NRC niet klopt.

mark rutte ...kind of  a German Dutch Boxkampf...

Dus de voorzitter van het Europees Parlement liegt?

 

Update: Resolutie Europarlement tegen Nederland om PVV-meldpunt

 Op mijn Duitse site:

Verurteilung der niederländischen “Anlaufstelle Mittelosteuropäer” im Europäischen Parlament

 

Maria Trepp

maandag, 5 maart 2012

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Oplossing voor spoorproblematiek Vught heeft brede steun (nodig)

In vughtse politiek, phs, vught, vvp, alternatieven, april, burgers, communicatie, de, en meer.

De discussie over de gevolgen van het programma hoogfrequent spoor (PHS) leeft in Vught. De ervaringen van de info-avond van de 13e februari voorspellen een volle Martinihal op 2 april tijdens de info-avond van de gemeente. En dat het protest groeit heeft alles te maken met het weinige begrip van ProRail en het Ministerie voor de lokale problematiek.

Op maandag 13 februari stonden ongeveer duizend Vughtenaren op de stoep van Hotel Vught voor de info-avond van ProRail en het Ministerie van Infrastructuur & Milieu. Te veel voor de info-avond, veel meer dan verwacht en allemaal zeer bezorgd. Dat bezorgdheid omslaat in onvrede en zelfs woede is vooral te danken aan de communicatie van ProRail en het Ministerie. Tegen een volle zaal werd vrij duidelijk gesteld dat er amper ruimte was voor alternatieven. En de sprekers hadden te weinig empathisch vermogen om zich in te leven in de bezwaren en angsten van de Vughtse burgers.

En die bezwaren zijn terecht! Extra treinbewegingen zijn een zegen voor het openbaar vervoer, maar dan moet de infrastructuur daar wel op zijn ingericht. En in Vught is dat zeker niet het geval. De toename van 4 naar 6 sneltreinen per uur per richting op de lijn Utrecht-Eindhoven, maar vooral de toename van het goederenverkeer van 34-54 treinen per dag naar 64 tot 150 is onacceptabel met de huidige inrichting. Maar volgens Ton Bierbooms van ProRail is er eigenlijk alleen ruimte voor varianten voor de boog van Meteren en voor het stukje spoor tussen Den Bosch en Vught tot aan de splitsing van de verbindingen Den Bosch-Eindhoven en Den Bosch-Tilburg. En dat terwijl de gemeente al enkele jaren geleden een creatieve studie heeft laten uitvoeren naar alternatieven. Zoals het verleggen van de spoorlijn naar de rand van Vught langs de A2. Maar dit soort alternatieven lijken zonder brede lobby bij provincie en rijk weinig kans te maken. Het resultaat zou zijn dat Vughtenaren straks nog moeilijker de spoorlijn kunnen oversteken, doordat ze nog langer voor gesloten spoorbomen staan. Dat komt de leefbaarheid van het dorp niet ten goede.

Het wordt te makkelijk vergeten dat Vught op dit moment het afvalputje is voor rijksinfrastructuur. Twee spoorlijnen, een rijksweg en een snelweg doorsnijden het dorp. De omgevingseffecten van deze infrastructuur tellen in de praktijk bij elkaar op, maar bij beleidsvorming wordt elke lijn of weg afzonderlijk bestudeert. En daarmee wordt zeer creatief telkens de zogenaamde normen gehaald. Voor het spoor bestaat zelfs geen wettelijke norm voor sluitingstijden van spoorwegovergangen en worden de normen voor trillingen en geluid op dit moment nog vastgesteld. En die kunnen dus nog prima worden aangepast zodat de plannen van het PHS in Vught passen binnen de normen.

De drukbezochte info-avond van 13 februari is dus een goed teken. Waar in Zaltbommel en Den Bosch amper burgers naar de info-avond kwamen, nam in Vught 1 op de 25 inwoners de moeite. Dat de problematiek leeft in Vught werd ook al duidelijk bij de kaartenactie die de gemeente eerder had georganiseerd om te lobbyen bij de Tweede Kamer voor de Vughtse problematiek. Dat werkte voor de N65, nu moet het protest en de lobby wederom worden ingezet voor het spoor.

zondag, 4 maart 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Lighten UP!

