woensdag, 1 februari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Keith Richards – Life

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, keith richards, lezen, muziek, rolling stones, drugs, en meer.

Keith Richards - LifeKeith Richards – Life

Ook weer een boek dat ik zelf nooit gekocht zou hebben, tenzij het in de opruiming lag. Maar als verjaardagscadeau daarom juist erg geschikt. Lees eens iets buiten je geijkte kader, iets nieuws. Vele lovende recensies had ik al gelezen (okay, eigenlijk gezien, scanreading is de beste term) over het openhartige boek dat Richards heeft geschreven. De gevolgen van dit boek waren voorspelbaar, ruzie nummer 418 tussen Jagger en Richards.

Volgens mij heeft Richards het boek helemaal niet zelf geschreven, James Fox wordt niet voor niets op de titelpagina genoemd. Een serie hele lange interviews lijkt mij, sommige hoofdstukken zijn overduidelijk spreektaal, geen verhaal. Daarbij komt dan dat Richards op meerdere punten een opmerking maakt in de trant van ‘hier komen we later op terug’. Irritant, want dat er chronologisch verband zit tussen dingen die in zijn leven gebeuren lijkt me wel heel voor de hand liggend. In een interview maak je dergelijke opmerkingen, volgens mij hoeven die niet op papier te verschijnen.

Er staat toch al vrij veel in over zijn jeugd. Het duurt hoofdstukken voordat we aan de Rolling Stones toe zijn, toch de reden dat de meerderheid van de fans dit boek hebben aangeschaft. Toch is al een zesde van het boek voorbij, een behoorlijke prestatie bij een pil van deze omvang. Kortom, genoeg redenen om te zeggen dat het me niet meeviel, deze geautoriseerde autobiografie.

Toch las ik met plezier verder, want de eenzijdige blik van Richards op de wereld was vermakelijk om te lezen. Iemand die jaren geleefd heeft in een roes van drank, drugs en muziek, kan daar mooi over vertellen. En dat kan Richards. Er is genoeg gebeurt om een komisch verhaal te vertellen, om tragiek te beschrijven, om ellende naar buiten te brengen. Dat Richards zich zelf geregeld tegenspreekt is dan ook eerder humoristisch dan irritant. Verwacht niet iemand die een genuanceerde geschiedenis te vertellen heeft, maar zie een eindeloze stroom anekdotes voorbij komen en je hebt een goed boek in je handen.

Dus niet het meesterwerk dat velen er van probeerden te maken, maar eerder de eenoog in het land der blinden. Tenslotte zijn vele (auto)biografieën van beroemdheden, in welk vakgebied dan ook, meestal saai, eenzijdig en kritiekloos. Dat kan de gitarist zeker niet verweten worden. Alleen al daarom verdient hij lof. Dat sommigen dat daarom aanzagen voor een klassieker is begrijpelijk maar onterecht.

Citaat: “Ik was in Parijs, samen met Marlon, op tournee toen ik hoorde dat ons zoontje Tara, toen net twee maanden, in zijn wiegje was overleden. (…) Het enige positieve wat dit betreft was dat Marlon en ik niet met onze neus boven op alle verdriet zaten. Ik moest die avond het podium op. Daarna was het doorploeteren met de tour en met Marlon en die dingen gescheiden houden. (p.390/391)

Nummer: 11-027
Titel: Life
Auteur: Keith Richards (ghostwriter James Fox)
Taal: Nederlands (Orig.: Engels)
Jaar: 2010
# Pagina’s: 575 (8920)
Categorie: Biografie
ISBN: 978-90-229-9567-9

Meer:
Official site
Wikipedia
NY Times
Guardian
Studenten.net


dinsdag, 31 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Huren of kopen?

In overige columns, banken, crisis, huren, hypotheek, hypotheekrenteaftrek, kopen, aldi, economie, en meer.

Er komt een moment in je leven dat je niet meer bij je ouders kan of wil leven. Dan moet je dus zelf onderdak vinden. Zelf ging ik op kamers, studeren op mijn 18e. Klein hokje in een slechte buurt, al zag ik pas achteraf hoe slecht. Ik heb er met plezier gewoond.

Tegenwoordig is de tendens om zo snel mogelijk te kopen. Want door te huren ‘bouw je niets op’. Of ‘je gooit het geld elke maand weg’, is een ander argument. Sinds de economische crisis zijn het vooral huizenbezitters die in de problemen komen. Sterker nog, door de banken die graag vele onverantwoorde hypotheken wilden verkopen, is de crisis begonnen. Mensen die zich geen huis konden veroorloven, kochten er toch een. Anderen die een klein huis hadden moeten kopen, kochten een groot huis.

De crisis valt best mee. Ook al wil men u anders doen geloven, de meeste hypotheekbezitters betalen gewoon maandelijks aan de bank, kunnen nog gewoon op vakantie en hoeven nog niet bij de Aldi boodschappen te doen.

De probleemgevallen zijn jongeren die samen een huisje kochten en er iets later achter komen dat ze toch nog niet toe zijn aan samenwonen. Of elkaar ondertussen niet meer lief vinden. Mensen die uit elkaar gaan en een onverkoopbaar huis bezitten. Ik ben blij dat ik al aan de verkeerde kant van de dertig was toen ik mijn eerste hypotheek afsloot. Ik heb vele jaren gehuurd en daar is niets mis mee.

Daarom dus een pleidooi voor huren. Wat is er mis met eerst eens aanzien hoe het gaat? Waarom moet je je meteen in de schulden steken? Je hoeft je huis niet als beleggingsobject te zien. Je hoeft niet een mooier huis dan je ouders te kopen als je pas 24 bent. Er is niets mis met buren die van een uitkering leven. Een lagere school voor je kind waar kinderen uit een arme buurt ook komen, betekent niet dat jouw kind ook slecht Nederlands gaat praten.

De crisis raakt mij nauwelijks. Koopkrachtniveau 2005. Nou nou, toen hadden we het slecht. Misschien zakken we zelfs wel terug naar 1998! Dan moeten we in Guatemala toch maar eens een inzamelactie houden voor al die mensen die geen weekendje meer weg kunnen nadat ze op wintersport en cruise zijn geweest. De crisis raakt degenen met een hoge schuld. Zij die een huis kochten, waar ze eigenlijk hadden moeten huren. Niet meer doen dus. Wees verstandig, koop pas een huis als je zeker weet dat je het je kunt veroorloven. Economie is niet zo moeilijk.


vrijdag, 27 januari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Kinderpardon!

In divers, acties, afghanistan, basisschool, beleid, cda, college, cultuur, d66, en meer.

kinderpardon In de raadsvergadering op 24 januari (jawel, op mijn verjaardag) diende ik namens onze fractie een actuele motie in om de regering op te roepen om een kinderpardon te geven aan kinderen die al langer dan 8 jaar in Nederland verblijven. Dit deed ik mede op verzoek van Tofik Dibi, Tweede Kamerlid van GroenLinks. Hij initieerde samen met een hoop bekende Nederlanders de petitie op www.kinderpardon.nu Meer dan 100.000 mensen hebben daar inmiddels hun handtekening op gezet!

Met het indienen van de motie geeft GroenLinks een stem aan een gevoel wat breed gedragen wordt in de samenleving, ook de Eindhovense. Wij willen dat kinderen, die mede door het landelijke beleid inmiddels al jarenlang in Nederland leven, niet gedwongen worden om ons land te verlaten en teruggestuurd worden naar landen waar ze de cultuur en de taal niet van kennen maar die bovenal ook vaak erg gevaarlijk zijn. Wij gunnen deze kinderen een toekomst in Nederland.

Deze motie kon rekenen op een zeer brede steun in Eindhoven. De motie werd mede ingediend door de volgende partijen: SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en zelfs het CDA, die zich hiermee tegen het regeringsbeleid van hun eigen minister keerde. Verder werd de motie gesteund door twee leden van de VVD fractie. De overige leden, als ook het raadslid van LE, vonden dat het geen lokale zaak was om hier iets van te vinden. GroenLinks is het daar niet mee eens, het gaat immers ook om onze inwoners!  Bovendien is ook onze landelijke overheid een democratisch orgaan wat als het goed is luistert naar signalen uit de samenleving. Een lokale gemeenteraad kan die signalen zichtbaar maken en vertalen naar de de tweede kamer!

Heb je nog niet getekend voor het kinderpardon? Doe dat dan nu op www.kinderpardon.nu

Lees hieronder de motie en mijn betoog over het kinderpardon.

TEKST ACTUELE MOTIE KINDERPARDON

clip_image002

Actuele Motie

De ondergetekende heeft de eer de volgende motie aan te bieden.

De ondergetekende, lid van de raad van de gemeente Eindhoven,

Overwegende dat:

- Er een brede maatschappelijke steun is voor een kinderpardon in de Nederlandse samenleving;

- Bijna 100.000 mensen de petitie voor het kinderpardon ondertekenden.

Van mening zijnde dat:

- Het wezensvreemd is om asielkinderen die geworteld zijn in Nederland terug te sturen naar het land van hun ouders;

- Er nu veel aandacht is, zowel politiek als in de media, voor individuele gevallen;

- Er gestreefd zou moeten worden voor een structurele oplossing voor de hele groep kinderen die het betreft (naar schatting 1.500).

Stelt de raad voor te besluiten:

Om het College te verzoeken om bij de minister voor Immigratie & Asiel aan te dringen op een kinderpardon.

Eindhoven, …..

Het lid van de raad,

Renate Richters, GroenLinks

 

BETOOG BIJ MOTIE KINDERPARDON

Actuele motie kinderpardon

“Nederlandse kinderen gedwongen om met vader naar Afghanistan terug te gaan”. Dit was te lezen op de site van de Volkskrant vandaag. Achmed Matin (16 jaar) en Diba Matin (15 jaar) hebben allebei een Nederlands paspoort. Hun moeder is in 2006 overleden. Hun vader, Abdul Momand heeft vorige week te horen gekregen dat hij Nederland moet verlaten van de immigratie- en naturalisatiedienst, ondanks dat de rechtbank tot 3x toe heeft besloten dat hij mag blijven. Abdul Momand staat voor een onmogelijke keuze. Zijn kinderen zonder ouders achterlaten kan hij niet. “Maar eigenlijk kan ik het mijn kinderen ook niet aandoen om naar Kabul te verhuizen” zegt deze vader. De kinderen spreken geen Afghaans. Vader werkt al 10 jaar als conciërge op een basisschool.

Achmed Matin en Diba Matin. De nieuwe Sahar? De nieuwe Mauro?

Weer staat de media bol van een individuele kwestie waarbij kinderen die al lang in Nederland wonen, hier zijn opgegroeid en hier geworteld zijn, worden gedwongen ons land te verlaten. Naar Irak, Afghanistan, Angola, Eritrea.

Weer ontstaat er een breed publiek debat waarbij de regering zijn poot stijf houdt, want regels zijn regels, ondanks dat veel mensen in Nederland zich massaal hebben uitgesproken dat ze het anders willen. Dit blijkt onder andere uit de brede acties die zijn gevoerd naar aanleiding van de situatie van Mauro, maar ook uit de bijna 100.000 handtekeningen die gezet zijn voor de petitie kinderpardon.nu.

We kunnen blijven discussiëren over individuele gevallen, of we kunnen het voor eens en altijd goed oplossen. GroenLinks kiest voor het laatste. Daarom zijn dienen wij vanavond samen met SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en het CDA een motie in om bij de minister voor immigratie te pleiten voor een kinderpardon. Naar schatting gaat het hier om maximaal 1.500 kinderen onder de 21 jaar. Met deze oproep geven wij steun aan de nog te behandelen initiatiefwet van PvdA en CU over gewortelde kinderen.

Deze gemeenteraad heeft zich terecht het lot van Mauro, inwoner van onze stad, aangetrokken. Dit hebben wij gemeenteraadsbreed middels een brief aan de minister kenbaar gemaakt. Wij hopen dat u, in navolging van deze brief, met ons de minister wilt oproepen om tot een structurele oplossing voor deze kinderen te komen.

Steun daarom deze actuele motie, en zet daarom je handtekening op www.kinderpardon.nu

zondag, 22 januari 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Finland 2

Helsinki januari 2012Na twee weken Finland met een dik pak sneeuw, prachtig, helder en toch zacht weer, nu weer klaar voor werk en politiek. Ter afsluiten wat leuke wist-je-dats over Finland:

Ouders moeten hun pasgeboren kind binnen twee maanden bij de burgerlijke stand aangeven en een naam geven. Tot dat moment heet een jongetje formeel Poika + achternaam van de moeder. Poika = jongen.

Dat de Nederlandse export vooral naar landen binnen Europa gaat is goed te zien aan het assortiment in de supermarkten. Zeker de helft van de producten komt uit Nederland. Zelfs op producten met alleen Finse tekst zie je soms nog een woordje Nederlands dat men vergeten is te vertalen.

Het computerspel Angry Birds is niet van Amerikaanse, maar van Finse makelij: verslavend, grappig, goedkoop. En Nokia is niet Japans, maar Fins. Het bedrijf is genoemd naar het stadje (iets groter dan Culemborg) waar het ooit begon.

Huizen hebben wel driedubbel glas, maar iedereen heeft ook een (gemeenschappelijke) sauna. Mijn indruk is dat er veel energie verspild wordt. Buiten is het koud, maar binnen wordt hard gestookt en is het veel warmer dan in huizen en winkels in Nederland.

Toch blijkt Finland ambitieus te zijn: de huizen die vanaf 2020 gebouwd worden moeten allemaal energieneutraal zijn. Een enorme opgave voor zo’n koud land dat zelfs aandacht kreeg op de Nederlandse radio

Scheiding van plastic heb ik niet gezien, maar wel scheiding van karton (inclusief melkpakken) en gewoon papier. Er is statiegeld op wijnflessen en jampotten.

Zout om gladheid te bestrijden is in het Finse klimaat niet effectief en kan zelfs meer gladheid veroorzaken. Kleine steentjes zijn het alternatief. Het werkt en is volgens mij een stuk milieuvriendelijker.

Om de zichtbaarheid van de politie te vergroten en meer contact met de bevolking te krijgen is de Finse politie begonnen met een radiostation op internet. De politie is ook actief op Facebook, Twitter en YouTube.

Volgens de Failed States Index is Finland sociaal, economisch en politiek het fijnste land ter wereld. Nederland staat op de 12e plaats.

De Finse NOS, Yle, maakt op internet het nieuws toegankelijk voor iedereen: in het Fins, Engels, in binnenlandse talen, in talen van buurlanden. Maar waarom ze dat ook in het Latijn doen???

