maandag, 23 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat ik zou zeggen in het geschrapte debat over cultuurbeleid

In eerste kamer, politiek, belangrijk, beleid, bezig, bezuinigingen, cijfers, communicatie, creativiteit, en meer.

(door de val van het kabinet gaat op 24.04 het debat over cultuurbeleid niet door in de Eerste Kamer. Dit was mijn inbreng voor dat debat:)

Voorzitter, het lijkt niet zo heel erg nuttig om vandaag met elkaar te spreken over de principiële kanten van het cultuurbeleid. Niet alleen lijken er belangrijker onderwerpen te bestaan, maar het handelingsperspectief van deze staatssecretaris is het afgelopen weekeinde een heel stuk korter geworden. Heeft het dan zin om in deze Kamer te debatteren over fundamentele visies? Waar moet het heen met kunst en cultuur in ons land en komen we daar wel met het nu ingezette beleid en de draconische bezuinigingen? Wezenlijke vragen, maar met een vleugellamme staatssecretaris schiet dat niet op.

Als we er dan toch over spreken, dan moet het maar in het licht van de toekomst. Waar gaan we naartoe ná het tijdperk Zijlstra? Wat staat er als stip op de horizon en wat moeten we vandaag doen of nalaten om te voorkomen dat we heel ergens anders uitkomen? Welke bijsturing kan niet wachten op een nieuw kabinet? Natuurlijk raakt dat aan de bezuinigingen, maar tegelijk is die financiële discussie enkel het sluitstuk. Het begint ergens anders.

De eerste wezenlijke vraag bij cultuurbeleid betreft het doel. Waar is cultuur eigenlijk goed voor en wat is er nodig om dat te stimuleren? In de beleidsnota Meer dan kwaliteit lezen we dan: “Cultuur staat zowel voor binding, identiteit en traditie als voor dynamiek, creativiteit en vernieuwing.” En verder gaat het in de nota dan de hele tijd over hoe dat georganiseerd moet worden. Het gaat dan ook binnen de kortste keren over het economische rendement. En zo wordt over cultuureducatie gezegd: “De spontaniteit en verbeelding die cultuur losmaakt, zijn in onze tijd niet alleen gevraagd, maar vaak ook vereist: ’A firm needs more than an efficient manufacturing process, cost-control and a good technological base to remain competitive’.” Dat is natuurlijk zo, maar wie heeft er in hemelsnaam bedacht dat we een bedrijfskundige redenering nodig hebben om cultuureducatie te verantwoorden?

Het valt dan ook op dat de hele beleidsnota draait om ‘meer dan kwaliteit’, maar dat die kwaliteit zelf nergens ter sprake komt of beschreven wordt. Die wordt kennelijk als vanzelfsprekend beschouwd en vervolgens draait het hele beleid om andere zaken: meer publiek aantrekken, meer eigen geld verdienen, participatie en educatie, erfgoedbeheer, en regionale spreiding. Ik wil er wel bij zeggen dat ik die doelen allemaal niet verkeerd vind, maar de onderliggende vraag naar kwaliteit wordt angstvallig vermeden.

Misschien heeft dat ermee te maken dat de staatssecretaris vanuit zijn eigen opleiding kwaliteit vooral benadert in marketingtermen. Kwaliteit is dan voldoen aan de verwachtingen van de klant. Er is echter ook een andere definitie, die veel meer het hart raakt: kwaliteit is de mate waarin de intrinsieke eigenschappen van een goed tot uitdrukking worden gebracht. Bij de intrinsieke eigenschappen van kunst horen in elk geval zaken als schoonheidsbeleving, het vermogen om mensen in beweging te brengen, te ontroeren, te verrassen, aan het denken te zetten, enzovoorts. Hoe meer dit gebeurt, des te gelaagder en geslaagder de kunst. En als we het over het bredere veld van cultuur hebben, dan horen bij de intrinsieke eigenschappen in elk geval het construeren, communiceren en innoveren van traditie en identiteit. Of het nu gaat om hoge cultuur, volkscultuur of populaire cultuur, kwaliteit heeft direct te maken met dergelijke intrinsieke eigenschappen en ik vraag de staatssecretaris waarom hij daar geen woord aan wijdt. Zonder een dergelijk principieel ankerpunt is het namelijk onmogelijk vast te stellen of de andere doelen die hij met zijn beleid nastreeft, sporen met deze kwaliteit.

Hier ligt dus ook een belangrijke vraag bij de samenhang van de beleidsdoelen. Wat doet de staatssecretaris als kwaliteit, het bereiken van het publiek, regionale spreiding, internationaal bereik en het aantrekken van externe financiering niet samenvallen? Hoe weegt hij dan de verschillende aspecten? Gaat dan de regionale spreiding voor kwaliteit of andersom? Ik zou hier graag nader toelichting over horen. Ik vind het namelijk van groot belang dat zo veel mogelijk mensen toegang hebben tot kunst en cultuur, maar ook dat er ruimte is voor het kleine en bijzondere.

Het grote risico van de benadering van de staatssecretaris is een instrumentalisering van kunst en cultuur. Zo krijgt de creatieve industrie een speciale plaats omdat het bijdraagt aan de economische topsectoren, is cultuureducatie goed om kinderen voor te bereiden op het bedrijfsleven en de internationale wereld, en is culturele internationalisering behulpzaam bij de buitenlandse betrekkingen en “het Nederlands economisch belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken.” En zo gaat het door. De beleidsnota begint met een paragraaf over markt en overheid, Cultuur in beeld rekent ons precies voor wat het kost en opbrengt, enzovoorts. Tamelijk obligaat staat het er dan in een tussenzin: “Vanzelfsprekend laat de waarde van cultuur zich niet alleen in cijfers uitdrukken.” Maar dat is te weinig. Als cultuur nuttig moet zijn voor iets anders, dan ondermijnt dat rechtstreeks de eigen ruimte die kunst en cultuur moeten hebben. Dat bedenk ik niet alleen; ook de Telderstichting schrijft in haar recente advies: “Leg in de legitimering van cultuursubsidies niet te veel nadruk op de instrumentele waarde van cultuur, maar rechtvaardig de rol van de overheid vanuit de intrinsieke waarde van kunst en cultuur.” Ik vraag de staatssecretaris hoe hij denkt over dit advies van zijn partijgenoten. En als hij toch bezig is, ben ik ook benieuwd naar zijn visie op de inbreng van zijn partijgenoot De Liefde in het debat aan de overzijde die suggereerde dat van de zeven leden van cultuursubsidiecommissies drie zich zouden moeten buigen over artistieke kwaliteit en de andere vier over communicatie, marketing, ondernemerschap en financiën. Is de staatssecretaris het met mij eens dat daarmee cultuur ondergeschikt wordt gemaakt aan commercie.

Voorzitter, ik kom daarmee aan een tweede punt. De beleidsnota Meer dan kwaliteit zet in met de vraag naar de verhouding tussen markt en overheid. We hebben het dan over de verantwoordelijkheidstoedeling in het stelsel. Wie is verantwoordelijk voor welk deel? Geconstateerd wordt dat een belangrijk deel van de 18 miljard omzet in de cultuursector op de vrije markt wordt gerealiseerd. Ongeveer een zesde daarvan is afhankelijk van overheidssubsidies. Het lijkt dan alsof het terugbrengen van die overheidssubsidie op het totaal niet zoveel uitmaakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Klopt mijn beeld, zo vraag ik de staatssecretaris, dat bij het marktdeel van de cultuursector ook allerlei commercieel sterke onderdelen zitten? Klopt het dat bij de gemeenten vooral ook breedtecultuur en de bijbehorende huisvestingskosten een groot beslag leggen? En klopt het dat de Rijksoverheid juist verantwoordelijk is voor specifieke onderdelen die de markt en de lagere overheden niet dekken? Kortom: zou de staatssecretaris eens wat inhoudelijker zichtbaar kunnen maken wat de markt wel en niet gefinancierd en georganiseerd krijgt en hoe de verschillende overheden hun verantwoordelijkheid oppakken? Dan wordt namelijk ook zichtbaar hoe groot de werkelijke effecten van de bezuinigingen en andere maatregelen zijn.

De regering lijkt van mening dat haar eigen verantwoordelijkheid nog wel wat kleiner kan. Zij subsidieert nu ongeveer 5,5 % van de cultuursector, maar daar kan nog een heel procentpunt af. De sponsors, fondsen en mecenassen staan immers in de rij om het over te nemen. Maar helaas, zo simpel ligt het niet. Er is inderdaad op dit punt veel in ontwikkeling, maar de staatssecretaris rekent zich voorlopig alleen maar rijk. De Amerikaanse situatie die hij als voorbeeld lijkt te hebben, staat in veel opzichten ver af van de onze en dat verandert niet zomaar als hij de geldkraan dichtdraait. Het is opvallend dat het grote voorbeeld van het cultuurmecenaat, de VandenEnde Foundation, nogal kritisch is op dit Amerikaanse voorbeeld, bijvoorbeeld bij het jaarverslag 2010. De continuïteit van de cultuurfinanciering staat sterk onder druk van teruglopende giften; de grote financiers neigen ertoe de elitaire kunst te stimuleren terwijl juist de emancipatoire kunst van niches, avantgarde en minderheidsgroepen snel in het gedrang komt, en de nadruk op projectfinanciering leidt tot kortetermijndenken en niet tot opbouw van de sector. Ik concludeer dat het beleid van de staatssecretaris precies onder deze kritiek valt: teruglopende financiering, nadruk op elitaire topcultuur en projectfinanciering. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Denkt hij echt dat – midden in een economische crisis – de gaten die hij slaat, worden opgevuld door mecenaat en sponsoring? En heeft hij daar meer argumenten voor dan zijn neoliberale marktnaïviteit?

Ten slotte nog een principieel punt. De beleidsnota stelt als uitgangspunt: “Culturele instellingen moeten minder afhankelijk worden van de overheid en daardoor flexibeler en krachtiger worden. Daarom bezuinigt het kabinet op cultuur.” Dat is natuurlijk een gotspe. Dit – zo goed als voorbije – kabinet bezuinigt op cultuur uit economische motieven en populistische rancune. Maar dan nog. Dergelijke zinnen verraden een gevaarlijke visie op de overheid. Ze suggereren dat de overheid een noodzakelijk kwaad is en dat subsidie alleen maar verlamt. Is niet, zo vraag ik de staatssecretaris, de overheid de belichaming van het collectief van de samenleving? En zijn niet subsidies een belangrijke manier om publieke goederen en collectieve waarden te ondersteunen? Is het daarom niet essentieel om het levend houden van cultuur en traditie ook op collectief niveau te borgen? Ik roep de staatssecretaris op om niet langer mee te werken aan het ondermijnen van de overheid die namens ons allen zorg draagt voor het in stand houden van een samenleving waarin kunst en cultuur gedijen en ons allen ten goede komen.

Voorzitter, ik sluit af. Volgens Plato zijn er drie kernwaarden die een rol zouden moeten spelen in onze afwegingen: het ware, het goede en het schone. Dit kabinet lijkt een vierde te hebben toegevoegd: het goedkope. Ik vrees dat dat ons allen duur komt te staan.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat ik zou zeggen in het geschrapte debat over cultuurbeleid

In eerste kamer, politiek, belangrijk, beleid, bezig, bezuinigingen, cijfers, communicatie, creativiteit, en meer.

(door de val van het kabinet gaat op 24.04 het debat over cultuurbeleid niet door in de Eerste Kamer. Dit was mijn inbreng voor dat debat:)

Voorzitter, het lijkt niet zo heel erg nuttig om vandaag met elkaar te spreken over de principiële kanten van het cultuurbeleid. Niet alleen lijken er belangrijker onderwerpen te bestaan, maar het handelingsperspectief van deze staatssecretaris is het afgelopen weekeinde een heel stuk korter geworden. Heeft het dan zin om in deze Kamer te debatteren over fundamentele visies? Waar moet het heen met kunst en cultuur in ons land en komen we daar wel met het nu ingezette beleid en de draconische bezuinigingen? Wezenlijke vragen, maar met een vleugellamme staatssecretaris schiet dat niet op.

Als we er dan toch over spreken, dan moet het maar in het licht van de toekomst. Waar gaan we naartoe ná het tijdperk Zijlstra? Wat staat er als stip op de horizon en wat moeten we vandaag doen of nalaten om te voorkomen dat we heel ergens anders uitkomen? Welke bijsturing kan niet wachten op een nieuw kabinet? Natuurlijk raakt dat aan de bezuinigingen, maar tegelijk is die financiële discussie enkel het sluitstuk. Het begint ergens anders.

De eerste wezenlijke vraag bij cultuurbeleid betreft het doel. Waar is cultuur eigenlijk goed voor en wat is er nodig om dat te stimuleren? In de beleidsnota Meer dan kwaliteit lezen we dan: “Cultuur staat zowel voor binding, identiteit en traditie als voor dynamiek, creativiteit en vernieuwing.” En verder gaat het in de nota dan de hele tijd over hoe dat georganiseerd moet worden. Het gaat dan ook binnen de kortste keren over het economische rendement. En zo wordt over cultuureducatie gezegd: “De spontaniteit en verbeelding die cultuur losmaakt, zijn in onze tijd niet alleen gevraagd, maar vaak ook vereist: ’A firm needs more than an efficient manufacturing process, cost-control and a good technological base to remain competitive’.” Dat is natuurlijk zo, maar wie heeft er in hemelsnaam bedacht dat we een bedrijfskundige redenering nodig hebben om cultuureducatie te verantwoorden?

