woensdag, 16 mei 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

De Rede watch: coalitiecrisis?

In weblog, cda, leefbaar dronten, vvd, wethouder langeweg, coalitie, college, de.

Kremlin

Tijdens de Koude Oorlog had je zogenaamde ‘Kremlin Watchers’. Mensen die in de gaten hielden wat de Russen deden en dat vervolgens duidde. In Dronten zouden we een soort gemeentehuis, of ‘De Rede watchers’ kunnen hebben, want het is bepaald interessant als je jezelf regelmatig op de politieke wandelgangen begeeft.

Boven het college hangen donkere wolken, want wethouder Langeweg zit in de problemen. Lag er al een gat van een miljoen bij het MFG (dat op mysterieuze wijze verdwenen schijnt te zijn, maar dit ter zijde), daar kwam mogelijk nog eens 1,5 miljoen bij aan misgelopen uitkeringen op sociale zaken. Het college heeft een onderzoek bevolen en het is wachten op de uitkomsten. Maar als dat rapport slecht uitvalt voor het college heeft de wethouder een probleem.

Als er gedoe is moet je altijd nog iets beter gaan opletten wie je ziet, wat je hoort en vooral wat er niet gezegd wordt. Wat dan opvalt is dat er bij Leefbaar Swifterbant Dronten al enkele maanden een oud-gemeenteraadslid van een andere partij aanschuift bij de fractievergaderingen. Het gerucht van een politieke overstap is massief en het oud-raadslid zou een serieuze wethouders kandidaat zijn voor de Leefbaren (aldus de wandelgangen).

Nu wordt het leuk! De coalitie in Dronten bestaat uit CDA en VVD, ieder met twee wethouders en gedoogsteun van Leefbaar Swifterbant Dronten, zónder wethouder. De Leefbaren hadden geen wethouders kandidaat en kregen wethouder Langeweg vanuit het college als ‘liaison wethouder’ toegewezen.

Laat ik eens een kleine speculatie opzetten (let op: speculatie!). Stel dat het rapport over de sociale gelden slecht uitvalt voor wethouder Langeweg en deze daarop zijn politieke verantwoordelijkheid neemt en aftreedt. Dan moet er een nieuwe wethouder worden gezocht. Omdat Langeweg van het CDA is lijkt een andere CDA-er voor de hand liggend. Maar de Leefbaren hebben nog geen wethouder en nu (volgens de wandelgangverhalen) wél een kandidaat. Het zou dan niet meer dan logisch zijn dat de coalitiepartner zonder wethouder, maar nu mét kandidaat dus, de nieuwe wethouder mag leveren.

Dat zou echter betekenen dat de grootste partij in Dronten, het CDA, nog maar één wethouder heeft. De VVD als op een na grootste er twee heeft en Leefbaar haar eigen wethouder. Nu heb ik de CDA-ers hier in Dronten de laatste jaren een beetje leren kennen en ik schat zo maar eens in dat dit volslagen onacceptabel voor hen zou zijn. Tegelijk zal ook geen van de twee VVD wethouders bereid zijn af te treden omdat er een CDA-er zou moeten worden benoemd omdat die de grootste zijn. Maar dat Leefbaar een eigen wethouder zou krijgen is volstrekt terecht als ze iemand daarvoor zouden hebben.
Mij lijkt dit een mooi recept voor een knallende coalitiecrisis deze herfst in het midden van de verkiezingsstrijd voor de Tweede Kamer die ook altijd zorgt dat lokaal de verhoudingen wat scherper worden.

Van mij mag die zomervakantie zo snel mogelijk voorbij zijn, want het kan na de zomer nog wel eens buitengewoon boeiend en spannend worden in politiek Dronten!

vrijdag, 11 mei 2012

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

Een werkweek in steekwoorden

In default, gewoon, leuk, de.
Vastgoedvisie. Terugkoppeling heidagen. Designing out Crime. Interviews geven. Dossier schrijven. Resultaten onderzoek studenten beoordelen en ze meegeven jezelf als instrument te leren hanteren. Directeuren. Brainport. Sectorhoofden. Nieuwe collega’s. Presentaties voorbereiden. Leuk allemaal, maar volgende week ga ik gewoon weer lekker met bewoners en ondernemers in de slag.

dinsdag, 8 mei 2012

Mirik Smit

Mirik Smit

Linkedin Twitter

Inleiding tot het Werkgroep Exact project "Duurzame Stad"

In groenlinks, de.

Wat zijn de effecten van lokaal duurzaamheidbeleid en hoe worden die bereikt? Dat zijn de vragen die centraal staan in het project Duurzame stad van de toekomst. Dit project is een initiatief van de Werkgroep Exact van GroenLinks. Binnen dit project willen we een beperkt, maar serieus onderzoek doen naar lokaal duurzaamheidbeleid. We willen helder krijgen wat op lokaal niveau met duurzaamheidbeleid wordt bedoeld, welke beleidsmaatregelen men daartoe neemt en wat dit nu uiteindelijk oplevert.

lees verder

maandag, 7 mei 2012

John Jorna

John Jorna

Ook relibeten zingen luidkeels Ave, Ave, Ave Maria

In column van de week, belangrijk, beperking, bezoek, divers, dwars, europa, frankrijk, gesprek, en meer.

EEN KLEINE VOLKSVERHUIZING NAAR LOURDES

Met 18 bussen naar Tourcoing en vandaar met twee TGV’s dwars door Frankrijk plus twee vliegtuigen en meerdere Lance-bussen voor bedlegerige patiënten, totaal 1500 mensen uit de provincies Utrecht, Overijssel, Gelderland benoorden de Waal en een stuk van Flevoland naar Lourdes; het is op zich al een bijzondere prestatie. Ik was erbij en het is een fijne ervaring geworden.

Kort voor mijn vertrek sprak ik met iemand van de actiegroep tegen het Rijsbruggerwegtracé. Ik moest daar in Lourdes maar een kaarsje opsteken, dat de weg niet zou doorgaan. Maar er waren ook Houtenaren in onze groep en als die nu eens een kaars zouden opsteken, dat de weg wel zou doorgaan, dan kwam Maria wel voor een dilemma te staan. De pastor voor onze groep weet op alle vragen een antwoord. Maria zorgt, dat de beste oplossing wordt gevonden. Dus Bunnik, er is nog hoop.

Zo’n grapje tussen door tekent de gezellige sfeer in de groep van de Paus Johannes XXIII parochie. Dat voelden zelfs de jongeren in de leeftijd van 14 tot 21 jaar, die samen optrokken met mensen tot dik in de tachtig. Twee van hen hadden een eigen website opgezet, waarop ze dagelijks verslag deden van hun belevenissen en foto’s plaatsten. Kijk maar eens op  www.lourdesreis.webnode.nl . Ze duwden ook ijverig de rolstoelen of deelden de lunchpakketten uit in de trein. Sommigen waren misdienaar en stonden dus vooraan bij de vieringen. Er waren aparte programma’s voor de jongeren. Wat mij trof was hun grote nieuwsgierigheid naar kerkelijke gebruiken en geloofszaken. Tijdens zo’n gesprek vroeg een meisje: “Hier zie je overal beelden van Maria en andere heiligen. Waarom zie je nu nooit een beeld van God?” Wij kwamen tot een antwoord en ze toonde zich tevreden. Wat zou u zeggen?

Gebeuren er wonderen in Lourdes? Worden mensen er genezen? Een beperkt aantal gevallen is als wonder erkend omdat na zorgvuldig onderzoek er geen aannemelijke wetenschappelijk verantwoorde verklaring kon worden gevonden, althans bij de toenmalige stand van de wetenschap. Voor mij is dat niet zo belangrijk. Als mensen na een bezoek aan Lourdes zich beter voelen of beter met hun ziekte of beperking kunnen omgaan, wie zou ik dan zijn als ik zou beweren, dat ze het zich allemaal maar verbeelden?

Ik voerde gesprekjes met mensen uit onze groep, want ik wilde weten hoe het staat met de Mariadevotie onder deze betrokken katholieken om er een artikel over te kunnen schrijven. Het beeld bleek heel divers. Een ouder echtpaar vertelde, dat ze nu voor de vierde keer in Lourdes waren. De eerste keer in 1962 hadden ze in de jaren ervoor tot drie keer een kindje kort na de geboorte verloren. Een jaar na Lourdes werd een gezonde dochter geboren en daarna nog vier kinderen en inmiddels hebben ze tien kleinkinderen. Kun je je voorstellen, dat ze dankbaar zijn voor dit geluk?

Bernadette sprak tijdens de verschijningen met Maria en toen zij vroeg, wie zij was, antwoordde zij: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis.” Bernadette had daar nooit over gehoord en het was voor de pastoor reden om te geloven, dat Maria er werkelijk aan Bernadette verscheen. Onder de deelnemers uit onze groep waren er maar weinigen, die weten wat het betekent, Onbevlekt ontvangen. Veel relibeten onder journalisten maken elke keer dezelfde fout, dat zij denken, dat het betekent, dat Maria maagd bleef, toen zij zwanger werd. Fout! De Katholieke Kerk gelooft, dat Maria nooit bevlekt is geweest met de erfzonde vanaf het moment, dat zij bij haar moeder Anna verwekt werd. Anders zou zij niet waardig zijn geweest moeder van Gods Zoon te worden. Het is niet erg als je het niet weet, want bij katholieken gaat het veel meer om het beleven dan om de leer. Ook relibeten kunnen luidkeels het refrein van het Lourdeslied meezingen, Ave, Ave, Ave Maria (2x).

Als dat lied door duizenden uit heel Europa wordt gezongen tijdens de internationale viering of de lichtprocessie, dan zie je dat daar een grote verbondenheid bestaat. Ik ging er weer meer in Europa geloven. Dus gaan we Europadag vieren op woensdag, 9 mei en ik steek de blauwe vlag met de twaalf gouden sterren uit. Wist u, dat sommigen die vlag niet lusten omdat ze er een Mariasymbool in zien?

Jaargang 5, Nr. 213.

vrijdag, 4 mei 2012

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Polarisatie, radicalisering en discriminatie in regio Utrecht

In nieuws uit allochtonië, politiek, discriminatie, onderzoek, polarisatie, radicalisering, college, de.
In de regio Utrecht is een groot verkennend onderzoek verricht naar “ongelijkwaardigheid”, waarmee in deze regio wordt bedoeld dat er onderzoek is gedaan naar discriminatie, polarisatie en radicalisering. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Regionaal College Utrecht. Voor het onderzoek is opvallend weinig aandacht geweest in de landelijke pers. Misschien komt dit doordat [...]

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Polarisatie, radicalisering en discriminatie in regio Utrecht

In nieuws uit allochtonië, politiek, discriminatie, onderzoek, polarisatie, radicalisering, college, de, regio.
In de regio Utrecht is een groot verkennend onderzoek verricht naar “ongelijkwaardigheid”, waarmee in deze regio wordt bedoeld dat er onderzoek is gedaan naar discriminatie, polarisatie en radicalisering. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Regionaal College Utrecht. Voor het onderzoek is opvallend weinig aandacht geweest in de landelijke pers. Misschien komt dit doordat [...]

dinsdag, 1 mei 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Misbruik in de jeugdzorg: niets nieuws, maar.....

In slachtoffers, jeugdzorg, misbruik, seksueel misbruik, rechtsbijstand, cijfers, de, de volkskrant, idee, en meer.

Na het misbruik binnen de katholieke kerk nu in de Volkskrant volop aandacht voor seksueel misbruik van kinderen binnen de jeugdzorg. Met schokkende cijfers (van de jongeren zelf rapporteert bijna 20% misbruik), en een schokkend verhaal.
De cijfers zijn nieuw, maar het verhaal is helaas maar al te bekend. Ik hoorde het twintig jaar geleden toen ik advocaat was van cliënten en van collega-advocaten. Ik lees het in uitspraken van rechters die ik momenteel onderzoek.
Het is het verhaal van kwetsbare, geïsoleerde kinderen, die worden ingepalmd met aandacht en warmte, wat langzaam overgaat in aanrakingen, die steeds meer seksueel van aard worden, totdat op een gegeven moment allen het seksueel misbruik overblijft. Een geraffineerde strategie, want het kind herinnert zich wel de warmte en aandacht, en blijft -vaak tegen beter weten in- hopen dat deze weer terug komt.
Kinderen in de jeugdzorg zijn bovendien extra kwetsbaar, omdat ze afhankelijk zijn van instanties: de staf van de instelling waar ze wonen; de gezinsvoogd; de raad voor de kinderbescherming. En de contacten van de pleger met deze instanties is vaak vele malen beter dan die van het kind. Iets wat de pleger doorgaans ook heel goed duidelijk maakt. De drempel om misbruik te melden is daarmee immens hoog. Dat de meeste instellingen inmiddels protocollen hebben die voorschrijven dat meldingen serieus genomen moeten worden en dat er altijd aangifte van moet worden gedaan bij de politie doen daar weinig aan af, zolang jeugdigen niet zien dat deze protocollen ook werken, dat slachtoffers worden beschermd en plegers worden gestraft.
Wat dat betreft is de veroordeling van Keith Bakker een goed signaal.
Maar het is bij lange na niet genoeg. Willen slachtoffers seksueel misbruik gaan melden, dan moeten ze dat kunnen doen zonder risico daar zelf nadelige gevolgen van te ondervinden. Zelfs zonder angst voor dat risico. En dat zal niet meevallen.
Wat daar naar mijn idee in ieder geval voor nodig is is een onafhankelijk meldpunt (dus niet alleen binnen de eigen instelling), waar de jongere direct een goede rechtshulpverlener krijgt toegewezen die de (juridische) mogelijkheden en risico's met de jongere (en indien de jongere dat wenst diens ouders) bespreekt, en die samen met de jongere de nodige stappen kan zetten. Die rumoer kan maken wanneer de zaak in de doofpot dreigt te belanden of er gedreigd wordt met overplaatsing. Die kan staan op naleving van de protocollen, en ook weet waar de instellingen op aangesproken kunnen worden.
Een onafhankelijk meldpunt met snelle juridische bijstand zal de drempels om te melden niet wegnemen, maar naar mijn overtuiging wel een stukje lager kunnen maken.
Zodat de verhalen naar buiten blijven komen, plegers en lakse instellingen aangepakt worden en jongeren zien dat melden zin heeft.
De commissie Samson – die een groot onderzoek doet naar seksueel misbruik binnen de jeugdzorg – komt in oktober met haar rapport, waarin naar verwachting vele aanbevelingen. Moeten we daar op wachten?
Het nieuws van vandaag brengt niets nieuws, maar brengt wel momentum. Laten we dat aangrijpen om werk te maken van een betere positie van slachtoffers in de jeugdzorg, en in ieder geval zorgen dat alle melders snel juridische bijstand krijgen.

PS: de commissie Samson heeft een -tijdelijk - meldpunt waar jongeren sesueel misbruik binnen de jeugdzorg kunnen melden. Meldingen worden gebruikt voor het onderzoek door de commissie; maar slachtoffers kunnen ook advies krijgen.

PS2: Natuurlijk moet er ook binnen de Jeugdzorg veel gebeuren. Preventie, bespreekbaar maken, cultuurverandering.

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Tom Poes in de Tweede Wereldoorlog

In cultuur, geschiedenis, april, bezig, geld, gevonden, maart, marten toonder, nederland, en meer.
Marten Toonder zou aanstaande woensdag 2 mei honderd worden als hij niet in 2005 op 93-jarige leeftijd zou zijn overleden. Vanmiddag las ik Toonders eerste stripverhaal over Tom Poes weer eens door en was opnieuw verrast.

De eerste avonturen van Tom Poes verschenen in maart en april 1941 in De Telegraaf. Het was oorlog. De Duitsers verstevigden hun greep op het maatschappelijk leven in Nederland. De Telegraaf was door haar voorraad comics van Mickey Mouse heen en nieuwe aanvoer vanuit de Verenigde Staten was niet mogelijk. Een alternatief werd gevonden in de mappen van Marten Toonder, die als 28-jarige striptekenaar ondanks oorlog en bezetting aan de weg timmerde.

De nog lekker mollige Tom Poes kuiert door een groot woud als hij een dwerg bezig ziet met het verslepen van een zware zak aarde. Hulpvaardig als we hem kennen biedt Tom Poes assistentie aan, maar de dwerg reageert woest op het aanbod. “Waarom gaf die dwerg me een schop? Ik was toch netjes en beleefd tegen hem”, verzucht Tom Poes. Hij volgt de dwerg naar zijn grot en wacht op wat verder komen gaat.
Plotseling komt er een rij lange, magere reuzen uit een spelonk, die luid zingend in een soort hakenkruizenpas naar het kasteel van de Markies van Muizenis marcheren om zijn geld en gouden staven te stelen. Uiteraard gaat Tom Poes op onderzoek uit. Hij betrapt de dwerg bij het toveren. Roerend in een grote schaal zingt hij met valse neusstem:

Wanneer men water doet bij ’t blauwe zand
En daarin grote laarzen plant -
En daarna zachtjes fluit
Dan groeien er vast reuzen uit.


Tom Poes verzint een list en weet de slechte reuzen onschadelijk te maken. Door hen tijdens hun slaap de laarzen uit te trekken gaan ze in rook op. Om hun buit eerlijk terug te brengen naar de markies tovert Tom Poes een drietal goedmoedige reuzen door Hollandse klompen in het blauwe zand te planten en vervolgens zachtjes te fluiten. Precies zoals de dwerg het met de laarzen deed. Aldus overwon de Hollandse goedmoedigheid het in maart en april 1941 van de slechtheid. De klompen tegen de laarzen. Onder de ogen van de Duitse bezetter. Niet voor niets waren de eerste avonturen van Tom Poes razend populair onder de getergde Nederlandse lezers.

Erik de Graaf

zondag, 29 april 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Hoe GroenLinks is het Lenteakkoord?

In akkoord, ambtenaren, arbeidsmarkt, bezuinigingen, boeken, campagne, cda, christenunie, d66, en meer.

Het akkoord tussen VVD, CDA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie is door vele aanhangers van die partijen enthousiast onthaald. Zelfs door veel partijleden van GroenLinks, de meest linkse partij binnen deze combinatie, wordt het akkoord bejubeld. Men vindt het positief dat GroenLinks verantwoordelijkheid neemt en dat een aantal gehate maatregelen van Rutte-I wordt teruggedraaid. Tegenstanders van wat zij het Kunduz-akkoord noemen, wijzen er echter op dat veel plannen van Rutte in het Lenteakkoord onaangetast blijven en dat het, in hun ogen, dus te weinig zoden aan de dijk zet. Dat roept de vraag op hoe GroenLinks de inhoud van het akkoord werkelijk is.

Hieronder vergelijk ik de maatregelen uit het Lenteakkoordvan VVD,CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie met ‘Hart voor de toekomst’, het Catshuisalternatief dat GroenLinks enkele weken geleden presenteerde. Ik kijk in hoeverre de maatregelen uit het Lenteakkoord overeenkomen met de plannen van GroenLinks (niet omgekeerd). Daarbij maak ik een onderscheid tussen maatregelen die vrijwel gelijk zijn aan de GroenLinksplannen (3), maatregelen die grotendeels gelijk zijn (2), maatregelen die enigszins in de richting gaan van GroenLinks wil (1), maatregelen die niet terug te vinden zijn bij GroenLinks of een status quo handhaven die GroenLinks wil veranderen (0) en maatregelen die de omgekeerde richting ingaan van wat GroenLinks voorstaat (-1). Natuurlijk is een dergelijk oordeel nooit geheel objectief, maar het loont om in ieder geval een poging te doen de verschillen tussen het Lenteakkoord en de GroenLinksplannen (en bijbehorende CPB-doorrekening) systematisch te analyseren.

Hoe GroenLinks zijn de maatregelen uit het Lenteakkoord?
3 = komt (vrijwel) geheel overeen met GL-plannen, 2 = komt grotendeels overeen met GL-plannen, 1 = enigzins in dezelfde richting als GL-plannen, 0 = staat niet in GL-plannen of handhaven status quo, -1 = tegengesteld aan GL-plannen



Terugdraaien bezuinigingen
De bovenstaande grafiek geeft een overzicht van de mate waarin de verschillende maatregelen overeenkomen met het GroenLinks-hervormingsprogramma (de categorieën komen uit het Lenteakkoord). De meeste successen werden geboekt in de categorie ‘overige maatregelen’ en betreffen vooral het terugdraaien van een aantal bezuinigingen van Rutte-I: passend onderwijs, griffierechten, natuur, huishoudinkomenstoets en persoonsgebonden budget. Andere maatregelen worden slechts gedeeltelijk teruggedraaid, zoals de bezuinigingen op openbaar vervoer en de eigen bijdragen in de GGZ. Een aantal maatregelen uit het Lenteakkoord vinden we in de GroenLinksplannen niet terug, zoals het vergroten van efficiency in het onderwijs en zorg en de taakstelling op de rijksbegroting (verminderen administratieve lasten). De Catshuisbezuinigingen op het OS gaan weliswaar niet door, maar het Lenteakkoord draait, in tegensteling tot de GroenLinksplannen, de eerdere bezuinigingen hierop van het kabinet niet terug: daarom geef ik een nulscore voor die maatregel.

