vrijdag, 27 januari 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Bestuurlijke worst

Transparantie, een geliefd woord in het openbaar bestuur. Een overtuigend communicerende overheid wil met transparantie een sterke ethosstrategie voeren. Kijk maar: niets te verbergen, geen achterkamertjes, dat moet het vertrouwen ten goede komen. Jammer… uit een Utrechts promotieonderzoek blijkt dat meer transparantie in het lokaal bestuur in ieder geval niet direct leidt tot meer vertrouwen. Sterker nog: wie meer wist, had een negatiever oordeel over al het gesteggel, zoals veel proefpersonen de gang van zaken rond gemeentelijke besluitvorming beoordeelden.

Dat is natuurlijk niet zo gek. Voor een deel is dat gesteggel nu eenmaal onderdeel van het politieke spel. Er moet onderhandeld worden in ons coalitieland. Openbaar onderhandelen is een contradictio in terminis, niemand laat dan het achterste van z’n tong zien. Verder kan een blik achter de schermen ook teleurstelling opleveren over het niveau van debatten en motieven van politici en bestuurders. Wie kijkt voor z’n lol naar een integraal uitgezonden debat van een gemeenteraad? Er zijn vast gemeenten waar wel geïnteresseerde burgers op de publieke tribune zitten, maar over het algemeen zijn deze stoelen alleen gevuld door fractievolgers en belanghebbenden (vooral tegenstanders…) bij een agendapunt.

De promovendus concludeert dat de overheid het niet snel goed kan doen; wel verkeerd. Hoe dan wel communiceren? Niet per se volledig, licht positief van toon en geloofwaardig, aldus de onderzoeker. Omdat burgers niet gek zijn, maar ook niet alles hoeven te weten. ’Those that respect the law and love sausage should watch neither being made’, zei Mark Twain lang geleden al…


woensdag, 25 januari 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Wethouder Bart Eigeman kiest een andere weg

Volgende maand draagt Bart Eigeman het wethouderschap over aan een opvolger. In de raadsvergadering van 24 januari liet hij dit weten. “Ik ben met hart en ziel verbonden aan mensen en de gemeente ’s-Hertogenbosch, maar het is nu tijd om mijzelf te leren kennen in een andere werkkring. Bovendien is het goed ruimte te maken voor een opvolger nu de regeerperiode van dit college nog niet op de helft is.” De fractie van GroenLinks maakt op korte termijn de voordracht van de opvolger van Bart bekend.

Bart weet nog niet wat hij na 28 februari gaat doen. “Tot vandaag heb ik me iedere dag opnieuw helemaal gegeven in dit werk. Elf jaarlang heb ik topsport bedreven, Ik heb even de tijd nodig daarvan los te komen voor ik me in een nieuwe uitdaging stort. Ik blijf wel aan de slag met `mensen uitdagen, inspireren en verbinden’ om het positieve uit zichzelf en hun omgeving te halen.”

Bart kijkt heel positief terug. “Ik ben dankbaar voor het vertrouwen van kiezers én het vertrouwen wat ik van de mensen kreeg die geen GroenLinks stemden. Ik heb de mensen in de stad graag vertegenwoordigd. Met velen uit de stad heb ik de afgelopen jaren mogen samenwerken.

En ik ben optimistisch gestemd: er zijn heel veel mensen die – vaak vrijwillig – zich inzetten om hun leven en dat van anderen een beetje mooier te maken. Er zijn heel veel bedrijven en instellingen die zich inspannen voor onze stad. Politiek hoeft je niet aan politici alleen over te laten. De kunst voor de politici is, de kracht in de samenleving tot bloei te laten komen. En daar blijf ik een bijdrage aan leveren, de komende jaren vanuit een ander gezichtspunt dan de politiek.”

dinsdag, 24 januari 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

EU boycot Iraanse olie

In samen op de wereld, europa, griekenland, iran, italië, olie, programma, spanje, activiteiten, en meer.

Nucleaire activiteiten verschaffen Iran de mogelijkheid op verdediging tegen externe aanvallen. Een flinke dosis economische pijn zal Iran dus zeker over hebben voor het behoud daarvan.

Tien procent van de Iraanse olie gaat naar Italië. Dat is daarmee de vierde afnemer van het Perzische goedje na China (20%), Japan en India. Spanje en Griekenland nemen samen ook nog 10% voor hun rekening tot 1 juli.

Eerdere boycotten heeft Iran prima omzeild en wist nog altijd ruwe olie naar buurlanden te krijgen en olieproducten te importeren. De grootste afnemer van Iraanse olie, China, steunt een boycot niet net als India, Rusland en Turkije. Het land zal dus niet helemaal onderuit gaan. Een VN-actie zit er niet in: China en Rusland gaan dat tegenhouden. Rusland verdient per slot van rekening geld aan dit nucleaire programma.

Wie treft dit dan? De zwakste economieën in Europa en de inwoners van Iran. Die eerste kunnen er eigenlijk geen ellende bij hebben. De Europese boycot zal de prijs van olie opdrijven. Die tweede groep ook niet: de inflatie in Iran is inmiddels gigantisch. Hoewel men best nieuwe leiders wil, een tweede reden die genoemd wordt door maatregelennemende landen, lopen zich nog geen goede kandidaten warm, dus ook op dit punt valt geen doorbraak te verwachten. Ik ben niet slimmer dan de politici die hopelijk goed geïnformeerd en overwogen deze keuze hebben gemaakt maar dit is een signaal dat niet de doelen treft die men zegt te hebben.

maandag, 23 januari 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Linkse Lente?

In het weekend dat PvdA en CDA hun congressen hielden, werd Emile Roemer wakker met een cadeautje. Voor het eerst in de geschiedenis was de SP de grootste in de peilingen. De roerganger van de SP heeft een mooie virtuele winst binnengepraat. Kiezers van PvdA en PVV zijn het erover eens. Na alle Pimmen, Rita’s en Geerten, is Emile Roemer nu dé man voor de zwevende stem. Tweeëndertig virtuele zetels mocht hij bezetten volgens peilend orakel Maurice de Hond. Volgens het onderzoek van trekt de SP onder Roemer vooral kiezers met een laag inkomen, en haalt ze weg bij Wilders’ PVV.

Volgens Emile komen zijn nieuwe kiezers van de PVV, omdat ze daar eindelijk door beginnen te krijgen dat Geert Wilders de ene na de andere belofte breekt. Job Cohen is ondertussen dolblij en helemaal niet zurig over het nieuws van Maurice de Hond. Hij ziet de stemmen van de PVV graag naar de SP verdwijnen. En wat betreft de Partij van de Arbeid zelf; die gaat het minderheidskabinet van Rutte en Verhagen in zijn sop laten gaarkoken de komende maanden. Als de PVV het af laat weten, moeten ze maar nieuwe verkiezingen uitschrijven, luidt het devies. En dan volgt er vast een heerlijk warm bad van linkse samenwerking…

Het is echter nog maar de vraag of Cohen daar zo blij moet zijn. Want hoewel Geert en Emile het stellig zullen ontkennen, zijn de PVV en de SP wel degelijk verwante partijen. De kiezers stappen niet voor niets zo makkelijk over de links-rechts-grens. Geert mag nog zo’n hekel hebben aan alles wat riekt naar links, en Emile Roemer kan zich nog zo verontwaardigd voelen door het bruuske taalgebruik van de gemiddelde PVV’er, we hebben het over twee partijen die – op het standpunt van immigratie en ontwikkelingssamenwerking na – meer met elkaar gemeen hebben dan ze voor doen komen.

De SP en PVV zijn beiden een partij voor boze, behoudende en zelfs verontwaardigde kiezers, waar we er steeds meer van lijken te hebben. Kiezers die denken ‘het Volk’ te zijn, en te weten wat ‘het Volk’ wil. Kiezers die politici te pas en te onpas voor zakkenvullers uitmaken. Kiezers die Europa het liefst morgen torpederen, zonder zich ook maar een minuutje druk te maken over de mogelijke gevolgen voor hun portemonnee. Kiezers die zich überhaupt niet graag verdiepen in ingewikkelde materie, maar aan een paar rake oneliners genoeg hebben om hun waardevolle stemrecht in het stemhokje te verzilveren. Kiezers die bovenal graag overal “nee”op zeggen…

Het lijkt mij tijd, dat niet alleen de politici van PvdA (en CDA), maar ook GroenLinks zich eens achter de oren gaan krabben. Want als dit zo door gaat, bereiken PVV en SP samen bij de volgende verkiezingen meer dan 50 zetels, of misschien zelfs het pluche. En het is leuk, al dat gepraat over een linkse lente, maar of de SP die lente gaat brengen, waar deze eurofiele partijen op zitten te wachten? Het lijkt mij niet. Met een stevige SP én PVV in de Tweede Kamer zijn we nog verder heen dan nu. Hoe conservatief wil je het hebben?

Het wordt tijd dat PvdA en GroenLinks eens wat harder roepen wat ze willen. En het wordt tijd om dat gefilosofeer over een linkse samenwerking eens te laten, en het eigen geluid over het voetlicht te brengen, desnoods in extreme jip-en-janneketaal. Ik zou PvdA en GroenLinks graag in een volgend kabinet zien. Maar een kabinet met de SP, daar zit ik nu net niet op te wachten…


zondag, 22 januari 2012

Het menu: Homo’s

In het menu, niet op voorpagina, brandenburger tor, coc, gay krant, henk krol, homo's, homohuwelijk, homoseksuelen, en meer.
Twee tongende jongemannen vlakbij de Brandenburger Tor in Berlijn. Dat zie je als je kijkt naar het monument ter nagedachtenis van de omgebrachte homoseksuelen (m/v) in Nazi-Duitsland (1933-1945). Naast een moderne glazen zuil met een officiële tekst, die de vervolging herdenkt, staat een grijze pilaar. Als je door het glas in het midden van de pilaar kijkt, zie je de tedere filmscène. Het monument is voor Nederlandse begrippen progressief. In Amsterdam heb je de roze driehoek. Velen weten niet eens dat dit een gedenkplaats voor homo-emancipatie is. De maatschappelijke positie van homoseksuelen is slecht - daar verandert de gayparade niets aan. Henk Krol, de oprichter van de Gay Krant, vindt dat de belangenorganisatie voor homoseksuelen, het COC, overbodig is geworden. De club heeft haar doelen, waaronder het homohuwelijk, immers bereikt. Uit onderzoek blijkt dat het vies tegenvalt met de homo-acceptatie. Als lesbiennes elkaar in het openbaar zoenen, worden ze regelmatig beschimpt of aangevallen. Onlangs heeft de Tweede Kamer pas na lang soebatten ingestemd met het verplichtende karakter van de lesstof over homoseksuelen op alle middelbare scholen. Zodra het over homo´s gaat, vergeten politici dat ze artikel 1 van de grondwet, dat stelt dat niemand mag worden achtergesteld om zijn seksuele geaardheid, moeten verdedigen.

vrijdag, 20 januari 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Er zijn

Een belangrijke taak voor een politicus is er zijn. Je moet natuurlijk aanwezig zijn bij de vergaderingen van het orgaan waarin je gekozen bent. Daarnaast moet je acte de présence geven bij je achterban, in de media en bij allerlei organisaties die van belang zijn voor je partij of politieke standpunten.
Soms lijkt het wel of deze aanwezigheid belangrijker is dan het inhoudelijke politieke werk dat je doet. Zo worden politici in de media regelmatig afgerekend op het aantal vergaderingen dat ze hebben gemist, en veel minder op de kwaliteit en effectiviteit van hun daadwerkelijke inbreng.
De roep om aanwezigheid levert voor politici regelmatig dilemma's op. Natuurlijk ben je er bij stemmingen, en bij de vergaderingen die er toe doen. Uitnodigingen om aanwezigheid elders moeten echter wedijveren met het lezen van stukken, het nadenken over en formuleren van vragen, visie en standpunten, het overleggen met mensen die input kunnen geven, en het beroep dat op je wordt gedaan door familie en vrienden, en - voor parttime politici als raadsleden en Eerste Kamerleden- je andere werk.
De kunst is om daar te zijn waar het er toe doet, en er ook te zijn zonder dat je fysiek aanwezig bent.

Waar het er toe doet is voor mij vooral daar waar het politiek strategisch van belang is om een goed netwerk te onderhouden, en bij je achterban; de mensen die je hebben gekozen. Om die reden zal ik blijven proberen om naast de grote landelijke GroenLinks bijeenkomsten regelmatig bijeenkomsten van mijn afdeling, het FemNet en de provincies Groningen en Friesland (waarvoor ik vanuit de EK-fractie contactpersoon ben) te bezoeken. Op dit moment lukt dat goed: vorige week was ik bij de nieuwjaarsbijeenkomst van GrienLinks (Friesland), vanmiddag bij de borrel van Amsterdam-West en morgen bij het quota-debat van FemNet en Dwars.
Verder ga ik wel naar een lezing van de Raad voor de Rechtspraak; maar niet naar een diner van de Goede Doelen loterij. Af en toe naar debatten van maatschappelijke organisaties of studentenverenigingen, maar lang niet zo vaak als ik word uitgenodigd. Er moeten immers ook stukken gelezen en inbrengen geschreven worden.

