maandag, 2 april 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Onze kortstondige obsessie met ontwikkelingshulp

In doem, afrika, biobrandstoffen, economie, europa, landgrab, landroof, ontwikkelingshulp, peak-everything, en meer.
In de 19e eeuw deden we nog niet aan ontwikkelingshulp. We hadden nog koloniën en onder het mom van ontwikkelingshulp haalden we grondstoffen uit de tropische landen waar de mensen ‘achtergebleven waren in hun ontwikkeling’. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat. De koloniën werden zelfstandig en moesten geholpen worden zich te ontwikkelen. De Westerse mogendheden [...]

vrijdag, 30 maart 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Kritisch

In politiek, ad koppejan, bezuinigingen, bill gates, bnp, catshuis, cda, christenunie, congres, en meer.

Na het roerige congres van het CDA op 2 oktober 2010, beloofde ontwikkelingshulpkopstuk Kathleen Ferrier haar achterban nog dat ze het kabinet, en vooral de gedoogconstructie die daaraan ten grondslag ligt, kritisch zou gaan volgen. Samen met Ad Koppejan vertolkte zij de 32% die tegen politieke samenwerking met de ‘verdorven’ PVV had gestemd. Zeker op haar terrein, de ontwikkelingssamenwerking, zou Kathleen de kritische noten wel gaan kraken. Nu – anderhalf jaar later – blijkt dat in elk geval een onwaarheid.

Ondanks de aangenomen motie van Jolande Sap (GroenLinks) en Arie Slob (ChristenUnie) om vast te houden aan de norm van 0,7% van het BNP voor ontwikkelingssamenwerking, berichtten de kranten vandaag dat de heren in het Catshuis  het plan hebben opgevat hier een miljard euro op te korten. Dat kan bijna geen verrassing zijn; Geert Wilders toeterde voor aanvang van de tussenformatie al dat hij zonder snijden op ontwikkelingshulp geen succesvolle onderhandelingen voorzag. Na de prachtige, politieke toneelvoorstelling van afgelopen week, heeft hij het blijkbaar voor elkaar. Na de kunst moet ook de ontwikkelingshulp rancuneus om zeep worden geholpen.

Zogenaamde praatjes over weerstand tegen deze maatregel binnen het CDA in het algemeen, kunnen we natuurlijk direct terzijde schuiven. Onder het mom van verantwoordelijkheid nemen heeft het CDA al ruim anderhalf jaar haar principes overboord gezet omwille van het pluche – net als de eens zo liberale VVD. Maar mevrouw Ferrier heeft het ons beloofd, of in elk geval haar eigen achterban. Maar nog geen onvertogen woord. Je had toch op zijn minst verwacht, dat ze een kwade tweet de wereld in zou helpen vanochtend, maar zelfs dat was ‘kritische’ Kathleen te veel.

Kathleen Ferrier moet zich kapot schamen. Haar zogenaamde dissidentschap heeft tot dusver weinig meer behelst dan zuur kijken, en druk met haar mappen de gang op stampen. Van daadwerkelijk verzet kunnen we haar allerminst betichten. En hoewel het heerlijk moet zijn voor Maxime Verhagen dat ze zich braafjes aan de mediastilte houdt, voor haar achterban is het een grove desillusie.


zaterdag, 3 maart 2012

Theo Brand

Theo Brand

De lokroep van het radicale midden

In politiek, religie, cda, groenlinks, linker wang, emancipatie, gerechtigheid, de, de linker wang, en meer.

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het maartnummer dat vandaag verschijnt. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl

Het ‘radicale midden’ lijkt een lokroep. Het helpt politieke partijen om zich te fixeren op  macht, zonder principiële keuzes te hoeven maken. Deze gedachte borrelde bij me op na het lezen van het artikel van filosoof Peter Sas in dit nummer van De Linker Wang over het strategisch beraad van de christen-democraten (pagina 12-13). Prima dat het CDA culturele verschillen wil verbinden, zo stelt Sas. Maar als het aankomt op duurzaamheid en publieke gerechtigheid, houdt het CDA de kaarten angstvallig tegen de borst en kan de partij straks nog alle kanten op waaien.

Maar opportunisme lijkt ook binnen GroenLinks een rol te spelen. Zo zei filosoof en Denker des Vaderlands Hans Achterhuis onlangs in tijdschrift VolZin: ‘GroenLinks opereert leugenachtig. Haar standpunt over de buitenlandse politiek is ingegeven door het verlangen in de binnenlandse politiek salonfähig te worden en op het regeringspluche plaats te nemen.’ Hans Feddema zegt het in zijn commentaar in dit blad (pagina 20) wat milder: ‘Alles wijst erop dat de fractie (…) vanuit een mengvorm van machtsdenken en ideëel denken, in een impuls heeft gekozen voor ‘Kunduz’.’

Verschil blijft dat GroenLinks geen minister-president in het zadel houdt die zegt dat armoede in Nederland niet bestaat. Deze uitspraak van Mark Rutte staat haaks op de dagelijkse ervaringen van predikant Katinka Broos, directeur van het pastoraat Oude Wijken in Rotterdam. Hoe zij voortdurend armoede om zich heen ziet, beschrijft ze in de rubriek De Uitsmijter (pagina 24).

Matigheid en nuance zijn, denk ik, juist wél van belang in de discussie over het zelfgekozen levenseinde en het burgerinitiatief ‘Uit vrije wil’. In progressieve kringen wordt snel het accent gelegd op autonomie en keuzevrijheid. Maar zijn er naast autonomie wellicht ook andere overwegingen in het geding, zo vraagt theoloog Manuela Kalsky zich af (pagina 6-7).

Ook emancipatie vraagt om ‘een radicaal midden’ zo leert Marc van der Giessen ons (pagina 16-18). Jarenlang woonde en werkte hij als ontwikkelingswerker in Kenia. Hij zag hoe een politiek van goede bedoelingen in de vorm van ontwikkelingshulp (veel donorgeld) de emancipatie van homo’s en lesbo’s belemmert en zelfs kapot maakt. Uiteindelijk bleek niet geld van buitenaf, maar God een uitweg te bieden: geestelijke kracht van de betrokkenen zelf.

Een God dus die ‘aan de straat staat’, om met columnist Margrietha Reinders te spreken (pagina 9). ‘Weerloos maar niet stuk te krijgen’. Dat betekent consequent partijkiezen  voor alles wat kwetsbaar is en voor wie geen stem heeft. En dat vraagt om radicale keuzes die niet zonder wijsheid en gematigdheid kunnen, maar zich vaak ook moeilijk kunnen verhouden tot een naar macht hongerend politiek midden.


donderdag, 9 februari 2012

Het menu: kinderpardon

In het menu, niet op voorpagina, asielzoekers, cda, kinderpardon, mauro, nieuwsuur, ontwikkelingshulp, vvd, en meer.
Het kinderpardon dat minderjarige asielzoekers een permanente verblijfsvergunning wil geven, is hartverwarmend. Hopelijk steunen de coalitiepartijen VVD en CDA dit burgerinitiatief (www.kinderpardon.nu) en voorkomt dit in de toekomst schrijnende taferelen zoals het uitzetten van Mauro. Kinderen die helemaal verkaasd zijn terugsturen naar het land van herkomst, waarvan ze de taal en gewoontes nauwelijks kennen, is inhumaan. Zo vergooi je de kans op een succesvolle toekomst. Nieuwsuur zond afgelopen zaterdag een even vertederende als aangrijpende bijdrage uit over vier teruggestuurde Angolese jongeren, die hun jeugd grotendeels in Nederland hebben doorgebracht. De vooruitzichten van deze pechvogels zijn schrijnend. Drie van hen studeren niet en zijn werkloos. Een vervolgstudie zit er niet in, omdat die te duur is. De vierde heeft meer geluk. Hij heeft zijn deelcertificaten boekhouden hier gehaald en is opgeklommen binnen het bedrijf waar hij werkt. Bij wijze van ontwikkelingshulp moet Den Haag alle kinderen die hier hun asielprocedure doorlopen -uitgeprocedeerd of niet- hier laten studeren. Als ze dan toch weg moeten, omdat het kabinet en de meerderheid in de Tweede Kamer dat willen, hebben ze in ieder geval de diploma’s en intellectuele bagage om in het vreemde land van hun ouders te slagen.

dinsdag, 13 december 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Het magische h-woord

Ai! Het CPB heeft weer eens wat cijfers losgelaten. En wat blijkt? Nederland zit volop in de recessie. Het zat er natuurlijk al dik aan te komen dat het begrotingstekort de grens van 3% zou overstijgen, maar nu is het officieel. De afgelopen weken werd al druk gespeculeerd waar ons conservatieve kabinet allemaal nog meer op zal gaan bezuinigen. Welke linkse hobby zullen we nu eens onderuit schoffelen?