Het valt dan ook op dat de hele beleidsnota draait om ‘meer dan kwaliteit’, maar dat die kwaliteit zelf nergens ter sprake komt of beschreven wordt. Die wordt kennelijk als vanzelfsprekend beschouwd en vervolgens draait het hele beleid om andere zaken: meer publiek aantrekken, meer eigen geld verdienen, participatie en educatie, erfgoedbeheer, en regionale spreiding. Ik wil er wel bij zeggen dat ik die doelen allemaal niet verkeerd vind, maar de onderliggende vraag naar kwaliteit wordt angstvallig vermeden.

Misschien heeft dat ermee te maken dat de staatssecretaris vanuit zijn eigen opleiding kwaliteit vooral benadert in marketingtermen. Kwaliteit is dan voldoen aan de verwachtingen van de klant. Er is echter ook een andere definitie, die veel meer het hart raakt: kwaliteit is de mate waarin de intrinsieke eigenschappen van een goed tot uitdrukking worden gebracht. Bij de intrinsieke eigenschappen van kunst horen in elk geval zaken als schoonheidsbeleving, het vermogen om mensen in beweging te brengen, te ontroeren, te verrassen, aan het denken te zetten, enzovoorts. Hoe meer dit gebeurt, des te gelaagder en geslaagder de kunst. En als we het over het bredere veld van cultuur hebben, dan horen bij de intrinsieke eigenschappen in elk geval het construeren, communiceren en innoveren van traditie en identiteit. Of het nu gaat om hoge cultuur, volkscultuur of populaire cultuur, kwaliteit heeft direct te maken met dergelijke intrinsieke eigenschappen en ik vraag de staatssecretaris waarom hij daar geen woord aan wijdt. Zonder een dergelijk principieel ankerpunt is het namelijk onmogelijk vast te stellen of de andere doelen die hij met zijn beleid nastreeft, sporen met deze kwaliteit.

Hier ligt dus ook een belangrijke vraag bij de samenhang van de beleidsdoelen. Wat doet de staatssecretaris als kwaliteit, het bereiken van het publiek, regionale spreiding, internationaal bereik en het aantrekken van externe financiering niet samenvallen? Hoe weegt hij dan de verschillende aspecten? Gaat dan de regionale spreiding voor kwaliteit of andersom? Ik zou hier graag nader toelichting over horen. Ik vind het namelijk van groot belang dat zo veel mogelijk mensen toegang hebben tot kunst en cultuur, maar ook dat er ruimte is voor het kleine en bijzondere.

Het grote risico van de benadering van de staatssecretaris is een instrumentalisering van kunst en cultuur. Zo krijgt de creatieve industrie een speciale plaats omdat het bijdraagt aan de economische topsectoren, is cultuureducatie goed om kinderen voor te bereiden op het bedrijfsleven en de internationale wereld, en is culturele internationalisering behulpzaam bij de buitenlandse betrekkingen en “het Nederlands economisch belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken.” En zo gaat het door. De beleidsnota begint met een paragraaf over markt en overheid, Cultuur in beeld rekent ons precies voor wat het kost en opbrengt, enzovoorts. Tamelijk obligaat staat het er dan in een tussenzin: “Vanzelfsprekend laat de waarde van cultuur zich niet alleen in cijfers uitdrukken.” Maar dat is te weinig. Als cultuur nuttig moet zijn voor iets anders, dan ondermijnt dat rechtstreeks de eigen ruimte die kunst en cultuur moeten hebben. Dat bedenk ik niet alleen; ook de Telderstichting schrijft in haar recente advies: “Leg in de legitimering van cultuursubsidies niet te veel nadruk op de instrumentele waarde van cultuur, maar rechtvaardig de rol van de overheid vanuit de intrinsieke waarde van kunst en cultuur.” Ik vraag de staatssecretaris hoe hij denkt over dit advies van zijn partijgenoten. En als hij toch bezig is, ben ik ook benieuwd naar zijn visie op de inbreng van zijn partijgenoot De Liefde in het debat aan de overzijde die suggereerde dat van de zeven leden van cultuursubsidiecommissies drie zich zouden moeten buigen over artistieke kwaliteit en de andere vier over communicatie, marketing, ondernemerschap en financiën. Is de staatssecretaris het met mij eens dat daarmee cultuur ondergeschikt wordt gemaakt aan commercie.

Voorzitter, ik kom daarmee aan een tweede punt. De beleidsnota Meer dan kwaliteit zet in met de vraag naar de verhouding tussen markt en overheid. We hebben het dan over de verantwoordelijkheidstoedeling in het stelsel. Wie is verantwoordelijk voor welk deel? Geconstateerd wordt dat een belangrijk deel van de 18 miljard omzet in de cultuursector op de vrije markt wordt gerealiseerd. Ongeveer een zesde daarvan is afhankelijk van overheidssubsidies. Het lijkt dan alsof het terugbrengen van die overheidssubsidie op het totaal niet zoveel uitmaakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Klopt mijn beeld, zo vraag ik de staatssecretaris, dat bij het marktdeel van de cultuursector ook allerlei commercieel sterke onderdelen zitten? Klopt het dat bij de gemeenten vooral ook breedtecultuur en de bijbehorende huisvestingskosten een groot beslag leggen? En klopt het dat de Rijksoverheid juist verantwoordelijk is voor specifieke onderdelen die de markt en de lagere overheden niet dekken? Kortom: zou de staatssecretaris eens wat inhoudelijker zichtbaar kunnen maken wat de markt wel en niet gefinancierd en georganiseerd krijgt en hoe de verschillende overheden hun verantwoordelijkheid oppakken? Dan wordt namelijk ook zichtbaar hoe groot de werkelijke effecten van de bezuinigingen en andere maatregelen zijn.

De regering lijkt van mening dat haar eigen verantwoordelijkheid nog wel wat kleiner kan. Zij subsidieert nu ongeveer 5,5 % van de cultuursector, maar daar kan nog een heel procentpunt af. De sponsors, fondsen en mecenassen staan immers in de rij om het over te nemen. Maar helaas, zo simpel ligt het niet. Er is inderdaad op dit punt veel in ontwikkeling, maar de staatssecretaris rekent zich voorlopig alleen maar rijk. De Amerikaanse situatie die hij als voorbeeld lijkt te hebben, staat in veel opzichten ver af van de onze en dat verandert niet zomaar als hij de geldkraan dichtdraait. Het is opvallend dat het grote voorbeeld van het cultuurmecenaat, de VandenEnde Foundation, nogal kritisch is op dit Amerikaanse voorbeeld, bijvoorbeeld bij het jaarverslag 2010. De continuïteit van de cultuurfinanciering staat sterk onder druk van teruglopende giften; de grote financiers neigen ertoe de elitaire kunst te stimuleren terwijl juist de emancipatoire kunst van niches, avantgarde en minderheidsgroepen snel in het gedrang komt, en de nadruk op projectfinanciering leidt tot kortetermijndenken en niet tot opbouw van de sector. Ik concludeer dat het beleid van de staatssecretaris precies onder deze kritiek valt: teruglopende financiering, nadruk op elitaire topcultuur en projectfinanciering. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Denkt hij echt dat – midden in een economische crisis – de gaten die hij slaat, worden opgevuld door mecenaat en sponsoring? En heeft hij daar meer argumenten voor dan zijn neoliberale marktnaïviteit?

Ten slotte nog een principieel punt. De beleidsnota stelt als uitgangspunt: “Culturele instellingen moeten minder afhankelijk worden van de overheid en daardoor flexibeler en krachtiger worden. Daarom bezuinigt het kabinet op cultuur.” Dat is natuurlijk een gotspe. Dit – zo goed als voorbije – kabinet bezuinigt op cultuur uit economische motieven en populistische rancune. Maar dan nog. Dergelijke zinnen verraden een gevaarlijke visie op de overheid. Ze suggereren dat de overheid een noodzakelijk kwaad is en dat subsidie alleen maar verlamt. Is niet, zo vraag ik de staatssecretaris, de overheid de belichaming van het collectief van de samenleving? En zijn niet subsidies een belangrijke manier om publieke goederen en collectieve waarden te ondersteunen? Is het daarom niet essentieel om het levend houden van cultuur en traditie ook op collectief niveau te borgen? Ik roep de staatssecretaris op om niet langer mee te werken aan het ondermijnen van de overheid die namens ons allen zorg draagt voor het in stand houden van een samenleving waarin kunst en cultuur gedijen en ons allen ten goede komen.

Voorzitter, ik sluit af. Volgens Plato zijn er drie kernwaarden die een rol zouden moeten spelen in onze afwegingen: het ware, het goede en het schone. Dit kabinet lijkt een vierde te hebben toegevoegd: het goedkope. Ik vrees dat dat ons allen duur komt te staan.


woensdag, 18 april 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Plannen sociale zaken missen samenhang en realiteitszin

Vorige week verdween na een chaotisch begin van de vergadering van de Gemeenteraad van Arnhem de besluitvorming over het Meerjarenbeleidsplan werken naar vermogen en het bijbehorende 1100 banenplan van de agenda. Dit nadat de raadscommissie een week eerder het raadsvoorstel unaniem had doorgeleid naar de besluitvormende fase. Voor de Arnhemse burgers is de onduidelijke structuur van de behandeling van raadsvoorstellen al nauwelijks te volgen, dit uitstel zonder bijbehorende uitleg maakt het er niet duidelijker op.

 

Bijna een jaar geleden (21 mei 2011) heb ik op deze plaats geadviseerd  om een grondig debat te voeren over de uitkomsten van de Rekenkamercommissie Arnhem betreffende het re-integratiebeleid. Hier is niets van terecht gekomen en toen het uiteindelijk enkele weken geleden zou worden besproken is het soepel door de commissie van de agenda van de gemeenteraad afgevoerd. Alleen omdat de externe inkoop van re-integratie door de forse budgetkortingen vanuit het Rijk tot nul worden teruggebracht. Dat laat echter onverlet dat er uit dat rapport een hoop valt te leren, bijvoorbeeld over de organisatie en uitvoering van de Dienst Inwonerszaken. Dat is met het oog op de hoeveelheid aan nieuwe wetgeving in het domein van de sociale zekerheid geen overbodige luxe. Al die nieuwe wetgeving vanuit het Rijk moet worden geïnterpreteerd en naar de gemeentelijke situatie worden vertaald. Het is derhalve onbegrijpelijk dat het controlerend orgaan van de gemeente zo’n rapport in haar essentie onbesproken laat.

In datzelfde artikel vorig jaar in De Gelderlander heb ik gewezen op het te rooskleurige beeld van de bijstandsgerechtigden als het gaat om te toeleiding naar de arbeidsmarkt. Het 1100 banenplan handhaaft dat optimisme. Maar een jaar geleden was er zelfs nog geen sprake van een Eurocrisis, zoals we weten is de economische situatie inmiddels drastisch verslechterd.

De verwachtingen zijn dat de werkloosheid dit jaar verder gaat oplopen. Daarbij komt dat veel werkzoekenden die na afloop van een WW-uitkering bij de gemeente voor een bijstandsuitkering (Wwb) aankloppen in tegenstelling tot het verleden geen begeleiding hebben gehad. Dit omdat de re-integratiegelden bij UWV tot nul zijn teruggebracht en de begeleiding door UWV ook beperkter is.  Dat betekent dat er door de gemeente meer tijd en energie in intakegesprekken moet worden gestoken, terwijl het rekenkameronderzoek juist heeft uitgewezen dat daar een zwakke plek zat. Vanaf 2013 zal zich in het kader van de nieuwe Wet werken naar vermogen (Wwnv) een nieuwe categorie bij de loketten van de gemeente melden, de Wajongeren. Ook dit zal extra capaciteit vergen.

 

Buiten het feit dat het te ambitieus is, is het 1100 banenplan niet echt een banenplan maar meer een handhavingsplan. Twee van de drie uitgangspunten gaan over zelfredzaamheid en handhaving, geheel in lijn met de repressieve filosofie van het huidige kabinet. De wethouder is nog met werkgevers in gesprek dus concrete banen zijn er ook nog niet.

In het plan wordt ook erkend dat “de focus komt te liggen op kansrijke en gemotiveerde klanten”. Dan zou ik daarnaast ook wel een gedegen participatieplan verwachten dat meer biedt dan de vorig jaar gepresenteerde integratienota waar participatie als bijvoegsel van integratiebeleid wordt gezien. Of laten we de niet-kansrijke Arnhemmers gewoon aan de kant staan?

Uiteindelijk kom ik tot de conclusie dat de samenhangende visie op sociale zaken ontbreekt en er plannen worden gepresenteerd die los staan van elkaar en vaak realiteitszin ontberen.

 

John Swelsen  uit Arnhem is actief lid van GroenLinks en werkzaam bij UWV WERKbedrijf

Deze opinie stond afgelopen zaterdag 14 april in dagblad De Gelderlander en heb ik op 4 april geschreven.

Plannen sociale zaken missen samenhang en realiteitszin is a post from John Swelsen.

dinsdag, 17 april 2012

Hans Kuipers

Hans Kuipers

Hyves Twitter GR

Position paper windenergie

In groenlinks-drenthe, klimaat & energie, statenfractie, co₂, omgevingsbeleid, position paper, windenergie, april, belangrijk, en meer.

Voor GroenLinks Drenthe schreef ik een position paper windenergie. Hieronder de volledige tekst.

Clipart Cartoon Design 02 Position paper windenergie1. Aanleiding
Dit memo geeft in de positie en uitgangspunten van de GroenLinks-Statenfractie in Drenthe (voorts: GroenLinks) weer met betrekking tot het dossier windenergie. Dit position paper is door de Statenfractie geaccordeerd in haar vergadering d.d. 11 april 2012.

