woensdag, 25 januari 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Resultaat januari 2012: een nieuwe skatehal

In bartcam, resultaat van de maand, gemeenteraad, groenlinks, jongeren, stad, midden, oplossing, oud, en meer.

GroenLinks en de GroenLinkswethouder wil ruimte voor jongeren. Voor de Bossche skaters bijvoorbeeld. De laatste jaren konden die terecht in een hal aan de Ertveldweg. Een tijdelijke oplossing, de hal is veel te klein. Van plannen voor nieuwbouw kwam helaas niets, daarom moesten de skaters op zoek naar een andere plek. Die vonden zij aan de Buitendijk, op de Kop van het Zand. Deze week ging de gemeenteraad akkoord met een eenmalig investeringsbedrag, zodat verhuizing en verbouwing mogelijk zijn.

Ooit organiseerde GroenLinksfractievoorzitter Evelien van Onck een openbare skateles voor gemeenteraadsleden midden in de stad. Binnenkort hebben jong en oud in een nieuw skatepark alle ruimte om hun sport goed te beoefenen.

vrijdag, 20 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Carlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau – Locos por el Tour

In boekbesprekingen 2011, cyclogerb wielerboeken, boeken, boeken 2011, boekrecensie, carlos arriba, gabriel pernau, lezen, sergi lopez-egea, en meer.

Arribas e.a. - Locos por el TourCarlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau – Locos por el Tour

Het ene Spaanstalige boek dat ik elk jaar wil lezen, werd dit jaar een wielerboek. Tijdens de Tour thuis vast begonnen met lezen, tijdens mijn vakantie in Spanje weer een heel stuk verder gekomen, daarna thuis en in de trein naar het werk uitgekregen.

Het wordt steeds vaker een opgave, lezen in een taal die je verre van perfect beheerst. Toch wil ik het volhouden, goed voor mijn woordenschat, daarbij lees je toch eens een keer iets anders. Juist bij dit onderwerp is dat vreemd, aangezien ik mezelf toch wel een beetje een Tourkenner durf te noemen. Maar de Tour vanuit Nederlands perspectief, of zelfs internationaal gezien, is iets anders dan de Tour vanuit Spaans oogpunt. Alleen daarom al was dit boek een plezierige verrassing voor mij.

Erg interessant om over oude Spaanse wielrenners te lezen, waarvan ik voordien nog nooit gehoord had. Sommigen reden een enkele keer de Tour, maar werden bekend door lokale koersen in Spanje te domineren. Vooral om deze reden vond ik het eerste deel van het boek, geschreven door Pernau het meest boeiend. Natuurlijk is het leuk om te lezen over Delgado, Arroyo en Indurain, maar meer dan wat achtergrondinformatie is er voor mij niet nieuw. Terwijl renners als Joseph Habierre, Vicente Blanco en Victorino Otero tot voor kort geen hersencel van mijn geheugen in beslag namen.

De ontwikkeling van het Spaanse wielrennen kwam pas laat op gang. De Vuelta heeft ook veel minder traditie dan de Giro en de Tour, de eerste tourwinnaar (Federico Bahamontes natuurlijk) kwam veel later en zelfs Nederland had eerder twee winnaars van de grootste wielerronde dan Spanje. Maar de achterstand werd in de jaren tachtig en negentig weggewerkt en Spanje werd een toonaangevende wielernatie. Ondertussen denken vele cynici ook te weten waarom, operatie Puerto lijkt voor velen de enige juiste verklaring. Toch kan het succes nooit alleen verklaard worden door doping, zeker gezien de algemene aanname dat de overgrote meerderheid van het peloton dezelfde middelen ter beschikking heeft.

Citaat: “Bahamontes no sabia bajar, tenia miedo. ‘Es que me cai una vez bajando de Montserrat y fui a parar a un cactus, y desde entonces tengo mucho miedo’, se justificaba unas veces.” (p.181)

Vrije vertaling (mijne dus): “Bahamontes kon niet afdalen, had angst. ‘Ik ben een keer gevallen in de afdaling van de Montserrat en kwam tot stilstand tegen een cactus, sindsdien heb ik erg veel angst’, rechtvaardigde hij soms.

Nummer: 11-024
Titel: Locos por el Tour
Auteur: Carlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau
Taal: Spaans
Jaar: 2003
# Pagina’s: 479 (7566)
Categorie: Sport (Wielrennen)
ISBN: 84-7871-733-1


vrijdag, 13 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

De Muur 31 – Arthur van den Boogaard – Slipstroom

In boekbesprekingen 2011, cyclogerb wielerboeken, arthur van den boogaard, boeken, boeken 2011, boekrecensie, de muur, lezen, wielerboek, en meer.

De Muur 31De Muur 31 – Arthur van den Boogaard – Slipstroom

De ondertitel zegt veel. “Een kleine geschiedenis van schrijven en wielrennen”. Al veel vaker heb ik het hier beweerd, wielrennen is in mijn ogen de geschiktste sport om over te schrijven. Ik doe mijn best om een leuke verzameling aan te leggen. Ik red het op drie planken op het moment van schrijven. Na het lezen van dit boek ben ik er echter van overtuigd dat ik een verloren strijd aan het vechten ben. Van den Boogaard heeft vele mooie boeken gevonden, daar prachtig over geschreven en ik besef dat ik nooit zelfs maar een redelijke collectie wielerboeken zal hebben.

Andersom kan ik ook blij zijn dat ik nu weer een hele lijst titels heb gevonden waarvan ik weet dat ik ze ooit wil bezitten en lezen. Want ook in deze uitgave van De Muur kwam de auteur al snel tot de conclusie dat het onmogelijk is compleet te zijn, dat er te veel goede wielerboeken (en nog meer slechte) zijn verschenen om een goed overzicht te geven.

Toch is ondanks alle onmogelijkheden Van den Boogaard er in geslaagd om een prachtig en leesbaar boek te schrijven. Om vele onontdekte pareltjes te vinden, om bekende boeken aan een nieuwe analyse te onderwerpen. Dus zelfs al zou je niet van De Muur houden, dan nog is deze uitgave een must voor de sportliteratuurverzamelaar. Als catalogus. Als referentiekader. Als inspiratiebron. Of gewoon omdat het leuk is om te lezen.

Citaat: “En zo kunnen onwetenden altijd blijven beweren dat het feuilleton dat journalist en schrijver Marquez in 1955 wijdde aan de Colombiaanse wielrenner Ramon Hoyos niet veel meer was dan een aanstekelijk goed geschreven biografie. Daarvoor zijn het tenslotte onwetenden. Alle anderen begrijpen dat Hoyos, net als vele Colombiaanse renners in de jaren vijftig, een in de werkelijkheid rond pedalerende romanpersonage was. Je moet het willen zien. En Marquez deed dat.” (p.128)

Nummer: 11-023
Titel: De Muur 31 – Slipstroom
Auteur: Arthur van den Boogaard
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 240 (7087)
Categorie: Sport (Wielrennen)
ISBN: 978-90-204-1203-1

Meer De Muur:
29 28 26 25 24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1


donderdag, 5 januari 2012

Sven Kramer

In sport, europees kampioenschap, olympische spelen, schaatsen, sven kramer, thialf, nederlands, weer.
Aan de vooravond van het Europees kampioenschap allround schaatsen in Boedapest dit weekeinde, mogen schaatsliefhebbers weer hopen op Nederlands goud. Sven Kramer is terug na een lange blessure en direct weer gebombardeerd tot titelkandidaat.

maandag, 2 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Marcel van Roosmalen – Geef me nog twee dagen (Hard Gras 78)

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, hard gras, lezen, marcel van roosmalen, vitesse, voetbal, en meer.

Hard Gras 78Marcel van Roosmalen – Geef me nog twee dagen (Hard Gras 78)

Ik had me voorgenomen dit jaar slechts dikke boeken te lezen. Een pagina of 300 is toch wel het minimum. Maar dan valt de laatste aflevering van Hard Gras in de bus. Marcel van Roosmalen, geweldige schrijver, had precies gedaan wat velen hoopten. Schrijven over Vitesse. En wat kun je je als volger nu meer wensen dan een jaar bij een club als Vitesse.

In 2006 verscheen ‘Je hebt het niet van mij’, deel 48 van Hard Gras, waarin hij voor het eerst zijn clubje volgt. Ontluisterend. Een profclub waar dingen gebeuren waar een amateurclub zich voor zou schamen. In deel 66 volgt deel twee. Nog steeds goed, maar minder origineel. Kan ook niet anders. Daarmee zou het klaar moeten zijn, het Swiebertje effect moest vermeden worden.

Maar dan staat er ineens een Georgische zakenman in Arnhem die de club gekocht blijkt te hebben en binnen drie jaar kampioen van Nederland wil zijn en Europa in wil met de club. Natuurlijk moet er dan een nieuw boek komen. En wie kun je dan beter vragen dan van Roosmalen?

Toch heeft het ook een nadeel: men kent de schrijver ondertussen goed bij de club. Hij kan niet meer zo ongestoord zijn gang gaan als de eerste keer. Er gebeurt tegelijkertijd zo veel, dat het voor een eenzame observator bijna onmogelijk is om alles mee te krijgen. Toch is ook deze uitgave van Hard Gras weer geslaagd. Het was bij vlagen ook hilarisch wat er allemaal gebeurde. Daar hoef je als schrijver geen draai aan te geven, geen interpretatie op los te laten. Gewoon opschrijven wat je ziet is genoeg voor schitterende momenten voor de lezer.

Ik heb dan ook weer volop genoten van de hoofdpersonen in dit boek. De megalomane Jordania, de losgeslagen van Leeuwen, de onervaren Ferrer en de vele werknemers die niet wisten wat ze overkwam.

Citaat: “Ik zou liegen als ik zeg dat een transfer naar Vitesse een droom was. Ik kende deze club amper, maar het verhaal en de ambities klonken goed. Het leek me een mooi opstapje naar de Premier League.” (p.96)

Nummer: 11-021
Titel: Hard Gras 78. Geef me nog twee dagen.
Auteur: Marcel van Roosmalen
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 112 (6527)
Categorie: Sport (Voetbal)
ISBN: 978-90-713-5944-6

Meer Hard Gras:

73 72 71 70 69 68 67 66 65 64 63 62 61 60 59 58 57 56 55 54 53 52 51 50 49 48 47 46 45 44 43 42 41 40 39 38 37 36 35 34 33 31 30 29 28 27 26 25 24 23 22 21 20

Meer van Roosmalen:
Torpedo 1
Op pad met Pim
De Pimmels
Zijn blog
Columns in NRC next
Twitter


vrijdag, 30 december 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Integratie, participatie of…?

In arnhem, gemeenteraad, politiek, sociale zaken, weblog, gemeenteraad, integratie, participatie, blog, en meer.

Op 18 september schreef ik onderstaand blog maar door de migratieproblemen met web-log publiceer ik het nu pas.

De Visienota integratiebeleid Gemeente Arnhem is toch wel een van de merkwaardigste beleidsnota’s die ik ooit heb gelezen. Eigenlijk moet ik bekennen dat het me volstrekt onduidelijk is wat nu de bedoeling is van de bestuurders met dit stuk.

Laat ik eens beginnen met de titel te ontleden. In de titel zit namelijk  al een contradictie, het is een visienota over integratiebeleid maar integratie moet bereikt worden via participatie. Dat geeft de wethouder ook al in zijn voorwoord aan, hij wil middels participatie van alle Arnhemmers integratie bevorderen en afstappen van doelgroepbenadering.

Op zichzelf is dat niet verkeerd, maar dan verwacht ik eerder een participatienota dan een beleidsstuk waar vervolgens wel voortdurend over integratie, bevolkingssamenstelling naar allochtone achtergrond en interculturalisatiebeleid wordt gesproken.

Doelgroepenbeleid is passè maar op pagina 14 staat: “Daarnaast verschillen etnische groepen onderling sterk, zowel cultureel als maatschappelijk. Er zijn bovendien grote verschillen tussen leden van de dezelfde etnische groep.” De taalfout, hoe slordig ook neem ik maar even voor lief maar ik vraag me wel af hoe je de verschillende etnische groepen wil gaan bereiken als je niet iets van doelgroepbenadering toepast. Dat is namelijk onmogelijk. Antillianen zijn niet op dezelfde manier te bereiken als Turken, om maar eens een willekeurig voorbeeld te noemen.

Deze nota ademt een hoog gehalte luchtfietserij uit. Nergens wordt ook maar een begin gemaakt met aan te geven hoe die participatie gerealiseerd moet gaan worden.

Ik ben zelf enkele jaren in opdracht van de KNVB actief geweest als Verenigingsbegeleider in Presikhaaf. Dit was een activiteit gelieerd aan het project van gemeente Arnhem, Meedoen Allochtone Jeugd door Sport. Daarin speelde juist die participatie, het betrekken van kinderen van allochtone afkomst bij sportclubs en vervolgens hun ouders, een essentiële rol. En dat was een hele kluif. Daar werd oa door Sportbedrijf Arnhem goed werk verricht. Sport en cultuur zijn de ideale instrumenten voor dialoog en het bereiken van mensen met diverse achtergronden. En de nota rept er met geen woord over.

Dagblad De Gelderlander kraakte in haar redactioneel commentaar de nota twee weken geleden tot op de laatste letter af. In mijn ogen volkomen terecht, de gemeenteraad van Arnhem moet dit plak- en knipwerk niet eens in behandeling willen nemen.

zondag, 13 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Paternalisme, Arbeid en Inkomen

In arbeid, inkomen, paternalisme, verdelende rechtvaardigheid, agenda, aow, armoede, belasting, bijstand, en meer.

In de bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten verschillende progressief-linkse auteurs voor een groen en links beschavingsproject. De overheid moet het debat aan gaan met burgers over wat het goede leven is. De auteurs, geleid door Dick Pels, willen hiermee een correctie aan brengen op de liberale koers die GroenLinks onder Femke Halsema heeft ingezet. Zij zou de moraal te veel hebben overgelaten aan het individu.

