woensdag, 8 februari 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Seats2meet bijeenkomst met als thema identiteit en droom

In politieke zaken, partijen, rechts, andere partijen, samenleving, beslissingen, besluiten, toekomst, discussie, en meer.

Gisteravond was alweer de tweede bijeenkomst bij Seats2Meet met ditmaal identiteit en droom als thema's.

Bij de vorige discussie werd gesproken over passie van jezelf, GroenLinks en de samenleving.

In een zaaltje van Seats2meet in Utrecht vertelden ongeveer 10 personen over hun visie op de identiteit van GroenLinks en wat hun dromen zijn.

IMG_4199

Identiteit

Als eerste werd er bekeken hoe we zelf en andere mensen de identiteit van GroenLinks zien. Opvallend daarbij is dat zaken aangehaald worden als dat GroenLinks een betrokken partij is waarbij ook tijd is voor relativering. Maar ook dat sommige personen GroenLinks meer groen vonden dan links, of juist meer links dan groen.

Maar ook kwam ter sprake dat GroenLinks meer het rode en groene karakter moet vertalen naar de 3 p's: People, Planet en Profit.

Tijdens de discussie over de identiteit van GroenLinks kwam ook de naam ter sprake. Voldoet de naam wel aan de identiteit? Moet de partij zich aanpassen aan de naam of moet juist de naam aangepast worden aan de naam?

Daarbij blijkt ook dat links en rechts niet meer zo helder zijn als vroeger (zover dat vroeger wel helder was). Maar ook, moet je groen zien als duurzaam of juist als natuur? Of is het beide?

Wat ook naar voren kwam uit de discussie is dat GroenLinks meer emoties moet durven te tonen. En dan niet huilend op straat gaan staan, maar wanneer er een bedreiging van waarde speelt dit uitspreken.

Dit zou veel meer mensen aanspreken!

Een en dezelfde identiteit is er niet (althans er is geen homogene visie daarop), net zoals iedereen bij de vorige bijeenkomst anders tegen de passie van GroenLinks aan kijkt.

Maar de identiteit heeft wel telkens de kernwaarden groen en rood bij iedereen.

Droom

Bij het onderdeel droom blijken er grotere verschillen te zijn. Zo wil iemand (als een echte GroenLinkser) 'maar' 15-20 zetels halen op termijn, want dat zou het meest haalbare zijn. Maar met dat zetelaantal zouden we wel een bredere doelgroep in de samenleving bereiken, waardoor we op meer plaatsen in de samenleving 'staan'.

Iemand anders heeft als dat droom dat GroenLinks zich uitspreekt voor maximaal 7 kernwaarden en daaraan alle besluitvormingen, overwegingen etc. kan 'ophangen'.

Zodat die kernwaarden als een rode draad door onze partij en uitingen zal gaan lopen.

Dit heeft als groot voordeel dat mensen helder hebben waar we voor staan en waar ze van op aan kunnen bij ons. Immers onze kernwaarden zijn helder.

Ik zelf heb als droom dat GroenLinks duurzaamheid op alle vlakken (sociaal, cultureel, natuur etc.) als kernbegrip gaat gebruiken en dat in alle uitingen en besluiten gaat gebruiken.

Want het was een van onze kernbegrippen, maar hebben het te veel laten liggen waardoor andere partijen er mee aan de haal zijn gegaan. Zo hebben we destijds ook ruimte gelaten voor de VVD om groenrechts te 'misbruiken'.

IMG_4200

Wat ook een mooie uitspraak is tijdens de discussie over wat je droom is, dat GroenLinks erkent en herkent moet worden.

Iemand anders zijn droom is om GroenLinks als beweging te zien i.p.v. een grote partij met veel zetels. Door juist als grote beweging midden in de samenleving te staan heb je in de toekomst juist meer invloed dan met alleen veel zetels.

Vooral door de komst van het informatie-tijdperk, waarbij opgemerkt wordt door iemand, dat GroenLinks moet bedenken hoe ze hiermee om zal gaan.

Want er kan een tijd komen dat de informatievoorziening ons gaat inhalen en daarbij ook de democratische controle achterhaalt kan worden.

Want hoe gaan we hier in de toekomst mee om?

Daarnaast moeten we ook op blijven komen voor de mensen die niet mee kunnen komen in de snelheid van het informatie-tijdperk. Een echte GroenLinks gedachte, min of meer is onze achterban die de snelheid bij kan houden, maar wel opkomen voor de mensen die het niet bij kunnen houden.

IMG_4201

Dit is ook een rode draad die al jaren door de partij loopt, het doorsnee lid is welgesteld, maar we komen juist voor de zwakkeren op in de maatschappij.

Iemand anders heeft een droom dat GroenLinks de grootste partij wordt en haar idealen blijft hanteren en dus niet misbruik maakt van haar macht.

Allemaal mooie dromen, waarbij het kijken naar kernwaarden wel iets is waar wat mij betreft GroenLinks iets mee moet doen. Daarmee kunnen we ook veel beter overwogen beslissingen nemen en kunnen we een debacle zoals Kunduz voorkomen door vast te houden aan die kernwaarden en ons daaraan te verantwoorden.

Want als je mensen op straat vraagt wat GroenLinks is, krijg je momenteel 2 antwoorden: geitenwollessokken partij-grachtengordel of geen idee waar GroenLinks voor staat!

Het was weer een erg leuke, maar ook zinnige bijeenkomst om weer stil te staan bij de partij en waar we momenteel staan en willen staan op termijn.

Hopelijk komen er in de toekomst meer van deze informele bijeenkomsten, waarbij je in een kleine club van gedachten kunt wisselen over diverse onderwerpen.

IMG_4205IMG_4206

zondag, 5 februari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Zijn we klaar met Different?

Het lijkt zo simpel. Er zijn signalen dat een christelijke organisatie therapie aanbiedt om mensen te genezen van homoseksualiteit en die laat vergoeden door de zorgverzekering. De maatschappelijke en politieke kritiek daarop leidt ertoe dat de Inspectie onderzoek doet. De Inspectie concludeert na een bezoek bij die organisatie dat er van ‘homotherapie’ geen sprake is en dat de begeleiding die geboden wordt, past binnen de kaders van de geestelijke gezondheidszorg. Klaar.

Zo simpel is het echter niet. De discussie over Different laat namelijk twee dingen zien die ons wezenlijk te denken moeten geven. Om te beginnen valt het op hoe sterk de automatische reacties zijn en hoe makkelijk het ontaardt in een discussie voor of tegen religie. Sommige ‘seculieren’ zien er een bewijs in dat religie achterhaald en gevaarlijk is. Christenen (vooral orthodoxe) zien er een bewijs in dat er in deze samenleving geen ruimte meer is voor een orthodox standpunt. Van de weeromstuit nemen zij het onmiddellijk op voor Different en laten ze weinig ruimte voor kritische vragen, die er toch echt ook zijn.

Dat brengt bij het tweede punt: het valt op hoe oppervlakkig de discussie gevoerd wordt. Er wordt alleen gekeken of homo’s ‘genezen’ worden bij of volgens Different. Als dat niet gebeurt, zoals de Inspectie waarschijnlijk terecht opmerkt, is er niets aan de hand. En dan was dus alle commotie ten onrechte. Een ‘hetzerige hype’, aldus de algemeen directeur van de overkoepelende organisatie Tot Heil des Volks, gretig gesteund door CU en SGP. De kritische opmerkingen van de Inspectie bij de professionaliteit en bij Differents visie op homoseksualiteit worden gemakshalve weggelaten.

Daarmee zijn we echter niet bij het echte probleem. Dat Different mensen begeleidt die worstelen met geloof en homoseksualiteit is een goede zaak. Als ze erop gericht is mensen te helpen zichzelf te accepteren en vervolgens keuzes te maken die bij henzelf passen, dan is dat prima. En zolang het daarbij gaat om zorg die volgens algemene maatstaven onder de verzekering valt, is er niets aan de hand.

Waar staat Different nu?

Maar daarmee zijn we er niet. Zowel in de eigen publicaties van Different als in die van het overkoepelende  Tot Heil des Volks klinkt namelijk een voortdurende boodschap over homoseksualiteit die haaks staat op de hulpverlening. Hun opiniesite Habakuk.nu bijvoorbeeld spreekt zich regelmatig uit tegen homoseksualiteit en schetst eenzijdige en negatieve beelden van homoseksuelen. Ze hadden zelfs bezwaar tegen kerken die een verklaring tekenden tegen geweld tegen homo’s. Ook de begeleiding van Different is er niet – zoals ze zelf zeggen – op gericht dat mensen hun eigen keuze ontdekken; het gaat er immers om dat ze niet toegeven aan hun homoseksualiteit. In die zin is Different minder cliëntgericht dan ze tegenwoordig graag doet voorkomen, zoals ook blijkt uit een aantal verhalen van ex-cliënten in de media en ook in het Inspectierapport.

Zo citeert Trouw een ex-cliënt van Different: “Zo lang is mij voorgehouden dat ik mijn homoseksualiteit moest vergeten. Er werd met mij gebeden en gesproken. Maar de heterochristen kruipt ‘s avonds lekker tegen zijn vrouw aan en ik lig alleen in mijn bed te bidden. En daar ging ik gewoon kapot aan. Ik heb er niks aan.” Vragen die mensen hebben bij hun homoseksualiteit worden alleen maar aangewakkerd.

Dat is ingebed in een problematisch net van ‘voorlichting’ door Different en haar zusterorganisaties. De kernboodschap is steeds dat homoseksualiteit waarschijnlijk vooral het gevolg is van tekorten in de relatie met de ouders, pesten, seksueel misbruik en dergelijke. “Er is steeds meer bewijs dat de omgeving de grootste invloed heeft op onze seksuele oriëntatie. Homoseksuelen hebben vaak een verstoorde relatie met hun ouders, of zijn het slachtoffer van misbruik.” (Aldus Onze Weg, een aan Different gelieerde vereniging van lotgenoten, onder Vraag en Antwoord). Wie als man de eigen mannelijkheid niet heeft leren accepteren, die probeert die mannelijkheid alsnog te verkrijgen door een seksuele gerichtheid op andere mannen. Die scheefgroei kan in therapie worden verholpen. Dat wil niet zeggen dat je hetero wordt, maar “volgens psychiaters krijgt ongeveer 30 % van de mensen die in therapie gaan heteroseksuele gevoelens.” (Onze Weg)

Of neem Exodus Global Alliance, een zusterorganisatie die zich richt op de 155 miljoen “people affected by homosexuality”. Daar gaat het nadrukkelijk wel over een ziekte of stoornis, een psychisch probleem waarvoor herstel mogelijk is: “Homosexually-oriented people can (…) reduce, manage and in some cases, practically eliminate homosexual feelings and attractions and in many cases (though not all), experience satisfying heterosexual relationships.” (Exodus) Ook op Differentvlaanderen vinden we dergelijke voorlichting en verwijzing naar boeken uit precies dezelfde traditie.

Deze visie op homoseksualiteit botst met algemene maatstaven van hulpverlening. In recente uitingen, vooral ook in reactie op kritiek uit politiek en samenleving, benadrukken medewerkers van Different dat ze niet geloven in ‘genezing’ en dat ze homoseksualiteit niet als ziekte zien. Dat is dan nieuw, want toen ze nog Evangelische Hulp aan Homofielen heette (EHAH), droeg ze dat nog wel uit. Maar als Different dit wetenschappelijk en therapeutisch onverantwoorde gedachtegoed inderdaad heeft verlaten, waarom nemen ze hier dan geen afstand van? Of is de huidige genuanceerde visie er alleen voor de bühne?

Een uitdaging voor kerken en theologen

Belangrijker nog dan dat dit hele verhaal over oorzaken wetenschappelijk onhoudbaar is, het is ook schadelijk. Het voortdurend uitdragen van een negatieve visie op homoseksualiteit is namelijk precies een deel van de oorzaak van de problemen die mensen hebben. De manier waarop ook Different voortdurend homoseksualiteit beschrijft als een strijd tussen het geloof en de zondige wereld, draagt eraan bij dat mensen daarmee worstelen. Als je opgroeit in een subcultuur waar de Different-visie wordt uitgedragen, dan is de kans groot dat je de problemen ontwikkelt waarbij Different je dan weer wil helpen. Het echte probleem is niet de hulp die Different biedt. Het echte probleem is de boodschap die er onder zit.

