zaterdag, 12 mei 2012

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

CDA- watching

In default, cda, de.
Met verbazing kijk ik naar de strijd tussen de kandidaat- lijsttrekkers van het CDA. Toen de PvdA onlangs een strijd voerde voor de nieuwe partijleider zat er meer spanning in de discussies en ging het, naast leiderschapsstijl, ook over de richting: meer klassiek links of een links-liberale middenkoers. Bij het CDA zit er ook wel [...]

zondag, 6 mei 2012

Theo Brand

Theo Brand

Zachte krachten winnen, dankzij vrouwen en mannen

In media, politiek, religie, emancipatie, groenlinks, linker wang, column, dialoog, geert, en meer.

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het meinummer dat dezer dagen verschijnt. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl

Na de val van het door rechts-nationalisten gedoogde Kabinet Rutte, mag Nederland weer naar de stembus. Lijsttrekkers gaan de strijd met elkaar aan. Alexander, Diederik, Emile, Geert, Hero en Mark overtroeven elkaar. Hoe scoren vrouwelijke lijsttrekkers in deze arena?

Jolande Sap en Marianne Thieme doen niet onder voor hun collega’s. Maar aan wie denken de meeste kiezers bij een partijleider of minister-president? En hoe moet een partijleider er uit zien? Wat heeft Emile Roemer wel in huis, waar het Agnes Kant eerder aan ontbrak? Bij een ‘sterke man’ denken we vaak aan iets anders dan als we ‘sterke vrouw’ zeggen. Is de politiek misschien toch vooral een masculiene aangelegenheid?

GroenLinks zet de heersende logica op zijn kop. Jolande Sap (Den Haag), Judith Sargentini (Brussel) en Jojanneke Vanderveen (jongeren) zijn de boegbeelden. En GroenLinks koos onlangs Heleen Weening tot partijvoorzitter. ‘Kies niet automatisch voor het religieuze argument’, houdt de partijvoorzitter – die de kerk van haar jeugd vaarwel zei en zich nu laat inspireren door het Boeddhisme – de lezers van De Linker Wang voor (pagina 8-9).

Georganiseerde godsdienst en de positie van vrouwen: daar zit een spanningsveld. Ook dat kan een reden zijn om godsdienst kritisch te benaderen. Het verklaart het ontstaan van de Oecumenische Vrouwensynode (pagina 15). Veel joodse, christelijke en islamitische geloofsgemeenschappen zijn mannenbolwerken. Dat draagt bij aan het feit dat steeds meer mensen zich rekenen tot de ‘ongebonden spirituelen’. Brechtje Paardekooper pleit op pagina 22 voor meer dialoog en interactie tussen deze groeiende groep zinzoekers en mensen uit kerken.

In meer vrijzinnige geloofsrichtingen binnen de grote religies kunnen vrouwen wél een spirituele of leidinggevende functie bekleden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de protestantse predikant Margrietha Reinders. Haar column laat zien hoe vrouwelijke heilssoldaten zich het lot aantrekken van prostituees op de wallen (pagina 9). God dienen betekent mensen dienen, zo luidt het motto van het Leger des Heils waarvan majoor Alida Bosshardt (1913-2007) in Nederland lange tijd boegbeeld was.

Markant is ook Henriette Roland Holst (1869-1952) die zich op latere leeftijd ontwikkelde tot religieus socialiste. Carin Hereijgers trekt aan de hand van wat deze dichteres rond 1912 meemaakte, lijnen naar het heden (pagina 21).

Doelbewust en effectief ruimte bieden aan ‘zachte krachten’. Daaraan kan iedereen een bijdrage leveren: vrouwen én mannen, jong en oud en mensen met verschillende levensbeschouwingen. De jaarlijkse uitreiking van de Ab Harrewijn Prijs – waarover in dit nummer een artikel op pagina 18-20 – is daarvan naar mijn smaak een inspirerend voorbeeld.


maandag, 30 april 2012

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

GroenLinks is groen, links én verantwoordelijk

Op zaterdag 28 april was ik te gast bij Alles Mag op Zaterdag, het wekelijkse achtergrondprogramma van Omroep Brabant. Het radioprogramma werd live uitgezonden van de algemene ledenvergadering van het CDA Brabant in Goirle. Tafelgenoten waren kandidaat-lijsttrekker van het CDA Marcel Wintels, CDA-Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg en oud-Kamerlid voor de PvdA Jan Boelhouwer. 

DE UITZENDING IS HIER TERUG TE LUISTEREN

In de partij voel ik brede steun voor het Lenteakkoord dat partijleider Jolande Sap deze week samen met D66 en de ChristenUnie sloot met VVD en CDA. GroenLinks neemt verantwoordelijkheid in tijden van crisis. Wij stoppen de ernstigste bezuinigingen van dit kabinet, we nemen moeilijke maatregelen en we hebben de moed om de echte problemen aan te pakken. GroenLinks kiest niet voor de makkelijkste weg, maar voor de mensen en de natuur die onder druk staan.

Dit is de meest groene begroting in jaren. We stoppen de bezuinigingen op openbaar vervoer, maken fossiele energie duurder en zonnepanelen goedkoper. Bovendien investeren we in de natuur, die staatssecretaris Bleker juist aan het afbreken was. Ik haalde tijdens de uitzending uit naar het CDA, die tijdens de gedoogconstructie met de PVV roulette heeft gespeeld met de toekomst van Nederland.

De toenemende invloed van de PVV Nederland heeft Nederland nukkig gemaakt. Terwijl we een prachtig land zijn. In de jaren ’90 waren we nog wereldwijd voorloper met duurzaamheid en economie. Dit Lenteakkoord is een hoopvolle nieuwe start na jaren van pessimisme. Natuurlijk zijn er meer groene en sociale maatregelen nodig. Iedereen in Nederland heeft recht op gelijke kansen, nu en in de toekomst.

GroenLinks is duurzamer dan de SP, linkser dan D66 en heeft deze week – in tegenstelling tot de PvdA – getoond verantwoordelijkheid te nemen. GroenLinks Brabant heeft dan ook alle vertrouwen in de verkiezingen van 12 september.

DOE MEE MET DE CAMPAGNE!

zondag, 29 april 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Jolande Sap

In begroting, bezuinigingen, campagne 2012, groenlinks, heldenschetsen, jolande sap, zin in de toekomst, begroting, bezuiniging, en meer.

Het is inmiddels een half jaar geleden sinds de laatste Heldenschets op deze site. Ineke van Gent, Jan Pronk, Andrée van Es, Jan Schaefer en Hans van Mierlo passeerden op het toneel van de heroïek al eerder de revue. Met de ontwikkelingen van de voorbije week is er een nieuw links-progressief politicus definitief toegetreden tot het heldendom.

In 1963 zag zij het eerste levenslicht in het Limburgse Venlo. Na daar het gymnasium te hebben afgerond, vertrok ze begin jaren ’80 naar de Katholieke Universiteit Tilburg om economie te studeren. Toen ze in september 2008 namens GroenLinks in de Tweede Kamer kwam, bleek deze studie goed van pas te komen. Al snel bleek ze een voortreffelijk woordvoerder Financiën te zijn voor de GroenLinks-fractie. Sindsdien kwam haar politieke carrière, ondanks de nodige hobbels, in een stroomversnelling terecht. Politiek talent van het jaar 2009 en de opvolger van Femke Halsema in 2010 als leider van GroenLinks: in twee jaar tijd ontwikkelde zij zich tot het gezicht van haar partij. Maar het kan nog beter. Deze week overtrof ze alle verwachtingen door de spil te zijn achter het Lenteakkoord, dat vanuit de Tweede Kamer de Rijksbegroting voor 2013 heeft opgesteld. We kunnen er niet omheen, de held van deze week is: Jolande Sap.

Alhoewel Jolande Sap pas de laatste jaren in de groene en rode spotlights staat, is ze al bijna twintig jaar actief voor GroenLinks. Nadat ze in 1993 lid was geworden van de toen tamelijk nieuwe partij, nam ze direct zitting in de werkgroep die de doorrekening verzorgde van het GroenLinks verkiezingsprogramma 1995-1998. Met haar achtergrond als econome niet geheel verwonderlijk. Ook binnen haar vakgebied waren er makkelijk GroenLinkse kenmerken aan Sap te ontdekken. Zo publiceerde ze in 1998 het boek Out of the Margin – Feminist Perspectives on Economics. Een feministische econome; zo iemand kon GroenLinks goed gebruiken.

Niet voor niets werd Jolande Sap dan ook in 2006 uitgenodigd mee te schrijven aan het verkiezingsprogramma van GroenLinks. Daarnaast gunde het partijcongres haar een mooie plaats op de kieslijst. Sap kreeg plek 8 toebedeeld, een verkiesbare plek gezien de toenmalige zetelverdeling in de Tweede Kamer. GroenLinks bezat namelijk precies 8 zetels. Onder invloed van de linkse titanenstrijd tussen de SP en de PvdA zakte GroenLinks echter naar 7 zetels, waardoor Sap net buiten de boot viel.

In 2008 was het dan toch zover. Op 2 september werd Jolande geïnstalleerd als de tijdelijk vervanger van Mariko Peters. Een dag later nam de politieke loopbaan van de econome opnieuw een wending. Wijnand Duyvendak, de groene woordvoerder van de fractie, kondigde zijn onmiddellijke vertrek uit de Kamer aan door toedoen van de rel om zijn nieuwe boek. Na één dag werd Sap daardoor definitief lid van de Tweede Kamer. En sindsdien ging het hard. Amper twee jaar later, in december 2010, werd Jolande door de GroenLinks-fractie unaniem verkozen tot de nieuwe fractievoorzitter, als opvolger van Femke Halsema.

Sap kreeg het niet makkelijk in haar eerste maanden als partijleider van GroenLinks. Begin 2011 leidde ze haar fractie naar het steunen van de politietrainingsmissie in het Afghaanse Kunduz. Waar het Kabinet-Rutte hierdoor een Kamermeerderheid achter zich kreeg, vormde zich achter Jolande Sap een sterk verdeelde partij. Veel GroenLinksers waren het hardgrondig oneens met de steun voor de missie, wat de inwijding bleek van het roerige jaar 2011. Bovenop de rumoer omtrent Kunduz kwamen namelijk de affaire-Peters en het stekkerdoosincident. GroenLinks zakte steeds verder we in de peilingen, tot de nog tot onlangs bedenkelijke vijf zetels.

Deze week, een paar dagen na het klappen van de Catshuisonderhandelingen, greep Jolande Sap echter haar ultieme kans.  Waar de VVD, het CDA en de PVV zeven weken de tijd nodig hadden om tot een mislukt begrotingsoverleg te komen, wist Sap binnen twee dagen de Kamerfracties van de ChristenUnie, D66, CDA en VVD te begeleiden naar een stabiele begroting voor 2013. Een broodnodige begroting in tijden van diepe economische crisis. En een sociale en groene begroting: de bezuinigingen op het passend onderwijs, ontwikkelingssamenwerking en het PGB werden teruggedraaid, terwijl er eindelijk is begonnen met de te lang uitgestelde hervormingen op onder meer de woningmarkt. De hypotheekrenteaftrek lijkt nu toch echt zijn langste tijd te hebben gehad. Met de verhoging van de belastingen op milieuvervuilende activiteiten en het afschaffen van subsidies aan grootverbruikers van fossiele grondstoffen daarbij opgeteld, heeft GroenLinks de leiding genomen over het bereiken van een voor haarzelf en het land uitstekende Rijksbegroting.

Jolande Sap. Op het juiste moment heeft ze weten te pieken. Ze heeft laten zien dat GroenLinks een uitstekende partij is om verantwoordelijkheid te dragen, die tegelijkertijd haar sociale en groene idealen verwezenlijkt. Daarmee heeft ze zich definitief bewezen als de onbetwiste partijleider van GroenLinks voor dit moment. Een partijleider die GroenLinks naar een mooie verkiezingsuitslag zal leiden op 12 september. Jolande Sap: een held!

Als toegift, een visueel profiel van Jolande Sap! ;)


zaterdag, 28 april 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Het missen van de tijdgeest

Dat waren een hoop ontwikkelingen in een week. Nog geen week na het klappen van de Catshuis-besprekingen ligt er al een nieuw noodprogramma met een geheel andere kleur.

Zoals ik vorige week reeds heb betoogd was de PVV op een geheel andere toer en had men de campagne reeds ingezet. Van de SP was eveneens niet te verwachten dat men deze week de flank zou verlaten om verantwoordelijkheid te dragen. Maar dan blijft de PvdA de grote afwezige in het akkoord van het midden, zoals het door veel opinieleiders inmiddels wordt genoemd.

 

Vele bespiegelingen zijn er al geweest over de mogelijke (electorale) gevolgen. Ik wil nog eens teruggaan naar de reden waarom de pas gekozen partijleider Diederik Samsom de PvdA buitenspel heeft gehouden. Natuurlijk is Samsom uitgenodigd, zelfs meerdere malen door verschillende hoofdrolspelers. Hij probeert het frame uit te spelen dat hij is buitengesloten. Maar een potentiële Minister-President zorgt dat hij aan tafel zit.