Het opvallende is dat waar het gaat om praktische politiek de voorstellen van Pels uitermate liberaal zijn en onderbouwd zijn met liberale argumenten. Dit zal ik illustreren aan de hand van het hoofdstuk “Werk, Sociale Zekerheid en Het Goede Leven” waarin Pels samen met Femke Roosma pleit voor het invoeren van een basisinkomen. Ze breken hiermee met de koers van Femke Halsema. Zij schrok in Vrijheid Eerlijk Delen, het stuk waarin ze haar sociaal-liberalisme praktisch uitwerkte, niet terug voor een paternalistische voorstel onderbouwd met paternalistische argumenten: iedereen moest werken omdat dat beter voor hen is. De centrale vraag is: hoe paternalistisch is het vrijzinnig paternalisme van Pels en hoe liberaal het sociaal-liberalisme van Halsema?

Liberalisme? Paternalisme?

Liberalisme houdt in dat de overheid strikt neutraal moet zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven. Alle liberalen vinden dat de overheid mensen moet beschermen tegen inbreuken op hun formele rechten. Links-liberalen vinden dat de overheid daarnaast de materiële voorwaarden voor ontplooiing eerlijk moet verdelen.

Paternalisten geloven dat de overheid niet neutraal mag blijven ten opzichte van ideeën van het goede leven. Burgers moeten de ‘juiste keuzes’ maken, omdat dat goed is voor burgers zelf. In essentie zeggen paternalisten: “de overheid weet beter dan mensen zelf hoe ze hun leven moeten inrichten.” Harde paternalisten willen dwang inzetten om mensen daartoe te zetten. Vrijzinnig paternalisme varieert op een van twee manieren op dit thema: ten eerste, omdat vrijzinnig paternalisten niet zeker weten wat het idee van het goede leven is. Zij werpen dit echter niet terug op het individu maar willen een maatschappelijk, democratisch debat over wat het goede leven is. Ten tweede, omdat vrijzinnig paternalisten mensen niet dwingen, maar duwtjes in de goede richting geven: mensen hebben het recht om de verkeerde keuzes te maken, maar ze worden gestimuleerd om de juiste keuze te maken.

De centrale assumptie van Roosma en Pels is dat ieder sociaal stelsel mensen stimuleert om hun leven op een bepaalde manier in te richten. De sociale zekerheid geeft altijd richting aan een idee van het goede leven.  En op dit moment ligt de focus op werk. Roosma en Pels willen door het basisinkomen te introduceren mensen een andere richting geven.

 

Een Vrijzinnig Paternalistisch Pleidooi voor het Basisinkomen

Een basisinkomen is een door de overheid gegarandeerd minimuminkomen dat iedereen krijgt onafhankelijk van of hij of zij werkt of niet. De beste manier om het uit te leggen is dat de AOW-gerechtigde leeftijd verlaagd wordt naar 18. Mensen kunnen daarnaast bijverdienen zoveel als ze willen, maar als ze door een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar ook bijvoorbeeld omdat ze willen zorgen voor hun familie, of gewoon omdat ze lui zijn, (tijdelijk) niet werken kunnen ze altijd rekenen op een inkomen.

De vrijzinnig paternalisten Pels en Roosma hebben een agenda voor het goede leven: dat goede leven bestaat uit een juiste balans tussen werk, vrije tijd, ontwikkeling en de zorg voor anderen. Het basisinkomen kan daarbij helpen omdat het ruimte biedt voor ontplooiing, zorg en scholing. Mensen kunnen de tijd nemen voor scholing, voor de opvoeding van hun kinderen, het verzorgen van hun ouders of zich richten op sport, kunst en wetenschap en toch een (minimum)inkomen hebben. Het kan voor mensen met een baan een manier zijn om arbeid en zorg beter te combineren. Voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt geeft het basisinkomen de vrijheid om slecht werk te weigeren. In de huidige arbeidsmarkt kunnen mensen eigenlijk slecht werk niet weigeren omdat ze dan hun inkomen verliezen.

Roosma en Pels vinden hun voorstel paternalistisch omdat het ervan uitgaat dat het legitiem is voor de overheid om zich het welzijn van mensen te bemoeien. Maar die bemoeienis is beperkt. In essentie verandert het basisinkomen de manier waarop we keuzes maken over werk en inkomen. Als mensen besluiten om niet te werken, is het alternatief nu geen inkomen, met het basisinkomen kunnen mensen rekenen op een vast inkomen. Maar voor Roosma en Pels is het basisinkomen niet alleen een financiële maatregel, het is een normatief signaal: de overheid wil dat mensen zich onthaasten. Het voorstel is volgens Roosma en Pels vrijzinnig omdat er geen belemmeringen zijn om slechte keuzes te maken.

 

Het Basisinkomen langs een Vrijzinnige Maatlat

De kern van het betoog van Roosma en Pels is keuzevrijheid. Roosma en Pels willen mensen vrijmaken van arbeidsdwang. Het basisinkomen dwingt niemand om te werken, voor hun kinderen te zorgen of tijd te nemen voor scholing en ontspanning. Het maakt al deze keuzes serieuze opties. Dit gaat uit van een rijker begrip van dwang. Je kan stellen dat de overheid mensen alleen maar dwingt iets te doen, als mensen die zich niet aan de opdracht van de overheid houden, strafrechtelijk vervolgd worden. De overheid dwingt mensen om belasting te betalen: doen we dat niet dan kunnen we worden opgepakt. Je kunt stellen, dat een verzorgingsstaat en de vrije markt op een andere manier dwingt: het wel of niet verkrijgen van een inkomen is daar het beste voorbeeld van. De huidige verzorgingsstaat en arbeidsmarkt dwingen mensen om te werken. Als mensen niet werken, dan hebben ze geen inkomen, en zijn ze veroordeeld tot honger en armoede. In puur formele zin, bestaat de vrije keuze om niet te werken wel, maar is dat geen reële keuze. Mensen moeten werken want anders kunnen ze niet in hun basisbehoeften voorzien. Dat is in mijn ogen ook een vorm van dwang. Door een inkomen te verzekeren heft het basisinkomen deze vorm van dwang op. Het maakt daarmee allerlei opties reëel die slechts formeel bestonden. Mensen kunnen nu besluiten om zich helemaal te richten op de zorg voor hun kind, zonder zich zorgen te maken over de huur. In de kern vergroot het basisinkomen de reële keuzevrijheid van mensen.

Het basisinkomen is vooral goed voor mensen met weinig inkomen: mensen met weinig spaargeld, mensen die net rond komen, zij zitten nu een tredmolen van werk, werk, werk. Ze kunnen niet terugvallen op spaargeld of verlofregelingen als ze uit die tredmolen willen stappen. Als ze het niet redden komen ze in de WW of de bijstand. Deze regelingen gaan uit van het principe van reciprociteit, voor een uitkering staat een tegenprestatie: in de WW moet je solliciteren en dat werk accepteren en in de bijstand geldt steeds meer het principe van work first. Mensen mogen niet uit hun werkritme vallen, want anders komen ze nooit meer aan het werk. Het basisinkomen biedt de zwaksten op de arbeidsmarkt volgens Pels en Roosma meer bestaanszekerheid, maar vooral ook meer keuzevrijheid en grotere autonomie, zonder dat daar de verplichting van een tegenprestatie tegenover staat.

Het basisinkomen kan positieve maatschappelijke gevolgen hebben: onthaasting,meer  tijd voor het gezin, meer ruimte voor scholing, meer actieve beoefening van kunst, sport en wetenschap en beter werk voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar dit gebeurt niet door het principe van dwang, maar door het principe van vrije keuze. Het basisinkomen kan dit gevolg alleen hebben als we uitgaan van een sociaal-liberaal vertrouwen in mensen: als mensen in vrijheid keuzes maken dan zullen dat de juiste keuzes zijn. Vrije mensen kiezen voor zorg, kunst, scholing en onthaasting. Als je mensen vrij maakt dan zullen ze niet kiezen voor niets doen, niet voor televisie, drank en drugs om de verveling door te komen. Mensen zijn van nature geneigd tot ‘het goede’ alleen de samenleving dwingt mensen nu om verkeerde keuze te maken.

Paternalisme (met of zonder bijvoeglijke bepalingen) kunnen we niet bij Roosma en Pels aantreffen: de overheid weet niet beter hoe mensen hun leven moeten inrichten. Als je mensen de vrijheid geeft, dan maken ze de goede keuze. De overheid dwingt mensen nu de verkeerde keuze te maken, door eenzijdig de nadruk te leggen op werk.

 

Een Paternalistisch Pleidooi voor Werk

Ik kan me op het gebied van werk en inkomen wel paternalistischere voorstellen bedenken dan het basisinkomen. Je zou je kunnen voorstellen dat iedereen na een jaar werkloosheid een baan krijgt aangeboden en als ze die niet aannemen de uitkering dan wordt gestopt. Je zou dat kunnen doen omdat je vindt dat mensen economisch zelfstandig moeten zijn, omdat werk goed voor ze is, of omdat je vindt dat niemand uitgesloten mag worden van de voordelen van werk. Dat is de kern van Vrijheid Eerlijk Delen van Halsema. Ik heb al eerder laten zien dat dat voorstel veel dingen is, maar niet liberaal. Roosma en Pels geven de argumenten voor Vrijheid Eerlijk Delen goed weer: de verdedigers hiervan stelden dat mensen niet het recht hebben om geen deel uit te maken van de samenleving. Die deelname maakt ons tot betere mensen. Meedoen is goed voor je. Je onttrekken aan de samenleving is slecht. En een betaalde baan is het hoogste goed. Hiermee sluit Halsema naadloos aan bij het huidige denken over de arbeidsmarkt: iedereen moet (mee) werken. Vrijheid Eerlijk Delen was in de kern een paternalistisch voorstel, waarbij Halsema beter wist wat goed voor mensen was dan de mensen zelf. Neem vrouwen die besluiten om niet te werken als hun kinderen jong zijn. Die keuze hebben vrouwen nu omdat er uitzonderingen zijn in de bijstand voor vrouwen met jonge kinderen. Halsema vond dat vrouwen hiermee hun eigen toekomst op het spel zetten. Door die vrouwen toe te staan te zorgen slaat de overheid een gat in hun CV, waardoor ze als hun kinderen groot zijn, geen werk meer kunnen vinden. Ze missen dan de werkervaring, het werkritme en de opleiding om weer aan de slag te komen. De overheid moet vrouwen behoeden voor de verkeerde keuzes.

 

Liberalisme, Paternalisme en het Basisinkomen

De discussie binnen GroenLinks over Vrijheid Eerlijk Delen ging inderdaad langs de lijnen van liberalen versus gemeenschapsgezinden. Hierbij stond de vraag of mensen moesten werken niet ter discussie: liberaal Halsema en de vakbondsvleugel waren het daarover eens. Halsema was liberaal omdat ze voor het stimuleren van de werkgelegenheid liberale middelen wilde inzetten als ontslagrechtversoepeling. De gemeenschapsgezinden paternalistisch omdat ze mensen wilden beschermen tegen precair werk.

De paternalistische assumpties van het betoog van Halsema zijn slechts door enkelen benoemd. Door te werken ontplooien mensen zich, als mensen beslissen om niet te werken maken ze een ernstige vergissing, waartegen de overheid hen met dwang en drang moet behoeden. Het is opvallend dat het juist Pels, die de liberale koers van Halsema in vrijzinnig paternalistische richting wil bijsturen, het voorstel doet voor het basisinkomen. Dit zou een ontspannen samenleving stimuleren. Maar let wel: een basisinkomen doet dit via de band van vrijwilligheid: als we mensen bevrijden van een door de markt en overheid aangemoedigde arbeidsdwang dan zullen ze de ‘juiste’ keuze maken voor zorg, ontspanning, ontwikkeling en kunst.

Hun voorstel helt wel door naar de vrijzinnigheid en neemt grote afstand van het paternalisme: het basisinkomen vergroot de reële keuzevrijheid van mensen, en in vrijheid zullen ze de juiste keuzes maken. Ik ben, als links-libertair, een groot voorstander van het basisinkomen. Nu de paternalisten van de traditie Halsema nog.

donderdag, 10 november 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Presentatie moe? Dat komt in mijn woordenboek niet voor ;-)

Van af 27 Oktober j.l., was ik gestart met mijn eerste Wajong Werkt Presentatie voor grotere groepen, had wel eens vaker grote groepen toe gesproken maar niet met een ingestudeerde tekst wat mij overigens wel goed af ging ten opzichte van 1a 2 toeschouwers.

Even in vogelvlucht: Op 27 Oktober had ik naar mijn idee de beste Wajong Werkt presentatie gegeven, ik kwam hier door vervoersproblemen later aan en door mijn verloren tas had ik ook mijn spiekbriefje niet bij mij.. Toen ik binnen kwam kon ik gelijk mijn jas uit trekken en starten met presenteren. Dat ging best vloeiend zeker voor een eerste keer, ik had gewoon de tijd niet vlak vooraf om na te denken wat als dit of dat nou mis gaat etc;

3 November bezocht ik vanuit CrossOver het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om alle werknemers daar uit te nodigen voor een lunch en een discussie (vind plaats op 10 November) die hen erop zou wijzen dat de Wajongers niet vergeten mogen worden en sterker nog dat zij de Wajongers nodig zijn!

