Lochem staat voor uitdagingen waarop ze, binnen haar huidige werkwijze, werkelijk geen antwoord heeft. Om er maar een paar te noemen: De wegen in ons buitengebied vragen, wil je ze tiptop onderhouden, een budget van 5 miljoen jaarlijks. We hebben 8 ton beschikbaar. Om ons persriool in het buitengebied, van enorme omvang, in functie te houden moeten we jaarlijks steeds meer geld in de energierekening stoppen. Onze pompen vragen om groot onderhoud, een investering van vele tonnen. Onze openbare verlichting kunnen we, binnen het huidig budget, amper onderhouden. Laat staan dat we deze versneld kunnen renoveren naar energiezuinige systemen. Terwijl de woonlasten t.a.v. het energiegebruik snel toenemen zijn we nauwelijks in staat om een deuk in dit pakje boter te slaan bij de bestaande bouw. Het gaat wel om meer dan 40% van onze CO2 emissies. Dat kan anders, maar dan moeten we onze rol als overheid veranderen. Dat gaat verder dan vrijblijvende samenwerking met maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. Dat vraagt om een vertrouwenspact, een structurele aanpak waarbij we elkaar versterken.
De bestaande bouw is een goed voorbeeld. In Lochem staan zo’n 14.000 woningen. Het grootste deel is van de jaren negentig of ouder. Uit een periode dat energieprijzen en klimaatproblematiek nog niet de agenda bepaalden. Daar wonen mensen die elk jaar hun energierekening zien stijgen terwijl ze nauwelijks in staat zijn dat structureel aan te pakken. Ja, via een subsidie van 500 Euro van de gemeente, voor isolatiemaatregelen. Dat is goed, maar we hebben veel meer nodig! Een omslag naar zeer energiezuinige renovatie in de bestaande bouw. Naar lage temperatuursverwarming, energiemuren, warmtewisselaars, energie uit het riool, zonneboilers op alle daken en ga zo maar door. Dan gebeurt er echt iets. Dat vraagt enorme investeringen. 50.000 tot 100.000 Euro per woning. 9000 woningen duurzaam renoveren kost dan tussen de 450 en 900 miljoen Euro! Ok, nu hebben we het eindelijk over substantiele investeringen. Die slaan echt een deuk in dat pakje boter.
Maar die kleine overheid, een milieuafdeling met 4 tot 5 mensen, die kan dat toch niet los krijgen? Nee, met de huidige werkwijze is dat onmogelijk. Maar als we het nu eens heel anders aan pakken? Als we kijken naar bedrijven en financiers die bij een dergelijke investering belang hebben, die daar een rol in kunnen en moeten spelen? Dat zijn bedrijven in de bouw, installatietechniek, gespecialiseerde isolatiebedrijven, ontwerpers en architecten. Dat zijn banken, pensioenfondsen, beleggers. Het zijn het Waterschap en de waterleverancier Vitens. Als die nu eens bij elkaar gingen zitten en hier een actieplan van zouden maken? Want er is geld in te verdienen! Er is werk van te maken.
Geld verdienen aan achterstand?
Stel, we doen niks. Dan stijgen de woonlasten, zeker op de lange duur als olie schaars wordt en het klimaat verder verandert. Aan de electriciteit kunnen we nog wat doen, door zonnepanelen en windmolens te plaatsen. De schaarste wordt het voordeel voor duurzame energie, dus voor LochemEnergie. Maar de huizen moeten verwarmd worden en ook gas zal duurder worden. Die vraag is veel lastiger in bestaande bouw. Kortom… kosten van het wonen stijgen. Duurzame woningen worden meer waard, niet-duurzame woningen dalen in waarde. En het allergrootste bestand, de bestaande woningen waar weinig mee gebeurt, dalen dus in waarde. De economie is al kwetsbaar, voor huiseigenaren en hypotheekverstrekkers is dit geen prettig vooruitzicht. Ook in markt van huurwoningen ontstaan problemen. Nu al, in Rotterdam, zien cooperaties een toenemende groep die hun woonlasten niet kan opbrengen. En kies je dan voor de warmte, dus voor het betalen van de energierekening. Of kies je voor de huur? De huurders hebben het moeilijk, de cooperaties merken het nu al.
