zondag, 22 april 2012

Hans van Egdom

Hans van Egdom

GR

parijs in zwart wit

parijs in zwart wit, a photo by hans van egdom on Flickr.

dinsdag, 17 april 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

"C'est La Machine....!"

In uncategorized, afspraak, burger, energie, nederland, de, dienstverlening, koffie, politiek.
De vrouw wijst naar het grote espressoapparaat achter haar. Tussen ons in, op de toonbank staan drie bleke kopjes koffie. Op geen enkele wijze beantwoorden die aan het beeld dat we hebben van 'café noissette'; een espresso met een drupje melk, om de sterke koffie wat te kalmeren.
Koffie is overal anders. In Nederland geniet ik graag van een cappuccino of een koffie-verkeerd, maar in Parijs kwamen we erachter dat een noissette het dichtst in de buurt kwam van mijn smaak.
En nu kregen we zo'n melk bakkie! Op onze opmerkingen daarover sloeg de vrouw die ons hielp met een groot gebaar van machteloosheid haar handen in de lucht en wees de schuldige aan: la machine!
Zìj kon er niets aan doen. Vervolgens wendde ze zich naar de volgende klanten, niet van plan en waarschijnlijk ook niet in staat, nog iets aan onze onvrede te doen.

Nadenkend over het incident, kwam in me op dat deze ene, machteloze zin, veel van de huidige problemen samenvatte. Ik spreek veel mensen in werksituaties, in de politiek, ondernemers, die ervaren hoe ze moeten manoeuvreren tussen regels, afspraken, procedures, gewoontes etc.
Echt, sommige van die zaken hebben bestaansrecht. Een afspraak over rechts rijden is heel dienstbaar aan veiligheid op de weg. Andere zaken lijken bestaansrecht te hebben, maar als je doorvraagt of verder kijkt, blijkt de meerwaarde van de regel niet echt iets toe te voegen.
Zo wilde een leidinggevende niet dat het in- en uitklokken werd afgeschaft, omdat er een modern bereikbaarheid-systeem aan was gekoppeld. Even doordenkend, bleek de bereikbaarheid zonder grote kosten op veel andere manieren geregeld te kunnen worden. De verdenking dat de persoon in kwestie andere belangen had bij het vasthouden aan het bestaande, bleek achteraf gerechtvaardigd.
Naast deze twee voorbeelden zijn er tig regeltjes en procedures waar (bijna) niemand meer de bestaansreden van weet; vaak voortgekomen uit het repareren van een onvolkomenheid in een systeem. Dan bestaat de verklaring alleen nog maar uit 'zo moet het'. Punt.

Een andere hobbel die ons allen bekend is, vooral bij de telefonische dienstverlening, zijn de zinnetjes:
'Dan moet u bij onze huppeldepupafdeling zijn, mevrouw' of
'Het spijt me, maar daar gaan wij niet over; die dienst is uitbesteed aan dieendie. Ik kan u daar het telefoonnummer wel van geven...?'
'Nee, alleen tussen 9 en 10 uur dus probeert u het morgen nog eens!'
Tanden knarsen.

Op de televisie worden deze ergernissen én frustraties omgebouwd tot entertainment en, zeg nou zelf, als de situatie niet jou zelf betreft is het ook een grote slapstick.
Ik vind het een goede zaak om de miscommunicatie en mismanagement én het leed dat dat teweegbrengt onder de aandacht te brengen. De VPRO doet dat bijvoorbeeld op maandagavonden met het programma 'De slag om Nederland'. Daarin belichten ze niet alleen het leed van de individuele burger, maar ook de doorwerking van de waanzin, de oogkleppen en gladde praatjes van grote bedrijven en bestuurders. Met miljoenen aan schade; dus nadelig voor elke gewone burger.

Wij vonden een antwoord op de onmacht van de koffiemevrouw: een extra bijbestelde espresso bracht kleur en smaak en we genoten alsnog van onze koffie. Even later, wandelend door de bekende Rue de Rennes, met ook lege winkelpanden en verdacht veel 'Sale' voor deze tijd van het jaar, schoot het me weer te binnen:
“The system must and will go down. So sit back and enjoy it”.
Vele jaren geleden herkende ik deze vooruitblik op de doorgeslagen visie op de maakbare samenleving. Ik vind het niet om te 'enjoyen', maar het biedt wel kansen, heel veel kansen. En dat geeft energie om nieuwe manieren te vinden en 'la machine' te vervangen.