Dat raakt natuurlijk direct aan wezenlijke theologische vragen als het gaat om de beoordeling van homoseksualiteit. Die discussie kan niet worden beantwoord door de Inspectie voor de Volksgezondheid en evenmin door politici. Het is een opgave die op tafel ligt voor kerken en theologen. Zij hebben zich diepgaand te bezinnen op hun visie op homoseksualiteit en de gevolgen van die visie voor de mensen die het aangaat. Sommige kerken hebben die uitdaging al decennia geleden opgepakt, andere zijn er nu volop mee bezig. Wat zou het goed zijn als christelijke kerken, partijen en organisaties niet onmiddellijk in de verdediging schieten, maar open en eerlijk de fundamentele en kritische vragen onder ogen zien. Gelukkig is er voor dat gesprek steeds meer ruimte. Als we klaar zijn met Different, kunnen we misschien beginnen aan de echte dialoog.


zaterdag, 4 februari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Jesse in de huiskamer

jesse

Een mooie bijeenkomst vorige week, waar ik veel energie van heb gekregen! In mijn eigen huiskamer vond de eerste sessie van ‘Jesse in de huiskamer’ plaats. Centraal stond Jesse Klaver, kamerlid voor GroenLinks, die het land in te trekt om met mensen te praten over wat er speelt in de samenleving, wat de mensen bezig houdt. Jesse wil zo voeding ophalen voor zijn inbreng in de Tweede Kamer, die aldus Jesse zelf, met recht een kaasstolp kan worden genoemd.

In het Eindhovense pakte ik samen met René Kerkwijk, gebiedscoördinator van de gemeente en mijn voorganger als fractievoorzitter van GroenLinks, de handschoen op. In korte tijd organiseerden we een huiskamer vol betrokken mensen die wonen of werken in Eindhoven. Er schoven mensen aan vanuit oa de maatschappelijke opvang, de woningcorporatie, het welzijnswerk, de zelfhulp, het onderwijs, de gemeente en de lokale politiek. Een mooie mix van denkers en doeners die vanuit hun eigen praktijk kunnen reflecteren op de thema’s die spelen. We kozen voor de invalshoek ‘participatie’, aansluitend bij de portefeuille van Jesse (onderwijs, sociale zaken en sport) en naar mijn mening een van de belangrijkste vraagstukken voor de komende jaren. Want hoe slagen we er met z’n allen in om mensen mee te laten doen, naar hun eigen vermogen, en te voorkomen dat kwetsbaardere groepen in onze samenleving aan de zijlijn belanden, zoals nu dreigt te gebeuren door invoering van de Wet Werken naar Vermogen (en de daarmee gepaard gaande bezuinigingen).

De aanwezigen hadden niet veel nodig om met elkaar in een geanimeerd gesprek te raken. Na een aftrap van Jesse ontspon de discussie zich over allerlei onderwerpen. Het ging over eigen verantwoordelijkheid, eigen kracht en gastvrijheid van de samenleving voor mensen met ‘een vlekje’. De balans tussen rechten en plichten, en over het spanningsveld tussen decentraliseren en de touwtjes in handen willen houden, wat zowel op rijksniveau als in de gemeente speelt. Wat is er voor nodig om het systeem écht anders in te richten, om echt een andere werkwijze te gaan toepassen?

Mooie voorbeelden werden er genoemd over de kracht van mensen. Bv de mevrouw met een hersenaandoening die was afgeschreven voor de arbeidsmarkt. Want ze was niet ‘rendabel’. Door het doen van vrijwilligerswerk hervond zij haar kracht. Door haar talent en wilskracht te stimuleren is het haar gelukt om een opleiding aan de universiteit te gaan doen. Op deze manier komen veel mensen weer aan de slag. Werkgevers zouden zich hier veel meer open voor moeten stellen!

Dat leidde tot de cruciale vraag: wat is eigenlijk ‘kwetsbaar’? Mensen die door de samenleving als kwetsbaar worden gezien, hebben vaak zoveel meegemaakt, Soms gaan we er te gemakkelijk vanuit dat mensen zelf niets kunnen. Het is de uitdaging, niet alleen voor de overheid, maar voor ons allen als samenleving, om deze mensen in staat te stellen hun talenten te benutten.

De twee en een half uur vlogen om. Iets na tienen sloten we de bijeenkomst af, en vertrok iedereen richting huis. Nieuwe contacten waren gelegd en de visitekaartjes wisselden van hand. Aan het denken gezet en met nieuwe ideeën kijken Jesse, onze gasten, en René en ik terug op een bijzondere avond!

zondag, 29 januari 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Boerkaverbod: heeel belangrijk

In emancipatie, boerkaverbod, belangrijk, boete, communicatie, dragen, gedoogpartner, geluid, islam, en meer.
Afgelopen week maakte het kabinet bekend dat het -ondanks forse kritiek van de Raad van State- het wetsvoorstel met het boerkaverbod gaat indienen bij de Tweede Kamer. Onze nieuwe minister Spies heeft volgens mijn krant gezegd dat het heel belangrijk is.
Maar belangrijk waarvoor?

Voor onze veiligheid kan het niet wezen, want in vliegtuigen en op het vliegveld zijn boerka's wel toegestaan (je zou de economische belangen van Schiphol eens mogen schaden), en dat zijn de meest terorisme-gevoelige plaatsen die ik ken.

Om op te komen voor onderdrukte vrouwen dan? Een loffelijk streven, maar ik vind het nogal een vreemde gedachtenkronkel om dat te doen door het slachtoffer van vrouwenonderdrukking te gaan bestraffen. Ik geef jou een boete omdat jij je laat onderdrukken. Huh? Dat is net zoiets als het straffen van een vrouw omdat ze verkracht is. Iets wat ze overigens in sommige landen doen.
Slachtoffers bescherm je niet door ze te straffen, maar door ze rechten te geven, en door daders te straffen. Ik zou er nog in kunnen komen wanneer je het iemand dwingen tot het dragen van gezichtsbedekkende kleding strafbaar zou willen stellen.
Bij dit alles moet je je overigens wel afvragen of we het hier wel over slachtoffers hebben? Welke vrouwen dragen in Nederland een boerka (bijna geen) of niqaab (niet meer dan een paar honderd), en waarom doen ze dat? Sommigen zullen het wellicht doen omdat ze moeten van manlijke familieleden, maar naar ik heb begrepen kiest het merendeel er zelf voor, en bestaat een belangrijk deel van de niqaabdragers uit tot de islam bekeerde Westerse vrouwen.
Het stellen van kledingvoorschriften aan vrouwen om ze te beschermen. Dat is ook het argument dat wordt gebruikt in landen waar bedekkende kleding voor vrouwen verplicht is. En ook daar worden de vrouwen gestraft als ze zich niet aan de regels houden, en niet de mannen die door wellust overmand raken. Daar is het een idiote gedachtenkronkel om met kledingvoorschriften vrouwen te beschermen; hier is het dat ook.

Maar waarom is het boerkaverbod dan belangrijk? Omdat we in een open samenleving leven, waarin communicatie heel belangrijk is. Aldus mevrouw Spies.
Ik vind dit, nog afgezien van de discutabele vooronderstelling dat vrouwen in boerka's niet communiceren, een nogal eng argument. Betekent dit dat er een plicht tot communiceren is in de openbare ruimte? Dat ik straks niet alleen door bouwvakkers wordt nageroepen dat ik niet zo chagrijnig moet kijken, maar dat ik er misschien een boete voor kan krijgen omdat dat open communicatie in de weg staat? En wat te denken aan al die mensen die zich volstrekt incommunicabel door de openbare ruimte bewegen omdat hun oren volledig in beslag genomen worden door het geluid uit hun oortjes of koptelefoons? En als je het dan over aantallen Nederlandsers hebt: daar heb je pas echt een probleem te pakken.

Kortom, ik kan geen enkele reden bedenken waarom het boerkaverbod heeeel belangrijk is. Behalve dan om de gedoogpartner tevreden en daarmee de regering in het zadel te houden. En dat is natuurlijk een heel valide argument voor wetgeving waarmee de vrijheid van burgers wordt ingeperkt. Heel belangrijk.

zaterdag, 28 januari 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Passie; persoonlijk - GroenLinks - samenleving

Dinsdagavond hield kandidaat-voorzitter Arno Uijlenhoet een Seats2Meet bijeenkomst in Utrecht. Tijdens de bijeenkomst stond het thema 'passie' centraal.

IMG_4063

Samen met een tiental personen werd er gekeken en besproken wat hun persoonlijke passie is, wat de passie van GroenLinks is (of zou moeten zijn) en wat de passie van de samenleving is.

IMG_4046

Mijn eigen passie is mensen te laten genieten van de kleine dingen die de natuur/omgeving ons geeft. Een fraaie zonsopgang, een plant die in bloei staat, een zeldzame soort zwam, noem maar op.

Dit probeer ik te doen veelal via mijn blog door er over te schrijven en natuurlijk zoveel mogelijk te voorzien van foto's.

IMG_4060

Een kleine greep uit passies van andere personen die aanwezig waren:

  • Mensen gevoel te geven dat ze er echt toe doen
  • Nieuwe inzichten krijgen
  • Ontdekkingen delen
  • Youtube - muziek

Na enige discussie kwamen we tot de conclusie dat alle passies het volgende gemeen hadden:

  • Verbinding → fysieke
  • Deelnemen → mensen/spirituele
  • Wederkerigheid in 2 vormen: →← en →→

Het volgende onderwerp was veel minder tastbaar en daardoor kwam de discussie ook meer los. Want wat is nu de passie van GroenLinks?

IMG_4061

Wat denkt men zoal dat de passie van GroenLinks is:

  • Meenemen en verbinden
  • Vrijzinnigheid
  • Rechtvaardige wereld voor mens en milieu
  • Hoop en vertrouwen op betere toekomst

Mijn eigen idee is dat de passie van GroenLinks tweeledig is. Namelijk Oplossingen bedenken en aandragen voor de sociale en groene problemen. Maar ook proberen de populistische 'angst' weg te nemen dat het einde in zicht is wat betreft onze veiligheid, milieu en omgeving.

Een gezamenlijk standpunt wat betreft de passie van GroenLinks konden we niet gevormd krijgen. Want iedereen beleeft de passie van GroenLinks anders vanwege achtergrond, idealen en andere zaken.

Daarnaast kwamen we vaak op de identiteit terecht van GroenLinks in plaats van de wat de passie is van GroenLinks.

IMG_4062

Het laatste onderwerp, passie van de samenleving, was nog veel moeilijker om te beantwoorden. Want heeft de samenleving wel een passie? Voor mij is de gezamenlijke passie moeilijk te zien of te ontdekken in de samenleving.

Centraal staat wel dat zoals bij de persoonlijke passies, ook het hoger gelegen 'doel' een rol speelt bij mogelijke passies in de samenleving. Kortom; verbinden, deelnemen en wederkerigheid.

En nog hoger gelegen komt het allemaal op liefde/angst neer.

Ondanks dat er geen echt duidelijke passies zijn die we als samenleving gemeen hebben, is het hoger gelegen doel(en) wel duidelijk. Dat het allemaal om liefde/angst draait en daaruit komt dan weer het verbinden, deelnemen en wederkerigheid terug.

IMG_4058

Het was een leuke bijeenkomst om vanuit je eigen beleving steeds breder te kijken naar GroenLinks en tenslotte naar de samenleving.

Volgende week staat het thema 'identiteit' op de agenda. De week erop is de slotbijeenkomst met als thema 'droom'.

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Dwarsdenker (Portret in Vrij Nederland 24.01.2012)

De alleskunner die redelijkheid predikt

De homoseksuele ex-predikant en Eerste Kamerlid voor GroenLinks Ruard Ganzevoort zoekt het radicale midden.

Hoogleraar Praktische Theologie, ex-predikant, Eerste Kamerlid voor GroenLinks, hoteleigenaar en fanatiek blogger en twitteraar – Ruard Ganzevoort (46) is het allemaal. En in al zijn hoedanigheden predikt hij redelijkheid, dwars tegen de polarisatie in. In zijn kamer op de Vrije Universiteit vertelt hij over zijn ambivalente verhouding met religie. Toen hij een relatie kreeg met een man verloor hij zijn predikantstitel: een pijnlijke gebeurtenis. Toch veroordeelt hij het anti-homostandpunt van de orthodoxe kerken niet. ‘De nare, onaangename kanten van religie horen er ook bij. Ze geven de aanhangers het besef dat het geloof echt ergens over gaat.’

