woensdag, 25 april 2012

Lennart Huizing

Lennart Huizing

Twitter Flickr

De economie stimuleren én 3% begrotingstekort halen.

In begrotingstekort, economie, rutte i, staatsschuld, bezuinigingen, cda, crisis, de, dragen, en meer.

De reden dat Wilders de regering heeft opgeblazen, is dat hij niet wil voldoen aan het Brusselse dictaat. Gelijk heeft hij. De roep om bezuinigingen is slecht voor onze economie. Natuurlijk hadden we de staatsschuld niet zo hoog op mogen laten lopen. Natuurlijk hadden we de crisis in moeten gaan met een begrotingsoverschot, zodat we de economie hadden kunnen stimuleren door de begroting te laten stijgen tot 3%. Maar daar wilden VVD, PvdA én CDA niet aan. Zij dragen samen schuld aan de huidige situatie. De huidige regeringspartijen nog het meest, want zij waren het die het in Europa onmogelijk maakten om uitzonderingen toe te staan op de 3%. En nu zitten we met de gebakken peren.

lees verder

dinsdag, 24 april 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Het gedoogkabinet is niet meer

Bron: www.xiara.be

Ik zou er iets over moeten zeggen. Ik heb tenslotte vaak een mening hier. Vaak denk ik dat ik het beter weet. Maar ik weet het even niet meer.

Natuurlijk ben ik blij dat deze regering is gevallen. Dat de invloed van de gedoger, al is het maar tijdelijk, is teruggedrongen. Dat we van het meest rechtse kabinet sinds mensenheugenis af zijn.  Maar wat nu?

Verkiezingen eind juni of begin september? Of toch in de zomer? Rutte en de Jager snel een begroting in elkaar laten flansen of met de hele kamer proberen iets te schrijven? Demissionair kabinet of demissionair met uitzonderingen? Zo snel mogelijk onder de drie procent of mogen we er iets boven zitten? Belangrijke besluiten voor ons uit schuiven of toch snel knopen doorhakken? Ik weet het echt niet.

Vele keuzes zijn simpel. Niet bezuinigen op onderwijs en zorg, wel op defensie. De lage inkomens ontzien, de hoge inkomens kunnen nog veel missen. Ontwikkelingssamenwerking (dat is iets anders dan ontwikkelingshulp) hoeft niet te bezuinigen, cultuur ook niet. Multinationals die hier belastingvoordeel genieten profiteren ten koste van de ‘normale man’, moeten zwaar belast worden. Mislukt project JSF meteen stopzetten. Niet meer investeren in asfalt, maar wel in beter openbaar vervoer. Marktwerking in zorg, ov, nutsbedrijven en onderwijs is uit den boze. Bonussen zijn geen prikkel om beter te presteren, maar zorgen voor meer hebzucht. Morgen nog beginnen met terugtrekken uit Kunduz.

Mijn beeld is wel duidelijk. Maar hoe het voor elkaar te krijgen, geen idee. De vragen blijven onbeantwoord. De tijd zal uitwijzen wat er moet gebeuren..


maandag, 23 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat ik zou zeggen in het geschrapte debat over cultuurbeleid

In eerste kamer, politiek, kinderen, kritisch, kunst, kunst en cultuur, lezen, licht, liefde, en meer.

(door de val van het kabinet gaat op 24.04 het debat over cultuurbeleid niet door in de Eerste Kamer. Dit was mijn inbreng voor dat debat:)

Voorzitter, het lijkt niet zo heel erg nuttig om vandaag met elkaar te spreken over de principiële kanten van het cultuurbeleid. Niet alleen lijken er belangrijker onderwerpen te bestaan, maar het handelingsperspectief van deze staatssecretaris is het afgelopen weekeinde een heel stuk korter geworden. Heeft het dan zin om in deze Kamer te debatteren over fundamentele visies? Waar moet het heen met kunst en cultuur in ons land en komen we daar wel met het nu ingezette beleid en de draconische bezuinigingen? Wezenlijke vragen, maar met een vleugellamme staatssecretaris schiet dat niet op.

Als we er dan toch over spreken, dan moet het maar in het licht van de toekomst. Waar gaan we naartoe ná het tijdperk Zijlstra? Wat staat er als stip op de horizon en wat moeten we vandaag doen of nalaten om te voorkomen dat we heel ergens anders uitkomen? Welke bijsturing kan niet wachten op een nieuw kabinet? Natuurlijk raakt dat aan de bezuinigingen, maar tegelijk is die financiële discussie enkel het sluitstuk. Het begint ergens anders.

De eerste wezenlijke vraag bij cultuurbeleid betreft het doel. Waar is cultuur eigenlijk goed voor en wat is er nodig om dat te stimuleren? In de beleidsnota Meer dan kwaliteit lezen we dan: “Cultuur staat zowel voor binding, identiteit en traditie als voor dynamiek, creativiteit en vernieuwing.” En verder gaat het in de nota dan de hele tijd over hoe dat georganiseerd moet worden. Het gaat dan ook binnen de kortste keren over het economische rendement. En zo wordt over cultuureducatie gezegd: “De spontaniteit en verbeelding die cultuur losmaakt, zijn in onze tijd niet alleen gevraagd, maar vaak ook vereist: ’A firm needs more than an efficient manufacturing process, cost-control and a good technological base to remain competitive’.” Dat is natuurlijk zo, maar wie heeft er in hemelsnaam bedacht dat we een bedrijfskundige redenering nodig hebben om cultuureducatie te verantwoorden?

Het valt dan ook op dat de hele beleidsnota draait om ‘meer dan kwaliteit’, maar dat die kwaliteit zelf nergens ter sprake komt of beschreven wordt. Die wordt kennelijk als vanzelfsprekend beschouwd en vervolgens draait het hele beleid om andere zaken: meer publiek aantrekken, meer eigen geld verdienen, participatie en educatie, erfgoedbeheer, en regionale spreiding. Ik wil er wel bij zeggen dat ik die doelen allemaal niet verkeerd vind, maar de onderliggende vraag naar kwaliteit wordt angstvallig vermeden.

Misschien heeft dat ermee te maken dat de staatssecretaris vanuit zijn eigen opleiding kwaliteit vooral benadert in marketingtermen. Kwaliteit is dan voldoen aan de verwachtingen van de klant. Er is echter ook een andere definitie, die veel meer het hart raakt: kwaliteit is de mate waarin de intrinsieke eigenschappen van een goed tot uitdrukking worden gebracht. Bij de intrinsieke eigenschappen van kunst horen in elk geval zaken als schoonheidsbeleving, het vermogen om mensen in beweging te brengen, te ontroeren, te verrassen, aan het denken te zetten, enzovoorts. Hoe meer dit gebeurt, des te gelaagder en geslaagder de kunst. En als we het over het bredere veld van cultuur hebben, dan horen bij de intrinsieke eigenschappen in elk geval het construeren, communiceren en innoveren van traditie en identiteit. Of het nu gaat om hoge cultuur, volkscultuur of populaire cultuur, kwaliteit heeft direct te maken met dergelijke intrinsieke eigenschappen en ik vraag de staatssecretaris waarom hij daar geen woord aan wijdt. Zonder een dergelijk principieel ankerpunt is het namelijk onmogelijk vast te stellen of de andere doelen die hij met zijn beleid nastreeft, sporen met deze kwaliteit.

Hier ligt dus ook een belangrijke vraag bij de samenhang van de beleidsdoelen. Wat doet de staatssecretaris als kwaliteit, het bereiken van het publiek, regionale spreiding, internationaal bereik en het aantrekken van externe financiering niet samenvallen? Hoe weegt hij dan de verschillende aspecten? Gaat dan de regionale spreiding voor kwaliteit of andersom? Ik zou hier graag nader toelichting over horen. Ik vind het namelijk van groot belang dat zo veel mogelijk mensen toegang hebben tot kunst en cultuur, maar ook dat er ruimte is voor het kleine en bijzondere.

Het grote risico van de benadering van de staatssecretaris is een instrumentalisering van kunst en cultuur. Zo krijgt de creatieve industrie een speciale plaats omdat het bijdraagt aan de economische topsectoren, is cultuureducatie goed om kinderen voor te bereiden op het bedrijfsleven en de internationale wereld, en is culturele internationalisering behulpzaam bij de buitenlandse betrekkingen en “het Nederlands economisch belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken.” En zo gaat het door. De beleidsnota begint met een paragraaf over markt en overheid, Cultuur in beeld rekent ons precies voor wat het kost en opbrengt, enzovoorts. Tamelijk obligaat staat het er dan in een tussenzin: “Vanzelfsprekend laat de waarde van cultuur zich niet alleen in cijfers uitdrukken.” Maar dat is te weinig. Als cultuur nuttig moet zijn voor iets anders, dan ondermijnt dat rechtstreeks de eigen ruimte die kunst en cultuur moeten hebben. Dat bedenk ik niet alleen; ook de Telderstichting schrijft in haar recente advies: “Leg in de legitimering van cultuursubsidies niet te veel nadruk op de instrumentele waarde van cultuur, maar rechtvaardig de rol van de overheid vanuit de intrinsieke waarde van kunst en cultuur.” Ik vraag de staatssecretaris hoe hij denkt over dit advies van zijn partijgenoten. En als hij toch bezig is, ben ik ook benieuwd naar zijn visie op de inbreng van zijn partijgenoot De Liefde in het debat aan de overzijde die suggereerde dat van de zeven leden van cultuursubsidiecommissies drie zich zouden moeten buigen over artistieke kwaliteit en de andere vier over communicatie, marketing, ondernemerschap en financiën. Is de staatssecretaris het met mij eens dat daarmee cultuur ondergeschikt wordt gemaakt aan commercie.

Voorzitter, ik kom daarmee aan een tweede punt. De beleidsnota Meer dan kwaliteit zet in met de vraag naar de verhouding tussen markt en overheid. We hebben het dan over de verantwoordelijkheidstoedeling in het stelsel. Wie is verantwoordelijk voor welk deel? Geconstateerd wordt dat een belangrijk deel van de 18 miljard omzet in de cultuursector op de vrije markt wordt gerealiseerd. Ongeveer een zesde daarvan is afhankelijk van overheidssubsidies. Het lijkt dan alsof het terugbrengen van die overheidssubsidie op het totaal niet zoveel uitmaakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Klopt mijn beeld, zo vraag ik de staatssecretaris, dat bij het marktdeel van de cultuursector ook allerlei commercieel sterke onderdelen zitten? Klopt het dat bij de gemeenten vooral ook breedtecultuur en de bijbehorende huisvestingskosten een groot beslag leggen? En klopt het dat de Rijksoverheid juist verantwoordelijk is voor specifieke onderdelen die de markt en de lagere overheden niet dekken? Kortom: zou de staatssecretaris eens wat inhoudelijker zichtbaar kunnen maken wat de markt wel en niet gefinancierd en georganiseerd krijgt en hoe de verschillende overheden hun verantwoordelijkheid oppakken? Dan wordt namelijk ook zichtbaar hoe groot de werkelijke effecten van de bezuinigingen en andere maatregelen zijn.

De regering lijkt van mening dat haar eigen verantwoordelijkheid nog wel wat kleiner kan. Zij subsidieert nu ongeveer 5,5 % van de cultuursector, maar daar kan nog een heel procentpunt af. De sponsors, fondsen en mecenassen staan immers in de rij om het over te nemen. Maar helaas, zo simpel ligt het niet. Er is inderdaad op dit punt veel in ontwikkeling, maar de staatssecretaris rekent zich voorlopig alleen maar rijk. De Amerikaanse situatie die hij als voorbeeld lijkt te hebben, staat in veel opzichten ver af van de onze en dat verandert niet zomaar als hij de geldkraan dichtdraait. Het is opvallend dat het grote voorbeeld van het cultuurmecenaat, de VandenEnde Foundation, nogal kritisch is op dit Amerikaanse voorbeeld, bijvoorbeeld bij het jaarverslag 2010. De continuïteit van de cultuurfinanciering staat sterk onder druk van teruglopende giften; de grote financiers neigen ertoe de elitaire kunst te stimuleren terwijl juist de emancipatoire kunst van niches, avantgarde en minderheidsgroepen snel in het gedrang komt, en de nadruk op projectfinanciering leidt tot kortetermijndenken en niet tot opbouw van de sector. Ik concludeer dat het beleid van de staatssecretaris precies onder deze kritiek valt: teruglopende financiering, nadruk op elitaire topcultuur en projectfinanciering. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Denkt hij echt dat – midden in een economische crisis – de gaten die hij slaat, worden opgevuld door mecenaat en sponsoring? En heeft hij daar meer argumenten voor dan zijn neoliberale marktnaïviteit?

Ten slotte nog een principieel punt. De beleidsnota stelt als uitgangspunt: “Culturele instellingen moeten minder afhankelijk worden van de overheid en daardoor flexibeler en krachtiger worden. Daarom bezuinigt het kabinet op cultuur.” Dat is natuurlijk een gotspe. Dit – zo goed als voorbije – kabinet bezuinigt op cultuur uit economische motieven en populistische rancune. Maar dan nog. Dergelijke zinnen verraden een gevaarlijke visie op de overheid. Ze suggereren dat de overheid een noodzakelijk kwaad is en dat subsidie alleen maar verlamt. Is niet, zo vraag ik de staatssecretaris, de overheid de belichaming van het collectief van de samenleving? En zijn niet subsidies een belangrijke manier om publieke goederen en collectieve waarden te ondersteunen? Is het daarom niet essentieel om het levend houden van cultuur en traditie ook op collectief niveau te borgen? Ik roep de staatssecretaris op om niet langer mee te werken aan het ondermijnen van de overheid die namens ons allen zorg draagt voor het in stand houden van een samenleving waarin kunst en cultuur gedijen en ons allen ten goede komen.

Voorzitter, ik sluit af. Volgens Plato zijn er drie kernwaarden die een rol zouden moeten spelen in onze afwegingen: het ware, het goede en het schone. Dit kabinet lijkt een vierde te hebben toegevoegd: het goedkope. Ik vrees dat dat ons allen duur komt te staan.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat ik zou zeggen in het geschrapte debat over cultuurbeleid

In eerste kamer, politiek, geld, gemeenten, cijfers, communicatie, creativiteit, crisis, cultuur, en meer.

(door de val van het kabinet gaat op 24.04 het debat over cultuurbeleid niet door in de Eerste Kamer. Dit was mijn inbreng voor dat debat:)

Voorzitter, het lijkt niet zo heel erg nuttig om vandaag met elkaar te spreken over de principiële kanten van het cultuurbeleid. Niet alleen lijken er belangrijker onderwerpen te bestaan, maar het handelingsperspectief van deze staatssecretaris is het afgelopen weekeinde een heel stuk korter geworden. Heeft het dan zin om in deze Kamer te debatteren over fundamentele visies? Waar moet het heen met kunst en cultuur in ons land en komen we daar wel met het nu ingezette beleid en de draconische bezuinigingen? Wezenlijke vragen, maar met een vleugellamme staatssecretaris schiet dat niet op.

Als we er dan toch over spreken, dan moet het maar in het licht van de toekomst. Waar gaan we naartoe ná het tijdperk Zijlstra? Wat staat er als stip op de horizon en wat moeten we vandaag doen of nalaten om te voorkomen dat we heel ergens anders uitkomen? Welke bijsturing kan niet wachten op een nieuw kabinet? Natuurlijk raakt dat aan de bezuinigingen, maar tegelijk is die financiële discussie enkel het sluitstuk. Het begint ergens anders.

De eerste wezenlijke vraag bij cultuurbeleid betreft het doel. Waar is cultuur eigenlijk goed voor en wat is er nodig om dat te stimuleren? In de beleidsnota Meer dan kwaliteit lezen we dan: “Cultuur staat zowel voor binding, identiteit en traditie als voor dynamiek, creativiteit en vernieuwing.” En verder gaat het in de nota dan de hele tijd over hoe dat georganiseerd moet worden. Het gaat dan ook binnen de kortste keren over het economische rendement. En zo wordt over cultuureducatie gezegd: “De spontaniteit en verbeelding die cultuur losmaakt, zijn in onze tijd niet alleen gevraagd, maar vaak ook vereist: ’A firm needs more than an efficient manufacturing process, cost-control and a good technological base to remain competitive’.” Dat is natuurlijk zo, maar wie heeft er in hemelsnaam bedacht dat we een bedrijfskundige redenering nodig hebben om cultuureducatie te verantwoorden?

Het valt dan ook op dat de hele beleidsnota draait om ‘meer dan kwaliteit’, maar dat die kwaliteit zelf nergens ter sprake komt of beschreven wordt. Die wordt kennelijk als vanzelfsprekend beschouwd en vervolgens draait het hele beleid om andere zaken: meer publiek aantrekken, meer eigen geld verdienen, participatie en educatie, erfgoedbeheer, en regionale spreiding. Ik wil er wel bij zeggen dat ik die doelen allemaal niet verkeerd vind, maar de onderliggende vraag naar kwaliteit wordt angstvallig vermeden.

