zaterdag, 5 mei 2012

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

frietverwerping

In sport, gatverdamme, maarten poorter, obesitas, patatje joppie, patatverbod, sportparticipatie, euro, feit, en meer.

Nog even over dat patatverbod he. Maarten Poorter (PvdA), aanstichter van ‘hi hi ha ha ho ho’ (zoals ‘ie zelf tikt), heeft niet echt gepleit voor een verbod maar voor een convenant met snackbarren en turkse pizza-tenten. In dat convenant moeten ondernemers aangeven dat ze geen vette hap meer serveren aan middelbare schoolscholieren tot 2 uur ‘s middags. Poorter was namelijk stomverbaasd toen hij een middelbare school bezocht en jongeren met broodjes kebab in hun ‘gezonde’ kantine zag zitten. Hij wil dat de ondernemers gaan meedoen met het programma ‘Jongeren Op Gezond Gewicht’ (JOGG) om zo obesitas bij kinderen en jongeren tegen te gaan.

Nu mankeert er van alles aan het patatplan (na 2 uur mag je blijkbaar snacken wat je wilt, ondernemers zien hun omzet dalen maar krijgen daarvoor in de plaats ‘een gratis advertentie in een stadskrantje’), maar het is terecht dat Poorter zich druk maakt over obesitas bij de Amsterdamse jeugd. Ruim een kwart van hen heeft overgewicht, van kinderen met Turkse ouders is bijna de helft te dik. Dat is niet goed, want overgewicht (en zeker obesitas) kan op den duur leiden tot ernstige gezondsheidsklachten zoals hart- en vaatziekten, diabetes, gewrichtsklachten en psychische problemen. Dat de PvdA daar dus iets aan wil doen, is lovenswaardig.

De vraag is alleen: wat kan je als overheid doen? Friet verbieden, convenanten sluiten, prijsvragen uitschrijven: het is allemaal zo net niks. Bovendien, jongeren zijn slim. Als ze door de snackbar worden geweigerd, dan gaan ze wel naar één van de 172 supermarkten om een zak chips met Joppiesmaak te kopen. Het probleem is dus niet op te lossen door een hek rond de snackbar te zetten, maar door iets te doen aan het feit dat die jongeren vervolgens hun calorieën er niet af zweten.

De sportparticipatie van kinderen en jongeren uit met name gezinnen met een laag opleidingsniveau en / of een laag inkomen is namelijk veel te laag. Bijna veertig procent sport niet of zelden. Nu hoor ik de PvdA eigenlijk nooit over sport. Ja, over het organiseren van de Olympische Spelen hebben de sociaal-democraten een mening (oh nee oeps). Maar toen het Sportplan van de gemeente werd besproken, waaruit keer op keer blijkt dat allerlei doelstellingen niet worden gehaald, toen gaf men niet thuis. Of toen ik een motie indiende om één miljoen euro uit te geven aan de amateursport in aanloop naar het EK Atletiek in 2016, toen stemde de PvdA als enige partij tegen.

Laten we dus hopen dat de vernieuwde aandacht van Poorter voor de gezondheid van Amsterdamse kinderen en jongeren ertoe leidt dat de PvdA op de bres springt voor méér sportende en bewegende Amsterdammers. Dat betekent meer sport op / na school, meer ondersteuning voor verenigingen en meer ruimte om te bewegen.


zondag, 29 april 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Lenteakkoord

In verkiezingen, akkoord, begroting, campagne, cda, compromis, d66, de, europa, en meer.

eric leltz

Vijf partijen krijgen in minder dan twee dagen voor elkaar waar 3 partijen 7 weken lang niet uitkomen! Hoe is dat mogelijk? Dat kan natuurlijk alleen als partijen snel kunnen handelen en bereid zijn om compromissen te sluiten. Stuurmanskunst dus.

Dat is de meerwaarde van het akkoord. Als de nood aan de man is, zijn er partijen die naar het roer durven te lopen en verantwoordelijkheid nemen in plaats van weg te duiken. Want laten we vooral beseffen dat het 5 voor 12 was voor Nederland. Door het afketsen van de onderhandelingen, zo vlak voor het moment dat een begroting moest worden ingediend voor Europa, stond Nederland met de rug tegen de muur. En dat mag je CDA, VVD en PVV zwaar aanrekenen. Fantastisch dus dat drie partijen, Christen Unie, D66 en GroenLinks, in die moeilijke omstandigheid verantwoordelijkheid namen en Nederland voor de afgrond hebben weggesleept. De PvdA heeft een inschattingsfout gemaakt door niet mee te doen aan het akkoord. Jammer. Nu resten bittere tranen.

De PvdA zal op weg naar de verkiezingen uitvergroten wat Christen Unie, D66 en GroenLinks hebben moeten inleveren om tot een akkoord te komen. Maar dan gaan ze wel voorbij aan het feit dat het niet het moment was om zoveel mogelijk van je eigen programma binnen te halen maar dat op zeer korte termijn een akkoord moest worden gesloten. En een akkoord vraagt per definitie van de onderhandelaars dat ze

  • kunnen inleveren,
  • een compromis kunnen sluiten,
  • boven de partij politiek kunnen uitstijgen en
  • niet blijven vastzitten in dogma's.

Christen Unie, D66 en GroenLinks hebben op een voor Nederland cruciaal moment bewezen dat ze dit kunnen. Daarom moet er tijdens de campagnes naast aandacht voor inhoudelijke thema's ook aandacht zijn voor bestuurlijke thema's. Dus dat:

  • Christen Unie, D66 en GroenLinks op het beslissende moment verantwoordelijkheid namen,
  • VVD en CDA hun hart hebben verkwanseld aan de PVV en daarmee Nederland in een beroerde positie hebben gemanoeuvreerd,
  • de PvdA toen het echt spannend werd in zichzelf gekeerd bleef, dogmatisch bleef, weg dook en geen verantwoordelijkheid nam.

Christen Unie, D66 en GroenLinks kunnen aangeven waar ze hebben ingeleverd, waarom en als ze het alleen voor het zeggen hebben, wat ze zouden verbeteren aan het akkoord. Maar voorlopig doen we het met dit akkoord.

Als de partijen van het lenteakkoord hun huzarenstukje in de campagne goed voor het voetlicht brengen, gaan ze ook na de verkiezingen met dat akkoord door. Een vliegende start. En dan breekt er na een mooie lente ook nog een mooie herfst aan.



vrijdag, 27 april 2012

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Wat staat er eigenlijk in het Stabiliteitsprogramma?

In uncategorized, aankoop, agenda, akkoord, algemeen, aow, arbeidsmarkt, banen, bedrijf, en meer.

Kunduz-coalitie, wandelgangakkoord, SASJA (Sybrand, Alexander, Stef, Jolande en Arie) of lenteakkoord; hoe je het noemt geeft eigenlijk al aan wat je ervan vindt. Het stabiliteitsprogrammma voor 2013 dat gistermiddag door GroenLinks, D66, ChristenUnie, de VVD en het CDA werd gepresenteerd.

De gedoogcoalitie onderhandelde er zonder succes zeven werken over in het Catshuis. Maar vijf partijen in de Tweede Kamer hadden aan 48 uur genoeg om een akkoord in elkaar te timmeren. De media schrijven vandaag vol lof over het het huzarenstukje, waarin vier maanden voor de verkiezingen, vijf moedige politieke leiders ‘over hun eigen schaduw heen sprongen.’ Of zoals Volkskrant-collumniste Sheila Sitalsing schrijft: “Eerst gaan we ons laven aan de wilde gedachte dat tussen alle politieke versplintering, al het cynisme, al die roeptoeterende clowns en operettefiguren aan de flanken, Nederland nog steeds Nederland is. Een bestuurbaar land waar je met ouderwets polderen en een vleugje durf bergen kan verzetten. Waar de mensen, wanneer het water komt, eendrachtig een treintje maken en zandzakken gaan stapelen.”

Iedereen heeft er een mening over. Had Samsom wel mee moeten doen, of juist niet?  Wat vinden de kiezers ervan? Wie heeft er een strategische fout gemaakt? In alle politieke commotie dreigt de inhoud weer eens overschaduwt te worden. Want wat staat er eigenlijk in het stabiliteitsprogramma? Hoe komt het dat GroenLinks haar handtekening hier onder heeft kunnen zetten en wat is daar volgens de PvdA en de SP zo op tegen?

Terugdraaien bezuinigingen op kwetsbare groepen (o.a. op het PGB en Passend Onderwijs)

GroenLinks, D66 en ChristenUnie hebben flink oppositiegevoerd tegen een aantal pijnlijke maatregelen van dit kabinet. Het stabiliteitsprogramma bevat een aantal maatregelen om de overheidsbegroting op orde te krijgen, maar de partijen wilden ook duidelijk maken dat zij heel andere keuzes maken dan de VVD en het CDA met de PVV konden maken. De meest besproken bezuinigingen van het kabinet Rutte I worden daarom teruggedraaid. Hoofdlijn van het stabiliteitsprogramma is dat kwetsbare groepen meer worden ontzien en dat in plaats van de kaasschaafmethode, Nederland een aantal grote hervormingen zal ondergaan.

Jolande Sap noemde in het Kamerdebat van dinsdag al dat de bezuinigingen op natuur, het Passend Onderwijs en de de Persoonsgebonden Budgetten (PGB’s) van tafel moesten, wilde GroenLinks voor een begroting voor 2013 tekenen. Uiteindelijk heeft ze nog  veel meer binnengehaald, maar het terugdraaien van deze bezuinigingen zijn een belangrijk kenmerk. De PGB’s, waarmee zorgbehoevende een budget krijgen waarmee ze zelf zorg kunnen inkopen, werden in de originele kabinetsplannen vrijwel geheel geschrapt. Dat gaat nu niet door.

Ook de bezuinigingen op het passend onderwijs gaat niet door. Het gaat dan om de bezuinigingen die het kabinet wilde invoeren op bijzonder onderwijs en begeleiding voor leerlingen met gedrags-  of leerproblemen. Dit zou leidden tot verlies van veel banen in het bijzonder onderwijs, maar ook tot grotere klassen, wachtlijsten voor het bijzonder onderwijs en zorgleerlingen die in het regulier onderwijs hun hoofd boven water moeten zien te houden zonder geld voor extra begeleiding.

De bezuiniging op griffierechten, waarmee het een stuk duurder wordt om een zaak voor de rechter te brengen, wordt eveneens teruggedraaid. Ook de cultuursector wordt iets gecompenseerd voor de harde bezuinigingen waar zij mee te maken hebben gekregen: uitvoerende kunst komt weer in het lage BTW-tarief.

De huishoudinkomenstoets, waarmee mensen hun uitkering verliezen als een inwonend familielid, bijvoorbeeld een kind, een inkomen verwerft, wordt ook teruggedraaid. Met name wethouders van de grote steden maakten zich om deze maatregel grote zorgen. Ook de 100 miljoen bezuinigingen op preventieve/palliatieve zorg worden teruggedraaid, net zoals er 40 miljoen bezuinigingen via de eigen bijdrage voor de GGZ.

Een andere bezuinigingspost van het kabinet, het openbaar vervoer, wordt ook gespaard door het stabiliteitsprogramma. Tot slot gaan ook de bezuinigingen van Bleker op natuur niet door. In het natuurakkoord dat de staatssecretaris met provincies heeft gesloten staat dat zij verantwoordelijk worden voor het natuurbeleid, maar dat zij daar wel fors minder geld voor krijgen dan het rijk nu aan natuurbeleid uitgeeft. Natuurorganisaties reageerden vandaag positief doordat het stabiliteitsprogramma meld dat er in 2013 200 miljoen extra voor natuur beschikbaar komt.

De zware bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking die tijdens de Catshuisonderhandelingen dreigden zijn nog niet doorgevoerd, maar het was duidelijk dat er met de PVV geen akkoord te maken viel, zonder een hele  forse korting op de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking. Dat is nu ook van de baan, Nederland blijft 0,7% van haar BNP aan ontwikkelingssamenwerking uitgeven.

Groene Agenda

In het stabiliteitsprogramma zit bovendien een hele indrukwekkende groene agenda, door een combinatie van maatregelen. Het belastingstelsel wordt ingrijpend vergroent door vervuilende energie zwaarder te belasten. Het stabiliteitsprogramma noemt in dit kader de aardgasheffing, kolenbelasting, rode diesel, leidingwater en eurovignet. De onbelaste reiskostenvergoeding, inclusief het onbelaste privégebruik van lease-auto’s wordt afgeschaft, waardoor het aantrekkelijker wordt om dichter bij je werkt te gaan wonen.

Daarnaast wordt er  280 miljoen uitgegeven voor verduurzaming van de economie, onder meer voor woningisolatie. Er is sprake van dat zonnepanelen onder het lage BTW-tarief van 6% gaan vallen. En zoals gezegd wordt 200 miljoen die het kabinet wilde bezuinigen op natuur teruggedraaid.

Pensioenleeftijd

Na een lange discussie kwamen op 10 juni 2011 vakbonden, werkgevers en het kabinet een pensioenakkoord overeen. Het pensioenakkoord verscheurde de FNV en leidde uiteindelijk tot haar ondergang – op dit moment wordt gewerkt aan de vorming van een nieuwe vakbond. In het oorspronkelijke pensioenakkoord gaat in 2020 de AOW-leeftijd omhoog naar 66 jaar en groeit vanaf dan de pensioenleeftijd mee met de groei van de levensverwachting, waardoor in 2025 de AOW-leeftijd 67 jaar zou worden.

Het stabiliteitsprogramma breekt met dit pensioenakkoord en gaat eerder de pensioenleeftijd verhogen. Al in 2013 zal de AOW-leeftijd met 1 maand omhoog gaan en zal vervolgens in stappen verder verhoogt worden zodat in 2019 de AOW leeftijd om 66 jaar ligt en in 2024 op 67 jaar. Vanaf 2024 wordt de AOW aan de levensverwachting gekoppeld.

Volgens partijen als D66 en GroenLinks is een snellere stijging van de pensioenleeftijd te rechtvaardigen als je kijkt naar de stijging van de levensverwachting die sinds de invoering van de AOW-leeftijd heeft plaatsgevonden. Bovendien benadrukken zij de solidariteit tussen generaties: de huidige en aankomende groep gepensioneerden heeft veelal riante pensioenregelingen. Nu de vergrijzing er aan komt moeten de generaties na hen met veel minder mensen de AOW gaan opbrengen voor een veel grotere groep ouderen. De PvdA is tegen aanpassing van het moeizame compromis dat via het originele pensioenakkoord tot stand is gekomen en de SP is sowieso tegen elke verhoging van de pensioenleeftijd.

Arbeidsmarkt

Nog zo’n onderwerp waar de politiek al jaren tegenaan hikt is de aanpassing van de ontslagbescherming. De huidige ontslagbescherming zorgt er volgens een partij als GroenLinks voor dat mensen met een vast contract zo goed beschermt zijn dat een werkgever wel oppast om mensen een vast contract te geven. Het gevolg is een tweedeling tussen insiders en outsiders op de arbeidsmarkt: insiders met een vast contract zijn goed beschermd en voor hen gelde riante regelingen met betrekking tot hypotheekverstrekking en pensioenopbouw. De outsiders zitten in flexibele contracten of worden als zzp-er bij een bedrijf aangenomen. Jongeren en allochtonen zijn oververtegenwoordigd in deze groep. Als economisch de wind tegen zit zijn dit de groep mensen die er het eerst uitvliegen. GroenLinks pleit er al veel langer voor dat deze tweedeling op de arbeidsmarkt doorbroken moet worden. Van werkgevers moeten we niet vragen om hoge ontslagvergoedingen te betalen aan een groep die er toch al goed voorstaat, werkgevers zouden veel meer moeten investeren in het bieden van kansen aan haar werknemers, bijvoorbeeld via scholing. De arbeidsmarkt moet er niet op gericht zijn dat niemand meer zijn baan kwijt raakt, dat is in de geglobaliseerde economie onmogelijk geworden. De arbeidsmarkt moet erop gericht zijn dat, wanneer ontslagen, iedereen vervolgens weer ergens anders aan de slag kan.

Ook op dit punt van de ontslagbescherming is er een doorbraak bereikt. De ontslagvergoedingen worden beperkt, al is nog niet uitgewerkt op welke manier dit moet gebeuren. Daar staat tegenover dat de eerste zes maanden van de Werkloosheidsuitkering door de werkgever betaald moeten worden. Bovendien gaat het geld dat werkgevers niet meer hoeven te investeren in ontslagvergoedingen naar scholing voor hun werknemers en werk-naar-werk trajecten. Dit zorgt er dus voor dat het voor een werkgever aantrekkelijk is om ook gedurende het dienstverband in zijn werknemers te blijven investeren en dat, als hij gedwongen is om mensen te ontslaan, het voordelig is om een actieve rol te spelen zodat zij ergens anders snel weer aan de slag kunnen.

Deze arbeidsmarktwijziging past dus heel goed in het verhaal van GroenLinks en ook D66 dat mensen nieuwe zekerheden geboden moet worden: niet langer de zekerheid op een vaste baan staat centraal, maar de zekerheid op het vinden van nieuw werk. SP en in mindere mate de PvdA geloven hier niet in en vinden dat bestaande zekerheden worden afgebroken. Net als op het issue van de pensioenleeftijd is echter de PvdA hier ook de afgelopen jaren voorzichtig wat op gaan draaien en vormt ook dit onderwerp daarom een lastig campagnethema voor Samsom.

Woningmarkt

Het derde belangrijke dossier waarop in Den Haag al jaren gesteggeld wordt is de hypotheekrenteaftrek. Ook op dit thema is een voorzichtige doorbraak geboekt. Mensen kunnen enkel nog hypotheekrenteaftrek voor nieuwe hypotheken krijgen indien ze een hypotheek hebben die ze binnen 30 jaar aflossen. Fiscale subsidiëring van aflossingsvrije hypotheken behoort dus tot het verleden.

Daar staat tegenover dat ook de huurmarkt hervormd wordt. De laagste inkomens worden inzien, maar de huren voor mensen met een inkomen in de categorie 33 000 tot 43 000 mogen 1 procentpunt sneller stijgen dan de inflatie.

In de discussie over de Nederlandse woningmarkt wil links de hypotheekrenteaftrek aanpakken, terwijl rechts wil dat de huren meer marktconform worden. In het akkoord moeten beide kanten water bij de wijn doen en vind er een door links gewenste hervorming op de hypotheekrenteaftrek plaats als een door rechts gewenste hervorming op de huurmarkt.

Zorg

Begrotingstechnisch is de financiering van de gezondheidszorg één van de grootste hoofdpijndossiers. De kosten van de zorg lopen al jaren enorm op en het ziet er naar uit dat met de aanstaande vergrijzing deze kostenpost nog veel groter zal gaan worden. Bezuinigen op de zorg zijn impopulair, maar lijken onoverkomelijk.

In het stabiliteitsprogramma is afgesproken dat mensen meer zelf moeten gaan bijdragen in de kosten voor de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten. Lage inkomens zullen worden gecompenseerd doordat ze een hogere zorgtoeslag krijgen. Het plan van de Catshuisonderhandelaars dat patiënten per medicijn 9 euro zelf moeten bijdragen is wel van tafel.