Het nieuws in Eenvoudig Nederlands. Dat idee zou, wat mij betreft de NOS, van Yle zou mogen overnemen. Aanbod van nieuws in Eenvoudig Fins is een fantastisch instrument voor volwassenen die de taal nog aan het leren zijn, de uitspraak willen oefenen en een kleine woordenschat hebben; inburgeraars, anderstaligen en laaggeletterden dus. Het Finse nieuws is in gemakkelijker taal te lezen en wordt tegelijkertijd in langzamer tempo voorgelezen.

Vandaag was overigens de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. In de tweede, beslissende ronde, zal de kandidaat van de Nationale Coalitiepartij (in de eerste ronde 37% van de stemmen) het opnemen tegen de kandidaat van de Groene Liga (19%)

vrijdag, 20 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Carlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau – Locos por el Tour

In boekbesprekingen 2011, cyclogerb wielerboeken, boeken, boeken 2011, boekrecensie, carlos arriba, gabriel pernau, lezen, sergi lopez-egea, en meer.

Arribas e.a. - Locos por el TourCarlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau – Locos por el Tour

Het ene Spaanstalige boek dat ik elk jaar wil lezen, werd dit jaar een wielerboek. Tijdens de Tour thuis vast begonnen met lezen, tijdens mijn vakantie in Spanje weer een heel stuk verder gekomen, daarna thuis en in de trein naar het werk uitgekregen.

Het wordt steeds vaker een opgave, lezen in een taal die je verre van perfect beheerst. Toch wil ik het volhouden, goed voor mijn woordenschat, daarbij lees je toch eens een keer iets anders. Juist bij dit onderwerp is dat vreemd, aangezien ik mezelf toch wel een beetje een Tourkenner durf te noemen. Maar de Tour vanuit Nederlands perspectief, of zelfs internationaal gezien, is iets anders dan de Tour vanuit Spaans oogpunt. Alleen daarom al was dit boek een plezierige verrassing voor mij.

Erg interessant om over oude Spaanse wielrenners te lezen, waarvan ik voordien nog nooit gehoord had. Sommigen reden een enkele keer de Tour, maar werden bekend door lokale koersen in Spanje te domineren. Vooral om deze reden vond ik het eerste deel van het boek, geschreven door Pernau het meest boeiend. Natuurlijk is het leuk om te lezen over Delgado, Arroyo en Indurain, maar meer dan wat achtergrondinformatie is er voor mij niet nieuw. Terwijl renners als Joseph Habierre, Vicente Blanco en Victorino Otero tot voor kort geen hersencel van mijn geheugen in beslag namen.

De ontwikkeling van het Spaanse wielrennen kwam pas laat op gang. De Vuelta heeft ook veel minder traditie dan de Giro en de Tour, de eerste tourwinnaar (Federico Bahamontes natuurlijk) kwam veel later en zelfs Nederland had eerder twee winnaars van de grootste wielerronde dan Spanje. Maar de achterstand werd in de jaren tachtig en negentig weggewerkt en Spanje werd een toonaangevende wielernatie. Ondertussen denken vele cynici ook te weten waarom, operatie Puerto lijkt voor velen de enige juiste verklaring. Toch kan het succes nooit alleen verklaard worden door doping, zeker gezien de algemene aanname dat de overgrote meerderheid van het peloton dezelfde middelen ter beschikking heeft.

Citaat: “Bahamontes no sabia bajar, tenia miedo. ‘Es que me cai una vez bajando de Montserrat y fui a parar a un cactus, y desde entonces tengo mucho miedo’, se justificaba unas veces.” (p.181)

Vrije vertaling (mijne dus): “Bahamontes kon niet afdalen, had angst. ‘Ik ben een keer gevallen in de afdaling van de Montserrat en kwam tot stilstand tegen een cactus, sindsdien heb ik erg veel angst’, rechtvaardigde hij soms.

Nummer: 11-024
Titel: Locos por el Tour
Auteur: Carlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau
Taal: Spaans
Jaar: 2003
# Pagina’s: 479 (7566)
Categorie: Sport (Wielrennen)
ISBN: 84-7871-733-1


maandag, 9 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Strukton: Energiebesparen met een Energy Service Company (ESCo)

In Amerika Engeland en Duitsland zijn Energy Service Companies (ESCo’s) al een vast verschijnsel, maar in Nederland (nog) niet. Dat de formule ook in Nederland succesvol kan worden toegepast laten de gemeente Rotterdam en mijn werkgever Strukton. Zij hadden vorig jaar de primeur om een energie service bedrijf (ESCo op z’n goed Nederlands ;-) op te richten voor het onderhoud en beheer van negen Rotterdamse zwembaden. Strukton heeft samen met haar partner Hellebrekers een tienjarig onderhoud- en energieprestatiecontract afgesloten. Dit contract past goed bij de ambities die de gemeente Rotterdam heeft geformuleerd in de Samenwerkingsovereenkomst Duurzaam Vastgoed.

Kern ESCo contract

De kern van het contract tussen de gemeente Rotterdam en Strukton is dat de ESCo Strukton het energieverbruik van de zwembaden sterk zal terugdringen en het onderhoud en beheer geheel van de gemeente Rotterdam overneemt. In totaal levert dit een gegarandeerde besparing op van 4,5 miljoen euro. Concreet gaat het om:

  • 43% minder gas
  • 24% minder elektriciteit
  • 9% minder water
  • Betere waterkwaliteit
  • Beter binnenklimaat
  • Betere luchtkwaliteit

Toegepaste technieken

Om de afgesproken besparingen te realiseren, investeert de ESCo onder andere in warmtepompen, aanwezigheidsdetectie en ECO-verlichting. Al deze investeringen leiden tot een reductie van de CO2-uitstoot van 2.000 ton per jaar. Dit staat gelijk aan de uitstoot van 500 woningen. Daarnaast investeert de ESCo in meer comfort voor de zwembadbezoeker. Dankzij de installatie van een UVC-reactor hoeft bijvoorbeeld minder chloor in het zwemwater te worden gebruikt.

Strukton & ESCo’s

Binnen Strukton zijn we van mening dat een ESCo breder inzetbaar is dan enkel voor zwembaden. De ESCo formule is goed toepasbaar voor het ontwerpen en realiseren van revitalisatie van vastgoed. Het vastgoed wordt hierdoor moderner, energiezuiniger, comfortabeler en daarmee aantrekkelijker voor huurders. De waarde van het vastgoed neemt toe en de exploitatieduur kan worden verlengd. Een ESCo combineert revitalisatie met meerjarig onderhoud, beheer en energiemanagement. Indien gewenst wordt ook de financiering georganiseerd.

Hoe werkt het?

Uniek aan een ESCo is dat de opdrachtgever geen (financieel) risico draagt. De ESCo geeft, voor een of meer gebouwen, in een prestatiecontract garanties af op de kosten en kwaliteit van de revitalisatie, de energiebesparing, de kosten voor onderhoud en beheer en de comfortverbetering. De ESCo investeert in (energiebesparende) maatregelen om de overeengekomen prestaties te realiseren. Daarna verdient de ESCo de investeringen terug uit het rendement dat de maatregelen opleveren. Zo wordt de ESCo sterk geprikkeld om meerjarig te voorzien in een duurzame huisvesting met een optimale kwaliteit en tegen minimale kosten.

In onderstaande filmpje wordt op hoofdlijnen uitgelegd hoe de ESCo in z’n werk gaat:

Het Nieuwe Werken

Een revitalisatie kan goed worden gecombineerd met de implementatie van Het Nieuwe Werken. De implementatie van Het Nieuwe Werken beinvloedt de haalbaarheid van een revitalisatie doorgaans positief. Implementatie van Het Nieuwe Werken kan een sterke stimulans zijn voor de huurder(s) van het vastgoed om het gebruik voor langere tijd te continueren.

Meer informatie

Meer informatie over de ESCo formule van Strukton (inclusief contactpersonen) vind je in de factsheet ESCo(pdf). Of vul ondestaand contactformulier in dan nemen mijn collega’s Michel Heijnekamp en Jeroen Mieris contact met je op.

[contact-form-7]

Disclaimer: als consultant maatschappelijk verantwoord ondernemen hou ik mij binnen Strukton onder andere bezig met het promoten van duurzame oplossingen van Strukton.

donderdag, 5 januari 2012

Sven Kramer

In sport, europees kampioenschap, olympische spelen, schaatsen, sven kramer, thialf, nederlands, weer.
Aan de vooravond van het Europees kampioenschap allround schaatsen in Boedapest dit weekeinde, mogen schaatsliefhebbers weer hopen op Nederlands goud. Sven Kramer is terug na een lange blessure en direct weer gebombardeerd tot titelkandidaat.

maandag, 2 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Gas- en elektriciteitsverbruik december 2011

In energieverbruik, persoonlijk, 2011, elektriciteitsverbruik, gasverbruik, graaddagen, huis, schiedam, waterverbruik, en meer.

Een nieuwe maand, een nieuw jaar, dus tijd voor een overzicht van ons gas- en elektriciteitsverbruik in december 2011. En na de algemenere terugblik op 2011 tijd om ons energieverbruik over heel 2011 te bekijken. Ook al heb ik twee maanden geleden de jaarrekening ontvangen, kalenderjaren zijn naar mijn mening toch het makkelijkst te vergelijken. Eerst maar eens een blik op december. Hier vind je een volledig overzicht van onze energiebesparende maatregelen.

Gas- en elektriciteitsverbruik december

December was weinig zonnig, dus veel plezier van de zonneboiler hebben we deze maand niet gehad. Dat geeft niet en was te verwachten. Ons gasverbruik was met 137 kubieke meter aardgas ruim 80 kubieke meter lager dan in 2010. Een besparing die volledig toe te schrijven is aan het warmere weer. Per gewogen graaddag is ons gasverbruik in december 2011 gelijk aan december 2010.

Ons elektriciteitsverbruik lag met 316 kWh hoger dan in 2010. Waarbij ongetwijfeld zal meespelen dat we dit jaar vaker thuis zijn geweest en vorig jaar december nog niet alle apparatuur geïnstalleerd en in gebruik was. Het elektriciteitsverbruik wordt wel het volgende aandachtspunt, want we hebben behoorlijk wat oude apparatuur staan die stroom ‘vreet’.

Gas & elektriciteitsverbruik 2011

Nu 2011 is afgelopen is het ook tijd om de balans op te maken van een jaar energieverbruik. In onderstaande tabel zie je ons gas-, elektriciteits- en waterverbruik per maand. Zoals je kunt zien was ons gasverbruik in december behoorlijk hoger dan november, maar met 0,37 kubieke meter per graaddag was het gasverbruik vergelijkbaar met het gasverbruik in januari en februari. Voor heel 2011 zijn we op een gasverbruik van 676 kubieke meter uitgekomen. Deels door het warmere weer, deels door de investeringen in energiebesparende maatregelen in ons huis. Het gasverbruik was in 2010 namelijk 0,60 kubieke meter per graaddag en is nu 0,27. Dat is dus een halvering van ons gasverbruik en bijna 50% minder dan de 1.313 m3 die Mindergas.nl als gemiddeld gasverbruik voor een tussenwoning noemt. Het is ook beter dan de 1.123 m3 aardgas dat de site Duurzame Buren als gemiddeld gasverbruik van haar leden noemt.

Ons elektricitietsverbruik ligt voor 2011 net onder de 3000 kWh. Ongeveer 15% lager dan het gemiddelde elektriciteitsverbruik van een Nederlands gezin (dat volgens mij rond de 3.500 kWh ligt), het is ook nog net beter dan het gemiddele elektriciteitsverbruik van 3.123 kWh van de leden van Duurzame Buren.

Naar mijn mening is ons elektriciteitsverbruik nog te hoog, dus dat wordt een aandachtspunt voor de komende jaren. Over het waterverbruik kan ik weinig zinnigs zeggen. Gemiddel zitten we op ongeveer rond de 10 kubieke meter per maand. In de eerste 4 maanden van het jaar zaten we op 12 kubieke meter per maand, inmiddels op 9 kubieke meter. Ik ben dus vooral benieuwd of we in 2012 rond de 9 kubieke meter per maand weten te blijven.

Maand Gas Verbruik / graaddag Elektra Water
januari 2011 183 0,38 111 12
februari 2011 152 0,38 263 12
maart 2011 69 0,19 240 12
april 2011 13 0,10 235 13
mei 2011 2 0,02 237 9
juni 2011 4 0,07 213 9
juli 2011 4 0,08 237 8
augustus 2011 3 0,10 274 9
september 2011 7 0,13 221 7
oktober 2011 32 0,18 288 8
november 2011 69 0,22 262 10
december 2011 137 0,37 316 8
Totaal 2011 676 0,27 2.897 117

Daling verbruik op jaarbasis

In de tabel hieronder kun je de daling van ons gas, water en elektriciteitsverbruik per jaar zien. De getoonde verbruiken zijn het verbruik in het jaar tot en met de genoemde maand. December 2011 laat dus het verbruik van januari 2011 tot en met december 2011 zien. Janauri 2011 laat het verbruik van februari 2010 tot en met januri 2011 zien. Zoals je ziet daalt ons gas en elektriciteitsverbruik gestaag door plaatsing van de nieuwe CV ketel en zonneboiler. Ik verwacht dat het gasverbruik per graaddag rond de 0,27 kubieke meter per graaddag blijft. Het elektriciteitsverbruik zal nog iets oplopen verwacht ik tot 3.000 kWh per jaar. Het waterverbruik zal weinig veranderen, tenzij onze kleine dame vaker in bad gaat willen.

Maand Gas Gas / graaddag Elektriciteit Water
januari 2011 1631 0,52 5432 167
februari 2011 1485 0,49 5128 165
maart 2011 1338 0,44 4802 162
april 2011 1228 0,41 4470 161
mei 2011 1114 0,38 4140 155
juni 2011 1086 0,37 3787 149
juli 2011 1085 0,37 3457 143
augustus 2011 1069 0,36 3164 137
september 2011 1017 0,35 2819 130
oktober 2011 919 0,32 2540 123
november 2011 762 0,27 2691 121
december 2011 676 0,27 2897 117

zaterdag, 24 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Horen mensen met een beperking er ook bij?

Precies 5 jaar geleden, december 2006, presenteerde de VN een verdrag voor de rechten van mensen met een beperking: lichamelijk, psychisch, verstandelijk. Dat is belangrijk, want het zorgt ervoor dat ze niet meer afhankelijk zijn van de goedwillende liefdadigheid. Met dit verdrag mogen ze rekenen op een zo veel als mogelijk gelijke behandeling. Als het gaat om onderwijs, wonen, zorg, werk, eindelijk worden de rechten van deze minderheidsgroep erkend.

