vrijdag, 27 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Atlas van Europese Waarden

LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
VERBETERD

Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

Jaargang 4, Nr. 199.

woensdag, 25 januari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Compassie verdraagt geen kille en kleine overheid

Compassie is een waardevol uitgangspunt in de politiek, niet alleen binnen het CDA. Maar vul dat begrip dan wel groen en sociaal in, met een heldere rol voor de overheid. Vrede, gerechtigheid en ‘heelheid van de schepping’ kunnen daarbij helpen als leidende waarden. Maar dat is niet voor elke (christelijke)  politicus altijd even vanzelfsprekend, helaas.

Vrede, sociale gerechtigheid en duurzaamheid kun je ook samenvatten met het begrip ‘compassie’: betrokkenheid bij alles wat leeft, met name bij wie of wat extra aandacht behoeft. De Linker Wang – de beweging voor religie en politiek verbonden met GroenLinks – heeft deze gedachte in het voorjaar van 2011 uitgewerkt daarbij geïnspireerd door theoloog Manuela Kalsky. In de zomer werd ‘politiek met compassie’ het motto van De Linker Wang om verder uit te dragen binnen GroenLinks. Kort daarna werd het begrip door theoloog Jacobine Geel gelanceerd binnen het CDA wat binnen die partij tot instemming maar ook tot discussies leidde.

Je kunt er kinderachtig over doen, maar per saldo zijn het toch positieve ontwikkelingen. Compassie kan door niemand worden geclaimd en overstijgt politieke verschillen. Het begrip betekent ‘mededogen’ en er zit ook ‘passie’ (hartstocht) in. Het kan ook verbindingen tot stand brengen tussen politieke partijen. Misschien kan ‘compassie’ als leidraad gelden voor een toenadering tussen CDA en bijvoorbeeld GroenLinks, PvdA en ChristenUnie? Maar van ‘compassie’ als gedeelde inspiratiebron moeten we in alle nuchterheid ook geen wonderen verwachten.     

Theoloog en ethicus Frits de Lange waarschuwde het CDA afgelopen zaterdag in dagblad Trouw om het begrip compassie niet rechts-conservatief in te vullen, zoals door Republikeinen gebeurt in de Verenigde Staten. Het CDA hamert vaak op de rol van de civil society – de optelsom van alle maatschappelijke verbanden die los staan van markt en staat. Dat is een goede keuze, maar de partij gebruikt dat soms ook als excuus om te pleiten voor een kleinere publieke sector met minder sociale voorzieningen. Een kille en kleine overheid dus.

Dat brengt het CDA in conservatief vaarwater dat kritiekloos staat tegenover economisch liberalisme. Compassie wordt dan liefdadigheid in plaats van publieke gerechtigheid. Begrijp me niet verkeerd: liefdadigheid en barmhartigheid zijn nodig om de gaten te dichten die de overheid laat vallen. Dat is goed want de overheid kan niet alles. Maar dat ontslaat de politiek niet van de taak om solidariteit en gelijke kansen te blijven organiseren. Daarvoor is compassie nodig in de sfeer van de burgermaatschappij maar ook vanuit politiek en overheid. Politiek met compassie dus. Dat zou zelfs het motto kunnen worden van een centrumlinks kabinet dat de rollen van de markt, de civiele samenleving én de staat in hun onderlinge samenhang weer op waarde schat.


donderdag, 19 januari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Last.fm Twitter

Compassie

In spanning wachten velen binnen, maar zeker ook buiten het CDA, op de uitkomsten van het Strategisch Beraad. Eén groep maakt zich alvast zorgen en wel over het begrip ‘compassie’ dat door Jacobine Geel (net als partijvoorzitter Ruth Peetoom een theologe) centraal gesteld zou worden. Opvallend genoeg pleitte voorzitter Ruard Ganzevoort bij het jubileum van de Linker Wang ook al voor politiek met compassie als nieuw uitgangspunt voor linkse door het geloof geïnspireerde politiek. Ik hoef er niet bij te vertellen dat hij eveneens theoloog is. Ik moet er wel bij zeggen dat ik toen enige aarzelingen had, al was het maar vanwege het feit dat Bush jr. zich in de presidentiële race van 2000 als ‘ compassionate conservative’  presenteerde. Een ideologie waarin de overheid zich zoveel mogelijk terugtrekt, maar in alle hardheid nog een klein zacht randje heeft.

De angst van het groepje CDA’ers was dat compassie te veel de nadruk zou leggen op afhankelijke en zielige mensen, terwijl het CDA onder Balkenende al die jaren toch ‘eigen verantwoordelijkheid’ had gepredikt. De redenering klonk ongeveer zo: wie het heeft over compassie, kan geen PGB meer afschaffen of Mauro terugsturen naar Angola. Best wel lastig voor de twee CDA-bewindslieden die deze twee pittige dossiers onder hun hoede hebben. Compassie was volgens deze leden prima als levenshouding, maar niet als politiek richtsnoer. Een beetje zoals anderen zeggen dat religie prima is, zolang je dat maar thuis of in de kerk doet, maar er niet het publieke domein mee betreedt.

Om twee redenen vind ik de afwijzing van compassie merkwaardig. De eerste is dat het een uitgangspunt is en geen dwingend voorschrift. In concrete situaties zal compassie toegepast moeten worden en daarin kan een ieder zijn of haar individuele keuzes maken. In die zin is compassie niet anders dan solidariteit of rentmeesterschap: wat het betekent, volgt niet uit het begrip zelf, maar blijkt uit het feitelijke handelen van degenen die zich door deze uitgangspunten laten leiden. De tweede reden heeft te maken met de letterlijke manier waarop compassie vaak lijkt te worden uitgelegd: als medelijden, waarbij de associatie met hulpeloos en zielig al snel is gelegd. Eigenlijk is het – zeg ik als (achter)(achter)(klein)zoon van theologen – mooier en beter om over mededogen te spreken. Compassie ligt dan heel dicht bij naastenliefde, solidariteit, omzien naar de ander. Daarmee wordt de relatie ook gelijkwaardig en minder in simpele tegenstellingen als de slimmerd en de sukkel, de rijke en de arme, de geslaagde en de mislukte. Mededogen is meevoelen met de ander, je in hem of haar verplaatsen, je echt verbonden voelen.

Als dat compassie is, past het volgens mij prima in het gedachtegoed van GroenLinks én van het CDA. Wat zou het mooi zijn als compassie helpt om de gure rechtse wind uit het CDA weg te blazen. Wie weet staat dan onverwacht een nieuwe lente voor de deur.

Theo Brand

Theo Brand

Compassie is mededogen met alles wat leeft

Hieronder mijn lezersbrief in dagblad Trouw van 19 januari 2012 (oorspronkelijke versie).

Compassie betekent medelijden, schrijft dagblad Trouw (18 januari) naar aanleiding van een discussie binnen het CDA over dit begrip. Maar een betere vertaling van compassie is mededogen. Mededogen met alles wat leeft, in het bijzonder met wie en wat extra aandacht behoeft. Dat is een noodzakelijke aanvulling op vrijheid en het vormt een nieuwe invulling van de waarden solidariteit en verantwoordelijkheid. Geen wonder dat De Linker Wang – de progressieve beweging voor religie en politiek verbonden met GroenLinks - het begrip al omarmde voordat het CDA erover sprak. Misschien ligt daar ook de politieke gevoeligheid? 

 Theo Brand, Zwolle

dinsdag, 17 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Homotherapie?

Een boeiende dag voor het nadenken over de relatie tussen homoseksualiteit en religie. De (in Amerika wonende) opperrabbijn Ralbag ondertekent een verklaring waarin staat dat homoseksualiteit een ziekte is en in Nederland laait de discussie op over de therapie die Different zou geven om christenhomo’s van hun geaardheid af te helpen. Maar terwijl de Joodse Gemeente Amsterdam onmiddellijk afstand neemt van dit standpunt van de opperrabbijn, springen christelijke organisaties in het gelid om het voor Different op te nemen.

Op twitter en in de media klinken natuurlijk onmiddellijk scherpe woorden tegen religieus fundamentalisme, want dat zou hier aan de orde zijn. Omgekeerd klagen christenen over een seculiere hetze tegen alles wat christelijk is. En er zijn verhalen van cliënten van Different die genuanceerd spreken over de behandeling. Tijd voor een beetje nuance. Is het eigenlijk wel zo erg om therapie aan te bieden voor christenhomo’s die moeite hebben met hun seksuele geaardheid?

Het is wel goed om te beginnen met de constatering dat er over homoseksualiteit nog steeds heel verschillende meningen bestaan. Dat gaat van totale acceptatie tot totale afwijzing. Ook binnen kerken zien we dat hele scala van visies. Het is ook goed om op te merken dat die visies ook geleidelijk in beweging zijn. Zelfs in (christelijke) kringen waar men homoseksualiteit als zonde ziet, heeft men wel meer dan vroeger oog voor de homoseksuele mens. En we moeten erbij bedenken dat in de seculiere wereld homo-acceptatie ook niet vanzelfsprekend is – kijk maar op het voetbalveld. De kritiek op religies vanwege hun ‘homohaat’ is dan ook wel een maatje te groot.

Theologie en psychologie

Different sluit vooral aan bij die kerken – evangelisch en orthodox-protestants – die homoseksualiteit zien als zonde. Of, in een iets ander taalveld, als strijd. Daarbij gebruikt men vaak een theologische en een psychologische redenering. De theologische gaat uit van een paar bijbelteksten waarin seks tussen mannen verboden wordt (vrouwen zijn bijna buiten beeld) en de algemene heteroseksuele teneur van de bijbel en de traditie. Er is weinig oog voor het verschil in tijd en cultuur en de teksten worden een op een vertaald naar het heden, waarbij ook teksten die gaan over seksueel wangedrag worden toegepast op respectvolle liefdesrelaties. Daar richt zich dan ook mijn theologische kritiek op: we doen noch de bijbel, noch de mens recht met deze uitleg. Sterker nog: we gebruiken de bijbel om een minderheid met religieuze middelen te marginaliseren en dat is nu precies waar de bijbel wel heel fel tegen is.

De psychologische redenering gaat ervan uit dat homoseksualiteit geen geaardheid is, maar een stoornis. Daar gebruikt men verschillende woorden voor (handicap, ziekte, scheefgroei), maar de kern is dit: het is geen gewone variatie van de natuur maar een gegroeide afwijking. De meest voorkomende redenen zijn problemen in de relatie met de ouders, seksueel misbruik, eenzaamheid, pesten en dergelijke. Soms kan die scheefgroei met therapie weer worden gecorrigeerd maar in de meeste gevallen moet je leren leven met je gevoelens.  Daarbij is het niet de bedoeling dat je ook kiest voor een ‘homoseksuele levensstijl’; die is immers op grond van de theologische redenering al verboden. Deze psychologische redenering staat volstrekt buiten de wetenschappelijke en therapeutische consensus en valt dan ook in de categorie kwakzalverij.

Wat Different doet

In die wereld opereert Different. Ze bieden begeleiding aan mensen die problemen hebben met hun seksuele gevoelens en/of geloof en die zoeken naar een manier om daarmee om te gaan. Veel cliënten hebben daar baat bij. Dat is niet zo vreemd, want ze vinden eindelijk een gesprekspartner die hun worsteling begrijpt en erkent. In die begeleiding kunnen ze hun schaamte overwinnen, zichzelf leren accepteren, en werken aan problemen uit hun levensloop (die heeft namelijk vrijwel iedereen die wat voor hulp ook zoekt). En ze kunnen in die context ook hun geloofsvragen aan de orde stellen en zichzelf (ondanks hun homoseksualiteit) als gelovige leren accepteren.

Het enige wat ze niet kunnen, is het veranderen van seksuele geaardheid. Onderzoek laat zien dat je wel kunt leren om de kracht van je homoseksuele gevoelens te laten verminderen, maar dat dat vrijwel nooit betekent dat er werkelijk heteroseksuele verlangens ontstaan. Oftewel: je kunt er wat minder homo van worden, maar geen hetero. Dat hoor ik dan ook regelmatig van ex-cliënten: ik ben van een aantal problemen afgekomen, maar niet van mijn homoseksualiteit.

Is het erg?

Is het erg dat Different dit soort therapie aanbiedt? Dat is de vraag. Natuurlijk, er zijn veel meer aparte, vreemde, bizarre en ongegronde therapieën. Zolang het niemand kwaad doet, is het leven en laten leven. En natuurlijk is het waardevol wanneer Different mensen helpt om met hun leven en gevoel om te gaan en pijnpunten uit hun leven aan te pakken. Het probleem is alleen dat de hele benadering en presentatie dat koppelt aan homoseksualiteit. En daarmee houdt Different precies het probleem in stand dat ze zouden moeten helpen oplossen.

Tekenend voor het echte probleem is dat homo’s in orthodox-christelijke kring een verhoogd risico hebben op psychische problemen, tot aan suïcidepogingen toe. Dat heeft alles te maken met de voortdurende boodschap dat je zondig, ziek, of wat dan ook bent. Wanneer ze er vroeger of later niet meer omheen kunnen dat ze homo zijn, zoeken ze (al dan niet gestuurd) hulp bij een organisatie als Different. Dat helpt inderdaad wel om de scherpste kantjes eraf te schuren, maar het blijft homoseksualiteit definiëren als probleem. Different’s hulpverlening is dan ook symptoombestrijding. En dat is uiteindelijk kwalijk. Hoe pastoraal ze het ook verpakken, het blijft indirect bijdragen aan het in stand houden van een homo-onvriendelijk klimaat om vervolgens hulp te bieden aan de slachtoffers daarvan.

Moeten we dat verbieden? Wat mij betreft niet. Maar wel op inhoud en argumenten bestrijden. En goede zorg bieden aan mensen die klem zitten tussen geloof en homoseksualiteit. Niet door als Different homoseksualiteit bij voorbaat af te wijzen en ook niet door als sommige seculiere hulpverleners geloof weg te zetten. Echte hulp betekent dat je mensen helpt om hun eigen weg te vinden.


vrijdag, 30 december 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Liberale dogmatiek

In groenlinks, media, politiek, groenlinks, pluriformiteit, artikel, gemeenten, homo, huis, en meer.

Halverwege oktober kwam tot mijn spijt vanuit GroenLinks een initiatief om gewetensbezwaarde ambtenaren, die geen huwelijk tussen mensen van gelijk geslacht willen afsluiten vanwege hun religie, aan te pakken en op een zijspoor te zetten. Op 14 oktober heb ik onderstaande artikel aan Volkskrant aangeboden maar helaas is het niet geplaatst.

Er blijft maar ophef ontstaan over een handvol ambtenaren die om principiële redenen geen mensen van gelijk geslacht in de echt willen verbinden. Nu dreigt mijn partijgenoot Ineke van Gent weer met een motie tegen de zogenaamde weigerambtenaren, want dat frame is op deze groep mensen geplakt.

Het zijn voornamelijk de zichzelf benoemde liberalen die deze kruistocht voeren, maar wat is het probleem en wat willen ze oplossen?

Is er al een echtpaar dat de afgelopen jaren niet heeft kunnen trouwen op het door hen uitgezochte tijdstip in de door hen uitgezochte plaats? Het antwoord hierop is eenduidig nee.

Deze liberalen willen de vrijheiden collectief opleggen, terwijl ik er toch van overtuigd was dat liberalen individuele vrijheid voorop stellen. Dat laatste wordt niet bedreigd zolang gemeenten garanderen dat iedereen kan trouwen waar en wanneer hij of zij dat wil. En dat is dus ook niet het probleem want die voorwaarden zijn heel helder in de wet beschreven en worden ook door de overgrote meerderheid van de bevolking onderschreven. Dat is toch een groot succes voor iets dat iets meer dan 10 jaar geleden nog niet mocht.

Maar waarom dan toch die, bijna agressieve, methode om met de weigerambtenaar af te rekenen. Persoonlijk denk ik dat het een soort boetedoening is tov homo- en lesbische stellen die in de afgelopen jaren hun huis hebben moeten ontvluchten vanwege straatterreur. Dat fenomeen is namelijk vele malen erger dat ambtenaren die vanwege hun geweten niet zelf een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht willen afsluiten.

Maar die ernstige problematie krijgt politiek en bestuurlijk Nederland maar niet in de greep. Ik snap het ongemak en schaamte die dat voor sommige politici met zich meebrengt maar dat is nog geen reden om oplossingen te verzinnen voor problemen die er niet zijn.

Op die manier verwordt het liberalisme tot een dogmatische stroming die de vrijheid collectief wil opleggen, een grotere contradictie is bijna niet denkbaar.

De kritikasters van deze jacht op gewetensbezwaarde ambtenaren komen tot nu toe vooral uit religieuze en conservatieve hoek. Het wordt tijd dat èchte liberalen oprecht de individuele vrijheid bevechten en niet met oplossingen komen voor problemen die niet bestaan om daarmee iets anders te maskeren.

 

woensdag, 28 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Impressie Pink Christmas Kerstviering

Voor een impressie van de kerstviering (en het begin vanmijn toespraak):

Pink Christmas – Kerkdienst from Arno Ouwejan on Vimeo.

De hele viering is terug te luisteren; toespraak vanaf 36:30


vrijdag, 23 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Kerstboodschap

Toespraak in de kerstviering Pink Christmas, 23.12.2012, Keizersgrachtkerk, Amsterdam

Je hoeft niet bang te zijn
Al gaat de storm tekeer
Leg maar gewoon je hand
In die van onze Heer

Je hoeft niet bang te zijn
Als oorlog komt of pijn
De Heer zal als een muur
Rondom je leven zijn

Ik heb het wel gezongen voor mijn kinderen. Als ze naar bed gingen. Als ze bang waren. Voor de nacht. Voor monsters onder het bed. Of misschien eigenlijk voor wat de komende dag zou gaan brengen. Want angst heeft alles te maken met machten waartegen je niet opgewassen bent.

Zoals Jamey Rodemeyer, een jongen van 14 die dit jaar geen kerst viert. In mei nam hij een ontroerend youtube filmpje op in de serie ‘it gets better’. Hij vertelde hoe hij op school gepest werd omdat hij anders was, homo was. En hij vertelde hoe Lady Gaga zijn grote voorbeeld, zijn grote troost was. In september maakte hij een eind aan zijn leven omdat hij er niet meer tegen kon.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria. Meisje. Een kind nog, uitgehuwelijkt. In Nazaret, ergens in het achterland van Israël. Een bezet land, onderdrukt en uitgebuit door de Romeinen. Hun volkstelling heeft als enige doel om de mensen onder controle te houden. En in dat land een jong meisje.

Je hoeft niet bang te zijn. Makkelijk gezegd als blijkt dat je – ongehuwd en al – zwanger bent. Een schande. Een seksuele schande. Wat zullen de buren wel niet denken? En alle problemen? Ik weet van tienermoeders die daardoor verscheurd raken. Wat moet je met dat kind dat groeit in je buik, dat bij je hoort en tegelijk je leven op zijn kop zet en voor allerlei problemen gaat zorgen? Waar je je voor schaamt en misschien ook blij mee bent? Wat je dwingt om in een klap volwassen te worden… Sexual outcast.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria, want wat er in jou groeit is een cadeautje van God zelf. Vreemd misschien, onbegrepen misschien, afgewezen door anderen misschien, veroordeeld door de kerk misschien (want er is altijd wel een Bijbeltekst te vinden), maar toch – als je het durft te zeggen – een cadeautje van God zelf.