Misschien heeft dat ermee te maken dat de staatssecretaris vanuit zijn eigen opleiding kwaliteit vooral benadert in marketingtermen. Kwaliteit is dan voldoen aan de verwachtingen van de klant. Er is echter ook een andere definitie, die veel meer het hart raakt: kwaliteit is de mate waarin de intrinsieke eigenschappen van een goed tot uitdrukking worden gebracht. Bij de intrinsieke eigenschappen van kunst horen in elk geval zaken als schoonheidsbeleving, het vermogen om mensen in beweging te brengen, te ontroeren, te verrassen, aan het denken te zetten, enzovoorts. Hoe meer dit gebeurt, des te gelaagder en geslaagder de kunst. En als we het over het bredere veld van cultuur hebben, dan horen bij de intrinsieke eigenschappen in elk geval het construeren, communiceren en innoveren van traditie en identiteit. Of het nu gaat om hoge cultuur, volkscultuur of populaire cultuur, kwaliteit heeft direct te maken met dergelijke intrinsieke eigenschappen en ik vraag de staatssecretaris waarom hij daar geen woord aan wijdt. Zonder een dergelijk principieel ankerpunt is het namelijk onmogelijk vast te stellen of de andere doelen die hij met zijn beleid nastreeft, sporen met deze kwaliteit.

Hier ligt dus ook een belangrijke vraag bij de samenhang van de beleidsdoelen. Wat doet de staatssecretaris als kwaliteit, het bereiken van het publiek, regionale spreiding, internationaal bereik en het aantrekken van externe financiering niet samenvallen? Hoe weegt hij dan de verschillende aspecten? Gaat dan de regionale spreiding voor kwaliteit of andersom? Ik zou hier graag nader toelichting over horen. Ik vind het namelijk van groot belang dat zo veel mogelijk mensen toegang hebben tot kunst en cultuur, maar ook dat er ruimte is voor het kleine en bijzondere.

Het grote risico van de benadering van de staatssecretaris is een instrumentalisering van kunst en cultuur. Zo krijgt de creatieve industrie een speciale plaats omdat het bijdraagt aan de economische topsectoren, is cultuureducatie goed om kinderen voor te bereiden op het bedrijfsleven en de internationale wereld, en is culturele internationalisering behulpzaam bij de buitenlandse betrekkingen en “het Nederlands economisch belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken.” En zo gaat het door. De beleidsnota begint met een paragraaf over markt en overheid, Cultuur in beeld rekent ons precies voor wat het kost en opbrengt, enzovoorts. Tamelijk obligaat staat het er dan in een tussenzin: “Vanzelfsprekend laat de waarde van cultuur zich niet alleen in cijfers uitdrukken.” Maar dat is te weinig. Als cultuur nuttig moet zijn voor iets anders, dan ondermijnt dat rechtstreeks de eigen ruimte die kunst en cultuur moeten hebben. Dat bedenk ik niet alleen; ook de Telderstichting schrijft in haar recente advies: “Leg in de legitimering van cultuursubsidies niet te veel nadruk op de instrumentele waarde van cultuur, maar rechtvaardig de rol van de overheid vanuit de intrinsieke waarde van kunst en cultuur.” Ik vraag de staatssecretaris hoe hij denkt over dit advies van zijn partijgenoten. En als hij toch bezig is, ben ik ook benieuwd naar zijn visie op de inbreng van zijn partijgenoot De Liefde in het debat aan de overzijde die suggereerde dat van de zeven leden van cultuursubsidiecommissies drie zich zouden moeten buigen over artistieke kwaliteit en de andere vier over communicatie, marketing, ondernemerschap en financiën. Is de staatssecretaris het met mij eens dat daarmee cultuur ondergeschikt wordt gemaakt aan commercie.

Voorzitter, ik kom daarmee aan een tweede punt. De beleidsnota Meer dan kwaliteit zet in met de vraag naar de verhouding tussen markt en overheid. We hebben het dan over de verantwoordelijkheidstoedeling in het stelsel. Wie is verantwoordelijk voor welk deel? Geconstateerd wordt dat een belangrijk deel van de 18 miljard omzet in de cultuursector op de vrije markt wordt gerealiseerd. Ongeveer een zesde daarvan is afhankelijk van overheidssubsidies. Het lijkt dan alsof het terugbrengen van die overheidssubsidie op het totaal niet zoveel uitmaakt, maar dat is natuurlijk niet zo. Klopt mijn beeld, zo vraag ik de staatssecretaris, dat bij het marktdeel van de cultuursector ook allerlei commercieel sterke onderdelen zitten? Klopt het dat bij de gemeenten vooral ook breedtecultuur en de bijbehorende huisvestingskosten een groot beslag leggen? En klopt het dat de Rijksoverheid juist verantwoordelijk is voor specifieke onderdelen die de markt en de lagere overheden niet dekken? Kortom: zou de staatssecretaris eens wat inhoudelijker zichtbaar kunnen maken wat de markt wel en niet gefinancierd en georganiseerd krijgt en hoe de verschillende overheden hun verantwoordelijkheid oppakken? Dan wordt namelijk ook zichtbaar hoe groot de werkelijke effecten van de bezuinigingen en andere maatregelen zijn.

De regering lijkt van mening dat haar eigen verantwoordelijkheid nog wel wat kleiner kan. Zij subsidieert nu ongeveer 5,5 % van de cultuursector, maar daar kan nog een heel procentpunt af. De sponsors, fondsen en mecenassen staan immers in de rij om het over te nemen. Maar helaas, zo simpel ligt het niet. Er is inderdaad op dit punt veel in ontwikkeling, maar de staatssecretaris rekent zich voorlopig alleen maar rijk. De Amerikaanse situatie die hij als voorbeeld lijkt te hebben, staat in veel opzichten ver af van de onze en dat verandert niet zomaar als hij de geldkraan dichtdraait. Het is opvallend dat het grote voorbeeld van het cultuurmecenaat, de VandenEnde Foundation, nogal kritisch is op dit Amerikaanse voorbeeld, bijvoorbeeld bij het jaarverslag 2010. De continuïteit van de cultuurfinanciering staat sterk onder druk van teruglopende giften; de grote financiers neigen ertoe de elitaire kunst te stimuleren terwijl juist de emancipatoire kunst van niches, avantgarde en minderheidsgroepen snel in het gedrang komt, en de nadruk op projectfinanciering leidt tot kortetermijndenken en niet tot opbouw van de sector. Ik concludeer dat het beleid van de staatssecretaris precies onder deze kritiek valt: teruglopende financiering, nadruk op elitaire topcultuur en projectfinanciering. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Denkt hij echt dat – midden in een economische crisis – de gaten die hij slaat, worden opgevuld door mecenaat en sponsoring? En heeft hij daar meer argumenten voor dan zijn neoliberale marktnaïviteit?

Ten slotte nog een principieel punt. De beleidsnota stelt als uitgangspunt: “Culturele instellingen moeten minder afhankelijk worden van de overheid en daardoor flexibeler en krachtiger worden. Daarom bezuinigt het kabinet op cultuur.” Dat is natuurlijk een gotspe. Dit – zo goed als voorbije – kabinet bezuinigt op cultuur uit economische motieven en populistische rancune. Maar dan nog. Dergelijke zinnen verraden een gevaarlijke visie op de overheid. Ze suggereren dat de overheid een noodzakelijk kwaad is en dat subsidie alleen maar verlamt. Is niet, zo vraag ik de staatssecretaris, de overheid de belichaming van het collectief van de samenleving? En zijn niet subsidies een belangrijke manier om publieke goederen en collectieve waarden te ondersteunen? Is het daarom niet essentieel om het levend houden van cultuur en traditie ook op collectief niveau te borgen? Ik roep de staatssecretaris op om niet langer mee te werken aan het ondermijnen van de overheid die namens ons allen zorg draagt voor het in stand houden van een samenleving waarin kunst en cultuur gedijen en ons allen ten goede komen.

Voorzitter, ik sluit af. Volgens Plato zijn er drie kernwaarden die een rol zouden moeten spelen in onze afwegingen: het ware, het goede en het schone. Dit kabinet lijkt een vierde te hebben toegevoegd: het goedkope. Ik vrees dat dat ons allen duur komt te staan.


zondag, 22 april 2012

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Eigen kracht en zelfredzaamheid

In vughtse politiek, armoedebeleid, bezuinigingen, vught, kinderopvang, kort, kracht, fractie, leiden, en meer.

Op woensdag 21 maart organiseerde PvdA-GroenLinks een info- en discussieavond over stapelingseffecten. Bij de behandeling van de begroting in november 2011 had de fractie al gepleit voor een sociaal reparatiefonds, maar dat werd toen te vroeg gevonden. Zijn stapelingseffecten nu al wel merkbaar in Vught?

“Crisis: kan iedereen nog meedoen in Vught?” was de centrale vraag. Want de bezuinigingen in crisistijd komen voor een groot deel terecht op de schouders van de zwaksten in onze samenleving. De huishoudtoets in de WWB, hogere zorgkosten, hogere kosten voor kinderopvang, minder huurtoeslag, minder zorgtoeslag, meer eigen bijdrages etc. Ook in Vught wordt bijna 80 procent van de bezuinigingen op de programma’s behaald door te korten op armoede, WMO/zorg en welzijn. Het resultaat van de crisis en de bezuinigingen van het rijk en lokaal is een stapeling van nadelige effecten voor de mensen die al moeilijk kunnen rondkomen. En ondertussen pleit de regering voor “werk, werk, werk” als de oplossing om uit de armoede te komen.

Om de avond in te leiden waren er twee sprekers: René Bouwman (Stichting Leergeld) en voormalig wethouder van Tilburg Jan Hammingh. Beide sprekers spraken over de kracht van mensen in armoede. Niks zielig, doorzetten en oplossen. Bouwman presenteerde onder andere de resultaten van het armoedeonderzoek van het Vughtse armoede overleg. Hierin wordt uitgesproken van ‘pamperen’ naar ‘empowerment’ te gaan. Mensen helpen om een stevig fundament te vinden in de balans tussen privé, sociaal en maatschappij. Hammingh sprak over het doorbreken van allerlei loketten en het eenvoudig houden. Na 100 koffiegesprekken met mensen in een armoedesituatie in het najaar 2011 was hij ervan overtuigd dat het overgrote deel van deze mensen daar weer uit zou komen. Positief dus!

Maar Hammingh gaf ook aan dat ‘werk, werk, werk’ slechts voor een beperkt aantal mensen de oplossing is (ervan uitgaande dat er werk voor deze mensen te vinden is). Want 40% van de mensen in armoede zit in de AOW en bijna 10% is arbeidsongeschikt. Daarnaast werkt 20% als werknemer en bijna 10% als zelfstandige! Slechts 20-25% is dus gebaat bij ‘werk, werk, werk’. Hammingh hamerde ook op blijven inzetten op preventie.

Deze boodschap was bij de discussie na de pauze echter snel vergeten. Een sociaal vangnet werd voor de aanwezige VVD-raadsleden al snel een luxe hangmat. En ook wethouder Seuren bleef bij de vaste mantra van de coalitie dat iedereen ‘eigen kracht’ heeft. De inbreng van mensen die in armoede hebben geleefd én van maatschappelijke organisaties dat zeker niet iedereen kan terugvallen op een sociaal netwerk, werd ongeloofwaardig geacht. Maar de ‘eigen kracht’ dat iedereen echt zelf wel iets kan, moet ook zeker niet worden aangezien voor zelfredzaamheid. Het onderzoek van het armoedeoverleg geeft aan dat mensen minimaal op twee ‘benen’ moeten kunnen staan in de balans tussen privé, sociaal en maatschappij. Helaas verkeerd niet iedereen in die situatie.

Het is dus te kort door de bocht om te stellen dat iedereen het wel zelf kan. Juist nu volgens prognoses de armoede toeneemt, dient de gemeente een sterk beleid te voeren gericht op preventie én het ondersteunen van mensen die alsnog in armoede terecht komen. Daarom moet Vught de stapelingseffecten voor haar bevolking in beeld brengen om te bepalen of er alsnog sociale reparaties nodig zijn.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Pragmatisme versus idealisme

In d66, groenlinks, politiek, ppr, psp, pvda, sp, abortus, amsterdam, en meer.

Ideeënpartijen op zoek naar macht. Is dat een paradox? Zijn idealisme en pragmatisme onverenigbaar? Is dat altijd schipperen tussen twee uitersten? Dit is een permanent debat in GroenLinks. In de provincie Utrecht bijvoorbeeld, GroenLinks zit in het college met ChristenUnie, D66, VVD en CDA. Kan zij vanuit dit college haar linkse programma realiseren? Of moet ze teveel compromissen maken juist op groene onderwerpen als mega-stallen, natuur en verkeer?

Idealen, ambten en stemmen

We kunnen de doelen van politieke partijen bekijken vanuit het perspectief van de Noorse politicoloog Strøm. Hij maakt een onderscheid tussen idealen (policy), ambten (office) en stemmen (votes). Grofweg kan een partij ernaar streven haar programma in de praktijk te brengen. Zulk idealisme maakt het lastig om compromissen te sluiten. Ze kan een baantjesmachine worden. Om minister te worden zul je wat in moeten leveren aan de andere partijen. Partijen kunnen zich ook richten op het vergaren van zoveel mogelijk stemmen. Dit kan vervallen tot het napraten van de kiezer en electoraal opportunisme.

Deze drie doelen hangen samen: een partij heeft bepaalde idealen. Die vertaalt ze naar beloften aan de kiezer. Vanwege die beloften zal een kiezer op de partij stemmen. Alleen als je genoeg stemmen hebt verzameld kan je mee doen met de formatie van een kabinet. En in de regering kan je je idealen in de praktijk brengen.

Getuigenispolitiek

Idealistische politiek zit GroenLinks in de genen. De PSP, een van de vier oprichters van GroenLinks bedreef links-socialistische getuigenispolitiek. Zij wilde geen compromissen sluiten. Zelfs het kabinet Den Uyl, het linkste kabinet uit de Nederlandse geschiedenis was voor de PSP een soort burgemeester in oorlogstijd, die compromissen moest sluiten met de kapitalisten in het parlement, op het beursplein en in Washington. Met deze houding plaatste de PSP zich in de woorden van PPR-politicus De Gaay-Fortman, radicaal buiten spel.

We kennen deze politieke stijl nog steeds: bijvoorbeeld in de PvdD. Die partij hoopt door haar verhaal van duurzaamheid en compassie uit te dragen in de Tweede Kamer de bestaande partijen herinneren aan de goede voornemens in haar verkiezingsprogramma’s. Zelf wil de PvdD geen verantwoordelijkheid dragen. Maar misschien is het meest klassieke voorbeeld van een getuigenispartij nog wel de SGP, dat is voor 2010. In de ruim negentig jaar dat de SGP in de Tweede Kamer zit heeft ze weinig anders gedaan het getuigen van haar orthodox-Gereformeerde verhaal in een langszaam seculariserend land. Maar zelfs deze partij wil nu wel compromissen sluiten met Rutte: steunen wij jullie bezuinigingen, doen jullie niets aan homo-rechten, vrouwenrechten en het zelfgekozen levenseinde.

Populisme

Populisme wordt vaak gelijkgesteld aan het nastreven van zoveel mogelijk steun van de kiezers. En hier zit ook wel een kern van waarheid in. Voor de populisten heeft het volk altijd gelijk. En dat betekent dat Wilders zijn radicaal-rechtse economische programma liet varen toen bleek dat het volk wilde dat de verzorgingsstaat behouden werd. Wilders werd in een nacht van een marktliberale hervormer de kampioen van de verzorgingsstaat. Ook de SP heeft een zekere flexibiliteit getoond, als knieval voor de kiezer: ze schrapte het voorstel om de monarchie af te schaffen uit haar programma, omdat de kiezer van het koningshuis houdt.

Verantwoordelijkheid nemen

De belangrijkste politieke ambten zijn in Nederland te vinden in het kabinet. Partijen nemen daar deel aan de macht. Ze nemen verantwoordelijkheid. Hiervoor moet je in Nederland, consensusland, coalities sluiten met andere partijen: uitruilen, compromissen vinden. Om aan de macht te komen moet een partij dus soms haar stokpaardjes laten varen. De ChristenUnie komt voort uit de orthodox-Christelijke traditie in Nederland. Dit was een partij die zich altijd verzette tegen abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Het Paarse kabinet had dit allemaal in wetten had vastgelegd. In 2003 merkte de ChristenUnie dat het met zo’n programma lastig was om aan de macht te komen. Onder haar eigen kiezers waren deze thema’s uitermate belangrijk. In 2006 verlegde de partij de nadruk van abortus en euthanasie naar jeugd en gezin. Dit sloot veel beter aan bij de programma’s van de centrumpartijen.  In 2007 werd Rouvoet vice-premier.