Inmiddels hebben 151 landen het verdrag ondertekend. Dat is een hoopvolle basis om wereldwijd de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Van die landen hebben er 103 het verdrag ook geratificeerd. Dat wil zeggen dat ze zichzelf verbonden aan de verplichtingen van het verdrag. De meeste andere zijn druk bezig met het voorbereiden van de voorbereidingen daartoe met de bedoeling daarna ook het verdrag te ratificeren.

En Nederland? Nee, Nederland heeft het verdrag niet geratificeerd. We doen zelfs bijna niets aan voorbereidingen. Er zijn aanpassingen nodig in wetten en regels, in zorg en onderwijs, in toegankelijkheid en financiële ondersteuning. Maar Nederland aarzelt. Natuurlijk zijn we wel voor dit verdrag – het is ondertekend – maar om het nu ook echt te gaan uitvoeren… Sterker nog: de financiële ondersteuning van mensen met een beperking wordt minder (denk aan de PGB’s). En al wil de regering kinderen met een beperking meer laten meedoen in het gewone onderwijs, het geld voor goede begeleiding is er niet en komt er niet. Als mensen met hun beperking een goede plaats in de samenleving veroveren – denk aan de topsporters van de Paralympics – dan is dat vaak ondanks onze regels en niet dankzij.

De belangrijkste reden? Het kost geld. Als we ons verplichten om mensen met een beperking echt de kans te geven mee te doen in de samenleving, dan kan men ons daar ook op aanspreken. Het verdrag houdt nog heel wat huiswerk in. Vrees voor de consequenties dus.

Nu is angst meestal een slechte raadgever en dat geldt nog meer als het gaat om principes. Immers: de vraag is niet of een verdrag ons ergens toe verplicht. De echte vraag is wat het goede is dat we moeten doen. Als we vinden dat mensen met een beperking maximaal moeten kunnen meedoen in de samenleving, dan moeten we ons daar voor inzetten, verdrag of niet.

Moreel en profetisch

De echte vraag is daarom: horen mensen met een beperking er echt bij of niet? Dat is niet alleen een economische of politieke vraag, het is een morele en zelfs een profetische vraag. Moreel omdat het gaat om insluiting en uitsluiting, om discriminatie en het recht op een menswaardig leven. Het gaat om de vraag of we mensen met een beperking zien als lastig en duur of als principieel gelijkwaardig.

Uiteindelijk is het ook een profetische vraag. De gelijkwaardige aanwezigheid van mensen met een beperking stelt ons namelijk voor de vraag wat eigenlijk normaal is. Is het normaal dat je kunt zien, horen en op twee benen kunt lopen? Normaler dan wanneer je via braille communiceert of je in een rolstoel verplaatst? Is Nederlands spreken normaler dan gebarentaal?

Wij leven in een cultuur die veel waarde hecht aan gaafheid. We sturen al onze kinderen naar de orthodontist, want scheve tanden moeten worden rechtgezet. Problemen moeten worden verholpen, beperkingen overwonnen. En dankzij de enorm gegroeide medische mogelijkheden kunnen we vandaag de dag veel verhelpen of compenseren.

Wat we daarmee echter kwijtraken, is het besef dat ons bestaan ook gewoon eindig en beperkt is. Dat sommige zaken niet overgaan, dat beperkingen blijven. Maar dat betekent dat beperkingen bij het leven horen. Eigenlijk is de normale situatie dat mensen een beperking hebben. Zeker, die is bij de een nadrukkelijker en storender aanwezig dan bij de ander, maar we zijn allemaal beperkt. En dus moeten we onze samenleving zo inrichten dat iedereen mee kan doen. Geen splitsing tussen ‘wij’ – normale mensen – en ‘zij’ met een beperking.

We hebben een nieuwe verbondenheid nodig van mensen met elk hun eigen beperking, geen liefdadigheid.

Column verschenen in Christelijk Weekblad, 23.12.2012


donderdag, 22 december 2011

Theo Brand

Theo Brand

Laat CNV opgaan in een ontzuilde Nieuwe Vakbeweging

De crisis bij de FNV leidt tot nieuwe kansen. De ‘Nieuwe Vakbeweging’ is de werktitel van de beoogde vernieuwingsslag die oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma verder mag uitwerken. 2012 lijkt mij dan ook het jaar dat FNV, CNV en MHP (voor middelbaar en hoger personeel) hun hokjesgeest te boven moeten komen. Samen kunnen ze verder gaan als krachtige, postverzuilde vakbeweging: een veelkleurige paraplu voor allerhande kleine vakverenigingen voor uiteenlopende beroepsgroepen en bedrijfstakken.

Zelf ben ik meer dan tien jaar lid van het CNV. Ik werd lid in de tijd van good old Doekle Terpstra. En met overtuiging heb ik later enige tijd gewerkt bij CNV Vakcentrale. De toenemende spanning tussen vakbonden en vakcentrale is – zo heb ik ervaren - beslist niet voorbehouden aan de FNV. En ook binnen het CNV en MHP heeft zich de ontwikkeling voorgedaan van het ontstaan van ‘superbonden’, denk aan CNV Vakmensen, de christelijke evenknie van FNV Bondgenoten. Ook hier werd de afstand tussen de bond en - ironisch - de vakmensen groter. 

Het CNV sprak én spreekt mij aan omdat het christelijk sociaal gedachtegoed voor deze vakbeweging leidend is. Toen het CNV in 1909 werd opgericht stelde deze zich op tegen de klassenstrijd en voor het overlegmodel. Maar dat gold natuurlijk ook voor het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV) dat samen met het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) in 1982 opging in de FNV. En van klassenstrijd is nu allang geen sprake meer. Het overlegmodel is zelfs de institutionele norm geworden in Nederland.   

En soms is het wel erg makkelijk om de redelijk zelve te willen zijn, terwijl FNV-onderhandelaars voor alle werknemers van een bedrijf (inclusief de CNV-leden) de hete kastanjes uit het vuur halen door wél met de vuist op tafel te slaan. Ik merk dat ik vooral trots ben op het CNV op die momenten dat ze óók een keer met de vuist op tafel slaan. En als het moet een staking niet uit de weg gaan. Je bent immers een vakbond of je bent het niet. Ik ben kortom een CNV-lid die staat voor gerechtigheid. Niet voor het in stand houden van een bepaald instituut.

CNV-voorzitter Jaap Smit beklemtoont herhaaldelijk dat het CNV vooral moet blijven bestaan en ondertussen houdt hij met een schuin oog in de gaten wat er bij de FNV gebeurt. Hij zou beslist meer karakter kunnen tonen door de vraag op tafel te leggen: waarom zouden we na ruim honderd jaar CNV ons bestaansrecht niet ter discussie durven stellen? Het gaat immers om werkgelegenheid, een gezonde arbeidsmarkt, goede en op maat gesneden belangenbehartiging, gerechtigheid en solidariteit?

Voordat Jaap Smit begon bij het CNV was hij voorzitter van Slachtofferhulp Nederland, een algemene organisatie die in 2002 – ver na het tijdperk van de verzuiling – het licht zag. Opkomen voor de belangen van slachtoffers kun je het beste doen vanuit een algemene organisatie, zo dacht Jaap Smit en zo denken we nu bijna allemaal. Daarbij kunnen individuele bestuurders en medewerkers natuurlijk allemaal hun eigen levensbeschouwelijke achtergrond en motivatie hebben. Mijn vraag aan de CNV-voorzitter: waarom zou dat niet gelden als je opkomt voor mensen die het slachtoffer zijn van bijvoorbeeld een ontslaggolf of een reorganisatie?

Het CNV zou het lef moeten hebben haar eigen bestaansrecht ter discussie te stellen. CNV-leden die zwaar hechten aan een aparte christelijke organisatie kunnen zich aansluiten bij het orthodox-christelijke Christennetwerk GMV, terwijl de grote groep idealistische en tegelijk meer pragmatisch ingestelde CNV-leden kunnen kiezen voor een specifieke vakvereniging die opkomt voor de belangen van hun eigen vakgebied of bedrijfstak. Uiteraard onder de grote en veelkleurige paraplu van de Nieuwe Vakbeweging.

In 1996 is het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW) samen met het VNO opgegaan in VNO-NCW. Binnen de gefuseerde algemene werkgeversclub is nog steeds een speciale afdeling actief die zich bezig houdt met zingeving en christelijk-sociaal denken. Dat geldt trouwens ook voor de FNV, vanwege de NKV-roots. In die zin hoeft het CNV niet bang te zijn en kan ze juist een waardevolle protestantse inbreng hebben binnen een brede, ontzuilde vakbeweging die kleine vakverenigingen kan faciliteren om maatwerk te bieden aan specifieke beroepsgroepen of bedrijfstakken.

Of komt er straks bijvoorbeeld naast de algemene kappersbond met 2500 leden toch ook nog een christelijke met 700 leden? Natuurlijk moet dat kunnen in een vrij en democratisch land. Ik zou de laatste zijn die dat gaat verbieden. Maar persoonlijk zou ik zo’n ontwikkeling – ook als CNV-lid - een gemiste kans vinden.

Jaap Smit, wacht dus niet langer en laat het CNV – samen met FNV en MHP – meebouwen aan een inspirerende een veelkleurige vakbeweging van de 21ste eeuw.

Een bewerkte versie van dit betoog verscheen op 4 januari 2012 in dagblad Trouw.


donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Echte wetenschap berust op liefde: de filosofie van mijn opa

In geen categorie, christendom, filosofie, liefde, wetenschap, politiek, begrip, bezig, bijbel, en meer.

19 maart 2010. Het is frappant hoezeer mijn grootvader
voorin de twintigste eeuw tot dezelfde fundamenten voor zijn levensopvatting
kwam als ik twee generaties later. Dat besefte ik pas ver na zijn dood toen ik
zijn opstellen onder ogen kreeg. Liefde, openbaring en wonderen verbond mijn
opa met een pleidooi voor eigen oordeelsvorming, het verwerpen van geloof
louter op grond van gezag, de wetenschap als toetssteen en de wens inzichten in
het dagelijkse leven te kunnen gebruiken. Voor mij leidde de antroposofie tot in
wezen dezelfde overtuigingen.

 

Mijn opa heb ik meegemaakt tot ik ongeveer zes jaar was. Hij
was een aimabele man, die graag een gulden of zelfs rijksdaalder op een wondje
legde als je daarmee thuiskwam. Hij speelde Bach en kerkgezangen op het
harmonium. Vijf en twintig jaar was hij als gemeentesecretaris een van de
bekende persoonlijkheden in Zwijndrecht, het tuindersdorp waar mijn vader
opgroeide, dat in mijn kinderjaren veranderde in een overloopgebied voor op
Rotterdam georiënteerde forensen. Ik voelde mij zeer aangetrokken tot mijn opa
zonder dat ik wist waarom. In de nalatenschap van mijn vader ontdekte ik later
zijn gedichten, gelegenheidsverzen en afleveringen van zijn column “Brief uit
Holland”, vermoedelijk uit “Nieuws van de week”, dat in Nederlands Indië (nu
Indonesië)  verscheen. Hij schreef
eveneens in het blad voor gereformeerde gemeentesecretarissen.

 

Ik trof ook twee lezingen “Over het Christendom” aan, die
hij vermoedelijk in de jaren dertig in Dordrecht gaf. De ontdekking dat mijn
opa zich in zijn leven bezig heeft gehouden met dezelfde fundamentele vragen als
ik ontroerde mij. Opgegroeid in een ongelovig milieu in Drachten werd hij in
een christelijke studentenvereniging met het christendom geconfronteerd. Na
Nietsche en Freud bestudeerd te hebben, verdiepte hij zich toen in het
christendom. Tot zijn verrassing vond hij hier antwoorden op vele vragen. In de
kern vormde hij zich zo de volgende visie.

 

Alleen door een werkelijk belangeloze toewijding aan een
onderwerp, dat wil zeggen door christelijke liefde, geeft de natuur haar
geheimen prijs. De natuurwetenschap in West-Europa is geboren toen de
menselijke geest genoeg geschoold was in de oefeningen van de Middeleeuwse
theologie. Sinds Descartes nemen wij de waarheid echter niet meer op gezag aan,
maar alleen als zij ons als zodanig blijkt. Descartes kwam op tegen de
denkmethode van de scholastische theologie, die volgens de methode van het
gezag redeneerde. De autoriteiten die deze methode volgde waren Aristoteles en
de Bijbel. Volgens mijn opa kwam Descartes’ protest tegen de gezagsmethode
juist voort uit een christelijke waarheidsdrang. Descartes ging volgens hem te
ver door het geloof aan het eigen oordeel en aan de zintuiglijke waarneming als
onverenigbaar met het geloof op gezag voor te stellen. Want, aldus mijn opa, op
de zuivere waarneming geeft de natuur haar geheimen niet prijs. Men moet zijn
object liefhebben. Ook in de internationale politiek kan vrede alleen tot stand
komen als men bereid is zijn vijanden lief te hebben. Wie liefheeft, ziet de
feiten heel anders. Begaafdheid voor een vak wil zeggen de gave om dat vak te
kunnen liefhebben. Het begrip wordt ons gegeven door  “ingevingen”. Die noemt het christendom
ingevingen van de Heilige Geest. God zendt de Heilige Geest als een bode van
inzicht. Ook via Christus komt die boodschap tot ons. Gezag en oordeel lossen
zich op in een overkoepelende openbaring. De openbaring is in wezen een
bovenwetenschappelijk wonder.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Echte wetenschap berust op liefde: de filosofie van mijn opa

In geen categorie, christendom, filosofie, liefde, wetenschap, bezig, bijbel, boodschap, column, en meer.

19 maart 2010. Het is frappant hoezeer mijn grootvader
voorin de twintigste eeuw tot dezelfde fundamenten voor zijn levensopvatting
kwam als ik twee generaties later. Dat besefte ik pas ver na zijn dood toen ik
zijn opstellen onder ogen kreeg. Liefde, openbaring en wonderen verbond mijn
opa met een pleidooi voor eigen oordeelsvorming, het verwerpen van geloof
louter op grond van gezag, de wetenschap als toetssteen en de wens inzichten in
het dagelijkse leven te kunnen gebruiken. Voor mij leidde de antroposofie tot in
wezen dezelfde overtuigingen.

