vrijdag, 4 mei 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Verdwazing

In samenleving algemeen, bestuurder, burgemeester, rijswijk, zelfreflectie, belangrijk, bezig, burgers, cultuur, en meer.

De Rijswijkse burgemeester wil graag een derde termijn. Een meerderheid van de gemeenteraad heeft laten weten dat niet te zien zitten. Dat is dan duidelijk, denk je als buitenstaander: burgemeester telt haar knopen en houdt het bij de twee termijnen van in totaal twaalf (!) jaar. Mis. De Rijswijkse burgemeester heeft aangeklopt bij de minister. Ze is het niet eens met de raadsmeerderheid en meent dat de derde termijn haar toekomt. Mijn woordkeus verraadt al mijn verbazing. Hoe bestaat het?

Je kunt hier in de details gaan en kijken wat er dan precies speelt. Welke argumenten voert de raad aan, wat was dan het oordeel van de vertrouwenscommissie (die ook bij herbenoemingen optreedt) en welke redenen heeft de burgemeester om haar positie zo te bevechten? Het is de vraag of het meer klaarheid brengt. Democratie is vaak juist zo fijn omdat het heerlijk simpel kan zijn: koppen tellen en wat de meerderheid wil gebeurt. En als er dan ook niet een inhoudelijk besluit aan de orde is dat zijn invloed heeft voor de komende jaren, tot ver voorbij de huidige bestuursperiode, dan hoef je je niet te vermoeien met het zoeken naar consensus. Dat is op zich een belangrijk onderdeel van de Nederlandse bestuurscultuur, maar zeker niet als het over ambten gaat.

De opstelling van de burgemeester impliceert wat over de verdwazing die bij bestuurders kan optreden als ze lang in dezelfde functie zitten. Verdwazing die ontstaat door gebrek aan tegenspraak, zelfreflectie en zelfrelativering. Illustratief is hierin ook het optreden van wethouder Van Rey van Roermond. Die kreeg recent van onderzoekers te horen dat zijn handelwijze niet helemaal schoon was.  Hij praatte het behendig weg en kon ongehinderd verder met zijn bezigheden.

Het organiseren van zelfreflectie vraagt om meer dan af en toe een kritisch gesprek met medewerkers of een partner die foetert op je daden. Dit is namelijk wat ik soms wel eens lees als bestuurders zich over hun wijze van reflectie op de borst kloppen. Het is ieder eigen om mettertijd enkele onwrikbare overtuigingen op te bouwen. Dat gebeurt zeker bij bestuurders die vaak als rots in de branding publieke discussies moeten doorstaan. Dan is er weinig ruimte voor twijfel, buitenshuis niet en binnenskamers ook lang niet altijd.

Tegenspraak, zelfreflectie en zelfrelativering is als een au bain marie: het vangt de hitte weg. Medewerkers of partner zijn te veel gebonden aan de doelen, successen of wereld van de bestuurder dat echte reflectie er niet door ontstaat. Zij zitten in die hete pan in au bain marie, meer aan de rand weliswaar maar niettemin. Er zal altijd iets nodig zijn dat op grotere afstand staat: burgers, fractievoorzitters van oppositiepartijen (als die cultuur er is), een coach, vrienden die je maar half volgen. Het kan vanalles zijn, maar die afstand is belangrijk. En uiteraard moet de bestuurder in persoon er ontvankelijk voor zijn, anders blijft het praten tegen een luidspeaker.

De Rijswijkse burgemeester is bezig de zure druiven te plukken van haar verdwazing. Haar Schiedamse collega is haar niet lang geleden al voorgegaan. Haar imago beschadigd, haar zelfvertrouwen gedeukt, haar verdiensten bezoedeld en haar ziel bekrast…dat zal er straks onder de streep resteren.  Met als grote vraag: waarom?

donderdag, 26 april 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Over bruggen

Er is veel voor te zeggen als de Tweede Kamer er vandaag in slaagt wat Rutte in zeven weken niet is gelukt: een begroting voor 2013 maken waar in de EU het licht voor op groen kan.

Zo een klus te klaren is goed voor het vertrouwen in de politiek. Het weerspreekt het gemakzuchtige beeld dat politici veel lullen, maar weinig doen of er niet zijn als actie juist is vereist. Resultaat door de Tweede Kamer toont bovendien dat de situatie exceptioneel is en vraagt om manoeuvres die uitzonderlijk zijn in het Haagse. Politici zeggen niet alleen dat de situatie uitzonderlijk is, we kunnen het zelf ook aan de daden van onze vertegenwoordigers aflezen. Dit moment op deze wijze markeren geeft partijen ook na de verkiezingen het draagvlak om niet te snel in de kramp te schieten bij het bespreken van hervormingsmaatregelen.

GroenLinks lijkt een spilfunctie in te nemen. Lid van de zogenaamde Kunduz-coalitie (als alternatief voor de PVV-zetels) maar ook de meest links-georiënterde van deze coalitie. In de beeldvorming liep een eerdere steun aan kabinetsbeleid op een drama uit: in plaats van het beeld dat men de eigen internationale visie vorm gaf, werd de steun uitgelegd als hulp aan het verfoeide rechtse kabinet. De angst zal meespelen dat dit opnieuw gebeurt. Het zou echter fout zijn als is angst de raadgever is. Er zit namelijk veel voor GroenLinks in het vat.