Als bijna vanzelfsprekend begint met deze weinig geruststellende voorspellingen ook het magische h-woord weer rond te zingen op het Binnenhof. De aftrek-die-niet-genoemd-mag-worden wordt heel langzaamaan een wat minder heilig huisje binnen de gelederen van VVD en CDA. Geert Wilders is het daar natuurlijk niet mee eens. “De PVV zal knokken als een leeuw voor de belangen van Henk en Ingrid!” Als dat echt waar was, had Geert Wilders de hypotheekrente allang afgeschaft, maar vooruit. Het behoud van laaggeschoold electoraat schrijft nu eenmaal voor dat je geen dingen roept die goed voor ze zijn. SBS6 kijkend Nederland wil naar de mond gepraat worden, het liefst met vuigheid en volume.

Toch wordt de kans dat het kabinet zich aan beperking van de hypotheekaftrek gaat wagen (of branden) sluimerend groter. Jan Kees de Jager gaf te kennen dat hij liever ging hervormen dan bezuinigen, en Maxime Verhagen sprak uit dat wat hem betreft ook in heilige huisjes de dakkapel kan gaan lekken. Binnen de VVD wordt minder luid gespeculeerd over aanpassing van de aftrek, maar ook daar zijn prominente en minder prominente leden aanwezig die beginnen te twijfelen aan de houdbaarheid van de regeling.

Terecht overigens,  die hele hypotheekrenteaftrek kost Nederland klauwen met geld – jaarlijks zo’n twaalf miljard euro. We zijn niet voor niets de enige met zo’n belachelijke, belastinggeld slurpende regeling. Over verkwisting van de centjes van Henk en Ingrid gesproken! Het hele doel van de aftrek – starters op weg helpen met de koop van hun eerste huis – wordt allang niet meer bereikt. Starterwoningen zijn door de regeling de afgelopen decennia alleen maar duurder geworden. De huizenmarkt zit hartstikke op slot, en dat is mede dánkzij de hypotheekrenteaftrek.

Of het nu de hypotheekrenteaftrek wordt, ontwikkelingssamenwerking, of een andere ‘ombuiging’, het kabinet moet in februari met maatregelen komen. Implodeert het kabinet met gierende ruzies over ontwikkelingshulp tussen Geert en de CDA-dissidenten? Laat Geert Wilders na een hoop gebrul zijn marionettenkabinet toch weer gewoon zitten? Zal de PvdA daarvoor haar slappe knieën weer lenen door het kabinet aan een meerderheid te helpen? Of trekt een van de regeringspartijen de spreekwoordelijke stekker eruit? Het jaar 2012 wordt vast een prachtig politiek jaar. En dat magische h-woord? De afschaffing daarvan is enkel een kwestie van tijd…


Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Weer een leugen van Wilders & rechts

In milieu, ontwikkelingshulp, hypotheekrente, publieke omroep, hypotheekrenteaftrek, cda, natuur, vvd, pvv, en meer.
Het nrc schrijft: Wilders noemt morrelen aan renteaftrek onacceptabel. In plaats van op de hypotheekrenteaftrek moet volgens de PVV-leider worden gekort op ‘Europa, subsidies, de publieke omroep, milieubeleid en andere linkse hobby’s’. Verder kondigt hij aan ‘als een leeuw voor de belangen van Henk en Ingrid’ te zullen knokken.
Dit is uiteraard weer een typische Wilderiaans stukje brullen voor de bühne. Maar helaas gebaseerd op leugenachtige fantasieën. Want stel dat we de linkse hobby's zoals hij het noemt aanpakken, wat levert dat op?

Even de totale kosten op een rijtje:

  • Europa: 7,5 miljard bruto
  • Subsidies (cultuur, emancipatie & vreemdelingenkosten) 3,5 miljard
  • Ontwikkelingssamenwerking: 1,7 miljard 
  • Publieke omroep: 0,9 miljard
  • Milieubeleid: 2,5 miljard

Totaal beslaan deze linkse hobby's dan 16,1 miljard en is daarmee een stuk groter dan de rechtse hobby genaamd hypotheekrenteaftrek de overheid kost. Die wordt op ongeveer 12 miljard geraamd.

Echter, in de berekening van bovenstaande kosten heb ik de grootst mogelijke kostenposten genomen. Zo heb ik voor de uitgave aan Europa de bruto kosten genomen, netto kost Europa de Nederlandse staat zo'n 6,5 miljard. Daarmee komen de linkse hobby's op 15,1 miljard. Nog altijd meer dan de hypotheekrenteaftrek.

Bij de subsidies heb ik onder andere alle 2,7 miljard aan reserveringen genomen voor de uitgaven. De daadwerkelijke geraamde uitgaven aan cultuur zijn slechts zo'n 0,9 miljard. Dat is al weer zo'n 1,8 miljard lager ofwel 13,3 miljard aan linkse hobby's blijft er over om op te bezuinigen.

Nu zouden PVVers er tegen in kunnen brengen dat ik (nog) niet alle linkse hobby's heb meegenomen. Zo heb ik de huursubsidie van zo'n 2,6 miljard niet meegeteld. Dan komen de linkse hobby's weer op 15,9 miljard. Dit is alleen niet terecht, want vele Henk's en Ingrids wonen in een huurwoning en genieten op de een of andere wijze van een subsidie daarop. Daarnaast zijn veel subsidies nodig omdat de krappe woningmarkt zorgt voor hoge huren, zeker als deze markt vrij wordt gegeven. Daarnaast is de koopwoningmarkt relatief klein en door hypotheekrenteaftrek dusdanig duur geworden, dat het voor velen zeer moeilijk is om een woning te kopen. Daarom houdt ik deze uitgaven buiten beschouwing en blijft er 13,3 miljard over om op te bezuinigen.

Hoe zit het met deze potentie om te bezuinigen?

Om te beginnen kijken we naar de Europese kosten van 6,5 miljard. Hoe graag Wilders het ook zou willen, de meeste van bovenstaande kosten zijn niet in 1 keer te schrappen. De kosten voor Europa liggen vast in verdragen. Zoals de laatste poging van de EU om verdragen te wijzigen liet zien, zijn deze zeer moeilijk aan te passen. Daar is alleen door contractbreuk, ik vraag me af of Henk en Ingrid dat zien zitten? Daarnaast is ons isoleren van Europa een slechte zaak, 75% van onze economie is gebaseerd op export, merendeels binnen de EU. Ons daar buitenspel zetten schaadt de economie, de werkgelegenheid en daarmee de toekomst van Henk en Ingrid en hun kinderen. Slechte zaak dus, gaan we niet doen, daarmee blijft er 6,8 miljard over aan linkse hobby's om op te bezuinigen!