Dinsdagavond vertelt Corné daarover in het programma ‘uit de kast’. Hij is 21 en komt uit de Oud Gereformeerde Gemeente. En hij is homo. Maar hoe vertel je dat je familie? Hoe vertel je over dat wat in je groeit, in je leeft? Hoe kom je over je angst heen?

Van psychologen leren we dat er drie negatieve gevoelens zijn: boos, bang en bedroefd. En in de bijbel kom je ze ook alle drie tegen, maar wel heel verschillend. Boosheid is het handelsmerk van de profeten die ten strijde trekken tegen het onrecht. Je ziet dat bij Jezus die de handelaars uit de tempel wegjaagt. Boosheid geeft energie, vitaliteit, verzet. En dan staat er wel dat je je niet door je boosheid moet laten meeslepen, maar je leest niet dat je niet boos mag zijn.

Verdriet is het geraakt worden door de pijn die het leven ook soms meebrengt. Door de dood bijvoorbeeld en de rouw. Verdriet brengt je heel dicht bij jezelf en soms ook bij anderen. Verdriet gaat vaak over de kern van je leven en daarom roept het ook de troost op. Treur samen met de mensen die treuren, zegt Jezus.

Maar angst is anders. Angst brengt geen energie, vitaliteit of troost. Angst verlamt, verstijft, blokkeert. Door angst verschansen mensen zich en durven ze zich niet meer open te stellen voor de ander, voor het leven.

En daarom klinkt die boodschap, voor Maria en voor de herders: Vrees niet. Je hoeft niet bang te zijn. Je hebt genade gevonden. Genade. Dat betekent: je mag er zijn. Het is goed zoals je bent. Je hoeft niet bang te zijn voor veroordeling, afwijzing, discriminatie, pesten, uitsluiting. Jij mag er zijn. Jij mag jij zijn. Onvoorwaardelijke aanvaarding. Je hoeft niet eerst normaal te worden, je te gedragen als iedereen, je bent geliefd zoals je bent. Genade, dat zijn vriendelijke ogen. Geen monsters onder je bed, geen pesters op school, maar vriendelijke ogen. God bevrijdt, Maria. Zo heet dat. Bevrijd van de angst en de schaamte, van alles wat je aan leeuwen en beren op je weg ziet komen. Vreest niet.

Angst is niet alleen een individuele emotie. Het is ook het kerngevoel van onze cultuur. De westerse samenlevingen voelen zich bedreigd door economische achteruitgang en de komst van vreemdelingen, zo zegt bijvoorbeeld Dominique Moïsi. Terwijl in Azië de hoop domineert en in de Arabische wereld de woede om de vernedering, is het westen vooral bang. En daarom keren we ons in onszelf en worden we minder verdraagzaam. Wat vreemd is, moeten we buitensluiten. Het hoofd onder de dekens.

Het antwoord op angst? Geloof, hoop en liefde. Geloof is vertrouwen, hoop is geloven dat het anders kan. En liefde is de kracht die onze angst doorbreekt. De vriendelijk ogen die ons aankijken en ons aanvaarden. Die ons innerlijke rust geven zodat we de wereld aankunnen. Vrees niet. Maar soms heb je wel een engel nodig om die boodschap echt te horen.


donderdag, 22 december 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Wetenschap en politiek gaan niet samen

In de maatschappij dat zijn wij!, havel, politiek, populisme, belangrijk, beslissingen, de wereld, debat, eerste, en meer.

 

Wetenschap en politiek gaan niet samen. Wat ze gemeen hebben is dat beide in het slop zijn geraakt bij de grote massa. Populisme is in en het antwoord blijft uit. Op een uitzondering na.

Tenslotte gaat het er in de politiek om de gemeenschap te dienen, wat betekent dat het toegepaste ethiek is.” Vaclav Havel in zijn rede ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Harvard Universiteit in 1995.

Politici met grote woorden winnen terrein, degenen die daar tegen met feiten komen, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, voeren een steeds wanhopigere strijd tegen het verlies van stemmen. Jarenlang schoten de debatclubs en –cursussen, waar je leerde elkaar met zo sterk mogelijke feiten om de oren te slaan, als paddenstoelen uit de grond. De nieuwe trend is speechen. Monoloog. Je mening geven op een vlammende manier. En de premier moet tegenwoordig bovenal ‘leiderschap’ tonen.

Ik stel het nog sterker: wetenschap en politiek helpen elkaar om zeep. Het doel van wetenschap is een heel andere dan van politiek. Wetenschap probeert zo meetbaar mogelijk aan te tonen hoe de wereld is, politiek verlangt een visie van hoe de wereld zou  moeten zijn, zo stelt de Rotterdamse cultuursocioloog Houtman. Wat dat betreft is politiek net religie en dat lijkt wereldwijd niet af te nemen. De behoefte aan zingeving is groot. Daarop reageren met feiten is kansloos. Kiezers zitten niet te wachten op feiten: ze willen de weg weten. Een idee, een mening, die staat vast. Wetenschap staat per definitie niet vast.

Ten eerste is wetenschap niet objectief. Populaire onderwerpen waarmee gescoord kan worden, worden vaker onderzocht en onderzoek moet betaald worden en ook hier geldt: wie betaalt, bepaalt. Dit zorgt ervoor dat wetenschap geen solide basis is voor een politiek debat.

Ten tweede is het voor wetenschappers een grote uitdaging elke theorie omver te werpen. Zeker in de sociale wetenschappen is controle van de peergroup enorm. Voor de kwaliteit van de wetenschap is dit uitstekend, maar de argeloze krantenlezer ziet het ene na het andere onderzoek goed onderbouwd afgeserveerd worden. En da’s nou net waar een kiezer niet op zit te wachten. Die wil vertegenwoordigd worden door iemand die weet hoe het zit en niet door iemand die met feiten komt die een dag later obsolete zijn.

Het is de behoefte die Max Weber Gesinnungsethik noemde. Hoe meer men zich een anoniem deel van de maatschappij gaat voelen, hoe groter de behoefte aan ‘gesinnung’, aan zingeving. Elk individu wil gezien worden, individualisme en persoonlijk authenticiteit zijn op het moment heel belangrijk. Tegenover de modernisering en rationalisering van deze tijd staat als tegencultuur de PVV.

Het is terug te vinden in de kunst: films gaan over persoonlijke roem, status en succes. De romantische tegencultuur van de jaren ’60 van een selecte club kunstenaars, filosofen en andere linkse hobbyisten, is doorontwikkeld tot een commercieel succesvolle cultuurindustrie. Lees meer hierover in dit artikel met veel voorbeelden. De romantische cultuurkritiek van de hippie staat nu mateloos populair tegenover de wetenschappelijk-technologische samenleving. Gevoel herkend te worden is veel belangrijker dan feiten.

Wordt politiek dan beter zonder feiten? Politiek is gebaat bij een stevige visie op de lange termijn. We zien in Europa dat vooral wordt geregeerd op basis van de wensen van de toekomstige kiezer en die kan de boel niet overzien. Juist daarom laat hij zich graag vertegenwoordigen. Weber: “politiek bedrijven is net als gaten boren in hard hout: het eist een krachtige hand en veel geduld, hartstocht en evenwichtigheid.”

En over de politicus: “Alleen hij die zeker weet dat hij er niet aan te gronde gaat wanneer de wereld – vanuit zijn standpunt bezien – te dom of te gemeen is voor wat hij haar te bieden heeft, alleen hij die ondanks dat alles kan zeggen ‘en wat dan nog?’ die heeft een roeping voor de politiek.”

Havel tot slot: “Het is bij uitstek een opdracht voor politici. De belangrijkste taak van de huidige generatie van politici is, naar ik meen, niet om zich bij het publiek door de beslissingen die ze nemen of door hun glimlach op de televisie bemind te maken. […] Hun rol is het hun verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de kansen voor onze wereld op lange termijn en zo een voorbeeld te stellen voor de mensen die hen aan het werk zien. Het is hun verantwoordelijkheid onverschrokken vooruit te zien, zonder angst voor de afkeuring van de massa en hun werk te doordrenken met een geestelijke dimensie […]

Havel: de kunstenaar, de filosoof en linkse hobbyist. Hij wist hoe dat zat met politiek. Een grootse staatsbegrafenis komt hem meer dan toe.

 

 

woensdag, 21 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Mens, dier en religie

Verschenen in De Cascade 8(2), opinieblad van stichting Cosmicus

De afgelopen maanden is er veel discussie geweest over het wetsvoorstel dat een einde moet maken aan de onverdoofde rituele slacht. Uiteindelijk stemde de Tweede Kamer in met een bijna volledig verbod. Er kon alleen een uitzondering worden gemaakt als er onafhankelijk bewijs zou zijn dat onverdoofde rituele slacht geen extra dierenleed veroorzaakt. Op het moment dat ik dit schrijf, moet de Eerste Kamer nog beslissen over dit wetsvoorstel. Ik krijg dan ook als Eerste Kamerlid een grote verzameling mails, brieven, documenten, filmpjes en nog meer met de bedoeling mij de ene of de andere kant op te bewegen.

Het is een moeilijke afweging omdat het gaat over dierenwelzijn en godsdienstvrijheid. Daaronder ligt echter nog een andere vraag: hoe denken we over de verhouding tussen mens en dier? Die vraag speelt in religies een belangrijke rol, omdat het daarin gaat over wat nu het eigene is van mens-zijn. En dat eigene wordt duidelijk als we kijken naar het verschil tussen mens en dier en tussen mens en godheid. Daarom zijn er in veel religies ook allerlei regels en taboes die ervoor moeten zorgen dat de mens zich niet gaat gedragen als de dieren en zich ook niet inbeeldt dat hij goddelijk is.

Ideeën over die relatie tussen mens en dier gaan natuurlijk een heel bijzondere rol spelen als het gaat over het doden van dieren. Daarom gelden er in de Joodse godsdienst en de Islam heel precieze regels bij dat doden. In de kern van de zaak hebben die met respect voor het dier te maken. Als je dan toch een dier doodt, zorg er dan voor dat het zo snel en pijnloos mogelijk doodbloedt. Er zijn verschillen tussen de Joodse en Islamitische rituele slacht, maar deze basis van respect speelt bij allebei mee.

Het is daarom ook voor Joden en Moslims een pijnlijke ervaring dat er over hun rituele slachtmethoden gezegd wordt dat die barbaars en dieronvriendelijk zijn. Vanuit hun traditie stond juist zorg voor het dier centraal, en ook het besef dat het niet vanzelfsprekend is dat je een dier, een medeschepsel, van het leven berooft. Ze waren ervan overtuigd dat ze zorgvuldig met dieren omgaan door hen volgens hun religieuze regels te doden. En dan opeens zo’n verwijt…

Het verwijt doet des te meer pijn omdat de gewone industriële manier waarop we in Nederland met dieren omgaan ver afstaat van datzelfde respect. Jaarlijks worden er 500 miljoen dieren gekweekt en geslacht. Opgesloten, verminkt, van hot naar her gesleept en gedood. Hier zijn dieren niet in de eerste plaats levende wezens, medeschepselen, maar producten in een economisch proces. Natuurlijk zijn er volop boeren met hart voor hun dieren, maar we zijn toch ver verwijderd geraakt van de klassieke boerderij waar mens en dier samen leefden.

Drie visies

Eigenlijk zijn er vandaag de dag drie fundamenteel verschillende visies op de relatie tussen mens en dier. De eerste, die we bij sommige dierenactivisten vinden, ziet mens en dier als gelijkwaardig. Eigenlijk zijn mensen natuurlijk ook dieren, en met elkaar maken we deel uit van het totale ecosysteem. Er is eigenlijk geen reden waarom de mens zomaar over het leven van dieren zou mogen beschikken. Vaak leidt dit tot een keuze voor vegetarisch leven, of zelfs veganistisch: geen enkel dierlijk materiaal wordt gebruikt, ook geen wol of melk. Het is een nobele visie, maar natuurlijk zitten er grenzen aan. Er is nu eenmaal ook verschil tussen mensen, apen, koeien, ratten, kikkers, wespen, enzovoorts. Bijna niemand beweert dat alle dieren op dezelfde manier ons respect en bescherming verdienen en dus niet gedood mogen worden. De vraag is alleen waar we de grens trekken.

De tweede visie is er een van industriële omgang met dieren. Hier zijn dieren vooral productiemiddelen die zo efficiënt mogelijk moeten worden ingezet voor de productie van vlees, melk, eieren. Zorg voor de dieren is hier vooral ingegeven door de wens te voorkomen dat dieren ziek worden en dus meer gaan kosten. Veel consumenten gaan eigenlijk ook zo met dieren om. Ze houden enorm van hun huisdieren, die soms bijna als kinderen voor hen zijn. Maar het lapje vlees moet vooral onherkenbaar zijn, een industrieel product waaraan je niet meer kunt zien dat het een levend wezen was. Het dier is een ding.

Tussen die twee uitersten – het dier als gelijkwaardig aan de mens en het dier als ding – staat de derde visie die vindt dat de mens verantwoordelijk is voor deze wereld en dus ook voor de dieren. Bij deze visie, die we ook in veel religies herkennen, mag de mens op zich beschikken over dieren, maar moet de mens er ook voor zorgen dat dieren een goed leven hebben. Het doden van een dier moet dan ook met respect gebeuren en zoveel mogelijk leed vermijden. Maar ook hier zitten grenzen aan, want de manier waarop dieren elkaar doden, is vaak minstens zo gruwelijk, en dan laten we de natuur zijn gang gaan.

Kan het beter?

Waarschijnlijk zullen de meeste mensen het wel ongeveer met de derde visie eens zijn. We vullen het steeds net een beetje anders in, maar er lijkt consensus dat dieren geen mensen en geen dingen zijn en dat respect de basis voor de omgang moet zijn. Als dat zo is, dan is er dus ook alle reden om kritisch te zijn op alle situaties waar dat respect in het geding is. Bijvoorbeeld in de industriële veehouderij met haar megastallen en massale slacht. Maar ook in de rituele slachtpraktijk is heel veel te verbeteren. Vele eeuwen geleden koos men voor een bepaalde manier van slachten omdat dat de meest zorgvuldige en diervriendelijke manier was. Maar dat was wel ‘met de kennis van toen’. Het kan geen kwaad om vandaag de dag opnieuw na te denken over de vraag hoe we zorgvuldig met dieren omgaan als we ze doden.

Wat dat betreft, hoop ik dan ook dat de discussie over het verbieden van de onverdoofde rituele slacht Moslims en Joden aan het denken zet. Bij de huidige discussie komt de nodige polarisatie mee. Het lijkt me ook moeilijk die te vermijden, want de gevoelens gaan diep en de gevolgen zijn groot. Bij voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel gaan de hakken dan ook in het zand en dat leidt tot soms onaangename discussies. Maar als de rook is opgetrokken en een definitief besluit is genomen (welk besluit ook), staan de samenleving als geheel en de religieuze gemeenschappen in het bijzonder voor de vraag welke stappen we kunnen zetten om dierenwelzijn te bevorderen. Want kennelijk is dat het doel van de dierenbeschermers zowel als van degenen die de rituele slacht verdedigen.

Als het stof is neergedaald, kunnen de dierenbeschermers hun aandacht richten op de omgang met productiedieren en hopelijk krijgen ze daar dan ook kamermeerderheden voor (al moet ik zeggen dat ik niet heel erg hoopvol ben op dit punt). En als het stof is neergedaald, kunnen Joden en Moslims stappen gaan zetten om hun rituele slachtpraktijk te verbeteren. De teelt en aanvoer van dieren, de bejegening, de zorgvuldigheid bij het slachten, er zijn zeker punten van verbetering te vinden. En ook kan de discussie gevoerd worden of er vormen van verdoving zijn die aansluiten bij de intenties van de geloofsregels. Ook religieuze tradities blijven namelijk altijd in beweging. Het kan ook van religieuze wijsheid getuigen om oude tradities nog eens kritisch te bekijken.

De kunst zal zijn om niet te blijven steken in de polarisatie en makkelijke vijandbeelden, maar constructief te kijken hoe we dierenwelzijn kunnen verbeteren in zowel de industriële als de rituele slacht. Want over die intentie zijn we het kennelijk eens. Als dierenwelzijn doel is van dierenbeschermers en religieuze gemeenschappen, dan moet er een constructief gesprek mogelijk zijn.


vrijdag, 16 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Na de commissie Deetman…

In religie, seksueel misbruik, december, eerste, geweld, hulp, hulpverlening, kant, kerk, en meer.

Nu de commissie Deetman haar rapport heeft uitgebracht – 1400 bladzijden die ik nog niet gelezen heb – is het goed om enkele kritische vragen op een rijtje te zetten. Over de commissie zelf, over de uitkomsten van het onderzoek en over de reactie van de kerkelijk verantwoordelijken.

Zo’n anderhalf jaar geleden kwamen de berichten over grootschalig seksueel misbruik op rooms-katholieke internaten naar buiten. Heel verrassend was dat niet, want het was uit andere landen al bekend. In navolging van die andere landen en onder druk van de publieke opinie besloot de kerk een commissie in te stellen onder leiding van Wim Deetman die dat tot op de bodem zou uitzoeken.

De commissie

Ik schreef daar op 17 maart 2010 over dat het echte probleem niet in het celibaat ligt, maar dieper verankerd is in het systeem van de kerk: “Centraal in de misbruikaffaire is het hele systeem waarin toezicht en openheid ontbraken, waarin misbruikincidenten werden toegedekt of verzwegen en waarin daders eenvoudigweg werden overgeplaatst.”

Toen Deetman zijn onderzoeksopzet presenteerde, vroeg ik op 8 mei 2010 aandacht voor “inzicht in de verschillende typen daders en hoe die zich verhouden tot het systeem.” Ik was en ben blij met de breedte en de grondigheid van het onderzoek. Ik ben ook opnieuw bevestigd dat Deetman vaak een goede pastorale toon weet te treffen. Mijn vragen over de deskundigheid van de commissie zijn niet helemaal beantwoord, maar de presentatie van het rapport geeft wel vertrouwen in de kwaliteit.

Bij het eerste deelrapport (over de hulp aan slachtoffers) was ik teleurgesteld. Op 11 december 2010 schreef ik dan ook dat Deetman alles zo bestuurlijk had aangepakt dat de behoeften van slachtoffers buiten beeld raakten. Dat leek me kwalijk voor het vertrouwen in de commissie en daarom ook in de kerk. Met zijn eindrapport blijkt Deetman veel vertrouwen te hebben herwonnen, zeker ook omdat hij de kerk al een tijdje zeer kritisch oproept echt gehoor te geven aan de slachtoffers.

Anders dan sommige anderen heb ik nooit zo getwijfeld aan de onafhankelijkheid van de commissie. Ik vind het zelfs van belang dat de kerk zijn verantwoordelijkheid nam en opdracht gaf tot dit onderzoek. Die onafhankelijkheid lijkt nu ook buiten kijf, zeg ik met natuurlijk de nodige slagen om de arm.

