donderdag, 26 april 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Lichtfles

In kort, aanrader, afrika, google, licht, maan, media, de, idee, en meer.

Bedoelt u luchtfles bij google-afbeeldingen? Lichtflits? suggereert wikipedia. Nee, lichtfles. Zo’n simpel idee, zo’n schot in de roos en toch onbekend bij googleplaatjes en wikipedia. Gelukkig is Afrika van deze media niet geheel afhankelijk. MIT ontwikkelde zeer hoogstaande techniek om zonder stroom woningen, straten, scholen enzovoort van licht te voorzien.

In een gat in het golfplaten dak wordt een petfles gevuld met water en een beetje bleekwater opgehangen. Water breekt licht. In de nacht geeft de zon via de maan licht. Het water doet het werk, de bleek is ter conservering van het water. That’s all. De lichtopbrengst is een equivalent van 60 watt. Geen kaarsen meer nodig bij het huiswerk, meer licht in de klaslokalen op een veilige manier. Geweldig toch? Zo simpel kan het zijn.

Gelezen in One World van deze maand. Aanrader voor een maandelijkse wereldwijde blik.

zaterdag, 14 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Compassie is een keuze

In religie, religie en politiek, compassie, debat, defensie, eerste kamer, huis, invloed, jezus, en meer.

(Interview in boekje Compassie, uitgave Protestantse Kerk Nederland)

“Ik heb wat met compassie. Het is een oud woord dat op een nieuwe manier waardevol  is. Het woord is diepgeworteld in de religie, maar het is zeker niet alleen voor religieuze mensen een belangrijk woord. Het is voor veel mensen wel een ingewikkeld woord, en niet alledaags.

Voor mij heeft het woord compassie drie lagen. De eerste laag is het besef van fundamentele verbondenheid met alles en iedereen: je bent deel van de wereld en jouw keuzes hebben invloed op anderen, en andersom hebben anderen weer invloed op jou. De tweede laag  is de bereidheid je te laten raken door de ander, dus in de letterlijke betekenis van het woord: meevoelen met de ander. De derde laag is de vraag of je bereid bent om medeverantwoordelijkheid te willen nemen voor het lot van de ander. Verbondenheid, geraakt worden, verantwoordelijkheid nemen, die drie.

Zelf wil ik daar ook naar leven. Ik wil me niet afsluiten voor het leed van de ander maar geraakt worden door het lot van mensen. Dat betekent ook dat ik iedereen als medemens wil zien. Ik besef heel goed dat ik hiermee iets voorsta dat voor veel mensen cynische reacties oproept. Zij roepen dan: ‘Zo werkt het toch niet, iedereen moet toch voor zichzelf opkomen?’”

Kerk en politiek

“In de politiek wil ik compassie ook een rol laten spelen. De reactie daarop van anderen is vaak: ‘Maar politiek is toch een belangenstrijd?’ Dat zie ik ook, maar dat is nou precies het tekort van de huidige politiek. Het grondbeginsel van de compassie moet richting geven aan politieke afwegingen. Bij alle concrete politieke discussies moet compassie een van de graadmeters zijn. Wat dat betreft zie ik politici een beetje als de dominees die de boodschap van wat het goede leven is zouden moeten uitdragen.

Nu hebben de verschillende politieke stromingen natuurlijk allemaal een andere visie op wat het goede leven is. Mijn boodschap is: het goede leven begint met verbondenheid, geraakt worden, verantwoordelijkheid nemen, de drie grondbeginselen van compassie. In die zin is het publieke debat de moderne preekstoel.

In de kerk kun je die boodschap natuurlijk ook uitdragen. De preek is ook altijd politiek want gaat over de wereld, het leven en alles wat daarbij hoort. Dat is wat anders dan een dominee die zijn gemeenteleden vertelt wat ze moeten stemmen. Maar zowel in de kerk als in de politiek gaat het erom dat je mensen een inspirerend verhaal meegeeft: waar gaan we naartoe met z’n allen?”

Ruimte voor de ander

“Veel kerken zijn heel goed bezig met compassie, maar er zijn ook kerken die meer bezig zijn met de vraag naar de waarheid. Ik vind die vraag ondergeschikt aan de vraag naar compassie. Kerken moeten zich bekommeren om de kwetsbaren en bezig zijn met ruimte scheppen voor de ander. Er zijn ook kerken bezig met uitsluiting, en dat staat haaks op compassie.

In mijn werk als theoloog kan ik de boodschap van compassie ook uitdragen. Zo schreef ik samen met twee studenten het boekje Adam en Evert, over de spanning tussen kerk en homoseksualiteit. Dat boekje heeft geen politieke maar een pastoraal-theologische benadering, maar met dezelfde intentie. Zo hebben kerk en politiek meer raakvlakken, bijvoorbeeld op het thema ‘onderwijs’: hoe gaan orthodoxe scholen om met hun visie op tolerantie en seksualiteit?

Als lid van de Eerste Kamer heb ik ook Defensie in mijn pakket. Daar praten we bijvoorbeeld over hoe we de krijgsmacht in willen zetten: offensief, defensief of humanitair? Mijn keuze is primair humanitair.”

Eigen belang of gedeeld belang

“Een deel van de wereldproblematiek heeft te maken met een structureel gebrek aan compassie. Grote conflicten gaan over eigen belang, niet over gedeeld belang. Het ontbreken van compassie is ook de noemer van veel financiële problemen, zoals de bankencrisis en de eurocrisis. Of je compassie kunt aanleren? Het is een keuze: welke stappen wil ik zetten om iets voor elkaar te krijgen? Wil ik alleen m’n eigen straatje schoonvegen of wil ik dat we er met z’n allen uitkomen?

Het is niet zozeer een zaak van karakter, maar de een zal van nature over meer compassie beschikken dan de ander. Ik geloof trouwens zeker dat je je compassie eigen kunt maken. Het komt echter niet altijd vanzelf. En soms is het makkelijker om je even niet onderdeel van een groter geheel te voelen. En er zijn ook situaties waarin je beseft dat je medeverantwoordelijk bent maar niet in staat wat te doen. Compassie betekent in die zin ook strijd met jezelf.

Ik geloof in de kracht van compassie. Het is voor mij de enige manier om verder te komen. Op korte termijn hebben polarisatie en je hard opstellen misschien meer effect, maar uiteindelijk is dat een doodlopende weg.

Ik geloof er niet in dat er een moment zal komen dat we allemaal voor compassie zijn. Dat is een contrastbeeld: het zou er kunnen zijn, maar het is er niet.”

Voorbeelden

“Mijn grote voorbeeld als het gaat om compassie klinkt misschien cliché, maar dat is Nelson Mandela, met name na zijn gevangenschap, omdat hij zo zonder enige rancune scheidslijnen wist te overbruggen die hem zelf veel gekost hadden. Klassieker voorbeeld is Jezus, en daar liggen ook mijn wortels. Dichter bij huis zijn het onder meer m’n ouders. Ik ben opgegroeid in het besef dat er altijd mensen zijn die het slechter hebben dan jij en dat je daar iets voor moet doen, dat je ruimte voor hen moet maken. Het is dan niet de vraag hóe je dat doet, maar dát je het doet.”


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Compassie is een keuze

In religie, religie en politiek, kerk, keuzes, kracht, mandela, medemens, compassie, debat, en meer.

(Interview in boekje Compassie, uitgave Protestantse Kerk Nederland)

“Ik heb wat met compassie. Het is een oud woord dat op een nieuwe manier waardevol  is. Het woord is diepgeworteld in de religie, maar het is zeker niet alleen voor religieuze mensen een belangrijk woord. Het is voor veel mensen wel een ingewikkeld woord, en niet alledaags.

Voor mij heeft het woord compassie drie lagen. De eerste laag is het besef van fundamentele verbondenheid met alles en iedereen: je bent deel van de wereld en jouw keuzes hebben invloed op anderen, en andersom hebben anderen weer invloed op jou. De tweede laag  is de bereidheid je te laten raken door de ander, dus in de letterlijke betekenis van het woord: meevoelen met de ander. De derde laag is de vraag of je bereid bent om medeverantwoordelijkheid te willen nemen voor het lot van de ander. Verbondenheid, geraakt worden, verantwoordelijkheid nemen, die drie.

Zelf wil ik daar ook naar leven. Ik wil me niet afsluiten voor het leed van de ander maar geraakt worden door het lot van mensen. Dat betekent ook dat ik iedereen als medemens wil zien. Ik besef heel goed dat ik hiermee iets voorsta dat voor veel mensen cynische reacties oproept. Zij roepen dan: ‘Zo werkt het toch niet, iedereen moet toch voor zichzelf opkomen?’”

Kerk en politiek

“In de politiek wil ik compassie ook een rol laten spelen. De reactie daarop van anderen is vaak: ‘Maar politiek is toch een belangenstrijd?’ Dat zie ik ook, maar dat is nou precies het tekort van de huidige politiek. Het grondbeginsel van de compassie moet richting geven aan politieke afwegingen. Bij alle concrete politieke discussies moet compassie een van de graadmeters zijn. Wat dat betreft zie ik politici een beetje als de dominees die de boodschap van wat het goede leven is zouden moeten uitdragen.

Nu hebben de verschillende politieke stromingen natuurlijk allemaal een andere visie op wat het goede leven is. Mijn boodschap is: het goede leven begint met verbondenheid, geraakt worden, verantwoordelijkheid nemen, de drie grondbeginselen van compassie. In die zin is het publieke debat de moderne preekstoel.

In de kerk kun je die boodschap natuurlijk ook uitdragen. De preek is ook altijd politiek want gaat over de wereld, het leven en alles wat daarbij hoort. Dat is wat anders dan een dominee die zijn gemeenteleden vertelt wat ze moeten stemmen. Maar zowel in de kerk als in de politiek gaat het erom dat je mensen een inspirerend verhaal meegeeft: waar gaan we naartoe met z’n allen?”

Ruimte voor de ander

“Veel kerken zijn heel goed bezig met compassie, maar er zijn ook kerken die meer bezig zijn met de vraag naar de waarheid. Ik vind die vraag ondergeschikt aan de vraag naar compassie. Kerken moeten zich bekommeren om de kwetsbaren en bezig zijn met ruimte scheppen voor de ander. Er zijn ook kerken bezig met uitsluiting, en dat staat haaks op compassie.

In mijn werk als theoloog kan ik de boodschap van compassie ook uitdragen. Zo schreef ik samen met twee studenten het boekje Adam en Evert, over de spanning tussen kerk en homoseksualiteit. Dat boekje heeft geen politieke maar een pastoraal-theologische benadering, maar met dezelfde intentie. Zo hebben kerk en politiek meer raakvlakken, bijvoorbeeld op het thema ‘onderwijs’: hoe gaan orthodoxe scholen om met hun visie op tolerantie en seksualiteit?

Als lid van de Eerste Kamer heb ik ook Defensie in mijn pakket. Daar praten we bijvoorbeeld over hoe we de krijgsmacht in willen zetten: offensief, defensief of humanitair? Mijn keuze is primair humanitair.”

Eigen belang of gedeeld belang

“Een deel van de wereldproblematiek heeft te maken met een structureel gebrek aan compassie. Grote conflicten gaan over eigen belang, niet over gedeeld belang. Het ontbreken van compassie is ook de noemer van veel financiële problemen, zoals de bankencrisis en de eurocrisis. Of je compassie kunt aanleren? Het is een keuze: welke stappen wil ik zetten om iets voor elkaar te krijgen? Wil ik alleen m’n eigen straatje schoonvegen of wil ik dat we er met z’n allen uitkomen?

Het is niet zozeer een zaak van karakter, maar de een zal van nature over meer compassie beschikken dan de ander. Ik geloof trouwens zeker dat je je compassie eigen kunt maken. Het komt echter niet altijd vanzelf. En soms is het makkelijker om je even niet onderdeel van een groter geheel te voelen. En er zijn ook situaties waarin je beseft dat je medeverantwoordelijk bent maar niet in staat wat te doen. Compassie betekent in die zin ook strijd met jezelf.

Ik geloof in de kracht van compassie. Het is voor mij de enige manier om verder te komen. Op korte termijn hebben polarisatie en je hard opstellen misschien meer effect, maar uiteindelijk is dat een doodlopende weg.

Ik geloof er niet in dat er een moment zal komen dat we allemaal voor compassie zijn. Dat is een contrastbeeld: het zou er kunnen zijn, maar het is er niet.”

Voorbeelden

“Mijn grote voorbeeld als het gaat om compassie klinkt misschien cliché, maar dat is Nelson Mandela, met name na zijn gevangenschap, omdat hij zo zonder enige rancune scheidslijnen wist te overbruggen die hem zelf veel gekost hadden. Klassieker voorbeeld is Jezus, en daar liggen ook mijn wortels. Dichter bij huis zijn het onder meer m’n ouders. Ik ben opgegroeid in het besef dat er altijd mensen zijn die het slechter hebben dan jij en dat je daar iets voor moet doen, dat je ruimte voor hen moet maken. Het is dan niet de vraag hóe je dat doet, maar dát je het doet.”


donderdag, 5 april 2012

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

Een goed gebouw is niet goed genoeg

In collages, foto's, architectuur, leiden, roc, thomas rau, akkoord, college, de, en meer.

Het ontwerp en de werkelijkheid

In 2011 is de nieuwbouw van het ROC/Da Vinci College aan de Lammenschans opgeleverd. Inmiddels is het, door Thomas Rau ontworpen gebouw in gebruik genomen. Vanavond wordt in de gemeenteraad de projectovereenkomst met het ROC definitief afgerond door het beschikbaar stellen van een laatste krediet van € 1.670.000.=. Dit zijn meerkosten voor de gemeente, die voornamelijk het gevolg zijn van het niet doorgaan van de RGL en van het voornemen van het college om onder de Garenmarkt een parkeergarage te bouwen.

De gemeenteraad kan weinig anders doen dan akkoord gaan met dit aanvullend krediet. Iedereen is het er over eens dat dit de laatste keer is dat een bouwproject op een dergelijke manier wordt uitgevoerd. Het heeft de gemeente te veel geld gekost.

Maar ja, “dan heb je ook wat”, zou je zeggen. En inderdaad, het ROC/Da Vinci College is spraakmakende nieuwbouw van hoge kwaliteit en een architectonische aanwinst voor Leiden. Maar alleen een goed gebouw  is niet goed genoeg. Een goed gebouw staat in een omgeving van even hoge kwaliteit. Het is de openbare ruimte, die bepaalt of een goed gebouw ook daadwerkelijk een onderdeel gaat uitmaken van de stad.

En helaas, het nieuwe ROC/Da Vinci College doet dat niet. De Ford-garage aan de Lammenschansweg sluit de openbare ruimte af van de stad en de helft van het voorplein wordt in beslag genomen door een permanente fietsenstalling. De inrichting van de openbare ruimte die resteert is van inferieure kwaliteit.

Dit is de tragische conclusie die getrokken moet worden bij het afsluiten van dit project. Het is jammer om te moeten constateren, maar behalve nieuwe huisvesting voor twee scholen en een goed gebouw levert het ROC/Da Vinci College vooralsnog geen enkele bijdrage aan verbetering van de stedelijke kwaliteit van het gebied.

Het keukenkastje van de beheerder van de P-garage onder het ROC.


woensdag, 4 april 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Pretstudies

In politiek, arbeidsmarkt, beperking, communicatie, eventmanagement, hbo, hogescholen, kunstopleidingen, marja van bijsterveldt, en meer.

Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt heeft het plan opgevat om het aantal pretstudies op de MBO’s van Nederland stevig terug te dringen. Ze wil een licentiesysteem invoeren, afgestemd op de behoefte van het bedrijfsleven, om zo kansarme doch populaire studies als Artiest en Dierenverzorging een minder prominente plek in het Nederlandse onderwijs te geven. De MBO’s hebben al te kennen gegeven niets in de plannen van de minister te zien, ongetwijfeld beredeneerd vanuit hun portemonnee.

