zaterdag, 4 februari 2012

Rob Alberts

Rob Alberts

ZO!

 ZO!Een paar jaar schrijf ik zinnen in ZuidOost.Een paar dagen geleden schreef ik: Zin en onzin.Nu schrijf ik: ZO!Op een positieve manier probeer ik Amsterdam-ZuidOost onder uw aandacht te brengen. Terugkerende themas zijn Onderwijs, kinderen, wonen en natuur. Maar vandaag wordt ik gewezen op een site met alles in een. Positief, verfrissend en informatief. Ik kan het zeker rustig aan gaan doen.Mag...

woensdag, 1 februari 2012

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Zesjescultuur? Nee joh, dat is gewoon efficiëntie

In onderwijs, politiek, halbe zijlstra, lerarenstaking, onderwijs, studeren, ton elias, de volkskrant, volkskrant, en meer.
We konden er natuurlijk op wachten. Zodra leraren hun onvrede uiten over het rampzalige onderwijsbeleid, is er altijd wel iemand bereid om de schuld volledig in de schoenen van de docenten zelf te schuiven. En namens de VVD is dat ditmaal Ton Elias. Want daar komt het nogal langdradige verhaal van Elias in de Volkskrant [...]

maandag, 30 januari 2012

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Onderwijs heeft imagoprobleem

1803

Marja van Bijsterveld heeft niet het intellectuele niveau voor een minister en is in die rol de beroerdste ook, aldus bestuurder Marten Kircz van onderwijsbond Aob. De quote geeft precies aan welk imagoprobleem de onderwijssector heeft: een stelletje zeurkousen die boos worden zodra je ze tegenspreekt. Zelfs al zou het waar zijn, dan nog is het persoonlijk beledigen van de minister niet de handigste manier om in gesprek te raken over je geschilpunten.

Zelfs de meerderheid van de docenten vindt dat in het onderwijs een klaagcultuur heerst, bleek in 2009 uit een enquete van de Volkskrant. En over het salaris is men best tevreden. Terecht, als je het internationaal vergelijkt. Wie de OESO rapporten over 2010 en 2011 naast elkaar legt, ziet bijvoorbeeld dat de aanvangssalarissen in dat jaar met 2000 dollar per jaar gestegen zijn (tabellen D3.1, excel en pdf alert). Nederland hoort bij de top als het om beloning van docenten gaat.

(...)
Lees verder in Onderwijs heeft imagoprobleem (nog 181 woorden)

zaterdag, 28 januari 2012

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Mijn mannelijke buik

Ik ben het kind van werkende ouders. In allebei vond ik verzorgers en beschermers. Mijn moeder heeft mijn vader in zware tijden beschermd en ze hebben mij altijd voorgehouden dat ik niet de stereotype jongen hoefde te zijn zoals mijn omgeving dat voor zich zag. En zoals Angela Crott (de Volkskrant, 27 januari) dat nog steeds voor zich ziet: ridderlijke jongens die (de seksualiteit van) het meisje beschermen en niet voor ‘slappe hap’ worden aangezien.

Waar ik in mijn jeugd ben geconfronteerd met de perverse effecten van de door Crott bestempelde mannelijke normen en waarden, overkomt dat vandaag de dag talloze andere jongeren. Jongeren waarvan Crott vindt dat de jongens vooral moeten leren om mannelijke leiders te zijn: stoer en in zware tijden rechte koers houdend. En de meisjes moeten vooral niet teveel economische onafhankelijkheid nastreven: het maakt de jongens alleen maar lui en laf. Al was het zo dat we het potentieel van mannen om te beschermen de nek om hebben gedraaid, dan zou ik daar met terugwerkende kracht blij mee zijn. Maar ik mag toch hopen dat we vooral gelijkwaardigheid, vrijheid en emancipatie na proberen te streven. Een samenleving waar we aanvullend op elkaar zijn, los van het geslacht van de ander.

In 2010 bleek Nederland van de elfde naar de zeventiende plaats te zijn gezakt op de wereldranglijst die gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen meet. Met de huidige (mannelijke?) koers van ons land kan ik een verbetering van die positie wel op mijn mannelijke buik schrijven. Maar ik vraag me af: zou Crott werkelijk blij zijn met de mannelijke leiders van dit moment? Leiders die in zware tijden bezuinigen op onderwijs, kinderopvang en zorg?

Ik kan er me nauwelijks iets bij voorstellen.

 

Link naar ’Vrouwen hebben mannen als beschermers nodig’


donderdag, 26 januari 2012

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Drie argumenten voor een basisbeurs

Ooit is de basisbeurs ingevoerd met de gedachte dat iedereen in Nederland moet kunnen studeren, ongeacht financiële achtergrond. Maar met het afschaffen van de basisbeurs in de masterfase is de eerste stap gezet richting de ontmanteling van het stelsel. Dit heeft het debat over de studiefinanciering weer volop aangewakkerd, zowel in de krant als hier [...]

dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nieuwjaarstoespraak + afscheid Thom de Graaf

thom_de_graaf1Gisteren hadden we een geslaagde nieuwjaarsreceptie van de gemeente Nijmegen inclusief warm afscheid van burgemeester Thom de Graaf. Namens het college van B&W sprak ik de nieuwjaarsrede uit en bedankte ik Thom de Graaf voor zijn inzet voor Nijmegen in de afgelopen vijf jaar. Dit was mijn toespraak:

Dames en heren,

U bent gewend om vanaf deze plek te worden toegesproken door de burgemeester.
Maar ondanks het feit dat Nijmegen dit jaar, inclusief waarnemer,
maar liefst 3 burgemeesters zal hebben, mag ik hier vandaag met u namens het college terugblikken op 2011 én vooruitkijken.

Dat doe ik als loco-burgemeester, omdat we vandaag niet alleen de nieuwjaarsreceptie voor de stad houden,
maar omdat we tevens afscheid nemen van Thom de Graaf.
Hij blikt straks terug op zijn burgemeesterschap.
Ik neem u kort mee naar het afgelopen jaar en de verwachtingen voor 2012.
En ik zal stil uiteraard staan bij het vertrek van Thom.

Dames en heren,
2011 was een bijzonder jaar.
Het jaar van de Arabische Lente, Occupy, de tsunami in Japan, de wereldwijde financiële crisis en de geboorte van de 7 miljardste burger.

Gebeurtenissen die vrijwel allemaal ook in onze stad voelbaar waren.
Ook de Nijmeegse bevolking groeide.
We passeerden voor het eerst de grens van 165.000 en blijven voorlopig doorgroeien.
Dat is goed nieuws voor de stad, 
hoewel het feit dat we nog steeds een vrouwenoverschot hebben voor sommige twitterende raadsleden nog belangrijker leek.
En een journalist wil graag dat we dit gegeven – dat we meer vrouwen dan mannen hebben in onze stad - inzetten voor onze citymarketing.

Higashimatsuyama – daar heb ik op moeten oefenen - de Japanse stad waarmee we al enkele decennia een vriendschapsband hebben,
voelde - gelukkig slechts in beperkte mate - de gevolgen van de tsunami. 
En Nijmegen heeft natuurlijk zijn eigen Occupy-afdeling.
Hoewel overvloedige regen en kou ervoor hebben gezorgd dat het Valkhofpark niet meer occupied is.

Onze stad kende weer vele hoogtepunten.
Te beginnen met één van onze stadsiconen - de Waalbrug - bestond 75 jaar.
We hadden weer een prachtige editie van de Vierdaagse
Al was het maar omdat ik voor het eerst meedeed – en uitliep; 4×50 kilometer!

Kinderarts Jos Draaisma werd voor het tweede jaar op rij uitgeroepen tot beste kinderarts van Nederland. 
Stichting Whaa kreeg van prinses Máxima een Appeltje van Oranje voor hun project Shake-It Academy.
De beste en mooiste tweewielerzaak ligt in onze stad.

Het Groene Hert werd genomineerd als beste duurzame project in Nederland
en we hebben de beste biologische slagerij in de stad en de duurzaamste kinderopvang
Deze 3 vermeldingen heb ik zelf maar aan het lijstje toegevoegd - want nu ik deze toespraak mag houden grijp ik als wethouder voor duurzaamheid natuurlijk mijn kans.

De in Nijmegen opgerichte band Go Back to the Zoo won de 3FM Award voor ‘beste band’.
De Nijmeegse organist Dirk Luijmes kreeg een Klassieke Edison.
Han Mertens van het Stedelijk Gymnasium won de Nationale Biologie Olympiade.
Het toekomstige stadseiland verdiende in New York de prestigieuze Waterfront Center Award.
En Nijmegen is, net als vorig jaar, de goedkoopste terrasstad.
We hebben er onlangs ook nog gratis parkeren aan toegevoegd.
Zo, dat was een hele waslijst aan hoogtepunten.

Maar er waren helaas ook dieptepunten:
zoals het absurde geweld rond NEC-Vitesse begin vorig jaar.
Wat een groot contrast met de vreugde van gisteren.
NEC boekte een fantastischte historische overwinning tegen Vitesse
In Arnhem!
Maar we hadden het over dieptepunten in 2011.

Zoals ook de ontslagen bij NXP of de laffe overvallen op inwoners en hardwerkende ondernemers.
Met als meest trieste voorbeeld de overval op juwelier Kamerbeek.

