zaterdag, 28 januari 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Passie; persoonlijk - GroenLinks - samenleving

In politieke zaken, agenda, bijeenkomst, blog, discussie, foto's, genieten, groenlinks, idee, en meer.

Dinsdagavond hield kandidaat-voorzitter Arno Uijlenhoet een Seats2Meet bijeenkomst in Utrecht. Tijdens de bijeenkomst stond het thema 'passie' centraal.

IMG_4063

Samen met een tiental personen werd er gekeken en besproken wat hun persoonlijke passie is, wat de passie van GroenLinks is (of zou moeten zijn) en wat de passie van de samenleving is.

IMG_4046

Mijn eigen passie is mensen te laten genieten van de kleine dingen die de natuur/omgeving ons geeft. Een fraaie zonsopgang, een plant die in bloei staat, een zeldzame soort zwam, noem maar op.

Dit probeer ik te doen veelal via mijn blog door er over te schrijven en natuurlijk zoveel mogelijk te voorzien van foto's.

IMG_4060

Een kleine greep uit passies van andere personen die aanwezig waren:

  • Mensen gevoel te geven dat ze er echt toe doen
  • Nieuwe inzichten krijgen
  • Ontdekkingen delen
  • Youtube - muziek

Na enige discussie kwamen we tot de conclusie dat alle passies het volgende gemeen hadden:

  • Verbinding → fysieke
  • Deelnemen → mensen/spirituele
  • Wederkerigheid in 2 vormen: →← en →→

Het volgende onderwerp was veel minder tastbaar en daardoor kwam de discussie ook meer los. Want wat is nu de passie van GroenLinks?

IMG_4061

Wat denkt men zoal dat de passie van GroenLinks is:

  • Meenemen en verbinden
  • Vrijzinnigheid
  • Rechtvaardige wereld voor mens en milieu
  • Hoop en vertrouwen op betere toekomst

Mijn eigen idee is dat de passie van GroenLinks tweeledig is. Namelijk Oplossingen bedenken en aandragen voor de sociale en groene problemen. Maar ook proberen de populistische 'angst' weg te nemen dat het einde in zicht is wat betreft onze veiligheid, milieu en omgeving.

Een gezamenlijk standpunt wat betreft de passie van GroenLinks konden we niet gevormd krijgen. Want iedereen beleeft de passie van GroenLinks anders vanwege achtergrond, idealen en andere zaken.

Daarnaast kwamen we vaak op de identiteit terecht van GroenLinks in plaats van de wat de passie is van GroenLinks.

IMG_4062

Het laatste onderwerp, passie van de samenleving, was nog veel moeilijker om te beantwoorden. Want heeft de samenleving wel een passie? Voor mij is de gezamenlijke passie moeilijk te zien of te ontdekken in de samenleving.

Centraal staat wel dat zoals bij de persoonlijke passies, ook het hoger gelegen 'doel' een rol speelt bij mogelijke passies in de samenleving. Kortom; verbinden, deelnemen en wederkerigheid.

En nog hoger gelegen komt het allemaal op liefde/angst neer.

Ondanks dat er geen echt duidelijke passies zijn die we als samenleving gemeen hebben, is het hoger gelegen doel(en) wel duidelijk. Dat het allemaal om liefde/angst draait en daaruit komt dan weer het verbinden, deelnemen en wederkerigheid terug.

IMG_4058

Het was een leuke bijeenkomst om vanuit je eigen beleving steeds breder te kijken naar GroenLinks en tenslotte naar de samenleving.

Volgende week staat het thema 'identiteit' op de agenda. De week erop is de slotbijeenkomst met als thema 'droom'.

zondag, 22 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Focus op positief

null

Het gaat heel erg in pieken en dalen met mij. Als het niet goed met mij gaat, als ik mij verdrietig voel, of eenzaam, of als er een grote verandering is zoals nu ik in Noorwegen zit, dan moet ik dat hier oplossen zonder face to face contact met mensen. Want er zijn geen mensen hier die ik daar al genoeg voor vertrouw. Doordat ik geen buddygroup heb, heb ik er ook niet veel leren kennen. Schrijven, zoals hier, is een redelijke remedie, maar naast het van me af schrijven van vervelende zaken moet ik ook het positieve belichten.

Ik zit in twee groepjes op Facebook. Dat mag belachelijk klinken, maar ik tref er flink wat gelijkgezinden en sommigen hebben gelijke ervaringen. Ik informeer naar hoe zij er toen mee zijn omgegaan. De ene groep is voor hoogbegaafden en de andere voor hoogsensitieven. Voor alle mensen in die groepen is het een opgave om alle prikkels die ze dagelijks op zich af krijgen te verwerken. Ook al voel ik me hier soms eenzaam, ik sta er niet alleen voor! Als er onrust is in mij, als ik nog veel van dat te verwerken heb, of als er verandering gaande is, zoals nu, dan gaat dit samen met verdriet, met innerlijk conflict ook, maar uiteindelijk lost dat zich op. Daarbij heb ik dus soms even wat communicatie nodig en die zoek ik vooral bij dergelijke personen. Ze kennen me verder niet maar ze hebben wel iets met me overeen, en dat is in dit geval het belangrijkst. Ik heb mijn stressverschijnselen en de oorzaken daarvan ter sprake gebracht. Het is fijn om dan te merken dat ik niet de enige ben en ook goed om de ideeen die mensen hierover hebben aan te horen, daar kan ik wel wat mee.

Ik ben in staat de meeste conflicten die ik heb meegemaakt helder voor de geest te halen. Ook weet ik precies welke emoties dat bij mij teweeg bracht. Maar die herinneringen kunnen zich opwerpen tot prioriteiten, zo ook de bijbehorende emoties, want ergens reageer ik instinctief door er zo snel mogelijk vanaf te willen, door het op te lossen, van me af te gooien, het te lijf te gaan, maar dat verergert soms ook weer de emoties. En daaruit volgt onrust. Ook mijn perceptie van degenen die veelvuldig bij zulke conflicten betrokken zijn, wordt negatief, en dit verstoort mij. Ik ben me bewust van mijn sterke geheugen en de beperkte capaciteit tot filteren van prikkels. Dat is al een belangrijke stap. Tot op zekere hoogte zou ik mij filters kunnen aanleren. Zo ook voor die herinneringen, vooral het negatieve daaraan. Ik probeer positieve emoties en de daarmee geassocieerde herinneringen in welke vorm dan ook een hogere prioriteit te geven dan de negatieve antagonisten. Dan kan ik misschien van binnen uit filteren. Ik weet dat ik daartoe in staat ben, dus ik zal het kunnen, want wat hierbij hoort is abstraheren: het ontkoppelen van gebeurtenissen en herinneringen van emotie, zodat ik objectief een prioriteit kan stellen. Dat betekent uiteraard dat veel zaken negatief blijven, met een reden, want daar kan ik beter afstand van doen, of bij bepaalde personen kan ik beter uit de buurt blijven. Maar ook de positieve zaken worden dan belicht, en dan zou ik die vervolgens goed een prioriteit kunnen geven.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

vrijdag, 20 januari 2012

Peter Smith

Peter Smith

Wil je meehelpen een boek te schrijven?

In afval, beschaving, verantwoordelijkheid, communicatiemiddel, durven, site, zwerfafval, zwerfvuil, bezig, en meer.

Hallo,

“Ik erger mij niet aan zwerfvuil, ik ruim het op” staat er boven mijn website.
En dat is echt zo! Sinds ik me intensief bezig houd met zwerfvuil, niet alleen met het oprapen ervan, maar ook door voorlichting te geven op scholen en als spreker krijg ik het gevoel er iets tegen te kunnen ondernemen. En dat voelt zoveel beter dan ergernis!

Maar ik kan ook op een betere manier met mensen omgaan die zwerfvuil veroorzaken; ik durf en kan er gemakkelijker wat van zeggen. Er ontstaat een gesprek in plaats van wat ik eerder altijd deed; de ander proberen te laten inzien dat zhij stout was.

Misschien heb jij ook een speciale manier hoe met zwerfafval-veroorzakers om te gaan?
Ik wil graag je verhaal horen en al die verhalen wil ik bundelen in e-bookje. Die mensen daarna gratis kunnen downloaden via mijn site.
Of als je een tip hebt hoor ik die ook graag.

Zou je hier aan mee willen werken?

Wat ik van je vraag is een verhaal of een anekdote. Maar je mag ook je manier omschrijven.
Vermeld tevens even of je je naam bij je verhaal vermeld wilt hebben.
Als je mee doet, stuur dan voor 11 februari je verhaal aan participate@kleanworldwide.nl

Opgeruimde groet,
Peter.

ps: Hier een verhaal dat ik zelf heb meegemaakt: Een jongen met zijn vriendinnetje

Mark Berck

Mark Berck

Twitter

Waar ik nu mee bezig ben!

In dagelijks nieuws, interesses, standaarden, werk.
Ik weet het, het is redelijk stil hier. Maar dat heeft meerdere redenen! Momenteel ben ik erg druk met werken en in de avonduren, naast mijn gezin met het schrijven van een boek. Voor velen zal dit niet een heel interessant boek worden, maar voor een deel van jullie wel. Continue reading


donderdag, 19 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Verwend

In het menu, niet op voorpagina, al-assad, kinderbescherming, laura dekker, solozeiler, syrië, wereldzeeën, angst, en meer.
Meisje Laura Dekker slaagt er in om op 15 jarige leeftijd als solozeiler de wereld te ronden. Over drie dagen wordt haar droom werkelijkheid. Op de oceaan, alleen in haar kajuit schrikt ze nachts wakker van de nachtmerries. Die gaan niet over vreselijke stormen, gebroken masten, kapingen of kapseizen, maar over de Nederlandse kinderbescherming. Ze kan niet meer slapen en besluit een boze brief te schrijven over de intimiderende gesprekken van deze instanties, die handelen over leerplicht en dreigende uithuisplaatsing. Angstige en traumatische ervaringen, die Laura telkens weer opnieuw beleeft. Uit protest strijkt ze de Nederlandse vlag. In Damascus zoekt een vader wekenlang naar zijn vermiste 15 jarige zoon Tamer. Deze heeft op een dag het ouderlijk huis verlaten om nooit meer terug te keren. Veertig dagen later vindt de vader het verminkte lijk van zijn zoon in een mortuarium. De jongen had deelgenomen aan een demonstratie tegen al-Assad. Zijn droom moest hij met zijn leven bekopen, na op een gruwelijke wijze te zijn gemarteld. Het Syrische regime past de martelstrategie toe om het opstandige volk angst in te boezemen. Ik schreef er gisteren al over. Laura Dekker bedwingt de wereldzeeën en is niettemin een verwend meisje. Nederland is een verwend land.

dinsdag, 17 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Suzanne Vermeer schrijft niet meer

In boekennieuws, in memoriam, paul goeken, suzanne vermeer, vakantiethriller, blog, boeken, concept, eerste, en meer.
Suzanne Vermeer

Bron: Noord Hollands Dagblad

Van de honderden boekrecensies die ik ondertussen geschreven heb, worden de meeste een keer of helemaal niet gelezen. Van sommige recensies weet ik dat dat niet zo is. Google vertelt mij namelijk de zoektermen die mensen hebben gebruikt voor ze per ongeluk op dit blog verschenen. En dat is nogal eens de naam van de schrijfster Suzanne Vermeer. Januari 2010 schreef ik een recensie over All-Inclusive. De afgelopen twee jaar blijkt het een van de populairste pagina’s op mijn blog. Naast tientallen bezoekers elke maand, heb ik ondertussen al negen reacties gekregen, waarvan maar 1 positief. Mensen nemen de moeite om een boek af te kraken op een blog van een andere lezer. Hoe slecht moet je dan schrijven?

Afgelopen zomer werd bekend dat Suzanne Vermeer geen boeken meer zal schrijven. Het bleek een pseudoniem te zijn van Paul Goeken. Zelf schreef Goeken meerdere thrillers. Toen een nieuw boek ‘een andere weg’ bleek, besloot de uitgever dat hij een pseudoniem nodig had.

Toen ik dat las, kwam de irritatie nog verder naar boven. Buiten het feit dat ik het een flutboek vond (gelukkig niet zelf gekocht), erg slecht geschreven, verbaasd over het feit dat het een bestseller was (17.000 exemplaren blijkbaar), vond de uitgever blijkbaar dat de enige manier om het boek te verkopen was om van de schrijver een dame te maken. Een nepbiografie werd opgesteld, een marketingstrategie bedacht en Goeken bleek ineens bestsellers te schrijven.

Twee dingen storen mij. Ten eerste de minachting voor de lezer die hieruit spreekt, alsof de uitgever bedacht dat hij wel wist wat ik als lezer wil lezen. Dat het niet gaat om het boek, maar om het imago van de schrijver. Ten tweede dat het nog werkte ook. Vermeer produceerde twee ‘vakantiethrillers’ per jaar en het werden stuk voor stuk goed verkopende titels. Het doorsnee lezerspubliek interesseerde het blijkbaar niet dat het slechte boeken waren, het geloofde in een concept.