Toch is dit een prijzenswaardig plan, dat helaas niet ver genoeg gaat. Want dit probleem beperkt zich niet tot de MBO’s, maar is een wijdverspreid probleem in het hele onderwijsspectrum. Sinds de MBO’s in 1996 de vrijheid kregen om zelf hun opleidingsaanbod vorm te geven, maken de pretstudies een onevenredig groot deel uit van het aanbod. En ook op de vele HBO’s die Nederland rijk is, is de verhouding tussen de behoefte van de arbeidsmarkt en het aanbod van de scholen volledig scheefgegroeid.

Zo  zie ik in mijn werk dagelijks starters met een HBO-diploma dat waardeloos voelt, omdat de arbeidsmarkt niet op ze berekend is. En dan gaat het om volledig geaccepteerde ‘normale’ studies als Communicatie of Eventmanagement. Hogescholen lokken de studenten binnen met prachtige beloftes over banen die er niet zijn. Hele drommen enthousiaste starters willen  de organisatie van Vrienden van Amstel Live of Pinkpop wel op zich nemen, maar helaas organiseren we dat niet elke week. En hoewel interne en externe communicatie een belangrijke rol inneemt in menig bedrijf, hoeft de arbeidsmarkt niet jaarlijks overspoeld te worden door een tsunami aan communicatiestarters. Om over de belachelijke hoeveelheid aspirant sportmanagers, kunstenaars, interieurontwerpers, gamedesigners en piloten nog maar te zwijgen.

Dit alles zou nog niet eens zo’n probleem zijn, als deze studenten eerlijk werden voorgelicht over de gevolgen van hun studiekeuze. Maar te vaak blijkt het aan het eind van de studie dat de gebrekkige perspectieven als een verrassing de kop opsteken. En hoewel dat bij de student wellicht op een gebrek aan realiteitszin duidt; de hogeschool die ze in eerste instantie verleidde, wist wel degelijk dat er gebakken lucht werd verkocht. Wat dat betreft snap ik de weerstand binnen het onderwijs wel, deze maatregel gaat ze bakken met geld kosten.

Wanneer de MBO’s en hogescholen – en misschien zelfs universiteiten – echt het beste voor zouden hebben met hun dierbare studenten, hadden ze dit plan zelf bedacht. Het hele idee van al die studies is ten slotte toch de studenten klaar te stomen voor hun verdere loopbaan? Hun werkende leven? De praktijk wijst uit dat daar nu genoeg mis gaat, getuige alle gefrustreerde starters met een prachtig, maar irrelevant diploma. Wat dat betreft kunnen er legio grappen gemaakt worden over het gebrek aan opleiding van onze onderwijsminister, praktische realiteitszin heeft ze blijkbaar wel.

Deze column is ook verschenen op www.volkskrant.nl.


zondag, 1 april 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

‘Uitgaan van de waarden die je voorstaat’

Donderdag 29 maart 2012,

‘Uitgaan van de waarden die je voorstaat’

‘Dit is een keuze voor mezelf’, zegt Bart Eigeman, die na elf jaar verrassend stopt als wethouder in Den Bosch. GroenLinks verliest daarmee een bevlogen wethouder die graag de wijk introk en zich sterk inzette voor jeugdbeleid, onder andere door het oprichten van de ‘Bende van Bart’. Voor GroenLinks wil hij zich blijven inzetten voor verdere vernieuwing. ‘GroenLinks moet meer een beroep doen op eigen actie van mensen.’ Marc van Dijk interviewde Bart Eigeman voor het GroenLinks Magazine.

‘Je moet durven loslaten’, zegt Eigeman (46) over zijn keuze om 1 maart tussentijds op te stappen. Daarmee geeft hij zijn opvolger Ruud Schouten de tijd om zichzelf als wethouder te laten zien. Maar het is vooral een keuze voor een eigen nieuwe weg.

Het was een moeilijke keuze, zegt Eigeman. Hij wil mensen inspireren en in beweging brengen. Daarin zat zijn drive als wethouder. Zijn laatste portefeuille talentontwikkeling en duurzaamheid was daar erg geschikt voor en hij had het naar zijn zin, benadrukt hij. ‘Maar ik kan die drive ook op andere plekken benutten’. Op welke plek heeft hij nog niet bepaald. ‘Ik heb aanbiedingen gehad, maar wil me eerst even bezinnen, de kop leeg maken. Misschien ga ik voor mezelf beginnen.’

Bezielend besturen

In Den Bosch is GroenLinks de tweede partij na de VVD, en groter dan partijen die er in het verleden de dienst uitmaakten: CDA en PvdA. Eigeman refereerde eraan in zijn afscheidsspeech in de gemeenteraad, waarin hij zijn eigen visie van ‘bezielend besturen’ neerzette: ‘We hadden in ‘s-Hertogenbosch een eeuw lang Rooms Rode toonzetters achter de rug. Hun politiek denkraam bestond uit knellende charitas enerzijds en overbezorgde overheid anderzijds. In essentie zijn beide geënt op zieligheid, op het tekort van burgers dat door de overheid dient te worden aangevuld. Ik heb, ten tijde van de opkomende neoliberale onverschillige overheid, vorm willen geven aan bezielend besturen: mensen aanspreken, verbinden en steun op actie bieden.’

Is vorm geven aan bezielend besturen je grootste bijdrage geweest als wethouder?

‘Naast praktische dingen als speeltuinen, brede school, milieu… ik heb een beroep willen doen op mensen; hen in beweging en in verbinding willen brengen, in plaats van te zeggen hoe het moet. Je ziet die houding in alle onderwerpen terug. Ik was de eerste in Nederland die begon met work first (een methodiek waarbij men werklozen laat werken voor hun uitkering, red). Daarvoor heb ik nog op mijn kop gekregen van Paul Rosenmöller die het te rechts vond, maar ik vind dat je daarmee een beroep doet op mensen.’

Steun op actie

In Den Bosch tilde Eigeman het wijkgericht werken van de grond. De gemeente committeerde zich aan ‘steun op actie’, waardoor bewoners makkelijker buurtactiviteiten kunnen organiseren. ‘Een batterij van activiteiten wordt nu door bewoners zelf opgepakt, soms met steun van opbouwwerk en gemeente. Mensen hebben het vertrouwen dat hun initiatief steun krijgt.’ Vertrouwen is een sleutelwoord, zegt Eigeman. ‘Ik heb mensen willen laten ervaren dat de gemeente geen hinder is om eigen initiatief tot stand te brengen, maar dat de gemeente ook niet de kar trekt. We geven hooguit een duwtje.’ De wijken zijn er beter van geworden, vindt hij. Dat geldt ook voor buurten waar het niet lekker gaat. ‘De inzet is in sommige wijken langdurig en heel intensief nodig. Het is niet alleen een roze wolk.’

Ruimte geven

Het succes ligt erin dat je niet een stempel drukt omdat jij iets wilt, maar dat je mensen de ruimte geeft zelf de situatie te verbeteren, zegt Eigeman: ‘Bijvoorbeeld op scholen werk je beter aan talentontwikkeling als je leraren gemotiveerd hun werk doen. Als dat niet het geval is, moet je als overheid de barrières wegnemen waardoor zij dat niet kunnen. In 999 keer van de 1000 dat ik een beroep deed op mensen, ben ik niet teleurgesteld. Het is een kwestie van uitgaan van de waarden die je voorstaat, in plaats van ernaartoe werken.’

Wat is je als wethouder niet gelukt?

‘Ik had graag een stedelijk cultureel jongerencentrum gerealiseerd, we hebben als GroenLinks moeten slikken dat dat uiteindelijk gesneuveld is. Wel zijn er vijf jongerencentra op wijkniveau gekomen, maar in mijn ogen hadden we op stedelijk niveau nog iets nodig waar jongeren steun zouden vinden voor hun initiatief. Méér dan een podium om activiteit te consumeren. Jongeren weten niet precies wát ze willen, wel dát ze iets willen. Steun bij ervarend ontdekken is dan van belang.’

Basiswaarde GroenLinks

In Den Bosch heeft Eigeman ervaren dat GroenLinks veel kiezers, ook niet-GroenLinksers, kan binden met de grondtoon van positieve politiek. ‘Mensen rekenen je niet alleen af op resultaat, maar ook op wie je bent. Je moet verbinding maken op waarden; daarin kan GroenLinks nog groeien. Als je een kunstje uitvoert, prikken mensen daar doorheen. Ik vind het goed dat GroenLinks nu met een waardeonderzoek bezig is onder leden en kiezers.’ Voor GroenLinks wil hij zich blijven inzetten voor verdere vernieuwing om de inbreng vanuit de samenleving te vertalen naar politiek handelen. Binnenkort wordt bekend hoe.

In de leus ‘zin in de toekomst’ ziet Eigeman een ‘basiswaarde’ die hij herkent bij veel van zijn collega’s in het land. Lokaal bestuurt de partij en kan ze echt verschil maken in de straat, in de buurt, in relatie tot ondernemers. Maar landelijk ziet hij van die kracht te weinig terug. ‘Landelijk moeten we die lokale kracht beter aftappen. Dan gaan mensen zeggen: bij dat GroenLinks, daar willen we bijhoren.’

Stadspenning

Op de raadsvergadering van 28 februari nam Eigeman afscheid van het Bossche bestuur met met de stadspenning van de stad. ‘Ik ben niet zo van de lintjes, maar daarop was ik toch wel trots.’

donderdag, 29 maart 2012

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nog 10 procent energiewinst te behalen bij zorginstellingen

In klimaat & energie, controle, energie, energieverbruik, handhaving, isolatie, kantoren, nijmegen, plan, en meer.

spaarlampBij controle van 29 zorginstellingen is geconstateerd dat er nog 10 procent energie kan worden bespaard. Met die hoeveelheid kunnen 475 huishoudens jaarlijks van energie worden voorzien. De gemeente controleert elk jaar specifieke bedrijfstakken op het doorvoeren van energiebesparende maatregelen die in vijf jaar terug te verdienen zijn. In 2011 stond de zorgsector centraal. In 2012 is de handhaving gericht op grote kantoren, scholen en groothandel.

De wet milieubeheer schrijft voor dat bedrijven energiebesparende maatregelen die in vijf jaar terug te verdienen zijn, moeten treffen. Na controle op de uitvoering van energiebesparingsmaatregelen bij supermarkten in 2010, heeft de gemeente Nijmegen in 2011 29 zorginstellingen in de regio Nijmegen gecontroleerd. De speciaal opgeleide inspecteurs constateerden 189 nog niet getroffen maatregelen. Het ging voornamelijk om verouderde verlichting, instellingen van stookinstallaties en isolatie. Als deze maatregelen wél worden doorgevoerd, levert dit 10% energiebesparing in de zorg op. Een besparing van ongeveer 1800 ton CO2, oftewel het energieverbruik van 475 huishoudens.

De zorginstellingen mogen zelf een plan van aanpak maken, waarin ze aangeven wanneer zij welke maatregelen nemen. Deze aanpak mag aansluiten bij natuurlijke investeringsmomenten, mits dit binnen redelijke termijnen plaatsvindt. Alle 29 instellingen hebben inmiddels een plan van aanpak ingediend en handhavers controleren vanaf nu steeksproefgewijs of alle maatregelen genomen zijn. Vanwege andere wetgeving zijn ziekenhuizen niet opgenomen in deze handhavingsronde.

De controles worden uitgevoerd in een samenwerkingsveband tussen de tien MARN-gemeenten (Milieusamenwerking en Afvalverwerking Regio Nijmegen): West Maas en Waal, Druten, Beuningen, Nijmegen, Wijchen, Heumen, Groesbeek, Beek-Ubbergen en Millingen.

dinsdag, 27 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

In moslims/islam, religie, moraal, humanisme& atheïsme, nasr abu zayd, verboden wetenschapsmonologen, afghanistan, algemeen, arbeid, artikelen, belangrijk, en meer.

De Verboden Wetenschapsmonologen (muzikaal theater) vertellen de aangrijpende verhalen van academici die in hun eigen land vervolgd werden en in Nederland een veilige werkplek vonden.

De monologen zijn gebaseerd op echte verhalen van gevluchte wetenschappers.

Ik keek benieuwd naar de namen van de wetenschappers die figureren in de voorstelling, en miste een belangrijke naam:

De Egyptenaar, liberale moslim en balling Nasr Abu Zayd, oud-Cleveringahooglerar aan de Universiteit Leiden, overleden in 2010.

nasr De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

Hij was sinds 1995 balling in Nederland nadat hij in Egypte tot geloofsafvallige werd bestempeld. Hij beschouwde de Koran als een zowel religieus alsook mythisch en literair werk.

Wikipedia: “Abu Zayd gold als groot kenner van de islamitische stromingen in de islamitische wetenschappen en stelde zich tot doel een te ontwikkelen die moslims in staat stelt hun eigen tradities te verbinden met de moderne wereld van
vrijheid, gelijkheid, mensenrechten en democratie. Op basis van kritisch onderzoek van de Koran en de hadiethliteratuur kwam Abu Zayd onder meer tot de conclusie dat de juridische positie van de vrouw gelijk dient te zijn aan die van de man.”

Uit mijn eerdere blogs over hem: 

 

Nasr Abu Zayd kritisch op de Arabische Wereld én op het Westen (November 2009)

 

Nasr Abu Zayd over wie ik eerder veel heb geschreven levert in de NRC harde kritiek op de Arabische wereld én op het Westen.

Typisch Nasr om tegen beide partijen tegelijk aan te schoppen.

Nasr houdt altijd een interessante balans tussen pessimisme en optimisme; of tussen realisme en idealisme.

Uit het interview:

“Verandering [in Egypte en in de Arabische wereld] , zegt Abu Zayd, is noch in het belang van de staat, noch in het belang van de Moslimbroederschap. ,,Noch, ben ik bang, van het Westen.”

Waarom niet?

,,Omdat het Westen enorme economische belangen bij de regimes heeft. Het doet er niet toe wat die regimes doen met vrouwen of vrijheid of democratie, zolang die belangen maar worden beschermd.”

Verandering is alleen mogelijk als het gebied wordt overgelaten aan zijn eigen dynamiek. ,,De voortdurende buitenlandse interventies” – Abu Zayd doelt op het kolonialisme, en nu de oorlogen in Afghanistan en Irak en het Israëlisch-Palestijnse conflict – ,,staan een gezonde ontwikkeling in de weg. Godsdienst is de enige toevlucht voor de mensen om zich te beschermen.”

[...]

,,Als geleerde, als dromer moet ik ook optimistisch zijn. Hoe kan een wetenschapper die zijn droom over de toekomst verliest zijn werk voortzetten? Je moet geloven in de mogelijkheid van mensen om hun leven te veranderen, in welke maatschappij ze ook leven.”

 ———————————————————————————

 

Hoe rechts stelselmatig de liberale islam onderuit haalt

Juist omdat ik weet dat rechts alles op alles zet om de liberale islam tegen te werken, bijvoorbeeld ook in zijn meest democratische gedaante zoals Nasr Abu Zayd,  ben ik uiterst wantrouwig tegenover rechts dat nu een enorm grote grote bek trekt.

Terwijl de Leidse professoren Bolkestein en Ellian een voortrekkersrol spelen in de strijd tegen Ramadan, hebben de Leidse neocon-professoren Cliteur en Ellian een voortrekkersrol vervuld in de buitengewoon aanstootgevende strijd tegen hun Leidse collega Nasr Abu Zayd.

In twee uitgebreide artikelen in Civis mundi[1] heeft Paul Cliteur  de moeite genomen de Leidse oud-Cleveringa-hoogleraar en inmiddels WRR-auteur, de liberale moslim Nasr Abu Zayd, als moslim en als wetenschapper onderuit te halen. Cliteur schrijft over Abu Zayd, die in Egypte door de moslimfundamentalisten werd vervolgd:

“Het is natuurlijk wrang wanneer iemand die in zijn eigen land zoveel problemen heeft ondervonden met moslim-fundamentalisme in zijn nieuwe gastland te horen krijgt dat de fundamentalisten in zekere zin gelijk hadden. Toch moet ik dat doen.” (Civis mundi 41, p. 221)

Cliteur weigert Abu Zayd als gelovige moslim te beschouwen. Voor Cliteur is Abu Zayd een afvallige en een atheïst- en het maakt voor hem niet uit wat Abu Zayd zelf hierover zegt. (p.222). Ook kunnen “wij” volgens Cliteur Abu Zayd niet serieus nemen als wetenschapper (p. 225) . Cliteur baseert overigens zijn kritiek op één autobiografisch boek; hij haalt de wetenschappelijke publicaties van Abu Zayd niet aan.

