vrijdag, 27 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Atlas van Europese Waarden

In column van de week, arbeid, blogs, de wereld, europa, europese, finland, gegevens, geschiedenis, en meer.

LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
VERBETERD

Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

Jaargang 4, Nr. 199.

dinsdag, 24 januari 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

EU boycot Iraanse olie

In samen op de wereld, europa, europese, griekenland, iran, italië, olie, programma, rekening, en meer.

Nucleaire activiteiten verschaffen Iran de mogelijkheid op verdediging tegen externe aanvallen. Een flinke dosis economische pijn zal Iran dus zeker over hebben voor het behoud daarvan.

Tien procent van de Iraanse olie gaat naar Italië. Dat is daarmee de vierde afnemer van het Perzische goedje na China (20%), Japan en India. Spanje en Griekenland nemen samen ook nog 10% voor hun rekening tot 1 juli.

Eerdere boycotten heeft Iran prima omzeild en wist nog altijd ruwe olie naar buurlanden te krijgen en olieproducten te importeren. De grootste afnemer van Iraanse olie, China, steunt een boycot niet net als India, Rusland en Turkije. Het land zal dus niet helemaal onderuit gaan. Een VN-actie zit er niet in: China en Rusland gaan dat tegenhouden. Rusland verdient per slot van rekening geld aan dit nucleaire programma.

Wie treft dit dan? De zwakste economieën in Europa en de inwoners van Iran. Die eerste kunnen er eigenlijk geen ellende bij hebben. De Europese boycot zal de prijs van olie opdrijven. Die tweede groep ook niet: de inflatie in Iran is inmiddels gigantisch. Hoewel men best nieuwe leiders wil, een tweede reden die genoemd wordt door maatregelennemende landen, lopen zich nog geen goede kandidaten warm, dus ook op dit punt valt geen doorbraak te verwachten. Ik ben niet slimmer dan de politici die hopelijk goed geïnformeerd en overwogen deze keuze hebben gemaakt maar dit is een signaal dat niet de doelen treft die men zegt te hebben.

maandag, 23 januari 2012

Ria Damhof

Ria Damhof

GR

Extra bouweisen bij levensloopbestendig wonen

In levensloopbestendig bouwen, bouweisen, wmo voorzieningen, beleidsplan, gemeenteraad, groenlinks, rekening, wmo.
Vorige week werd het WMO beleidsplan voor de komende vier jaren in de gemeenteraad vastgesteld. In het betoog van GroenLinks heb ik het nieuwe wooncomplex op de hoek van de Havenweg - Cohenstraat in Uithuizen aangehaald als voorbeeld. Dit prachtige complex is in november vorig jaar opgeleverd en in rap tempo gevuld met bewoners. Toch is er met de bouw wel wat maar niet genoeg rekening gehouden

woensdag, 11 januari 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Een nieuwe raadzaal naast het stadhuis

In raad, raadzaal, stadhuis, besluiten, burgemeester, cda, d66, debat, democratie, en meer.

Deze week zijn raadsleden voor maar liefst drie ceremonies uitgenodigd: de nieuwjaarsreceptie in het stadhuis, de officiële opening van het stadhuis en de eerste raadsvergadering in de nieuwe raadzaal.

In zijn nieuwjaarstoespraak memoreerde onze burgemeester dat op 9 november 2006 de Raad “unaniem de voorkeur” uitsprak dat men weer wilde gaan vergaderen in het stadhuis. Die stelligheid zou ik niet voor mijn rekening durven nemen.

De bewuste raadsvergadering markeerde wel het enige, maar meteen ook het laatste moment waarbij de zes fracties allemaal uitspraken niet tégen terugkeer van de raad naar het stadhuis te zijn. VVD, CDA en SP met stelligheid (zo snel mogelijk terug); GroenLinks, PvdA en D66 met een slag om de arm (op voorwaarden).

Wat echter telt zijn niet in raadsvergaderingen uitgesproken voorkeuren van fracties, maar besluiten die formeel en in meerderheid genomen worden. En natuurlijk het geld dat daarbij beschikbaar gesteld wordt. Het ging toen, in 2006, bovendien alleen over terugkeer naar het stadhuis zelf; nieuwbouw was nog helemaal niet aan de orde.

Het besluit om voor de raadsvergaderingen toch niet terug te keren naar het (oude) stadhuis, maar een nieuwe raadzaal te bouwen werd pas eind 2009, begin 2010 genomen. Van unanimiteit binnen de raad was toen geen sprake. De renovatie van het stadhuis was nodig en gewenst, maar het plan om daarbij een nieuwe raadzaal te bouwen vonden we geen goed idee. GroenLinks en SP dienden vergeefs een motie in om af te zien van nieuwbouw en bijvoorbeeld theater en raadzaal te combineren. Een amendement om het budget te verlagen haalde het ook niet. Voor de 50 à 60.000 euro die de nieuwbouw jaarlijks aan kapitaallasten zou gaan kosten konden we een nuttiger bestemming bedenken ; daarom was de GroenLinksfractie vorig jaar ook niet aanwezig bij het slaan van de eerste paal voor de nieuwe raadzaal.

Nu is de raadzaal een feit en wordt morgen in gebruik genomen. De gemeenteraad keert niet terug naar het stadhuis, maar trekt in een nieuw pand dat er tegenaan is gebouwd. Het stadhuis is mooi geworden en de nieuwe raadzaal zal ongetwijfeld aan de eisen die we eraan stellen voldoen. De tijd zal leren of de sfeervolle historische omgeving bijdraagt aan een goed debat en betere besluiten. In elk geval zal de raadzaal het hart van de democratie in Culemborg worden; de plek waar volksvertegenwoordigers in openbaarheid wikken, wegen en besluiten.

zaterdag, 24 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Overheid heeft onafhankelijke toetsing fors ingeperkt

In politiek, terworm - arcus, natuur, heerlen, algemeen, ambtenaren, artikel, beslissingen, besluiten, en meer.
Overheid heeft mogelijkheden voor onafhankelijke toetsing van plannen fors ingeperkt.

Op 20 juni jl. ben ik naar de zitting geweest van de Rechtbank van Maastricht voor mijn beroep en dat van de Vereniging Milieudefensie tegen het verlenen van een bouwvergunning voor het Arcus College voor twee vestigingen in Terworm. Ik wist dat de ontvankelijkheid van zowel mij als Milieudefensie ter discussie zou worden gesteld. Op 2 september heeft de rechtbank uitspraak gedaan: beide niet ontvankelijk. De behandeling en de uitspraak hebben me toch wel extra aan het denken gezet.

De overheid heeft in de ruimtelijke ordening de laatste jaren veel veranderingen doorgevoerd, vooral in de mogelijkheden om via de rechter een onafhankelijke inhoudelijke toetsing te verlangen. De overheid bepaalt het speelveld en dat is tegenwoordig voor de burger sterk beperkt. Het is onaantrekkelijker gemaakt om te procederen en de kans op succes is verkleind.
Zo is de toetsing van de rechterlijke macht gemarginaliseerd. De rechter toetst ‘marginaal’ en dat betekent dat de rechters vooral bekijken of de procedures juist zijn gevolgd en dat een besluit niet tegen de eigen regels van de overheid indruist: “Is de overheid bevoegd om dit besluit te nemen?” Een van de argumenten die de overheid heeft gehanteerd bij deze inperking van de inhoudelijke toetsing is dat een inhoudelijk besluit dat is genomen door een democratisch orgaan ook als zodanig gerespecteerd moet worden. De rechter moet niet op de stoel van de politiek gaan zitten.
De politici hebben de taak om deze keuzes te maken. Hier is tegenin te brengen dat tegenwoordig veel besluiten niet worden genomen door het democratische orgaan zelf, maar door de bestuurders (college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of het kabinet). Bestuurders hebben onder andere met de invoering van het dualisme en door vergaande mandatering van bevoegdheden de macht gedeeltelijk naar zich toe getrokken. Gemeenteraad, provinciale staten of Tweede Kamer kunnen en moeten hun bestuurders natuurlijk controleren, maar controleren is vanwege de veelheid aan onderwerpen en ook het lagere kennis- en informatieniveau moeilijk. Zeker bij raden en staten ‘winnen’ de professionele bestuurders, gesteund door de ambtenaren, het vaak (gemakkelijk) van de amateur – volksvertegenwoordigers. En vlak ook het politieke gehalte niet uit dat de meerderheid, zijnde de coalitiepartijen, vaak gedwongen is om zijn eigen wethouders (en politieke kopstukken) niet af te vallen.

De keuze voor welk planologisch instrument wordt gebruikt, is hierbij vaak van doorslaggevend belang. Het bestemmingsplan is het meest omvattend planologisch plan met juridische waarborgen van een zorgvuldige vaststelling door de gemeenteraad en een beroepsmogelijkheid plus (onafhankelijke) toetsing door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Alleen is de rol van de provincie sinds de meest recente grote verandering van de Wet ruimtelijke ordening verkleind omdat ze geen bestemmingsplannen meer goedkeuren. Daar staat tegenover dat de provincie nu los van de gemeente een provinciaal ‘inpassingsplan’ mag maken (zie Buitenring Parkstad Limburg). En de Afdeling Bestuursrechtspraak toetst tegenwoordig marginaal. Over het algemeen worden er tegenwoordig minder project- en bestemmingsplanprocedures voor nieuwe ontwikkelingen of bouwplannen gevoerd. Maar ook vroeger werden bestemmingsplanprocedures op grote schaal omzeild door zogenaamde artikel 19 procedures.

De nieuwbouw van Arcus is een groot plan met veel ruimtelijke consequenties. De gemeente en ook Arcus erkennen dat dit bouwplan een majeur plan is. Dat is onder andere herkenbaar aan de vele belangen en ‘omgevingsvraagstukken’ die aan de orde zijn. Denk maar aan de locatiekeuze (Terworm of CBS-weg), het verkeer- en vervoerplan, parkeren (in de buurten erom heen), luchtvervuilingsproblematiek, raakvlakken met het natuurbelangen enz. Voor de twee gebouwen is een stapel papier van 20 centimeter aan teksten en tekeningen geproduceerd. Maar amper voor de gebouwen zelf. De bouwvergunning voor de gebouwen wordt in een tweede fase verleend. Tijdens de zitting ging het ook over van alles behalve de gebouwen zelf.
Je zou verwachten dat voor zo’n ingrijpend plan een stevige ruimtelijke ordeningsprocedure wordt gekozen. Het is raar maar mogelijk dat dit grote plan met al zijn consequenties procedureel via het verlenen van een bouwvergunning wordt geregeld. En dus dat al die verstrekkende belangen (de locatiekeuze, verkeer, natuur enz.) kunnen worden aangemerkt als algemeen belang van een goede ruimtelijke ordening. Met iedereen als belanghebbende, ook in de beroepfase.

Al deze belangen worden afgedaan via een procedure van een bouwvergunning waarbij vrijstelling wordt verleend van het bestemmingsplan. De Provincie Limburg heeft de mogelijkheden om deze procedure te kiezen enkele jaren geleden sterk verbreed. Vrijstelling houdt in dat het bestemmingsplan hier niet meer hoeft te worden nageleefd en dat er ook geen nieuwe bestemmingsplanprocedure hoeft te worden gevolgd als men een (bouw)plan heeft dat niet in het bestaande bestemmingsplan past. De gemeenteraad stelt weliswaar bestemmingsplannen vast, maar B&W hoeven zich daar niet aan te houden. B&W moeten dat natuurlijk wel beargumenteren. Maar in essentie hebben B&W de gemeenteraad uitgeschakeld.

Bij de procedure voor een bouwvergunning mag iedereen inspreken op het ontwerpplan. En B&W moeten ook een rapport maken hoe ze met die zienswijzen omgaan. In het geval van Arcus heeft de gemeente nog best veel aanvullend onderzoek gedaan naar aanleiding van de zienswijzen. (Onder andere een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek).
Maar als B&W de bouwvergunning verleend hebben, zijn de mogelijkheden om in beroep te gaan bij de rechtbank ineens veel geringer. Je moet dan ook ‘belanghebbend’ zijn. Het begrip ‘belang hebbend’ wordt wel heel erg eng uitgelegd. Hiervoor geldt een soort afstandscriterium. Burgers zijn alleen ontvankelijk als ze binnen een bepaalde afstand van het nieuwe gebouw wonen. Bij grote gebouwen is dat zo om en nabij 250 – 300 meter en bij kleine gebouwen minder dan 100 meter.
Daar heeft de nieuwe Crisis- en herstelwet nog een schepje bovenop gedaan: vanuit de woonplek moet men dit gebouw ook nog kunnen zien.
De combinatie afstand en zicht leidde bij de vestiging voor de Arcus opleidingen Techniek achter de Hogeschool Zuyd ertoe dat er geen enkele burger ontvankelijk wordt verklaard. Dit bouwplan heeft daardoor helemaal geen inhoudelijke rechterlijke toetsing gekregen. Of dat de bedoeling is van de wetgever? Het komt de gemeente natuurlijk wel erg goed uit dat op deze manier het bouwplan van Arcus immuun is gemaakt voor maatschappelijke weerstand.

Deze weerstand kan ook worden geboden door rechtspersonen met doelstellingen die verband houden met ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld de natuur- en milieuverenigingen. Vanuit de statuten worden deze verenigingen en stichtingen als belanghebbend aangemerkt als er aspecten aan de orde zijn die tot hun doelstellingen behoren. Maar in Heerlen is de kracht van de natuur- en milieubeweging de laatste jaren sterk ingeboet. Onder andere door gebrek aan menskracht is het IVN niet erin geslaagd om in beroep te gaan. De Vereniging Milieudefensie heeft wel beroep aangetekend. Pech daarbij is dat Milieudefensie (mede door mijn toedoen) een amateuristische maar cruciale vormfout heeft gemaakt bij het indienen van het beroepschrift. Het beroepschrift werd ingediend via een webapplicatie van de rechtbank in plaats van per post of fax. Via internet indienen van beroepen staat formeel alleen open voor burgers en niet voor rechtspersonen.
De rechtbank heeft deze vormfout zo zwaar geacht, dat ook Milieudefensie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat is toch wel triest. Het beroepschrift was op tijd en in goede orde bij de rechtbank ontvangen getuige de ontvangstbevestiging. In deze tijd is blijkbaar de wijze van bezorgen doorslaggevend om aan inhoudelijk recht spreken toe te komen. De rechters zijn hiermee op een gemakkelijke manier van een moeilijke beslissing afgekomen? Dit was in ieder geval niet de meest moedige weg. Voor mij bewijst het ook dat deze rechters, maar wellicht ook de rechterlijke macht over het algemeen, zich hebben neergelegd bij de inperking van hun reikwijdte om beslissingen te nemen.