Conflicten tussen doelen

Deze drie doelen staan soms met elkaar op gespannen voet: in de regering is het niet altijd mogelijk om je programma te realiseren. Neem GroenLinks Leiden. Sinds 1986 had GroenLinks zonder onderbreking in het Leidse college gezeten. Ze had heel wat bereikt, maar ook heel wat moeten slikken met name van de VVD, zoals de bebouwing van de laatste groene polder van Leiden. De aanleg van de zoveelste parkeergarage was de druppel die de emmer deed overlopen. Uiteindelijk besloot GroenLinks dat zij beter in de oppositie kon zitten.

Progressief-linkse politici geloven volgens mij in hun hart allemaal in de multiculturele samenleving, Europese samenwerking en ontwikkelingshulp. Alleen sinds Fortuyn is het lastig omdat uit te dragen. In 2000 stond GroenLinks nog op 15 zetels in de peilingen. Toen kwam Fortuyn op. Vanuit het hart ging GroenLinks vol tegen dit anti-immigratiegeluid in. GroenLinks hield tien zetels over in 2002 en ging -electoraal gezien- een lastig decennium in. De PvdA maakte ook een harde smak in 2002. Onder Bos koos de PvdA voor een populistischere lijn. Harder op integratie, Euroskeptischer. Het signaal van de kiezer was begrepen.

Regeren kan ook gevaarlijk zijn voor steun onder de kiezers. Iedere keer dat D66 regeerde heeft ze een electorale crisis doorgemaakt van existentiële grootte. In 1974 hield D66 twee eigen zetels over in alle provinciale staten van Nederland. Ze had drie bewindspersonen in het kabinet Den Uyl. In 1982 hield D66 6 zetels over nadat ze minder dan twee jaar had geregeerd in het twee kabinet Van Agt. In 1994 had 24 zetels. Na vier jaar Paars was dat 14. Na nog vier jaar Paars was dat 7. D66 zette door: ze regeerde ook in het tweede kabinet-Balkenende: drie zetels bleven over in 2006. Sindsdien zeggen ze bij D66: ‘Regeren is halveren.’

Hand in hand

Maar idealen en ambten kunnen ook samengaan. De SDAP was de principiële vooroorlogse voorganger van de PvdA. Op lokaal niveau leerde ze dat ze heel wat kon bereiken. Drees in Den Haag en Wibaut in Amsterdam. Ze maakte de leefomstandigheden van veel mensen beter door sloppewijken opruimen en grote werkgelegenheidsprojecten te beginnen. In die lijn van wethouderssocialisme staat ook Andrée van Es. Als jonge vrouw zat zij in de Tweede Kamer voor de PSP. Ze kreeg welgeteld één motie aangenomen.  Als wethouder van Amsterdam kan ze dagelijks het verschil maken voor Islamitische meisjes en voor illegalen. Het blijft niet alleen bij mooie woorden. In Amsterdam maakt GroenLinks het waar.

En verantwoordelijkheid dragen hoeft niet electoraal desastreus te zijn. De Duitse Groenen wonnen onder Joschka Fischer verkiezingen. Deze minister van Buitenlandse Zaken maakte van de kleine nichepartij een brede partij door te laten zien dat ze verantwoordelijkheid aan konden. In Nederland kennen we het fenomeen premiersbonus: het beste voorbeeld komt uit 1977. Na de val van het vechtkabinet Den Uyl won de PvdA tien zetels met de leus: ‘kies de minister-president.’ De VVD doet het nu zo goed in de peilingen omdat ze met Mark Rutte een herkenbaar boegbeeld hebben. Een politicus die ook in lastige tijden verantwoordelijkheid wil nemen voor de boekhouding.

Idealistische politiek hoeft ook niet in de marges van politiek te blijven. De Renaissance van de Duitse Groenen die we nu zien, komt omdat kiezers de Duitse groenen herkennen als de milieupartij van Duitsland. Haar anti-kernenergieactivisme was na Fukushima een aantrekkelijke eigenschap. De Duitse groenen zijn consistent in hun groene oriëntatie, of het nu electoraal goed ligt of niet: in 1990 vielen de Groenen uit het parlement met de leus iedereen praat over hereniging, wij praten over dat weer.

Maar ook dichterbij zijn er voorbeelden van electoraal succesvolle idealistische politici. Ik denk dan bijvoorbeeld van Paul Smeulders in Brabant. Het verhaal over een diervriendelijke landbouw zit hem diep. Hij voerde in Brabant fel campagne tegen de mega-stallen voor de gezonde landbouw. Hij won -tegen de electorale wind van GroenLinks in- een extra zetel in de staten.

Compromissen sluiten een coalitieland

Natuurlijk moet een regeringspartij compromissen sluiten in een coalitieland. Alleen dan kan je je eigen idealen ook echt realiseren. Je moet goed kiezen op welke onderwerpen je je rug recht houdt en op welke onderwerpen je buigt. Je moet de onderwerpen die voor je eigen kiezers en leden belangrijk zijn niet zo maar opgeven. Als je als groene partij ervoor kiest om de laatste groene polder te bouwen, een de bouw van kolencentrale tolereert, megastallen laat aanleggen, bij milieuschandalen blijft zitten, dan moet je niet verbaasd op kijken als er bij de verkiezingen minder kiezers komen opdagen en ook je vrijwilligers thuis blijven.

woensdag, 18 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Langstudeer-deeltijders: de toezeggingen van Zijlstra

In eerste kamer, onderwijs, politiek, kant, kort, motie, debat, discussie, de, en meer.

Gisteren hadden we in de Eerste Kamer een mondeling overleg met Halbe Zijlstra over de langstudeerboete voor deeltijdstudenten. Toen de langstudeerwet vorig jaar – tot mijn spijt – werd aangenomen, heb ik een motie ingediend die de regering vroeg om disproportionele gevolgen voor deeltijdstudenten te voorkomen. De motie werd kamerbreed gesteund en we waren dan ook erg benieuwd hoe de staatssecretaris dat ging regelen.

Inmiddels zijn de plannen duidelijk. Zijlstra wil het hele deeltijdonderwijs op de schop nemen. Het moet flexibeler en meer aansluiten bij de mogelijkheden en behoeften van studenten. Dat wil hij bereiken door een vouchersysteem. Een interessante denkrichting, maar helaas wil hij die vouchers alleen gaan bieden voor bepaalde maatschappelijk relevante opleidingen (zorg, onderwijs, techniek bijvoorbeeld). Dat is dom (want de overheid kan dat helemaal niet plannen) en oneerlijk tegenover studenten met andere studiewensen. En zo zitten er nog heel veel haken en ogen aan.

Dit debat zal eerst volop in de Tweede Kamer gevoerd worden, maar het werpt zijn schaduw vooruit. Als het namelijk die kant opgaat, krijgen deeltijdstudenten sowieso niet meer met de langstudeerboete te maken. Maar daarmee is er nog geen oplossing voor de komende jaren en voor de huidige deeltijdstudenten. Over hun positie ging ons overleg met Zijlstra.

Profileringsfonds

De oplossing waar hij mee gekomen is, houdt in dat deeltijdstudenten vanaf nu ook een beroep mogen doen op het profileringsfonds om zo een compensatie te krijgen voor de langstudeerboete. Tot nu toe was het profileringsfonds alleen voor voltijdstudenten. Bovendien kon men tot nu toe alleen een bijdrage vragen voor persoonlijke omstandigheden. Daar wordt nu aan toegevoegd dat ook vertraging door de vormgeving van de opleiding een grond kan zijn.

In lijn met de discussie vorig jaar en met mijn motie ben ik blij dat de staatssecretaris in beweging is gekomen, maar had ik nog wel wat bezwaren tegen deze oplossing. Zo blijft er een verschil tussen voltijdstudenten die een uitloopjaar hebben voordat ze een boete krijgen en deeltijdstudenten voor wie dat jaar vaak al nodig is voor het studieprogramma zelf. Die hebben dus nog steeds geen uitloop. Dat is een geval van rechtsongelijkheid en dat is in formele zin niet echt weggenomen.

Daarnaast is het de vraag of studenten nu recht hebben op compensatie als ze door de studieprogrammering officieel langstudeerders zijn, of dat het een gunst is van de instelling om die compensatie te geven. Hier gaat het om de rechtszekerheid. Op dit punt zegde Zijlstra toe de instellingen duidelijk te maken dat deze studenten gewoon de compensatie moesten krijgen. Als bijvoorbeeld je Bachelor-opleiding 5 jaar duurt, dan krijg je gewoon compensatie voor de langstudeerboete.

De staatssecretaris vond eigenlijk dat de opleidingen dan maar moesten worden ingekort of gecomprimeerd, maar de Kamer heeft hem duidelijk gemaakt dat dat de verkeerde weg is. Daarmee zijn diploma-inflatie en kwaliteitsverlies bijna gegarandeerd. Er zijn beroepsverdiepende deeltijdstudies (vooral in het HBO) die korter kunnen zijn als mensen al werkervaring en zo hebben. Maar wie bijvoorbeeld in deeltijd rechten gaat doen, die zal vaak gewoon de hele opleiding moeten doen en dan zijn vrijstellingen veel minder mogelijk.

Het hele probleem is ontstaan omdat de regering continu stelt dat het aantal studiejaren van voltijd- en deeltijdstudies gelijk moet zijn omdat de wet geen onderscheid maakt. Wat in de wet echter vooral geregeld wordt, is het aantal studiepunten. Dat moet gelijk zijn en dat heeft alles met diplomagelijkheid en kwaliteit te maken. Het verschil in lengte (in jaren) was tot voor kort geen probleem, maar omdat nu de bekostiging anders geregeld is en de langstudeermaatregel is ingevoerd, gaat het wringen. Daar lag het probleem van de staatssecretaris en zolang hij in jaren denkt en niet in studiepunten blijft dat een probleem. Zijn toekomstplannen gaan wat dat betreft wel de goede kant op omdat ze de hele deeltijdopleiding flexibiliseren.

Blijft de vraag of het nu goed geregeld is voor deeltijdstudenten. Zijn de ‘disproportionele gevolgen’ zoals mijn motie het noemde nu voorkomen? Niet volledig. In formele zin is er rechtsongelijkheid omdat zij geen uitloopjaar hebben en dus eerder een langstudeerboete krijgen opgelegd. Feitelijk wordt dat echter gecompenseerd via het profileringsfonds wanneer het een gevolg is van  hun studieprogramma. En ook als ze door persoonlijke omstandigheden vertraging oplopen, kunnen ze een beroep doen op het profileringsfonds. Ik ben dus niet helemaal tevreden, maar in elk geval hebben deeltijdstudenten door het ingrijpen van de Eerste Kamer veel meer kans gekregen om de langstudeerboete te ontlopen en gewoon hun studie af te maken.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Langstudeer-deeltijders: de toezeggingen van Zijlstra

In eerste kamer, onderwijs, politiek, gewoon, de, debat, discussie, eerste, kant, en meer.

Gisteren hadden we in de Eerste Kamer een mondeling overleg met Halbe Zijlstra over de langstudeerboete voor deeltijdstudenten. Toen de langstudeerwet vorig jaar – tot mijn spijt – werd aangenomen, heb ik een motie ingediend die de regering vroeg om disproportionele gevolgen voor deeltijdstudenten te voorkomen. De motie werd kamerbreed gesteund en we waren dan ook erg benieuwd hoe de staatssecretaris dat ging regelen.

Inmiddels zijn de plannen duidelijk. Zijlstra wil het hele deeltijdonderwijs op de schop nemen. Het moet flexibeler en meer aansluiten bij de mogelijkheden en behoeften van studenten. Dat wil hij bereiken door een vouchersysteem. Een interessante denkrichting, maar helaas wil hij die vouchers alleen gaan bieden voor bepaalde maatschappelijk relevante opleidingen (zorg, onderwijs, techniek bijvoorbeeld). Dat is dom (want de overheid kan dat helemaal niet plannen) en oneerlijk tegenover studenten met andere studiewensen. En zo zitten er nog heel veel haken en ogen aan.

Dit debat zal eerst volop in de Tweede Kamer gevoerd worden, maar het werpt zijn schaduw vooruit. Als het namelijk die kant opgaat, krijgen deeltijdstudenten sowieso niet meer met de langstudeerboete te maken. Maar daarmee is er nog geen oplossing voor de komende jaren en voor de huidige deeltijdstudenten. Over hun positie ging ons overleg met Zijlstra.

Profileringsfonds

De oplossing waar hij mee gekomen is, houdt in dat deeltijdstudenten vanaf nu ook een beroep mogen doen op het profileringsfonds om zo een compensatie te krijgen voor de langstudeerboete. Tot nu toe was het profileringsfonds alleen voor voltijdstudenten. Bovendien kon men tot nu toe alleen een bijdrage vragen voor persoonlijke omstandigheden. Daar wordt nu aan toegevoegd dat ook vertraging door de vormgeving van de opleiding een grond kan zijn.

In lijn met de discussie vorig jaar en met mijn motie ben ik blij dat de staatssecretaris in beweging is gekomen, maar had ik nog wel wat bezwaren tegen deze oplossing. Zo blijft er een verschil tussen voltijdstudenten die een uitloopjaar hebben voordat ze een boete krijgen en deeltijdstudenten voor wie dat jaar vaak al nodig is voor het studieprogramma zelf. Die hebben dus nog steeds geen uitloop. Dat is een geval van rechtsongelijkheid en dat is in formele zin niet echt weggenomen.

Daarnaast is het de vraag of studenten nu recht hebben op compensatie als ze door de studieprogrammering officieel langstudeerders zijn, of dat het een gunst is van de instelling om die compensatie te geven. Hier gaat het om de rechtszekerheid. Op dit punt zegde Zijlstra toe de instellingen duidelijk te maken dat deze studenten gewoon de compensatie moesten krijgen. Als bijvoorbeeld je Bachelor-opleiding 5 jaar duurt, dan krijg je gewoon compensatie voor de langstudeerboete.

De staatssecretaris vond eigenlijk dat de opleidingen dan maar moesten worden ingekort of gecomprimeerd, maar de Kamer heeft hem duidelijk gemaakt dat dat de verkeerde weg is. Daarmee zijn diploma-inflatie en kwaliteitsverlies bijna gegarandeerd. Er zijn beroepsverdiepende deeltijdstudies (vooral in het HBO) die korter kunnen zijn als mensen al werkervaring en zo hebben. Maar wie bijvoorbeeld in deeltijd rechten gaat doen, die zal vaak gewoon de hele opleiding moeten doen en dan zijn vrijstellingen veel minder mogelijk.

Het hele probleem is ontstaan omdat de regering continu stelt dat het aantal studiejaren van voltijd- en deeltijdstudies gelijk moet zijn omdat de wet geen onderscheid maakt. Wat in de wet echter vooral geregeld wordt, is het aantal studiepunten. Dat moet gelijk zijn en dat heeft alles met diplomagelijkheid en kwaliteit te maken. Het verschil in lengte (in jaren) was tot voor kort geen probleem, maar omdat nu de bekostiging anders geregeld is en de langstudeermaatregel is ingevoerd, gaat het wringen. Daar lag het probleem van de staatssecretaris en zolang hij in jaren denkt en niet in studiepunten blijft dat een probleem. Zijn toekomstplannen gaan wat dat betreft wel de goede kant op omdat ze de hele deeltijdopleiding flexibiliseren.

Blijft de vraag of het nu goed geregeld is voor deeltijdstudenten. Zijn de ‘disproportionele gevolgen’ zoals mijn motie het noemde nu voorkomen? Niet volledig. In formele zin is er rechtsongelijkheid omdat zij geen uitloopjaar hebben en dus eerder een langstudeerboete krijgen opgelegd. Feitelijk wordt dat echter gecompenseerd via het profileringsfonds wanneer het een gevolg is van  hun studieprogramma. En ook als ze door persoonlijke omstandigheden vertraging oplopen, kunnen ze een beroep doen op het profileringsfonds. Ik ben dus niet helemaal tevreden, maar in elk geval hebben deeltijdstudenten door het ingrijpen van de Eerste Kamer veel meer kans gekregen om de langstudeerboete te ontlopen en gewoon hun studie af te maken.


zondag, 8 april 2012

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Dubbele spagaat

In helpen, huis, duurzaamheid, idee, economie, kabinet, europa, leers, leuk, en meer.
Blijven mee regeren kan leuk, interessant en belangrijk zijn.
Als gekozen kabinet kom je ook het meest geloofwaardig over wanneer je je termijn helemaal uit zit.

Als regering is het onderling ook geven en nemen, na mijn idee gaat het CDA hier wel erg ver in. Even ter herinnering, waar stond het CDA ook alweer voor?

De samenleving heeft ook verantwoordelijkheden buiten Nederland. Daarom letten we op deze dingen:

We vechten tegen ongelijkheid en armoede in de wereld, bijvoorbeeld door ontwikkelingslanden te helpen;
We proberen ervoor te zorgen dat alle landen een eerlijke en democratische regering hebben;
We willen dat landen mensenrechten naleven.

0,7%BNP

Een duurzame samenleving

De welvaart groeit op een duurzame manier. Hierdoor kunnen ook de generaties die na ons komen in een schone wereld leven. Deze duurzame groei houdt in dat we goed nadenken over waar we ons geld aan besteden. Zo blijft de economie gezond. En het betekent dat we ruimte geven aan nieuwe bedrijven en aan ideeën voor duurzaamheid.