De uitkomsten

Wat heeft de commissie Deetman opgeleverd aan nieuwe inzichten? Het meest in het oog springen de aantallen. Enige tienduizenden gevallen van misbruik, waarvan enkele duizenden ernstig. Rond de 10 % van alle Nederlanders boven de 40 is in de jeugd op ongewenste wijze seksueel benaderd buiten het gezin. Onder rooms-katholieken ligt dat percentage iets hoger, maar dat heeft vermoedelijk vooral andere dan kerkelijke redenen. Wel is er een groot verschil tussen kinderen in instellingen en daarbuiten: op instellingen liepen kinderen een twee keer zo hoog risico. Daarbij was er geen verschil tussen rooms-katholieke en andere instellingen. Uit de feitelijke meldingen zijn 800 plegers te identificeren, waarvan er nog ruim 100 in leven zijn. Overigens is het aandeel van geestelijken onder de plegers niet hoog te noemen. Daarnaast weten we dat nog steeds jaarlijks 100.000 kinderen slachtoffers worden van seksueel, lichamelijk en psychisch geweld.

Het zijn schokkende aantallen, maar ze wijken niet wezenlijk af van wat we al wisten over seksueel misbruik. Dat komt – erg genoeg – veel vaker voor dan we willen weten of kunnen verdragen. En dat het in autoritaire situaties als internaten nog vaker voorkomt, verbaast ook niet in het licht van internationaal onderzoek. Het mag ook niet de aandacht afleiden van de hoge aantallen slachtoffers van seksueel en lichamelijk geweld binnen gezinnen. Dat is het meest schokkende: dat het zo wijdverbreid is.

Kerkelijke reacties

Het meest onthullend en onthutsend lijkt het rapport waar het zichtbaar maakt hoe bisschoppen en andere kerkleiders reageerden op signalen van seksueel misbruik. Tot heel kort geleden suggereerden ze naar buiten toe dat ze er eigenlijk weinig of niets van wisten. “Wir haben es nicht gewusst.” Deetman laat zien dat men het wel degelijk kon weten en ook wist. Misschien dacht men dat het om geïsoleerde gevallen ging, of dat het met straf en overplaatsing over zou gaan. Feit is dat men al in de jaren vijftig ruimschoots signalen had en dat er ook in die tijd al misbruikschandalen naar buiten kwamen.

Kenmerkend voor de eerste decennia is het zinnetje in de samenvatting van het rapport: “Bij de ontwikkeling van een bestuurlijke aanpak was in die tijd de individuele pleger het uitgangspunt. Er was geen structurele benadering van de problematiek.” Het was echter ook een structureel probleem, wat blijkt uit het feit dat een aantal plegers ook zelf in hun jeugd slachtoffer was: “Er zijn aanwijzingen dat seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens de eigen kweek wellicht tot de interne kloostercultuur heeft behoord. Wanneer de verantwoordelijke superieuren (waarschijnlijk of zeker) op de hoogte waren van misbruikgevallen, was overplaatsing (eventueel naar het buitenland) één van de meest toegepaste maatregelen. Boete doen, overplaatsing en eventuele behandeling was aantrekkelijker dan uitzetting uit de orde om verlies van leden of een schandaal te voorkomen.”

Sinds de jaren tachtig is de aandacht voor seksueel misbruik sterk toegenomen. Dat geldt ook in de kerk, maar de bisschoppenconferentie heeft niets gedaan met stukken die ook toen al op tafel kwamen en aandacht vroegen voor misbruik van minderjarigen. Men volgde zelfs de regel van het Vaticaan niet dat pedoseksuele plegers uit hun ambt moesten worden gezet. Voor een deel vinden we dit negeren en miskennen ook buiten de kerk, maar de kerkelijke verantwoordelijken hebben heel erg lang de andere kant opgekeken en zich meer zorgen gemaakt om de reputatie van de kerk dan om het welzijn van slachtoffers.

Ik was met dit alles in gedachten erg benieuwd naar de kerkelijke persconferentie. De vertegenwoordigers van de bisschoppen en van de ordes en congregaties reageerden op het rapport. Aanvullend stuurden de laatsten nog een open brief aan de slachtoffers en ook kardinaal Simonis gaf een officiële reactie. Komende zondag zal een brief van de bisschoppen worden voorgelezen in de kerken. Duidelijk klinken woorden van spijt en schaamte, primair over de plegers van het misbruik, maar ook over de verantwoordelijken die tekortschoten. Ook is er bereidheid om hulp te bieden en schadevergoeding, maar vooral ook erkenning voor het aangedane kwaad.

Is het genoeg?

Dat is allemaal van belang, maar het is voorlopig niet genoeg om het vertrouwen te herstellen. Nog steeds ontbreekt de fundamentele zelfkritiek van de kerk. Daar geeft het rapport Deetman overigens wel genoeg bouwstenen voor.

Seksueel misbruik vraagt niet alleen om een potentiële pleger en een potentieel slachtoffer, maar ook om omstandigheden. Om een setting, een systeem dat het risico verhoogde. De visie op ambt en kerk gaf een machtspositie aan de plegers en maakte het problematisch om klachten goed op tafel te krijgen. En de visie op seksualiteit is op zijn best ambivalent te noemen. Van een deel van de plegers moeten we zelfs zeggen dat ze door de kerk gekweekt zijn.

Het is dan ook niet bevredigend om alleen spijt te betuigen en te spreken over de schuld van individuen. Dat is lang genoeg gedaan. Om schoon schip te maken, is een veel zelfkritischer houding nodig. Niet meer de morele gelijkhebberij die de kerk vaak kenmerkt, maar kritisch kijken naar de eigen visie en de mogelijke schadelijke gevolgen daarvan.

Ik zie dat nog niet gebeuren. Ja, de hulpverlening is verbeterd en er worden schadevergoedingen uitgekeerd. De klachtenprocedures en opleiding van priesters verbeteren ook. Maar echte zelfkritiek is helaas nog ver te zoeken. Het blijft dus de vraag hoe veel de rooms-katholieke kerk van het rapport Deetman leert.


Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur”

In de linker wang, d66, marcel duyvestijn, pvda, thijs kleinpaste, agenda, ajax, amsterdam, artikel, en meer.

Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn zijn geen ‘verlichtingsfundamentalisten’

‘Geloven is ook maar een mening’ (de Volkskrant, 7 maart 2011), ‘De gelovige geniet teveel privileges’ (de Volkskrant, 20 juli 2011), de oneliners in artikelen van het duo Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn liegen er niet om. Maar ‘verlichtingsfundamentalisten’, zoals ze soms genoemd worden, dat zijn ze niet: “Wij willen de debat, wij eisen niks!” Wat drijft de heren om het debat over religie zo aan te zwengelen?

“Wat er zo fascinerend is aan religie? Dat het twee gezichten heeft: aan de ene kant is er het lieve en vredige gezicht van religie, aan de andere kant is er iets boosaardigs. Het is een soort Januskop”, zegt Thijs Kleinpaste (22), D66-raadslid in Amsterdam Centrum. Marcel Duyvestijn (41), publicist, columnist en ‘liefdevol lid’ van de PvdA, knikt. “Aan de ene kant is er pracht en praal, maar aan de andere kant kan het ook heel verstikkend zijn.” Zelf zijn de heren niet gelovig, maar ze noemen zichzelf ook geen atheïsten. Humanisten, misschien, al houden ze beiden niet zo van labeltjes.
Maar waar is de fascinatie voor religie, en de neiging om haar invloed te willen inperken vandaan gekomen? Beide heren stellen in ieder geval niet gefrustreerd te zijn. “Ik ben wel eens verliefd geweest op een moslima, maar dat werd niets omdat het niet mocht van Allah”, zegt Duyvestijn, “maar daar heb ik geen trauma aan over gehouden, hoor.” Ook Kleinpaste zegt niet gekneveld te zijn geweest. “Ik kom uit Apeldoorn, het randje van de Bible Belt, waar de SGP 2 zetels heeft en de ChristenUnie 3, maar dat is verder niet bepaald traumatisch”.

Maar wat triggert ze dan wel? Uit het gesprek blijkt dat de heren vooral voor rechtvaardigheid strijden. “Het is gewoonweg niet eerlijk”, zegt Kleinpaste, “dat je, als je je kind naar een religieuze school wilt sturen die 20 kilometer weg is, geld krijgt van de overheid, maar als je ditzelfde wilt doen omdat het een goede school is, dan mag het niet.” Duyvestijn is het hiermee eens: “Geloven is ook maar een mening, laten we er niet meer van maken dan het is”.

Mening of DNA
Toen begin dit jaar een artikel in de Volkskrant verscheen waarvan de strekking ‘Geloven is ook maar een mening’ was, deed dit veel stof opwaaien. Vanuit verschillende kanten klonk commentaar. Niet alleen het Reformatorisch Dagblad en de SGP-Jongeren waren negatief, ook progressieven klommen in de pen. “Ach, het is natuurlijk ook een beetje provocatief gesteld”, zeg Duyvestijn, “maar denk eens rustig na: als geloven geen mening is, dan zeg je dus dat het is aangeboren, dat het in je DNA zit ingebakken, dat is niet zo, toch?” Natuurlijk snappen de heren wel dat religie voor mensen persoonlijk meer is dan een mening, “tuurlijk weten we dat geloven meer waard is dan of je voor Ajax of Feyenoord bent”. Daar heeft de overheid echter niets mee te maken. “De overheid moet religie niet anders behandelen dan bijvoorbeeld de sociaaldemocratie. Als het door mensen is bedacht en opgeschreven is het een overtuing. Die moet je gelijk behandelen.”

Om erachter te komen wat de intenties van gelovigen zelf zijn, hebben Kleinpaste en Duyvestijn afgelopen zomer gesprekken gevoerd met religieuze mensen, “van christenen tot Ahmed Marcouch”. Dit was interessant en leerzaam. Duyvestijn: “Wat mij opvalt is dat heel veel mensen heel bewust met hun religie bezig zijn. Hugo Scherff (lijsttrekker ChristenUnie Amsterdam, red.) noemde de discussie rondom religie voor een gedeelte hersengymnastiek. Dat is interessant.” Naast christenen bezochten de heren ook moslims. Ze bemerkten grote verschillen. “Algemeen gesteld zie je dat christenen meer intellectueel met hun religie omgaan, doordenkers, maar bij moslims is het nog vaker ‘het staat in de Koran, dus is het zo’.” Dit komt volgens de heren doordat de islam (nog) niet door een Reformatie of een Verlichting heen is gegaan. Wel geloven ze dat er iets kan gebeuren. Initiatieven als de Final Fatwa van Tofik Dibi, die opriep tot zelf nadenken, zagen de heren als iets positiefs. “Mensen als Ayaan Hirshi Ali, Ahmed Marcouch of Tofik Dibi zijn heel belangrijk”, vindt Kleinpaste.

“Denk zelf” is een boodschap die Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn graag aan de (religieuze) mens wil meegeven: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur. De mens maakt zelf de keuze.” Zeker als het gaat om de rechten van andere mensen, vinden de heren dat God weinig te zeggen mag hebben. Kleinpaste vertelt over een kerkdienst die hij eens bezocht: “De dominee preekte een uur over dat je met je tong iemand kunt laten branden. Het was puur een pleidooi tegen de vrijheid van meningsuiting, en voor je mond houden. Dat vond ik vrij ernstig.” Ook op de houding van religieuzen op het hete hangijzer homoseksualiteit hebben de heren veel commentaar: “Zelfs veel liberale moslims zeggen dat homoseksualiteit een zonde is, en veel christenen ook. Maar sommige mensen zíjn nu eenmaal homo. Moeten ze daarom worden buitengesloten?” Dit buitensluiten is een ‘manifestatie van het kwaadaardige gezicht van religie’, vindt Kleinpaste, “de andere kant van de mooie saamhorigheid die religie kan brengen.”

Beetje boos
De laatste tijd staat religie weer hoog op de agenda, met name door de discussie over het onverdoofd slachten. Een heel moeilijk, maar interessant onderwerp: “Ik gun het die mensen om aan hun eigen religie vorm te geven”, vindt Duyvestijn. “Maar het dier mag geen onnodig pijn leiden” vindt Kleinpaste. “Of dat echter in dit geval zo is, is de vraag: neurologen vegen de vloer aan met het argument dat dieren pijn hebben”. Het leuke aan deze discussie is echter dat het mensen aan het nadenken kan zetten. Duyvestijn: “Als in de Koran staat dat God vindt dat je zo moet slachten, kun je ook nadenken waaróm hij dat zo zou willen. Deze uitdaging om na te denken is erg goed.” Een uitzondering op de wet voor religieuzen vinden de heren echter niet eerlijk: “Ook hier geldt: gelijke monniken, gelijke klappen.”

Tussen de aansporingen om zelf na te denken, vinden de heren zichzelf geen ‘verlichtingsfundamentalisten’. Marcel Duyvestijn wordt er zelfs een beetje boos van: “Ik ben dat niet! Ik ben open minded, ik sta altijd open voor dialoog. Dat is anders dan een fundamentalist. Wij willen debat, we eisen niks!”

Wat de heren nog willen doen, daar zijn ze nog niet helemaal over uit. Duyvestijn: “Misschien willen we een boek schrijven over onze zoektocht naar God, maar over religie zijn natuurlijk al duizenden boeken geschreven.”

Dit stuk verscheen in De Linker Wang (december 2011) en op weblog Nieuw W!J.


Theo Brand

Theo Brand

Redactioneel: Onverwachte bondgenoten voor een betere wereld

In politiek, religie, spiritualiteit, groenlinks, islam, kerk, linker wang, maatschappij, analyse, en meer.

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het decembernummer dat vandaag verschijnt. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl  

‘Religie is een veelzijdig fenomeen. Wat verdient kritiek en wat ondersteuning? En welke inspiratiebronnen kunnen bijdragen aan duurzaamheid, vrede, gerechtigheid en compassie?’ Deze tekst staat te lezen op de startpagina van de vernieuwde website van De Linker Wang.

Niet alleen de site is nieuw, ook wat de beweging en het tijdschrift willen uitstralen. Religieuze inspiratie voor maatschappij en politiek wordt binnen De Linker Wang van oudsher op waarde geschat. Daarbij kan de ene levensbeschouwing niet zomaar boven de andere worden geplaatst. Dat laatste past ook niet bij een doorbraakpartij als GroenLinks, de partij waaraan De Linker Wang verbonden is. Het gaat – zoals in dit nummer bepleit door Manuela Kalsky (pagina 4–5) - om respectvolle verscheidenheid en het verbinden van verschillen.

Duurzaamheid, vrede, gerechtigheid en compassie zijn hierbij fundamentele kernwaarden. IJkpunten waarop religieuze instituten, politieke bewegingen en machthebbers beoordeeld moeten kunnen worden. Zo krijgt godsdienstkritiek vanuit De Linker Wang gaandeweg een meer expliciete plaats die past bij linkse politiek.

Overigens sluit dat geenszins uit dat je geen vraagtekens kunt plaatsen bij sommige vormen van religiekritiek, zoals blijkt uit het artikel van Erica Meijers (pagina 22-24). Zij signaleert een nieuwe onverdraagzaamheid bij links ten aanzien van godsdienst en religie. ‘Wie moslims vastpint op een bepaalde, vermeend conservatieve identiteit, zal het door links zo graag gewilde debat over vrouw-, homo- en dieronvriendelijke tendensen in hun geloof niet snel op gang kunnen brengen,’ aldus Meijers.

Wat dat betreft vormt het interview met Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn – publieke pleitbezorgers van het afschaffen van godsdienstvrijheid – een mooi contrast (pagina 20-21). Dat de heren een debat aanzwengelen is winst. Ook de stelling ‘Denk zelf!’ kan niet vaak genoeg herhaald worden. Veel gelovigen doen dat immers te weinig. Wie durft vervolgens de breed gedeelde vooronderstelling dat gelovigen noodzakelijkerwijs minder zelfstandig denken omdat zij religieus zijn, weer kritisch te doordenken? Hoe verklaren we bijvoorbeeld dat secularisatie en individualisering hand in hand gaan met groeiend populisme en afnemende solidariteit? Hoe autonoom is de mens? Zit de maatschappij niet ingewikkelder in elkaar dan we kunnen bevroeden?

Wat dat betreft is de analyse van Hendro Munsterman ‘Vaticaan als bondgenoot van GroenLinks’ (pagina 18-19) heerlijk tegendraads. Een instituut dat zelf niet zo soepeltjes omgaat met macht, kritiek en vernieuwing van onderaf, vormt zelf juist een gezonde kritische factor ten opzichte van de grote economische machten in de wereld. Zo hangt de werkelijkheid van ongerijmdheden en verrassingen aan elkaar. Durven we niet alleen te kijken maar ook te zien? Niet alleen te horen maar ook te luisteren? Openheid en verwondering maken mensen onverwacht tot bondgenoten en maken soms ongekend positieve krachten los.


donderdag, 15 december 2011

John Jorna

John Jorna

Verbod op onverdoofd slachten

PRIMITIEVE RELIGIES

De Eerste Kamer was zeer kritisch over het initiatief wetsontwerp met een verbod op onverdoofd slachten, ingediend door Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. Dat men zich inspant voor meer dierenwelzijn vind ik persoonlijk prima, maar het mensenwelzijn moet daarbij niet uit het oog worden verloren. Onze Marijke Vos sprak met afschuw over wat zij gezien had in een slachthuis waar kosher geslacht werd en een ander waar halal geslacht werd. Maar over de geestelijke pijn van Joden en Moslims hoorde ik geen woord.

Nu is slachten voor mensen, die er niet aan gewend zijn inderdaad geen prettig gezicht. Het tekent alleen maar weer hoever de moderne mens met een stedelijk leefpatroon verwijderd is geraakt van de praktijk van de voedselproductie. Minder dan een eeuw geleden kwam de huisslacht nog veel voor en de plaatselijke slager (=slachter) had zijn eigen slachterij aan huis. Op elke boerderij, maar ook bij veel landarbeiders en ook bij andere arbeiders op het geïndustrialiseerde platteland werd in het varkenskot een varken gemest. Een keer per jaar kwam de slachter. Het bloed werd zorgvuldig opgevangen om er bloedworst of balkenbrij mee te maken. Voor het hele gezin was het een feestelijke dag. Een mooi stuk vlees ging naar de pastoor of de dominee en ook de bovenmeester profiteerde mee. Bij de toenmalige schamele salarissen was dat maar goed ook. Over verdoving heb ik nooit wat gehoord. De buren van een slager hoorden vaak genoeg het gekrijs van de beesten en waren er aan gewend. Het was allemaal vanzelfsprekend. Voor de vegetariër van vandaag echter een afschuwelijke praktijk.

Toch waren de mensen van toen niet wreder dan wat in de natuur gewoon is. Dieren vormen de prooi van roofdieren. Ik moet zeggen, dat ik er slecht tegen kan als een van de vele katten achter de merels aan zit. Ik vind het prachtig op een mooie zomeravond zittend in de tuin naar het gezang van een merel te luisteren. Maar kattenliefhebbers vinden het doodnormaal als hun kat de zoveelste dode merel aan hun voeten deponeert. Hoeveel dierenliefhebbers kunnen niet genieten van die prachtige natuurfilms op Animal Planet, waar een luipaard of jaguar een jonge antilope achtervolgt, doodt en verslindt? Roofdieren zijn ook zeer inspirerend voor de mens. Een merk sportauto heet niet toevallig Jaguar. De Duitsers noemden hun tanks Tiger en Leopard. Sommige mensen zijn helemaal weg van vechthonden, ontlenen er zelfs status aan.