In vergelijking tot de vormfout van de Vereniging Milieudefensie komt de gemeente wel erg goed weg. De overheid mag zich blijkbaar wel heel veel permitteren. Ik noem behalve de toetsing van de locatiekeuze drie planologische missers.
1. Het gebouw achter de hogeschool mag worden gebouwd op een plek waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 1999 het vorige bestemmingsplan Geleendal – Eyckholt (het huidige bedrijventerrein Coriopolis) heeft vernietigd. Dit gebied diende bij de natuurlijke bufferzone van Terworm te worden getrokken. Volgens artikel 30 van de Wet ruimtelijke ordening moet de gemeente het door een uitspraak van de Raad van State vernietigde bestemmingsplan repareren en dus voor die delen een nieuw bestemmingsplan opstellen. Dat heeft de gemeente nagelaten en dat kwam nu dus goed uit.
2. Op een groot deel van de huidige bouwlocatie achter de Hogeschool Zuyd is een tijdelijke parkeerplaats aangelegd. Hiervoor is artikel 17 van de Wet ruimtelijke ordening gebruikt die een voorziening voor maximaal vijf jaar toestaat. Na die vijf jaar is de parkeerplaats ook een poos gesloten geweest (maar nu weer in gebruik). De parkeerplaats had eigenlijk opgeruimd moeten worden en het gebied weer teruggegeven aan de natuur. De gemeente kon hier straffeloos de wet overtreden met als bijkomend voordeel dat het nu gebruikte onderzoek naar natuurwaarden op deze plek natuurlijk totaal niets opleverde.
3. De gemeente heeft aangegeven dat de oppervlakte natuur op de bouwplekken van Arcus zou worden gecompenseerd in het gebied Ransdalerveld. Op zich niet zo veel tegen in te brengen, ware het niet dat inmiddels duidelijk is dat dit in de praktijk naar alle waarschijnlijkheid niet zal lukken. Een loze belofte van de gemeente. Het betreffende project (een landinrichting nieuwe stijl) is enkele jaren geleden een stille dood gestorven. En de Ecologische Hoofdstructuur heeft sindsdien ook sterke inperkingen gekregen.
De Provincie Limburg heeft overigens zeer goed geholpen bij het mogelijk maken van bouwplannen in natuurgebieden. Potentiële natuur kan worden vernietigd door de planologische bescherming van de natuur en in het bijzonder de Ecologische Hoofdstructuur sterk in te perken. Dit geldt over het algemeen en in het bijzonder in Terworm. De formeel beschermde gebieden van Terworm zijn doelbewust krap getekend vanwege de andere bedoelingen van de gemeente. Er is bij de begrenzing geen rekening gehouden met de feitelijke (potentiële) natuurwaarden, zoals die in gedegen onderzoek is vastgelegd (en door de uitspraak van de Raad van State bevestigd). En de natuurontwikkeling langs de Valkenburgerweg is verplaatst, al is mij niet bekend waar naar toe.

Dit alles is dus niet getoetst door de rechtbank. En dit vindt zijn oorsprong in de keuze van de planologische procedure door de gemeente. En als ik dan politiek doorredeneer kom ik uit bij een wethouder die (al dan niet con amore) gesteund door de ambtenaren, zijn doorzettingsmacht gebruikt, onvoldoende gehinderd door de meerderheid van de gemeenteraad (coalitie). Deze beperkingen in de democratie en in de planologische besluitvorming kunnen niet meer worden rechtgezet in een beroep op onafhankelijke toetsing. Dat geldt voor het geval Arcus – Terworm, maar ook over het algemeen hapert hier regelmatig ons systeem van ruimtelijke ordening.

En deze planologische onvolkomenheid staat niet op zichzelf. De overheden beschermen zich vaker tegen kritische burgers. De Crisis- en herstelwet heeft de mogelijkheden voor beroep ingeperkt, overheden mogen niet meer onderling procederen (vooral van belang bij de Buitenring) en er mogen geen beroepsgronden of onderzoeken meer worden toegevoegd aan het beroepschrift.
Wordt natuur nog vaak gezien als een linkse hobby; een gezonde leefomgeving, verkeer en vervoer enz. gelden als algemene belangen. Maar met de inperking van criterium ‘belang hebben’ worden dus nagenoeg alle burgers uitgesloten van de rechtsgang. Daarnaast wordt het door de verhoging van de griffierechten zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt om je recht te halen. Dat ‘waag het niet om tegen een overheidsbeslissing in beroep te gaan’ is verder versterkt door verenigingen en stichtingen te dreigen om de subsidie in te trekken als men planologische procedures wil voeren als overleg niets oplevert (waarbij het regelmatig voorkomt dat de overheid zijn zin wil doordrijven).

Dit bestuurlijke handelen is dubieus omdat de overheid ten opzichte van zichzelf niet onafhankelijk is. Het is niet alleen ingegeven door de zorg voor een voldoende zorgvuldige belangenafweging en besluitvorming. Het immuun maken van zichzelf is een eigenbelang dat blijkbaar zwaar meetelt. Het is belangenverstrengeling dat de burger buitenspel zet. Overheden en daarbinnen de machtigere bestuurders drijven hun zin door. De rechtstaat brokkelt hiermee ontoelaatbaar af.

geschreven: 22 oktober 2011

Michel Klijmij-van der Laan

Michel Klijmij-van der Laan

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr GR DWARS

Audite et alterem partem

Onderstaande column schreef ik voor de nieuwsbrief van de gemeenteraad.

“Vindt u het niet vervelend, die mensen die de hele tijd negatief zijn over alles wat met de gemeente te maken heeft?” Deze vraag werd mij gesteld door een vriendelijke vrouw, nadat een aantal mensen in de zaal zich wantrouwend over de (gemeentelijke) overheid hadden uitgelaten. Ik haalde mijn schouders op. Het hoort erbij. Liever dat mensen even stoom kunnen afblazen, om daarna het gesprek aan te gaan, dan dat iedereen zijn ontevredenheid opkropt. Vaak blijken zij later wel de nuance te vinden.

Het laat wel zien dat je rol als politicus anders is dan in de vorige eeuw. Je moet als politicus tegen een stootje kunnen. Je moet ook tegengas kunnen geven. Rekening houden met boze burgers betekent niet dat ze altijd gelijk hebben. Helaas zijn er nogal wat politici die het debat niet aan durven gaan, ondanks dat je in de politiek altijd meer weet, alle kanten van een zaak moet bekijken en op basis daarvan belangen afweegt. Dan mag je ook met verve je standpunt verdedigen, ook als dat negatieve reacties oplevert.

Wat mij daarbij het meeste zorgen baart is het gebrek aan debat in Nederland. Vorige week hoorde ik op Radio 1 een van de makers van “Debat op 2″. Zij laten, ten gunste van het debat, soms controversiële standpunten horen. In boze brieven schelden mensen erop los, “hoe durven jullie een radicaal/pedo/linksmens/rechtsmens aan het woord te laten?”. Terwijl de beste mening wordt gevormd als je een zaak van alle kanten bekijkt, hoe ranzig of verwerpelijk zo’n kant ook is.

De taak voor politici is dan ook om voorop te gaan in de verbale strijd, en niet bang te zijn om af en toe tegen de stroom in te gaan, zo lang dat maar onderbouwd, respectvol en met alles inachtnemend gedaan wordt. En laat die kracht van het debat ons goede voornemen voor 2012 zijn.
Michel Klijmij-van der laan, Groenlinks

 

dinsdag, 20 december 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Verjaring…

In draagvlak, eu, europa, europese, journaal, kinderen, minister, minister-president, nederland, en meer.
Vanochtend zag ik onze minister-president op het journaal. Hij verklaarde – als mens! – dat die vieze priesters die niet van kleine kinderen hadden kunnen afblijven, voor de rechter gebracht zouden moeten worden. Maar als minister-president moest hij er natuurlijk wel rekening mee houden dat Europese regels dat misschien onmogelijk zouden kunnen maken. Je gelooft het toch niet. Zelfs het juridisch wat dolende Nederland kent al heel lang verjaringstermijnen. Veel langer dan de EU bestaat of dat er een Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is. En nu zegt de minister-president in gewone mensentaal: ik wil de vieze priesters graag vervolgen, maar van Europa mag dat misschien niet. Hoe verwacht je nou ooit enig draagvlak te krijgen voor je europees project als je dit soort onzin uitkraamt?

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie

In duurzaamheid, economie, duurzaam inkopen, duurzaam ondernemen, inkopen, kpmg, risicomanagement, supply change associates, sustainability consortium, en meer.

Tijdens de uitreiking van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award kregen de aanwezigen het boekje Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie mee. Een uitgave van KPMG en VBDO naar aanleiding van een Rond Tafel over verantwoord ketenbeheer die KPMG Sustainability , VBDO en Supply Change Associates eerder dit jaar organiseerden.

Definitie verantwoord ketenbeheer

Van verantwoord ketenbeheer is volgens de publicatie sprake als organisaties bij het gehele inkoopproces rekening houden met sociale en milieuaspecten. Waarbij sociale en milieuaspecten een rol krijgen naast conventionele aspecten als prijs, beschikbaarheid en kwaliteit. Bij milieuaspecten gaat het om de de impact die een product of dienst tijdens de gehele levenscyclus op de leefomgeving heeft. Bij sociale impact gaat het om de leef- en werkomstandigheden van de mensen die zijn betrokken bij de productieketen.

Verantwoord ketenbeheer kan niet los worden gezien van duurzaam ondernemen. Een bedrijf dat verantwoord wil ondernemen kan er niet omheen om ook te kijken naar de milieudruk en sociale omstandigheden in toeleverende bedrijven.

De eerste stap bij het implementeren van verantwoord ketenbeheer is het opstellen van richtlijnen en gedragscodes voor leveranciers. De invulling daarvan is afhankelijk van de duurzaamheidsthema’s die spelen in de keten. Voor internationale bedrijven zijn er ook veel gebruikte standaarden, zoals:

  • United Nations Global Compact
  • ILO International Labour Standards
  • ILO Code of Practice in Safety and Health
  • OECD Guidelines for Multinational Enterprises
  • The Rio Declaration on Environment and Development
  • United Nations Convention Against Corruption
  • ISO 14001
  • SA 8000
  • OHSAS 18001

Naast algemene richtlijnen bestaan er ook richtlijnen of standaarden die voor een specifieke sector ontwikkeld zijn. Zoals bijvoorbeeld de CO2 Prestatieladder voor de Nederlandse bouwsector.

Verantwoord ketenbeheer als risicomanagement

Verantwoord ketenbeheer is ontstaan in reactie op de kritiek die bedrijven kregen op de werkomstandigheden bij toeleveranciers. Aanvankelijk ontkenden veel bedrijven dat ze verantwoordelijkheid droegen voor de omstandigheden bij hun toeleveranciers. In reactie daarop heeft een grote groep bedrijven inmiddels een inkoopbeleid opgezet waarmee bij leveranciers het kaf van het koren kan worden gescheiden. De aanhoudende druk van stakeholders op bedrijven als Coca Cola, C&A, Nike, Apple en Facebook laat zien dat dat geen overbodige luxe is.

Organisaties die starten met verantwoord ketenbeheer zetten volgens de schrijvers relatief eenzijdig in op een beleid dat risico’s minimaliseert of mitigeert. Het gaat daarbij om risico’s op het gebied van:

  • reputatieschade: bv. door negatief nieuws over gebeurtenissen of omstandigheden in de toeleveringsketen.
  • omzetverlies: bv. door het verliezen van opdrachten/klanten waar duurzaamheid een rol speelt bij de inkoop.
  • wetgeving: bv. doordat er maatschappelijke onvrede ontstaat over de (waargenomen) voortgang. Koplopers hebben dan geen concurrentienadeel, maar voor bedrijven die niet aan de wetgeving voldoet ontstaan risico’s.
  • Stakeholderconflicten: verantwoordelijk gedrag zorgt voor een grotere legitimatie bij stakeholders. Dat kan voordelen opleveren bij bv. het aantrekken van personeel of draagvlak bij de lokale bevolking.

Hoewel een defensieve strategie zeker een eerste stap is stelt de publicatie dat het niet hoeft te leiden tot het inkopen van duurzamere producten of diensten. Je scheidt tenslotte enkel op leveranciersniveau en niet op het niveau van producten of diensten. Om daadwerkelijk duurzamere producten of diensten in te kopen is meer nodig. Belangrijker nog is dat het onderscheidend vermogen van een defensieve strategie steeds kleiner wordt. De auteurs stellen vast dat defensief verantwoord ketenbeheer steeds meer de status krijgt die ‘kwaliteit’ en ISO-certificeringen hebben. Oftewel een vanzelfsprekendheid waar bedrijven niet zonder kunnen als ze zaken willen blijven doen.

Een van de omvangrijkste initiatieven op dit gebied is het Sustainability Consortium van Wal-Mart, waar ik al eerder over schreef en waar inmiddels zo’n 100 bedrijven, instituten (waaronder WUR) en NGO’s aan meewerken. Volgens de auteurs komt het doel om producten een label te geven met alle aspecten van duurzaamheid binnen bereik. Voor Wal-Mart biedt het initiatief ook strategische mogelijkheden, waarover volgende keer meer.

zondag, 18 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Afdeling Bestuursrechtspraak RvS vernietigt plan Buitenring

In buitenring, provincie, parkstad limburg, besluiten, december, heerlen, limburg, natuur, organisaties, en meer.
Hieronder het officiële persbericht over de vernietiging van de Buitenring.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het provinciale inpassingsplan vernietigd dat de aanleg van de Buitenring Parkstad Limburg mogelijk maakt. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (7 december 2011). Tegen het plan van de provincie Limburg waren bijna 125 organisaties en particulieren in beroep gekomen, waaronder de Limburgse Milieufederatie, Natuurmonumenten en de Stichting Stop Buitenring. Tegen de uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Het plan maakt de aanleg van Buitenring Parkstad Limburg mogelijk. Het tracé van deze ringweg met een totale lengte van 26 kilometer loopt door de gemeenten Nuth, Heerlen, Schinnen, Brunssum, Onderbanken, Landgraaf en Kerkrade.

De Raad van State is van oordeel dat er geen 'toereikend inzicht bestaat in de gevolgen van de weg voor de beschermde natuurgebieden 'Brunssummerheide' en 'Geleenbeekdal'. De aanleg van de buitenring leidt tot meer autoverkeer ter hoogte van die natuurgebieden en dus tot een toename van de uitstoot van stikstof op de kwetsbare natuur. Het betoog van de provincie Limburg dat deze stijging voldoende wordt gecompenseerd door het schoner worden van de automotoren, heeft de Raad van State niet overtuigd. De provincie had duidelijk moeten maken hoe hoog de toename van de stikstofuitstoot is en hoe deze zich verhoudt tot de al bestaande stikstofuitstoot op de natuurgebieden, aldus de hoogste bestuursrechter. Dit inzicht is nodig omdat in de natuurbeschermingsregels is bepaald dat de provincie zich ervan moet verzekeren dat de 'natuurlijke kenmerken' van de beschermde natuurgebieden door het inpassingsplan niet worden aangetast.

Nagenoeg alle overige bezwaren die tegen het plan waren ingediend konden niet slagen, aldus de hoogste bestuursrechter.