Er zijn is echter meer dan fysieke aanwezigheid. Er zijn is ook: aandacht hebben en benaderbaar zijn. Dat probeer ik zoveel mogelijk te doen en te zijn. Niet door iedere e-mail van iedere ontevreden burger te beantwoorden; wel door in te gaan op meer politieke vragen en suggesties op de onderwerpen die in mijn portefeuille zitten.

Beschikbare tijd zal altijd een belemmering blijven, maar ik probeer er te zijn. Ik ben in ieder geval hier: mdeboer@groenlinks.nl en op twitter: @margreetdeboer. Voor al uw uitnodigingen, vragen en suggesties, die ik in ieder geval zal lezen, en waar ik mogelijk op in zal gaan.

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Rechts geeft niets om uw veiligheid

Velen hebben op de (gedoog)partijen van dit ultrarechtse kabinet gestemd omdat ze de samenleving onveilig geworden vinden. Ze denken dat linkse partijen daar niets aan doen, dus moet er iemand eens even flink met de rechtervuist op tafel slaan en actie ondernemen.

Vandaag mocht ik daar de gevolgen van ondervinden, toen ik aangifte ging doen van diefstal. Maandag is mijn telefoon gestolen. Een jongen die van achter mij aan kwam fietsen, greep mijn telefoon uit mijn handen en ging er vandoor. Ik sprong op mijn fiets en reed hem achterna. Hij kon minder hard fietsen dan ik of dacht misschien dat ik minder hard reed, maar ik begon langzaam dichterbij te komen. Bij een druk kruispunt had de dief ontzettend veel geluk. Hij kon net oversteken voor de auto’s gingen rijden en ik net niet. Daardoor wist hij me te ontkomen.

Ik fietste naar huis en heb mijn verbinding laten blokkeren, zodat de dief in ieder geval niet zou kunnen bellen en geen gebruik zou kunnen maken van mijn applicaties en alle informatie die daarmee verkrijgbaar is. Later kwam ik erachter dat er ook applicaties zijn (die je zelfs op afstand kunt installeren) waarmee je de locatie kunt opvragen, foto’s kunt maken en je gegevens kunt wissen op afstand. Helaas was het daar al te laat voor op dat moment.

Ik deed een internetaangifte, maar die werd afgewezen omdat ik de dader had gezien. Mijn beschrijving van de dader strekte niet verder dan dat het een man met een fiets was, maar dat moest ik blijkbaar persoonlijk komen vertellen.

Vandaag kon ik eindelijk aangifte doen. Daar werd anderhalf uur voor gepland. De dame die mijn aangifte opnam, vertelde dat dat sinds kort was. Er wordt namelijk zo bezuinigd op de politie, dat er niet voldoende baliepersoneel meer kon zitten. De wachttijden liepen daarom af en toe op tot vijf uur, en daarom werken ze nu op afspraak.

Het doen van mijn aangifte kostte uiteindelijk ongeveer een kwartier. Ze doen dat puur voor de verzekering – die ik niet heb, maar dat terzijde. Ze kunnen namelijk helemaal niets met dit soort gevallen. De dader staat wel meerdere keren op camera, maar daar gaan ze daar niets mee doen. Vervolgen kan namelijk niet omdat niet op camera staat dat de dader de telefoon uit mijn hand trekt. Dat denk ik tenminste, want de politie kijkt niet of er camera’s hangen en ik weet niet precies waar die hangen – dat ik hem niet gezien heb wil niet alles zeggen. De dader blijft dus volledig onbekend, ondanks dat hij gewoon op camera staat. Maar ja, er is geen capaciteit voor dit soort zaken.

Ik vind het een gemiste kans, want zelfs als vervolgen niet mogelijk was, zou het wel kunnen dat het een bekende van de politie was of zou het kunnen dat de dader op meerdere beelden op zou duiken na vergelijkbare incidenten. En dan kun je misschien op andere manieren te werk gaan om het een dader lastig te maken.

Dat de dagelijkse realiteit is dat hier geen geld en dus tijd voor is, kan ik nog begrijpen. En ik had de hoop dat in ieder geval iets gedaan kon worden om te zorgen dat de dader geen plezier van mijn telefoon zou hebben. Dat de telefoon geblokkeerd kon worden of dat er een sms-bom op losgelaten zou worden. Maar zelfs dat gebeurt niet. Afgeschaft vanwege bezuinigingen.

Kortom, cameratoezicht is een farce –  zolang je het misdrijf zelf maar buiten beeld doet kun je daarna vrij rondfietsen en in de camera glimlachen – en alle andere mogelijkheden om daders te vinden of te ontmoedigen worden wegbezuinigd.

De simpele waarheid is dat deze dief dit zijn hele leven kan blijven doen, zolang hij niet toevallig net een professionele wielrenner berooft die ook nog eens hard kan slaan, onder de camera te werk gaat of spontaan van zijn fiets valt. Geen haan die er naar kraait. Niemand die hem daarna nog lastig valt. Geen enkel risico dat een eventuele koper een mededeling krijgt dat de telefoon gestolen is.

Daarmee bescherm je criminelen, ontmoedig je aangifte en stimuleer je dat mensen het heft in eigen hand gaan nemen. Het eerste wat ik op mijn toekomstige telefoon ga installeren is een applicatie om hem op afstand te bedienen. Als dit me nog een keer gebeurt, zal ik zelf de GPS-locatie van mijn telefoon wel opvragen en misschien wel met wat vrienden op visite gaan bij de dader, en als het me lukt om met die applicatie foto’s te nemen van de dader zet ik ze voor iedereen op internet. Het mag niet, maar telefoons stelen mag ook niet en het officiële traject heeft niets te maken met rechtvaardigheid.

En volgende keer doe ik mijn aangifte wel via internet en lieg ik dat ik de dader in het geheel niet gezien heb. Dat scheelt me namelijk vrij nemen van mijn werk en drie dagen wachttijd voor ik een kopie van de aangifte heb om op te sturen naar mijn provider.

Dat mijn telefoon gestolen is, is vervelend. Van een dief verwacht ik echter geen goed gedrag, geen bescherming, geen steun.  Maandag was ik alleen boos. Nu heb ik het gevoel dat de overheid me in de kou laat staan ten gunste van criminelen. Dat het sommige politici blijkbaar niets kan schelen, terwijl die zich juist druk zouden moeten maken om veiligheid en die zich verantwoordelijk zouden moeten voelen voor de bescherming van burgers, en dat recht volledig los is komen te staan van rechtvaardigheid omdat rechts liever geld steekt in een paar kilometer harder rijden, met vliegtuigjes spelen en andere dingen waar ze erecties van krijgen. En caviapolitie natuurlijk.

En ondertussen winnen de rechtse partijen nog steeds zieltjes met stoere taal, terwijl ze alles doen om straatterreur te bevorderen. Ik hoop dat de mensen die erin getuind zijn volgende keer twee keer nadenken voor ze het rode potlood ter hand nemen.


zondag, 15 januari 2012

Het menu: Schaakmat

Arme Wilders. Hij doet zo zijn best om Nederland terug te geven aan de Nederlanders. Maar zijn ideeën over Nederland met uitsluitend witte mensjes en draadjesvlees slaan alleen aan bij een deel van de kiezer. Hij wil de gulden terug, Mauro eruit, Beatrix eruit, ze is namelijk te Duits. Ze is te veel beïnvloed door pappa Bernard en eega Claus. Het lijkt erop dat de kiezer de PVV beu is. Ze daalt in de opiniepeilingen. Zelfs de meest overtuigde PVV-ers wilden Mauro hier houden. De jongen met zachte g is een van ons, vinden ook zij. En kom niet aan onze dierbare Koningin. Pas op Geert, overspeel je hand niet. Dit is het lot van de populistische partij. De PVV meent te weten wat het volk wil. Alleen verandert het volk snel van mening. Het vernederen en discrimineren van allochtonen, de kern van de PVV, houden het volk minder bezig dan de zorgen om werk, huizen en pensioen. De economische crisis als een zegen. Wat de gevestigde partijen niet lukt, doet het inzakkende kapitalisme: het zet Wilders schaak. En met de blunders die Geert en zijn politici voortdurend maken, zet de PVV zich uiteindelijk zelf schaakmat.

zaterdag, 14 januari 2012

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Publicatie beledigingen Cor Bosman opent doofpot PVV.

Voor de verkiezingen voor Provinciale Staten in Limburg schreef de kandidaat voor de PVV-Limburg Cor Bosman in een e-mailbericht aan partijgenoten over kandidaat voor de PvdA Selçuk Öztürk: “Hij is wat mij betreft niets meer en niet minder dan een stuk uitgekotst halalvlees, gemaakt van Turks varken”.
Enkele maanden later verlaat PVV – statenlid Harm Uringa de fractie van de PVV zonder de ware redenen te noemen.
Een jaar later, op vrijdag 13 januari 2012, publiceren de regionale kranten Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad de uitspraken van Bosman. Het bericht van Bosman en de notulen van de vergadering van de PVV-fractie hierover zijn uitgelekt, waarschijnlijk via ex-PVV-er Uringa. Bosman vindt naar aanleiding van de publicatie Uringa een “narcistische zak”.

Cor Bosman heeft met zijn schriftelijke uitspraken volledig buiten de politieke mores geplaatst en niemand zal hem ooit nog serieus nemen. Hij heeft bewezen dat hij er een dubbele moraal op nahoudt. En hier geldt de overtreffende trap van “wie wind zaait zal storm oogsten”.

De PVV-fractie onder leiding van Laurence Stassen heeft het in de doofpot gestopt in de hoop ermee weg te komen. In een reactie schreef ze vorig jaar over het bericht van Bosman dat hij een punt heeft, maar “dit soort taalgebruik kan echt niet”. Het blijft echter bij excuses van Bosman binnen de fractie.
Nu, een jaar later, is door de publicatie “de affaire te groot geworden” en is Bosman uit de fractie gezet. Maar nu nog vindt Stassen Cor Bosman een loyaal PVV-er. Ze wil wel excuus maken. Ze vindt dat ze niet de beroerdste is. Het lijken daarmee niet echt welgemeende excuses.

Volgens Thijs Coppes van de SP-fractie wisten de gedeputeerden Antoine Janssen en Theo Krebber van de PVV het en hebben hun mond gehouden. Omdat ze voordeel hebben van hun huidige positie, hielpen ze mee aan de doofpotcultuur binnen de PVV.

Ook Geert Wilders wist ervan en had zelfs beloofd in te grijpen. Dat is niet zichtbaar gebeurd. Ook Wilders heeft de doofpot gehanteerd om de schade te beperken. Maar zoals wel vaker meet Wilders met twee maten en is hij in normen en waarden veel toleranter ten opzichte van zijn PVV-ers dan anderen in de politiek en samenleving. Dat heeft hij ook bewezen binnen zijn Tweede Kamerfractie.

Het uitlekken wordt door de PVV erger gevonden dan de uitspraken. Laurence Stassen vindt het laakbaar. Harm Uringa krijgt het verwijt een verrader te zij. Het is een beproefde tactiek om de boodschapper zwart te maken en daarmee een fout te verdoezelen. Maar Harm Uringa hield de eer aan zichzelf. Hij was wellicht nog te loyaal aan de PVV omdat hij nog een half jaar heeft gewacht met uitlekken. Maar hij moet worden gewaardeerd als klokkenluider: ” Voor het slagen van het kwade hoeft niets meer te gebeuren dan dat de goeden niets doen”.

Coalitiepartners CDA en VVD vinden dat deze coalitie zo’n goed werk doet dat dit geen consequenties hoeft te hebben voor de samenwerking. Voor hun telt in toenemende mate het geloof in het niet zo Christelijke “het doel heiligt de middelen”. Maar zij moeten beseffen dat “wie met pek omgaat, wordt ermee besmet”.

We moeten met respect met elkaar omgaan. Politici moeten hierin het goede voorbeeld geven. Uit politieke motieven haat zaaien is een groot risico voor onze samenleving. En politici met een dubbele moraal of dubbele agenda zijn niet te vertrouwen. Dat geldt voor de hele PVV-top.

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


dinsdag, 3 januari 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

489 miljard euro op zoek naar rendement

In doem, ecb, economie, euro, europa, politiek, recessie, schuldencrisis, beleid, en meer.
De Europese Centrale Bank gaat over het monetaire beleid in de eurozone. De ECB bepaalt hoeveel euro’s er in omloop zijn en op die manier kan men de euro waardevast houden of in waarde laten stijgen of dalen. Maar nu krijgt de ECB door politici en economen de taak opgedrongen om nationale overheden uit de [...]