Piet de Jong dreigt het CDA te verlaten, zelf geef ik hem groot gelijk!

Waar haalt het CDA het lef vandaan om zo maar 1 Miljard te gaan bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, dient het CDA dat te slikken omdat de PVV en de VVD daarop graag zouden willen bezuinigen?

Zelf heb ik geen Politiek en Economie gestudeerd, maar een ieder kan toch na gaan dat wanneer wij op 0,6% BNP gaan zitten de afspraken die binnen Europa gemaakt zijn overtreden.

Europa slikt dat misschien, ons kleine landje licht op een geschikte locatie voor de in en export. Wanneer men binnen Nederland zo door gaat worden wij wel een stuk minder serieus genomen binnen Europa (exact wat de PVV zou wensen).

Zonder uit te halen naar de PVV, zou de VVD toch door moeten hebben wanneer je ergens geld in steekt dat je er weer geld voor terug zal gaan ontvangen!

Nu hebben wij schulden dus bezuinigen zomaar links en rechts wat (aldus de VVD), kom op en denk ff na! Wanneer wij als Nederlanders tegen de zogenaamde allochtoon zijn helpen wij hen toch in hen land aan het werk?

Wij profiteren daar ook nog van, wat wil je nog meer (sarcastisch uitgedrukt)?

Wanneer wij 1 miljard gaan bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, beperken wij onze handel met.. Daarnaast is de kans groot dat Nederland meer vluchtelingen krijgt die men liever weg zou sturen aldus de PVV!

Het zinloze geroep toeter zou fors op bezuinigd kunnen worden, jammer dat weinigen op dat idee komen! Zal ik mijn eigen medische boekje even open gooien omtrent PGB, mijn aangepaste bed, Wajong uitkering en de rest van het gezeik wat ik maar even over sla om to the point te blijven!

Misschien mis ik iets, naar mijn idee is Rutte best een Linkse VVD’r, weet echter niet wat hij met zijn gedoogpartner Greetje Wilders aanmoet en lult daarom maar onzin!

Het CDA staat voor een dubbele keuze, nu de stekker eruit trekken zou de beste optie zijn (naar mijn idee), dat geeft politiek Nederland een slechte naam, maar daar komen wij wel overheen.

We kunnen ook afwachten, wat met name het CDA juist doet!
Gezellig vriendjes blijven met de VVD en daarbij de PVV als gedoog partner ook niet vergeten!

Zelf heb ik misschien een hoop te leren, ik heb liever dat het huidige kabinet nu per direct oprot i.p.v. over een half jaar of later pas wat zeer slecht zou zijn voor onze Nederlandse economie!

Omtrent Leers, die gast spreekt naar mijn idee een beetje met gespleten tong, wat melde hij ook al weer over ‘Mauro’ en wat had hij nadien te melden over ‘Mauro’?

Aldus Leers zijn eigen zeggen had Mauro een beetje gejokt, hij mag zijn studie af maken en daarna het land uit!
Word Leers daarop aangesproken weet hij in ene van niets, “zo heb ik het niet bedoeld etc;”

Ben geen CDA’er, maar iemand met die klets praatjes zou je toch linia recta naar huis sturen?
Dat gebeurd helaas niet omdat men komende kabinetsperiode wel vriendjes zou moeten blijven.

Op persoonlijke titel verlang ik dat er NU nieuwe verkiezingen gaan komen, het pappen en nat houden hangt mijzelf de strot uit om in wilders zijn termen te spreken!

Wanneer wij nu direct moeten gaan stemmen bestaat de kans dat er meer op de PVV zal worden gestemd wegens onvrede (die kans schat ik klein in), we kunnen ook een half jaartje wachten, misschien iets langer..

Op dat moment dient er zeker naar de stembus gerent te worden, daarom pleit ik er ook voor dat er nu nieuwe verkiezingen gaan komen!

zaterdag, 7 april 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Twee wolven en een schaap.

In maatschappij, democratie, regering, toekomst, vrijheid, meerderheid, algemeen, beleid, de.
Bijna 2 jaar rechts beleid waar het verwezenlijken van typisch rechtse standpunten prevaleert boven het algemeen belang. Het is de tiranniek van de kleinst mogelijke meerderheid waar Stuart Mill al voor waarschuwde. Niet alleen kunnen minderheden zo in de verdrukking komen, ook de meerderheid zelf kan hier het slachtoffer van worden. Het overleg in het [...]

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Hallo aarde

Ik zeg mijn contract vandaag op. Mijn contract met de regering. Wat voor hen een vervelende bijzaak is, is voor mij de kern. De kern van ons zijn hier op aarde. Dat we het elkaar – waar we dan ook wonen of vandaan komen – niet zo moeilijk maken. Dat we de aarde de goede richting op helpen. Dat we rekening houden met toekomstige generaties.

De geworden doelgroep ‘mensen (men-sen) zonder verblijfsvergunning’ mag geen stage lopen, omdat er iemand is die iedereen zonder verblijfsvergunning wil weren van het stukje grond dat we Nederland hebben genoemd. Daarom verzinnen we dat stage werk is en geen studie. Daarom blijkt iedereen dat ineens te vinden. Daarom draait mevrouw Marja en staat meneer Henk opnieuw boven de wet. En in lijn daarvan vindt meneer Gert zelfs Angola booming. Dat je jezelf afvraagt: wanneer vraagt hij zich eens af… ‘waar ben ik in godsnaam mee bezig!’

Hallo aarde… Joehoe! Mag ik alstublieft overstappen naar een regering die andere keuzes maakt? [..] Een opzegtermijn van ruim vierentwintig maanden zegt u? [..] Ah, ja. [..] Goed, prima. [..] Zeker. We nemen het niet! ‘Indignez-vous’


donderdag, 5 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, gedachte, burgerschap, christelijk, groei, de, de wereld, grondwet, en meer.

‘Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.’ Die woorden uit de Grondwet zijn de afgelopen tijd meer dan waar geworden: het onderwijs leidt bij de regering tot ernstig hoofdkrabben. En dan vooral waar het gaat over de kwaliteit van het onderwijs. De ‘deugdelijkheid’, zoals de Grondwet zegt. Hoe staat het daarmee op de Hogescholen die onwaardige diploma’s afgeven, universiteiten met genadezesjes, teruglopende slagingspercentages in het middelbaar onderwijs, en tekortschietende opbrengsten in het primair onderwijs?

De minister van onderwijs hanteert als motto ‘de basis op orde, de lat omhoog’. Een hogere kwaliteit van het onderwijs is noodzakelijk en dat moet met heldere resultaten kunnen worden aangetoond. Het basisonderwijs krijgt een landelijke eindtoets. De kernvakken taal en rekenen staan centraal. En in bijvoorbeeld het hoger onderwijs betekent het dat studenten zoveel mogelijk het voorgeprogrammeerde pakket moeten volgen en binnen de vastgestelde termijn moeten zijn afgestudeerd.

Maar wat is eigenlijk kwaliteit? Marketingmensen zeggen dan zoiets als ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’. Voor het onderwijs zou het dan gaan om de verwachtingen die leven bij ouders, leerlingen en samenleving. Met name bij het beroepsonderwijs speelt deze gedachte vaak een rol: bedrijven en instellingen willen dat het onderwijs maximaal aansluit bij hun behoeften.

Het woord ‘kwaliteit’ heeft echter ook een andere, veel oudere betekenis: de wezenlijke eigenschappen van een zaak of persoon. Afhankelijk van hoe sterk die eigenschappen aanwezig zijn, is er dan een hoge of lage kwaliteit. Zo onderscheiden ‘kwaliteitskranten’ zich door hun kerneigenschap van journalistieke onafhankelijkheid en diepgravende analyses. En bij een kwaliteitsrestaurant is het culinaire niveau hoger dan bij een snackbar, terwijl ze beide ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’.

Onderwijskwaliteit zou veel meer moeten uitgaan van deze betekenis van kwaliteit. Niet per se de verwachtingen van de klant, maar vooral recht doen aan de wezenlijke eigenschappen van het onderwijs. Maar precies op dat punt schiet het huidige beleid te kort omdat er eigenlijk geen visie is op die wezenlijke eigenschappen. Natuurlijk zijn taal en rekenen een onmisbare basis, maar waar doen we het eigenlijk voor? Daar horen we de minister eigenlijk niet over.

Misschien kan ik haar een handje helpen. De wezenlijke eigenschap van onderwijs is volgens mij dat het een leerruimte schept waarbinnen mensen (en vooral jongeren) zich zo ontwikkelen dat ze zelfstandig en authentiek in de samenleving kunnen participeren. Dus geen leerfabriek met gestandaardiseerde processen waarin productie wordt gemaakt, maar ruimte voor groei en vorming. Onderwijskwaliteit begint met de pedagogische opdracht om aan te sluiten bij de eigenheid van de leerling (kind of volwassene) en vormen aan te bieden die uitdagen tot ontwikkeling. In die ontwikkeling gaat het om een stimuleren van authenticiteit en vrijheid en dus van kritisch en creatief nadenken. Talentontwikkeling hoort daarbij: leerlingen moeten zich ook in hun unieke talenten kunnen ontwikkelen, ook als die op een ander vlak liggen dan de verwachtingen van de samenleving, het bedrijfsleven of de ouders.

Voor het zelfstandig participeren in de samenleving is het natuurlijk ook nodig dat mensen vaardigheden ontwikkelen. Dat is de ambachtelijke kant van het onderwijs. Of het nu gaat om timmerlieden, verzorgenden of wetenschappers, in elk beroep vinden we vaardigheden, inzichten en beroepshoudingen die duidelijk maken wat een goede beroepsbeoefenaar onderscheidt van een slechte. Het is een taak van het onderwijs om leerlingen in die ambachtelijkheid te vormen. Dat begint met basisvaardigheden als taal en rekenen, maar het gaat natuurlijk om veel meer.

En voor het zelfstandig participeren is ten slotte nodig dat mensen leren om te gaan met de huidige samenleving. Die is ingewikkeld en veelkleurig en daarom moet het onderwijs ertoe bijdragen dat mensen daarin kunnen leven. Dat betekent aandacht voor burgerschap en diversiteit en vorming die erop gericht is dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, elkaar, de wereld.

Als dat de wezenlijke eigenschappen zijn van onderwijs, dan moet de discussie over onderwijskwaliteit dus ook veel breder en dieper worden gevoerd. Want onderwijsbeleid is uiteindelijk geen technische kwestie, maar gaat over visie.

Column in Christelijk Weekblad 24.03.2012


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, kant, kort, kritisch, minister, nadenken, beleid, burgerschap, en meer.

‘Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.’ Die woorden uit de Grondwet zijn de afgelopen tijd meer dan waar geworden: het onderwijs leidt bij de regering tot ernstig hoofdkrabben. En dan vooral waar het gaat over de kwaliteit van het onderwijs. De ‘deugdelijkheid’, zoals de Grondwet zegt. Hoe staat het daarmee op de Hogescholen die onwaardige diploma’s afgeven, universiteiten met genadezesjes, teruglopende slagingspercentages in het middelbaar onderwijs, en tekortschietende opbrengsten in het primair onderwijs?

De minister van onderwijs hanteert als motto ‘de basis op orde, de lat omhoog’. Een hogere kwaliteit van het onderwijs is noodzakelijk en dat moet met heldere resultaten kunnen worden aangetoond. Het basisonderwijs krijgt een landelijke eindtoets. De kernvakken taal en rekenen staan centraal. En in bijvoorbeeld het hoger onderwijs betekent het dat studenten zoveel mogelijk het voorgeprogrammeerde pakket moeten volgen en binnen de vastgestelde termijn moeten zijn afgestudeerd.

Maar wat is eigenlijk kwaliteit? Marketingmensen zeggen dan zoiets als ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’. Voor het onderwijs zou het dan gaan om de verwachtingen die leven bij ouders, leerlingen en samenleving. Met name bij het beroepsonderwijs speelt deze gedachte vaak een rol: bedrijven en instellingen willen dat het onderwijs maximaal aansluit bij hun behoeften.

Het woord ‘kwaliteit’ heeft echter ook een andere, veel oudere betekenis: de wezenlijke eigenschappen van een zaak of persoon. Afhankelijk van hoe sterk die eigenschappen aanwezig zijn, is er dan een hoge of lage kwaliteit. Zo onderscheiden ‘kwaliteitskranten’ zich door hun kerneigenschap van journalistieke onafhankelijkheid en diepgravende analyses. En bij een kwaliteitsrestaurant is het culinaire niveau hoger dan bij een snackbar, terwijl ze beide ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’.

Onderwijskwaliteit zou veel meer moeten uitgaan van deze betekenis van kwaliteit. Niet per se de verwachtingen van de klant, maar vooral recht doen aan de wezenlijke eigenschappen van het onderwijs. Maar precies op dat punt schiet het huidige beleid te kort omdat er eigenlijk geen visie is op die wezenlijke eigenschappen. Natuurlijk zijn taal en rekenen een onmisbare basis, maar waar doen we het eigenlijk voor? Daar horen we de minister eigenlijk niet over.

Misschien kan ik haar een handje helpen. De wezenlijke eigenschap van onderwijs is volgens mij dat het een leerruimte schept waarbinnen mensen (en vooral jongeren) zich zo ontwikkelen dat ze zelfstandig en authentiek in de samenleving kunnen participeren. Dus geen leerfabriek met gestandaardiseerde processen waarin productie wordt gemaakt, maar ruimte voor groei en vorming. Onderwijskwaliteit begint met de pedagogische opdracht om aan te sluiten bij de eigenheid van de leerling (kind of volwassene) en vormen aan te bieden die uitdagen tot ontwikkeling. In die ontwikkeling gaat het om een stimuleren van authenticiteit en vrijheid en dus van kritisch en creatief nadenken. Talentontwikkeling hoort daarbij: leerlingen moeten zich ook in hun unieke talenten kunnen ontwikkelen, ook als die op een ander vlak liggen dan de verwachtingen van de samenleving, het bedrijfsleven of de ouders.

Voor het zelfstandig participeren in de samenleving is het natuurlijk ook nodig dat mensen vaardigheden ontwikkelen. Dat is de ambachtelijke kant van het onderwijs. Of het nu gaat om timmerlieden, verzorgenden of wetenschappers, in elk beroep vinden we vaardigheden, inzichten en beroepshoudingen die duidelijk maken wat een goede beroepsbeoefenaar onderscheidt van een slechte. Het is een taak van het onderwijs om leerlingen in die ambachtelijkheid te vormen. Dat begint met basisvaardigheden als taal en rekenen, maar het gaat natuurlijk om veel meer.

En voor het zelfstandig participeren is ten slotte nodig dat mensen leren om te gaan met de huidige samenleving. Die is ingewikkeld en veelkleurig en daarom moet het onderwijs ertoe bijdragen dat mensen daarin kunnen leven. Dat betekent aandacht voor burgerschap en diversiteit en vorming die erop gericht is dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, elkaar, de wereld.

Als dat de wezenlijke eigenschappen zijn van onderwijs, dan moet de discussie over onderwijskwaliteit dus ook veel breder en dieper worden gevoerd. Want onderwijsbeleid is uiteindelijk geen technische kwestie, maar gaat over visie.

Column in Christelijk Weekblad 24.03.2012


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Gastblog: Ik Geloof Niet Dat Dit de Bedoeling Kan Zijn!

In gastblog, adhd, autisme, gezondheidszorg, helpen, maatschappij, nederland, politie, dronken, en meer.

De eerste gastblog op deze site komt van Tjitske Gratama. Zij vindt dat de samenleving ondertussen is veranderd in een overleving. Wil jij ook een gastblog op deze site? Stuur een berichtje of neem contact met me op.

Ik ben dan wel een opstandig figuur en schop graag tegen de gevestigde orde, maar een aantal jaar geleden was ik een “gewoon” meisje dat geloofde dat overheidsinstanties en andere mensen met “macht” toch wel verstand zouden hebben van wat ze doen. Ik dacht dat de politie de boel veiliger maakte, dat de geestelijke gezondheidszorg mensen beter en gelukkiger maakte, dat dokters zieke mensen hielpen, dat mensen elkaar hielpen en de NS mensen van A naar B bracht… je snapt mijn punt.

Nu ik “volwassen” ben, op mezelf woon en mijn ouders me niet meer dag en nacht beschermen, kom ik er elke dag weer achter dat je kennelijk altijd op jezelf bent aangewezen en mensen je alleen komen helpen als je heel hard schreeuwt: ” GRATIS!”

Ja, jullie lezen het goed, jullie doen ALLEMAAL je werk niet. Ik heb geen idee wat jullie wel doen, maar jullie doen het verkeerd!