Tegenwoordig probeert Ganzevoort in orthodoxe kerken het gesprek over homoseksualiteit op gang te brengen. Dit doet hij op een manier die tegendraads is in haar gematigdheid. ‘Ik wil niet homo- of christenbashen, dat vind ik te makkelijk. De visie van een organisatie als Different, die zegt homo’s te genezen van hun seksuele voorkeur, moet bestreden worden. Maar de felheid waarmee dat nu gebeurt, vind ik veel te ver gaan. ‘Ook ideeën die dwars tegen mijn gevoel ingaan, mogen bestaan.’ In 2010 verscheen Adam en Evert. De spanning tussen kerk en homoseksualiteit, dat Ganzevoort schreef met twee anderen. In het boek staan verhalen over homoseksuele jongeren uit orthodox-protestantse en evangelische kringen, naast paragrafen over homoseksualiteit in de Bijbel. De aanpak is nieuw: ‘Er zijn veel boeken over het onderwerp die bij voorbaat voor of tegen homoseksualiteit zijn, en voor of tegen het geloof. Wij laten zien hoe er in orthodoxe kerken over homoseksualiteit wordt gedacht. Hoe kun je, als orthodoxe gelovige, zo zorgvuldig mogelijk met homoseksuelen omgaan? Die vraag proberen wij te beantwoorden.’ En dat helpt, zegt Ganzevoort. ‘Ook in orthodoxe kringen zie je mensen toegroeien naar het idee dat homoseksualiteit geen ziekte is.’

Ruimte voor pedofielen

Ook op andere gebieden valt Ganzevoort op door zijn gematigdheid, die soms juist leidt tot controversiële standpunten. Zo zijn radicale imams wat hem betreft welkom: ‘We leven in een plurale samenleving en daar zullen we het mee moeten doen. In die pluraliteit leven ook mensen die ver van ons af staan. ’ Nog opvallender: tijdens de publieke discussie over de pedofielenvereniging Martijn nam Ganzevoort het op voor de pedofielen. Het is een illusie om te denken dat we alle gevaar kunnen buitensluiten, zo waarschuwt hij. ‘Maar het meeste misbruik wordt niet gepleegd door pedofielen, en de meeste pedofielen begaan geen strafbare feiten. In plaats van een heksenjacht te houden, zouden we moeten werken aan praktische oplossingen, bijvoorbeeld buddyprojecten. Seksueel misbruik blijft onaanvaardbaar. Maar we moeten in de samenleving ook ruimte maken voor pedofielen.

Sinds afgelopen juni is Ganzevoort Eerste Kamerlid voor GroenLinks. Voor een vrijzinnige theoloog is het een spannende tijd in de politiek. Juist het afgelopen jaar heeft religie, in de gedaanten van de weigerambtenaar, de religieuze slacht en het passief stemrecht voor SGP-vrouwen, volop in de publieke belangstelling gestaan. In alle gevallen gaat het om de vraag tot welke hoogte de staat mag inbreken in de vrijheid van godsdienst. In debatten hierover staan steevast de gelovige en de liberaal tegenover elkaar, waarbij de eerste hamert op pluralisme en godsdienstvrijheid, en de tweede op de rechten van het individu.

Heel precies kijken

Van de meeste politici valt op voorhand te bepalen welke positie zij zullen innemen; zo niet bij Ganzevoort. Kiezen voor het ene grondrecht boven het andere is lastig en pijnlijk, en de afweging moet elke keer opnieuw gemaakt worden, benadrukt hij. De overheid moet bepalen of het individu binnen de religieuze groep zo veel schade ondervindt dat ingrijpen in de vrijheid van godsdienst gerechtvaardigd is. Zo kan het dat Ganzevoort vóór het verbieden van de weigerambtenaar is, maar tegen het  verbod op ritueel slachten. Een duidelijke mening over de SGP-vrouwen, over wie de Hoge Raad besliste dat zij zich verkiesbaar moeten kunnen stellen, heeft hij nog niet. ‘Je moet heel precies kijken naar welke rechten er potentieel worden geschonden. Aan de ene kant die van vrouwen binnen de SGP en aan de andere kant die van een politieke organisatie. Maar als de overheid helemaal niets zou doen, dan zou ik denken: er ligt niet voor niks een rechterlijke uitspraak.’

Ganzevoort voelt zich thuis in de Eerste Kamer. ‘Ik voel nu meer dan ooit de urgentie. Het klimaat in ons land wordt beïnvloed door populisme, partijen die anderen uitsluiten, polarisatie tussen bevolkingsgroepen. Er moet een ander verhaal komen, van toekomst, hoop, compassie, van visie op samenleven, in plaats van op uitsluiten.’ De komende jaren wil hij, in de politiek en daarbuiten, vooral proberen een wijs mens te zijn. Dat is volgens hem geen vanzelfsprekendheid. ‘Wijsheid is niet iets wat je hebt, maar iets wat je constant moet bevechten.’


Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Mijn mannelijke buik

Ik ben het kind van werkende ouders. In allebei vond ik verzorgers en beschermers. Mijn moeder heeft mijn vader in zware tijden beschermd en ze hebben mij altijd voorgehouden dat ik niet de stereotype jongen hoefde te zijn zoals mijn omgeving dat voor zich zag. En zoals Angela Crott (de Volkskrant, 27 januari) dat nog steeds voor zich ziet: ridderlijke jongens die (de seksualiteit van) het meisje beschermen en niet voor ‘slappe hap’ worden aangezien.

Waar ik in mijn jeugd ben geconfronteerd met de perverse effecten van de door Crott bestempelde mannelijke normen en waarden, overkomt dat vandaag de dag talloze andere jongeren. Jongeren waarvan Crott vindt dat de jongens vooral moeten leren om mannelijke leiders te zijn: stoer en in zware tijden rechte koers houdend. En de meisjes moeten vooral niet teveel economische onafhankelijkheid nastreven: het maakt de jongens alleen maar lui en laf. Al was het zo dat we het potentieel van mannen om te beschermen de nek om hebben gedraaid, dan zou ik daar met terugwerkende kracht blij mee zijn. Maar ik mag toch hopen dat we vooral gelijkwaardigheid, vrijheid en emancipatie na proberen te streven. Een samenleving waar we aanvullend op elkaar zijn, los van het geslacht van de ander.

In 2010 bleek Nederland van de elfde naar de zeventiende plaats te zijn gezakt op de wereldranglijst die gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen meet. Met de huidige (mannelijke?) koers van ons land kan ik een verbetering van die positie wel op mijn mannelijke buik schrijven. Maar ik vraag me af: zou Crott werkelijk blij zijn met de mannelijke leiders van dit moment? Leiders die in zware tijden bezuinigen op onderwijs, kinderopvang en zorg?

Ik kan er me nauwelijks iets bij voorstellen.

 

Link naar ’Vrouwen hebben mannen als beschermers nodig’


Robert Slijfer

Robert Slijfer

Twitter

Boerkaverbod

In islam, politiek, samenleving, dragen, kabinet, risico, verbod, 2012.
Het kabinet stemde op 27 januari 2012 in met een verbod op gezichtsbedekkende kleding. Boerka, nikab, integraalhelmen en bivakmutsen mag je niet dragen als je over straat loopt, doe je dit wel dan loop je het risico verbaliseerd te worden … Continue reading

vrijdag, 27 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Atlas van Europese Waarden

LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
VERBETERD

Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

Jaargang 4, Nr. 199.

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Kinderpardon!

kinderpardon In de raadsvergadering op 24 januari (jawel, op mijn verjaardag) diende ik namens onze fractie een actuele motie in om de regering op te roepen om een kinderpardon te geven aan kinderen die al langer dan 8 jaar in Nederland verblijven. Dit deed ik mede op verzoek van Tofik Dibi, Tweede Kamerlid van GroenLinks. Hij initieerde samen met een hoop bekende Nederlanders de petitie op www.kinderpardon.nu Meer dan 100.000 mensen hebben daar inmiddels hun handtekening op gezet!

Met het indienen van de motie geeft GroenLinks een stem aan een gevoel wat breed gedragen wordt in de samenleving, ook de Eindhovense. Wij willen dat kinderen, die mede door het landelijke beleid inmiddels al jarenlang in Nederland leven, niet gedwongen worden om ons land te verlaten en teruggestuurd worden naar landen waar ze de cultuur en de taal niet van kennen maar die bovenal ook vaak erg gevaarlijk zijn. Wij gunnen deze kinderen een toekomst in Nederland.

Deze motie kon rekenen op een zeer brede steun in Eindhoven. De motie werd mede ingediend door de volgende partijen: SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en zelfs het CDA, die zich hiermee tegen het regeringsbeleid van hun eigen minister keerde. Verder werd de motie gesteund door twee leden van de VVD fractie. De overige leden, als ook het raadslid van LE, vonden dat het geen lokale zaak was om hier iets van te vinden. GroenLinks is het daar niet mee eens, het gaat immers ook om onze inwoners!  Bovendien is ook onze landelijke overheid een democratisch orgaan wat als het goed is luistert naar signalen uit de samenleving. Een lokale gemeenteraad kan die signalen zichtbaar maken en vertalen naar de de tweede kamer!

Heb je nog niet getekend voor het kinderpardon? Doe dat dan nu op www.kinderpardon.nu

Lees hieronder de motie en mijn betoog over het kinderpardon.

TEKST ACTUELE MOTIE KINDERPARDON

clip_image002

Actuele Motie

De ondergetekende heeft de eer de volgende motie aan te bieden.

De ondergetekende, lid van de raad van de gemeente Eindhoven,

Overwegende dat:

- Er een brede maatschappelijke steun is voor een kinderpardon in de Nederlandse samenleving;

- Bijna 100.000 mensen de petitie voor het kinderpardon ondertekenden.

Van mening zijnde dat:

- Het wezensvreemd is om asielkinderen die geworteld zijn in Nederland terug te sturen naar het land van hun ouders;

- Er nu veel aandacht is, zowel politiek als in de media, voor individuele gevallen;

- Er gestreefd zou moeten worden voor een structurele oplossing voor de hele groep kinderen die het betreft (naar schatting 1.500).

Stelt de raad voor te besluiten:

Om het College te verzoeken om bij de minister voor Immigratie & Asiel aan te dringen op een kinderpardon.

Eindhoven, …..

Het lid van de raad,

Renate Richters, GroenLinks

 

BETOOG BIJ MOTIE KINDERPARDON

Actuele motie kinderpardon

“Nederlandse kinderen gedwongen om met vader naar Afghanistan terug te gaan”. Dit was te lezen op de site van de Volkskrant vandaag. Achmed Matin (16 jaar) en Diba Matin (15 jaar) hebben allebei een Nederlands paspoort. Hun moeder is in 2006 overleden. Hun vader, Abdul Momand heeft vorige week te horen gekregen dat hij Nederland moet verlaten van de immigratie- en naturalisatiedienst, ondanks dat de rechtbank tot 3x toe heeft besloten dat hij mag blijven. Abdul Momand staat voor een onmogelijke keuze. Zijn kinderen zonder ouders achterlaten kan hij niet. “Maar eigenlijk kan ik het mijn kinderen ook niet aandoen om naar Kabul te verhuizen” zegt deze vader. De kinderen spreken geen Afghaans. Vader werkt al 10 jaar als conciërge op een basisschool.

Achmed Matin en Diba Matin. De nieuwe Sahar? De nieuwe Mauro?

Weer staat de media bol van een individuele kwestie waarbij kinderen die al lang in Nederland wonen, hier zijn opgegroeid en hier geworteld zijn, worden gedwongen ons land te verlaten. Naar Irak, Afghanistan, Angola, Eritrea.

Weer ontstaat er een breed publiek debat waarbij de regering zijn poot stijf houdt, want regels zijn regels, ondanks dat veel mensen in Nederland zich massaal hebben uitgesproken dat ze het anders willen. Dit blijkt onder andere uit de brede acties die zijn gevoerd naar aanleiding van de situatie van Mauro, maar ook uit de bijna 100.000 handtekeningen die gezet zijn voor de petitie kinderpardon.nu.

We kunnen blijven discussiëren over individuele gevallen, of we kunnen het voor eens en altijd goed oplossen. GroenLinks kiest voor het laatste. Daarom zijn dienen wij vanavond samen met SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en het CDA een motie in om bij de minister voor immigratie te pleiten voor een kinderpardon. Naar schatting gaat het hier om maximaal 1.500 kinderen onder de 21 jaar. Met deze oproep geven wij steun aan de nog te behandelen initiatiefwet van PvdA en CU over gewortelde kinderen.

