dinsdag, 7 februari 2012

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Het eigen verhaal van GroenLinks weer kennen met: Passie, Identiteit en Droom van kandidaat voorzitter Arno Uilenhoet

Kandidaat voorzitter Arno Uijlenhoet heeft in zijn campagne meteen de daad bij het woord gevoegd. In drie opeenvolgende weken riep hij leden op te melden wat zij zelf vinden over hun Passie, Identiteit en Droom voor of over GroenLinks En … Lees verder

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Waarom moeten zoveel mensen elke dag met de trein?

De treinen van de NS zullen tot en met vrijdag 10 feb. volgens een aangepaste dienstregeling rijden. Op de stations raken de reizigers geïrriteerd. In politiek Den Haag reageert men reflexmatig verontwaardigd. Waarom leidt winterweer ieder jaar opnieuw tot zoveel problemen en irritatie? 1,1 miljoen reizigers per dag De NS vervoert elke dag 1,1 miljoen [...]

maandag, 6 februari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Zenuwachtig GroenLinks moet terug naar de wortels

GroenLinks doet het matig in de peilingen. Net zoals de PvdA weet GroenLinks geen virtuele winst te boeken, in tegenstelling tot SP en D66. Ook is Jolande Sap nog bezig haar gezag bij kiezers op te bouwen, wat logisch is omdat ze relatief kort partijleider is. Dit alles maakt sommige Tweede Kamerleden zenuwachtig. GroenLinks mag niet meer flirten met de SP en moet vooral samenwerken met D66, zeggen ze. Hopelijk laat Jolande Sap zich niet gek maken en trekt ze haar eigen plan.

Wat betreft de AOW, pensioenen en de Europese Unie staat GroenLinks dichter bij D66 dan de SP. Ik ben daar als GroenLinkser blij mee. GroenLinks durft verworven rechten ter discussie te stellen, richt zich op toekomstige generaties en wil creatief meedenken over nieuwe sociale stelsels. GroenLinks is meer dan een protestpartij. Maar dat betekent niet dat GroenLinks een soort kloon van D66 zou moeten worden.

De partij van Pechtold staat er niet om bekend serieus werk te maken van de spreiding van kennis, macht en inkomen. D66 steunt van oudsher denivelleringoperaties: het vergroten van inkomensverschillen. De partij toont zich vaak een slippendrager van het neoliberalisme. Over militair ingrijpen worden geen principiële discussies gevoerd door de mensen van het redelijk alternatief. Naïef, volgzaam en weinig kritisch staan zij tegenover oorlogvoering door westerse mogendheden alsof die op basis van louter humanitaire overwegingen zouden plaatsvinden.   

Kortom: GroenLinks is een unieke partij en onderscheidt zich zowel van de SP als van D66. En niet in de laatste plaats door echt groene en duurzame keuzes te maken. De partij moet zich niet afzetten tegen de ene politieke partij en tegelijk aanschurken tegen de andere. Daarmee lijkt GroenLinks op een zoekende puber zonder karakter en kleur. Profileer je liever als de échte groene partij van Nederland die serieus werkt maakt van een radicaal duurzame economie en tegelijk sociale en vreedzame keuzes wil maken, ook voor toekomstige generaties.

De zenuwachtige Tweede Kamerleden van GroenLinks denken te veel in termen van macht. Als D66 niet wil meedoen aan de actie ‘Een ander Nederland’ met Cohen en Roemer, dan is dat geen probleem voor Jolande Sap maar vooral voor D66 dat blijkbaar weinig moeite heeft met de sociale kaalslag die mensen in een achterstandpositie nu treft. Bovendien: op andere terreinen werkt Sap keurig samen met D66, bijvoorbeeld ten aanzien van natuurbehoud.

De SP is er voor de onderklasse en D66 is nogal elitair. Ook dat speelt een rol. Job Cohen stelde onlangs dat de PvdA juist de brug wil slaan en de verbindende schakel op links wil zijn. Dat is een vruchtbare insteek waar GroenLinks met een groen en duurzaam verhaal aansluiting bij zou moeten zoeken.

Ik hoop en verwacht dat Jolande Sap zich niet gek laat maken. Als partijleider zal zij, zo verwacht ik, karakter tonen aanstaande zaterdag tijdens het partijcongres. GroenLinks is van oudsher méér is dan een mix van socialisme en liberalisme. De voorlopers van GroenLinks kenmerkten zich door radicaliteit die geworteld is in een grote betrokkenheid bij alles wat leeft. Denk aan het pacifisme, de Derde Wereldbeweging en een ecologisch bewustzijn. Geen platte belangenbehartiging, maar radicaal en belangenoverstijgend durven denken. Dit maakt zowel PvdA, D66 als SP tot bondgenoten van een inhoudelijk sterk en visionair GroenLinks.


zondag, 5 februari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Kiezen van kandidaten hoort thuis op congres

In groenlinks, politiek, weblog, columns, congres, energie, facebook, invloed, kandidatenlijst, en meer.

Nog een laatste slok water, ongedurig heen en weer lopen, de oneliners een laatste keer oefenen. Het podium op, na lange bange minuten in de coulissen. Half verblind door het licht de zaal inkijken en je verhaal houden, met de tijd die onverbiddelijk naar 0:00 terugtikt. Daarna de spanning van de stemuitslagen die op het grote scherm verschijnen. Het zijn de wandelgangen, de flyers, de speeches en de stemkastjes die ik niet graag zou willen missen.

Het is geen onlogisch voorstel van het partijbestuur om alle leden via een referendum te betrekken bij het vaststellen van de kandidatenlijst. Andere (liberale) partijen doen het al en het past bovendien in een tijd waarin wordt geroepen om meer directe invloed van burgers. Het geeft een veel grotere groep dan de 700 of 800 leden die op een congres komen, de mogelijkheid de koers van de partij mede te bepalen.

Het voorstel versterkt daarnaast de rol van de kandidatencommissie. In plaats van een indeling van geschikte kandidaten in blokken, zal de commissie (weer) een voordracht per plek maken. Dit sluit aan bij het toegenomen belang van rekrutering en selectie. Een partij die kiezers wil overtuigen én mee wil regeren, heeft goede en geloofwaardige kandidaten nodig. Niet voor niets wordt ook bij GroenLinks flink gescout en getraind; daarbij past een stevige rol voor de kandidatencommissie.

Het probleem is echter dat het voorstel twee doelen nastreeft, die lastig met elkaar te zijn verenigen. Aan de ene kant professionalisering door meer op de expertise en inzichten van de kandidatencommissie te steunen, aan de andere kant democratisering door de lijst door veel meer mensen te laten samenstellen. Het grote risico is vervolgens dat de lijst die via een referendum tot stand komt, alsnog flink van het advies van de commissie afwijkt, meer dan op een congres. Zeker omdat het niet mogelijk is in het referendum met één druk op de knop de voordracht integraal over te nemen.

Tijdens het congres wordt per plek gestemd en ontvouwt de kandidatenlijst zich geleidelijk. Wie vindt dat er intussen wel genoeg vrouwen, Amsterdammers of voormalige DWARS’ers op staan, kan dat bij volgende stemmingen compenseren. Bij een referendum, met alle stemmen in één keer, is het resultaat heel wat onvoorspelbaarder en ontbreekt de mogelijkheid halfweg bij te sturen.

Ik vind dat (partij)democratie best een beetje tijd en energie mag kosten. En hoe veel moeite is het eigenlijk om een middag naar een congreszaal te komen en een keer of dertig op een stemkastje te drukken? Bovendien is het congres laagdrempelig: niet alleen geselecteerde afgevaardigden zijn welkom, maar alle leden mogen komen.

Tot slot: de twee minuten waarin een kandidaat zich op een congres presenteert, zeggen niet alles over haar of zijn kwaliteiten. Ze komen echter wel het dichtst bij datgene wat daarna ook van een volksvertegenwoordiger wordt verwacht: spreken in het openbaar, verbinding maken, jezelf en je ideeën verkopen en anderen overtuigen. Een gelikte website maken is niet zo moeilijk en menigeen kan gevat uit de hoek komen op twitter of facebook. Maar daar op dat podium moet het écht gebeuren. Waar kandidaten hebben gestraald, maar ook zijn gestraald. Een traditie om in ere te houden.

Dit opiniestuk staat ook in het GroenLinks Magazine van februari 

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Groen & Links. De echte New deal.

Het rapport “kieskeurige kiezers” van de UvA is een eye-opener voor de Nederlandse politiek. Het is niet de kiezer die op drift is geraakt, maar de politieke partijen. De kiezer is kritischer geworden en hecht veel waarde aan bepaalde standpunten. Van een vaste partijkeuze is geen sprake. De kiezer stuurt op specifieke thema’s. Wel is [...]

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Zijn we klaar met Different?

Het lijkt zo simpel. Er zijn signalen dat een christelijke organisatie therapie aanbiedt om mensen te genezen van homoseksualiteit en die laat vergoeden door de zorgverzekering. De maatschappelijke en politieke kritiek daarop leidt ertoe dat de Inspectie onderzoek doet. De Inspectie concludeert na een bezoek bij die organisatie dat er van ‘homotherapie’ geen sprake is en dat de begeleiding die geboden wordt, past binnen de kaders van de geestelijke gezondheidszorg. Klaar.

