woensdag, 25 januari 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Bestuurlijke brei

In arnhem, media, politiek, arnhem, bestuur, ambtenaren, begrijpen.

Mijn complimenten voor documentairemaker Michiel van Erp voor zijn documentaire ‘Postmoderne hutspot’ over opkomst en ondergang van het Nationaal Historisch Museum. De documentaire is nog maar een week online en zeker verplichte kost voor een ieder die iets wil begrijpen van bestuurlijke processen, al bestaat het risico dat er na het bekijken van de documentaire meer vragen dan antwoorden liggen. In mijn optiek is het een leerschool voor politici, bestuurders en ambtenaren.

——————————————————————————————————-

VPRO: Het Uur van de Wolf (uitzendinggemist) \’Postmoderne hutspot\’

——————————————————————————————————-

Bijzonder is dat de vergadering nav het onderzoek door Grondmij gefilmd kon worden. Dit zit in het tweede deel van de documentaire. De bestuurlijke elasticiteit van de Arnhemse burgemeester Krikke valt ook wel op gedurende het traject. Ze blijft keurig in het gelid ondanks dat er van links en rechts allerlei strapatsen worden uitgehaald. Ze begint in het wiel bij Jan Vaessen en langzaam manoevreert ze zich in de waaier van minister Plasterk, die ook wel voelt voor de plannen van Schilp. Ik hoop ooit middels een biografie nog wel de echte mening van Paulien Krikke te horen.

maandag, 23 januari 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Linkse Lente?

In het weekend dat PvdA en CDA hun congressen hielden, werd Emile Roemer wakker met een cadeautje. Voor het eerst in de geschiedenis was de SP de grootste in de peilingen. De roerganger van de SP heeft een mooie virtuele winst binnengepraat. Kiezers van PvdA en PVV zijn het erover eens. Na alle Pimmen, Rita’s en Geerten, is Emile Roemer nu dé man voor de zwevende stem. Tweeëndertig virtuele zetels mocht hij bezetten volgens peilend orakel Maurice de Hond. Volgens het onderzoek van trekt de SP onder Roemer vooral kiezers met een laag inkomen, en haalt ze weg bij Wilders’ PVV.

Volgens Emile komen zijn nieuwe kiezers van de PVV, omdat ze daar eindelijk door beginnen te krijgen dat Geert Wilders de ene na de andere belofte breekt. Job Cohen is ondertussen dolblij en helemaal niet zurig over het nieuws van Maurice de Hond. Hij ziet de stemmen van de PVV graag naar de SP verdwijnen. En wat betreft de Partij van de Arbeid zelf; die gaat het minderheidskabinet van Rutte en Verhagen in zijn sop laten gaarkoken de komende maanden. Als de PVV het af laat weten, moeten ze maar nieuwe verkiezingen uitschrijven, luidt het devies. En dan volgt er vast een heerlijk warm bad van linkse samenwerking…

Het is echter nog maar de vraag of Cohen daar zo blij moet zijn. Want hoewel Geert en Emile het stellig zullen ontkennen, zijn de PVV en de SP wel degelijk verwante partijen. De kiezers stappen niet voor niets zo makkelijk over de links-rechts-grens. Geert mag nog zo’n hekel hebben aan alles wat riekt naar links, en Emile Roemer kan zich nog zo verontwaardigd voelen door het bruuske taalgebruik van de gemiddelde PVV’er, we hebben het over twee partijen die – op het standpunt van immigratie en ontwikkelingssamenwerking na – meer met elkaar gemeen hebben dan ze voor doen komen.

De SP en PVV zijn beiden een partij voor boze, behoudende en zelfs verontwaardigde kiezers, waar we er steeds meer van lijken te hebben. Kiezers die denken ‘het Volk’ te zijn, en te weten wat ‘het Volk’ wil. Kiezers die politici te pas en te onpas voor zakkenvullers uitmaken. Kiezers die Europa het liefst morgen torpederen, zonder zich ook maar een minuutje druk te maken over de mogelijke gevolgen voor hun portemonnee. Kiezers die zich überhaupt niet graag verdiepen in ingewikkelde materie, maar aan een paar rake oneliners genoeg hebben om hun waardevolle stemrecht in het stemhokje te verzilveren. Kiezers die bovenal graag overal “nee”op zeggen…

Het lijkt mij tijd, dat niet alleen de politici van PvdA (en CDA), maar ook GroenLinks zich eens achter de oren gaan krabben. Want als dit zo door gaat, bereiken PVV en SP samen bij de volgende verkiezingen meer dan 50 zetels, of misschien zelfs het pluche. En het is leuk, al dat gepraat over een linkse lente, maar of de SP die lente gaat brengen, waar deze eurofiele partijen op zitten te wachten? Het lijkt mij niet. Met een stevige SP én PVV in de Tweede Kamer zijn we nog verder heen dan nu. Hoe conservatief wil je het hebben?

Het wordt tijd dat PvdA en GroenLinks eens wat harder roepen wat ze willen. En het wordt tijd om dat gefilosofeer over een linkse samenwerking eens te laten, en het eigen geluid over het voetlicht te brengen, desnoods in extreme jip-en-janneketaal. Ik zou PvdA en GroenLinks graag in een volgend kabinet zien. Maar een kabinet met de SP, daar zit ik nu net niet op te wachten…


zondag, 22 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

CDA mag uitgangspunten niet weer gebruiken als dekmantel.

In politiek, belangrijk, besluiten.
Het CDA heeft dit weekeinde zijn nieuwe uitgangspunten en toekomstvisie gepresenteerd. ‘Radicaal voor het midden’ is de bijbehorende slogan. Goed gekozen. Radicaal in de geest van terug naar de oorsprong, de wortels van het CDA. Radicaal zijn is niet nieuw. We kenden de al voor een belangrijk deel uit de Katholieke Volkspartij (KVP) voortgekomen Politieke Partij Radicalen (PPR), die later in GroenLinks is opgegaan. De PPR was radicaal omdat ze ‘ingrijpende hervormingen’ wilde.
Het CDA hoort echter in het midden thuis. De nu gepresenteerde visie is niet vernieuwend. Beetje oneerbiedig: ‘oude wijn in nieuwe zakken’. Veel uitgangspunten zijn alleen herschreven in een wat moderner taalgebruik. En ook het huidige verkiezingsprogramma bevat al veel van het gedachtegoed dat nu weer wordt geuit. Maar de visie contrasteert wel met de huidige CDA-politiek.

Het CDA moet wel radicaal veranderen. Niet zozeer wat de politieke uitgangspunten betreft, maar meer zijn dagelijkse politiek. Op dit moment is het CDA geen middenpartij. Rechts heeft de macht overgenomen binnen het CDA. Maar de deelname aan het gedoogkabinet Rutte heeft gezorgd voor een verdere teloorgang van de partij. De partij volgt op hoofdthema’s niet haar eigen uitgangspunten. Ze doet veel te veel water bij de wijn. Het CDA is niet trouw aan zichzelf. Dat rekent de kiezer het CDA aan.

Als het CDA het vertrouwen van veel kiezers wil terugwinnen, dan zal het moeten handelen conform zijn eigen doelstellingen. Hoe eerder, hoe beter. De kiezer zal het CDA niet geloven op basis van mooie standpunten in een klein boekje, maar op de politieke besluiten. Daar zit het CDA in een spagaat. Als het CDA zo doorgaat dan zal de kiezer de mooie uitgangspunten al weer snel zijn vergeten en zich hoogstens nog herinneren hoe onbetrouwbaar het CDA is ten opzichte van de eigen idealen. Het CDA zal dus moeten bewijzen dat het radicaal wil veranderen.

Als het CDA daadwerkelijk wil breken met de huidige politiek en het bijbehorende imago, dan zal dat radicaal moeten. Het is zeker niet genoeg als de huidige gezichten alleen maar een ander verhaal vertellen. Dat is een niet geloofwaardig ‘zoals de wind waait, waait mijn jasje’.
De hele politieke top moet worden vernieuwd. Iedereen die dit gedoogkabinet van harte ondersteunt en die het CDA profileert in het Kabinet en Tweede Kamer, zal moeten plaatsmaken. Alleen zo geeft het CDA een duidelijk signaal dat het menens is, dat de daad ook bij het woord wordt gevoegd. Daarbij lijkt het wijs om ook het harde, hanige imago van de huidige invloedrijke CDA'ers te veranderen in een politiek handelen met meer ‘vrouwelijke’ karaktertrekken.
Als in de toekomst de op zich aansprekende uitgangspunten weer worden gebruikt als dekmantel voor te rechts handelen, dan is dat waarschijnlijk de doodsteek voor dit CDA. Dan kan de partij zich beter opsplitsen in een sociaal-christelijke partij en een rechtse partij.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Only Nixon could go to China: waarom dit kabinet de hypotheekrenteaftrek gaat aanpakken

In de linkerhoek is er over weinig dingen consensus, maar over een paar dingen kunnen linkse partijen het wel eens worden: de hypotheekrenteaftrek zou aangepakt moeten worden. De lijn van CDA, PVV en VVD is helder: handen af van de hypotheekrenteaftrek. Je zou dus verwachten dat dit kabinet niets aan de hypotheektrenteaftrek gaat doen en dat dit in een Paars-plus-achtige variant wel had gekund. Niets is minder waar: alleen een rechts kabinet kan en zal de hypotheekrente aanpakken.

Niet over Links

Een kabinet met linkse partijen, of het nu gaat om een Paars Plus, een Christelijk-sociale of een Roti-variant zou in het huidige gesternte niets doen aan de hypotheekrenteaftrek. De reden hiervoor is vrij simpel: rechtse kiezers willen dat er niets aan de hypotheekrenteaftrek verandert. Ze hebben vaak zelf een eigen huis met hypotheek en willen niet dat hun lasten verzwaren. De combinatie van een onderwerp dat veel mensen in hun portemonee raakt en de hoge zichtbaarheid die rechtse partijen zelf aan het onderwerp hebben gegeven door wijzigingen uit te sluiten maakt het onderwerp gevaarlijk.

In een variant met linkse partijen zouden CDA of VVD, of CDA en VVD mee regeren. De PVV lijkt me uitgesloten. Rekensom is dan vrij simpel: bij een verregaande wijziging van de hypotheekrenteaftrek zal de PVV moord en brand schreeuwen, en zo rechtse kiezers bij CDA en VVD weg trekken. De linkse partijen zullen dus niet van de rechtse partijen kunnen eisen dat ze dit doen: dat zou electorale zelfmoord zijn.

Wel over Rechts

CDA, VVD en PVV zullen dit kabinet niet laten vallen: het CDA kan niet breken met dit kabinet: dan verliest ze de helft van haar zetels. De VVD kan in dit kabinet haar volledige programma implementeren. Het is de vraag of de PVV als ze dit kabinet laten vallen over de hypotheekrenteaftrek weer in zo’n goede positie terug kunnen komen. Daarnaast, sociaal-economische onderwerpen behoren niet tot de kern van de PVV: dat zijn Islam, immigratie en integratie. En daarop krijgt de partij wel wat ze wil. Kortom: geen enkele partij heeft er een belang bij om dit kabinet te laten vallen.

En als er extra miljarden bezuinigd moet worden, dan moet er ook iets gebeuren aan de hypotheekrenteaftrek. Je ziet dat het CDA, en met name het Wetenschappelijk Instituut al langer met voorstellen rond lopen om de hypotheekrenteaftrek te beperken. Het interessante is dat dit kabinet al bezig is geweest met een hervorming van de hypotheekrenteaftrek: door aflossingsvrije hypotheken uit te sluiten van de hypotheekrenteaftrek bijvoorbeeld. Afschaffing zal het nooit heten, maar een ‘aanpassing’ kan de nodige ruimte op de begroting maken.

Only Nixon could go to China

Het idee is simpel: only Nixon could go to China. Alleen de meest conservatieve, anti-communistische president kon een toenadering maken naar communistische China. Een liberale Democraat zou zijn aangevallen als een peaceloving beatnik. Juist een rechts kabinet kan als enige de hypotheekrenteaftrek aanpakken: een kabinet met linkse partijen zou te gevoelig zijn voor aanvallen van rechtse oppositiepartijen.

vrijdag, 20 januari 2012

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Drie keer links

Zaterdag 14 januari openden de drie linkse partijen gezamenlijk het jaar. GroenLinks, PvdA en SP willen alle drie ‘een ander Nederland’. We willen samen “slim, solidair en ‘groen’ investeren” in ons land om de crisis te bestrijden.
Juist onder het meest rechtse kabinet sinds Van Agt-Wiegel ligt het voor de hand om alle linkerhanden ineen te slaan. Samen staan we sterk en zo. Hoe ver moet zulke samenwerking nou gaan? Eén sterk links alternatief lijkt aanlokkelijk. En er is veel voor te zeggen. Maar is het tactisch wel handig?

Eerst maar eens wat er allemaal vóór te zeggen valt. De drie partijen die zichzelf gewoon links durven te noemen lijken elkaar in elk geval prachtig aan te vullen.
De SP spreekt de taal van de gewone mensen, niet alleen van de Nederlanders die spreekwoordelijk hard werken, maar zeker ook van de mensen die van een uitkering rond moeten komen. SP-ers klagen steen en been over alles wat er mis is en mis gaat in de samenleving en verwoorden daarmee precies hoe veel mensen erover denken. PVV-stemmers die hun hersenen gebruiken, zien dat de partij van hun eerdere keuze hen nu naait met de miljardenbezuinigingen die ze beginnen te voelen en stappen over naar de SP.
De PvdA heeft meer dan de andere twee de regenten in de gelederen die het land, de provincie of de stad kunnen besturen op grond van hun kennis en ervaring. De term ‘regent’ bedoel ik in dit verband uitdrukkelijk niet pejoratief. Oorspronkelijk zijn regenten immers de eerste bestuurders die hun positie niet bekleedden op grond van hun afkomst, maar op basis van hun verdienste. In een meritocratie zitten veel van de PvdA-bestuurders volkomen terecht op het pluche. Hun taal spreekt de kiezers wel niet meer zo aan, maar is wel de taal waarmee je de dingen gedaan krijgt.
En GroenLinks ten slotte is de ideeënpartij zonder macht die het meest op een ‘volhoudbare’ toekomst is gericht. Wij kunnen op links de nuance inbrengen, de horizon verleggen, creatieve ideeën aandragen en de multiculturele samenleving verdedigen. Wij spreken het nadenkende deel der natie aan. Als we heel erg ons best doen misschien ook nog wel de activisten en de anarchisten en de pacifisten voor zover ze zich niet allang moedeloos van de parlementaire democratie hebben afgewend.

Tussen haakjes. Op landelijk niveau is een nieuwe linkse eenheid zelfs een uitkomst voor de drie huidige politieke leiders. Roemer is de gedroomde voorman in de campagne, die de rechtse drammers en bezuinigingsbulldozers alle hoeken van de Kamer laat zien. Cohen komt ongetwijfeld veel beter tot zijn recht als minister-president dan als parlementariër. En wij zijn verlost van stuntelende stekkerdoosstukjes.