GroenLinks heeft zich in de afgelopen tien jaar ontwikkeld tot een betrouwbare bestuurspartij op lokaal en provinciaal niveau. Anders dan de ontwikkeling bij de PvdA is macht als drijfveer minder prominent gebleven dan inhoudelijke doelen. Dat verklaart tegelijk waarom GroenLinks soms ook rap weer uit bestuursfuncties lijkt te gaan of bij coalitievorming juist moeilijk aan de bak komt ondanks bewezen kwaliteiten.

In de huidige situatie draait het juist sterk om de inhoud. De noodzak tot profilering vanwege de verkiezingen kan via dit moment-van-inhoud ten volle benut worden. GroenLinks kan tonen wie ze is en waar ze voor staat. Dan moet er een duidelijke groene winst in de begroting voor 2013 en latere jaren zitten. Juist een duurzame insteek kleurt de positie van GroenLinks en die kleur wordt extra aangezet omdat het contrast met het volkomen niet op milieu of duurzaamheid georiënteerde beleid van kabinet Rutte zo scherp is.

GroenLinks heeft ook andere redenen nu over de brug te gaan. De partij staat slecht in de peilingen. De invloed die er met het zetelaantal nu is, is niet gegarandeerd. Nu verzilveren van die invloed geeft profiel en meer kansen stemmers terug te halen.

Partijleider Jolanda Sap heeft ook eigen motieven de brug te nemen. Haar profiel is sterk getekend door Kunduz. In de huidige situatie kan ze dit vervangen door die van een doortastend, voor de groene zaak strijdende aanvoerder. Dat vergroot haar draagvlak en positie binnen de partij. En wie weet verlost het de fractie van een zekere narrigheid waarmee, naar ik heb begrepen, de onderlinge samenwerking is omgeven.

Calculerend gedrag in de politiek is een goede eigenschap, maar risico’s nemen evenzeer. De kunst is de balans te vinden tussen die twee elementen. Ik ben benieuwd hoe ver de Tweede kamer en GroenLinks in het bijzonder vandaag komt.

dinsdag, 17 april 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Steden bouwen

In samenleving algemeen, wat was en wat komt, gemeenschap, handel, milieu, stad, activiteiten, bezig, concept, en meer.

Het programma Tegenlicht bood gisteravond (wederom) een boeiende documentaire. Het ging over de stad van de toekomst. Dat klinkt als ver weg, maar zeker bij stedenbouw en planologie is toekomst een betrekkelijk onmogelijk begrip. Er komen bij stedenbouw zo veel trends en ontwikkelingen samen dat regressie, progressie, evolutie en spurt, elkaar in een bonte potpourri gezelschap houden. Waar begint dan precies de toekomst?

Gaandeweg de uitzending kwamen er twee opvattingen tegenover elkaar te staan. Een uit Zweden, door Ikea gefinancierde onderneming (Landprop) streeft het ideaal van de maakbare gemeenschap na. Stedebouw houdt bij de Ikeanen niet op als de laatste steen is gelegd. In hun visie blijft de stedebouwer de gehele levensduur van het onroerend goed verantwoordelijk voor de gemeenschap die er gebruik van maakt.

De auteur van Arrival City (Trek naar de Stad), Doug Saunders, betoogde juist dat planning en regelgeving gematigd moet worden en stedenbouwers en overheden een mate van anarchie moeten accepteren. Hij onderbouwde die opvatting met enkele herkenbare opmerkingen. Zoals dat de wijken die in de jaren vijftig en zestig zijn gebouwd, gekenmerkt worden door (zijn woorden) ‘akelige groene grasvelden’ en geen ontmoeting, geen informatie-uitwisseling, geen handel et cetera faciliteren. Zijn ideaal is een stad waar je zo veel met elkaar te maken hebt dat er vanzelf ideeën opkomen die tot activiteiten en handel leiden. En dus moet er ruimte zijn ook in regelgeving, om dat toe te laten. Met dichtgeregelde bestemmingsplannen had Saunders begrijpelijkerwijs dus ook niet veel op.

Ik voelde mij verreweg het meest thuis bij insteek van Saunders. En overtuigend was het ook weer niet. Zijn premisse is dat bewoners een groot vermogen hebben om zelf onderling conflicten op te lossen, regels te stellen, kortom: het samenleven vorm te geven. Ik vraag me af of je dat zo generalistisch als uitgangspunt kan nemen. Wie opeens ingeklemd komt tussen de etensluchten van twee naburige restaurantjes en niet vaardig is dat bespreekbaar te maken, heeft een probleem. Of zou, in de opvatting van Sanders, zo iemand dan moeten verhuizen om het grotere goed van de dynamiek in de stad te bewaken?

Op dit menselijke aspect ging de documentaire helaas onvoldoende in. Ook al wees de bioloog Geoffrey West er terecht op dat het vaak over concepten gaat en niet over de mensen die er moeten wonen. Dat werd fraai geïllustreerd toen een voorganger van de Ikeanen werd gevraagd wat hij er van vond als bewoners buiten zijn concept van gemeenschapsvorming om iets gingen doen. Hij reageerde met een mengeling van afgrijzen en ongeloof: dan was er sprake van mislukking. Hij had dan gefaald.

