vrijdag, 3 februari 2012

John Jorna

John Jorna

De Toekomst van GroenLinks

TEGENPARTIJ OF GEDOOGPARTIJ OF
REGERINGSPARTIJ?

GroenLinks is een partij, die altijd een sterke maatschappelijke verantwoordelijkheid ten toon spreidt. Als we iets een goed idee vinden, stemmen we voor, zelfs als het afkomstig is van een partij, waarvan we de ideeën vaak verafschuwen. Als de huidige regering onze steun vraagt, dan bekijken we of we het ermee eens zijn, onderhandelen eventueel en proberen er iets uit te slepen, dat zoveel mogelijk overeenkomt met ons programma. Zo laten we vaak een kans voorbij gaan om deze regering ten val te brengen. Zonder onze steun zou er geen meerderheid voor de plannen zijn. Het gaat soms om zeer onpopulaire maatregelen, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd of de politietrainingsmissie in Kunduz of kostbare maatregelen om de Euro overeind te houden. Van gedoogpartner PVV hoeft de regering bij deze onderwerpen geen steun te verwachten. Spottend spreekt de PVV dan van GroenLinks en D66 als gedoogpartijen. Naar partijen als D66, Partij van de Arbeid, CDA en VVD zendt GroenLinks een signaal uit van kijk naar ons. Wij zijn bereid om regeringsverantwoordelijkheid te dragen. Men beweert, dat het ook maar weinig gescheeld heeft of er was een andere coalitie gevormd en GroenLinks had daarvan deel uit gemaakt. Allerlei hervormingen zouden dan veel gemakkelijker zijn geweest. Op lokaal niveau laat GroenLinks maar al te vaak zien bereid te zijn tot compromissen en onpopulaire maatregelen. Kiezers belonen de partij voor de getoonde daadkracht. Maar op landelijk niveau heeft GroenLinks de naam van eeuwige oppositiepartij en is daardoor minder aantrekkelijk voor kiezers. Een stem op GroenLinks haalt toch niets uit. Die houding van de kiezers moeten we zien te doorbreken.

Binnen de partij wordt die houding maar al te vaak niet in dank aanvaard. Als je de kans krijgt deze uiterst rechtse regering ten val te brengen, dan grijp je die kans toch met twee handen! Als je de pensioenpremies niet nog hoger wilt laten worden en toch de pensioenen over veertig jaar veilig wilt stellen, dan is dat voor veel jongeren een prima zaak, maar de vijftigplussers, die de jaren beginnen te voelen, zijn er minder blij mee. Jonge partijleden hebben ook veel minder moeite met versoepeling van het ontslagrecht dan de vijftigplussers. Die weten, dat  voor hen de kans op een nieuwe baan zeer klein is. Het idee van GroenLinks, dat men een baan van de gemeente krijgt tegen het minimumloon ziet er weinig aantrekkelijk uit. Wat voor een baan? Maar GroenLinks is ook een partij, waar solidariteit tussen jong en oud vanzelfsprekend is. Net als de solidariteit met ontwikkelingslanden en met economisch zwakke EU-lidstaten.

Over Kunduz staan twee opvattingen tegenover elkaar. Blijkens de moties voor het aanstaande partijcongres zien velen in de politietrainingsmissie vooral een militaire missie. Gesuggereerd wordt, dat de politieagenten vaak als militairen worden ingezet. Er is een tijd geweest, dat Afghaanse agenten als goedkopere slechter uitgeruste surrogaatsoldaten werden misbruikt. Daarvan merk ik in de huidige berichtgeving niets meer. Nathalie Righton van de Volkskrant schreef maar al te vaak zeer cynisch en spottend over de missie, maar haar verhalen worden positiever. Toch weet iedereen, dat de kans op blijvend succes vooral na het vertrek van de NAVO troepen klein is. Maar hoe groot is de kans op succes bij het streven naar een politieke oplossing? Waarom zouden de Taliban überhaupt gaan onderhandelen? Ze hebben de tijd. Na 2014 grijpen ze naar de macht. Jammer voor de vrouwen en meisjes. Het is nog maar de vraag of westerse NGO’s onder een nieuw Taliban regime nog mogen blijven werken in Afghanistan zoals nu. Als we door onderhandelingen erin zouden slagen, dat NGO’s mogen blijven werken en de politietrainingsmissie kan worden voortgezet of zelfs verbreed, dan zou onderhandelen een succes zijn Anders is het streven naar een politieke oplossing  in feite het aan hun lot over laten van de Afghanen. Het succes van vredeswerkers elders blijkt dan geen garantie voor succes in de Afghaanse werkelijkheid.

Het moge duidelijk zijn geworden, dat stemmen over Kunduzmoties veel meer is dan een beslissing nemen over wel of niet de missie steunen. In feite gaat het om de partijstrategie. Het is te hopen, dat de 1500 congresgangers beseffen, dat het om meer gaat. Het gaat weer spannend worden.

Jaargang 4, Nr. 200.

Rotterdam: hoe zien jullie je rol als partijvoorzitter?

In De Machinist, een trefpunt van creatief Rotterdam, stelden niet alleen Heleen en ik ons aan de GroenLinks afdeling Rotterdam voor, maar ook de kandidaten bestuurslid publiciteit en campagnes, Nienke Homan en Matthijs Nieuwenhuis. Het was een gesprek waarbij de leden wilden weten hoe wij als kandidaten aankijken tegen GroenLinks Rotterdam, maar bovenal tegen onze rollen als voorzitter en campagnebestuurslid.

In Rotterdam is GroenLinks relatief klein in vergelijking met andere grote steden, zoals Amsterdam, Nijmegen en Groningen. Het gevoel bestaat dat er daardoor niet zo naar Rotterdam gekeken wordt. Wat mij betreft ten onrechte. Juist de leefbaarheidsdiscussie die in Rotterdam sterk is, maar ook de positie van de haven in onze economie, zijn belangrijke aanknopingspunten voor GroenLinks om verschil te laten zien. Leefbaarheid is een thema dat de kern raakt van ons verhaal. Het gaat over het verbinden van mensen met verschillende achtergronden, met het versterken van sociale samenhang in wijken en buurten door gebruik te maken van de kracht van mensen. Door rood en groen aan elkaar te verbinden, bijvoorbeeld door het samen met wijkbewoners vergroenen van schoolpleinen en schoonhouden van speelplaatsen. De haven draait voor een belangrijk deel op de fossiele economie. Hier wordt het de kunst om als GroenLinks met de belangrijke spelers in de haven te kijken hoe toch duurzaamheidsslagen te maken zijn. Door afvalstromen te sluiten, meer hernieuwbare energie in te zetten e.d. Ga het gesprek aan.

Als voorzitter wil ik er voor zorgen dat GroenLinks als partij, als vereniging, als beweging beter in positie komt. Dat betekent
in de eerste plaats dat de eventuele onduidelijkheid die er bestaat over de strategische koers van de partij wordt weggenomen. Ik wil vasthouden aan onze hervormingsgezinde koers om zo onze economie te verduurzamen en onze sociale zekerheid rechtvaardig te houden en tegelijkertijd toekomstbestendig te maken. De partijraad zie ik als belangrijkste klankbord om onze koers te toetsen aan veranderend omstandigheden en aan beelden en overtuigingen die leven binnen onze partij. Met de fractie en in het strategisch beraad wil ik onze koers bevestigen. Bij thema’s die raken aan onze koers, onze waarden of identiteit moet er ruimte zijn voor debat en overleg binnen onze vereniging. De fractie heeft de verantwoordelijkheid om tijdig deze thema’s aan te kaarten binnen de partij. In zijn algemeenheid zal ik waar nodig het debat over cruciale thema’s stimuleren en faciliteren. Debat en overleg vind ik uitingen van kracht.

(lokale) politieke partijen en hun financien

Vorige week is in de Tweede Kamer gesproken over een belangrijke nieuwe wet. De wet moet regelen dat politieke partijen openheid van zaken geven over hun inkomsten. Officieel heet deze wet ‘wet financiering politieke partijen’. Worden politieke partijen gesponsord door personen of bedrijven en zo ja, welke? Belangrijk om te weten, omdat kiezers zo kunnen beoordelen of de standpunten die een politieke partij uitdraagt en de besluiten die een politieke partij neemt, onafhankelijk zijn gemaakt. De wet gaat over landelijke politiek maar hoe zit dat met de politiek op provinciaal en gemeentelijk niveau?Een kamerlid of een gemeenteraadslid dienen beiden een besluit te nemen in het belang van alle bewoners en niet alleen in het belang van een individu (een rijke villabezitter die minder belasting wil betalen, bijvoorbeeld) of het belang van een bedrijf (dat liever een minder strenge milieuvergunning wil) een hele bedrijfstak (de tabaksfabrikanten bijvoorbeeld) of zelfs bedrijven uit het buitenland (olieproducerende bedrijven uit het Midden-Oosten bijvoorbeeld).

Gelukkig is een ruime meerderheid in de Tweede Kamer voorstander van een wet die regelt dat politieke partijen verantwoording afleggen over hun inkomsten. Dat werd tijd, want in Europa heeft nagenoeg elk democratisch land allang regels over de financiering van politieke partijen. Als de wet wordt aangenomen, is het voor politieke partijen die in de Eerste en Tweede kamer zijn vertegenwoordigd eindelijk goed geregeld. Jammer genoeg worden vooralsnog lokale partijen en politici niet genoemd. Toch zijn er diverse partijen die hier terecht aandacht voor vragen. Een lobbybrief van de VNG over dit onderwerp is helder: een pleidooi voor uniforme en landelijke regelgeving over de openbaarheid van financiering van lokale partijen.

Omdat een eerste verkennend onderzoek van mij tot de conclusie leidde dat landelijke wetgeving noodzakelijk is om lokaal regels te kunnen stellen, heb ik vorig jaar contact opgenomen met de fractie van GroenLinks in de Tweede Kamer over dit onderwerp. GroenLinks zal een belangrijke wijziging op het wetsvoorstel steunen, dat ingediend wordt door kamerlid Heijnen van de PvdA. Heijnen legt het duidelijk uit: “Dit wetsvoorstel is zo lek als een mandje als we lokale afdelingen van politieke partijen buiten beschouwing laten. Dat is één belangrijke overweging om de lokale politiek hierin mee te nemen. In dit wetsvoorstel wordt niet de transparantie van giften aan de lokale politiek geregeld, terwijl het risico van het kopen van invloed door een gift op lokaal niveau veel groter is. De lijntjes zijn korter. (…) Wij vinden het nog belangrijker dat dit op lokaal niveau goed geregeld wordt dan op landelijk niveau.” Je kunt het debat van 25 januari en 26 januari overigens helemaal teruglezen, vermakelijk leesvoer!

