zaterdag, 28 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Dwarsdenker (Portret in Vrij Nederland 24.01.2012)

De alleskunner die redelijkheid predikt

De homoseksuele ex-predikant en Eerste Kamerlid voor GroenLinks Ruard Ganzevoort zoekt het radicale midden.

Hoogleraar Praktische Theologie, ex-predikant, Eerste Kamerlid voor GroenLinks, hoteleigenaar en fanatiek blogger en twitteraar – Ruard Ganzevoort (46) is het allemaal. En in al zijn hoedanigheden predikt hij redelijkheid, dwars tegen de polarisatie in. In zijn kamer op de Vrije Universiteit vertelt hij over zijn ambivalente verhouding met religie. Toen hij een relatie kreeg met een man verloor hij zijn predikantstitel: een pijnlijke gebeurtenis. Toch veroordeelt hij het anti-homostandpunt van de orthodoxe kerken niet. ‘De nare, onaangename kanten van religie horen er ook bij. Ze geven de aanhangers het besef dat het geloof echt ergens over gaat.’

Tegenwoordig probeert Ganzevoort in orthodoxe kerken het gesprek over homoseksualiteit op gang te brengen. Dit doet hij op een manier die tegendraads is in haar gematigdheid. ‘Ik wil niet homo- of christenbashen, dat vind ik te makkelijk. De visie van een organisatie als Different, die zegt homo’s te genezen van hun seksuele voorkeur, moet bestreden worden. Maar de felheid waarmee dat nu gebeurt, vind ik veel te ver gaan. ‘Ook ideeën die dwars tegen mijn gevoel ingaan, mogen bestaan.’ In 2010 verscheen Adam en Evert. De spanning tussen kerk en homoseksualiteit, dat Ganzevoort schreef met twee anderen. In het boek staan verhalen over homoseksuele jongeren uit orthodox-protestantse en evangelische kringen, naast paragrafen over homoseksualiteit in de Bijbel. De aanpak is nieuw: ‘Er zijn veel boeken over het onderwerp die bij voorbaat voor of tegen homoseksualiteit zijn, en voor of tegen het geloof. Wij laten zien hoe er in orthodoxe kerken over homoseksualiteit wordt gedacht. Hoe kun je, als orthodoxe gelovige, zo zorgvuldig mogelijk met homoseksuelen omgaan? Die vraag proberen wij te beantwoorden.’ En dat helpt, zegt Ganzevoort. ‘Ook in orthodoxe kringen zie je mensen toegroeien naar het idee dat homoseksualiteit geen ziekte is.’

Ruimte voor pedofielen

Ook op andere gebieden valt Ganzevoort op door zijn gematigdheid, die soms juist leidt tot controversiële standpunten. Zo zijn radicale imams wat hem betreft welkom: ‘We leven in een plurale samenleving en daar zullen we het mee moeten doen. In die pluraliteit leven ook mensen die ver van ons af staan. ’ Nog opvallender: tijdens de publieke discussie over de pedofielenvereniging Martijn nam Ganzevoort het op voor de pedofielen. Het is een illusie om te denken dat we alle gevaar kunnen buitensluiten, zo waarschuwt hij. ‘Maar het meeste misbruik wordt niet gepleegd door pedofielen, en de meeste pedofielen begaan geen strafbare feiten. In plaats van een heksenjacht te houden, zouden we moeten werken aan praktische oplossingen, bijvoorbeeld buddyprojecten. Seksueel misbruik blijft onaanvaardbaar. Maar we moeten in de samenleving ook ruimte maken voor pedofielen.

Sinds afgelopen juni is Ganzevoort Eerste Kamerlid voor GroenLinks. Voor een vrijzinnige theoloog is het een spannende tijd in de politiek. Juist het afgelopen jaar heeft religie, in de gedaanten van de weigerambtenaar, de religieuze slacht en het passief stemrecht voor SGP-vrouwen, volop in de publieke belangstelling gestaan. In alle gevallen gaat het om de vraag tot welke hoogte de staat mag inbreken in de vrijheid van godsdienst. In debatten hierover staan steevast de gelovige en de liberaal tegenover elkaar, waarbij de eerste hamert op pluralisme en godsdienstvrijheid, en de tweede op de rechten van het individu.

Heel precies kijken

Van de meeste politici valt op voorhand te bepalen welke positie zij zullen innemen; zo niet bij Ganzevoort. Kiezen voor het ene grondrecht boven het andere is lastig en pijnlijk, en de afweging moet elke keer opnieuw gemaakt worden, benadrukt hij. De overheid moet bepalen of het individu binnen de religieuze groep zo veel schade ondervindt dat ingrijpen in de vrijheid van godsdienst gerechtvaardigd is. Zo kan het dat Ganzevoort vóór het verbieden van de weigerambtenaar is, maar tegen het  verbod op ritueel slachten. Een duidelijke mening over de SGP-vrouwen, over wie de Hoge Raad besliste dat zij zich verkiesbaar moeten kunnen stellen, heeft hij nog niet. ‘Je moet heel precies kijken naar welke rechten er potentieel worden geschonden. Aan de ene kant die van vrouwen binnen de SGP en aan de andere kant die van een politieke organisatie. Maar als de overheid helemaal niets zou doen, dan zou ik denken: er ligt niet voor niks een rechterlijke uitspraak.’

Ganzevoort voelt zich thuis in de Eerste Kamer. ‘Ik voel nu meer dan ooit de urgentie. Het klimaat in ons land wordt beïnvloed door populisme, partijen die anderen uitsluiten, polarisatie tussen bevolkingsgroepen. Er moet een ander verhaal komen, van toekomst, hoop, compassie, van visie op samenleven, in plaats van op uitsluiten.’ De komende jaren wil hij, in de politiek en daarbuiten, vooral proberen een wijs mens te zijn. Dat is volgens hem geen vanzelfsprekendheid. ‘Wijsheid is niet iets wat je hebt, maar iets wat je constant moet bevechten.’


dinsdag, 24 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Toch Job

In het menu, niet op voorpagina, emile roemer, job cohen, pauw en witteman, populisme, pvda, sp, cohen, en meer.
De SP zit in de lift en is virtueel de grootste partij van Nederland. Men vraagt Emile Roemer naar de oorzaak van dit succes. Ik verwacht het bekende riedeltje te horen van opkomen voor de onderdrukten, eerlijk delen en solidariteit, maar tot mijn verbazing geeft hij het enige ware antwoord door - met een licht besmuikte stem - zijn persoonlijke kwaliteiten op te sommen. Volgens velen is Roemer een natuurtalent. Job Cohen wordt zoals altijd aan een kruisverhoor onderworpen bij Pauw en Witteman. Een licht hakkelende man, soms geïrriteerd reagerend. Maar hij houdt vast aan zijn standpunt. Hij gaat zich niet anders voordoen dan hij is en bedoelt daarmee dat hij niet met modder gaat gooien, ook niet als hij door de man met het peroxidehoofd voor ik weet niet wat wordt uitgemaakt. Volgens velen is Cohen te netjes voor dit vak. Het is overduidelijk, Emile heeft het en Job heeft het niet. Beiden vissen uit dezelfde vijver. Hun kiezers hebben het doorgaans niet breed en zijn daardoor gevoelig voor populisme. Roemer maakt daar soms gretig gebruik van. Cohen weigert grote beloften te doen of gouden bergen te beloven die nooit waar gemaakt kunnen worden. Daarom kies ik toch voor Job Cohen.

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


zaterdag, 7 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Populisme als crisis reactie.

De artikelen over populisme beschrijven nagenoeg feilloos het succes ervan en zoeken geestdriftig naar een afdoende antwoord op dit verschijnsel. Wat veelal in de artikelen ontbreekt is een werkelijke analyse van de oorzaak van populisme. Crisistijden zijn als olie op vuur voor populisten, waardoor de vraag dient te zijn waarom de politiek het tot zover [...]

maandag, 2 januari 2012

Frank Hemmes

Frank Hemmes

De Feitengoochelaars

In een onlangs op meerdere plekken verschenen betoog roept Dick Pels links op om ‘de feiten te laten dansen op de maat van de eigen muziek’. Wij moeten rechts niet verwijten aan fact-free politics te doen, maar erkennen dat feiten kneedbare dingen zijn. De kritiek op rechts zou ‘ hypocriet’ zijn. In plaats daarvan moeten [...]

donderdag, 22 december 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Wetenschap en politiek gaan niet samen

 

Wetenschap en politiek gaan niet samen. Wat ze gemeen hebben is dat beide in het slop zijn geraakt bij de grote massa. Populisme is in en het antwoord blijft uit. Op een uitzondering na.

Tenslotte gaat het er in de politiek om de gemeenschap te dienen, wat betekent dat het toegepaste ethiek is.” Vaclav Havel in zijn rede ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Harvard Universiteit in 1995.

Politici met grote woorden winnen terrein, degenen die daar tegen met feiten komen, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, voeren een steeds wanhopigere strijd tegen het verlies van stemmen. Jarenlang schoten de debatclubs en –cursussen, waar je leerde elkaar met zo sterk mogelijke feiten om de oren te slaan, als paddenstoelen uit de grond. De nieuwe trend is speechen. Monoloog. Je mening geven op een vlammende manier. En de premier moet tegenwoordig bovenal ‘leiderschap’ tonen.

Ik stel het nog sterker: wetenschap en politiek helpen elkaar om zeep. Het doel van wetenschap is een heel andere dan van politiek. Wetenschap probeert zo meetbaar mogelijk aan te tonen hoe de wereld is, politiek verlangt een visie van hoe de wereld zou  moeten zijn, zo stelt de Rotterdamse cultuursocioloog Houtman. Wat dat betreft is politiek net religie en dat lijkt wereldwijd niet af te nemen. De behoefte aan zingeving is groot. Daarop reageren met feiten is kansloos. Kiezers zitten niet te wachten op feiten: ze willen de weg weten. Een idee, een mening, die staat vast. Wetenschap staat per definitie niet vast.