Zo simpel is het echter niet. De discussie over Different laat namelijk twee dingen zien die ons wezenlijk te denken moeten geven. Om te beginnen valt het op hoe sterk de automatische reacties zijn en hoe makkelijk het ontaardt in een discussie voor of tegen religie. Sommige ‘seculieren’ zien er een bewijs in dat religie achterhaald en gevaarlijk is. Christenen (vooral orthodoxe) zien er een bewijs in dat er in deze samenleving geen ruimte meer is voor een orthodox standpunt. Van de weeromstuit nemen zij het onmiddellijk op voor Different en laten ze weinig ruimte voor kritische vragen, die er toch echt ook zijn.

Dat brengt bij het tweede punt: het valt op hoe oppervlakkig de discussie gevoerd wordt. Er wordt alleen gekeken of homo’s ‘genezen’ worden bij of volgens Different. Als dat niet gebeurt, zoals de Inspectie waarschijnlijk terecht opmerkt, is er niets aan de hand. En dan was dus alle commotie ten onrechte. Een ‘hetzerige hype’, aldus de algemeen directeur van de overkoepelende organisatie Tot Heil des Volks, gretig gesteund door CU en SGP. De kritische opmerkingen van de Inspectie bij de professionaliteit en bij Differents visie op homoseksualiteit worden gemakshalve weggelaten.

Daarmee zijn we echter niet bij het echte probleem. Dat Different mensen begeleidt die worstelen met geloof en homoseksualiteit is een goede zaak. Als ze erop gericht is mensen te helpen zichzelf te accepteren en vervolgens keuzes te maken die bij henzelf passen, dan is dat prima. En zolang het daarbij gaat om zorg die volgens algemene maatstaven onder de verzekering valt, is er niets aan de hand.

Waar staat Different nu?

Maar daarmee zijn we er niet. Zowel in de eigen publicaties van Different als in die van het overkoepelende  Tot Heil des Volks klinkt namelijk een voortdurende boodschap over homoseksualiteit die haaks staat op de hulpverlening. Hun opiniesite Habakuk.nu bijvoorbeeld spreekt zich regelmatig uit tegen homoseksualiteit en schetst eenzijdige en negatieve beelden van homoseksuelen. Ze hadden zelfs bezwaar tegen kerken die een verklaring tekenden tegen geweld tegen homo’s. Ook de begeleiding van Different is er niet – zoals ze zelf zeggen – op gericht dat mensen hun eigen keuze ontdekken; het gaat er immers om dat ze niet toegeven aan hun homoseksualiteit. In die zin is Different minder cliëntgericht dan ze tegenwoordig graag doet voorkomen, zoals ook blijkt uit een aantal verhalen van ex-cliënten in de media en ook in het Inspectierapport.

Zo citeert Trouw een ex-cliënt van Different: “Zo lang is mij voorgehouden dat ik mijn homoseksualiteit moest vergeten. Er werd met mij gebeden en gesproken. Maar de heterochristen kruipt ‘s avonds lekker tegen zijn vrouw aan en ik lig alleen in mijn bed te bidden. En daar ging ik gewoon kapot aan. Ik heb er niks aan.” Vragen die mensen hebben bij hun homoseksualiteit worden alleen maar aangewakkerd.

Dat is ingebed in een problematisch net van ‘voorlichting’ door Different en haar zusterorganisaties. De kernboodschap is steeds dat homoseksualiteit waarschijnlijk vooral het gevolg is van tekorten in de relatie met de ouders, pesten, seksueel misbruik en dergelijke. “Er is steeds meer bewijs dat de omgeving de grootste invloed heeft op onze seksuele oriëntatie. Homoseksuelen hebben vaak een verstoorde relatie met hun ouders, of zijn het slachtoffer van misbruik.” (Aldus Onze Weg, een aan Different gelieerde vereniging van lotgenoten, onder Vraag en Antwoord). Wie als man de eigen mannelijkheid niet heeft leren accepteren, die probeert die mannelijkheid alsnog te verkrijgen door een seksuele gerichtheid op andere mannen. Die scheefgroei kan in therapie worden verholpen. Dat wil niet zeggen dat je hetero wordt, maar “volgens psychiaters krijgt ongeveer 30 % van de mensen die in therapie gaan heteroseksuele gevoelens.” (Onze Weg)

Of neem Exodus Global Alliance, een zusterorganisatie die zich richt op de 155 miljoen “people affected by homosexuality”. Daar gaat het nadrukkelijk wel over een ziekte of stoornis, een psychisch probleem waarvoor herstel mogelijk is: “Homosexually-oriented people can (…) reduce, manage and in some cases, practically eliminate homosexual feelings and attractions and in many cases (though not all), experience satisfying heterosexual relationships.” (Exodus) Ook op Differentvlaanderen vinden we dergelijke voorlichting en verwijzing naar boeken uit precies dezelfde traditie.

Deze visie op homoseksualiteit botst met algemene maatstaven van hulpverlening. In recente uitingen, vooral ook in reactie op kritiek uit politiek en samenleving, benadrukken medewerkers van Different dat ze niet geloven in ‘genezing’ en dat ze homoseksualiteit niet als ziekte zien. Dat is dan nieuw, want toen ze nog Evangelische Hulp aan Homofielen heette (EHAH), droeg ze dat nog wel uit. Maar als Different dit wetenschappelijk en therapeutisch onverantwoorde gedachtegoed inderdaad heeft verlaten, waarom nemen ze hier dan geen afstand van? Of is de huidige genuanceerde visie er alleen voor de bühne?

Een uitdaging voor kerken en theologen

Belangrijker nog dan dat dit hele verhaal over oorzaken wetenschappelijk onhoudbaar is, het is ook schadelijk. Het voortdurend uitdragen van een negatieve visie op homoseksualiteit is namelijk precies een deel van de oorzaak van de problemen die mensen hebben. De manier waarop ook Different voortdurend homoseksualiteit beschrijft als een strijd tussen het geloof en de zondige wereld, draagt eraan bij dat mensen daarmee worstelen. Als je opgroeit in een subcultuur waar de Different-visie wordt uitgedragen, dan is de kans groot dat je de problemen ontwikkelt waarbij Different je dan weer wil helpen. Het echte probleem is niet de hulp die Different biedt. Het echte probleem is de boodschap die er onder zit.

Dat raakt natuurlijk direct aan wezenlijke theologische vragen als het gaat om de beoordeling van homoseksualiteit. Die discussie kan niet worden beantwoord door de Inspectie voor de Volksgezondheid en evenmin door politici. Het is een opgave die op tafel ligt voor kerken en theologen. Zij hebben zich diepgaand te bezinnen op hun visie op homoseksualiteit en de gevolgen van die visie voor de mensen die het aangaat. Sommige kerken hebben die uitdaging al decennia geleden opgepakt, andere zijn er nu volop mee bezig. Wat zou het goed zijn als christelijke kerken, partijen en organisaties niet onmiddellijk in de verdediging schieten, maar open en eerlijk de fundamentele en kritische vragen onder ogen zien. Gelukkig is er voor dat gesprek steeds meer ruimte. Als we klaar zijn met Different, kunnen we misschien beginnen aan de echte dialoog.


John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Echt hervormen, anders niet doen

Op het 30e Congres van GroenLinks, volgende week zaterdag 11 februari, wordt een motie Flexcontracten ingediend. Mijn naam staat er abusievelijk niet onder maar ik heb de motie wel mede ondersteund. Als nieuwbakken secretaris van de Werkgroep Arbeidsverhoudingen is het goed dat toch even te markeren.

Laat ik vooropstellen dat ik voor een hervorming van de arbeidsmarkt, de verzorgingsstaat en de arbeidsverhoudingen ben. Maar dat is een complex en inclusief geheel. Het is onverstandig om daar kleine elementen uit te pakken en die uit te voeren zonder dat het raamwerk of het vangnet geregeld is. Uitbreiding van flexwerk is zonder een uitgebreider scholingssysteem niet verstandig. Het geeft werkgevers tevens de ruimte om via een uitgebreidere reeks flexcontracten toch onder de bescherming van werknemers uit te komen. Daarvoor is het uitzendwerk nooit bedoeld, en belangrijker is nog de vraag is of dit een ontwikkeling is die goed is voor organisaties en het ontwikkelvermogen daarvan.

De welwillende eerste reactie vanuit de Tweede Kamerfractie van GroenLinks op het voorstel van minister Kamp stelt alleen een paar voorwaarden waar de minister aan zou moeten werken. Maar dat is echt te weinig, uitbreiding van flexwerk is pas verstandig als er een totaal hervormingsplan voor arbeidsmarkt, sociaal zekerheidsstel en de arbeidsverhoudingen komt. Daar moet GroenLinks naar streven en zeker niet dit soort beperkte maatregelen van dit kabinet steunen, want daar zijn de bedoelingen te eenzijdig voor.