De Publieke Omroep zouden wellicht hun subsidie kunnen verliezen, of wellicht worden het commerciële omroepen. Maar opdoeken kan natuurlijk ook, levert massale werkeloosheid op. Daar de omroepen creatieve mensen in dienst heeft wordt de cultuursector overspoelt met werkeloze creatievelingen. Omdat Wilders ook op cultuur wilt bezuinigen, gaan er dus meer mensen vechten om de schaarse Euro van de Nederlanders die, door bezuinigingen, minder vaak naar voorstellingen of concerten gaan. Maar goed, we schrappen de totale kosten op de Publieke Omroepen en cultuur en doen net alsof er geen extra werkeloosheidsuitkeringen betaald moeten gaan worden. Daarmee realiseren we 1,8 miljard aan bezuinigen en blijft er 5 miljard aan linkse hobby's over.

Ontwikkelingssamenwerking, vreemdelingenbeleid worden als het aan Wilders ligt uiteraard direct geschrapt. Dit levert 2,5 miljard aan mogelijke bezuinigingen op (1,7 voor ontwikkelingssamenwerking en 0,8 voor vreemdelingenbeleid). Dat afschaffen van ontwikkelingshulp leidt tot meer ellende in ontwikkelingslanden en daarmee tot een groeiende wens om naar Europa te migreren wordt hierbij even vergeten. We kunnen ons dus schrap zetten voor een door PVV-beleid veroorzaakte tsunami aan migranten en illegalen. Door afschaffen van vreemdelingenbeleid (integratie cursussen etc..) leren deze migranten de taal ook steeds minder goed en integreren ze slechter. Of we tuigen een dijk van een veiligheidssysteem en grensbewaking in zodat er niemand ongezien hier binnenkomt of weggaat. Laten we hopen dat de kosten daarvoor minder zijn dan de 2,5 miljard aan bezuinigingen!

Rest ons de laatste kostenpost, milieukosten. Hierin heb ik de ruimste definitie gekozen voor milieu, omdat alleen bezuinigen op het KNMI slechts 0,05 miljard zou opleveren. Daarom ook de bewaking van luchtkwaliteit, de kwaliteit van de leefomgeving, waterkwaliteit en -bescherming, natuurgebieden en milieu-educatie meegenomen. Dat is tezamen de resterende 2,5 miljard. Geheel in de stijl van Bleker schrappen we deze kosten uiteraard radicaal, weg met de bestedingen aan natuurgebieden, de milieu-educatie en bescherming van de Nederlandse wateren. Dat Nederland hiermee een verWildert en sterker vervuild landschap krijgt is de prijs die we moeten betalen. Sommige delen komen wellicht onder water te staan, maar dat is de prijs die we betalen om ons heilige huisje in stand te houden!

Dat is de leugen van Wilders, de PVV, de VVD en het CDA! Ze spiegelen ons voor dat ze radicaal kunnen en willen bezuinigen op allerlei zaken die ofwel relatief weinig opleveren zoals de Publieke Omroepen of cultuur kosten, elk 0,9 miljard. fwel ze zijn niet zo makkelijk te schrappen, zoals de kosten van Europa, 6,5 miljard. Ofwel ze zijn schadelijk voor Nederland, zoals de milieukosten van 2,5 miljard. Ofwel ze leveren andere problemen op, zoals de kosten van ontwikkelingshulp en vreemdelingenbeleid (2,5 miljard).

In het meest positieve scenario kan men de kaasschaaf over bovenstaande kostenposten halen: misschien een miljard op Europa, een miljard op milieu en 1 op ontwikkelingssamenwerking en vreemdelingenbeleid (dan neem je het ruim op die laatste twee) en enkele honderden miljoenen op cultuur en de publieke omroep (ieder 0,25 miljard?). Dat levert een bezuiniging op van 3,5 miljard maximaal en nog altijd grote problemen op genoemde beleidsterreinen.

Welke pijn kost het als we deze 3,5 miljard op het heilige huisje verhalen?




vrijdag, 9 december 2011

John Jorna

John Jorna

Bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking?

IS ONTWIKKELINGSSAMENWERKING NIET MEER POPULAIR?

Nieuwe bezuinigingen dreigen en de meest on-Nederlandse partij, die egoïsme tot uitgangspunt heeft, wil vier miljard bezuinigen op ontwikkelingshulp. Als populistische partij denken ze daarmee stemmen te winnen. Nu hoor ik al minstens een halve eeuw de verhalen over bodemloze putten en corruptie en gouden kranen in presidentiële paleizen, dus het zou best kunnen dat er nog steeds mensen zijn, die geloven, dat het in Afrika, Azië en Latijns Amerika alleen maar slecht gaat. Ze vergeten de enorme economische groei in Brazilië, India en China, maar niet alleen in die landen, maar in veel meer landen in Afrika, Azië en Latijns Amerika ontwikkelen de landen zich in politiek en economisch opzicht zeer succesvol. Er zijn inderdaad nog een aantal falende staten, vooral in Afrika en Midden Amerika. Maar eigenlijk wil ik het meer hebben over de houding van Nederlanders tegenover ontwikkelingssamenwerking.

Nederlanders geven nog steeds gul als ergens mensen getroffen worden door een natuurramp zoals de aardbeving in Haïti, de aardbevingen met tsunami in Zuidoost Azië, de overstromingen in Pakistan en India of de droogte in de Hoorn van Afrika. Dat de hulp zeer efficiënt en effectief wordt gegeven merkte ik, toen ik onlangs een bijeenkomst van Cordaid Mensen in Nood bijwoonde, waar een architect uitlegde hoe ze daar duizenden huizen bouwen, die zowel tegen aardbevingen als tegen tropische cyclonen bestand zijn. Wat een deskundigheid!

Veel opmerkelijker zijn de kleine particuliere projecten. Daarbij wordt heel rechtstreeks hulp gegeven. Zo ken ik een groep mensen, die een zus van de inmiddels overleden initiatiefnemer steunen. Ze heeft een tehuis in een Braziliaanse stad, waar ze kinderen uit een volksbuurt opvangt en ervoor zorgt, dat zij zich goed ontwikkelen. In mijn parochie wordt al jaren geld ingezameld, waarmee een inmiddels hoog bejaarde missionaris in de Filippijnen jongeren uit arme gezinnen studiebeurzen geeft, zodat ze tot welvaart kunnen komen en kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun land.

In deze Adventstijd voor Kerstmis loopt de bisschoppelijke Adventsactie met een aantal heel concrete kleinschalige projecten, waarmee mensen echt geholpen worden. Wij steunen een project in Tanzania aan de voet van de Kilimanjaro. Vrouwen en kinderen krijgen voorlichting over gezond voedsel van de juist samenstelling, hoe dit verbouwd moet worden en ze leren ziekten te voorkomen door het belang van een betere hygiëne uit te leggen. Tegelijk loopt de Actie Goed Goud van Solidaridad. Men wil betere werkomstandigheden en eerlijker lonen voor de arbeiders in de goudmijnen en eerlijker prijzen voor de kleine particuliere goudzoekers. Er komt ook een waarmerk voor eerlijk goud.

Maar het meest onder de indruk ben ik van een klein particulier initiatief van Lieke. Ze had al heel wat wereldreizen gemaakt en daarbij aan ontwikkelingsprojecten gewerkt. In Laos kwam ze onder de indruk van de kleurige weefkunst van de vrouwen daar. Ze vroeg zich af of het mogelijk zou zijn kleding, tassen, enveloptasjes (clutches), shawls, ceintuurs en kussenovertrekken op te kopen en naar Nederland te exporteren. Inmiddels heeft ze een bedrijf opgericht, heeft een web shop, legt contacten met duurdere gift shops en modieuze winkels in Nederland en verstevigt intussen de contacten met Laos. Het is allemaal nog pril, maar wat een durf. Ze levert anderhalve dag werk per week in om hiermee bezig te zijn en als het lukt is het natuurlijk prachtig voor die vrouwen in Laos. Wil je er meer over weten of zoek je een zeer exclusief cadeautje kijk dan eens op www.acodeoforigin.com van dit startende bedrijf “A Code of Origin”. 