Vanwege de samenhang van het deel van het tracé dat door de natuurgebieden loopt met het resterende tracé voor de buitenring, heeft de Raad van State besloten het gehele inpassingsplan te vernietigen. Dit hoeft niet te betekenen dat de buitenring helemaal van de baan is. De provincie Limburg kan besluiten om een nieuw plan voor de buitenring vast te stellen. Daarbij zal de provincie rekening moeten houden met het oordeel van de Raad van State in deze uitspraak.

Klik hier voor de uitspraak BU7002 van de Afdeling.

dinsdag, 13 december 2011

Ria Damhof

Ria Damhof

GR

Recessie 2.0

In recessie, bezuinigingen, crisis, hervormingen, 1%, begroting, cijfers, cpb, de jager, en meer.
De cijfers liegen niet, het CPB levert in zijn kortetermijnraming op de meeste economische kerncijfers een duidelijk verhaal: Nederland zit alweer in een recessie. In de Rijksbegroting voor het komend jaar is rekening gehouden met een economische groei van een magere 1%. Het CPB geeft in het vooruitblik een krimp over 2012 van 0,5%. Kortom, er vallen gaten (4,1%) in de begroting van De Jager en

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Een vrijwillig levenseinde?

In groenlinks, hulp bij zelfdoding, sociaal, zorg, euthanasie, vrijwillig levenseinde, artikel, belangrijk, december, en meer.

Aanstaande zaterdag, 17 december, komt de Partijraad van GroenLinks bijeen over de onderwerpen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde. Centraal staat het burgerinitiatief van Uit Vrije Wil. Dit is een verbond dat strijdt voor een waardig zelfgekozen levenseinde van ouderen met een voltooid leven. Kijk voor het volledige burgerinitiatief op de site van de initiatiefnemers. De vraag die aan de partijraad van GroenLinks voorligt is of de Kamerfractie al dan niet steun moet geven aan het initiatief. Ongeveer 80 leden van de partij buigen zich over deze kwestie.

De Partijraad maakt een fout die vaak voorkomt: euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde als synoniemen van elkaar beschouwen. De medische wereld maakt echter een duidelijk onderscheid tussen beide handelingen. Het is belangrijk dat onderscheid helder te hebben. Euthanasie is de hulp bij zelfdoding van hevig lijdende, ongeneeslijk zieke mensen. Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft daarentegen de hulp bij zelfdoding van gezonde mensen die om persoonlijke redenen een einde aan hun leven willen maken. Een andere vergissing die gemakkelijk in ons progressieve kamp gemaakt wordt, is dat er overwegend vanuit het perspectief van de patiënt wordt geredeneerd. De positie van de arts is vaak onderbelicht. Hieronder zullen wij dieper ingaan op de beide hier aangesneden kwesties.

Euthanasie hulp bij vrijwillig levenseinde

Het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde moet gemaakt blijven worden. Het gaat hier om twee wezenlijk verschillende aangelegenheden. Te beginnen met euthanasie. Zoals we hierboven al aangaven gaat het hierbij om medische hulp bij zelfdoding van ongeneeslijk zieke mensen die ernstig lijden. Daarnaast moet de patiënt een duurzame wens tot sterven hebben, die door twee artsen beoordeeld wordt. Als aan alle zorgvuldigheidseisen wordt voldaan kan de arts overgaan tot euthanasie. Nadat hij de euthanasiezaak heeft voorgebracht bij de Toetsingscommissie, kan hij met zuiver handelen niet vervolgd worden. Dit gebeurt dan ook praktisch nooit. Euthanasie is dan ook een grote verworvenheid. Mensen die ondraaglijk lijden moeten met behulp van medische expertise hieruit verlost kunnen worden.

Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft echter het leven beëindigen van fysiek gezonde mensen. Het gaat hierbij veelal om ouderen die hun leven als voltooid beschouwen of om mensen die aan depressies lijden. Op wetenschappelijk niveau is er nog veel discussie over de vraag of mensen met een doodswens psychisch gezond kunnen zijn. Deze discussie betreft met name het geval van depressieve personen. Een kernsymptoom van depressie is namelijk geen zin meer in het leven hebben. Zeker in deze gevallen is het dus moeilijk om te bepalen of iemand voor zichzelf “het leven voltooid heeft” of dat er sprake is van een behandelbare depressie. Het is zodoende van groot belang dat bij deze vrijwillig levenseinde-zaken de behandelingsmogelijkheden nauwkeurig in acht worden genomen. Blijkt het inderdaad een psychische ziekte te zijn die bovendien onbehandelbaar is, dan is euthanasie een optie. Let wel, hierbij is er dus sprake van hevig lijden en een ongeneeslijke ziekte, waardoor dergelijke zaken niet als hulp bij een vrijwillig levenseinde gelden, maar voor de wet als euthanasie.

En dat is precies het belangrijke onderscheid. Het is van grote betekenis dat zowel de Partijraad als de fractie van GroenLinks het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde goed maken. Hulp bij zelfdoding impliceert namelijk altijd dat er derden actief betrokken zijn bij de dood van degene met een doodswens. Voor deze hulpverleners is het belangrijk dat ze goed beschermd worden door de wet en dat ze niet gedwongen kunnen worden tot de hulp bij de dood van een persoon waar zij in die specifieke casus niet persoonlijk ten volle achterstaan.

Het perspectief van de arts

Dat brengt ons bij het perspectief van de arts. Dit is immers de aangewezen persoon tot het uitvoeren van euthanasie en eventuele hulp bij een vrijwillig levenseinde. De discussies over de twee onderwerpen in kwestie worden vaak gevoerd vanuit het perspectief van de patiënt. Welke rechten heeft deze en hoe moeten die invulling gegeven worden? De vragen over wat hulp bij zelfdoding met de arts doet en hoe artsen tegenover verdere versoepeling van de wetgeving staan komen daarentegen veel minder vaak aan bod.

Vooropgesteld, natuurlijk zijn er voldoende artsen die weinig morele druk ondervinden bij het uitvoeren van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Voor veel van hun collega’s drukken deze zaken zwaarder op het geweten. Zij willen er 100% zeker van zijn dat ze voor zichzelf kunnen verantwoorden dat ze per specifiek geval al dan niet bijdragen aan de hulp bij zelfdoding. Kortaf gezegd is de arts namelijk wel medeplichtig aan de dood van een medemens. De strafbaarstelling van euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde geldt dan ook voor veel medici als een stok achter de deur en geeft hen innerlijke rust. Als een arts nu namelijk voor zichzelf niet de medewerking bij de doodswens van een persoon kan verantwoorden, kan hij tegen bijvoorbeeld een druk zettende familie van de patiënt het volgende argument aandragen: “Als ik overga tot medewerking, pleeg ik wel een strafbaar feit”. Veel artsen biedt deze huidige uitweg gewetensrust. Op het moment dat hulp bij een vrijwillig levenseinde wordt gelegaliseerd kunnen artsen niet meer onder medewerking uit.

Dat blijkt namelijk uit de mogelijkheden die er zijn om hulp bij een vrijwillig levenseinde toe te passen. De eerste mogelijkheid is dat de arts de persoon in kwestie ‘een spuitje geeft’. Dit is uiterst onwenselijk, omdat de uiteindelijke beslissende daad tot levenseinde, zoals in de regel ook bij euthanasie het geval is, het beste bij de persoon zelf kan liggen. Dat is dan ook de tweede mogelijkheid: toezicht van de middelen verstrekkende arts bij de zelf uitgevoerde zelfdoding van de persoon. Dit is van groot belang. Lang niet altijd is de eerste dosering voldoende en moet de arts met een extra dosering bijspringen om de dood daadwerkelijk te doen intreden. In deze beide gevallen is de arts dus actief betrokken bij de doding van een ander persoon. Hij kan er niet onderuit, tenzij een arts niet meer de aangewezen persoon is om hulp bij een vrijwillig levenseinde te verlenen.

In dat geval dienen zich twee nieuwe opties aan: artsen verstrekken alleen de medische middelen, om de zelfdoding vervolgens zonder toezicht door de persoon in kwestie zelf uit te laten voeren of de arts geeft slechts advies over hoe de persoon op een relatief ‘goede’ wijze zelfdoding kan uitvoeren. Beide zijn echter geen wenselijke situaties, doordat de kans op mislukking van de zelfdoding groot is, wat dramatische gevolgen voor de persoon en diens familie heeft. Deze mogelijkheden uitgesloten, blijft het dus zo dat bij hulp bij een vrijwillig levenseinde de arts altijd zijn verantwoordelijkheid moet nemen, of hij nou voor zichzelf ethisch kan verantwoorden of niet.

Conclusie

De vraag is dus gerezen of hulp bij een vrijwillig levenseinde daadwerkelijk gelegaliseerd moet worden of dat het net als euthanasie in het wetboek van strafrecht moet komen. In dat laatste geval wordt het via de gedoogconstructie dus wel degelijk mogelijk gemaakt, maar kan de arts voor zichzelf uitmaken of hij medewerking aan het levenseinde wil verlenen. Hij kan zich dan namelijk nog altijd beroepen op het gegeven dat hij niet verplicht is tot de uitvoering van een strafbaar feit.

Al met al blijkt de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde en eventuele overname van de oproep van Uit Vrije Wil een zeer complexe te zijn. Wij zijn dan ook erg blij dat de Partijraad van GroenLinks zich uitgebreid wil buigen over dit onderwerp en gedegen tot een bepaald standpunt zal komen. Dit artikel schrijven wij om in die discussie de Partijraad op het hart te drukken met de hierboven aangehaalde aspecten rekening te houden bij de opinievorming. In het kort achtereenvolgens nogmaals:

  • euthanasie is niet hetzelfde als hulp bij een vrijwillig levenseinde

  • hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft gezonde mensen

  • het perspectief van de arts is even belangrijk in de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde als die van de hulpvragende.

Wij wensen de Partijraad komende zaterdag veel succes met het vormen van een standpunt en hebben vertrouwen in een goed resultaat.

Dit artikel is geschreven door Ashley North (politiek secretaris Sociaal en vicevoorzitter politiek) en Anne Zeven (voorzitter subcommissie Zorg) van DWARS, GroenLinkse jongeren.


zaterdag, 10 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Jaarrekening gas & elektriciteit 2010/2011

In energieverbruik, aardgas, duurzame warmte, eco2all, elektriciteit, energiebesparing, energierekening, gas, hr-ketel, en meer.

Het afgelopen jaar hebben we behoorlijk geïnvesteerd in energiebesparende maatregelen. Ik heb braaf elke maand het energieverbruik bijgehouden en een stukje daarover geschreven op mijn weblog. Inmiddels is de jaarrekening van Greenchoice binnen en kunnen we het hebben over dat deel dat de gemiddelde Nederlander bovenal interesseert: hoeveel geld onze maatregelen hebben bespaard t.o.v. de inschatting door het energiebedrijf. Door de energierekening met een paar buren te vergelijken weet ik inmiddels dat de schatting van Greenchoice behoorlijk adequaat was. Hun schatting was 6.475 kWh elektriciteit (elektrisch koken) en 1.837 m3 aardgas.

Besparing

Het eindresultaat is 2.540 kWh en 919 m3 gas. Dat heeft een energierekening opgeleverd van Euro 1.093,96. We hebben het eerste jaar Euro 829,55 bespaard op de elektriciteitskosten en Euro 520,13 op de gaskosten. Voor het gasverbruik is dat niet helemaal correct, omdat er niet gecorrigeerd is voor graaddagen.

Wat Verwacht Werkelijk Verschil
Groene stroom (zon) € 1.357,48 € 527,93 € 829,55
Groen gas (boscompensatie) € 1.040,84 € 520,71 € 520,13
Vastrecht+transport € 45,32 € 45,32 € 0,00
Verschil € 2.443,65 € 1.093,96 € 1.349,69

Correctie voor graaddagen

Volgens de graaddagen calculator van mindergas.nl telde de periode van 1 november 2009 tot en met 31 oktober 2010 3043 graaddagen. De periode tussen 1 november 2010 en 31 oktober 2011 telde slechts 2866 graaddagen. Dat betekent dat ik sowieso een lager gasverbruik had kunnen verwachten. Om precies te zijn heeft het betere weer 107 m3 gas bespaart, dat is een besparing op jaarbasis van Euro 60,54 dankzij het weer. De besparing door onze gasbesparende maatregelen wordt daarmee Euro 459,59.

Wat Verwacht Werkelijk Verschil
Groene stroom (zon) € 1.357,48 € 527,93 € 829,55
Groen gas (boscompensatie) € 980,30 € 520,71 € 459,59
Vastrecht+transport € 24,93 € 24,93 € 0,00
Verschil € 2.362,72 € 1.073,57 € 1.289,15

Investeringskosten

De besparing op elektriciteit is voor een groot deel het gevolg van het hotfil aansluiten van de vaatwasser en wasmachine (naar schatting Euro 60 besparing), led-lampen, energiezuinige apparatuur en gedragsverandering (lampen uit, zo min mogelijk apparatuur op standby). De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik verwacht dat ons elektriciteitsverbruik komend jaar ongeveer 300 kWh hoger uit gaat vallen, omdat we vorig jaar november en december nauwelijks thuis zijn geweest.

Afgelopen jaar hebben we vooral geïnvesteerd in het verlagen van de gasrekening. De belangrijkste maatregelen die we hebben genomen zijn het vervangen van de cv-ketel en het installeren van een zonneboiler (inclusief hotfil voor de vaatwasser en de wasmachine). Een compleet overzicht van de door ons genomen maatregelen vind je hier.

De totale investeringskosten voor de cv en zonneboiler bedragen Euro 7.800 (Euro 2.200 voor de cv ketel en Euro 5.600 voor de zonneboiler). Door het voortijdig stopzetten van de subsidieregeling duurzame warmte (onderdeel van de oude SDE) is dat Euro 1.100 hoger dan verwacht. Een forse tegenvaller, die de voorlopige terugverdientijd van de cv en zonneboiler op 15 i.p.v 12 jaar zet (exclusief financieringskosten, inclusief de geschatte besparing van de hotfill aansluitingen).

Aan de andere kant de terugverdientijd is nog altijd beter dan die van mijn mobiele telefoon. Verder ben ik er trots op dat we nu zelf duurzame warmte opwekken en CO2 reduceren. Al was dat laatste een stuk goedkoper geweest via het CO2 emissiehandelssysteem. Naar mijn mening een goede besteding van de hypotheekrenteaftrek die de Nederlandse belastingbetaler ons vorig jaar gegeven heeft (en ook alsnog met enige vertraging voldaan aan mijn goede voornemen voor 2009). We zijn nog niet volledig om, maar wel een aardig eind op weg.