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

vrijdag, 30 december 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Nieuwe kansen voor arbeidsverhoudingen

In arbeidsverhoudingen, vakbond, vakbeweging, bondgenoten, december, eerste, individualisering, medezeggenschap, nederland, en meer.

Onderstaande stukje dat ik op 5 december schreef met verheugende bericht dat de vakbeweging een begin van vernieuwing lijkt in te zetten.

Een noodzakelijke, maar toch ook dappere stap is het die de vakbondsvoorzitters van FNV afgelopen zaterdag hebben gezet. Het loslaten van oude structuren vergt moed en dat is toch wat hier is gebeurd. De Nieuwe Vakbeweging (werktitel) wordt een open vakorganisatie waar verschillende bonden en verenigingen zich bij aan kunnen sluiten.

 

De organisatiegraad van de vakbeweging in Nederland werd de laatste decennia steeds kleiner maar ook eenzijdiger. Met namen de middelbare witte man vanaf ca 45 jaar is oververtegenwoordigd. Dat bracht met zich mee dat de belangenbehartiging zich ook daar naartoe verplaatst heeft. Op zichzelf is dat vrij logisch, ware het niet dat het FNV protectionistisch bezig is geweest. Nieuwe initiatieven in vertegenwoordiging waarvan vooral Alternatief Voor Vakbond (AVV) een prominent voorbeeld is, werden in eerste instantie met argwaan tegemoet getreden. De collectieve solidariteit verdween steeds meer uit zicht.

 

Jongeren, ZZP-ers en flexwerkers werden ondanks het feit dat ze in omvang toenamen en hun problematiek groter werd meer en meer genegeerd. Bonden zoals FNV zelfstandigen, FNV ZBo, FNV mooi, FNV KIEM en FNV Jong hebben binnen de grote vakcentrale waarin de bolwerken ABVAKABO en Bondgenoten de toon zetten nauwelijks iets in te brengen.

 

Het is dus niet alleen van belang om de organisatiegraad op te krikken, maar om deze te verbreden. Dan pas ontstaat er echte solidariteit, ooit de reden voor oprichting van de vakbeweging.

 

Maar er is meer winst te behalen. De verstarde arbeidsverhoudingen in Nederland moeten worden opengebroken, en niet door het ontslagrecht te versoepelen. Dat is het traditionele werkgeverspraatje, dat jammerlijk genoeg ook door sommige progressieve politici is overgenomen.

Het verdient aanbeveling om een nieuwe visie op de veranderde arbeidsverhoudingen te ontwikkelen en niet vanuit een defensieve houding maar realistisch. Ook doet de nieuwe vakbeweging er goed aan om de werknemersvertegenwoordiging binnen organisaties steviger te ondersteunen. Vervolgens moet de politiek de medezeggenschap binnen bedrijven een stevige wettelijke basis geven. Zo kunnen de arbeidsverhoudingen meer aansluiten bij de geest van de tijd en grote individualisering combineren met versterkte solidariteit.

 

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Liberale dogmatiek

In groenlinks, media, politiek, groenlinks, pluriformiteit, artikel, gemeenten, homo, huis, en meer.

Halverwege oktober kwam tot mijn spijt vanuit GroenLinks een initiatief om gewetensbezwaarde ambtenaren, die geen huwelijk tussen mensen van gelijk geslacht willen afsluiten vanwege hun religie, aan te pakken en op een zijspoor te zetten. Op 14 oktober heb ik onderstaande artikel aan Volkskrant aangeboden maar helaas is het niet geplaatst.

Er blijft maar ophef ontstaan over een handvol ambtenaren die om principiële redenen geen mensen van gelijk geslacht in de echt willen verbinden. Nu dreigt mijn partijgenoot Ineke van Gent weer met een motie tegen de zogenaamde weigerambtenaren, want dat frame is op deze groep mensen geplakt.

Het zijn voornamelijk de zichzelf benoemde liberalen die deze kruistocht voeren, maar wat is het probleem en wat willen ze oplossen?

Is er al een echtpaar dat de afgelopen jaren niet heeft kunnen trouwen op het door hen uitgezochte tijdstip in de door hen uitgezochte plaats? Het antwoord hierop is eenduidig nee.

Deze liberalen willen de vrijheiden collectief opleggen, terwijl ik er toch van overtuigd was dat liberalen individuele vrijheid voorop stellen. Dat laatste wordt niet bedreigd zolang gemeenten garanderen dat iedereen kan trouwen waar en wanneer hij of zij dat wil. En dat is dus ook niet het probleem want die voorwaarden zijn heel helder in de wet beschreven en worden ook door de overgrote meerderheid van de bevolking onderschreven. Dat is toch een groot succes voor iets dat iets meer dan 10 jaar geleden nog niet mocht.

Maar waarom dan toch die, bijna agressieve, methode om met de weigerambtenaar af te rekenen. Persoonlijk denk ik dat het een soort boetedoening is tov homo- en lesbische stellen die in de afgelopen jaren hun huis hebben moeten ontvluchten vanwege straatterreur. Dat fenomeen is namelijk vele malen erger dat ambtenaren die vanwege hun geweten niet zelf een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht willen afsluiten.

Maar die ernstige problematie krijgt politiek en bestuurlijk Nederland maar niet in de greep. Ik snap het ongemak en schaamte die dat voor sommige politici met zich meebrengt maar dat is nog geen reden om oplossingen te verzinnen voor problemen die er niet zijn.

Op die manier verwordt het liberalisme tot een dogmatische stroming die de vrijheid collectief wil opleggen, een grotere contradictie is bijna niet denkbaar.

De kritikasters van deze jacht op gewetensbezwaarde ambtenaren komen tot nu toe vooral uit religieuze en conservatieve hoek. Het wordt tijd dat èchte liberalen oprecht de individuele vrijheid bevechten en niet met oplossingen komen voor problemen die niet bestaan om daarmee iets anders te maskeren.

 

zaterdag, 24 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Overheid heeft onafhankelijke toetsing fors ingeperkt

In politiek, terworm - arcus, natuur, heerlen.
Overheid heeft mogelijkheden voor onafhankelijke toetsing van plannen fors ingeperkt.

Op 20 juni jl. ben ik naar de zitting geweest van de Rechtbank van Maastricht voor mijn beroep en dat van de Vereniging Milieudefensie tegen het verlenen van een bouwvergunning voor het Arcus College voor twee vestigingen in Terworm. Ik wist dat de ontvankelijkheid van zowel mij als Milieudefensie ter discussie zou worden gesteld. Op 2 september heeft de rechtbank uitspraak gedaan: beide niet ontvankelijk. De behandeling en de uitspraak hebben me toch wel extra aan het denken gezet.

De overheid heeft in de ruimtelijke ordening de laatste jaren veel veranderingen doorgevoerd, vooral in de mogelijkheden om via de rechter een onafhankelijke inhoudelijke toetsing te verlangen. De overheid bepaalt het speelveld en dat is tegenwoordig voor de burger sterk beperkt. Het is onaantrekkelijker gemaakt om te procederen en de kans op succes is verkleind.
Zo is de toetsing van de rechterlijke macht gemarginaliseerd. De rechter toetst ‘marginaal’ en dat betekent dat de rechters vooral bekijken of de procedures juist zijn gevolgd en dat een besluit niet tegen de eigen regels van de overheid indruist: “Is de overheid bevoegd om dit besluit te nemen?” Een van de argumenten die de overheid heeft gehanteerd bij deze inperking van de inhoudelijke toetsing is dat een inhoudelijk besluit dat is genomen door een democratisch orgaan ook als zodanig gerespecteerd moet worden. De rechter moet niet op de stoel van de politiek gaan zitten.
De politici hebben de taak om deze keuzes te maken. Hier is tegenin te brengen dat tegenwoordig veel besluiten niet worden genomen door het democratische orgaan zelf, maar door de bestuurders (college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of het kabinet). Bestuurders hebben onder andere met de invoering van het dualisme en door vergaande mandatering van bevoegdheden de macht gedeeltelijk naar zich toe getrokken. Gemeenteraad, provinciale staten of Tweede Kamer kunnen en moeten hun bestuurders natuurlijk controleren, maar controleren is vanwege de veelheid aan onderwerpen en ook het lagere kennis- en informatieniveau moeilijk. Zeker bij raden en staten ‘winnen’ de professionele bestuurders, gesteund door de ambtenaren, het vaak (gemakkelijk) van de amateur – volksvertegenwoordigers. En vlak ook het politieke gehalte niet uit dat de meerderheid, zijnde de coalitiepartijen, vaak gedwongen is om zijn eigen wethouders (en politieke kopstukken) niet af te vallen.

De keuze voor welk planologisch instrument wordt gebruikt, is hierbij vaak van doorslaggevend belang. Het bestemmingsplan is het meest omvattend planologisch plan met juridische waarborgen van een zorgvuldige vaststelling door de gemeenteraad en een beroepsmogelijkheid plus (onafhankelijke) toetsing door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Alleen is de rol van de provincie sinds de meest recente grote verandering van de Wet ruimtelijke ordening verkleind omdat ze geen bestemmingsplannen meer goedkeuren. Daar staat tegenover dat de provincie nu los van de gemeente een provinciaal ‘inpassingsplan’ mag maken (zie Buitenring Parkstad Limburg). En de Afdeling Bestuursrechtspraak toetst tegenwoordig marginaal. Over het algemeen worden er tegenwoordig minder project- en bestemmingsplanprocedures voor nieuwe ontwikkelingen of bouwplannen gevoerd. Maar ook vroeger werden bestemmingsplanprocedures op grote schaal omzeild door zogenaamde artikel 19 procedures.

De nieuwbouw van Arcus is een groot plan met veel ruimtelijke consequenties. De gemeente en ook Arcus erkennen dat dit bouwplan een majeur plan is. Dat is onder andere herkenbaar aan de vele belangen en ‘omgevingsvraagstukken’ die aan de orde zijn. Denk maar aan de locatiekeuze (Terworm of CBS-weg), het verkeer- en vervoerplan, parkeren (in de buurten erom heen), luchtvervuilingsproblematiek, raakvlakken met het natuurbelangen enz. Voor de twee gebouwen is een stapel papier van 20 centimeter aan teksten en tekeningen geproduceerd. Maar amper voor de gebouwen zelf. De bouwvergunning voor de gebouwen wordt in een tweede fase verleend. Tijdens de zitting ging het ook over van alles behalve de gebouwen zelf.
Je zou verwachten dat voor zo’n ingrijpend plan een stevige ruimtelijke ordeningsprocedure wordt gekozen. Het is raar maar mogelijk dat dit grote plan met al zijn consequenties procedureel via het verlenen van een bouwvergunning wordt geregeld. En dus dat al die verstrekkende belangen (de locatiekeuze, verkeer, natuur enz.) kunnen worden aangemerkt als algemeen belang van een goede ruimtelijke ordening. Met iedereen als belanghebbende, ook in de beroepfase.

Al deze belangen worden afgedaan via een procedure van een bouwvergunning waarbij vrijstelling wordt verleend van het bestemmingsplan. De Provincie Limburg heeft de mogelijkheden om deze procedure te kiezen enkele jaren geleden sterk verbreed. Vrijstelling houdt in dat het bestemmingsplan hier niet meer hoeft te worden nageleefd en dat er ook geen nieuwe bestemmingsplanprocedure hoeft te worden gevolgd als men een (bouw)plan heeft dat niet in het bestaande bestemmingsplan past. De gemeenteraad stelt weliswaar bestemmingsplannen vast, maar B&W hoeven zich daar niet aan te houden. B&W moeten dat natuurlijk wel beargumenteren. Maar in essentie hebben B&W de gemeenteraad uitgeschakeld.

Bij de procedure voor een bouwvergunning mag iedereen inspreken op het ontwerpplan. En B&W moeten ook een rapport maken hoe ze met die zienswijzen omgaan. In het geval van Arcus heeft de gemeente nog best veel aanvullend onderzoek gedaan naar aanleiding van de zienswijzen. (Onder andere een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek).
Maar als B&W de bouwvergunning verleend hebben, zijn de mogelijkheden om in beroep te gaan bij de rechtbank ineens veel geringer. Je moet dan ook ‘belanghebbend’ zijn. Het begrip ‘belang hebbend’ wordt wel heel erg eng uitgelegd. Hiervoor geldt een soort afstandscriterium. Burgers zijn alleen ontvankelijk als ze binnen een bepaalde afstand van het nieuwe gebouw wonen. Bij grote gebouwen is dat zo om en nabij 250 – 300 meter en bij kleine gebouwen minder dan 100 meter.
Daar heeft de nieuwe Crisis- en herstelwet nog een schepje bovenop gedaan: vanuit de woonplek moet men dit gebouw ook nog kunnen zien.
De combinatie afstand en zicht leidde bij de vestiging voor de Arcus opleidingen Techniek achter de Hogeschool Zuyd ertoe dat er geen enkele burger ontvankelijk wordt verklaard. Dit bouwplan heeft daardoor helemaal geen inhoudelijke rechterlijke toetsing gekregen. Of dat de bedoeling is van de wetgever? Het komt de gemeente natuurlijk wel erg goed uit dat op deze manier het bouwplan van Arcus immuun is gemaakt voor maatschappelijke weerstand.