 

Mijn opa heb ik meegemaakt tot ik ongeveer zes jaar was. Hij
was een aimabele man, die graag een gulden of zelfs rijksdaalder op een wondje
legde als je daarmee thuiskwam. Hij speelde Bach en kerkgezangen op het
harmonium. Vijf en twintig jaar was hij als gemeentesecretaris een van de
bekende persoonlijkheden in Zwijndrecht, het tuindersdorp waar mijn vader
opgroeide, dat in mijn kinderjaren veranderde in een overloopgebied voor op
Rotterdam georiënteerde forensen. Ik voelde mij zeer aangetrokken tot mijn opa
zonder dat ik wist waarom. In de nalatenschap van mijn vader ontdekte ik later
zijn gedichten, gelegenheidsverzen en afleveringen van zijn column “Brief uit
Holland”, vermoedelijk uit “Nieuws van de week”, dat in Nederlands Indië (nu
Indonesië)  verscheen. Hij schreef
eveneens in het blad voor gereformeerde gemeentesecretarissen.

 

Ik trof ook twee lezingen “Over het Christendom” aan, die
hij vermoedelijk in de jaren dertig in Dordrecht gaf. De ontdekking dat mijn
opa zich in zijn leven bezig heeft gehouden met dezelfde fundamentele vragen als
ik ontroerde mij. Opgegroeid in een ongelovig milieu in Drachten werd hij in
een christelijke studentenvereniging met het christendom geconfronteerd. Na
Nietsche en Freud bestudeerd te hebben, verdiepte hij zich toen in het
christendom. Tot zijn verrassing vond hij hier antwoorden op vele vragen. In de
kern vormde hij zich zo de volgende visie.

 

Alleen door een werkelijk belangeloze toewijding aan een
onderwerp, dat wil zeggen door christelijke liefde, geeft de natuur haar
geheimen prijs. De natuurwetenschap in West-Europa is geboren toen de
menselijke geest genoeg geschoold was in de oefeningen van de Middeleeuwse
theologie. Sinds Descartes nemen wij de waarheid echter niet meer op gezag aan,
maar alleen als zij ons als zodanig blijkt. Descartes kwam op tegen de
denkmethode van de scholastische theologie, die volgens de methode van het
gezag redeneerde. De autoriteiten die deze methode volgde waren Aristoteles en
de Bijbel. Volgens mijn opa kwam Descartes’ protest tegen de gezagsmethode
juist voort uit een christelijke waarheidsdrang. Descartes ging volgens hem te
ver door het geloof aan het eigen oordeel en aan de zintuiglijke waarneming als
onverenigbaar met het geloof op gezag voor te stellen. Want, aldus mijn opa, op
de zuivere waarneming geeft de natuur haar geheimen niet prijs. Men moet zijn
object liefhebben. Ook in de internationale politiek kan vrede alleen tot stand
komen als men bereid is zijn vijanden lief te hebben. Wie liefheeft, ziet de
feiten heel anders. Begaafdheid voor een vak wil zeggen de gave om dat vak te
kunnen liefhebben. Het begrip wordt ons gegeven door  “ingevingen”. Die noemt het christendom
ingevingen van de Heilige Geest. God zendt de Heilige Geest als een bode van
inzicht. Ook via Christus komt die boodschap tot ons. Gezag en oordeel lossen
zich op in een overkoepelende openbaring. De openbaring is in wezen een
bovenwetenschappelijk wonder.

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Plantdag Groeiend Verzet

In duurzaamheid, persoonlijk, duurzame economie, ecologische hoofdstructuur, ecoysteem, groeiend verzet, groene groei, natuur, natuurbeleid, en meer.

Hoewel het CPB nog niet overtuigd lijkt te zijn van het feit dat de mens op korte tegen de grenzen van het ecosysteem van de aarde aan begint te lopen (getuige het zinnetje “Belangrijker nog is dat het huidige niet-groene model van groei op de (zeer?) lange termijn niet houdbaar is” in een recente policy brief over groene groei), ben ik van mening dat natuur schaars is en dat de EHS waardevol is voor Nederland. Die mening deel ik met de Taskforce Biodiversiteit en Natuurlijke Hulpbronnen (zie dit artikel in Trouw). Onder de titel ‘Groene Groei, investeren in biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen’ pleit de Taskforce voor een omslag naar een economie die gebaseerd is op de draagkracht van de aarde. Daarvoor moeten we in 2020 biodiversiteitverlies tot staan gebracht zijn en in 2030 onze ecologische voetafdruk zijn gehalveerd.

Vandaar dat ik afgelopen weekend 5 bomen heb aangeschaft als groeiend verzet tegen de kaalslag van het Nederlands natuurbeleid. De laatste keer dat ik dat heb gedaan ging het om 2 bomen voor het Bulderbos van Milieudefensie. De actie Groeiend Verzet is met meer dan 20.000 bomen inmiddels een groot succes en de plantdag is aankomende zaterdag. Zelf kan ik er helaas niet bij zijn (wat dat betreft is er weinig verandert sinds het Bulderbos ;-) De actie loopt nog steeds, je boom koop je hier.

maandag, 12 december 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Wat is dat eigenlijk, het vestigingsklimaat?

Vanavond heb ik in de Eertse Kamer mijn bijdrage in eerste termijn geleverd op het belastingplan 2012, waarin ik he kabinet onder meer kritisch bevraag op de veelvuldig gebruikte dooddoener 'het vestigingsklimaat'. Hieronder de tekst van het betreffende deel van mijn bijdrage. Morgen volgt het antwoord van de staatssecretaris en het vervolg van het debat.

Voordat ik op de afzonderlijke voorstellen van de regering inga wil ik eerst een wat breder thema behandelen, dat in het regeringsbeleid een leidende rol lijkt te spelen: het vestigingsklimaat.
In het antwoord op veel van onze vragen, maar ook op die van andere partijen, stelt de regering dat aanpassingen niet wenselijk zijn omdat dat slecht zou zijn voor 'het vestigingsklimaat'. De regering noemt dit onder andere als antwoord op de vraag wat de consequenties zijn van het hanteren van een maximum voor de 30% regeling, maar ook bij vragen over het beëindigen van belastingvoordelen voor fossiele energie en het grootverbruik van energie.
Het klinkt mooi, het vestigingsklimaat, maar wat bedoelt de regering er precies mee? Hoe is ons huidige vestigingsklimaat in vergelijking met andere Europese landen? Kan de regering daarover kwantitatieve gegevens, harde cijfers dus, verstrekken? Welke rol spelen belastingen en belastingvrijstellingen in 'het vestigingsklimaat'? Wat is precies het effect van de door de regering voorgestelde maatregelen op 'het vestigingsklimaat'? En kan de afwijzing van voorstellen die gedaan zijn met betrekking tot de maximering van de 30% regeling en de afschaffing van de vrijstellingen voor (grootverbruik van) fossiele energie ook kwantitatief onderbouwd worden: wat zijn nu precies de verwachte negatieve effecten voor ons vestigingsklimaat?
Wanneer de regering geen nadere, cijfermatige onderbouwing kan geven van 'het vestigingsklimaat' en de effecten daarop van de verschillende maatregelen, is het te pas en te onpas hanteren van dit begrip niet meer dan een inhoudsloos mantra, een dooddoener.
Dat geldt temeer nu het vestigingsklimaat in Nederland blijkens onderzoek van Deloitte, waarover vorige week werd gepubliceerd, buitengewoon gunstig is; de Pers spreekt zelfs van een belastingparadijs.
Daarbij doet zich dan de vraag voor wat de doelstellingen van de regering zijn met betrekking tot 'het vestigingsklimaat'? Hoe goed moet het zijn? Waar ligt de grens tussen het zijn van een belastingparadijs - hetgeen over het algemeen een negatieve connotatie heeft- en het hebben van een goed vestigingsklimaat voor buitenlandse ondernemingen? Kan de staatssecretaris ingaan op deze vraag, en de doelstellingen daarbij kwantificeren?
En voor welke ondernemingen willen we in Nederland precies een goed vestigingsklimaat hebben? Voor alle ondernemingen, inclusief de zware industrie, of toch met name voor de diensten- en -kennissector? Of willen juist een gunstig vestigingsklimaat scheppen voor ondernemingen die voorop lopen in duurzaamheid, en zich inzetten voor innovatie op dat terrein? En wat betekent een eventuele keuze voor bepaalde sectoren voor de maatregelen die wel of juist niet genomen moeten worden?
En, om nog maar een stap verder te gaan: hoe gewenst is het om het Nederlandse vestigingsklimaat voorop te stellen? Wat betekent dit voor de economische positie en ontwikkelingsmogelijkheden van minder rijke landen? En ligt het niet veel meer voor de hand om het over een Europees vestigingsklimaat te hebben, in plaats van over een Nederlands vestigingsklimaat? Is het niet zo dat het idee is dat de EU één markt is, waarin de concurrentiepositie van bedrijven niet wordt bevoordeeld door overheidsmaatregelen?
Voorzitter, zoals u ziet kan één term een hoop vragen oproepen, vooral als de term niet nader ingevuld wordt, en toch veelvuldig gebruikt wordt als dooddoener. Mijn fractie neemt in ieder geval geen genoegen met een simpele verwijzing naar 'het vestigingsklimaat' in antwoord op vragen. Wat ons betreft zal dat begrip steeds, en ook nu, nader ingevuld en onderbouwd moeten worden.
--

Het onderdeel van mijn bijdrage over de vergroening van de belastingen zal ik in een volgende blog opnemen (anders wordt het zo'n lap tekst)

zaterdag, 10 december 2011

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

'It gets one to know one'

Article 3.Everyone has the right to life, liberty and security of person.

Het recht op leven, vrijheid en persoonlijke veiligheid, dat schrijft het derde artikel van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens voor, althans als je de Engelse versie mag geloven. Daarin wordt gesproken over 'Personal security', net als de Franse 'Securete de sa persone', in het Nederlands is het echter de 'onschendbaarheid van persoon'. Hetgeen is anders is dan persoonlijke veiligheid.

Daar wil ik het echter ter gelegenheid van de verjaardag verklaring het niet over hebben, noch over of de rechten van de mens een horizontale werking hebben, noch of ze niet een westers concept zijn of een jubelzang over het goed het wel niet is dat er rechten van de mens zijn. Allemaal mooie onderwerpen, maar niet voor nu.

Waar ik het wel over wil hebben is het 'brengen' en ontstaan van vrijheid. Mensen die mij kennen weten dat ik een zwak heb voor de Arabische wereld. Weinig dingen zijn dan ook zo actueel als de Lente die in middels een koude winter geworden is. Mubarrak mag dan wel weg zijn, maar zijn legerchefs hebben feitelijk nog de macht in handen. Lybië ging niet zo heel erg lekker, om nog maar even niks over Syrië te zeggen.

Graag had ik dan ook geschreven over hoe goed wij - als vrije en democratische westen - wel niet zijn in het steunen van de Arabische lente. Helaas blijken onze ministers en premiers die normaal de mond vol hebben over mensenrechten, vrijheid en democratie toch iets minder enthousiast. Met de spontane opstand in Tunesië, snel gevolgd door Egypte en andere landen, werden de ministers echter zenuwachtig. Premier Rutte repte zich snel naar de microfoon om te vermelden dat "we er natuurlijk niet aan moeten denken dat het Broederschap [conservatieve partij] aan de macht komt." Verhagen wist in Nieuwsuur te melden dat mensen rechten het meeste baat hadden bij een stabiele regering. Veel kan je zeggen over Khadaffi, Al-Assad en Mubarrak, maar niet dat ze niet stabiel waren.

Nu is het militaire regime wat Mubarrak verving in dictatoriale zin geen democratie, de overwinning van een islamitische partij in Tunesië is dat wel. Helaas is dat niet wat wij willen. Wij hebben liever onze - dierbare - mannetjes er zitten. Toch houden ze, de Westerse leiders, vol dat we voor democratie zijn. Dat zijn we ook, als er in Iran of Syrië gedemonstreerd wordt volgt al snel de oproep aan de leider te vertrekken. Op het moment dat er druk op het regime in Egypte, Bahrein, Yemen, Oman of Saudi-Arabië komt, is het echter van het grootste belang dat de stabiliteit (lees het dictatoriale regime) in stand blijft. De wil van de meerderheid is dan van groot gevaar daar voor.

Kortom, we meten met twee maten, een vriendelijke maat van artikel 3 - het grondvest voor alle politieke en mensenrechten - voor vrijheidsonderdrukkende regimes die we steunen en een hardere artikel 3 voor de regimes van de 'we don't like you list'. Laten we overal, in het kader van de dierbare vrijheid voor een ieder, onze zelfgekozen leiders eens op te roepen met het huichelachtige gedrag. Wees eindelijk nou eens consequent, ook al is de uitkomst van de verkiezing niet zoals we die zouden willen zien. Eigen economisch en machtsbelang zou bij de vrijheid van anderen een keer niet de eerste viool moeten spelen.

Ook ik weet dat het idee dat eigen belang naar de tweede plaats wordt geschoven niet te realiseren is. Maar misschien moeten we 10 december dan toch eens aangrijpen om een keer naar onze eigen rol te kijken in de onderdrukking van miljoenen over de wereld en over wie we nu eigenlijk moeten steunen. Idealistisch: ja, maar vandaag mag het.

Kijk tip: Onze dierbare dictator van VPRO’s Tegenlicht.

woensdag, 7 december 2011

John Jorna

John Jorna

Installatie van een pastoor in deze tijd

In dossier aartsbisdom, hart, kerk, mensen, olie, regels, stuk, utrecht, vrijheid, en meer.

Onderstaand stuk verscheen in het septembernummer van het parochieblad van de Paus Johannes XXIII parochie,  Open Venster, Editie Odijk. Toen ik het weken later nalas, merkte ik, dat ik onbewust de stijl van honderd jaar geleden had gebruikt om de installatieplechtigheid in 2011 te beschrijven. Ik merkte ook, dat mensen dat herkenden. Tegelijk was het kenmerkend voor de plechtigheid. We vonden het nodig aan het verslag een commentaar toe te voegen. Hierboven komt een brief waaruit blijkt, dat de bezorgdheid terecht is.

Moeder ziet haar zoon als pastoor geïnstalleerd

Zijn negentigjarige moeder was er bij toen Frenk Schyns tot pastoor van onze Paus Johannes XXIII Parochie werd geïnstalleerd door Hulpbisschop Mgr. Drs. Herman Woorts. Daar waren ook honderden parochianen, de burgemeesters van Houten en Bunnik naast enkele mensen uit Benschop, de vorige standplaats van de nieuwe pastoor. Er was een koor, dat alle engelenkoren naar de kroon stak en er was een perfect geregisseerde plechtigheid met misdienaars en acolieten en alle leden van het nieuwe pastoresteam inclusief de twee nieuwe pastoraal werksters, Elisabeth van Dijl en Meike Hettinga.