Dit bericht is ook geplaatst op Duurzame Buren.

vrijdag, 9 december 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Vakkundig verprutst

In arbeidsmarkt, betalen, gemeente, inkomen, kabinet, mensen, overheid, rekening, beperking, en meer.
Mensen met een beperking, langdurig werklozen; ze hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het betekent dat ze zonder hulp vrijwel geen baan kunnen vinden. Dat komt omdat ze vaak minder productief zijn dan gewone werknemers. Ze werken wel net zo hard als gewone werknemers, maar ze produceren minder.

Een manier om ze aan een baan te helpen is dan dat overheid en werkgever samen de kosten betalen. De werkgever betaalt voor de productie die wordt geleverd en de overheid vult het inkomen dan aan. Goed idee. Maar als zo vaak gaat het om de vraag hoe het idee wordt uitgewerkt.

Het kabinet houdt het simpel. De werkgever betaalt voor de geleverde productie en de gemeente vult dat loon dan aan tot een bedrag dat ligt tussen bijstandsuitkering en wettelijk minimumloon. En dat was het dan. Geen begeleiding of ondersteuning. Niets.

Het is de manier om een goed idee volkomen te verprutsen. Werken onder het minimumloon. Da’s natuurlijk een slecht idee. Minimumloon is een goede afspraak om er voor te zorgen dat werken ook echt wat oplevert. En het heet niet voor niets minimum-loon. Er valt vast een theorietje te bedenken waarin het gerechtvaardigd is om onder het minimumloon te betalen, maar feit is natuurlijk dat het tweederangs-werknemers oplevert. Dat je na negen jaar uiteindelijk toch minimumloon gaat verdienen, is dan natuurlijk niet meer dan een doekje voor het bloeden.

Het is ook niet slim om geen geld uit te trekken voor begeleiding van mensen. Veel werkgevers willen mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt best in dienst nemen, maar zien op tegen de begeleiding. Ze kunnen iemand best leren om het werk te doen. Maar om iemand te leren werken en zelf te leren hoe ze rekening moeten houden met de beperkingen van hun nieuwe werknemers, da’s heel veel gevraagd.

En zo helpt het kabinet een goed idee vakkundig om zeep.

donderdag, 8 december 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Homo emotico

In kredietcrisis, onderzoek, opkomst, boeken, psychologie, ramp, rendement, resultaten, economie, en meer.

eric leltz

De grote belangstelling voor boeken over "het brein" heeft alles te maken met de trits van crises waar we middenin zitten: de klimaatcrisis, de energiecrisis, de kredietcrisis, de eurocrisis, de landencrisis.

We komen tot het besef dat de huidige economische modellen niet meer voldoen in een snelle, innoverende maar complexe wereld. Deze modellen zijn gebaseerd op groei, efficiency, massa en rendement. Ze stammen uit een (industrieel) tijdperk toen omstandigheden niet zo snel veranderden en hulpbronnen in overvloed aanwezig waren. Vandaar dat essentiële zaken als het uitputten van de aarde en luchtvervuiling nauwelijks een rol spelen in deze modellen. Het draait er enkel om welvaart en dat kan tot gevolg hebben dat een lekkende olietanker in de Golf van Mexico een ramp is voor het milieu maar goed is voor het bruto nationaal product (BNP) van dat land. Het besef dat economie meer is dan welvaart en dat het welzijn van mensen ook een prominente rol mag spelen dringt maar langzaam door. Het gaat dan als het ware niet alleen om het BNP maar ook om het BNG, het bruto nationaal geluk. Niet langer draait de economie alleen om de rationele kant van de mens die streeft naar winstmaximalisatie maar gaat het ook om de emotionele kant en winstoptimalisatie. De "homo economicus" van Plato en de "ik denk dus ik besta" gedachte van Descartes vormen slechts een deel van de economische werkelijkheid.

Pas sinds begin van deze eeuw wordt in de economie meer rekening gehouden met de gevoelsmatige kant van de mens. In 2002 wonnen Kahneman en Tverski de Nobelprijs voor de economie voor hun onderzoek naar intuïtieve besluitvorming. Vooroordelen en emoties spelen een grote rol in de besluitvorming. Daarom moet niet langer de wiskunde met zijn modellen basis zijn voor de economie, maar de psychologie. Freud, met zijn "irrationele drijfveren" en Keynes met zijn "animal spirits" hadden het nog niet zo slecht gezien. Mensen zoeken resultaten die goed genoeg zijn en dat hoeven niet altijd financieel optimale resultaten te zijn.

De opkomst van het denken van de mens als gevoelig wezen in de economie is tevens de tijd van de opkomst van de ICT. Bij uitstek een technisch en wiskundig kader maar dat wel wordt ingezet voor personalisatie en om maatwerk te leveren, waarbij ieder mens zich kan onderscheiden. Dit heeft geleid tot een kennissamenleving en een bijbehorende kenniseconomie. Bij deze economie passen fijnmaziger modellen omdat niet iedereen over een kam kan worden geschoren. Ieder beweegt vanuit een eigen unieke ruimte en maakt van daaruit keuzes. Het maakt dan nieuwsgierig naar door welke prikkels deze "homo emotico" zich laat beïnvloeden en door welke juist niet. En dan is inzicht in de diepere drijfveren, waarom maakt iemand een keuze, relevanter dan de keuze zelf.



dinsdag, 6 december 2011

Benni Leemhuis

Benni Leemhuis

Twitter Flickr

Daken moeten groen worden

Groningen hoort in lijstje van wereldsteden als Antwerpen, Kopenhagen en Toronto
Groene daken moeten bij de aanleg van platte daken het uitgangspunt zijn. Dat vinden Kris van der Veen en Benni Leemhuis van GroenLinks-fractie in de gemeenteraad. Hoewel er in de stad inmiddels 180 groene daken zijn, met een totale oppervlakte die gelijk staat aan 6,5 voetbalvelden is er nog veel terrein te winnen. Steden als Antwerpen, Kopenhagen en Toronto stellen groene daken al verplicht. GroenLinks vraagt nu aan het college van B&W om dat ook in Groningen te doen.

Met de subsidieregeling voor groene daken zijn de laatste jaren mooie resultaten bereikt, maar de aanleg van deze daken komt voor een groot deel voor de rekening van de gemeente zelf, en dit jaar is er sprake van een afname van het aantal en het oppervlakte van aangelegde groene daken. Mede om de Groninger klimaatdoelen te bereiken is volgens GroenLinks de volgende stap het verplichten van groene daken.


Voordelen van Groene daken

De gemeente Groningen heeft al enige tijd een subsidieregeling om groene daken te stimuleren. Op haar website noemt de gemeente de voordelen: “Groene daken fungeren als buffer bij hevige regenval en ze trekken planten, beestjes en vogels aan. Verder werken ze energiebesparend door de warmte in de winter vast te houden en door verkoeling te geven in de zomer. Ook zorgen groene daken voor minder fijnstof.” Op platte daken wordt nu nog meestal de voorkeur gegeven aan milieuvervuilend dakmateriaal, dat geen enkele positieve eigenschap heeft behalve dat het waterdicht is en (in het geval van bitumen) hooguit 10 jaar meegaat en dan als chemisch afval wordt verwerkt.


Voorbeelden uit Antwerpen en Kopenhagen

De stad Antwerpen heeft een half jaar geleden de bouwverordening aangepast met als doel duurzaam en milieuvriendelijk bouwen en verbouwen te stimuleren. Een apart artikel wordt gewijd aan ‘Groendaken’. In dit artikel wordt bepaald dat het verplicht is om bij nieuwbouw, uitbreiding of ingrijpende verbouwing platte daken van gebouwen minimaal aan te leggen als extensief groendak.

De motivatie voor de stad Kopenhagen om groene daken verplicht te stellen kwam voort uit het plan om klimaat-neutraal te worden. Om dat te bereiken meende men in Kopenhagen dat er ambitieuze stappen moesten worden gezet.

vragen groene daken.doc Download this file

Permalink | Leave a comment  »

woensdag, 23 november 2011

Michel Klijmij-van der Laan

Michel Klijmij-van der Laan

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr GR DWARS

Minder afvalstoffenheffing én meer milieu

Ik zou het woord “win-winsituatie” kunnen gebruiken, maar dat is te foute managementspeak. Laten we zeggen: iedereen profiteert ervan. Vorige week hield Cyclus een conferentie voor gemeentebesturen over onder ander Diftar – een afko van gedifferentiëerde tarieven. Oftewel: de vervuiler betaalt.

De afvalstoffenheffing in Gouda is nu aan de hoge kant. Of je zuinig bent en amper afval veroorzaakt, of elke week een bomvolle container neerzet, maakt niet uit voor wat je betaalt. Dat is niet alleen slecht voor de portemonnee, maar ook voor het milieu. Allerlei afval, zoals papier en plastic, wordt nu onnodig verbrand terwijl het ook hergebruikt zou kunnen worden.

De meest logische oplossing is dat wat we bij water, elektriciteit en ongeveer elk andere product dat je koopt normaal vinden: betalen naar gebruik. Als ze bij de kassa je bananen kunnen wegen in plaats van een standaardtarief rekenen, dan kan dat met afval ook. Dat is ook veel eerlijker: wie de gemeente het meest op kosten jaagt draagt ook het meeste bij. En wie weinig afval produceert wordt beloond met een lagere rekening.

Helaas is die logica nog niet overal doorgedrongen. In het coalitieakkoord hebben we al afgesproken dat we de belastingen gaan vergroenen. Bij de conferentie was er, naar aanleiding van het positieve voorbeeld van Waalwijk, veel animo om diftar in te gaan voeren. Want als vervolgens iedereen daardoor aan de slag gaat met recyclen en minder weggooien gaan de gemiddelde woonlasten fors omlaag.

Binnenkort discussieren we er met de raad over. Er zijn verschillende vormen waarin je diftar kan gieten. Betalen per kilo (het eerlijkst, maar praktisch ook het lastigst), betalen per keer dat je je container aanbiedt (voorkomt dumpen bij de buren), alleen nog betalen voor restafval en alle herbruikbare afval gratis, etc. Daarnaast moet voorkomen worden dat mensen gaan dumpen, en moet de privacy wel gewaarborgd blijven als afvalcontainers aan adressen gelinkt worden.

Voer voor discussie dus, maar het is nu wel duidelijk tijd om de oude afvalstoffentarieven bij het grof vuil te zetten!

maandag, 21 november 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Doorbraak duurzame energie voor het grijpen

In verklaringen, toespraken en interviews, begroting, bouw, crisis, deal, belangrijk, belasting, duitsland, duurzaam, en meer.

Op 18 november verscheen een opiniestuk in het dagblad Trouw van een aantal wethouders van verschillende politieke kleur. Een oproep aan kabinet en Tweede Kamer om de belasting op zelflevering van schone energie te wijzigen , zoals al eerder in Duitsland gebeurde. Daarmee wordt een drempel op vergroening van niet-fossiele energie weggenomen. Ook wethouder Bart Eigeman tekende de brief.


Doorbraak duurzame energie voor het grijpen

Maandag praat de Tweede Kamer over duurzame energie en de veelbesproken ‘Green Deal’. Behalve de behandeling van de begroting van minister Verhagen is het ook dé kans om een doorbraak voor lokaal geproduceerde duurzame energie te realiseren.

Dit kabinet wil duurzame energie vooruit helpen, dat blijkt bijvoorbeeld wel uit de initiatieven die opgenomen zijn in de Green Deal. Echter, de urgentie van klimaatverandering, maar meer nog de economische crisis die nu gaande is, nopen tot verdergaande maatregelen. Gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven kijken reikhalzend uit naar een maatregel die in een klap zal leiden tot een doorbraak van lokale opwekking van duurzame energie: stel lokale duurzame energiecoöperatieven vrij van energiebelasting. Krijgen we maandag eindelijk de doorbraak waar we al jaren op wachten?

De energiebelasting is in 1996 geïntroduceerd om energiegebruik te remmen. Nu vormt ze, onbedoeld, een onneembare drempel voor het lokaal opwekken van duurzame energie.
Het enthousiasme bij mensen om hun ‘eigen’ energie op te wekken, is enorm. Als mensen de elektriciteit van zonnepanelen op hun eigen dak gebruiken, komt de energie ‘gratis’ hun huis binnen en hoeven ze bovendien geen energiebelasting te betalen. Als een coöperatieve vereniging de gezamenlijk aangeschafte zonnepanelen daarentegen op een centrale plaats, bijvoorbeeld een weiland of het dak van een groot gebouw, en de opgewekte stroom via het openbare net naar de gebruikers stuurt, betalen de leden van de coöperatie een hoge rekening. De energiebelasting die ze moeten betalen is, zeker in vergelijking met de energiebelasting voor grote bedrijven, zo hoog, dat deze zonnecentrale niet rendabel is. Wanneer de vergelijking met een volkstuin wordt gemaakt, wordt het nog krommer. Immers, voor het eigen gekweekte kropje sla op de volkstuin hoeft ook geen wegenbelasting te worden betaald om het thuis op te kunnen eten.

Het is onbegrijpelijk dat de regulerende energiebelasting, bedoeld om vervuilend energiegebruik tegen te gaan, de doorbraak van schone energie frustreert. In onze gemeenten hebben we daar ernstige problemen mee. Enerzijds omdat hierdoor het realiseren van beleidsdoelstellingen wordt gefrustreerd. Anderzijds omdat hierdoor vele ondernemers, die ook in de optiek van dit kabinet de motor zijn voor duurzaamheid, het duurzaam ondernemen onmogelijk wordt gemaakt.

De energiebelasting werd indertijd budgetneutraal ingevoerd waardoor verhoging van de inkomstenbelasting achterwege kon blijven. We realiseren ons terdege dat een oplossing voor dit probleem, ook met EU-regels, niet eenvoudig is. De doorbraak van lokale energieopwekking heeft echter meerdere positieve maatschappelijke effecten. Het zorgt voor werkgelegenheid bij installatiebedrijven, bouw en renovatiebedrijven en versterkt zo de lokale duurzame economie. Het rendement van de energieopwekking kan opnieuw worden geïnvesteerd in zaken als energiebesparing en verdere groei van wind, zon en biomassa. Een belangrijk effect is dat lokaal ondernemerschap en sociale verbanden worden versterkt. Daarmee ontstaat een kracht en betrokkenheid die wezenlijk is voor lokaal en nationaal klimaatbeleid. Het totale eindresultaat, ook voor het rijk, zal groter zijn dan de inkomsten uit de huidige energiebelasting.

Bestuurders van gemeenten en provincies vragen de Tweede Kamer om deze doorbraak van duurzame energie mogelijk te maken. Dat kan door de energiebelasting voor duurzame opwekking van coöperatieve energieverenigingen af te schaffen. Daarmee handelt de overheid conform dezelfde wetgeving die nu al geldt voor grootverbruikers van energie. Zij betalen een extreem lage energiebelasting, omdat het economisch belang en onze concurrentiepositie hiermee gediend is. Het zorgt voor een sterke economie en een gevulde schatkist. Coöperatieve energieverenigingen zijn te beschouwen als bedrijven die gezamenlijk grootproducent en -gebruiker van duurzame energie worden en zo een wezenlijke bijdrage leveren aan onze economie. Met als bijkomend groot voordeel dat hierbij geen broeikasgassen vrijkomen.