In het kamp van Ikea plaats ik ook de pogingen van Siemens die ergens in een woestijn (hoe ironisch) bezig is de stad van de toekomst te bouwen. Nu bewoond door studenten. De insteek van Siemens is wel een realistische: als grondstoffen opraken, energie en water schaars worden, hoe houden we steden dan bewoonbaar? Feitelijk gingen zij door middel van technische foefjes aan het rantsoeneren. Wie te veel electriciteit of water verbruikte kreeg een waarschuwing. Dat lijkt verdacht veel op het moralisme dat Ikea toonde in haar denken. En tegelijk grijpt het in op de privé-sfeer doordat er toezicht is. Na de camerabewaking in het publieke domein, de controle die via internet kan worden uitgeoefend, is het en nieuwe vorm van inkapseling. En tegelijk is het ook realistisch te denken dat het een onontkoombare noodzaak wordt. Want het aan de markt overlaten betekent dat het prijsmechanisme de verdeling organiseert en dat heeft scherpe onrechtvaardige kanten.

En zo blijkt de tegenstelling toch misschien minder groot. De stad van de toekomst zal een duurzame moeten zijn. Sociaal gemeenschapsleven en lokale economie faciliteren is moeilijk als basale behoeften voor energie en water een dagelijkse zorg zijn. Dat in Londen 1 op de 3 liter drinkwater weglekt door verrotte waterleidingen was in dit opzicht shockerend en geruststellend: met de nodige investeringen kan er op dat vlak veel efficiëntie worden gewonnen.

Het zou interessant zijn als de Ikeanen en Saunders ook hun licht over de duurzaamheidsvragen hadden mogen schijnen. Wat ooit in de negentiende eeuw begon als disciplinering van de lagere sociale klassen, krijgt in de Siemens-benadering een vervolg met gedrag-instruerende waarschuwingen en prikkels. Dit keer niet om ’sociaal aangepast’ te leven, maar uit noodzaak om schaarse grondstoffen te delen. Gaat iedereen dat zonder meer accepteren? Ligt dat in het Westen anders dan in China? En zou dan de benadering van de Ikeanen hierin succesvoller zijn dan de opstelling van Saunders? Ik voorzie nog moeilijke keuzes…

dinsdag, 10 april 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Uit het dagboek van een hardloper

In samenleving algemeen, sociaal verkeer, amsterdam, de, delen, hakken, idee, kant, marathon.

Gisteren liep ik de halve marathon als onderdeel van de Utrechtse marathon. Toen ik ’s middags naar de Jaarbeurs fietste, waar de start was, passeerde ik lopers die al om tien uur ’s ochtends gestart waren voor de marathon. Natgeregend waren ze, moegemaakt door de wind en de afstand, vermoedelijk met pijn in de benen die elke meter met minstens de helft langer leek te maken. Ik fietste ik ze nog fris en vol enthousiasme over het vooruitzicht van een mooie loop voorbij. Ik ging in ieder geval geen 42 km doen, doch slechts de helft!

Bij de Jaarbeurs was het een bonte bedoening van felgekleurde truitjes en dito schoenen, door menigeen bedekt met een transparante plastic cape. Er waren er ook die het stelden met een vuilniszak. Ik nam eerst aan dat ze met deze omhulsels ook gingen rennen, wat me bijzonder onhandig leek, maar noteerde later menig omhulsel afgedankt op de grond juist voor de startstreep. Hun nut was vooral de te overbruggen periode tot de start. Dat deed het gros binnen bij de Jaarbeurs. En toen ik met de masa nar buiten schuifelde, de wind en de regen me opwachtte dacht ik el een moment ‘je bent ook wel gek dat je nu gat rennen.’

Wat volgde was het wachten. Niet te lang gelukkig, mar genoeg om enigszins af te koelen. We wachtten op het schot, aanhoorden het alombekende ‘nu-gaat-het-beginnen-melodietje’ dat ik van de Singelloop kende, en ik zag de massa rij voor rij in de versnelling gaan. Losgelaten voor een exact afgemeten afstand waar je tegelijkertijd geen flauw idee bij hebt hoe ver dat gevoelsmatig is.

Kwiek zette ik het tempo er in. Wauw, wat ging het lekker. De fout om te snel te starten is snel gemaakt, en ik maakte hem denk ik, maar bij het volle bewustzijn: ik zou wel zien hoe het ging.  Om mij heen werd nog opgewekt gekletst, commentaar gegeven en gereageerd op supporters langs de kant. Het moment dat luchthartigheid ingewisseld werd voor verbetenheid lag nog kilometers ver voor ons. De voortekenen waren er wel al bij het lange stuk langs het windrijke Amsterdam Rijnkanaal. Af en toe trokken er koude rillingen over mijn rug, mar bij windluwe stukken leek het ook of er een warm strijkijzer overheen werd gehaald.

Na een stukkie Langerak begon ik me op de Groenedijk wat vermoeid te voelen. Dat was wel een beetje vroeg. Ik begon de route in parten op te delen. Altijd een beproefd middel om de eindstreep te halen: als je bij locatie 1 bent, is locatie 2 opeens ook veel haalbaarder, en zo voort. Vanaf Oog n Al werd er weer langs het water gerend, dit keer van het Merwedekanaal. Hier was geen adem meer voor gebabbel, elke slok zuurstof moest op de meest efficiënte wijze benut worden. Mijn aandacht voor de omgeving nam in rap tempo af. Ik zag kuiten, hakken van schoenen, asfalt en klinkers. Versnellen was niet meer mogelijk. Het gedans door en langs de massa om de langzamere lopers omzichtig te passeren, het was luxe spielerei uit de beginfase. Vaart houden was mijn missie.

Voorbij Ledig Erf riep iemand op een bemoedigende toon dat het nog 4 km was. Vier kilometer, mijn hemel. De passage onder de Dom moest een hoogtepunt zijn, maar ik registreerde slechts een languitgelegde zwarte mat en berekende enkele  spots die mij nog scheiden van de finish. Dat was het hoogtepunt. In de latste kilometer herkende ik mezelf in de verloren marathonlopers die ik al fietsend uren eerder had gezien. Het kan verkeren. Na een uur en drie kwartier hobbelde ik de finish over.

