“Er moet nú een conducteur bijkomen. Ik heb hier 12 coupés vol mensen die naar Utrecht en anders kan ik niet vertrekken”. Onvervalst Rotterdams schalt de NS medewerker door de walkietalkie en telefoon tegelijkertijd. De Marokkaans uitziende conducteur ijsbeert zichtbaar gestrest over het perron langs de trein vol passagiers die wachten op vertrek. Den Haag Centraal, kwart voor elf donderdagavond.
De borrel was zo gezellig, dat ik me heb gehaast om nog in Nijmegen aan te komen. Wegens een kapotte trein tussen Utrecht en Den Haag was de hele boel al een uur vertraagd. En nu kan deze trein ook al niet vertrekken! Geïrriteerd stap ik toch maar in. Buiten zie ik de conducteur bellen en overleggen, maar we komen niet in beweging. Mijn beeld over de spoorwegen wordt er niet positiever op. Niet voor niks hebben de NS en ProRail al bakken met kritiek over zich heen gekregen na het afgelopen winterweer. De aangepaste dienstregeling is nog steeds van kracht. De NS app op mijn smartphone zegt dat er iets voor één na middernacht nog een trein gaat van Utrecht naar Nijmegen, maar later blijkt die dus ook niet te rijden. Kom ik nog wel thuis? De zorgen nemen toe onder meerdere passagiers.

Dan komt de trein in beweging. Conducteur X (ik heb zijn naam niet kunnen achterhalen) spreekt door de intercom: “Dag mensen. We hebben wat vertraging omdat er een conducteur is uitgevallen en ik niet alleen op de trein mag staan. Ik heb vervanging proberen te regelen, maar dat lukte niet op tijd. We zijn toch vertrokken, ik doe het nu dus even in mijn eentje. Als er vragen zijn kan je bij me terecht, ik loop een rondje door de trein. Werk een beetje mee, want ik kan niet in alle treinstellen zijn.” Conducteur X schalt de mededeling met zo’n lekker accentje het treinstel in, dat mijn medepassagiers een lach nauwelijks kunnen onderdrukken. Dat mannen geen twee dingen tegelijk kunnen, is een vooroordeel dat deze conducteur direct rechtzet. Hij beantwoordt vragen van drie passagiers, springt op om te fluiten en de deuren te sluiten en ondertussen belt hij constant met de NS om de zaken in goede banen te leiden.
We naderen Gouda. “Voor alle passagiers die verder dan Utrecht moeten, niet uitstappen! We zijn druk op zoek naar een oplossing zodat jullie thuis kunnen komen”. De batterij van mijn mobiel is op, dus ik kan geen vrienden bellen om een alternatieve slaapplek te regelen. De onrust onder mijn medepassagiers neemt ook toe. Alle ogen zijn gericht op conducteur X, die inmiddels weer de intercom heeft gevonden.
“Alle passagiers voor de richting Zwolle, Apeldoorn, Ede-Wageningen, Arnhem en Nijmegen verzamelen in de eerste klas”. Dertien mensen verzamelen zich in de coupé. De sfeer is vrolijk en ontspannen. Ik ben niet meer ongerust, merk ik. Conducteur X is zo hard aan het werk. Hij zegt waar het op staat, draait niet om de problemen heen. Het is zijn heilige missie te zijn om iedereen thuis te krijgen, maakt niet uit hoe. Als je er maar komt. Naast me zitten twee dames die net het Nationaal Ballet hebben bezocht en naar Apeldoorn moeten. Er ontstaan leuke gesprekken over politiek, dans en natuurlijk het OV. We zijn het erover eens dat de conducteur een lintje verdient en we spreken af hem in het zonnetje te zetten. Bijna on-Hollands optimisme maakt zich van ons meester.
“Jullie moeten naar Arnhem, Ede-Wagingen en Nijmegen. Hebben jullie pen en papier bij de hand? Jullie taxinummer is 3469, bij de busplaats eerste uitgang vanaf Hoog Catherijne. Weet je het niet te vinden? Dan regel ik twee medewerkers die jullie opvangen op het perron en naar de taxi brengen. Oja, iedereen heet vanavond Janssen, dat is de naam die ik heb opgegeven voor het taxibedrijf. Scheelt gedoe”.
“Wat is je naam?” vraagt een dame. “Nee, nee mevrouw, dit is mijn werk.” Conducteur X. kan niet meer stuk. “Welkom op Utrecht Centraal mensen. We vertrokken met 10 minuten vertraging uit Den Haag en nu zijn we nog maar 1 minuutje te laat. Dankzij onze geweldige machinist. Excuses voor de overlast en een fijne avond”
Twee uit de kluiten gewassen NS medewerkers vangen ons inderdaad op om de weg naar de taxi te wijzen. Met het fototoestel in de aanslag lopen we langs conducteur X, die geniet van een welverdiend sigaretje. Zijn naam hebben we niet kunnen achterhalen. Snel knip ik een foto van hem. “Dag conducteur!” Je gaat toch een pluim krijgen, neem ik me voor.
Om kwart over één zet de taxichauffeur me af op station Nijmegen. De rekening (zeker een gepeperde) is voor de NS. Dikke pret gehad met mijn medepassagiers tijdens de rit. Ik heb nog nooit zo’n leuke vertraging gehad. Dankzij conducteur X.

Tegenspoed verbroederd. Zeker als er een held opstaat.