Waar was iedereen toen iemand mijn tas probeerde leeg te roven op het station? Niet dat er bij mij iets te halen viel, maar ik stond in mijn eentje tegen een groep zakkenrollers te schreeuwen dat ze van mij en mijn spullen af moesten blijven. Volwassen mannen en vrouwen liepen gewoon door alsof er niks gebeurde en alsof ik niet bestond. Maar wacht maar tot hun tasje gejat wordt, dan klagen ze steen en been over de veiligheid en normen en waarden. Normaal gesproken zou ik gemeld hebben dat er zakkenrollers actief waren, maar nu hoopte ik dat iemand die mij straal voorbij liep, zelf bestolen zou worden.

En wat deed de politie toen ik met twee vrienden probeerde een toerist, die ziek en zwaar onder invloed op straat lag, te helpen? Toen ik vroeg of ze hem niet konden helpen zeiden ze: ” Maar wij zijn geen taxi.” En toen opperden ze dat WIJ hem maar even naar zijn hotel moesten brengen, drie kilometer verderop. Daarop zei ik natuurlijk: “Maar wij zijn geen politie!”

Nadat we hem daadwerkelijk optilden en de eerste stappen naar zijn hotel zetten, begon hij (ja, wat verwacht je anders…) zijn complete maaginhoud anti-peristaltisch naar buiten te werken. Op dat moment (dus een uur later nadat de politie ter plaatse was) besloot de politie dat ze ons dit niet aan konden doen en werd er een auto opgeroepen.

Maar dat was nog niet alles… het groepje toeschouwers dat zich om ons heen had verzameld, bleek uit mensen te bestaan die met de toerist op een feestje waren. Mijn vrienden en ik hadden geen enkele band met deze toerist, en deze idioten die met hem hebben lopen zuipen en blowen, hebben die arme jongen op straat aan zijn lot overgelaten! En pas toen ik me ermee ging bemoeien, kwamen deze lafaards maar eens naar buiten om er bij te staan en NIKS te doen. De politie is je beste vriend en van je vrienden moet je het maar hebben….

En dan nog een ander onderwerp. Zedendelicten! Menig mens kan bevestigen dat het ontzettend moeilijk (misschien wel onmogelijk) is om aangifte te doen van een zedendelict. Verkrachtingen, loverboys, mensenhandel, misbruik en kinderporno; het zit allemaal in de taboesfeer en mensen die de moed bijeen rapen om aangifte te doen worden vrijwel altijd tegengewerkt of ontmoedigd. En dan komt er een meisje dat aandacht nodig heeft en een boek schrijft over haar ow zo zielige verhaaltje, en iedereen slikt het als zoete koek (of moet ik “kaas” zeggen). De politie liep bij haar te bedelen om een aangifte zonder te checken of alles wat ze schreef waar was.

Een andere optie is natuurlijk een BN’er publiekelijk beschuldigen van verkrachting. Dan wordt die man opgepakt zonder dat er ook nog maar iemand met bewijs is gekomen. En iedereen smult ervan! De kranten, het nieuws en die kutshow met Albert Verlinde… Iedereen bijt zich erin vast zonder dat er ook maar echte bewijzen zijn. En dat gebeurt allemaal terwijl er allemaal mensen rondlopen die een echt verhaal hebben maar niet worden geloofd.

En nu is de geestelijke gezondheidszorg aan de beurt. Als je hulp wilt, mag je eerst een half jaar op een wachtlijst. En dan als je mazzel hebt gaan ze op zoek naar een “labeltje”. Zonder “labeltje” krijg je namelijk ook geen “rugzakje” en dat betekent dat je het op school ook maar mag uitzoeken. Maar “labeltjes” waar je geen medicijnen voor hebt zijn niet interessant en daar zullen ze dan ook niet snel naar zoeken. Daarom heeft iedereen ADHD of autisme en bestaan gewoon “drukke” of “maffe” kinderen niet meer.

Daarnaast is nu een goede vriendin van mij gedwongen opgenomen omdat ze “psychotisch” zou zijn. Persoonlijk heb ik van haar nooit gemerkt dat ze een gevaar voor zichzelf of haar omgeving zou kunnen zijn, maar kennelijk vonden ze haar gek genoeg om op te sluiten. Nu zag ik vandaag een vrouw die overduidelijk “gestoord” was en die druk bezig was met het verstoren van de openbare orde. De politie sprak de vrouw aan, en zonder ook maar iets te doen gingen ze gewoon weer verder met het lopen van hun rondje. Nu is het natuurlijk niet alleen die ene vrouw die het station soms onveilig maakt, maar er is een hele groep met dronken en psychotische mensen die ’s nachts en overdag het station onveilig maakt. Dan vraag ik me natuurlijk af: Waarom zijn die mensen nog op vrije voeten terwijl er een leuk, lief en intelligent meisje nu achter slot en grendel zit?

Er wordt kennelijk overal met twee maten gemeten en niemand voelt zich verantwoordelijk voor deze enorme puinhoop. De fout ligt bij iedereen. De wetgevende macht; de uitvoerende macht; de controlerende macht! Iedere macht faalt, iedereen faalt. Niemand schijnt iets te doen wanneer het mis gaat en daardoor kan al het tuig gewoon zijn gang gaan. En waar komt de regering mee? Meer blauw op straat werkt niet als die hetzelfde doen als nu. Zwaardere straffen werken ook niet als niemand gestraft wordt. Een meldpunt voor overlast van Oost-Europeanen helpt ook geen ene moer, want dan zitten we nog steeds met al die overlast veroorzakende Nederlanders…

Als iedereen zich nou eens bezig zou houden met zijn taak in de samenleving en deze goed zou uitvoeren, zou het eindelijk weer eens een samenleving in plaats van een overleving worden. Een samenleving die is veranderd in een overleving: ik geloof niet dat dit de bedoeling kan zijn.


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Gastblog: Ik Geloof Niet Dat Dit de Bedoeling Kan Zijn!

In gastblog, adhd, autisme, gezondheidszorg, helpen, maatschappij, nederland, politie, auto, en meer.

De eerste gastblog op deze site komt van Tjitske Gratama. Zij vindt dat de samenleving ondertussen is veranderd in een overleving. Wil jij ook een gastblog op deze site? Stuur een berichtje of neem contact met me op.

Ik ben dan wel een opstandig figuur en schop graag tegen de gevestigde orde, maar een aantal jaar geleden was ik een “gewoon” meisje dat geloofde dat overheidsinstanties en andere mensen met “macht” toch wel verstand zouden hebben van wat ze doen. Ik dacht dat de politie de boel veiliger maakte, dat de geestelijke gezondheidszorg mensen beter en gelukkiger maakte, dat dokters zieke mensen hielpen, dat mensen elkaar hielpen en de NS mensen van A naar B bracht… je snapt mijn punt.

Nu ik “volwassen” ben, op mezelf woon en mijn ouders me niet meer dag en nacht beschermen, kom ik er elke dag weer achter dat je kennelijk altijd op jezelf bent aangewezen en mensen je alleen komen helpen als je heel hard schreeuwt: ” GRATIS!”

Ja, jullie lezen het goed, jullie doen ALLEMAAL je werk niet. Ik heb geen idee wat jullie wel doen, maar jullie doen het verkeerd!

Waar was iedereen toen iemand mijn tas probeerde leeg te roven op het station? Niet dat er bij mij iets te halen viel, maar ik stond in mijn eentje tegen een groep zakkenrollers te schreeuwen dat ze van mij en mijn spullen af moesten blijven. Volwassen mannen en vrouwen liepen gewoon door alsof er niks gebeurde en alsof ik niet bestond. Maar wacht maar tot hun tasje gejat wordt, dan klagen ze steen en been over de veiligheid en normen en waarden. Normaal gesproken zou ik gemeld hebben dat er zakkenrollers actief waren, maar nu hoopte ik dat iemand die mij straal voorbij liep, zelf bestolen zou worden.

En wat deed de politie toen ik met twee vrienden probeerde een toerist, die ziek en zwaar onder invloed op straat lag, te helpen? Toen ik vroeg of ze hem niet konden helpen zeiden ze: ” Maar wij zijn geen taxi.” En toen opperden ze dat WIJ hem maar even naar zijn hotel moesten brengen, drie kilometer verderop. Daarop zei ik natuurlijk: “Maar wij zijn geen politie!”

Nadat we hem daadwerkelijk optilden en de eerste stappen naar zijn hotel zetten, begon hij (ja, wat verwacht je anders…) zijn complete maaginhoud anti-peristaltisch naar buiten te werken. Op dat moment (dus een uur later nadat de politie ter plaatse was) besloot de politie dat ze ons dit niet aan konden doen en werd er een auto opgeroepen.

Maar dat was nog niet alles… het groepje toeschouwers dat zich om ons heen had verzameld, bleek uit mensen te bestaan die met de toerist op een feestje waren. Mijn vrienden en ik hadden geen enkele band met deze toerist, en deze idioten die met hem hebben lopen zuipen en blowen, hebben die arme jongen op straat aan zijn lot overgelaten! En pas toen ik me ermee ging bemoeien, kwamen deze lafaards maar eens naar buiten om er bij te staan en NIKS te doen. De politie is je beste vriend en van je vrienden moet je het maar hebben….

En dan nog een ander onderwerp. Zedendelicten! Menig mens kan bevestigen dat het ontzettend moeilijk (misschien wel onmogelijk) is om aangifte te doen van een zedendelict. Verkrachtingen, loverboys, mensenhandel, misbruik en kinderporno; het zit allemaal in de taboesfeer en mensen die de moed bijeen rapen om aangifte te doen worden vrijwel altijd tegengewerkt of ontmoedigd. En dan komt er een meisje dat aandacht nodig heeft en een boek schrijft over haar ow zo zielige verhaaltje, en iedereen slikt het als zoete koek (of moet ik “kaas” zeggen). De politie liep bij haar te bedelen om een aangifte zonder te checken of alles wat ze schreef waar was.

Een andere optie is natuurlijk een BN’er publiekelijk beschuldigen van verkrachting. Dan wordt die man opgepakt zonder dat er ook nog maar iemand met bewijs is gekomen. En iedereen smult ervan! De kranten, het nieuws en die kutshow met Albert Verlinde… Iedereen bijt zich erin vast zonder dat er ook maar echte bewijzen zijn. En dat gebeurt allemaal terwijl er allemaal mensen rondlopen die een echt verhaal hebben maar niet worden geloofd.

En nu is de geestelijke gezondheidszorg aan de beurt. Als je hulp wilt, mag je eerst een half jaar op een wachtlijst. En dan als je mazzel hebt gaan ze op zoek naar een “labeltje”. Zonder “labeltje” krijg je namelijk ook geen “rugzakje” en dat betekent dat je het op school ook maar mag uitzoeken. Maar “labeltjes” waar je geen medicijnen voor hebt zijn niet interessant en daar zullen ze dan ook niet snel naar zoeken. Daarom heeft iedereen ADHD of autisme en bestaan gewoon “drukke” of “maffe” kinderen niet meer.

Daarnaast is nu een goede vriendin van mij gedwongen opgenomen omdat ze “psychotisch” zou zijn. Persoonlijk heb ik van haar nooit gemerkt dat ze een gevaar voor zichzelf of haar omgeving zou kunnen zijn, maar kennelijk vonden ze haar gek genoeg om op te sluiten. Nu zag ik vandaag een vrouw die overduidelijk “gestoord” was en die druk bezig was met het verstoren van de openbare orde. De politie sprak de vrouw aan, en zonder ook maar iets te doen gingen ze gewoon weer verder met het lopen van hun rondje. Nu is het natuurlijk niet alleen die ene vrouw die het station soms onveilig maakt, maar er is een hele groep met dronken en psychotische mensen die ’s nachts en overdag het station onveilig maakt. Dan vraag ik me natuurlijk af: Waarom zijn die mensen nog op vrije voeten terwijl er een leuk, lief en intelligent meisje nu achter slot en grendel zit?

Er wordt kennelijk overal met twee maten gemeten en niemand voelt zich verantwoordelijk voor deze enorme puinhoop. De fout ligt bij iedereen. De wetgevende macht; de uitvoerende macht; de controlerende macht! Iedere macht faalt, iedereen faalt. Niemand schijnt iets te doen wanneer het mis gaat en daardoor kan al het tuig gewoon zijn gang gaan. En waar komt de regering mee? Meer blauw op straat werkt niet als die hetzelfde doen als nu. Zwaardere straffen werken ook niet als niemand gestraft wordt. Een meldpunt voor overlast van Oost-Europeanen helpt ook geen ene moer, want dan zitten we nog steeds met al die overlast veroorzakende Nederlanders…

Als iedereen zich nou eens bezig zou houden met zijn taak in de samenleving en deze goed zou uitvoeren, zou het eindelijk weer eens een samenleving in plaats van een overleving worden. Een samenleving die is veranderd in een overleving: ik geloof niet dat dit de bedoeling kan zijn.


zaterdag, 24 maart 2012

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Fallout van de Libische campagne

In sargasso, de, libië, mali, boze, regering, wapens.
1817

Of de coupplegers in Mali het heft werkelijk in handen hebben, zal de komende dagen moeten blijken, maar één ding is al zeker: de geëscaleerde situatie in het land is een direct gevolg van de omverwerping van het Khadaffi regime in het naburige Libië. Dat zorgde voor een enorme influx aan wapens in het noorden van het land, meegenomen door Touareg milities uit het Khadaffi-getrouwe deel van het Libische leger. Die voegden zich bij de Touareg rebellen in het noorden van Mali, waardoor het Malinese leger terrein verloor. Boze soldaten trokken daarop naar de hoofdstad om een einde te maken aan de regering van president Amadou Touré, die hen van onvoldoende wapens zou voorzien. De gevolgen gaan verder dan Mali zelf.

(...)
Lees verder in Fallout van de Libische campagne (nog 383 woorden)

vrijdag, 23 maart 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Teleurstellend debat werken naar vermogen

De commissie CEESS  van de Arnhemse gemeenteraad vergaderde afgelopen maandag over de vertaling van het Arnhems college van B&W van de Wet werken naar vermogen en het 1100 banenplan. Alhoewel, van het laatste was in de discussie niets meer te beluisteren. Een teleurstellend debat was het gevolg waarin zelfs de vervangende wethouder nat ging met onwaarheden.

 

Ik mag hopen dat er weinig uitvoerders uit het werkveld van bemiddeling en sociale zekerheid het debat hebben gevolgd afgelopen maandag want die zouden terstond het vertrouwen in hun vertegenwoordigers en bestuurders hebben opgegeven. Het leek aardig te beginnen, Ria Peters van GroenLinks benoemde een aantal zorgpunten vanuit haar fractie die ook binnen het bereik van het gemeentelijk beleid liggen. Laat voorop staan, in de nieuwe Wet werken naar vermogen, waarvan de ingangsdatum gepland is op 1 januari 2012, is die ruimte beperkt. Het kabinet heeft het geheel redelijk dichtgetimmerd en levert een beperkte financiële bijdrage. Dat is ook de reden dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hierover met het kabinet geen bestuursakkoord heeft gesloten.

Na Peters ontstond langzamerhand de verwarring. Desiree Egberts van de SP onderschreef de kritische kanttekeningen van GroenLinks en voegde nog een paar sneren aan het adres van de regering toe. Niet relevant maar tot dan nog geen onwaarheden. Vervolgens echter vloog men links en rechts uit de bocht. Waar Peters en Egberts de voorwaarde van aanvulling tot het minimumloon wilden regelen ontstond een discussie over het instrument loondispensatie. Dit wordt nu al op grote schaal toegepast binnen de Wajong-doelgroep en is een zinvol instrument om werkgevers te compenseren voor de niet-geleverde produktiviteit van mensen met een arbeidshandicap. Feitelijk werkt het systeem van de Sociale Werkvoorziening ook zo, mensen werken tegen een CAO-loon maar de overheid legt geld bij. Het verschil is alleen dat loondispensatie zowel binnen de overheid als het bedrijfsleven kan worden toegepast. Het argument van Nico Wiggers (Zuid Centraal) dat er tweederangswerkgevers en -werknemers ontstaan is dan ook onterecht. Van Burgstede (CDA) leek op de goede weg met haar betoog dat het kansen biedt aan mensen die anders niet aan de slag zouden komen maar helaas liet ze de zorgpunten die er wel degelijk in dit wetsvoorstel zitten achterwege. Toen wethouder Leisink, als vervanger van de eigenlijke portefeuillehouder wethouder Van Wessem de fout inging ontspoorde de discussie helemaal. Onterecht suggereerde Leisink dat er waarschijnlijk geen mogelijkheden zijn om mensen het minimumloon te betalen. De memorie van toelichting op de Wet  zegt het volgende:

 

De gemeente vult het inkomen van mensen die werken met loondispensatie en die recht hebben op een WWNV-uitkering via een aanvullende uitkering aan tot maximaal 100 procent van het minimumloon. Het loon en de aanvulling samen kunnen tijdelijk minder zijn dan 100 procent van het minimumloon. Dit stimuleert mensen om zich verder te ontwikkelen. De financiële prikkel maakt meer werken lonend. Een hogere productiviteit leidt immers tot een hoger inkomen.