Ineke M. Verdoner

De slag om Nederland
La Fiancée du Mekong - Paris
Biologische adressen in Parijs

donderdag, 5 april 2012

Frank Pels

Frank Pels

Hyves

Vermast: 'uitbreiding Lelystad Airport komt er nooit'

In adverteren, bestuur, college, de, gemeente, gemeenten, eerste, groen.
Paul Vermast (gemeenteraadslid Dronten voor GroenLinks) legt het in Binnenlands Bestuur nog even helder uit:


Want hoe kon het gebeuren dat een jarenlange voorwaarde over toegestaan vliegtuiglawaai van Lelystad Airport zomaar van tafel is verdwenen?[..] Volgens Vermast had het college de raad moeten informeren over dat zij en andere gemeenten aan de Alders Tafel buiten de vastgestelde kaders uit 2004 voor vliegtuiglawaai aan het spreken waren. ‘Door die kaders los te laten is een veelvoud van het aantal vluchten mogelijk’, aldus Vermast. Afgelopen vrijdag presenteerde kabinetsadviseur Hans Alders zijn advies over de toekomst van Lelystad Airport na overleg met betrokkenen aan de Alders Tafel. Hij adviseerde van Lelystad Airport een toeristische luchthaven te maken met maximaal 45.000 vluchten per jaar.[..]
Onverkoopbare woningen   Volgens Vermast krijgt de gemeente Dronten bij deze uitbreiding te maken met een onverantwoorde hoeveelheid overlast. ‘Een aanvliegroute zou over een Drontense woonwijk in ontwikkeling komen. Die wordt daardoor minder aantrekkelijk. We adverteren met rust, ruimte en groen, maar die eerste term kan dan worden geschrapt. Het zal de verkoop van woningen geen goed doen en de woningen van mensen die er al wonen worden onverkoopbaar.’ [..]
Herrie, stank en overlast    Toch verwacht Vermast niet dat de uitbreiding van Lelystad Airport er ooit gaat komen. Hij denkt dat onder meer de uitbreiding van vliegveld Charles de Gaulle in Parijs een grote bedreiging wordt voor Schiphol. ‘Als daardoor het aantal passagiers op Schiphol afneemt, zal de noodzaak voor verplaatsing van vluchten naar Lelystad ook afnemen.’ Volgens Vermast leidt uitbreiding van Lelystad Airport enkel tot ellende. ‘Herrie, stank en overlast is het enige dat Dronten ervan terugziet. Iedereen die iets anders zegt, praat onzin.’

maandag, 19 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Van Gogh van dichtbij

In japan/japonisme, kunst- vincent van gogh, close-up, experiment, japonisme, natuur, vincent van gogh, bloemen, japan, en meer.

Van Gogh Up Close  is de titel van de tentoonstelling in het Philadelphia Museum of Art,  die daar nog tot 6 mei te zien is.

Vincent van Gogh was een kunstenaar van uitzonderlijke intensiteit, niet alleen in zijn gebruik van kleur en het uitbundig gebruik van verf, maar ook in zijn persoonlijk leven. Hij voelde zich sterk aangetrokken tot de natuur, en zijn werken – met name degene die hij maakte in de jaren vlak voordat hij zichzelf doodde- treffen de kijker met de kracht van de emoties. De tentoonstelling richt zich op de tumultueuze laatste jaren, een periode van koortsachtige artistieke experimenten die begon toen Van Gogh in 1886 Antwerpen verliet en naar Parijs ging en doorging tot zijn dood in Auvers in 1890.

Van Gogh maakte in deze tijd stillevens en landschappen die verschilden met wat men ooit eerder had gezien, doordat hij  traditionele schildertechnieken radicaal veranderde of deze vaak algeheel terzijde schoof.  Hij experimenteerde met scherptediepte en focus.  Hij gebruikte verschuivende perspectieven en bracht vertrouwde voorwerpen “dicht bij” op de voorgrond.

En hij maakte enkele van de meest originele werken van zijn carrière, werken die de ontwikkeling van de moderne schilderkunst dramatisch veranderden.  Hij creëerde een serie stillevens en schilderijen van bloemen en fruit, waarbij hij zich vooral richtte op aspecten van schaal, hoek, en kleur.  In veel van deze werken kunnen voorwerpen van bovenaf worden gezien, of worden zij in een strak bijgesneden ruimte geplaatst die geen aanwijzingen geeft over de context of de omgeving.  Stukken fruit lijken naar voren te kantelen en dreigen uit het beeld te rollen.

 Van Gogh van dichtbij

Mandje appels, 1887

Gewoon een mand met appels?   Nee. Een belangrijk moment van Van Goghs ontwikkeling van de close-up.  Hier heeft Van Gogh het tafelkleed en de achtergrond weggelaten en dit mandje appels weergegeven in een ongedefinieerde zee van kleur met behulp van een vederlicht penseelstreek.

De close-ups van grashalmen, korenschoven en boomstammen, die de voorgrond van een aantal van de landschappen uit deze periode domineren, wijzen op meer dan alleen een gedetailleerde studie van het onderwerp – ze duiden op een diepe belangstelling voor de afbeelding van de zintuiglijke en emotionele ervaring van het buitenleven. 
Rond deze tijd begon hij ook  Japanse houtsneden te verwerven. Hij bewonderde deze vanwege hun decoratieve kleur en tweedimensionale composities, en hij verwelkomde de ideeën van de Japanse kunstenaars die in nauw samenspel werkten  met de natuur, en het “het kleinste grassprietje” bestudeerden om de natuur als geheel beter te begrijpen. (zie ook Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh;  Regendag/ De regen bij Vincent van Gogh ; Vincent van Gogh en Utagawa Hiroshige)

En toen hij in 1888 naar Arles verhuisde, schreef van Gogh dat een verblijf in het zuiden van Frankrijk sterk leek op een bezoek aan Japan.