Tijdens die dag gingen we in groepjes van 3 alle afdelingen bij langs en nadat de eerste 2 uitnodigingen verstrekt waren greep ik ook mijn momenten (een vertegenwoordiger van CrossOver tipte mij om ook mijn eigen ding aan te grijpen), liet weten dat ik als Wajonger actief bezig was binnen GroenLinks (legde de nadruk op Chronisch Zieken en Gehandicapten), dat ik vanuit het CNV(j) Wajong Werkt Promo Team de misschien toekomstige werkgevers bezoek om aan hen voorlichting te geven wat Wajongers wel kunnen en zouden willen, wat de financiële voordelen zijn voor de werkgever zijn wanneer deze wel een Wajonger in dienst nemen ook wanneer deze niet naar verwachting zou kunnen presteren en voor mezelf sloot ik telkens af met mijn WSW indicatie (zelf sta ik op een wachtlijst voor betaald werk, ben tegen die tijd 64 of zo), mijn vrijwilligers werk binnen stichting de Zonnebloem en mijn bezigheden binnen de Netwerk Marketing…

Beetje vuil van mezelf misschien, in de 1e plaats was het een (zogenaamde) schreeuw om hulp gevolgd door een aantal trigger punten waar wel over na gedacht mag worden:
- Onderdelen hiervan moeten de 2e kamer gewoon beter bereiken en ikzelf ben bezig om mij hierin ook beter te ontwikkelen.
- Aangeven hoe handig het CNV(j) Wajong Werkt Promotie Team is, ik schrijf nu op persoonlijke titel maar wij informeren toekomstig werkgevers over de huidige regelgeving aan iedere werkgever die ons uitnodigt! Doel is de werkgever beter op de hoogte te stellen, tegelijkertijd hebben wij als Wajonger wel de mogelijkheid om ons eigen visitekaartje achter te laten
- Promotie voor mezelf in de ruimste zin van het woord, mijn eigen kwaliteiten, producten of desnoods adviezen maar even gaan verkopen.

7 November stond er een Wajong Werkt presentatie op de agenda in Leeuwarden voor het UWV, dat kwam mezelf ergens vrij slecht uit i.v.m. tijdsdruk, had nadien een andere afspraak wat ik net op het randje zou kunnen halen wanneer het openbaar vervoer goed zou verlopen. Een kleine week vooraf kreeg ik de bevestiging dat ik ruim op tijd weer de trein Naar Hoogeveen kon pakken om om 14:15 weer terug te zijn in Hoogeveen (zat met trein keuzes, 12:00 retour was goed, 13:00 retour zou ik moeten rennen). Anderzijds, zelf wil ik natuurlijk het CNV(j) Wajong Werkt Promo Team ook dichter in mijn eigen omgeving op de kaart zien te krijgen.

Tijdens de trein reis vanaf Meppel naar Leeuwarden werd ik opgebeld door mijn diëtiste waarbij deze aangaf onze huidige afspraak ook wel wilde doorschuiven naar de 21e.. Mooi ;-)

Zelf arriveerde ik om 10:15 op locatie zoals afgesproken was, mijn collega kwam wat later i.v.m. reistijden, op zich geen ramp want de presentatie startte toch pas om 11:00

Had een uur de tijd om onze spullen alvast klaar te zetten, 10 minuten zijn veelal voldoende, tijdens dat wij aan het woord zijn voor grotere groepen starten wij met een Powerpoint introductie, gevolgd door een filmpje en daarna gaan we tijdens het spreken weer verder met de Powerpoint presentatie.. Het was ff puzzelen, betreffende computers speelden het filmpje veel te langzaam af dus uiteindelijk hadden wij (iemand van het UWV en ik zelf) de beamer maar gekoppeld aan een laptop.

Tijdens het werken aan oplossingen en ook nadien werd er gevraagd aan mij moet je nog oefenen, nee niet nodig was mijn antwoord.. Hoe lang denken jullie bezig te zijn? Antwoordde zelf dat de hele presentatie zo’n 15 minuten zou duren exclusief vragen die wij zouden kunnen gaan krijgen…

Ik overhandigde mijn presentatiemap met daarbij de informatie mijn collega start het gesprek, zelf ga ik daar verder, mijn collega vervolgd weer.. Daar, daar en daar vertellen we samen wat en zelfs de ingestampte teksten kende ik gewoon uit mijn hoofd.

Vanaf het moment dat mijn collega ook arriveerde, wij onderling nog even bij gepraat hadden etc; waren we beiden rustig klaar voor de start..

Mijzelf voorstellen ging prima, de onderdelen waarbij ik met persoonlijke voorbeelden kon komen van mijzelf of wat ik allemaal gezien en gehoord had gingen vloeiend.. Bij de rest liet ik het een en ander over aan mijn collega of ik ging mijn delen bijna voorlezen.

Wij kregen nadien de feedback dat wij een hele goede presentatie neer hadden gezet,
Zelfs bij navraag waarbij ik eerlijk was over mijn mistakes en fouten kreeg ik de feedback dat ik juist die prima had opgelost en dat juist dat een soort van wil toonde!

Het werkgevers congres op 8 November ging ik voor,
Aldus de programmering duurde deze van 12:00 tot 15:25
Tussen 13:55 en 14:25 konden wij onze presentatie geven.


Zelf mocht ik van af 12:00 aanwezig zijn of gewoon vanaf 12:45 om de Lunch mee te pikken, beetje overleg met een coach van het CNV(j) Wajong Werkt Promotie team.
Het gehaast had ik niet zo’n trek aan, het Flevoziekenhuis licht op 10 minuten loop afstand van Almere Centrum…

Zelf kon ik kiezen uit een trein rit Hoogeveen – Hilversum – Almere Centrum, Hoogeveen - Zwolle – Amersfoort – Almere Centrum of Hoogeveen – Hilversum – Almere Centrum maar dan heel weinig looptijd overhouden in een onbekende plaats.

Zelf nam ik de trein van 9:42, arriveerde om 11:55 voor het FlevoZiekenhuis,
Leuk moment om nog even wat nicotine te downloaden en bij binnenkomst trof ik de persoon met wie ik de Wajong Werkt presentatie zou gaan geven.

Nadat we ons aangemeld hadden konden we koffie pakken, genieten van een muziekspel en nog even voor clown spelen. We zaten onderling wat te bluffen om deze op te zetten tijdens de presentatie, gelukkig moesten we de neuzen na de lunch weer inleveren dus had ik meteen een goede smoes om mij niet aan mijn woord te houden ;-)



Onderling hadden we nog even het een en ander overlegd, hij zelf zou zijn eerste presentatie geven. Ik zelf had een houding van we gaan nu misschien 14 a 20 mensen toespreken wat wel een drempel voor mezelf was bij aanmelding, maar tijdens een Werkgeverscongres i.v.m., de week van Chronisch zieken wilde ik er zelf graag bij zijn..

1. om maar bij te leren
2. contacten te leggen
3. Presenteren, een Wajonger hoeft niet aan de kant gezet te worden!
4. Politiek gezien ideeën uit te wisselen

Off topic, terug naar afgelopen presentatie van 8 November.
Tegen de tijd dat wij aan de beurt waren vanuit het CNV(j) Wajong werkt promotie team, mochten wij zo’n 72 mensen te woord staan..

Zelf schrok ik even van het aantal toeschouwers, op advies van onze Coach van het Wajong werkt promotie team vermelde ik na het mezelf voor gesteld te hebben voor een groot publiek.. ff te laten weten dat het gebeuren nieuw voor mij was.

Tijdens de presentatie voor veel meer mensen dan dat ik vooraf verwacht had,
Konden zowel mijn collega Wajongere als ikzelf ons eruit redden met een grapje tussendoor waardoor onze presentatie wel heel duidelijk over kwam!

Slot resultaat was dat ik vanuit het CNV(j) visitekaartjes kon uitwisselen met een aantal mensen, uitgenodigd ben om een presentatie te geven in Schiedam met mijn nieuwe collega waar ik ook zeker graag op in ga!

Onze huidige presentaties lopen tot Juni/juli 2012 als ik mij niet vergis, uit eigen belang hoop ik samen met een collega van mij ook meerdere presentaties te mogen geven bij alles wat boven Zwolle licht ;-)

Meer weten?
Neem gerust contact met mij op.

woensdag, 26 oktober 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

gastblog: gezonde geest = gezond lichaam = gezonde samenleving

In jongeren, sport, gastblog, integratie, normen en waarden, samenleving, vossius gymnasium, allochtonen, amsterdam, en meer.

deze blog werd geschreven door Itai Siegel en Deniz Tepebasi (leerlingen van het Vossius Gymnasium) tijdens hun stage bij GroenLinks Amsterdam

Sport, wie kan het nog wegdenken uit de maatschappij? De meerderheid van de jongeren beoefenen er één, en zelfs één derde van de volwassenen participeren aan deze bezigheid. Naar onze mening is sport zeer belangrijk, omdat het de bouwsteen is van een gezond lichaam, en het de normen en waarden van eerlijkheid en saamhorigheid aanleert.

Zeker in Amsterdam, een stad van vele culturen, zou deze manier van universele omgangswijzen aanleren zeer effectief zijn. Het bevordert namelijk de samenwerking op zeer verschillende gebieden. Zo is een goede samenwerking de grondsteen van economische vooruitgang.

Maar natuurlijk is economisch voordeel niet het enige belangrijke. Immers, het is bewezen dat mensen die niet sporten, sneller last hebben van klachten zoals rugklachten en hernia maar ook hart- en nierfalen. Wat is er dierbaarder dan een gezond lichaam?

Amsterdam heeft nog moeite dit fenomeen te begrijpen. Een bekend gedachtegoed van de gemeente was “stuur wat geld aan de stadsdelen, die richten wel wat cluppies op en dan komt alles goed”. Maar de laatste tijd is het bedrag steeds kleiner geworden. Feit is dat steeds meer sportclubs failliet aan het gaan zijn, of geforceerd worden samen te voegen. Steeds meer jongeren worden geforceerd om te stoppen met een sport, omdat er geen club meer in de buurt is.

Amsterdam zal zich dus moeten realiseren wat voor gevolgen dit kan hebben. Er zijn al problemen met de integratie van allochtonen, en het failliet gaan van sportclubs zal deze situatie zeker niet verhelpen. Ook zal Amsterdam in acht moeten houden dat dit ook een gevolg heeft voor de pensioen- en ziektekosten.

Mensen met een gezond lijf kunnen namelijk langer werken. Dit is goed voor de demografische druk, en helpt hen hun eigen pensioen op te bouwen.

Dus Amsterdam: er zit meer achter sport dan je denkt. Het gaat niet alleen om “kinderen iets te geven om te doen”, maar het heeft gevolgen voor de hele samenleving. Immers, een gezonde geest in een gezond lichaam bestaat alleen in een gezonde samenleving.


dinsdag, 25 oktober 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Even een teken van leven

In arbeid, blog, cnv, jongeren, persoonlijk, pgb, sociale werkvoorziening, toekomst, twitter, en meer.
Al een poosje heb ik een behoorlijke blog achterstand terwijl er juist nu blog voer voldoende aanwezig is denkende aan de WMO, Wajong het PGB etc; Ook ‘mijn nieuwe’ bed bevalt mij prima, nu moet ik er nog voor zorgen dat deze echt van mij wordt want heb hem nu in bruikleen van Icare.

Komende dagen en weken hoef ik mij ook niet te vervelen, thuis wil ik diverse ruimtes gaan schilderen en daarnaast een aantal websites van mijzelf een nieuwe look gaan geven.

Donderdag 27 Oktober ga ik naar een netwerkbijeenkomst van MEE Zuid-Hollandse Eilanden, oud-politicus dhr. Rouvoet geeft een korte inleiding in de veranderingen in de Wet sociale werkvoorziening en de Wajong uitkering. Ikzelf samen met iemand anders van het CNV jongeren (Wajong Werkt Promotieteam) geven een presentatie door Dhr. van Gorsel, directeur Wsw de Welplaat Spijkenisse geeft presentatie over de veranderingen in de Wet sociale werkvoorzieningen. Dhr. H. Blom, bestuurder van de MEE Plus Groep, zal vertellen over de werkzaamheden van MEE Zuid-Hollandse Eilanden het gebied van arbeid op dit moment en in de toekomst. Na de verschillende presentaties zal er de mogelijkheid zijn om vragen te stellen aan de sprekers en nadien zoek ik natuurlijk de mogelijkheid om nog een beetje te gaan netwerken.

Vrijdag 28 Oktober ga ik naar Schoonebeek voor een basiscursus voor ‘nieuwe’ vrijwilligers van stichting de Zonnebloem om iets meer te leren over de achtergronden van de doelgroep waarmee ik werk plus de visie van stichting de Zonnebloem zelf.

Donderdag 3 November ga ik vanuit mezelf, een Twitter vriendin van het UWV en CrossOver naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de medewerkers persoonlijk uit te nodigen voor een speciale bijeenkomst op 10 november en daarbij vertel ik natuurlijk ook wel een beetje mijn persoonlijke (politieke) praatje en het praatje voor vele anderen.

Zelf zit ik dus niet stil ;-)

zaterdag, 8 oktober 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Ieder voor zich of toch liever samen?

Column verschenen in De Linker Wang, oktober 2011

Het was een indringend beeld, de graaiers die op de A2 hielpen bij het ‘opruimen’ van geld dat uit een geldauto was gevallen. Indringend, want wat zouden wij zelf hebben gedaan? Doorrijden? Het geld oprapen en afgeven aan de bewakers? Of toch maar meenemen? In gesprekken erover bleek de moraal vaak flinterdun. Toen doordrong dat de graaiers waarschijnlijk allemaal op video stonden, ging de een na de ander bij de politie het geld (of een deel ervan) inleveren. Dat is ongeveer het morele niveau van een kat of een klein kind: alles mag als het maar niet gezien wordt… Het morele basisprincipe van mijn en dijn is niet altijd even sterk.

Geld van burgers

Datzelfde principe van mijn en dijn wordt juist wel ingeroepen in allerlei discussies over overheidsuitgaven. Of het nu gaat om kunstsubsidies, salarissen van politici en bestuurders, of zorgkosten, er is al gauw iemand die roept: ‘dat doen ze wel van mijn geld.’ En eerlijk is eerlijk, het kabinet lokt dat ook uit. Men verkoopt de harde bezuinigingen onder meer met het argument dat men zuinig is op ons geld. Dat siert de overheid natuurlijk. Het is goed dat ministers beseffen dat ze namens ons beleid maken en uitvoeren en dat het geld dat ze daarbij uitgeven ons gezamenlijke geld is.