Ik ben blij met deze wijziging en ik hoop dat de dames en heren in Den Haag inzien dat openbaarheid van de financiering ook in gemeenteraden en provinciale staten hoort. Juist op het lokale niveau. Ik wacht de stemming over het wetsvoorstel met veel belangstelling af. En mocht je willen weten hoe de fractie van GroenLinks Nijmegen aan zijn inkomsten komt, neem dan gerust contact met mij op. Als penningmeester van de fractie kan ik het je zo vertellen.

donderdag, 2 februari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Bonussen

In het menu, banken, bonussen, de wereld draait door, jort kelder, pvda, ronald plasterk, angst, de wereld, en meer.
Ronald Plasterk verdedigde in De Wereld Draait Door het voorstel van de PvdA om de banken te dwingen geen bonussen meer uit te keren. Bonussen zetten aan tot pervers gedrag. De bankier kan er zijn salaris mee verdubbelen door veel woekerpolissen te verkopen en zo de korte termijn winst van de bank op te schroeven. Het bezwaar dat het bankentalent daardoor naar landen verdwijnt waar men wel excessieve salarissen betaalt wuift Plasterk met een simpel handgebaar weg. Dat valt best mee en de enkeling die alleen blijft bij een bonus van 1 miljoen kan maar beter verdwijnen. Jort Kelder zat tegenover Plasterk en noemde dit een populistische maatregel van de PvdA die slecht is voor de Nederlandse economie. Kan iemand mij uitleggen wat er populistisch is aan een maatregel om excessieve beloningen aan te pakken? Zeker wanneer die maatregel wordt voorgesteld door een sociaal-democratische partij die sinds haar oprichting beginselen als solidariteit en eerlijk delen hoog in het vaandel heeft staan? Jórt is hier populistisch op hol geslagen door in te spelen op de angst voor een dalende economie. Onze vegetariër schrok zelf van zijn agressieve reactie zo leek het, want hij heeft in de rest van de uitzending geen woord meer gezegd.

dinsdag, 31 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Utrecht over rol partijvoorzitter

Voorafgaand aan een gezellige borrel in Parnassos vond een betrokken debat plaats met Utrechts GroenLinksleden. Eén van de thema’s: In hoeverre moet een partijvoorzitter zichtbaar zijn? Wat mij betreft opereer ik als partijvoorzitter vooral achter de schermen. Jolande en de fractie vormen het politieke gezicht van onze partij. Wanneer het gaat over de strategische koers van de partij of in situaties die daarom vragen, wil ik wel gezicht tonen. Als voorzitter sta je voor GroenLinks als vereniging. Je representeert de vereniging van leden naar binnen en naar buiten toe.

zondag, 29 januari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Gewoon groen

In groenlinks, politiek, weblog, auto, banen, beleid, bijeenkomst, bleker, boodschap, en meer.

In de NRC stond een mooie column van Bas Heijne over natuur. Als ik goed ben geïnformeerd, heeft hij deze column ook voorgedragen op een bijeenkomst van natuurbeheerders in het bijzijn van Henk Bleker en heeft de laatste op de van hem bekende wijze daarop gereageerd. Namelijk dat hij het er helemaal mee eens was, maar intussen een beleid uitvoert dat er diametraal tegenover staat. Als GroenLinkser vind ik het lastig om toe te geven, maar ik moet constateren dat groen uit is. Er wordt op een nietsontziende manier bezuinigd op natuur, in een omvang waarbij de kortingen op cultuur en PGB verbleken. Maar de meeste Nederlanders lijkt het nogal weinig te kunnen schelen. De paar protestacties die er zijn geweest, hebben in elk geval niets uitgehaald.

Mijn partij voerde ooit de slogan: knokken voor kwetsbaar is. En als iets dezer dagen kwetsbaar is, dan is het wel de natuur. In tijden waarin alles geëconomiseerd wordt en uitgedrukt in bijdrage aan het bruto nationaal product, delft natuur snel het onderspit. Helaas heeft links en groen daar zelf ook aan bijgedragen, door natuur te framen als economische factor. Het is immers zo mooi te wonen in een stad waar de natuur op 10 minuten rijden met de auto is, het is zo aantrekkelijk voor een multinational zich te vestigen in een groene omgeving, de groene economie levert banen op. Helemaal onwaar is dat uiteraard niet, maar het gaat voorbij aan de intrinsieke waarde van groen.

We zijn helaas wel vergeten de natuur te prijzen, niet omdat het aan allerlei andere doelen bijdraagt, maar omdat het groen is. We hebben ons zo aan het discours van andere politieke partijen aangepast, dat de boodschap van biodiversiteit, van groen te midden van alle verstening, langzaamaan overwoekerd is. Durven we nog wel de consequente en misschien impopulaire keuze te maken op te komen voor diersoorten zonder hoge knuffelwaarde en voor planten die de doorsnee tuinier uit de grond zou trekken?

Ik denk dat de strategie om natuur en groen via een omweg te verdedigen en te beschermen, keihard tegen haar grenzen is aangelopen. Dat het tijd wordt om groen weer groen te maken en dat verhaal, niet technisch, niet specialistisch, niet eenkennig, overtuigend uit te dragen.  Nu nog de juiste taal daarvoor vinden en niet te vergeten de juiste mensen.

 

zaterdag, 28 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Groningen over Kunduz en partij als beweging

Groningen. De stad die mij doet denken aan de Louwersloop. Ik deed ooit eens mee aan deze estafetteloop en kwam meer dood dan levend over de finish, als voorlaatste… De ontmoeting met onze GroenLinks afdeling Groningen-stad was in die zin een verademing! De betrokkenheid bij de partij en enkele inhoudelijke thema’s was er niet minder om. Het thema Kunduz leeft ook in Groningen zeer. In dat verband heb ik geprobeerd het belang van een heldere procedure en een diepgaand debat, voorafgaand aan besluitvorming door de fractie, te onderstrepen. Mijn lijn: Eerst debatteren over zaken die raken aan onze identiteit en waarden, dan pas besluiten nemen.

Om de partij als beweging te versterken wil ik de afdelingen ondersteunen met het aangaan van verbindingen met burgers, bedrijven en instellingen. In praktische zin middels ondersteunend materiaal, maar ook door het ondersteunen van kennisdeling. Succesvolle ervaringen met netwerkbijeenkomsten, acties en campagnes kunnen sneller worden gedeeld via bijvoorbeeld sociale media. Verder wil ik aan de hand van enkele centrale thema’s, zoals de Eurocrisis, de arbeidsmarkt, de zorg en maatschappelijk verantwoord ondernemen, de discussie in de partij stimuleren en acties coördineren. Zo worden we beter zichtbaar als beweging die staat voor een duurzame, rechtvaardige en innovatieve toekomst!

vrijdag, 27 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Utilisten, liberalen en dieren

De basis van dierenrechten is, filosofisch gezien, precair. Traditionele politieke theorieën zijn niet goed in staat om zulke rechten te verdedigen. In het boekje Een waardig bestaan schetst Martha Nussbaum een potentiële oplossing: haar eigen op capaciteitengerichte politiek-filosofische theorie.

Dierenrechten als een filosofisch probleem

Veel mensen hebben de intuïtie dat je niet wreed mag zijn tegen dieren. Stierenvechten voelt als een barbaarse praktijk, waar we zo snel mogelijk vanaf zouden moeten. Maar wat is de politiek-filosofische basis van dierenrechten? De traditionele liberale politieke theorieën bieden geen ruimte voor dierenrechten. Deze streven naar een zo groot mogelijke individuele vrijheid voor rationele burgers. Liberale theorieën zien maar een relevante groep rechtssubjecten: rationele mensen. Liberalen willen mensen in staat stellen om zelf hun eigen ideeën van het goede leven in de praktijk te brengen. Dieren kunnen niet als vrij en rationeel vorm geven aan het eigen leven.

Utilisen lijken dieren gemakkelijk op te kunnen nemen in hun theorieën. Prominente utilisten als Singer hebben zeer veel gedaan om dierenrechten filosofisch te funderen. Utilisten hebben niet veel met rechten, maar destemeer met welzijn. Een recht is voor een utilist niet veel meer dan de erkenning dat het welzijn van een partij ‘telt’. Utilisten willen het totale geluk zo groot mogelijk maken. Dieren kunnen pijn en geluk voelen. Hun geluk en pijn kunnen dus ook mee tellen. Dat klinkt allemaal mooi, maar utilisme leidt vaak tot onintuïtieve conclusies. Ik heb hier al eerder over geschreven. De meest typische utilistische paradox is een happiness monster, een wezen dat zeer gelukkig wordt van het lijden van andere wezens. Zolang zijn geluk maar groot genoeg is, kan dat ieder lijden als irrelevant klein ter zijde worden geschoven: de Westerse consument gedraagt zich vaak als een happiness monster: als ik maar heel gelukkig wordt van het eten van hamburger, dan telt het ongeluk van het dier niet. Dat lijkt me een zeer zwakke verdediging van dierenrechten.

Capaciteitenbenadering als een oplossing

De derde traditionele stroming in de filosofie naast het op Kant geïnspireerde liberalisme en het utilisme is de deugdenethiek van Aristoteles. Aristoteles stelt matiging centraal: deugdzaamheid is vermogen om het midden te vinden. Tussen de extremen van lafheid en roekeloosheid, ligt moed. Ik heb altijd gedacht dat je in deze theorie nooit dierenrechten kan verdedigen. Matiging is een zeer zwakke politieke categorie: men kan hier nooit universele, voor iedereen geldende rechten mee rechtvaardigen. Dierenliefde is een deugd, maar de deugd van dierenliefde ligt tussen squeamishness en wreedheid. Of iemand meer dierenliefde moet tonen, hangt af van de vraag of hij van nature geneigd is naar wreedheid of juist naar squeamishness tegen dieren. Ik ben van nature squeamish: ik kan slecht lijden, bloed of pijn zien. Aristoteles zou mij zeggen: “Man up! Wurg eens een kat met je blote handen, want je helt te verder door naar zachtheid.”