In uncategorized, artikelen, gebouwen, bestuur, gemeenteraadsverkiezingen, geschiedenis, gevonden, boek, brievenbus, en meer.
Deze week realiseerde ik me dat het al weer 2 jaar geleden is dat de uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen een radicale draai in mijn werkende leven veroorzaakte.
Ik was, met mijn 2 collegae, wethouder-àf.
Van de ene dag op de andere waren er nog een paar weken om alle informatie die ik me eigen had gemaakt, alle contacten die ik had gelegd, op te vouwen, op een stapeltje te leggen en over te dragen aan de volgende bestuurders. Geen tijd meer om processen af te ronden, alleen hier en daar een komma plaatsen, punten zetten en achterlaten.
Nadat ik de deur van het openbaar bestuur achter me dicht getrokken had is het me wonderlijk snel gelukt om een volgend pad te vinden.

Er waren deze weken, naast bovenstaande aanleiding, verschillende gebeurtenissen, waardoor ik even terug keek.
Anil Ramdas overleed en ik herinnerde me dat ik ooit één van de presentatoren was van een soort talk-show met de passende naam 'De Verbinding' waarin Ramdas onze gast was; een prachtige verteller en we waren er trots op dat hij naar Leeuwarden wilde komen.
Ook zijn veel van mijn herinneringen verbonden met muziek. Die werden opnieuw wakker gemaakt door de bijzondere documentaire over John Lennon en Yoko Ono.
En ik was weer eens jarig; ook zo'n moment waardoor je denkt: time flies!

Hoewel het afscheid 2 jaar geleden erg abrupt was, heeft het me goed gedaan om weg te zijn uit het vierkante, vaak lineaire denken van ambtelijke procedures en het zoeken naar marches om in te manoeuvreren. Ik had het speelveld leren kennen, me de do's en dont's eigen gemaakt en me leren schikken in de strakke ordening die hoorde bij mijn positie. Echt gelukkig was ik er niet van geworden maar, terugkijkend, heb ik er heel veel van geleerd, met name doordat ik de binnenkant van ons 'systeem' heb mogen ervaren.
Net als toen ik in 2003 afscheid nam als lid van de Provinciale Staten fan Fryslân, voelde ik echt dankbaarheid dat ik van nu af aan wist hoe het er aan toeging in die grote en imponerende gebouwen. Op geen andere wijze, dan er deel van uit te maken, had ik ooit kunnen snappen hoe ons bestuurlijke systeem werkt. Die ervaring en inzichten hebben ook gemaakt dat ik andere wegen heb gevonden om invloed uit te oefenen en kenbaar te maken hoe het naar mijn idee anders kan. Het afzetten tegen en wijzen naar is veranderd; ik kies vaker vóór zaken die ik wil doen en weet beter wat ik niet wil.

De opbrengst van de flasbacks is vooral dat ik me realiseer hoeveel lichter ik me beweeg door het leven. Dat is Anil Ramdas helaas helaas niet gelukt en ik ken meer mensen die de zwaarte, ontstaan in hun geschiedenis, door trauma's of door de manier van tegen de dingen aankijken, niet los kunnen laten. John Lennon heeft in zijn latere werk, na de Beatles, heel veel stappen genomen om lichter in het leven te staan, de wereld anders te bezien en daar heeft hij ook uiting aan gegeven in zijn muziek. Dat deed hij al in de jaren zestig! Terugkijkend zie ik de stappen die ik heb gezet, de keuzen die ik heb gemaakt en dat stemt me tevreden.
Gisterochtend kreeg ik mijn lijfblad in de brievenbus en boven één van de artikelen stond de kop: Lighten UP! Met de lente voor de deur geef ik die inspiratie graag door!