Jaargang 4, Nr. 192. 

zaterdag, 26 november 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Youp van ‘t Hek: Kerstbomen

In weblog, hart om mauro, youp van 't hek, afrika, alkmaar, angst, burgers, discussie, geloof, en meer.

Nou heet Mauro weer Jossef en woont hij in Alkmaar. De jongen is zo Noord-Hollands als de kaasmarkt daar. Hij moet alleen maar weg omdat hij zwart is. Althans zo subtiel zou de heilige Cruijff het gezegd hebben. Het mannetje woont acht jaar in Nederland. Hoe oud hij is? Negen. De wet zegt dat hij op moet rotten. En zolang de PVV in ons land de scepter zwaait is de wet de wet. Geen enkele uitzondering bevestigt de regels. Geen één hand durft over het hart te strijken. Wat is er gebeurd dat we dit land geworden zijn? Humor- en meedogenloos! Geen politicus in de buurt van Alkmaar durft zich aan de zaak Jossef te branden. Gevolg: een jochie dat hier acht van zijn negen levensjaren heeft gewoond wordt teruggestuurd naar zijn land van herkomst. Eritrea in dit geval. Een land waar hij niks te zoeken heeft en dus ook niks zal vinden. Hij loopt kans om samen met zijn moeder te worden opgesloten en gemarteld. Grote kans? Ja.

De voltallige redactie van de Alkmaarsche Courant heeft zich het lot van het mannetje aangetrokken en is gisteren pal achter hem gaan staan. Anderhalve pagina besteedden ze aan deze schrijnende zaak. Onmiddellijk brak er een discussie los of een krant dit wel mag doen. Allerhande intellectuelen begonnen op verzoek te kakelen of een dagblad partijdig mag zijn.

Na het moddergevecht in de Amsterdamse Arena om de macht bij Ajax en de positie van de wakkere Telegraaf in deze zaak lijkt het me niet meer echt een discussie of een krant af en toe partijdig mag zijn. Volgens mij moet een krant dat af en toe. Zeker als het om principiële kwesties gaat. Een kind uit je stad dat teruggestuurd wordt. Een kind van nog geen tien jaar oud! Omdat onze wet dat bepaalt.

Waar is de flexibiliteit om snel de wet aan te passen? Wat is er gebeurd dat we dat niet meer willen? Waarom zijn we zulke kleinzielige, bange burgers geworden? Hoe kunnen we met droge ogen zo’n mannetje op een vliegtuig naar een uitgehongerd Afrika sturen?

Afgelopen week las ik dat een Kamerlid van de partij van de bange blanke bejaarden, de PVV, zich zorgen maakt over het geringe aantal kerstbomen op Schiphol. De lieverd was bang dat Schiphol de bomen niet durfde te plaatsen uit angst voor de moslims!

Ondertussen blijkt dat er op Schiphol honderden kerstbomen staan te gloeien. En als Sinterklaas weg is wordt het aantal verdriedubbeld. Bleek dat het Kamerlid zelf de laatste tijd weinig uitgeprocedeerde asielzoekers op het vliegtuig had gezet en er dus niet of nauwelijks was geweest. Onderhand viel een collega van dit Kamerlid, dus ook van de bange blanke bejaarden, minister Rosenthal aan op het feit dat hij Joods was en te weinig voor Israël opkwam. Ik heb het stuk meerdere keren gelezen. Nog steeds geloof ik mijn ogen niet. Het is 2011 en iemand durft deze vraag hardop te stellen…

Maar in die angst leven we dus: plaatselijke politici zijn te bang om achter Jossef te gaan staan, een Kamerlid windt zich op over kerstbomen en een ander valt een minister aan op het feit dat hij Joods is. En de discussie brandt niet los over het toekomstige wel en wee van Jossef, maar of de Alkmaarsche Courant partijdig mag zijn!

Van mij mag de Alkmaarsche Courant niet partijdig zijn, maar moet de krant dat. Wij moeten dit allemaal. Wij moeten dit niet willen. Niet willen dat de ontwikkelingshulp bijna afgeschaft wordt, niet willen dat er een minister op zijn Joodse afkomst wordt aangesproken en niet willen dat er een kansloos kind het land uitgeschopt wordt. En als we dat wel willen dan moeten we voorlopig geen kerstbomen neerzetten. Dus geen kerstbomen uit angst voor de moslims, maar omdat we een heel naar rechts en benauwd landje geworden zijn.

Bron: NRC Handelsblad

dinsdag, 15 november 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Dissidenten (2)

In politiek, politiek, verhagen, wilders, vvd, cda, pvv, hero brinkman, kabinet, en meer.

Het is weer dissidententijd. De twee CDA-exemplaren waren weer volop in het nieuws: Ad ‘Zeeuwse polderheld’ Koppejan en Kathleen ‘ontwikkelingshulpridder’ Ferrier haalden weer bakken zendtijd binnen met de Mauro-affaire. Oh, wat waren die boos. De kwestie deed de twee dwarsliggers nog zuurder en zuiniger kijken dan normaal al het geval is. Wat was het weer spannend. Als ze nu maar niet de stekker uit de gedoogsteun gingen trekken…

Maar dat gebeurde natuurlijk niet. Zelfs de kranten waren te lui om er nog een sensatieverhaaltje van te maken. Eén bezoekje van Maxime Verhagen, feestvarken op zijn eigen feestje van de democratie, en Ferrier en Koppejan waren gewoon weer ‘trotse christendemocraten’. En als dat niet genoeg was geweest, hadden ze Donner nog klaarstaan in de coulissen, onwrikbaar en gewapend tot zijn tanden, als altijd. De betekenis van het woord christendemocraat is dan ook behoorlijk aan devaluatie onderhevig de laatste tijd.

Aankomend dissidententalent Hero Brinkman haalde ook weer de media vandaag. Na anderhalf jaar aan het lijntje te zijn gehouden, heeft de fractie hem nu dan toch maar eindelijk verteld, dat hij zijn PVV-jongerendag op zijn buik kan schrijven. Hero was er nog van overtuigd dat van twee keer uitstel geen afstel zou komen. Daar hebben Martin Bosma, Fleur Agema en Geert Wilders met z’n drietjes vast smakelijk om gelachen. Maar, Hero ziet geen reden om uit de PVV te stappen, hij laat zich niet wegpesten.

Van al dat geschuur en gedraai ga ik me wel afvragen wanneer er eentje breekt. Ferrier, Koppejan en Brinkman kunnen alle drie een plekje op de volgende kandidatenlijst vast vergeten, dus tenzij ze nog een politieke stunt uithalen, gaan ze roemloos de schaduw in aan het einde van de kabinetsrit. Tot die tijd worden ze getergd en vernederd, om altijd weer met een glimlach vol boerenkiespijn hun fractie te steunen. Telkens weer staan ze vol vuur de pers te woord om hun eigen ideeën te verdedigen, om vervolgens gedoofd en verslagen weer terug te krabbelen. Terug de ijzeren fractiediscipline in.

Vergeleken met deze drie fopdissidenten, is excuusminister Gerd Leers nog een stevige, daadkrachtige held om rekening mee te houden. Het moet toch een keer te veel worden als je telkens je eigen ruggengraat maar thuis moet laten. Dus laten we een weddenschapje aangaan; wie breekt het eerst? Wie breekt er met de duimschroeven van Maxime of Geert, en misschien zelfs met het kabinet? Welk van deze weekdieren blijkt toch een politieke tijger? Ik zet mijn geld op Hero, van het CDA verwacht ik niks meer…

Klik hier voor Dissidenten (1)


donderdag, 10 november 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

In goede doelen, ontwikkelingssamenwerking, mannen, misbruik, nederland, nederlands, neo, activiteiten, afhankelijkheid, en meer.