Over de doden niets dan goeds, zegt men. Ik ken de schrijver Goeken niet. Ik kende de mens ook niet. Ik kan en zal over hem dan ook niets negatiefs over schrijven. Maar dat het marketingconcept Suzanne Vermeer niet meer bestaat, daar treur ik niet om.


zondag, 15 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Afkoelen

null

Heb je wel eens het gevoel gehad dat de grond je te heet onder de voeten werd? Ik wel.

December was hectisch. Ik werkte tachtig uur per week aan mijn project en dan ook nog in de winkel voor de financiën. Ik zorgde dat alles in orde was voor mijn vertrek naar Oslo. Ik had geen tijd meer voor ontspanning, haalde toch zeker een nacht per week door vanwege de hoeveelheid werk. De deadlines. Die stonden vast. En ik haalde mijn deadlines. Drie presentaties, een in Londen, een in Amsterdam, een in Leiden. Een eindversie van de scriptie over het onderzoek waaraan ik tien maanden heb gewerkt. Geen tijd voor veel dingen die mijn leeftijdgenoten doen. Geen tijd om een boek te lezen. Zelfs geen tijd om mijn blog bij te werken.

Ik voelde hoe de Nederlandse bodem mijn voeten schroeide. Ik probeerde de brand te blussen zonder brandslang in de buurt. Ik probeerde de vloer de dweilen met de kraan open. Daar bovenop kwamen nog enkele valse beschuldigingen. Sommige mensen zijn mijn slachtoffer, schijnbaar. Ik schijn de boel te belazeren. Ik trok het niet meer. Het vuur wakkerde aan. Ik moest afkoelen.

Naar het Noorden. Sneeuw en ijs. Mijn eigen therapie. Een afstudeerproject. Bossen vlak bij mijn woning. Afstand nemen. Herstel van wonden. Rustdagen nemen. Weinig om continu afgeleid te raken. Ontstressen. Onderzoeken, lezen, schrijven of wandelen. Onbetaalbaar eten om allemaal zelf te betalen. Het negatieve geschiedenis laten worden. Negatief-geassocieerden loslaten. Sterker worden. Uitsluitend contact onderhouden met mensen die onvoorwaardelijk om mij geven. Toekomstplannen maken. Focus.

Ik heb het voor elkaar. Het is mij gelukt naar Noorwegen te gaan. Dat heb ik zelf geregeld. Zonder me tegen te laten houden door onzinnig gedoe. Daar ben ik trots op.

IJzige Noorse bodem, breng mij rust, stilte, vrede, voorspoed.

Oslo 15 januari t/m 31 juli 2012.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

vrijdag, 13 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

De Muur 31 – Arthur van den Boogaard – Slipstroom

In boekbesprekingen 2011, cyclogerb wielerboeken, arthur van den boogaard, boeken, boeken 2011, boekrecensie, de muur, lezen, wielerboek, en meer.

De Muur 31De Muur 31 – Arthur van den Boogaard – Slipstroom

De ondertitel zegt veel. “Een kleine geschiedenis van schrijven en wielrennen”. Al veel vaker heb ik het hier beweerd, wielrennen is in mijn ogen de geschiktste sport om over te schrijven. Ik doe mijn best om een leuke verzameling aan te leggen. Ik red het op drie planken op het moment van schrijven. Na het lezen van dit boek ben ik er echter van overtuigd dat ik een verloren strijd aan het vechten ben. Van den Boogaard heeft vele mooie boeken gevonden, daar prachtig over geschreven en ik besef dat ik nooit zelfs maar een redelijke collectie wielerboeken zal hebben.

Andersom kan ik ook blij zijn dat ik nu weer een hele lijst titels heb gevonden waarvan ik weet dat ik ze ooit wil bezitten en lezen. Want ook in deze uitgave van De Muur kwam de auteur al snel tot de conclusie dat het onmogelijk is compleet te zijn, dat er te veel goede wielerboeken (en nog meer slechte) zijn verschenen om een goed overzicht te geven.

Toch is ondanks alle onmogelijkheden Van den Boogaard er in geslaagd om een prachtig en leesbaar boek te schrijven. Om vele onontdekte pareltjes te vinden, om bekende boeken aan een nieuwe analyse te onderwerpen. Dus zelfs al zou je niet van De Muur houden, dan nog is deze uitgave een must voor de sportliteratuurverzamelaar. Als catalogus. Als referentiekader. Als inspiratiebron. Of gewoon omdat het leuk is om te lezen.

Citaat: “En zo kunnen onwetenden altijd blijven beweren dat het feuilleton dat journalist en schrijver Marquez in 1955 wijdde aan de Colombiaanse wielrenner Ramon Hoyos niet veel meer was dan een aanstekelijk goed geschreven biografie. Daarvoor zijn het tenslotte onwetenden. Alle anderen begrijpen dat Hoyos, net als vele Colombiaanse renners in de jaren vijftig, een in de werkelijkheid rond pedalerende romanpersonage was. Je moet het willen zien. En Marquez deed dat.” (p.128)

Nummer: 11-023
Titel: De Muur 31 – Slipstroom
Auteur: Arthur van den Boogaard
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 240 (7087)
Categorie: Sport (Wielrennen)
ISBN: 978-90-204-1203-1

Meer De Muur:
29 28 26 25 24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1


zondag, 8 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Mijn weblog in 2011

In blogs, persoonlijk, cijfers, statistiek, weblog, actie, concept, duurzame energie, energie, en meer.

In 2011 heb ik mijn best gedaan mijn weblog wat constanter bij te werken. Dat is zeker niet het hele jaar door gelukt. Met 134 berichten heb ik in 2011 wel gemiddeld 2 berichten per week weten te schrijven naast mijn werk en gezinsleven. Best een behoorlijk aantal, al heb ik ook een hoop berichten in concept staan die dat nooit ontgroeid zijn en in de loop van de tijd achterhaald zijn.

2011 leverde wel het hoogste aantal bezoeken op. Al is dat aantal al een paar jaar redelijk stabiel rond de 17 duizend.

Aantal bezoekers
2007 100
2008 9.476
2009 17.833
2010 17.061
2011 17.946

Top verwijzers

De impact van sociale media is in de lijst met verwijzers erg duidelijk aan het worden. Voorheen was dat lijstje eigenlijk saai, saaier, saaist met Google aan kop gevolgd door andere zoekmachines, zoals Yahoo! en Bing. Voor 2011 ziet dat lijstje er duidelijk anders uit met twitter.com, facebook.com, startgoogle.startpagina.nl en linkedin.com. Dat zijn dus 3 sociale netwerksites en de google subpagina van startpagina, en geen google.com. De 5e is een intern IP nummer (127.0.0.1), dus ik vermoed dat er vanuit een aantal bedrijven en organisaties driftig meegelezen wordt… De koppeling die ik heb tussen mijn verschillende sociale netwerkprofielen, waardoor ik blogberichten automatisch doorplaats op Twitter, Facebook en LinkedIn heeft dus effect. Hyves komt niet voor in de lijst al plaats ik mijn berichten daar ook nog steeds. Buiten mijn nichtjes zie ik daar eigenlijk nauwelijks tot geen activiteit meer plaatsvinden.

De meest gezochte termen waren symbid, (het) zonnecollectief, krispijn beek (hoe verrassend ;-) en wijwillenzon (de collectieve inkoopactie voor zonnepanelen van Urgenda).

Meest gelezen berichten

In het lijstje met meest gelezen berichten valt vooral een ouwetje op over de Seagulll buitenboordmotor. Daarnaast is er in Nederland blijkbaar erg veel belangstelling voor zonneboilers en zonnepanelen, want dat is het voornaamste onderwerp dat verder de top 5 heeft gehaald. Buiten dan We Generate, dat inmiddels is samengegaan met Qurrent. Of ben ik zo saai in onderwerpkeuze geworden dat het enkel nog over duurzame energie gaat? ;-)

  1. Seagull aan de praat  August 2004
  2. Wij willen zon!  November 2010
  3. Zonneboiler actie van Urgenda & het Zonneboilercollectief July 2011
  4. We Generate: het energiebedrijf van de toekomst February 2011
  5. De zonneboiler in gebruik May 2011

donderdag, 5 januari 2012

Peter Smith

Peter Smith

Groene groentjes

Veel bedrijven zijn er mee bezig, zijn van goede wil.
Er zijn er ook die alleen een groen sausje over hun imago gieten. Daar is zelfs al een naam voor: Greenwashing.

Een goed voorbeeld van dat laatste is Coca-cola. Ze doen erg hun best om de groene schijn hoog te houden door veel publiciteit te generen voor hun zogenaamde groene-pet-fles.
Aan de ene kant heel mooi natuurlijk, maar het is niet zo dat een groene pet fles niet schadelijk is als deze in het plastic mortuarium ‘De Plastic Soep’ terecht komt.
Maar nog schadelijker is het dat Coca-cola initiatieven dwarsboomt die iets aan de plasticsoep en plastic vervuiling willen doen.

Dus voor mij geen voorlopig geen Coca cola meer, dat is het enige dat ik er aan kan doen. En er over schrijven natuurlijk. Dus nu drink ik Oggu-cola, nog veel gezonder ook!

Bij Coca-cola vermoed ik dus puur machtsmisbruik. Maar het kan ook door onwetendheid fout gaan.

Jumbo bijvoorbeeld komt veelvuldig in het nieuw door de geweldige actie van Jumbo-Eerbeek om statiegeld te geven op verpakkingen. Een van de beste manieren om zwerfvuil tegen te gaan.

Maar hoe moeilijk het is om op alle fronten duurzaam te zijn blijkt tijdens de opening van Jumbo-Meppel. Natuurlijk is het een feestelijke opening en ‘natuurlijk’ zijn er gele ballonen. Maar is dat wel zo natuurlijk?
Al die balonnen of de resten ervan zwierven door de buurt en omgeving nadat de feestlijkheden gestaakt waren. Liane Morsink zag dit en in plaats van te mopperen, ruimde ze de resten op en ging ermee naar de Jumbo om er met hen over te praten. Maar het blijkt dan toch moeilijk om de Jumbo ervan te overtuigen op een andere manier uiting te geven aan hun feestvreugde. De ballonnen zelf breken na verloop van tijd af (wel valt te hopen dat in de tussentijd vogels het niet voor voedsel aanzien) maar kwalijker zijn die lintjes en ventielen. En daar kan de Jumbo toch gemakkelijk een andere oplossing voor bedenken?

Liane schrijft: “In de boom op de foto hangen gele linten / slierten, welke er nu, een maand na de opening, nog steeds hangen.” Ik hoop dat er een olifantje met hele grote oren nu luistert en vliegensvlug die linten uit de bomen haalt.

dinsdag, 3 januari 2012

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

“Onduurzaam, met een duurzaam randje”

Vliegen is onduurzaam. Toch ontkom je er als wereldburger niet aan. Op Trees for Travel kun je kijken hoeveel CO2 je uitstoot door een vlucht (en deze eventueel compenseren). Om een idee te geven, voor een retourtje London moet een boom in de tropen 66,5 jaar groeien. Voor een trip heen en terug naar de VS is dat ongeveer 660,5 jaren. Do the math…

Laatst moest ik ‘noodgedwongen’ (jammer dat je op de fiets niet overal kunt komen helaas) kiezen voor luchtvervoer. Tot mijn verrassing kreeg ik een e-ticket verzonden naar mijn telefoon. Daarin stonden alle belangrijke gegevens zoals vertrektijden en gatenummers vermeld. Daarnaast was er ook een digitale barcode. Hierdoor hoefde ik niets uit te printen. Bij het inchecken en douane, hoefde ik alleen mijn paspoort te laten zien en mijn telefoon (met op het scherm de barcode) door een scanner te halen. Ik kon meteen doorlopen. Als je nadenkt is dit alles erg 21. eeuw eigenlijk en niet meer slechts scenes uit een film.

Per jaar alleen al op Schiphol passeren er 45 miljoen reizigers. Dan is deze digitale instapkaart op je telefoon ten opzichte van de papieren voorganger toch nog een duurzaam randje van een onduurzaam gebeuren. De vraag die bij me opkomt, is hoe we in deze steeds meer globaliserende wereld onze (toenemende) mobiliteit kunnen verduurzamen? De auto-industrie is volop bezig met het ontwikkelen van hybride technieken, waarbij zelfs grote merken als BMW, Mercedes en Audi aan mee doen. Laatst was er in het nieuws te lezen dat er ook grote luchtvaartmaatschappijen bezig zijn met het terugdringen van de CO2 uitstoot, veroorzaakt door vliegverkeer. Ik zal daar eens in gaan duiken, misschien wel interessant voor mijn volgende post.

In het kader van het verbeteren van de luchtkwaliteit rijden er door het centrum van mijn stad ‘s-Hertogenbosch nu alleen nog maar electrische bussen. De zogenaamde ‘220 Xpress’. Een aangename vergroening van de binnenstad, die hopelijk snel wordt uitgebreid naar alle wijken van de gemeente.

Nu ik deze blog aan het schrijven ben, moet ik denken aan een presentatie die ik hield op de middelbare school over de ‘magneetzweeftrein’. Het was toen een blik naar te toekomst. Nu een uitgesteld verlangen…

***

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, abortus, ambtenaren, amerika, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

maandag, 2 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Gas- en elektriciteitsverbruik december 2011

In energieverbruik, persoonlijk, 2011, elektriciteitsverbruik, gasverbruik, graaddagen, huis, schiedam, waterverbruik, en meer.

