maandag, 6 februari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Marcel van Roosmalen – Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, lezen, marcel van roosmalen, actie, auto, cultuur, en meer.

Marcel van Roosmalen - Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdtMarcel van Roosmalen – Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt

Op dit boek zat ik al te wachten, toen ik nog niet eens wist dat het werd samengesteld. De verhalen van Marcel van Roosmalen waren altijd een hoogtepunt in de Vara-gids. Een geweldig observator met een onderkoeld gevoel voor humor.

Twee keer heb ik een boek door hem laten signeren. Jaren geleden in Almelo na een voorstelling van Hard Gras sprak hij me met u aan. Ik wilde nog bijna een geintje maken over McDonalds, maar vond het niet passend. Eind vorig jaar waren we in Enschede met een grote groep mannen, weer Hard Gras. Ik was de enige die een boek wilde laten signeren. Dit boek, ik was pas halverwege. Hij vroeg me mijn naam en kwam meteen met de reactie ‘Ben jij Gerbie van internet?’ Niet alleen volgt hij mijn twitter, hij wist zelfs precies welke foto daarnaast stond. Ik was erg verbaasd. Trots dat hij mij herkend had. Trots op zijn handtekening in mijn exemplaar van zijn boek.

Gedurende dit boek kwam ik er pas achter voor hoeveel bladen hij heeft geschreven de laatste jaren. Ik kende dus al zijn verhalen in Hard Gras en de Vara gids. In de Intermediair, HP/de Tijd, Veronica Magazine, het Parool en incidentele uitgaven kon ik hem ook niet tegenkomen, die las ik nooit. NRC-next, Volkskrant Magazine, Nieuwe Revu en Nu-Sport slechts incidenteel, dus ook daar miste ik een hoop.

In vele andere recensies van dit boek wordt Nederland neergezet als een triest land, gezien door de ogen van de schrijver. Ik ben het daar slechts ten dele mee eens. Want het beeld dat van Roosmalen schetst van Nederland is inderdaad niet een vrolijk makend verhaal, maar vele observaties zou hij ook hebben kunnen doen in Duitsland of België, zeker ook aan de overkant van de Noordzee, mocht hij de kans hebben gekregen om vergelijkbare artikelen te schrijven in die landen. Zo uniek is de Nederlandse cultuur nou ook weer niet.

De stijl van Van Roosmalen daarentegen is wel vrij uniek. En dat terwijl hij toch niets bijzonders doet. Hij gaat ergens heen, probeert op de achtergrond te blijven, observeert en schrijft zo precies mogelijk op wat hij ziet. En dat is bij vlagen hilarisch. Ik herlas het verhaal over een bus vol journalisten door Volendam. Hij blijkt de enige te zijn die niet kritiekloos meedoet met de tour. (“Een van de TROS-voorlichters kwam informeren of ik klaar was met mopperen. Ze had gehoord dat ik tegen iemand gezegd had dat ze Volendam moesten bombarderen. ‘Niet leuk!’, zei ze.”). Andere hoogtepunten zijn de oefenwedstrijd van het Nederlands elftal in Eindhoven (“’We gaan naar Zwitserland’, klonk helemaal niet als een aanmoediging. Het was een dreigement.”), een bezoekje aan Frankrijk waar een gezin meedoet aan het programma ‘ik vertrek’ (“In de winkels kon je gewoon aanwijzen wat je wilde hebben, Als ze dan toch een verschil moesten noemen, was het dat je hier lekker onder elkaar was.”) en de Cd-presentatie van Jannes tijdens een piratenfestijn (“De afgelopen jaren hebben ze uit protest geen carnavalskrakers meer geschreven, maar van die actie had niemand last.”).

Maar eigenlijk is elk verhaal de moeite waard, zitten er geen zwakke stukken in deze verzameling en is het boek op meerdere momenten de oorzaak van een spontane lachbui. Toch heeft het boek ook nadelen: het is een keer uit. Een volgend boek zal wel heel goed moeten zijn om weer zo positief ontvangen te worden, maar vooral moet Van Roosmalen oppassen voor zijn eigen succes. Want hoe beroemder hij wordt, hoe lastiger het wordt om dit soort stukken te kunnen blijven schrijven.

Citaat: “Een uur later verliet ik Schiphol, waar de opnames waren. Jan, van Taxi Jan, reed al jaren artiesten en mensen die te gast waren in talkshows. Hij had al van alles in de auto gehad: ministers, Gordon en Patty Brard. En ook wel eens onbekende mensen als ik, maar hij was nog nooit gevraagd om midden in de nacht naar een visvijver in Brabant te rijden.” (p.155)

Nummer: 11-028
Titel: Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt
Auteur: Marcel van Roosmalen
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 367 (9287)
Categorie: Non-fictie
ISBN: 978-90-290-8759-9

Meer door Marcel van Roosmalen:
Op pad met Pim
De Pimmels
Je hebt het niet van mij (Hard Gras 48)
Het jaar van de Adelaar (Hard Gras 66)
Geef me nog twee dagen (Hard Gras 78)


vrijdag, 9 december 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

media logic

In lokale media, at5, cohen, de leugen regeert, hoor- en wederhoor, journalistiek, kristof, krugman, new york times, en meer.