 

Daaruit is geen verplichting op te maken, hier zit nou juist de (beperkte) gemeentelijke beleidsvrijheid. Overigens zou bij een eventuele verplichting van een tijdelijke aanloopperiode waarin maar tot een x-percentage van het minimumloon zou mogen worden aangevuld een symbolische termijn van 1 maand in de gemeentelijke verordening kunnen worden opgenomen.
Het is maar hoe serieus de gemeenteraad zichzelf neemt en of de bereidheid er is om de randen op te zoeken. Het gebrek aan inhoudelijke kennis van de materie, bij een deel van de commissie, doet echter het ergste vermoeden. De surrealistische discussie over de loondispensatie maakte dat er over het 1100 banenplan geen woord werd gewisseld. Is het realistisch, haalbaar? Gaat het over 1100 minder uitkeringsgerechtigden of 1100 banen (een groot verschil), wordt de aandacht verlegd naar de meest kansrijken binnen Wwb en Wwnv? Heel veel vragen zijn over dit plan nog te stellen.

 

Dit artikel van mijn hand verscheen afgelopen woensdag op ArnhemDichtbij.

Teleurstellend debat werken naar vermogen is a post from John Swelsen.

woensdag, 21 maart 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Babyklappe

In in het nieuws, baby, babyluik, duitsland, in het nieuws, politiek, kind, voorzitter, cda, en meer.

Bron: www.kleinezeitung.at

Zo maar een klein artikel in de krant, ergens op een binnenpagina. Het woord was compleet nieuw voor me. Babyklappe. Er was ophef over bij onze Oosterburen. In 2000 werd in een ziekenhuis in Hamburg het eerste klepje geopend. Het blijkt een soort omgekeerde McDrive te zijn. Een plek waar je je baby kunt achter laten als je echt geen idee meer hebt. In het ziekenhuis gaat er dan een zoemer ergens zodat het personeel weet dat er een baby is achtergelaten.

De achterliggende gedachte is simpel. Liever zo, dan op een vuilnisbank, in een mand bij de kerk of op een willekeurige plek. En hoe raar ik het idee ook vind, ik denk dat de gedachte klopt. Het nodigt nog steeds niet echt uit, een argument wat tegenstanders ongetwijfeld willen gebruiken. 38 kinderen in de eerste tien jaar. Nog niet eens een keer per kwartaal. Veertien van deze kinderen zijn alsnog opgehaald door de vertwijfelde moeders. De andere 24 konden gered worden en als wees ter adoptie worden aangeboden.

In Duitsland zijn rond de 80 van deze babyluiken tegenwoordig. Maar ook in Oostenrijk zijn er flink wat. In vele andere landen heb je vergelijkbare initiatieven. Zelfs in Amsterdam waren er plannen in 2003 om een babyluik te openen. De huidige voorzitter van de Graafschap, mevrouw Clemence Ross stak er een stokje voor. CDA-politici hebben blijkbaar liever dat je een kind op een willekeurige plek achterlaat.

Het woord babyluik levert bijna 6000 hits op in Google. Ik heb blijkbaar niet goed opgelet het afgelopen decennium. Mijn mening is dus laat. Maar ik denk dat, ook al is niet bewezen dat het levens redt, er zeker een redelijke kans is dat het zo is. Alleen al daarom is het geen slecht idee. Maar goed, met de huidige conservatieve regering van ons land, zie ik op korte termijn weinig ruimte voor progressieve ideeën.

Lees ook:
Wikipedia (Duits)
Terre des Hommes legt uit
Babyklappe.info (infosite)
Bastardette blogt ook hierover
Telegraaf ziet het nut wel
360mag.nl vertelt dat ze in Zwitserland meer luiken willen


dinsdag, 20 maart 2012

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Brinkman stapt uit de PVV - kamer debateert vandaag nog over coalitie?

In rutte, hero brinkman, samsom, pvda, twitter, nrc, vvd, pvv, geert wilders, en meer.
Schreef ik 16 maart op deze blog nog de vraag of de PVV nou van binnenuit ineen stort, en stelde ik dat Wilders via zijn stemmenmachine PVV genaamd en/of Brinkman danwel briljant zokm, danwel oliedom:
Een spijtoptant in één van de partijen kan de gedoog-coalitie er niet bij gebruiken. Brinkman staat dus sterk in zijn wens om de PVV te democratiseren, Wilders zal dit weten en ofwel een tactiek van vertragen en uitstellen gebruiken ofwel toegeven. Echter bij de volgende verkiezingen zal Brinkman het veld moeten ruimen, dat kijkt me evident. Voor de tegenstanders van de PVV is het te hopen dat Hero dit weet en voortijdig opstapt on alleen verder te gaan. Het zal de PVV niet doen splijten maar wellicht wel de gedoog-coalitie kapot maken. Om de PVV te doen instorten zal Brinkman's claim dat er meer parlementsleden van de PVV zijn mening(en) delen bewaarheid moeten zijn. 
Vanmiddag twitterde Hero Brinkman zijn aankondiging die mijn advies lijkt op te volgen (lees je deze blog Hero? Voelde je de bui al hangen als Geert het Catshuis uit zou komen?)

Nu is deze blog dus ingehaald door de ontwikkelingen van vandaag. Een van mijn favoriete nieuwssites bericht dat de Kamer debatteert vandaag nog over Brinkman :: nrc.nl

Rutte: we zijn een minderheidskabinet, daar verandert niets aan. Foto AFP / Georges Gobet 
In een gerelateerd artikel stelt het NRC dat premier Rutte in het vertrek van PVV-Kamerlid Hero Brinkman geen aanleiding ziet om naar de koningin te gaan, zoals de oppositie wil. Volgen hem heeft Brinkmans vertrek geen invloed op de gedoogconstructie. De oppositie roept op tot nieuwe verkiezingen nu het kabinet zijn Kamermeerderheid kwijt is.



Premier Rutte in een eerste reactie:
“Dit is voor de PVV een grote gebeurtenis, maar het heeft voor de samenwerking in de coalitie geen gevolgen. Dit is een minderheidskabinet met 52 zetels in de Tweede Kamer. [...] Het land bevindt zich in een zeer ernstige crisis. Daar is het kabinet nu volop mee bezig. Het zou buitengewoon onverantwoordelijk zijn om nu na te denken over verkiezingen.”

 De oppositie ziet dit dus blojkbaar anders, bij monde van kersverse PvdA-leider Samsom stelt het NRC:

Samson:
“Nederland glijdt weg in een recessie, er gaan banen verloren. Het minste wat we nodig hebben is een regering die op een meerderheid kan rekenen.”

Echter, de opperste PVV leider stelt net als onze premier dat er geen reden is om niet door te gaan met de gedoog-coalitie. Wilders die fel aggeert tegen de regentencultuur in Den Haag lijkt hiermee toch ineens vast te plakken aan het pluche. Een verbazingwekkende reactie geeft hij namelijk:


PVV-leider Geert Wilders:
“Ik heb de heer Brinkman horen zeggen dat hij het kabinet blijft steunen. Ik zie dan ook geen enkele reden om niet toch door te gaan met deze coalitie. We zullen nu moeten gaan zien of we daar met alle partijen uit komen. Wat mij betreft gebeurt dat zeker.
Dit is wel degelijk een zeer vervelende en pijnlijke dag voor de PVV. Dit is iets wat je nooit wil zien. We hebben ons als partij altijd democratisch opgesteld. Dan is het enorm jammer om een lid kwijt te raken. Wij zijn er met 23 man van overtuigd dat we met heel veel kracht doorgaan om te zorgen voor een goed beleid voor dit land. Ik zie het vertrek van Brinkman niet als een persoonlijke nederlaag. Het is als partij niet gelukt om de boel bij elkaar te houden, dus een tegenslag is het zeker maar we gaan met veel energie door.”

Wel knap dat hij vind dat de PVV zich democratisch opstelt. Vreemd voor een stichting met slechts 1 bestuurder: Geert Wilders, zonder leden en formele inspraak. Zolang Geert Wilders inspraak tolereert, mag men mee spreken, maar uiteindelijk besluit het bestuur van een stichting welke koers er gevaren wordt. Bij de PVV is dat bestuur, Geert Wilders en dat lijkt me niet democratisch, dus hoe hij dat voor zich ziet?

Enfin, benieuwd hoe Hero Brinkman zich opstelt, hoe de SGP in de eerste kamer zich opstelt en hoe dit kabinet haar meerderheid gaat behouden. Verkiezingen op dit moment zouden zeer slecht uitkomen voor de coalitie. Hoewel, de PVV doet de coalitie klappen, en partijen die een coalitie opblazen hebben in Nederland altijd slecht gescoord bij verkiezingen!

Wordt vast vervolgd!

zaterdag, 17 maart 2012

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Timor Leste hoopt op rust

In sargasso, belangrijk, de, verenigde naties, regering, verkiezingen, wereld, stemmen.
1813

Een van de jongste landen ter wereld, Timor Leste (Oost-Timor), houdt vandaag presidentsverkiezingen. Deze verkiezingen moeten de waterscheiding worden waarmee het land van een fragiele staat overgaat naar een stabiel, maar arm land. De bevolking is massaal op reis gegaan, want iedereen moet in zijn geboortedorp stemmen.

Er zijn twaalf kandidaten, waarvan er drie werkelijk toedoen, allemaal veteranen van de vrijheidsstrijd tegen Indonesië, waarvan het land in 2002 onafhankelijkheid werd. Wie van hen wint is niet eens zo belangrijk, als de anderen hun verlies maar toegeven, zodat de regering zich kan richten op het opstuwen van Timor Leste in de vaart der volken. Misschien kan de vredesmacht van de Verenigde Naties dan tegen het eind van het jaar zijn biezen pakken.

(...)
Lees verder in Timor Leste hoopt op rust (nog 155 woorden)

woensdag, 14 maart 2012

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Waar is de Welvaart?

In politiek, griekenland, aow, boodschap, crisis, de.
Het is crisis. Al een tijdje, inmiddels. En dus moet er bezuinigd worden. Er was al bezuinigd, maar nu moet er nog meer bezuinigd worden. Niet zoveel als in Griekenland, maar toch behoorlijk wat. De boodschap van de regering is simpel: “u wilt wel veel, maar er is geen geld”. Dus hup, AOW omhoog, sociale [...]

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Nederland en de Israëlische kolonisten

In politiek, satire, antisemitisme, eu, israel, kolonisten, de, idee, informatie, en meer.

Twee bij elkaar genomen verwarrende krantenberichten vandaag (14-3-2012) over de relatie tussen Nederland en de Israëlische kolonisten.

Ten eerste:

De NRC meldt “Nederland wekt opnieuw ergernis EU over Israël

De Nederlandse regering sluit zich als enige niet aan bij de kritiek van EU-landen op geweld van Israëlische kolonisten. Deze ongebruikelijke positie heeft tot grote ergernis geleid bij diverse Europese landen. Het is bijzonder dat minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) zich zo expliciet tegen de Europese aanpak keert, maar het past in een patroon. Rosenthal stelt zich in Europees verband steeds nadrukkelijker op als bondgenoot van Israël. Niet eerder leidde die opstelling tot een geïsoleerde Nederlandse positie.

In een geheim rapport van de Europese diplomatieke vertegenwoordigingen in Jeruzalem en Ramallah, signaleren diplomaten een „alarmerende” toename van het geweld door kolonisten. Ze schrijven onder meer dat de Israëlische nederzettingen illegaal zijn volgens internationaal recht en dat die een twee-statenoplossing „onmogelijk” maken: een Palestijnse staat naast Israël. Cijfers van de Verenigde Naties laten volgens het rapport zien dat het aantal aanvallen door kolonisten tegen Palestijnen in 2011 verdrievoudigd is tot 411.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken liet via de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Ramallah weten dat het primaat voor deze kwestie niet aldaar mag liggen en dat Nederland derhalve een „algemeen voorbehoud op de gehele tekst” maakt. Onderaan het Europese rapport staat dit ook vermeld: „NL places a general reserve on the document.” Dat is ongebruikelijk. In tegenstelling tot zijn EU-collega’s trekt minister Rosenthal de kwestie direct naar zich toe.”

“Diplomaten wijzen erop dat alle [21] Europese vertegenwoordigingen in Jeruzalem en Ramallah de kritiek op Israël onderschrijven. Een Europese diplomaat: ‘Wat we waarnemen is de hardste Nederlandse houding ooit, een houding die in wezen overeenkomt met de hardste opstelling binnen Israël.’ “

 

Ten tweede:

De site van de NRC meldt vandaag ook:

De VPRO haalt het online spel ‘De Kolonisten van de Westelijke Jordaanoever’ uit de online archieven

In het ‘spel’ moest de bezoeker als kolonist proberen het aantal nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever uit te breiden. Je kon punten scoren met de ‘Anne Frank-kaart’ of de ‘Ahmadinejad-kaart’ spelen om te voorkomen dat er terrein verloren ging. De speler kon daarvoor zijn “Joodse gierigheid” en “typische handelsgeest” inzetten.

kolonisten antisemitisch spel Nederland en de Israëlische kolonisten

 

Verschillende organisaties noemden het spel “antisemitisch”, zo meldde The Jerusalem Post vandaag. Ook het CiJo, de jongerenorganisatie van het het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), vond het spel misplaatst. Voorzitter Joël Serphos in NRC Handelsblad:

“Er wordt gebruik gemaakt van hele traditionele antisemitische opvattingen. Ze hadden net zo goed op Stormfront kunnen staan [...] De VPRO zegt dat het om satirische kritiek op het nederzettingenbeleid gaat, maar daar klopt niets van.”

 

Ik heb mij niet in de kwestie van het spel verdiept, maar het lijkt me geen goed idee dit soort makkelijk mis te verstaan spelletjes op internet te zetten, ook al is de bedoeling satirisch.

Beide “kolonisten”-berichten laten extreme houdingen zien, de een niet veel beter dan de ander.

De bovenstaande  tekst staat ook op mijn Duitse blog

Maria Trepp

dinsdag, 13 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Scherp debat over discriminerend PVV-meldpunt en Rutte in het Europees Parlement

In politiek, debat, discriminatie, europarlement, intolerantie, marije cornelissen, meldpunt, pvv, racisme, en meer.

Samenvatting van de plenaire vergadering van het Europees Parlement op 13 maart, 15.00:

-Harde woorden over Rutte door Reding en anderen

- De Oostenrijkse sociaal-democraat Swoboda eist stellingname Rutte

- Verhofstadt : heeft “misprijzen” voor Wilders. Verhofstadt  legt verband tussen beginnend zetelverlies van Wilders en het meldpunt.

-Verhofstad: “We hebben allemaal het recht te horen wat de Nederlandse regering van het meldpunt vindt.”

- Verhofstad: “Stilzwijgen van het Catshuis is onaanvaardbaar.”

- Marije Cornelissen: “Kijk naar  ‘Das Leben der Anderen’, melden en verklikken.’”

Hetzelfde doen we nu de Oosteuropeanen aan die dit eerder hebben meegemaakt.

“Premier verzaakt zijn verantwoordelijkheden.”

“Melden doe je bij de politie, in geheel Europa”


Peter van Dalen: “PVV eenmanspartij= PW partij Wilders”

“…per kwartaal wordt iemand op de korrel genomen, morgen bent u het of ik.”

“Duur debat in het Europees Parlement, alleen maar omdat Rutte de site niet veroordeelt.”

 

Marie-Christine VERGIAT: “PVV site roept op tot rassenhaat”

“Vergelijkbare sites in andere landen tegen homo’s, buitenlanders enz.”

“Onverdraaglijk.”

 

Jacek Olgierd KURSKI: “Spoken uit het verleden”

“Parlement moet website veroordelen en Nederland dwingen om de site weg te halen”

 

Auke ZIJLSTRA:

“Brusselse elite  is verantwoordelijk voor overlast en criminaliteit in Nederland. Omgekeerde wereld de site aan te pakken. Europarlement moet afgeschaft.”

 

Sofia in ‘t Veld:  “Overlast door Oost-Europeanen – en wat heeft de PVV concreet ertegen gedaan?”

“Geschiedenis van Europa: vroeger was er veel meer overlast in de vorm van oorlog.”

Criminaliteit van nu stelt in vergelijking weinig voor.

 

Europees Commissaris Viviane REDING:

“Oproep aan de autoriteit in Nederland om te toetsen of deze website in overeenstemming is met de wetgeving.

De Nederlandse autoriteiten moeten dit vanuit verschillende hoeken bekijken:

1. het kaderbesluit  racisme en vreemdelingenhaat.

2. nationale rechtbanken kunnen vaststellen of aangezet wordt tot haat op basis van afkomst.’

“Het gaat om onaanvaardbaar gedrag door een partij, om de reactie van de regering hierop,  om de rechten van individuen met oog op het vrij verkeer, en om de bescherming van alle Europese burgers.”

“Het gaat om waarden waarop wij onze gezamenlijke toekomst bouwen.”

 ”Het is onacceptabel dat EU-burgers het doel van intolerantie en xenofobie worden, alleen omdat zij hun recht nemen en verhuizen van één lidstaat naar de andere. Elke regering heeft de plicht burgers uit andere lidstaten te verwelkomen. Ze moeten het belang van vrij verkeer van burgers aan hun burgers uitleggen, zowel het economische als het maatschappelijke belang.”