Het strenge bijsnijden en comprimeren van voor-en achtergrond suggereert de werkwijze die gebruikt werd in de houtsneden van Utagawa Hiroshige en Hayashi Roshü, die dienden als een belangrijke inspiratiebron voor Van Gogh, die met zijn broer Theo honderden van deze houtsneden verzamelde.

Korenveld van 1888 bijvoorbeeld duwt de hemel bijna naar de top van het doek, wat in een gecomprimeerd perspectief resulteert.

 Van Gogh van dichtbij


De landschappen die hij heeft geschilderd rond Arles tonen hun Japanse invloed in een wijds uitzicht over het platteland en met hun hoge horizonlijnen, terwijl de landschappen die hij in 1889 en 1890 in Saint-Remy en Auvers ging maken dichte, meer gestructureerde werken zijn.  Gedomineerd door een scherm van bomen of vallende regendruppels suggereren deze schilderijen de directheid en nabijheid van Van Goghs omgeving.

vincent van gogh up close regen2 Van Gogh van dichtbij

Een jaar voor zijn dood schreef hij in een brief aan zijn zus: “Ik … moet altijd gaan kijken naar een grasspriet, een pijnboom-tak, een korenaar, om mezelf te kalmeren.”

vincent van gogh korenaren 1890 Van Gogh van dichtbij

In “Korenaren” van 1890, is er helemaal geen hemel maar een symfonie van lange, uitgestrekte penseelstreken die wuivende grasbladen suggereren.

“Ik heb geprobeerd om het geluid van de wind in de korenaren te schilderen,” schreef Van Gogh aan zijn vriend, de schilder Paul Gauguin.

In zijn laatste werken komt Van Gogh op een nog meer dramatische wijze dichter bij zijn onderwerpen door het verminderen van de diepte van het veld en het maximaliseren van het expressieve effect van zijn penseelvoering en kleur.  Een nauw gerichte blik op een groepje van iris, een wirwar van amandel-takken, en de levendige patronen van een keizermot zijn slechts enkele van de beelden in een gedurfde serie stillevens die het hoogtepunt van de tentoonstelling markeren.  

Het was een radicale manier van het schilderen van een landschap, het neerkijken op de voeten. De nadruk ligt op de voorgrond details. Vaak is de ondergroei het eigenlijke onderwerp in al zijn vruchtbare rijkdom en zonovergoten weelderigheid.

vincent van gogh sous bois bos met bloemen 1889 Van Gogh van dichtbij

 Maar Van Gogh kijkt zo nu en dan ook naar boven, zoals hij deed in “Amandelbloesems,” met een levendige hemel van aquamarijn gezien door de takken van een bloeiende boom.

vincent van gogh amandelbloesem almond blossom mandelbluete 1890 Van Gogh van dichtbij

Vincent van Gogh, Amandelbloesem, 1890

Maria Trepp


 

 

zondag, 18 maart 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

725 and counting

In arbeid, cpn, democratie, dierenrechten, evp, fictie, groenen, groenlinks, homo, en meer.

725 blogs heb ik geschreven in de laatste vijf jaar. Dat is wel heel veel. Wat is de centrale boodschap? Wat zijn de beste stukjes? Ik schrijf over vier (aan elkaar gerelateerde) onderwerpen: GroenLinks, Nederlandse politiek, politieke filosofie en politieke fictie. In mijn ogen heb ik daar wel een consistente lijn in: vanwege mijn eigenzinnige links-liberale politieke filosofie voel ik me verbonden met de progressief-linkse partij GroenLinks die een bijzondere plek in het politieke landschap heeft. De vijf artikelen met een (*) worden bijzonder aangeraden.

1. GroenLinks
GroenLinks is gevormd als een fusie van de links-socialistische dissidentenpartij PSP, de proto-groene PPR, de communistische emancipatiepartij CPN en de progressief-Christelijke EVP. GroenLinks lijkt ideologisch sterk op de PPR, maar heeft veel oud-PSP’ers in zijn gelederen, heeft een vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt als de Deense PSP en heeft een vergelijkbare partijcultuur als de PSP. Van de CPN is weinig zichtbaar. De naam GroenLinks was een compromis tussen de PPR-leden die een vernieuwende groene beweging wilden vormen en de PSP-leden die machtsblok links van de PvdA wilde vormen. Het groene profiel van GroenLinks was deels een strategische zet (* – luister ook naar dit debat op radio 1). Het progressieve profiel dat GroenLinks zich in de laatste jaren heeft aangemeten staat in spanning en in lijn met de vrijzinnig-Christelijke en links-socialistische traditie waar GroenLinks uit voorkomt. Het progressieve profiel van GroenLinks is deels gekomen door een veranderende politieke realiteit, maar is ook aangemeten om GroenLinks een geloofwaardige coalitiepartner te maken. De opvallendste draai: GroenLinks was de grootste tegenstander van Paars maar nu de partij van Paars+.