Zo bezien is de grote aandacht voor dierenwelzijn en de keus voor vegetarisch voedsel of veganisme een breuk binnen onze cultuur. Voor steeds meer mensen wordt het dier op gelijke hoogte gesteld als de mens. Het lijkt of het dier weer als een God vereerd wordt, zoals het Gouden Kalf bij de Israëlieten in de woestijn of de kat bij de Egyptenaren. Wordt dierenliefde een nieuwe religie?

Wat mij opviel in de bijdrage van Marijke Vos bij het debat in de Eerste Kamer was, dat weliswaar aandacht werd besteed aan de Vrijheid van godsdienst, maar in het geheel geen aandacht werd besteed aan het geestelijk welzijn van onze Islamitische en Joodse medeburgers. De moderne seculiere mens lijkt niet meer in staat zich echt in te leven in religieuze gevoelens en overtuigingen. Hij kan er alleen maar in veroordelende zin over denken. Het is allemaal zo primitief en achterlijk en onvrij en het veroorzaakt zoveel ellende in de wereld als godsdienstoorlogen en terrorisme en kindermisbruik. Eigenlijk is alle ellende in de wereld aan de godsdiensten te wijten. Het is helemaal niet moeilijk mensen tot zo’n vijandbeeld te brengen.

Ik was, denk ik vijf jaar. Ik zat bij de nonnen op de kleuterschool. Het was de tijd voor Pasen en de zuster vertelde over die boze Joden, die de lieve Jezus aan het kruis hadden geslagen. Kleine Johnnie was vreselijk boos en vooral op de Joodse buren. Hij schold ze uit voor alles wat lelijk was. Ze begrepen er niets van. Mijn ouders moesten en de buren en mij heel wat uitleggen. Niet veel later begon de Tweede Wereldoorlog en ook die buren werden weggevoerd en zijn niet terug gekomen.

De regels, die voor Joden gelden verwijzen naar het slachten van de offerdieren in de tempel, het huis van Jahweh.  Een verbod treft onze Joodse buren in het hart van hun religie. Ze voelen zich niet meer erkend door ons als wij tornen aan hun diepste overtuiging en ze voelen zich bedreigd, want wat komt er straks nog meer. De geestelijke pijn is niet te verdragen.

Maar daar staat tegenover, wat doe je de dieren aan? Bloederige beelden worden getoond. Afschuwelijk! Opeens moest ik denken aan de terechte verontwaardiging als anti-abortus-activisten met bloederige beelden van de abortuspraktijk komen. Als je als voorstander van de mogelijkheid van abortus zo als een afschuwelijke wreedaard wordt neergezet, dan wordt je terecht boos. Zetten mensen met kritiek op het onverdoofd slachten hun Joodse en Islamitische medeburgers ook zo neer als wreedaards? Zou dat diezelfde pijn veroorzaken?

Misschien schort het ons aan empathisch vermogen om je in te leven in mensen met voor ons onbekende en vreemde gebruiken. Zou in gesprek gaan met elkaar en samen naar oplossingen zoeken geen betere oplossing zijn ook ten gunste van het dierenwelzijn en dan wat los komen van eigen dogma’s aan beide kanten?

Jaargang 4, Nr. 193.

dinsdag, 13 december 2011

Het menu: Onverdoofd slachten

In het menu, niet op voorpagina, onverdoofd slachten, religie, vlees, dieren, god, manier, mensen, en meer.
Mensen, houd ermee op. Waarom in naam van allah of de onuitgesprokene zoveel ophef maken over het recht om dieren onverdoofd te slachten. Voor de duidelijkheid: ik begrijp niets van religie. Religie is achterhaald. Steeds meer mensen genieten gedegen onderwijs en leren zelf na te denken. Ze leren over het ontstaan van religie en het nut ervan in vroeger tijden. Ze leren dat god een verzinsel is van de mens die dit nodig had om wetten uit te vaardigen. Naleving van deze wetten beloofde een betere toekomst, in het hiernamaals. Een private aangelegenheid. Wat, als we de goddelijke schakel er tussenuit halen? Als je nadenkt weet je dat je weinig of helemaal geen vlees nodig hebt om in leven te blijven. Laten we afspreken er niet meer van te eten dan noodzakelijk. Dat scheelt dierenleed. En laten we de dieren die er toch aan moeten geloven zodanig slachten dat ze er zo min mogelijk onder lijden. Of dat met een welgeplaatste haal van een vlijmscherp mes is of met een spuitje, daar kan ik het antwoord niet op geven. Ik ben geen dierenarts. Streven we dan niet op een zinvollere manier naar een betere toekomst, voor ons allemaal?

donderdag, 8 december 2011

Maria in je huiskamer?

In opvatting, binnenstad, cda, democratie, discussie, gemeenteraad, historie, openbare ruimte, oppositie, en meer.

Het lijkt erop dat de oppositie in de Bossche gemeenteraad haar zin krijgt. De glasplaat die de middeleeuwse put op de Markt afsluit word vervangen door een puthuis. Niet zo’n lelijk exemplaar als er al eens eerder op de Markt verscheen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw . Nee, nu wordt het ranker en veel smaakvoller, naar een ontwerp van Jan van Eerden, de redder van de Binnendieze, voor wie de stad de spiegel van de kosmos vormt en onze markt vast de navel van het heelal.

Toen de VVD eenmaal overstag ging kon het CDA in populisme natuurlijk niet achterblijven en gelukkig: uit een inderhaast georganiseerde internetenquête bleek – heel verrassend – dat een “meerderheid” een puthuis terugwil. Dit onzalig plan lijkt zo in de volgende raadsvergadering voldoende steun te verwerven.

GroenLinks is voor behoud van onze historische binnenstad, maar tegen het terugbouwen van historie, of het nu stadpoorten, waterputten of het indertijd afgebroken deel van de Citadel betreft. De gemeenteraadsfractie zal dus tegen een nieuw puthuis stemmen en verder haar verlies nemen zoals het hoort in een democratie, zelfs al zijn er eigenlijk indertijd heel andere afspraken gemaakt met de coalitiepartners.

Dat het namaakmiddeleeuws puthuis in het voorstel vergezeld gaat worden door een Mariakapel vind ik pas echt kwalijk. In de openbare ruimte dient de overheid geen religieus symbool te plaatsen, zelfs niet als de stad dat zomaar cadeau krijgt. Na de verbouwing van mijn winkel kreeg ik een fraaie bronzen afbeelding van de Zoete Moeder van Den Bosch ten geschenke. Sindsdien hangt die aan de gevel van Boekhandel Twaalfmorgen aan de Kruisstraat. Maar wat ik als particulier ongestoord mag doen om de aloude route van de Maria-omgang te markeren , dat is de overheid niet toegestaan.

Want de Markt is bij uitstek het plein van en voor alle Bosschenaren en dat dient zo te blijven. In de huiskamer van Den Bosch hoort geen symbool van één enkele religie. De tijd in dat onze stad 99 % van de inwoners rooms-katholiek was (en het Christusbeeld op het Emmaplein haar plaats kreeg) ligt al bijna een eeuw achter ons. Er zijn gelukkig nog roomse Bosschenaren, maar heel veel stadsgenoten hebben tegenwoordig een ander geloof: die zijn moslim, protestant, hindoe of boedhist, Bahai, Soefi of helemaal niks. Het verbaast me heel erg dat in de hele discussie over de combinatie puthuis/Mariakapel tot nu toe aan dit aspect grotendeels wordt voorbijgegaan. En ik verwacht van mijn partij dat ze zich in de raad tegen die kapel met hand en tand verzet.


donderdag, 17 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

In kerk, politiek, religie, spiritualiteit, tolerantie, bijbel, cda, christenunie, duurzaamheid, en meer.

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


woensdag, 16 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

‘Voor het slachtoffer is geen verhaal. Dat vind ik onacceptabel’

In seksueel misbruik, recht, religie, actie, armoede, belangrijk, bezig, claim, cultuur, en meer.

Op een vergadering van de Werkgroep Moderne Theologie met als thema seksueel misbruik sprak Ruard Ganzevoort over theologie uit het perspectief van het slachtoffer. Adrem ondervroeg hem erover. Het leverde een gesprek op over straf, dader en slachtoffer, en de taak van de theologie in de moderne samenleving.

(Interview in Ad Rem, remonstrants maandblad, 22/19, november 2011)

De rol van het slachtoffer bij een strafproces staat de laatste tijd nogal in de belangstelling. Kun je iets zeggen over de recente ontwikkelingen?In de afgelopen tien jaar is geleidelijk aan het slachtofferperspectief een rol gaan spelen in de rechtspraak, bijvoorbeeld dat slachtoffers gehoord kunnen worden door de rechter. Dat is een van de belangrijkste voorbeelden waarbij slachtoffers het gevoel krijgen dat ze gehoord worden. Toch heb ik er gemengde gevoelens over. Met name het laatste jaar lijkt het niet te gaan om het laten horen van de stem van het slachtoffer. Het lijkt eerder te gaan om argumenten voor het steeds strenger straffen van daders. Daar hebben slachtoffers volgens mij niks aan. De vraag wat slachtoffers nodig hebben is een andere dan die of we daders omwille van het slachtoffer zwaarder moeten straffen. Voor slachtoffers ligt de winst niet in de straf, maar in de erkenning van het lijden dat hen is aangedaan.

Nederland is inderdaad de afgelopen jaren strenger gaan straffen. Het blijkt zelfs een van de landen in Europa waar het zwaarst gestraft wordt. Dat vind je geen goede ontwikkeling? Nee, ik vind het dom. Zwaarder straffen helpt niet. Ik ben niet tegen straffen, maar wil je misdaden voorkomen, dan moet je andere dingen doen dan alleen maar straffen. De zaken waar men de zwaarste straffen voor wil, zijn bijvoorbeeld zedenzaken. Die worden terecht ervaren als misdaden die de meeste inbreuk doen op het leven van slachtoffers. Maar juist bij zedenzaken hebben daders in veel gevallen zelf een geschiedenis van slachtofferschap. Door hen alleen aan te spreken op hun daderschap, versterk je alleen hun slachtofferschap. Zo draag je eerder bij aan recidive, dan dat je herhaling voorkomt.

Hoe bedoel je dat? Je ziet het op dit moment bij de discussie over pedofilie. Die discussie is zwaar vertroebeld en heeft kenmerken van een soort heksenjacht. Pedofilie wordt zo gecriminaliseerd dat deze mensen zich in het duister terugtrekken en daarmee des te gevaarlijker worden. Dit is heel onverkwikkelijk. Om te beginnen zijn niet alle pedofielen misbruikers. Het is een aanleg en nog geen daad. Bovendien wordt het merendeel van het seksueel misbruik niet door pedofielen gepleegd, maar door brave huisvaders die incest plegen, door therapeuten, hulpverleners, predikanten, noem maar op. Door zich op dat kleine groepje pedofielen te richten, wil men het grote probleem van seksueel misbruik beheersbaar maken. De enge man in de bosjes is weg, dus nu bestaat het probleem niet meer. Daarmee wordt noch aan slachtoffers, noch aan daders recht gedaan.

Kun je een voorbeeld noemen van een omgang met pedofilie die naar jouw idee meer recht doet aan beide? In Zuid-Afrika is nu een begeleidingsprogramma voor veroordeelde pedoseksuelen met de naam PedoStop. Dat programma heeft een opzet, vergelijkbaar met de Anonieme Alcoholisten. Zij zeggen, ‘wij hebben een gevaarlijke neiging en als we die niet serieus nemen, dan lopen anderen risico. Dus, willen we dat voorkomen, dan moeten wij verantwoordelijkheid nemen voor onze problematiek. En niemand die zo goed de drogredenen en manipulaties van een pedoseksueel kan doorgronden als een pedoseksueel zelf.’ Zulke initiatieven moeten we geloof ik heel sterk ondersteunen en waarderen. Als je dan hier weldenkende mensen hoort beweren dat je het gewoon maar het beste de kop in kan drukken, dan vind ik dat gewoon heel dom.

Als we dan nu de stap maken naar de theologie. Je hebt vorig jaar bij de Werkgroep Moderne Theologie een voordracht gehouden over seksueel misbruik. Je vertelde daar iets over jouw ideeën over het slachtofferperspectief in de theologie. Kun je daar iets meer over vertellen? Waar ik de laatste jaren op dit punt vooral mee bezig ben geweest is de plek van het slachtoffer in de theologie. Wat mij treft, is dat de grote verhalen van de traditie gaan over traumatische ervaringen, terwijl de theologie het daar niet over heeft. Dat vind ik frustrerend. Het verhaal van de exodus in het Oude Testament is een verhaal van jarenlange onderdrukking en uitbuiting. Alleen door een, ik zou haast zeggen, kosmisch terroristische actie vindt de bevrijding plaats. Of in het Nieuwe Testament waar het grote verhaal de kruisiging is. Traumatischer dan dat kan het niet worden voor de betrokkenen en de omstanders. Deze dimensie van traumatisering is op de een of andere manier uit die verhalen gefilterd. Het zijn in plaats daarvan ofwel glorieuze verhalen geworden, of het zijn, als je kijkt naar de orthodoxie, verhalen die verwijzen naar onze zondigheid. Zo worden mensen die slachtoffer zijn niet geactiveerd om hun eigen slachtofferschap te verbinden bijvoorbeeld met dat van Jezus. Er is in de traditie veel gebeurd om de rol van de zondaar te definiëren, maar voor het slachtoffer is er geen verhaal. Dat vind ik onacceptabel. Zoals ik het nu zeg, is het gericht op de orthodoxie, maar in de vrijzinnige theologie is het niet veel beter. Daar wordt gezegd dat er elders in de wereld mensen zijn die het heel erg moeilijk hebben en dat wij mede schuldig zijn door onze rijkdom. Daar ben ik het mee eens, maar het verhaal blijft hetzelfde. Wij zijn nog steeds de daders en anderen het slachtoffer.

Hoe komt het slachtoffer-perspectief dan wel tot zijn recht? Het begint al bij de liturgie. Als we het Onze Vader bidden, bijvoorbeeld, wat betekent dat voor mensen voor wie het woord vader problematisch is? Het komt terug in de manier waarop ik teksten lees. Ik lees primair vanuit de marge en vraag me af: Wie wordt hier buitengesloten? Wie wordt in dit verhaal niet genoemd? Wie mag hier niet zijn? Het gaat erom voortdurend te denken vanuit de vraag: Wat gebeurt er met beschadigde mensen als ze dit verhaal horen? Ik ben er van overtuigd dat als je daar aandacht aan geeft, dat het uiteindelijk voor iedereen heilzaam is. Ik vraag me als het om vergeving gaat als eerste af wat voor theologie van vergeving heilzaam is voor slachtoffers. Vergeving voor daders is ook belangrijk, maar als het niet heilzaam is voor slachtoffers houden we het kwaad in stand.

Wat bedoel je precies met vergeving? Vergeving lijkt een begrip dat sterk verbonden is met een theologie vanuit het dader-perspectief? Vergeving gaat om de keuze wrok te laten varen en te kiezen voor loslaten. Kies ik ervoor om vast te houden aan de daad die onze relatie beschadigd heeft of kies ik voor loslaten met het oog op de toekomst? Voor het slachtoffer is dat belangrijk om uiteindelijk uit de slachtofferrol te komen. Zolang je vasthoudt, ben je slachtoffer, alleen het loslaten doorbreekt dat. Of je het nu vergeving noemt of iets anders, die stap is essentieel.

Op welke manier is deze opvatting van vergeving heilzaam voor zowel het slachtoffer als voor de dader? Ook de dader kan niet in zijn rol van dader blijven steken. Dader en slachtoffer gaan door een parallel proces. Het gaat erom dat er ingegrepen wordt in de relatie, waardoor de relatie anders wordt. Even heel simpel gezegd kleeft aan de daad die de posities gedefinieerd heeft ook altijd een aspect van macht. Slachtofferschap heeft te maken met onmacht, daderschap met meer macht. Om dat te doorbreken moet de dader van zijn troon afkomen, zijn macht neerleggen, op de knieën gaan en om vergeving vragen. Een andere mogelijkheid is dat het slachtoffer afziet van onmacht. Soeverein slachtofferschap: ik kies ervoor om niet langer slachtoffer te zijn. Daarmee ontsla ik de ander impliciet van zijn daderschap, maar of dat aankomt, hangt van de dader af. Er is nog een derde manier. Het slachtoffer kan om allerlei redenen de daad herdefiniëren en zeggen ‘ik ben eigenlijk nooit slachtoffer geweest’. Dan is er weliswaar geen sprake van vergeving, maar het helpt wel bij het loslaten. Daar gaat het uiteindelijk om. Het slachtofferschap is geen ultieme positie. Het is een doorgangspositie, die je alleen te boven kunt komen als je hem eerst serieus neemt. Dat geldt voor daderschap net zo.

Daderschap en slachtofferschap lijken niet altijd zo duidelijk uit elkaar te houden. We leven in een wereld waar wat ik hier doe consequenties kan hebben voor iemand ver weg. Consequenties die ik niet ken. Er is geen zwart-wit onderscheid te maken tussen dader, slachtoffer, en onschuldige. Daar zit onze existentiële spanning. We zijn het uiteindelijk allemaal een beetje. Onze rijkdom is gebaseerd op de armoede elders. Dat wil niet zeggen dat je er niet van mag genieten, maar we dragen slachtofferschap en daderschap met ons mee. Dat helpt ons ook in de verbinding met elkaar. Hoe zal ik ooit begrip hebben voor iemand die een ander beschadigd heeft, als ik mij niet bewust ben van mijn beschadigen van anderen? In mijn beschrijving zet ik het wat tegenover elkaar, maar in de praktijk loopt het door elkaar heen en ben je in bijna elke situatie allebei.

We leven in een tijd waarin de kerken meer en meer in de marge van de samenleving terecht lijken te komen. Heeft deze theologie toch een grotere reikwijdte dan de kerkelijke context? In religieuze tradities zit zo veel wijsheid waar de samenleving behoefte aan heeft. Dat merkte ik bijvoorbeeld toen ik op een studiedag van Bureau Slachtofferhulp sprak over de Middeleeuwse boete- en biechtpraktijk. Die begint met gewetensonderzoek, zo gedetailleerd mogelijk onderscheiden tussen het deel waar ik schuld aan heb en het deel waar ik geen schuld aan heb Dat moet leiden tot oprecht berouw. Dat kun is niet te meten, maar het gaat om het besef, ‘ja, ik ben ten diepste dader, ik ben schuldig.’ Dat is de tweede stap. De derde stap is dat het moet leiden tot een belijdenis bij de mond. Het is niet genoeg om het alleen te voelen, het voor jezelf te houden, of met God in het reine te komen. Wat ik openlijk gedaan heb, moet ook openlijk beleden worden. De vierde stap is de genoegdoening met de daad. Dat kan zijn dat ik de schade betaal, het kan zijn dat ik mijn leven beter en goede werken ga doen. Er moet iets fysiek gebeuren. De balans moet hersteld worden om ruimte te maken voor de vijfde stap: absolutie. Loslaten, nu ben ik geen dader meer, nu ben ik vrij. Het slachtoffer gaat precies dezelfde route af en dat is net zo moeilijk. Gewetensonderzoek: Wat is er eigenlijk gebeurd? Wat was mijn aandeel? Wat is me overkomen? De tweede stap, parallel aan het berouw, is de erkenning. ja, ik ben inderdaad beschadigd. Ik ben slachtoffer gemaakt en getraumatiseerd. De derde stap is dat ik dat moet zeggen. Ik moet mijn stem verheffen en uitspreken dat ik slachtoffer ben. De vierde stap is dat ik uit de patronen stap die bij het slachtofferschap horen. Ik moet mijn leven veranderen, autonomie nemen of misschien wel de genoegdoening van de dader accepteren. Zo komen we bij de vijfde stap, parallel aan de absolutie, het loskomen van het slachtofferschap. De protestanten hebben op een gegeven moment gebroken met deze praktijk. Genoegdoening vonden ze niet meer nodig, want dat heeft Christus al gedaan. Kijk, theologisch is dat allemaal wel mooi, maar het werkt niet. Er moet iets van genoegdoening zijn, anders krijg je goedkope genade. Dit is iets van de wijsheid van eeuwen. Er wordt iets gezegd in religieuze taal over de relatie tussen mens en God, maar tussen mensen in de samenleving werkt het net zo. De therapeuten van Bureau Slachtofferhulp herkenden wat ik vertelde. Ze herkenden hun seculiere werk erin, maar ze begrepen ook waarom je religieuze taal nodig hebt om dit tot uitdrukking te brengen.