Martha Nussbaum gaat echter een stap verder in haar analyse: ze stelt dat niet matiging de belangrijkste categorie voor Aristoteles is, maar ‘eudaimonia‘, wat ze vertaalt naar het Engelse functioning. Een functioning is een waardevolle menselijke activiteit of toestand. We ontplooien ons door onze functionings te realiseren. Nussbaum wil dat mensen zich kunnen ontplooien. Dit betekent volgens haar dat de overheid de voorwaarden moet scheppen voor om zich mensen in bepaalde activiteiten te ontplooien. Ze noemt deze voorwaarden capaciteiten.

Nussbaum slaat een balans tussen liberalisme en utilisme: haar theorie is liberaal omdat ze probeert de capaciteiten van mensen te vergroten, niet hun daadwerkelijke functionings. Het niet-liberale element van haar theorie is dat Nussbaum een lijst heeft vast gesteld van functionings waardevolle menselijke activiteiten of toestanden die voor ieder mens beschikbaar zouden moeten zijn: in deze lijst staan onder andere gezondheid, leven, denken, emotie, spel, betrokkenheid bij andere mensen en controle over je eigen omgeving. Haar theorie is utilistisch in de zin dat ze streeft naar een bepaalde vorm van geluk, namelijk het geluk dat we ervaren door ons te ontplooien. Echter, haar theorie is niet utilistisch omdat ze niet probeert het geluk zo groot mogelijk te maken, maar probeert om mensen in staat te stellen om zelf hun functioning te kiezen.

Nu kunnen we deze theorie van capaciteiten ook toepassen op dieren. Ook dieren zijn immers in staat om goed te functioneren: in klassieke lijstjes van dierenrechten zoals de “vijf vrijheden” komen deze elementen voor. Dieren moeten vrij moeten zijn van honger, pijn, ziekte en stress, maar bovendien moeten dieren hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen samen met soortgenoten. We zien hier eigenlijk twee groepen claims: ten eerste moeten dieren gezond zijn en ten tweede moeten ze zich op een soort eigen manier kunnen ontplooien. In dat tweede zien we duidelijk een notie van functioning. Een konijn functioneert het best als konijn als het typisch konijnengedrag mag vertonen: graven, herkauwen, rondhupsen.

Capaciteiten kritisch tegen het licht

De capaciteitenbenadering heeft een aantal beperkingen, zeker waar het gaat om het dierenrijk. Het goed functioneren van dieren kan nog wel eens tegengesteld zijn aan elkaar. Een kat kan zich het best ontplooien door de jacht. Dat is echt soort-eigen gedrag van de kat. Op het moment dat hij een muisje vangt, is het echter snel afgelopen met het goed functioneren van het muisje.1 Nussbaum heeft hier wel een antwoord op: dieren kunnen soort eigen gedrag vertonen zonder andere dieren schade te doen. Een kat kan jagen op een led-lampje en een tijger in een dierenpark kan goed zijn katachtige jachtinstincten uitleven op een bal. Ik vraag me af of een kat die jaagt op bal evengoed functioneert als een kat die jaagt op een prooidier. Het een lijkt toch een slechte kopie van het ander.

Maar er is een groter bezwaar: volgens mij is het niet de verantwoordelijkheid van mensen om voor dieren in het wild te zorgen. Het lijkt me zeker niet de bedoeling dat we alle roofdieren uitmoorden ten bate van de prooidieren. Niet alleen omdat we niet weten wat er zal gebeuren, maar bovendien omdat dat onze verantwoordelijkheid niet is. Dit is een typisch probleem van utilisten, waar ook de capaciteitenbenadering onder lijdt. Deze theorieën maken geen onderscheid tussen wat wel de verantwoordelijkheid van de overheid is en wat niet. Het lijden van dieren dat wordt veroorzaakt door menselijk handelen is inderdaad een politiek probleem, het lijden dat in de natuur ontstaat door menselijk-niet-handelen is onderdeel van de natuur.

De benadering van Nussbaum is welkome bijdrage aan het debat over dierenwelzijn, maar is volgens mij nog steeds onvoldoende sterk om de verplichtingen van mensen tegenover dieren te rechtvaardigen.

donderdag, 26 januari 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Lichte daling ledenaantallen politieke partijen

In boeken, cda, cijfers, d66, de dieren, dieren, groenlinks, pvda, pvdd, en meer.
De Nederlandse politieke partijen verloren vorig jaar gezamenlijk 2,1% van hun leden. Dat blijkt uit cijfers (pdf) van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Vooral het CDA (-7%), SP (-4,6%) en GroenLinks (-3,5%) verloren, terwijl PvdD (+5,5%), D66 (+1,8%) en SGP (+1,3%) winst boekten. De nieuwe partij 50+ heeft nu 1321 leden. 

In totaal schreven meer dan 20.000 mensen zich (op)nieuw in als partijlid, terwijl van bijna 27.000 personen het lidmaatschap werd beëindigd. De grote drie partijen verloren het meest, maar ook de kleinere partijen gezamenlijk (inclusief SP) zagen vorig jaar meer leden gaan dan komen. In de voorafgaande jaren was juist een stijging te zien in het ledenaantal van de kleintjes

 

Een daling van het ledenaantal is overigens niet uitzonderlijk in een post-verkiezingsjaar. In het jaar 2007 verloren partijen bijvoorbeeld gemiddeld 2,6% van hun leden. Als we kijken naar het verloop van de ledenaantallen is er steeds een stijging in verkiezingsjaren en daarna een daling. In het verleden was die daling sterker dan de winst in verkiezingsjaren, maar vanaf de jaren 2000 weten partijen hun ledenaantallen gemiddeld genomen zelfs iets te vergroten. Lag het aantal leden na verkiezingsjaar 1998 nog op iets meer dan 300.000, na de vorige verkiezingen waren dat er bijna 320.000. De sterke daling van het aantal partijleden in de jaren 1980 en 1990 is gestopt; in de afgelopen 15 jaar is er sprake van een stabilisering van het aantal partijleden.

Er zijn wel grote verschillen tussen partijen. Als we kijken naar de laatste tien jaar zien we vooral bij het CDA een constante afname van het aantal leden. Alleen rond de verkiezingen van 2006 bleef het ledenaantal ongeveer stabiel. De PvdA wist tot 2007 een kleine ledenwinst te boeken, maar leverde die de afgelopen jaren weer (meer dan) in. De SP steeg aanvankelijk snel, met name in 2002 en 2003, maar ook de socialisten verliezen de laatste jaren. De VVD laat de laatste drie jaar juist weer enig herstel zien. Het succes onder Rutte zal hierbij ongetwijfeld een rol spelen. 



De SGP is qua ledenaantal momenteel de vijfde partij en laat een zeer constante (kleine) stijging zien. GroenLinks is net iets kleiner; vooral in de verkiezingsjaren 2002, 2006 en 2010 deed de partij het goed. D66 klimt sinds 2008 snel uit het dal en verdubbelde daarmee het ledenaantal ten opzichte van een aantal jaren geleden. De Partij voor de Dieren laat een zeer constante stijging zien en wist zelfs in het afgelopen post-verkiezingsjaar dus een mooie ledenstijging te laten zien.

woensdag, 25 januari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Compassie verdraagt geen kille en kleine overheid

Compassie is een waardevol uitgangspunt in de politiek, niet alleen binnen het CDA. Maar vul dat begrip dan wel groen en sociaal in, met een heldere rol voor de overheid. Vrede, gerechtigheid en ‘heelheid van de schepping’ kunnen daarbij helpen als leidende waarden. Maar dat is niet voor elke (christelijke)  politicus altijd even vanzelfsprekend, helaas.

Vrede, sociale gerechtigheid en duurzaamheid kun je ook samenvatten met het begrip ‘compassie’: betrokkenheid bij alles wat leeft, met name bij wie of wat extra aandacht behoeft. De Linker Wang – de beweging voor religie en politiek verbonden met GroenLinks – heeft deze gedachte in het voorjaar van 2011 uitgewerkt daarbij geïnspireerd door theoloog Manuela Kalsky. In de zomer werd ‘politiek met compassie’ het motto van De Linker Wang om verder uit te dragen binnen GroenLinks. Kort daarna werd het begrip door theoloog Jacobine Geel gelanceerd binnen het CDA wat binnen die partij tot instemming maar ook tot discussies leidde.

Je kunt er kinderachtig over doen, maar per saldo zijn het toch positieve ontwikkelingen. Compassie kan door niemand worden geclaimd en overstijgt politieke verschillen. Het begrip betekent ‘mededogen’ en er zit ook ‘passie’ (hartstocht) in. Het kan ook verbindingen tot stand brengen tussen politieke partijen. Misschien kan ‘compassie’ als leidraad gelden voor een toenadering tussen CDA en bijvoorbeeld GroenLinks, PvdA en ChristenUnie? Maar van ‘compassie’ als gedeelde inspiratiebron moeten we in alle nuchterheid ook geen wonderen verwachten.     

Theoloog en ethicus Frits de Lange waarschuwde het CDA afgelopen zaterdag in dagblad Trouw om het begrip compassie niet rechts-conservatief in te vullen, zoals door Republikeinen gebeurt in de Verenigde Staten. Het CDA hamert vaak op de rol van de civil society – de optelsom van alle maatschappelijke verbanden die los staan van markt en staat. Dat is een goede keuze, maar de partij gebruikt dat soms ook als excuus om te pleiten voor een kleinere publieke sector met minder sociale voorzieningen. Een kille en kleine overheid dus.