2. Windenergie algemeen
Als fractie van GroenLinks staan we vooralsnog op het standpunt dat een mix van duurzame energieopwekking nodig is om duurzaam te leven (ook volgende generaties een leefbare wereld na te laten) en minder CO2 uit te stoten – daar hoort ook wind op land bij. Drenthe levert van de 6000 megawatt die landelijk opgewekt wordt, als het aan ons ligt, daarvan een beperkte hoeveelheid, onder meer omdat er aan de kust meer wind is. Het zoekgebied dat is aangewezen in de omgevingsvisie is voor ons leidend – dat betekent kortom dat we vinden dat er in de Veenkoloniën windenergie opgewekt moet worden. Voorwaarde voor ons is daarbij wel, dat initiatiefnemers in gesprek gaan met omwonenden en hen de mogelijkheid bieden mee te denken over plaats en vormgeving en ook de mogelijkheid bieden om te participeren en voordeel te hebben van de molens. Randvoorwaarden zijn uiteraard dat overlast door slagschaduw in huis en door geluid voorkomen wordt.

3. Omgevingsvisie Provincie Drenthe
In de Omgevingsvisie1 hebben Provinciale Staten een zoekgebied vastgelegd binnen de provincie waar grootschalige opwekking van windenergie mogelijk wordt gemaakt.

Het Rijk wil dat in 2020 14% van de  energie gehaald wordt uit duurzame bronnen, onder andere windenergie. Hiervoor dient 6000 MW windenergie op land geraliseerd te worden. De provincies hebben dit in IPO-verband onderling verdeeld en voor Drenthe betekent dat in 2020 200 – 280 MW gerealiseerd moet zijn. In de Omgevingsvisie is echter expliciet géén maximum aantal MW aan windenergie in de provincie benoemd.

Het aanleggen van windmolenparken zou volgens GroenLinks overal gestimuleerd moeten worden waar dit landschappelijk inpasbaar is. Ook is in de Omgevingsvisie expliciet opgenomen dat na 2020 bouw van windmolens buiten het zoekgebied niet uitgesloten is.

4. Inpassing met draagvlak
Een goede inpassing mét draagvlak betekent voor GroenLinks: een juiste balans tussen behalen van maximaal rendement en maximale beperking in overlast, en participatie door de bevolking.

Beleving van geluidsoverlast bij windmolens is groter als je er geen goed gevoel bij hebt en als je er niets over te zeggen hebt: zoeken naar mogelijkheden de bevolking te betrekken is belangrijk om de overlast te beperken. Geen stroboscoopeffect of slagschaduw in huis, en liefst ook niet in de tuin. De inpassing voldoet minimaal aan het Activiteitenbesluit bij de Wet milieubeheer (geluidsnorm en minimale afstand). Wenselijk is om de overlast zo veel mogelijk te beperken.

Het rendement kan bevordert worden door de molens in de juiste formatie te positioneren. Dit kan conflicten opleveren met landschappelijke inpasbaarheid (zichtlijnen) en directe overlast voor omwonenden. Een goede balans hierin dient te worden gevonden.

Participatie vanuit bevolking is voor GroenLinks een belangrijke voorwaarde voor goede inpassing. Dit kan participatie mét zeggenschap (coöperatie) of zonder zeggenschap (lagere tarieven, aandelen, obligaties, leningen) zijn.

5. Proces: Gebiedsvisie
“Samen met de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Coevorden en Emmen en de provincie Drenthe wordt er een gebiedsvisie windenergie opgesteld, met als doel het aangewezen zoekgebied te verfijnen. In de gebiedsvisie zal zo concreet mogelijk worden geformuleerd waar en onder welke voorwaarden windmolen geplaatst kunnen worden. Bij het opstellen van de gebiedsvisie worden ook de inwoners en initiatiefnemers betrokken.”

De gebiedsvisie wordt opgesteld in gezamenlijkheid tussen provincie en gemeenten. Voor GroenLinks is daarbij van groot belang dat de gebiedsvarianten uitgebreid met de bevolking worden besproken.

In het meest gunstige scenario worden de gemeenten het onderling eens over de invulling van de gebiedsvisie. Gemeenten moeten wel hun verantwoordelijkheid nemen binnen de provinciale doelstelling, zodat een gelijkwaardige verdeling van lusten en lasten over het zoekgebied gemaakt kan worden. Emmen en Coevorden zullen waarschijnlijk een groter deel voor hun rekening moeten nemen dan zij tot op heden gedaan hebben.

Enige manier om te zorgen dat het Rijk ons serieus neemt, is als Drenthe (voor en tegen) samen een gebeidsvisie maken, die gedragen wordt, anders gaat het Rijk zijn eigen gang.

6. Rijkscoördinatieregeling
De rijkscoördinatieregeling (RCR) biedt de rijksoverheid de mogelijkheid om bij projecten van nationaal belang de besluitvorming te coördineren. De bedoeling is de procedures te verkorten en te stroomlijnen, waardoor projecten sneller kunnen worden gerealiseerd. Windenergieprojecten vanaf 100 MW opgesteld vermogen vallen verplicht onder de rijkscoördinatieregeling.

In Drenthe zijn inmiddels een aantal initiatieven bekend die onder de RCR vallen, windpark de Drentse Monden (300 – 450 MW) en windpark Oostermoer (120 tot 150 MW).

In principe is de RCR een goede regeling: het geeft het Rijk mogelijkheden om in te grijpen in provincies die hun verantwoordelijkheid in de windopgave niet nemen. Drenthe heeft dat wél gedaan en vastgelegd in haar omgevingsvisie. GroenLinks is dan ook van mening dat het Rijk hier ook daadwerkelijk de verantwoordelijkheid van de provincie moet respecteren.

7. Samenvattend:

  1. GroenLinks onderschrijft het vastgelegde zoekgebied voor grootschalige windenergie zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie.
    GroenLinks onderschrijft de taakstelling om voor 2020 minimaal 200 MW en maximaal 280 MW aan grootschalige windenergie te realiseren in Drenthe.
  2. GroenLinks is van mening dat het opwekken van windenergie ook buiten het zoekgebied (kleinschalig en decentraal) mogelijk moet zijn waar dit op een verantwoorde wijze landschappelijk inpasbaar is.
  3. De gebiedsvisie wordt in gezamenlijkheid opgesteld door provincie en gemeenten, waarbij wat GroenLinks betreft nadrukkelijk ook de bevolking, tegenstanders en initiatiefnemers worden betrokken;
  4. GroenLinks hanteert de volgende toetsingscriteria voor verantwoorde inpassing:
    • Voldoende participatie door bevolking;
    • Stroboscoop-effect: geen effect in woningen en geen slagschaduw langs ramen, liever niet in tuinen;
    • Geluid en minimale afstand: wettelijke norm. Aantoonbaar maximale beperking overlast;
  5. Drenthe heeft bewezen haar verantwoordelijkheid te nemen in het dossier windenergie. GroenLinks is van mening dat het Rijk bij het toepassen van de Rijkscoördinatieregeling de door de provincie en gemeenten in gezamenlijkheid opgestelde gebiedsvisie als leidend moet hanteren.

Meppel, 11 april 2012
STATENFRACTIE GROENLINKS DRENTHE

donderdag, 5 april 2012

Frank Pels

Frank Pels

Hyves

Sybe Schaap: PVV maakt verdacht, maar biedt geen oplossingen

In agenda, analyse, cohen, de, debat, dragen, eerste, integratie, medemens, en meer.
Sybe Schaap - Eerste Kamerlid VVD en filosoof - schreef het boek ‘Het rancuneuze gif, de opmars van het onbehagen’ . Een bewerkte versie van hoofdstuk 13 staat op socialevraagstukken.nl

De Partij voor de Vrijheid (PVV) is meer een tegenpartij dan een beweging met constructieve ideeën voor een evenwichtige opbouw van de samenleving. Feiten doen er in de afwegingen en opvattingen van de PVV namelijk nauwelijks toe, alles draait om verhalen, beweringen, meningen en beelden. Vanwege de grote afstand tot de feitelijke realiteit en de negatieve ondertoon in de beweringen, komt het niet tot argumentatie en debat. Alles draait om het verhaal en de onophoudelijke herhaling daarvan. [..]
Boeiend is hoe de partij omgaat met waarheid en leugen. Aan een scherpe, indringende analyse van werkelijk bestaande problemen, zoals een gebrek aan integratie en participatie van allochtone groepen bijvoorbeeld, ontbreekt het bij de PVV ten enenmale. Aan opbouwende suggesties voor het oplossen daarvan al evenzeer. Het opzetten van een Polen Meldpunt getuigt eerder van het tegendeel.[..]
Met inzet van verbeeldingskracht en interpretatiekunst worden feiten op sluwe wijze gemanipuleerd. De waarheid doet er niet toe, feitelijk materiaal wordt slechts gebruikt om op fantasierijke wijze onwaarachtige beweringen te produceren. Dit alles loopt voortdurend door in het betichten van vermeend schuldigen en ook dit op onoprechte wijze: namelijk door het belachelijk maken van tegenstanders (Cohen de theedrinker of Cohen de grote gedoger) het opkloppen en verbreiden van weerzin en hatelijkheden en het inspelen op verontwaardiging. [..]
PVV minacht argumenten van opponenten     Een lid van de vijandige linkse elite is allerminst een te waarderen medemens, iemand waarmee men het oneens is en die men met debat en argumentatie tegemoet treedt. Sterker nog hij moet worden gedesavoueerd, van zijn waardigheid en volwaardigheid beroofd, zoals men dit in rancuneuze kringen ook met inzet van diertermen of psychiatrische vernederingen doet. Met een belachelijk gemaakte tegenstander hoeft men niet te debatteren; zo ontloopt men het debat. Het beschuldigen van vijandige tegenstanders is ook de geheime agenda achter de zo hartstochtelijk beleden vrijheid van meningsuiting. Uitsluitend de eigen vrijheid wordt geaccepteerd en wel om eigen beelden en oordelen uit te dragen. Argumenten van opponenten worden geminacht, zo deze al niet verboden zouden moeten worden.
De voortdurend beleden vrijheid van meningsuiting blijkt niet meer te zijn dan het dictaat van de eigen mening, een mening die nauwelijks meer gestaafd hoeft te worden met feiten. Vijanden staan hier centraal, de moslims en de vertegenwoordigers van de linkse kerk. In het oordeel over hen is veel geoorloofd. En dit alles loopt uit op het eigenlijke genoegen van de rancuneuze mens, de wraak. Wie onwelgevallige zaken aanhaalt, wie politiek onwenselijke meningen verkondigt, moet de mond worden gesnoerd. Deze politieke beweging heeft het er vanzelfsprekend ‘moeilijk’ mee als het in onderhandelingen naar anderen moet luisteren en zelfs toegeven. Het valt te betwijfelen of de PVV daartoe wel in staat zal blijken.



dinsdag, 3 april 2012

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Het ACB stopt ermee

In nieuws uit allochtonië, acb kenniscentrum, integratie, minderhedenbeleid, buitenlanders, de, emancipatie.
ACB Kenniscentrum, het voormalige Amsterdams Centrum Buitenlanders (ACB) zal op 1 juli haar deuren sluiten. Het ACB zette zich sinds haar oprichting in 1981 in voor de emancipatie en participatie van etnische minderheden. Het was één van de oudste en bekendste kenniscentra op dit terrein. De belangrijkste reden om te stoppen is dat het niet [...]

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Het ACB stopt ermee

In nieuws uit allochtonië, acb kenniscentrum, integratie, minderhedenbeleid, buitenlanders, emancipatie, de.
ACB Kenniscentrum, het voormalige Amsterdams Centrum Buitenlanders (ACB) zal op 1 juli haar deuren sluiten. Het ACB zette zich sinds haar oprichting in 1981 in voor de emancipatie en participatie van etnische minderheden. Het was één van de oudste en bekendste kenniscentra op dit terrein. De belangrijkste reden om te stoppen is dat het niet [...]

zaterdag, 31 maart 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Wat doet de regio?

In raad, regio, regio rivierenland, beleid, blog, boodschap, burgemeester, burgers, college, en meer.

Vast onderdeel van de Culemborgse raadsvergadering is punt 8: informatie uit gemeenschappelijke regelingen. Regio Rivierenland is zo’n gemeenschappelijke regeling.

De terugkoppeling uit ‘de regio’ is mager. Meestal wordt de regio afgedaan als de plek waar al door de lokale gemeenteraad vastgesteld beleid wordt verlengd en uitgevoerd. Dat is zo, maar soms op het randje. Een voorbeeldje: bij het besluit dat  in 2020 regionaal 10% duurzame energie moet worden opgewekt is de Culemborgse raad niet betrokken geweest. En over wat over ‘werk en inkomen’ in de regio wordt besproken en besloten krijgt de gemeenteraad regelmatig een keurige nieuwsbrief; alleen, ik heb een andere opvatting over de taak van een gemeenteraadslid dan slechts geïnformeerd te worden.

Toen de voorzitter van de raad (die niet alleen burgemeester van Culemborg, maar ook voorzitter van Regio Rivierenland is) gisteren in de raadsvergadering dit punt wilde afhameren was het tijd om in te grijpen en te vragen naar terugkoppeling uit het Algemeen Bestuur van de regio.

Lichtelijk geïrriteerd over dit oponthoud vertelde Van Schelven dat het AB van de regio een besluit had genomen over de riolering van het regiokantoor. De ondertoon had onmiskenbaar de boodschap dat je je als raadslid niet druk zou moeten maken over dit soort futiliteiten.

In De Gelderlander van 17 maart was echter al te lezen geweest dat de Burense wethouder Sander van Alfen in het AB van de regio een serie voorstellen had gepresenteerd die tot doel hadden meer openheid te betrachten en de raadsleden in de regio actiever te informeren. Een burgemeester zou in die discussie gezegd hebben: “De participatie en informatie van de gemeenteraden gaan niet goed”.