Deze gemeenteraad heeft zich terecht het lot van Mauro, inwoner van onze stad, aangetrokken. Dit hebben wij gemeenteraadsbreed middels een brief aan de minister kenbaar gemaakt. Wij hopen dat u, in navolging van deze brief, met ons de minister wilt oproepen om tot een structurele oplossing voor deze kinderen te komen.

Steun daarom deze actuele motie, en zet daarom je handtekening op www.kinderpardon.nu

woensdag, 25 januari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Elies Lemkes ereburger van Eindhoven

Elies Lemkes

Tijdens de raadsvergadering van 24 januari 2012 heeft de gemeenteraad het ereteken uitgereikt aan een persoon met een bijzondere inzet voor de Eindhovense samenleving. Uit handen van burgemeester Rob van Gijzel ontving mevrouw Elies Lemkes-Straver (1957) het ereteken van de stad Eindhoven.

Mevrouw Lemkes was de directeur van Brainport Development. Was – want per 1 februari treedt zij in dienst van de ZLTO.

Mevrouw Lemkes was met een smoesje naar het stadhuis gelokt – zij had zogenaamd een exitgesprek met burgemeester van Gijzel. Ze reageerde erg verrast toen ze in de raadzaal werd onthaald en haar hele familie op de tribune bleek te zitten!

Lees hieronder meer over Ellies Lemkes

 

Over Elies Lemkes

In 1995 treedt Elies Lemkes in dienst van NV REDE. Mede dankzij haar krijgt Eindhoven-Helmond een groot landelijk project toegewezen: Kenniswijk Regio Eindhoven. Een duidelijk signaal aan de rest van Nederland dat in deze regio spannende dingen gebeuren. In 2002 neemt Lemkes de leiding van het Programma Horizon op zich. Deze voorloper van Brainport Operations begeleidt economische projecten, levert de projectleiders en jaagt ontwikkelingen aan.

In de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (2004) wordt de regio Zuidoost-Brabant voor het eerst omschreven als Brainport. Lemkes, secretaris van de commissie Sistermans, schrijft mee aan de Brainport Navigator 2006-2013 (‘Lissabon Voorbij’), een programma ter versterking van de economische structuur van de regio Eindhoven. Brainport Eindhoven maakt naam op het gebied van hoogwaardige kennistechnologie, maakindustrie en design.

TNO Automotive, goed voor honderden arbeidsplaatsen en vele miljoenen aan onderzoeksgelden, vestigt zich in Helmond. Ministers en topambtenaren van departementen onderschrijven het economisch belang van de regio Eindhoven voor heel Nederland. Handelsmissies profileren ons land als een koploper op het gebied van high tech en design. Eindhoven eindigt op de tweede plaats van de verkiezing tot World Design Capital 2012. En in 2011 wordt de regio Eindhoven uitgeroepen tot the world’s smartest region. Volgens burgemeester Van Gijzel is dat alles voor een belangrijk deel te danken aan Lemkes. Bij de uitreiking van het ereteken prijst hij haar indrukwekkende dossierkennis, haar tomeloze inzet en haar nimmer aflatende volharding.

Per 1 februari 2012 verlaat directievoorzitter Lemkes Brainport Development voor de functie van algemeen directeur van het ZLTO.

Uitzonderlijke verdiensten

Het ereteken van de stad Eindhoven is de hoogste onderscheiding die Eindhoven kent. De onderscheiding wordt door de gemeenteraad toegekend als dank voor uitzonderlijke verdiensten voor de Eindhovense gemeenschap. Vorig jaar ontving Joke de Haas het ereteken. In 2010 was dat Ad Engbers.

(bron: www.eindhoven.nl)

Theo Brand

Theo Brand

Compassie verdraagt geen kille en kleine overheid

Compassie is een waardevol uitgangspunt in de politiek, niet alleen binnen het CDA. Maar vul dat begrip dan wel groen en sociaal in, met een heldere rol voor de overheid. Vrede, gerechtigheid en ‘heelheid van de schepping’ kunnen daarbij helpen als leidende waarden. Maar dat is niet voor elke (christelijke)  politicus altijd even vanzelfsprekend, helaas.

Vrede, sociale gerechtigheid en duurzaamheid kun je ook samenvatten met het begrip ‘compassie’: betrokkenheid bij alles wat leeft, met name bij wie of wat extra aandacht behoeft. De Linker Wang – de beweging voor religie en politiek verbonden met GroenLinks – heeft deze gedachte in het voorjaar van 2011 uitgewerkt daarbij geïnspireerd door theoloog Manuela Kalsky. In de zomer werd ‘politiek met compassie’ het motto van De Linker Wang om verder uit te dragen binnen GroenLinks. Kort daarna werd het begrip door theoloog Jacobine Geel gelanceerd binnen het CDA wat binnen die partij tot instemming maar ook tot discussies leidde.

Je kunt er kinderachtig over doen, maar per saldo zijn het toch positieve ontwikkelingen. Compassie kan door niemand worden geclaimd en overstijgt politieke verschillen. Het begrip betekent ‘mededogen’ en er zit ook ‘passie’ (hartstocht) in. Het kan ook verbindingen tot stand brengen tussen politieke partijen. Misschien kan ‘compassie’ als leidraad gelden voor een toenadering tussen CDA en bijvoorbeeld GroenLinks, PvdA en ChristenUnie? Maar van ‘compassie’ als gedeelde inspiratiebron moeten we in alle nuchterheid ook geen wonderen verwachten.     

Theoloog en ethicus Frits de Lange waarschuwde het CDA afgelopen zaterdag in dagblad Trouw om het begrip compassie niet rechts-conservatief in te vullen, zoals door Republikeinen gebeurt in de Verenigde Staten. Het CDA hamert vaak op de rol van de civil society – de optelsom van alle maatschappelijke verbanden die los staan van markt en staat. Dat is een goede keuze, maar de partij gebruikt dat soms ook als excuus om te pleiten voor een kleinere publieke sector met minder sociale voorzieningen. Een kille en kleine overheid dus.

Dat brengt het CDA in conservatief vaarwater dat kritiekloos staat tegenover economisch liberalisme. Compassie wordt dan liefdadigheid in plaats van publieke gerechtigheid. Begrijp me niet verkeerd: liefdadigheid en barmhartigheid zijn nodig om de gaten te dichten die de overheid laat vallen. Dat is goed want de overheid kan niet alles. Maar dat ontslaat de politiek niet van de taak om solidariteit en gelijke kansen te blijven organiseren. Daarvoor is compassie nodig in de sfeer van de burgermaatschappij maar ook vanuit politiek en overheid. Politiek met compassie dus. Dat zou zelfs het motto kunnen worden van een centrumlinks kabinet dat de rollen van de markt, de civiele samenleving én de staat in hun onderlinge samenhang weer op waarde schat.


Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Wethouder Bart Eigeman kiest een andere weg

In bartcam, college, foto's, fractie, gemeente, groenlinks, hart, kracht, kunst, en meer.

Volgende maand draagt Bart Eigeman het wethouderschap over aan een opvolger. In de raadsvergadering van 24 januari liet hij dit weten. “Ik ben met hart en ziel verbonden aan mensen en de gemeente ’s-Hertogenbosch, maar het is nu tijd om mijzelf te leren kennen in een andere werkkring. Bovendien is het goed ruimte te maken voor een opvolger nu de regeerperiode van dit college nog niet op de helft is.” De fractie van GroenLinks maakt op korte termijn de voordracht van de opvolger van Bart bekend.

Bart weet nog niet wat hij na 28 februari gaat doen. “Tot vandaag heb ik me iedere dag opnieuw helemaal gegeven in dit werk. Elf jaarlang heb ik topsport bedreven, Ik heb even de tijd nodig daarvan los te komen voor ik me in een nieuwe uitdaging stort. Ik blijf wel aan de slag met `mensen uitdagen, inspireren en verbinden’ om het positieve uit zichzelf en hun omgeving te halen.”

Bart kijkt heel positief terug. “Ik ben dankbaar voor het vertrouwen van kiezers én het vertrouwen wat ik van de mensen kreeg die geen GroenLinks stemden. Ik heb de mensen in de stad graag vertegenwoordigd. Met velen uit de stad heb ik de afgelopen jaren mogen samenwerken.

En ik ben optimistisch gestemd: er zijn heel veel mensen die – vaak vrijwillig – zich inzetten om hun leven en dat van anderen een beetje mooier te maken. Er zijn heel veel bedrijven en instellingen die zich inspannen voor onze stad. Politiek hoeft je niet aan politici alleen over te laten. De kunst voor de politici is, de kracht in de samenleving tot bloei te laten komen. En daar blijf ik een bijdrage aan leveren, de komende jaren vanuit een ander gezichtspunt dan de politiek.”

dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


maandag, 23 januari 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Via uitstel naar afstel!

In nucleair, delta, kerncentrale, kerncentrale borssele, afval, crisis, investeringen, kernenergie, leiden, en meer.

Vandaag maakte het Zeeuwse energiebedrijf Delta bekend dat ze voorlopig afziet van de bouw van een tweede kerncentrale bij Borssele. “In de afgelopen tijd is gebleken dat de combinatie van de financiële crisis, de hoge investeringen die nodig zijn voor een kerncentrale, het huidige investeringsklimaat en de huidige overcapaciteit op de elektriciteitsmarkt met lage energieprijzen, moet leiden tot de conclusie dat voorlopig geen kerncentrale kan worden gebouwd” laat het bedrijf weten in de Provinciale Zeeuwse Courant.

Het is goed dat bij Delta nu ook de realiteit begint door te dringen. Er zijn nog nooit kerncentrales gebouwd zonder overheidssubsidie en de kosten voor sloop en opslag van afval worden via overheden op de samenleving afgewenteld. Dus kernenergie, is gevaarlijk, duur en overbodig.

Delta spreekt over een ‘voorlopig’ uitstel waarbij de plannen voor een tweede kerncentrale de komende 2 tot 3 jaar niet worden doorgezet. Delta zegt nu dat de plannen weer worden opgepakt zodra de omgevingsfactoren verbeteren. Dat is natuurlijk logisch omdat het bedrijf niet binnen een half jaar tijd een draai kan verkopen van zeker doorzetten van een tweede kerncentrale (met alle bijbehorende kosten) naar toch maar geen nieuwe centrale. Maar dit uitstel kan maar tot één ding leiden: afstel.

Dat is goed nieuws voor Zeeland, goed nieuws voor het milieu en goed nieuws voor komende generaties. Hopelijk heeft Delta niet al te lang nodig om zo ver te komen het plan definitief af te blazen, zodat we nu zo snel mogelijk werk kunnen gaan maken van de sluiting van Borssele (laten we nog maar één keer zeggen “1”).

vrijdag, 20 januari 2012

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Drie keer links

Zaterdag 14 januari openden de drie linkse partijen gezamenlijk het jaar. GroenLinks, PvdA en SP willen alle drie ‘een ander Nederland’. We willen samen “slim, solidair en ‘groen’ investeren” in ons land om de crisis te bestrijden.
Juist onder het meest rechtse kabinet sinds Van Agt-Wiegel ligt het voor de hand om alle linkerhanden ineen te slaan. Samen staan we sterk en zo. Hoe ver moet zulke samenwerking nou gaan? Eén sterk links alternatief lijkt aanlokkelijk. En er is veel voor te zeggen. Maar is het tactisch wel handig?