Die boodschap wordt vervolgens vooral door kritische stemmen snel overgenomen: ‘dat doen ze van ons geld.’ Inderdaad. Maar het gaat fout als dat vervolgens vertaald wordt naar het individuele niveau. ‘Dat doen ze van mijn geld.’ Meestal betekent dat ook gelijk: ‘en dat zou niet moeten. Mijn geld wordt besteed aan zaken waarmee ik het niet eens ben.’ De – goede – boodschap dat de overheid zich bewust is dat men geld van de burgers uitgeeft, wordt een verlammende redenering als iedereen het met elke uitgave eens moet zijn.

Dat verlammende wordt versterkt door berekeningen dat ongeveer de helft van het geld van burgers door de overheid wordt ingenomen en dat we pas na juli ‘voor onszelf gaan verdienen.’ Voortdurend wordt het beeld neergezet dat de staat een groot geldverslindend monster is dat voortdurend loert op onze eigendommen. En als ze ons geld eenmaal hebben, kunnen wij niets anders doen dan mokkend toezien hoe ze ons geld verspillen.

Afbraak solidariteit

Wat we snel vergeten, is dat we met ons gezamenlijke geld onze samenleving in stand houden. Dat we de zaken zo geregeld hebben dat niet iedereen zijn eigen riool bouwt, maar dat het handiger is als we dat samen doen. Dat je beter collectief scholen en ziekenhuizen kunt bouwen dan ieder voor zich. Dat havens, spoorwegen, bossen, cultuur, sportvoorzieningen en al die dingen meer structuur geven aan de samenleving waar we allemaal elke dag van profiteren. En dat ook investeren in de rest van de wereld – ontwikkelingssamenwerking, defensie – uiteindelijk oplevert dat we met ons allen in een betere, meer leefbare wereld wonen. Dat ‘ons geld’ precies ‘ons’ geld is omdat we daarmee onze gezamenlijke belangen en doelen kunnen dienen. Elke euro belasting die ik betaal is een investering in de samenleving, ook als die misschien wordt uitgegeven op een manier die ik zelf niet gekozen zou hebben. Dat is ook het signaal van de ‘pluk ons’-beweging, rijke mensen die vinden dat ze wel wat meer belasting kunnen betalen.

Het kabinetsbeleid is erop gericht ‘Nederland terug te geven aan de Nederlanders.’ Dat is vooral economisch bedoeld. De staat moet kleiner en mensen moeten vooral zaken weer zelf gaan betalen. Maar daarmee is het beleid ook gericht op een afbraak van de solidariteit, een afbraak van de collectieve verantwoordelijkheid, een afbraak van de gezamenlijkheid. Sport, gezondheid en onderwijs worden meer een individueel belang dan een collectieve verantwoordelijkheid. Cultuur en natuur zijn geen investering in de samenleving maar een kostenpost.

Het kabinet denkt misschien met deze koers te doen wat mensen willen: ‘ons geld terug.’ Maar feitelijk zaagt het aan de poten van de samenleving. Dat men sober wil omgaan met de collectieve uitgaven is verstandig en noodzakelijk in het economische klimaat van nu. Dat men heel kritisch kijkt naar overhead en onnodige kosten in het overheidsapparaat is ook belangrijk, want elk bureaucratisch systeem neigt naar zelfverdikking. En als sommige taken ook of beter privaat kunnen worden georganiseerd, dan moeten we dat vooral willen.

Gezamenlijkheid

Maar dat men de gedachte aanwakkert dat elke overheidseuro diefstal van de burger is, is ongelooflijk dom. De overheid is namelijk van ons en doet namens ons de dingen die we niet zo makkelijk zelf kunnen organiseren. Daarom moeten we investeren in vertrouwen in de overheid en in verantwoording van het beleid. En vooral niet meegaan in het idee dat de overheid tegenover ons staat. De vraag is niet of de burger of de staat er beter van wordt, maar hoeveel we willen bijdragen aan de gezamenlijkheid van de samenleving. Niet het ‘mijn of dijn’, maar het ‘mijn of ons’ is de eigenlijke kwestie.


maandag, 3 oktober 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

CV

In werk, arbeidsmarkt, arbeidsverleden, baan zoeken, bijbaantje, chronologische volgorde, crisis, curriculim vitea, curriculum vitae, en meer.

Als je gaat solliciteren, dan zal er een CV moeten komen. Dat lijkt de gemakkelijkste stap uit het hele sollicitatietraject, je hoeft gelukkig nog niet met zo’n akelige selecteur aan tafel. De praktijk wijst echter uit dat mensen het lastig vinden wat nou wel en wat nou juist niet op hun CV te zetten. Welke opleidingen zet ik erop, en in welke volgorde? Hoever moet ik terug in mijn werkverleden? Moeten mijn hobby’s erop? En is het goed om een typering van mezelf erop te zetten, of juist niet? Wanneer is een CV compleet? Eigenlijk is er geen eenduidig antwoord op die vraag.

Natuurlijk is het evident dat je werkverleden op je CV te zien is. Maar ook daar kun je in doorschieten. Als ik een CV voor me krijg met een heel opstel aan irrelevante bijbaantjes als vakkenvuller, krantenbezorger en babysitter, dan doet me dat niet veel. Het irriteert me hoogstens, dat je de hoofd- en bijzaken van je arbeidsverleden niet weet te scheiden. Aan de andere kant wil je ook geen gat creëren. Het is goed als je werkverleden en je opleidingen samen een complete tijdslijn vormen. Want ook qua opleidingen gaat het wel eens mis. Want als je die ene opleiding er maar niet opzet, omdat je die toch niet hebt afgerond, kan er ook een gat in je CV ontstaan, waardoor ik vermoed dat je van 2007 tot 2009 op je krent gezeten hebt. Denk er ook aan je werkverleden en opleidingen er op chronologische volgorde op te zetten, te beginnen bij het meest recente.

Uiteraard zet je ook je complete personalia op je CV, daar begint je CV mee. Je naam, adres, geboortedatum, de hele mikmak. Doopnamen mag je best weglaten, je kinderen en huisdieren hoeven er ook niet op. Het CV gaat over jou. Als je Curriculum Vitae niet kunt schrijven (ik zie vaker het foute Vitea, dan het correcte Vitae), noem ’t dan gewoon CV.

Maar dan wordt het pas echt lastig. Moet er verder nog wat op? Heb je een paar maanden gereisd? Zeker doen! Ben je actief geweest binnen de studentenvereniging? Dito. Heb je hobby’s? Dat is al wat lastiger. Denk allereerst na of de hobby’s die je nu te binnen schieten, wel echt hobby’s zijn. Ik heb ettelijke malen op een CV ‘fitness’ zien staan, om vervolgens een plompe sollicitant aan tafel te krijgen, die al maanden geen sportschool van binnen had gezien. En dat je van gezelligheid houdt, kan toch ook geen verrassing zijn, een enkele kluizenaar daargelaten. Wanneer je een ‘onderscheidende’ hobby hebt, wordt het al wat interessanter. Denk aan verzamelingen, een specifieke sport (dus geen fitness, dat doet toch niemand voor zijn lol?), lidmaatschap van een politieke partij of een vereniging, of een muziekinstrument dat je bespeelt. Hier maak je in één klap je CV een stuk persoonlijker mee.

Natuurlijk is het wel zo, dat je hier een vooroordeel mee uit kunt lokken. Als mijn politieke voorkeur lijnrecht tegenover de jouwe staat, dan krijg ik daar een gevoel bij. En als je toevallig aan paardrijden doet, denk ik dat je elke dag om vijf uur uit het raam springt om je paard te gaan kammen. (Maar misschien ligt dat aan mij.) Maar, het zegt wel iets over jou, en het toont aan dat je ergens een passie voor hebt. En dat wil ik ook weten als je een hobby of interesse hebt die absoluut de mijne niet is. Dat is positief.

Tot slot kan ook een typering van jezelf – een opsomming van relevante eigenschappen – je CV opleuken. Maar ga ook daar niet de fout in door volstrekt inwisselbare eigenschappen op te lepelen. Want flexibiliteit en nauwkeurigheid zijn eigenschappen die ik van al mijn sollicitanten verlang. En ook nietszeggende eigenschappen als spontaniteit kun je beter weglaten.

Wat onderscheidt jou van mij? Dat is de vraag. Als je op die manier je hele CV bekijkt, en de spelfouten buiten de deur weet te houden, dan komt je CV al een heel eind. Succes!


vrijdag, 23 september 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

het tempo van stewart en mccarthy

In natuur, sport, bergbeklimmen, cormac mccarthy, mijn vader, rory stewart, the places in between, the road, zwitserland, en meer.

Eind augustus verscheen dit stuk van mijn hand in De Leunstoel - internetmagazine voor rustige mensen. 

Zeven jaar geleden deed ik het voor het eerst: een huttentocht met mijn vader. Deze zomer vervolgen we onze tocht. Zes dagen lopen we van hut naar hut, hoog in de Zwitserse Alpen. De dagen zijn heerlijk simpel: we staan op om zes uur, eten wat, pakken de rugzak in, en gaan op pad. Laat in de middag komen we aan bij de volgende hut, alwaar we een douche nemen, wat drinken en ons een calorierijk diner laten voorschotelen door de huttenwaard. Daarna kunnen we onze ogen nauwelijks openhouden en zoeken we nog voor tien uur het stapelbed op. De meegebrachte boeken blijven ongelezen onder in de rugzak zitten.

Op één na. Rory Stewart, gewezen diplomaat in Irak en humanitair werker in Afghanistan, schreef een boek over zijn veertig dagen durende wandeltocht van Herat naar Kabul in 2002, toen net de nieuwe regering de macht – in theorie – had overgenomen van de Taliban. Door besneeuwde passen en langs snelstromende rivieren liep hij de blaren op zijn voeten, onderwijl zowel gastvrij ontvangen als met stenen belaagd.

Ik krijg ook bijna een steen tegen mijn hoofd, maar niet van een achterdochtige Afghaan. Loslopende schapen boven het bergpad veroorzaken steenval; mijn vader kan me net op tijd wegtrekken. Andere vergelijkingen met de tocht van Stewart gaan tevens maar half op. Hij heeft alles wat hij nodig heeft in zijn rugzak zitten, net zoals wij. Maar voor een paar luxe-artikelen die wij ons kunnen veroorloven, zoals worst van de Albert Heijn en een extra schoon hemd, heeft hij geen ruimte. Mijn vader en ik moeten ons over grote sneeuwvelden naar de overkant worstelen, en hoewel het blauwe gletsjermeer in de stijle diepte me in eerste instantie bedenkingen geeft, wordt het nooit zo angstaanjagend als de vierduizenders die Stewart (in de winter) moet oversteken, waarbij hij dikwijls tot zijn liezen of verder wegzakt in de sneeuw.

Toch voel ik me verbonden met Stewart en de eenzaamheid en stilte die hij beschrijft. Het lopen en klimmen brengt een aangename leegte in mijn hoofd; het verzetten van de ene voet voor de ander is al wat belangrijk is. Inademen, linkervoet omhoog, uitademen, rechtervoet omhoog. Ik heb geen behoefte om mijn iPod met opzwepende nummers aan te zetten. Integendeel. Ik doe enkel mijn koptelefoon op als ik ’s avonds na het eten nog even buiten ga zitten met mijn rug tegen de hut aan en ik de bergtoppen om me heen langzaam indigoblauw zie worden. Ik luister naar het gedownloade boek van Cormac McCarthy, die in 2007 de Pullitzer Price won voor zijn roman over een vader en zoon die te voet door een post-apocalyptisch landschap op weg zijn naar het zuiden van de Verenigde Staten. Ook een wandelboek, zij het nog dramatischer dan het relaas van Stewart.

Met mijn vader eet ik risotto en pasta, kijk ik naar de opgaande zon en steek ik een vuurtje aan voor een pan water. Hij bepaalt mijn wandeltempo. Stewart en McCarthy bepalen het tempo in mijn hoofd.

mijn vader en ik in de Medelserhütte op 2540m


maandag, 12 september 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Goud M/V

In theater, v/m, kinderen, leuk, mannen, sport, vrouwen, citaat, nederlandse, en meer.

Groot nieuws: de genomineerde acteurs voor de Louis d’Or. En o ja, de actrices voor de Theo d’Or. Fijn dat er aandacht is voor het Nederlandse theater. terecht! Maar waarom zijn er eigenlijk verschillende prijzen voor mannen en vrouwen? Het is toch niet zoals bij sport dat fysieke voorwaarden verschillen zodat gescheiden prijzen beide seksen een kans op een prijs geven? Een goede acteur M/V overtuigt, een slechte niet. (Wel een geinige reactie op Twitter: O, da’s omdat mannen nog steeds emotioneel n achterstand hebben en dus qua acteren nog wat in te halen hebben.) Maar dan: waarom wordt de Louis eerder genoemd dan de Theo? En eerder uitgereikt? En waarom wordt van de winnaar wel een citaat zijn speech uitgezonden, van de vrouwen niet?

De winnaars Elsie de Brauw en Jacob Derwig had ik trouwens ‘s middags nog gezien in Kinderen van de Zon. Prachtig, overrompelend. Zowel De Brauw als Halina Reijn vond ik veel overtuigender dan Derwig. Hij zette een leuk typetje neer met een geinige pruik, maar veel diepgang had zijn spel niet. En als er al een man had moeten winnen, dan Gijs Scholten van Aschat voor zijn verpersoonlijking van het charmante kwaad in Richard III. Maar ja, ik zit niet in de jury.


zaterdag, 10 september 2011

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

GroenLinks wil in Den Bosch beweegtuinen

In geen categorie, allochtonen, amsterdam, begroting, belangrijk, buitenland, burgers, college, den haag, en meer.

Beweegtuinen zijn speeltuinen met outdoor-fitnesstoestellen waar je verschillende spiergroepen kunt trainen. Populair in het buitenland, maar ook steeds vaker in Nederland te vinden. Beweegtuinen stimuleren niet alleen het bewegen, ze vormen ook een vanzelfsprekende ontmoetingsplek voor verschillende generaties. Zo versterken ze de vitaliteit van de gemeente.