Een nieuwe maand, een nieuw jaar, dus tijd voor een overzicht van ons gas- en elektriciteitsverbruik in december 2011. En na de algemenere terugblik op 2011 tijd om ons energieverbruik over heel 2011 te bekijken. Ook al heb ik twee maanden geleden de jaarrekening ontvangen, kalenderjaren zijn naar mijn mening toch het makkelijkst te vergelijken. Eerst maar eens een blik op december. Hier vind je een volledig overzicht van onze energiebesparende maatregelen.

Gas- en elektriciteitsverbruik december

December was weinig zonnig, dus veel plezier van de zonneboiler hebben we deze maand niet gehad. Dat geeft niet en was te verwachten. Ons gasverbruik was met 137 kubieke meter aardgas ruim 80 kubieke meter lager dan in 2010. Een besparing die volledig toe te schrijven is aan het warmere weer. Per gewogen graaddag is ons gasverbruik in december 2011 gelijk aan december 2010.

Ons elektriciteitsverbruik lag met 316 kWh hoger dan in 2010. Waarbij ongetwijfeld zal meespelen dat we dit jaar vaker thuis zijn geweest en vorig jaar december nog niet alle apparatuur geïnstalleerd en in gebruik was. Het elektriciteitsverbruik wordt wel het volgende aandachtspunt, want we hebben behoorlijk wat oude apparatuur staan die stroom ‘vreet’.

Gas & elektriciteitsverbruik 2011

Nu 2011 is afgelopen is het ook tijd om de balans op te maken van een jaar energieverbruik. In onderstaande tabel zie je ons gas-, elektriciteits- en waterverbruik per maand. Zoals je kunt zien was ons gasverbruik in december behoorlijk hoger dan november, maar met 0,37 kubieke meter per graaddag was het gasverbruik vergelijkbaar met het gasverbruik in januari en februari. Voor heel 2011 zijn we op een gasverbruik van 676 kubieke meter uitgekomen. Deels door het warmere weer, deels door de investeringen in energiebesparende maatregelen in ons huis. Het gasverbruik was in 2010 namelijk 0,60 kubieke meter per graaddag en is nu 0,27. Dat is dus een halvering van ons gasverbruik en bijna 50% minder dan de 1.313 m3 die Mindergas.nl als gemiddeld gasverbruik voor een tussenwoning noemt. Het is ook beter dan de 1.123 m3 aardgas dat de site Duurzame Buren als gemiddeld gasverbruik van haar leden noemt.

Ons elektricitietsverbruik ligt voor 2011 net onder de 3000 kWh. Ongeveer 15% lager dan het gemiddelde elektriciteitsverbruik van een Nederlands gezin (dat volgens mij rond de 3.500 kWh ligt), het is ook nog net beter dan het gemiddele elektriciteitsverbruik van 3.123 kWh van de leden van Duurzame Buren.

Naar mijn mening is ons elektriciteitsverbruik nog te hoog, dus dat wordt een aandachtspunt voor de komende jaren. Over het waterverbruik kan ik weinig zinnigs zeggen. Gemiddel zitten we op ongeveer rond de 10 kubieke meter per maand. In de eerste 4 maanden van het jaar zaten we op 12 kubieke meter per maand, inmiddels op 9 kubieke meter. Ik ben dus vooral benieuwd of we in 2012 rond de 9 kubieke meter per maand weten te blijven.

Maand Gas Verbruik / graaddag Elektra Water
januari 2011 183 0,38 111 12
februari 2011 152 0,38 263 12
maart 2011 69 0,19 240 12
april 2011 13 0,10 235 13
mei 2011 2 0,02 237 9
juni 2011 4 0,07 213 9
juli 2011 4 0,08 237 8
augustus 2011 3 0,10 274 9
september 2011 7 0,13 221 7
oktober 2011 32 0,18 288 8
november 2011 69 0,22 262 10
december 2011 137 0,37 316 8
Totaal 2011 676 0,27 2.897 117

Daling verbruik op jaarbasis

In de tabel hieronder kun je de daling van ons gas, water en elektriciteitsverbruik per jaar zien. De getoonde verbruiken zijn het verbruik in het jaar tot en met de genoemde maand. December 2011 laat dus het verbruik van januari 2011 tot en met december 2011 zien. Janauri 2011 laat het verbruik van februari 2010 tot en met januri 2011 zien. Zoals je ziet daalt ons gas en elektriciteitsverbruik gestaag door plaatsing van de nieuwe CV ketel en zonneboiler. Ik verwacht dat het gasverbruik per graaddag rond de 0,27 kubieke meter per graaddag blijft. Het elektriciteitsverbruik zal nog iets oplopen verwacht ik tot 3.000 kWh per jaar. Het waterverbruik zal weinig veranderen, tenzij onze kleine dame vaker in bad gaat willen.

Maand Gas Gas / graaddag Elektriciteit Water
januari 2011 1631 0,52 5432 167
februari 2011 1485 0,49 5128 165
maart 2011 1338 0,44 4802 162
april 2011 1228 0,41 4470 161
mei 2011 1114 0,38 4140 155
juni 2011 1086 0,37 3787 149
juli 2011 1085 0,37 3457 143
augustus 2011 1069 0,36 3164 137
september 2011 1017 0,35 2819 130
oktober 2011 919 0,32 2540 123
november 2011 762 0,27 2691 121
december 2011 676 0,27 2897 117

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Marcel van Roosmalen – Geef me nog twee dagen (Hard Gras 78)

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, hard gras, lezen, marcel van roosmalen, vitesse, voetbal, en meer.

Hard Gras 78Marcel van Roosmalen – Geef me nog twee dagen (Hard Gras 78)

Ik had me voorgenomen dit jaar slechts dikke boeken te lezen. Een pagina of 300 is toch wel het minimum. Maar dan valt de laatste aflevering van Hard Gras in de bus. Marcel van Roosmalen, geweldige schrijver, had precies gedaan wat velen hoopten. Schrijven over Vitesse. En wat kun je je als volger nu meer wensen dan een jaar bij een club als Vitesse.

In 2006 verscheen ‘Je hebt het niet van mij’, deel 48 van Hard Gras, waarin hij voor het eerst zijn clubje volgt. Ontluisterend. Een profclub waar dingen gebeuren waar een amateurclub zich voor zou schamen. In deel 66 volgt deel twee. Nog steeds goed, maar minder origineel. Kan ook niet anders. Daarmee zou het klaar moeten zijn, het Swiebertje effect moest vermeden worden.

Maar dan staat er ineens een Georgische zakenman in Arnhem die de club gekocht blijkt te hebben en binnen drie jaar kampioen van Nederland wil zijn en Europa in wil met de club. Natuurlijk moet er dan een nieuw boek komen. En wie kun je dan beter vragen dan van Roosmalen?

Toch heeft het ook een nadeel: men kent de schrijver ondertussen goed bij de club. Hij kan niet meer zo ongestoord zijn gang gaan als de eerste keer. Er gebeurt tegelijkertijd zo veel, dat het voor een eenzame observator bijna onmogelijk is om alles mee te krijgen. Toch is ook deze uitgave van Hard Gras weer geslaagd. Het was bij vlagen ook hilarisch wat er allemaal gebeurde. Daar hoef je als schrijver geen draai aan te geven, geen interpretatie op los te laten. Gewoon opschrijven wat je ziet is genoeg voor schitterende momenten voor de lezer.

Ik heb dan ook weer volop genoten van de hoofdpersonen in dit boek. De megalomane Jordania, de losgeslagen van Leeuwen, de onervaren Ferrer en de vele werknemers die niet wisten wat ze overkwam.

Citaat: “Ik zou liegen als ik zeg dat een transfer naar Vitesse een droom was. Ik kende deze club amper, maar het verhaal en de ambities klonken goed. Het leek me een mooi opstapje naar de Premier League.” (p.96)

Nummer: 11-021
Titel: Hard Gras 78. Geef me nog twee dagen.
Auteur: Marcel van Roosmalen
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 112 (6527)
Categorie: Sport (Voetbal)
ISBN: 978-90-713-5944-6

Meer Hard Gras:

73 72 71 70 69 68 67 66 65 64 63 62 61 60 59 58 57 56 55 54 53 52 51 50 49 48 47 46 45 44 43 42 41 40 39 38 37 36 35 34 33 31 30 29 28 27 26 25 24 23 22 21 20

Meer van Roosmalen:
Torpedo 1
Op pad met Pim
De Pimmels
Zijn blog
Columns in NRC next
Twitter


zondag, 1 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelukkig nieuwjaar!

Allereerst wens ik jullie allemaal een gelukkig nieuwjaar.

Zoals ik vorig jaar al schreef, recycle ik mijn goede voornemens ieder jaar. Ook dit jaar moet ik daar natuurlijk een paar keer over bloggen, zodat ik ze daarna rustig kan vergeten en tenminste ook nog wat te schrijven heb in 2013.

Het afgelopen jaar was best aardig. Aanvankelijk moest ik nog een beetje zoeken naar waar ik mijn leven mee op moest vullen toen de zoektocht naar werk weggevallen was, maar inmiddels heb ik mijn draai wel gevonden. Mijn contract is verlengd en het gaat goed tussen mij en K. Dat geeft me rust genoeg om niet meer constant bezig te zijn met wat ik nu verder met mijn leven moet.

Eindelijk beginnen met vioollessen was leuk, ook al is het een van de moeilijkere instrumenten om te leren bespelen. Ik hou van de uitdaging en het geeft veel voldoening om te merken dat ik nu relatief makkelijk dingen kan spelen waar ik een half jaar geleden alleen maar moedeloos naar kon staren.

Daarnaast ben ik naar Frankfurt (Oder) geweest voor de Summer Uni, Groen Zomerweekend in Nieuwpoort en naar Parijs voor het EGP congres, waar ik heel even kon ontspannen en in een wereld zijn zonder rare figuren die voor kernenergie zijn of de gulden terug willen. Met K heb ik twee dagen door Parijs gestruind na het EGP-congres en voor de Summer Uni heb ik nog een dagje Berlijn gedaan.

Bijzonder was ook het huwelijk van Anne en Michiel, die ik allebei al kende voor ze een stelletje werden. Tien jaar geleden had ik nooit gedacht dat die twee nu getrouwd zouden zijn. Ik hoop dat ze het nog heel lang volhouden samen.

Minder leuk dit jaar vond ik het vooral op politiek vlak. Voor GroenLinks was het niet het beste jaar en dat terwijl ik juist behoefte heb aan een sterke partij die goed tegen de idiote plannen van dit rampenkabinet in kan gaan. Waar ik aanvankelijk dacht dat stabiliteit onder een rechts kabinet misschien nog niet zo erg was, heb ik me blijkbaar erg vergist. Waar ik het aanvankelijk leuk vond om me bezig te houden met politiek, is alle plezier hierdoor wel verdwenen. Er is niets om optimistisch over te zijn zolang dat Haagse tuig van de PVVD aan hun zetels plakt. Iedere dag dat ik me er druk om maak heb ik hoofdpijn en word ik overspoeld door gevoelens van wanhoop en afkeer. Ik word er geen leuker mens van. 

Mijn goede voornemens voor 2012 zijn daarom dan ook om me minder druk te maken over de samenleving en me bezig te houden met wat wél leuk is. Ik kan een bijdrage leveren aan een sterkere partij, maar ik kan de wereld niet eigenhandig veranderen. Ik moet tot op zekere hoogte loslaten wat er gebeurt, voor ik helemaal niets meer met de wereld te maken wil hebben.

In 2012 wil ik meer tijd voor mezelf, voor K, en voor vrienden die ik veel te weinig zie. Ik wil meer lezen, vaker naar het toneel of een goede film, nieuwe muziek leren kennen en mijn museumjaarkaart weer eens afstoffen. Ik wil over een jaar echte klassieke stukken kunnen spelen op mijn viool, in plaats van kerstliedjes en dergelijke. Als de wereld niet te veranderen valt, kan ik niet meer doen dan mijn eigen wereld leuker maken.


vrijdag, 30 december 2011

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Bij de politie

Notities, rapporten, de veiligheidsmonitor, als raadslid is het eigenlijk altijd zo dat je van alles krijgt aangereikt maar eigenlijk alleen maar op papier, of, zoals gelukkig steeds vaker voorkomt, niet op papier maar als digitaal bestand. Hetgeen dan weer mooi aansluit bij het papierloos werken. Maar wat we ook lezen, wat in de praktijk gebeurt proeven we nooit. Wil je dat wel, dan moet je de boer op. En dat doen we te weinig. We praten natuurlijk wel met veel mensen, maar hoe iets echt in de praktijk uitpakt zien we eigenlijk nooit. Dat ligt natuurlijk aan het raadslid zelf. Zo was ik nog nooit echt met de Politie op pad geweest. Dinsdag 27 december was het zover. Een middag/avond-dienst meedraaien met de Politie in Leek, met de wijkagent Martin Tillema op pad.