Kortom, er is een belang bij het investeren in duurzaamheid, ook een economisch. De maatregelen, zoals lage temperatuursverwarming, een extra isolerende schil, zonneboilers, die verdienen zichzelf terug. En met die verdiensten, kan je de investeringen betalen zonder dat de lasten substantieel stijgen. Dan moet je wel afschrijven op de langere termijn. Je sluit als het ware een hypotheek af op duurzaam wonen. Die hypotheek levert de burgers investeringsruimte, en die investeringsruimte versterkt de lokale en regionale economie. Door werkgelegenheid in de duurzame renovatie, door innovatie in techniek.
Wat moet je dan veranderen?
Waarom gaan we er dan niet voor? Zet al die bouwers, architecten, installateurs en financiers aan het werk! Zo simpel is het natuurlijk niet. In Lochem, en overal in Nederland, kijken we bij dit soort werken naar onze aanbestedingsregels. De overheid gaat ontwerpen, maakt plannen. En dan zoeken we de bedrijven erbij die dat kunnen uitvoeren. Via een complex aanbestedingstraject. Natuurlijk huren we ook bij het ontwerpproces deskundigen in. Maar we houden wel heel strak de regie. Goed toch? Want daarmee bewaken we het publieke belang, de kwaliteit en zorgen we ervoor dat geen enkel bedrijf met slechte bedoelingen of kwaliteit aan de slag kan. Het systeem bestaat uit ‘checks en controls’ omdat we de partners (onderzoekers en uitvoerders) niet echt vertrouwen. We houden het stuur stevig vast.
Maar wat als je tegen een complex aan loopt dat zo groot en uitdagend is dat je met alle goede wil van de wereld die regie niet aan kan? Je hebt te weinig geld om te laten onderzoeken wat werkelijk mogelijk is. Je krijgt proefprojecten niet los omdat je zelf niet kan investeren. De marktpartijen houden de handen in de zak, want ze weten niet of ze een opdracht krijgen. Waarom zouden ze zich zwaar inspannen terwijl je zomaar de opdracht aan een concurrent kan geven. Dan investeer je maar zuinig voor. Daar komt de innovatiekracht niet vandaan. Het is als de Tour de France waarbij niemand even koploper wil zijn en iedereen elkaar aan kijkt. Het peleton valt stil. Want er kan maar één winnaar zijn en de rest verliest.
We draaien het om!
Stel, we bouwen een coalitie met het doel om een deel van Lochem te verduurzamen. Een wijk van 800 woningen bijvoorbeeld. We zeggen in die coalitie dat al het denk- en ontwikkelwerk ook omgezet zal gaan worden naar feitelijke opdrachten. De installateur, de bouwer, de architect, de financier… ze denken allemaal concreet mee en zullen dan ook in het werk de opdracht krijgen. Geen ingewikkelde open aanbesteding. We besluiten aan de voorkant van het proces met wie we de coalitie vormen, verkennen elkaar heel goed, spreken af binnen welke randvoorwaarden en met welke doelen we dit gaan doen en stellen een onafhankelijke ‘controler’ aan die zorgt dat we het met elkaar goed doen. Dan gaan de bedrijven voor-investeren. Dan gaan ze hun kennis delen en gaan ze innoveren. Want hier is, als je het goed doet, 40 tot 80 miljoen Euro aan omzet. Daar wil je deel van zijn. En als de eerste slag gewonnen is, dan ligt een markt van 450 tot 900 miljoen Euro voor je open, alleen al in het kleine Lochem!
Dat vraagt om vertrouwen. En vertrouwen is een werkwoord. Dat moet je verdienen. Als je het verdient, dan ben je spekkoper. Verlies je het… dan lig je uit de markt. Dit zijn marktmechanismen die kunnen werken. Mits je de kwaliteit van de coalitie verzekert, met elkaar doelen stelt en voortgang transparant controleert.
Het vertrouwenspact
Vanochtend sprak ik hierover. Met mensen uit de praktijk. Bedrijfsmensen, onderzoekers en adviseurs. Ze willen een Stichting Vertrouwenspact op gaan richten. Om hiermee de beweging te realiseren die nodig is. Als service naar gemeenten, om de garanties te bieden dat deze processen goed gaan. Met de noodzakelijke vrijheid in regelgeving, zodat we ruimte vinden om een keer de regels te veranderen en het spel anders te spelen. Zodat we de uitdagingen van onze gemeente, en die van alle andere gemeenten, wel durven op te pakken. We praten hierover met de provincie. Want overheden moeten gezamenlijk die ruimte geven.Vol ongeduld kijk ik uit naar het moment dat we de coalities smeden.