Dat brengt het CDA in conservatief vaarwater dat kritiekloos staat tegenover economisch liberalisme. Compassie wordt dan liefdadigheid in plaats van publieke gerechtigheid. Begrijp me niet verkeerd: liefdadigheid en barmhartigheid zijn nodig om de gaten te dichten die de overheid laat vallen. Dat is goed want de overheid kan niet alles. Maar dat ontslaat de politiek niet van de taak om solidariteit en gelijke kansen te blijven organiseren. Daarvoor is compassie nodig in de sfeer van de burgermaatschappij maar ook vanuit politiek en overheid. Politiek met compassie dus. Dat zou zelfs het motto kunnen worden van een centrumlinks kabinet dat de rollen van de markt, de civiele samenleving én de staat in hun onderlinge samenhang weer op waarde schat.


dinsdag, 24 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Toch Job

In het menu, niet op voorpagina, emile roemer, job cohen, pauw en witteman, populisme, pvda, sp, cohen, en meer.
De SP zit in de lift en is virtueel de grootste partij van Nederland. Men vraagt Emile Roemer naar de oorzaak van dit succes. Ik verwacht het bekende riedeltje te horen van opkomen voor de onderdrukten, eerlijk delen en solidariteit, maar tot mijn verbazing geeft hij het enige ware antwoord door - met een licht besmuikte stem - zijn persoonlijke kwaliteiten op te sommen. Volgens velen is Roemer een natuurtalent. Job Cohen wordt zoals altijd aan een kruisverhoor onderworpen bij Pauw en Witteman. Een licht hakkelende man, soms geïrriteerd reagerend. Maar hij houdt vast aan zijn standpunt. Hij gaat zich niet anders voordoen dan hij is en bedoelt daarmee dat hij niet met modder gaat gooien, ook niet als hij door de man met het peroxidehoofd voor ik weet niet wat wordt uitgemaakt. Volgens velen is Cohen te netjes voor dit vak. Het is overduidelijk, Emile heeft het en Job heeft het niet. Beiden vissen uit dezelfde vijver. Hun kiezers hebben het doorgaans niet breed en zijn daardoor gevoelig voor populisme. Roemer maakt daar soms gretig gebruik van. Cohen weigert grote beloften te doen of gouden bergen te beloven die nooit waar gemaakt kunnen worden. Daarom kies ik toch voor Job Cohen.

maandag, 23 januari 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Linkse Lente?

In het weekend dat PvdA en CDA hun congressen hielden, werd Emile Roemer wakker met een cadeautje. Voor het eerst in de geschiedenis was de SP de grootste in de peilingen. De roerganger van de SP heeft een mooie virtuele winst binnengepraat. Kiezers van PvdA en PVV zijn het erover eens. Na alle Pimmen, Rita’s en Geerten, is Emile Roemer nu dé man voor de zwevende stem. Tweeëndertig virtuele zetels mocht hij bezetten volgens peilend orakel Maurice de Hond. Volgens het onderzoek van trekt de SP onder Roemer vooral kiezers met een laag inkomen, en haalt ze weg bij Wilders’ PVV.

Volgens Emile komen zijn nieuwe kiezers van de PVV, omdat ze daar eindelijk door beginnen te krijgen dat Geert Wilders de ene na de andere belofte breekt. Job Cohen is ondertussen dolblij en helemaal niet zurig over het nieuws van Maurice de Hond. Hij ziet de stemmen van de PVV graag naar de SP verdwijnen. En wat betreft de Partij van de Arbeid zelf; die gaat het minderheidskabinet van Rutte en Verhagen in zijn sop laten gaarkoken de komende maanden. Als de PVV het af laat weten, moeten ze maar nieuwe verkiezingen uitschrijven, luidt het devies. En dan volgt er vast een heerlijk warm bad van linkse samenwerking…

Het is echter nog maar de vraag of Cohen daar zo blij moet zijn. Want hoewel Geert en Emile het stellig zullen ontkennen, zijn de PVV en de SP wel degelijk verwante partijen. De kiezers stappen niet voor niets zo makkelijk over de links-rechts-grens. Geert mag nog zo’n hekel hebben aan alles wat riekt naar links, en Emile Roemer kan zich nog zo verontwaardigd voelen door het bruuske taalgebruik van de gemiddelde PVV’er, we hebben het over twee partijen die – op het standpunt van immigratie en ontwikkelingssamenwerking na – meer met elkaar gemeen hebben dan ze voor doen komen.

De SP en PVV zijn beiden een partij voor boze, behoudende en zelfs verontwaardigde kiezers, waar we er steeds meer van lijken te hebben. Kiezers die denken ‘het Volk’ te zijn, en te weten wat ‘het Volk’ wil. Kiezers die politici te pas en te onpas voor zakkenvullers uitmaken. Kiezers die Europa het liefst morgen torpederen, zonder zich ook maar een minuutje druk te maken over de mogelijke gevolgen voor hun portemonnee. Kiezers die zich überhaupt niet graag verdiepen in ingewikkelde materie, maar aan een paar rake oneliners genoeg hebben om hun waardevolle stemrecht in het stemhokje te verzilveren. Kiezers die bovenal graag overal “nee”op zeggen…

Het lijkt mij tijd, dat niet alleen de politici van PvdA (en CDA), maar ook GroenLinks zich eens achter de oren gaan krabben. Want als dit zo door gaat, bereiken PVV en SP samen bij de volgende verkiezingen meer dan 50 zetels, of misschien zelfs het pluche. En het is leuk, al dat gepraat over een linkse lente, maar of de SP die lente gaat brengen, waar deze eurofiele partijen op zitten te wachten? Het lijkt mij niet. Met een stevige SP én PVV in de Tweede Kamer zijn we nog verder heen dan nu. Hoe conservatief wil je het hebben?

Het wordt tijd dat PvdA en GroenLinks eens wat harder roepen wat ze willen. En het wordt tijd om dat gefilosofeer over een linkse samenwerking eens te laten, en het eigen geluid over het voetlicht te brengen, desnoods in extreme jip-en-janneketaal. Ik zou PvdA en GroenLinks graag in een volgend kabinet zien. Maar een kabinet met de SP, daar zit ik nu net niet op te wachten…


Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Zin in GL en vrouwenquota

Dit weekend waren Heleen en ik te gast bij Zin in GroenLinks, de loopbaanleergang van onze GroenLinks-academie. We spraken uitgebreid over de koers van de partij en wat we daaraan als kandidaat-voorzitters willen doen. Ik pleit voor meer ruimte voor debat en voor een partij die netwerkt en contacten onderhoudt en versterkt met vakbonden, werkgeversorganisaties, de milieubeweging en alle andere duurzame en hervormingsgezinde krachten.


Tekst bij foto: Joan Ferrier spreekt GroenLinksers toe over vrouwenquota

Na ZiGL reden we samen naar het Femnet/Dwars-debat over vrouwenquota. Mijn standpunt bleef onveranderd: ik ben voorstander van vrouwenquota om het bewustzijn bij mannen te vergroten en hen te ‘dwingen’ op zoek te gaan naar geschikte vrouwelijke kandidaten voor topfuncties. Ze zijn er, dus moeten ze ook in positie komen. En sterker nog: Uit onderzoek blijkt dat gemengde teams van mannen en vrouwen beter presteren. Dus waar is het wachten op? Ook binnen GroenLinks ben ik benieuwd naar de gender balance. Vooral op lokaal niveau. Als voorzitter zal ik stimuleren en faciliteren dat waar nodig meer vrouwen in positie komen, door scouting, opleiding/training en toezicht op procedures.

zondag, 22 januari 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Motie-inflatie?

In cda, cijfers, gegevens, pvdd, regering, sp, spreken.

Afgelopen week publiceerde de Tweede Kamer haar jaarcijfers.Opvallend was de stijging van het aantal ingediende moties. In 2010 werden nog ‘maar’1734 moties ingediend; vorig jaar waren dat er ruim 3679, ruim een verdubbeling. Dat pastgoed in het beeld van ‘motie-inflatie’: de Kamer zou het motie-instrument zo vaak gebruiken dat het bot aan het worden is. Maar is de stijging echt zo enorm?

De cijfers over de laatste zes jaar laten inderdaad een stijging zien van het aantal ingediende moties. Onderstaande grafiekkomt uit het rapport van de Tweede Kamer. Daarbij valt op dat 2010 eigenlijkeen relatief rustig jaar was. De verdubbeling die tussen 2010 en 2011 zichtbaarwordt is dus niet representatief voor de trend van de afgelopen jaren: die waswel stijgend, maar niet zo sterk. In vijf jaar tijd steeg het aantal ingediendemoties van 1170 tot 3679, dat is zo’n 500 moties per jaar.

Moties in de Tweede Kamer
bron: Jaarcijfers Tweede Kamer


Deze stijging heeft echter ook te maken met het aantalpartijen dat in de Kamer is vertegenwoordigd en de fractiegrootte. Middelgrotefracties dienen de meeste moties in. Dat blijkt uit een regressiemodel (zie onderaan) waarinik het aantal moties dat een partij in een bepaald jaar indient verklaar aan dehand van een aantal variabelen: fractiegrootte, coalitiedeelname, jaar enpartij. De gegevens zijn afkomstig uit het rapport van de Tweede Kamer.

Onderstaande figuur geeft het aantal ingediende moties per partij perjaar weer (grijze punten) en het verwacht aantal ingediende moties volgens het model, naar gelang de fractiegrootte (jaar wordt op 2008 gehouden en de partij op de modus).De bovenste, doorgetrokken, lijn geeft het verwachte aantal ingediende motiesvoor een oppositiepartij. Hoe groter de partij, hoe meer moties, tot zo’n 28zetels: dan neemt het aantal ingediende moties weer af. Bij deregeringspartijen is een zelfde verband te zien. Als er dus relatief meermiddelgrote partijen zijn, zoals in de laatste periode, zal het aantalingediende moties toenemen. Dat verband geldt overigens ook als we de SP, inzekere zin een outlier in het modelmet veel ingediende moties, buiten beschouwing laten.

Aantal ingediende moties naar zetelaantal
Lijnen zijn gebaseerd op onderstaand regressiemodel

Het effect van regeringsdeelname is daarnaast zeer sterk: gemiddeldgenomen dient een coalitiepartij bijna 200 minder moties in dan eenoppositiepartij. Dat is niet zo verwonderlijk, gezien het feit dat een motievaak wordt geformuleerd als een opdracht aan de regering. Als het goed is, doetde regering al ongeveer wat de coalitiepartijen willen. Daarnaast zijn effectenvoor individuele partijen te zien. Deze zijn vanwege de beperkte periodewaaruit data beschikbaar is niet statistisch significant, maar aangezien we hierover de populatie spreken is dat hier minder relevant. We zien dat de VVDminder moties indient dan het CDA (die hier als baseline is genomen), enChristenUnie en PvdD duidelijk meer.

De stijging per jaar is, als we voor andere effectencontroleren, minder sterk dan we eerst vermoedden. Gemiddeld genomen zijn er, gecontroleerd voor andere effecten, sinds 2006 elk jaar zo’n 23 moties extra ingediend per partij. In totaal komtdat voor 10 partijen dus uit op zo’n 230 moties. Dat is de autonome stijgingdie we niet aan de hand van andere factoren kunnen verklaren. Dat is nog steedseen behoorlijk aantal, maar ruim de helft minder dan de eerdergenoemde 500. Degrote stijging van het aantal ingediende Kamermoties is dus voor een belangrijkdeel het gevolg van de veranderde politieke verhoudingen, in het bijzonder deversnippering van de Kamer.