Hier heeft de erfenis van de trieste zwanenzang van Job Cohen een belangrijke rol gespeeld. Toen Samsom aantrad heeft hij zich voorgenomen om kost wat kost te voorkomen dat hem hetzelfde zou overkomen. Het getreiter van Wilders, dat Cohen de grote gedoger was, de bedrijfspoedel van Rutte I, heeft begrijpelijk diepe wonden in de fractie van de PvdA geslagen. Dat is een verklaring voor zijn aarzelende maar ook halsstarrige houdingen afgelopen week.

Maar daarmee heeft Samsom de kanteling van de tijdgeest gemist. Zaterdagmiddag 21 april om half vijf was het tijdperk Wilders voorbij. Dat hadden Arie Slob, Alexander Pechtold en Jolande Sap wel door. Tevens was dit het moment om de aangeslagen boxer Rutte I het mes op de keel te zetten.

Dat is gebeurd, het akkoord is niet het verkiezingsprogramma van GroenLinks, maar hiermee is wel die weg ingeslagen. De PvdA zou er goed aan doen om constructief met de gelegenheidscoalitie mee te denken en praktische verbetervoorstellen te doen. De zure reacties die ik echter her en der in de media hoor beloven niet veel goeds, dat is meer SP-light.

Het missen van de tijdgeest is a post from John Swelsen.

vrijdag, 27 april 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Moed

Nu het rechts-rancuneuze kabinet Rutte-Verhagen gevallen is, moet er iets gebeuren. Eurocommisaris Olli Rehn zit op hete kolen en de financiële markten zijn nerveuzer dan ooit. Zonder akkoord geen wijzigingen en dus voortgang van de economische crisis en voortgang van het beleid van het meest zielloze kabinet in tijden. Terwijl Jolande Sap haar politieke moed toont, staan Emile Roemer en Diederik Samsom als een boze Bassie en Adriaan aan de zijlijn ‘boe’ te roepen.

Hoewel D66 en ChristenUnie offers hebben gebracht in de onderhandelingen, moet het voor GroenLinks wel het meest pijn doen om het akkoord te steunen. Dat is ook te zien in de uitkomst van deze onderhandelingen; met een terugdraaiïng van de bezuiniging op het pgb, een herstel van de uitgaven aan passend onderwijs en een aantal mooie groene hervormingen, staat er een duidelijke GroenLinks-handtekening onder het ‘Kunduz-akkoord’. Zelfs zonder medewerking van PvdA en SP heeft Sap het aangedurfd om de onderhandelingen aan te gaan. Of – om het nieuwste Tweede-Kamer-cliché aan te halen – over haar schaduw heen te springen.

Want ook binnen GroenLinks is het morren reeds begonnen. “Schande; Jolande Sap is veel te ver voor de troepen uitgelopen!” Maar de realiteit is anders. Diederik Samsom moet zijn ogen uit zijn hoofd schamen. Dat Emile Roemer, met zijn links-conservatieve protestpartij, geen medewerking zou verlenen aan een poging de Nederlandse begroting te redden; dat verbaast mij niet. Maar dat Samsom, partijleider van de op één na grootste partij van de Tweede Kamer, het niet voor elkaar heeft gekregen zijn vinger in de pap te steken, is absoluut een gotspe. En dan vervolgen met een lynchpartij van de leider van GroenLinks? Ik geloof dat Diederik Samsom zijn motieven om volksvertegenwoordiger te zijn nog eens moet nakijken.

De kift begint al met de kwalificatie ‘Kunduz-coalitie’. Laten we die electoraal onvoordelige beslissing vooral lekker inwrijven, ongeacht wat Jolande Sap haar verdere politieke leven voor moois teweeg brengt. Als dat geen treiterij van de linkerzijde is, dan weet ik het niet meer… Misschien moeten we mijnheer Samsom een spiegel brengen voor in zijn kantoor. Want met een mandaat van dertig zetels, denk ik toch toch dat Nederland iets meer van hem verwacht had… Jolande Sap heeft haar werk gedaan. Punt.

 

 

Deze column is ook verschenen op volkskrant.nl.


maandag, 12 maart 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is er overgebleven van de CPN in GroenLinks?

In arbeid, cpn, democratie, economie, groenlinks, ppr, psp, socialisme, vrouwen, en meer.

GroenLinks is gevormd als een fusie van vier partijen: de links-socialistische dissidentenpartij Pacifistisch-Socialistische Partij, de progressief-Christelijke groene partij Politieke Partij Radikalen, de Communistische Partij Nederland en de Evangelische Volkspartij. Die eerste twee partijen zijn duidelijk te herkennen in het huidige GroenLinks: GroenLinks heeft de partijcultuur van de PSP geërfd (‘discussiepartij‘) en de standpunten van de PPR (‘groen, solidair, libertair‘). De Evangelische Volkspartij sloot zich pas relatief laat bij de fusie aan, maar is nog steeds helder herkenbaar door de Linker Wang. Rest de vraag: wat kunnen we herkennen van de CPN in GroenLinks?

Leninisme, Moskou en anti-fascisme
De Communistische Partij Nederland is gevormd in 1909, acht jaar vóór de Russische revolutie, als Sociaal-Democratische Partij. Binnen de grote sociaal-democratische beweging Sociaal-Democratische Arbeiderspartij was er felle discussie tussen reformisten, die zich wilden richten op een parlementaire strategie en revolutionairen, die geloofden dat het parlementaire werk de onvermijdelijke arbeidersrevolutie slechts zou vertragen. De revolutionairen splitsten zich af. In 1918 veranderde de partij haar naam in Communistische Partij Holland, sloot zich aan bij de door Moskou geleide Communistische Internationale en onderschreef ze een leninistische maatschappijvisie.

Gedurende de jaren ’30 ontwikkelde de CPH (sinds 1937 Communistische Partij Nederland, CPN) een anti-fascistisch profiel. Tijdens de bezetting namen veel communisten deel aan het verzet: ze organiseerden de Februaristaking. De illegale communistische krant De Waarheid, was een van de voornaamste gezichten van het verzet.
Na de oorlog werd de CPN beloond met 10% van de stemmen. De CPN was een partij van de arbeidersklasse die sterk stond in de arme landbouwgebieden in het Noorden en de volkswijken in Westelijke steden. Uiteraard onderschreef de CPN een marxistische maatschappijanalyse waarbij de bourgeosie, de bezittende klasse, de arbeidersklasse, het proletariaat, onderdrukte. De maatschappij was misschien de jure democratisch, maar de economische ongelijkheid hield de facto de arbeidersklasse geknecht. In de dagelijkse politiek richtte de partij zich op de verbetering van de materiële positie van de arbeidersklasse onder de paradoxale leus “hogere lonen, lagere prijzen” en op de versterking van de vakbond. De partij streed voor de onafhankelijkheid van Indonesië, verketterde de rol van Amerika in de internationale politiek (denk aan kernbewapening en blokvorming) en vergoeilijkte de rol van Moskou (haar bewapening en blokvorming waren een reactie tegen de imperialistische politiek van het Westen). Vanwege haar verzetsverleden was de partij fel anti-fascistisch en verzette ze zich tegen anti-semitisme. Ook was de partij hierom fel anti-Duits. De partij maakte zich grote zorgen over ‘West-Duits revanchisme’, dat Duitsland haar gelijk na de oorlog nog wel zou komen halen. De CPN was democratisch centralistisch georganiseerd: de beslissingen werden genomen aan de top, met name door partijleider Paul de Groot. Vervolgens werd de rest van de partij aan deze beslissingen gebonden. Toen de Koude Oorlog langzaam opwarmde eind jaren ’40 kwam de CPN in een steeds geïsoleerdere positie te staan: in politiek opzicht maar ook electoraal nam de steun voor de communisten gestaag af.

Marxisme, feminisme en anti-Amerikanisme
Eind jaren ’60, de periode van de universiteitsbezettingen, nam de populariteit van de CPN toe. Een deel van de studenten sloot zich aan bij de CPN, omdat dit de partij was van de arbeidersklasse. De partij koos de kant van de studenten in de discussies over democratisering. De CPN verzette zich daarnaast consequent tegen het Amerikaans buitenlands beleid: kernbewapening, Vietnam, en de steun voor Apartheid.

Met deze studenten kreeg de CPN een energieke nieuwe generatie in haar midden. Marius Ernsting is zo’n figuur: hij was een voorman van de anarchistische Kabouterbeweging geweest maar werd daarna Kamerlid voor de CPN. De studenten die zelf streden voor radicale democratisering, sloten zich aan bij een partij die intern niet democratisch was. In jaren ’80 werd de partij intern gedemocratiseerd: Paul de Groot, de grote man van de CPN tot de jaren ’70, verloor al in 1978 zijn erevoorzitterschap.

Het profiel van de CPN draaide: maatschappelijke democratisering maar ook emancipatie kwamen hoger op de agenda te staan. De partij voegde feminisme toe aan haar uitgangspunten, naast marxisme. De rigide marxistische maatschappijanalyse werd gemakkelijk naar man-vrouw-, allochtoon-autochtoon- en homo-hetero-verhoudingen vertaald: mannen, hetero’s en autochtonen onderdrukte vrouwen, homo’s en allochtonen, zoals de bourgeoisie het proletariaat onderdrukte. In de egalitaire samenleving die de CPN nastreefde moesten ook deze machtsongelijkheden vereffend worden. Zoals de strijd voor de positie van arbeiders een strijd van een groep was, zag de CPN de strijd van homo’s, vrouwen en migranten in termen van groepen, niet individuen. De partij koos in 1981 voor drie heldere speerpunten: een sterke overheid die het opnam voor de arbeidersklasse, verzet tegen kernbewapening en maatschappelijke democratisering, inclusief gelijkberechtiging van vrouwen, homo’s en migranten. De CPN was deels veranderd, maar bleef ook haar communistische wortels trouw: nog in 1989 waren er CPN-vertegenwoordigers bij de viering van 40 jaar DDR in Berlijn.

De generatie jonge studenten bleek een Trojaans Paard: deze stonden ver af van de leefwereld van de arbeidersklasse. Terwijl volkswijken in rap tempo verkleurden, pleitte de CPN voor de rechten van migranten, homo’s en vrouwen. De Socialistische Partij voelde dit beter aan en verzette zich juist tegen feminisme en arbeidsmigratie. Electoraal ging de CPN erop achteruit. In reactie koos ze voor versterkte samenwerking met linkse intellectuele partijen als PSP en PPR in raden en staten, en in het Europees Parlement. Hierachter zat een electorale logica maar ook een inhoudelijke: nu de CPN van een Stalinistische partij een linkse emancipatiepartij was geworden, waren de verschillen met de PSP en de PPR verdwenen. In 1986 verloor de CPN al haar zetels in de Tweede Kamer en drie jaar later ging ze op in GroenLinks.

Linkse emancipatiepartij
Wat is er over van de CPN in het huidige GroenLinks, een links-liberale intellectuelenpartij? Zeker in de eerste jaren waren er veel CPN’ers op prominente plekken: in 1994 waren de partijvoorzitter (Harrewijn) en de lijsttrekkers bij de Tweede Kamer- (Brouwer) en de Europees Parlementsverkiezingen (Van Dijk) oud-communisten. Veel prominente migrantenpolitici (Singh Varma en Pormes) kwamen voort uit de CPN. Tot 2010 hadden er twee Eerste Kamerleden een CPN-achtergrond (Laurier en Van der Lans). Maar de plek waar de CPN het best vertegenwoordigd is geweest is onder partijbestuurders: van de negen partijvoorzitters van GroenLinks komen er vier voortuit de CPN. Het CPN-electoraat had de CPN al verloren, maar dat heeft GroenLinks ook niet terugveroverd. De SP en de PVV doen het nu sterk in traditionele CPN-wijken.

Programmatisch gezien lijkt er weinig over van de CPN in het huidige GroenLinks: het hervormingsgezind-sociale economische verhaal van GroenLinks staat veraf van het programma van de CPN. Je zou nog kunnen zeggen dat GroenLinks met haar nadruk op de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en haar pleidooi voor een gelijkere positie van outsiders de doelen van de CPN nastreeft, maar de middelen die ze in discussie heeft gekozen (een harde aanval op de vakbeweging en de gevestigde rechten) past niet bij de CPN. Maar ook op internationaal terrein lijken de twee partijen nauwelijks op elkaar: GroenLinks wil dat de internationale gemeenschap optreedt om mensenrechten te beschermen, terwijl de CPN het optreden van het NAVO-blok veroordeelde, omdat dit altijd het eigenbelang van het Westen zou dienen. Alleen op cultureel vlak vertonen de CPN en GroenLinks een sterke gelijkenis: beide partijen zetten zich in voor emancipatie van vrouwen, homo’s en migranten. Maar zelfs hier is het onderscheid tussen de CPN en GroenLinks groot: de CPN legde de nadruk op groepssolidariteit, anti-discriminatie en sociaal-economische achterstelling en GroenLinks heeft veel meer oog is voor individuele vrijheid, vrijheid van godsdienst en de onderdrukking binnen groepen.

maandag, 27 februari 2012

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Geen Quota, maar Kwaliteit

In uncategorized, algemeen, arbeidsmarkt, blog, cda, cohen, de, diederik samson, dieren, en meer.