Het is echter niet moeilijk om de problemen binnen de linkse drie-eenheid te zien aankomen, zeker als het sentiment ‘anti-rechts’ zijn centripetale kracht op den duur verliest. Want als de SP bijvoorbeeld zegt wat mensen erover denken, betekent dat: ‘de hoge heren zorgen alleen maar goed voor zichzelf’ en ze bedoelen daarmee nou precies de bestuurders waar de PvdA hetzelfde patent op heeft als het CDA.
Die PvdA-bestuurders zijn in Zwolle bijvoorbeeld niet te beroerd om in een college met de VVD en het CDA (en de ChristenUnie trouwens) te schipperen om de ‘kille bezuinigingen’ (Cohen, Roemer en Sap) van het kabinet te verstouwen. Zij bezuinigen lekker op de voorzieningen die de last voor de zwakkere schouders in onze stad nog een beetje dragelijk maakten, maar willen niet eens nadenken over een kleine lastenverzwaring voor de Zwolse huizenbezitters.
GroenLinks zal overigens in een constellatie terecht komen waarin duurzaamheid vooral geweldig is omdat (of in het ergste geval: alleen maar als) het geld oplevert, kunst omdat het de economie stimuleert en multiculti omdat het werk toch door íemand gedaan zal moeten worden.

Ik zie een doorslaggevende reden om de samenwerking beslist niet te laten, maar vooral niet te ver te voeren. Die reden is van tactische aard, ik geef het toe. Want principieel zijn de onderlinge verschillen op links natuurlijk kleiner dan de kloof met rechts (ik blijf maar even via de links-rechts-lijn redeneren om dit verhaal niet te gecompliceerd te maken, al ken ik natuurlijk ook de kwadranten en de hoefijzers die de politieke werkelijkheid wel wat beter of in elk geval genuanceerder verbeelden en bijvoorbeeld laten zien dat D66 en VVD op sommige terreinen dichter bij GroenLinks staan dan de SP).

In de media-democratie waarin we ons nu eenmaal bevinden, krijgen drie partijen grosso modo drie keer zo veel aandacht als één partij. Die vuistregel gaat niet in alle opzichten op, maar bijvoorbeeld bij het grote ‘lijsttrekkersdebat’ heb je meer inbreng als er drie linkse partijleiders hun geluid mogen laten horen dan wanneer we maar met ééntje vertegenwoordigd zijn.
En zoals je christelijk-rechts, ondernemers-rechts en dom-rechts hebt, kun je maar beter ook alle toonaarden van het linker orkest laten horen. Want in de werkelijkheid waarin de kiezer leeft op het moment waarop hij in het stemhokje staat, kan een CDA-er zomaar vertrouwen krijgen in de PvdA-voorman, een PVV-er zijn hoop stellen op de SP en een VVD-er zomaar kiezen voor een duurzame variant van het liberalisme.

Drie keer links is dus gewoon meer dan één keer links.


John Jorna

John Jorna

Station Driebergen-Zeist in de toekomst

In column van de week, activiteiten, arnhem, auto, bedrijf, beperking.

NOG WAT PUNTJES OP DE I NODIG

De verbinding tussen Zeist en Driebergen, de Driebergseweg – Hoofdstraat, is een weg met hindernissen. Er zit een dubbele op- en afrit van de A12 in en een overweg bij station Driebergen-Zeist. De kruising met de A12 wordt nu verruimd in het kader van de verbreding van de A12. Het Bunnikse Bedrijf BAM heeft er een mooie klus aan nu er nog maar weinig woningen en gebouwen kunnen worden gebouwd. Die verbreding hakt er letterlijk goed slecht in, want er zijn heel wat bomen gesneuveld. Elke keer als ik er dan weer langs fiets, denk ik: “Hoe lang blijft die benzine nog betaalbaar voor de gemiddelde automobilist?” De vraag neemt enorm toe en het aanbod stijgt te weinig. Het winnen van de aardolie wordt steeds kostbaarder. Komt er een moment, dat die A12 er grotendeels ongebruikt bij ligt?

Daarom is het maar goed, dat er tegelijk gewerkt wordt aan verbetering van het spoor. Bij station Driebergen-Zeist komen straks vier sporen en gaat de Driebergseweg onder het spoor door. De vier sporen maken het mogelijk, dat intercity’s hier een stoptrein passeren en zo kunnen er straks meer treinen rijden tussen Utrecht en Arnhem en tussen Utrecht en Veenendaal en Rhenen. Die snelsporen komen aan de buitenkant te liggen en middenin komt een breed eilandperron waar aan weerszijde treinen kunnen stoppen. Onder de sporen en het perron komen de fietsenstalling en het stationsgebouw en een doorgang voor fietsers en voetgangers. Via een trap en een lift kan men op het perron komen. Tijdens een informatieavond merkte iemand op, dat als er iets flink fout gaat op een van de sporen ter hoogte van de trap er geen andere vluchtweg is voor de mensen op het eilandperron dan over de sporen. Mijn conclusie was, dat er nooduitgangen moeten komen aan de oost- en de westkant van het eilandperron. Aan de oostkant zou een (beweegbare) trap kunnen komen naar het fietspad aan de oostkant van de Driebergseweg. Dat fietspad ligt hoger dan de weg voor de auto’s. Meer westelijk zou de vluchtweg via een tunnel naar de parkeergarage kunnen lopen.

Die parkeergarage voor 800 auto’s is nog niet definitief op de plek gesitueerd. De kantoren aan de huidige Stationsweg moeten er voor wijken. Er is veel leegstand bij kantoren. Een nieuwe locatie vinden lijkt geen probleem, maar het moet ook financieel rondkomen. Uit de woorden van de gedeputeerde maakte ik op, dat hij rond dit station meer activiteiten wil. Het huidige P+R terrein zou daar ruimte aan bieden, maar ik vrees, dat er ook verlekkerd wordt gekeken naar tuincentrum en kwekerij Abbing. Voor sommige mensen zijn kantoren veel mooier dan een kwekerij met bloemen en planten.

Het is wel zeer wenselijk, dat er meer parkeermogelijkheden komen. Ik verwacht ook, dat er meer treinforensen zullen komen als het auto rijden te kostbaar wordt. Het is mij niet duidelijk geworden of het perron vanuit de parkeergarage rechtstreeks bereikbaar is. Het lijkt mij zeer wenselijk. Of een lift dan ook nog rendabel is zou men moeten nagaan. De Heuvelrug kent veel instellingen voor ouderen en mensen met een beperking. Camera’s zullen in de parkeergarage en de tunnel naar het perron voor veiligheid moeten zorgen.

Voor fietsers is de situatie vergeleken bij het vorige ontwerp verbeterd. De route Odijk – Zeist wordt dagelijks gebruikt door tientallen scholieren en mensen, die met de trein naar hun werk gaan. Hij maakt ook deel uit van de landelijke fietsroute LF4. Vergeleken bij het vorige ontwerp is de route veel veiliger geworden voor fietsers. Als zij vanuit Odijk rechtsaf moeten over een “Nieuwe Stationsweg” moeten ze alleen verkeer van rechts voorrang verlenen. Deze T-kruising zou wat veiliger kunnen worden door een plateau. Tot het kruispunt bij de Breullaan is er geen kruising meer met doorgaand autoverkeer. Wel moeten ze omlaag onder het spoor door en weer omhoog. Onder de sporen en het perron is ook de fietsenstalling. Dus moet er voor de toegang voldoende ruimte zijn zodat de doorgang op het fietspad niet wordt versperd. Ik merkte ook, dat ik redelijk comfortabel naar het fietspad door het landgoed Willinkhof kan fietsen. Maar men hoopt, dat alles klaar zal zijn in 2020 en dan zou ik 85 jaar jong zijn. Of ik dan nog kan fietsen? Ik hoop het mee te maken!

Jaargang 4, Nr. 198.

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Rechts geeft niets om uw veiligheid

Velen hebben op de (gedoog)partijen van dit ultrarechtse kabinet gestemd omdat ze de samenleving onveilig geworden vinden. Ze denken dat linkse partijen daar niets aan doen, dus moet er iemand eens even flink met de rechtervuist op tafel slaan en actie ondernemen.

Vandaag mocht ik daar de gevolgen van ondervinden, toen ik aangifte ging doen van diefstal. Maandag is mijn telefoon gestolen. Een jongen die van achter mij aan kwam fietsen, greep mijn telefoon uit mijn handen en ging er vandoor. Ik sprong op mijn fiets en reed hem achterna. Hij kon minder hard fietsen dan ik of dacht misschien dat ik minder hard reed, maar ik begon langzaam dichterbij te komen. Bij een druk kruispunt had de dief ontzettend veel geluk. Hij kon net oversteken voor de auto’s gingen rijden en ik net niet. Daardoor wist hij me te ontkomen.

Ik fietste naar huis en heb mijn verbinding laten blokkeren, zodat de dief in ieder geval niet zou kunnen bellen en geen gebruik zou kunnen maken van mijn applicaties en alle informatie die daarmee verkrijgbaar is. Later kwam ik erachter dat er ook applicaties zijn (die je zelfs op afstand kunt installeren) waarmee je de locatie kunt opvragen, foto’s kunt maken en je gegevens kunt wissen op afstand. Helaas was het daar al te laat voor op dat moment.

Ik deed een internetaangifte, maar die werd afgewezen omdat ik de dader had gezien. Mijn beschrijving van de dader strekte niet verder dan dat het een man met een fiets was, maar dat moest ik blijkbaar persoonlijk komen vertellen.

Vandaag kon ik eindelijk aangifte doen. Daar werd anderhalf uur voor gepland. De dame die mijn aangifte opnam, vertelde dat dat sinds kort was. Er wordt namelijk zo bezuinigd op de politie, dat er niet voldoende baliepersoneel meer kon zitten. De wachttijden liepen daarom af en toe op tot vijf uur, en daarom werken ze nu op afspraak.

Het doen van mijn aangifte kostte uiteindelijk ongeveer een kwartier. Ze doen dat puur voor de verzekering – die ik niet heb, maar dat terzijde. Ze kunnen namelijk helemaal niets met dit soort gevallen. De dader staat wel meerdere keren op camera, maar daar gaan ze daar niets mee doen. Vervolgen kan namelijk niet omdat niet op camera staat dat de dader de telefoon uit mijn hand trekt. Dat denk ik tenminste, want de politie kijkt niet of er camera’s hangen en ik weet niet precies waar die hangen – dat ik hem niet gezien heb wil niet alles zeggen. De dader blijft dus volledig onbekend, ondanks dat hij gewoon op camera staat. Maar ja, er is geen capaciteit voor dit soort zaken.

Ik vind het een gemiste kans, want zelfs als vervolgen niet mogelijk was, zou het wel kunnen dat het een bekende van de politie was of zou het kunnen dat de dader op meerdere beelden op zou duiken na vergelijkbare incidenten. En dan kun je misschien op andere manieren te werk gaan om het een dader lastig te maken.

Dat de dagelijkse realiteit is dat hier geen geld en dus tijd voor is, kan ik nog begrijpen. En ik had de hoop dat in ieder geval iets gedaan kon worden om te zorgen dat de dader geen plezier van mijn telefoon zou hebben. Dat de telefoon geblokkeerd kon worden of dat er een sms-bom op losgelaten zou worden. Maar zelfs dat gebeurt niet. Afgeschaft vanwege bezuinigingen.

Kortom, cameratoezicht is een farce –  zolang je het misdrijf zelf maar buiten beeld doet kun je daarna vrij rondfietsen en in de camera glimlachen – en alle andere mogelijkheden om daders te vinden of te ontmoedigen worden wegbezuinigd.

De simpele waarheid is dat deze dief dit zijn hele leven kan blijven doen, zolang hij niet toevallig net een professionele wielrenner berooft die ook nog eens hard kan slaan, onder de camera te werk gaat of spontaan van zijn fiets valt. Geen haan die er naar kraait. Niemand die hem daarna nog lastig valt. Geen enkel risico dat een eventuele koper een mededeling krijgt dat de telefoon gestolen is.

Daarmee bescherm je criminelen, ontmoedig je aangifte en stimuleer je dat mensen het heft in eigen hand gaan nemen. Het eerste wat ik op mijn toekomstige telefoon ga installeren is een applicatie om hem op afstand te bedienen. Als dit me nog een keer gebeurt, zal ik zelf de GPS-locatie van mijn telefoon wel opvragen en misschien wel met wat vrienden op visite gaan bij de dader, en als het me lukt om met die applicatie foto’s te nemen van de dader zet ik ze voor iedereen op internet. Het mag niet, maar telefoons stelen mag ook niet en het officiële traject heeft niets te maken met rechtvaardigheid.

En volgende keer doe ik mijn aangifte wel via internet en lieg ik dat ik de dader in het geheel niet gezien heb. Dat scheelt me namelijk vrij nemen van mijn werk en drie dagen wachttijd voor ik een kopie van de aangifte heb om op te sturen naar mijn provider.

Dat mijn telefoon gestolen is, is vervelend. Van een dief verwacht ik echter geen goed gedrag, geen bescherming, geen steun.  Maandag was ik alleen boos. Nu heb ik het gevoel dat de overheid me in de kou laat staan ten gunste van criminelen. Dat het sommige politici blijkbaar niets kan schelen, terwijl die zich juist druk zouden moeten maken om veiligheid en die zich verantwoordelijk zouden moeten voelen voor de bescherming van burgers, en dat recht volledig los is komen te staan van rechtvaardigheid omdat rechts liever geld steekt in een paar kilometer harder rijden, met vliegtuigjes spelen en andere dingen waar ze erecties van krijgen. En caviapolitie natuurlijk.

En ondertussen winnen de rechtse partijen nog steeds zieltjes met stoere taal, terwijl ze alles doen om straatterreur te bevorderen. Ik hoop dat de mensen die erin getuind zijn volgende keer twee keer nadenken voor ze het rode potlood ter hand nemen.


zondag, 15 januari 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Mijn rechtse ikken

In persoonlijk, inbrekers, bewust, bezig.

Een trainersconferentie heeft vooral weer inspiratie en enthousiasme opgeleverd voor Voice Dialogue: de commentaren van al onze subpersoonlijkheden op alles wat we doen en meemaken. Drie deelnemers aan een workshop van een gerenommeerd trainer lieten hun innerlijke puber los en deden lekker niet mee aan de opdracht. Want slecht ingeleid en doelloos, ook na toelichting konden we er geen touw aan vastknopen. Of juist na die toelichting nog minder… jammer, soms vallen mensen van hun voetstuk… Maar die drie trainers hebben wel een heel inspirerend gesprek gevoerd over de essentie van hun vak. We kwamen erop uit dat wij trainers mensen helpen om kruispunten te identificeren waarop ze bewust keuzes kunnen maken voor gedrag. Het betere kruispuntmanagement dus.

Ik heb kennisgemaakt met mijn rechtse ikken. Die van ‘keihard aanpakken’ en ‘tuig het land uit’ en zo. Want toen we terugkwamen van de schouwburg stond de achterdeur open en lag de inhoud van laden en mijn tas op de grond… laptops, telefoon, portemonnee, alles pleitos. En dan ben je de ene helft van de nacht bezig met de politie, pasjes blokkeren en ramen dichttimmeren. Geweldig hoe aardig en behulpzaam iedereen was. En de tweede helft van de nacht hebben we doorgebracht met het betere wakkerliggen. Knarsetandend, schuimbekkend. De idioten die een enorme partij schade en een nog grotere partij ongemak veroorzaken omdat ze jouw Ipad willen. Oppakken die hap. Keihard aanpakken. Ik probeer mijn innerlijke zenboedhist aan het woord te laten… het zijn maar spullen… zennnnn


woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

In politiek, analyse, angst, begrip, belangrijk.