En heeft dit Kabinet twijfels? Laat een onafhankelijk instituut een maatschappelijke kosten-batenanalyse maken en geef ruimte aan proefprojecten van professioneel georganiseerde lokale coöperatieven. Dan kan het bewijs geleverd worden dat deze wetswijziging alleen maar winnaars kent. Wij helpen u er graag bij!

D66
Berend de Vries, Tilburg
Alexandra van Huffelen, Rotterdam

CDA
Robbert Jan Piet, Beverwijk
Bas Nootenboom, Barendrecht

PvdA
Houkje Rijpstra, Tytsjerksteradiel
Jos Pierey, Deventer

GroenLinks
Thijs de la Court, Lochem
Robert Linnekamp, Zaanstad
Bart Eigeman, ‘s-Hertogenbosch

vrijdag, 18 november 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Doorbraak duurzame energie voor het grijpen

zonnepaneel_313661bMaandag praat de Tweede Kamer over duurzame energie en de veelbesproken ‘Green Deal’. Behalve de behandeling van de begroting van minister Verhagen is het ook dé kans om een doorbraak voor lokaal geproduceerde duurzame energie te realiseren. Gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven kijken reikhalzend uit naar een maatregel die in één klap zal leiden tot een doorbraak van lokale opwekking van duurzame energie: stel lokale duurzame energiecoöperaties vrij van energiebelasting. Krijgen we maandag eindelijk de doorbraak waar we al jaren op wachten? Een opinieartikel in Trouw van tientallen lokale bestuurders.

De energiebelasting is in 1996 geïntroduceerd om energiegebruik te remmen. Nu vormt ze, onbedoeld, een onneembare drempel voor het lokaal opwekken van duurzame energie.

Het enthousiasme bij mensen om hun ‘eigen’ energie op te wekken, is enorm. Als mensen de elektriciteit van zonnepanelen op hun eigen dak gebruiken, komt de energie ‘gratis’ hun huis binnen en hoeven ze bovendien geen energiebelasting te betalen. Als een coöperatieve vereniging de gezamenlijk aangeschafte zonnepanelen daarentegen op een centrale plaats, bijvoorbeeld een weiland of het dak van een groot gebouw, plaatsen en de opgewekte stroom via het openbare net naar de gebruikers stuurt, betalen de leden van de coöperatie een hoge rekening. De energiebelasting die ze moeten betalen is, zeker in vergelijking met de energiebelasting voor grote bedrijven, zo hoog, dat deze zonnecentrale niet rendabel is. Wanneer de vergelijking met een volkstuin wordt gemaakt, wordt het nog krommer. Immers, voor het eigen gekweekte kropje sla op de volkstuin hoeft ook geen wegenbelasting te worden betaald om het thuis op te kunnen eten.

Het is onbegrijpelijk dat de regulerende energiebelasting, bedoeld om vervuilend energiegebruik tegen te gaan, de doorbraak van schone energie frustreert. In onze gemeenten hebben we daar ernstige problemen mee. Enerzijds omdat dit het realiseren van beleidsdoelstellingen tegenwerkt. Anderzijds omdat hierdoor vele ondernemers, die ook in de optiek van dit kabinet de motor zijn voor duurzaamheid, het duurzaam ondernemen onmogelijk wordt gemaakt.

De energiebelasting werd indertijd budgetneutraal ingevoerd waardoor verhoging van de inkomstenbelasting achterwege kon blijven. We realiseren ons terdege dat een oplossing voor dit probleem, ook met EU-regels, niet eenvoudig is. De doorbraak van lokale energieopwekking heeft echter meerdere positieve maatschappelijke effecten. Het zorgt voor werkgelegenheid bij installatiebedrijven, de bouw en renovatiebedrijven en versterkt zo de lokale duurzame economie. Het rendement van de energieopwekking kan opnieuw worden geïnvesteerd in zaken als energiebesparing en verdere groei van wind, zon en biomassa. Een belangrijk effect is dat lokaal ondernemerschap en sociale verbanden worden versterkt. Daarmee ontstaat een kracht en betrokkenheid die wezenlijk is voor lokaal en nationaal klimaatbeleid. Het totale eindresultaat, ook voor het rijk, zal groter zijn dan de inkomsten uit de huidige energiebelasting.

Bestuurders van gemeenten en provincies vragen de Tweede Kamer om deze doorbraak van duurzame energie mogelijk te maken. Dat kan door de energiebelasting voor duurzame opwekking van coöperatieve energieverenigingen af te schaffen. Daarmee handelt de overheid conform dezelfde wetgeving die nu al geldt voor grootverbruikers van energie. Zij betalen een extreem lage energiebelasting, omdat het economisch belang en onze concurrentiepositie hiermee gediend is. Het zorgt voor een sterke economie en een gevulde schatkist. Coöperatieve energieverenigingen zijn te beschouwen als bedrijven die gezamenlijk grootproducent en -gebruiker van duurzame energie worden en zo een wezenlijke bijdrage leveren aan onze economie. Met als bijkomend groot voordeel dat hierbij geen broeikasgassen vrijkomen.

En heeft dit Kabinet twijfels? Laat een onafhankelijk instituut een maatschappelijke kosten-batenanalyse maken en geef ruimte aan proefprojecten van professioneel georganiseerde lokale coöperatieven. Dan kan het bewijs geleverd worden dat deze wetswijziging alleen maar winnaars kent. Wij helpen er graag bij!

Dit is de lijst met bestuurders die deze oproep steunen:

Piet Adema Achtkarspelen wnd burgemeester, woonachtig Drachten ChristenUnie
Bert Blase Alblasserdam, Burgemeester PvdA
Jan Nagengast Alkmaar CDA
Sebastiaan van ‘t Erve Amersfoort GL
Alex Langius Assen ChristenUnie
Bas Nootenboom Barendrecht CDA
Hans van Dalen Barneveld CU
Alwin Hietbrink Bergen (NH) GL
Piet de Klein Beuningen BN&M
Robbert Jan Piet Beverwijk CDA
Wilbert Willems Breda GL
Hennie Beelen Brummen IPV
Christel Portegies Castricum VVD
Jos Pierey Deventer PvdA
Kees Luesink Doesburg, burgemeester GL
Steven Kroon Doetinchem PvdA
Tom Nederveen Ermelo CU
Christiaan Kwint Heerhugowaard GL
Fred Gilissen Heerlen D66/OPH
Janneke Oude Alink Hengelo GL
Michiel van Liere Houten D66
Herman Geerdes Houten VVD
Pieter Treep Kampen CDA
Evert Damen Kapelle CDA
Thijs de la Court Lochem GL
Ton Dohle Meppel VVD
Jan van der Meer Nijmegen GL
Andries Poppe Noordoostpolder CU/SGP
Lia de Ridder Oegstgeest Progressief Oegstgeest
Vincent van Uem Oost Gelre OOG
Johan van den Hout prov Brabant SP
Harriet Tiemens Rheden GL
Bart Eigeman ’s-Hertogenbosch GL
Henk van Roosmalen Sint Michielsgestel CDA
John Stuurman Teylingen D66
Berend de Vries Tilburg D66
Houkje Rijpstra Tytsjerksteradiel PvdA
Jan van Muyden Voorst PvdA/GL
Jan van Groos Waalwijk CU
Lex Hoefsloot Wageningen GL
Jan Luteijn Werkendam SGP
Robert Linnekamp Zaanstad GL
Gerben Dijksterhuis Zeewolde CU
Joke Leenders Zeist GL
Patricia Withagen Zutphen GL
Henk Mirck Zwijndrecht Algemeen Belang Zwijndrecht
Antoin Scholten Zwijndrecht, Burgemeester VVD

donderdag, 17 november 2011

John Jorna

John Jorna

De aangenomen motie van GroenLinks

In politiek in nederland, activiteiten, algemeen, ambtenaren, beschaving, bevolkingsgroep, burgemeester, coalitie, discussie, en meer.

WEIGERAMBTENAREN

Op de middag, dat de Tweede Kamer met grote meerderheid de motie

over de weigerambtenaar aannam, stuurde ik onderstaande brief als E-mail naar ineke van Gent.

Beste Ineke,

Een jaar of vijf geleden speelde het onderwerp weigerambtenaar ook. Femke was in Utrecht en probeerde een discussie te ontwijken, Ik zei, dat ik dat te gemakkelijk vond en legde uit, dat ik het volstrekt niet eens ben met die weigerambtenaren en toch hun standpunt respecteer. Hen dwingen te kiezen tussen ontslag of toegeven en homohuwelijken wel registreren zou gewetensdwang betekenen. Andere aanwezigen wezen op een ingezonden brief in ons Magazine, waarin ook tot behoedzaamheid werd gemaand.

Ambtenaren moeten vooral hun geweten NIET thuis laten als ze naar hun werk gaan. Voortdurend bestaat de mogelijkheid, dat ze in hun werk voor gewetensvragen komen te staan. Soms worden ze dan klokkenluider. Op mijn weblog (en planeetgroenlinks.nl) schreef ik deze week erover. Gewetensdwang kan zich ook tegen je keren, want vaker ontstaat er een conflict tussen werk en principes. 1.)

Uiteindelijk hebben weigerambtenaren waarschijnlijk geen juridische poot om op te staan. Eigenlijk gaat het daar ook niet om. Het gaat erom of wij de eeuwenoude traditie van tolerantie terzijde schuiven en niet langer rekening houden met het standpunt van minderheden. 2.) Homo's hebben eeuwenlang geleden onder het gebrek aan tolerantie. Zij weten als geen ander wat het met mensen doet. Ook Roomsen kunnen er over meepraten. Nog in de tweede helft van de vorige eeuw mochten ze geen burgemeester worden van een grote stad of opperofficier of rechter bij de Hoge Raad. Ze waren onbetrouwbaar, want zij gehoorzaamden aan een buitenlands staatshoofd. De onverdraagzaamheid naar religieuze standpunten komt de laatste tijd weer terug. GroenLinks is een partij, waar mensen van allerlei pluimage elkaar vinden in hun strijd voor een schoon milieu, een rechtvaardige samenleving en een vreedzame wereld. Juist een partij als Groenlinks past het religieuze en andere minderheden te beschermen tegen onverdraagzaamheid.

Dat je het onderwerp gebruikt om problemen tussen de coalitie en de gedoogpartners te veroorzaken is begrijpelijk. Ik ben er niet blij mee.

Met vriendelijke groet,

John Jorna

Ter toelichting:

1.)  Je zou er van uit moeten kunnen gaan, dat ambtenaren altijd gewetensvol handelen. Twee voorbeelden, waaruit blijkt, dat het daaraan wel eens ontbreekt. Het is al meer dan veertig jaar geleden, dat er in mijn woongemeente een ander subsidiesysteem voor het jeugdwerk moest komen. Het voorstel was om op ledenbasis te subsidiëren. De Directeur van het Provinciaal Jeugdwerk Bureau zou positief geadviseerd . Dat kon ik mij niet voorstellen, want subsidiëring op basis van activiteiten kwam juist in zwang. Ik belde de directeur en hij ontkende ooit een positief advies te hebben gegeven. Dat kon ik van hem op schrift krijgen. Ik seinde raadsleden in, die B&W vroegen of er wel positief geadviseerd was. B&W bleven volhouden. In de pauze zorgde ik, dat de brief bij een raadslid kwam en die las de brief voor. Iedereen had het fout gedaan behalve B&W. Het raadslid moest handelen zonder last of ruggenspraak. De brief was niet waar en mij werd het evenzeer kwalijk genomen. Recent heb ik beschreven hoe er gemanipuleerd is bij de procedures rond het Rijsbruggerwegtracé. In een van de stukken was op een kaart de oude Rijnbedding weggelaten, waarin de weg komt te liggen.

Een regeling voor klokkenluiders kan er alleen komen als de Tweede Kamer met een initiatiefwetsontwerp komt. Er valt kennelijk veel te verbergen.

2.) Eigenlijk is het een kwestie van beschaving of je bereid bent een bevolkingsgroep een eigen standpunt over het homohuwelijk en hun eigen ambtenaren van de Burgerlijke Stand te gunnen. Een verbod van weigerambtenaren komt neer op een beroepsverbod voor een bevolkingsgroep. Zo mochten heel lang communisten geen postbode worden.

Wij leven in een maatschappij met heel veel verschillende groepen: religies en daarbinnen weer meerdere richtingen of kerken, atheïsten, humanisten en om dat een beetje vreedzaam te laten verlopen is er een traditie van tolerantie.

Antwoord namens Ineke

Ik kreeg ook namens Ineke een antwoord. Het viel mij op, dat daarin nergens werd ingegaan op mijn brief. Daarop enig commentaar.

Als weigerambtenaren zouden worden toegestaan, zou de overheid discrimineren. Nog nergens is het voorgekomen, dat het laten registreren van een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht onmogelijk werd gemaakt. Nergens heeft de overheid gediscrimineerd.

Het enige probleem is, dat er weigerambtenaren bestaan. Daar heeft verder niemand last van. En toch is er voortdurend heibel over.

Hierboven wees ik er al op. Nooit mag een ambtenaar een opdracht zo maar uitvoeren. Altijd hoort hij te toetsen aan de wet en aan regels van integriteit en dat hoort hij gewetensvol te doen.

Waar eindigen we als ambtenaren zo maar kunnen weigeren de wet uit te voeren? Mogen ze dan ook weigeren een kind van een lesbisch paar in te schrijven in het geboorteregister? Stemmingmakerij! Alle voorbeelden zijn nergens voorgekomen en zullen ook nergens voorkomen.

Maar we kunnen ons wel afvragen waar we eindigen met het niet serieus nemen van religieuze overtuigingen. Naar mijn smaak wordt dat steeds erger en neemt de onverdraagzaamheid toe. Ik vraag mij af en toe af of die anti-houding eigenlijk meer anti-Islam gericht is en alleen maar algemeen wordt geformuleerd om de eigenlijke motieven te verbergen.

Er is alle reden om allemaal eens ons geweten te raadplegen.

woensdag, 16 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Nogmaals de weigerambtenaar

In religie en politiek, homoseksualiteit, tolerantie, ambtenaren, boodschap, burgers, commissie, debat, emancipatie, en meer.

Toch nog onverwachts stemde de Tweede Kamer in met de motie van Ineke van Gent die het kabinet oproept met een wettelijke regeling een einde te maken aan het fenomeen van de weigerambtenaar. Ik ben daar – alles afwegend – blij mee, maar uit de kritische reacties blijkt dat niet iedereen dat zo ziet. Is het niet juist tolerant om te accepteren dat er ook mensen zijn die hier anders over denken? Misschien zelfs een vorm van emancipatie, zoals de minister zei? Is het niet voldoende om het pragmatisch te regelen zodat elk trouwlustig stel aan de bak kan, ook als sommige ambtenaren niet elk stel willen trouwen? Hoeveel ruimte is er nog voor gewetensbezwaren van mensen en religieuze minderheden? Is dit niet de zoveelste uitwas van seculiere gelijkhebberij die de oprechte overtuigingen van gelovigen aantast?