Andere successen boekte GroenLinks op het terrein van de ‘vergroening’. Het gaat hier om de verhoging van belastingen op milieuvervuilende activiteiten of het afschaffen van subsidies en vrijstellingen op dit gebied (rode diesel, kolenbelasting, aardgasheffing). De BTW-verhoging met 2 procentpunt naar 21% valt hieronder - dit vermindert immers de consumptiedrang. In de GroenLinks-plannen was een BTW-verhoging met 1 procentpunt opgenomen; het oordeel is een beperkte overeenstemming tussen de GroenLinksplannen het Lenteakkoord (score 1). Al met al weet GroenLinks op dit dossier successen te boeken, al moet worden gezegd dat de GroenLinks-plannen op dit terrein veel ambitieuzer waren dan in het Lenteakkoord is afgesproken.

Een andere belangrijke maatregel, het versneld verhogen van de pensioenleeftijd, komt grotendeels overeen met de plannen van GroenLinks. Wel wilde GroenLinks de leeftijd nog sneller verhogen dan nu is afgesproken. Op dit dossier zien we dus een gemengd beeld, net als wat betreft de arbeidsmarkt en woningmarkt.

Verliespunten
Op het dossier loonmatiging zien we duidelijke verschillen tussen de plannen uit het Lenteakkoord en wat GroenLinks prefereert. Het lenteakkoord zet duidelijk in op loonmatiging, in het bijzonder voor ambtenaren, terwijl GroenLinks het besteedbaar inkomen juist wil vergroten door de inkomstenbelasting te verlagen. Van de door GroenLinks gewenste verhoging van de belastingen voor de hoogste inkomensgroepen komt wel iets terecht, maar veel minder dan GroenLinks zou willen. De zorgplannen van het Lenteakkoord (verhogen eigen risico en eigen bijdrages) stroken ook slecht met de door GroenLinks gewenste inkomensafhankelijke premies en inkomensafhankelijke eigen risico’s. Het voorgestelde onderzoek naar de salarissen van medisch specialisten is slechts een schrale troost.

Conclusie
In het Lenteakkoord is een aantal typische GroenLinks-maatregelen terug te vinden, maar een aantal (belangrijke) maatregelen verhoudt zich maar lastig tot het GroenLinks-programma. Met name wat betreft het terugdraaien van een aantal maatregelen van de gedoogcoalitie en de vergroening van het belastingstelsel zijn er successen te melden. Waar het gaat om loonmatiging en de gezondheidszorg heeft GroenLinks moeten inleveren. Ieders eindoordeel over het akkoord zal afhankelijk zijn van de weging van de verschillende maatregelen. De omvangrijkste maatregelen uit het Lenteakkoord, zoals de nullijn en de BTW-verhoging, zijn niet altijd de meest GroenLinkse. Daar staan kleinere, maar voor bepaalde groepen zeer ingrijpende, verbeteringen tegenover.

Het lijkt in ieder geval overdreven om het Lenteakkoord als GroenLinkser met gejubel te ontvangen. Een groot aantal maatregelen is heel mooi, maar hier staan ook pijnpunten tegenover. Hoewel een stap in de goede richting: het Lenteakkoord is niet het GroenLinksprogramma. Het zal voor GroenLinks een belangrijke uitdaging zijn om dat in de komende campagne duidelijk te maken.


Het door mij samengestelde overzicht van de Lenteakkoordmaatregelen, GroenLinksplannen en oordelen waarop deze analyse is gebaseerd, staat hier.


vrijdag, 27 april 2012

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Wat staat er eigenlijk in het Stabiliteitsprogramma?

In uncategorized, agenda, akkoord, algemeen, aow, arbeidsmarkt, bedrijf, begroting, belangrijk, en meer.

Kunduz-coalitie, wandelgangakkoord, SASJA (Sybrand, Alexander, Stef, Jolande en Arie) of lenteakkoord; hoe je het noemt geeft eigenlijk al aan wat je ervan vindt. Het stabiliteitsprogrammma voor 2013 dat gistermiddag door GroenLinks, D66, ChristenUnie, de VVD en het CDA werd gepresenteerd.

De gedoogcoalitie onderhandelde er zonder succes zeven werken over in het Catshuis. Maar vijf partijen in de Tweede Kamer hadden aan 48 uur genoeg om een akkoord in elkaar te timmeren. De media schrijven vandaag vol lof over het het huzarenstukje, waarin vier maanden voor de verkiezingen, vijf moedige politieke leiders ‘over hun eigen schaduw heen sprongen.’ Of zoals Volkskrant-collumniste Sheila Sitalsing schrijft: “Eerst gaan we ons laven aan de wilde gedachte dat tussen alle politieke versplintering, al het cynisme, al die roeptoeterende clowns en operettefiguren aan de flanken, Nederland nog steeds Nederland is. Een bestuurbaar land waar je met ouderwets polderen en een vleugje durf bergen kan verzetten. Waar de mensen, wanneer het water komt, eendrachtig een treintje maken en zandzakken gaan stapelen.”

Iedereen heeft er een mening over. Had Samsom wel mee moeten doen, of juist niet?  Wat vinden de kiezers ervan? Wie heeft er een strategische fout gemaakt? In alle politieke commotie dreigt de inhoud weer eens overschaduwt te worden. Want wat staat er eigenlijk in het stabiliteitsprogramma? Hoe komt het dat GroenLinks haar handtekening hier onder heeft kunnen zetten en wat is daar volgens de PvdA en de SP zo op tegen?

Terugdraaien bezuinigingen op kwetsbare groepen (o.a. op het PGB en Passend Onderwijs)

GroenLinks, D66 en ChristenUnie hebben flink oppositiegevoerd tegen een aantal pijnlijke maatregelen van dit kabinet. Het stabiliteitsprogramma bevat een aantal maatregelen om de overheidsbegroting op orde te krijgen, maar de partijen wilden ook duidelijk maken dat zij heel andere keuzes maken dan de VVD en het CDA met de PVV konden maken. De meest besproken bezuinigingen van het kabinet Rutte I worden daarom teruggedraaid. Hoofdlijn van het stabiliteitsprogramma is dat kwetsbare groepen meer worden ontzien en dat in plaats van de kaasschaafmethode, Nederland een aantal grote hervormingen zal ondergaan.

Jolande Sap noemde in het Kamerdebat van dinsdag al dat de bezuinigingen op natuur, het Passend Onderwijs en de de Persoonsgebonden Budgetten (PGB’s) van tafel moesten, wilde GroenLinks voor een begroting voor 2013 tekenen. Uiteindelijk heeft ze nog  veel meer binnengehaald, maar het terugdraaien van deze bezuinigingen zijn een belangrijk kenmerk. De PGB’s, waarmee zorgbehoevende een budget krijgen waarmee ze zelf zorg kunnen inkopen, werden in de originele kabinetsplannen vrijwel geheel geschrapt. Dat gaat nu niet door.

Ook de bezuinigingen op het passend onderwijs gaat niet door. Het gaat dan om de bezuinigingen die het kabinet wilde invoeren op bijzonder onderwijs en begeleiding voor leerlingen met gedrags-  of leerproblemen. Dit zou leidden tot verlies van veel banen in het bijzonder onderwijs, maar ook tot grotere klassen, wachtlijsten voor het bijzonder onderwijs en zorgleerlingen die in het regulier onderwijs hun hoofd boven water moeten zien te houden zonder geld voor extra begeleiding.

De bezuiniging op griffierechten, waarmee het een stuk duurder wordt om een zaak voor de rechter te brengen, wordt eveneens teruggedraaid. Ook de cultuursector wordt iets gecompenseerd voor de harde bezuinigingen waar zij mee te maken hebben gekregen: uitvoerende kunst komt weer in het lage BTW-tarief.

De huishoudinkomenstoets, waarmee mensen hun uitkering verliezen als een inwonend familielid, bijvoorbeeld een kind, een inkomen verwerft, wordt ook teruggedraaid. Met name wethouders van de grote steden maakten zich om deze maatregel grote zorgen. Ook de 100 miljoen bezuinigingen op preventieve/palliatieve zorg worden teruggedraaid, net zoals er 40 miljoen bezuinigingen via de eigen bijdrage voor de GGZ.

Een andere bezuinigingspost van het kabinet, het openbaar vervoer, wordt ook gespaard door het stabiliteitsprogramma. Tot slot gaan ook de bezuinigingen van Bleker op natuur niet door. In het natuurakkoord dat de staatssecretaris met provincies heeft gesloten staat dat zij verantwoordelijk worden voor het natuurbeleid, maar dat zij daar wel fors minder geld voor krijgen dan het rijk nu aan natuurbeleid uitgeeft. Natuurorganisaties reageerden vandaag positief doordat het stabiliteitsprogramma meld dat er in 2013 200 miljoen extra voor natuur beschikbaar komt.

De zware bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking die tijdens de Catshuisonderhandelingen dreigden zijn nog niet doorgevoerd, maar het was duidelijk dat er met de PVV geen akkoord te maken viel, zonder een hele  forse korting op de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking. Dat is nu ook van de baan, Nederland blijft 0,7% van haar BNP aan ontwikkelingssamenwerking uitgeven.

Groene Agenda

In het stabiliteitsprogramma zit bovendien een hele indrukwekkende groene agenda, door een combinatie van maatregelen. Het belastingstelsel wordt ingrijpend vergroent door vervuilende energie zwaarder te belasten. Het stabiliteitsprogramma noemt in dit kader de aardgasheffing, kolenbelasting, rode diesel, leidingwater en eurovignet. De onbelaste reiskostenvergoeding, inclusief het onbelaste privégebruik van lease-auto’s wordt afgeschaft, waardoor het aantrekkelijker wordt om dichter bij je werkt te gaan wonen.

Daarnaast wordt er  280 miljoen uitgegeven voor verduurzaming van de economie, onder meer voor woningisolatie. Er is sprake van dat zonnepanelen onder het lage BTW-tarief van 6% gaan vallen. En zoals gezegd wordt 200 miljoen die het kabinet wilde bezuinigen op natuur teruggedraaid.

Pensioenleeftijd

Na een lange discussie kwamen op 10 juni 2011 vakbonden, werkgevers en het kabinet een pensioenakkoord overeen. Het pensioenakkoord verscheurde de FNV en leidde uiteindelijk tot haar ondergang – op dit moment wordt gewerkt aan de vorming van een nieuwe vakbond. In het oorspronkelijke pensioenakkoord gaat in 2020 de AOW-leeftijd omhoog naar 66 jaar en groeit vanaf dan de pensioenleeftijd mee met de groei van de levensverwachting, waardoor in 2025 de AOW-leeftijd 67 jaar zou worden.

Het stabiliteitsprogramma breekt met dit pensioenakkoord en gaat eerder de pensioenleeftijd verhogen. Al in 2013 zal de AOW-leeftijd met 1 maand omhoog gaan en zal vervolgens in stappen verder verhoogt worden zodat in 2019 de AOW leeftijd om 66 jaar ligt en in 2024 op 67 jaar. Vanaf 2024 wordt de AOW aan de levensverwachting gekoppeld.

Volgens partijen als D66 en GroenLinks is een snellere stijging van de pensioenleeftijd te rechtvaardigen als je kijkt naar de stijging van de levensverwachting die sinds de invoering van de AOW-leeftijd heeft plaatsgevonden. Bovendien benadrukken zij de solidariteit tussen generaties: de huidige en aankomende groep gepensioneerden heeft veelal riante pensioenregelingen. Nu de vergrijzing er aan komt moeten de generaties na hen met veel minder mensen de AOW gaan opbrengen voor een veel grotere groep ouderen. De PvdA is tegen aanpassing van het moeizame compromis dat via het originele pensioenakkoord tot stand is gekomen en de SP is sowieso tegen elke verhoging van de pensioenleeftijd.

Arbeidsmarkt

Nog zo’n onderwerp waar de politiek al jaren tegenaan hikt is de aanpassing van de ontslagbescherming. De huidige ontslagbescherming zorgt er volgens een partij als GroenLinks voor dat mensen met een vast contract zo goed beschermt zijn dat een werkgever wel oppast om mensen een vast contract te geven. Het gevolg is een tweedeling tussen insiders en outsiders op de arbeidsmarkt: insiders met een vast contract zijn goed beschermd en voor hen gelde riante regelingen met betrekking tot hypotheekverstrekking en pensioenopbouw. De outsiders zitten in flexibele contracten of worden als zzp-er bij een bedrijf aangenomen. Jongeren en allochtonen zijn oververtegenwoordigd in deze groep. Als economisch de wind tegen zit zijn dit de groep mensen die er het eerst uitvliegen. GroenLinks pleit er al veel langer voor dat deze tweedeling op de arbeidsmarkt doorbroken moet worden. Van werkgevers moeten we niet vragen om hoge ontslagvergoedingen te betalen aan een groep die er toch al goed voorstaat, werkgevers zouden veel meer moeten investeren in het bieden van kansen aan haar werknemers, bijvoorbeeld via scholing. De arbeidsmarkt moet er niet op gericht zijn dat niemand meer zijn baan kwijt raakt, dat is in de geglobaliseerde economie onmogelijk geworden. De arbeidsmarkt moet erop gericht zijn dat, wanneer ontslagen, iedereen vervolgens weer ergens anders aan de slag kan.

Ook op dit punt van de ontslagbescherming is er een doorbraak bereikt. De ontslagvergoedingen worden beperkt, al is nog niet uitgewerkt op welke manier dit moet gebeuren. Daar staat tegenover dat de eerste zes maanden van de Werkloosheidsuitkering door de werkgever betaald moeten worden. Bovendien gaat het geld dat werkgevers niet meer hoeven te investeren in ontslagvergoedingen naar scholing voor hun werknemers en werk-naar-werk trajecten. Dit zorgt er dus voor dat het voor een werkgever aantrekkelijk is om ook gedurende het dienstverband in zijn werknemers te blijven investeren en dat, als hij gedwongen is om mensen te ontslaan, het voordelig is om een actieve rol te spelen zodat zij ergens anders snel weer aan de slag kunnen.

Deze arbeidsmarktwijziging past dus heel goed in het verhaal van GroenLinks en ook D66 dat mensen nieuwe zekerheden geboden moet worden: niet langer de zekerheid op een vaste baan staat centraal, maar de zekerheid op het vinden van nieuw werk. SP en in mindere mate de PvdA geloven hier niet in en vinden dat bestaande zekerheden worden afgebroken. Net als op het issue van de pensioenleeftijd is echter de PvdA hier ook de afgelopen jaren voorzichtig wat op gaan draaien en vormt ook dit onderwerp daarom een lastig campagnethema voor Samsom.

Woningmarkt

Het derde belangrijke dossier waarop in Den Haag al jaren gesteggeld wordt is de hypotheekrenteaftrek. Ook op dit thema is een voorzichtige doorbraak geboekt. Mensen kunnen enkel nog hypotheekrenteaftrek voor nieuwe hypotheken krijgen indien ze een hypotheek hebben die ze binnen 30 jaar aflossen. Fiscale subsidiëring van aflossingsvrije hypotheken behoort dus tot het verleden.

Daar staat tegenover dat ook de huurmarkt hervormd wordt. De laagste inkomens worden inzien, maar de huren voor mensen met een inkomen in de categorie 33 000 tot 43 000 mogen 1 procentpunt sneller stijgen dan de inflatie.

In de discussie over de Nederlandse woningmarkt wil links de hypotheekrenteaftrek aanpakken, terwijl rechts wil dat de huren meer marktconform worden. In het akkoord moeten beide kanten water bij de wijn doen en vind er een door links gewenste hervorming op de hypotheekrenteaftrek plaats als een door rechts gewenste hervorming op de huurmarkt.

Zorg

Begrotingstechnisch is de financiering van de gezondheidszorg één van de grootste hoofdpijndossiers. De kosten van de zorg lopen al jaren enorm op en het ziet er naar uit dat met de aanstaande vergrijzing deze kostenpost nog veel groter zal gaan worden. Bezuinigen op de zorg zijn impopulair, maar lijken onoverkomelijk.

In het stabiliteitsprogramma is afgesproken dat mensen meer zelf moeten gaan bijdragen in de kosten voor de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten. Lage inkomens zullen worden gecompenseerd doordat ze een hogere zorgtoeslag krijgen. Het plan van de Catshuisonderhandelaars dat patiënten per medicijn 9 euro zelf moeten bijdragen is wel van tafel.

De SP en de PVV proberen zich te profileren als de partijen die pal staan voor de zorg. Bezuinigingen voor de zorg liggen daarom ook zeer gevoelig bij deze partijen, en voor de SP lijkt dit een natuurlijk campagnethema.

Nullijn voor ambtenaren

Een makkelijke manier om geld te besparen is als de overheid minder geld gaat uitgeven aan ambtenarensalarissen. Bezuinigen op de bureaucratie is juist één van de weinige populaire maatregelen die er zijn om geld te besparen. Maar de maatregel komt ineens in een ander daglicht te staan nu met name de PvdA benadrukt dat het ook gaat om leraren en politieagenten. Zij zullen volgens het stabiliteitsprogramma te maken krijgen met een nullijn: hun salaris zal, ondanks de inflatie, in absolute zin gelijk blijven. Omdat er al een tekort voor personeel in de zorg dreigt, zal deze nullijn niet voor zorgpersoneel gaan gelden. Overigens worden ook de uitkeringen niet bevroren.

BTW-verhoging

Eén van de maatregelen die mensen meteen gaan voelen is de verhoging van de BTW. Volgens het stabiliteitsprogramma gaat in oktober het hoge BTW-tarief met 2% omhoog van 19 naar 21%. Dat betekend dat over iedere aankoop die je doet je 2% meer belasting moet betalen. Met andere woorden: alles zal 2% duurder worden. In de woorden van Diederik Samsom: mensen zullen dit direct in hun boodschappenmandje voelen.  Doordat de accijnzen op tabak, frisdrank en alcohol worden verhoogd zullen deze producten een extra scherpe prijsstijging meemaken.

Uit onderzoek blijkt dat lage inkomens relatief een groter deel van hun inkomen aan consumptie uitgeven dan hogere inkomens, omdat zij minder geld hebben om te sparen. Een BTW-verhoging raakt daarom lage inkomens extra hard. Om de pijn te verzachten schrijft het stabiliteitsprogramma dat de BTW-verhoging vanaf 2013 in toenemende mate wordt gecompenseerd door een lagere inkomstenbelasting, in het bijzonder voor werkenden met een lager inkomen.

Dat past in een trend die GroenLinks al veel langer bepleit. GroenLinks wil dat bedrijven zwaarder worden belast voor de vervuiling die zij veroorzaken, en minder hoeven te betalen aan belasting over arbeidskosten. Dat leidt ertoe dat er milieuvriendelijker zal worden geproduceerd en meer banen worden gecreëerd. Omdat consumptie over het algemeen vervuilend is heeft deze combinatie van maatregelen gedeeltelijk een zelfde effect. Consumeren wordt duurder, maar werken gaat meer opleveren.

Hoge Inkomens

In het Kamerdebat gister verweet Samsom de vijf partijen dat ze niets doen om ook van hoge inkomens een bijdrage te vragen. Dat is niet geheel waar. Behalve dat op verschillende punten lage inkomens worden ontzien, staan er ook maatregelen in die expliciet een bijdrage van de hoogste inkomensgroepen vragen. Hoge inkomens en bonussen krijgen in 2013 te maken met een belasting (‘crisisheffing’) die een half miljard moeten opbrengen. Daarnaast worden excessieve vertrekbonussen niet langer belast met 30%, maar met 75%.

Interessant in deze context is dat er ook een versobering van de wachtgeldregeling voor politici in het stabiliteitsprogramma zit. De maximumduur dat een politicus recht heeft op wachtgeld wordt gelijkgesteld aan de maximale WW-duur.

Ook bedrijfsleven en banken komen niet weg. Bijna een half miljard aan geplande lastenverlichting voor het bedrijfsleven gaat niet door en de bankenbelasting wordt verdubbeld.

Overig

Al met al zijn de bezuinigingen niet geheel pijnloos. Dat is ook niet mogelijk als je ineens vele miljarden minder moet gaan uitgeven. Wel is duidelijk dat het stabiliteitsprogramma poogt een stuk socialer beleid te voeren dan Kabinet Rutte 1 en dat er een flinke groene agenda aan is toegevoegd. In plaats van de kaasschaaf over veel posten heen te halen, wordt er gekozen voor een aantal forse hervormingen in de Nederlandse publieke sector, gecombineerd met een aantal stevige lastenverzwaringen.

De SP en de PvdA hebben hun handtekening niet onder dit akkoord gezet en zullen daarom oppositie voeren tegen dit pakket. Opvallend is dat in het Kamerdebat gisteren Samsom niet al zijn pijlen richtten op plannen waar de partijen in het akkoord bewust voor kiezen, maar dat hij op zoek was naar andere manieren om het SASJA/FC Kunduz moeilijk te maken. Zo ontstond er onduidelijk over een zin uit het stabiliteitsprogramma die spreekt van ‘diverse taakstellingen op de Rijksbegroting’ die 0,875 miljard moeten opleveren.