Ten eerste is wetenschap niet objectief. Populaire onderwerpen waarmee gescoord kan worden, worden vaker onderzocht en onderzoek moet betaald worden en ook hier geldt: wie betaalt, bepaalt. Dit zorgt ervoor dat wetenschap geen solide basis is voor een politiek debat.

Ten tweede is het voor wetenschappers een grote uitdaging elke theorie omver te werpen. Zeker in de sociale wetenschappen is controle van de peergroup enorm. Voor de kwaliteit van de wetenschap is dit uitstekend, maar de argeloze krantenlezer ziet het ene na het andere onderzoek goed onderbouwd afgeserveerd worden. En da’s nou net waar een kiezer niet op zit te wachten. Die wil vertegenwoordigd worden door iemand die weet hoe het zit en niet door iemand die met feiten komt die een dag later obsolete zijn.

Het is de behoefte die Max Weber Gesinnungsethik noemde. Hoe meer men zich een anoniem deel van de maatschappij gaat voelen, hoe groter de behoefte aan ‘gesinnung’, aan zingeving. Elk individu wil gezien worden, individualisme en persoonlijk authenticiteit zijn op het moment heel belangrijk. Tegenover de modernisering en rationalisering van deze tijd staat als tegencultuur de PVV.

Het is terug te vinden in de kunst: films gaan over persoonlijke roem, status en succes. De romantische tegencultuur van de jaren ’60 van een selecte club kunstenaars, filosofen en andere linkse hobbyisten, is doorontwikkeld tot een commercieel succesvolle cultuurindustrie. Lees meer hierover in dit artikel met veel voorbeelden. De romantische cultuurkritiek van de hippie staat nu mateloos populair tegenover de wetenschappelijk-technologische samenleving. Gevoel herkend te worden is veel belangrijker dan feiten.

Wordt politiek dan beter zonder feiten? Politiek is gebaat bij een stevige visie op de lange termijn. We zien in Europa dat vooral wordt geregeerd op basis van de wensen van de toekomstige kiezer en die kan de boel niet overzien. Juist daarom laat hij zich graag vertegenwoordigen. Weber: “politiek bedrijven is net als gaten boren in hard hout: het eist een krachtige hand en veel geduld, hartstocht en evenwichtigheid.”

En over de politicus: “Alleen hij die zeker weet dat hij er niet aan te gronde gaat wanneer de wereld – vanuit zijn standpunt bezien – te dom of te gemeen is voor wat hij haar te bieden heeft, alleen hij die ondanks dat alles kan zeggen ‘en wat dan nog?’ die heeft een roeping voor de politiek.”

Havel tot slot: “Het is bij uitstek een opdracht voor politici. De belangrijkste taak van de huidige generatie van politici is, naar ik meen, niet om zich bij het publiek door de beslissingen die ze nemen of door hun glimlach op de televisie bemind te maken. […] Hun rol is het hun verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de kansen voor onze wereld op lange termijn en zo een voorbeeld te stellen voor de mensen die hen aan het werk zien. Het is hun verantwoordelijkheid onverschrokken vooruit te zien, zonder angst voor de afkeuring van de massa en hun werk te doordrenken met een geestelijke dimensie […]

Havel: de kunstenaar, de filosoof en linkse hobbyist. Hij wist hoe dat zat met politiek. Een grootse staatsbegrafenis komt hem meer dan toe.

 

 

vrijdag, 16 december 2011

Theo Brand

Theo Brand

Redactioneel: Onverwachte bondgenoten voor een betere wereld

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het decembernummer dat vandaag verschijnt. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl  

‘Religie is een veelzijdig fenomeen. Wat verdient kritiek en wat ondersteuning? En welke inspiratiebronnen kunnen bijdragen aan duurzaamheid, vrede, gerechtigheid en compassie?’ Deze tekst staat te lezen op de startpagina van de vernieuwde website van De Linker Wang.

Niet alleen de site is nieuw, ook wat de beweging en het tijdschrift willen uitstralen. Religieuze inspiratie voor maatschappij en politiek wordt binnen De Linker Wang van oudsher op waarde geschat. Daarbij kan de ene levensbeschouwing niet zomaar boven de andere worden geplaatst. Dat laatste past ook niet bij een doorbraakpartij als GroenLinks, de partij waaraan De Linker Wang verbonden is. Het gaat – zoals in dit nummer bepleit door Manuela Kalsky (pagina 4–5) - om respectvolle verscheidenheid en het verbinden van verschillen.

Duurzaamheid, vrede, gerechtigheid en compassie zijn hierbij fundamentele kernwaarden. IJkpunten waarop religieuze instituten, politieke bewegingen en machthebbers beoordeeld moeten kunnen worden. Zo krijgt godsdienstkritiek vanuit De Linker Wang gaandeweg een meer expliciete plaats die past bij linkse politiek.

Overigens sluit dat geenszins uit dat je geen vraagtekens kunt plaatsen bij sommige vormen van religiekritiek, zoals blijkt uit het artikel van Erica Meijers (pagina 22-24). Zij signaleert een nieuwe onverdraagzaamheid bij links ten aanzien van godsdienst en religie. ‘Wie moslims vastpint op een bepaalde, vermeend conservatieve identiteit, zal het door links zo graag gewilde debat over vrouw-, homo- en dieronvriendelijke tendensen in hun geloof niet snel op gang kunnen brengen,’ aldus Meijers.

Wat dat betreft vormt het interview met Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn – publieke pleitbezorgers van het afschaffen van godsdienstvrijheid – een mooi contrast (pagina 20-21). Dat de heren een debat aanzwengelen is winst. Ook de stelling ‘Denk zelf!’ kan niet vaak genoeg herhaald worden. Veel gelovigen doen dat immers te weinig. Wie durft vervolgens de breed gedeelde vooronderstelling dat gelovigen noodzakelijkerwijs minder zelfstandig denken omdat zij religieus zijn, weer kritisch te doordenken? Hoe verklaren we bijvoorbeeld dat secularisatie en individualisering hand in hand gaan met groeiend populisme en afnemende solidariteit? Hoe autonoom is de mens? Zit de maatschappij niet ingewikkelder in elkaar dan we kunnen bevroeden?

Wat dat betreft is de analyse van Hendro Munsterman ‘Vaticaan als bondgenoot van GroenLinks’ (pagina 18-19) heerlijk tegendraads. Een instituut dat zelf niet zo soepeltjes omgaat met macht, kritiek en vernieuwing van onderaf, vormt zelf juist een gezonde kritische factor ten opzichte van de grote economische machten in de wereld. Zo hangt de werkelijkheid van ongerijmdheden en verrassingen aan elkaar. Durven we niet alleen te kijken maar ook te zien? Niet alleen te horen maar ook te luisteren? Openheid en verwondering maken mensen onverwacht tot bondgenoten en maken soms ongekend positieve krachten los.


donderdag, 8 december 2011

Maria in je huiskamer?

In opvatting, binnenstad, cda, democratie, den bosch, discussie, gemeenteraad, historie, nee, en meer.

Het lijkt erop dat de oppositie in de Bossche gemeenteraad haar zin krijgt. De glasplaat die de middeleeuwse put op de Markt afsluit word vervangen door een puthuis. Niet zo’n lelijk exemplaar als er al eens eerder op de Markt verscheen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw . Nee, nu wordt het ranker en veel smaakvoller, naar een ontwerp van Jan van Eerden, de redder van de Binnendieze, voor wie de stad de spiegel van de kosmos vormt en onze markt vast de navel van het heelal.

Toen de VVD eenmaal overstag ging kon het CDA in populisme natuurlijk niet achterblijven en gelukkig: uit een inderhaast georganiseerde internetenquête bleek – heel verrassend – dat een “meerderheid” een puthuis terugwil. Dit onzalig plan lijkt zo in de volgende raadsvergadering voldoende steun te verwerven.

GroenLinks is voor behoud van onze historische binnenstad, maar tegen het terugbouwen van historie, of het nu stadpoorten, waterputten of het indertijd afgebroken deel van de Citadel betreft. De gemeenteraadsfractie zal dus tegen een nieuw puthuis stemmen en verder haar verlies nemen zoals het hoort in een democratie, zelfs al zijn er eigenlijk indertijd heel andere afspraken gemaakt met de coalitiepartners.

Dat het namaakmiddeleeuws puthuis in het voorstel vergezeld gaat worden door een Mariakapel vind ik pas echt kwalijk. In de openbare ruimte dient de overheid geen religieus symbool te plaatsen, zelfs niet als de stad dat zomaar cadeau krijgt. Na de verbouwing van mijn winkel kreeg ik een fraaie bronzen afbeelding van de Zoete Moeder van Den Bosch ten geschenke. Sindsdien hangt die aan de gevel van Boekhandel Twaalfmorgen aan de Kruisstraat. Maar wat ik als particulier ongestoord mag doen om de aloude route van de Maria-omgang te markeren , dat is de overheid niet toegestaan.