Zo waar en zo mooi kan hardlopen zijn.

donderdag, 29 maart 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Spoken

In samenleving algemeen, wijken, catshuis, onderhandelingen, spoken, coalitie, de, de wereld, den haag, en meer.

Het is een consumentenencliché: iets zien in de etalage, daardoor verleidt de winkel binnenstappen, en merken dat het getoonde het laatste exemplaar is, en het exemplaar in jouw maat, kleur of anderszins gewenste vorm niet verkrijgbaar is. Dat etalages, net als reclame, moeten verleiden en dus de wereld fraaier maken dan wat de winkel biedt, is de spreekwoordelijke steen waar je je makkelijk vaker dan twee keer aan stoot. Veel voorbeelden tref je, wellicht verrassend, bij de vacatures. Uitzendbureau’s schijnen massaal met spookvacatures te werken. Dit zijn vacatures die er nog niet zijn, maar waarvan het uitzendbureau wel verwacht dat ze er komen. Het is natuurlijk geniaal bedacht. Want niets is dodelijker dan een uitzendbureau waar maar twee echte vacatures de grote raampartij versieren. Daar loopt de werkzoekende al snel aan voorbij want de keus is dan te miniem en dat schept geen vertrouwen. Nederland telt ruim 1.000 online vacaturebanken. Daar geldt ongetwijfeld een zelfde wet voor: je bent als vacaturebank waardeloos als je maar een paar vacatures kunt bieden.

De etalage van politiek Den Haag heeft ons de afgelopen dagen ook met het spookthema geconfronteerd. Bij onderhandelingen is het misschien wel standaard: je hebt de echte onderhandelingen en je hebt de spookonderhandelingen. Dit heet ook wel het spel. Vaak blijft dat binnenskamers. De Catshuis-onderonsjes toonden ons dezer dagen echter fraaie voorbeelden van de spook-variant. Ons werd verteld dat er een moeilijke fase was. Verhagen zei het gewichtiger: “Dit is als een moeilijke fase te karakteriseren.” (Want ja, de RVD napraten met dit type minieme teksten is ook zo armoedig). Vandaag blijkt dat de moeilijke fase voorbij is en er perspectief op oplossingen voor in de plaats is gekomen. En het is voor velen gissen wat nu waar en niet waar is aan de beelden van de lachende onderhandelaars op het terras, de handdoek die PVV gisteren in de ring zou hebben geworpen, het begrip ‘perspectief’ dat vandaag is gecommuniceerd. Wat is oprecht en wat is het spook?

Ooit komen we het wel te weten, maar nu nog even niet. We vermoeden voldoende om ons in gesprek te houden, maar dit gebeurt op de stoep van het Catshuis, want de winkel houdt voorlopig de deuren nog gesloten. Of zou het zo zijn dat we ook naar spook-onderhandelaars aan het kijken zijn en straks uit een klein houten deurtje aan het Binnenhof een ander gezelschap van coalitie en gedogers naar buiten treedt en zegt: we zijn er uit (wat in deze als symbool extra krachtig werkt). Want waarom ook niet? Onze samenleving wordt steeds postmoderner: authenticiteit is steeds minder een voordeel, oprechtheid is ballast; wie (media)beelden kan maken, een verhaal kan vertellen, publiek weet te bereiken en te boeien, heeft goud in handen. We zijn bijzonder ontvankelijk voor spoken, hoaxen en ander de verbeelding tartende constructies. Dus een spook meer of minder in de politiek: we kijken er straks niet meer van op of om.

vrijdag, 23 maart 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Feest!

In samenleving algemeen, feest, vng, begroting, bezig, burgemeester, de, discussie, feit, en meer.

Honderdjarigen hebben de gewoonte het rustig aan te doen. Er is wat familie, de burgemeester komt langs en misschien is er ook nog ruimte voor een journalist of fotograaf. Zo gaat dat bij personen. Bij organisaties is het beeld vaak tegengesteld. Het bereiken van de honderd stuwt de feestroes op tot nog niet verkende hoogten. De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft de verleiding ook niet weerstaan. Er is een bonte feestavond georganiseerd om het heuglijke feit straks met tout gemeenteland en partners te vieren. Daar is niks mis mee. Jorritsma, de voorzitter, heeft in het verleden bewezen een musicalster in-de-dop te zijn. En er zijn vast wel enkele raadsleden te vinden die een gelegenheids-muziekband kunnen formeren. En als we toch bezig zijn: waarom niet een toneelstuk van enkele burgemeesters of wethouders, bijvoorbeeld Het Verjaardagsfeest van Harold Pinter. Passend. Zo kan het, maar zo gebeurt het natuurlijk niet. Honderdjarige organisaties laten zich graag fêteren door Bekende Mensen. Die daarvoor natuurlijk betaald worden. En dat doet wat met de kosten en de prijs van het toegangskaartje. Als een organisatie zich dat kan veroorloven is dat geen probleem. En voor veel bedrijven is het bij uitstek een moment om de marketing een extra energiestoot te geven. Maar ‘veroorloven’ voor maatschappelijke organisaties gaat verder dan alleen de platte financiële afweging. Het bestrijkt ook een verraderlijk reliëf van begrip en draagvlak. Financieel veroorloven is één, maatschappelijk veroorloven is twee.