Ik snap de gevoeligheden, maar bij mij valt de afweging anders uit. Ik heb in een eerdere blog al eens geschreven dat het wezenlijke probleem volgens mij ergens anders ligt, namelijk bij het feit dat we de ambtenaar van de burgerlijke stand een rituele rol hebben toegedicht die niet past. Als we het burgerlijk huwelijk van deze rituele extraatjes ontdoen, zullen ambtenaren ook niet zo gauw last van hun geweten krijgen. In verschillende kranten las ik vergelijkbare pleidooien, onder meer van Tom Mikkers (Volkskrant) en Marco Derks (Nederlands Dagblad).

Ik zie dat echter niet zo gauw gebeuren en daarom ligt de vraag naar de positie van de weigerambtenaar nog vol op tafel. Het is hoe dan ook goed dat daar duidelijkheid over komt, en volgens mij kan die duidelijkheid alleen maar inhouden dat er uiteindelijk geen ruimte is voor weigerambtenaren. Ik zal uitleggen waarom.

1. Het principe moet hoe dan ook zijn dat ambtenaren uitvoerders zijn van overheidsbeleid en bewakers van de wet. Alleen in uitzonderingssituaties kan er ruimte worden gemaakt om daarvan af te wijken. Die afwijking kan wel betekenen dat iemand bepaalde taken niet uitvoert, maar niet dat iemand bepaalde wetten overtreedt. Het is dus de vraag welk van de twee hier aan de orde is.

2. Niet elk beroep op gewetensbezwaren wordt gehonoreerd. Het moet bijvoorbeeld praktisch op te vangen zijn in de organisatie en het moet aansluiten bij een traditie. Dat is hier allebei wel het geval, dus in die zin is een beroep op gewetensbezwaren op zich terecht.

3. Het grote probleem met weigerambtenaren is echter niet dat ze een bepaalde taak niet willen uitvoeren, maar dat ze dat voor bepaalde burgers wel en voor andere burgers niet willen doen. Dat is fundamenteel anders dan bij andere gewetensbezwaren. Een brugwachter die niet op zondag wil werken, lijkt mij geen probleem. Onaanvaardbaar is een brugwachter die voor sommige schepen op zondag de brug wel bedient en voor andere niet. Een arts die geen euthanasie wil plegen, kan ik begrijpen. Onacceptabel is een arts die dat (in vergelijkbare situaties) wel wil doen bij sommige patiënten maar niet bij anderen.

4. Wij hebben in Nederland niet twee soorten huwelijk, waarbij je voorstander kunt zijn van het ene en tegenstander van het andere. Er is maar één huwelijk en dat is opengesteld voor MV-, MM- en VV-stellen. Daar kan een ambtenaar niet willekeurig in shoppen. Bij het uitvoeren van de wet maakt de ambtenaar geen onderscheid tussen burgers. Doet hij of zij dat wel, dan is dat onwettig.

5. Het argument dat elke homo toch wel kan trouwen, klopt maar is niet overtuigend. Waar elk heterostel een ambtenaar naar keuze kan uitzoeken, daar moet een homokoppel rekening houden met de mogelijkheid dat de gekozen ambtenaar hen niet wil. De boodschap is dat de gemeente een dergelijk onwettig onderscheid accepteert en kennelijk het ene huwelijk toch anders vindt dan het andere huwelijk. Op het gevaar af dat de vergelijking mank gaat: Tot de jaren zestig mochten zwarten gewoon met de bus in Amerika, maar dan wel achterin…

6. De rechten van huwelijksambtenaren worden volgens mij niet wezenlijk geschonden. Er is geen recht op het zijn van trouwambtenaar. Wie bezwaar heeft tegen een gelijkgeslachtelijk huwelijk, kan op allerlei andere plaatsen in de ambtenarij werken. Overigens zijn veel trouwambtenaar BABS, buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, en dus externe freelancers. Dat betekent dat er helemaal geen arbeidsrechtelijk probleem is.

7. Ook als de overheid zelf de wet neutraal uitvoert en alle ambtenaren alle huwelijken gelijk behandelen (dus: ook als er geen weigerambtenaren meer zijn), is er nog volop ruimte voor pluraliteit. Iedereen mag in principe buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand worden. Of men nu christen of atheïst, liberaal of conservatief, homo of hetero. Niemand wordt gediscrimineerd, maar ook niemand mag – in die functie – zelf discrimineren.

En met die overwegingen kom ik tot de conclusie dat het goed is dat de regering moet komen met een wettelijke regeling die een einde maakt aan het fenomeen van de weigerambtenaar. Bij de openstelling van het huwelijk in April 2001 is ruimte gelaten voor ambtenaren met gewetensbezwaren. Dat vond ik voor dat moment een goede keuze, ook al was en is het een vreemd compromis (om de redenen hierboven). Het is niet vreemd om dat na tien jaar te heroverwegen, en dat is precies de oproep tot meer duidelijkheid geweest van de Commissie Gelijke Behandeling in 2008.

Misschien is er een overgangsregeling nodig voor zittende ambtenaren, maar het aanstellen van nieuwe ambtenbaren met gewetensbezwaren lijkt mij in elk geval niet kunnen. Ik heb er geen probleem mee dat mensen moeite hebben met homoseksualiteit. Ik vind het prima als ze een huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen geen echt huwelijk vinden. Ik ga daar graag het debat over aan, maar zal ook verdedigen dat mensen deze overtuiging mogen hebben. Maar juist in een plurale samenleving mag de overheid niet zelf – via haar ambtenaren – onderscheid maken tussen burgers.

En verder herhaal ik mijn pleidooi om het burgerlijk huwelijk te deritualiseren en de verdere ceremonie aan de rituele markt over te laten. De hedendaagse BABS-en kunnen zich daar met dezelfde overgave en voldoening beschikbaar stellen voor een mooie trouwdag, maar dan niet namens de overheid. Als een van hen dan geen homo’s, hetero’s, of roodharigen wil bedienen, heb ik daar veel minder moeite mee dan wanneer ze dat doen als dienaar van de overheid.


dinsdag, 15 november 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Dissidenten (2)

In politiek, ad koppejan, agema, bosman, brinkman, cda, cda congres, christendemocraat, christendemocratie, en meer.

Het is weer dissidententijd. De twee CDA-exemplaren waren weer volop in het nieuws: Ad ‘Zeeuwse polderheld’ Koppejan en Kathleen ‘ontwikkelingshulpridder’ Ferrier haalden weer bakken zendtijd binnen met de Mauro-affaire. Oh, wat waren die boos. De kwestie deed de twee dwarsliggers nog zuurder en zuiniger kijken dan normaal al het geval is. Wat was het weer spannend. Als ze nu maar niet de stekker uit de gedoogsteun gingen trekken…

Maar dat gebeurde natuurlijk niet. Zelfs de kranten waren te lui om er nog een sensatieverhaaltje van te maken. Eén bezoekje van Maxime Verhagen, feestvarken op zijn eigen feestje van de democratie, en Ferrier en Koppejan waren gewoon weer ‘trotse christendemocraten’. En als dat niet genoeg was geweest, hadden ze Donner nog klaarstaan in de coulissen, onwrikbaar en gewapend tot zijn tanden, als altijd. De betekenis van het woord christendemocraat is dan ook behoorlijk aan devaluatie onderhevig de laatste tijd.

Aankomend dissidententalent Hero Brinkman haalde ook weer de media vandaag. Na anderhalf jaar aan het lijntje te zijn gehouden, heeft de fractie hem nu dan toch maar eindelijk verteld, dat hij zijn PVV-jongerendag op zijn buik kan schrijven. Hero was er nog van overtuigd dat van twee keer uitstel geen afstel zou komen. Daar hebben Martin Bosma, Fleur Agema en Geert Wilders met z’n drietjes vast smakelijk om gelachen. Maar, Hero ziet geen reden om uit de PVV te stappen, hij laat zich niet wegpesten.

Van al dat geschuur en gedraai ga ik me wel afvragen wanneer er eentje breekt. Ferrier, Koppejan en Brinkman kunnen alle drie een plekje op de volgende kandidatenlijst vast vergeten, dus tenzij ze nog een politieke stunt uithalen, gaan ze roemloos de schaduw in aan het einde van de kabinetsrit. Tot die tijd worden ze getergd en vernederd, om altijd weer met een glimlach vol boerenkiespijn hun fractie te steunen. Telkens weer staan ze vol vuur de pers te woord om hun eigen ideeën te verdedigen, om vervolgens gedoofd en verslagen weer terug te krabbelen. Terug de ijzeren fractiediscipline in.

Vergeleken met deze drie fopdissidenten, is excuusminister Gerd Leers nog een stevige, daadkrachtige held om rekening mee te houden. Het moet toch een keer te veel worden als je telkens je eigen ruggengraat maar thuis moet laten. Dus laten we een weddenschapje aangaan; wie breekt het eerst? Wie breekt er met de duimschroeven van Maxime of Geert, en misschien zelfs met het kabinet? Welk van deze weekdieren blijkt toch een politieke tijger? Ik zet mijn geld op Hero, van het CDA verwacht ik niks meer…

Klik hier voor Dissidenten (1)


zondag, 13 november 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

In de jury voor de Social Design Talent Award

In de Dutch Design Week reikte de gemeente voor de derde keer de Social Design Talent Award uit. Dit is een prijs die de gemeente jaarlijks toekent aan een student die met zijn of haar (afstudeer)ontwerp een excellente oplossing of aanpak ontwikkelt voor een sociaal-maatschappelijk vraagstuk in het gemeentelijk domein. Het doel van deze award is het stimuleren van sociaal maatschappelijk ontwerp. Ik zat dit jaar voor de eerste keer in de jury, natuurlijk samen met design-wethouder Mary-Ann Schreurs. Ondersteund door een hele groep ambtenaren hebben we de (afstudeer)tentoonstellingen van de Design Academy en Industrial Design op de TU/e bezocht, waar we uitleg kregen van de studenten over hun project. De prijs die gewonnen kan worden is € 10.000 die gebruikt moet worden om het project écht in uitvoering te brengen. Uit de voorselectie van bijna 30 ontwerpen kozen we 3 finalisten. Op 29 oktober maakten we de winnaar bekend.

Winnaar Michiel Kersteman: Vendopark

Vendopark is een dynamisch parkeermodel gebaseerd op de bezettingsgraad van parkeerplekken. Veel woonwijken net buiten het stadscentrum hebben last van een parkeerprobleem vanwege gratis parkeerplekken. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door bezoekers van buitenaf (outsiders). Met Vendopark worden outsiders efficiënter verdeeld over de woonwijk door gebruik te maken van lege ruimtes verder in de wijk, zonder wijkbewoners te storen. De bezettingsgraad van geparkeerde auto’s, aangegeven met licht op de betaalautomaat, bepaald of een outsider moet betalen voor het parkeren. Met meer auto’s wordt het betaald parkeren, met weinig auto’s is het gratis. Met dit ontwerp won Michiel Kersteman een geldbedrag van € 10.000,- dat ingezet kan worden voor de doorontwikkeling of uitvoering van zijn ontwerp.

Eervolle vermeldingen

Mark Thielen, Rik van Donselaar, Roland Coops & Idowu Ayoola ontvingen voor hun project ‘Oohoo’ een eervolle vermelding. Oohoo is een non-profit organisatie die op een nieuwe manier de maatschappij wil verbeteren. Enerzijds wordt samengewerkt met een groep 55 plussers die een enorme drive hebben om iets goeds te doen voor de wereld waarop zij leven. Anderzijds wordt gesignaleerd dat bedrijven steeds meer verantwoordelijkheid nemen op sociaal en maatschappelijk gebied. Bedrijven benaderen Oohoo met uiteenlopende (maatschappelijke) vraagstukken. Oohoo legt dit vraagstuk voor aan een geselecteerde groep 55 plussers. Onder begeleiding van de ontwerpers van Oohoo worden er nieuwe inzichten gegenereerd als inspiratie voor het desbetreffende bedrijf.

Ook Roland Pieter Smit ontving een eervolle vermelding met zijn project ‘Wolwaeren’. Met Wolwaeren, een serie van zeven wollen dekens gemaakt door verstandelijk en lichamelijk beperkten, heeft Roland Pieter Smit weefgetouwen ontworpen die o.a. rekening houden met de psychische en lichamelijke mogelijkheden van de gebruikers. Autistische mensen kunnen bijvoorbeeld werken met zeer dun garen, terwijl mensen met het syndroom van Down bij voorkeur met dikker garen werken. Het garen is gemaakt van Texelse wol, ooit winstgevend maar tegenwoordig bijna waardeloos. Door de schapenboeren een eerlijke vergoeding te bieden, geeft Smit de wol bovendien weer waarde. Wolwaeren brengt een eeuwenoude woldeken-cultuur terug in Nederland en streeft naar verwerking zo dicht mogelijk bij de bron.

Naast de winnaars en de eervolle vermeldingen waren er nog veel meer projecten die veel indruk bij mij maakten. Te beginnen met het mijnveegproject, omdat het een grote maatschappelijke waarde heeft (maar in het Eindhovense wat minder van toepassing is gelukkig). Verder waren er verschillende communicatieprojecten, waarvan ik persoonlijk het project ‘postboard’, erg goed vond, ontwikkeld voor aphasiepatienten maar ook veel breder toepasbaar, of de courtyard-kit, om samen met burgers te komen tot een invulling voor lege plekken in de stad of het filmpje over ruzie met de buren, zo te gebruiken bij buurtbemiddeling…

Kortom: het was ontzettend leuk om zoveel talent te zien en spreken tijdens de jurering!

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Dubbele loyaliteit van allochtone raadsleden.

Dubbele loyaliteit van allochtone raadsleden.

In de regionale kranten Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad van 12 november 2011 staat een tweepaginagroot stuk over de dubbele positie die veel allochtone (Turkse en Marokkaanse) gemeenteraadsleden hebben. Ik mag hier spreken uit ervaring omdat ik anderhalve periode in Heerlen raadslid ben geweest met wijlen Mohamed Ben Moussa.
Het vertegenwoordigen van de allochtone achterban gaat meestal goed samen met het vertegenwoordigen van de politieke partij waarvoor men gekozen is. Over het algemeen zijn er geen zwaarwegende inhoudelijke conflicten en draagt men gewoon bij aan de meningsvorming van de fractie. Mohamed voelde zich op de eerste plaats vertegenwoordiger van de Marokkaanse gemeenschap. En allochtonen zien over het algemeen hun vertegenwoordiger als een belangenbehartiger, wat overigens zeer verklaarbaar is vanuit de oorspronkelijke politiek cultuur maar ook hier vaak opgeldt doet.
Mohamed was echter uitermate loyaal aan GroenLinks totdat GroenLinks wilde vernieuwen. Mohamed kreeg vanwege het risico om met voorkeurstemmen rechtstreeks gekozen te worden, geen plek aangeboden op de kieslijst van 2006. En dus stapte hij over naar opponent Leefbaar Heerlen, waarvoor hij met voorkeurstemmen werd gekozen.