Het geeft te denken dat het Culemborgse college het niet de moeite waard vond deze in het AB van de regio gevoerde discussie met de raad te delen.

Bij monde van wethouder Van Oorschot kwam er vervolgens een wat onwillig en halfslachtig antwoord op mijn terugkoppelingsvraag: voordat je aan de gang ging met het ‘verkopen’ van je regio, moest eerst gezorgd worden dat de interne communicatie in orde was. Daar zou nu aan gewerkt gaan worden. En niet Culemborg in haar eentje moest nu aan de slag met het actiever informeren van raad en burgers, maar alle regiogemeenten zou eerst op één lijn moeten komen.

Dat riekt naar stroperigheid.
Waarom zouden de Culemborgse bestuurders hun raad en bevolking niet netjes informeren? Waarom zou je daarvoor moeten wachten op andere gemeenten in de regio?

Met moeite ontfutselde ik van het college de toezegging dat de Culemborgse raad de beschikking zou krijgen over de concrete voorstellen van de Burense wethouder om raad en burgers beter te informeren.

Participatie, democratie, transparantie: of deze begrippen voor het Culemborgse college wel altijd zo vanzelfsprekend zijn….?

donderdag, 8 maart 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Van aanrechtrecht naar topplicht

In de maatschappij dat zijn wij!, gelijke kansen, europa, feit, feminisme, foto, macht, nederland, norm, en meer.

Een tegenbericht. N.a.v. een stuk in de Volkskrant over het falen van het feminisme, trof ik op een alleraardigst blog een instemmend stuk. De conclusie uit beide: de vrouwenemancipatie blijft steken op een teleurstellend niveau. En die conclusie klinkt ondertussen als een hele oude plaat. Saai ook. En irriterend: het bedreigt mijn vrijheid namelijk. Het criterium van deze mensen is het behalen van de economische top. Alles uitgedrukt in euro’s en macht. Dat doen vrouwen in mindere mate dan mannen en dus voila: we zijn mislukt. Nou, dat zullen we nog wel eens zien.

Er is geen probleem

‘Gebrek aan topvrouwen is geen thema dat leeft’. ‘Urgentie wordt niet gevoeld’. ‘Tot die tijd blijft het een terugkerende dag met activiteiten voor een kleine club geïnteresseerden.’ Citaten uit het VK-artikel die zonder twijfel duidelijk maken dat het slechts om een kleine groep gaat die een probleem ziet. Is de rest van Nederland dan ziende blind, dom of lui? Ik betwijfel het. We hebben hier het punt bereikt waarop iedereen, man of vrouw, zelf kan bepalen hoe hij zijn leven inricht. Daarin maken mensen nou eenmaal verschillende keuzes. Dat dit nu kan, was het doel. Het is te hopen dat vrouwen, en ook mannen, op de hele wereld dit doel binnenkort bereiken.

De arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland is binnen Europa één van de hoogste. Ook het verschil in participatie tussen mannen en vrouwen is binnen Europa één van de kleinste. Inderdaad, we werken, mannen en vrouwen, iets minder dan het gemiddelde aantal uren per week maar onze arbeidsproductiviteit is daarentegen weer het hoogst! Er blijft in dit kikkerland kennelijk voldoende tijd over om van het leven te genieten. Volgens mij hebben we het dik voor mekaar hier.

Mogelijkheden zijn geslachtsonafhankelijk

De eerste golf  dames die zich inzette voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen richtte zich met name op het gelijktrekken van de wet. Dit heeft tot ver in de vorige eeuw geduurd. De tweede golf zette aan tot een meer gelijkwaardige maatschappelijke positie en mogelijkheden voor economische zelfstandigheid. Wetten zijn aangepast, gelijkgerechtigheid wordt zelfs op Europees niveau gecontroleerd. Formeel zijn de zaken op orde. Ondanks het feit dat de mogelijkheden geen grond meer bieden voor achterstand, zitten er meer mannen dan vrouwen op topposities. Juist omdat we kunnen kiezen.

Momenteel zit de ontwikkeling dus alleen nog tussen de oren. Tuurlijk, er is nog wat finetuning mogelijk. Een directiefunctie kan bijvoorbeeld prima in duobaan. Beter zelfs: twee voor de prijs van één. Goede voorbeelden doen goed volgen.

Er is geen glazen plafond

Het noemen van vier dooddoeners, in het VK-stuk, maar deze verder helemaal niet onderbouwen, is op zich een dooddoener. Vooral de tweede, vrouwen willen niet hogerop, is denk ik gewoon waar. Een vrouw die dezelfde prioriteiten stelt als een man met dezelfde ambities, kan dezelfde top bereiken. Zie de foto van de dame naast het artikel. Het is maar welke top je zoekt.

Marike Stellinga heeft grondig uitgezocht hoe het zit met dit glazen plafond. Haar conclusie: het is er niet. Vrouwen willen gewoon niet massaal die top bereiken die mannen willen.

Ik had gehoopt dat met de vrouwenemancipatie was bereikt dat ik mijn leven zelf zou mogen inrichten, maar het slaat nu door. Stellinga: “Je gaat dan jouw norm opleggen aan de samenleving zonder dat je je terdege afvraagt of dat iets is wat de vrije samenleving wil. De groep vrouwen die de top wil bereiken is heel klein in Nederland. Logischerwijs niet boven de 25 procent omdat een kwart van de vrouwen voltijd werkt. Waarschijnlijk is die groep nog veel kleiner. Er komt namelijk steeds meer bewijs dat het grootste gedeelte van deze groep niet verder wil groeien dan het middenmanagement.”

Voor je het weet vallen we van het aanrechtrecht in een economische topplicht.

woensdag, 7 maart 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Meer vlinders in de burgerparticipatie

In wijken, bestuurder, belangrijk, bestuur, brieven, burger, burgers, controle, de, en meer.

“Inspraakavonden en themabijeenkomsten zijn nog steeds de populairste methoden van burgerparticipatie. Vrijwel alle gemeenten zetten deze in. De rol van internet wordt steeds groter. (..) en gemeenten zetten steeds vaker sociale media in als communicatiemiddel. Dit gaat ten koste van meer traditionele communicatiemiddelen als flyers, brieven, lokale radio en televisie. Onverminderd populair zijn inspraakavonden en themabijeenkomsten. Vrijwel alle gemeenten zetten deze in.”

Aldus ProDemos op basis van onderzoek dat ze deden naar het gebruik van burgerparticipatie door gemeenten. Dat ‘vrijwel alle’  gemeenten participatie gebruiken en dat in de middelen ook hier digitalisering plaatsvindt, is geen opmerkelijke conclusie. Andersom zou het dat wel zijn geweest.

Ook niet verrassend maar wel een punt om over door te denken is de bevinding dat participatie vooral het domein is van colleges van B&W. Gemeenteraden, zo stelt ProDemos, spelen nauwelijks een rol. Burgers, zo wil ik toevoegen, spelen vrijwel geen rol. Burgerparticipatie is dus vrijwel altijd top down. Als het dagelijks bestuur er rijp voor is wordt de poort van het Forum geopend…

Die gang van zaken is al moeizaam genoeg. Ondanks alle cursussen en trainingen die medewerkers mogen volgen, zo vermeldt het rapport. De top-down lijn is volkomen natuurlijk vanuit de verticale opbouw van gemeentelijke beleidsprocessen. En ook natuurlijk is het om als dagelijks bestuurder controle te willen houden over het proces waar je verantwoordelijk voor bent. Timing en strategie zijn daarom ook niet zo zeer het onderwerp van de trainingen en cursussen. Wel al die middelen, de crowd control, het beheersen van wat je ontketent. Niet echt een recept voor een avontuurlijke ervaring met frisse ontdekkingen. Al zijn veel participatietrajecten voor betrokken medewerkers en bestuursleden al avontuurlijk genoeg: een wijkbijeenkomst met boze inwoners is altijd indrukwekkend.

We maken, zo bewijst het ProDemos-onderzoek, een diep karrenspoor van participatie. En, ook in de vergelijking met 2009, is dit spoor dieper en onwrikbaarder geworden. De kar wordt door vele B&W-leden getrokken en veel burgers volgen voor toch dat ene moment van invloed. Is het wijs dit karrenspoor te blijven volgen of zou het goed zijn nieuwe sporen te trekken?

Ik denk van wel. Als we op de comfortzone van gemeenten en hun dagelijks bestuurders blijven koersen zal burgerparticipatie altijd een zorgvuldig, strak ingekapseld rupsje blijven. En met elke lichting medewerkers die weer beter getraind zijn in de middelen en het proces, wordt de inkapseling nog steviger.

Als we vlinders willen, als we de deelname van burgers aan de politieke besluitvorming opener en vruchtbaarder willen maken, zal meer en eerder de gelegenheid hiertoe moeten ontstaan. Dan is het zaak eerder met bewoners te bespreken hoe en wanneer zij participatie belangrijk vinden. Dat is minder comfort voor de bestuurder, maar meer comfort voor de burger. En daar doen ‘we’  het toch allemaal voor.

zondag, 4 maart 2012

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Cooperatie Zuidenwind wil ook belastingvrije Coproproductie van stroom uit eigen windpark

In duurzaam, invloed, cooperatie, energie, limburg, participatie, windpark, maart, de, en meer.
Op zaterdag 3 maart hield de Coöperatie Zuidenwind haar eerste Algemene ledenvergadering. Aan het eind maakten een deel van de leden een excursie naar Windpark Neer, dat nu in aanbouw is. Het ligt 2 km buiten het dorp, aan de … Lees verder

zondag, 19 februari 2012

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Zo organiseer je participatie in een windpark, eerlijk

In duurzaam, invloed, politiek, groenlinks, oba, pvda, windpark, windenergie, burgers, en meer.
Meer dan 70% van de Nederlanders vind windenergie de beste bron van energie, toch heeft bijna niemand  stroom uit windenergie, laat staan voordeel  van de gratis wind. Terwijl burgers veel voordeel zouden hebben als ze wel participeren in een windpark. … Lees verder

donderdag, 16 februari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Politieke sensitiviteit in een hordenloop

In wijken, hordenloop, kennis, luisteren, politieke sensitiviteit, belangrijk, beleid, bestuur, bezig, en meer.

Tim Verbeek  110 m horden

foto:Ewoud Broeksma - Tim Verbeek

De medewerker wist alles van fietspaden. Zijn voorstel voor het nieuwe fietspad was tiptop. Toen de wethouder het plan presenteerde bleken veel bewoners tegen. De wethouder realiseerde zich dat hij een heel overtuigend verhaal moest brengen om draagvlak te krijgen. En daar had die medewerker zich nu net niet mee bezig gehouden.

Politieke sensitiviteit, is niet een kwaliteit die alleen een politicus moet hebben. Het is ook een onmisbare competentie voor medewerkers van een politiek bestuurder. Het leidt tot beter presteren. Dat is, gegeven het krimpen van overheidsbudgetten, een belangrijk motief organisaties sensitiever te maken.

Veronachtzaamde succesfactor

Voor beleidsmedewerkers telt in profielen en persoonlijke ontwikkelingsgesprekken vooral inhoudelijke deskundigheid, sociale vaardigheden en inzet. De interne beleidsomgeving is maatgevend. Het functioneren in de politiek-bestuurlijke omgeving en in de relaties met het publiek is geen toetspunt.

Veronachtzaming van omgevingsensitiviteit hindert de organisatie om doelmatig en doeltreffend te werken. Om dit te illustreren gebruik ik de metafoor van een hordenloop. De startpositie van de medewerker in een beleidsproces is buitenbaans, vele meters voor op de binnenbaans lopende bestuurder. De hordes van de medewerker bestaan uit inhoudelijke vraagstukken, tegendraadse opvattingen van vakcollega’s en budgettaire problemen. De hordes van de bestuurder zijn een coalitieafspraak, keuzemogelijkheden, realisatietermijn, budget en communicatieopgave. Bestuurder en medewerker passeren tegelijk de finish. De medewerker stopt, de bestuurder niet. Hij komt terecht in een steeple chase met hindernissen van verschillende aard en grootte: een ontevreden bewonersgroep, een vertragende juridische procedure, informatie die nieuw lijkt, interpretatieverschillen over de coalitieafspraak en zo voort. De medewerker staat inmiddels op het binnenterrein verrast door de duur van de loop en aard van de hindernissen. Hij gooit de zwetende bestuurder een handdoek toe, wat water, waarschuwt voor hindernissen, adviseert hoe die te nemen en moedigt aan. Dat is geen geruststellend recept voor het heelhuids halen van de echte eindstreep: de uitvoering.

Was de medewerker bij de start sensitief geweest dan had hij op de publieke tribune, al veel wensen en klachten gehoord. Geluiden die hem hadden geholpen zijn beleidsstuk weerbaarder te maken. En waarmee hij de bestuurder in stat stelde zijn race beter op lengte en moeilijkheidsgraad in te schatten.

Wat te verbeteren?

Kennis. Het ontbreekt veel medewerkers simpelweg aan kennis over het politiek bestuur. Feitelijke informatie geven is niet voldoende omdat personen, hun bestuursstijl en hun onderlinge relaties bepalend zijn. Daarom is kennisoverdracht echt waardevol als het situationeel gebeurt. Verankering volgt door ruimte te scheppen voor politieke oriëntatie binnen de ambtelijke omgeving.

Luisteren. Echt luisteren werkt als de luisteraar respondeert. Via een dialoog of door het te laten weerklinken in het proces of beleid. Dat vraagt oprechte nieuwsgierigheid en bereidheid het masker van ‘de deskundige’ te laat zakken. Politiek sensitief werken krijgt pas effect als inventarisatie leidt tot interactie. De ‘lerende organisatie’ , die veel overheden nastreven, zal toch ook eerst een ‘luisterende organisatie’ moeten zijn.