          

Job Cohen is opgestapt. Op 19 februari jongstleden besloot hij terug te treden als politiek leider van de Partij van de Arbeid. Deze blog zal niet gaan over waarom Job Cohen is teruggetreden; dat is al genoeg door anderen gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over het kandidaatschap van Diederik Samson, Martijn van Dam of Ronald Plasterk; dat is ook al genoeg gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over de democratische hervormingen die de Partij van de Arbeid wel eens de das om zouden kunnen doen, mochten ze worden ingevoerd. De aanleiding heeft wél met de PvdA te maken, namelijk met Nebahat Albayrak.

            Afgelopen zaterdag (24 februari jl.) stelde Nebahat Albayrak zich ook eens beschikbaar als kandidaat om de PvdA te leiden. Dat brengt het tot nu toe bekende aantal kandidaten op vier. Het minst overtuigende deel van de PvdA-soap kwam pas daarna: Marleen Barth, fractievoorzitter namens de PvdA in de Eerste Kamer riep vrouwen binnen de PvdA op om zich kandidaat te stellen voor het fractievoorzitterschap.

            Begrijp me niet verkeerd: ik ben voor de emancipatie en vind dus dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben. Ik vind het alleen heel krom gedacht dat PvdA-vrouwen zich aan moeten melden als kandidaat om de nieuwe partijleider te worden, alleen omdat ze vrouw zijn. Zodra er sprake is van negatieve discriminatie (vrouw achtergesteld t.o.v. man), staat de wereld in brand; zodra een vrouw zich om precies dezelfde reden kandidaat stelt, moet dat juist gestimuleerd worden. De wereld op zijn kop. Als vrouwen goed zijn en graag willen, dan moeten ze zich vooral kandidaat stellen, maar alleen daarom. Anders doen vrouwen alleen mee als symbolische functie; bovendien wordt de echte partijleider verkozen via een referendum. Als één van de kandidaten dan alsnog zich aangemeld zou hebben omdat het percentage vrouwen te verhogen, dan zal dit afstralen op de campagne. De echte, ideologische, drijfveer ontbreekt en dat voelt de kiezer haarscherp aan.

            De oproep van mevrouw Barth heeft een logische achtergrond: er zitten gewoon veel te weinig vrouwen in de top van het bedrijfsleven en het politieke leven. Oké, de voorzitters van het CDA en GroenLinks zijn vrouw, net zoals de fractievoorzitters van de Partij voor de Dieren en GroenLinks. Het is alleen wel schokkend dat ongeveer 10% van de bestuursleden van de grote bedrijven vrouw is. Zeker als men nagaat dat 60 à 66% van de studenten vrouw is. De PvdA is dus maar het topje van de ijsberg. Hoe dit op te lossen?

            De algemeen gedragen oplossing voor dit probleem zijn vrouwenquota: bedrijven zijn verplicht om een bepaald percentage vrouwen in de besturen op te nemen. Ik ben van mening dat dit niet de oplossing is. Alleen een serieuze cultuuromslag zal een versnelde groei van het percentage vrouwen veroorzaken. Op den duur kunnen bedrijven toch niet anders, gezien het hierboven genoemde percentage vrouwen op de universiteit, waarvan een groot deel zal slagen en dus zeer nuttig en bepalend zal zijn op de arbeidsmarkt. Emancipatorische organisaties zijn echter van mening dat deze omslag pas zal plaatsvinden rond 2050. Tot die tijd zien ze de vrouwenquota als ‘paardenmiddel’ om de achterstelling tegen te gaan. Waar deze organisaties gelijk in hebben is dat een groot deel van de besturen wordt samengesteld door vriendjespolitiek. Vrouwen zullen echter door een quotum worden benadeeld, omdat ze in het bestuur zitten ‘omdat ze vrouw zijn.’ De vrouwelijke bestuursleden zullen toch worden buitengesloten en voelen zich nog meer gediscrimineerd. Op deze manier heeft een quotum dus een tegenovergestelde werking.

            De oproep van Marleen Barth staat symbool voor de krampachtige geforceerde pogingen tot emancipatie van vrouwen op topposities. Ook vrouwenquota zijn in dat opzicht geforceerd en averechts te noemen. Vrouwen die zich kandideren als lijsttrekker ‘omdat ze vrouw zijn’ en geen passie uitstralen zullen toch door de kiezers worden afgestraft. Vrouwen die door quota in besturen terechtgekomen zijn, zullen zich benadeeld voelen omdat ze niet op hun kwaliteiten zijn beoordeeld. Er zijn genoeg getalenteerde vrouwen, kijk maar naar het aantal vrouwelijke studenten. Die zullen binnenkort een enorme bijdrage leven aan onze samenleving. Echte kwaliteit komt altijd bovendrijven.


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Geen Quota, maar Kwaliteit

In politiek, groenlinks, leiden, cda, pvda, algemeen, arbeid, arbeidsmarkt, bestuur, en meer.

          

Job Cohen is opgestapt. Op 19 februari jongstleden besloot hij terug te treden als politiek leider van de Partij van de Arbeid. Deze blog zal niet gaan over waarom Job Cohen is teruggetreden; dat is al genoeg door anderen gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over het kandidaatschap van Diederik Samson, Martijn van Dam of Ronald Plasterk; dat is ook al genoeg gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over de democratische hervormingen die de Partij van de Arbeid wel eens de das om zouden kunnen doen, mochten ze worden ingevoerd. De aanleiding heeft wél met de PvdA te maken, namelijk met Nebahat Albayrak.

            Afgelopen zaterdag (24 februari jl.) stelde Nebahat Albayrak zich ook eens beschikbaar als kandidaat om de PvdA te leiden. Dat brengt het tot nu toe bekende aantal kandidaten op vier. Het minst overtuigende deel van de PvdA-soap kwam pas daarna: Marleen Barth, fractievoorzitter namens de PvdA in de Eerste Kamer riep vrouwen binnen de PvdA op om zich kandidaat te stellen voor het fractievoorzitterschap.

            Begrijp me niet verkeerd: ik ben voor de emancipatie en vind dus dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben. Ik vind het alleen heel krom gedacht dat PvdA-vrouwen zich aan moeten melden als kandidaat om de nieuwe partijleider te worden, alleen omdat ze vrouw zijn. Zodra er sprake is van negatieve discriminatie (vrouw achtergesteld t.o.v. man), staat de wereld in brand; zodra een vrouw zich om precies dezelfde reden kandidaat stelt, moet dat juist gestimuleerd worden. De wereld op zijn kop. Als vrouwen goed zijn en graag willen, dan moeten ze zich vooral kandidaat stellen, maar alleen daarom. Anders doen vrouwen alleen mee als symbolische functie; bovendien wordt de echte partijleider verkozen via een referendum. Als één van de kandidaten dan alsnog zich aangemeld zou hebben omdat het percentage vrouwen te verhogen, dan zal dit afstralen op de campagne. De echte, ideologische, drijfveer ontbreekt en dat voelt de kiezer haarscherp aan.

            De oproep van mevrouw Barth heeft een logische achtergrond: er zitten gewoon veel te weinig vrouwen in de top van het bedrijfsleven en het politieke leven. Oké, de voorzitters van het CDA en GroenLinks zijn vrouw, net zoals de fractievoorzitters van de Partij voor de Dieren en GroenLinks. Het is alleen wel schokkend dat ongeveer 10% van de bestuursleden van de grote bedrijven vrouw is. Zeker als men nagaat dat 60 à 66% van de studenten vrouw is. De PvdA is dus maar het topje van de ijsberg. Hoe dit op te lossen?

            De algemeen gedragen oplossing voor dit probleem zijn vrouwenquota: bedrijven zijn verplicht om een bepaald percentage vrouwen in de besturen op te nemen. Ik ben van mening dat dit niet de oplossing is. Alleen een serieuze cultuuromslag zal een versnelde groei van het percentage vrouwen veroorzaken. Op den duur kunnen bedrijven toch niet anders, gezien het hierboven genoemde percentage vrouwen op de universiteit, waarvan een groot deel zal slagen en dus zeer nuttig en bepalend zal zijn op de arbeidsmarkt. Emancipatorische organisaties zijn echter van mening dat deze omslag pas zal plaatsvinden rond 2050. Tot die tijd zien ze de vrouwenquota als ‘paardenmiddel’ om de achterstelling tegen te gaan. Waar deze organisaties gelijk in hebben is dat een groot deel van de besturen wordt samengesteld door vriendjespolitiek. Vrouwen zullen echter door een quotum worden benadeeld, omdat ze in het bestuur zitten ‘omdat ze vrouw zijn.’ De vrouwelijke bestuursleden zullen toch worden buitengesloten en voelen zich nog meer gediscrimineerd. Op deze manier heeft een quotum dus een tegenovergestelde werking.

            De oproep van Marleen Barth staat symbool voor de krampachtige geforceerde pogingen tot emancipatie van vrouwen op topposities. Ook vrouwenquota zijn in dat opzicht geforceerd en averechts te noemen. Vrouwen die zich kandideren als lijsttrekker ‘omdat ze vrouw zijn’ en geen passie uitstralen zullen toch door de kiezers worden afgestraft. Vrouwen die door quota in besturen terechtgekomen zijn, zullen zich benadeeld voelen omdat ze niet op hun kwaliteiten zijn beoordeeld. Er zijn genoeg getalenteerde vrouwen, kijk maar naar het aantal vrouwelijke studenten. Die zullen binnenkort een enorme bijdrage leven aan onze samenleving. Echte kwaliteit komt altijd bovendrijven.


woensdag, 22 februari 2012

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

Martijn van Dam

In default, cohen, de, eindhoven, gemeenteraad, dam, pvda, partijleider, tweede kamer, en meer.
Zojuist maakte Martijn van Dam bekend dat hij in de race is om Job Cohen op te volgen als fractievoorzitter en partijleider van de PvdA. Martijn zit negen jaar in de Tweede Kamer en daarvoor was hij raadslid en fractievoorzitter in de gemeenteraad van Eindhoven. Van die periode 1998-2002 ken ik Martijn omdat ik toen zelf [...]

dinsdag, 21 februari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: profiel van een politiek leider

In het menu, niet op voorpagina, job cohen, partijleider, pvda, politiek, burgemeester, cohen, de, en meer.
Job Cohen is een fatsoenlijk, bindend, respectvol en integer man, kortom iemand die deugt. Hij schijnt een uitstekend bestuurder te zijn, door het weekblad Time ooit tot de beste burgemeester van Europa uitgeroepen. Toch heb je als politiek leider niets aan die kwalificaties, integendeel. De PvdA maakt zich op om een nieuwe partijleider te vinden. Ziehier het profiel. Gezocht een politicus die als straatvechter in staat is voortdurend tweedracht tussen groepen te zaaien. Hij – een zij mag ook – moet bereid zijn om collega’s op een geraffineerde manier onderuit te halen, desnoods met een dolkstoot in de rug. Het vermogen om schaamteloos leugens te verspreiden die resulteren in electoraal gewin strekt tot eer. De kandidaat moet vooral over de vaardigheid beschikken om in oneliners te spreken, het onderbouwen van standpunten speelt in de huidige politieke arena geen enkele rol. Bovenstaand profiel klinkt ironisch, maar is het niet. De kwalificaties beschrijven in belangrijke mate de politici die momenteel het meest succes hebben. Nederland kiest er voor om zich te laten leiden door mensen die vooral niet deugen. Job leek een bevrijd man, toen hij gisteren het juk van politicus aflegde. Tot ziens, Job.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Van radikale aktivisten naar gematigde studenten en terug?

DWARS, de jongerenorganisatie van GroenLinks was jarenlang de radikale luis in de pels van GroenLinks. Gedurende de jaren ’00 matigde DWARS haar toon en trok ze steeds meer richting GroenLinks. Is nu de weg terug zichtbaar?

Net als GroenLinks is DWARS gevormd uit een fusie. GroenLinks is opgericht door de communistische emancipatiepartij CPN, de linkse dissidentenpartij PSP, de groene partij met regeringservaing PPR en de progressief-Christelijke getuigenispartij EVP. Slechts twee van deze partijen hadden een jongerenorganisaties: PSjongerengroepen en de Politieke Partij Radicalen jongeren.

De twee organisaties verschilden sterk van elkaar: de PSjg was een onderdeel van de kraakbeweging: radikaal, aktivisties en anarchisties. De PSjg was een ontmoetingsplek voor activisten tussen demonstraties door. De leden hadden weinig met parlementaire politiek: sommige leden stemden niet of blanco. De PSjg had een dwarse houding: ze noemen zich “puberaal socialistisch”. Voor hen was de vorming van GroenLinks een brug te ver. De PSP was voor de meeste nog wel acceptabel: de zeer linkse socialistische partij had een clean hands, no compromise-houding. Maar GroenLinks was erop gericht regeringsverantwoordelijkheid te te krijgen met een gematigder programma.

De PPRj was veel parlementairder gericht. De leden waren studentikoos, jasje-dasje en tikje braaf. Ze wilden zo snel mogelijk een politieke carriere. De PPRj was parlementje spelen: politieke ervaring opdoen, moties schrijven, wijzigingsvoorstellen afwijzen omdat ze buiten de orde van de vergadering lagen. Dat werk. De hele PPRj kan je samenvatten met een beeld: Ad Melkert was lid van de PPRj. De PPR-jongeren volgden hun moederpartij. Zij zagen wel wat in de vorming van GroenLinks.

