dinsdag, 22 mei 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Invloed belangrijker dan macht.

In de hectiek van de lijsttrekkers verkiezing maar ook het Lenteakkoord staat binnen GroenLinks het streven naar macht centraal. Met dit uitgangspunt maakt GroenLinks zich nodeloos kwetsbaar en past zich een houding aan die niet conform haar politieke positie is. Het streven doet prachtig aan. Vanuit een politieke machtspositie eindelijk die zaken verwezenlijken die GroenLinks [...]

vrijdag, 4 mei 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Aanbestedingsstrategie

In ede oost, de, fractie, gemeente, gemeenteraad, jongeren.

eric leltz

Het ontwikkelingsplan Kazerneterreinen is medio 2011 vastgesteld. Nu, voorjaar 2012, is het tijd om vast te stellen welke partijen onder welke voorwaarden projecten gaan ontwikkelen. Het gaat dan over de aanbestedingsstrategie.

Omdat hierover nog maar weinig duidelijk is, heeft mijn fractie hier de volgende vragen over gesteld:

  1. Op welke wijze worden markpartijen benaderd?
  2. Welke eisen worden aan de marktpartijen gesteld ten aanzien van:
    • Realiseren van huurwoningen
    • Realiseren van woningen voor de doelgroepen jongeren en ouderen
    • Duurzaamheid
    • Toepassing van CPO
    • Hergebruik van bestaande gebouwen
    • “Social return”
    • Relatie met de gemeente Ede
  3. Op welke wijze wordt de gemeenteraad betrokken bij het opstellen van de aanbestedingsstrategie?
  4. Op welke welke wijze worden inwoners van Ede, toekomstige inwoners van de Kazerneterreinen, betrokken bij het opstellen van de aanbestedingstrategie?


dinsdag, 1 mei 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Misbruik in de jeugdzorg: niets nieuws, maar.....

In slachtoffers, jeugdzorg, misbruik, seksueel misbruik, rechtsbijstand, cijfers, de, de volkskrant, idee, en meer.

Na het misbruik binnen de katholieke kerk nu in de Volkskrant volop aandacht voor seksueel misbruik van kinderen binnen de jeugdzorg. Met schokkende cijfers (van de jongeren zelf rapporteert bijna 20% misbruik), en een schokkend verhaal.
De cijfers zijn nieuw, maar het verhaal is helaas maar al te bekend. Ik hoorde het twintig jaar geleden toen ik advocaat was van cliënten en van collega-advocaten. Ik lees het in uitspraken van rechters die ik momenteel onderzoek.
Het is het verhaal van kwetsbare, geïsoleerde kinderen, die worden ingepalmd met aandacht en warmte, wat langzaam overgaat in aanrakingen, die steeds meer seksueel van aard worden, totdat op een gegeven moment allen het seksueel misbruik overblijft. Een geraffineerde strategie, want het kind herinnert zich wel de warmte en aandacht, en blijft -vaak tegen beter weten in- hopen dat deze weer terug komt.
Kinderen in de jeugdzorg zijn bovendien extra kwetsbaar, omdat ze afhankelijk zijn van instanties: de staf van de instelling waar ze wonen; de gezinsvoogd; de raad voor de kinderbescherming. En de contacten van de pleger met deze instanties is vaak vele malen beter dan die van het kind. Iets wat de pleger doorgaans ook heel goed duidelijk maakt. De drempel om misbruik te melden is daarmee immens hoog. Dat de meeste instellingen inmiddels protocollen hebben die voorschrijven dat meldingen serieus genomen moeten worden en dat er altijd aangifte van moet worden gedaan bij de politie doen daar weinig aan af, zolang jeugdigen niet zien dat deze protocollen ook werken, dat slachtoffers worden beschermd en plegers worden gestraft.
Wat dat betreft is de veroordeling van Keith Bakker een goed signaal.
Maar het is bij lange na niet genoeg. Willen slachtoffers seksueel misbruik gaan melden, dan moeten ze dat kunnen doen zonder risico daar zelf nadelige gevolgen van te ondervinden. Zelfs zonder angst voor dat risico. En dat zal niet meevallen.
Wat daar naar mijn idee in ieder geval voor nodig is is een onafhankelijk meldpunt (dus niet alleen binnen de eigen instelling), waar de jongere direct een goede rechtshulpverlener krijgt toegewezen die de (juridische) mogelijkheden en risico's met de jongere (en indien de jongere dat wenst diens ouders) bespreekt, en die samen met de jongere de nodige stappen kan zetten. Die rumoer kan maken wanneer de zaak in de doofpot dreigt te belanden of er gedreigd wordt met overplaatsing. Die kan staan op naleving van de protocollen, en ook weet waar de instellingen op aangesproken kunnen worden.
Een onafhankelijk meldpunt met snelle juridische bijstand zal de drempels om te melden niet wegnemen, maar naar mijn overtuiging wel een stukje lager kunnen maken.
Zodat de verhalen naar buiten blijven komen, plegers en lakse instellingen aangepakt worden en jongeren zien dat melden zin heeft.
De commissie Samson – die een groot onderzoek doet naar seksueel misbruik binnen de jeugdzorg – komt in oktober met haar rapport, waarin naar verwachting vele aanbevelingen. Moeten we daar op wachten?
Het nieuws van vandaag brengt niets nieuws, maar brengt wel momentum. Laten we dat aangrijpen om werk te maken van een betere positie van slachtoffers in de jeugdzorg, en in ieder geval zorgen dat alle melders snel juridische bijstand krijgen.

PS: de commissie Samson heeft een -tijdelijk - meldpunt waar jongeren sesueel misbruik binnen de jeugdzorg kunnen melden. Meldingen worden gebruikt voor het onderzoek door de commissie; maar slachtoffers kunnen ook advies krijgen.

PS2: Natuurlijk moet er ook binnen de Jeugdzorg veel gebeuren. Preventie, bespreekbaar maken, cultuurverandering.

zondag, 29 april 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

PVDA moet de juiste strijd voeren.

Er lopen 2 onderwerpen door elkaar die het debat vervuilen. Enerzijds is er het opstellen van de begroting van 2013 en voldoen aan de eisen die wij ons zelf hebben opgelegd. Anderzijds het lange termijn beleid dat in Nederland maar ook in Europa moet worden gevoerd om uit de crisis te komen. Op het eerste [...]

zaterdag, 28 april 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

GroenLinks handelt moedig.

De lente coalitie, heeft vriend en vijand verbaasd met haar snelle handelen. De hervormingen en bezuinigingen zijn drastisch. Belangrijkste is echter dat in het dreigende felle licht van een financieel-economisch debacle de GroenLinks fractie niet verstarde maar dapper overstak. Het is over met de kille rechtse wind die al anderhalf jaar door het land waaide. [...]

zondag, 22 april 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

De veenbrand woekert voort.

Met een rechtse coalitie dacht Rutte de oplaaiende sentimenten onder controle te krijgen. Anderhalf jaar Rutte-I heeft niets opgeleverd behalve een zwaar gedeukt imago van Nederland en een torenhoge staatsschuld en begrotingstekort. En de sentimenten zijn nog altijd niet geblust. De kans dat de PVV sterk terugkomt is levensgroot aanwezig. Als sinds Fortuyn is het [...]

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Kabinet valt over de spanning tussen conservatief en rechts.

In cda, economie, minderheidskabinet, politiek, pvv, vvd, immigratie, kabinet, limburg, en meer.

‘Kabinetten vallen niet op inhoud’, is een politicologische regel. Geldt dit ook voor dit kabinet?

Les 1 in de politiek is: ‘kabinetten vallen niet over inhoud’. Het kabinet Balkenende IV viel omdat de PvdA bang was de gemeenteraadsverkiezingen te verliezen, vanwege haar gebrek aan ruggengraat. Het kabinet Balkenende II viel omdat D66 zich wilde afzetten tegen minister Verdonk. Het kabinet Balkenende I viel omdat CDA en VVD niet meer tegen de chaos in de LPF konden. Moet ik doorgaan?
Persoonlijke verhoudingen tussen de coalitiepartners en in het kabinet en de electorale strategie van de deelnemende partijen zijn veel belangrijker dan de inhoud. Je kan op inhoud vrijwel alles regelen als de verhoudingen maar goed zijn. Inleveren op inhoud wordt echt lastig als partijen zich zorgen maken over de komende verkiezingen.

Maar waarom is dit kabinet dan gevallen? Aan de verhouding kan het niet gelegen hebben. De heren stonden nogal glunderend elkaars vingers af te likken op allerlei foto’s. Ja, de weigerachtige houding van Wilders zullen de gesprekken niet gemakkelijk gemaakt hebben. Maar zoveel wantrouwen als tussen Balkenende en Bos kan er niet geweest zijn.
Wat is dan wel de verklaring voor de val van dit kabinet? Ik denk dat de kern van het probleem niet zit in de coalitie maar in één van de deelnemende partijen. Voor de VVD was dit de best mogelijke coalitie. Zij zijn de middelste partij in het kabinet. Ze kunnen min-of-meer integraal hun programma uitvoeren. Ze leveren de premier die door veel mensen wordt gezien als competent en sympathiek.
Het CDA gaat al een tijdje een electorale neergang door. De partij weet niet precies meer wat ze wil: een rechtse hervormingspartij? een sociaal-conservatieve partij? Links? Rechts? Progressief? Conservatief? Een paar jaar meeregeren had de partij de kans gegeven om daar beter uit te komen. Nu gaan de nog leiderloze Christen-democraten stuurloos de verkiezingen in. Ja, de eerste stappen (‘het radicale midden’) hadden het lastig gemaakt voor het CDA om door te gaan in deze coalitie. Daarom is er in Limburg ook gebroken. Maar op landelijk niveau zitten de Christen-democraten echt niet te wachten op verkiezingen.