Ik las zaterdag op mijn iPad de New York Times en werd voor de zoveelste keer getroffen door het hoge journalistieke gehalte van de artikelen. Niet alleen lijken bijvoorbeeld de stukken van journalist Nicholas Kristof betrouwbaar omdat hij  een zaak van verschillende kanten bekijkt, maar ook de bijdragen van Krugman en Cohen zijn altijd een eye-opener. De artikelen zijn genuanceerd, de columnisten zijn intelligent.

Terug naar Amsterdam, waar we het Parool hebben. In ‘de wandelgangen’ van het stadhuis wordt er veel afgegeven op deze stadskrant:  koppen boven stukken zijn licht tendieus, illustraties zijn twijfelachtig (denk bijvoorbeeld aan het bloedende logo van nieuwsconcurrent AT5 op de voorpagina dit voorjaar), quotes zijn vervormd om in het frame van de journalist te passen. Tegen de betrokken journalist zeggen dat hij je quote uit de context heeft gehaald helpt niet: dan schrijft hij doodleuk dat je zegt ‘verkeerd begrepen’ te zijn.

Er is dus het nodige wantrouwen, maar tegelijkertijd vinden lokale politici het prettig als hun verhaal in het Parool wordt overgenomen. Zo was ik best ingenomen met het krantenbericht dat GroenLinks inzet op cultureel ondernemen. Mooi bericht ook wel: exact het persbericht dat ik eerder op de dag geschreven had. Geen letter was eraan veranderd, behalve het woord redactie dat tussen haakjes onder het bericht stond. Dat is makkelijk scoren voor mij.

Maar het is niet wenselijk. Want op mijn plan is best wat af te dingen door een kritische journalist (hoe wil ik het gaan bereiken, waarom stelt GroenLinks dit voor en niet VVD, is het niet al honderd keer eerder geprobeerd?). Die vragen zouden door de redactie gesteld moeten worden. En erger nog: als mijn persberichten zomaar worden overgenomen, dan gebeurt dat ook met andere partijen en organisaties. Terwijl ik juist de krant wil lezen met objectief nieuws waar hoor- en wederhoor op is toegepast. Dit is niet alleen een probleem dat speelt bij het Parool overigens, maar dat maakt het niet minder dubieus.

Het is riskant kritiek te hebben op de media. Voor je het weet wordt je in dezelfde hoek geplaatst als meneer Graus die een perspolitie voorstelde. Dat is volstrekt niet wat ik voorsta. Het is bijzonder goed en erg belangrijk dat politici scherp gecontroleerd worden door de media. Maar wie controleert het journaille? Het wordt tijd voor de Amsterdamse variant van ‘De leugen regeert’. Misschien iets voor het nieuwe AT5?

** deze blog schreef ik voor een gastcollege met eerstejaars studenten politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zij vonden dat ik ‘m gewoon op mijn site moest zetten. De titel is overigens ontleend aan dit boek.


woensdag, 7 december 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

media logic

In lokale media, parool, journalistiek, at5, new york times, krugman, cohen, kristof, hoor- en wederhoor, en meer.

Ik las zaterdag op mijn iPad de New York Times en werd voor de zoveelste keer getroffen door het hoge journalistieke gehalte van de artikelen. Niet alleen lijken bijvoorbeeld de stukken van journalist Nicholas Kristof betrouwbaar omdat hij  een zaak van verschillende kanten bekijkt, maar ook de bijdragen van Krugman en Cohen zijn altijd een eye-opener. De artikelen zijn genuanceerd, de columnisten zijn intelligent.

Terug naar Amsterdam, waar we het Parool hebben. In ‘de wandelgangen’ van het stadhuis wordt er veel afgegeven op deze stadskrant:  koppen boven stukken zijn licht tendieus, illustraties zijn twijfelachtig (denk bijvoorbeeld aan het bloedende logo van nieuwsconcurrent AT5 op de voorpagina dit voorjaar), quotes zijn vervormd om in het frame van de journalist te passen. Tegen de betrokken journalist zeggen dat hij je quote uit de context heeft gehaald helpt niet: dan schrijft hij doodleuk dat je zegt ‘verkeerd begrepen’ te zijn.

Er is dus het nodige wantrouwen, maar tegelijkertijd vinden lokale politici het prettig als hun verhaal in het Parool wordt overgenomen. Zo was ik best ingenomen met het krantenbericht dat GroenLinks inzet op cultureel ondernemen. Mooi bericht ook wel: exact het persbericht dat ik eerder op de dag geschreven had. Geen letter was eraan veranderd, behalve het woord redactie dat tussen haakjes onder het bericht stond. Dat is makkelijk scoren voor mij.