Post image for Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

Goedemiddag,

Toen ik opgroeide, een puber was, mocht ik op een saaie zondagmiddag graag met mijn moeder een eindje gaan rijden. Stapvoets reden we dan door de nieuwe villawijken aan de rand van Enschede  en verlustigden ons aan de gouden leeuwen die oprijlanen markeerden, de Griekse zuilen waarmee Twentse boerderettes waren versierd en wij roddelden er op los. Enschede was, zo aan het einde van de jaren zeventig klein genoeg om te weten wie er woonde, hoe ze hun geld hadden verdiend, en of hun huwelijken gelukkig waren.
Wij, moeder en dochter, uit de gegoede middenklasse hadden het heel goed maar bezaten niet het kapitaal dat daar op die ruime kavels vaak nogal afzichtelijk was uitgestald.
Het was een vriendelijke vorm van aapjes kijken, van verveeld vermaak, waarover wij ons weinig schuldig voelden omdat het vertoon van rijkdom ook voor ons was bedoeld, zondagrijders uit de middenklasse.

Precies diezelfde lust tot ‘rijken kijken’ zie je terug in het nieuwe programma van Jort Kelder ‘Hoe heurt het eigenlijk’. En ik kan me nog steeds goed vermaken met de rose-tankende, glad gestreken en opgepompte nouveau-riche-dames aan de Loosdrechtse Plassen, die uitleggen dat ze niet alleen een motorjacht bezitten (‘zeilen is zo veel werk’) maar ook een tweede huis bij Saint Tropez omdat ‘ze zo vreselijk van cultuur houden’.
In ‘hoe heurt het eigenlijk’ wordt het pronkgedrag van de nieuwe rijken slim afgezet tegen de tradities van het oude geld. Over het algemeen zijn dat Olie B. Bommel-achtige heren die in gedateerd Nederlands uitleggen dat zij hun landhuis, stammende uit 1700 of daaromtrent, in stand weten te houden door een natuurcamping en wat biologische boerderijen op de landerijen toe te laten.

Wat ‘Hoe heurt het eigenlijk’ anders maakt dan eerdere programma’s van bijvoorbeeld Gert Jan Droge is het nogal stichtende karakter. Als kijker word je ook op allerlei manieren duidelijk gemaakt hoe je wel en niet zou moeten leven, wat beschaafd is en wat nastrevenswaardig is. En dat is de nouveau-riche overduidelijk niet. Het oude geld wel want dat heeft tradities, sociaal besef, eet met mes en vork en lepelt geen vaten rose naar binnen maar drinkt een glas goede rode wijn op zijn tijd.

Het stichtende karakter van het programma heeft inmiddels ook geleid tot heel serieuze beschouwingen in kranten. Een van de meest hilarische is wel een beschouwing in de Volkskrant donderdag 4 november waarin werd betoogd dat wij Jort Kelder, als onze nationale polderdandy, dankbaar mogen zijn omdat hij een grote bijdrage zou leveren aan de ‘heropvoeding van Nederland’.
Ofwel, de landerijen zullen wij met zijn allen nooit bezitten, de familienamen ook niet, maar beschaafd gedrag leeft de oude adel ons voor.

Ik vind dat uit zo’n geleerde analyse in de krant vooral een nogal wonderlijke nostalgie naar de 19e eeuw spreekt. De redenering die wordt gehanteerd is eenvoudig. Weliswaar is de rijkdom waar de ontwikkelde smaak op rust, niet binnen ons bereik maar dat neemt niet weg dat we wel degelijk de goede omgangsvormen kunnen kopiëren.
Laat ik het eens bout zeggen. Zoals in de 19e eeuw, zijn armoede en een gebrek aan kansen geen excuus voor slechte manieren.

Wat mij betreft maakt ‘hoe heurt het eigenlijk’ met haar stichtende boodschap en de analyse in de Volkskrant die er op voortbouwt, deel uit van een maatschappelijke en politieke ideologie waarmee ik moeite heb. Het is de ideologie van ‘de eigen verantwoordelijkheid’ die al jaren een grote populariteit geniet.
Het is ook de ideologie waarbij de omstandigheden waarin je leeft, de armoede waar je aan bent blootgesteld, het gebrek aan kansen om hoger op te komen, nooit een argument kunnen zijn voor het gedrag dat je vertoont.
Natuurlijk klopt dit wel op het niveau van het individu. Simpel, als je arm bent en je gaat jatten, dan kan je armoede misschien een verzachtende omstandigheid zijn maar je bent ook gewoon verantwoordelijk voor je criminele gedrag en verdient daar straf voor. Bovendien, voor opgroeiende jongeren in onze samenleving die zich schuldig maken aan crimineel gedrag, geldt ook dat ze weliswaar zelden voortkomen uit de hoogste economische klassen, maar ze wel degelijk kansen hebben. Ze hoeven niet te straatroven omdat er anders geen brood op de plank is. Ze kunnen naar school, er is werk (hoewel de jeugdwerkloosheid relatief hoog is) en ze kunnen een legaal bestaan opbouwen. Dat ze kiezen voor criminaliteit en het terroriseren van anderen, daarop mogen zij – 1 voor 1 – worden aangesproken, evenals de ouders die hen opvoeden.

Maar met het veroordelen van individueel wangedrag en het tot voorbeeld maken van de oude adel ben je er niet als je de staat van een samenleving wil begrijpen. Als je bijvoorbeeld de criminaliteit wil verminderen, de sociale problemen van werkloosheid, van lethargie of een armoedecultuur van mishandeling en uitbuiting wil begrijpen. Laat staan dat de voorbeeldige omgangsvormen van het oude geld en de elites, ook maar het begin van een oplossing vormen voor de vermindering van die problemen.

Ik wijd uit over ‘Hoe heurt het eigenlijk’ omdat ik de populariteit van de boodschap, blijkbaar ook onder sommige intellectuelen, zeker op dit moment, nogal wrang vindt. We leven in een economische periode waarin de tegenstellingen tussen arm en rijk, kansarm en kansrijk, mondiaal, in de Verenigde Staten, in Europa en in Nederland snel toenemen. We leven ook in een periode waarin het geloof in vooruitgang, het geloof dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij, zwaar onder druk staat.
Het was precies dat geloof dat het zondagse uitje van mijn moeder en mij tot vrolijk, oppervlakkig vertier maakte dat vrij was van elke vorm van rancune.
Er kon toen namelijk geen twijfel over zijn dat ik als dochter uit de middenklasse – als ik me een beetje gedroeg – meer kansen zou krijgen dan mijn moeder, dat ik een goede opleiding zou kunnen gaan volgen, dat ik werk zou vinden, een huis, dat ik verre reizen zou kunnen maken en verder alles zou kunnen doen wat ik wilde.

Dat tij is gekeerd.
In de eerste plaats voor de mensen met de laagste inkomens maar ook voor de middenklassen.

Europese middenklassen

In het prachtige boekje ‘Ill fares the land’, beschrijft de Britse historicus – en helaas vorig jaar overleden – Tony Judt, de geleidelijke teloorgang van de westerse verzorgingsstaten, en het verdwijnen en verminderen van kansen op sociale stijging van kinderen uit de lagere sociale klassen en de middenklassen.
Hij beschrijft hoe vooral in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk na bijna een eeuw van economische groei en welvaartsspreiding (ruwweg vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1980), deze tot stilstand zijn gekomen. Er is zelfs sprake van een omgekeerde beweging.