Deze weerstand kan ook worden geboden door rechtspersonen met doelstellingen die verband houden met ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld de natuur- en milieuverenigingen. Vanuit de statuten worden deze verenigingen en stichtingen als belanghebbend aangemerkt als er aspecten aan de orde zijn die tot hun doelstellingen behoren. Maar in Heerlen is de kracht van de natuur- en milieubeweging de laatste jaren sterk ingeboet. Onder andere door gebrek aan menskracht is het IVN niet erin geslaagd om in beroep te gaan. De Vereniging Milieudefensie heeft wel beroep aangetekend. Pech daarbij is dat Milieudefensie (mede door mijn toedoen) een amateuristische maar cruciale vormfout heeft gemaakt bij het indienen van het beroepschrift. Het beroepschrift werd ingediend via een webapplicatie van de rechtbank in plaats van per post of fax. Via internet indienen van beroepen staat formeel alleen open voor burgers en niet voor rechtspersonen.
De rechtbank heeft deze vormfout zo zwaar geacht, dat ook Milieudefensie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat is toch wel triest. Het beroepschrift was op tijd en in goede orde bij de rechtbank ontvangen getuige de ontvangstbevestiging. In deze tijd is blijkbaar de wijze van bezorgen doorslaggevend om aan inhoudelijk recht spreken toe te komen. De rechters zijn hiermee op een gemakkelijke manier van een moeilijke beslissing afgekomen? Dit was in ieder geval niet de meest moedige weg. Voor mij bewijst het ook dat deze rechters, maar wellicht ook de rechterlijke macht over het algemeen, zich hebben neergelegd bij de inperking van hun reikwijdte om beslissingen te nemen.

In vergelijking tot de vormfout van de Vereniging Milieudefensie komt de gemeente wel erg goed weg. De overheid mag zich blijkbaar wel heel veel permitteren. Ik noem behalve de toetsing van de locatiekeuze drie planologische missers.
1. Het gebouw achter de hogeschool mag worden gebouwd op een plek waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 1999 het vorige bestemmingsplan Geleendal – Eyckholt (het huidige bedrijventerrein Coriopolis) heeft vernietigd. Dit gebied diende bij de natuurlijke bufferzone van Terworm te worden getrokken. Volgens artikel 30 van de Wet ruimtelijke ordening moet de gemeente het door een uitspraak van de Raad van State vernietigde bestemmingsplan repareren en dus voor die delen een nieuw bestemmingsplan opstellen. Dat heeft de gemeente nagelaten en dat kwam nu dus goed uit.
2. Op een groot deel van de huidige bouwlocatie achter de Hogeschool Zuyd is een tijdelijke parkeerplaats aangelegd. Hiervoor is artikel 17 van de Wet ruimtelijke ordening gebruikt die een voorziening voor maximaal vijf jaar toestaat. Na die vijf jaar is de parkeerplaats ook een poos gesloten geweest (maar nu weer in gebruik). De parkeerplaats had eigenlijk opgeruimd moeten worden en het gebied weer teruggegeven aan de natuur. De gemeente kon hier straffeloos de wet overtreden met als bijkomend voordeel dat het nu gebruikte onderzoek naar natuurwaarden op deze plek natuurlijk totaal niets opleverde.
3. De gemeente heeft aangegeven dat de oppervlakte natuur op de bouwplekken van Arcus zou worden gecompenseerd in het gebied Ransdalerveld. Op zich niet zo veel tegen in te brengen, ware het niet dat inmiddels duidelijk is dat dit in de praktijk naar alle waarschijnlijkheid niet zal lukken. Een loze belofte van de gemeente. Het betreffende project (een landinrichting nieuwe stijl) is enkele jaren geleden een stille dood gestorven. En de Ecologische Hoofdstructuur heeft sindsdien ook sterke inperkingen gekregen.
De Provincie Limburg heeft overigens zeer goed geholpen bij het mogelijk maken van bouwplannen in natuurgebieden. Potentiële natuur kan worden vernietigd door de planologische bescherming van de natuur en in het bijzonder de Ecologische Hoofdstructuur sterk in te perken. Dit geldt over het algemeen en in het bijzonder in Terworm. De formeel beschermde gebieden van Terworm zijn doelbewust krap getekend vanwege de andere bedoelingen van de gemeente. Er is bij de begrenzing geen rekening gehouden met de feitelijke (potentiële) natuurwaarden, zoals die in gedegen onderzoek is vastgelegd (en door de uitspraak van de Raad van State bevestigd). En de natuurontwikkeling langs de Valkenburgerweg is verplaatst, al is mij niet bekend waar naar toe.

Dit alles is dus niet getoetst door de rechtbank. En dit vindt zijn oorsprong in de keuze van de planologische procedure door de gemeente. En als ik dan politiek doorredeneer kom ik uit bij een wethouder die (al dan niet con amore) gesteund door de ambtenaren, zijn doorzettingsmacht gebruikt, onvoldoende gehinderd door de meerderheid van de gemeenteraad (coalitie). Deze beperkingen in de democratie en in de planologische besluitvorming kunnen niet meer worden rechtgezet in een beroep op onafhankelijke toetsing. Dat geldt voor het geval Arcus – Terworm, maar ook over het algemeen hapert hier regelmatig ons systeem van ruimtelijke ordening.

En deze planologische onvolkomenheid staat niet op zichzelf. De overheden beschermen zich vaker tegen kritische burgers. De Crisis- en herstelwet heeft de mogelijkheden voor beroep ingeperkt, overheden mogen niet meer onderling procederen (vooral van belang bij de Buitenring) en er mogen geen beroepsgronden of onderzoeken meer worden toegevoegd aan het beroepschrift.
Wordt natuur nog vaak gezien als een linkse hobby; een gezonde leefomgeving, verkeer en vervoer enz. gelden als algemene belangen. Maar met de inperking van criterium ‘belang hebben’ worden dus nagenoeg alle burgers uitgesloten van de rechtsgang. Daarnaast wordt het door de verhoging van de griffierechten zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt om je recht te halen. Dat ‘waag het niet om tegen een overheidsbeslissing in beroep te gaan’ is verder versterkt door verenigingen en stichtingen te dreigen om de subsidie in te trekken als men planologische procedures wil voeren als overleg niets oplevert (waarbij het regelmatig voorkomt dat de overheid zijn zin wil doordrijven).

Dit bestuurlijke handelen is dubieus omdat de overheid ten opzichte van zichzelf niet onafhankelijk is. Het is niet alleen ingegeven door de zorg voor een voldoende zorgvuldige belangenafweging en besluitvorming. Het immuun maken van zichzelf is een eigenbelang dat blijkbaar zwaar meetelt. Het is belangenverstrengeling dat de burger buitenspel zet. Overheden en daarbinnen de machtigere bestuurders drijven hun zin door. De rechtstaat brokkelt hiermee ontoelaatbaar af.

geschreven: 22 oktober 2011

Michel Klijmij-van der Laan

Michel Klijmij-van der Laan

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr GR DWARS

Audite et alterem partem

Onderstaande column schreef ik voor de nieuwsbrief van de gemeenteraad.

“Vindt u het niet vervelend, die mensen die de hele tijd negatief zijn over alles wat met de gemeente te maken heeft?” Deze vraag werd mij gesteld door een vriendelijke vrouw, nadat een aantal mensen in de zaal zich wantrouwend over de (gemeentelijke) overheid hadden uitgelaten. Ik haalde mijn schouders op. Het hoort erbij. Liever dat mensen even stoom kunnen afblazen, om daarna het gesprek aan te gaan, dan dat iedereen zijn ontevredenheid opkropt. Vaak blijken zij later wel de nuance te vinden.

Het laat wel zien dat je rol als politicus anders is dan in de vorige eeuw. Je moet als politicus tegen een stootje kunnen. Je moet ook tegengas kunnen geven. Rekening houden met boze burgers betekent niet dat ze altijd gelijk hebben. Helaas zijn er nogal wat politici die het debat niet aan durven gaan, ondanks dat je in de politiek altijd meer weet, alle kanten van een zaak moet bekijken en op basis daarvan belangen afweegt. Dan mag je ook met verve je standpunt verdedigen, ook als dat negatieve reacties oplevert.

Wat mij daarbij het meeste zorgen baart is het gebrek aan debat in Nederland. Vorige week hoorde ik op Radio 1 een van de makers van “Debat op 2″. Zij laten, ten gunste van het debat, soms controversiële standpunten horen. In boze brieven schelden mensen erop los, “hoe durven jullie een radicaal/pedo/linksmens/rechtsmens aan het woord te laten?”. Terwijl de beste mening wordt gevormd als je een zaak van alle kanten bekijkt, hoe ranzig of verwerpelijk zo’n kant ook is.

De taak voor politici is dan ook om voorop te gaan in de verbale strijd, en niet bang te zijn om af en toe tegen de stroom in te gaan, zo lang dat maar onderbouwd, respectvol en met alles inachtnemend gedaan wordt. En laat die kracht van het debat ons goede voornemen voor 2012 zijn.
Michel Klijmij-van der laan, Groenlinks

 

donderdag, 22 december 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Wetenschap en politiek gaan niet samen

 

Wetenschap en politiek gaan niet samen. Wat ze gemeen hebben is dat beide in het slop zijn geraakt bij de grote massa. Populisme is in en het antwoord blijft uit. Op een uitzondering na.

Tenslotte gaat het er in de politiek om de gemeenschap te dienen, wat betekent dat het toegepaste ethiek is.” Vaclav Havel in zijn rede ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Harvard Universiteit in 1995.

Politici met grote woorden winnen terrein, degenen die daar tegen met feiten komen, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, voeren een steeds wanhopigere strijd tegen het verlies van stemmen. Jarenlang schoten de debatclubs en –cursussen, waar je leerde elkaar met zo sterk mogelijke feiten om de oren te slaan, als paddenstoelen uit de grond. De nieuwe trend is speechen. Monoloog. Je mening geven op een vlammende manier. En de premier moet tegenwoordig bovenal ‘leiderschap’ tonen.

Ik stel het nog sterker: wetenschap en politiek helpen elkaar om zeep. Het doel van wetenschap is een heel andere dan van politiek. Wetenschap probeert zo meetbaar mogelijk aan te tonen hoe de wereld is, politiek verlangt een visie van hoe de wereld zou  moeten zijn, zo stelt de Rotterdamse cultuursocioloog Houtman. Wat dat betreft is politiek net religie en dat lijkt wereldwijd niet af te nemen. De behoefte aan zingeving is groot. Daarop reageren met feiten is kansloos. Kiezers zitten niet te wachten op feiten: ze willen de weg weten. Een idee, een mening, die staat vast. Wetenschap staat per definitie niet vast.

Ten eerste is wetenschap niet objectief. Populaire onderwerpen waarmee gescoord kan worden, worden vaker onderzocht en onderzoek moet betaald worden en ook hier geldt: wie betaalt, bepaalt. Dit zorgt ervoor dat wetenschap geen solide basis is voor een politiek debat.

Ten tweede is het voor wetenschappers een grote uitdaging elke theorie omver te werpen. Zeker in de sociale wetenschappen is controle van de peergroup enorm. Voor de kwaliteit van de wetenschap is dit uitstekend, maar de argeloze krantenlezer ziet het ene na het andere onderzoek goed onderbouwd afgeserveerd worden. En da’s nou net waar een kiezer niet op zit te wachten. Die wil vertegenwoordigd worden door iemand die weet hoe het zit en niet door iemand die met feiten komt die een dag later obsolete zijn.

Het is de behoefte die Max Weber Gesinnungsethik noemde. Hoe meer men zich een anoniem deel van de maatschappij gaat voelen, hoe groter de behoefte aan ‘gesinnung’, aan zingeving. Elk individu wil gezien worden, individualisme en persoonlijk authenticiteit zijn op het moment heel belangrijk. Tegenover de modernisering en rationalisering van deze tijd staat als tegencultuur de PVV.

Het is terug te vinden in de kunst: films gaan over persoonlijke roem, status en succes. De romantische tegencultuur van de jaren ’60 van een selecte club kunstenaars, filosofen en andere linkse hobbyisten, is doorontwikkeld tot een commercieel succesvolle cultuurindustrie. Lees meer hierover in dit artikel met veel voorbeelden. De romantische cultuurkritiek van de hippie staat nu mateloos populair tegenover de wetenschappelijk-technologische samenleving. Gevoel herkend te worden is veel belangrijker dan feiten.