Maar het is niet wenselijk. Want op mijn plan is best wat af te dingen door een kritische journalist (hoe wil ik het gaan bereiken, waarom stelt GroenLinks dit voor en niet VVD, is het niet al honderd keer eerder geprobeerd?). Die vragen zouden door de redactie gesteld moeten worden. En erger nog: als mijn persberichten zomaar worden overgenomen, dan gebeurt dat ook met andere partijen en organisaties. Terwijl ik juist de krant wil lezen met objectief nieuws waar hoor- en wederhoor op is toegepast. Dit is niet alleen een probleem dat speelt bij het Parool overigens, maar dat maakt het niet minder dubieus.

Het is riskant kritiek te hebben op de media. Voor je het weet wordt je in dezelfde hoek geplaatst als meneer Graus die een perspolitie voorstelde. Dat is volstrekt niet wat ik voorsta. Het is bijzonder goed en erg belangrijk dat politici scherp gecontroleerd worden door de media. Maar wie controleert het journaille? Het wordt tijd voor de Amsterdamse variant van ‘De leugen regeert’. Misschien iets voor het nieuwe AT5?

** deze blog schreef ik voor een gastcollege met eerstejaars studenten politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zij vonden dat ik ‘m gewoon op mijn site moest zetten. De titel is overigens ontleend aan dit boek.


donderdag, 1 december 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

pyjamazitting

In groenlinks, kunst / cultuur, bezuiniging, cda, enquete, gek eigenlijk, hoofdlijnennota, inzicht, kunstraad, en meer.

Half twaalf was het.

Vanaf ‘s middags één uur hadden we – de gemeenteraad van Amsterdam – zitten vergaderen, onder andere drie lange uren over de vraag of er een raadsenquete moest komen naar de verbouwing van ‘t Stedelijk Museum. Een aantal partijen had hoog van de toren geblazen, maar kwamen met zoveel technische vragen die gewoon in een commissievergadering behandeld konden worden, en waarvan het bovendien gek was dat ze nu pas – na wat ronkende stukken op de voorpagina van het Parool – werden gesteld terwijl de informatie over kosten en schema’s altijd met de gemeenteraad is gedeeld, dat het hele zaakje op een tamelijk teleurstellend toneelstukje uitliep. Zoals collega Jan Hoek zei over het debat: ‘er was ons een sappige kerstkalkoen beloofd, maar al wat we kregen was een opgewarmde prak’.

Maar half twaalf was het dus toen we begonnen aan het laatste agendapunt: de Hoofdlijnennota Kunst en Cultuur 2013-2016. Eerder al schreef ik erover: dat we moeten investeren in het MKB van de  kunst en cultuur, de middelgrote en kleinere instellingen die gezamenlijk de culturele basisinfrastructuur van Amsterdam vormen. Dat cultuureducatie zowel binnenschools als buitenschools moet plaatsvinden. Dat de topinstellingen in Amsterdam relatief gezien uit de wind worden gehouden. Dat er meer aandacht moet zijn voor Nederlandse film, en dat het belangrijk is om een debatcentrum te subsidiëren.

Deze zomer schreef ik ook over kunst en cultuur in de stad. Die blog ging over de bezuinigingen die wij in Amsterdam hebben afgesproken: 230 miljoen euro in totaal, waarvan 10 miljoen op de kunstbegroting. Ik zette mijn twijfels bij die bezuinigingen, vooral in het licht van de culturele kaalslag die de landelijke overheid voor ogen heeft. Ik vond – en vind – dat die bezuiniging toen onderwerp van discussie mocht zijn. Aan het eind van de zomer werd echter helaas bekend dat de stad bovenop de 230 miljoen nog eens 80 tot 150 miljoen euro extra moet bezuinigingen. Dat betekent dat geen enkel onderwerp gespaard blijft: er wordt bezuinigd op de zorg, op armoedebestrijding, op reïntegratie. Het was daarom voor mij niet meer vol te houden om de 8 procent korting op de cultuurbegroting terug te willen draaien.

Enfin. Half twaalf was het, en bijna iedereen was door zijn spreektijd heen. Gelukkig hadden de collegaraadsleden van GroenLinks zich de hele dag ingehouden zodat ik nog  zes minuten kon oreren over de punten die voor ons belangrijk waren en over mijn acht voorstellen om de Hoofdlijnennota te wijzigen. Om half één begonnen we aan de stemming over alle voorstellen. Die van GroenLinks haalde het op ééntje na. Ik had ingezet op een verschuiving van drie miljoen van de topinstellingen naar de middelgrote en kleinere instellingen. Dit voorstel kon echter alleen op de steun van de SP rekenen.

Eén miljoen bleek echter wel haalbaar. Eén miljoen van de top af is vervelend voor een instelling die 10 miljoen euro subsidie krijgt, maar één miljoen bij de basis erbij betekent de redding voor tientallen kleinere instellingen die maar een klein subsidietje aanvragen. Dit verhaal overtuigde VVD en D66, en zelfs het CDA stemde voor. Dat de PvdA het geld liever bij de grote instellingen liet zitten, verbaasde mij wel enigszins. De sociaal-democraten steunden echter wel mijn voorstel om een harde eis van 25 procent eigen inkomsten te hanteren voor de topinstellingen.