Al in de tien jaar voorafgaand aan de kredietcrisis in 2007 daalde het gemiddelde inkomen van gewone Amerikanen en werd hun geloof in vooruitgang op de proef gesteld. Voor veel burgers gold dat hun huizen hun enige stabiele kapitaal waren. Uit een studie van de Amerikaanse journalist Don Peck blijkt dat aan het begin van 2011 die huizen bij 1 op de 4 middenklasse-gezinnen een nauwelijks nog te dragen schuldenlast is, terwijl 1 op de 7 gezinnen wordt bedreigd door uitzetting en faillissement.
55% van de gewone Amerikanen heeft sinds de crisis te maken gekregen met werkloosheid, vermindering van uren of een forse salarisdaling. Volgens Peck veranderen in de nasleep van de economische crisis de levens van mensen ingrijpend: de verbondenheid tussen generaties staat onder druk, werkloze mannen verliezen hun positie tegenover hun vrouwen en kinderen, jongeren missen toekomstperspectief en zijn somber en voelen zich in de steek gelaten. Ook Tony Judt deelt deze sombere analyse. Hij spreekt van pathologische sociale problemen die horen bij harde klassentegenstellingen: stijgende kindersterfte, verminderende levensverwachting, criminaliteit, een geharde en onverbeterlijke gevangenispopulatie, werkloosheid, obesitas, teenage-zwangerschappen etc. etc.

Judt is de eerste om – terecht – een onderscheid aan te brengen tussen de Verenigde Staten en Groot Brittannië enerzijds en de meer gelijkmatige noord-Europese samenlevingen zoals Nederland anderzijds. Hier zijn de inkomenstegenstellingen nog altijd veel kleiner en is de toegang tot bijvoorbeeld goed onderwijs en relatief goede gezondheidszorg veel beter gewaarborgd. Dat neemt niet weg dat ook in Nederland, net als in andere Europese landen sprake is van een neergaande lijn. De inkomenstegenstellingen groeien en door de bezuinigingen vermindert de toegang tot de publieke voorzieningen voor de lagere en middeninkomens. Denk bijvoorbeeld aan de bezuinigingen op de kinderopvang, de gezondheidszorg, de PGB’s, het onderwijs, de universiteiten en de cultuur.

Tony Judt heeft bovendien een andere boodschap. Hij beschrijft groeiende ongelijkheid niet alleen als onrechtvaardig in zichzelf, maar ook als gevaarlijk voor de sociale en democratische stabiliteit van de samenleving: de geleidelijke toename van sociale en culturele spanningen, de vlucht in extremisme en de snel afbrokkelende bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen, om solidair te zijn – rechtstreeks en via het gezamenlijke betalen van belastingen.
Al deze ontwikkelingen zien we ook in Nederland. De intolerantie jegens elkaar neemt toe, net als de rancune, burgers vluchten naar de politieke flanken en verliezen hun bereidheid – hun stemgedrag is daar een uiting van – om (bijvoorbeeld via belastingen) te investeren in de publieke sfeer, in cultuur, in versterking van het onderwijs, of bijvoorbeeld in ontwikkelingssamenwerking die het lot van de allerarmsten iets verbetert.
Kortom, de groeiende ongelijkheid leidt tot toenemende maatschappelijke tegenstellingen en afnemende solidariteit. Dit ondermijnt geleidelijk het vermogen van een samenleving en haar politici om door inkomensmaatregelen en investeringen in de publieke sector, alsnog het tij te keren.

Afrika

Goed tot hier mijn enigszins sombere analyse van de staat van onze ‘westerse’ samenleving. Nu wil ik met u een hele grote stap maken naar Afrika, als brandpunt van de derde wereld.
In 2009 publiceerde de van oorsprong Zambiaanse econome Dambisa Moyo het boek ‘Dead Aid: Why Aid is Not Working and How There is a Better Way For Africa’. Zij bekritiseert hard en grondig ontwikkelingssamenwerking als een manier om de armoede in Afrika in stand te houden en gewone gezonde economische groei af te remmen. Tegenover de, weinig zoden aan de dijk zettende donaties van Westerse landen, plaatst zij de investeringen die een weinig democratisch land als China in Afrika doet, als duurzamer en toekomstgerichter.
Het hoeft weinig verbazing te wekken dat het boek – zacht gezegd – op een onstuimige ontvangst kon rekenen, temeer daar het al snel een internationale bestseller werd die ook graag door politici geciteerd werd, zoals de president van China. Conservatieven en neoliberalen die Afrika al lang als een bodemloze put beschouwden, zagen in het boek – ook nog geschreven door een Afrikaanse – een mooie aanleiding om alle ontwikkelingshulp stop te zetten. De ontwikkelingsindustrie beschouwde het als een dolksteek in de rug en schreeuwde moord en brand – Bono van U2 voorop – dat Moyo een neo-conservatieve agent was en niet vertrouwd kon worden. De heftige polarisatie rond het boek is begrijpelijk maar ook jammer omdat Moyo’s analyse wel degelijk hout snijdt voor Afrika, net als voor Europa en de Verenigde Staten.

Haar stelling is dat de grote afhankelijkheid van hulpprogramma’s die de afgelopen halve eeuw in Afrika is ontstaan, heeft verhinderd dat er sprake was van gewone economische groei, van stijgende inkomens voor Afrikanen en van de opbouw van democratische rechtstaten. De hulp richtte zich vooral op het verlichten van de ergste armoede en nood, maar creëerde onbedoeld ook afhankelijkheid daarvan.
Bijvoorbeeld in een land als Kenia, waarmee het relatief goed gaat, gaat 70% van het nationaal budget op aan salarissen van politici en overheidsfunctionarissen. Een groot deel van de gewone overheidsinvesteringen in de samenleving komen uit ontwikkelingsbudgetten.

Tegelijkertijd beschrijft Moyo – en dat is een belangrijk punt – ontbraken werkelijke economische investeringen uit Europa en de Verenigde Staten in Afrikaanse landen, terwijl het westen tegelijkertijd zijn grenzen zo goed als gesloten hield en houdt voor grootschalige import uit Afrika. Niet alleen was er sprake van groeiende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp, er was in veel Afrikaanse landen ook nauwelijks een alternatief voor in de vorm van economische activiteiten die inkomen opleveren.
Door hulpafhankelijkheid en de afwezigheid van economische bloei kennen veel Afrikanen, volgens Moyo, weinig mogelijkheden voor sociale stijging, de armoede is groot en wordt bepaald niet kleiner, de inkomensafstanden zijn immens. Tegenover een enorme populatie van armen staat een kleine groep van exorbitante rijken, die vaak corrupt is en in het bezit van de politieke macht. Veel andere smaken dan heel arm en heel rijk zijn er nauwelijks: middenklassen bestaan maar summier en vooral in de landen waarmee het naar verhouding redelijk of goed gaat.

Ik ben het maar ten dele met Moyo eens. Ik denk dat zij de ontwikkelingshulp veel te veel verantwoordelijkheid geeft voor de miserabele staat van veel Afrikaanse landen; andere – geografische, etnische, historische en politieke – redenen spelen een minstens even grote rol. Bovendien denk ik dat zij een veel beter onderscheid dient te maken tussen noodhulp, zoals nu in de Hoorn van Afrika en langer lopende ontwikkelingsprogramma’s.
Ik wil deze lezing ook niet gebruiken om de aard van ontwikkelingssamenwerking verder te bekritiseren. Niet alleen wordt die discussie al hevig gevoerd, je ziet ook bij veel hulporganisaties een grote verandering in de hulp die zij bieden. Veel meer dan in het verleden richt die zich op de opbouw van bedrijfjes en het versterken van de economische structuur van landen, en de werkgelegenheidskansen van mensen.