Wordt politiek dan beter zonder feiten? Politiek is gebaat bij een stevige visie op de lange termijn. We zien in Europa dat vooral wordt geregeerd op basis van de wensen van de toekomstige kiezer en die kan de boel niet overzien. Juist daarom laat hij zich graag vertegenwoordigen. Weber: “politiek bedrijven is net als gaten boren in hard hout: het eist een krachtige hand en veel geduld, hartstocht en evenwichtigheid.”

En over de politicus: “Alleen hij die zeker weet dat hij er niet aan te gronde gaat wanneer de wereld – vanuit zijn standpunt bezien – te dom of te gemeen is voor wat hij haar te bieden heeft, alleen hij die ondanks dat alles kan zeggen ‘en wat dan nog?’ die heeft een roeping voor de politiek.”

Havel tot slot: “Het is bij uitstek een opdracht voor politici. De belangrijkste taak van de huidige generatie van politici is, naar ik meen, niet om zich bij het publiek door de beslissingen die ze nemen of door hun glimlach op de televisie bemind te maken. […] Hun rol is het hun verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de kansen voor onze wereld op lange termijn en zo een voorbeeld te stellen voor de mensen die hen aan het werk zien. Het is hun verantwoordelijkheid onverschrokken vooruit te zien, zonder angst voor de afkeuring van de massa en hun werk te doordrenken met een geestelijke dimensie […]

Havel: de kunstenaar, de filosoof en linkse hobbyist. Hij wist hoe dat zat met politiek. Een grootse staatsbegrafenis komt hem meer dan toe.

 

 

maandag, 12 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Is fact free politics een probleem?

Recentelijk betoogde Dick Pels dat ‘links’ maar eens moest ophouden ‘rechts’ ervan te betichten fact free politics te bedrijven. Dit verwijt wordt het huidige kabinet, en vooral gedoogpartner PVV, maar al te vaak gemaakt. Een recent voorbeeld betreft de maximumsnelheid. Zelfs al wijzen alle onderzoeken uit dat 130 op de snelweg slecht is voor milieu, verkeersgebruikers en omwonenden, dan nog zullen boliderijdende VVD’ers er alles aan doen om lekker 10 kilometer harder te mogen rijden. Het genot van het autorijden neemt waarschijnlijk, net als de luchtweerstand, exponentieel toe met de snelheid.

Pels licht zijn bezwaren tegen het verwijt dat ‘rechts’ aan fact free politics zou doen toe aan de hand van drie stellingen. De eerste twee zijn eenvoudig samen te vatten: links doet het ook, en ook rechts gebruikt feiten (al dan niet gemanipuleerd, net als bij links overigens). Dat eerste is zo klaar als een klontje: als het gaat om 130 op de snelweg legt ‘links’ heel rationeel uit dat het nauwelijks tijdwinst oplevert, maar wel meer doden, maar als een asielzoeker het land uitgezet moet worden, moet het hart het ineens winnen van het hoofd.

Pels’ tweede bezwaar is ook zichtbaar. Alle partijen houden ervan om ‘feiten’ te presenteren – vooral als betreffende feiten hen goed uitkomen. Terecht wordt gesteld dat er in sommige dossiers eerder te veel dan te weinig feiten op tafel liggen. Herinnert u zich nog de enorme stapel rapporten waarmee Alexander Pechtold op de proppen kwam toen kabinet Balkenende-IV twintig ambtelijke commissies wilde instellen om bezuinigingen in kaart te brengen? Gelukkig spelen feiten een belangrijke rol bij de vorming van beleid.

Door feiten voor te doen als ‘dingen’, zo is Pels’ derde bezwaar, misleiden de fact-free-politics claimanten ons. Feiten zijn helemaal niet objectief. Feiten worden gefabriceerd, zo stelt de filosoof Latour. Het claimen van objectieve waarheid is fundamentalistisch en maakt vrijzinnige, zelfkritische politiek onmogelijk. Het is bovendien contraproductief om zelfingenomen populistische politici slechts ‘objectieve feiten’ voor te houden; zij zijn immers net als gelovigen die zich door niets van hun stuk laten brengen. “Links moet juist leren”, zegt Pels, “om de feiten te laten dansen op de maat van de eigen muziek: om de feiten te manipuleren, zonder ze te presenteren als onwrikbare dingen”.

Hiermee lijkt Pels zich, doch niet helemaal, een behoorlijk sociaal constructivistisch standpunt aan te meten. Het is duidelijk dat in de politiek, en in de sociale werkelijkheid in bredere zin, veel feiten inderdaad ‘sociale feiten’ zijn. Ze zijn sociaal geconstrueerd, zoals John Searle laat zien: geld, huwelijk en de regering, geen van allen bestaat zonder dat we daar gezamenlijk een betekenis aan toekennen. Maar dat betekent niet dat er in het geheel geen objectieve feiten zijn. De Mount Everest, bijvoorbeeld, zou er ook zijn als de mensheid niet was geëvolueerd. Los van het feit of we dat ding nu een ‘berg’ noemen: hij zou er staan.

Sociale feiten, zoals geld, zijn niet gemakkelijk te reduceren tot een objectieve waarheid. Maar dat wil niet zeggen dat je je in het publieke debat zomaar alles kunt permitteren met dergelijke feiten. Als u bij de bakker een brood wilt meenemen, zult u nog een lastige ochtend beleven als u hem probeert uit te leggen dat die muntjes en briefjes die hij van u verlangt geen waarde hebben. En hoewel er ontzettend veel debat is over de precieze betekenis van de termen ‘links’ en ‘rechts’ in de politiek, gebruikt Pels ze ruimschoots – en wij begrijpen hem.

Meer hoopgevend is Pels’ stelling dat we op zoek moeten naar een “een vrijzinnige politiek die twijfel toelaat en bereid is het eigen perspectief op de proef te stellen.” Juist een dergelijke kritische houding is hetgeen ten grondslag ligt aan goed wetenschappelijk onderzoek. Open staan voor het eigen ongelijk is de kern van het wetenschappelijke bedrijf. Als we alles al weten kunnen we de tent wel sluiten. Daarin speelt, zoals Pels terecht stelt, de rede een belangrijke rol. Het luisteren en serieus in overweging nemen van argumenten van anderen. Maar ook feiten, empirische waarnemingen, zijn daarbij belangrijk. Want zij bieden ons een uitzicht op de (sociale) werkelijkheid.

Elk overtuigend politiek verhaal berust op ideeën. En die ideeën kleuren ons perspectief op de werkelijkheid. Maar het is een vergissing om feiten dientengevolge slechts te beschouwen als framing. Als je serieus het politiek debat aan wilt gaan, moet je ook bereid zijn om uit je eigen frame te stappen. Je kunt sociale feiten nooit helemaal los zien van je standpunt, maar dat betekent niet dat het niet de moeite waard is om te pogen een onderscheid te maken tussen feiten en meningen. Juist omdat argumenten sterker staan als ze verbonden zijn met feiten. Ook dat draagt namelijk bij aan het voeren van een kritisch en vrijzinnig politiek debat.

zaterdag, 10 december 2011

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Samen kleien aan een nieuwe God

In groenlinks, artikel, citaat, inspraak, nederland, politici, politiek, dood, punt, en meer.
1791

God is dood en wordt nog steeds node gemist. Bondiger kan ik Dick Pels’ artikel ‘Naar een vrijzinnig paternalisme‘ niet samenvatten. Omdat die referentie aan Friedrich Nietzsche vaak verkeerd begrepen wordt, geeft ik nog even het volledige citaat uit De Vrolijke Wetenschap: ‘God is dood en blijft dood, en wij hebben hem vermoord! Hoe kunnen wij ons troosten, moordenaars aller moordenaars?!’ Uit Nietzsches aforisme spreekt eerder wanhoop dan bevrijding. Fjodor Dostojevski zette de intellectuele punt op de i in De gebroeders Karamazov: ‘Als God dood is, is alles geoorloofd.’ Ook de Rus zag geen bevrijding.

Sinds Nietzsche en Dostojevski hebben seculiere politici van allerlei (liberale of rode) snit geprobeerd God ook politiek dood te verklaren, daarin effectief tegengewerkt door hun conservatief-christelijke collega’s. Paternalisten heten de laatsten, omdat zij een moraal voorstaan die zonder inspraak van onderop tot stand komt – wat in het protestants-christelijke Nederland overigens nogal een karikaturale voorstelling van zaken is, omdat gelovigen hier te lande al in de zeventiende eeuw een stevig emancipatieproces doorlopen hebben.

(...)
Lees verder in Samen kleien aan een nieuwe God (nog 309 woorden)

vrijdag, 9 december 2011

René van Engelen

René van Engelen

Youtube

Waarom we als GroenLinks tegen de deal met Fokker hebben gestemd

In jsf groenlinks papendrecht tegenstem, andere partijen, cda, college, december, eerste, fractie, gemeente, groenlinks, en meer.
Vier argumenten om niet voor de deal met Fokker te stemmen....

Gisterenavond hebben we als GroenLinks fractie (met de SGP en één CDA raadslid) niet ingestemd met de deal die er ligt met Fokker. Al eerder stemden we tegen het zogenaamde bidbook.
Bij het bidbook was de belangrijkste reden om tegen te stemmen dat we als GroenLinks op geen enkele wijze wilden bijdragen aan het produceren van de Joint Strike Fighter. Nu lag alles genuanceerder en zijn er meerdere redenen om tegen te stemmen (en waren er ook typische GroenLinks argumenten om voor te stemmen). Ik wil hier graag nog eens aangeven waarom we tegengestemd hebben.
Ten eerste heeft het college niet duidelijk kunnen maken dat er GEEN link lag met de JSF. De wethouder legde in zijn betoog tegelijk wel het verband en ontkende dit verband. Nogmaals: wij willen als GroenLinks hier niets mee te maken hebben.
Een tweede groot argument is het feit dat Fokker het geld ook had kunnen lenen bij een private partij en dat de gemeente een privaat-publieke relatie aan gaat met Fokker. Jazeker, juridisch mag dit. Wij vinden echter dat je de risico's die er zijn niet als overheid mag lopen. Laat een bank die risico's lopen. De gemeente Papendrecht mag zich niet als bankier opstellen, dat mag alleen als er een faillissement dreigt en werkgelegenheid op de tocht staat.
Het derde argument is het feit dat NIEMAND kan vertellen wat het alternatief is als we de deal niet aangaan. SGP fractievoorzitter Marco Hoogland stelde dat Fokker dan echt niet zal vertrekken of zijn hoofdkantoor ergens anders zal zetten. Hoe kunnen we als politici een goede afweging maken als we niet weten wat het alternatief is? Wat de gevolgen zijn?
Als vierde en laatste argument is er het bebouwen van Slobbegors. We hebben altijd gezegd, met onder andere het PAB, dat het Slobbegors onbebouwd moet blijven. Het PAB en andere partijen vinden het allemaal prima uit te leggen dat er nu een grote kantorentoren komt (toren C?). Als er eenmaal een gebouw staat, weten we hoe het gaat. We moeten het Slobbegors behouden voor toekomstige generaties. Ik zal hier nog een apart stuk over schrijven.
Wie nog meer wil weten over met name ook de (volgens ons) goede kanten van de deal met Fokker kan dit nalezen op de site van GroenLinks Papendrecht: www.papendrecht.groenlinks.nl. Ik vermoed dat het stuk er vanaf zaterdag 10 december op zal staan.
Ik wil eindigen zoals ik mijn betoog in de raadszaal begon: ik wil iedereen (GroenLinksers en niet GroenLinksers) die hebben meegedacht namens Jennie Vos en mezelf bedanken. Het heeft ons geholpen.

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

media logic

In lokale media, at5, cohen, de leugen regeert, hoor- en wederhoor, journalistiek, kristof, krugman, new york times, en meer.

Ik las zaterdag op mijn iPad de New York Times en werd voor de zoveelste keer getroffen door het hoge journalistieke gehalte van de artikelen. Niet alleen lijken bijvoorbeeld de stukken van journalist Nicholas Kristof betrouwbaar omdat hij  een zaak van verschillende kanten bekijkt, maar ook de bijdragen van Krugman en Cohen zijn altijd een eye-opener. De artikelen zijn genuanceerd, de columnisten zijn intelligent.

Terug naar Amsterdam, waar we het Parool hebben. In ‘de wandelgangen’ van het stadhuis wordt er veel afgegeven op deze stadskrant:  koppen boven stukken zijn licht tendieus, illustraties zijn twijfelachtig (denk bijvoorbeeld aan het bloedende logo van nieuwsconcurrent AT5 op de voorpagina dit voorjaar), quotes zijn vervormd om in het frame van de journalist te passen. Tegen de betrokken journalist zeggen dat hij je quote uit de context heeft gehaald helpt niet: dan schrijft hij doodleuk dat je zegt ‘verkeerd begrepen’ te zijn.