Ineke M. Verdoner

Z.O.Z. uitzending met Anil Ramdas
Classic Albums: John Lennon & the Plastic Ono Band
Over het prachtige boek 'Zwaarte' van Jeanette Winterson

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Olieproduktie in de Noordzee krimpt 18% in 2011

In doem, economie, europa, fossiele brandstoffen, grenzen aan de groei, groot-brittannië, noordzee, olie, olieprijs, en meer.
In het afgelopen jaar is de olieproduktie in het Britse deel van de Noordzee met 18% afgenomen. In 2010 werd er nog dagelijks 2,2 miljoen vaten olie opgepompt. In 2011 nam dat af tot 1,8 miljoen vaten per dag. Economen becijferen dat de afname van de olieproduktie de Britse schatkist 2,3 miljard pond kost, ofwel [...]

Marcel Kruijer

Marcel Kruijer

Hyves Last.fm Twitter GR

“Taal is zeg maar echt mijn ding”

De afgelopen dagen heb ik “Taal is zeg maar echt mijn ding” van Paulien Cornelisse gelezen. Ik zou bijna zeggen dat ik het in een adem heb uitgelezen, maar dan zou ik wel een hele lange adem moeten hebben. Ik verbaas mij er altijd over als mensen dit zeggen. Zijn ze dan buiten adem na het lezen, of lezen ze zo snel? Of nog erger, was het boek wellicht toch slecht dat ze alleen maar de, in hun ogen, goede delen hebben gelezen?

Na het lezen van dit boek, wat ik overigens een zeer psychologisch boek vind, ben ik gaan nadenken over mijn eigen taalgebruik. Een vorm van zelfreflectie wat volgens mijn tegenwoordig helemaal in is (waar in?). Ik weet van mijzelf dat ik jaren geleden “als” en “dan” verkeerd gebruikte. Ik had  het zelf niet door, tot dat mij erop werd gewezen. Het voelde enorm dom (gewoon dom was niet voldoende) en ik heb mijzelf aangeleerd (geen training voor nodig) om dit wel goed te doen. Het gevolg is dat ik nu bij iedereen die het verkeerd gebruikt de neiging heb te gaan verbeteren. Dat doe ik maar niet, alhoewel ik mij wel zou houden aan “verbeter de wereld, begin bij jezelf”.

Wat de laatste tijd in het taalgebruik in meteorologische kringen is geslopen is de horrorwinter. De winter was nog niet begonnen of de kans bestond dat dit een horrorwinter zou gaan worden. Een verklaring werd er niet bijgegeven, dus de fantasie van veel mensen sloeg hierdoor op hol. In gedachte zag je meters sneeuw, enorme ijsregens en nog wat meer van dat kaliber. Ik moet toegeven, het best koud geweest. Er zijn temperaturen geweest van rond de min 25. Echter langer dan een paar dagen heeft dit niet geduurd. De meters sneeuw bleven ook uit. In vergelijking met Siberië was onze winter een heerlijke winter. Hoezo horrorwinter?

Door dit boek ga je je (nog meer) verbazen over ons taalgebruik. Vooral reclames als “… wel zo biologisch” vind ik nu vreselijk. Een keer klinkt het grappig, maar de tweede en volgende keren wil je het liefst de tv of radio uitzetten. Als je aan iemand vraagt of hij/zij iets lekker vind en als antwoord, “ja, best wel” krijgt, ga je je nu werkelijk afvragen wat dit nu betekend. Vroeger nam je gewoon aan dat het dus lekker was. Ook moet ik toegeven dat, wanneer ik wil benadrukken dat iets als lang geleden is gebeurd niet “vroeger”, maar “vroegah” zeg. Hierdoor lijkt het alsof het nog langer terug is en het nu al lang niet meer zo is. Wat een flauwekul.

Ik zou bijna denken dat ik niet blij ben dat ik dit boek heb gelezen. Ik ben mij nog meer bewust van mijn eigen taalgebruik en van dat van anderen. Gelukkig blijft het bij nog meer verbazen dan ik al deed. In het Engels hebben ze hier een mooi woord voor, flabbergasted.

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

De tijd

In goal columns, column, gfc, goal, in memoriam, tijd, voetbal, auto, de, en meer.