Dat laatste is zo verraderlijk omdat het gaat om inschattingen die vooraf gemaakt moeten worden. is en Freek de Jonge over the top of zal men zijn optreden als verrijkend en passend vinden? En als we daarbij dan Golden Earring programmeren, is dat niet te veel ‘toppers’  bij elkaar? Het is de kunst aan de goede kant van de lijn te blijven, helaas voor de feestroezende plannenmakers, is die eerder behoudend dan uitbundig. Wie de lijn vergeet maakt zich zeer kwetsbaar voor negatieve kritiek. De beeldvorming schiet zonder veel moeite in het verhaal dat hier overdreven dik wordt gedaan met gemeenschapsgeld. Feit en fictie zijn dan al snel minder relevant.

De VNG heeft het over zich afgeroepen: aangestoken door wethouder Eerdmans van Capelle is het feest tot en met de Amsterdamse gemeenteraad onderwerp van kritiek: daar associeer je je niet mee, nee, daar distantieer je je van. De VNG heeft het ‘veroorloven’ te eenzijdig benaderd en compleet gemist dat de bezuinigende gemeenten zich niet kunnen of willen associeren met een feest dat in beeld als grotesk wordt neergezet. Het verweer van de organisatie bestrijdt nu amechtig dat de kosten extravagant zijn, maar de teerling is geworpen.

Het is treurig. De VNG schaadt haar imago terwijl het jubileum juist een moment is om de onderlinge verbondenheid te verstevigen. Vooroordelen bij de leden over een organisatie die te gemakkelijk met geld omspringt bevestigt ze. Had ze een vorm gekozen om, bijvoorbeeld via de lokale afdelingen, het feestprogramma voor te bespreken, dan was het wellicht anders gelopen. Want dat valt wel op: het is nu in de discussie Jorritsma en Pans tegen de rest. Er is in de wording van het feestprogramma geen medestand opgebouwd die zich nu makkelijk laat mobiliseren. Als twee collega-wethouders Eerdmans direct van repliek hadden gediend was de discussie vanaf de start minder zwart/ wit gevoerd.

Jorritsma en Pans hebben onderschat hoe zwaar gemeenten, hun leden, het momenteel hebben om de touwtjes bij elkaar te houden. Dan mag er ook best feest worden gevierd, maar een reflectie van de benarde tijden op de opzet van het feest had gepast. Als dit wel is gebeurd zou de VNG dit als de wiedeweerga duidelijk moeten maken. Alleen de begroting toelichten, zeggen dat de kosten niet overdreven zijn en de rest afdoen als stemmingmakerij, is niet voldoende meer om het negatieve beeld te kantelen.

vrijdag, 16 maart 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Consolation International

In samenleving algemeen, lijden, medeleven, mee-lijden, actie, acties, afghanistan, afrika, bezig, en meer.

We naderen Pasen en al ben ik niet gelovig, het is een geschikt moment om stil te staan bij het Lijden. Het is part of life en als zodanig niet een punt van dagelijkse, diepgaande aandacht. Een mens kan er gek van worden. Overzien we het actuele toneel met een jaar bloederige opstand in Syrië, een afgrijselijk busongeluk, een losgeslagen moordende militair in Afghanistan, dan is er veel stof tot reflectie. Alsof er toch een hogere macht is die het er om doet.

Lijden is het ondergaan van smart en ellende, aldus wikipedia. Je hebt het lijden van direct betrokkenen en het lijden van hen die op afstand meevoelen. In aantal is dit exponentieel, in mate van pijn is het een flauw surrogaat. We voelen de smart bij de zoveelste moordpartij door het regime van Assad, we voelen niet de echte pijn die de getroffen Syriërs ondergaan. Ons lijden is daarmee niet gediskwalificeerd. Gedeeld lijden verzacht…wordt gezegd. En beter met je gezicht naar wat er mis is staan, dan met je rug.

Soms leidt het mee-lijden tot acties. In Libië kwam de internationale gemeenschap in actie. Bij het busongeluk is er sprake van een actieve expressie van medegevoel. Al is een dag van rouw voor ons weer te lastig om in mee te gaan. Bij zo een moordende militair staan we geheel machteloos. De afstand tussen het lijden van de getroffen Afghaanse families en ons mee-lijden is onoverbrugbaar.

Ik zei al: we kunnen niet iedere dag uitgebreid met het Lijden op de wereld bezig zijn. We slaan het wel ergens op, want is er een ramp waar de afstand met de slachtoffers makkelijk en veilig is te overbruggen dan kunnen we gul zijn in onze steun. Tenzij de ramp, zoals bij de hongersnood in de Hoorn van Afrika vorig jaar, een onoplosbaar Lijden lijkt te vertegenwoordigen. Dan verliezen we de moed of de zin. Of is ons repertoire van medeleven opeens te beperkt.

Ik hanteer nu steeds de meervoudsvorm omdat het naar mijn idee om iets redelijks ongrijpbaars gaat. Hoe gingen we om met de 9/11 aanslag? En de grote terroristische aanslagen daarna in Madrid en Londen? We volgden met grote betrokkenheid de berichtgeving. Dit oogt wat karig, maar, om andere redenen dan bij de moordende militair, was ook hier het tonen van mee-lijden een onmogelijke opgave: een hulpactie, een zend-een-bloem/ of kaart-actie…het leek weinig zin te hebben. En als je het als individu zou willen: hoe regel je dat?