Strategie. Medewerkers die andere omgevingen in kaart willen brengen doen dit efficiënt door eerst een strategie te maken. Dit dwingt de medewerker ook zich te verplaatsen in de positie van zijn bestuurder, de raadsfracties en belanghebbenden. Het voorkomt de situatie waarin de B&W-vergadering als eindstreep wordt gezien.

Op tijd bij zijn

Zonder kennis van verschillende omgevingen is een technisch perfect en inhoudelijk correct voorstel toch incompleet. Een onvolmaaktheid die het risico op schipbreuk bij B&W, de gemeenteraad of het publiek vergroot. Via participatie kiezen veel overheden ervoor om de buitenwereld naar binnen te brengen. Dat legt echter nog geen duurzaam fundament voor een politiek sensitieve beleidsomgeving. Dat vraagt van medewerkers zich te buigen over vragen die nu vaak pas aan de bestuurstafel of buurthuisbar opduiken.

Een meer uitgebreide versie vind je hier

woensdag, 15 februari 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Niet bijster divers debat over diversiteit

In persoonlijk, diversiteit, maslow, pinto, communicatie, actie, boek, cijfers, cultuur, en meer.

‘Nij!-meee-gen’. Nooit eerder heb ik iemand met zo veel walging deze plaatsnaam horen uitspreken. Maar ja, ik was dan ook op een onvervalst VVD-feestje beland bij de presentatie van het nieuwe boek van hoogleraar Interculturele Communicatie David Pinto over participatie en integratie. Dagvoorzitter Frits Huffnagel vroeg zich af of het zo maar zou kunnen dat een willekeurige gemeente, bijvoorbeeld ‘Nij!-meee-gen’, zo maar toch weer doelgroepenbeleid zou kunnen invullen. Terwijl het wijze kabinet hier ‘gelukkig’ mee gestopt was. Maar goed ook, vond ook VVD-integratiewoordvoerdster Cora van Nieuwenhuizen. Jubelend vertelde zij hoe haar moeder ooit voor het eerst iemand met een andere huidskleur zag, dus hoe ver we al gekomen zijn. De meest genuanceerde spreker was minister Gert Leers [sic!], maar dat kwam vooral door de delen van zijn speech die niet op zijn papier stonden. Dat het goed is om om ook zakelijk naar de cijfers te kijken: zo veel ‘kansloze immigranten’ zijn er nou ook weer niet. Sterker nog, waar hebben we het over. Maar goed, als dat op papier en dus nu op de site was beland, dan had ‘ie vast weer op het matje gemoeten bij GW.

Misschien moet Leers nog wel even op het matje bij zijn gastheer Pinto, wiens vakgebied hij en passant even te kakken zette: “Wil je als professional individueel niveau effectief zijn in een diverse samenleving, dan ben je bewust dat culturele aspecten een rol spelen. Maar – zeg ik daarbij – we moeten daarin niet doorschieten. Geen pseudo-wetenschap maken van interculturele communicatie. Kom op!” Geen verrassing gezien het diversiteits- en wetenschaps’beleid’ van dit kabinet, maar niet bijster passend op zo’n feestje, lijkt mij.

Het pleidooi tegen doelgroepenbeleid matchte niet goed met de theorie die Pinto presenteerde: een niet-Westerse behoeftenpiramide naast de beroemde van Maslow. Met ‘eer’ als top in plaats van het individualistisch ‘zelfverwezenlijking’. Interessant, dit biedt aanknopingspunten voor het aanspreken van drijfveren. Deze waarden veranderen we niet, althans niet op korte termijn, deze verschillen moeten we accepteren, is het standpunt van Pinto. Leers vond ook dat we mensen hun identiteit niet mogen afnemen.

Maar als je waarde ‘eer’, onderdeel van je identiteit, gekoppeld is aan normen als ‘mannen en vrouwen zwemmen gescheiden’, hoe ga je daar dan mee om? Dat mag tenslotte niet van het nieuwe anti-doelgroepenparadigma. Dan maar geen zwemles voor de dames? Zelf pleit ik regelmatig voor positieve actie, dus juist voor doelgroepenbeleid. Tijdelijk en krachtig, voor broodnodige inhaalslagen. Een cultuur doorbreek je niet met pappen en nathouden.

Het boek was overigens niet beschikbaar bij de boekpresentatie (handig zet, uitgever…). Maar misschien kan ik ook op de website van de VVD terecht…


Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Niet bijster divers debat over diversiteit

In persoonlijk, diversiteit, maslow, pinto, communicatie, actie, boek, cijfers, cultuur, en meer.

‘Nij!-meee-gen’. Nooit eerder heb ik iemand met zo veel walging deze plaatsnaam horen uitspreken. Maar ja, ik was dan ook op een onvervalst VVD-feestje beland bij de presentatie van het nieuwe boek van hoogleraar Interculturele Communicatie David Pinto over participatie en integratie. Dagvoorzitter Frits Huffnagel vroeg zich af of het zo maar zou kunnen dat een willekeurige gemeente, bijvoorbeeld ‘Nij!-meee-gen’, zo maar toch weer doelgroepenbeleid zou kunnen invullen. Terwijl het wijze kabinet hier ‘gelukkig’ mee gestopt was. Maar goed ook, vond ook VVD-integratiewoordvoerdster Cora van Nieuwenhuizen. Jubelend vertelde zij hoe haar moeder ooit voor het eerst iemand met een andere huidskleur zag, dus hoe ver we al gekomen zijn. De meest genuanceerde spreker was minister Gert Leers [sic!], maar dat kwam vooral door de delen van zijn speech die niet op zijn papier stonden. Dat het goed is om om ook zakelijk naar de cijfers te kijken: zo veel ‘kansloze immigranten’ zijn er nou ook weer niet. Sterker nog, waar hebben we het over. Maar goed, als dat op papier en dus nu op de site was beland, dan had ‘ie vast weer op het matje gemoeten bij GW.

Misschien moet Leers nog wel even op het matje bij zijn gastheer Pinto, wiens vakgebied hij en passant even te kakken zette: “Wil je als professional individueel niveau effectief zijn in een diverse samenleving, dan ben je bewust dat culturele aspecten een rol spelen. Maar – zeg ik daarbij – we moeten daarin niet doorschieten. Geen pseudo-wetenschap maken van interculturele communicatie. Kom op!” Geen verrassing gezien het diversiteits- en wetenschaps’beleid’ van dit kabinet, maar niet bijster passend op zo’n feestje, lijkt mij.

Het pleidooi tegen doelgroepenbeleid matchte niet goed met de theorie die Pinto presenteerde: een niet-Westerse behoeftenpiramide naast de beroemde van Maslow. Met ‘eer’ als top in plaats van het individualistisch ‘zelfverwezenlijking’. Interessant, dit biedt aanknopingspunten voor het aanspreken van drijfveren. Deze waarden veranderen we niet, althans niet op korte termijn, deze verschillen moeten we accepteren, is het standpunt van Pinto. Leers vond ook dat we mensen hun identiteit niet mogen afnemen.

Maar als je waarde ‘eer’, onderdeel van je identiteit, gekoppeld is aan normen als ‘mannen en vrouwen zwemmen gescheiden’, hoe ga je daar dan mee om? Dat mag tenslotte niet van het nieuwe anti-doelgroepenparadigma. Dan maar geen zwemles voor de dames? Zelf pleit ik regelmatig voor positieve actie, dus juist voor doelgroepenbeleid. Tijdelijk en krachtig, voor broodnodige inhaalslagen. Een cultuur doorbreek je niet met pappen en nathouden.

Het boek was overigens niet beschikbaar bij de boekpresentatie (handig zet, uitgever…). Maar misschien kan ik ook op de website van de VVD terecht…


zaterdag, 28 januari 2012

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

De groene ring van Leiden

In foto's, stadsgroen, politiek, leiden, stadslab, singelpark, belangrijk, de, eerste, en meer.
afbeelding via Creatieve Stad Leiden

Zelden zal een duur en grootschalig plan in Leiden zoveel politieke en publieke steun hebben gekregen als het plan voor het Singelpark. Die brede steun is natuurlijk volkomen terecht want het is, in tegenstelling tot veel andere grootse plannen voor de stad, een plan dat Leiden aantrekkelijker en groener zal maken. En niet onbelangrijk: er is ook geld voor. Bij de verdeling van de NUON-gelden is een groot deel van het potje ‘groen’ toegewezen aan het Singelpark. Het park mag ruim 9 miljoen gaan kosten. In samenwerking met het Stadslabis is de gemeente inmiddels begonnen met de voorbereidingen. Er zal binnenkort een prijsvraag onder topontwerpers worden uitgeschreven, een nadrukkelijke wens van het Stadslab. GroenLinks vindt ook dat het nieuwe Leidse park door een buitengewoon goede landschapsarchitect ontworpen moet worden en steunt daarom het uitschrijven van een prijsvraag. Een belangrijk onderdeel bij de uitwerking van het park is de participatie van inwoners van Leiden. Op een eerste brainstormavond over het Singelpark waren zo’n 200 mensen aanwezig. De honderden ideeën van die avond zal de toekomstige ontwerper ongetwijfeld meenemen in het ontwerp.

collage Walter van Peijpe

De essentie van het park is natuurlijk de doorlopende wandelroute langs de stadszijde van de Singels. Van dit ‘ringpark’ zal elke inwoner en bezoeker van Leiden plezier hebben. Een veel gehoorde wens is daarnaast om ook de Singels weer geheel doorvaarbaar te maken. De dam van de NUON-centrale aan de Maresingel verhindert dit nu. GroenLinks deelt deze wens maar vindt de verwijdering van de dam geen prioriteit hebben. Het probleem is dat het nog niet duidelijk is hoeveel het verwijderen van de dam gaat kosten, het vermoeden is enkele miljoenen. Als dit zo is dan vindt GroenLinks dit een te grote aanslag op het budget voor het Singelpark. Het ligt voor de hand om het goed gevulde NUON-potje ‘bereikbaarheid’ aan te spreken. De stad wordt immers via een doorgaande ‘ringwaterweg’ beter bereikbaar voor boten.

collage Suzanne van Ginneken

Donderdag 26 januari is in de Raad met veel enthousiasme de visie op het Singelpark door alle partijen met uitzondering van Leefbaar Leiden goedgekeurd. GroenLinks feliciteert de gemeente en het Stadslab met deze belangrijke stap en wenst hen heel veel succes bij de verdere uitwerking.


zondag, 15 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Rendement Meewind 2011

In duurzaamheid, economie, persoonlijk, belwind, duurzame energie, greenchoice, investeringen, meewind, offshore wind, en meer.

In 2008 heb ik een deel van mijn kerstbonus geinvesteerd in een participatie in Meewind met het idee de ontwikkeling van offshore wind in Nederland te stimuleren. Meewind is een paraplufonds dat de mogelijkheid biedt te beleggen in duurzame energieprojecten.  Ik werd op het bestaan van Meewind gewezen door Greenchoice, die een mooie actie hadden waarbij je met een aanbetaling van 100 Euro een participatie van 1.000 Euro kon kopen. De resterende 900 Euro hoefde pas betaald te worden zodra Meewind haar eerste windpark werkelijk in aanbouw zou nemen. In 2010 was het zover en heb ik het geld voor volledige participaties in het eerste subfonds van Meewind bijgestort.

Het eerste subfonds van Meewind heeft een participatie in het Belgische windpark Belwind. Het windpark is eind 2010 in productiegenomen. De intrinsieke waarde van een participatie is sindsdien gestegen van 1.000 Euro in juli 2010 tot Euro 1.121 eind 2011. Dat is een rendement sinds oprichting van 12%, over 2011 bedroeg het rendement 8%. Vooralsnog is het papieren winst, enkel te verzilveren door de participatie te verkopen. Dat ben ik echter niet van plan, sterker eind vorig jaar heb ik  mijn investering in Meewind uitgebreid.

Meewind hoopt vanaf dit jaar dividend uit te gaan keren, dus wellicht kan ik later dit jaar een beeld van het dividend rendement van een participatie Meewind geven. Meewind wil medio 2012 ook de inschrijving voor het tweede subfonds openen. Met dat fonds wil Meewind investeren in het offshore windpark bij Schiermonnikoog.

vrijdag, 30 december 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Integratie, participatie of…?

Op 18 september schreef ik onderstaand blog maar door de migratieproblemen met web-log publiceer ik het nu pas.

De Visienota integratiebeleid Gemeente Arnhem is toch wel een van de merkwaardigste beleidsnota’s die ik ooit heb gelezen. Eigenlijk moet ik bekennen dat het me volstrekt onduidelijk is wat nu de bedoeling is van de bestuurders met dit stuk.

Laat ik eens beginnen met de titel te ontleden. In de titel zit namelijk  al een contradictie, het is een visienota over integratiebeleid maar integratie moet bereikt worden via participatie. Dat geeft de wethouder ook al in zijn voorwoord aan, hij wil middels participatie van alle Arnhemmers integratie bevorderen en afstappen van doelgroepbenadering.

Op zichzelf is dat niet verkeerd, maar dan verwacht ik eerder een participatienota dan een beleidsstuk waar vervolgens wel voortdurend over integratie, bevolkingssamenstelling naar allochtone achtergrond en interculturalisatiebeleid wordt gesproken.