Blijft er één partij over: de PVV. Een groot gedeelte van de spanning in deze tussenformatie zit in de PVV zelf. De PVV is in de kern een populistische partij, die leeft van anti-elitegevoelens,. Maar nu is ze dichtbij het minderheidskabinet betrokken. Een anti-establishment partij die verantwoordelijkheid draagt. Sommige partijen lukt het: Berlusconi wist zich tot in zijn laatste dagen zelfs als premier te verzetten tegen de linkse elite, die volgens hem met name in de rechterlijke macht geconcenteerd was. Maar andere partijen gaan ten onder aan die tegenstelling: denk aan de Vrijheidspartij in Oosterrijk (FPÖ) of de LPF.
Met één voet op de straat en met één voet in de Trêveszaal werd  hetvoor Wilders steeds lastiger. Wilders had een simpele scheiding gemaakt. Meebuigen op economische onderwerpen, en een keiharde, zelfs oppositionele houding op Europa en immigratie. Maar vanwege de Europese begrotingscrisis zijn economische en Europese politiek steeds sterker verweven geraakt. De Europese begrotingseisen bepalen mede de hoogte van de AOW in Nederland. Euroscepsis en een ruimer begrotingsbeleid gaan hand in hand. Dat is het verhaal dat Wilders nu vertelt: ‘Brussel wou oma haar AOW afpakken, Rutte vond het goed. Ik niet.’
Maar de spanning zit een laag dieper:  de PVV onderschrijft de noodzaak van bezuinigingen. In haar eigen verkiezingsprogramma én in het gedoogakoord. Ze wil alleen bepaalde groepen zoals ouderen niet raken. Dus waren er al rare kronkels gemaakt bij de tussenformatie: de nul-lijn voor iedereen behalve AOW’ers. De PVV is anders dan veel commentatoren stellen geen linkse partij in economisch opzicht. Het is een partij met een conservatief-rechtse economisch programma. Wel bezuinigen maar niet hervormen. En dat blijkt steeds meer een contradictio in terminis te zijn. Zonder ingrijpende hervormingen kan er niet bezuinigd worden. De SP (links en conservatief) wil om de AOW-leeftijd te behouden en de zorg collectief blijven te betalen, de inkomstenbelasting verhogen. Misschien niet zo slim, maar wel consequent. De PVV wil een kleine overheid (rechts) maar de gulle verzorgingsstaat behouden (conservatief). En dat bleek onmogelijk te zijn.
Het kabinet is niet op een inhoudelijk meningsverschil gevallen, maar op een onhoudbare inhoudelijke positie van één van de deelnemende partijen.

dinsdag, 3 april 2012

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Amnestie regelen is zo eenvoudig niet

In sargasso, de, gewoon, strategie, zetten.
1820

Dictators regelen meestal amnestie op het moment dat ze ten onder dreigen te gaan, in ruil voor vrijwillig vertrek. Gekozen leiders proberen zichzelf met wetten te bevoordelen tijdens hun zittingsperiode. Denk aan Berlusconi en dezer dagen aan Desi Bouterse, die het vervelend vindt dat dertig jaar oude moorden hem nog steeds worden nagedragen. Deze tweede strategie is nodig als je de touwtjes in je land niet volledig in handen hebt.

In het geval van Berlusconi is de opzet niet helemaal geslaagd. Bouterse gaat zijn wet wel door het parlement krijgen, niet door volksvertegenwoordigers het pistool op de borst te zetten, maar gewoon door politiek gekonkel. Al zegt Bouterses advocaat de amnestiewet helemaal niet nodig te hebben, omdat hij sowieso vrijspraak wil, geen veroordeling en dan amnestie.

(...)
Lees verder in Amnestie regelen is zo eenvoudig niet (nog 150 woorden)

maandag, 12 maart 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is er overgebleven van de CPN in GroenLinks?

In arbeid, cpn, democratie, economie, groenlinks, ppr, psp, socialisme, vrouwen, en meer.

GroenLinks is gevormd als een fusie van vier partijen: de links-socialistische dissidentenpartij Pacifistisch-Socialistische Partij, de progressief-Christelijke groene partij Politieke Partij Radikalen, de Communistische Partij Nederland en de Evangelische Volkspartij. Die eerste twee partijen zijn duidelijk te herkennen in het huidige GroenLinks: GroenLinks heeft de partijcultuur van de PSP geërfd (‘discussiepartij‘) en de standpunten van de PPR (‘groen, solidair, libertair‘). De Evangelische Volkspartij sloot zich pas relatief laat bij de fusie aan, maar is nog steeds helder herkenbaar door de Linker Wang. Rest de vraag: wat kunnen we herkennen van de CPN in GroenLinks?

Leninisme, Moskou en anti-fascisme
De Communistische Partij Nederland is gevormd in 1909, acht jaar vóór de Russische revolutie, als Sociaal-Democratische Partij. Binnen de grote sociaal-democratische beweging Sociaal-Democratische Arbeiderspartij was er felle discussie tussen reformisten, die zich wilden richten op een parlementaire strategie en revolutionairen, die geloofden dat het parlementaire werk de onvermijdelijke arbeidersrevolutie slechts zou vertragen. De revolutionairen splitsten zich af. In 1918 veranderde de partij haar naam in Communistische Partij Holland, sloot zich aan bij de door Moskou geleide Communistische Internationale en onderschreef ze een leninistische maatschappijvisie.

Gedurende de jaren ’30 ontwikkelde de CPH (sinds 1937 Communistische Partij Nederland, CPN) een anti-fascistisch profiel. Tijdens de bezetting namen veel communisten deel aan het verzet: ze organiseerden de Februaristaking. De illegale communistische krant De Waarheid, was een van de voornaamste gezichten van het verzet.
Na de oorlog werd de CPN beloond met 10% van de stemmen. De CPN was een partij van de arbeidersklasse die sterk stond in de arme landbouwgebieden in het Noorden en de volkswijken in Westelijke steden. Uiteraard onderschreef de CPN een marxistische maatschappijanalyse waarbij de bourgeosie, de bezittende klasse, de arbeidersklasse, het proletariaat, onderdrukte. De maatschappij was misschien de jure democratisch, maar de economische ongelijkheid hield de facto de arbeidersklasse geknecht. In de dagelijkse politiek richtte de partij zich op de verbetering van de materiële positie van de arbeidersklasse onder de paradoxale leus “hogere lonen, lagere prijzen” en op de versterking van de vakbond. De partij streed voor de onafhankelijkheid van Indonesië, verketterde de rol van Amerika in de internationale politiek (denk aan kernbewapening en blokvorming) en vergoeilijkte de rol van Moskou (haar bewapening en blokvorming waren een reactie tegen de imperialistische politiek van het Westen). Vanwege haar verzetsverleden was de partij fel anti-fascistisch en verzette ze zich tegen anti-semitisme. Ook was de partij hierom fel anti-Duits. De partij maakte zich grote zorgen over ‘West-Duits revanchisme’, dat Duitsland haar gelijk na de oorlog nog wel zou komen halen. De CPN was democratisch centralistisch georganiseerd: de beslissingen werden genomen aan de top, met name door partijleider Paul de Groot. Vervolgens werd de rest van de partij aan deze beslissingen gebonden. Toen de Koude Oorlog langzaam opwarmde eind jaren ’40 kwam de CPN in een steeds geïsoleerdere positie te staan: in politiek opzicht maar ook electoraal nam de steun voor de communisten gestaag af.

Marxisme, feminisme en anti-Amerikanisme
Eind jaren ’60, de periode van de universiteitsbezettingen, nam de populariteit van de CPN toe. Een deel van de studenten sloot zich aan bij de CPN, omdat dit de partij was van de arbeidersklasse. De partij koos de kant van de studenten in de discussies over democratisering. De CPN verzette zich daarnaast consequent tegen het Amerikaans buitenlands beleid: kernbewapening, Vietnam, en de steun voor Apartheid.

Met deze studenten kreeg de CPN een energieke nieuwe generatie in haar midden. Marius Ernsting is zo’n figuur: hij was een voorman van de anarchistische Kabouterbeweging geweest maar werd daarna Kamerlid voor de CPN. De studenten die zelf streden voor radicale democratisering, sloten zich aan bij een partij die intern niet democratisch was. In jaren ’80 werd de partij intern gedemocratiseerd: Paul de Groot, de grote man van de CPN tot de jaren ’70, verloor al in 1978 zijn erevoorzitterschap.

Het profiel van de CPN draaide: maatschappelijke democratisering maar ook emancipatie kwamen hoger op de agenda te staan. De partij voegde feminisme toe aan haar uitgangspunten, naast marxisme. De rigide marxistische maatschappijanalyse werd gemakkelijk naar man-vrouw-, allochtoon-autochtoon- en homo-hetero-verhoudingen vertaald: mannen, hetero’s en autochtonen onderdrukte vrouwen, homo’s en allochtonen, zoals de bourgeoisie het proletariaat onderdrukte. In de egalitaire samenleving die de CPN nastreefde moesten ook deze machtsongelijkheden vereffend worden. Zoals de strijd voor de positie van arbeiders een strijd van een groep was, zag de CPN de strijd van homo’s, vrouwen en migranten in termen van groepen, niet individuen. De partij koos in 1981 voor drie heldere speerpunten: een sterke overheid die het opnam voor de arbeidersklasse, verzet tegen kernbewapening en maatschappelijke democratisering, inclusief gelijkberechtiging van vrouwen, homo’s en migranten. De CPN was deels veranderd, maar bleef ook haar communistische wortels trouw: nog in 1989 waren er CPN-vertegenwoordigers bij de viering van 40 jaar DDR in Berlijn.

De generatie jonge studenten bleek een Trojaans Paard: deze stonden ver af van de leefwereld van de arbeidersklasse. Terwijl volkswijken in rap tempo verkleurden, pleitte de CPN voor de rechten van migranten, homo’s en vrouwen. De Socialistische Partij voelde dit beter aan en verzette zich juist tegen feminisme en arbeidsmigratie. Electoraal ging de CPN erop achteruit. In reactie koos ze voor versterkte samenwerking met linkse intellectuele partijen als PSP en PPR in raden en staten, en in het Europees Parlement. Hierachter zat een electorale logica maar ook een inhoudelijke: nu de CPN van een Stalinistische partij een linkse emancipatiepartij was geworden, waren de verschillen met de PSP en de PPR verdwenen. In 1986 verloor de CPN al haar zetels in de Tweede Kamer en drie jaar later ging ze op in GroenLinks.

Linkse emancipatiepartij
Wat is er over van de CPN in het huidige GroenLinks, een links-liberale intellectuelenpartij? Zeker in de eerste jaren waren er veel CPN’ers op prominente plekken: in 1994 waren de partijvoorzitter (Harrewijn) en de lijsttrekkers bij de Tweede Kamer- (Brouwer) en de Europees Parlementsverkiezingen (Van Dijk) oud-communisten. Veel prominente migrantenpolitici (Singh Varma en Pormes) kwamen voort uit de CPN. Tot 2010 hadden er twee Eerste Kamerleden een CPN-achtergrond (Laurier en Van der Lans). Maar de plek waar de CPN het best vertegenwoordigd is geweest is onder partijbestuurders: van de negen partijvoorzitters van GroenLinks komen er vier voortuit de CPN. Het CPN-electoraat had de CPN al verloren, maar dat heeft GroenLinks ook niet terugveroverd. De SP en de PVV doen het nu sterk in traditionele CPN-wijken.

