woensdag, 22 februari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Kardinale denkfout van Eijk: shoppers welkom, moslims niet

In kerk, religie, spiritualiteit, bidden, compassie, islam, jezus, oecumene, tolerantie, en meer.

Het is ‘uitgesloten’ dat een rooms-katholiek kerkgebouw dat aan de eredienst wordt onttrokken de functie van moskee krijgt. Dat stelt aartsbisschop Wim Eijk in het Belgische tijdschrift Tertio. Tot mijn stomme verbazing neemt de Tertio-journalist deze opmerking van de – afgelopen zaterdag tot kardinaal gewijde – aartsbisschop slechts voor kennisgeving aan. En dat terwijl in Arnhem de rooms-katholieke Josephkerk waarschijnlijk een supermarkt wordt en nu tijdelijk een skatehal is. Eijk heeft meer op met skaters en shoppers dan met biddende moslims. Daarmee maakt hij een kardinale denkfout.

Aartsbisschop Eijk staat bekend om zijn zakelijke aanpak en economische benadering. Op zich kan dat geen kwaad. De prognose is dat tot 2018 vierhonderd rooms-katholieke kerkgebouwen zullen sluiten. Dat is volgens hem noodzakelijk omdat parochies anders failliet gaan. Tien procent van de parochies is volgens Eijk vermogend, tachtig procent heeft de zaken net op orde en slechts tien procent verkeert in de ‘gevarenzone’.

Dat Eijk de kerkgebouwen liever afbreekt – als het tenminste geen monumenten zijn – om de grond aan projectontwikkelaars te verkopen, lijkt mij een slimme zet. En als je een gebouw verkoopt, laat dan gewoon de markt zijn werk doen. De hoogste bieder kan het kerkgebouw kopen en bepaalt zelf wat de bestemming wordt. Maar nee, de zakelijkheid van Eijk heeft blijkbaar een grens. Het gebouw mag hoe dan ook geen moskee worden.

De Sionskerk in Groningen (vroeger Hervormd) doet al jaren dienst als moskee en buurtcentrum. Als actief lid van de Protestantse Kerk in Nederland geeft mij dat een goed gevoel. De in 1930 gebouwde kerk heeft haar maatschappelijke functie behouden en is tenminste geen commercieel centrum geworden. Het pand blijft dienst doen als ontmoetingsplaats voor de buurt en als een vindplaats van spiritualiteit.

In 1453 werd in Istanbul (toen nog Constantinopel) de Hagia Sofia-kathedraal na de verovering door de Ottomanen een moskee (de Aya Sofia). In 1934 werd de moskee door Atatürk tot een seculier gebouw gemaakt en werd het een museum. Oude mozaïeken werden opnieuw zichtbaar gemaakt (zie de foto hierboven). De Hagia Sophia – van oudsher dus een christelijke kerk – werd de basis voor alle moskeeën die daarna werden gebouwd in het Ottomaanse Rijk. Je ziet dat bijvoorbeeld terug in de Mevlana Moskee in Rotterdam. En andersom: de kathedraal van Sevilla is gebouwd op de plaats waar voorheen de Moorse hoofdmoskee van de stad stond. Dat liep in die tijden natuurlijk niet via een makelaar maar ging met veel geweld gepaard. Maar het geeft aan dat de geschiedenis van de kerkbouw en moskeebouw in Europa niet zomaar uit elkaar getrokken kan worden.

Maar wat me bovenal frappeert is dat aartsbisschop Eijk de deur voor moslims bijvoorbaat dicht gooit. Katholieke kerkgebouwen kunnen een skatehal of supermarkt worden. Maar de functie van moskee? Nee, dat is uitgesloten. En dat terwijl onder de paraplu van de Raad van Kerken, maar ook op internationaal niveau, formele ontmoetingen plaatsvinden tussen onder meer moslims en rooms-katholieken in het kader van de interreligieuze dialoog. Want juist in het verbinden van verschillen kan iets van de geest van Jezus zichtbaar worden, zou je zeggen. Eijk maakt een kardinale denkfout – maar vooral een geloofsfout – door moslims hun gebedshuizen in monumentale kerkgebouwen bij voorbaat te misgunnen.

Bovenstaand artikel is ook gepubliceerd op Joop.nl en op Bruggenbouwers.com. Lees hier het interview met aartsbisschop Eijk in weekblad Tertio.


woensdag, 25 januari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Compassie verdraagt geen kille en kleine overheid

In duurzaamheid, gerechtigheid, politiek, religie, vrede, cda, civil society, compassie, groenlinks, en meer.

Compassie is een waardevol uitgangspunt in de politiek, niet alleen binnen het CDA. Maar vul dat begrip dan wel groen en sociaal in, met een heldere rol voor de overheid. Vrede, gerechtigheid en ‘heelheid van de schepping’ kunnen daarbij helpen als leidende waarden. Maar dat is niet voor elke (christelijke)  politicus altijd even vanzelfsprekend, helaas.