De discussies binnen GroenLinks gaan vaak over samenwerking met andere linkse partijen, terwijl andere partijen niet noodzakelijkerwijs met GroenLinks willen. GroenLinks is een van de weinige groene partijen in Europa die nog niet heeft geregeerd. En hoewel, GroenLinks nog nooit aan de macht geweest is, zijn de schandalen van de laatste jaren, schandalen van de macht. GroenLinks moet niet gaan regeren met CDA, VVD en D66 of toch wel?

GroenLinks wordt soms verweten een moraliserende elitepartij te zijn, dat lijkt me niet het geval: GroenLinks is een radicale systeempartij (*). Ik heb het GroenLinks-prisma ontwikkeld om na te denken over de positionering van GroenLinks op verschillende onderwerpen: democratie, kunst, sport en veiligheid. GroenLinks moet haar Kamerleden balanceren tussen groene Europarlementariers, tolerante Senatoren en linkse Tweede Kamerleden.

GroenLinks moet zich niet richten op het electorale midden. GroenLinks is uitgesproken sociaal, tolerant en groen, maar op ieder van die onderwerpen niet de meest uitgesproken partij. GroenLinks moet zich als groene partij profileren en niet als tolerante partij. GroenLinks moet meer oog hebben voor de dagelijkse problemen van gewone mensen.

In de politiek worden, de cruciale beslissingen genomen door de mensen achter de schermen en daar lijkt politiek verdacht veel op het echte leven.

2. Politiek
Het Nederlandse politieke landschap is aan verandering onderhevig: wat ooit links was, is nu rechts en vice versa. Maar die analyse is misschien iets te simplistisch: er ontstaat een nieuwe tegenstelling over economische en Europese onderwerpen tussen progressief en populistisch, terwijl de links/rechts tegenstelling steeds meer gaat over culturele onderwerpen (naast economische en ecologische) (*). En juist progressieven moeten kiezen tussen links en rechts. Dat populisme is niet nieuw: zowel de sociaal-democraten als Christen-democraten hebben hun wortels als populistische bewegingen.

John Locke

3. Politieke filosofie
Centraal in mijn politieke filosofie staat het socratische idee van aporeia. De erkenning dat we fundamentele kennis missen. Ik noem mijn filosofie daarom ook wel epistemisch liberalisme: omdat we het niet eens zijn wat het goede leven is, moeten we kiezen voor een neutrale overheid (*); omdat er inkomen is dat niemand verdiend heeft, moeten we kiezen voor verdelende rechtvaardigheid (*); en omdat we het niet eens zijn over wat rechtvaardig is, moeten we kiezen voor een democratische overheid. Dat idee van aporeia moet ik wel iets nuanceren als ik geloof in mijn eigen ethische normen.

John S. Mill

Op culturele thema’s ben ik uitermate liberaal: juist omdat godsdienst meer is dan een mening, hecht ik aan godsdienstvrijheid en daarom ben ik bijvoorbeeld voor het verbod op ritueel slachten, maar juist tegen een verbod op het rijden door rouwstoeten. Als liberaal ben ik skeptisch over een idee als de ‘ontspannen samenleving‘, omdat dit utilisitsch en niet liberaal isPaternalistisch optreden van de overheid is alleen maar gerechtvaardigd om individuele vrijheid te vergroten. Zo zijn herkenbare homoseksuele rolmodellen goed voor homo-emancipatie. We moeten oppassen voor diegenen die ons met kleine stootjes de juist kant op willen sturen, want wie bepaalt waar heen we gestuurd worden? Ook op sociaal-economische onderwerpen, moet neutraliteit uit het uitgangspunt zijn.

Karl Popper

Ik beschouw mijzelf als heel links, maar ik ben daarom tegen het minimumloon, tegen het aanpakken van topinkomens en tegen kunstsubsidie (daarover heb ik niet altijd even subtiel geschreven). Ik ben voor privatisering van de publieke omroep, van het onderwijs (dat moet overigens gericht worden op individuele ontplooing) en van de zorg. Al die (links-)liberale verhalen ten spijt, betekent dat niet dat ik me niet ook verbonden voel met het socialisme. Want uiteindelijk zijn socialisten consequente liberalen.

 

John Rawls

Ook milieubeleid is uiteindelijk liberaal gerechtvaardigd, dat geldt zeker voor dierenrechten. Overheidsingrijpen is voor milieubescherming wel noodzakelijk, daarbij zou ik kernenergie niet uitsluiten.