Ik ga me in de Werkgroep Arbeidsverhoudingen inzetten om hier aan te werken.

zaterdag, 4 februari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Jesse in de huiskamer

jesse

Een mooie bijeenkomst vorige week, waar ik veel energie van heb gekregen! In mijn eigen huiskamer vond de eerste sessie van ‘Jesse in de huiskamer’ plaats. Centraal stond Jesse Klaver, kamerlid voor GroenLinks, die het land in te trekt om met mensen te praten over wat er speelt in de samenleving, wat de mensen bezig houdt. Jesse wil zo voeding ophalen voor zijn inbreng in de Tweede Kamer, die aldus Jesse zelf, met recht een kaasstolp kan worden genoemd.

In het Eindhovense pakte ik samen met René Kerkwijk, gebiedscoördinator van de gemeente en mijn voorganger als fractievoorzitter van GroenLinks, de handschoen op. In korte tijd organiseerden we een huiskamer vol betrokken mensen die wonen of werken in Eindhoven. Er schoven mensen aan vanuit oa de maatschappelijke opvang, de woningcorporatie, het welzijnswerk, de zelfhulp, het onderwijs, de gemeente en de lokale politiek. Een mooie mix van denkers en doeners die vanuit hun eigen praktijk kunnen reflecteren op de thema’s die spelen. We kozen voor de invalshoek ‘participatie’, aansluitend bij de portefeuille van Jesse (onderwijs, sociale zaken en sport) en naar mijn mening een van de belangrijkste vraagstukken voor de komende jaren. Want hoe slagen we er met z’n allen in om mensen mee te laten doen, naar hun eigen vermogen, en te voorkomen dat kwetsbaardere groepen in onze samenleving aan de zijlijn belanden, zoals nu dreigt te gebeuren door invoering van de Wet Werken naar Vermogen (en de daarmee gepaard gaande bezuinigingen).

De aanwezigen hadden niet veel nodig om met elkaar in een geanimeerd gesprek te raken. Na een aftrap van Jesse ontspon de discussie zich over allerlei onderwerpen. Het ging over eigen verantwoordelijkheid, eigen kracht en gastvrijheid van de samenleving voor mensen met ‘een vlekje’. De balans tussen rechten en plichten, en over het spanningsveld tussen decentraliseren en de touwtjes in handen willen houden, wat zowel op rijksniveau als in de gemeente speelt. Wat is er voor nodig om het systeem écht anders in te richten, om echt een andere werkwijze te gaan toepassen?

Mooie voorbeelden werden er genoemd over de kracht van mensen. Bv de mevrouw met een hersenaandoening die was afgeschreven voor de arbeidsmarkt. Want ze was niet ‘rendabel’. Door het doen van vrijwilligerswerk hervond zij haar kracht. Door haar talent en wilskracht te stimuleren is het haar gelukt om een opleiding aan de universiteit te gaan doen. Op deze manier komen veel mensen weer aan de slag. Werkgevers zouden zich hier veel meer open voor moeten stellen!

Dat leidde tot de cruciale vraag: wat is eigenlijk ‘kwetsbaar’? Mensen die door de samenleving als kwetsbaar worden gezien, hebben vaak zoveel meegemaakt, Soms gaan we er te gemakkelijk vanuit dat mensen zelf niets kunnen. Het is de uitdaging, niet alleen voor de overheid, maar voor ons allen als samenleving, om deze mensen in staat te stellen hun talenten te benutten.

De twee en een half uur vlogen om. Iets na tienen sloten we de bijeenkomst af, en vertrok iedereen richting huis. Nieuwe contacten waren gelegd en de visitekaartjes wisselden van hand. Aan het denken gezet en met nieuwe ideeën kijken Jesse, onze gasten, en René en ik terug op een bijzondere avond!

vrijdag, 3 februari 2012

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Veilig maar gulzig

Onveiligheidsgevoelens? Bij deze gulzige kaaiman die ik in Bolivia tegenkwam niet…

Stadsdeel Zuid is het veiligste stadsdeel van Amsterdam. En toch is het budget voor veiligheid de afgelopen jaren meer dan verdubbeld. Dat komt omdat het met veiligheid goed scoren is: toon je compassie met slachtoffers en kondig maatregelen af – liefst stevige, zoals cameratoezicht of blowverbod. Maar compassie tonen – wat goed is – hoeft geen miljoenen te kosten. En maatregelen die nimmer hun effectiviteit bewezen hebben, zoals cameratoezicht, zouden niet zoveel geld mogen opslurpen.

Het budget voor veiligheid steeg tussen 2010 en 2012 van 2,2 miljoen euro naar bijna 4,8 miljoen euro (zie grafiek 1). Slechts een heel beperkt deel van deze toename is bedoeld om rijksbezuinigingen op te vangen. In 2012 gaat ruim 200.000 euro naar cameratoezicht. Nog eens 100.000 euro gaat naar “uitbreiding capaciteit” voor de “aanpak van veiligheid” of te wel: meer ambtenaren. Twee dure maatregelen waarvan in hoge mate moet worden betwijfeld of het bijdraagt aan veiligheid.

Grafiek 1. Budget voor veiligheid in stadsdeel Zuid

Is méér veiligheid eigenlijk wel nodig? Hoewel je natuurlijk nooit kan zeggen dat het veilig genoeg is, of dat er niets meer te doen valt, moet je je wel afvragen of méér geld er aan besteden wel zo nuttig is. Het Sociaal Cultureel Planbureau stelde onlangs in zijn rapport Waar voor ons belastinggeld? dat méér geld, niet per se méér resultaat betekent. “Bij de meeste voorzieningen stijgt de hoeveelheid ingezet personeel veel sneller dan de productie,” lezen we in de samenvatting van dit rapport. Dit zou ook wel eens kunnen gelden voor die 100.000 euro ‘uitbreiding capaciteit’ die het stadsdeelbestuur zo nodig vindt.

Bovendien is de vraag hoe groot het veiligheidsprobleem is in stadsdeel Zuid. Van onveiligheidsgevoelens heeft stadsdeel Zuid in vergelijking met andere stadsdelen al jaren het minste last (zie grafiek 2).

Grafiek 2. Aandeel mensen dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen woonbuurt (bron: basismeetset Amsterdam, O&S)

Als we kijken naar de zogenaamde veiligheidsindexen is er al jaren een positieve trend: het wordt veiliger, zowel objectief als subjectief (zie grafiek 3). De index is een – eerlijk gezegd nogal kunstmatig – getal dat de ontwikkeling binnen Amsterdam moet aangeven, waarbij ’100′ de waarde voor heel Amsterdam in 2003 is. Hoe lager het getal, hoe ‘veiliger’. Objectieve veiligheid gaat over geregistreerd slachtofferschap; subjectieve veiligheid gaat over gevoel, bijvoorbeeld van angst om slachtoffer te worden van misdrijven en criminaliteit. Landelijk is al jaren de trend dat het ‘objectief’ gezien veiliger wordt, maar dat onveiligheidsgevoelens toenemen. Over deze paradox kan je meer lezen in een interessant artikel van Sander Flight. Maar in stadsdeel Zuid gaat het dus zelfs met de beleving van (on)veiligheid de goede kant op.

Grafiek 3. Objectieve en subjectieve veiligheidsindex in stadsdeel Zuid (bron: basismeetset Amsterdam, O&S)

Meer geld voor veiligheid vind ik dus geen goed idee:

  1. Er is geen noodzaak voor, want het gaat al lang de goede kant op met veiligheid: met de bestaande, ‘oude’ budgetten kan de veiligheid al worden verbeterd, zo tonen de cijfers aan.
  2. Meer geld betekent lang niet altijd meer resultaat, zo wist het SCP onlangs te stellen.
  3. Er wordt fors bezuinigd op andere belangrijke zaken, zoals welzijn en het onderhoud van openbare ruimte. Het ongedaan maken van deze bezuinigingen verdient meer prioriteit dan de investeringen in openbare orde en veiligheid  – en dat zou misschien wel eens beter kunnen zijn voor de veiligheid op lange termijn.

Het lijkt er op dat het stadsdeelbestuur vooral goede sier wil maken met ‘maatregelen voor’, ‘een aanpak van’ en ‘inzetten op’ veiligheid, maar zonder dat concreet duidelijk wordt gemaakt wat daarmee moet worden bereikt. Die goede sier kost wel miljoenen extra. In tijden van bezuinigingen mag het stadsdeelbestuur wel wat minder gulzig zijn.

 

 

Pepijn Boekhorst

Pepijn Boekhorst

GR

(lokale) politieke partijen en hun financien

Vorige week is in de Tweede Kamer gesproken over een belangrijke nieuwe wet. De wet moet regelen dat politieke partijen openheid van zaken geven over hun inkomsten. Officieel heet deze wet ‘wet financiering politieke partijen’. Worden politieke partijen gesponsord door personen of bedrijven en zo ja, welke? Belangrijk om te weten, omdat kiezers zo kunnen beoordelen of de standpunten die een politieke partij uitdraagt en de besluiten die een politieke partij neemt, onafhankelijk zijn gemaakt. De wet gaat over landelijke politiek maar hoe zit dat met de politiek op provinciaal en gemeentelijk niveau?Een kamerlid of een gemeenteraadslid dienen beiden een besluit te nemen in het belang van alle bewoners en niet alleen in het belang van een individu (een rijke villabezitter die minder belasting wil betalen, bijvoorbeeld) of het belang van een bedrijf (dat liever een minder strenge milieuvergunning wil) een hele bedrijfstak (de tabaksfabrikanten bijvoorbeeld) of zelfs bedrijven uit het buitenland (olieproducerende bedrijven uit het Midden-Oosten bijvoorbeeld).