Ook de financiële crisis trof onze stad.
Het afgelopen jaar was in financieel opzicht een turbulent jaar.
Niemand ontsnapte aan de financieel moeilijke omstandigheden.
Faillissementen, ontslagen, onverkoopbare huizen, minder gesubsidieerde banen,
ook onze stad werd ermee geconfronteerd. 
We hadden problemen met onze grondexploitaties in Waalsprong en Waalfront.
De rente drukt daar zwaar op de aangegane leningen.
Wat dat betreft kunnen Hannie Kunst, Bert Jeene en ikzelf ook wel met een tentje op het Valkhofpark gaan staan
Bij Occupy.
En het zwaar weer zal helaas aanhouden.
Wij staan opnieuw voor een jaar waarin het voor velen niet gemakkelijk zal zijn, zelfs niet in onze relatief goed draaiende stad.

Toch is er ook alle reden om niet bij de pakken neer te zitten.
Zoals ik al zei, onze stad groeit.
Volgens onderzoekers stijgt ons inwonertal, als een van de weinige steden in Nederland, in de komende 15 jaar fors.
Die groei zorgt voor de dynamiek die een stad nodig heeft.
Het is ook een teken dat Nijmegen nog steeds aantrekkelijk is om in te wonen en te werken.
Dat bleek ook afgelopen jaar toen Nijmegen werd gekozen tot een van de groenste steden in Nederland en we dik in de top 10 van meest aantrekkelijke woonsteden eindigden.
We zijn een aantrekkelijke woonstad voor iedereen en in het bijzonder voor vrijgezellen die op zoek zijn naar een vrouw
Hier heb je die nieuwe citymarketing.

De stad staat dus niet stil en dat biedt perspectief.
Kijk ook maar naar de hijskranen in onze stad.
Het lijken er meer dan ooit.
Plein `44 is in aanbouw,
de contouren van stadsbrug De Oversteek zijn al goed zichtbaar,
de dijkverlegging en het daarbij horende stadseiland gaan echt van start
en ondanks de crisis worden er het komend jaar zo’n 1200 nieuwe woningen opgeleverd.

Van essentieel belang was ook dat Nijmegen als kennisstad van zich blijft spreken.
Bijvoorbeeld met de Spinozapremie voor astronoom Heino Falcke.
En nationale zorgheld 2011 Bas Bloem.
Dhr Bloem is ook een van de kandidaten voor Nijmegenaar van hat jaar.
De Radboud Universiteit werd door studenten gekozen tot de beste van Nederland
Synthon opende een state-of-the-art laboratorium voor biotechnologie
en Heinz bouwt bij de toekomstige Novio Tech Campus aan zijn grootste innovatiecentrum buiten de Verenigde Staten.
Bovendien hebben we landelijk gezien één van de hoogst opgeleide beroepsbevolkingen en zijn we een topstad als het gaat om banen per vierkante kilometer.  

Alle reden dus om te blijven investeren in de toekomst van onze gemeente,
ook al worden we geconfronteerd met de grootste financiële en beleidsmatige uitdagingen van de afgelopen decennia.
De gemeente blijft dan ook investeren in een sociale stad,
in een economisch sterke stad
en in een duurzame groene stad.
Maar we doen en kúnnen dat niet alleen.
Dat kon niet voor de crisis, maar zeker niet tijdens de crisis.
We moeten het dus samen doen.
Samen met bedrijven, kennis- en gezondheidsinstellingen, regionale samenwerkingsverbanden en met de inwoners van onze mooie stad.

In het Nederland van het ‘Doe eens normaal man’ van Rutte en Wilders, is er soms weinig ruimte voor nuance en gezamenlijke oplossingen.
Maar zwart-wit denken en het uitvergroten van tegenstellingen brengen ons niet verder.
Verbindingen zoeken, dat is waar het de komende jaren om draait, constateerde Thom de Graaf vorig jaar al terecht.

2012 is het jaar waarin we die verbindingen verder moeten versterken.
Ja, er moet een groter beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van alle Nijmegenaren. 
En ja, er moeten lastige keuzes worden gemaakt.
Toch hebben wij daar als stadsbestuur vertrouwen in. 
Nijmegenaren zijn eigenwijs, creatief, ondernemend, veerkrachtig én ze leggen de verbinding.
Of het nou ondernemers zijn die elkaar met een gastoeter alarmeren bij een overval
of Dukenburgers die samen dromen over hun stadsdeel.
Nijmegen puilt uit van de creatieve, goede, vernieuwende ideeën en initiatieven die de stad beter en mooier maken.
Ik wens iedereen dan ook een prachtig jaar toe. 

Alles overziend gaat het ondanks alles best goed met Nijmegen.
En degene die dit de afgelopen vijf jaar onophoudelijk en onvermoeibaar heeft uitgedragen, is…… Thom de Graaf
Thom was een ware promotor van onze stad.
En mede dankzij hem zijn de Nijmegenaren trotser dan ooit op hun stad
Maar aan alles komt een eind;
zo ook aan het burgemeesterschap van Thom.

Toen Thom burgemeester werd in 2007, trad hij in de voetsporen van zijn vader.
Een mooi gegeven; en telkens als Thom in de afgelopen vijf jaar naar zijn werkkamer ging, liep hij langs een portret van zijn vader.
De vrijzinnige sociaalliberaal keek dan naar de strenge ietwat regenteske KVP’er.
Een wereld van verschil.
Thom zal het wel van zijn moeder hebben, denk ik dan.

Thom was de eerste burgemeester van Nijmegen die door de raad werd gekozen uit een voordracht van twee personen.
Hij had natuurlijk liever gehad dat hij de eerste door het volk gekozen burgemeester had kunnen worden.
Maar ja, die beruchte nacht, he……

Toen Thom aantrad, viel hem meteen op hoe groot het cultuurverschil is tussen het deftige Den Haag en het volkse Nijmegen. 
Nijmegen kent een horizontale structuur waar weinig ontzag is voor gezag – iedereen is gelijk.
Zo liep hij in de eerste dagen van zijn burgemeesterschap met een agent door een wijk.
Thom vroeg beleefd aan deze wijkagent: Hoe lang doet U dit werk al?
Ach, zegt de agent: Zeg maar JE, Thom!
Dat typeert onze stad en daar heeft Thom hartelijk om moeten lachen

De connectie met Den Haag is al die jaren wel gebleven.
Thom deed er eerlijk gezegd ook niet veel aan om dat te verbloemen.
Denk aan zijn verkiezing tot Eerste Kamerlid.
En bovendien was zijn Haagse connectie overduidelijk in het belang van de stad, dus waarom zou je dat dan moeten verbloemen?
Zo heeft hij meerdere malen aandacht gevraagd voor Nijmeegse problemen en belangen bij bewindslieden en Kamerleden.

Bij Thom was er ook altijd de oprechte liefde voor Nijmegen.
Even wat harde cijfers en gegevens:
In de afgelopen vijf jaar was hij bij meer dan 800 publieke optredens en werkbezoeken in de stad.
Hij organiseerde etentjes met gewone Nijmegenaren om met ze te praten over wat hen bezighield in de stad.
Hij initieerde de verkiezing van de Nijmegenaar van het Jaar en zometeen zetten we weer zo’n kanjer in de spotlights.
Thom zorgde weer voor rust in sommige wijken door straatcoaches aan te stellen
Hij initieerde de Vrede van Nijmegen Penning met dit jaar Umberto Eco als laureaat.
En hij vertegenwoordigde Nijmegen met verve in onder meer de Euregio, de Veiligheidsregio en het Kennisstedennetwerk.

Dames en heren, Thom heeft veel gedaan voor de stad.
Dat moet haast wel de reden zijn dat er maar 9 kandidaten het aandurven om in zijn voetsporen te treden.

Thom de Graaf benadrukt regelmatig dat hij continuïteit belangrijker vindt dan snel scoren of politiek bedrijven.
Een burgemeester moet, volgens hem, vooral boven de partijen staan, een goede voorzitter van raad en college zijn.
Hij moet verbinden, de rechtstatelijkheid en de grondrechten van inwoners beschermen.
“Ik ben geen straattijger, geen zeepkistburgemeester.
Ik ben meer een type Job Cohen, dan een type Gerd Leers”, zei hij zelf ooit in een interview.
Waarschijnlijk zou hij op dit moment zichzelf met geen van tweeën willen vergelijken
Maar het beeld is duidelijk.
Een goede bestuurder.
Niet koste wat kost zich willen profileren; maar er zijn wanneer dat nodig is.
Behulpzaam in het college en gemeenteraad en actief in de stad waar dat maar wenselijk was.
Kritiek, dat hij desondanks geen warme burgervader zou zijn, deed hem wel eens pijn.

En het klopt ook niet.
Thom de Graaf stimuleerde als geen ander het ‘trots op Nijmegen-gevoel’.
Nijmegen is landelijk veel pregnanter in beeld gekomen.
Als dynamische stad en grote stad, voorloper op tal van terreinen.
Altijd Nijmegen, Nijmegen kennisstad, Oudste stad van het land.
Thom de Graaf heeft er hard aan gewerkt om dat gevoel te versterken: buiten de stad en in de stad.
Dat is belangrijk voor het profiel van Nijmegen, maar zeker zo belangrijk is dat Nijmegenaren het zelf ook echt meer zijn gaan voelen.