Programmatisch gezien lijkt er weinig over van de CPN in het huidige GroenLinks: het hervormingsgezind-sociale economische verhaal van GroenLinks staat veraf van het programma van de CPN. Je zou nog kunnen zeggen dat GroenLinks met haar nadruk op de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en haar pleidooi voor een gelijkere positie van outsiders de doelen van de CPN nastreeft, maar de middelen die ze in discussie heeft gekozen (een harde aanval op de vakbeweging en de gevestigde rechten) past niet bij de CPN. Maar ook op internationaal terrein lijken de twee partijen nauwelijks op elkaar: GroenLinks wil dat de internationale gemeenschap optreedt om mensenrechten te beschermen, terwijl de CPN het optreden van het NAVO-blok veroordeelde, omdat dit altijd het eigenbelang van het Westen zou dienen. Alleen op cultureel vlak vertonen de CPN en GroenLinks een sterke gelijkenis: beide partijen zetten zich in voor emancipatie van vrouwen, homo’s en migranten. Maar zelfs hier is het onderscheid tussen de CPN en GroenLinks groot: de CPN legde de nadruk op groepssolidariteit, anti-discriminatie en sociaal-economische achterstelling en GroenLinks heeft veel meer oog is voor individuele vrijheid, vrijheid van godsdienst en de onderdrukking binnen groepen.

woensdag, 7 maart 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Meer vlinders in de burgerparticipatie

In wijken, bestuurder, belangrijk, bestuur, brieven, burger, burgers, controle, de, en meer.

“Inspraakavonden en themabijeenkomsten zijn nog steeds de populairste methoden van burgerparticipatie. Vrijwel alle gemeenten zetten deze in. De rol van internet wordt steeds groter. (..) en gemeenten zetten steeds vaker sociale media in als communicatiemiddel. Dit gaat ten koste van meer traditionele communicatiemiddelen als flyers, brieven, lokale radio en televisie. Onverminderd populair zijn inspraakavonden en themabijeenkomsten. Vrijwel alle gemeenten zetten deze in.”

Aldus ProDemos op basis van onderzoek dat ze deden naar het gebruik van burgerparticipatie door gemeenten. Dat ‘vrijwel alle’  gemeenten participatie gebruiken en dat in de middelen ook hier digitalisering plaatsvindt, is geen opmerkelijke conclusie. Andersom zou het dat wel zijn geweest.

Ook niet verrassend maar wel een punt om over door te denken is de bevinding dat participatie vooral het domein is van colleges van B&W. Gemeenteraden, zo stelt ProDemos, spelen nauwelijks een rol. Burgers, zo wil ik toevoegen, spelen vrijwel geen rol. Burgerparticipatie is dus vrijwel altijd top down. Als het dagelijks bestuur er rijp voor is wordt de poort van het Forum geopend…

Die gang van zaken is al moeizaam genoeg. Ondanks alle cursussen en trainingen die medewerkers mogen volgen, zo vermeldt het rapport. De top-down lijn is volkomen natuurlijk vanuit de verticale opbouw van gemeentelijke beleidsprocessen. En ook natuurlijk is het om als dagelijks bestuurder controle te willen houden over het proces waar je verantwoordelijk voor bent. Timing en strategie zijn daarom ook niet zo zeer het onderwerp van de trainingen en cursussen. Wel al die middelen, de crowd control, het beheersen van wat je ontketent. Niet echt een recept voor een avontuurlijke ervaring met frisse ontdekkingen. Al zijn veel participatietrajecten voor betrokken medewerkers en bestuursleden al avontuurlijk genoeg: een wijkbijeenkomst met boze inwoners is altijd indrukwekkend.

We maken, zo bewijst het ProDemos-onderzoek, een diep karrenspoor van participatie. En, ook in de vergelijking met 2009, is dit spoor dieper en onwrikbaarder geworden. De kar wordt door vele B&W-leden getrokken en veel burgers volgen voor toch dat ene moment van invloed. Is het wijs dit karrenspoor te blijven volgen of zou het goed zijn nieuwe sporen te trekken?

Ik denk van wel. Als we op de comfortzone van gemeenten en hun dagelijks bestuurders blijven koersen zal burgerparticipatie altijd een zorgvuldig, strak ingekapseld rupsje blijven. En met elke lichting medewerkers die weer beter getraind zijn in de middelen en het proces, wordt de inkapseling nog steviger.

Als we vlinders willen, als we de deelname van burgers aan de politieke besluitvorming opener en vruchtbaarder willen maken, zal meer en eerder de gelegenheid hiertoe moeten ontstaan. Dan is het zaak eerder met bewoners te bespreken hoe en wanneer zij participatie belangrijk vinden. Dat is minder comfort voor de bestuurder, maar meer comfort voor de burger. En daar doen ‘we’  het toch allemaal voor.

zaterdag, 3 maart 2012

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

Van onderop

In default, de, nee, strategie.
“Mij moet je nooit manager maken”. Ik heb die zin vaak uitgesproken. Regelzaken nee, strategie ja. Regelzaken vanuit de strategie ook ja. Maar de kern is dat ik vanuit de grote lijnen altijd wil dat het uitvoeringstechnisch ook kan en klopt, dat bewoners en werkers er mee uit de voeten kunnen. Ik creëer graag ruimte [...]

donderdag, 16 februari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Politieke sensitiviteit in een hordenloop

In wijken, hordenloop, kennis, luisteren, politieke sensitiviteit, belangrijk, beleid, bestuur, bezig, en meer.

Tim Verbeek  110 m horden

foto:Ewoud Broeksma - Tim Verbeek

De medewerker wist alles van fietspaden. Zijn voorstel voor het nieuwe fietspad was tiptop. Toen de wethouder het plan presenteerde bleken veel bewoners tegen. De wethouder realiseerde zich dat hij een heel overtuigend verhaal moest brengen om draagvlak te krijgen. En daar had die medewerker zich nu net niet mee bezig gehouden.

Politieke sensitiviteit, is niet een kwaliteit die alleen een politicus moet hebben. Het is ook een onmisbare competentie voor medewerkers van een politiek bestuurder. Het leidt tot beter presteren. Dat is, gegeven het krimpen van overheidsbudgetten, een belangrijk motief organisaties sensitiever te maken.

Veronachtzaamde succesfactor

Voor beleidsmedewerkers telt in profielen en persoonlijke ontwikkelingsgesprekken vooral inhoudelijke deskundigheid, sociale vaardigheden en inzet. De interne beleidsomgeving is maatgevend. Het functioneren in de politiek-bestuurlijke omgeving en in de relaties met het publiek is geen toetspunt.

Veronachtzaming van omgevingsensitiviteit hindert de organisatie om doelmatig en doeltreffend te werken. Om dit te illustreren gebruik ik de metafoor van een hordenloop. De startpositie van de medewerker in een beleidsproces is buitenbaans, vele meters voor op de binnenbaans lopende bestuurder. De hordes van de medewerker bestaan uit inhoudelijke vraagstukken, tegendraadse opvattingen van vakcollega’s en budgettaire problemen. De hordes van de bestuurder zijn een coalitieafspraak, keuzemogelijkheden, realisatietermijn, budget en communicatieopgave. Bestuurder en medewerker passeren tegelijk de finish. De medewerker stopt, de bestuurder niet. Hij komt terecht in een steeple chase met hindernissen van verschillende aard en grootte: een ontevreden bewonersgroep, een vertragende juridische procedure, informatie die nieuw lijkt, interpretatieverschillen over de coalitieafspraak en zo voort. De medewerker staat inmiddels op het binnenterrein verrast door de duur van de loop en aard van de hindernissen. Hij gooit de zwetende bestuurder een handdoek toe, wat water, waarschuwt voor hindernissen, adviseert hoe die te nemen en moedigt aan. Dat is geen geruststellend recept voor het heelhuids halen van de echte eindstreep: de uitvoering.

Was de medewerker bij de start sensitief geweest dan had hij op de publieke tribune, al veel wensen en klachten gehoord. Geluiden die hem hadden geholpen zijn beleidsstuk weerbaarder te maken. En waarmee hij de bestuurder in stat stelde zijn race beter op lengte en moeilijkheidsgraad in te schatten.

Wat te verbeteren?

Kennis. Het ontbreekt veel medewerkers simpelweg aan kennis over het politiek bestuur. Feitelijke informatie geven is niet voldoende omdat personen, hun bestuursstijl en hun onderlinge relaties bepalend zijn. Daarom is kennisoverdracht echt waardevol als het situationeel gebeurt. Verankering volgt door ruimte te scheppen voor politieke oriëntatie binnen de ambtelijke omgeving.

Luisteren. Echt luisteren werkt als de luisteraar respondeert. Via een dialoog of door het te laten weerklinken in het proces of beleid. Dat vraagt oprechte nieuwsgierigheid en bereidheid het masker van ‘de deskundige’ te laat zakken. Politiek sensitief werken krijgt pas effect als inventarisatie leidt tot interactie. De ‘lerende organisatie’ , die veel overheden nastreven, zal toch ook eerst een ‘luisterende organisatie’ moeten zijn.

Strategie. Medewerkers die andere omgevingen in kaart willen brengen doen dit efficiënt door eerst een strategie te maken. Dit dwingt de medewerker ook zich te verplaatsen in de positie van zijn bestuurder, de raadsfracties en belanghebbenden. Het voorkomt de situatie waarin de B&W-vergadering als eindstreep wordt gezien.

Op tijd bij zijn

Zonder kennis van verschillende omgevingen is een technisch perfect en inhoudelijk correct voorstel toch incompleet. Een onvolmaaktheid die het risico op schipbreuk bij B&W, de gemeenteraad of het publiek vergroot. Via participatie kiezen veel overheden ervoor om de buitenwereld naar binnen te brengen. Dat legt echter nog geen duurzaam fundament voor een politiek sensitieve beleidsomgeving. Dat vraagt van medewerkers zich te buigen over vragen die nu vaak pas aan de bestuurstafel of buurthuisbar opduiken.

Een meer uitgebreide versie vind je hier

zondag, 5 februari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Groen & Links. De echte New deal.

Het rapport “kieskeurige kiezers” van de UvA is een eye-opener voor de Nederlandse politiek. Het is niet de kiezer die op drift is geraakt, maar de politieke partijen. De kiezer is kritischer geworden en hecht veel waarde aan bepaalde standpunten. Van een vaste partijkeuze is geen sprake. De kiezer stuurt op specifieke thema’s. Wel is [...]

maandag, 30 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Popquizzen zijn verslavend

In gerbie's lifeblog, muziek column, cap65, john travolta, popquiz, wipneus en pim, bezig, eerste, hoop, en meer.