Ook bevroeg Samsom GroenLinks-leider Jolande Sap vinnig op de Wet Werken naar Vermogen (WWNV). De WWNV is een wet die de uitkering voor jonggehandicapten (Wajong), de Sociale Werkvoorziening (SZW) en de bijstand bij elkaar voegt in één regeling en daarbij flinke bezuinigingen doorvoert op de SZW en de Wajong. De WWNV is een wet die nog niet is ingevoerd en waar GroenLinks zich altijd tegen heeft verzet. Hij staat niet genoemd in het Stabiliteitsprogramma, en met de opmerking van Sap dat deze maar controversieel verklaart zou moeten worden en daarmee  tot aan de verkiezingen nog niet in behandeling zou moeten worden genomen nam Samsom zichtbaar geen genoegen. Maar zoals Sap hem toewierp: als je mee had onderhandeld, dan hadden we er samen nog meer uit kunnen slepen.


donderdag, 26 april 2012

Hans Kuipers

Hans Kuipers

Hyves Twitter GR

Toespraak Eerste Kamer: Elke zorg op goede afstand!

In groenlinks-drenthe, werkbezoek, zorg, eerste kamer, verloskunde, burgemeester, burgers, gemeenten, gevallen, en meer.

Vandaag vond het werkbezoek plaats van de Noordelijke Staten aan de Eerste Kamer. Rond het thema “bereikbaarheid van zorg” hield ik de volgende inleiding in de plenaire zaal:

Inleiding “fusies zorginstellingen (in dunbevolkte gebieden)”
Bereikbaarheid van de zorg in relatie tot fusies: Elke zorg op goede afstand!

Belangrijk bij zorg zijn de zogenaamde 4 B’s: Beschikbaarheid, Bereikbaarheid, Betaalbaarheid & Betrouwbaarheid.

Ik wil daar vandaag het thema “Bereikbaarheid” even uitlichten, omdat gebleken is dat daar problemen ontstaan in dunbevolkte gebieden. Ik zal eerst een korte inleiding geven over de bevolkingssamenstelling in Drenthe, en vervolgens een oplossingsrichting presenteren waar we gezamenlijk, als provinciale en Rijksoverheid aan moeten denken om bereikbaarheid van zorg te garanderen voor onze burgers. Ten slotte zal ik de sluiting van de afdeling acute verloskunde in Meppel kort weergeven als casus waar een aantal lessen uit te trekken is.

ArbXQKqCEAA2EqP.jpg large 300x225 Toespraak Eerste Kamer: Elke zorg op goede afstand!Bevolkingssamenstelling
De kwaliteit van zorg in brede zin, bereikbaar voor iedereen, is onlosmakelijk verbonden met het thema leefbaarheid in Drenthe. Krimpregio’s zijn vaak ook vergrijzende regio’s. Ouderen willen graag thuis blijven wonen en jongeren trekken van het landelijk gebied naar de steden. Het aantal 65-plussers zal in Drenthe tot 2040 met 62.500 sterk toenemen, een toename van 72%. Hun aandeel in de totale bevolking zal stijgen van 18 naar 31%.
De relatief sterke vergrijzing in combinatie met de ontgroening zetten extra druk op de beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorgvoorzieningen en daarmee de leefbaarheid in dunbevolkte regio’s. Dit is waarom Drenthe dit thema vandaag naar voren heeft geschoven.

Spreiding
Maak een landelijk plan van zorgvoorzieningen. Als je afwacht sluit er hier een ambulancepost, daar een verloskundigenpost en heb je straks een gatenkaas van zorgvoorzieningen. Balans tussen concentratie en bereikbaarheid. Concentratie van zorg kan leiden tot kwaliteitsverbetering, maar het maximaal oprekken van de bereikbaarheidsnormen kan geen wenselijke situatie opleveren. Er dient dus een goede leidraad te zijn waarmee een herstructurering wordt opgezet.

“Zorgwinkelcentrum” als oplossing
Mobiliteit van burgers neemt al jaren toe en dat zal nog wel even doorgaan. Daarmee zijn zorgvragers ook steeds meer bereid om zorg van verder weg te halen.

De Sociaal-Economische Raad heeft eerder geadviseerd om op toegankelijkheid te letten en waar mogelijk te combineren. Te denken is dan aan huisartsenposten plus: waar gespecialiseerde huisartsen zitten met gespecialiseerde verpleegkundigen, “superverpleegkundigen”, en eventueel een paar ziekenhuisbedden. Allerlei technische apparatuur tot zijn beschikking zoals röntgenapparatuur, een onderzoeks- en behandelkamer maar ook een snelle internetverbinding met specialistische professionals op afstand voor consultatie en feedback. Dergelijke posten kunnen taken overnemen van ziekenhuizen. Denk bijvoorbeeld aan hartcontroles. Zorgbelang Drenthe noemt dit een “zorgwinkelcentrum”.

Vijf typen zorgvragen
Zij onderscheiden vijf typen zorgvragen. Elk type vraag heeft zijn eigen behoefteniveau en de schaal waarop dit het best kan worden ingericht verschilt ook per type. Dit biedt mogelijkheden om én efficiënter te werken en tóch de zorg zo nabij te organiseren als de zorgvrager dat verlangt.

1. Algemene informatieve (zorg)vragen
Informatieve vragen over algemene zorgonderwerpen (bv. wat is de ziekte van Alzheimer? hoe is het stelsel van de gezondheidszorg ingericht? waar kan ik terecht met vragen over de thuiszorg?). Telefonisch of via internet bij zorgwinkelcentrum. Kwaliteit van de informatie en de organisatie van de beschikbaarheid zijn aandachtspunten.

2. Preventieve zorgvragen
Vragen over dingen die men ‘kunnen’ overkomen (wat te doen bij een dreigende griepepidemie, mogelijke gevolgen van straling na een ramp met een kerncentrale e.d.) hoe zij moeten leven in een bepaalde fase van hun leven waarvoor zij preventieve maatregelen willen nemen. Hiervoor kunnen zij ook telefonisch of digitaal terecht en dan zo nodig worden doorgeleid naar de basiszorgarts of allerlei andere specialistische centra.

3. Enkelvoudige zorgvragen
Het gaat hierbij om enkelvoudige zorgproblemen die een individuele afhandeling vereisen, dichtbij in het zorgwinkelcentrum. Het kan ook gaan om vragen over aandoeningen die diepgaander diagnose, mogelijk meer onderzoek en behandeling vereisen. Hiervoor kan men het beste fysiek of interactief terecht bij een van de basiszorgartsen die in het primaire zorgwinkelcentrum hun praktijk hebben.

4. Acute zorgvragen
Acute ‘zorgvragen’ die geen uitstel dulden. In Nederland is het bij wet zo geregeld dat wanneer 112 gebeld wordt er altijd binnen vijftien minuten een ambulance ter plaatse moet zijn die acute hulp kan verlenen. De norm van vijftien minuten aanrijdtijd voor spoedzorg impliceert dat er over een provincie als Drenthe een heel netwerk van ambulancezorg is uitgelegd dat centraal via de regionale meldkamer wordt aangestuurd. Uitgaande van de wens om ook een dekkend netwerk te hebben voor de basiszorg is wenselijk dat de spoedzorg geïntegreerd wordt met de gewenste zorgwinkelcentra.

5. Complexe en chronische zorgvragen
Dat betekent concreet dat de ziekte of aandoening langer gaat duren en niet meer overgaat. Dat kan op iedere leeftijd voorkomen maar gezien de menselijke levensloop hebben ouderen per definitie meer chronische zorgvragen. Behandeling kan bestaan uit standaardbezoeken, leefstijladviezen en zelfmanagement. Vaak ook een psychische en sociale kant. Deze zorgvragen vereisen antwoorden die het domein van de fysieke zorg overstijgen en meestal te maken hebben met het totale welzijn van de patiënt.

Het idee dat iedere soort zorg op een juist niveau dient te worden verzorgd klinkt vrij logisch. Toch moet met het inrichten hiervan zorgvuldig worden omgegaan. De bevolking heeft – terecht of onterecht – al snel het idee dat de zorg in de regio er op achteruit gaat. Een voorbeeld van hoe het niet moet, is de sluiting van de acute verloskunde in Meppel.

photo 300x224 Toespraak Eerste Kamer: Elke zorg op goede afstand!Verloskunde
Het Diaconessenhuis Meppel is een middelgroot streekziekenhuis (~330 bedden), waar nagenoeg alle specialismen vertegenwoordigd zijn. Regiofunctie: Meppel, Staphorst, Steenwijkerland, Westerveld, De Wolden en Zwartewaterland.

Na een fusie tussen de maatschappen gynaecologie in Meppel en Zwolle, volgde het plan om de afdeling acute verloskunde in Meppel te sluiten. Er zouden te weinig gynaecologen zijn om 24-uursdiensten mogelijk te kunnen maken, en te weinig bevallingen om het aantrekken van extra gynaecologen te rechtvaardigen.

Onduidelijk waren op dat moment de consequenties voor algemene spoedeisende hulp en de 24-uurszorg door kinderartsen. Ook vreesde men voor langere aanrijtijden en meer thuisbevallingen en “bermbaby’s”, vanwege de dan langere rijtijden. Dit leidde tot grote maatschappelijke onrust.

Maximale norm voor verloskunde is 45 minuten, en CdK Tichelaar noemde Drenthe in een open brief aan premier Rutte al schertsend een “45-minuten-provincie”.

Er was op dat moment reeds overleg gaande om tot een gezamenlijke regiovisie op de zorg te komen, die dient als advies aan de minister. Een kader om te komen tot realisatie van goede, bereikbare, zorg. De eenzijdige aankondiging van het sluiten van de afdeling verloskunde doorkruisde dat proces.

Regie
De grote vraag rond bereikbaarheid van zorg blijft de regierol. Wie moet op welke manier een rol spelen om die bereikbaarheid ook daadwerkelijk tot stand te brengen en/of te behouden?

Grotere zorgwinkelcentra zijn een wenkend perspectief, een stip op de horizon. Maar hoe garandeer je bereikbaarheid van de zorg, ook voor mensen die minder mobiel en minder zelfredzaam zijn?

Den Haag. Bindende normen.
De systeemverantwoordelijkheid voor de zorg ligt bij het Rijk, maar gemeenten en provincies hebben er vanuit het oogpunt van leefbaarheid belang bij dat de zorgvoorzieningen in de regio optimaal ingericht zijn. Beschikbaarheid van ziekenhuiszorg staat onder druk.

Regiovisie
Gisteren vond een overleg plaats in de Havixhorst, geïnitieerd door Commissaris der Koningin Tichelaar en Burgemeester Westmaas met alle betrokken partijen rond de afdeling verloskunde in Meppel, een overleg dat in de volksmond al snel het “Ooievaarsberaad” gedoopt werd. Regionaal overleg met ketenpartners én bevolking. Nu datum 1 juli toch weer ingetrokken. Over veertien dagen overleg met alle partners. Feitelijk is iedereen het er wel over eens dat dit overleg gevoerd had moeten worden aan het begín van het traject, en niet nadat men voor een voldongen feit was geplaatst.

Lokaal maatwerk
Zou “moeten” bij fusies zorginstellingen in dunbevolkte gebieden. Blij dat iedereen dat nu inziet. Laat Meppel en Drenthe een voorbeeld zijn en in gelijksoortige gevallen in de rest van Nederland iedereen gelijk om tafel gaan. De vraag is: hoe regelen we dit?

woensdag, 25 april 2012

louisdemast

louisdemast

Twitter Youtube

Invoelingsvermogen

In uncategorized, actie, ambtenaar, april, beperking, bestemmingsplan, binnenstad, de wereld, dragen, en meer.

“Louis pas op! Je klapt bijna naar achteren.” Met mijn linkerhand grijp ik snel de deurpost van het café en met mijn linkerhand probeer ik de rolstoel in bedwang te houden. Een piepklein drempeltje staat tussen mij en de gewenste vrijdagmiddagborrel in. In een rolstoel is het haast onmogelijk om café Camelot aan de Grote Markt binnen te komen.

Mijn benen doen het prima, hoor. Het is mijn eigen idee geweest om vrijwillig in een rolstoel te zitten, om zelf te ervaren hoe (on)toegankelijk de horeca in Nijmegen is. Drie raadsleden van GroenLinks heb ik ook zo gek gekregen. Na een vergadering op het stadhuis wilde ik met twee vrienden een biertje drinken in de stad. We liepen / reden een halfuur door de binnenstad totdat we een café hadden gevonden, waar ze met hun rolstoel naar binnen konden. “En wat als je nu naar de toilet moet”, vroeg ik geïntrigeerd. “Dan heb ik pech gehad. Snel naar huis en altijd van te voren een sanitaire stop maken.” Ik keek richting het steile trappengat dat naar de WC leidt. Mijn verhouding biertje drinken versus sanitaire stop is 1 op 1. Ik had er nooit bij stilgestaan dat het leven zo ongemakkelijk kan zijn als je gehandicapt bent.

Diezelfde avond en vier bier later is het plan ontstaan om hier een actie van te maken. “En dan zetten we die raadsleden in een rolstoel, kunnen ze zelf ervaren waar je dan tegenaan rijdt.” Na enig onderzoek bleek ook nog dat de aanpassing om een café toegankelijker te maken door de gemeente met 75% wordt gesubsidieerd. Veel meer argumenten hadden we niet meer nodig.

Maar toch, ik had niet verwacht dat het zó lastig kon zijn. De verslaggever van de Gelderlander is ook peentjes aan het zweten vanuit haar rolstoel. We kieperen bijna van trappen en na een lichte daling van de straat kegel ik zowat 4 winkelende mensen om. De meer ervaren rolstoelers lachen in hun vuistje, de rollen zijn omgedraaid – nu helpen ze ons met tips en aanwijzingen. De naborrel is een plaatje: 8 rolstoelen om een tafel. De gemeenteraadsleden vonden het ook maar knap lastig. We hebben veel geleerd, wat we anders niet hadden geweten. Als je wilt pissen, word je doorverwezen naar de V&D en de HEMA. En des avonds of in het weekend dan?

Jezelf verplaatsen in een ander – dit keer letterlijk – is de manier om de positie van mensen te verbeteren. Dat zeg ik ook als hulpverlener. Dat kan ook al door jezelf voor te stellen hoe de wereld er voor je uit zal zien als je in de schoenen staat van de medemens. Het gaat gemakkelijk als het raakt aan iets wat je herkent, of hebt meegemaakt.

Deze week was ik op huisbezoek bij een client van me. Schat van een vrouw uit een volkswijk. Heeft net haar kleinkind verloren, het ging mis bij de bevalling. Ze laat me de foto’s zien en vertelt hoe de eerste dagen zijn gegaan, hoe het gezin het verschrikkelijke verlies heeft proberen te dragen door rituelen en woorden te vinden. Als ik de emoties van de foto’s zie afspatten, moet ik flink slikken.

Anderhalf jaar geleden verloor ik mijn broertje. Ik vertel wat me heeft geholpen om de eerste dagen door te komen en het gemis een plaats te geven. Tussendoor verwerk ik wat theoretische inzichten over rouwverwerking, maar altijd toegespitst op het hier en nu. Ze knikt. We zwijgen. En ik weet, woorden zijn niet meer nodig, we voelen het verdriet. Een traan loopt over haar wang – en de mijne.

Gebrék aan invoelingsvermogen leidt tot grote problemen en verontwaardiging. Je niet gezien, gehoord voelen kan enorm frustrerend zijn. De ambtenaar bij het loket die tussen 9 en 5 zich strikt houdt aan de procedure, maar niet stilstaat bij de gevolgen die dat voor jou heeft. Of het nu gaat om een dakkapel, wasmachine of bestemmingsplan.

Komende periode ga ik allerlei werkbezoek afleggen. Een dagje meelopen met de wijkagent, zelfstandige ondernemers en een neurochirurg. En loketamtenaar? Zien en ervaren wat ze dagelijks meemaken, zodat we samen kunnen bedenken wat goed gaat en wat beter kan.

Die ervaringen maken me een rijker mens – en politicus.  Ik heb er zin in!

 

 

 

 

In rolstoel naar café

De Brug Nijmegen

  • 04 apr 2012
NIJMEGEN – Raadsleden van GroenLinks gaan vrijdag 6 april in een rolstoel verschillende Nijmeegse cafés bezoeken

Samen met de Werkgroep Integratie Gehandicapten (WIG) en andere ervaringsdeskundigen, willen zij aandacht vragen voor een letterlijk laagdrempelige en toegankelijke horeca. Initiatiefnemer Louis de Mast: “In de praktijk blijkt het voor mensen met een fysieke beperking, vaak niet gemakkelijk te zijn om een café te bezoeken. We gaan graag met horecaondernemers in gesprek over mogelijkheden om ook mensen met een beperking de kans te geven een biertje of kop koffie te drinken.”
De raadsleden gaan zelf ervaren hoe (on)gemakkelijk het is om met een rolstoel een café binnen te komen. Ter plekke gaan ze met de horecaondernemers in gesprek om oplossingen te zoeken en drempels weg te nemen. Zo bieden zij informatie over financiële steun van de gemeente Nijmegen. Ondernemers krijgen 75% van de investering vergoed wanneer zij hun gebouw meer toegankelijk maken. Het Expertisecentrum Toegankelijkheid van de WIG kan helpen bij het aanvragen van deze subsidie. Raadslid Ilknur Aksakal: “Uit onderzoek blijkt dat de horeca 12% van haar inkomsten laat liggen door onvoldoende te investeren in toegankelijkheid. Juist in deze economisch moeilijke tijd is dat een extra argument om nu in actie te komen!”


zondag, 22 april 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Frame voor Tweede Kamerverkiezingen 2012

Met de breuk van de gedoogconstructie gisteren, de PVV heeft de stekkerdoos van Jolande Sap alsnog kunnen gebruiken, hebben de partijen meteen het startschot gegeven voor (in potentie) een van de boeiendste verkiezingscampagnes denkbaar.

 

De verwarring ontstond reeds bij de aankondiging van de persconferenties zaterdagmiddag. Zowel die van VVD- en CDA-onderhandelaars als die van PVV zouden om 16.15 plaatsvinden. Aanvankelijk leek dit opzet maar Geert Wilders bedacht zich snel en verplaatste zijn geïmproviseerde persbijeenkomst onderaan de trap naar 16.30. Slim als hij is, koos hij het momentum nadat Rutte en Verhagen waren leeggelopen en de Zwarte Piet ruimhartig aan hem uitdeelden. De verwachting bij ons thuis op de bank was dat de PVV-leider hier in agressie ruimschoots overheen zou gaan, maar niets van dat alles. In plaats daarvan had hij de onderhandelingen en zijn, ongetwijfeld aanwezige, persoonlijke teleurstelling aan de kant geschoven en begon zijn nieuwe verkiezingsprogramma al op te lezen.

 

Wilders kan snel schakelen en heeft zijn zaken goed op orde, hij laat zich niet snel verrassen en houdt rekening met meerdere scenario’s. Het is inmiddels duidelijk geworden dat zijn fractie dit bezuinigings- en hervormingspakket niet wilde dragen en dreigden uit de fractie te stappen. Dat was voor Wilders een nog grotere nederlaag geweest. De parallel met de LPF was dan wel compleet en dat had mogelijk het einde van de PVV betekent. Na alle incidenten van de afgelopen maanden, en specifiek het opstappen van Brinkman en de breuk in het College van GS in Limburg (afgelopen vrijdag) waarmee de enige twee PVV-bestuurders wegvallen, werd de verleiding al groot om tien jaar terug in de tijd te kijken.

Parlementair historicus Gerrit Voerman stelde vanmiddag in Buitenhof terecht dat Hero Brinkman de loopplank heeft uitgelegd voor ander fractieleden van de PVV. Het is de aloude wijsheid, ‘als een schaap over de dam is volgen er meer’, die hier opgeldt doet. Wilders heeft lange tijd de controle kunnen houden, en dat is absoluut bijzonder, door als een inktvis zijn tentakels overal in te steken. Inderdaad door in beginsel niemand te vertrouwen zoals Fransisco van Jole in een opinie op Joop.nl stelt. Maar Wilders heeft les 1 uit het Handboek der Politiek gisteren toegepast. Verplaatst het speelveld en ga niet benadrukken wat jezelf niet goed uitkomt, maw blijf weg van de Roze Olifant.

Het politieke hoefijzermodel

Zo heeft Wilders het frame voor de aankomende verkiezingen al geclaimed, ouderen en Europa. Dat moeten de anderen maar eens zien af te pakken. Sterker nog hij komt daarmee in het vaarwater van de SP te zitten. Roemer wordt daarmee ook gedwongen om stelling te nemen. Net in een periode waarin de socialisten de radicale flank hadden verlaten worden ze in het hoefijzermodel door Wilders weer naar beneden getrokken. Ik voorspel dan ook dat hij na de presentatie van zijn boek op 1 mei in de Verenigde Staten de Islam als thema op een laag pitje zet. Het wordt anti-Europa, behoudzucht van de sociale zekerheid en ach ja, omdat het onderzoek er toch ligt, terugkeer naar de gulden.

Frame voor Tweede Kamerverkiezingen 2012 is a post from John Swelsen.

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Eigen kracht en zelfredzaamheid

In vughtse politiek, armoedebeleid, bezuinigingen, vught, aow, begroting, beleid, boodschap, coalitie, en meer.