Want de Markt is bij uitstek het plein van en voor alle Bosschenaren en dat dient zo te blijven. In de huiskamer van Den Bosch hoort geen symbool van één enkele religie. De tijd in dat onze stad 99 % van de inwoners rooms-katholiek was (en het Christusbeeld op het Emmaplein haar plaats kreeg) ligt al bijna een eeuw achter ons. Er zijn gelukkig nog roomse Bosschenaren, maar heel veel stadsgenoten hebben tegenwoordig een ander geloof: die zijn moslim, protestant, hindoe of boedhist, Bahai, Soefi of helemaal niks. Het verbaast me heel erg dat in de hele discussie over de combinatie puthuis/Mariakapel tot nu toe aan dit aspect grotendeels wordt voorbijgegaan. En ik verwacht van mijn partij dat ze zich in de raad tegen die kapel met hand en tand verzet.


maandag, 5 december 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Thorbeckedebat brengt me ver af van Thorbecke

Johan Rudolph Thorbecke, de grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland, werd op 14 januari 1798 geboren in Zwolle. Daarom bestaat er in onze stad een Stichting Thorbecke Zwolle, die jaarlijks een Thorbeckedebat organiseert. Deze debatten worden georganiseerd om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen en de kwaliteit van het openbaar bestuur te vergroten. Dit jaar ging het debat over het bestaansrecht van ons huidige politieke bestel. Het selecte gezelschap Zwollenaren dat bijeen was gekomen in de raadszaal, kreeg twee korte betogen voorgeschoteld van prof. dr. Rudy Andeweg, hoogleraar Emperische Politicologie aan de Universiteit van Leiden en van prof. dr. Gabriël van den Brink, hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, waarna men ‘in debat’ ging (lees: vragen mocht stellen aan de inleiders) onder leiding van dr. Jan Drentje, historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen, bestuurslid van de organiserende stichting en Thorbecke-kenner.

De discussie laait steeds weer op

De hoofdvraag was dus of ons politieke bestel, dat werd ontworpen in de negentiende en vroeg twintigste eeuw, nog wel bij de samenleving van vandaag de dag en bij de huidige politieke situatie past. Voor een korte samenvatting van de discussie vorige maand in Zwolle kunnen we net zo goed een artikel in de NRC uit 2004 (!) aanhalen over een voorstel van D66-minister De Graaf van en voor Bestuurlijke Vernieuwing.
Toen zei Andeweg ook al: ‘,,Politici zijn bang voor de kloof”, maar ,,die is er gewoon niet”. In Zwolle liet hij dat aan de hand van een veelheid aan cijfers uit de recente doorlichting van onze democratie door vijftig wetenschappers nog eens zien. Ook de opvattingen van zijn opponent laten zich prima weergeven met de woorden uit 2004. ‘Volgens de socioloog Gabriël van den Brink is de kloof er wel (…) Hij ziet als ‘het ,,fundamentele probleem”, dat er een aparte politieke klasse is die in een andere belevingswereld verkeert dan de burgers. (…) Een ander kiesstelsel is daarom ,,een marginale verandering”, zolang de informatiestromen waarop besluiten worden gebaseerd niet veranderen, meent Van den Brink. Daarvoor moet [je] niet alleen het kiesstelsel [veranderen], maar ook burgers op een andere manier directe invloed geven.’

Structuur versus cultuur

Andeweg stelt dus structurele veranderingen in het systeem voor; Van den Brink ziet meer in een verandering van de politieke cultuur.
Andeweg vindt het bestaande bestel te veel gericht op afspiegeling en consensus. Dat was handig in de tijd van de verzuiling, maar past niet meer bij de huidige individualisering. Kiezers willen in toenemende mate invloed op de regeringsvorming. Dat vergt aanpassingen aan het systeem.
Van den Brinks analyse draait om de geloofwaardigheid van politici, die steevast meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Hij pleit voor een scheiding tussen bestuur en politiek en voor meer ideologie, dat is meer strijd en in zijn ogen ook meer amusement in de politiek. Verder wijst hij er op dat burgerschap in Nederland weinig om het lijf heeft. Je mag stemmen, maar er is geen opkomstplicht, en je hoeft ‘tussendoor’ nooit een burgerplicht te vervullen in de vorm van militaire dienst of deelname aan een jury(rechtspraak).

Onnodige tegenstelling

Hoewel de beide hoogleraren nadrukkelijk als opponenten werden gepresenteerd bij het debat, is het uit bovenstaande samenvatting hopelijk evident dat er ook een flink raakvlak tussen beider betogen te construeren valt. Zelfs op de tegenstelling tussen structuur en cultuur valt veel af te dingen. Als de houding van politici zou veranderen, zouden waarschijnlijk al snel de staatsrechtelijke hervormingen worden doorgevoerd waarover al decennia wordt gepraat, maar die steeds stuiten op een blokkade van de zittende macht. En invoering van vormen van meer directe invloed van burgers op de politiek leidt nogal wiedes tot verandering van het gedrag van politici.
Maar ook inhoudelijk bevatten beider analyses en de voorgestelde ingrepen waardevolle elementen.

In mijn ogen is het inderdaad niet meer van deze tijd dat je eens in de vier jaar je stem uitbrengt en dat de politici die jou vertegenwoordigen vervolgens vier jaar lang ‘ongestoord’ hun gang kunnen gaan. Dat is geen ‘demokratie’, maar een ‘electorale oligarchie’ zoals Peter Jones in zijn Vote for Caesar het snedig noemt. ‘Niet één oude Griek zou dit hebben beschouwd als iets wat met demokratia te maken heeft.’

Bij de tijd brengen

Het gaat er in een demokratie in de kern om dat de burgers de macht hebben. De omstandigheden en de fysieke en technische mogelijkheden bepalen vervolgens goeddeels de praktische inrichting van het systeem om dat te organiseren. In de oorspronkelijke directe demokratie in Athene was de betrokkenheid van de burgers maximaal en voortdurend. Dat kon ook op die schaal. Maar bijvoorbeeld in de Romeinse republiek was het al gauw fysiek niet meer mogelijk om iedereen daadwerkelijk direct bij de beslissingen te betrekken. Je kon het je als boer in de provincie natuurlijk helemaal niet veroorloven om dagen van huis te gaan om een volksvergadering in het verre Rome bij te wonen. Het vertegenwoordigende systeem was een prima oplossing voor dit probleem, dat zich ook weer voordeed in de tijd dat ons bestel werd ingericht.

Met alle moderne media en communicatiemiddelen is het in onze 21ste-eeuwse variant van demokratie volgens mij wel denkbaar dat de betrokkenheid van de gemiddeld goed geïnformeerde burgers weer veel directer wordt. Het ‘ostrakisme’ (schervengericht) waarmee de Atheense stemgerechtigden zich tussentijds van een gekozen bestuurder konden ontdoen, zou bijvoorbeeld gemakkelijk via internet te realiseren zijn. Ook is het technisch uitvoerbaar om digitaal je stem uit te brengen over elk onderwerp waarover je je maar wilt laten horen. Burgers zijn tegenwoordig vaak – zeker op bepaalde onderwerpen – net zo goed geïnformeerd als ambtenaren, bestuurders en parlementariërs. Dus waarom zou je die kennis niet benutten als je als samenleving beslissingen voorbereidt en neemt?
Ik zeg niet dat de we alle technische mogelijkheden die we hebben per se moeten inschakelen. Ik vind wel dat we ons systeem niet langer moeten laten begrenzen door de beperkte mogelijkheden uit het verleden.

Betrokkenheid

Dergelijke structurele aanpassingen geven burgers niet alleen meer directe invloed, maar vragen ook veel meer directe betrokkenheid van hen. Een betrokkenheid die politici en bestuurders scherp zal houden. Want Van den Brink heeft van zijn kant natuurlijk volkomen gelijk met zijn analyse dat de representatieve demokratie (in de landelijke politiek) een nieuw ‘regentendom’ heeft voortgebracht, een politieke klasse met eigen mores en een eigen cultuurtje, die alleen al daardoor moeite heeft om nog goed over te komen bij het publiek van kiezers. En de polarisatie van de afgelopen jaren in de landelijke politiek bewijst wel zijn stelling dat als het ideologisch gehalte van het debat en de public performance van politici toeneemt, politiek veel meer gaat leven onder de burgers.

En Thorbecke?

Terugkijkend op het Thorbeckedebat van dit jaar constateer ik dat het me flink aan het denken heeft gezet ‘om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen’. Maar waar Thorbecke vooral moeite deed om de macht van de koning te beperken ten faveure van de aristocratie uit zijn dagen, daar gaat het nu om een overheveling van de macht van de oligarchen naar de eigenlijke dèmos. Bovendien betwijfel ik stellig of Thorbecke iets zou begrijpen van de oplossingen die ik voorsta, laat staan dat hij er begrip voor zou kunnen opbrengen. Zo bezien heeft het Thorbeckedebat ertoe geleid dat ik ver van Thorbecke ben ‘afgedwaald’.


dinsdag, 15 november 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Dissidenten (2)

In politiek, ad koppejan, agema, bosman, brinkman, cda, cda congres, christendemocraat, christendemocratie, en meer.

Het is weer dissidententijd. De twee CDA-exemplaren waren weer volop in het nieuws: Ad ‘Zeeuwse polderheld’ Koppejan en Kathleen ‘ontwikkelingshulpridder’ Ferrier haalden weer bakken zendtijd binnen met de Mauro-affaire. Oh, wat waren die boos. De kwestie deed de twee dwarsliggers nog zuurder en zuiniger kijken dan normaal al het geval is. Wat was het weer spannend. Als ze nu maar niet de stekker uit de gedoogsteun gingen trekken…

Maar dat gebeurde natuurlijk niet. Zelfs de kranten waren te lui om er nog een sensatieverhaaltje van te maken. Eén bezoekje van Maxime Verhagen, feestvarken op zijn eigen feestje van de democratie, en Ferrier en Koppejan waren gewoon weer ‘trotse christendemocraten’. En als dat niet genoeg was geweest, hadden ze Donner nog klaarstaan in de coulissen, onwrikbaar en gewapend tot zijn tanden, als altijd. De betekenis van het woord christendemocraat is dan ook behoorlijk aan devaluatie onderhevig de laatste tijd.