Ik heb de laatste tijd ook geschreven over veiligheid: ik vind straffen vanwege vergelding barbaars en zie meer in herstelrecht en in grotere openbaarheid van het strafproces. Als liberaal ben ik een groot voorstander van liberale democratie en dus tegen radicale democratie (en dat zou GroenLinks ook moeten zijn).

Phillippe van Parijs

Het is filosofisch toch het leukste om een verhaal van iemand anders uit te pellen en de interne contradicties weer te geven: neem Dick Pels over het basisinkomen of Rutger Claassen over de consumptiemaatschappij. FIlosofisch gezien heb ik niets met Nietzsche, die wel hecht aan vrijheid, maar niet aan gelijkheid en met mensen die vinden dat je alles correct moet spellen.

4. Politieke fictie
Ik vind politieke fictie fascinerend. Ik onderscheid hierbij drie genres: science fiction, wat een mogelijkheid geeft tot social science fiction het uitwerken van politieke utopieen. Mooi gedaan in Star Trek: Deep Space Nine. Politiek drama, wat de mogelijkheid geeft om politiek achter de schermen te laten zien. The West Wing kwam wel heel dicht bij de werkelijkheid. En alternative history: een kleine stap had de geschiedenis van GroenLinks een heel andere kant op kunnen sturen.

En als we het dan toch over fictie hebben, minder politiek, maar niet minder geniaal, Wes Anderson: “When one man, for whatever reason, has an opportunity to lead an extraordinary life, he has no right to keep it to himself

vrijdag, 9 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed

In kunst, alexander calder, circus, cirque calder, gemeentemuseum den haag, mondriaan, performance, speelgoed, tentoonstelling, en meer.

Dit voorjaar is een groot overzicht van Alexander Calder (1898-1976) in Nederland te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag:

 

Alexander Calder

De grote ontdekking

11 februari 2012 t/m 28 mei 2012

“De grote ontdekking” draait om het legendarische bezoek van Alexander Calder aan het atelier van Piet Mondriaan in Parijs in 1930. Dit bezoek markeert een keerpunt in Calders carrière; het opent zijn ogen voor de abstracte kunst.

In 1926 verhuisde de Amerikaan Alexander Calder, technicus en kunstenaar, naar Parijs, waar hij een studio opbouwde in het Montparnasse. Toen hij in Parijs woonde werd Calder vriend met een aantal avant-garde kunstenaars, waaronder Joan Miró , Jean Arp en Marcel Duchamp.

Cirque Calder en speelgoed

In 1926 begon Calder speelgoed te maken. Later dat najaar begon Calder  zijn Cirque Calder te creëren, een miniatuur circus die op ouderwetse wijze gemaakt was van draad, touw, rubber, textiel, en andere gevonden voorwerpen.  Hij maakte veel verschillende circusartiesten, van slangenmensen tot zwaardslikkers en leeuwentemmers.

 Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed


Het circus met is ontworpen om in koffers te passen, is draagbaar en maakte mogelijk dat Calder overal kon optreden. Hij gaf geïmproviseerde shows, die het gedrag van een echte circus nabootsten. Al gauw werd zijn Cirque Calder populair bij de Parijse avant-garde.

calder circus 4 Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed

 Alexander Calder: Cirque Calder en speelgoed

Clips van performances zijn te vinden op youtube  en ook te zien in het Gemeentemuseum. In het Gemeentemuseum is ook Calders simpel-charmant spelgoed opgesteld.

De Cirque Calder kan gezien worden als het begin van Calders belangstelling voor zowel draadsculptuur alsook kinetische kunst. Calder ontwierp al sommige van de personages in het circus voor een performance opgehangen aan een draad, bijvoorbeeld de trapezkunstenaars. Het waren echter zijn experimenten met zuiver abstracte beeldhouwkunst, na zijn bezoek bij Mondriaan in 1930, die leidden tot zijn eerste echte kinetische beeldhouwwerken. Dit bezoek staat dan ook centraal in de tentoonstelling, waar het atelier van Mondriaan is nagebouwd.

Calder had een scherpe blik voor de technische balans van sculpturen en benutte deze voor het ontwikkelen van de kinetische beeldhouwwerken, die Duchamp de ultieme bijnaam “ mobiles” gaf, een Franse woordspeling die zowel “mobile” alsook “drijfveer” betekent.  Calders kinetische gebalanceerde beeldhouwwerken worden beschouwd als een van de vroegste uitingen van een kunst die bewust afweek van het traditionele idee van de kunst als een statisch object. Hij integreerde de ideeën van beweging en verandering als esthetische factoren.

over de mobiles zie Blewbird

 

Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog
Maria Trepp

woensdag, 1 februari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Keith Richards – Life

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, keith richards, lezen, muziek, rolling stones, geschiedenis, en meer.

Keith Richards - LifeKeith Richards – Life

Ook weer een boek dat ik zelf nooit gekocht zou hebben, tenzij het in de opruiming lag. Maar als verjaardagscadeau daarom juist erg geschikt. Lees eens iets buiten je geijkte kader, iets nieuws. Vele lovende recensies had ik al gelezen (okay, eigenlijk gezien, scanreading is de beste term) over het openhartige boek dat Richards heeft geschreven. De gevolgen van dit boek waren voorspelbaar, ruzie nummer 418 tussen Jagger en Richards.