Vrede, sociale gerechtigheid en duurzaamheid kun je ook samenvatten met het begrip ‘compassie’: betrokkenheid bij alles wat leeft, met name bij wie of wat extra aandacht behoeft. De Linker Wang – de beweging voor religie en politiek verbonden met GroenLinks – heeft deze gedachte in het voorjaar van 2011 uitgewerkt daarbij geïnspireerd door theoloog Manuela Kalsky. In de zomer werd ‘politiek met compassie’ het motto van De Linker Wang om verder uit te dragen binnen GroenLinks. Kort daarna werd het begrip door theoloog Jacobine Geel gelanceerd binnen het CDA wat binnen die partij tot instemming maar ook tot discussies leidde.

Je kunt er kinderachtig over doen, maar per saldo zijn het toch positieve ontwikkelingen. Compassie kan door niemand worden geclaimd en overstijgt politieke verschillen. Het begrip betekent ‘mededogen’ en er zit ook ‘passie’ (hartstocht) in. Het kan ook verbindingen tot stand brengen tussen politieke partijen. Misschien kan ‘compassie’ als leidraad gelden voor een toenadering tussen CDA en bijvoorbeeld GroenLinks, PvdA en ChristenUnie? Maar van ‘compassie’ als gedeelde inspiratiebron moeten we in alle nuchterheid ook geen wonderen verwachten.     

Theoloog en ethicus Frits de Lange waarschuwde het CDA afgelopen zaterdag in dagblad Trouw om het begrip compassie niet rechts-conservatief in te vullen, zoals door Republikeinen gebeurt in de Verenigde Staten. Het CDA hamert vaak op de rol van de civil society – de optelsom van alle maatschappelijke verbanden die los staan van markt en staat. Dat is een goede keuze, maar de partij gebruikt dat soms ook als excuus om te pleiten voor een kleinere publieke sector met minder sociale voorzieningen. Een kille en kleine overheid dus.

Dat brengt het CDA in conservatief vaarwater dat kritiekloos staat tegenover economisch liberalisme. Compassie wordt dan liefdadigheid in plaats van publieke gerechtigheid. Begrijp me niet verkeerd: liefdadigheid en barmhartigheid zijn nodig om de gaten te dichten die de overheid laat vallen. Dat is goed want de overheid kan niet alles. Maar dat ontslaat de politiek niet van de taak om solidariteit en gelijke kansen te blijven organiseren. Daarvoor is compassie nodig in de sfeer van de burgermaatschappij maar ook vanuit politiek en overheid. Politiek met compassie dus. Dat zou zelfs het motto kunnen worden van een centrumlinks kabinet dat de rollen van de markt, de civiele samenleving én de staat in hun onderlinge samenhang weer op waarde schat.


woensdag, 11 januari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Kiest het CDA voor een echte omslag?

In duurzaamheid, gerechtigheid, politiek, cda, coalitie, emancipatie, oecumene, solidariteit, groenlinks, en meer.

Het CDA overweegt volgens de media ‘een ruk naar links’. De mogelijke koerswijziging blijkt uit gelekte plannen afkomstig uit het zogeheten Strategisch Beraad onder leiding van oud-minister Aart Jan de Geus. Veel christen-democraten zullen de koerswijziging eerder bestempelen als een terugkeer naar het politieke midden. Vooral macht en invloed maken een centrumpositie immers interessant. Maar een strategisch beraad is nog geen principieel beraad. En dat laatste is nodig is om een nieuw fundament onder de partij te leggen.

Als je door de waan van de dag stevig naar rechts bent meegezogen, dan sta je na verloop van tijd beteuterd in de hoek. Dan blijft er één richting over en dat is terugbewegen naar links. Zo verrassend is de koerswijziging daarom niet. De vraag is vooral: hoe ver durft het CDA te gaan? En komt de partij ook aan de progressieve kant van het politieke spectrum uit? Komt de koersverandering voort uit lijfsbehoud of is deze geboren uit een diepgewortelde overtuiging? En als dat laatste het geval is, wanneer volgt dan de erkenning dat de partij door fixatie op macht de afgelopen jaren op een ideologisch dwaalspoor terecht is gekomen?

Nu is de vraag wat de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ precies inhouden nogal verschillend te beantwoorden. Dat is – helemaal voor middenpartijen als CDA en D66 – altijd een wat lastige zaak. Voor mij telt het criterium of een politieke partij culturele verdraagzaamheid, duurzame ontwikkeling en een eerlijke verdeling van welvaart, macht en inkomen bevordert of juist eerder frustreert. Zo bezien is het CDA op dit moment een conservatieve en rechts georiënteerde partij.