Het blijft een leuke verslaving die wel tijd kost, weinig oplevert, maar vooral plezierig is. Meedoen aan een popquiz. Misschien zou ik dat wat vaker in de kroeg moeten doen, maar ik doe dat vooral online. Op onregelmatige woensdagen via Cap 65, waar ik vaak laag eindig, een enkele keer in de middenmoot en op het podium als er niet zo veel mee doen.

Sinds kort ook via Alex aan Zee, waar ik sommige fragmenten snel herken, maar de meeste ook weer niet. En overal zijn er genoeg muziekkenners die me simpel verslaan.

Elke dag via Twitter is er ‘s ochtends om 10 uur een nieuwe vraag bij Daily Popquiz, waar ik probeer de dag top 5 te halen (drie keer gelukt in een dik jaar tijd) en al maanden bezig ben de top 100 van het totaalklassement te halen. Nog steeds niet gelukt. En ja, ik heb nog hoop, ik sta op 118 in zijn Hall of Fame.

En dan is er elk jaar in de kerstvakantie de quiz van Wipneus en Pim. Omdat Wipneus bedacht dat mijn geboortestadje een leuke uitvalsbasis is om te wonen, zijn we elk jaar de eerste die de nieuwe quiz mogen uitproberen. De laatste jaren worden we (ons team van generatiegenoten) elke keer tweede. De lokale zendamateurs verslaan ons keer op keer. Voor eind 2012 moeten we dus een nieuwe strategie verzinnen. Toch was onze deelname niet helemaal voor niets. Na de waardeloze elpees (Lee Towers, Fabeltjeskrant) wonnen we dit jaar een sticker. Een originele John Travolta sticker. En wie heeft die nog tegenwoordig?


zondag, 29 januari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Gewoon groen

In groenlinks, politiek, weblog, links, midden, natuur, auto, banen, beleid, en meer.

In de NRC stond een mooie column van Bas Heijne over natuur. Als ik goed ben geïnformeerd, heeft hij deze column ook voorgedragen op een bijeenkomst van natuurbeheerders in het bijzijn van Henk Bleker en heeft de laatste op de van hem bekende wijze daarop gereageerd. Namelijk dat hij het er helemaal mee eens was, maar intussen een beleid uitvoert dat er diametraal tegenover staat. Als GroenLinkser vind ik het lastig om toe te geven, maar ik moet constateren dat groen uit is. Er wordt op een nietsontziende manier bezuinigd op natuur, in een omvang waarbij de kortingen op cultuur en PGB verbleken. Maar de meeste Nederlanders lijkt het nogal weinig te kunnen schelen. De paar protestacties die er zijn geweest, hebben in elk geval niets uitgehaald.

Mijn partij voerde ooit de slogan: knokken voor kwetsbaar is. En als iets dezer dagen kwetsbaar is, dan is het wel de natuur. In tijden waarin alles geëconomiseerd wordt en uitgedrukt in bijdrage aan het bruto nationaal product, delft natuur snel het onderspit. Helaas heeft links en groen daar zelf ook aan bijgedragen, door natuur te framen als economische factor. Het is immers zo mooi te wonen in een stad waar de natuur op 10 minuten rijden met de auto is, het is zo aantrekkelijk voor een multinational zich te vestigen in een groene omgeving, de groene economie levert banen op. Helemaal onwaar is dat uiteraard niet, maar het gaat voorbij aan de intrinsieke waarde van groen.

We zijn helaas wel vergeten de natuur te prijzen, niet omdat het aan allerlei andere doelen bijdraagt, maar omdat het groen is. We hebben ons zo aan het discours van andere politieke partijen aangepast, dat de boodschap van biodiversiteit, van groen te midden van alle verstening, langzaamaan overwoekerd is. Durven we nog wel de consequente en misschien impopulaire keuze te maken op te komen voor diersoorten zonder hoge knuffelwaarde en voor planten die de doorsnee tuinier uit de grond zou trekken?

Ik denk dat de strategie om natuur en groen via een omweg te verdedigen en te beschermen, keihard tegen haar grenzen is aangelopen. Dat het tijd wordt om groen weer groen te maken en dat verhaal, niet technisch, niet specialistisch, niet eenkennig, overtuigend uit te dragen.  Nu nog de juiste taal daarvoor vinden en niet te vergeten de juiste mensen.

 

dinsdag, 24 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Veel aandacht voor Kunduz in Eindhoven

In geen categorie, de, debat, debatten, duurzaam, eigen kracht, eindhoven, fractie, identiteit, en meer.

In de slimste stad van Nederland ging het debat met de aanwezige GroenLinksers over zaken als progressieve samenwerking, maar ook over Kunduz. De betrokkenheid bij inhoudelijke onderwerpen was groot in Eindhoven. Mooi om zoveel passie te ervaren.

Wanneer het op samenwerking met andere partijen aankomt, kies ik voor uitgaan van eigen kracht. We hebben een helder duurzaam, hervormingsgezind verhaal. Daarmee kunnen we nog scherper voor de dag komen en andere partijen mobiliseren. Kunduz vraagt om een zorgvuldige en betrokken aanpak. Als kandidaat-voorzitter sta ik er voor dat bij dit soort thema’s die raken aan de identiteit en strategie van de partij, voorafgaand aan besluitvorming door de fractie, ruimte voor debat wordt gecreëerd. Dergelijke debatten moeten goed worden gefaciliteerd. Ook na een besluit moet er ruimte zijn om alternatieve opties te blijven bespreken. Ik zie debat als uiting van kracht van onze partij, niet als zwakte.

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

In politiek, analyse, compassie, crisis, cultuur, debat, democratie, discriminatie, discussie, en meer.

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


Theo Brand

Theo Brand

Kiest het CDA voor een echte omslag?

In duurzaamheid, gerechtigheid, politiek, cda, coalitie, emancipatie, oecumene, solidariteit, groenlinks, en meer.

Het CDA overweegt volgens de media ‘een ruk naar links’. De mogelijke koerswijziging blijkt uit gelekte plannen afkomstig uit het zogeheten Strategisch Beraad onder leiding van oud-minister Aart Jan de Geus. Veel christen-democraten zullen de koerswijziging eerder bestempelen als een terugkeer naar het politieke midden. Vooral macht en invloed maken een centrumpositie immers interessant. Maar een strategisch beraad is nog geen principieel beraad. En dat laatste is nodig is om een nieuw fundament onder de partij te leggen.

Als je door de waan van de dag stevig naar rechts bent meegezogen, dan sta je na verloop van tijd beteuterd in de hoek. Dan blijft er één richting over en dat is terugbewegen naar links. Zo verrassend is de koerswijziging daarom niet. De vraag is vooral: hoe ver durft het CDA te gaan? En komt de partij ook aan de progressieve kant van het politieke spectrum uit? Komt de koersverandering voort uit lijfsbehoud of is deze geboren uit een diepgewortelde overtuiging? En als dat laatste het geval is, wanneer volgt dan de erkenning dat de partij door fixatie op macht de afgelopen jaren op een ideologisch dwaalspoor terecht is gekomen?

Nu is de vraag wat de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ precies inhouden nogal verschillend te beantwoorden. Dat is – helemaal voor middenpartijen als CDA en D66 – altijd een wat lastige zaak. Voor mij telt het criterium of een politieke partij culturele verdraagzaamheid, duurzame ontwikkeling en een eerlijke verdeling van welvaart, macht en inkomen bevordert of juist eerder frustreert. Zo bezien is het CDA op dit moment een conservatieve en rechts georiënteerde partij.

Politiek filosoof en emeritus hoogleraar politieke filosofie Henk Woldring stelde eerder in tijdschrift De Linker Wang: “Het politieke midden kan nooit je doelstelling zijn, het gaat om een visie op de samenleving. De christen-democratie moet uiteindelijk een gematigd progressieve politieke beweging zijn.” Woldring schreef in 1996 een doorwrochte filosofische studie over de beginselen van de christen-democratie en zat namens het CDA in de Eerste Kamer. In 2010 zegde hij diep teleurgesteld zijn partijlidmaatschap op.

Levert het CDA straks echt een politieke bijdrage om de dominante economische machten bij te sturen? Durft de partij weer politiek met een hoofdletter te bedrijven? Of blijft het CDA kiezen voor ongebreidelde marktwerking door een verdere terugtreding van de overheid, maar dan in een wat vriendelijker vorm met wat meer culturele openheid? Rechts, maar zonder scherpe kantjes in een wat lichtere variant? Of kiest het CDA voor een echte omslag?

Voor de politiek in het algemeen is het interessant of de koerswijziging van het CDA zal leiden tot de val van het Kabinet Rutte. Wat mij vooral boeit is de vraag of trouwe CDA-kiezers zullen doorzien dat de eeuwige slingerbewegingen van het CDA – of die nu van links naar rechts gaan, of juist van rechts naar links – vooral zijn ingegeven door macht en politieke strategie. En dat visiestukken als het recent verschenen ‘Mens, waar ben je?’ uiteindelijk ondergeschikt zijn aan politiek lijfsbehoud. Of ben ik nu te cynisch? Ik vermoed oprecht van niet. Toch wil ik als religieus geïnspireerde GroenLinkser het CDA het voordeel van de twijfel geven, maar wel met een nadrukkelijke kanttekening.

Natuurlijk is elke politieke partij bezig met macht en strategie. Wat dat betreft neem ik het CDA niets kwalijk. Politiek bedrijven valt of staat met macht en invloed. Maar voor het CDA lijkt politieke macht gaandeweg een doel en een principe op zichzelf te zijn geworden. Dat het CDA nu weereens wat naar links beweegt is daarom alles behalve opzienbarend.

Relevant is vooral de vraag of het CDA  niet alleen om strategische redenen naar links buigt, maar in het voetspoor van de ideeën van onder anderen Henk Woldring, ook definitief durft te kiezen voor een gematigd progressief profiel omdat de christen-democratische wortels van solidariteit, emancipatie en rentmeesterschap dat simpelweg vereisen.

Als die trend zich definitief zou doorzetten, komt het CDA in beeld als interessante en stabiele coalitiepartner voor PvdA, SP, D66, ChristenUnie en ook mijn eigen partij GroenLinks. Afhankelijk uiteraard van de vraag hoeveel Tweede Kamerzetels de partij kan inbrengen bij het realiseren van een nieuwe centrumlinkse regeringscoalitie.


zondag, 8 januari 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Burgemeester weg, gemeente een nieuwe naam?