De SP en de PVV proberen zich te profileren als de partijen die pal staan voor de zorg. Bezuinigingen voor de zorg liggen daarom ook zeer gevoelig bij deze partijen, en voor de SP lijkt dit een natuurlijk campagnethema.

Nullijn voor ambtenaren

Een makkelijke manier om geld te besparen is als de overheid minder geld gaat uitgeven aan ambtenarensalarissen. Bezuinigen op de bureaucratie is juist één van de weinige populaire maatregelen die er zijn om geld te besparen. Maar de maatregel komt ineens in een ander daglicht te staan nu met name de PvdA benadrukt dat het ook gaat om leraren en politieagenten. Zij zullen volgens het stabiliteitsprogramma te maken krijgen met een nullijn: hun salaris zal, ondanks de inflatie, in absolute zin gelijk blijven. Omdat er al een tekort voor personeel in de zorg dreigt, zal deze nullijn niet voor zorgpersoneel gaan gelden. Overigens worden ook de uitkeringen niet bevroren.

BTW-verhoging

Eén van de maatregelen die mensen meteen gaan voelen is de verhoging van de BTW. Volgens het stabiliteitsprogramma gaat in oktober het hoge BTW-tarief met 2% omhoog van 19 naar 21%. Dat betekend dat over iedere aankoop die je doet je 2% meer belasting moet betalen. Met andere woorden: alles zal 2% duurder worden. In de woorden van Diederik Samsom: mensen zullen dit direct in hun boodschappenmandje voelen.  Doordat de accijnzen op tabak, frisdrank en alcohol worden verhoogd zullen deze producten een extra scherpe prijsstijging meemaken.

Uit onderzoek blijkt dat lage inkomens relatief een groter deel van hun inkomen aan consumptie uitgeven dan hogere inkomens, omdat zij minder geld hebben om te sparen. Een BTW-verhoging raakt daarom lage inkomens extra hard. Om de pijn te verzachten schrijft het stabiliteitsprogramma dat de BTW-verhoging vanaf 2013 in toenemende mate wordt gecompenseerd door een lagere inkomstenbelasting, in het bijzonder voor werkenden met een lager inkomen.

Dat past in een trend die GroenLinks al veel langer bepleit. GroenLinks wil dat bedrijven zwaarder worden belast voor de vervuiling die zij veroorzaken, en minder hoeven te betalen aan belasting over arbeidskosten. Dat leidt ertoe dat er milieuvriendelijker zal worden geproduceerd en meer banen worden gecreëerd. Omdat consumptie over het algemeen vervuilend is heeft deze combinatie van maatregelen gedeeltelijk een zelfde effect. Consumeren wordt duurder, maar werken gaat meer opleveren.

Hoge Inkomens

In het Kamerdebat gister verweet Samsom de vijf partijen dat ze niets doen om ook van hoge inkomens een bijdrage te vragen. Dat is niet geheel waar. Behalve dat op verschillende punten lage inkomens worden ontzien, staan er ook maatregelen in die expliciet een bijdrage van de hoogste inkomensgroepen vragen. Hoge inkomens en bonussen krijgen in 2013 te maken met een belasting (‘crisisheffing’) die een half miljard moeten opbrengen. Daarnaast worden excessieve vertrekbonussen niet langer belast met 30%, maar met 75%.

Interessant in deze context is dat er ook een versobering van de wachtgeldregeling voor politici in het stabiliteitsprogramma zit. De maximumduur dat een politicus recht heeft op wachtgeld wordt gelijkgesteld aan de maximale WW-duur.

Ook bedrijfsleven en banken komen niet weg. Bijna een half miljard aan geplande lastenverlichting voor het bedrijfsleven gaat niet door en de bankenbelasting wordt verdubbeld.

Overig

Al met al zijn de bezuinigingen niet geheel pijnloos. Dat is ook niet mogelijk als je ineens vele miljarden minder moet gaan uitgeven. Wel is duidelijk dat het stabiliteitsprogramma poogt een stuk socialer beleid te voeren dan Kabinet Rutte 1 en dat er een flinke groene agenda aan is toegevoegd. In plaats van de kaasschaaf over veel posten heen te halen, wordt er gekozen voor een aantal forse hervormingen in de Nederlandse publieke sector, gecombineerd met een aantal stevige lastenverzwaringen.

De SP en de PvdA hebben hun handtekening niet onder dit akkoord gezet en zullen daarom oppositie voeren tegen dit pakket. Opvallend is dat in het Kamerdebat gisteren Samsom niet al zijn pijlen richtten op plannen waar de partijen in het akkoord bewust voor kiezen, maar dat hij op zoek was naar andere manieren om het SASJA/FC Kunduz moeilijk te maken. Zo ontstond er onduidelijk over een zin uit het stabiliteitsprogramma die spreekt van ‘diverse taakstellingen op de Rijksbegroting’ die 0,875 miljard moeten opleveren.

Ook bevroeg Samsom GroenLinks-leider Jolande Sap vinnig op de Wet Werken naar Vermogen (WWNV). De WWNV is een wet die de uitkering voor jonggehandicapten (Wajong), de Sociale Werkvoorziening (SZW) en de bijstand bij elkaar voegt in één regeling en daarbij flinke bezuinigingen doorvoert op de SZW en de Wajong. De WWNV is een wet die nog niet is ingevoerd en waar GroenLinks zich altijd tegen heeft verzet. Hij staat niet genoemd in het Stabiliteitsprogramma, en met de opmerking van Sap dat deze maar controversieel verklaart zou moeten worden en daarmee  tot aan de verkiezingen nog niet in behandeling zou moeten worden genomen nam Samsom zichtbaar geen genoegen. Maar zoals Sap hem toewierp: als je mee had onderhandeld, dan hadden we er samen nog meer uit kunnen slepen.


zondag, 22 april 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Pragmatisme versus idealisme

In d66, groenlinks, politiek, ppr, psp, pvda, sp, abortus, amsterdam, en meer.

Ideeënpartijen op zoek naar macht. Is dat een paradox? Zijn idealisme en pragmatisme onverenigbaar? Is dat altijd schipperen tussen twee uitersten? Dit is een permanent debat in GroenLinks. In de provincie Utrecht bijvoorbeeld, GroenLinks zit in het college met ChristenUnie, D66, VVD en CDA. Kan zij vanuit dit college haar linkse programma realiseren? Of moet ze teveel compromissen maken juist op groene onderwerpen als mega-stallen, natuur en verkeer?

Idealen, ambten en stemmen

We kunnen de doelen van politieke partijen bekijken vanuit het perspectief van de Noorse politicoloog Strøm. Hij maakt een onderscheid tussen idealen (policy), ambten (office) en stemmen (votes). Grofweg kan een partij ernaar streven haar programma in de praktijk te brengen. Zulk idealisme maakt het lastig om compromissen te sluiten. Ze kan een baantjesmachine worden. Om minister te worden zul je wat in moeten leveren aan de andere partijen. Partijen kunnen zich ook richten op het vergaren van zoveel mogelijk stemmen. Dit kan vervallen tot het napraten van de kiezer en electoraal opportunisme.

Deze drie doelen hangen samen: een partij heeft bepaalde idealen. Die vertaalt ze naar beloften aan de kiezer. Vanwege die beloften zal een kiezer op de partij stemmen. Alleen als je genoeg stemmen hebt verzameld kan je mee doen met de formatie van een kabinet. En in de regering kan je je idealen in de praktijk brengen.

Getuigenispolitiek

Idealistische politiek zit GroenLinks in de genen. De PSP, een van de vier oprichters van GroenLinks bedreef links-socialistische getuigenispolitiek. Zij wilde geen compromissen sluiten. Zelfs het kabinet Den Uyl, het linkste kabinet uit de Nederlandse geschiedenis was voor de PSP een soort burgemeester in oorlogstijd, die compromissen moest sluiten met de kapitalisten in het parlement, op het beursplein en in Washington. Met deze houding plaatste de PSP zich in de woorden van PPR-politicus De Gaay-Fortman, radicaal buiten spel.

We kennen deze politieke stijl nog steeds: bijvoorbeeld in de PvdD. Die partij hoopt door haar verhaal van duurzaamheid en compassie uit te dragen in de Tweede Kamer de bestaande partijen herinneren aan de goede voornemens in haar verkiezingsprogramma’s. Zelf wil de PvdD geen verantwoordelijkheid dragen. Maar misschien is het meest klassieke voorbeeld van een getuigenispartij nog wel de SGP, dat is voor 2010. In de ruim negentig jaar dat de SGP in de Tweede Kamer zit heeft ze weinig anders gedaan het getuigen van haar orthodox-Gereformeerde verhaal in een langszaam seculariserend land. Maar zelfs deze partij wil nu wel compromissen sluiten met Rutte: steunen wij jullie bezuinigingen, doen jullie niets aan homo-rechten, vrouwenrechten en het zelfgekozen levenseinde.

Populisme

Populisme wordt vaak gelijkgesteld aan het nastreven van zoveel mogelijk steun van de kiezers. En hier zit ook wel een kern van waarheid in. Voor de populisten heeft het volk altijd gelijk. En dat betekent dat Wilders zijn radicaal-rechtse economische programma liet varen toen bleek dat het volk wilde dat de verzorgingsstaat behouden werd. Wilders werd in een nacht van een marktliberale hervormer de kampioen van de verzorgingsstaat. Ook de SP heeft een zekere flexibiliteit getoond, als knieval voor de kiezer: ze schrapte het voorstel om de monarchie af te schaffen uit haar programma, omdat de kiezer van het koningshuis houdt.

Verantwoordelijkheid nemen

De belangrijkste politieke ambten zijn in Nederland te vinden in het kabinet. Partijen nemen daar deel aan de macht. Ze nemen verantwoordelijkheid. Hiervoor moet je in Nederland, consensusland, coalities sluiten met andere partijen: uitruilen, compromissen vinden. Om aan de macht te komen moet een partij dus soms haar stokpaardjes laten varen. De ChristenUnie komt voort uit de orthodox-Christelijke traditie in Nederland. Dit was een partij die zich altijd verzette tegen abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Het Paarse kabinet had dit allemaal in wetten had vastgelegd. In 2003 merkte de ChristenUnie dat het met zo’n programma lastig was om aan de macht te komen. Onder haar eigen kiezers waren deze thema’s uitermate belangrijk. In 2006 verlegde de partij de nadruk van abortus en euthanasie naar jeugd en gezin. Dit sloot veel beter aan bij de programma’s van de centrumpartijen.  In 2007 werd Rouvoet vice-premier.

Conflicten tussen doelen

Deze drie doelen staan soms met elkaar op gespannen voet: in de regering is het niet altijd mogelijk om je programma te realiseren. Neem GroenLinks Leiden. Sinds 1986 had GroenLinks zonder onderbreking in het Leidse college gezeten. Ze had heel wat bereikt, maar ook heel wat moeten slikken met name van de VVD, zoals de bebouwing van de laatste groene polder van Leiden. De aanleg van de zoveelste parkeergarage was de druppel die de emmer deed overlopen. Uiteindelijk besloot GroenLinks dat zij beter in de oppositie kon zitten.

Progressief-linkse politici geloven volgens mij in hun hart allemaal in de multiculturele samenleving, Europese samenwerking en ontwikkelingshulp. Alleen sinds Fortuyn is het lastig omdat uit te dragen. In 2000 stond GroenLinks nog op 15 zetels in de peilingen. Toen kwam Fortuyn op. Vanuit het hart ging GroenLinks vol tegen dit anti-immigratiegeluid in. GroenLinks hield tien zetels over in 2002 en ging -electoraal gezien- een lastig decennium in. De PvdA maakte ook een harde smak in 2002. Onder Bos koos de PvdA voor een populistischere lijn. Harder op integratie, Euroskeptischer. Het signaal van de kiezer was begrepen.

Regeren kan ook gevaarlijk zijn voor steun onder de kiezers. Iedere keer dat D66 regeerde heeft ze een electorale crisis doorgemaakt van existentiële grootte. In 1974 hield D66 twee eigen zetels over in alle provinciale staten van Nederland. Ze had drie bewindspersonen in het kabinet Den Uyl. In 1982 hield D66 6 zetels over nadat ze minder dan twee jaar had geregeerd in het twee kabinet Van Agt. In 1994 had 24 zetels. Na vier jaar Paars was dat 14. Na nog vier jaar Paars was dat 7. D66 zette door: ze regeerde ook in het tweede kabinet-Balkenende: drie zetels bleven over in 2006. Sindsdien zeggen ze bij D66: ‘Regeren is halveren.’

Hand in hand

Maar idealen en ambten kunnen ook samengaan. De SDAP was de principiële vooroorlogse voorganger van de PvdA. Op lokaal niveau leerde ze dat ze heel wat kon bereiken. Drees in Den Haag en Wibaut in Amsterdam. Ze maakte de leefomstandigheden van veel mensen beter door sloppewijken opruimen en grote werkgelegenheidsprojecten te beginnen. In die lijn van wethouderssocialisme staat ook Andrée van Es. Als jonge vrouw zat zij in de Tweede Kamer voor de PSP. Ze kreeg welgeteld één motie aangenomen.  Als wethouder van Amsterdam kan ze dagelijks het verschil maken voor Islamitische meisjes en voor illegalen. Het blijft niet alleen bij mooie woorden. In Amsterdam maakt GroenLinks het waar.

En verantwoordelijkheid dragen hoeft niet electoraal desastreus te zijn. De Duitse Groenen wonnen onder Joschka Fischer verkiezingen. Deze minister van Buitenlandse Zaken maakte van de kleine nichepartij een brede partij door te laten zien dat ze verantwoordelijkheid aan konden. In Nederland kennen we het fenomeen premiersbonus: het beste voorbeeld komt uit 1977. Na de val van het vechtkabinet Den Uyl won de PvdA tien zetels met de leus: ‘kies de minister-president.’ De VVD doet het nu zo goed in de peilingen omdat ze met Mark Rutte een herkenbaar boegbeeld hebben. Een politicus die ook in lastige tijden verantwoordelijkheid wil nemen voor de boekhouding.

Idealistische politiek hoeft ook niet in de marges van politiek te blijven. De Renaissance van de Duitse Groenen die we nu zien, komt omdat kiezers de Duitse groenen herkennen als de milieupartij van Duitsland. Haar anti-kernenergieactivisme was na Fukushima een aantrekkelijke eigenschap. De Duitse groenen zijn consistent in hun groene oriëntatie, of het nu electoraal goed ligt of niet: in 1990 vielen de Groenen uit het parlement met de leus iedereen praat over hereniging, wij praten over dat weer.

Maar ook dichterbij zijn er voorbeelden van electoraal succesvolle idealistische politici. Ik denk dan bijvoorbeeld van Paul Smeulders in Brabant. Het verhaal over een diervriendelijke landbouw zit hem diep. Hij voerde in Brabant fel campagne tegen de mega-stallen voor de gezonde landbouw. Hij won -tegen de electorale wind van GroenLinks in- een extra zetel in de staten.

Compromissen sluiten een coalitieland

Natuurlijk moet een regeringspartij compromissen sluiten in een coalitieland. Alleen dan kan je je eigen idealen ook echt realiseren. Je moet goed kiezen op welke onderwerpen je je rug recht houdt en op welke onderwerpen je buigt. Je moet de onderwerpen die voor je eigen kiezers en leden belangrijk zijn niet zo maar opgeven. Als je als groene partij ervoor kiest om de laatste groene polder te bouwen, een de bouw van kolencentrale tolereert, megastallen laat aanleggen, bij milieuschandalen blijft zitten, dan moet je niet verbaasd op kijken als er bij de verkiezingen minder kiezers komen opdagen en ook je vrijwilligers thuis blijven.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Kabinet valt over de spanning tussen conservatief en rechts.

In cda, economie, minderheidskabinet, politiek, pvv, vvd, andere partijen, aow, betalen, en meer.

‘Kabinetten vallen niet op inhoud’, is een politicologische regel. Geldt dit ook voor dit kabinet?

Les 1 in de politiek is: ‘kabinetten vallen niet over inhoud’. Het kabinet Balkenende IV viel omdat de PvdA bang was de gemeenteraadsverkiezingen te verliezen, vanwege haar gebrek aan ruggengraat. Het kabinet Balkenende II viel omdat D66 zich wilde afzetten tegen minister Verdonk. Het kabinet Balkenende I viel omdat CDA en VVD niet meer tegen de chaos in de LPF konden. Moet ik doorgaan?
Persoonlijke verhoudingen tussen de coalitiepartners en in het kabinet en de electorale strategie van de deelnemende partijen zijn veel belangrijker dan de inhoud. Je kan op inhoud vrijwel alles regelen als de verhoudingen maar goed zijn. Inleveren op inhoud wordt echt lastig als partijen zich zorgen maken over de komende verkiezingen.

Maar waarom is dit kabinet dan gevallen? Aan de verhouding kan het niet gelegen hebben. De heren stonden nogal glunderend elkaars vingers af te likken op allerlei foto’s. Ja, de weigerachtige houding van Wilders zullen de gesprekken niet gemakkelijk gemaakt hebben. Maar zoveel wantrouwen als tussen Balkenende en Bos kan er niet geweest zijn.
Wat is dan wel de verklaring voor de val van dit kabinet? Ik denk dat de kern van het probleem niet zit in de coalitie maar in één van de deelnemende partijen. Voor de VVD was dit de best mogelijke coalitie. Zij zijn de middelste partij in het kabinet. Ze kunnen min-of-meer integraal hun programma uitvoeren. Ze leveren de premier die door veel mensen wordt gezien als competent en sympathiek.
Het CDA gaat al een tijdje een electorale neergang door. De partij weet niet precies meer wat ze wil: een rechtse hervormingspartij? een sociaal-conservatieve partij? Links? Rechts? Progressief? Conservatief? Een paar jaar meeregeren had de partij de kans gegeven om daar beter uit te komen. Nu gaan de nog leiderloze Christen-democraten stuurloos de verkiezingen in. Ja, de eerste stappen (‘het radicale midden’) hadden het lastig gemaakt voor het CDA om door te gaan in deze coalitie. Daarom is er in Limburg ook gebroken. Maar op landelijk niveau zitten de Christen-democraten echt niet te wachten op verkiezingen.