Onder druk van GroenLinks en het ministerie van WVC richtten de PSjg en de PPRj samen DWARS op. Er was een felle discussie over de naam: de PPRjongeren stelden “GroenLinkse Jongeren” voor. De PSjg’ers stelden de naam “de spin die vanuit de linkerhoek de kamer in kijkt voor”. Dit was niet zo zeer een serieuze optie, maar bedoeld om het proces te traineren. Geen van beide namen vond een meerderheid. Uiteindelijk scheen de voorzitter van de vergadering op tafel te zijn gesprongen en te hebben geroepen: “Nu stoppen, dwarskoppen.” En daarmee was de naam gevonden: DWARS, GroenLinks jongeren. Dit was een compromis tussen de dwarse PSjg’ers en de GroenLinksgezinde PPRjongeren.

Paradoxaal genoeg waren het de radikale PSjg’ers die de macht binnen DWARS in handen kregen. Kenmerkend was de reactie van DWARS op de verkiezing van Paul Rosenmöller gekozen tot meest populaire politicus onder de jeugd: “Paul Rosenmöller jongerenidool? Nou bij ons valt dat wel mee. We zijn dan wel de jongerenorganisatie van GroenLinks maar dat betekent niet dat we iedere GroenLinkser zo maar geweldig vinden.”

DWARS is net als de PSjg activistisch ingesteld: in 1995 organiseert DWARS een blokkade van de Shell Laboratoriums in Amsterdam uit verzet tegen de dumping van het boorplatform de Brent Spar. 11 dagen later biedt DWARS 2000 handtekeningen aan aan de Franse Consul uit protest tegen de voorgenomen Franse kernproeven op Mururoa.

In 1995 wordt de Pargo opgericht, het ‘parlementaire groepje’ van DWARS dat zich op een ludieke manier bezighoudt met de koers van GroenLinks. Ze houdt een van haar eerste vergaderingen op het strand van Zandvoort. DWARS is kritisch over GroenLinks: het nieuwe verkiezingsprogramma zou links genoeg zou zijn. Jasper Kenter, DWARS-coordinator noemt DWARS “de luis in de pels.” In 1999 richt DWARS een schaduwfractie op om de Tweede Kamerleden van GroenLinks kritisch te volgen.

DWARS begint zich steeds meer met GroenLinks te bemoeien. Ze is daar nog best succesvol in. Als de GroenLinks Tweede Kamerfractie in 2001, na de aanslagen van 11 September, de Amerikaanse bombardementen in Afghanistan steunt, organiseert DWARS het verzet binnen GroenLinks. Een petitie die getekend is door een groot aantal GroenLinks leden, dwingt de fractie haar standpunt in te trekken. Rosalie Smit, woordvoerder van DWARS: “De Tweede Kamerfractie is een beetje naief geweest.”

Het beeld van DWARS draait. Diana de Wolff, GroenLinks senator zegt over DWARS in begin 2003: “’Dwars bestaat zonder uitzondering uit ideale schoonzonen (m/v), wier eisen niet verder strekken dan een glaasje biokarnemelk op partijcongressen en die vooral heel snel zelf Kamerlid willen worden.” Of dit beeld helemaal klopt is te betwijfelen. In eid 2003 treedt Rutger den Dool, algemeen coordinator van DWARS af, nadat hij in het NRC Handelsblad heeft gezegd: “Nertsen bevrijden of een vrachtwagen met nertsenhuid in brand steken vind ik in principe goede acties.”

Pas, met het vertrek van Den Dool, staat een nieuwe generatie DWARS’ers op. Zij lijken sterk op het profiel dat de Wolff beschrijft. Ook binnen GroenLinks is een nieuwe wind gaan waaien. In een controversieel manifest Vrijheid Eerlijk Delen stellen Femke Halsema en Ineke van Gent voor om de verzorgingsstaat ingrijpend te hervormen. DWARS-woordvoerder Mieke van der Vegt steunt de lijn: “Het doel van linkse sociale politiek moet zijn om de mogelijkheden van mensen te optimaliseren.” DWARS stelt zich steeds minder op als luis in de pels van de Tweede Kamerfractie. Sterker nog als Krities GroenLinks opstaat om de koers van Halsema te bekritiseren, dan verdedigt DWARS de koers van Halsema. De jongerenorganisatie wordt een schild van de partijleider tegen
kritiek. De talenten binnen DWARS groeien door in GroenLinks: raadsleden, statenleden, op het landelijk bureau, medewerkers van fracties, overal zijn DWARS’ers te vinden. In 2010 zet het GroenLinks-congres zet oud-DWARS voorzitter Jesse Klaver op nummer #7 van de GroenLinks lijst en oud-DWARS JongerenFractielid Niels van den Berge op plek #12. Jesse Klaver wordt meteen verkozen tot Kamerlid en Niels van den Berge vervangt Mariko Peters als zij op zwangerschapsverlof is.

Symbolisch voor de verandering die in de laatste jaar binnen DWARS over de naam: DWARS-voorzitter Diederik ten Cate stelt: “Ik denk dat het niet teveel gezegd is om te stellen dat Dwars van een ongeorganiseerde anarchistische rommel is uitgegroeid tot een moderne organisatie van progressieve jongeren met idealen en ambities.” Ten Cate ziet wel wat in de naam “GroenLinkse Jongeren”, waarmee hij zich in de traditie van de PPRj zet en dat is deels terecht: DWARS is parlementair gericht, de jongeren maken hun politieke ambities waar en als DWARS actie voert, wordt het steeds braver. Er hangt een studentikoze sfeer op DWARScongressen: veel ludieke moties, maar ook koortsachtige onderhandelingen over de formuleringen van ‘serieuze’ moties over de koers van GroenLinks.

Door de discussie over Kunduz ontstaat een nieuwe verdeling binnen DWARS een nieuwe conflictslijn. De steun van het DWARSbestuursleden om zich uit te spreken voor de keuze van GroenLinks om de civiele missie naar Kunduz te steunen, wordt door veel leden (tegen de missie) niet geaccepteerd. Hiermee komt een nieuw activistisch elan DWARS binnen. Ze nemen een grotere afstand van de GroenLinks Tweede Kamerfractie, willen dat GroenLinks een linksere koers gaat volgen en voeren vaker actie. De oude PSP-posters verschijnen steeds vaker op facebook pagina’s van jonge DWARSleden.

In 1990 werd DWARS opgericht door radikale, aktivistiese PSjg’ers en brave, parlementaire PPRj’ers. De PSjg-vleugel was jarenlang de meer dominante: er is een grote afstand tussen DWARS en GroenLinks. Zeker vanaf 1999 gaat DWARS zich meer bemoeien met GroenLinks, maar wel als luis in de pels. Na 2003 slaat DWARS om: DWARS begint steeds meer te lijken op de PPRj: “een club ideale schoonzonen (m/v) die vooral heel snel zelf Kamerlid willen worden”. In 2011 slaat voor het eerst de pendule de andere kant op: de nieuwe generatie DWARS’ers is voor het eerst aktivistieser en linkser dan de vorige. DWARS beweegt zich meer richting PSjg.

maandag, 20 februari 2012

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

Job Cohen vertrekt en waarom dat jammer is

In default, cohen, de, den haag, leiden, minister, minister-president, nederland, partijleider, en meer.
Job Cohen besluit vandaag zijn functie als partijleider, fractievoorzitter en Tweede Kamerlid neer te leggen. En dat is echt heel jammer. Cohen kwam naar Den Haag om de PvdA naar een verkiezingsoverwinning in 2010 te leiden om daarna minister-president van Nederland te worden. Dat lukte net niet. Cohen kwam als lijsttrekker en oppositieleider niet uit [...]

zondag, 12 februari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Naïef GroenLinks

In niet op voorpagina, uncategorized, congres groenlinks, cpn, evp, groenlinks, jolande sap, kunduz, ppr, en meer.
Jolande Sap klaagde in Nieuwsuur dat het besluit van GroenLinks om de missie naar Kunduz te steunen haar partij het afgelopen jaar is blijven achtervolgen. Laten we even het een en ander helder stellen: GroenLinks is een samengaan van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), de Communistische Partij Nederland (CPN), de Politieke Partij Radikalen (PPR) en de Evangelische Volkspartij. Met name de PSP, de EVP en in iets mindere mate de PPR waren sterk pacifistisch georiënteerd. En laat nou uitgerekend GroenLinks een beslissende stem verlenen aan het besluit om een politiemissie naar Kunduz te sturen. Een missie, bestaande uit een kleine groep specialisten die Afghanen tot politiemensen moeten opleiden en een grote groep militairen ter bescherming. Een beetje politiek leider moet bij een besluit, dat haaks staat op de traditie waarin de partij geworteld is, rekening houden met de vergaande betekenis ervan. Jolande Sap had moeten weten dat een dergelijk breken met haar wortels de partij veel stemmen zou gaan kosten. Het feit dat ze daar blijkbaar geen rekening mee heeft gehouden, tekent haar ongeschiktheid als partijleider. Het congres van GroenLinks had beter door de zure appel heen kunnen bijten en haar naar huis moeten sturen.

maandag, 6 februari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Zenuwachtig GroenLinks moet terug naar de wortels

In politiek, d66, duurzaamheid, groenlinks, pvda, sp, actie, job cohen, jolande sap, en meer.

GroenLinks doet het matig in de peilingen. Net zoals de PvdA weet GroenLinks geen virtuele winst te boeken, in tegenstelling tot SP en D66. Ook is Jolande Sap nog bezig haar gezag bij kiezers op te bouwen, wat logisch is omdat ze relatief kort partijleider is. Dit alles maakt sommige Tweede Kamerleden zenuwachtig. GroenLinks mag niet meer flirten met de SP en moet vooral samenwerken met D66, zeggen ze. Hopelijk laat Jolande Sap zich niet gek maken en trekt ze haar eigen plan.

Wat betreft de AOW, pensioenen en de Europese Unie staat GroenLinks dichter bij D66 dan de SP. Ik ben daar als GroenLinkser blij mee. GroenLinks durft verworven rechten ter discussie te stellen, richt zich op toekomstige generaties en wil creatief meedenken over nieuwe sociale stelsels. GroenLinks is meer dan een protestpartij. Maar dat betekent niet dat GroenLinks een soort kloon van D66 zou moeten worden.

De partij van Pechtold staat er niet om bekend serieus werk te maken van de spreiding van kennis, macht en inkomen. D66 steunt van oudsher denivelleringoperaties: het vergroten van inkomensverschillen. De partij toont zich vaak een slippendrager van het neoliberalisme. Over militair ingrijpen worden geen principiële discussies gevoerd door de mensen van het redelijk alternatief. Naïef, volgzaam en weinig kritisch staan zij tegenover oorlogvoering door westerse mogendheden alsof die op basis van louter humanitaire overwegingen zouden plaatsvinden.   

Kortom: GroenLinks is een unieke partij en onderscheidt zich zowel van de SP als van D66. En niet in de laatste plaats door echt groene en duurzame keuzes te maken. De partij moet zich niet afzetten tegen de ene politieke partij en tegelijk aanschurken tegen de andere. Daarmee lijkt GroenLinks op een zoekende puber zonder karakter en kleur. Profileer je liever als de échte groene partij van Nederland die serieus werkt maakt van een radicaal duurzame economie en tegelijk sociale en vreedzame keuzes wil maken, ook voor toekomstige generaties.

De zenuwachtige Tweede Kamerleden van GroenLinks denken te veel in termen van macht. Als D66 niet wil meedoen aan de actie ‘Een ander Nederland’ met Cohen en Roemer, dan is dat geen probleem voor Jolande Sap maar vooral voor D66 dat blijkbaar weinig moeite heeft met de sociale kaalslag die mensen in een achterstandpositie nu treft. Bovendien: op andere terreinen werkt Sap keurig samen met D66, bijvoorbeeld ten aanzien van natuurbehoud.

De SP is er voor de onderklasse en D66 is nogal elitair. Ook dat speelt een rol. Job Cohen stelde onlangs dat de PvdA juist de brug wil slaan en de verbindende schakel op links wil zijn. Dat is een vruchtbare insteek waar GroenLinks met een groen en duurzaam verhaal aansluiting bij zou moeten zoeken.

Ik hoop en verwacht dat Jolande Sap zich niet gek laat maken. Als partijleider zal zij, zo verwacht ik, karakter tonen aanstaande zaterdag tijdens het partijcongres. GroenLinks is van oudsher méér is dan een mix van socialisme en liberalisme. De voorlopers van GroenLinks kenmerkten zich door radicaliteit die geworteld is in een grote betrokkenheid bij alles wat leeft. Denk aan het pacifisme, de Derde Wereldbeweging en een ecologisch bewustzijn. Geen platte belangenbehartiging, maar radicaal en belangenoverstijgend durven denken. Dit maakt zowel PvdA, D66 als SP tot bondgenoten van een inhoudelijk sterk en visionair GroenLinks.


zondag, 22 januari 2012

Tom van den Nieuwenhuijzen

Tom van den Nieuwenhuijzen

Hyves Twitter GR

Heleen of Arno

In groenlinks, groenlinks eindhoven, tom, congres, debat, nieuwjaarsreceptie, partijleider, fractie, afghanistan, en meer.