Ook Bosschenaren bewegen te weinig, terwijl bewegingsarmoede gevaarlijk is voor de gezondheid, van jongeren en ouderen. En de mensen die wel bewegen doen dat tegenwoordig graag op een tijd en plaats die hen uitkomt en dikwijls niet meer in verenigingsverband. Dat kan natuurlijk uitstekend in een laagdrempelige beweegtuin in je omgeving, samen met anderen uit de buurt. Op gebruiksvriendelijke toestellen, die hufterproof zijn.

GroenLinksgemeenteraadslid Ufuk Kâhya ziet de beweegtuinen daarom graag ook in Den Bosch. Hij kwam deze week met een voorstel voor de aanleg ervan in West en aan het Zuiderpark in Zuid.

INITIATIEFVOORSTEL
Beweegtuinen

Status
Op basis van het in de Gemeentewet opgenomen recht, dient de fractie van GroenLinks een initiatiefvoorstel in om sport en bewegen te stimuleren en daarbij ook de sociale cohesie te bevorderen in de wijken van ‘s-Hertogenbosch door middel van “beweegtuinen”.

1. Samenvatting
GroenLinks dient dit initiatief in om de beweging, sport en sociale cohesie in de wijken van de gemeente ’s-Hertogenbosch te bevorderen. Een beweegtuin stimuleert bewegen en vormt ook een ontmoetingsplek die de burgers van de gemeente ’s-Hertogenbosch dichter bij elkaar brengt.

Het is haalbaar, ook in deze tijden van financiële schaarste, om op creatieve wijze onze ambities te realiseren. Op het gebied van gezondheid en sociale cohesie moet onze ambitie onveranderd hoog blijven. Het college wordt gevraagd twee beweegtuinen te realiseren en te bezien wat dat in beweging brengt.

2. Aanleiding
In de gemeentelijke Sportvisie is aangegeven dat de volksgezondheid een punt van toenemende zorg is. Het percentage jeugdigen met overgewicht en obesitas en volwassenen met cardiovasculaire aandoeningen neemt de laatste jaren toe. Bewegingsarmoede is een belangrijke risicofactor voor onze gezondheid. Bewegen is van grote invloed op de ontwikkeling van kinderen.

Uit de sportstatistieken van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat bij 1 op de 7 kinderen sprake is van overgewicht. Voor Den Bosch betekend dit 15.5%. Ook blijkt uit de sportstatistieken dat sportdeelname van allochtonen, lager opgeleiden en mensen met lagere inkomens fors achter blijft ten opzichte van de rest van de bevolking. Ook speelt dit initiatiefvoorstel in op het tendens van individualisering en informalisering. Steeds meer mensen die willen wel bewegen, maar niet in verenigingsverband. Dit initiatiefvoorstel wil op een laagdrempelige wijze burgers stimuleren en faciliteren om meer te bewegen.

Het is belangrijk dat in deze tijd zowel ontmoeting en dialoog als bewegen wordt gestimuleerd. Natuurlijke ontmoetingsplekken nemen in hoog tempo af wat bijdraagt aan de afname van de sociale cohesie. Parken en speeltuinen vormen ook belangrijke ontmoetingsplekken in deze gemeente. Dit initiatiefvoorstel ‘Beweegtuinen’ gaat over het stimuleren van sport en bewegen, maar benadrukt en bevorderd tevens het aspect van sociale cohesie.

3. Beweegtuinen
Beweegtuinen zijn als het ware speeltuinen met outdoor-fitness toestellen die verschillende spiergroepen trainen. Beweegtuinen zijn in het buitenland veelvuldig te vinden. Ook in Nederland begint het zich succesvol te verspreiden. In steden zoals Haarlem, Amsterdam, Doetichem, Rotterdam, Zoetermeer, Den Haag, Maassluis en Tilburg zijn al openbare sportparken gerealiseerd. Uit onderzoek van de Gelderse Sportfederatie blijkt dat beweegtuinen niet alleen het bewegen stimuleren, maar ook een positieve rol spelen bij sociale ontmoeting van verschillende generaties. Beweegtuinen versterken de vitaliteit van de gemeente.

Gebruiksvriendelijkheid
De toestellen op de beweegtuinen zijn gebruikersvriendelijk,
zowel voor kinderen als voor ouderen. Sommige toestellen zijn
ook rolstoelvriendelijk. De toestellen zijn ook hufter-proof.

Beweegtuinen;
- stimuleren bewegen (met name ook die groepen die nu een bewegingsachterstand hebben zoals allochtonen, laag opgeleiden en mensen met lage inkomens),
- zijn laagdrempelig en toegankelijk voor jong en oud,
- kunnen overal worden ingepast in de openbare ruimte, zowel in groene omgevingen waar zich al veel bewegers bevinden, als in een meer stenige omgeving.
- zijn grotendeels ook toegankelijk voor mensen met bepaalde fysieke beperkingen,
- zijn natuurlijke ontmoetingsplekken,
- bevorderden zowel de volksgezondheid als de sociale cohesie.

4. Financiën
Creatieve mogelijkheden
Het is aan te bevelen om in deze tijden van financiële schaarste de mogelijkheden van samenwerking met en/of sponsoring vanuit de markt te onderzoeken. Vanuit het maatschappelijk verantwoord ondernemen is het denkbaar dat bedrijven en ondernemers interesse kunnen tonen. Sponsoring van dergelijke toestellen zijn voor bedrijven en ondernemers namelijk deels fiscaal aftrekbaar. Daarnaast zou een mogelijkheid gecreëerd kunnen worden om op het toestel de naam van de sponsor te vermelden. Dit zal op een bescheiden wijze moeten gebeuren, het is namelijk niet de bedoeling dat de toestellen worden getransformeerd tot reclamezuilen. Het eerste ‘Bossche Benkske’ in
’s-Hertogenbosch is door sponsoring vanuit de markt gerealiseerd.
Dit is ook goed denkbaar voor beweegtuinen.

Kosten
Een beweegtuin kan in omvang verschillen. Een gemiddelde beweegtuin bevat
ongeveer 6 – 10 toestellen wat de mogelijkheid biedt voor een volledige work-out
waarbij alle spiergroepen getraind kunnen worden. Toestellen bedragen circa
€ 2.000.- per stuk, waarbij de prijzen per toestel variëren.
De plaatsing en transportkosten voor een beweegtuin varieert afhankelijk van de locatie en de aantal toestellen. Indicatieprijs van het realiseren van een beweegtuin met 6 toestellen is € 15.000,-. Deze prijzen zijn gebaseerd op de informatie die is verschaft door één aanbieder en kunnen per leverancier verschillen. Het College zal als uitvoerder zelf bij de realisatie prijsafspraken moeten maken met een van de aanbieders. Ter indicatie is er een prijzenlijst opgevraagd bij een van de aanbieders. Tot slot zijn er onderhoudskosten die vergelijkbaar zijn met de onderhoudskosten van een reguliere speeltuin. Voor het realiseren van twee beweegtuinen zal een investering vragen van circa € 40.000,-.

Financiering
Voor de financiering kan er gezocht worden naar ruimte binnen bestaande budgetten zoals wijkspeelplaatsen, aanpak buurtpleinen en bewegen voor ouderen. Uit een verkenning blijkt dat binnen de huidige begroting in de hier genoemde posten de ruimte en mogelijkheid bestaat om de eerste twee beweegtuinen uit te financieren.

5. Realisatie
Het College draagt zorg voor de realisatie van beweegtuinen. De realisatie van beweegtuinen kan op verschillende wijze vormgegeven worden. Het is de verantwoordelijkheid van het College om dit effectief en efficiënt vorm te geven.

Locatie
Een belangrijk aspect bij het realiseren van beweegpark is de locatie. Goede locaties zijn parken in wijken waar ook speelgelegenheid is en langs (hard)looproutes in wijken. Ook is het van belang om te kijken naar de demografie van de wijk. Voorkeur zou uit moeten gaan naar wijken waar de doelgroepen die momenteel volgens de sportstatistieken een beweegachterstand hebben zich veelvuldig zetelen. Voor de eerste twee beweegtuinen valt daardoor te denken aan de Westerpark of de Wijdonklaan in West en aan het Zuiderpark in Zuid.

Inpassen in bestaand beleid
Na realisatie van twee beweegtuinen zal bezien moeten worden wat het in beweging brengt. Bij succes kunnen er meer beweegtuinen gerealiseerd worden in de openbare ruimte en zou onderdeel kunnen worden van regulier beleid. Bij verdere uitbreiding is het van belang om in overleg te gaan met de sportalliantie, bewonersraden en andere organisaties zoals de seniorenraad om geschikte locaties te bepalen. Daarnaast zal ook de nabijheid van grotere voorzieningen moeten worden overwogen, zoals sociaal-culturele voorzieningen en onderwijsinstellingen.
Bij het ontwikkelen van wijkspeelplaatsen kunnen beweegtuinen als optie worden meegenomen en in overleg met bewoners kan bezien worden of realisatie mogelijk is.

6. Voorstel
Wij stellen u voor het bijgaand ontwerp-besluit vast te stellen.

De fractie van GroenLinks ’s-Hertogenbosch,
namens deze,
Ufuk Kâhya

De gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch in zijn openbare vergadering van 11 oktober 2011 ;
gezien het initiatiefvoorstel van de fractie van GroenLinks van 6 september 2011,

gelet op de Gemeentewet en artikel 37 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad;

Besluit:

1. Sport en bewegen te stimuleren door het realiseren van beweegtuinen in de wijken van de gemeente ’s-Hertogenbosch.

2. Als pilot 2 beweegtuinen te realiseren, waarbij het college de opdracht krijgt om de samenwerking met (markt)partijen te bewerkstelligen.

3. De realisatie van de twee beweegtuinen, circa € 40.000,-, te financieren uit het budget wijkspeelplaatsen, aanpak buurtpleinen en/of bewegen voor ouderen.

De gemeenteraad voornoemd,
De griffier, De voorzitter,

drs. A. van der Jagt mr. dr. A.G.J.M. Rombouts

klik hier voor het initiatiefvoorstel in pdf.

vrijdag, 9 september 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Workshop Trans-border Transport

In algemeen, maatschappij, nieuws, duitsland, egsu, europa, frankfurt/oder, frankrijk, openbaar vervoer, en meer.

Gisterenavond stond mijn eerste workshop op het programma van vijf tot zeven, de workshop trans-border transport. Er waren vijf sprekers aanwezig en in de zaal zaten niet meer dan 25 mensen. Drie van de sprekers hielden een verhaal. De eerste was Helmut Thoma, over het grensgebied van Frankrijk, Zwitserland en Duitsland en de plannen die daar bestaan om tramlijnen aan te leggen. Duidelijk werd dat het lastig was om daar openbaar vervoersverbindingen van de grond te krijgen omdat er verschillende aanbieders opereren en er samengewerkt moet worden tussen verschillende overheden: de lokale Duitse, twee Zwitserse kantons en een gecentraliseerde Franse overheid, waardoor de verbindingen met Frankrijk nog moeizamer van de grond kwamen dan die tussen Duitsland en Zwitserland. Er waren wel plannen, maar van de 14 werden er maar twee daadwerkelijk uitgevoerd tot nu toe, en dat na veel gesteggel over financien.

De volgende spreker was H.M. Fransz, die een verhaal hield over het gebrek aan openbaar vervoer van Duitsland naar Polen. Ondanks het feit dat de dichtstbijzijnde grote steden in de buurt van Berlijn in Polen liggen, wordt er weinig geinvesteerd in deze verbindingen. Sterker nog, sinds 1972 is het aantal verbindingen per spoor naar Polen afgenomen tot het niveau van de jaren ’60. De daling geldt zowel voor personen- als goederenvervoer. Nu worden er veel autokilometers afgelegd van en naar deze steden, wat natuurlijk niet bevorderlijk is voor het milieu. Wat mij verbaasde was het feit dat er nog stukken spoorlijn zijn zonder elektriciteit. Hierdoor duurt een reis van Berlijn naar Wroclaw met de auto drie uur, maar met de trein zes uur, omdat er gewisseld moet worden van elektriciteit naar Diesel. Het OV kan op deze manier nooit concurreren met de auto. Dezelfde problemen spelen ook op andere routes. De trein kan hierdoor ook geen goede aansluiting bieden op vluchten, omdat dieseltreinen niet naar het vliegveld mogen rijden.

Voor wat betreft de reizigersinformatie gaat het wel de goede kant op. VBB heeft een heldere website met informatie in het Duits, Engels en Pools. Maar zonder vlotte reistijden en goede verbindingen zonder overstappen kan het OV uiteindelijk niet concurreren. Volgens Fransz zal het aantal treinreizigers op sommige trajecten meer dan verdubbelen als de oude stukken spoor elektrisch worden.

De laatste voordracht gaat over de verbinding hier tussen Frankfurt en Slubice. Er is behoefte aan een verbinding, maar deze is er nog steeds niet. Kort samengevat is er al jaren onderzoek in gestoken, maar is het een langzaam proces omdat verschillende partijen op een lijn moeten zien te komen, er subsidie aangevraagd moet worden en er allerlei wettelijke problemen zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot arbeidsrecht.

Wat duidelijk werd bij alledrie de situaties, was dat een van de problemen is dat er zowel in Polen als in Duitsland nog mensen zijn die liever geld investeren in wegen dan in openbaar vervoer. Verder waren het vooral problemen die er altijd zijn als veel partijen samen moeten werken: het kost veel moeite alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.