Waarom is die religieuze taal nodig? Ik noem het vaak een wijsheidstraditie om het niet exclusief over het transcendente te laten gaan. Wat die traditie toevoegt, is de symbolisering. De symbolische taal van de religie biedt het kader waarin je dit soort dingen kunt zeggen. Het geeft iets van een ultieme horizon . Je kunt het ook in juridische taal zeggen, maar veel mensen missen dan toch iets. Ze willen het niet meteen religieus maken, maar ze ervaren de verbinding met de dieptedimensie van het bestaan als bijzonder waardevol.

Hoe zou je in dit kader de taak van de theologie beschrijven? De theologie is de wetenschap die in staat is dit soort wijsheden op te diepen en vanuit een niet autoritaire, maar juist dienstbare houding ter beschikking te stellen aan de samenleving. Dat wil zeggen, het gaat er niet alleen om dingen uit de traditie te halen en die ter beschikking te stellen. Het gaat er ook om vanuit de hedendaagse situatie die traditie ter discussie te stellen. In die wisselwerking worden beide bevraagd en bekritiseerd. Aan die taak zit een ambachtelijke kant. Theologen zouden in staat moeten zijn de cultuur en de samenleving te lezen, soms te verhelderen, en verbindingen met tradities te leggen. Daar zit dan geen claim of richting in, het gaat erom te snappen wat er gebeurt. Als theoloog kun je dingen naar voren brengen, waar een socioloog niet per se taal voor heeft. Er is echter ook een meer inhoudelijke kant. De theoloog mag zichzelf behartiger van de traditie weten en in missionaire of profetische zin die wereld proberen te beïnvloeden. De grondwaarden van je religie, of je die nu rechtvaardigheid, compassie, zuiverheid, of heiligheid noemt, vertalen in een kritische analyse van de samenleving.

Je bent niet alleen theoloog, maar ook politicus. Hoe verhoudt je taak als theoloog zich tot je rol als politicus? In de discussie over het ritueel slachten bijvoorbeeld probeer ik te verhelderen wat het belang van ritueel slachten is in een bepaalde religieuze traditie. Tegelijk probeer ik duidelijk te maken dat geen enkele traditie onveranderlijk is, maar dat onder druk van maatschappelijke veranderingen ook een religie meebeweegt. Als er een verbod komt op ritueel slachten houdt die religie niet op te bestaan. Dat is de ambachtelijke kant. De inhoudelijke kant komt aan de orde in hetzelfde debat als het gaat om de vraag hoe we omgaan met verschillen tussen mensen. Respecteren we dat de een andere keuzes maakt dan de ander? Respecteren we de normatieve aanspraken die vanuit tradities op mensen afkomen? En met name, wat betekent het dat deze discussie gevoerd wordt over de rug van minderheden? Betekent dat we ongebreidelde vleesproductie laten voortbestaan niet dat we het hedonistische recht op vlees eten kennelijk belangrijker vinden dan het religieuze recht op vlees eten? Daar sta ik voor een liberale religieuze traditie, voor een vrijzinnige theologie. In de politieke arena argumenteer ik niet met religieuze taal, maar mijn stellingname is wel primair ingegeven door mijn religieuze overtuiging.

(Interview door Martijn Junte, oktober 2011, Lid redactie Ad rem, predikant remonstrantse gemeente Eindhoven)

 


dinsdag, 15 november 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

Reactie op halal & koosjer 2.0 door Diar

In activiteiten, belastingen, beleid, beschaving, bezig, buren, cda, china, cultuur, en meer.

Het westen is financieel verzwakt door de explosieve groeiende Moslims te onderhouden.

Hiervan profiteren China en Moslimlanden zelf; de islam is in het centrum van het debat in het Westen, omdat hier grote moslimpopulaties zich enorm verbreiden en heel snel grote steden bedreigen. Vroeger was dit niet het geval. Al zouden we het willen, we kunnen ons moeilijker aan de culturele invloed van de islam onttrekken. Islamitische wangedrag wordt door de blinde politicus als godsdienst beschouwd. CDA, PVDA, D66 en GL steunen Islamitische verbreiding in Nederland. “….kijk naar je omgeving, er zijn enkele homo’s en bejaarden achtergebleven, moeten we ons met deze mensen integreren?”, zegt Imam A. Karim. Deze imam weet heel goed dat er veel Nederlandse politicus achter hem staan…Blijkbaar zit de vijand niet in de woestijnen, deze jihadisten streven ernaar de Europese samenlevingen zo snel mogelijk te ontwrichten. Ongeveer 80% van de activiteiten is gewijd aan de zeer vijandelijke “kafir” en die staat in alle moskeen centraal. De militante islamitische groepen die zich als gematigd manifesteren, vinden steeds meer steun onder de Moslim migranten. Door deze doctrinaire verbreiding zijn er grote spanningen, het opkomend Islamisering in Nederlandse steden, de explosieve opmars van de krachten achter vijfde colonne van 2 miljoen Moslims wordt zeker het verval van de maatschappij. Grote groepen van Turken, Marokkanen en Somaliërs noemen Nederlanders “kafir” . Een moslim is ten strengste verboden om religieuze interactie met een “kafir” hebben, behalve pogingen tot bekering. Volgens de ideologie van de politieke islam, wordt onderscheid gemaakt tussen een moslim en een niet-moslim: de “kafir” die dit stempel krijgt opgedrukt is een Nederlander. Het concept “kafir” heeft dus betrekking op een niet-moslims. Hoe achterlijker deze massa hoe groter de toewijding en het bijhorend fanatisme. In het westen zie je de islam qua macht toenemen, de achilleshiel zijn de imam’s en corrupte politicus. In het westen worden intolerante imam’s met open armen opgevangen. Barbarij, politiek geweld, wreedheid komen nu naar Nederland. Dat is wat de islam ons brengt en niets anders! Tel eens het aantal hoofddoekjes die sinds 8 jaar bijkwamen. Moslims zijn alleen maar “nog” achterlijker geworden. Hoeveel christenen verlaten de kerk en zijn ex-christenen geworden na de komst van deze massa moslims naar Nederland! Vandaag staan ze ten schande omwille van de agressie tegen de dieren in naam van de slachtfeest! Diep triest wat er deze dagen met al die miljoenen dieren gebeurd! Barbaarse massahysterie onder de naam van “offerfeest” en hun achterlijke miljoenen criminelen dienen zich te schamen voor al dit dierenleed!
Het is verrassend hoe veel van in Nederland wonende Moslims, Nederlanders als hun ware vijand noemen. Tijdens offerfeest wordt in veel moskeen over de “kafir’s” gesproken, verbod op de rituele slachting van dieren wordt als argument gebruikt om nog meer Moslims te organiseren. Imams noemen Nederlanders “kafir”. De politieke islam heerst nu ook in Nederland. De Islam is neerbuigend richting het Westen…Ze stromen massaal binnen en geliktijdig noemen ze de Nederlanders hun vijanden, Moslims discrimineren openlijk.
Na de jihadisten succes in Libië, gaat ayatollah Khamenei verder: “Arabische moslims moeten een internationaal islamitisch machtsblok vormen”, de Iraanse leider noemt het westen vanwege politieke en economische malaise zwakker dan ooit.
Dankzij de westerse schurken zijn de Jihadisten van Libië aan de macht gekomen, Tunesië en Egypte krijgen hun enge islamitische regimes op een gevaarlijkere niveau terug. De kern van hele islamitische dictatuur, Saudische dictatuur wordt beschermd door de westerse elite. Als we het hebben over dictatuur, het ontbreken van een grondwet en van rechten voor de vrouwen en de minderheden, dan is het wel dààr waar opgetreden dient te worden. Ideologische bron van alle Arabische dictaturen, de gevaarlijke Islam heerst overal… De islamieten zitten in een positie als een hefboom door hun geografische ligging. Egypte onder de invloed van de Moslim Broederschap, gesteund door de Turkse moslims kan nu toegang krijgen tot de geavanceerde westerse wapens. Controle van Egypte over het Suez-kanaal zou de controle betekenen over de kortste route van Europa naar de Indische Oceaan en een directe invloed op de 1,8 miljoen vaten olie per dag die door het kanaal worden vervoerd.
Islamitische dictatuur molla Khamenei is enthousiast over de politieke veranderingen in Arabische landen. ‘Het lijdt geen twijfel dat ze in ieder islamitisch land zullen leiden tot wat we in Libie hebben gezien.’ De islamieten controleren olievelden, bewapend via Iran gesmokkelde chemische wapens.

Na Egypte zijn er nog Jemen en Somalië. Islamieten kunnen de controle grijpen over het land en een beroep doen op Turkse erkenning en veiligheidsgaranties. Dan zouden de islamieten ook de toegang tot de Straat van Bab el-Mandab beheersen waardoor 4,8 miljoen vaten per dag aan olieopbrengst worden verscheept, en de toegang tot de Rode Zee. Bovendien zouden zij in staat zijn om de Somalische piraten te ondersteunen en kunnen helpen bij het opzetten van een Somalische staat. wat dit betreft is NAVO beleid totaal antiwesters.
Heilige tocht van zwaar geïndoctrineerde moslims naar Europa blijft een vaste job van de Europese schurken. Naast de Turken en Marokkanen stromen ook brutale Somaliërs, Bulgaarse Moslims binnen. Hierdoor het aantal islamitische “gebedsruimtes” en moskeeën groeit nog steeds. Ook zijn gebedsruimtes binnen Nederlandse Universiteiten afgedwongen, evenals gescheiden loketten, taallessen en inburgeringcursussen etc. Er zijn veel Islamitische scholen bijgekomen. Vanaf het begin hebben de moslims veel volkeren overvallen, gekoloniseerd en waar mogelijk geïslamiseerd en hun productiviteit in de vorm van belastingen uitgebuit.
Islam bewijst constant geen godsdienst te zijn maar een onredelijke, onvrije, enge, strenge ideologie, waaruit ontsnappen levensgevaarlijk is. Als we naar alle moslimlanden kijken zien we, vervolging, discriminatie, eenzame opsluiting, moord, verbanning en noem maar op. Bijna alle Arabische landen zitten continue in oorlog met de buurlanden. Turkije zegt openlijk dat alle buren vijanden zijn.
Een moslimvrouw die de hoofddoek draagt, draagt de vlag van de islam. De helft van de bevolking zit gesluierd thuis, de andere helft is 5 maal daags bezig een ernstige hernia op te lopen. Het is de hoofddoek die de maat aangeeft voor het verschil tussen de islam en het westen. De moslimvrouw zegt openlijk dat de westerse beschaving onaanvaardbaar voor haar is, dat ze een ziekte is, een pest voor de mensheid, en dat alleen de islam de mens waardigheid kan geven. Het gevaarlijkste van de Islam is dat als die ideologie de overhand krijgt, alle vooruitgang stopt. Het is tijd om ons heel erg goed voor te bereiden op het allerergste.

De vrijheid als kern van de Europese verlichting bestaat niet in de islam. Europa heeft in een moeizame strijd afscheid genomen van het idee van de almachtigheid van een religie. De niet-moslim is volgens de islam een onvolmaakt mens, kritiek op moslims is verboden en het verlaten van de islam wordt met de dood bestraft. En deze religie hebben we de kans gegeven zich binnen 30 jaar definitief in Europa te vestigen…De strijd tussen het Westen en de Islam is namelijk al heel oud en laait met tussenpozen telkens weer op. Deze strijd vergt bovendien echte offers en leidt tot veel leed, zeker ook aan Westerse kant.
Wanneer er meer moslims zijn, dan niet moslims transformeert een democratie in een theocratie. Islam is de grootste bedreiging voor vrije landen…Deze bezadigde, oude heren vergeten, dat deze Moslims die ze nog steeds binnenhalen een nucleaire wapens worden, ook onder hun voeten. De eeuwenoude indoctrinatie van mensen in de islam zit in hun DNA. Generatie op generatie is geleerd dat islam hun identiteit is. Hun binding met familie, stam en hun verleden. Dat is nog eens iets anders dan fascisme en communisme. Oude garde die zich elite noemt maakt een fatale denkfout door te denken dat islam uiteindelijk zal wegsmelten.
Europese politici hebben bewust de ogen gesloten. Het is juist de islamitische wereld en met name de Turks Islamitische AKP en Arabische Broederschap die het westen niet alleen als een bedreiging ziet, maar juist als een potentiële vijand, waarin maar één antwoord mogelijk: demografische explosie moslims via de baarmoeder, prediking en oproepen tot invoeren van Turkse Arabische cultuur.
Hoe lang mogen Saoedi-Arabië, Turkije, Pakistan, Iran, Marokko en Somalië openlijk de moslims in Europa aansturen?
Dictatoriale moslimlanden hebben door hun oliedollars decennia lang de politiek georganiseerde islam in Europa met veel geld verzorgd, vooral de Moslimbroederschap en AKP componenten Fetullah, rabita, diyanet en Milli Gorus profiteerden daarvan. De directe inmenging van Turkije en Marokko in de lotgevallen van de moslims echter is voor de toekomst nog veel gevaarlijker.
Nederland heeft het recht zijn eigen cultuur te behouden en dient zich niet gedienstig neer te leggen bij middeleeuwse opvattingen die het westen eeuwen terug al heeft overwonnen. Evolutie is vooruitgang dan zet je de klok geen eeuwen terug door lieden te volgen die een verschrikkelijk “systeem” van onderdrukking/onderwerping aanhangen. Zolang Europa niets doet aan de expansie van de moslims/islam hier, zal heel Europa een kruitvat worden. Europese politici die voor Moslims en tegen eigen land zijn, zijn gewoon knettergek en onwetend.

dinsdag, 1 november 2011

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Ik ben een bezem wie zal ik vegen

In zoektermen stats, blog, stats, zoektermen, temperatuur, weblog, belasting, discussie, dronken, en meer.

Liefst 415 bezoekers zochten in juli naar ‘cabaretiers Nederland’ en kwamen op mijn weblog (toen nog met streepje. En werkend) terecht. Ook een revival voor ‘groene thee honing’. De 18 bezoekers die daar naar zochten bleven ook bijna zes minuten hangen. Goede lezers blijkbaar. Ook de 8 bezoekers die naar ‘oorlogskerkhoven’ zochten namen er de tijd voor. Meer dan 14 minuten gemiddeld. Langzame lezers?

De zoekterm over Bas de Jong gaat dit maal over belasting. Niet vermoord dus, maar ook deze combinatie is meestal niet gunstig. In totaal meer dan 1000 zoektermen, de variatie is enorm in juli.

Bijzonder zoektermen in juli 2011:

www.dronkenafrikaan (ik ken de site niet, kan me niet voorstellen dat er zelfs maar per ongeluk een link op mijn site staat)

god hoort uw vloek niet (en daar gaat de discussie juist over. De basis van alle religie is dat je gelooft. Dan geloof je volgens mij automatische dat god die vloek juist wel hoort)

argentijn dronken in tour de france + rijdt verder in verkeerde richting (duidelijk klok en klepel verhaal. Het gaat om Abdel-Kader Zaaf (Wikipedia) een Algerijn, geen Argentijn. Zou dat dezelfde zijn die eerst op Afrikaan zocht?)

bakfiets colombia breukink (nu kan ik me weinig herinneren van het WK destijds in Colombia, maar als Breukink op een bakfiets meedeed, had ik zeker nog geweten.)

bus komt bij verlaten rotonde op andere weghelft wie gaat er voor (hiervoor heb ik toch iets te weinig informatie. Op een andere weghelft is meestal een fout teken. Ik ben bang dat er van voorrang geen sprake meer is.)

goedkope vlucht zomaar ergens heen (dat zou moeten lukken. Als je niet te kieskeurig bent en uit de zoekterm maak ik dat wel op, kun je al een vlucht van een cent vinden)

ik ben een bezem wie zal ik vegen (klinkt als een slechte zin uit een nog slechtere pornofilm. Verdere toelichting laat ik aan uw eigen verbeelding)

kew jaliens vreemdgaat (was dat niet die heel gelovige voetballer? Zou die vreemdgaan en dat dan ook nog op internet zetten?)

met marloes onder de douche origineel (schrijft zanger Rinus zijn nummers niet zelf? Wat een teleurstelling)

oma 80 jaar liedje op melodie van voor naar achter (te beroerd zelf een nummer te schrijven? Dit is wel erg lui)

rum appleton niet lekker (komen er echt mensen met zo’n slechte smaak op mijn weblog?)

sport tieten (ik geloof niet dat die twee veel met elkaar te maken hebben. Op wat uitzonderingen na zijn de meeste sportsters niet bekend vanwege hun tieten, sporters al helemaal niet. Over die uitzonderingen wil ik het overigens best een keer met u hebben)

voetbalschoenen van messi voor kinderen waar kun dat koopen hoe veel kosta (het zijn niet de schoenen die het verschil maken, het ligt er aan wat je met die schoenen doet. Goede schoenen betekent niet dat je een betere voetballer bent. Grammatica ook niet overigens, maar het leest wel een stuk eenvoudiger)

waar ligt de elders (bij de kladden en de filistijnen?)

waarom wisselen spelers tijdens de rust niet van dug-outs (goede vraag. Suggesties?)

wat is de kleur voor februari (wat is de temperatuur van woede, wat is de smaak van dinsdag, hoe groot is de herfst)

elftalfoto ajax 2012 (mooi op tijd. Volgens mij zoek je een half jaar te vroeg)


woensdag, 26 oktober 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Coming out churches

In religie, homoseksualiteit, kerk, belangrijk, bezig, boodschap, discussie, geluk, gelukkig, en meer.

Ik begrijp best dat sommige mensen in de kerk moeite hebben met homoseksualiteit. Het is vreemd voor ze en ze hebben altijd gehoord dat het verkeerd was. Toen ik net predikant was, heb ik ook zitten schipperen tussen een homoseksuele jongeman en de kerkmensen die moeite met hem hadden. Achteraf weet ik dat ik die jongeman daarmee echt te kort heb gedaan. Schipperen betekent uiteindelijk dat je kiest voor de menigte en dat je de eenling in de kou laat staan.