In het tweede artikel When in Rome… herhaalt Cliteur zijn vijandige argumentatie tegen Abu Zayd. Maar deze keer heeft hij ook een Goede Moslim aan te bieden, die hij als kontrast tegenover de Slechte Moslim Abu Zayd kan stellen: Afshin Ellian. Wat Cliteur bij Ellian zo bevalt, dat is het feit dat hij bij Ellian een kritiek “op de islam an sich” aantreft- “niet alleen op de verschillende interpretaties van de islam […] ”. “Dat [de kritiek op de islam an sich] betekent kennelijk dat de zaak niet helemaal hopeloos is .” ( p. 21)   De Goede Moslim Ellian is de volledig geseculariseerde moslim die bovendien slecht spreekt over de islam. Ellian over de islam: “De islam is een structurele wantoestand die al ruim veertienhonderd jaar alle aspecten van opvoeding, cultuur, economie, politiek en omgangsvormen overheerst. [....] Het lijkt op de pest: waar de islam ook komt overheerst armoede, gebrekkige ontwikkeling, analfabetisme, onderdrukking, corruptie, frustratie en vooral geweld.”[2]

Oud-marxist Ellian vervalt hier in een typische denktrant van oud-marxisten: in plaats van de economie als allesbepalende factor, wordt nu de religie als allesbepalende factor gezien. De Parijse hoogleraar arabistiek Mohammed Arkoun: “De overvloedige politieke literatuur vervalt in dezelfde fouten [als het marxisme] als zij van de verdinglijkte, verstarde, tijdloze en gebanaliseerde islam de belangrijkste en onoverkomelijke bron maakt voor alle ideologische afwijkingen, geweld, intolerantie en mislukking in al die samenlevingen waar deze ‘religie’wordt aangehangen.”[3]

Paul Cliteurs kritiek op Nasr Abu Zayd is opmerkelijk, zowel inhoudelijk alsook formeel. Om te beginnen met formele aspecten: Cliteur heeft nooit contact of dialoog gezocht met Abu Zayd. Hij spreekt niet met hem, hij schrijft over zijn Leidse collega. Een subject wordt tot object gemaakt. Mohammed Arkoun, de Parijse hoogleraar Arabisch zegt: “De islam is geen uitdaging van het andere, geen bron van reflectie, geen gesprekspartner, geen samenwerkingspartner voor de Europeaan, het blijft deze derde persoon, het object waarover men spreekt, dat men onder de microscoop legt, reïficeert, opblaast of banaliseert tot er en ideologisch monster overblijft […] “[4]

Arkoun heeft het hier niet eens over een mens, hij heeft het over de islam, die hij graag als gesprekspartner behandeld zou willen zien. Maar Abu Zayd is eens mens en een wetenschapper die van Cliteur tot belachelijk en verachtelijk object wordt gemaakt. Cliteur baseert zijn kritiek op één boek van Abu Zayd. Hij noemt Abu Zayd een balling, maar vertelt er niet bij, dat Abu Zayd professor is in Leiden, en zelfs Cleveringa-hoogleraar was. Het verzwijgen van deze relevante context-informatie heeft een beledigend karakter, te meer omdat Cliteur Abu Zayd de wetenschappelijke competentie meent te kunnen ontzeggen. Het is bijna komisch te noemen, dat Cliteur zich achter de veroordeling van de fundamentalisten stelt, en deze inzake Abu Zayd gelijk geeft. Daarmee geeft Cliteur zichelf als fundamentalist – verlichtingsfundamentalist- te kennen. Mohammed Arkouns opmerking over fundamentalistische intellectuelen treft ook Cliteur: “[…] elke verwijzing naar de leer van de geschapen koran [wordt] krachtig verworpen door de huidige bewakers van de ‘orthodoxie’.  Heel wat intellectuelen zijn medeverantwoordelijk voor deze verwerping omdat ze geen theoretisch belang zien in de modernisering van het islamitische denken en de heropening van het zeer rijke theologische en antropologische debat.”[5]

 


[1] God houdt niet van vrijzinnigheid , In: Civis mundi; vol. 41 (2002), afl. 4, en When in Rome, do as the Romans do In: Civis mundi; vol. 42 (2003), afl. 1.

[2] Wie is die vrolijke ketter? In: Brieven van een Pers, p. 227.

[3] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 14.

[4] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 13.

[5] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 38.

 

———————————————————————————————————————

Paul Scheffer en Hans Jansen over Nasr Abu Zayd

 

Vandaag schrijft Hans Jansen weer over Nasr Abu Zayd ( zie ook mijn vorige Jansen/Abu Zayd blog). Hij haalt Paul Scheffer aan, die in Het land van aankomst schrijft over Nasr Abu Zayd.

Hans Jansen:  ”Scheffer heeft gemerkt dat deze man [Abu Zayd] zijn weldoeners en asielverleners in zijn geschriften regelmatig als ‘de vijand’ aanduidt. Niet de moslimactivisten die hem wegens vermeende afvalligheid van de islam naar het leven staan zijn voor Abu-Zayd de vijand, maar degenen die hem toevlucht verschaffen.”

Scheffer geeft in Het land van aankomst geen paginanummers voor de door hem gebruikte citaten, maar ik heb een passage gevonden in het boek “Vernieuwing in het islamitisch denken”, die vermoedelijk bedoelt is. Ik citeer hier de hele passage, zoadat iedereen zich ervan kan overtuigen of dit de bewijs is dat Abu Zayd “de niet-moslims als de vijand [blijft] beschouwen” zoals Jansen schrijft.

Mij, niet-moslim, beschouwt Abu Zayd in ieder geval niet als vijand.

Ik zal in een  vervolg-blog ingaan op de door Abu Zayd voorgestelde vernieuwing van het islamitisch denken.

Als met citaten wordt gesmeten, en bovendien niet eens wordt vermeld waar deze citaten vandaan komen, lijkt het me belangrijk even eerst te beginnen de tekst goed te lezen die bedoeld wordt:

Abu Zayd: “De culturele uitdaging waarmee onze islamitische gemeen­schap zeven eeuwen geleden geconfronteerd werd heeft de wij­ze bepaald waarop de geleerden schreven en compileerden; zij verzamelden alles wat in engere of ruimere zin met de Tekst ver­band hield onder de noemer van koranwetenschappen. De uit­daging waarmee wij vandaag geconfronteerd worden, vereist dat wij een andere weg inslaan. Vandaag is ons probleem niet meer dat wij ons erfgoed voor de ondergang of onze cultuur voor versplintering moeten behoeden. Al is dat een probleem dat altijd voor alle gemeenschappen belangrijk is, toch zijn we van mening dat het op dit moment, waarop het bestaan zelf be­dreigd wordt, niet het allerbelangrijkste probleem is. Niemand kan de ogen sluiten voor het verbond van de externe vijand, be­lichaamd in het wereldimperialisme en het Israëlische zionis­me, met de reactionaire krachten die in het binnenland de heer­schappij voeren. En zo zijn wij vandaag in de situatie terechtge­komen dat wij zelf ons eigen voortbestaan moeten verdedigen, nu de vijand er vrijwel in geslaagd is door onze gelederen heen te breken om voor eens en voor altijd te proberen ons van ons ware bewustzijn te beroven en het door middel van zijn culture­le instellingen en media te vervangen door een vals bewustzijn dat moet bewerkstelligen dat wij ons uiteindelijk bij zijn bedoe­lingen met ons neerleggen en ons volledig onderwerpen. De schriftgeleerden in het verleden hebben de uitdaging aangeno­men waarmee zij geconfronteerd werden en zij zijn er tot op ze­kere hoogte in geslaagd het erfgoed voor teloorgang te behoe­den. Het erfgoed dat zij hebben bewaard had niettemin een re­actionair karakter, zoals we eerder hebben aangeduid. [p.59]

Wat zouden wij nu als wetenschappers moeten doen om de uitdaging van tegenwoordig aan te kunnen? Op deze vraag zijn ongetwijfeld verschillende antwoorden mogelijk, omdat weten­schappers verschillende visies hebben op de werkelijkheid waarin wij leven, met al haar invloeden en conflicten. Zij heb­ben immers ook verschillende, uit hun eigen opvattingen en prioriteiten voortvloeiende, visies op de problemen, de dilem­ma’s en de structurering van onze werkelijkheid. Sommigen bij­voorbeeld denken dat onze ware redding te vinden is in de te­rugkeer naar de islam onder toepassing van zijn voorschriften en door de islam ons gehele economische, sociale en politieke leven tot in de kleinste details van het individuele en maat­schappelijke bestaan te laten beheersen. [...] Tegenover het tegenwoordige religieuze discours staat de stroming van de vernieuwing. Dat is een stroming die vindt dat wij van de ouden niet alles klakkeloos kunnen overnemen. De ouden leefden immers in hun tijd, waarin zij hun mening vormden, de basis legden voor allerlei wetenschappen, een be­schaving stichtten, een filosofie samenstelden en een denkwijze vormgaven. De som van dit alles is het erfgoed dat zij ons nage­laten hebben. Het is een erfgoed dat nog steeds deel uitmaakt van ons bewustzijn en dat bewust of onbewust invloed op ons gedrag heeft. Wij kunnen dit erfgoed niet buiten beschouwing laten, maar wij kunnen het evenmin aanvaarden zoals het is; wij moeten het opnieuw vormgeven, afstand nemen van wat niet meer bij onze tijd past, de positieve kanten ervan bevestigen en het opnieuw vormgeven in een taal die bij onze tijd past. Deze vernieuwing is onontkoombaar als we onze huidige crisis te bo­ven willen komen. Zij verbindt namelijk onze oorsprong met het heden en het nieuwe met het overgeërfde [...]  “

“Zijn weldoneres en asielverleners” valt Abu Zayd hier niet aan, zoals Jansen beweert.
Hij verzet zich tegen imperialisme en zionisme, net als vele Westerse intellectuelen.

———————————————————————————————————————

Verlichting in het Islamitisch denken: Nasr Abu Zayd

 

Nasr Abu Zayd heeft veel geschreven over verlichting en Islam. Zijn meest recente tekst Reformation of Islamic thought (2006)  is op internet te vinden, net als zijn Leidse oratie als Cleveringa-hoogleraar The Qur’an : God and man in communication. Verder is in de laatste jaren nog verschenen Rethinking the Qu’ran (2004) . Eind augustus schreef Abu Zayd een artikel in de Volkskrant “De gematigde islam bestaat niet alleen, maar wint ook aan invloed”.

Abu Zayd gaat vrij ver in zijn kritiek op de islam, veel verder dan andere liberale moslims:
“Er zijn bijvoorbeeld li­berale islamistische intellectuelen, die een vorm van civil society en dus ook van de­mocratie bepleiten, binnen de context van een politieke islam. Waar zij vooral voor terugschuwen is de scheiding van staat en religie, dus een seculiere maatschappij, omdat het Arabische begrip almaniah (secularisme), lange tijd met atheïsme is geas­socieerd. Mijns inziens is secularisme in de zin van de scheiding tussen kerk en staat noodzakelijk voor de opbouw van een civil society, en moet dus ook het meer libera­le islamisme worden bekritiseerd. [Dit slaat bijvoorbeeld ook als kritiek op Tariq Ramadan, M.T]“

Abu Zayd keert zich tegen een orthodoxe interpretatie van de islam, en probeert aan te tonen dat de islam ook andere denkers dan orthodoxe heeft gekend:
“De koran is Gods woord. Alle moslims hebben dit door de eeuwen heen onder­schreven. De discussie ging over de kwestie of de koran eeuwig was, of tijdelijk en geschapen. Dit leidde tot hevige debatten en zelfs tot de vervolging van de aanhan­gers van één van beide posities. De orthodoxe notie van een eeuwige koran leidt er automatisch toe dat de letterlijke betekenis van de tekst de enige ware is. Deze na­druk op de onfeilbaarheid van de heilige tekst is de logische conclusie uit het idee dat de tekst de precieze, woordelijke uitdrukking is van de absolute goddelijke wer­kelijkheid. En terwijl dit idee binnen het christendom als een extremistische doctri­ne werd gezien, omdat de theologie daar gebaseerd was op vier verschillende evange­liën, is het in de islamitische theologie altijd de meest gangbare leer geweest [...] . Deze intellectuele strijd tussen islamitische theologen over de precie­ze aard van de koran werd uiteindelijk beslecht in het voordeel van de orthodoxen tegenover de heterodoxen.”

Zelf is Abu Zayd een “heterodoxe” islamitische denker.
“Andere [niet-orthodoxe] scholen in de geschiedenis van het islamitische denken, die een meer rationele interpretatie van de islam voorstonden, zijn steeds meer terzijde geschoven. De orthodoxe theologie is de algemene politieke ideologie geworden van de meeste moslimstaten, enkel en alleen omdat ze gehoorzaamheid als een religieuze plicht ziet en politieke leiders graag wor­den gezien als de representanten van Gods gezag op aarde. “

De koraninterpretatie die Abu Zayd afwijst omschrijft hij als volgt:
“Aangezien verzet tegen intellectueel absolutisme een belangrijke bedreiging vormt voor politieke dictaturen, probeert men in de islamitische wereld nog altijd om de waarde van vrijheid te ondermijnen door religie als haar tegenstander voor te stellen. Daarom worden begrippen als gedachtenvrijheid, secularisme en Verlichting tot ‘sa­tanische’ begrippen bestempeld. Omdat deze begrippen bovendien allemaal pro­ducten van de westerse cultuur en Europese beschaving zijn, wordt gesuggereerd dat ze de essentiële kenmerken van de islamitische cultuur en beschaving tegenspreken. Daarom moeten ze worden afgewezen, opdat de moslims hun eigen identiteit niet verliezen, en niet alleen voor altijd gedomineerd zullen worden door hun historische vijanden, maar ook cultureel aan hen vastgeklonken zullen zijn. Om de gewone moslims ervan te overtuigen dat er geen enkele uitweg is behalve het vasthouden aan de zuivere islamitische identiteit, wordt de koran gebruikt en uitgelegd als de enige bron van Licht en daarmee ook als de enige bron van Verlichting.”

Dit wijst Abu Zayd af.

Verder legt Abu Zayd uit dat de islam zowel een historische als ook een universele dimensie heeft, die hij als volgt omschrijft:
“De is­lam heeft, net als elke andere godsdienst, meer dan één dimensie. De eerste is de his­torische dimensie, die haar specifieke leer over geloof, ethiek en vroomheid ontleent aan de context van de zevende eeuw. De tweede dimensie is universeler en vertegen­woordigt meer algemeen-menselijke, in zekere zin: verlichte, waarden, die tijd en plaats overstijgen. Deze twee dimensies van de islam zijn telkens onderwerp van dis­cussie geweest.

De historische dimensie wordt door met name rechtsgeleerden als de meest wezenlijke beschouwd, omdat zij met de realiteit, met het handelen van indi­viduen in de maatschappij te maken hebben, en ze er aldus toekwamen de meest wezenlijke doelstellingen van de islam uit de rechtspraktijk af te leiden. Via hun in­ductieve methode leidden zij de volgens hen vijf meest wezenlijke doelstellingen van de islam af: bescherming van het leven, van het nageslacht, van eigendom, van de geestelijke gezondheid, en van de godsdienst. Het is niet moeilijk in te zien dat deze vijf doelstellingen hoofdzakelijk afgeleid zijn uit het islamitisch strafrecht. De eerste is afgeleid uit de straf op moord, omdat vergelding volgens de koran in feite de bescherming van het leven beoogt (koran n, 178-179). De tweede doelstelling is afgeleid uit de straf op overspel. De derde doel­stelling houdt niets anders in dan de straf op diefstal: het afhakken van de handen van de dief. De vierde doelstelling heeft te maken met het verbod op alcohol. In de koran wordt weliswaar geen straf voor alcoholgebruik genoemd maar dit is later ­na de dood van de profeet – wel strafbaar gesteld. De bescherming van de gods­dienst is een principe dat afgeleid lijkt uit de doodstraf op godsdienstige afvalligheid, die later aan de traditie is toegevoegd. Deze straf werd uitgevonden door de rechtsgeleerden: in de koran wordt geen wereldlijke straf genoemd voor hen die de islam de rug toekeren nadat zij zich er eerst toe hadden bekeerd. De doodstraf werd ingevoerd om hoofdzakelijk politieke redenen, toen de bescherming van politiek ge­zag werd gelijkgesteld aan die van de islam.