Ik haal Moyo aan vanwege een andere centrale boodschap van het boek: wat heeft Afrika nodig?
Moyo stelt dat Afrika werkelijke economische investeringen nodig heeft die leiden tot de opbouw van een sterke en politiek bewuste middenklasse.
Het is deze middenklasse die in staat zal zijn om belastingen te betalen, en die – als zij een perspectief hebben op sociale stijging en een betere toekomst voor hun kinderen – dat ook willen doen.
Moyo’s stelling is dat de corruptie en het vergaande politieke misbruik dat zoveel Afrikaanse landen kennen, ook wordt mogelijk gemaakt omdat burgers geen belang hebben bij de verandering ervan. Ze zijn arm, voor hun inkomsten afhankelijk van buitenlandse hulp en missen elk perspectief op werkelijke verbetering voor zichzelf, hun kinderen en de samenleving. De sociale problemen waarmee zij worstelen zijn zo groot, de cultuur van armoede zo diep geworteld, dat er nauwelijks ruimte is voor solidariteit met elkaar.
Moyo stelt dat – en dat beschouw ik als haar belangrijkste claim – dat alleen de opbouw van middenklassen, zal leiden tot de politieke en democratische verandering die zo veel Afrikaanse landen heel erg hard nodig hebben. Als Afrikaanse burgers een beter inkomen krijgen, belasting gaan betalen, dan zullen zij ook hardere eisen gaan stellen aan de politici die hun geld besteden. Het is dan namelijk hun geld – en geen ontwikkelingsgeld – dat verdwijnt in corrupte zakken. Het is hun geld dat bestemd is voor het onderwijs van hun kinderen, voor gezondheidszorg en voor het bijstaan van armen.

Hier raakt de analyse van Moyo, zij het over een heel ander en oneindig veel kwetsbaarder continent, aan de redenering van Judt. Ook Judt betoogt dat duurzame welvaart en maatschappelijke stabiliteit voor een belangrijk deel op de middenklassen rusten en op een geringe afstand tussen de hoge en lage inkomens: bij een gelijkmatige spreiding van welvaart, gebonden aan een werkelijk perspectief op sociale stijging, zijn de sociale problemen beheersbaar en zijn mensen bereid en in staat tot werkelijke solidariteit.
Hoe ver Afrika hier misschien nog van verwijderd is, en hoe onbegaanbaar misschien ook de route lijkt, Moyo pleit voor een volwassen en eerlijke omgang met Afrikaanse landen. Zij pleit voor werkelijke economische investeringen, zoals – inderdaad – China dat nu doet, en die in de eerste plaats gewone ‘hardwerkende’ Afrikanen ondersteunen. Terzijde, we hoeven geen rooskleurig beeld te hebben van de motieven van Chinezen om te investeren, maar dat maakt het ook niet per se slecht. Bijvoorbeeld in Liberia, waar ik dit voorjaar was, zijn Chinezen in grote getale aanwezig vanwege de rijkdom aan grondstoffen van het land. Maar je ziet ook overal Chinese winkels en kleine restaurants. Aan de rand van de hoofdstad Monrovia wordt een grote universiteit gebouwd met Chinees geld. Dat maakt – hoe dan ook – een daadkrachtiger indruk dan de Unicef-posters die je verderop in de jungle ziet: ‘also boys like to do the dishes’.

Net als Judt pleit Moyo vooral voor de opbouw van meer egalitaire samenlevingen waarin de rijkdom eerlijker wordt gedistribueerd, de inkomensafstanden kleiner zijn en waar via de belastingen en via politieke inmenging mensen betrokken zijn bij het welzijn van elkaar en van hun land.

Ik denk dat velen van u, die hier vandaag aanwezig zijn, een wat grotere dan gemiddelde belangstelling hebben voor ontwikkelingssamenwerking en worstelen met de vraag hoe wij de derde wereld kunnen helpen. Zoals Peerke Donders, de naamgever van deze lezing, dat meer dan een eeuw geleden deed in Suriname.

Hoe kunnen wij Afrika helpen?

Met het beantwoorden van deze vraag wil ik deze lezing afronden.
In de eerste plaats door ons zelf te helpen. Hoe moeilijk ook de economische periode die wij doormaken, hoe hoog de nood aan bezuinigingen ook is, juist nu moeten wij er naar streven om de inkomensafstanden in onze samenleving niet verder te laten vergroten, en onze publieke sfeer niet te laten verloederen. Alleen als onze samenleving in de toekomst een rechtvaardige is, die gelijke kansen op onderwijs, werk en welzijn kent voor mensen uit alle inkomensklassen, zal er de bereidheid zijn en blijven om over onze schutting heen te kijken en een open oog te hebben voor de noden in Afrika.

In de tweede plaats, door tegelijkertijd onze omgang met Afrika te veranderen. Anders dan Moyo denk ik dat hulp – en zeker noodhulp – voorlopig noodzakelijk zal blijven. Maar wij moeten ons meer en meer concentreren op het investeren in duurzame economische groei in Afrika. Via microkredieten, via venture capitalists die kleine bedrijfjes (taxi-, telecombedrijfjes) helpen starten, via publieke organisaties die mensen trainen in politieke en democratische weerbaarheid, zoals nu door een aantal NL’se organisaties in de landen van de Arabische lente wordt gedaan. We zullen ook eerlijke handel moeten gaan toestaan. De benadeling van Afrika die het gevolg is van protectionisme en tarfiefmuren, is absurd – zeker in het licht van de grote armoede die daar is en de hulp die er vanuit Europa naar toe wordt gezonden.

Als ik terugdenk aan de zondagse ritjes met mijn moeder, moet ik altijd een beetje grinniken, Vanwege het schaamteloze naar binnen loeren natuurlijk, maar ook vanwege de volledige afwezigheid van jaloezie en rancune bij andermans uitgestalde rijkdom. In ons leven zat namelijk ruimte en perspectief genoeg om niet afgunstig te zijn.

Ik hoop dat mijn dochter ooit, met haar dochter (wie weet?) zo’n zondags ritje maakt, vrolijk en enkel licht gegeneerd, wetende dat ook zij alle ruimte hebben om zich te ontwikkelen en ontplooien.
Sterker, ik hoop dat over enige tijd een vrouw in Monrovia met haar dochter een ritje naar de buitenwijken maakt. En zich dan vermaakt. Sans rancune, omdat zij het zelf ook goed hebben.

Deze lezing werd uitgesproken op 6 november in Tilburg, ter gelegenheid van de Peerke Donderslezing op 4 november 2011

vrijdag, 23 september 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Bühnebeesten

In politiek, algemene beschouwingen, apb, bedrijspoedel, blok, cabaret, cda, christenunie, coalitie, en meer.

Om te openen met de gevleugelde woorden van CDA sjacheraar Verhagen, wat was het gisteren weer een ‘feest van democratie’. De ene na de andere oneliner, belediging of metafoor  werd via de camara’s van (NOS’) Politiek24 de wereld ingeslingerd. Job Cohen is een poedel, Geert Wilders een kleuter. De kleuter mopperde iets over de maoïstische handjes van de SP, en de stekker die er bij mevrouw Sap waarschijnlijk niet inzat. Dat laatste weer naar aanleiding van een potsierlijke demonstratie ‘stekker uit het stopcontact trekken’ van de voortrekster van GroenLinks. Als kers op de taart moest premier Mark Rutte van Geert Wilders ’s effe normaal doen, en vice versa. Algemene Politieke Beschouwingen op hun sjiekst.

Hoewel de grote verontwaardiging zich gisteren enkel op Geert Wilders richtte, nadat hij twee dagen zonder ook maar een greintje respect de voltallige Tweede Kamer en het kabinet tegen zich in het harnas wist te schelden, is hij niet alleen geweest in het larderen van de Algemene Beschouwingen met stukjes cabaret en snedig bedoelde spitsvondigheid. Ook de oppositiepartijen waren niet vies van een sneer links of rechts. En los van de vraag of dat wel of niet fatsoenlijk is, dringt zich bij mij de vraag op, hoe lang al die fractievoorzitters daarover nagedacht hebben, voor de derde woensdag van september.