Er is dus het nodige wantrouwen, maar tegelijkertijd vinden lokale politici het prettig als hun verhaal in het Parool wordt overgenomen. Zo was ik best ingenomen met het krantenbericht dat GroenLinks inzet op cultureel ondernemen. Mooi bericht ook wel: exact het persbericht dat ik eerder op de dag geschreven had. Geen letter was eraan veranderd, behalve het woord redactie dat tussen haakjes onder het bericht stond. Dat is makkelijk scoren voor mij.

Maar het is niet wenselijk. Want op mijn plan is best wat af te dingen door een kritische journalist (hoe wil ik het gaan bereiken, waarom stelt GroenLinks dit voor en niet VVD, is het niet al honderd keer eerder geprobeerd?). Die vragen zouden door de redactie gesteld moeten worden. En erger nog: als mijn persberichten zomaar worden overgenomen, dan gebeurt dat ook met andere partijen en organisaties. Terwijl ik juist de krant wil lezen met objectief nieuws waar hoor- en wederhoor op is toegepast. Dit is niet alleen een probleem dat speelt bij het Parool overigens, maar dat maakt het niet minder dubieus.

Het is riskant kritiek te hebben op de media. Voor je het weet wordt je in dezelfde hoek geplaatst als meneer Graus die een perspolitie voorstelde. Dat is volstrekt niet wat ik voorsta. Het is bijzonder goed en erg belangrijk dat politici scherp gecontroleerd worden door de media. Maar wie controleert het journaille? Het wordt tijd voor de Amsterdamse variant van ‘De leugen regeert’. Misschien iets voor het nieuwe AT5?

** deze blog schreef ik voor een gastcollege met eerstejaars studenten politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zij vonden dat ik ‘m gewoon op mijn site moest zetten. De titel is overigens ontleend aan dit boek.


woensdag, 7 december 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

media logic

In lokale media, parool, journalistiek, at5, new york times, krugman, cohen, kristof, hoor- en wederhoor, en meer.

Ik las zaterdag op mijn iPad de New York Times en werd voor de zoveelste keer getroffen door het hoge journalistieke gehalte van de artikelen. Niet alleen lijken bijvoorbeeld de stukken van journalist Nicholas Kristof betrouwbaar omdat hij  een zaak van verschillende kanten bekijkt, maar ook de bijdragen van Krugman en Cohen zijn altijd een eye-opener. De artikelen zijn genuanceerd, de columnisten zijn intelligent.

Terug naar Amsterdam, waar we het Parool hebben. In ‘de wandelgangen’ van het stadhuis wordt er veel afgegeven op deze stadskrant:  koppen boven stukken zijn licht tendieus, illustraties zijn twijfelachtig (denk bijvoorbeeld aan het bloedende logo van nieuwsconcurrent AT5 op de voorpagina dit voorjaar), quotes zijn vervormd om in het frame van de journalist te passen. Tegen de betrokken journalist zeggen dat hij je quote uit de context heeft gehaald helpt niet: dan schrijft hij doodleuk dat je zegt ‘verkeerd begrepen’ te zijn.

Er is dus het nodige wantrouwen, maar tegelijkertijd vinden lokale politici het prettig als hun verhaal in het Parool wordt overgenomen. Zo was ik best ingenomen met het krantenbericht dat GroenLinks inzet op cultureel ondernemen. Mooi bericht ook wel: exact het persbericht dat ik eerder op de dag geschreven had. Geen letter was eraan veranderd, behalve het woord redactie dat tussen haakjes onder het bericht stond. Dat is makkelijk scoren voor mij.

Maar het is niet wenselijk. Want op mijn plan is best wat af te dingen door een kritische journalist (hoe wil ik het gaan bereiken, waarom stelt GroenLinks dit voor en niet VVD, is het niet al honderd keer eerder geprobeerd?). Die vragen zouden door de redactie gesteld moeten worden. En erger nog: als mijn persberichten zomaar worden overgenomen, dan gebeurt dat ook met andere partijen en organisaties. Terwijl ik juist de krant wil lezen met objectief nieuws waar hoor- en wederhoor op is toegepast. Dit is niet alleen een probleem dat speelt bij het Parool overigens, maar dat maakt het niet minder dubieus.

Het is riskant kritiek te hebben op de media. Voor je het weet wordt je in dezelfde hoek geplaatst als meneer Graus die een perspolitie voorstelde. Dat is volstrekt niet wat ik voorsta. Het is bijzonder goed en erg belangrijk dat politici scherp gecontroleerd worden door de media. Maar wie controleert het journaille? Het wordt tijd voor de Amsterdamse variant van ‘De leugen regeert’. Misschien iets voor het nieuwe AT5?

** deze blog schreef ik voor een gastcollege met eerstejaars studenten politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zij vonden dat ik ‘m gewoon op mijn site moest zetten. De titel is overigens ontleend aan dit boek.


maandag, 5 december 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Thorbeckedebat brengt me ver af van Thorbecke

In gemeenteraad zwolle, landelijke politiek, burger, debat, democratie, directe demokratie, e-democratie, politicus, politiek, en meer.

Johan Rudolph Thorbecke, de grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland, werd op 14 januari 1798 geboren in Zwolle. Daarom bestaat er in onze stad een Stichting Thorbecke Zwolle, die jaarlijks een Thorbeckedebat organiseert. Deze debatten worden georganiseerd om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen en de kwaliteit van het openbaar bestuur te vergroten. Dit jaar ging het debat over het bestaansrecht van ons huidige politieke bestel. Het selecte gezelschap Zwollenaren dat bijeen was gekomen in de raadszaal, kreeg twee korte betogen voorgeschoteld van prof. dr. Rudy Andeweg, hoogleraar Emperische Politicologie aan de Universiteit van Leiden en van prof. dr. Gabriël van den Brink, hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, waarna men ‘in debat’ ging (lees: vragen mocht stellen aan de inleiders) onder leiding van dr. Jan Drentje, historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen, bestuurslid van de organiserende stichting en Thorbecke-kenner.

De discussie laait steeds weer op

De hoofdvraag was dus of ons politieke bestel, dat werd ontworpen in de negentiende en vroeg twintigste eeuw, nog wel bij de samenleving van vandaag de dag en bij de huidige politieke situatie past. Voor een korte samenvatting van de discussie vorige maand in Zwolle kunnen we net zo goed een artikel in de NRC uit 2004 (!) aanhalen over een voorstel van D66-minister De Graaf van en voor Bestuurlijke Vernieuwing.
Toen zei Andeweg ook al: ‘,,Politici zijn bang voor de kloof”, maar ,,die is er gewoon niet”. In Zwolle liet hij dat aan de hand van een veelheid aan cijfers uit de recente doorlichting van onze democratie door vijftig wetenschappers nog eens zien. Ook de opvattingen van zijn opponent laten zich prima weergeven met de woorden uit 2004. ‘Volgens de socioloog Gabriël van den Brink is de kloof er wel (…) Hij ziet als ‘het ,,fundamentele probleem”, dat er een aparte politieke klasse is die in een andere belevingswereld verkeert dan de burgers. (…) Een ander kiesstelsel is daarom ,,een marginale verandering”, zolang de informatiestromen waarop besluiten worden gebaseerd niet veranderen, meent Van den Brink. Daarvoor moet [je] niet alleen het kiesstelsel [veranderen], maar ook burgers op een andere manier directe invloed geven.’

Structuur versus cultuur

Andeweg stelt dus structurele veranderingen in het systeem voor; Van den Brink ziet meer in een verandering van de politieke cultuur.
Andeweg vindt het bestaande bestel te veel gericht op afspiegeling en consensus. Dat was handig in de tijd van de verzuiling, maar past niet meer bij de huidige individualisering. Kiezers willen in toenemende mate invloed op de regeringsvorming. Dat vergt aanpassingen aan het systeem.
Van den Brinks analyse draait om de geloofwaardigheid van politici, die steevast meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Hij pleit voor een scheiding tussen bestuur en politiek en voor meer ideologie, dat is meer strijd en in zijn ogen ook meer amusement in de politiek. Verder wijst hij er op dat burgerschap in Nederland weinig om het lijf heeft. Je mag stemmen, maar er is geen opkomstplicht, en je hoeft ‘tussendoor’ nooit een burgerplicht te vervullen in de vorm van militaire dienst of deelname aan een jury(rechtspraak).

Onnodige tegenstelling

Hoewel de beide hoogleraren nadrukkelijk als opponenten werden gepresenteerd bij het debat, is het uit bovenstaande samenvatting hopelijk evident dat er ook een flink raakvlak tussen beider betogen te construeren valt. Zelfs op de tegenstelling tussen structuur en cultuur valt veel af te dingen. Als de houding van politici zou veranderen, zouden waarschijnlijk al snel de staatsrechtelijke hervormingen worden doorgevoerd waarover al decennia wordt gepraat, maar die steeds stuiten op een blokkade van de zittende macht. En invoering van vormen van meer directe invloed van burgers op de politiek leidt nogal wiedes tot verandering van het gedrag van politici.
Maar ook inhoudelijk bevatten beider analyses en de voorgestelde ingrepen waardevolle elementen.

In mijn ogen is het inderdaad niet meer van deze tijd dat je eens in de vier jaar je stem uitbrengt en dat de politici die jou vertegenwoordigen vervolgens vier jaar lang ‘ongestoord’ hun gang kunnen gaan. Dat is geen ‘demokratie’, maar een ‘electorale oligarchie’ zoals Peter Jones in zijn Vote for Caesar het snedig noemt. ‘Niet één oude Griek zou dit hebben beschouwd als iets wat met demokratia te maken heeft.’

Bij de tijd brengen

Het gaat er in een demokratie in de kern om dat de burgers de macht hebben. De omstandigheden en de fysieke en technische mogelijkheden bepalen vervolgens goeddeels de praktische inrichting van het systeem om dat te organiseren. In de oorspronkelijke directe demokratie in Athene was de betrokkenheid van de burgers maximaal en voortdurend. Dat kon ook op die schaal. Maar bijvoorbeeld in de Romeinse republiek was het al gauw fysiek niet meer mogelijk om iedereen daadwerkelijk direct bij de beslissingen te betrekken. Je kon het je als boer in de provincie natuurlijk helemaal niet veroorloven om dagen van huis te gaan om een volksvergadering in het verre Rome bij te wonen. Het vertegenwoordigende systeem was een prima oplossing voor dit probleem, dat zich ook weer voordeed in de tijd dat ons bestel werd ingericht.

Met alle moderne media en communicatiemiddelen is het in onze 21ste-eeuwse variant van demokratie volgens mij wel denkbaar dat de betrokkenheid van de gemiddeld goed geïnformeerde burgers weer veel directer wordt. Het ‘ostrakisme’ (schervengericht) waarmee de Atheense stemgerechtigden zich tussentijds van een gekozen bestuurder konden ontdoen, zou bijvoorbeeld gemakkelijk via internet te realiseren zijn. Ook is het technisch uitvoerbaar om digitaal je stem uit te brengen over elk onderwerp waarover je je maar wilt laten horen. Burgers zijn tegenwoordig vaak – zeker op bepaalde onderwerpen – net zo goed geïnformeerd als ambtenaren, bestuurders en parlementariërs. Dus waarom zou je die kennis niet benutten als je als samenleving beslissingen voorbereidt en neemt?
Ik zeg niet dat de we alle technische mogelijkheden die we hebben per se moeten inschakelen. Ik vind wel dat we ons systeem niet langer moeten laten begrenzen door de beperkte mogelijkheden uit het verleden.

Betrokkenheid

Dergelijke structurele aanpassingen geven burgers niet alleen meer directe invloed, maar vragen ook veel meer directe betrokkenheid van hen. Een betrokkenheid die politici en bestuurders scherp zal houden. Want Van den Brink heeft van zijn kant natuurlijk volkomen gelijk met zijn analyse dat de representatieve demokratie (in de landelijke politiek) een nieuw ‘regentendom’ heeft voortgebracht, een politieke klasse met eigen mores en een eigen cultuurtje, die alleen al daardoor moeite heeft om nog goed over te komen bij het publiek van kiezers. En de polarisatie van de afgelopen jaren in de landelijke politiek bewijst wel zijn stelling dat als het ideologisch gehalte van het debat en de public performance van politici toeneemt, politiek veel meer gaat leven onder de burgers.

En Thorbecke?

Terugkijkend op het Thorbeckedebat van dit jaar constateer ik dat het me flink aan het denken heeft gezet ‘om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen’. Maar waar Thorbecke vooral moeite deed om de macht van de koning te beperken ten faveure van de aristocratie uit zijn dagen, daar gaat het nu om een overheveling van de macht van de oligarchen naar de eigenlijke dèmos. Bovendien betwijfel ik stellig of Thorbecke iets zou begrijpen van de oplossingen die ik voorsta, laat staan dat hij er begrip voor zou kunnen opbrengen. Zo bezien heeft het Thorbeckedebat ertoe geleid dat ik ver van Thorbecke ben ‘afgedwaald’.


donderdag, 1 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Mythes over Framing

In framing, groenlinks, politiek, algemeen, amerika, begrijpen, belasting, beleid, boodschap, en meer.