Model 1


(Intercept)-61.20
(108.70)
Zetels31.05*
(8.73)
Zetels (kwadraat)-0.50*
(0.17)
Coalitiepartij-195.60*
(44.41)
Jaar (2006=0)23.39*
(7.82)
partijChristenUnie125.75
(97.75)
partijD6653.21
(96.41)
partijGroenLinks26.94
(90.70)
partijPvdA-73.00
(58.70)
partijPvdD75.27
(109.32)
partijPVV42.19
(82.80)
partijSGP-7.39
(107.93)
partijSP41.32
(82.65)
partijVerdonk-1.67
(117.00)
partijVVD-133.12
(74.03)
N64
R20.77
adj. R20.70
Resid. sd85.78


Standard errors in parentheses
* indicates significance at p < 0.05

Afhankelijke variabele: aantal ingediende moties door een partij in een jaar.
Zetelaantal en regeringsdeelname zijn in verkiezingsjaren als gewogen
gemiddelde berekend.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

Tom van den Nieuwenhuijzen

Tom van den Nieuwenhuijzen

Hyves Twitter GR

Heleen of Arno

Heleen of Arno. Daar zal het 11 februari op het congres van GroenLinks ondermeer om gaan. Want wie wordt onze nieuwe partijleider. Is dat Heleen Weening of Arno Uijlenhoet?
Beide kandidaten presenteerde zich aan de Eindhovense afdeling tijdens de nieuwjaarsreceptie van de afdeling op 22 januari. Het was een debat dat al snel een debat werd met de afdeling zelf en niet over de voorbereidde vragen van de voorzitter. Ik denk dat dat goed is.
De leden van de Eindhovense afdeling zijn erg betrokken leden. Zij willen dat het goed gaat met de partij en dat ze serieus genomen worden door de landelijke partij en de landelijke fractie.
Ik denk dat zowel Arno als Heleen hele sterke kandidaten zijn. En hoewel ik inhoudelijk vooraf had bedacht dat ik Arno zou steunen, zou ik op basis van het debat voor Heleen kiezen. Een moeilijke keuze dus. Op het congres gaan we zien wie de meeste steun krijgt. Ik heb inmiddels begrepen dat er 1.350 leden met stemrecht zullen zijn, dus dat wordt nog spannend.

Gerelateerde blogs:

  1. Tussen verkopen en vertegenwoordigen
  2. Afghanistan debat GroenLinks Eindhoven
  3. Tom in de raad?

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

CDA mag uitgangspunten niet weer gebruiken als dekmantel.

Het CDA heeft dit weekeinde zijn nieuwe uitgangspunten en toekomstvisie gepresenteerd. ‘Radicaal voor het midden’ is de bijbehorende slogan. Goed gekozen. Radicaal in de geest van terug naar de oorsprong, de wortels van het CDA. Radicaal zijn is niet nieuw. We kenden de al voor een belangrijk deel uit de Katholieke Volkspartij (KVP) voortgekomen Politieke Partij Radicalen (PPR), die later in GroenLinks is opgegaan. De PPR was radicaal omdat ze ‘ingrijpende hervormingen’ wilde.
Het CDA hoort echter in het midden thuis. De nu gepresenteerde visie is niet vernieuwend. Beetje oneerbiedig: ‘oude wijn in nieuwe zakken’. Veel uitgangspunten zijn alleen herschreven in een wat moderner taalgebruik. En ook het huidige verkiezingsprogramma bevat al veel van het gedachtegoed dat nu weer wordt geuit. Maar de visie contrasteert wel met de huidige CDA-politiek.

Het CDA moet wel radicaal veranderen. Niet zozeer wat de politieke uitgangspunten betreft, maar meer zijn dagelijkse politiek. Op dit moment is het CDA geen middenpartij. Rechts heeft de macht overgenomen binnen het CDA. Maar de deelname aan het gedoogkabinet Rutte heeft gezorgd voor een verdere teloorgang van de partij. De partij volgt op hoofdthema’s niet haar eigen uitgangspunten. Ze doet veel te veel water bij de wijn. Het CDA is niet trouw aan zichzelf. Dat rekent de kiezer het CDA aan.

Als het CDA het vertrouwen van veel kiezers wil terugwinnen, dan zal het moeten handelen conform zijn eigen doelstellingen. Hoe eerder, hoe beter. De kiezer zal het CDA niet geloven op basis van mooie standpunten in een klein boekje, maar op de politieke besluiten. Daar zit het CDA in een spagaat. Als het CDA zo doorgaat dan zal de kiezer de mooie uitgangspunten al weer snel zijn vergeten en zich hoogstens nog herinneren hoe onbetrouwbaar het CDA is ten opzichte van de eigen idealen. Het CDA zal dus moeten bewijzen dat het radicaal wil veranderen.

Als het CDA daadwerkelijk wil breken met de huidige politiek en het bijbehorende imago, dan zal dat radicaal moeten. Het is zeker niet genoeg als de huidige gezichten alleen maar een ander verhaal vertellen. Dat is een niet geloofwaardig ‘zoals de wind waait, waait mijn jasje’.
De hele politieke top moet worden vernieuwd. Iedereen die dit gedoogkabinet van harte ondersteunt en die het CDA profileert in het Kabinet en Tweede Kamer, zal moeten plaatsmaken. Alleen zo geeft het CDA een duidelijk signaal dat het menens is, dat de daad ook bij het woord wordt gevoegd. Daarbij lijkt het wijs om ook het harde, hanige imago van de huidige invloedrijke CDA'ers te veranderen in een politiek handelen met meer ‘vrouwelijke’ karaktertrekken.
Als in de toekomst de op zich aansprekende uitgangspunten weer worden gebruikt als dekmantel voor te rechts handelen, dan is dat waarschijnlijk de doodsteek voor dit CDA. Dan kan de partij zich beter opsplitsen in een sociaal-christelijke partij en een rechtse partij.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Only Nixon could go to China: waarom dit kabinet de hypotheekrenteaftrek gaat aanpakken

In de linkerhoek is er over weinig dingen consensus, maar over een paar dingen kunnen linkse partijen het wel eens worden: de hypotheekrenteaftrek zou aangepakt moeten worden. De lijn van CDA, PVV en VVD is helder: handen af van de hypotheekrenteaftrek. Je zou dus verwachten dat dit kabinet niets aan de hypotheektrenteaftrek gaat doen en dat dit in een Paars-plus-achtige variant wel had gekund. Niets is minder waar: alleen een rechts kabinet kan en zal de hypotheekrente aanpakken.

Niet over Links

Een kabinet met linkse partijen, of het nu gaat om een Paars Plus, een Christelijk-sociale of een Roti-variant zou in het huidige gesternte niets doen aan de hypotheekrenteaftrek. De reden hiervoor is vrij simpel: rechtse kiezers willen dat er niets aan de hypotheekrenteaftrek verandert. Ze hebben vaak zelf een eigen huis met hypotheek en willen niet dat hun lasten verzwaren. De combinatie van een onderwerp dat veel mensen in hun portemonee raakt en de hoge zichtbaarheid die rechtse partijen zelf aan het onderwerp hebben gegeven door wijzigingen uit te sluiten maakt het onderwerp gevaarlijk.

In een variant met linkse partijen zouden CDA of VVD, of CDA en VVD mee regeren. De PVV lijkt me uitgesloten. Rekensom is dan vrij simpel: bij een verregaande wijziging van de hypotheekrenteaftrek zal de PVV moord en brand schreeuwen, en zo rechtse kiezers bij CDA en VVD weg trekken. De linkse partijen zullen dus niet van de rechtse partijen kunnen eisen dat ze dit doen: dat zou electorale zelfmoord zijn.

Wel over Rechts

CDA, VVD en PVV zullen dit kabinet niet laten vallen: het CDA kan niet breken met dit kabinet: dan verliest ze de helft van haar zetels. De VVD kan in dit kabinet haar volledige programma implementeren. Het is de vraag of de PVV als ze dit kabinet laten vallen over de hypotheekrenteaftrek weer in zo’n goede positie terug kunnen komen. Daarnaast, sociaal-economische onderwerpen behoren niet tot de kern van de PVV: dat zijn Islam, immigratie en integratie. En daarop krijgt de partij wel wat ze wil. Kortom: geen enkele partij heeft er een belang bij om dit kabinet te laten vallen.

En als er extra miljarden bezuinigd moet worden, dan moet er ook iets gebeuren aan de hypotheekrenteaftrek. Je ziet dat het CDA, en met name het Wetenschappelijk Instituut al langer met voorstellen rond lopen om de hypotheekrenteaftrek te beperken. Het interessante is dat dit kabinet al bezig is geweest met een hervorming van de hypotheekrenteaftrek: door aflossingsvrije hypotheken uit te sluiten van de hypotheekrenteaftrek bijvoorbeeld. Afschaffing zal het nooit heten, maar een ‘aanpassing’ kan de nodige ruimte op de begroting maken.

Only Nixon could go to China

Het idee is simpel: only Nixon could go to China. Alleen de meest conservatieve, anti-communistische president kon een toenadering maken naar communistische China. Een liberale Democraat zou zijn aangevallen als een peaceloving beatnik. Juist een rechts kabinet kan als enige de hypotheekrenteaftrek aanpakken: een kabinet met linkse partijen zou te gevoelig zijn voor aanvallen van rechtse oppositiepartijen.

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Blekers strijd

Kan dat, zeggen dat het in de toekomst anders moet maar voorlopig doorgaan op dezelfde voet? Is dat de sleutel tot het herwinnen van vertrouwen? Het CDA meent van wel. Ik denk van niet. We gaan het huis in de toekomst blauw schilderen, maar nu zijn we bezig het rood te maken en daar gaan we nog een tijdje mee door; dat is wat het CDA haar kiezers vertelt. En bij deze verwarrende boodschap moet een leider gevonden worden. Een leider die zowel het rood maken van het huis als het blauw maken ervan kan verdedigen. Ga er maar aan staan. Dat is stevig oefenen in loze zinnen als: “We hebben offers gebracht voor het landsbelang en kiezen nu weer onze eigen weg.”  Nou ja, de zin zelf is niet zo loos, maar wel de afzender. Het CDA heeft namelijk haar electoraat niet ervan overtuigd dat ze mee is gaan regeren uit landsbelang. De indruk is te hardnekkig dat het een machtskeuze is geweest om er als partij groter en sterker uit te komen. En dat is een miscalculatie geweest, zo geven de peilingen aan. Maar geen politicus natuurlijk die peilingen serieus neemt, toch?