En zo werd aan het eind van een lange dag, diep in de nacht, het belangrijkste stuk in vier jaar voor de kunst en cultuur in Amsterdam vastgesteld. Het is nu aan de instellingen om een aanvraag in te dienen. In mei 2012 zullen we het advies van de Kunstraad krijgen: welke instelling krijgt geld en komt daarmee in het Kunstenplan, en welke instelling valt buiten de boot. Eigenlijk begint de spannende periode nu pas.


dinsdag, 29 november 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

synergie

In lokale media, at5, avro, marja ruigrok, parool, rtv noord-holland, samenwerking, synergie, noord, en meer.

Op 13 oktober 2010 pleitte ik voor het openbreken van de markt van lokale media in Amsterdam. Eerder dat jaar was de fusie tussen RTV Noord-Holland en AT5 (weer) afgeketst, waardoor de twee lokale zenders op eigen houtje verder zouden gaan. Doodzonde mijns inziens, want beide partijen hebben ongeveer hetzelfde afzetgebied. En beide partijen worden door de lokale overheid betaald: RTV NH krijgt zo’n 15 miljoen van de provincie, en AT5 krijgt zo’n 4,5 miljoen van de gemeente. Dat moest en kon slimmer, dacht ik. Daarin werd ik vanaf het begin gesteund door VVD-collega Marja Ruigrok.

Na veel debat in de gemeenteraad met de andere woordvoerders lokale media besloten we een belangstellingsregistratie uit te schrijven. Misschien dat andere partijen dan AT5 (zoals RTV NH, maar ook het Parool, of de Balie, of BNN) ‘onze’ lokale nieuwszender zouden kunnen verzorgen voor minder geld. Het bedrag dat we aan AT5 overmaakten, nam namelijk ieder jaar met een aantal ton toe. En nog was het niet genoeg: de nieuwe Raad van Commissarissen claimde dat een bedrag van wel 6 miljoen per jaar nodig zou zijn om AT5 overeind te houden.

Kan het beter, en kan het goedkoper: met die vraag stuurden we een overheidscommissaris op pad. Vanmiddag maakt hij zijn voorstel openbaar: de AVRO, het Parool en RTV NH willen gaan samenwerken om AT5 nieuw leven in te blazen. Ik ben vooralsnog enthousiast over het voorstel. Eindelijk wordt er gebruik gemaakt van de vele kansen die samenwerking tussen verschillende mediapartijen met zich meebrengen. Zo’n samenwerking is efficiënter, biedt schaalvoordelen, geeft een impuls aan de kwaliteit en is bovendien een stuk goedkoper.

In de raadscommissie op 15 december zullen we met de wethouder in debat over de juridische en financiële onderbouwing van het plan. Zo is het idee om de redactie van onze ‘nieuwe’ lokale zender samen met de AVRO in het Vondelpark te vestigen, maar daar is weinig plek. En waarom kost het nog steeds 2,8 miljoen euro per jaar, terwijl RTV NH eerder claimde dat het voor 2 miljoen per jaar te doen was? Welnu, we zullen het snel vernemen. Feit is dat er eindelijk beweging zit op dit dossier na zoveel jaren van stilstand. Dat is goed voor de stad en goed voor de lokale media!


woensdag, 19 oktober 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Zorg dat je d’r bij komt!