Aankomend dissidententalent Hero Brinkman haalde ook weer de media vandaag. Na anderhalf jaar aan het lijntje te zijn gehouden, heeft de fractie hem nu dan toch maar eindelijk verteld, dat hij zijn PVV-jongerendag op zijn buik kan schrijven. Hero was er nog van overtuigd dat van twee keer uitstel geen afstel zou komen. Daar hebben Martin Bosma, Fleur Agema en Geert Wilders met z’n drietjes vast smakelijk om gelachen. Maar, Hero ziet geen reden om uit de PVV te stappen, hij laat zich niet wegpesten.

Van al dat geschuur en gedraai ga ik me wel afvragen wanneer er eentje breekt. Ferrier, Koppejan en Brinkman kunnen alle drie een plekje op de volgende kandidatenlijst vast vergeten, dus tenzij ze nog een politieke stunt uithalen, gaan ze roemloos de schaduw in aan het einde van de kabinetsrit. Tot die tijd worden ze getergd en vernederd, om altijd weer met een glimlach vol boerenkiespijn hun fractie te steunen. Telkens weer staan ze vol vuur de pers te woord om hun eigen ideeën te verdedigen, om vervolgens gedoofd en verslagen weer terug te krabbelen. Terug de ijzeren fractiediscipline in.

Vergeleken met deze drie fopdissidenten, is excuusminister Gerd Leers nog een stevige, daadkrachtige held om rekening mee te houden. Het moet toch een keer te veel worden als je telkens je eigen ruggengraat maar thuis moet laten. Dus laten we een weddenschapje aangaan; wie breekt het eerst? Wie breekt er met de duimschroeven van Maxime of Geert, en misschien zelfs met het kabinet? Welk van deze weekdieren blijkt toch een politieke tijger? Ik zet mijn geld op Hero, van het CDA verwacht ik niks meer…

Klik hier voor Dissidenten (1)


zondag, 6 november 2011

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

De inhoudsloze tempel van het politieke midden.

Het radicale midden dient de bestemming te zijn voor het CDA, aldus De Geus. Volgens Pechtold brokkelt de tempel van het midden af, omdat de traditionele partijen geen antwoord hebben op de huidige problemen. Die partijen zouden zich overgeven aan populisme, uit angst voor de vlucht van de kiezer naar de flanken. Op de site [...]

woensdag, 12 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Comment on Marxistische mallemolen van Mei ’68 by Jorein Versteege

Martin Bosma is een Nederlandse; Joseph Goebbels. Hij is de spindoctor van de PVV net zoals Goebbels die was van de NSDAP.

De PVV is een anti islamistische, nationaal conservatieve partij. Als ze zouden gaan fuseren met de SGP dan krijg je de Amerikaanse; Republikeinse Partij. Geert Wilders en zijn populisme zijn sterk omdat de sociaal democraten hun linkse idealen in de steek gelaten hebben.

woensdag, 14 september 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Het volk bestaat wel

‘Het volk bestaat niet’ – onder die titel geeft Dick Pels zijn analyse van het fenomeen populisme en zet hij zijn oplossing voor het probleem uiteen: vernieuwing van de demokratie. Hoewel ik zijn analyse van de kwaal wel overtuigend vind, kan ik hem wat zijn optimistische recept betreft alleen maar helpen hopen. In de klassieke oudheid hebben denkers ervoor gewaarschuwd dat demokratie de neiging heeft uit te lopen op een dictatuur. Ik ben bang dat we tegenwoordig de eerste symptomen meemaken van een nieuwe roep om een ‘sterke man’.

Nationalisme als uitlaatklep van frustratie
Maar eerst maar eens de analyse van Pels. Die bevat vele rake observaties en denklijnen. Zo wijst hij terecht op de kloof tussen winnaars en verliezers in ‘een samenleving waarin ieder voor zich moet concurreren, presteren en slagen.’ De verliezers zitten met een enorme frustratie en een laag zelfrespect. Nationalisme is een ‘eenvoudige manier om dit gevoel van vernedering om te zetten in trots’, omdat het immers niet afhankelijk is van iemands eigen prestaties. We hebben dus te maken met een ‘bijproduct van de diploma-demokratie’ (term van Mark Bovens). Een blijvertje, als dat waar is, en geen verschijnsel dat vanzelf wel overwaait.

Het volk bestaat niet
Een andere vaststelling waar Pels groot gelijk mee heeft is dat de zogenoemde volkswil door de ‘handige marketinginspanning’ van de populisten wordt gecreëerd en vormgegeven. Door het onbehagen – dat er wel degelijk is, overigens – te benoemen en uit te vergroten en te exploiteren voor zijn eigen politieke doeleinden, produceert de populist uit bepaalde geluiden en opvattingen een wil van ‘het volk’. ‘Het volk van de populisten bestaat dus niet zonder de populisten zelf.’ In die zin klopt de titel van Pels’ boek volkomen. Het volk bestaat alleen omdat een zelfbenoemde woordvoerder zegt dat het er is.

Wisselwerkingdemokratie
Ik zal hier niet het hele boek parafraseren, al is de verleiding groot. (Hieronder geef ik een paar hyperlinks naar recensies voor wie meer wil weten alvorens het boek zelf te gaan lezen. Maar dat moet je gewoon doen eigenlijk. Laat je niet afschrikken door Vullings lelijke woorden aan het begin van zijn recensie. Je wordt er vast wijzer van. Of het zet je althans aan het denken.)
De kern van Pels’ betoog begint bij een sublieme observatie van Machiavelli: je moet een vorst zijn om de aard van het volk helemaal te begrijpen en je moet een gewoon burger zijn om de natuur van vorsten volledig te snappen. Of, abstracter gezegd: alle politiek is standpuntgebonden. Daarom is er wisselwerking nodig in de politiek en daarom is er ook een wisselwerkingdemokratie nodig. Het volk heeft een politieke elite nodig om de boel te leiden. En die politieke elite heeft de correctie van het populisme nodig om binding te houden met het volk en om te voorkomen dat ‘zij verandert in een regentesk establishment’. Kort door de bocht samengevat is dit het argument waarmee Pels zijn oplossing onderbouwt: meer directe invloed van ‘het volk’ als correctie op de politieke elite die anders te veel zijn eigen gang gaat.
(Tussen twee haakjes: het volk bestaat dus – ook in het denken van Pels, al noemt hij het niet zo – wel als ‘gewone burgers die niet tot de politieke elite behoren’.)

Media en personen
ik hoef er waarschijnlijk niet zo veel woorden als Pels gebruikt aan te wijden, om duidelijk te maken dat een voldoende wisselwerking in de demokratie des te noodzakelijker is in het mediatijdperk en – daarmee samenhangend – een personendemokratie. Net als populisten een volk creëren dat er in werkelijkheid niet in die vorm is (niet iedereen vindt precies hetzelfde als de denkbeeldige Henk & Ingrid), zo scheppen de media een schijnrealiteit, terwijl ze suggereren ‘alleen maar’ te registreren (maar zonder de vraag van de journalist zou de politicus – denk aan Pim Fortuin – zijn uitspraak nooit hebben gedaan).

Utopie
Pels is dus in feite optimistisch over de rol van het populisme in de samenleving. Hij ziet kans ‘de rauwheid van de tegenstem’ te benutten ten gunste van een beter functionerende demokratie. Aldus schildert hij een ‘voldragen wisselwerkingdemokratie’ waarin een zelfbewuste elite met een vrijzinnige houding die zichzelf durft te relativeren, populisten tegenover zich vindt die een ‘anarchistisch en anti-establishment sentiment’ uitdragen en waarin een anti-elitair ‘nee’ in een referendum een legitieme plaats heeft in het politieke bestel.

Het is te mooi om waar te zijn. Hier bedenkt de socioloog een utopie. Ik wou dat het waar was.

Misschien ben ik te pessimistisch, maar ik moet steeds denken aan de theorie van de cyclus van regeringsvormen die in de klassieke oudheid is geconstrueerd en waarin de demokratie uiteindelijk uitmondt in een dictatuur. De geschiedschrijver Polybius (tweede eeuw voor onze jaartelling) muntte er de term anakyklosis voor, lastig te vertalen, maar het is iets als een ‘regressieve kringloop’, een ‘negatieve spiraal’ of (te) simpel gezegd ‘terug naar af’. In het kort komt het idee hierop neer dat elke ideaaltypische staatsvorm, de monarchie, de aristokratie en de demokratie, uiteindelijk altijd zal ontaarden in een negatieve variant ervan. De alleenheerser wordt op den duur tyranniek, de elite regentesk en de brave burgers ontaarden in een verwende massa die als ze haar zin niet krijgt agressief wordt. Het eind van het liedje is dat er een leider opstaat die het volk in goede banen leidt en zich allengs ontpopt tot een alleenheerser, terug bij af.
We vinden dit idee in rudimentaire vorm ook bij Herodotos (vijfde eeuw voor onze jaartelling) waar een discussie over de beste regeringsvorm wordt afgerond met de conclusie dat de monarchie de andere vormen overtreft. Een argument daarvoor is dat in een demokratie om de criminaliteit die nu eenmaal ontstaat te bestrijden, uiteindelijk ook een sterke man als enige oplossing wordt gezien.

Natuurwet?
Het is niet moeilijk om de parallellen te zien met de ontwikkelingen die leidden tot de komst van een Napoleon, een Hitler of recenter een Berlusconi en bij ons Geert Wilders. Maar zijn zulke ontwikkelingen onontkoombaar? Polybius spreekt van een ‘normale kringloop van constitutionele omwentelingen en de wijze waarop regeringsvormen nu eenmaal van nature veranderen en terugkeren tot hun oorspronkelijke stadium’.
Aristoteles (vierde eeuw voor onze jaartelling) daarentegen heeft meer oog voor specifieke omstandigheden van de ene of de andere staat. Het is in zijn ogen geen automatisme dat het ene regime ontaardt in het andere. Dat laat ruimte voor oplossingen zoals Dick Pels die bepleit.