Blijft er één partij over: de PVV. Een groot gedeelte van de spanning in deze tussenformatie zit in de PVV zelf. De PVV is in de kern een populistische partij, die leeft van anti-elitegevoelens,. Maar nu is ze dichtbij het minderheidskabinet betrokken. Een anti-establishment partij die verantwoordelijkheid draagt. Sommige partijen lukt het: Berlusconi wist zich tot in zijn laatste dagen zelfs als premier te verzetten tegen de linkse elite, die volgens hem met name in de rechterlijke macht geconcenteerd was. Maar andere partijen gaan ten onder aan die tegenstelling: denk aan de Vrijheidspartij in Oosterrijk (FPÖ) of de LPF.
Met één voet op de straat en met één voet in de Trêveszaal werd  hetvoor Wilders steeds lastiger. Wilders had een simpele scheiding gemaakt. Meebuigen op economische onderwerpen, en een keiharde, zelfs oppositionele houding op Europa en immigratie. Maar vanwege de Europese begrotingscrisis zijn economische en Europese politiek steeds sterker verweven geraakt. De Europese begrotingseisen bepalen mede de hoogte van de AOW in Nederland. Euroscepsis en een ruimer begrotingsbeleid gaan hand in hand. Dat is het verhaal dat Wilders nu vertelt: ‘Brussel wou oma haar AOW afpakken, Rutte vond het goed. Ik niet.’
Maar de spanning zit een laag dieper:  de PVV onderschrijft de noodzaak van bezuinigingen. In haar eigen verkiezingsprogramma én in het gedoogakoord. Ze wil alleen bepaalde groepen zoals ouderen niet raken. Dus waren er al rare kronkels gemaakt bij de tussenformatie: de nul-lijn voor iedereen behalve AOW’ers. De PVV is anders dan veel commentatoren stellen geen linkse partij in economisch opzicht. Het is een partij met een conservatief-rechtse economisch programma. Wel bezuinigen maar niet hervormen. En dat blijkt steeds meer een contradictio in terminis te zijn. Zonder ingrijpende hervormingen kan er niet bezuinigd worden. De SP (links en conservatief) wil om de AOW-leeftijd te behouden en de zorg collectief blijven te betalen, de inkomstenbelasting verhogen. Misschien niet zo slim, maar wel consequent. De PVV wil een kleine overheid (rechts) maar de gulle verzorgingsstaat behouden (conservatief). En dat bleek onmogelijk te zijn.
Het kabinet is niet op een inhoudelijk meningsverschil gevallen, maar op een onhoudbare inhoudelijke positie van één van de deelnemende partijen.

dinsdag, 17 april 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

"C'est La Machine....!"

In uncategorized, afspraak, burger, de, dienstverlening, energie, koffie, nederland.
De vrouw wijst naar het grote espressoapparaat achter haar. Tussen ons in, op de toonbank staan drie bleke kopjes koffie. Op geen enkele wijze beantwoorden die aan het beeld dat we hebben van 'café noissette'; een espresso met een drupje melk, om de sterke koffie wat te kalmeren.
Koffie is overal anders. In Nederland geniet ik graag van een cappuccino of een koffie-verkeerd, maar in Parijs kwamen we erachter dat een noissette het dichtst in de buurt kwam van mijn smaak.
En nu kregen we zo'n melk bakkie! Op onze opmerkingen daarover sloeg de vrouw die ons hielp met een groot gebaar van machteloosheid haar handen in de lucht en wees de schuldige aan: la machine!
Zìj kon er niets aan doen. Vervolgens wendde ze zich naar de volgende klanten, niet van plan en waarschijnlijk ook niet in staat, nog iets aan onze onvrede te doen.

Nadenkend over het incident, kwam in me op dat deze ene, machteloze zin, veel van de huidige problemen samenvatte. Ik spreek veel mensen in werksituaties, in de politiek, ondernemers, die ervaren hoe ze moeten manoeuvreren tussen regels, afspraken, procedures, gewoontes etc.
Echt, sommige van die zaken hebben bestaansrecht. Een afspraak over rechts rijden is heel dienstbaar aan veiligheid op de weg. Andere zaken lijken bestaansrecht te hebben, maar als je doorvraagt of verder kijkt, blijkt de meerwaarde van de regel niet echt iets toe te voegen.
Zo wilde een leidinggevende niet dat het in- en uitklokken werd afgeschaft, omdat er een modern bereikbaarheid-systeem aan was gekoppeld. Even doordenkend, bleek de bereikbaarheid zonder grote kosten op veel andere manieren geregeld te kunnen worden. De verdenking dat de persoon in kwestie andere belangen had bij het vasthouden aan het bestaande, bleek achteraf gerechtvaardigd.
Naast deze twee voorbeelden zijn er tig regeltjes en procedures waar (bijna) niemand meer de bestaansreden van weet; vaak voortgekomen uit het repareren van een onvolkomenheid in een systeem. Dan bestaat de verklaring alleen nog maar uit 'zo moet het'. Punt.

Een andere hobbel die ons allen bekend is, vooral bij de telefonische dienstverlening, zijn de zinnetjes:
'Dan moet u bij onze huppeldepupafdeling zijn, mevrouw' of
'Het spijt me, maar daar gaan wij niet over; die dienst is uitbesteed aan dieendie. Ik kan u daar het telefoonnummer wel van geven...?'
'Nee, alleen tussen 9 en 10 uur dus probeert u het morgen nog eens!'
Tanden knarsen.

Op de televisie worden deze ergernissen én frustraties omgebouwd tot entertainment en, zeg nou zelf, als de situatie niet jou zelf betreft is het ook een grote slapstick.
Ik vind het een goede zaak om de miscommunicatie en mismanagement én het leed dat dat teweegbrengt onder de aandacht te brengen. De VPRO doet dat bijvoorbeeld op maandagavonden met het programma 'De slag om Nederland'. Daarin belichten ze niet alleen het leed van de individuele burger, maar ook de doorwerking van de waanzin, de oogkleppen en gladde praatjes van grote bedrijven en bestuurders. Met miljoenen aan schade; dus nadelig voor elke gewone burger.

Wij vonden een antwoord op de onmacht van de koffiemevrouw: een extra bijbestelde espresso bracht kleur en smaak en we genoten alsnog van onze koffie. Even later, wandelend door de bekende Rue de Rennes, met ook lege winkelpanden en verdacht veel 'Sale' voor deze tijd van het jaar, schoot het me weer te binnen:
“The system must and will go down. So sit back and enjoy it”.
Vele jaren geleden herkende ik deze vooruitblik op de doorgeslagen visie op de maakbare samenleving. Ik vind het niet om te 'enjoyen', maar het biedt wel kansen, heel veel kansen. En dat geeft energie om nieuwe manieren te vinden en 'la machine' te vervangen.


Ineke M. Verdoner

De slag om Nederland
La Fiancée du Mekong - Paris
Biologische adressen in Parijs

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Steden bouwen

In samenleving algemeen, wat was en wat komt, gemeenschap, handel, milieu, stad, activiteiten, controle, economie, en meer.

Het programma Tegenlicht bood gisteravond (wederom) een boeiende documentaire. Het ging over de stad van de toekomst. Dat klinkt als ver weg, maar zeker bij stedenbouw en planologie is toekomst een betrekkelijk onmogelijk begrip. Er komen bij stedenbouw zo veel trends en ontwikkelingen samen dat regressie, progressie, evolutie en spurt, elkaar in een bonte potpourri gezelschap houden. Waar begint dan precies de toekomst?

Gaandeweg de uitzending kwamen er twee opvattingen tegenover elkaar te staan. Een uit Zweden, door Ikea gefinancierde onderneming (Landprop) streeft het ideaal van de maakbare gemeenschap na. Stedebouw houdt bij de Ikeanen niet op als de laatste steen is gelegd. In hun visie blijft de stedebouwer de gehele levensduur van het onroerend goed verantwoordelijk voor de gemeenschap die er gebruik van maakt.

De auteur van Arrival City (Trek naar de Stad), Doug Saunders, betoogde juist dat planning en regelgeving gematigd moet worden en stedenbouwers en overheden een mate van anarchie moeten accepteren. Hij onderbouwde die opvatting met enkele herkenbare opmerkingen. Zoals dat de wijken die in de jaren vijftig en zestig zijn gebouwd, gekenmerkt worden door (zijn woorden) ‘akelige groene grasvelden’ en geen ontmoeting, geen informatie-uitwisseling, geen handel et cetera faciliteren. Zijn ideaal is een stad waar je zo veel met elkaar te maken hebt dat er vanzelf ideeën opkomen die tot activiteiten en handel leiden. En dus moet er ruimte zijn ook in regelgeving, om dat toe te laten. Met dichtgeregelde bestemmingsplannen had Saunders begrijpelijkerwijs dus ook niet veel op.

Ik voelde mij verreweg het meest thuis bij insteek van Saunders. En overtuigend was het ook weer niet. Zijn premisse is dat bewoners een groot vermogen hebben om zelf onderling conflicten op te lossen, regels te stellen, kortom: het samenleven vorm te geven. Ik vraag me af of je dat zo generalistisch als uitgangspunt kan nemen. Wie opeens ingeklemd komt tussen de etensluchten van twee naburige restaurantjes en niet vaardig is dat bespreekbaar te maken, heeft een probleem. Of zou, in de opvatting van Sanders, zo iemand dan moeten verhuizen om het grotere goed van de dynamiek in de stad te bewaken?

Op dit menselijke aspect ging de documentaire helaas onvoldoende in. Ook al wees de bioloog Geoffrey West er terecht op dat het vaak over concepten gaat en niet over de mensen die er moeten wonen. Dat werd fraai geïllustreerd toen een voorganger van de Ikeanen werd gevraagd wat hij er van vond als bewoners buiten zijn concept van gemeenschapsvorming om iets gingen doen. Hij reageerde met een mengeling van afgrijzen en ongeloof: dan was er sprake van mislukking. Hij had dan gefaald.

In het kamp van Ikea plaats ik ook de pogingen van Siemens die ergens in een woestijn (hoe ironisch) bezig is de stad van de toekomst te bouwen. Nu bewoond door studenten. De insteek van Siemens is wel een realistische: als grondstoffen opraken, energie en water schaars worden, hoe houden we steden dan bewoonbaar? Feitelijk gingen zij door middel van technische foefjes aan het rantsoeneren. Wie te veel electriciteit of water verbruikte kreeg een waarschuwing. Dat lijkt verdacht veel op het moralisme dat Ikea toonde in haar denken. En tegelijk grijpt het in op de privé-sfeer doordat er toezicht is. Na de camerabewaking in het publieke domein, de controle die via internet kan worden uitgeoefend, is het en nieuwe vorm van inkapseling. En tegelijk is het ook realistisch te denken dat het een onontkoombare noodzaak wordt. Want het aan de markt overlaten betekent dat het prijsmechanisme de verdeling organiseert en dat heeft scherpe onrechtvaardige kanten.

En zo blijkt de tegenstelling toch misschien minder groot. De stad van de toekomst zal een duurzame moeten zijn. Sociaal gemeenschapsleven en lokale economie faciliteren is moeilijk als basale behoeften voor energie en water een dagelijkse zorg zijn. Dat in Londen 1 op de 3 liter drinkwater weglekt door verrotte waterleidingen was in dit opzicht shockerend en geruststellend: met de nodige investeringen kan er op dat vlak veel efficiëntie worden gewonnen.

Het zou interessant zijn als de Ikeanen en Saunders ook hun licht over de duurzaamheidsvragen hadden mogen schijnen. Wat ooit in de negentiende eeuw begon als disciplinering van de lagere sociale klassen, krijgt in de Siemens-benadering een vervolg met gedrag-instruerende waarschuwingen en prikkels. Dit keer niet om ’sociaal aangepast’ te leven, maar uit noodzaak om schaarse grondstoffen te delen. Gaat iedereen dat zonder meer accepteren? Ligt dat in het Westen anders dan in China? En zou dan de benadering van de Ikeanen hierin succesvoller zijn dan de opstelling van Saunders? Ik voorzie nog moeilijke keuzes…

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

‘Starterslening als smeerolie in de woningmarkt’

In wonen, almere, betalen, crisis, de, discussie, gemeente, gemeenten, groei, en meer.

startersleningTot nu toe zijn er in Nijmegen 150 nieuwbouwwoningen verkocht met Starterslening. Voor de gemeente Nijmegen is de Starterslening dan ook het crisisinstrument bij uitstek om tempo in de woningmarkt te houden.  Markpartijen betalen mee. Een interview in de nieuwsbrief van de SVN.

Net als iedere andere gemeente is het voor de gemeente Nijmegen in deze tijden van vraaguitval moeilijk om grondexploitaties sluitend te krijgen. Maar, zegt wethouder Wonen Jan van der Meer, Nijmegen is niet in de valkuil getrapt die andere steden nu in de problemen hebben gebracht. ‘Wij hebben niet de fout gemaakt om verwachte inkomsten uit het grondbedrijf in te zetten voor andere zaken.’ Bovendien laten de bevolkingsprognoses zien dat Nijmegen nog steeds groei kan verwachten. Van der Meer: ‘Er is hier niet zozeer sprake van vraaguitval, maar van uitgestelde vraag. Dat geeft meer comfort. Je ziet dan ook dat projectontwikkelaars nog steeds geloven in onze uitlegprojecten zoals de Waalsprong. Maar het blijft momenteel zeker moeilijk om woningen verkocht te krijgen.’

Tempo

Tot 2020 is er zeker nog behoefte aan 1.000 woningen extra per jaar. Ondanks de crisis worden die aantallen ook daadwerkelijk gehaald. Van der Meer: ‘In 2011 werden er 800 woningen opgeleverd; dit jaar verwachten we zelfs 1.200 afgebouwde woningen. Dat is vreemd genoeg in de afgelopen twintig jaar na 2005 het beste jaar. Je ziet dus dat de behoefte er nog steeds is.’ Omdat de marktvraag tegelijkertijd voor een groot deel stil ligt, ontstaat er vooral bij de groep starters een grote druk. Vandaar dat een deel van het nieuwbouwprogramma wordt toegespitst op starters, in plaats van op doorstromers. Dat betekent goedkopere, kleinere woningen bouwen. Van der Meer: ‘Om het tempo in de woningmarkt te houden hebben we bewust gekozen voor prioriteit bij de doelgroep starters.’

Om deze groep zo veel mogelijk te stimuleren heeft Nijmegen recent besloten om opnieuw budget in te gaan zetten voor de Starterslening. De crux om de productie gaande te houden en aan de behoefte te kunnen voldoen ligt volgens de gemeente bij de starters en de Starterslening van SVn kan daarbij fungeren als ‘smeerolie’. Door het fonds voor de Starterslening te financieren met een lening kan de gemeente met een budget van 6 ton voor de gemaakte rentekosten 150 leningen financieren. De gemeente zelf neemt daarvan 4 ton voor eigen rekening, de overige 2 ton wordt middels co-financiering opgebracht door marktpartijen in de Waalsprong. 100 leningen worden verstrekt voor nieuwbouwwoningen in de Waalsprong en 50 leningen zijn bedoeld voor woningen in de rest van de stad. In de Waalsprong komt het er dus op neer dat de verkopende marktpartijen per lening de helft voor hun rekening nemen. Op deze manier krijgt de Starterslening een extra prikkel, meent Van der Meer. ‘Ontwikkelaars kunnen met de Starterslening de boer op, het is een extra verkoopargument voor de woningen. We zien met het succes van vorig jaar dat er veel belangstelling voor is. De startersmarkt is de enige niche in de markt die nog verkoopt, en met de Starterslening gaat het dus sneller.’

Gering risico

Binnen de gemeente is voorafgaand aan de herintroductie van de Starterslening een discussie gevoerd over de rol van de gemeente en of zij wel ‘voor bank’ zou moeten spelen. Van der Meer: ‘Mijn standpunt is: ‘Juist bij starters is er sprake van een zeer gering risico. Het is immers een groep die in inkomen gaat stijgen, zeker in zo’n stad als Nijmegen met allemaal net-afgestudeerde studenten van de universiteit. Sterker nog, je voorkomt juist al bij voorbaat dat ze in de toekomst scheef gaan wonen en met hun gestegen inkomen huurwoningen bezet houden die voor lagere inkomensgroepen zijn bedoeld. De praktijk wijst overigens uit dat het risico inderdaad te verwaarlozen is. Statistisch gezien zou er vorig jaar van de 150 reeds uitgegeven Startersleningen 0,2 huishouden in de problemen moeten zijn gekomen bij het afbetalen van de lening en waar de Nationale Hypotheek Garantie dan bij moet springen. Maar dat is geen enkele keer voorgekomen. Het risico voor de gemeente is dus minimaal.’

Sterker nog, stelt Van der Meer, de Starterslening voorkómt juist nog grotere risico’s, zoals onverkoopbare woningen in de Waalsprong. ‘Het risico van onverkoopbaarheid in de uitleglocaties is in deze markt reëel. Met de Starterslening zetten we meer woningen af in de Waalsprong. Zo voorkom je dus risico’s op een ander vlak.’ Vanwege het succes wil Nijmegen de Starterslening ook gaan inzetten voor een andere niche in de markt: de zelfbouwwoningen. Van der Meer: ‘We hebben gekeken naar het succes van het programma ‘Ik bouw betaalbaar’(IBB) van Almere, voor particulier opdrachtgeverschap. Met IBB hebben we vervolgens een vergelijkbaar product ontwikkeld dat is gericht op betaalbaar zelfbouwen. De koper kiest een woning uit een catalogus en kan er een aanvullende lening bij krijgen. Mocht hij de woning met meerwaarde verkopen, dan romen wij een deel daarvan af waardoor de kosten van de financiering zijn gedekt. Een heel interessant product, want we zien dat ook zelfbouw een niche is waar belangstelling voor is.’

Bewezen succes

Met enerzijds de geringe risico’s en anderzijds het bewezen succes van verkochte woningen, is de Starterslening voor Nijmegen een effectief instrument dat in deze crisis de bouwproductie en de woningmarkt aan de gang houdt. Wethouder Van der Meer vindt de Starterslening dan ook voor andere gemeenten een zeer aan te bevelen product. ‘De Starterslening is vrijwel het enige instrument voor een gemeente om het benodigde tempo in de woningmarkt te kunnen realiseren. Er is veel vraag naar starterswoningen, daar kun je als gemeente met de Starterslening heel veel in betekenen. Ik zou zeggen, ga dus op zoek naar budget en durf het in te zetten. Het middel is een bewezen stimulans en dempt bovendien de risico’s op een ander vlak. Met name voor steden met veel pas-afgestudeerden en groei-gemeenten is de Starterslening aan te bevelen.’

De doorstroming op de woningmarkt zit vast, dat is een realiteit waar vrijwel alle gemeenten mee te maken hebben. De duurdere koop vindt geen afzet meer, maar in de startersmarkt zit nog wél beweging. Jan van der Meer: ‘Dan moet je voor de onderkant bouwen, het is even niet anders. Onze opgave als bestuurders is om dat te doen met weliswaar goedkopere, maar goede concepten. Om vooral niet in te boeten op kwaliteit, want je wilt uiteraard niet de achterstandswijken van de toekomst bouwen. De Starterslening past goed bij ons ambitieniveau, omdat daarmee ook het financiële plaatje compleet is te maken.’

donderdag, 5 april 2012

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

21 april: Woonbeurs Nijmegen, voor kopers en huurders

In wonen, april, de, geld, gemeenschap, gemeente, huis, huurwoningen, jongeren, en meer.

starters2De gemeente Nijmegen organiseert op zaterdag 21 april een woonbeurs voor mensen die een huur- of koopwoning zoeken. Tussen 11.00 en 15.00 uur is iedereen welkom in de Stadsschouwburg. Ontwikkelaars, woningcorporaties en makelaars tonen er hun woningaanbod. Er is speciale aandacht voor starters op de woningmarkt. Zo presenteert de gemeente de nieuwe starterslening.