Een andere lezing van de islamitische heilige teksten zou andere, meer universele doelstellingen van de islam opleveren. Ten eerste zou men dan zeggen dat de leer van de ene transcendente God tegenover het polytheïsme en tegenover de verering van  idolen, als voortbrengselen van de mensen zelf, bedoeld was om de mensen te be­vrijden van het heidendom en om de weg te openen naar rationaliteit. Het tweede doel zou volgens deze lezing het ontstaan van een gemeenschap van gelovigen zijn die niet langer op stamverbanden was gebaseerd. Het derde zou de vestiging zijn van rationeel menselijk gedrag in plaats [...] onwetendheid [...] . Onwetendheid in die zin, dat iemand zo onderdanig is tegenover de gedragscode die door de stam is opgelegd, dat hij niet kan handelen naar menselijk rationeel be­grip. De islam introduceerde dus rationeel gedrag om [onwetendheid] te vervangen. Ten vierde zou men vanuit deze interpretatie zeggen dat het erom gaat dat sociale recht­vaardigheid in de gemeenschap der gelovigen totstandkomt, wat in de historische context van de vroege islam door het geven van aalmoezen werd bewerkstelligd. Het vijfde doel zou volgens deze optiek het ontwikkelen van menselijk rationeel denken zijn, van reflectie in plaats van het blindelings navolgen van tradities uit het verle­den.

Abu Zayd is een voorstander van het kritisch denken:
“1. kritische kennis behoort de traditie niet klakkeloos na te volgen, omdat dit een onkritische omgang met de doctrines van een school en zijn tradities is die als onge­wenst wordt beschouwd. Deze kritiek op het traditionalisme was natuurlijk gericht tegen de orthodoxe school binnen de theologie, die de letterlijke interpretatie van de hele koran verdedigde. De adepten van deze school meenden zelfs dat al Gods ei­genschappen, alle eschatologische beelden, zelfs het idee dat God door mensenogen gezien zal worden, deel uitmaken van de letterlijk bestaande werkelijkheid. 2. traditionalisme en de letterlijke interpretatie van de heilige teksten die daaruit volgt is geen religieuze plicht; het is zelfs de verzaking van die plicht. God heeft het juist tot een mensenplicht gemaakt om ware kennis te verwerven, en dat is onmoge­lijk als men een traditie onkritisch navolgt. Elke vorm van traditionalisme impli­ceert dat er fouten worden gemaakt, omdat er slechts twee mogelijkheden zijn: of men volgt alle tradities na, ongeacht hoe contradictoir die zijn, of men kiest voor een bepaalde traditie en verwerpt daarmee een andere. Echter, als men een keuze maakt kan men er nooit zeker van zijn dat het de goede was, omdat daar geen enkel criterium voor is. Zelfs God vraagt niet om blinde navolging van zijn boodschap, hij bewijst die via de rede en via wonderen.
3. ten derde moet het idee van consensus of van de waarheid van de toevallige mening van de meerderheid verworpen worden, omdat die niet van zichzelf waar hoeft te zijn. Mohammeds volgelingen waren bijvoorbeeld in de minderheid toen de islam net ontstond en toch is hun overtuiging de ware. Noch het gezag van de meerderheid, noch dat van een of ander traditionalisme kan de redelijkheid van conformering aan een traditie garanderen . “
(citaten uit:  Abu Zayd, Verlichting in het Islamitisch denken, in Krisis, Tijdschrift voor Filosofie, 74, 1999)

Abu Zayd baseert zich sterk op de rationalistische Islamitische filososoof Ibn Rushd (Averroes), op de Westerse hermeneutische traditie en op de Duitse filosoof Habermas. Ik wil nog even opmerken dat dit, bij alle respect voor Abu Zayd, niet samenvalt met mijn eigen positie, die ik als veel minder rationalistisch zou willen omschrijven.
Maar dat maakt niet uit, Nasr Abu Zayd is voor mij een zeer interessante dialoogpartner.

Nasr Abu Zayd heeft zich uitgebreid bezig gehouden met de hermeneutiek; moderne tekstinterpretatie dus.

In zijn boek Het heilig vuur,Over de strijd tussen jodendom, christendom en islam schrijft Peter Sloterdijk indringend over de noodzaak tot vernieuwing in de monotheïstische religies. For Sloterdijk is de hermeneutiek een belangrijk middel om de religie te verzachten en “meerwaardig denken” aan te moedigen. [Meerwaardig denken is het tegenovergestelde van zwart/wit denken of dogmatisch denken] .

Sloterdijk:

“De vormen van hermeneutiek, zoals die in de omgang met de heilige geschriften ontwikkeld worden, kunnen eveneens gelden als leerschool voor meerwaardig denken. Dit komt vooral door de omstandigheid dat de beroepsmatige schriftuitleggers zich met een gevaarlijk alternatief geconfronteerd zien. Het handwerk van het interpreteren vraagt uit zichzelf alom derde wegen, want zo­dra het goed en wel begonnen is, komt het voor de onaanvaardbare keuze te staan om de goddelijke boodschap ofwel te goed, ofwel te slecht te begrijpen. Beide opties zouden noodlottige consequenties met zich meebrengen. Zou de uitlegger het heilige boek zo goed begrijpen als alleen de schrijver dat zou kunnen, dan zou hij de in­druk wekken God op de schouder te willen kloppen en verklaren het geheel met hem eens te zijn -een pretentie die de hoeders van heilige tradities niet bepaald appreciëren. Zou hij het daarentegen in strijd met de consensus begrijpen, of sterker nog het boek vol­strekt duister of onzinnig vinden, dan zou er wel eens demonische verstoktheid in het spel kunnen zijn. In beide gevallen voldoet de uitlegger niet aan de norm en stelt hij zich bloot aan de reactie van de orthodoxie, die zoals bekend nooit kleinzerig was wanneer het erop aankwam ketters te laten zien wat de grenzen zijn. De religi­euze hermeneutiek is dan ook a priori op het tussengebied tussen twee vormen van godslastering aangewezen en moet zich daar in evenwicht zien te houden. In geen andere situatie is er een beter motief om voor een derde mogelijkheid te kiezen. Als je niet zo­danig met de bedoelingen van de schrijver mag versmelten dat je de indruk wekt hem beter te begrijpen dan hij zichzelf bij het dic­teren van de tekst begreep, maar ook zijn boodschap niet zo mag miskennen alsof hij een vreemde was die ons niets te zeggen heeft, dan is het uitwijken naar een middenpositie voorspelbaar. Het tus­senrijk van de uitlegging is de vertrouwde omgeving voor het zoe­ken naar een juist begrip van de heilige tekens; principiële onvol­maaktheid biedt voor zulk begrip alle kans. Ik hoef niet omstandig uit te leggen dat deze arbeid in de schemering van een altijd slechts gedeeltelijk onthulde betekenis bij uitstek geschikt is om het extre­misme te breken “( p 112/113)

 

Maria Trepp

 

 

maandag, 12 maart 2012

Het menu: selectieve Volkskrant

In het menu, niet op voorpagina, de punt, dries van agt, gaza, israel, molukkers, palestijnen, raketten, en meer.
Vanmorgen berichtte de Volkskrant dat de Israelische luchtmacht voor de derde achtereenvolgende dag aanvallen op doelen in de Gazastrook heeft uitgevoerd. Hoewel er al jaren elke week projectielen vanuit de Gazastrook op Israel worden afgevuurd, lijkt de huidige geweldsexplosie het gevolg van de Israelische aanslag op een voorman van de groepering die de projectielen afschiet, aldus het artikel. Zolang de Israeliërs de Palestijnen hun raketten laten afvuren zonder iets terug te doen, horen we daar niets over in de Volkskrant. Israel tracht zich met antiraketgeschut tegen deze beschietingen te beschermen. Universiteit en scholen worden gesloten tijdens de aanvallen en mensen vluchten naar hun safe rooms. Door deze maatregelen blijft het aantal slachtoffers aan Israelische zijde beperkt. Een enkele keer zet Israel een gerichte tegenaanval in, door de leiders van de groeperingen die de raketten afschieten te bombarderen, zoals ook nu. De Volkskrant beschouwt dit als een geweldsexplosie door Israel ontketend. De dagelijks exploderende Palestijnse raketten zijn dit blijkbaar niet. Mijn verstand zegt me dat deze manier van berichtgeving gekleurd is. Weten we nog hoe toenmalig minister van justitie Dries van Agt reageerde op de treinkaping door Molukkers bij het dorpje de Punt in 1977? Twee gegijzelden en zes kapers doodgeschoten.

zaterdag, 10 maart 2012

Henk Spaan

Henk Spaan

Een debatpartij heeft meningen nodig

In uncategorized, arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen, auto, bestuur, bezig, campagne, congres, debat, en meer.

GroenLinks wil een debatpartij zijn en het bestuur probeert op dit moment dat voornemen een inhoud te geven. Het partijbureau startte een project “open debat” in december en het partijbestuur publiceerde een notitie erover onder de titel “GroenLinks als open debatpartij”.
Waarschijnlijk speelde het gemor over de besluitvorming over de missie naar Kunduz bij deze initiatieven een rol en zeker ook de motie van het congres van februari die erop aan dringt haast te maken met het debat in GroenLinks.
Deze maand komt er een “permanente programmacommissie” die een soort basis-verkiezingsprogramma gaat schrijven en die tevens het interne debat moet organiseren. De diverse organen in de partij, de Helling, Groenlinks-magazine, partijraad en het partijbureau, krijgen ieder een eigen rol bij dat debat. Het lijkt me allemaal heel goed, maar ik weet niet zeker of het gaat lukken.

Er is behoefte aan een betere organisatie van het debat in GroenLinks. Maar als iedereen het daar nu zo mee eens is, dan begrijp ik niet dat er in de laatste jaren zo weinig zichtbaar is geweest van bijvoorbeeld een debat over al dan niet noodzakelijke veranderingen op de arbeidsmarkt. Er zal wel over gepraat zijn hier of daar en er waren verschillen van mening, maar van een grondig debat tussen verschillende opvattingen heb ik als tamelijk buitenstaander, slechts lid van de partijraad en lid van een afdeling die gebrekkig functioneert, weinig gemerkt. Ik heb niets gemerkt van een debat over ontslagrecht, over outsiders en insiders, over de WW en over pensioenen. Nergens heb ik een goed overzicht gekregen van de verschillende meningen binnen de partij, nergens een poging om de opvattingen bij elkaar te krijgen en op de een of andere manier op een hoger niveau te brengen. Als ik er iets over begrijpen wil, dan moet ik niet bij groenlinks zijn.
De verschillen van mening zijn er, maar een discussie is er niet. Ongeveer een jaar geleden meldde ik mij bij de “werkgroep arbeidsverhoudingen” en ik heb kunnen merken hoe zij zich ergerden aan de standpunten van de tweede-kamerfractie en hoe zij probeerden een motie te formuleren voor het afgelopen congres. Ik ben het niet eens met de ergernis van de werkgroep, ik was het niet eens met de motie en heb me afzijdig gehouden. Maar waarom ziet niemand in het bestuur dat groenlinks de zaak tot op de bodem moet uitpraten. Waarom legt niemand uit hoe de meningen in de partij verdeeld zijn en wat de argumenten zijn. Het bestuur heeft niets gedaan, maar ook groenlinks-magazine of de Helling gaven niet thuis.
Niemand doet moeite dat debat van de grond te krijgen. De fractie heeft een standpunt ingenomen, het bestuur is het er wel zo’n beetje mee eens, en wil de fractie rugdekking geven door het debat te vermijden in de hoop dat het gemor over zal gaan. De werkgroep arbeidsverhoudingen doet ook bitter weinig om de discussie op een hoger plan te brengen. Zij beperkt zich tot het gebruikelijke vakbondsgemopper en probeert op geen enkel moment diegenen te begrijpen die zeggen dat er iets veranderen moet in de arbeidsverhoudingen. Dus een debat? Ho maar.

Het is een beetje flauw om nu om nu dieper in te gaan op Kunduz. Dat debat verdient de schoonheidsprijs niet, maar daar wil ik het bij laten.Het probleem is dat GroenLinks niet uitnodigt tot een goed debat, een debat niet stimuleert, zelfs niet wanneer er voor iedereen zichtbaar een verschil van mening is, zelfs niet wanneer dat heel waarschijnlijk iets nuttigs zal opleveren.

En dan komen we op een ander, en eigenlijk groter probleem, namelijk dat groenlinks behoefte heeft aan meer en scherper geformuleerde meningen. Groenlinks heeft heel wat standpunten waarbij je vraagtekens kan plaatsen. Maar weinigen doen dat en vooral op dit punt ben ik pessimistisch. Ik heb een tijdje mijn best gedaan, maar ik vind weinig gehoor als ik bijvoorbeeld zeg dat het niet erg is om “weigerambtenaren” te tolereren in een gemeente.
Of dat de campagne tegen steenkolencentrales verwerpelijk is (laat die generatie die bezig is alle natuurlijke rijkdommen van de aarde op te stoken, daar ook maar een beetje last van hebben).
Of dat het besluit van de kamer om homosexualiteit op scholen verplicht in het lespakket op te nemen een herhaling is van wat de politiek al decennia fout doet met het onderwijs.
Of dat groenlinks niet klakkeloos achter vakbonden of achter iedere belangenorganisatie moet aanlopen en er soms tegenin moet gaan.
Of dat groenlinks eerst moet pleiten voor minder auto- en vliegverkeer en pas dan voor schoner auto- en vliegverkeer.
Of last but not least dat groenlinks zich moet uitspreken tegen economische groei en tegen het consumentisme.
De gebruikelijke reactie op dit soort afwijkende meningen in groenlinks is stilzwijgen. Het zijn meningen waarmee je menig verjaardagpartijtje kan opvrolijken, maar GroenLinks weet er geen raad mee. Ik heb deze dingen in het verleden vaker geschreven (inmiddels allemaal terug te vinden op mijn website henkspaan2.nl) en ik heb wel eens gehoopt dat er iemand zou zeggen: “Goh vind je dat? Daar moeten we toch eens dieper op ingaan!”. Maar zo’n reactie kreeg ik nooit.


Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Kony 2012 - Wit Licht deel 2 - red de onzichtbare kinderen van Afrika

In kony, afrika, invisible childeren, wit licht, oeganda, uganda, tri, africa, 2012, en meer.
Kony 2012, de film die je de laatste tijd vast al langs hebt zien komen, 'n goed initiatief met'n gewaagd doel: stoppen v/e genocide verdachte:




Teken de petitie op Kony2012.com en help mee om bewustzijn te creëren bij de politici om actie te ondernemen.

Zoals de Occupy beweging en de Arabische lente lieten zien in 2011: via sociale media en het internet kunnen wij de agenda's bepalen van de politiek en de media. Maar alleen als we de druk op de ketel houden.

En dat doet dit initiatief goed: ze stellen één helder doel, zodat wij focus kunnen houden en beleidsmakers de druk voelen! Het is de documentaire versie van Marco Borsato's film Wit Licht waarmee hij Warchild ondersteunde

Er is uiteraard ook kritiek op deze actie. De NOS meldt dat Uganda verdeeld is over de campagne. Met name de stam waartoe Kony behoort is kritisch op de westerse wens om Kony te berechten voor het Internationale Strafhof in Den Haag. Ook meldt de NOS in een ander artikel dat er kritiek is op de wijze waarop gelden besteed worden, dit is vaak bij succesvolle campagnes een veel gehoord kritiekpunt: er blijft teveel hangen. Invisible Children zou slechts 30% besteden in Uganda aan de bouw van scholen en een waarschuwingssysteem opdat mensen kunnen vluchten als Kony's Lord Resistance Army (LRA) eraan komt. Invisible Children claimt 80% te besteden aan haar doelstellingen. En dat kan heel goed kloppen. Onder haar doelstellingen valt namelijk ook bewustzijn creëren, en dat doe je het beste via uitgebreide campagnes. In de video vertellen leden van de organisatie dat het nu moet gebeuren en na 2012 de aandacht van de politiek zal verslappen. Een betrokken senator meldt hetzelfde.