Hoop
En zowel Polybius als in zijn kielzog Cicero (eerste eeuw voor onze jaartelling) ziet heil in een ‘gemengde constitutie’ waarin monarchale, aristokratische en demokratische elementen elkaar in balans houden. Hun bewijs is de Romeinse republiek. Onze parlementaire demokratie heeft daar veel van weg: een Koning, een elite in het parlement en verkiezingen waarin het volk zijn voorkeur uitspreekt. Dat aan deze constitutie het een en ander te verbeteren valt is duidelijk. Of de suggesties die Pels aandraagt het afglijden naar de dictatuur van de grote bek kunnen voorkomen, valt te bezien.

Deze zomer hebben Koen van Bremen, Albert jan Kruiter, Eelke Blokker en Harry Kruiter de website http://publiekewaarden.nl gelanceerd. Kruiter schreef al in 2009: ‘De crisis is niet economisch maar democratisch van aard.’ Ik kijk uit naar de resultaten die hun aanpak van het actie-onderzoek opbrengt. Dat levert vast stof op voor een volgende column.

 

Bronnen:

Dick Pels, Het volk bestaat niet. De Bezige Bij, ISBN 9789023453918. http://www.debezigebij.nl/web/Boek-5/9789023453918_Het-volk-bestaat-niet.htm

Recensies van Het volk bestaat niet:
• Vrij Nederland (Jeroen Vullings): http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/het-volk-bestaat-niet-leiderschap-en-populisme-in-de-mediademocratie-dick-pels/
• de Volkskrant (Hans Wansink): http://www.volkskrant.nl/wca_item/boeken_detail/453/178086/Het-volk-bestaat-niet.html
• GroenLinks Magazine, mei 2011, pagina 20 (Simon Otjes): http://magazine.groenlinks.nl/node/67471.
Ook bereikbaar via het artikel ‘Vloeken in de linkse kerk: populisme nodig’: http://magazine.groenlinks.nl/personendemocratie

De cyclus der staatsvormen
ik ben grote dank verschuldigd aan mijn voormalige collega-docent klassieken Ludwich Verberne die mij geweldig heeft geholpen door de bronnen van het denken over staatsvormen in de oudheid op een rijtje te zetten, waar ik het anders had moeten doen met wat van mijn lectuur in de lang geleden tijd in mijn gebrekkige geheugen was blijven hangen. Van het gedegen overzicht dat hij mij stuurde noem ik voor de geïnteresseerde leek hier alleen:

• Herodotus, Historiën 3.80-83
• Aristoteles, Politiek, 3.6-8 en 5.8-9
• Polybius, Wereldgeschiedenis 6.3-6.9
• Cicero, De staat 1.14-70

Polybius’ tekst is in Engelse vertaling op internet te vinden via de klassieke bronnenverzameling Perseus. Er is een Nederlandse vertaling met de titel Wereldgeschiedenis 264-145 v.Chr., van de hand van Wolther Kassies, Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep 2007

Voor meer informatie over de genoemde schrijvers en vertalingen van hun werk, zie Oudheid.nl onder Literatuur.


dinsdag, 30 augustus 2011

Pepijn Oomen

Pepijn Oomen

Hyves Twitter GR

Kortmann en de elite

In analyse, boodschap, college, crisis, cultuur, debat, december, europa, gewoon, en meer.
Gisteren sprak rector magnificus Bas Kortmann op de Opening van het Academisch Jaar van de Radboud Universiteit zeer behartenswaardige woorden uit:

Meer dan ooit heeft Nederland nu een nieuwe elite nodig. Het is problematisch dat velen in ons land de elite niet meer vertrouwen en deze zelfs onder vuur nemen. Het populisme is sinds het begin van deze eeuw een stroming van belang in onze samenleving. Het verkondigt een boodschap die aanslaat omdat mensen ongerust en onzeker zijn. Een boodschap die tot gevolg heeft dat er een cultuur van wantrouwen is ontstaan. Politici leven zogenaamd onder de Haagse kaasstolp en zouden niet weten wat er onder het volk leeft. Europa wordt– mede door de crisis op de financiële markten - betiteld als een geldverspillende machinerie. Niet de mening van een opgeleide arts telt, maar die van kwakzalvers op het Internet. En we hebben van dichtbij meegemaakt hoe collega Ybo Buruma verdacht werd gemaakt bij zijn benoeming tot lid van de Hoge Raad.

Volgens een Nipo-enquête , gehouden in december van het vorige jaar, meent ruim de helft van de bestuurlijke top dat ze geen krachtig alternatief kan bieden voor de boodschap van populistische partijen.
Dat is een testimonium paupertatis. Is er nu echt geen alternatief voor de one-liners van de populisten, die problemen, oorzaken en oplossingen presenteren op basis van onderbuikgevoelens en niet op een analyse van de feiten? Iedereen heeft recht op zijn eigen meningen, maar niemand op zijn eigen feiten, zei de New Yorkse senator Patrick Mayonihan eens.
Het is bij uitstek de taak van de academie om de feiten te onderzoeken en deze te scheiden van de meningen en de vooroordelen. Dat vraagt gedegen onderzoek en ook dat wij de resultaten van ons onderzoek inbrengen in het maatschappelijk debat. Waar is het wantrouwen tegen onze instituties terecht en waar onterecht?

Dat vraagt dat we studenten opleiden die kritisch en onafhankelijk feiten kunnen vaststellen en zich op basis daarvan een eigen mening vormen. Zo bereiden we ze voor op hun rol als de nieuwe elite in de samenleving . Dat geldt wellicht in het bijzonder voor onze extra getalenteerden, de Honoursstudenten. Die nieuwe elite mag zich niet opsluiten in de eigen kring . Daarom zondert de Radboud Universiteit haar beste studenten dan ook niet af in een apart college. Onze Honoursstudenten volgen de voor hen ontworpen honoursprogramma’s, maar daarnaast doen zij gewoon mee in de reguliere bachelor en masterprogramma’s en spelen daar een voortrekkersrol. Dat komt iedereen ten goede. Nu op de universiteit en later in het gewone leven.


De krant kopte daarop 'Nieuwe universitaire elite nodig tegen Wilders' en wat betreft de reacties onder het artikel: Quod erat demonstrandum.

dinsdag, 26 juli 2011

Theo Brand

Theo Brand

Wijsheid en liefde kunnen niet regeren met haat als hun gedoogpartner

In gerechtigheid, politiek, cda, coalitie, islam, piet hein donner, populisme, rechtsstaat, religie, en meer.

Ook na de massamoord in Noorwegen neemt Geert Wilders geen afstand van haatzaaien en het demoniseren van de Islam. Alle eerdere uitspraken laat hij overeind staan. Ook die over het deporteren van miljoenen moslims uit Europa. Afstand nemen van Breiviks monsterlijke daden, zoals Wilders doet, is prima maar ligt wel erg voor de hand. Nederland zou anders domweg over Wilders heen vallen. En dat zou de bijl aan de wortel van de PVV zijn. Er is echt méér nodig dan zo’n rituele dans.

Uitsluitend afstand nemen komt voort uit politiek lijfsbehoud en ervaar ik als volstrekt ontoereikend omdat de rechts-radicale terrorist zich mede door Wilders en zijn ideeën liet inspireren om meer dan tachtig mensen – overwegend jonge socialisten – koelbloedig te vermoorden. 

Is Geert Wilders medeplichtig aan de afgrijselijke daad van Breivik? Nee, dat gaat me te ver en is feitelijk onjuist. Is hij medeverantwoordelijk voor het maatschappelijke klimaat waarin gewelddadig extremisme in Europa een grotere voedingsbodem krijgt? Ja, het feit dat Breivik Wilders uitgebreid benoemt en citeert laat hierover geen twijfel bestaan.

Ontken ik met deze stelling het bestaansrecht van de PVV?  Nee. Anderhalf miljoen kiezers hebben op deze extreem-rechtse politieke partij gestemd. Maar de gebeurtenissen in Noorwegen zouden Wilders – als onderdeel van de politieke elite en als lid van ons nationale parlement – tot inkeer en reflectie moeten brengen.

Haatzaaien en demoniseren zijn niet onschuldig. Het zou Wilders sieren als hij over zijn eigen schaduw heen springt en dat toegeeft. De PVV kan zich dan ontwikkelen tot een rechts-nationalistische partij zoals de Vooruitgangspartij in Noorwegen. Deze partij heeft zeer rechtse standpunten maar zich nooit verlaagd tot het kwalijke niveau van de PVV. Juist dit zou daarom het moment voor Wilders moeten zijn om door de zure appel heen te bijten. Hij zou moeten terugkeren naar de tijd dat hij zich afsplitste van de VVD: uiterst rechts maar binnen de grenzen en de vertrouwde moraal van onze liberale democratie. Maar ja, een diepe knieval past niet bij zijn onverschrokken imago en electoraal succesvolle pose.    

Door geen afstand te nemen van eerdere uitspraken blijft ‘haat’ het centrale thema en ‘angst’ de electorale motor. En zelfkritiek de grote blinde vlek. Hoe kunnen het CDA en de VVD zichzelf nog langer in het zadel houden door een man zonder reflectievermogen?

Zeker iemand als de jurist Piet Hein Donner zou - beter laat dan nooit – in deze nieuwe fase moeten beseffen dat de weg met de PVV nu echt doodloopt. Jarenlang genoot deze gezagsdrager veel aanzien van links tot rechts, maar die tijd lijkt nu definitief voorbij te gaan. Wordt dus wakker, klassieke christen-democraat. Want van Maxime en de VVD hoeven we dat inzicht waarschijnlijk niet als eerste te verwachten. Wijsheid en liefde kunnen niet regeren met haat als hun gedoogpartner. Lees de Psalmen van David er maar op na, meneer Donner.


dinsdag, 28 juni 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Rechtsafslaan

In politiek, allochtonen, bezuinigingen, bosma, cda, congres, cultuur, demonstratie, dichter des vaderlands, en meer.