Goal, Mei 2008

’s Ochtends, in de auto, op weg naar mijn werk, luisterde ik naar Hans Dorrestijn. Al een tijdje niet gehoord. “De tijd heelt alle wonden”, klinkt het uit de luidsprekers. Ik moet regelen dat ik vrijdag naar de begrafenis van Siem kan. De eerste keer dat wij elkaar spraken was in de kantine. Hij had pech. De loting had ons aan elkaar gekoppeld met kruisjassen. Alleen had ik dat spelletje nog nooit gespeeld. We verloren kansloos. Zijn score voor de avond was verpest. Niet veel later kwam ik via Yolanda hem natuurlijk veel vaker tegen. Gelukkig heb ik een kans gekregen die eerste kaartavond goed te maken. Ik moest invallen voor Truus, die ziek in bed lag. We hebben de hele avond gekruisjast. Het ging geweldig. We wonnen glansrijk en dronken samen een paar glazen rum.

Diezelfde middag kwam ik per ongeluk op de GFC site. Ik wilde iets anders aanklikken, maar klikte de verkeerde link. Een onbegrijpelijke kop. Freddie Cominotto overleden. Net als zo velen die dag in Goor, kon ik het niet geloven. Van de ene op de andere dag was hij er niet meer. Natuurlijk dacht ik terug aan die middag in de Hoeve. De promotie met het eerste, die emotionele middag voor bijna alle GFC-ers. Hij in de goal, ik laatste man. Op het laatst nam ik de doeltrappen voor hem. De allerlaatste hoefde niet meer. De eerste teamgenoot die ik tegenkwam, stond naast me. Later toen we een foto maakten, zat hij alleen in de dug-out. Hij vermeed de voorgrond, alsof het een schande was gevierd te worden.

In de loop der jaren hebben we het vaak over die middag gehad. Die tegengoal, waar hij er ongelukkig uitzag, hij bleef volhouden dat het geen ‘bok’ was, maar gewoon pech. Ik heb het hem niet meer kunnen bevestigen. Freddie, je had gelijk.

De dood komt soms heel dichtbij. Twee keer in een paar dagen. Kort daarvoor verloren twee elftalgenoten hun vader. Het hoort bij ouder worden, je wordt automatisch vaker geconfronteerd met het onvermijdelijke. Ook als voetbalclub. Tijdens de reünie afgelopen jaar ontbraken vele oude vrienden. De tijd staat niet stil, het leven gaat verder, vele clichés kun je er op los laten.

In het archief valt het ook op. Terwijl er de eerste jaren zo nu en dan een In Memoriam in de Goal stond, is het de laatste jaren bijna gebruikelijk dat er elke Goal wel iemand is die niet langer lid is. We hebben er al een speciale kolom voor gemaakt in onze database.

Toch blijkt de sociale samenhang van een voetbalclub juist in deze momenten. Hoe vaak zie je niet dat er bij het condoleren nog meer GFC-ers zijn dan bij een doorsnee wedstrijd van het eerste? In stilte staan we te wachten tot we de familie een hand mogen schudden. Die grote familie van GFC-ers, die laten zien dat onze club meer is dan een aantal groepjes mensen die zo nu en dan in een roodzwart shirt een balletje trappen.

Terwijl ik dit schrijf zingen de Toten Hosen dat ze ‘unsterblich’ zijn. Niemand is onsterfelijk. Maar aan de andere kant zit er ook een kern van waarheid in. Want alle GFC-ers blijven doorleven in onze herinnering. Ze staan op foto’s, in oude clubbladen, worden herinnerd tijdens gesprekken aan de zijlijn. Je bent GFC-er van je geboortefoto in de Goal tot je in Memoriam.

Maar het doet zeker pijn. De woorden van Dorrestijn gaan verder. “De tijd heelt alle wonden, maar slaat er nog veel meer.” Liever luister ik daarom naar Bram Vermeulen, zelf ook veel te vroeg overleden: “Dood ben ik pas, als jij me bent vergeten.”


zaterdag, 3 maart 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Limburgser dan vlaai…

In actualiteit, raad, kinderpardon, groenlinks, cu, culemborg, d66, de, eerste, en meer.