Terwijl alle aanwezigen uit volle borst het Veni Creator in het Nederlands zongen trad de stoet van geestelijken de kerk binnen. De plechtigheid begon met het voorlezen van de benoemingsbrief door de vicevoorzitter van het parochiebestuur, mevrouw E. Kok-Hendriks. Mgr. Woorts nodigde Frenk Schyns uit de ambtseed af te leggen met de hand op het Evangelieboek. De eed omschrijft gedetailleerd alle taken van een pastoor. Toen was het de beurt aan de twee pastoraal werksters hun ambtseed af te leggen.

De drie lezingen sloten aan bij het karakter van de viering: het belang van gehoorzaamheid aan de regels, hoe goed het is, dat God ons liefheeft en wij Hem en onze naasten liefhebben en dat je van Christus kunt leren, dat nederigheid en zachtmoedigheid belangrijke deugden zijn voor een pastor. De overweging van Mgr. Woorst ging uit van de verering van het H. Hart van Jezus, symbool van de liefde van Jezus voor de mensen. We vierden immers die dag het H. Hartfeest.

Het was een viering vol symbolen. De pastoor ontving uit handen van leden van de pastoraatsgroepen hostieschaal, kelk en altaarmissaal, de sleutel van het tabernakel, zijn zetel op het priesterkoor,  de ambo, de doopschaal met schelp, de biechtstool, de witte stola en de heilige olie. De geloofsbelijdenis kreeg in deze viering een bijzondere nadruk.

Na afloop konden de aanwezigen in en om de H. Familieschool kennis maken met de nieuwe pastores en vooral ook elkaar ontmoeten. Daarbij lieten zij zich de koffie met cake goed smaken.

Maar wat vond je er nu zelf van?
De plechtigheid ademde de nieuwe sfeer in het Aartsbisdom. Dat merkte je al in het begin bij het afleggen van de ambtseed. De nieuwe pastoor wordt gevraagd onder ede te beloven, dat hij overeenkomstig de kerkelijke voorschriften – prima – en in onderwerping aan de paus van Rome en aan de aartsbisschop van Utrecht – dat is nogal wat – de plichten van zijn herderlijk ambt getrouw en stipt te vervullen; dat hij naar best vermogen zal zorg dragen voor het zielenheil van zijn gelovigen – moet je de zorg voor de gelovigen niet breder zien? – en dan zou het voor mij voldoende zijn. Maar dan moet hij ook nog nadrukkelijk zweren, dat hij de liturgische voorschriften nauwkeurig zal nakomen, de kerkgebouwen goed zal onderhouden en het overige bezit goed zal beheren. Nu zijn er in den lande pastoors geweest, die zich veel vrijheid permitteerden in de liturgie en ook een enkeling, die uit de kerkelijke pot graaide, maar voor mij is hier toch sprake van een dwangmatige neiging mensen in een kerkelijk gareel te dwingen. Ik heb ook grote moeite met de term onderwerping alsof het eigen geweten van een pastoor geen rol meer zou mogen spelen. Juist dat automatisch gehoorzamen aan een hoger gezag maakte landen met veel katholieken extra geneigd fascistische ideologieën te accepteren.

Verderop in de viering hernieuwde de pastoor zijn wijdingsbeloften. Die beloften zijn veel gematigder van toon en sluiten ook beter aan bij de verwachtingen van de gewone mensen, de parochianen. Die verwachten een pastoor, die hen nabij is, geen politieagent, die voortdurend controleert of er geen regels overtreden worden. Ze verwachten een priester, die hen inspireert net als Jezus van Nazareth het goede te doen en alles over te hebben voor de mensen. Er wordt in die wijdingsbeloften niet gesproken over onderwerping aan de bisschop, maar over eerbied en gehoorzaamheid. In gehoorzamen zit het woord horen, luisteren naar jouw bisschop om vervolgens je eigen gewetensbeslissing te nemen.

Voor ons parochianen is het goed te weten, dat een pastor gemakkelijk klem kan komen te zitten tussen een aartsbisschop met een wat dwingende bestuursstijl en de verwachtingen van ons, die vooral een menselijke benadering van een pastor op prijs stellen. Laten we onze nieuwe pastoor Frenk Schyns open en eerlijk en met veel begrip tegemoet treden.

maandag, 28 november 2011

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

Geen kernafval in Brabantse bodem

In politiek, provincie, afval, de europese unie, europese, europese unie, groenlinks, kernafval, mogelijkheid, en meer.

Op 19 juli 2011 in een Europese richtlijn is vastgesteld dat alle lidstaten van de Europese Unie in 2015 een plan klaar moeten hebben voor de verwerking en opslag van hun radioactieve afval (inclusief definitieve eindbestemming van het afval). De provincie Noord-Brabant verzet zich hevig tegen eventueel toekomstige opslag van Belgische kernafval in de grensstreek met Noord-Brabant. GroenLinks vond het daarom tijd voor de volgende stap.

Namelijk: zorgen dat er geen Nederlands kernafval in Brabant wordt opgeslagen. De Rijksoverheid voert immers een onderzoek uit naar de mogelijkheid kernafval, afkomstig van kernenergiecentrales, in de diepe ondergrond op te slaan als geologische eindberging. Uit dit onderzoek komt naar voren dat Brabant één van de gebieden is in Nederland waar kernafval onder de grond kan worden opgeborgen.

Aangezien er nog veel onduidelijkheid bestaat over de risico’s – op korte en lange termijn – wat betreft de eindberging van kernafval, afkomstig van kernenergiecentrales, in de diepe ondergrond, steunde de meerderheid van Provinciale Staten een motie van GroenLinks die uitspreekt dat het onwenselijke is dat kernafval op of onder het Brabantse grondgebied wordt opgeborgen.

zaterdag, 26 november 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Revolutie met recht

In duurzaamheid, duurzame energie, energietransitie, klimaatbeleid, klimaatverandering, mensenrechten, olie, peak oil, recht, en meer.

In Revolutie met Recht neemt Roger Cox een behoorlijke uitgebreide aanloop om te betogen dat de rechterlijke macht ons laatst overgebleven redmiddel is om te zorgen dat maatregelen tegen klimaatverandering genomen gaan worden. De vraag die mij bekruipt na het lezen van het boek is waarom je zoveel tijd (5 jaar) steekt in het schrijven van een boek, als je in die tijd ook de gewenste rechterlijke uitspraak had kunnen krijgen? Buiten dat zitten er nog wat zaken in het boek waar ik me niet in kan vinden, maar eerst kort de inhoud.

Deel 1: Energie en oliekrimp

In het eerste deel van het boek gaat Cox uitgebreid in op de manieren waarop onze maatschappij van olie afhankelijk is en de wijze waarop oliemaatschappijen de afgelopen anderhalve eeuw gesteund zijn door de overheid. En passant komt ook de macht van de financiële sector voorbij, de voedselcrisis (eigenlijk vooral ook een oliecrisis in de ogen van Cox) en de ontaarding van grote multinationals.

Op basis van de theorieën van peak oil betoogt Roger Cox dat het einde van goedkope energie voorbij is en dat dat ingrijpende gevolgen gaat hebben voor de Westerse samenlevingen. Voor een groot deel van onze welvaart zijn we tenslotte afhankelijk van goedkope olie. Of het nu gaat om goedkoop transport van voedsel dat van over de hele wereld hier naar toe wordt gesleept of om de verwarming van ons huis. Cox voorspelt dan ook dat energiearmoede een groeiend probleem gaat worden, een standpunt dat onder andere Hans Verbeek ook regelmatig uitdraagt op zijn weblog. Energie armoede is een probleem dat in Nederland nog maar weinig aandacht krijgt in de media, al zijn er wel woningbouwcorporaties en gemeenten die inzien dat veel van het armoedebeleid en welzijnswerk zinloos is als de stijgende energierekening niet wordt ingedamd.

Cox rekent ook voor dat investeringen in duurzame energie slechts beperkt soelaas zullen bieden. Deze investeringen vergen tenslotte geld, wat de teruggang in eerste instantie enkel verergert. Alle Europese landen zijn al fors aan het bezuinigingen geslagen om de gevolgen van de bankencrisis uit 2008 te bestrijden. Extra uitgaven voor duurzame energie zullen een nog grotere bezuiniging op andere gebieden vergen.

Deel 2: Klimaatverandering als stresstest

In klimaatverandering als stresstest gaat Cox in op de stijgende kosten van energie. Vooral beredeneert vanuit peak oil betoogt hij dat het tijd wordt om werk te gaan maken van emissieloze energieopwekking, kortere distributielijnen en andere brandstoffen dan olie voor transport.

Cox beschrijft ook hoe de zekerheden die het IPCC koppelt aan door de mens veroorzaakte klimaatverandering zich verhouden tot jurisprudentie in eerdere zaken over milieu- en gezondheidsproblemen. Hij gaat met name in op asbest, waarvan het effect op de menselijke gezondheid nog niet onomstotelijk vast stond op het moment dat de rechter van mening was dat bedrijven aansprakelijk waren voor ontstane gezondheidsschade.

Terecht betoogt Cox in dit deel van het boek ook dat veel markten zich in het verleden enkel hebben kunnen ontwikkelen door sturing van de overheid. Het huidige paradigma binnen de overheid met haar focus op privatiseren, dereguleren en liberaliseren lijkt daar blind voor. Zoals ook de bestaande ondersteuningsmaatregelen voor fossiele energiewinning niet meer als subsidie herkend worden.

Deel 3: Het falen van de democratie

In het derde deel beschrijft Cox hoe de invloed van lobbyisten, media en geld ervoor zorgt dat het democratisch proces niet tot het door hem gewenste eindresultaat komt. In dit deel toont zich naar mijn mening het duidelijkst de beperking van simplificerende theorieën. Want aan de ene kant ben ik een consument die niet in staat zou zijn om te kiezen voor duurzaam. Want geld kan niet van de een op de andere dag weg van je huidige bank naar een duurzame bank en Nederland kan niet in een keer massaal overstappen op duurzame energie. De reden daarvoor ligt volgens Cox in een beperkt aanbod aan duurzame banken en duurzame energie.

Deel 4: Revolutie met recht

In het laatste deel betoogt Roger Cox dat er kansen zijn om nationale overheden via het Europees Hof van Justitie te dwingen tot een stringenter klimaatbeleid. Een van de bouwstenen van zijn betoog is de uitspraak uit de VS waarin het oordeel luidde dat CO2 een vervuilende stof is, waar de EPA (het Amerikaans milieuagentschap) maatregelen tegen moet nemen.

Mijn commentaar op Revoluite met recht

Op een aantal fronten wordt ik een beetje moe van betogen als die van Roger Cox. In de eerste plaats wordt ik moedeloos van mensen die menen dat het hele complex aan uitdagingen dat er voor ons ligt terug te voeren valt op een of twee problemen. Of dat nu gaat om energie en klimaat (zoals Roger Cox doet) of om de islam (zoals de PVV doet). Naar mijn mening los je complexe problemen niet op door simplistische reducties. Zoals ik al eerder heb betoogd gaat de milieuproblematiek om veel meer dan enkel klimaatverandering en gaat de sociale problematiek waar we voor staan om veel meer dan enkel toenemende energieschaarste of stijgende energieprijzen. Uiteraard zijn er slimme beleidsmaatregelen mogelijk die ervoor zorgen dat je meerdere problemen tegelijk aanpakt. We leven tenslotte in een second best world en die vraagt om second best solutions.

Voor wat betreft de stelling van Roger Cox dat consumenten niet massaal over kunnen stappen op duurzame banken en/of duurzame energie denk ik dat dat er al heel wat banken zijn die sinds 2007 hebben ontdekt dat een bankrun nog nooit zo makkelijk is geweest als nu. Een paar klikken met je muis en je geld staat bij een andere bank. Voor andere banken is dat gemak een groot probleem. Konden ze vroeger nog zien dat er een bankrun plaatsvond (rijen bij de concurrent) nu gebeurt het grotendeels onzichtbaar. Zodra een bankrun of bankencrisis in de lucht hangt droogt de interbancaire markt dus pijlsnel op en kunnen banken enkel nog bij de Europese Centrale Bank terecht.

Wat duurzame energie betreft heb ik nog niet gehoord dat er energiebedrijven zijn die wachtlijsten hanteren voor nieuwe klanten. Mocht dat wel zo zijn dan hebben Nederlanders met een eigen huis nog de mogelijkheid om zelf duurzame energie op te gaan wekken. Voor zover ik weet hanteren installateurs nog geen quota of wachtlijsten als je zonnepanelen of urban windmolens besteld. Mocht je bang zijn dat zonnepanelen duurder zijn dan je huidige elektriciteitsrekening, dan zijn er inmiddels zelfs installateurs die daar een oplossing voor aanbieden.

Klimaatbeleid via de rechtbank

Het is naar mijn mening de vraag of het betoog van Roger Cox in de praktijk stand houdt voor een rechter. De Europese Unie en de Europese lidstaten nemen maatregelen om CO2 emissies te reduceren en de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Een rechtszaak binnen de EU zal dus anders dan in de VS gaan over de vraag of het gevoerde beleid effectief is. Het antwoord daarop zal denk ik minder zwart wit zijn dan we vanuit Nederlands perspectief denken.

Wanneer we kijken naar het streven naar een emissieloze energievoorziening dan zijn er landen die een uitermate effectief beleid hebben. Landen als Denemarken, Duitsland, Spanje en Zweden halen hun elektriciteit voor een groot deel uit hernieuwbare en emissieloze bronnen. Nederland bungelt samen met Groot Brittannië en Malta al jaren in de staart van de lijst, alle inspanningen rond energietransitie MEP, SDE en SDE+ ten spijt. Ik vraag me af waarom je de Europese rechter nodig hebt om daar een eind aan te maken.

Cox lijkt ook te geloven dat de Europese rechter als een held en verlosser zal worden binnengehaald. Dat een uitspraak te faveure van een stringenter klimaatbeleid zal leiden tot een hernieuwd geloof in de Europese instituties, lokale democratie en een kleinere afstand tussen politiek en burger. Ik waag dat te betwijfelen. Zoals Cox zelf ook betoogd leiden forsere inspanningen voor het omschakelen naar hernieuwbare en emissieloze energievormen tot forse investeringen nu, waardoor bezuinigingen op andere terreinen en vervroegde afschrijvingen op bestaande installaties nodig worden. Zowel de bezuinigingen als de vervroegde afschrijvingen zullen de nodige pijn geven bij burgers, maar ook bij banken en pensioenfondsen die de waarde van hun investeringen zien teruglopen. Juist op een moment dat hun reserves toch al fors onder druk staan.