 

Nicolai WAMMEN: 

Raad Algemene Zaken heeft het thema “discriminatie op website” nog niet besproken, maar veroordeelt discriminatie op grond van afkomst.

Update: Europarlement veroordeelt houding Rutte

Ruttes rigide zwijgen over Polenmeldpunt maakt de zaak erger’

Maria Trepp

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Rutte laat kwetsbaar Nederland lachend vallen

In weblog, economie, economische crisis, rutte, ruttecrisis, vvd, algemeen, amerika, arbeidsmarkt, en meer.

In mijn twitter timeline zie ik enkele VVD-ers bozig zijn over het FNV-spotje dat sinds enkele dagen uitgezonden wordt onder de titel ‘Rutte laat kwetsbaar Nederland lachend vallen’.

“Schandelijk!” Lees ik er over. Want dit kan natuurlijk echt niet, wat flauw van die gemene FNV om de aanvoerder van Christen-orthodox, lachend, Liberaal, Alle Nederlanders, dit fijne kabinet zo neer te zetten op televisie!

Maar je zal –zoals de geportretteerden in de spot- maar slachtoffer zijn van deze crisis en in het kader van het ‘werken naar vermogen’ door het kabinet ‘in je eigen kracht worden gezet’ en zo uit de sociale werkplaats de keien op worden gedonderd zodat je eindelijk je ‘eigen verantwoordelijkheid’ kan gaan nemen op een arbeidsmarkt die niet op jou zit te wachten. Als je dan de immer lachende premier ziet die Nederland niet uit de crisis helpt, maar deze weigert op te lossen uit angst voor de conservatieve SGP- en PVV-krachten waar hij zijn ziel aan heeft verkocht voor de macht, dan kan ik me zo’n sportje wel voorstellen. Dan vind ik dat spotje nog behoorlijk mild.

Want, laten we dat wel even vaststellen, deze crisis komt van rechts. In een blinde zucht naar geld en winstmaximalisatie voor de aandeelhouders (en de eigen bonussen) zijn banken elkaar troep gaan verkopen voor waanzinnig veel geld waar geen enkele reële waarde achter blijkt te zitten. Dat begon in Amerika met een hypotheekcrisis en werd een systeemcrisis omdat de Europese banken er lustig op los zijn gegaan. Want in het kader van de liberalisering van ongeveer alles moesten we de markt toch vooral haar gang laten gaan volgens onze rechtse vrienden. De markt weet het immers beter dan de suffe overheid.

Maar toen puntje bij paaltje kwam en het grootkapitaal op instorten stond mocht de overheid doen wat je van de overheid mag verwachten: ingrijpen in het algemeen belang en de banken redden. Ten koste van de eigen overheidsfinanciën omdat het omvallen van de grote banken niet te overziende gevolgen zou hebben gehad. Daarvan krijgen we nu de rekening gepresenteerd in de vorm van een begrotingstekort dat zal moeten worden gedicht. Dubieus Grieks boekhouden heeft daarbij niet geholpen, maar was niet de oorzaak van de crisis, wel een verdieping.

Deze rechtse regering moet nu de klus klaren de puinhopen van decennia liberalisering (de puinhoop van rechts dus) op te ruimen en weigert dat structureel. Met tijdelijke oplossingen worden de mensen die zich het moeilijkste verdedigen kunnen als eerste met de problemen opgezadeld. Mensen in kwetsbare posities omdat ze misschien ziek of werkeloos zijn, te veel verdienden voor een sociale huurwoning, maar zonder vast contract geen lening krijgen voor een koopwoning in de vastgelopen woningmarkt. Mensen die het geestelijk moeilijk hebben en niet meer terecht kunnen bij de geestelijke gezondheidzorg en er wordt bezuinigd op kinderen die extra aandacht nodig hebben op school. Bezuinigd op kinderen en zieken.

Maar lachend wordt er voor de VVD aan 130 km per uur racen op de snelwegen gewerkt, want dat helpt Nederland zo lekker vooruit. Nederland wordt ‘verder geholpen’ met de aanleg van extra asfalt en tunnels, er wordt bezuinigd op natuur (of gewoon kapitaal vernietigd zoals bij het Oostvaarderswold), en er wordt vooral niets gedaan aan de structurele oplossingen als het verhogen van de pensioenleeftijd, de hypotheekrenteaftrek en het flexibiliseren van de arbeidsmarkt.

Daar waar alle Noord-Europese landen snel economische groei laten zien zakt Nederland weg in de Ruttecrisis en volgens mij zou mijn VVD-timeline zich daar druk over moeten maken in plaats van over een FNV tv-spotje!


maandag, 12 maart 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Partij van de Toekomst kijkt terug naar haar verleden

In cpn, evp, groenen, groenlinks, ppr, psp, akkoord, beslissing, boek, en meer.

GroenLinks is bij uitstek de partij voor de toekomst, maar soms moet je terugkijken om weer vooruit te kunnen. Tijdens de eerste bijeenkomst van de collegereeks over het gedachtegoed van GroenLinks keken vier partijleden die betrokken waren bij de oprichting van GroenLinks terug naar het verleden. Wat kan GroenLinks leren van haar oprichters?

Communisten & Feministen

Herman Meijer was uitgenodigd om iets te vertellen over de Communistische Partij Nederland (CPN). Hij maakte duidelijk dat de partij eind jaren ’70 afscheid nam van haar Stalinistische verleden. Binnen de CPN was het Stalinisme vertegenwoordigd door Paul de Groot: ‘De Groot was erevoorzitter van de CPN, nadat hij jarenlang ‘gewoon’ voorzitter was geweest. Hij was een klassieke Stalinist. Zowel in zijn interne partijoptreden als in zijn paranoïde inslag.’ Na het aftreden van De Groot veranderde de CPN. Meijer schreef mee aan het partijprogramma van de CPN: ‘Het was een radicale oproep tot volstrekte democratisering van de hele Nederlandse maatschappij, tot op het diepste niveau, ook in economisch opzicht. Marxisme en feminisme werden als gelijkwaardige inspiratiebronnen gezien. De CPN was de meest feministische partij van Nederland.’

Volgens Meijer kan GroenLinks van de CPN leren om een gezond en goed geformuleerd anti-kapitalisme te koesteren: ‘We moeten een diepgravender, analytischer en intelligenter verhaal hebben over de bankencrisis, wat dat te maken heeft met de liberalisering van de geldmarkt en zo verder. Dat is ver voorbij het banale anti-kapitalisme: “Jullie zijn rijk en wij niet en dat is niet eerlijk.” Dat is ook wel zo, maar we kunnen daar een eind voorbij.’

Meijer ziet wel wat in linkse samenwerking: ‘Voor de verkiezingen moeten linkse partijen op een aantal punten kunnen overeenstemmen: wat we nu nodig hebben is een regering die pro-Europees is, een ruimhartig immigratiebeleid voert en die zorgt voor een grotere inkomensgelijkheid, tegen bonussen en al die shit. Ik zou het programma zo kunnen schrijven.’

Pacifisme, socialisme en milieu

Meijer was tot 1974 lid geweest van de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), een andere oprichter van GroenLinks: ‘Wat mij tegenviel in de PSP, was dat de partij een buitengewoon moeizaam bestaan had. In Delft [waar Meijer woonde - SO] had de partij maar een paar leden en die waren altijd aan het tobben. Het was niet zo’n gelukkig clubje.’ Alexander de Roo, de vertegenwoordiger van het PSP-smaldeel, beaamt dat de PSP slecht was georganiseerd: ‘Ik ben in 1974 lid geworden van de PSP in Delft. Ik heb een maand nodig gehad om lid te worden. Die club was behoorlijk onvindbaar. Ik ben lid geworden vanwege de kernenergie. Er was een grote demonstratie in Kalkar tegen de opwekkingscentrale en Bram van der Lek, PSP-Kamerlid riep: “De technici moeten hun werk overdoen.” Dat sprak mij aan.’

De Pacifistisch-Socialistische Partij stond bekend vanwege haar pacifisme. De Roo nuanceert dat beeld: ‘Het pacifisme van de partij was nooit absoluut. In de jaren ’70 was er een felle discussie: wat doen we met geweld van bevrijdingsbewegingen? Dat accepteerden we. Het pacifisme van de PSP was veel meer een politiek pacifisme. We verzetten ons tegen de NAVO, dat was een identiteitspunt bij de PSP. GroenLinks worstelt nu nog steeds met militaire interventies. Zodra geweld ter sprake komt hebben we het daar moeilijk mee. Die aandacht voor wat er gebeurt in landen om ons heen, dat was heel kenmerkend voor de PSP.’

De Roo, die als samenwerker te boek stond in de PSP is ook voorstander van progressieve samenwerking: ‘In Duitsland heb je rood-groene samenwerking. Dat is daar een begrip. De meest natuurlijke partner voor GroenLinks is de PvdA. Samsom heeft zelfs ooit geprobeerd om kandidaat voor GroenLinks te worden. We moeten een akkoord sluiten met de PvdA en dan kijken of de SP en D66 aan willen sluiten.’

Groen en libertair

Wim de Boer sprak namens de Politieke Partij Radikalen (PPR): ‘Bij de PPR stonden, onder andere, het serieus nemen van het milieu en de duurzame economie in al haar facetten centraal.’ De partij nam het ook op voor een eerlijkere verdeling van werk en inkomen. Bovendien kenmerkte de partij zich door een libertaire en niet-dogmatische manier van handelen. ‘Dat was de PPR en ik heb glimlachend in de trein vastgesteld dat dat voor mij nog geen spat veranderd is, voor die waarden sta ik nog steeds.’

De Boer was betrokken bij de vorming van GroenLinks. Als lid van de ‘bende van drie’ had hij de onderhandelingen op een cruciaal moment vlot getrokken. Zonder toestemming onderhandelden drie oud-partijbestuurders van de PPR toch met de CPN en de PSP, terwijl het PPR-bestuur zich had teruggetrokken uit de onderhandelingen. Zelf had hij zich in de onderhandelingen één doel gesteld: ‘Wat ik eruit zal slepen is de naam ‘GroenLinks’. Die naam had nog heel wat voeten in de aarde. Zonder ‘groen’ kreeg je met de PPR geen akkoord. GroenLinks dekt precies de lading. Voor mij zijn groen en links onlosmakelijke aan elkaar verbonden: zonder progressieve politiek krijg je geen goed milieubeleid en zonder milieubeleid krijg je geen duurzame samenleving.’

Je zou kunnen stellen dat qua politiek programma GroenLinks nu het meest op de PPR lijkt, maar De Boer nuanceert dat beeld: ‘Ik ben niet de man van de politieke programma’s. Ik heb ze geschreven, ik heb ze vastgesteld, ik heb er urenlang over zitten vergaderen. De praktijk is dat als een programma is aangenomen het dan verdwijnt in een la en je er er nooit meer naar kijkt. Wat ik belangrijk vind is dat de waarden van de PPR diepgeworteld zijn binnen GroenLinks. Ze krijgen wel een nieuwe vorm. Op grond van nieuwe inzichten kan ik tot een andere beslissing komen. Ik vind het belangrijk dat iedere GroenLinkser glashelder heeft voor welke waarden wij staan. Als hij dat weet dan komen die politieke keuzes vanzelf tot stand.’ De Roo: ‘Qua programma lijkt GroenLinks het meest op de PPR en toch is het een heel andere partij geworden. De partij heeft een veel bredere uitstraling. De partij is meer dan de som der delen. Er ligt nu meer nadruk op het groene, daarmee heeft de partij iets nieuws aangesproken.’

Christelijk dus progressief

Cor Ofman was de laatste voorzitter van de Evangelische Volkspartij (EVP) en de eerste EVP’er op de eerste lijst van GroenLinks (plaats #11). ‘De EVP was een klein clubje. De EVP is ontstaan uit CDA’ers die een andere koers wilden. We hoopten de dissidenten uit het CDA, een stuk of tien Kamerleden, mee te krijgen.’ Maar die bleven in het CDA, ze zeiden: ‘als 90 procent van de achterban toch conservatief blijft dan kan je er moeilijk uitstappen.’ De EVP had drie kernpunten: ‘vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping. Ook binnen die kerken speelden die trits heel sterk een rol. De partij was tegen de plaatsing van kruisraketten. Ze stond voor een economie van het genoeg en het recht van de arme en de vreemdeling. We hadden een eigen interpretatie van Bijbelse normen en waarden: christelijk dus progressief.’

De Boer vraagt Ofman: ‘Ik heb nooit begrepen wat jullie verhinderde om jullie doelstellingen in de PPR te realiseren. Was dat alleen omdat het woord ‘bijbel’ niet gebruikt werd? De PPR is oorspronkelijk voortgekomen uit Christen-Radicalen.’ Ofman: ‘Het christelijke was tamelijk verwaterd in de PPR. De PPR was libertairder, de EVP was minder individualistisch. Ook GroenLinks is liberaal. Ik zou ook wel wat meer uitstraling willen zien richting een kerkelijke achterban. Als ik op zondag mijn verhaal houdt, denk ik vaak, waarom komen die mensen nou niet bij GroenLinks terecht, terwijl ze al afscheid hebben genomen van het CDA? Ze zijn op zoek naar een partij met een sociaal gezicht, maar die ook oog heeft voor spiritualiteit.’

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Selectieve perceptie

In in het nieuws, begrotingstekort, crisis, griekenland, in het nieuws, politiek, ambtenaar, banken, belangrijk, en meer.

Bron: Trouw.nl

Luiwammesen, uitvreters, oplichters en profiteurs. De camera’s registreerden graag, het waren mooie beelden. Vraag aan de man in de straat wat hij denkt over de Grieken. De zondebok was gevonden. Als die Grieken niet allemaal ambtenaar waren geweest en op hun 47e al met pensioen waren gegaan, dan was die hele Eurocrisis nooit ontstaan.

Het zat natuurlijk genuanceerder, maar daar hadden de klagers, inclusief de meeste politici, geen boodschap aan. Sterker nog, dat ‘wij’ profiteerden van de hoge rente die Griekse banken wel moesten geven op leningen, werd nooit hardop uitgesproken. Dat Nederlandse banken en bedrijven, als echte handelsnatie, in Zuid Europa vele belangen hadden, was even niet van belang.

Nu blijkt dat ‘wij’ het ook niet zo goed hebben gedaan. Ons begrotingstekort gaat volgend jaar richting de vijf procent. En dat terwijl we zelf hebben afgesproken dat drie toch echt het maximum is. Dus nu heeft de regering een probleem. Ineens blijkt die drie procent niet meer zo heilig te zijn. Blijken er duidelijke verschillen tussen Grieken en andere mediterrane uitvreters aan de ene kant en de nobele noord-europese hardwerkende redders van de economie.

Met voorloper minister de Jager zullen de regels wel even aangepast worden. De harde woorden die voor de Grieken golden, kunnen voor onszelf achterwege blijven. Oftewel iedereen is gelijk, maar wij zijn gelijker.

Benieuwd wanneer men in het buitenland reageert. Maar misschien zijn we daar wel niet belangrijk genoeg voor.

BNR

RTL.nl


vrijdag, 9 maart 2012

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel Monique Samuel: ‘Mubarak is door Facebook van zijn troon gestoten’

In de linker wang, agenda, amersfoort, arabische lente, beleid, boek, christenunie, dagblad, de, en meer.

Monique Samuel ziet uiteindelijk hoop voor jeugd in Midden-Oosten

Vanochtend stond ze in de NRC Next en vanavond zit ze in Pauw & Witteman. Monique Samuel (22) leidt een avontuurlijk leven. Sinds ze vorig jaar voor het eerst gevraagd werd als commentator van de revolutie in Egypte is haar leven flink veranderd. ‘Vandaag word ik ook weer aan de lopende band gebeld’, zegt ze, ‘omdat er voetbalrellen zijn geweest in Port Said’. Het is tekenend voor haar leven: druk, van alles te doen.

Vanochtend stond ze in de NRC Next en vanavond zit ze in Pauw & Witteman. Monique Samuel (22) leidt een avontuurlijk leven. Sinds ze vorig jaar voor het eerst gevraagd werd als commentator van de revolutie in Egypte is haar leven flink veranderd. ‘Vandaag word ik ook weer aan de lopende band gebeld’, zegt ze, ‘omdat er voetbalrellen zijn geweest in Port Said’. Het is tekenend voor haar leven: druk, van alles te doen.

Monique Samuel werd geboren in Amersfoort als dochter van een Egyptische man en een Nederlandse vrouw. ‘Ik ben niet in Egypte geboren, zoals veel mensen denken, maar mijn familie woont daar nog wel’. Ze heeft het land al twaalf keer bezocht en meestal blijft ze langer dan een maand. ‘Ik logeer dan bij mijn oma, die woont in een simpele volkswijk in Caïro’.