Vla… zijn de eerste woorden van de petitie Kinderpardon nu! Bijna 128.000 mensen hebben de petitie ondertekend; 105 gemeenteraden hebben inmiddels een motie kinderpardon aangenomen. Sinds gisteren is Culemborg daar een van. De PvdA-fractie nam het initiatief; GroenLinks tekende mee.

De fracties van VVD en d66 stemden tegen. Hoewel Culemborg elk jaar vreemdelingen huisvest, verschool d66 zich achter het argument dat het probleem in Culemborg niet speelt en landelijk opgelost moet worden; overigens was in de motie de wens dat de asielprocedure verkort moet worden opgenomen. De VVD legde een verklaring af, die sterk leek op een uitgebreid stuk op de landelijke VVD-website. Zelfs wie het eens is met alle VVD argumenten moet toch opvallen dat enig mededogen met de kinderen zelf volkomen ontbreekt. En daar gaat de petitie Kinderpardon nu! net over. Overigens is die petitie bedoeld als ondersteuning van het wetsvoorstel van PvdA en CU over gewortelde asielkinderen.

Limburgser dan vlaai. Noord-Hollandser dan kaas. Frieser dan de Elfstedentocht. En Zeeuwser dan het meisje. Dat zijn de kinderen die ons land moeten verlaten. 14 jaar oud, 10 jaar in Nederland. 9 jaar oud, 8 jaar in Nederland. 13 jaar oud, 13 jaar in Nederland…..

De petitie ondertekenen kan nog steeds.

dinsdag, 28 februari 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Lokale opvatting over asielkinderen

In weblog, asielkinderen, cda, christenunie, d66, dronten, gemeenteraad, groenlinks, kinderpardon, en meer.

Afgelopen donderdag is in de gemeenteraad van Dronten een motie ‘niet aan de orde van de dag’ aangenomen die bij de regering en het parlement aandringt op een goede regeling voor gewortelde asielkinderen. De raad sprak in meerderheid uit dat het uitzetten van gewortelde kinderen ons wezensvreemd is en we dat dus eigenlijk niet willen. De motie is op mijn initiatief ingediend door GroenLinks, PvdA, ChristenUnie en D66, het CDA zorgde -na hevig intern beraad- voor een meerderheid.

Opmerkelijk vond ik de logica van de VVD: ging de motie over Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers, dan leek de VVD wel bereid ermee in te stemmen dat gewortelde kinderen zouden mogen blijven. Maar hadden de (even zo) gewortelde kinderen nog ouders die ook in Nederland zijn dan moeten ze wel het land uit, want dat was dan de eigen verantwoordelijkheid die de ouders hebben. De VVD kon op geen enkele wijze duidelijk maken wat het verschil was tussen de geworteldheid van het kind zonder ouders en het kind met ouders, anders dan dat er ouders zijn. Daarnaar gevraagd was het antwoord dat de VVD dat ‘anders ziet’ en dus waren ze tegen. Wonderlijke manier van politiek bedrijven als je de eigen standpunten niet op inhoud kan onderbouwen, maar dat zullen ze zelf wel kunnen rijmen hoop ik voor ze!

Onbegrijpelijk vond ik Leefbaar Swifterbant Dronten die niet eens aan de stemming deel nam met de mededeling dat de motie hen inhoudelijk ‘dicht na aan het hart ligt, maar het een landelijke kwestie is waar ze als lokale partij geen rol in spelen’. Daar vroeg fractievoorzitter Bakker “respect” voor. Eerlijkheidshalve was dat niet het eerste gevoel dat bij mij naar boven kwam; dat was namelijk verbijstering.  Leefbaar wil zich dus niet uitspreken als de gemeenteraad van Dronten een opvatting heeft en deze kenbaar maakt aan de regering en het parlement omdat ze kennelijk niet verder kijken dan de gemeentegrenzen van Dronten.