Politiek bedrijven is proberen om zo veel mogelijk van je politieke doelstellingen te verwezenlijken. Die doelstellingen zijn bijvoorbeeld opgeschreven in een partij- of verkiezingsprogramma. Maar vaak is het ook beslissen op basis van algemene uitgangspunten. En bij coalitiepolitiek is het eerder regel dan uitzondering dat men compromissen moet sluiten. Daar staat tegenover dat men ook niet te vast gebonden mag zijn aan een partijlijn en dat dus afwijkend stemgedrag, zeker bij principiële kwesties mogelijk moet zijn zonder dat het tot een breuk leidt.

Raadsleden en dus ook allochtone raadsleden hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. Het uit de fractie stappen vanwege inhoudelijk meningsverschillen is gelukkig uitzonderlijk. En als het gebeurt, dan is er vaak meer aan de hand. Uit de partij stappen vanwege een meningsverschil dat niet behoort tot de eigen verantwoordelijkheden, zoals het verbod op onverdoofd ritueel slachten (Tweede Kamer) gaat nog een stap verder. Vanwege dat éne standpunt wil men de partij niet meer vertegenwoordigen. Als men indertijd met overtuiging gekozen heeft voor die partij, dan laat men dus het overgrote deel van de uitgangspunten van die partij los. Dan is het meningsverschil wel heel principieel of de loyaliteit ten opzichte van de eigen achterban wel erg groot. Of een andere partij dat verschil wel duurzaam kan overbruggen? De overige politieke standpunten zullen dan niet zo zwaar meetellen? En dus kan men ook gemakkelijk van partij wisselen.

In de politiek moet men vaak kiezen, en dus ook als er sprake is van een knellende dubbele loyaliteit. Principes of dat ene belangrijke punt kunnen dan in de weg zitten. Vooraf kan men wellicht een inschatting maken welke partij het best bij je past, maar dat geldt ook andersom. De wervers voor kieslijsten zouden daar meer rekening mee kunnen houden. En in iedere partij, ook bij een partij voor alleen allochtonen, zal men keuzes moeten maken die niet 100 % aansluiten bij de persoonlijke visie of doelstellingen. Iemand die geen compromissen kan sluiten, is niet geschikt voor de politiek.

zaterdag, 12 november 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Baas in eigen buik, nog steeds.

In maatschappij, nieuws, politiek, abortus, baas in eigen buik, christenunie, egp, vrouwenrechten, zorgkosten, en meer.

Afgelopen week verscheen in de media een bericht dat Esme Wiegman van de ChristenUnie vond dat abortus uit de AWBZ moet, en dat het alleen in het basispakket thuishoort wanneer er sprake is van een medische noodzaak. Dat wil zeggen, wanneer het gevaarlijk is voor de moeder om zwanger te zijn. Verder moet het maar in een aanvullend pakket, vindt ze.

Er wordt in die artikelen ook verwezen naar dat ze de overheidsvoorlichting niet goed zou vinden omdat de overheid alleen voorlichting geeft over de technische kanten van veilige seks. Ik ben het volledig met Wiegman eens dat er ook aandacht mag zijn voor de omstandigheden waarin je seks hebt en dat duidelijk gemaakt mag worden dat als je er op je 16e nog niet aan toe bent, je niet bepaald een uitzondering bent. Maar deze punten kunnen wat mij betreft op geen enkele wijze een argument vormen om abortus slechter toegankelijk te maken.

Abortus zou altijd beschikbaar moeten zijn voor iedereen die het nodig heeft. Er is lang gevochten om baas in eigen buik te mogen zijn. We moeten ons dit recht niet weer laten afnemen.

Het is niet rechtvaardig om de kosten onder te brengen in een aanvullende verzekering, omdat dit betekent dat niet alleen de medische gevolgen van een ongewenste zwangerschap maar ook nog eens de financiële gevolgen voor de vrouw zijn. De biologische realiteit kunnen we niet veranderen, maar er is geen reden om alle schuld bij de vrouw te leggen. Zwanger worden doe je niet alleen, dus is het onterecht dat alleen vrouwen (al dan niet via een aanvullende verzekering) opdraaien voor de kosten; mannen mogen ook best iets bijdragen voor het feit dat zij onbezorgd kunnen ejaculeren.

Het artikel verscheen ook op Joop, waar iemand een beetje verwijtend reageert naar vrouwen, dat veel vrouwen die een abortus ondergaan gewoon niet voldoende zouden doen om een zwangerschap te voorkomen (de rol van de man wordt hier genegeerd). En dat baas in eigen buik wat hem betreft achterhaald is, omdat het ‘mens’ in de baarmoeder recht heeft op leven.

Over dat laatste kun je eindeloos discussiëren, maar uiteindelijk denk ik dat de discussie tot op zekere hoogte niet relevant is. Als je tegen je zin in zwanger geraakt bent, of dat nu door nalatigheid komt of niet, is dat niet fijn. En of andere mensen vinden dat het gaat om een kind of nog om een klompje cellen, dat doet er dan redelijk weinig toe. Iedereen zal op zo’n moment haar eigen beslissing daarover moeten nemen wat zwaarder weegt.

Je kunt mensen die een ongeboren kind al zien als iets levends niet vertellen dat ze dat niet moeten doen. En ik heb er ook geen probleem mee als er meer voorlichting komt om te laten zien dat abortus niet de enige optie is. Het is sowieso geen pretje, maar als je het doet omdat je het gevoel hebt geen andere opties te hebben, kan het zeker heel ingrijpend zijn.

Als het zo is dat veel abortussen voorkomen kunnen worden omdat de zwangerschap ontstaan is door risicovol gedrag, lijkt het mij logischer om meer in preventie te investeren en niet steeds meer voor eigen risico te laten komen. In die zin snap ik niet dat christelijke partijen zich steeds maar richten op het beperken van rechten voor vrouwen, maar zo weinig constructieve maatregelen voorstellen om te zorgen dat mensen beter omgaan met de risico’s van seks.

Anti-abortusactivisten komen vaak met voorbeelden van vrouwen die een kind laten aborteren omdat ze op vakantie willen, of er al vier hebben gehad. De meeste mensen zullen dit te ver vinden gaan en daarnaast brengt het ook onnodige medische kosten met zich mee voor de samenleving. De kans is echter klein dat dit type mensen een aanvullende verzekering zal afsluiten. Je plant tenslotte niet om ongewenst zwanger te raken. De vraag is wat het gevolg is, voor deze groep die vermoedelijk niet tot de hogere inkomensklasse behoort. Zullen ze het amateuristisch thuis gaan doen om kosten te besparen, of kunnen ze de rekening van de dokter straks niet betalen, of stellen ze de beslissing uit in verband met de kosten zodat we latere abortussen gaan zien? Hoe dan ook verwacht ik niet dat deze groep opeens zal denken dat ze voortaan misschien toch maar verantwoordelijker moeten gaan leven door deze maatregel.

Maar in veel gevallen zal er een andere reden zijn. Dat wil niet zeggen dat het niet voorkomen had kunnen worden door beter gebruik van anticonceptie, maar wel dat er genoeg situaties zijn waar veel mensen begrip voor op zullen kunnen brengen.

Condooms zijn een van de weinige voorbehoedsmiddelen die vrij verkrijgbaar zijn zonder recept. Dat maakt ze dan ook aantrekkelijk voor jongeren die misschien niet naar een dokter durven of waar het halen van de anticonceptiepil of een ander voorbehoedsmiddel thuis niet makkelijk bespreekbaar is, bijvoorbeeld als je vijftien jaar bent en je ouders bij de ChristenUnie zitten. Helaas zijn ze relatief onveilig, deels door het grote risico op gebruikersfouten.

In de afgelopen jaren is veel tijd besteed aan het promoten van condoomgebruik. Veilig vrijen campagnes, gericht op de preventie van SOA. De meeste SOA zijn echter met een zalfje of pilletje en een paar weken verholpen, een kind niet. Toch is er relatief weinig voorlichting over ongewenste zwangerschappen voorkomen en zul je in de media al helemaal geen voorlichting zien over andere vormen van anticonceptie.

Ik heb al eerder geschreven over alle problemen rondom anticonceptie. Ik heb als volwassen vrouw genoeg moeite moeten doen om iets te vinden wat ik kan gebruiken zonder daar ziek van te worden. Het is allemaal echt zo simpel nog niet.  De huidige anticonceptiemethoden zijn nog steeds voornamelijk gericht zijn op vrouwen. Dat is deels biologisch verklaarbaar, maar dat maakt het niet minder onhandig. Daarnaast zijn veel vormen van anticonceptie niet erg gebruiksvriendelijk, zeker niet voor jonge meisjes.

Wat we nodig hebben is niet een methode die ervoor zorgt dat jonge vrouwen misschien nog minder snel naar de dokter gaan met hun ongewenste zwangerschap. Zwanger raken omdat je condoom knapt of omdat je de pil uitgekotst hebt is al vervelend genoeg, moet je daar dan ook nog financieel voor gestraft worden? Of als je – zoals ongeveer de helft van de mensen — de bijsluiter van je medicijnen niet leest en niet weet dat je anticonceptiepil minder werkzaam is, is een abortus dan al niet straf genoeg? Slim is het misschien niet, maar laten we alsjeblieft geen holier than thou gaan spelen.

Wat we nodig hebben is niet nog een discussie over recht op leven of over vrouwenrechten, of over wanneer je precies voldoende gedaan hebt om niet zwanger te worden, maar een praktische oplossing van een probleem. Wat we nodig hebben is meer onderzoek naar anticonceptie voor mannen, vrouwvriendelijkere anticonceptie, meer voorlichting over anticonceptie en ongewenste zwangerschappen in aanvulling op de bestaande SOA-campagnes, betere vergoedingen van anticonceptie, en vooral een goede voorlichting over andere vormen van anticonceptie. En om de CU een plezier te doen, mogen ze het wat mij betreft daarbij best over onthouding hebben.

Dit weekend zit ik in Parijs, bij het congres van de Europese Groene Partij. De Europese Groenen zullen gaan stemmen over een motie over het recht op abortus. Een mooi stuk, dat uitdraagt dat alle vrouwen, in ieder Europees land, in iedere inkomensklasse, het recht moeten hebben om in hun eigen land onder goede omstandigheden, zonder bedreigingen of gezondheidsrisico’s de beslissing moeten kunnen nemen om hun zwangerschap te laten beëindigen. Als ik dat lees, weet ik weer dat ik op de goede plek zit bij mijn groene familie.


dinsdag, 8 november 2011

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Wijziging tarieven paspoort en Nederlandse identiteitskaart

In identiteitsbewijs, leges, nederlandse identiteitskaart, tarieven, familie, zorg en welzijn, jongeren, kinderen, ministerie van, ouders, en meer.

Het jeugdtarief, voor jongeren tot en met 13 jaar, voor een Nederlandse identiteitskaart wordt per 1 januari 2012 verhoogd van € 9,22 naar € 30,00. 

Omdat de kinderbijschrijvingen in het paspoort van de ouders met ingang van 26 juni 2012 niet meer geldig zijn, wordt verwacht dat veel ouders vóór 1 januari 2012 een identiteitskaart voor hun kinderen zullen aanvragen.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) houdt dan ook rekening met een toeloop van extra aanvragen voor de id

lees verder

maandag, 7 november 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Aan mijn verhuurder

In actualiteit, agenda, betalen, gewoon, mensen, politie, rekening, eerste, slachtoffer, en meer.
Op maandagavond 31 oktober j.l. is door een zg. tasjesrover mijn handtas van mij geroofd. Ik heb onmiddellijk de Politie ingeschakeld, aangifte gedaan en de nodige maatregelen genomen om verdere schade te voorkomen.

Omdat in mijn tas mijn huissleutels zaten en mijn agenda waarin mijn adres stond, heb ik de volgende dag met u gebeld met het verzoek het slot van mijn voordeur te vervangen. Degene die ik aan de telefoon kreeg vertelde mij onmiddellijk dat de kosten voor mijn eigen rekening zouden zijn. Hoewel ik dat erg hard vind, heb ik daar geen bezwaar tegen gemaakt en later op die dag is mijn voordeurslot vervangen door een medewerker van Rasenberg.

Waar ik grote moeite mee heb, is de brief die ik later ontving. In de eerste zin van die brief staat dat ik mijn voordeursleutels ben “kwijtgeraakt”. In een van de volgende zinnen staat “Omdat u zelf de schade heeft veroorzaakt…” Ik vind het ronduit stuitend om op deze manier te schrijven over wat mij is overkomen. Ik ben mijn sleutels niet kwijtgeraakt; ze zijn van mij geroofd!
Ik heb de schade dus ook niet zelf veroorzaakt maar ben het slachtoffer van een criminele actie!

Ervan uitgaande dat het hier om een standaardbrief gaat geef ik u ernstig in overweging de tekst aan te passen. Voor mensen zoals ik, die er dus niks aan kunnen doen dat hun slot vervangen moet worden, is het op zijn zachtst gezegd bijzonder onprettig dit soort teksten te ontvangen.

Nogmaals, het gaat mij niet om het geld. Dat zal ik gewoon betalen als ik de rekening ontvang. Het gaat mij om de bijzonder onheuse bejegening van een slachtoffer van een brutale tasjesroof.

Met vriendelijke groet,
Rian Verweijmeren.

zondag, 6 november 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Peiling der peilingen: CDA zakt weg

In politiek, cda, christenunie, d66, debat, eerste, groenlinks, kort, maurice de hond, en meer.
Of u het nu leuk vindt of niet: peilingen spelen een belangrijke rol in het politieke debat. De benarde positie waarin het CDA verkeert wordt versterkt doordat peilingen inzicht geven in de steun voor die partij als er vandaag verkiezingen zouden zijn. Het was dan ook groot nieuws toen Maurice de Hond van Peil.nl deze partij nog maar elf zetels toedichtte. Niet echt leuk voor de christendemocraten, maar misschien ook iets om rekening mee te houden. Meer problematisch is het als verschuivingen van één of twee zetels worden ‘verklaard’ aan de hand van allerlei factoren, terwijl deze net zo goed het gevolg kunnen zijn van onzekerheden in de peiling. In de meest recente peilingen vallen vooral de verschillen tussen de twee grote peilingbureaus Synovate en Peil op.

Onderstaande tabel toont de meest recente peilingen van Synovate (Politieke Barometer) en Peil (Maurice de Hond). Verschillen in het blauw geven aan dat Synovate deze partij meer zetels toedicht, bij verschillen in het rood geeft Maurice de Hond een partij meer zetels. De ‘grote drie’ doen het duidelijk beter bij Synovate: 7 meer voor de PvdA, 3 meer voor CDA en VVD. Bij Peil doen de partijen aan de extremen van het spectrum het beter: SP krijgt van De Hond 6 zetels meer dan bij Synovate, D66 5, en de PVV 2 (dat laatste zou nog net binnen de foutmarge vallen). Dit verschil kan wellicht worden verklaard door de onderzoeksmethode: Peil.nl maakt gebruikt van een panel waarvoor je jezelf kunt aanmelden – dit trekt eerder mensen aan die politiek betrokken en ontevreden zijn.