Interview in ‘Coming out churches’, samengesteld door Wielie Elhorst en Tom Mikkers. Zoetermeer: Meinema, 2011.

Toen ik later zelf uit de kast kwam, leidde dat er toe dat ik geen predikant meer kon zijn in de kerk waar ik bij hoorde. Ik vind het nog altijd heel jammer dat het mij niet gelukt is om het gesprek open te houden. Opnieuw was het belangrijkste argument om het niet uit te houden dat ‘de gemeente’ daar nog niet aan toe was. Dat heeft me wel verdriet gedaan, niet alleen voor mijzelf, maar vooral voor homo’s en lesbiennes die daarin een teken zagen dat ze niet echt volwaardig mee konden doen in die kerk. Dat heeft me geraakt, want de centrale boodschap voor mij als predikant was de liefde van God en het recht doen aan kwetsbare mensen.

Adam en Evert

Ik heb het onderwerp kerk en homoseksualiteit een tijdje laten rusten. Maar uiteindelijk heb ik, samen met twee studenten, het boek ‘Adam en Evert’ geschreven. In dit boek gaat het over kerk en homoseksualiteit in orthodox-protestantse en evangelische  kring. Hoe moeilijk is het om elkaar als mensen vast te blijven houden? Dat houdt me bezig. Het gaat niet om een bepaald standpunt over homoseksualiteit. Ik zie mezelf ook niet als homotheoloog. Maar wel snap ik juist als homo en als theoloog waar de spanningen liggen. Eigenlijk proberen we met dit boek mensen te helpen om wat uit de loopgraven te komen en echt met elkaar in gesprek te gaan. Het is heel bijzonder om soms van mensen te horen dat ze met ons boek voor het eerst woorden vonden om elkaar te gaan verstaan. Zo moeilijk is dat kennelijk.

De verschijning van het boek zorgde ervoor dat ik in het land gevraagd werd om inleidingen te verzorgen over dit onderwerp.  Ik merkte dan dat ouders van homoseksuele kinderen een belangrijke pleitbezorger zijn voor meer acceptatie in de kerken van homoseksualiteit. Zij brachten nadrukkelijk naar voren dat ze klem zitten tussen de kerk die homoseksualiteit afwijst en hun wens voor hun kind dat hij of zij gelukkig wordt.  Ouders gunnen hun kinderen geluk en willen uiteindelijk geen massieve kerk die afstand houdt.

Verschuiving

Al zal de ambivalentie over homoseksualiteit in kerken nog wel even blijven bestaan, toch zie ik wel wat verschuiven ook in orthodoxe kringen. Een soort bewustzijn dat ontluikt. Belangrijk is dat we de voor- en tegenstanders elkaar niet al te zwart/wit labelen. Het ligt heel genuanceerd. Natuurlijk zie ik een restauratieve stroming bijvoorbeeld in de Rooms-Katholieke Kerk. Maar ook evangelische groepen in de Protestantse Kerk in Nederland groeien en ook daar wordt homoseksualiteit veroordeeld. Onderschat ook de invloed van migrantenkerken niet. Ook daar wordt homoseksualiteit vaak niet geaccepteerd. Maar tegelijk zijn er in die kerken en in veel andere ook plaatsen waar seksuele diversiteit wel gewoon mag bestaan. Ook in orthodoxe kerken is nu al veel meer openheid en erkenning. Zelfs als men bezwaren heeft tegen homoseksualiteit, begint men wel oog te krijgen voor de ervaringen van homo’s en lesbiennes. Dat is winst.

Genade

Ik zou zelf wensen dat de discussie over homoseksualiteit in kerken niet gaat om de vraag “Wat mogen homo’s?” maar “ Wat betekent het om kerk te zijn?”  Wat moet in de eerste plaats de primaire boodschap van een kerk zijn? Dat heeft volgens mij te maken met God die van iedereen houdt. Dat moet voorop staan.  Als je deze vraag vertaalt naar een lokale situatie, dan gaat het erom hoe je met elkaar een gemeente wilt zijn. Die vraag is interessanter en ook eerlijker. Het kan vruchtbare antwoorden opleveren.  Het begrip Coming Out Church zou eigenlijk niet zo veel met homoseksualiteit te maken hoeven hebben. Het zou over kerken moeten gaan die met hun oorspronkelijk boodschap uit de kast komen. We kunnen in de kerk discussiëren over seksualiteit maar het hoort eigenlijk te gaan over de vraag hoe het heil bij elk van ons is binnengekomen. Voor de meeste mensen – homo en hetero – heeft dat te maken met het gevoel van onvoorwaardelijke acceptatie. En als dat je overkomt, dan is dat louter genade. Ik heb dat ervaren toen ik uit de kast kwam en mezelf mocht zijn. Die genade kan geen kerk me ontzeggen. Inderdaad…eigenlijk ben ik nog een heel gereformeerd jongetje.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Trauma en geestelijke verzorging

In religie, de wereld, discussie, eerste, hulp, invloed, leiden, mensen, press, en meer.

Geestelijke verzorging is een van de disciplines waarin we veelvuldig te maken hebben met getraumatiseerde mensen. Dat geldt voor de geestelijk verzorgers/pastores in de krijgsmacht of bij justitie, maar evenzogoed voor ziekenhuispastores. Ook de gemiddelde predikant of pastor in een lokale geloofsgemeenschap krijgt regelmatig te maken met trauma-verhalen, bijvoorbeeld rond huiselijk en seksueel geweld. Dat roept de vraag op welke rol deze beroepsgroep kan spelen bij de begeleiding van mensen met traumatische ervaringen.

Verschenen in COGISCOPE, november 2011. www.cogis.nl

Eerste en tweedelijnszorg

Het eerste antwoord op die vraag zal zijn dat geestelijk verzorgers net als bijvoorbeeld huisartsen, maatschappelijk werkers en leerkrachten een belangrijke rol kunnen spelen in de signalering van traumatisering. Ze hebben uit de aard van hun functie makkelijk toegang tot grote groepen mensen en kunnen – als ze daarvoor toegerust zijn – op tijd doorverwijzen naar specialistische hulpverlening. De opleiding en nascholing van geestelijk verzorgers geeft daarom ook als het goed is aandacht aan signalen van traumatisering en aan goede procedures voor de doorverwijzing. Een goede geestelijk verzorger weet wanneer er andere en meer specialistische hulp nodig is. Het belang van deze eerste lijn is moeilijk te overschatten. Vaak zoeken mensen pas hulp als ze volledig zijn vastgelopen en als hun overlevingsmechanismen volstrekt falen. Dat kan echter betekenen dat er inmiddels heel wat onnodige extra schade is veroorzaakt, zowel bij de persoon zelf als bij diens directe omgeving. Vroegtijdige signalering is dan ook van groot belang. De geestelijk verzorger is soms in de positie om mensen op weg te helpen ook als ze nog geen duidelijke hulpvraag kunnen formuleren. Daardoor kunnen ze in de eerste (of nulde) lijn een belangrijke rol spelen.

Daarmee is echter niet alles gezegd. De geestelijk verzorger is namelijk niet alleen een eerstelijnswerker met een generalistische kennis van traumatisering. Hij of zij is ook een specialistische tweedelijnswerker als het gaat om de levensbeschouwelijke of zingevingsaspecten van traumatisering. Daar kan de geestelijk verzorger een eigen, aanvullende bijdrage aan de zorg leveren naast andere professionals. Dat speelt niet in elk hulpverleningstraject een nadrukkelijke rol, maar in een aantal gevallen nadrukkelijk wel. Niet voor niets is het veld van traumastudies multidisciplinair, met aandacht voor onder andere neurofysiologische processen, cognitief-psychologische benaderingen en existentiële thema’s. De geestelijk verzorger kan in dit veld een rol spelen als de deskundige op het punt van de existentiële thema’s.

Religie en trauma

Dat juist de geestelijk verzorger deze rol kan spelen, is minder vreemd dan het op het eerste gezicht misschien lijkt. Er bestaat een fundamentele relatie tussen religie en trauma die het waard is explicieter te verkennen. Vanouds heeft religie te maken met de omgang met de weerbarstigheid van het leven, met lijden en onzekerheid, met onmacht en tragiek. De existentiële vragen op dit punt zijn waarschijnlijk de belangrijkste religieuze drijfveer. Tegelijkertijd moet dan gezegd worden dat deze vragen ook de bron zijn van de meest fundamentele kritiek op religies. Religieuze tradities zoeken wegen om om te gaan met deze vragen, maar geen enkel religieus antwoord op de vragen is werkelijk afdoende. Waarschijnlijk kunnen we de religieuze antwoorden beter zien als symboliseringen van de existentiële zoektocht. De professionele taak van de geestelijk verzorger is dan ook niet dat hij of zij ‘de antwoorden’ kan verschaffen, maar veel meer dat hij of zij de wegen kent waarlangs de zoektocht zich afspeelt.

Deze zoektocht naar betekenissen sluit goed aan bij onder meer de traumatheorie van Ronnie Janoff-Bulman (1992). Ook daar gaat het om betekenis en levensverhalen, ofwel om de ‘assumptive worlds’ waarin mensen hun leven leiden en verstaan. Die assumptive worlds worden opgebouwd rond drie fundamentele uitgangspunten: de betekenisvolle samenhangvan de wereld, de goedwillendheid van de ander en de waarde van de eigen persoon. Dat wil zeggen: we gaan ervan uit dat dingen niet zomaar gebeuren maar dat we er een bepaalde logica en samenhang in kunnen ontdekken waardoor we ook kunnen anticiperen op het vervolg. We gaan ervan uit dat de medemens niet uit is op onze ondergang maar over het geheel genomen vertrouwd kan worden. We gaan er ten slotte vanuit dat ons eigen bestaan ertoe doet en niet zomaar inwisselbaar is voor een ander. Om leefbaar te zijn moet ons levensverhaal in elk geval globaal met deze fundamentele assumpties overeenkomen. Bij traumatisering, aldus Janoff-Bulman, is dat niet langer het geval en daardoor valt de existentiële grond onder de voeten weg en hebben we geen woorden meer die de betekenis van ons bestaan kunnen uitdrukken.

De drie assumpties die Janoff-Bulman beschrijft komen opvallend overeen met de drie kernnoties die een rol spelen in het religieuze denken over het lijden. In de christelijke traditie zijn ze onder meer onder woorden gebracht als de almacht van God, de liefde van God en de waarde van elk individueel mens. De almacht heeft direct te maken met de betekenisvolle coherentie: niets gebeurt toevallig, alles valt onder een goddelijke besturing. De liefde is een directe parallel van de goedwillendheid: niet alleen de medemens maar ook God kan vertrouwd worden. En de waarde van het eigen bestaan is in beide lijstjes zelfs identiek. Die parallel geeft aan dat het hier gaat om een psychologisch dan wel religieus geformuleerde levenswijsheid die op verschillende manier vruchtbaar kan worden gemaakt.

De taak van de geestelijk verzorger is, zoals gezegd, mensen begeleiden bij de omgang met levensvragen, met name ook waar de verbinding gelegd wordt met levensbeschouwelijke tradities. Dat betekent dat er niet een dogmatisch antwoord wordt gegeven op de vraag van het lijden, maar dat de drie kernnoties (almacht/coherentie, liefde/goedwillendheid en eigenwaarde) in het gesprek kunnen dienen als de coördinaten van de zoektocht. Het gaat meer om het verhelderen van de existentiële en spirituele vraag dan om het geven van het juiste antwoord.

Existentiële betekenisvragen

Hoe die vraag er precies uitziet, hangt van minstens drie factoren af. Allereerst is er de aard en de inhoud van de traumatiserende gebeurtenis. Natuurrampen en verkeersongelukken raken vooral aan de pool van de betekenisvolle samenhang of (religieus) de almachtsvraag. De vanzelfsprekendheid en begrijpelijkheid van het leven vallen weg en daarmee de bestaanszekerheid. Bij gewelddaden en andere kwaadaardige incidenten gaat het eerder om de goedwillendheid die ter discussie komt te staan. Kun je anderen nog wel vertrouwen? Dat kan zich ook religieus vertalen in de vraag naar het vertrouwen in God, engelen, geesten, enzovoorts. Bij langdurig geweld en doorlopende traumatisering, zoals bij politieke onderdrukking en herhaald seksueel misbruik in het gezin, komt vaak de derde pool centraal te staan: de waarde van het eigen bestaan. Slachtoffers gaan dan vooral twijfelen aan zichzelf en hun ‘recht’ op geluk.

Het is echter niet alleen de gebeurtenis zelf. Ook de levensbeschouwelijke traditie waarin iemand staat, beïnvloedt hoe de existentiële vraag gestalte krijgt. Elke traditie houdt immers ook een voorkeur in voor de ene of de andere pool. In orthodox-christelijke groepen is de almacht van God en dus de betekenisvolle samenhang zo vanzelfsprekend dat vragen vooral bij deze pool kunnen opkomen, maar ook problematisch zijn. Dat kan betekenen dat men zal worstelen met de goedwillendheid of zal twijfelen aan de eigenwaarde. In liberale en humanistische stromingen zijn vertrouwen in de ander en eigenwaarde meer centraal en zal de samenhang/almacht eerder ter discussie komen te staan.

Ten slotte zijn ook iemands persoonlijkheid en psychische structuur van invloed. Wie naar structurering, autoriteit en rationaliteit neigt, zal de pool van betekenisvolle samenhang zwaarder aanzetten en daar mogelijk ook meer mee worstelen. Wie vooral op relationaliteit gericht is, zal eerder op de goedwillendheid focussen. Wie toch al een kwetsbaar zelfbeeld heeft, zal vooral bij die pool uitkomen.

Bij traumatische ervaringen hangt de existentiële en spirituele betekenisgeving af van de wisselwerking tussen de gebeurtenis, de omgeving en traditie en de eigen persoonlijkheid. Anders gezegd: het verhaal dat we kunnen vertellen, zal moeten aansluiten bij de aard van de gebeurtenis, bij het publiek waar we ons verhaal aan vertellen, en bij wie we zelf zijn. In eerste instantie proberen we steeds die betekenisgeving te laten aansluiten bij onze voorkeursposities. Onze persoonlijkheidsstructuur en levensbeschouwelijke traditie zijn reeds gevormd en kleuren de interpretatie van elke nieuwe situatie. Die structuur (en bijvoorbeeld het godsbeeld van mensen) blijken dan ook niet snel te beïnvloeden. Alleen zeer ingrijpende gebeurtenissen dwingen mensen hun voorkeurspositie te verlaten en op zoek te gaan naar nieuwe betekenissen. Dat is de existentiële en spirituele zoektocht waarin geestelijk verzorgers een rol kunnen spelen. Zij zijn immers getraind in het omgaan met de wisselwerking tussen persoonlijke betekenisgeving en levensbeschouwelijke tradities.

Deskundigheid

Natuurlijk moet dit niet geïsoleerd worden. De existentiële en spirituele dimensie verdient aandacht in de traumahulpverlening naast bijvoorbeeld medische, psychiatrische, psychologische, sociale en juridische hulpverlening. Geestelijk verzorgers zouden daarom op zijn minst basiskennis over traumahulpverlening moeten hebben (net zoals voor andere hulpverleners basiskennis over levensbeschouwing belangrijk is). Ze hebben echter het meeste bij te dragen aan een geïntegreerde zorg- en hulpverlening als ze hun eigen deskundigheid op het existentiële en spirituele domein inzetten om mensen te begeleiden bij hun zoektocht. Dan kan de levenswijsheid van oude tradities op niet-dogmatische manier vruchtbaar worden.

Janoff-Bulman, R. (1992) Shattered assumptions. Towards a new psychology of trauma. New York: Free Press.


maandag, 24 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Zaak weigerambtenaren vraagt om een overgangsregeling

In gerechtigheid, politiek, tolerantie, homohuwelijk, weigerambtenaren, linker wang, religie, ambtenaren, artikel, en meer.

Auteurs: Theo Brand en Willem de Gelder (iets bewerkt verschenen in de Volkskrant van 24 oktober 2011).

De ministers Donner en Van Bijsterveldt stelden eerder deze maand dat gemeenten ambtenaren in dienst mogen nemen die geen homoseksuelen willen trouwen. De gemeenten moeten dan wel zorgen dat mensen van het gelijke geslacht met elkaar in het huwelijk kunnen treden door bijvoorbeeld tenminste één trouwambtenaar in dienst te hebben die geen bezwaren heeft. De bewindslieden willen de beslissing om weigerambtenaren aan te stellen bij de afzonderlijke gemeenten laten liggen.

In alle Nederlandse gemeenten kunnen homo’s en lesbo’s met elkaar trouwen. Wat is dan nog het probleem? Het ongerijmde is dat een uitvoerend ambtenaar een andere norm en een smallere interpretatie hanteert van wat het huwelijk inhoudt en voor wie het bedoeld is, dan de nationale wetgever doet op basis van democratische besluitvorming. Die ongerijmdheid moet je niet willen oplossen door elke afzonderlijke gemeente zijn eigen beleid te laten formuleren zoals nu het geval is.

De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde in 2008 dat een gemeente mag weigeren een ambtenaar aan te stellen die alleen hetero’s wil huwen. Dat betekent dat de ene gemeente wel weigerambtenaren in dienst neemt en andere gemeenten juist niet. De situatie is ook  dat gemeenten die nu nog ruimte bieden aan weigerambtenaren, zelfstandig kunnen beslissen dat niet langer te doen. Dat komt de rechtszekerheid van gewetensbezwaarde trouwambtenaren niet ten goede.

Rekening houden met gevoeligheden is een goede zaak, maar wel in de geest van de wet. Een landelijke overgangsregeling verdient daarom de voorkeur. Deze regeling kan bijvoorbeeld inhouden dat vanaf 1 januari 2012 – elf jaar na de openstelling van het huwelijksregister voor stellen van hetzelfde geslacht – geen nieuwe weigerambtenaren meer mogen worden aangenomen terwijl de huidige weigerambtenaren hun termijn mogen volmaken.

De richting is dan helder en alle nieuwe trouwambtenaren hebben zich te voegen naar de wettelijke ruimte die het huwelijk volgens democratische besluitvorming aan mensen biedt. Omdat trouwambtenaar worden een vrije keuze is, worden mensen op basis van deze overgangsregeling niet gedwongen om handelingen te verrichten die zij liever niet doen of die tegen hun geweten in gaan.

Het is niet de individuele ambtenaar die bepaalt voor wie het huwelijk bedoeld is, maar de wetgever die in 2001 het huwelijksregister heeft opengesteld voor mensen van hetzelfde geslacht. Tegelijk verdienen zittende ambtenaren die moeite hebben met deze verandering enige souplesse zonder dat zij plotseling geconfronteerd kunnen worden met nieuwe inzichten van hun eigen gemeenteraad. Een landelijke overgangsregeling zoals in dit artikel voorgesteld, is daarom voor alle betrokkenen de meest solide en ruimhartige oplossing.

Theo Brand (politicoloog) en Willem de Gelder (student politicologie) zijn redacteuren van De Linker Wang, tijdschrift voor religie en politiek verbonden met GroenLinks.


zaterdag, 22 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Redactioneel: Vruchtbare inspiratiebronnen voor linkse politiek

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het oktobernummer dat onlangs verscheen. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl  

Tijdens een ‘verbale bokswedstrijd’ konden GroenLinksers de stelling verdedigen dat hun partij aanleunt tegen D66 of juist verwantschap toont met de SP. ‘Discussie in de tent’ heette het partijweekend waar dit debat enkele jaren geleden plaatsvond. De ludieke strijd was leuk maar riep ook een vraag op: missen we nu niet de kern?