Het waren drie interessante verhalen, maar ik miste een aantal dingen bij de workshop. Er werd weinig gesproken over de structurele problemen die er zijn bij het werken in verschillende landen. Het verschil in arbeidsrecht is er eentje, evenals het verschil in valuta en wat in een land als redelijke prijs ervaren wordt. Maar er werd niet diep op ingegaan en het ging vooral over de afzonderlijke gevallen. Ook ging het, wat ik voor een Europees congres opmerkelijk vind, nauwelijks over Europa. Er werd zelfs voor gepleit om het OV te laten regelen door regionale overheden, terwijl ik niet in zie hoe je daarmee problemen oplost. Verschillen in valuta los je niet op per stad of regio, evenmin als verschillen in wetgeving (bijvoorbeeld m.b.t. werktijden). Juist daar had ik verwacht dat het over Europa zou gaan. Maar Europa werd alleen genoemd toen het ging over subsidie vragen voor deze projecten. Tenslotte miste ik de interactie in de workshop. Op de achterkant van het programma staat dat in de workshops bijdragen gevraagd worden van de aanwezigen, maar in dit geval was daar nauwelijks sprake van.


vrijdag, 5 augustus 2011

Michel Klijmij-van der Laan

Michel Klijmij-van der Laan

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr GR DWARS

Kaasrate

In algemeen, gouda, armoede, begroting, bezuinigen, cijfers, criminaliteit, euro, gedoe, en meer.

Al zo’n vijf jaar worden overal in het land vechtsportactiviteiten gebruikt om met name allochtone jongeren te betrekken bij sportclubs, integratie te bevorderen en sociale problemen te voorkomen. Dit kwam voort uit een programma van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de evaluatie hiervan was positief:

Zowel de harde cijfers als de inzichtgevende verhalen uit interviews en observaties laten zien dat vechtsport een belangrijke bijdrage kan leveren aan weerbaarheid, agressiebeteugeling en persoonlijke groei. Juist voor maatschappelijk kwetsbare jeugd biedt vechtsport mogelijkheden tot het verbeteren van hun psychosociale welzijn en maatschappelijke (re)integratie. Gekwalificeerde vechtsporttrainers met sportinhoudelijke én pedagogische kennis en vaardigheden vormen hierbij een sleutelrol. De opgetekende ‘harde’ en ‘zachte’ resultaten laten zien dat vechtsport geen wondermiddel is dat altijd werkt, maar tonen vooral ook de inspirerende persoonlijke én maatschappelijke beloften van vechtsport.

Genoten van karate?

Ergens in maart werd bedacht om met deze ervaren organisatie in zee te gaan om probleemjongeren discipline bij te brengen op een manier die bij hun beleveniswereld aansluit. Dat past helemaal in het veiligheidsbeleid (preventie en perspectief bieden), waarbij criminelen worden bestraft maar je probeert om te voorkomen dat jongeren tot criminaliteit afglijden. Je zou het zelfs kunnen zien als een onorthodoxe maatregel. Aangezien de meeste overlast wordt veroorzaakt door Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn die de doelgroep die prioriteit krijgt hierbij. Ook dat is beleid, en dat wordt breed gedragen – van Trots op Nederland tot en met GroenLinks.

Het NIVM (Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij) krijgt de opdracht en brengt dit eind juli naar buiten. Ook op Forum Gouda kwam het nieuws langs, waarna het een week lang stil bleef. Geen reactie, geen verontruste politici, helemaal niets. Tot het AD kopte over Marokkaanse probleemjongeren, met de melding dat het niet voor criminele jongeren bedoeld is. GeenStijl denkt “dat kan sappiger” en verzint er fietsendieven en verkrachters bij die graties naar de karate mogen. En all hell breaks loose.

Ineens worden er vragen gesteld, ineens ontploffen de Goudse twitteraccounts. Want je moet wel laten zien als politicus dat je “not amused” bent. En natuurlijk wordt er schande gesproken hierover. Dat het al op andere plekken in het land gebeurt doet er niet toe. Het gaat over Marokkanen en Gouda, dus het is totale gekte. Of het effectief is wordt al bijna niet meer gevraagd in de publieke opinie, het gaat alleen nog maar over “voor hun is het graties en voor ons niet”. En dat terwijl we moeten bezuinigen!

Om die laatste ballon maar gelijk lek te prikken: zo simpel is het niet. Ja, we moeten bezuinigen. Maar omdat veiligheid nou eenmaal een belangrijk issue is in Gouda is afgesproken dat op veiligheid niet wordt bezuinigd. In die pot geld zit bovendien nog wat geld van het Rijk dat alleen maar aan veiligheid mag worden uitgegeven, naar aanleiding van een busoverval in 2008. Dat geld kan dus niet naar armoede, zorg of de gewone sportsubsidies. Dus gaat het naar een project dat de veiligheid kan verbeteren. En ja, Marokkaans-Nederlandse jongeren hebben prioriteit omdat daar meer problemen zijn, dus dan wordt het daaraan besteed.

Ja maar, waarom voor hun gratis en niet voor mij? Ook simpel. Er gaan jaarlijks al miljoenen euro’s naar alle Goudse kinderen, via sportclubs, onderwijs, culturele instellingen, enzovoort. Het geld zit verspreid over allerlei potjes dus vergeef me dat ik het exacte bedrag niet weet, maar reken maar op tientallen tot honderden euro’s per Gouds kind (de volledige begroting is zo’n 2500 euro per Gouwenaar) voor zaken waar ieder kind gebruik van kan maken. Plus potjes als de Geld-Terug-Regeling zodat je je kind ook kan laten sporten als je niet zoveel geld hebt.

Een hoop gedoe dus om een plan dat op meerdere plaatsen voorkomt, past in ons beleid en niet ten koste gaat van de gewone Gouwenaar. Dat wordt verziekt in de media door halve waarheden, aannames en tendentieuze berichtgeving, waardoor het enige criterium waarop je dit af moet rekenen (hoe effectief is het? en zelfs Theo Krins is daar positief over) uit het oog verdwijnt. De ironie is ook dat de bevolking enerzijds vraagt om de veiligheid te verbeteren, met name waar het gaat om de problemen met Marokkaans-Nederlandse jongeren, maar als dat dan daadwerkelijk gebeurt de eerste reactie is “waarom wordt er voor hun nou wel wat gedaan?”.

Je zou er haast agressief van worden. Is daar een cursus voor?

woensdag, 3 augustus 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Hapklaar

In tv recensies, debatten, sport op tv, afghanistan, betrokkenheid, bier, debat, eerste, gediskwalificeerd, en meer.

Post image for Hapklaar

Mensen die het beste met me voor hebben adviseerden me in deze rubriek te verzwijgen dat ik niet van sport houd. Voor het uitkijken van een hele voetbalwedstrijd heb ik eigenlijk nooit het geduld, of over de live-weergave van de Tour de France nog maar te zwijgen. Berg na berg gaat zelfs het Franse landschap op enig moment vervelen. Ik realiseer me dat ik hiermee tot een minderheid behoor, die wordt gedoogd zolang zij op gepaste momenten het bier en de hapjes ververst.

Toch staat de manie van sportliefhebbers om alles van begin tot eind en live mee te willen maken – en niet alleen ’s avond laat terug te zien in korte hapklare brokken – niet zo ver van me af. Alleen bij mij uit de manie zich niet bij sport maar bij de live-verslagen van grote maatschappelijke en politieke gebeurtenissen.

Dinsdag vond in het Britse parlement de hoorzitting plaats met Rupert en James Murdoch, en hun Britse CEO Rebekah Brooks over de afluisterpraktijken van News of the world. Onder andere de BBC zond dit live (via internet) uit. Bij mij veroorzaakt elke onderbreking van dit ‘festijn’ ergernis. Van alles, van de saaie grauwe setting, de interruptie van vader Murdoch om weinig geloofwaardig te zeggen dat dit ‘de nederigste dag is uit zijn bestaan’, tot het incident met de scheerschuimtaart, wil ik graag rechtstreeks getuige zijn. Zoals de echte Tourliefhebber het vechten en lijden van Johnny Hoogerland gelijktijdig, zonder onderbreking, met hem wil doormaken.

Nu kan mijn kijkgedrag worden gediskwalificeerd als de afwijking van een politieke ex-junk, en misschien is dat ook zo.

Maar zoals sport TV–manie veroorzaakt, zo zijn er miljoenen mensen die de verovering van het Tahrir-plein in Egypte door demonstranten dagen ademloos hebben gevolgd. Hoeveel mensen hebben niet live de ondervraging van Bill Clinton over Monica Lewinsky bekeken, of de speeches van Obama en Palin. Hoeveel mensen zijn niet opgebleven voor de nachtelijke invallen in Irak?

In Nederland worden belangrijke politieke debatten sinds enige tijd live uitgezonden. Het debat over het paspoort van Ayaan Hirsi Ali dat leidde tot de val van het tweede Kabinet Balkenende werd ’s nachts door meer dan 1 miljoen mensen gevolgd. Ook de grote debatten over Irak en de Afghanistan-crisis van het vierde kabinet Balkenende werden door recordaantallen mensen bekeken.

Maar nieuwsprogrammering en politieke verslaggeving staan onder druk: het moet sneller, afwisselender en ironische ‘duiding’ vervangt de betrokken verslaggeving uit eerste hand. De veronderstelling is dat mensen anders wegzappen.

Het moge zo zijn; de gebeurtenissen die ik hier noem zijn ook uitzonderlijk en meeslepend. Maar toch.

Zou het ook kunnen dat juist de licht verteerbare, hapklare brokken waartoe nieuws en politieke gebeurtenissen worden verkleind, het zapgedrag versterken? Zou zappen misschien ook een gevolg kunnen zijn van korte, selectieve samenvattingen die geen emotie of betrokkenheid oproepen? Is het niet zo dat we vooral betrokken raken als we de wedstrijd van begin tot eind, of voor het grootste deel kunnen zien?

Deze recensie verscheen op 20 juli 2011 in De Volkskrant

Hapklaar

zondag, 10 juli 2011

Rosita Custers

Rosita Custers

Hyves GR

Vrouwensport zwaar ondergewaardeerd

In politiek, maatschappij, sport-wellness, emancipatie, sport, vrouwensport, media, voetbal, atletiek, en meer.

Wie van een lekker potje voetbal kijken houdt, kan zijn hart ophalen. Op dit moment vindt namelijk het wereldkampioenschap voetbal plaats. U leest het goed; het WK Voetbal. Wat…? U wist van niets? Kan ik me voorstellen. Ik heb het namelijk over Damesvoetbal en dat krijgt in Nederland amper aandacht.

Gisteravond speelden de vier teams die het hoogste staan genoteerd op de FIFA-wereldranglijst voor vrouwen, de kwartfinales. Spannend en vooral sportief voetbal waarin gestreden wordt tot de laatste seconde voor de winst. De wedstrijden daarvóór waren niet minder spannend en van hoog niveau. Je zou verwachten dat er dus iets over dit toernooi geschreven wordt in de kranten maar helaas dat is niet het geval. In de regionale krant van mijn woonplaats staat in ieder geval helemaal niets, nada, nul komma nul vermeld.

Dit is niet de eerste keer dat ik ageer tegen de discriminatie van vrouwensport in ons land. Ik ben ook al meermaals de discussie aangegaan met diverse sportredacteuren die bij een hardloopwedstrijd bijvoorbeeld, wel verslag in woord en beeld doen van de mannen maar niet van de deelnemende vrouwen. Of als er iets over vrouwen wordt verteld in de krant bijvoorbeeld dan is het altijd in een kleiner artikel, ergens op pagina 23, meestal zonder foto.

Wat is dat toch in ons land? Waarom loopt een buurland zoals Duitsland massal uit voor Damesvoetbal (de kwartfinale WK Zweden-Australië was bijna uitverkocht) en er keken naar schatting vijftien miljoen kijkers naar de live-uitzending! Ook dat leest u goed; live-uitzending. In Nederland is dit ondenkbaar. Met uitzondering voor de schaatsende damesprofs, komen de vrouwen in sportief Nederland er behoorlijk bekaaid af. Er moet al Olympisch goud of zilver zijn behaald wil je enigzins in beeld komen.

Nog even terug naar het voetbal. In Nederland ging in 2007 de eredivisie voor Damesvoetbal van start, inmiddels kennen we het resutaat. Nu de belangrijkste topclubs niet meer bereid zijn in de vrouwentak te investeren is er van een eredivisie-ambitie haast niets meer over. ‘Er komt te weinig geld voor binnen’, luidt de bekende verklaring. Een hele vreemde situatie als je bedenkt dat één op de twaalf voetballers ter wereld een vrouw is. Daarom hoop ik dat de beleidsmakers in ons land gaan inzien dat het afgelopen moet zijn met het discrimineren van de helft van de bevolking en eisen gaan stellen aan het verlenen van subsidies wat betreft de gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de sport. Ook de vrouwen zelf moeten zich luider laten horen. Schrijf een boze brief naar de krant als voor de zoveelste keer op maandagochtend een uitgebreid verslag te lezen valt (met foto’s!) van één of andere lokale herenvoetbalclub uit de derde klasse maar er helemaal niets te zien is van de topsportsters die op dit moment een spannend WK-toernooi spelen in Duitlsand.