Op woensdag 21 maart organiseerde PvdA-GroenLinks een info- en discussieavond over stapelingseffecten. Bij de behandeling van de begroting in november 2011 had de fractie al gepleit voor een sociaal reparatiefonds, maar dat werd toen te vroeg gevonden. Zijn stapelingseffecten nu al wel merkbaar in Vught?

“Crisis: kan iedereen nog meedoen in Vught?” was de centrale vraag. Want de bezuinigingen in crisistijd komen voor een groot deel terecht op de schouders van de zwaksten in onze samenleving. De huishoudtoets in de WWB, hogere zorgkosten, hogere kosten voor kinderopvang, minder huurtoeslag, minder zorgtoeslag, meer eigen bijdrages etc. Ook in Vught wordt bijna 80 procent van de bezuinigingen op de programma’s behaald door te korten op armoede, WMO/zorg en welzijn. Het resultaat van de crisis en de bezuinigingen van het rijk en lokaal is een stapeling van nadelige effecten voor de mensen die al moeilijk kunnen rondkomen. En ondertussen pleit de regering voor “werk, werk, werk” als de oplossing om uit de armoede te komen.

Om de avond in te leiden waren er twee sprekers: René Bouwman (Stichting Leergeld) en voormalig wethouder van Tilburg Jan Hammingh. Beide sprekers spraken over de kracht van mensen in armoede. Niks zielig, doorzetten en oplossen. Bouwman presenteerde onder andere de resultaten van het armoedeonderzoek van het Vughtse armoede overleg. Hierin wordt uitgesproken van ‘pamperen’ naar ‘empowerment’ te gaan. Mensen helpen om een stevig fundament te vinden in de balans tussen privé, sociaal en maatschappij. Hammingh sprak over het doorbreken van allerlei loketten en het eenvoudig houden. Na 100 koffiegesprekken met mensen in een armoedesituatie in het najaar 2011 was hij ervan overtuigd dat het overgrote deel van deze mensen daar weer uit zou komen. Positief dus!

Maar Hammingh gaf ook aan dat ‘werk, werk, werk’ slechts voor een beperkt aantal mensen de oplossing is (ervan uitgaande dat er werk voor deze mensen te vinden is). Want 40% van de mensen in armoede zit in de AOW en bijna 10% is arbeidsongeschikt. Daarnaast werkt 20% als werknemer en bijna 10% als zelfstandige! Slechts 20-25% is dus gebaat bij ‘werk, werk, werk’. Hammingh hamerde ook op blijven inzetten op preventie.

Deze boodschap was bij de discussie na de pauze echter snel vergeten. Een sociaal vangnet werd voor de aanwezige VVD-raadsleden al snel een luxe hangmat. En ook wethouder Seuren bleef bij de vaste mantra van de coalitie dat iedereen ‘eigen kracht’ heeft. De inbreng van mensen die in armoede hebben geleefd én van maatschappelijke organisaties dat zeker niet iedereen kan terugvallen op een sociaal netwerk, werd ongeloofwaardig geacht. Maar de ‘eigen kracht’ dat iedereen echt zelf wel iets kan, moet ook zeker niet worden aangezien voor zelfredzaamheid. Het onderzoek van het armoedeoverleg geeft aan dat mensen minimaal op twee ‘benen’ moeten kunnen staan in de balans tussen privé, sociaal en maatschappij. Helaas verkeerd niet iedereen in die situatie.

Het is dus te kort door de bocht om te stellen dat iedereen het wel zelf kan. Juist nu volgens prognoses de armoede toeneemt, dient de gemeente een sterk beleid te voeren gericht op preventie én het ondersteunen van mensen die alsnog in armoede terecht komen. Daarom moet Vught de stapelingseffecten voor haar bevolking in beeld brengen om te bepalen of er alsnog sociale reparaties nodig zijn.

woensdag, 18 april 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

De energieke ziel; Socratisch Café 072 april 2012

In energie, ziel, socratisch gesprek, lichaam, bezig, duitsland, gesprek, gezin, maart, en meer.
Waar zou een gesprek over de ziel over kunnen gaan? Een orgaan in het lichaam is het niet, maar toch verbinden we de ziel met ons lichaam. Een gesprek over de ziel gaat over iets wat ons raakt, wat ons niet onberoerd laat. We kunnen hieruit opmaken dat de ziel ons in velerlei opzicht bezig houdt. Er zijn vele uitspraken gedaan over de ziel. Een kleine bloemlezing: 
De morele mens houd van zijn ziel, de gewone van zijn bezit / Confucius, Chinees filosoof 
Denken, is de ziel die met zichzelf praat. / Plato, Grieks filosoof
Het gelaat weerspiegelt de ziel, de ogen verraden haar / Marcus Tullius Cicero
Tranen zijn het smeltende ijs van de ziel. / Hermann Hesse, In Duitsland geboren Zwitsers schrijver/dichter
Als je niet elke dag met een stok in je ziel roert, vriest hij dicht / Rutger Kopland, Nederlands dichter
Dit zijn heftige uitspraken. De ziel, zo onbepaald en zo indringend. Ook dichters laten zich inspireren door de ziel. Bernlef heeft er een prachtig gedicht aan gewijd: 
De ziel is in diepste wezen zielig.[…]
Op de monitor van de intensive carezien wij haar ten slotte wegvluchten in een punt. 
Wat achterblijft: het zielloos lichaamen de zekerheid dat iets verdwenen isdat niet bestaan kon maar er toch was. 
Bernlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman), Nederlands schrijverBron: Kanttekeningen
 We starten het gesprek met de vraag ‘Wat is het te leven met hart en ziel’. Dit is geen eenvoudige vraag, omdat het een metafoor bevat. De filosoof Nelson, die de Socratische methode praktisch heeft gemaakt, had hier bezwaren tegen. Hij stelde hoge eisen aan te gebruiken begrippen. Een beeld is niet vastomlijnd en laat het denken teveel speelruimte. Een metafoor is een vergelijking en die gaat volgens hem altijd mank. Hier valt wel wat voor te zeggen maar ook op aan te merken. Immers, juist met een Socratisch gesprek trachten we helderheid te krijgen over hoe we in ons handelen overtuigingen tot leven brengen. En een uitspraak is ook een handeling, een talige handeling. Wellicht dat juist het begrip ‘ziel’ niet eenvoudig met woorden te vangen is omdat het een immaterieel begrip en misschien wel een metafoor op zich. Toch bleek gedurende het gesprek dat opnemen van beeldspraak in de vraag wat ging wringen.
      Op de vraag ‘Wat is het te leven met hart en ziel’ kwamen indringende en prachtige levensverhalen naar voren. Het beleven van muziek kwam in verschillende voorbeelden terug. Het zeilen op zee; het professionele leven; de innige en intieme omgang met het eerste kleinkind, maar ook het begeleiden van mensen in hun stervensproces. De ziel vindt zijn/haar weg in alle levensfasen van de mens en op allerlei gedenkwaardige momenten. We vervolgden het onderzoek met het volgende verhaal: 
‘Ik begeleid vluchtelingen met gezinshereniging, zoals ook deze man. Zijn dossier was weinig hoopgevend. Het zou erom spannen of hij zijn gezin naar Nederland zou kunnen halen. Er zat ook veel tegen. Door de slechte postbezorging liepen we het risico dat onze aanvraag niet op tijd zou worden ontvangen. Toen ik sprak met een medewerker van de IND, kreeg ik het bericht dat we uitstel kregen. Pas op dat moment wist ik dat het wel zou gaan lukken; ik juichte, en de zon ging schijnen.’
In deze fase van het onderzoek kwamen twee interessante aspecten naar voren. Niet voor iedereen was dit een voorbeeld van leven met hart en ziel. Wat knelde hier? Wat weerhield deelnemers zich deze situatie eigen te kunnen maken? Het bleek dat het begrip ‘sociaal’ voor de één verband hield met ‘het leven met hart en ziel’. Dit ging niet voor iedereen op. Om de verhouding van ziel met sociaal te kunnen onderzoek was een nieuw onderzoek nodig over ‘sociaal zijn’. Een zijpad van het onderzoek opende zich. We markeerden dit zijpad met een bewegwijzering voor een komend onderzoek. Het tweede aspect had te maken met het metaforische karakter van de uitspraak ‘met hart en ziel’.  Waren hart en ziel wel te onderscheiden? Wat voor de één afgescheiden begrippen zijn was voor de ander niet los te zien. Dit vertaalde zich naar het moment, waarin zich de meeste hitte bevond. Wanneer was er nu het meest of echt sprake van leven met hart en ziel? En wat betekende de keuze van het moment voor het vervolgonderzoek? We kwamen tot de ontdekking dat dit voor de deelnemers zeer van belang was. Een prachtige observatie.
      We sloten het gesprek af. De ziel had zich getoond, als verbonden met het lichaam én met energie. Zijpaden ontdekt en met rust gelaten; de waarde van het hittepunt herkend; inzichten gedeeld én prikkelende vragen. Socrates keek letterlijk en figuurlijk over onze schouders mee. Zijn methode bracht de volgende overtuigingen over leven met hart en ziel naar voren:
·        Vanuit je kern kunnen reageren met enthousiasme en overtuiging, zonder belast te worden door je ego
·         Met overtuiging!
·         Leven zonder hart en ziel is vegeteren
·         Intensief, bewust en betrokken zijn, met alles worden aangeraakt
·         Met al  je inzet en interesse
·         Leven vanuit je diepste verlangen
·         Bewust en ontvankelijk
·         Het besef dat ik in deze situatie kan bijdragen aan het vergroten van iemands levensgeluk
·         Vanuit positieve intentie en optimisme samen met anderen vertrouwen op een goede afloop en dankbaar en blij dat je er energie kan instoppen en geven en dat het energie geeft
·         Zonder twijfel, lichtvoetig, huppelend, energievol, blij en krachtig
·         Beweeglijk levendig als vanzelf

Lees ook Farieda’s blog over de ziel. Kijk hiervoor mijn impressie van het Socratische Café 072 van maart.

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Een joods monument

In ede oost, college, de, fractie, gebouwen, gemeenschap, gemeente, idee, joden.

eric leltz

In juni 2010 ontvingen zowel de Edese fracties als het college van B&W een brief van een comité met het verzoek om een monument te plaatsen ter nagedachtenis van de omgekomen Joodse inwoners van Ede in de periode 1940-1945. Ik heb er op 10 juni 2010 over geschreven. Er bleek toen niet veel draagvlak voor een dergelijk monument. Nu echter, bijna 2 jaar later, is er een monument opgericht tegenover het Mausoleum. Ik schreef er destijds het volgende over.

Binnen mijn fractie heeft Karel Jan Visser onderzoek gedaan naar de joodse gemeenschap in Ede. In de oorlog zijn 29 Joodse inwoners van de gemeente Ede gedeporteerd en omgekomen, het merendeel in Auschwitz en Sobibor. Van deze inwoners is er een in Ede geboren, mevrouw Adeline Marie Hartog. Zij is op 25 februari 1945 in KZ Flossenburg overleden.

Ede heeft veel te danken aan zeker een van haar joodse inwoners. De heer Hartog, overigens geen familie van de eerder genoemde mevrouw Hartog, heeft in Ede de kunstzijdefabriek ENKA, opgericht. Hij heeft tevens de Reehorst aangekocht en daar een culturele bestemming aan gegeven. Ook heeft hij een groot aantal woningen voor zijn werknemers laten bouwen. De heer Hartog was een sociaal bewogen man.

Gezien bovenstaande lijkt het mijn fractie een goed idee om in Ede een monument ter nagedachtenis van de joodse slachtoffers in de tweede wereldoorlog te plaatsen. De aard en de locatie van het monument kan dan worden gekoppeld aan het terrein waar de voormalige ENKA fabriek heeft gestaan. Dit gebied wordt momenteel heringericht voor woningbouw en enkele markante gebouwen blijven na restauratie staan. Zo ook het poortgebouw recht tegenover de spoorlijn. Daar had de ENKA een emplacement voor het overladen van goederen. Of er vanuit station Ede-Wageningen transporten van Joden hebben plaatsgevonden is niet zeker maar het spoor staat wel symbool voor de Holocaust. Daar moet toch een mogelijkheid zijn om een monument te plaatsen. 



dinsdag, 17 april 2012

Rogier Elshout

Rogier Elshout

Hyves Twitter

Aan wat voor raar onderzoek van Opstelten/Teeven heb ik nu mee gedaan?

In uncategorized, beleid, bezig, burger, maart, de, idee.
"dag meneer. wil u meewerken aan een onderzoek van het inisterie van Veiligheid en Justitie?" In het begin is het grappig, zon dom meisje die geen idee heeft wat voor vargenz e van haar scherm voorleest. maar bij vraag 10 lag ik in een deuk. Wat een bizar onderzoek. "kunt u, op een schaal van 1-10, zeggen wat u van coffeeshops vindt." WTF? wat is dat voor vraag? Al in jaar 1 van mijn studie had ik nooit een voldoende gekregen voor een onderzoeksopzet met zon vraag. Maar dan wordt het eng. Elke dag spuwen Opstelten en Teeven een partij persberichten naar De Telegraaf met kloeke taal. Heb ik nou meegedaan aan een suggestief onderzoekje dat hen weer de held van veiligheid moet maken, met meer onzin beleid gebaseerd op onzin onderzoek? heb ik er nu aan meegwerkt dat de te tevreden roker (geen onruststoker) verder wordt gecriminaliseerd, en de politie daar mee bezig blijft ipv het vangen van echte boeven? Als betrokken burger toch maart een vraagje gesteld aan Ivo. benieuwd naar het antwoord.... Continue reading

maandag, 16 april 2012

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Sommige gletsjers smelten niet

In sargasso, de, onderzoek.
1827

Zo, al het klimatologische onderzoek kan in de prullenbak, want onderzoek toont aan dat sommige gletsjers in het Karakoram gebergte de afgelopen tien jaar in omvang zijn toegenomen. En laten we eerlijk zijn, als de atmosfeer werkelijk opwarmt door het broeikaseffect, dan warmt ze overal op, dus ook boven de Karakoram. Maar die theorie klopt dus niet.

Allicht komt bovenstaande redenering u enigszins verwrongen over. Dat komt omdat ze verwrongen is. Maar het is tekenend voor de klimaatdiscussie dat gletsjerdeskundige Jonathan Bamber zich onmiddellijk geroepen voelde om te verkondigen dat de Pakistaanse groeigletsjers niet betekenen dat het wereldwijde smeltprobleem minder is geworden. Kennelijk vond hij zo’n defensieve manoeuvre nodig.

(...)
Lees verder in Sommige gletsjers smelten niet (nog 333 woorden)

donderdag, 12 april 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Overtuigen V/M

In communicatie, taal, v/m, gender, dames, de, leuk, mannen, gedoe, en meer.

Geachte lezer. Bent u een vrouw, lees dan A. Bent u een man, lees dan B.

  • A: dames, het is kennelijk toch nog nodig dat wij extra aandacht besteden aan onze overtuigingskracht. Duidelijke taal, geen gedoe, zeg wat je wil, onderhandel strak. We leven toch niet meer in de jaren 50, hoe spijtig veel retropolitici (mannen, dat weer wel) dat ook vinden.
  • B: nou, eh, het zou dus eigenlijk best wel leuk zijn als je ook een beetje vindt wat ik zeg, nou, dus dat jullie ook een beetje doen wat wij willen.

Twitternieuws, opgedoken door de debattrainers van Debatrix, uit een onderzoek van Linda. L. Carli. Zij ontdekte dat vrouwen collega-vrouwen overtuigen met krachtige taal, maar mannen door krachteloze taal. Met stopwoordjes en afzwakkingen. Een onderzoek uit 1990, blijkt uit de voetnoot. Zouden mannen in die 22 jaar sinds het verschijnen van het onderzoek niets bijgeleerd hebben?

Daarover kon ik zo snel niets vinden. En dan nog: moeten vrouwen daarom het blondje uithangen? Wat een onzin zeg. Het is 2012. Laten we niets verkleinen of afzwakken. Geen zinnen, geen woorden, en zeker niet onszelf.


Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Overtuigen V/M

In communicatie, taal, v/m, gender, dames, leuk, mannen, de, gedoe.

Geachte lezer. Bent u een vrouw, lees dan A. Bent u een man, lees dan B.

  • A: dames, het is kennelijk toch nog nodig dat wij extra aandacht besteden aan onze overtuigingskracht. Duidelijke taal, geen gedoe, zeg wat je wil, onderhandel strak. We leven toch niet meer in de jaren 50, hoe spijtig veel retropolitici (mannen, dat weer wel) dat ook vinden.
  • B: nou, eh, het zou dus eigenlijk best wel leuk zijn als je ook een beetje vindt wat ik zeg, nou, dus dat jullie ook een beetje doen wat wij willen.

Twitternieuws, opgedoken door de debattrainers van Debatrix, uit een onderzoek van Linda. L. Carli. Zij ontdekte dat vrouwen collega-vrouwen overtuigen met krachtige taal, maar mannen door krachteloze taal. Met stopwoordjes en afzwakkingen. Een onderzoek uit 1990, blijkt uit de voetnoot. Zouden mannen in die 22 jaar sinds het verschijnen van het onderzoek niets bijgeleerd hebben?

Daarover kon ik zo snel niets vinden. En dan nog: moeten vrouwen daarom het blondje uithangen? Wat een onzin zeg. Het is 2012. Laten we niets verkleinen of afzwakken. Geen zinnen, geen woorden, en zeker niet onszelf.


Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

In speeches, democratie, vrede van utrecht, 10 december, acties, afrika, akkoord, alternatieven, april, en meer.

Post image for Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

11 april 2012

Op 1 februari 1960 gingen vier studenten aan een tafeltje zitten in een lunchroom in Greensboro in North Carolina. Ze bestelden een kopje koffie.

Wat ze deden was verboden want de studenten waren zwart: de zitplaatsen waren voor blanken, de staplaatsen alleen voor de zwarte studenten. ‘We bedienen geen negers’ zei de serveerster.
De studenten bleven zitten, tot sluitingstijd. De volgende ochtend verschenen 27 zwarte studenten, gekleed in pak en das en ze gingen zitten. Een dag later waren het er tachtig. Ze zaten aan de tafels zonder te consumeren en deden er hun huiswerk. Het protest groeide de dag erna tot 300 en de eerste protesterende blanken voegden zich bij hen. Binnen een week waren het er 600 en verspreidde het protest zich ook in de straten. De eerste confrontaties dienden zich aan. Blanke studenten zwaaiden met zuidelijke vlaggen, intimidatie en inmenging van de KluKlux-Clan volgde. In de weken die volgden, verspreidde het protest zich eerst door North Carolina, besmette daarna de omliggende staten en binnen een maand werd het hele zuiden van de Verenigde Staten beheerst door protest; uiteindelijk deden meer dan 70.000 studenten mee, duizenden werden gearresteerd, even zo vele radicaliseerden. Maar het gevolg was de bloei van een zwarte burgerrechtenbeweging en de geleidelijke, maar onomkeerbare afschaffing van het systeem van segregatie dat de VS kende.

Dit voorbeeld heb ik ontleend aan een artikel in The New Yorker. De auteur, Malcolm Gladwell, gebruikt de opkomst van de zwarte burgerrechtenbeweging om het effect van internet op sociaal protest te relativeren. De veelzeggende titel is ‘Small change: why the revolution will not be tweeted’.
Gladwell hekelt internet-utopisten die denken dat de zwakke relaties op facebook, de oppervlakkige vriendennetwerken waarin talloze petities voor goede doelen rouleren, werkelijk toegevoegde waarde hebben ten opzichte van het risicovolle burgerrechtenactivisme dat de zwarte studenten ten toon spreidden.
Hij verklaart de sociale netwerken op internet ook ongeschikt om werkelijk sociale en democratische veranderingen af te dwingen. In zijn woorden: ‘facebook-activisme is alleen succesvol in het bijeenbrengen van mensen die niet gemotiveerd genoeg zijn om werkelijke verandering af te dwingen’. Facebook – en ook twitter – verzamelen dus, met andere woorden, leunstoelactivisten.
Gladwell schreef zijn artikel in oktober 2010. En dat zeg ik met nadruk. Want dit was voordat de Arabische Lente in zijn volle hevigheid losbarstte.

De datum is van belang omdat Gladwell op dat moment, eind 2010, uitdrukking geeft aan breder gedragen overeenstemming dat de betekenis van social media voor mensenrechten- en democratisch activisme interessant maar ook beperkt is.
Weliswaar heeft dan al de Groene Revolutie in Iran plaatsgevonden, maar zoals Gladwell en ook anderen overtuigend betogen, wordt de bijdrage van vooral twitter aan de protesten daar rijkelijk overschat. Twitter bereikte grote populariteit maar deze concentreerde zich in het westen waar een zeer betrokken internetelite elke snipper nieuws uit het getormenteerde land aan elkaar doorspeelde, dikwijls in het Engels waardoor veel jonge betogers in Iran het nauwelijks lazen.
Hoewel ik het wetenschappelijke en journalistieke debat tussen internet-utopisten en sceptici tekort doe, zie je teruglezend, voor het uitbreken van de Arabische Lente, wel een mainstream-overeenstemming over de betekenis van internet voor de burgerrechten.