Heleen of Arno. Daar zal het 11 februari op het congres van GroenLinks ondermeer om gaan. Want wie wordt onze nieuwe partijleider. Is dat Heleen Weening of Arno Uijlenhoet?
Beide kandidaten presenteerde zich aan de Eindhovense afdeling tijdens de nieuwjaarsreceptie van de afdeling op 22 januari. Het was een debat dat al snel een debat werd met de afdeling zelf en niet over de voorbereidde vragen van de voorzitter. Ik denk dat dat goed is.
De leden van de Eindhovense afdeling zijn erg betrokken leden. Zij willen dat het goed gaat met de partij en dat ze serieus genomen worden door de landelijke partij en de landelijke fractie.
Ik denk dat zowel Arno als Heleen hele sterke kandidaten zijn. En hoewel ik inhoudelijk vooraf had bedacht dat ik Arno zou steunen, zou ik op basis van het debat voor Heleen kiezen. Een moeilijke keuze dus. Op het congres gaan we zien wie de meeste steun krijgt. Ik heb inmiddels begrepen dat er 1.350 leden met stemrecht zullen zijn, dus dat wordt nog spannend.

Gerelateerde blogs:

  1. Tussen verkopen en vertegenwoordigen
  2. Afghanistan debat GroenLinks Eindhoven
  3. Tom in de raad?

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Mediatraining CDA

In politiek, training & coaching, cda, mediatraining, radicaal, bleker, de, geloof, geweldige, en meer.

“Gezicht in de plooi! Nog een keer!”

“Het Radicale Midden, geweldige uitvinding!!!!”

“Mmm, het overtuigt nog niet helemaal. Maar we moeten nog zo veel partijleden opleiden, dit moet er maar mee door. Succes in uw afdeling.”

“Volgende kandidaat, moet straks naar een radio-interview.”

“Ah, mooi, dan hoeven we in ieder geval niet op pokerface te trainen. Geen trillinkjes in de stem in ieder geval aub. Zegt u mij maar na: “Het Radicale Midden, daar geloof ik helemaal in.”

“….”

“Tja, natuurlijk gaan ze vragen hoe je dit nu rijmt met het kabinetsbeleid. Zeg maar iets over compromissen en politieke realiteit. Klinkt altijd goed.”

“….”

“Dat moet je aan Wilders vragen hoor. Dat weet ik niet. Wij zeggen nu ‘verrijking’. Da’s radicaal namelijk. Wat zegt u? Compassie? *Proest* Doe niet zo soft zeg.”

“….”

“In 2040, dan gaan we onze beginselen waarmaken. Tot die tijd is het nog even wachten tot we echt radicaal mogen doen. En mochten ze lastig doen, het is wel de Vara natuurlijk. Die zijn toch niet voor ons. Daar kun je het dan toch altijd nog op gooien? Succes daar!”

“Volgende deelnemer. Verhagen? Sorry, orders van de partijtop. Daar investeren we niet meer in. Volgende!”

“Henk.”

“Henk wie? Ah, Bleker. Taai gevalletje. Leerdoel: overtuigend zeggen dat hij geen partijleider wil worden? Gaat iemand daar intrappen dan?”


dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, oppositie, opvallende, overheid, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

dinsdag, 27 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

GroenLinks maakt geen ruk naar links

In analyse, cijfers, d66, de, de volkskrant, december, europese, femke, femke halsema, en meer.
GroenLinks schuift onder Sap naar links volgens de Volkskrant. De partij zou sinds het aantreden van Jolande Sap veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. De Volkskrant duidt dit als een beweging van de partij van progressief richting oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar de cijfers kloppen niet. Als je de berekeningen correct maakt, schuift GroenLinks eerder richting D66 dan richting de SP.

SP-moties

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. In de onderstaande figuur kan je goed zien wat er mis is gegaan in de analyse van de Volkskrant. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 (de periode-Halsema) in totaal 2101 moties in. GroenLinks steunde 1527 van deze moties (in groen weergegeven). Dat is 72%, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd (in grijs weergegeven) . Van de 1752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen (het rode en groene  deel), steunde GroenLinks er 1527 ofwel 87%.

Dit is een verschil van 15% dat de uitkomst van de analyse verandert. Als we de cijfers voor de periode-Sap (die de Volkskrant wel correct berekent) en de periode-Halsema met elkaar vergelijken dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87% van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84%. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-journalisten een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

We kunnen de analyse ook omdraaien: hoe vaak stemde de SP met moties van GroenLinks mee? Volgens de Volkskrant vallen de GroenLinks-moties die ingediend zijn sinds Sap partijleider is, beter in de smaak bij Roemer en de zijnen. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5% van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, als je de berekening op de juiste manier maakt, 87,7%. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een uitermate minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van de GroenLinks richting SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

GroenLinks en D66
De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt. Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Tweede Kamer wel aangeleverd. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96% van de moties van D66 steunde, tegenover 91% in de periode 2006-2010. GroenLinks steunt D66-moties dus vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt is bovendien toegenomen. GroenLinks steunt onder Sap bijna alle D66-moties. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren is het dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

Voorzichtige conclusies
De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout verregaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken, omdat GroenLinks vaker met de SP mee zou stemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaalliberale koers van Halsema eerder voort. Dit is ook niet raar: Sap heeft voor en achter de schermen een grote invloed gehad op de koers van GroenLinks voor zij partijleider werd.

Uit eerder onderzoek (pdf) blijkt dat het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer een zeer grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd door wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Ook de politieke context is veranderd: GroenLinks en D66 vinden elkaar in pro-Europese oplossingen van de Europese schuldencrisis. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag. Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan, vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit stuk, van de hand van collega Simon Otjes en mijzelf, verscheen eerder in licht bewerkte vorm in De Volkskrant van 24 december. 

zondag, 16 oktober 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Jan Pronk

In heldenschetsen, internationaal, partij van de arbeid, dwars, sociaal, arbeid, blog, citaat, debat, en meer.

Na een weekje afwezigheid door het congres van DWARS, GroenLinkse jongeren in Groningen, is het dat nu toch echt weer tijd voor een nieuwe heldenschets. De afgelopen weken passeerden twee GroenLinksers, een PvdA’er en één van D’66 de revue: Andrée van Es, Ineke van Gent, Jan Schaefer en Hans van Mierlo. Wie maakt deze week zijn heroïsche ereronde?

Hij is één van de meest spraakmakende mastodonten binnen de Partij van de Arbeid. Zijn politieke carrière nam een vlucht in 1971 toen hij namens deze partij in de Tweede Kamer kwam. Twee jaar later begon hij onder Joop den Uyl aan zijn eerste ministerschap. Drie nieuwe termijnen zouden volgen. Door zich decennia lang actief te mengen in zowel de nationale als de partijpolitiek werd hij één van de meest kenmerkende kopstukken binnen links, groen en progressief Nederland. Verguist door velen vanwege zijn haast onophoudelijke kritiek, geliefd door anderen dankzij zijn dossierkennis, openheid en duidelijk linkse stellingname. Dit blog valt onder die laatste categorie. De held van deze week is: Jan Pronk.

De PvdA is geen politieke partij. Het zijn alleen maar vijfhonderd bestuurders. Die zitten dan op een congres, luisteren naar andere bestuurders en pikken alles. Politieke partijen bestaan überhaupt nauwelijks meer. Het zijn elitaire kiesverenigingen geworden, grijze massa’s zijn het: bureaucratisch, zonder politiek debat, noch tussen noch binnen de partijen.

Jan Pronk ten voeten uit. Openlijk kritisch over zijn eigen partij, terwijl hij daarvoor wel in functie was. Met deze quote begint de inleiding van het boek De verbeelding aan de macht van Peter Bootsma en Willem Breedveld over de geschiedenis van het kabinet-Den Uyl. Pronk nam daarin zitting als minister van Ontwikkelingssamenwerking en was ten tijde van het citaat, bijna dertig jaar later, opnieuw bewindsman namens de PvdA. Nostalgisch blikte hij terug op de tijd dat hij begon in de nationale politiek. Polarisatie. Keerpunt. Basisdemocratie. Slechts drie van de toonaangevende begrippen tijdens de roerige jaren ’60 en ’70. Gedurende zijn laatste periode als minister, in Paars-II, leek er niets meer van deze begrippen over te zijn. Bestuurders domineerden partijen en maakten zodoende basisdemocratie onmogelijk, de links-progressieve samenwerking zoals bij Keerpunt’72 was verder weg dan ooit doordat ook het laatste begrip, polarisatie, volledig uit de mode was geraakt. Waar ooit onder anderen door Pronk de strijd tussen links en rechts een kookpunt bereikte, zat zijn PvdA inmiddels vijf jaar in een kabinet met de ideologische aartsvijand: VVD.

Dat was aan het begin van zijn loopbaan wel anders. Jan Pronk kwam als onderdeel van de Nieuw Links-beweging in 1971 de Tweede Kamer in namens de Partij van de Arbeid. Als exponent van deze vernieuwende stroom was hij een van de belangrijke figuren die begin jaren ’70 de PvdA aanzienlijk naar de linker, progressieve hoek trokken. Vanwege zijn uitgesprokenheid baarde Pronk opzien. Velen zouden hem gaan beschouwen als het linkse geweten binnen de PvdA en hadden daarom veel respect voor hem. Mede dankzij deze zekere populariteit benoemde Den Uyl de sociaal-democraat uit Scheveningen in 1973 tot minister van Ontwikkelingssamenwerking. Dit is des te opmerkelijker, omdat Pronk met zijn amper 30 jaar nog een broekie was in de Nederlandse politiek.

Zijn rotsvaste principes en openbare commentaren op met name zijn eigen PvdA  bekoorden echter lang niet iedereen. Zo uitten de christen-democraten van het Uyliaanse kabinet harde kritiek op Pronk’s benoeming tot minister. Zeker zijn sympathie voor communistische landen stuit in de conservatieve kringen op veel weerstand. Binnen de Partij van de Arbeid was ook lang niet altijd iedereen blij met de aanwezigheid van Jan Pronk. Een intern gezegde van de partij luidde dan ook lange tijd: “De rust verdwijnt waar JP verschijnt”. Met harde, ongezouten kritiek op onder andere het leiderschap van Wouter Bos en een deel van het Paarse beleid, is dit dan ook een terechte constatering.

En dat is maar goed ook. Zo’n 15 jaar geleden maakten de sociaal-democraten de fout te veronderstellen naar het politieke midden op te moeten schuiven, omdat daar het grootste electorale succes te behalen zou zijn. De ideologische veren afschudden. Het resultaat? Een partij zonder imago. Zonder karakter. Zonder electoraal succes. Juist nu heeft de PvdA een leider nodig die de partij duidelijk (links) positioneert en zich niet geneert voor zijn ideologie. Eén die uitspraken doet waarmee Nederland weer overtuigd raakt van het grote belang van linkse politiek voor de samenleving. Een Jan Pronk.

Onterecht is Jan Pronk afgescheept door de Partij van de Arbeid. Achteraf blijkt veel van zijn kritiek terecht te zijn geweest, terwijl hij van grote waarde voor de sociaal-democraten is geweest. Zo bewees hij het belang van ontwikkelingssamenwerking en maakte van dat onderwerp een belangrijk thema in de Nederlandse politiek. Als minister steunde hij meerdere Afrikaanse landen in hun vrijheidsstrijd tegen hun koloniale overheersers. In 2001 was hij de voorzitter van de Klimaatconferentie in Bonn en sloot hij onder zijn leiding een klimaatakkoord met, op de VS na, alle deelnemende landen om het broeikaseffect actief te bestrijden. Daarnaast staat hij internationaal zo hoog aangeschreven dat hij tweemaal benoemd werd tot speciaal-gezant van de VN. Kortom, een man waar de PvdA trots op zou moeten zijn in plaats van hem te willen dumpen.

Jan Pronk. Emotioneel, bevlogen, gedegen en recht voor zijn raap. Een ware linkse ideoloog die met zijn uitspraken de Nederlandse progressieven nog altijd weet scherp te houden. Begrijpt het ware belang van het socialistische lied De Internationale door ontwikkelingssamenwerking blijvend op de politieke kaart te hebben gezet. Van een zeldzaam soort politici waar links Nederland prangend behoefte aan heeft. Jan Pronk: een held!

Om de humor er een beetje in te houden als toegift een persiflage van Pronk in Koefnoen. Het betreft de kritiek die hij uitte op Wouter Bos, toenmalig partijleider van de PvdA. Een aanrader! Veel plezier!


zondag, 25 september 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Hans van Mierlo

In d66, heldenschetsen, partij van de arbeid, pvda, vvd, algemeen, politiek, groenlinks, homohuwelijk, en meer.

Het einde van de week is daar. Zondag. En dat betekent: een nieuwe heldenschets! Eerder kwamen Andrée van Es en Jan Schaefer aan bod. Wie zal dit keer met heroïsche flegmatiek het digitale toneel betreden? Ook vandaag weer een nieuwe held voor de groene, linkse en/of progressieve politiek.