Jeugd- en jongerenwerk
Vooraf waren we tot de keuze voor de 27e gekomen vanwege de schoolvakanties en het vuurwerk. Het illegale spul dan wel te verstaan, de verkoop van het reguliere goedje is immers pas vanaf de 29e.  Daarnaast lag de nadruk op de jeugd. Leek kende redelijk wat onrustige jaren, van urinerende jeugd bij de Hema, samenscholing in en buiten de Liekeblom tot “gezellige” samenkomsten op Sintmaheerd en het parkeerterrein bij Nienoord. En natuurlijk voorheen het B-cafe, onderdeel van De Oude Ulo, het jongerenwerk, wat later verplaatst is naar de nieuwbouw Punt1. In 2003 bestonden er zelfs nog plannen voor Jongerenplekken, de JOP’s, een initiatief van de PvdA wat zo jammerlijk sneuvelde door een hoog “Not In My BackYard” gehalte bij een inderhaast opgetrommelde groep tegenstanders. Al met al reden genoeg voor mij om nu eens te kijken of er nog jeugdproblematiek was en zo ja op welk terrein.

Redelijk rustig
In mijn beleving is het al weer heel lang rustig wanneer het om jongeren gaat. Ik hoor of zie nauwelijks nog meer iets van ongewenste samenscholingen. Af en toe hoor je nog iets van vernielingen, maar of dat nou specifiek aan jongerenoverlast is toe te schrijven waag ik te betwijfelen. Tijdens de surveillance tijdens “mijn dienst” gebeurde er helemaal niets. Geen oproepen over de portofoon, geen meldingen, maar ook nagenoeg geen jongeren op straat. Ja, enkelen, op een bankje bij de Hema en de C1000. Maar slechts 2 of 3 jongeren, en dat kan je toch geen samenscholing noemen, om van overlast maar helemaal te zwijgen.

Vuurwapencontrole
Het beloofde dus een saaie avond te gaan worden. Tenminste, dat dacht ik. Martin Tillema had nog wat een petto: vuurwapencontrole. Na het drama in Alphen a/d Rijn is er door het justitieel apparaat hoog in gezet op o.a. de controle op vergunningen. De details laat ik buiten beschouwing, maar het was goed om te zien hoe dit is opgepakt door de Politie in Leek. Een dergelijke controle een keer meemaken was eigenlijk uitzonderlijk en het laat mooi zien hoe divers de Politietaken zijn. Een dergelijke controle is natuurlijk heel formeel, maar om te zien hoe hartelijk en informeel de Politie ontvangen wordt door de burger is best wel bijzonder.

Drugsoverlast
Waar je tijdens zo’n “rustige” dienst ook tijd voor hebt is eens echt kennis te nemen van wat dan wel problemen zijn die we ons moeten aantrekken wanneer het om de jeugd gaat: Drugs. En dan heb je het niet alleen over de gebruiker maar ook over de verkoper, de dealers. De criminaliteit die rond het onderwerp hangt maakt het dat we hier nog meer en vooral preventief op moeten inzetten. Naast preventie, waaronder samenwerking tussen scholen, politie en gemeente, moeten er echt programma’s komen waardoor dealers echt aangepakt en opgepakt kunnen worden. Als gemeenteraad kun je dat niet van je af laten glijden, juist in een tijd van bezuinigen zal hiervoor extra aandacht moeten komen. We moeten vol blijven inzetten op deze vorm van jongerenproblematiek.

Huisvesting Polen
Een heel ander aandachtspunt tijdens mijn werkbezoek was de huisvesting van Polen. Als raadslid ben ik uiteraard op de hoogte van panden in gemeentelijk bezit als voormalig Hotel Leek. Maar wat speelt er nog meer? En gaat het alleen om werkende Polen, of is er ook sprake van werkelozen die hier wonen?

Nieuwe wijkagent
Binnenkort is er weer genoeg te bespreken in het overleg tussen fractie en steunfractie, maar het zal duidelijk zijn dat het niet blijft bij alleen een verslag van dit werkbezoek. Martin Tillema vertrekt als wijkagent. Hij gaat naar de stad, en ik wens hem daar heel veel succes. Helaas blijft het bij deze ene keer, in gesprek met Martin. Ik heb het als zeer aangenaam ervaren. En voor de stad… jullie krijgen er een prima agent bij! De vervanger van Martin is ook al bekend, Gerrit Faber, nu nog werkzaam in Grootegast maar vanaf Januari in Leek. Ik ga zeer zeker een keer op de koffie bij hem. En het blijft niet bij die ene keer.

Mijn bezoek aan de Politie is waardevol gebleken en ik ben vast van plan om het onderdeel te laten zijn van mijn raadswerk. Een aanrader voor alle raadsleden trouwens.

dinsdag, 27 december 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Verlichting, een terugblik en nieuwjaarswens

Het viel niet mee dit jaar om, tegen alle mismoedige gebeurtenissen en de negatieve berichtgeving in, te blijven ervaren dat deze donkere tijden van heel tijdelijke aard zijn; de echte duisternis hebben we al gehad. We zijn in transitie. We leven in een Tussentijd. Nu komt alles wat voorheen verborgen kon blijven aan het licht. Dat geeft een ontluisterend beeld van de werkelijkheid, maar met de onmiddellijke mogelijkheid om die informatie te gebruiken een andere lichtere werkelijkheid te creëren.

Met de opstand die in Tunesië begon is een licht ontstoken dat zich als een lopend vuurtje over de wereld heeft verspreid. Het blijkt dat dat zich niet eenvoudig laat doven en het heeft zeker niet alleen woede en verontwaardiging teweeg gebracht. Ook heel veel vreugde. Zoals op één van de Occupy-bijeenkomsten een jonge man vertelde hoe gelukkig hij er van werd om met zoveel gelijkgestemden te zijn en dat hij merkte dat die lichtheid aanstekelijk werkte naar zijn omgeving.

Die verandering, of liever transformatie, wordt op bijzondere wijze beschreven in hét boek van 2012 – mind my words! - 'This is the And' van vader en zoon van Doorn.

Een boek dat de totaal andere kant belicht van de zogenaamde crisis en daarmee een nieuw licht werpt op de gebeurtenissen.

 

Een persoonlijk succes waar ik op terug kijk is dat het me gelukt is vele kilo's lichter te worden dit jaar. Dat wens ik ieder toe. Net zoals van andere zaken waar je voldoende, genoeg of teveel van hebt: Doe Het Weg!

Van alle dingen die ik ondernomen heb in 2012 – en dat zijn er vele! - is schrijven een 'kunst in wording' waar ik steeds meer van geniet; het valt me steeds lichter om op papier te krijgen wat ik wil zeggen en ik krijg er een beetje zo'n zelfde gevoel bij als ik zing; het tilt me op.

De vrijdag vóór Kerstavond was ik in de Duif, een mooie kerk aan de Prinsengracht in Amsterdam. Daar hield Jan Kortie zijn maandelijkse mantra-zingen. Met 450 mensen zongen we eenvoudige melodieën, zoveel stemmig als we wilden, zacht en luid, met overgave, zolang als we adem hadden en daarna klonken lange, diepe stiltes.

Toen ik weer buiten liep, in de druilerige regen, voelde ik me compleet verlicht!

 

Laten we 2012 uitroepen tot het Jaar van het Overvloedige Licht!

Lichtvoetig en luchthartig. Sluit je ook aan bij de Orde van Vuurtorens en Zwaailichten

“Zullen we de Nederlandse Vereniging tot Verlenging van het Daglicht oprichten?", stelde een collega mij voor na de blijde boodschap dat we op 18 december de langste nacht weer achter ons gelaten hebben. Ik ondersteun dit initiatief van harte.

Een ander plan voor 2012 waarover ik nadenk is om mijn huiskamer open te stellen voor een maandelijkse meditatiebijeenkomst in het kader van Stadsverlichting, zoals begonnen door Kris en Tijn Touber.

En als er voldoende belangstelling is begin ik vanaf februari met 4 bijeenkomsten 'Mediteren kan je leren', in Het Pakhuus in St. Annaparochie. Volgens mij willen veel meer mensen wat lichter leven en meditatie kan daarbij helpen.

 

Terwijl ik dit schrijf - de 40ste column van dit jaar! - gloeit prachtig winterlicht over de weilanden; het gras licht fel op en het doet de omgeploegde vette klei glanzen. Voor mij is het mooiste woord van 2011 strijklicht.

 

Kortom, ik wens ons allen voor 2012 licht in alle mogelijke vormen en... veel daarvan!

 

Ineke M. Verdoner, Lichtdrager

 

Intervieuw op 29.10 bij de start van Occupy Leeuwarden

This is the And

Stadsverlichting

Mediteren kan je leren een introductiecursus

Zingen met Jan Kortie

Madonna met Ray of Light

Dance into the Light door Phil Collins

vrijdag, 23 december 2011

John Jorna

John Jorna

De politie trainigsmissie in Kunduz

KERSTMIS IN KUNDUZ

Er gaat het verhaal, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog ergens aan het front in België Duitse en Geallieerde soldaten gezamenlijk kerstliederen zongen, ieder in de eigen loopgraaf. De wapens zwegen een moment. Of in Afghanistan de vijandelijkheden ook gestaakt gaan worden valt te betwijfelen. Net als dezer dagen in Irak kun je van alles verwachten.

Ik was afgelopen woensdagavond in de Jaarbeurs in Utrecht, waar Mariko Peters het GroenLinks standpunt over de politiemissie in Kunduz met de achterban wilde bespreken. Zoals te verwachten waren vooral tegenstanders komen opdagen. Daar is niets verkeerds aan, want luisteren naar elkaars standpunten en de argumenten daarvoor is altijd leerzaam. Als je tenminste wilt luisteren.

Ik ging er naar toe omdat ik mij voortdurend erger over de manier waarop een karikatuur van het GroenLinks standpunt wordt gemaakt. Het is een civiele missie en dus mogen die agenten alleen het verkeer regelen of wildplassers bekeuren. Wie zich beter laat informeren weet, dat ze ook leren roadblocks in te richten en te bemannen, leren te patrouilleren in vijandige buurten en leren hoe mensen te fouilleren. Mariko zag als voornaamste taak voor de politie om voor meer veiligheid te zorgen. Daarbij gaat het de burgers zeker niet op de eerste plaats om het bestrijden van de Taliban, maar meer om het tegengaan van corruptie, afpersing en andere vormen van criminaliteit en het handhaven van de openbare orde. Daarvan hebben de mensen veel meer last als van de Taliban. Bij de training wordt ook aandacht besteed aan Mensenrechten, maar je moet niet verwachten, dat een vrouwonvriendelijke samenleving spoorslags kan veranderen. En dacht ik, wat gebeurt hier allemaal achter de voordeur? De blijf-van-mijn-lijfhuizen zijn er niet voor niets.

De discussie draaide echter vooral om de aanpak. Iedereen weet, dat alle geweld nooit een echte oplossing voor de tegenstellingen in Afghanistan kan brengen. Velen zijn voorstander van een vorm van bemiddeling, waarbij het tot onderhandelen met de Taliban zou moeten komen. Af en toe lees je over pogingen in die richting. Er zouden ook gematigde Taliban zijn, waarmee best te praten valt. De zogenaamde Talibanonderhandelaar bleek een oplichter. Maar wat zou het mooi zijn. Ik verwacht er niet veel van. De Taliban weten, dat de NAVO na 2014 vertrokken zal zijn. Ze zeggen: “De Amerikanen hebben die dure horloges, maar wij hebben de tijd!”. Straks brengen we heel Afghanistan weer onder controle. Eerlijk gezegd verwacht ik niet, dat al die warlords met hun stammen tot eendrachtig verzet zullen weten te komen. De Afghanen weten het ook. Wie geld heeft verlaat het land of bereidt zijn vertrek voor. Waarom zouden de Taliban gaan onderhandelen? Pas als zeer veel mensen hebben leren lezen en schrijven en weten, dat het ook anders kan, kun je verwachten, dat er een mentaliteitsverandering gaat optreden.

Mijn conclusie is dan ook, dat de kans op vrede in Afghanistan op korte termijn zeer klein is. De politie trainingsmissie is een nuttig initiatief, dat verdient te worden voortgezet. Uitbreiding naar andere gebieden lijkt mij mogelijk. Opleiden van grenspolitie is moeilijk binnen onze voorwaarden. Grensbewaking is een taak voor militairen. Een goede grenspolitie is wenselijk om de opiumhandel tegen te gaan en de import van wapens en munitie te verhinderen, maar dat lijkt mij geen taak voor de eenvoudige mannen, die nu getraind worden. Intussen zouden vredesorganisaties kunnen onderzoeken of ze ergens in Afghanistan aan de slag kunnen gaan. Waar nodig verdienen zulke initiatieven steun van onze regering. En breng ontwikkeling, want dat is de voornaamste voorwaarde voor verandering op langere termijn.

Jaargang 4, Nr. 194.

zaterdag, 17 december 2011

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

Schoolvoorbeelden van monumenten in Leiden

Voormalige MSG aan de Dieperpoellaan

Leiden is trots op haar monumenten en er komen er steeds meer bij. Dat is mooi, het Leids cultureel erfgoed is één van de belangrijkste kwaliteiten van de stad. Gelukkig staan er inmiddels ook veel gebouwen uit de 20e eeuw op de lijst van gemeentelijke monumenten. Maar gebouwen uit de wederopbouw periode worden nog te weinig op waarde geschat. Een aangenomen motie van GroenLinks probeert hier wat aan te doen. Het belangrijkst is echter dat de gemeente Leiden zich beseft dat ook naoorlogse gebouwen, mooi of lelijk, onderdeel kunnen uitmaken van de Leidse cultuurhistorie.