Eerst maar eens wat er allemaal vóór te zeggen valt. De drie partijen die zichzelf gewoon links durven te noemen lijken elkaar in elk geval prachtig aan te vullen.
De SP spreekt de taal van de gewone mensen, niet alleen van de Nederlanders die spreekwoordelijk hard werken, maar zeker ook van de mensen die van een uitkering rond moeten komen. SP-ers klagen steen en been over alles wat er mis is en mis gaat in de samenleving en verwoorden daarmee precies hoe veel mensen erover denken. PVV-stemmers die hun hersenen gebruiken, zien dat de partij van hun eerdere keuze hen nu naait met de miljardenbezuinigingen die ze beginnen te voelen en stappen over naar de SP.
De PvdA heeft meer dan de andere twee de regenten in de gelederen die het land, de provincie of de stad kunnen besturen op grond van hun kennis en ervaring. De term ‘regent’ bedoel ik in dit verband uitdrukkelijk niet pejoratief. Oorspronkelijk zijn regenten immers de eerste bestuurders die hun positie niet bekleedden op grond van hun afkomst, maar op basis van hun verdienste. In een meritocratie zitten veel van de PvdA-bestuurders volkomen terecht op het pluche. Hun taal spreekt de kiezers wel niet meer zo aan, maar is wel de taal waarmee je de dingen gedaan krijgt.
En GroenLinks ten slotte is de ideeënpartij zonder macht die het meest op een ‘volhoudbare’ toekomst is gericht. Wij kunnen op links de nuance inbrengen, de horizon verleggen, creatieve ideeën aandragen en de multiculturele samenleving verdedigen. Wij spreken het nadenkende deel der natie aan. Als we heel erg ons best doen misschien ook nog wel de activisten en de anarchisten en de pacifisten voor zover ze zich niet allang moedeloos van de parlementaire democratie hebben afgewend.

Tussen haakjes. Op landelijk niveau is een nieuwe linkse eenheid zelfs een uitkomst voor de drie huidige politieke leiders. Roemer is de gedroomde voorman in de campagne, die de rechtse drammers en bezuinigingsbulldozers alle hoeken van de Kamer laat zien. Cohen komt ongetwijfeld veel beter tot zijn recht als minister-president dan als parlementariër. En wij zijn verlost van stuntelende stekkerdoosstukjes.

Het is echter niet moeilijk om de problemen binnen de linkse drie-eenheid te zien aankomen, zeker als het sentiment ‘anti-rechts’ zijn centripetale kracht op den duur verliest. Want als de SP bijvoorbeeld zegt wat mensen erover denken, betekent dat: ‘de hoge heren zorgen alleen maar goed voor zichzelf’ en ze bedoelen daarmee nou precies de bestuurders waar de PvdA hetzelfde patent op heeft als het CDA.
Die PvdA-bestuurders zijn in Zwolle bijvoorbeeld niet te beroerd om in een college met de VVD en het CDA (en de ChristenUnie trouwens) te schipperen om de ‘kille bezuinigingen’ (Cohen, Roemer en Sap) van het kabinet te verstouwen. Zij bezuinigen lekker op de voorzieningen die de last voor de zwakkere schouders in onze stad nog een beetje dragelijk maakten, maar willen niet eens nadenken over een kleine lastenverzwaring voor de Zwolse huizenbezitters.
GroenLinks zal overigens in een constellatie terecht komen waarin duurzaamheid vooral geweldig is omdat (of in het ergste geval: alleen maar als) het geld oplevert, kunst omdat het de economie stimuleert en multiculti omdat het werk toch door íemand gedaan zal moeten worden.

Ik zie een doorslaggevende reden om de samenwerking beslist niet te laten, maar vooral niet te ver te voeren. Die reden is van tactische aard, ik geef het toe. Want principieel zijn de onderlinge verschillen op links natuurlijk kleiner dan de kloof met rechts (ik blijf maar even via de links-rechts-lijn redeneren om dit verhaal niet te gecompliceerd te maken, al ken ik natuurlijk ook de kwadranten en de hoefijzers die de politieke werkelijkheid wel wat beter of in elk geval genuanceerder verbeelden en bijvoorbeeld laten zien dat D66 en VVD op sommige terreinen dichter bij GroenLinks staan dan de SP).

In de media-democratie waarin we ons nu eenmaal bevinden, krijgen drie partijen grosso modo drie keer zo veel aandacht als één partij. Die vuistregel gaat niet in alle opzichten op, maar bijvoorbeeld bij het grote ‘lijsttrekkersdebat’ heb je meer inbreng als er drie linkse partijleiders hun geluid mogen laten horen dan wanneer we maar met ééntje vertegenwoordigd zijn.
En zoals je christelijk-rechts, ondernemers-rechts en dom-rechts hebt, kun je maar beter ook alle toonaarden van het linker orkest laten horen. Want in de werkelijkheid waarin de kiezer leeft op het moment waarop hij in het stemhokje staat, kan een CDA-er zomaar vertrouwen krijgen in de PvdA-voorman, een PVV-er zijn hoop stellen op de SP en een VVD-er zomaar kiezen voor een duurzame variant van het liberalisme.

Drie keer links is dus gewoon meer dan één keer links.


Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Rechts geeft niets om uw veiligheid

In maatschappij, politiek, bezuinigingen, criminaliteit, diefstal, mobiele telefoon, politie, pvvd, rechts, en meer.

Velen hebben op de (gedoog)partijen van dit ultrarechtse kabinet gestemd omdat ze de samenleving onveilig geworden vinden. Ze denken dat linkse partijen daar niets aan doen, dus moet er iemand eens even flink met de rechtervuist op tafel slaan en actie ondernemen.

Vandaag mocht ik daar de gevolgen van ondervinden, toen ik aangifte ging doen van diefstal. Maandag is mijn telefoon gestolen. Een jongen die van achter mij aan kwam fietsen, greep mijn telefoon uit mijn handen en ging er vandoor. Ik sprong op mijn fiets en reed hem achterna. Hij kon minder hard fietsen dan ik of dacht misschien dat ik minder hard reed, maar ik begon langzaam dichterbij te komen. Bij een druk kruispunt had de dief ontzettend veel geluk. Hij kon net oversteken voor de auto’s gingen rijden en ik net niet. Daardoor wist hij me te ontkomen.

Ik fietste naar huis en heb mijn verbinding laten blokkeren, zodat de dief in ieder geval niet zou kunnen bellen en geen gebruik zou kunnen maken van mijn applicaties en alle informatie die daarmee verkrijgbaar is. Later kwam ik erachter dat er ook applicaties zijn (die je zelfs op afstand kunt installeren) waarmee je de locatie kunt opvragen, foto’s kunt maken en je gegevens kunt wissen op afstand. Helaas was het daar al te laat voor op dat moment.

Ik deed een internetaangifte, maar die werd afgewezen omdat ik de dader had gezien. Mijn beschrijving van de dader strekte niet verder dan dat het een man met een fiets was, maar dat moest ik blijkbaar persoonlijk komen vertellen.

Vandaag kon ik eindelijk aangifte doen. Daar werd anderhalf uur voor gepland. De dame die mijn aangifte opnam, vertelde dat dat sinds kort was. Er wordt namelijk zo bezuinigd op de politie, dat er niet voldoende baliepersoneel meer kon zitten. De wachttijden liepen daarom af en toe op tot vijf uur, en daarom werken ze nu op afspraak.

Het doen van mijn aangifte kostte uiteindelijk ongeveer een kwartier. Ze doen dat puur voor de verzekering – die ik niet heb, maar dat terzijde. Ze kunnen namelijk helemaal niets met dit soort gevallen. De dader staat wel meerdere keren op camera, maar daar gaan ze daar niets mee doen. Vervolgen kan namelijk niet omdat niet op camera staat dat de dader de telefoon uit mijn hand trekt. Dat denk ik tenminste, want de politie kijkt niet of er camera’s hangen en ik weet niet precies waar die hangen – dat ik hem niet gezien heb wil niet alles zeggen. De dader blijft dus volledig onbekend, ondanks dat hij gewoon op camera staat. Maar ja, er is geen capaciteit voor dit soort zaken.

Ik vind het een gemiste kans, want zelfs als vervolgen niet mogelijk was, zou het wel kunnen dat het een bekende van de politie was of zou het kunnen dat de dader op meerdere beelden op zou duiken na vergelijkbare incidenten. En dan kun je misschien op andere manieren te werk gaan om het een dader lastig te maken.

Dat de dagelijkse realiteit is dat hier geen geld en dus tijd voor is, kan ik nog begrijpen. En ik had de hoop dat in ieder geval iets gedaan kon worden om te zorgen dat de dader geen plezier van mijn telefoon zou hebben. Dat de telefoon geblokkeerd kon worden of dat er een sms-bom op losgelaten zou worden. Maar zelfs dat gebeurt niet. Afgeschaft vanwege bezuinigingen.

Kortom, cameratoezicht is een farce –  zolang je het misdrijf zelf maar buiten beeld doet kun je daarna vrij rondfietsen en in de camera glimlachen – en alle andere mogelijkheden om daders te vinden of te ontmoedigen worden wegbezuinigd.

De simpele waarheid is dat deze dief dit zijn hele leven kan blijven doen, zolang hij niet toevallig net een professionele wielrenner berooft die ook nog eens hard kan slaan, onder de camera te werk gaat of spontaan van zijn fiets valt. Geen haan die er naar kraait. Niemand die hem daarna nog lastig valt. Geen enkel risico dat een eventuele koper een mededeling krijgt dat de telefoon gestolen is.

Daarmee bescherm je criminelen, ontmoedig je aangifte en stimuleer je dat mensen het heft in eigen hand gaan nemen. Het eerste wat ik op mijn toekomstige telefoon ga installeren is een applicatie om hem op afstand te bedienen. Als dit me nog een keer gebeurt, zal ik zelf de GPS-locatie van mijn telefoon wel opvragen en misschien wel met wat vrienden op visite gaan bij de dader, en als het me lukt om met die applicatie foto’s te nemen van de dader zet ik ze voor iedereen op internet. Het mag niet, maar telefoons stelen mag ook niet en het officiële traject heeft niets te maken met rechtvaardigheid.

En volgende keer doe ik mijn aangifte wel via internet en lieg ik dat ik de dader in het geheel niet gezien heb. Dat scheelt me namelijk vrij nemen van mijn werk en drie dagen wachttijd voor ik een kopie van de aangifte heb om op te sturen naar mijn provider.

Dat mijn telefoon gestolen is, is vervelend. Van een dief verwacht ik echter geen goed gedrag, geen bescherming, geen steun.  Maandag was ik alleen boos. Nu heb ik het gevoel dat de overheid me in de kou laat staan ten gunste van criminelen. Dat het sommige politici blijkbaar niets kan schelen, terwijl die zich juist druk zouden moeten maken om veiligheid en die zich verantwoordelijk zouden moeten voelen voor de bescherming van burgers, en dat recht volledig los is komen te staan van rechtvaardigheid omdat rechts liever geld steekt in een paar kilometer harder rijden, met vliegtuigjes spelen en andere dingen waar ze erecties van krijgen. En caviapolitie natuurlijk.

En ondertussen winnen de rechtse partijen nog steeds zieltjes met stoere taal, terwijl ze alles doen om straatterreur te bevorderen. Ik hoop dat de mensen die erin getuind zijn volgende keer twee keer nadenken voor ze het rode potlood ter hand nemen.


zondag, 15 januari 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter Blogreacties: Krispijn Beek

Een Ander Nederland in Lochem


teaserGisteren begaf ik me tussen rode hesjes van de PvdA, de tomatentassen van de SP en de groengebuttonde GroenLinksers  in Nijmegen.Voor de nieuwjaarsbijeenkomst ‘Een Ander Nederland’. Natuurlijk een gezellige en feestelijke happening van progressief Nederland. Maar ook hoopgevend, omdat de bundeling van krachten uitzicht biedt op het vervolg op de huidige coalitie. Wat zegt deze brief van Cohen, Roemer en Sap over lokaal beleid. Bestaat er zoiets als ‘Een ander Nederland in Lochem’? Jawel!

Systeemprobleem

koninginCohen, Roemer en Sap zeggen, naar goede linkse traditie, dat de huidige crisis ons niet ‘zomaar’ overkomt, als een natuurramp die we als onvermijdelijk verschijnsel moeten accepteren. Nee, deze crisis komt vanuit falende financiële markten, zelfverrijking, korte termijnbelangen die boven de lange termijn worden gesteld. Dat is goed nieuws! Een natuurramp moet je naar beste weten opvangen. Die vergt een wendbare en alerte samenleving. Maar een crisis die geen natuurverschijnsel is… daar kan je in de kern iets aan doen. Die kan je aanpakken en voorkomen. Het systeem dat tot die  crisis leidt kan omgevormd worden. Daar gaat Een Ander Nederland ook over.

Werk

Centraal in de oproep voor Een Ander Nederland staat het scheppen van zinvolle en duurzame banen. Want via werk komen we bij de structuur die onze economie en samenleving vormt. En dat is nu juist ook wat onze lokale paarse coalitie laat zien. In een duurzame economie combineren we zinvol werk met duurzame investeringen. In Lochem spelen daarbij een aantal wezenlijke onderwerpen; energie, duurzaam bouwen, afval en recycling, groenbeleid, wegenbeheer, riolering. Ik pak er een paar elementen uit.