Ik kan me best voorstellen dat we vaker van ons willen laten horen als we geconfronteerd worden met Lijden. Niet per se met geld, wat ook niet altijd mogelijk is. Maar met een kaartje, een email, bloemen desnoods. Als een arm over de schouder, een klop op de rug. En wat zou het gemakkelijk zijn als er een organisatie was à la Amnesty die die faciliteiten biedt. Een Consolation International, die bij situaties met Lijden er voor zorgt dat je de getroffenen linksom of rechtsom een hart onder de riem kan steken. Omdat we wel willen, maar niet altijd kunnen. Het zal de hongerigen misschien niet veel zeggen, maar getroffenen van aanslagen, ongelukken en ander onheil kunnen er troost uit halen. En wie wil dat nu niet, in smartvolle en ellendige situaties troosten of getroost worden?

zaterdag, 4 februari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

De glijvlucht omlaag van Poetin

In samenleving algemeen, demonstranten, poetin, rusland, ahmedinejad, angst, bezig, buitenland, de, en meer.

Vandaag zijn de Russen door de oppositie opgeroepen weer te demonstreren. Het is de vraag of, om in winterse termen te blijven, het ze lukt gaandewegeen wak te maken waar Poetin in zal verdwijnen. Het vergt moed om in Rusland te demonstreren. Het trotseren van de kou is daar een detail bij. Daar kun je je nog op kleden. Op de gevolgen voor je privé-leven die het kan hebben is het moeilijker je voor te bereiden. Onderwijzers die mee zouden willen demonstreren is dat verboden: hen is opgedragen een pro-Poetindemonstratie bij te wonen die tegelijkertijd vandaag zal plaatsvinden.

Zoals bij zo veel demonstraties zullen er achter de gemeenschappelijke noemer (weg met Poetin) vele private motieven schuilgaan. Voor de één is de grote corruptie dé reden, de ander wil meer welvaart en een derde wil rechtsgelijkheid. Bovenal is er, denk ik, vooral woede. Opgespaarde woede, wat niet met enkele demonstraties is gelucht, maar waar grotere gebeurtenissen voor nodig zijn om het te temperen. Poetin weet dat maar is te afhankelijk van zijn eigen coterie en te verslaafd aan zijn eigen machtshonger om daar adequaat mee om te gaan. Hij ziet het gevaar, maar omdat hij er niet mee kan omgaan, ontkent hij het. In Birma hebben de machthebbers het gevaar wel tijdig onderkend. In enkele Arabische staten waren de leiders ook te onmachtig.

Rusland raakt door de expliciet geworden strijd om recht en macht steeds meer vervreemd van het het buitenland. De geschiedenis van Rusland wordt gekenmerkt door isolationisme en introvertie. Dus beschuldigingen, zoals van Poetin eerder, dat buitenlandse krachten de demonstranten opzwepen vallen in een welbekende aarde. En Poetin zal zelf ook met enige angst zien dat de globaliserende wereld de schuttingen en hagen steeds verder kortwiekt. In de gemeenschap van Europa worden tegenwoordig grondwetswijzigingen opgelegd (Begrotingsdiscipline) of tegengehouden (Hongarije). In de liga van Arabische Staten wordt Assad van Syrië gevraagd terug te treden en stuurt men waarnemers. En zelfs de Afrikaanse Unie vindt een eenheid en overtuiging om bij Ivoorkust vorig jaar positie te kiezen.

Het is niet waarschijnlijk dat de Verenigde Naties Rusland straks sancties zal opleggen om  frauduleus verlopen presidentsverkiezingen. De reputatie van de Russische staat en de geloofwaardigheid van zijn leider devalueert uiteraard wel. Voor een land dat zich, net als eerder Birma, een teruggetrokken bestaan binnen de wereldgemeenschap toe eigent, is dat geen groot probleem. Maar Poetin wil juist doen alsof hij legitiem een land leidt dat in het licht kan staan van Amerika en de EU. Die missie is hij met elke demonstratie die de Russen nu organiseren bezig te verliezen. Ik zie er als cartoon bij dat Poetin zich straks opnieuw op de presidentsstoel hijst, maar als hij even omlaag kijkt ziet dat de poten aardig zijn aangetast door vuur, houtrot en andere aandoeningen.

Poetin komt als nieuwe president straks terecht in het treurige rijtje van Loekasjenko, Ahmedinejad en Mugabe. Types die niet alleen triestig zijn door hun wereldvreemdheid en egoïsme, maar ook doordat ze zo overduidelijk vervreemd zijn van hun volk. Die macht hebben de demonstranten vandaag en de komende tijd in ieder geval, te laten zien dat Poetin straks misschien wel in naam president van Rusland is, maar niet van de Russen. En misschien is daarmee de glijvlucht van Poetin naar de harde grond, of dieper nog, het koude ijswater, in gang gezet. En hebben de ontberingen die men ondergaat door mee te demonstreren uiteindelijk ook voor hun eigen omstandigheden heilzame gevolgen.

zondag, 22 januari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Blekers strijd

In samenleving algemeen, wat was en wat komt, bleker, cda, verhagen, bezig, boodschap, de, electoraat, en meer.