In zijn vandaag gelekte toespraak doet vice-premier Maxime Verhagen een op zijn minst opmerkelijke uitspraak. NRC bemachtigde de speech van Verhagen, waarin hij stelt dat de angst voor buitenlandse invloeden terecht is. ‘Kerken worden vervangen door moskeeën, nieuwkomers passen zich niet aan, buitenlandse producten kunnen ziekten met zich mee nemen, en de zoon van tante Truus verloor zijn baan aan een immigrant, die net wat sneller was.’ Dat soort retoriek.

Uitgerekend in de week dat de PVV bij monde van populistisch orakel Martin Bosma pleit voor het verplichten van meer Arische Nederlandse muziek op de radio, schuurt Verhagen nog wat dichter tegen de PVV aan. Met deze uitspraak wordt het CDA nog een beetje rechtser. Ook de VVD doet een Wilderiaanse duit in het zakje; zelfs het weer schijnt tegenwoordig een linkse hobby te zijn, getuige de oproep van Kamerlid René Leegte om het KNMI ook maar de deur uit te doen.

Denkt Maxime Verhagen misschien inmiddels ook dat Nederland aan de hardwerkende Nederlanders moet worden teruggegeven? Mark Rutte bezigt deze slogan met regelmaat en overgave. Hij sleurt Henk en Ingrid er nog net niet bij, maar goed, die wonen ook niet in Wassenaar. Of misschien zijn Henk en Ingrid volgens Mark Rutte geen hardwerkende Nederlanders. Misschien maken Henk en Ingrid wel gebruik van het persoonsgebonden budget. Ja, dan krijgen zíj Nederland dus niet terug. Dat lijkt me duidelijk.

Wellicht weten ze in Wassenaar wie Nederland nu heeft, trouwens. Want dat is toch de voorwaarde als je iets terug wilt geven: dat je het eerst had, maar nu niet meer. Dus (verdorie!) wie heeft Nederland nu, en waarom weet ik daar niks van? Dat hadden ze op het achtuurjournaal wel even mogen zeggen! “Een rijke oliemagnaat uit Marokko heeft gisteravond  Nederland gekocht, tot groot ongenoegen van de hardwerkende Nederlanders. Gelukkig gaat Mark Rutte nu bezuinigen, zodat we Nederland kunnen terugkopen, en teruggeven aan de hardwerkende Nederlanders. Dit was het achtuurjournaal, goedenavond.”

Ook in het cultuurdebat zijn de regeringspartijen lekker bezig. De hele cultuursector wordt weggezet als een club talentloze uitzuigers door een oostindisch dove staatssecretaris met tunnelvisie. Het kabinet doet lekker mee met het goedkope sentiment van Wilders en consorten. Ook hier kruipen de machtshebbers dicht tegen het electoraat van de PVV aan. En aangezien dit ontevreden smaldeel van onze samenleving nu eenmaal een hekel heeft aan cultuur, elite of beschaving in het algemeen, moet de cultuursector om zeep geholpen worden met rigide bezuinigingen. Bovendien moeten die lui eens stevig worden aangepakt, dat zal ze wel afleren hun handje op te houden…

Ramsey Nasr verwoordt het mooi in zijn oproep aan Mark Rutte. Nederland heeft een rancuneus kabinet, dat vaart op populistische stemmingmakerij, cynisme en achterdocht. En met elke waanzinmaatregel of strafbezuiniging waarop Rutte en Verhagen ons trakteren, verworden VVD en CDA tot reserve PVV’s.


dinsdag, 7 juni 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Het volk vertegenwoordigen

In gemeenteraad zwolle, democratie, directe demokratie, gemeenteraad, interactieve beleidsvorming, populisme, zwolle, stad, steun, en meer.

In Zwolle kennen we de zogeheten beginspraak. Dat suggereert meer dan het in werkelijkheid behelst (typisch politiek, zou iemand kwaadwillend kunnen opmerken). Ik ben er dan ook tamelijk skeptisch over. Niet dat ik iets tegen interactieve beleidsvorming heb, integendeel, maar je moet niet meer beloven dan je kunt waarmaken. Dat bezorgt de politiek maar een slechte naam (daar heb je het al). En hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik tot de overtuiging kom dat de vertegenwoordigende demokratie zo gek nog niet is. Denk me na.

Afwegen
In deze tijd van het jaar krijgt de gemeenteraad traditioneel een paar flinke brokken te verstouwen. Eerst de jaarrekening over het vorig jaar, dan het huishoudboekje van het vastgoedbedrijf (de ‘meerjarenprognose vastgoed’) en vervolgens de meerjarenbegroting van de gemeente, bij ons in Zwolle optimistisch de Perspectiefnota geheten. Dit jaar komen daar de bezuinigingen nog eens bij. De miljoenen vliegen je in zulke stukken om de oren, maar soms blijken die miljoenen opgebouwd uit talloze kleine bedragjes van niet meer dan een paar tienduizenden euri.

Achter al die bedragen zitten beleidsvoornemens, plannen en projecten die concrete gevolgen hebben voor mensen en dieren in de stad, voor instellingen en bedrijven in de stad, voor gebouwen en wegen in de stad, voor plantsoentjes en parken in de stad, voor bomen en beesten om de stad… je snapt het al: te veel om op te noemen eigenlijk. Ik draai nu zo’n zes jaar mee in de gemeentepolitiek en elk jaar weer ben ik onder de indruk van de hoeveelheid goede dingen die we als gemeente voor de stad en haar inwoners verrichten. Maar er blijven altijd nog wensen over, sommige plannen hoeven voor mij weer niet zo nodig en bij sommige voornemens denk ik: best goed dat er geld voor komt, maar ik zou het anders aanpakken. En bij de bezuinigingen net omgekeerd: een aantal voorstellen zijn best verantwoord, een aantal ben ik mordicus tegen en over weer andere kwesties valt te praten.

Nu probeer ik me bij wijze van gedachte-experiment voor te stellen dat we beginspraak plegen op zulke stukken uit de beleidscyclus. Als gemeenteraad trekken we er ongeveer een hele dag voor uit om het eens te worden over een – liefst een beetje consistente – selectie uit al die voornemens en plannen. Het is vaak een hele toer om minstens vier van de acht fracties in de raad achter een voorstel te krijgen. Want ik ben natuurlijk niet de enige die bepaalde ideeën heeft over wat wel en niet in gang moet worden gezet en wat wel en niet door moet gaan.

Het zal wel aan mijn gebrek aan fantasie liggen, maar ik krijg geen concrete beelden bij interactieve beleidsvorming in dit soort gevallen, anders dan iets wat wel omschreven wordt als poolse landdagen. Het mag best zo zijn dat via internet iedere Zwollenaar zijn zegje zou kunnen doen over de wenselijkheid van de uitgaven uit onze gezamenlijke kas, maar mij lijkt het in feite een wonder van efficiëntie om met zijn negenendertigen de begrotingen te bespreken. (Nou, meestal is het in de praktijk nog sterker: eigenlijk zijn alleen de acht fractievoorzitters echt aan het woord, wij van het voetvolk staan de onze met raad en daad bij en proberen steun te verwerven voor onze eigen deelplannetjes, maar het woord voeren, ho maar.)

Er is maar één begin
Voor beginspraak heeft dit gedachte-experiment desastreuze gevolgen. Want aan het begin staat nu eenmaal de toekenning van het geld. Alle inspraak, alle klankborden en alle interactieve beleidsvorming komen daarna pas aan de beurt.
Begin-spraak is dus vooral een goedbedoelde reclameslogan om mensen over te halen zo snel mogelijk mee te praten. Heel aardig en uitnodigend, maar het woord ‘begin’ zet mensen op het verkeerde been. Zeker, omdat de term beginspraak in Zwolle vooral wordt gebruikt bij ruimtelijke plannen. In die gevallen komt het gevaarlijk dicht in de buurt van volksverlakkerij. Bij ruimtelijke planvorming is de belanghebbende of alleen maar belangstellende burger per definitie nooit de eerste die aan zet is. Dat is zonder uitzondering de grondeigenaar, de ontwikkelaar, de initiatiefnemer. Die heeft al lang met de gemeente om tafel gezeten als de burger er weet van krijgt dat er iets in zijn directe leefomgeving staat te gebeuren.

Bovendien gaat er aan de beginspraak altijd nog een belangrijke stap vooraf: de gemeenteraad stelt de kaders van het plan vast. De raad bepaalt de grenzen waarbinnen de burgers moeten blijven als ze meedenken, meepraten en in sommige gevallen echt meetekenen. Logisch, want de raad vertegenwoordigt de belangen van alle inwoners van de stad, niet alleen die van de direct belanghebbenden en betrokkenen die om tafel zitten en voor hun eigen belang opkomen. Dat laatste is hun goed recht, en daarom is interactieve beleidsvorming ook een prima middel om mensen er goed bij te betrekken. Maar uiteindelijk moet er ook een afweging tussen verschillende en veelal tegengestelde belangen worden gemaakt. Dat laatste woord is aan de vertegenwoordigers van de hele stad. Eigenlijk best slim bedacht indertijd.