Dinsdag 13 december meldde wethouder Jan-Jaap de Haan (Cultuur) trots dat drie bestaande Leidse schoolgebouwen de status hebben gekregen van beschermd gemeentelijk monument: Het Bonaventura College aan de Mariënpoelstraat, het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat en het ROC ID College aan de Groenhazengracht. “Met hun bijzondere baksteenarchitectuur, allerlei decoratieve details en zelfs een oude kapel zijn de kersverse gemeentelijke monumenten een waardevolle toevoeging aan de mooie lijst van al bestaande Leidse monumenten. Verleden en toekomst zijn in deze Leidse schoolgebouwen verenigd.” zegt Jan-Jaap de Haan in het persbericht.

Bonaventura College, Mariënpoelstraat

Dat deze drie scholen de monumentenstatus hebben gekregen is te danken aan het zeer volledige rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 1: 1800 – 1940. Het rapport is geschreven voor de Unit Monumenten en Archeologie Leiden, door Yteke Spoelstra, een architectuurhistorica die onder andere gespecialiseerd is in scholenbouw.

Net als stations, musea, ziekenhuizen, overheidsgebouwen en andere [semi]openbare grote publieke gebouwen kennen scholen vaak een bijzondere architectuur. Schoolgebouwen zijn cultuurhistorisch van groot belang omdat in de architectuur meestal naast de typische architectonische kenmerken ook de onderwijsopvattingen uit die tijd goed afleesbaar zijn.

ROC ID College aan de Groenhazengracht

Daarom vormen scholen een belangrijk onderdeel van ons cultuurhistorisch erfgoed. Vroeger dacht men daar helaas anders over. Aan het einde van het rapport is een lijst opgenomen van alle gebouwde scholen uit de periode 1800 – 1940. Helaas is een groot deel daarvan gesloopt. Veel van de scholen die er nog wel staan zijn inmiddels aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument. Daar komen er dus nu drie bij en dat is mooi.

Maar er is ook reden tot zorg. Dezelfde auteur, Yteke Spoelstra, schreef nog een rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 2: 1945-1965. Ook dit is weer een zeer volledig overzicht, nu van alle gebouwde Leidse scholen uit de wederopbouw periode. Ook deze scholen geven een goed beeld van de architectuur en de onderwijsopvattingen uit die tijd. Veel van ons hebben in deze schoolgebouwen les gehad. Er is zelfs een grote kans dat onze kinderen er nu nog op school zitten. Ook in dit tweede rapport staat aan het eind een overzicht van alle scholen. Een aantal is inmiddels gesloopt maar heel veel scholen staan er nog steeds. Alleen is nu opvallend is dat geen van deze scholen een monumentenstatus heeft. En dit is reden tot zorg. Het lijkt erop dat de gemeente de cultuurhistorische waarde van een aantal scholen uit de wederopbouw nog niet inziet en de gebouwen makkelijk laat slopen wanneer nieuwe ontwikkelingen op de locatie gewenst zijn.

Vlakbij het nieuwe monument het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat staan twee naoorlogse scholen op de nominatie om gesloopt te worden. De voormalige Middelbare Meisjes School Sint Agnes van de Rooms-katholieke Zusters der Liefde aan de Eijmerspoelstraat en de voormalige Mathesis Scientiarum Genitrix (MSG) aan de Dieperpoellaan. Deze twee scholen moeten wijken voor de herontwikkeling van de locatie Dieperhout. Er is duidelijk nooit een poging gedaan om deze twee scholen te behouden of te hergebruiken. Dat is vreemd want in het scholen-rapport wordt het volgende gezegd over het Agnes: “Dit fraaie exemplaar uit 1965/1966 is ontworpen door het Leidse architectenbureau Van Oerle, Schrama en Bos. De ruime groenstrook voor de school aan de Kagerstraat maakt dat het een beeldbepalend gebouw in de buurt is…“ en over de MTS: “De school, die in 1964 ontworpen is door het bekende architectenbureau Jan Lucas en Henk Niemeyer is in 1966 in gebruik genomen. Minister Diepenhorst opende het gebouw dat vier miljoen gulden heeft gekost….. Het gebouw is gaaf zowel in hoofdvorm als in detail en is exemplarisch voor schoolgebouwen voor het technische onderwijs uit de jaren zestig”.

Agnes College, Eijmerspoelstraat, Schrama en Bos, 1965

Het is tragisch dat ondanks bovenstaande kwalificaties de gemeente, tegen het advies van de Leidse monumentenselectiecommissie in, besloten heeft de twee scholen niet aan te wijzen als gemeentelijk monument maar ze te slopen. Blijkbaar gaat het monumentenbewustzijn van de gemeente nog niet veel verder dan tot de Tweede Wereldoorlog. Dit is volkomen onterecht. Ook naoorlogse gebouwen maken onderdeel uit van het Leidse cultuurhistorische erfgoed en verdienen soms een monumentenstatus.

Gelukkig is in september een motie van GroenLinks in de gemeenteraad aangenomen die het college verzoekt om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de stad waarbij sloop van bestaande gebouwen aan de orde is, altijd de Monumentenselectiecommissie te consulteren over de waarde van eventueel aanwezig cultureel erfgoed. Ook verzoekt de motie het college altijd een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van hergebruik van een gebouw wanneer dit gebouw door de monumentenselectiecommissie is voorgedragen voor voorlopige aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument.

Mathesis Scientiarum Genitrix, Dieperpoellaan, Lucas en Niemeyer, 1966

Helaas zal de motie de twee scholen op de Dieperhout-locatie niet van de slopershamer redden. Daarvoor zijn de plannen al te ver gevorderd. Maar er is nog hoop. Gezien de huidige crisis op de woningmarkt is het niet heel waarschijnlijk dat met name voor de MSG-locatie snel een ontwikkelaar gevonden zal worden. Misschien komt hergebruik dan weer in beeld en worden het Agnes en de MSG alsnog als gemeentelijk monument vermeld  op de lijst van scholen, in het nog te schrijven scholen-rapport Deel 3,


vrijdag, 16 december 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur”

In de linker wang, d66, marcel duyvestijn, pvda, thijs kleinpaste, agenda, ajax, amsterdam, apeldoorn, en meer.

Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn zijn geen ‘verlichtingsfundamentalisten’

‘Geloven is ook maar een mening’ (de Volkskrant, 7 maart 2011), ‘De gelovige geniet teveel privileges’ (de Volkskrant, 20 juli 2011), de oneliners in artikelen van het duo Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn liegen er niet om. Maar ‘verlichtingsfundamentalisten’, zoals ze soms genoemd worden, dat zijn ze niet: “Wij willen de debat, wij eisen niks!” Wat drijft de heren om het debat over religie zo aan te zwengelen?

“Wat er zo fascinerend is aan religie? Dat het twee gezichten heeft: aan de ene kant is er het lieve en vredige gezicht van religie, aan de andere kant is er iets boosaardigs. Het is een soort Januskop”, zegt Thijs Kleinpaste (22), D66-raadslid in Amsterdam Centrum. Marcel Duyvestijn (41), publicist, columnist en ‘liefdevol lid’ van de PvdA, knikt. “Aan de ene kant is er pracht en praal, maar aan de andere kant kan het ook heel verstikkend zijn.” Zelf zijn de heren niet gelovig, maar ze noemen zichzelf ook geen atheïsten. Humanisten, misschien, al houden ze beiden niet zo van labeltjes.
Maar waar is de fascinatie voor religie, en de neiging om haar invloed te willen inperken vandaan gekomen? Beide heren stellen in ieder geval niet gefrustreerd te zijn. “Ik ben wel eens verliefd geweest op een moslima, maar dat werd niets omdat het niet mocht van Allah”, zegt Duyvestijn, “maar daar heb ik geen trauma aan over gehouden, hoor.” Ook Kleinpaste zegt niet gekneveld te zijn geweest. “Ik kom uit Apeldoorn, het randje van de Bible Belt, waar de SGP 2 zetels heeft en de ChristenUnie 3, maar dat is verder niet bepaald traumatisch”.

Maar wat triggert ze dan wel? Uit het gesprek blijkt dat de heren vooral voor rechtvaardigheid strijden. “Het is gewoonweg niet eerlijk”, zegt Kleinpaste, “dat je, als je je kind naar een religieuze school wilt sturen die 20 kilometer weg is, geld krijgt van de overheid, maar als je ditzelfde wilt doen omdat het een goede school is, dan mag het niet.” Duyvestijn is het hiermee eens: “Geloven is ook maar een mening, laten we er niet meer van maken dan het is”.

Mening of DNA
Toen begin dit jaar een artikel in de Volkskrant verscheen waarvan de strekking ‘Geloven is ook maar een mening’ was, deed dit veel stof opwaaien. Vanuit verschillende kanten klonk commentaar. Niet alleen het Reformatorisch Dagblad en de SGP-Jongeren waren negatief, ook progressieven klommen in de pen. “Ach, het is natuurlijk ook een beetje provocatief gesteld”, zeg Duyvestijn, “maar denk eens rustig na: als geloven geen mening is, dan zeg je dus dat het is aangeboren, dat het in je DNA zit ingebakken, dat is niet zo, toch?” Natuurlijk snappen de heren wel dat religie voor mensen persoonlijk meer is dan een mening, “tuurlijk weten we dat geloven meer waard is dan of je voor Ajax of Feyenoord bent”. Daar heeft de overheid echter niets mee te maken. “De overheid moet religie niet anders behandelen dan bijvoorbeeld de sociaaldemocratie. Als het door mensen is bedacht en opgeschreven is het een overtuing. Die moet je gelijk behandelen.”

Om erachter te komen wat de intenties van gelovigen zelf zijn, hebben Kleinpaste en Duyvestijn afgelopen zomer gesprekken gevoerd met religieuze mensen, “van christenen tot Ahmed Marcouch”. Dit was interessant en leerzaam. Duyvestijn: “Wat mij opvalt is dat heel veel mensen heel bewust met hun religie bezig zijn. Hugo Scherff (lijsttrekker ChristenUnie Amsterdam, red.) noemde de discussie rondom religie voor een gedeelte hersengymnastiek. Dat is interessant.” Naast christenen bezochten de heren ook moslims. Ze bemerkten grote verschillen. “Algemeen gesteld zie je dat christenen meer intellectueel met hun religie omgaan, doordenkers, maar bij moslims is het nog vaker ‘het staat in de Koran, dus is het zo’.” Dit komt volgens de heren doordat de islam (nog) niet door een Reformatie of een Verlichting heen is gegaan. Wel geloven ze dat er iets kan gebeuren. Initiatieven als de Final Fatwa van Tofik Dibi, die opriep tot zelf nadenken, zagen de heren als iets positiefs. “Mensen als Ayaan Hirshi Ali, Ahmed Marcouch of Tofik Dibi zijn heel belangrijk”, vindt Kleinpaste.

“Denk zelf” is een boodschap die Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn graag aan de (religieuze) mens wil meegeven: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur. De mens maakt zelf de keuze.” Zeker als het gaat om de rechten van andere mensen, vinden de heren dat God weinig te zeggen mag hebben. Kleinpaste vertelt over een kerkdienst die hij eens bezocht: “De dominee preekte een uur over dat je met je tong iemand kunt laten branden. Het was puur een pleidooi tegen de vrijheid van meningsuiting, en voor je mond houden. Dat vond ik vrij ernstig.” Ook op de houding van religieuzen op het hete hangijzer homoseksualiteit hebben de heren veel commentaar: “Zelfs veel liberale moslims zeggen dat homoseksualiteit een zonde is, en veel christenen ook. Maar sommige mensen zíjn nu eenmaal homo. Moeten ze daarom worden buitengesloten?” Dit buitensluiten is een ‘manifestatie van het kwaadaardige gezicht van religie’, vindt Kleinpaste, “de andere kant van de mooie saamhorigheid die religie kan brengen.”

Beetje boos
De laatste tijd staat religie weer hoog op de agenda, met name door de discussie over het onverdoofd slachten. Een heel moeilijk, maar interessant onderwerp: “Ik gun het die mensen om aan hun eigen religie vorm te geven”, vindt Duyvestijn. “Maar het dier mag geen onnodig pijn leiden” vindt Kleinpaste. “Of dat echter in dit geval zo is, is de vraag: neurologen vegen de vloer aan met het argument dat dieren pijn hebben”. Het leuke aan deze discussie is echter dat het mensen aan het nadenken kan zetten. Duyvestijn: “Als in de Koran staat dat God vindt dat je zo moet slachten, kun je ook nadenken waaróm hij dat zo zou willen. Deze uitdaging om na te denken is erg goed.” Een uitzondering op de wet voor religieuzen vinden de heren echter niet eerlijk: “Ook hier geldt: gelijke monniken, gelijke klappen.”

Tussen de aansporingen om zelf na te denken, vinden de heren zichzelf geen ‘verlichtingsfundamentalisten’. Marcel Duyvestijn wordt er zelfs een beetje boos van: “Ik ben dat niet! Ik ben open minded, ik sta altijd open voor dialoog. Dat is anders dan een fundamentalist. Wij willen debat, we eisen niks!”