Kan dat, zeggen dat het in de toekomst anders moet maar voorlopig doorgaan op dezelfde voet? Is dat de sleutel tot het herwinnen van vertrouwen? Het CDA meent van wel. Ik denk van niet. We gaan het huis in de toekomst blauw schilderen, maar nu zijn we bezig het rood te maken en daar gaan we nog een tijdje mee door; dat is wat het CDA haar kiezers vertelt. En bij deze verwarrende boodschap moet een leider gevonden worden. Een leider die zowel het rood maken van het huis als het blauw maken ervan kan verdedigen. Ga er maar aan staan. Dat is stevig oefenen in loze zinnen als: “We hebben offers gebracht voor het landsbelang en kiezen nu weer onze eigen weg.”  Nou ja, de zin zelf is niet zo loos, maar wel de afzender. Het CDA heeft namelijk haar electoraat niet ervan overtuigd dat ze mee is gaan regeren uit landsbelang. De indruk is te hardnekkig dat het een machtskeuze is geweest om er als partij groter en sterker uit te komen. En dat is een miscalculatie geweest, zo geven de peilingen aan. Maar geen politicus natuurlijk die peilingen serieus neemt, toch?

Personificatie van die ‘verkeerde’  keuze is Maxime Verhagen. Hij heeft er een imago mee gekregen, of versterkt, want niets ontstaat zo maar, van een niet te vertrouwen, met twee monden pratende politicus. Die naam had Lubbers trouwens ook maar hij hield dat klein door de beeldvorming ook met andere kwaliteiten te laden. Dat is Verhagen niet gelukt. Dit maakt voor Verhagen de nederlaag dubbel: de partij niet gered en zijn gedeukte imago geen nieuwe glans gegeven. En dus zoekt het CDA een leider die wel bij de verwarrende boodschap past.

Niet opmerkelijk dus dat Henk Bleker dan wordt genoemd. En dat ook niet in de laatste plaats dankzij zijn eigen inspanningen. Bleker is met Verhagen de architect van het minderheidskabinet. Tegelijk heeft hij het vrijgevochtene, het tikkeltje optimistische onverantwoordelijke, van een schilder die nu nog met rood verft en tegelijk het mooi weet te vertellen dat het toch straks allemaal blauw zal zijn. CDA-leider kan hij, denk ik, prima zijn, maar van een CDA-leider wordt door CDA’ers altijd (nog steeds? ik vrees van wel) verwacht dat hij het land gaat leiden. En of het CDA-electoraat de vraag of Bleker dat is toevertrouwd in voldoende meerderheid positief zal beantwoorden is zeer onzeker. Hij heeft daarvoor niet een echt overtuigend track-record opgebouwd als staatssecretaris. Als Bleker echt wil (en daar is weinig onzekerheid over) is het zijn strijd zich de komende maanden een duidelijker imago aan te meten. Hij heeft het in zich te zijn zoals een frivole Van Agt in zijn dagen (”ik ben een amateur in de politiek”) en met een geloofwaardig gespeelde naïviteit te reageren en te acteren. Ik drukte de associatie wat weg, maar schrijf het nu toch op, komt ook doordat ik Van Agt erbij haal: het CDA heeft eigenlijk behoefte aan een clown. Fortuyn, Verdonk, Wilders: het zijn politieke clowns die rolvast hun boodschap brengen, vaak wereldvreemd, afwijkend van Haagse mores, en daardoor ook aantrekkelijk voor hordes op drift geraakte kiezers.

De verwarrende boodschap waar het CDA zich nu mee op heeft opgezadeld moet de komende jaren verteld worden door een figuur van wie congruentie verwacht kan worden maar daarin zo herkenbaar is dat hij geloofwaardig is. Bleker kan die clowneske rol spelen en wie weet waar dit hem en zijn partij brengt.

dinsdag, 10 januari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Wet op Uitgestelde Teleurstelling

In samenleving algemeen, wat was en wat komt, 2012, hoop, teleurstelling, actualiteit, blog, cda, communistische, en meer.

Zal 2012 het jaar worden waarin Poetin alsnog van het politieke toneel in Rusland verdwijnt en dit toneel meer werkelijkheid en minder fictie gaat kennen? En zal in 2012 in Egypte de lente wel definitief doorbreken, evenals in Libië en Tunesië? Wordt Obama herkozen? En nemen de Chinezen via Weibo definitief afscheid van de tucht en orde die ‘hun’ communistische partij hen oplegt? En is eind 2012 de eurocrisis vooral een akelige herinnering, net als het kabinet van CDA, VVD en PVV?

We zijn geneigd altijd te optimistisch te zijn. Ik tenminste. Dus als ik de vragen zou vervangen door stellige overtuigingen neem ik een zware hypotheek op mijn persoonlijke gemoedsrust. En zware hypotheken zijn ongezond. Dat hebben de afgelopen jaren me wel geleerd. Konden we de toekomstverwachting maar op huurbasis aannemen en medio 2012, als het tegenvalt of juist meevalt, verkassen naar een nieuwe verwachting. In gelul schijn je niet te kunnen wonen, maar in verwachtingen is het soms goed toeven. Daar kun je aardig gesust door worden. Tot het gordijn van Actualiteit ruw open gaat en je je verwachting ziet verdwijnen als mist opgejaagd door de zon.