Volgens mij heeft Richards het boek helemaal niet zelf geschreven, James Fox wordt niet voor niets op de titelpagina genoemd. Een serie hele lange interviews lijkt mij, sommige hoofdstukken zijn overduidelijk spreektaal, geen verhaal. Daarbij komt dan dat Richards op meerdere punten een opmerking maakt in de trant van ‘hier komen we later op terug’. Irritant, want dat er chronologisch verband zit tussen dingen die in zijn leven gebeuren lijkt me wel heel voor de hand liggend. In een interview maak je dergelijke opmerkingen, volgens mij hoeven die niet op papier te verschijnen.

Er staat toch al vrij veel in over zijn jeugd. Het duurt hoofdstukken voordat we aan de Rolling Stones toe zijn, toch de reden dat de meerderheid van de fans dit boek hebben aangeschaft. Toch is al een zesde van het boek voorbij, een behoorlijke prestatie bij een pil van deze omvang. Kortom, genoeg redenen om te zeggen dat het me niet meeviel, deze geautoriseerde autobiografie.

Toch las ik met plezier verder, want de eenzijdige blik van Richards op de wereld was vermakelijk om te lezen. Iemand die jaren geleefd heeft in een roes van drank, drugs en muziek, kan daar mooi over vertellen. En dat kan Richards. Er is genoeg gebeurt om een komisch verhaal te vertellen, om tragiek te beschrijven, om ellende naar buiten te brengen. Dat Richards zich zelf geregeld tegenspreekt is dan ook eerder humoristisch dan irritant. Verwacht niet iemand die een genuanceerde geschiedenis te vertellen heeft, maar zie een eindeloze stroom anekdotes voorbij komen en je hebt een goed boek in je handen.

Dus niet het meesterwerk dat velen er van probeerden te maken, maar eerder de eenoog in het land der blinden. Tenslotte zijn vele (auto)biografieën van beroemdheden, in welk vakgebied dan ook, meestal saai, eenzijdig en kritiekloos. Dat kan de gitarist zeker niet verweten worden. Alleen al daarom verdient hij lof. Dat sommigen dat daarom aanzagen voor een klassieker is begrijpelijk maar onterecht.

Citaat: “Ik was in Parijs, samen met Marlon, op tournee toen ik hoorde dat ons zoontje Tara, toen net twee maanden, in zijn wiegje was overleden. (…) Het enige positieve wat dit betreft was dat Marlon en ik niet met onze neus boven op alle verdriet zaten. Ik moest die avond het podium op. Daarna was het doorploeteren met de tour en met Marlon en die dingen gescheiden houden. (p.390/391)

Nummer: 11-027
Titel: Life
Auteur: Keith Richards (ghostwriter James Fox)
Taal: Nederlands (Orig.: Engels)
Jaar: 2010
# Pagina’s: 575 (8920)
Categorie: Biografie
ISBN: 978-90-229-9567-9

Meer:
Official site
Wikipedia
NY Times
Guardian
Studenten.net


maandag, 30 januari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Denk ik aan Duitsland...

In literatuur, geschiedenis, auto, bagage, boeken, duitsland, klimaat, liefde, antisemitisme, en meer.

Denk ich an Deutschland in der Nacht,
Dann bin ich um den Schlaf gebracht.


Het zijn ongetwijfeld Heinrich Heines beroemdste dichtregels, die hij in 1843 in Parijs schreef. Duitsland hield hem uit zijn slaap, maar in het gedicht Nachtgedanken niet zozeer vanwege het politieke klimaat en het antisemitisme, dat hij al in 1831 ontvlucht was. Al twaalf jaar had hij zijn oude moeder niet gezien en in zijn lange afwezigheid waren al vele geliefden gestorven.

Nog in hetzelfde jaar 1843 voerde de Heimweh Heine van Parijs naar zijn moeder in Hamburg. Zijn reis legde hij vast in Deutschland. Ein Wintermärchen, waarin de liefde voor de Heimat veelvuldig tegenover de afkeer staat. Prachtig beschrijft Heinrich Heine hoe de Pruisische douane vergeefs in zijn bagage zoekt naar verboden boeken, maar dat hij al zijn illegale gedachtengoed in zijn hoofd zit. “Mijn hoofd is een tsjilpend vogelnest van in beslag te nemen boeken”.

Lees meer over Heinrich Heines reis naar Hamburg en over de geur van Duitslands toekomst op mijn nieuwe blog Denk ik aan Duitsland...