Verkiezingen zijn beginspraak
Maar hoe zit het dan met de kloof? Die kloof, beste mensen, die kloof is kletspraat. Kijk naar de laatste paar verkiezingen. Als iemand vindt dat hij niet goed wordt vertegenwoordigd door de bestaande partijen, dan richt hij er gewoon zelf een op om het land weer leefbaar te maken. En als iemand denkt dat de volkspartij voor vrijheid en democratie zich beter alleen op de vrijheid kan richten en niet op democratie en hij vindt dat die partij Henk en Ingrid niet goed meer vertegenwoordigt, dan stapt hij eruit, zoekt een knokploeg bij elkaar en bestormt het parlement – figuurlijk dan hè, want ze zitten (op een knokpartijtje in Nieuwspoort na althans) met zijn allen heel braaf in de kamerbankjes hun volksvertegenwoordigende rol te vervullen.

Populisten bewijzen de vitaliteit van de vertegenwoordigende demokratie. De burger kiest een stel vertegenwoordigers om niet zelf al die saaie stukken te hoeven bestuderen en als ze dat niet naar zijn zin doen, dan donderen ze maar op. Ten slotte bepaalt hij wie hem mag vertegenwoordigen. Dat staat echt aan het begin van de demokratische cyclus.

Als jullie het goed vinden, buig ik me nu namens een paar duizend Zwollenaren weer over onze perspectiefnota, de investeringsagenda en de bezuinigingsplannen. Bij de volgende ontmoeting (en uiterlijk bij de volgende verkiezingen) kom ik er wel achter of ik het naar hun tevredenheid doe.


zondag, 27 februari 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Wat is populisme?

In politicologie, artikel, begrip, crisis, cultuur, dagelijks leven, economie, europa, filmpje, en meer.

In Nederland liepen we aanvankelijk wat achter op de rest van Europa, maar sinds een jaar of tien hebben we die achterstand ruimschoots ingelopen en viert het populisme ook in de Nederlandse politiek hoogtij. Het fenomeen populisme is de afgelopen jaren keer op keer onderwerp van beschuldigingen, bespiegelingen en analyses geweest en volledig ingeburgerd in ieders politieke jargon. Vaak blijft echter onduidelijk wat daar nou precies mee bedoeld wordt: Populisme, wat is dat eigenlijk?

Strategische Benadering
In het dagelijks spraakgebruik gebruiken we populisme vooral om twee verschillende strategieën te benoemen: demagogie en opportunistisme. Een demagoog is een politicus die inspeelt op gevoelens. Iemand die onderbuikgevoelens weet te beroeren wordt door ons vaak verweten een populist te zijn. Meestal gaat het dan om gevoelens van angst of haat, maar ook de speeches van Obama over hope en change zijn natuurlijk gericht op het beroeren van (onderbuik)gevoelens.

Een tweede strategie die als populistisch wordt genoemd is opportunisme. Iets zeggen wat je niet werkelijk vindt met het oog op (electoraal) gewin levert al snel het verwijt op populistisch te zijn. De SP die de NAVO uit het verkiezingsprogramma schrapt? Populistisch. De PVV die haar sociale paragraaf veranderd van neo-liberaal naar sociaal-democratisch? Populistisch.

Stemmen winnen behoort tot de core business van een politicus en dat gaat vaak makkelijker door populistische strategieën toe te passen: de vorm en de boodschap aanpassen aan het publiek. Populisme kan zo gezien worden als een strategie die partijen in meer of in mindere mate kunnen toepassen.

Ideologische Benadering
De politicoloog Cas Mudde beargumenteert in zijn artikel The Populist Zeitgeist echter dat populisten meer dan een strategie delen en het begrip populisme beter inhoudelijk gedefinieerd kan worden. Of een politicus een populist is hangt af van het verhaal dat hij vertelt, de ideologie die hij nastreeft. Mudde omschrijft populisme als een thin ideology, het is te beperkt om op zichzelf te staan en moet zich daarom aansluiten bij een al bestaande ideologie: zo bestaan er links-populisten en rechts-populisten. En hoewel deze partijen daarom erg verschillend kunnen zijn hebben zij belangrijker overeenkomsten in hun verhaal.

Iedere populist maakt onderscheid tussen ‘het volk‘ en ‘de corrupte elite.’ Populisten gaan uit van volkssoevereiniteit: dat wat het volk wil moet worden uitgevoerd. Doordat de populist zijn common sense gebruikt weet hij wat in het belang is van het volk, maar de corrupte elite weigert in dit belang te handelen en zij negeren de gewone man. Het belangrijkste dat door de corrupte elite wordt veronachtzaamd is het beschermen van de eenheid van (de traditionele way of life) van het volk.

De notie van ‘ het volk’ is niet hetzelfde als die van ‘ de staatsburger.’ Het volk bevat de overgrote homogene meerderheid, maar tegelijkertijd signaleert iedere populist een andere groep, die een bedreiging voor het volk vormt. In het geval van links-populisten kan het gaan om het grootkapitaal of de bankiers in het geval van rechts-populisten gaat het om de bedreiging door moslims of allochtonen. Centraal in het populisme staat dus een homogene groep, ‘ de gewone man,’ ‘ de hardwerkende Nederlander’ of ‘ het volk’ die door een andere groep bedreigt wordt en waartegen de corrupte elite niet afdoende maatregelen neemt. De populist spreekt de taal van het volk (‘hij is een van ons’) en is de enige die de eenheid en en de traditionele levenswijze of cultuur van het volk wil verdedigen.

Voorbeeld 1: Geert Wilders’ totale oorlog
Bij de hervatting van het proces tegen Geert Wilders op 7 februari zei hij in een speech voor de rechtbank: “In heel Europa vechten de multiculturalistische elites een totale oorlog uit tegen hun bevolkingen. Met als inzet de voortzetting van de massa-immigratie en de islamisering, uiteindelijk resulterend in een islamitisch Europa – een Europa zonder vrijheid: Eurabië.”

Veel krachtiger dan hier kan populisme niet goed samengevat worden, je ziet alle inhoudelijke elementen van heel duidelijk terug komen: er is een conflict tussen ‘de [Europese] bevolkingen’ en ‘hun multiculturalistische elites.’ Deze elites weigeren op te treden tegen het gevaar van de massa-immigratie en de islamisering en deze bedreigen de traditionale way of life: onze Europese vrijheid.

Voorbeeld 2: PvdA+
In de workshop populisme die de Leidse politicoloog Tom Louwerse afgelopen DWARS-congres gaf, liet hij het campagnefilmpje van de Belgische links-populistische PvdA+ zien. Ook hier is er heel duidelijk een onderscheidt tussen de bevolking die als een paard moet werken als de economie goed gaat en op straat staat als de economie slecht gaat. ‘De politiek[e elite]’ en vooral de ‘ liberalen met veel diploma’s op zak’ zijn er de schuld van dat onder druk van de markt en de beurzen de economie uitgekleed en geprivatiseerd wordt en daardoor zijn ‘de gewone mensen kop van Jut.’ De bedreiging komt hier vanuit de markt en van ‘de banken die speculeren met het pensioen van uw pa.’ De crisis moet daarom betaald worden door de groep die, ten koste van de gewone man, zijn zakken goed heeft gevuld.In het filmpje worden deze groepen heel duidelijk uitgebeeld door zwarte poppetjes (het volk die de dupe is) en witte poppetjes (de kapitalisten die profiteren).

Tot slot
In het dagelijks leven wordt de term populisme vooral gebruikt voor de strategieën opportunisme en demagogie, strategieën waar volgens mij iedere partij die wil scoren in meer of mindere mate gebruik van moet maken. Bekijk je populisme echter niet strategisch maar inhoudelijk, dan zorgt de creatie van een in-group en een out-group en het aanwijzen van de politieke elite als schuldige volksvijandige bestuurders, voor een beeld dat weinig constructieve oplossingen biedt voor de problemen die populisten zeggen te bestrijden.

strategieën


woensdag, 26 januari 2011

Jan Albert van Laar

Jan Albert van Laar

Bosma en correct discussiëren

In uncategorized, debat, discussie, kunst, leiden, links, martin bosma, mensen, politiek, en meer.

Correct discussiëren is geen politiek ideaal, althans, geen ideaal dat speciaal ‘groen’ is, of  ‘sociaaldemocratisch’ of ‘rechts’. Maar je zou verwachten dat het toch in ieder geval een ideaal is dat op gespannen voet staat met het populisme. Hoewel …

Sinds half december wijst Martin Bosma erop dat critici van de PVV de positie van de PVV niet adequaat weergeven. In de Volkskrant van 6 januari haalt hij een flinke lijst aan van mensen die stellen dat de  PVV kunst als een linkse hobby ziet. En de partij heeft dat standpunt (hoogstwaarschijnlijk) niet ingenomen. Bosma daagt de critici uit met tekstueel bewijs te komen, wat vooralsnog zo goed als achterwege blijft.

Een voor de hand liggende reactie zou zijn om te zeggen: Kijk naar jezelf! Doe jij niet iets soortgelijks? Is het wel correct om kunstsubsidie als een speciaal linkse hobby aan te duiden? En bedien jij jezelf niet schaamteloos van een heel scala aan nog andere brutale discussietrucs?

Maar op dit punt moeten Bosma’s critici niet schamperen maar incasseren. Hij heeft gelijk: in een discussie behoor je de positie van de andere partij correct weer te geven. Doe je dat niet dan bega je de drogreden van de stroman. Namelijk door niet zozeer de werkelijke tegenstander aan te vallen, maar in plaats daarvan als het ware een strooien man op te richten, die strooien man als de werkelijke tegenstander te presenteren, en hem vervolgens ten val te brengen. Er zijn allerlei varianten: iemand op een misleidende wijze citeren; iemand een standpunt in de schoenen schuiven; en, en daar hebben we hier mee te maken, iemands positie overdrijven. Immers, in bijvoorbeeld het verkiezingsprogramma van de PVV staat wel dat de kunstsubsidies afgeschaft moeten worden, maar kunst wordt niet als links bestempeld. Dus de critici moeten inschikken of met bewijsplaatsen komen.