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


Theo Brand

Theo Brand

Kiest het CDA voor een echte omslag?

Het CDA overweegt volgens de media ‘een ruk naar links’. De mogelijke koerswijziging blijkt uit gelekte plannen afkomstig uit het zogeheten Strategisch Beraad onder leiding van oud-minister Aart Jan de Geus. Veel christen-democraten zullen de koerswijziging eerder bestempelen als een terugkeer naar het politieke midden. Vooral macht en invloed maken een centrumpositie immers interessant. Maar een strategisch beraad is nog geen principieel beraad. En dat laatste is nodig is om een nieuw fundament onder de partij te leggen.

Als je door de waan van de dag stevig naar rechts bent meegezogen, dan sta je na verloop van tijd beteuterd in de hoek. Dan blijft er één richting over en dat is terugbewegen naar links. Zo verrassend is de koerswijziging daarom niet. De vraag is vooral: hoe ver durft het CDA te gaan? En komt de partij ook aan de progressieve kant van het politieke spectrum uit? Komt de koersverandering voort uit lijfsbehoud of is deze geboren uit een diepgewortelde overtuiging? En als dat laatste het geval is, wanneer volgt dan de erkenning dat de partij door fixatie op macht de afgelopen jaren op een ideologisch dwaalspoor terecht is gekomen?

Nu is de vraag wat de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ precies inhouden nogal verschillend te beantwoorden. Dat is – helemaal voor middenpartijen als CDA en D66 – altijd een wat lastige zaak. Voor mij telt het criterium of een politieke partij culturele verdraagzaamheid, duurzame ontwikkeling en een eerlijke verdeling van welvaart, macht en inkomen bevordert of juist eerder frustreert. Zo bezien is het CDA op dit moment een conservatieve en rechts georiënteerde partij.

Politiek filosoof en emeritus hoogleraar politieke filosofie Henk Woldring stelde eerder in tijdschrift De Linker Wang: “Het politieke midden kan nooit je doelstelling zijn, het gaat om een visie op de samenleving. De christen-democratie moet uiteindelijk een gematigd progressieve politieke beweging zijn.” Woldring schreef in 1996 een doorwrochte filosofische studie over de beginselen van de christen-democratie en zat namens het CDA in de Eerste Kamer. In 2010 zegde hij diep teleurgesteld zijn partijlidmaatschap op.

Levert het CDA straks echt een politieke bijdrage om de dominante economische machten bij te sturen? Durft de partij weer politiek met een hoofdletter te bedrijven? Of blijft het CDA kiezen voor ongebreidelde marktwerking door een verdere terugtreding van de overheid, maar dan in een wat vriendelijker vorm met wat meer culturele openheid? Rechts, maar zonder scherpe kantjes in een wat lichtere variant? Of kiest het CDA voor een echte omslag?

Voor de politiek in het algemeen is het interessant of de koerswijziging van het CDA zal leiden tot de val van het Kabinet Rutte. Wat mij vooral boeit is de vraag of trouwe CDA-kiezers zullen doorzien dat de eeuwige slingerbewegingen van het CDA – of die nu van links naar rechts gaan, of juist van rechts naar links – vooral zijn ingegeven door macht en politieke strategie. En dat visiestukken als het recent verschenen ‘Mens, waar ben je?’ uiteindelijk ondergeschikt zijn aan politiek lijfsbehoud. Of ben ik nu te cynisch? Ik vermoed oprecht van niet. Toch wil ik als religieus geïnspireerde GroenLinkser het CDA het voordeel van de twijfel geven, maar wel met een nadrukkelijke kanttekening.

Natuurlijk is elke politieke partij bezig met macht en strategie. Wat dat betreft neem ik het CDA niets kwalijk. Politiek bedrijven valt of staat met macht en invloed. Maar voor het CDA lijkt politieke macht gaandeweg een doel en een principe op zichzelf te zijn geworden. Dat het CDA nu weereens wat naar links beweegt is daarom alles behalve opzienbarend.

Relevant is vooral de vraag of het CDA  niet alleen om strategische redenen naar links buigt, maar in het voetspoor van de ideeën van onder anderen Henk Woldring, ook definitief durft te kiezen voor een gematigd progressief profiel omdat de christen-democratische wortels van solidariteit, emancipatie en rentmeesterschap dat simpelweg vereisen.

Als die trend zich definitief zou doorzetten, komt het CDA in beeld als interessante en stabiele coalitiepartner voor PvdA, SP, D66, ChristenUnie en ook mijn eigen partij GroenLinks. Afhankelijk uiteraard van de vraag hoeveel Tweede Kamerzetels de partij kan inbrengen bij het realiseren van een nieuwe centrumlinkse regeringscoalitie.


woensdag, 4 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Mark Rutte

In het menu, niet op voorpagina, allochtoon, job cohen, kunduz, liberaal, mark rutte, rechts, kinderen, en meer.
Mark Rutte Waar iedere politicus zich bij een bezoek aan Kunduz in een militair camouflagepak hult, staat Mark Rutte in spijkerbroek en blauwe pullover uit zijn studententijd ontspannen met de generaals te kletsen, plastic koffiebekertje argeloos in de hand, eeuwige glimlach op zijn gezicht. Een paar maanden eerder toont hij zich met dezelfde glimlach en soortgelijke vrijetijdskleding op een danceparty, ditmaal met een glas bier. Mark houdt van normaal doen. Zijn nieuwjaarsboodschap: "laten we ons realiseren dat het in het leven niet draait om banen, posities en ego's, maar om familie, vrienden, persoonlijke groei en gezondheid." ik kon het zelf gezegd hebben. Mark Rutte speelt de rol van minister-president met het enthousiasme van een kind en doet dat met zo veel overtuiging, dat zijn partij de grootste van het land is en hijzelf de populairste politicus. Ondertussen sluit hij deals met een geblondeerde xenofoob, waardoor Nederland schaamteloos allochtone kinderen het land uitschopt. Liberale principes gooit hij moeiteloos overboord. En hij wrijft zich in de handen bij de gedachte dat rechts Nederland de vingers aflikt door zijn politiek. Job Cohen heeft ongetwijfeld de betere inhoud. Maar helaas voor Job kiest Nederland tegenwoordig op basis van sympathie, ongeacht de inhoud.

maandag, 2 januari 2012

Frank Hemmes

Frank Hemmes

De Feitengoochelaars

In een onlangs op meerdere plekken verschenen betoog roept Dick Pels links op om ‘de feiten te laten dansen op de maat van de eigen muziek’. Wij moeten rechts niet verwijten aan fact-free politics te doen, maar erkennen dat feiten kneedbare dingen zijn. De kritiek op rechts zou ‘ hypocriet’ zijn. In plaats daarvan moeten [...]

zondag, 1 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelukkig nieuwjaar!

Allereerst wens ik jullie allemaal een gelukkig nieuwjaar.

Zoals ik vorig jaar al schreef, recycle ik mijn goede voornemens ieder jaar. Ook dit jaar moet ik daar natuurlijk een paar keer over bloggen, zodat ik ze daarna rustig kan vergeten en tenminste ook nog wat te schrijven heb in 2013.

Het afgelopen jaar was best aardig. Aanvankelijk moest ik nog een beetje zoeken naar waar ik mijn leven mee op moest vullen toen de zoektocht naar werk weggevallen was, maar inmiddels heb ik mijn draai wel gevonden. Mijn contract is verlengd en het gaat goed tussen mij en K. Dat geeft me rust genoeg om niet meer constant bezig te zijn met wat ik nu verder met mijn leven moet.

Eindelijk beginnen met vioollessen was leuk, ook al is het een van de moeilijkere instrumenten om te leren bespelen. Ik hou van de uitdaging en het geeft veel voldoening om te merken dat ik nu relatief makkelijk dingen kan spelen waar ik een half jaar geleden alleen maar moedeloos naar kon staren.

Daarnaast ben ik naar Frankfurt (Oder) geweest voor de Summer Uni, Groen Zomerweekend in Nieuwpoort en naar Parijs voor het EGP congres, waar ik heel even kon ontspannen en in een wereld zijn zonder rare figuren die voor kernenergie zijn of de gulden terug willen. Met K heb ik twee dagen door Parijs gestruind na het EGP-congres en voor de Summer Uni heb ik nog een dagje Berlijn gedaan.

Bijzonder was ook het huwelijk van Anne en Michiel, die ik allebei al kende voor ze een stelletje werden. Tien jaar geleden had ik nooit gedacht dat die twee nu getrouwd zouden zijn. Ik hoop dat ze het nog heel lang volhouden samen.

Minder leuk dit jaar vond ik het vooral op politiek vlak. Voor GroenLinks was het niet het beste jaar en dat terwijl ik juist behoefte heb aan een sterke partij die goed tegen de idiote plannen van dit rampenkabinet in kan gaan. Waar ik aanvankelijk dacht dat stabiliteit onder een rechts kabinet misschien nog niet zo erg was, heb ik me blijkbaar erg vergist. Waar ik het aanvankelijk leuk vond om me bezig te houden met politiek, is alle plezier hierdoor wel verdwenen. Er is niets om optimistisch over te zijn zolang dat Haagse tuig van de PVVD aan hun zetels plakt. Iedere dag dat ik me er druk om maak heb ik hoofdpijn en word ik overspoeld door gevoelens van wanhoop en afkeer. Ik word er geen leuker mens van. 

Mijn goede voornemens voor 2012 zijn daarom dan ook om me minder druk te maken over de samenleving en me bezig te houden met wat wél leuk is. Ik kan een bijdrage leveren aan een sterkere partij, maar ik kan de wereld niet eigenhandig veranderen. Ik moet tot op zekere hoogte loslaten wat er gebeurt, voor ik helemaal niets meer met de wereld te maken wil hebben.

In 2012 wil ik meer tijd voor mezelf, voor K, en voor vrienden die ik veel te weinig zie. Ik wil meer lezen, vaker naar het toneel of een goede film, nieuwe muziek leren kennen en mijn museumjaarkaart weer eens afstoffen. Ik wil over een jaar echte klassieke stukken kunnen spelen op mijn viool, in plaats van kerstliedjes en dergelijke. Als de wereld niet te veranderen valt, kan ik niet meer doen dan mijn eigen wereld leuker maken.


dinsdag, 27 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Links, Rechts en Het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Het Is filosofisch een fascinerend boek: boek bestaat uit vier delen. In het eerste deel werkt Claassen het idee van liberalisme uit. Hij laat zien dat liberalen uiteindelijk allemaal een ideaal van autonomie delen, maar dat zij zijn verdeeld over linkse en rechtse liberalen. In de overige drie delen werkt hij onderwerpen uit vanuit liberaal perspectief die zich niet per se verhouden tot die links/rechts tegenstelling: de rol van de overheid in het beperken vrijheid vanwege schade (aan jezelf of anderen), de rol van de overheid in de economie en vraagstukken rond identiteit immigratie en integratie.

Links en Rechts als Filosofische Begrippen

Claassen stelt dat liberalen allemaal een ideaal van autonomie delen (mensen moeten zelf vorm kunnen geven aan hun eigen leven). Ze zijn echter verdeeld over een ander vraagstuk. Rechtse liberale filosofen geloven sterk in individuele verantwoordelijkheid. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen succes en voor hun eigen falen. Linkse liberalen denken dat talenten ongelijk verdeeld zijn: het inkomen dat ik verdien wordt gedeeltelijk bepaald door mijn intelligentie. Dat is aangeboren. Daar ben ik verantwoordelijk voor en heb ik dus geen recht op. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als ik misdaden pleeg, ben ik daar in rechts liberaal perspectief zelf verantwoordelijk voor en moet ik dus de straf dragen. Volgens linkse liberalen ben ik geneigd misdaden te plegen door dingen waar ik zelf niet verantwoordelijk voor ben (slechte jeugd). En dus ben ik daar niet verantwoordelijk voor. Rechts staat voor individuele verantwoordelijkheid voor goede en slechte keuzes, links staat voor collectieve verantwoordelijkheid, omdat niet alles onze eigen keuze is. De andere onderwerpen vallen volgens Claassen daarbuiten: vraagstukken van nationale identiteit, economische groei en paternalisme vallen volgens hem buiten de links/rechts tegenstelling.

Links en Rechts als Politicologische Begrippen

Dit is in politicologisch opzicht een curieuze opinie. We weten dat links en rechts niet altijd hetzelfde betekent hebben: in Nederland betekende links en rechts aan het eind van de negentiende eeuw seculier en religieus. Links was seculier en rechts was religieus. Claassen heeft wel oog voor deze tegenstelling maar noemt dit filosofieën die een autonomie-ideaal centraal stellen (mensen moeten zelf keuzes maken en de overheid moet zo neutraal mogelijk zijn) en filosofieën die een welzijnideaal centraal stellen (de overheid weet wat het goede leven is en moet dit uitdragen). Sinds de Tweede Wereldoorlog betekent links in de eerste plaats voorstander van overheidsingrijpen in de economie en rechts de overheid grijpt niet in. Dit volgt de tegenstelling die Claassen links en rechts noemt. Vanaf de jaren ’70 komt daar de discussie over economische groei bij. Rechts kiest steeds voor economische groei en links voor andere maatschappelijke waarden zoals een ecologische balans en een balans tussen werk en zorg. Na 2002 komen tegenstelling rond immigratie, integratie en identiteit prominent op de politieke agenda. Links betekent hier erkent een multiculturele realiteit en rechts streeft naar een monoculturele samenleving. Links en rechts zijn dus in voortdurende ontwikkeling. Claassen stelt een links/rechts-tegenstelling centraal die in het huidige publieke debat steeds minder prominent wordt: als we kijken naar de posities van kiezers dan is hun positie op culturele vraagstukken steeds belangrijker voor hun positie op de links/rechts-as dan hun positie op economische vraagstukken.

Het interessante is dat als we kijken naar de meningen van kiezers al deze links-rechts assen niet samen vallen: de meeste kiezers zijn voor herverdeling (‘links’) maar ook voor een sterke overheid die optreedt tegen criminaliteit (‘rechts’). Volgens de filosoof Claassen zijn kiezers hier dan niet consequent op zijn. Links en rechts zijn in zijn analyse zulke heldere begrippen, als dit niet de lijnen van competitie zijn hebben kiezers dat schijnbaar verkeerd begrepen.