Gelukkig is een ruime meerderheid in de Tweede Kamer voorstander van een wet die regelt dat politieke partijen verantwoording afleggen over hun inkomsten. Dat werd tijd, want in Europa heeft nagenoeg elk democratisch land allang regels over de financiering van politieke partijen. Als de wet wordt aangenomen, is het voor politieke partijen die in de Eerste en Tweede kamer zijn vertegenwoordigd eindelijk goed geregeld. Jammer genoeg worden vooralsnog lokale partijen en politici niet genoemd. Toch zijn er diverse partijen die hier terecht aandacht voor vragen. Een lobbybrief van de VNG over dit onderwerp is helder: een pleidooi voor uniforme en landelijke regelgeving over de openbaarheid van financiering van lokale partijen.

Omdat een eerste verkennend onderzoek van mij tot de conclusie leidde dat landelijke wetgeving noodzakelijk is om lokaal regels te kunnen stellen, heb ik vorig jaar contact opgenomen met de fractie van GroenLinks in de Tweede Kamer over dit onderwerp. GroenLinks zal een belangrijke wijziging op het wetsvoorstel steunen, dat ingediend wordt door kamerlid Heijnen van de PvdA. Heijnen legt het duidelijk uit: “Dit wetsvoorstel is zo lek als een mandje als we lokale afdelingen van politieke partijen buiten beschouwing laten. Dat is één belangrijke overweging om de lokale politiek hierin mee te nemen. In dit wetsvoorstel wordt niet de transparantie van giften aan de lokale politiek geregeld, terwijl het risico van het kopen van invloed door een gift op lokaal niveau veel groter is. De lijntjes zijn korter. (…) Wij vinden het nog belangrijker dat dit op lokaal niveau goed geregeld wordt dan op landelijk niveau.” Je kunt het debat van 25 januari en 26 januari overigens helemaal teruglezen, vermakelijk leesvoer!

Ik ben blij met deze wijziging en ik hoop dat de dames en heren in Den Haag inzien dat openbaarheid van de financiering ook in gemeenteraden en provinciale staten hoort. Juist op het lokale niveau. Ik wacht de stemming over het wetsvoorstel met veel belangstelling af. En mocht je willen weten hoe de fractie van GroenLinks Nijmegen aan zijn inkomsten komt, neem dan gerust contact met mij op. Als penningmeester van de fractie kan ik het je zo vertellen.

donderdag, 2 februari 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Ruud Schouten wint Politieke Klets 2012

In bartcam, groenlinks, nam, utrechtse, wethouder.

Als Utrechtse culturele spion won Ruud Schouten, fractievoorzitter GroenLinks, dit jaar de Politieke Klets. In de Knillispoort nam hij het op tegen sterke kletsers als Jeroen Weyers (PvdA), Huib van Olden (CDA) en de dames van Stadspartij Knillis. In de klets van Ruud een belangrijke bijrol voor scheidend wethouder Bart Eigeman.

woensdag, 1 februari 2012

Het menu: X-factor

Sommige politici zijn helaas ongeschikt voor het politieke ambt. Zij die de zogenoemde X-factor missen, redden het niet op het Haagse Binnenhof. Als politici geen gevatte one-liners paraat hebben, haken de kiezers af. Zij zappen weg bij het zien en horen van voormalig minister van Justitie Ernst Hirsch Balin (CDA). Hij heeft de aardappel in de keel en ziet eruit als een notabele van voor de Tweede Wereldoorlog. Job Cohen (PvdA) is ook zo’n politiek brekebeen. Hij schudt de grappige uitspraken niet uit zijn mouw zoals Emile Roemer (SP). Hij geeft niet altijd een gelikt interview. Toch zou iedereen naar ze moeten luisteren. Balin weigert een ministerspost in het kabinet Rutte. Hij wil niet werken met de PVV die Marokkanen en Turken behandelt als tweederangsburgers. Cohen predikt geduld. Hij is voor een sterk Europa. Hij wil met Marokkanen overleggen om de problemen in hun gemeenschap op te lossen. Balin en Cohen begrijpen dat de politiek moet verbinden. Mensen zijn gelukkiger als ze elkaar respecteren. Jammer dat dit duo de noodzakelijke X-factor mist. Uiteindelijk doet de burger zichzelf namelijk te kort door de inhoud te negeren, en te kiezen voor de politici met de snedigste oneliners.

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Zesjescultuur? Nee joh, dat is gewoon efficiëntie

In onderwijs, politiek, halbe zijlstra, lerarenstaking, onderwijs, studeren, ton elias, schuld, ton, en meer.
We konden er natuurlijk op wachten. Zodra leraren hun onvrede uiten over het rampzalige onderwijsbeleid, is er altijd wel iemand bereid om de schuld volledig in de schoenen van de docenten zelf te schuiven. En namens de VVD is dat ditmaal Ton Elias. Want daar komt het nogal langdradige verhaal van Elias in de Volkskrant [...]

dinsdag, 31 januari 2012

Rob Alberts

Rob Alberts

Driemond

In , basisschool.
 Driemond.Het heeft even geduurd tot dat ik Driemond heb ontdekt. Maar telkens weer heb ik leuke ervaringen in Driemond.Met een politiek bezoek aan de dorpsraad ontmoet ik een aantal bestuurders van een aantal actieve verenigingen. Met een bezoek aan een basisschool leer ik een aantal bevlogen collegas kennen. En soms heb ik in mijn lessen een van hun oud-leerlingen.Driemond is mijn achtertuin. Me...

zondag, 29 januari 2012

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

GGD Zuid Limburg creert een leugenachtige tsunami aan windmolen weerstand

De windmolens in Lanakerveld zijn eigenlijk heel erg stil, je hoort ze nauwelijks, maar de GGD Zuid Limburg blaast het op tot een tsunami van lawaai, een golf van onhoorbaar zacht geluid overspoeld volgens de mensen, leugenaars, van de GGD … Lees verder

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Gewoon groen

In groenlinks, politiek, weblog, auto, banen, bleker, boodschap, column, columns, en meer.

In de NRC stond een mooie column van Bas Heijne over natuur. Als ik goed ben geïnformeerd, heeft hij deze column ook voorgedragen op een bijeenkomst van natuurbeheerders in het bijzijn van Henk Bleker en heeft de laatste op de van hem bekende wijze daarop gereageerd. Namelijk dat hij het er helemaal mee eens was, maar intussen een beleid uitvoert dat er diametraal tegenover staat. Als GroenLinkser vind ik het lastig om toe te geven, maar ik moet constateren dat groen uit is. Er wordt op een nietsontziende manier bezuinigd op natuur, in een omvang waarbij de kortingen op cultuur en PGB verbleken. Maar de meeste Nederlanders lijkt het nogal weinig te kunnen schelen. De paar protestacties die er zijn geweest, hebben in elk geval niets uitgehaald.

Mijn partij voerde ooit de slogan: knokken voor kwetsbaar is. En als iets dezer dagen kwetsbaar is, dan is het wel de natuur. In tijden waarin alles geëconomiseerd wordt en uitgedrukt in bijdrage aan het bruto nationaal product, delft natuur snel het onderspit. Helaas heeft links en groen daar zelf ook aan bijgedragen, door natuur te framen als economische factor. Het is immers zo mooi te wonen in een stad waar de natuur op 10 minuten rijden met de auto is, het is zo aantrekkelijk voor een multinational zich te vestigen in een groene omgeving, de groene economie levert banen op. Helemaal onwaar is dat uiteraard niet, maar het gaat voorbij aan de intrinsieke waarde van groen.

We zijn helaas wel vergeten de natuur te prijzen, niet omdat het aan allerlei andere doelen bijdraagt, maar omdat het groen is. We hebben ons zo aan het discours van andere politieke partijen aangepast, dat de boodschap van biodiversiteit, van groen te midden van alle verstening, langzaamaan overwoekerd is. Durven we nog wel de consequente en misschien impopulaire keuze te maken op te komen voor diersoorten zonder hoge knuffelwaarde en voor planten die de doorsnee tuinier uit de grond zou trekken?

Ik denk dat de strategie om natuur en groen via een omweg te verdedigen en te beschermen, keihard tegen haar grenzen is aangelopen. Dat het tijd wordt om groen weer groen te maken en dat verhaal, niet technisch, niet specialistisch, niet eenkennig, overtuigend uit te dragen.  Nu nog de juiste taal daarvoor vinden en niet te vergeten de juiste mensen.