Dit betekent natuurlijk niet dat Bosma’s verweer niet op een opbouwende manier bekritiseerd kan worden. Zo is het aannemelijk dat het afschaffen van kunstsubsidies ten koste gaat van ten minste enkele vormen van kunst, en van veel kunstenaars. Dus wat drijft Bosma om ten strijde te trekken tegen de genoemde foute weergave van de PVV positie?

Hoe dan ook, de critici lijken hier een klein verlies te leiden. Maar door zelf kritiek uit te delen doet Bosma een beroep op normen, in dit geval de norm om de tegenstander adequaat weer te geven. En door aan die norm te appelleren bindt Bosma zich aan dit onderdeel van correct discussiëren. Als hij even niet denkt aan deze toezegging zal hij er wel aan herinnerd worden. Dit verweer van Bosma is dus gewoon een stapje in de richting van een goed publiek debat.


vrijdag, 9 april 2010

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Tijd voor verbeelding, tijd voor vernieuwing

We leven in een tijd van politieke verdeeldheid en maatschappelijke instabiliteit. Onbeantwoorde globalisering heeft geleid tot polarisatie en populisme. De geloofwaardigheid van ons politiek bestel staat op het spel. Juist nu daadkracht wordt gevraagd om de historische economische crisis en de klimaatcrisis op te lossen.

Het is tijd voor verbeelding. Het is tijd voor vernieuwing.

Het wordt de kunst om de vertrouwensvraag van burgers in Nederland en andere Europese landen op een geloofwaardige manier te beantwoorden. Het beantwoorden van de behoefte aan culturele en sociale bescherming vraagt niet om vasthouden aan het bestaande, maar om verbeelding en vernieuwing. Verbeelding over waar Nederland, waar Europa, vandaan komt en waar het naar toe moet (1), én vernieuwing van ons economisch bestel, onze verzorgingsstaat (2) in het licht van het proces van Europese economische en politieke integratie.

1) Wij willen Nederland sterker, schoner en toekomstbestendiger maken in de wetenschap dat onze kracht van oudsher ligt in vrijzinnigheid en openheid gecombineerd met een calvinistische arbeidsmoraal. Die vrijzinnigheid heeft zijn wortels in het feit dat Nederland altijd al een migratieland is geweest. Dit land is mede door nieuwkomers gevormd. Godsdienstvrijheid, respect voor mensenrechten en minderheden zijn pijlers waarop onze samenleving is gebouwd. De rechtstaat is ons gemeenschappelijke vertrekpunt. Wat mij betreft zijn dit ook de uitgangspunten voor de toekomst. Het is on-Nederlands om hele groepen burgers in onze samenleving op basis van hun geloofsovertuiging te stigmatiseren. Moslimfundamentalisme of religieusfundamentalisme van welke andere soort dan ook, beantwoord je niet met reactionaire politiek maar met handhaving van de rechtsorde! Laten we uitgaan van onze kracht!

Tegelijkertijd mogen we van nieuwkomers verwachten dat zij zich rekenschap geven van de waarden die in deze samenleving gangbaar zijn. Door taalonderwijs, inburgering en het volgen van een vakopleiding zal zelfstandig, vrijzinnig burgerschap moeten worden bevorderd. In Europees verband zal ingezet moeten worden op een gezamenlijk beleid op het gebied van arbeidsmigratie, afgestemd op de behoefte van de arbeidsmarkt en met een stimulans op terugkeer naar het land van herkomst. Een effectieve Europese aanpak van arbeidsmigratie laat zien dat de toekomst van Nederland ook op dit punt in Europa ligt. Europa biedt weldegelijk ook bescherming.

2) Maar er is meer om de polarisatie rondom het thema integratie te overwinnen: participatie. Door de crisis zijn veel mensen hun bestaanszekerheid kwijtgeraakt, of hebben moeite om werk te vinden. Het is daarom van groot belang dat definitief de stap wordt gezet naar een activerende participatiestaat. Iedereen wordt gevraagd om naar vermogen actief deel te nemen aan onze samenleving. Tegenover een werkloosheidsuitkering staat de plicht tot participatie. Zo snijdt het mes van twee kanten: emancipatie wordt bevorderd en de arbeidsmarkt wordt voorbereid op een zich vergrijzende beroepsbevolking. Want één ding is duidelijk. Linksom of rechtsom, we hebben nu en straks iedereen nodig!

Het belang van een participatiesamenleving reikt echter nog verder. We moeten de huidige economische crisis gebruiken als scharnier naar een betere, duurzame toekomst. We hebben alle kwaliteit en innovatiekracht van burgers en bedrijven nodig om onze economie weer te laten draaien en het overheidstekort terug te dringen. Maar dan wel op zo’n manier dat onze welvaart niet ten koste gaat van toekomstige generaties. Stilzitten en bezuinigen met de kaasschaaf heeft geen zin. De gevolgen van ongebreidelde marktwerking maken duurzaam en solidair hervormen nodig. Het gaat erom nu t ekiezen voor groene innovatie op het gebied van energie en mobiliteit, te investeren in onderwijs en arbeidskansen en hervorming van onze verzorgingsstaat en ons bestuur.

De huidige tijd vraagt om echte keuzes. Keuzes die uitstijgen boven de traditionele links-rechtsdeling, maar gericht zijn op een duurzame, solidaire, geëmancipeerde toekomst. Door open en eerlijk te zijn over de uitdagingen waarvoor Nederland staat, een beroep te doen op ieders verantwoordelijkheid om aan deze samenleving bij te dragen en een helder perspectief neer te zetten voor de toekomst, kan geloofwaardigheid teruggebracht worden in de politiek. En dat is hard nodig! Juist nu!

donderdag, 11 maart 2010

Laura Bromet

Laura Bromet

Blog: Samenwerken, nuance en populisme

In gemeenteraadsverkiezingen, laura logt, waterland logt, duurzaam, groen, groenlinks, ideologie, manier, oplossingen, en meer.

Compromissen sluiten is één ding, je ideologie verloochenen is een andere. GroenLinks profileert zich al jaren op dezelfde manier. Wat wij willen is een sociaal, groen en duurzaam Waterland. Veel problemen in Waterland zijn ingewikkeld en gecompliceerd. Wij geloven niet in simpele oplossingen alleen. De nuance is ons niet vreemd, ook niet in deze tijd van populisme.

lees verder

zaterdag, 19 december 2009

Gijs van der Kroef

Gijs van der Kroef

Hyves

Jullie mogen niet mee naar 2010

In burgemeester, cda, coalitie, december, dieren, dierenwelzijn, eerste, gelukkig, groenlinks, en meer.
Onlangs las ik van het bestaan van een anti-2009 website. Je kunt hier begrippen, verschijnsels of wat dan ook invoeren waar je vanaf wilt. Op 31 december om 24:00 uur wordt deze website virtueel tot ontploffing gebracht. Het precieze weet ik er niet van. Wel heb ik alvast twee suggesties voor deze site. Twee aspecten waar ik het meer dan mee heb gehad.

Het eerste is populisme. Leefbaar Rotterdam is hier een schrijnend voorbeeld van. De manier waarop ze een motie van wantrouwen tegen burgemeester Aboutaleb inbrachten is niet alleen doorzichtig, maar ook nog eens ondoordacht. Dat Leefbaar Rotterdam al langere tijd een stok zoekt om de hond mee te slaan is zo duidelijk dat, dat geen betoog hoeft. Dat hebben ze zelf al duidelijk gemaakt. Dat de motie ook nog eens ondoordacht is, blijkt uit het feit dat er geen inhoudelijke argumenten zijn gebruikt. Gelukkig hebben Pastors en de zijnen alvast een voorschot op mijn ‘ontploffingswens’ genomen door zichzelf snoeihard naar de oppositiebanken te verwijzen. Hoe kan Leefbaar Rotterdam nou in een coalitie zitten met een burgemeester waarvan ze vinden dat hij ongeschikt is voor zijn belangrijkste taak? De Grote Roerganger Fortuyn deed immers wat hij zei. Pastors zal zijn lichtend voorbeeld niet willen teleurstellen.

Vervolgens mag wat mij betreft het CDA ook virtueel vernietigd worden .De SGP blijft onbetwiste nummer 1 als het op dieronvriendelijkheid aankomt, maar hun Christenbroeders van het CDA hebben deze week bewezen dat ze een goede tweede zijn. Na de zoveelste grote veeziekte in amper tien jaar tijd, stelt de SP terecht voor om de manier waarop wij met dieren omgaan eens grondig te herzien. Niet alleen wordt bij de bio-industrie de intrinsieke waarde van dieren miskend, ook is deze manier buitengewoon slecht voor het milieu. Daarnaast is het steeds duidelijker dat er causaal verband is tussen grootschalige veeziektes als MKZ, varkenspest en Qkoorts en de manier waarop dieren worden gehouden. Bovenal is het massaal opfokken van dieren en ze slachten niet nodig. De grote hoeveelheden vlees die geconsumeerd worden, zijn eerder slecht voor de volksgezondheid dan goed.
Het CDA is echter tegen een onderzoek naar mogelijkheden van het anders houden van dieren. Het uiterst inhoudelijke argument hierbij was ‘Als GroenLinks iedereen aan de tofu wil, zeg dát dan.’.
Nog los van het feit dat tofu ook slecht is voor het milieu en dus ook niet onverkort gebruikt kan worden, gaat het CDA hierbij volledig voorbij aan begrippen als overconsumptie, voedselcrisis, klimaatcrisis en dierenwelzijn.

Tja naastenliefde is zelfs in de donkere decemberdagen moeilijk te vinden bij onze christenbroeders

Aantal berichten op deze pagina: 22. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 18601 uur (775,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,2 per week.

Pagina: 1