In cda, de, defensie, geld, gemeente, gewoon, hart, kant, muur, en meer.
VVD en CDA organiseerden op 18 oktober een bijeenkomst over de toekomst van het Marineterrein in de stad. Defensie heeft een astronomische bezuinigingsopdracht gekregen en is naarstig op zoek naar mogelijkheden om geld te verdienen. Verkoop of herontwikkeling van het Marineterrein – bouwgrond in het hart van de hoofdstad – is natuurlijk een manier om veel geld te verdienen. Maar wat moet er dan komen?
VVD en CDA pakten uit, ere wie ere toekomt. Voor wie wilde was er een rondleiding over het terrein. Die kans liet ik me niet ontglippen. Net als veel andere Amsterdammers vraag ik me fietsend over de Kattenburgerstraat regelmatig af wat er achter die muur zit. Nu weet ik het, en Alan Lemmers bevestigde het. Tot het begin van de 20ste eeuw een marinewerf, waar honderden schepen zijn gebouwd. Daarna en tot nu een bonte verzameling militaire functies, waar de marine domineert, maar een echte lijn zit er niet in.
De mogelijkheden om het terrein zijn te herontwikkelen zijn eindeloos. Dat toonden Marcel van de Lubbe en Rene de Prie van XoomLab aan. Je kunt er een dichtbebouwde woonwijk van maken, ongeveer zoals de Jordaan. Of een park – zoals ook Fred Kramer propageerde – met daarin bebouwing van icoon-achtige proporties. En je kunt natuurlijk ook kiezen voor een marina, wat modern Nederlands is voor een jachthaven. En dan hadden ze er krap een weekje aan geschetst, dus daar kan nog veel meer. Maar een mooie blik op de toekomst boden ze wel.
Diana de Jong, directeur gebiedsontwikkeling van het Bouwfonds, zag mogelijkheden om het Marineterrein door marktpartijen te laten ontwikkelen. Zoiets doet het Bouwfonds ook in Nijmegen, maar wel met een subsidie van de gemeente. Een goed argument voor erfpacht zou je denken.
Frank van Dalen, VVD-gemeenteraadslid en Onroerend Goed-ondernemer, betoogde dat het Marineterrein vooral de plek is waar al die niet verwezenlijkte ambities van de stad een plek moeten krijgen. Volgens hem is het Marine-terrein niet alleen de plek om toeristische attracties, hotels en uitgaansgelegenheden te realiseren, maar ook om eindelijk het absolute top-segment in de woningmarkt te bedienen. Hij omschreef die aanpak als de “gezond verstand”-aanpak.
Na een nachtje slapen denk ik twee dingen. Het Marineterrein kan het begin zijn van een nieuwe ontwikkeling in de stad. Welke? Weet ik niet, maar in ieder geval niet als de plek waar je de vraag naar van alles en nog wat bedient. Kopte het Parool onlangs niet dat er een IJburg braak ligt in de stad? Plek genoeg voor alles wat we gewoon nog nodig hebben omdat er steeds meer mensen in de stad komen wonen. Ontwikkeling van het Marineterrein is de kans om echt aan iets nieuws te beginnen.
En het tweede ding dat ik denk is dat je niet alleen naar het Marineterrein zou moeten kijken. De andere kant van de Kattenburgerstraat is geen porum, stadsvernieuwing van de lelijkste soort, naar binnen gekeerd, monotone woonfunctie en Oostblok-architectuur. Maar ondertussen wel de verbinding tussen Marine-terrein en de Oostelijke Handelskade, met zijn Muziekgebouw, PTA en De Zwijger. En bovendien met die andere kans waar we nu al jaren niet over nadenken: de Kop van Java!

woensdag, 12 oktober 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Maidenspeech over de ID kaart

In id-kaart, vingerafdrukken, eerste kamer, identificatieplicht, misbruik, kracht, lief, minister, oppositie, en meer.
Gisteren mocht ik mij maidenspeech houden in de Eerste Kamer.
Hieronder de belangrijkste passages. De hele tekst vind je op de site van de GroenLinks Eerste Kamerfractie.

Mijnheer de voorzitter,

Ik ben niet arrogant, ik ben pedant. Een betweter. Zo omschreef de bekende culinair journalist Johannes van Dam zichzelf in een interview met het Parool van afgelopen weekend. Het onderscheid zat er wat hem betreft in dat je arrogant bent wanneer je je beter voelt dan een ander, terwijl je wanneer je het echt beter weet, en dat wilt laten zien, slechts pedant bent.
Zonder uitgebreid te willen ingaan op het verschil tussen betweterigheid en arrogantie, durf ik wel te stellen dat het kabinet zich met dit wetsvoorstel zowel betweterig als arrogant toont: het kabinet denkt het beter te weten én lijkt zich daarbij verheven te voelen boven zorgvuldigheidsnormen en gezaghebbende oordelen.
(..)
Dit wetsvoorstel is in een periode van drie weken langs de Raad van State en de beide kamers van de Staten Generaal gejast. Met stoom en kokend water. En waarom? Omdat de minister blijkbaar niet voorbereid was op de uitspraak van de Hoge Raad, terwijl deze gelijkluidend was aan de uitspraak van het Hof Den Bosch, nu een jaar geleden. En omdat de minister blijkbaar koste wat het kost de gevolgen van de uitspraak teniet wil doen, zo nodig zonder inhoudelijke discussie. Het gevolg is dat het debat vooral gaat over de formele juridische vraag of het wetsvoorstel juridisch in orde is; of op basis van een andere heffingsgrondslag wel leges kan worden geheven voor de ID-kaart.
(..)
Wat hierbij overigens opvalt is dat de gierende spoed die de regering aan de dag legt naar aanleiding van de Hoge Raad uitspraak alleen de financiële gevolgen van de uitspraak betreft. Want waarom, voorzitter, gaat de minister niet met dezelfde spoed te werk om een eind te maken aan de verplichte afname van vingerafdrukken ten behoeve van de identiteitskaart, nu deze kaart ingevolge de uitspraak van de Hoge Raad niet in de eerste plaats gezien mag worden als reisdocument? Is het niet zo dat daarmee de grondslag van het verplicht afnemen van vingerafdrukken ten behoeve van de ID-kaart is weggevallen?
(..)
De terugwerkende kracht die aan het wetsvoorstel wordt verbonden is wat de GroenLinks fractie betreft onbehoorlijk. Een betrouwbare overheid legt niet met terugwerkende kracht belastende maatregelen op aan burgers. In zeer uitzonderlijke gevallen kan een uitzondering gemaakt worden op dit uitgangspunt, maar dan moet daar een zeer goede reden voor zijn. In zijn antwoord aan deze kamer doet de minister het voorkomen alsof het onderhavige wetsvoorstel voldoet aan alle criteria waarop het gerechtvaardigd kán zijn terugwerkende kracht aan een belastingmaatregel toe te kennen. Er zou sprake zijn van een regeling die beoogt misbruik of oneigenlijk gebruik tegen te gaan; snel ingrijpen zou nodig zijn voor een rechtvaardige belastingheffing; er zou sprake zijn van een evidente omissie in een wet die leidt tot duidelijk onbedoelde gevolgen; terugwerkende kracht zou nodig zijn omdat burgers anders maatregelen treffen waardoor de regeling haar beoogde effect ontbeert, et cetera.
Alsof burgers die een gratis ID-kaart aanvragen halve criminelen zijn die de andere, brave burgers opzadelen met de enorme financiële gevolgen van hun oneigenlijk gebruik.
En het is nogal wat om de consequentie van het onverbindend verklaren van een wettelijke bepaling door de Hoge Raad te betitelen als een evidente omissie in de wetgeving.
Je zou het arrogant kunnen noemen.
(..)