Het is naar mijn mening ook zeer de vraag of de kloof tussen burger en overheid kleiner wordt als de democratie onder curatele van de rechtbank wordt geplaatst, zoals Roger Cox terloops voorstelt. Naar zijn mening is klimaatverandering urgent genoeg om dat te doen. Daarmee voegt Cox klimaatverandering in het rijtje bankencrisis en eurocrisis, waarvoor hetzelfde wordt beweert door banken en beleggers. In mijn ogen geen aanbeveling. Bovendien is de PVV een van de partijen die het hardnekkigst tegen het voeren van milieubeleid is. Dat is nu ook net de partij die tijdens het proces tegen Wilders zeer effectief is gebleken in het in twijfel trekken van de onpartijdigheid van de rechterlijke macht. Een uitspraak pro klimaatbeleid gaat PVV stemmers echt niet overtuigen van het nut van Europa of de onpartijdigheid van de rechterlijke macht.

dinsdag, 22 november 2011

Milena Stojanovic

Milena Stojanovic

Hyves Twitter

Nederlandse slavernij anno 2011

In armoede, bezig, cultuur, gemeente, gewoon, jongeren, mensen, nederlanders, onderwijs, en meer.


Jossef wordt uitgezet, ondanks alle inspanningen van gemeente, artsen en school heeft het COA besloten door te gaan en Jossef en zijn moeder te verhuizen naar Katwijk om vanaf daar uitgezet te worden.

Even voor uw beeldvorming: de NOS berichtgeving over de situatie aldaar..

Door het label asielzoeker/vluchteling wordt vergeten dat het hier om mensen gaat. Als je naar ze kijkt als mensen en ziet dat Jossef gewoon Nederlands praat, het goed doet op school en in niets onder doet voor een mens dat hier geboren is, vraag ik me af waar we in hemelsnaam mee bezig zijn.

Er worden nu Nederlandse jongeren (ja, Nederlandse daar ze een andere, hun zogenaamde eigen cultuur, niet kennen) uitgezet naar landen waar kindsoldaten, honger, armoede, geweld, verkrachting, gebrek aan onderwijs en toekomst een waarschijnlijk vooruitzicht zijn.
Is dat wat we werkelijk willen? Meewerken aan het zwaarste strafsysteem dat er bestaat? Er wordt zo vaak schande gesproken over het Nederlandse verleden in de slavernij. De Pieten moeten paars en de Gouden Koets moet opnieuw gedecoreerd om de herinnering aan dit slechte verleden weg te poetsen. En dat alles terwijl we op deze wijze nog steeds mensen onderwerpen aan de onmenselijke grillen van ons 'verheven' Nederlanders...

maandag, 21 november 2011

Joep Bos-Coenraad

Joep Bos-Coenraad

Twitter

Kinderliedje: Kleine zalmpjes…

In cultuur, film, kinderen, leuk, tom.

Voor mijn zoontje heb ik het liedje “Tiny Salmon” dat Tom Green zingt in de film “Road Trip” naar het Nederlands vertaald en van bescheiden aanpassingen voorzien. Erg leuk en makkelijk om te spelen/zingen, en kinderen vinden het geweldig vanwege alle interessante geluiden.

- - - - C
C F G F C
Kleine zalmpjes zwemmen tegen de stroom
Kleine zalmpjes dromen een on- mog’lijke droom
De zwarte kraai krast. – Ah – Ah Ah
De chimpan- see schreeuwt EEEEEEE EEEEEEEEE
De grote uil die roept… Oehhh Oeh oehhh
C F G G G
Maar de zalm kan alleen maar zeggen… BLBLBLBLBLBLBLBLB
G G G G F
BLBLBLBLBLBL BLBLBLBLBLBL BLBLBLBLBLBLBLBLBLBLBL
F F F F C
– en is droef

vrijdag, 18 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Protestantisme en politiek

In religie en politiek, belangrijk, christenunie, crisis, d66, de wereld, dragen, eerste, emancipatie, en meer.

Toespraak bij het jubileumcongres van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme op 18.11.2011

Bestaat er nog zoiets als protestantse politiek of is dat in de afgelopen decennia verdwenen? Of veranderd? En wat zou de bijdrage van protestantse politiek aan de samenleving kunnen zijn? Zulke vragen suggereren dat we kunnen definiëren wat protestants is. Wie even rondkijkt, weet dat het ingewikkelder is dan dat.

Zeker, de SGP is protestants en de ChristenUnie grotendeels, maar ook binnen bijvoorbeeld PvdA en GroenLinks zijn protestantse tradities en groepen herkenbaar. In elk geval valt protestantisme in de politiek niet samen met links of rechts, progressief of conservatief, confessioneel of seculier. Zoals protestants ook buiten de politiek al die gezichten heeft. Van de Hervormde voorkeur voor het openbaar onderwijs en pragmatische oplossingen tot de Gereformeerde principiële neiging om in eigen organisaties te radicaliseren tot de Doperse afkeer van politiek, het is allemaal herkenbaar in de geschiedenis. En zelfs deze labels zijn al weer te generaliserend.

In de omwenteling van de roerige zestiger jaren waren die verschillende protestantse neigingen ook steeds in alle helderheid zichtbaar. De conservatieve stemmen in kerken, politieke partijen en media verzetten zich tegen de aantasting van de orde en de goede zeden en de progressieve stemmen zagen in het verzet tegen de status quo, het groeiende individualisme en de bijbehorende emancipatie tekenen van het heil waarin ze al eeuwen geloofden. Soms sloot men zich aan bij nieuwe seculiere politieke partijen als D66, PPR en DS 70, soms begon men een eigen christelijke partij zoals bij de EVP en de RPF. Of het toeval is dat de eerste drie eind jaren zestig ontstonden en de laatste twee tien jaar later, durf ik niet te zeggen, maar het is wel interessant om ook in dat opzicht de golven van de tijd te onderzoeken.

Laat ik proberen af te stappen van een overgeneralisering van wat protestants zou kunnen of moeten betekenen. De dialectiek van vernieuwing en restauratie, van cultuurkritiek en cultuuraansluiting, van opstand en status quo, het hoort allemaal bij het protestantisme en waarschijnlijk bij elke stroming. Laat ik dus liever zeggen wat voor soort protestantisme ik zelf van belang vind voor onze samenleving en voor de politiek van vandaag. Ik noem drie kenmerken: individualistisch, principieel en sober.

Het eerste kenmerk van protestantisme is een sterke nadruk op het individu. Tegenover de macht van het kerkelijk instituut verdedigden de reformatoren dat er niets en niemand tussen God en deze ene mens staat. Geen kerk, geen leer, niets. Uiteindelijk gaat het om de individuele verantwoordelijkheid en vrijheid. Dit protestantse uitgangspunt past goed bij een vrijzinnig-liberale politiek, maar ook bij de individualistische samenleving. Op grond van die individuele vrijheid ontstaan ook gemeenschappen waarin we verbonden willen zijn met anderen en verantwoordelijkheid voor elkaar en de wereld willen dragen. Maar het begint met het individu.

Het tweede kenmerk van protestantisme is een sterke nadruk op principes. Het kritisch nadenken over kerkelijk gezag heeft een bepaalde onverzettelijkheid in zich. Compromissen, pragmatiek, het is aan protestanten niet zo besteed. Ze neigen eerder tot Prinzipienreiterei en betweterigheid. De mooie kant daarvan is dat het voortdurend gaat om de vraag naar de fundamentele waarden die in het geding zijn. Politiek is dan ook niet alleen of in de eerste plaats een belangenstrijd, maar een strijd om idealen en principes. Het machtsspel moet misschien gespeeld worden, maar eigenlijk kan een protestant het niet zo goed op een akkoordje gooien als zijn principes op het spel staan.

Het derde kenmerk van protestantisme is soberheid. Geen weelderige ornamenten en rituelen, geen fratsen. Plichtsbesef en soberheid, een calvinistisch arbeidsethos, spaarzaamheid, enzovoorts. Voor een politicus zijn dat schone deugden, maar ook voor de politiek als geheel kan het geen kwaad, zeker niet in een crisis als de onze. Bij dat protestantse verantwoordelijkheidsgevoel hoort ook dat je je rijkdom niet voor jezelf houdt maar inzet voor wie minder bedeeld is, en ook dat is in onze tijd een belangrijk uitgangspunt voor de internationale verhoudingen.

Die drie kenmerken maken de protestant – ook in de politiek – altijd een beetje rebels, maar nooit rellerig. Altijd kritisch op de bestaande situatie en de macht, maar ook met het besef dat een samenleving wel ordening nodig heeft. Anarchistisch en antirevolutionair. De protestant neemt geen genoegen met de status quo maar heeft een diepgewortelde neiging om deze wereld beter te maken. Want – en dat is misschien wel de diepste drijfveer – de wereld zoals we die kennen is niet goed genoeg.

Dat is protestantisme in de politiek. Misschien. Want natuurlijk zijn er veel protestanten die heel andere accenten leggen en er zijn heel veel niet-protestanten die het hier mee eens zouden zijn. Het is waarschijnlijk vooral mijn politiek protestantisme: vrijzinnig, kritisch en verantwoordelijk.


donderdag, 17 november 2011

Reinout van Schouwen

Reinout van Schouwen

Linkedin Twitter

De Tuin van Noord

In green, nederlands, political, noord, rotterdam, tuinvannoord, andere partijen, delen, duurzaam, en meer.

Gisteravond was ik bij een presentatie van HD Projectrealisatie over ‘De tuin van Noord’ oftewel het park en de woningen die zij in samenwerking met andere partijen willen realiseren op de plek waar nu de PI (gevangenis) aan de Noordsingel staat.

Zoals de naam al aangeeft moet het een groen gebied worden. Het Oude Noorden van Rotterdam kan zoiets heel goed gebruiken. Verrassend is dat er vergevorderde plannen zijn om de cellenblokken om te bouwen tot antroposofische ouderenhuisvesting. Andere delen van het complex worden bestemd tot koopwoningen en kluswoningen in zowel duurdere als goedkopere segmenten. Er komt een restaurant, het gerechtsgebouw krijgt een grotendeels maatschappelijke functie en er wordt een halfverdiepte parkeergarage aangelegd.
Dit klinkt allemaal erg goed maar ik blijf toch nog zitten met de vraag hoe duurzaam de te realiseren woningen zullen zijn. De presentator van de avond had hier geen duidelijk antwoord op. Omdat het een rijksmonument is mag er aan de buitenkant van de bestaande gebouwen niet veel gebeuren, maar ik hoop toch dat voor de overige renovatietaken en de nieuwbouw maximaal zal worden ingezet op isolatie en energie-efficiëntie. Misschien kunnen we als GroenLinks in de deelgemeente Noord hier nog wat bijsturen. Diverse schetsen en sfeerimpressies zijn te vinden op http://tuinvannoord.nl/.
Impressie van bovenaf gezien

Socrates Schouten

Socrates Schouten

Linkedin DWARS

“Lid Tweede Kamer at at de Tweede Kamer”

In nederlands, dwars, greenpeace, groenlinks, internet, linkedin, media, partijen, politici, en meer.

Leden en politici van GroenLinks zijn, van alle Nederlandse partijen, het actiefste op internet en vertegenwoordigd in sociale media. Ben je een beetje actief in de partij of in DWARS, dan heb je al gauw tientallen tot wel meer dan honderd connecties. Het is grappig dat, ondanks de ruime ervaring die we er intussen mee hebben, de GroenLinkse Tweede-Kamerleden het niet voor elkaar hebben gekregen enige uniformiteit in de LinkedIn-titulatuur aan te brengen. Kijk even mee:

Jolande Sap is ‘at GroenLinks Tweede Kamerfractie’. Is what?

Mariko Peters is ‘MP at Tweede Kamer’.

Liesbeth van Tongeren is ‘Tweedekamerlid voor GroenLInks’. Daarvoor zat ze bij GreenPEace.

Jesse Klaver is ‘Kamerlid at GroenLinks’. Welke Kamer?

Arjan El Fassed is ‘Member of Parliament’. Any parliament will do.

Bruno Braakhuis is ‘Member of Dutch parliament for GroenLinks’. Kijk, da’s duidelijk.

Voortman, Linda is ‘Lid Tweede Kamer at at de Tweede Kamer’. At at at at at at!

En Ineke van Gent… ‘Psycholoog | Praktijk Prana‘. Looking good, by the way.

Tofik Dibi kon geen andere variant meer bedenken en is niet op LinkedIn gegaan. Of heeft hij er een Fatwa over uitgesproken?


donderdag, 10 november 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

In goede doelen, ontwikkelingssamenwerking, rijken, samenleving, schuldig, sociaal, solidariteit, stemgedrag, studie, en meer.

Post image for Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

Goedemiddag,

Toen ik opgroeide, een puber was, mocht ik op een saaie zondagmiddag graag met mijn moeder een eindje gaan rijden. Stapvoets reden we dan door de nieuwe villawijken aan de rand van Enschede  en verlustigden ons aan de gouden leeuwen die oprijlanen markeerden, de Griekse zuilen waarmee Twentse boerderettes waren versierd en wij roddelden er op los. Enschede was, zo aan het einde van de jaren zeventig klein genoeg om te weten wie er woonde, hoe ze hun geld hadden verdiend, en of hun huwelijken gelukkig waren.
Wij, moeder en dochter, uit de gegoede middenklasse hadden het heel goed maar bezaten niet het kapitaal dat daar op die ruime kavels vaak nogal afzichtelijk was uitgestald.
Het was een vriendelijke vorm van aapjes kijken, van verveeld vermaak, waarover wij ons weinig schuldig voelden omdat het vertoon van rijkdom ook voor ons was bedoeld, zondagrijders uit de middenklasse.

Precies diezelfde lust tot ‘rijken kijken’ zie je terug in het nieuwe programma van Jort Kelder ‘Hoe heurt het eigenlijk’. En ik kan me nog steeds goed vermaken met de rose-tankende, glad gestreken en opgepompte nouveau-riche-dames aan de Loosdrechtse Plassen, die uitleggen dat ze niet alleen een motorjacht bezitten (‘zeilen is zo veel werk’) maar ook een tweede huis bij Saint Tropez omdat ‘ze zo vreselijk van cultuur houden’.
In ‘hoe heurt het eigenlijk’ wordt het pronkgedrag van de nieuwe rijken slim afgezet tegen de tradities van het oude geld. Over het algemeen zijn dat Olie B. Bommel-achtige heren die in gedateerd Nederlands uitleggen dat zij hun landhuis, stammende uit 1700 of daaromtrent, in stand weten te houden door een natuurcamping en wat biologische boerderijen op de landerijen toe te laten.