Hij begon zijn loopbaan als journalist voor het Algemeen Handelsblad. Daar leerde hij Hans Gruijters kennen, destijds politicus namens de VVD. Beiden afkomstig uit Brabant besloten zij als belangrijkste initiatiefnemers in 1966 een nieuwe partij op te richten: Democraten ’66. Als langdurig voorman van deze progressieven groeide de held van deze week uit tot één van de meest populaire politici van de twintigste eeuw. Namens D66 was hij fractieleider in de Tweede Kamer, Eerste Kamerlid, minister van Defensie, minister van Buitenlandse Zaken en vicepremier. Deze imposante carrière sloot hij af met de eretitel van Minister van Staat. Een titel die hij verkreeg vanwege zijn grote diensten voor de Nederlandse politiek. Zo was hij medeverantwoordelijk voor de meest progressieve regeringen die Nederland heeft gehad: de twee Paarse kabinetten en het kabinet-Den Uyl. Tot en met zijn dood in 2010 behoorde hij tot Nederlands’ meest gerespecteerde staatsmannen. De held van deze week is: Hans van Mierlo.

Vorig jaar lente overleed Hans van Mierlo op 78-jarige leeftijd in Amsterdam. Met zijn dood nam Nederland afscheid van één van haar meest welbespraakte politici van de voorbije eeuw. Gevleugelde uitspraken lieten hem triomferen in de politieke arena. “Macht bestaat in de fantasie van mensen die het niet hebben” en “Oorlog is niet één drama van miljoenen. Oorlog is miljoenen malen het drama van één” zijn slechts twee van zijn verbale hoogstandjes. Ook voor mij was Hans van Mierlo een icoon. Het schoolvoorbeeld van een oprecht, integer en charismatisch politicus.

In 1966 begon het succesverhaal van Hans van Mierlo in de nationale politiek. Met drieënveertig gelijkgestemden besloot hij tot de oprichting van een nieuwe, progressieve partij: D66. Het jongste kindje van het Nederlandse partijenstelsel moest via de ‘ontploffingstheorie’ de binnenlandse politiek drastisch democratiseren. Burgemeesters en premiers rechtstreeks kiezen, een districtenstelsel en grootschalige invoering van referenda: dat waren de kroonjuwelen van de vernieuwingspartij. Het klonk zowaar revolutionair! Met deze standpunten en zijn charmante uitstraling sloten Van Mierlo en D66 uitstekend aan bij de opvattingen van de zich uit de zuilenmaatschappij worstelende jeugd. Bij de Tweede Kamerverkiezingen kreeg de partij dit dan ook terugbetaald. Met 7 zetels bestormde D66 het parlement. Een ongekend hoog aantal voor het nog verstijfde, verzuilde Nederland.

Onder leiding van Hans van Mierlo groeide D66 uit tot een van de bepalende gezichten in de progressieve hoek. De Bredanaar zocht nadrukkelijk de samenwerking op met de Partij van de Arbeid en de PPR, een voorloper van GroenLinks. Zo beklonken deze drie partijen, mede op initiatief van Van Mierlo, de samenwerking in 1971 door een schaduwkabinet te vormen tegen het kabinet-Biesheuvel. De Nederlanders moest hiermee gewezen worden op het (betere) alternatief dat ze te kiezen hadden. Met Van Mierlo als vicepremier in deze silhouetregering bleek dit de opmaat voor de linkse overwinning van 1972. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis werd er met Joop den Uyl als premier een progressief kabinet gevormd. Alhoewel Van Mierlo een geesteskindje geboren zag worden, was de verkiezingsuitslag bitterzoet. Dankzij de overwinningen van PvdA en PPR kon de formatie beginnen. Zijn eigen D66 zakte echter van 11 zetels terug naar 6. Toen daarbij de PvdA in 1977 het idee voor een grote Progressieve Volkspartij, waarin de genoemde drie partijen verenigd zouden zijn, definitief liet varen, verliet Van Mierlo teleurgesteld de nationale politiek.

Niet voor lang, bleek al snel. Begin jaren ’80 werd HAFMO (de koosnaam die Van Mierlo kreeg door hem alleen bij zijn initialen te noemen) namelijk voor het eerst minister. Defensie werd zijn portefeuille in de kortdurige kabinetten-Van Agt II en III. Naast een bevlogen politicus trad Van Mierlo nu ook toe tot de bestuurlijke politieke top van Nederland.

Dit was de vooravond van zijn grootste wapenfeit. In 1986 keerde Hans van Mierlo terug als politiek leider van D66. De partij stond destijds, onder leiding van Maarten Engwirda, op nog slechts twee zetels in de peilingen en had naarstig behoefte aan het Van Mierlo-effect. De terugkeer van de grote man werd een succes. Dat jaar nog behaalde D66 negen zetels in de Tweede Kamer. En de groei hield niet op. Uiteindelijk resulteerde dit in het recordaantal zetels van 24 voor D66 in 1994. De democraten verkregen zo een machtige onderhandelingspositie bij de kabinetsformatie. Hans van Mierlo wist dat het nu moest gebeuren: een kabinet zonder confessionele partijen. Ondanks tegenwerking van zowel de PvdA als de VVD, slaagde de Brabantse sterpoliticus. De vorming van Paars lukte! Met Wim Kok als minister-president namen D66, PvdA en VVD in de zomer van 1994 zitting. Voor het eerst had Nederland een kabinet zonder deelname van christen-democraten.

Zelf zat Hans van Mierlo alleen als minister in Kok I. Als bedenker van de paarse kabinetten gaat een groot deel van de eer voor de geweldige mijlpalen van deze regeringen niettemin eveneens naar de meesterretoricus. Het homohuwelijk, euthanasie en opschorting van de dienstplicht zijn slechts enkele hoogtepunten waar menig progressief hart een salto om maakt. Hans van Mierlo en D66 bewezen met deze verworvenheden en de creatie van de kabinetten-Paars definitief hun waarde voor de Nederlandse politiek.

Ditmaal tevreden nam Hans van Mierlo in 1998 definitief afscheid van de landelijke politiek. Minister van Volksgezondheid Els Borst nam zijn rol over als politiek leider van D66. Alhoewel Van Mierlo een graag geziene gast bleef in politieke bladen en programma’s, verdiepte hij zich steeds meer in de literaire en intellectuele wereld. Daar leerde hij schrijfster Connie Palmen kennen. Met haar had hij vanaf 1999 een relatie en trad hij een jaar voor zijn overlijden in het huwelijksbootje.

Hans van Mierlo. Met D66 maakte hij de pieken en dalen van de politiek mee. Een ding staat als een paal boven water: dankzij hem kreeg progressief Nederland een duidelijke boost en zijn verworvenheden binnengehaald die anders ondenkbaar zouden zijn geweest. Een politicus waarvan er maar weinigen zijn geweest in Nederland. Hans van Mierlo: een held!

De toegift van vandaag is het eerste verkiezingsfilmpje van D66. Hans van Mierlo heeft de hoofdrol en maakte zich met deze unieke opname in een slag immens populair.


donderdag, 26 mei 2011

Camiel van Altenborg

Camiel van Altenborg

Last.fm Youtube

Linkse liberalen bestaan niet

In de, groenlinks, halsema, jolande sap, sap.
Femke Halsema is nu alweer bijna een half jaar partijleider af. Hoewel ze acht jaar lang het gezicht van GroenLinks was en in die tijd enorm naam maakte binnen en buiten de partij, heeft Jolande Sap h...

zaterdag, 12 maart 2011

Cyriel Prinsen

Cyriel Prinsen

Hyves Twitter Youtube

DWARS is niet meer ‘dwars’.

In , actie, acties, afghanistan, agenda, besluiten, bestuur, debat, dwars, en meer.

Dwars Helaas heb ik de afgelopen tijd moeten constateren dat DWARS niet meer dwars is. Dat heeft mij, en enkele leden uit Eindhoven met mij, doen besluiten mijn lidmaatschap van DWARS op te zeggen. Onderstaande brief is vanmorgen aan het landelijk bestuur van DWARS gestuurd. 

We hebben er wel een tijdje over na gedacht, maar het lidmaatschap van DWARS heeft geen enkele toegevoegde waarde naast het lidmaatschap van GroenLinks. Het is alleen als shortcut naar de Tweede Kamer te gebruiken. Op 7 april zal er een ALV gehouden worden over de toekomst van de Eindhovense DWARS-afdeling. Het voltallige bestuur zegt namelijk haar lidmaatschap op. Tijdens die ALV zal er xf3f een nieuw bestuur gekozen moeten worden xf3f zal de afdeling ophouiden te bestaan. Ik blijf wel overtuigd lid van GroenLinks, maar zie de meerwaarde van een DWARS-lidmaatschasp niet meer.

We willen wel graag acties kunnen blijven en houden en GroenLinks kritisch volgen, maar niet meer namens DWARS. Naar de juiste vorm moeten we nog zoeken.

 

Beste bestuursleden,

Van oudsher is DWARS ook altijd een dwarse vereniging geweest. Een vereniging, van en door jongeren, met eigen idealen en vastbesloten die idealen te realiseren. Actie was een van de middelen om op te komen voor deze idealen. Invloed uitoefenen op GroenLinks een andere. Dat gebeurde niet altijd met succes, maar DWARS liet van zich horen als GroenLinks eens uit de bocht leek te vliegen. Ook de organisatiestructuur die DWARS had, was erg dwars.

Sinds enkele jaren is DWARS echter niet dwars meer. De organisatiestructuur is zodanig aangepast dat x91anderen het ook begrijpenx92. Onze organisatiestructuur is blijkbaar zo op de buitenwereld gericht, dat dat de voorkeur krijgt boven idealen. Ook in relatie tot GroenLinks is DWARS zichzelf niet meer. Althans, ze doet haar naam geen eer aan. Steeds vaker laat DWARS het GroenLinks-geluid horen. Op zich is dat GroenLinks-geluid prima, maar wat doet DWARS er dan nog toe?

Die vraag is er een die ondergetekenden zichzelf regelmatig gesteld hebben. Welke voordelen heeft het DWARS-lidmaatschap nog, als je daarnaast ook lid bent van GroenLinks? Inhoudelijk eigenlijk geen. Van de kritische, actiegerichte organisatie die DWARS was, is zij nu getransformeerd in een opleidingsinstituut voor GroenLinks. DWARS verkondigt de laatste jaren alleen nog maar het GroenLinks-verhaal, waarbij besluiten van de Tweede Kamerfractie zonder enige twijfel geaccepteerd lijken te worden. Op het afgelopen GroenLinks-congres bevestigde Eline van Nistelrooij dit gegeven nog maar eens. Haar speech, hoe mooi ook gesproken, was de speech van een partijleider van GroenLinks, er zat geen enkel DWARS element inx85

De enige keer dat DWARS de afgelopen tijd ook daadwerkelijk dwars was, was een paar weken geleden. In het debat rondom de missie naar Afghanistan, volgde het landelijk bestuur de fractie niet. In een poging volwassen over te komen en x91verantwoordelijkheid te nemenx92 koos het DWARS-bestuur het standpunt om vxf3xf3r het kabinetsvoorstel te zijn. Een voorstel dat de grondbeginselen van zowel GroenLinks als DWARS tart. Waar de Tweede Kamerfractie het (wijze) besluit nam tegen te zijn, tenzij er het nodige aangepast werd, was het DWARS-bestuur direct voor.

Onderstaande leden hebben erg veel moeite met deze opstelling van het bestuur en dit standpunt was, naast het eerdergenoemde punt over toegevoegde waarde van het DWARS-lidmaatschap naast een GroenLinks-lidmaatschap, dan ook de druppel die ons heeft doen besluiten ons lidmaatschap van DWARS op te zeggen. Middels deze brief willen wij jullie dus kenbaar maken dat wij met pijn in het hart hebben gezien hoe DWARS de afgelopen jaren minder dwars is geworden, en het lidmaatschap voor ons geen enkele extra waarde meer heeft naast het GroenLinks-lidmaatschap en dat wij dus ons lidmaatschap per direct opzeggen.

Deze beslissing heeft wel wat gevolgen. Onder de onderstaande leden, bevindt zich het voltallige bestuur van DWARS Eindhoven. De bestuursleden, die in de gebrekkige ondersteuning van de afdeling nog een extra argument zien, zullen dus ook hun functie neerleggen. We willen jullie vragen om bijgevoegde uitnodiging naar onze Eindhovense leden te versturen. Deze uitnodiging gaat over een Algemene Leden Vergadering voor de afdeling Eindhoven met op het programma nieuwe bestuursverkiezingen. Daarnaast vragen wij een ieder die zich geroepen voelt, zich te melden voor een bestuursfunctie. Mochten er zich geen leden melden voor een bestuursfunctie, zal het belangrijkste punt op de agenda van de ALV de opheffing van de afdeling Eindhoven staan.

Hopelijk hebben wij jullie hierbij voldoende gexefnformeerd over onze beslissing en de redenen daartoe. Tevens hopen we, dat het bestuur van DWARS deze beslissing zal respecteren. Een ieder van ons heeft een mooie tijd gehad als DWARS-lid, maar ziet door de eerdergenoemde redenen een noodzaak dit lidmaatschap nu te stoppen.