Het kabinet denkt het beter te weten dan de Hoge Raad. Met een formele, technische reparatiewet wil het de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad teniet doen. De inhoudelijke argumentatie van de Hoge Raad wordt daarbij genegeerd. (..) (de minister lijkt) een insteek te kiezen die diametraal tegenover het oordeel van de Hoge Raad staat. In zijn antwoorden aan deze kamer stelt de minister zonder meer dat de kaart wordt verstrekt ten behoeve van de aanvrager, terwijl de Hoge Raad nu juist had geoordeeld dat niet kan worden aangenomen dat de aanvraag van een ID-kaart naar zijn aard in overheersende mate verband houdt met een individualiseerbaar belang, nu deze hoofdzakelijk ten dienste staat aan de algemene draag- en toonplicht, en daarmee aan het algemeen belang. En waar de Hoge Raad tot de conclusie komt dat het verstrekken van een ID-kaart niet als een dienst kan worden beschouwd , spreekt de minister weliswaar niet van een dienst, maar wel van een product, waarmee wederom de suggestie wordt gewekt dat de kaart er ten dienste van de burgers is in plaats van ten dienste van het algemeen belang.

Voorzitter, ik kom bij de hamvraag. Is het gerechtvaardigd dat de overheid – en daarmee de belastingbetaler- de kosten van het verstrekken van de ID-kaart draagt? Laat ik vooropstellen dat het diametraal tegenover elkaar zetten van de aanvrager die profiteert van een gratis ID-kaart en de belastingbetaler die moet opdraaien van de kosten miskent dat we het hier grosso modo over een en dezelfde burger hebben.

Maar ook wanneer het niet om een en dezelfde burger gaat is er veel te zeggen voor het kosteloos verstrekken van de kaart. Want wie schiet er wat mee op dat bijvoorbeeld een dakloze- die op basis van zijn leefwijze meer dan gemiddeld gevraagd zal worden zich te legitimeren- keer op keer wordt beboet omdat hij geen geld heeft om een identiteitsbewijs aan te schaffen en zich dus niet kan legitimeren? Niet alleen zijn de kosten van de handhaving in dit soort gevallen vele malen hoger dan de kosten van het verstrekken van een gratis ID-kaart, ook worden mensen nodeloos gecriminaliseerd.

En ook de zogenaamde darkspot jongeren, die geen toegang hebben tot werk of inkomen omdat ze geen ID-kaart hebben, en geen ID kaart hebben omdat ze geen geld hebben, zouden erg geholpen zijn met een gratis ID-kaart.

Maar ook afgezien van het belang voor deze bijzondere kwetsbare groepen is het antwoord op de vraag of de belastingbetaler moet opdraaien voor de kosten van de ID-kaart een volmondig ja. Dat is namelijk wat we in dit land doen met kosten die ten behoeve van het algemeen belang gemaakt worden: die worden uit de algemene middelen betaald, en opgebracht door de belastingbetaler. (..) Als we dat niet willen is er een eenvoudige oplossing: het afschaffen van de algemene identificatieplicht. GroenLinks vindt u daarvoor aan uw zijde. Een ieder die de algemene identificatieplicht wil handhaven, zal daarvan echter de consequenties moeten aanvaarden, en de kosten ervan voor lief moeten nemen.

Mijnheer de voorzitter,

Net als Johannes van Dam vind ik mijzelf niet arrogant.
Maar op het gevaar af dat ik reeds naar aanleiding van mijn maidenspeech als pedant of betweterig wordt gezien, durf ik wel te stellen dat ik het in dit geval beter weet: dit is geen goed wetsvoorstel.