We zullen ons voorlopig moeten behelpen met de omringende landen. Zondag 17 juli ben ik erbij; de finalewedstrijd in Frankfurt. Er getuige van zijn welke club de beste van de wereld wordt. Gelukkig toont Duitsland zich een sportvrouwvriendelijke natie. De sport-emancipatie in Nederland laat nog lang op zich wachten…

 


zaterdag, 25 juni 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Mijn persoonlijke ecologische voetafdruk nu op het mondiale gemiddelde

In handel, bedrijf, co2, duurzame energie, energie, fusie, gas, gevonden, greenchoice, en meer.
Mijn ecologische voetafdruk heb ik opnieuw vastgesteld. Deze is nu voor het eerst beneden het mondiale gemiddelde. Goed nieuws dus, het kan!! En ik heb echt niet het gevoel dat ik me iets essentieels moet ontzeggen. Bijna niet vliegen, weinig autorijden, verwarming uit als je er niet bent, dat deed ik al. Dat mis ik ook nauwelijks. Alleen als ik naar een ander continent wil, ga ik vliegen. En dat hoeft van mij niet vaker dan een keer per 10 jaar.
Maar nu ben ik gaan samenwonen (delen van het energiegebruik) en de laatste jaren heb ik me aangewend om naar schatting drie keer in de week te koken zonder vlees, maar ook zonder kaas; dat laatste was moeilijker. Want ik wil ook graag lekker eten. Het ontdekken van de lekkerste vegaburgers en hoe je die klaar maakt was een zoektocht. Goed heet bakken zorgt voor een knapperig korstje. Ik koop ze biologisch omdat ik anders de soya niet vertouw. Die kan namelijk heel goed genetisch gemanipuleerd zijn of verbouwd op een plek waar eerst het regenwoud gekapt is. Zelf maken van vegabugers kan ook en is goedkoop. Ook ben ik ben nog steeds flink aan het experimenteren om met ingredixebnten als noten, eieren, gumus of falafel lekkere gerechten te maken.
Zware post op mijn voetafdruk is nog de vracht papier die ik gebruik: twee krantenabonnementen en een aantal vaktijdschriften. Alles digitaal lezen lijkt me niks. Dan zit ik nog meer uren voor een beeldscherm.
Ik ga naast natuurstroom ook nog groen gas nemen, dat scheelt ook weer. Ik heb natuurstroom van de Nuon altijd een prima product gevonden. Maar nu wilde Nuon een kolengascentrale gaan bouwen. Samen met Greenpeace dreigde ik geen klant meer te worden. Nuon is voorlopig van het plan afgestapt. Maar voor mij zijn ze geen betrouwbare voorvechter meer van duurzame energie. Misschien heeft dat met de fusie met Vattenfall te maken. Ik kan overstappen naar de Noord Hollandse Energie Coxf6peratie. Die compenseert het CO2 uit het gas met groene locale investeringen. Maar ik kies toch maar voor Greenchoice. Dat bedrijf compenseert met projecten in het regenwoud van Brazilixeb.
Opvallend is dat in deze nieuwe vragenlijst rekening houdt met eten van lokaal en/of biologisch geproduceerd voedsel, en gebruik van duurzame energievormen. Toen ik mijn voetafdruk twee jaar geleden vaststelde, deed ik dat ook al. Maar dat telde niet mee. Wat wel een beetje frustrerend was. Nu wordt ik beloond met een betere score. Maar ik vind het een sport om nog lager uit te gaan komen!

woensdag, 22 juni 2011

Herman Folkerts

Herman Folkerts

Twitter

Hoe poft lokaal GroenLinks de blauwpaapse kastanjes van dit kabinet?

In bezuinigingen, stank voor dank, cda, sociale uitsluiting, vvd, groenlinks, bedrijventerrein, belangrijk, boodschap, en meer.
Politiek bedrijven is soms niet rechtvaardig. Hoewel de huidige coalitie van VVD en CDA met hulp van Geert de Gedoger de financiele crisis niet mag worden verweten, zijn zij wel verantwoordelijk voor de wijze waarop 18.000.000.000,- euro in den lande moet worden bezuinigd. Binnen de meeste gemeenten wordt de pijn van de financiele crisis inmiddels al buiten proportioneel voelbaar. De middelen welke worden verkregen uit de verkoop van gronden (grondexploitatie) lopen al enkele jaren sterk terug omdat geintresseerde kopers voor een kavel op een bedrijventerrein voorzichtiger zijn geworden. Veelal drukken de rentelasten van de verworven gronden zwaar op de steeds krapper wordende gemeentekas. Ook de nieuwbouw van woningen stagneert, hetgeen uiteraard in de eerste plaats voor de daarvan afhankelijke bouwsector dramatisch is, maar geeft ook voor gemeenten een negatief effect op de veelal al ingeboekte WOZ opbrengsten in de toekomst. Dan zwijgen we nog over de stijgende groep inwoners die een beroep moet doen op inkomensondersteunende of voorzieningenverstrekkende regelingen zoals de WIA, WAJONG en de WMO. Onafhankelijk van de miljarden omvattende bezuinigingsslag van ons christelijk liberale kabinet moeten veel gemeenten gelet op vorenstaande nu al de broekriem stevig aanhalen.
Als de pijn van het huidige rechtse beleid, na Prinsjesdag op ons allen neer gaat dalen zal duidelijk worden dat er er nogmaals forse bezuinigingen op alles wat ons lief is nodig zullen zijn. We weten inmiddels waar dit kabinet aan denkt. Overigens zou ook een links georienteerd kabinet een -orde grootte- zelfde bezuiniging hebben moeten doorvoeren maar zou daarbij in de uitwerking andere sociaal rechtvaardigere accenten hebben gelegd. Nu zal er sprake zijn van afbraakbeleid waarbij de rekening wordt neergelegd bij hen die het meest kwetsbaar zijn.

Het wrange is daarbij dat met name een partij als GroenLinks, waarvan we zien dat deze steeds vaker in het machtcentrum van de gemeentelijke politiek opereert, de blauwpaapse kastanjes van dit kabinet uit het vuur mag gaan halen. Maatregelen die haaks staan op het collectieve gedachtengoed van GroenLinks wethouders in de gemeente politiek, moeten met tegenzin door hen worden uitgedragen. Dat brengt, als we daar niet voor oppassen, sociaal betrokken bestuurders in gewetensnood. Immers zij moeten straks de boodschap brengen waarom er op het jeugd- of het maatschappelijk werk dusdanig zwaar moet worden bezuinigd dat medewerkers binnen deze branches wellicht hun baan kunnen gaan verliezen. Zij worden in de ogen van de plaatselijke bevolking primair verantwoordelijk gehouden voor het sluiten van een zwembad, bibliotheek of een museum dan wel het in financiele problemen laten komen van een sport- of toneelvereniging. Dat maakt politiek bedrijven soms onrechtvaardig en zwaar. Niet zelden wordt wordt juist de boodschapper onthoofd.

Binnen de lokale afdelingen is het belangrijk om onze "eigen" wethouders hierin vast te houden en hen hierin te ondersteunen om het verhaal in de richting van onze burgers te kunnen brengen. Ook hierbij geldt dat een heldere en transparante boodschap naar alle waarschijnlijkheid hierin het best zal werken, waarbij ook het eeuwenoude spreekwoord "eerlijkheid duurt het langst" nog steeds van toepassing mag worden verklaart.

zaterdag, 28 mei 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Kampioenen

In vv warffum, sport, warffum.

Vanochtend stond ik al om kwart over negen Langs de Lijn. Op de verschillende helften van ons thuisveld speelde VV Warffum E1 en E2 gelijktijdig hun wedstrijden. E1 was afgelopen dinsdag al onbereikbaar geworden voor de concurrentie en hoefde alleen de ongeslagen status maar in stand te houden. Dat lukte met een keurige 7-0 of 8-0 overwinning op SIOS uit Sauwerd. Zelfs trainer Sander was de tel kwijt. De “mannen” van E1 hebben een prachtig seizoen gedraaid. Ongeslagen en met een doelsaldo van 108 voor en 4 tegen.

Warffum E2 moest het kampioenschap vandaag nog binnenslepen. Tegen concurrent De Fivel was een gelijkspel voldoende. Bij verlies zou De Fivel kampioen zijn. Het werd een zinderende wedstrijd. De Fivel streed voor de laatste kans. De teams waren aan elkaar gewaagd, maar de eerste helft was voor De Fivel. Ruststand 0-2. Na een speech van de leiders Hendrik en Harry herpakte Warffum zich in de tweede helft. De achterstand werd keurig weggewerkt. In het laatste kwartier golfde het spel heen en weer. Beide ploegen hadden de winnende kunnen maken, maar gelukkig voor Warffum bleef het bij een terechte 2-2.

Na afloop mocht ik als trotse voorzitter de teams feliciteren. Alle E’ers kregen een beker en de trainers en leiders een welverdiende bos bloemen. Daarna kregen de kampioenen een rondrit op een open wagen door het dorp. Gelukkig vielen er geen bekers onder de wielen. Daarin zijn we handiger dan in Madrid en Amsterdam.

Erik de Graaf

donderdag, 19 mei 2011

Ruud Pet

Ruud Pet

Linkedin Twitter GR

Onderwijs

In grondstoffen, investeringen, kinderopvang, mensen, belangrijk, muziek, onderwijs, overheid, privé, en meer.
Deze week maak ik een onderwijsreis naar Finland. Het land dat volgens de Pisa-standaard het beste scoort. Wat doen zij beter dan anderen, wat doen ze beter dan wij in Nederland? Een aantal waarnemingen op een rij: - het Finse lerarencorps is op universitair niveau opgeleid - er is een grote mate van vertrouwen in de school en de docent - educatie heeft in Finland, en bij haar inwoners, de absolute prioriteit: weinig inwoners, amper grondstoffen, de kennisindustrie moet het doen - goede faciliteiten: kleine groepen, extra personeel, veel ondersteuning - overzichtelijke onderwijsstructuur: duaal systeem met openbaar, privé en religieus onderwijs is in 1973 afgeschaft - de overheid is leidend: dient zich te verantwoorden richting een bevolking die educatie uitermate belangrijk vindt - breed ontwikkelingsaanbod: muziek, handvaardigheid, vreemde talen, sport naast de cognitieve vakken. Allemaal verzorgd door gekwalificeerde leerkrachten - kinderopvang is geprofessionaliseerd: leiding heeft universitaire achtergrond - tot zevenjarige leeftijd ligt nadruk op spelend leren en ontdekken: de ontwikkelingspsychologie is leidend binnen de educatieve opvattingen. Als je daar ons primair onderwijs, en kinderopvang, tegenover zet moet je concluderen dat ons aanbod verschraald is, onze mensen onvoldoende zijn opgeleid en onze samenleving niet echt kiest voor investering in het opleidingsniveau van haar bevolking. De Finnen vinden investeringen in het onderwijs de beste waarborg voor hun toekomstige welvaart. Wij, nog, niet, is mijn conclusie!

donderdag, 5 mei 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

SP trouwste bondgenoot van de PVV?

In pvv, elsevier, stemgedrag, sp, bondgenoten, politiek, ambtenaren, analyse, andere partijen, en meer.
Volgens Elsevier is de SP de trouwste bondgenoot van de PVV in de Tweede Kamer. De partij zou het vaakst van alle oppositiepartijen meestemmen met de PVV. Elsevier-columnist Syp Wynia trekt in een bijgevoegd filmpje een snelle conclusie: SP en PVV kunnen maar beter zo snel mogelijk fuseren, want grote inhoudelijke verschillen zijn er niet. Als het inderdaad waar zou zijn dat de SP en de PVV vrijwel altijd hetzelfde stemmen, valt daar misschien iets voor te zeggen. Het is echter totale onzin.

Het achtergrondartikel in Elsevier weekblad waarnaar wordt verwezen geeft de achterliggende cijfers. Het betreft de analyse van het stemgedrag in de Tweede Kamer in de periode oktober 2010 tot maart 2011, in totaal 987 moties, in samenwerking met de Dienst Informatievoorziening Tweede Kamer. Deze cijfers zijn niet vrijelijk beschikbaar, maar zijn wel te reconstrueren aan de hand van de Handelingen van de Tweede Kamer. Wij komen in de periode 14 oktober 2010 tot 1 maart 2011 op in totaal 961 moties – niet precies hetzelfde aantal als Elsevier, maar het is onwaarschijnlijk dat dit verschil tot wezenlijk andere inzichten leidt.

Stemt de SP vaak hetzelfde als de PVV? Nee. De SP stemde in 35% van de stemmingen over moties hetzelfde als de PVV, dit is minder dan VVD, CDA, SGP, ChristenUnie, D66 én PvdA. Alleen de PvdD en GroenLinks stemden nog vaker anders dan de PVV. De echte bondgenoten van de PVV zijn CDA en VVD. Dat is ook niet verwonderlijk: de PVV steunt het kabinet van CDA en VVD omdat ze inhoudelijk verwant zijn. De PVV week soms wel af van het stemgedrag van CDA en VVD, maar minder vaak dan D66 dit deed tijdens kabinet Balkenende-II.


De claim van Elsevier dat de SP de sterkste bondgenoot van de PVV is, is gebaseerd op de stemmingen waarin de coalitie verdeeld was (of beter gezegd: waarin de PVV afwijkend stemde van CDA en VVD). In deze gevallen stemde de SP volgens de gegevens van Elsevier 86 keer mee met de PVV en 79 keer met CDA en VVD. Maar de SP is niet de enige partij die in zo’n geval regelmatig met de PVV meestemde. Onderstaande grafiek presenteert de gevallen waarin de coalitie verdeeld was (dus ook als CDA of VVD niet hetzelfde stemmen) . Het beeld is hetzelfde als dat bij Elsevier, alleen de Partij voor de Dieren stemde in onze analyse even vaak mee met de PVV als de SP dat deed. Geen van de partijen stemde in meer dan de helft van de gevallen met de PVV mee, ook de SP niet. Als ze niet met de oppositie mee stemt staat de PVV dus relatief geïsoleerd. De verschillen in ‘steun’ voor de kant van de PVV zijn niet erg groot: bij een conflict in de coalitie stemde ook GroenLinks en de PvdA in bijna 40% van de gevallen met de PVV mee: toch niet echt partijen waartussen een fusie voor de hand ligt.


Een betere maat voor ‘bondgenootschap’ met de PVV is de mate waarin partijen moties waarvan de PVV eerste indiener was, steunden. Staat een partij achter de voorstellen van een andere partij? De SP deed dit het vaakst: in iets meer dan 50% van de gevallen steunde de SP de PVV-moties. Dit is iets vaker dan andere partijen, maar de verschillen zijn niet groot: de PvdD steunde ruim 45% van de PVV-moties en de PvdA meer dan 40%. Dat VVD en CDA niet vaker voor PVV-moties stemden komt omdat de PVV vooral moties indiende als zij het oneens is met het kabinet; partijen dienen bijna nooit moties in als zij het eens zijn met het kabinet. Dit geeft dus een overschatting van de overeenkomsten tussen SP en PVV en een onderschatting van de overeenkomsten tussen PVV en CDA/VVD. Het is zeker waar dat de SP op een aantal terreinen vaker voor PVV-voorstellen stemde dan andere oppositiepartijen, maar de verschillen tussen SP en andere oppositiepartijen zijn niet bijzonder groot.