Maar het zal natuurlijk niet zo zijn dat Leefbaar geen mening heeft lijkt me. In mijn bijdrage bij het indienen van de motie heb ik de familie Karim aangehaald die hier in Dronten woonde totdat ze naar Irak werden uitgezet. Waarvan de dochters uit het gezin naar onze middelbare scholen gingen en de zoons voetbalden bij onze verenigingen. Dat mag je volgens mij behoorlijk lokaal noemen en als je van opvatting bent dat deze gewortelde kinderen niet hadden mogen worden uitgezet (en zo heb ik Leefbaar altijd verstaan) dan had de fractie gewoon moeten, en kúnnen meestemmen met de motie die een opvatting van de gemeenteraad uitdrukt. Want Leefbaar Swifterbant Dronten zit tenslotte in deze gemeenteraad. Ten minste, op papier sowieso, want in de praktijk merk ik weinig van ze en als ze dan ook niet mee stemmen willen… stja.

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Lokale opvatting over asielkinderen

In weblog, asielkinderen, cda, christenunie, d66, dronten, gemeenteraad, groenlinks, kinderpardon, en meer.

Afgelopen donderdag is in de gemeenteraad van Dronten een motie ‘niet aan de orde van de dag’ aangenomen die bij de regering en het parlement aandringt op een goede regeling voor gewortelde asielkinderen. De raad sprak in meerderheid uit dat het uitzetten van gewortelde kinderen ons wezensvreemd is en we dat dus eigenlijk niet willen. De motie is op mijn initiatief ingediend door GroenLinks, PvdA, ChristenUnie en D66, het CDA zorgde -na hevig intern beraad- voor een meerderheid.

Opmerkelijk vond ik de logica van de VVD: ging de motie over Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers, dan leek de VVD wel bereid ermee in te stemmen dat gewortelde kinderen zouden mogen blijven. Maar hadden de (even zo) gewortelde kinderen nog ouders die ook in Nederland zijn dan moeten ze wel het land uit, want dat was dan de eigen verantwoordelijkheid die de ouders hebben. De VVD kon op geen enkele wijze duidelijk maken wat het verschil was tussen de geworteldheid van het kind zonder ouders en het kind met ouders, anders dan dat er ouders zijn. Daarnaar gevraagd was het antwoord dat de VVD dat ‘anders ziet’ en dus waren ze tegen. Wonderlijke manier van politiek bedrijven als je de eigen standpunten niet op inhoud kan onderbouwen, maar dat zullen ze zelf wel kunnen rijmen hoop ik voor ze!

Onbegrijpelijk vond ik Leefbaar Swifterbant Dronten die niet eens aan de stemming deel nam met de mededeling dat de motie hen inhoudelijk ‘dicht na aan het hart ligt, maar het een landelijke kwestie is waar ze als lokale partij geen rol in spelen’. Daar vroeg fractievoorzitter Bakker “respect” voor. Eerlijkheidshalve was dat niet het eerste gevoel dat bij mij naar boven kwam; dat was namelijk verbijstering.  Leefbaar wil zich dus niet uitspreken als de gemeenteraad van Dronten een opvatting heeft en deze kenbaar maakt aan de regering en het parlement omdat ze kennelijk niet verder kijken dan de gemeentegrenzen van Dronten.

Maar het zal natuurlijk niet zo zijn dat Leefbaar geen mening heeft lijkt me. In mijn bijdrage bij het indienen van de motie heb ik de familie Karim aangehaald die hier in Dronten woonde totdat ze naar Irak werden uitgezet. Waarvan de dochters uit het gezin naar onze middelbare scholen gingen en de zoons voetbalden bij onze verenigingen. Dat mag je volgens mij behoorlijk lokaal noemen en als je van opvatting bent dat deze gewortelde kinderen niet hadden mogen worden uitgezet (en zo heb ik Leefbaar altijd verstaan) dan had de fractie gewoon moeten, en kúnnen meestemmen met de motie die een opvatting van de gemeenteraad uitdrukt. Want Leefbaar Swifterbant Dronten zit tenslotte in deze gemeenteraad. Ten minste, op papier sowieso, want in de praktijk merk ik weinig van ze en als ze dan ook niet mee stemmen willen… stja.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2020 uur (84,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,4 bericht per dag, 2,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4