1 – Internet en social media hebben betekenis in de spreiding van kennis over mensenrechtenschendingen en sociaal protest en kweken daarmee ook een zekere mate van internationale verbondenheid. Dat zag je ook goed terug bij de Groene Revolutie in Iran. Als een vroeg voorbeeld wordt daarbij in de literatuur de opstand van de bevolking in Chiapas in het Zuiden van Mexico in 1994 genoemd. Dit lokale conflict met de centrale Mexicaanse staat over de achterstelling en discriminatie van de van oorsprong Indiaanse bevolking, kreeg via internet wereldwijde belangstelling, en de opstand kreeg daardoor momentum.

2 – Internet heeft ook een zekere mobilisatiekracht van mensen in heel verschillende landen, afkomstig uit verschillende groepen. Een voorbeeld daarvan is het protest tegen WTO in Seattle in 1999 waarbij internationale activisten een netwerk vormden op straat en in cyberspace. Tegelijkertijd mag daarbij de kanttekening gemaakt worden dat het om een relatief kleine voorhoede ging van professionele activisten.

Een overtuigender voorbeeld van de mobilisatiekracht van internet zijn de grote, wereldwijde demonstraties die plaatsvonden op 15 februari 2003 tegen de oorlog in Irak. In 60 landen gingen tegelijkertijd miljoenen mensen de straat op. De Belgische onderzoekers Van Laer en Van Elst beschrijven deze anti-oorlogsdemonstraties als een historische doorbraak in mobiliserend vermogen via internet. Tegelijkertijd relativeren zij de betekenis daarvan ook omdat uit onderzoek naar de motieven blijkt dat het overgrote deel van de demonstranten niet verder dan 200 kilometer wilde reizen. Weliswaar was het onderwerp (de oorlog in Irak) internationaal, de betrokkenheid en bewogenheid was lokaal, of op zijn best nationaal. Internet bleek een heel effectief instrument in de afstemming van het tijdstip waardoor het protest aan kracht won; het massale karakter van de demonstraties werd in sterke mate bepaald door verzet tegen besluiten van de nationale overheden over de oorlog in Irak.

3 – Tegenover deze voorzichtige positieve analyses van de bijdrage van internet en social media aan vreedzaam, sociaal en mensenrechtelijk protest, staat echter ook zorg. In een gezaghebbende studie, getiteld ‘The Net Delusion’ (verschenen in januari 2011), schetst de wetenschapper Evgeny Morozov een zorgwekkend beeld van de toenemende censuur en surveillance die internet mogelijk maakt. In zijn waarneming liggen staten – en dan met name autoritaire staten – en terroristische en criminele organisaties ruimschoots voor op burgers die zich via internet vreedzaam willen verenigen. Hij beschrijft ook de verregaande samenwerking van staten (en vooral de Verenigde Staten) met grote bedrijven zoals microsoft, google, facebook en twitter als bedreigend voor mensenrechten en democratisering.
Morozov verwijst bijvoorbeeld naar een geruchtmakende toespraak van Hillary Clinton uit januari 2010 (dus een jaar voor het verschijnen van zijn boek) waarin zij zich opwerpt als de hoeder van het wereldwijde vrije internet. Haar ideële betoog staat in contrast met de binnenlandse – en soms ook internationale – veiligheidsmaatregelen die de VS treft, dikwijls gesteund door Silicon Valley, om internetvrijheid (onder het mom van terrorismedreiging) te beperken. (Om nog maar te zwijgen over de reactie van het State-department op de publicatie door Wikileaks van gevoelige overheidsinformatie; inmiddels zit soldaat Bradley Manning die de informatie lekte ook al 2 jaar vast zonder dat er werkelijk zicht is op zijn proces).

Maar los van de hypocrisie in de binnenlandse omgang met internetvrijheid, maakt Morozov zich in zijn boek uit 2010 ook grote zorgen over de wijze waarop – vooral de Verenigde Staten – zich in toenemende mate opwerpen als de hoeder van de internationale internetvrijheid. Hij verwijst naar een geruchtmakend incident tijdens de Groene revolutie in Iran.
Het komt een jonge medewerker van het State Department – Jared Cohen, waarover later meer – namelijk ter ore dat Twitter een aantal dagen plat gaat vanwege onderhoudswerkzaamheden. Hij schrijft een brief aan twitter en bepleit dat dit wordt uitgesteld. Na overleg met het State-department gaat twitter akkoord. In eerste instantie is deze opzienbarende stap van een commercieel bedrijf in samenwerking met de Amerikaanse overheid, gezien als een belangrijke overwinning voor de internetvrijheid. Later bleek echter dat de Iraanse autoriteiten de brief van de jonge medewerker en de maatregelen van twitter beschouwden als een geslaagde poging tot ‘regime change’ door de Amerikaanse overheid. In reactie op deze Amerikaanse inmenging is de internetvrijheid drastisch beperkt en de repressie van bijvoorbeeld bloggers en twitteraars nog verder toegenomen. Het werkte, aldus Morozov, dus averechts.

Kortom, voordat de Arabische lente in zijn volle hevigheid losbreekt lijkt er in het internationale debat een gematigd positieve waardering van de bijdrage van internet en social media aan mensen- en burgerrechten en democratie. Er vindt internationale verspreiding plaats van kennis van mensenrechtenschendingen, het leed van onderdrukte mensen en groepen wordt daardoor eerder en vaker zichtbaar. Met behulp van internet kunnen mensen ook gemobiliseerd worden voor vreedzaam sociaal protest, tegelijkertijd wordt de reikwijdte en de schaal daarvan betwijfeld. Maar tegenover de opbrengst van internet en social media staat zorg over de dwingende dominantie van staten en overheden op het net: de autoritaire staten die het internet gebruiken om hun burgers verregaand te controleren en te censureren; vrije westerse staten die internet lijken te willen gebruiken als een instrument van ‘regime change’.

Het zal u opgevallen zijn dat ik tot nu toe nadrukkelijk onderscheid in de periode tot aan de Arabische lente, en wat er op volgde. Ik ben er dan ook overtuigd dat de opstanden van de Arabische wereld een geheel nieuwe dimensie hebben gegeven aan internet en social media en de bijdrage die deze kan leveren aan verzet tegen dictatuur en onderdrukking.

Maar laat ik eerst een stap terugzetten.
Toen ik een aantal maanden geleden geheel fris en onbevangen mijn voorstel voor onderzoek naar de relatie tussen internet, social media en mensenrechten indiende bij de Universiteit Utrecht, had ik niet echt benul waaraan ik me waagde. En ik moet ook bekennen dat ik dit drieste maar ook wat onbezonnen plan wel eens heb betreurd.
Niet alleen is dit het werkterrein van duizenden gestudeerde technologen, mediawetenschappers, politicologen en filosofen die elkaar met graagte – en soms in een voor de buitenstaander moeilijk te volgen jargon – bestrijden. Bovendien gaat de ontwikkeling van technologie, de maatschappelijke en politieke reacties erop, zo razendsnel dat elke beschrijving ervan gedateerd is voordat je een punt achter een zin kan zetten. Die ontwikkelingen zijn ook allesbehalve eenduidig. Er zijn talloze voorbeelden van technologische innovatie die mensen in staat stellen zich te bevrijden van onderdrukking, zich te emanciperen. Er zijn talloze vormen van innovatie die het tegengestelde effect hebben. Er vindt ook een wedren om de macht en de vrijheid van het net op vele niveau’s plaats. Tussen staten (autoritaire en democratische), tussen staten en terroristische en criminele organisaties, tussen burgers en staten, tussen burgers en bedrijven, tussen bedrijven en bedrijven enzovoort enzovoort.
Voorspellingen over de ontwikkeling van internet zijn niet te maken, net zo min als over de politieke en maatschappelijke omgang ermee.

Dit dwingt mij, zeker als nieuwkomer op het terrein, tot grote voorzichtigheid. En tot beperking. Voor de verspreiding en vestiging van mensenrechten en democratie zijn andere vormen van communicatietechnologie minstens zo belangrijk. De bijdrage van de mobiele telefonie aan het mobiliseren van betogers, zoveel bleek bijv. tijdens de Arabische opstanden, is ongelooflijk groot.
Ik beperk me tot het internet en de rol van social media – met name weblogs, facebook en twitter – vanwege de publieke platforms die zij vormen en de potentie om mensen te verenigen en te mobiliseren.
Wat betreft de mensenrechten beperk ik me tot de politieke vrijheden. De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om je te verenigen, partijen, organisaties en bewegingen op te richten, de vrijheid van protest en vreedzaam verzet.

Met dit intermezzo kom ik aan de Arabische opstanden die de afgelopen anderhalf jaar hebben gewoed en de rol die internet erin heeft gespeeld.
Ik voer u nog even terug. Wellicht heeft u het allemaal nog op het netvlies maar indrukwekkende verhalen kunnen nooit genoeg verteld worden.

Op 10 december 2010 stak de Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazi, uit woede en wanhoop over de eindeloze treiterijen door de overheid, zichzelf in brand voor het kantoor van de gouverneur. Toen hij een maand later overleed, had zich via blogs en sms woedende koorts door het hele land verspreid. Vrienden en familie vonden elkaar op internet, vermengden zich met vreemden in hun gezamenlijk rouw en woede over de politieke corruptie, het despotische regime. Op Youtube verspreidden zich persiflerende filmpjes, online werden grappen gemaakt, op zo’n schaal dat het regime het nakijken had. Bij zijn dood verspreidde het virtuele protest zich naar de straten en de pleinen. Beelden van protesten verschenen op facebook en Youtube, Al Jazeera nam het over, en deze verhevigden het protest. Het regime trachtte Facebook, twitter en Youtube aan banden te leggen maar internationale hackers zoals Anonymous hielpen de demonstranten om de internetbans te breken. Bloggers werden gevangen gezet maar in aantallen namen de betogers enkel toe. Op 14 januari vluchtte dictator Ben Ali naar Saoedi Arabië. En ondanks dat de officiële, door de staat gerunde media de protesten negeerde, spreidde het protest zich naar Algerije en daaropvolgend naar Oman, Jemen, Egypte enzovoort.
In Egypte was een lokale Google-baas een facebook-groep begonnen ter nagedachtenis van Khaled Said, een 28-jarige blogger die medio 2010 door de politie doodgeslagen was. Zoals Bouazi in Tunesie, werd Said een icoon van verzet in Egypte. Op 25 januari vulde het Tahrir plein zich voor het eerst. Mubarak in Egypte reageerde ongeveer gelijk als het Tunesische regime en hij probeerde het land te ‘unpluggen’. Hij slaagde daar niet langer in dan vier dagen, tegen een geschatte financiële schade van 90 miljoen dollar. De nieuwsservice van de Moslim Broederschap werd bijvoorbeeld verboden maar deze bleef vanuit Londen gewoon nieuws brengen. Het onverwachte bijeffect was bovendien dat middenklasse-Egyptenaren die het nieuws over de protesten vooral thuis op het internet volgden, ook de straten introkken of naar het Tahrirplein kwamen.
De rest is geschiedenis. Als dominostenen vielen de Noordafrikaanse en Arabische regimes, soms relatief vreedzaam, soms na een woedende burgeroorlog zoals in Libië. En niet overal. De strijd in Syrie is van een grote gruwelijkheid waarbij het regime tot op heden burgers op het net en in de straten met grof geweld weet te onderdrukken. In Saoedi-Arabie zijn er slechts kleine, maar wel heel symbolische protesten zoals het prachtige ‘women2drive’, van vrouwen die het verbod op autorijden tarten en hun ritjes op facebook plaatsten.

Is dit nou de verdienste van internet (en van mobiele telefonie)?
Relativering is dan natuurlijk op zijn plaats. In een mooi overzicht van de rol van de digitale media bij de Arabische opstanden beschrijven de Amerikaanse wetenschappers Howard en Hussain de vele factoren die bijdroegen tot de Arabische opstanden. De langdurige sociale en politieke onvrede, in de eerste plaats. De geleidelijke opkomst van liberale middenklassen en internationaal georiënteerde studenten die de middelen en de eloquentie bezaten om uitdrukking te geven aan die sociale onvrede en deze te helpen verspreiden. De aanwezigheid van iconen van onderdrukking, zoals Bouazi en Said, waardoor de bevolking zich verenigde in collectieve rouw en verontwaardiging.
Bovendien varieerden de bepalende factoren voor de opstanden van land tot land, maar schrijven Howard en Hussain, de constante factor in alle opstanden was het internet en in een tweede instantie de klassieke media (met name Al Jazeera dat youtube-filmpjes, facebook-oproepen en berichten van bloggers razendsnel verder verspreidde. En dat de opstanden zich als een inktvlek van land tot land konden spreiden, vond dankzij internet plaats.

Waarom was de rol van internet en social media in de verspreiding van protest en verzet deze keer een andere, krachtiger dan tot nu toe het geval was? Ik zou een drietal redenen willen aanwijzen.
Het belangrijkste is wellicht de rechtstreekse relatie tussen het net en de straat. Het protest was hybride, het vond gelijktijdig plaats op internet en op de pleinen en versterkte elkaar: via facebook verzamelden mensen zich, filmpjes van protesten en politiegeweld in de straten vonden hun weg op het net en leidden tot nieuwe acties. Hier kwamen de blogger en de facebooker uit hun leunstoel en voegden zich – bij wijze van spreken – bij de zwarte student uit de VS van de jaren 60 die heel risicovol protesteert.
Anders dan bijvoorbeeld bij eerdere protesten, zoals in Seattle of tijdens de anti-Irak demonstratie, werden in de internetgemeenschappen in de Arabische landen ‘sterke’, meer duurzame banden gekweekt. De facebookcontacten, de steun aan webloggers hield niet enkel stand voor de duur van een demonstratie, het verspreiden van een digitaal pamflet, maar vertaalde zich in onderlinge solidariteit en hulp aan elkaar. De veelgehoorde kritiek dat internet en met name facebook alleen ‘zachte’ weinig betekenisvolle gemeenschappen kweken werd tijdens de Arabische opstanden gelogenstraft.
Paradoxaal genoeg hebben de pogingen tot censuur – tot het maken van firewalls – geleid tot een verheviging van de protesten. Internet was daardoor niet alleen een instrument voor het mobiliseren van burgerlijk en politiek verzet maar ‘online zijn’ werd ook een daad van politiek verzet. De populariteit van weblogs, facebook en twitter nam daardoor alleen maar toe en het afgesneden zijn van internet leidde ertoe dat meer gezagsgetrouwe burgers zich aansloten bij de protesten in de straten.

Nu ja, inmiddels is het medio 2012 en is de sociale en politieke opbrengst van de Arabische opstanden op zijn zachtst gezegd ambivalent. Militairen behouden macht, transitieregeringen blijken soms de totalitaire trekken van de voorgangers te vertonen, Islamisten proberen de macht te grijpen en blijken in een aantal gevallen de mensenrechten niet voor vrouwen te laten gelden.
De kanttekening die daarbij wel gemaakt moet worden is dat de vestiging van een democratie en mensenrechten niet in maanden, maar in jaren beoordeeld moet worden. Hoe dan ook zijn de voortekenen niet overal even gunstig.

Het is dan verleidelijk om met terugwerkende kracht de betekenis van de opstanden zelf, en de rol die internet daarin heeft gespeeld, te relativeren. Een enkeling, vooral aan rechtsconservatieve zijde, hoor je al roepen dat de seculiere dictaturen in een aantal landen beter waren dan de Islamitische politiek die je er voor terugkrijgt.
Veel internetsceptici hoor je inmiddels zeggen dat het onvoltooide of afgebroken democratiseringsproces in Noord Afrika maar weer eens de zwakte aantoont van internet om bij te dragen aan wezenlijke maatschappelijke verandering. Daarmee wordt – wat mij betreft – ontkend dat de opstand die heeft plaats gevonden, de collectieve roep om bevrijding die leidde tot het afzetten van totalitaire heersers en hun regimes, wel degelijk een heel wezenlijke maatschappelijke en politieke verandering is.

Dit neemt niet weg dat sceptici terecht wijzen op het onvermogen om via internet een democratie en een rechtstaat te vestigen. De Arabische opstanden bewijzen wat mij betreft dat internet en social media een ongekende kracht kunnen ontwikkelen in het verenigen en mobiliseren van verontwaardigde en dikwijls getraumatiseerde burgers. Rouw en leed, het diepgevoelde verlangen om mishandeling en moord te stoppen maakt mensen een.
Iets anders is het, als de tiran is verjaagd, er wraak is genomen en de ergste wonden zijn gelikt, om elkaar te vinden op het alternatief. Na de opstanden blijkt het internet de spreekwoordelijke ‘kruiwagen met kikkers’. Verzet en protest behoeven misschien weinig leiders, bij de opbouw van een nieuwe democratische staat zijn leiderschap, en bezielde maatschappelijke en politieke organisaties die de duizenden uiteenlopende meningen aaneensmeden tot enigszins overzichtelijke stromingen onontbeerlijk. Verzet, protest en demonstratie zijn een gedeelde uitroep van emotie en ongeluk; internet helpt deze te versterken en te mobiliseren. Democratie vergt vergadering, het gezamenlijke sluiten van een gecalculeerd compromis, en internet en social media met hun grote en ook prachtige nadruk op individuele expressie, bieden daar tot nu toe – zo lijkt het – niet de handvaten voor.

Dat is – denk ik – waar we nu staan. De titel van het artikel in The New Yorker waarmee ik begon was ‘Small Change. Will the revolution be tweeted?’.
Mijn voorlopige antwoord daarop zou zijn: ‘the revolution can, but democracy and peace can not be tweeted.

Hoe verder? Is het mogelijk dat internet niet alleen een rol gaat spelen in de bevrijding van mensen uit onrecht, maar ook in de opbouw van democratische alternatieven?

Eerlijk gezegd moet ik u daarop het antwoord schuldig blijven en hoop ik dat het debat van zo meteen ons daar wat verder in helpt.
Ik zou wel een vingerwijzing willen geven.
Internet lijkt tot nu toe vooral het domein van individuele, vrijheidslievende burgers, van autoritaire staten die het willen beknotten of van staten (zoals de Verenigde Staten) die juist hun kans schoon zien om via het internet ‘regime change’ in die autoritaire staten af te dwingen, en van bedrijven die winstmaximalisatie zoeken.
Maatschappelijke, publieke organisaties zonder winstoogmerk, duurzame culturele en politieke verbanden van burgers, lijken zich veel minder op het net genesteld te hebben.
Natuurlijk zijn er inmiddels grote onafhankelijke organisaties zoals Avaaz, globalvoices, transparancy international en anderen die miljoenen burgers aan zich binden. Het zijn ook prachtige en hoopgevende initiatieven die het vergrootglas zetten op wereldwijd onrecht en onvrijheid.
Maar dit is ook precies waar de beperking schuilt.
Deze organisaties richten zich ook op het mobiliseren van protest en verzet, en doen dat soms met groot succes. Maar het zijn geen organisaties die een democratisch en mensenrechtelijk alternatief formuleren, en daarop mensen verenigen. Het zijn – in de tweede plaats – ook dikwijls westerse organisaties die top down het onrecht in met name de derde wereld aan de kaak stellen. Het nadeel daarvan bleek heel recent bij het initiatief Kony 2012 van Amerikaanse jongens die middels een viral erin slaagden om de Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony wereldwijd bekend te maken. Maar de ontvangst daarvan bij de Oegandese slachtoffers was niet onverdeeld positief.

Kan internet burgers binden, organisatorisch en in hun maatschappelijke idealen, bij de vestiging van democratie en mensenrechten? En hoe dan? Deze vraag leg ik ook aan u voor.
Laat ik een hoopgevend voorbeeld geven. Ik vertelde u eerder van Jared Cohen, de heel jonge medewerker van het state department die eigenhandig probeerde de groene revolutie in goede twitterbanen te leiden. Het hoeft niet te verbazen dat deze wizzkid vrij snel werd weggekocht door Google waar hij de opdracht kreeg om een denktank – het tot op heden onbekende Google Ideas – op te richten. Nu mag natuurlijk getwijfeld worden aan de intenties en motieven die Google hiermee heeft.
Maar toch. Vorig jaar liet Jared Cohen als kersverse directeur van Google Ideas voor het eerst van zich horen in de Amerikaanse media. In Dublin, in Ierland, bleek hij een summit te hebben belegd over terrorisme in aanwezigheid van zo’n 80 ex-extremisten en –terroristen, varierend van farc, IRA, neo-nazi’s tot jihadisten en El Qaida aanhangers. Zij spraken er met elkaar over hoe de radicalisering van jongeren voorkomen en verminderd kan worden. Zoals Cohen het verwoordde: ‘we believe internettechnology can become part of the solution, of turning away from violence’. De ambitie was niet minder dan ‘a shift in narratives’ te bereiken.
Voor wie het netwerk van voormalige extremisten sindsdien enigszins volgt (overigens te vinden onder de naam againstviolentextremism.org.) ziet dat de leden op allerlei plekken op het internet een ‘counterjihad’ proberen te formuleren, zoals velen van hen ook de wereld over reizen om met jongeren te praten en alternatieven aan te reiken.