Ook in Nijmegen kan de woningmarkt wel een duwtje gebruiken. Op verschillende plekken worden nieuwe woningen gebouwd en er zijn bestaande woningen te koop en te huur in diverse wijken. Het gemeentebestuur heeft daarom het initiatief genomen om een woonbeurs te organiseren, met bijzondere aandacht voor starters op de woningmarkt en werkende jongeren. Tientallen ontwikkelaars, woningcorporaties en makelaars hebben zich aangemeld om hun woningaanbod te presenteren. Verder geeft een interieurstylist een workshop over woninginrichting en zijn er presentaties over wat er komt kijken bij het kopen van een huis. Wethouder Jan van der Meer opent de beurs om 11.00 uur. Het complete programma en alle deelnemers zijn te vinden op www.woonbeursnijmegen.nl.

Starterslening

Het Nijmeegse stadsbestuur stimuleert de woningmarkt met een onlangs verbeterde starterslening. Tijdens de Woonbeurs worden bezoekers over de mogelijkheden geïnformeerd. Samen met de ontwikkelaars van de Grondexploitatiemaatschappij Waalsprong stelt de gemeente dit jaar geld beschikbaar om voor 150 starters het kopen van een woning beter mogelijk te maken. Kopers kunnen met de starterslening tot maximaal € 35.000 meer lenen dan de normale NHG-hypotheek hen toestaat. 100 startersleningen zijn voor kopers van een woning in de Waalsprong en 50 voor kopers van een woning elders in Nijmegen.

Huurwoningen verloot

Tijdens de Woonbeurs is ook aandacht voor de huurmarkt. Om de kansen voor jongeren te vergroten zien de gemeente Nijmegen en de Nijmeegse woningcorporaties graag dat woningzoekenden ook kunnen ‘snelzoeken’. Woningcorporaties Standvast Wonen en De Gemeenschap zullen laten zien hoe dit in de praktijk werkt en twee huurwoningen op de beurs verloten. Deze woningen zullen voorafgaand aan de beurs worden aangeboden via Entree

donderdag, 22 maart 2012

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

Wat maakt mensen met een chronische aandoening bijzonder

In maatschappelijke ontwikkelingen, amsterdam, gezondheid, huis, hulp, keuzes, leiden, lichaam, maart, en meer.
Regelmatig kijk ik naar medische programma’s op TV. Gezondheid is een hot item. Aan bod komen alledaagse ongelukjes, zeldzame aandoeningen of de zoektocht naar de juiste diagnose of behandeling. Soms kunnen we zelfs live meekijken wat er op de eerste hulp, in de huisartsenpraktijk of in de operatiekamer gebeurt.

Veel indruk maakte laatst een vrouw op mij die pas na twaalf jaar te horen kreeg dat ze de ziekte van Parkinson heeft. Zelf vermoedde ze dat al jaren maar werd telkens naar huis gestuurd met een diagnose als postnatale depressie of met de boodschap dat het tussen de oren zat. De wilskracht, volharding en doorzettingsvermogen die zij uitstraalde, vond ik mooi om te zien. Na langdurig aandringen mocht ze voor een third-opinion naar het AMC in Amsterdam.

Terwijl ze in de wachtkamer zat, was ze alleen bezig met de vraag hoe ze met haar bibberende benen aan de overkant van de zaal kon komen. Na een tijdje riep de neuroloog haar. Langzaam en geconcentreerd liep zij naar hem toe. Hij gaf haar een hand en zei:
“mevrouw ik denk dat ik al weet wat u mankeert en leuk is het niet”. Nader onderzoek bevestigde dat zij inderdaad de ziekte van Parkinson heeft. Openhartig vertelde zij over haar zoektocht en de keuzes die zij daarbij maakte.

Of het meisje van tien met diabetes. Zij was allergisch voor insuline. Uitermate vervelend als je daar afhankelijk van bent. Zij werd opgenomen in het ziekenhuis om via een soort gewenningskuur te kijken of de allergie onder de duim te krijgen was. Om het kwartier gaf haar moeder haar een injectie met een beetje insuline van ‘s morgens acht tot ’s avonds acht. Dagen achter elkaar net zolang tot haar lichaam de insuline accepteerde. Het is uiteindelijk gelukt door het kranige optreden van het meisje en haar moeder.

Helaas komt het in onze maatschappij nog steeds voor dat mensen met een chronische aandoening buiten spel worden gezet. Terwijl deze mensen over bijzondere vaardigheden beschikken. Zij zijn zeer creatief in het omgaan met de mogelijkheden die ze hebben en in het vinden van ongebaande paden die tot oplossingen kunnen leiden. Mensen met een chronische aandoening weten wat het is met onzekerheden en wisselende omstandigheden om te gaan. Zij moeten vele hobbels en bobbels overwinnen en hebben daardoor doorzettingsvermogen en wilskracht ontwikkelt. Voor buitenstaanders is dit soms onbegrijpelijk.

De meeste mensen die wat mankeren zijn prima in staat hiermee om te gaan en willen net als ieder ander volwaardig functioneren en deelnemen in deze maatschappij. Hierover een programma maken levert een andere kijk op ziek zijn op en dat is pas bijzonder.

Gepubliceerd in Reuma Logika maart 2012

dinsdag, 20 maart 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Update: Mijn woningdossier

In duurzaamheid, duurzame buren, energieverbruik, gasverbruik, mijnwoningdossier.nl, april, buren, elektriciteitsverbruik, maart, en meer.

Vorige week ontving ik via de mail een enquete voor Mijn Woningdossier. Een van de vragen daarin was of ik al meterstanden had ingevuld op de site. Dat was niet het geval, een goede reden dus om eens terug te gaan naar de website en te kijken wat er verder verandert/verbeterd is sinds mijn vorige bezoek aan de site.

Meterstanden

GasverbruikHet invullen van de meterstanden gaat eenvoudig en levert ook een aantal heldere grafiekjes op van de verbruiken per maand (of per week als je het wekelijks bijhoudt) van het afgelopen jaar. De grafiekjes zijn ook simpel in verschillende formats te downloaden om vervolgens elders gebruikt te worden. Bijvoorbeeld de jpeg hiernaast met ons gasverbruik vanaf april 2011 tot en met maart 2012. Waarin je heel fraai het resultaat ziet van de zonneboiler in de zomer :-) Soortgelijke grafieken kun je maken van watergebruik en elektriciteitsverbruik.

Helaas is het niet mogelijk om de instellingen van de grafiek te wijzigen. Zo kun je het verbruik van 2011 niet vergelijken met 2012. Ook ontbreekt de mogelijkheid om het verbruik per graaddag te berekenen. Wanneer je dat soort zaken wilt weten (en dat is voor de vergelijkbaarheid van je gasverbruik toch echt van belang) dan ben je aangewezen op sites als mindergas.nl of het programma Ecohome.

Overige veranderingen

De site kent inmiddels ook een forum. Daarvoor wordt samengewerkt met Duurzame Buren. Wat prettig is in deze tijden van extreme digitale versnippering. Wat jammer is is dat het niet mogelijk lijkt om mijn ID van Duurzame Buren te koppelen aan Mijn Woning Dossier.

Wat ook jammer is is dat Mijn Woning Dossier nog steeds geen inzage geeft in de gehanteerde Rc waardes (de mate van isolatie). Ook is het nog niet mogelijk om zelf maatregelen toe te voegen die additioneel zijn aan de maatregelen die ooit door de EPA adviseur zijn aangedragen.

maandag, 19 maart 2012

Henk Spaan

Henk Spaan

Groene economie

In uncategorized, agenda, arbeid, debat, discussie, duurzaam, duurzaamheid, economie, economische groei, en meer.

Groene economie staat op de agenda van de partijraadvergadering van aanstaande zaterdag. Ik heb al geschreven dat ik daarvan weinig verwacht door de manier waarop de discussie georganiseerd is. Dat zou ook anders kunnen. We moeten zoeken naar de dilemma’s voor GroenLinks en vanzelfsprekendheden vermijden, bijvoorbeeld dat de economie duurzaam moet zijn of dat er meer gerecycled moet worden. Wat ligt moeilijk voor GroenLinks?
En als we een debatpartij willen zijn, moeten we dat debat voeren in termen die ook voor buitenstaanders begrijpelijk zijn, dus we moeten niet te gauw zeggen dat we iets al eerder hebben besproken of dat we ergens al lang uit zijn.

Bijvoorbeeld het dilemma:
- GroenLinks is tegen economische groei, of
- GroenLinks is niet tegen groei maar vindt dat groei met name duurzaam moet zijn.
Voor beide opvattingen zijn argumenten te bedenken en dat wil ik zichtbaar maken. Ik ben ervóór, in een eventueel (verkiezings-) programma te vermelden dat GroenLinks die discussie voert. Zoek in de partij mensen die bereid zijn een van de beide mogelijkheden te beargumenteren en zorg dat iedereen die argumenten kan terugvinden ergens op een website. Voer die discussie met regelmaat, want het is aktueel en zal dat nog heel lang blijven.

Een ander dilemma is tussen het milieu en de laagstbetaalden en gaat dus over de verhouding groen en links. Als het erop aan komt, zal GroenLinks dan kiezen voor de milieuprincipes of voor de linkse principes of vinden we dat een schijntegenstelling?
Ook hier ligt een dilemma en zijn er respectabele argumenten voor verschillende opvattingen. Ik wil dat GroenLinks dat vaststelt en de discussie zichtbaar voor de buitenwereld voert. Ik vrees dat een ruime meerderheid binnen GroenLinks dit een schijntegenstelling vindt, maar tegelijkertijd denk ik dat veel potentiele aanhangers van GroenLinks hier wel degelijk een dilemma zien. GroenLinks wordt begrijpelijker en aantrekkelijker door het voeren van deze discussie.

Dan komen we op de vraag hoe ernstig bedreiging van het milieu, het klimaat en het zeewaterpeil zijn. Pakt GroenLinks milieuproblemen grondig genoeg aan of blijkt GroenLinks teveel hangen in overheidsbeleid en in wettelijke maatregelen. Er is in 2007 gezegd in “Scoren in de linkerbovenhoek” dat GroenLinks de urgentie van de ecologische kwestie bij de kiezer onvoldoende overbrengt”. Is dat nu beter dan vijf jaar geleden of zijn de problemen minder urgent geworden?

Er zijn meer dilemma’s te bedenken, bijvoorbeeld de vraag of duurzaamheid en zuinigheid niet hetzelfde zijn of zouden moeten. We kunnen ook praten over een wenselijke relatie tussen schaalvergroting, verkeersstromen, gebruik van fossiele brandstoffen en menselijke arbeid, kortom welke soorten van technische vooruitgang vinden wij wenselijk.
Het maakt niet veel uit. In feite zijn het allemaal deuren die leiden tot dezelfde ruimte. We moeten alleen zorgen dat het begin van de discussie pluriform is en het einde ook. De winst zal zijn dat het einde anders is dan het begin.
Zo krijg je een “debatpartij”, een partij met meerdere meningen, waar minderheidsmeningen ook een volwaardige plaats krijgen, in het partijbestuur, in de fractie, op de partijraad, op congressen en in GroenLinks-magazine.

 

 


maandag, 12 maart 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is er overgebleven van de CPN in GroenLinks?

In arbeid, cpn, democratie, economie, groenlinks, ppr, psp, socialisme, vrouwen, en meer.

GroenLinks is gevormd als een fusie van vier partijen: de links-socialistische dissidentenpartij Pacifistisch-Socialistische Partij, de progressief-Christelijke groene partij Politieke Partij Radikalen, de Communistische Partij Nederland en de Evangelische Volkspartij. Die eerste twee partijen zijn duidelijk te herkennen in het huidige GroenLinks: GroenLinks heeft de partijcultuur van de PSP geërfd (‘discussiepartij‘) en de standpunten van de PPR (‘groen, solidair, libertair‘). De Evangelische Volkspartij sloot zich pas relatief laat bij de fusie aan, maar is nog steeds helder herkenbaar door de Linker Wang. Rest de vraag: wat kunnen we herkennen van de CPN in GroenLinks?

Leninisme, Moskou en anti-fascisme
De Communistische Partij Nederland is gevormd in 1909, acht jaar vóór de Russische revolutie, als Sociaal-Democratische Partij. Binnen de grote sociaal-democratische beweging Sociaal-Democratische Arbeiderspartij was er felle discussie tussen reformisten, die zich wilden richten op een parlementaire strategie en revolutionairen, die geloofden dat het parlementaire werk de onvermijdelijke arbeidersrevolutie slechts zou vertragen. De revolutionairen splitsten zich af. In 1918 veranderde de partij haar naam in Communistische Partij Holland, sloot zich aan bij de door Moskou geleide Communistische Internationale en onderschreef ze een leninistische maatschappijvisie.

Gedurende de jaren ’30 ontwikkelde de CPH (sinds 1937 Communistische Partij Nederland, CPN) een anti-fascistisch profiel. Tijdens de bezetting namen veel communisten deel aan het verzet: ze organiseerden de Februaristaking. De illegale communistische krant De Waarheid, was een van de voornaamste gezichten van het verzet.
Na de oorlog werd de CPN beloond met 10% van de stemmen. De CPN was een partij van de arbeidersklasse die sterk stond in de arme landbouwgebieden in het Noorden en de volkswijken in Westelijke steden. Uiteraard onderschreef de CPN een marxistische maatschappijanalyse waarbij de bourgeosie, de bezittende klasse, de arbeidersklasse, het proletariaat, onderdrukte. De maatschappij was misschien de jure democratisch, maar de economische ongelijkheid hield de facto de arbeidersklasse geknecht. In de dagelijkse politiek richtte de partij zich op de verbetering van de materiële positie van de arbeidersklasse onder de paradoxale leus “hogere lonen, lagere prijzen” en op de versterking van de vakbond. De partij streed voor de onafhankelijkheid van Indonesië, verketterde de rol van Amerika in de internationale politiek (denk aan kernbewapening en blokvorming) en vergoeilijkte de rol van Moskou (haar bewapening en blokvorming waren een reactie tegen de imperialistische politiek van het Westen). Vanwege haar verzetsverleden was de partij fel anti-fascistisch en verzette ze zich tegen anti-semitisme. Ook was de partij hierom fel anti-Duits. De partij maakte zich grote zorgen over ‘West-Duits revanchisme’, dat Duitsland haar gelijk na de oorlog nog wel zou komen halen. De CPN was democratisch centralistisch georganiseerd: de beslissingen werden genomen aan de top, met name door partijleider Paul de Groot. Vervolgens werd de rest van de partij aan deze beslissingen gebonden. Toen de Koude Oorlog langzaam opwarmde eind jaren ’40 kwam de CPN in een steeds geïsoleerdere positie te staan: in politiek opzicht maar ook electoraal nam de steun voor de communisten gestaag af.

Marxisme, feminisme en anti-Amerikanisme
Eind jaren ’60, de periode van de universiteitsbezettingen, nam de populariteit van de CPN toe. Een deel van de studenten sloot zich aan bij de CPN, omdat dit de partij was van de arbeidersklasse. De partij koos de kant van de studenten in de discussies over democratisering. De CPN verzette zich daarnaast consequent tegen het Amerikaans buitenlands beleid: kernbewapening, Vietnam, en de steun voor Apartheid.

Met deze studenten kreeg de CPN een energieke nieuwe generatie in haar midden. Marius Ernsting is zo’n figuur: hij was een voorman van de anarchistische Kabouterbeweging geweest maar werd daarna Kamerlid voor de CPN. De studenten die zelf streden voor radicale democratisering, sloten zich aan bij een partij die intern niet democratisch was. In jaren ’80 werd de partij intern gedemocratiseerd: Paul de Groot, de grote man van de CPN tot de jaren ’70, verloor al in 1978 zijn erevoorzitterschap.

Het profiel van de CPN draaide: maatschappelijke democratisering maar ook emancipatie kwamen hoger op de agenda te staan. De partij voegde feminisme toe aan haar uitgangspunten, naast marxisme. De rigide marxistische maatschappijanalyse werd gemakkelijk naar man-vrouw-, allochtoon-autochtoon- en homo-hetero-verhoudingen vertaald: mannen, hetero’s en autochtonen onderdrukte vrouwen, homo’s en allochtonen, zoals de bourgeoisie het proletariaat onderdrukte. In de egalitaire samenleving die de CPN nastreefde moesten ook deze machtsongelijkheden vereffend worden. Zoals de strijd voor de positie van arbeiders een strijd van een groep was, zag de CPN de strijd van homo’s, vrouwen en migranten in termen van groepen, niet individuen. De partij koos in 1981 voor drie heldere speerpunten: een sterke overheid die het opnam voor de arbeidersklasse, verzet tegen kernbewapening en maatschappelijke democratisering, inclusief gelijkberechtiging van vrouwen, homo’s en migranten. De CPN was deels veranderd, maar bleef ook haar communistische wortels trouw: nog in 1989 waren er CPN-vertegenwoordigers bij de viering van 40 jaar DDR in Berlijn.

De generatie jonge studenten bleek een Trojaans Paard: deze stonden ver af van de leefwereld van de arbeidersklasse. Terwijl volkswijken in rap tempo verkleurden, pleitte de CPN voor de rechten van migranten, homo’s en vrouwen. De Socialistische Partij voelde dit beter aan en verzette zich juist tegen feminisme en arbeidsmigratie. Electoraal ging de CPN erop achteruit. In reactie koos ze voor versterkte samenwerking met linkse intellectuele partijen als PSP en PPR in raden en staten, en in het Europees Parlement. Hierachter zat een electorale logica maar ook een inhoudelijke: nu de CPN van een Stalinistische partij een linkse emancipatiepartij was geworden, waren de verschillen met de PSP en de PPR verdwenen. In 1986 verloor de CPN al haar zetels in de Tweede Kamer en drie jaar later ging ze op in GroenLinks.

Linkse emancipatiepartij
Wat is er over van de CPN in het huidige GroenLinks, een links-liberale intellectuelenpartij? Zeker in de eerste jaren waren er veel CPN’ers op prominente plekken: in 1994 waren de partijvoorzitter (Harrewijn) en de lijsttrekkers bij de Tweede Kamer- (Brouwer) en de Europees Parlementsverkiezingen (Van Dijk) oud-communisten. Veel prominente migrantenpolitici (Singh Varma en Pormes) kwamen voort uit de CPN. Tot 2010 hadden er twee Eerste Kamerleden een CPN-achtergrond (Laurier en Van der Lans). Maar de plek waar de CPN het best vertegenwoordigd is geweest is onder partijbestuurders: van de negen partijvoorzitters van GroenLinks komen er vier voortuit de CPN. Het CPN-electoraat had de CPN al verloren, maar dat heeft GroenLinks ook niet terugveroverd. De SP en de PVV doen het nu sterk in traditionele CPN-wijken.