We zijn trots op het bijzondere karakter van Nijmegen,
Trots op de historie,
onze befaamde onderwijs- en onderzoeksinstellingen,
hoogwaardige gezondheidszorg,
en wereldtoppers op het gebied van wetenschap.
En we zijn trots op baanbrekende Waalprojecten. 

Thom haalde tevens de banden aan met de hoger-onderwijsinstellingen.
Rector Magnificus Bas Kortmann noemt hem niet voor niets de postillion d’amour;
de liefdesboodschapper van het hoger onderwijs in Nijmegen.
Die liefdesboodschapper was hij in vele opzichten voor de stad en die zal hij ongetwijfeld ook blijven.
Want, dames en heren, Thom en zijn lieve vrouw Machteld blijven hier gewoon wonen.
Kortom, ze zijn echte Nijmegenaren en dat blijven ze.

Thom is Guusje ter Horst opgevolgd als burgemeester en hij volgt nu Guusje weer op als voorzitter van de HBO-raad.
Overigens is het maar goed dat Guusje hem nu niet opvolgt als waarnemend burgemeester.
Want dan hadden we hier in Nijmegen een heus Poetin-Medvedevje gedaan.

Beste Thom, straks zul je zelf nog spreken en pas echt afscheid nemen.
Maar ik zeg nu al namens het gemeentebestuur én namens de bevolking van Nijmegen ‘bedankt!’.
Bedankt voor je inzet,
Bedankt voor je steun in het college.
En bedankt voor je liefde voor Nijmegen.
Ik hoop dat je nog lang ambassadeur voor onze mooie stad zult blijven!
Waar ook ter wereld, en zeker in Den Haag.
Thom – bedankt!

vrijdag, 20 januari 2012

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Kinderzorg

‘Dat de hele kinderzorgketen ouders benadert als potentiële kindermishandelaars is een bekende klacht. Daar kan die arme keten zelf niet zo vreselijk veel aan doen. Ze moet. Omdat wij het willen.’ Aldus Sheila Sitalsing vanochtend in haar column in de Volkskrant. We slaan een alarm bij alles wat afwijkt van de norm. Ingrijpende veranderingen zijn noodzakelijk. Met een grote stem voor iedereen die direct met kinderzorg te maken heeft.

Veel hulpverleners binnen deze zorg maken een verschil. Een verschil dat zich niet uit in de dijk aan rapportages, het jargon en de vele verantwoordingen. Maar een verschil dat zich uit in het contact met de persoon die tegenover hem of haar zit. Niet omdat het moet, maar omdat het belangrijk is: omdat het ertoe doet.

Het zou in de grootste plaats moeten gaan over die ruimte. De verandering begint namelijk niet bij de keten, de rapportages of de verantwoording. Maar de verandering ligt verscholen in het contact tussen hulpverlener en cliënt.

In ons.


woensdag, 11 januari 2012

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Sociaal zijn voor studenten? Dan geen leenstelsel, maar een basisbeurs.

Op 2 januari verscheen er in de Volkskrant een stuk van Nikie van Thiel, voorzitter van de Jonge Democraten, waarin zij pleitte voor het afschaffen van de basisbeurs. Nadat ik daar in de Volkskrant van 9 januari op reageerde, wezen mensen mij erop dat Van Thiel zo hoffelijk was geweest hier weer een antwoord op [...]

dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

maandag, 9 januari 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Alles is van iedereen

2012 is begonnen. De dagen worden al weer wat langer, maar januari is net als andere jaren toch een vreemde maand; lang, grijs, wat saai. En ook een beetje anders dan vorige jaren. Ik maakte altijd enthousiast gebruik van de uitverkoop maar ik moet bekennen dat die lust me is vergaan. Winkel in, winkel uit in aanwezigheid van een massa andere koopjesjagers, ik word al moe bij de gedachte. Daarentegen ben ik al mijn kasten aan het op en uit ruimen. Vele dozen vol spullen die ik niet meer gebruik vinden hun weg naar de recycling, het oud papier en Lets of andere plaatsen waar gebruikte zaken welkom zijn voor een volgende ronde.
Dus het idee om juist weer meer spullen in huis te halen staat me tegen. Ik heb zelfs al een stoel uit mijn woonkamer gezet – heerlijk, meer ruimte – 3 planken in mijn overvolle boekenkast leeggehaald – heerlijk, lege planken – en een aantal pannen die mijn laden bezetten weggegeven aan iemand die op kamers ging. Heerlijk, ruimte in mijn kast!

Ik had hier ook boven kunnen zetten: less = more, want daar heb ik het ook over. Maar de zin die ik las 'alles is van iedereen' raakte me meteen. De inhoud van die zin gaat verder, heeft dynamiek, is een belofte; ze wijst naar de toekomst waar we aan begonnen zijn.
Deze week verzorg ik met mijn collega Kamilla Hensema een avond voor het Fries VrouwenNetWerk over de Occupy Movement en het Friesch Dagblad heeft vandaag, maandag, nogmaals een artikel van mij geplaatst over de mogelijke ontwikkelingen van de beweging in 2012.
Eigenlijk vind ik 'Alles is van iedereen' de perfecte beschrijving van het doel van deze beweging die in 2011 is ontstaan en zich explosief en wereldwijd heeft ontwikkeld.
Dat raakt ook aan mijn groeiende desinteresse in 'dingen en spullen'. Ik voel aan alle kanten dat ik genoeg heb. Dat ik rijk ben.
En ook al is het 'financiële crisis' en worden mensen gevoelig geraakt in hun bestaanszekerheid, ook het komende jaar, we blijven vooralsnog het op één na rijkste land van de wereld. En ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik voel dat. Ook al heb ik geen duizendjes te besteden en behoor ik zeker tot de 99%, zoals de Occupyers zichzelf noemen, we hebben genoeg en in zekere zin te veel. Te veel spullen.
Daar kunnen we moralistisch over doen, maar we kunnen er ook toe overgaan om royaal te delen. Ik kom regelmatig ergens waar bij de entree een 'samen-zijn-we-rijk-tafel' staat. Wat je over hebt leg je daar neer en een ander kan het meenemen als hij of zij er iets aan heeft. Dit wordt de nieuwe trend: weggeef'winkels' van dingen die we niet meer nodig hebben.

Maar er zijn wel andere 'dingen' die we nodig hebben.
Bestaanszekerheid, de energierekening kunnen voldoen, in je huis kunnen blijven wonen ook in slechte tijden, zinvol werk, goede gezondheid, liefde en aandacht, goed onderwijs, contact met de mensen om je heen, perspectief.
De crisis die gaande is gaat over het faillissement van de door economische belangen gestuurde samenleving. De materie, een masculien principe, heeft de overhand gekregen en veroorzaakt op alle niveaus disbalans; daardoor wordt de gezondheidszorg onbetaalbaar, kloppen hypotheken niet meer met de waarde van de huizen en hebben we teveel spullen en te weinig aandacht en zorg.
Onze immateriële waarden als zingeving en het vrouwelijke principe, zijn verwaarloosd.
Maar ....
Dankzij onze digitale snelweg ontdekte ik dat de beweging voor een gegarandeerd basisinkomen levendiger is dan ooit en een internationaal karakter heeft.
In het radioprogramma Pavlov op radio1 werd belicht dat al jaren uit onderzoek blijkt dat Nederlanders 'toegewijd' zijn. Toegewijd aan iets hogers en dat betreft een heel scala van definities; van religieus tot maatschappelijk betrokken op allerlei manieren.
Ik merk zelf dat de wijze waarop ik mijn denkbeelden verwoord zo veel meer herkend en erkend worden dan een paar jaar geleden.
Transition Towns en bewegingen voor Permacultuur blijven zich ontwikkelen en zijn georiënteerd op samenleven met de natuur, minder afhankelijk worden van geld en meer verantwoordelijkheid nemen voor goede voeding, zorg voor de aarde, elkaar en duurzaamheid.

Alles wat met economie en geld te maken heeft verkeert, in crisis. Alles wat met andere vormen van samen-leven te maken heeft is in ontwikkeling. Daarin zie ik een omslag van 'ikke-ikke' naar het nieuwe Wij. Manfred van Doorn noemt dat het ANDividualisme. Daarmee zetten we stappen op het pad van 'Alles is van Iedereen'. En dat vind ik een hoopvol perspectief.
Ik wens iedereen genoeg van veel in 2012.

Ineke Verdoner


Eigentijds idealisme – Gabriel van den Brink 
Pavlov, ntr radio

zondag, 1 januari 2012

Het menu: Sprookje voor 2012

In het menu, niet op voorpagina, banken, femke halsema, ontwikkelingsgeld, rijkdom, algemeen, arbeid, belasting, en meer.
Ooit zal er een land zijn waar alle mensen vreedzaam en gezond kunnen leven. Een land waar rijkdom eerlijker is verdeeld. De hoogste salarissen zijn er aan een acceptabel maximum gebonden, de laagste aan een realistisch minimum en eenieder verricht arbeid naar vermogen. Het verzorgen en opvoeden van kleine kinderen door de ouders wordt beschouwd als een der belangrijkste taken in de samenleving en navenant gehonoreerd. De banken stellen zich weer dienstbaar op door betrouwbaar geld te bewaren en uit te lenen. Beurzen en hedgefundsen bestaan niet meer. Het betalen van belasting ziet de mens als bijdragen aan een collectieve spaarpot voor zaken die het algemeen belang dienen: onderwijs, zorg, veiligheid, natuurbehoud, openbaar vervoer, (duurzame) energie, communicatie. De mensen zijn er vrij om te zeggen wat ze willen en binnen de grenzen van de wet te doen wat ze willen. Verschillende huidskleuren en verschillende gewoontes vormen een verrijking van de cultuur. Geloof speelt als politieke stroming geen rol meer. Ontwikkelingsgeld wordt gebruikt om jonge allochtonen in dat land een goede opleiding te geven, zodat ze hun land van oorsprong met een behoorlijk beginkapitaal kunnen helpen opbouwen. De minister-president van dat land is slim, mooi, ze heeft het hart op de goede plek en ze heet Femke; het land zelf heet Europa.

maandag, 26 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Kerstgedachte: graag belasting betalen.