Erik de Graaf

vrijdag, 6 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Betovering

In het menu, niet op voorpagina, angela merkel, berlijn, gendarmenmarkt, geschiedenis, holocaust-mahnmal, museumsinsel, eu, en meer.
Schoonheid kan niet de factor zijn die Berlijn voor velen zo betoverend maakt. Daarvoor heeft de stad te veel geleden, door oorlog en tweedeling. Incidenteel kom je er mooie plekken tegen, zoals de Gendarmenmarkt of het gerestaureerde Museumsinsel, maar littekens, kranen en bouwputten domineren nog steeds een groot deel van het stadsbeeld. Nee, voor schoonheid moet je in steden als Londen, Parijs of Rome zijn. De weidsheid van de stad wellicht? Men is bij de wederopbouw niet spaarzaam met ruimte omgegaan. Zo beslaat het Holocaust-Mahnmal ruim een hectare, midden in het centrum. Op vele andere plekken in Berlijn mogen trouwens herinneringen aan deze duistere periode het daglicht aanschouwen. Berlijn maakt de strijd met zijn verleden voelbaar, op een voorzichtige en ontroerende manier. Misschien zorgt de bescheiden no-nonsense mentaliteit van de inwoners voor de betovering van deze miljoenenstad? Zelfs Angela Merkel, een der machtigste vrouwen ter wereld, woont er privé in een eenvoudige etagewoning tegenover het Museumsinsel. Honderd meter verderop staan van tijd tot tijd de kraampjes van een luizenmarkt. Berlijn is de op een na grootste stad van de EU, maar de mensen hebben er geen kapsones. Zou dat het zijn? Wie het weet mag het zeggen.

zondag, 1 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelukkig nieuwjaar!

Allereerst wens ik jullie allemaal een gelukkig nieuwjaar.

Zoals ik vorig jaar al schreef, recycle ik mijn goede voornemens ieder jaar. Ook dit jaar moet ik daar natuurlijk een paar keer over bloggen, zodat ik ze daarna rustig kan vergeten en tenminste ook nog wat te schrijven heb in 2013.

Het afgelopen jaar was best aardig. Aanvankelijk moest ik nog een beetje zoeken naar waar ik mijn leven mee op moest vullen toen de zoektocht naar werk weggevallen was, maar inmiddels heb ik mijn draai wel gevonden. Mijn contract is verlengd en het gaat goed tussen mij en K. Dat geeft me rust genoeg om niet meer constant bezig te zijn met wat ik nu verder met mijn leven moet.

Eindelijk beginnen met vioollessen was leuk, ook al is het een van de moeilijkere instrumenten om te leren bespelen. Ik hou van de uitdaging en het geeft veel voldoening om te merken dat ik nu relatief makkelijk dingen kan spelen waar ik een half jaar geleden alleen maar moedeloos naar kon staren.

Daarnaast ben ik naar Frankfurt (Oder) geweest voor de Summer Uni, Groen Zomerweekend in Nieuwpoort en naar Parijs voor het EGP congres, waar ik heel even kon ontspannen en in een wereld zijn zonder rare figuren die voor kernenergie zijn of de gulden terug willen. Met K heb ik twee dagen door Parijs gestruind na het EGP-congres en voor de Summer Uni heb ik nog een dagje Berlijn gedaan.

Bijzonder was ook het huwelijk van Anne en Michiel, die ik allebei al kende voor ze een stelletje werden. Tien jaar geleden had ik nooit gedacht dat die twee nu getrouwd zouden zijn. Ik hoop dat ze het nog heel lang volhouden samen.

Minder leuk dit jaar vond ik het vooral op politiek vlak. Voor GroenLinks was het niet het beste jaar en dat terwijl ik juist behoefte heb aan een sterke partij die goed tegen de idiote plannen van dit rampenkabinet in kan gaan. Waar ik aanvankelijk dacht dat stabiliteit onder een rechts kabinet misschien nog niet zo erg was, heb ik me blijkbaar erg vergist. Waar ik het aanvankelijk leuk vond om me bezig te houden met politiek, is alle plezier hierdoor wel verdwenen. Er is niets om optimistisch over te zijn zolang dat Haagse tuig van de PVVD aan hun zetels plakt. Iedere dag dat ik me er druk om maak heb ik hoofdpijn en word ik overspoeld door gevoelens van wanhoop en afkeer. Ik word er geen leuker mens van. 

Mijn goede voornemens voor 2012 zijn daarom dan ook om me minder druk te maken over de samenleving en me bezig te houden met wat wél leuk is. Ik kan een bijdrage leveren aan een sterkere partij, maar ik kan de wereld niet eigenhandig veranderen. Ik moet tot op zekere hoogte loslaten wat er gebeurt, voor ik helemaal niets meer met de wereld te maken wil hebben.