Wat ‘Hoe heurt het eigenlijk’ anders maakt dan eerdere programma’s van bijvoorbeeld Gert Jan Droge is het nogal stichtende karakter. Als kijker word je ook op allerlei manieren duidelijk gemaakt hoe je wel en niet zou moeten leven, wat beschaafd is en wat nastrevenswaardig is. En dat is de nouveau-riche overduidelijk niet. Het oude geld wel want dat heeft tradities, sociaal besef, eet met mes en vork en lepelt geen vaten rose naar binnen maar drinkt een glas goede rode wijn op zijn tijd.

Het stichtende karakter van het programma heeft inmiddels ook geleid tot heel serieuze beschouwingen in kranten. Een van de meest hilarische is wel een beschouwing in de Volkskrant donderdag 4 november waarin werd betoogd dat wij Jort Kelder, als onze nationale polderdandy, dankbaar mogen zijn omdat hij een grote bijdrage zou leveren aan de ‘heropvoeding van Nederland’.
Ofwel, de landerijen zullen wij met zijn allen nooit bezitten, de familienamen ook niet, maar beschaafd gedrag leeft de oude adel ons voor.

Ik vind dat uit zo’n geleerde analyse in de krant vooral een nogal wonderlijke nostalgie naar de 19e eeuw spreekt. De redenering die wordt gehanteerd is eenvoudig. Weliswaar is de rijkdom waar de ontwikkelde smaak op rust, niet binnen ons bereik maar dat neemt niet weg dat we wel degelijk de goede omgangsvormen kunnen kopiëren.
Laat ik het eens bout zeggen. Zoals in de 19e eeuw, zijn armoede en een gebrek aan kansen geen excuus voor slechte manieren.

Wat mij betreft maakt ‘hoe heurt het eigenlijk’ met haar stichtende boodschap en de analyse in de Volkskrant die er op voortbouwt, deel uit van een maatschappelijke en politieke ideologie waarmee ik moeite heb. Het is de ideologie van ‘de eigen verantwoordelijkheid’ die al jaren een grote populariteit geniet.
Het is ook de ideologie waarbij de omstandigheden waarin je leeft, de armoede waar je aan bent blootgesteld, het gebrek aan kansen om hoger op te komen, nooit een argument kunnen zijn voor het gedrag dat je vertoont.
Natuurlijk klopt dit wel op het niveau van het individu. Simpel, als je arm bent en je gaat jatten, dan kan je armoede misschien een verzachtende omstandigheid zijn maar je bent ook gewoon verantwoordelijk voor je criminele gedrag en verdient daar straf voor. Bovendien, voor opgroeiende jongeren in onze samenleving die zich schuldig maken aan crimineel gedrag, geldt ook dat ze weliswaar zelden voortkomen uit de hoogste economische klassen, maar ze wel degelijk kansen hebben. Ze hoeven niet te straatroven omdat er anders geen brood op de plank is. Ze kunnen naar school, er is werk (hoewel de jeugdwerkloosheid relatief hoog is) en ze kunnen een legaal bestaan opbouwen. Dat ze kiezen voor criminaliteit en het terroriseren van anderen, daarop mogen zij – 1 voor 1 – worden aangesproken, evenals de ouders die hen opvoeden.

Maar met het veroordelen van individueel wangedrag en het tot voorbeeld maken van de oude adel ben je er niet als je de staat van een samenleving wil begrijpen. Als je bijvoorbeeld de criminaliteit wil verminderen, de sociale problemen van werkloosheid, van lethargie of een armoedecultuur van mishandeling en uitbuiting wil begrijpen. Laat staan dat de voorbeeldige omgangsvormen van het oude geld en de elites, ook maar het begin van een oplossing vormen voor de vermindering van die problemen.

Ik wijd uit over ‘Hoe heurt het eigenlijk’ omdat ik de populariteit van de boodschap, blijkbaar ook onder sommige intellectuelen, zeker op dit moment, nogal wrang vindt. We leven in een economische periode waarin de tegenstellingen tussen arm en rijk, kansarm en kansrijk, mondiaal, in de Verenigde Staten, in Europa en in Nederland snel toenemen. We leven ook in een periode waarin het geloof in vooruitgang, het geloof dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij, zwaar onder druk staat.
Het was precies dat geloof dat het zondagse uitje van mijn moeder en mij tot vrolijk, oppervlakkig vertier maakte dat vrij was van elke vorm van rancune.
Er kon toen namelijk geen twijfel over zijn dat ik als dochter uit de middenklasse – als ik me een beetje gedroeg – meer kansen zou krijgen dan mijn moeder, dat ik een goede opleiding zou kunnen gaan volgen, dat ik werk zou vinden, een huis, dat ik verre reizen zou kunnen maken en verder alles zou kunnen doen wat ik wilde.

Dat tij is gekeerd.
In de eerste plaats voor de mensen met de laagste inkomens maar ook voor de middenklassen.

Europese middenklassen

In het prachtige boekje ‘Ill fares the land’, beschrijft de Britse historicus – en helaas vorig jaar overleden – Tony Judt, de geleidelijke teloorgang van de westerse verzorgingsstaten, en het verdwijnen en verminderen van kansen op sociale stijging van kinderen uit de lagere sociale klassen en de middenklassen.
Hij beschrijft hoe vooral in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk na bijna een eeuw van economische groei en welvaartsspreiding (ruwweg vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1980), deze tot stilstand zijn gekomen. Er is zelfs sprake van een omgekeerde beweging.

Al in de tien jaar voorafgaand aan de kredietcrisis in 2007 daalde het gemiddelde inkomen van gewone Amerikanen en werd hun geloof in vooruitgang op de proef gesteld. Voor veel burgers gold dat hun huizen hun enige stabiele kapitaal waren. Uit een studie van de Amerikaanse journalist Don Peck blijkt dat aan het begin van 2011 die huizen bij 1 op de 4 middenklasse-gezinnen een nauwelijks nog te dragen schuldenlast is, terwijl 1 op de 7 gezinnen wordt bedreigd door uitzetting en faillissement.
55% van de gewone Amerikanen heeft sinds de crisis te maken gekregen met werkloosheid, vermindering van uren of een forse salarisdaling. Volgens Peck veranderen in de nasleep van de economische crisis de levens van mensen ingrijpend: de verbondenheid tussen generaties staat onder druk, werkloze mannen verliezen hun positie tegenover hun vrouwen en kinderen, jongeren missen toekomstperspectief en zijn somber en voelen zich in de steek gelaten. Ook Tony Judt deelt deze sombere analyse. Hij spreekt van pathologische sociale problemen die horen bij harde klassentegenstellingen: stijgende kindersterfte, verminderende levensverwachting, criminaliteit, een geharde en onverbeterlijke gevangenispopulatie, werkloosheid, obesitas, teenage-zwangerschappen etc. etc.

Judt is de eerste om – terecht – een onderscheid aan te brengen tussen de Verenigde Staten en Groot Brittannië enerzijds en de meer gelijkmatige noord-Europese samenlevingen zoals Nederland anderzijds. Hier zijn de inkomenstegenstellingen nog altijd veel kleiner en is de toegang tot bijvoorbeeld goed onderwijs en relatief goede gezondheidszorg veel beter gewaarborgd. Dat neemt niet weg dat ook in Nederland, net als in andere Europese landen sprake is van een neergaande lijn. De inkomenstegenstellingen groeien en door de bezuinigingen vermindert de toegang tot de publieke voorzieningen voor de lagere en middeninkomens. Denk bijvoorbeeld aan de bezuinigingen op de kinderopvang, de gezondheidszorg, de PGB’s, het onderwijs, de universiteiten en de cultuur.

Tony Judt heeft bovendien een andere boodschap. Hij beschrijft groeiende ongelijkheid niet alleen als onrechtvaardig in zichzelf, maar ook als gevaarlijk voor de sociale en democratische stabiliteit van de samenleving: de geleidelijke toename van sociale en culturele spanningen, de vlucht in extremisme en de snel afbrokkelende bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen, om solidair te zijn – rechtstreeks en via het gezamenlijke betalen van belastingen.
Al deze ontwikkelingen zien we ook in Nederland. De intolerantie jegens elkaar neemt toe, net als de rancune, burgers vluchten naar de politieke flanken en verliezen hun bereidheid – hun stemgedrag is daar een uiting van – om (bijvoorbeeld via belastingen) te investeren in de publieke sfeer, in cultuur, in versterking van het onderwijs, of bijvoorbeeld in ontwikkelingssamenwerking die het lot van de allerarmsten iets verbetert.
Kortom, de groeiende ongelijkheid leidt tot toenemende maatschappelijke tegenstellingen en afnemende solidariteit. Dit ondermijnt geleidelijk het vermogen van een samenleving en haar politici om door inkomensmaatregelen en investeringen in de publieke sector, alsnog het tij te keren.

Afrika

Goed tot hier mijn enigszins sombere analyse van de staat van onze ‘westerse’ samenleving. Nu wil ik met u een hele grote stap maken naar Afrika, als brandpunt van de derde wereld.
In 2009 publiceerde de van oorsprong Zambiaanse econome Dambisa Moyo het boek ‘Dead Aid: Why Aid is Not Working and How There is a Better Way For Africa’. Zij bekritiseert hard en grondig ontwikkelingssamenwerking als een manier om de armoede in Afrika in stand te houden en gewone gezonde economische groei af te remmen. Tegenover de, weinig zoden aan de dijk zettende donaties van Westerse landen, plaatst zij de investeringen die een weinig democratisch land als China in Afrika doet, als duurzamer en toekomstgerichter.
Het hoeft weinig verbazing te wekken dat het boek – zacht gezegd – op een onstuimige ontvangst kon rekenen, temeer daar het al snel een internationale bestseller werd die ook graag door politici geciteerd werd, zoals de president van China. Conservatieven en neoliberalen die Afrika al lang als een bodemloze put beschouwden, zagen in het boek – ook nog geschreven door een Afrikaanse – een mooie aanleiding om alle ontwikkelingshulp stop te zetten. De ontwikkelingsindustrie beschouwde het als een dolksteek in de rug en schreeuwde moord en brand – Bono van U2 voorop – dat Moyo een neo-conservatieve agent was en niet vertrouwd kon worden. De heftige polarisatie rond het boek is begrijpelijk maar ook jammer omdat Moyo’s analyse wel degelijk hout snijdt voor Afrika, net als voor Europa en de Verenigde Staten.

Haar stelling is dat de grote afhankelijkheid van hulpprogramma’s die de afgelopen halve eeuw in Afrika is ontstaan, heeft verhinderd dat er sprake was van gewone economische groei, van stijgende inkomens voor Afrikanen en van de opbouw van democratische rechtstaten. De hulp richtte zich vooral op het verlichten van de ergste armoede en nood, maar creëerde onbedoeld ook afhankelijkheid daarvan.
Bijvoorbeeld in een land als Kenia, waarmee het relatief goed gaat, gaat 70% van het nationaal budget op aan salarissen van politici en overheidsfunctionarissen. Een groot deel van de gewone overheidsinvesteringen in de samenleving komen uit ontwikkelingsbudgetten.

Tegelijkertijd beschrijft Moyo – en dat is een belangrijk punt – ontbraken werkelijke economische investeringen uit Europa en de Verenigde Staten in Afrikaanse landen, terwijl het westen tegelijkertijd zijn grenzen zo goed als gesloten hield en houdt voor grootschalige import uit Afrika. Niet alleen was er sprake van groeiende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp, er was in veel Afrikaanse landen ook nauwelijks een alternatief voor in de vorm van economische activiteiten die inkomen opleveren.
Door hulpafhankelijkheid en de afwezigheid van economische bloei kennen veel Afrikanen, volgens Moyo, weinig mogelijkheden voor sociale stijging, de armoede is groot en wordt bepaald niet kleiner, de inkomensafstanden zijn immens. Tegenover een enorme populatie van armen staat een kleine groep van exorbitante rijken, die vaak corrupt is en in het bezit van de politieke macht. Veel andere smaken dan heel arm en heel rijk zijn er nauwelijks: middenklassen bestaan maar summier en vooral in de landen waarmee het naar verhouding redelijk of goed gaat.

Ik ben het maar ten dele met Moyo eens. Ik denk dat zij de ontwikkelingshulp veel te veel verantwoordelijkheid geeft voor de miserabele staat van veel Afrikaanse landen; andere – geografische, etnische, historische en politieke – redenen spelen een minstens even grote rol. Bovendien denk ik dat zij een veel beter onderscheid dient te maken tussen noodhulp, zoals nu in de Hoorn van Afrika en langer lopende ontwikkelingsprogramma’s.
Ik wil deze lezing ook niet gebruiken om de aard van ontwikkelingssamenwerking verder te bekritiseren. Niet alleen wordt die discussie al hevig gevoerd, je ziet ook bij veel hulporganisaties een grote verandering in de hulp die zij bieden. Veel meer dan in het verleden richt die zich op de opbouw van bedrijfjes en het versterken van de economische structuur van landen, en de werkgelegenheidskansen van mensen.

Ik haal Moyo aan vanwege een andere centrale boodschap van het boek: wat heeft Afrika nodig?
Moyo stelt dat Afrika werkelijke economische investeringen nodig heeft die leiden tot de opbouw van een sterke en politiek bewuste middenklasse.
Het is deze middenklasse die in staat zal zijn om belastingen te betalen, en die – als zij een perspectief hebben op sociale stijging en een betere toekomst voor hun kinderen – dat ook willen doen.
Moyo’s stelling is dat de corruptie en het vergaande politieke misbruik dat zoveel Afrikaanse landen kennen, ook wordt mogelijk gemaakt omdat burgers geen belang hebben bij de verandering ervan. Ze zijn arm, voor hun inkomsten afhankelijk van buitenlandse hulp en missen elk perspectief op werkelijke verbetering voor zichzelf, hun kinderen en de samenleving. De sociale problemen waarmee zij worstelen zijn zo groot, de cultuur van armoede zo diep geworteld, dat er nauwelijks ruimte is voor solidariteit met elkaar.
Moyo stelt dat – en dat beschouw ik als haar belangrijkste claim – dat alleen de opbouw van middenklassen, zal leiden tot de politieke en democratische verandering die zo veel Afrikaanse landen heel erg hard nodig hebben. Als Afrikaanse burgers een beter inkomen krijgen, belasting gaan betalen, dan zullen zij ook hardere eisen gaan stellen aan de politici die hun geld besteden. Het is dan namelijk hun geld – en geen ontwikkelingsgeld – dat verdwijnt in corrupte zakken. Het is hun geld dat bestemd is voor het onderwijs van hun kinderen, voor gezondheidszorg en voor het bijstaan van armen.