Het voorbeeld is klein en aan de onafhankelijkheid van het initiatief mag getwijfeld worden, toch wil ik het niet ongenoemd laten. Het probeert namelijk twee zaken te verenigen.
1. het verzamelt mensen die niet alleen samen tegen onrecht protesteren maar ook proberen een alternatief te formuleren
2. Ondanks dat de commerciële arm van Google erachter zit (en het initiatief daarop enigszins gewantrouwd mag worden), geeft het regie aan de direct betrokkenen; de mensen die terreur hebben ondervonden en hebben uitgevoerd en maakt hen ook verantwoordelijk.

Tot slot. In de strijd tussen utopisten en sceptici heb ik me de afgelopen maanden vaak afgevraagd tot welke groep ik dan behoor. Ik ben me ervan bewust dat terwijl ik spreek staten, terreurgroepen en bedrijven telkens ingenieuzer middelen vinden om ons, burgers, te controleren en te censureren. Ik vind dat dit dwingt tot oppassendheid en een zekere mate van scepsis. Tegelijkertijd hebben wij, mensen, ook het internet uitgevonden, dat in de stem die het geeft aan de kwetsbaren en de onderdrukten historisch en fantastisch is.
Als wij in staat zijn om internet uit te vinden en te ontwikkelen dan moeten wij ook in staat zijn om het aan te wenden voor democratie en mensenrechten.

Femke Halsema bekleedt dit voorjaar de Vrede van Utrecht Leerstoel

dinsdag, 10 april 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Duivels geld? Socratisch Cafe Den Bosch

In afhankelijkheid, socratisch gesprek, geld, socratisch cafe, medemenselijkheid, betalen, controle, eten, gesprek, en meer.
‘Probeer vooral te genieten van het gesprek’ is een warme uitnodiging voor een goed gesprek. Een welkome uitnodiging bij een onderwerp dat kil aandoet, geld. Maar is geld niet wat wij ervan maken? En wat maken wij er dan van? We starten het gesprek met de vraag ‘Speelt geld een rol van betekenis?”
      De variëteit aan voorbeelden maakt al snel duidelijk dat geld een uitgebreide rol van betekenis speelt: bij de aanschaf van een nieuw of tweedehands koffiezetapparaat, bij de keuze om een kroon te laten zetten of een kies te laten trekken, bij de opvoeding van kinderen, op vakantie met vrienden, bij de laatste levensfase in het ziekenhuis, op reis in een ver land. Tijdens het bespreken van de voorbeelden realiseerde ik me dat geld een zeer belangrijke rol in ons leven speelt. Een gesprek over geld raakt mensen in hoe ze in het leven staan.
      In het uitwerken van het voorbeeld ‘zonder geld op reis’ tekende zich een afhankelijkheid van geld (of iets anders?) af. Het praktijkvoorbeeld: “In het vliegtuig kwam ik tot de ontdekking dat ik vergeten was geld op mijn betaalrekening te storten en dat ik maar een paar tientjes in mijn portemonnee had. Ik moest bij aankomst de hotelrekening betalen, eten betalen. Ik kon niets anders dan geld aan mijn reisgenoten vragen. Dat gaf me een onprettig gevoel van afhankelijk zijn”. In het onderzoek kwamen vragen naar voren, die onthulden welke houding de gesprekspartners hebben met betrekking tot geld. Opvattingen als ‘met geld koop ik vrijheid’, ‘zonder geld ben ik afhankelijk’, ‘geld verplicht tot wederdienst’, ‘geld vraagt om vertrouwen’ kleurden het voorbeeld verder in. Veel waardevolle intuïties over de rol en de betekenis van geld kwamen op tafel te liggen. Elke intuïtie riep een wedervraag op. De opvatting ‘met geld koop ik vrijheid’ roept vragen op wat de aard van die gekochte vrijheid is. De opvatting ‘zonder geld ben ik afhankelijk’ vraagt om een onderscheid tussen verschillende personen in je leven van wie je minder en meer afhankelijk bent. Prikkelende zijpaden op de weg van het geld openden zich.
      Elk Socratisch gesprek heeft een afronding, zo ook dit gesprek. Ik kwam er echter niet uit. In het antwoorden van de vraag “Speelt geld een rol van betekenis’ miste ik woorden om te raken wat mij zo trof. Ik kwam niet verder dan ‘Geld koopt onafhankelijkheid en vraagt daar iets (je ziel, je wezen, je essentie) voor terug’. Alsof ik het over de duivel had. Voorop stond de wederkerigheid van geld, het ruilmechanisme dat in geld tot leven komt. Maar wat ruil je in voor wat? Ik kon er de vinger niet op leggen. Tijdens de lange, lange, heel erg lange treinreis naar huis, had ik voldoende tijd om het onderzoek voort te zetten. Wat had mij zo in dit voorbeeld geraakt? Het draaide bij mij in het voorbeeld niet langer om geld maar om afhankelijkheid. Onafhankelijkheid verwijst naar een positie in het leven die niet vanzelfsprekend gegeven is. Net als geld is afhankelijkheid een relationeel begrip. Geld als ruilmechanisme laat de menselijke relatie, die gebaseerd is op vertrouwen en warme afhankelijkheid naar de achtergrond verdwijnen. Het is bijna alsof die menselijke relatie in het rijke  materiële Westerse leven aan armoede kan winnen. Het is deze schraalheid die mij in het voorbeeld zo trof. Gekochte onafhankelijkheid brengt afstand tot medemenselijkheid. Minder medemenselijkheid, minder sociale controle, meer vrijheid, minder gemeenschappelijkheid, meer onafhankelijkheid; allerlei fenomenen die in onze samenleving van belang zijn en chaotisch om elkaar heen klotsen. Ik plaats geld en medemenselijkheid tegenover elkaar in de waagschaal. Waar leg ik de balans?

Lees ook mijn andere impressies van Socratische Cafés Nederland
·         Verstillende schoonheid Socratisch Café Groningen
·         Vrijheid in regels? Socratisch Café Utrecht

zaterdag, 7 april 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Kennismaken; Socratisch Café 072 maart

In rechtvaardigheid, kennismaken, zelfvertrouwen, socratisch gesprek, socratisch cafe, dragen, gesprek, informatie, leiden, en meer.
Kennismaken met elkaar, kennismaken met een nieuwe methode, kennismaken met de legende Socrates. Het was een spannende eerste bijeenkomst. Na de introductie over Socrates en zijn methode gingen we van start met het onderzoek. Aftastend, aarzelend en veel nieuwsgierigheid. Er passeerden vele vragen de revue die de gesprekspartners verbonden met het thema Kennismaken.

1.      Hoe kun je je gedragen bij een kennismaking?
2.      Kunnen we kennis maken?
3.      Wat is kennismaken?
4.      Wanneer maak je kennis?
5.      Wat is het doel van kennismaken?
6.      Is kennismaken zonder persoonlijke interesse wel kennismaken?
7.      Waarmee kan je kennismaken?
8.      Waardoor kan je kennismaken?
9.      Met wie wil je graag kennismaken?
10.  Wanneer werkt een allergie verruimend bij een kennismaking?
11.  Hoe kan afstand je een stap voorwaarts brengen tijdens een kennismaking?
12.  Verruimt kennismaken?

Prachtige vragen, maar niet allen geschikt voor een Socratisch gesprek. Het probleem met sommige vragen is dat ze teveel afhankelijk zijn van zintuiglijke informatie. Het zelf-nadenken verdwijnt dan naar de achtergrond. Laat ik vraag 8 eens verder uitwerken.
      Vraag 8: Waarmee kan je kennismaken? Het onderzoek naar deze vraag kan vele paden volgen. Een pad is het noemen van dingen waarmee je kan kennismaken. Je zou vervolgens deze rij uit je hoofd kunnen leren. Elke keer dat je een ding tegenkomt, dat binnen dit rijtje past, zou tot een kennismaking kunnen leiden. Maar wat als je iets tegenkomt dat je niet kent, en dat dus ook niet in je rijtje staat. Juist dan zou je willen kennismaken. Wat hierbij wringt is de opvatting van kennis. Waarover kan je kennis verkrijgen" zou de achterliggende vraag kunnen zijn. Deze vraag onderzoekt niet zozeer 'kennismaken' maar 'kennis'. Ook een zeer interessante vraag. Wellicht voor een volgend Socratisch Café. 
      Sommige vragen bevatten al een oordeel. Dit voorgaande oordeel zou dan eerst onderzocht kunnen worden. Dat hebben we gedaan met vraag 10. Want deze vraag bevatte al het oordeel dat kennismaking verruimt. De achterliggende vraag is of dat wel zo is. Met die achterliggende vraag (12) gingen we aan de slag. Aan de hand van een praktijkervering kwamen we erachter wat er precies verruimde: zelfvertrouwen; een gevoel voor rechtvaardigheid. Beide een mooie verdieping van het thema kennismaken.
      Een laatste voorbeeld is vraag 3 "Wat is kennismaken". Zo op het eerste gezicht een zeer kernachtige vraag. Toen we aan deze vraag praktijkvoorbeelden koppelden, bleek telkens dat er een vraag voor deze vraag lag, die prangender was. Het doel van kennismaken, waarmee kennis te maken, en vooral de overgang van kennismaken naar vriendschap kwamen boven drijven. De vraag "Wat is kennismaken" is een vraag naar een begrip dat in de praktijkvoorbeelden tot leven komt. Terugdenkend vanuit het voorbeeld kwam nog iets anders bovendrijven dan een definitie. De kern van een Socratisch gesprek toonde zich: in de levenservaring uit zich wat van belang is. Dat is meer dan een definitie, het zijn de principes die ons dragen en die we uitdragen.

Het was een mooi begin voor een volgend goed gesprek!

Lees ook Verschillende Schoonheid en Vrijheid in regels?, mijn impressies van gesprekken in Socratische Café in Nederland.

woensdag, 4 april 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Leerlingen Occupyen les

In de maatschappij dat zijn wij!, consumeren, duurzame economie, economische groei, kritische consument, acties, algemeen, alternatieven, bedrijf, en meer.

“Mevrouw, we hebben een verrassing voor u. We spraken net in de pauze op Beurs iemand van Occupy en die hebben we meegenomen naar de les.”

De enthousiast stralende gezichten en de blik van de meneer van ik-ben-er-klaar-voor maakten onmiskenbaar duidelijk dat ik mijn minutieuze lesvoorbereiding aan de wilgen kon hangen. Zonder enkele aanwijzing gaat de klas rond de tafel zitten, is direct muisstil en kijkt mij samen met de meneer aan. En ik improviseer naarstig enige vorm van inleiding. De Occupier deed hetzelfde.

De mens is het doel

Occupy startte in de VS, zo begon hij. Juist dat verraste hem het meest. In het land waar alles draait om geld, en vooral om steeds meer geld, begint dit principe te wankelen. Het Occupy-concept breidt zich uit en voor het eerst in de geschiedenis ontstond een beweging die inmiddels wereldwijd verspreid is. Het belangrijkste principe: de mens is een doel en geld een middel. Vooral in de financiële wereld – maar helaas lang niet meer alleen daar – is dit principe omgedraaid. Door middel van veel gesprekken voeren op straat en ludieke acties als bankruns, hardloopwedstrijdjes tussen banken, probeert men de onnozele passant bewust te maken van zijn verantwoordelijkheid als klant. Jazeker: Occupy roept op tot marktwerking. Dat spel wordt nu namelijk beroerd gespeeld.

Jij bepaalt

Het principe is eenvoudig: aanbieder biedt product, geen vraag, klant weg, bedrijf failliet. Nieuw bedrijf, zelfde ritueel, tot er een product is wat de klant wel ziet zitten. Toch? Zo niet bij de banken. De klant moppert over de hoge bonussen, de klant moppert over zijn belastingcentjes die de bank overeind houden als het mis gaat, maar de klant doet niets. De klant blijft gewoon klant en financiert via rente en via belasting…inderdaad de hoge salarissen en bonussen. Voor Noord-Koreaanse begrippen prima maar in een vrije markt staat deze klant flink voor aap. Overstappen dus! Waarheen? Op deze site vind je goed onderzoek naar alternatieven. Triodos en ASN komen met glans door de vergelijking.

Evenwicht

Niet alleen de banken werden besproken. Welvaart in het algemeen is een belangrijk thema. Waarom hebben wij het zo goed? Wie betaalt dat en realiseer je je dat ook? De verdeling van i-phone, dure kleding, veel te veel eten, laptops en wat al niet meer versus letterlijk dood liggen gaan van honger. Beetje scheef eigenlijk, toch? Al die welvaart voor onszelf willen houden en mensen die ook een fijn leven willen – neem het ze eens kwalijk – in de gevangenis zetten bij aankomst in dit land. Doen we dat nou echt met mensen? Ja. Wij wel.

Deze les was geweldig. Helaas komt Occupy tegenwoordig alleen nog in het nieuws als ze van standplaats moeten wijzigen. Wat mij betreft zetten ze door. We zijn er een beetje aan toe.

vrijdag, 30 maart 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Henning Mankell – Moordenaar zonder gezicht

In boekbesprekingen 2012, boeken, boeken 2012, boekrecensie, lezen, whodunit, zweden, boek, boodschap, en meer.

Henning Mankell - Moordenaar zonder gezichtHenning Mankell – Moordenaar zonder gezicht

Inspecteur Wallander is volgens mij vrij populair. Er bestaat zelfs een televisieserie over hem. Maar ik had nog nooit iets over hem gelezen. Omdat ik detectives wel leuk vind om te lezen, maar niet perse in de kast hoef te houden, was dit een goede keuze in het jaar van ‘het boek dat weg mag’. Eigenlijk heb ik al genoeg detectives om te lezen (Ed McBain, Janet Evanovich, Carl Hiaasen, John D. MacDonald etc.), zat ik nauwelijks te wachten op een nieuwe mogelijke serie. Maar goed, Wallander werd het.

Het boek viel me niet tegen. Naast de op te lossen moord, leek het wel alsof de schrijver ook nog eens een politieke boodschap in het boek wilde verbergen. Daarnaast werd inspecteur Wallander nog eens menselijk neergezet door zijn privé-problemen onderdeel te maken van zijn onderzoek. En zo kan het dat ik al over de helft van het boek was, nog steeds heel veel plezier had in het lezen, nog steeds druk mee speculeerde over de dader of daders en graag verder wilde.

En toen liep Wallander op een dood spoor en kakte het boek gigantisch in. Mankell moest blijkbaar contractueel een minimum aantal bladzijden halen en had alle mogelijke zijstraatjes bewandeld en moest toen een manier vinden om dat ene verborgen zandpaadje op de plattegrond van de oplossing terug te zoeken.

Tegen de tijd dat hij daar is, is de oplossing zo logisch dat het beste deel van het boek met terugwerkende kracht minder aannemelijk wordt. Jammer. Want ondanks mijn kritiek op het laatste kwart, had ik tijdens lezing toch de indruk dat Mankell terecht vaak geprezen is. Verdeeld genoegen dus, dit boek. Misschien ben ik te kritisch. Misschien is dit juist een van zijn mindere boeken, geen toeval dat het nieuw voor drie euro in de winkel lag. Misschien moet ik gewoon niet te veel verwachten van een detective.

Citaat : “Toen hij het dorp bereikt had waar zijn vader woonde, hoefde hij hem niet te zoeken. Op de akker waar hij in zijn blauwgestreepte pyjama rondhangende, pinde hij hem vast in het licht van de koplampen. Zijn vader had zijn oude hoed op een grote koffer bij zich. Geirriteerd hief hij zijn hand voor zijn ogen toen hij door het licht verblind werd. Daarna liep hij door. Energiek, alsof hij op weg was naar een zorgvuldig uitgestippeld reisdoel.” (p.214)

Nummer: 12-003
Titel: Moordenaar zonder gezicht (orig.: Mördare utan ansikte)
Auteur: Henning Mankell
Taal: Nederlands (Orig.: Zweeds)
Jaar: 1997 (Orig.: 1992)
# Pagina’s: 342 (544)
Categorie: Whodunit
ISBN: 90-445-0210-7

Meer:
MPObooks (recensie)
Linda Oskam (recensie)
Crimezone (recensie)
Wikipedia (Wallander)
Wikipedia (Mankell)
HenningMankell.com


dinsdag, 27 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

In moslims/islam, religie, moraal, humanisme& atheïsme, nasr abu zayd, verboden wetenschapsmonologen, afghanistan, algemeen, arbeid, artikelen, belangrijk, en meer.

De Verboden Wetenschapsmonologen (muzikaal theater) vertellen de aangrijpende verhalen van academici die in hun eigen land vervolgd werden en in Nederland een veilige werkplek vonden.

De monologen zijn gebaseerd op echte verhalen van gevluchte wetenschappers.

Ik keek benieuwd naar de namen van de wetenschappers die figureren in de voorstelling, en miste een belangrijke naam:

De Egyptenaar, liberale moslim en balling Nasr Abu Zayd, oud-Cleveringahooglerar aan de Universiteit Leiden, overleden in 2010.

nasr De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

Hij was sinds 1995 balling in Nederland nadat hij in Egypte tot geloofsafvallige werd bestempeld. Hij beschouwde de Koran als een zowel religieus alsook mythisch en literair werk.

Wikipedia: “Abu Zayd gold als groot kenner van de islamitische stromingen in de islamitische wetenschappen en stelde zich tot doel een te ontwikkelen die moslims in staat stelt hun eigen tradities te verbinden met de moderne wereld van
vrijheid, gelijkheid, mensenrechten en democratie. Op basis van kritisch onderzoek van de Koran en de hadiethliteratuur kwam Abu Zayd onder meer tot de conclusie dat de juridische positie van de vrouw gelijk dient te zijn aan die van de man.”

Uit mijn eerdere blogs over hem: 

 

Nasr Abu Zayd kritisch op de Arabische Wereld én op het Westen (November 2009)

 

Nasr Abu Zayd over wie ik eerder veel heb geschreven levert in de NRC harde kritiek op de Arabische wereld én op het Westen.

Typisch Nasr om tegen beide partijen tegelijk aan te schoppen.

Nasr houdt altijd een interessante balans tussen pessimisme en optimisme; of tussen realisme en idealisme.

Uit het interview:

“Verandering [in Egypte en in de Arabische wereld] , zegt Abu Zayd, is noch in het belang van de staat, noch in het belang van de Moslimbroederschap. ,,Noch, ben ik bang, van het Westen.”

Waarom niet?

,,Omdat het Westen enorme economische belangen bij de regimes heeft. Het doet er niet toe wat die regimes doen met vrouwen of vrijheid of democratie, zolang die belangen maar worden beschermd.”

Verandering is alleen mogelijk als het gebied wordt overgelaten aan zijn eigen dynamiek. ,,De voortdurende buitenlandse interventies” – Abu Zayd doelt op het kolonialisme, en nu de oorlogen in Afghanistan en Irak en het Israëlisch-Palestijnse conflict – ,,staan een gezonde ontwikkeling in de weg. Godsdienst is de enige toevlucht voor de mensen om zich te beschermen.”

[...]

,,Als geleerde, als dromer moet ik ook optimistisch zijn. Hoe kan een wetenschapper die zijn droom over de toekomst verliest zijn werk voortzetten? Je moet geloven in de mogelijkheid van mensen om hun leven te veranderen, in welke maatschappij ze ook leven.”

 ———————————————————————————

 

Hoe rechts stelselmatig de liberale islam onderuit haalt

Juist omdat ik weet dat rechts alles op alles zet om de liberale islam tegen te werken, bijvoorbeeld ook in zijn meest democratische gedaante zoals Nasr Abu Zayd,  ben ik uiterst wantrouwig tegenover rechts dat nu een enorm grote grote bek trekt.

Terwijl de Leidse professoren Bolkestein en Ellian een voortrekkersrol spelen in de strijd tegen Ramadan, hebben de Leidse neocon-professoren Cliteur en Ellian een voortrekkersrol vervuld in de buitengewoon aanstootgevende strijd tegen hun Leidse collega Nasr Abu Zayd.

In twee uitgebreide artikelen in Civis mundi[1] heeft Paul Cliteur  de moeite genomen de Leidse oud-Cleveringa-hoogleraar en inmiddels WRR-auteur, de liberale moslim Nasr Abu Zayd, als moslim en als wetenschapper onderuit te halen. Cliteur schrijft over Abu Zayd, die in Egypte door de moslimfundamentalisten werd vervolgd:

“Het is natuurlijk wrang wanneer iemand die in zijn eigen land zoveel problemen heeft ondervonden met moslim-fundamentalisme in zijn nieuwe gastland te horen krijgt dat de fundamentalisten in zekere zin gelijk hadden. Toch moet ik dat doen.” (Civis mundi 41, p. 221)

Cliteur weigert Abu Zayd als gelovige moslim te beschouwen. Voor Cliteur is Abu Zayd een afvallige en een atheïst- en het maakt voor hem niet uit wat Abu Zayd zelf hierover zegt. (p.222). Ook kunnen “wij” volgens Cliteur Abu Zayd niet serieus nemen als wetenschapper (p. 225) . Cliteur baseert overigens zijn kritiek op één autobiografisch boek; hij haalt de wetenschappelijke publicaties van Abu Zayd niet aan.