Tot slot wordt er in een NOS artikel gesteld dat het project 15 jaar te laat is en dat Kony helemaal geen 30 duizend kindsoldaten heeft, hooguit 300 en hij opereert niet meer in Uganda maar in de buurlanden. Allemaal valide argumenten of kritische punten. Echter, 15 jaar geleden was er geen facebook of andere sociale media waarbij zoveel mensen in een korte tijd gemobiliseerd konden worden. De criticus zelf stelt dat Kony in 30 jaar tijd wel 30 duizend kindsoldaten heeft ontvoert en mishandeld, de makers van de film zeiden ook niet dat hij nu 30 duizend soldaten heeft. En dat Kony niet meer in Uganda zit maar in de buurlanden maakt het alleen maar urgenter om op te treden, immers de Centraal Afrikaanse Republiek kan een rebellenleider meer niet gebruiken, wel onze steun om deze meedogenloze oorlogsmisdadiger te stoppen!

Aan het eind van het artikel over het verdeelde Uganda quote de NOS de journalist Matthew Green, die een boeiend boek over Joseph Kony schreef. De campagne 'Kony 2012' doet de werkelijkheid geweld aan. Maar, zo meent Green, de film moge dan simplificeren: Dat is wat goede propaganda doet. En dat is zeer waar, een complexe situatie op een genuanceerde en gematigde wijze uitleggen zou nooit de aandacht genereren die nodig is om beleidsmakers in Washington, Brussel of Den Haag in beweging te krijgen!

Doe dus mee, het zou toch mooi zijn als dit gerealiseerd wordt!


vrijdag, 9 maart 2012

John Jorna

John Jorna

Martijn van Dam wil duidelijk zijn tegen gelovigen

In column van de week, abortus, arbeid, boos, de volkskrant, gemeenschap, invloed, katholieke kerk, kunst, en meer.

HET MANDEMENT VAN MARTIJN

Martijn van Dam is een van de kandidaten voor het fractievoorzitterschap van de PvdA in de Tweede Kamer. In de Volkskrant van vandaag 9 maart publiceert hij een opiniestuk, waarin hij stelt, dat de Partij van de Arbeid als seculiere partij geen enkele invloed van religies op de politiek mag accepteren als die de individuele ontplooiing van de mens in de weg staat. Het stuk is zo afwijzend naar religie, dat het mij deed denken aan het Mandement van de Nederlandse bisschoppen van 1954, waarin lidmaatschap van NVV en PvdA en luisteren naar de VARA werd verboden. Daarmee is het stuk van Martijn een terugkeer naar de verzuiling. Het wordt weer beter voorstelbaar dat het met de Doorbraak nooit wat geworden is.

In het stuk komen ook historische onjuistheden voor. De tegenstelling Rooms-Rood zat traditioneel niet in kerkelijke opvattingen, maar in een strijd om de macht tussen de Katholieke zuil en de Socialistische zuil. In de ogen van veel socialisten speelden de Katholieke Kerk en de werkgevers onder een hoedje en inderdaad was de rol van sommige pastoors een zeer kwalijke. Zonder een briefje van de pastoor kwam je niet aan werk. En dat briefje kreeg je alleen als je trouw in de kerk kwam. De Katholieke Kerk stond en staat een harmoniemodel voor, waarbij werkgevers en werknemers samen naar een rechtvaardig inkomensbeleid streven. Uiteindelijk kreeg dat vorm in het poldermodel.

De enige keer, dat er tegen kerkelijke opvattingen werd gedemonstreerd was door de Dolle Mina’s in hun strijd voor vrije abortus. Een euthanasiewetgeving is er met enig principieel waarschuwen van kerkelijke zijde zonder veel problemen gekomen.

Toch maakt de jonge Martijn zich over een heel lijstje religieuze dwangpunten druk, die de individuele ontplooiing en de zelfbeschikking van de vrije mens in de weg zouden staan. Religies mogen geen geboden en verboden opleggen. Martijn heeft niet in de gaten, dat een religieus mens geboden en verboden aanvaardt omdat zij zijn of haar leven evenwichtiger of gezonder of levenskrachtiger, dus rijker maken. Zich inleven in het religieuze denken is niet zijn fort….! Als je samen één vrije dag in de week hebt, kun je genieten van het samen sporten of samen ontspannen, elkaar ontmoeten en ook samen gemeenschap vieren. Doet Martijn dat liever in zijn eentje? Waarom kom je niet op voor arbeidersrechten? Waarom word je niet boos als je hoort, dat bij sollicitatiegesprekken gevraagd wordt of men bereid is op zondag te werken? Waarom speel je de grote bedrijven in de kaart ten koste van kleine ondernemers met weinig personeel? Voorstanders van openbaar onderwijs stellen altijd, dat daar voor iedereen plaats is ongeacht religie of levensovertuiging, maar van Martijn mag een eigen plekje om te bidden niet. Moeten er dus meer Islamitische scholen komen? De boerka, de voorschriften voor het slachten van dieren, het kuisen van kunst en geen vrouwelijke volksvertegenwoordigers komen voorbij. Wat vooral opvalt is het totale gebrek aan tolerantie of verdraagzaamheid. De woorden komen in het hele stuk niet voor. Met enige moeite kan Martijn respect opbrengen, maar dat mag geen verdere consequenties hebben. Ik respecteer je mening, maar je mag er in het openbaar niet naar handelen. Martijn eist de absolute vrijheid op om zich zelf te kunnen ontplooien, maar hij gunt anderen, die vrijheid niet als diens opvattingen hem niet bevallen. Eeuwenlang, voorgegaan door beroemde filosofen als Desiderius Erasmus, Hugo de Groot en Baruch Spinoza hebben Nederlanders geleerd te leven en te laten leven, elkaar vrij te laten in het leven overeenkomstig eigen opvattingen. Tolerantie, weliswaar met enige beperkingen, vormde een constante in onze samenleving. Daarom is de PVV ook de meest on-Nederlandse partij. Wil Martijn de PvdA ook die kant op sturen. Een ernstiger diskwalificatie  voor het fractievoorzitterschap kan ik mij niet voorstellen.Jaargang 5, Nr. 205.

Henk Spaan

Henk Spaan

Een debatpartij heeft meningen nodig

In bericht, arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen, auto, bestuur, bezig, campagne, congres, de, en meer.

GroenLinks wil een debatpartij zijn en het bestuur probeert op dit moment dat voornemen een inhoud te geven. Het partijbureau startte een project “open debat” in december en het partijbestuur publiceerde een notitie erover onder de titel “GroenLinks als open debatpartij”.
Waarschijnlijk speelde het gemor over de besluitvorming over de missie naar Kunduz bij deze initiatieven een rol en zeker ook de motie van het congres van februari die erop aan dringt haast te maken met het debat in GroenLinks.
Deze maand komt er een “permanente programmacommissie” die een soort basis-verkiezingsprogramma gaat schrijven en die tevens het interne debat moet organiseren. De diverse organen in de partij, de Helling, Groenlinks-magazine, partijraad en het partijbureau, krijgen ieder een eigen rol bij dat debat.
Het lijkt me allemaal heel goed, maar ik weet niet zeker of het gaat lukken.

Er is behoefte aan een betere organisatie van het debat in GroenLinks. Maar als iedereen het daar nu zo mee eens is, dan begrijp ik niet dat er in de laatste jaren zo weinig zichtbaar is geweest van bijvoorbeeld een debat over al dan niet noodzakelijke veranderingen op de arbeidsmarkt. Er zal wel over gepraat zijn hier of daar en er waren verschillen van mening, maar van een grondig debat tussen verschillende opvattingen heb ik als tamelijk buitenstaander, slechts lid van de partijraad en lid van een afdeling die gebrekkig functioneert, weinig gemerkt. Ik heb niets gemerkt van een debat over ontslagrecht, over outsiders en insiders, over de WW en over pensioenen. Nergens heb ik een goed overzicht gekregen van de verschillende meningen binnen de partij, nergens een poging om de opvattingen bij elkaar te krijgen en op de een of andere manier op een hoger niveau te brengen. Als ik er iets over begrijpen wil, dan moet ik niet bij groenlinks zijn.
De verschillen van mening zijn er, maar een discussie is er niet. Ongeveer een jaar geleden meldde ik mij bij de “werkgroep arbeidsverhoudingen” en ik heb kunnen merken hoe zij zich ergerden aan de standpunten van de tweede-kamerfractie en hoe zij probeerden een motie te formuleren voor het afgelopen congres. Ik ben het niet eens met de ergernis van de werkgroep, ik was het niet eens met de motie en heb me afzijdig gehouden. Maar waarom ziet niemand in het bestuur dat groenlinks de zaak tot op de bodem moet uitpraten. Waarom legt niemand uit hoe de meningen in de partij verdeeld zijn en wat de argumenten zijn. Het bestuur heeft niets gedaan, maar ook groenlinks-magazine of de Helling gaven niet thuis.
Niemand doet moeite dat debat van de grond te krijgen. De fractie heeft een standpunt ingenomen, het bestuur is het er wel zo’n beetje mee eens, en wil de fractie rugdekking geven door het debat te vermijden in de hoop dat het gemor over zal gaan. De werkgroep arbeidsverhoudingen doet ook bitter weinig om de discussie op een hoger plan te brengen. Zij beperkt zich tot het gebruikelijke vakbondsgemopper en probeert op geen enkel moment diegenen te begrijpen die zeggen dat er iets veranderen moet in de arbeidsverhoudingen. Dus een debat? Ho maar.
Het is een beetje flauw om nu om nu dieper in te gaan op Kunduz. Dat debat verdient de schoonheidsprijs niet, maar daar wil ik het bij laten.
Het probleem is dat GroenLinks niet uitnodigt tot een goed debat, een debat niet stimuleert, zelfs niet wanneer er voor iedereen zichtbaar een verschil van mening is, zelfs niet wanneer dat heel waarschijnlijk iets nuttigs zal opleveren.

En dan komen we op een ander, en eigenlijk groter probleem, namelijk dat groenlinks behoefte heeft aan meer en scherper geformuleerde meningen. Groenlinks heeft heel wat standpunten waarbij je vraagtekens kan plaatsen. Maar weinigen doen dat en vooral op dit punt ben ik pessimistisch. Ik heb een tijdje mijn best gedaan, maar ik vind weinig gehoor als ik bijvoorbeeld zeg dat het niet erg is om “weigerambtenaren” te tolereren in een gemeente.
Of dat de campagne tegen steenkolencentrales verwerpelijk is (laat die generatie die bezig is alle natuurlijke rijkdommen van de aarde op te stoken, daar ook maar een beetje last van hebben).
Of dat het besluit van de kamer om homosexualiteit op scholen verplicht in het lespakket op te nemen een herhaling is van wat de politiek al decennia fout doet met het onderwijs.
Of dat groenlinks niet klakkeloos achter vakbonden of achter iedere belangenorganisatie moet aanlopen en er soms tegenin moet gaan.
Of dat groenlinks eerst moet pleiten voor minder auto- en vliegverkeer en pas dan voor schoner auto- en vliegverkeer.
Of last but not least dat groenlinks zich moet uitspreken tegen economische groei en tegen het consumentisme.
De gebruikelijke reactie op dit soort afwijkende meningen in groenlinks is stilzwijgen. Het zijn meningen waarmee je menig verjaardagpartijtje kan opvrolijken, maar GroenLinks weet er geen raad mee. Ik heb deze dingen in het verleden vaker geschreven (inmiddels allemaal terug te vinden op mijn website henkspaan2.nl) en ik heb wel eens gehoopt dat er iemand zou zeggen: “Goh vind je dat? Daar moeten we toch eens dieper op ingaan!”. Maar zo’n reactie kreeg ik nooit.

Een debatpartij heeft meningen nodig is a post from Henk Spaan over GroenLinks.

woensdag, 7 maart 2012

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Bredase scholieren strijden om de wereldbeker

In cos, de wereld, maart, de, wereld.

Op woensdag 14 maart gaan bovenbouwleerlingen van drie middelbare scholen uit Breda de strijd aan om te bewijzen wie het meeste weet over de wereld. De winnaar van deze scholierencompetitie ontvangt een wereldbeker en een geldprijs voor een project in een ontwikkelingsland uit handen van wethouder Wilbert Willems. De drie deelnemende scholen zijn het Onze Lieve Vrouwenlyceum, Graaf Engelbrecht en scholengemeenschap Mencia de Mendoza. De scholierencompetitie vindt plaats in het Theaterdinersalon de Avenue. De organisatie is in handen van COS Brabant.

De drie deelnemende scholen zijn gekopp

winnaars scholierencompetitie breda 2011

lees verder

dinsdag, 6 maart 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Samen sta je sterk

In gerbie's recensies televisie, politiek, baskenland, filosofie, management, politiek, spanje, televisie, bedrijf, en meer.

Omdat Management een belangrijk onderdeel van mijn studie was, las ik een jaar of twintig geleden nog wel eens een boek over dat onderwerp. Tegenwoordig is dat de minst interessante kast in de boekwinkel. Veel nutteloos papier verspillen, de meeste managers begrijpen niet dat wijsheid niet uit een boekje te halen valt.

De biografie van Lee Iacocca, kocht ik in de opruimingbak, na een inspirerend hoorcollege, maar las ik nooit. Het enige boek dat ik wel las ging over een Braziliaans bedrijf, Semco. Opgericht door Ricardo Semler. Ik was onder de indruk. Een bedrijf met extreem veel verantwoordelijkheid voor werknemers. Zelf je salaris vaststellen, net als je werktijden. Misbruik ligt voor de hand, zeker in de kapitalistische wereld waarin we leven. Het blijkt anders te werken. Door de extreme betrokkenheid bleek de sociale controle groot genoeg, maar vooral het eigen gevoel voor verhoudingen dat niemand overvroeg. De specialist die met de voeten op het bureau de krant zat te lezen werd geaccepteerd omdat hij zodra er ergens iets aan de hand was dagen lang, zelfs zonder slaap, bezig was om het probleem op te lossen. Het bedrijf werd groot dankzij de medewerkers.

Had het boek een tijdje geleden weer eens uit de kast getrokken, wilde het uitlenen aan iemand die het in mijn ogen wel kon gebruiken, maar vond het toch te provocerend en heb het teruggezet.

http://maps.google.com/maps?hl=en&q=mondragon&client=safari&ie=UTF8&t=m&sll=43.004647,-2.500763&sspn=0.699981,1.433716&st=109146043351405611748&rq=1&ev=zo&split=1&radius=43.51&hq=mondragon&hnear=&ll=39.802686,-96.326457&spn=0.698722,0.910492&output=embed
View Larger Map
Gisteravond keek ik weer eens naar Tegenlicht, schitterende serie van de VPRO. In Spaans Baskenland blijkt een stadje te zijn dat tot vergelijkbare conclusies kwam. Samen sta je sterker. Bijna alles in het dorp is een coöperatie. Bedrijven, scholen, zelfs een eigen universiteit. Je kunt je als werknemer inkopen, daarmee wordt je meteen deeleigenaar. In Mondragon blijkt de crisis veel minder hard toe te slaan. Goedlopende coöperaties nemen werknemers (tijdelijk) over van slecht draaiende, geld wordt niet belegd in risicovolle buitenlandse aandelen, maar gewoon in saaie staatsobligaties, de lokale bank, natuurlijk ook een cooperatie, heeft een gigantisch kapitaal uitstaan.

Ik was al onder de indruk van dit prachtige stukje Europa, toen ik er bijna drie jaar geleden mocht rondreizen. Prachtige steden, schitterende natuur, trotse en gastvrije inwoners en ongeëvenaarde gastronomie, ik zou er volgens mij wel kunnen wonen. Mondragon ligt een stukje landinwaarts en lijkt mij een geweldig dorp. Waarom zou een cooperatie hier niet kunnen werken? Wie doet er mee?