Wat de heren nog willen doen, daar zijn ze nog niet helemaal over uit. Duyvestijn: “Misschien willen we een boek schrijven over onze zoektocht naar God, maar over religie zijn natuurlijk al duizenden boeken geschreven.”

Dit stuk verscheen in De Linker Wang (december 2011) en op weblog Nieuw W!J.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Occupy: geen blauwdruk maar een spiegel

In politiek, linker wang, samenleving, 1%, amsterdam, anders breivik, banken, beslissingen, bijbel, en meer.

Column De Linker Wang december 2011

Hoe zal 2011 in de geschiedenisboekjes komen te staan? Waarschijnlijk komt er ruim aandacht voor de Arabische lente en evenzeer voor de eurocrisis. Misschien nog het bereiken van de mijlpaal van zeven miljard wereldbewoners. De tsunami en kernramp van Fukushima en de massamoord door de extreem-rechtse Anders Breivik zullen – bizar genoeg – op termijn voetnoten van de geschiedenis zijn.

En Occupy? De beweging die de wereld wilde veranderen, begon op 17 september als demonstratie voor het beursgebouw van Wall Street en breidde zich uit naar tientallen Amerikaanse en Europese steden. In Nederland vooral op het beursplein in Amsterdam, maar er waren ook initiatieven in vijftien andere steden.  Het is een beweging van ongenoegen. Ontevreden met de macht van banken en beurzen en de onmacht van de parlementaire democratie om tot echter oplossingen te komen. “We are the 99%”, zeggen ze, verwijzend naar de 1% die alle macht en alle geld bezit.

Occupy ademde hoop. Revolutionaire hoop. Radicaal de wereld veranderende hoop. Niet meer de oude macht van het kapitaal of de moedeloos draaiende raderen van de bureaucratie of de politiek. Alles zou anders worden. Iedereen mocht meedoen. Beslissingen werden niet langer top down genomen, maar in de general assembly waar iedereen mag meepraten en het aankomt op consensus. Toespraken werden niet elektronisch versterkt maar mond op mond doorgegeven totdat iedereen het hoorde.

Natuurlijk, ook Occupy kan nog geschiedenis schrijven, maar nu ik deze woorden schrijf, lijkt de glans er vanaf. De vreedzame demonstraties zijn op verschillende plaatsen uit de hand gelopen of doodgebloed. De hoge idealen blijken soms een dun vernisje over opportunisme, gemakzucht en luiheid. Dat is makkelijk prijsschieten voor cynici die nauwelijks geloven in een Arabische lente, laat staan een lente in het verziekte neoliberale Amerikaans-Europese systeem.

Gedeelde inspiratie

Dat is triest, want de droom van Occupy zou ons diep kunnen aanspreken. Het is de droom van het begin van de kerk, zoals we in de bijbel lezen: in de eerste gemeente hadden ze alles gemeenschappelijk en leefden ze in harmonie en gedeelde inspiratie. Het is ook de droom van het staatssocialisme geweest: ieder doet wat hij of zij kan en ontvangt wat zij of hij nodig heeft. Maar ook die dromen zijn in duigen gevallen: de oorspronkelijke christelijke gemeenschap is een instituut geworden waarin macht en regels vaak belangrijker zijn dan geestdrift en menselijkheid; het staatssocialisme kon ontaarden in een van de meest onderdrukkende en onmenselijke systemen.

Wat is dat toch, dat hoge idealen zo kunnen tegenvallen? Ik laat de cynische antwoorden even rusten net als de al te vrome – die op hun beurt vaak net zo cynisch zijn over het leven hier en nu. Waarom mislukt het steeds?

Een deel van het antwoord vinden we bij de antropoloog Victor Turner. Hij beschrijft hoe er in rituelen en andere overgangssituaties een gemeenschapsgevoel kan ontstaan dat tegen alle bestaande structuren en verhoudingen ingaat. Hoog en laag bestaan niet meer, binnen en buiten evenmin. Plotseling is er een nieuw soort gemeenschap die buiten het gewone staat en daarom inspireert, verwart, ter discussie stelt en nieuwe wegen wijst. Deze radicale gemeenschap past niet bij de gewone structuur, maar is een soort anti-structuur, anders dan alles wat we kennen.

Maar ook die nieuwe gemeenschap moet na kortere of langere tijd weer een eigen structuur krijgen en verzandt dan bijna per definitie in dat wat ze wil vermijden. Of ze valt uit elkaar. De anti-structuur is nooit van blijvende aard. Het is een kritiek op de bestaande structuren, maar kan zelf alleen maar bestaan als reactie, niet als volwaardig alternatief. De kerk begon als anti-structuur, maar werd na verloop van tijd zelf deel van de elite. Het socialisme begon als anti-structuur en werd een machtssysteem. Occupy was een anti-structuur en lijkt uiteen te vallen in anarchie.

Verandering

Is het daarmee een dode mus? Een mooi idee dat weer tegenvalt? Een vluchtig teken van hoop waarna we terugvallen in de teleurstelling en het cynisme? Wat mij betreft niet. Er zit een wezenlijke drang tot verandering in de hele beweging en dat is tegelijk een aanklacht tegen het systeem dat nu de wereld bepaalt. Een aanklacht tegen banken, beurzen en regeringen die steeds maar denken dat ze de wereld kunnen redden door in hetzelfde spoor verder te gaan.

Die aanklacht geeft hoop en roept op om in elk geval kleine stappen in de goede richting te zetten. Dat wil niet zeggen dat het alternatief ook direct helder is. Occupy is een spiegel voor een vastlopende wereld, geen blauwdruk voor hoe het wel zou moeten. Wat dat betreft, ligt het dicht bij de boodschap van Jezus. Of bij de dromen van vernieuwingsbewegingen in allerlei tradities. Radicaal. Niet autoritair. Anti-structuur. Boodschappen die alles ter discussie stellen. Maar kijk uit als je die boodschappen zelf weer tot structuur maakt. Voor je het weet, is het middel erger dan de kwaal. De boodschap van een anti-structuur – Occupy, Marx, Jezus – is een kritische vraag en aanzet tot verandering, geen totaaloplossing.


donderdag, 15 december 2011

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Rotterdam voert heffing op zzp’ers in

In rotterdam, afval, bedrijf, bedrijfsleven, belasting, betalen, burgers, euro, gedachte, en meer.
1792

Twee jaar geleden werden zzp’ers via een wetswijziging gedwongen zich bij de Kamer van Koophandel in te schrijven. Niet echt fijn, want ineens belandden mijn gegevens in een openbaar spamregister. Ik krijg nu een blaadje van de kvk en allerlei folders, die bij het oud papier belanden.

Dit alles is ook de gemeente Rotterdam niet ontgaan. Vandaag kreeg ik een brief: voortaan moet ik als zzp’er extra betalen voor het afvoeren van afval, een tientje per maand. Zo is een wetswijziging die de transparantie van het bedrijfsleven moest bevorderen omgezet in een grond voor belastingheffing. Niet zo gek dus dat op Facebook meteen een protestgroep ontstond. Of protest zinvol is, is echter nog maar de vraag.

Op zich is de gedachte achter de heffing (ieder bedrijf produceert afval en de afvoer daarvan moet kostendekkend zijn) niet slecht, maar het blijft een rare manoeuvre om een groep die niet tot nauwelijks afval produceert mee te laten betalen aan andermans vuilafvoer. Dat is toch het signaal dat uitgaat van het complete tarievenlijstje.

Sterker nog, ook de privé afvalstoffenheffing wordt met vijftig euro verhoogd, om die kostendekkend te maken. Anders gezegd: de stroom van huisvuil, waarin inbegrepen het vuil van mensen met bedrijf aan huis, is al kostendekkend. Alle burgers samen betalen dus voor het extra bedrijfsvuil van de zzp’ers, terwijl de zzp’ers meebetalen aan de vuilverwerking van bedrijven met een eigen pand.

Als het de gemeente werkelijk om een rechtvaardig afvalheffingsbeleid ging, zouden burgers een lagere aanslag ontvangen, zzp’ers een bescheiden opslag op hun privé heffing krijgen en bedrijven hun eigen broek ophouden. Nu is het een ordinaire belasting op ondernemerschap.

Update ‘s avonds: het lijkt alweer voorbij.

woensdag, 14 december 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

De gemeentelijke taalcoach

In weblog, klare taal, leesbaarheid, participatie, taalcoach, vaagtaal, adres, ambtenaren, belastingdienst, en meer.

Afdelopen dagen viel de gemeentelijke participatiekrant weer op de mat waarin ik als kop zag staan dat er een ‘gemeentelijke taalcoach’ is. Deze wordt ingezet voor de inburgering, maar het leek me voor de redactie van die krant ook geen slecht idee.

Geen vak zo moeilijk als communicatie denk ik wel eens. Want (zeker in overheidsland) is het vaak totaal onduidelijk of onaantrekkelijk om de aangeboden informatie te lezen. Zo zag ik op de voorpagina van de ‘participatiekrant’ (de naam alleen al nodigt mij niet uit tot lezen) iets staan over een Mast-loket, een klantcontactcenrum en een benchmark. Ik was eigenlijk al afgehaakt. Gaat niet over mij, niet voor mij bedoeld.

Hoe meer je inhoudelijk deskundig over een onderwerp bent, hoe minder geschikt je bent om er over te communiceren. Want je vervalt in jargon en onbegrijpelijk gewauwel voor de niet-deskundigen. Dat geldt ook voor mijzelf als ik het in de politieke realiteit heb over amendementen, kadernota of presidium. De meeste mensen hebben dan echt geen idee meer en daar mag ik ook niet vanuit gaan. Als je een amendement echter ‘hertaald’ naar ‘wijzigingsbesluit’ wordt het voor de meeste mensen al veel duidelijker. Agendacommissie klinkt minischien minder chique dan ‘presidium’ maar het is wel de taak van die club. Kortom, wie de schoen past trekke hem aan.

Toch zou ik (juist bij de doelgoep -ook zo’n verschrikkelijke ambtenarenterm- waarvoor de participatiekrant bedoeld is) meer aandacht besteden aan het begrijpelijk schrijven van deze krant. Mensen zijn niet dom, maar je kan van niemand verwachten eerst een halve ambtenaar te worden voordat ze begrijpen wat er staat.

Overigens, dit verwijt treft zeker niet alleen de gemeente Dronten. Ikzelf heb behoorlijk wat ervaring met (laat ik me onaardig uitdrukken) ambtenaren vaagtaal en politiek gewauwel. Maar de belastingdienst weet het voor elkaar te krijgen dat ik vrijwel altijd brieven krijg waarvan ik na lezing constateer dat ik, behalve mijn eigen adres, er niets van heb begrepen. Daarbij vergeleken is de participatiekrant een goed leesbaar ding. Maar ik zou iedereen aanraden die iets te communiceren heeft om er iemand voor te vragen die er geen enkel verstand van heeft. Als die het inhoudelijk juist opschrijven kan is het doorgaans ook heel begrijpbaar.

dinsdag, 13 december 2011

Joep Bos-Coenraad

Joep Bos-Coenraad

Twitter

Rector on tour column @ FNWI, 13 december 2011.

In radboud universiteit, medezeggenschap, onderwijs, achterkamertjes, beleid, besluiten, bestuur, beta, college, en meer.

Onderstaande tekst droeg ik voor tijdens het Rector on Tour op de beta-faculteit van de Radboud Universiteit, op 13 december 2011. Het lijkt heel wat tekst, maar als ik het voordraag vliegt de tijd natuurlijk ;)

De leden van de facultaire studentenraad vroegen mij of ik een column wilde voordragen voor het mooie terugkerende “Rector on tour” programma aan mijn faculteit. En hoewel ik op vrijwillige basis eigenlijk geen columns wil schrijven voor studenten die met een gratis lunch gelokt moeten worden, maak ik voor de komst van onze Rector Magnificus graag een uitzondering.

Mijnheer Kortmann en ik kennen elkaar nog uit de tijd dat ik, als lid van de universitaire studentenraad, met kritische vragen het college van bestuur uit de tent probeerde te lokken, in de hoop dat zij hun beleid van een beter doordachte inhoud zouden voorzien. In die tijd sprak ik Mijnheer Kortmann meestal aan met “Beste heer Kortmann”, maar niet lang daarna had ik een hele inspirerende ontmoeting met zijn broer. Met de kwalificatie “beste” ben ik sindsdien wat terughoudender, maar een aardige man is het zeker, die mijnheer Kortmann. Nooit te beroerd voor een goede discussie, en bovendien rebels genoeg om zijn onvrede over de landelijke koers wat onderwijs betreft te ventileren. Het organiseren van de grootste optocht van hoogleraren in toga uit de Nederlandse geschiedenis, zo’n 1000 stuks, is daarvan een indrukwekkend voorbeeld.

En zo’n betrokken Rector Magnificus is erg prettig, zolang hij voor hetzelfde doel staat als jij tenminste. Het is immers de man bij uitstek die iets in de melk te brokkelen heeft waar het het Radboudiaanse onderwijsbeleid betreft. Trots was ik dan ook toen ik las dat mijnheer Kortmann het door de Vereniging van Universiteiten (voorheen de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) gestelde minimum van 12 contacturen per week eigenlijk nog aan de slappe kant vond. Dat mogen er volgens hem best 15 zijn.