In 2012 wil ik meer tijd voor mezelf, voor K, en voor vrienden die ik veel te weinig zie. Ik wil meer lezen, vaker naar het toneel of een goede film, nieuwe muziek leren kennen en mijn museumjaarkaart weer eens afstoffen. Ik wil over een jaar echte klassieke stukken kunnen spelen op mijn viool, in plaats van kerstliedjes en dergelijke. Als de wereld niet te veranderen valt, kan ik niet meer doen dan mijn eigen wereld leuker maken.


donderdag, 22 december 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

alleen met chris cleave

In vluchtelingen, chris cleave, frans, leunstoel, parijs, promoveren, the other hand, amsterdam, armoede, en meer.
** dit stuk verscheen eerder in de Leunstoel, internetmagazine voor rustige mensen

Ik ben in Parijs. Het waait hard, het miezert en het is koud, maar dat geeft niet. Een aantal dagen ben ik hier om aan mijn proefschrift te werken, zonder de afleiding van Amsterdam. Geen mails met ingekomen schriftelijke vragen over kinderen in armoede of stakingen in het openbaar vervoer, geen journalisten die willen weten wat ik van het plan vind om AT5 over te laten nemen door RTV Noord-Holland, de Avro en het Parool, geen bioscoop waar ik met mijn Pathé Unlimited pas onbeperkt naartoe kan, geen collega’s waarmee ik privé besognes bespreek.

In Parijs ben ik eenzaam, en dat is precies de juiste gemoedstoestand om mijn zoveelste hoofdstuk te schrijven. De eenzaamheid is zelf opgelegd: ik probeer zo weinig mogelijk met anderen te praten. Dat ik de taal niet perfect beheers helpt daarbij. De interacties die ik heb zijn enkel functioneel. ‘Où est-ce que je peux trouver un restaurant pas cher’, vraag ik aan het meisje achter de balie van mijn hostel. ‘Un entrecôte grillé avec de la sauce béarnaise et frites’, bestel ik bij de ober. ‘Non merci’, zeg ik tegen de zwerver die iets van me wilt.

Ik zou me hier wel kunnen vestigen. Vier jaar eerder was ik reeds in Parijs tijdens een kort vakantieweekend; de stad maakte toen weinig indruk op me. Nu heb ik echter een ander doel: nu werk ik hier, al is het voor enkele dagen, al verblijf ik in een hotel. Ik ga vroeg naar bed, ik sta vroeg op. Ik loop doelbewust door de straten, op zoek naar een rustige bistro met prettige zachte stoelen waar ik naast een kop koffie de artikelen over internationaal strafrecht kan lezen die ik op mijn iPad gedownload heb.

De enige afleiding komt van Chris Cleave, die een roman schreef over een vluchtelinge uit Nigeria. ‘The other hand’, speelt zich niet af in Parijs, maar het onderwerp raakt zijdelings aan mijn proefschrift over asielzoekers die verdacht worden van oorlogsmisdaden en derhalve heb ik mezelf toegestaan het te lezen. Dat doe ik terwijl ik de eerder genoemde entrecôte nuttig in een klein restaurant langs het Bassin de la Villette, waar tot mijn grote vreugd geen enkele toerist zit. Ik lees in bed, terwijl de vijf vrouwen met wie ik mijn dorm deel één voor één binnenkomen en gaan slapen. Ik lees in de metro, alsof ik precies weet hoe lang ik moet zitten en waar ik moet uitstappen. Dat doe ik niet, maar het maakt niet uit.

Ik heb geen doel anders dan te schrijven. Ik hoef niet naar de Eifeltoren of het Musee d’Orsay. Ik verlang niet naar een avond in Quartier Latin. Ik kuier niet langs de kraampjes van de Marché aux Puces. Ik lees, en ik schrijf. Ik woon hier, en ik werk. Al is het maar voor enkele dagen.


vrijdag, 25 november 2011

Rob Alberts

Rob Alberts

Kunst

In , amsterdam, architectuur, binnenstad, criminaliteit, opleiding, armoede, parijs, de, en meer.
Kunst. Architectuur, gebouwen en de inrichting van de buitenruimte is voor mij de mooiste kunstvorm. Een de studiereis naar Parijs, met haar paleizen, woonwijken, musea en stratenpatroon heeft mij ooit in mijn opleiding geraakt. De binnenstad van Amsterdam staat nu met een beschermde status op een werelderfgoedlijst. De armoede, criminaliteit, uitbuiting en oproeren en opstanden van de Jordaan z...

donderdag, 3 november 2011

Laura Bromet

Laura Bromet

Algemene beschouwingen 2011

In het Louvre in Parijs hangt een schilderij van de Vlaamse schilder Anthony van Borssum uit 1650, dat Vue d'Ilpendam heet. Gezicht op Ilpendam. Het is een gezicht vanaf de Purmerdijk richting Ilpendam, en het wonderlijke is dat als je vandaag op dezelfde plek gaat staan, het landschap onveranderd is. Al meer dan 350 jaar ziet het uitzicht daar er hetzelfde uit en ik vind het bijzonder dat als je daar nu staat je dezelfde schoonheid ziet als een schilder in 1650, van wie het schilderij in een van de beroemdste musea van de wereld hangt.

lees verder

Aantal berichten op deze pagina: 13. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 4776 uur (199 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,5 per week.

Pagina: 1