Wie redeneert op een platte politieke as van A naar B vergeet dat er meerdere dimensies zijn, terwijl GroenLinks zich juist kenmerkt door vergezichten en diepere dimensies. Uitgesproken personen, vaak vrouwen en migranten, zetten de toon. Godsdienstcritici en religieus betrokkenen trekken samen op. Wat bindt is de droom van een betere wereld.

Vrijzinnigheid en liberalisme passen bij GroenLinks maar niet als diepste motor. De identiteit van GroenLinks hangt samen met een houding die gericht is op een solidaire, duurzame en vreedzame maatschappij. Hiervoor gepassioneerd zijn om vanuit idealen invloed uit te kunnen oefenen.

In dit nummer van De Linker Wang benadrukt Jolande Sap dat de ideeën van GroenLinks rond WW en ontslagrecht juist sociaal gemotiveerd zijn (pagina 4-6). Ze verdedigt dezelfde maatregelen als Halsema maar de toon is anders. ‘Dat sommigen ons voorstel als té liberaal hebben betiteld, mag opmerkelijk heten,’ zegt Sap.

En over godsdienstvrijheid zegt ze, in navolging van Halsema: ‘Wij maken ons sterk voor geloofsbeleving op eigen voorwaarden en staan pal voor het individuele recht om het eigen geloof te belijden. Tegelijkertijd verzetten we ons tegen gewetensdwang en extremisme uit naam van religie. Het eigene van GroenLinks is dat we voor de beide kanten van dezelfde munt evenveel aandacht hebben.’

De uitdaging voor GroenLinks is om dit evenwichtige standpunt aan te vullen met de boodschap dat levensbeschouwingen – inclusief ‘gelovige tradities’ zoals John Veldman dat verwoordt op pagina 24 – maatschappelijk vruchtbare inspiratiebronnen zijn. Religie en spiritualiteit overstijgen de persoonlijke levenssfeer en kunnen een bondgenoot zijn van progressieve politiek. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat kerkgenootschappen wereldwijd kritisch met regeringen meedenken om geweld zoveel mogelijk te voorkomen (pagina 8-9) en uit de manier waarop Sid Bachrach de joodse geloofstraditie interpreteert en praktiseert (pagina 10-11).

Na twintig jaar wil De Linker Wang dit verhaal over inspiratie, religie en politiek blijven vertellen. Dat vraagt om vernieuwing die onder meer tot uitdrukking komt in de vormgeving van dit tijdschrift. Vormgever Max Prins, die ook de opmaak verzorgt, heeft De Linker Wang een nieuwe jas gegeven die goed past maar voor sommige lezers misschien nog wat onwennig aanvoelt. Laat dit dan vooral onwennigheid zijn die mensen kunnen ervaren als zij zich door de toekomst laten aanspreken. 

Theo Brand, eindredacteur.


maandag, 17 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Wees origineel, ga naar de kerk

In kerk, religie, spiritualiteit, tolerantie, diaconaat, individualisering, jezus, verwondering, vrijzinnigheid, en meer.

Dit artikel is ook gepubliceerd in VolZin, tijdschrift voor zinvol leven (www.volzin.nu) op 14 oktober 2011.

In een huurauto reden we tijdens onze huwelijksreis over het eiland Mauritius. Na een scherpe bocht zagen we ineens honderden vrouwen met jurken en omslagdoeken in allerlei rode tinten. Langs het water en in het riet zaten ze stil, zongen en mediteerden. Het tafereel in de open lucht maakte indruk op ons. Misschien ook omdat het zondagmorgen was. De vrouwen bepaalden ons bij onze eigen ervaringen van verstilling, gebed en het deel uitmaken van een geloofsgemeenschap.

Wat me opviel was een lectuurtafel met tientallen boekjes met titels als The True Path en The Way to Total Satisfaction. Ook cassettebandjes en CD’s werden te koop aangeboden. De vrouw achter de tafel vertelde mij graag over de weg naar God zoals die gepraktiseerd wordt in de beweging Manav Utthan Sewa Samiti, een relatief jonge geestelijke en sociaal-maatschappelijke stroming uit India. Met de immigratie van tienduizenden Hindoes uit India naar Mauritius kwam deze beweging op het eiland terecht.

De vrouw achter de tafel kreeg assistentie. Er was immers een belangstellende bij de lectuurtafel! Al snel ontstond een gesprek. Uit welk land wij kwamen? Uit Nederland, zo vertelde ik. Een boekje kreeg ik toegestopt met achterin adressen van vestigingen en contactpersonen, ook in Nederland. Als ik weer thuis was, kon ik daar prima mijn licht opsteken.   

Het gaf me een warm gevoel. Mensen die oprecht geloven, daar samen gestalte aan geven en ook mij als vreemdeling in geestelijk opzicht het beste gunnen. En dat terwijl ik in Nederland met een grote boog om vergelijkbare – vaak christelijke – lectuurtafels heen loop. Waarom eigenlijk? Want wat is – los van de exotische ambiance en het feit dat het om verschillende religies gaat – nu echt het verschil tussen de ene en de andere lectuurtafel? Vanwaar die weerstand tegen verkondiging als het uit christelijke hoek komt?

Inmiddels zijn we zes jaar verder. Religie, kerk en geloof zijn collectivistisch en leiden tot dwang. Spiritualiteit is daarentegen persoonlijk en bevrijdend. Dat geluid hoor ik althans vaker in Nederland. Ik kan me daar ook wel iets bij voorstellen. Toch ben ik ervan overtuigd dat geloofsgemeenschappen – kerken of moskeeën – een meer genuanceerde beoordeling verdienen dan deze populaire en dominante gedachtegang. 

Zeker in een tijd van secularisatie wordt het horen bij een kerk of moskee steeds meer een bewuste keuze. En misschien is - in tegenstelling tot vroeger - maatschappijkritiek en non-conformisme vandaag de dag eerder binnen de religieuze instituten te vinden dan daarbuiten.

De ontkerkelijking maakt de kerk naar mijn idee minder arrogant, minder vanzelfsprekend en daarmee vaak ook spiritueler. Zoals wij dat in 2005 ervoeren bij de honderden – in rode jurken en omslagdoeken gehulde – vrouwen langs het riviertje op het eiland Mauritius: geen dwang, maar rust en saamhorigheid.

Individualisering is niet aan de kerkleden in Nederland voorbij gegaan. En bij leden van andere godshuizen zal dat niet anders zijn. Dat maakt dat ook mensen in de kerk op zoek zijn naar echtheid, naar beleving, naar wat van waarde is. Ook zij – of juist zij – zoeken naar waar het in het persoonlijke leven én in de wereld echt op aan komt.

Het mooie van een kerk vind ik de gemeenschap: samen maken de kerkbezoekers een kring, staan open voor wat genoemd wordt het mysterie van de Eeuwige, delen brood en wijn, zetten zich in voor mensen – in de stad, het land of de wereld – die hulp nodig hebben. Lief en leed ontmoeten elkaar soms onverwacht en worden in de geloofsgemeenschap samen gevierd en gedragen.

Nu we zes jaar getrouwd zijn, hebben mijn vrouw en ik samen drie jonge kinderen. Alle drie zijn ze gedoopt. Niet primair omdat ze bij ‘de kerk’ moeten horen, maar wel omdat we in onze kerk verhalen horen over hoop, liefde en vertrouwen. Over ‘de Levende’ die met je mee gaat. Die traditie willen we onze kinderen meegeven – terwijl we beseffen dat alle christelijke woorden en rituelen ook maar benaderingen zijn. Maar naar onze diepe  overtuiging wel waardevolle en zinvolle benaderingen die in de loop van vele eeuwen hun kracht hebben bewezen.

De christelijke traditie moet zich niet opsluiten in orthodoxie en heeft alle mensen van goede wil als bondgenoot. Maar de kerk mag tegelijk zelfbewust haar eigen verhaal vertellen. En dat is naar mijn smaak een ander verhaal dan een puur geïndividualiseerde vorm van spiritualiteit. We mogen als mensen een boodschap voor en aan elkaar hebben. En ook een boodschap voor en aan de wereld.

Waar blijf je als christen – maar ook als moslim of hindoe – zonder een wervende uitstraling, zonder missionair elan? Wat is je geloof en je geloofsgemeenschap waard als je niet getuigt van het geloof, de hoop en de liefde die in jou is? En je gunt de mens die op je pad komt – of het nu een vreemdeling is of niet – toch het beste?

Ja, die gun je het beste. Maar moet die ander dan ook jouw godsdienst aanhangen? Dat lijkt mij niet de grootste zorg. Zending en missie gaan altijd hand in hand met dialoog en diaconaat. In beide begrippen zit een stuk wederkerigheid. Waar je God als de afzender van een gebeurtenis tussen mensen beschouwt, daar mogen mensen in alle verwondering en bescheidenheid samen de ontvankelijke partij zijn. 

Wat betekent dit inzicht voor de christelijke kerken in Nederland? ‘Orthodoxie zonder vrijzinnigheid verkrampt, vrijzinnigheid zonder orthodoxie verdampt’, zegt de protestantse theoloog en hoogleraar Ruard Ganzevoort. Christenen mogen bewust leven en werken vanuit de eigen geloofstraditie, maar niet zonder openheid naar de cultuur, de mensen en ook andere religies om hen heen.

De rooms-katholieke bisschop dr. Gerard de Korte brak onlangs in een inspirerende toespraak voor de Protestantse Kerk een lans voor ‘open orthodoxie’. Voor hem is het belijden van de drie-eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest de kern van het christelijk geloof die in alle openheid beleden mag worden.

Deze gedachte en de term ‘open orthodoxie’ spreken me aan. Maar we zouden het ook  ‘vrijzinnige vroomheid’ kunnen noemen. Met God als de ‘Levende die kracht geeft’, waarvan christenen geloven dat deze nauw verbonden is met de radicale humaniteit van Jezus. Samen maakt dat de goede Geest in mensen wakker.

Zo wordt de leer van de drie-eenheid geen christelijke afrastering in een multireligieuze samenleving, maar vooral een doorleefde kwalificatie van hoe menselijk samenleven – in samenhang met de rest van het geschapene – ten diepste bedoeld is.


donderdag, 6 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Ben je relativist of fundamentalist? Geen normen maar waarden!

In politiek, religie, spiritualiteit, bijbel, jezus, jodendom, cda, onderwijs, boeken, en meer.

Het begrip fundamentalisme is rond 1920 ontstaan en had betrekking op behoudende christenen in de Verenigde Staten die protesteerden tegen de evolutietheorie in het onderwijs. Vandaag denken we bij fundamentalisme vooral aan moslims die geweld gebruiken. Zo wordt in de massamedia gesproken over ‘moslimterrorisme’. Een merkwaardig begrip.

Denk aan Noord-Ierland. Was de IRA een vertegenwoordiger van ‘rooms-katholiek terrorisme’? En was het door dominee Paisley gelegitimeerde geweld ‘terrorisme op gereformeerde grondslag’? En gaf de Rote Armee Fraktion in de jaren zeventig in Duitsland uiting aan ‘socialistisch terrorisme’? En recenter: is de Noorse massamoordenaar Anders Breivik een ’christelijk-historische terrorist’?

Hoe absurd het ook klinkt, misschien moeten we dit niet te snel ontkennen. Elk geloof en elke ideologie kent het gevaar te ontsporen. Het kan ons een spiegel voorhouden. Als ideologisch of religieus gedreven mens, balanceer je – als het je tenminste menens is – voortdurend tussen fundamentalisme en relativisme.

Nu kan relativeren beslist geen kwaad. Ook Jezus was een meester in het relativeren (terwijl een groot aantal van zijn volgelingen dat wel eens vergat of vergeet). Jezus relativeerde niet alleen wetten en regels, maar ook het verschil tussen joden en heidenen: de gelovigen en de andersgelovigen in zijn tijd.

Deze kritische (profetische) boodschap – die haaks staat op de menselijke neiging om te denken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ – tref je ook aan in de Joodse Bijbel (voor christenen: het Oude Testament). Daarin wordt in talloos veel verhalen verteld dat juist een buitenstaander (denk aan de prostituee Rachab) of een underdog (denk aan de herdersjongen David) een cruciale rol speelt om toekomst mogelijk te maken. Moraal van het oeroude verhaal: zonder de inbreng van vreemdelingen en rare snuiters geen heil voor ’het volk van God’ en uiteindelijk de hele schepping.

Jezus én de joodse traditie waaruit hij voort is gekomen: de appel valt niet ver van de boom. De les die de joodse en de christelijke traditie ons voorhoudt, vertelt dat we de wereld niet zomaar mogen opdelen in gelovigen versus ongelovigen, in ‘wij’ versus ‘zij’. Het bijbels geïnspireerde geloof dat God (‘de Levende’) onze menselijke fixaties wil openbreken, kan mensen behoeden om fundamentalist te worden, of aanhanger van een politieke leider die alles zwart-wit presenteert. Zo blijft (of wordt) de Bijbel voor mensen een bron van vrede en humaniteit. Misschien moeten juist ook gelovigen zelf veel meer oog krijgen voor deze rode draad van humaniteit en grensoverschrijding in hun heilige boeken.

Worden we daarmee allemaal liberale relativisten? En hoe verstandig is relativisme in een wereld van ongebreideld kapitalisme, ecologische crisis en groeiende private rijkdom die gepaard gaat met publieke armoede? Nee, niet alleen fundamentalisme maar ook relativisme is gevaarlijk: gemakzucht en onverschilligheid die vaak conservatief van aard is (denk aan de dominante stromingen binnen CDA en VVD) maar zich soms ook progressief voordoet.

Voorzichtigheid troef, aangevuld met wat symboolpolitiek om ‘vreemde rituelen van achterlijke gelovigen’ aan te pakken. Dat is de dood in de pot. Daarom zijn passie en compassie zo hard nodig in de politiek. Praat niet langer over normen (nieuwe verboden voor minderheden onder het mom ‘Doe toch eens normaal man’). Nee, bedrijf liever politiek vanuit inspirerende en dieper liggende waarden.  

Als dat gebeurt kunnen relativisten zich weer laten aanspreken door politieke partijen met een herkenbaar politiek fundament. En mensen die vatbaar zijn voor fundamentalisme en xenofobie kunnen hun gevoelens van onbehagen dan hopelijk weer wat relativeren. Niet 150 boerka dragende vrouwen in Nederland zijn het grootste maatschappelijk probleem, wel het feit dat jonge migranten minder kansen hebben op de arbeidsmarkt en dat de aarde opwarmt door CO2-uitstoot. Ja, vooral dát zou niet langer gerelativeerd moeten worden! 

Gooi daarom de joodse en christelijke traditie niet te grabbel zodat populisten als Wilders ermee aan de haal gaan. Of zodat conservatieven – denk aan het CDA - deze waardevolle inspiratiebronnen voor hun eigen politieke karretje spannen. Het ‘geroepen zijn’ om bruggen te bouwen en mee te werken aan de ‘voltooiing van de schepping’ is immers bij uitstek een opdracht voor groene en linkse politiek.


vrijdag, 23 september 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Nationalisme of heil voor de wereld

In politiek, religie, antisemitisme, bijbel, crisis, de wereld, dwars, europa, financiële crisis, en meer.

Column verschenen in Christelijk Weekblad, 22 september 2011.

In tijden van spanning neemt het nationalisme toe. Mensen hebben sowieso al de neiging om naar soortgenoten toe te trekken. We vinden anderen die op ons lijken bij voorbaat aardiger, slimmer, beter dan wie ons vreemd is. Dat heet de etnocentrische reflex. Een reflex: we denken er niet bij na maar zoeken instinctief aansluiting bij de groep waar we het meest mee delen. Of het nu uiterlijk is, kleding, gedrag, religie, of wat dan ook. Waarschijnlijk is het dezelfde neiging die we zien bij kuddedieren. Zebra’s bijvoorbeeld, die het veiligst zijn in de groep soortgenoten omdat dan de leeuwin alleen de massa ziet en niet die ene prooi kan onderscheiden.

Die etnocentrische reflex wordt bij gevaar alleen maar groter. Dan komt het er op aan en dan moeten dus ook de gelederen gesloten worden. Het is dan ook niet zo vreemd dat in de geschiedenis antisemitisme en homofobie vaak hand in hand gaan. Wanneer het economisch moeilijker was of  oorlog dreigde, zocht de spanning in de samenleving een uitweg ten koste van de ‘vreemdeling’. De groepsreflex richt zich tegen wie anders is.

Het is dus ook niet vreemd dat de laatste tien jaar het nationalisme ook in Europa zo gegroeid is. Elf september 2001 werd direct gevolgd door de War on terror met een zwart-wit wereldbeeld, en daaroverheen kwam de wereldwijde onzekerheid van de financiële crisis. Een makkelijke voedingsbodem voor de neiging om ons terug te trekken in de veiligheid van onze eigen soort. Alle problemen die er zijn, worden toegeschreven aan ‘de anderen’. Grenzen worden aangescherpt, muren opgetrokken. In dat klimaat wordt Europa een gevaar en de ‘internationale rechtsorde’ een dwaas idee. In plaats daarvan klinkt de roep om de ‘nationale identiteit’ – wat die ook precies wezen mag – te versterken en te beschermen tegen te veel verwaterende invloeden. Als wij het in Nederland maar voor elkaar hebben en alle vreemde smetten buiten de deur kunnen houden.

Natuurlijk zijn ook in de religie deze neigingen te herkennen, want religie is symbolisch gekristalliseerde levenswijsheid. In alle tradities komen we pogingen tegen om vooral aan de oude patronen vast te houden en zich af te zetten tegen andersdenkenden. Deze radicale stemmen menen dat ze als enige de goddelijke waarheid verstaan hebben en daarom anderen wel moeten veroordelen. En helaas moeten we constateren dat in verschillende stromingen deze stemmen weer de overhand hebben. Conservatieve theologen zijn er vaak goed in om de grenzen scherp te trekken en duidelijk te maken wie er allemaal buiten valt.

Er is echter ook een andere beweging, een die het heil van de hele wereld op het oog heeft. Theologen als Van Ruler schreven lang geleden al dat het God om de hele wereld gaat, en niet alleen om Israël of om de kerk. Als de bijbel zegt dat het volk van God is  uitverkoren tussen alle andere volken, dan betekent dat niet ten koste van alle volken, maar juist omwille van alle volken. Geen enkele reden om de ander uit te sluiten, maar juist om alle ruimte te maken voor de ander, voor de vreemdeling. Dat is onze roeping. Juist die boodschap is vandaag de dag broodnodig, dwars tegen onze etnocentrische reflexen in.