Programmatisch gezien lijkt er weinig over van de CPN in het huidige GroenLinks: het hervormingsgezind-sociale economische verhaal van GroenLinks staat veraf van het programma van de CPN. Je zou nog kunnen zeggen dat GroenLinks met haar nadruk op de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en haar pleidooi voor een gelijkere positie van outsiders de doelen van de CPN nastreeft, maar de middelen die ze in discussie heeft gekozen (een harde aanval op de vakbeweging en de gevestigde rechten) past niet bij de CPN. Maar ook op internationaal terrein lijken de twee partijen nauwelijks op elkaar: GroenLinks wil dat de internationale gemeenschap optreedt om mensenrechten te beschermen, terwijl de CPN het optreden van het NAVO-blok veroordeelde, omdat dit altijd het eigenbelang van het Westen zou dienen. Alleen op cultureel vlak vertonen de CPN en GroenLinks een sterke gelijkenis: beide partijen zetten zich in voor emancipatie van vrouwen, homo’s en migranten. Maar zelfs hier is het onderscheid tussen de CPN en GroenLinks groot: de CPN legde de nadruk op groepssolidariteit, anti-discriminatie en sociaal-economische achterstelling en GroenLinks heeft veel meer oog is voor individuele vrijheid, vrijheid van godsdienst en de onderdrukking binnen groepen.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Partij van de Toekomst kijkt terug naar haar verleden

In cpn, evp, groenen, groenlinks, ppr, psp, akkoord, belangrijk, beslissing, en meer.

GroenLinks is bij uitstek de partij voor de toekomst, maar soms moet je terugkijken om weer vooruit te kunnen. Tijdens de eerste bijeenkomst van de collegereeks over het gedachtegoed van GroenLinks keken vier partijleden die betrokken waren bij de oprichting van GroenLinks terug naar het verleden. Wat kan GroenLinks leren van haar oprichters?

Communisten & Feministen

Herman Meijer was uitgenodigd om iets te vertellen over de Communistische Partij Nederland (CPN). Hij maakte duidelijk dat de partij eind jaren ’70 afscheid nam van haar Stalinistische verleden. Binnen de CPN was het Stalinisme vertegenwoordigd door Paul de Groot: ‘De Groot was erevoorzitter van de CPN, nadat hij jarenlang ‘gewoon’ voorzitter was geweest. Hij was een klassieke Stalinist. Zowel in zijn interne partijoptreden als in zijn paranoïde inslag.’ Na het aftreden van De Groot veranderde de CPN. Meijer schreef mee aan het partijprogramma van de CPN: ‘Het was een radicale oproep tot volstrekte democratisering van de hele Nederlandse maatschappij, tot op het diepste niveau, ook in economisch opzicht. Marxisme en feminisme werden als gelijkwaardige inspiratiebronnen gezien. De CPN was de meest feministische partij van Nederland.’

Volgens Meijer kan GroenLinks van de CPN leren om een gezond en goed geformuleerd anti-kapitalisme te koesteren: ‘We moeten een diepgravender, analytischer en intelligenter verhaal hebben over de bankencrisis, wat dat te maken heeft met de liberalisering van de geldmarkt en zo verder. Dat is ver voorbij het banale anti-kapitalisme: “Jullie zijn rijk en wij niet en dat is niet eerlijk.” Dat is ook wel zo, maar we kunnen daar een eind voorbij.’

Meijer ziet wel wat in linkse samenwerking: ‘Voor de verkiezingen moeten linkse partijen op een aantal punten kunnen overeenstemmen: wat we nu nodig hebben is een regering die pro-Europees is, een ruimhartig immigratiebeleid voert en die zorgt voor een grotere inkomensgelijkheid, tegen bonussen en al die shit. Ik zou het programma zo kunnen schrijven.’

Pacifisme, socialisme en milieu

Meijer was tot 1974 lid geweest van de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), een andere oprichter van GroenLinks: ‘Wat mij tegenviel in de PSP, was dat de partij een buitengewoon moeizaam bestaan had. In Delft [waar Meijer woonde - SO] had de partij maar een paar leden en die waren altijd aan het tobben. Het was niet zo’n gelukkig clubje.’ Alexander de Roo, de vertegenwoordiger van het PSP-smaldeel, beaamt dat de PSP slecht was georganiseerd: ‘Ik ben in 1974 lid geworden van de PSP in Delft. Ik heb een maand nodig gehad om lid te worden. Die club was behoorlijk onvindbaar. Ik ben lid geworden vanwege de kernenergie. Er was een grote demonstratie in Kalkar tegen de opwekkingscentrale en Bram van der Lek, PSP-Kamerlid riep: “De technici moeten hun werk overdoen.” Dat sprak mij aan.’

De Pacifistisch-Socialistische Partij stond bekend vanwege haar pacifisme. De Roo nuanceert dat beeld: ‘Het pacifisme van de partij was nooit absoluut. In de jaren ’70 was er een felle discussie: wat doen we met geweld van bevrijdingsbewegingen? Dat accepteerden we. Het pacifisme van de PSP was veel meer een politiek pacifisme. We verzetten ons tegen de NAVO, dat was een identiteitspunt bij de PSP. GroenLinks worstelt nu nog steeds met militaire interventies. Zodra geweld ter sprake komt hebben we het daar moeilijk mee. Die aandacht voor wat er gebeurt in landen om ons heen, dat was heel kenmerkend voor de PSP.’

De Roo, die als samenwerker te boek stond in de PSP is ook voorstander van progressieve samenwerking: ‘In Duitsland heb je rood-groene samenwerking. Dat is daar een begrip. De meest natuurlijke partner voor GroenLinks is de PvdA. Samsom heeft zelfs ooit geprobeerd om kandidaat voor GroenLinks te worden. We moeten een akkoord sluiten met de PvdA en dan kijken of de SP en D66 aan willen sluiten.’

Groen en libertair

Wim de Boer sprak namens de Politieke Partij Radikalen (PPR): ‘Bij de PPR stonden, onder andere, het serieus nemen van het milieu en de duurzame economie in al haar facetten centraal.’ De partij nam het ook op voor een eerlijkere verdeling van werk en inkomen. Bovendien kenmerkte de partij zich door een libertaire en niet-dogmatische manier van handelen. ‘Dat was de PPR en ik heb glimlachend in de trein vastgesteld dat dat voor mij nog geen spat veranderd is, voor die waarden sta ik nog steeds.’

De Boer was betrokken bij de vorming van GroenLinks. Als lid van de ‘bende van drie’ had hij de onderhandelingen op een cruciaal moment vlot getrokken. Zonder toestemming onderhandelden drie oud-partijbestuurders van de PPR toch met de CPN en de PSP, terwijl het PPR-bestuur zich had teruggetrokken uit de onderhandelingen. Zelf had hij zich in de onderhandelingen één doel gesteld: ‘Wat ik eruit zal slepen is de naam ‘GroenLinks’. Die naam had nog heel wat voeten in de aarde. Zonder ‘groen’ kreeg je met de PPR geen akkoord. GroenLinks dekt precies de lading. Voor mij zijn groen en links onlosmakelijke aan elkaar verbonden: zonder progressieve politiek krijg je geen goed milieubeleid en zonder milieubeleid krijg je geen duurzame samenleving.’

Je zou kunnen stellen dat qua politiek programma GroenLinks nu het meest op de PPR lijkt, maar De Boer nuanceert dat beeld: ‘Ik ben niet de man van de politieke programma’s. Ik heb ze geschreven, ik heb ze vastgesteld, ik heb er urenlang over zitten vergaderen. De praktijk is dat als een programma is aangenomen het dan verdwijnt in een la en je er er nooit meer naar kijkt. Wat ik belangrijk vind is dat de waarden van de PPR diepgeworteld zijn binnen GroenLinks. Ze krijgen wel een nieuwe vorm. Op grond van nieuwe inzichten kan ik tot een andere beslissing komen. Ik vind het belangrijk dat iedere GroenLinkser glashelder heeft voor welke waarden wij staan. Als hij dat weet dan komen die politieke keuzes vanzelf tot stand.’ De Roo: ‘Qua programma lijkt GroenLinks het meest op de PPR en toch is het een heel andere partij geworden. De partij heeft een veel bredere uitstraling. De partij is meer dan de som der delen. Er ligt nu meer nadruk op het groene, daarmee heeft de partij iets nieuws aangesproken.’

Christelijk dus progressief

Cor Ofman was de laatste voorzitter van de Evangelische Volkspartij (EVP) en de eerste EVP’er op de eerste lijst van GroenLinks (plaats #11). ‘De EVP was een klein clubje. De EVP is ontstaan uit CDA’ers die een andere koers wilden. We hoopten de dissidenten uit het CDA, een stuk of tien Kamerleden, mee te krijgen.’ Maar die bleven in het CDA, ze zeiden: ‘als 90 procent van de achterban toch conservatief blijft dan kan je er moeilijk uitstappen.’ De EVP had drie kernpunten: ‘vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping. Ook binnen die kerken speelden die trits heel sterk een rol. De partij was tegen de plaatsing van kruisraketten. Ze stond voor een economie van het genoeg en het recht van de arme en de vreemdeling. We hadden een eigen interpretatie van Bijbelse normen en waarden: christelijk dus progressief.’

De Boer vraagt Ofman: ‘Ik heb nooit begrepen wat jullie verhinderde om jullie doelstellingen in de PPR te realiseren. Was dat alleen omdat het woord ‘bijbel’ niet gebruikt werd? De PPR is oorspronkelijk voortgekomen uit Christen-Radicalen.’ Ofman: ‘Het christelijke was tamelijk verwaterd in de PPR. De PPR was libertairder, de EVP was minder individualistisch. Ook GroenLinks is liberaal. Ik zou ook wel wat meer uitstraling willen zien richting een kerkelijke achterban. Als ik op zondag mijn verhaal houdt, denk ik vaak, waarom komen die mensen nou niet bij GroenLinks terecht, terwijl ze al afscheid hebben genomen van het CDA? Ze zijn op zoek naar een partij met een sociaal gezicht, maar die ook oog heeft voor spiritualiteit.’

zondag, 11 maart 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

It's a men's world (nog heel even..)

In uncategorized, anja meulenbelt, arabische lente, beheer, binnenstad, boek, de, de wereld, europa, en meer.
Jaren achtereen was ik betrokken bij de viering van de Internationale Vrouwendag op 8 maart. Ik heb er prachtige herinneringen aan: het samen creëren van een boeiende avond, in het begin zonder een cent, later met gemeentelijke subsidie, altijd in de Leeuwarder binnenstad in Zalen Schaaf, altijd een volle zaal en altijd met interessante gasten als Anja Meulenbelt en Adelheid Rosen en swingen nà. Het geheugen is absoluut onbetrouwbaar, maar gelukkig ondersteunen foto's wat ik beleefde: ik stond een keer als Der Blauwe Engel op het toneel, en eerder zongen we de zelfgeschreven liedjes van de LP 'Valium 10', geheel in eigen beheer geproduceerd op het label 'Famke'.
De laatste jaren is er een week lang activiteiten; voorstellingen, exposities, lezingen door de hele provincie en dat wordt door een coördinator ondersteund. Ook 8 maart is geïnstitutionaliseerd. Het levert wel mooie dingen op. Maar.....

Tot mijn verrassing meldde zelfs het weerbericht dit jaar dat het Internationale Vrouwendag was op 8 maart; het was lente-achtig. Maar ook de andere radio- en tv programma's sloofden zich uit om het specifieke van 8 maart onder de aandacht te brengen.

Zou het kunnen dat er echt iets aan het veranderen is?
Natuurlijk hebben we hier, in dit rijkste land van de wereld, helemaal niets te klagen.
Maar dat betekent niet dat het allemaal in orde is. Om één voorbeeld te noemen
dat geheel in de lijn van deze tijd ligt: vrouwen verdienen nog altijd minder dan mannen, voor hetzelfde werk. Waar ik me echt zorgen over maak is dat er nog zo'n groot percentage vrouwen niet economisch zelfstandig is. Dat is ook in Nederland zo, laat staan in andere landen, waar de traditionele man-vrouw verhoudingen nog veel sterker zijn.


Maar/en binnen de omwentelingen van de Arabische Lente spelen jonge vrouwen een niet meer weg te denken rol. Meiden doen het heel erg goed binnen de technische sector en er lijken binnenkort meer vrouwelijke dan mannelijke chirurgen te zijn.
Petra Stienen is een veel gevraagde deskundige bij de mannen Pauw en Witteman en de druk om veel vaker veel meer vrouwen in de media aan het woord te laten groeit met de dag.
Marga Miltenburg vierde deze Vrouwendag de derde verjaardag van haar sprekersbureau voor vrouwelijke deskundigen 'ZijSpreekt'. Sinds 8 maart ben ook ik daar te boeken! Het bestaan van dit bureau is hèt tegenargument op de nog immer gebezigde zin: “wij (mannen) willen wel, maar we kunnen ze (vrouwen) niet vinden”. Dergelijke initiatieven zijn ook gaande voor meer vrouwelijke bestuurders en commissarissen.

Desalniettemin vind ik het ook gênant dat het nog moet. En misschien ligt de volgende stap echt bij de mannen. Ik stelde al eens voor dat mannen een vraag om nog een commissariaat te vervullen zouden doorschuiven naar een adequate vrouw en dan doet hij 2 dagen de kinderen of vrijwilligerswerk. Misschien zijn die belachelijke maatregelen waardoor de kinderopvang veel te duur wordt, dan een kans. Een andere verdeling van het werk binnen- en buitenshuis, tussen vrouwen en mannen, is al een oude eis en levert - naar mijn idee - een substantiële bijdrage aan een andere wereld.
Dolf Jansen vindt die andere wereld dusdanig actueel dat hij er een voorstelling over heeft gemaakt. Hij vertelde erover in het programma van Kunststof tv. Misschien was het ook ter gelegenheid van de Vrouwenweek dat Jacqueline Hassink foto's liet zien die ze maakte van vergadertafels van de veertig grootste multinationals van Europa, 'The Table of Power'.
Aan geen enkele van die tafels hadden vrouwen een plek.

Johan Doesburg, ook gast aan de Kunststof-tafel, regiseerde het toneelstuk 'de Prooi' naar het boek van Jeroen Smit over de ondergang van ABN-Amro, een onthutsend verhaal over de gevolgen van losgeslagen macht in een typisch mannen-bolwerk.

Zoals vaker als ik zit te schrijven ontstaat er in mijn hoofd een vertaling van het thema naar een liedje:
...It's a men's world.
But it would me nothing
Nothing
If the women weren't there.....

Tsja. Daar doe ik het dus niet meer voor.
Het is 2012, alles is in beweging. Ook de vrouwen en mannen die ik tegenkom. En die bolwerken, die instituten, vallen om, de één na de ander. Dus nog even geduld, zeg ik dan maar tegen mezelf. Want dat zegt Zarcquona, de Afgaanse vrouw die na een hondenleven de touwtjes van haar leven in handen heeft genomen, ook.
Dus zet ik een andere zender op:
...sisters are doing it for them selves
standing on their own two feet
and ringing on their own bells
this is a song to celebrate
the concious liberation of the female state....

En dan nu nog even overal gelijke rechten, invloed, betaling enzo. OK?
See you next year!


Ineke Verdoner 
  
'Sisters' door Aretha Franklin en Annie Lennox   (met beeld)
ZijSpreekt, het Sprekersbureau van MM
Meryl Streep vertelt over Zarcquona uit Afganistan
Kunststof van zondag 11 maart

zaterdag, 10 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

De PVV en de jaren dertig

In duitsland, duitse taal, cultuur & geschiedenis, politiek, bart jan spruyt, carl schmitt, jaren dertig, pvv, sybe schaap, amerika, beslissing, en meer.

sybe schaap De PVV en de jaren dertigEerste Kamerlid Sybe Schaap heeft een boek geschreven over de rol van rancune in samenleving en politiek. Hij schrijft dat de PVV een formule hanteert ,,die veel lijkt op die uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Er worden vijandbeelden gecreëerd, beelden die duidelijk moeten maken hoezeer het eigen bestaan wordt bedreigd. De vijand loert niet alleen van buiten, maar heeft ook complotterende handlangers in het eigen domein.”

Wilders noemt deze vergelijking ziekelijk.

Maar waarom eigenlijk? Waarom zou men de jaren dertig niet mogen noemen in verband met de PVV?

PVV-kopstukken en sympathisanten beroepen zich uitdrukkelijk op een nazi en op denkbeelden uit de nazi-geschiedenis.

Bart Jan Spruyt, die Wilders in het zadel heeft geholpen en die het eerste PVV programma samen met Wilders heeft geschreven en ook PVV-kaderleden heeft getraind, is een grote en uitdrukkelijke fan van de nazi Carl Schmitt, die hij uitgebreid als zijn politiek voorbeeld bespreekt.

Spruyt maakte in zijn publicaties, o.a. in het boek De toekomst van de stad (2004) de Schmittiaanse filosofie van een absoluut onderscheid van vriend en vijand tot de zijne.  Het is hier wel even van belang te weten dat Carl Schmitt een antisemiet en nationaal-socialist was en met “de vijand” “de jood” bedoelde, zoals Raphael Gross overtuigend aantoont.[1]

Wie Schmitts hier aangehaalde teksten leest die zal toch erg moeten struikelen over de woorden van Bart Jan Spruyt:

“Lange tijd gold hij [Schmitt] als Schreibtischtäter die de ideeën had aangeleverd die tot de grote incarnatie van het kwaad hadden geleid. Sinds enige tijd is het besef doorgedrongen dat Schmitt te lang ook als zondebok heeft gefungeerd, en dat zijn werk wetenschappelijk gezien op z’n minst bespreekbaar, zo niet hoogst origineel en briljant is….”

Vervolgens gaat Spruyt door de belangrijkste gedachten van Schmitt weer te geven en op de huidige Nederlandse situatie te betrekken, met “de islam” als de nieuwe vijand. Hij maakt daarbij gebruik van een anti-islamitisch citaat van Schmitt, die schreef: “Ook in de duizendjarige strijd tussen christendom en islam is nooit een christen op de gedachte gekomen dat men uit liefde voor de Saracenen of de Turken Europa, in plaats het te verdedigen, aan de islam zou moeten uitleveren.” (Spruyt, De toekomst van de stad, p. 56 f.)

Ook zijn artikel Conservatieve identiteit neemt Spruyt de moeite voor een uitvoerige Schmitt–apologie. Waarom? Wat kan toch de reden zijn, iemand die zich zo enorm gecompromitteerd heeft in bescherming te nemen en diens gedachtegoed te citeren en goed te praten? Zelfs al zou Carl Schmitt niet een zo uitgesproken nazi en antisemiet geweest zijn als hij was, dan nog is zijn onverzoenlijke theorie van De Vijand als duidelijk fascistisch te herkennen. Het is niet vol te houden dat Schmitt weliswaar een vreselijke nazi en antisemiet was, maar dat zijn theorie van de vijand een zo ontzettend briljant voorbeeld voor ons is!