Personificatie van die ‘verkeerde’  keuze is Maxime Verhagen. Hij heeft er een imago mee gekregen, of versterkt, want niets ontstaat zo maar, van een niet te vertrouwen, met twee monden pratende politicus. Die naam had Lubbers trouwens ook maar hij hield dat klein door de beeldvorming ook met andere kwaliteiten te laden. Dat is Verhagen niet gelukt. Dit maakt voor Verhagen de nederlaag dubbel: de partij niet gered en zijn gedeukte imago geen nieuwe glans gegeven. En dus zoekt het CDA een leider die wel bij de verwarrende boodschap past.

Niet opmerkelijk dus dat Henk Bleker dan wordt genoemd. En dat ook niet in de laatste plaats dankzij zijn eigen inspanningen. Bleker is met Verhagen de architect van het minderheidskabinet. Tegelijk heeft hij het vrijgevochtene, het tikkeltje optimistische onverantwoordelijke, van een schilder die nu nog met rood verft en tegelijk het mooi weet te vertellen dat het toch straks allemaal blauw zal zijn. CDA-leider kan hij, denk ik, prima zijn, maar van een CDA-leider wordt door CDA’ers altijd (nog steeds? ik vrees van wel) verwacht dat hij het land gaat leiden. En of het CDA-electoraat de vraag of Bleker dat is toevertrouwd in voldoende meerderheid positief zal beantwoorden is zeer onzeker. Hij heeft daarvoor niet een echt overtuigend track-record opgebouwd als staatssecretaris. Als Bleker echt wil (en daar is weinig onzekerheid over) is het zijn strijd zich de komende maanden een duidelijker imago aan te meten. Hij heeft het in zich te zijn zoals een frivole Van Agt in zijn dagen (”ik ben een amateur in de politiek”) en met een geloofwaardig gespeelde naïviteit te reageren en te acteren. Ik drukte de associatie wat weg, maar schrijf het nu toch op, komt ook doordat ik Van Agt erbij haal: het CDA heeft eigenlijk behoefte aan een clown. Fortuyn, Verdonk, Wilders: het zijn politieke clowns die rolvast hun boodschap brengen, vaak wereldvreemd, afwijkend van Haagse mores, en daardoor ook aantrekkelijk voor hordes op drift geraakte kiezers.

De verwarrende boodschap waar het CDA zich nu mee op heeft opgezadeld moet de komende jaren verteld worden door een figuur van wie congruentie verwacht kan worden maar daarin zo herkenbaar is dat hij geloofwaardig is. Bleker kan die clowneske rol spelen en wie weet waar dit hem en zijn partij brengt.

vrijdag, 20 januari 2012

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Drie keer links

Zaterdag 14 januari openden de drie linkse partijen gezamenlijk het jaar. GroenLinks, PvdA en SP willen alle drie ‘een ander Nederland’. We willen samen “slim, solidair en ‘groen’ investeren” in ons land om de crisis te bestrijden.
Juist onder het meest rechtse kabinet sinds Van Agt-Wiegel ligt het voor de hand om alle linkerhanden ineen te slaan. Samen staan we sterk en zo. Hoe ver moet zulke samenwerking nou gaan? Eén sterk links alternatief lijkt aanlokkelijk. En er is veel voor te zeggen. Maar is het tactisch wel handig?

Eerst maar eens wat er allemaal vóór te zeggen valt. De drie partijen die zichzelf gewoon links durven te noemen lijken elkaar in elk geval prachtig aan te vullen.
De SP spreekt de taal van de gewone mensen, niet alleen van de Nederlanders die spreekwoordelijk hard werken, maar zeker ook van de mensen die van een uitkering rond moeten komen. SP-ers klagen steen en been over alles wat er mis is en mis gaat in de samenleving en verwoorden daarmee precies hoe veel mensen erover denken. PVV-stemmers die hun hersenen gebruiken, zien dat de partij van hun eerdere keuze hen nu naait met de miljardenbezuinigingen die ze beginnen te voelen en stappen over naar de SP.
De PvdA heeft meer dan de andere twee de regenten in de gelederen die het land, de provincie of de stad kunnen besturen op grond van hun kennis en ervaring. De term ‘regent’ bedoel ik in dit verband uitdrukkelijk niet pejoratief. Oorspronkelijk zijn regenten immers de eerste bestuurders die hun positie niet bekleedden op grond van hun afkomst, maar op basis van hun verdienste. In een meritocratie zitten veel van de PvdA-bestuurders volkomen terecht op het pluche. Hun taal spreekt de kiezers wel niet meer zo aan, maar is wel de taal waarmee je de dingen gedaan krijgt.
En GroenLinks ten slotte is de ideeënpartij zonder macht die het meest op een ‘volhoudbare’ toekomst is gericht. Wij kunnen op links de nuance inbrengen, de horizon verleggen, creatieve ideeën aandragen en de multiculturele samenleving verdedigen. Wij spreken het nadenkende deel der natie aan. Als we heel erg ons best doen misschien ook nog wel de activisten en de anarchisten en de pacifisten voor zover ze zich niet allang moedeloos van de parlementaire democratie hebben afgewend.

Tussen haakjes. Op landelijk niveau is een nieuwe linkse eenheid zelfs een uitkomst voor de drie huidige politieke leiders. Roemer is de gedroomde voorman in de campagne, die de rechtse drammers en bezuinigingsbulldozers alle hoeken van de Kamer laat zien. Cohen komt ongetwijfeld veel beter tot zijn recht als minister-president dan als parlementariër. En wij zijn verlost van stuntelende stekkerdoosstukjes.

Het is echter niet moeilijk om de problemen binnen de linkse drie-eenheid te zien aankomen, zeker als het sentiment ‘anti-rechts’ zijn centripetale kracht op den duur verliest. Want als de SP bijvoorbeeld zegt wat mensen erover denken, betekent dat: ‘de hoge heren zorgen alleen maar goed voor zichzelf’ en ze bedoelen daarmee nou precies de bestuurders waar de PvdA hetzelfde patent op heeft als het CDA.
Die PvdA-bestuurders zijn in Zwolle bijvoorbeeld niet te beroerd om in een college met de VVD en het CDA (en de ChristenUnie trouwens) te schipperen om de ‘kille bezuinigingen’ (Cohen, Roemer en Sap) van het kabinet te verstouwen. Zij bezuinigen lekker op de voorzieningen die de last voor de zwakkere schouders in onze stad nog een beetje dragelijk maakten, maar willen niet eens nadenken over een kleine lastenverzwaring voor de Zwolse huizenbezitters.
GroenLinks zal overigens in een constellatie terecht komen waarin duurzaamheid vooral geweldig is omdat (of in het ergste geval: alleen maar als) het geld oplevert, kunst omdat het de economie stimuleert en multiculti omdat het werk toch door íemand gedaan zal moeten worden.

Ik zie een doorslaggevende reden om de samenwerking beslist niet te laten, maar vooral niet te ver te voeren. Die reden is van tactische aard, ik geef het toe. Want principieel zijn de onderlinge verschillen op links natuurlijk kleiner dan de kloof met rechts (ik blijf maar even via de links-rechts-lijn redeneren om dit verhaal niet te gecompliceerd te maken, al ken ik natuurlijk ook de kwadranten en de hoefijzers die de politieke werkelijkheid wel wat beter of in elk geval genuanceerder verbeelden en bijvoorbeeld laten zien dat D66 en VVD op sommige terreinen dichter bij GroenLinks staan dan de SP).

In de media-democratie waarin we ons nu eenmaal bevinden, krijgen drie partijen grosso modo drie keer zo veel aandacht als één partij. Die vuistregel gaat niet in alle opzichten op, maar bijvoorbeeld bij het grote ‘lijsttrekkersdebat’ heb je meer inbreng als er drie linkse partijleiders hun geluid mogen laten horen dan wanneer we maar met ééntje vertegenwoordigd zijn.
En zoals je christelijk-rechts, ondernemers-rechts en dom-rechts hebt, kun je maar beter ook alle toonaarden van het linker orkest laten horen. Want in de werkelijkheid waarin de kiezer leeft op het moment waarop hij in het stemhokje staat, kan een CDA-er zomaar vertrouwen krijgen in de PvdA-voorman, een PVV-er zijn hoop stellen op de SP en een VVD-er zomaar kiezen voor een duurzame variant van het liberalisme.

Drie keer links is dus gewoon meer dan één keer links.


Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Er zijn

In achterban, amsterdam, burger, dwars, friesland, grienlinks, groenlinks, groningen, kunst, en meer.
Een belangrijke taak voor een politicus is er zijn. Je moet natuurlijk aanwezig zijn bij de vergaderingen van het orgaan waarin je gekozen bent. Daarnaast moet je acte de présence geven bij je achterban, in de media en bij allerlei organisaties die van belang zijn voor je partij of politieke standpunten.
Soms lijkt het wel of deze aanwezigheid belangrijker is dan het inhoudelijke politieke werk dat je doet. Zo worden politici in de media regelmatig afgerekend op het aantal vergaderingen dat ze hebben gemist, en veel minder op de kwaliteit en effectiviteit van hun daadwerkelijke inbreng.
De roep om aanwezigheid levert voor politici regelmatig dilemma's op. Natuurlijk ben je er bij stemmingen, en bij de vergaderingen die er toe doen. Uitnodigingen om aanwezigheid elders moeten echter wedijveren met het lezen van stukken, het nadenken over en formuleren van vragen, visie en standpunten, het overleggen met mensen die input kunnen geven, en het beroep dat op je wordt gedaan door familie en vrienden, en - voor parttime politici als raadsleden en Eerste Kamerleden- je andere werk.
De kunst is om daar te zijn waar het er toe doet, en er ook te zijn zonder dat je fysiek aanwezig bent.