 

zaterdag, 28 januari 2012

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

De groene ring van Leiden

In foto's, politiek, stadsgroen, leiden, singelpark, stadslab, gemeente, groenlinks, participatie, en meer.
afbeelding via Creatieve Stad Leiden

Zelden zal een duur en grootschalig plan in Leiden zoveel politieke en publieke steun hebben gekregen als het plan voor het Singelpark. Die brede steun is natuurlijk volkomen terecht want het is, in tegenstelling tot veel andere grootse plannen voor de stad, een plan dat Leiden aantrekkelijker en groener zal maken. En niet onbelangrijk: er is ook geld voor. Bij de verdeling van de NUON-gelden is een groot deel van het potje ‘groen’ toegewezen aan het Singelpark. Het park mag ruim 9 miljoen gaan kosten. In samenwerking met het Stadslabis is de gemeente inmiddels begonnen met de voorbereidingen. Er zal binnenkort een prijsvraag onder topontwerpers worden uitgeschreven, een nadrukkelijke wens van het Stadslab. GroenLinks vindt ook dat het nieuwe Leidse park door een buitengewoon goede landschapsarchitect ontworpen moet worden en steunt daarom het uitschrijven van een prijsvraag. Een belangrijk onderdeel bij de uitwerking van het park is de participatie van inwoners van Leiden. Op een eerste brainstormavond over het Singelpark waren zo’n 200 mensen aanwezig. De honderden ideeën van die avond zal de toekomstige ontwerper ongetwijfeld meenemen in het ontwerp.

collage Walter van Peijpe

De essentie van het park is natuurlijk de doorlopende wandelroute langs de stadszijde van de Singels. Van dit ‘ringpark’ zal elke inwoner en bezoeker van Leiden plezier hebben. Een veel gehoorde wens is daarnaast om ook de Singels weer geheel doorvaarbaar te maken. De dam van de NUON-centrale aan de Maresingel verhindert dit nu. GroenLinks deelt deze wens maar vindt de verwijdering van de dam geen prioriteit hebben. Het probleem is dat het nog niet duidelijk is hoeveel het verwijderen van de dam gaat kosten, het vermoeden is enkele miljoenen. Als dit zo is dan vindt GroenLinks dit een te grote aanslag op het budget voor het Singelpark. Het ligt voor de hand om het goed gevulde NUON-potje ‘bereikbaarheid’ aan te spreken. De stad wordt immers via een doorgaande ‘ringwaterweg’ beter bereikbaar voor boten.

collage Suzanne van Ginneken

Donderdag 26 januari is in de Raad met veel enthousiasme de visie op het Singelpark door alle partijen met uitzondering van Leefbaar Leiden goedgekeurd. GroenLinks feliciteert de gemeente en het Stadslab met deze belangrijke stap en wenst hen heel veel succes bij de verdere uitwerking.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Dwarsdenker (Portret in Vrij Nederland 24.01.2012)

De alleskunner die redelijkheid predikt

De homoseksuele ex-predikant en Eerste Kamerlid voor GroenLinks Ruard Ganzevoort zoekt het radicale midden.

Hoogleraar Praktische Theologie, ex-predikant, Eerste Kamerlid voor GroenLinks, hoteleigenaar en fanatiek blogger en twitteraar – Ruard Ganzevoort (46) is het allemaal. En in al zijn hoedanigheden predikt hij redelijkheid, dwars tegen de polarisatie in. In zijn kamer op de Vrije Universiteit vertelt hij over zijn ambivalente verhouding met religie. Toen hij een relatie kreeg met een man verloor hij zijn predikantstitel: een pijnlijke gebeurtenis. Toch veroordeelt hij het anti-homostandpunt van de orthodoxe kerken niet. ‘De nare, onaangename kanten van religie horen er ook bij. Ze geven de aanhangers het besef dat het geloof echt ergens over gaat.’

Tegenwoordig probeert Ganzevoort in orthodoxe kerken het gesprek over homoseksualiteit op gang te brengen. Dit doet hij op een manier die tegendraads is in haar gematigdheid. ‘Ik wil niet homo- of christenbashen, dat vind ik te makkelijk. De visie van een organisatie als Different, die zegt homo’s te genezen van hun seksuele voorkeur, moet bestreden worden. Maar de felheid waarmee dat nu gebeurt, vind ik veel te ver gaan. ‘Ook ideeën die dwars tegen mijn gevoel ingaan, mogen bestaan.’ In 2010 verscheen Adam en Evert. De spanning tussen kerk en homoseksualiteit, dat Ganzevoort schreef met twee anderen. In het boek staan verhalen over homoseksuele jongeren uit orthodox-protestantse en evangelische kringen, naast paragrafen over homoseksualiteit in de Bijbel. De aanpak is nieuw: ‘Er zijn veel boeken over het onderwerp die bij voorbaat voor of tegen homoseksualiteit zijn, en voor of tegen het geloof. Wij laten zien hoe er in orthodoxe kerken over homoseksualiteit wordt gedacht. Hoe kun je, als orthodoxe gelovige, zo zorgvuldig mogelijk met homoseksuelen omgaan? Die vraag proberen wij te beantwoorden.’ En dat helpt, zegt Ganzevoort. ‘Ook in orthodoxe kringen zie je mensen toegroeien naar het idee dat homoseksualiteit geen ziekte is.’

Ruimte voor pedofielen

Ook op andere gebieden valt Ganzevoort op door zijn gematigdheid, die soms juist leidt tot controversiële standpunten. Zo zijn radicale imams wat hem betreft welkom: ‘We leven in een plurale samenleving en daar zullen we het mee moeten doen. In die pluraliteit leven ook mensen die ver van ons af staan. ’ Nog opvallender: tijdens de publieke discussie over de pedofielenvereniging Martijn nam Ganzevoort het op voor de pedofielen. Het is een illusie om te denken dat we alle gevaar kunnen buitensluiten, zo waarschuwt hij. ‘Maar het meeste misbruik wordt niet gepleegd door pedofielen, en de meeste pedofielen begaan geen strafbare feiten. In plaats van een heksenjacht te houden, zouden we moeten werken aan praktische oplossingen, bijvoorbeeld buddyprojecten. Seksueel misbruik blijft onaanvaardbaar. Maar we moeten in de samenleving ook ruimte maken voor pedofielen.

Sinds afgelopen juni is Ganzevoort Eerste Kamerlid voor GroenLinks. Voor een vrijzinnige theoloog is het een spannende tijd in de politiek. Juist het afgelopen jaar heeft religie, in de gedaanten van de weigerambtenaar, de religieuze slacht en het passief stemrecht voor SGP-vrouwen, volop in de publieke belangstelling gestaan. In alle gevallen gaat het om de vraag tot welke hoogte de staat mag inbreken in de vrijheid van godsdienst. In debatten hierover staan steevast de gelovige en de liberaal tegenover elkaar, waarbij de eerste hamert op pluralisme en godsdienstvrijheid, en de tweede op de rechten van het individu.

Heel precies kijken

Van de meeste politici valt op voorhand te bepalen welke positie zij zullen innemen; zo niet bij Ganzevoort. Kiezen voor het ene grondrecht boven het andere is lastig en pijnlijk, en de afweging moet elke keer opnieuw gemaakt worden, benadrukt hij. De overheid moet bepalen of het individu binnen de religieuze groep zo veel schade ondervindt dat ingrijpen in de vrijheid van godsdienst gerechtvaardigd is. Zo kan het dat Ganzevoort vóór het verbieden van de weigerambtenaar is, maar tegen het  verbod op ritueel slachten. Een duidelijke mening over de SGP-vrouwen, over wie de Hoge Raad besliste dat zij zich verkiesbaar moeten kunnen stellen, heeft hij nog niet. ‘Je moet heel precies kijken naar welke rechten er potentieel worden geschonden. Aan de ene kant die van vrouwen binnen de SGP en aan de andere kant die van een politieke organisatie. Maar als de overheid helemaal niets zou doen, dan zou ik denken: er ligt niet voor niks een rechterlijke uitspraak.’

Ganzevoort voelt zich thuis in de Eerste Kamer. ‘Ik voel nu meer dan ooit de urgentie. Het klimaat in ons land wordt beïnvloed door populisme, partijen die anderen uitsluiten, polarisatie tussen bevolkingsgroepen. Er moet een ander verhaal komen, van toekomst, hoop, compassie, van visie op samenleven, in plaats van op uitsluiten.’ De komende jaren wil hij, in de politiek en daarbuiten, vooral proberen een wijs mens te zijn. Dat is volgens hem geen vanzelfsprekendheid. ‘Wijsheid is niet iets wat je hebt, maar iets wat je constant moet bevechten.’


Robert Slijfer

Robert Slijfer

Twitter

Boerkaverbod

In islam, politiek, samenleving, dragen, kabinet, risico, verbod, 2012.
Het kabinet stemde op 27 januari 2012 in met een verbod op gezichtsbedekkende kleding. Boerka, nikab, integraalhelmen en bivakmutsen mag je niet dragen als je over straat loopt, doe je dit wel dan loop je het risico verbaliseerd te worden … Continue reading

vrijdag, 27 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Atlas van Europese Waarden

LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
VERBETERD

Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

Jaargang 4, Nr. 199.