Ik denk niet dat dit terecht is. Als we het perspectief een klein beetje kantelen dan wordt het volgens mij duidelijk dat je best voor overheid kan zijn die hard optreedt tegen criminaliteit en armoede. Je kan de overheid zien als het schild van de zwakkeren, tegenover de sterkeren. Als een oud omaatje bestolen wordt op straat door een potige crimineel, dan lijkt het mij duidelijk wie de zwakkere en wie de sterkere partij is. Criminelen kiezen vaak de zwaksten in de maatschappij uit: het is gemakkelijker om te stelen van een vrouw of een bejaarde dan van een man en een jongeren. Als je als centrale principe neemt: de overheid moet de zwakkeren beschermen, dan moet de overheid optreden tegen criminelen om zo de slachtoffers te beschermen. Maar laten we nu eens kijken naar de arbeidsmarkt: wie is hier de zwakke en sterke partij? In de arbeidsmarkt zijn er verhoudingsgewijs veel minder bedrijven die om arbeid vragen, dan dat er aanbieders van arbeid zijn. De enkele grote bedrijven hebben ten opzichte van velen werkzoekende een monopoliepositie. Daarnaast hebben zij een hele afdelingspersoneelszaken die arbeidscontracten opstelt en loonschalen bepaalt. Een werkzoekende heeft niet de specialistische kennis om de nuances van het arbeidscontract te begrijpen. De overheid moet als schild van de zwakkeren optreden om de werkzoekende te beschermen tegen de mogelijke uitbuiting door de werkgever. De overheid moet er dus voor zorgen dat lonen eerlijk zijn en contracten niet alleen begrijpelijk zijn maar ook gebonden aan arbeidswetgeving die er voor zorgt dat een werkzoekende zich geen zorgen hoeft te maken over uitbuiting: het is altijd min-of-meer eerlijk geregeld. En als schild van de zwakkeren kan de overheid ook meer belasting vragen van de sterkste om zo regelingen in stand te houden waar zwakkeren voordeel van hebben: een klassiek sociaal-democratisch principe is de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.

In dit perspectief is overheidsingrijpen in de markt ten opzichte van bedrijven en in de samenleving ten opzichte van criminelen gerechtvaardigd omdat er een zwakkere partij en is een sterkere partij. De overheid moet als schild van de zwakkeren het opnemen voor de zwakkere partij. Het kan dus best consistent zijn om ‘rechts’ te staan om veiligheid en ‘links’ op sociaal-economische onderwerpen.

Links en rechts zijn flexibele begrippen die over tijd en tussen groepen sterk kunnen verschillen in betekenis. Voor filosofen zijn dit soort termen in gewikkeld. Ze proberen ze te vangen in definities, maar als wetenschapper weet ik maar al te goed dat de politieke werkelijkheid veel complexer is dan de definities van de filosoof toe laten.

vrijdag, 23 december 2011

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

De beste wensen voor 2012!

Hoewel de media ons anders willen doen geloven (zie bijvoorbeeld het Volkskrant-artikel van zaterdag 17 december j.l.), biedt de links-rechts retoriek wat mij betreft geen oplossing voor de burger in deze tijden van economische en politieke crisis. Terecht stelt Hans Schnitzler (publicist en filosoof) deze week in De Volkskrant (21 december j.l.) dat het krampachtige gevecht tussen de linksmens en de rechtsmens een schijn- en achterhoede gevecht is. Het getuigt van een vergane reflex om in tijden van onzekerheid terug te grijpen op bestaande wereldbeelden.

Schnitzler ziet een spanning tussen mondiale vraagstukken en lokale belangen. Ik kan me daar een heel eind in vinden. Toch heb ik het gevoel dat ook die dichotomie gebaseerd is op een oud ‘frame’. De bekende tegenstelling tussen een kosmopolitische versus een provinciale levenshouding. Naar mijn idee gaat het meer om de spanning tussen het grootschalige, anonieme, technocratische versus het kleinschalige, menselijke en democratische in onze samenleving. Het grappige is dat mensen over de gehele wereld roepen om meer grip op hun eigen omgeving. Groene en sociale innovatie laten een uitweg uit deze spanning zien. Bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd op alle niveaus in de samenleving. Van de Occupy-beweging op wereldschaal tot coöperatieve samenwerkingsverbanden tussen burgers of bedrijven op lokale schaal. De meest innovatieve bedrijven en instellingen blijken platte organisaties te zijn die uitgaan van open-innovatie, duurzaamheid, vertrouwen en professionaliteit. Daar ligt dus onze toekomst. Het wordt dan ook de kunst om als groene politieke partijen in Europa en als GroenLinks in Nederland daarop aan te sluiten.

Als GroenLinks hebben wij alle waarden en capaciteiten in huis om koploper te worden, om de bestaande politieke patstelling tussen links en rechts te doorbreken. Wel zullen we dan de tijd moeten nemen, investeren in onze beginselen, uitgaan van onze eigen kracht en ons meer nog dan nu het geval is openstellen voor de mensen en ontwikkelingen om ons heen. Wanneer we daartoe bereid zijn, ligt een groene toekomst voor ons. Ik wil me voor deze ambitie inzetten als jullie partijvoorzitter! Meld je daarom uiterlijk 10 januari a.s. aan voor het congres via http://congres.groenlinks.nl/aanmelden en geef op 11 februari mij je vertrouwen!

De beste wensen voor 2012 en tot binnenkort!

Met vriendelijke groet,

Arno Uijlenhoet

zondag, 18 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Afdeling Bestuursrechtspraak RvS vernietigt plan Buitenring

In buitenring, provincie, parkstad limburg, besluiten.
Hieronder het officiële persbericht over de vernietiging van de Buitenring.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het provinciale inpassingsplan vernietigd dat de aanleg van de Buitenring Parkstad Limburg mogelijk maakt. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (7 december 2011). Tegen het plan van de provincie Limburg waren bijna 125 organisaties en particulieren in beroep gekomen, waaronder de Limburgse Milieufederatie, Natuurmonumenten en de Stichting Stop Buitenring. Tegen de uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Het plan maakt de aanleg van Buitenring Parkstad Limburg mogelijk. Het tracé van deze ringweg met een totale lengte van 26 kilometer loopt door de gemeenten Nuth, Heerlen, Schinnen, Brunssum, Onderbanken, Landgraaf en Kerkrade.

De Raad van State is van oordeel dat er geen 'toereikend inzicht bestaat in de gevolgen van de weg voor de beschermde natuurgebieden 'Brunssummerheide' en 'Geleenbeekdal'. De aanleg van de buitenring leidt tot meer autoverkeer ter hoogte van die natuurgebieden en dus tot een toename van de uitstoot van stikstof op de kwetsbare natuur. Het betoog van de provincie Limburg dat deze stijging voldoende wordt gecompenseerd door het schoner worden van de automotoren, heeft de Raad van State niet overtuigd. De provincie had duidelijk moeten maken hoe hoog de toename van de stikstofuitstoot is en hoe deze zich verhoudt tot de al bestaande stikstofuitstoot op de natuurgebieden, aldus de hoogste bestuursrechter. Dit inzicht is nodig omdat in de natuurbeschermingsregels is bepaald dat de provincie zich ervan moet verzekeren dat de 'natuurlijke kenmerken' van de beschermde natuurgebieden door het inpassingsplan niet worden aangetast.

Nagenoeg alle overige bezwaren die tegen het plan waren ingediend konden niet slagen, aldus de hoogste bestuursrechter.

Vanwege de samenhang van het deel van het tracé dat door de natuurgebieden loopt met het resterende tracé voor de buitenring, heeft de Raad van State besloten het gehele inpassingsplan te vernietigen. Dit hoeft niet te betekenen dat de buitenring helemaal van de baan is. De provincie Limburg kan besluiten om een nieuw plan voor de buitenring vast te stellen. Daarbij zal de provincie rekening moeten houden met het oordeel van de Raad van State in deze uitspraak.

Klik hier voor de uitspraak BU7002 van de Afdeling.

woensdag, 14 december 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Hoopvol het jaar uit

Graag wil ik het jaar hoopvol eindigen en een grote wens voor 2012 uitspreken: laten we ajb zo snel mogelijk van dit griebuskabinet af zijn. Verkiezingen graag, en snel. De tegenstand tegen de plannen groeit en scheurtjes in de coalitie worden duidelijk.

Het CDA gaat niet mee met de enorme investeringen die nodig zijn om de maximumsnelweg te verhogen. Luchtkwaliteit en veiligheid spelen geen rol voor deze partij, maar het is een stapje in de goede richting. Gemeenten laten zich effectiever horen: dit is geen goed plan voor de mensen die naast de snelwegen wonen. En dat zijn er nogal wat.

Provincies gaan niet mee met de verbleking van de natuur. Ze gaan niet akkoord met de plannen van Bleker om de verantwoordelijkheden van het Rijk over te nemen zonder de middelen die daartegenover zouden moeten staan. Op provinciaal niveau ziet men daarnaast wel dat natuur zich niet aan provinciegrenzen houdt en dat het Rijk zich dus niet zo maar kan terugtrekken.

GW heeft de capslock weer aan bij het twitteren om te laten weten dat de hypotheekrenteaftrek heilig is. Wonderlijke mix van standpunten heeft deze man toch. Tegen de elite, voor de subsidie van elitaire huizen?! Geen touw aan vast te knopen. Maar er lijkt geen ontkomen meer aan: het heiligste huisje van rechts Nederland begint te wankelen…

Ik ga kerstvakantie vieren en daarna mijn campagnekleren weer uit de kast halen. Laat maar komen, die verkiezingen. Ik wens jullie allemaal een gezond, gelukkig en succesvol 2012. En ik wens Nederland een regering die solidariteit en duurzaamheid hoog in het vaandel heeft.


dinsdag, 13 december 2011

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Weer een leugen van Wilders & rechts

Het nrc schrijft: Wilders noemt morrelen aan renteaftrek onacceptabel. In plaats van op de hypotheekrenteaftrek moet volgens de PVV-leider worden gekort op ‘Europa, subsidies, de publieke omroep, milieubeleid en andere linkse hobby’s’. Verder kondigt hij aan ‘als een leeuw voor de belangen van Henk en Ingrid’ te zullen knokken.
Dit is uiteraard weer een typische Wilderiaans stukje brullen voor de bühne. Maar helaas gebaseerd op leugenachtige fantasieën. Want stel dat we de linkse hobby's zoals hij het noemt aanpakken, wat levert dat op?

Even de totale kosten op een rijtje:

  • Europa: 7,5 miljard bruto
  • Subsidies (cultuur, emancipatie & vreemdelingenkosten) 3,5 miljard
  • Ontwikkelingssamenwerking: 1,7 miljard 
  • Publieke omroep: 0,9 miljard
  • Milieubeleid: 2,5 miljard

Totaal beslaan deze linkse hobby's dan 16,1 miljard en is daarmee een stuk groter dan de rechtse hobby genaamd hypotheekrenteaftrek de overheid kost. Die wordt op ongeveer 12 miljard geraamd.

Echter, in de berekening van bovenstaande kosten heb ik de grootst mogelijke kostenposten genomen. Zo heb ik voor de uitgave aan Europa de bruto kosten genomen, netto kost Europa de Nederlandse staat zo'n 6,5 miljard. Daarmee komen de linkse hobby's op 15,1 miljard. Nog altijd meer dan de hypotheekrenteaftrek.

Bij de subsidies heb ik onder andere alle 2,7 miljard aan reserveringen genomen voor de uitgaven. De daadwerkelijke geraamde uitgaven aan cultuur zijn slechts zo'n 0,9 miljard. Dat is al weer zo'n 1,8 miljard lager ofwel 13,3 miljard aan linkse hobby's blijft er over om op te bezuinigen.

Nu zouden PVVers er tegen in kunnen brengen dat ik (nog) niet alle linkse hobby's heb meegenomen. Zo heb ik de huursubsidie van zo'n 2,6 miljard niet meegeteld. Dan komen de linkse hobby's weer op 15,9 miljard. Dit is alleen niet terecht, want vele Henk's en Ingrids wonen in een huurwoning en genieten op de een of andere wijze van een subsidie daarop. Daarnaast zijn veel subsidies nodig omdat de krappe woningmarkt zorgt voor hoge huren, zeker als deze markt vrij wordt gegeven. Daarnaast is de koopwoningmarkt relatief klein en door hypotheekrenteaftrek dusdanig duur geworden, dat het voor velen zeer moeilijk is om een woning te kopen. Daarom houdt ik deze uitgaven buiten beschouwing en blijft er 13,3 miljard over om op te bezuinigen.

Hoe zit het met deze potentie om te bezuinigen?

Om te beginnen kijken we naar de Europese kosten van 6,5 miljard. Hoe graag Wilders het ook zou willen, de meeste van bovenstaande kosten zijn niet in 1 keer te schrappen. De kosten voor Europa liggen vast in verdragen. Zoals de laatste poging van de EU om verdragen te wijzigen liet zien, zijn deze zeer moeilijk aan te passen. Daar is alleen door contractbreuk, ik vraag me af of Henk en Ingrid dat zien zitten? Daarnaast is ons isoleren van Europa een slechte zaak, 75% van onze economie is gebaseerd op export, merendeels binnen de EU. Ons daar buitenspel zetten schaadt de economie, de werkgelegenheid en daarmee de toekomst van Henk en Ingrid en hun kinderen. Slechte zaak dus, gaan we niet doen, daarmee blijft er 6,8 miljard over aan linkse hobby's om op te bezuinigen!

De Publieke Omroep zouden wellicht hun subsidie kunnen verliezen, of wellicht worden het commerciële omroepen. Maar opdoeken kan natuurlijk ook, levert massale werkeloosheid op. Daar de omroepen creatieve mensen in dienst heeft wordt de cultuursector overspoelt met werkeloze creatievelingen. Omdat Wilders ook op cultuur wilt bezuinigen, gaan er dus meer mensen vechten om de schaarse Euro van de Nederlanders die, door bezuinigingen, minder vaak naar voorstellingen of concerten gaan. Maar goed, we schrappen de totale kosten op de Publieke Omroepen en cultuur en doen net alsof er geen extra werkeloosheidsuitkeringen betaald moeten gaan worden. Daarmee realiseren we 1,8 miljard aan bezuinigen en blijft er 5 miljard aan linkse hobby's over.

Ontwikkelingssamenwerking, vreemdelingenbeleid worden als het aan Wilders ligt uiteraard direct geschrapt. Dit levert 2,5 miljard aan mogelijke bezuinigingen op (1,7 voor ontwikkelingssamenwerking en 0,8 voor vreemdelingenbeleid). Dat afschaffen van ontwikkelingshulp leidt tot meer ellende in ontwikkelingslanden en daarmee tot een groeiende wens om naar Europa te migreren wordt hierbij even vergeten. We kunnen ons dus schrap zetten voor een door PVV-beleid veroorzaakte tsunami aan migranten en illegalen. Door afschaffen van vreemdelingenbeleid (integratie cursussen etc..) leren deze migranten de taal ook steeds minder goed en integreren ze slechter. Of we tuigen een dijk van een veiligheidssysteem en grensbewaking in zodat er niemand ongezien hier binnenkomt of weggaat. Laten we hopen dat de kosten daarvoor minder zijn dan de 2,5 miljard aan bezuinigingen!

Rest ons de laatste kostenpost, milieukosten. Hierin heb ik de ruimste definitie gekozen voor milieu, omdat alleen bezuinigen op het KNMI slechts 0,05 miljard zou opleveren. Daarom ook de bewaking van luchtkwaliteit, de kwaliteit van de leefomgeving, waterkwaliteit en -bescherming, natuurgebieden en milieu-educatie meegenomen. Dat is tezamen de resterende 2,5 miljard. Geheel in de stijl van Bleker schrappen we deze kosten uiteraard radicaal, weg met de bestedingen aan natuurgebieden, de milieu-educatie en bescherming van de Nederlandse wateren. Dat Nederland hiermee een verWildert en sterker vervuild landschap krijgt is de prijs die we moeten betalen. Sommige delen komen wellicht onder water te staan, maar dat is de prijs die we betalen om ons heilige huisje in stand te houden!