In het tweede artikel When in Rome… herhaalt Cliteur zijn vijandige argumentatie tegen Abu Zayd. Maar deze keer heeft hij ook een Goede Moslim aan te bieden, die hij als kontrast tegenover de Slechte Moslim Abu Zayd kan stellen: Afshin Ellian. Wat Cliteur bij Ellian zo bevalt, dat is het feit dat hij bij Ellian een kritiek “op de islam an sich” aantreft- “niet alleen op de verschillende interpretaties van de islam […] ”. “Dat [de kritiek op de islam an sich] betekent kennelijk dat de zaak niet helemaal hopeloos is .” ( p. 21)   De Goede Moslim Ellian is de volledig geseculariseerde moslim die bovendien slecht spreekt over de islam. Ellian over de islam: “De islam is een structurele wantoestand die al ruim veertienhonderd jaar alle aspecten van opvoeding, cultuur, economie, politiek en omgangsvormen overheerst. [....] Het lijkt op de pest: waar de islam ook komt overheerst armoede, gebrekkige ontwikkeling, analfabetisme, onderdrukking, corruptie, frustratie en vooral geweld.”[2]

Oud-marxist Ellian vervalt hier in een typische denktrant van oud-marxisten: in plaats van de economie als allesbepalende factor, wordt nu de religie als allesbepalende factor gezien. De Parijse hoogleraar arabistiek Mohammed Arkoun: “De overvloedige politieke literatuur vervalt in dezelfde fouten [als het marxisme] als zij van de verdinglijkte, verstarde, tijdloze en gebanaliseerde islam de belangrijkste en onoverkomelijke bron maakt voor alle ideologische afwijkingen, geweld, intolerantie en mislukking in al die samenlevingen waar deze ‘religie’wordt aangehangen.”[3]

Paul Cliteurs kritiek op Nasr Abu Zayd is opmerkelijk, zowel inhoudelijk alsook formeel. Om te beginnen met formele aspecten: Cliteur heeft nooit contact of dialoog gezocht met Abu Zayd. Hij spreekt niet met hem, hij schrijft over zijn Leidse collega. Een subject wordt tot object gemaakt. Mohammed Arkoun, de Parijse hoogleraar Arabisch zegt: “De islam is geen uitdaging van het andere, geen bron van reflectie, geen gesprekspartner, geen samenwerkingspartner voor de Europeaan, het blijft deze derde persoon, het object waarover men spreekt, dat men onder de microscoop legt, reïficeert, opblaast of banaliseert tot er en ideologisch monster overblijft […] “[4]

Arkoun heeft het hier niet eens over een mens, hij heeft het over de islam, die hij graag als gesprekspartner behandeld zou willen zien. Maar Abu Zayd is eens mens en een wetenschapper die van Cliteur tot belachelijk en verachtelijk object wordt gemaakt. Cliteur baseert zijn kritiek op één boek van Abu Zayd. Hij noemt Abu Zayd een balling, maar vertelt er niet bij, dat Abu Zayd professor is in Leiden, en zelfs Cleveringa-hoogleraar was. Het verzwijgen van deze relevante context-informatie heeft een beledigend karakter, te meer omdat Cliteur Abu Zayd de wetenschappelijke competentie meent te kunnen ontzeggen. Het is bijna komisch te noemen, dat Cliteur zich achter de veroordeling van de fundamentalisten stelt, en deze inzake Abu Zayd gelijk geeft. Daarmee geeft Cliteur zichelf als fundamentalist – verlichtingsfundamentalist- te kennen. Mohammed Arkouns opmerking over fundamentalistische intellectuelen treft ook Cliteur: “[…] elke verwijzing naar de leer van de geschapen koran [wordt] krachtig verworpen door de huidige bewakers van de ‘orthodoxie’.  Heel wat intellectuelen zijn medeverantwoordelijk voor deze verwerping omdat ze geen theoretisch belang zien in de modernisering van het islamitische denken en de heropening van het zeer rijke theologische en antropologische debat.”[5]

 


[1] God houdt niet van vrijzinnigheid , In: Civis mundi; vol. 41 (2002), afl. 4, en When in Rome, do as the Romans do In: Civis mundi; vol. 42 (2003), afl. 1.

[2] Wie is die vrolijke ketter? In: Brieven van een Pers, p. 227.

[3] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 14.

[4] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 13.

[5] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 38.

 

———————————————————————————————————————

Paul Scheffer en Hans Jansen over Nasr Abu Zayd

 

Vandaag schrijft Hans Jansen weer over Nasr Abu Zayd ( zie ook mijn vorige Jansen/Abu Zayd blog). Hij haalt Paul Scheffer aan, die in Het land van aankomst schrijft over Nasr Abu Zayd.

Hans Jansen:  ”Scheffer heeft gemerkt dat deze man [Abu Zayd] zijn weldoeners en asielverleners in zijn geschriften regelmatig als ‘de vijand’ aanduidt. Niet de moslimactivisten die hem wegens vermeende afvalligheid van de islam naar het leven staan zijn voor Abu-Zayd de vijand, maar degenen die hem toevlucht verschaffen.”

Scheffer geeft in Het land van aankomst geen paginanummers voor de door hem gebruikte citaten, maar ik heb een passage gevonden in het boek “Vernieuwing in het islamitisch denken”, die vermoedelijk bedoelt is. Ik citeer hier de hele passage, zoadat iedereen zich ervan kan overtuigen of dit de bewijs is dat Abu Zayd “de niet-moslims als de vijand [blijft] beschouwen” zoals Jansen schrijft.

Mij, niet-moslim, beschouwt Abu Zayd in ieder geval niet als vijand.

Ik zal in een  vervolg-blog ingaan op de door Abu Zayd voorgestelde vernieuwing van het islamitisch denken.

Als met citaten wordt gesmeten, en bovendien niet eens wordt vermeld waar deze citaten vandaan komen, lijkt het me belangrijk even eerst te beginnen de tekst goed te lezen die bedoeld wordt:

Abu Zayd: “De culturele uitdaging waarmee onze islamitische gemeen­schap zeven eeuwen geleden geconfronteerd werd heeft de wij­ze bepaald waarop de geleerden schreven en compileerden; zij verzamelden alles wat in engere of ruimere zin met de Tekst ver­band hield onder de noemer van koranwetenschappen. De uit­daging waarmee wij vandaag geconfronteerd worden, vereist dat wij een andere weg inslaan. Vandaag is ons probleem niet meer dat wij ons erfgoed voor de ondergang of onze cultuur voor versplintering moeten behoeden. Al is dat een probleem dat altijd voor alle gemeenschappen belangrijk is, toch zijn we van mening dat het op dit moment, waarop het bestaan zelf be­dreigd wordt, niet het allerbelangrijkste probleem is. Niemand kan de ogen sluiten voor het verbond van de externe vijand, be­lichaamd in het wereldimperialisme en het Israëlische zionis­me, met de reactionaire krachten die in het binnenland de heer­schappij voeren. En zo zijn wij vandaag in de situatie terechtge­komen dat wij zelf ons eigen voortbestaan moeten verdedigen, nu de vijand er vrijwel in geslaagd is door onze gelederen heen te breken om voor eens en voor altijd te proberen ons van ons ware bewustzijn te beroven en het door middel van zijn culture­le instellingen en media te vervangen door een vals bewustzijn dat moet bewerkstelligen dat wij ons uiteindelijk bij zijn bedoe­lingen met ons neerleggen en ons volledig onderwerpen. De schriftgeleerden in het verleden hebben de uitdaging aangeno­men waarmee zij geconfronteerd werden en zij zijn er tot op ze­kere hoogte in geslaagd het erfgoed voor teloorgang te behoe­den. Het erfgoed dat zij hebben bewaard had niettemin een re­actionair karakter, zoals we eerder hebben aangeduid. [p.59]

Wat zouden wij nu als wetenschappers moeten doen om de uitdaging van tegenwoordig aan te kunnen? Op deze vraag zijn ongetwijfeld verschillende antwoorden mogelijk, omdat weten­schappers verschillende visies hebben op de werkelijkheid waarin wij leven, met al haar invloeden en conflicten. Zij heb­ben immers ook verschillende, uit hun eigen opvattingen en prioriteiten voortvloeiende, visies op de problemen, de dilem­ma’s en de structurering van onze werkelijkheid. Sommigen bij­voorbeeld denken dat onze ware redding te vinden is in de te­rugkeer naar de islam onder toepassing van zijn voorschriften en door de islam ons gehele economische, sociale en politieke leven tot in de kleinste details van het individuele en maat­schappelijke bestaan te laten beheersen. [...] Tegenover het tegenwoordige religieuze discours staat de stroming van de vernieuwing. Dat is een stroming die vindt dat wij van de ouden niet alles klakkeloos kunnen overnemen. De ouden leefden immers in hun tijd, waarin zij hun mening vormden, de basis legden voor allerlei wetenschappen, een be­schaving stichtten, een filosofie samenstelden en een denkwijze vormgaven. De som van dit alles is het erfgoed dat zij ons nage­laten hebben. Het is een erfgoed dat nog steeds deel uitmaakt van ons bewustzijn en dat bewust of onbewust invloed op ons gedrag heeft. Wij kunnen dit erfgoed niet buiten beschouwing laten, maar wij kunnen het evenmin aanvaarden zoals het is; wij moeten het opnieuw vormgeven, afstand nemen van wat niet meer bij onze tijd past, de positieve kanten ervan bevestigen en het opnieuw vormgeven in een taal die bij onze tijd past. Deze vernieuwing is onontkoombaar als we onze huidige crisis te bo­ven willen komen. Zij verbindt namelijk onze oorsprong met het heden en het nieuwe met het overgeërfde [...]  “

“Zijn weldoneres en asielverleners” valt Abu Zayd hier niet aan, zoals Jansen beweert.
Hij verzet zich tegen imperialisme en zionisme, net als vele Westerse intellectuelen.

———————————————————————————————————————

Verlichting in het Islamitisch denken: Nasr Abu Zayd

 

Nasr Abu Zayd heeft veel geschreven over verlichting en Islam. Zijn meest recente tekst Reformation of Islamic thought (2006)  is op internet te vinden, net als zijn Leidse oratie als Cleveringa-hoogleraar The Qur’an : God and man in communication. Verder is in de laatste jaren nog verschenen Rethinking the Qu’ran (2004) . Eind augustus schreef Abu Zayd een artikel in de Volkskrant “De gematigde islam bestaat niet alleen, maar wint ook aan invloed”.

Abu Zayd gaat vrij ver in zijn kritiek op de islam, veel verder dan andere liberale moslims:
“Er zijn bijvoorbeeld li­berale islamistische intellectuelen, die een vorm van civil society en dus ook van de­mocratie bepleiten, binnen de context van een politieke islam. Waar zij vooral voor terugschuwen is de scheiding van staat en religie, dus een seculiere maatschappij, omdat het Arabische begrip almaniah (secularisme), lange tijd met atheïsme is geas­socieerd. Mijns inziens is secularisme in de zin van de scheiding tussen kerk en staat noodzakelijk voor de opbouw van een civil society, en moet dus ook het meer libera­le islamisme worden bekritiseerd. [Dit slaat bijvoorbeeld ook als kritiek op Tariq Ramadan, M.T]“

Abu Zayd keert zich tegen een orthodoxe interpretatie van de islam, en probeert aan te tonen dat de islam ook andere denkers dan orthodoxe heeft gekend:
“De koran is Gods woord. Alle moslims hebben dit door de eeuwen heen onder­schreven. De discussie ging over de kwestie of de koran eeuwig was, of tijdelijk en geschapen. Dit leidde tot hevige debatten en zelfs tot de vervolging van de aanhan­gers van één van beide posities. De orthodoxe notie van een eeuwige koran leidt er automatisch toe dat de letterlijke betekenis van de tekst de enige ware is. Deze na­druk op de onfeilbaarheid van de heilige tekst is de logische conclusie uit het idee dat de tekst de precieze, woordelijke uitdrukking is van de absolute goddelijke wer­kelijkheid. En terwijl dit idee binnen het christendom als een extremistische doctri­ne werd gezien, omdat de theologie daar gebaseerd was op vier verschillende evange­liën, is het in de islamitische theologie altijd de meest gangbare leer geweest [...] . Deze intellectuele strijd tussen islamitische theologen over de precie­ze aard van de koran werd uiteindelijk beslecht in het voordeel van de orthodoxen tegenover de heterodoxen.”

Zelf is Abu Zayd een “heterodoxe” islamitische denker.
“Andere [niet-orthodoxe] scholen in de geschiedenis van het islamitische denken, die een meer rationele interpretatie van de islam voorstonden, zijn steeds meer terzijde geschoven. De orthodoxe theologie is de algemene politieke ideologie geworden van de meeste moslimstaten, enkel en alleen omdat ze gehoorzaamheid als een religieuze plicht ziet en politieke leiders graag wor­den gezien als de representanten van Gods gezag op aarde. “

De koraninterpretatie die Abu Zayd afwijst omschrijft hij als volgt:
“Aangezien verzet tegen intellectueel absolutisme een belangrijke bedreiging vormt voor politieke dictaturen, probeert men in de islamitische wereld nog altijd om de waarde van vrijheid te ondermijnen door religie als haar tegenstander voor te stellen. Daarom worden begrippen als gedachtenvrijheid, secularisme en Verlichting tot ‘sa­tanische’ begrippen bestempeld. Omdat deze begrippen bovendien allemaal pro­ducten van de westerse cultuur en Europese beschaving zijn, wordt gesuggereerd dat ze de essentiële kenmerken van de islamitische cultuur en beschaving tegenspreken. Daarom moeten ze worden afgewezen, opdat de moslims hun eigen identiteit niet verliezen, en niet alleen voor altijd gedomineerd zullen worden door hun historische vijanden, maar ook cultureel aan hen vastgeklonken zullen zijn. Om de gewone moslims ervan te overtuigen dat er geen enkele uitweg is behalve het vasthouden aan de zuivere islamitische identiteit, wordt de koran gebruikt en uitgelegd als de enige bron van Licht en daarmee ook als de enige bron van Verlichting.”

Dit wijst Abu Zayd af.

Verder legt Abu Zayd uit dat de islam zowel een historische als ook een universele dimensie heeft, die hij als volgt omschrijft:
“De is­lam heeft, net als elke andere godsdienst, meer dan één dimensie. De eerste is de his­torische dimensie, die haar specifieke leer over geloof, ethiek en vroomheid ontleent aan de context van de zevende eeuw. De tweede dimensie is universeler en vertegen­woordigt meer algemeen-menselijke, in zekere zin: verlichte, waarden, die tijd en plaats overstijgen. Deze twee dimensies van de islam zijn telkens onderwerp van dis­cussie geweest.

De historische dimensie wordt door met name rechtsgeleerden als de meest wezenlijke beschouwd, omdat zij met de realiteit, met het handelen van indi­viduen in de maatschappij te maken hebben, en ze er aldus toekwamen de meest wezenlijke doelstellingen van de islam uit de rechtspraktijk af te leiden. Via hun in­ductieve methode leidden zij de volgens hen vijf meest wezenlijke doelstellingen van de islam af: bescherming van het leven, van het nageslacht, van eigendom, van de geestelijke gezondheid, en van de godsdienst. Het is niet moeilijk in te zien dat deze vijf doelstellingen hoofdzakelijk afgeleid zijn uit het islamitisch strafrecht. De eerste is afgeleid uit de straf op moord, omdat vergelding volgens de koran in feite de bescherming van het leven beoogt (koran n, 178-179). De tweede doelstelling is afgeleid uit de straf op overspel. De derde doel­stelling houdt niets anders in dan de straf op diefstal: het afhakken van de handen van de dief. De vierde doelstelling heeft te maken met het verbod op alcohol. In de koran wordt weliswaar geen straf voor alcoholgebruik genoemd maar dit is later ­na de dood van de profeet – wel strafbaar gesteld. De bescherming van de gods­dienst is een principe dat afgeleid lijkt uit de doodstraf op godsdienstige afvalligheid, die later aan de traditie is toegevoegd. Deze straf werd uitgevonden door de rechtsgeleerden: in de koran wordt geen wereldlijke straf genoemd voor hen die de islam de rug toekeren nadat zij zich er eerst toe hadden bekeerd. De doodstraf werd ingevoerd om hoofdzakelijk politieke redenen, toen de bescherming van politiek ge­zag werd gelijkgesteld aan die van de islam.

Een andere lezing van de islamitische heilige teksten zou andere, meer universele doelstellingen van de islam opleveren. Ten eerste zou men dan zeggen dat de leer van de ene transcendente God tegenover het polytheïsme en tegenover de verering van  idolen, als voortbrengselen van de mensen zelf, bedoeld was om de mensen te be­vrijden van het heidendom en om de weg te openen naar rationaliteit. Het tweede doel zou volgens deze lezing het ontstaan van een gemeenschap van gelovigen zijn die niet langer op stamverbanden was gebaseerd. Het derde zou de vestiging zijn van rationeel menselijk gedrag in plaats [...] onwetendheid [...] . Onwetendheid in die zin, dat iemand zo onderdanig is tegenover de gedragscode die door de stam is opgelegd, dat hij niet kan handelen naar menselijk rationeel be­grip. De islam introduceerde dus rationeel gedrag om [onwetendheid] te vervangen. Ten vierde zou men vanuit deze interpretatie zeggen dat het erom gaat dat sociale recht­vaardigheid in de gemeenschap der gelovigen totstandkomt, wat in de historische context van de vroege islam door het geven van aalmoezen werd bewerkstelligd. Het vijfde doel zou volgens deze optiek het ontwikkelen van menselijk rationeel denken zijn, van reflectie in plaats van het blindelings navolgen van tradities uit het verle­den.

Abu Zayd is een voorstander van het kritisch denken:
“1. kritische kennis behoort de traditie niet klakkeloos na te volgen, omdat dit een onkritische omgang met de doctrines van een school en zijn tradities is die als onge­wenst wordt beschouwd. Deze kritiek op het traditionalisme was natuurlijk gericht tegen de orthodoxe school binnen de theologie, die de letterlijke interpretatie van de hele koran verdedigde. De adepten van deze school meenden zelfs dat al Gods ei­genschappen, alle eschatologische beelden, zelfs het idee dat God door mensenogen gezien zal worden, deel uitmaken van de letterlijk bestaande werkelijkheid. 2. traditionalisme en de letterlijke interpretatie van de heilige teksten die daaruit volgt is geen religieuze plicht; het is zelfs de verzaking van die plicht. God heeft het juist tot een mensenplicht gemaakt om ware kennis te verwerven, en dat is onmoge­lijk als men een traditie onkritisch navolgt. Elke vorm van traditionalisme impli­ceert dat er fouten worden gemaakt, omdat er slechts twee mogelijkheden zijn: of men volgt alle tradities na, ongeacht hoe contradictoir die zijn, of men kiest voor een bepaalde traditie en verwerpt daarmee een andere. Echter, als men een keuze maakt kan men er nooit zeker van zijn dat het de goede was, omdat daar geen enkel criterium voor is. Zelfs God vraagt niet om blinde navolging van zijn boodschap, hij bewijst die via de rede en via wonderen.
3. ten derde moet het idee van consensus of van de waarheid van de toevallige mening van de meerderheid verworpen worden, omdat die niet van zichzelf waar hoeft te zijn. Mohammeds volgelingen waren bijvoorbeeld in de minderheid toen de islam net ontstond en toch is hun overtuiging de ware. Noch het gezag van de meerderheid, noch dat van een of ander traditionalisme kan de redelijkheid van conformering aan een traditie garanderen . “
(citaten uit:  Abu Zayd, Verlichting in het Islamitisch denken, in Krisis, Tijdschrift voor Filosofie, 74, 1999)

Abu Zayd baseert zich sterk op de rationalistische Islamitische filososoof Ibn Rushd (Averroes), op de Westerse hermeneutische traditie en op de Duitse filosoof Habermas. Ik wil nog even opmerken dat dit, bij alle respect voor Abu Zayd, niet samenvalt met mijn eigen positie, die ik als veel minder rationalistisch zou willen omschrijven.
Maar dat maakt niet uit, Nasr Abu Zayd is voor mij een zeer interessante dialoogpartner.

Nasr Abu Zayd heeft zich uitgebreid bezig gehouden met de hermeneutiek; moderne tekstinterpretatie dus.

In zijn boek Het heilig vuur,Over de strijd tussen jodendom, christendom en islam schrijft Peter Sloterdijk indringend over de noodzaak tot vernieuwing in de monotheïstische religies. For Sloterdijk is de hermeneutiek een belangrijk middel om de religie te verzachten en “meerwaardig denken” aan te moedigen. [Meerwaardig denken is het tegenovergestelde van zwart/wit denken of dogmatisch denken] .