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Bestuurlijke worst

In politiek, retorica, ethos, spel, achterkamertjes, teleurstelling, algemeen, bestuur, debat, en meer.

Transparantie, een geliefd woord in het openbaar bestuur. Een overtuigend communicerende overheid wil met transparantie een sterke ethosstrategie voeren. Kijk maar: niets te verbergen, geen achterkamertjes, dat moet het vertrouwen ten goede komen. Jammer… uit een Utrechts promotieonderzoek blijkt dat meer transparantie in het lokaal bestuur in ieder geval niet direct leidt tot meer vertrouwen. Sterker nog: wie meer wist, had een negatiever oordeel over al het gesteggel, zoals veel proefpersonen de gang van zaken rond gemeentelijke besluitvorming beoordeelden.

Dat is natuurlijk niet zo gek. Voor een deel is dat gesteggel nu eenmaal onderdeel van het politieke spel. Er moet onderhandeld worden in ons coalitieland. Openbaar onderhandelen is een contradictio in terminis, niemand laat dan het achterste van z’n tong zien. Verder kan een blik achter de schermen ook teleurstelling opleveren over het niveau van debatten en motieven van politici en bestuurders. Wie kijkt voor z’n lol naar een integraal uitgezonden debat van een gemeenteraad? Er zijn vast gemeenten waar wel geïnteresseerde burgers op de publieke tribune zitten, maar over het algemeen zijn deze stoelen alleen gevuld door fractievolgers en belanghebbenden (vooral tegenstanders…) bij een agendapunt.

De promovendus concludeert dat de overheid het niet snel goed kan doen; wel verkeerd. Hoe dan wel communiceren? Niet per se volledig, licht positief van toon en geloofwaardig, aldus de onderzoeker. Omdat burgers niet gek zijn, maar ook niet alles hoeven te weten. ’Those that respect the law and love sausage should watch neither being made’, zei Mark Twain lang geleden al…


Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Kinderpardon!

kinderpardon In de raadsvergadering op 24 januari (jawel, op mijn verjaardag) diende ik namens onze fractie een actuele motie in om de regering op te roepen om een kinderpardon te geven aan kinderen die al langer dan 8 jaar in Nederland verblijven. Dit deed ik mede op verzoek van Tofik Dibi, Tweede Kamerlid van GroenLinks. Hij initieerde samen met een hoop bekende Nederlanders de petitie op www.kinderpardon.nu Meer dan 100.000 mensen hebben daar inmiddels hun handtekening op gezet!

Met het indienen van de motie geeft GroenLinks een stem aan een gevoel wat breed gedragen wordt in de samenleving, ook de Eindhovense. Wij willen dat kinderen, die mede door het landelijke beleid inmiddels al jarenlang in Nederland leven, niet gedwongen worden om ons land te verlaten en teruggestuurd worden naar landen waar ze de cultuur en de taal niet van kennen maar die bovenal ook vaak erg gevaarlijk zijn. Wij gunnen deze kinderen een toekomst in Nederland.

Deze motie kon rekenen op een zeer brede steun in Eindhoven. De motie werd mede ingediend door de volgende partijen: SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en zelfs het CDA, die zich hiermee tegen het regeringsbeleid van hun eigen minister keerde. Verder werd de motie gesteund door twee leden van de VVD fractie. De overige leden, als ook het raadslid van LE, vonden dat het geen lokale zaak was om hier iets van te vinden. GroenLinks is het daar niet mee eens, het gaat immers ook om onze inwoners!  Bovendien is ook onze landelijke overheid een democratisch orgaan wat als het goed is luistert naar signalen uit de samenleving. Een lokale gemeenteraad kan die signalen zichtbaar maken en vertalen naar de de tweede kamer!

Heb je nog niet getekend voor het kinderpardon? Doe dat dan nu op www.kinderpardon.nu

Lees hieronder de motie en mijn betoog over het kinderpardon.

TEKST ACTUELE MOTIE KINDERPARDON

clip_image002

Actuele Motie

De ondergetekende heeft de eer de volgende motie aan te bieden.

De ondergetekende, lid van de raad van de gemeente Eindhoven,

Overwegende dat:

- Er een brede maatschappelijke steun is voor een kinderpardon in de Nederlandse samenleving;

- Bijna 100.000 mensen de petitie voor het kinderpardon ondertekenden.

Van mening zijnde dat:

- Het wezensvreemd is om asielkinderen die geworteld zijn in Nederland terug te sturen naar het land van hun ouders;

- Er nu veel aandacht is, zowel politiek als in de media, voor individuele gevallen;

- Er gestreefd zou moeten worden voor een structurele oplossing voor de hele groep kinderen die het betreft (naar schatting 1.500).

Stelt de raad voor te besluiten:

Om het College te verzoeken om bij de minister voor Immigratie & Asiel aan te dringen op een kinderpardon.

Eindhoven, …..

Het lid van de raad,

Renate Richters, GroenLinks

 

BETOOG BIJ MOTIE KINDERPARDON

Actuele motie kinderpardon

“Nederlandse kinderen gedwongen om met vader naar Afghanistan terug te gaan”. Dit was te lezen op de site van de Volkskrant vandaag. Achmed Matin (16 jaar) en Diba Matin (15 jaar) hebben allebei een Nederlands paspoort. Hun moeder is in 2006 overleden. Hun vader, Abdul Momand heeft vorige week te horen gekregen dat hij Nederland moet verlaten van de immigratie- en naturalisatiedienst, ondanks dat de rechtbank tot 3x toe heeft besloten dat hij mag blijven. Abdul Momand staat voor een onmogelijke keuze. Zijn kinderen zonder ouders achterlaten kan hij niet. “Maar eigenlijk kan ik het mijn kinderen ook niet aandoen om naar Kabul te verhuizen” zegt deze vader. De kinderen spreken geen Afghaans. Vader werkt al 10 jaar als conciërge op een basisschool.

Achmed Matin en Diba Matin. De nieuwe Sahar? De nieuwe Mauro?

Weer staat de media bol van een individuele kwestie waarbij kinderen die al lang in Nederland wonen, hier zijn opgegroeid en hier geworteld zijn, worden gedwongen ons land te verlaten. Naar Irak, Afghanistan, Angola, Eritrea.

Weer ontstaat er een breed publiek debat waarbij de regering zijn poot stijf houdt, want regels zijn regels, ondanks dat veel mensen in Nederland zich massaal hebben uitgesproken dat ze het anders willen. Dit blijkt onder andere uit de brede acties die zijn gevoerd naar aanleiding van de situatie van Mauro, maar ook uit de bijna 100.000 handtekeningen die gezet zijn voor de petitie kinderpardon.nu.

We kunnen blijven discussiëren over individuele gevallen, of we kunnen het voor eens en altijd goed oplossen. GroenLinks kiest voor het laatste. Daarom zijn dienen wij vanavond samen met SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en het CDA een motie in om bij de minister voor immigratie te pleiten voor een kinderpardon. Naar schatting gaat het hier om maximaal 1.500 kinderen onder de 21 jaar. Met deze oproep geven wij steun aan de nog te behandelen initiatiefwet van PvdA en CU over gewortelde kinderen.

Deze gemeenteraad heeft zich terecht het lot van Mauro, inwoner van onze stad, aangetrokken. Dit hebben wij gemeenteraadsbreed middels een brief aan de minister kenbaar gemaakt. Wij hopen dat u, in navolging van deze brief, met ons de minister wilt oproepen om tot een structurele oplossing voor deze kinderen te komen.

Steun daarom deze actuele motie, en zet daarom je handtekening op www.kinderpardon.nu

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Utilisten, liberalen en dieren

In dierenrechten, liberalisme, politieke filosofie, activiteiten, debat, dieren, dierenwelzijn, eerste, eten, en meer.

De basis van dierenrechten is, filosofisch gezien, precair. Traditionele politieke theorieën zijn niet goed in staat om zulke rechten te verdedigen. In het boekje Een waardig bestaan schetst Martha Nussbaum een potentiële oplossing: haar eigen op capaciteitengerichte politiek-filosofische theorie.

Dierenrechten als een filosofisch probleem

Veel mensen hebben de intuïtie dat je niet wreed mag zijn tegen dieren. Stierenvechten voelt als een barbaarse praktijk, waar we zo snel mogelijk vanaf zouden moeten. Maar wat is de politiek-filosofische basis van dierenrechten? De traditionele liberale politieke theorieën bieden geen ruimte voor dierenrechten. Deze streven naar een zo groot mogelijke individuele vrijheid voor rationele burgers. Liberale theorieën zien maar een relevante groep rechtssubjecten: rationele mensen. Liberalen willen mensen in staat stellen om zelf hun eigen ideeën van het goede leven in de praktijk te brengen. Dieren kunnen niet als vrij en rationeel vorm geven aan het eigen leven.