Figuur 1: Overzicht verschillen laatste peilingen Synovate en Peil

Als we de informatie van de twee peilingbureaus samen nemen, komen we waarschijnlijk tot een meer genuanceerd beeld van de kansen van de partijen. Dit doe ik met behulp van een ‘Pooling the polls’ model van Simon Jackman dat ik eerder ook heb gebruikt bij de voorspelling van de uitslag van de Eerste Kamerverkiezingen. In de gebruikte versie gaat het model er vanuit dat gemiddeld genomen de metingen van de peilingbureaus kloppen. Hoewel deze aanname problematisch is (de steun voor de PVV werd bij de laatste verkiezing onderschat), kunnen we moeilijk anders, omdat we niet weten wat de ‘echte’ uitslag zou zijn. Het is lastig om de precieze uitwerking van het model kort toe te lichten, maar kortweg geeft het model een soort gewogen gemiddelde van de beschikbare peilingen (waarbij oudere peilingen steeds minder zwaar wegen). 

Figuur 2: Peiling der peilingen 4 november 2011 (grote partijen). In de grafiek staan percentages (met foutmarges), de getallen eronder geven de vertaling in zetels (de grijze getallen geven de minimum en maximumverwachting aan met 95% vertrouwen). De sterretjes in de balken geven aan dat er een statistisch significant verschil is tussen de betreffende balk en de meest recente peiling.


De VVD zou het volgens deze ‘Peiling der peilingen’ nu waarschijnlijk iets beter doen dan bij de verkiezingen vorig jaar, maar dit verschil is (net) niet statistisch significant. In de grafiek staan de percentages met de foutenbalk aangegeven; onderaan staan de bijbehorende zetelaantallen. Het model verwacht voor de VVD tussen de 32 en 35 zetels, waarschijnlijk 34. De middelste balk geeft de verwachting aan voor 30 dagen geleden. De electorale positie van de VVD is nauwelijks gewijzigd, want de balken voor deze en vorige maand zijn vrijwel precies even lang. De PvdA staat duidelijk op verlies, van 30 naar 18. Ten opzichte van vorige maand zijn de kansen van de partij ongewijzigd. De PVV staat op winst van 24 naar 27 zetels. Het CDA beleeft een sterke teruggang. In de Kamer heeft ze nu 21 zetels, vorige maand waren dat er volgens de Peiling der peilingen 15 en nu nog 12. Zowel het verschil met de Tweede Kamer als het verschil met vorige maand is significant, zoals de sterretjes in de balken aangeven. De SP staat op winst van 15 zetels nu in de Kamer naar een voorspelde 25. 

Figuur 3: Peiling der peilingen 4 november 2011 (kleine partijen). In de grafiek staan percentages (met foutmarges), de getallen eronder geven de vertaling in zetels (de grijze getallen geven de minimum en maximumverwachting aan met 95% vertrouwen). De sterretjes in de balken geven aan dat er een statistisch significant verschil is tussen de betreffende balk en de meest recente peiling.

Bij de kleinere partijen doet vooral D66 het goed. De partij stijgt van 10 naar ongeveer 17 zetels; stabiel ten opzichte van vorige maand. GroenLinks heeft duidelijk te lijden onder de verschillende kwesties in de partij (Kunduz, Peters) en daalt van 10 naar ongeveer 7 zetels. De ChristenUnie doet het wel iets beter dan in 2010, maar dat vertaalt zich waarschijnlijk nog net niet in zetelwinst. Ook bij de SGP (in percentage iets slechter) en de PvdD (in percentage iets beter) zien we geen wijziging in het aantal verwachte zetels.

Wat opvalt is dat de verschillen ten opzichte van de peiling van vorige maand vaak beperkt en meestal niet statistisch significant zijn. Het gaat immers in beide gevallen om een peiling met onzekerheidsmarges. Zelfs als we alle beschikbare informatie van de twee peilingbureaus combineren moeten we rekening houden met een foutmarge van ongeveer twee zetels voor grote partijen. Deze kleine verschuivingen kunnen net zo goed toevallig zijn als een echte verschuiving in de kiezersvoorkeur. Het is dus beter om naar de effecten op de langere termijn te kijken, want die zijn vaak wel statistisch significant. Dan zien we dat PvdA, CDA en GroenLinks verliezen en dat de PVV, SP en D66 duidelijk winnen. Dat is een veel belangrijker en relevanter gegeven dan de wekelijkse zetelpingpong waar nu vaak naar wordt gekeken.

woensdag, 2 november 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Die Grieken, de euro en het rad voor ogen…

In banken, begroting, begrotingstekort, boeken, burger, burgers, cijfers, crisis, duitsland, en meer.
We hebben het maar steeds over Die Grieken, die boven hun stand hebben geleefd en de kluit hebben belazerd. Het is een manier om de crisis onder woorden te brengen. Wie het zo zegt kan alleen maar boos zijn op Die Grieken. Maar zo draaien we ons natuurlijk een rad voor ogen.

Als Griekenland een Nederlandse burger zou zijn geweest, had hij al jaren geregistreerd gestaan in Tiel . Geen bank had hem nog geld geleend, want naar dat geld had je kunnen fluiten. Maar voor landen is dat anders. De banken hebben er op gegokt dat Europa wel garant zou staan. Europa kan immers weinig anders. Als Griekenland zijn schuldaflossing staakt, vallen Europese banken om. En na het faillissement van Lehman lijkt de theorie wel te zijn dat iedere bank een systeembank is, waarvan we het ons niet kunnen veroorloven dat die omvalt.

Maar als Europa weet dat het de rekening betaalt, waarom greep het dan niet in? Toen de euro werd ingevoerd zijn er geen goede afspraken gemaakt over hoe landen om moeten gaan met begrotingstekorten en staatsschulden. Natuurlijk, het begrotingstekort mag niet hoger zijn dan 3% en de staatsschuld niet hoger dan 60% van het Bruto Nationaal Produkt. Maar wat te doen als een land zich daar niet aan houdt? De politici die de euro invoerden durfden hun burgers niet te vertellen dat het voordeel van de euro ook zou moeten betekenen dat Europa wat over de begroting van individuele landen te zeggen zou krijgen. De halfbakken afspraken die ze wel maakten, werden als eerste geschonden door Duitsland en Frankrijk. En als die het al mogen, dan mag een land met een dwerg-economie als Griekenland het natuurlijk ook. Maar de kruik gaat net zo lang te water tot ze barst, dus nu is Griekenland feitelijk failliet en moet Europa de banken redden die ondanks de virtuele registratie in Tiel, toch geld bleven lenen aan Griekenland.

Maar is dat wel redelijk? Hadden die Grieken de boel dan niet geflest, toen ze zich met opgepoetste cijfers de euro in sjoemelden? Zeker. Maar wie heeft ze daarbij geholpen? Goldman Sachs, die de toenmalige Griekse regering maar wat graag hielp om de boeken op te leuken . En een paar jaar later heel goed wist dat je niet moest investeren in Griekse banken.

Maar zelfs dan. Als er geen Tiel is voor landen, dan moet je als bank natuurlijk zelf een beetje opletten. En voor Europa geldt hetzelfde. Maar banken vonden het wel lekker om geld uit te lenen aan Griekenland omdat ze er op rekenden dat Europa feitelijk garant stond. En Europese politici vertelden hun kiezers liever niet dat Europa betekent dat landen elkaars souvereiniteit delen. En dat dat een goed idee was, omdat het vrede en welvaart oplevert.

Dus laten we ophouden met het steeds over die Grieken te hebben. Wat we nodig hebben is minder banken en meer Europa. Daar moest het maar eens over gaan!

maandag, 31 oktober 2011

Socrates Schouten

Socrates Schouten

Linkedin DWARS

Zeven miljard

In duurzame ontwikkeling, economie, nederlands, politiek, wetenschap, beleid, communicatie, congres, discussie, en meer.

(N.B. Dit is best een lang verhaal. Lezers die niet van een gezellige introductie houden, kunnen het beste op ‘read more’ klikken – vanaf de ‘IPAT’-formule – en vanaf daar verder lezen…)

Gefeliciteerd! We zijn nu met z’n zeven miljarden op aarde. Volgens tellingen van de VN is het zevende miljard vandaag bereikt, maandag 31 oktober 2011. Toen ik vorig jaar mijn scriptie schreef en iets over de groei van de wereldbevolking kwijt moest, was ‘eind oktober 2011′ al de voorspelling. Het leek me al leuk als het precies met mijn verjaardag, 30 oktober, zou samenvallen. Welnu, een dagje later, ook prima.

Maar even serieus. Zeven miljard, and still ‘growing strong’. Hoe zit het eigenlijk met overbevolking en schaarste van grondstoffen en duurzaamheid? Dat laatste woord wordt intussen veel gebezigd in de communicatie van elke zichzelf respecterende organisatie, of het nu een politieke partij of een commercieel bedrijf is. Maar om duurzaamheid in verband te brengen met een maximale omvang van de mensheid, is een stuk minder populair. Binnen GroenLinks werd het een paar keer geprobeerd, de laaste keer op een congres in (ik meen) 2009 in de vorm van een motie van Quintijn Hoogenboom. Deze haalde het bij lange na niet, want hiermee werd volgens het partijbestuur een veel te negatieve draai gegeven aan een thema dat GroenLinks juist pósitief wilde benaderen. Ook ik stemde tegen, want ik vond de redenering van de motie veel te simplistisch. Maar Quintijn had natuurlijk gewoon gelijk. Die wereldbevolking kan niet maar steeds probleemloos blijven doorgroeien. Dus, wat nu? Wanneer moet het écht stoppen?

Het antwoord van de ‘ecologische voetafdruk’ is dat het allang had moeten stoppen. Sinds de jaren 70 gebruikt de mensheid meer hulpbronnen en biologische capaciteit dan er op een duurzame manier beschikbaar zijn. We overvragen de natuur, en maken die daarmee kapot. Volgens de schattingen vragen we nu ongeveer 1,3 keer teveel van de aarde.

De ecologische voetafdruk vermeldt niet hoe lang die situatie houdbaar is. En de methode geeft ook geen antwoord op de vraag hoeveel mensen de aarde dan eigenlijk kan verdragen. In de jaren zeventig waren mensen gemiddeld een stuk minder welvarend dan nu, dus consumeerden minder, maar de technologie was aanzienlijk inefficiënter. Voor een gelijk welvaartsniveau waren toen dus meer energie en grondstoffen nodig. De ‘impact’ van 4 miljard mensen in 1970 is dus anders dan de impact van hetzelfde aantal mensen in 2040.

Een formule die in deze discussie veel wordt gehanteerd is I=PAT. Het leest Impact = Population x Affluence x Technology, ofwel: de milieudruk is de omvang van de (wereld)bevolking maal het welvaartsniveau maal de (let wel) inefficiëntie van de technologie. De P en de A zijn almaar blijven groeien sinds we erover zijn gaan nadenken. Alleen de T is gedaald: onze auto’s (Hummers uitgezonderd) rijden zuiniger dan vroeger, elektrische apparaten verslinden minder, etcetera. Maar we hebben wel meer auto’s en meer elektrische apparaten dan ooit tevoren.

Wat gaat de P doen? Lange tijd heeft men volgehouden dat we, ergens tussen 2050 en 2080, bij 9 à 10 miljard mensen zouden pieken en daarna heel rustig aan de wereldbevolking zal afnemen. Het is onzeker of dat gebeuren zal.

En de T? Er leeft onder de meeste politieke gezindten bijzonder veel optimisme dat juist de technologische efficiëntie zal zorgen dat de milieudruk niet uit de klauwen loopt. Velen geloven in een soort automatische correctie: als er zich milieuproblemen voordoen, ontstaat er maatschappelijke reuring en doen we er wat aan. Anderen, zoals ik, zien dat natuur en milieu doorlopend verschralen. Die fantastische technologische oplossingen zijn keer op keer ‘too little and too late’ om te voorkomen dat er stukken waardevolle natuur verloren gaan, onze menselijke sporen intussen elke hectare land en kubieke meter atmosfeer hebben bereikt, en de leefgebieden van vele volkeren onder hun ogen onleefbaar worden.

Ik zou mijn lezers onderschatten als ik ook nog eens de ontwikkeling van de A zou gaan voorkauwen. Wat ik liever doe, is het simplisme dat steeds maar weer de kop op steekt als deze ‘IPAT’-discussie wordt gevoerd (meestal zonder ‘IPAT’ te noemen, gelukkig), te bestrijden. Het onderbelichte punt is namelijk dat de factoren P, A en T wederzijds afhankelijk zijn. Er zit misschien een factor tien rek in (maar meer dan tien geef ik het niet), maar het huidige welvaarts- en technologieniveau is niet denkbaar zonder die miljarden mensen. Afgezien van het ‘voetvolk’ (eerbied komt wel weer in mijn volgende blog) draaien honderden miljoenen mensen mee in een ongelooflijk grote en complexe maatschappij die zorgen dat wij vernuftige en zuinige auto’s hebben, en iPads waarmee we snel kunnen communiceren en efficiënt nieuwe en betere technologieën ontwikkelen, en voedselproductiesystemen die zorgen dat er steeds weer te eten is (in de ontwikkelde landen).

Tegelijk hebben we die vernuftige technologie nodig om deze wereldbevolking in stand te houden. Teruggaan naar een geromantiseerde oertijd, waarin we heel weinig heetten te gebruiken, kan niet. Mensen hadden enorme leefgebieden, niet alléén omdat er veel minder mensen waren, maar ook omdat die vele hectares nodig waren om ze van bijeengejaagd en -verzameld voedsel te voorzien. En voor het stoken van een fikkie om één gezinnetje warm te houden, heb je best veel brandhout nodig.

Wat is de moraal van dit verhaal? Eenieder die claimt dat we met “veel minder mensen” zouden moeten zijn, of “veel minder moeten consumeren”, of gewoon nog “veel meer technologische ontwikkeling” moeten stimuleren, heeft het juist én verkeerd. Het moet alledrie met mate. En daar is zeer nauwgezet beleid voor nodig, dat van A tot Z rekening houdt met de verwikkeling van de IPAT-factoren. Maar het meeste nog moet men zich realiseren dat de formule IPAT alle kanten op kan, en dat de aarde flexibel is, en allerlei uitkomsten van I (de milieudruk) aankan. Hoe meer men het echter uit de klauwen laat lopen, hoe meer we met de botte bijl aan het hakken zijn in het mooie, onmisbare aardse landschap dat maar één keer bestaat, en bij uitsterven niet meer terugkomt.


Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2140 uur (89,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2,3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4