Kijk zelf: Tegenlicht (gisteravond).

Of lees meer via: wikipedia.org.


dinsdag, 28 februari 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Lokale opvatting over asielkinderen

In weblog, asielkinderen, cda, christenunie, d66, dronten, gemeenteraad, groenlinks, kinderpardon, en meer.

Afgelopen donderdag is in de gemeenteraad van Dronten een motie ‘niet aan de orde van de dag’ aangenomen die bij de regering en het parlement aandringt op een goede regeling voor gewortelde asielkinderen. De raad sprak in meerderheid uit dat het uitzetten van gewortelde kinderen ons wezensvreemd is en we dat dus eigenlijk niet willen. De motie is op mijn initiatief ingediend door GroenLinks, PvdA, ChristenUnie en D66, het CDA zorgde -na hevig intern beraad- voor een meerderheid.

Opmerkelijk vond ik de logica van de VVD: ging de motie over Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers, dan leek de VVD wel bereid ermee in te stemmen dat gewortelde kinderen zouden mogen blijven. Maar hadden de (even zo) gewortelde kinderen nog ouders die ook in Nederland zijn dan moeten ze wel het land uit, want dat was dan de eigen verantwoordelijkheid die de ouders hebben. De VVD kon op geen enkele wijze duidelijk maken wat het verschil was tussen de geworteldheid van het kind zonder ouders en het kind met ouders, anders dan dat er ouders zijn. Daarnaar gevraagd was het antwoord dat de VVD dat ‘anders ziet’ en dus waren ze tegen. Wonderlijke manier van politiek bedrijven als je de eigen standpunten niet op inhoud kan onderbouwen, maar dat zullen ze zelf wel kunnen rijmen hoop ik voor ze!

Onbegrijpelijk vond ik Leefbaar Swifterbant Dronten die niet eens aan de stemming deel nam met de mededeling dat de motie hen inhoudelijk ‘dicht na aan het hart ligt, maar het een landelijke kwestie is waar ze als lokale partij geen rol in spelen’. Daar vroeg fractievoorzitter Bakker “respect” voor. Eerlijkheidshalve was dat niet het eerste gevoel dat bij mij naar boven kwam; dat was namelijk verbijstering.  Leefbaar wil zich dus niet uitspreken als de gemeenteraad van Dronten een opvatting heeft en deze kenbaar maakt aan de regering en het parlement omdat ze kennelijk niet verder kijken dan de gemeentegrenzen van Dronten.

Maar het zal natuurlijk niet zo zijn dat Leefbaar geen mening heeft lijkt me. In mijn bijdrage bij het indienen van de motie heb ik de familie Karim aangehaald die hier in Dronten woonde totdat ze naar Irak werden uitgezet. Waarvan de dochters uit het gezin naar onze middelbare scholen gingen en de zoons voetbalden bij onze verenigingen. Dat mag je volgens mij behoorlijk lokaal noemen en als je van opvatting bent dat deze gewortelde kinderen niet hadden mogen worden uitgezet (en zo heb ik Leefbaar altijd verstaan) dan had de fractie gewoon moeten, en kúnnen meestemmen met de motie die een opvatting van de gemeenteraad uitdrukt. Want Leefbaar Swifterbant Dronten zit tenslotte in deze gemeenteraad. Ten minste, op papier sowieso, want in de praktijk merk ik weinig van ze en als ze dan ook niet mee stemmen willen… stja.

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Lokale opvatting over asielkinderen

In weblog, asielkinderen, cda, christenunie, d66, dronten, gemeenteraad, groenlinks, kinderpardon, en meer.

Afgelopen donderdag is in de gemeenteraad van Dronten een motie ‘niet aan de orde van de dag’ aangenomen die bij de regering en het parlement aandringt op een goede regeling voor gewortelde asielkinderen. De raad sprak in meerderheid uit dat het uitzetten van gewortelde kinderen ons wezensvreemd is en we dat dus eigenlijk niet willen. De motie is op mijn initiatief ingediend door GroenLinks, PvdA, ChristenUnie en D66, het CDA zorgde -na hevig intern beraad- voor een meerderheid.

Opmerkelijk vond ik de logica van de VVD: ging de motie over Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers, dan leek de VVD wel bereid ermee in te stemmen dat gewortelde kinderen zouden mogen blijven. Maar hadden de (even zo) gewortelde kinderen nog ouders die ook in Nederland zijn dan moeten ze wel het land uit, want dat was dan de eigen verantwoordelijkheid die de ouders hebben. De VVD kon op geen enkele wijze duidelijk maken wat het verschil was tussen de geworteldheid van het kind zonder ouders en het kind met ouders, anders dan dat er ouders zijn. Daarnaar gevraagd was het antwoord dat de VVD dat ‘anders ziet’ en dus waren ze tegen. Wonderlijke manier van politiek bedrijven als je de eigen standpunten niet op inhoud kan onderbouwen, maar dat zullen ze zelf wel kunnen rijmen hoop ik voor ze!

Onbegrijpelijk vond ik Leefbaar Swifterbant Dronten die niet eens aan de stemming deel nam met de mededeling dat de motie hen inhoudelijk ‘dicht na aan het hart ligt, maar het een landelijke kwestie is waar ze als lokale partij geen rol in spelen’. Daar vroeg fractievoorzitter Bakker “respect” voor. Eerlijkheidshalve was dat niet het eerste gevoel dat bij mij naar boven kwam; dat was namelijk verbijstering.  Leefbaar wil zich dus niet uitspreken als de gemeenteraad van Dronten een opvatting heeft en deze kenbaar maakt aan de regering en het parlement omdat ze kennelijk niet verder kijken dan de gemeentegrenzen van Dronten.

Maar het zal natuurlijk niet zo zijn dat Leefbaar geen mening heeft lijkt me. In mijn bijdrage bij het indienen van de motie heb ik de familie Karim aangehaald die hier in Dronten woonde totdat ze naar Irak werden uitgezet. Waarvan de dochters uit het gezin naar onze middelbare scholen gingen en de zoons voetbalden bij onze verenigingen. Dat mag je volgens mij behoorlijk lokaal noemen en als je van opvatting bent dat deze gewortelde kinderen niet hadden mogen worden uitgezet (en zo heb ik Leefbaar altijd verstaan) dan had de fractie gewoon moeten, en kúnnen meestemmen met de motie die een opvatting van de gemeenteraad uitdrukt. Want Leefbaar Swifterbant Dronten zit tenslotte in deze gemeenteraad. Ten minste, op papier sowieso, want in de praktijk merk ik weinig van ze en als ze dan ook niet mee stemmen willen… stja.

zondag, 26 februari 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Vernieuwen vanaf gisteren

In verklaringen, toespraken en interviews, mening, milieu, minister, nadenken, nederland, afspraak, algemeen, april, en meer.

Bart, geïnterviewd voor het blad Ergotherapie Magazine, door Arne van Os van den Abeelen

Bart Eigeman, GroenLinks-wethouder Talentontwikkeling in ‘s-Hertogenbosch, is een belangrijke trekker geweest voor de ontwikkeling van de CJG’s, het Centrum Jeugd en Gezondheid dat sinds 2011 in elke gemeente actief is. Dat gemeenten verantwoordelijk worden voor jeugdzorg, juicht hij zeer toe. “Dat is een geweldige kans om de wereld van de jeugdzorg anders in te richten.” Deze maand stopt Eigeman, na elf jaar, met zijn werk als wethouder. Zijn ambities omtrent jeugdzorg zijn er niet minder om. Hoe zou die zorg eruit moeten zien?


“Het woord ‘talentontwikkeling’ gebruik ik al heel lang. Toen mijn laatste periode inging, wilde ik dat dat woord ook expliciet gebruikt zou worden voor mijn portefeuille, en niet ‘Jeugd en onderwijs en aansluiting op de arbeidsmarkt’. Het staat ook op mijn kaartje, en het grappige is dat het mensen ook echt opvalt. Wie je bent en wat je doet, moet je ook aan de buitenwereld laten zien en dat zit voor mij in dat woord talentontwikkeling. Je moet niet probleemgeoriënteerd met jeugd en onderwijs bezig zijn, maar de positieve invalshoek kiezen.

Mijn betrokkenheid bij de jeugd is natuurlijk in eerste instantie lokaal geweest; daar lag mijn hoofdtaak. Daarnaast ben ik voor de VNG op verschillende niveaus een schakelaar geweest. De Transitie Jeugdzorg biedt een geweldige kans om de wereld van de jeugdzorg anders in te richten. Daar pleit ik al ruim tien jaar voor.
Dat heeft twee kanten, die uitdrukkelijk met elkaar te maken hebben. Enerzijds ligt de nadruk vaak op kinderen en gezinnen die steun het hardst nodig hebben, maar daar het langst op moeten wachten. Dat kan niet waar zijn, dat willen we niet meer. Anderzijds moeten we de uitdaging om een appèl te doen op de talenten van kinderen, ouders en professionals beter organiseren. Namelijk: niet vanuit de insteek van problemen. Dan heb je het over zaken als de speelomgeving rondom huizen, veilige fietsroutes naar scholen, tijd voor een leerkracht om een keer een huisbezoek te brengen zonder dat sprake is van problemen.

We kennen allemaal de ver uit de hand gelopen noodsituaties, waar weliswaar 27 hulpverleners bij betrokken waren, maar adequate hulp blijkbaar achterwege is gebleven. Dat neem je nooit helemaal weg. Als overheid kun je veel, maar niet alles. Maar uit een inmiddels enorme stapel onderzoeken blijkt steeds weer hetzelfde: we hebben het hulpaanbod enorm verknipt aangeboden. Dat zit ‘m ook in zaken als de financieringssystematiek en de verantwoordelijkheidstoedeling. Wat we moeten doen is terug naar de eenvoud. Mensen kennen en handelen op grond van wat je hoort en ziet. Als er steun nodig is, dan het liefst één kind of één gezin en één plan. Het grootste gedeelte van de jeugd, ouders en scholen heeft geen steun nodig om problemen op te lossen. Daar is hooguit uitdaging nodig om talent opgediept te krijgen.
De kinderen met wie het echt niet goed gaat, is twee, drie procent. Landelijk en in Den Bosch. Daar wordt dan over gezegd: ‘Ja, da’s héél ingewikkeld… want jaaah…’
En dan denk ik: nee! Dat is niet ingewikkeld. In Den Bosch gaat het dan dus om 250 tot 500 kinderen. Dat zijn er nog een heleboel, maar we kunnen hen bij wijze van spreken bij naam kennen.

Proeftuin
Het wijzigen van het systeem is een meerjarig traject. Maar ik wil niet dat we wachten tot 2014 of 2015; ik wil dat we nu die kinderen helpen. We moeten vernieuwen vanaf gisteren. Een van mijn motto’s is: waar je naartoe wilt, daar ga je van uit. Wij hebben nu, samen met de provincie en het voortgezet onderwijs, een proeftuin waarbij we doen alsof dat stelsel al gewijzigd is. Vaak is het zo dat er gezien wordt dat er iets is met een kind, maar nog niet helemaal duidelijk is wat. Het kan dan nog maanden duren voordat daar iets uitkomt. Wij hebben gezegd: er moet binnen enkele dagen steun zijn. In samenspraak met de ouders. Dat moet het onderwijs echt leren; dat zit vaak nog erg in zijn eigen wereld. Maar een kind is méér dan alleen een leerling binnen de school. Soms liggen de problemen ook thuis. Uit onze experimenten blijkt dat het mogelijk is binnen enkele dagen steun te regelen. Dat kan bijvoorbeeld een jeugdpsychiater zijn, of in een extreem geval, uithuisplaatsing. Dat was bij een van de zeventig gevallen die we op deze manier hebben aangepakt.
De juiste steun op de juiste tijd en plek blijkt dus te kunnen. Dat dat eerder niet altijd het geval was, komt niet zozeer door een gebrek aan goede bedoelingen. Professionals handelen vaak naar hun eigen protocol en financieringssystematiek. Ze zitten vaak op het spoor van ‘ik doe mijn werk goed’. Maar interessanter is de vraag of ze het goede werk doen.

Veel organisaties hebben hun eigen certificeringen. Professionalisering is heel mooi, maar het echte certificaat zou je naar mijn mening moeten krijgen als je binnen een paar dagen levert wat dat kind helpt. En als dat niet op het vlak van jouw deskundigheid ligt, moet je het niet loslaten, maar zorgen dat je vindt wat wel nodig is. Dus als je een ergotherapeut bent en een kind onder handen hebt en denkt: deze blauwe plekken komen echt niet door tegen een deur aanlopen… je daar ook iets doet. Als je alleen door de bril van je eigen deskundigheid kijkt, zie je wel iets, maar je moet het ook aandurven om te kijken naar de context waarbinnen er iets aan de hand is.

De zorgcoördinator, de intern begeleider, de schoolmaatschappelijk werker en de leerkracht worden met van alles en nog wat over de kling gejaagd en hebben nauwelijks tijd om dat contact met een kind, gezin of andere professional tot stand te brengen. Dat begrijp ik. Er ligt veel op hun schouders.
Wat wij daarom sinds een aantal jaar in Den Bosch doen is zeggen: school is, naast thuis, de ‘centrale vindplek’. Als leerkrachten iets constateren, is de lijn voor wat er nodig is, kort. Dat hoeft allemaal niet in de school aanwezig te zijn. Het is een misverstand dat jeugdzorgers allemaal in de eerste lijn moet gaan zitten. Daar ben ik niet voor. Want dan constateren we nog veel meer problemen, of gaan ze hun eigen werk creëren. Ze moeten komen als het nodig is. Voor sommige scholen is het verstandig om bijvoorbeeld een orthopedagoog dichtbij te hebben, maar voor de meeste scholen geldt dat niet. We moeten vooral het preventieve versterken, want de beste vorm om uitval in het onderwijs te voorkomen is uitdagend onderwijs. Het idee over preventie is vaak: problemen in een vroeg stadium signaleren. Ik vind dat er iets aan vooraf gaat. Want hoe beter het onderwijs – om dat voorbeeld even aan te houden – is toegesneden op talenten van kinderen, hoe minder er een schil van zorg omheen nodig zal zijn.

Er is nogal eens de neiging om mensen te ‘behandelen’, op basis van een tekort. Dan krijg je een pil en word je gezond, of je krijgt een therapie en word je beter. Dat kan allemaal en blijft best nodig, maar ik zou liever zien dat de beperkingen van mensen niet als eindpunt of probleem worden gezien, maar als vertrekpunt. Oftewel: wil je het leven overnemen van mensen, of wil je zorgen dat ze zo veel mogelijk gebruik kunnen maken van hun eigen mogelijkheden?
Dan kom je bijvoorbeeld uit bij de licht verstandelijk gehandicapten, de LVG’er, in vaktermen. Aan een aantal van die jongeren zitten we met z’n allen flink te trekken, want we vinden dat die een startkwalificatie moeten halen, naar school moeten… Maar als jij een LVG’er met een IQ van 70 wil brengen tot een startkwalificatie, ben je heel erg fout bezig. Want dat gaat niet lukken. Het praktijkonderwijs, waar kinderen met een dergelijk IQ naartoe kunnen, heeft iets heel moois gedaan, namelijk kijken of deze leerlingen hun rijbewijs zouden kunnen halen. Dat is razend interessant. Voorheen dacht men dat dat nooit zou lukken. Want deze kinderen kunnen niet goed lezen en schrijven en de borden niet zien. Dat blijkt niet waar; je moet ze een beetje helpen in hun aanpak. En dat is niet alleen trainen, ook uitgaan van: hoe werkt dat systeem in hun hoofden? Hoe ga je om met onverwachte situaties? Dat is vaak een van de grote problemen. Maar de mogelijkheden zijn veel groter dan aanvankelijk werd gedacht.