Helaas ging de SGP, die zich eerder op hetzelfde principiele standpunt leek te stellen als de rest van de oppositie, aan het einde van het debat akkoord met een toezegging van minister Donner dat de paspoortwet uiterlijk de eerste helft van 2012 bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. In de paspoortwet moet de status van de ID-kaart definitief geregeld worden, en daarbij zal ook de discussie over de financiering weer aan de orde kunnen komen. Dat is ook het moment waarop de basis voor het afnemen van vingerafdrukken komt te vervallen, aldus de minister. Maar zoals ik in het debat al zei: als GroenLinks fractie denken wij dat de minsiter daar nu al stappen in kan zetten. Mogelijk komen we op dat punt binnenkort dan ook met schriftelijke vragen.

dinsdag, 31 mei 2011

Fjodor Molenaar

Fjodor Molenaar

Twitter

Fact Free Journalism

In artikelen, bezuinigen, amsterdam, burgers, de, durven, euro, eerste, gezondheid, en meer.
Vorige week kwamen de voorstellen van wethouder Wiebes (VVD) voor herijking van de maatregelen voor de luchtkwaliteit in Amsterdam in het nieuws. De stad dreigt op het strafbankje te belanden als in 2015 de Europese normen voor fijn stof en NOx niet worden gehaald. En alle tot nu toe genomen maatregelen ten spijt, lijkt dat niet te gaan lukken. Dan krijgen bouwprojecten geen vergunning meer, kunnen infrastructurele werken worden stilgelegd, en dreigt de stad op slot te gaan. Terwijl de stad fors moet bezuinigen, zijn extra maatregelen onvermijdelijk. En daarom zet de nieuwe wethouder van verkeer en luchtkwaliteit alles op alles om de Europese normen in 2015 alsnog te halen, met meer effectiviteit voor minder geld.
Wiebes heeft een uitstekend onderzoeksrapport geschreven, dat de basis legt voor de noodzakelijke keuzes om met minder middelen de normen toch te kunnen halen. Het komt erop neer dat minder kosteneffectieve maatregelen worden geschrapt, en meer kosteneffectieve maatregelen worden aangescherpt. Over deze Wieberiaanse manier van kijken kun je de nodige vragen stellen. Want misschien heeft Wiebes de neiging wel wat gemakkelijk voorbij te gaan aan de voorbeeldfunctie van de overheid. Een schoon gemeentelijk wagenpark levert misschien niet heel veel op om de norm te halen, maar is toch ook bedoeld om het goede voorbeeld te geven. En wat schiet de stad ermee op als je de GVB-bussen op het knelpunt de Prins Hendrikkade wel, maar die in de rest van de stad niet schoon maakt. Gaat het alleen maar om het halen van de Europese norm, of misschien ook nog om de gezondheid van de Amsterdammers?
Maar merkwaardig genoeg worden dit soort vragen niet gesteld. In de pers wordt het plan vooral gepresenteerd als een afrekening met GroenLinks. Zo worden alle lopende luchtkwaliteit maatregelen door Het Parool aan voormalig wethouder Marijke Vos toegeschreven. Terwijl het actieprogramma Voorrang voor een Gezonde Stad (VGS) collegebreed gedragen werd, met als verantwoordelijk (PvdA-) wethouder Tjeerd Herrema, en later Hans Gerson. Dus wat je inhoudelijk ook van de herijking vindt, de stelling dat wonderboy Wiebes hier afrekent met dure GroenLinkse hobby’s snijdt geen hout. Herijking van maatregelen is juist de volgende logische stap in de beleidscyclus. Van de fase van pionieren schakelt Amsterdam door naar de fase van meters maken. Dat is nodig voor de luchtkwaliteit. En dus geen afrekening met linkse luchtfietserij, maar prudent beleid. Je kunt je euro immers maar één keer uitgeven.
Maar wat geschreven staat is al snel waar, en die waarheid kent soms weinig nuance. Ten minste vijf paginagrote artikelen getrooste Het Parool zich in de vorige periode om Vos en haar "doorgeslagen milieuplannen" onderuit te halen. Een milieuzone die vervuilende auto's weert?  Schandalig voorstel.  Een klimaatneutraal energiebedrijf? Het moest niet gekker worden. Grootschalige inzet op elektrisch vervoer? Weer zo'n wolkenfietsende hobby. Dieptepunt vormde wel de oproep van de krant om de "incapabele wethouder van GroenLinks" het liefst per direct naar huis te sturen. Na het zelf gecreëerde beeld van een wethouder die niet kon deugen of slagen werd openlijk geprobeerd haar pootje lichten. Om een jaar na haar vertrek alsnog het eigen gelijk proberen te halen aan de hand van een rapport dat daar geen enkele aanleiding voor geeft, is niet alleen verre van hoffelijk, het is ook nog eens een fijn staaltje van fact free journalism
Ere wie ere toekomt, zou je denken. Maar het gelijk dat Marijke Vos krijgt met Wiebes’ integrale herijking, laat de krant onvermeld. Toch komen maar liefst drie van haar prioriteiten als beste uit de bus. De in 2008 ingestelde milieuzone voor vrachtverkeer blijkt de effectiefste maatregel die Amsterdam maar kon nemen. Was die maatregel toen niet ingevoerd, dan had de stad daar nu alsnog mee moeten beginnen.
Ook een milieuzone voor personenauto's blijkt zeer effectief. Niet gek, als je bedenkt dat nog altijd zestig procent van de autokilometers in de stad door de Amsterdammers zelf verreden worden. Gek genoeg verklaart juist wethouder Wiebes zo´n milieuzone voor personenauto's op voorhand taboe. Niet alleen doet hij daarmee onrecht aan zijn zelf gekozen adagium om elke euro zo effectief mogelijk te besteden, ook onderschat hij de bereidheid van burgers om een bijdrage te leveren aan een schonere stad en een beter klimaat. Het succesvolle referendum over de Congestion Zone van Stockholm toont aan dat wanneer de politieke wil er is, invoering ervan zelfs op veel draagvlak kan rekenen. Als Wiebes consequent zou zijn, zou hij daaraan een voorbeeld nemen. Wat hij nu laat zien is dat een Milieuzone helemaal geen linkse hobby is, maar een rechts taboe. Merkwaardig dat de krant hem daar niet op bevraagt.
Dan Amsterdam Elektrisch. Speerpunt van Marijke Vos was om als Amsterdam een voortrekkersrol te spelen in de grootschalige omschakeling naar elektrisch vervoer. In tegenstelling tot wat Het Parool beweert – wordt dit programma onverminderd voortgezet. Het programma was zelfs al zo succesvol, dat het gereserveerde budget voor elektrische auto’s al na en paar maanden volledig op was. Het is dan ook wijs dat Amsterdam zich vanaf nu gaat richten op de veelrijders. Met bedrijven als TCA en TNT waren overigens in de vorige periode al afspraken gemaakt over elektrificering van hun wagenpark. Daarvan worden nu de eerste resultaten zichtbaar, en het smaakt zeker naar meer. Ook daarom is de "meest efficiënte" Euro van Eric allerminst een afrekening, maar juist een voortzetting van de erfenis van Marijke Vos.
Al met al vormen de in de vorige periode door het Colle van PvdA en GroenLinks genomen Amsterdamse luchtkwaliteitmaatregelen een gedegen basis. Hoewel, ook nu het kaf van het koren wordt gescheiden, lijkt Amsterdam de Europese normen slechts met de grootste moeite te gaan halen. Negentig procent van de stedelijke luchtkwaliteit wordt namelijk bepaald door de industrie en het verkeer op de snelweg buiten de stad, waar niet Amsterdam maar het Rijk over gaat. Zonder extra maatregelen uit Den Haag gaat Amsterdam op zijn best met de hakken over de sloot.
Of dat lukt is overigens nog allerminst zeker. Niet alleen blijken de effecten van maatregelen in het verleden te optimistisch te zijn voorgerekend, ook met Wiebes keuze van meest kostenefficiënte maatregelen worden de met het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit (NSL) afgesproken grenswaarden nog niet gehaald. Een volgende stap in 2013 lijkt nu al noodzakelijk. Daarom moet Amsterdam de maatregelen die zeker werken, zoals de milieuzone voor vieze diesels, ook durven inzetten. Als VVD-wethouder Wiebes te bang is zich daaraan te branden, had Marijke Vos misschien toch nog een periode langer moeten doorgaan?