Kerstgedachte: graag belasting betalen.

Met de kerst wil je graag een goed gevoel krijgen. Iets doen waar je voldoening van krijgt. Iets buitengewoons dat eigenlijk gewoon zou moeten zijn. Meestal speelt zich dat af in de eigen kring van familie en/of vrienden. Maar veel mensen zijn met de kerst ook vrijgeviger en hebben meer compassie met medemensen die het slecht getroffen hebben.

Dit kan ook worden uitvergroot naar de hele samenleving. We staan aan de vooravond van forse bezuinigingen. Hoe kan je onze gemeenschap dan behulpzaam zijn? Door meer belasting te betalen. Dan hoeft er minder te worden bezuinigd. Dus worden minder mensen door bezuinigingen getroffen. En veel bezuinigingen benadelen vooral mensen (soms dubbelop) die toch al minder bedeeld zijn. Denk maar aan mensen met een minimuminkomen, zorgvragers, (chronisch) zieken enzovoort.
Als de overheid meer te besteden heeft, dan betaalt deze daar over het algemeen zaken mee waar we met z’n allen voordeel van hebben. Natuurlijk heeft iedereen zijn bezwaren op onderdelen, maar er zijn nu ook veel bezwaren tegen bezuinigingen. Want we geven ook graag om cultuur en natuur, onderwijs, ontwikkelingssamenwerking, een beter milieubeleid, een beter openbaar vervoer en oplossen van files.

Het is een kwestie van hoe je tegen onze samenleving aan kijkt. Meer belasting betalen geeft een goed gemeenschapsgevoel. Zo vragen in de Verenigde Staten van Amerika enkele miljardairs om meer belasting te mogen betalen. We betalen naar draagkracht. Het minste pijn doen de inkomstenbelasting en de belasting op vermogen. Dat is toch geld dat je niet echt in de handen hebt. En natuurlijk krijgen rijkere mensen een hogere belastingaanslag. De meeste mensen hebben geprofiteerd van de welvaartstijging. We kunnen wat missen omdat we materieel veel bezitten. Het kan allemaal wat soberder. Wat langer doen met wat we hebben. We leven toch al grotendeels in een vervangingseconomie met weinig echt nieuwe producten. Nu ben ik niet naar de miljonairsbeurs geweest, dus weet ik niet wat ik allemaal mis. Maar een tandje minder zou toch geen bezwaar mogen zijn. Ik geef toe dat van minder duur consumeren weer een hele hoop mensen last krijgen want minder verkopen betekent ook minder produceren en dus minder inkomen / winst. Maar daarvoor komen andere zaken in de plaats. En de overheid blijft niet op z’n geld zitten. Die belastingcenten worden weer uitgegeven en komen dus ook weer beschikbaar voor onze economie. Eigenlijk is het rondpompen van geld. Maar dan meer voor ons allen.
We gaan dus met een goed gemoed belasting betalen. Met z’n allen die wel een paar procent kunnen missen. Voor het goede doel: onze samenleving. Met ingang van belastingjaar 2012.

Een gelukkig kerstfeest en een vrijgevig 2012 gewenst,

zaterdag, 24 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Horen mensen met een beperking er ook bij?

Precies 5 jaar geleden, december 2006, presenteerde de VN een verdrag voor de rechten van mensen met een beperking: lichamelijk, psychisch, verstandelijk. Dat is belangrijk, want het zorgt ervoor dat ze niet meer afhankelijk zijn van de goedwillende liefdadigheid. Met dit verdrag mogen ze rekenen op een zo veel als mogelijk gelijke behandeling. Als het gaat om onderwijs, wonen, zorg, werk, eindelijk worden de rechten van deze minderheidsgroep erkend.

Inmiddels hebben 151 landen het verdrag ondertekend. Dat is een hoopvolle basis om wereldwijd de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Van die landen hebben er 103 het verdrag ook geratificeerd. Dat wil zeggen dat ze zichzelf verbonden aan de verplichtingen van het verdrag. De meeste andere zijn druk bezig met het voorbereiden van de voorbereidingen daartoe met de bedoeling daarna ook het verdrag te ratificeren.

En Nederland? Nee, Nederland heeft het verdrag niet geratificeerd. We doen zelfs bijna niets aan voorbereidingen. Er zijn aanpassingen nodig in wetten en regels, in zorg en onderwijs, in toegankelijkheid en financiële ondersteuning. Maar Nederland aarzelt. Natuurlijk zijn we wel voor dit verdrag – het is ondertekend – maar om het nu ook echt te gaan uitvoeren… Sterker nog: de financiële ondersteuning van mensen met een beperking wordt minder (denk aan de PGB’s). En al wil de regering kinderen met een beperking meer laten meedoen in het gewone onderwijs, het geld voor goede begeleiding is er niet en komt er niet. Als mensen met hun beperking een goede plaats in de samenleving veroveren – denk aan de topsporters van de Paralympics – dan is dat vaak ondanks onze regels en niet dankzij.

De belangrijkste reden? Het kost geld. Als we ons verplichten om mensen met een beperking echt de kans te geven mee te doen in de samenleving, dan kan men ons daar ook op aanspreken. Het verdrag houdt nog heel wat huiswerk in. Vrees voor de consequenties dus.

Nu is angst meestal een slechte raadgever en dat geldt nog meer als het gaat om principes. Immers: de vraag is niet of een verdrag ons ergens toe verplicht. De echte vraag is wat het goede is dat we moeten doen. Als we vinden dat mensen met een beperking maximaal moeten kunnen meedoen in de samenleving, dan moeten we ons daar voor inzetten, verdrag of niet.

Moreel en profetisch

De echte vraag is daarom: horen mensen met een beperking er echt bij of niet? Dat is niet alleen een economische of politieke vraag, het is een morele en zelfs een profetische vraag. Moreel omdat het gaat om insluiting en uitsluiting, om discriminatie en het recht op een menswaardig leven. Het gaat om de vraag of we mensen met een beperking zien als lastig en duur of als principieel gelijkwaardig.

Uiteindelijk is het ook een profetische vraag. De gelijkwaardige aanwezigheid van mensen met een beperking stelt ons namelijk voor de vraag wat eigenlijk normaal is. Is het normaal dat je kunt zien, horen en op twee benen kunt lopen? Normaler dan wanneer je via braille communiceert of je in een rolstoel verplaatst? Is Nederlands spreken normaler dan gebarentaal?

Wij leven in een cultuur die veel waarde hecht aan gaafheid. We sturen al onze kinderen naar de orthodontist, want scheve tanden moeten worden rechtgezet. Problemen moeten worden verholpen, beperkingen overwonnen. En dankzij de enorm gegroeide medische mogelijkheden kunnen we vandaag de dag veel verhelpen of compenseren.

Wat we daarmee echter kwijtraken, is het besef dat ons bestaan ook gewoon eindig en beperkt is. Dat sommige zaken niet overgaan, dat beperkingen blijven. Maar dat betekent dat beperkingen bij het leven horen. Eigenlijk is de normale situatie dat mensen een beperking hebben. Zeker, die is bij de een nadrukkelijker en storender aanwezig dan bij de ander, maar we zijn allemaal beperkt. En dus moeten we onze samenleving zo inrichten dat iedereen mee kan doen. Geen splitsing tussen ‘wij’ – normale mensen – en ‘zij’ met een beperking.

We hebben een nieuwe verbondenheid nodig van mensen met elk hun eigen beperking, geen liefdadigheid.

Column verschenen in Christelijk Weekblad, 23.12.2012


Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Ik rij geen 130

In algemeen, 130 km/u, aptroot, hufterig gedrag, vvd, armoede, kabinet, onderwijs, protest, en meer.