Onmacht
De Bende van Bart is een club van voornamelijk wethouders, die samen nadenken over jeugdzorg en de ontwikkeling van het CJG. Daar zijn wij een belangrijke schakel in. Ik wilde dat de creativiteit die er bij de lokale overheid zit, gebruikt wordt, én de onmacht. De succesverhalen delen en zeggen: goh, wat ben jij lekker bezig. Maar ook: ik weet het verdomme niet meer. Want dat kan ik hier niet zeggen. Als ik bij de gemeenteraad zit, mag ik niet zeggen: ik ben goed bezig. Want dan ben ik een arrogante wethouder en word ik kapotgeschreven door de krant. Bij de Bende delen we gewoon in wie we zijn. We vertellen elkaar hoe we dingen aanpakken, en waar we tegenaan lopen. Bedenken hoe we bijvoorbeeld Loesje-posters kunnen maken en hoe we met de minister in gesprek gaan; het kan van alles zijn. Het is een inspirerend motortje van lokale kracht.

Onmacht kan er ook zijn bij ouders. Over het algemeen vind ik dat ze onvoldoende worden betrokken bij zaken rondom hun kind. Je ziet dat bij veel professionals het idee leeft dat deskundigheid betekent dat zij vertellen hoe het moet. Terwijl ze ook een beroep op die ouders kunnen doen, van ‘Goh, ik zie dit, herkennen jullie dat? Hoe gaan jullie daar thuis mee om?’ Wij problematiseren vaak de mensen waar iets mee is, maar het is ook wel eens nodig de professionele inzet te problematiseren… De institutionalisering van professionals is grenzeloos. Daar heb ik me op verkeken. Ik heb tien jaar lang in van alles en nog wat geïnvesteerd, en ik kom nu tot de ontdekking dat dat gewoon gestapeld is. Dus dat er zeven losse professionals rond een persoon lopen, en ze dat van elkaar niet weten… De vraag is hoe je dat aanstuurt. Het moet niet zijn: ik ben de baas en jij moet doen wat ik zeg. Daar geloof ik niet zo in. Je moet proberen gezaghebbend voorwaarden te creëren waardoor het beter werkt. En niet alleen probleemgeoriënteerd. Want dat is de valkuil.
De CJG’s zouden daarin een regiefunctie moeten hebben. Het CJG is voor mij eigenlijk niks anders dan de poule van professionals die rondom kinderen en gezinnen werkzaam zijn. Dus het is niet een hok waar je naartoe kan, en zeggen: ik heb een afspraak om vijf over negen. Nee. Dat zijn multidisciplinaire teams op wijkniveau, die soms heel veel met elkaar hebben en soms heel weinig. Maar die elkaar, als het nodig is, wel weten te vinden.

De eerste lijn, de logopedisten, de ergotherapeuten… die staat natuurlijk onder druk. Met de huidige bezuinigingen worden veel zaken al snel als ‘luxe’ gezien. Onzin natuurlijk. De deskundigheid is misschien gericht op een deelprobleem, maar kan uitstekend bijdragen aan het functioneren van het geheel.”

======================================================================================================

Bart Eigeman is sinds 2001 wethouder voor de gemeente ’s-Hertogenbosch. Vanaf zijn derde periode (sinds april 2010) is hij wethouder Talentontwikkeling en Duurzaamheid. Zijn portefeuille bestaat uit Jeugd en onderwijs en aansluiting op de arbeidsmarkt, Milieu, Openbare ruimte, Water en Groen, en Coördinatie schone en veilige wijken.

Eigeman heeft ook zitting in de VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De VNG is de belangenbehartiger van alle gemeenten in Nederland bij de provinciale overheden, de Tweede Kamer en het kabinet. Eigeman was hier eerder voorzitter van de commissie Onderwijs, Zorg en Welzijn. Onder meer vanuit deze positie was hij landelijk betrokken bij de ontwikkeling om in elke gemeente een Centrum Jeugd en Gezondheid (CJG) te realiseren. Daarnaast heeft hij ‘De Bende van Bart’ opgericht; een netwerk van bestuurders die zich inzetten voor de ontwikkeling van de CJG’s.

De VNG-commissie Onderwijs, Zorg en Welzijn is inmiddels gesplitst en Eigeman is nu vice-voorzitter van de commissie Onderwijs, Sport en Cultuur en vice-voorzitter van de subcommissie Decentralisatie Jeugdzorg. Deze laatste commissie houdt zich vooral bezig met de ‘Transitie Jeugdzorg’: de ambitie om de jeugdzorg te integreren tot één stelsel voor hulp aan jeugdigen en gezinnen. De verantwoordelijkheid van de Jeugdzorg gaat van de provincies over naar de gemeenten, en zij krijgen er per 2015 de regie over.
Eind deze maand (februari 2012) stopt Eigeman als wethouder. Op zijn website zegt hij nog niet te weten wat hij hierna zal gaan doen. “Tot vandaag heb ik me iedere dag opnieuw helemaal gegeven in dit werk. Elf jaar lang heb ik topsport bedreven. Ik heb even de tijd nodig daarvan los te komen voor ik me in een nieuwe uitdaging stort. Ik blijf wel aan de slag met ‘mensen uitdagen, inspireren en verbinden’ om het positieve uit zichzelf en hun omgeving te halen.”

vrijdag, 24 februari 2012

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

‘Buurt, bezoeker meer bij Goffertpark betrekken’

In groen & water, mobiliteit, waalsprong, activiteiten, bericht, de, groenlinks, milieu, natuur, en meer.

bb_0908_2009_02Omwonenden en ge­bruikers van het Goffertpark in Nijmegen moeten meer bij het be­heer van dit volkspark worden be­trokken. Dat wil GroenLinks-wethouder Jan van der Meer van Milieu. Een bericht uit De Gelderlander.

Voor de verbetering van het park is de komende jaren wat extra geld beschikbaar. In 2014 bestaat het park 75 jaar en dat jubileum wordt aangegrepen voor extra activitei­ten De wijkraad Hazenkamp heeft eer­der al laten weten graag mee te denken over de toekomstplannen voor het park. Van der Meer denkt echter ook aan een grotere betrok­kenheid van medewerkers en vrij­willigers van de natuurtuin in de Goffert, de kinderboerderij, het openluchtmuseum en voetbalclub NEC. Hij wil binnenkort een con­ferentie met al die groepen organi­seren over de Goffert.

De wethouder zoekt naar nieuwe allianties voor allerlei natuurpro­jecten. Dat is onder meer nodig om de natuur- en milieueducatie in de stad overeind te houden. Door de vermindering van het aan­tal gesubsidieerde banen dreigen veel natuurlessen en -projecten voor basis- en middelbare scholen kopje onder te gaan.

Van der Meer zet daarom samen met het Milieu Educatie Centrum (MEC) in op het versterken van vrijwilligersinitiatieven. Hij kiest daarbij voor meer gerichte steun aan enkele ‘ natuurhotspots’ in de stad. De Goffert is een van die loca­ties.

Hij wil zich verder ook sterk ma­len voor de Historische Tuin in Lent. Hij wil dit warmoezeniersbe­drijf een nieuwe kans bieden. Afge­lopen jaar dreigde deze tuin in fi­nanciële problemen te komen. Van der Meer heeft de organisatie daarop extra ondersteund.

Hij vindt dat de Historische Tuin de activiteiten wel moet verbre­den. Hij ziet mogelijkheden voor stadslandbouw op deze plek (volkstuintjes, een schooltuin). Hij zet ook in op samenwerking met de Stichting Landwaard om hier een verkooppunt van regionale landbouwproducten te realiseren.

zondag, 12 februari 2012

John Jorna

John Jorna

Na het dertigste congres

In column van de week, oplossingen, afhankelijkheid, alternatieven, beleid, bezig, column, congres, consumeren, en meer.

DRAAG EEN ZELFBEWUST GROENLINKS UIT

In mijn vorige Column van de Week wees ik op de onduidelijkheid bij GroenLinks over de te volgen koers. Streeft de partij naar regeringsdeelname en is daardoor de toon vaak tamelijk tam? Beoordeelt zij voorstellen zo objectief mogelijk op Groenlinks gehalte, komt dan met goed doordachte suggesties ter verbetering en stemt dan zonder veel ophef al dan niet in met een voorstel? Of voert GroenLinks fanatiek oppositie, kraakt alle voorstellen van het huidige kabinet genadeloos af en grijpt ze elke kans om het dit uitermate rechtse kabinet zo moeilijk mogelijk te maken? Eigenlijk zijn wij veel te netjes. We zijn niet uit op effectbejag. We zijn keurige intellectuelen en doen onze uiterste best om bij te dragen aan het vinden van oplossingen voor de economische problemen. Maar op die manier zijn we niet erg zichtbaar en hoorbaar voor het grote publiek en evenmin voor de media, die zich vooral richten op rellerige conflicten en in onze ogen op goedkope effecten.

Tijdens ons dertigste congres in Vredenburg Leidse Rijn lieten enkele GroenLinksers merken, dat het ook anders kan door met vlijmscherpe analyses het beleid in Nederland en in Europa aan de kaak te stellen en zelfbewust de alternatieven van GroenLinks naar voren te brengen. Bas Eickhout deed dat wat betreft de economische crisis in de EU, Tof Thissen ten aanzien van de zorg en Ineke van Gent en Kathalijne Buitenweg in het Kunduzdebat. Jolande Sap moet daar nog duidelijk in groeien. Ze is nog te veel de keurige intellectueel en te weinig de uitdagende zelfbewuste vechtster. Maar dat komt wel. Daar ben ik niet bang voor.

Waar het echter veel meer om gaat is, dat de zevenentwintigduizend leden van GroenLinks even zelfbewust laten zien en horen waar de partij voor staat. Naar mijn mening is dat de Green New Deal. Dat is verwijzend naar de aanpak van de crisis door Roosevelt in de dertiger jaren van de vorige eeuw de manier waarop GroenLinks voor een nieuwe economische bloeiperiode wil zorgen door een omschakeling naar een groene economie. Veel bedrijven zijn daar al druk mee bezig, want ze zien die nieuwe markt voor hun producten. Zo houden ze een goede omzet en handhaven zij de werkgelegenheid. Dat een partij als de VVD dat veel te weinig inziet moet haar keer op keer keihard worden ingewreven. Een duurzame economie vraagt een totaal andere visie op produceren en consumeren. Hoe reageren we op krimpende voorraden aan fossiele energie en grondstoffen? Ons landbouwsysteem is zeer energie intensief. Door de toenemende woonwerkafstand en door de concentratie van voorzieningen als MBO en HBO scholen neemt de mobiliteit sterk toe. We hebben ons extreem autoafhankelijk gemaakt en het huidige kabinet versterkt die afhankelijkheid. Dit kabinet ontbeert ook maar enige visie op die nieuwe manier van leven, waar we naar toe moeten, willen we deze wereld redden voor toekomstige generaties.

Toch wordt over allerlei zaken in onze partij verschillende gedacht. Wie zijn onder al die partijen onze bondgenoten? Zijn wij een principieel pacifistische partij? Ik ben wel atoompacifist, maar zie, dat tegenover het geweld van de slechteriken van deze wereld tegengeweld nodig kan zijn. Hoe bescherm je die mensen, die absoluut niet in staat zijn ooit betaald werk te verrichten? Hoe zorg je dat je anderen niet blijvend tot een uitkeringssituatie veroordeelt? Daarom werd er opgeroepen het debat over al die zaken in de partij te organiseren. De nieuwe voorzitster Heleen Weening uit Den Haag beloofde dat nadrukkelijk, maar ze bereikt niets als de leden niet inhaken. Daarbij hoop ik, dat we het debat respectvol weten te voeren en niet als bij het Kunduzdebat gaan strooien met adjectieven als naïef of dom of lui en te weinig inzet tonend.

Na afloop ging ik enigszins opgelucht naar huis en tegelijk werd ik mij zeer bewust van het feit, dat er werk aan de winkel is. Met zijn allen moeten we GroenLinks weer zichtbaar maken in de samenleving. We kunnen dat niet overlaten aan die paar volksvertegenwoordigers. Eens kijken of we in de peilingen weer omhoog gaan.

Jaargang 4, Nr. 201.

vrijdag, 10 februari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Veel kritiek op wetsvoorstel onderwijstijd

In eerste kamer, politiek, onderwijs, belangrijk, de, debat, discussie, eerste, feit, en meer.

Bij het voorstel Wijziging Wet op het voortgezet onderwijs inzake onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties heb ik namens GroenLinks kritische vragen gesteld. Omdat de kritiek breed leeft – en niet alleen bij de oppositie – is het onzeker of het wetsvoorstel aanvaard zal worden.

“De leden van GroenLinks hebben bezorgd kennis genomen van het wetsvoorstel en van de grote onrust die dit voorstel in het onderwijsveld teweeg heeft gebracht. Omdat het wetsvoorstel zeer uitgebreid is besproken in de Tweede Kamer, zijn onze vragen beperkt in aantal, maar fundamenteel van aard.

1040

De eerste vraag wordt opgeroepen door het gemak waarmee de regering het 1040-uren-amendement heeft aanvaard. In de Nota naar aanleiding van het verslag (32640 Nr 6) stelt de minister nog dat de aanbevelingen van de Commissie Onderwijstijd in samenhang bezien en in haar geheel overgenomen zijn en dat ‘shoppen in het totaalpakket’ de balans zal verstoren. De beargumenteerde en in het onderwijsveld breed gedragen norm van 1000 uren maakte nadrukkelijk deel uit van dat totaalpakket. In het debat in de Tweede Kamer heeft de minister met zoveel woorden gezegd dat zij draagvlak in het onderwijsveld minder belangrijk vindt dan een meerderheid in de Kamer. Als dat zo is, twijfelt onze fractie ten zeerste aan de uitvoerbaarheid van deze wet. Is de regering werkelijk van mening dat de door haar gewenste situatie zonder draagvlak kan worden afgedwongen? Hoe ziet de regering de toekomstige relatie tussen minister en onderwijsveld als essentiële spelers als de VO-raad zeggen niet met dit wetsvoorstel te kunnen leven? Is er enige inhoudelijke onderbouwing van de norm van 1040 uur en zo ja, welke is dat?

Wat en hoe

Dat leidt tot de tweede, meer fundamentele vraag. Het is zo langzamerhand een vast uitgangspunt dat de overheid het ‘wat’ bepalen en de scholen het ‘hoe’. Dat sluit ook aan bij de onderwijsvrijheid die de kern vormt van ons bestel. Waarom respecteert de regering dat principe niet en neemt ze haar toevlucht tot micromanagement van uren en onderwijsdagen? Waarom legt de regering een wetsvoorstel voor dat ingrijpt in en consequenties heeft voor de CAO-afspraken waar de regering buiten dient te blijven? Dit speelt met name een rol bij de discussie over vakantiedagen, roostervrije dagen en lesdagen. Waarom legt de regering de verantwoordelijkheid voor het ‘hoe’ niet bij de scholen als het ‘wat’ van onderwijskaders en kerndoelen bepaald is, geconcretiseerd zelfs in een norm voor onderwijstijd? Is de hele inbreuk op de organisatie van het onderwijs, inclusief de verschuiving in vakantie- en compensatiedagen niet een inbreuk op de vrijheid van onderwijs?

Bekostiging

De derde vraag betreft de bekostiging. Het wetsvoorstel verwacht van de scholen meer lesuren zonder daarvoor de kosten te compenseren. Ook wordt er ingegrepen in de CAO-rechten zonder compensatie. Daarmee creëert de regering de facto een bekostigingsprobleem. Dat sommige scholen dat kunnen opvangen, wil niet zeggen dat alle scholen dat kunnen. De leden van GroenLinks vragen naar een berekening van de haalbaarheid van deze extra lasten. In dit kader vragen de leden specifiek hoe de extra lesuren moeten worden bekostigd. Het feit dat het hier gaat om maatwerkuren die niet voor elke leerling verplicht zijn, betekent immers niet dat er geen docent nodig is, integendeel. Juist maatwerk vraagt om deskundigheid. De leden verzoeken de regering ook om een reactie op de signalen dat er door de aanscherping van de onderwijstijd een tekort aan bevoegde docenten ontstaat en daardoor een aantasting van de kwaliteit. Hoe groot is dat tekort nu en hoe zal zich dat ontwikkelen wanneer dit wetsvoorstel wordt aangenomen en gehandhaafd?