Doelgroepenbeleid is passè maar op pagina 14 staat: “Daarnaast verschillen etnische groepen onderling sterk, zowel cultureel als maatschappelijk. Er zijn bovendien grote verschillen tussen leden van de dezelfde etnische groep.” De taalfout, hoe slordig ook neem ik maar even voor lief maar ik vraag me wel af hoe je de verschillende etnische groepen wil gaan bereiken als je niet iets van doelgroepbenadering toepast. Dat is namelijk onmogelijk. Antillianen zijn niet op dezelfde manier te bereiken als Turken, om maar eens een willekeurig voorbeeld te noemen.

Deze nota ademt een hoog gehalte luchtfietserij uit. Nergens wordt ook maar een begin gemaakt met aan te geven hoe die participatie gerealiseerd moet gaan worden.

Ik ben zelf enkele jaren in opdracht van de KNVB actief geweest als Verenigingsbegeleider in Presikhaaf. Dit was een activiteit gelieerd aan het project van gemeente Arnhem, Meedoen Allochtone Jeugd door Sport. Daarin speelde juist die participatie, het betrekken van kinderen van allochtone afkomst bij sportclubs en vervolgens hun ouders, een essentiële rol. En dat was een hele kluif. Daar werd oa door Sportbedrijf Arnhem goed werk verricht. Sport en cultuur zijn de ideale instrumenten voor dialoog en het bereiken van mensen met diverse achtergronden. En de nota rept er met geen woord over.

Dagblad De Gelderlander kraakte in haar redactioneel commentaar de nota twee weken geleden tot op de laatste letter af. In mijn ogen volkomen terecht, de gemeenteraad van Arnhem moet dit plak- en knipwerk niet eens in behandeling willen nemen.

zaterdag, 17 december 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Luie burgers

In consumentisme, politiek, betrokkenheid, burgers, burgerschap, democratie, maatschappij, macht, participatie, en meer.
Wie tegenwoordig wel eens een online discussie leest, zal het zijn opgevallen dat je struikelt over twee nieuwe mythische figuren in de Nederlandse cultuur:  de ‘burger’ en de ‘elite’. Als echte archetypen zijn dit geen bestaande wezens, maar vertegenwoordigen ze bepaalde groepen en emoties. De ‘elite’ is het symbool voor alles wat mis is in [...]

woensdag, 14 december 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

De gemeentelijke taalcoach

In weblog, klare taal, leesbaarheid, participatie, taalcoach, vaagtaal, adres, ambtenaren, belastingdienst, en meer.

Afdelopen dagen viel de gemeentelijke participatiekrant weer op de mat waarin ik als kop zag staan dat er een ‘gemeentelijke taalcoach’ is. Deze wordt ingezet voor de inburgering, maar het leek me voor de redactie van die krant ook geen slecht idee.

Geen vak zo moeilijk als communicatie denk ik wel eens. Want (zeker in overheidsland) is het vaak totaal onduidelijk of onaantrekkelijk om de aangeboden informatie te lezen. Zo zag ik op de voorpagina van de ‘participatiekrant’ (de naam alleen al nodigt mij niet uit tot lezen) iets staan over een Mast-loket, een klantcontactcenrum en een benchmark. Ik was eigenlijk al afgehaakt. Gaat niet over mij, niet voor mij bedoeld.

Hoe meer je inhoudelijk deskundig over een onderwerp bent, hoe minder geschikt je bent om er over te communiceren. Want je vervalt in jargon en onbegrijpelijk gewauwel voor de niet-deskundigen. Dat geldt ook voor mijzelf als ik het in de politieke realiteit heb over amendementen, kadernota of presidium. De meeste mensen hebben dan echt geen idee meer en daar mag ik ook niet vanuit gaan. Als je een amendement echter ‘hertaald’ naar ‘wijzigingsbesluit’ wordt het voor de meeste mensen al veel duidelijker. Agendacommissie klinkt minischien minder chique dan ‘presidium’ maar het is wel de taak van die club. Kortom, wie de schoen past trekke hem aan.

Toch zou ik (juist bij de doelgoep -ook zo’n verschrikkelijke ambtenarenterm- waarvoor de participatiekrant bedoeld is) meer aandacht besteden aan het begrijpelijk schrijven van deze krant. Mensen zijn niet dom, maar je kan van niemand verwachten eerst een halve ambtenaar te worden voordat ze begrijpen wat er staat.

Overigens, dit verwijt treft zeker niet alleen de gemeente Dronten. Ikzelf heb behoorlijk wat ervaring met (laat ik me onaardig uitdrukken) ambtenaren vaagtaal en politiek gewauwel. Maar de belastingdienst weet het voor elkaar te krijgen dat ik vrijwel altijd brieven krijg waarvan ik na lezing constateer dat ik, behalve mijn eigen adres, er niets van heb begrepen. Daarbij vergeleken is de participatiekrant een goed leesbaar ding. Maar ik zou iedereen aanraden die iets te communiceren heeft om er iemand voor te vragen die er geen enkel verstand van heeft. Als die het inhoudelijk juist opschrijven kan is het doorgaans ook heel begrijpbaar.

zondag, 20 november 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Scheve verdeling opbrengst globalisering gunstig voor populariteit Wilders?

In geen categorie, angst, eerlijke, globalisering, handel, imf, occupy, stiglitz, vrije markt, en meer.

De angst voor de gevolgen van globalisering wordt vaak genoemd als voedingsbodem voor het succes van Wilders. “De Chinezen veroveren de wereldeconomie en dat gaat ons banen kosten”, denken veel mensen. Economen beweren daarentegen dat echte vrijhandel wederzijds voordeel oplevert. Hoe moet de wereldeconomie dan ingericht worden? Nobelprijswinnaar Jozeph Stiglitz schrijft in Eerlijke globalisering dat dit zeker mogelijk is. Hoe moeten we ons dat voorstellen? En helpt het tegen Wilders? Zullen mensen dan minder angst hebben voor de toekomst?

Een werkelijk vrije markt bestaat alleen onder ideale condities. Zoals volledige  werkgelegenheid, volkomen concurrentie, perfecte risicomarkten – risico’s bij de risicoveroorzakers – en gelijke toegang tot informatie. Die zijn er nooit. Daarom zijn overheden nodig om de gevolgen van het ontbreken van de perfecte condities te corrigeren. Voor een goed functionerende markteconomie is bijvoorbeeld adequate overheidsregulering van de kapitaalmarkt nodig, maar ook zaken als werkgelegenheidsbeleid, goed onderwijs en goede gezondheidszorg.

En hoe gaat het met de regulering van de wereldmarkt? Als chef-econoom van de Wereldbank en topadviseur van president Clinton zag Stiglitz hoe het werkt. Bij onderhandelingen over vrijhandel hebben rijke, Westerse multinationals een onevenredig grote invloed. Lobby door het bedrijfsleven wordt als vanzelfsprekend gezien. Bij  conflicten hebben zij ook enorme bedragen beschikbaar voor het voeren van juridische procedures, in tegenstelling tot ontwikkelingslanden. Het democratisch gehalte van internationale bestuursorganen is laag. Onderhandelingen over handelsliberalisering vinden achter gesloten deuren plaats. Organisaties als IMF en Wereldbank worden
bestuurd door de rijke landen en bewaken de belangen van Westerse banken veel beter
dan van bevolkingen van arme landen.

De revenuen van handelsliberalisering waren in 2000 als volgt verdeeld. De bevolking
van de rijke landen – 15% van de wereldbevolking – kreeg 70% van de opbrengst.  Dat was 350 miljard dollar per jaar. Ontwikkelde landen leggen gemiddeld vier keer zo hoge invoerheffingen op als ontwikkelingslanden. De liberalisering van kapitaalstromen – voornamelijk gunstig voor rijke landen – was wel geregeld, maar de liberalisering van arbeid (waar ontwikkelingslanden veel van hebben) nauwelijks. Corrupte regimes, die vaak de grondstoffen van hun land verkopen aan het Westen en de opbrengst in eigen zak steken, worden van wapens voorzien door het Westen. Als een dictator verjaagd is door de bevolking, stelt het IMF als eis dat de door het corrupte regiem gemaakte schulden wel moeten worden afbetaald aan de Westerse banken.

Dat moet beter kunnen. Neem de landbouwsubsidies. In de Verenigde Staten krijgen
25.000 katoenboeren op onvruchtbare grond jaarlijks gemiddeld 160.000 dollar subsidie.
Daarmee duperen zij 10 miljoen Afrikaanse boeren, die de Amerikaanse boeren er anders uit zouden concurreren, want de natuurlijke condities voor katoenproductie zijn er veel beter. Als zij hun katoen aan de VS zouden kunnen verkopen, zouden ook de Amerikaanse consumenten daarvan profiteren. Nu betalen Amerikanen niet alleen voor katoen maar ook extra belasting voor de subsidies aan boeren.

Als de globalisering eerlijker zou zijn geregeld, worden daar natuurlijk ook groepen op de korte termijn door gedupeerd, zoals bijvoorbeeld die katoenboeren in de VS. Een hervorming van de mondiale kapitaalmarkt zou fondsen kunnen opbrengen om voor hen overgangsregelingen te treffen. Met bedragen die een fractie zijn van wat nu wordt besteed aan de bankencrisis zouden we een heel eind komen.

Stel je nu eens voor dat we IMF en Wereldbank inderdaad de opdracht zouden geven om
ook  de belangen van de bevolking van ontwikkelingslanden te beschermen. En dat de onderhandelingen over handelsliberalisatie niet meer vooral als lobby gebruikt worden, maar moeten bewaken dat de voordelen evenwichtig aan alle betrokkenen ten goede komen. Zouden mensen dan meer vertrouwen krijgen in de toekomst? Zou dat de impasse doorbreken waarin de Westerse wereld zich bevindt? Zouden mensen dan weer meer in het nut van politieke participatie gaan geloven? Wat denkt u, lezer?

Scheve verdeling opbrengst globalisering gunstig voor populariteit Wilders? is a post from weblog Feiko van der Veen.

zaterdag, 12 november 2011

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Cooperatie Zuidenwind zoekt 500 Duurzame Limburgers

In duurzaam, invloed, cooperatie, participatie, windpark, zuidenwind, campagne, eerste, foto, en meer.
Dit zijn 3 van de bestuursleden van Coöperatie Zuidenwind in Limburg. Ze poseren voor een foto in de eerste promotie campagne van de coöperatie. De coöperatie is  deze zomer opgericht. Ze willen zelf meewerken om meer duurzame energie  op te … Lees verder

donderdag, 1 september 2011

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

Nog steeds inburgeringsplicht voor Bosschenaren van Turkse afkomst?

In geen categorie, gemeente, gemeenten, gestart, groenlinks, integratie, mensen, ministerie van, nederlandse, en meer.

zondag, 14 augustus 2011

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Nieuw windpark voor West Brabant, nu voor iedereen

De polder gemeentes van West Brabant zijn heel geschikt voor windparken, niet omdat het er veel waait, dat doet het in heel Nederland voldoende. In de polders van West Brabant hebben ze de ruimte. Wat moet je als boer in … Lees verder

zondag, 7 augustus 2011

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Windpark op het land veel verstandiger, voor omwonenden en duurzame bedrijven

Tegenstanders van een windpark in de buurt roepen vaak, “zet ze maar op zee”. Dat moet ook gebeuren, maar toch is dat een gemiste kans, ook  voor henzelf.  Op het land kost een windpark maar ca 1 tot 1,2 miljoen … Lees verder

vrijdag, 15 juli 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Afsluiting van het bezuinigingsproces: de kadernota

In divers, andere partijen, armoede, armoedebeleid, begroting, beleid, beperking, bezuinigen, bezuinigingen, en meer.

Stap voor stap heeft de gemeenteraad haar keuzes gemaakt om 56 miljoen euro te bezuinigen. De eerste richtingen werden al in het coalitieakkoord aangegeven. Toen was er echter te weinig financiële informatie bekend om al concrete keuzes te maken. Die kwamen gaandeweg: het college presenteerde eind vorig jaar het bezuinigingspalet ‘samenwerkend aan morgen’. Hierin gaf zij haar visie op de taken van de overheid en de keuzes die de gemeente daarbij zou moeten maken. De contouren van de invulling van de 56 miljoen werden hierin geschetst. In februari boog de gemeenteraad zich over dit document. In 2 commissierondes (met in totaal vier vakgerichte commissievergaderingen en één afsluitende gecombineerde vergadering) werd uitgebreid stilgestaan bij alle voorstellen. GroenLinks kon zich toen wel vinden in de richtingen die het college schetste, maar had grote zorgen over de haalbaarheid van de bedragen en de effecten van die bezuinigen. Wij wilden op veel onderwerpen eerst meer informatie voordat we over konden gaan tot een definitief besluit. Tussen februari en juli zijn er daarom veel extra notities geproduceerd en bediscussieerd. Een greep uit de onderwerpen: leerlingenvervoer, schoolzwemmen, de Wmo, het nieuw sociaal beleid, het Centrum voor Jeugd en Gezin, armoedebeleid, duurzaamheid, innovatiebeleid, Cultuur Totaal, de bibliotheek, het Centrum voor de Kunsten, de sporttarieven, ijsbaan en sporthallen. Je kunt wel stellen dat dit college niet stil heeft gezeten, en de gemeenteraad dus ook niet!

Bij al deze discussies hebben de politieke partijen hun mening gegeven en keuzes gemaakt. Daarom was te debat over de kadernota redelijk voorspelbaar (immers, alle grote, belangrijke, gevoelige onderwerpen waren al aan de orde geweest). Toch was het vaststellen van de kadernota een belangrijk moment: hiermee ging de gemeenteraad definitief akkoord met de bezuinigingsvoorstellen. Uiteindelijk werd de kadernota alleen goedgekeurd door de coalitiepartijen (waaronder GroenLinks dus). Helaas hebben de oppositiepartijen, om uiteenlopende redenen, tegen gestemd.