Ik rij geen 130. Al jaren niet trouwens. Ik heb er geen behoefte aan, en de praktijk is dat daar waar ik 120 mag ik dit maar mondjesmaat doe. Eigenlijk alleen wanneer het rustig is op de weg. Maar veel vaker komt het voor dat ik ergens tussen de 100 en 120 zit. 130 km/u. Het gaat eigenlijk nergens over. Ja, over de leugens van meneer Charlie Aptroot van de VVD, een vurig voorstander van het gaspedaal wat dieper intrappen. En het gaat over de vele honderden miljoenen die de invoering er van kost. Honderden miljoenen voor een rechtse hobby, want meer dan dat is het niet. Het dient geen enkel nut en het is zelfs ronduit schandalig dat het kabinet het prioriteit durft te geven, alsof er geen belangrijkere zaken zijn. Slechts de enkeling die het ervaart als een soort orgasme, yessss, 136! (de 'veilige' marge in het boetesysteem) en toch nergens sneller zijn dan eerder het geval was. Hiep hiep hoera. Honderden miljoenen voor een beetje beleving dus. Honderden miljoenen, die 'we' kennelijk beter besteed vinden dan aan bijvoorbeeld het opkrikken van het onderwijs, of armoedebestrijding (ja ja kabinet, armoede bestaat nog steeds in dit haast geen prachtige land meer). Honderden miljoenen, meer slachtoffers, meer vervuiling, meer hufterig gedrag. Vandaag ontving ik van mijn partij de bestelde bumpersticker tegen die 130 km/u, en dus prijkt die vanaf nu op mijn achterbumper. Een symbolisch protest wellicht. Ik heb niet de illusie dat de sticker veel zal veranderen. 

maandag, 19 december 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Column over Cuthuis

8 december 2011

De GroenLinks ledenvergadering is druk bezocht in buurthuis Boschveld. Fractie en werkgroepen en wethouder doen verslag. Bart Eigeman vertelt dat je soms jaren in onzichtbaarheid aan iets werkt: zoals nu aan de transities jeugd en passend onderwijs in relatie tot Werken naar Vermogen en de AWBZ. Werken aan de lange termijn levert ook veel op: niet voor niets is onze gemeente Fietsstad 2011 geworden!! Wat ook zichtbaar wordt, is de aanpak Schone en Veilige wijken. Door heel direct contact met bewoners wordt betrokkenheid gestimuleerd met de mogelijk hele concrete verbetering in straat en buurt te realiseren.

GroenLinksraadslid Peter van Doremalen houdt een prikkelende column over de mogelijke komst van een puthuis op de Markt. Onderzoek wijst uit dat, op schilderijen van Jeroen Bosch “door dikdoeners Jheronymus genoemd” is te zien, dat het puthuis een plek was om ongezien de liefde te bedrijven….

zondag, 18 december 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Nationaal Duurzaamheids Congres

In bartcam, congres, dieren, duurzaamheid, energie, gemeente, ondernemers, onderwijs, plastic soep, en meer.

30 november 2011

Als wethouder Duurzaamheid is Bart Eigeman er trots op dat het grootste congres over Duurzaamheid in de Brabanthallen bijeen komt. De aftrap is indrukwekkend: de plastic soep in de oceanen is een grote bedreiging voor mensen en dieren.

Daarna zijn er vele workshops, waaronder twee over het Bossche Energie Convenant, dat een energiek voorbeeld is van samenspel tussen gemeente en ondernemers en onderwijs.

zaterdag, 17 december 2011

Rob Alberts

Rob Alberts

Keys to school

Keys to school. Met de leerplichtwet is in Nederland veel, heel veel geregeld. In Andere landen is dat vaak heel anders gesteld. Een van mijn nieuwe collegas heeft dat op een mooie manier opgepakt. Samen met een aantal vriendinnen heeft zij de stichting Keys to school opgericht. Met verschillende pubquizzen wordt erdoor haar geld ingezameld. Maar ook direct hulp gegeven aan onderwijs in Zuid-Afr...

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

Schoolvoorbeelden van monumenten in Leiden

In politiek, architectuur, leiden, monumenten, wederopbouwarchitectuur, college, crisis, december, gemeente, en meer.

Voormalige MSG aan de Dieperpoellaan

Leiden is trots op haar monumenten en er komen er steeds meer bij. Dat is mooi, het Leids cultureel erfgoed is één van de belangrijkste kwaliteiten van de stad. Gelukkig staan er inmiddels ook veel gebouwen uit de 20e eeuw op de lijst van gemeentelijke monumenten. Maar gebouwen uit de wederopbouw periode worden nog te weinig op waarde geschat. Een aangenomen motie van GroenLinks probeert hier wat aan te doen. Het belangrijkst is echter dat de gemeente Leiden zich beseft dat ook naoorlogse gebouwen, mooi of lelijk, onderdeel kunnen uitmaken van de Leidse cultuurhistorie.

Dinsdag 13 december meldde wethouder Jan-Jaap de Haan (Cultuur) trots dat drie bestaande Leidse schoolgebouwen de status hebben gekregen van beschermd gemeentelijk monument: Het Bonaventura College aan de Mariënpoelstraat, het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat en het ROC ID College aan de Groenhazengracht. “Met hun bijzondere baksteenarchitectuur, allerlei decoratieve details en zelfs een oude kapel zijn de kersverse gemeentelijke monumenten een waardevolle toevoeging aan de mooie lijst van al bestaande Leidse monumenten. Verleden en toekomst zijn in deze Leidse schoolgebouwen verenigd.” zegt Jan-Jaap de Haan in het persbericht.

Bonaventura College, Mariënpoelstraat

Dat deze drie scholen de monumentenstatus hebben gekregen is te danken aan het zeer volledige rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 1: 1800 – 1940. Het rapport is geschreven voor de Unit Monumenten en Archeologie Leiden, door Yteke Spoelstra, een architectuurhistorica die onder andere gespecialiseerd is in scholenbouw.

Net als stations, musea, ziekenhuizen, overheidsgebouwen en andere [semi]openbare grote publieke gebouwen kennen scholen vaak een bijzondere architectuur. Schoolgebouwen zijn cultuurhistorisch van groot belang omdat in de architectuur meestal naast de typische architectonische kenmerken ook de onderwijsopvattingen uit die tijd goed afleesbaar zijn.

ROC ID College aan de Groenhazengracht

Daarom vormen scholen een belangrijk onderdeel van ons cultuurhistorisch erfgoed. Vroeger dacht men daar helaas anders over. Aan het einde van het rapport is een lijst opgenomen van alle gebouwde scholen uit de periode 1800 – 1940. Helaas is een groot deel daarvan gesloopt. Veel van de scholen die er nog wel staan zijn inmiddels aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument. Daar komen er dus nu drie bij en dat is mooi.

Maar er is ook reden tot zorg. Dezelfde auteur, Yteke Spoelstra, schreef nog een rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 2: 1945-1965. Ook dit is weer een zeer volledig overzicht, nu van alle gebouwde Leidse scholen uit de wederopbouw periode. Ook deze scholen geven een goed beeld van de architectuur en de onderwijsopvattingen uit die tijd. Veel van ons hebben in deze schoolgebouwen les gehad. Er is zelfs een grote kans dat onze kinderen er nu nog op school zitten. Ook in dit tweede rapport staat aan het eind een overzicht van alle scholen. Een aantal is inmiddels gesloopt maar heel veel scholen staan er nog steeds. Alleen is nu opvallend is dat geen van deze scholen een monumentenstatus heeft. En dit is reden tot zorg. Het lijkt erop dat de gemeente de cultuurhistorische waarde van een aantal scholen uit de wederopbouw nog niet inziet en de gebouwen makkelijk laat slopen wanneer nieuwe ontwikkelingen op de locatie gewenst zijn.

Vlakbij het nieuwe monument het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat staan twee naoorlogse scholen op de nominatie om gesloopt te worden. De voormalige Middelbare Meisjes School Sint Agnes van de Rooms-katholieke Zusters der Liefde aan de Eijmerspoelstraat en de voormalige Mathesis Scientiarum Genitrix (MSG) aan de Dieperpoellaan. Deze twee scholen moeten wijken voor de herontwikkeling van de locatie Dieperhout. Er is duidelijk nooit een poging gedaan om deze twee scholen te behouden of te hergebruiken. Dat is vreemd want in het scholen-rapport wordt het volgende gezegd over het Agnes: “Dit fraaie exemplaar uit 1965/1966 is ontworpen door het Leidse architectenbureau Van Oerle, Schrama en Bos. De ruime groenstrook voor de school aan de Kagerstraat maakt dat het een beeldbepalend gebouw in de buurt is…“ en over de MTS: “De school, die in 1964 ontworpen is door het bekende architectenbureau Jan Lucas en Henk Niemeyer is in 1966 in gebruik genomen. Minister Diepenhorst opende het gebouw dat vier miljoen gulden heeft gekost….. Het gebouw is gaaf zowel in hoofdvorm als in detail en is exemplarisch voor schoolgebouwen voor het technische onderwijs uit de jaren zestig”.

Agnes College, Eijmerspoelstraat, Schrama en Bos, 1965

Het is tragisch dat ondanks bovenstaande kwalificaties de gemeente, tegen het advies van de Leidse monumentenselectiecommissie in, besloten heeft de twee scholen niet aan te wijzen als gemeentelijk monument maar ze te slopen. Blijkbaar gaat het monumentenbewustzijn van de gemeente nog niet veel verder dan tot de Tweede Wereldoorlog. Dit is volkomen onterecht. Ook naoorlogse gebouwen maken onderdeel uit van het Leidse cultuurhistorische erfgoed en verdienen soms een monumentenstatus.

Gelukkig is in september een motie van GroenLinks in de gemeenteraad aangenomen die het college verzoekt om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de stad waarbij sloop van bestaande gebouwen aan de orde is, altijd de Monumentenselectiecommissie te consulteren over de waarde van eventueel aanwezig cultureel erfgoed. Ook verzoekt de motie het college altijd een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van hergebruik van een gebouw wanneer dit gebouw door de monumentenselectiecommissie is voorgedragen voor voorlopige aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument.