Nu zult u misschien lachen. 15 contacturen. 15 uur hoorcollege, werkcollege of practicum. Daar zit een gemiddelde Beta-student op woensdagmiddag al aan. Sterker nog, ik herinner mij uit mijn FSR jaar dat het faculteitsbestuur het aantal contacturen bij enkele studies juist expliciet wilde reduceren tot maximaal 20 per week, waarschijnlijk met een zalentekort of een bezuinigingsslag in het achterhoofd. Desalniettemin verdient onze rector lof voor zijn stellingname. Want bij veel opleidingen is het onderwijs nog lang niet zo stimulerend als aan onze faculteit. En laten we eerlijk zijn: er zijn maar weinig studenten die zich naast 12 contacturen de volle 28 resterende uren in de werkweek tot zelfstudie kunnen motiveren, wat dat betreft zijn studenten net mensen. Geef ze impulsen en ze komen te leven.

En ondanks de tegenvallende rendementen van ons mensenschuwe exacte betweters – hee, kwaliteit moet je niet overhaasten! -, merken we dat de rector zo nu en dan jaloers is op de inzet van onze studentenpopulatie. Misschien ook niet zo vreemd als je af en toe de zoutzakken bij rechtsgeleerdheid achter hun laptops in de collegezaal ziet zitten. Volgens mijnheer Kortmann worden op FNWI de hele week door fanatiek “SOMMEN GEMAAKT” in groepsverband, die vervolgens in een werkgroep worden besproken. Een methode die zich ook uitstekend zou lenen voor opleidingen als psychologie en rechtsgeleerdheid.

Zelf heb ik bij “sommen maken” een nogal pejoratieve connotatie die weinig blijk geeft van het onderscheid tussen ordinair rekenen en elegante wiskunde. Controleer je een balans, of pas je wat alledaagse statistiek toe, dan maak je volgens de meeste beta’s een ordinaire som.
Een decadente natuurwetenschapper daarentegen vindt zichzelf enkel goed genoeg voor het volwaardig onderzoeken, afleiden en bewijzen van materie. Maar de heer kortmann is een jurist en bedoelt het waarschijnlijk niet verkeerd, maar, heuswaar, juist goed.

En daaruit schemert al een beetje de complexe taak van de rector van een brede universiteit voort. Anno 2011 is niemand meer beta, jurist, econoom, medicus, sociale wetenschapper en geesteswetenschapper tegelijkertijd. Enerzijds wordt er zoveel mogelijk beleid aan de faculteiten overgelaten om het bij hun studenten en vakgebieden te laten aansluiten. Anderzijds ontkomt men er niet aan af en toe juist ook universiteits-brede regels te stellen, en te leren van elkaar. Maar waar wordt wat voor wie besloten?

We willen allemaal een universiteit die meer is dan de som van de faculteiten. Als chemicus wil je in je vrije ruimte ook eens een mooi vak kunnen volgen aan de faculteit der rechtsgeleerdheid. Dat is, echt waar, hartstikke interessant. Ik kan het weten want dat heb ik in mijn Bachelor ook gedaan. Zo makkelijk heb mijn studiepunten bovendien nog nooit verdiend! Maar dat terzijde. Aan de andere kant zitten beta’s niet te wachten op een centraal aangestuurd IT-clubje dat onze goed werkende Linux computers komt herinstalleren met Microsoft-Windows met een teletubbie-interface. Goede bedoelingen maar ontoereikende kennis van domeinspecifieke details kunnen alsnog tot slechte besluiten leiden.

In praktijk worden kritische medezeggenschappers nogal eens van het kastje naar de muur gestuurd: “dat moet van de Rector”, antwoordt de Vice-Decaan onderwijs op een vraag van de facultaire studentenraad, waarop de Rector bij navraag ontkracht “nee hoor, dit is decentraal management, dat mogen faculteiten lekker zelf uitzoeken”. Een effectieve, maar wanneer bewust ingezet, oneerlijke afwimpel-manoeuvre, die betrokken kritische studenten jaarlijks veel tijd en frustraties kost.

In werkelijkheid worden aan dit plaatje nog het ministerie van OCW, de onderwijsinstituten en het ongrijpbare college van decanen worden toegevoegd, zonder heldere referenties naar zwart-op-wit stukken. Daar kan onze universiteit helaas nog veel van leren. Als het nergens controleerbaar staat vermeld, dan heeft het geen waarde. Transparantie. De kernwaarde van iedere zuivere academicus. Zoals een publicatie niet wordt geaccepteerd zonder referenties bij haar statements, zouden studenten het niet langer moeten accepteren als een decaan of vice-decaan weer eens iets over de schutting kiepert zonder referentie waaruit blijkt dat het op dat specifieke niveau ondergebracht is.

En als het college van bestuur niets te verbergen heeft, dan zou het ook de nieuwsredactie weer meer middelen en vrijheden mogen geven en radiostiltes tot het verleden laten behoren. Op een universiteit moeten we niet geheimzinnig doen over wat er gebeurt en waarom dat gebeurt, we moeten juist trots zijn op onze universiteit. Hier wordt fantastisch onderzoek gedaan en ook veel van onze opleidingen zijn van hoog niveau. Dat moeten we juist krachtig ventileren, en publicitaire tegenvallers op de koop toe nemen! Waar komt toch dat verlangen naar achterkamertjes en mediacontrole vandaan? Mijnheer Kortmann, kunt u ons dat vertellen?

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Een vrijwillig levenseinde?

In groenlinks, zorg, sociaal, hulp bij zelfdoding, euthanasie, vrijwillig levenseinde, artikel, december, discussie, en meer.

Aanstaande zaterdag, 17 december, komt de Partijraad van GroenLinks bijeen over de onderwerpen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde. Centraal staat het burgerinitiatief van Uit Vrije Wil. Dit is een verbond dat strijdt voor een waardig zelfgekozen levenseinde van ouderen met een voltooid leven. Kijk voor het volledige burgerinitiatief op de site van de initiatiefnemers. De vraag die aan de partijraad van GroenLinks voorligt is of de Kamerfractie al dan niet steun moet geven aan het initiatief. Ongeveer 80 leden van de partij buigen zich over deze kwestie.

De Partijraad maakt een fout die vaak voorkomt: euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde als synoniemen van elkaar beschouwen. De medische wereld maakt echter een duidelijk onderscheid tussen beide handelingen. Het is belangrijk dat onderscheid helder te hebben. Euthanasie is de hulp bij zelfdoding van hevig lijdende, ongeneeslijk zieke mensen. Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft daarentegen de hulp bij zelfdoding van gezonde mensen die om persoonlijke redenen een einde aan hun leven willen maken. Een andere vergissing die gemakkelijk in ons progressieve kamp gemaakt wordt, is dat er overwegend vanuit het perspectief van de patiënt wordt geredeneerd. De positie van de arts is vaak onderbelicht. Hieronder zullen wij dieper ingaan op de beide hier aangesneden kwesties.

Euthanasie hulp bij vrijwillig levenseinde

Het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde moet gemaakt blijven worden. Het gaat hier om twee wezenlijk verschillende aangelegenheden. Te beginnen met euthanasie. Zoals we hierboven al aangaven gaat het hierbij om medische hulp bij zelfdoding van ongeneeslijk zieke mensen die ernstig lijden. Daarnaast moet de patiënt een duurzame wens tot sterven hebben, die door twee artsen beoordeeld wordt. Als aan alle zorgvuldigheidseisen wordt voldaan kan de arts overgaan tot euthanasie. Nadat hij de euthanasiezaak heeft voorgebracht bij de Toetsingscommissie, kan hij met zuiver handelen niet vervolgd worden. Dit gebeurt dan ook praktisch nooit. Euthanasie is dan ook een grote verworvenheid. Mensen die ondraaglijk lijden moeten met behulp van medische expertise hieruit verlost kunnen worden.

Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft echter het leven beëindigen van fysiek gezonde mensen. Het gaat hierbij veelal om ouderen die hun leven als voltooid beschouwen of om mensen die aan depressies lijden. Op wetenschappelijk niveau is er nog veel discussie over de vraag of mensen met een doodswens psychisch gezond kunnen zijn. Deze discussie betreft met name het geval van depressieve personen. Een kernsymptoom van depressie is namelijk geen zin meer in het leven hebben. Zeker in deze gevallen is het dus moeilijk om te bepalen of iemand voor zichzelf “het leven voltooid heeft” of dat er sprake is van een behandelbare depressie. Het is zodoende van groot belang dat bij deze vrijwillig levenseinde-zaken de behandelingsmogelijkheden nauwkeurig in acht worden genomen. Blijkt het inderdaad een psychische ziekte te zijn die bovendien onbehandelbaar is, dan is euthanasie een optie. Let wel, hierbij is er dus sprake van hevig lijden en een ongeneeslijke ziekte, waardoor dergelijke zaken niet als hulp bij een vrijwillig levenseinde gelden, maar voor de wet als euthanasie.

En dat is precies het belangrijke onderscheid. Het is van grote betekenis dat zowel de Partijraad als de fractie van GroenLinks het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde goed maken. Hulp bij zelfdoding impliceert namelijk altijd dat er derden actief betrokken zijn bij de dood van degene met een doodswens. Voor deze hulpverleners is het belangrijk dat ze goed beschermd worden door de wet en dat ze niet gedwongen kunnen worden tot de hulp bij de dood van een persoon waar zij in die specifieke casus niet persoonlijk ten volle achterstaan.

Het perspectief van de arts

Dat brengt ons bij het perspectief van de arts. Dit is immers de aangewezen persoon tot het uitvoeren van euthanasie en eventuele hulp bij een vrijwillig levenseinde. De discussies over de twee onderwerpen in kwestie worden vaak gevoerd vanuit het perspectief van de patiënt. Welke rechten heeft deze en hoe moeten die invulling gegeven worden? De vragen over wat hulp bij zelfdoding met de arts doet en hoe artsen tegenover verdere versoepeling van de wetgeving staan komen daarentegen veel minder vaak aan bod.

Vooropgesteld, natuurlijk zijn er voldoende artsen die weinig morele druk ondervinden bij het uitvoeren van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Voor veel van hun collega’s drukken deze zaken zwaarder op het geweten. Zij willen er 100% zeker van zijn dat ze voor zichzelf kunnen verantwoorden dat ze per specifiek geval al dan niet bijdragen aan de hulp bij zelfdoding. Kortaf gezegd is de arts namelijk wel medeplichtig aan de dood van een medemens. De strafbaarstelling van euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde geldt dan ook voor veel medici als een stok achter de deur en geeft hen innerlijke rust. Als een arts nu namelijk voor zichzelf niet de medewerking bij de doodswens van een persoon kan verantwoorden, kan hij tegen bijvoorbeeld een druk zettende familie van de patiënt het volgende argument aandragen: “Als ik overga tot medewerking, pleeg ik wel een strafbaar feit”. Veel artsen biedt deze huidige uitweg gewetensrust. Op het moment dat hulp bij een vrijwillig levenseinde wordt gelegaliseerd kunnen artsen niet meer onder medewerking uit.

Dat blijkt namelijk uit de mogelijkheden die er zijn om hulp bij een vrijwillig levenseinde toe te passen. De eerste mogelijkheid is dat de arts de persoon in kwestie ‘een spuitje geeft’. Dit is uiterst onwenselijk, omdat de uiteindelijke beslissende daad tot levenseinde, zoals in de regel ook bij euthanasie het geval is, het beste bij de persoon zelf kan liggen. Dat is dan ook de tweede mogelijkheid: toezicht van de middelen verstrekkende arts bij de zelf uitgevoerde zelfdoding van de persoon. Dit is van groot belang. Lang niet altijd is de eerste dosering voldoende en moet de arts met een extra dosering bijspringen om de dood daadwerkelijk te doen intreden. In deze beide gevallen is de arts dus actief betrokken bij de doding van een ander persoon. Hij kan er niet onderuit, tenzij een arts niet meer de aangewezen persoon is om hulp bij een vrijwillig levenseinde te verlenen.

In dat geval dienen zich twee nieuwe opties aan: artsen verstrekken alleen de medische middelen, om de zelfdoding vervolgens zonder toezicht door de persoon in kwestie zelf uit te laten voeren of de arts geeft slechts advies over hoe de persoon op een relatief ‘goede’ wijze zelfdoding kan uitvoeren. Beide zijn echter geen wenselijke situaties, doordat de kans op mislukking van de zelfdoding groot is, wat dramatische gevolgen voor de persoon en diens familie heeft. Deze mogelijkheden uitgesloten, blijft het dus zo dat bij hulp bij een vrijwillig levenseinde de arts altijd zijn verantwoordelijkheid moet nemen, of hij nou voor zichzelf ethisch kan verantwoorden of niet.

Conclusie

De vraag is dus gerezen of hulp bij een vrijwillig levenseinde daadwerkelijk gelegaliseerd moet worden of dat het net als euthanasie in het wetboek van strafrecht moet komen. In dat laatste geval wordt het via de gedoogconstructie dus wel degelijk mogelijk gemaakt, maar kan de arts voor zichzelf uitmaken of hij medewerking aan het levenseinde wil verlenen. Hij kan zich dan namelijk nog altijd beroepen op het gegeven dat hij niet verplicht is tot de uitvoering van een strafbaar feit.