Utilisen lijken dieren gemakkelijk op te kunnen nemen in hun theorieën. Prominente utilisten als Singer hebben zeer veel gedaan om dierenrechten filosofisch te funderen. Utilisten hebben niet veel met rechten, maar destemeer met welzijn. Een recht is voor een utilist niet veel meer dan de erkenning dat het welzijn van een partij ‘telt’. Utilisten willen het totale geluk zo groot mogelijk maken. Dieren kunnen pijn en geluk voelen. Hun geluk en pijn kunnen dus ook mee tellen. Dat klinkt allemaal mooi, maar utilisme leidt vaak tot onintuïtieve conclusies. Ik heb hier al eerder over geschreven. De meest typische utilistische paradox is een happiness monster, een wezen dat zeer gelukkig wordt van het lijden van andere wezens. Zolang zijn geluk maar groot genoeg is, kan dat ieder lijden als irrelevant klein ter zijde worden geschoven: de Westerse consument gedraagt zich vaak als een happiness monster: als ik maar heel gelukkig wordt van het eten van hamburger, dan telt het ongeluk van het dier niet. Dat lijkt me een zeer zwakke verdediging van dierenrechten.

Capaciteitenbenadering als een oplossing

De derde traditionele stroming in de filosofie naast het op Kant geïnspireerde liberalisme en het utilisme is de deugdenethiek van Aristoteles. Aristoteles stelt matiging centraal: deugdzaamheid is vermogen om het midden te vinden. Tussen de extremen van lafheid en roekeloosheid, ligt moed. Ik heb altijd gedacht dat je in deze theorie nooit dierenrechten kan verdedigen. Matiging is een zeer zwakke politieke categorie: men kan hier nooit universele, voor iedereen geldende rechten mee rechtvaardigen. Dierenliefde is een deugd, maar de deugd van dierenliefde ligt tussen squeamishness en wreedheid. Of iemand meer dierenliefde moet tonen, hangt af van de vraag of hij van nature geneigd is naar wreedheid of juist naar squeamishness tegen dieren. Ik ben van nature squeamish: ik kan slecht lijden, bloed of pijn zien. Aristoteles zou mij zeggen: “Man up! Wurg eens een kat met je blote handen, want je helt te verder door naar zachtheid.”

Martha Nussbaum gaat echter een stap verder in haar analyse: ze stelt dat niet matiging de belangrijkste categorie voor Aristoteles is, maar ‘eudaimonia‘, wat ze vertaalt naar het Engelse functioning. Een functioning is een waardevolle menselijke activiteit of toestand. We ontplooien ons door onze functionings te realiseren. Nussbaum wil dat mensen zich kunnen ontplooien. Dit betekent volgens haar dat de overheid de voorwaarden moet scheppen voor om zich mensen in bepaalde activiteiten te ontplooien. Ze noemt deze voorwaarden capaciteiten.

Nussbaum slaat een balans tussen liberalisme en utilisme: haar theorie is liberaal omdat ze probeert de capaciteiten van mensen te vergroten, niet hun daadwerkelijke functionings. Het niet-liberale element van haar theorie is dat Nussbaum een lijst heeft vast gesteld van functionings waardevolle menselijke activiteiten of toestanden die voor ieder mens beschikbaar zouden moeten zijn: in deze lijst staan onder andere gezondheid, leven, denken, emotie, spel, betrokkenheid bij andere mensen en controle over je eigen omgeving. Haar theorie is utilistisch in de zin dat ze streeft naar een bepaalde vorm van geluk, namelijk het geluk dat we ervaren door ons te ontplooien. Echter, haar theorie is niet utilistisch omdat ze niet probeert het geluk zo groot mogelijk te maken, maar probeert om mensen in staat te stellen om zelf hun functioning te kiezen.

Nu kunnen we deze theorie van capaciteiten ook toepassen op dieren. Ook dieren zijn immers in staat om goed te functioneren: in klassieke lijstjes van dierenrechten zoals de “vijf vrijheden” komen deze elementen voor. Dieren moeten vrij moeten zijn van honger, pijn, ziekte en stress, maar bovendien moeten dieren hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen samen met soortgenoten. We zien hier eigenlijk twee groepen claims: ten eerste moeten dieren gezond zijn en ten tweede moeten ze zich op een soort eigen manier kunnen ontplooien. In dat tweede zien we duidelijk een notie van functioning. Een konijn functioneert het best als konijn als het typisch konijnengedrag mag vertonen: graven, herkauwen, rondhupsen.

Capaciteiten kritisch tegen het licht

De capaciteitenbenadering heeft een aantal beperkingen, zeker waar het gaat om het dierenrijk. Het goed functioneren van dieren kan nog wel eens tegengesteld zijn aan elkaar. Een kat kan zich het best ontplooien door de jacht. Dat is echt soort-eigen gedrag van de kat. Op het moment dat hij een muisje vangt, is het echter snel afgelopen met het goed functioneren van het muisje.1 Nussbaum heeft hier wel een antwoord op: dieren kunnen soort eigen gedrag vertonen zonder andere dieren schade te doen. Een kat kan jagen op een led-lampje en een tijger in een dierenpark kan goed zijn katachtige jachtinstincten uitleven op een bal. Ik vraag me af of een kat die jaagt op bal evengoed functioneert als een kat die jaagt op een prooidier. Het een lijkt toch een slechte kopie van het ander.

Maar er is een groter bezwaar: volgens mij is het niet de verantwoordelijkheid van mensen om voor dieren in het wild te zorgen. Het lijkt me zeker niet de bedoeling dat we alle roofdieren uitmoorden ten bate van de prooidieren. Niet alleen omdat we niet weten wat er zal gebeuren, maar bovendien omdat dat onze verantwoordelijkheid niet is. Dit is een typisch probleem van utilisten, waar ook de capaciteitenbenadering onder lijdt. Deze theorieën maken geen onderscheid tussen wat wel de verantwoordelijkheid van de overheid is en wat niet. Het lijden van dieren dat wordt veroorzaakt door menselijk handelen is inderdaad een politiek probleem, het lijden dat in de natuur ontstaat door menselijk-niet-handelen is onderdeel van de natuur.

De benadering van Nussbaum is welkome bijdrage aan het debat over dierenwelzijn, maar is volgens mij nog steeds onvoldoende sterk om de verplichtingen van mensen tegenover dieren te rechtvaardigen.

donderdag, 26 januari 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Lichte daling ledenaantallen politieke partijen

De Nederlandse politieke partijen verloren vorig jaar gezamenlijk 2,1% van hun leden. Dat blijkt uit cijfers (pdf) van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Vooral het CDA (-7%), SP (-4,6%) en GroenLinks (-3,5%) verloren, terwijl PvdD (+5,5%), D66 (+1,8%) en SGP (+1,3%) winst boekten. De nieuwe partij 50+ heeft nu 1321 leden. 

In totaal schreven meer dan 20.000 mensen zich (op)nieuw in als partijlid, terwijl van bijna 27.000 personen het lidmaatschap werd beëindigd. De grote drie partijen verloren het meest, maar ook de kleinere partijen gezamenlijk (inclusief SP) zagen vorig jaar meer leden gaan dan komen. In de voorafgaande jaren was juist een stijging te zien in het ledenaantal van de kleintjes

 

Een daling van het ledenaantal is overigens niet uitzonderlijk in een post-verkiezingsjaar. In het jaar 2007 verloren partijen bijvoorbeeld gemiddeld 2,6% van hun leden. Als we kijken naar het verloop van de ledenaantallen is er steeds een stijging in verkiezingsjaren en daarna een daling. In het verleden was die daling sterker dan de winst in verkiezingsjaren, maar vanaf de jaren 2000 weten partijen hun ledenaantallen gemiddeld genomen zelfs iets te vergroten. Lag het aantal leden na verkiezingsjaar 1998 nog op iets meer dan 300.000, na de vorige verkiezingen waren dat er bijna 320.000. De sterke daling van het aantal partijleden in de jaren 1980 en 1990 is gestopt; in de afgelopen 15 jaar is er sprake van een stabilisering van het aantal partijleden.

Er zijn wel grote verschillen tussen partijen. Als we kijken naar de laatste tien jaar zien we vooral bij het CDA een constante afname van het aantal leden. Alleen rond de verkiezingen van 2006 bleef het ledenaantal ongeveer stabiel. De PvdA wist tot 2007 een kleine ledenwinst te boeken, maar leverde die de afgelopen jaren weer (meer dan) in. De SP steeg aanvankelijk snel, met name in 2002 en 2003, maar ook de socialisten verliezen de laatste jaren. De VVD laat de laatste drie jaar juist weer enig herstel zien. Het succes onder Rutte zal hierbij ongetwijfeld een rol spelen. 



De SGP is qua ledenaantal momenteel de vijfde partij en laat een zeer constante (kleine) stijging zien. GroenLinks is net iets kleiner; vooral in de verkiezingsjaren 2002, 2006 en 2010 deed de partij het goed. D66 klimt sinds 2008 snel uit het dal en verdubbelde daarmee het ledenaantal ten opzichte van een aantal jaren geleden. De Partij voor de Dieren laat een zeer constante stijging zien en wist zelfs in het afgelopen post-verkiezingsjaar dus een mooie ledenstijging te laten zien.