Onderwijskwaliteit en medezeggenschap

Ten slotte hebben de leden van GroenLinks een vraag bij de beoogde onderwijskwaliteit. Zij betreuren het dat dit aspect in het huidige wetsvoorstel wordt meegenomen terwijl het ook en misschien wel beter had gepast in het wetsvoorstel over de rol van de inspectie. Daar ging het immers over borging van onderwijskwaliteit; hier gaat het vooral over kwantiteit. Deze leden zijn op zichzelf voor de horizontale verantwoording van onderwijskwaliteit en de rol van ouders en leerlingen daarin. Wel hebben zij vragen bij de haalbaarheid daarvan, ook in het licht van de kanttekeningen van de Raad van State en zij vragen de regering hoe die haalbaarheid wordt gewaarborgd. Verder vragen de leden hoe de inspraak van ouders en leerlingen zich verhoudt tot de professionele verantwoordelijkheid van de docenten. Is de informatievoorziening aan ouders en leerlingen ook inhoudelijk van dien aard dat zij zinnig kunnen meespreken (over meer dan het aantal uren) en is de eigen verantwoordelijkheid van docenten wel adequaat geborgd?”


dinsdag, 7 februari 2012

Peter Smith

Peter Smith

De lente verwelkomen #DLV2012

Vorig jaar deden er 1400 mensen aan mee.
Nu (20 maart, 13:21 staat de teller op Facebook 2275, twitter 341, scholen 1240 = 3856) doen er 3856 mensen tenminste mee. Hoeveel er mee doen omdat ze de artikelen in Trouw en Telegraaf gelezen hebben of de reportages op Radio 1 en Radio 2 weet ik niet.

Doe je dit jaar ook weer mee? het kan vandaag nog (maar mag natuurlijk ook het hele jaar door, graag zelfs) Nodig ook je buurman/vrouw en vriend(in) uit!

20 maart komt dit jaar de lente, heerlijk! Laten we haar verwelkomen!
Hoe?
Waar je je ook maar bevindt; ruim op 20 maart één stuk zwerfvuil op. Op die manier maak je met een klein gebaar kenbaar dat je de wereld niet als een prullenbak ziet.
En als elke Nederlander één stuk opruimt… zijn we in één dag 16,7 miljoen stuks zwerfafval armer. Ik denk dat je dat verschil wel zult zien en dan kunnen we met opgeruimd gevoel heerlijk van de Lente gaan genieten.
Laten we de wereld liefhebben, zij heeft ons ook lief!
Doe mee en/of verspreid dit bericht! (hashtag #DLV2012)

Wist je trouwens dat zwerfafval een van de grootste bijdragen levert aan de Plastic Soep? De soep die onze kinderen gaan eten! Opruimen van die soep kan niet, het enige dat we kunnen doen is de groei ervan te stoppen en daar kan je aan mee helpen door, als je een stuk zwerfvuil tegenkomt, over je schroom om het op te rapen te stappen in plaats van over het stukje zwerfvuil.

Je kan ook via facebook vrienden uitnodigen om mee te doen: http://www.facebook.com/events/DeLenteVerwelkomen

TIP
Ik ga van 2 april t/m begin juni een “Wereld van Zwerfafval” bouwen. Je bent van harte welkom om tijdens de bouw langs te komen met een groen of blauw petflesje. doe in dit flesje een wens voor de wereld (of je zelf) en je mag het aan de wereldbol bevestigen. Meer informatie:
De Wereld van Zwerfvuil.

Opgeruimde groet,
Peter.

zaterdag, 4 februari 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

eApps voor Ede

In communicatie, amsterdam, applicatie, bestuur, de, facebook, gebouwen, gegevens, geld, en meer.

eric leltz

Www.Data.overheid.nl is een mooi initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om gegevens van gemeentelijke overheden digitaal beschikbaar te stellen. Op deze wijze kunnen deze gegevens worden (her)gebruikt in nieuwe toepassingen die door inwoners kunnen worden ontwikkeld.

Omdat deze gegevens al in de bestanden van de gemeente zitten, hoeft het beschikbaar stellen niet veel te kosten. Een drempel is eerder een gevoel van onveiligheid. Maar het gaat alleen om gegevens die toch al openbaar zijn, bijvoorbeeld omdat ze op de gemeentelijke website worden getoond. Met een kleine inzet van de gemeente kan de service aan de inwoners aanmerkelijk worden verbeterd en vereenvoudigd.

Bovendien

  • sluit deze werkwijze aan bij een moderne manier van informatie verwerking,
  • wordt met publiek geld verzamelde informatie beschikbaar gesteld voor een open en transparant Ede,
  • geeft Ede op eenvoudige wijze invulling aan de Wet Openbaarheid van Bestuur,
  • wordt bij het ontwikkelen van applicaties gebruik gemaakt van "the wisdom of the crowd".

De gemeente Amsterdam heeft haar gegevens toegankelijk gemaakt voor iedereen. Hier was de wedstrijd "Apps for Amsterdam" aan verbonden. Op deze wijze zijn programma's ontwikkeld voor smartphones, web, ipad of Facebook. Zo zijn applicaties gemaakt waarmee de energiegegevens over gebouwen en woningen worden getoond en wordt een subsidieadvies gegeven. Met een ander programma kunnen scholen worden gevonden aan de hand van criteria als soort, onderwijsrichting of afstand. Met een andere applicatie kunnen de 178 nationaliteiten die in Amsterdam wonen worden ontdekt.

Tijd dat ook de gemeente Ede haar gegevens beschikbaar stelt om te worden hergebruikt in nieuwe, nuttige, waardevolle en leuke toepassingen. Het is dan aan ontwikkelaars om kansen te zien en iets met de gegevens te doen. Een wedstrijd is een mooie manier om dit proces op gang te brengen. Wat mij betreft mag de wedstrijd "eApps voor Ede" morgen al beginnen.



dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, algemeen, crisis, debat, diversiteit, economie, eerste, eerste kamer, en meer.

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


zondag, 22 januari 2012

Het menu: Homo’s

In het menu, niet op voorpagina, brandenburger tor, coc, gay krant, henk krol, homo's, homohuwelijk, homoseksuelen, en meer.
Twee tongende jongemannen vlakbij de Brandenburger Tor in Berlijn. Dat zie je als je kijkt naar het monument ter nagedachtenis van de omgebrachte homoseksuelen (m/v) in Nazi-Duitsland (1933-1945). Naast een moderne glazen zuil met een officiële tekst, die de vervolging herdenkt, staat een grijze pilaar. Als je door het glas in het midden van de pilaar kijkt, zie je de tedere filmscène. Het monument is voor Nederlandse begrippen progressief. In Amsterdam heb je de roze driehoek. Velen weten niet eens dat dit een gedenkplaats voor homo-emancipatie is. De maatschappelijke positie van homoseksuelen is slecht - daar verandert de gayparade niets aan. Henk Krol, de oprichter van de Gay Krant, vindt dat de belangenorganisatie voor homoseksuelen, het COC, overbodig is geworden. De club heeft haar doelen, waaronder het homohuwelijk, immers bereikt. Uit onderzoek blijkt dat het vies tegenvalt met de homo-acceptatie. Als lesbiennes elkaar in het openbaar zoenen, worden ze regelmatig beschimpt of aangevallen. Onlangs heeft de Tweede Kamer pas na lang soebatten ingestemd met het verplichtende karakter van de lesstof over homoseksuelen op alle middelbare scholen. Zodra het over homo´s gaat, vergeten politici dat ze artikel 1 van de grondwet, dat stelt dat niemand mag worden achtergesteld om zijn seksuele geaardheid, moeten verdedigen.

maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

In boek, boeken, conventies, dagelijks leven, discriminatie, emancipatie, eten, fans, fictie, en meer.

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


vrijdag, 30 december 2011

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Bij de politie

In algemeen, aanrader, bezoek, bezuinigen, burger, criminaliteit, december, divers, fractie, en meer.

Notities, rapporten, de veiligheidsmonitor, als raadslid is het eigenlijk altijd zo dat je van alles krijgt aangereikt maar eigenlijk alleen maar op papier, of, zoals gelukkig steeds vaker voorkomt, niet op papier maar als digitaal bestand. Hetgeen dan weer mooi aansluit bij het papierloos werken. Maar wat we ook lezen, wat in de praktijk gebeurt proeven we nooit. Wil je dat wel, dan moet je de boer op. En dat doen we te weinig. We praten natuurlijk wel met veel mensen, maar hoe iets echt in de praktijk uitpakt zien we eigenlijk nooit. Dat ligt natuurlijk aan het raadslid zelf. Zo was ik nog nooit echt met de Politie op pad geweest. Dinsdag 27 december was het zover. Een middag/avond-dienst meedraaien met de Politie in Leek, met de wijkagent Martin Tillema op pad.

Jeugd- en jongerenwerk
Vooraf waren we tot de keuze voor de 27e gekomen vanwege de schoolvakanties en het vuurwerk. Het illegale spul dan wel te verstaan, de verkoop van het reguliere goedje is immers pas vanaf de 29e.  Daarnaast lag de nadruk op de jeugd. Leek kende redelijk wat onrustige jaren, van urinerende jeugd bij de Hema, samenscholing in en buiten de Liekeblom tot “gezellige” samenkomsten op Sintmaheerd en het parkeerterrein bij Nienoord. En natuurlijk voorheen het B-cafe, onderdeel van De Oude Ulo, het jongerenwerk, wat later verplaatst is naar de nieuwbouw Punt1. In 2003 bestonden er zelfs nog plannen voor Jongerenplekken, de JOP’s, een initiatief van de PvdA wat zo jammerlijk sneuvelde door een hoog “Not In My BackYard” gehalte bij een inderhaast opgetrommelde groep tegenstanders. Al met al reden genoeg voor mij om nu eens te kijken of er nog jeugdproblematiek was en zo ja op welk terrein.

Redelijk rustig
In mijn beleving is het al weer heel lang rustig wanneer het om jongeren gaat. Ik hoor of zie nauwelijks nog meer iets van ongewenste samenscholingen. Af en toe hoor je nog iets van vernielingen, maar of dat nou specifiek aan jongerenoverlast is toe te schrijven waag ik te betwijfelen. Tijdens de surveillance tijdens “mijn dienst” gebeurde er helemaal niets. Geen oproepen over de portofoon, geen meldingen, maar ook nagenoeg geen jongeren op straat. Ja, enkelen, op een bankje bij de Hema en de C1000. Maar slechts 2 of 3 jongeren, en dat kan je toch geen samenscholing noemen, om van overlast maar helemaal te zwijgen.

Vuurwapencontrole
Het beloofde dus een saaie avond te gaan worden. Tenminste, dat dacht ik. Martin Tillema had nog wat een petto: vuurwapencontrole. Na het drama in Alphen a/d Rijn is er door het justitieel apparaat hoog in gezet op o.a. de controle op vergunningen. De details laat ik buiten beschouwing, maar het was goed om te zien hoe dit is opgepakt door de Politie in Leek. Een dergelijke controle een keer meemaken was eigenlijk uitzonderlijk en het laat mooi zien hoe divers de Politietaken zijn. Een dergelijke controle is natuurlijk heel formeel, maar om te zien hoe hartelijk en informeel de Politie ontvangen wordt door de burger is best wel bijzonder.

Drugsoverlast
Waar je tijdens zo’n “rustige” dienst ook tijd voor hebt is eens echt kennis te nemen van wat dan wel problemen zijn die we ons moeten aantrekken wanneer het om de jeugd gaat: Drugs. En dan heb je het niet alleen over de gebruiker maar ook over de verkoper, de dealers. De criminaliteit die rond het onderwerp hangt maakt het dat we hier nog meer en vooral preventief op moeten inzetten. Naast preventie, waaronder samenwerking tussen scholen, politie en gemeente, moeten er echt programma’s komen waardoor dealers echt aangepakt en opgepakt kunnen worden. Als gemeenteraad kun je dat niet van je af laten glijden, juist in een tijd van bezuinigen zal hiervoor extra aandacht moeten komen. We moeten vol blijven inzetten op deze vorm van jongerenproblematiek.

Huisvesting Polen
Een heel ander aandachtspunt tijdens mijn werkbezoek was de huisvesting van Polen. Als raadslid ben ik uiteraard op de hoogte van panden in gemeentelijk bezit als voormalig Hotel Leek. Maar wat speelt er nog meer? En gaat het alleen om werkende Polen, of is er ook sprake van werkelozen die hier wonen?

Nieuwe wijkagent
Binnenkort is er weer genoeg te bespreken in het overleg tussen fractie en steunfractie, maar het zal duidelijk zijn dat het niet blijft bij alleen een verslag van dit werkbezoek. Martin Tillema vertrekt als wijkagent. Hij gaat naar de stad, en ik wens hem daar heel veel succes. Helaas blijft het bij deze ene keer, in gesprek met Martin. Ik heb het als zeer aangenaam ervaren. En voor de stad… jullie krijgen er een prima agent bij! De vervanger van Martin is ook al bekend, Gerrit Faber, nu nog werkzaam in Grootegast maar vanaf Januari in Leek. Ik ga zeer zeker een keer op de koffie bij hem. En het blijft niet bij die ene keer.

Mijn bezoek aan de Politie is waardevol gebleken en ik ben vast van plan om het onderdeel te laten zijn van mijn raadswerk. Een aanrader voor alle raadsleden trouwens.

woensdag, 21 december 2011

Het menu: Seculier onderwijs

In het menu, niet op voorpagina, christelijke scholen, islamitische scholen, openbare scholen, seculier, geloof, homo, integratie, en meer.
Nederland is een seculiere staat, of niet soms? Waarom hebben we hier dan nog steeds last van christelijke schoolbestuurders die weigeren een homo als leraar aan te stellen? En waarom klagen we hier over mislukte integratie terwijl we toestaan dat er islamitische scholen bestaan? Kinderen die op een verzuilde school zitten zullen het later niet gemakkelijk krijgen want ze zijn niet vrij in hun keuzes. Ik zeg: schaf alle scholen die geënt zijn op een geloof af. Maar zorg er tegelijkertijd voor dat de openbare scholen aandacht geven aan verschillende vormen van levensbeschouwing. Op die scholen mogen mensen van allerlei pluimage les geven zolang zij het vak van leraar goed verstaan. Een goede leraar brengt kinderen kennis en kunde bij en leert ze hun standpunten te beargumenteren, bij voorkeur niet in een bepaald straatje. Wij willen toch een vrije samenleving zijn? Kinderen hebben de toekomst.

zondag, 18 december 2011

ZinenRede

ZinenRede (Joost van der Ruijt)

Linkedin Twitter

Het menu: Blackberries

In het menu, niet op voorpagina, blackberries, katholieke kerk, nrc, pornografie, seksueel misbruik, angst, bom, en meer.
De verhalen over het seksueel misbruik in de rooms katholieke kerk slaan in als een bom. Het rapport van de commissie Deetman beschrijft gedetailleerd hoe perverse geestelijken pubers die aan hen waren toevertrouwd jarenlang tot seks hebben gedwongen. Het NRC Handelsblad schrijft dat een jongen in een volle klas op een seminarie de leraar oraal bevredigde achter de lessenaar. Dit was alleen mogelijk als de geestelijken streng leiding gaven. Iedereen in de klas wist het, niemand durfde er wat van te zeggen. Vermoedelijk was dit geen incident en gebeurde dit vaker op rooms katholieke scholen en instituten. Probeer deze scène eens te visualiseren. Als het niet zo pijnlijk was, zou je denken dat hier gaat om een beschrijving van een fragment uit een slechte pornofilm: Student sucks teacher. Zo iets kan alleen maar gebeuren in een cultuur van bevelen. Kinderen die vóór medio jaren negentig zijn groot geworden moesten hun ouders en opvoeders gehoorzamen. Zij hadden niets in te brengen. Zij hadden angst voor gezagdragers. Je zou willen dat de jeugd zestig jaar geleden al blackberries op zak had gehad. Zodat ze het seksueel misbruik (stiekem) op beeld had kunnen vastleggen. Dat had een hoop ellende kunnen voorkomen.

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 3463 uur (144,3 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,4 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3