Jan Greven: “Schmitts aantrekkingskracht is dat hij denkt in heldere tegenstellingen: goed/kwaad; mooi/lelijk. Met in de politiek de meest absolute tegenstelling. Die tussen vriend en vijand. Tegenover de vijand past slechts onverzoenlijkheid. Je hoeft hem persoonlijk niet te haten om hem toch te liquideren. […] Schmitts tegenstellingen zijn helder, maar hij voert je op paden waar je niet hoort te zijn. “ (Trouw, 29-3-2005)

Dick Pels over Schmitt:

“Schmitts definitie [van de vijand] legitimeert […] een autoritaire, zo niet totalitaire opvatting van de politieke werkelijkheid, waarin geen enkele ambiguïteit wordt getolereerd en geen ruimte bestaat voor andersoortige onderscheidingen.”[2] Volgens Pels valt bij Schmitt politiek op apocalyptische wijze samen met de oorlog.

Rob Hartmans: “Tijdens de republiek van Weimar werd Schmitt beschouwd als vertegenwoordiger van de zogenaamde konservative Revolution, een amalgaam van ultranationalistische denkers, partijtjes en groeperingen die zich verzetten tegen de burgerlijke maatschappij en de parlementaire democratie. Schmitt zag niets in een romantisch conservatisme, dat verlangde naar een samenleving die een organische, door oeroude instituties en tradities gevormde eenheid was. Een dergelijke samenleving had nooit bestaan, en alle traditionele instituties waren door de wereldoorlog en de revolutie weggevaagd. Evenmin wilde hij iets weten van het normatieve staatsrecht dat werd uitgedragen door neokantiaanse juristen. In tegenstelling tot de Oostenrijkse staatsrechtsgeleerde Hans Kelsen, die als jood in zijn ogen toch al verdacht was, ontkende Schmitt dat er een bepaalde norm ten grondslag lag aan de rechtsorde. Hoe het recht eruitziet is een kwestie van een op macht gebaseerde beslissing. Schmitt citeerde in dit verband graag Hobbes: «Gezag, niet de waarheid, maakt de wetten.» In dit «decisionisme» stond de uitzonderingstoestand centraal. Normen waren volgens Schmitt alleen van toepassing op normale omstandigheden. Waar het op aan kwam, was de vraag wie in uitzonderlijke omstandigheden de beslissingen kon nemen. Vandaar ook zijn opvatting dat degene die de noodtoestand kan afkondigen, beschikt over de soevereiniteit.

Ook na Schmitts dood [...]  leven zijn denkbeelden voort in allerlei bewegingen in Europa en Amerika die tot Nieuw Rechts worden gerekend.

In hun strijd tegen de liberale, pluriforme democratie kunnen zowel extreem-links als extreem-rechts een heel arsenaal aan wapens vinden in de geschriften van Carl Schmitt, die de Verlichting haatte als de pest en die droomde van een autoritaire, homogene staat, waarin geen ruimte is voor verwarrende experimenten die de stabiliteit kunnen ondermijnen.”[3]

Carl Schmitt oefent een grote aantrekkingskracht uit op veel hedendaagse intellectuelen. Rob Hartmans:

“Schmitts werk munt uit door scherpe formuleringen en glasheldere begrippen. Sommigen noemen hem een Begriffsmagier, een goochelaar met definities. […] Met zijn fraaie begrippen, glasheldere analyses en adembenemende abstracties mag Schmitt als politiek theoreticus en rechtsgeleerde dan zeer belangrijk zijn geweest, in de praktijk sloeg hij de plank op een zeer pijnlijke wijze mis. Want als iets opvalt in het werk van Schmitt, dan is het dat het altijd om grootse begrippen en abstracties gaat: staat, natie, uitzonderingstoestand, Großraum, vriend-vijand, de politiek etcetera.”[4]

Maar de kritiek op Carl Schmitt moet zich niet allen richten tegen diens antiliberale opvattingen. Schmitt was een actieve nazi en antisemiet.

De Leidse hoogleraar mensenrechten Thomas Mertens over de “kroonjurist van de nazi’s” Carl Schmitt:

“Schmitt gaf onder de titel ‘Der Führer schützt das Recht’ zijn juridische fiat aan Hitlers moordpartijen bij zogenaamde Röhm-putsch van 1934. Deze van staatswege georganiseerde moorden troffen niet alleen de top van de S.A. maar ook diverse andere tegenstanders van het regime zoals Schmitts vorige patroon Von Schleicher; Schmitt was een van de voormannen van de door de nazi’s  het leven geroepen ‘Akademie für Deutsches Recht’. “[5]

“[…; in 1936 riep ] [Schmitt]  op tot een zuivering van de bibliotheken van joodse invloeden; hij deed zijn best Hitlers ‘Grossraumgedachte’ te legitimeren […] Schmitts denken maakt duidelijk dat de Westerse cultuur niet bestaat en dat intellectuelen als Schmitt medeverantwoordelijk zijn voor wat er op deze aarde vreselijk fout kan gaan.”[6]

 

Schmitt was een van de belangrijke denkers van de Duitse “conservatieve revolutie”. Het is moeilijk een harde lijn te trekken tussen de denkers van de conservatieve revolutie en de nazi’s. Een gemeenschappelijke noemer is het anti-liberalisme en het gelijk zetten van joods=liberaal=decadent. Een andere gemeenschappelijke noemer is het nationalisme, dat in ieder geval bij Schmitt kan worden vastgesteld. “Bei Schmitt war die Nation […] eine nicht mehr überbietbare Größe […] ein existentielles Phänomen, das durch Freund-Feind-Bestimmung und damit in letzter Instanz durch den kollektiven Kampf eines Volkes auf Leben und Tod definiert war.“[7] Carl Schmitts nationalisme was racistisch, al was hij daarin niet zo extreem als andere nazi’s.[8]

Zeker zijn er verschillen tussen de “echte” nazi’s en de conservatief revolutionairen. Bijvoorbeeld wilden de conservatieven een sterke staat. Hitler was anarchistisch, de staat was ondergeschikt aan zijn impulsen, en dit element past niet bij het conservatisme. Ook de holocaust als zodanig is geen idee of initiatief van de conservatieven geweest.

 

Meer over Schmitt hier of zoek op tag “Carl Schmitt” hier op mijn blog.

s

[1] Raphael Gross, Carl Schmitt und die Juden, Suhrkamp, 2005.

[2] Een zwak voor Nederland, p. 228.

[3] Een gevaarlijke geest, De Groene Amsterdammer, 7-2-2004.

[4] De grote woorden van Carl Schmitt, In : Varwel dan, p. 129, ook De Groene, 1-5-1996.

[5] Fiat aan Hitlers moordpartijen, Filosofie Magazine 02-2002.

[6] NRC 23-11-2001, boeken.

[7] Stefan Breuer, Anatomie der konservativen Revolution, p. 184.

[8] Anatomie der konservativen Revolution, p.191.

 

 



 

 

donderdag, 8 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Frederik de Grote, Fredericus Rex

In duitsland, duitse taal, cultuur & geschiedenis, media, 300ste geboortejaar, film, fredericus rex, frederik de grote, goebbels, propaganda, pruisen, en meer.

Merlijn Schoonenboom schrijft vandaag 8 maart in de Volkskrant over de viering van het 300ste geboortejaar van Frederik de Grote.

“Dit jaar wordt met een enorm programma en al even grote media-aandacht de 300ste geboortedag van de Pruisische koning Frederik de Grote gevierd. De stad Potsdam staat hierin centraal.”
“Je mag het anno 2012 gewoon weer zeggen. In de media wordt Frederik zelfs zonder problemen vergeleken met huidige politici, die oude ‘Pruisische deugden’ zouden missen. Historicus Kuke vindt de situatie in Potsdam daarom prima passen bij de algehele omgang met Pruisen: die is niet óf hemelhoog juichend of afwijzend. De fase van de historische distantie is aangebroken: ‘De wederopbouw van het slot is de verzoening met de eigen geschiedenis. De Pruisische geschiedenis heeft twee kanten: een goede en een slechte, de Verlichting en het absolutisme. Pas als je het verleden écht ziet, zoals bij het slot, dan kan je erover nadenken en je eigen mening vormen.’ “

“Over de rol van Pruisen en Frederik wordt sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog gediscussieerd. Frederik was de koning die Pruisen in de 18de eeuw tot Europese grootmacht uitbouwde; onder Pruisen ontstond in 1871 de Duitse eenwording. Maar omdat Duitsland zich sindsdien in twee wereldoorlogen stortte en Hitler zich graag op Frederik beriep, is de herinnering decennia lang beladen geweest zeker in Potsdam zelf.”

De beladen herinnering begint met de “Fredericus Rex” films.

 Frederik de Grote, Fredericus RexVeel politici en aristocraten uit de late 19e en de vroege 20ste eeuw probeerde Frederik  na te volgen, en stiliseerden hem tot een voorloper van het protestantse Duitsland. Een voorbeeld van deze verering zijn de Fredericus Rex films van 1920. Frederik was een van de eerste beroemdheden wiens biografie voor het medium film werd verwerkt, dat toen opkwam.

Fredericus Rex-films worden in de strikte zin vier historische films over de persoon van de Pruisische koning  genoemd die  in Duitsland tussen 1920 en 1923 werden geproduceerd. In bredere zin wordt de term gebruikt voor alle films over Frederik II in Duitsland in de periode tot 1942 .

De door de UFA breed opgezet geënsceneerde, dubbele film “Fredericus Rex” (1921/1922, 1923) vertelde in losse afleveringen en zonder historische nauwkeurigheid het leven van de Pruisische koning Frederik II, en was puur een propagandafilm voor de restauratie van de monarchie. De film laat zien hoe de onderwerping van de opstandige tiener Frederik aan de wil van zijn strikte vader leidt tot verfijning van het karakter van de toekomstige heerser, die zijn absolute macht uiteindelijk ten behoeve van het volk gebruikt en door succesvolle oorlogen het kleine Pruisen tot grote mogendheid verheft.

Op het moment dat de film werd uitgebracht – vier jaar na de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog en de ondergang van de monarchie – was de politieke boodschap het idee dat een nieuwe absolute heerser niet alleen een bolwerk zou vormen tegen het opkomend socialisme, maar dat hij ook het land dat zich in vele opzichten vernederd voelde tot een nieuwe grootte zou leiden.   Het populaire motief van vader-zoon conflict dat door alle Fridericus Rex films als een rode draad loopt werd tegelijkertijd gebruikt om de scepsis van het publiek op te vangen (in de revolutionaire naoorlogse tijd lang geloofde niet iedereen in de noodzaak van autoritair gedrag) en het publiek ervan te overtuigen dat rebellie en anarchie alleen met autoriteit kunnen worden tegengegaan. Als compensatie voor het verlies van zelfbeschikking lokte de identificatie met de glorieuze Übervater Frederick. Daarnaast moest de film patriottische gevoelens aanwakkeren en  de overtuiging wekken dat agressieve machtspolitiek in het geval van Duitsland altijd gerechtvaardigd is als een defensieve houding tegenover een overweldigende vijandige samenzwering.

Hoewel de film in de liberale en linkse pers heftige protesten uitlokte, was de film commercieel zeer succesvol, en inspireerde een hele reeks van imitaties, die werden geproduceerd door verschillende filmmaatschappijen tot in het begin van de jaren ’30. Het patroon van de eerste films werd altijd min of meer getrouw gekopieerd, en in bijna alle films speelde Otto Gebühr Frederik.

otto gebuehr fredericus rex Frederik de Grote, Fredericus Rex

Omdat de Fredericus Rex films anticiperen op de ideologische argumenten van de nazi’s, worden zij in de filmhistorische literatuur zo nu en dan als “pre-fascistisch” geclassificeerd.

De verheerlijking Frederik bereikte dan ook de hoogtepunt in de tijd van van het nazisme onder auspiciën van de Minister van Propaganda Joseph Goebbels. Daarbij speelden vooral de zes films waarin Otto Gebühr de koning van Pruisen speelde een belangrijke rol.  De nazi-propaganda noemde Frederik niet alleen als een “eerste nationaalsocialist”, Frederik en zijn volgelingen werden ook de belichaming van de Duitse discipline, standvastigheid en trouw aan het vaderland. De nazi’s rechtvaardigden bijvoorbeeld  in de laatste maanden van de oorlog de dienstplicht van de Hitlerjugend in de Volkssturm met het argument dat Frederik ook 15-jaar oude kinderen van aristocraten dienstplichtig had gemaakt.

maandag, 5 maart 2012

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Oplossing voor spoorproblematiek Vught heeft brede steun (nodig)

In vughtse politiek, phs, vught, vvp, alternatieven, april, burgers, communicatie, de, en meer.

De discussie over de gevolgen van het programma hoogfrequent spoor (PHS) leeft in Vught. De ervaringen van de info-avond van de 13e februari voorspellen een volle Martinihal op 2 april tijdens de info-avond van de gemeente. En dat het protest groeit heeft alles te maken met het weinige begrip van ProRail en het Ministerie voor de lokale problematiek.

Op maandag 13 februari stonden ongeveer duizend Vughtenaren op de stoep van Hotel Vught voor de info-avond van ProRail en het Ministerie van Infrastructuur & Milieu. Te veel voor de info-avond, veel meer dan verwacht en allemaal zeer bezorgd. Dat bezorgdheid omslaat in onvrede en zelfs woede is vooral te danken aan de communicatie van ProRail en het Ministerie. Tegen een volle zaal werd vrij duidelijk gesteld dat er amper ruimte was voor alternatieven. En de sprekers hadden te weinig empathisch vermogen om zich in te leven in de bezwaren en angsten van de Vughtse burgers.

En die bezwaren zijn terecht! Extra treinbewegingen zijn een zegen voor het openbaar vervoer, maar dan moet de infrastructuur daar wel op zijn ingericht. En in Vught is dat zeker niet het geval. De toename van 4 naar 6 sneltreinen per uur per richting op de lijn Utrecht-Eindhoven, maar vooral de toename van het goederenverkeer van 34-54 treinen per dag naar 64 tot 150 is onacceptabel met de huidige inrichting. Maar volgens Ton Bierbooms van ProRail is er eigenlijk alleen ruimte voor varianten voor de boog van Meteren en voor het stukje spoor tussen Den Bosch en Vught tot aan de splitsing van de verbindingen Den Bosch-Eindhoven en Den Bosch-Tilburg. En dat terwijl de gemeente al enkele jaren geleden een creatieve studie heeft laten uitvoeren naar alternatieven. Zoals het verleggen van de spoorlijn naar de rand van Vught langs de A2. Maar dit soort alternatieven lijken zonder brede lobby bij provincie en rijk weinig kans te maken. Het resultaat zou zijn dat Vughtenaren straks nog moeilijker de spoorlijn kunnen oversteken, doordat ze nog langer voor gesloten spoorbomen staan. Dat komt de leefbaarheid van het dorp niet ten goede.

Het wordt te makkelijk vergeten dat Vught op dit moment het afvalputje is voor rijksinfrastructuur. Twee spoorlijnen, een rijksweg en een snelweg doorsnijden het dorp. De omgevingseffecten van deze infrastructuur tellen in de praktijk bij elkaar op, maar bij beleidsvorming wordt elke lijn of weg afzonderlijk bestudeert. En daarmee wordt zeer creatief telkens de zogenaamde normen gehaald. Voor het spoor bestaat zelfs geen wettelijke norm voor sluitingstijden van spoorwegovergangen en worden de normen voor trillingen en geluid op dit moment nog vastgesteld. En die kunnen dus nog prima worden aangepast zodat de plannen van het PHS in Vught passen binnen de normen.

De drukbezochte info-avond van 13 februari is dus een goed teken. Waar in Zaltbommel en Den Bosch amper burgers naar de info-avond kwamen, nam in Vught 1 op de 25 inwoners de moeite. Dat de problematiek leeft in Vught werd ook al duidelijk bij de kaartenactie die de gemeente eerder had georganiseerd om te lobbyen bij de Tweede Kamer voor de Vughtse problematiek. Dat werkte voor de N65, nu moet het protest en de lobby wederom worden ingezet voor het spoor.

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

ACTUEEL: Referenda: Ja of Nee?

In politiek, democratie, leiden, maatschappij, pvda, algemeen, reclame, beleid, besluiten, en meer.

           De PvdA kiest een nieuwe ‘leider’. Nou ja, eigenlijk ligt het anders; de leden van de PvdA kiezen de leider van de fractie in de Tweede Kamer. Dit doen ze door middel van een referendum. Er hebben zich vijf kandidaten gemeld, waarvan er waarschijnlijk twee niet eens de reputatie hebben om de fractie te kunnen leiden. De fractieleider wordt verkozen door een referendum. Kijkend naar de vorige soortgelijke verkiezingen (Rutte vs. Verdonk) en de context van de PvdA vóór dit referendum, kunnen we niks anders concluderen dan dat dit referendum slopende gevolgen zou kunnen hebben. Aangezien de strijd binnen de PvdA uitgebreid aan bod is gekomen, richt ik mij op de referenda. Om dit te doen plaats ik hieronder het al eens eerder (23 december 2011) verschenen stuk over referenda. Lees en oordeel zelf.

           Het is bijna het einde van het jaar en dat betekent dat allerlei media lijstjes op gaan stellen. De beste politicus, de beste reclame, de beste sportman, het beste radioprogramma en de beste tv-show van het jaar of seizoen. Gewoon een selectie van de rijtjes die de afgelopen maanden de revue zijn gepasseerd. Vooral dit jaar was er echter een storm aan kritiek op de winnaars. Tegelijkertijd zien we de laatste jaren juist een roep om meer democratie via referenda. In dit stuk zal ik proberen uit te leggen waarom ik ‘nee’ stem tegen de meeste vormen van referenda.

           Het begon met de uitreiking van de Gouden Televizierring in oktober. Van de drie kandidaten – Wie is de Mol?, The Voice of Holland en Voetbal International – waren alle experts het er over eens dat Voetbal International van de drie het slechtste programma was. Wie is de Mol? was al jaren een genomineerde voor deze televisieprijs, maar had nog nooit gewonnen. The Voice of Holland was een nieuwkomer in televisieland en was niet alleen commercieel een groot succes, maar door de nieuwe vorm van het organiseren van een talentenjacht bood het een nieuw product aan in de televisiegids. Toch won Voetbal International. Waarom? Sommigen beweren dat Voetbal International live reclame kon maken. Bovendien is het programma opgezet door het gelijknamige tijdschrift en had het dus een breder publiek om campagne voor zichzelf te voeren. Als gevolg hiervan wilden sommigen direct dat er een vakjury zou komen, en deze zo over het beste programma moeten beslissen, daar waar nu kijkers kunnen stemmen voor hun favoriet. Zo zou kwaliteit boven democratie gaan.

           Dan was er laatst ook ophef over de uitverkiezing tot Sportman van het Jaar. Van de twee grootste kanshebbers – turner Epke Zonderland en schaatser Bob de Jong – won de eerste. De sporters in de zaal konden allemaal hun stem uitbrengen. Epke Zonderland won, ondanks dat hij het afgelopen seizoen geen grote prijzen in de wacht had gesleept. De Jong had dit wél, maar greep dus naast de trofee. Wat overbleef was een discussie of de stemvorm van de verkiezing niet moest veranderen, want de keuze was toch echt niet goed. Zeker niet beschouwende de prijzen die beide sporters binnen hadden gesleept.