Duurzaam bouwen en renoveren

duboTerwijl de nieuwbouw in Lochem (net als in de rest van Nederland) stokt  biedt zich een fantastisch werkveld aan voor onze bouwers, installateurs en architecten. Het grootste deel van onze woningvoorraad is niet toekomstbestendig. Hoeveel werk en innovatiekracht zal er in die duurzame renovatie kunnen gaan. Dat levert veel winst op, financieel, milieutechnisch,  qua kennis. ‘Bouwend Lochem’ maakt zich hiervoor klaar. Ik schuif aan, als wethouder, bij een van de landelijke topteams om gezamenlijk beleid te ontwikkelen. Onze afdeling overlegt bij ‘Bouwend Lochem’ om krachten te bundelen. In de regio zetten we de klokken gelijk. Kortom… dit gaan we doen!

Afval en recycling

Met Berkel Milieu, 2Switch, het werkvoorzieningschap Delta en het buurtonderhoudsbedrijf Cambio werken we aan nauwe samenwerking, het Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte. Daarin bundelen we al onze krachten voor zowel het beheer van de gebouwde omgeving als ons uitgestrekte buitengebied. Bijzonder daarbij is dat we ook in staat zullen zijn om een goed en effectief afvalbrengpunt op te zetten. Met alle arbeidskracht gebundeld kunnen we afvalstromen beter scheiden en sorteren en alles van waarde eruit halen. In Zutphen zie je dat nu al gebeuren, met o.a. het ‘zwarte kratje’ waarin huishoudens glas, blik, plastic, papier en andere makkelijk te scheiden zaken aan de straat zetten. Delta haalt dat op en zorgt dat de afvalstromen goed terecht komen. Dat levert arbeidsplaatsen op en zorgt ook voor extra inkomsten omdat het goed gescheiden afval makkelijk in de markt te zetten is.  Dat kan voor veel meer afvalstromen gebeuren en daarmee een beter milieu en meer (duurzame) werkgelegenheid opleveren.

Onderhoud groen

groenDatzelfde Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte kan ook de enorme uitdaging voor het beheer van ons openbaar groen beter vormgeven. Behalve dat we een steviger team zullen vormen voor het noodzakelijk schoffel en renovatiewerk zijn we ook in staat een gezamenlijk dilemma rond het beheer van de bomen in het buitengebied beter aan te pakken. Door krachten en kennis te bundelen kunnen we in zetten op goed kwalitatief onderhoud van onze bomen en zijn we in staat werkelijk een bedrijfsplan te maken waarbij we het rendement van de opbrengsten aan hout en houtsnipppers beter kunnen ‘vermarkten’ en een ruim opgezette nieuwaanplant kunnen realiseren zodat we ook op de lange termijn van voldoende opbrengsten en kwaliteit kunnen genieten. Goed voor onze lokale economie, de werkgelegenheid, de biodiversiteit en het landschap!

Riolering

Ons rioolstelsel lijkt een prachtig efficiënt systeem gericht op het afvoeren van afvalstoffen. Maar is het wel zo efficiënt? Met het riool voeren we waardevolle voedingsstoffen en warmte af met een behoorlijk gebruik van energie. Jaarlijkse onderhoudslasten stijgen snel. Dat kan anders, door direct in de buurt het afvalwater te verwerken en warmte uit het riool te onttrekken. De ombouw van dit systeem zal de komende tien jaar veel werkgelegenheid kunnen leveren terwijl het ons verlies van kostbare grondstoffen beperkt. Ook hier gaan zorg voor het milieu, leefomgeving en werk samen.

Een ‘hub’ voor duurzame zzp-ers

hubTientallen, zoniet honderden, bedrijfjes hebben een plek op zolder of in een achterkamer. Zzp-ers die als energieadvies geven, technische innovaties realiseren, communicatie ondersteunen, conferenties organiseren. Veel van die bedrijven en bedrijfjes werken geïsoleerd. Ze maken weinig gebruik van elkaar onderlinge kracht. Het energieadvies zou gebruik kunnen maken  van de communicatiedeskundige, de onderzoeker of financieel deskundige om de hoek. Bij LochemEnergie merken we hoeveel kennis en arbeidskracht aanwezig is en als we die bundelen dan ontstaat een geheel nieuwe kracht. Dat kan, bijvoorbeeld in een gedeelde kantoorruimte met gedeelde faciliteiten. Gezamenlijke receptie, computernetwerk en kantine. Gezamenlijke scholing, gedeelde projecten en gebundelde communicatie. Een antwoord op eventuele leegstand in kantoren en een versterking van de innovatieve en duurzame werkgelegenheid dus.

Zo krijgt Een Ander Nederland in Lochem vorm. Daarvoor is meer nodig dan een enthousiast ‘paars’ Lochems college en ondernemende gemeenteraad. Stimulans en ruimte vanuit het Rijk om duurzaam en sociaal te innoveren is  wezenlijk. Niet voor niets pleit Lochem voor  de aanpassing van de belastingwetgeving voor energie, zodat ook een lokaal energiebedrijf als LochemEnergie kan concurreren met de (nu gesubsidieerde) grootschalige opwekking van grijze energie. Het Rijk zal de belastingwetgeving moeten vergroenen, innovatie moeten stimuleren en samen met de financiële sector moeten bijdragen aan de investeringsruimte voor dergelijke duurzame initiatieven, bijvoorbeeld door het opzetten of gericht steunen van ‘revolverende’ fondsen die investeren in duurzame energie makkelijker maken. Het Rijk zal belemmerende regelgeving moeten wegnemen en normen moeten stellen (bv op het vlak van energiezuinig en duurzaam bouwen) om een gemeenschappelijk speelveld te creëren waarin al deze initiatieven kunnen floreren. Even belangrijk is dat gemeenten en lokale gemeenschappen de verbinding zoeken, gemeenschappelijke ontwikkeltrajecten opzetten en innovatie in een open en lerende omgeving plaatsen. Zodat die duurzame toekomst op vele plekken tegelijk vorm krijgt.

Dan krijgen we het andere Nederland dat we nodig hebben.  

zaterdag, 14 januari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Skaeve Huse voor ‘lastige’ mensen

In de zaterdageditie van het Eindhovens Dagblad van 14 januari is onderstaand artikel gepubliceerd op de opiniepagina. Het artikel heb ik samen met Martijn van Lanen, docent en onderzoeker bij de Fontys Hogescholen en Thijs Eradus, hoofd van de nachtopvang voor daklozen, geschreven. Het artikel is onder andere resultaat van een discussie die we over dit onderwerp voerden op Linkedin met studenten en docenten van de Fontys.

 

skaeve_huse_1 Skaeve Huse als schakel in de voorzieningenladder voor daklozenzorg

Martijn van Lanen[1], Thijs Eradus[2], Renate Richters[3]

Deze zomer maakte het College van B&W bekend dat zij op zoek gaat naar locaties om zogeheten ‘Skaeve Huse’ neer te zetten. Skaeve Huse zijn woonvoorzieningen voor mensen met een bijzondere achtergrond. Dit besluit kwam o.a. nadat de raadswerkgroep maatschappelijke opvang van de gemeenteraad hiertoe heeft opgeroepen en de gemeenteraad een werkbezoek aan de Skaeve Huse in Tilburg heeft gebracht.

Beeldvorming

Voorzieningen zoals Skaeve Huse worden – in onze ogen ten onrechte – wel eens weggezet als ‘asowoningen’ of ‘tuigdorpen’: plekken waar mensen die overlast weggestopt worden zodat de samenleving geen last van hen heeft. Wij zien de Skaeve Huse echter als een belangrijke schakel in de voorzieningenladder voor dak – en thuislozenzorg.

Dak – en thuisloosheid is een thema waaraan vaak meerdere problemen tegelijkertijd ten grondslag liggen. De dakloze bestaat niet. Het gaat om mensen die op een bepaald punt in hun leven in een situatie raken dat ze voor korte of langere tijd dak- of thuisloos raken. Dit gebeurt veelal door een combinatie van problemen, die op een bepaald moment samenkomen waardoor de persoon (tijdelijk) niet meer in staat is zijn problemen op te lossen. Bij dakloosheid komen materiële, relationele, psychische en institutionele factoren samen. Dak – en thuisloosheid gaat vaak gepaard met financiële problemen, middelengebruik, schuldenproblematiek, trauma’s, hechtingsproblematiek, psychiatrische problematiek, enzovoort.

Nieuwe visie

De gemeente werkt, onder andere met de organisatie voor maatschappelijke opvang Neos (organisatie voor maatschappelijke opvang) aan een nieuwe visie op maatschappelijke opvang. Die visie is dat iedere dakloze een traject krijgt, met de opdracht om mee te werken aan zijn of haar herstel. Daarnaast zal in 2012 de Nachtopvang van Neos aan de Barrierweg grotendeels omgevormd worden tot een Instroomhuis voor dak- en thuislozen uit Eindhoven. Uitgangspunten zijn: perspectief bieden aan de doelgroep en het aanbieden van duurzame trajecten, gericht op de eigen mogelijkheden, in plaats van te blijven focussen op de onmogelijkheden. En dus niet op wat iemand niet kan, omdat hij of zijn bijvoorbeeld verslaafd is, of een psychiatrische achtergrond heeft. Hiervoor zijn verschillende woonvormen nodig om deze doelgroep het juiste en meest passende traject aan te kunnen bieden. Voorbeelden van succesvolle woonvormen en samenwerking zijn er al in Eindhoven, zoals DOOR (begeleid wonen, bestaat al 10 jaar en is erg succesvol), Domus, Housing First (afgelopen jaar gestart en zal worden uitgebreid) en daarnaast zijn er inmiddels een groot aantal kleinschalige woonvormen en eengezinswoningen voor individuele bewoning door dak- en thuislozen in Eindhoven.

Voor een kleine groep dak- en thuislozen die maatschappelijk onaangepast gedrag blijven vertonen zou je kunnen denken aan Skaeve Huse om daarmee een compleet aanbod voor het hele spectrum van de doelgroep kunnen realiseren. Omdat het voor enkelen van hen, ondanks herhaalde pogingen, helaas niet mogelijk is om in een van de huidige voorzieningen te wonen is een uitbreiding van het aanbod in de vorm van Skaeve Huse erg welkom en passend in het aanbod.

Aanstaande dinsdag discussieert de gemeenteraad over de maatschappelijke opvang. GroenLinks zal hierbij wederom aandacht vragen voor het opzetten van Skaeve Huse in Eindhoven.


[1] Martijn van Lanen (m.vanlanen@fontys.nl) is werkzaam als docent en onderzoeker bij Fontys Hogeschool Sociale Studies te Eindhoven, waar hij onder andere onderzoek doet naar overlast en naar dak -en thuislozen. Zie ook www.martijnvanlanen.nl.

[2] Thijs Eradus (TEradus@st-neos.nl) is werkzaam als hoofd Nachtopvang bij Neos

[3] Renate Richters (renate.groenlinks@gmail.com) is fractievoorzitter van Groenlinks Eindhoven

Johanna Welfing

Johanna Welfing

Hyves Twitter PS

Een nieuwe voorzitter: Twee goede kandidaten, één functie, een lastige keuze.