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Drie argumenten voor een basisbeurs

Ooit is de basisbeurs ingevoerd met de gedachte dat iedereen in Nederland moet kunnen studeren, ongeacht financiële achtergrond. Maar met het afschaffen van de basisbeurs in de masterfase is de eerste stap gezet richting de ontmanteling van het stelsel. Dit heeft het debat over de studiefinanciering weer volop aangewakkerd, zowel in de krant als hier [...]

woensdag, 25 januari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Compassie verdraagt geen kille en kleine overheid

Compassie is een waardevol uitgangspunt in de politiek, niet alleen binnen het CDA. Maar vul dat begrip dan wel groen en sociaal in, met een heldere rol voor de overheid. Vrede, gerechtigheid en ‘heelheid van de schepping’ kunnen daarbij helpen als leidende waarden. Maar dat is niet voor elke (christelijke)  politicus altijd even vanzelfsprekend, helaas.

Vrede, sociale gerechtigheid en duurzaamheid kun je ook samenvatten met het begrip ‘compassie’: betrokkenheid bij alles wat leeft, met name bij wie of wat extra aandacht behoeft. De Linker Wang – de beweging voor religie en politiek verbonden met GroenLinks – heeft deze gedachte in het voorjaar van 2011 uitgewerkt daarbij geïnspireerd door theoloog Manuela Kalsky. In de zomer werd ‘politiek met compassie’ het motto van De Linker Wang om verder uit te dragen binnen GroenLinks. Kort daarna werd het begrip door theoloog Jacobine Geel gelanceerd binnen het CDA wat binnen die partij tot instemming maar ook tot discussies leidde.

Je kunt er kinderachtig over doen, maar per saldo zijn het toch positieve ontwikkelingen. Compassie kan door niemand worden geclaimd en overstijgt politieke verschillen. Het begrip betekent ‘mededogen’ en er zit ook ‘passie’ (hartstocht) in. Het kan ook verbindingen tot stand brengen tussen politieke partijen. Misschien kan ‘compassie’ als leidraad gelden voor een toenadering tussen CDA en bijvoorbeeld GroenLinks, PvdA en ChristenUnie? Maar van ‘compassie’ als gedeelde inspiratiebron moeten we in alle nuchterheid ook geen wonderen verwachten.     

Theoloog en ethicus Frits de Lange waarschuwde het CDA afgelopen zaterdag in dagblad Trouw om het begrip compassie niet rechts-conservatief in te vullen, zoals door Republikeinen gebeurt in de Verenigde Staten. Het CDA hamert vaak op de rol van de civil society – de optelsom van alle maatschappelijke verbanden die los staan van markt en staat. Dat is een goede keuze, maar de partij gebruikt dat soms ook als excuus om te pleiten voor een kleinere publieke sector met minder sociale voorzieningen. Een kille en kleine overheid dus.

Dat brengt het CDA in conservatief vaarwater dat kritiekloos staat tegenover economisch liberalisme. Compassie wordt dan liefdadigheid in plaats van publieke gerechtigheid. Begrijp me niet verkeerd: liefdadigheid en barmhartigheid zijn nodig om de gaten te dichten die de overheid laat vallen. Dat is goed want de overheid kan niet alles. Maar dat ontslaat de politiek niet van de taak om solidariteit en gelijke kansen te blijven organiseren. Daarvoor is compassie nodig in de sfeer van de burgermaatschappij maar ook vanuit politiek en overheid. Politiek met compassie dus. Dat zou zelfs het motto kunnen worden van een centrumlinks kabinet dat de rollen van de markt, de civiele samenleving én de staat in hun onderlinge samenhang weer op waarde schat.


Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Wethouder Bart Eigeman kiest een andere weg

In bartcam, college, foto's, fractie, gemeente, groenlinks, hart, kracht, kunst, en meer.

Volgende maand draagt Bart Eigeman het wethouderschap over aan een opvolger. In de raadsvergadering van 24 januari liet hij dit weten. “Ik ben met hart en ziel verbonden aan mensen en de gemeente ’s-Hertogenbosch, maar het is nu tijd om mijzelf te leren kennen in een andere werkkring. Bovendien is het goed ruimte te maken voor een opvolger nu de regeerperiode van dit college nog niet op de helft is.” De fractie van GroenLinks maakt op korte termijn de voordracht van de opvolger van Bart bekend.

Bart weet nog niet wat hij na 28 februari gaat doen. “Tot vandaag heb ik me iedere dag opnieuw helemaal gegeven in dit werk. Elf jaarlang heb ik topsport bedreven, Ik heb even de tijd nodig daarvan los te komen voor ik me in een nieuwe uitdaging stort. Ik blijf wel aan de slag met `mensen uitdagen, inspireren en verbinden’ om het positieve uit zichzelf en hun omgeving te halen.”

Bart kijkt heel positief terug. “Ik ben dankbaar voor het vertrouwen van kiezers én het vertrouwen wat ik van de mensen kreeg die geen GroenLinks stemden. Ik heb de mensen in de stad graag vertegenwoordigd. Met velen uit de stad heb ik de afgelopen jaren mogen samenwerken.

En ik ben optimistisch gestemd: er zijn heel veel mensen die – vaak vrijwillig – zich inzetten om hun leven en dat van anderen een beetje mooier te maken. Er zijn heel veel bedrijven en instellingen die zich inspannen voor onze stad. Politiek hoeft je niet aan politici alleen over te laten. De kunst voor de politici is, de kracht in de samenleving tot bloei te laten komen. En daar blijf ik een bijdrage aan leveren, de komende jaren vanuit een ander gezichtspunt dan de politiek.”

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Bestuurlijke brei

In arnhem, media, politiek, arnhem, bestuur, ambtenaren, begrijpen, burgemeester, hoop, en meer.

Mijn complimenten voor documentairemaker Michiel van Erp voor zijn documentaire ‘Postmoderne hutspot’ over opkomst en ondergang van het Nationaal Historisch Museum. De documentaire is nog maar een week online en zeker verplichte kost voor een ieder die iets wil begrijpen van bestuurlijke processen, al bestaat het risico dat er na het bekijken van de documentaire meer vragen dan antwoorden liggen. In mijn optiek is het een leerschool voor politici, bestuurders en ambtenaren.

——————————————————————————————————-

VPRO: Het Uur van de Wolf (uitzendinggemist) \’Postmoderne hutspot\’

——————————————————————————————————-

Bijzonder is dat de vergadering nav het onderzoek door Grondmij gefilmd kon worden. Dit zit in het tweede deel van de documentaire. De bestuurlijke elasticiteit van de Arnhemse burgemeester Krikke valt ook wel op gedurende het traject. Ze blijft keurig in het gelid ondanks dat er van links en rechts allerlei strapatsen worden uitgehaald. Ze begint in het wiel bij Jan Vaessen en langzaam manoevreert ze zich in de waaier van minister Plasterk, die ook wel voelt voor de plannen van Schilp. Ik hoop ooit middels een biografie nog wel de echte mening van Paulien Krikke te horen.

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Pathetisch wolven vangen

In politiek, retorica, pathos, bezuinigingen, ethos, gedoger, gevonden, kabinet, kant, en meer.

Hoe ver kun je een pathosstrategie¹ voeren? De King of Pathos, Wilders, staat op verlies en zoekt een manier om de kiezers die overlopen naar de SP terug te lokken. Goede keuze van het moment: na een tijd van zwijgen over PVV-perikelen en in de aanloop van de mogelijke val van het kabinet vanwege verdere bezuinigingen. Frits Wester rolde de rode loper uit voor Het Gesprek, aandacht zat.

In de aanval dus, tegen de SP. Met ethos lukt het niet: ‘men’ vindt Roemer nu eenmaal vooral aansprekend en betrouwbaar. Een combinatie van zijn vlotte spreekstijl en goede-lobbes-uitstraling. Daar kan de scheermestaal van Wilders niet tegenop, boos zijn blijft niet effectief. Zeker niet als je als gedoger geen deuk in een pakje coalitieboter weet te slaan. En zijn eigen logica is wel een heel magere invulling van een logosstrategie. Onderbouwen is zo elitair…

Dus blijft de pathosstrategie over en trekt Wilders de beruchtste angsten van zijn achterban uit de kast. Met de SP aan de macht wordt Nederland duurder, Europeser en migrantenrijker. Een wolf in schaapskleren, die Roemer. Roemer en de enige echte machthebber bij de SP, Marijnissen, reageerden op de enige juiste manier: hard lachend en dank uitsprekend voor de zendtijd die zij op hun beurt door deze letterlijk pathetische aanval krijgen. Als je de feiten aan jouw kant hebt, is een dergelijke aanval gemakkelijk af te wenden. Zo lang je zelf maar aansprekend en betrouwbaar, en liefst ook deskundig gevonden blijft worden. Dan wint de ethosstrategie altijd.

¹Zie Aristoteles, Retorica: ethos = de beoordeling van de zender, logos de beoordeling van de  inhoud en pathos de mate waarin de zender inspeelt op de behoeften en angsten van de ontvanger.


dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 363 uur (15,1 dagen). Berichtgemiddelde: 2 bericht per dag, 13,9 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10