Als PVV en SP echt twee handen op een populistische onderbuik zouden zijn, dan zou de partij ook de moties van de SP vaak moeten hebben gesteund. Dit is niet het geval: minder dan 30% van de SP moties werd door de PVV gesteund. Dit is weliswaar duidelijk vaker dan CDA en VVD, maar ongeveer hetzelfde als de steun van de SGP voor PVV-moties. Alle andere partijen steunden SP-moties veel vaker dan de PVV dat deed. Met name linkse partijen als de PvdD en GL tonen een zeer grote verwantschap met de SP. De SP stelt met name noties voor die onacceptabel zijn voor het CDA en de VVD die de PVV dus niet kan steunen zonder haar rechtse bondgenoten in het tegen zich in het harnas te jagen.



Op welke onderwerpen zijn de PVV en de SP verwant? We kunnen moties en amendementen die zijn ingediend tijdens de begrotingsbehandelingen op grond van hun nummer indelen naar ministerie: van ELI (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) tot VWS (Volksgezond, Welzijn en Sport). Voor elk ministerie kijken we weer in welke mate partijen hetzelfde stemmen. PVV en de SP zijn het het meest eens zijn op het gebied van volksgezondheid: in iets meer dan 50% van de stemmingen over moties en amendementen die ingediend zijn over de VWS-begroting stemmen de PVV en de SP hetzelfde. De PVV stelt zich wat betreft zorg en ouderen relatief sociaal op. De PVV en de SP stemmen het minst vaak hetzelfde als het over economische zaken gaat: daar stemmen ze in bijna 20% van de gevallen hetzelfde. Het gaat hier om onderwerpen als marktwerking. Het verzet tegen marktwerking is de kern van de linkse politiek van de SP, maar dit vindt weinig weerklank bij de PVV, zo bleek onder andere bij de stemming over de verplichte aanbesteding van het openbaar vervoer in de steden. De SP en PVV stemmen ook vaak hetzelfde over Binnenlandse Zaken (Antillianen, ambtenaren en inburgering) en Defensie (militaire missies). Over Buitenlandse Zaken (Israel of ontwikkelingssamenwerking) en Veiligheid zijn de partijen het juist vaak oneens. De PVV kan dus niet zonder meer links op sociaaleconomisch terrein genoemd worden: ze is misschien wel sociaal op het gebied van zorg, maar kiest -anders dan de SP- niet voor een sterk overheidsingrijpen in de economie.

ELI: stemmingen over moties en amendementen ingediend bij de begroting EZ, LNV en Financiën; BuZa: Buitenlandse Zaken; J&V: Justitie; I&R Verkeer & Waterstaat, VROM en het Infrastructuurfonds; OCW: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Def: Defensie; BZK: Binnenlandse Zaken, Koninkrijksrelaties, Wonen, Wijken en Integratie en Algemene Zaken; VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Jeugd & Gezin.

Het stemgedrag van de SP en PVV in de afgelopen periode was verre van identiek. PVV en SP stemmen minder vaak samen dan PVV en PvdA. Alleen als het gaat om moties van de PVV en stemmingen waarin de coalitie verdeeld was, vonden de SP en de PVV elkaar relatief vaak. Dit zijn de gevallen waarin de PVV afweek van de regeringspartijen en de SP haar kans schoon zag om ‘in te breken’ op de coalitie. Ook andere partijen deden dit. Dat de SP wat vaker optrekt met de PVV dan bijvoorbeeld PvdA en GroenLinks lijkt voornamelijk een gevolg van hun posities inzake gezondheidszorg waarbij de SP en PVV beide een ‘sociaal’ standpunt innemen. Dit neemt niet weg dat SP en PVV op veel meer thema’s verdeeld zijn en dus anders stemmen. Waar het bijvoorbeeld gaat om economische zaken stemt de PVV heel anders dan de linkse partijen.

Het “wilde idee” van Wynia dat SP en PVV wel zouden kunnen fuseren omdat ze “zoveel op elkaar lijken” raakt kant noch wal. Alsof Elsevier en de Groene Amsterdammer wel samen zouden kunnen gaan omdat ze beiden wel eens een kritisch artikel over de overheid schrijven. Als het stemgedrag in de Tweede Kamer al aanleiding zou geven tot een fusie, is dat een fusie op rechts: de coalitie is het in verreweg de meeste gevallen roerend eens.

Dit artikel is samen geschreven met Simon Otjes en verschijnt gelijktijdig ook op zijn weblog.


Update 6-5: Op verzoek* maken we de dataset die we hebben verzameld en gebruikt voor de bovenstaande analyse openbaar, zodat iedereen onze gegevens kan controleren en de analyse kan repliceren. De gegevens zijn verzameld met behulp van een script dat stemmingen op officielebekendmakingen.nl download en verwerkt. Mocht je onvolkomenheden tegenkomen in de data, dan horen we dat graag. De dataset is beschikbaar onder een Creative Commons 3.0 Attribution-ShareAlike Licentie. Vermeld bij gebruik de namen en websites van Tom Louwerse (http://www.tomlouwerse.nl) en Simon Otjes (http://www.simonotjes.nl). 


* van ene 'Anoniem'

zondag, 17 april 2011

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

De Muppets

In dagelijkse bezigheden, de wereld, humor, mensen, amsterdam, eerste, trein, werk, koffie, en meer.
Je kent het wel, die bijeenkomsten waar je liever niet naar toe wilt maar geen toelaatbare reden kunt bedenken om er onderuit te komen. Daarom stapte ik onlangs toch maar op de fiets naar het station om vervolgens de trein naar Amsterdam te nemen voor een chic feest.

Op weg naar de garderobe struikelde ik over een tas. Een lekker begin en ik had er toch al geen zin in. De 'sorry's' vlogen over mijn hoofd en we raakten met elkaar in gesprek. Carla heette ze. Samen liepen we de garderobe uit waar we bijna tegen een gastvrouw botsten die ons vriendelijk naar de ontvangsthal verwees. Een grote hal met kroonluchters aan het plafond, donkerbruine wanden en een enorme statige bar achter in de zaal. Daarachter keurig aangeklede kelners die mensen snel en efficiënt van koffie of thee voorzagen met de bekende plak cake.

We schoven aan in de rij en keken nieuwsgierig om ons heen. Het was vermakelijk te zien hoe iedereen in eerste instantie onwennig de zaal rond keek op zoek naar een gesprekspartner. Als ze die niet hadden dan stonden ze druk te roeren in hun kopje alsof hun leven er vanaf hing.
Carla stootte mij aan en knikte naar twee dames iets verderop. Begin 70 schatte ik hen. Beiden even groot, de ene met grijs haar dat zij had opgestoken tot een knot achter op haar hoofd, de ander had bruin haar met een zelfde soort knot. Zussen? Terwijl iedereen stond, hadden zij twee stoelen gevonden waarop ze zaten te praten ondersteund door drukke handgebaren.

'Ik sport geestelijk, lichamelijk niet. Het lichaam wordt ouder, alles zakt en zit dan alleen maar in de weg. Het is vermoeiend, je zweet en het is nog nooit echt bewezen dat je door sporten aanzienlijk langer leeft. Misschien wel fitter en gezonder maar of dat altijd leuker is' zei de vrouw met grijs haar terwijl ze een plak cake pakte die een kelner haar voorhield. De vrouw met bruin haar begon enthousiast op haar stoel heen en weer te schuiven. 'Ja, daar ben ik het helemaal mee eens. Mijn dochter loopt marathons. Als ik zie hoeveel zij traint, naast haar werk nergens tijd voor heeft en broodmager is, vraag ik mij af of ze wel echt gelukkig is. Het lijkt wel een verslaving.'

Plotseling waan ik mij in de jaren '70 bij de opa's van de Muppetshow. Ik genoot daar altijd erg van. De humor en tegendraadse opvattingen van hen die zij, vanuit hun loge in het theater, de wereld in brachten, kon ik wel waarderen. Opeens kreeg ik heel veel zin in de rest van de dag.

woensdag, 30 maart 2011

Robert Slijfer

Robert Slijfer

Twitter

Als je ouder bent dan 18 mag je geen beperking meer hebben…

In beperking, sport, venlo, vrije tijd, mensen, organisatie.
…althans, dat zegt de organisatie van de Venloop. Uiteraard zeggen ze dit niet letterlijk, maar het komt er eigenlijk wel op neer. Ik doel hier specifiek op de G-loop. Een duurloop van één kilometer voor mensen met een beperking van … Continue reading

maandag, 28 maart 2011

Robert Slijfer

Robert Slijfer

Twitter

Venloop 2011

In sport, venlo, vrije tijd, 2011.
Gisteren was het dan zover. De Venloop 2011. Begin vorig jaar had ik me voorgenomen om dit jaar mee te doen. Ik schafte een boek aan en begon op adviezen van het boek met hardlopen. Één minuut rustig hardlopen, twee … Continue reading

zaterdag, 19 maart 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Liftboy in fabriek voor zelfrijzend bakmeel

In vv warffum, sport, warffum, auto, spel, toekomst, tweede, wedstrijd, zon, en meer.

Vandaag stond voor VV Warffum C de uitwedstrijd tegen De Monnik op het programma. Uit op Schiermonnikoog. En als vader van een middenvelder meld ik me dan graag als chauffeur.

Vertrek om half negen uit Warffum. Eerst naar Lauwersoog, daarna met de veerboot naar Schier. Tenslotte met de bus naar het dorp. Om 11 uur floot de scheidsrechter voor het begin van de wedstrijd. Om 11.03 uur was het 3-0, de zeereis zat onze elf blijkbaar behoorlijk in de benen. Na een ruststand van 5-0 kon de nederlaag in de tweede helft met goed spel tot 6-0 worden beperkt.

Maar daar ging het eigenlijk niet om. Het was voorjaar en in de luwte op de tribune in “Stadion de Monnik” genoot het legioen volop van de zon. De beloning voor een lange dag. En in de kantine van De Monnik las ik een spreuk dat je (ik citeer uit mijn herinnering) zonder inspanning niet aan de top komt. “Dan kun je maar beter liftboy worden in een fabriek voor zelfrijzend bakmeel”.

Nou, met die wijsheid kan ik de toekomst weer tegemoet.

Erik de Graaf

dinsdag, 8 maart 2011

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

Wethouder, hoe word je dat?

Een wethouder vormt met collega-wethouders en de burgemeester het dagelijks bestuur van de stad, het college van B&W. Een wethouder wordt door de gemeenteraad gekozen. Afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente is dit een parttime of fulltime baan. Wat gaat daaraan vooraf?

Na de gemeenteraadsverkiezingen starten de onderhandelingen. In eerste instantie vinden er gesprekken plaats om te bekijken welke partijen met elkaar gaan 'regeren'. Daarna volgen er gesprekken over de samenwerkingsafspraken. De uitkomst daarvan is het collegeprogramma. Daarin staat wat de partijen de komende vier jaar willen bereiken.



De laatste fase van het onderhandelingsproces bestaat uit het verdelen van de aandachtsgebieden over de verschillende partijen. Denk aan sport, zorg en welzijn of financiën. Zodra deze verdeling klaar is, vertelt elke partij welke kandidaat zij voorstellen voor het wethouderschap.

Alle partijen hebben hier van te voren natuurlijk over nagedacht en er binnen de partij afspraken over gemaakt. Formeel dragen echter de leden van de desbetreffende gemeenteraadsfractie de wethouder voor.

De laatste stap is de verantwoording van de gesprekken, het coalitieakkoord en de benoeming van de wethouders in de gemeenteraad. De fractievoorzitter van de partij die de onderhandelingen heeft geleid (meestal de grootste partij) licht het proces en de uitkomsten toe.

Daarna is er gelegenheid voor debat. Leden van de gemeenteraad kunnen aan alle onderhandelingspartners vragen stellen en aan de kandidaat-wethouders. Uiteindelijk vindt er een stemming plaats over het coalitieakkoord en de te benoemen wethouders en kan het echte werk beginnen.

donderdag, 10 februari 2011

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

Kennis, vaardigheden en zelfredzaamheid

Ze zit moe en teleurgesteld voor me. Vol enthousiasme is ze afgelopen september met de opleiding tot verpleegkundige begonnen. Na jaren bij een supermarkt gewerkt te hebben, wilde ze graag iets anders. Na een gedegen zoektocht was ze tot de conclusie gekomen dat verpleegkundige het vak is dat bij haar past. Ze koos voor de beroepsopleidende leerweg. Nu, 4 maanden later is ze helemaal gefrustreerd vanwege haar stage en de reactie van de opleiding hierop.

Ze loopt stage op een afdeling waar geen enkele verpleegkundige werkt, alleen mensen met een opleiding sociaal pedagogische hulpverlening. Een totaal andere tak van sport. Ze heeft dan ook geen idee of zij de vaardigheden die ze op de opleiding leert wel goed toepast. 
 
Ze heeft dit bij haar docenten onder de aandacht gebracht en kreeg als reactie terug dat zij dat allemaal zelf uit moet zoeken omdat van haar wel enige zelfredzaamheid wordt verwacht. Ze ging daarmee aan de slag en had toch behoefte aan feedback op haar handelen. De reactie die zij toen van haar begeleidende docenten kreeg was dat ze te onzeker is. Ze overweegt nu met de opleiding te stoppen en toch maar wat anders te gaan doen. Zij twijfelt omdat ze toch erg graag verpleegkundige wil worden.

Helaas komt dit vaker voor. Kennis overdragen, het trainen van vaardigheden en studenten begeleiden naar zelfredzaamheid als professional worden vaak door elkaar gehaald. Competentiegericht leren lijkt nu steeds vaker synoniem met 'zoek het maar uit'. Onderwijs is balanceren tussen studenten stimuleren eigen verantwoordelijkheid te nemen en hen opleiden c.q. begeleiden tot bekwame en bevoegde professionals.

Aan de ene kant dus loslaten en aan de andere kant er soms bovenop zitten om te kijken of studenten het goed onder de knie hebben. Willen we enthousiaste mensen voor de zorgsector behouden dan is dit van groot belang.

Wat zijn jullie ervaringen?

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 8395 uur (349,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,6 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2