Al met al blijkt de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde en eventuele overname van de oproep van Uit Vrije Wil een zeer complexe te zijn. Wij zijn dan ook erg blij dat de Partijraad van GroenLinks zich uitgebreid wil buigen over dit onderwerp en gedegen tot een bepaald standpunt zal komen. Dit artikel schrijven wij om in die discussie de Partijraad op het hart te drukken met de hierboven aangehaalde aspecten rekening te houden bij de opinievorming. In het kort achtereenvolgens nogmaals:

  • euthanasie is niet hetzelfde als hulp bij een vrijwillig levenseinde

  • hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft gezonde mensen

  • het perspectief van de arts is even belangrijk in de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde als die van de hulpvragende.

Wij wensen de Partijraad komende zaterdag veel succes met het vormen van een standpunt en hebben vertrouwen in een goed resultaat.

Dit artikel is geschreven door Ashley North (politiek secretaris Sociaal en vicevoorzitter politiek) en Anne Zeven (voorzitter subcommissie Zorg) van DWARS, GroenLinkse jongeren.


vrijdag, 9 december 2011

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: ADHD en Ritalin

In het menu, niet op voorpagina, adhd, ritalin, aleid, kinderen, ouder, ouders, tegenwoordig, en meer.
Onlangs schreef columniste Aleid Truijens in de Volkskrant dat de ideale jongen tegenwoordig een meisje is en de echte jongen een adhd'er. Jongens zijn altijd al hun lawaaiige, bonkige, ravottende, slonzige, impulsieve, opschepperige en hartveroverende zelf geweest. Het is de omgeving die in de loop der tijd het kwajongensgedrag als hinderlijk is gaan kwalificeren, er een etiket op is gaan plakken en dit 'probleem' te lijf is gegaan met het uiterst efficiënte middel ritalin, aldus Aleid. Ik had het zelf kunnen schrijven. Ieder kind wordt geboren als 'His majesty the baby', met zijn wiegje als de troon. Het is de taak van de ouders om hem met beide benen in de werkelijkheid van alledag te voeren, waar hij ontdekt een van de vele 'majesteiten' te zijn. Dat doe je als ouder door duidelijk te zijn en hem te confronteren met de grenzen om hem heen. En dat doet de doorsnee ouder van nu te weinig. Wie kent het niet: schreeuwende kinderen in supermarkten of restaurants en ouders die niet ingrijpen. Wij làten het kind in de waan dat hij de majesteit is en als dat lastig wordt, noemen we het adhd.

René van Engelen

René van Engelen

Youtube

Waarom we als GroenLinks tegen de deal met Fokker hebben gestemd

In jsf groenlinks papendrecht tegenstem, andere partijen, cda, college, december, eerste, fractie, gemeente, groenlinks, en meer.
Vier argumenten om niet voor de deal met Fokker te stemmen....

Gisterenavond hebben we als GroenLinks fractie (met de SGP en één CDA raadslid) niet ingestemd met de deal die er ligt met Fokker. Al eerder stemden we tegen het zogenaamde bidbook.
Bij het bidbook was de belangrijkste reden om tegen te stemmen dat we als GroenLinks op geen enkele wijze wilden bijdragen aan het produceren van de Joint Strike Fighter. Nu lag alles genuanceerder en zijn er meerdere redenen om tegen te stemmen (en waren er ook typische GroenLinks argumenten om voor te stemmen). Ik wil hier graag nog eens aangeven waarom we tegengestemd hebben.
Ten eerste heeft het college niet duidelijk kunnen maken dat er GEEN link lag met de JSF. De wethouder legde in zijn betoog tegelijk wel het verband en ontkende dit verband. Nogmaals: wij willen als GroenLinks hier niets mee te maken hebben.
Een tweede groot argument is het feit dat Fokker het geld ook had kunnen lenen bij een private partij en dat de gemeente een privaat-publieke relatie aan gaat met Fokker. Jazeker, juridisch mag dit. Wij vinden echter dat je de risico's die er zijn niet als overheid mag lopen. Laat een bank die risico's lopen. De gemeente Papendrecht mag zich niet als bankier opstellen, dat mag alleen als er een faillissement dreigt en werkgelegenheid op de tocht staat.
Het derde argument is het feit dat NIEMAND kan vertellen wat het alternatief is als we de deal niet aangaan. SGP fractievoorzitter Marco Hoogland stelde dat Fokker dan echt niet zal vertrekken of zijn hoofdkantoor ergens anders zal zetten. Hoe kunnen we als politici een goede afweging maken als we niet weten wat het alternatief is? Wat de gevolgen zijn?
Als vierde en laatste argument is er het bebouwen van Slobbegors. We hebben altijd gezegd, met onder andere het PAB, dat het Slobbegors onbebouwd moet blijven. Het PAB en andere partijen vinden het allemaal prima uit te leggen dat er nu een grote kantorentoren komt (toren C?). Als er eenmaal een gebouw staat, weten we hoe het gaat. We moeten het Slobbegors behouden voor toekomstige generaties. Ik zal hier nog een apart stuk over schrijven.
Wie nog meer wil weten over met name ook de (volgens ons) goede kanten van de deal met Fokker kan dit nalezen op de site van GroenLinks Papendrecht: www.papendrecht.groenlinks.nl. Ik vermoed dat het stuk er vanaf zaterdag 10 december op zal staan.
Ik wil eindigen zoals ik mijn betoog in de raadszaal begon: ik wil iedereen (GroenLinksers en niet GroenLinksers) die hebben meegedacht namens Jennie Vos en mezelf bedanken. Het heeft ons geholpen.

dinsdag, 6 december 2011

Rob Alberts

Rob Alberts

Giften, gunnen en geven.

In , lezen, reacties, blogs, schrijven.
Giften, gunnen en geven. Het lezen en schrijven van blogs heeft soms met giften te maken. Het gunnen en geven is niet iedereen gegund. reacties op blogs zijn er dan ook in allerlei soorten. Vriendelijk, aardig en begripvol, dat zijn natuurlijk de plezierigste reacties. Maar een enkele lezer wil graag in alle toonaarden vertellen dat hij/zij het op geen enkele wijze eens is met de inhoud van miijn...

Alice Karen

Alice Karen

Winnen

In diaries, reisverhaal, -engeland, universitaria, |2011, artikel, discussie, europa, onderzoek, en meer.

Afgelopen week was ik in Londen. Donderdag was daar het symposium waar ook ik een presentatie gaf, namelijk over het onderzoeksproject waar ik al sinds maart mee bezig ben, en dat ik de komende weken zal gaan afronden. Bovendien was dit de eerste keer dat ik de definitieve versie hiervan zou presenteren. Het Young Systematists’ Forum is er voor beginnende onderzoekers die nog niet zo veel ervaring hebben in het spreken op congressen, dus PhD’s, jonge postdocs, en enkele MSc-studenten gaven er een praatje. Die kwamen vanuit heel Europa, en er was een enkele Amerikaan. De Fransen hadden een sterk accent in het Engels, en de mensen van Oxford en Cambridge waren veel formeler dan de rest, allemaal strak in pak. Verder waren er veel posters te bezichtingen in de pauzes. Je kon in eerste instantie zelf van tevoren aangeven of je een presentatie wilde geven of een poster wilde meenemen, maar uiteindelijk waren er te veel mensen die wilden presenteren, dus een eerste selectie was al gemaakt.

Ik was erg nerveus voor aanvang van mijn presentatie, het tweede praatje na de koffie. Ik had mijn onderzoek nog nooit gepresenteerd voor zoveel mensen. Toen ik daar nou eenmaal stond, was ik helemaal niet nerveus meer. De tijd werd streng in de gaten gehouden, maar toen ik een seintje kreeg dat ik nog drie minuten had, was ik al bij de discussie dus ik kon erop inspelen, en was op tijd klaar met het praatje. Dat mocht een kwartier duren, en daarna waren er steeds nog drie minuten voor vragen vanuit het publiek. Ik had er een goed gevoel over, het ging wel vloeiend.

Na afloop, tijdens de wijnborrel – wijn, of sap, maar geen bier, dat was vast ordinair – werden er prijzen uitgereikt. Er was besloten om drie prijzen uit te reiken aan de posters, dus de award en twee eervolle vermeldingen voor andere posters. En er was besloten om een eervolle vermelding uit te reiken aan een van de presentaties, een soort tweede prijs. Toen er een PhD-kandidate van Oxford naar voren werd geroepen voor deze eervolle vermelding verwachtte ik niets meer. Het ging goed, maar ik dacht dat ik niet veel voorstelde ten opzichte van al die PhD’s omdat ik ‘slechts’ een 22-jarig masterstudentje was. Toch was ik wel benieuwd – wat als? – en dit maakte het wel spannend.

Vervolgens werd ik opgeroepen, toch nog! Ik won de award voor de beste presentatie. De jury vond mijn studie blijkbaar veelbelovend, voorzien van aanknopingspunten naar nieuwe studies, een studie die als modelstudie zou kunnen dienen voor allerlei andere soorten organismen. Het sterke punt was namelijk dat geometrische morfometrie, genetica en biogeografie van een familie planktonische, oceanische zeeslakjes in mijn project gecombineerd worden. Het was een enorme aanmoediging. Dagen als die donderdag zijn er niet zo vaak. Ik was ‘flabbergasted’, positief natuurlijk.

En we zaten in een goedkoop jeugdhostel, op de kamer een stapelbed en een kraantje, meer niet, en ik had de vorige avond versuft nog maar wat naar mijn presentatie zitten staren in de gemeenschappelijke ruimte..

Nu zal ik kiezen uit een aantal journals welke mogelijk de meest geschikte is om mijn artikel-in-de-maak naar toe te sturen, zodat ik me ook een beetje op het formaat van dat journal kan instellen bij het schrijven. Want het schrijven moet nog gebeuren. Het eerst maken van een presentatie werkte wel verhelderend wat dat betreft. De hoofdlijn is duidelijk, en ook is duidelijk welke figuren ik in het stuk stop en welke in de supplementary files.

Vanochtend was er een klein borreltje cq. koffietje op de universiteit bij de afdeling om dit een beetje te vieren. Ik ben niet gewend aan al die aandacht, maar het was leuk om door jan en alleman gefeliciteerd te worden.

Soms win je, soms verlies je. Maar verliezen is niet alleen voor losers.
Vorige week heb ik gewonnen.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

dinsdag, 29 november 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

synergie

In lokale media, at5, avro, marja ruigrok, parool, rtv noord-holland, samenwerking, synergie, noord, en meer.

Op 13 oktober 2010 pleitte ik voor het openbreken van de markt van lokale media in Amsterdam. Eerder dat jaar was de fusie tussen RTV Noord-Holland en AT5 (weer) afgeketst, waardoor de twee lokale zenders op eigen houtje verder zouden gaan. Doodzonde mijns inziens, want beide partijen hebben ongeveer hetzelfde afzetgebied. En beide partijen worden door de lokale overheid betaald: RTV NH krijgt zo’n 15 miljoen van de provincie, en AT5 krijgt zo’n 4,5 miljoen van de gemeente. Dat moest en kon slimmer, dacht ik. Daarin werd ik vanaf het begin gesteund door VVD-collega Marja Ruigrok.

Na veel debat in de gemeenteraad met de andere woordvoerders lokale media besloten we een belangstellingsregistratie uit te schrijven. Misschien dat andere partijen dan AT5 (zoals RTV NH, maar ook het Parool, of de Balie, of BNN) ‘onze’ lokale nieuwszender zouden kunnen verzorgen voor minder geld. Het bedrag dat we aan AT5 overmaakten, nam namelijk ieder jaar met een aantal ton toe. En nog was het niet genoeg: de nieuwe Raad van Commissarissen claimde dat een bedrag van wel 6 miljoen per jaar nodig zou zijn om AT5 overeind te houden.

Kan het beter, en kan het goedkoper: met die vraag stuurden we een overheidscommissaris op pad. Vanmiddag maakt hij zijn voorstel openbaar: de AVRO, het Parool en RTV NH willen gaan samenwerken om AT5 nieuw leven in te blazen. Ik ben vooralsnog enthousiast over het voorstel. Eindelijk wordt er gebruik gemaakt van de vele kansen die samenwerking tussen verschillende mediapartijen met zich meebrengen. Zo’n samenwerking is efficiënter, biedt schaalvoordelen, geeft een impuls aan de kwaliteit en is bovendien een stuk goedkoper.

In de raadscommissie op 15 december zullen we met de wethouder in debat over de juridische en financiële onderbouwing van het plan. Zo is het idee om de redactie van onze ‘nieuwe’ lokale zender samen met de AVRO in het Vondelpark te vestigen, maar daar is weinig plek. En waarom kost het nog steeds 2,8 miljoen euro per jaar, terwijl RTV NH eerder claimde dat het voor 2 miljoen per jaar te doen was? Welnu, we zullen het snel vernemen. Feit is dat er eindelijk beweging zit op dit dossier na zoveel jaren van stilstand. Dat is goed voor de stad en goed voor de lokale media!


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1527 uur (63,6 dagen). Berichtgemiddelde: 0,5 bericht per dag, 3,3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4