Maar goed, dit alles is hypothetisch en metagnomie is niet mijn ding. Op 2012 zal ik waarschijnlijk met net zo veel wrevel en teleurstelling terugkijken als 2011. Dat weet ik bijna als een wetmatigheid omdat voor 2011 zich jaren heb neergelegd die eenzelfde soort van gevoelens en gedachten achter hebben gelaten. En toch klinkt me dat ook weer te somber. Want al telt elk jaar afzonderlijk toch weer zijn dikke zware randen: decenniumgewijs voel ik me toch positief gestemd. Dat lijkt een vreemde tegenspraak. De som van de grijze delen is een soort van wit. Dat klinkt naar de geheime toverformule waar Keuringsdienst van Waren onlangs naar zocht toen ze wilde verklaren hoe uit massa’s grijs gerecycled papier stralend wit WC-papier gefabriceerd wordt. Filteren, filteren en filteren, zei de fabriek. Een stiekem afgeluisterd telefoongesprek wees uit dat dat niet alles was. Misschien dat mijn toverformule in het geheugen ligt en de wens om hoop te hebben. Daardoor kan ik me elk jaar nooit onttrekken aan teleurstelling over wat er wel en juist niet is gebeurd, terwijl over een groter tijdsvlak beschouwd ik allerlei hoopgevende ontwikkelingen zie.

Maar wie weet (zegt die hoopvolle stem in mij) breekt 2012 de Wet op de Uitgestelde Teleurstelling en zie ik over 12 maanden mooie antwoorden op al die boeiende vragen waar ik mijn blog mee begon.

dinsdag, 20 december 2011

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid

In samenleving algemeen, noord-korea, omgevingsbewustzijn, overheid, werkelijkheid, bedrijf, bestuur, bezig, burgers, en meer.

kim-jong-il-looks-31Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid. Dat zit in onze natuur. Kim Jong Il (”I didn’t know Kim Jong was il!” was een goede grap die ik gisteren hoorde) kon tot in extremis zijn eigen werkelijkheid  maken. Er was niemand die hem tegensprak. Niemand die hem wees op gevolgen. Het is niet uniek dat mensen op hoge posities de werkelijkheid vervormen door gebrek aan weerwoord. Soms maken ze het er zelf naar en soms is de omgeving te bescheiden of te bewonderend om het weerwoord te geven. De vertrokken directeur van het COA en Cruyff, zijn namen die me nu zo te binnen schieten. Hun leren te veranderen is vermoedelijk tevergeefs. Hooguit hebben schade & schande een gevolg, maar die kan ook negatief zijn: bevestigen dat hun aannames klopten, zij gelijk hebben en de rest niet.

Het percipiëren van een eigen werkelijkheid lijkt met deze voorbeelden ongewenst en fout. Dat kan het worden, maar is het niet. Het is ook een vorm van zelfbescherming en daarmee een middel om zelfvertrouwen te hebben. Samenlevingen waar mensen het recht op het vormen van eigen meningen wordt misgund, munten niet uit in zelfbewuste burgers. Zie wederom Noord-Korea en vindt hierin een mogelijke verklaring voor de enorme klaagzangen en publieke treurnissen na de dood van de Grote Leider. In onze samenleving is het iedereen gegund een eigen werkelijkheid te hebben. Dat gaat gepaard met vrije meningsuiting. Maar dat wil niet zeggen dat het dus ook alleen maar goed is. Voor een gezonde beleving van de eigen werkelijkheid is debat noodzakelijk. Zonder debat ontspoort het, zoals bij Albayrak en Cruyff. Met debat worden mensen gedwongen tot dynamiek: hun werkelijkheid is geen statisch gegeven maar erodeert al naar gelang wie ze spreken, wat ze lezen en zo voort.

Er zijn beroepen die dit type van confrontaties ook bewust moeten opzoeken. Beroepen die het wel en wee van de samenleving of een bedrijf of organisatie bepalen. Privé is het hun gegund een werkelijkheid te percipiëren en daar zonder of met tegenspraak bij te blijven, zakelijk is het de eis dat ze daar juist actief mee bezig zijn. Ze moeten zichzelf steeds de vraag stellen of zoals zij het zien anderen dit ook zo zien. Met die vorm van omgevingsbewustzijn kunnen ze beter inschatten waar ze ferm of juist ontvankelijk moeten zijn, waar ze kunnen versnellen of juist vertragen. Ik ben er van overtuigd dat hoe meer overheden met een goede dosis omgevingsbewustzijn opereren, hoe meer men aansluiting vindt op de gehorizontaliseerde werkelijkheid waar de Raad voor Openbaar Bestuur  vorig jaar over adviseerde. Een mondige en assertieve samenleving, kenmerkend voor de horizontalisering, wil gezien en gehoord worden. Een overheid die met de juiste voelhoorns werkt zal vertrouwen winnen.

Noord-Koreaanse toestanden gelden inmiddels als spreekwoordelijk voor de manie en branie waarmee het land is geleid en de effecten die dat heeft gehad op de bevolking. Zeker geen wenkend perspectief. Wel een nuttig schrikbeeld. En voor Nederlanders vermoedelijk een overbodige, hoewel voor sommige politiek populisten ook bij momenten verleidelijk. Macht is onder meer jouw redeneerwijze en ideeën zo breed mogelijk te laten landen. Als jij de rechtsstaat aanvalt en en velen volgen jouw beweegreden en oordeel, dan is dat macht. En als dan het weerwoord stokt, kan die macht zo maar beklijven en electoraal vertaald worden.

Dat roept ook de vraag op hoe ‘eigen’ ieders werkelijkheid is. Of vraag…. Ik denk wel dat je kunt stellen dat er sprake is van een hoog gehalte copy & paste. Maar beter goed gejat dan slecht bedacht. En uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van argumenten en houdbaarheid van denkbeelden.  Die worden getoetst door debat en door open te staan voor andere meningen. Daar heeft de Nederlandse samenleving een voortdurende uitdaging in en hebben onze overheden en bedrijven een permanente opdracht in.

Aantal berichten op deze pagina: 11. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 3400 uur (141,7 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,5 per week.

Pagina: 1