Met vriendelijke groet,

Doortje van Hal (bestuurslid) 
Eline Jonkers 
Jeroen van Leeuwen 
Tom van den Nieuwenhuijzen 
Cyriel Prinsen (bestuurslid) 
Menno Slaats (bestuurslid)

 

Jeroen van Leeuwen

Jeroen van Leeuwen

DWARS is niet meer ‘dwars’

In groenlinks, politiek, dwars, eindhoven, groenlinks, actie, acties, afghanistan, agenda, en meer.

Onderstaande brief heeft het bestuur van DWARS Eindhoven naar het landelijk bestuur van DWARS gestuurd.

“Beste bestuursleden,

Van oudsher is DWARS ook altijd een dwarse vereniging geweest. Een vereniging, van en door jongeren, met eigen idealen en vastbesloten die idealen te realiseren. Actie was een van de middelen om op te komen voor deze idealen. Invloed uitoefenen op GroenLinks een andere. Dat gebeurde niet altijd met succes, maar DWARS liet van zich horen als GroenLinks eens uit de bocht leek te vliegen. Ook de organisatiestructuur die DWARS had, was erg dwars.

Sinds enkele jaren is DWARS echter niet dwars meer. De organisatiestructuur is zodanig aangepast dat ‘anderen het ook begrijpen’. Onze organisatiestructuur is blijkbaar zo op de buitenwereld gericht, dat dat de voorkeur krijgt boven idealen. Ook in relatie tot GroenLinks is DWARS zichzelf niet meer. Althans, ze doet haar naam geen eer aan. Steeds vaker laat DWARS het GroenLinks-geluid horen. Op zich is dat GroenLinks-geluid prima, maar wat doet DWARS er dan nog toe?

Die vraag is er een die ondergetekenden zichzelf regelmatig gesteld hebben. Welke voordelen heeft het DWARS-lidmaatschap nog, als je daarnaast ook lid bent van GroenLinks? Inhoudelijk eigenlijk geen. Van de kritische, actiegerichte organisatie die DWARS was, is zij nu getransformeerd in een opleidingsinstituut voor GroenLinks. DWARS verkondigt de laatste jaren alleen nog maar het GroenLinks-verhaal, waarbij besluiten van de Tweede Kamerfractie zonder enige twijfel geaccepteerd lijken te worden. Op het afgelopen GroenLinks-congres bevestigde Eline van Nistelrooij dit gegeven nog maar eens. Haar speech, hoe mooi ook gesproken, was de speech van een partijleider van GroenLinks, er zat geen enkel DWARS element in…

De enige keer dat DWARS de afgelopen tijd ook daadwerkelijk dwars was, was een paar weken geleden. In het debat rondom de missie naar Afghanistan, volgde het landelijk bestuur de fractie niet. In een poging volwassen over te komen en ‘verantwoordelijkheid te nemen’ koos het DWARS-bestuur het standpunt om vóór het kabinetsvoorstel te zijn. Een voorstel dat de grondbeginselen van zowel GroenLinks als DWARS tart. Waar de Tweede Kamerfractie het (wijze) besluit nam tegen te zijn, tenzij er het nodige aangepast werd, was het DWARS-bestuur direct voor.

Onderstaande leden hebben erg veel moeite met deze opstelling van het bestuur en dit standpunt was, naast het eerdergenoemde punt over toegevoegde waarde van het DWARS-lidmaatschap naast een GroenLinks-lidmaatschap, dan ook de druppel die ons heeft doen besluiten ons lidmaatschap van DWARS op te zeggen. Middels deze brief willen wij jullie dus kenbaar maken dat wij met pijn in het hart hebben gezien hoe DWARS de afgelopen jaren minder dwars is geworden, en het lidmaatschap voor ons geen enkele extra waarde meer heeft naast het GroenLinks-lidmaatschap en dat wij dus ons lidmaatschap per direct opzeggen.

Deze beslissing heeft wel wat gevolgen. Onder de onderstaande leden, bevindt zich het voltallige bestuur van DWARS Eindhoven. De bestuursleden, die in de gebrekkige ondersteuning van de afdeling nog een extra argument zien, zullen dus ook hun functie neerleggen. We willen jullie vragen om bijgevoegde uitnodiging naar onze Eindhovense leden te versturen. Deze uitnodiging gaat over een Algemene Leden Vergadering voor de afdeling Eindhoven met op het programma nieuwe bestuursverkiezingen. Daarnaast vragen wij een ieder die zich geroepen voelt, zich te melden voor een bestuursfunctie. Mochten er zich geen leden melden voor een bestuursfunctie, zal het belangrijkste punt op de agenda van de ALV de opheffing van de afdeling Eindhoven staan.

Hopelijk hebben wij jullie hierbij voldoende geïnformeerd over onze beslissing en de redenen daartoe. Tevens hopen we, dat het bestuur van DWARS deze beslissing zal respecteren. Een ieder van ons heeft een mooie tijd gehad als DWARS-lid, maar ziet door de eerdergenoemde redenen een noodzaak dit lidmaatschap nu te stoppen.

Met vriendelijke groet,

Doortje van Hal (bestuurslid)
Eline Jonkers
Jeroen van Leeuwen
Tom van den Nieuwenhuijzen
Cyriel Prinsen (bestuurslid)
Menno Slaats (bestuurslid)”

Het is geen gemakkelijke beslissing geweest! Mochten er op de algemene ledenvergadering op 7 april geen nieuwe bestuursleden zich melden, dan gaan we natuurlijk kijken op wat voor manier we verder kunnen om kritisch te blijven op GroenLinks en natuurlijk onafhankelijke (t.o.v. GroenLinks) acties te kunnen houden!

woensdag, 16 februari 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Reactie op Het niet-aanvalsverdrag van Ineke van Gent door Matthieu klein Tank

In d66, groenlinks, fractie, europa, kunduz, partijleider, populisme, referendum, sap, en meer.

Tijdens de verkiezingen voor de Europese verkiezingen richtte GroenLinks haar pijlen al voornamelijk op de SP. De Europa-kritische houding van deze partij werd weggezet als dom populisme.

Toch stemde ook de helft van de GroenLinks-kiezers bij het referendum tegen het Europese verdrag.

De huidige fractie staat, zoveel is inmiddels duidelijk, veel dichter bij D66 dan bij de SP. Volgens mij geldt dat voor veel kiezers niet. Voor mij in ieder geval zeker niet. Kunduz heeft mij definitief doen afhaken.

Jolande Sap lijkt me een uitstekende partijleider. Maar dan wel voor D66.

maandag, 7 februari 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Jolande Sap: Meer brains, minder branie

In politiek, financiën, gehad, groenlinks, kabinet, kennis, kunduz, media, mening, en meer.

Het is niet makkelijk om één van de bekendste, populairste en meest mediagenieke politici op te volgen. Maar Jolande Sap heeft zich binnen no-time opgewerkt van een voor vele onbekende fractievoorzitter tot een door vriend en vijand gerespecteerd partijleider met een eigen profiel: meer brains, minder branie. Een blog over de stijl van misschien wel de intelligentste politicus van het binnenhof.


Meer brains, minder branie. Jolande zegt het niet alleen, maar heeft het in haar eerste weken ook meteen laten zien. Het is bij uitstek een politica die voor de inhoud gaat. Beeldvorming is een middel, het resultaat telt. Jolande straalt het heilige geloof uit dat ze ervan overtuigd is dat kiezers, leden, misschien zelfs tegenstanders te overtuigen zijn met een goed onderbouwt verhaal.

In haar tweede NRC-column vertelde Jolande over haar ontnuchterende ervaring met ‘fact free politics’ toen ze bij het belastingplan 2009, net nieuw in de Tweede-Kamer, er achter kwam dat haar collega’s helemaal niet geïnteresseerd bleken in haar idealen en analyses, maar enkel in het behouden van de balans tussen de ouderenbelasting van Bos en de doorwerkbonus van Balkenende.

Maar in plaats van teleurgesteld te raken in het Haagse wereldje, heeft Jolande de strijd aangebonden met de politiek van de branie en de waan van de dag. Ze volgde zonder enige moeite Kees Vendrik (‘de beste minister van financiën die Nederland nooit gehad heeft’) als financieel woordvoerder op. Haar kennis en expertise die ze etaleerde in de parlementaire onderzoekscommissie De Wit leverde haar het predicaat politiek talent van het jaar op.

Als enig fractielid werd Jolande lid van de programmacommissie in 2010. In die hoedanigheid heb ik als voorzitter van DWARS met haar gesproken over het GroenLinks-AOW plan, ontworpen door, jawel, Jolande zelf. Wij stonden behoorlijk kritisch tegenover het plan waarin je pas na 45 jaar participatie recht had op een volledige AOW-uitkering, maar Jolande nam ruim de tijd om ons te overtuigen. Niet alleen omdat ze de steun van DWARS op het congres wel kon gebruiken, maar vooral omdat Jolande echt in het plan geloofde en ons om die reden in haar argumentatie mee wilde nemen. Toen iemand opperde dat het plan het wellicht slecht zou doen in de beeldvorming zei ze zonder een moment te twijfelen: niet als we het goed uitleggen. DWARS heeft ze weten te overtuigen, de kiezer nog niet; nadat het GroenLinks-plan in de media flink onder vuur had gelegen schaarde Femke Halsema zich in de campagne achter het compromis dat sociale partners hadden gesloten.

Diezelfde focus op de inhoud zie je terug bij de missie naar Kunduz. Bij de discussiebijeenkomsten vlak na de publicatie van de artikel 100-brief stelde Jolande zich buitengewoon open op. Dat compliment werd haar ook expliciet gemaakt door een oude rot uit Drenthe, gevolgd door de opmerking: dat is in het verleden wel eens anders geweest. Jolande kwam niet met een vooringenomen mening een verhaal verdedigen, maar kwam luisteren. Maar zoals ze op het congres zei: “luisteren betekent niet dat je precies doet wat iemand anders wil.” Jolande laat zich overtuigen door argumenten, niet door het feit dat mensen het met haar oneens zijn.

Die inhoudelijke, open houding was sterker dan ooit herkenbaar in het AO en het Kamerdebat over de missie. Jolande legde open op tafel dat ze vooraf met Rutte gesproken had en verteld hem had waar een missie volgens haar aan moest voldoen. Timmermans (PvdA), Brinkman (PVV) en Van Bommel (SP) reageerde boos, hoe kan het nou zijn dat een politicus uit de oppositie samenwerkt met de premier? Jolande beantwoordde een vraag van Van Bommel daarover met de uitspraak: “Misschien heeft dit te maken met een verschil in traditie tussen onze partijen: Wij zijn bij GroenLinks geneigd om moties te formuleren waarvan we willen dat ze ook worden uitgevoerd.” Met andere woorden: u voert politiek voor de bühne, ik voer politiek voor de inhoud.

Zelden was besluitvorming zo transparant als rondom de missie naar Kunduz. Een kabinet wint advies in bij partijen en legt een voorstel voor. Een partij wikt en weegt daarover en komt tot de slotsom dat het voorstel niet voldoet aan haar voorwaarden en legt uit hoe het voorstel aangepast dient te worden. Het kabinet gaat akkoord en wijzigt het voorstel. Zo bepaalt de Kamer wat er gebeurt en niet de regering. Zo heeft Jolande de piketpaaltjes van de missie geslagen en niet Rutte. Zo werkt dualisme. Het kamerdebat over Kunduz was een uitstekend voorbeeld van open politiek, van eerlijke politiek, van moedige politiek.

Brains in plaats van branie, maar niet in plaats van moed. Moed, omdat Jolande ervoor koos de missie inhoudelijk te verbeteren, in plaats van voor het veilige ‘nee’ te gaan. De GroenLinks-fractie was meerdere malen in staat om op een zorgvuldigere manier netjes af te haken. Jolande koos er echt voor om door te zetten en liep daarmee zelfs het risico om haar gloednieuwe partijleiderschap te verliezen: kritische leden dreigden met een motie van wantrouwen. Voor veel politici zou dat een reden zijn geweest om af te haken: de missie kwam te snel na haar aantreden, was niet belangrijk genoeg om zelf politiek voor te sneuvelen, was te onpopulair bij de kiezers. Niet voor Jolande. Naar verluidt zou ze zelf daarover hebben gezegd: “Wat kan mij m’n positie nou schelen, ik geloof hierin.” Dat is gaan voor de inhoud, dat is politieke moed.