Foto gemaakt door Menno Slaats Verbinden, solidariteit, luisteren naar de leden, meer dialoog vooraf, een betere vertaalslag door de Kamerfractie, groene innovatie, een partij die met beide benen in de samenleving staat. Zomaar een paar termen die vanmiddag voorbij kwamen tijdens de discussie tussen de twee voorzitterskandidaten van het landelijk bestuur. Prachtige zinnen, volgens mij willen we dat allemaal. Woorden die ik eerder heb gehoord bij eerdere verkiezingen. De vraag is hoe ga je dit doen als voorzitter? Want woorden zijn nog geen daden. Op de ALV werd dan gelukkig ook door de mooie woorden heen geprikt. De keuze voor de GroenLinks leden wordt er m.i. niet makkelijker op. Een kleine beschouwing van de kandidaten zoals ik ze heb geobserveerd. De twee kandidaten: Heleen Weening & Arno Uilenhoet Opmerking vooraf: Ik ben er van overtuigd dat beide kandidaten uitermate geschikt zijn voor de functie van het voorzitterschap. Ik voel de passie, beide hebben unieke kwaliteiten. Bij beide kandidaten heb ik een goed gevoel. Heleen Weening – ‘Het Solidaire Groene Land’ Antwoordt vanuit het hart, maar toch op een zakelijke prettige manier. Heeft het voornemen om als voorzitter echt een voorzitter voor de leden te zijn die via de organen binnen de partij, zoals bijvoorbeeld de partijraad, werkgroepen etc te werken met de Kamerfracties. Belangrijk punt voor Heleen is besluitvorming vooraf binnen de partij op basis van programma. Zij zet in op een permanent programmacommissie. Heleen wil belangrijke thema’s op de kaart zetten waarover leden in de afdelingen kunnen discussiëren en waarvan de (stand)punten vervolgens door de vertegenwoordigde partijraadsleden meegenomen kunnen worden naar de partijraad. Een initiatief wat ik van harte ondersteun. Heleen vindt dat GroenLinks zich evenredig in uitingen naar buiten moet laten zien voor groene en solidaire thema’s. Partijnaam hoeft niet aangepast te worden. Het partijprogramma is goed, en we zijn geen partij in worsteling. Arno Uijlenhoe t – ‘Het groene goud’ Een goede welbespraakte spreker, fijn om naar te luisteren. Heeft een duidelijke visie waar GroenLinks op in moet zetten. Groene duurzame innovatie. “Het groene goud” Wil meer dialoog binnen de partij en weet ook duidelijk hoe hij dat neer wil gaan zetten. Via de partijraad, via het landelijke bureau, maar ook door werkgroepen niet in Utrecht maar op locaties in het land te laten vergaderen. Goed initiatief. Arno vindt dat de slag naar het duurzame bedrijfsveld meer gemaakt moet worden en zal daar ook op inzetten. Arno geeft aan dat besluitvorming en discussie met leden over belangrijke en gevoelige onderwerpen beter kan en vooraf moet plaatsvinden. Arno vindt dat GroenLinks best meer de nadruk mag leggen op duurzaamheidthema’s, oftewel het “groene goud”. De koers die ingezet is goed, we zijn geen partij die worstelt, we hebben een goed programma. Partijnaam hoeft niet worden aangepast. Twee beschrijvingen, twee capabele mensen voor één functie. Wie kies je dan? Nou ja , ik kies niemand, ik heb me te laat aangemeld voor het congres, dus heb geen stemrecht. Wat als ik wel stemrecht had op wie zou ik dan stemmen? Twijfel alom . wat mij bij Heleen erg aansprak is de directe vertaalslag naar wat er bij mensen speelt. Arno komt bij mij meer zakelijker over, een onmisbare eigenschap voor een voorzitter die mij erg aanspreekt, direct en kundig. Meerdere voorzitters zijn Heleen en Arno voorgegaan binnen de partij. Ze spraken mooie woorden in hun campagne in de weg er naar toe, maar verloren zich ‘grotendeels’ in de Haagse werkelijkheid. Ik heb mezelf de vragen gesteld, bij welke kandidaat ben ik het bangst dat zij/hij zich laat verleiden door de Haagse werkelijkheid en bij welke kandidaat denk ik dat het meeste Haagse menselijkheid gerealiseerd wordt. Wellicht wat kromme maatstaven, nu niet te toetsen en puur een gevoelskwestie. Op basis van deze vragen komt er voor mij een kandidaat uit waar ik op zou stemmen als ik de kans had. Ik zou kiezen voor het iets minder zakelijke, maar voor mijn gevoel iemand die dichter bij het maatschappelijke middenveld staat. Mijn fictieve stem gaat dus niet naar het “groene goud” , maar naar "het solidaire groene land".

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Publicatie beledigingen Cor Bosman opent doofpot PVV.

Voor de verkiezingen voor Provinciale Staten in Limburg schreef de kandidaat voor de PVV-Limburg Cor Bosman in een e-mailbericht aan partijgenoten over kandidaat voor de PvdA Selçuk Öztürk: “Hij is wat mij betreft niets meer en niet minder dan een stuk uitgekotst halalvlees, gemaakt van Turks varken”.
Enkele maanden later verlaat PVV – statenlid Harm Uringa de fractie van de PVV zonder de ware redenen te noemen.
Een jaar later, op vrijdag 13 januari 2012, publiceren de regionale kranten Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad de uitspraken van Bosman. Het bericht van Bosman en de notulen van de vergadering van de PVV-fractie hierover zijn uitgelekt, waarschijnlijk via ex-PVV-er Uringa. Bosman vindt naar aanleiding van de publicatie Uringa een “narcistische zak”.

Cor Bosman heeft met zijn schriftelijke uitspraken volledig buiten de politieke mores geplaatst en niemand zal hem ooit nog serieus nemen. Hij heeft bewezen dat hij er een dubbele moraal op nahoudt. En hier geldt de overtreffende trap van “wie wind zaait zal storm oogsten”.

De PVV-fractie onder leiding van Laurence Stassen heeft het in de doofpot gestopt in de hoop ermee weg te komen. In een reactie schreef ze vorig jaar over het bericht van Bosman dat hij een punt heeft, maar “dit soort taalgebruik kan echt niet”. Het blijft echter bij excuses van Bosman binnen de fractie.
Nu, een jaar later, is door de publicatie “de affaire te groot geworden” en is Bosman uit de fractie gezet. Maar nu nog vindt Stassen Cor Bosman een loyaal PVV-er. Ze wil wel excuus maken. Ze vindt dat ze niet de beroerdste is. Het lijken daarmee niet echt welgemeende excuses.

Volgens Thijs Coppes van de SP-fractie wisten de gedeputeerden Antoine Janssen en Theo Krebber van de PVV het en hebben hun mond gehouden. Omdat ze voordeel hebben van hun huidige positie, hielpen ze mee aan de doofpotcultuur binnen de PVV.

Ook Geert Wilders wist ervan en had zelfs beloofd in te grijpen. Dat is niet zichtbaar gebeurd. Ook Wilders heeft de doofpot gehanteerd om de schade te beperken. Maar zoals wel vaker meet Wilders met twee maten en is hij in normen en waarden veel toleranter ten opzichte van zijn PVV-ers dan anderen in de politiek en samenleving. Dat heeft hij ook bewezen binnen zijn Tweede Kamerfractie.

Het uitlekken wordt door de PVV erger gevonden dan de uitspraken. Laurence Stassen vindt het laakbaar. Harm Uringa krijgt het verwijt een verrader te zij. Het is een beproefde tactiek om de boodschapper zwart te maken en daarmee een fout te verdoezelen. Maar Harm Uringa hield de eer aan zichzelf. Hij was wellicht nog te loyaal aan de PVV omdat hij nog een half jaar heeft gewacht met uitlekken. Maar hij moet worden gewaardeerd als klokkenluider: ” Voor het slagen van het kwade hoeft niets meer te gebeuren dan dat de goeden niets doen”.

Coalitiepartners CDA en VVD vinden dat deze coalitie zo’n goed werk doet dat dit geen consequenties hoeft te hebben voor de samenwerking. Voor hun telt in toenemende mate het geloof in het niet zo Christelijke “het doel heiligt de middelen”. Maar zij moeten beseffen dat “wie met pek omgaat, wordt ermee besmet”.

We moeten met respect met elkaar omgaan. Politici moeten hierin het goede voorbeeld geven. Uit politieke motieven haat zaaien is een groot risico voor onze samenleving. En politici met een dubbele moraal of dubbele agenda zijn niet te vertrouwen. Dat geldt voor de hele PVV-top.

vrijdag, 13 januari 2012

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Veiligheid in een bange buurt

De stadsdeelkrant heb ik meestal binnen drie seconden uit. Deze week werd mijn aandacht wat langduriger getrokken, namelijk door een weerzinwekkende advertentie van de politie. “Iemand aan de deur? Doe nooit zomaar open!”. Dat is dus ‘veiligheid’: wantrouwen en angst organiseren met als beoogt effect dat een misdrijf uitblijft. De advertentie past naadloos in het veiligheidsdenken van de stadsdeelvoorzitter: Mensen, maak elkaar zo bang dat jullie het wel uit hoofd halen elkaar iets aan te doen. 

 

"Iemand aan de deur? Doe nooit zomaar open!" - advertentie van de politie in de stadsdeelkrant van 12 januari 2012

“Afspraak met een bedrijf aan huis? Zorg dat er een bekende bij u aanwezig is.” Lezen we ook in de advertentie. Van de tientallen keren dat er bij mij een bedrijf langskwam, was dat gewoon een aardige man of vrouw die een euvel in mijn huis kwam oplossen of de cv kwam onderhouden. Nooit heb ik enige reden gehad tot wantrouwen van mensen die gewoon goed hun werk willen doen.

En hoe vaak zou het elders in de stad mis gaan? Zou misschien één op de tienduizend huisbezoeken malafide blijken? Of één op de honderdduizend? En moeten we dan uit wantrouwen voor onze medemens bij al die 9.999 huisbezoeken van een dienstbaar persoon eerst een bekende optrommelen die er bij aanwezig moet zijn? Belachelijk! Als deze bangmakerij de manier is waarop de politie ‘waakzaam en dienstbaar’ denkt te zijn, dan staat de politie bij mij boven aan het lijstje te wantrouwen bedrijven.

Dit is niet dienstbaar aan een veilige samenleving. Want wat betekent veiligheid nog als je bang wordt van de deurbel?

 

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


Theo Brand

Theo Brand

Kiest het CDA voor een echte omslag?

Het CDA overweegt volgens de media ‘een ruk naar links’. De mogelijke koerswijziging blijkt uit gelekte plannen afkomstig uit het zogeheten Strategisch Beraad onder leiding van oud-minister Aart Jan de Geus. Veel christen-democraten zullen de koerswijziging eerder bestempelen als een terugkeer naar het politieke midden. Vooral macht en invloed maken een centrumpositie immers interessant. Maar een strategisch beraad is nog geen principieel beraad. En dat laatste is nodig is om een nieuw fundament onder de partij te leggen.

Als je door de waan van de dag stevig naar rechts bent meegezogen, dan sta je na verloop van tijd beteuterd in de hoek. Dan blijft er één richting over en dat is terugbewegen naar links. Zo verrassend is de koerswijziging daarom niet. De vraag is vooral: hoe ver durft het CDA te gaan? En komt de partij ook aan de progressieve kant van het politieke spectrum uit? Komt de koersverandering voort uit lijfsbehoud of is deze geboren uit een diepgewortelde overtuiging? En als dat laatste het geval is, wanneer volgt dan de erkenning dat de partij door fixatie op macht de afgelopen jaren op een ideologisch dwaalspoor terecht is gekomen?

Nu is de vraag wat de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ precies inhouden nogal verschillend te beantwoorden. Dat is – helemaal voor middenpartijen als CDA en D66 – altijd een wat lastige zaak. Voor mij telt het criterium of een politieke partij culturele verdraagzaamheid, duurzame ontwikkeling en een eerlijke verdeling van welvaart, macht en inkomen bevordert of juist eerder frustreert. Zo bezien is het CDA op dit moment een conservatieve en rechts georiënteerde partij.

Politiek filosoof en emeritus hoogleraar politieke filosofie Henk Woldring stelde eerder in tijdschrift De Linker Wang: “Het politieke midden kan nooit je doelstelling zijn, het gaat om een visie op de samenleving. De christen-democratie moet uiteindelijk een gematigd progressieve politieke beweging zijn.” Woldring schreef in 1996 een doorwrochte filosofische studie over de beginselen van de christen-democratie en zat namens het CDA in de Eerste Kamer. In 2010 zegde hij diep teleurgesteld zijn partijlidmaatschap op.

Levert het CDA straks echt een politieke bijdrage om de dominante economische machten bij te sturen? Durft de partij weer politiek met een hoofdletter te bedrijven? Of blijft het CDA kiezen voor ongebreidelde marktwerking door een verdere terugtreding van de overheid, maar dan in een wat vriendelijker vorm met wat meer culturele openheid? Rechts, maar zonder scherpe kantjes in een wat lichtere variant? Of kiest het CDA voor een echte omslag?

Voor de politiek in het algemeen is het interessant of de koerswijziging van het CDA zal leiden tot de val van het Kabinet Rutte. Wat mij vooral boeit is de vraag of trouwe CDA-kiezers zullen doorzien dat de eeuwige slingerbewegingen van het CDA – of die nu van links naar rechts gaan, of juist van rechts naar links – vooral zijn ingegeven door macht en politieke strategie. En dat visiestukken als het recent verschenen ‘Mens, waar ben je?’ uiteindelijk ondergeschikt zijn aan politiek lijfsbehoud. Of ben ik nu te cynisch? Ik vermoed oprecht van niet. Toch wil ik als religieus geïnspireerde GroenLinkser het CDA het voordeel van de twijfel geven, maar wel met een nadrukkelijke kanttekening.