Lees hier een beschouwing op de voor onze fractie meest belangrijke punten bij de kadernota.

Intensiveringen

Een moeilijk woord om te zeggen dat we ervoor kiezen om niet alleen te bezuinigen, maar dat we het ook belangrijk vinden om geld vrij te maken voor nieuwe dingen die we nodig vinden voor de stad. De belangrijkste investeringen die we willen doen zijn: bijna 9 miljoen euro extra uittrekken voor armoede en Wmo beleid. Dit geld is hard nodig om de kwetsbaarsten in onze gemeenschap te ontzien, en was een belangrijk punt voor GroenLinks bij de coalitievorming. Verder kiezen we ervoor om structureel geld vrij te maken voor duurzaamheid. Met dit geldt zetten we in op een verduurzaming van het hele gemeentelijke beleid. Met design en innovatie willen we nieuwe projecten mogelijk maken, creatieve oplossingen bedenken voor bv zorg of leefbaarheidsvraagstukken. Hiermee creëren we werkgelegenheid maar ook meer welzijn voor onze inwoners. Met name de laatste twee zaken lagen onder vuur van de oppositie. Zij wilden dit geld liever gebruiken om minder te bezuinigen op andere zaken. Wij blijven van mening dat als je echt toekomstgericht bezig wilt zijn, en kansen wil creëren voor een positieve ontwikkeling, je daar dan ook wat geld voor moet vrijmaken.

Welzijn/Wmo

GroenLinks is tevreden met de koers die uitgezet wordt in het sociale domein. We kijken naar eigen kracht en willen mensen eigen regie geven over hun leven, ook als ze een beperking hebben. We stimuleren hen om met hun eigen netwerk te zoeken naar maatwerk oplossingen. Maar we blijven als overheid wel zorgen voor een stevig vangnet voor diegenen die het anders niet redden. Eigen kracht betekent niet zoek het zelf maar uit! Onze GroenLinks-wethouder Lenie heeft met deze portefeuille een stevige opdracht. Het is haar gelukt om een flinke bezuiniging in te boeken, en de gevolgen daarvoor te beperken. Dit heeft wel pittige discussies opgeleverd, zoals bv over het leerlingenvervoer en het schoolzwemmen, niet alleen in de gemeenteraad, maar ook met al die organisaties in de stad. Tot nu toe is het haar gelukt om de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Zelfs met welzijnsorganisatie Lumens, die een forse bezuiniging moet realiseren, is het grotendeels gelukt om in overleg tot oplossingen te komen. GroenLinks wil wel de effecten goed in de gaten kunnen houden. Dit heeft de wethouder toegezegd.

Arbeidsmarkt

GroenLinks is erg bezorgd over de ontwikkelingen op het arbeidsmarktbeleid. De invoering van de Wet Werken naar Vermogen legt een onuitvoerbare opdracht bij de gemeenten. Daarom heeft Eindhoven (na het unaniem aannemen van een actuele motie van onze fractie) zich tegen het bestuursakkoord gekeerd. Het is nu nog even afwachten hoe het verder gaat. Maar duidelijk is wel dat de participatie van inwoners in een kwetsbare situatie steeds meer onder druk zal komen te staan. GroenLinks blijft zich inzetten voor deze doelgroep!

Sport

Het college wilde de ijsbaan dichtdoen. Daar was de raad, inclusief GroenLinks het niet mee eens. De ijsbaan is immers de enige breedtesportvoorziening voor schaatsers. Uiteindelijk is er overeenstemming gevonden over een bezuinigingspakket binnen de sportsector, waarbij de tarieven (beperkt) mogen stijgen, en een sporthal wordt gesloten. GroenLinks ging akkoord en diende met een aantal andere partijen moties in om de randvoorwaarden goed vast te leggen.

Cultuur

Misschien waren dit wel de moeilijkste bezuinigingsvoorstellen waarover we moesten besluiten: de bezuinigingen op de bieb en het CKE. Een debat met een open einde: want we zijn het weliswaar eens met de denkrichtingen van het college, maar nog niet overtuigd van het bedrag. Daarom worden er nog aanvullende onderzoeken gedaan en beslissen we bij de begroting pas definitief over de hoogte van de bedragen. Onze fractie vond het wel erg jammer dat er in de beeldvorming, actief gevoed door een aantal oppositiepartijen, het idee werd gewekt dat de coalitie alle wijkfilialen van de bibliotheek wilde sluiten zonder dat er iets anders voor in de plaats komt. De afspraak is immers dat de wijkfilialen pas kunnen sluiten als er een alternatief in de vorm van een wijksteunpunt in de wijk gerealiseerd wordt. Hiermee blijven we de doelgroepen in de wijk bedienen, alleen zoeken we aansluiting bij de nieuwe ontwikkelingen in het bibliotheekwezen. Eerder schreef ik op deze blog al een stuk specifiek over deze bezuinigingen.

Ruimtelijke opgave

Om de bezuinigingen in het ruimtelijke domein goed in beeld te brengen, en de raad in staat te stellen om prioriteiten in de ruimtelijke ontwikkeling te stellen en daarin keuzes te maken, heeft het college een ‘meerjareninvesteringsplan’ gemaakt. GroenLinks vond dit document een goede start maar nog niet helemaal goed uitgevoerd. Het college zegde ons toe om dit verder uit te werken bij de begroting.

Een heel wezenlijk punt in het meerjareninvesteringsplan baarde ons stevige zorgen: het ontbreken van de gebiedsontwikkeling Groen Gennep. Daar wordt nu stevig gebouwd aan de nieuwe Fontys Sporthogeschool, maar het geld voor de natuurontwikkeling blijft achterwege, sterker nog, staat niet eens genoemd in het meerjareninvesteringsplan! Dat was voor GroenLinks niet acceptabel. Middels een motie, die breed gesteund werd in de raad, is het ons gelukt om de groenontwikkeling van de Genneper Parken op te nemen als strategisch project in het meerjareninvesteringsplan.

Dit waren voor onze fractie de belangrijkste punten die overbleven na alle discussies die de afgelopen maanden zijn gevoerd. Het college heeft ons toezeggingen gedaan waardoor wij met vertrouwen in kunnen stemmen met de kadernota. Het college gaat deze besluiten nu uitwerken in de begroting. Bij de begroting zullen wij de voorstellen opnieuw toetsen op haalbaarheid en effecten.

woensdag, 16 maart 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Een activerende verzorgingsstaat I: Waarom?

In politiek, arbeidsmarkt, inkomen, happiness, betalen, helpen, bezig, bezuinigen, blog, en meer.

GroenLinks pleit al jarenlang voor een activerende verzorgingsstaat. In haar beginselprogramma heeft de partij nota bene opgenomen dat ons stelsel van sociale zekerheid ‘mensen niet alleen moet verzekeren van inkomen, maar hen ook uitzicht moet bieden op een plek op de arbeidsmarkt of een andere vorm van participatie.’ Toch is er nog altijd een klein deel van de achterban dat zo nu en dan vraagtekens zet bij het model van de activerende verzorgingsstaat. Daarom op dit blog een drieluik. Vandaag deel I: Een activerende verzorgingsstaat, waarom?

Het redden van de Sociale Zekerheid

Er zijn twee redenen waarom het goed is de verzorgingsstaat zo in te richten dat ze meer gericht is op participatie en emancipatie. De eerste is een financiële: met de aankomende vergrijzing zullen de overheidsuitgaven flink gaan stijgen, met name de uitgaven voor zorg en AOW. Tegelijkertijd zijn er naar verhoudingen minder werknemers, waardoor de inkomsten van de overheid zullen afnemen. Er dreigen dus grote tekorten op de overheidsbegroting. Ik hou niet van het schetsen van doemscenario’s, maar bij moedige politiek hoort ook eerlijkheid: rapport na rapport toont aan dat als we niets doen de huidige sociale voorzieningen straks niet meer te betalen zijn.

Dan zijn er twee dingen die er kunnen gebeuren. De eerste manier is de rechtse manier: bezuinigen. We zien dat dit kabinet daar nu al mee begint: er wordt bezuinigd op de bijstand, op de sociale werkvoorziening, op de kwetsbaren. Als de vergrijzing intreed zal dit doorzetten: de stijgende overheidsuitgaven moeten geremd worden en afbraak van ons sociale stelsel dreigt.

Er is echter een manier om ons stelsel van sociale zekerheid te redden. Dat is de omslag maken naar een activerende verzorgingsstaat. Als we ervoor kunnen zorgen dat meer mensen aan de slag gaan, nemen de inkomsten van de overheid toe. Meer werkende mensen betekend meer inkomstenbelasting, meer productie dus meer btw-inkomsten en minder mensen die een beroep moeten doen op een sociale regeling. Zo kunnen we het doemscenario voorkomen: verlaging van de uitkeringen en toename van de armoede in Nederland. Door de omslag te maken naar een activerende verzorgingsstaat kunnen we ervoor zorgen dat de mensen die echt niet mee kunnen komen ook in de toekomst een fatsoenlijk bestaan wordt geboden.

The pursuit of happiness

Er is nog een tweede reden om te kiezen voor een activerende verzorgingsstaat die belangrijker is dan het financiele argument. En dat argument draait om geluk.

De Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring noemt drie onvervreemdbare rechten: life, liberty and the pursuit of happiness. Life en liberty hebben we inmiddels behoorlijk geregeld, maar de overheid spant zich slechts in beperkte mate in om mensen te helpen bij hun zoektocht naar een gelukkig leven. De overheid is geen geluksmachine wordt er gedacht. Het klopt dat de overheid niet het geluk van individuen kan maken of breken, maar een activerende verzorgingsstaat kan mensen wel degelijk helpen bij het najagen van geluk.

Niemand wordt gelukkig van niets doen. Een doel in het leven, het gevoel nuttig te zijn en een bijdrage te leveren, dat geeft voldoening. Het gevoel gewaardeerd te worden en met iets bezig te zijn waar je werkelijk vervulling in kan vinden. Het volgen van je hart. Daartoe moeten we mensen in staat stellen.

Maar in onze huidige geglobaliseerde economie kan niet iedereen meekomen met het snelle tempo dat er gevraagd wordt. Tegen hun zin worden sommigen in een uitkering gedwongen. Een uitkering is een stuk beter dan armoede, maar vaak is het tevens een uitzichtloze situatie. Juist een economie die gericht is op participatie, die opkomt voor de belangen van outsiders op de arbeidsmarkt, die onderwijs centraal stel – juist zo’n economie kan mensen kansen bieden hun talenten te ontplooien en te ontsnappen uit een achtergestelde positie. Juist een activerende verzorgingsstaat vergroot de sociale mobiliteit van mensen en zorgt ervoor dat iedereen tot bloei kan komen. Met andere woorden: juist een activerende verzorgingsstaat kan een wezelijke bijdrage leveren aan the pursuit of happiness.


maandag, 7 februari 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Jolande Sap: Meer brains, minder branie

In politiek, financiën, gehad, groenlinks, kabinet, kennis, kunduz, media, mening, en meer.

Het is niet makkelijk om één van de bekendste, populairste en meest mediagenieke politici op te volgen. Maar Jolande Sap heeft zich binnen no-time opgewerkt van een voor vele onbekende fractievoorzitter tot een door vriend en vijand gerespecteerd partijleider met een eigen profiel: meer brains, minder branie. Een blog over de stijl van misschien wel de intelligentste politicus van het binnenhof.


Meer brains, minder branie. Jolande zegt het niet alleen, maar heeft het in haar eerste weken ook meteen laten zien. Het is bij uitstek een politica die voor de inhoud gaat. Beeldvorming is een middel, het resultaat telt. Jolande straalt het heilige geloof uit dat ze ervan overtuigd is dat kiezers, leden, misschien zelfs tegenstanders te overtuigen zijn met een goed onderbouwt verhaal.

In haar tweede NRC-column vertelde Jolande over haar ontnuchterende ervaring met ‘fact free politics’ toen ze bij het belastingplan 2009, net nieuw in de Tweede-Kamer, er achter kwam dat haar collega’s helemaal niet geïnteresseerd bleken in haar idealen en analyses, maar enkel in het behouden van de balans tussen de ouderenbelasting van Bos en de doorwerkbonus van Balkenende.

Maar in plaats van teleurgesteld te raken in het Haagse wereldje, heeft Jolande de strijd aangebonden met de politiek van de branie en de waan van de dag. Ze volgde zonder enige moeite Kees Vendrik (‘de beste minister van financiën die Nederland nooit gehad heeft’) als financieel woordvoerder op. Haar kennis en expertise die ze etaleerde in de parlementaire onderzoekscommissie De Wit leverde haar het predicaat politiek talent van het jaar op.

Als enig fractielid werd Jolande lid van de programmacommissie in 2010. In die hoedanigheid heb ik als voorzitter van DWARS met haar gesproken over het GroenLinks-AOW plan, ontworpen door, jawel, Jolande zelf. Wij stonden behoorlijk kritisch tegenover het plan waarin je pas na 45 jaar participatie recht had op een volledige AOW-uitkering, maar Jolande nam ruim de tijd om ons te overtuigen. Niet alleen omdat ze de steun van DWARS op het congres wel kon gebruiken, maar vooral omdat Jolande echt in het plan geloofde en ons om die reden in haar argumentatie mee wilde nemen. Toen iemand opperde dat het plan het wellicht slecht zou doen in de beeldvorming zei ze zonder een moment te twijfelen: niet als we het goed uitleggen. DWARS heeft ze weten te overtuigen, de kiezer nog niet; nadat het GroenLinks-plan in de media flink onder vuur had gelegen schaarde Femke Halsema zich in de campagne achter het compromis dat sociale partners hadden gesloten.