           De discussie over de ‘juiste’ uitkomst van deze verkiezingen staat eigenlijk haaks op het laatste decennium in de politiek. Daar willen burgers juist méér invloed op uitoefenen. D66 wilde de gekozen burgmeester, de PVV wil een referendum over Griekenland en GroenLinks wil zelfs een referendum over een kerncentrale. We zien dus een hang naar referenda. Dit terwijl het bij politiek om belangrijke zaken van nationaal belang gaat.

           Ik ben zelf tegen bindende en adviserende referenda, omdat het altijd een keuze is tussen ‘ja’ en ‘nee’. Een genuanceerd verhaal is niet mogelijk bij een referendum, tenzij er referenda worden gehouden over hele specifieke kwesties met hele specifieke oplossingen. Zoiets is alleen onaantrekkelijk voor kiezers omdat het allemaal ‘een pot nat’ is. Het gevaar van referenda ligt juist in de massa. De massa staat niet open voor een genuanceerd verhaal, maar voor spektakel. Dan verandert een referendum al snel in een show tussen het ‘ja’-kamp en het ‘nee’-kamp. Het betrekt de bevolking wel bij de besluitvorming, maar als dat ten koste gaat van de inhoud, pas ik daar liever voor.

           Bovendien, politici en ambtenaren zijn – algemeen genomen – voorbereid om hun vak te beoefenen, omdat hun vak van belang is voor de hele maatschappij. Dus; waarom zouden wij ons willen bemoeien met het beleid van die politici door hen in de weg te lopen met een referendum? Zíj hebben verstand van hun vak. Wij gaan ons toch ook niet bemoeien met de ingrediënten van het brood van de bakker, omdat wij het brood kopen? Of met het vlees van de slager? We kunnen kiezen wat we willen en als het product ons niet bevalt gaan we naar een andere bakker of slager, dus ook naar een andere politieke partij. We kiezen onze volksvertegenwoordigers op lokaal, provinciaal, nationaal en europees niveau en laten we het daarbij laten. Het is minder democratisch, maar wel beter voor de kwaliteit van de besluiten. Schoenmaker, blijf bij je leest.

           Bij verkiezingen zoals de Televiezierring of Sportman van het Jaar is bewust gekozen voor een democratische opzet. Als de winnaar, zoals net besproken, dan niet voldoet aan de verwachtingen is dat het risico van het keuzemodel. Het is de keuze van de massa, die makkelijk te manipuleren is. Alleen zijn die twee verkiezingen ‘spelletjes’ en gaat het niet om landsbelang. Met het landsbelang hoort de massa niet te ‘spelen,’ maar dat is wel wat referenda veroorzaken. De massa kiest haar volksvertegenwoordigers en die verstaan, samen met hun ambtenaren,  hun vak. Als we hun de keuzes laten maken is het misschien minder democratisch, maar staan hun besluiten wel voor kwaliteit. Op de vraag ‘Referenda: ja of nee?’ is mijn antwoord: nee.


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

ACTUEEL: Referenda: Ja of Nee?

In politiek, algemeen, beleid, d66, democratie, discussie, fractie, griekenland, ambtenaren, en meer.

           De PvdA kiest een nieuwe ‘leider’. Nou ja, eigenlijk ligt het anders; de leden van de PvdA kiezen de leider van de fractie in de Tweede Kamer. Dit doen ze door middel van een referendum. Er hebben zich vijf kandidaten gemeld, waarvan er waarschijnlijk twee niet eens de reputatie hebben om de fractie te kunnen leiden. De fractieleider wordt verkozen door een referendum. Kijkend naar de vorige soortgelijke verkiezingen (Rutte vs. Verdonk) en de context van de PvdA vóór dit referendum, kunnen we niks anders concluderen dan dat dit referendum slopende gevolgen zou kunnen hebben. Aangezien de strijd binnen de PvdA uitgebreid aan bod is gekomen, richt ik mij op de referenda. Om dit te doen plaats ik hieronder het al eens eerder (23 december 2011) verschenen stuk over referenda. Lees en oordeel zelf.

           Het is bijna het einde van het jaar en dat betekent dat allerlei media lijstjes op gaan stellen. De beste politicus, de beste reclame, de beste sportman, het beste radioprogramma en de beste tv-show van het jaar of seizoen. Gewoon een selectie van de rijtjes die de afgelopen maanden de revue zijn gepasseerd. Vooral dit jaar was er echter een storm aan kritiek op de winnaars. Tegelijkertijd zien we de laatste jaren juist een roep om meer democratie via referenda. In dit stuk zal ik proberen uit te leggen waarom ik ‘nee’ stem tegen de meeste vormen van referenda.

           Het begon met de uitreiking van de Gouden Televizierring in oktober. Van de drie kandidaten – Wie is de Mol?, The Voice of Holland en Voetbal International – waren alle experts het er over eens dat Voetbal International van de drie het slechtste programma was. Wie is de Mol? was al jaren een genomineerde voor deze televisieprijs, maar had nog nooit gewonnen. The Voice of Holland was een nieuwkomer in televisieland en was niet alleen commercieel een groot succes, maar door de nieuwe vorm van het organiseren van een talentenjacht bood het een nieuw product aan in de televisiegids. Toch won Voetbal International. Waarom? Sommigen beweren dat Voetbal International live reclame kon maken. Bovendien is het programma opgezet door het gelijknamige tijdschrift en had het dus een breder publiek om campagne voor zichzelf te voeren. Als gevolg hiervan wilden sommigen direct dat er een vakjury zou komen, en deze zo over het beste programma moeten beslissen, daar waar nu kijkers kunnen stemmen voor hun favoriet. Zo zou kwaliteit boven democratie gaan.

           Dan was er laatst ook ophef over de uitverkiezing tot Sportman van het Jaar. Van de twee grootste kanshebbers – turner Epke Zonderland en schaatser Bob de Jong – won de eerste. De sporters in de zaal konden allemaal hun stem uitbrengen. Epke Zonderland won, ondanks dat hij het afgelopen seizoen geen grote prijzen in de wacht had gesleept. De Jong had dit wél, maar greep dus naast de trofee. Wat overbleef was een discussie of de stemvorm van de verkiezing niet moest veranderen, want de keuze was toch echt niet goed. Zeker niet beschouwende de prijzen die beide sporters binnen hadden gesleept.

           De discussie over de ‘juiste’ uitkomst van deze verkiezingen staat eigenlijk haaks op het laatste decennium in de politiek. Daar willen burgers juist méér invloed op uitoefenen. D66 wilde de gekozen burgmeester, de PVV wil een referendum over Griekenland en GroenLinks wil zelfs een referendum over een kerncentrale. We zien dus een hang naar referenda. Dit terwijl het bij politiek om belangrijke zaken van nationaal belang gaat.

           Ik ben zelf tegen bindende en adviserende referenda, omdat het altijd een keuze is tussen ‘ja’ en ‘nee’. Een genuanceerd verhaal is niet mogelijk bij een referendum, tenzij er referenda worden gehouden over hele specifieke kwesties met hele specifieke oplossingen. Zoiets is alleen onaantrekkelijk voor kiezers omdat het allemaal ‘een pot nat’ is. Het gevaar van referenda ligt juist in de massa. De massa staat niet open voor een genuanceerd verhaal, maar voor spektakel. Dan verandert een referendum al snel in een show tussen het ‘ja’-kamp en het ‘nee’-kamp. Het betrekt de bevolking wel bij de besluitvorming, maar als dat ten koste gaat van de inhoud, pas ik daar liever voor.

           Bovendien, politici en ambtenaren zijn – algemeen genomen – voorbereid om hun vak te beoefenen, omdat hun vak van belang is voor de hele maatschappij. Dus; waarom zouden wij ons willen bemoeien met het beleid van die politici door hen in de weg te lopen met een referendum? Zíj hebben verstand van hun vak. Wij gaan ons toch ook niet bemoeien met de ingrediënten van het brood van de bakker, omdat wij het brood kopen? Of met het vlees van de slager? We kunnen kiezen wat we willen en als het product ons niet bevalt gaan we naar een andere bakker of slager, dus ook naar een andere politieke partij. We kiezen onze volksvertegenwoordigers op lokaal, provinciaal, nationaal en europees niveau en laten we het daarbij laten. Het is minder democratisch, maar wel beter voor de kwaliteit van de besluiten. Schoenmaker, blijf bij je leest.

           Bij verkiezingen zoals de Televiezierring of Sportman van het Jaar is bewust gekozen voor een democratische opzet. Als de winnaar, zoals net besproken, dan niet voldoet aan de verwachtingen is dat het risico van het keuzemodel. Het is de keuze van de massa, die makkelijk te manipuleren is. Alleen zijn die twee verkiezingen ‘spelletjes’ en gaat het niet om landsbelang. Met het landsbelang hoort de massa niet te ‘spelen,’ maar dat is wel wat referenda veroorzaken. De massa kiest haar volksvertegenwoordigers en die verstaan, samen met hun ambtenaren,  hun vak. Als we hun de keuzes laten maken is het misschien minder democratisch, maar staan hun besluiten wel voor kwaliteit. Op de vraag ‘Referenda: ja of nee?’ is mijn antwoord: nee.


zaterdag, 3 maart 2012

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

Pinkpop 2012

In default, de, dochter, leuk, zaterdag.
Ik heb net kaarten gekocht voor 3 dagen Pinkpop. Voor het derde jaar op rij ga ik met mijn dochter Mimi 3 dagen naar Landgraaf op 26, 27 en 28 mei. Altijd leuk om samen een puzzel van het programma te maken. Wie wil wat zien. Opvallend dit jaar zijn de “oude rotten”. Op zaterdag verheug [...]

donderdag, 23 februari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Privacy als fundamenteel recht.

In maatschappij, gezondheidszorg, privacy, vrijheid, de, eerste hulp, ethiek, eerste, hulp, en meer.
Het VU heeft in samenwerking met Eyeworks van Reinout Oerlemans, het programma ‘Leven en Dood’ laten opnemen. Via vele verborgen camera’s werd er op afstand gefilmd op de Eerste Hulp. Verschillende malen werden patiënten pas achteraf geinformeerd waarmee de grenzen van ethiek en privacy werden overschreden. Maar ook bij voorafgaande toestemming overschrijden de partijen fundamentele [...]

zaterdag, 18 februari 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

DWARSe terugblik op het GroenLinks-congres

In acta, congres, dwars, groenlinks, leenstelsel, sociaal, studieloon, zin in de toekomst, congres, en meer.

Sprekend over de motie Afgelopen zaterdag, 11 februari, was het jaarlijkse congres van GroenLinks. Net als vorig jaar was ook nu weer congrescentrum Vredenburg in Utrecht het plaats delict. Tussen de kluwen van Kunduz-moties had DWARS, GroenLinkse jongeren drie eigenzinnige moties op het programma geplaatst. Er stond dus zeker wat op het spel. Uiteindelijk bleek het voor DWARS een meer dan geslaagde dag te worden. Lees hieronder een terugblik op het GroenLinks-congres vanuit een DWARSer perspectief.

De voorbereidingen op het congres van GroenLinks begonnen bij DWARS al ver voor die bewuste 11 februari. Zo moesten de moties geschreven worden, beoordeeld, herschreven en nog een keer gecontroleerd worden en stelden we een actieplan op om zo veel mogelijk spreekbonnen in te zamelen voor de DWARSe woordvoerders. In de week voorafgaand aan het congres kwam er daarnaast de belangstelling van de media bij. Zij verwachtten dat het een hectische bijeenkomst van GroenLinks-leden zou worden, vooral vanwege de drukte omtrent Kunduz. De media wilden daar wel de mening van de GroenLinkse jongeren over horen. Vandaar bijvoorbeeld dat ik de dag voor het congres bij BNR Nieuwsradio belandde samen met Henk Nijhof, scheidend voorzitter van GroenLinks, voor een interview met Wilfred Genee en Ed Nijpels. Zoals verwacht waren de dominerende onderwerpen in het gesprek de missie in Kunduz en de koers van GroenLinks. Juist over de koers grepen we de kans aan om GroenLinks weer in het positieve daglicht te stellen. Luister hieronder het interview terug.

Interview met BNR over GroenLinks-congres (Henk Nijhof, Ashley North)

Na alle voorbereidingen was het zaterdag dan de dag van de waarheid. Nog voordat de deuren voor het publiek waren opengesteld, was er al een grote DWARS-delegatie aanwezig om zich voor te bereiden op wat zou komen gaan. Zo namen we nog maar eens de speeches van onze moties door. Toen het zover was, was Jojanneke Vanderveen, voorzitter van DWARS, de eerste die het spits af mocht bijten. Met een vlammende toespraak pakte zij de aanwezige leden en media direct vanaf de eerste zin in. Haar oproep tot weer Zin in de Toekomst bij GroenLinks werd dan ook overweldigend overgenomen door het congres. Kijk hieronder haar toespraak terug.

Vervolgens was het mijn beurt. Met de motie “Studieloon in plaats van leenstelsel” probeerde ik het congres te overtuigen GroenLinks weer te laten kiezen voor ons eigen hervormingsplan van de studiefinanciering: het studieloon. Met de steeds verdergaande bezuinigingen op het hoger onderwijs vindt DWARS het van groots belang dat GroenLinks haar sociale alternatief laat horen. De leden waren het met ons eens. Ook deze motie werd enthousiast overgenomen, zie hieronder.

Bram in actie tegen ACTA! Als laatste DWARS-spreker was onze penningmeester aan de beurt, Bram de Kleine. Onder zijn leiding riep DWARS de GroenLinksers op zich uit te spreken tegen de door de EU voorgenomen ACTA-wetgeving. Wetgeving die privacy op internet van elke burger zwaar aantast. Na een betoog van ongeveer 2 minuten had Bram de zaal volledig ingepakt. Deze motie werd zelfs unaniem aangenomen!

Al met al was het voor de DWARS’ers dus een zeer geslaagd congres. De moties waren allen aangenomen en het was een gezellig weerzien met veel leden. Als het elk jaar zo kan gaan, schrijf ik me bij deze alvast voor de komende decennia congressen van GroenLinks in!


zondag, 12 februari 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Terugblik op campagnetour kandidaat-voorzitters GroenLinks

In politieke zaken, campagne, congres, de, december, dwars, eerste, eindhoven, energie, en meer.

Op 12 december 2011 werden Arno Uijlenhoet en Heleen Weening gepresenteerd als de kandidaten voor het voorzitterschap van GroenLinks landelijk.

Om campagne te voeren heb je mensen nodig die je helpen bij het uitdelen van flyers, feedback geven op je verhaal, helpen met social media, noem maar op. Aangezien ik ook al betrokken was geweest bij de Provinciale Statenverkiezingen campagne in Brabant, werd ik door Arno benaderd om hem te helpen bij zijn campagne.

In december waren er al enkele bijeenkomsten waar ze campagne hebben gevoerd voor hun kandidatuur, maar op 6 januari 2012 was de officieuze aftrap van hun landelijke campagnetour bij het galabal van Dwars in Utrecht.

In de U-Bar werden de beide kandidaten aan de tand gevoeld over hun standpunten. Zaken zoals het ‘aanpakken’ van de fractie met thema’s zoals Kunduz, het soort bestuurder, samenwerking met DWARS kwamen ter sprake.

IMG_3846

Na de ‘aftrap’ in Utrecht ben ik nog aanwezig geweest bij een groot aantal andere bijeenkomsten. Een korte samenvatting:

  • Nieuwjaarsborrel GroenLinks Tilburg op 8 februari 2012
    IMG_3897 IMG_3895
  • ALV GroenLinks Friesland in Leeuwarden op 14 januari 2012
    _MG_3979 _MG_3979
  • Nieuwjaarsbijeenkomst GroenLinks Leiden op 15 januari 2012
    _MG_4030 _MG_4033
  • Nieuwjaarsborrel GroenLinks Eindhoven op 22 januari 2012
    IMG_20120122_153559
  • Seats2meet bijeenkomst met als thema ‘Passie’ in Utrecht op 24 januari 2012
    IMG_4051 IMG_4063
  • Bijeenkomst GroenLinks Groningen op 26 januari 2012
    IMG_4067 IMG_4068
  • Nieuwjaarsbijeenkomst GroenLinks ‘s-Hertogenbosch op 29 januari 2012
    IMG_4085 IMG_4099
  • ALV GroenLinks Rotterdam op 1 februari 2012
    IMG_4120 IMG_4124
  • Seats2meet bijeenkomst met als thema’s ‘Identiteit’ en ‘Droom’ in Utrecht op 7 februari 2012
    IMG_4202 IMG_4204

Kortom, het was voor mij al een hele onderneming om al die afdelingen af te gaan, laat staan voor de kandidaat-voorzitters!

Door het bezoeken van diverse afdelingen krijg je een bepaalde indruk wat er zoal leeft bij de afdelingen. Hierbij een opsomming zoals ik ze ervaren heb:

  • Kunduz is een hekel punt, een punt wat nog lang niet uitgepraat is.
  • Afdelingen voelen dat er geen binding is tussen de Tweede Kamer fractie en wat er speelt in de afdelingen.
  • De rol van de partijvoorzitter blijkt in veel gevallen niet geheel duidelijk. Wat is zijn rol in de organisatie, is het een politieke functie of puur bestuurlijk en kan de voorzitter toch politieke standpunten innemen of juist niet.

Hopelijk is met het congres van gisteren het eerste punt zo goed als uitgesproken! De andere punten lijken me een taak voor de nieuwe voorzitter. Want daar is nog veel te winnen, qua binding ‘Den Haag’ en de afdelingen. Maar ook wat de rol van de voorzitter nu precies is in de organisatie.

Het hoogtepunt van de campagnetour was natuurlijk gisteren tijdens het congres. Want hoe gaat de energie die in de campagne gestoken is zich vertalen naar het aantal stemmen.

‘s Morgens moest er natuurlijk nog geflyerd worden! Arno had er voor gekozen om een duurzame flyer te maken, namelijk een van groeipapier.

IMG_4212

Als eerste stond het ronde tafel gesprek op het programma, waarbij de kandidaten aan de tand gevoeld zou worden.

Vragen over Kunduz, waarom eerst lijsttrekker Newropeans en nog veel meer zaken kwamen ter sprake.

IMG_4223 IMG_4239

Na het ronde tafel gesprek was het ‘s middags tijdens de lunch tijd om de kandidaten persoonlijk aan de tand te voelen. Tijdens een heuse speeddate kon je de kandidaten persoonlijk nog je laatste vragen stellen om je definitieve keuze te maken.

‘s Middags net voor de stemmingen kregen beide kandidaten nog 2 minuten de tijd om zich te presenteren.

Waar Arno koos voor puur een inhoudelijk verhaal ‘veilig’ achter de katheder, koos Heleen voor een verhaal waarbij ze het publiek betrok met lichten in de zaal en daarbij een inhoudelijk verhaal.

IMG_4247

Aan het applaus was al min of meer duidelijk wat de uitslag zou gaan worden van de stemming.