Sloterdijk:

“De vormen van hermeneutiek, zoals die in de omgang met de heilige geschriften ontwikkeld worden, kunnen eveneens gelden als leerschool voor meerwaardig denken. Dit komt vooral door de omstandigheid dat de beroepsmatige schriftuitleggers zich met een gevaarlijk alternatief geconfronteerd zien. Het handwerk van het interpreteren vraagt uit zichzelf alom derde wegen, want zo­dra het goed en wel begonnen is, komt het voor de onaanvaardbare keuze te staan om de goddelijke boodschap ofwel te goed, ofwel te slecht te begrijpen. Beide opties zouden noodlottige consequenties met zich meebrengen. Zou de uitlegger het heilige boek zo goed begrijpen als alleen de schrijver dat zou kunnen, dan zou hij de in­druk wekken God op de schouder te willen kloppen en verklaren het geheel met hem eens te zijn -een pretentie die de hoeders van heilige tradities niet bepaald appreciëren. Zou hij het daarentegen in strijd met de consensus begrijpen, of sterker nog het boek vol­strekt duister of onzinnig vinden, dan zou er wel eens demonische verstoktheid in het spel kunnen zijn. In beide gevallen voldoet de uitlegger niet aan de norm en stelt hij zich bloot aan de reactie van de orthodoxie, die zoals bekend nooit kleinzerig was wanneer het erop aankwam ketters te laten zien wat de grenzen zijn. De religi­euze hermeneutiek is dan ook a priori op het tussengebied tussen twee vormen van godslastering aangewezen en moet zich daar in evenwicht zien te houden. In geen andere situatie is er een beter motief om voor een derde mogelijkheid te kiezen. Als je niet zo­danig met de bedoelingen van de schrijver mag versmelten dat je de indruk wekt hem beter te begrijpen dan hij zichzelf bij het dic­teren van de tekst begreep, maar ook zijn boodschap niet zo mag miskennen alsof hij een vreemde was die ons niets te zeggen heeft, dan is het uitwijken naar een middenpositie voorspelbaar. Het tus­senrijk van de uitlegging is de vertrouwde omgeving voor het zoe­ken naar een juist begrip van de heilige tekens; principiële onvol­maaktheid biedt voor zulk begrip alle kans. Ik hoef niet omstandig uit te leggen dat deze arbeid in de schemering van een altijd slechts gedeeltelijk onthulde betekenis bij uitstek geschikt is om het extre­misme te breken “( p 112/113)

 

Maria Trepp

 

 

maandag, 26 maart 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Geen journalistiek, maar manipulatie en bedrog

In actualiteit, doodstraf, media, cijfers, dader, kindermisbruik, maart, nederlanders, de, en meer.

Vorige week maandagavond vroeg ik me af of ik werkelijk zo’n verkeerd beeld had van wat Nederlanders vinden en denken. Ik was aan het kijken naar PowNews dat mij liet weten dat ruim zeventig procent van de Nederlanders voor de doodstraf zou zijn. Aanleiding was het proces van de dader van het grootschalige kindermisbruik bij het Amsterdamse kinderdagverblijf. Het percentage zou afkomstig zijn van onderzoek van Maurice de Hond.

Even googlen en jawel: zowel het onderzoek als de 70% kwamen boven tafel. Alleen… het onderzoek had De Hond al in 2010 gehouden. Wat was er dus nu zo actueel aan “Discussie doodstraf laait op…”, dat PowNews dat in 2012 nog eens moest brengen? Het percentage bleek ook te bestaan, maar de PowNews-redactie had waarschijnlijk per ongeluk de verkeerde regel van De Honds onderzoek gelezen. Daarin stond namelijk dat 72% van de onderzochten vond dat “zo iemand” levenslang zou moeten krijgen; 38% was voor de doodstraf.
Een foutje van journalistieke vaklui van PowNews? Of opzet en bedrog?

Nog waarschijnlijker is dat PowNews helemaal niet de moeite heeft genomen om het onderzoek van De Hond erbij te nemen, maar de redactie zich herinnerde dat Elsevier er ooit iets over had gepubliceerd. In het Elsevier-artikel stonden wel de juiste percentages. Alleen, die cijfers waren op zo’n manier in de lay-out verwerkt dat een oppervlakkig lezer gemakkelijk een andere conclusie zou kunnen trekken. In de kop: “Veel Nederlanders willen doodstraf voor Robert M.” In de eerste regel meteen daarna, de “72 procent”. De Elsevier-redactie had het ook anders kunnen doen. Bijvoorbeeld door te kiezen voor: “Bijna driekwart van Nederlanders wil levenslang voor Robert M.”
Een toevallige andere keus? Of manipulatie?

Zo proberen sommige ‘journalisten’ door valse of eenzijdige berichtgeving een sfeer te kweken waar zij blijkbaar belang bij hebben.

donderdag, 22 maart 2012

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

Wat maakt mensen met een chronische aandoening bijzonder

In maatschappelijke ontwikkelingen, amsterdam, bezig, boodschap, de, eerste, eerste hulp, leiden, maatschappij, en meer.
Regelmatig kijk ik naar medische programma’s op TV. Gezondheid is een hot item. Aan bod komen alledaagse ongelukjes, zeldzame aandoeningen of de zoektocht naar de juiste diagnose of behandeling. Soms kunnen we zelfs live meekijken wat er op de eerste hulp, in de huisartsenpraktijk of in de operatiekamer gebeurt.

Veel indruk maakte laatst een vrouw op mij die pas na twaalf jaar te horen kreeg dat ze de ziekte van Parkinson heeft. Zelf vermoedde ze dat al jaren maar werd telkens naar huis gestuurd met een diagnose als postnatale depressie of met de boodschap dat het tussen de oren zat. De wilskracht, volharding en doorzettingsvermogen die zij uitstraalde, vond ik mooi om te zien. Na langdurig aandringen mocht ze voor een third-opinion naar het AMC in Amsterdam.

Terwijl ze in de wachtkamer zat, was ze alleen bezig met de vraag hoe ze met haar bibberende benen aan de overkant van de zaal kon komen. Na een tijdje riep de neuroloog haar. Langzaam en geconcentreerd liep zij naar hem toe. Hij gaf haar een hand en zei:
“mevrouw ik denk dat ik al weet wat u mankeert en leuk is het niet”. Nader onderzoek bevestigde dat zij inderdaad de ziekte van Parkinson heeft. Openhartig vertelde zij over haar zoektocht en de keuzes die zij daarbij maakte.

Of het meisje van tien met diabetes. Zij was allergisch voor insuline. Uitermate vervelend als je daar afhankelijk van bent. Zij werd opgenomen in het ziekenhuis om via een soort gewenningskuur te kijken of de allergie onder de duim te krijgen was. Om het kwartier gaf haar moeder haar een injectie met een beetje insuline van ‘s morgens acht tot ’s avonds acht. Dagen achter elkaar net zolang tot haar lichaam de insuline accepteerde. Het is uiteindelijk gelukt door het kranige optreden van het meisje en haar moeder.

Helaas komt het in onze maatschappij nog steeds voor dat mensen met een chronische aandoening buiten spel worden gezet. Terwijl deze mensen over bijzondere vaardigheden beschikken. Zij zijn zeer creatief in het omgaan met de mogelijkheden die ze hebben en in het vinden van ongebaande paden die tot oplossingen kunnen leiden. Mensen met een chronische aandoening weten wat het is met onzekerheden en wisselende omstandigheden om te gaan. Zij moeten vele hobbels en bobbels overwinnen en hebben daardoor doorzettingsvermogen en wilskracht ontwikkelt. Voor buitenstaanders is dit soms onbegrijpelijk.

De meeste mensen die wat mankeren zijn prima in staat hiermee om te gaan en willen net als ieder ander volwaardig functioneren en deelnemen in deze maatschappij. Hierover een programma maken levert een andere kijk op ziek zijn op en dat is pas bijzonder.

Gepubliceerd in Reuma Logika maart 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Het belang van slachtoffers

In slachtoffers, strafrecht, algemeen, belangrijk, beperking, beslissingen, controle, de, de wereld, en meer.
Zoals ik net op twitter schreef: "Het kan verkeren, ineens buitelen partijen over elkaar heen voor slachtofferrechten. Mooi, maar pas op voor scheppen irreele verwachtingen."En "Als er iets fnuikend is voor slachtoffers: verwachtingen wekken die niet waargemaakt worden. #secundairevictimisatie" Met daarbij een link naar een onderzoek dat ik twee jaar geleden samen met Marjan Wijers heb gedaan naar secundaire victimisatie in het strafproces (het verergeren van het slachtofferschap door het strafproces). Omdat het wel relevant is voor de huidge discussie, hierbij de slotconclusie van dat onderzoek:

De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat secundaire victimisatie van slachtoffergetuigen door het strafproces met enige regelmaat voorkomt. Daarbij lijkt het vooral te gaan om negatieve effecten op het vertrouwen van het slachtoffer in zichzelf, de toekomst, de wereld en het rechtssysteem, en in mindere mate om re-traumatisering, dat wil zeggen verergering van de post traumatische stressreacties als gevolg van het oorspronkelijk misdrijf bij slachtoffers die aan PTSS lijden. Slachtofferondersteuners noemen daarnaast secundaire victimisatie in de vorm van belemmering van herstel; dit komt ook in de interviews met slachtoffers naar voren. Extra schade door een nieuw, tweede trauma veroorzaakt door het strafproces wordt slechts bij uitzondering genoemd.

Secundaire victimisatie speelt niet alleen bij het verhoor van het slachtoffer als getuige door de RC of op de zitting. Ook de onevenwichtigheid tussen de positie van de verdachte en die van het slachtoffer, de lange duur van het strafproces, gebrek aan informatie, bejegeningsfactoren en onvrede met de uitkomst spelen een rol.

Centrale begrippen bij het voorkomen van secundaire victimisatie lijken voorspelbaarheid, controle/beheersbaarheid, veiligheid en rechtvaardigheid te zijn. Hoe hoger het strafproces hierop ‘scoort’, hoe kleiner de kans op secundaire victimisatie. Of het slachtoffer daadwerkelijk extra schade of leed ondervindt door het strafproces hangt echter niet alleen af van factoren binnen het strafproces, maar ook van de ernst en aard van het misdrijf, persoonlijke kenmerken van het slachtoffer en de sociale context. Ook deze factoren 'scoren' op de dimensies veilig of onveilig, voorspelbaar of onvoorspelbaar, et cetera. Bij persoonlijke kenmerken gaat het dan vooral om kenmerken die de behoefte aan voorspelbaarheid, veiligheid etc. groter kunnen maken, zoals eerdere traumatische ervaringen of een verstandelijke beperking. Voor het strafproces is dit relevant, omdat het betekent dat sommige slachtoffers (gezien de aard van het delict, hun persoonlijke eigenschappen of omgevingsfactoren) extra kwetsbaar of vatbaar zijn voor secundaire victimisatie.

Vanuit het oogpunt van voorspelbaarheid vormen vooral de informatieverschaffing aan slachtoffers, de gang van zaken rondom het verhoor bij de RC of op de zitting en de lange duur van het strafproces knelpunten. Gebrek aan controle speelt vooral ten aanzien van beslissingen met betrekking tot vervolging, voorlopige hechtenis en de wijze van afdoening. De wensen en belangen van het slachtoffer spelen hierin slechts zeer beperkt een rol. Een duidelijk knelpunt vormt het verkrijgen van een afschrift van/inzage in de eigen aangifte en het strafdossier, al dan niet via de slachtofferadvocaat. Knelpunten met betrekking tot veiligheid zijn de keuze voor de plaats waar de aangifte wordt opgenomen, de geheimhouding van adres- en persoonlijke gegevens, het opvragen van informatie bij derden, met name het feit dat het slachtoffer zich er van bewust moet zijn dat alle informatie in het dossier wordt opgenomen en dus kenbaar is voor de verdachte, en het verhoor bij de RC of ter zitting, en dan vooral de behandeling door de advocaat van de verdachte. Ook is onduidelijk bij wie de verantwoordelijkheid ligt voor de voorbereiding van het slachtoffer op het verhoor en willen er nog wel eens dingen fout lopen rondom de zitting, zoals slachtoffers en verdachten die bij elkaar in de wachtkamer of naast elkaar in de zittingszaal worden geplaatst. Waar het gaat om rechtvaardigheid ervaren slachtoffers vooral de onevenwichtigheid in de positie van verdachte en slachtoffer als onrechtvaardig: naar hun gevoel heeft de verdachte alle rechten en zij niets. Hieronder valt ook het gegeven dat de verdachte toegang heeft tot het gehele strafdossier met alle informatie over het slachtoffer, terwijl het slachtoffer vaak niet eens de eigen aangifte krijgt. Andere punten vanuit het perspectief van rechtvaardigheid zijn een goede motivering van het vonnis, hetgeen nu vaak ontbreekt – als slachtoffers het vonnis al krijgen -, en de uitkomst van de strafzaak. Met betrekking tot dit laatste valt op dat alle geïnterviewde slachtoffers het voorkomen van herhaling als belangrijk element noemen.

Over de positie van het slachtoffer in het strafproces denken vooral officieren van justitie, RC’s en rechters zeer verschillend, variërend van ‘het is goed zo en moet zo blijven’ tot ‘het moet anders’. Men lijkt zich nauwelijks bewust te zijn van de implicaties van de nieuwe Wet versterking positie slachtoffers. Dit geldt vooral waar het gaat om de invoering van een met de ‘onschuldpresumptie’ voor de daders vergelijkbare presumptie voor slachtoffers: een slachtoffer moet als slachtoffer worden beschouwd totdat het tegendeel komt vast te staan. Ook de opvattingen over de eigen taak met betrekking tot de bescherming van de belangen van het slachtoffer lopen zeer uiteen. Een gedeelde visie hierop lijkt vooral bij de rechtelijke macht te ontbreken. Over het algemeen zijn de verschillende respondenten wel bereid om de belangen van het slachtoffer mee te wegen. Dit gaat echter niet vanzelf. De indruk bestaat dat niet alle respondenten zich bij hun beslissingen steeds bewust zijn van slachtofferbelangen. Vrijwel nooit nemen respondenten het initiatief om het slachtoffer zelf in de belangenafweging te betrekken. Slachtofferbelangen worden vooral meegenomen zolang zij niet te veel kosten en niet strijdig zijn met de belangen van de verdachte of van het strafproces.

Tenslotte valt op dat nauwelijks (empirisch) onderzoek is gedaan naar secundaire victimisatie van slachtoffers als gevolg van het strafproces. Voor eventueel vervolgonderzoek is van belang dat dit zich niet alleen zou moeten richten op slachtoffers van juridisch ernstige delicten en dat bijzondere aandacht wordt besteed aan groepen die extra kwetsbaar zijn voor secundaire victimisatie. Hierbij gaat het niet alleen om kinderen en mensen met een verstandelijke beperking, maar ook om groepen die om andere redenen extra kwetsbaar zijn voor secundaire victimisatie.

Het hele onderzoek vind je hier

maandag, 19 maart 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

7 Crisis overlevingstips #WOT 11

In overleven, vooroordelen, nadenken, crisis, creativiteit, onbewust, tips, wot, dragen, en meer.
Ik zie regelmatig lijstjes met tips voorbijkomen. Klaarblijkelijk zijn die lijstjes met tips erg populair. Elke keer als ik weer zo’n lijst heb doorgelezen, denk ik vaak: ‘Ja, dat had ik ook wel kunnen bedenken’. En op de een of andere manier bedenk ik ze toch nooit. Veel tips klinken als gezond verstand, maar mensen (ik) hebben moeite naar hun eigen gezonde verstand te luisteren. De tip van een ander klinkt vaak slimmer dan die van jezelf. In mijn ‘7 crisis-overlevingstips’ geef ik meteen toe dat ik niets van deze tips zelf heb bedacht. Wat zijn mijn ‘7 crisis-overlevingstips’?

Tip 1: Durf anti-cyclisch te denken
Klinkt niet heel erg eenvoudig, maar Guido Thys ziet hier toch de beste overlevingstip in. Investeer tijdens slechte tijden en spaar tijdens goede tijden. Deze tip doet me meteen denken aan mijn eerste economieles over de varkenscyclus; dat was inderdaad een heldere les. De varkenscyclus vertelt u precies waarom deze tip van levensbelang is. Wat is die varkenscyclus? Als varkensfokkers massaal gaan uitbreiden, omdat de prijs van varkens hoog ligt, duurt het een tijdje voordat al die varkentjes geboren en opgegroeid zijn. Als die varkentjes dan eindelijk op de markt verschijnen, zal de prijs door het hoge aanbod kelderen. Met als gevolg dat de varkensfokkers massaal kippen gaan fokken, waardoor er na een tijdje weer weinig varkens op de markt zijn, de prijs weer stijgt en nieuwe varkensfokkers massaal gaan uitbreiden. En als je het fokken van varkens niet zo ziet zitten, is wellicht de volgende investering de moeite waard: een nieuw model spaarvarken voor betere tijden.

Lees hier verder over Guido’s 5 overlevingstips

Tip 2: Ophouden met het gezeur
Niet erover praten maar handjes uit de mouwen! Dat is pas een prikkelende tip van Bouke te Pas. Volgens Bouke zorgt negatieve taal ervoor dat we onze handen in onze mouwen laten zitten en niet aan de gang gaan.  Ik begrijp best wel dat we ons niet onnodig in de put moeten praten, maar als we ophouden over de crisis te praten, verdwijnt hij dan vanzelf? Dat is toch niet wat Bouke bedoelt. Bouke geeft de tip de crisis als kans te benutten; doe het rustiger aan. Als ik hier goed over nadenk, voel ik toch wat tweestrijd in me op borrelen. Rustig mijn handjes uit de mouwen steken dan maar? Dat is pas een wijze tip.


Tip 3: Trek de broekriem aan
Deze tip is van geheel andere orde en lijkt strijdig met tip 1. Toch is dat niet zo, want deze tip vertelt u hoe u gezond én zuinig kunt koken. Dus zie dat als een investeren in jezelf. Of in je boekenplank, want voor de juiste uitvoering van deze tip moet je een crisis-kookboek aanschaffen. Of nog simpeler: ‘geen vlees meer eten en de kruimels van tafel vegen en in een kom verzamelen’. Ondanks dat deze tip wel wat zuinig overkomt, bevat deze tip veel gezond verstand. Niet goedkoper gaan eten maar gezonder gaan eten. Ik neem hem graag in mijn lijstje over. Leuk detail: deze tip is zeer populair in Griekenland, de crisiskookboeken gaan als hete broodjes over de toonplank.

Lees hier de tip vanInnofood

Tip 4: Lees geen overlevingstips
Een vreemde eend in de bijt van de overlevingstips, want deze tip adviseert je toch vooral je eigen gezonde verstand te gebruiken. Wat zeer handig is van deze tip is dat hij stiekem toch verwijst naar al die tips die je niet zou moeten lezen. Ben je nieuwsgierig naar welke tips ik allemaal niet noem, dan moet je deze link volgen. En wellicht kom je tot de ontdekking dat er veel waarheid in deze tip zit. Maar dan heb je dat inzicht toch maar mooi zelf verworven!

       
Tip 5: Wees creatief
Wederom een zeer goede gezond verstand tip. Maar om creatief te kunnen zijn moet je weten wat creativiteit is. Een goede uitlegger van creativiteit is John Cleese. Creativiteit heeft alles te maken met het niet bewust nadenken over een probleem. Op een bepaalde manier zijn de eerste 4 tips slechts een voorbereiding op deze tip. Als ik naar John Cleese luister, brengt het wel de vraag naar voren wie er gezelschap in je geest houdt als je niet-bewust nadenkt en je je meest creatieve ideeën geeft.  Ergens gebruikt John Cleese in zijn speech het symbool van een schildpad. Ik kon het niet helpen, maar mijn gedachten dwaalden af naar de schildpad die volgens een zeer oude gedachte de aarde zou dragen. De schildpad was het creatieve antwoord op de vraag waarom de aarde niet naar beneden valt. De aarde valt niet naar beneden omdat hij op de rug van een schildpad wordt gedragen. Logisch toch?

Kijk hier naar despeech die John Cleese over creativiteit geeft

Tip 6: Denk gezond na
Na het anders denken, niet denken maar doen, zuinig denken en onbewust denken een heldere tip. Gebruik je gezonde verstand! Want het gebrek aan gezond verstand heeft ons deze crisis gebracht. Tenminste, dat doet onze deze tipgever beloven. Volgens hem is gezond verstand het medicijn dat ons geneest van alle crisissen,  die van vandaag en die van de toekomst. Als ik hier ongezond over nadenk, dan realiseer me echter meteen dat gezond verstand juist dat verstand is waar je niet al te lang over na hoeft te denken. Al die tips zijn toch wel erg verwarrend.


Tip 7: Onderzoek je vooroordelen
En hier ben ik bij een tip aanbeland waar je wel echt zelf over na moet denken. Gezond verstand, onbewust denken, anders denken brengen het nieuwe maar staan onvoldoende stil bij het oude. Welke vooroordelen hebben je tot nog toe geregeerd? En hoe hebben die bijdragen aan de huidige crisis. De constatering dat een crisis een ramp wordt, als we erop reageren met voorgevormde oordelen, met vooroordelen dus, is een tip die alle tips om zeep helpt. Want hoe kan je een tip in stand houden en tegelijkertijd je vooroordelen weggooien. Een prachtige paradox! Want hoe zet ik dit inzicht om in een tip zonder dat het een nieuw vooroordeel wordt?

Ik kan het toch niet nalaten om paradoxaal af te sluiten met een leestip. Lees Between past and future van Hannah Arendt, over het inzicht over de crisis als fenomeen.

* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord crisis. *Crisis is het omslagpunt, waarbij de conjunctuurgolf een neerwaartse beweging maakt. Daarom wordt dit punt ook wel een recessiepunt genoemd. (korte) Periode van ernstige ontwrichting van het staatkundig, sociaal-economisch en/of cultureel leven.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1496 uur (62,3 dagen). Berichtgemiddelde: 0,5 bericht per dag, 3,4 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6 7 8 9