Natuurlijk is elke politieke partij bezig met macht en strategie. Wat dat betreft neem ik het CDA niets kwalijk. Politiek bedrijven valt of staat met macht en invloed. Maar voor het CDA lijkt politieke macht gaandeweg een doel en een principe op zichzelf te zijn geworden. Dat het CDA nu weereens wat naar links beweegt is daarom alles behalve opzienbarend.

Relevant is vooral de vraag of het CDA  niet alleen om strategische redenen naar links buigt, maar in het voetspoor van de ideeën van onder anderen Henk Woldring, ook definitief durft te kiezen voor een gematigd progressief profiel omdat de christen-democratische wortels van solidariteit, emancipatie en rentmeesterschap dat simpelweg vereisen.

Als die trend zich definitief zou doorzetten, komt het CDA in beeld als interessante en stabiele coalitiepartner voor PvdA, SP, D66, ChristenUnie en ook mijn eigen partij GroenLinks. Afhankelijk uiteraard van de vraag hoeveel Tweede Kamerzetels de partij kan inbrengen bij het realiseren van een nieuwe centrumlinkse regeringscoalitie.


Het menu: Cohens brug

PvdA-leider Job Cohen bouwt een brug tussen hoog- en laagopgeleiden. De PvdA wil zowel de academica als de vrachtwagenchauffeur aan zich binden. Cohens roep om solidariteit lijkt uit de tijd. Het primaat ligt bij het individu. We hebben weliswaar intensief contact met familie en vrienden: de eigen kring. Maar zij die daar niet bij horen vallen af. De maatschappij wordt harder. Vreemd genoeg heeft de PvdA hier zelf aan bijgedragen. In de jaren negentig regeerden de sociaal democraten, met PvdA premier Wim Kok, samen met de VVD en D66. Het beleid van deze paarse kabinetten (1994-2002) draaide om werk, privatisering en economische groei. De menselijke maat verdween sluipenderwijs. Cohen probeert het tij te keren. Dat is prima, want de politiek moet voor samenhang zorgen. Maar mensen lijken het delen met anderen buiten de eigen kring te hebben verleerd. Stemmentrekkers Emile Roemer (SP) en Geert Wilders (PVV) hebben dat beter door: zij mobiliseren de ‘eigen groep’. Dit voedt de gevaarlijke polarisatie tussen burgers. Hopelijk beseft iedereen dat wij samen moeten leven. Zij die anderen de rug toekeren, creëren hun eigen tegenstanders. In zo’n samenleving wil ik niet wonen. Cohen begrijpt dat. Hij bouwt de brug die ik over wil.

dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

In groenlinks, liberalisme, politiek, politieke filosofie, andere partijen, begrijpen, burger, burgerrechten, cda, en meer.

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

maandag, 9 januari 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Alles is van iedereen

2012 is begonnen. De dagen worden al weer wat langer, maar januari is net als andere jaren toch een vreemde maand; lang, grijs, wat saai. En ook een beetje anders dan vorige jaren. Ik maakte altijd enthousiast gebruik van de uitverkoop maar ik moet bekennen dat die lust me is vergaan. Winkel in, winkel uit in aanwezigheid van een massa andere koopjesjagers, ik word al moe bij de gedachte. Daarentegen ben ik al mijn kasten aan het op en uit ruimen. Vele dozen vol spullen die ik niet meer gebruik vinden hun weg naar de recycling, het oud papier en Lets of andere plaatsen waar gebruikte zaken welkom zijn voor een volgende ronde.
Dus het idee om juist weer meer spullen in huis te halen staat me tegen. Ik heb zelfs al een stoel uit mijn woonkamer gezet – heerlijk, meer ruimte – 3 planken in mijn overvolle boekenkast leeggehaald – heerlijk, lege planken – en een aantal pannen die mijn laden bezetten weggegeven aan iemand die op kamers ging. Heerlijk, ruimte in mijn kast!

Ik had hier ook boven kunnen zetten: less = more, want daar heb ik het ook over. Maar de zin die ik las 'alles is van iedereen' raakte me meteen. De inhoud van die zin gaat verder, heeft dynamiek, is een belofte; ze wijst naar de toekomst waar we aan begonnen zijn.
Deze week verzorg ik met mijn collega Kamilla Hensema een avond voor het Fries VrouwenNetWerk over de Occupy Movement en het Friesch Dagblad heeft vandaag, maandag, nogmaals een artikel van mij geplaatst over de mogelijke ontwikkelingen van de beweging in 2012.
Eigenlijk vind ik 'Alles is van iedereen' de perfecte beschrijving van het doel van deze beweging die in 2011 is ontstaan en zich explosief en wereldwijd heeft ontwikkeld.
Dat raakt ook aan mijn groeiende desinteresse in 'dingen en spullen'. Ik voel aan alle kanten dat ik genoeg heb. Dat ik rijk ben.
En ook al is het 'financiële crisis' en worden mensen gevoelig geraakt in hun bestaanszekerheid, ook het komende jaar, we blijven vooralsnog het op één na rijkste land van de wereld. En ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik voel dat. Ook al heb ik geen duizendjes te besteden en behoor ik zeker tot de 99%, zoals de Occupyers zichzelf noemen, we hebben genoeg en in zekere zin te veel. Te veel spullen.
Daar kunnen we moralistisch over doen, maar we kunnen er ook toe overgaan om royaal te delen. Ik kom regelmatig ergens waar bij de entree een 'samen-zijn-we-rijk-tafel' staat. Wat je over hebt leg je daar neer en een ander kan het meenemen als hij of zij er iets aan heeft. Dit wordt de nieuwe trend: weggeef'winkels' van dingen die we niet meer nodig hebben.

Maar er zijn wel andere 'dingen' die we nodig hebben.
Bestaanszekerheid, de energierekening kunnen voldoen, in je huis kunnen blijven wonen ook in slechte tijden, zinvol werk, goede gezondheid, liefde en aandacht, goed onderwijs, contact met de mensen om je heen, perspectief.
De crisis die gaande is gaat over het faillissement van de door economische belangen gestuurde samenleving. De materie, een masculien principe, heeft de overhand gekregen en veroorzaakt op alle niveaus disbalans; daardoor wordt de gezondheidszorg onbetaalbaar, kloppen hypotheken niet meer met de waarde van de huizen en hebben we teveel spullen en te weinig aandacht en zorg.
Onze immateriële waarden als zingeving en het vrouwelijke principe, zijn verwaarloosd.
Maar ....
Dankzij onze digitale snelweg ontdekte ik dat de beweging voor een gegarandeerd basisinkomen levendiger is dan ooit en een internationaal karakter heeft.
In het radioprogramma Pavlov op radio1 werd belicht dat al jaren uit onderzoek blijkt dat Nederlanders 'toegewijd' zijn. Toegewijd aan iets hogers en dat betreft een heel scala van definities; van religieus tot maatschappelijk betrokken op allerlei manieren.
Ik merk zelf dat de wijze waarop ik mijn denkbeelden verwoord zo veel meer herkend en erkend worden dan een paar jaar geleden.
Transition Towns en bewegingen voor Permacultuur blijven zich ontwikkelen en zijn georiënteerd op samenleven met de natuur, minder afhankelijk worden van geld en meer verantwoordelijkheid nemen voor goede voeding, zorg voor de aarde, elkaar en duurzaamheid.

Alles wat met economie en geld te maken heeft verkeert, in crisis. Alles wat met andere vormen van samen-leven te maken heeft is in ontwikkeling. Daarin zie ik een omslag van 'ikke-ikke' naar het nieuwe Wij. Manfred van Doorn noemt dat het ANDividualisme. Daarmee zetten we stappen op het pad van 'Alles is van Iedereen'. En dat vind ik een hoopvol perspectief.
Ik wens iedereen genoeg van veel in 2012.

Ineke Verdoner


Eigentijds idealisme – Gabriel van den Brink 
Pavlov, ntr radio

vrijdag, 6 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Blogsstatistieken

GROEIENDE BELANGSTELLING

Toen ik nu bijna vier jaar geleden met mijn weblog begon, had ik daarbij wel bepaalde ideeën. Ik wilde een onafhankelijk medium om mijn gedachten kwijt te kunnen. Ik geloofde, dat ik wel iets te zeggen had en dat geloof ik nog steeds. Die gedachten, meestal over actuele zaken, kwamen vooral terecht in mijn Columns van de Week, inmiddels bijna 200. Daarnaast wilde ik mijn weblog gebruiken als een soort archief voor elders gepubliceerde stukken of zienswijzen. Daarvoor waren de andere rubrieken. Zo kan ik merken, dat het aantal bezoekers toeneemt, zo gauw ik iets publiceer over de Rooms-katholieke Kerk. Ook het onderwerp Dossier A12 Salto over de verbinding van Houten met de A12 trekt regelmatig bezoekers en dan met name ook het alternatief, de Meerpaalvariant. In mijn zienswijzen daarover komt ook steeds naar voren, dat er veel informatie ontbreekt, zodat er eigenlijk geen goede besluitvorming mogelijk is. Zou het daarom zijn, dat de publicatie van het definitieve ontwerp bestemmingsplan twee maanden is uitgesteld?

Ik ben dan ook heel nieuwsgierig naar de resultaten van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de invloed van bloggers op de politiek. Daarvoor wordt ook mijn weblog gebruikt en ik kreeg de indruk, dat zij de gehele inhoud gedownload hebben. Wil ik invloed uitoefenen? Ja en neen. Ja, want af en toe erger ik mij dood over bijvoorbeeld toestanden in de zorg en hoop dan mensen wakker te schudden. Neen, want mijn bedoeling is vooral mensen aan het denken te zetten en zo tot een eigen mening te komen. Mensen zouden veel meer moeten nadenken over wat er in onze samenleving aan de hand is. Dat is een eerste stap naar verandering.

Het aardige is ook, dat steeds meer oud-leerlingen van het Niels Stensen College in Utrecht mijn weblog beginnen te ontdekken. Dat merk ik aan de gebruikte zoektermen en soms aan de reacties. Dan blijkt, dat ze mijn gedrevenheid van toen voordat ik per 1 augustus 1994 stopte nog steeds herkennen. Ik kom op de meest onverwachte momenten oud-leerlingen tegen en elke keer doet het mij weer goed te ontdekken, dat ze hun weg in het leven gevonden hebben.

Er is ook een duidelijke groei in de belangstelling. Soms publiceer je iets, dat echt de aandacht trekt. Mijn weblog is natuurlijk niet te vergelijke met bekende bloggers, die al veel langer bezig zijn. Die trekken op een dag bezoekersaantallen, waar ik een maand over doe. Mijn hoogste aantal bezoekers op één dag is 197. Maar interessanter is de groei, die te constateren valt.


Unieke bezoekers

 003954

005899

011384

Max. per maand

Nov 487

Sep 101

Dec 1113

Totaal bezoekers

009430

013983

024276

Maandmaximum

Jul 993

Sep 1493

Mei 2393

Pagina’s

033409

046130

068725

Maandmaximum

Jul 4123

Sep5196

Dec 6680

Aan favorieten toegev.

247

153

234

Hits

057815

073443

088552

Bytes

342,54MB

372,80MB

540,74MB

 

2009

2010

2011

 

Er is sprake van een groeiende belangstelling. Daarbij moet worden opgemerkt, dat het werkelijke aantal bezoekers hoger ligt, doordat het weblog gelinkt is met andere sites zoals www.planeetgroenlinks.nl. Dus moet je anderhalf tot twee keer zoveel bij bovenstaande aantallen optellen. De omvang van mijn weblog is zo stevig gegroeid, dat ook mijn provider meer ruimte moest inruimen.

In de afgelopen decembermaand trok mijn weblog gemiddeld ruim 72 bezoekers per dag. Toch krijg ik maar weinig reacties. Het maakt alles nog spannender als er discussies ontstaan. Schroom niet!

Tot slot: Alle Goeds voor dit nieuwe jaar!

Jaargang 4, Nr. 196.

Aantal berichten op deze pagina: 28. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 795 uur (33,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0,8 bericht per dag, 5,9 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6 7 8