Dat is de leugen van Wilders, de PVV, de VVD en het CDA! Ze spiegelen ons voor dat ze radicaal kunnen en willen bezuinigen op allerlei zaken die ofwel relatief weinig opleveren zoals de Publieke Omroepen of cultuur kosten, elk 0,9 miljard. fwel ze zijn niet zo makkelijk te schrappen, zoals de kosten van Europa, 6,5 miljard. Ofwel ze zijn schadelijk voor Nederland, zoals de milieukosten van 2,5 miljard. Ofwel ze leveren andere problemen op, zoals de kosten van ontwikkelingshulp en vreemdelingenbeleid (2,5 miljard).

In het meest positieve scenario kan men de kaasschaaf over bovenstaande kostenposten halen: misschien een miljard op Europa, een miljard op milieu en 1 op ontwikkelingssamenwerking en vreemdelingenbeleid (dan neem je het ruim op die laatste twee) en enkele honderden miljoenen op cultuur en de publieke omroep (ieder 0,25 miljard?). Dat levert een bezuiniging op van 3,5 miljard maximaal en nog altijd grote problemen op genoemde beleidsterreinen.

Welke pijn kost het als we deze 3,5 miljard op het heilige huisje verhalen?




maandag, 12 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Is fact free politics een probleem?

In politiek, fact free politics, alexander, bedrijf, begrijpen, belangrijk, beleid, bezuinigingen.
Recentelijk betoogde Dick Pels dat ‘links’ maar eens moest ophouden ‘rechts’ ervan te betichten fact free politics te bedrijven. Dit verwijt wordt het huidige kabinet, en vooral gedoogpartner PVV, maar al te vaak gemaakt. Een recent voorbeeld betreft de maximumsnelheid. Zelfs al wijzen alle onderzoeken uit dat 130 op de snelweg slecht is voor milieu, verkeersgebruikers en omwonenden, dan nog zullen boliderijdende VVD’ers er alles aan doen om lekker 10 kilometer harder te mogen rijden. Het genot van het autorijden neemt waarschijnlijk, net als de luchtweerstand, exponentieel toe met de snelheid.

Pels licht zijn bezwaren tegen het verwijt dat ‘rechts’ aan fact free politics zou doen toe aan de hand van drie stellingen. De eerste twee zijn eenvoudig samen te vatten: links doet het ook, en ook rechts gebruikt feiten (al dan niet gemanipuleerd, net als bij links overigens). Dat eerste is zo klaar als een klontje: als het gaat om 130 op de snelweg legt ‘links’ heel rationeel uit dat het nauwelijks tijdwinst oplevert, maar wel meer doden, maar als een asielzoeker het land uitgezet moet worden, moet het hart het ineens winnen van het hoofd.

Pels’ tweede bezwaar is ook zichtbaar. Alle partijen houden ervan om ‘feiten’ te presenteren – vooral als betreffende feiten hen goed uitkomen. Terecht wordt gesteld dat er in sommige dossiers eerder te veel dan te weinig feiten op tafel liggen. Herinnert u zich nog de enorme stapel rapporten waarmee Alexander Pechtold op de proppen kwam toen kabinet Balkenende-IV twintig ambtelijke commissies wilde instellen om bezuinigingen in kaart te brengen? Gelukkig spelen feiten een belangrijke rol bij de vorming van beleid.

Door feiten voor te doen als ‘dingen’, zo is Pels’ derde bezwaar, misleiden de fact-free-politics claimanten ons. Feiten zijn helemaal niet objectief. Feiten worden gefabriceerd, zo stelt de filosoof Latour. Het claimen van objectieve waarheid is fundamentalistisch en maakt vrijzinnige, zelfkritische politiek onmogelijk. Het is bovendien contraproductief om zelfingenomen populistische politici slechts ‘objectieve feiten’ voor te houden; zij zijn immers net als gelovigen die zich door niets van hun stuk laten brengen. “Links moet juist leren”, zegt Pels, “om de feiten te laten dansen op de maat van de eigen muziek: om de feiten te manipuleren, zonder ze te presenteren als onwrikbare dingen”.

Hiermee lijkt Pels zich, doch niet helemaal, een behoorlijk sociaal constructivistisch standpunt aan te meten. Het is duidelijk dat in de politiek, en in de sociale werkelijkheid in bredere zin, veel feiten inderdaad ‘sociale feiten’ zijn. Ze zijn sociaal geconstrueerd, zoals John Searle laat zien: geld, huwelijk en de regering, geen van allen bestaat zonder dat we daar gezamenlijk een betekenis aan toekennen. Maar dat betekent niet dat er in het geheel geen objectieve feiten zijn. De Mount Everest, bijvoorbeeld, zou er ook zijn als de mensheid niet was geëvolueerd. Los van het feit of we dat ding nu een ‘berg’ noemen: hij zou er staan.

Sociale feiten, zoals geld, zijn niet gemakkelijk te reduceren tot een objectieve waarheid. Maar dat wil niet zeggen dat je je in het publieke debat zomaar alles kunt permitteren met dergelijke feiten. Als u bij de bakker een brood wilt meenemen, zult u nog een lastige ochtend beleven als u hem probeert uit te leggen dat die muntjes en briefjes die hij van u verlangt geen waarde hebben. En hoewel er ontzettend veel debat is over de precieze betekenis van de termen ‘links’ en ‘rechts’ in de politiek, gebruikt Pels ze ruimschoots – en wij begrijpen hem.

Meer hoopgevend is Pels’ stelling dat we op zoek moeten naar een “een vrijzinnige politiek die twijfel toelaat en bereid is het eigen perspectief op de proef te stellen.” Juist een dergelijke kritische houding is hetgeen ten grondslag ligt aan goed wetenschappelijk onderzoek. Open staan voor het eigen ongelijk is de kern van het wetenschappelijke bedrijf. Als we alles al weten kunnen we de tent wel sluiten. Daarin speelt, zoals Pels terecht stelt, de rede een belangrijke rol. Het luisteren en serieus in overweging nemen van argumenten van anderen. Maar ook feiten, empirische waarnemingen, zijn daarbij belangrijk. Want zij bieden ons een uitzicht op de (sociale) werkelijkheid.

Elk overtuigend politiek verhaal berust op ideeën. En die ideeën kleuren ons perspectief op de werkelijkheid. Maar het is een vergissing om feiten dientengevolge slechts te beschouwen als framing. Als je serieus het politiek debat aan wilt gaan, moet je ook bereid zijn om uit je eigen frame te stappen. Je kunt sociale feiten nooit helemaal los zien van je standpunt, maar dat betekent niet dat het niet de moeite waard is om te pogen een onderscheid te maken tussen feiten en meningen. Juist omdat argumenten sterker staan als ze verbonden zijn met feiten. Ook dat draagt namelijk bij aan het voeren van een kritisch en vrijzinnig politiek debat.

zaterdag, 10 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Een recht op vrije tijd

In arbeid, inkomen, liberalisme, socialisme, verdelende rechtvaardigheid, vrije tijd, agenda, arbeidsomstandigheden, artikel, en meer.

Het is vandaag Internationale Dag van de Mensenrechten. De wereld viert dat op 10 december 1948 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn aangenomen. DWARS bloggers kijken naar een aantal van de mensenrechten vanuit groen, sociaal en vrijzinnig perspectief. Ik kijk naar artikel 24: het mensenrecht op vrije tijd.

Artikel 24: Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Een van de universele mensenrechten is het recht op vrije tijd. Zijn de universele mensenrechten zo decadent dat er een recht op luieren is? Een recht op lanterfanten? Op kosten van de Verenigde Naties op vakantie naar Chersonisos? Is dat het echt het niveau van de Universele Mensenrechten?

Het recht op vrije tijd heeft zijn wortels in de socialistische beweging. Een van de belangrijkste strijdpunten van de socialisten was de achturige werkdag. Arbeiders moesten beschermd worden tegen werkgevers. Er was een fundamentele inbalans in macht tussen werkgevers en werknemers. Een beperkt aantal werkgevers beheersten de vraag naar arbeid. Er waren veel arme mensen op zoek naar werk. Daardoor konden werkgevers hoge eisen stellen aan werknemers: lage lonen, lange werktijden, slechte arbeidsomstandigheden. De socialisten wouden daar een grens aan stellen door de achturige werkdag. Het principe was “acht uur werken, acht uur slapen en acht uur ontspannen”. Later kwam daar de vijfdagige werkweek en vakanties met behoud van loon bij. Van het begin van de twintigste eeuw richtten de vakbeweging in onderhandelingen met werkgevers en de socialisten in het parlement zich op de achturige werkdag: door stakingen, petities en onderzoeken probeerden ze het onderwerp op de agenda te zetten. Na de Eerste Wereldoorlog werd in Nederland de achturige werkdag ingevoerd.

Dit mensenrecht was een manier om arbeiders te beschermen tegen uitbuiting door werkgevers. Het verschilt daarmee fundamenteel van andere grondrechten die burgers moeten beschermen tegen de macht van de overheid. Het lijkt dus een verouderd mensenrecht. Een middel dat nodig was in de twintigste eeuw om werknemers te beschermen tegen werkgevers. Het lijkt een mensenrecht dat past in een ontwikkelingsland als Bangaladesh maar dat in het Nederland van de 21ste eeuw van ‘het nieuwe werken’ en zzp’ers niet meer zinnig is.

Niets is minder waar: het recht op vrije tijd past als geen ander in de huidige tijd. We leven in een samenleving die werk centraal stelt. Alle politieke partijen willen dat iedereen aan het werk komt. Dat geldt voor rechts en voor links. Zelfs GroenLinks heeft in haar programma een uitermate ambitieuze agenda: iedere werkloze moet na een jaar een baan aannemen van de overheid. De werkgeversorganisaties en de vakbonden steunen het streven naar een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie.

Je kan vanuit groen en links perspectief twijfels hebben over de noodzaak om allemaal zoveel mogelijk te werken. In een groene economie zouden we niet alleen maar moeten willen werken, maar juist ook meer ontspannen: we raken de grenzen van de Aarde met onze productie (dat is onze arbeid) en met onze consumptie (wat betalen met het loon voor dat werk). De cyclus van een week lang keihard werken om in het weekend keihard te consumeren past niet een duurzame economie. In een echte groene economie zou meer ruimte moeten zijn voor de dingen die er echt toe doen: tijd voor je vrienden, tijd nemen voor je gezin, tijd om van de natuur te genieten. Het vastleggen van het recht op vrije tijd geeft weer dat wij als wereldgemeenschap meer in het leven zien dan werk.

Maar er is een belangrijk reden om juist het recht op vrije tijd te waarderen: een recht op vrije tijd geeft mensen op een fundamentele manier de keuze om zelf hun leven in te richten. Het is geen plicht om te rusten, maar een recht waar mensen gebruik van mogen maken. Dat past goed bij het onderliggende ideaal onder de mensenrechten: het idee dat er in iedere samenleving ruimte moet zijn voor iedereen om zelf vorm te geven aan het eigen leven. Sommige mensen vinden hun ontplooiing in arbeid. Zeker voor wetenschappers en kunstenaars is werk een levensvervulling. Maar ik ken ook docenten die opbloeien als ze voor de klas staan. Voor andere mensen is juist hun vrije tijdsbesteding een belangrijk deel van wie ze zijn. Ze werken beperkt om te voorzien in hun eigen levensonderhoud, maar als ze eenmaal een minimuminkomen hebben verdiend genieten ze van hun recht om zelf te bepalen wat ze doen en vullen ze hun tijd met hobby’s, reizen, zorg voor familie of door zich als vrijwilliger in te zetten voor de maatschappij. De samenleving moet iedereen in staat stellen om zelf te bepalen hoe ze hun leven inrichten en of ze daarin de nadruk leggen op werk of op vrije tijd. Dat is in een liberaal ideaal dat door het recht op vrije tijd dichterbij wordt geholpen.

Kortom: het recht op vrije tijd heeft haar wortels in de socialistische traditie, draagt bij aan een duurzame economie en is noodzakelijk voor liberale politiek. Het recht op rust en vrije tijd is groen, sociaal en vrijzinnig.

vrijdag, 9 december 2011

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

De wethouder!

In algemeen, opinie, cda, houtsingels, preventief toezicht. financiën, bestuur, coalitieakkoord, gemeente, gemeenteraad, en meer.

Deze week komt het wethouder zijn in Leek twee keer voor het voetlicht. Vandaag het afscheid van de inmiddels ex-wethouder Meindert Bouma. Met gemengde gevoelens. Tot twee keer toe overleefde hij een GroenLinks Motie van wantrouwen de afgelopen paar jaar. En hij trok zijn conclusies uit het vernietigende rapport over Novatec/Timmerfabriek Baarsema, iets wat alle leden van het Dagelijks Bestuur (DB) van Novatec hadden moeten doen maar niet deden. Ik schreef daar al eerder over.

Het vroegtijdig vertrek van Meindert Bouma kun je op meerdere manieren bekijken. Moedig? Om direct al z’n conclusies te trekken? Of verantwoording afleggen voor de gemeenteraad en dan opstappen? Ik snap zijn beweegreden voor de keuze die hij heeft gemaakt. Vandaag een afscheidsreceptie. Daar beluister je negatieve geluiden over. Ook ik heb mij achter m’n oren gekrabt. Verdient een Wethouder die van ons tot twee keer toe een Motie kreeg en door zijn lidmaatschap van het DB van Novatec een afscheidsreceptie? Is een dergelijk “feestje” een afrekening of mag dat het zijn? De wethouder en de mens Meindert Bouma, ik ga graag naar zijn feestje om de mens Meindert Bouma.

Dan het andere feit deze week, het aantreden van een nieuwe wethouder van CDA huize. Hans Morssink. Wat geen nieuwsfeit was is de mening van GroenLinks over een herverdeling van portefeuilles om zo een wethouder uit te sparen. Dat hebben we direct na het aftreden van Meindert Bouma al aangegeven. Ik begrijp dus ook niet dat het DvhN juist dit noemt in het nieuwsartikel over het aantreden van de nieuwe wethouder. Wat volgens mij wel vermeldenswaardig was geweest is die andere boodschap in de stemverklaring van GroenLinks; “Een wethouder van CDA huize in een tijd dat het CDA zo verdeeld is in links en rechts. De onvoldoende bekendheid met Dhr. Morssink brengt ons opnieuw tot het wijzen op het coalitieakkoord en dat er onverkort vastgehouden wordt aan het op peil houden van de sociale lat in deze gemeente. Nu dan ook geen voor- of tegenstem. Wij gaan de nieuwe wethouder beoordelen op zijn daden en spreken de hoop uit dat we aan het eind van deze periode kunnen zeggen, deze wethouder heeft ervoor gezorgd dat de sociale lat in Leek hoger ligt dan vanuit het rijksbeleid kon worden verwacht.”. Want het is juist die links-rechts verhouding binnen het CDA die ons in hoge mate irriteert, dat bracht ik al eerder aan de orde.