“Sinds de PVV in de Kamer is, is framing een hype in Den Haag” aldus Tofik Dibi in de laatste Helling. Maar wat is framing precies en gebruiken politieke partijen dit instrument wel slim? Hans de Bruijn analyseert in het boek Framing. Over de macht van taal in de politiek hoe Nederlandse politieke partijen hun argumenten framen. Het boek rekent af met een aantal hardnekkige mythes over framing.

De Bruijn ziet een frame als een inhoudelijke politieke boodschap. Het gebruik van deze boodschap leidt tot een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid. Kortom, een frame is een manier om de werkelijkheid te construeren en daarmee het debat te sturen. Een typisch staaltje framing is het gebruik van de term death tax door de Amerikaanse Republikeinen; door de belasting op erfenissen weer te geven als een belasting op sterven worden voorstanders van deze belasting in het defensief gedrongen.

Er heersen in een aantal hardnekkige mythes over framing: rechts zou beter in framing zijn dan links; je zou eenduidige frames moeten gebruiken; en je zou nooit in het frame van de ander mogen stappen. Zijn deze mythes waar?

Links is rationeel, rechts is emotioneel

“Door framing wek je met een bepaald woord een gevoel en een sfeer op zonder dat het overeen komt met de werkelijkheid.” aldus Tofik Dibi in De Helling. Framing zou een vorm van factfree politics zijn die alleen maar onderbuikgevoelens aanspreekt. En zoals Femke Halsema eerder stelde”het aanspreken van de overbuik [is] bij links traditioneel een probleem.” Links zit vol goede ideeën maar wint de verkiezingen niet omdat mensen bang worden gemaakt door framende PVV-spindokters. Het traditionele beeld is dus: rationele linkse politiek komt slechter aan dan de emotionele rechtse politiek.

Een goed frame heeft een aantal onderdelen, maar de twee belangrijkste zijn dat mensen het er niet mee oneens kunnen zijn en dat het een bepaalde maatschappelijke onderstroom raakt. Als je succesvol wil communiceren in de politiek moet je een waarheid raken en aansluiten bij de waarden van mensen. Dingen zeggen waarvan iedereen weet dat ze niet waar zijn, werkt niet. Framing is niet een foefje uit een trukendoos: een goed frame is opgebouwd vanuit je eigen waarden – waarden die resoneren bij kiezers.

Het is een mythe om te denken dat links in het algemeen slechter kan framen dan rechts. De SP heeft in het verleden heel succesvol campagne gevoerd op basis van framing. De boodschap ‘de zorg is geen markt’ is een links frame dat werkt. Niemand kan het ermee oneens zijn: de zorg kan toch nooit een markt zijn. Het sluit aan bij een maatschappelijke weerstand tegen marktwerking en waarden als zorgzaamheid en medemenselijkheid.

Maar ook GroenLinks kan goed framen: De Bruijn verwijst bijvoorbeeld naar een ijzersterke speech van Femke Halsema in Paradiso nu ruim anderhalfjaar geleden. Halsema schetst een tweesprong: we kunnen als rechts kiezen voor samenleving met rauwe economische tegenstellingen en harde culturele verschillen of voor een sociale, tolerante en groene samenleving, die zich richt op het welzijn van het individu. Dit is ook een frame. Het construeert een valse tegenstelling en duwt daarmee de tegenstander in het defensief: natuurlijk kiezen we allemaal voor de tolerante en groene samenleving en niet voor de tegenstellingen. Het sluit aan bij een gevoel dat we als samenleving de verkeerde kant op gaat.

Links en rechts framen allebei er is niets fundamenteel anders aan de boodschap van links die het haar onmogelijk maakt om succesvol te framen.

Keep it Simple Stupid

Consistentie zou de kern is van een goed frame zijn. Want als je consistent je eigen boodschap herhaalt dan blijft het hangen. Een frame is simpel en wordt versterkt door herhaling. In een frame zijn dingen zwart of wit, goed of fout, mooi of slecht.

Maar volgens de Bruijn kan ambiguiteit in je boodschap juist bindend werken. Hij illustreert dit met Obama’s speech A More Perfect Union. Deze speech gaat over de relatie tussen blank en zwart in Amerika. Obama stelt dat er een tegenstelling in Amerika is tussen blank en zwart. Zwarten zijn vanwege hun ras nog steeds achtergesteld. Deze tegenstelling kent geen winnaars: ook veel blanken hebben niet het gevoel dat ze vooruitkomen. Obama wil deze tegenstelling doorbreken. Hij kan dat als geen ander omdat Obama, de zoon is van een witte moeder en een zwarte vader. Obama doet dit niet alleen voor blank en zwart, maar ook voor Christen en seculier, en voor Westerling en Moslim in andere speeches. Obama’s ambigue profiel (blank en zwart, met Christelijke, Islamistische en seculiere wortels) zorgt ervoor dat hij als geen ander groepen kan verenigen met een verzoenend frame.

De Bruijn stelt dat GroenLinks als geen andere partij in Nederland een verzoenend en daarmee verenigend frame kan gebruiken. GroenLinks is een links-liberale partij. GroenLinks verenigt het gebrek aan overheidsbemoeienis van liberalisme, en de overheidsbemoeienis dat links kenmerkt. Het ambigue links-liberale frame is niet een probleem, omdat kiezers het niet begrijpen, maar kan juist verschillende groepen aanspreken. GroenLinks kan zo liberale en linkse kiezer allebei bedienen. GroenLinks kan overtuigend de tegenstelling tussen links en rechts overbruggen.

We moeten de kiezer niet onderschatten: het hoeft niet allemaal simpel. Een complex frame kan tegenstellingen overbruggen. Sommige politieke partijen kunnen zo inderdaad beide groepen binden: links en rechts, zwart en wit. Er valt hier wel iets op af te dingen: De Bruijn vergeet dat een partij die links en rechts probeert te verenigen, door links gezien kan worden als rechts en door rechts gezien kan worden als links. Een verbindend frame kan een winnend frame zijn, maar het kan ook gezien worden als vlees noch vis.

Stap nooit in het frame van een ander

Tofik Dibi bekent in De Helling dat hij zichzelf regelmatig betrapt op termen als importbruid, een typische PVV-term: “dat moet je dus nooit doen, want dan neem je het frame van een ander over”. Het doel van een frame is om je tegenstander in het defensief te dringen. Als je in het frame van een ander stapt, stap je dus in een situatie waarvan het doel is dat je ze verliest. GroenLinks diende een anti-anti-islamiseringsmotie in: het doel van het overheidsbeleid is niet om islamisering te bestrijden. Als GroenLinks de term islamisering gebruikt in de context van het wel of niet bestrijden ervan, dan erkent de partij dat islamisering een probleem is. Maar als ze vervolgens stelt dat dit probleem niet bestreden hoeft te worden, dan heeft de partij het debat bijvoorbaat al verloren.

En toch, De Bruijn stelt dat je soms gebruik kan maken van een frame van een ander. Je kan voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie pleiten door te verwijzen naar afhankelijkheid van Nederland van landen als Saoedi-Arabië. Energy independence noemen we dat. Je zegt: als je zoals Wilders vindt dat Islamistische dictaturen een probleem zijn moet je investeren in groene energie. Ik ben hier skeptisch over: je onderschrijft het probleem van de PVV. Je erkent dat islamistische dictaturen een probleem zijn. Moslims zijn eng en gevaarlijk daar moeten we niets mee te maken hebben. Je versterkt dus het meester-frame van de PVV. En daarnaast: de PVV gaat echt niet zeggen: “GroenLinks jullie hebben helemaal gelijk we, gaan jullie moties steunen voor subsidiemolens en subsidiepanelen”. De PVV zal zeggen: inderdaad Saoedische olie is eng. We moeten investeren in kernenergie dat aangedreven wordt door veilige Canadese uranium.

Wat De Bruijn wel correct stelt is dat je effectief met het frame van een ander kan omgaan door reframing: probeer het frame van een ander op zijn kop te zetten. Als D66 het CDA verwijt dat ze bevoogdend zijn omdat ze soft drugs willen verbieden, dan moet het CDA daartegenover stellen dat D66 onverschillig is ten opzichte van drugsverslaafden. Je gaat mee met het frame van een ander, daardoor raakt het uit balans en duw je het weg. Verbale aikido noemt De Bruijn dat. Politiek gaat in de kern niet om partijen die het met elkaar oneens zijn over beleid (ik ben voor softdrugs, jij bent tegen). Het gaat om partijen die heel andere visies hebben en daar heel andere frames aan koppelen (Wij van D66 stellen u in staat om zelf keuzes te maken; wij van het CDA zorgen voor u). Politici praten langs elkaar heen, omdat ze het over andere onderwerpen willen hebben, of over hetzelfde onderwerp maar vanuit een ander perspectief.

dinsdag, 29 november 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Last.fm Twitter

Leve het stadsparlement?

Terwijl Donner onder invloed van het adagium “hoe minder bestuurders, hoe beter” bezig was de botte bijl in de stadsdelen te zetten, broedde GroenLinks Amsterdam op een alternatief. Vandaag kwam het initiatiefvoorstel voor een stadsparlement naar buiten, gemaakt in samenwerking tussen raadsfractie en stadsdeelwethouders.

Het is te prijzen dat GroenLinks op deze manier niet lijdzaam afwacht, maar de tegenaanval inzet. Er is veel voor te zeggen om een vorm van lokale democratie in de stadsdelen te handhaven en op die manier bestuur in de buurt voort te zetten. Het aantal politici wordt, net zoals het kabinet wil, flink teruggebracht.  Het voorstel voorkomt ook een gemeenteraad na 2014 die, nog meer dan nu al het geval is, alleen maar uit leden van binnen de ring bestaat.

Ik voorzie alleen wel een probleem als gevolg van de samenstelling en de manier van kiezen van de leden van de districtsraden en het stadsparlement. Omdat hetzelfde mensen zijn die in hun eigen district én op het stadsniveau besluiten nemen en controleren, is het conflict van loyaliteit en belangen in het systeem ingebakken. Dit hangt ook samen met de onmogelijkheid om tot een vaste afbakening van taken en bevoegdheden te komen.

Een tweede onduidelijkheid zit in de overgang naar de Metropoolregio Amsterdam. In het voorstel wordt gesteld dat met het stadsparlement de omschakeling naar zo’n model te maken is. Wanneer dat idee serieus wordt genomen, moet er een gekozen vertegenwoordiging in plaats van de Stadsregio komen, waarin ook de gemeenten om Amsterdam heen opgaan. Betekent dat vervolgens het einde van het stadsparlement? Houdt dat in dat de districtsraden dan alsnog op hetzelfde niveau komen als de gemeenteraden van bijvoorbeeld Amstelveen of Purmerend?

Kortom, een mooie voorzet voor een discussie die hoognodig gevoerd moet worden. Maar dan moet nog wel meer nagedacht worden over de verhouding tussen districtsraden en stadsparlement. Bovendien, zeg ik dan maar als provinciaal, wordt het ook tijd dat GroenLinks Amsterdam over de stadsgrenzen kijkt en in overleg treedt met de gemeenten in de omgeving.

zondag, 27 november 2011

Hans Feddema

Hans Feddema

Politiek en economie zijn rijp voor nieuwe ethiek

In 2011.
24 november 2011 Is de democratie het probleem? Je zou het bijna denken, nu in Griekenland en Italië de macht uit handen van politici is overgegaan op die van technocraten. Maar als het een kwestie is van falende politici, dan geldt dat niet alleen de Griekse en Italiaanse. Het is immers de Europese politieke elite [...]

zaterdag, 26 november 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Youp van ‘t Hek: Kerstbomen

In weblog, hart om mauro, youp van 't hek, afrika, alkmaar, angst, burgers, discussie, geloof, en meer.

Nou heet Mauro weer Jossef en woont hij in Alkmaar. De jongen is zo Noord-Hollands als de kaasmarkt daar. Hij moet alleen maar weg omdat hij zwart is. Althans zo subtiel zou de heilige Cruijff het gezegd hebben. Het mannetje woont acht jaar in Nederland. Hoe oud hij is? Negen. De wet zegt dat hij op moet rotten. En zolang de PVV in ons land de scepter zwaait is de wet de wet. Geen enkele uitzondering bevestigt de regels. Geen één hand durft over het hart te strijken. Wat is er gebeurd dat we dit land geworden zijn? Humor- en meedogenloos! Geen politicus in de buurt van Alkmaar durft zich aan de zaak Jossef te branden. Gevolg: een jochie dat hier acht van zijn negen levensjaren heeft gewoond wordt teruggestuurd naar zijn land van herkomst. Eritrea in dit geval. Een land waar hij niks te zoeken heeft en dus ook niks zal vinden. Hij loopt kans om samen met zijn moeder te worden opgesloten en gemarteld. Grote kans? Ja.