Mathesis Scientiarum Genitrix, Dieperpoellaan, Lucas en Niemeyer, 1966

Helaas zal de motie de twee scholen op de Dieperhout-locatie niet van de slopershamer redden. Daarvoor zijn de plannen al te ver gevorderd. Maar er is nog hoop. Gezien de huidige crisis op de woningmarkt is het niet heel waarschijnlijk dat met name voor de MSG-locatie snel een ontwikkelaar gevonden zal worden. Misschien komt hergebruik dan weer in beeld en worden het Agnes en de MSG alsnog als gemeentelijk monument vermeld  op de lijst van scholen, in het nog te schrijven scholen-rapport Deel 3,


vrijdag, 16 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In geen categorie, banken, cultuur, dijsselbloem, drie logica's, driegeleding, economie, evelien tonkens, habermas, en meer.

22 augustus
2010. Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet
gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt
een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker.
Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte
nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten
bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in
uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat
als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft
te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs
moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht
moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim
Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer
meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het
geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de
parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met
het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen
verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets
over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan
van theorie naar praktijk.

 

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met
deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”.
Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe
speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de
“mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in
de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer
bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer
tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van
wantrouwen en dat werkt contraproductief.

 

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als
bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het
probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele
leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas
analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie
en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich
ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in
het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen
door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en
vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van
markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de
professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de
verantwoordingsplicht vanuit de overheid.

 

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken.
Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie
rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist
omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur
vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de
professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het
welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat
de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan
de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals
gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de
professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de
professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije
beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende
standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning
krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet
er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het
verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar
of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te
lossen.

 

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich
ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij
drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij
koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit
ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die
zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het
geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op
eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over
bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en
onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd
een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele
vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde
samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg
professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij
mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen
dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid
niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten
worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden
voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende
richtingen.

 

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen
inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort,
waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus
speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting
geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van
wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij
echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het
verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke
verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is
in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

 

Zie voor de in de tekst
besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker,
Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In geen categorie, banken, cultuur, dijsselbloem, drie logica's, driegeleding, economie, evelien tonkens, habermas, en meer.

22 augustus
2010. Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet
gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt
een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker.
Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte
nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten
bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in
uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat
als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft
te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs
moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht
moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim
Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer
meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het
geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de
parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met
het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen
verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets
over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan
van theorie naar praktijk.

 

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met
deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”.
Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe
speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de
“mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in
de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer
bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer
tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van
wantrouwen en dat werkt contraproductief.

 

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als
bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het
probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele
leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas
analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie
en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich
ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in
het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen
door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en
vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van
markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de
professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de
verantwoordingsplicht vanuit de overheid.

 

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken.
Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie
rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist
omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur
vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de
professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het
welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat
de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan
de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals
gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de
professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de
professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije
beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende
standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning
krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet
er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het
verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar
of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te
lossen.

 

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich
ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij
drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij
koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit
ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die
zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het
geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op
eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over
bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en
onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd
een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele
vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde
samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg
professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij
mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen
dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid
niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten
worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden
voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende
richtingen.

 

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen
inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort,
waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus
speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting
geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van
wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij
echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het
verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke
verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is
in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

 

Zie voor de in de tekst
besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker,
Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

dinsdag, 13 december 2011

Het menu: Onverdoofd slachten

In het menu, niet op voorpagina, onverdoofd slachten, religie, vlees, dieren, god, manier, mensen, en meer.
Mensen, houd ermee op. Waarom in naam van allah of de onuitgesprokene zoveel ophef maken over het recht om dieren onverdoofd te slachten. Voor de duidelijkheid: ik begrijp niets van religie. Religie is achterhaald. Steeds meer mensen genieten gedegen onderwijs en leren zelf na te denken. Ze leren over het ontstaan van religie en het nut ervan in vroeger tijden. Ze leren dat god een verzinsel is van de mens die dit nodig had om wetten uit te vaardigen. Naleving van deze wetten beloofde een betere toekomst, in het hiernamaals. Een private aangelegenheid. Wat, als we de goddelijke schakel er tussenuit halen? Als je nadenkt weet je dat je weinig of helemaal geen vlees nodig hebt om in leven te blijven. Laten we afspreken er niet meer van te eten dan noodzakelijk. Dat scheelt dierenleed. En laten we de dieren die er toch aan moeten geloven zodanig slachten dat ze er zo min mogelijk onder lijden. Of dat met een welgeplaatste haal van een vlijmscherp mes is of met een spuitje, daar kan ik het antwoord niet op geven. Ik ben geen dierenarts. Streven we dan niet op een zinvollere manier naar een betere toekomst, voor ons allemaal?

Joep Bos-Coenraad

Joep Bos-Coenraad

Twitter

Rector on tour column @ FNWI, 13 december 2011.

Onderstaande tekst droeg ik voor tijdens het Rector on Tour op de beta-faculteit van de Radboud Universiteit, op 13 december 2011. Het lijkt heel wat tekst, maar als ik het voordraag vliegt de tijd natuurlijk ;)

De leden van de facultaire studentenraad vroegen mij of ik een column wilde voordragen voor het mooie terugkerende “Rector on tour” programma aan mijn faculteit. En hoewel ik op vrijwillige basis eigenlijk geen columns wil schrijven voor studenten die met een gratis lunch gelokt moeten worden, maak ik voor de komst van onze Rector Magnificus graag een uitzondering.

Mijnheer Kortmann en ik kennen elkaar nog uit de tijd dat ik, als lid van de universitaire studentenraad, met kritische vragen het college van bestuur uit de tent probeerde te lokken, in de hoop dat zij hun beleid van een beter doordachte inhoud zouden voorzien. In die tijd sprak ik Mijnheer Kortmann meestal aan met “Beste heer Kortmann”, maar niet lang daarna had ik een hele inspirerende ontmoeting met zijn broer. Met de kwalificatie “beste” ben ik sindsdien wat terughoudender, maar een aardige man is het zeker, die mijnheer Kortmann. Nooit te beroerd voor een goede discussie, en bovendien rebels genoeg om zijn onvrede over de landelijke koers wat onderwijs betreft te ventileren. Het organiseren van de grootste optocht van hoogleraren in toga uit de Nederlandse geschiedenis, zo’n 1000 stuks, is daarvan een indrukwekkend voorbeeld.

En zo’n betrokken Rector Magnificus is erg prettig, zolang hij voor hetzelfde doel staat als jij tenminste. Het is immers de man bij uitstek die iets in de melk te brokkelen heeft waar het het Radboudiaanse onderwijsbeleid betreft. Trots was ik dan ook toen ik las dat mijnheer Kortmann het door de Vereniging van Universiteiten (voorheen de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) gestelde minimum van 12 contacturen per week eigenlijk nog aan de slappe kant vond. Dat mogen er volgens hem best 15 zijn.

Nu zult u misschien lachen. 15 contacturen. 15 uur hoorcollege, werkcollege of practicum. Daar zit een gemiddelde Beta-student op woensdagmiddag al aan. Sterker nog, ik herinner mij uit mijn FSR jaar dat het faculteitsbestuur het aantal contacturen bij enkele studies juist expliciet wilde reduceren tot maximaal 20 per week, waarschijnlijk met een zalentekort of een bezuinigingsslag in het achterhoofd. Desalniettemin verdient onze rector lof voor zijn stellingname. Want bij veel opleidingen is het onderwijs nog lang niet zo stimulerend als aan onze faculteit. En laten we eerlijk zijn: er zijn maar weinig studenten die zich naast 12 contacturen de volle 28 resterende uren in de werkweek tot zelfstudie kunnen motiveren, wat dat betreft zijn studenten net mensen. Geef ze impulsen en ze komen te leven.

En ondanks de tegenvallende rendementen van ons mensenschuwe exacte betweters – hee, kwaliteit moet je niet overhaasten! -, merken we dat de rector zo nu en dan jaloers is op de inzet van onze studentenpopulatie. Misschien ook niet zo vreemd als je af en toe de zoutzakken bij rechtsgeleerdheid achter hun laptops in de collegezaal ziet zitten. Volgens mijnheer Kortmann worden op FNWI de hele week door fanatiek “SOMMEN GEMAAKT” in groepsverband, die vervolgens in een werkgroep worden besproken. Een methode die zich ook uitstekend zou lenen voor opleidingen als psychologie en rechtsgeleerdheid.

Zelf heb ik bij “sommen maken” een nogal pejoratieve connotatie die weinig blijk geeft van het onderscheid tussen ordinair rekenen en elegante wiskunde. Controleer je een balans, of pas je wat alledaagse statistiek toe, dan maak je volgens de meeste beta’s een ordinaire som.
Een decadente natuurwetenschapper daarentegen vindt zichzelf enkel goed genoeg voor het volwaardig onderzoeken, afleiden en bewijzen van materie. Maar de heer kortmann is een jurist en bedoelt het waarschijnlijk niet verkeerd, maar, heuswaar, juist goed.

En daaruit schemert al een beetje de complexe taak van de rector van een brede universiteit voort. Anno 2011 is niemand meer beta, jurist, econoom, medicus, sociale wetenschapper en geesteswetenschapper tegelijkertijd. Enerzijds wordt er zoveel mogelijk beleid aan de faculteiten overgelaten om het bij hun studenten en vakgebieden te laten aansluiten. Anderzijds ontkomt men er niet aan af en toe juist ook universiteits-brede regels te stellen, en te leren van elkaar. Maar waar wordt wat voor wie besloten?