Tot zover over de wethouders. Maar toch ook nog even wat anders. Het CDA heeft een nieuwe fractievoorzitter in Leek. Ik ga uiteraard niet over de keuzes die het CDA maakt, en dat is maar goed ook. Maar ik wil er wel dit over kwijt. Ik had maar wat graag gezien dat Jan Willem Slotema fractievoorzitter was geworden. Om verschillende redenen; 8 jaar raadslid, terdege historisch besef op de verschillende beleidsterreinen, weet vaak de juiste snaar te raken in zijn bijdrages, maar vooral, en dat spreekt ons het meeste aan, net als Meindert Bouma het hart op de juiste plek: Links! Een betere kandidaat was er wat mij betreft voor het fractievoorzitterschap van het CDA niet geweest.

donderdag, 1 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Mythes over Framing

In framing, groenlinks, politiek, algemeen, amerika, begrijpen, belasting, beleid, boodschap, en meer.

“Sinds de PVV in de Kamer is, is framing een hype in Den Haag” aldus Tofik Dibi in de laatste Helling. Maar wat is framing precies en gebruiken politieke partijen dit instrument wel slim? Hans de Bruijn analyseert in het boek Framing. Over de macht van taal in de politiek hoe Nederlandse politieke partijen hun argumenten framen. Het boek rekent af met een aantal hardnekkige mythes over framing.

De Bruijn ziet een frame als een inhoudelijke politieke boodschap. Het gebruik van deze boodschap leidt tot een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid. Kortom, een frame is een manier om de werkelijkheid te construeren en daarmee het debat te sturen. Een typisch staaltje framing is het gebruik van de term death tax door de Amerikaanse Republikeinen; door de belasting op erfenissen weer te geven als een belasting op sterven worden voorstanders van deze belasting in het defensief gedrongen.

Er heersen in een aantal hardnekkige mythes over framing: rechts zou beter in framing zijn dan links; je zou eenduidige frames moeten gebruiken; en je zou nooit in het frame van de ander mogen stappen. Zijn deze mythes waar?

Links is rationeel, rechts is emotioneel

“Door framing wek je met een bepaald woord een gevoel en een sfeer op zonder dat het overeen komt met de werkelijkheid.” aldus Tofik Dibi in De Helling. Framing zou een vorm van factfree politics zijn die alleen maar onderbuikgevoelens aanspreekt. En zoals Femke Halsema eerder stelde”het aanspreken van de overbuik [is] bij links traditioneel een probleem.” Links zit vol goede ideeën maar wint de verkiezingen niet omdat mensen bang worden gemaakt door framende PVV-spindokters. Het traditionele beeld is dus: rationele linkse politiek komt slechter aan dan de emotionele rechtse politiek.

Een goed frame heeft een aantal onderdelen, maar de twee belangrijkste zijn dat mensen het er niet mee oneens kunnen zijn en dat het een bepaalde maatschappelijke onderstroom raakt. Als je succesvol wil communiceren in de politiek moet je een waarheid raken en aansluiten bij de waarden van mensen. Dingen zeggen waarvan iedereen weet dat ze niet waar zijn, werkt niet. Framing is niet een foefje uit een trukendoos: een goed frame is opgebouwd vanuit je eigen waarden – waarden die resoneren bij kiezers.

Het is een mythe om te denken dat links in het algemeen slechter kan framen dan rechts. De SP heeft in het verleden heel succesvol campagne gevoerd op basis van framing. De boodschap ‘de zorg is geen markt’ is een links frame dat werkt. Niemand kan het ermee oneens zijn: de zorg kan toch nooit een markt zijn. Het sluit aan bij een maatschappelijke weerstand tegen marktwerking en waarden als zorgzaamheid en medemenselijkheid.

Maar ook GroenLinks kan goed framen: De Bruijn verwijst bijvoorbeeld naar een ijzersterke speech van Femke Halsema in Paradiso nu ruim anderhalfjaar geleden. Halsema schetst een tweesprong: we kunnen als rechts kiezen voor samenleving met rauwe economische tegenstellingen en harde culturele verschillen of voor een sociale, tolerante en groene samenleving, die zich richt op het welzijn van het individu. Dit is ook een frame. Het construeert een valse tegenstelling en duwt daarmee de tegenstander in het defensief: natuurlijk kiezen we allemaal voor de tolerante en groene samenleving en niet voor de tegenstellingen. Het sluit aan bij een gevoel dat we als samenleving de verkeerde kant op gaat.

Links en rechts framen allebei er is niets fundamenteel anders aan de boodschap van links die het haar onmogelijk maakt om succesvol te framen.

Keep it Simple Stupid

Consistentie zou de kern is van een goed frame zijn. Want als je consistent je eigen boodschap herhaalt dan blijft het hangen. Een frame is simpel en wordt versterkt door herhaling. In een frame zijn dingen zwart of wit, goed of fout, mooi of slecht.

Maar volgens de Bruijn kan ambiguiteit in je boodschap juist bindend werken. Hij illustreert dit met Obama’s speech A More Perfect Union. Deze speech gaat over de relatie tussen blank en zwart in Amerika. Obama stelt dat er een tegenstelling in Amerika is tussen blank en zwart. Zwarten zijn vanwege hun ras nog steeds achtergesteld. Deze tegenstelling kent geen winnaars: ook veel blanken hebben niet het gevoel dat ze vooruitkomen. Obama wil deze tegenstelling doorbreken. Hij kan dat als geen ander omdat Obama, de zoon is van een witte moeder en een zwarte vader. Obama doet dit niet alleen voor blank en zwart, maar ook voor Christen en seculier, en voor Westerling en Moslim in andere speeches. Obama’s ambigue profiel (blank en zwart, met Christelijke, Islamistische en seculiere wortels) zorgt ervoor dat hij als geen ander groepen kan verenigen met een verzoenend frame.

De Bruijn stelt dat GroenLinks als geen andere partij in Nederland een verzoenend en daarmee verenigend frame kan gebruiken. GroenLinks is een links-liberale partij. GroenLinks verenigt het gebrek aan overheidsbemoeienis van liberalisme, en de overheidsbemoeienis dat links kenmerkt. Het ambigue links-liberale frame is niet een probleem, omdat kiezers het niet begrijpen, maar kan juist verschillende groepen aanspreken. GroenLinks kan zo liberale en linkse kiezer allebei bedienen. GroenLinks kan overtuigend de tegenstelling tussen links en rechts overbruggen.

We moeten de kiezer niet onderschatten: het hoeft niet allemaal simpel. Een complex frame kan tegenstellingen overbruggen. Sommige politieke partijen kunnen zo inderdaad beide groepen binden: links en rechts, zwart en wit. Er valt hier wel iets op af te dingen: De Bruijn vergeet dat een partij die links en rechts probeert te verenigen, door links gezien kan worden als rechts en door rechts gezien kan worden als links. Een verbindend frame kan een winnend frame zijn, maar het kan ook gezien worden als vlees noch vis.

Stap nooit in het frame van een ander

Tofik Dibi bekent in De Helling dat hij zichzelf regelmatig betrapt op termen als importbruid, een typische PVV-term: “dat moet je dus nooit doen, want dan neem je het frame van een ander over”. Het doel van een frame is om je tegenstander in het defensief te dringen. Als je in het frame van een ander stapt, stap je dus in een situatie waarvan het doel is dat je ze verliest. GroenLinks diende een anti-anti-islamiseringsmotie in: het doel van het overheidsbeleid is niet om islamisering te bestrijden. Als GroenLinks de term islamisering gebruikt in de context van het wel of niet bestrijden ervan, dan erkent de partij dat islamisering een probleem is. Maar als ze vervolgens stelt dat dit probleem niet bestreden hoeft te worden, dan heeft de partij het debat bijvoorbaat al verloren.

En toch, De Bruijn stelt dat je soms gebruik kan maken van een frame van een ander. Je kan voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie pleiten door te verwijzen naar afhankelijkheid van Nederland van landen als Saoedi-Arabië. Energy independence noemen we dat. Je zegt: als je zoals Wilders vindt dat Islamistische dictaturen een probleem zijn moet je investeren in groene energie. Ik ben hier skeptisch over: je onderschrijft het probleem van de PVV. Je erkent dat islamistische dictaturen een probleem zijn. Moslims zijn eng en gevaarlijk daar moeten we niets mee te maken hebben. Je versterkt dus het meester-frame van de PVV. En daarnaast: de PVV gaat echt niet zeggen: “GroenLinks jullie hebben helemaal gelijk we, gaan jullie moties steunen voor subsidiemolens en subsidiepanelen”. De PVV zal zeggen: inderdaad Saoedische olie is eng. We moeten investeren in kernenergie dat aangedreven wordt door veilige Canadese uranium.

Wat De Bruijn wel correct stelt is dat je effectief met het frame van een ander kan omgaan door reframing: probeer het frame van een ander op zijn kop te zetten. Als D66 het CDA verwijt dat ze bevoogdend zijn omdat ze soft drugs willen verbieden, dan moet het CDA daartegenover stellen dat D66 onverschillig is ten opzichte van drugsverslaafden. Je gaat mee met het frame van een ander, daardoor raakt het uit balans en duw je het weg. Verbale aikido noemt De Bruijn dat. Politiek gaat in de kern niet om partijen die het met elkaar oneens zijn over beleid (ik ben voor softdrugs, jij bent tegen). Het gaat om partijen die heel andere visies hebben en daar heel andere frames aan koppelen (Wij van D66 stellen u in staat om zelf keuzes te maken; wij van het CDA zorgen voor u). Politici praten langs elkaar heen, omdat ze het over andere onderwerpen willen hebben, of over hetzelfde onderwerp maar vanuit een ander perspectief.

zaterdag, 26 november 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Youp van ‘t Hek: Kerstbomen

In weblog, hart om mauro, youp van 't hek, afrika, alkmaar, angst, burgers, discussie, geloof, en meer.

Nou heet Mauro weer Jossef en woont hij in Alkmaar. De jongen is zo Noord-Hollands als de kaasmarkt daar. Hij moet alleen maar weg omdat hij zwart is. Althans zo subtiel zou de heilige Cruijff het gezegd hebben. Het mannetje woont acht jaar in Nederland. Hoe oud hij is? Negen. De wet zegt dat hij op moet rotten. En zolang de PVV in ons land de scepter zwaait is de wet de wet. Geen enkele uitzondering bevestigt de regels. Geen één hand durft over het hart te strijken. Wat is er gebeurd dat we dit land geworden zijn? Humor- en meedogenloos! Geen politicus in de buurt van Alkmaar durft zich aan de zaak Jossef te branden. Gevolg: een jochie dat hier acht van zijn negen levensjaren heeft gewoond wordt teruggestuurd naar zijn land van herkomst. Eritrea in dit geval. Een land waar hij niks te zoeken heeft en dus ook niks zal vinden. Hij loopt kans om samen met zijn moeder te worden opgesloten en gemarteld. Grote kans? Ja.

De voltallige redactie van de Alkmaarsche Courant heeft zich het lot van het mannetje aangetrokken en is gisteren pal achter hem gaan staan. Anderhalve pagina besteedden ze aan deze schrijnende zaak. Onmiddellijk brak er een discussie los of een krant dit wel mag doen. Allerhande intellectuelen begonnen op verzoek te kakelen of een dagblad partijdig mag zijn.

Na het moddergevecht in de Amsterdamse Arena om de macht bij Ajax en de positie van de wakkere Telegraaf in deze zaak lijkt het me niet meer echt een discussie of een krant af en toe partijdig mag zijn. Volgens mij moet een krant dat af en toe. Zeker als het om principiële kwesties gaat. Een kind uit je stad dat teruggestuurd wordt. Een kind van nog geen tien jaar oud! Omdat onze wet dat bepaalt.

Waar is de flexibiliteit om snel de wet aan te passen? Wat is er gebeurd dat we dat niet meer willen? Waarom zijn we zulke kleinzielige, bange burgers geworden? Hoe kunnen we met droge ogen zo’n mannetje op een vliegtuig naar een uitgehongerd Afrika sturen?

Afgelopen week las ik dat een Kamerlid van de partij van de bange blanke bejaarden, de PVV, zich zorgen maakt over het geringe aantal kerstbomen op Schiphol. De lieverd was bang dat Schiphol de bomen niet durfde te plaatsen uit angst voor de moslims!

Ondertussen blijkt dat er op Schiphol honderden kerstbomen staan te gloeien. En als Sinterklaas weg is wordt het aantal verdriedubbeld. Bleek dat het Kamerlid zelf de laatste tijd weinig uitgeprocedeerde asielzoekers op het vliegtuig had gezet en er dus niet of nauwelijks was geweest. Onderhand viel een collega van dit Kamerlid, dus ook van de bange blanke bejaarden, minister Rosenthal aan op het feit dat hij Joods was en te weinig voor Israël opkwam. Ik heb het stuk meerdere keren gelezen. Nog steeds geloof ik mijn ogen niet. Het is 2011 en iemand durft deze vraag hardop te stellen…

Maar in die angst leven we dus: plaatselijke politici zijn te bang om achter Jossef te gaan staan, een Kamerlid windt zich op over kerstbomen en een ander valt een minister aan op het feit dat hij Joods is. En de discussie brandt niet los over het toekomstige wel en wee van Jossef, maar of de Alkmaarsche Courant partijdig mag zijn!

Van mij mag de Alkmaarsche Courant niet partijdig zijn, maar moet de krant dat. Wij moeten dit allemaal. Wij moeten dit niet willen. Niet willen dat de ontwikkelingshulp bijna afgeschaft wordt, niet willen dat er een minister op zijn Joodse afkomst wordt aangesproken en niet willen dat er een kansloos kind het land uitgeschopt wordt. En als we dat wel willen dan moeten we voorlopig geen kerstbomen neerzetten. Dus geen kerstbomen uit angst voor de moslims, maar omdat we een heel naar rechts en benauwd landje geworden zijn.

Bron: NRC Handelsblad

vrijdag, 18 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Protestantisme en politiek

In religie en politiek, belangrijk, christenunie, crisis, d66, de wereld, dragen, eerste, emancipatie, en meer.

Toespraak bij het jubileumcongres van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme op 18.11.2011

Bestaat er nog zoiets als protestantse politiek of is dat in de afgelopen decennia verdwenen? Of veranderd? En wat zou de bijdrage van protestantse politiek aan de samenleving kunnen zijn? Zulke vragen suggereren dat we kunnen definiëren wat protestants is. Wie even rondkijkt, weet dat het ingewikkelder is dan dat.

Zeker, de SGP is protestants en de ChristenUnie grotendeels, maar ook binnen bijvoorbeeld PvdA en GroenLinks zijn protestantse tradities en groepen herkenbaar. In elk geval valt protestantisme in de politiek niet samen met links of rechts, progressief of conservatief, confessioneel of seculier. Zoals protestants ook buiten de politiek al die gezichten heeft. Van de Hervormde voorkeur voor het openbaar onderwijs en pragmatische oplossingen tot de Gereformeerde principiële neiging om in eigen organisaties te radicaliseren tot de Doperse afkeer van politiek, het is allemaal herkenbaar in de geschiedenis. En zelfs deze labels zijn al weer te generaliserend.