Politiek filosoof en emeritus hoogleraar politieke filosofie Henk Woldring stelde eerder in tijdschrift De Linker Wang: “Het politieke midden kan nooit je doelstelling zijn, het gaat om een visie op de samenleving. De christen-democratie moet uiteindelijk een gematigd progressieve politieke beweging zijn.” Woldring schreef in 1996 een doorwrochte filosofische studie over de beginselen van de christen-democratie en zat namens het CDA in de Eerste Kamer. In 2010 zegde hij diep teleurgesteld zijn partijlidmaatschap op.

Levert het CDA straks echt een politieke bijdrage om de dominante economische machten bij te sturen? Durft de partij weer politiek met een hoofdletter te bedrijven? Of blijft het CDA kiezen voor ongebreidelde marktwerking door een verdere terugtreding van de overheid, maar dan in een wat vriendelijker vorm met wat meer culturele openheid? Rechts, maar zonder scherpe kantjes in een wat lichtere variant? Of kiest het CDA voor een echte omslag?

Voor de politiek in het algemeen is het interessant of de koerswijziging van het CDA zal leiden tot de val van het Kabinet Rutte. Wat mij vooral boeit is de vraag of trouwe CDA-kiezers zullen doorzien dat de eeuwige slingerbewegingen van het CDA – of die nu van links naar rechts gaan, of juist van rechts naar links – vooral zijn ingegeven door macht en politieke strategie. En dat visiestukken als het recent verschenen ‘Mens, waar ben je?’ uiteindelijk ondergeschikt zijn aan politiek lijfsbehoud. Of ben ik nu te cynisch? Ik vermoed oprecht van niet. Toch wil ik als religieus geïnspireerde GroenLinkser het CDA het voordeel van de twijfel geven, maar wel met een nadrukkelijke kanttekening.

Natuurlijk is elke politieke partij bezig met macht en strategie. Wat dat betreft neem ik het CDA niets kwalijk. Politiek bedrijven valt of staat met macht en invloed. Maar voor het CDA lijkt politieke macht gaandeweg een doel en een principe op zichzelf te zijn geworden. Dat het CDA nu weereens wat naar links beweegt is daarom alles behalve opzienbarend.

Relevant is vooral de vraag of het CDA  niet alleen om strategische redenen naar links buigt, maar in het voetspoor van de ideeën van onder anderen Henk Woldring, ook definitief durft te kiezen voor een gematigd progressief profiel omdat de christen-democratische wortels van solidariteit, emancipatie en rentmeesterschap dat simpelweg vereisen.

Als die trend zich definitief zou doorzetten, komt het CDA in beeld als interessante en stabiele coalitiepartner voor PvdA, SP, D66, ChristenUnie en ook mijn eigen partij GroenLinks. Afhankelijk uiteraard van de vraag hoeveel Tweede Kamerzetels de partij kan inbrengen bij het realiseren van een nieuwe centrumlinkse regeringscoalitie.


donderdag, 17 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

In kerk, politiek, religie, spiritualiteit, tolerantie, bijbel, cda, christenunie, duurzaamheid, en meer.

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


zondag, 4 september 2011

Theo Brand

Theo Brand

Spiritualiteit, religie en mijn liefde voor de (onzichtbare) kerk

In kerk, religie, spiritualiteit, individualisering, islam, jezus, oecumene, publieke opinie, maatschappij, en meer.

Religie, kerk en geloof zijn collectivistisch en leiden tot dwang. Spiritualiteit is daarentegen persoonlijk en bevrijdend. Deze tegenstelling hoor ik regelmatig. Ik kan me daar ook wel iets bij voorstellen. Toch ben ik ervan overtuigd dat geloofsgemeenschappen (kerken of moskeeën) een meer genuanceerde beoordeling verdienen dan deze populaire gedachtegang, die naar mijn gevoel steeds dominanter wordt in Nederland. 

Zeker in een tijd van secularisatie wordt het horen bij een kerk of moskee steeds meer een bewuste keuze. Dat kan ertoe leiden dat maatschappijkritiek en nonconformisme – in tegenstelling tot vroeger – op den duur juist eerder binnen de religieuze instituten te vinden zijn dan er buiten. Misschien zijn hiervan ook vandaag al voorbeelden te vinden?

Bij nonconformisme denk ik aan journalist en publicist Anton de Wit (1979). In tijdschrift VolZin van deze week komt hij uitvoerig aan het woord vanwege de publicatie van zijn boek Van klokken en klepels waarin hij het opneemt voor de Rooms-Katholieke Kerk. Volgens hem wordt het seksueel misbruik – dat hij niet ontkent en uiteraard afkeurt – door journalisten misbruikt om de kerk te demoniseren en de hele geloofstraditie met alle priesters over één kam te scheren.