De kernvraag, zowel in de theologie als in de politiek, is wat de horizon van ons denken is. Zijn we uit op het goede leven (‘heil’) voor onze eigen groep en land, of gaat het ons om de wereld als geheel? Zijn we tevreden als we ons eigen hoekje op orde hebben, of beseffen we dat elke oplossing te kort schiet die niet de hele wereld in ogenschouw neemt? Of het nu in theologische taal wordt gezegd of in politieke, de weg van het nationalisme loopt altijd dood. We zijn deel van de wijdere wereld, of we dat nu willen of niet. Nationalisme is de reflex van de angst; onze toekomst ligt in een open houding tot de wereld.


zondag, 18 september 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Een boerkaverbod brengt vrouwen van de ene gevangenis in de andere

Een paar maanden geleden schreeuwde mijn hele (christelijke) omgeving moord en brand: de Tweede Kamer stond namelijk op het punt om in te stemmen met een verbod op onverdoofde slacht, en dit perkte de godsdienstvrijheid van joden en moslims ernstig in. Op dit moment is er in de Tweede Kamer een discussie gaande over het wel of niet instellen van een verbod op boerka’s en hoor ik 80% van Nederland klakkeloos instemmen, waaronder de mensen die een paar maanden geleden een inperking op de godsdienstvrijheid nog zo erg vonden.

Een boerka is ‘vrouwonderdrukkend’, wordt er gezegd; een vrouw geniet immers niet de vrijheid om te bepalen welke kleding zij draagt. Dit is natuurlijk twijfelachtig: immers, waarom zou een vrouw niet zelf kunnen kiezen voor het dragen van een boerka? Deze was oorspronkelijk immers bedoeld ter zelfbescherming: jezelf bedekken voorkomt dat mannen in de verleiding komen om zich aan je te vergrijpen. Daarnaast kan de vrouw het ook zien als een teken van gehoorzaamheid aan God, waardoor een verbod haar dus dwing om een zonde te begaan. Een aantasting van de vrijheid van godsdienst, dus, net als dat het geval was bij het verbod op onverdoofde slacht [1].

Echter, ik kan het me goed voorstellen dat het predicaat ‘vrouwonderdrukkend’ in veel gevallen wél opgaat: dat een vrouw een boerka draagt omdat het moet van haar echtgenoot of vader. Dit vind ik verschrikkelijk, en vind ik inderdaad iets waartegen wij, als Westerse maatschappij, moeten strijden. Een goede vraag die echter gesteld moet worden is wat een verbod in deze strijd eigenlijk uit zou halen. De mening van de echtgenoot of vader basseert hij op de Koran, en deze is voor hem dus goddelijk en heilig en daardoor automatisch belangrijker dan de wetten van de overheid. Als een boerka verboden is, is de implicatie voor zo’n man simpel: zijn vrouw of dochter mag niet in het zicht zijn van andere mannen, en als een boerka verboden is, dan moet ze maar gewoon thuis blijven.

Een boerka is een gevangenis, zei Tofik Dibi eens. Zo zie ik dat ook, maar het boerkaverbod brengt de islamitische vrouw van de ene gevangenis naar de andere. Als ze de boerka vrijwillig droeg, brengt het haar in de gevangenis van het niet (volledig) mogen belijden van haar religie en als ze de boerka onvrijwillig droeg, brengt het haar in de gevangenis van het uit het zicht blijven voor de buitenwereld. Van de regen in de drup.

Wat moeten wij dan wel doen om boerka’s en andere onderdrukkingsmiddelen uit ons land te krijgen? Simpel, nog meer de nadruk leggen op integratie. Moslims moeten weer onderdeel worden van Nederland, in plaats van dat zij de positie hebben van een tweederangs burger die zij op dit moment heeft, en steeds meer krijgt. Een dergelijke positie leidt tot radicalisering, een bekend principe in de psychologie die ik even kort zal uitleggen: als de in-group (hier: moslims in Nederland) wordt bedreigd (wat op dit moment gebeurt door hen als tweederangs burgers te behandelen) leidt dit tot verregaande loyaliteit van haar leden, wat zich uit in een grote nadruk op eigen tradities en gebruiken (hier: het dragen van een boerka). Dit probleem opheffen kan slechts door de in-group te verruimen: moslims moeten zich ‘burger van Nederland’ voelen, in plaats van ‘moslim in Nederland’, zodat de nadruk op de eigen tradities minder wordt. Deze verandering kan slechts plaatsvinden door verregaande integratie, en, misschien nog wel het belangrijkst, een hoop geduld.

Integratie en het gevoel een normaal en geaccepteerd burger te zijn, dát leidt tot de uitbanning van de gevangenis die de boerka heet; een verbod creëert slechts een nieuwe. Daarnaast roep ik op tot consistentie: een boerkaverbod ís een inperking van de vrijheid godsdienst, dus iedereen die met dit argument tegen het verbod op onverdoofde slacht was, dient ook tegen dit voorstel te zijn.

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl:
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/boerkaverbod_brengt_vrouwen_van_de_ene_gevangenis_in_deandere/

UPDATE 21-09: The Guardian bericht dat Franse moslima’s sinds het boerkaverbod allemaal thuis zitten: http://www.guardian.co.uk/world/2011/sep/19/battle-for-the-burqa


[1] Ik vind deze inperking van de vrijheid van godsdienst overigens nog ernstiger dan het verbod op onverdoofde slachts. In het laatste geval kan men immers nog beluisten om noodgedwongen vegetariër te worden omdat religieuze boeken niemand verplichten om vlees te eten, bij het verbod op een boerka wordt het vroom leven de vrouw onmogelijk gemaakt.


maandag, 12 september 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Extremisme voor beginners

In roept u maar, extremisme, links extremisme, radicalisering, rechts extremisme, blog, integratie, joden, moslims, en meer.

Radicalisme was in de jaren 70 van de 20e eeuw minder beladen dan het nu is. We kenden in die tijd zelfs nog een regeringspartij met de naam Politieke Partij Radicalen (PPR).  Tegelijkertijd waren de jaren 70 ook de jaren waarin in Nederland verreweg de meeste dodelijke slachtoffers (ruim 20) vielen als gevolg van terroristische aanslagen.

Toch was er in die tijd nog geen Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCtB), geen nationaal Actieplan Polarisatie en Radicalisering en er werd ook niet met regelmaat bekend gemaakt wat het Actueel Dreigingsniveau was. Er werden geen trainingen gegeven aan bestuurders en politieagenten om polarisatie en radicalisering te herkennen en er was nog geen bataljon aan wetenschappers, kenniscentra en (commerciële) bureaus die zich met het onderwerp bezighielden.

Sinds 11 september 2001, nu 10 jaar geleden, is dat anders.

Meer aandacht voor extremisme
De toegenomen aandacht voor terrorisme is deels te verklaren uit het besef dat de samenleving door technologische vooruitgang en globalisering kwetsbaarder is geworden. Een terrorist met foute en/of handige vrienden zou over biologische, chemische of nucleaire wapens kunnen beschikken. En een handig hackende terrorist zou vitale computersystemen van ons land plat kunnen leggen en bijvoorbeeld in één keer de dijkbewaking, energievoorziening en de verkeersleiding op Schiphol kunnen treffen.

Daarnaast heeft het moderne terrorisme een sterker transnationaal en politiek-religieus karakter gekregen. Dit geldt zeker voor het islamitisch terrorisme, waarvan we sinds 11 september 2001 en de daaropvolgende aanslagen in Madrid, Londen en de moord op Theo van Gogh, weten dat het ook in het westen kan toeslaan.

Met het westen als doelwit, is ieder die een onderdeel hiervan vormt of deze vertegenwoordigt, een mogelijk doelwit van een aanslag geworden. We zijn dus allemaal potentieel slachtoffer geworden. Dit besef is een voedingsbron voor angst, die versterkt is door de War on Terror, uitspraken van radicale moslims van het type sharia4holland en door de internationale ‘Eurabia-beweging’ die in navolging van Bat Ye’or, Gates of Vienna en politici als Geert Wilders waarschuwt voor de islamisering van Europa. Sinds Anders Breivik weten we dat ook deze laatste beweging haar eigen extremisten kan opleveren.

Sinds 2001 wordt de radicalisering van jongeren met meer zorg gevolgd. Uitingen die vroeger misschien nog als folkloristische jeugdcultuur werden bestempeld, worden nu eerder met argusogen bekeken. Soms met reden, maar vaak ook uit onwetendheid. Een orthodoxe salafist wordt dan bijvoorbeeld veel te snel als een gevaar gezien. Een extremistische moslim mag dan vaak orthodox zijn, maar daardoor is het merendeel van de orthodoxe moslims nog niet extremistisch.

Wie zijn extremisten?
Is Geert Wilders extreemrechts? Zijn de organisaties die zich in het proces tegen Wilders als benadeelde partijen hebben gemeld extreemlinks? Of is de salafistische Fawaz Jneid een extremistische moslim? Er zijn mensen die, afhankelijk van hun eigen (politieke) opvattingen één of meerdere van deze vragen met ‘ja’ zullen beantwoorden.

Voor de Nederlandse overheid en de geheime diensten zijn geen van allen extremisten. Van extremisme is pas sprake wanneer democratische waarden en processen worden afgewezen en de eigen ideologie, die als universeel geldend wordt beschouwd, eventueel met geweld aan anderen worden opgelegd. Extremisme is de laatste fase van een radicaliseringsproces. Een extremist maakt gebruik van geweld of dreigt daarmee om de maatschappelijke orde te veranderen. Dat doen Wilders, de partijen die zich in het proces tegen Wilders hebben gemeld als benadeelde partijen en Fawaz niet.

Vormen van extremisme
Er zijn verschillende vormen van extremisme. De bekendste zijn: links extremisme, rechts extremisme, religieus extremisme en het extremisme van dierenactivisten en asielactivisten.

Wie wordt extremist?
Er is geen blauwdruk te geven van een extremist. Het komt onder alle opleidingsniveaus en leeftijdsgroepen voor, maar het meest in de leeftijdsgroep tussen 15 en 30 jaar. Mannen zijn vaker extremist dan vrouw, al is er de laatste jaren sprake van een flink emancipatieproces.

Er worden  in de literatuur heel veel factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op de gevoeligheid van mensen om te radicaliseren. Er valt geen eenduidig beeld te geven van de extremist en er blijken vele wegen te zijn die tot extremistische daden leiden.  Verklarende termen die vaak vallen zijn ‘vervreemding’, ‘identiteit’, ‘isolement’. Factoren die een rol kunnen spelen bij radicalisering zijn bijvoorbeeld:

  • Het gevoel achtergesteld, gemarginaliseerd of ‘niet gezien’ te worden.
  • Teleurgesteld zijn over het leven, over de woonsituatie, het werk en de financiële positie waarin zij  verkeren of de groepen waarmee zij zich sterk verbonden voelen.
  • Kloof met de wereld(en) van volwassenen.
  • Slechte familiale bindingen en een gering democratisch gehalte van het milieu waarin een jongere opgroeit.
  • Geen aansluiting kunnen vinden bij maatschappelijke instituties (overheid, gezin, school, leeftijdsgenoten, kerk/moskee, vrijetijds organisaties).
  • Gevoelens van ervaren onrechtvaardigheid of identificatie met personen of groepen waarvan men vindt dat ze worden achtergesteld of bedreigd. Dit soort gevoelens kunnen worden versterkt door:

o Stigmatisering en discriminatie.
o Beeldvorming in de media;
o Internationale (politieke) situatie.

  • Onvoldoende weerbaar tegen radicale invloeden; bijvoorbeeld door niet over het vermogen te beschikken om alternatieve antwoorden te vinden op vragen van zingeving en ervaren onrecht.
  • Aansluiting vinden bij een (peer)groep, eventueel met een charismatisch leider; afzonderlijke groepen zijn vaak wel met elkaar verbonden in netwerken, maar van een hierarchie is zelden sprake
  • Voor migrantenjongeren kan daarnaast sprake zijn van factoren die voortkomen uit de migratie van hun ouders. De eerste generatie migranten, in Nederland deels analfabeet, blijkt soms niet bij machte hun kinderen te begeleiden in een geïndustrialiseerde, geseculierde omgeving met andere opvattingen.

Bij veel radicaliserende jongeren is er sprake van een combinatie van factoren.

De onderzoekers Buijs, Demant en Hamdy dichten in hun boek Strijders van eigen bodem (2006) extremisten de volgende vijf (ideologische) kenmerken toe:

• ze voelen zich bedreigd en hebben de neiging de dreiging van de vijand uit te vergroten;
• ze verwerpen de bestaande wereldorde;
• ze hebben een utopisch beeld van een goede wereld;
• ze hebben het idee te horen tot een uitverkoren groep mensen die de utopie kan verwerkelijken;
• en ze kunnen (zuiverend) geweld gebruiken om de doeleinden te bereiken.

Politieke systemen die groepen buiten sluiten of instabiel politiek bestuur zijn bevorderlijk voor extremisme. Ideologie en religie worden door de radicalen vaak gereduceerd tot frames die hun acties verklaren en rechtvaardigen en die dienen om anderen te mobiliseren. Een frame definieert het probleem (bijvoorbeeld de oorlog tegen de islam), de protagonisten (de radicalen) en de antagonisten (de ongelovigen, waartoe ook aanhangers van hetzelfde geloof kunnen horen).

Beginnelingen

Overigens hoeven extremisten niet altijd tot de gestaalde ideologische kaders te behoren. Zo bleek uit onderzoek van de Britse geheime dienst MI5 onder moslimextremisten dat de meesten van de door hen onderzochte extremisten op religieus vlak nog beginnelingen zijn. Ze hebben weinig religieuze kennis van de islam. Volgens MI5 zouden er zelfs duidelijke aanwijzingen zijn dat een stabiele religieuze identiteit bescherming biedt tegen gewelddadige radicalisering.

Extremistisch geweld in Nederland neemt af
In Nederland hebben sinds 1950 ongeveer 70 aanslagen met 30 dodelijke slachtoffers plaatsgevonden. Er werden in die tijd ongeveer 400 mensen gegijzeld. De meeste dodelijke acties vonden plaats in de jaren 1970. Het ging toen vooral om slachtoffers van geweld van Molukse extremisten en linkse extremisten uit binnen en buitenland (RAF, IRA). In de jaren 80 kwam het geweld vooral uit linksextremistische hoek (in het bijzonder Rara), maar ook voor extreemrechts waren het de gewelddadigste jaren.

Links extremisme, inclusief milieu
In de jaren 90 zijn de brede ideologische radicaal linkse groepen grotendeels verdwenen. Er kwamen one issue organisaties voor in de plaats zoals milieuactivisten, dierenactivisten en asielactivisten- die misschien niet allemaal als ‘links’ zijn te kwalifieren. Het overgrote merendeel van deze organisaties houdt zich keurig aan de wet en bewandelt de democratische weg om aandacht te vragen.

Toch gelden linkse extremistische groepen in Nederland als de meest gewelddadige. Zo is een kleine groep dierenactivisten en asielactivisten de afgelopen jaren wel betrokken geweest bij illegale en gewelddadige acties. De moordenaar van Pim Fortuyn was een dierenactivist. Ook de antifascisten van de Antifascistische Actie (AFA) worden door de AIVD genoemd in verband met gewelddadige acties tegen demonstraties van extreemrechts.

Rechts extremisme
Extreemrechtse groepen zijn nog niet geheel verdwenen, maar de laatste jaren wel veel kleiner en zwakker geworden. Van geweld door extreemrechtse groeperingen is in de jaarverslagen van de AIVD al een aantal jaren amper sprake. In november 2010 heeft de AIVD de onderzoeksrapportage Afkalvend front, blijvend beladen uitgebracht over de dreiging die uitgaat van extreemrechts en rechts-extremisme. In dit rapport schreef de dienst: “Voor extreemrechts geldt dat de wervingskracht in de loop der jaren is afgenomen doordat sommige van hun standpunten op de landelijke politieke agenda zijn gekomen. Zo zijn in het integratie- en islamdebat, zoals dat na de aanslagen van 11 september 2001 begon, veel van de standpunten van extreemrechts aan de orde gesteld en bespreekbaar geworden. Voorbeeld hiervan is het veronderstelde failliet van de multiculturele samenleving. Deze ontwikkeling heeft er mede toe geleid dat van de destijds bestaande extreemrechtse groeperingen en bewegingen niet veel over is.”

Ondanks het verzwakken van extreemrechtse groepen en bewegingen maakt de Anne Frank Stichting in de Monitor Racisme en Extremisme jaarlijks melding van zo’n 150-300 geweldsincidenten per jaar waarbij de daders extreemrechtse of racistische motieven hadden. Vooral moslims, maar ook joden zijn hiervan het slachtoffer. Sinds 2005 is er overigens wel sprake van een afname van het aantal incidenten.

Tot slot kan er sinds de aanslagen van Anders Breivik in juli 2011 gesproken worden over (rechts)extremisme dat geinspireerd wordt door het internationale netwerk van groeperingen, politici, schrijvers en bloggers die vrezen dat het Westen, met hulp van ‘links’, geislamiseerd wordt. Hierbij moet wel de opmerking gemaakt worden dat het tot nu toe is gebleven bij één, weliswaar zeer gewelddadige, aanslag en verbaal geweld op internetsites.

Moslimextremisme
Het was een moslimextremist uit de Hofstadgroep die Theo van Gogh in 2004 vermoordde. Van extremistisch geweld door moslims is in Nederland na het verdwijnen van de Hofstadgroep de afgelopen jaren echter amper sprake geweest.

De AIVD maakt jaarlijks overigens wel melding van enkele Nederlandse jihadisten die naar het buitenland trekken en van de dreiging van jihadistische groepen uit Afghanistan en Pakistan die mogelijk aanslagen in Nederland zouden willen plegen. In haar laatste jaarverslag heeft de AIVD aandacht voor (ultra-)orthodoxe islamitische bewegingen die in potentie een bedreiging zouden kunnen vormen voor de Nederlandse democratische rechtsorde.In dit verband noemt de AIVD de Moslimbroederschap, de Tablighi Jamaat, de Hizb ut-Tahrir en de salafitische beweging. De dienst stelt hierbij expliciet dat het om niet-gewelddadige bewegingen gaat. Toch acht de dienst ze in potentie gevaarlijk omdat “ hun boodschap, bereik en activiteiten op termijn kunnen bijdragen aan het ontstaan van maatschappelijke polarisatie, onverdraagzaam isolationisme en anti-integratieve tendensen.”  Maar de voorlopige conclusie luidt dat geen van deze bewegingen zich te buiten gaan aan extremistische activiteiten.

Meer geweld in Europa
In Europa is er sprake van meer geweld. Volgens Europol vonden er in 2010 in de EU in totaal 249 terreuraanslagen plaats, waarbij zeven mensen omkwamen en tientallen anderen gewond raakten. Het merendeel (160) van de aanslagen werd gepleegd door separatisten, gevolgd door links extremisten (45). Drie van de 249 aanslagen werden toegeschreven aan islamistische terroristische groeperingen. Extreemrechts kende een rustig jaartje en pleegde geen enkele aanslag.

In Nederland werd geen aanslag gepleegd. Wel zijn volgens Europol het afgelopen jaar in Nederland 38 mensen opgepakt in verband met terrorisme. Het betrof 19 personen die verdacht werden van moslim-extremisme en 19 personen die verbonden zijn aan separatistische bewegingen. Deze cijfers zijn overigens niet terug te vinden in het jaarverslag dat de AIVD.

Meer artikelen over radicalisering, terrorisme, polarisatie en discriminatie op Republiek Allochtonië hier

Lees ook het blog van Martijn de Koning die veel over radicalisering onder moslims schrijft, zoals bijvoorbeeld hier


Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 3356 uur (139,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2