In de omwenteling van de roerige zestiger jaren waren die verschillende protestantse neigingen ook steeds in alle helderheid zichtbaar. De conservatieve stemmen in kerken, politieke partijen en media verzetten zich tegen de aantasting van de orde en de goede zeden en de progressieve stemmen zagen in het verzet tegen de status quo, het groeiende individualisme en de bijbehorende emancipatie tekenen van het heil waarin ze al eeuwen geloofden. Soms sloot men zich aan bij nieuwe seculiere politieke partijen als D66, PPR en DS 70, soms begon men een eigen christelijke partij zoals bij de EVP en de RPF. Of het toeval is dat de eerste drie eind jaren zestig ontstonden en de laatste twee tien jaar later, durf ik niet te zeggen, maar het is wel interessant om ook in dat opzicht de golven van de tijd te onderzoeken.

Laat ik proberen af te stappen van een overgeneralisering van wat protestants zou kunnen of moeten betekenen. De dialectiek van vernieuwing en restauratie, van cultuurkritiek en cultuuraansluiting, van opstand en status quo, het hoort allemaal bij het protestantisme en waarschijnlijk bij elke stroming. Laat ik dus liever zeggen wat voor soort protestantisme ik zelf van belang vind voor onze samenleving en voor de politiek van vandaag. Ik noem drie kenmerken: individualistisch, principieel en sober.

Het eerste kenmerk van protestantisme is een sterke nadruk op het individu. Tegenover de macht van het kerkelijk instituut verdedigden de reformatoren dat er niets en niemand tussen God en deze ene mens staat. Geen kerk, geen leer, niets. Uiteindelijk gaat het om de individuele verantwoordelijkheid en vrijheid. Dit protestantse uitgangspunt past goed bij een vrijzinnig-liberale politiek, maar ook bij de individualistische samenleving. Op grond van die individuele vrijheid ontstaan ook gemeenschappen waarin we verbonden willen zijn met anderen en verantwoordelijkheid voor elkaar en de wereld willen dragen. Maar het begint met het individu.

Het tweede kenmerk van protestantisme is een sterke nadruk op principes. Het kritisch nadenken over kerkelijk gezag heeft een bepaalde onverzettelijkheid in zich. Compromissen, pragmatiek, het is aan protestanten niet zo besteed. Ze neigen eerder tot Prinzipienreiterei en betweterigheid. De mooie kant daarvan is dat het voortdurend gaat om de vraag naar de fundamentele waarden die in het geding zijn. Politiek is dan ook niet alleen of in de eerste plaats een belangenstrijd, maar een strijd om idealen en principes. Het machtsspel moet misschien gespeeld worden, maar eigenlijk kan een protestant het niet zo goed op een akkoordje gooien als zijn principes op het spel staan.

Het derde kenmerk van protestantisme is soberheid. Geen weelderige ornamenten en rituelen, geen fratsen. Plichtsbesef en soberheid, een calvinistisch arbeidsethos, spaarzaamheid, enzovoorts. Voor een politicus zijn dat schone deugden, maar ook voor de politiek als geheel kan het geen kwaad, zeker niet in een crisis als de onze. Bij dat protestantse verantwoordelijkheidsgevoel hoort ook dat je je rijkdom niet voor jezelf houdt maar inzet voor wie minder bedeeld is, en ook dat is in onze tijd een belangrijk uitgangspunt voor de internationale verhoudingen.

Die drie kenmerken maken de protestant – ook in de politiek – altijd een beetje rebels, maar nooit rellerig. Altijd kritisch op de bestaande situatie en de macht, maar ook met het besef dat een samenleving wel ordening nodig heeft. Anarchistisch en antirevolutionair. De protestant neemt geen genoegen met de status quo maar heeft een diepgewortelde neiging om deze wereld beter te maken. Want – en dat is misschien wel de diepste drijfveer – de wereld zoals we die kennen is niet goed genoeg.

Dat is protestantisme in de politiek. Misschien. Want natuurlijk zijn er veel protestanten die heel andere accenten leggen en er zijn heel veel niet-protestanten die het hier mee eens zouden zijn. Het is waarschijnlijk vooral mijn politiek protestantisme: vrijzinnig, kritisch en verantwoordelijk.


donderdag, 17 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

De kloof tussen kiezer en gekozenen in kaart gebracht

In uncategorized, aow, begroting, belangrijk, cda, communicatie, d66, delen, dragen, en meer.

Peter Kanne, opinieonderzoeker bij TNS NIPO, is skeptisch over de vraag of stemmen wel zin heeft. Volgens hem zijn er zulke grote verschillen tussen wat kiezers van partijen verwachten en wat die partijen daadwerkelijk willen, dat het kabinetsbeleid niet goed aansluit bij wat de kiezers willen. Is dit de schuld van de slecht communicerende partijen, niet-oplettende kiezers of van sensatiegerichte media?

De kern van het verhaal van Kanne is dat er een groot verschil is tussen de voorkeuren van kiezers zelf, tussen de positie die kiezers denken dat een partij heeft en de posities van partijen volgens hun programma. Kanne gaat uit van het kieskompasmodel. Dit onderscheidt een links/rechts tegenstelling en een conservatief/progressief tegenstelling. De grootste verschillen tussen partijen en kiezers zitten aan de rechterkant van het politieke spectrum. VVD, PVV, CDA en D66 kiezers schatten hun partijen allemaal op economisch gebied veel linkser in dan dat ze “daadwerkelijk” zijn. CDA, D66 en PVV zijn volgens hun eigen kiezers centrum-linkse partijen, terwijl deze partijen in hun programma’s rechtse voorstellen deden. Dit zorgt ervoor dat het regeringsprogramma van het kabinet-Rutte een rechts karakter heeft, terwijl dat volgens Kanne niet is wat kiezers willen.

Op links speelt deze tegenstelling ook: de afstanden zijn hier minder groot maar betreffen nu niet alleen maar de economische maar ook de culturele tegenstelling. GroenLinks wordt bijvoorbeeld door kiezers rechtser en conservatiever ingeschat dan dat ze daadwerkelijk is. Dat geldt voor bijna alle linkse partijen. Kiezers staan wel vrij dicht bij de positie die ze zelf een partij toedichten. Dit zorgt ervoor dat kiezers eigenlijk allemaal clusteren in de links-conservatieve hoek, terwijl partijen verdeeld zijn tussen links-progressieven en rechts-conservatieven.

Who is to blame?

Kanne legt de schuld van de discrepantie tussen kiezers en gekozenen bij de politieke partijen. Hij vindt dat partijen zich niet helder positioneren: zij zijn niet helder in de communicatie van hun standpunten, weigeren echt positie te kiezen en wisselen van standpunt. Het boek bevat een zeer uitgebreide beschrijving van hoe in de laatste vijf jaar partijen posities hebben gekozen, maar ook deze posities weer hebben laten vallen. Waar hij bij de beschrijving van het verschil tussen kiezers en gekozenen uitgebreid statistisch materiaal levert, doet hij dit niet bij het verklaren van deze verschillen. Dat laat dus ruimte voor alternatieve verklaringen:

Je zou de schuld van het verschil tussen wat kiezers denken dat partijen willen en wat kiezers willen gedeeltelijk bij de media leggen. Media berichten alleen over dingen die nieuwswaardig zijn: dat GroenLinks voor het milieu is, komt niet op de voor pagina van de krant. Alleen als GroenLinks iets anders doet dan verwacht, is dat nieuwswaardig. Kiezers krijgen dus vrij veel informatie over hoe partijen draaien en opmerkelijke standpunten in nemen en vrij weinig over de andere standpunten van partijen. Is het dan raar dat kiezers daar een verkeerd beeld van hebben?

Kanne pleit de kiezer van alle schuld vrij. Zij willen wel op basis van de inhoud stemmen, maar de inconsistentie van partijen voorkomt dat. Er zijn verschillende mechanismen die ervoor zorgen dat kiezers zelfs als ze inhoudelijk willen stemmen, er naast kunnen zitten. De eerste is wensdenken. Het is opvallend dat kiezers partijen zo dicht bij hun eigen positie stellen. Het kan best dat kiezers denken dat hun partij hun positie innemen: “ze kunnen denken, dit vind ik, ik stem op die partij, dus zal die partij het wel met me eens zijn.”

Partijen kunnen hier ook op inspelen: door het aura te creëren dat hij de gewone man verdedigt, wordt Wilders veel linksere economische posities toegedicht dan hij uiteindelijk waarmaakt. Zo trekt hij wel linksere kiezers, maar hoeft hij daarvoor niet de financiële consequenties te dragen. Als er dan echte keuzes gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld als een partij in de regering zit, dan kan het nog eens lastig worden: een partij kan doen wat ze belooft heeft in haar programma, maar dat hoeft niet te zijn wat de kiezer verwacht had. De sterke weerstand tegen “Obamacare” en het debâcle rond Kunduz zijn hier voorbeelden van.

Een ander mechanisme is een gebrek aan politieke kennis. Op de vraag van de enquêteur geeft de kiezer het sociaal-geaccepteerde antwoord dat hij op de inhoud kiest maar echt veel wil hij er niet voor doen. Als de kiezer net als de onderzoekers van Kanne in de verkiezingsprogramma’s had gekeken, hadden hij een goede inschatting kunnen maken van de partijposities. Het is een interessante, maar niet door Kanne beantwoorde, vraag in hoeverre de mispercepties van kiezers samenhangen met variabelen als politieke interesse, politieke kennis en opleidingsniveau.

Zelfbinding

Kanne gaat uit van een bepaald model dat verklaart hoe kiezers op basis van de inhoud stemmen: kiezers kiezen voor die partij uit die het meest overeenkomt met hun posities. Dit is het zogeheten ‘proximity model’. Dit hoeft niet het enige model te zijn dat verklaart hoe kiezers op basis van de inhoud stemmen. Partijen kunnen ook kiezen voor een partij die hun prioriteiten deelt en daar het meest voor opkomt. In dit zogeheten ‘directional voting model’ kiezen mensen voor partijen die extremere posities hebben dan zij zelf op bepaalde vraagstukken, omdat die daar echt wel aan zullen trekken.

Je kan dit kiesgedrag op twee manieren begrijpen: aan de ene kant is het een vorm van zelfbinding. Kiezers willen dat er wat aan milieuvervuiling gebeurt en stemmen daarom op een partij met extreme posities op milieu. Partijen kunnen allerlei voorkeuren hebben (een beter milieu, meer geld voor zorg, hogere lonen) maar door te kiezen voor een partij die een van die dingen belangrijk vindt, binden ze zichzelf aan die prioriteit. Een vorm van democratiche zelfbinding: “okay, ik vind het milieu belangrijk dan accepteer ik de consequentie dat mijn prioriteiten op zorg niet gerealiseerd worden omdat je overheidsgeld niet twee keer kan uitgeven.” Je kan deze keuze echter ook strategisch duiden: mensen willen dat er iets gebeurt aan het milieu, en kiezen daarom voor een partij die daar het hardst aan trekt. In het touwtrekspel dat de Nederlandse coalitiepolitiek is, gebeurt er dan ten minste iets.

En GroenLinks?

Uit het onderzoek van Kanne volgen een aantal onderwerpen waarop GroenLinks tekortschiet: dat is waar er een grote afstand is tussen de kiezer en GroenLinks en waarop kiezers de posities van GroenLinks maar ten dele hebben begrepen. Het slechtst scoren die onderwerpen waarop GroenLinks geen heldere positie heeft ingenomen, volgens de codeurs van Kanne: de voorstellen rond studiefinanciering, de positie wat betreft vrijheid van meningsuiting en het op orde krijgen van de begroting. Dit geeft aan dat GroenLinks geen duidelijke positie heeft die in zwart/wit termen te vatten is en deze is ook niet helder aan haar kiezer gecommuniceerd.

GroenLinks kiezers zijn het het minst met de partij eens over Europa, migratie (zowel arbeidsmigratie als laaggeschoolde migratie), vredesmissies, integratie, de AOW en ontwikkelingssamenwerking. Het grootste deel van deze items zit in de culturele progressief/conservatief as. Op deze onderwerpen deelt minder dan de helft van de kiezers het GroenLinks standpunt. Typisch culturele onderwerpen (migratie, integratie) zijn de achilleshiel van GroenLinks: GroenLinks-kiezers zijn wel groen en links, maar delen de posities van GroenLinks wat betreft de open samenleving in mindere mate. Opvallend is dat zeker wat betreft immigratie GroenLinks kiezers zich terdege beseffen dat de partij wat anders vindt dan zij: ongeveer de helft van de kiezers weet dat GroenLinks een pro-immigratie standpunt inneemt en slechts 30-40% deelt dat standpunt. Kennelijk accepteren kiezers dat dit verschil bestaat. Dat is de gedoogdemocratie die Kanne beschrijft. Je ziet eenzelfde patroon bij ontwikkelingssamenwerking. GroenLinks-kiezers weten dat GroenLinks en zij daarover van mening verschillen, en stemmen toch GroenLinks.

Complexer is het onderwerp vredesmissies: de meeste GroenLinks-kiezers denken dat GroenLinks tegen het gebruik van militairen bij vredesmissies is, terwijl dit niet het geval is. Het meest opvallende is dat GroenLinks-kiezers zelf minder vaak tegen het militaire karakter van vredesmissies zijn dan dat ze denken dat GroenLinks hier tegen is. GroenLinks-kiezers denken dat de partij principiëler is dan zij zelf zijn. De interne discussies van de laatste vijftien jaar over het gebruik van militair geweld om mensenrechten te beschermen, hebben geen gevolg gehad voor het beeld van de partij bij de eigen kiezers.

Conclusies

Kanne raadt partijen aan om helder positie te kiezen. Partijen zouden eigen politieke visies consistent moeten uitdragen. Nieuwe partijformaties, een vernieuwd leiderschap en overeenstemming tussen boodschapper en inhoud zouden kunnen bijdragen aan een kleinere afstand tussen partijen en hun kiezers. Dit lijkt me maar ten dele waar: het probleem is niet dat partijen geen visie zouden hebben, volgens de codeurs van Kanne, staan de partijen over een groot deel van het politieke speelveld verspreid. Partijen zijn veel extremer dan kiezers. In de logica van schaling betekent extremer ook consequenter. Kiezers staan veel meer in het centrum, en plaatsen partijen veel meer in het centrum. Het is niet dat partijen geen oplossingen of posities hebben, maar er is sprake van een fundamentele ‘mismatch’ tussen aanbod en vraag in de politiek: kiezers zijn voor het overgrote deel links-conservatief. Dit geldt voor kiezers van bijna alle partijen, behalve GroenLinks.  Er is, zoals Wouter van der Brug eerder bij zijn inaugurele reden observeerde, geen partij die een combinatie van economisch linkse en cultureel conservatieve standpunten aanbiedt. Zelfs als je kijkt naar de posities die partijen volgens kiezers hebben, liggen de SP, PVV en CDA aan de rand van dit gebied. Partijen clusteren heel consequent op een links/rechts dimensie, maar kiezers niet. Om dit probleem op te lossen, moet er een links-conservatieve partij ontstaan: zowel SP als PVV (zeker in de ogen van kiezers) zouden deze lacune kunnen vullen als ze afstand zouden nemen van hun progressieve casu quo rechtse wortels. De concentratie van kiezers in de links-conservatieve hoek bevestigt weer eens dat er in Nederland weinig ruimte is voor een centrum-progressieve politieke formatie.