Waar het er toe doet is voor mij vooral daar waar het politiek strategisch van belang is om een goed netwerk te onderhouden, en bij je achterban; de mensen die je hebben gekozen. Om die reden zal ik blijven proberen om naast de grote landelijke GroenLinks bijeenkomsten regelmatig bijeenkomsten van mijn afdeling, het FemNet en de provincies Groningen en Friesland (waarvoor ik vanuit de EK-fractie contactpersoon ben) te bezoeken. Op dit moment lukt dat goed: vorige week was ik bij de nieuwjaarsbijeenkomst van GrienLinks (Friesland), vanmiddag bij de borrel van Amsterdam-West en morgen bij het quota-debat van FemNet en Dwars.
Verder ga ik wel naar een lezing van de Raad voor de Rechtspraak; maar niet naar een diner van de Goede Doelen loterij. Af en toe naar debatten van maatschappelijke organisaties of studentenverenigingen, maar lang niet zo vaak als ik word uitgenodigd. Er moeten immers ook stukken gelezen en inbrengen geschreven worden.

Er zijn is echter meer dan fysieke aanwezigheid. Er zijn is ook: aandacht hebben en benaderbaar zijn. Dat probeer ik zoveel mogelijk te doen en te zijn. Niet door iedere e-mail van iedere ontevreden burger te beantwoorden; wel door in te gaan op meer politieke vragen en suggesties op de onderwerpen die in mijn portefeuille zitten.

Beschikbare tijd zal altijd een belemmering blijven, maar ik probeer er te zijn. Ik ben in ieder geval hier: mdeboer@groenlinks.nl en op twitter: @margreetdeboer. Voor al uw uitnodigingen, vragen en suggesties, die ik in ieder geval zal lezen, en waar ik mogelijk op in zal gaan.

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Nijmegen en partijdemocratie

Na deze week te gast geweest te zijn bij Hellingproef, de jongerenafdeling van het wetenschappelijk bureau De Helling, bij de werkgroep Natuurbescherming en bij het zittende partijbestuur, was het donderdagavond tijd voor een bezoek aan Nijmegen. Naast GroenLinksers uit Nijmegen waren er ook genodigden uit onder andere Lingewaal en Arnhem. Het was een gezellige en betrokken avond.

Centraal thema van gesprek was de interne partijdemocratie. En natuurlijk werd de vraag gesteld wat de voorzitterskandidaten willen gaan doen om die te versterken. Mijn antwoord in eerste aanleg: Zorgen dat er ruimte is voor debat over thema’s die bij veel leden spelen, nog voordat de fractie een standpunt inneemt. Ook wil ik de partij meenemen in debatten over onze strategische koers en over grote thema’s zoals de arbeidsmarkt, de sociale zekerheid, Europa en last but not least een groene economie. De partijraad vervult hierin wat mij betreft een centrale klankbordfunctie.

donderdag, 19 januari 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Op pad met Arno Uijlenhoet, kandidaat-voorzitter GroenLinks

Op 11 februari zal er tijdens het congres van GroenLinks een nieuwe voorzitter gekozen worden.  De leden kunnen kiezen uit twee kandidaten. Namelijk Arno Uijlenhoet en Heleen Weening.

Na een periode van ongeveer 6 jaar gaat Henk Nijhof de leiding overdragen aan een van de twee kandidaten.

Door mijn ervaring als lid van het permanent promotieteam van GroenLinks landelijk en de campagne van GroenLinks Brabant tijdens de Provinciale Statenverkiezingen ben ik door Arno Uijlenhoet gevraagd om mee te helpen in zijn 'campagneteam'.

De websites van beide kandidaten had ik al bekeken en ik ben dan ook blij dat ik de kandidaat die mijn voorkeur heeft kan helpen met zijn campagne.

Waarom Arno mijn voorkeur geniet, omdat hij geen keuze maakt tussen D'66 of de SP, maar gebruik wil maken van alle progressieve krachten. Hij lijkt ook steviger op te kunnen treden bij zaken zoals Kunduz, waarbij de fractie de leden 'vergat' te informeren en te peilen.  Maar ook meer wil inzetten op de kracht van de partij zelf, waarbij andere partijen afhankelijk worden van ons, in plaats van dat GroenLinks afhankelijk wordt van andere partijen.

Zo wil hij alsnog een bijeenkomst beleggen voordat er een besluit genomen gaat worden over een eventuele uitbreiding van de civiele politiemissie in Kunduz. Want de leden zijn de besluitvorming over Kunduz nog steeds niet te boven.

Maar Arno wil ook meer de groene kant van GroenLinks weer meer naar voren brengen, iets wat redelijk op de achtergrond is geraakt door de sociale kant van GroenLinks.

IMG_3842

De start van de campagne was min of meer bij het driekoningen gala van DWARS in Utrecht. In de U-bar op de Oudegracht, werden Arno en Heleen aan de tand gevoeld door Jojanneke Vanderveen, voorzitter DWARS. Helaas bleek de geluidsinstallatie niet van goede kwaliteit te zijn en moesten de kandidaten op de bar gaan zitten om de microfoon te kunnen gebruiken. Na het algemene gedeelte kregen de kandidaten ook de kans om de DWARS leden persoonlijk aan te spreken. De DWARS leden maakten hier veelvuldig gebruik van en diverse vragen en stellingen kwamen voorbij.

IMG_3846

Na de 'start' van de campagne werden ook de nieuwjaarsborrels van diverse lokale GroenLinks afdelingen bezocht. Zo zijn we ook op bezoek geweest bij de nieuwjaarsborrel van GroenLinks Tilburg.

Na een korte speech van de wethouder en fractievoorzitter, konden de aanwezige GroenLinks leden de voorzitterskandidaten persoonlijk benaderen.

IMG_3897 IMG_3895

Maar ook tijdens algemene ledenvergaderingen kregen de voorzitterskandidaten de kans om zich te presenteren aan de GroenLinks leden.

Zo hebben we een alv bezocht in Leeuwarden waar natuurlijk ook de vraag kwam, hoe in de toekomst om te gaan met Kunduz. Iets wat bij elke afdeling ter sprake komt, een punt waar de GroenLinks leden nog steeds mee bezig zijn.

Maar ook de keuze, primair inzetten op regeren, of uitgaan van onze eigen idealen en dan mogelijk regeren als het uitkomt.

_MG_3948 

Het is leuk om te zien dat er telkens zoveel mensen komen opdagen, ondanks dat de verwachtingen van de afdelingen zelf, stukken lager zijn.

_MG_3979

De leukste bijeenkomst tot nu toe, vind ik de bijeenkomst in Leiden. Daar was voorafgaand aan het programma een nieuwe ledenbijeenkomst en aansluitend een interactief gedeelte met de kandidaat-voorzitters.

Ze kregen eerst de kans om zich voor te stellen, waarna er stellingen kwamen. De aanwezige leden konden dan kiezen uit voor of tegen.

"Een partij van en door leden met lange termijn visie" of een "partij voor en door kiezers met korte termijn visie, inspelen op de waan van de dag". Het merendeel gaf aan voorstander te zijn van de eerste stelling, ongeveer 5 personen gaf toch aan meer te zien in een kiezerspartij, aangezien die toch je winst leveren in de Tweede Kamer.

_MG_4040

_MG_4033_MG_4030

Maar ook stellingen zoals "Jolande Sap moet opstappen" kwamen voorbij. Hier bleken voorstanders voor te zijn, met als redenen dat ze gefaald zou hebben tijdens de besluitvorming van Kunduz en het 'gedoe' rondom Mariko Peters.

Telkens stonden Arno en Heleen aan dezelfde kant van de zaal bij de stellingen. Toen de stelling kwam "Groen of Links" gaf dat een verschil qua standpunten van de kandidaten. Waar Arno meteen Groen koos, koos Heleen voor het midden, aangezien ze Groen en Links bij elkaar vond horen en dus niet kon kiezen.

Het was een erg leuke bijeenkomst, waarbij alle leden betrokken werden en zo interactief hun mening kunnen geven.

De campagne gaat nog op volle toeren verder naar Eindhoven, Groningen, Utrecht, Rotterdam en als hoogtepunt natuurlijk 11 februari tijdens het congres in Utrecht!

Alle foto's van de bijeenkomsten kun je vinden op: Picasaweb

Wordt vervolgd!

dinsdag, 17 januari 2012

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

GroenLinks is er

Het was een succes, maar er waren geen GroenLinksers. Hoe vaak hoor je het niet en lees je het niet. Of er nou gedemonstreerd werd tegen de afbraak van het openbaar vervoer, gestaakt met de schoonmakers of werk onderbroken met de huisartsen, de hamvraag is waar de GroenLinksers nou weer waren. Het is een terechte vraag.

PvdA-ers en SP-ers hebben mooie jassen, body-warmers en petjes. Smaakvol vormgegeven in mooie partijkleuren. Ze hebben enorme ballonnen bij zich, waar echt gas in zit, zodat ze hoog boven de menigte uitzweven. De ballonnen, niet de PvdA-ers of SP-ers. Er zijn auto’s, grote bestelbussen vaak, die van partijwege de demonstratie ondersteunen met folders, gadgets, rozen en warme koffie of soep. Om kort te gaan, degelijk links legt zijn frontsoldaten in de watten.

En wat zet vrijzinnig links daar nou helemaal tegenover? Jassen die er – als ze al kleur hadden – na één keer wassen ronduit verschoten uit zien. Witte regenkleding die op geen enkele manier beschermt tegen wat voor nattigheid dan ook , maar die ook als ze van uitstekende kwaliteit zou zijn geweest niet herkend kan worden als van GroenLinks omdat de omvang van het logo eigenlijk alleen in millimeters kan worden uitgedrukt. En dat allemaal in de maten XXS, XS, S en M, zodat partijgenoten van formaat er niet eens in passen.
Gadgets die er zijn, moet je eerst zelf in elkaar zetten. Van de vijf pennen die de partij ter beschikking stelt, weigeren er twee onmiddellijk dienst en één na een middag schrijven. De ballonnen moet je zelf opblazen, zodat je ze achter je aan sleept in plaats van vrolijk boven je hoofd ziet vliegen. Om de ballon mee te voeren wordt bovendien slechts sisaltouw van tweede kwaliteit ter beschikking gesteld, zodat het er letterlijk houtje touwtje uit ziet.

Toch is dat niet eens werkelijk het probleem. Het werkelijk probleem is het karakter van de GroenLinkser. In de uitnodiging die mij en partijgenoten dringend maande naar Nijmegen af te reizen om aldaar de “Een Ander Nederland” nieuwjaarsreceptie op te luisteren, bevatte ook instructies met betrekking tot de zichtbaarheid. Na binnenkomst moesten wij ons bij een balie melden, en dan zou ons een button ter beschikking worden gesteld. Los van het feit dat ik de hele balie nooit heb gevonden; een button! Er zijn jassen, bodywarmers, t-shirts, petjes, hoodies en wat doet GroenLinks? GroenLinks doet een button!