Na het stemmen was het even wachten op de uitslag, waarbij Heleen verkozen is tot voorzitter van GroenLinks landelijk met 649 stemmen. Arno kreeg 243 stemmen en 53 personen stemden blanco.

IMG_4252

Het is dan wel even flink balen dat de inzet van Arno, mij en nog vele andere personen van zijn campagneteam niet tot het gewenste resultaat hebben mogen leiden.

IMG_4254

In de afgelopen maanden heb ik gemerkt dat Heleen nog zoekende was welke kant ze op moest gaan met haar verhaal. Zo koos ze bij DWARS op 6 januari nog voor D’66, maar gedurende haar campagne merkte ze waarschijnlijk dat dit niet positief zou uitpakken om dit vast te houden. Daarom werd haar keuze in de weken daarop ‘GroenLinks’ in plaats van ‘D’66’.

De felheid waarmee ze de fractie zou aanspreken op thema’s zoals Kunduz lijkt ze ook steviger te hebben gemaakt in haar toezeggingen bij de diverse afdelingen. Daar waar Arno al vanaf het begin deze felheid liet blijken.

Dus grote kans dat ze zaken waar Arno al een idee bij had over heeft genomen of gaat overnemen.

Daarnaast had Jolande Sap het gisteren in haar speech op het congres over het jaar van de doorbraak, een thema waarvoor Arno zich sterk heeft gemaakt de afgelopen maanden.

Dus ondanks dat Arno geen voorzitter is geworden, heeft hij toch mooie zaken indirect al kunnen regelen in de partij!

Natuurlijk wens ik Heleen Weening veel succes toe in haar nieuwe functie als voorzitter en Matthijs Nieuwenhuis met zijn nieuwe functie als bestuurslid Publiciteit en Campagnes!

vrijdag, 10 februari 2012

Pepijn Boekhorst

Pepijn Boekhorst

GR

Apeldoornse lessen voor Nijmegen

In groen werkt, aanrader, ambtenaren, analyse, apeldoorn, begroting, blog, cbs, college, en meer.

Het dikke rapport leest als een trein: ‘de grond wordt duur betaald‘ is een aanrader. Duidelijk wordt hoe de gemeente Apeldoorn vele m2 grond voor miljoenen euro’s aankocht. Hoe ambtenaren, wethouders en raadsleden daar mee omgingen en natuurlijk wat het gevolg is: een verlies van tientallen miljoenen euro’s omdat de grond te laat, tegen een lagere prijs of soms wel nooit meer verkocht kan worden. Sinds gisterenavond weten we ook het politieke gevolg: alle wethouders zijn opgestapt en willen daarmee ruimte maken voor een nieuwe bestuurscultuur. Welke lessen zijn er te formuleren die voor Nijmegen waardevol kunnen zijn? Een belangrijke en uiterst actuele vraag, omdat beide gemeenten bijna evengroot zijn en ook in Nijmegen flink wat grond is aangekocht voor nieuwe woningen en voorzieningen.Vooropgesteld: het rapport kent 284 bladzijden en kent zoveel informatie dat het nauwelijks te bevatten is. De raadsvergaderingen heb ik heel beperkt en de openbare verhoren niet gevolgd. Ik pretendeer dan ook niet dat ik op deze blog alle lessen formuleer en dat ik volledig ben. En ik wil ook niet vooruitlopen op het onderzoek van de Nijmeegse rekenkamer dat dit jaar gestart is en in de zomer afgerond zal zijn. Zowel in Apeldoorn als in Nijmegen gaat het onderzoek over (enkele) grondexploitaties, de verantwoording aan de raad (door het college) maar ook of de raad voldoende controlerend is geweest. Bij het lezen vond ik vier zaken cruciaal die ik als les voor andere gemeenten wil formuleren. Ook voor Nijmegen natuurlijk. Ik zal per les aangeven hoe ik vind dat Nijmegen het doet.

Les 1: maak nooit een directe (en zeker geen structurele) koppeling tussen de opbrengsten van het grondbedrijf en de algemene begroting. Het Apeldoornse grondbedrijf moest ieder jaar een bedrag van 9 miljoen euro afdragen aan de algemene gemeentekas. Daar konden dan andere projecten en uitgaven van worden betaald. Dit bedrag was taakstellend, wat wil zeggen dat het vaststond, hoe goed of hoe slecht het grondbedrijf er ook financieel voor stond. (blz. 23). Deze les is al geleerd in Nijmegen: de algemene begroting in Nijmegen is niet gekoppeld aan de opbrengsten / reserve van het grondbedrijf.

Les 2: zorg voor realistische prognoses over de bevolkingsgroei en stem de afzet van gronden af op de feitelijke vraag. In Apeldoorn was de planning van het aantal gewenste woningen behoorlijk optimistisch. Er was ook discussie over met de provincie Gelderland. Nieuwe inzichten in bevolkingsprognoses zijn niet doorgevoerd in de afzet van bouwgrond. Oftewel: de vraag naar grond nam af maar alle exploitaties gingen gewoon door in hetzelfde tempo. (blz. 24) Ik constateer dat voor de belangrijkste grondexploitaties in Nijmegen de afzet van gronden de afgelopen jaren meerdere malen naar beneden is bijgesteld. Wilden we in de Waalsprong eerst nog meer dan 1.000 kavels verkopen, nu is dat teruggebracht naar 400 per jaar. Ook stel ik vast dat de groeicijfers van Nijmegen door alle deskundige instanties zoals de provincie, CBS en Centraal Planbureau eenduidig zijn. Hierover is weinig discussie: Nijmegen groeit tot 2040.

Les 3: zorg voor prioriteit tussen verschillende ontwikkelingsgebieden, creëer als overheid schaarste. In de planning van alle Apeldoornse bouwprojecten is onvoldoende prioriteit aangebracht. Alle geplande projecten moesten doorgaan. En dus wordt er overal grond aangekocht, stijgen de rentelasten sterk, en komen de planexploitaties onder druk te staan. (blz. 25) Hoewel ik niet het totaaloverzicht heb op de feitelijke aantallen bouwplannen en de spreiding over de stad, constateer ik wel dat in elk geval de laatste jaren  er een duidelijke keuze is gemaakt in ontwikkelstrategie van Nijmegen: Waalsprong, Waalfront en het stationsgebied hebben prioriteit. Nieuwbouwplannen elders in de stad worden op een lager pitje gezet, mede om groene plekken in de stad te behouden.

Les 4: De gemeenteraad moet actief de verantwoordelijkheid nemen voor de (controle op) financiële positie van het grondbedrijf. In Apeldoorn verschijnt na 2002 geen nota financiële positie grondbedrijf. Met de invoering van het dualisme wordt het grondbedrijf vooral gezien als een verantwoordelijkheid van het college. En als in 2009 uiteindelijk dan het rapport verschijnt, dan worden de zaken te rooskleurig of juist te negatief geschetst (blz. 33). De gemeenteraad gaat er vanuit dat steeds de meest actuele status worden vermeld. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Ook is het feitelijk niet mogelijk om te beoordelen of de financiële cijfers voor de totale grondportefeuille gefundeerd waren op planningsrealisme. Er was zelfs niet duidelijk wat het totale programma aan woningbouw en bedrijventerreinen was (blz. 60). In Nijmegen ontvangt de raad 2x per jaar een ‘voortgangsrapportage grote projecten’. Hierin staan de financiële gegevens en risico’s per planexploitatie. In dit document is nog geen goed totaaloverzicht te vinden van alle exploitaties en wordt ook niet duidelijk of de afzet van grond of woningen op schema ligt. In het rapport komt de dimensie ‘tijd’ nauwelijks aan bod. Deze les uit Apeldoorn is iets om als gemeenteraad op te pakken!

Al lezende in het rapport ‘de grond wordt duur betaald’ komt ik tot de conclusie dat er een aantal essentiële zaken die in Apeldoorn misgingen, in Nijmegen gelukkig anders zijn geregeld. Dat is ook de reden dat tot nu toe alle grondexploitaties (dus ook die van het Waalfront en de Waalsprong!) sluitend zijn = niet op verlies staan en de reserve van het grondbedrijf de komende jaren oploopt. Met de lessen uit Apeldoorn kan de gemeenteraad scherp blijven toezien op de ontwikkelingen van het grondbedrijf. En hopelijk biedt ook het onderzoek van de Nijmeegse rekenkamer ons goede aanbevelingen. Wanneer we  hier na de zomer in de gemeenteraad over spreken hoop ik overigens dat we inhoud van het onderzoek meer aan de orde laten komen dan in Apeldoorn. Daar ging het debat vooral over de positie van wethouders en kwamen de conclusies en aanbevelingen van het rapport nauwelijks ter sprake. Ook dat is een les die we kunnen trekken.

Al met al hebben we ook in Nijmegen geen garanties voor de toekomst en het is onbekend hoe lang de economische crisis, zeker die in de vastgoed- en bouwsector, nog aanhoudt. In Apeldoorn is niet voor niets geconstateerd dat de economische crisis de bestaande problemen met het grondbedrijf manifest heeft gemaakt en versterkt. Maar ook werd gesteld dat de problemen van voor die tijd waren. Gezien bovenstaande  analyse geeft mij dat geen garantie maar wel vertrouwen voor de toekomst van Nijmegen.

Pepijn Boekhorst

Pepijn Boekhorst

GR

Apeldoornse lessen voor Nijmegen

In groen werkt, gemeenteraad, raad, waalsprong, verantwoordelijkheid, cijfers, onderzoek, aanrader, analyse, en meer.

Het dikke rapport leest als een trein: ‘de grond wordt duur betaald‘ is een aanrader. Duidelijk wordt hoe de gemeente Apeldoorn vele m2 grond voor miljoenen euro’s aankocht. Hoe ambtenaren, wethouders en raadsleden daar mee omgingen en natuurlijk wat het gevolg is: een verlies van tientallen miljoenen euro’s omdat de grond te laat, tegen een lagere prijs of soms wel nooit meer verkocht kan worden. Sinds gisterenavond weten we ook het politieke gevolg: alle wethouders zijn opgestapt en willen daarmee ruimte maken voor een nieuwe bestuurscultuur. Welke lessen zijn er te formuleren die voor Nijmegen waardevol kunnen zijn? Een belangrijke en uiterst actuele vraag, omdat beide gemeenten bijna evengroot zijn en ook in Nijmegen flink wat grond is aangekocht voor nieuwe woningen en voorzieningen.Vooropgesteld: het rapport kent 284 bladzijden en kent zoveel informatie dat het nauwelijks te bevatten is. De raadsvergaderingen heb ik heel beperkt en de openbare verhoren niet gevolgd. Ik pretendeer dan ook niet dat ik op deze blog alle lessen formuleer en dat ik volledig ben. En ik wil ook niet vooruitlopen op het onderzoek van de Nijmeegse rekenkamer dat dit jaar gestart is en in de zomer afgerond zal zijn. Zowel in Apeldoorn als in Nijmegen gaat het onderzoek over (enkele) grondexploitaties, de verantwoording aan de raad (door het college) maar ook of de raad voldoende controlerend is geweest. Bij het lezen vond ik vier zaken cruciaal die ik als les voor andere gemeenten wil formuleren. Ook voor Nijmegen natuurlijk. Ik zal per les aangeven hoe ik vind dat Nijmegen het doet.

Les 1: maak nooit een directe (en zeker geen structurele) koppeling tussen de opbrengsten van het grondbedrijf en de algemene begroting. Het Apeldoornse grondbedrijf moest ieder jaar een bedrag van 9 miljoen euro afdragen aan de algemene gemeentekas. Daar konden dan andere projecten en uitgaven van worden betaald. Dit bedrag was taakstellend, wat wil zeggen dat het vaststond, hoe goed of hoe slecht het grondbedrijf er ook financieel voor stond. (blz. 23). Deze les is al geleerd in Nijmegen: de algemene begroting in Nijmegen is niet gekoppeld aan de opbrengsten / reserve van het grondbedrijf.

Les 2: zorg voor realistische prognoses over de bevolkingsgroei en stem de afzet van gronden af op de feitelijke vraag. In Apeldoorn was de planning van het aantal gewenste woningen behoorlijk optimistisch. Er was ook discussie over met de provincie Gelderland. Nieuwe inzichten in bevolkingsprognoses zijn niet doorgevoerd in de afzet van bouwgrond. Oftewel: de vraag naar grond nam af maar alle exploitaties gingen gewoon door in hetzelfde tempo. (blz. 24) Ik constateer dat voor de belangrijkste grondexploitaties in Nijmegen de afzet van gronden de afgelopen jaren meerdere malen naar beneden is bijgesteld. Wilden we in de Waalsprong eerst nog meer dan 1.000 kavels verkopen, nu is dat teruggebracht naar 400 per jaar. Ook stel ik vast dat de groeicijfers van Nijmegen door alle deskundige instanties zoals de provincie, CBS en Centraal Planbureau eenduidig zijn. Hierover is weinig discussie: Nijmegen groeit tot 2040.

Les 3: zorg voor prioriteit tussen verschillende ontwikkelingsgebieden, creëer als overheid schaarste. In de planning van alle Apeldoornse bouwprojecten is onvoldoende prioriteit aangebracht. Alle geplande projecten moesten doorgaan. En dus wordt er overal grond aangekocht, stijgen de rentelasten sterk, en komen de planexploitaties onder druk te staan. (blz. 25) Hoewel ik niet het totaaloverzicht heb op de feitelijke aantallen bouwplannen en de spreiding over de stad, constateer ik wel dat in elk geval de laatste jaren  er een duidelijke keuze is gemaakt in ontwikkelstrategie van Nijmegen: Waalsprong, Waalfront en het stationsgebied hebben prioriteit. Nieuwbouwplannen elders in de stad worden op een lager pitje gezet, mede om groene plekken in de stad te behouden.

Les 4: De gemeenteraad moet actief de verantwoordelijkheid nemen voor de (controle op) financiële positie van het grondbedrijf. In Apeldoorn verschijnt na 2002 geen nota financiële positie grondbedrijf. Met de invoering van het dualisme wordt het grondbedrijf vooral gezien als een verantwoordelijkheid van het college. En als in 2009 uiteindelijk dan het rapport verschijnt, dan worden de zaken te rooskleurig of juist te negatief geschetst (blz. 33). De gemeenteraad gaat er vanuit dat steeds de meest actuele status worden vermeld. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Ook is het feitelijk niet mogelijk om te beoordelen of de financiële cijfers voor de totale grondportefeuille gefundeerd waren op planningsrealisme. Er was zelfs niet duidelijk wat het totale programma aan woningbouw en bedrijventerreinen was (blz. 60). In Nijmegen ontvangt de raad 2x per jaar een ‘voortgangsrapportage grote projecten’. Hierin staan de financiële gegevens en risico’s per planexploitatie. In dit document is nog geen goed totaaloverzicht te vinden van alle exploitaties en wordt ook niet duidelijk of de afzet van grond of woningen op schema ligt. In het rapport komt de dimensie ‘tijd’ nauwelijks aan bod. Deze les uit Apeldoorn is iets om als gemeenteraad op te pakken!

Al lezende in het rapport ‘de grond wordt duur betaald’ komt ik tot de conclusie dat er een aantal essentiële zaken die in Apeldoorn misgingen, in Nijmegen gelukkig anders zijn geregeld. Dat is ook de reden dat tot nu toe alle grondexploitaties (dus ook die van het Waalfront en de Waalsprong!) sluitend zijn = niet op verlies staan en de reserve van het grondbedrijf de komende jaren oploopt. Met de lessen uit Apeldoorn kan de gemeenteraad scherp blijven toezien op de ontwikkelingen van het grondbedrijf. En hopelijk biedt ook het onderzoek van de Nijmeegse rekenkamer ons goede aanbevelingen. Wanneer we  hier na de zomer in de gemeenteraad over spreken hoop ik overigens dat we inhoud van het onderzoek meer aan de orde laten komen dan in Apeldoorn. Daar ging het debat vooral over de positie van wethouders en kwamen de conclusies en aanbevelingen van het rapport nauwelijks ter sprake. Ook dat is een les die we kunnen trekken.

Al met al hebben we ook in Nijmegen geen garanties voor de toekomst en het is onbekend hoe lang de economische crisis, zeker die in de vastgoed- en bouwsector, nog aanhoudt. In Apeldoorn is niet voor niets geconstateerd dat de economische crisis de bestaande problemen met het grondbedrijf manifest heeft gemaakt en versterkt. Maar ook werd gesteld dat de problemen van voor die tijd waren. Gezien bovenstaande  analyse geeft mij dat geen garantie maar wel vertrouwen voor de toekomst van Nijmegen.

Brechtje Paardekooper

Brechtje Paardekooper

Hyves Linkedin Twitter

GroenLinks en Kunduz: damned if you do, ...

In congres, kunduz, meerderheid, de, wonen.
Morgen trekken ruim 1500 GroenLinksers richting Utrecht om het 30e congres van hun partij bij te wonen. Daarbij zullen ze zich buigen over maar liefst 5 moties over de missie in Kunduz, waarvan er 3 pleiten voor terugtrekken. Je kunt dit gerust een Kunduz-congres noemen.En het is niet voor niets. Het programma 1Vandaag berichtte dat de partij zowel als de kiezers in meerderheid tegen de missie

woensdag, 8 februari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: werken

In het menu, niet op voorpagina, deeltijdpensioen, deeltijdwerken, europese unie, pensioen, richard branson, uwv, werk, en meer.
De EU debatteert al een tijd over het thema werk. Met name de toenemende werkeloosheid – in Spanje loopt die onder jongeren op tot 50% - en de kosten van de pensioenen baren zorgen. Kenmerkend is het eendimensionale karakter van de discussie: werken of niet werken. Onlangs werd Richard Branson in het programma College Tour gevraagd wat hij zou doen wanneer hij de baas van Nederland was. Het antwoord was verbluffend vanwege zijn eenvoud: hij zou al het werk eerlijk verdelen over iedereen. Wat een idee! We bouwen de landelijke werkeloosheidsorganisatie UWV om tot een organisatie ter verdeling van het werk over iedereen. Onderhandelingen bij reorganisaties gaan niet meer over ontslag van een deel der werknemers, maar over deeltijdontslag van alle werknemers. Deeltijdwerken geeft ouders meer ruimte om zich met de zorg voor hun kinderen bezig te houden. En dan de pensioenen. We veranderen werken óf pensioen in werken én pensioen. Ouderen krijgen de mogelijkheid om vanaf hun 60e een deel van het werk in te ruilen voor pensioen en zo door te werken tot hun 70e of langer. De pensioenfondsen krijgen lucht en de combinatie jong met lef en oud met wijsheid doet het doorgaans goed op de werkvloer.

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

Zeggenschap

In default, leiden, raad, programma, stad, de, gesprek, afspraak, wethouder.
Dinsdagavond mocht ik een gesprek leiden tussen actieve bewoners uit de stad en gemeenteraadsleden. Deze afspraak was een toezegging van wethouder Mary Fiers aan de raad in het kader van het programma Burgerparticipatie. Na een opening van de wethouder en een voorstelronde schetste collega Hans Wetzer de kaders van het gesprek. De sessie ging niet [...]

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2288 uur (95,3 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2,1 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5