Hier raakt de analyse van Moyo, zij het over een heel ander en oneindig veel kwetsbaarder continent, aan de redenering van Judt. Ook Judt betoogt dat duurzame welvaart en maatschappelijke stabiliteit voor een belangrijk deel op de middenklassen rusten en op een geringe afstand tussen de hoge en lage inkomens: bij een gelijkmatige spreiding van welvaart, gebonden aan een werkelijk perspectief op sociale stijging, zijn de sociale problemen beheersbaar en zijn mensen bereid en in staat tot werkelijke solidariteit.
Hoe ver Afrika hier misschien nog van verwijderd is, en hoe onbegaanbaar misschien ook de route lijkt, Moyo pleit voor een volwassen en eerlijke omgang met Afrikaanse landen. Zij pleit voor werkelijke economische investeringen, zoals – inderdaad – China dat nu doet, en die in de eerste plaats gewone ‘hardwerkende’ Afrikanen ondersteunen. Terzijde, we hoeven geen rooskleurig beeld te hebben van de motieven van Chinezen om te investeren, maar dat maakt het ook niet per se slecht. Bijvoorbeeld in Liberia, waar ik dit voorjaar was, zijn Chinezen in grote getale aanwezig vanwege de rijkdom aan grondstoffen van het land. Maar je ziet ook overal Chinese winkels en kleine restaurants. Aan de rand van de hoofdstad Monrovia wordt een grote universiteit gebouwd met Chinees geld. Dat maakt – hoe dan ook – een daadkrachtiger indruk dan de Unicef-posters die je verderop in de jungle ziet: ‘also boys like to do the dishes’.

Net als Judt pleit Moyo vooral voor de opbouw van meer egalitaire samenlevingen waarin de rijkdom eerlijker wordt gedistribueerd, de inkomensafstanden kleiner zijn en waar via de belastingen en via politieke inmenging mensen betrokken zijn bij het welzijn van elkaar en van hun land.

Ik denk dat velen van u, die hier vandaag aanwezig zijn, een wat grotere dan gemiddelde belangstelling hebben voor ontwikkelingssamenwerking en worstelen met de vraag hoe wij de derde wereld kunnen helpen. Zoals Peerke Donders, de naamgever van deze lezing, dat meer dan een eeuw geleden deed in Suriname.

Hoe kunnen wij Afrika helpen?

Met het beantwoorden van deze vraag wil ik deze lezing afronden.
In de eerste plaats door ons zelf te helpen. Hoe moeilijk ook de economische periode die wij doormaken, hoe hoog de nood aan bezuinigingen ook is, juist nu moeten wij er naar streven om de inkomensafstanden in onze samenleving niet verder te laten vergroten, en onze publieke sfeer niet te laten verloederen. Alleen als onze samenleving in de toekomst een rechtvaardige is, die gelijke kansen op onderwijs, werk en welzijn kent voor mensen uit alle inkomensklassen, zal er de bereidheid zijn en blijven om over onze schutting heen te kijken en een open oog te hebben voor de noden in Afrika.

In de tweede plaats, door tegelijkertijd onze omgang met Afrika te veranderen. Anders dan Moyo denk ik dat hulp – en zeker noodhulp – voorlopig noodzakelijk zal blijven. Maar wij moeten ons meer en meer concentreren op het investeren in duurzame economische groei in Afrika. Via microkredieten, via venture capitalists die kleine bedrijfjes (taxi-, telecombedrijfjes) helpen starten, via publieke organisaties die mensen trainen in politieke en democratische weerbaarheid, zoals nu door een aantal NL’se organisaties in de landen van de Arabische lente wordt gedaan. We zullen ook eerlijke handel moeten gaan toestaan. De benadeling van Afrika die het gevolg is van protectionisme en tarfiefmuren, is absurd – zeker in het licht van de grote armoede die daar is en de hulp die er vanuit Europa naar toe wordt gezonden.

Als ik terugdenk aan de zondagse ritjes met mijn moeder, moet ik altijd een beetje grinniken, Vanwege het schaamteloze naar binnen loeren natuurlijk, maar ook vanwege de volledige afwezigheid van jaloezie en rancune bij andermans uitgestalde rijkdom. In ons leven zat namelijk ruimte en perspectief genoeg om niet afgunstig te zijn.

Ik hoop dat mijn dochter ooit, met haar dochter (wie weet?) zo’n zondags ritje maakt, vrolijk en enkel licht gegeneerd, wetende dat ook zij alle ruimte hebben om zich te ontwikkelen en ontplooien.
Sterker, ik hoop dat over enige tijd een vrouw in Monrovia met haar dochter een ritje naar de buitenwijken maakt. En zich dan vermaakt. Sans rancune, omdat zij het zelf ook goed hebben.

Deze lezing werd uitgesproken op 6 november in Tilburg, ter gelegenheid van de Peerke Donderslezing op 4 november 2011

dinsdag, 8 november 2011

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Wijziging tarieven paspoort en Nederlandse identiteitskaart

In identiteitsbewijs, leges, nederlandse identiteitskaart, tarieven, familie, zorg en welzijn, jongeren, kinderen, ministerie van, ouders, en meer.

Het jeugdtarief, voor jongeren tot en met 13 jaar, voor een Nederlandse identiteitskaart wordt per 1 januari 2012 verhoogd van € 9,22 naar € 30,00. 

Omdat de kinderbijschrijvingen in het paspoort van de ouders met ingang van 26 juni 2012 niet meer geldig zijn, wordt verwacht dat veel ouders vóór 1 januari 2012 een identiteitskaart voor hun kinderen zullen aanvragen.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) houdt dan ook rekening met een toeloop van extra aanvragen voor de id

lees verder

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Levertijd Nederlandse identiteitskaart (jonger dan 13 jaar en 6 maanden)

In identiteitsbewijs, leges, nederlandse identiteitskaart, tarieven, familie, zorg en welzijn, december, kinderen, aanvragen, 2012, en meer.

Heeft u 22 december (of eerder) een Nederlandse identiteitskaart(NIK) aangevraagd kunt u de NIK komen ophalen. U kunt hier voor een afspraak maken.

De leverdatum is onbekend met betrekking tot aanvragen vanaf 23 december 2011. Van 19 tot en met 23 december 2011 zijn er landelijk heel veel aanvragen gedaan voor een Nederlandse identiteitskaart (NIK), te weten 117.260. Naar verwachting zal in deze week aangevraagde NIK’s van kinderen jonger dan 13 jaar en zes maanden in de week van 15 januari 2012 worden geleverd.

 In de week van 27 tot en met 30 decem

lees verder

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Levertijd Nederlandse identiteitskaart (jonger dan 13 jaar en 6 maanden) en wijziging tarieven

In identiteitsbewijs, leges, nederlandse identiteitskaart, tarieven, familie, zorg en welzijn, aanvragen, december, kinderen, 2011, en meer.

Heeft u 20 december (of eerder) een Nederlandse identiteitskaart (NIK) aangevraagd kunt u de NIK komen ophalen. U kunt hier voor een afspraak maken.

De leverdatum is onbekend met betrekking tot aanvragen vanaf 21 december 2011. Van 19 tot en met 23 december 2011 zijn er landelijk heel veel aanvragen gedaan voor een Nederlandse identiteitskaart (NIK), te weten 117.260. Naar verwachting zal in deze week aangevraagde NIK’s van kinderen jonger dan 13 jaar en zes maanden in de week van 15 januari 2012 worden geleverd.

Het jeugdtarief, voor jong

lees verder

zondag, 6 november 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Green Deal: Meer met minder

In economie, nederland, bouw, duurzaam bouwen, green deal, hypotheek, hypotheekrenteaftrek, koophuis, woningmarkt, en meer.

Bezorg huiseigenaren wat meer schuld met minder energieverbruik, dat is de strekking van de oproep die de banken (verenigd in het ‘Beraad Groenfondsen’ van de Nederlandse Vereniging van Banken) en bouw-, installatie- en energiebedrijven samen aan de ministers Verhagen en Donner deden. De bedrijven willen dit vormgeven in een Green Building Deal. Tegelijkertijd begint ook De Nederlandse Bank wakker te worden en zich zorgen te maken over de verhouding tussen de gemiddelde waarde van het huis en de hoogte van de hypotheekschuld. Uiteraard heeft de uitspraak van Knot de gebruikelijke kommer en kwel reacties opgeroepen in de media.

Green Building Deal

Vorige week hebben de banken, bouw-, installatie, en energiebedrijven een plan gelanceerd om bestaande woningen te verduurzamen. Kern daarvan is dat installateurs en bouwers de maatregelen uitvoeren en dat banken dat financieren via de fiscale groenregeling. De maatregelen betalen zich terug door een lagere energierekening en door gebruik te maken van de fiscale groenregeling betaalt de huiseigenaar een lagere rente.

Het voordeel voor de huiseigenaar is dat zijn woonlasten gelijk blijven, terwijl  de energierekening daalt. Bovendien zijn energiezuinigere woningen meer in trek en behouden ze in een dalende markt beter hun waarde dan energieslurpers. Het nadeel van het plan voor huiseigenaren is dat ze met nog hogere schulden worden opgezadeld.

Het voordeel van het plan voor banken is dat de huizen (onderpand voor een enorme berg hypotheekschuld) hun waarde behouden en dat ze een goede (en relatief veilige) bestemming hebben voor het aangetrokken spaargeld. Voor installateurs en bouwbedrijven levert het werk op. Waarom de energiebedrijven meedoen weet ik niet, mogelijjk dat ze bang zijn voor verplichtingen uit het Haagse?

De sluipende hypotheekcrisis

Zowel Trouw (Huizenbezitters, pak uw tent en Occupy het Binnenhof, pagina 17 papieren editie 5-11-201) als Sargasso beschrijven goed wat het huidige probleem van de huizenmarkt is. Door de hypotheekrenteaftrek lossen Nederlands weinig van hun lening af. Dat maakt de Nederlandse banken bij een dalende huizenmarkt of bij gebrekkig vertrouwen tussen banken onderling kwestbaar. Nederlandse banken verstrekken hoge hypotheekleninge, waar weinig spaargeld tegenover staat. Het gat wordt door banken afgedekt door een beroep te doen op andere financiers. Door het gebrek aan vertrouwen tussen banken wordt dat moeilijker. Tegelijkertijd wordt het onderpand door de dalende huizenprijzen minder waard. Dat zorgt voor problemen op de balans van banken, die sinds de vorige crisis van 2008 nog steeds niet allemaal uitblinken van degelijkheid.

Het voorstel van Arjen Siegmann om de hypotheekrenteaftrek af te schaffen in combinatie met compensatie en verplichte aflossing van de hypotheekschuld zou dit probleem aanpakken.Huiseigenaren krijgen een lagere schuld en banken zien de verhouding tussen hypotheeklening en onderpand verbeteren. In het voorstel van Siegman is de hoogte van de compensatie afhankelijk van het moment van aankoop (hoe langer geleden, hoe lager de compensatie). De financiering hiervan kan de overheid doen via de kapitaalmarkt.

Het CPB heeft eerder al voorgesteld om de huidige hypotheekrenteafrek te vervangen door een aflossingsaftrek. Zelf heb ik in 2008 voorgesteld om de hypotheekrenteaftrek te koppelen aan vergroening van je huis. Dat was behoud van werkgelegenheid voor de bouw- en installatiebranche en tegelijkertijd kon de overheid haar doelstellingen voor energiebesparing in de gebouwde omgeving dichterbij brengen.

Creatief combineren

Inmiddels zijn de marktomstandigheden fors gewijzigd en zijn mensen voorzichtiger met investeren in hun huis. Of preciezer gezegd: ik wil mijn huis graag verder vergroenen, maar ik ben niet bereid me dieper in de schulden te steken. Zelfs niet als ik via een Green Building Deal goedkoop kan lenen. Daarom zie ik meer in een combinatie van de Green Building Deal en het voorstel van Arjen Siegman.

Schaf de hypotheekrenteaftrek af of geef mensen de keuze om de hypotheekrenteaftrek in één keer op te nemen. In beide gevallen mag het geld maar voor 2 zaken gebruikt worden: aflossen van de hypotheekschuld of verduurzaming van de woning. Het deel van de eenmalige uitkering dat mensen willen gebruiken voor verduurzaming van de woning wordt op een bouwdepot gestald. Waarna de huiseigenaar 12 maanden krijgt om een plan van aanpak te maken om te komen tot verduurzaming van de woning. Een meetbaar deel daarvan is het Energieprestatie Certificaat (EPC). Dat is niet perfect, maar beter dan niks. Een andere mogelijkheid is afgaan op het gas- en elektriciteitsverbruik. Die zijn tenslotte ook bekend door de via het energiebedrijf afgedragen energiebelasting.

De groenbanken komen in zicht als blijkt dat zij een lagere rente bieden dan de hypotheekrente. Een huiseigenaar zal er op dat moment namelijk voor kiezen om zijn hypotheekschuld verder af te lossen en een nieuwe lening af te sluiten bij een groenbank. De verlaging van de energierekening zal in beide gevallen gebruikt  Welke wijze van financiering ook gekozen wordt.

Het voordeel van de huiseigenaar: een lagere hypotheekschuld, die vooral voor mensen die recent gekocht hebben onder de waarde van de woning zal komen te liggen. Daarnaast krijgen huiseigenaren de (financiële) mogelijkheid om hun energierekening verder omlaag te brengen, met de bijbehorende comfortvoordelen.

Het voordeel voor de bank: de verhouding tussen hypotheeklening en onderpand wordt beter. Waardoor het makkelijker wordt om financiering van elders aang te trekken. Bovendien wordt de balans van banken versterkt door de aflossingen, waardoor ze minder kapitaal hoeven aan te trekken om aan de kapitaalseisen van toezichthouders te voldoen.

Het voordeel voor de overheid: een eind aan de hypotheekrenteaftrek met kansen op forse energiebesparing in de gebouwde omgeving. En mogelijk zelfs een stukje duurzame energieopwekking. In beide gevallen komt het doel van 14% duurzame energie in 2020 weer een stukje dichterbij (en dat door afschaffing van subsdie…).

zaterdag, 5 november 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Nederlands asielbeleid: Over tot de orde van de dag?

In politiek, debat, mauro, migratie, samenleving, nederlandse, nieuw, hype.
Nu het besluit over Mauro genomen is, staat de Nederlandse samenleving voor een interessante keuze. Gaan we ons nieuw hervonden gevoel van medemenselijkheid inzetten in een breed debat over migratie en asielbeleid? Of laten we de minder mediagenieke gevallen onzichtbaar aan ons voorbijgaan, totdat we een nieuw knuffelbaar geval hebben ontdekt om een hype van [...]

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2214 uur (92,3 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2,2 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3