Haar familie is Koptisch, de oudste etniciteit in Egypte. De Kopten zijn oorspronkelijke inwoners van het land, voordat er Arabische inmenging plaatsvond. Daarnaast is het een religieuze minderheid in Egypte, omdat zij de Koptisch-christelijke religie aanhangen. ‘Dat is één van de oudste christelijke stromingen op aarde’, legt Samuel uit, ‘gesticht door de apostel Marcus in de eerste eeuw na Christus’. Door de Arabische inmenging is ook de islam in het land gekomen. ‘Als kind van een Arabier wordt je als moslim geboren’, zegt Samuel.

Wanhoopskreet
Haar reizen naar Egypte geven haar een uniek beeld van de situatie daar, wat volgens haar ook de hoofdreden is dat ze veel in de media verschijnt. ‘Kijk, gisteren waren er voetbalrellen in Port Said. De meeste mensen zien dat dan als normaal voetbalgeweld, maar ik zie meer: een complot. Op YouTube zie je politieagenten de andere kant oplopen. Het is net alsof ze wíllen dat het uit de hand loopt.’  Echter, naast persoonlijke ervaring heeft Samuel ook veel kennis over het land: naast haar studie Politicologie aan de Universiteit Leiden, volgde ze veel vakken op het gebied van de geschiedenis van het Midden-Oosten en islamitisch recht. Met name westers beleid in islamitische landen interesseert haar, waardoor ze ook veel kennis heeft over bijvoorbeeld Iran, Israël/Palestina en Libanon. Maar Egypte, het land van haar vader, liet haar niet los: ‘Er is geen Engels of Frans boek over Egypte wat ik niet gelezen heb’.

Samuel heeft veel te vertellen over de Arabische Lente, de revoluties die vorig jaar begonnen in het Midden-Oosten. De revoluties, die voor de buitenwereld vooral een roep om democratie lijken, zijn volgens Samuel veel basaler. ‘Dit is een wanhoopskreet. Het systeem is geheel vastgelopen.’ In het Midden-Oosten is zestig procent van de bevolking onder de 29. De meeste mensen hebben slechts één heerser gekend die mijlenver van de bevolking afstaat of -stond. De welvaart steeg wel, maar de bevolkingsgroei deed dat nog veel harder. ‘De werkloosheid stijgt, het aantal ondervoede kinderen stijgt. Combineer dit met corruptie en steeds slechter onderwijs en je snapt wat er mis is’. Mensen zijn ongelukkig of zelfs wanhopig. ‘Je komt van de universiteit en hebt geen uitzicht op een baan, een appartement of zelfs een huwelijk, daar is geen geld voor.’

Verloren generatie
Sinds de revolutie is het in Egypte niet beter geworden. Samuel vertelt over haar oom, die in airconditioning handelt. Sinds de revolutie verkoopt hij niks meer. ‘Iedereen houdt zijn hand op de knip. Lonen worden niet meer uitbetaald, winkeliers verkopen niets.’ Het hele land moet opnieuw worden opgebouwd. De politieke instituties zijn zwak: sinds de jaren vijftig is Egypte in feite een militaire dictatuur geweest. Mubarak had dan wel geen uniform aan, maar hij had wel het hele leger achter zich. De ware revolutie moet eigenlijk nog plaatsvinden: het leger moet terug naar de barakken. Het kan allemaal nog wel even duren. ‘De generatie van Tahrir is eigenlijk een verloren generatie’, zegt Samuel met pijn in het hart, ‘zij zullen niet profiteren van de revolutie.’

Toch gloort er hoop voor het Midden-Oosten. Op lange termijn gelooft Samuel wel dat het beter wordt: ‘Onder druk van de hoger opgeleide bevolking zullen er geen dictators meer komen.’ Tunesië kan hierin gezien worden als lichtend voorbeeld: ‘Daar won dan wel een islamitische partij de verkiezingen, maar zij houdt zich prima aan de grondwet.’ Dit komt  ook omdat in dit land juist wél sterke instituties zijn. Het leger had niet zoveel macht en er was nadat de dictator was afgezet geen directe opvolger.

Samuel begint binnenkort aan een onderzoek over de rol van sociale media in radicale jeugdbewegingen in het Midden-Oosten. Ondanks dat slechts twintig procent van de bevolking internet heeft is de rol van Facebook en Twitter groot in de Egyptische revolutie, zegt ze. Dit komt ondermeer omdat de Arabische zender Al Jazeera, waar 86 procent van de Egyptenaren naar kijkt, ook YouTubefilmpjes, tweets en Facebookberichten uitzond. ‘Er is nauwelijks vrije pers of vrijheid van meningsuiting, maar op deze manier dus wel. Hier is totaal niet op gerekend door het Egyptische regime.’ Mubarak is eigenlijk door Facebook van zijn troon gestoten.

Coming Out
Alhoewel ze geen lid is van de Koptisch-Orthodoxe Kerk, is Samuel wel christen. ‘God is voor mij de basis van alles wat doe.’ Als ik vraag bij wat voor kerk ze zichzelf thuis voelt, verzucht ze: ‘Oef. Ik ben al bij heel veel kerken geweest, maar in elke kerk zie ik iets van God maar ook heel veel van de mens.’ Daarnaast houdt ze niet van labeltjes: ‘Ik wil gewoon met iedereen in gesprek blijven.’ Ze ziet zichzelf als een een bruggenbouwer. Met een lichte trots vertelt ze over het feit dat ze de eerste christen was die op de Islamitische Omroep kwam. ‘Dat is toch mooi?’

Vorig jaar werd Samuel onderwerp van gesprek door haar coming out: op haar weblog vertelde ze lesbisch te zijn, een vriendin te hebben en te gaan scheiden van haar man. Voor sommige mensen was dat misschien schokkend, denkt ze wel, maar voor haar zelf is de worsteling grotendeels voorbij: ‘God heeft me gewoon zo gemaakt’, zegt Samuel, ‘het is iets tussen Hem en mij.’

Samuel stond tot een tijd geleden bekend als onderdeel van het christelijke wereldje. Ze was columnist bij het Nederlands Dagblad, werkte voor het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie (ze was overigens geen lid van de partij, zegt ze nadrukkelijk) en was te zien bij de EO. Tegenwoordig doet ze een stuk meer dan dat: ‘Ik schrijf bijvoorbeeld voor een progressief weblog als DeJaap en binnenkort word ik columnist voor het homojongerenblad Gay & Night.’

Is dit allemaal het gevolg van haar coming out? Ze benadrukt dat dit niet zo is: ‘Ik heb uit de christelijke wereld juist geweldige reacties gehad’. Ze wilde vooral zelf een breder publiek aanspreken, om met iedereen in gesprek te kunnen blijven.

GroenLinks
Om diezelfde reden is ze nooit lid geweest van een politieke partij. Ze zegt zich wel verbonden te voelen met GroenLinks, maar lid worden wil ze niet. De partij is op dit moment zoekende, zegt ze, ‘net als bijna iedere partij, trouwens. Onze ‘vrienden’ van de PVV en de SP profiteren daarvan.’ Ze vindt dat Nederland veel toekomst gerichter moet denken. Ons land heeft potentie, maar we verschuilen ons nu achter de dijken. ‘We moeten ons eens committeren aan plannen voor de komende 25 jaar, in plaats van elke twee of drie jaar alles te veranderen.’ Of ze zelf de politiek in wil? Daarover zegt ze: ‘Ik moet eerst nog ervaring op doen. Ik wil niet zo’n jong broekie worden die met veel tamtam de kamer in komt, maar na een tijdje ondergesneeuwd raakt. Daarvan zijn er zoveel.’

Van buiten het parlement probeert ze echter wel mensen aan het denken te zetten, bijvoorbeeld over ons denken over het Midden-Oosten. De regering is heel hypocriet, zegt Samuel boos: ‘Ze zien een Arabische winter in plaats van een lente. Democratie in het Midden-Oosten, dat kan gewoon niet. Er móet wel een Egyptisch kalifaat komen, want anders zouden de moslims hier ook wel eens democraat kunnen zijn, da’s voor onze anti-islamitische regering veel te eng.’

Terwijl de democratie in Nederland in verval is, kan men niet enthousiast worden van democratisering aldaar, ‘terwijl Obama, Cameron, Merkel en Sarkozy allemaal positief hebben gereageerd, vond Rutte het maar zorgelijk.’

Nieuwe visie
Er moet een compleet nieuwe visie komen op het Midden-Oosten, vindt Samuel, en we moeten de jeugd daar helpen om democratieën op te bouwen. Veel hoop dat de Nederlandse regering en de EU dat zullen doen, heeft ze echter niet. ‘Ons eigen belang is veel belangrijker, joh.’ Daarom richt ze zich liever op NGO’s en jeugdbewegingen in het Midden-Oosten. Praktisch gaat ze dit de komende tijd doen bij Oxfam Novib, waar ze stage zal lopen.

‘Er is nog veel te doen’, zegt Monique Samuel, doelend op haar agenda voor vandaag. ‘Er is nog veel te doen’, denk ik, terwijl ik haar woorden op me in laat werken. Ik neem afscheid van een jonge, inspirerende vrouw, waarvan we ongetwijfeld nog meer zullen horen.

Dit stuk verscheen als coverstory in De Linker Wang (maart 2012)


dinsdag, 6 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

“…kind of a German-Dutch Boxkampf…”

In politiek, europarlement, mark rutte, martin schulz, polenmeldpunt, pvv-meldpunt, resolutie, burgers, debat, en meer.

…noemde voorzitter Martin Schulz van het Europees Parlement het debat tussen Mark Rutte en hemself op 1 maart in een gemeenschappelijke persconferentie na afloop.  

In dezelfde persconferentie zei Martin Schulz terwijl Rutte zonder te weerspreken naast hem staat, dat Rutte afstand had genomen van het meldpunt. Rutte zei zelf:  “We [the Dutch government] are in favour of East-European migration.”

 

martin schulz ...kind of  a German Dutch Boxkampf...

 

Uit het een interview met Martin Schulz op 2 maart 2012 in de NRC:

“Schulz, sociaal-democraat, vindt dat Rutte op twee borden tegelijk speelt: hij heeft de PVV nodig voor de binnenlandse politiek, maar wil niet dat in het buitenland een verband wordt gelegd tussen zijn regering en het PVV-meldpunt.

Volgens Rutte’s woordvoerder nam Rutte in zijn gesprek met Martin Schulz geen afstand van dat meldpunt en herhaalde hij wat hij steeds zegt: dat het meldpunt niet van de regering is. In een vraaggesprek in zijn Brusselse kantoor, net na de ontmoeting met Rutte, zegt Schulz het zo: ,,Minister-president Rutte heeft zich er open over uitgelaten. Hij zei: ‘Ik ben het er niet mee eens. Niet met de inhoud en niet met de vorm’.

Heeft u tegen Rutte gezegd dat hij dat dan publiekelijk duidelijk zou moeten zeggen?

,,Ja. Dan zegt hij: ‘Maar dat doe ik, ik neem afstand.’ Hij heeft ook nog eens benadrukt dat zijn regering bij Europese politieke onderwerpen niet samenwerkt met de PVV. Ik zei: ‘Maar wel bij andere onderwerpen’. We kunnen alleen maar vaststellen dat de Nederlandse regering steunt op een partij die een fundamenteel recht van Europese burgers, het vrije verkeer, ter discussie stelt. Voor een land dat een van de oprichters was van de Europese Unie, vind ik dat dubieus.” “

Vandaag zei Rutte in het vragenuurtje, dat het verslag van de NRC niet klopt.

mark rutte ...kind of  a German Dutch Boxkampf...

Dus de voorzitter van het Europees Parlement liegt?

 

Update: Resolutie Europarlement tegen Nederland om PVV-meldpunt

 Op mijn Duitse site:

Verurteilung der niederländischen “Anlaufstelle Mittelosteuropäer” im Europäischen Parlament

 

Maria Trepp

donderdag, 1 maart 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Zijlstra laat deeltijdstudenten sudderen

In eerste kamer, politiek, onderwijs, betalen, bezuinigingen, de, eerste, filosofie, gevallen, en meer.

Toen vorig jaar zomer het besluit over de langstudeerboete werd genomen, heeft de Eerste Kamer uitgebreid gediscussieerd over de positie van de deeltijdstudenten. Die krijgen namelijk precies evenveel tijd om hun studie af te maken terwijl ze – het woord zegt het al – slechts een deel van de tijd studeren. Een kamerbrede motie vroeg de regering daarom in overleg met het veld disproportionele gevolgen voor deeltijdstudenten te voorkomen.

Dat was in juli. Omdat er in januari nog geen teken van leven was en deeltijdstudenten zich steeds meer ongerust maken, stuurde de Kamer nog maar eens een brief. Ze vroeg de staatssecretaris wat hij inmiddels gedaan had, of hij al met studentenorganisaties, universiteiten en hogescholen gesproken had, en hoe hij uitvoering aan de motie zou gaan geven. De brief bevatte ook heel concrete voorbeelden waar het fout gaat.

Bijna een maand later blijkt dat er nog geen duidelijk antwoord is. Het lijkt erop dat er nog geen gesprekken met het veld zijn geweest. Er komt een brede verkenning over deeltijdstudies. Verder is er een inventarisatie gaande over de praktijk van het deeltijdonderwijs en ontwikkelingen en wensen daarin. In dat alles komt het effect van de langstudeerdersmaatregel op het deeltijdonderwijs aan de orde. En dus bezint de staatssecretaris zich op een aantal maatregelen.

Daar kan hij maar beter haast mee maken. Van alle kanten komen de signalen dat studenten zich zorgen maken of ze hun studie wel kunnen afmaken of dat ze dan vele duizenden euro’s extra moeten betalen. Onderwijsinstellingen zijn begonnen om hun opleiding uit te kleden en in te korten. Niveauverlies dus. Iedereen wil weten waar hij of zij komend studiejaar aan toe is. Het gevolg is dat de aanmeldingen voor deeltijdstudies ernstig lijken te stagneren. Zo twittert Doekle Terpstra: “Er zijn dit jaar uitzonderlijk weinig deeltijdstudenten begonnen met een hbo-opleiding, m.n. bij lerarenopleidingen. Is ernstige situatie!”

Op zich is Zijlstra’s terughoudendheid wel te begrijpen, want hij heeft een probleem. Voltijdstudenten die te ver uitlopen, zullen anders immers overstappen naar de deeltijd om de langstudeerboete te ontlopen. Die vluchtweg wil hij kennelijk tot elke prijs gesloten houden.

Het is echter onrechtvaardig als hij dat probleem bij de deeltijdstudenten neerlegt. Deeltijdstudenten krijgen geen studiefinanciering en betalen vaak relatief veel collegegeld. Ze doen hun studie in de meeste gevallen naast hun werk of zorgtaken. In die zin zijn ze het schoolvoorbeeld van een leven lang leren en rolmodellen voor de kenniseconomie.

De huidige langstudeerboete is voor veel deeltijdstudenten zo goed als onvermijdelijk. Leraren die met de lerarenbeurs gestimuleerd worden om een masters te halen, gaan al met de kleinste vertraging over hun tijd. Stoppen kan niet, want dan moeten ze de beurs terugbetalen. Het uitloopjaar dat voltijdstudenten hebben, is er voor deeltijdstudenten niet. Er zijn zelfs opleidingen die over drie jaar gespreid zijn, zodat deze studenten volstrekt buiten hun schuld langstudeerder worden. Wie ergens in de afgelopen twintig jaar al eens een studiepoging heeft gedaan, kan het al helemaal niet meer binnen de gestelde tijd doen. En wie bijvoorbeeld naast een andere studie een deeltijdbachelor filosofie wil doen, die weet van te voren dat dat minstens twee jaar langstudeerboete kost, ook als hij of zij precies volgens het boekje studeert…

We kunnen er lang en breed over praten, maar studenten straffen terwijl ze keurig op tijd zijn, is disproportioneel. Deeltijders inperken om een vluchtweg voor voltijders af te snijden, is disproportioneel. En niveauverlies van opleidingen accepteren omwille van bezuinigingen is disproportioneel. Hoe we ook denken over de langstudeerboete zelf, deze gevolgen zijn niet acceptabel.

Daarom is het jammer dat Zijlstra niet (nog niet?) ingaat op suggesties om het anders op te lossen. Hij staart zich nu blind op de regel het aantal studiejaren plus een, ongeacht of het voltijd of deeltijd is. Hij kan ook het aantal geprogrammeerde studiepunten per jaar als uitgangspunt nemen. Spreek dan bijvoorbeeld af dat je in een deeltijdstudie niet meer dan het geprogrammeerde aantal punten mag halen, en de vluchtroute is geen vluchtroute meer.

Maar hoe we het ook oplossen, we moeten niet de deeltijdstudenten opzadelen met een probleem dat het hunne niet is. Dat leidt namelijk tot een massaal afhaken van studenten of tot een dramatisch verlies aan kwaliteit van de opleidingen. En dat kunnen we ons simpelweg niet veroorloven.


Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1746 uur (72,7 dagen). Berichtgemiddelde: 0,4 bericht per dag, 2,8 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6