In weblog, burgemeester de jonge, dronten, stad, stadshart, suydersee, winkelhart, citymarketing, discussie, en meer.

Vandaag lanceert burgemeester Aat de Jonge bij ‘Over Flevoland gesproken’ (uitzending hier terug te bekijken) de discussie of de gemeente Dronten niet een andere naam zou moeten krijgen omdat de naam van het dorp en de gemeente hetzelfde zijn en dat verwarring oplevert. Waarom dat probleem in Dronten zich voor doet en in Groningen, Veere of Utrecht niet is mij volslagen onduidelijk en wordt door de burgemeester ook niet onderbouwd.

Het plan komt van een bureau dat de gemeente begeleid met citymarketing en dat doen we heel goed, want we zijn in de race voor een prijs voor citymarketing. Of dat nu een maatstaaf is weet ik niet, maar ik heb sterke twijfel aan het effect van de citymarketing. Als ik de producten zie en niet helder te maken blijkt wat het meetbare effect is mag die onzin van mij wel ophouden. Zeker als dit leidt tot dit soort voorstellen als een andere naam voor de gemeente.

De simpelste reactie op dit voorstel is om de burgemeester te diskwalificeren door te roepen dat hij zijn vernoeming alvast aan het voorbereiden is. Onze gemeente kent de traditie om ‘iets’ naar vertrekkende burgemeesters te vernoemen. Van Veldhuizen kreeg zijn bos, Dekker een sportpark en Gresel de brandweerkazerne. Dus de conclusie kan zijn dat burgemeester De Jonge graag naamgever wil zijn van de nieuwe gemeentenaam. Zeker ook gezien de nieuwjaarsbijeenkomst waarin de vernoeming bij zijn vertrek ook een thema was zou je er bijna in gaan geloven. Maar dat is te makkelijk.

Waar Aat het eigenlijk over heeft is dat we wellicht in een enkel geval ons winkelcentrum Suydersee als het ‘Drontense Stadshart’ zouden moeten profileren. Dit omdat het beeld dat mensen hebben bij een ‘winkelcentrum’ iets is in een wijk waar je boodschappen gaat doen, maar niet iets waar je gaat ‘shoppen’. Dat het voor ons ‘Drontens Winkelhart’ goed zou zijn als we meer consumenten uit de regio zouden trekken staat buiten elke discussie.

Dat Dronten-stadshart zichzelf als stad wil gaan profileren stuit me steeds minder tegen de borst. Ook vind ik het niet zo heel erg als Dronten zichtzelf ‘een stad met een dorpskarakter’ gaat noemen. Zolang men dat dorpse karakter niet vergeet is dat niet zo erg, maar waar ik wel bang voor ben is dat de gemeentebestuurders dan ook meteen stadse allures gaan krijgen en dat moeten we dan weer niet hebben.

Profilering van Winkelhart Suydersee lijkt me een prima idee, de naam van de gemeenten daarvoor ter discussie stellen is met een kanon op een mug schieten. Toch zal het beoogde doel van de burgemeester wel behaald worden: iedereen is zo over de zeik van een mogelijke naamsverandering dat ‘Dronten stad’ allang acceptabel is. Slimme strategie, zo kennen we de burgemeester.

Tot slot over zijn vernoeming: ik weet dat hij een stille wens heeft naamgever te mogen zijn van wat nu wel eens gekscherend ‘de grote leegte’ wordt genoemd. Hoewel ik tegelijk verwacht dat deze discussie voorlopig nog niet actueel is.

woensdag, 4 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

(nog) een kras in Wal-Mart’s poging om een duurzaam boodschappenbolwerk te worden

In duurzaamheid, economie, abp, arbeidsomstandigheden, beleggingsbeleid, duurzaam investeren, ilo richtlijnen, pensioenfonds, sustainability consortium, en meer.

Sinds een paar jaar timmert Wal-Mart stevig aan de weg met het Sustainability Consortium als het gaat om het verduurzamen van haar productieketen. Toch weigert mijn eigen bank (ASN) al een aantal jaar te investeren in Wal-Mart, als ik me goed herinner onder andere i.v.m. wapenverkopen in de winkels. Deze week werd duidelijk dat de ASN door een veel prominentere belegger wordt gevolgd: ABP. In het persbericht motiveert ABP  (pdf) de uitsluiting als volgt:

Het Amerikaanse bedrijf Walmart is door ABP uitgesloten vanwege het personeelsbeleid dat in strijd is met internationale richtlijnen (ILO richtlijnen), met name ten aanzien van arbeidsomstandigheden en de mogelijkheid voor werknemers om zich te organiseren in vakbonden.

Dat maakt duidelijk dat verantwoord ketenbeheer slechts een onderdeel is van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik ben er van overtuigd dat samenwerking met ketenpartners veel meer impact kan hebben op duurzaamheid (zowel sociaal als milieu), tegelijkertijd vergt een ambitieuze verduurzamingsstrategie voor je productieketen ook dat je je eigen interne ambities opschroeft…

Na een paar jaar zeuren tegen ABP (over oa. investeringen in kolen, teerzanden en hun investeringsbeleid) is het mooi om te zien dat er ook voor hun een grens zit aan de engagement strategie. Wanneer een bedrijf haar gedrag en beleid niet wijzigd komt er een moment dat je afscheid moet nemen. Wat mij betreft een dikke pluim voor deze actie van ABP.

dinsdag, 27 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Verantwoord ketenbeheer: van risicomanagement naar waardecreatie (deel 2)

In duurzaamheid, economie, duurzaam inkopen, duurzaam ondernemen, inkopen, kpmg, risicomanagement, supply change associates, vbdo, en meer.

Vorige week ben ik ingegaan op de wijze waarop verantwoord ketenbeheer in eerste instantie ontwikkeld is als antwoord op kritiek op de manier waarop bedrijven omgingen met (vermeende) misstanden bij hun leveranciers. Volgens de auteurs van het boekje Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie was dat een logische eerste stap, maar wel een defensieve. Veel bedrijven die op die manier begonnen zijn beginnen manieren te ontdekken waarop verantwoord ketenbeheer meer strategisch ingezet kan worden als een manier om van een red ocean strategy naar een blue ocean strategy te komen. Oftewel van een strategie waarbij gevochten wordt om procenten marktaandeel naar een strategie waar nieuwe markten worden verkend. Die laatste strategie is interessanter, omdat het aantal concurrenten in blauwe oceanen beperkt is. Daarbij baseren de auteurs zich op het boek Blue Ocean Strategy van W. Chan Kim en Renée Mauborgne.

Mogelijkheden om verantwoord ketenbeheer meer strategisch in te zetten

De auteurs van Verantwoord Ketenbeheer stellen dat het duurzaamheidsvraagstuk veelomvattend is, maar in essentie ook heel eenvoudig: het is een schaarsteprobleem. Het gaat om de beschikbaarheid en daarmee de waarde van grondstoffen, brandstoffen, energie, voedsel en biodiversiteit voor de wereldbevolking. Nu en straks. Bedrijven staan voor de uitdaging om te anticiperen op dit schaarstevraagstuk. Bijvoorbeeld door het opzetten van een effectief beleid voor verantwoord ketenbeheer, want om een duurzaamheidstransformatie te starten is een ketenbenadering nodig.

Door verantwoord ketenbeheer te verbinden aan bv. business development, productontwikkeling, marketing en sales kan verantwoord ketenbeheer op zowel korte als lange termijn waarde gaan opleveren voor een bedrijf. Vanuit de defensieve basis kan dan gewerkt worden aan waardecreatie, bv. door samen met leveranciers te zoeken naar mogelijke efficiencyverbeteringen, kostenreducties, nieuwe producten, nieuwe logistieke oplossingen, nieuwe materialen etc.

De auteurs zien vier terreinen voor waardecreatie

  1. Kostenreductie: toverwoord daarbij is en blijft Total Cost of Ownership. Waarbij de focus ligt op kostenbesparing over de hele gebruiksduur en kwaliteit. Walmart vraagt bijvoorbeeld al haar leveranciers om energie te besparen en de energie-efficientie van producten te verbeteren. Het idee daarachter is dat energiereductie leidt tot kostenbesparingen, die voor een deel doorgegeven worden aan Walmart. Waarmee Walmart haar positie als prijsvechter kan behouden.
  2. Innovatie: voor veel bedrijven geldt dat de impact in de keten qua duurzaamheid veel groter is dan de impact van de eigen bedrijfsvoering. Dat geldt ook voor de overheid. Door een voorkeurspositie te geven aan leveranciers die voorlopen in het verbeteren van hun duurzaamheidsprestaties wordt de toeleveringsketen structureel gestimuleerd tot innovatie.
  3. Onderscheidend vermogen: duurzaamheid kan een onderscheidend vermogen zijn. Zeker in markten waar de consument weinig verschil ervaart en de prijsdruk hoog is. Zo heeft Unilever de negatieve prijsspiraal bij thee weten te doorbreken door alleen nog te werken met gecertificeerde theeplantages. Daardoor zijn consumenten meer waarde gaan toekennen aan het product en heeft Unilever een forse omzetgroei bereikt.
  4. Ketenintegratie: om de voordelen te realiseren is vergaande samenwerking met toeleveranciers nodig. In de bouw worden verrassende resultaten behaald door toeleveranciers vanaf het begin te betrekken en mee te laten denken over de beste oplossing binnen het beschikbare budget.

Randvoorwaarden voor succesvolle implementatie

Helaas bestaat er volgens de auteurs van Verantwoord Ketenbeheer van risicomanagement naar waardecreatie geen standaardsuccesrecept voor de omslag van risicomanagement naar waardecreatie. Wel benoemen ze een aantal leidende principes die randvoorwaardelijk zijn bij het succesvol waarde creëren door duurzame inkoop:

  • Leiderschap
  • Ondernemerschap
  • Openheid
  • Samenwerking

Veranderende rol inkoop

Een strategische inzet van verantwoord ketenbeheer verandert de rol van de inkoopfunctie. Wanneer inkopers samen met leveranciers werken aan gedeelde doelen wordt de toegevoegde waarde van inkopers duidelijk. Samen met leveranciers wordt dan gewerkt aan een groter onderscheidend vermogen of zelfs aan het creëren van nieuwe markten. Een van de grote uitdagingen is om prikkels te verzinnen die leveranciers uitdagen om mee te denken om de organisatie succesvoller te maken. Op gebied van duurzaamheid kan dat betekenen dat eisen gesteld worden aan de duurzaamheid van een leverancier of product, of door duurzame producten een voorkeursbehandeling te geven. Volgens de auteurs is het echter nog beter om in gezamenlijkheid te zoeken naar (het verhogen van het) differentiërend vermogen.

dinsdag, 20 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie

In duurzaamheid, economie, duurzaam inkopen, duurzaam ondernemen, inkopen, kpmg, risicomanagement, supply change associates, sustainability consortium, en meer.