De Wit begeeft zich op glad ijs, zoals hij zelf ook aangeeft. Maar hij heeft wel een punt dat het in de massamedia wel erg makkelijk scoren is tegen kerk en religie. En ik herken De Wits liefde voor de eeuwenoude rituelen, de prikkelende verhalen die klinken, de liederen die worden gezongen en de gemeenschapszin die ontstaat in de kerk. In mijn geval is dat de Protestantse Kerk.

De secularisatie maakt de kerk naar mijn idee minder arrogant, minder vanzelfsprekend en daarmee vaak ook spiritueler. Individualisering gaat niet voorbij aan de meeste kerkleden. En bij leden van andere godshuizen zal dat niet anders zijn. Dat maakt dat mensen in de kerk op zoek zijn naar echtheid, naar beleving, naar wat van waarde is en waar het persoonlijk én in de wereld echt op aan komt. De verbinding naar andere mensen en naar de maatschappij is dan gauw gelegd.

Onlangs ontving ik een brief van portrettekenaar en ‘humanosoof’ Frans Couwenbergh uit Ooy (bij Nijmegen). Aanleiding was een krantenartikel dat ik had gepubliceerd. Naast zaken waarmee hij het oneens was, bespeurde hij ook mogelijke raakvlakken. In zijn brief schreef hij: “Om te beginnen maak ik een sterk onderscheid tussen religie in de vorm van een godsdienstige groepering, zoals jodendom, christendom en islam, en anderzijds in de vorm van aangeboren religieuze gevoelens.” En zijn interessante betoog ging verder. Meer over zijn visie is te lezen op www.humanosofie.nl.

“U maakt een scherp onderscheid tussen geïnstitutionaliseerde religie en aangeboren religieuze gevoelens,” zo mailde ik de Ooyense humanosoof terug. “Het is goed dit onderscheid te maken en het universele aspect van religie – het aangeborene – te benadrukken. Al was het maar om het kunstmatige onderscheid dat religie tussen mensen kan aanbrengen, radicaal te relativeren.”

En ik vervolgde: “Mijn eigen kerk – protestants, open en oecumenisch van karakter – helpt mij om gestalte en ook een heilzame richting  te geven aan mijn aangeboren religieuze gevoelens. Het instituut en het aangeboren aspect sluiten elkaar niet uit, maar plaats ik in elkaars verlengde. Want ze hebben elkaar juist nodig. Dat doe ik vanuit een min of meer vrijzinnig perspectief. Voor mij is het christelijk geloof geen exclusieve waarheid, maar wel een waardevolle en spirituele geloofstraditie.”

“Het mooie van een kerk vind ik ook de gemeenschap: samen maken we een kring, staan we open voor het mysterie van de Eeuwige, delen we brood en wijn, zetten we ons in voor mensen elders – in de stad, het land of de wereld – die hulp nodig hebben. Lief en leed bestaan náást elkaar en worden samen gevierd en gedragen.”

“Ontroerend wat u schrijft over pasgeborenen,” zo vervolgde ik mijn antwoord. “Dat zij uit zichzelf al kunnen dansen. Zij kunnen ons veel leren. We moeten worden als een kind, zei bijvoorbeeld Jezus. Al onze zintuigen gebruiken. Zo’n kind weet niet wat christendom, new age of een scheppingsverhaal is. Het is zélf een nieuwe schepping, zelf een nieuw leven.”

“Ik stuur u in de bijlage een foto waarop u kunt zien dat we onze jongste dochter onlangs hebben laten dopen. Niet primair omdat ze bij ‘de kerk’ moet horen, maar wel omdat we in onze kerk verhalen horen over hoop, liefde en vertrouwen. Die traditie willen we onze kinderen meegeven – terwijl we beseffen dat alle christelijke woorden en rituelen ook maar benaderingen zijn. Maar naar onze overtuiging zijn het wel waardevolle en zinvolle benaderingen die in de loop van vele eeuwen hun kracht hebben bewezen.”

“Wat u schrijft is interessant en biedt inderdaad aanknopingspunten. Al was het alleen al om het feit dat u en ik beiden tot die mensen behoren die nadenken over spiritualiteit en de zin van het leven (in plaats van ons te verliezen in materialisme). Zowel binnen als buiten de kerken zijn spirituele mensen te vinden.”

Tot zover mijn reactie aan Frans Couwenbergh, een spiritueel mens aan de andere kant van het land. Ja, de ‘onzichtbare kerk’ kan wat mij betreft niet groot genoeg zijn! De christelijke traditie moet zich niet opsluiten in orthodoxie en heeft alle mensen van goede wil als bondgenoot. Maar de kerk mag ook zelfbewust haar eigen verhaal vertellen. En dat is naar mijn smaak een heel ander verhaal dan een sterk geïndividualiseerde vorm van spiritualiteit.


Aantal berichten op deze pagina: 5. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 6267 uur (261,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,1 per week.

Pagina: 1