We willen allemaal een universiteit die meer is dan de som van de faculteiten. Als chemicus wil je in je vrije ruimte ook eens een mooi vak kunnen volgen aan de faculteit der rechtsgeleerdheid. Dat is, echt waar, hartstikke interessant. Ik kan het weten want dat heb ik in mijn Bachelor ook gedaan. Zo makkelijk heb mijn studiepunten bovendien nog nooit verdiend! Maar dat terzijde. Aan de andere kant zitten beta’s niet te wachten op een centraal aangestuurd IT-clubje dat onze goed werkende Linux computers komt herinstalleren met Microsoft-Windows met een teletubbie-interface. Goede bedoelingen maar ontoereikende kennis van domeinspecifieke details kunnen alsnog tot slechte besluiten leiden.

In praktijk worden kritische medezeggenschappers nogal eens van het kastje naar de muur gestuurd: “dat moet van de Rector”, antwoordt de Vice-Decaan onderwijs op een vraag van de facultaire studentenraad, waarop de Rector bij navraag ontkracht “nee hoor, dit is decentraal management, dat mogen faculteiten lekker zelf uitzoeken”. Een effectieve, maar wanneer bewust ingezet, oneerlijke afwimpel-manoeuvre, die betrokken kritische studenten jaarlijks veel tijd en frustraties kost.

In werkelijkheid worden aan dit plaatje nog het ministerie van OCW, de onderwijsinstituten en het ongrijpbare college van decanen worden toegevoegd, zonder heldere referenties naar zwart-op-wit stukken. Daar kan onze universiteit helaas nog veel van leren. Als het nergens controleerbaar staat vermeld, dan heeft het geen waarde. Transparantie. De kernwaarde van iedere zuivere academicus. Zoals een publicatie niet wordt geaccepteerd zonder referenties bij haar statements, zouden studenten het niet langer moeten accepteren als een decaan of vice-decaan weer eens iets over de schutting kiepert zonder referentie waaruit blijkt dat het op dat specifieke niveau ondergebracht is.

En als het college van bestuur niets te verbergen heeft, dan zou het ook de nieuwsredactie weer meer middelen en vrijheden mogen geven en radiostiltes tot het verleden laten behoren. Op een universiteit moeten we niet geheimzinnig doen over wat er gebeurt en waarom dat gebeurt, we moeten juist trots zijn op onze universiteit. Hier wordt fantastisch onderzoek gedaan en ook veel van onze opleidingen zijn van hoog niveau. Dat moeten we juist krachtig ventileren, en publicitaire tegenvallers op de koop toe nemen! Waar komt toch dat verlangen naar achterkamertjes en mediacontrole vandaan? Mijnheer Kortmann, kunt u ons dat vertellen?

dinsdag, 6 december 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Juf Marja

In politiek, adhd, autisme, balkendende, basisonderwijs, betutteling, bezuinigingen, bureaucratie, cda, en meer.

Bijna haastig maakte Marja van Bijsterveldt deze week haar plannen voor dertig Tv-zenders in het standaardpakket wereldkundig. Uitzuigerij van kabelmaatschappijen pikt Marja niet langer. Een fijne bliksemafleider voor onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Want wie dacht dat we na vechtkabinet Balkenende XVIII van de christelijke betutteling af waren, komt bedrogen uit.

Marja van Bijsterveldt kondigde vorige week aan dat ze wilde dat ouders zich meer met scholen gingen bemoeien. Ouders moeten meer tijd vrijmaken om voorleesvaders en luizenmoeders te zijn, schoolreisjes te begeleiden en de ontwikkeling van hun kinderen een centrale plek te geven. En dat durft Marja van Bijsterveldt best te zeggen in een tijd waarin de gemiddelde meester of juf nu al gek wordt van ouders die vinden dat hun kind toch net dat beetje aandacht meer verdient. Wat dat betreft heeft Marja met één punt wel een punt: ouders gedragen zich steeds als consumenten.

Want in de huidige assertieve en kindgerichte cultuur is elk kind een prinsje of prinsesje. Zeker wanneer ouders gescheiden zijn, wat tegenwoordig eerder de regel dan de uitzondering is, wordt het welbehagen van het kind met hand en tand (en een grote berg Sinterklaascadeautjes) verdedigd. De bedroevende kwaliteit van onze PABO’s en onze PABO-studenten zorgen bovendien voor een steeds groter wordend wantrouwen tegen leraren. En daar hebben juist de succesvolle PABO’ers, die niet na een jaartje knutselen afhaken, ontzettend last van. Voor een juf of meester goed en wel op stoom komt met zijn klas, komen hele roedels ouders al vertellen hoe het allemaal beter kan, vooral voor hun eigen kroost. Dat het merendeel van onze jeugd bij de eerste scheet die dwars zit al een stempeltje met ADHD of autisme meekrijgt, zal daarbij ook niet erg helpen.

Experts zijn het erover eens dat de kwaliteit van het onderwijs op te lossen is met meer geld op de juiste plek, en minder bureaucratie. De ongebreidelde fusiedrang in onderwijsland, onder druk van de krappe budgetten, bewijst zichzelf al jaren als slechte ontwikkeling. Maar juf Marja gaat het anders oplossen, niks geen geld erbij! In plaats van de positie van leerkrachten in het (basis)onderwijs te versterken, wil ze de ouders nog meer invloed geven in de klaslokalen van Nederland.  Een belachelijk idee.

Een belachelijk idee, niet alleen  omdat het indruist tegen de wens van het kabinet dat de vrouwenparticipatie op de arbeidsmarkt groter wordt, maar vooral omdat ouders nu eenmaal geen pedagogische professionals zijn. Er is niet voor niets een opleiding nodig om voor de klas te mogen staan. En een belachelijk idee omdat ouders een klas nooit subjectief kunnen bekijken, omdat hun eigen kind natuurlijk ‘bijzonder’ is. Die illusie is fijn voor de opvoeding thuis, maar funest voor het onderwijs. Een klas met dertig bijzondere kinderen voorzien van een wensenlijstje van de bezorgde, invloedrijke en betrokken ouders wordt al snel onbestuurbaar. Misschien moeten we Marja van Bijsterveldt een weekje voor de klas zetten…


zaterdag, 3 december 2011

René van Engelen

René van Engelen

Youtube

Fokkerdiscussie

In fokker groenlinks papendrecht, auto, crisis, duurzaam, economie, gemeente, groenlinks, informatie, nederland, en meer.



Tja. We kunnen in Papendrecht de ontwikkeling van een prachtig, duurzaam materiaal binnenhalen, ontwikkelt door Fokker in samenwerking met de universiteit van Delft. Nederland als duurzame kenniseconomie. Kun je niet tegen zijn als GroenLinks, toch?! Zeker niet als de plannen voor het nieuwe hoofdkantoor en twee hallen in Papendrecht ook nog eens duurzaam zijn. Daarnaast is er een positief multipliereffect voor de regio. Werkgelegenheid, stimulering onderwijs, groei kenniseconomie, stimulans voor duurzame economie, enzovoort. Ook hier moet je als GroenLinks wel 'JA' op zeggen. Volmondig.
Maar ja, dan komt de JSF om de hoek kijken. Al eerder hebben we gezegd dat de grond in polder Nieuwland niet beschikbaar moet komen voor de productie van een deel van de JSF. Als enige Papendrechtse partij hebben we principieel tegengestemd. We vinden dat je een tijd van economische crisis niet dit soort grote bedragen gaat investeren in oorlogstuig. Daarnaast hebben we grote problemen met het medewerking verlenen aan een vernietigingswapen. Zie de stukken van Jan Anne Bos en (recent) Cees Florusse in het Papendrechts Nieuwsblad.
Nu ligt er iets voor wat niet direct met de JSF te maken heeft, maar wel met de ontwikkeling van het mooie, duurzame materiaal. Een lastige spagaat. Financieel en qua risico's voor de gemeente zie ik geen grote problemen (ik heb mij daar goed in verdiept). Woensdagavond hebben we fractievergadering.
Voor meer informatie over het materiaal 'Glare', kijk op http://tudelft.nl/actueel/dossiers/archief/glare/

donderdag, 1 december 2011

John Jorna

John Jorna

De brief van Minister van Bijsterveldt

In column van de week, basisonderwijs, bezuinigingen, copd, delen, democratie, gewoon, hulp, internet, en meer.

OPEN ZENUW GERAAKT?

Onderwijsminister Van Bijsterveldt stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de relatie ouders – kind – school en schetste enkele wenselijkheden, althans in haar ogen. Het lokte nogal heftige reacties uit. Voor mij is dat een teken, dat er kennelijk hier en daar wat mis is. Nu ben ik zelf vader en grootvader en ik ben jarenlang leraar geweest en daarbij heb ik ook veel ervaring opgedaan met ouderparticipatie in het Voortgezet onderwijs. Ik weet, waar ik het over heb.

Men viel vooral over de oproep van de minister aan de ouders actiever te worden in de school. Dat speelt vooral in het Basisonderwijs, want in het Voortgezet Onderwijs zijn de mogelijkheden beperkt. Jarenlang werkten moeders op mijn school aan een knipselarchief, maar toen was er nog geen internet. Er waren ouders actief in de Medezeggenschapsraad en door voortdurend de vinger aan de pols te houden konden veel problemen in een vroeg stadium worden voorkomen. Met ouders organiseerde ik een enquête over vredesopvoeding en het bleek, dat bij alle vakken doelen van vredesopvoeding konden worden nagestreefd.