Tijdens de uitreiking van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award kregen de aanwezigen het boekje Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie mee. Een uitgave van KPMG en VBDO naar aanleiding van een Rond Tafel over verantwoord ketenbeheer die KPMG Sustainability , VBDO en Supply Change Associates eerder dit jaar organiseerden.

Definitie verantwoord ketenbeheer

Van verantwoord ketenbeheer is volgens de publicatie sprake als organisaties bij het gehele inkoopproces rekening houden met sociale en milieuaspecten. Waarbij sociale en milieuaspecten een rol krijgen naast conventionele aspecten als prijs, beschikbaarheid en kwaliteit. Bij milieuaspecten gaat het om de de impact die een product of dienst tijdens de gehele levenscyclus op de leefomgeving heeft. Bij sociale impact gaat het om de leef- en werkomstandigheden van de mensen die zijn betrokken bij de productieketen.

Verantwoord ketenbeheer kan niet los worden gezien van duurzaam ondernemen. Een bedrijf dat verantwoord wil ondernemen kan er niet omheen om ook te kijken naar de milieudruk en sociale omstandigheden in toeleverende bedrijven.

De eerste stap bij het implementeren van verantwoord ketenbeheer is het opstellen van richtlijnen en gedragscodes voor leveranciers. De invulling daarvan is afhankelijk van de duurzaamheidsthema’s die spelen in de keten. Voor internationale bedrijven zijn er ook veel gebruikte standaarden, zoals:

  • United Nations Global Compact
  • ILO International Labour Standards
  • ILO Code of Practice in Safety and Health
  • OECD Guidelines for Multinational Enterprises
  • The Rio Declaration on Environment and Development
  • United Nations Convention Against Corruption
  • ISO 14001
  • SA 8000
  • OHSAS 18001

Naast algemene richtlijnen bestaan er ook richtlijnen of standaarden die voor een specifieke sector ontwikkeld zijn. Zoals bijvoorbeeld de CO2 Prestatieladder voor de Nederlandse bouwsector.

Verantwoord ketenbeheer als risicomanagement

Verantwoord ketenbeheer is ontstaan in reactie op de kritiek die bedrijven kregen op de werkomstandigheden bij toeleveranciers. Aanvankelijk ontkenden veel bedrijven dat ze verantwoordelijkheid droegen voor de omstandigheden bij hun toeleveranciers. In reactie daarop heeft een grote groep bedrijven inmiddels een inkoopbeleid opgezet waarmee bij leveranciers het kaf van het koren kan worden gescheiden. De aanhoudende druk van stakeholders op bedrijven als Coca Cola, C&A, Nike, Apple en Facebook laat zien dat dat geen overbodige luxe is.

Organisaties die starten met verantwoord ketenbeheer zetten volgens de schrijvers relatief eenzijdig in op een beleid dat risico’s minimaliseert of mitigeert. Het gaat daarbij om risico’s op het gebied van:

  • reputatieschade: bv. door negatief nieuws over gebeurtenissen of omstandigheden in de toeleveringsketen.
  • omzetverlies: bv. door het verliezen van opdrachten/klanten waar duurzaamheid een rol speelt bij de inkoop.
  • wetgeving: bv. doordat er maatschappelijke onvrede ontstaat over de (waargenomen) voortgang. Koplopers hebben dan geen concurrentienadeel, maar voor bedrijven die niet aan de wetgeving voldoet ontstaan risico’s.
  • Stakeholderconflicten: verantwoordelijk gedrag zorgt voor een grotere legitimatie bij stakeholders. Dat kan voordelen opleveren bij bv. het aantrekken van personeel of draagvlak bij de lokale bevolking.

Hoewel een defensieve strategie zeker een eerste stap is stelt de publicatie dat het niet hoeft te leiden tot het inkopen van duurzamere producten of diensten. Je scheidt tenslotte enkel op leveranciersniveau en niet op het niveau van producten of diensten. Om daadwerkelijk duurzamere producten of diensten in te kopen is meer nodig. Belangrijker nog is dat het onderscheidend vermogen van een defensieve strategie steeds kleiner wordt. De auteurs stellen vast dat defensief verantwoord ketenbeheer steeds meer de status krijgt die ‘kwaliteit’ en ISO-certificeringen hebben. Oftewel een vanzelfsprekendheid waar bedrijven niet zonder kunnen als ze zaken willen blijven doen.

Een van de omvangrijkste initiatieven op dit gebied is het Sustainability Consortium van Wal-Mart, waar ik al eerder over schreef en waar inmiddels zo’n 100 bedrijven, instituten (waaronder WUR) en NGO’s aan meewerken. Volgens de auteurs komt het doel om producten een label te geven met alle aspecten van duurzaamheid binnen bereik. Voor Wal-Mart biedt het initiatief ook strategische mogelijkheden, waarover volgende keer meer.

maandag, 19 december 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

De SP kan beter niet gaan meeregeren

In politiek, geschiedenis, hart, het volk, kabinet, links, marijnissen, maurice de hond, nederland, en meer.

‘De SP is klaar om te regeren’, zei Roemer vorige week ineens. De goedlachse SP-leider heeft zelfs al een lijstje met geschikte Socialistische ministers in de binnenzak, verklaarde hij. Vanuit politiek-wetenschappelijk perspectief lijkt dit een hele slechte stap.

De electorale geschiedenis van de linkse politiek in Nederland is er één waaraan we weinig woorden vuil hoeven te maken: sinds de Tweede Wereldoorlog is  de PvdA altijd de grootste geweest. Alhoewel er vaak genoeg concurrentie was (CPN, PSP, DS’70, PPR, om maar een greep te doen), wist niemand voor serieuze dreiging te zorgen. Dit veranderde in 2006, toen de SP, onder leiding van Jan Marijnissen, groeide van 9 naar 25 zetels. De PvdA stond hier maar 8 zetels boven (33): een absoluut unicum op links. Nadat de SP een paar jaar in een dip zat (en bijv. 10 zetels verloor in 2010), gaat het recentelijk weer erg goed met de partij. Sterker nog, virtueel zijn de rollen momenteel omgedraaid: in de meest recente peiling van Maurice de Hond staat de SP op 26 zetels en de PvdA op 18.

Dat de electorale neergang van de PvdA nauw verband houdt met het succes van de SP lijkt duidelijk: beide partijen staan programmatisch niet ver van elkaar af en vissen gedeeltelijk uit dezelfde electorale vijver. De vraag is echter wat de richting van het verband is: is de afname in populariteit van de PvdA de oorzaak van het succes van de SP, of is de toename in populariteit van de SP de oorzaak zijn van de neergang van de PvdA? Alhoewel beide mogelijkheden waarschijnlijk delen van waarheid bevatten, gok ik dat de eerstgenoemde de situatie het beste uitlegt.

De PvdA, dus altijd by far de grootste partij op links, verliest aan populariteit. Electorale statistieken tonen aan dat met name lageropgeleiden de partij steeds minder aantrekkelijk vinden. Waarschijnlijk zijn hier meerdere oorzaken voor, maar één hiervan is, denk ik, dat de PvdA de afgelopen jaren teveel een bestuurderspartij is geworden. Zij maakt haar handen vies door compromissen te sluiten, gedeelten van haar programma te laten varen. De ‘gewone man’, die vroeger trouw PvdA stemde, voelt zich hierdoor in de steek gelaten. Als het even kan wijkt hij uit naar andere partijen, waarvan hij wel het gevoel heeft dat ze strijden voor zijn belangen.

Een partij die haar oorspronkelijke karakter kwijtraakt geeft altijd ruimte voor ‘purifiers’: nieuwe partijen die doen wat de grote partij zou moeten doen. De PvdA, die haar karakter als partij voor de gewone man is kwijtgeraakt, maakte ruimte voor het succes van de SP. De SP staat namelijk wél met beide beden tussen het volk, en strijdt, volgens zichzelf, met hart en ziel voor hen. De PvdA, die doet dat al lang niet meer, zal men zeggen.

Als de SP werkelijk gaat meeregeren, zoals Roemer wil, zal hij onder ogen moeten zien dat de SP ook vuile handen maakt. Je hele programma realiseren kan in het Nederlandse politieke systeem nu eenmaal niet. Er zullen afspraken moeten worden gemaakt, compromissen moeten worden gesloten. Het kabinet zal bepaalde dingen doen die de SP niet wil, en Roemer zal dit aan zijn kiezers uit moeten gaan leggen. Uiteindelijk zou het heel goed kunnen dat de kiezers zich ook door de SP in de kou voelen gezet en weer naar nieuw onderdak gaan zoeken.

Als argument tegen mijn punt kan worden gegeven dat de PVV, die andere purifier, nu ook regeringsverantwoordelijkheid draagt en dit aan de peilingen niet af te zien is. Mijn antwoord hierop is echter dat de PVV helemaal geen regeringsverantwoordelijkheid draagt: men gedoogt het kabinet slechts op de punten die in haar eigen regeringsprogramma staan. Op de punten waar zij het niet mee eens is, stemt zij tegen. Het ‘vuile handen maken’ ontbreekt bij de PVV, evenals het moeilijke ‘uitleggen aan de kiezer’. Alles wat de regering doet wat in strijd is met het PVV-programma, wordt direct op het conto van andere partijen geschreven.  Al het goede komt van de PVV, al het slechte van anderen. Een ronduit briljant staaltje strategie, dat gedogen.

Electoraal gezien kun je stellen dat de SP beter buiten de regering kan blijven.  Echter, ook op het gebied van programmarealisering lijkt het mij voor de SP verstandiger: op lange termijn is goed oppositie voeren en de PvdA naar links dwingen veel beter voor de realisering van een menswaardig bestaan voor iedereen, dan die paar jaar dat de SP meeregeert en vervolgens de kiezers moet vertellen dat men nu eenmaal compromissen moet sluiten.

Wat wel een optie voor de SP is, is een regering gedogen. In Denemarken gebeurt dit momenteel: hier regeert de Sociaaldemocratische partij samen met de sociaal-liberale partij en de sociaal-groene partij (grofweg de Deense equivalenten van de PvdA, D66 en GroenLinks), en geeft de kleine linkse ‘Eenheidslijst’ gedoogsteun. Dit zou voor de SP ook een goede optie zijn, omdat zij hetzelfde kan doen als de PVV nu: zichzelf prijzen voor het goede, en anderen de schuld geven voor het slechte.