Diezelfde focus op de inhoud zie je terug bij de missie naar Kunduz. Bij de discussiebijeenkomsten vlak na de publicatie van de artikel 100-brief stelde Jolande zich buitengewoon open op. Dat compliment werd haar ook expliciet gemaakt door een oude rot uit Drenthe, gevolgd door de opmerking: dat is in het verleden wel eens anders geweest. Jolande kwam niet met een vooringenomen mening een verhaal verdedigen, maar kwam luisteren. Maar zoals ze op het congres zei: “luisteren betekent niet dat je precies doet wat iemand anders wil.” Jolande laat zich overtuigen door argumenten, niet door het feit dat mensen het met haar oneens zijn.

Die inhoudelijke, open houding was sterker dan ooit herkenbaar in het AO en het Kamerdebat over de missie. Jolande legde open op tafel dat ze vooraf met Rutte gesproken had en verteld hem had waar een missie volgens haar aan moest voldoen. Timmermans (PvdA), Brinkman (PVV) en Van Bommel (SP) reageerde boos, hoe kan het nou zijn dat een politicus uit de oppositie samenwerkt met de premier? Jolande beantwoordde een vraag van Van Bommel daarover met de uitspraak: “Misschien heeft dit te maken met een verschil in traditie tussen onze partijen: Wij zijn bij GroenLinks geneigd om moties te formuleren waarvan we willen dat ze ook worden uitgevoerd.” Met andere woorden: u voert politiek voor de bühne, ik voer politiek voor de inhoud.

Zelden was besluitvorming zo transparant als rondom de missie naar Kunduz. Een kabinet wint advies in bij partijen en legt een voorstel voor. Een partij wikt en weegt daarover en komt tot de slotsom dat het voorstel niet voldoet aan haar voorwaarden en legt uit hoe het voorstel aangepast dient te worden. Het kabinet gaat akkoord en wijzigt het voorstel. Zo bepaalt de Kamer wat er gebeurt en niet de regering. Zo heeft Jolande de piketpaaltjes van de missie geslagen en niet Rutte. Zo werkt dualisme. Het kamerdebat over Kunduz was een uitstekend voorbeeld van open politiek, van eerlijke politiek, van moedige politiek.

Brains in plaats van branie, maar niet in plaats van moed. Moed, omdat Jolande ervoor koos de missie inhoudelijk te verbeteren, in plaats van voor het veilige ‘nee’ te gaan. De GroenLinks-fractie was meerdere malen in staat om op een zorgvuldigere manier netjes af te haken. Jolande koos er echt voor om door te zetten en liep daarmee zelfs het risico om haar gloednieuwe partijleiderschap te verliezen: kritische leden dreigden met een motie van wantrouwen. Voor veel politici zou dat een reden zijn geweest om af te haken: de missie kwam te snel na haar aantreden, was niet belangrijk genoeg om zelf politiek voor te sneuvelen, was te onpopulair bij de kiezers. Niet voor Jolande. Naar verluidt zou ze zelf daarover hebben gezegd: “Wat kan mij m’n positie nou schelen, ik geloof hierin.” Dat is gaan voor de inhoud, dat is politieke moed.

Brains in plaats van branie. De eerste resultaten zijn er: Jolande heeft eigenhandig het kabinetsplan omgevormd en haar partij in het gareel weten te houden. Dat levert haar in de Haagse kaasstolp ongetwijfeld respect op, maar ik denk dat het electorale succes op de middellange termijn zal volgen. Is er niet een grote groep kiezers die ook verder wil kijken dan de waan van de dag? Is er niet echt die groep kiezers, die inderdaad kiest op basis van inhoudelijke argumenten? Is er niet een groep die, net als Jolande, wil luisteren in plaats van schreeuwen? Open, eerlijke, inhoudelijke politiek: ik ben overtuigd, Jolande is here to stay.


dinsdag, 26 oktober 2010

Pepijn Zwanenberg

Pepijn Zwanenberg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr GR

Talmalaan

In de, discussie, filmpje, gemeente, gemeenteraad, groen, leiden, peilingen, toekomst, en meer.
Dit filmpje is gemaakt door bewoners die wonen in het gebied waarvoor een tijd geleden een Masterplan is gemaakt. Dat stuitte op zoveel protesten in de buurt en in de gemeenteraad dat er alsnog een participatie traject werd opgestart. Dat moet leiden tot een advies aan Mitros en de gemeente.

Gisteravond bezocht ik de derde -druk bezochte- sessie in buurthuis de Leeuw aan de Samuel van Houtenstraat. In de tweede sessie een paar weken daarvoor hadden een mix van huidige- en toekomstige bewoners in workshops hun wensen proberen te formuleren. De architect, Reimar von Meding van bureau KAW heeft geprobeerd al die meningen en visies te vatten in een aantal mogelijke toekomst scenario’s. Die varieerden van geen sloop (wens van de huidige bewoners) maar wel meer groen (wens van huidige en toekomstige bewoners) tot wel sloop (wens van aantal toekomstige bewoners maar vooral van Mitros) en extra groen.

De discussie spitste zich op een gegeven moment vooral toe op wel/geen sloop. Wat ook logisch is. De bewonerscommissie en bewoners willen graag in hun huizen (die ongeveer 10 jaar geleden nog gerenoveerd werden) blijven wonen. En peilingen die ze zelf hielden in de complexen Lauwerecht 1 en 6 gaven aan dat 80% tegen sloop is.

Het is knap lastig om als bewoners met een eensluidend advies te komen maar het is evident welke bezwaren het zwaarst leven in de buurt.

Op 15 november is de volgende bijeenkomst in buurthuis de Leeuw. Dan geven Mitros en de gemeente Utrecht antwoord op zaken die uit de bewoners naar voren kwamen.

donderdag, 14 oktober 2010

Arno Bonte

Arno Bonte

Hyves Twitter GR

5 maart 2014

In blogs, openbaar vervoer, oud, overal, participatie, rekening, rotterdam, samenleving, sociaal, en meer.

Mijn bijdrage vandaag bij de Algemene Beschouwingen over het collegeprogramma:

5 maart 2014, de dag van de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Hoe ligt Rotterdam er dan bij? Wat voor stad treffen we dan aan?

Laat ik u eens meenemen in een visioen.

Op 5 maart 2014 schijnt de zon. Als je de trappen van het stadhuis afloopt dan flitsen de fietsen en elektrische voertuigen voorbij op een groene en autoluwe Coolsingel.
Het centrum staat vol bomen en het noordelijk deel van de Binnenrotte is veranderd in een goed bezocht stadspark. Het Stokviswater en de Hang zijn ontwikkeld tot een aantrekkelijk terrassengebied met de allure van de Oude Gracht in Utrecht.
Overal in de binnenstad zijn nieuwe winkeltjes, restaurantjes en lunchrooms geopend. Het uitgaanscircuit bruist als nooit tevoren en een nieuw poppodium in het centrum van de stad is het levendige middelpunt van een hernieuwde popcultuur in Rotterdam.

Op 5 maart 2014 is Rotterdam een stad waar iedereen graag wil wonen: van jong tot oud, van arm tot rijk, van starter tot gezin. Parken en pleinen worden intensief gebruikt. Buurthuizen en speeltuinen zijn ook ’s avonds en in het weekend open en in alle buurten is er voldoende plek voor kinderen om buiten te spelen. En de bewoners van de ’s-Gravendijkwal zijn verlost van de stank en herrie, door een met gras begroeide overkapping over de drukke verkeersader.

Op 5 maart 2014 doet 70 procent van de Rotterdammers aan sport, hebben 30.000 mensen met succes een taal- en participatietraject gevolgd, zijn overal in de stad broedplaatsen voor kunstenaars en creatieve bedrijfjes, krijgen evenementenorganisatoren alle ruimte om nieuwe concepten uit te proberen en is Rotterdam weer een aantrekkelijke uitgaansstad.

Op 5 maart 2014 is Rotterdam een groene, sociale en bruisende wereldstad. En ja, een stad met meer ruimte voor talent en ondernemen.

Gaat dit visioen echt werkelijkheid worden? Als het aan GroenLinks ligt wel. Het kán, als de politieke wil er maar is.
Of het echt gaat lukken is nog wel de vraag. Als we op het werkprogramma van het college afgaan komen we er niet. Althans, maar zeer ten dele.

Natuurlijk, er staan een paar mooie voornemens in. Zo geeft het college voortvarend uitvoering aan de GroenLinks-motie om 2000 bomen per jaar aan te planten om zo versteende straten groen te maken. Ook de GroenLinks-motie om in 2014 alle wijken aan de buitenspeelnorm te laten voldoen, wordt goed opgepakt. En ik ben ook erg gelukkig dat het GroenLinks-initiatief uit de vorige periode, RotterdamIdee, verder wordt voortgezet en zelfs wordt uitgebouwd met een ruimer budget voor bewonersinitiatieven.

Maar voor het overige zijn de ambities van het college erg dun. En zijn de doelstellingen (in goed Rotterdams: targets) al helemaal treurigstemmend.

Zo stelt het college als target dat 60% van de deelnemers aan een taal- en participatieproject één of meer stappen zet op de participatieladder. Met andere woorden, zich verder ontwikkelt in de samenleving.
Klinkt mooi, maar door de forse bezuinigingen én door de eigen bijdrage die het college in wil voeren, zullen er waarschijnlijk fors minder deelnemers aan de taal- en participatietrajecten zijn, waardoor die 60% in de praktijk maar weinig voorstelt.

Het college belooft ook het areaal groen te vergroten in de 10 buurten die nu het minst groen zijn. Ook niet bepaald ambitieus. De wethouder kan die target bij wijze van spreken volgende week al afstrepen na het planten van slechts één bonsaiboompje in elk van die wijken.

En wat te denken van de doelstelling dat er aan het einde van de raadsperiode in de stad en in de haven voor minimaal 350 miljoen aan duurzaamheid moet zijn geïnvesteerd. Klinkt als veel geld. Maar als je de groene paragrafen uit de jaarverslagen van de grote Rotterdamse ondernemingen mag geloven, dan wordt er nu al voor minstens het dubbele aan duurzaamheidsuitgaven gedaan.
Maar los daarvan wordt hier in de collegedoelstelling het maatschappelijk effect vergeten: het gaat niet om het geld geïnvesteerde geld, maar om het resultaat.
Waarom niet de doelstelling opgenomen dat de CO2-uitstoot in de komende 4 jaar met minimaal 10 procent omlaag gaat?
 
Talentontwikkeling bij taalcursisten en groen ondernemerschap komt er in het collegeprogramma dus niet erg gunstig vanaf. Ook op andere terreinen leidt het collegebeleid eerder tot minder dan tot meer ruimte voor talent en ondernemen. Zeker als je de maatregelen uit het bezuinigingspakket op een rij zet.

Daarnaast snijdt het college flink in kunst- en cultuurbeleid en komt een fors deel van de rekening te liggen bij de meest kwetsbare Rotterdammers.

Als je de bezuinigingsplannen van het college de komende jaren bij elkaar optelt, dan schijnt op 5 maart 2014 niet de zon, maar waait er een gure en kille wind door de stad.

En dan heb ik de donkere donderwolken van het rechtse kabinet nog niet eens meegerekend. Een tsunami aan bezuinigingen wordt over ons heengespoeld. Van kunst en cultuur tot de wijkenaanpak, van het armoedebeleid tot het openbaar vervoer.

Kunnen we ons daar tegen weren? Kunnen we het zonnige visioen toch werkelijkheid laten worden? Ja, dat kan.

Tussen de donkere donderwolken uit Den Haag gloort ook een beetje hoop. De korting op het gemeentefonds pakt namelijk veel lager uit dan het doemscenario waar het college nog rekening mee hield bij het opstellen van de begroting. Dat levert een meevaller op van 35 miljoen in 2012 oplopend tot 100 miljoen in 2014.

GroenLinks wil die meevaller deels besteden aan het terugdraaien van de gemeentelijke bezuinigingen op kunst en cultuur, klimaatbeleid, evenementen, buitenruimte en participatie.
En voor het andere deel voor het opvangen van de bezuinigingen van het rechtse kabinet op taalcursussen, sociaal beleid, wijkaanpak en openbaar vervoer.

De zon kán schijnen op 5 maart 2014. Niet alleen voor de door GroenLinks gewenste groene, sociale en bruisende wereldstad. Maar ook voor de collegeambitie om meer ruimte te geven aan talent en ondernemen.

De GroenLinks-fractie helpt het college daar graag bij. Volgende week zullen we een tegenbegroting presenteren waarin we laten zien dat bezuinigen kan, mét behoud van een ambitieus beleid voor de stad. Met meer in plaats van minder ruimte voor talent en ondernemen.

Als het aan GroenLinks ligt staat deze raadsperiode in het teken van creativiteit en vernieuwende initiatieven. We zien graag dat er grote vooruitgang wordt geboekt op het gebied van duurzaamheid en dat de stad weer gaat bruisen. Bij de begroting zullen we daar een aantal voorstellen voor doen. Vandaag doen we er alvast één:

Wat zou er nou mooier zijn dan een raadsperiode vol nieuwe talenten en ondernemerszin te bekronen met een recente Rotterdamse traditie: een themajaar. GroenLinks stelt voor om 2014 uit te roepen tot Innovatiejaar. Want waar talent en ondernemen samen komen, krijg je innovatie. Wij zien graag dat Rotterdam zichzelf op de kaart zet als innovatieve stad vol vernieuwing en creativiteit. Zodat op 5 maart 2014 iedereen weet: Rotterdam is de stad waar het bruist, Rotterdam is de stad van innovatie, Rotterdam is de stad met ruimte voor talent en ondernemen.


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 14069 uur (586,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,4 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2