dinsdag, 1 maart 2011

Vincent Koerse

Vincent Koerse

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Blog: Bereid om tegen de wind in te fietsen

In bakfiets, broek in waterland, campagne, edam, ilpendam, midden-beemster, monnickendam, oosthuizen, vincent logt, en meer.
In deze campagne ben ik menigmaal op onze GroenLinks campagnebakfiets gestapt om de markten in de omgeving te bezoeken. Een fiets die niet gebouwd is om kilometers op te maken in het landelijk gebied, maar om in Amsterdam op straat het Parool te verkopen. Een ding is zeker, het is niet onopgemerkt gebleven!

lees verder

zondag, 11 oktober 2009

Johan Goossens

Johan Goossens

Linkedin GR

Gaat dat zien: Brecht&Weill in 't Park

In economie, cultuur, citaat, de, nederland, april.
Lekker Brechtiaans uitvergroot muziektheater. Al is het maar voor de nostalgie en om alle klassiekers nog eens opgefrist langs te horen komen. Voor het gemak een citaat uit het Parool van 22 april van dit jaar (over een verwante voorstelling): “Ook in Nederland kent iedereen Die Dreigroschenoper van Kurt Weill en Berthold Brecht, althans de naam, of anders wel de 'hits' Seeräuberjenny en vooral

vrijdag, 17 april 2009

Marieke van Doorninck

Marieke van Doorninck

GR

Trots op Marijke

In kind, amsterdam, asielzoekers, de, hulp, tweede kamer, uitspraak.
In de Tweede Kamer rolden de leden vandaag bijna over elkaar om hun verontwaardiging uit te spreken over wethouder Marijke Vos van Amsterdam. Wat had Marijke namelijk gedaan? Zij had in het Parool gezegd dat zij tijdelijke hulp zal blijven bieden aan uitgeprocedeerde asielzoekers in een noodsituatie. Een moeder met een chronisch ziek kind, die zijn afgewezen maar wachten op een uitspraak voor

Aantal berichten op deze pagina: 11. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 26902 uur (1120,9 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,1 per week.

Pagina: 1