Kijk je echter bij het Basisonderwijs dan zijn er veel meer mogelijkheden. Wat mij opviel in de krantenartikelen was dat ouders taken van betaalde krachten gingen overnemen, bijvoorbeeld schoonmaakwerk. Het is leuk, dat er zo geld vrijkomt om meer leerkrachten of onderwijsassistenten aan te trekken, maar geld voor de schoonmakers moet gewoon binnen het budget te vinden zijn. Met dat deel van haar oproep laadde de minister de verdenking op zich de gevolgen van bezuinigingen te willen opvangen door ouders in te schakelen. Als ze dat wil, prima, maar laat ze er dan ook eerlijk voor uitkomen.

Ouders behoren het werk van de leerkrachten te ondersteunen en niet te ondergraven. Als je als ouder naar je kind laat merken, dat je eigenlijk neerkijkt op die armoedzaaiers van onderbetaalde leerkrachten, dan bevorder je niet bepaald het respect van de kinderen voor hun leerkracht. De docent is een professional, die verstand heeft van onderwijs en opvoeding, vaardig is in het observeren van kinderen, zijn onderwijs evalueert en ziet waar hij zelf is tekort geschoten, maar ook ziet, waar de individuele leerling faalt. Hij praat met de leerling over de manier waarop die leerling het probleem gaat aanpakken en schakelt desgewenst de ouders in om hun kind te ondersteunen door het maken van huiswerk beter te structureren en het kind te stimuleren en zo nodig te controleren. Soms ziet hij tijdig, dat specialistische hulp nodig is. Het kan om leerproblemen gaan als dyslexie of pedagogische problemen als een beetje te erg puberen of ernstige psychische problemen. En dan moet zo’n docent ook nog zijn eigen vakgebied bijhouden. Docent zijn is een roeping. Je kiest er niet voor als steenrijk worden het belangrijkste doel in je leven is. Van ouders mag dan verwacht worden, dat ze bereid zijn intensief mee te werken bij het verbeteren van de resultaten of de leerhouding of het gedrag van hun kind. Dus op ouderavonden komen, samenwerken met de school en waar mogelijk de inspanningen van de leerkrachten ondersteunen en bij wangedrag van hun kind op school bereid zijn een lijn te trekken met de school.

Een school brengt niet alleen kennis en inzicht bij. Vooral in het Voortgezet Onderwijs leren kinderen ook een mening te vormen en tot een gefundeerd oordeel te komen. Ik noemde al vredesopvoeding, maar het gaat ook om milieueducatie en burgerschapsvorming. Daar gaat het om kennis, maar ook om mentaliteit. Als er rond de verkiezingen in de klas gepraat wordt over onze democratie en het belang van lid zijn van een politieke partij en van deelnemen aan de verkiezingen en je tevoren verdiepen in de standpunten van een partij; dan kunnen al die inspanningen van de man of vrouw voor de klas in een keer onder geschoffeld worden als ouders daar nonchalant over doen of laten merken, dat ze geen enkel vertrouwen hebben in de democratie en ook niet van plan zijn er iets aan te doen. Je kunt als docent een prachtig verhaal houden over de uitstoot van auto’s en met name het ultra fijne stof, dat door filters niet wordt tegen gehouden en zorgt voor steeds meer COPD-patiënten, als vader zich onverschillig toont voor het lot van die mensen en rustig de maximumsnelheid overtreedt, dan vergeet het kind het verhaal van de docent al snel. Een school kan kinderen bewust maken van normen en waarden, maar de houding van de ouders bepaalt of kinderen zich die waarden eigen maken en zich houden aan de normen. De mentaliteitsonderzoeken van het Bureau Synovate laten zien, dat hier nog een wereld te winnen valt.

De secularisatie heeft ervoor gezorgd, dat grote delen van de bevolking niet meer beschikken over een duidelijk stelsel van waarden en normen en ook niet meer beschikken over inspirerende voorbeeldfiguren. Mensen stellen zich autonoom op en zeggen wat ze denken en doen waar ze zin in hebben. Oude waarden en normen, die berusten op eeuwen van menselijke ervaringen en met het etiket van een goddelijke openbaring zijn door velen als ouderwets en achterhaald en niet meer van deze tijd terzijde geschoven. Wat betekent opvoeden dan nog? Welke waarden leef je je kinderen voor? Bij welke waarden van ouders kan een school aansluiten? Want bedenk wel, dat ouders bepalen welke waarden hun kinderen aanvaarden en daarbij is de rol van de moeder overheersend. Nooit kun je als ouders de opvoeding van je kind overlaten aan een school. Jij als ouder bent verantwoordelijk voor de opvoeding van je kinderen.

Jaargang 4, Nr. 190.

woensdag, 30 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Van Bijsterveldt maskeert met haar gelijk een groter probleem

In gerechtigheid, politiek, burgerschap, cda, civil society, maatschappij, onderwijs, rechtvaardigheid, minister, en meer.

Met stofzuiger en een soppende doek maak ik samen met andere vaders en (vooral) moeders één keer per jaar het klaslokaal van mijn zoontje grondig schoon. Door het samen te doen zorgen vrijwel alle ouders dat het lokaal het hele schooljaar hygiënisch op orde blijft. Vorige week nam een moeder het initiatief om de klas in Sinterklaas-stijl te versieren. De school had geen geld zodat ouders zelf de handschoen oppakten. Prachtig. Iedereen was trots en blij. Zo wordt de basisschool een dragende gemeenschap waaraan ouders hun steentje bijdragen.     

Ik begrijp onderwijsminister Van Bijsterveldt wel. Ouders moeten hun schoolgaande kinderen meer begeleiden en zelf ook meer betrokken zijn bij de school. Dat schrijft ze vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. De CDA-politica verwacht van ouders dat zij de schoolprestaties in de gaten houden en helpen verbeteren en ook meer deel worden van de schoolgemeenschap. ’Het gaat om een mentaliteitsverandering bij alle betrokkenen. De rol van de ouder is te zeer een vergeten rol; veel ouders zijn in een consumentenrol terechtgekomen,’ aldus de minister. En ja, ze heeft groot gelijk.

‘Scholen moeten ouders op hun verantwoordelijkheid aanspreken, maar daar staat ook iets tegenover: de ouders krijgen inzicht in de voortgang die hun kinderen boeken en in de cijfers die ze halen. Ouders en scholen zouden hun afspraken moeten vastleggen in niet-vrijblijvende overeenkomsten,’ aldus de bewindsvrouw. Ik vind dat beslist geen gek idee.

Minister Van Bijsterveldt heeft het gelijk aan haar kant. Een school is meer dan een dienstverlener en vormt een cruciaal onderdeel van de maatschappij waarvoor mensen samen verantwoordelijkheid (moeten) dragen. De prikkels daartoe mogen groter worden. Maar ze maskeert met haar boodschap een groter probleem. Namelijk dat dit kabinet volstrekt onvoldoende wil investeren in het basisonderwijs, denk bijvoorbeeld aan het passend onderwijs. De voorgenomen bezuinigingen in het passend onderwijs krijgen in 2013 een omvang van ruim 300 miljoen euro. De meest kwetsbare leerlingen zijn de dupe.

Op zorgleerlingen en hun begeleiding wordt keihard gekort. Bezuinigingsdrift is sterker dan een doordachte beleidsvisie. Eerst worden de experts het passend onderwijs uitgebonjourd en daarna moeten leerkrachten de bijscholing in om te leren omgaan met zorgleerlingen. Alsof een leerkracht tijd heeft om alle leerlingen aandacht te geven met klassen van dertig kinderen waarvan enkelen beslist extra zorg nodig hebben. Zoals de Algemene Onderwijsbond (AOb) onlangs stelde: ‘We praten over het werk van vele duizenden mensen die zich de afgelopen jaren hard hebben ingezet om zorgleerlingen de kans te geven op een toekomst. Net als het onderwijspersoneel, zullen veel van die zorgleerlingen straks thuis komen te zitten.’

Misschien moet minister Van Bijsterveldt eens laten berekenen hoeveel geld de inzet die ouders nu al tonen op de basisscholen van hun kinderen, de staatskas jaarlijks oplevert. Zou dat forse bedrag niet bestemd kunnen worden voor de zorgleerlingen? Zo wordt solidariteit concreet en tastbaar. De klas schoonmaken, actief zijn als voorleesouder en meedoen in de ouderraad om zo primair de school van je kind te ondersteunen en secundair – collectief via een omslagberekening door het Rijk – ook zorgleerlingen een kans te bieden.

Natuurlijk zijn er ouders die de kantjes eraf lopen. Betrokkenheid van ouders verdient stimulering. Maar denkt de minister de categorie luie en ongeïnteresseerde ouders nu werkelijk met een tour door het land en met een Facebookpagina op andere gedachten te kunnen brengen? Deze campagne is misschien goed bedoeld, maar zou weleens een beledigende kant kunnen hebben. Dan denk ik vooral aan die actieve vaders en moeders van zorgleerlingen die straks in de kou staan.


Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1598 uur (66,6 dagen). Berichtgemiddelde: 0,4 bericht per dag, 3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5