Brains in plaats van branie. De eerste resultaten zijn er: Jolande heeft eigenhandig het kabinetsplan omgevormd en haar partij in het gareel weten te houden. Dat levert haar in de Haagse kaasstolp ongetwijfeld respect op, maar ik denk dat het electorale succes op de middellange termijn zal volgen. Is er niet een grote groep kiezers die ook verder wil kijken dan de waan van de dag? Is er niet echt die groep kiezers, die inderdaad kiest op basis van inhoudelijke argumenten? Is er niet een groep die, net als Jolande, wil luisteren in plaats van schreeuwen? Open, eerlijke, inhoudelijke politiek: ik ben overtuigd, Jolande is here to stay.


donderdag, 27 januari 2011

Inti Suarez

Inti Suarez

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Van multicultureel naar vrijzinnig liberaal; de opmerkelijke reis van Groen-Links

In groenlinks, actie, acties, agenda, algemeen, cda, debat, december, dwang, en meer.
Sinds haar oprichting in 1989 profileert Groen Links zich als voorvechter van een multicultureel Nederland. Dit heeft de partij altijd veel stemmen opgeleverd van allochtone Nederlanders, zeker in vergelijking met de gevestigde orde van PVDA en CDA. Een week is al een lange tijd in de politiek en twee decennia een eeuwigheid, waarin onvoorstelbaar veel kan veranderen. In Europa zijn we van de geel-rode jaren negentig, waarin de sociaal- en christendemocraten de dienst uitmaakten in zo ongeveer de hele EU, in de blauw-met-gele jaren tien terechtgekomen. Liberalen en rechtse partijen hebben een forse opmars gemaakt. Er is meer politieke diversiteit, die ook wordt weerspiegeld in de voorkeuren van de allochtone kiezers. In Nederland betekent dat dat deze groep niet meer zo vanzelfsprekend voor GroenLinks kiest.
Je zou kunnen zeggen dat dit een indicatie is van een toenemende integratie: de allochtone kiezer stapt over van een nichepartij naar een gewone partij. Het kan ook betekenen dat GroenLinks is veranderd en niet meer aantrekkelijk is voor wie deel uitmaakt van het diverse en multiculturele Nederland.
Gezien de reacties in de media op de uitspraken van Femke Halsema over het Islam debat, net voor haar vertrek als partijleider, zou dat het geval wel eens kunnen zijn. In een door GroenLinks georganiseerde conferentie over de vrijheid van godsdienst gaf Halsema te kennen dat bepaalde aspecten van de Islamitische straatcultuur niet getolereerd kunnen worden in Nederland. De nuances van haar betoog zijn uiteraard niet behouden gebleven in de media, wel dat er sprake is van een nieuwe, ferme toon: GroenLinks doet tegenwoordig blijkbaar ook aan ‘Islam-bashing’.
Dit was vroeger ondenkbaar, nuances of niet. Er moet nogal wat veranderd zijn als de partijleider directe kritiek durft te uiten tegen een minderheid. Heeft een stille revolutie plaatsgevonden binnen de partij, of heeft deze zich aangepast aan het maatschappelijke klimaat, waarin kritiek op minderheden en vooral de Islam gewoon is geworden? Wat misschien nog wel belangrijker is: welke consequenties heeft dit voor het nieuwe leiderschap van de partij?
Op het eerste gezicht is er weinig veranderd aan de ideologische positie van Groen Links: de partij is ontstaan uit de emancipatoire bewegingen van de jaren zestig en zeventig en staat nog steeds in deze traditie. Persberichten en verkiezingsprogramma getuigen hiervan, ook in 2011. Emancipatie is binnen GroenLinks altijd opgevat als de bevrijding van het individu aan de dwang van de meerderheid. In ontzuild en progressief Nederland betekent dat dat iedere vorm van automatische groepssolidariteit verdacht is geworden. Globalisatie en het afnemen van nationale identiteit worden in dit narratief positief geïnterpreteerd, want geven meer ruimte aan het individu in zijn zoektocht naar emancipatie en vrijheid.
Het blijkt nu dat deze zoektocht voert tot het overschrijden van de dunne grens tussen individualisme en egocentrisme. De nieuwe Verlichting, waarin iedereen zich in vrijheid zou kunnen ontplooien tot een progressief en weldenkend mens is niet gekomen, in plaats daarvan de opmars van een populistische rechts politiek. Progressief Nederland heeft dit niet zien aankomen, om wat voor reden dan ook en wordt nu overrompeld door de brede terugkeer naar deze schijnveiligheid van de kudde. De individuen die een veilig hokje bezitten keren daarnaar terug, de anderen zoeken naar de profeet of politicus met de makkelijkste antwoorden en minderheden zijn alweer het probleem. Volgens The Economist heeft het Nederlandse kabinet een povere keuze gemaakt: de Nederlandse kiezers zijn verward en angstig en de regering speelt in op deze gevoelens, in plaats van op zoek te gaan naar oplossingen voor de reële problemen van het land.
Binnen deze context is de positie van GroenLinks ten aanzien van minderheden belangrijker dan ooit. De problemen waar Nederland mee kampt zullen niet worden opgelost met de verharding van het politieke klimaat. De hindernissen voor de emancipatie van moslims staan nog overeind. GroenLinks heeft lang geleden al een inhoudelijke keuze gemaakt voor het belang van emancipatie, van alle minderheden, ook de moslims. Wat is veranderd is de opvatting van de partij over de strategie om dit te bereiken. Halsema’s uitlatingen geven blijk van deze nieuwe ‘tough love’: de liefde voor diversiteit blijft, maar harde kritiek op misstanden binnen minderheden mag. Emanciperen schept ook verantwoordelijkheden.
De vraag is wat de daadwerkelijke politieke waarde van deze keuze is, vandaag de dag. De dominante partijen hameren iedere minuut van iedere dag over de problemen met minderheden, moet GroenLinks dan advocaat van de duivel spelen met zulke uitlatingen? De reacties in de media laten zien dat ‘love’ maar al te makkelijk wordt vergeten en dat alleen ‘tough’ de kranten haalt. Als dat de positie van GroenLinks lijkt te zijn, bestaat een grote kans dat de partij zich verder zal vervreemden van wie dan ook maar de tolerante kiezer geacht wordt te zijn. Zonder uiteraard aan populariteit te winnen bij de bezorgden en onzekeren.
Er is ook een andere mogelijkheid: dat emancipatie niet afhankelijk is van politiek en dat het aantal geemancipeerde Nederlanders groeit, GroenLinks of niet. Wilders en consorten vertegenwoordigen degenen die niet blij zijn met de toenemende globalisering en die verlangen naar een meer overzichtelijk en minder kakelbont land. Een segment van de bevolking dat nooit eerder deel kreeg aan de macht en nu dus geëmancipeerd is geworden. Progressief Nederland heeft dan ook zware verliezen geleden bij de verkiezingen maar is niet verdwenen. Op het politieke toneel zijn nieuwe acteurs verschenen, ook producten van politieke emancipatie. Het debat wordt niet meer bepaald door de traditionele achterban van de PvdA en de CDA, maar erkent nu ook de VVDers en de PVVers. GroenLinks houdt zin in de toekomst, een toekomst die politiek diverser is geworden. GroenLinks en haar linkse of progressieve bondgenoten moeten zich daarop voorbereiden met een nieuwe toon en ander leiderschap, waarin harde uitlatingen over minderheden, maar ook buitenparlementaire acties – Nederland bekent kleur, misschien - zijn toegestaan. Een nieuwe winter, een nieuw geluid.

Spanning en onduidelijkheid
Het ziet ernaar uit dat GroenLinks afdaalt van haar ivoren toren aan de grachtengordel naar de drukte van het marktplein, waar verschillende culturen botsen en de problemen van de multiculturele samenleving zich afspelen. Een deel van de GroenLinkse achterban ervaart dit als een verdere verrechtsing van hun partij; een verder meebuigen met de wind. Misschien hebben zij gelijk. Maar een ander deel van de Groenlinkse achterban beschouwt het ‘nieuwe GroenLinks’ als zoekend naar een evenwicht tussen de verschillende belangen en verlangens van alle groepen in onze samenleving. De partij is op zoek naar een positie tussen de huidige xenofobie en het allochtonenknuffelen van vroeger. Misschien hebben zij gelijk.
Wat is de lange termijn agenda van progressief Nederland voor autochtoon en allochtoon Nederland, dat is de vraag. Een vraag waarvan het antwoord zal bepalen welk politieke stroming de toekomst heeft. Tussen de grote woorden en stoere taal is het nog niet duidelijk wat GroenLinks eigenlijk te melden heeft.
Wat GroenLinks zou willen melden is wel te vinden, in manifesten, verkiezingsprogramma’s en beginselverklaringen. De staat volgens GroenLinks moet nog steeds een instrument van emancipatie zijn. De partij beweegt zich naar het publieke slagveld, waar individuen dagelijks moeten vechten voor hun identiteit en voor hun eigen ruimte, onafhankelijk van welk collectief dan ook. Dat geldt niet alleen voor minderheden, ook de confrontatie van de vrijzinnige idealen van GroenLinks met andere politieke partijen moet hier gaan gebeuren, op het politieke marktplein. Het nieuwe GroenLinks van Halsema -en nu van Sap- is een standpunt aan het ontwikkelen als progressief links-liberaal, of vrijzinnig. Het is hoog tijd om dit beter te verkopen op de politieke markt, waar samenwerking en botsingen aan de orde van de dag zijn. Daarvoor moet het eerst beter onder woorden worden gebracht dan tot op heden het geval is geweest.

Diversiteitsbeleid: van publiek naar privaat en terug.
Wat zou dan deze GroenLinkse nieuwe identiteit is in verhouding tot het allochtonenvraagstuk kunnen zijn?. Of we het nu willen of niet, het politieke debat van dit moment wordt gedomineerd door deze kwestie en het is goed dat de partij het oude standpunt van ‘multiculturalisme boven alles’ achter zich heeft gelaten, maar wat komt ervoor in de plaats?
GroenLinks is natuurlijk geen Wilderiaanse beweging. Ook geen anti-Wilders partij, zoals Rene Danen en Mohamed Rabbae – prominente GroenLinks leden – misschien zouden willen. Wat is de partij dan wel? Hoe moet de ‘tough love’ van Halsema worden vertaald naar diversiteitsbeleid?
Multicultureel Nederland werd volgens de gangbare opinie geboren in 1983 toen de WRR het eerste rapport uitbracht waarin werd gepoogd om diversiteitsbeleid vorm te geven vanuit de politiek. Van dit animo is weinig overgebleven binnen de overheid. De avant-garde van de beleidsmakers is dan ook verhuisd naar de private sector en verdient zijn brood met het produceren van diversiteitsmanagement voor bedrijven, die wel de noodzaak daarvan inzien. Het debat in de politiek verhardt, terwijl het bedrijfsleven steeds meer gebruik maakt van de kracht van diversiteit.
De ontwikkelingen in het diversiteitsmanagement in de private sector spelen zich af op drie terreinen: het faciliteren van werk voor mensen van verschillende culturele achtergronden, het verkennen van nieuwe markten en het mainstreamen van diversiteit als een positieve waarde in de bedrijfscultuur.
Het interessante is dat deze drie thema’s eenvoudig zijn te vertalen in politieke actie. Om te beginnen: de verbetering van de werksituatie voor mensen van verschillende culturele achtergrond is de simpele erkenning dat verschillende mensen verschillende behoeftes hebben wat betreft hun werkomgeving. Zoals bijna niemand verwacht te moeten werken op de avond van 5 december, zo kan ook ruimte worden gemaakt voor andere feestdagen, net zoals veel bedrijven gebedsruimtes hebben ingericht. Het gaat erom dat een bedrijf gewoon vriendelijk kan zijn tegen verschillende culturen.
Als we over verkennen van nieuwe markten praten: een alternatieve kijk op een bepaalde situatie wordt algemeen erkend als een must in het competitieve bedrijfsleven van vandaag. Diversiteit in een brede zin is een onmisbaar element hiervan. In de politiek vertaalt dit principe zich in de noodzaak voor interne diversiteit binnen politieke partijen. Om te kunnen praten met diverse groepen (en niet alleen te praten over diverse groepen) moeten leden van deze groepen deelnemen aan het interne debat. Als GroenLinks, of welke partij dan ook, kans wil maken op een belangrijke positie in de diverse sectoren van de maatschappij, moeten moeten deze sectoren eerst de partij worden binnen gehaald.
Het profileren van welk bedrijf dan ook als diversiteitsvriendelijk en het naar buiten treden als een niet homogene entiteit is de derde poot van elke diversiteitsbeleid in de zakenwereld van vandaag. Dit derde principe is moeilijker te integreren in het leven van een politieke partij, waar eenheid van meningen hoog wordt gewaardeerd. Het proces van interne discussie is vooral gericht op het bereiken van consensus. De diverse wereld van vandaag leert ons nog een andere les: wij moeten niet alleen leren om het met elkaar eens te worden, maar ook om het niet met elkaar eens te hoeven zijn.
Deze drie elementen hebben veel te danken aan maatschappelijke trends van twintig tot dertig jaar geleden. Net zoals in de milieu-discussie heeft het bedrijfsleven zich stellingen en praktijken eigen gemaakt die afkomstig zijn uit de activistisch-progressieve politieke hoek. Ons pleidooi is om deze keer de rollen om te draaien en de politiek van morgen te inspireren door het bedrijfsleven van vandaag. Laten we diversiteit faciliteren, gebruiken en mainstreamen. Door alle nadruk op de problemen van multicultureel Nederland te blijven leggen, worden deze toch niet opgelost. Iedereen weet inmiddels wel wat ‘tough’ betekent, het wordt tijd om ook te gaan nadenken over wat ‘love’ zou kunnen inhouden. Oplossingsgericht denken zou daarvan goed begin kunnen zijn.

Aantal berichten op deze pagina: 27. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 11355 uur (473,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,4 per week.

Pagina: 1