Conclusie: uit poltiek-wetenschappelijk oogpunt kan de SP beter niet meeregeren, maar in de oppositie blijven. Dit is electoraal maar op met het oog op programmarealisering beter voor de partij. Gedoogsteun geven lijkt wel een goede optie.

 

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl:
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/de_sp_kan_beter_niet_meeregeren/


vrijdag, 2 december 2011

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

“Zeg maar meneer Jansen…”

In uncategorized, geert, geert wilders, geweld, idee, ideologie, inzet, kinderen, maatschappij, en meer.

            Het zal deze week (bijna) niemand ontgaan zijn: de PVV heeft een motie in de Tweede Kamer ingediend waarin werd gepleit voor een wetswijziging. Op zich niets nieuws en niets verkeerds, ware het niet dat het onderwerp vrij ongebruikelijk was: de PVV wil namelijk dat bij wet wordt vastgelegd dat leraren voortaan in de klas met U worden aangesproken. Eerst zal ik op de mogelijke achtergrond van deze motie ingaan. Wat zou het idee achter deze motie kunnen zijn? Is het een strategisch of ideologisch wetsvoorstel? Daarna zal ik aangeven waarom ik het persoonlijk niet eens ben met deze motie en hoe respect en gezag dan wel afgedwongen zouden moeten worden.

            De motie van de PVV, de ‘Zeg-maar-meneer-Jansen-motie’ (ja, echt waar), heeft als doel om het gezag van de leraren weer terug te winnen, want ‘Je en jij zeggen is en voornamen gebruiken is zo jaren zeventig,’ volgens PVV-kamerlid Harm Beertema op de site van de NOS. Deze motie staat echter niet op zichzelf. Jan Peter Balkenende is niet voor niets bekend geworden met zijn ‘normen en waarden’ en ‘verhuftering’ is een van de bekendere nieuwe woorden van de laatste jaren. De thema’s gezag en omgang spelen dus al langere tijd. Er is echter een verschil in de interpretatie van deze verhuftering tussen de PVV en ‘de rest’ van de samenleving. Volgens de PVV zijn het vooral de ‘rotjochies’ (waarschijnlijk niet de Nederlandse jongeren) die de grootste herrie schoppen en de sfeer in de samenleving verpesten. Er wordt alleen voor het gemak dan niet gedacht aan het gedrag van de gewone Nederlander. Denk alleen al aan hard bellen, ambulancepersoneel wat continu wordt bedreigd en ga zo maar door. De klas (van een openbare school) zou dan ook als een representatie van de samenleving kunnen worden gezien; net zoals in een samenleving is er in een klas altijd een vorm van verzet tegen het gezag en dat moet ook zo blijven. Het goede van dit opstandige deel is dat de verhoudingen in de klas levendig blijven. Het anarchistische deel hoort alleen niet de overhand te krijgen en als de samenleving (in een klas) goed functioneert wordt het anarchistische deel gecorrigeerd. De overheid zit dus in dezelfde rol als de leraar.

            Door deze vergelijking tussen de overheid en de leraar nog verder door te trekken kunnen we ook eenvoudig de zwakke kanten van deze motie ontdekken. Een overheid kan nooit de bevolking dwingen respect voor de staat te hebben, zelfs niet wanneer de staat het monopolie op geweld inzet. Hetzelfde geldt voor de leraar: van bovenaf helpen klinkt mooi, maar het zal niet helpen. Sommige docenten hebben de voorkeur om getutoyeerd te worden en weigeren om überhaupt met U aangesproken te worden. Bovendien, puur gezag komt pas met respect naar elkaar en door de opvoeding van de ouders. Daarom vind ik dat ouders hun kinderen duidelijk de ‘normen en waarden’ (dat ik ooit nog die term zou gebruiken) bij moeten leren en niet de leraar; hooguit een correctie op hun omgangsvormen.

            Nog even terugkerend naar de overweging tussen ideologie en strategie. Overwegende dat Geert Wilders al sinds 1990 actief is op het Binnenhof, waarvan 16 jaar bij de VVD en hij tot de rechtervleugel van die partij behoorde, is het raar dat hij zijn partij nu laat pleiten voor overheidsbemoeienis in omgangsvormen. Staat de laatste V in PVV niet voor Vrijheid? Deze omslag, samen met het feit dat de laatste jaren de omgangsvormen in de maatschappij, en dus in de klas, de kiezers zorgen baren, maakt het zeer waarschijnlijk dat deze motie een puur strategische motie is.

            Ik snap het idee van de PVV om het gezag in de klas terug te brengen naar de leraar, maar dat hoort de leraar zelf te doen. Fijn dat de PVV een goede constatering doet, alleen ben ik het volledig eens met de PvdA, D66, de SP en het CDA dat de PVV dan zelf ook het goede voorbeeld moet geven in de Kamer. Kortom, in plaats van “Doe eens normaal man” graag “Doet U eens normaal, Meneer.”


maandag, 14 november 2011

Ulbe Spaans

Ulbe Spaans

Twitter

Not inspired …….. stuitend!!

In politiek, marketing, subsidie, westland, crisis, cda, strategie, keuzes, kort, en meer.

Ik ben zojuist teruggekomen van een bezoekje aan een  ”Inspired by Westland” happening.
U kent dat wel, met een paar honderd man in een theater en dan toegesproken worden.
Hapje, drankje,  filmpje en  jawel  een GROEN MANNETJE………. nogmaals,  u kent dat wel.
Het is tenslotte crisis en ik heb vanuit de begrotingsraad van afgelopen donderdag begrepen van diverse wethouders dat er ingrijpende keuzes moesten worden gemaakt.
Het college en hun vazallen CDA -Westland Verstandig en GBW hebben nadrukkelijk voor deze club gekozen boven het ondersteunen van verenigingen en vakleerkrachten.
Kijk en luister vooral even  naar WOS uitzending gemist van 11-11-2011 dan wordt er  heel veel duidelijk. 
Deze keuze is ; zo hoor ik daar van voorstanders, nadrukkelijk voor u als Westlandse burger gemaakt.
Nogmaals, dit was dus één van de belangrijke ingrijpende keuzes.
Ik vind dat je dan moet bekijken of het ook een rechtvaardige keuze is.
(Het woord “rechtvaardig”  leen ik even van Wethouder Bogaard, het is een  kernwoord uit zijn herijkings-subsidiediscussie )
Niet dat het er enigzins toe doet want deze club heeft afgelopen donderdag van bovengenoemde partijen het groene licht gekregen om tot en met 2015 het lieve sommetje van 400.000 euro PER JAAR uit te geven.
Dus op naar theater de Naald om met eigen oren te vernemen hoe het gemeenschapsgeld; dat zo royaal door CDA -Westland Verstandig en GBW beschikbaar is gesteld, besteed gaat worden.

Na een inleiding en een woordje van Wethouder Arne Weverling kwam Lars Flinkerbusch aan het woord. Hij geeft leiding aan onze Westland Marketing.

Om een lang verhaal kort te maken: “het is mij totaal niet duidelijk waaraan het gemeenschapsgeld besteed gaat worden”.
En ik vind dat stuitend!
Stuitend omdat verenigingen voor een paar honderd euro subsidie tot twee cijfers achter de komma hun aanvraag moeten verantwoorden.
En als je te laat bent ……………………….. helaas.
Er zijn accountantsverklaringen opgevraagd voor een paar honderd euro.
En er is recent een meetlat ontwikkeld waaraan toekomstige subsidieaanvragen getoetst worden. Strenge criteria.

Maar deze club harkt voor miljoenen gemeenschapsgeld binnen en kan niet helder maken wat men nu precies gaat doen en wanneer het doel bereikt is.
Wat te denken van onderstaande doelstellingen van deze Westland marketing club::
“Westland wordt binnen en buiten de sector gezien als de koploper in de Nederlandse glastuinbouwsector”.
Of nog eentje:
“Hoger opgeleiden hebben een  positief beeld van het Westland en weten wat het Westland te bieden heeft op het gebied van wonen ,werken en recreëren.

Hoe meet je bovenstaande doelen?
Het Westland is toch al koploper?
Wat is een positief beeld exact?
Bij hoeveel hoger opgeleiden?
Binnen welke periode moet e.e.a bereikt zijn?
enz. enz. enz.

Waarom is er geen meetlat voor deze club gehanteerd?
Hoe moeten wij als raad straks controleren of  de miljoenen gemeenschapsgeld verantwoord zijn besteed?

Door geen meetbare doelen te hanteren hebben GBW-CDA en Westland Verstandig een blanco cheque afgegeven, een vrijbrief van 400.000 euro per jaar in crisistijd.
Zijn dit de “ingrijpende keuzes” waar Wethouder Duijvestijn (CDA) het over heeft?
Was dit de langdurige afweging waar hij op de WOS over sprak?

Daar waar onze eigen Westlandse verenigingen een miniscule contrôle dienen te ondergaan en langs een meetlat worden afgeschraapt.

Laat ik afsluiten met nog een fraai voorbeeld van het kritiekloos beschikbaar stellen van  miljoenen gemeenschapsgeld. Een na “lange afwegingen gemaakte ingrijpende keuze” aldus het college. 

Hierbij een opmerking uit de notitie:” Strategie Westland Marketing”:

“Voorwaarde voor succes is een breed draagvlak”
Volgens mij kan je dit na de laatste begrotingsraad niet meer met droge ogen beweren.

Ulbe


donderdag, 29 september 2011

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Politieke positie Groenlinks

In maatschappij, groenlinks, politiek, strategie, blok, d66, fusie, links, midden, en meer.
Nadat Bart Snels had betoogd dat GroenLinks de fusie met D66 dient op te zoeken, stelt Dick Pels dat GroenLinks haar eigen ideeën dient op te poetsen. Toch zegt ook Dick Pels dat GroenLinks, Links van het midden dient te gaan staan en te zorgen voor een rood blok dat het blauwe blok kan verslaan. [...]

zondag, 18 september 2011

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

GroenLinks hoort niet in het midden.