Want er zal toch wel overleg geweest zijn over de stekkerdoos van Sap? Sterker nog, er zal iemand aangesteld zijn om het metaforische apparaat op tijd de Tweede Kamer in te smokkelen. En er zal toch iemand voor aanvang van zijn spreektijd, Job Cohen een briefje hebben toegefrommeld met het prachtige verhaaltje over de kleuter die niet naar school wil, maar onvermijdelijk toch het klaslokaal betreedt. En er zal toch een avondje meligheid met Fleur Agema en Martin Bosman voorafgegaan zijn aan de cabareteske tirade en scheldkannonade van blonde Geert… Prachtig uitgedokterde verhaaltjes, klaar voor de politieke bühne.

Mark Rutte heeft zijn Miljoennota zonder al te veel commotie door de Tweede Kamer heen gebabbeld. Tussendoor vooral veel verbaal vuurwerk, gevolgd door verontwaardiging. En tijdens die twee dagen hielden de heren en dames fractievoorzitters zich keurig aan het vooraf bedachte imago. Emile Roemer speelde de vermoorde onschuld, die bijna omviel van smart over de ruwe omgangsvormen tijdens het debat. Alexander Pechtold speelde de advocaat van de duivel door Koppejan en Ferrier (de twee dissidenten binnen de fractie van CDA) fijntjes te vragen of wat extra ontwikkelingshulp en een Zeeuwse polder het waard waren deze gedoogconstructie te steunen. Geert Wilders speelde de treiterende pestkop, en vervolgens het grote slachtoffer, omdat niemand boos werd als hij voor xenofoob (waar zou dat toch vandaan komen?) werd uitgescholden. Ondertussen gebeurde er op de inhoud weinig spectaculairs.

Na twee dagen Algemeen Beschouwen, is het weer duidelijk waar politiek volgens de media om draait. En de politici passen hun optreden hier keurig op aan. De inhoud van de Beschouwingen heb ik alleen op Politiek24 kunnen zien. In de journaals en opiniërende programma’s kwam enkel cabaret en ruzie terug. Heel Nederland kon ze bekijken; de zorgvuldig geregisseerde imago’s van de fractievoorzitters. Allemaal aapjes op de politieke bühne.


zondag, 24 januari 2010

Socrates Schouten

Socrates Schouten

Linkedin DWARS

Het omgekeerde tijdperk van Geert

In nederlands, politiek, almere, andere partijen, bezig, claim, criminaliteit, de, debat, en meer.

Geert Wilders houdt ons bezig. We piekeren en ergeren ons suf om zijn Vrijheidspartij – terwijl we weten dat het een verspilling van onze tijd is, en elk beetje aandacht meer koren op zijn molen is. Toch kan politiek Nederland niet om hem heen. Wilders heeft namelijk één politieke strategie, en die lukt: hinderlijk zijn. Bij wijze van zelftherapie neem ik daarom even de tijd om alle frustraties en onbegrip te benoemen, wat hopelijk meteen de laatste keer is.

De analyse: Geert en zijn PVV hebben één mager setje standpunten, die ze te pas en te onpas (meestal het laatste) oprispt en voor mij toch veel van een braakbal wegheeft. ‘t Hoeft vooral niet relevant te zijn voor het onderwerp dat op de tafel ligt, of het moet weer de schuld van de Islam en de linkse kerk zijn. Zodat de oplossing is: minder Islam, minder links en ook minder criminaliteit trouwens. Door hard op te treden en niet zo soft te zijn. Want Nederland is Nederland niet meer (vraag het Máxima maar). En we moeten véchten voor die spruitjeslucht.

Wat Nederland wel is: een lapje grond ommuurd door dijken en de Pietersberg (onze trots, anders had het geen berg geheten), met liefst straks ook een betonnen muur eromheen. We staan immers in een christelijk-joodse traditie. Wat ook betekent: solidair zijn met je eigen hachie en misschien ook de buurt, door eens goed een oogje in het zeil te houden. Blauw op straat.

Als de tv maar aan kan. Misschien komt er nog een gezellige inzamelingsactie op de bak, waar we onze Wilders geld kunnen zien inzamelen. Go Geert! Het weliswaar is voor een ander land (!) en riekt sterk naar ontwikkelingshulp (!) maar de camera gaat voor, en sommige standpunten kun je ook niet over de rug van 75.000 slachtoffers vasthouden. Dan is het makkelijker om een claim te leggen op dat echte Nederlanderschap: wat zijn we toch een goed land, en kijk eens hoeveel we kunnen! Vanachter de buis!

Maar intussen gaat de islamisering mooi door. Reden voor de PVV om mee te doen in twee gemeenten (van de 431), Den Haag en Almere. Raymond van Roon, die voor die laatste metropool de lijsttrekker is, zal het niet toelaten. In Almere is slechts zes procent Marokkaan of Turks. Behalve wat kwesties rond mobiliteit en de woningsamenstelling is het enige probleem in Almere dat het Almere is. Saai. Maar Raymond laat zich niet uit het veld slaan: “Het gaat ons niet om het aantal,” citeer ik uit het Parool. Eén moskee is genoeg om er een camera in te willen ophangen.

Mijn grootste frustratie met Geert en zijn PVV bestaat eruit dat ik niet de geringste notie heb waaróm ze doen wat ze doen. Er wordt geen enkele daadwerkelijke oplossing aangedragen. Ze zijn stuk voor stuk zot zodra ze worden geconcretiseerd. Kopvoddentax. Ik laat de rest van het lijstje maar zitten. Wilders draagt in elk geval aan niets anders bij dan verdere polarisatie tussen bevolkingsgroepen, en daarmee werkt hij alles wat in de buurt van een oplossing komt alleen maar tegen.

Dat is natuurlijk goed voor je populariteit, want het probleem dat je signaleert begint echt te worden. Het lijkt de Almeerders net alsof Mohammed B. inderdaad om het hoekje staat met een dolk in zijn ene hand en de Koran in de andere. Deze andere vrijheidsstrijder – want iedereen heeft natuurlijk zijn eigen dingetje om te willen bevrijden – is wat Geert Wilders betreft de verpersoonlijking van de Islam. In Geerts analystische wereld kun je met één individu bewijzen dat een niet af te bakenen cultureel-religieus fenomeen, waar ruim een miljard mensen in meer of mindere mate onder kunnen worden geschaard, door en door verrot is. Chapeau! Dat het met het onderwijs zo droevig gesteld is, is dan overigens ook weer de schuld van de Islam.

Deze frustratie wordt vergroot doordat Wilders en consorten totaal niet zijn aan te spreken op hun standpunten. Waar je met andere partijen doorgaans op een manier in debat kan gaan waardoor je op zoek kunt naar oplossingen, heeft Wilders alleen zijn 3-puntenlijstje paraat, en verder een aantal retorische trucjes. Is er vanuit strategisch oogpunt geen belangstelling om toe te lichten waar de standpunten vandaan komen en waartoe ze dienen? Of is er geen onderbouwing?

En waar gaat die strategie eigenlijk heen? Wat gaat er gebeuren als de PVV ergens eens echte macht krijgt? Waarschijnlijk blijven ze ons dat antwoord immer verschuldigd. De PVV zorgt voor regelrechte achteruitgang door alle tijd die ze in het maatschappelijk debat innemen, uiteindelijk schandalig blijken te verkwisten. En waarom ze dat hebben gedaan, zullen we nooit ontdekken.

Als Wilders ergens voor terecht dient te staan, is het wat mij betreft om publieke tijdverspilling. Straf: precies die hoeveelheid verspilde tijd – die prima te berekenen is, anders zou de PVV ook niet hebben gevraagd naar de kosten van de allochtoon – politieke voorlichting geven aan jonge Marokkanen om hun maatschappelijke emancipatie een stuk op weg te helpen. En verplicht Marokkaanse thee drinken. Is een aanbeveling waard, overigens.


Aantal berichten op deze pagina: 12. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 20381 uur (849,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,1 per week.

Pagina: 1