Het kan niet anders, of het is genetisch. De GroenLinkser wil het gewoon niet. Het helpt niet dat zijn partij altijd rommel ter beschikking stelt, maar dat kan niet enige zijn. GroenLinksers kunnen zich eenvoudigweg niet tooien met partij-parafernalia. Als ze er een mooi verhaal van willen maken, verwijzen ze naar hun individualisme, maar ik denk dat ze er gewoon te beroerd voor zijn. Ik ook. Dus als u binnenkort bij een demonstratie voor/tegen het één of ander een dikke man met een groot kaal hoofd ziet, dan weet u nu: GroenLinks is er.

maandag, 16 januari 2012

Tom van den Nieuwenhuijzen

Tom van den Nieuwenhuijzen

Hyves Twitter GR

Nieuwjaarsconcert 2012

Maandag 9 januari hebben het Brabants Orkerst, de Gemeente Eindhoven en het Muziekgebouw Frits Philips hun gezamelijk nieuwjaarsconcert aan de stad gegeven. Ik was blij dat ook ik weer samen met mijn partner van de partij kon zijn.
Wij hebben gekozen voor het klassieke concert en werden getrakteerd op een schitterend concert met veel verschillende genres waardoor het geheel erg toegankelijk was voor iedere bezoeker. Ben je zelf niet geweest? Volgend jaar weer een kans!

Gerelateerde blogs:

  1. Eerste fractievergadering
  2. Weggeeffeest
  3. Installatie raad

zondag, 15 januari 2012

Pieter Kos

Pieter Kos

Twitter

Nieuwjaarsspeech 2012

GroenLinks is een partij die groeit in leiden. Ik ben ervan overtuigd dat deze groei komt doordat wij open staan voor gesprek, laten zien dat oppositie voeren ook positief kan en het optimisme uitstralen dat het beter zal worden. Maar dat gaat niet vanzelf. Gisteren was de bijeenkomst “een ander Nederland” GroenLinks, SP en PVDA [...]

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Mijn rechtse ikken

In persoonlijk, inbrekers, inspiratie, ipad, keuzes, politie, bezig, weer, portemonnee.

Een trainersconferentie heeft vooral weer inspiratie en enthousiasme opgeleverd voor Voice Dialogue: de commentaren van al onze subpersoonlijkheden op alles wat we doen en meemaken. Drie deelnemers aan een workshop van een gerenommeerd trainer lieten hun innerlijke puber los en deden lekker niet mee aan de opdracht. Want slecht ingeleid en doelloos, ook na toelichting konden we er geen touw aan vastknopen. Of juist na die toelichting nog minder… jammer, soms vallen mensen van hun voetstuk… Maar die drie trainers hebben wel een heel inspirerend gesprek gevoerd over de essentie van hun vak. We kwamen erop uit dat wij trainers mensen helpen om kruispunten te identificeren waarop ze bewust keuzes kunnen maken voor gedrag. Het betere kruispuntmanagement dus.

Ik heb kennisgemaakt met mijn rechtse ikken. Die van ‘keihard aanpakken’ en ‘tuig het land uit’ en zo. Want toen we terugkwamen van de schouwburg stond de achterdeur open en lag de inhoud van laden en mijn tas op de grond… laptops, telefoon, portemonnee, alles pleitos. En dan ben je de ene helft van de nacht bezig met de politie, pasjes blokkeren en ramen dichttimmeren. Geweldig hoe aardig en behulpzaam iedereen was. En de tweede helft van de nacht hebben we doorgebracht met het betere wakkerliggen. Knarsetandend, schuimbekkend. De idioten die een enorme partij schade en een nog grotere partij ongemak veroorzaken omdat ze jouw Ipad willen. Oppakken die hap. Keihard aanpakken. Ik probeer mijn innerlijke zenboedhist aan het woord te laten… het zijn maar spullen… zennnnn


Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Hyves Linkedin Twitter GR

Weer actie voor behoud verloskunde

ooievaar 1 214x300 Weer actie voor behoud verloskundeAfgelopen week had ik contact met de fractie van de VVD. We bespreken wat we nog kunnen doen om de onderhandelingen over de plaats van de verloskunde positief te beïnvloeden. Of te wel wat we ervoor kunnen doen dat de acute verloskunde in Meppel blijft en niet naar Zwolle vertrekt.

Voor een goede (kwalitiatieve) basiszorg  moet die afdeling in Meppel blijven. Bovendien is de kans groot dat met de verloskunde ook de kindergeneeskunde verdwijnt. Een aderlating voor het ziekenhuis, maar ook zeer zeker voor de werkgelegenheid van Meppel.

Ik heb afgelopen donderdag de andere fracties een mededeling hierover gedaan. We willen graag op de raadsvergadering van 26 januari een raadsbrede motie indienen. We willen het college oproepen ervoor te zorgen dat de gemeenteraad mee mag praten bij de regiovisie. Nu zijn alleen de Raden van Bestuur van beide ziekenhuizen en zorgverzekeraar Achmea hierbij betrokken. De volledige tekst die ik toen heb uitgesproken kunt u hier vinden.

De Partij van de Arbeid heeft direct al gezegd dat ze die actie willen steunen. Ik hoop dat de andere fracties zich snel willen aansluiten. We houden u op de hoogte.

zaterdag, 14 januari 2012

Johanna Welfing

Johanna Welfing

Hyves Twitter PS

Een nieuwe voorzitter: Twee goede kandidaten, één functie, een lastige keuze.

In grienlinks.
Foto gemaakt door Menno Slaats Verbinden, solidariteit, luisteren naar de leden, meer dialoog vooraf, een betere vertaalslag door de Kamerfractie, groene innovatie, een partij die met beide benen in de samenleving staat. Zomaar een paar termen die vanmiddag voorbij kwamen tijdens de discussie tussen de twee voorzitterskandidaten van het landelijk bestuur. Prachtige zinnen, volgens mij willen we dat allemaal. Woorden die ik eerder heb gehoord bij eerdere verkiezingen. De vraag is hoe ga je dit doen als voorzitter? Want woorden zijn nog geen daden. Op de ALV werd dan gelukkig ook door de mooie woorden heen geprikt. De keuze voor de GroenLinks leden wordt er m.i. niet makkelijker op. Een kleine beschouwing van de kandidaten zoals ik ze heb geobserveerd. De twee kandidaten: Heleen Weening & Arno Uilenhoet Opmerking vooraf: Ik ben er van overtuigd dat beide kandidaten uitermate geschikt zijn voor de functie van het voorzitterschap. Ik voel de passie, beide hebben unieke kwaliteiten. Bij beide kandidaten heb ik een goed gevoel. Heleen Weening – ‘Het Solidaire Groene Land’ Antwoordt vanuit het hart, maar toch op een zakelijke prettige manier. Heeft het voornemen om als voorzitter echt een voorzitter voor de leden te zijn die via de organen binnen de partij, zoals bijvoorbeeld de partijraad, werkgroepen etc te werken met de Kamerfracties. Belangrijk punt voor Heleen is besluitvorming vooraf binnen de partij op basis van programma. Zij zet in op een permanent programmacommissie. Heleen wil belangrijke thema’s op de kaart zetten waarover leden in de afdelingen kunnen discussiëren en waarvan de (stand)punten vervolgens door de vertegenwoordigde partijraadsleden meegenomen kunnen worden naar de partijraad. Een initiatief wat ik van harte ondersteun. Heleen vindt dat GroenLinks zich evenredig in uitingen naar buiten moet laten zien voor groene en solidaire thema’s. Partijnaam hoeft niet aangepast te worden. Het partijprogramma is goed, en we zijn geen partij in worsteling. Arno Uijlenhoe t – ‘Het groene goud’ Een goede welbespraakte spreker, fijn om naar te luisteren. Heeft een duidelijke visie waar GroenLinks op in moet zetten. Groene duurzame innovatie. “Het groene goud” Wil meer dialoog binnen de partij en weet ook duidelijk hoe hij dat neer wil gaan zetten. Via de partijraad, via het landelijke bureau, maar ook door werkgroepen niet in Utrecht maar op locaties in het land te laten vergaderen. Goed initiatief. Arno vindt dat de slag naar het duurzame bedrijfsveld meer gemaakt moet worden en zal daar ook op inzetten. Arno geeft aan dat besluitvorming en discussie met leden over belangrijke en gevoelige onderwerpen beter kan en vooraf moet plaatsvinden. Arno vindt dat GroenLinks best meer de nadruk mag leggen op duurzaamheidthema’s, oftewel het “groene goud”. De koers die ingezet is goed, we zijn geen partij die worstelt, we hebben een goed programma. Partijnaam hoeft niet worden aangepast. Twee beschrijvingen, twee capabele mensen voor één functie. Wie kies je dan? Nou ja , ik kies niemand, ik heb me te laat aangemeld voor het congres, dus heb geen stemrecht. Wat als ik wel stemrecht had op wie zou ik dan stemmen? Twijfel alom . wat mij bij Heleen erg aansprak is de directe vertaalslag naar wat er bij mensen speelt. Arno komt bij mij meer zakelijker over, een onmisbare eigenschap voor een voorzitter die mij erg aanspreekt, direct en kundig. Meerdere voorzitters zijn Heleen en Arno voorgegaan binnen de partij. Ze spraken mooie woorden in hun campagne in de weg er naar toe, maar verloren zich ‘grotendeels’ in de Haagse werkelijkheid. Ik heb mezelf de vragen gesteld, bij welke kandidaat ben ik het bangst dat zij/hij zich laat verleiden door de Haagse werkelijkheid en bij welke kandidaat denk ik dat het meeste Haagse menselijkheid gerealiseerd wordt. Wellicht wat kromme maatstaven, nu niet te toetsen en puur een gevoelskwestie. Op basis van deze vragen komt er voor mij een kandidaat uit waar ik op zou stemmen als ik de kans had. Ik zou kiezen voor het iets minder zakelijke, maar voor mijn gevoel iemand die dichter bij het maatschappelijke middenveld staat. Mijn fictieve stem gaat dus niet naar het “groene goud” , maar naar "het solidaire groene land".

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 480 uur (20 dagen). Berichtgemiddelde: 1,4 bericht per dag, 10,1 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10