In maatschappij, verkiezingen, d66, groenlinks, strategie, toekomst, fusie, midden, nieuws, en meer.
Het is een terugkerende wens die elke keer nieuw leven wordt ingeblazen. De fusie van GroenLinks en D66. Al een aantal jaar komt deze oprisping steeds in het nieuws. Elke keer komen dezelfde argumenten voorbij die nog altijd niet voldoen. Het politieke midden is leeg en daar staan geen 20 tot 25 zetels te wachten [...]

vrijdag, 9 september 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Live blog: GroenLinks in Zeeland

In weblog, dronten, groenlinks, randstad, muziek, politiek, belangrijk, belastingen, bezoek, en meer.

Kamerfractie komt aan op station Bergen op Zoom

De GroenLinks Tweede Kamerfractie maakt een toer langs de provincies en vandaag is Zeeland aan de beurt.

De reis start in het Brabantse Bergen op Zoom waar de Kamerleden Jolande Sap, Liesbeth van Tongeren, Rik Grashoff, Marijke Vos en vele Zeeuwse GroenLinksers rond het middaguur per bus vertrokken naar de Hertogin Hedwigepolder.

12.30 uur
Aan de voet van de dijk van het Verdronken Land bij de te ontpolderen gebieden wordt de bus opgewacht door

Jolande Sap begroet Hedwigeboeren

boeren met een duidelijke mening: “ontpolderen NEE”. Boeren en belanghebbenden proberen de GroenLinks Kamerleden te overtuigen van de nadelen van de geplande ontpoldering. Met trekkers, muziek en spandoeken wordt de boodschap kracht bij gezet maar blijft de sfeer gemoedelijk. Eens zullen we het wel niet worden. GroenLinks houdt vast aan het natuurherstel.

14.15 uur
Terneuzen, het Bio Bases Trainings Centre. Samen met de Zeeuwse Natuur- en Milieuorganisaties wordt stil gestaan bij de problematiek rond de Westerschelde. Ontpolderen of niet-ontpolderen dat is de vraag. Hoe komen we verder (of niet) met de natuurontwikkeling in het gebied van de Hedwigepolder en de Welsingepolder (bij Vlissingen) die misschien moet wijken door de kabinetsplannen om de Hedwige te ontzien.

Het beeld dat de Nederlandse politiek de rug niet recht gehouden in dit dossier komt helder naar voren. Maar ook de maatschappijke beweging dat natuur niet zo belangrijk meer is speelt hier sterk mee.

15.00 uur
Duurzame ondernemers komen vertellen over hun plannen en idealen. Van een multinational als DOW tot een biologische boer met een webwinkel. Hoewel duurzaam… de grootste gasafnemer en de grootste CO2-uitstoter van Nederland zitten aan tafel. Maar dat hoeft duurzaamheid niet in de weg te staan, betogen de ondernemers.

Grote wens van de ondernemers is dat de overheid mee gaat werken en waar mogelijk mee financiert. Als je echt innovatieve dingen wilt zou het prettig zijn als je leges of belastingen zou kunnen uitstellen zodat de aanloopkosten voor bijvoorbeeld een innovatieve fabriek in het begin gedrukt kunnen worden.

Ook een betere integrale aanpak van vergunningaanvragen en een langere termijn strategie van het overheidsbeleid zijn zaken die hard worden gemist.

Tip van de dag: zorg dat je investeert in de ambtenaar. Zorg dat die gaat denken zoals jij vindt dat deze zou moeten denken en geef hem het gereedschap zodat zijn politicus kan scoren.

17.15 uur
Aan de markt in Middelburg vindt in het café Cheerz ‘borrelen met Sap’ plaats. Jolande wordt bevraagd over de dag en wat ze geleerd heeft van deze dag.

17.45 uur
Liesbeth van Tongeren kondigt een referendumwet kernenergie aan. GroenLinks wil dat 300.000 mensen met een handtekening een referendum kunnen afdwingen over een nieuwe vergunning voor een kerncentrale zodat alle Nederlanders zich over zo’n vergunning kunnen uitspreken. Lees het voorstel op de website.

19.00 uur
Station Middelburg. Samen met Liesbeth van Tongeren en Marijke Vos in de trein naar de Randstad gestapt. Pas laat vanavond zal ik weer in Dronten zijn na een bijzonder leuke dag in Zeeland. Veel dank aan de Zeeuwse partijgenoten voor de ondersteuning bij het organiseren van deze dag!

Foto’s:

Filmpjes van PZC en Omroep Zeeland hieronder:

PZC tv

Omroep Zeeland over bezoek Hedwigepolder

Omroep Zeeland over referendumwet
 

maandag, 16 mei 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

De Heilige Oorlog van Geert Wilders

In politiek, lezen, islam, israel, israël, hand, media, meerderheid, kinderen, en meer.

Geert Wilders is zonder twijfel de meest besproken Nederlandse politicus. Meer dan wie dan ook wordt hij bekritiseerd, een gevaar voor de samenleving genoemd en zelfs met Nazi’s vergeleken. Het verbaasd mij echter hoe weinig mensen bekend zijn met de ideologie van Geert Wilders. De discussie over Wilders richt zich met name op zijn (discriminerende) voorstellen, op het feit dat hij ‘groepen in de samenleving naast elkaar zet’  of ‘ de enige is die echt de problemen van de mensen in de oude wijken begrijpt.’ Zelden gaat het over de haast heilige oorlog die Wilders aan de islam verklaard heeft.

De kern van de ideologie van Wilders is als volgt: De islam is een gevaarlijke totalitaire ideologie die het westen wil overnemen. Dat probeert zij op twee manieren. De eerste manier waarop de islam volgens Wilders het westen wil veroveren is door oorlogvoering en met name de strijd van Israel is hier van belang. Israel is de ‘first line of defense‘  van het vrije westen en als Jerusalem valt, dan vallen ook Athene, Rome en Amsterdam.

De tweede manier is door middel van al-hijara, massa-immigratie. In lijn met de Eurabia theorie van Bat Ye’or gelooft Wilders dat er een islamitisch complot is om met zo veel mogelijk islamieten naar het westen te immigreren, hier zo veel mogelijk kinderen te baren zodat de westerse samenlevingen in meerderheid islamitisch zullen worden. Totdat de moslims hier de overheid hebben doen zij net alsof ze gematigd zijn en onze westerse waarden hebben overgenomen, maar op ieder moment kan de moslim zijn ware gezicht tonen en ons zijn sharia-wetten opleggen, dit heet taqiyya.

Wilders gelooft dat het niet alleen een radicaal-extremistische tak van de islam is die het westen over wil nemen, maar dat het inherent aan de islam is om te proberen elke niet-moslim te onderwerpen. Daarom richt zijn strijd zich niet tegen bepaalde islamitische interpretaties maar tegen iedere vorm van de islam. Wilders gelooft dat hij de aanvoerder is van het verzet tegen het islamitisch imperialisme. Hij is de man die voorop gaat in onze strijd tegen de islam, om onze Judeo-Christenlijke samenlevingen te beschermen tegen de barbaarse islamitische ideologie. Onze cultuur is volgens Wilders superieur aan de islamitische cultuur en daarom dient zij met hand en tand verdedigd te worden. De strijd die Wilders op dit moment gaande ziet tegen de islam is er daarom één die bijna sacrale proporties krijgt: het is de strijd van us against them, van goed tegen kwaad. Het is een haast heilige oorlog om onze verlichtingsidealen te verdedigen.

Onder de progressieve kring die wel op de hoogte is van de Wilders-ideologie zijn er twee geluiden die de potentie van deze ideologie relativeren. Ten eerste wordt er gezegd: extremer dan hij nu is kan Wilders niet worden, hij heeft zijn limiet bereikt. Ten tweede wordt er gezegd: De PVV geloofd niet echt in hun islam-sprookjes, het is slechts een strategie om de grootste te worden. De beste manier om de PVV te bestrijden is ze inkapselen in het systeem, dan zullen ze genoodzaakt zijn hun toon te matigen.

Wat betreft het eerste punt: ik geloof wel dat Wilders nog extremer kan worden dan hij op dit moment is. Zijn toon in Israël en in de VS is harder dan in Nederland. Zijn oorlogsmetaforen en complottheorie zijn nog niet volledig tot wasdom gekomen in het Nederlandse publieke debat. Ik geloof dat er nog ruimte is tussen dat wat Wilders zegt voor een Nederlandse camera en mogelijke uitspraken die uit zijn ideologie zijn te herleiden. De reden dat dit niet gebeurd is volgens mij dat Wilders inziet dat een sterkere oorlogsretoriek en versterking van het complotdenken meer kiezers zal afstoten dan aantrekken.

Dat de islam-angst slechts een instrument is om kiezers te winnen geloof ik echter ook niet. Ik zou graag geloven dat Wilders weet dat wat hij zegt over de islam kolder is en ik geloof zelfs dat er een (groot?) aantal PVV-Kamerleden zijn die er zo over denken. Maar ik denk dat Wilders zelf wel degelijk gelooft in zijn eigen verhaal. Waar haalt hij anders de motivatie vandaan om keer op keer de Westerse wereld rond te reizen, te waarschuwen voor het islamitische gevaar en te bouwen aan een internationale coalitie? Dat is niet met het oog op het Nederlandse electoraat.

Ik heb Wilders nog nooit zo compleet en integraal zijn ideologie uiteen horen zetten als in zijn toespraak afgelopen donderdag in Nashville, Tenessee. De gehele toespraak is hier te lezen, maar om mijn eerdere uiteenzetting te onderstrepen hierbij een aantal quotes uit Wilders’ toespraak:

I am here with a warning. I am here with a battle cry: “Wake up. Islam is at your gate.”

Islam is dangerous. Islam wants to establish a state on earth, ruled by islamic sharia law. Islam aims for the submission of all non-Muslims.

Islam is an ideology of conquest. It uses two methods to achieve this goal: the first method is the sword. The second method is immigration. This phenomenon of conquest through immigration is called al-Hijra.

Islam is spreading like wildfire everywhere in the West where political, academic, cultural and media elites lack the guts to proudly proclaim, as I believe we all should proclaim: Our Judeo-Christian Western culture is far better and far superior to the islamic culture

A moderate islam doen not exist and will never exist.

And now, Europe is beginning to look like Arabia.

What is needed, my friends, is a spirit of resistance. Why? Because resistance to evil is our moral duty.

The jihad against Israel is a jihad against all of us. If Israel falls, we, too, will feel the consequences. If Jerusalem falls, Athens, Rome, Amsterdam and Nashville will fall. Therefore, we all are Israel.

Dear friends, here is my warning. Make no mistake: Islam is also coming for America.

My friends, we will stand together.

We will stand firm.

We will not submit. Never. Not in Israel, not in Europe, not in America. Nowhere.

We will survive.

We will stop islam.


Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 8939 uur (372,5 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2