Een zeer verkorte versie van dit artikel verschijnt ook in het volgende GroenLinks Magazine.

zondag, 6 november 2011

Gebert Lucassen

Gebert Lucassen

GR

Aanval

In , bezig, hart, rechts, sociaal, trots.
Aanstaande donderdag is de grote wedstrijd. Vooral de aanvallers zijn nu al met hun warming-up bezig. Rechts in de aanval staat Joop van Orsouw van Trots Op Nederland(hoewel hij daar zelf al lang niet meer trots op is). Hij is de rechtse luis in de pels met een sociaal hart. Zijn kwinkslagen zijn soms wel onder de gordel maar aanvallen doet hij zeker. Hij ontvangt veel applaus van publiek voor zij...

dinsdag, 1 november 2011

Steven de Vries

Steven de Vries

Hyves Linkedin Last.fm Twitter GR DWARS

Laatste en eerste woorden bij het afscheid van het CDA

In dagelijks leven, groenlinks, politiek, utrecht, beleid, bijbel, cda, christendemocratie, christenunie, en meer.

Ze staan landelijk op slechts elf zetels in de peilingen en hebben slechts 21 zetels in de Tweede Kamer. In de Gemeenteraden van de grote steden spelen ze al jaren slechts een marginale rol. Tijd dus voor een afscheid van het CDA. De meeste kiezers hebben dat al jaren geleden gedaan. Als lid van een concurrerende partij zou ik daar opgetogen over moeten zijn. Toch vind ik het ergens jammer. Misschien is het nostalgie. Misschien zit er meer achter. Wat ik met het CDA heb? Politiek gezien helemaal niets. Ik zou, bij wijze van spreken, nog liever op de VVD stemmen. Ook rechts, alleen een klein stukje oprechter.

Toch gaan christendemocraten mij na aan het hart. Ik maak mij dan ook zorgen. Allereerst is daar de familiale band. Ik kom uit een typische CDA familie. Beide opa’s waren wethouders voor (voorgangers van) deze partij. Er gaat geen verjaardagsfeest of familieweekend voorbij of we bediscussiëren politiek, kerk en maatschappij. Door de jaren heen ging ook steeds meer de koers van De Partij ter discussie staan. Na het vertrek van Lubbers ontstond de onvrede en de irritatie. Balkenende zorgde in eerste instantie voor een opleving, maar vergrote uiteindelijk het ongemak. Ondertussen denk ik dat alleen nog mijn oma trouw CDA stemt. De rest heeft politiek asiel gezocht bij (meestal) GroenLinks of ChristenUnie. Sommigen bleven zweven.

Ik zal het CDA niet alleen missen vanuit een vreemd soort nostalgie. Het kapot gaan van de christendemocratie betekent ook het failliet van de (traditionele) middenpartijen. Al kun je zeggen dat dit al langer het geval is en het CDA al minstens tien jaar geleden het politieke midden heeft verlaten. Overigens zonder dat een groot deel van het trouwe partijkader dit door heeft gehad. Zelfkritiek is nooit het sterkste punt geweest van de christendemocratie. Het einde van de traditionele middenpartijen staat symbool voor de verdere polarisatie in ons land. Dat is jammer. Ik wil een samenleving die ontspannen is en relaxt. Noemt het maar de kracht van zacht (gejat van Yvon Jaspers).

Toch ga ik ook inhoudelijk een deel van het CDA missen. Om mijn inhoudelijke klik te vinden, moet ik echter wel diep graven. Eigenlijk zo diep dat ik nog voor de oprichting van de partij uitkom. Een aantal citaten:

“Het evangelie geeft geen rechtstreekse richtlijnen voor het politieke handelen, maar het geeft wel richtlijnen voor het rechtstreekse politieke handelen, en soms wel degelijk heel concreet. Leest u er Mattheüs 25 maar eens op na: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken. Maar dan moeten wij dan wel nú vandaag toepassen. Intussen zijn wij 2000 jaar verder, en kijk eens om u heen!”

“De hongerigen worden niet gevoed; zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. En als wij 1 procent van ons nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking uitgeven, hebben wij meer zorgen over de vraag of die ene procent wel goed wordt besteed, dan over de vraag of die 99 procent die wij voor onszelf reserveren wel goed wordt besteed. De dorstigen worden niet gelaafd. Zij worden aan hun lot overgelaten. En als wij ons aan ons televisietoestel volzuigen met het vergif van de consumptiereclame, dan zit ons de verhoging van de alcoholaccijns meer dwars dan de ellende van de dorstigen in de wereld. En de vreemdelingen worden niet gehuisvest. Zij worden gediscrimineerd en uitgewezen. En wij laten ze uitwijzen, tenzij we ze nodig hebben om het werk te doen waaraan geen Nederlander ondanks honderdduizenden werklozen zijn handen vuil wenst te maken. De naakten worden niet gekleed. Zij worden uitgestoten. En de gevangenen wórden niet bezocht. Zij worden gemarteld.”

Citaten uit een toespraak van Willem Aantjes, één van de founding fathers van het CDA uit 1975. Later zou er naar deze speech verwezen worden als ‘de Bergrede van Aantjes’, refererend aan de Bergrede van Jezus (Mattheüs 25). Woorden waarin, zelfs ik als humanist, mijn inspiratie kan vinden. Later werd overigens besloten dat het CDA haar beginselen zou vinden in een politiek programma en niet in de Bijbel. Natuurlijk, mooie woorden hoort men nog steeds bij het CDA. Ook op het congres van afgelopen zaterdag (29 oktober 2011) van bijvoorbeeld Jacobine Geel. Overigens blijkt zij (Pauw en Witteman, 31 oktober 2011) helemaal geen lid te zijn van de partij. Maar de kern is nu juist dat Aantjes stelt dat het niet gaat om woorden maar: “ook in het praktisch beleid als maatstaf en zelfs als voornaamste en laatste maatstaf zal functioneren, en waar je in die zin ook elkaar op tot de orde mag roepen.” Willem Aantjes leeft trouwens nog steeds. Maar stemt inmiddels, op hoogbejaarde leeftijd, geen CDA meer. Groot gelijk heeft ‘ie…

Ondertussen laat ik mij inspireren door een deel van zijn woorden. Ik wil spreken “voor wie geen stem hebben; die handelt voor wie geen handen hebben; die een weg baant voor wie geen voeten hebben; die helpt wie geen helper hebben.” Ik neem de citaten in bruikleen. Voor het CDA heb ik tot slot nog één citaat over: “Zo uniek, zo exclusief is het evangelie. En zó is het een richtsnoer voor het politieke handelen. Als dat niet herkenbaar is in een christendemocratische politiek, verdient het die naam niet.”

Integrale tekst W. Aantjes op 23-8-1975:
“Waarom zijn wij hier en waarom sta en spreek ik hier? Daar is maar één reden voor: als een getuigenis dat wij bij elkaar behoren en ook bij elkaar willen behoren.

Niet om de ogen te sluiten voor de werkelijkheid, maar om blijk te geven van onze wil om ondanks die werkelijkheid tot elkaar te komen en bij elkaar te blijven. Het CDA wil een appèl zijn op ons volk. Vandaag op onze struikelende weg van wenselijkheid naar werkelijkheid is het allereerst een appèl op elkaar en op onszelf.

Ik hoop dat we het vandaag niet zoeken in subtiele formuleringen en interpretaties, maar zullen discussiëren over de achterliggende zaken zelf. Het gaat er niet om dat wij weleens zullen uitmaken wie er christen is en wie niet. Dat is en blijft voor ieders eigen verantwoordelijkheid en geweten. Het zijn karikaturen die de discussie bederven. Waar het om gaat, is dat het aanvaarden van het evangelie als richtsnoer geen vrijblijvende zaak kan en mag zijn. Daar is het evangelie te kostbaar en unie voor. Zwaarder referentiekader dan het evangelie is er niet. De vraag is niet, hoe goed christen iemand is, maar hoe serieus hij het principiële uitgangspunt van de door hem vertegenwoordigde politieke richting neemt voor zijn politieke activiteiten; in hoeverre het beginsel niet alleen op papier geldt, maar ook in het praktisch beleid als maatstaf en zelfs als voornaamste en laatste maatstaf zal functioneren, en waar je in die zin ook elkaar op tot de orde mag roepen. Niet als een last, maar als een bevrijding. Niet omdat je je aan het evangelie moet houden, maar omdat je ook (en zelfs) in de politiek mag wandelen aan de hand van Gods geboden en geloften.

Het evangelie geeft geen rechtstreekse richtlijnen voor het politieke handelen, maar het geeft wel richtlijnen voor het rechtstreekse politieke handelen, en soms wel degelijk heel concreet. Leest u er Mattheüs 25 maar eens op na: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken.
Maar dan moeten wij dan wel nú vandaag toepassen. Intussen zijn wij 2000 jaar verder, en kijk eens om u heen!

De hongerigen worden niet gevoed; zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. En als wij 1 procent van ons nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking uitgeven, hebben wij meer zorgen over de vraag of die ene procent wel goed wordt besteed, dan over de vraag of die 99 procent die wij voor onszelf reserveren wel goed wordt besteed.
De dorstigen worden niet gelaafd. Zij worden aan hun lot overgelaten. En als wij ons aan ons televisietoestel volzuigen met het vergif van de consumptiereclame, dan zit ons de verhoging van de alcoholaccijns meer dwars dan de ellende van de dorstigen in de wereld.
En de vreemdelingen worden niet gehuisvest. Zij worden gediscrimineerd en uitgewezen. En wij laten ze uitwijzen, tenzij we ze nodig hebben om het werk te doen waaraan geen Nederlander ondanks honderdduizenden werklozen zijn handen vuil wenst te maken.
De naakten worden niet gekleed. Zij worden uitgestoten.
En de gevangenen wórden niet bezocht. Zij worden gemarteld. En wij vinden dat wij al heel wat doen – ik spreek over mezelf – als wij een kaart van Amnesty International als kerstgroet rondzenden in plaats van een zoete afbeelding van de herdertjes in Efratha’s velden.

Geen plaats voor christelijke politiek?
De wereld hunkert naar christelijke politiek!

Een politiek, die spreekt voor wie geen stem hebben; die handelt voor wie geen handen hebben; die een weg baant voor wie geen voeten hebben; die helpt wie geen helper hebben.
Kunnen wij dan wel iets doen? Staan wij dan niet machteloos tegenover al deze geweldige noden? Ik weet dat het vooral in het gezelschap van vele antirevolutionairen en christelijk-historischen niet zonder risico’s is de naam van Dorothee Sölle te noemen. Maar waarom zouden wij haar alleen onder het theologische ontleedmes leggen, en niet ook horen de klacht en aanklacht van een mens die niet los kan komen van Christus, maar steeds weer vastloopt op de christenen? In haar gedicht over het overwinnen van de machteloosheid springen als een bevrijding plotseling de woorden naar voren:

Bij ons heeft al eens iemand brood verdeeld
dat genoeg was
voor allen
Bij ons is al eens
iemand opgestaan
uit de doden

Zo uniek, zo exclusief is het evangelie. En zó is het een richtsnoer voor het politieke handelen. Als dat niet herkenbaar is in een christen-democratische politiek, verdient het die naam niet.
Christelijke politiek wordt gekenmerkt door verantwoordelijkheid, dat wil zeggen dat je er weet van hebt verantwoording te moeten afleggen, antwoord te moeten geven. De eerste vraag, die aan een mens gesteld werd, luidde: “Adam, waar ben je?” Dat is de vraag die ons gehele leven begeleidt, ook in de politiek, bij iedere beslissing telkens weer: mens, waar ben je? Waar sta je in de problemen van de wereld? Aan welke kant sta je?
Die eerste vraag zal ook de laatste vraag zijn die ons zal worden gesteld en hij zal niet luiden: “Hoe goed heb je verdiend?” – dat is de vraag die ons hier in de politiek te veel bezighoudt – maar: “Hoe goed heb je gediend?” Het antwoord op de vraag die dan gesteld wordt, wordt hier gegeven.
Vanuit dat besef politiek te handelen, daarin wordt christelijke politiek herkenbaar. Daarin nemen wij elkaar niet de maat. Daar lichten wij elkaar niet op door. Daar spreken wij elkaar wel op aan. Daar roepen wij elkaar wel mee tot de orde. Daar binden wij elkaar wel aan – en dat moet dan helaas wel formeel worden vastgelegd.
Dat is ons richtsnoer. En wie het voorrecht te beurt valt – want dat is het – als vertegenwoordiger van deze richting op verantwoordelijke posten tot politiek handelen te worden geroepen, wordt voor dat politieke handelen geacht daarmee in te stemmen. Het Christen-Democratisch Appèl zal zó zijn, wil het werkelijk christen-democratisch zijn.”

maandag, 24 oktober 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Dag Rita!

In politiek, ed sinke, eenvandaag, favorita, furby, gemeenteraadsverkiezingen, ijzeren rita, immigratie en asiel, kabinet, en meer.

Rita Verdonk heeft de politiek verlaten. Ze was natuurlijk al maanden van het politieke toneel verdwenen, maar nu is het officieel. IJzeren Rita ‘has left the building’. In een congres van Trots op Nederland dat volgende maand plaats moet vinden, krijgen de leden de gelegenheid te beslissen over het lot van ToN. Volgens anonieme bronnen adviseert Rita ze alvast een overstapje naar de PVV te wagen. Boze tongen beweren bovendien dat Rita voor deze lobbypraktijken door de PVV weleens beloond kan worden met een ministerschap in Wilders 1.

Of dat waar is valt te bezien, natuurlijk, de kans is reëel dat het vuilspuierij is van een van haar partijgenoten. Verdonk heeft in haar korte politieke bestaan immers genoeg ‘Vrienden van Rita’ verzameld; die heeft echt geen vijanden meer nodig. Direct na de gemeenteraadsverkiezingen verlieten de lokale afdelingen bij bosjes het landelijk platform. Zelfs de fractie van haar woonplaats Nootdorp besloot al snel de vlag met voetballogo in de wilgen te hangen. Arme Rita.

Volgens EenVandaag had ze last van huilbuien gehad, maar was ze wel erg blij met het huidige kabinet. Sterker nog, volgens Rita neemt de PVV haar ideeën over. En dus is haar politieke rol uitgespeeld, zegt ze. Haar nieuwe website, voor de volgende incarnatie ‘Rita de Ondernemer’ is in de lucht. Ze gaat coachen, adviseren en als ‘sprankelende iron lady’ (haar eigen tekst!) lezingen geven.

Wat zullen we haar missen. Want wie herinnert zich niet dit prachtige filmpje? “Het water staat ons aan de lippen”, schreewde Rita fel. En wie herinnert zich niet die andere gevleugelde woorden “Niet links, niet rechts, maar rechtdoorzee”? Compleet met rood colbert en dito krukken beet ze haar slogan toe aan de ondernemers in de RAI. Wie herinnert zich niet dat norse gezicht met furby-ogen? De talloze imitaties en parodieën? Wat te doen zonder deze hilarische zelfbenoemde vox populi?

Ik hoop stiekem dat de boze tongen een beetje gelijk hebben. Niet omdat ik zit te wachten op Wilders 1. Maar als dat kabinet er dan toch moet komen, verzacht dan mijn pijn een beetje met de terugkeer van IJzeren Rita. Als Geert het voor elkaar krijgt, dan wil ik Rita terug. Die politieke pitbull. Die sjacherijn met haar staccato oneliners. Die prachtige mega-furby. Rita, het ga je goed!


Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2483 uur (103,5 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4