De voltallige redactie van de Alkmaarsche Courant heeft zich het lot van het mannetje aangetrokken en is gisteren pal achter hem gaan staan. Anderhalve pagina besteedden ze aan deze schrijnende zaak. Onmiddellijk brak er een discussie los of een krant dit wel mag doen. Allerhande intellectuelen begonnen op verzoek te kakelen of een dagblad partijdig mag zijn.

Na het moddergevecht in de Amsterdamse Arena om de macht bij Ajax en de positie van de wakkere Telegraaf in deze zaak lijkt het me niet meer echt een discussie of een krant af en toe partijdig mag zijn. Volgens mij moet een krant dat af en toe. Zeker als het om principiële kwesties gaat. Een kind uit je stad dat teruggestuurd wordt. Een kind van nog geen tien jaar oud! Omdat onze wet dat bepaalt.

Waar is de flexibiliteit om snel de wet aan te passen? Wat is er gebeurd dat we dat niet meer willen? Waarom zijn we zulke kleinzielige, bange burgers geworden? Hoe kunnen we met droge ogen zo’n mannetje op een vliegtuig naar een uitgehongerd Afrika sturen?

Afgelopen week las ik dat een Kamerlid van de partij van de bange blanke bejaarden, de PVV, zich zorgen maakt over het geringe aantal kerstbomen op Schiphol. De lieverd was bang dat Schiphol de bomen niet durfde te plaatsen uit angst voor de moslims!

Ondertussen blijkt dat er op Schiphol honderden kerstbomen staan te gloeien. En als Sinterklaas weg is wordt het aantal verdriedubbeld. Bleek dat het Kamerlid zelf de laatste tijd weinig uitgeprocedeerde asielzoekers op het vliegtuig had gezet en er dus niet of nauwelijks was geweest. Onderhand viel een collega van dit Kamerlid, dus ook van de bange blanke bejaarden, minister Rosenthal aan op het feit dat hij Joods was en te weinig voor Israël opkwam. Ik heb het stuk meerdere keren gelezen. Nog steeds geloof ik mijn ogen niet. Het is 2011 en iemand durft deze vraag hardop te stellen…

Maar in die angst leven we dus: plaatselijke politici zijn te bang om achter Jossef te gaan staan, een Kamerlid windt zich op over kerstbomen en een ander valt een minister aan op het feit dat hij Joods is. En de discussie brandt niet los over het toekomstige wel en wee van Jossef, maar of de Alkmaarsche Courant partijdig mag zijn!

Van mij mag de Alkmaarsche Courant niet partijdig zijn, maar moet de krant dat. Wij moeten dit allemaal. Wij moeten dit niet willen. Niet willen dat de ontwikkelingshulp bijna afgeschaft wordt, niet willen dat er een minister op zijn Joodse afkomst wordt aangesproken en niet willen dat er een kansloos kind het land uitgeschopt wordt. En als we dat wel willen dan moeten we voorlopig geen kerstbomen neerzetten. Dus geen kerstbomen uit angst voor de moslims, maar omdat we een heel naar rechts en benauwd landje geworden zijn.

Bron: NRC Handelsblad

donderdag, 24 november 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

Reactie op even wachten, wacht even, wachtgeld door Rolf

In belastingdienst, column, debatten, democratie, gevonden, gewoon, gratis, hitler, mening, en meer.

Het spijt mij, ik heb U hoog zitten, zeker nadat ik debatten heb gevolgd, maar hier verwart U het hebben van een eigen mening met wetgeving.

Dat een raadslid de zekerheid heeft om vier jaar te ‘mogen zitten’, zegt slechts iets over de Amsterdamse politiek, en is verder geen argument.

Er is kritiek op de wachtgeldregeling, omdat deze ‘soberder kan’. Dat is juist niet terzijde te schuiven. Hier gaat het juist om, dat er verschil wordt gemaakt tussen werknemers en politici.
Een verschil, dat is ingegeven door de wens om het fascisme buiten de deur te houden. Daar waar een werknemer een werknemer is door het bekende arbeid/loon/gezag verhaal, even uit het hoofd Burgelijk Wetboek titel 7 hoofdstuk 10 vanaf art. 600 en naast alle jurisprudentie, daar ontbreekt bij politici de gezagsverhouding. De zetel wordt aan het individu toegekend. Hij/zij hoeft aan niemand verantwoording af te leggen. Een werknemer wel.
Het recht van het individu is als zodanig wettelijk gewaarborgd. Dan kunnen politici tegen Hitler zeggen dat zij het, wettelijk, recht hebben om vrij te spreken, en dat zij zich niet hoeven te vervoegen naar de wensen van de meerderheid. Of wie dan ook. Op zich is juist hier de democratie wettelijk vastgelegd. Is dat in diepere zin, of juist heel precies?
Daarentegen, hier een beroep op doen is dus stellen dat je het fascisme buiten de deur houdt. Heb ik altijd overdreven gevonden. In alle redelijkheid gesproken (een belangrijke juridische term), in Nederland presenteren politici zich verenigd, in een politieke partij. Daar stemmen mensen op. Een zetel voor jezelf claimen is wettelijk correct, maar uiterst onethisch. Plat gezegd, een trap tegen de buik van je moeder, nadat je haar voor fascist hebt uitgescholden.

Ontslag nemen voor raadswerk, is vreemd, en geeft geen recht op WW. Werknemers hebben het recht op ‘bezoldigd buitengewoon verlof’ voor politieke werkzaamheden. Hier zou dan ook geen wachtgeld over moeten worden verstrekt, maar da’s een beetje technisch. Maar hier kun je een versoberingsslag slaan.

WW is slechts voor werknemers, heel strikt. Als ze tenminste geen ontslag hebben genomen, etc. Die gezagsverhouding, daar hebben veel ‘freelancers’ ook mee vandoen, trouwens. Ze moeten de belastingdienst aantonen dat er geen gezagsverhouding is dmv meerdere opdrachtgevers. Maar dit terzijde
Ohh, GL wil zeker WW voor zelfstandigen. Dat is de truc misschien, achter deze column. Maar dit terzijde.

Vervolgens wordt het één met het ander verward. Als iemand is gekozen, heeft deze politica of politicus dan het recht nooit op te komen dagen? Jahoor, net zo goed als dat zijn/haar collegea politici in de Raad dan het recht hebben om dit lid te verwijderen. Ik ken deze wet niet, maar als je hem/haar uit een democratisch orgaan kunt verwijderen, ga ik ervan uit dat de vergoeding ook stop kan worden gezet. Zoniet, dan hoort er ook geen recht te wezen om die persoon te verwijderen uit de Raad.
Recht hebben op, is iets anders dan deze uitbetaald krijgen. Natuurlijk mogen er voorwaarden worden gesteld aan een raadslid. Net zo goed als dat er bij het verstrekken van wachtgeld voorwaarden mogen worden gesteld. Deze ontbreken momenteel grotendeels, in ieder geval in de uitvoering. Een uitvoering, die, zo vrees ik, slechts in de handen van de collegea van betrokken politicus/a kan worden gelegd. Vanwege die ontbrekende gezagsverhouding. Valt dat te mandateren?

Wachtgeld is er om de positie op de arbeidsmarkt van gewezen politici te beschermen. Op zich prima, maar in alle redelijkheid gesproken, dan is het arbeidsverleden van betrokken persoon relevant. Immers, als iemand nooit heeft gewerkt, waarom zou de gemeenschap dan diens positie op de arbeidsmarkt moeten beschermen? Etc. Er zijn zoveel voorwaarden te verzinnen. Duur, hoogte is iets anders dan recht op, etc.

Oh jeh, een veel te lang verhaal. Verschil WW-Wachtgeld is dus correct. Net zo goed als het stellen van voorwaarden. Dat laatste ontbreekt grotendeels bij wachtgeld. En ‘bezoldigd buitengewoon verlof’ is geen grondslag tot wachtgeld. Dat gedeelte is echt een gratis uitkering, maar lastig en duur om tegen te gaan. Wel rechtvaardig.
Wachtgeld kun je ook gewoon afschaffen, probleem opgelost. Maar ik denk dat dat te simpel is. Alhoewel de situatie waar dat voor opgaat, dat het te simpel is, zelden tot nooit voorkomt. Au.

Hopend dat het allemaal klopt, ga ik er maar weer snel vandoor, dank en groet,

Rolf

donderdag, 17 november 2011

Socrates Schouten

Socrates Schouten

Linkedin DWARS

“Lid Tweede Kamer at at de Tweede Kamer”

In nederlands, dwars, greenpeace, groenlinks, internet, media, sap, sociale media, tweede kamer, en meer.

Leden en politici van GroenLinks zijn, van alle Nederlandse partijen, het actiefste op internet en vertegenwoordigd in sociale media. Ben je een beetje actief in de partij of in DWARS, dan heb je al gauw tientallen tot wel meer dan honderd connecties. Het is grappig dat, ondanks de ruime ervaring die we er intussen mee hebben, de GroenLinkse Tweede-Kamerleden het niet voor elkaar hebben gekregen enige uniformiteit in de LinkedIn-titulatuur aan te brengen. Kijk even mee:

Jolande Sap is ‘at GroenLinks Tweede Kamerfractie’. Is what?

Mariko Peters is ‘MP at Tweede Kamer’.

Liesbeth van Tongeren is ‘Tweedekamerlid voor GroenLInks’. Daarvoor zat ze bij GreenPEace.

Jesse Klaver is ‘Kamerlid at GroenLinks’. Welke Kamer?

Arjan El Fassed is ‘Member of Parliament’. Any parliament will do.

Bruno Braakhuis is ‘Member of Dutch parliament for GroenLinks’. Kijk, da’s duidelijk.

Voortman, Linda is ‘Lid Tweede Kamer at at de Tweede Kamer’. At at at at at at!

En Ineke van Gent… ‘Psycholoog | Praktijk Prana‘. Looking good, by the way.

Tofik Dibi kon geen andere variant meer bedenken en is niet op LinkedIn gegaan. Of heeft hij er een Fatwa over uitgesproken?


Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

even wachten, wacht even, wachtgeld

In algemeen, aftreden, fokke en sukke, parttime, sp, vvd, wachtgeld, agenda, euro, en meer.

Vandaag wordt er op initiatief van de SP en VVD in de commissie Algemene Zaken van de Amsterdamse gemeenteraad gesproken of raadsleden wachtgeld zouden moeten krijgen na hun vertrek uit de Raad.

Tot dit onderwerp op de agenda stond, wist ik niet eens dat ik recht zou hebben op wachtgeld. Het lijkt me ook volstrekt onredelijk dat ik dat zou krijgen. Anders dan bestuurders (wethouders, ministers) die van de één op de andere dag afgezet kunnen worden, of Tweede Kamerleden die met het vallen van een kabinet en daaropvolgende verkiezingen zo hun baan kunnen verliezen, hebben gemeenteraadsleden de zekerheid dat ze vier jaar mogen zitten. (Overigens kan je je afvragen of de wachtgeldregeling voor landelijke politici en lokale bestuurders niet soberder kan, maar dat terzijde.)

Het gemeenteraadslidmaatschap is een parttime functie: de meeste raadsleden besteden tussen de 15 en 25 uur per week aan het vergaderingen, voorbereiden van de stukken, praten met organisaties en bijwonen van bijeenkomsten in de stad (en het schrijven van stukjes op hun weblog). Voor de functie van stedelijke volksvertegenwoordiger hoef je dus niet je baan op te zeggen; hoogstens gaan sommigen een dag of twee minder werken. Daarvoor krijgen we overigens een uitstekende vergoeding: 2181,10 euro bruto werkzaamhedenvergoeding plus 240,26 euro onkostenvergoeding.

Na de verkiezingen hoeft er dus doorgaans geen overbrugging plaats te vinden tussen het beëindigen van het raadslidmaatschap en het vinden van een nieuwe baan. Ook hebben gemeenteraadsleden niet echt een groot afbreukrisico. Er wordt soms wel over je geschreven, maar van de wijze waarop Kamerleden of bestuurders soms door het slijk worden gehaald is geen sprake (hoi Parool). Mocht een raadslid na de verkiezingen geen baan kunnen vinden, dan staat hem of haar dus niets in de weg om gewoon een WW-uitkering aan te vragen.

Het afschaffen van de wachtgeldregeling voor gemeenteraadsleden is dus een prima voorstel van onze broeders ter linker- en rechterzijde!


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1750 uur (72,9 dagen). Berichtgemiddelde: 0,4 bericht per dag, 2,9 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4